# tableau Tableau Desktop Public and Web Authoring Help (public) - Full Documentation [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aan de slag In dit gedeelte leert u de basisbeginselen voor het bouwen van weergaven in Tableau, de Tableau-werkruimte en Tableau-concepten. Voor gerelateerde onderwerpen en sites, zie ook: - Korte walk-through voor Tableau Desktop: [Een basisweergave maken om uw data te verkennen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/getstarted_buildmanual_ex1basic.htm) - Diepgaande Tableau Desktop\-zelfstudie: [Aan de slag met Tableau Desktop](https://help.tableau.com/current/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-home.htm) - Webinars op aanvraag: [Secrets of Visual Analytics (Geheimen van visuele analyse)](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/series/secrets-of-visual-analytics) - Basisdiagrammen maken: [Veelgebruikte grafiektypen maken in dataweergaven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dataview_examples.htm) en [Het juiste diagramtype kiezen voor uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/what_chart_example.htm) - Kaarten maken: [Kaarten en geografische data-analyse in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps.htm) - Korte instructievideo: [Aan de slag met Tableau Desktop](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/tutorials/on-demand/getting-started-tableau-desktop?playlist=509089) (3 minuten) Zie [Aan de slag met Tableau Desktop](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/tutorials/on-demand/getting-started-tableau-desktop?playlist=509089) voor gerelateerde bronnen en video's. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aan de slag met berekeningen in Tableau In dit artikel wordt aan de hand van een voorbeeld beschreven hoe u berekende velden in Tableau maakt en gebruikt. U leert de berekeningsconcepten van Tableau en hoe u een berekend veld maakt en bewerkt. Ook leert u te werken met de berekeningseditor en een berekend veld in de weergave te gebruiken. Als u niet bekend bent met Tableau-berekeningen of met het maken van berekende velden in Tableau, is dit een goed beginpunt. ## Berekende velden gebruiken Met berekende velden kunt u nieuwe data maken op basis van data die al in uw databron aanwezig zijn. Wanneer u een berekend veld maakt, maakt u feitelijk een nieuw veld (of nieuwe kolom) in uw databron, waarvan de waarden of leden worden bepaald door een berekening die u beheert. Dit nieuwe berekende veld wordt opgeslagen in uw databron in Tableau en kan worden gebruikt om robuustere visualisaties te maken. Maak u echter geen zorgen: uw originele data blijven ongewijzigd. U kunt berekende velden om vele redenen gebruiken. Enkele voorbeelden: - U wilt data segmenteren - U wilt het datatype van een veld converteren, bijvoorbeeld een tekenreeks omzetten in een datum. - U wilt data aggregeren - U wilt resultaten filteren - U wilt verhoudingen berekenen ## Typen berekeningen U maakt berekende velden met behulp van berekeningen. Er zijn drie hoofdtypen berekeningen die u kunt gebruiken om berekende velden in Tableau te maken: - **Basisberekeningen** – Met basisberekeningen kunt u waarden of leden transformeren op het detailniveau van de databron (een berekening op rijniveau) of op het detailniveau van de visualisatie (een geaggregeerde berekening). - **LOD-expressies** – Net als bij basisberekeningen kunt u met LOD-berekeningen (Level of Detail- ofwel detailniveauberekeningen) waarden berekenen op databronniveau en op visualisatieniveau. LOD-berekeningen geven u echter nog meer controle over het granulariteitsniveau dat u wilt berekenen. Ze kunnen worden uitgevoerd op een gedetailleerder niveau (INCLUDE), een minder gedetailleerd niveau (EXCLUDE) of een volledig onafhankelijk niveau (FIXED) met betrekking tot de granulariteit van de visualisatie. Zie [LOD-expressies maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod.htm) voor meer informatie. - **Tabelberekeningen** – Met tabelberekeningen kunt u waarden alleen op het detailniveau van de visualisatie transformeren. Zie [Waarden transformeren met tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm) voor meer informatie. Het type berekening dat u kiest, hangt af van de vereisten van uw analyse en de vraag die u wilt beantwoorden. ## Een berekend veld maken Nadat u hebt bepaald welk type berekening u wilt gebruiken, is het tijd om een berekend veld te maken. In dit voorbeeld wordt een basisberekening gebruikt. **Opmerking**: in het voorbeeld in dit artikel wordt gebruik gemaakt van de databron **Voorbeeld - Superstore** die bij Tableau Desktop wordt geleverd. Om de stappen in dit artikel te volgen, maakt u verbinding met de opgeslagen databron **Voorbeeld - Superstore** databron en navigeert u naar **Blad 1**. 1. Selecteer in Tableau **Analyse** > **Berekend veld maken**. 2. Doe het volgende in de berekeningseditor die wordt geopend: - Voer een naam in voor het berekende veld. In dit voorbeeld heet het veld **Discount Ratio** (kortingspercentage). - Voer een formule in. In dit voorbeeld wordt de volgende formule gebruikt: IIF(\[Sales\] !=0, \[Discount\]/\[Sales\],0) Deze formule controleert of de verkoop niet gelijk is aan nul. Als het resultaat TRUE is, wordt het kortingspercentage (Discount/Sales) geretourneerd. Als het FALSE is, wordt nul geretourneerd. > [!TIP] > > als u een lijst met beschikbare functies wilt zien, klikt u op het driehoekje aan de rechterkant van de berekeningseditor. > ![Dialoogvenster Berekening met een formule die de IIF-functie gebruikt om te controleren of aan een voorwaarde is voldaan. Er wordt een bepaalde waarde geretourneerd indien Waar, een andere waarde indien Onwaar en een optionele derde waarde of NULL indien onbekend.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_field3.png) > Elke functie bevat syntaxis, een beschrijving en een voorbeeld ter informatie. Dubbelklik op een functie in de lijst om deze aan de formule toe te voegen. Zie [Tips voor werken met berekende velden in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_tips.htm) voor meer tips. 3. Als u klaar bent, klikt u op OK. Het nieuwe berekende veld wordt als meetwaarde aan het deelvenster Data toegevoegd omdat het een getal retourneert. Er verschijnt een gelijkteken (=) naast het datatypepictogram. In het deelvenster **Data** staat naast alle berekende velden het gelijkteken (=). ## Een berekend veld in de weergave gebruiken ### Stap 1: de weergave bouwen 1. Sleep Regio vanuit het deelvenster Data naar de container Kolommen. 2. Sleep Categorie vanuit het deelvenster Data naar de container Rijen. 3. Klik op de container Rijen op het plusteken (+) in het veld Categorie om in te zoomen op Subcategorie. ### Stap 2: het berekende veld toevoegen aan de weergave 1. Sleep Discount Ratio (kortingspercentage) vanuit het deelvenster Data naar Kleur op de kaart Markeringen. De weergave wordt bijgewerkt om de tabel te highlighten. - In de regio Central worden binders sterk afgeprijsd. Discount Ratio wordt automatisch geaggregeerd als een som. 2. Klik met de rechtermuisknop op de container Rijen SUM(Discount Ratio) en selecteer Meetwaarde (Sum) > Gemiddeld. De weergave wordt bijgewerkt om het gemiddelde van het kortingspercentage weer te geven. ![Een heatmap die gemiddelde kortingsratio's per categorie, subcategorie en regio weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_create3.png) ## Een berekend veld bewerken Als u een berekening op een bepaald moment wilt wijzigen, kunt u het berekende veld bewerken, zodat het in uw hele werkmap wordt bijgewerkt. Doe het volgende om een berekend veld te bewerken: 1. Klik in het deelvenster **Data** met de rechtermuisknop op het berekende veld en selecteer **Bewerken**. 2. In de berekeningseditor die wordt geopend, kunt u het volgende doen: - De naam van het berekende veld bewerken - De formule bijwerken Voor dit voorbeeld wordt de formule gewijzigd om een kortingspercentage te retourneren voor bestellingen van meer dan 2000 USD aan verkoop: IIF(\[Sales\] > 2000, \[Discount\]/\[Sales\],0) 3. Klik op **OK**. De weergave wordt bijgewerkt om de wijzigingen automatisch weer te geven. U hoeft het bijgewerkte berekende veld _niet_ opnieuw aan de weergave toe te voegen. ![Een heatmap die de gemiddelde kortingsratio voor verschillende productcategorieën en subcategorieën per regio weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_create4.png) ## Zie ook [De basisprincipes van berekeningen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_understand.htm) [Berekeningen opstellen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_operators.htm) [Functies in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions.htm) [LOD-expressies maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod.htm) [Waarden transformeren met tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aan de slag met Data uitleggen Gebruik Data uitleggen in uw analyseflow terwijl u de markeringen in een visualisatie verkent. Data uitleggen wordt automatisch uitgevoerd wanneer het venster Datagids is geopend en wordt bijgewerkt op basis van de huidige selectie (dashboard, blad of markering).

Data uitleggen gebruiken

Werkmappen maken en toegang beheren

## Data uitleggen uitvoeren op een dashboard, blad of markering Dit zijn de basisstappen voor het uitvoeren van Data uitleggen in Tableau Desktop, Tableau Cloud en Tableau Server: 1. Open een dashboard of blad in een werkmap. 2. Selecteer in de weergavewerkbalk Datagids ![Pictogram Datagids](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_guide_icon.png) om het venster Datagids te openen. 3. Als u een dashboard opent, analyseert Data uitleggen het op uitschieters. ![Gedetecteerde uitschieters die worden weergegeven in de Datagids voor een dashboard](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_dg_dashboard.png) Als u een blad in het dashboard selecteert, analyseert Data uitleggen de markeringen in dat blad op uitschieters. ![In Data uitleggen wordt een gedetailleerde uitleg voor een geselecteerd werkblad gegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_dg_sheet.png) Als u een markering in het dashboard selecteert, analyseert Data uitleggen specifiek die markering op uitleg. ![In Data uitleggen wordt een gedetailleerde uitleg voor een geselecteerd merk gegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_dg_mark.png) De markeringen die worden uitgelegd, worden gehighlight in de visualisatie wanneer u de bijbehorende uitleg selecteert. Optioneel kunt u ook een markering in een visualisatie selecteren en de cursor over de markering bewegen. Selecteer in het knopinfomenu **Datagids** ![Pictogram Datagids](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_guide_icon.png). ![Afbeelding van de markeringsknopinfo met het pictogram Datagids geselecteerd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_tooltip_dg2.png) Selecteer in Tableau Public het lampje in het knopinfomenu om Data uitleggen uit te voeren. ![Klik op het lamppictogram in het knopinfomenu van een markering om Data uitleggen uit te voeren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_tooltip_button.png) Een mogelijke uitleg voor de waarde van de geanalyseerde markering wordt weergegeven in het venster Datagids. Selecteer verschillende uitlegnamen om de details uit te breiden en begin met verkennen. ### Machtigingen voor Data uitleggen vereist om uitleg te zien Als u Gedetecteerde uitschieters ziet met de opmerking om contact op te nemen met de eigenaar van de visualisatie, betekent dit dat u toestemming nodig hebt om deze typen uitleg te zien. Selecteer de naam van de eigenaar om naar de Tableau-inhoudspagina met zijn of haar e-mailadres te gaan. Neem contact op met de eigenaar en vraag of deze u toestemming kan geven voor Data uitleggen voor de werkmap of weergave. Als u de eigenaar van de werkmap bent, kunt u voor meer informatie over het instellen van machtigingen terecht op [Beheren wie Data uitleggen mag gebruiken en wat ze mogen zien](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_control_access.htm#Control). ### Tips voor het gebruik van Data uitleggen - Het is niet mogelijk om meerdere markeringen te selecteren om met elkaar te vergelijken. - De weergave moet markeringen bevatten die zijn geaggregeerd met behulp van SUM, AVG, COUNT, COUNTD of AGG (een berekend veld). - Wanneer Data uitleggen het geselecteerde type markering niet kan analyseren, wordt er een bericht weergegeven waarin de reden hiervoor wordt aangegeven. Zie [Situaties waarin Data uitleggen niet beschikbaar is](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_requirements.htm#NotAvailable) voor meer informatie. - De data die u analyseert, moet afkomstig zijn uit één primaire databron. Data uitleggen werkt niet met gemengde of kubusdatabronnen. - Zie [Vereisten en overwegingen voor het gebruik van Data uitleggen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_requirements.htm) voor informatie over welke kenmerken een databron interessanter maken voor gebruik met Data uitleggen. ## Dieper ingaan op uitleg 1. Selecteer in het venster Datagids een uitlegnaam om meer details te bekijken. Selecteer een uitleg om de details ervan uit te vouwen of op te vouwen. 2. Scrol naar beneden om meer uitlegdetails te zien. 3. Wijs met de muis de grafieken aan in de uitleg om details over verschillende datapunten te bekijken. Selecteer het pictogram Openen ![Het pictogram Weergave openen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_openviewicon.png) om een grotere versie van de visualisatie te zien. Creators of Explorers die de weergave openen voor bewerking, kunnen op het pictogram Openen ![Het pictogram Weergave openen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_openviewicon.png) klikken om de visualisatie als een nieuw werkblad te openen en de data verder te verkennen. **Opmerking**: Creators en Explorers met bewerkingsmachtigingen kunnen ook de instellingen voor Data uitleggen beheren. Zie [Toegang tot Data uitleggen beheren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_control_access.htm) voor meer informatie. 4. Wijs met de muis het Hulp-pictogram ![Help-pictogram Data uitleggen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_helpicon.png) aan om de knopinfohulp te bekijken voor een uitleg. Selecteer het Hulp-pictogram ![Help-pictogram Data uitleggen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_helpicon.png) om de knopinfo open te houden. Selecteer een link **Meer informatie** om het gerelateerde Hulp-onderwerp te openen. ## Geanalyseerde velden weergeven 1. [Data uitleggen uitvoeren op een dashboard, blad of markering](#RunExD). 2. Selecteer in het venster Datagids onder **Onderliggende waarden verkennen voor** een doelmeetwaardenaam. ![Details van Data uitleggen voor een geanalyseerde markering, met gehighlighte tekst die een hogere dan verwachte som voor de reisafstand beschrijft, namelijk 8800.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_viewfields1.png) 3. Selecteer de link _aantal-velden_ onderaan het venster. ![Details van Data uitleggen voor een geanalyseerde markering, met de tekst '14 van de 23 velden' gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_viewfields2.png) Auteurs kunnen Data-instellingen uitleggen openen om te bepalen welke velden in de analyse worden opgenomen. Zie [Velden wijzigen die worden gebruikt voor statistische analyse](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_lm_status.htm#IncludeExcludeFields) voor meer informatie. ## Termen en concepten in uitleg De volgende termen en concepten komen vaak voor in uitleg. Het kan nuttig zijn om vertrouwd te raken met de betekenis ervan in de context van het gebruik van Data uitleggen. Wat is een markering? Een markering is een selecteerbaar datapunt dat een aantal onderliggende recordwaarden in uw data samenvat. Een markering kan bestaan uit één enkel record of uit meerdere records die zijn geaggregeerd. Markeringen in Tableau kunnen op veel verschillende manieren worden weergegeven, bijvoorbeeld als lijnen, vormen, balken en celtekst. Tableau haalt de records op die de markering vormen op basis van de kruising van de velden in de weergave. De **geanalyseerde markering** verwijst naar een markering in een dashboard of blad die door Data uitleggen is geanalyseerd. Zie [Markeringen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/view_parts.htm#Marks) voor meer informatie over markeringen. Wat betekent verwacht? De verwachte waarde voor een markering is de mediaanwaarde in het verwachte bereik van waarden in de onderliggende data in uw visualisatie. Het verwachte bereik is het bereik van waarden tussen het 15e en 85e percentiel dat het statistische model voorspelt voor de geanalyseerde markering. Tableau bepaalt het verwachte bereik telkens wanneer een statistische analyse op een geselecteerde markering wordt uitgevoerd. Als een samenvatting van de verwachte waarde aangeeft dat de markering _lager dan verwacht_ of _hoger dan verwacht_ is, betekent dit dat de geaggregeerde markeringswaarde buiten het bereik van waarden ligt dat een statistisch model voor de markering voorspelt. Als een samenvatting van de verwachte waarde aangeeft dat de markering _iets lager_ of _iets hoger_ is dan verwacht of _binnen het bereik van de natuurlijke variatie_ ligt, betekent dit dat de geaggregeerde markeringswaarde binnen het bereik van de voorspelde markeringswaarden ligt, maar lager of hoger is dan de mediaan. Zie [Wat is een verwacht bereik?](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/explain_data_explained.htm#ExpectedRangeLM) voor meer informatie. Wat zijn dimensies en meetwaarden? Elke kolomnaam in een database is een veld. De velden Productnaam en Verkoop zijn bijvoorbeeld allebei een veld. In Tableau worden velden die data categoriseren, zoals Productnaam, dimensies genoemd. Velden met kwantificeerbare data, zoals Verkoop, worden meetwaarden genoemd. Tableau aggregeert standaard meetwaarden wanneer u ze naar een weergave sleept. In sommige verklaringen wordt beschreven hoe de onderliggende recordwaarden en de aggregaties van die waarden kunnen bijdragen aan de waarde van de geanalyseerde markering. Andere verklaringen kunnen betrekking hebben op de distributie van waarden over een dimensie voor de geanalyseerde markering. Wanneer u Data uitleggen uitvoert op een markering, houdt de analyse rekening met dimensies en meetwaarden in de databron die niet in de weergave worden weergegeven. Deze velden worden niet-gevisualiseerde dimensies en niet-gevisualiseerde meetwaarden genoemd. Zie [Dimensies en meetwaarden](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor meer informatie over dimensies en meetwaarden. Wat is een aggregaat of aggregatie? Een aggregaat is een waarde die een samenvatting of totaal is. Tableau past automatisch aggregaties zoals SUM of AVG toe wanneer u een meetwaarde naar Rijen, Kolommen, een optie kaart Markeringen of de weergave sleept. Meetwaarden worden bijvoorbeeld weergegeven als SUM(Sales) of AVG(Sales) om aan te geven hoe de meetwaarde wordt geaggregeerd. Om Data uitleggen te kunnen gebruiken, moet uw visualisatie een meetwaarde gebruiken die is geaggregeerd met SUM, AVG, COUNT, COUNTD of AGG. Zie [Data-aggregatie in Tableau](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm) voor meer informatie over aggregatie. Wat is een recordwaarde? Een record is een rij in een databasetabel. Een rij bevat waarden die overeenkomen met elk veld. In dit voorbeeld zijn Categorie, Productnaam en Verkoop velden (of kolommen). De waarden zijn Meubilair, Staande lamp en $ 96.
CategorieProductnaamVerkoop
MeubilairStaande lamp$ 96,00
Wat is een distributie? Een distributie is een lijst met alle mogelijke waarden (of intervallen) van de data. Deze geeft ook aan hoe vaak elke waarde voorkomt (frequentie). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aan de slag met kaarten maken in Tableau Deze zelfstudie leidt u door enkele van de meest voorkomende taken die u kunt uitvoeren bij het maken van kaarten in Tableau. U leert hoe u verbinding kunt maken met geografische data en er een join van kunt maken, hoe u die data in Tableau kunt opmaken, hoe u locatiehiërarchieën kunt maken, hoe u een basiskaartweergave kunt maken en presenteren en hoe u onderweg de belangrijkste kaartfuncties kunt toepassen. Als u nieuw bent in het bouwen van kaarten in Tableau, is dit een geweldige plek om te beginnen. ## Stap 1: Verbinding maken met uw geografische data Geografische data zijn er in vele vormen en formaten. Wanneer u Tableau Desktop opent, worden op de startpagina de beschikbare connectors weergegeven in het venster **Verbinding maken** aan de linkerkant. Zo maakt u verbinding met uw data. U kunt met geografische data werken door verbinding te maken met ruimtelijke bestanden, of u kunt verbinding maken met locatiedata die zijn opgeslagen in spreadsheets, tekstbestanden of op een server. Ruimtelijke bestanden, zoals een shapefile of geoJSON-bestand, bevatten werkelijke geometrieën (punten, lijnen of polygonen), terwijl tekstbestanden of spreadsheets puntlocaties in lengte- en breedtegraadcoördinaten bevatten, of benoemde locaties die, wanneer ze in Tableau worden gebracht, verbinding maken met de Tableau-geocodering (opgeslagen geometrieën waarnaar uw data verwijzen). Zie de lijst met [Dataverbindingen](https://www.tableau.com/nl-nl/products/desktop#data-sources-personal) op de Tableau-website voor een volledige lijst met verbindingen die Tableau ondersteunt. ![Het deelvenster Tableau Cloud-verbinding.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted1.png) Voor deze zelfstudie gaat u verbinding maken met een Excel-bestand dat bij Tableau Desktop wordt geleverd. Het bevat locatienamen die Tableau kan geocoderen. Wanneer u een kaartweergave bouwt, verwijzen de locatienamen naar de geometrieën die zijn opgeslagen in de Tableau-kaartservice op basis van de geografische rol die u aan het veld toewijst. Later in deze zelfstudie leert u meer over geografische rollen. 1. Open Tableau Desktop. 2. Klik in het deelvenster Verbinding maken op Excel. 3. Navigeer naar **Documenten** > **Mijn Tableau-opslagplaats** > **Databronnen** en open vervolgens het bestand **Sample - Superstore.xls**. Zodra u verbinding maakt met de databron, ziet uw scherm er als volgt uit: ![Het canvas van Tableau Databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted2.png) Dit wordt de pagina Databron genoemd en hier kunt u uw locatiedata voorbereiden voor gebruik in Tableau. Enkele van de taken die u op de pagina Databron kunt uitvoeren, zijn onder meer de volgende, maar u hoeft niet al deze dingen te doen om een kaartweergave te maken: - Extra verbindingen toevoegen en een join maken van uw data - Meerdere bladen toevoegen aan uw databron - Geografische rollen aan uw velden toevoegen of deze wijzigen - Het datatype van uw kolommen wijzigen (bijvoorbeeld van getallen naar tekenreeksen) - Kolommen hernoemen - Kolommen splitsen, zoals een volledig adres splitsen in meerdere kolommen voor straat, stad, staat en postcode Raadpleeg de onderwerpen in de sectie [Databronnen instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_prepare.htm) voor meer informatie over de pagina Databron en enkele taken die u daarop kunt uitvoeren. ## Stap 2: Een join maken van uw data Uw data worden vaak bewaard in meerdere databronnen of bladen. Zolang deze databronnen of bladen een gemeenschappelijke kolom hebben, kunt u er een join van maken in Tableau. Joins maken is een methode voor het combineren van de gerelateerde data in die gemeenschappelijke velden. Het resultaat van het combineren van data met behulp van een join is een virtuele tabel die doorgaans horizontaal wordt uitgebreid door kolommen met data toe te voegen. Een join maken is vaak nodig met geografische data, met name ruimtelijke data. U kunt bijvoorbeeld een join maken van een KML-bestand met aangepaste geografieën voor schooldistricten in Oregon, VS, met een Excel-spreadsheet met demografische informatie over die schooldistricten. Voor dit voorbeeld voegt u twee bladen samen in de databron Voorbeeld-Superstore. 1. Dubbelklik aan de linkerkant van de pagina Databron onder Bladen op Orders. 2. Dubbelklik onder Bladen op Personen. Tableau maakt een binnen-join tussen de twee spreadsheets, waarbij de kolom Regio uit beide spreadsheets als joinveld wordt gebruikt. Nu is er een verkoper toegewezen aan elke locatie in uw databron, evenals aan regio's. ![Maak een datajoin in het deelvenster Databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted3.gif) Om deze join te bewerken, klikt u op het joinpictogram (de twee cirkels). U kunt de join bewerken in het dialoogvenster Join dat wordt geopend. Zie [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joining_tables.htm) voor meer informatie over joins maken van data in Tableau. ![Het dialoogvenster Join heeft samenvoegingsopties waarmee gebruikers kunnen bepalen hoe tabellen worden samengevoegd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted4.png) ## Stap 3: Uw geografische data opmaken in Tableau Nadat u uw databron hebt ingesteld, moet u mogelijk uw geografische data voorbereiden voor gebruik in Tableau. Niet al deze procedures zullen altijd nodig zijn om een kaartweergave te maken, maar het is wel belangrijke informatie om te weten als het gaat om het voorbereiden van geografische data voor gebruik in Tableau. Afhankelijk van het type kaart dat u wilt maken, moet u bepaalde datatypen, datarollen en geografische rollen aan uw velden (of kolommen) toewijzen. In de meeste gevallen moeten uw velden voor de breedtegraad en lengtegraad bijvoorbeeld een _datatype_ van **getal (decimaal)** en een _datarol_ van **meetwaarde** hebben en moeten ze de _geografische rollen_ **Breedtegraad** en **Lengtegraad** toegewezen krijgen. Alle andere geografische velden moeten een _datatype_ van **tekenreeks** en een _datarol_ van **dimensie** hebben en ze moeten de juiste geografische rollen toegewezen krijgen. **Opmerking**: als u verbinding maakt met een ruimtelijk bestand, wordt er een veld Geometrie gemaakt. Het zou een meetwaarde als datarol moeten hebben. Deze stap laat zien hoe u uw geografische data kunt opmaken zodat ze aan deze criteria voldoen. ### Het datatype van een kolom wijzigen Wanneer u voor het eerst verbinding maakt met geografische data, wijst Tableau datatypen toe aan al uw kolommen. Deze datatypen omvatten Getal (decimaal), Getal (geheel), Datum en tijd, Datum, Tekenreeks en Booleaanse waarde. Soms krijgt Tableau deze datatypen niet goed en moet u ze bewerken. Tableau kan bijvoorbeeld aan een kolom Postcode het datatype Getal (geheel) toewijzen. Om kaartweergaven te maken, moeten uw postcodedata het datatype Tekenreeks hebben. Het datatype van een kolom wijzigen: 1. Klik op de pagina Databron op het datatypepictogram (de wereldbol) voor Postcode en selecteer Tekenreeks. ![Een geografische rol converteren naar een tekenreeks.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted5.gif) Zie [Datatypen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_datatypes.htm) voor meer informatie over datatypen. ### Geografische rollen toewijzen aan uw geografische data In Tableau koppelt een _geografische rol_ elke waarde in een veld aan een breedtegraad- en lengtegraadwaarde. Wanneer u de juiste geografische rol aan een veld toewijst, wijst Tableau breedtegraad- en lengtegraadwaarden toe aan elke locatie in dat veld door een overeenkomst te vinden die al in de geïnstalleerde geocoderingsdatabase is ingebouwd. Zo weet Tableau waar uw locaties op de kaart moeten worden uitgezet. Wanneer u een geografische rol aan een veld toewijst, zoals Staat, maakt Tableau een veld Breedtegraad (gegenereerd) en een veld Lengtegraad (gegenereerd). Geografische rollen worden soms automatisch aan uw data toegewezen, zoals in dit voorbeeld. U kunt zien dat een geografische rol aan uw data is toegewezen, omdat de kolom een wereldbolpictogram bevat. Als er niet automatisch een geografische rol wordt toegewezen, kunt u er handmatig een aan uw veld toewijzen. Voor dit voorbeeld hoeft u dit niet te doen, maar het is belangrijk om te weten hoe u dit voor uw eigen data kunt doen. Een geografische rol toewijzen of bewerken: 1. Klik op de pagina Databron op het wereldbolpictogram. 2. Selecteer Geografische rol en selecteer vervolgens een rol die het beste bij uw data past. In dit geval is er bijvoorbeeld geen geografische rol toegewezen aan de kolom Land, dus wordt de geografische rol Land/regio toegewezen. ![Een tekenreeks converteren naar een geografische rol.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted6.gif) **Opmerking**: als u problemen ondervindt bij het toewijzen van geografische rollen aan uw data, of als u data hebt die niet zijn ingebouwd in de Tableau-kaartserver, zijn er een paar dingen die u kunt doen om die data in Tableau te krijgen. Zie [Geografische rollen toewijzen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm#norecognize). ### Wijzigen van dimensies naar meetwaarden Wanneer u verbinding maakt met geografische data, wijst Tableau ook databronnen toe aan al uw kolommen. Een kolom kan een _dimensie_ of _meetwaarde_ zijn. In de meeste gevallen moeten uw kolommen voor breedtegraad en lengtegraad meetwaarden zijn. Voor speciale gevallen, bijvoorbeeld als u elke locatie in uw databron op een kaart wilt weergeven zonder de mogelijkheid om een detailniveau omhoog of omlaag te gaan (zoals van Stad naar Staat), kunnen dit dimensies zijn. Een mooi voorbeeld hiervan is een kaart met [puntdistributie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_howto_pointdistribution.htm). De rest van uw geografische data moeten dimensies zijn. Voor dit voorbeeld hoeft u de datarol van een kolom niet te wijzigen, maar het is wel belangrijk om te weten hoe u dit voor uw eigen data kunt doen. Voel u vrij om hier te oefenen. U kunt eventuele wijzigingen altijd ongedaan maken. De datarol van een kolom wijzigen: 1. Klik op de pagina Databron op Blad 1. Uw werkruimte wordt bijgewerkt en ziet er als volgt uit: ![Een Tableau-werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted7.png) Dit wordt een werkblad genoemd en hier gaat u uw kaart bouwen. Aan de linkerkant van het scherm staat het deelvenster **Data**. Alle kolommen in uw databron worden in dit venster als velden weergegeven. Bijvoorbeeld Land en Staat. Deze velden bevatten alle onbewerkte data in uw kolommen. Houd er rekening mee dat Tableau een veld voor breedtegraad en lengtegraad heeft gegenereerd (_Breedtegraad (gegenereerd)_ en _Lengtegraad (gegenereerd)_). Dit komt omdat u geografische rollen aan uw data hebt toegewezen. De velden in het deelvenster Data zijn onderverdeeld in meetwaarden en dimensies. De velden die in de sectie Dimensies van het deelvenster Data worden geplaatst, zijn vaak categorische data, zoals Datum en Klant-ID, terwijl de velden die in de sectie Meetwaarden van het deelvenster Data worden geplaatst, vaak kwantitatieve data zijn, zoals Verkoop en Hoeveelheid. 2. Selecteer in het deelvenster **Data** onder Dimensies een veld, zoals Rij-ID, en sleep dit omlaag naar de sectie Meetwaarden. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted8.gif) Het veld wordt toegevoegd aan de sectie Meetwaarden en verandert van blauw in groen. U hebt zojuist een Dimensie naar een Meetwaarde geconverteerd. Om een veld van een meetwaarde naar een dimensie te converteren, sleept u het veld van de sectie Meetwaarden naar de sectie Dimensies. Zie [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor meer informatie. ## Stap 4: Een geografische hiërarchie maken Nu u zich in de werkbladruimte bevindt, kunt u geografische hiërarchieën maken. Dit is niet vereist om een kaartweergave te maken, maar door een geografische hiërarchie te maken, kunt u snel inzoomen op de niveaus van geografische details die uw data bevatten, in de volgorde die u opgeeft. Een geografische hiërarchie maken: 1. Klik in het deelvenster Data met de rechtermuisknop op het geografische veld, Land, en selecteer vervolgens Hiërarchie \> Hiërarchie maken. 2. Geef in het dialoogvenster Hiërarchie maken dat wordt geopend een naam aan de hiërarchie, zoals Kaartitems, en klik vervolgens op OK. Onderaan de sectie Dimensies wordt de hiërarchie Kaartitems gemaakt met het veld Land. 3. Sleep in het deelvenster Data het veld Staat naar de hiërarchie en plaats het onder het veld Land. 4. Herhaal stap 3 voor de velden Stad en Postcode. ![Een hiërarchie maken op een veld met een geografische rol.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted9.gif) Wanneer u klaar bent, zou uw hiërarchie deze volgorde moeten hebben: - Land - Staat - Stad - Postcode ## Stap 5: Een basiskaart bouwen Nu u verbinding hebt gemaakt met uw data en er een join van hebt gemaakt, uw data hebt opgemaakt en een geografische hiërarchie hebt opgebouwd, bent u klaar om te beginnen met het bouwen van uw kaart. U begint met het bouwen van een basiskaartweergave. 1. Dubbelklik in het deelvenster Data op Land. Het veld Land wordt toegevoegd aan Detail op de kaart Markeringen, en Breedtegraad (gegenereerd) en Lengtegraad (gegenereerd) worden toegevoegd aan de containers Kolommen en Rijen. Er wordt een kaartweergave met één datapunt gemaakt. Omdat aan Land een geografische rol is toegewezen, maakt Tableau een kaartweergave. Als u dubbelklikt op een ander veld, zoals een dimensie of meetwaarde, voegt Tableau dat veld toe aan de container Rijen of Kolommen of de kaart Markeringen, afhankelijk van wat u al in de weergave hebt. Geografische velden worden echter altijd op Detail op de kaart Markeringen geplaatst. Aangezien deze databron slechts één land bevat (Verenigde Staten), is dit het enige datapunt dat wordt weergegeven. U moet meer detailniveaus toevoegen om extra datapunten te zien. Omdat u een geografische hiërarchie hebt gemaakt, is dit eenvoudig. 2. Klik op de kaart Markeringen op het **+**\-pictogram op het veld Land. ![Een Tableau-puntenkaart maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted10.gif) Het veld Staat wordt toegevoegd aan Detail op de kaart Markeringen en de kaart wordt bijgewerkt om voor elke staat in de databron een datapunt op te nemen. Als u geen hiërarchie hebt gemaakt, is het +-pictogram in het veld Land niet beschikbaar. Als u in dit geval Staat als een ander detailniveau wilt toevoegen, sleept u handmatig Staat van het deelvenster **Data** naar Detail op de kaart Markeringen. Gefeliciteerd! U hebt nu een basiskaartweergave die u in de volgende stappen kunt aanpassen en waarop u kunt voortbouwen. ## Stap 6: Veranderen van punten naar polygonen Het standaard kaarttype in Tableau is vaak een puntenkaart. Wanneer u echter geografische rollen hebt toegewezen aan uw geografische data, kunt u deze datapunten eenvoudig wijzigen in polygonen. **Opmerking**: gevulde kaarten zijn niet beschikbaar voor steden of luchthavens. 1. Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer Gevulde kaart. ![Wijzig het markeringstype van het automatische markeringstype naar een gevulde kaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted11.gif) De kaart wordt bijgewerkt naar een polygoonkaart. ## Stap 7: Visuele details toevoegen U kunt meetwaarden en dimensies aan de kaart Markeringen toevoegen om visuele details aan uw weergave toe te voegen. In dit voorbeeld voegt u kleur en labels toe aan de weergave. ### Kleur toevoegen - Sleep vanuit Meetwaarden Verkoop naar Kleur op de kaart Markeringen. ![Versleep de verkoop naar de kleur om de kaart een kleur te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted12.gif) Elke staat wordt gekleurd door de som van de verkopen. Omdat Verkoop een meetwaarde is, wordt er gebruik gemaakt van een kwalitatief kleurenpalet. Als u een dimensie op kleur plaatst, wordt er gebruik gemaakt van een categorisch kleurenpalet. ### Labels toevoegen 1. Sleep vanuit Meetwaarden Verkoop naar Label op de kaart Markeringen. Elke staat is gelabeld met de som van de verkopen. De cijfers hebben echter een beetje opmaak nodig. 2. Klik met de rechtermuisknop in het deelvenster Data op Verkoop en selecteer Standaardeigenschappen > Getalopmaak. 3. Selecteer in het dialoogvenster Standaard getalopmaak dat wordt geopend Nummer (aangepast) en doe vervolgens het volgende: - Voor Decimalen voert u 0 in. - Voor Eenheden selecteert u Duizendtallen (k). - Klik op OK. De labels en de kleurlegenda worden bijgewerkt met de opgegeven opmaak. ![Het dialoogvenster Aangepaste getalopmaak.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted13.png) ## Stap 8: Uw achtergrondkaart aanpassen De achtergrondkaart is alles achter uw markeringen (grenzen, oceanen, locatienamen, enzovoort). U kunt de stijl van deze achtergrondkaart aanpassen en kaartlagen en datalagen toevoegen. Naast het aanpassen van de achtergrondkaarten kunt u ook verbinding maken met uw eigen WMS-server of Mapbox-kaart. Zie [WMS-servers (Web Map Service) gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_wms.htm) en [Mapbox-kaarten gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_mapbox.htm) voor meer informatie. Uw achtergrondkaart aanpassen: 1. Selecteer Kaart \> Kaartlagen. Het deelvenster Kaartlagen verschijnt aan de linkerkant van de werkruimte. Dit is waar alle aanpassing van de achtergrondkaart plaatsvindt. 2. Klik in het deelvenster Kaartlagen op de vervolgkeuzelijst **Stijl** en selecteer Normaal. De achtergrondkaart wordt bijgewerkt en ziet er als volgt uit: ![Eenvoudige ingevulde kaart van de Verenigde Staten met labels.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted14.png) 3. Selecteer in het deelvenster Kaartlagen onder Kaartlagen Kust en schakel vervolgens Grenzen van landen/regio's, Namen van landen/regio's, Grenzen van staten/provincies en Namen van staten/provincies uit. ![Een kaart van de Verenigde Staten met verkoopdata voor verschillende staten en het menu Kaartlagen geopend.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted15.png) 4. Klik bovenaan het deelvenster Kaartlagen op de **X** om terug te keren naar het deelvenster **Data**. De achtergrondkaart is nu vereenvoudigd om de aandacht op uw data te vestigen. ## Stap 9: Aangepaste gebieden maken Terwijl u uw kaartweergave maakt, wilt u mogelijk bestaande locaties groeperen om uw eigen gebieden of regio's te maken, zoals verkoopgebieden voor uw organisatie. 1. Klik met de rechtermuisknop in het deelvenster Data op **Staat** en selecteer Maken \> Groep. 2. Selecteer in het dialoogvenster Groep maken dat wordt geopend **Californië**, **Oregon** en **Washington** en klik vervolgens op Groep. Elke groep die u maakt, vertegenwoordigt een gebied. Opmerking: voor een meervoudige selectie houdt u Ctrl (Command op een Mac) ingedrukt terwijl u staten selecteert. 3. Klik met de rechtermuisknop op de nieuwe groep die u zojuist hebt gemaakt en selecteer Naam wijzigen. 4. Wijzig de naam van de groep in Westkust. 5. Selecteer voor het volgende gebied Alabama, Florida, Georgia, Louisiana, Mississippi, South Carolina en Texas en klik vervolgens op **Groep**. 6. Wijzig de naam van deze groep in Zuiden. 7. Selecteer voor het derde gebied Connecticut, Delaware, District of Columbia, Main, Maryland, Massachusetts, New Hampshire, New Jersey, New York, Pennsylvania, Rhode Island, Vermont en ten slotte West Virginia en klik vervolgens op Groep. 8. Wijzig de naam van deze groep in **Oostkust**. 9. Selecteer Overige opnemen om de resterende staten te groeperen. 10. Wijzig de naam van de groep Overige in Centraal. ![Een dialoogvenster voor het bewerken van een veldgroep met de naam "Status (groep)"](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted16.png) 11. Klik op OK. Er verschijnt een veld Staat (groep) in het deelvenster **Data** onder uw andere kaartitems. 12. Sleep vanuit het deelvenster Data Staat (groep) naar Kleur op de kaart Markeringen. De weergave wordt bijgewerkt en ziet er als volgt uit: ![Een kaart van de Verenigde Staten met verkoopcijfers per staat en regio, waaronder de oostkust, zuidkust, westkust en overig.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted17.png) Merk op dat elke groep een andere kleur heeft. 13. Klik op de kaart Markeringen op het pictogram Kleur en selecteer Kleuren bewerken. 14. Selecteer in het dialoogvenster Kleuren bewerken dat verschijnt Palet toewijzen en klik vervolgens op OK. De markeringen worden bijgewerkt met nieuwe kleuren. ![Een kaart van de Verenigde Staten met gearceerde regio's die verkoopdata voor verschillende gebieden weergeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted18.png) 15. Sleep vanuit Meetwaarden Verkoop naar Knopinfo op de kaart Markeringen. Wanneer u over een staat beweegt, verschijnt knopinfo met onder meer de verkopen voor die staat. U leert later hoe u deze knopinfo kunt bewerken. ![Een kaart van de Verenigde Staten met Oregon gemarkeerd en knopinfo met verkoopdata.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted19.png) 16. Klik op de kaart Markeringen op het minteken (-) op het veld Land om Staat uit het detailniveau te verwijderen. Als u geen hiërarchie hebt gemaakt, kunt u **Staat** uit de weergave slepen om het te verwijderen. U kunt elk veld verwijderen door het uit de weergave te slepen. De staten verschijnen niet meer op de kaart. Merk op dat de som van de verkopen is bijgewerkt voor de labels en in de knopinfo. Dit komt omdat aangepaste gebieden worden geaggregeerd op het niveau van de groep, in plaats van afzonderlijk voor elke locatie binnen de groep. Dus de som van de verkopen die u in de groep Westkust ziet, is bijvoorbeeld de totale verkoop voor Californië, Oregon en Washington samen. ![Een kaart van de Verenigde Staten met de verkoopcijfers per regio.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted20.png) ## Stap 10: Een kaart met dubbele as maken Tot nu toe hebt u twee kaartweergaven gemaakt: één die de verkopen per staat toont, en één die de verkopen per regio toont. Zou u deze kaarten op elkaar kunnen stapelen? Ja. In Tableau kunt u een kaart maken met twee lagen markeringen. Dit wordt in Tableau een kaart met dubbele as genoemd en wordt vaak gebruikt om punten over polygonen te leggen. In dit voorbeeld legt u twee polygoonkaarten op elkaar. Een kaart met dubbele as maken: 1. Sleep vanuit het deelvenster Data Lengtegraad (gegenereerd) naar de container Kolommen en plaats deze rechts van het eerste veld Lengtegraad. De weergave wordt bijgewerkt met twee identieke kaarten. ![Maak een kaart met dubbele as.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted21.gif) Er zijn nu drie tabbladen op de kaart Markeringen: één voor elke kaartweergave en één voor beide weergaven (Alle). U kunt deze gebruiken om de visuele details van de kaartweergaven te beheren. Het bovenste tabblad Lengtegraad komt overeen met de kaart aan de linkerkant van de weergave, en het onderste tabblad Lengtegraad komt overeen met de kaart aan de rechterkant van de weergave. ![Een kaart met twee assen en twee kaarten Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted22.gif) 2. Selecteer het bovenste tabblad **Lengtegraad (gegenereerd)** op de kaart Markeringen. 3. Sleep vanuit Meetwaarden Verkoop naar Kleur op het bovenste tabblad Lengtegraad (gegenereerd) van de kaart Markeringen. De kaart aan de linkerkant wordt bijgewerkt. 4. Klik op het bovenste tabblad Lengtegraad (gegenereerd) van de kaart Markeringen op het **+**\-pictogram op het veld Land om terug te gaan naar het detailniveau Staat. 5. Klik op de kaart Markeringen op Kleur en selecteer vervolgens Kleuren bewerken. 6. Klik in het dialoogvenster Kleuren bewerken dat wordt geopend, op de vervolgkeuzelijst Palet en selecteer Grijs en klik vervolgens op OK. Op dit punt zien uw kaarten er als volgt uit: ![Een kaart van de Verenigde Staten met twee assen, gesegmenteerd per regio en gelabeld met de som van de verkopen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted23.png) 7. Klik in de container Kolommen met de rechtermuisknop op het veld Lengtegraad (gegenereerd) aan de rechterkant en selecteer Dubbele as. ![De tweede as verwijderen uit een kaart met twee assen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted24.gif) 8. Selecteer het onderste tabblad Lengtegraad (gegenereerd) op de kaart Markeringen. 9. Sleep op het onderste tabblad Lengtegraad (gegenereerd) van de kaart Markeringen beide SOM(Verkoop)\-velden uit de weergave om ze te verwijderen. De labels voor elke kaart overlappen elkaar niet langer. 10. Klik op het onderste tabblad Lengtegraad (gegenereerd) van de kaart Markeringen op Kleur en voer vervolgens voor Opaciteit 50% in. Dit is een cruciale stap als u de kaart op de onderste laag wilt kunnen zien. De kaartweergave wordt bijgewerkt en ziet er als volgt uit: ![Een kaart van de Verenigde Staten met twee assen, gesegmenteerd per regio en gelabeld met de som van de verkopen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted25.png) U kunt nu zien hoe elke staat binnen elke groep heeft gepresteerd. 11. Klik op het onderste tabblad Lengtegraad (gegenereerd) van de kaart Markeringen op Knopinfo. Er wordt een dialoogvenster Knopinfo bewerken geopend. 12. Kopieer de volgende tekst en plak deze in het dialoogvenster Knopinfo bewerken en klik vervolgens op OK: Totaal regioverkoop : **** De knopinfo ziet er ongeveer zo uit: ![Een kaart van de zuidelijke Verenigde Staten met verkoopdata.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_getstarted26.png) Gefeliciteerd! U hebt een kaart met dubbele as gemaakt. Er is nog maar één ding te doen. Zie [Dual Axis Mapping - Many Ways (Kaarten met dubbele as - Verschillende manieren)](https://community.tableau.com/people/sarah.battersby.0/blog/2017/06/24/dual-axis-mapping-many-ways) in de Tableau-community voor meer informatie over kaarten met dubbele as. ## Stap 11: Aanpassen hoe anderen met uw kaart kunnen werken Nu u uw kaartweergave hebt gemaakt, kunt u aanpassen hoe mensen ermee kunnen werken. U wilt nu bijvoorbeeld dat iedereen op uw kaart kan in- of uitzoomen of kan pannen. Of u wilt misschien een kaartschaal weergeven. U kunt deze twee opties en meer aanpassen in het dialoogvenster Kaartopties. Aanpassen hoe anderen met uw kaart kunnen werken: 1. Selecteer Kaart \> Kaartopties. 2. Doe het volgende in het dialoogvenster Kaartopties dat verschijnt: - Selecteer Kaartschaal tonen. - Schakel Zoekopdracht kaart tonen uit. - Schakel Weergavewerkbalk tonen uit. Er verschijnt een schaal in de rechterbenedenhoek van de kaart en het kaartzoekpictogram en de werkbalk in de linkerbovenhoek van de kaart verdwijnen. U kunt nog steeds pannen en zoomen met behulp van sneltoetsen. Zie [Zoomen en pannen in weergaven, en markeringen selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_pan_zoom.htm) voor meer informatie. En we zijn klaar. Uw kaartweergave kan nu worden gepresenteerd of gecombineerd met een andere weergave in een dashboard. Zie [Een dashboard maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dashboards_create.htm) voor meer informatie over dashboards. Wilt u uw werk controleren? Download de [voorbeeldwerkmap](https://public.tableau.com/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/GetStartedMappinginTableauExampleWorkbook/Sheet1) van Tableau Public. ## Wat is het volgende? [Leer enkele basisprincipes van kaartvisualisatie.](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_build.htm) [Leer meer over de typen kaarten die u in Tableau kunt bouwen en hoe u deze kunt maken.](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_build.htm#Types) Op zoek naar meer geavanceerde inhoud? Zie de [reeks over kaarten in de Tableau-community](https://community.tableau.com/people/sarah.battersby.0/content). Ontdek [andere Help-inhoud](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps.htm) over kaarten. Hebt u een specifieke vraag of probleem? Bekijk het [forum over kaarten](https://community.tableau.com/community/forums/content?filterID=contentstatus%5Bpublished%5D~category%5Bmaps-geocoding%5D) in de Tableau-community of zoek in de [knowledgebase](https://www.tableau.com/nl-nl/support/knowledgebase). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aangepaste datumopmaak In dit artikel wordt het gebruik van het veld Aangepaste datumopmaak besproken waarmee u datums in een weergave kunt opmaken. Zie [Datums en tijden](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dates.htm), of [Datumniveaus wijzigen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dates_levels.htm) voor een overzicht van hoe Tableau met datums werkt. Zie [Datumeigenschappen voor een databron](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/date_properties.htm) voor het instellen van datumeigenschappen voor een **databron**. ## Toegang tot het veld aangepaste datumopmaak ### Een datumveld in een weergave opmaken (Tableau Desktop) Als u een datumveld in de weergave in Tableau Desktop wilt opmaken, klikt u met de rechtermuisknop (control-klik op een Mac) op het veld en kiest u Opmaak. ![Het contextmenu van een weergave waarin de opmaakoptie is gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/date_format_view.png) Dit opent het venster Opmaak aan de linkerkant van uw weergave. Selecteer het veld Datums. ![Het deelvenster Koptekst, met het vervolgkeuzemenu voor datumopmaak gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/date_format_pane.png) Tableau toont een lijst met beschikbare notaties. Als u met een afzonderlijk datumgedeelte werkt, ziet u de opties die relevant zijn voor dat datumgedeelte (zoals automatisch, tweecijferig en viercijferig als opties voor **JAAR(\[Besteldatum\])**). Voor doorlopende of exacte datum discrete datums is het laatste item in de lijst Aangepast. U kunt een aangepaste datum opgeven met de opmaaksymbolen uit de tabel Ondersteunde datumopmaaksymbolen, afzonderlijk of in combinatie. ### Een datumveld in een weergave opmaken (Tableau Cloud en Tableau Server) Als u een datumveld in de weergave in Tableau Cloud en Tableau Server wilt opmaken, klikt u met de rechtermuisknop (control-klik op een Mac) op het veld en kiest u Datum opmaken. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CustomDate_Cloud.png) ### Een datumveld in het deelvenster Data opmaken (alleen Tableau Desktop) Om een datumveld op te maken in het deelvenster Data, klikt u met de rechtermuisknop op het veld en kiest u Standaardeigenschappen > Datumopmaak. ![Het venster Standaarddatumopmaak met verschillende datumopmaakopties en de aangepaste optie geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/date_format_custom.png) De datumopmaakopties in de tabel worden ondersteund wanneer uw werkmap is verbonden met een Tableau-extract of een liveverbinding heeft met een databron die ook de datumopmaak ondersteunt. (Raadpleeg de documentatie van uw databron om te controleren of de gewenste datumopmaak wordt ondersteund.) Tableau haalt de datumopmaak op uit de databron. Tableau Server kan de datumopmaak ook ophalen uit het Uitvoeren als-gebruikersaccount op de server waarop Tableau Server draait. **Opmerking:** De volgende datumopmaak is mogelijk niet dezelfde als die wordt gebruikt bij de [Typeconversie](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_typeconversion.htm)\-functie. Zie [Tekenreeksen naar datumvelden converteren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/data_dateparse.htm) voor meer informatie over het gebruik van de DATEPARSE-functie. ## Ondersteunde datumopmaaksymbolen Gebruik de volgende symbolen om een aangepaste datumopmaak samen te stellen.
SymboolBeschrijving
(:)Tijdscheidingsteken. In bepaalde landinstellingen wordt een ander teken gebruikt om het tijdscheidingsteken weer te geven. Het tijdscheidingsteken scheidt uren, minuten en seconden wanneer tijdwaarden worden opgemaakt. Welk teken daadwerkelijk als tijdscheidingsteken wordt gebruikt in opgemaakte uitvoer bepaalt u in uw systeeminstellingen.
(/)Datumscheidingsteken. In bepaalde landinstellingen wordt een ander teken gebruikt om het datumscheidingsteken weer te geven. Het datumscheidingsteken scheidt de dag, de maand en het jaar wanneer datumwaarden worden opgemaakt. Welk teken daadwerkelijk als datumscheidingsteken wordt gebruikt in opgemaakte uitvoer bepaalt u in uw systeeminstellingen.
cGeef de datum weer als ddddd en geef de tijd weer als
ttttt, in die volgorde. Geef alleen datuminformatie weer als het serienummer van de datum geen fracties bevat. Geef alleen tijdinformatie weer als er geen geheel getal is.
dGeef de dag weer als een getal zonder voorloopnul (1-31).
ddGeef de dag weer als een getal met een voorloopnul (01-31).
dddGeef de dag weer als afkorting (zon, zat).
ddddGeef de dag als volledige naam weer (zondag, zaterdag).
dddddGeef de datum weer als een volledige datum (inclusief dag, maand en jaar), geformatteerd volgens de korte datumopmaak-instelling van uw systeem. De standaard korte datumopmaak is m/d/yy.
ddddddGeef een datumserienummer weer als een volledige datum (inclusief dag, maand en jaar), opgemaakt volgens de lange datuminstelling die door uw systeem wordt herkend. De standaard lange datumopmaak is mmmm dd, yyyy.
aaaaHetzelfde als dddd, alleen is het de gelokaliseerde versie van de tekenreeks.
wGeef de dag van de week weer als een getal (1 voor zondag tot en met 7 voor zaterdag).
wwGeef de week van het jaar weer als een getal (1-54).
MGeef de maand weer als een getal zonder voorloopnul (1 12). Als m onmiddellijk volgt na h of hh, wordt de minuut in plaats van de maand weergegeven.
MMGeef de maand weer als een getal met een voorloopnul (01-12). Als m onmiddellijk volgt na h of hh, wordt de minuut in plaats van de maand weergegeven.
MMMGeef de maand weer als afkorting (Jan-Dec).
MMMMGeef de maand weer als volledige maandnaam (januari-december).
MMMMMGeef de maand weer als afkorting van één letter (J-D).
ooooHetzelfde als MMMM, maar gelokaliseerd.
qGeef het kwartaal van het jaar weer als een getal (1-4).
yGeef de dag van het jaar weer als een getal (1-366).
yyGeef het jaar weer als een getal van 2 cijfers (00-99).
yyyyGeef het jaar weer als een getal van 4 cijfers (100-9999).
hGeef het uur weer als een getal zonder voorloopnullen (0-23).
HhGeef het uur weer als een getal met voorloopnullen (00-23).
NGeef de minuut weer als een getal zonder voorloopnullen (0 59).
NnGeef de minuut weer als een getal met voorloopnullen (00 59).
SGeef de seconde weer als een getal zonder voorloopnullen (0 59).
SsGeef de seconde weer als een getal met voorloopnullen (00 59).
000Geef milliseconden weer. Gebruik een punt als scheidingsteken voordat u milliseconden opgeeft.
t t t t tGeef een tijd weer als een volledige tijd (inclusief uur, minuut en seconde), opgemaakt met het tijdscheidingsteken dat is gedefinieerd door de tijdopmaak die door uw systeem wordt herkend. Er wordt een voorloopnul weergegeven als de optie voorloopnul is geselecteerd en de tijd vóór 10:00 uur A.M. of P.M. ligt. De standaardtijdopmaak is h:mm:ss.
AM/PMGebruik de 12-uursklok en geef AM in hoofdletters weer bij elk uur vóór de middag; geef PM in hoofdletters weer bij elk uur tussen 12.00 uur en 23.59 uur.
am/pmGebruik de 12-uursklok en geef AM in kleine letters weer bij elk uur vóór de middag; geef PM in kleine letters weer bij elk uur tussen 12.00 uur en 23.59 uur.
A/PGebruik de 12-uursklok en geef A in hoofdletters weer bij elk uur vóór de middag; geef P in hoofdletters weer bij elk uur tussen 12.00 uur en 23.59 uur.
a/pGebruik de 12-uursklok en geef A in kleine letters weer bij elk uur vóór de middag; geef P in kleine letters weer bij elk uur tussen 12.00 uur en 23.59 uur.
AMPMGebruik de 12-uursklok en geef de letterlijke tekenreeks voor AM weer zoals gedefinieerd door uw systeem bij elk uur vóór de middag. Geef de letterlijke tekenreeks voor PM weer zoals gedefinieerd door uw systeem bij elk uur tussen 12.00 uur en 23.59 uur. AMPM kan in hoofdletters of kleine letters zijn, maar het gebruik van hoofdletters in de weergegeven tekenreeks komt overeen met de tekenreeks zoals gedefinieerd in uw systeeminstellingen. De standaardopmaak is AM/ PM.
## Voorbeelden van aangepaste datumopmaak Elk van de datumopmaaksymbolen in de bovenstaande tabel kan alleen of in combinatie worden gebruikt. Als u een aangepaste opmaak yyyy-MM-dd HH:mm:ss.000 opgeeft, worden datums in de opmaak 2015-05-10 11:22:16.543 geproduceerd. Een dergelijke opmaak zou geschikt kunnen zijn voor wetenschappelijke data. Als u een aangepaste opmaak DDDD DD opgeeft, worden datums geproduceerd die de dag van de week en de dag weergeven, zoals hieronder weergegeven. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/FormattingNumbersDates_CustomDateFinal.png) Als u een aangepaste opmaak `yy-mm-dd (dddd)` opgeeft, zouden de datums de opmaak **18-01-04 (donderdag)** krijgen. Als u een aangepaste opmaak `"Q"1 YYYY` opgeeft, zouden de datums er als volgt uitzien: **Q1 2018**. ## Ondersteuning voor op Japanse jaartellingen gebaseerde datumopmaak Tableau ondersteunt Japanse datumopmaak (Wareki) die gebaseerd is op de keizerlijke tijd. U kunt als volgt een op tijdperken gebaseerde datumopmaak toepassen op een veld in uw weergave: 1. Stel de landinstelling van uw werkmap in op Japans. 2. Klik met de rechtermuisknop op het veld in de weergave waarvoor u een datumopmaak wilt instellen. 3. Kies Opmaak. 4. In het venster Opmaak selecteert u een opmaak in de Datums\-vervolgkeuzelijst. Als de gewenste opmaak niet in de lijst staat, kunt u uw eigen datumopmaak samenstellen. Hiervoor kiest u Aangepaste opmaak in het vak Datums en typt u vervolgens uw opmaak met behulp van de tijdelijke aanduidingen van Tableau voor de datum. De volgende tijdelijke aanduidingen voor jaren op basis van tijdperken zijn beschikbaar:
SymboolBeschrijving
gKorte tijdperknaam (zoals H voor het Heisei-tijdperk).
ggTijdperknaam (zoals Heisei).
gggLange tijdperknaam (voor Japans is dit hetzelfde als de gewone tijdperknaam).
eOp tijdperken gebaseerd jaar, zoals 1 voor het eerste jaar van een tijdperk.
eeOp tijdperken gebaseerd jaar, zoals 01 voor het eerste jaar van een tijdperk. Als er maar één cijfer is, wordt aan het begin van het jaartal op tijdperkbasis een nul toegevoegd.
Als de landinstelling van uw werkmap niet Japans is, kunt u een aangepaste datumopmaak maken en vervolgens de taalcode !ja\_JP! vóór uw opmaak invoegen, zodat het er als volgt uitziet: `!ja_JP! gg ee"年"mm"月"dd"日"` De taalcode zorgt ervoor dat de datum wordt behandeld alsof het een Japanse datum is. Op tijdperken gebaseerde datums worden niet volledig ondersteund door de Tableau Server-browserweergave. Met name als u een werkmap publiceert die een interactief filter bevat, worden de tijdelijke aanduidingen e en g niet ingevuld: ![ ](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/japaneseEra.png) Om dit probleem te voorkomen, geeft u geen op tijdperken gebaseerde datums weer in interactieve filters als uw werkmap in een browser wordt bekeken. ## Letterlijke tekst gebruiken in een datumopmaak Mogelijk wilt u dat uw datumopmaak enkele woorden of zinsdelen bevat, zoals **Fiscaal kwartaal q van yyyy**. Als u die tekst echter rechtstreeks in het Tableau-opmaakvak typt, kunnen de letters als gedeelten van een datum worden behandeld: ![ ](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dateFormatEscape.png) Om te voorkomen dat Tableau dit doet, plaatst u dubbele aanhalingstekens rond de letters en woorden die niet als datumdelen moeten worden behandeld: `"Fiscal Quarter" q "of" yyyy`. Als u een letterlijk aanhalingsteken in een sectie tussen aanhalingstekens wilt, voer dan deze code in: `"\""`. De opmaak `"Fiscal "\"" Quarter"` zou dan bijvoorbeeld worden opgemaakt als **Fiscaal " Kwartaal**. ## Opmaaksyntaxis in de DATEPARSE-functie voor extractdatabronnen Als u de functie DATEPARSE in een extract gebruikt, gebruik dan de syntaxis die is gedefinieerd door het Unicode Consortium. Deze tabel bevat een overzicht van de opmaak die door de DATEPARSE-functie wordt ondersteund.
Gedeelte van datumSymboolVoorbeeld van uitvoer
Jaar

yy

y, yyyy

Y

26

2026

2026 (gebruikt voor kalenders gebaseerd op de weken van het jaar)

Kwartaal van jaar

Q

QQ

QQQ

QQQQ

2

02

Q2

2de kwartaal

Maand

M

MM

MMM

MMMM

9

09

Sep

September

Week van het jaarw, ww47
Dag van week

E, EE, EEE

EEEE

EEEEE

Ma

Maandag

M

Dag van maand

d

dd

1, 15

01, 15

Dag van jaar (1-365)D23, 143

Uur (1-12)

h

hh

8

08

Uur (0-23)

H

HH

8

08

Minuut

m

mm

8

08

Seconde in een minuut

s

ss

5

05

Fractie van seconde

S

SS

SSS

SSSS

2

23

235

2350

Milliseconden per dagA34532
Periode (ochtend of avond)a, aa, aaaAM, am, PM
Tijdzone

z, zz, zzz

zzzz

Z, ZZ, ZZZ

ZZZZ

PDT

Pacific Daylight Time

-0800

PST-08:00

Zie [Overzicht datum- en tijdopmaak voor internationale componenten](https://unicode-org.github.io/icu/userguide/format_parse/datetime/) (in het Engels) voor de Unicode-pagina voor een volledige lijst met datumsymbolen. **Opmerking:** bepaalde datumopmaak wordt niet door alle databases en bestandstypen ondersteund. ### Opmerkingen over datumopmaak in .hyper-extracten
TijdseenheidOpmerkingen
TijdperkN.v.t.
Jaar

Alle symbolen worden ondersteund in .hyper-extracten, behalve 'U'.

Opmerkingen:

  • Negatieve waarden duiden een jaar vóór Christus (v.C.) aan. Bijvoorbeeld, DATEPARSE('y','-10') geeft 1 januari van 11 v.C. en DATEPARSE('y','-0') geeft 1 januari van 1 v.C.

  • Wanneer u met het kalenderjaar 'y' werkt, vraagt het patroon 'yy' om de twee lage cijfers van het jaar. Voor getallen < 70 geeft de DATEPARSE-functie het jaar 2000+x. Voor getallen >=70 geeft de DATEPARSE-functie het jaar 1900+x.

  • Wanneer u met 'Y' werkt in kalenders die op 'ISO op weekbasis' gebaseerde zijn, vindt de jaarovergang plaats op een weekgrens en kan deze afwijken van de kalenderjaarovergang. De aanduiding 'Y' wordt gebruikt in combinatie met patroonteken 'w' in de ISO-jaar-weekkalender. Het ISO-weekdatumsysteem is in feite een schrikkelweekkalendersysteem dat deel uitmaakt van de ISO 8601-datum- en tijdstandaard. Net als bij 'y', duiden negatieve waarden voor 'Y' een jaar vóór Christus (v.C.) aan.

Maand

Alle symbolen worden ondersteund in .hyper-extracten, behalve 'I'.

Opmerkingen: 

  • De maandaanduidingen worden gebruikt in combinatie met 'd' voor het dagnummer.

  • In tegenstelling tot ICU staan .hyper-extracten de waarden 1-12 toe. Andere waarden veroorzaken een fout.

Week

Alle symbolen worden ondersteund in .hyper-extracten, behalve 'W'.

Opmerkingen:

  • Als u werkt met 'w', staan .hyper-extracten, in tegenstelling tot ICU, alleen geldige weken toe. Een jaar heeft 52 of 53 weken (ISO 8601). De DATEPARSE-functie valideert de invoer. Er treedt bijvoorbeeld een fout op voor de 53e week van 2016 omdat de 53e week niet bestaat voor 2016.

  • Als u werkt met 'W', ondersteunt ICU deze aanduiding niet, maar het is wel handig voor datums zoals de eerste maandag van september.

Dag

Opmerkingen:

  • Als u werkt met 'd', staan .hyper-extracten, in tegenstelling tot ICU, alleen geldige dagnummers toe. Er treedt bijvoorbeeld een fout op voor 31 februari.

  • Als u werkt met 'D', staan .hyper-extracten, in tegenstelling tot ICU, alleen geldige dagnummers toe. Er treedt bijvoorbeeld een fout op voor de 366e dag van 2017.

Uur

Alleen de symbolen 'h' en 'H' worden ondersteund in .hyper-extracten.

Opmerkingen:

  • Wanneer u werkt met 'h', staan .hyper-extracten geen negatieve waarden toe voor dit veld. Negatieve waarden veroorzaken een fout.

  • Wanneer u werkt met 'H', staan .hyper-extracten geen negatieve waarden toe voor dit veld. Negatieve waarden veroorzaken een fout.

MinuutOpmerking: In tegenstelling tot ICU, staan .hyper-extracten geen negatieve waarden toe voor dit veld. Negatieve waarden veroorzaken een fout.
Seconde

Opmerkingen: 

  • In tegenstelling tot ICU staan .hyper-extracten geen negatieve waarden toe voor dit veld. Negatieve waarden veroorzaken een fout.

  • Als u werkt met 'S', geeft DATEPARSE('ss.SSSS', '12.3456') 1990-01-01 00:00:12:3456 AD als resultaat.
KwartaalOpmerking: In tegenstelling tot ICU staan .hyper-extracten alleen de waarden 1-4 toe. Alle andere waarden veroorzaken een fout.
Weekdag

Opmerkingen: 

  • Als u werkt met 'e' en 'ee', staan .hyper-extracten, in tegenstelling tot ICU, alleen de waarden 1-7 toe. Alle andere waarden veroorzaken een fout.

  • Als u werkt met 'c..cc', staan .hyper-extracten, in tegenstelling tot ICU, alleen de waarden 1-7 toe. Alle andere waarden veroorzaken een fout.

PeriodeN.v.t.
## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aangepaste datums Aangepaste datums zijn handig als u altijd een datum op een specifiek niveau wilt gebruiken of als u berekeningen wilt maken die afhankelijk zijn van een ingekorte of afgekapte datum. U kunt een aangepaste datum aanmaken in het deelvenster Data of schrijf een berekening met de functies `DATEPART`of `DATETRUNC`. 1. Klik met de rechtermuisknop (control+klik op Mac) op een datumveld in het deelvenster Data en selecteer Maken > Aangepaste datum maken. 2. Selecteer in de lijst Detail het gewenste niveau. 3. Geef op of u wilt dat de aangepaste datum discreet is (Gedeelten van datum) of continu (Datumwaarde). ![Interface voor het maken van een aangepast datumfilter met opties voor detaillering per kwartaal.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/customdate1.png) 4. Optioneel: Voer uw eigen naam in voor het veld. 5. Klik op OK als u klaar bent. Aangepaste datums die op deze manier zijn gemaakt, verschijnen als nieuwe velden in het deelvenster Data. ## Voorbeeld: Kolomkopteksten opmaken als Maand, Dag, Jaar In dit voorbeeld wordt de databron Voorbeeld - Superstore gebruikt. 1. Sleep \[Besteldatum\] naar Kolommen. 2. Sleep Verkoop naar Rijen. 3. Klik met de rechtermuisknop op \[Besteldatum\] in de container Kolommen en kies Meer > Aangepast. 4. Kies in het dialoogvenster Aangepaste datum Maand/dag/jaar in de Detail\-vervolgkeuzelijst. De weergave heeft nu de kolomkoppen in de juiste notatie: ![Een lijndiagram van de verkooptrends van 4 januari 2011 tot en met 2 februari 2011.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/month_day_year.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aangepaste kleurenpaletten maken Tableau Desktop wordt geleverd met een groot aantal vooraf ontworpen kleurenpaletten die effectief zijn voor het visualiseren van data. U kunt er ook voor kiezen om uw eigen kleurenpaletten te maken en te gebruiken, wat handig kan zijn voor uw merkidentiteit. In Tableau versie 2025.3 of later kunt u rechtstreeks tijdens uw workflow in Tableau Desktop een aangepast kleurenpalet maken. In eerdere versies van Tableau Desktop kunt u een aangepast kleurenpalet maken door het bij uw versie van Tableau geïnstalleerde bestand preferences.tps aan te passen. In Tableau versie 2026.1 of later kunnen gebruikers op Tableau Agent-sites nu ook aangepaste kleurenpaletten genereren met behulp van beschrijvingen in natuurlijke taal. Zo kunt u Tableau Agent vragen om een kleurenpalet te maken op basis van een specifiek thema, zoals 'zonsopgang'. Er zijn drie soorten kleurenpaletten in Tableau: Categorisch: voor discrete velden zonder inherente volgorde (bijvoorbeeld productnamen en categorieën), waarbij aan elk item een unieke kleur wordt toegewezen. Uiteenlopend: voor doorlopende velden, waarbij twee contrasterende kleuren worden gebruikt die vanuit een neutraal middelpunt (bijvoorbeeld wit of lichtgrijs) uitwaaieren om kwantitatieve data met positieve en negatieve waarden of afwijkingen van een basislijn weer te geven. De intensiteit van de kleur geeft de kracht aan. Sequentieel: voor doorlopende velden, waarbij één kleur met wisselende intensiteit wordt gebruikt om een bereik van kwantitatieve waarden weer te geven. Dit is ideaal voor data met een natuurlijke voortgang (bijvoorbeeld van laag naar hoog, helemaal positief of helemaal negatief). ## Rechtstreeks in een Tableau-werkmap een aangepast kleurenpalet maken (Tableau-versie 2025.3 en later) In Tableau Desktop kunt u op verschillende manieren aangepaste kleurenpaletten maken. De meestgebruikte methoden zijn via het vak Kleurcodering op de kaart Markeringen of via het menu Werkmap opmaken, dat u via de werkbalk kunt openen. ### Toegang tot aangepaste kleurenpaletten via Kleur op de kaart Markeringen Sleep een veld in een Tableau-werkblad naar Kleur op de kaart Markeringen. Selecteer Kleur op de kaart Markeringen. Selecteer Kleuren bewerken... ![Optie Kleuren bewerken op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CustomColor_EditColors.png) Vouw in het dialoogvenster Kleuren bewerken de vervolgkeuzelijst van het kleurenpalet uit, scrol naar beneden en selecteer Aangepast kleurenpalet maken. #### Een aangepast kleurenpalet maken met Tableau Agent (Tableau-versie 2026.1 en later) Als uw site ondersteuning biedt voor Tableau Agent, kunt u aangepaste kleurenpaletten genereren met behulp van prompts in een natuurlijke taal. Zie [Weergaven maken en data verkennen met Tableau Agent](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/desktop_einstein.htm#get-started-with-tableau-agent) voor meer informatie over het koppelen van uw site aan Tableau Agent. 1. Volg de onderstaande stappen om een aangepast palet te maken. 1. Selecteer de optie Automatisch genereren in het dialoogvenster 'Aangepast palet maken'. 2. Beschrijf het kleurenpalet dat u wilt toevoegen met behulp van natuurlijke taal. Bijvoorbeeld: 'Zonsopgang boven de berg'. 3. Selecteer Palet genereren. Tableau genereert automatisch kleurstalen op basis van de beschrijving van het kleurenpalet. U kunt de kleurstalen opnieuw rangschikken door ze te slepen en neer te zetten. U kunt ook een kleurstaal uit het palet verwijderen door de muis er op te plaatsen en op het X-pictogram te klikken dat verschijnt. Herhaal het proces in stap 2 tot en met 4 om nieuwe stalen toe te voegen aan de bestaande set. 1. Wanneer u klaar bent met het genereren van kleurstalen, selecteert u Kleurstalen toevoegen. ![Het dialoogvenster 'Automatisch stalen genereren' in de workflow 'Aangepast palet maken'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_colorpalette_AI.png) 2. Geef het aangepaste kleurenpalet een naam. 3. Druk op Opslaan. ##### Tips voor het genereren van kleurenpaletten met Tableau Agent Om de beste resultaten te behalen wanneer u de Tableau Agent om aangepaste kleurenpaletten vraagt, kunt u deze richtlijnen volgen: - **Wees specifiek en beschrijvend:** Gebruik meer dan één woord in uw prompt, bijvoorbeeld een gedetailleerd thema of kleurenschema om de agent meer context te bieden. - **Focus op visuele taal:** zorg ervoor dat uw verzoek taal gebruikt die direct betrekking heeft op kleur en vermijd vage omschrijvingen. - **Let op de tekenlimiet:** de prompts zijn beperkt tot maximaal 1024 tekens. - **Toegang verifiëren:** de Tableau Agent-functie is alleen beschikbaar op sites waar de agent is ingeschakeld en wanneer u bent aangemeld. Als u een toegangsfout tegenkomt, neem dan contact op met uw beheerder om te controleren of de functie voor uw site is geactiveerd en of u correct bent aangemeld. **Belangrijke opmerking bij de beoordeling:** controleer kleurenpaletten die door AI zijn gegenereerd altijd voordat u ze toevoegt. Deze kleurenpaletten voldoen mogelijk niet automatisch aan toegankelijkheidsnormen, eisen ten aanzien van kleurcontrast of specifieke richtlijnen voor handelsmerken. Zorg ervoor dat de kleurstalen aansluiten bij uw merkidentiteit en zichtbaarheidseisen. #### Een aangepast categorisch kleurenpalet maken Een categorisch kleurenpalet bevat verschillende, discrete kleuren die aan discrete dimensies kunnen worden toegewezen. Wanneer bijvoorbeeld een discrete dimensie zoals Regio op de kaart Kleur wordt geplaatst, past Tableau een categorische kleurlegenda toe. ![Het dialoogvenster Aangepast kleurenpalet maken voor een categorisch kleurenpalet.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CustomColor_CreateCategorical.png) 1. Geef het aangepaste kleurenpalet een naam. 2. Kies of u al dan niet een palet wilt maken op basis van een vooraf geladen palet. 3. Selecteer Stalen plakken om meerdere hexadecimale codes of RGB-waarden in te voeren of selecteer Staal toevoegen om individuele kleuren toe te voegen. Vanuit het dialoogvenster Staal toevoegen kunt u: - Kleuren uit het donkere of lichte palet selecteren - Een hexadecimale code invoeren - Het plusteken selecteren om kleuren toe te voegen uit de kleurenkiezer van het systeem ![Het dialoogvenster Kleur toevoegen dat wordt geopend wanneer u Staal toevoegen selecteert.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CustomColor_AddColorSwatch.png) Vanuit het dialoogvenster Kleurenkiezer kunt u: - Een hexadecimale code invoeren - Waarden invoeren voor Rood/Groen/Blauw (RGB) en Tint/Verzadiging/Waarde (HSV) - Een kleur uit het kleurenkiezerspectrum selecteren ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CustomColor_ColorPicker.png) 1. Selecteer OK. 2. Blijf kleurstalen toevoegen totdat u uw aangepaste kleurenpalet hebt gemaakt en sla uw werk op. Wanneer u naar het vak Kleurcodering op de kaart Markeringen navigeert, kunt u kleuren uit uw aangepaste kleurenpalet toewijzen aan velden in uw visualisatie. #### Een aangepast sequentieel kleurenpalet maken In een sequentieel palet wordt één kleur weergegeven waarvan de intensiteit varieert. U moet minimaal de twee eindkleuren in het sequentiële kleurenbereik opgeven. Tableau extrapoleert de tinten die ertussen liggen. ![Het dialoogvenster Aangepast kleurenpalet maken voor een sequentieel kleurenpalet.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CustomColor_CreateSequential.png) 1. Geef het aangepaste kleurenpalet een naam. 2. Kies of u al dan niet een palet wilt maken op basis van een vooraf geladen palet. 3. Voer een hexadecimale code in (zonder het #-teken) in het veld Hexadecimale code, selecteer een lege staal om de kleurenkiezer te gebruiken of selecteer Stalen plakken om meerdere hexadecimale codes of RGB-waarden in te voeren. #### Een aangepast uiteenlopend kleurenpalet maken Een uiteenlopend kleurenpalet combineert twee sequentiële paletten, die in het midden dezelfde kleur hebben, maar aan de uiteinden variëren. Bij dit palettype wordt de kleurintensiteit (licht of donker) gebruikt om de numerieke kracht aan te geven, terwijl de specifieke kleurtoon (bijvoorbeeld oranje of blauw) het bereik van de waarde aangeeft. Uiteenlopende paletten worden vaak gebruikt om het verschil tussen positieve en negatieve waarden weer te geven. ![Het dialoogvenster Aangepast kleurenpalet maken voor een uiteenlopend kleurenpalet.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CustomColor_CreateDiverging.png) 1. Geef het aangepaste kleurenpalet een naam. 2. Kies of u al dan niet een aangepast kleurenpalet wilt maken op basis van een vooraf geladen palet. 3. Voer een hexadecimale code in (zonder het #-teken) in het veld Hexadecimale code, selecteer een lege staal om de kleurenkiezer te gebruiken of selecteer Stalen plakken om meerdere hexadecimale codes of RGB-waarden in te voeren. #### Stalen plakken Plak meerdere hexadecimale codes of RGB-waarden, gescheiden door komma's, om meerdere kleurstalen tegelijk toe te voegen. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CustomColor_ImportSwatches.png) ### Toegang tot aangepaste kleurenpaletten via het menu Opmaak 1. Selecteer Werkmap in het menu Opmaak. 2. Het deelvenster Werkmap opmaken vervangt het deelvenster Data aan de linkerkant en bevat een aantal vervolgkeuzelijsten waarin u de lettertypen, lijnstijlen en kleurenpaletten in een werkmap kunt wijzigen. 3. Blader naar Kleurenpaletten en vouw het menu uit naast het type kleurenpalet dat u wilt toevoegen: Categorisch, Uiteenlopend of Sequentieel. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CustomColor_ColorPalettes.png) 4. Blader omlaag door alle beschikbare kleurenpaletten en selecteer Aangepast kleurenpalet maken. ### Een aangepast kleurenpalet verwijderen of wijzigen 1. Selecteer Kleur op de kaart Markeringen in een Tableau-werkblad. 2. Selecteer Kleuren bewerken... 3. Vouw in het dialoogvenster Kleuren bewerken de vervolgkeuzelijst Kleurenpalet uit en selecteer het palet dat u wilt verwijderen of wijzigen. 4. Voor een categorisch palet selecteert u het potloodpictogram om het palet te wijzigen of het prullenbakpictogram om het palet te verwijderen. Voor een uiteenlopend of sequentieel palet vouwt u het menu rechts van het geselecteerde palet uit en selecteert u vervolgens Aangepast palet bewerken of Palet verwijderen. ![Een vergroot dialoogvenster Kleuren bewerken met de functies voor het bewerken en verwijderen van een categorisch kleurenpalet.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CustomColor_Categorical.png) ![Dialoogvenster Kleuren bewerken voor een kwalitatief kleurenpalet met opties om een aangepast palet te wijzigen of te verwijderen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CustomColor_quantitative.png) > [!WARNING] > > **Let op**: U kunt een verwijderd aangepast kleurenpalet niet herstellen. Ze worden opgeslagen in het voorkeurenbestand van Tableau. Als u een aangepast kleurenpalet verwijdert in Tableau Desktop, wordt dit ook verwijderd uit het voorkeurenbestand. 1. In het dialoogvenster Aangepast palet bewerken kunt u een kleur wijzigen door een kleurstaal te selecteren. Als u een kleur uit het palet wilt verwijderen, selecteert u de X die verschijnt als u de muis boven de kleur plaatst. ![Mogelijkheid om een kleurstaal uit een aangepast kleurenpalet te verwijderen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CustomColor_AddSwatch.png) ## Een aangepast kleurenpalet maken door het voorkeurenbestand aan te passen (Tableau Desktop 2025.2 en eerder) In Tableau Desktop 2025.2 en eerdere versies kunt u uw eigen aangepaste kleurenpaletten maken en gebruiken door het bestand Preferences.tps dat bij Tableau wordt geleverd aan te passen. Wanneer u Preferences.tps wijzigt om kleuren toe te voegen, gebruikt u de standaard HTML-indeling voor de nieuwe kleuren (hexadecimale waarde #RRGGBB of de Rood Groen Blauw-indeling). Wanneer u de werkmap opslaat en Tableau Desktop opnieuw opstart, worden de kleurenpaletnamen die u hebt toegevoegd aan Preferences.tps weergegeven in de vervolgkeuzelijst Kleurenpalet selecteren (dialoogvenster Kleur bewerken). U kunt een aangepast palet gebruiken zoals elk ander palet. ### Over het voorkeurenbestand U kunt zoveel aangepaste paletten toevoegen als u wilt aan het bestand Preferences.tps, elk met zoveel kleuren als u wilt. Hoewel er geen limiet is aan het aantal kleuren dat aan elk aangepast palet kan worden toegevoegd, worden in het dialoogvenster Kleuren bewerken slechts 20 kleuren weergegeven. Als u handmatig meer dan 20 kleuren aan data-items moet toewijzen, kunt u het beste meerdere aangepaste paletten maken met 20 of minder kleuren per palet. Wanneer u Preferences.tps wijzigt om kleuren toe te voegen, gebruikt u de standaard HTML-indeling voor de nieuwe kleuren (hexadecimale waarde #RRGGBB of de Rood Groen Blauw-indeling). Wanneer u de werkmap opslaat en Tableau Desktop opnieuw opstart, worden de kleurenpaletnamen die u hebt toegevoegd aan Preferences.tps weergegeven in de vervolgkeuzelijst Kleurenpalet selecteren (dialoogvenster Kleur bewerken). U kunt een aangepast palet gebruiken zoals elk ander palet. **Opmerking**: Wanneer u het bestand Preferences.tps bewerkt, zorg er dan voor dat u rechte aanhalingstekens gebruikt (`' '` of `" "`) om de naam en het type van het palet af te bakenen, en geen gekrulde aanhalingstekens (“ ” of ‘ ’). ### Het voorkeurenbestand bewerken Het voorkeurenbestand Preferences.tps bevindt zich in de map Mijn Tableau-opslagplaats die wordt gemaakt wanneer u Tableau Desktop installeert, en waarschijnlijk in Documenten. Het voorkeurenbestand is een eenvoudig XML-bestand dat u in een tekstbewerker kunt openen om te wijzigen. Een ongewijzigd voorkeurenbestand ziet er zo uit: ![Menu Voorkeuren in Kladblok met standaard navigatieopties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/custom_color4.png) **Om uw voorkeurenbestand te bewerken:** 1. Ga naar de map Mijn Tableau-opslagplaats in het directory Documenten en open het bestand **Preferences.tps** met een tekstbewerker. 2. Tussen de openings- en sluitingstags voor `workbook`, voegt u openings- en sluitingstags toe voor `preferences`, als volgt: **Opmerking**: Als uw voorkeurenbestand **Preferences.tps** al voorkeurlabels heeft, hoeft u deze niet opnieuw toe te voegen. 1. Volg een van de volgende procedures om een aangepast kleurenpalet te maken door de tags `color-palette` tussen de tags voor `preferences` in te voegen. Bijvoorbeeld: #1e4c56 #cba94b Kleurenpaletten kunnen categorisch (`type="regular"`), sequentieel (`type="ordered-sequential"`) of uiteenlopend (`type="ordered-diverging"`) zijn. 2. Om meer paletten toe te voegen, voegt u een andere set met `color-palette`\-tags toe. #1e4c56 #cba94b #ffe96f #799a0d 3. Start Tableau Desktop opnieuw op om de nieuwe kleurenpaletten te bekijken. ### Een categorisch palet maken Een categorisch kleurenpalet bevat verschillende, discrete kleuren die aan discrete dimensieleden kunnen worden toegewezen. Wanneer u bijvoorbeeld op de kaart Kleur een discrete dimensie invoert, zoals Regio, wordt de categorische kleurlegenda gebruikt. ![De legenda met vier regio's met een kleurcode.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/custom_color12.png) In het voorkeurenbestand heeft een categorisch palet het kenmerk `type="regular"`. Een aangepast categorisch kleurenpalet maken Hieronder volgt een voorbeeld van wat u tussen de tags `preferences` toevoegt om een categorisch kleurenpalet toe te voegen. Let op dat het kenmerk `type` is opgegeven als normaal, wat dit palet identificeert als een categorisch palet. **Om een aangepast categorisch kleurenpalet te maken:** 1. In het bestand **Preferences.tps** plakt u het volgende tussen de tags "voorkeuren". Zorg ervoor dat u rechte aanhalingstekens gebruikt, en geen gekrulde aanhalingstekens, om de naam en het type van het palet af te bakenen. #eb912b #7099a5 #c71f34 #1d437d #e8762b #5b6591 #59879b 2. Sla het bestand **Preferences.tps** op en start Tableau Desktop opnieuw op. 3. Open een databron, zoals de databron Voorbeeld - Superstore. 4. Vanuit het deelvenster Data sleept u een discrete dimensie, zoals **Regio**, naar **Kleur**. 5. Klik op de menupijl van de kleurlegenda en selecteer **Kleuren bewerken**. ![Contextmenu met de opties om te sorteren, kleuren te bewerken, legenda's op te maken, titels te tonen en te bewerken, geselecteerde items te highlighten en een kaart te verbergen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/custom_color9.png) 6. Selecteer in het dialoogvenster Kleuren bewerken uw nieuwe aangepaste palet in de vervolgkeuzelijst met kleurenpaletten. ![Dialoogvenster Kleuren bewerken met opties voor het selecteren van data-items en het toewijzen van kleurenpaletten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/custom_color13.png) 7. Klik op de knop **Palet toewijzen** om de aangepaste kleuren aan elk veld toe te wijzen. 8. Klik op **OK**. ![Het dialoogvenster Kleuren bewerken voor regionale data met opties voor het toewijzen en opnieuw instellen van paletten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/custom_color5.png) ### Een sequentieel palet maken Een ander type palet is het sequentieel kleurenpalet. Dit type kleurenpalet wordt gebruikt voor continue velden, meestal voor meetwaarden. Meestal wordt bij een sequentieel palet één enkele kleur weergegeven, waarvan de intensiteit varieert. U moet minimaal de twee eindkleuren in het sequentiële kleurenbereik opgeven. Tableau extrapoleert de tinten die ertussen liggen. ![Een dialoogvenster om een kleurenpalet voor verkoopdata te kiezen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/custom_color2.png) Een aangepast sequentieel kleurenpalet maken Hieronder volgt een voorbeeld van wat u tussen de tags `preferences` kunt toevoegen om een sequentieel kleurenpalet toe te voegen. Let op dat het kenmerk `type` `ordered-sequential` is opgeven, wat aangeeft dat dit palet een sequentieel palet is. **Om een aangepast sequentieel kleurenpalet te maken:** 1. Plak in het bestand Preferences.tps, tussen de tags `preferences`, het volgende. Zorg ervoor dat u rechte aanhalingstekens gebruikt, en geen gekrulde aanhalingstekens, om de naam en het type van het palet af te bakenen. #eb912b #eb9c42 #ebad67 #eabb86 #eacba8 #ebd8c2 2. Sla het bestand Preferences.tps op en start Tableau Desktop opnieuw op. 3. Open een databron, zoals de databron Voorbeeld - Superstore. 4. Vanuit het deelvenster Data sleept u een meetwaarde (zoals **Verkoop**) naar **Kleur**. 5. Klik op de menupijl van de kleurlegenda en selecteer **Kleuren bewerken**. 6. Selecteer in het dialoogvenster Kleuren bewerken uw aangepaste palet in de vervolgkeuzelijst met kleurenpaletten. 7. Als u wilt dat elke kleurgradatie binnen een vak wordt gedefinieerd, selecteert u het selectievakje **Kleurgradatie** en typt u in het tekstvak Stappen het aantal kleurstappen dat u in de staaf wilt weergeven. 8. Klik op de knop **Geavanceerd**. 9. Selecteer het selectievakje **Begin** en typ in het tekstvak het laagste getal dat u voor het continuüm wilt. 10. Klik op de knop **Toepassen** om het resultaat te bekijken en indien nodig aanpassingen te maken. De kleur varieert van hoge tot lage intensiteit (of omgekeerd) op basis van de volgorde die u opgeeft in het bestand Preferences.tps. De standaardinstelling voor een sequentieel kleurenpalet in Tableau is om het hoge uiteinde van het continuüm donker te maken en het lage uiteinde lichtgekleurd. Wanneer u het selectievakje Omgekeerd selecteert zal het tegenovergestelde gebeuren. ![Een dialoogvenster voor het bewerken van kleuren, compleet met een kleurenpalet, schuifregelaar en bereikinstellingen, en de teksteditor met de aangepaste paletinstellingen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/custom_color6_0.png) ### Een aangepast uiteenlopend kleurpalet maken Het derde type kleurenpalet is een uiteenlopend kleurpalet. In plaats van een verloop van het ene uiterste naar het andere, lijkt een uiteenlopend palet op twee opeenvolgende paletten die een kleur in het midden delen, maar verschillende uitersten hebben. Dit type palet toont twee waardebereiken, waarbij de kleurintensiteit (hoe donker of hoe licht) de omvang van het nummer aangeeft en de werkelijke kleur (oranje of blauw) aangeeft uit welk bereik het nummer komt. Uiteenlopende paletten worden meestal gebruikt om het verschil tussen positieve en negatieve nummers weer te geven. ![Een kleurverloopschaal geeft een totale winst van $ 523.589 aan](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/divergent_standard.png) Een aangepast uiteenlopend kleurenpalet maken Hieronder volgt een voorbeeld van wat u tussen de tags `preferences` toevoegt om een uiteenlopend kleurpalet toe te voegen. Let op dat voor het kenmerk `type` geordend-uiteenlopend is opgegeven, wat dit palet identificeert als een uiteenlopend palet. **Om een aangepast uiteenlopend kleurpalet te maken:** 1. Plak in het bestand **Preferences.tps**, tussen de tags `preferences`, het volgende. Zorg ervoor dat u rechte aanhalingstekens gebruikt, en geen gekrulde aanhalingstekens, om de naam en het type van het palet af te bakenen. #eb912b #59879b 2. Sla het bestand **Preferences.tps** op en start Tableau Desktop opnieuw op. 3. Open een databron, zoals de databron Voorbeeld - Superstore. 4. Klik op de knop **Palet toewijzen**. De kleuren in het palet worden gebruikt in de volgorde waarin ze in het voorkeurenbestand voorkomen. ![Het dialoogvenster Kleuren bewerken met een uiteenlopend kleurenpalet met specifieke monetaire bereiken en de teksteditor met de aangepaste paletinstellingen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/custom_color7_0.png) ### Stopgezette (klassieke) kleurenpaletten gebruiken In versie 10.0 heeft Tableau nieuwe kleurenpaletten gemaakt, een aantal bestaande paletten bijgewerkt (zoals Tableau 10 en Tableau 20) en andere stopgezet. Als u een kleurenpalet wilt blijven gebruiken dat is stopgezet, kunt u het bestand Preferences.tps bewerken om de hexadecimale waarden voor het palet toe te voegen. U kunt zoveel kleurenpaletten toevoegen als u wilt. Hexadecimale waarden voor stopgezette kleurenpaletten In de onderstaande tabel staan de stopgezette kleurenpaletten vermeld, samen met de XML-code en hex-waarden die u in het bestand Preferences.tps kunt gebruiken om ze te herstellen. Als u de code gebruikt zoals deze is genoteerd, beginnen de paletnamen met Klassiek om aan te geven dat ze ouder zijn dan versie 10.0. In veel gevallen zijn er bijgewerkte versies van de kleurenpaletten die zijn stopgezet.
Paletnaam versie 9.xHEX-waarden versie 9.x

Tableau 10

Dit heet nu Tableau Classic 10.

Een kleurenpalet met tien kleuren.

<color-palette name="Classic 10" type="regular">
<color>#17becf</color> <color>#bcbd22</color> <color>#7f7f7f</color> <color>#e377c2</color> <color>#8c564b</color> <color>#9467bd</color> <color>#d62728</color> <color>#2ca02c</color> <color>#ff7f0e</color> <color>#1f77b4</color>
</color-palette>

Tableau 10 Medium

Dit heet nu Tableau Classic Medium.

Een kleurenpalet met tien kleuren.

<color-palette name="Classic 10 Medium" type="regular">
<color>#6dccda</color> <color>#cdcc5d</color> <color>#a2a2a2</color> <color>#ed97ca</color> <color>#a8786e</color> <color>#ad8bc9</color> <color>#ed665d</color> <color>#67bf5c</color> <color>#ff9e4a</color> <color>#729ece</color>
</color-palette>

Licht Tableau 10

Een kleurenpalet met tien pastelkleuren.

<color-palette name="Classic 10 Light" type="regular">
<color>#9edae5</color> <color>#dbdb8d</color> <color>#c7c7c7</color> <color>#f7b6d2</color> <color>#c49c94</color> <color>#c5b0d5</color> <color>#ff9896</color> <color>#98df8a</color> <color>#ffbb78</color> <color>#aec7e8</color>
</color-palette>

Tableau 20

Dit heet nu Tableau Classic 20.

Een kleurenpalet met twintig kleuren.

<color-palette name="Classic 20" type="regular"> <color>#9edae5</color> <color>#17becf</color> <color>#dbdb8d</color> <color>#bcbd22</color> <color>#c7c7c7</color> <color>#7f7f7f</color> <color>#f7b6d2</color> <color>#e377c2</color> <color>#c49c94</color> <color>#8c564b</color> <color>#c5b0d5</color> <color>#9467bd</color> <color>#ff9896</color> <color>#d62728</color> <color>#98df8a</color> <color>#2ca02c</color> <color>#ffbb78</color> <color>#ff7f0e</color> <color>#aec7e8</color> <color>#1f77b4</color>
</color-palette>

Grijs 5

Een kleurenpalet met grijstinten

Vervangen door Seattle-grijs.

<color-palette name="Classic Gray 5" type="regular"> <color>#cfcfcf</color> <color>#8f8782</color> <color>#414451</color> <color>#a5acaf</color> <color>#60636a</color>
</color-palette>

Kleurenblind 10

Een kleurenpalet dat geschikt is voor gebruikers die kleurenblind zijn

Bijgewerkt als Kleurenblind.

<color-palette name="Classic Color Blind" type="regular">
<color>#cfcfcf</color> <color>#ffbc79</color> <color>#a2c8ec</color> <color>#898989</color> <color>#c85200</color> <color>#5f9ed1</color> <color>#595959</color> <color>#ababab</color> <color>#ff800e</color> <color>#006ba4</color>
</color-palette>

Verkeerslicht

Tableau-kleurenpalet Verkeerslicht.

Bijgewerkt alsVerkeerslicht.

<color-palette name="Classic Traffic Light" type="regular">
<color>#9fcd99</color> <color>#ffdd71</color> <color>#f26c64</color> <color>#69b764</color> <color>#ffc156</color> <color>#d82526</color> <color>#309343</color> <color>#dba13a</color> <color>#b10318</color>
</color-palette>

Paars-Grijs 6

Een kleurenpalet met 6 tinten paars, roze en grijs

Stopgezet

<color-palette name="Classic Purple-Gray 6" type="regular">
<color>#d7d5c5</color> <color>#d098ee</color> <color>#995688</color> <color>#94917b</color> <color>#dc5fbd</color> <color>#7b66d2</color>
</color-palette>

Paars-Grijs 12

Een kleurenpalet met 12 tinten paars, roze en grijs

Bijgewerkt als Paars-Roze-Grijs.

<color-palette name="Classic Purple-Gray 12" type="regular">
<color>#dbd4c5</color> <color>#8b7c6e</color> <color>#d098ee</color> <color>#ab6ad5</color> <color>#d898ba</color> <color>#995688</color> <color>#b4b19b</color> <color>#5f5a41</color> <color>#ffc0da</color> <color>#dc5fbd</color> <color>#a699e8</color> <color>#7b66d2</color>
</color-palette>

Groen-Oranje 6

Een kleurenpalet met 6 tinten groen, oranje en geel

Stopgezet

<color-palette name="Classic Green-Orange 6" type="regular">
<color>#b85a0d</color> <color>#39737c</color> <color>#ffd94a</color> <color>#3cb7cc</color> <color>#ff7f0f</color> <color>#32a251</color>
</color-palette>

Groen-Oranje 12

Een kleurenpalet met 12 tinten groen, oranje en geel

Bijgewerkt als Groen-Oranje-Blauwgroen.

<color-palette name="Classic Green-Orange 12" type="regular">
<color>#ccc94d</color> <color>#82853b</color> <color>#86b4a9</color> <color>#39737c</color> <color>#ffd94a</color> <color>#b85a0d</color> <color>#98d9e4</color> <color>#3cb7cc</color> <color>#ffb977</color> <color>#ff7f0f</color> <color>#acd98d</color> <color>#32a251</color>
</color-palette>

Blauw-Rood 6

Een kleurenpalet met 5 tinten blauw, rood en bruin

Stopgezet

<color-palette name="Classic Blue-Red 6" type="regular">
<color>#e9c39b</color> <color>#ea6b73</color> <color>#6ba3d6</color> <color>#ac613c</color> <color>#f02720</color> <color>#2c69b0</color>
</color-palette>

Blauw-Rood 12

Een kleurenpalet met 12 tinten rood, bruin en blauw.

Bijgewerkt als Blauw-Rood-Bruin.

<color-palette name="Classic Blue-Red 12" type="regular">
<color>#f4737a</color> <color>#bd0a36</color> <color>#ddc9b4</color> <color>#ac8763</color> <color>#b5dffd</color> <color>#6ba3d6</color> <color>#e9c39b</color> <color>#ac613c</color> <color>#ffb6b0</color> <color>#f02720</color> <color>#b5c8e2</color> <color>#2c69b0</color>
</color-palette>

Cyclisch

Een kleurenpalet met een kleurverloop

Bijgewerkt als Tintcirkel.

<color-palette name="Classic Cyclic" type="regular">
<color>#6f63bb</color> <color>#8a60b0</color> <color>#ba43b4</color> <color>#c7519c</color> <color>#d63a3a</color> <color>#ff7f0e</color> <color>#ffaa0e</color> <color>#ffbf50</color> <color>#bcbd22</color> <color>#78a641</color> <color>#2ca030</color> <color>#12a2a8</color> <color>#1f83b4</color>
</color-palette>

Groen

Een groen kleurverloop

Bijgewerkt.

<color-palette name="Classic Green" type="ordered-sequential">
<color>#09622a</color> <color>#1a7232</color> <color>#27823b</color> <color>#339444</color> <color>#69a761</color> <color>#94bb83</color> <color>#bccfb4</color>
</color-palette>

Grijs

Een grijs kleurverloop

Bijgewerkt.

<color-palette name="Classic Gray" type="ordered-sequential">
<color>#1e1e1e</color> <color>#282828</color> <color>#333333</color> <color>#3f3f3f</color> <color>#4b4b4b</color> <color>#585858</color> <color>#666666</color> <color>#747474</color> <color>#838383</color> <color>#929292</color> <color>#a2a2a2</color> <color>#b2b2b2</color> <color>#c3c3c3</color>
</color-palette>

Blauw

Een blauw kleurverloop

Bijgewerkt.

<color-palette name="Classic Blue" type="ordered-sequential">
<color>#26456e</color> <color>#1c5998</color> <color>#1c73b1</color> <color>#3a87b7</color> <color>#67add4</color> <color>#7bc8e2</color> <color>#b4d4da</color>
</color-palette>

Rood

Een rood kleurverloop

Bijgewerkt.

<color-palette name="Classic Red" type="ordered-sequential">
<color>#9c0824</color> <color>#b10c1d</color> <color>#c21417</color> <color>#cf1719</color> <color>#d8392c</color> <color>#e35745</color> <color>#f57667</color> <color>#f89a90</color> <color>#eac0bd</color>
</color-palette>

Oranje

Een oranje kleurverloop

Bijgewerkt.

<color-palette name="Classic Orange" type="ordered-sequential">
<color>#7b3014</color> <color>#a33202</color> <color>#d74401</color> <color>#f06511</color> <color>#fd8938</color> <color>#fdab67</color> <color>#f0c294</color>
</color-palette>

Gebied rood

Een rood kleurverloop

Stopgezet

<color-palette name="Classic Area Red" type="ordered-sequential">
<color>#bd1100</color> <color>#c92b14</color> <color>#d43e25</color> <color>#e04e35</color> <color>#ea5e45</color> <color>#f46b55</color> <color>#fd7864</color> <color>#fe8b7a</color> <color>#fd9c8f</color> <color>#fbb3ab</color> <color>#f5cac7</color>
</color-palette>

Gebied groen

Een groen kleurverloop

Stopgezet

<color-palette name="Classic Area Green" type="ordered-sequential">
<color>#3c8200</color> <color>#4a8c1c</color> <color>#569735</color> <color>#60a24d</color> <color>#6cae59</color> <color>#7abc5f</color> <color>#8ac765</color> <color>#9ad26d</color> <color>#acdc7a</color> <color>#c3e394</color> <color>#dbe8b4</color>
</color-palette>

Gebied bruin

Een warm bruin kleurverloop

Stopgezet

<color-palette name="Classic Area-Brown" type="ordered-sequential">
<color>#bb5137</color> <color>#bb6348</color> <color>#bb7359</color> <color>#c08262</color> <color>#cc8f63</color> <color>#d89c63</color> <color>#e4aa63</color> <color>#f0b763</color> <color>#f7c577</color> <color>#f6d29c</color> <color>#f3e0c2</color>
</color-palette>

Rood-groen uiteenlopend

Een kleurverloop van rood naar groen.

Bijgewerkt.

<color-palette name="Classic Red-Green" type="ordered-diverging">
<color>#09622a</color> <color>#1e7735</color> <color>#2f8e41</color> <color>#69a761</color> <color>#a2c18f</color> <color>#cacaca</color> <color>#fc8375</color> <color>#df513f</color> <color>#d11719</color> <color>#bd1316</color> <color>#9c0824</color>
</color-palette>

Rood-blauw uiteenlopend

Een kleurverloop van rood naar blauw

Bijgewerkt.

<color-palette name="Classic Red-Blue" type="ordered-diverging">
<color>#26456e</color> <color>#1c5998</color> <color>#1c73b1</color> <color>#3a87b7</color> <color>#67add4</color> <color>#cacaca</color> <color>#fc8375</color> <color>#df513f</color> <color>#d11719</color> <color>#bd1316</color> <color>#9c0824</color>
</color-palette>

Rood-zwart uiteenlopend

Een kleurverloop van rood naar zwart

Bijgewerkt.

<color-palette name="Classic Red-Black" type="ordered-diverging">
<color>#1e1e1e</color> <color>#383838</color> <color>#565656</color> <color>#777777</color> <color>#9b9b9b</color> <color>#cacaca</color> <color>#fc8375</color> <color>#df513f</color> <color>#d11719</color> <color>#bd1316</color> <color>#9c0824</color>
</color-palette>

Gebied rood-groen uiteenlopend

Een kleurverloop van rood naar groen.

Stopgezet

<color-palette name="Classic Area Red-Green" type="ordered-diverging">
<color>#4a8c1c</color> <color>#559633</color> <color>#5ea049</color> <color>#69aa56</color> <color>#75b65d</color> <color>#82c162</color> <color>#90cb68</color> <color>#a0d571</color> <color>#b1de7f</color> <color>#c7e298</color> <color>#e9dabe</color> <color>#fca294</color> <color>#fe8e7e</color> <color>#fd7e6b</color> <color>#f7705b</color> <color>#ef654d</color> <color>#e6583e</color> <color>#dc4930</color> <color>#d23a21</color> <color>#c82912</color> <color>#bd1100</color>
</color-palette>

Oranje-blauw uiteenlopend

Een kleurverloop van oranje naar blauw

Bijgewerkt.

<color-palette name="Classic Orange-Blue" type="ordered-diverging">
<color>#26456e</color> <color>#1c5998</color> <color>#1c73b1</color> <color>#3a87b7</color> <color>#67add4</color> <color>#7bc8e2</color> <color>#cacaca</color> <color>#fdab67</color> <color>#fd8938</color> <color>#f06511</color> <color>#d74401</color> <color>#a33202</color> <color>#7b3014</color>
</color-palette>

Groen-blauw uiteenlopend

Een kleurverloop van groen naar blauw

Bijgewerkt.

<color-palette name="Classic Green-Blue" type="ordered-diverging">
<color>#26456e</color> <color>#1c5998</color> <color>#1c73b1</color> <color>#3a87b7</color> <color>#67add4</color> <color>#cacaca</color> <color>#a2c18f</color> <color>#69a761</color> <color>#2f8e41</color> <color>#1e7735</color> <color>#09622a</color>
</color-palette>

Rood-wit-groen uiteenlopend

Een kleurverloop van rood naar wit naar groen

Bijgewerkt.

<color-palette name="Classic Red-White-Green" type="ordered-diverging">
<color>#09622a</color> <color>#297839</color> <color>#428f49</color> <color>#74af72</color> <color>#b9d7b7</color> <color>#ffffff</color> <color>#fcb4a5</color> <color>#e86753</color> <color>#cc312b</color> <color>#b41f27</color> <color>#9c0824</color>
</color-palette>

Rood-wit-zwart uiteenlopend

Een kleurverloop van rood naar wit naar zwart

Bijgewerkt.

<color-palette name="Classic Red-White-Black" type="ordered-diverging">
<color>#1e1e1e</color> <color>#393939</color> <color>#575757</color> <color>#838383</color> <color>#bfbfbf</color> <color>#ffffff</color> <color>#fcb4a5</color> <color>#e86753</color> <color>#cc312b</color> <color>#b41f27</color> <color>#9c0824</color>
</color-palette>

Oranje-wit-blauw uiteenlopend

Een kleurverloop van oranje naar wit naar blauw

Bijgewerkt.

<color-palette name="Classic Orange-White-Blue" type="ordered-diverging">
<color>#26456e</color> <color>#2e5f8a</color> <color>#3679a8</color> <color>#6a9ec5</color> <color>#b7cde2</color> <color>#ffffff</color> <color>#ffc2a1</color> <color>#fb8547</color> <color>#d85a13</color> <color>#a84415</color> <color>#7b3014</color>
</color-palette>

Licht rood-wit-zwart

Een licht kleurverloop van rood naar wit naar zwart

Stopgezet

<color-palette name="Classic Red-White-Black Light" type="ordered-diverging">
<color>#c6c6c6</color> <color>#d1d1d1</color> <color>#dddddd</color> <color>#e8e8e8</color> <color>#f3f3f3</color> <color>#ffffff</color> <color>#fff0f0</color> <color>#ffe0e1</color> <color>#ffd1d3</color> <color>#ffc2c5</color>
</color-palette>

Licht oranje-wit-blauw uiteenlopend

Een licht kleurverloop van oranje naar wit naar blauw

Stopgezet

<color-palette name="Classic Orange-White-Blue Light" type="ordered-diverging">
<color>#c4d8f3</color> <color>#d0e0f6</color> <color>#dce8f8</color> <color>#e8effa</color> <color>#f3f7fd</color> <color>#ffffff</color> <color>#fff5eb</color> <color>#ffead8</color> <color>#ffe0c5</color> <color>#ffd6b1</color> <color>#ffcc9e</color>
</color-palette>

Licht rood-wit-groen uiteenlopend

Een licht kleurverloop van rood naar wit naar groen

Stopgezet

<color-palette name="Classic Red-White-Green Light" type="ordered-diverging">
<color>#b7e6a7</color> <color>#c6ebb8</color> <color>#d5f0ca</color> <color>#e3f5db</color> <color>#f1faed</color> <color>#ffffff</color> <color>#fff0f0</color> <color>#ffe0e1</color> <color>#ffd1d3</color> <color>#ffc2c5</color> <color>#ffb2b6</color>
</color-palette>

Licht rood-groen uiteenlopend

Een licht kleurverloop van rood naar groen

Stopgezet

<color-palette name="Classic Red-Green Light" type="ordered-diverging">
<color>#b7e6a7</color> <color>#c1e6b4</color> <color>#cae6c0</color> <color>#d4e6cc</color> <color>#dde6d9</color> <color>#e5e5e5</color> <color>#ecdbdc</color> <color>#f2d1d2</color> <color>#f8c7c9</color> <color>#fcbdc0</color> <color>#ffb2b6</color>
</color-palette>
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aangepaste lettertypen gebruiken Tableau biedt een verscheidenheid aan lettertypen die u in uw visualisaties kunt gebruiken, inclusief de lettertypen in het standaardlettertype: Tableau. Het kan echter zijn dat u een ander lettertype wilt gebruiken dan het meegeleverde lettertype. U kunt bijvoorbeeld een lettertype gebruiken dat uniek is voor het merk van uw bedrijf. Om een aangepast lettertype in Tableau te gebruiken, moet u het eerst installeren op de computers waarop Tableau wordt gebruikt. Dit geldt voor Tableau Desktop en, als u naar Tableau Server publiceert, alle computers waarop Tableau Server wordt gebruikt. > [!IMPORTANT] > > **Belangrijk**: als een lettertype dat is opgegeven in Tableau Desktop niet ook op alle knooppunten van Tableau Server is geïnstalleerd, vervangt Tableau Server het met een standaardlettertype. Om er zeker van te zijn dat Tableau Server het lettertype correct kan weergeven, moet u ervoor zorgen dat het lettertype in de lijst met lettertypen staat die in de meeste browsers is geïnstalleerd. Deze veelgebruikte lettertypen worden webveilige lettertypen genoemd, zoals [hier](https://www.cssfontstack.com/) wordt beschreven (in het Engels). **Opmerking:** Als u een werkmap downloadt in Tableau Server, worden aangepaste lettertypen niet met de werkmap gedownload. Zie de onderstaande links voor meer informatie over het installeren van lettertypen: - [Een lettertype installeren of verwijderen in Windows](https://support.microsoft.com/nl-nl/kb/314960) (Microsoft Knowledgebase) - [Mac-basis: lettertypecatalogus](https://support.apple.com/nl-nl/HT201749) (Apple Support) Nadat u het lettertype hebt geïnstalleerd, wordt het weergegeven in het opmaakvenster in Tableau Desktop. Daar kunt u het lettertype wijzigen op werkmap- of werkbladniveau. Zie [Opmaken op werkmapniveau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_workbook.htm), [Opmaken op werkbladniveau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_worksheet.htm) en [Tekst en getallen opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_specific.htm) voor meer informatie. ## Aangepaste lettertypen publiceren Om een werkmap met een aangepast lettertype correct te kunnen publiceren, moet u weten hoe de auteur en de gepubliceerde werkmap communiceren.

Een diagram dat de verbindingen tussen een server, desktop, connector en Tableau aangeeft.

Een aangepaste lettertypeworkflow publiceren

  1. Werkmap is gemaakt in Tableau Desktop.

    of

  2. De werkmap wordt gemaakt met gebruik van webauthoring.

daarna

  1. De werkmap wordt gepubliceerd op Tableau Server.

    of

  2. De werkmap wordt gepubliceerd op Tableau Cloud.

Als

Dan

A- De werkmap wordt gemaakt in Tableau Desktop.

Kunt u elk lettertype dat op uw computer is geïnstalleerd in de werkmap gebruiken.

B- De werkmap wordt gemaakt met gebruik van webauthoring.

Kunnen alleen lettertypen die op Tableau Server of Tableau Cloud zijn geïnstalleerd, worden gebruikt bij het opmaken van uw tekst.

C- De werkmap wordt gepubliceerd op Tableau Server.

Moet elk aangepast lettertype op alle serverknooppunten worden geïnstalleerd.

Als het lettertype niet op Tableau Server is geïnstalleerd, wordt het niet geïnstalleerde lettertype bij publicatie vervangen met een ander lettertype.

D- De werkmap wordt gepubliceerd op Tableau Cloud.

Worden er alleen lettertypen weergegeven die door Tableau Cloud worden ondersteund.

Niet-ondersteunde lettertypen in de werkmap worden bij publicatie vervangen door een ander lettertype. Voor een lijst met ondersteunde lettertypen, zie Knowledge Base: Fonts not displaying as expected (in het Engels).

### Problemen oplossen met aangepaste lettertypen in gepubliceerde werkmappen Zodra de werkmap is gepubliceerd, moeten alle gebruikers de aangepaste lettertypen op hun computer hebben geïnstalleerd. Daarom is het een best practice om alleen Tableau-lettertypen of webveilige lettertypen te gebruiken.

Probleem

Mogelijke oplossing

Sommige lettertypen worden in de weergave correct weergegeven, maar andere niet.

Wanneer een weergave veel markeringen heeft, zal de server de markeringen renderen en de markeringen als een statische afbeelding weergeven. Dit kan ertoe leiden dat sommige lettertypen in de weergave niet consistent zijn met de rest van de weergave. U kunt dit probleem oplossen door het aantal markeringen per weergave te verlagen.

De regelafstand is voor het lettertype voor iedereen anders.

Als de gebruiker het aangepaste lettertype op de computer heeft geïnstalleerd, wordt het lettertype correct weergegeven. Elke browser gebruikt echter een iets andere methode voor het renderen van lettertypen. Het is dus te verwachten dat er kleine verschillen zijn in lettertypen tussen verschillende browsers.

Er verschijnt een ander lettertype voor de gebruiker.

Als de gebruiker het aangepaste lettertype niet op de computer heeft geïnstalleerd, worden alle niet-geïnstalleerde lettertypen in de werkmap vervangen door een ander lettertype dat door de browser wordt geselecteerd.
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aangepaste meetwaarderelaties maken in uw Tableau-dataverhaal **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. U kunt een relatieverhaal maken in uw Tableau-dataverhaal om te zien hoe data zich verhouden tot een andere dataset. Om een relatieverhaal op te bouwen, moet u minimaal twee meetwaarden en één dimensie hebben. Data die u wilt vergelijken, worden vaak gegroepeerd in één datakolom met de naam 'Jaar' of 'Maand', met waarden als '2022' of 'Maart'. U kunt [Een eenvoudig berekend veld maken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_formulas.htm) om '2022' te scheiden van '2021' (of maart van februari), zodat u de twee tijdsperioden in een relatieverhaal kunt vergelijken. 1. Begin in het blad dat u wilt gebruiken in uw Dataverhaal. 2. Klik op Analyse en selecteer Een berekend veld maken. 3. Maak een berekend veld, zoals 'Huidige periode'. ![Een berekend veld met de tekst: Als DATETRUNC ('jaar', \[Jaar\])= {MAX(DATETRUNC('jaar', \[Jaar\]))} THEN \[Aantal records\] END](Img/data_stories_calcfield_current.png) > [!TIP] > > Volg de structuur van het berekende veld dat hier wordt getoond, maar vervang uw eigen namen van dimensies of meetwaarden (oranje tekst). 1. Maak een berekend veld, zoals 'Vorige periode'. ![Een berekend veld met de tekst: Als DATETRUNC ('jaar', \[Jaar\])= DATEADD('jaar', -1, {MAX(DATETRUNC('jaar', \[Jaar\]))}) THEN \[Aantal records\] END](Img/data_stories_calcfield_previous.png) 1. Sleep de nieuwe meetwaarden naar de markering Detail. 2. Klik vanuit uw dashboard op het verhaal en voeg de twee nieuwe meetwaarden toe aan uw Dataverhaal. ![Dialoogvenster Dataverhaal geopend op het tabblad Veld met beschikbare dimensies en meetwaarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_calcfield_addnew.png) 1. Klik vanuit uw dashboard op het pictogram Instellingen in de linkerbovenhoek van uw Dataverhaal-object. 2. Klik op het tabblad Relaties in het dialoogvenster Dataverhaal. 3. Configureer een relatieverhaal met de twee aangepaste meetwaarden. ![Het dialoogvenster Dataverhaal-instellingen wordt geopend op het tabblad Relaties. Het selectievakje Huidige/Meest recente versus Vorige periode is aangevinkt. De gerelateerde meetwaarden zijn SUM(Vorige periode) en SUM(Huidige periode).](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_set_relationship.png) 1. Klik op Opslaan. Uw verhaal schrijft nu zinnen die de aangepaste meetwaarden vergelijken. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aangepaste opmaakthema's gebruiken Tableau wordt geïnstalleerd met een groot aantal opmaakopties, zodat u uw visualisaties en dashboards naar wens kunt aanpassen. Als u dezelfde opmaak voor meerdere werkmappen gebruikt, of als u speciale lettertypen en kleuren gebruikt die beter bij uw bedrijf passen, kunt u tijd besparen door een aangepast opmaakthema te gebruiken. Met aangepaste thema's kunt u uw opmaakkeuzes snel toepassen op de volledige Tableau-werkmap. U kunt een aangepast thema aan uw Tableau-werkmap toevoegen door een JSON-bestand te importeren waarin uw opmaakkeuzes zijn opgegeven. Als u een werkmap bekijkt en hetzelfde thema voor een andere werkmap wilt gebruiken, kunt u het aangepaste themabestand exporteren. Opmerking: deze functie is alleen beschikbaar in Tableau Desktop 2025.1. ## Een aangepast thema importeren 1. Open Tableau Desktop en maak een werkblad. 2. Selecteer Opmaak in de werkbalk. 3. Selecteer Aangepast thema importeren…. ![Een opmaakmenu waarin de optie 'Aangepast thema importeren' is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_import_customtheme.png) 4. Selecteer een JSON-bestand dat u wilt importeren en selecteer Openen. Er wordt een dialoogvenster weergegeven met opties om bestaande opmaakwijzigingen die u hebt aangebracht te Overschrijven of te Behouden. ![Een dialoogvenster waarin u kunt kiezen om een aangepast thema te gebruiken waarmee de huidige opmaak wordt vervangen, of om de huidige opmaak te behouden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_override_customtheme.png) U kunt ervoor kiezen om alle opmaakwijzigingen in uw Tableau-werkmap door het aangepaste thema te laten overschrijven voordat u het aangepaste thema importeert. U kunt er ook voor kiezen om de wijzigingen die u via het deelvenster Opmaak hebt aangebracht, te behouden voordat u het aangepaste thema importeert. Opmerking: als u ervoor kiest om bestaande opmaakwijzigingen door het aangepaste thema te laten overschrijven, worden alleen de stijlwijzigingen overschreven die u in het JSON-bestand hebt opgenomen. Stijlwijzigingen die via de RTF-editor zijn aangebracht worden ook niet overschreven. Overschrijven: het aangepaste themabestand overschrijft alle opmaak die in uw Tableau-werkmap is aangebracht. Behouden: het aangepaste themabestand behoudt alle opmaak die in uw Tableau-werkmap is aangebracht. 5. Selecteer Overschrijven of Behouden. Uw aangepaste thema importeert opmaak en past deze toe op uw werkmap. ## Een aangepast thema exporteren U kunt een aangepast thema op twee manieren exporteren: u kunt het aangepaste themabestand exporteren of u kunt een werkmap exporteren waarop een aangepast thema is toegepast. Wanneer u een thema exporteert, bevat het exportbestand de opmaakkeuzes die u hebt gemaakt in het werkblad dat u hebt geselecteerd. Als u bijvoorbeeld verschillende opmaakkeuzes hebt voor twee verschillende werkbladen in een werkmap, worden in het aangepaste themabestand dat u exporteert de opmaakkeuzes weergegeven die u hebt geselecteerd toen u het bestand exporteerde. Alleen stijlelementen die worden ondersteund en aanwezig zijn in het aangepaste themabestand worden geëxporteerd. ### Een JSON-bestand exporteren dat een aangepast thema bevat 1. Selecteer Opmaak in de werkbalk. 2. Selecteer Aangepast thema exporteren…. ![Een opmaakmenu waarin de optie 'Aangepast thema exporteren' is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_export_customtheme.png) 3. Ga naar de map waarin u het aangepaste themabestand wilt opslaan en kies Opslaan. U kunt het aangepaste themabestand nu lokaal vinden. Dit themabestand kan worden geïmporteerd naar en gebruikt met andere werkmappen. ### Een werkmap exporteren waarop een aangepast thema is toegepast 1. Selecteer in de werkbalk van een werkblad Bestand en selecteer vervolgens Opslaan als. U kunt ook Werkmappakket exporteren selecteren. 2. Sla de werkmap op als een .twb- of een .twbx-bestand. Wanneer u de werkmap weer opent in Tableau, wordt het aangepaste thema toegepast. ## Het JSON-themabestand maken In een JSON-bestand worden de stijlen in uw aangepaste thema gedefinieerd. U kunt een bestand maken met uw favoriete tekstbewerkingsprogramma. Zorg er daarbij voor dat u de stijlelementen opneemt die u voor uw aangepaste thema wilt gebruiken. Gebruik het voorbeeldbestand als sjabloon voor het maken van uw bestand. Er zijn veel bronnen van derden die u kunnen helpen uw bestand te valideren, zoals https://www.jsonschemavalidator.net. Kopieer [hier](https://help.tableau.com/samples/nl-nl/custom_themes/CustomThemesSchema_1.0.0.json) het JSON-schemabestand dat u nodig hebt om uw themabestand te valideren. ### Elementen die in het aangepaste themabestand moeten worden opgenomen Uw aangepaste themabestand moet een versie, basisthema, stijlelementen, stijlkenmerken en opmaakkeuzes bevatten. #### Versie De eerste regel van het aangepaste themabestand moet de versie bevatten. Vanaf Tableau 25.1 is het versienummer 1.0.0 en de regel zou er als volgt uit moeten zien: "version": "1.0.0". Het versienummer kan in toekomstige versies van Tableau worden bijgewerkt. #### Basisthema Het tweede item van het aangepaste themabestand moet het basisthema bevatten. De basisthema's komen overeen met de bestaande werkmapthema's die beschikbaar zijn in Tableau en zijn gebaseerd op verschillende versies van Tableau Desktop. Alle opmaakstijlen die in het JSON-themabestand worden opgegeven, worden toegepast in aanvulling op het basisthema. | Basisthema | Komt overeen met | Invoer in het themabestand | | --- | --- | --- | | Vloeiend | Tableau Desktop-versie 10.x en nieuwer | _"base-theme": "smooth"_ | | Helder | Tableau Desktop-versie 8.0.x – 9.3.x | _"base-theme": "clean"_ | | Modern | Tableau Desktop-versie 3.5 – 7.0. | _"base-theme": "modern"_ | | Klassiek | Tableau Desktop-versie 1.0 – 3.2 | _"base-theme": "classic"_ | Zie [Het thema van uw werkmap upgraden of wijzigen (alleen Tableau Desktop)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_workbook.htm#Upgrade_or_change_your_workbook_theme) voor meer informatie over werkmapthema's. #### Stijlelementen Stijlelementen geven aan op welk niveau de opmaakkeuzes worden toegepast. Bijvoorbeeld alle lettertypen, filtertitels of alleen het lettertype van knopinfo. Zie de tabel met stijlelementen voor een lijst met beschikbare elementen die u kunt opgeven. #### Stijlkenmerken Met de stijlkenmerken geeft u aan op welk deel van het stijlelement u de opmaakopties wilt toepassen. Bijvoorbeeld font-color en font-size voor het stijlelement all. Controleer de lijst met kenmerken voor het stijlelement dat u gebruikt. Het stijlelement highlighter ondersteunt bijvoorbeeld een stijlelement background-color, terwijl het element highlighter-title dat niet doet. #### Opmaakkeuzes Met opmaakkeuzes geeft u aan wat u wilt toepassen op het stijlelement en het stijlkenmerk. Het kan bijvoorbeeld gaan om een letterkleur, een lettertypefamilie en een tekengrootte. De opmaakkeuze moet worden ingevoerd als een tekenreeks of een geheel getal, afhankelijk van het stijlkenmerk. Kleuren moeten worden ingevoerd als een hexadecimale kleurcode, bijvoorbeeld #FF0000. Het invoertype **tekenreeks** bevat tekst. Het invoertype **geheel getal** bevat gehele getallen. ### Voorbeeld van een aangepast themabestand Kopiëren ``` {   "version": "1.0.0",    "base-theme": "smooth",    "styles": {        "all": {            "font-color": "#d16302",            "font-family": "Tableau Bold"        },        "worksheet": {            "font-color": "#d16302",            "font-family": "Tableau Bold",            "font-size": 14        },        "worksheet-title": {            "font-color": "#d16302",            "font-family": "Tableau Bold",            "font-size": 14        },        "view": {            "background-color": "#ffb370"        }    }} ``` ### Stijlelementen die worden ondersteund door aangepaste thema's Deze tabel bevat een lijst met ondersteunde stijlelementen en de bijbehorende ondersteunde stijlkenmerken. Nog niet alle stijlelementen die beschikbaar zijn in Tableau worden momenteel ondersteund voor aangepaste thema's. In toekomstige releases zullen echter meer stijlelementen worden toegevoegd. Wanneer u een aangepast themabestand importeert, worden de stijlelementen ervan toegepast op alle werkbladen in de werkmap.
StijlelementBeschrijvingStijlkenmerkenInvoertypeOpmaakkeuze
alleMaakt alle lettertypen in de hele werkmap op.font-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
font-familyTekenreeksTekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens.
werkbladMaakt het standaardlettertype van het werkblad op.font-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
font-familyTekenreeksTekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens.
font-sizeGeheel getalGeheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99.
worksheet-titleMaakt het lettertype van de werkbladtitel op.font-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
font-familyTekenreeksTekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens.
font-sizeGeheel getalGeheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99.
knopinfoMaakt het lettertype van knopinfo op.font-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
font-familyTekenreeksTekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens.
font-sizeGeheel getalGeheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99.
dashboard-titleMaakt de dashboardtitel op.font-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
font-familyTekenreeksTekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens.
font-sizeGeheel getalGeheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99.
font-weightTekenreeksTekenreeks opgegeven als normalof bold.
story-titleMaakt het lettertype van de verhaaltitel op.font-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
font-familyTekenreeksTekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens.
font-sizeGeheel getalGeheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99.
koptekstMaakt het lettertype van kopteksten op.font-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
font-familyTekenreeksTekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens.
legendMaakt het hoofdtekstlettertype en de achtergrondkleur van legenda's op.font-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
font-familyTekenreeksTekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens.
font-sizeGeheel getalGeheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99.
background-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. Dit element biedt ook ondersteuning voor twee extra cijfers voor transparantie, zoals #FF000080.
legend-titleMaakt het lettertype van de legendatitel op alle werkbladen op.font-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
font-familyTekenreeksTekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens.
font-sizeGeheel getalGeheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99.
filterMaakt het hoofdtekstlettertype en de achtergrondkleur van filters op alle werkbladen op.font-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
font-familyTekenreeksTekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens.
font-sizeGeheel getalGeheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99.
background-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. Dit element biedt ook ondersteuning voor twee extra cijfers voor transparantie, zoals #FF000080.
filter-titleMaakt het lettertype van de filtertitel op alle werkbladen op.font-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
font-familyTekenreeksTekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens.
font-sizeGeheel getalGeheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99.
parameter-ctrlMaakt het hoofdtekstlettertype en de achtergrondkleur van de parametertekst op alle werkbladen op.font-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
font-familyTekenreeksTekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens.
font-sizeGeheel getalGeheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99.
background-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. Dit element biedt ook ondersteuning voor twee extra cijfers voor transparantie, zoals #FF000080.
parameter-ctrl-titleMaakt het lettertype van de titel van het parameterbesturingselement op alle werkbladen op.font-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
font-familyTekenreeksTekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens.
font-sizeGeheel getalGeheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99.
highlighterMaakt het hoofdtekstlettertype en de achtergrondkleur van de highlighter op alle werkbladen op.font-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
font-familyTekenreeksTekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens.
font-sizeGeheel getalGeheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99.
background-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. Dit element biedt ook ondersteuning voor twee extra cijfers voor transparantie, zoals #FF000080.
Highlighter-titleMaakt het lettertype van de titel van het highlighterbesturingselement op alle werkbladen op.font-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
font-familyTekenreeksTekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens.
font-sizeGeheel getalGeheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99.
page-ctrl-titleMaakt het lettertype van de paginakaarttitel op alle werkbladen op.font-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
font-familyTekenreeksTekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens.
gridlineMaakt de rasterlijnen in een weergave op.line-visibilityTekenreeksTekenreeks opgegeven als on of off.
line-patternTekenreeksTekenreeks opgegeven als dotted, dashed, of solid.
line-widthGeheel getalGeheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99.
line-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. Dit element biedt ook ondersteuning voor twee extra cijfers voor transparantie, zoals #FF000080.
zerolineMaakt de nullijn in een weergave op.line-visibilityTekenreeksTekenreeks opgegeven als on of off.
line-patternTekenreeksTekenreeks opgegeven als dotted, dashed, of solid.
line-widthGeheel getalGeheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99.
line-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. Dit element biedt ook ondersteuning voor twee extra cijfers voor transparantie, zoals #FF000080.
markMaakt de markeringskleur in een weergave op.mark-colorTekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
weergaveMaakt de achtergrondkleur in een weergave op. TekenreeksTekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000.
## Problemen met het importeren van aangepaste themabestanden oplossen ### Sommige stijlelementen die ik heb opgegeven worden niet toegepast Kan lettertype niet weergeven Lettertypen kunnen alleen worden weergegeven als ze met Tableau zijn geïnstalleerd of als het lettertype in uw omgeving aanwezig is. De opmaak is toegepast via de RTF-editor Als u opmaakwijzigingen hebt toegepast via de RTF-editor in plaats van via het deelvenster Opmaak, blijft de opmaak behouden als u ervoor hebt gekozen om de bestaande opmaak te overschrijven bij het toepassen van het aangepaste thema. Dit gebeurt vanwege de stijlsysteemopmaak. ### Kan het themabestand niet importeren Het themabestand bevat een fout In het foutbericht wordt de locatie van de fout vermeld (bijvoorbeeld font-color). Zoek het stijlelement in de tabel met stijlelementen en zorg ervoor dat uw invoer in het stijlelement overeenkomt met de richtlijnen voor invoertypen. Kleuren zijn bijvoorbeeld tekenreeksdatatypen en moeten de opmaak van een hexadecimale kleurcode volgen, zoals #FF0000. ![Een foutmelding die de locatie van een fout bij het valideren van een themabestand weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_error_customtheme.png) Er zijn veel bronnen van derden die u kunnen helpen bij het valideren van uw themabestand, zoals https://www.jsonschemavalidator.net. Kopieer [hier](https://help.tableau.com/samples/nl-nl/custom_themes/CustomThemesSchema_1.0.0.json) het JSON-schemabestand dat u nodig hebt om uw themabestand te valideren. Het themabestand is te groot De maximaal toegestane bestandsgrootte is 15.000 bytes (15 KB). Maak het bestand minder groot en probeer het opnieuw. Het pad naar het themabestand is te lang Het bestandspad mag niet langer zijn dan 256 tekens. Maak het bestandspad korter en probeer het opnieuw. De naam van het themabestand bevat tekens die niet geldig zijn De bestandsnaam mag alleen alfanumerieke tekens, punten, streepjes, spaties en onderstrepingstekens bevatten. Verwijder ongeldige tekens uit de bestandsnaam en probeer het opnieuw. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aangepaste velden maken met berekeningen Als uw onderliggende data niet alle velden bevatten die u nodig hebt om uw vragen te beantwoorden, kunt u in Tableau met behulp van berekeningen nieuwe velden maken en deze vervolgens opslaan als onderdeel van uw databron. Deze velden worden berekende velden genoemd. In deze sectie vindt u alle documentatie die u nodig hebt om aan de slag te gaan met berekeningen in Tableau. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aanvullende functies (Regex, Hadoop Hive, Google BigQuery)Zie ook: [Pass-through-functies (RAWSQL)](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_passthrough.htm). ## Reguliere expressies  Raadpleeg de documentatie van uw databron voor informatie over de syntaxis van reguliere expressies. Voor Tableau-extracten voldoet de syntaxis van reguliere expressies aan de standaarden van ICU (International Components for Unicode), een opensourceproject met volwassen C/C++- en Java-bibliotheken voor Unicode-ondersteuning, software-internationalisatie en softwareglobalisatie. Zie de pagina [Reguliere expressies](http://userguide.icu-project.org/strings/regexp) in de online ICU-gebruikershandleiding. ### REGEXP\_REPLACE
SyntaxisREGEXP_REPLACE(string, pattern, replacement)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert een kopie van de opgegeven tekenreeks waarin het patroon van de reguliere expressie wordt vervangen door de vervangende tekenreeks.
Voorbeeld
REGEXP_REPLACE('abc 123', '\s', '-') = 'abc-123'
Opmerkingen

Deze functie is alleen beschikbaar voor tekstbestanden, Hadoop Hive, Google BigQuery, PostgreSQL, Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, Salesforce, Vertica, Pivotal Greenplum, Teradata (versie 14.1 en hoger), Snowflake en Oracle-databronnen.

Voor Tableau-data-extracten moeten het patroon en de vervanging constanten zijn.

### REGEXP\_MATCH
SyntaxisREGEXP_MATCH(string, pattern)
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert 'waar' als een subtekenreeks van de opgegeven tekenreeks overeenkomt met het patroon van de reguliere expressie.
Voorbeeld
REGEXP_MATCH('-([1234].[The.Market])-','\[\s*(\w*\.)(\w*\s*\])')=true
Opmerkingen

Deze functie is beschikbaar voor tekstbestanden, Google BigQuery, PostgreSQL, Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, Salesforce, Vertica, Pivotal Greenplum, Teradata (versie 14.1 en hoger), Impala 2.3.0 (via Cloudera Hadoop-databronnen), Snowflake en Oracle-databronnen.

Voor Tableau-data-extracten moet het patroon een constante zijn.

### REGEXP\_EXTRACT
SyntaxisREGEXP_EXTRACT(string, pattern)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert het deel van de tekenreeks dat overeenkomt met het patroon van de reguliere expressie.
Voorbeeld
REGEXP_EXTRACT('abc 123', '[a-z]+\s+(\d+)') = '123'
Opmerkingen

Deze functie is alleen beschikbaar voor tekstbestanden, Hadoop Hive, Google BigQuery, PostgreSQL, Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, Salesforce, Vertica, Pivotal Greenplum, Teradata (versie 14.1 en hoger), Snowflake en Oracle-databronnen.

Voor Tableau-data-extracten moet het patroon een constante zijn.

### REGEXP\_EXTRACT\_NTH
SyntaxisREGEXP_EXTRACT_NTH(string, pattern, index)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert het deel van de tekenreeks dat overeenkomt met het patroon van de reguliere expressie. De subtekenreeks wordt afgestemd met de nde groep voor vastleggen, waarbij n de opgegeven index is. Als index 0 is, wordt de volledige tekenreeks geretourneerd.
Voorbeeld
REGEXP_EXTRACT_NTH('abc 123', '([a-z]+)\s+(\d+)', 2) = '123'
Opmerkingen

Deze functie is beschikbaar voor tekstbestanden, PostgreSQL, Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, Salesforce, Vertica, Pivotal Greenplum, Teradata (versie 14.1 en hoger) en Oracle-databronnen.

Voor Tableau-data-extracten moet het patroon een constante zijn.

## Specifieke functies voor Hadoop Hive **Opmerking**: alleen de functies PARSE\_URL en PARSE\_URL\_QUERY zijn beschikbaar voor Cloudera Impala-databronnen. ### GET\_JSON\_OBJECT(JSON-tekenreeks, JSON-pad) Retourneert het JSON-object binnen de JSON-tekenreeks op basis van het JSON-pad. ### PARSE\_URL(tekenreeks, url\_gedeelte) Retourneert een component van de opgegeven URL-tekenreeks waarbij het component wordt gedefinieerd door url\_onderdeel. Geldige url\_onderdeel-waarden omvatten: 'HOST', 'PATH', 'QUERY', 'REF', 'PROTOCOL', 'AUTHORITY', 'FILE' en 'USERINFO'. Voorbeeld `PARSE_URL('http://www.tableau.com', 'HOST') = 'www.tableau.com'` ### PARSE\_URL\_QUERY(tekenreeks, sleutel) Retourneert de waarde van de opgegeven queryparameter in de opgegeven URL-tekenreeks. De queryparameter wordt gedefinieerd door de sleutel. Voorbeeld `PARSE_URL_QUERY('http://www.tableau.com?page=1&cat=4', 'page') = '1'` ### XPATH\_BOOLEAN(XML-tekenreeks, XPath-expressietekenreeks) Retourneert 'waar' als de XPath-expressie overeenstemt met een knooppunt of als de uitkomst ervan waar is. Voorbeeld `XPATH_BOOLEAN(' 15', 'values/value[@id="1"] = 5') = true` ### XPATH\_DOUBLE(XML-tekenreeks, XPath-expressietekenreeks) Retourneert de waarde met zwevende komma van de XPath-expressie. Voorbeeld `XPATH_DOUBLE('1.05.5 ', 'sum(value/*)') = 6.5` ### XPATH\_FLOAT(XML-tekenreeks, XPath-expressietekenreeks) Retourneert de waarde met zwevende komma van de XPath-expressie. Voorbeeld `XPATH_FLOAT('1.05.5 ','sum(value/*)') = 6.5` ### XPATH\_INT(XML-tekenreeks, XPath-expressietekenreeks) Retourneert de numerieke waarde van de XPath-expressie of nul als de uitkomst van de XPath-expressie geen getal is. Voorbeeld `XPATH_INT('15 ','sum(value/*)') = 6` ### XPATH\_LONG(XML-tekenreeks, XPath-expressietekenreeks) Retourneert de numerieke waarde van de XPath-expressie of nul als de uitkomst van de XPath-expressie geen getal is. Voorbeeld `XPATH_LONG('15 ','sum(value/*)') = 6` ### XPATH\_SHORT(XML-tekenreeks, XPath-expressietekenreeks) Retourneert de numerieke waarde van de XPath-expressie of nul als de uitkomst van de XPath-expressie geen getal is. Voorbeeld `XPATH_SHORT('15 ','sum(value/*)') = 6` ### XPATH\_STRING(XML-tekenreeks, XPath-expressietekenreeks) Retourneert de tekst van het eerste overeenkomende knooppunt. Voorbeeld `XPATH_STRING('http://www.w3.org http://www.tableau.com', 'sites/url[@domain="com"]') = 'http://www.tableau.com'` ## Specifieke functies voor Google BigQuery ### DOMAIN(tekenreeks\_url) Retourneert het domein van een opgegeven URL als tekenreeks. Voorbeeld `DOMAIN('http://www.google.com:80/index.html') = 'google.com'` ### GROUP\_CONCAT(expressie) Voegt waarden uit elk record samen in één door komma's gescheiden tekenreeks. Deze functie werkt als een SUM() voor tekenreeksen. Voorbeeld `GROUP_CONCAT(Region) = "Central,East,West"` ### HOST(tekenreeks\_url) Retourneert voor een opgegeven URL-tekenreeks de hostnaam als tekenreeks. Voorbeeld `HOST('http://www.google.com:80/index.html') = 'www.google.com:80'` ### LOG2(getal) Retourneert de logaritmebasis 2 van een getal. Voorbeeld `LOG2(16) = '4.00'` ### LTRIM\_THIS(tekenreeks, tekenreeks) Retourneert de eerste tekenreeks met eventuele voorloop van de tweede tekenreeks verwijderd. Voorbeeld `LTRIM_THIS('[-Sales-]','[-') = 'Sales-]'` ### RTRIM\_THIS(tekenreeks, tekenreeks) Retourneert de eerste tekenreeks met eventuele naloop van de tweede tekenreeks verwijderd. Voorbeeld `RTRIM_THIS('[-Market-]','-]') = '[-Market'` ### TIMESTAMP\_TO\_USEC(expressie) Converteert een TIMESTAMP-datatype naar een UNIX-tijdstempel in microseconden. Voorbeeld `TIMESTAMP_TO_USEC(#2012-10-01 01:02:03#)=1349053323000000` ### USEC\_TO\_TIMESTAMP(expressie) Converteert een UNIX-tijdstempel in microseconden naar een TIMESTAMP-datatype. Voorbeeld `USEC_TO_TIMESTAMP(1349053323000000) = #2012-10-01 01:02:03#` ### TLD(tekenreeks\_url) Retourneert voor een opgegeven URL-tekenreeks het domein van het hoogste niveau plus een landdomein in de URL. Voorbeeld `TLD('http://www.google.com:80/index.html') = '.com'` `TLD('http://www.google.co.uk:80/index.html') = '.co.uk'` [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Achtergrondafbeeldingen gebruiken in uw weergaven Achtergrondafbeeldingen zijn afbeeldingen die u onder uw data weergeeft om meer context aan de markeringen in de weergave toe te voegen. Een veelvoorkomend gebruik van achtergrondafbeeldingen is het toevoegen van aangepaste kaartafbeeldingen die overeenkomen met een coördinatensysteem in uw data. U kunt bijvoorbeeld data hebben die overeenkomen met meerdere verdiepingen in een gebouw. U kunt achtergrondafbeeldingen gebruiken om die data over de daadwerkelijke plattegrond van het gebouw heen te leggen, zodat u meer context krijgt. Andere voorbeelden van het gebruik van achtergrondafbeeldingen zijn onder meer het tonen van een model van de zeebodem, afbeeldingen van webpagina's voor het analyseren van weblogs en zelfs niveaus van videogames om spelersstatistieken te visualiseren. Terwijl u met Tableau dynamische kaarten van de online en offline provider kunt laden, kunt u met achtergrondafbeeldingen uw eigen aangepaste afbeeldingen gebruiken, of het nu speciale kaarten zijn of een andere afbeelding die overeenkomt met uw data. ## Achtergrondafbeeldingen toevoegen aan uw werkmap Wanneer u een achtergrondafbeelding toevoegt aan de weergave, moet u een coördinatensysteem opgeven door zowel de X- als de Y-as toe te wijzen aan de waarden van velden in uw database. Als u een kaart toevoegt, moeten de X- en Y-assen de lengte- en breedtegraad weergeven in de vorm van een decimaal. U kunt de assen echter toewijzen aan relevante velden op basis van uw eigen coördinatensysteem. **Een achtergrondafbeelding toevoegen:** 1. Selecteer Kaart > Achtergrondafbeeldingen en selecteer vervolgens een databron. ![Het vervolgkeuzemenu Kaart met de optie Achtergrondafbeeldingen geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/adding1.png)3. Klik in het dialoogvenster Achtergrondafbeeldingen op Afbeelding toevoegen. ![Het dialoogvenster Achtergrondafbeeldingen met velden voor Naam, Geldige en Vereiste velden, samen met knoppen voor Afbeelding toevoegen, Bewerken, Verwijderen, OK, Annuleren en Toepassen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/adding2.png)5. In het dialoogvenster Achtergrondafbeelding toevoegen, doet u het volgende: - Typ een naam voor de afbeelding in het tekstvak Naam. - Klik op Bladeren om naar de afbeelding te navigeren die u aan de achtergrond wilt toevoegen en deze te selecteren. U kunt ook een URL intypen om te linken naar een afbeelding die online wordt gehost. - Selecteer het veld dat u wilt toewijzen aan de x-as van de afbeelding en geef de linker- en rechterwaarden op. Wanneer u een kaart toevoegt, moeten de lengtegraadwaarden worden toegewezen aan de x-as met behulp van decimale waarden (in plaats van graden/minuten/seconden of N/Z/O/W). - Selecteer het veld dat u wilt toewijzen aan de y-as van de afbeelding en geef de bovenste en onderste waarden op. Wanneer u een kaart toevoegt, moeten de breedtegraadwaarden worden toegewezen aan de y-as met behulp van decimale waarden (in plaats van graden/minuten/seconden of N/Z/O/W). - U kunt de intensiteit van de afbeelding aanpassen met behulp van de schuifregelaar. Hoe verder de schuifregelaar naar rechts beweegt, hoe vager de afbeelding achter uw data zal verschijnen. ![Voeg een achtergrondafbeelding toe aan een kaartdialoogvenster.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/adding3.png) 6. U kunt de volgende opties opgeven met behulp van het tabblad Opties. - Hoogte-breedteverhouding vergrendelen: selecteer deze optie om de oorspronkelijke dimensies van de afbeelding te behouden voor eventuele aanpassingen van de assen. Als u deze optie uitschakelt, kan de vorm van de afbeelding worden vervormd. - Altijd volledige afbeelding tonen: selecteer deze optie om te voorkomen dat de afbeelding wordt bijgesneden als de data slechts een deel van de afbeelding beslaan. Als u beide assen in een weergave vergrendelt, wordt deze optie mogelijk teniet gedaan. - Voeg voorwaarden toe voor wanneer de afbeelding moet worden weergegeven. Raadpleeg [Data uit uw weergaven filteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm#AddConditions) voor meer informatie over het definiëren van voorwaarden. ![Een dialoogvenster met de naam 'Achtergrondafbeelding toevoegen' met velden voor naam, afbeeldingsopties en 'Alleen weergeven wanneer'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/adding4.png) 7. Klik op OK. Wanneer u de x- en y-velden toevoegt aan de container Rijen en Kolommen in de weergave, wordt de achtergrondafbeelding achter de data weergegeven. Als de achtergrondafbeelding niet wordt weergegeven, controleer dan of u de opgesplitste meetwaarden voor de x- en y-velden gebruikt. Om alle meetwaarden op te splitsen, selecteert u Analyse > Geaggregeerde meetwaarden. Om elke meetwaarde afzonderlijk te wijzigen, klikt u met de rechtermuisknop op het veld op de container en selecteert u Dimensie. Als u tot slot de gegenereerde velden voor de breedtegraad en lengtegraad voor de x- en y-velden hebt gebruikt, moet u de ingebouwde kaarten uitschakelen voordat uw achtergrondafbeelding wordt weergegeven. Selecteer Kaart > Achtergrondkaarten > Geen om de ingebouwde kaarten uit te schakelen. Om de markeringen in een weergave beter zichtbaar te maken wanneer ze op een achtergrondafbeelding worden geplaatst, wordt elke markering omgeven door een effen contrasterende kleur, een zogenaamde halo. U kunt markeringshalo's uitschakelen door Notatie > Markeringshalo’s tonen te selecteren. ## Een weergave met een achtergrondafbeelding opbouwen Nadat u een achtergrondafbeelding hebt toegevoegd, moet u de weergave opbouwen op een manier die overeenkomt met de x- en y-toewijzingen die u voor de afbeelding hebt opgegeven. Dat wil zeggen dat de velden die u hebt opgegeven als x en y op de juiste containers moeten staan. Volg de onderstaande stappen om de weergave correct in te stellen: 1. Plaats het veld dat is toegewezen aan de x-as op de container Kolommen. Als u met kaarten werkt, moet het lengtegraadveld zich op de container Kolommen bevinden. In eerste instantie lijkt dit misschien vreemd, maar de velden op de container Kolommen bepalen de waarden die over de x-as worden verdeeld. 2. Plaats het veld dat is toegewezen aan de y-as op de container Rijen. Als u met kaarten werkt, moet het breedtegraadveld zich op de container Rijen bevinden. In eerste instantie lijkt dit misschien vreemd, maar de velden op de container Rijen bepalen de waarden die over de y-as worden verdeeld. ## Een achtergrondafbeelding bewerken Nadat u een achtergrondafbeelding hebt toegevoegd, kunt u altijd teruggaan en de x- en y-veldtoewijzingen bewerken, evenals alle opties op het tabblad Opties. Een afbeelding bewerken: 1. Selecteer Kaart > Achtergrondafbeeldingen. 2. Selecteer in het dialoogvenster Achtergrondafbeeldingen de afbeelding die u wilt bewerken en klik op Bewerken (u kunt ook gewoon dubbelklikken op de naam van de afbeelding). ![Het dialoogvenster Achtergrondafbeeldingen met een geselecteerde afbeelding en de knop Bewerken omcirkeld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/edit1.png)4. Breng in het dialoogvenster Achtergrondafbeeldingen bewerken de wijzigingen aan in de afbeelding en klik op OK. ## Achtergrondafbeeldingen in- of uitschakelen Hoewel u meerdere afbeeldingen aan een werkmap kunt toevoegen, wilt u wellicht slechts een subset van de afbeeldingen gebruiken voor een bepaalde set werkbladen. U wilt bijvoorbeeld in de ene weergave een kaart van de gehele Verenigde Staten van Amerika weergeven, en in andere weergaven kaarten van afzonderlijke staten. Gebruik de selectievakjes in het dialoogvenster Achtergrondafbeeldingen om de afbeeldingen voor het huidige werkblad in en uit te schakelen. U kunt meerdere afbeeldingen tonen door meerdere afbeeldingen op één werkblad in te schakelen. U hebt bijvoorbeeld meerdere afbeeldingen die u op de achtergrond naast elkaar wilt plaatsen om een grotere achtergrondafbeelding te maken. Een achtergrondafbeelding in- of uitschakelen: 1. Selecteer Kaart > Achtergrondafbeeldingen. 2. Schakel in het dialoogvenster Achtergrondafbeeldingen de selectievakjes in naast de afbeeldingen die u wilt inschakelen. ![Een tabel met achtergrondafbeeldingen en hun zichtbaarheid.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/enable1.png)4. Klik op OK. ## Tonen/Verbergen toevoegen aan voorwaarden voor achtergrondafbeeldingen Wanneer u een achtergrondafbeelding toevoegt en deze inschakelt, wordt de afbeelding automatisch weergegeven op elk werkblad waarin de vereiste velden in de weergave worden gebruikt. Om te voorkomen dat een afbeelding op alle werkbladen wordt weergegeven, kunt u voorwaarden voor tonen/verbergen opgeven. Voorwaarden voor tonen/verbergen zijn voorwaardelijke instructies die u definieert om op te geven wanneer de afbeelding moet worden getoond. U hebt bijvoorbeeld een plattegrondafbeelding voor een gebouw met meerdere verdiepingen. Hoewel elke afbeelding is gekoppeld aan dezelfde coördinaten (de hoeken van het gebouw), wilt u niet de plattegrond van de eerste verdieping weergeven als u naar de informatie op de derde verdieping kijkt. In dit geval kunt u een voorwaarde opgeven om alleen de afbeelding op de eerste verdieping te tonen als het veld Verdieping gelijk is aan één. **Voorwaarden voor tonen/verbergen opgeven:** 1. Selecteer Kaart > Achtergrondafbeeldingen en selecteer vervolgens een databron. 2. Selecteer in het dialoogvenster Achtergrondafbeeldingen de afbeelding waaraan u een voorwaarde wilt toevoegen en klik op Bewerken. 3. In het volgende dialoogvenster selecteert u het tabblad Opties. 4. Klik op de knop Toevoegen onderaan het dialoogvenster. ![Het venster Achtergrondafbeelding toevoegen met opties voor het configureren van een achtergrondafbeelding, waarbij de knop Toevoegen is gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bkimages_manage_conditions1.png)6. Selecteer een veld waarop u de voorwaarde wilt baseren. In het hierboven beschreven voorbeeld is het veld Verdieping. ![Het venster Veld selecteren toont de opties voor slaapkamers, verdieping en eenheidnummer en de geselecteerde verdieping.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bkimages_manage_conditions2.png)8. Geef op wanneer u de afbeelding wilt tonen door een waarde van het veld te selecteren. Voor dit voorbeeld is er één geselecteerd. ![Het venster Waarde selecteren met de waarden 1 tot en met 4 voor de waardeopties en het getal 1 geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bkimages_manage_conditions3.png)10. Klik op OK. Er wordt een instructie voor de voorwaarde toegevoegd aan de afbeelding. In het voorbeeld van de plattegrond van een gebouw is de instructie voor de voorwaarden: De afbeelding alleen tonen wanneer Verdieping gelijk is aan Eén. 11. Klik tweemaal op OK om de dialoogvensters Achtergrondafbeeldingen te sluiten en de wijzigingen toe te passen. Wanneer u meerdere voorwaarden toevoegt, wordt de achtergrondafbeelding alleen getoond als aan alle voorwaarden is voldaan. Als een achtergrondafbeelding bijvoorbeeld twee voorwaarden heeft voor Gebouwnaam en Verdieping, wordt deze alleen getoond als het Gebouw Greenwood Estates is en de Verdieping 3 is. ## Een achtergrondafbeelding verwijderen Als u een achtergrondafbeelding niet langer wilt gebruiken, kunt u deze uitschakelen of verwijderen, waardoor deze niet meer beschikbaar is voor alle werkbladen. **Een afbeelding verwijderen:** 1. Selecteer Kaart > Achtergrondafbeeldingen. 2. Selecteer in het dialoogvenster Achtergrondafbeeldingen de afbeelding die u wilt verwijderen en klik op Verwijderen. ![Het venster Achtergrondafbeeldingen met de achtergrondafbeelding Plattegrond 1 geselecteerd en de knop Verwijderen gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bkimages_manage_remove1.png) 3. Klik op OK. ## Zie ook - [Kaarten en geografische data-analyse in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps.htm) ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Achtergrondkaarten selecteren Tableau wordt geïnstalleerd met een set achtergrondkaarten waarmee u kaartweergaven kunt maken. Standaard worden Tableau-kaarten weergegeven met een Lichte achtergrondlaag die wordt geleverd door Mapbox-kaarten. Deze tabel beschrijft de acht achtergrondkaarten die bij Tableau worden geïnstalleerd. | Achtergrondkaart | Beschrijving | | --- | --- | | Licht | Een subtiele kaart die de nadruk legt op de markeringen en tegelijkertijd geografische context biedt. Alle gebieden zonder data worden wit of lichtgrijs weergegeven. | | Normaal | Een algemene kaart, vergelijkbaar met Licht. Landoppervlakken zonder data worden wit of lichtgrijs weergegeven, en water in het lichtblauw. | | Donker | Een subtiele kaart die de nadruk legt op markeringen en tegelijkertijd geografische context biedt. Het omgekeerde van de Licht-kaart: gebieden zonder data worden zwart of donkergrijs weergegeven. | | Straten | Een algemene kaart met de belangrijkste wegen en netwerken voor het openbaar vervoer. | | Outdoors | Een algemene kaart met daarop het terrein en de natuur, waaronder waterpartijen en parken. | | Satelliet | Een gestileerde kaart met wereldwijde satellietbeelden. | | Offline | Een kaart die u kunt gebruiken als u niet met internet bent verbonden. Deze achtergrondkaart slaat de afbeeldingen waaruit de kaart bestaat op in een cache op uw computer. Zo worden de prestaties verbeterd en is offline toegang mogelijk. Zie het deel Offline kaarten voor meer informatie. | | Geen | Een visualisatie die data tussen breedtegraad en lengtegraad weergeeft op een ander visualisatietype dan een kaart. | ## Uw achtergrondkaart wijzigen: Selecteer in Tableau Kaart \> Achtergrondkaarten en vervolgens de achtergrondkaart die u wilt gebruiken. ## Uw standaardachtergrondkaart in Tableau Desktop wijzigen (functie verouderd) > [!WARNING] > > **Opmerking:** Het wijzigen van uw standaardachtergrondkaart is een oudere functie die alleen werkt met WMS-kaarten op Tableau Desktop. Wij raden u af om deze functie te gebruiken. U kunt ervoor kiezen om uw standaardachtergrondkaart in te stellen op een Web Map Service (WMS) of een offline kaart. Zie [WMS-servers (Web Map Services) gebruiken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/maps_mapsources_wms.htm) Voor meer informatie over het gebruik van een WMS-kaart. Om een standaard achtergrondkaart op te geven: 1. Selecteer in Tableau Desktop Kaart > Achtergrondkaarten > Mapbox-kaart toevoegen… of Offline. 2. Selecteer Kaart > Achtergrondkaarten > Instellen als standaard om de geselecteerde achtergrondkaart als standaard in te stellen. De achtergrondkaart wordt automatisch opgeslagen als Tableau Map Source (.tmsd) en in de map Kaartbronnen van uw Mijn Tableau-opslagplaats. Dit is nu de standaard achtergrondkaart voor alle nieuwe werkbladen. ## De offline achtergrondkaart gebruiken U kunt data offline in een kaartweergave maken en inspecteren met de offline achtergrondkaart die bij Tableau Desktop wordt geleverd. **Om de offline achtergrondkaart te gebruiken:** - Selecteer in Tableau Kaart \> Achtergrondkaarten > Offline **Opmerking**: de offline achtergrondkaart maakt gebruik van kaartafbeeldingen die op uw computer zijn opgeslagen. Deze afbeeldingen kunt u op de volgende locaties vinden: - In Windows: `C:\Program Files\Tableau\\Local\Maps` - Bij Mac: `//Applications/.app/Contents/install/local/maps` Er zijn echter verschillende acties waarbij Tableau een kaartafbeelding moet ophalen die mogelijk niet is opgeslagen. Als de nieuwe kaartafbeelding niet op uw computer is opgeslagen, kunt u de kaart pas laden nadat u opnieuw verbinding hebt gemaakt met de online kaart die bij Tableau wordt geleverd. Mogelijk moet u opnieuw verbinding maken met de online kaart als u een of meer van de volgende handelingen wilt uitvoeren: - Lagen in- of uitschakelen: als u besluit een laag in te schakelen die niet in de cache is opgeslagen, moet Tableau verbinding maken om de benodigde informatie op te halen. - In- of uitzoomen: in- of uitzoomen op een kaart vereist verschillende kaartafbeeldingen. Als de afbeeldingen op het opgegeven zoomniveau zich niet in de cache bevinden, moet Tableau de bijgewerkte kaarten ophalen. - Pannen: voor pannen zijn soms nieuwe kaartafbeeldingen nodig. Als u offline werkt en de benodigde kaartafbeeldingen en legenda's niet in de cache hebt opgeslagen, worden de nieuwe afbeeldingen en legenda's niet geladen. **Om opnieuw verbinding te maken met de Tableau-kaart:** - Selecteer in Tableau Desktop Kaart \> Achtergrondkaarten > Tableau Opmerking: Als u een kaart instelt op Offline en vervolgens de werkmap publiceert, zal de gepubliceerde werkmap nog steeds de Offline, opgeslagen kaarten gebruiken, met alle functies en beperkingen van Offline kaarten die eerder zijn vermeld. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Acties Voeg context en interactiviteit toe aan uw data met behulp van acties. Gebruikers voeren interactie uit met uw visualisaties door markeringen te selecteren of de cursor over markeringen te bewegen, of door een link in een tooltipmenu te selecteren. De acties die u instelt, kunnen reageren met navigatie en wijzigingen in de weergave. In een dashboard dat de huizenverkopen per buurt weergeeft, kunnen acties bijvoorbeeld relevante informatie over een geselecteerde buurt weergeven. Zo kunt u door een buurt in één weergave te selecteren bijvoorbeeld een kaart highlighten, een lijst met huizen filteren en een webpagina met relevante openbare gegevens openen. Zie [Een algemene handleiding voor dashboardacties](https://public.tableau.com/nl-nl/s/blog/2015/06/rough-guide-dashboard-actions) in de Tableau Public-blog voor gerelateerde informatie en voorbeelden. ## Actietypen Er zijn verschillende actietypen en elk type dient een ander doel: - **Filter**. Gebruik de data uit een bepaalde weergave om data in een andere weergave te filteren. - **Highlight**. Vestig de aandacht op interessante punten door alle andere grijs weer te geven. - **Naar URL**. Maak hyperlinks naar externe bronnen, zoals een webpagina of bestand. - **Ga naar blad**. Vereenvoudig de navigatie naar andere werkbladen, dashboards of verhalen in dezelfde werkmap. - **Parameter wijzigen**. Laat gebruikers parameterwaarden wijzigen door directe interactie met markeringen in een visualisatie. - **Setwaarden wijzigen**. Laat gebruikers de waarden in een set wijzigen door directe interactie met markeringen in een visualisatie. ## Volgorde van bewerkingen In Tableau worden acties in een specifieke volgorde uitgevoerd: 1. Parameter 2. Set 3. Filter 4. Naar blad 5. Highlight 6. Naar URL Binnen elk type worden acties in alfabetische volgorde uitgevoerd. Dit betekent dat, als er twee filteracties zijn, '_Een filteractie_' wordt uitgevoerd vóór '_Dit is een filter_'. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Acties en dashboards Omdat een dashboard meerdere weergaven kan bevatten, kan één enkele filter- of highlightactie grote impact hebben. Dashboards kunnen ook webpagina-objecten bevatten, die u kunt targeten met interactieve URL-acties. ## Eén weergave gebruiken om andere weergaven in een dashboard te filteren Stel u voor dat u een dashboard hebt dat drie weergaven over de winstgevendheid bevat: een kaart, een staafdiagram en een tabel met klantnamen. U kunt een filteractie gebruiken om een van de weergaven in uw dashboard, zoals de kaart, bepalend te maken voor de filteractie. Wanneer gebruikers een regio op de kaart selecteren, worden de data in de andere weergaven gefilterd zodat ze alleen betrekking hebben op die regio. 1. Selecteer op het dashboard de weergave die u als filter wilt gebruiken. 2. Selecteer Gebruiken als filter in het snelkoppelingsmenu van de weergave. U kunt dezelfde actie uitvoeren door op het pictogram Gebruiken als filter ![Een filterpictogram.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/action_dashboards3.png) te klikken. ![Een kaart van het noordoosten van de Verenigde Staten in Tableau Desktop, waarbij de staten zijn aangegeven in blauw en oranje, met de optie om dit als filter te gebruiken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/action_dashboards4.png) U kunt ook filteracties gebruiken om de data in een dashboard te filteren als de data afkomstig zijn uit meerdere databronnen. Zie [Filtering Across Multiple Data Sources Using a Parameter](http://kb.tableau.com/articles/howto/filter-multiple-data-sources-using-parameter?lang=nl-nl) in de Tableau-knowledgebase voor meer informatie. Zie [Filteracties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_filter.htm) voor meer informatie over filteracties. ## Meerdere weergaven gebruiken om andere weergaven in een dashboard te filteren Net zoals u één weergave kunt gebruiken om andere weergaven in een dashboard te filteren, kunt u ook meerdere weergaven als filter gebruiken. De truc is om deze weergaven niet alleen als filters te gebruiken, maar ook om te voorkomen dat deze zelf gefilterd worden. 1. Maak of open een dashboard met minstens drie weergaven. ![Een kaart van de Verenigde Staten geeft de totale winst per staat weer, terwijl een tabel de 25 grootste klanten op basis van winst weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_dashboard_multifilter1.png) 2. Selecteer de eerste weergave die u als filter wilt gebruiken (zoals een kaart) en selecteer Gebruiken als filter in het snelkoppelingsmenu. ![Een lijst met opties voor een kaartlaag in een dashboard, inclusief de opties die u kunt gebruiken als filter, pagina-instelling en weergavewerkbalk.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_dashboard_multifilter2.png) 3. Open het snelkoppelingsmenu van dezelfde weergave weer en selecteer Acties negeren. Dit zorgt ervoor dat andere filteracties, inclusief de actie die u nu gaat maken, geen invloed hebben op deze weergave. ![Een lijst met opties voor een kaart in een dashboard, inclusief de opties die u kunt gebruiken als filter, pagina-instelling en weergavewerkbalk, waarbij 'Acties negeren' is gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_dashboard_multifilter3.png) 4. Herhaal stap 2 en 3 voor eventuele andere weergaven die u als filter wilt gebruiken. Door markeringen te selecteren in deze bepalende weergaven, worden data in een of meer detailweergaven gefilterd zonder andere bepalende weergaven te beïnvloeden. ![Er wordt een dashboard weergegeven met een kaart van de Verenigde Staten waarbij Illinois is gehighlight, en een tekstvak met klantgegevens, gefilterd op die staat.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_dashboard_multifilter4.png) ## Tussen weergaven, dashboards of story's navigeren Met de actie Ga naar blad kunnen gebruikers overschakelen op een gerelateerd blad door een markering of item in het knopinfomenu te selecteren. **Opmerking:** als u rechtstreekse navigatie tussen dashboards mogelijk wilt maken, zonder dat gebruikers met data hoeven te werken, kunt u ook [het navigatieobject](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dashboards_create.htm#Add_objects) overwegen. 1. Selecteer Dashboard > Acties op uw dashboard. 2. Klik in het dialoogvenster Acties op Actie toevoegen en selecteer Ga naar blad. ![Dialoogvenster Acties met de optie Ga naar blad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/go-to-sheet-action-1.png) 3. Geef een naam op voor de actie. (Als u ervoor kiest de actie uit te voeren met behulp van een knopinfomenu, is de naam die u hier opgeeft de naam die in de knopinfo wordt getoond.) ![Dialoogvenster met optie voor het toevoegen van bladnavigatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/go-to-sheet-action.png) 4. Selecteer een bronblad dat de actie zal starten. 5. Geef op hoe mensen die uw dashboard bekijken, de actie zullen uitvoeren. Selecteren of Menu zijn de beste opties voor een navigatieactie. Als u Selecteren kiest, kunt u Alleen enkele selectie selecteren, zodat gebruikers niet uit de weergave navigeren als er meerdere markeringen zijn geselecteerd. 6. Als doelblad selecteert u de navigatiebestemming die verschijnt wanneer gebruikers op markeringen of items in het knopinfomenu op het bronblad klikken. Klik vervolgens op OK. ## Een webpagina interactief weergeven in een dashboard (Maken in Tableau Desktop) Als u informatie van internet interactief wilt weergeven in een dashboard, kunt u een URL-actie met een webpaginaobject gebruiken. Stel bijvoorbeeld dat u een dashboard hebt dat de winst per land weergeeft. Naast het tonen van de winstdata in uw dashboard, wilt u ook aanvullende informatie van een website tonen over de landen. **Tip:** als u meerdere webpagina-objecten in een dashboard wilt rangschikken en targeten, [wijzigt u de naam van de objecten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dashboards_organize_floatingandtiled.htm#Rename). 1. Sleep een Webpagina\-object naar uw dashboard en voer een URL in. ![Menu met Dashboard-objecten en gehighlighte webpagina.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_dashboard_urlaction4.png) 2. Selecteer Dashboard > Acties op uw dashboard. 3. Klik in het dialoogvenster Acties op Actie toevoegen en selecteer Naar URL. 4. Geef een naam op voor de link. Als u ervoor kiest de actie uit te voeren met gebruik van een menu, zoals een menuoptie in knopinfo, is de naam die u hier opgeeft de naam die wordt weergegeven. ![Voeg op het dashboard een URL-actie toe met een tekstvak voor het benoemen van de actie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_dashboard_urlaction1.png) 5. Selecteer onder Bronbladen de weergave of databron waarmee de actie wordt gestart. Als u bijvoorbeeld wilt dat de actie wordt gestart wanneer een gebruiker op een link in de knopinfo van een kaart klikt, selecteert u de kaartweergave. 6. Geef op of mensen die uw dashboard bekijken de actie uitvoeren door middel van een menu, aanwijzen met de muis of selecteren. Zie [Acties uitvoeren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_running.htm) voor meer informatie. 7. Voer de URL in, beginnend met het voorvoegsel http:// of https://, bijvoorbeeld `http://www.example.com`. U kunt veldwaarden als parameters gebruiken in uw URL. Als Land bijvoorbeeld een veld is dat wordt gebruikt door een weergave in uw dashboard, kunt u `` gebruiken als parameter in uw URL. Zie [URL-acties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_url.htm) voor meer informatie. ![Voeg op het dashboard een URL-actie toe met een tekstvak voor het invoeren van de URL.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_dashboard_urlaction3.png) 8. Selecteer bij URL-doel de optie Webpaginaobject en selecteer het object dat u in stap 1 hebt gemaakt. Wanneer u de actie activeert, wordt automatisch een webpagina in het dashboard geladen in plaats van dat er een apart browservenster wordt geopend. ![Dashboard met een link naar een webpagina die u naar het Wikipedia-artikel over Brazilië brengt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard2.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Acties instellen Gebruik setacties om uw doelgroep rechtstreeks te laten communiceren met een visualisatie of dashboard om aspecten van hun analyse te controleren. Wanneer een gebruiker markeringen in de weergave selecteert, kunnen setacties de waarden in een set wijzigen. In [Voorbeelden van setacties](#Examples) vindt u voorbeelden van hoe setacties kunnen worden gebruikt. ![Afbeelding van een dashboard dat setacties gebruikt. Een gebruiker selecteert een markering in een bepaald gedeelte van het dashboard om de waarden te bepalen die in een ander deel van het dashboard worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/setactions_overview.gif) Acties instellen gaan uit van een bestaande set en werken de waarden in die set bij op basis van gebruikersacties in een visualisatie. U kunt de setactie zodanig definiëren dat deze het volgende omvat: - het bronblad of de bronbladen waarop de actie van toepassing is. - het gebruikersgedrag waarna de actie wordt uitgevoerd (aanwijzen met de muis, selecteren of menu). - de doelset (de databron en de te gebruiken set). - wat er gebeurt als de selectie wordt gewist. De set waarnaar in de actie wordt verwezen moet op de een of andere manier in de visualisatie worden gebruikt om een visualisatie te wijzigen of te beïnvloeden. U kunt de set bijvoorbeeld gebruiken voor een berekening of op een container of de kaart Markeringen. U kunt setacties maken in Tableau Desktop, Tableau Cloud en Tableau Server. Acties instellen kunnen echter niet worden gebruikt met [Verhalen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/stories.htm). ## Algemene stappen voor setacties 1. Maak een of meer sets. De sets die u maakt, worden gekoppeld aan de databron die momenteel is geselecteerd. Zie [Sets maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_sets_create.htm) voor meer informatie over het maken van sets. 2. Maak een [setactie](#Create) die een van de gemaakte sets gebruikt. U kunt meerdere setacties maken voor verschillende doeleinden. 3. Maak een berekend veld dat gebruikmaakt van de set. Zie [Een berekend veld maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_create.htm#Create) voor meer informatie over het maken van berekende velden. 4. Ontwikkel een visualisatie die een set gebruikt waarnaar wordt verwezen door een setactie. Als u bijvoorbeeld een berekend veld maakt dat de set gebruikt, bouwt u de weergave op met behulp van die berekening. Of sleep de set naar Kleur op de kaart Markeringen. 5. Test de setactie en pas de instellingen zo nodig aan om de gewenste functionaliteit voor uw doelgroep te bereiken. **Aan de slag**: zie [Klaar voor de start: alles wat u moet weten om aan de slag te gaan met setacties](http://www.lindseypoulter.com/2018/12/18/getsetgo/) (in het Engels) in het [Data Viz Linds](http://www.lindseypoulter.com/category/how-to/)\-blog voor een samenvatting van wat u moet weten om setacties te maken. ## Een setactie maken 1. Selecteer Werkblad \> Acties in een werkblad. Selecteer Dashboard > Acties op een dashboard. 2. Klik in het dialoogvenster Acties op Actie toevoegen en selecteer Setwaarden wijzigen. ![Het dialoogvenster Acties, waarbij op de knop Actie toevoegen is geklikt en de actie Setwaarden wijzigen is geselecteerd om een setactie te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Actions_dialog.png) 3. Geef in het dialoogvenster Setactie toevoegen/bewerken een toepasselijke naam op voor de actie. 4. Selecteer een bronblad of databron. Standaard is het huidige blad geselecteerd. Als u een databron of een dashboard selecteert, kunt u daarin afzonderlijke bladen selecteren. ![Dialoogvenster Setactie toevoegen of bewerken met verschillende instellingen voor setacties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Edit_Set_Action_dialog1.png) 5. Selecteer hoe gebruikers de actie uitvoeren. - Aanwijzen met de muis - de actie wordt uitgevoerd wanneer een gebruiker met de muiscursor een markering in de weergave aanwijst. - Selecteren - de actie wordt uitgevoerd wanneer een gebruiker op een markering in de weergave klikt. Deze optie werkt goed voor setacties. - Menu - de actie wordt uitgevoerd wanneer een gebruiker met de rechtermuisknop klikt of Control ingedrukt houdt en klikt (Mac) op een geselecteerde markering in de weergave en vervolgens een optie in het contextmenu selecteert. 6. Geef de doelset op. Selecteer eerst de databron en vervolgens de set. De sets die beschikbaar zijn in de Doelset zijn afkomstig van de geselecteerde databron of sets die in het werkblad voor die databron zijn gemaakt. ![Dialoogvenster Setactie toevoegen of bewerken met verschillende instellingen voor setacties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Edit_Set_Action_dialog2.png) In dit voorbeeld gebruikt de doelset _Globale Superstore 2016_ als databron en _Orders met hoge verzendkosten_ als de set. 7. Geef op wat er gebeurt als de actie wordt uitgevoerd in de weergave: - **Waarden toewijzen aan set** - vervangt alle waarden in de set door de geselecteerde waarden. - **Waarden toevoegen aan set** - voegt individueel geselecteerde waarden toe aan de set. - **Waarden uit set verwijderen** - verwijdert individueel geselecteerde waarden uit de set. **Opmerking:** als u **Waarden toevoegen aan set** of **Waarden uit set verwijderen** selecteert via het dialoogvenster Setactie wijzigt u de waarden die zijn geselecteerd op het tabblad Algemeen van de setdefinitie, net als bij **Waarden toewijzen aan set**. Dit in tegenstelling tot de functies **Toevoegen aan** en **Verwijderen uit** in de ontwerpmodus via het contextmenu van de set in de knopinfo. Deze laatste voegt waarden samen in of verwijdert deze uit de set nadat de opgegeven voorwaarde is toegepast. 9. Geef op wat er gebeurt als de selectie in de weergave wordt gewist: - **Waarden van set behouden** - huidige waarden in de set blijven in de set. - **Alle waarden toevoegen aan set** - voegt alle mogelijke waarden toe aan de set. - **Alle waarden uit set verwijderen** - verwijdert eerder geselecteerde waarden uit de set. 10. Klik op OK om de wijzigingen op te slaan en terug te keren naar de weergave. 11. Test de setactie door interactie met de visualisatie aan te gaan. Pas enkele instellingen voor de actie aan om het gedrag van de selectie naar wens aan te passen. ## Voorbeelden van setacties Hier volgen enkele voorbeelden van de vele manieren waarop u setacties kunt gebruiken. U kunt de voorbeelden beter volgen als u vertrouwd bent met het maken en gebruiken van sets en berekende velden. Zie [Sets maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_sets_create.htm) en [Een berekend veld maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_create.htm#Create) voor meer informatie. **Meer informatie**: meer diepgaande voorbeelden van hoe u setacties kunt gebruiken in Tableau: - [8 manieren om krachtige nieuwe vergelijkingen aan te bieden aan visualisatiedoelgroepen met setacties](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2018/11/8-ways-bring-powerful-new-comparisons-viz-audiences-set-actions-97207) (in het Engels) in het [Tableau-blog](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog) - [8 analytische concepten om uit te drukken met Tableau-setacties](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2018/12/8-analytic-concepts-express-tableau-set-actions-99108) (in het Engels) (Tableau-blog) - [Geavanceerde analysetoepassingen ontwerpen met Tableau-setacties](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2019/1/designing-advanced-analytics-applications-tableau-set-actions-100554) (in het Engels) (Tableau-blog) - Onderwerpen over setacties in het [Data Viz Linds](http://www.lindseypoulter.com/category/how-to/)\-blog - Voorbeelden van setacties op de [Art of the Vizable](https://www.artofthevizable.com/#)\-website van TabLabs. **Een video bekijken**: - [Klaar? Actie!](https://youtu.be/rs8VpWXxhsI) (in het Engels, 1 uur) - [De pracht van sets](https://youtu.be/MwNpmHCl19E) (in het Engels, 1 uur) - [Acties instellen voor gevorderden | Interactieve statistieken](https://youtu.be/3cwTcKlRLjw) (in het Engels, 1 uur) ### Proportioneel vegen Een klassiek voorbeeld van het gebruik van setacties is proportioneel vegen. Zie [Proportioneel highlighten met setacties](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2018/8/how-do-proportional-highlighting-set-actions-latest-tableau-beta-92168) (in het Engels) in het [Tableau blog](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog) en [Tableau-setacties](https://www.theinformationlab.com/2018/08/13/tableau-set-actions/) (in het Engels) in [The Information Lab blog](https://www.theinformationlab.com/category/blog/) (samen met andere voorbeelden). ![Voorbeeld van setactie met proportioneel vegen in een dashboard. Als u op een staaf in de weergave klikt, ziet u het aandeel van waarden in het andere staafdiagram.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_set_pb7.gif) Gedetailleerd voorbeeld van proportioneel vegen In dit voorbeeld wordt de databron **Voorbeeld - Superstore** gebruikt. Deze setactie verandert de kleur van markeringen op basis van het aandeel van de markering dat zich binnen of buiten de set bevindt. 1. Maak verbinding met **Voorbeeld - Superstore**\-data in Tableau Desktop. 2. Sleep de meetwaarde **Verkoop** in een nieuw blad naar Kolommen en sleep de dimensie **Segment** naar Rijen. ![Velden die worden gebruikt om een visualisatie van Verkoop per segment te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_set_pb1.png) 3. Sleep de meetwaarde **Verkoop** in een ander nieuw blad naar Kolommen en sleep de dimensie **Subcategorie** naar Rijen. ![Velden die worden gebruikt om een visualisatie van Verkoop per subcategorie te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_set_pb2.png) 4. Maak een set voor de dimensie **Segment** en noem deze _Segmentset_. ![Klik met de rechtermuisknop op het veld Segment en selecteer achtereenvolgens Maken en Set.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_set_pb3.png) 5. Sleep **Segmentset** in het blad met Verkoop per subcategorie naar **Kleur** op de kaart Markeringen. ![Segmentset geplaatst op de eigenschap Kleur op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_set_pb4.png) Verwissel de kleuren die worden gebruikt voor de markeringen BINNEN of BUITEN de set. ![Voorbeeld van een ingestelde actie met kleuropmaak.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_sets_editcolors.gif) 6. Maak een nieuw dashboard. Sleep beide bladen naar het dashboard. Selecteer in het menu Dashboard de optie Acties. Klik op Actie toevoegen en selecteer Setwaarden wijzigen. ![Open het dialoogvenster Acties vanuit het menu Dashboards.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_set_pb5.png) 7. Configureer de actie met behulp van deze instellingen: ![Geef de setactie de naam Proportioneel vegen, selecteer het dashboard en beide werkbladen, Actie uitvoeren op Selecteren, stel Doelset in op Superstore-database en Segmentset, stel Selectie wissen in op Alle waarden toevoegen aan set.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_set_pb6.png) 8. Klik op OK om de wijzigingen op te slaan en terug te keren naar de weergave. 9. Test de setactie door op de markeringen voor elk segment te klikken. ### Op asymmetrische wijze meer details weergeven Acties instellen kunnen ook in meerdere sets worden gebruikt voor complexere interacties. Als een dataset hiërarchische gegevens bevat, zoals categorie, subcategorie en producent, worden normaal gesproken alle waarden op een bepaald niveau uitgebreid als u doorklikt in de hiërarchie. U kunt echter setacties gebruiken om op asymmetrische wijze meer details weer te geven, waarbij alleen het volgende hiërarchieniveau voor de geselecteerde waarde wordt geopend. ![Voorbeeld van setactie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/set-actions-demo-asymdrill.gif) Gedetailleerd voorbeeld van Op asymmetrische wijze meer details weergeven In dit voorbeeld wordt de databron **Voorbeeld— Superstore** gebruikt. Hier worden setacties gebruikt in combinatie met twee berekende velden om op asymmetrische wijze meer details weer te geven. 1. Maak een set voor het veld Categorie met de naam _Categorie_set. Kies een willekeurige categorie om lid te worden van die set. Het gaat om een tijdelijk lidmaatschap dat wordt overschreven door de setactie. 2. Maak een berekend veld met de naam _Asymmetrische subcategorie_. Klik met de rechtermuisknop op het veld **Subcategorie** in het deelvenster Data en selecteer Berekend veld maken. Typ de volgende berekening: `IF [Category set] THEN [Sub-Category] ELSE [Category] END` ![Berekeningsvenster met berekening.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_set_ad1.png) Als de categorie van de markering(en) in de weergave zich in de categorieset bevindt, retourneert de berekening de subcategorieën voor die categorie. Anders wordt de categorie weer geretourneerd. De set wordt nog niet gebruikt in de weergave en er is geen actie aan gekoppeld, daarom is de set momenteel statisch. 3. Bouw de weergave op door de velden **Categorie** en **Asymmetrische subcategorie** (in die volgorde) naar Rijen te slepen. Sleep vervolgens **Verkoop** naar Tekst op de kaart Markeringen. ![Voorbeeld van setactie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_set_ad3.png) 4. Maak een setactie. Selecteer de optie Acties in het menu Werkblad. Klik op Actie toevoegen en selecteer Setwaarden wijzigen. Geef de actie de naam _Asymmetrisch naar subcategorie_. ![Het dialoogvenster Setactie toevoegen met instellingen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_set_ad4.png) Selecteer de volgende opties: - Bronbladen: zorg ervoor dat alleen het huidige blad is geselecteerd. - Actie uitvoeren op: kies Selecteren. De actie wordt dan toegepast wanneer de gebruiker een of meerdere markeringen in de weergave selecteert. - Doelset: selecteer de huidige databron in de eerste vervolgkeuzelijst en de categorieset in de tweede vervolgkeuzelijst. - De selectie wissen: selecteer Alle waarden uit set verwijderen. Klik op OK om de wijzigingen op te slaan. 5. Test de setactie. Wanneer u op een koptekst of markering in de weergave klikt, wordt deze uitgevouwen naar het volgende niveau. Als u op een categoriestaaf klikt, worden de desbetreffende subcategorieën uitgevouwen. ### Kleurschaling De kleurwaarden in een visualisatie kunnen vaak worden vervormd door uitschieters. Wanneer één land een aanzienlijk hogere waarde heeft dan andere landen, kan de nuance van de verschillen tussen die niet-extreme waarden verloren gaan. Een setactie kan de waarden in een landenset bijwerken op basis van de selectie in de visualisatie. Die set wordt vervolgens gebruikt in een berekend veld dat de waarde van de relevante meetwaarde alleen berekent voor de landen in die set, en dat berekende veld wordt op kleur geplaatst. Wanneer dan landen op de kaart worden geselecteerd, is het kleurenpalet alleen op die landen gebaseerd, waardoor er grotere visuele verschillen tussen die waarden zichtbaar zijn. ![Voorbeeld van de selectie van een subset van markeringen op de wereldkaart. Het kleurwaardenbereik verandert per selectie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_sets_colorscaling.gif) Gedetailleerd voorbeeld van kleurschaling In dit voorbeeld wordt de [Globale Superstore-databron](http://www.tableau.com/nl-nl/sites/default/files/training/global_superstore.zip) gebruikt. 1. Maak een set op het veld **Land** met de naam _Landenset_. Selecteer een willekeurig land om lid te worden van die set. Het gaat om een tijdelijk lidmaatschap dat wordt overschreven door de setactie. 2. Maak een berekend veld met de naam _Verzendkosten per land_. Klik met de rechtermuisknop in het deelvenster Data en selecteer Berekend veld maken. Typ de volgende berekening: `IF [Country set] THEN ([Shipping Cost]) END` ![Berekeningsvenster met berekening.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_set_cs1.png) Als het land van de markering(en) in de weergave zich in de Landenset bevindt, retourneert de berekening de Verzendkosten. Anders gebeurt er niets. Het berekende veld koppelt de set aan de weergave. 3. Dubbelklik op de dimensie **Land** om automatisch een kaart te maken. 4. Sleep **Verzendkosten per land** naar Kleur op de kaart Markeringen. De kaart wordt nu automatisch bijgewerkt en gevuld met kleur. ![Wereldkaart met verzendkosten per land op kleur.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_set_cs2.png) 5. Maak de setactie: _Kleurschaling per land_. Selecteer de optie Acties in het menu Werkblad. Klik op Actie toevoegen en selecteer Setwaarden wijzigen. Geef de setactie de naam _Kleurschaling per land_. ![Dialoogvenster Setactie bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_set_cs3.png) Selecteer de volgende opties: - Bronbladen: selecteer alleen het huidige blad. - Actie uitvoeren op: selecteer Selecteren. De actie wordt dan toegepast wanneer de gebruiker een of meerdere markeringen in de weergave selecteert. - Doelset: selecteer de huidige databron in de eerste vervolgkeuzelijst en de categorieset in de tweede vervolgkeuzelijst. - De selectie wissen: selecteer Alle waarden toevoegen aan set. 6. Klik op OK om de wijzigingen op te slaan. 7. Test de setactie. Wanneer u een markering of een groep markeringen in de weergave selecteert, wordt het kleurenpalet voor die markeringen, maar niet voor de volledige dataset bijgewerkt. ### Relatieve datums Dit dashboardvoorbeeld bevat meerdere relatieve datumberekeningen. Op basis van een doeldatum geeft het dashboard het verschil met de vorige dag weer, de procentuele verandering ten opzichte van dezelfde maand in het voorgaande jaar, de Jaar tot nu toe-verkoop voor het huidige jaar en de Jaar tot nu toe-verkoop voor het voorgaande jaar. De setactie in dit dashboard werkt de doeldatum en relevante datumberekeningen bij als reactie op het feit dat een gebruiker op een markering op een tijdlijn klikt. ![Voorbeeld dat illustreert hoe klikken op een tijdlijndatum ertoe leidt dat andere delen van het dashboard worden bijgewerkt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_sets_relativedate.gif) Gedetailleerd voorbeeld van relatieve datums In dit voorbeeld wordt de [Globale Superstore-databron](http://www.tableau.com/nl-nl/sites/default/files/training/global_superstore.zip) gebruikt. De setactie in dit voorbeeld wordt toegepast op de tijdlijn en gebruikt dat blad om het gedrag van het dashboard aan te sturen. Wanneer een gebruiker een markering selecteert in de tijdlijnweergave, werkt de setactie de set Geselecteerde datum bij met één datumwaarde. In dit voorbeeld: - In het veld Besteldatum wordt een set Geselecteerde datum geplaatst. - Met de setactie Doeldatum bijwerken wordt de set Geselecteerde datum bijgewerkt, zodat de datum van de geselecteerde markering de enige waarde in de set is. - Een berekend veld Doeldatum legt de datumwaarde uit de geselecteerde datumset vast. Dat berekende veld wordt gebruikt door andere relatieve-datumberekeningen in de visualisatie. - Elk blad in het dashboard gebruikt berekende velden om de waarden in het blad bij te werken. **Opmerking**: omdat dit een complex voorbeeld is, geeft de onderstaande beschrijving een samenvatting van de belangrijkste stappen en instellingen, in plaats van specifieke details. Instellingen voor het blad Tijdlijn **Verkoop** staat op Rijen. Een berekend veld met de naam **Doeldatum** wordt op Detail geplaatst om het ter beschikking van de referentielijn te stellen. ![Verkoopveld geplaatst op de container Rijen. Berekend veld Doeldatum geplaatst op Detail.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_set_rd2.png) **Vanaf Tableau 2020.2**: de voorgaande afbeelding is geen afspiegeling van de nieuwste gebruikersinterface. Voor elke tabel of map in het deelvenster Data scheidt een grijze lijn de dimensies (boven de lijn) van de meetwaarden (onder de lijn). De labels Dimensies en Meetwaarden worden niet meer gebruikt in het deelvenster Data. **Besteldatum** staat in Kolommen als Exacte datum. ![Besteldatum geplaatst op de container Kolommen. Klik met de rechtermuisknop op het veld Besteldatum in de weergave om het datumtype in te stellen op Exacte datum.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_set_rd4.png) De referentielijn wordt toegepast op het veld Besteldatum en wordt ingesteld op de minimale waarde voor Doeldatum. ![Referentielijn toegepast op het veld Besteldatum. De referentielijn is ingesteld op de minimale waarde voor Doeldatum.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_set_rd3.png) Op dit blad wordt een setactie toegepast die de set Geselecteerde datum bijwerkt op basis van de markering die in de weergave is geselecteerd. ![Setactie die werkt op de set Geselecteerde datum op basis van de geselecteerde markering.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_set_rd1.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Acties uitvoeren Afhankelijk van hoe de actie is gemaakt, kunt u een actie op een van de volgende drie manieren uitvoeren: - Aanwijzen met de muis - plaats de aanwijzer op een markering in de weergave om de actie uit te voeren. Deze optie werkt goed voor highlight- en filteracties in een dashboard. - Selecteren - klik op een markering in de weergave om de actie uit te voeren. Deze optie werkt goed voor alle soorten acties. - Menu - in Tableau Desktop klikt u met de rechtermuisknop (Mac: houd Control ingedrukt en klik) op een geselecteerde markering in de weergave en selecteert u een optie in het contextmenu. In Tableau Server of Tableau Cloud klikt u met de linkermuisknop (Mac: klikken) op een geselecteerde markering in de weergave om het contextmenu te zien. Deze optie werkt goed voor filter- en URL-acties.
Aanwijzen met de muisSelecterenMenu
Een spreidingsdiagram met twee clusters van punten.Een spreidingsdiagram met twee clusters van punten en een cursor die één markering selecteert.Knopinfo met productnaam, verzendmodus, winst en kwaliteit.
Links zijn niet altijd zichtbaar voor elk werkblad en elke markering. Aangezien links worden toegewezen aan specifieke velden in de databron, zijn deze alleen beschikbaar voor de werkbladen die de toegewezen velden gebruiken. Als u bijvoorbeeld een hyperlink toevoegt die zowel de parameter Breedtegraad als Lengtegraad in de link gebruikt, is de link alleen beschikbaar voor werkbladen die Breedtegraad en Lengtegraad gebruiken in de weergave. Bovendien is de link alleen beschikbaar voor markeringen en kopteksten die relevante waarden bevatten. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Ad-hocberekeningen Ad-hocberekeningen zijn berekeningen die u kunt maken en bijwerken terwijl u met een veld op een container in de weergave werkt. Ad-hocberekeningen worden ook wel berekeningen met vrije invoer of inline berekeningen genoemd. ## Een ad-hocberekening maken

Dubbelklik op een bestaand veld om te beginnen met bewerken.

De container Kolommen met Jaar (Besteldatum) en de container Rijen met Som (Winst).
U kunt ook dubbelklikken op een lege container of op een leeg gedeelte van een container om een nieuwe berekening te maken.De container Kolommen met Jaar (Besteldatum) en een lege container Rijen.
Typ om de expressie bij te werken of sleep nieuwe velden naar de expressie vanuit het deelvenster Data of een andere locatie in de weergave.De container Kolommen met Maand (Besteldatum) en de container Rijen met een berekening die gelijk is aan de som van de winst gedeeld door de som van de verkopen.

Druk op Enter of Tab of klik buiten de expressie om de expressie door te voeren, de berekening te sluiten en de weergave bij te werken.

Druk op Ctrl+Enter (of Command+Enter op een Mac) om de expressie door te voeren en de weergave bij te werken zonder de berekening te sluiten.

De container Kolommen met Jaar (Besteldatum) en de container Rijen met de aggregatie van de winstsom gedeeld door de omzet.
Ad-hocberekeningen worden ondersteund op de containers Rijen, Kolommen, Markeringen en Meetwaarden. Ze worden niet ondersteund op de container Filters of Pagina's. Als u in Tableau Desktop werkt, worden fouten in ad-hocberekeningen rood onderstreept. Wijs de fout met de muis aan om een suggestie voor het oplossen van de fout te zien. **Opmerking**: ad-hocberekeningen worden niet benoemd en opgeslagen in het deelvenster Data maar worden opgeslagen wanneer u de werkmap sluit. Als u een ad-hocberekening wilt opslaan voor gebruik in andere werkmapbladen, kopieert u deze naar het deelvenster Data. In Tableau Desktop (maar niet in de browser) wordt u gevraagd de berekening een naam te geven. Zodra u een ad-hocberekening een naam geeft, komt deze overeen met alle berekeningen die u met de berekeningseditor hebt gemaakt, en is deze beschikbaar in andere werkbladen in de werkmap. Zie [Aan de slag met berekeningen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_create.htm) ## Ad-hocberekeningen met meerdere regels Terwijl u een ad-hocberekening typt, kunt u op Shift+Enter drukken om een nieuwe regel te beginnen. In een ad-hocberekening is echter alleen de huidige regel zichtbaar. Dit kan verwarrend zijn voor iemand die de berekening bekijkt of bewerkt zonder te weten dat deze meerdere regels bevat. De eerste regel van een ad-hocberekening met meerdere regels kan een opmerking zijn die als titel voor de berekening dient. Dit is de enige regel die zichtbaar is op de container nadat de berekening is doorgevoerd: //City and State \[City\] + ', ' + \[State\] ## Ad-hocberekeningen en aggregatie Als Tableau bepaalt dat de expressie die u invoert een meetwaarde is (ofwel een getal retourneert), wordt er automatisch een aggregatie aan de expressie toegevoegd wanneer u de expressie doorvoert. Als u bijvoorbeeld `DATEDIFF('day',[Ship Date],[Order Date])` in een ad-hocberekening typt en vervolgens op Enter drukt, ziet u het volgende: SUM(DATEDIFF('day',\[Ship Date\],\[Order Date\])) Als u een veld gebruikt dat al een geaggregeerd veld in een ad-hocberekening is (bijvoorbeeld SUM(\[Profit\])), is het resultaat een geaggregeerde berekening. Wanneer u bijvoorbeeld de ad-hocberekening `SUM([Profit])/SUM([Sales])` doorvoert, is het resultaat: AGG(SUM(\[Profit\])/SUM(\[Sales\])) Zie [Aggregaatfuncties in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_aggregate_create.htm) voor meer informatie over geaggregeerde berekeningen. ## Ad-hocberekeningen voor inzicht en experimenten Normaal gesproken maakt u on-the-fly ad-hocberekeningen om dingen te doen zoals: - Een vermoeden testen - Een wat-als-scenario uitproberen - Fouten opsporen in een complexe berekening ## Ad-hocberekeningen beheren Gebruik de volgende toetsaanslagen om ad-hocberekeningen te beheren. - Dubbelklik in een bestaand veld op de container Rijen, Kolommen, Markeringen of Meetwaarden om deze te openen als een ad-hocberekening. - Dubbelklik ergens anders op een van deze containers om een nieuwe ad-hocberekening te maken. - Druk op Esc om een ad-hocberekening te annuleren. - Druk op Enter om een ad-hocberekening door te voeren, waardoor de weergave wordt bijgewerkt en de ad-hocberekening wordt gesloten. Druk op Ctrl Enter om de wijziging door te voeren en de weergave bij te werken zonder de ad-hocberekening te sluiten. - Als u in Tableau Desktop werkt en er bevindt zich een veld rechts van de huidige ad-hocberekening op dezelfde container, wordt dat veld geopend als een ad-hocberekening wanneer u op Tab drukt. Als u op Tab drukt terwijl er rechts van de huidige ad-hocberekening op de container geen veld staat, wordt een nieuwe ad-hocberekening geopend. Shift+Tab heeft dezelfde functionaliteit, behalve dat u hiermee naar links gaat. - Wanneer u dubbelklikt op een benoemd veld op een container om het te bewerken, wijzigt u niet het oorspronkelijke benoemde veld. Bovendien zijn de volgende regels van toepassing op het gebruik van ad-hocberekeningen. - Er kan slechts één ad-hocberekening tegelijk geopend zijn. - Als een veld waaraan een geografische rol of een boekjaarinstelling is gekoppeld, wordt toegevoegd aan een ad-hocberekening, neemt de ad-hocberekening die rol of instelling over. - Het contextmenu voor een ad-hocberekening ondersteunt dezelfde opties als voor andere velden van hetzelfde type in de weergave, inclusief de mogelijkheid om de aggregatie of indeling te wijzigen. - Ad-hocberekeningen zijn niet beschikbaar wanneer u groepen, sets, hiërarchieën of parameters maakt. - Ad-hocberekeningen zijn geldig voor het maken van trendlijnen, voorspellingen en referentielijnen, -banden en -distributies. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Afbeeldingen uit Google Maps en OpenStreetMap toevoegen als achtergrondafbeeldingen in Tableau U kunt afbeeldingen uit Google Maps of OpenStreetMap toevoegen als statische achtergrondafbeeldingen in Tableau, en er vervolgens datapunten op plotten. Om datapunten op een achtergrondafbeelding van Google Maps of OpenStreetMap te plotten, hebt u de coördinaten van zowel de breedtegraad als van de lengtegraad van uw data nodig. In dit onderwerp wordt beschreven hoe u breedte- en lengtegraadcoördinaten kunt verkrijgen voor Google Maps en OpenStreetMap, en hoe u deze kunt plotten op een achtergrondafbeelding in Tableau. ## Stap 1: Uw kaartcoördinaten zoeken Volg de onderstaande stappen om kaartcoördinaten voor Google Maps of OpenStreetMaps te vinden. ### Optie 1: Datapunten in kaart brengen op Google Maps 1. Ga naar [http://www.gorissen.info/Pierre/maps/googleMapLocation.php](http://www.gorissen.info/Pierre/maps/googleMapLocation.php) en zoek het geografische gebied waarin u datapunten wilt plotten. 2. Zodra u het gewenste gebied hebt gevonden, beweegt u de muis over de meest oostelijke zijde van het gebied en noteert u de lengtegraadcoördinaat (weergegeven in de rechterbenedenhoek van de kaart). Doe hetzelfde voor de meest westelijke zijde van het gebied. 3. Beweeg met de muis over het meest noordelijke deel van het gebied en noteer de breedtegraadcoördinaat. Doe hetzelfde voor het meest zuidelijke deel van het gebied. U zou nu twee breedtegraadcoördinaten moeten hebben (één boven en één onder) en twee lengtecoördinaten (één oost en één west). ![Vier vakken geven kaartcoördinaten weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bkimages_maps1.png) U gebruikt deze coördinaten om de schaal van uw achtergrondafbeelding te definiëren in Tableau en om ervoor te zorgen dat u datapunten op de afbeelding kunt plotten met behulp van breedte- en lengtegraadcoördinaten. 4. Maak een screenshot van uw kaart en sla deze op uw computer op. 5. Volg de stappen in "[Stap 2: Uw kaartafbeelding toevoegen als achtergrondafbeelding](#Step2)" om de afbeelding toe te voegen als achtergrondafbeelding in Tableau. ### Optie 2: Datapunten in kaart brengen op een kaart in OpenStreetMap 1. Ga naar [http://www.openstreetmap.org](http://www.openstreetmap.org/#map=11/47.6076/-122.5484) en zoom in op het geografische gebied waarin u de datapunten wilt plotten. 2. Klik in de bovenste menubalk op **Exporteren**. Het deelvenster Exporteren geeft de breedte- en lengtegraadcoördinaten van het gebied in de weergave weer. U kunt deze coördinaten bewerken om een ander gebied te selecteren. 3. Noteer de coördinaten die in het vak worden weergegeven. 4. Klik aan de rechterkant van de pagina op het pictogram Delen en klik vervolgens op de knop **Downloaden**. 5. Volg de stappen die worden vermeld in "[Stap 2: Uw kaartafbeelding toevoegen als achtergrondafbeelding](#Step2)" om de afbeelding toe te voegen als achtergrondafbeelding in Tableau. ## Stap 2: Uw kaartafbeelding toevoegen als achtergrondafbeelding 1. Open Tableau Desktop en maak verbinding met de data die u op de kaartafbeelding wilt plotten. 2. Selecteer Kaarten\> Achtergrondafbeeldingen en selecteer de databron die u wilt gebruiken om data op uw achtergrondafbeelding te plotten. 3. Klik in het dialoogvenster Achtergrondafbeeldingen op Afbeelding toevoegen. 4. Klik in het dialoogvenster Achtergrondafbeelding toevoegen op Bladeren en navigeer vervolgens naar de locatie van de kaartafbeelding die u eerder hebt gemaakt in Stap 1: Uw kaartcoördinaten zoeken. 5. In het dialoogvenster Achtergrondafbeelding toevoegen doet u het volgende: - In de vervolgkeuzelijst voor het **X-veld**, selecteer Lengtegraad (gegenereerd). - In het vak **Links**, typ de meest oostelijke lengtegraad in uw kaartafbeelding. - In het vak **Rechts**, typ de meest westelijke lengtegraad in uw kaartafbeelding. - In de vervolgkeuzelijst voor het Y-veld, selecteer Breedtegraad (gegenereerd). - In het vak Onder, typ de meest zuidelijke breedtegraad in uw kaartafbeelding. - In het vak Boven, typ u de meest noordelijke breedtegraad in uw kaartafbeelding. 6. Als u klaar bent, klikt u op OK in zowel het dialoogvenster Achtergrondafbeelding toevoegen als Achtergrondafbeeldingen. 7. Selecteer Kaarten\>Achtergrondkaarten\>Geen. De achtergrondafbeelding wordt alleen weergegeven als er geen achtergrondkaart is. 8. Sleep vanuit het deelvenster Meetwaarden de optie **Breedtegraad (gegenereerd)** naar de container Rijen en **Lengtegraad (gegenereerd)** naar de container Kolommen. Uw achtergrondafbeelding zou in de weergave moeten verschijnen. Als dit niet het geval is, of als de afbeelding op de verkeerde schaal verschijnt, voer dan de volgende stappen uit om uw assen te repareren. 9. Dubbelklik in de weergave op de Y-as. 10. Selecteer in het dialoogvenster As bewerken onder Bereik de optie **Vast**. 11. In het tekstvak **Vast begin** voert u de onderste lengtegraad in uw kaartafbeelding in. 12. In het tekstvak **Vast einde** voert u de hoogste lengtegraad in uw kaartafbeelding in. 13. Klik op **OK**. 14. Herhaal stappen 9 - 13 voor de andere as. Zie stappen 1, 2 en 4 in [Coördinaten van achtergrondafbeelding zoeken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/bkimages_coordinates.htm) voor meer informatie over het plotten van uw data op de achtergrondafbeelding. ## Zie ook: [Achtergrondafbeeldingen gebruiken in uw weergaven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/bkimages.htm) [Coördinaten van achtergrondafbeelding zoeken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/bkimages_coordinates.htm) [Mapbox-kaarten gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_mapbox.htm) [WMS-servers (Web Map Service) gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_wms.htm) [Achtergrondkaarten selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Afstanden tussen datapunten en locaties op een kaart meten Wanneer u data in een kaartweergave bekijkt, vraagt u zich mogelijk af hoe die data zich verhouden tot de omliggende geografie, locaties of oriëntatiepunten. Om dit soort vragen te beantwoorden, kunt u de tool Radial gebruiken om geschatte afstanden in uw kaartweergave te meten. In het onderstaande overzicht ziet u het aantal aardbevingen met een sterkte van 6,0 en hoger dat wereldwijd heeft plaatsgevonden tussen januari 1994 en februari 2014. ![Puntenkaart van de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_measure_distance1.png) Op wereldschaal is dit een heel krachtig beeld. Maar u of uw publiek wil misschien inzoomen en bepaalde gebieden nader bekijken. U wilt bijvoorbeeld weten hoeveel aardbevingen er de afgelopen 10 jaar in Indonesië hebben plaatsgevonden, specifiek binnen een straal van 160 kilometer van de hoofdstad Jakarta. U kunt hiervoor de tool Radial gebruiken om alle aardbevingen binnen een straal van ongeveer 160 kilometer van de hoofdstad te vinden. Volg de onderstaande stappen om te leren hoe u afstand kunt meten met de tool Radial. ## Stap 1: inzoomen op een gebied of locatie De eerste stap bij het meten van afstanden op kaarten met de tool Radial is inzoomen op een gebied of locatie in de kaartweergave. Zie [Zoomen en pannen in weergaven, en markeringen selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_pan_zoom.htm) voor meer informatie over het in- en uitzoomen op de weergave. U kunt de functie Kaart zoeken ook gebruiken om snel naar een locatie op uw kaart te gaan. Zie [Zoeken naar locaties op uw kaart](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsearch.htm) voor meer informatie over het zoeken op kaarten. **Opmerking**: u moet meerdere keren inzoomen op de kaart voordat u de afstand kunt meten met de tool Radial. De gemeten afstand wordt niet weergegeven als u te ver buiten de kaart bent ingezoomd. Zie het gedeelte [Nauwkeurigheid van meetwaarden](#MeasurementAccuracy) voor meer informatie. ![Puntenkaart van de Verenigde Staten ingezoomd op Tokio na een zoekopdracht op een kaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_measure_distance2.png) ## Stap 2:selecteer de tool Radial Nadat u hebt ingezoomd op een bepaald gebied of een bepaalde locatie in uw weergave, selecteert u het tool Radial op de weergavewerkbalk en klikt en sleept u over de weergave. De gemeten afstand wordt rechts van de cirkel weergegeven die wordt getoond wanneer u over de weergave sleept. Zie [Markeringen selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_pan_zoom.htm#Select) voor meer informatie over het gebruik van de tool Radial. **Opmerking:** als u geen gemeten afstand ziet, moet u verder inzoomen op een locatie of gebied in de weergave. ![Een kaart van Tokio met een cirkel met een straal van 32 kilometer rond het centrum.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_measure_distance3.png) **Opmerking:** als de weergavewerkbalk verborgen is, drukt u op **S** op uw toetsenbord om de tool Radial te gebruiken. Terwijl u sleept, selecteert de tool Radial de markeringen die zich binnen de straal van de cirkel bevinden. In dit voorbeeld is de straal 100 mijl en het middelpunt Jakarta. Dit betekent dat volgens deze data alle geselecteerde aardbevingen (25) zich in de afgelopen tien jaar binnen een straal van ongeveer 160 kilometer van Jakarta hebben voorgedaan. ![Een kaart van Tokio, Japan, met drie bezienswaardigheden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_measure_distance4.png) ## Nauwkeurigheid van meetwaarden Standaard kennen meetwaarden van de tool Radial een kleine foutmarge, omdat afstanden in de kaartprojectie overdreven worden en langer worden naarmate u zich verder van de evenaar verwijdert. Dit betekent dat u met de tool Radial alleen afstanden bij benadering kunt meten. Met de tool Radial kunt u de afstand nauwkeuriger meten naarmate u dichter bij de evenaar bent en naarmate u verder op de weergave inzoomt. **Opmerking:** de tool Radial is zodanig ontworpen dat er geen gemeten afstand wordt weergegeven als u te ver uitzoomt, omdat de meetwaarde dan onnauwkeurig kan zijn. ## De meeteenheden wijzigen Standaard bepaalt de landinstelling van uw werkmap welke eenheden de tool Radial gebruikt om afstand te meten. Als de landinstelling van uw werkmap is ingesteld op een land dat het imperiale stelsel gebruikt, meet de tool Radial de afstand in voet en mijl. Als de landinstelling van uw werkmap is ingesteld op een land dat het metrieke stelsel gebruikt, meet de tool Radial de afstand in meters en kilometers. U kunt de eenheden wijzigen die de tool Radial gebruikt om afstand te meten voor elke kaartweergave in uw werkmap. Selecteer hiervoor Kaart \> Kaartopties. Klik vervolgens onder Eenheden op het vervolgkeuzemenu en kies uit de volgende opties: - Als u afstanden in meters en kilometers wilt meten, selecteert u Metrisch. - Als u afstanden in voet en mijl wilt meten, selecteert u U.S. - Als u wilt dat de meeteenheden worden bepaald door de landinstellingen van uw werkmap, selecteert u Automatisch. De eenheden die u kiest, worden samen met de werkmap opgeslagen en blijven behouden als u de kaartweergave publiceert naar Tableau Server, Tableau Cloud of Tableau Public. ## Zie ook: [Een kaartschaal tonen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_customize_interaction.htm#scale) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Afzonderlijke onderdelen van de weergave opmaken U kunt afzonderlijke onderdelen van de weergave opmaken, inclusief tekstelementen zoals titels, bijschriften en knopinfo. U kunt ook afzonderlijke besturingselementen opmaken, waaronder legenda's, filters, highlights en parameterbesturingselementen. ## Tekstelementen Er zijn verschillende manieren waarop tekstelementen, zoals titels, bijschriften en knopinfo, in uw weergave kunnen worden weergegeven. U kunt titels en bijschriften op uw werkblad verbergen of weergeven. U kunt ook knopinfo aan Markeringen toevoegen. ### **Titels en bijschriften weergeven** Als een titel of bijschrift niet wordt weergegeven, opent u het menu Werkblad en selecteert u Titel tonen of Bijschrift tonen. Voor dashboards en verhalen zijn er equivalente opties in de respectievelijke menu's (zoals Dashboard > Titel tonen). Er is ook een selectievakje om het dashboard of de verhaaltitel in of uit te schakelen, beschikbaar in het linkerdeelvenster. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_objects_left_pane.png) ### Titels en bijschriften bewerken 1. Wijs op een werkblad met de muis de titel aan om het contextmenu te openen. Selecteer nu de vervolgkeuzepijl aan de rechterkant en vervolgens Titel bewerken of Bijschrift bewerken. Anders:  1. Klik met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op het item dat u wilt wijzigen en selecteer vervolgens Bewerken. 2. Dubbelklik in Tableau Cloud op de werkbladtitel. 2. Wijzig in het dialoogvenster Titel bewerken de tekst en pas het lettertype, het formaat, de stijl, de kleur en de uitlijning aan. Gebruik indien gewenst het menu Invoegen om dynamische tekst toe te voegen, zoals werkbladeigenschappen en veldwaarden. Om een titel of bijschrift terug te zetten naar de standaardwaarde, klikt u op Opnieuw instellen. ![Een dialoogvenster met de naam 'Titel bewerken' met een bewerkbaar tekstveld voor de naam van een werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/title3.png) ### Titels en bijschriften opmaken Zie [Titels](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/view_parts.htm#Titles) voor informatie over het weergeven of verbergen van een titel. 1. Klik met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op de titel, het bijschrift of de legenda in een werkblad en selecteer opmaken, bijvoorbeeld Titel opmaken. 2. In het deelvenster **Opmaak** kunt u met de vervolgkeuzelijsten de standaardarcering of -rand wijzigen. ![Een kaartdiagram met cirkeldiagrammen van landen op een wereldkaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/title4.png) ### Dashboardtitels bewerken Zie [Titels](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/view_parts.htm#Titles) voor informatie over het weergeven of verbergen van een titel. 1. Dubbelklik op de titel op een dashboard. 2. In het dialoogvenster Titel bewerken dat wordt weergegeven, kunt u de titel naar wens opmaken. U kunt een nieuwe titel of beschrijving voor het dashboard invoeren en het lettertype, het formaat, de nadruk, de kleur en de uitlijning wijzigen. U kunt ook de URL van een website invoeren. Tableau maakt dan automatisch een hyperlink. **Opmerking**: als u de hyperlink bewerkt, zorg er dan voor dat u de gehele hyperlink verwijdert en vervolgens de nieuwe invoert. Als u dit niet doet, wordt de tekst van de hyperlink bijgewerkt, maar het URL-pad niet. 3. Klik op OK als u klaar bent. De titel van het dashboard wordt bijgewerkt met de wijzigingen. ### Knopinfo opmaken Knopinfo biedt details die worden weergegeven wanneer u de cursor op een of meer markeringen in de weergave plaatst. Knopinfo biedt ook handige tools om snel een selectie te filteren of te verwijderen, markeringen met dezelfde waarde te selecteren of onderliggende data weer te geven. - Zie [Knopinfo](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/view_parts.htm#Tooltips) voor meer informatie over knopinfo. - Zie [Weergaven maken in Knopinfo (visualisatie in Knopinfo)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viz_in_tooltip.htm) om een visualisatie in knopinfo weer te geven. U kunt de knopinfo bewerken, zodat deze zowel statische als dynamische tekst bevat. U kunt ook wijzigen welke velden in de automatische knopinfo worden opgenomen. 1. Selecteer op de kaart Markeringen Knopinfo. Knopinfo wordt gespecificeerd voor elk werkblad en u kunt deze opmaken met behulp van de opmaaktools bovenaan het dialoogvenster Knopinfo bewerken. 2. Gebruik het menu Invoegen bovenaan het dialoogvenster om dynamische tekst toe te voegen, zoals veldwaarden, bladeigenschappen en meer. 3. Gebruik de opmaaktools bovenaan het dialoogvenster Knopinfo bewerken. Er zijn ook verschillende optionele aanpassingen mogelijk. #### Dynamische tekstwaarden Gebruik de vervolgkeuzelijst Invoegen bovenin het dialoogvenster om dynamische tekst toe te voegen, zoals veldwaarden, werkbladeigenschappen en meer. Met de optie Alle velden in het menu Invoegen, worden alle veldnamen en waarden toegevoegd die in de weergave worden gebruikt. Als u de parameter Alle velden invoegt, wordt de knopinfo bijgewerkt wanneer u de weergave wijzigt. U kunt ook de optie Alle velden gebruiken om velden uit te sluiten. #### Opdrachtknoppen Selecteer de optie Opdrachtknoppen opnemen om opties voor filteren en weergeven van data in de knopinfo weer te geven. Door opdrachtknoppen op te nemen, voegt u bijvoorbeeld de knoppen Alleen deze behouden, Uitsluiten en Data weergeven toe aan de knopinfo. Deze opdrachtknoppen zijn beschikbaar in Tableau Desktop en wanneer de weergave op internet is gepubliceerd of op een mobiel apparaat wordt bekeken. Door het uitvinken van Opdrachtknoppen opnemen, wordt ook de aggregatiesamenvatting verborgen als er meerdere markeringen zijn geselecteerd. #### Selectie per categorie Selecteer het selectievakje Selectie op categorie toestaan om markeringen in een weergave te selecteren die dezelfde waarde hebben door een discreet veld in de knopinfo te selecteren. Zie [Knopinfo](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/view_parts.htm#Tooltips) voor meer informatie. ## Besturingselementen Vanaf Tableau versie 2024.2 kunt u besturingselementen, waaronder legenda's, snelle filters, highlights en parameterbesturingselementen, afzonderlijk of allemaal tegelijk opmaken. In Tableau-versies 2024.1 en lager nemen deze besturingselementen de opmaak over die op werkbladniveau wordt toegepast. ### Besturingselementen weergeven #### Legenda's Er wordt automatisch een legenda weergegeven op het werkblad wanneer u markeringen codeert door ze neer te zetten op de kaarten Kleur, Vorm of Formaat. #### Filters Als u geen filterbesturingselement ziet, wijst u met de muis het veld in het filtervak aan, vouwt u het contextmenu uit en selecteert u Filter weergeven. #### Highlights Wanneer u de highlighter inschakelt, wordt deze automatisch op het werkblad weergegeven. Zie [Datapunten in context highlighten](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/actions_highlight_highlighter.htm) voor meer informatie over highlighters. #### Parameters Als u geen parameterbesturingselement ziet, wijst u met de muis de parameter in het deelvenster Data aan, vouwt u het contextmenu uit en selecteert u Parameter weergeven. Zie [Parameters maken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/parameters_create.htm) voor meer informatie over parameters. ### Opmaakbesturingselementen in Tableau Desktop 1. Vouw het contextmenu uit door in het besturingselement op de vervolgkeuzepijl rechtsboven in het vak te klikken. ![Gehighlight pad naar het contextmenu Besturingselement.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_individualcontrol_context.png) 2. Selecteer Opmaak…. 3. Selecteer Dit \[besturingselement\]... of Alle \[besturingselementen\]... ![Contextmenu voor parameterbesturingselementen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_individualcontrol_desktop.png) Als u Dit \[besturingselement\]... selecteert, worden eventuele opmaakwijzigingen alleen op het geselecteerde besturingselement toegepast. Als u Alle \[besturingselementen\]... selecteert, wordt alle opmaak die u bijwerkt, toegepast op alle typen besturingselementen, zoals alle parameters. 4. Breng uw opmaakwijzigingen aan in het deelvenster Opmaak aan de linkerkant van de visualisatie. U kunt de titel en hoofdtekst opmaken, inclusief lettertype, lettertypestijl, tekst en kleur. U kunt de achtergrondarcering en de rand ook opmaken. Opmerking: in Tableau Desktop overschrijft de opmaak van een afzonderlijk besturingselement de opmaak die op werkbladniveau is toegepast. Als u wilt dat de opmaakwijzigingen op alle elementen worden toegepast, moet u eerst de opmaak wissen die op het niveau van de afzonderlijke besturingselementen is toegepast. Sommige opmaakelementen, zoals randen, worden mogelijk niet op een werkblad weergegeven, maar wel in de visualisatie wanneer ze aan een dashboard worden toegevoegd. ### Opmaakbesturingselementen in Tableau Cloud en Tableau Server 1. Vouw het contextmenu uit door in de besturing op het pijltje omlaag rechtsboven in het vak te klikken. 2. Selecteer Opmaak. Rechts van de visualisatie wordt een deelvenster Opmaak getoond. ![Maak afzonderlijke besturingspanelen op in Tableau Cloud. Het geselecteerde besturingselement is gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_individualcontrol_cloud.png) 3. Wijzigingen worden standaard alleen toegepast op het besturingselement Geselecteerd. Als u alle typen besturingselementen voor deze weergave wilt opmaken, zoals alle filters, selecteert u Alle. 4. Wijzig uw opmaak. U kunt de tekst opmaken, inclusief lettertype, lettertypestijl, tekst en kleur. U kunt de achtergrondarcering en rand ook opmaken. U kunt de titel van het besturingselement in dit deelvenster ook weergeven of verbergen. Let op: in Tableau Cloud hebt u toegang tot afzonderlijke opmaakopties op het werkblad. Op een dashboard zijn afzonderlijke opmaakopties niet toegankelijk. Zie [Aanvullende containers, legenda's, kaarten en besturingselementen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/buildmanual_shelves.htm#additional-shelves-legends-cards-and-controls) voor meer informatie over het toevoegen van besturingselementen, waaronder legenda's, filters en parameterbesturingselementen, aan een werkblad. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aggregaatfuncties in Tableau Dit artikel introduceert aggregaatfuncties en hun gebruik in Tableau. Het laat ook zien hoe u een geaggregeerde berekening kunt maken aan de hand van een voorbeeld. ## Aggregaatfuncties gebruiken Met aggregaatfuncties kunt u de granulariteit van uw data samenvatten of wijzigen. Misschien wilt u bijvoorbeeld precies weten hoeveel bestellingen uw winkel in een bepaald jaar heeft ontvangen. U kunt de functie COUNTD gebruiken om het exacte aantal bestellingen van uw bedrijf te verkrijgen en de visualisatie vervolgens op te splitsen per jaar. De berekening zou er ongeveer als volgt uitzien: `COUNTD(Order ID)` De visualisatie zou er ongeveer als volgt uitzien: ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/aggregate_function1.png) ## Aggregaatfuncties in Tableau **Aggregaties en drijvende-kommaberekeningen**: soms zijn de resultaten van aggregaties niet precies zoals verwacht. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de functie SUM een waarde als -1,42e-14 retourneert voor een kolom met getallen waarvan u weet dat de som precies 0 moet zijn. Dit gebeurt omdat getallen volgens de norm 754 voor drijvendekommagetallen van het Institute of Electrical and Electronics Engineers (IEEE) in binaire notatie moeten worden opgeslagen, wat betekent dat getallen soms met extreem fijne precisie worden afgerond. U kunt deze potentiële afleiding elimineren door de functie ROUND te gebruiken (zie [Getalfuncties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_number.htm)) of door een notatie met minder decimalen te gebruiken. ### ATTR
SyntaxisATTR(expression)
DefinitieRetourneert de waarde van de expressie als deze een enkele waarde heeft voor alle rijen. Anders wordt een asterisk geretourneerd. Null-waarden worden genegeerd.
### AVG
SyntaxisAVG(expression)
DefinitieRetourneert het gemiddelde van alle waarden in de expressie. Null-waarden worden genegeerd.
OpmerkingenAVG kan alleen worden gebruikt met numerieke velden.
### COLLECT
SyntaxisCOLLECT(spatial)
DefinitieEen geaggregeerde berekening die de waarden in het argumentveld combineert. Null-waarden worden genegeerd.
OpmerkingenCOLLECT kan alleen worden gebruikt met ruimtelijke velden.
### CORR
SyntaxisCORR(expression1, expression2)
UitvoerGetal van -1 tot 1
DefinitieRetourneert de coëfficiënt voor Pearson-correlatie van twee expressies.
Voorbeeld
example
Opmerkingen

De Pearson-correlatie meet de lineaire relatie tussen twee variabelen. De resultaten variëren van -1 tot en met 1, waarbij 1 staat voor een exact positief lineair verband, 0 voor geen lineair verband tussen de variantie en -1 voor een exact negatief verband.

Het kwadraat van een CORR-resultaat is gelijk aan de R-kwadraatwaarde voor een lineair trendlijnmodel. Zie Voorwaarden voor trendlijnmodel.

Gebruik met LOD-expressies met tabelbereik:

U kunt CORR gebruiken om de correlatie in een uitgesplitste spreiding te visualiseren met gebruik van Tabelgerichte LOD-expressies. Bijvoorbeeld:

{CORR(Sales, Profit)}

Met een expressie op detailniveau wordt de correlatie over alle rijen uitgevoerd. Als u een formule als deze gebruikt CORR(Sales, Profit) (zonder de omringende haakjes om er een expressie op detailniveau van te maken), zou de weergave de correlatie van elk afzonderlijk punt in de spreidingsdiagram met elk ander punt weergeven, wat ongedefinieerd is.

Beperkingen van de database

CORR is beschikbaar met de volgende databronnen: Tableau-data-extracten, Cloudera Hive, EXASolution, Firebird (versie 3.0 en later), Google BigQuery, Hortonworks Hadoop Hive, IBM PDA (Netezza), Oracle, PostgreSQL, Presto, SybaseIQ, Teradata en Vertica.

Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of WINDOW_CORR te gebruiken. Zie Tabelberekeningsfuncties.

### COUNT
SyntaxisCOUNT(expression)
DefinitieRetourneert het aantal items. Nullwaarden worden niet geteld.
### COUNTD
SyntaxisCOUNTD(expression)
DefinitieRetourneert het aantal afzonderlijke items in een groep. Nullwaarden worden niet geteld.
### COVAR
SyntaxisCOVAR(expression1, expression2)
DefinitieRetourneert een voorbeeld van een covariantie van twee expressies.
Opmerkingen

Covariantie kwantificeert hoe twee variabelen samen veranderen. Een positieve covariantie geeft aan dat de variabelen de neiging hebben om in dezelfde richting te bewegen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer grotere waarden van de ene variabele gemiddeld overeenkomen met grotere waarden van de andere variabele. Steekproefcovariantie gebruikt het aantal niet-nietige datapunten n - 1 om de berekening van de covariantie te normaliseren, in plaats van n. N wordt gebruikt door de populatiecovariantie (beschikbaar met de functie COVARP). Steekproefcovariantie is de juiste keuze wanneer de data een willekeurige steekproef zijn die wordt gebruikt om de covariantie voor een grotere populatie te schatten.

Als <expression1> en <expression2> hetzelfde zijn, bijvoorbeeld COVAR([profit], [profit]), COVAR retourneert een waarde die aangeeft hoe breed de waarden verdeeld zijn.

De waarde van COVAR(X, X) is gelijk aan de waarde van VAR(X) en ook de waarde van STDEV(X)^2.

Beperkingen van de database

COVAR is beschikbaar met de volgende databronnen: Tableau-data-extracten, Cloudera Hive, EXASolution, Firebird (versie 3.0 en later), Google BigQuery, Hortonworks Hadoop Hive, IBM PDA (Netezza), Oracle, PostgreSQL, Presto, SybaseIQ, Teradata en Vertica.

Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of WINDOW_COVAR te gebruiken. Zie Tabelberekeningsfuncties.

### COVARP
SyntaxisCOVARP(expression 1, expression2)
DefinitieRetourneert de covariantie van een populatie van twee expressies.
Opmerkingen

Covariantie kwantificeert hoe twee variabelen samen veranderen. Een positieve covariantie geeft aan dat de variabelen de neiging hebben om in dezelfde richting te bewegen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer grotere waarden van de ene variabele gemiddeld overeenkomen met grotere waarden van de andere variabele. Populatiecovariantie is steekproefcovariantie vermenigvuldigd met (n-1)/n, waarbij n het totale aantal datapunten is dat niet null is. Populatiecovariantie is de juiste keuze wanneer data beschikbaar zijn voor alle items van belang, in tegenstelling tot wanneer er slechts een willekeurige subset van items is. In dat geval is steekproefcovariantie (met de functie COVAR) passend.

Als <expression1> en <expression2> hetzelfde zijn, bijvoorbeeld COVARP([profit], [profit]), COVARP retourneert een waarde die aangeeft hoe breed de waarden verdeeld zijn. Opmerking: de waarde van COVARP(X, X) is gelijk aan de waarde van VARP(X) en ook de waarde van STDEVP(X)^2.

Beperkingen van de database

COVARP is beschikbaar met de volgende databronnen: Tableau-data-extracten, Cloudera Hive, EXASolution, Firebird (versie 3.0 en later), Google BigQuery, Hortonworks Hadoop Hive, IBM PDA (Netezza), Oracle, PostgreSQL, Presto, SybaseIQ, Teradata en Vertica

Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of WINDOW_COVAR te gebruiken. Zie Tabelberekeningsfuncties.

### MAX
SyntaxisMAX(expression) of MAX(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.

MAX kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MAX(4,7) = 7
MAX(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #2/20/2021#
MAX([Name]) = "Zander"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MAX is meestal de waarde die als laatste in alfabetische volgorde staat.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MAX de hoogste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MAX de meest recente datum. Als MAX een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MAX een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MAX(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MAX(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MIN.

### MEDIAN
SyntaxisMEDIAN(expression)
DefinitieRetourneert de mediaan van een expressie in alle records. Null-waarden worden genegeerd.
OpmerkingenMEDIAN kan alleen worden gebruikt met numerieke velden.
Beperkingen van de database

MEDIAN is niet beschikbaar voor de volgende databronnen: Access, Amazon Redshift, Cloudera Hadoop, HP Vertica, IBM DB2, IBM PDA (Netezza), Microsoft SQL Server, MySQL, SAP HANA en Teradata.

Voor andere typen databronnen kunt u uw data naar een extractiebestand extraheren om deze functie te gebruiken. Zie Uw data extraheren.

### MIN
SyntaxisMIN(expression) of MIN(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.

MIN kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MIN(4,7) = 4
MIN(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #3/25/1986#
MIN([Name]) = "Abebi"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MIN is meestal de waarde die in alfabetische volgorde als eerste voorkomt.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MIN de laagste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MIN de vroegste datum. Als MIN een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MIN een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MIN(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MIN(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MAX.

### PERCENTILE
SyntaxisPERCENTILE(expression, number)
DefinitieRetourneert de percentielwaarde van de opgegeven expressie die overeenkomt met het opgegeven <number>. Het <number> moet tussen 0 en 1 (inclusief) vallen en moet een numerieke constante zijn.
Voorbeeld
PERCENTILE([Score], 0.9)
Beperkingen van de database

Deze functie is beschikbaar voor de volgende databronnen: niet-verouderde Microsoft Excel- en tekstbestandverbindingen, extracten en alleen extract-databrontypen (bijvoorbeeld Google Analytics, OData of Salesforce), Sybase IQ 15.1 en latere databronnen, Oracle 10 en latere databronnen, Cloudera Hive en Hortonworks Hadoop Hive-databronnen, EXASolution 4.2 en latere databronnen.

Voor andere typen databronnen kunt u uw data naar een extractiebestand extraheren om deze functie te gebruiken. Zie Uw data extraheren.

### STDEV
SyntaxisSTDEV(expression)
DefinitieRetourneert de statistische standaardafwijking van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een steekproef van de populatie.
### STDEVP
SyntaxisSTDEVP(expression)
DefinitieRetourneert de statistische standaardafwijking van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een vertekende populatie.
### SUM
SyntaxisSUM(expression)
DefinitieRetourneert de som van alle waarden in de expressie. Null-waarden worden genegeerd.
OpmerkingenSUM kan alleen worden gebruikt met numerieke velden.
### VAR
SyntaxisVAR(expression)
DefinitieRetourneert de statistische variantie van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een steekproef van de populatie.
### VARP
SyntaxisVARP(expression)
DefinitieRetourneert de statistische variantie van alle waarden in de gegeven expressie op basis van de gehele populatie.
## Een geaggregeerde berekening maken Volg de onderstaande stappen om te leren hoe u een geaggregeerde berekening maakt. 1. Maak in Tableau Desktop verbinding met de opgeslagen databron **Voorbeeld - Superstore**, die bij Tableau wordt geleverd. 2. Navigeer naar een werkblad en selecteer Analyse \> Berekend veld maken. 3. Doe het volgende in de berekeningseditor die wordt geopend: - Geef het berekende veld de naam Marge. - Voer de volgende formule in: `IIF(SUM([Sales]) !=0, SUM([Profit])/SUM([Sales]), 0)` **Opmerking**: u kunt de functieverwijzing gebruiken om aggregaatfuncties en andere functies (zoals de logische IIF-functie in dit voorbeeld) te zoeken en toe te voegen aan de berekeningsformule. Zie voor meer informatie [De functiewijzer gebruiken in de editor berekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_tips.htm#functions). - Klik op OK als u klaar bent. De nieuwe geaggregeerde berekening verschijnt onder **Meetwaarden** in het deelvenster **Data**. Net als uw andere velden kunt u deze in een of meer visualisaties gebruiken. **Opmerking**: geaggregeerde berekeningen zijn altijd meetwaarden. Wanneer Marge op een container of kaart in het werkblad wordt geplaatst, wordt de naam gewijzigd in AGG(Marge), wat aangeeft dat het een geaggregeerde berekening is, die niet verder kan worden geaggregeerd. ![Een afbeelding die aangeeft wat er gebeurt als u een geaggregeerde berekening op een container plaatst. In het veld wordt het AGG-voorvoegsel weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_agg8.png) ## Regels voor geaggregeerde berekeningen Op geaggregeerde berekeningen zijn de volgende regels van toepassing: - Voor geen enkele geaggregeerde berekening kunt u een geaggregeerde waarde en een uitgesplitste waarde combineren. `SUM(Price)*[Items]` is bijvoorbeeld geen geldige expressie omdat SUM(Price) is geaggregeerd en Items niet. `SUM(Price*Items)` en `SUM(Price)*SUM(Items)` zijn echter beide geldig. - Constante termen in een expressie fungeren voor zover relevant als geaggregeerde of uitgesplitste waarden. `SUM(Price*7)` en `SUM(Price)*7` zijn bijvoorbeeld beide geldige expressies. - Alle functies kunnen worden geëvalueerd op basis van geaggregeerde waarden. De argumenten voor een bepaalde functie moeten echter allemaal geaggregeerd of allemaal uitgesplitst zijn. `MAX(SUM(Sales),Profit)` is bijvoorbeeld geen geldige expressie omdat Sales is geaggregeerd en Profit niet. `MAX(SUM(Sales),SUM(Profit))` is echter een geldige uitdrukking. - Het resultaat van een geaggregeerde berekening is altijd een meetwaarde. Hiertoe behoren expressies zoals ATTR(Dimension) of MIN(Dimension). - Net als bij vooraf gedefinieerde aggregaties worden geaggregeerde berekeningen voor eindtotalen correct uitgevoerd. Raadpleeg Eindtotalen voor meer informatie. ## Zie ook [De basisprincipes van berekeningen: geaggregeerde berekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_understand_types.htm#Aggregate) [Data-aggregatie in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm) [Functies in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions.htm) [Tableau-functies (op categorie)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_categories.htm) [Tableau-functies (alfabetische lijst)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_alphabetical.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aliassen maken om de naam van leden in de weergave aan te passen U kunt aliassen (alternatieve namen) maken voor leden in een dimensie, zodat hun labels er anders uitzien in de weergave. Aliassen kunnen alleen worden gemaakt voor de leden van discrete dimensies. Ze kunnen niet worden gemaakt voor continue dimensies, datums of meetwaarden. ## Een alias maken 1. Klik in het datavenster Data met de rechtermuisknop op een dimensie en selecteer Aliassen. ![Een vervolgkeuzemenu met opties om data aan een werkblad toe te voegen, te dupliceren, te hernoemen, te verbergen, aliassen te maken, data naar een maateenheid te converteren, het datatype te wijzigen en een geografische rol toe te wijzen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datasource_edit_alias.png) **Tip**: als de optie **Aliassen** niet in het dialoogvenster wordt weergegeven, controleer dan of u niet verbonden bent met een gepubliceerde databron en dat het veld waarvoor u een alias wilt maken een discrete dimensie is. 2. Selecteer in het dialoogvenster Aliassen bewerken onder **Waarde (alias)** een lid en voer een nieuwe naam in. ![Venster Aliassen bewerken met de kolom Waarde (Alias) gehighlight en aliassen die zijn ingevoerd voor drie waarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datasaource_edit_alias3.png) **Tip**: om de ledennamen terug te zetten naar hun oorspronkelijke namen, klikt u op Aliassen wissen. 3. Om uw wijzigingen op te slaan: - Klik in Tableau Desktop op **OK**. - Klik in Tableau Server of Tableau Cloud op het pictogram **X** in de rechterbovenhoek van het dialoogvenster. Wanneer u het veld aan de weergave toevoegt, worden de aliasnamen als labels in de weergave getoond. Bijvoorbeeld: ![Staafdiagram van verkoop per segment.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datasource_edit_alias2.png) ## Wanneer de optie Alias niet beschikbaar is ### Voor meetwaarden kan niet opnieuw een alias worden gemaakt Tableau staat geen hernieuwde aliassen toe, omdat hierbij de datawaarden zelf moeten worden gewijzigd. Als uw data een veld bevat met waarden zoals _0_ en_1_ maar feitelijk informatie codeert zoals _Nee_ en _Ja_, interpreteert Tableau dit als een continue meetwaarde. U kunt dit naar een discrete dimensie converteren en vervolgens de waarden opnieuw een alias geven. Zie voor meer informatie over discreet versus continu en dimensies versus meetwaarden: - [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) - [Een meetwaarde omzetten in een dimensie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_convertdimtomeas.htm) - [Velden converteren van discreet naar continu en omgekeerd](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_convertdisctocont.htm) ### Gepubliceerde databronnen De optie Alias kan ook ontbreken voor een discrete dimensie, omdat u verbonden bent met een gepubliceerde databron. Wanneer u een gepubliceerde databron gebruikt, kunt u geen aliassen maken of bewerken. U kunt alleen aliassen wijzigen voor velden die u in uw werkmap maakt. U kunt aliassen voor het veld Namen van meetwaarden op de gepubliceerde databron bewerken, tenzij deze vóór publicatie zijn ingesteld. Als u de databron niet hebt gepubliceerd, kunt u het veld dupliceren (klik met de rechtermuisknop > **Dupliceren**) en zonder beperkingen aliassen voor het dubbele veld bewerken. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tableau-functies (alfabetische lijst) De Tableau-functies in deze referentie zijn alfabetisch gerangschikt. Klik op een letter om naar die locatie in de lijst te gaan. U kunt ook Ctrl + F (Command-F op een Mac) gebruiken om een zoekvak te openen en naar een specifieke functie te zoeken. [A](#A) [B](#B) [C](#C) [D](#D) [E](#E) [F](#F) [G](#G) [H](#H) [I](#I) [J](#J) [K](#K) [L](#L) [M](#M) [N](#N) [O](#O) [P](#P) [Q](#Q) [R](#R) [S](#S) [T](#T) [U](#U) [V](#V) [W](#W) [X](#X) [Y](#Y) [Z](#Z) ## A ### ABS
SyntaxisABS(number)
UitvoerGetal (positief)
DefinitieRetourneert de absolute waarde van een gegeven <number>.
Voorbeeld
ABS(-7) = 7
ABS([Budget Variance])

Het tweede voorbeeld retourneert de absolute waarde voor alle getallen in het veld Budgetafwijking.

OpmerkingenZie ook SIGN.
### ACOS
SyntaxisACOS(number)
UitvoerGetal (hoek in radialen)
DefinitieRetourneert de arccosinus (hoek) van een gegeven <number>.
Voorbeeld
ACOS(-1) = 3.14159265358979
OpmerkingenDe inverse functie, COS, neemt de hoek in radialen als argument en retourneert de cosinus.
### AND
Syntaxis<expr1> AND <expr2>
DefinitieVoert een logische conjunctie uit op twee expressies. (Als beide zijden waar zijn, retourneert de logische test 'true'.)
UitvoerBooleaanse waarde
Voorbeeld
IF [Season] = "Spring" AND "[Season] = "Fall" 
THEN "It's the apocalypse and footwear doesn't matter"
END

’Als zowel (Seizoen = lente) als (Seizoen = herfst) tegelijkertijd ‘waar’ zijn, keer dan terug naar Het is de apocalyps en schoenen doen er niet toe'.

Opmerkingen

Vaak gebruikt met IF en IIF. Zie ook NOT en OR.

Als beide expressies TRUE zijn (dat wil zeggen, niet FALSE of NULL), dan is het resultaat TRUE. Als een van beide expressies NULL is, dan is het resultaat NULL. In alle andere gevallen is het resultaat FALSE.

Als u een berekening maakt waarin het resultaat van een AND-vergelijking wordt weergegeven op een werkblad, geeft Tableau TRUE en FALSE aan. Als u dit wilt wijzigen, gebruikt u het gedeelte Notatie in het dialoogvenster Notatie.

Opmerking: de operator AND gebruikt evaluatie van kortsluiting. Dit betekent dat als de eerste expressie wordt geëvalueerd als FALSE, dan wordt de tweede expressie helemaal niet geëvalueerd. Dit kan handig zijn als de tweede expressie resulteert in een fout terwijl de eerste expressie FALSE is, omdat de tweede expressie in dit geval nooit wordt geëvalueerd.

### AREA
SyntaxisAREA(Spatial Polygon, 'units')
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert het totale oppervlak van een <spatial polygon>.
Voorbeeld
AREA([Geometry], 'feet')
Opmerkingen

Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening, zoals 'miles'):

  • meter: meters, meter, m
  • kilometer: kilometers, kilometer, km
  • mijlen: mijlen, mijl
  • voeten: voeten, voet

### ASCII
SyntaxisASCII(string)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de ASCII-code voor het eerste teken in een <string>.
Voorbeeld
ASCII('A') = 65
OpmerkingenDit is het omgekeerde van de functie CHAR.
### ASIN
SyntaxisASIN(number)
UitvoerGetal (hoek in radialen)
DefinitieRetourneert de arccosinus (hoek) van een gegeven <number>.
Voorbeeld
ASIN(1) = 1.5707963267949
OpmerkingenDe inverse functie, SIN, neemt de hoek in radialen als argument en retourneert de sinus.
### ATAN
SyntaxisATAN(number)
UitvoerGetal (hoek in radialen)
DefinitieRetourneert de boogtangens (hoek) van een opgegeven <number>.
Voorbeeld
ATAN(180) = 1.5652408283942
Opmerkingen

De inverse functie, TAN, neemt de hoek in radialen als argument en retourneert de tangens.

Zie ook ATAN2 en COT.

### ATAN2
SyntaxisATAN2(y number, x number)
UitvoerGetal (hoek in radialen)
DefinitieRetourneert de boogtangens (hoek) tussen twee getallen (<y number> en <x number>). Het resultaat is in radialen.
Voorbeeld
ATAN2(2, 1) = 1.10714871779409
OpmerkingenZie ook ATAN, TAN en COT.
### ATTR
SyntaxisATTR(expression)
DefinitieRetourneert de waarde van de <expression> als deze een enkele waarde heeft voor alle rijen. Anders wordt een asterisk geretourneerd. Null-waarden worden genegeerd.
### AVG
SyntaxisAVG(expression)
DefinitieRetourneert het gemiddelde van alle waarden in de <expression>. Null-waarden worden genegeerd.
OpmerkingenAVG kan alleen worden gebruikt met numerieke velden.
[terug naar boven](#top) ## B ### BUFFER
SyntaxisBUFFER(Spatial Point, distance, 'units')
UitvoerGeometrie
DefinitieRetourneert een veelhoek die is gecentreerd over een <spatial point> en met een straal die wordt bepaald door de waarden <distance> en <unit>.
Voorbeeld
BUFFER([Spatial Point Geometry], 25, 'mi')
BUFFER(MAKEPOINT(47.59, -122.32), 3, 'km')
Opmerkingen

Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening, zoals 'miles'):

  • meter: meters, meter, m
  • kilometer: kilometers, kilometer, km
  • mijlen: mijlen, mijl
  • voeten: voeten, voet
[terug naar boven](#top) ## C ### CASE
SyntaxisCASE <expression>
WHEN <value1> THEN <then1>
WHEN <value2> THEN <then2>
...
[ELSE <default>]
END
UitvoerHangt af van datatype van de <then>-waarden.
Definitie

Evalueert de expression en vergelijkt deze met de opgegeven opties (<value1>, <value2>, enz.). Wanneer een value wordt aangetroffen die overeenkomt met de expressie, retourneert CASE de overeenkomstige return. Als geen overeenkomst wordt gevonden, wordt de (optionele) standaardwaarde geretourneerd. Als er geen standaardwaarde is en er geen overeenkomende waarden zijn, wordt Null geretourneerd.

Voorbeeld
CASE [Season] 
WHEN 'Summer' THEN 'Sandals'
WHEN 'Winter' THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers'
END

‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'.

Opmerkingen

Zie ook IF en IIF.

Gebruikt met WHEN, THEN, ELSE en END.

[!TIP]

vaak kunt u een groep gebruiken om dezelfde resultaten te krijgen als een ingewikkelde CASE-functie, of CASE gebruiken om de oorspronkelijke functie Groepering te vervangen, zoals in het vorige voorbeeld. Misschien wilt u testen welke optie het beste presteert voor uw scenario.

### CEILING
SyntaxisCEILING(number)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRondt een <number> af tot het dichtstbijzijnde gehele getal met dezelfde of hogere waarde.
Voorbeeld
CEILING(2.1) = 3
OpmerkingenZie ook FLOOR en ROUND.
Beperkingen van de database

CEILING is beschikbaar via de volgende connectors: Microsoft Excel, Text File, Statistical File, Published Data Source, Amazon EMR Hadoop Hive, Amazon Redshift, Cloudera Hadoop, DataStax Enterprise, Google Analytics, Google BigQuery, Hortonworks Hadoop Hive, MapR Hadoop Hive, Microsoft SQL Server, Salesforce, Spark SQL.

### CHAR
SyntaxisCHAR(number)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert het teken dat is gecodeerd door de ASCII-code <number>.
Voorbeeld
CHAR(65) = 'A'
OpmerkingenDit is het omgekeerde van de functie ASCII.
### COLLECT
SyntaxisCOLLECT(spatial)
DefinitieEen geaggregeerde berekening die de waarden in het argumentveld combineert. Null-waarden worden genegeerd.
OpmerkingenCOLLECT kan alleen worden gebruikt met ruimtelijke velden.
### CONTAINS
SyntaxisCONTAINS(string, substring)
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert waar als de gegeven <string> de opgegeven <substring> bevat.
Voorbeeld
CONTAINS("Calculation", "alcu") = true
OpmerkingenZie ook de logische functie IN evenals de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies.
### CORR
SyntaxisCORR(expression1, expression2)
UitvoerGetal van -1 tot 1
DefinitieRetourneert de coëfficiënt voor Pearson-correlatie van twee expressies.
Voorbeeld
example
Opmerkingen

De Pearson-correlatie meet de lineaire relatie tussen twee variabelen. De resultaten variëren van -1 tot en met 1, waarbij 1 staat voor een exact positief lineair verband, 0 voor geen lineair verband tussen de variantie en -1 voor een exact negatief verband.

Het kwadraat van een CORR-resultaat is gelijk aan de R-kwadraatwaarde voor een lineair trendlijnmodel. Zie Voorwaarden voor trendlijnmodel.

Gebruik met LOD-expressies met tabelbereik:

U kunt CORR gebruiken om de correlatie in een uitgesplitste spreiding te visualiseren met gebruik van Tabelgerichte LOD-expressies. Bijvoorbeeld:

{CORR(Sales, Profit)}

Met een expressie op detailniveau wordt de correlatie over alle rijen uitgevoerd. Als u een formule als deze gebruikt CORR(Sales, Profit) (zonder de omringende haakjes om er een expressie op detailniveau van te maken), zou de weergave de correlatie van elk afzonderlijk punt in de spreidingsdiagram met elk ander punt weergeven, wat ongedefinieerd is.

Beperkingen van de database

CORR is beschikbaar met de volgende databronnen: Tableau-data-extracten, Cloudera Hive, EXASolution, Firebird (versie 3.0 en later), Google BigQuery, Hortonworks Hadoop Hive, IBM PDA (Netezza), Oracle, PostgreSQL, Presto, SybaseIQ, Teradata en Vertica.

Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of WINDOW_CORR te gebruiken. Zie Tabelberekeningsfuncties.

### COS
SyntaxisCOS(number)

Het getalargument is de hoek in radialen.

UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de cosinus van een hoek.
Voorbeeld
COS(PI( ) /4) = 0.707106781186548
Opmerkingen

De inverse functie, ACOS, neemt de cosinus als argument en retourneert de hoek in radialen.

Zie ook PI.

### COT
SyntaxisCOT(number)

Het getalargument is de hoek in radialen.

UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de cotangens van een hoek.
Voorbeeld
COT(PI( ) /4) = 1
OpmerkingenZie ook ATAN, TAN en PI.
### COUNT
SyntaxisCOUNT(expression)
DefinitieRetourneert het aantal items. Nullwaarden worden niet geteld.
### COUNTD
SyntaxisCOUNTD(expression)
DefinitieRetourneert het aantal afzonderlijke items in een groep. Nullwaarden worden niet geteld.
### COVAR
SyntaxisCOVAR(expression1, expression2)
DefinitieRetourneert een voorbeeld van een covariantie van twee expressies.
Opmerkingen

Covariantie kwantificeert hoe twee variabelen samen veranderen. Een positieve covariantie geeft aan dat de variabelen de neiging hebben om in dezelfde richting te bewegen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer grotere waarden van de ene variabele gemiddeld overeenkomen met grotere waarden van de andere variabele. Steekproefcovariantie gebruikt het aantal niet-nietige datapunten n - 1 om de berekening van de covariantie te normaliseren, in plaats van n. N wordt gebruikt door de populatiecovariantie (beschikbaar met de functie COVARP). Steekproefcovariantie is de juiste keuze wanneer de data een willekeurige steekproef zijn die wordt gebruikt om de covariantie voor een grotere populatie te schatten.

Als <expression1> en <expression2> hetzelfde zijn, bijvoorbeeld COVAR([profit], [profit]), COVAR retourneert een waarde die aangeeft hoe breed de waarden verdeeld zijn.

De waarde van COVAR(X, X) is gelijk aan de waarde van VAR(X) en ook de waarde van STDEV(X)^2.

Beperkingen van de database

COVAR is beschikbaar met de volgende databronnen: Tableau-data-extracten, Cloudera Hive, EXASolution, Firebird (versie 3.0 en later), Google BigQuery, Hortonworks Hadoop Hive, IBM PDA (Netezza), Oracle, PostgreSQL, Presto, SybaseIQ, Teradata en Vertica.

Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of WINDOW_COVAR te gebruiken. Zie Tabelberekeningsfuncties.

### COVARP
SyntaxisCOVARP(expression 1, expression2)
DefinitieRetourneert de covariantie van een populatie van twee expressies.
Opmerkingen

Covariantie kwantificeert hoe twee variabelen samen veranderen. Een positieve covariantie geeft aan dat de variabelen de neiging hebben om in dezelfde richting te bewegen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer grotere waarden van de ene variabele gemiddeld overeenkomen met grotere waarden van de andere variabele. Populatiecovariantie is steekproefcovariantie vermenigvuldigd met (n-1)/n, waarbij n het totale aantal datapunten is dat niet null is. Populatiecovariantie is de juiste keuze wanneer data beschikbaar zijn voor alle items van belang, in tegenstelling tot wanneer er slechts een willekeurige subset van items is. In dat geval is steekproefcovariantie (met de functie COVAR) passend.

Als <expression1> en <expression2> hetzelfde zijn, bijvoorbeeld COVARP([profit], [profit]), COVARP retourneert een waarde die aangeeft hoe breed de waarden verdeeld zijn. Opmerking: de waarde van COVARP(X, X) is gelijk aan de waarde van VARP(X) en ook de waarde van STDEVP(X)^2.

Beperkingen van de database

COVARP is beschikbaar met de volgende databronnen: Tableau-data-extracten, Cloudera Hive, EXASolution, Firebird (versie 3.0 en later), Google BigQuery, Hortonworks Hadoop Hive, IBM PDA (Netezza), Oracle, PostgreSQL, Presto, SybaseIQ, Teradata en Vertica

Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of WINDOW_COVAR te gebruiken. Zie Tabelberekeningsfuncties.

[terug naar boven](#top) ## D ### DATE Functie voor typeconversie waarmee tekenreeks- en numerieke expressies worden omgezet in datums, zolang ze een herkenbare notatie hebben.
SyntaxisDATE(expression)
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert een datum voor een opgegeven getal, tekenreeks of datum <expression>.
Voorbeeld
DATE([Employee Start Date])
DATE("September 22, 2018") 
DATE("9/22/2018")
DATE(#2018-09-22 14:52#)
Opmerkingen

Anders dan bij DATEPARSE, is het niet nodig om een patroon te verstrekken, aangezien DATE automatisch veel standaard datumnotaties herkent. Als DATE de invoer niet herkent, probeer het dan met DATEPARSE en geef de notatie op.

MAKEDATE is een andere soortgelijke functie, maar MAKEDATE vereist de invoer van numerieke waarden voor jaar, maand en dag.

### DATEADD Voegt een bepaald aantal datumdelen (maanden, dagen, enz.) toe aan de begindatum.
SyntaxisDATEADD(date_part, interval, date)
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert de opgegeven datum met het opgegeven nummer <interval> toegevoegd aan het opgegeven ><date_part van die datum. Bijvoorbeeld door drie maanden of twaalf dagen aan een begindatum toe te voegen.
Voorbeeld

Verschuif alle vervaldatums met een week

DATEADD('week', 1, [due date])

Voeg 280 dagen toe aan de datum 20 februari 2021

DATEADD('day', 280, #2/20/21#) = #November 27, 2021#
OpmerkingenOndersteunt ISO 8601-datums.
### DATEDIFF Retourneert het aantal datumdelen (weken, jaren, enz.) tussen twee datums.
SyntaxisDATEDIFF(date_part, date1, date2, [start_of_week])
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het verschil tussen date1 en date2 uitgedrukt in eenheden van date_part. Bijvoorbeeld door de datums waarop iemand bij een band kwam en deze verliet van elkaar af te trekken om te zien hoe lang deze persoon in de band zat.
Voorbeeld

Aantal dagen tussen 25 maart 1986 en 20 februari 2021

DATEDIFF('day', #3/25/1986#, #2/20/2021#) = 12,751

Hoeveel maanden zat iemand in een band?

DATEDIFF('month', [date joined band], [date left band])
OpmerkingenOndersteunt ISO 8601-datums.
### DATENAME Retourneert de naam van de opgegeven datum als een discrete tekenreeks.
SyntaxisDATENAME(date_part, date, [start_of_week])
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert <date_part> van een datum als tekenreeks.
Voorbeeld
DATENAME('year', #3/25/1986#) = "1986"
DATENAME('month', #1986-03-25#) = "March"
Opmerkingen

Ondersteunt ISO 8601-datums.

Een zeer vergelijkbare berekening is DATEPART, die de waarde van het opgegeven datumgedeelte retourneert als continu geheel getal. DATEPART kan sneller zijn omdat het een numerieke bewerking is.

Door de kenmerken van het resultaat van de berekening (dimensie of meetwaarde, continu of discreet) en de datumnotatie te wijzigen, kunnen de resultaten van DATEPART en DATENAME worden geformatteerd zodat ze identiek zijn.

Een inverse functie is DATEPARSE, die een tekenreekswaarde neemt en deze opmaakt als datum.

### DATEPARSE Retourneert specifiek geformatteerde tekenreeksen als datums.
SyntaxisDATEPARSE(date_format, date_string)
UitvoerDatum
DefinitieHet argument <date_format> beschrijft hoe het veld <date_string> is gerangschikt. Vanwege de verscheidenheid aan manieren waarop het tekenreeksveld kan worden geordend, moet <date_format> exact overeenkomen. Zie Een veld converteren naar een datumveld voor een volledige uitleg.
Voorbeeld
DATEPARSE('yyyy-MM-dd', "1986-03-25") = #March 25, 1986#
Opmerkingen

DATE is een soortgelijke functie die automatisch veel standaard datumopmaken herkent. DATEPARSE kan een betere optie zijn als DATE het invoerpatroon niet herkent.

MAKEDATE is een andere soortgelijke functie, maar MAKEDATE vereist de invoer van numerieke waarden voor jaar, maand en dag.

Inverse functies, die datums uit elkaar halen en de waarde van hun onderdelen retourneren, zijn DATEPART (uitvoer van geheel getal) en DATENAME (uitvoer van tekenreeks).

Beperkingen van de database

DATEPARSE is beschikbaar via de volgende connectors: niet-verouderde Excel- en tekstbestandsverbindingen, Amazon EMR Hadoop Hive, Cloudera Hadoop, Google Sheets, Hortonworks Hadoop Hive, MapR Hadoop Hive, MySQL, Oracle, PostgreSQL en Tableau-extracten. Sommige notaties zijn mogelijk niet voor alle verbindingen beschikbaar.

DATEPARSE wordt niet ondersteund op Hive-varianten. Alleen Denodo, Drill en Snowflake worden ondersteund.

### DATEPART Retourneert de naam van de opgegeven datum als geheel getal.
SyntaxisDATEPART(date_part, date, [start_of_week])
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert <date_part> van een datum als geheel getal.
Voorbeeld
DATEPART('year', #1986-03-25#) = 1986
DATEPART('month', #1986-03-25#) = 3
Opmerkingen

Ondersteunt ISO 8601-datums.

Een zeer vergelijkbare berekening is DATENAME, die de naam van het opgegeven datumgedeelte retourneert als discrete tekenreeks. DATEPART kan sneller zijn omdat het een numerieke bewerking is. Door de kenmerken van het veld (dimensie of meetwaarde, continu of discreet) en de datumnotatie te wijzigen, kunnen de resultaten van DATEPART en DATENAME worden geformatteerd zodat ze identiek zijn.

Een inverse functie is DATEPARSE, die een tekenreekswaarde neemt en deze opmaakt als datum.

### DATETIME
SyntaxisDATETIME(expression)
UitvoerDatumtijd
DefinitieRetourneert een datumtijd op basis van een opgegeven getal, tekenreeks of datumexpressie.
Voorbeeld
DATETIME("April 15, 2005 07:59:00") = April 15, 2005 07:59:00
### DATETRUNC Deze functie kan worden beschouwd als het afronden van datums. Het neemt een specifieke datum en retourneert een versie van die datum met de gewenste specificiteit. Omdat elke datum een waarde moet hebben voor dag, maand, kwartaal en jaar, stelt `DATETRUNC` de waarden in als de laagste waarde voor elk datumdeel tot aan het opgegeven datumdeel. Raadpleeg het voorbeeld voor meer informatie.
SyntaxisDATETRUNC(date_part, date, [start_of_week])
UitvoerDatum
DefinitieVerkort de <date> met de nauwkeurigheid die wordt aangegeven door de <date_part>. Deze functie retourneert een nieuwe datum. Wanneer u bijvoorbeeld een datum afkapt die in het midden van de maand valt op maandniveau, retourneert deze functie de eerste dag van de maand.
Voorbeeld
DATETRUNC('day', #9/22/2018#) = #9/22/2018#
DATETRUNC('iso-week', #9/22/2018#) = #9/17/2018#

(de maandag van de week met 22-09-2018)

DATETRUNC(quarter, #9/22/2018#) = #7/1/2018# 

(de eerste dag van het kwartaal met 22-09-2018)

Let op: voor week- en iso-week komt start_of_week in het spel. ISO-weken beginnen altijd op maandag. Voor de landinstelling van dit voorbeeld betekent een niet-gespecificeerde start_of_week dat de week op zondag begint.

Opmerkingen

Ondersteunt ISO 8601-datums.

U mag DATETRUNC niet gebruiken om bijvoorbeeld te stoppen met het weergeven van de tijd voor een veld voor datumtijd in een visualisatie. Als u de weergave van een datum in plaats van de nauwkeurigheid ervan wilt afronden, pas de opmaak dan aan.

DATETRUNC('day', #5/17/2022 3:12:48 PM#) zou bijvoorbeeld, indien geformatteerd in de visualisatie om seconden weer te geven, worden weergegeven als 5/17/2022 12:00:00 AM.

### DAY Retourneert de dag van de maand (1-31) als geheel getal.
SyntaxisDAY(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert de dag van de opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
Day(#September 22, 2018#) = 22
OpmerkingenZie ook WEEK, MONTH, Kwartaal, YEAR, en de ISO-equivalenten
### DEGREES
SyntaxisDEGREES(number)

Het getalargument is de hoek in radialen.

UitvoerGetal (graden)
DefinitieConverteert een hoek van radialen in graden.
Voorbeeld
DEGREES(PI( )/4) = 45.0
Opmerkingen

De inverse functie, RADIANS, neemt een hoek in graden en retourneert de hoek in radialen.

Zie ook PI().

### DISTANCE
SyntaxisDISTANCE(<SpatialPoint1>, <SpatialPoint2>, 'units')
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de afstandsmeting tussen twee punten in de opgegeven units.
Voorbeeld
DISTANCE([Origin Point],[Destination Point], 'km')
Opmerkingen

Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening):

  • meter: meters, meter, m
  • kilometer: kilometers, kilometer, km
  • mijlen: mijlen, mijl
  • voeten: voeten, voet
Beperkingen van de databaseDeze functie kan alleen worden gemaakt met een live verbinding, maar blijft werken als de databron wordt omgezet naar een extract.
### DIV
SyntaxisDIV(integer1, integer2)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het gedeelte geheel getal van een divisiebewerking, waarin <integer1> wordt gedeeld door <integer2>.
Voorbeeld
DIV(11,2) = 5
### DOMAIN `DOMAIN(string_url)` Alleen ondersteund bij verbinding met Google BigQuery. Zie [Aanvullende functies](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_additional.htm) voor meer informatie. [terug naar boven](#top) ## E ### ELSE
SyntaxisCASE <expression>
WHEN <value1> THEN <then1>
WHEN <value2> THEN <then2>
...
[ELSE <default>]
END
DefinitieEen optioneel onderdeel van een IF- of CASE-expressie die wordt gebruikt om een standaardwaarde op te geven die moet worden geretourneerd als geen van de geteste expressies waar is.
Voorbeeld
IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' 
ELSEIF [Season] = "Winter" THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers' 
END
CASE [Season] 
WHEN 'Summer' THEN 'Sandals'
WHEN 'Winter' THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers'
END
Opmerkingen

Gebruikt met CASE, WHEN, IF, ELSEIF, THEN en END

ELSE is optioneel met CASE en IF. In een berekening waarbij ELSE niet is gespecificeerd, zal de algehele berekening null retourneren indien geen van de <test>waar zijn.

ELSE vereist geen voorwaarde (zoals [Season] = "Winter") en kan worden beschouwd als een vorm van verwerking van de waarde Null.

### ELSEIF
Syntaxis[ELSEIF <test2> THEN <then2>]
DefinitieEen optioneel onderdeel van een IF-expressie die wordt gebruikt om aanvullende voorwaarden te specificeren naast de initiële IF.
Voorbeeld
IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' 
ELSEIF [Season] = "Winter" THEN 'Boots'
ELSEIF [Season] = "Spring" THEN 'Sneakers'
ELSEIF [Season] = "Autumn" THEN 'Sneakers'
ELSE 'Bare feet'
END
Opmerkingen

Gebruikt met IF, THEN, ELSE en END

ELSEIF kan worden beschouwd als een extra IF-clausule. ELSEIF is optioneel en kan meerdere keren herhaald worden.

Anders dan ELSE, vereist ELSEIF een voorwaarde (zoals [Season] = "Winter").

### END
DefinitieWordt gebruikt om een IF- of CASE-expressie af te sluiten.
Voorbeeld
IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' 
ELSEIF [Season] = "Winter" THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers' 
END

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'.

CASE [Season] 
WHEN 'Summer' THEN 'Sandals'
WHEN 'Winter' THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers'
END

‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'.

Opmerkingen

Gebruikt met CASE, WHEN, IF, ELSEIF, THEN en ELSE.

### ENDSWITH ### ENDSWITH
SyntaxisENDSWITH(string, substring)
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert waar als de opgegeven <string> eindigt met de opgegeven <substring>. Spaties aan het einde worden genegeerd.
Voorbeeld
ENDSWITH("Tableau", "leau") = true
OpmerkingenZie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies.
### EXCLUDE Zie [LOD-expressies](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod.htm) voor meer informatie. ### EXP
SyntaxisEXP(number)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert e tot de macht van een gegeven <number>.
Voorbeeld
EXP(2) = 7.389
EXP(-[Growth Rate]*[Time])
OpmerkingenZie ook LN.
[terug naar boven](#top) ## F ### FIND
SyntaxisFIND(string, substring, [start])
UitvoerGetal
Definitie

Retourneert de indexpositie van <substring> in <string> of 0 als de subtekenreeks niet wordt gevonden. Het eerste teken in de tekenreeks is positie 1.

Als het optionele numerieke argument start wordt toegevoegd, negeert de functie alle instanties van een subtekenreeks die vóór de startpositie voorkomen.

Voorbeeld
FIND("Calculation", "alcu") = 2
FIND("Calculation", "Computer") = 0
FIND("Calculation", "a", 3) = 7
FIND("Calculation", "a", 2) = 2
FIND("Calculation", "a", 8) = 0
OpmerkingenZie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies.
### FINDNTH
SyntaxisFINDNTH(string, substring, occurrence)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de positie van de n-de keer dat <substring> voorkomt binnen de opgegeven <string>, waarbij n wordt gedefinieerd door het argument <occurence>.
Voorbeeld
FINDNTH("Calculation", "a", 2) = 7
Opmerkingen

FINDNTH is niet beschikbaar voor alle databronnen.

Zie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies.

### FIRST `FIRST()` Zie [Tabelberekeningsfuncties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_tablecalculation.htm) voor meer informatie. ### FIXED Zie [LOD-expressies](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod.htm) voor meer informatie. ### FLOAT
SyntaxisFLOAT(expression)
UitvoerZwevend kommagetal (decimaal)
DefinitieZet het bijhorende argument om in een zwevend kommagetal.
Voorbeeld
FLOAT(3) = 3.000
OpmerkingenZie ook INT, wat een geheel getal retourneert.
### FLOOR
SyntaxisFLOOR(number)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRondt een <number> af tot het dichtstbijzijnde gehele getal met dezelfde of lagere waarde.
Voorbeeld
FLOOR(7.9) = 7
OpmerkingenZie ook CEILING en ROUND.
Beperkingen van de database

FLOOR is beschikbaar via de volgende connectors: Microsoft Excel, Text File, Statistical File, Published Data Source, Amazon EMR Hadoop Hive, Cloudera Hadoop, DataStax Enterprise, Google Analytics, Google BigQuery, Hortonworks Hadoop Hive, MapR Hadoop Hive, Microsoft SQL Server, Salesforce, Spark SQL.

### FULLNAME
SyntaxisFULLNAME( )
UitvoerTekenreeks
Definitie

Retourneert de volledige naam voor de huidige gebruiker.

Voorbeeld
FULLNAME( )

Hiermee wordt de volledige naam van de aangemelde gebruiker geretourneerd, bijvoorbeeld 'Hamlin Myrer'.

[Manager] = FULLNAME( )

Als manager 'Hamlin Myrer' is aangemeld, retourneert dit voorbeeld alleen TRUE als het veld Manager in de weergave 'Hamlin Myrer' bevat.

Opmerkingen

Deze functie controleert:

  • Tableau Cloud en Tableau Server: de volledige naam van de aangemelde gebruiker
  • Tableau Desktop: de volledige lokale of netwerknaam voor de gebruiker

Gebruikersfilters

Wanneer een berekend veld zoals [Username field] = FULLNAME( ) als filter wordt gebruikt, wordt een gebruikersfilter gemaakt dat alleen data weergeeft die relevant zijn voor de persoon die is aangemeld bij de server.

[terug naar boven](#top) ## G ### GET\_JSON\_OBJECT `GET_JSON_OBJECT(JSON string, JSON path)` Alleen ondersteund bij verbinding met Hadoop Hive. Zie [Aanvullende functies](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_additional.htm) voor meer informatie. ### GROUP\_CONCAT `GROUP_CONCAT(expression)` Alleen ondersteund bij verbinding met Google BigQuery. Zie [Aanvullende functies](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_additional.htm) voor meer informatie. [terug naar boven](#top) ## H ### HEXBINX
SyntaxisHEXBINX(number, number)
UitvoerGetal
DefinitieWijst een x, y-coördinaat toe aan de x-coördinaat van de dichtstbijzijnde zeshoekige bin. De bins hebben een zijlengte van 1, dus de invoer moet mogelijk dienovereenkomstig worden geschaald.
Voorbeeld
HEXBINX([Longitude]*2.5, [Latitude]*2.5)
OpmerkingenHEXBINX en HEXBINY zijn functies voor bins en tekenen bij zeshoekige bins. Zeshoekige bins zijn een efficiënte en elegante optie voor het visualiseren van data in een x/y-vlak, zoals een kaart. Omdat de bins zeshoekig zijn, benadert elke bin vrijwel een cirkel en wordt de variatie in de afstand van het datapunt tot het midden van de bin tot een minimum beperkt. Hierdoor wordt de clustering nauwkeuriger en meer informatief.
### HEXBINY
SyntaxisHEXBINY(number, number)
UitvoerGetal
DefinitieWijst een x, y-coördinaat toe aan de y-coördinaat van de dichtstbijzijnde zeshoekige bin. De bins hebben een zijlengte van 1, dus de invoer moet mogelijk dienovereenkomstig worden geschaald.
Voorbeeld
HEXBINY([Longitude]*2.5, [Latitude]*2.5)
OpmerkingenZie ook HEXBINX.
### HOST `HOST(string_url)` Alleen ondersteund bij verbinding met Google BigQuery. Zie [Aanvullende functies](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_additional.htm) voor meer informatie. [terug naar boven](#top) ## I ### IF
SyntaxisIF <test1> THEN <then1>
[ELSEIF <test2> THEN <then2>...]
[ELSE <default>]
END
UitvoerHangt af van datatype van de <then>-waarden.
Definitie

Test een reeks expressies en retourneert de waarde <then> voor de eerste ware <test>.

Voorbeeld
IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' 
ELSEIF [Season] = "Winter" THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers' 
END

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'.

Opmerkingen

Zie ook IF en IIF.

Gebruikt met ELSEIF, THEN, ELSE en END

### IFNULL
SyntaxisIFNULL(expr1, expr2)
UitvoerHangt af van het datatype van de <expr>-waarden.
Definitie

Retourneert <expr1> als dit niet ‘null’ is, anders wordt <expr2> geretourneerd.

Voorbeeld
IFNULL([Assigned Room], "TBD")

’Als het veld Assigned Room niet null is, wordt de waarde ervan geretourneerd. Als het veld Assigned Room null is, wordt in plaats daarvan TBD geretourneerd'.

Opmerkingen

Vergelijk met ISNULL. IFNULL retourneert altijd een waarde. ISNULL retourneert een Booleaanse waarde (true of false).

Zie ook ZN.

### IIF
SyntaxisIIF(<test>, <then>, <else>, [<unknown>])
UitvoerHangt af van het datatype van de waarden in de expressie.
DefinitieControleert of aan een voorwaarde is voldaan (<test>), en retourneert <then>als de test waar is, <else> als de test niet waar is, en een optionele waarde voor <unknown> als de test null is. Als de optionele onbekende niet is opgegeven, retourneert IIF null.
Voorbeeld
IIF([Season] = 'Summer', 'Sandals', 'Other footwear')

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, retourneer dan Other footwear’

IIF([Season] = 'Summer', 'Sandals', 
IIF('Season' = 'Winter', 'Boots', 'Other footwear')
)

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide waar is, retourneer dan Sneakers’.

IIF('Season' = 'Summer', 'Sandals', 
IIF('Season' = 'Winter', 'Boots',
IIF('Season' = 'Spring', 'Sneakers', 'Other footwear')
)
)

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van de expressies waar is, retourneer dan Sneakers’.

Opmerkingen

Zie ook IF enCASE.

IIF heeft geen equivalent voor ELSEIF (zoals IF) of herhaalde WHEN-clausules (zoals CASE). In plaats daarvan kunnen meerdere tests sequentieel worden geëvalueerd door IIF-transacties te nesten als het <unknown> element. De eerste (buitenste) true wordt geretourneerd.

Dat wil zeggen dat in de onderstaande berekening het resultaat Rood zal zijn en niet Oranje, omdat de expressie niet meer wordt geëvalueerd zodra A=A als ‘waar’ wordt geëvalueerd:

IIF('A' = 'A', 'Red', IIF('B' = 'B', 'Orange', IIF('C' = 'D', 'Yellow', 'Green')))

### IN
Syntaxis<expr1> IN <expr2>
UitvoerBooleaans (waar of onwaar)
DefinitieRetourneert TRUE als enige waarde in <expr1> overeenkomt met enige waarde in <expr2>.
Voorbeeld
SUM([Cost]) IN (1000, 15, 200)

‘Is de waarde van het veld Cost 1.000, 15, or 200?’

[Field] IN [Set]

‘Is de waarde van het veld aanwezig in de set?’

Opmerkingen

De waarden in <expr2> kan een set, een lijst met letterlijke waarden of een gecombineerd veld zijn.

Zie ook WHEN.

### INCLUDE Zie [LOD-expressies](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod.htm) voor meer informatie. ### INDEX `INDEX( )` Zie [Tabelberekeningsfuncties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_tablecalculation.htm) voor meer informatie. ### INT
SyntaxisINT(expression)
UitvoerGeheel getal
DefinitieZet het argument om in een geheel getal. Deze functie kort resultaten voor expressies af tot het dichtstbijzijnde gehele getal richting nul.
Voorbeeld
INT(8/3) = 2
INT(-9.7) = -9
Opmerkingen

Wanneer een tekenreeks wordt omgezet naar een geheel getal, wordt deze eerst omgezet naar een zwevend getal en vervolgens afgerond.

Zie ook FLOAT wat een decimale waarde retourneert.
Zie ook ROUND, CEILING en FLOOR

### INTERSECTS
SyntaxisINTERSECTS (<geometry1>, <geometry2>)
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert true of false om aan te geven of twee geometrieën elkaar in de ruimte overlappen.
OpmerkingenOndersteunde combinaties: punt/veelhoek, lijn/veelhoek en veelhoek/veelhoek.
### ISDATE Controleer of de tekenreeks een geldige datumopmaak is.
SyntaxisISDATE(string)
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert waar als een opgegeven <string> een geldige datum is.
Voorbeeld
ISDATE(09/22/2018) = true
ISDATE(22SEP18) = false
OpmerkingenHet vereiste argument moet een tekenreeks zijn. ISDATE kan niet worden gebruikt voor een veld met een type datuminformatie. Deze berekening retourneert een fout.
### ISFULLNAME
SyntaxisISFULLNAME("User Full Name")
UitvoerBooleaanse waarde
Definitie

Retourneert TRUE als de volledige naam van de gebruiker overeenkomt met de opgegeven volledige naam, of FALSE als deze niet overeenkomt.

Voorbeeld
ISFULLNAME("Hamlin Myrer")
Opmerkingen

Het argument <"User Full Name"> moet een letterlijke tekenreeks zijn, geen veld.

Deze functie controleert:

  • Tableau Cloud en Tableau Server: de volledige naam van de aangemelde gebruiker
  • Tableau Desktop: de volledige lokale of netwerknaam voor de gebruiker
### ISMEMBEROF
SyntaxisISMEMBEROF("Group Name")
UitvoerBooleaanse waarde of null-waarde
Definitie

Retourneert TRUE als de persoon die momenteel Tableau gebruikt, lid is van een groep die overeenkomt met de opgegeven tekenreeks, FALSE als deze geen lid is en NULL als deze niet is aangemeld.

Voorbeeld
ISMEMBEROF('Superstars')
ISMEMBEROF('domain.lan\Sales')
Opmerkingen

Het argument <"Group Full Name"> moet een letterlijke tekenreeks zijn, geen veld.

Als de gebruiker is aangemeld bij Tableau Cloud of Tableau Server, wordt het groepslidmaatschap bepaald door Tableau-groepen. De functie retourneert TRUE als de opgegeven tekenreeks 'Alle gebruikers' is

De functie ISMEMBEROF( ) accepteert ook Active Directory-domeinen. Het Active Directory-domein moet in de berekening worden verklaard met de groepsnaam.

### ISNULL
SyntaxisISNULL(expression)
UitvoerBooleaans (waar of onwaar)
Definitie

Retourneert waar als de <expression> NULL is (bevat geen geldige data).

Voorbeeld
ISNULL([Assigned Room])

’Is het veld Assigned Room null?’

Opmerkingen

Vergelijk met IFNULL. IFNULL retourneert altijd een waarde. ISNULL retourneert een Booleaanse waarde.

Zie ook ZN.

### ISOQUARTER
SyntaxisISOQUARTER(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het ISO8601-kwartaal op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
ISOQUARTER(#1986-03-25#) = 1
OpmerkingenZie ook ISOWEEK, ISOWEEKDAY, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten.
### ISOWEEK
SyntaxisISOWEEK(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert de ISO8601-week op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
ISOWEEK(#1986-03-25#) = 13
OpmerkingenZie ook ISOWEEKDAY, ISOQUARTER, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten.
### ISOWEEKDAY
SyntaxisISOWEEKDAY(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert de ISO8601-weekdag op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
ISOWEEKDAY(#1986-03-25#) = 2
OpmerkingenZie ook ISOWEEK, ISOQUARTER, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten
### ISOYEAR
SyntaxisISOYEAR(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het jaar van de ISO8601 op weekbasis van een bepaalde datum als een geheel getal.
Voorbeeld
ISOYEAR(#1986-03-25#) = 1,986
OpmerkingenZie ook ISOWEEK, ISOWEEKDAY, ISOQUARTER en de niet-ISO-equivalenten.
### ISUSERNAME
SyntaxisISUSERNAME("username")
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert TRUE waar als de gebruikersnaam van de huidige gebruiker overeenkomt met de opgegeven <username> of FALSE als deze niet overeenkomt.
Voorbeeld
ISUSERNAME("hmyrer")
Opmerkingen

Het argument <"username"> moet een letterlijke tekenreeks zijn, geen veld.

Deze functie controleert:

  • Tableau Cloud en Tableau Server: de gebruikersnaam van de aangemelde gebruiker
  • Tableau Desktop: de lokale gebruikersnaam of de netwerkgebruikersnaam voor de gebruiker
[terug naar boven](#top) ## J [terug naar boven](#top) ## K [terug naar boven](#top) ## L ### LAST `LAST()` Zie [Tabelberekeningsfuncties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_tablecalculation.htm) voor meer informatie. ### LEFT
Syntaxis LEFT(string, number)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert het <number> voor het aantal tekens dat het meest links in de tekenreeks staat.
Voorbeeld
LEFT("Matador", 4) = "Mata"
OpmerkingenZie ook MID en RIGHT.
### LEN
SyntaxisLEN(string)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de lengte van de <string>.
Voorbeeld
LEN("Matador") = 7
OpmerkingenNiet te verwarren met de ruimtelijke functie LENGTH.
### LENGTH
SyntaxisLENGTH(geometry, 'units')
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de geodetische padlengte van de lijntekenreeks of tekenreeksen in de <geometry> met behulp van de gegeven <units>.
Voorbeeld
LENGTH([Spatial], 'metres')
Opmerkingen

Het resultaat is <NaN> als het geometrie-argument geen lijntekenreeksen bevat, hoewel andere elementen wel zijn toegestaan.

Niet te verwarren met de tekenreeksfunctie LEN.

### LN
SyntaxisLN(number)
Uitvoer

Getal

De uitvoer is Null als het argument kleiner dan of gelijk aan nul is.

DefinitieRetourneert de natuurlijke logaritme van een <number>.
Voorbeeld
LN(50) = 3.912023005
OpmerkingenZie ook EXP en LOG.
### LOG
SyntaxisLOG(number, [base])

Als het optionele basisargument niet aanwezig is, wordt basis 10 gebruikt.

UitvoerGetal
DefinitieRetourneert het logaritme van een <number> voor de opgegeven <base>.
Voorbeeld
LOG(16,4) = 2
OpmerkingenZie ook POWER LN.
### LOG2 `LOG2(number)` Alleen ondersteund bij verbinding met Google BigQuery. Zie [Aanvullende functies](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_additional.htm) voor meer informatie. ### LOOKUP `LOOKUP(expression, [offest])` Zie [Tabelberekeningsfuncties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_tablecalculation.htm) voor meer informatie. ### LOWER
SyntaxisLOWER(string)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de opgegeven <string> volledig in kleine letters.
Voorbeeld
LOWER("ProductVersion") = "productversion"
OpmerkingenZie ook UPPER en PROPER.
### LTRIM
Syntaxis LTRIM(string)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de opgegeven <string> met eventuele voorloopspaties verwijderd.
Voorbeeld
LTRIM(" Matador ") = "Matador "
OpmerkingenZie ook RTRIM.
### LTRIM\_THIS `LTRIM_THIS(string, string)` Alleen ondersteund bij verbinding met Google BigQuery. Zie [Aanvullende functies](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_additional.htm) voor meer informatie. [terug naar boven](#top) ## M ### MAKEDATE
SyntaxisMAKEDATE(year, month, day)
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert een datumwaarde die is samengesteld uit de opgegeven <year>, <month> en <day>.
Voorbeeld
MAKEDATE(1986,3,25) = #1986-03-25#
Opmerkingen

Opmerking: onjuist ingevoerde waarden worden aangepast naar een datum, zoals MAKEDATE(2020,4,31) = May 1, 2020 in plaats van de foutmelding dat er geen 31e dag van april is.

Beschikbaar voor Tableau-data-extracten. Controleer de beschikbaarheid in andere databronnen.

MAKEDATE vereist numerieke invoer voor de onderdelen van een datum. Als uw data een tekenreeks betreffen die een datum zou moeten zijn, probeer dan de volgende functie: DATE. DATE herkent automatisch veel standaard datumopmaken. Als DATE de invoer niet herkent, probeer dan DATEPARSE.

### MAKEDATETIME
SyntaxisMAKEDATETIME(date, time)
UitvoerDatumtijd
DefinitieRetourneert een datumtijd die <date> en een <time> combineert. De datum kan een datum, datumtijd of een tekenreeks zijn. De tijd moet een datumtijd zijn.
Voorbeeld
MAKEDATETIME("1899-12-30", #07:59:00#) = #12/30/1899 7:59:00 AM#
MAKEDATETIME([Date], [Time]) = #1/1/2001 6:00:00 AM#
Opmerkingen

Deze functie is alleen beschikbaar voor met MySQL compatibele verbindingen (voor Tableau zijn dat MySQL en Amazon Aurora).

MAKETIME is een vergelijkbare functie beschikbaar voor Tableau-data-extracten en enkele andere databronnen.

### MAKELINE
SyntaxisMAKELINE(SpatialPoint1, SpatialPoint2)
UitvoerGeometrie (lijn)
DefinitieRetourneert een lijnmarkering tussen twee punten
Voorbeeld
MAKELINE(MAKEPOINT(47.59, -122.32), MAKEPOINT(48.5, -123.1))
OpmerkingenHandig voor het maken van vertrek-bestemmingskaarten.
### MAKEPOINT
SyntaxisMAKEPOINT(latitude, longitude, [SRID])
UitvoerGeometrie (punt)
Definitie

Converteert data van de kolommen <latitude> en <longitude> naar ruimtelijke objecten.

Als het optionele argument <SRID> wordt toegevoegd, kunnen de invoerdata andere geprojecteerde geografische coördinaten zijn.

Voorbeeld
MAKEPOINT(48.5, -123.1)
MAKEPOINT([AirportLatitude], [AirportLongitude])
MAKEPOINT([Xcoord],[Ycoord], 3493)
Opmerkingen

MAKEPOINT kan de automatisch gegenereerde velden voor breedtegraad en lengtegraad niet gebruiken. De databron moet standaard de coördinaten bevatten.

SRID is een ruimtelijke referentie-identificatie die ESPG-referentiesysteemcodes gebruikt om coördinatensystemen op te geven. Als SRID niet is opgegeven, wordt WGS84 aangenomen en worden parameters behandeld als breedtegraad/lengtegraad in graden.

Met MAKEPOINT kunt u een databron ruimtelijk inschakelen, zodat deze met behulp van een ruimtelijke join kan worden gekoppeld aan een ruimtelijk bestand. Zie Een join maken van bestanden met ruimtelijke data in Tableauvoor meer informatie.

### MAKETIME
SyntaxisMAKETIME(hour, minute, second)
UitvoerDatumtijd
DefinitieRetourneert een datumwaarde die is samengesteld uit de opgegeven <hour>, <minute> en <second>.
Voorbeeld
MAKETIME(14, 52, 40) = #1/1/1899 14:52:40#
Opmerkingen

Omdat Tableau geen type tijddata ondersteunt (alleen datumtijd), is de uitvoer een datumtijd. Het datumgedeelte van het veld is 1/1/1899.

Vergelijkbare functie als MAKEDATETIME, die alleen beschikbaar is voor met MYSQL compatibele verbindingen.

### MAX
SyntaxisMAX(expression) of MAX(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.

MAX kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MAX(4,7) = 7
MAX(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #2/20/2021#
MAX([Name]) = "Zander"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MAX is meestal de waarde die als laatste in alfabetische volgorde staat.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MAX de hoogste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MAX de meest recente datum. Als MAX een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MAX een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MAX(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MAX(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MIN.

### MEDIAN
SyntaxisMEDIAN(expression)
DefinitieRetourneert de mediaan van een expressie in alle records. Null-waarden worden genegeerd.
OpmerkingenMEDIAN kan alleen worden gebruikt met numerieke velden.
Beperkingen van de database

MEDIAN is niet beschikbaar voor de volgende databronnen: Access, Amazon Redshift, Cloudera Hadoop, HP Vertica, IBM DB2, IBM PDA (Netezza), Microsoft SQL Server, MySQL, SAP HANA en Teradata.

Voor andere typen databronnen kunt u uw data naar een extractiebestand extraheren om deze functie te gebruiken. Zie Uw data extraheren.

### MID
Syntaxis(MID(string, start, [length])
UitvoerTekenreeks
Definitie

Retourneert een tekenreeks die begint bij de opgegeven <start>-positie. Het eerste teken in de tekenreeks is positie 1.

Als het optionele numerieke argument <length> wordt toegevoegd, bevat de geretourneerde tekenreeks alleen dat aantal tekens.

Voorbeeld
MID("Calculation", 2) = "alculation"
MID("Calculation", 2, 5) ="alcul"
OpmerkingenZie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies.
### MIN
SyntaxisMIN(expression) of MIN(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.

MIN kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MIN(4,7) = 4
MIN(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #3/25/1986#
MIN([Name]) = "Abebi"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MIN is meestal de waarde die in alfabetische volgorde als eerste voorkomt.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MIN de laagste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MIN de vroegste datum. Als MIN een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MIN een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MIN(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MIN(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MAX.

### Modeluitbreidingen Zie [Tabelberekeningsfuncties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_tablecalculation.htm) voor meer informatie. - MODEL\_EXTENSION\_BOOL - MODEL\_EXTENSION\_INT - MODEL\_EXTENSION\_REAL - MODEL\_EXTENSION\_STR ### MODEL\_PERCENTILE
SyntaxisMODEL_PERCENTILE(
model_specification (optional),
target_expression,
predictor_expression(s))
DefinitieRetourneert de waarschijnlijkheid (tussen 0 en 1) dat de verwachte waarde minder is dan of gelijk is aan de waargenomen markering, gedefinieerd door de doelexpressie en andere predictors. Dit is de posterieure voorspellende distributiefunctie, ook wel bekend als de cumulatieve distributiefunctie (CDF).
Voorbeeld
MODEL_PERCENTILE( SUM([Sales]),COUNT([Orders]))
### MODEL\_QUANTILE
SyntaxisMODEL_QUANTILE(
model_specification (optional),
quantile,
target_expression,
predictor_expression(s))
DefinitieRetourneert een numerieke doelwaarde binnen het waarschijnlijkheidsbereik dat is gedefinieerd door de doelexpressie en andere predictors bij een opgegeven kwantiel. Dit is het posterieure voorspellende kwantiel.
Voorbeeld
MODEL_QUANTILE(0.5, SUM([Sales]), COUNT([Orders]))
### MONTH
SyntaxisMONTH(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert de maand van de opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
MONTH(#1986-03-25#) = 3
OpmerkingenZie ook DAY, WEEK, Kwartaal, YEAR, en de ISO-equivalenten
[terug naar boven](#top) ## N ### NOT
SyntaxisNOT <expression>
UitvoerBooleaans (waar of onwaar)
DefinitieVoert een logische ontkenning uit op een expressie.
Voorbeeld
IF NOT [Season] = "Summer" 
THEN 'Don't wear sandals'
ELSE 'Wear sandals' 
END

‘Als het seizoen niet gelijk is aan Summer, retourneer dan Don't wear sandals. Zo niet, retourneer dan Wear sandals.’

Opmerkingen

Vaak gebruikt met IF en IIF. Zie ook De Tableau-functies in deze referentie zijn alfabetisch gerangschikt. Klik op een letter om naar die locatie in de lijst te gaan. U kunt ook Ctrl + F (Command-F op een Mac) gebruiken om een zoekvak te openen en naar een specifieke functie te zoeken. en OR.

### NOW
SyntaxisNOW()
UitvoerDatumtijd
DefinitieRetourneert de huidige systeemdatum en -tijd.
Voorbeeld
NOW() = 1986-03-25 1:08:21 PM
Opmerkingen

NOW heeft geen argument nodig.

Zie ook TODAY, een vergelijkbare berekening die een datum retourneert in plaats van een datumtijd.

Als de databron een live verbinding is, kunnen de systeemdatum en -tijd in een andere tijdzone liggen. Zie de Knowledgebase voor meer informatie over hoe u dit kunt aanpakken.

[terug naar boven](#top) ## O ### OR
Syntaxis<expr1> OR <expr2>
UitvoerBooleaans (waar of onwaar)
DefinitieVoert een logische ontkoppeling uit op twee expressies.
Voorbeeld
IF [Season] = "Spring" OR [Season] = "Fall" 
THEN "Sneakers"
END

‘Als (Season = Spring) of (Season = Fall) waar is, retourneer dan Sneakers.’

Opmerkingen

Vaak gebruikt met IF en IIF. Zie ook De Tableau-functies in deze referentie zijn alfabetisch gerangschikt. Klik op een letter om naar die locatie in de lijst te gaan. U kunt ook Ctrl + F (Command-F op een Mac) gebruiken om een zoekvak te openen en naar een specifieke functie te zoeken. en NOT.

Als een van beide expressies TRUE is, dan is het resultaat TRUE. Als beide expressies FALSE zijn, dan is het resultaat FALSE. Als beide expressies NULL zijn, dan is het resultaat NULL.

Als u een berekening maakt die het resultaat weergeeft van een OR vergelijking op een werkblad, geeft Tableau TRUEen FALSE weer. Als u dit wilt wijzigen, gebruikt u het gedeelte Notatie in het dialoogvenster Notatie.

Opmerking: de operator OR gebruikt evaluatie van kortsluiting. Dit betekent dat als de eerste expressie wordt geëvalueerd als TRUE, dan wordt de tweede expressie helemaal niet geëvalueerd. Dit kan handig zijn als de tweede expressie resulteert in een fout terwijl de eerste expressie TRUE is, omdat de tweede expressie in dit geval nooit wordt geëvalueerd.

### OUTLINE
SyntaxisOUTLINE(<spatial polygon>)
UitvoerGeometrie
DefinitieConverteert een polygoongeometrie naar lijntekenreeksen.
Opmerkingen

Handig voor het maken van een aparte laag voor een omtrek die anders kan worden vormgegeven dan de vulling.

Ondersteunt polygonen binnen multipolygonen.

[terug naar boven](#top) ## P ### PARSE\_URL `PARSE_URL(string, url_part)` Alleen ondersteund bij verbinding met Cloudera Impala. Zie [Aanvullende functies](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_additional.htm) voor meer informatie. ### PARSE\_URL\_QUERY `PARSE_URL_QUERY(string, key)` Alleen ondersteund bij verbinding met Cloudera Impala. Zie [Aanvullende functies](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_additional.htm) voor meer informatie. ### PERCENTILE
SyntaxisPERCENTILE(expression, number)
DefinitieRetourneert de percentielwaarde van de opgegeven <expression> die overeenkomt met het opgegeven <number>. Het <number> moet tussen 0 en 1 (inclusief) vallen en moet een numerieke constante zijn.
Voorbeeld
PERCENTILE([Score], 0.9)
Beperkingen van de database

Deze functie is beschikbaar voor de volgende databronnen: niet-verouderde Microsoft Excel- en tekstbestandverbindingen, extracten en alleen extract-databrontypen (bijvoorbeeld Google Analytics, OData of Salesforce), Sybase IQ 15.1 en latere databronnen, Oracle 10 en latere databronnen, Cloudera Hive en Hortonworks Hadoop Hive-databronnen, EXASolution 4.2 en latere databronnen.

Voor andere typen databronnen kunt u uw data naar een extractiebestand extraheren om deze functie te gebruiken. Zie Uw data extraheren.

### PI
SyntaxisPI()
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de numerieke constante pi: 3,14159...
Voorbeeld
PI() = 3.14159
OpmerkingenHandig voor trigonometrische functies waarvan de invoer in radialen is.
### POWER
SyntaxisPOWER(number, power)
UitvoerGetal
DefinitieVerhoogt een <number> naar de opgegeven <power>.
Voorbeeld
POWER(5,3) = 125
POWER([Temperature], 2)
OpmerkingenU kunt ook het symbool ^ gebruiken, zoals 5^3 = POWER(5,3) = 125

Zie ook EXP, LOG en SQUARE.

### PREVIOUS\_VALUE `PREVIOUS_VALUE(expression)` Zie [Tabelberekeningsfuncties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_tablecalculation.htm) voor meer informatie. ### PROPER
SyntaxisPROPER(string)
UitvoerTekenreeks
Definitie

Retourneert de opgegeven <string> waarbij de eerste letter van elk woord een hoofdletter is en de overige letters een kleine letter.

Voorbeeld
PROPER("PRODUCT name") = "Product Name"
PROPER("darcy-mae") = "Darcy-Mae"
Opmerkingen

Spaties en niet-alfanumerieke tekens zoals leestekens worden als scheidingstekens beschouwd.

Zie ook LOWER en UPPER.

[terug naar boven](#top) ## Q ### Kwartaal
SyntaxisQUARTER(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het kwartaal van de opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
QUARTER(#1986-03-25#) = 1
OpmerkingenZie ook DAY, WEEK, MONTH, YEAR, en de ISO-equivalenten
[terug naar boven](#top) ## R ### RADIANS
SyntaxisRADIANS(number)
UitvoerGetal (hoek in radialen)
DefinitieConverteert een gegeven <number> van graden naar radialen.
Voorbeeld
RADIANS(180) = 3.14159
OpmerkingenDe inverse functie, DEGREES, neemt een hoek in radialen en retourneert de hoek in graden.
### RANK-tabelberekeningsfuncties Zie [Tabelberekeningsfuncties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_tablecalculation.htm) voor meer informatie. - `RANK(expression, ['asc' | 'desc'])` - `RANK_DENSE(expression, ['asc' | 'desc'])` - `RANK_MODIFIED(expression, ['asc' | 'desc'])` - `RANK_PERCENTILE(expression, ['asc' | 'desc'])` - `RANK_UNIQUE(expression, ['asc' | 'desc'])` ### RAWSQL-functies Zie [Pass-Through-functies (RAWSQL)](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_passthrough.htm) voor meer informatie. - `RAWSQL_BOOL("sql_expr", [arg1], … [argN])` - `RAWSQL_DATE("sql_expr", [arg1], … [argN])` - `RAWSQL_DATETIME("sql_expr", [arg1], … [argN])` - `RAWSQL_INT("sql_expr", [arg1], … [argN])` - `RAWSQL_REAL("sql_expr", [arg1], … [argN])` - `RAWSQL_SPATIAL` - `RAWSQL_STR("sql_expr", [arg1], … [argN])` - `RAWSQLAGG_BOOL("sql_expr", [arg1], … [argN])` - `RAWSQLAGG_DATE("sql_expr", [arg1], … [argN])` - `RAWSQLAGG_DATETIME("sql_expr", [arg1], … [argN])` - `RAWSQLAGG_INT("sql_expr", [arg1], … [argN])` - `RAWSQLAGG_REAL("sql_expr", [arg1], … [argN])` - `RAWSQLAGG_STR("sql_expr", [arg1], … [argN])` ### REGEXP-functies Zie [Aanvullende functies](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_additional.htm) voor meer informatie. - `REGEXP_EXTRACT(string, pattern)` - `REGEXP_EXTRACT_NTH(string, pattern, index)` - `REGEXP_EXTRACT_NTH(string, pattern, index)` - `REGEXP_MATCH(string, pattern)` - `REGEXP_REPLACE(string, pattern, replacement)` ### REPLACE
SyntaxisREPLACE(string, substring, replacement
UitvoerTekenreeks
DefinitieZoekt in een <string> naar een <substring> en vervangt dit door <replacement>. Als <substring> niet wordt gevonden, blijft de tekenreeks ongewijzigd.
Voorbeeld
REPLACE("Version 3.8", "3.8", "4x") = "Version 4x"
OpmerkingenZie ook REGEXP_REPLACE in de documentatie over aanvullende functies.
### RIGHT
SyntaxisRIGHT(string, number)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert het <number> voor het aantal tekens dat het meest rechts in de tekenreeks staat.
Voorbeeld
RIGHT("Calculation", 4) = "tion"
OpmerkingenZie ook LEFT en MID.
### ROUND
SyntaxisROUND(number, [decimals])
UitvoerGetal
Definitie

Rondt het <number> af tot een bepaald aantal cijfers.

Het optionele argument decimals geeft aan hoeveel decimalen in het eindresultaat moeten worden opgenomen. Als decimals wordt weggelaten, wordt het getal afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal.

Voorbeeld
ROUND(1/3, 2) = 0.33
Opmerkingen

In sommige databases, zoals SQL Server, is het mogelijk om een negatieve lengte op te geven. Hierbij rondt -1 een getal af naar tientallen, -2 naar honderdtallen, enz. Dit geldt niet voor alle databases. Voor Excel en Access geldt dit bijvoorbeeld niet.

[!TIP]

omdat ROUND problemen kan ondervinden vanwege de onderliggende representatie van zwevende komma's van getallen (zoals 9,405 afgerond naar 9,40), kan het beter zijn om het nummer op te maken naar het gewenste aantal decimalen in plaats van het af te ronden. Als u 9,405 opmaakt met twee decimalen, krijgt u het verwachte resultaat 9,41.

Zie ook CEILING en FLOOR.

### RTRIM
SyntaxisRTRIM(string)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de opgegeven <string> met eventuele spaties achteraan verwijderd.
Voorbeeld
RTRIM(" Calculation ") = " Calculation"
OpmerkingenZie ook LTRIM en TRIM.
### RTRIM\_DIT `RTRIM_THIS(string, string)` Alleen ondersteund bij verbinding met Google BigQuery. Zie [Aanvullende functies](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_additional.htm) voor meer informatie. ### RUNNING-tabelberekeningsfuncties Zie [Tabelberekeningsfuncties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_tablecalculation.htm) voor meer informatie. - `RUNNING_AVG(expression)` - `RUNNING_COUNT(expression)` - `RUNNING_MAX(expression)` - `RUNNING_MIN(expression)` - `RUNNING_SUM(expression)` [terug naar boven](#top) ## S ### SCRIPT-analyse-uitbreidingen Zie [Tabelberekeningsfuncties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_tablecalculation.htm) voor meer informatie. - `SCRIPT_BOOL` - `SCRIPT_INT` - `SCRIPT_REAL` - `SCRIPT_STR` ### SHAPETYPE
SyntaxisSHAPETYPE(<geometry>)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert een tekenreeks die de structuur van de ruimtelijke geometrie beschrijft, zoals Leeg, Punt, Meerdere punten, Lijnreeks, Meerdere lijnreeksen, veelhoek, meerdere veelhoeken, Gemengd en niet-ondersteund
Voorbeeld
SHAPETYPE(MAKEPOINT(48.5, -123.1)) = "Point"
### SIGN
SyntaxisSIGN(number)
Uitvoer-1, 0 of 1
DefinitieRetourneert het teken van een getal <number>: de mogelijke retourwaarden zijn -1 als het getal positief is, 0 als het getal nul is of 1 als het getal positief is.
Voorbeeld
SIGN(AVG(Profit)) = -1
OpmerkingenZie ook ABS.
### SIN
SyntaxisSIN(number)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de sinus van een hoek in radialen.
Voorbeeld
SIN(0) = 1.0
SIN(PI( )/4) = 0.707106781186548
Opmerkingen

De inverse functie, ASIN, neemt de sinus als het argument en retourneert de hoek in radialen.

Zie ook PI. Om een hoek van graden naar radialen om te zetten, gebruikt u RADIANS.

### SIZE `SIZE()` Zie [Tabelberekeningsfuncties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_tablecalculation.htm) voor meer informatie. ### SPACE
SyntaxisSPACE(number)
UitvoerTekenreeks (en meer specifiek: alleen spaties)
DefinitieRetourneert een tekenreeks die bestaat uit een opgegeven aantal herhaalde spaties.
Voorbeeld
SPACE(2) = "  "
### SPLIT
SyntaxisSPLIT(string, delimiter, token number)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert een subtekenreeks van een <string> met een <delimiter> om de tekenreeks in een reeks <tokens> te verdelen.
Voorbeeld
SPLIT ("a-b-c-d", "-", 2) = "b"
SPLIT ("a|b|c|d", "|", -2) = "c"
Opmerkingen

De tekenreeks wordt geïnterpreteerd als een afwisselende reeks scheidingstekens en tokens. Dus voor de tekenreeks abc-defgh-i-jkl met '-' als scheidingsteken, zijn de tokens (1) abc, (2) defgh, (3) i en (4) jlk.

SPLIT retourneert het token dat overeenkomt met het tokennummer. Als het tokennummer positief is, worden de tokens geteld vanaf de linkerkant van de tekenreeks. Als het tokennummer negatief is, worden de tokens geteld vanaf de rechterkant.

Zie ook de ondersteunde REGEX in de documentatie voor extra functies.

Beperkingen van de database

De opdrachten Splitsen en Aangepast splitsen zijn beschikbaar voor de volgende typen databronnen: Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, tekstbestanden, PDF-bestanden, Salesforce, OData, Microsoft Azure Market Place, Google Analytics, Vertica, Oracle, MySQL, PostgreSQL, Teradata, Amazon Redshift, Aster Data, Google Big Query, Cloudera Hadoop Hive, Hortonworks Hive en Microsoft SQL Server.

Sommige databronnen stellen limieten aan het splitsen van tekenreeksen. Zie de beperkingen van de SPLIT-functie later in dit onderwerp.

### SQRT
SyntaxisSQRT(number)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de vierkantswortel van een <number>.
Voorbeeld
SQRT(25) = 5
OpmerkingenZie ook SQUARE.
### SQUARE
SyntaxisSQUARE(number)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert het kwadraat van een <number>.
Voorbeeld
SQUARE(5) = 25
OpmerkingenZie ook SQRT en POWER.
### STARTSWITH
SyntaxisSTARTSWITH(string, substring)
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert true als string begint met substring. Voorloopspaties worden genegeerd.
Voorbeeld
STARTSWITH("Matador, "Ma") = TRUE
OpmerkingenZie ook CONTAINS, evenals de ondersteunde REGEX in de documentatie voor extra functies.
### STDEV
SyntaxisSTDEV(expression)
DefinitieRetourneert de statistische standaardafwijking van alle waarden in de gegeven <expression> op basis van een steekproef van de populatie.
### STDEVP
SyntaxisSTDEVP(expression)
DefinitieRetourneert de statistische standaardafwijking van alle waarden in de gegeven <expression> op basis van een vertekende populatie.
### STR
SyntaxisSTR(expression)
UitvoerTekenreeks
DefinitieZet het bijhorende argument om in een tekenreeks.
Voorbeeld
STR([ID])
### SUM
SyntaxisSUM(expression)
DefinitieRetourneert de som van alle waarden in de <expression>. Null-waarden worden genegeerd.
OpmerkingenSUM kan alleen worden gebruikt met numerieke velden.
[terug naar boven](#top) ## T ### TAN
SyntaxisTAN(number)

Het argument <number> is de hoek in radialen.

UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de tangens van een hoek.
Voorbeeld
TAN(PI ( )/4) = 1.0
OpmerkingenZie ook ATAN, ATAN2,COT en PI. Om een hoek van graden naar radialen om te zetten, gebruikt u RADIANS.
### THEN
SyntaxisIF <test1> THEN <then1>
[ELSEIF <test2> THEN <then2>...]
[ELSE <default>]
END
DefinitieEen vereist onderdeel van een IF-, ELSEIF- of CASE-expressie, die wordt gebruikt om te definiëren welk resultaat moet worden geretourneerd als een specifieke waarde of test waar is.
Voorbeeld
IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' 
ELSEIF [Season] = "Winter" THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers' 
END

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'.

CASE [Season] 
WHEN 'Summer' THEN 'Sandals'
WHEN 'Winter' THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers'
END

‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'.

Opmerkingen

Gebruikt met CASE, WHEN, IF, ELSEIF, THEN, ELSE en END

### TIMESTAMP\_TO\_USEC `TIMESTAMP_TO_USEC(expression)` Alleen ondersteund bij verbinding met Google BigQuery. Zie [Aanvullende functies](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_additional.htm) voor meer informatie. ### TLD `TLD(string_url)` Alleen ondersteund bij verbinding met Google BigQuery. Zie [Aanvullende functies](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_additional.htm) voor meer informatie. ### TODAY
SyntaxisTODAY()
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert de huidige, lokale systeemdatum.
Voorbeeld
TODAY() = 1986-03-25
Opmerkingen

TODAY heeft geen argument nodig.

Zie ook NOW, een soortgelijke berekening die een datumtijd retourneert in plaats van een datum.

Als de databron een live verbinding is, kan de systeemdatum in een andere tijdzone liggen. Zie de Knowledgebase voor meer informatie over hoe u dit kunt aanpakken.

### TOTAL `TOTAL(expression)` Zie [Tabelberekeningsfuncties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_tablecalculation.htm) voor meer informatie. ### TRIM
SyntaxisTRIM(string)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de gegeven <string> met de voorloop- en naloopspaties verwijderd.
Voorbeeld
TRIM(" Calculation ") = "Calculation"
OpmerkingenZie ook LTRIM en RTRIM.
[terug naar boven](#top) ## U ### UPPER
SyntaxisUPPER(string)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de gegeven <string> volledig in hoofdletters.
Voorbeeld
UPPER("Calculation") = "CALCULATION"
OpmerkingenZie ook PROPER en LOWER.
### USEC\_TO\_TIMESTAMP `USEC_TO_TIMESTAMP(expression)` Alleen ondersteund bij verbinding met Google BigQuery. Zie [Aanvullende functies](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_additional.htm) voor meer informatie. ### USERDOMAIN
SyntaxisUSERDOMAIN( )
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert het domein voor de huidige gebruiker.
Opmerkingen

Deze functie controleert:

  • Tableau Cloud en Tableau Server: het gebruikersdomein van de aangemelde gebruiker
  • Tableau Desktop: het lokale domein als de gebruiker zich in een domein bevindt
### USERNAME
SyntaxisUSERNAME( )
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de gebruikersnaam voor de huidige gebruiker.
Voorbeeld
USERNAME( )

Hiermee wordt de gebruikersnaam van de aangemelde gebruiker geretourneerd, bijvoorbeeld 'hmyrer'.

[Manager] = USERNAME( )

Als manager 'hmyrer' is aangemeld, retourneert dit voorbeeld alleen TRUE als het veld Manager in de weergave 'hmyrer' bevat.

Opmerkingen

Deze functie controleert:

  • Tableau Cloud en Tableau Server: de gebruikersnaam van de aangemelde gebruiker
  • Tableau Desktop: de lokale gebruikersnaam of de netwerkgebruikersnaam voor de gebruiker

Gebruikersfilters

Wanneer een berekend veld zoals [Username field] = USERNAME( ) als filter wordt gebruikt, wordt een gebruikersfilter gemaakt dat alleen data weergeeft die relevant zijn voor de persoon die is aangemeld bij de server.

### GEBRUIKERSKENMERK JSON-webtokenfuncties - `USERATTRIBUTE('attribute_name')` - `USERATTRIBUTEINCLUDES('attribute_name', 'expected_value')` Zie [Gebruikersfuncties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_user.htm) voor meer informatie. [terug naar boven](#top) ## V ### VAR
SyntaxisVAR(expression)
DefinitieRetourneert de statistische variantie van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een steekproef van de populatie.
### VARP
SyntaxisVARP(expression)
DefinitieRetourneert de statistische variantie van alle waarden in de gegeven expressie op basis van de gehele populatie.
[terug naar boven](#top) ## W ### WEEK
SyntaxisWEEK(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert de week van de opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
WEEK(#1986-03-25#) = 13
OpmerkingenZie ook DAY, MONTH, Kwartaal, YEAR, en de ISO-equivalenten
### WHEN
SyntaxisCASE <expression>
WHEN <value1> THEN <then1>
WHEN <value2> THEN <then2>
...
[ELSE <default>]
END
DefinitieEen vereist onderdeel van een CASE-expressie. Vindt de eerste <value> die overeenkomt met <expression> en retourneert de overeenkomende <then>.
Voorbeeld
CASE [Season] 
WHEN 'Summer' THEN 'Sandals'
WHEN 'Winter' THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers'
END

‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'.

Opmerkingen

Gebruikt met CASE, THEN, ELSE en END.

CASE ondersteunt ook de constructie WHEN IN, zoals:

CASE <expression> 
WHEN IN <set1> THEN <then1>
WHEN IN <combinedfield> THEN <then2>
...
ELSE <default>
END

De waarden die WHEN IN vergelijken moet een set, lijst met letterlijke waarden of gecombineerd veld zijn. Zie ook IN.

### Venster Tabelberekeningen Zie [Tabelberekeningsfuncties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_tablecalculation.htm) voor meer informatie. - `WINDOW_AVG(expression, [start, end])` - `WINDOW_CORR(expression1, expression2, [start, end])` - `WINDOW_COUNT(expression, [start, end])` - `WINDOW_COVAR(expression1, expression2, [start, end])` - `WINDOW_COVARP(expression1, expression2, [start, end])` - `WINDOW_MAX(expression, [start, end])` - `WINDOW_MEDIAN(expression, [start, end])` - `WINDOW_MIN(expression, [start, end])` - `WINDOW_PERCENTILE(expression, number, [start, end])` - `WINDOW_STDEV(expression, [start, end])` - `WINDOW_STDEVP(expression, [start, end])` - `WINDOW_SUM(expression, [start, end])` - `WINDOW_VAR(expression, [start, end])` - `WINDOW_VARP(expression, [start, end])` [terug naar boven](#top) ## X ### XPATH-functies Alleen ondersteund bij verbinding met Hadoop Hive. Zie [Pass-Through-functies (RAWSQL)](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_passthrough.htm) voor meer informatie. - `XPATH_BOOLEAN(XML string, XPath expression string)` - `XPATH_DOUBLE(XML string, XPath expression string)` - `XPATH_FLOAT(XML string, XPath expression string)` - `XPATH_INT(XML string, XPath expression string)` - `XPATH_LONG(XML string, XPath expression string)` - `XPATH_SHORT(XML string, XPath expression string)` - `XPATH_STRING(XML string, XPath expression string)` [terug naar boven](#top) ## Y ### YEAR
SyntaxisYEAR(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het jaar van de opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
YEAR(#1986-03-25#) = 1,986
OpmerkingenZie ook DAY, WEEK, MONTH, Kwartaal, en de ISO-equivalenten
[terug naar boven](#top) ## Z ### ZN
SyntaxisZN(expression)
UitvoerHangt af van het datatype van de <expression> of 0.
DefinitieRetourneert <expression> als deze niet null is, anders wordt nul geretourneerd.
Voorbeeld
ZN([Test Grade])

‘Als het toetscijfer niet null is, retourneer dan de waarde ervan. Als het toetscijfer nul is, retourneer dan 0.’

Opmerkingen

ZN is een gespecialiseerd geval van IFNULL waarbij het alternatief, als de expressie nul is, altijd 0 is en niet wordt gespecificeerd in de berekening.

ZN is vooral handig wanneer u aanvullende berekeningen uitvoert en een nullwaarde de gehele berekening null (nietig) zou maken. Wees echter voorzichtig bij het interpreteren van deze resultaten, want null is niet altijd synoniem met 0 en kan duiden op ontbrekende data.

Zie ook ISNULL.

[terug naar boven](#top) ## Zie ook [Tableau-functies (op categorie)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_categories.htm) [Functies in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tableau-functies (op categorie) De Tableau-functies in deze referentie zijn geordend per categorie. Klik op een categorie om de functies ervan te bekijken. Ok gebruik Ctrl + F (Command + F op een Mac) om een zoekveld te openen waarmee u op de pagina naar een specifieke functie kunt zoeken. Getalfuncties ### ABS
SyntaxisABS(number)
UitvoerGetal (positief)
DefinitieRetourneert de absolute waarde van een gegeven <number>.
Voorbeeld
ABS(-7) = 7
ABS([Budget Variance])

Het tweede voorbeeld retourneert de absolute waarde voor alle getallen in het veld Budgetafwijking.

OpmerkingenZie ook SIGN.
### ACOS
SyntaxisACOS(number)
UitvoerGetal (hoek in radialen)
DefinitieRetourneert de arccosinus (hoek) van een gegeven <number>.
Voorbeeld
ACOS(-1) = 3.14159265358979
OpmerkingenDe inverse functie, COS, neemt de hoek in radialen als argument en retourneert de cosinus.
### ASIN
SyntaxisASIN(number)
UitvoerGetal (hoek in radialen)
DefinitieRetourneert de arccosinus (hoek) van een gegeven <number>.
Voorbeeld
ASIN(1) = 1.5707963267949
OpmerkingenDe inverse functie, SIN, neemt de hoek in radialen als argument en retourneert de sinus.
### ATAN
SyntaxisATAN(number)
UitvoerGetal (hoek in radialen)
DefinitieRetourneert de boogtangens (hoek) van een opgegeven <number>.
Voorbeeld
ATAN(180) = 1.5652408283942
Opmerkingen

De inverse functie, TAN, neemt de hoek in radialen als argument en retourneert de tangens.

Zie ook ATAN2 en COT.

### ATAN2
SyntaxisATAN2(y number, x number)
UitvoerGetal (hoek in radialen)
DefinitieRetourneert de boogtangens van twee opgegeven getallen (x en y). Het resultaat is in radialen.
Voorbeeld
ATAN2(2, 1) = 1.10714871779409
OpmerkingenZie ook ATAN, TAN en COT.
### CEILING
SyntaxisCEILING(number)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRondt een <number> af tot het dichtstbijzijnde gehele getal met dezelfde of hogere waarde.
Voorbeeld
CEILING(2.1) = 3
OpmerkingenZie ook FLOOR en ROUND.
Beperkingen van de database

CEILING is beschikbaar via de volgende connectors: Microsoft Excel, Text File, Statistical File, Published Data Source, Amazon EMR Hadoop Hive, Amazon Redshift, Cloudera Hadoop, DataStax Enterprise, Google Analytics, Google BigQuery, Hortonworks Hadoop Hive, MapR Hadoop Hive, Microsoft SQL Server, Salesforce, Spark SQL.

### COS
SyntaxisCOS(number)

Het getalargument is de hoek in radialen.

UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de cosinus van een hoek.
Voorbeeld
COS(PI( ) /4) = 0.707106781186548
Opmerkingen

De inverse functie, ACOS, neemt de cosinus als argument en retourneert de hoek in radialen.

Zie ook PI. Om een hoek van graden naar radialen om te zetten, gebruikt u RADIANS.

### COT
SyntaxisCOT(number)

Het getalargument is de hoek in radialen.

UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de cotangens van een hoek.
Voorbeeld
COT(PI( ) /4) = 1
OpmerkingenZie ook ATAN, TAN en PI. Om een hoek van graden naar radialen om te zetten, gebruikt u RADIANS.
### DEGREES
SyntaxisDEGREES(number)

Het getalargument is de hoek in radialen.

UitvoerGetal (graden)
DefinitieConverteert een hoek van radialen in graden.
Voorbeeld
DEGREES(PI( )/4) = 45.0
Opmerkingen

De inverse functie, RADIANS, neemt een hoek in graden en retourneert de hoek in radialen.

Zie ook PI().

### DIV
SyntaxisDIV(integer1, integer2)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het gedeelte geheel getal van een divisiebewerking, waarin <integer1> wordt gedeeld door <integer2>.
Voorbeeld
DIV(11,2) = 5
### EXP
SyntaxisEXP(number)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert e tot de macht van een gegeven <number>.
Voorbeeld
EXP(2) = 7.389
EXP(-[Growth Rate]*[Time])
OpmerkingenZie ook LN.
### FLOOR
SyntaxisFLOOR(number)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRondt een getal af tot het dichtstbijzijnde gehele <number> met dezelfde of lagere waarde.
Voorbeeld
FLOOR(7.9) = 7
OpmerkingenZie ook CEILING en ROUND.
Beperkingen van de database

FLOOR is beschikbaar via de volgende connectors: Microsoft Excel, Text File, Statistical File, Published Data Source, Amazon EMR Hadoop Hive, Cloudera Hadoop, DataStax Enterprise, Google Analytics, Google BigQuery, Hortonworks Hadoop Hive, MapR Hadoop Hive, Microsoft SQL Server, Salesforce, Spark SQL.

### HEXBINX
SyntaxisHEXBINX(number, number)
UitvoerGetal
DefinitieWijst een x, y-coördinaat toe aan de x-coördinaat van de dichtstbijzijnde zeshoekige bin. De bins hebben een zijlengte van 1, dus de invoer moet mogelijk dienovereenkomstig worden geschaald.
Voorbeeld
HEXBINX([Longitude]*2.5, [Latitude]*2.5)
OpmerkingenHEXBINX en HEXBINY zijn functies voor bins en tekenen bij zeshoekige bins. Zeshoekige bins zijn een efficiënte en elegante optie voor het visualiseren van data in een x/y-vlak, zoals een kaart. Omdat de bins zeshoekig zijn, benadert elke bin vrijwel een cirkel en wordt de variatie in de afstand van het datapunt tot het midden van de bin tot een minimum beperkt. Hierdoor wordt de clustering nauwkeuriger en meer informatief.
### HEXBINY
SyntaxisHEXBINY(number, number)
UitvoerGetal
DefinitieWijst een x, y-coördinaat toe aan de y-coördinaat van de dichtstbijzijnde zeshoekige bin. De bins hebben een zijlengte van 1, dus de invoer moet mogelijk dienovereenkomstig worden geschaald.
Voorbeeld
HEXBINY([Longitude]*2.5, [Latitude]*2.5)
OpmerkingenZie ook HEXBINX.
### LN
SyntaxisLN(number)
Uitvoer

Getal

De uitvoer is Null als het argument kleiner dan of gelijk aan nul is.

DefinitieRetourneert de natuurlijke logaritme van een <number>.
Voorbeeld
LN(50) = 3.912023005
OpmerkingenZie ook EXP en LOG.
### LOG
SyntaxisLOG(number, [base])

Als het optionele basisargument niet aanwezig is, wordt basis 10 gebruikt.

UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de logaritme van een getal voor de opgegeven basis.
Voorbeeld
LOG(16,4) = 2
OpmerkingenZie ook POWER LN.
### MAX
SyntaxisMAX(expression) of MAX(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.

MAX kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MAX(4,7) = 7
MAX(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #2/20/2021#
MAX([Name]) = "Zander"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MAX is meestal de waarde die als laatste in alfabetische volgorde staat.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MAX de hoogste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MAX de meest recente datum. Als MAX een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MAX een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MAX(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MAX(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MIN.

### MIN
SyntaxisMIN(expression) of MIN(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.

MIN kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MIN(4,7) = 4
MIN(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #3/25/1986#
MIN([Name]) = "Abebi"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MIN is meestal de waarde die in alfabetische volgorde als eerste voorkomt.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MIN de laagste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MIN de vroegste datum. Als MIN een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MIN een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MIN(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MIN(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MAX.

### PI
SyntaxisPI()
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de numerieke constante pi: 3,14159...
Voorbeeld
PI() = 3.14159
OpmerkingenHandig voor trigonometrische functies waarvan de invoer in radialen is. Zie ook RADIANS.
### POWER
SyntaxisPOWER(number, power)
UitvoerGetal
DefinitieVerhoogt een <number> naar de opgegeven <power>.
Voorbeeld
POWER(5,3) = 125
POWER([Temperature], 2)
OpmerkingenU kunt ook het symbool ^ gebruiken, zoals 5^3 = POWER(5,3) = 125

Zie ook EXP, LOG en SQUARE.

### RADIANS
SyntaxisRADIANS(number)
UitvoerGetal (hoek in radialen)
DefinitieConverteert een gegeven <number> van graden naar radialen.
Voorbeeld
RADIANS(180) = 3.14159
OpmerkingenDe inverse functie, DEGREES, neemt een hoek in radialen en retourneert de hoek in graden.
### ROUND
SyntaxisROUND(number, [decimals])
UitvoerGetal
Definitie

Rondt een <number> af tot een bepaald aantal cijfers.

Het optionele argument decimals geeft aan hoeveel decimalen in het eindresultaat moeten worden opgenomen. Als decimals wordt weggelaten, wordt het getal afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal.

Voorbeeld
ROUND(1/3, 2) = 0.33
Opmerkingen

Bij sommige databases, zoals SQL Server, is het mogelijk om een negatieve lengte op te geven. Hierbij rondt -1 een getal af op tientallen, -2 op honderdtallen, enzovoort. Dit geldt niet voor alle databases. Voor Excel en Access geldt dit bijvoorbeeld niet.

[!TIP]

Omdat ROUND problemen kan ondervinden vanwege de onderliggende drijvendekommarepresentatie van getallen, zoals 9,405 afgerond naar 9,40, kan het daarom beter zijn om het getal te formatteren naar het gewenste aantal decimalen in plaats van af te ronden. Als u 9,405 opmaakt met twee decimalen, krijgt u het verwachte resultaat 9,41.

Zie ook CEILING en FLOOR.

### SIGN
SyntaxisSIGN(number)
Uitvoer-1, 0 of 1
DefinitieRetourneert het teken van een getal <number>: de mogelijke retourwaarden zijn -1 als het getal positief is, 0 als het getal nul is of 1 als het getal positief is.
Voorbeeld
SIGN(AVG(Profit)) = -1
OpmerkingenZie ook ABS.
### SIN
SyntaxisSIN(number)

Het getalargument is de hoek in radialen.

UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de sinus van een hoek.
Voorbeeld
SIN(0) = 1.0
SIN(PI( )/4) = 0.707106781186548
Opmerkingen

De inverse functie, ASIN, neemt de sinus als het argument en retourneert de hoek in radialen.

Zie ook PI. Om een hoek van graden naar radialen om te zetten, gebruikt u RADIANS.

### SQRT
SyntaxisSQRT(number)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de vierkantswortel van een <number>.
Voorbeeld
SQRT(25) = 5
OpmerkingenZie ook SQUARE.
### SQUARE
SyntaxisSQUARE(number)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert het kwadraat van een <number>.
Voorbeeld
SQUARE(5) = 25
OpmerkingenZie ook SQRT en POWER.
### TAN
SyntaxisTAN(number)

Het getalargument is de hoek in radialen.

UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de tangens van een hoek.
Voorbeeld
TAN(PI ( )/4) = 1.0
OpmerkingenZie ook ATAN, ATAN2,COT en PI. Om een hoek van graden naar radialen om te zetten, gebruikt u RADIANS.
### ZN
SyntaxisZN(expression)
UitvoerElke expressie, of 0
Definitie

Retourneert de <expression> als deze niet null is. Anders wordt nul geretourneerd.

Gebruik deze functie om null-waarden te vervangen door nullen.

Voorbeeld
ZN(Grade) = 0
OpmerkingenDit is een zeer nuttige functie wanneer u in een berekening velden gebruikt die mogelijk nullen bevatten. Door het veld te omgeven met ZN kunt u fouten voorkomen die ontstaan door het rekenen met nullen.
Tekenreeksfuncties ### ASCII
SyntaxisASCII(string)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de ASCII-code voor het eerste teken in een <string>.
Voorbeeld
ASCII('A') = 65
OpmerkingenDit is het omgekeerde van de functie CHAR.
### CHAR
SyntaxisCHAR(number)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert het teken dat is gecodeerd door de ASCII-code <number>.
Voorbeeld
CHAR(65) = 'A'
OpmerkingenDit is het omgekeerde van de functie ASCII.
### CONTAINS
SyntaxisCONTAINS(string, substring)
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert true als een gegeven tekenreeks de gespecificeerde subtekenreeks bevat.
Voorbeeld
CONTAINS("Calculation", "alcu") = true
Opmerkingen

Zie ook de logische functie IN evenals de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies.

Afhankelijk van de databron kan CONTAINS hoofdlettergevoelig zijn. Dus kan voor sommige databronnen de volgende situatie ontstaan: CONTAINS("Calculation", "ALCU") = false maar CONTAINS("Calculation", "alcu") = true. Zie ook UPPER, LOWER en PROPER

### ENDSWITH
SyntaxisENDSWITH(string, substring)
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert true als de gegeven tekenreeks eindigt op de gespecificeerde subtekenreeks Spaties aan het einde worden genegeerd.
Voorbeeld
ENDSWITH("Tableau", "leau") = true
OpmerkingenZie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies.
### FIND
SyntaxisFIND(string, substring, [start])
UitvoerGetal
Definitie

Retourneert de indexpositie van een subtekenreeks binnen een tekenreeks, of 0 als de subtekenreeks niet is gevonden. Het eerste teken in de tekenreeks is positie 1.

Als het optionele numerieke argument start wordt toegevoegd, negeert de functie alle instanties van een subtekenreeks die vóór de startpositie voorkomen.

Voorbeeld
FIND("Calculation", "alcu") = 2
FIND("Calculation", "Computer") = 0
FIND("Calculation", "a", 3) = 7
FIND("Calculation", "a", 2) = 2
FIND("Calculation", "a", 8) = 0
OpmerkingenZie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies.
### FINDNTH
SyntaxisFINDNTH(string, substring, occurrence)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de positie van de n-de keer dat een subtekenreeks voorkomt in de opgegeven tekenreeks, waarbij n wordt gedefinieerd door het argument voor het aantal instanties.
Voorbeeld
FINDNTH("Calculation", "a", 2) = 7
Opmerkingen

FINDNTH is niet beschikbaar voor alle databronnen.

Zie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies.

### LEFT
Syntaxis LEFT(string, number)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert het <number> voor het aantal tekens dat het meest links in de tekenreeks staat.
Voorbeeld
LEFT("Matador", 4) = "Mata"
OpmerkingenZie ook MID en RIGHT.
### LEN
SyntaxisLEN(string)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de lengte van de tekenreeks.
Voorbeeld
LEN("Matador") = 7
OpmerkingenNiet te verwarren met de ruimtelijke functie LENGTH.
### LOWER
SyntaxisLOWER(string)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de opgegeven <string> volledig in kleine letters.
Voorbeeld
LOWER("ProductVersion") = "productversion"
OpmerkingenZie ook UPPER en PROPER.
### LTRIM
Syntaxis LTRIM(string)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de opgegeven <string> met eventuele voorloopspaties verwijderd.
Voorbeeld
LTRIM(" Matador ") = "Matador "
OpmerkingenZie ook RTRIM.
### MAX
SyntaxisMAX(expression) of MAX(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.

MAX kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MAX(4,7) = 7
MAX(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #2/20/2021#
MAX([Name]) = "Zander"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MAX is meestal de waarde die als laatste in alfabetische volgorde staat.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MAX de hoogste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MAX de meest recente datum. Als MAX een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MAX een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MAX(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MAX(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MIN.

### MID
Syntaxis(MID(string, start, [length])
UitvoerTekenreeks
Definitie

Retourneert een tekenreeks die begint bij de opgegeven start-positie. Het eerste teken in de tekenreeks is positie 1.

Als het optionele numerieke argument length wordt toegevoegd, bevat de geretourneerde tekenreeks alleen dat aantal tekens.

Voorbeeld
MID("Calculation", 2) = "alculation"
MID("Calculation", 2, 5) ="alcul"
OpmerkingenZie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies.
### MIN
SyntaxisMIN(expression) of MIN(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.

MIN kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MIN(4,7) = 4
MIN(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #3/25/1986#
MIN([Name]) = "Abebi"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MIN is meestal de waarde die in alfabetische volgorde als eerste voorkomt.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MIN de laagste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MIN de vroegste datum. Als MIN een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MIN een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MIN(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MIN(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MAX.

### PROPER
SyntaxisPROPER(string)
UitvoerTekenreeks
Definitie

Retourneert de opgegeven <string> waarbij de eerste letter van elk woord een hoofdletter is en de overige letters een kleine letter.

Voorbeeld
PROPER("PRODUCT name") = "Product Name"
PROPER("darcy-mae") = "Darcy-Mae"
Opmerkingen

Spaties en niet-alfanumerieke tekens zoals leestekens worden als scheidingstekens beschouwd.

Zie ook LOWER en UPPER.

Beperkingen van de databasePROPER is alleen beschikbaar voor bepaalde platte bestanden en in extracten. Als u PROPER moet gebruiken in een databron die dit niet ondersteunt, kunt u overwegen om een extract te gebruiken.
### REPLACE
SyntaxisREPLACE(string, substring, replacement
UitvoerTekenreeks
DefinitieZoekt in een <string> naar een <substring> en vervangt dit door <replacement>. Als <substring> niet wordt gevonden, blijft de tekenreeks ongewijzigd.
Voorbeeld
REPLACE("Version 3.8", "3.8", "4x") = "Version 4x"
OpmerkingenZie ook REGEXP_REPLACE in de documentatie over aanvullende functies.
### RIGHT
SyntaxisRIGHT(string, number)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert het <number> voor het aantal tekens dat het meest rechts in de tekenreeks staat.
Voorbeeld
RIGHT("Calculation", 4) = "tion"
OpmerkingenZie ook LEFT en MID.
### RTRIM
SyntaxisRTRIM(string)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de opgegeven <string> met eventuele spaties achteraan verwijderd.
Voorbeeld
RTRIM(" Calculation ") = " Calculation"
OpmerkingenZie ook LTRIM en TRIM.
### SPACE
SyntaxisSPACE(number)
UitvoerTekenreeks (en meer specifiek: alleen spaties)
DefinitieRetourneert een tekenreeks die bestaat uit een opgegeven aantal herhaalde spaties.
Voorbeeld
SPACE(2) = "  "
### SPLIT
SyntaxisSPLIT(string, delimiter, token number)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert een subtekenreeks van een tekenreeks, waarbij een scheidingsteken wordt gebruikt om de tekenreeks in een reeks tokens te verdelen.
Voorbeeld
SPLIT ("a-b-c-d", "-", 2) = "b"
SPLIT ("a|b|c|d", "|", -2) = "c"
Opmerkingen

De tekenreeks wordt geïnterpreteerd als een afwisselende reeks scheidingstekens en tokens. Dus voor de tekenreeks abc-defgh-i-jkl met '-' als scheidingsteken, zijn de tokens (1) abc, (2) defgh, (3) i en (4) jlk.

SPLIT retourneert het token dat overeenkomt met het tokennummer. Als het tokennummer positief is, worden de tokens geteld vanaf de linkerkant van de tekenreeks. Als het tokennummer negatief is, worden de tokens geteld vanaf de rechterkant.

Zie ook de ondersteunde REGEX in de documentatie voor extra functies.

Beperkingen van de database

De opdrachten Splitsen en Aangepast splitsen zijn beschikbaar voor de volgende typen databronnen: Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, tekstbestanden, PDF-bestanden, Salesforce, OData, Microsoft Azure Market Place, Google Analytics, Vertica, Oracle, MySQL, PostgreSQL, Teradata, Amazon Redshift, Aster Data, Google Big Query, Cloudera Hadoop Hive, Hortonworks Hive en Microsoft SQL Server.

Sommige databronnen stellen limieten aan het splitsen van tekenreeksen. Zie de beperkingen van de SPLIT-functie later in dit onderwerp.

### STARTSWITH
SyntaxisSTARTSWITH(string, substring)
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert true als string begint met substring. Voorloopspaties worden genegeerd.
Voorbeeld
STARTSWITH("Matador, "Ma") = TRUE
OpmerkingenZie ook CONTAINS, evenals de ondersteunde REGEX in de documentatie voor extra functies.
### TRIM
SyntaxisTRIM(string)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de gegeven <string> met de voorloop- en naloopspaties verwijderd.
Voorbeeld
TRIM(" Calculation ") = "Calculation"
OpmerkingenZie ook LTRIM en RTRIM.
### UPPER
SyntaxisUPPER(string)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de gegeven <string> volledig in hoofdletters.
Voorbeeld
UPPER("Calculation") = "CALCULATION"
OpmerkingenZie ook PROPER en LOWER.
Datumfuncties **Opmerking**: datumfuncties houden geen rekening met het geconfigureerde begin van het boekjaar. Zie [Datums belastingjaar](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dates_fiscal.htm). ### DATE Functie voor typeconversie waarmee tekenreeks- en numerieke expressies worden omgezet in datums, zolang ze een herkenbare notatie hebben.
SyntaxisDATE(expression)
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert een datum voor een opgegeven getal, tekenreeks of datum <expression>.
Voorbeeld
DATE([Employee Start Date])
DATE("September 22, 2018") 
DATE("9/22/2018")
DATE(#2018-09-22 14:52#)
Opmerkingen

Anders dan bij DATEPARSE, is het niet nodig om een patroon te verstrekken, aangezien DATE automatisch veel standaard datumnotaties herkent. Als DATE de invoer niet herkent, probeer het dan met DATEPARSE en geef de notatie op.

MAKEDATE is een andere soortgelijke functie, maar MAKEDATE vereist de invoer van numerieke waarden voor jaar, maand en dag.

### DATEADD Voegt een bepaald aantal datumdelen (maanden, dagen, enz.) toe aan de begindatum.
SyntaxisDATEADD(date_part, interval, date)
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert de <date> met het opgegeven aantal <interval> toegevoegd aan de opgegeven <date_part> van die datum. Bijvoorbeeld door drie maanden of twaalf dagen aan een begindatum toe te voegen.
Voorbeeld

Verschuif alle vervaldatums met een week

DATEADD('week', 1, [due date])

Voeg 280 dagen toe aan de datum 20 februari 2021

DATEADD('day', 280, #2/20/21#) = #November 27, 2021#
OpmerkingenOndersteunt ISO 8601-datums.
### DATEDIFF Retourneert het aantal datumdelen (weken, jaren, enz.) tussen twee datums.
SyntaxisDATEDIFF(date_part, date1, date2, [start_of_week])
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het verschil tussen <date1> en <date2> uitgedrukt in eenheden van <date_part>. Bijvoorbeeld door de datums waarop iemand bij een band kwam en deze verliet van elkaar af te trekken om te zien hoe lang deze persoon in de band zat.
Voorbeeld

Aantal dagen tussen 25 maart 1986 en 20 februari 2021

DATEDIFF('day', #3/25/1986#, #2/20/2021#) = 12,751

Hoeveel maanden zat iemand in een band?

DATEDIFF('month', [date joined band], [date left band])
OpmerkingenOndersteunt ISO 8601-datums.
### DATENAME Retourneert de naam van de opgegeven datum als een discrete tekenreeks.
SyntaxisDATENAME(date_part, date, [start_of_week])
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert <date_part> van <date> als tekenreeks.
Voorbeeld
DATENAME('year', #3/25/1986#) = "1986"
DATENAME('month', #1986-03-25#) = "March"
Opmerkingen

Ondersteunt ISO 8601-datums.

Een zeer vergelijkbare berekening is DATEPART, die de waarde van het opgegeven datumgedeelte retourneert als continu geheel getal. DATEPART kan sneller zijn omdat het een numerieke bewerking is.

Door de kenmerken van het resultaat van de berekening (dimensie of meetwaarde, continu of discreet) en de datumnotatie te wijzigen, kunnen de resultaten van DATEPART en DATENAME worden geformatteerd zodat ze identiek zijn.

Een inverse functie is DATEPARSE, die een tekenreekswaarde neemt en deze opmaakt als datum.

### DATEPARSE Retourneert specifiek geformatteerde tekenreeksen als datums.
SyntaxisDATEPARSE(date_format, date_string)
UitvoerDatum
DefinitieHet argument <date_format> beschrijft hoe het veld <date_string> is gerangschikt. Vanwege de verscheidenheid aan manieren waarop het tekenreeksveld kan worden geordend, moet <date_format> exact overeenkomen. Zie Een veld converteren naar een datumveld voor een volledige uitleg en informatie over notaties.
Voorbeeld
DATEPARSE('yyyy-MM-dd', "1986-03-25") = #March 25, 1986#
Opmerkingen

DATE is een soortgelijke functie die automatisch veel standaard datumopmaken herkent. DATEPARSE kan een betere optie zijn als DATE het invoerpatroon niet herkent.

MAKEDATE is een andere soortgelijke functie, maar MAKEDATE vereist de invoer van numerieke waarden voor jaar, maand en dag.

Inverse functies, die datums uit elkaar halen en de waarde van hun onderdelen retourneren, zijn DATEPART (uitvoer van geheel getal) en DATENAME (uitvoer van tekenreeks).

Beperkingen van de database

DATEPARSE is beschikbaar via de volgende connectors: niet-verouderde Excel- en tekstbestandsverbindingen, Amazon EMR Hadoop Hive, Cloudera Hadoop, Google Sheets, Hortonworks Hadoop Hive, MapR Hadoop Hive, MySQL, Oracle, PostgreSQL en Tableau-extracten. Sommige notaties zijn mogelijk niet voor alle verbindingen beschikbaar.

DATEPARSE wordt niet ondersteund op Hive-varianten. Alleen Denodo, Drill en Snowflake worden ondersteund.

### DATEPART Retourneert de naam van de opgegeven datum als geheel getal.
SyntaxisDATEPART(date_part, date, [start_of_week])
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert <date_part> van <date> als geheel getal.
Voorbeeld
DATEPART('year', #1986-03-25#) = 1986
DATEPART('month', #1986-03-25#) = 3
Opmerkingen

Ondersteunt ISO 8601-datums.

Een zeer vergelijkbare berekening is DATENAME, die de naam van het opgegeven datumgedeelte retourneert als discrete tekenreeks. DATEPART kan sneller zijn omdat het een numerieke bewerking is. Door de kenmerken van het veld (dimensie of meetwaarde, continu of discreet) en de datumnotatie te wijzigen, kunnen de resultaten van DATEPART en DATENAME worden geformatteerd zodat ze identiek zijn.

Een inverse functie is DATEPARSE, die een tekenreekswaarde neemt en deze opmaakt als datum.

### DATETRUNC Deze functie kan worden beschouwd als het afronden van datums. Het neemt een specifieke datum en retourneert een versie van die datum met de gewenste specificiteit. Omdat elke datum een waarde moet hebben voor dag, maand, kwartaal en jaar, stelt `DATETRUNC` de waarden in als de laagste waarde voor elk datumdeel tot aan het opgegeven datumdeel. Raadpleeg het voorbeeld voor meer informatie.
SyntaxisDATETRUNC(date_part, date, [start_of_week])
UitvoerDatum
DefinitieVerkort de <date> met de nauwkeurigheid die wordt aangegeven door de <date_part>. Deze functie retourneert een nieuwe datum. Wanneer u bijvoorbeeld een datum afkapt die in het midden van de maand valt op maandniveau, retourneert deze functie de eerste dag van de maand.
Voorbeeld
DATETRUNC('day', #9/22/2018#) = #9/22/2018#
DATETRUNC('iso-week', #9/22/2018#) = #9/17/2018#

(de maandag van de week met 22-09-2018)

DATETRUNC(quarter, #9/22/2018#) = #7/1/2018# 

(de eerste dag van het kwartaal met 22-09-2018)

Let op: voor week- en iso-week komt start_of_week in het spel. ISO-weken beginnen altijd op maandag. Voor de landinstelling van dit voorbeeld betekent een niet-gespecificeerde start_of_week dat de week op zondag begint.

Opmerkingen

Ondersteunt ISO 8601-datums.

U mag DATETRUNC niet gebruiken om bijvoorbeeld te stoppen met het weergeven van de tijd voor een datum-tijdveld in een visualisatie. Als u de manier waarop een datum wordt weergegeven wilt afronden in plaats van de nauwkeurigheid ervan wilt afronden, pas de notatie dan aan.

DATETRUNC('day', #5/17/2022 3:12:48 PM#) zou bijvoorbeeld, indien geformatteerd in de visualisatie om seconden weer te geven, worden weergegeven als 5/17/2022 12:00:00 AM. De waarde wordt ingekort tot de dag, maar de weergave geeft tot de seconden weer.

### DAY Retourneert de dag van de maand (1-31) als geheel getal.
SyntaxisDAY(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert de dag van de opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
Day(#September 22, 2018#) = 22
OpmerkingenZie ook WEEK, MONTH, QUARTER, YEAR en de ISO-equivalenten.
### ISDATE Controleer of de tekenreeks een geldige datumopmaak is.
SyntaxisISDATE(string)
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert waar als een opgegeven <string> een geldige datum is.
Voorbeeld
ISDATE(09/22/2018) = true
ISDATE(22SEP18) = false
OpmerkingenHet vereiste argument moet een tekenreeks zijn. ISDATE kan niet worden gebruikt voor een veld met een type datuminformatie. Deze berekening retourneert een fout.
### ISOQUARTER
SyntaxisISOQUARTER(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het ISO8601-kwartaal op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
ISOQUARTER(#1986-03-25#) = 1
OpmerkingenZie ook ISOWEEK, ISOWEEKDAY, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten.
### ISOWEEK
SyntaxisISOWEEK(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert de ISO8601-week op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
ISOWEEK(#1986-03-25#) = 13
OpmerkingenZie ook ISOWEEKDAY, ISOQUARTER, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten.
### ISOWEEKDAY
SyntaxisISOWEEKDAY(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert de ISO8601-weekdag op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
ISOWEEKDAY(#1986-03-25#) = 2
OpmerkingenZie ook ISOWEEK, ISOQUARTER, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten.
### ISOYEAR
SyntaxisISOYEAR(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het ISO8601-jaar op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
ISOYEAR(#1986-03-25#) = 1,986
OpmerkingenZie ook ISOWEEK, ISOWEEKDAY, ISOQUARTER en de niet-ISO-equivalenten.
### MAKEDATE
SyntaxisMAKEDATE(year, month, day)
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert een datumwaarde die is samengesteld uit de opgegeven <year>, <month> en <day>.
Voorbeeld
MAKEDATE(1986,3,25) = #1986-03-25#
Opmerkingen

Opmerking: onjuist ingevoerde waarden worden aangepast naar een datum, zoals MAKEDATE(2020,4,31) = May 1, 2020 in plaats van de foutmelding dat er geen 31e dag van april is.

Beschikbaar voor Tableau-data-extracten. Controleer de beschikbaarheid in andere databronnen.

MAKEDATE vereist numerieke invoer voor de onderdelen van een datum. Als uw data een tekenreeks betreffen die een datum zou moeten zijn, probeer dan de volgende functie: DATE. DATE herkent automatisch veel standaard datumopmaken. Als DATE de invoer niet herkent, probeer dan DATEPARSE.

### MAKEDATETIME
SyntaxisMAKEDATETIME(date, time)
UitvoerDatumtijd
DefinitieRetourneert een datumtijd die <date> en een <time> combineert. De datum kan een datum, datumtijd of een tekenreeks zijn. De tijd moet een datumtijd zijn.
Voorbeeld
MAKEDATETIME("1899-12-30", #07:59:00#) = #12/30/1899 7:59:00 AM#
MAKEDATETIME([Date], [Time]) = #1/1/2001 6:00:00 AM#
Opmerkingen

Deze functie is alleen beschikbaar voor met MySQL compatibele verbindingen (voor Tableau zijn dat MySQL en Amazon Aurora).

MAKETIME is een vergelijkbare functie beschikbaar voor Tableau-data-extracten en enkele andere databronnen.

### MAKETIME
SyntaxisMAKETIME(hour, minute, second)
UitvoerDatumtijd
DefinitieRetourneert een datumwaarde die is samengesteld uit de opgegeven <hour>, <minute> en <second>.
Voorbeeld
MAKETIME(14, 52, 40) = #1/1/1899 14:52:40#
Opmerkingen

Omdat Tableau geen type tijddata ondersteunt (alleen datumtijd), is de uitvoer een datumtijd. Het datumgedeelte van het veld is 1/1/1899.

Vergelijkbare functie als MAKEDATETIME, die alleen beschikbaar is voor met MYSQL compatibele verbindingen.

### MAX
SyntaxisMAX(expression) of MAX(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument null is.
Definitie

Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.

MAX kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MAX(4,7) = 7
MAX(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #2/20/2021#
MAX([Name]) = "Zander"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MAX is meestal de waarde die als laatste in alfabetische volgorde staat.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MAX de hoogste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MAX de meest recente datum. Als MAX een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MAX een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MAX(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MAX(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MIN.

### MIN
SyntaxisMIN(expression) of MIN(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.

MIN kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MIN(4,7) = 4
MIN(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #3/25/1986#
MIN([Name]) = "Abebi"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MIN is meestal de waarde die in alfabetische volgorde als eerste voorkomt.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MIN de laagste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MIN de vroegste datum. Als MIN een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MIN een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MIN(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MIN(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MAX.

### MONTH
SyntaxisMONTH(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert de maand van de opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
MONTH(#1986-03-25#) = 3
OpmerkingenZie ook DAY, WEEK, QUARTER, YEAR, en de ISO-equivalenten
### NOW
SyntaxisNOW()
UitvoerDatumtijd
DefinitieRetourneert de huidige systeemdatum en -tijd.
Voorbeeld
NOW() = 1986-03-25 1:08:21 PM
Opmerkingen

NOW heeft geen argument nodig.

Zie ook TODAY, een vergelijkbare berekening die een datum retourneert in plaats van een datumtijd.

Als de databron een live verbinding is, kunnen de systeemdatum en -tijd in een andere tijdzone liggen. Zie de Knowledgebase voor meer informatie over hoe u dit kunt aanpakken.

### QUARTER
SyntaxisQUARTER(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het kwartaal van de opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
QUARTER(#1986-03-25#) = 1
OpmerkingenZie ook DAY, WEEK, MONTH, YEAR, en de ISO-equivalenten
### TODAY
SyntaxisTODAY()
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert de huidige, lokale systeemdatum.
Voorbeeld
TODAY() = 1986-03-25
Opmerkingen

TODAY heeft geen argument nodig.

Zie ook NOW, een soortgelijke berekening die een datumtijd retourneert in plaats van een datum.

Als de databron een live verbinding is, kan de systeemdatum in een andere tijdzone liggen. Zie de Knowledgebase voor meer informatie over hoe u dit kunt aanpakken.

### WEEK
SyntaxisWEEK(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert de week van de opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
WEEK(#1986-03-25#) = 13
OpmerkingenZie ook DAY, MONTH, QUARTER, YEAR, en de ISO-equivalenten
### YEAR
SyntaxisYEAR(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het jaar van de opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
YEAR(#1986-03-25#) = 1,986
OpmerkingenZie ook DAY, WEEK, MONTH, QUARTER, en de ISO-equivalenten
## date\_part Veel datumfuncties in Tableau gebruiken het argument `date_part`, wat een tekenreeksconstante is die de functie vertelt welk deel van een datum moet worden gekozen, zoals dag, week, kwartaal, enz. De geldige `date_part`\-waarden die u kunt gebruiken zijn: | date\_part | Waarden | | --- | --- | | `'year'` | Viercijferig jaar | | `'quarter'` | 1-4 | | `'month'` | 1-12 of ’januari’, 'februari’, enz. | | `'dayofyear'` | Dag van het jaar: 1 januari is 1, 1 februari is 32, enz. | | `'day'` | 1-31 | | `'weekday'` | 1-7 of ’zondag’, ’maandag’, enz. | | `'week'` | 1-52 | | `'hour'` | 0-23 | | `'minute'` | 0-59 | | `'second'` | 0-60 | | `'iso-year'` | Viercijferig ISO 8601-jaar | | `'iso-quarter'` | 1-4 | | `'iso-week'` | 1-52, begin van de week is altijd maandag | | `'iso-weekday'` | 1-7, begin van de week is altijd maandag | Logische functies ### AND
Syntaxis<expr1> AND <expr2>
DefinitieVoert een logische conjunctie uit op twee expressies. (Als beide zijden waar zijn, retourneert de logische test 'true'.)
UitvoerBooleaans (waar of onwaar)
Voorbeeld
IF [Season] = "Spring" AND "[Season] = "Fall" 
THEN "It's the apocalypse and footwear doesn't matter"
END

’Als zowel (Season = Spring) als (Season = Fall) tegelijkertijd waar zijn, retourneer dan It's the apocalypse and footwear doesn't matter'.

Opmerkingen

Vaak gebruikt met IF en IIF. Zie ook NOT en OR.

Als beide expressies TRUE zijn (dat wil zeggen, niet FALSE of NULL), dan is het resultaat TRUE. Als een van beide expressies NULL is, dan is het resultaat NULL. In alle andere gevallen is het resultaat FALSE.

Als u een berekening maakt waarin het resultaat van een AND-vergelijking wordt weergegeven op een werkblad, geeft Tableau TRUE en FALSE aan. Als u dit wilt wijzigen, gebruikt u het gedeelte Notatie in het dialoogvenster Notatie.

Opmerking: de operator AND gebruikt evaluatie van kortsluiting. Dit betekent dat als de eerste expressie wordt geëvalueerd als FALSE, dan wordt de tweede expressie helemaal niet geëvalueerd. Dit kan handig zijn als de tweede expressie resulteert in een fout terwijl de eerste expressie FALSE is, omdat de tweede expressie in dit geval nooit wordt geëvalueerd.

### CASE
SyntaxisCASE <expression>
WHEN <value1> THEN <then1>
WHEN <value2> THEN <then2>
...
[ELSE <default>]
END
UitvoerHangt af van datatype van de <then>-waarden.
Definitie

Evalueert de expression en vergelijkt deze met de opgegeven opties (<value1>, <value2>, enz.). Wanneer een value wordt aangetroffen die overeenkomt met de expressie, retourneert CASE de overeenkomstige return. Als geen overeenkomst wordt gevonden, wordt de (optionele) standaardwaarde geretourneerd. Als er geen standaardwaarde is en er geen overeenkomende waarden zijn, wordt Null geretourneerd.

Voorbeeld
CASE [Season] 
WHEN 'Summer' THEN 'Sandals'
WHEN 'Winter' THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers'
END

‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'.

Opmerkingen

Zie ook IF en IIF.

Gebruikt met WHEN, THEN, ELSE en END.

[!TIP]

vaak kunt u een groep gebruiken om dezelfde resultaten te krijgen als een ingewikkelde CASE-functie, of CASE gebruiken om de oorspronkelijke functie Groepering te vervangen, zoals in het vorige voorbeeld. Misschien wilt u testen welke optie het beste presteert voor uw scenario.

### ELSE
SyntaxisCASE <expression>
WHEN <value1> THEN <then1>
WHEN <value2> THEN <then2>
...
[ELSE <default>]
END
DefinitieEen optioneel onderdeel van een IF- of CASE-expressie die wordt gebruikt om een standaardwaarde op te geven die moet worden geretourneerd als geen van de geteste expressies waar is.
Voorbeeld
IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' 
ELSEIF [Season] = "Winter" THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers' 
END
CASE [Season] 
WHEN 'Summer' THEN 'Sandals'
WHEN 'Winter' THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers'
END
Opmerkingen

Gebruikt met CASE, WHEN, IF, ELSEIF, THEN en END

ELSE is optioneel met CASE en IF. In een berekening waarbij ELSE niet is gespecificeerd, zal de algehele berekening null retourneren indien geen van de <test>waar zijn.

ELSE vereist geen voorwaarde (zoals [Season] = "Winter") en kan worden beschouwd als een vorm van verwerking van de waarde Null.

### ELSEIF
Syntaxis[ELSEIF <test2> THEN <then2>]
DefinitieEen optioneel onderdeel van een IF-expressie die wordt gebruikt om aanvullende voorwaarden te specificeren naast de initiële IF.
Voorbeeld
IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' 
ELSEIF [Season] = "Winter" THEN 'Boots'
ELSEIF [Season] = "Spring" THEN 'Sneakers'
ELSEIF [Season] = "Autumn" THEN 'Sneakers'
ELSE 'Bare feet'
END
Opmerkingen

Gebruikt met IF, THEN, ELSE en END

ELSEIF kan worden beschouwd als een extra IF-clausule. ELSEIF is optioneel en kan meerdere keren herhaald worden.

Anders dan ELSE, vereist ELSEIF een voorwaarde (zoals [Season] = "Winter").

### END
DefinitieWordt gebruikt om een IF- of CASE-expressie af te sluiten.
Voorbeeld
IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' 
ELSEIF [Season] = "Winter" THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers' 
END

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'.

CASE [Season] 
WHEN 'Summer' THEN 'Sandals'
WHEN 'Winter' THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers'
END

‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'.

Opmerkingen

Gebruikt met CASE, WHEN, IF, ELSEIF, THEN en ELSE.

### IF
SyntaxisIF <test1> THEN <then1>
[ELSEIF <test2> THEN <then2>...]
[ELSE <default>]
END
UitvoerHangt af van datatype van de <then>-waarden.
Definitie

Test een reeks expressies en retourneert de waarde <then> voor de eerste ware <test>.

Voorbeeld
IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' 
ELSEIF [Season] = "Winter" THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers' 
END

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'.

Opmerkingen

Zie ook IF en IIF.

Gebruikt met ELSEIF, THEN, ELSE en END

### IFNULL
SyntaxisIFNULL(expr1, expr2)
UitvoerHangt af van het datatype van de <expr>-waarden.
Definitie

Retourneert <expr1> als dit niet ‘null’ is, anders wordt <expr2> geretourneerd.

Voorbeeld
IFNULL([Assigned Room], "TBD")

’Als het veld Assigned Room niet null is, wordt de waarde ervan geretourneerd. Als het veld Assigned Room null is, wordt in plaats daarvan TBD geretourneerd'.

Opmerkingen

Vergelijk met ISNULL. IFNULL retourneert altijd een waarde. ISNULL retourneert een Booleaanse waarde (true of false).

Zie ook ZN.

### IIF
SyntaxisIIF(<test>, <then>, <else>, [<unknown>])
UitvoerHangt af van het datatype van de waarden in de expressie.
DefinitieControleert of aan een voorwaarde is voldaan (<test>), en retourneert <then>als de test waar is, <else> als de test niet waar is, en een optionele waarde voor <unknown> als de test null is. Als de optionele onbekende niet is opgegeven, retourneert IIF null.
Voorbeeld
IIF([Season] = 'Summer', 'Sandals', 'Other footwear')

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, retourneer dan Other footwear’

IIF([Season] = 'Summer', 'Sandals', 
IIF('Season' = 'Winter', 'Boots', 'Other footwear')
)

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide waar is, retourneer dan Sneakers’.

IIF('Season' = 'Summer', 'Sandals', 
IIF('Season' = 'Winter', 'Boots',
IIF('Season' = 'Spring', 'Sneakers', 'Other footwear')
)
)

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van de expressies waar is, retourneer dan Sneakers’.

Opmerkingen

Zie ook IF enCASE.

IIF heeft geen equivalent voor ELSEIF (zoals IF) of herhaalde WHEN-clausules (zoals CASE). In plaats daarvan kunnen meerdere tests sequentieel worden geëvalueerd door IIF-transacties te nesten als het <unknown> element. De eerste (buitenste) true wordt geretourneerd.

Dat wil zeggen dat in de onderstaande berekening het resultaat Rood zal zijn en niet Oranje, omdat de expressie niet meer wordt geëvalueerd zodra A=A als ‘waar’ wordt geëvalueerd:

IIF('A' = 'A', 'Red', IIF('B' = 'B', 'Orange', IIF('C' = 'D', 'Yellow', 'Green')))

### IN
Syntaxis<expr1> IN <expr2>
UitvoerBooleaans (waar of onwaar)
DefinitieRetourneert TRUE als enige waarde in <expr1> overeenkomt met enige waarde in <expr2>.
Voorbeeld
SUM([Cost]) IN (1000, 15, 200)

‘Is de waarde van het veld Cost 1.000, 15, or 200?’

[Field] IN [Set]

‘Is de waarde van het veld aanwezig in de set?’

Opmerkingen

De waarden in <expr2> kan een set, een lijst met letterlijke waarden of een gecombineerd veld zijn.

Zie ook WHEN.

### ISDATE
SyntaxisISDATE(string)
UitvoerBooleaans (waar of onwaar)
DefinitieRetourneert waar als een <string> een geldige datum is. De invoerexpressie moet een tekenreeks (tekst-)veld zijn.
Voorbeeld
ISDATE("2018-09-22")

’Is de tekenreeks 2018-09-22 een correct ingedeelde datum?’

Opmerkingen

Wat als geldige datum wordt beschouwd, hangt af van de landinstelling van het systeem dat de berekening evalueert. Bijvoorbeeld:

In de VS:

  • ISDATE("2018-09-22") = TRUE
  • ISDATE("2018-22-09") = FALSE

In het VK:

  • ISDATE("2018-09-22") = FALSE
  • ISDATE("2018-22-09") = TRUE

### ISNULL
SyntaxisISNULL(expression)
UitvoerBooleaans (waar of onwaar)
Definitie

Retourneert waar als de <expression> NULL is (bevat geen geldige data).

Voorbeeld
ISNULL([Assigned Room])

’Is het veld Assigned Room null?’

Opmerkingen

Vergelijk met IFNULL. IFNULL retourneert altijd een waarde. ISNULL retourneert een Booleaanse waarde.

Zie ook ZN.

### MAX
SyntaxisMAX(expression) of MAX(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.

MAX kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MAX(4,7) = 7
MAX(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #2/20/2021#
MAX([Name]) = "Zander"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MAX is meestal de waarde die als laatste in alfabetische volgorde staat.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MAX de hoogste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MAX de meest recente datum. Als MAX een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MAX een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MAX(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MAX(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MIN.

### MIN
SyntaxisMIN(expression) of MIN(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.

MIN kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MIN(4,7) = 4
MIN(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #3/25/1986#
MIN([Name]) = "Abebi"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MIN is meestal de waarde die in alfabetische volgorde als eerste voorkomt.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MIN de laagste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MIN de vroegste datum. Als MIN een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MIN een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MIN(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MIN(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MAX.

### NOT
SyntaxisNOT <expression>
UitvoerBooleaans (waar of onwaar)
DefinitieVoert een logische ontkenning uit op een expressie.
Voorbeeld
IF NOT [Season] = "Summer" 
THEN 'Don't wear sandals'
ELSE 'Wear sandals' 
END

‘Als het seizoen niet gelijk is aan Summer, retourneer dan Don't wear sandals. Zo niet, retourneer dan Wear sandals.’

Opmerkingen

Vaak gebruikt met IF en IIF. Zie ook DATE en OR.

### OR
Syntaxis<expr1> OR <expr2>
UitvoerBooleaans (waar of onwaar)
DefinitieVoert een logische ontkoppeling uit op twee expressies.
Voorbeeld
IF [Season] = "Spring" OR [Season] = "Fall" 
THEN "Sneakers"
END

‘Als (Season = Spring) of (Season = Fall) waar is, retourneer dan Sneakers.’

Opmerkingen

Vaak gebruikt met IF en IIF. Zie ook DATE en NOT.

Als een van beide expressies TRUE is, dan is het resultaat TRUE. Als beide expressies FALSE zijn, dan is het resultaat FALSE. Als beide expressies NULL zijn, dan is het resultaat NULL.

Als u een berekening maakt die het resultaat van een OR-vergelijking maakt op een werkblad, geeft Tableau WAAR en ONWAAR weer. Als u dit wilt wijzigen, gebruikt u het gedeelte Notatie in het dialoogvenster Notatie.

Opmerking: de operator OR gebruikt evaluatie van kortsluiting. Dit betekent dat als de eerste expressie wordt geëvalueerd als TRUE, dan wordt de tweede expressie helemaal niet geëvalueerd. Dit kan handig zijn als de tweede expressie resulteert in een fout terwijl de eerste expressie TRUE is, omdat de tweede expressie in dit geval nooit wordt geëvalueerd.

### THEN
SyntaxisIF <test1> THEN <then1>
[ELSEIF <test2> THEN <then2>...]
[ELSE <default>]
END
DefinitieEen vereist onderdeel van een IF-, ELSEIF- of CASE-expressie, die wordt gebruikt om te definiëren welk resultaat moet worden geretourneerd als een specifieke waarde of test waar is.
Voorbeeld
IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' 
ELSEIF [Season] = "Winter" THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers' 
END

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'.

CASE [Season] 
WHEN 'Summer' THEN 'Sandals'
WHEN 'Winter' THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers'
END

‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'.

Opmerkingen

Gebruikt met CASE, WHEN, IF, ELSEIF, THEN, ELSE en END

### WHEN
SyntaxisCASE <expression>
WHEN <value1> THEN <then1>
WHEN <value2> THEN <then2>
...
[ELSE <default>]
END
DefinitieEen vereist onderdeel van een CASE-expressie. Vindt de eerste <value> die overeenkomt met <expression> en retourneert de overeenkomende <then>.
Voorbeeld
CASE [Season] 
WHEN 'Summer' THEN 'Sandals'
WHEN 'Winter' THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers'
END

‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'.

Opmerkingen

Gebruikt met CASE, THEN, ELSE en END.

CASE ondersteunt ook de constructie WHEN IN, zoals:

CASE <expression> 
WHEN IN <set1> THEN <then1>
WHEN IN <combinedfield> THEN <then2>
...
ELSE <default>
END

De waarden die WHEN IN vergelijken moet een set, lijst met letterlijke waarden of gecombineerd veld zijn. Zie ook IN.

### ZN
SyntaxisZN(expression)
UitvoerHangt af van het datatype van de <expression> of 0.
DefinitieRetourneert <expression> als deze niet null is, anders wordt nul geretourneerd.
Voorbeeld
ZN([Test Grade])

‘Als het toetscijfer niet null is, retourneer dan de waarde ervan. Als het toetscijfer nul is, retourneer dan 0.’

Opmerkingen

ZN is een gespecialiseerd geval van IFNULL waarbij het alternatief, als de expressie nul is, altijd 0 is en niet wordt gespecificeerd in de berekening.

ZN is vooral handig wanneer u aanvullende berekeningen uitvoert en een nullwaarde de gehele berekening null (nietig) zou maken. Wees echter voorzichtig bij het interpreteren van deze resultaten, want null is niet altijd synoniem met 0 en kan duiden op ontbrekende data.

Zie ook ISNULL.

Geaggregeerde functies ### ATTR
SyntaxisATTR(expression)
DefinitieRetourneert de waarde van de expressie als deze een enkele waarde heeft voor alle rijen. Anders wordt een asterisk geretourneerd. Null-waarden worden genegeerd.
### AVG
SyntaxisAVG(expression)
DefinitieRetourneert het gemiddelde van alle waarden in de expressie. Null-waarden worden genegeerd.
OpmerkingenAVG kan alleen worden gebruikt met numerieke velden.
### COLLECT
SyntaxisCOLLECT(spatial)
DefinitieEen geaggregeerde berekening die de waarden in het argumentveld combineert. Null-waarden worden genegeerd.
OpmerkingenCOLLECT kan alleen worden gebruikt met ruimtelijke velden.
### CORR
SyntaxisCORR(expression1, expression2)
UitvoerGetal van -1 tot 1
DefinitieRetourneert de coëfficiënt voor Pearson-correlatie van twee expressies.
Voorbeeld
example
Opmerkingen

De Pearson-correlatie meet de lineaire relatie tussen twee variabelen. De resultaten variëren van -1 tot en met 1, waarbij 1 staat voor een exact positief lineair verband, 0 voor geen lineair verband tussen de variantie en -1 voor een exact negatief verband.

Het kwadraat van een CORR-resultaat is gelijk aan de R-kwadraatwaarde voor een lineair trendlijnmodel. Zie Voorwaarden voor trendlijnmodel.

Gebruik met LOD-expressies met tabelbereik:

U kunt CORR gebruiken om de correlatie in een uitgesplitste spreiding te visualiseren met gebruik van Tabelgerichte LOD-expressies. Bijvoorbeeld:

{CORR(Sales, Profit)}

Met een expressie op detailniveau wordt de correlatie over alle rijen uitgevoerd. Als u een formule als deze gebruikt CORR(Sales, Profit) (zonder de omringende haakjes om er een expressie op detailniveau van te maken), zou de weergave de correlatie van elk afzonderlijk punt in de spreidingsdiagram met elk ander punt weergeven, wat ongedefinieerd is.

Beperkingen van de database

CORR is beschikbaar met de volgende databronnen: Tableau-data-extracten, Cloudera Hive, EXASolution, Firebird (versie 3.0 en later), Google BigQuery, Hortonworks Hadoop Hive, IBM PDA (Netezza), Oracle, PostgreSQL, Presto, SybaseIQ, Teradata en Vertica.

Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of WINDOW_CORR te gebruiken. Zie Tabelberekeningsfuncties.

### COUNT
SyntaxisCOUNT(expression)
DefinitieRetourneert het aantal items. Nullwaarden worden niet geteld.
### COUNTD
SyntaxisCOUNTD(expression)
DefinitieRetourneert het aantal afzonderlijke items in een groep. Nullwaarden worden niet geteld.
### COVAR
SyntaxisCOVAR(expression1, expression2)
DefinitieRetourneert een voorbeeld van een covariantie van twee expressies.
Opmerkingen

Covariantie kwantificeert hoe twee variabelen samen veranderen. Een positieve covariantie geeft aan dat de variabelen de neiging hebben om in dezelfde richting te bewegen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer grotere waarden van de ene variabele gemiddeld overeenkomen met grotere waarden van de andere variabele. Steekproefcovariantie gebruikt het aantal niet-nietige datapunten n - 1 om de berekening van de covariantie te normaliseren, in plaats van n. N wordt gebruikt door de populatiecovariantie (beschikbaar met de functie COVARP). Steekproefcovariantie is de juiste keuze wanneer de data een willekeurige steekproef zijn die wordt gebruikt om de covariantie voor een grotere populatie te schatten.

Als <expression1> en <expression2> hetzelfde zijn, bijvoorbeeld COVAR([profit], [profit]), COVAR retourneert een waarde die aangeeft hoe breed de waarden verdeeld zijn.

De waarde van COVAR(X, X) is gelijk aan de waarde van VAR(X) en ook de waarde van STDEV(X)^2.

Beperkingen van de database

COVAR is beschikbaar met de volgende databronnen: Tableau-data-extracten, Cloudera Hive, EXASolution, Firebird (versie 3.0 en later), Google BigQuery, Hortonworks Hadoop Hive, IBM PDA (Netezza), Oracle, PostgreSQL, Presto, SybaseIQ, Teradata en Vertica.

Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of WINDOW_COVAR te gebruiken. Zie Tabelberekeningsfuncties.

### COVARP
SyntaxisCOVARP(expression 1, expression2)
DefinitieRetourneert de covariantie van een populatie van twee expressies.
Opmerkingen

Covariantie kwantificeert hoe twee variabelen samen veranderen. Een positieve covariantie geeft aan dat de variabelen de neiging hebben om in dezelfde richting te bewegen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer grotere waarden van de ene variabele gemiddeld overeenkomen met grotere waarden van de andere variabele. Populatiecovariantie is steekproefcovariantie vermenigvuldigd met (n-1)/n, waarbij n het totale aantal datapunten is dat niet null is. Populatiecovariantie is de juiste keuze wanneer data beschikbaar zijn voor alle items van belang, in tegenstelling tot wanneer er slechts een willekeurige subset van items is. In dat geval is steekproefcovariantie (met de functie COVAR) passend.

Als <expression1> en <expression2> hetzelfde zijn, bijvoorbeeld COVARP([profit], [profit]), COVARP retourneert een waarde die aangeeft hoe breed de waarden verdeeld zijn. Opmerking: de waarde van COVARP(X, X) is gelijk aan de waarde van VARP(X) en ook de waarde van STDEVP(X)^2.

Beperkingen van de database

COVARP is beschikbaar met de volgende databronnen: Tableau-data-extracten, Cloudera Hive, EXASolution, Firebird (versie 3.0 en later), Google BigQuery, Hortonworks Hadoop Hive, IBM PDA (Netezza), Oracle, PostgreSQL, Presto, SybaseIQ, Teradata en Vertica

Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of WINDOW_COVAR te gebruiken. Zie Tabelberekeningsfuncties.

### MAX
SyntaxisMAX(expression) of MAX(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.

MAX kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MAX(4,7) = 7
MAX(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #2/20/2021#
MAX([Name]) = "Zander"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MAX is meestal de waarde die als laatste in alfabetische volgorde staat.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MAX de hoogste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MAX de meest recente datum. Als MAX een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MAX een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MAX(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MAX(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MIN.

### MEDIAN
SyntaxisMEDIAN(expression)
DefinitieRetourneert de mediaan van een expressie in alle records. Null-waarden worden genegeerd.
OpmerkingenMEDIAN kan alleen worden gebruikt met numerieke velden.
Beperkingen van de database

MEDIAN is niet beschikbaar voor de volgende databronnen: Access, Amazon Redshift, Cloudera Hadoop, HP Vertica, IBM DB2, IBM PDA (Netezza), Microsoft SQL Server, MySQL, SAP HANA en Teradata.

Voor andere typen databronnen kunt u uw data naar een extractiebestand extraheren om deze functie te gebruiken. Zie Uw data extraheren.

### MIN
SyntaxisMIN(expression) of MIN(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.

MIN kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MIN(4,7) = 4
MIN(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #3/25/1986#
MIN([Name]) = "Abebi"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MIN is meestal de waarde die in alfabetische volgorde als eerste voorkomt.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MIN de laagste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MIN de vroegste datum. Als MIN een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MIN een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MIN(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MIN(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MAX.

### PERCENTILE
SyntaxisPERCENTILE(expression, number)
DefinitieRetourneert de percentielwaarde van de opgegeven expressie die overeenkomt met het opgegeven <number>. Het <number> moet tussen 0 en 1 (inclusief) vallen en moet een numerieke constante zijn.
Voorbeeld
PERCENTILE([Score], 0.9)
Beperkingen van de database

Deze functie is beschikbaar voor de volgende databronnen: niet-verouderde Microsoft Excel- en tekstbestandverbindingen, extracten en alleen extract-databrontypen (bijvoorbeeld Google Analytics, OData of Salesforce), Sybase IQ 15.1 en latere databronnen, Oracle 10 en latere databronnen, Cloudera Hive en Hortonworks Hadoop Hive-databronnen, EXASolution 4.2 en latere databronnen.

Voor andere typen databronnen kunt u uw data naar een extractiebestand extraheren om deze functie te gebruiken. Zie Uw data extraheren.

### STDEV
SyntaxisSTDEV(expression)
DefinitieRetourneert de statistische standaardafwijking van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een steekproef van de populatie.
### STDEVP
SyntaxisSTDEVP(expression)
DefinitieRetourneert de statistische standaardafwijking van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een vertekende populatie.
### SUM
SyntaxisSUM(expression)
DefinitieRetourneert de som van alle waarden in de expressie. Null-waarden worden genegeerd.
OpmerkingenSUM kan alleen worden gebruikt met numerieke velden.
### VAR
SyntaxisVAR(expression)
DefinitieRetourneert de statistische variantie van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een steekproef van de populatie.
### VARP
SyntaxisVARP(expression)
DefinitieRetourneert de statistische variantie van alle waarden in de gegeven expressie op basis van de gehele populatie.
Gebruikersfuncties ### FULLNAME( )
SyntaxisFULLNAME( )
UitvoerTekenreeks
Definitie

Retourneert de volledige naam voor de huidige gebruiker.

Voorbeeld
FULLNAME( )

Hiermee wordt de volledige naam van de aangemelde gebruiker geretourneerd, bijvoorbeeld 'Hamlin Myrer'.

[Manager] = FULLNAME( )

Als manager 'Hamlin Myrer' is aangemeld, retourneert dit voorbeeld alleen TRUE als het veld Manager in de weergave 'Hamlin Myrer' bevat.

Opmerkingen

Deze functie controleert:

  • Tableau Cloud en Tableau Server: de volledige naam van de aangemelde gebruiker
  • Tableau Desktop: de volledige lokale of netwerknaam voor de gebruiker

Gebruikersfilters

Wanneer een berekend veld zoals [Username field] = FULLNAME( ) als filter wordt gebruikt, wordt een gebruikersfilter gemaakt dat alleen data weergeeft die relevant zijn voor de persoon die is aangemeld bij de server.

### ISFULLNAME
SyntaxisISFULLNAME("User Full Name")
UitvoerBooleaanse waarde
Definitie

Retourneert TRUE als de volledige naam van de gebruiker overeenkomt met de opgegeven volledige naam, of FALSE als deze niet overeenkomt.

Voorbeeld
ISFULLNAME("Hamlin Myrer")
Opmerkingen

Het argument <"User Full Name"> moet een letterlijke tekenreeks zijn, geen veld.

Deze functie controleert:

  • Tableau Cloud en Tableau Server: de volledige naam van de aangemelde gebruiker
  • Tableau Desktop: de volledige lokale of netwerknaam voor de gebruiker
### ISMEMBEROF
SyntaxisISMEMBEROF("Group Name")
UitvoerBooleaanse waarde of null-waarde
Definitie

Retourneert TRUE als de persoon die momenteel Tableau gebruikt, lid is van een groep die overeenkomt met de opgegeven tekenreeks, FALSE als deze geen lid is en NULL als deze niet is aangemeld.

Voorbeeld
ISMEMBEROF('Superstars')
ISMEMBEROF('domain.lan\Sales')
Opmerkingen

Het argument <"Group Full Name"> moet een letterlijke tekenreeks zijn, geen veld.

Als de gebruiker is aangemeld bij Tableau Cloud of Tableau Server, wordt het groepslidmaatschap bepaald door Tableau-groepen. De functie retourneert TRUE als de opgegeven tekenreeks 'Alle gebruikers' is

De functie ISMEMBEROF( ) accepteert ook Active Directory-domeinen. Het Active Directory-domein moet in de berekening worden verklaard met de groepsnaam.

Als er een wijziging wordt aangebracht in het groepslidmaatschap van een gebruiker, wordt de wijziging in de gegevens die op het groepslidmaatschap zijn gebaseerd, doorgevoerd in een werkmap of weergave met een nieuwe sessie. De bestaande sessie weerspiegelt oude gegevens.

### ISUSERNAME
SyntaxisISUSERNAME("username")
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert TRUE als de gebruikersnaam van de huidige gebruiker overeenkomt met de opgegeven gebruikersnaam, of FALSE als deze niet overeenkomen.
Voorbeeld
ISUSERNAME("hmyrer")
Opmerkingen

Het argument <"username"> moet een letterlijke tekenreeks zijn, geen veld.

Deze functie controleert:

  • Tableau Cloud en Tableau Server: de gebruikersnaam van de aangemelde gebruiker
  • Tableau Desktop: de lokale gebruikersnaam of de netwerkgebruikersnaam voor de gebruiker
### USERDOMAIN( )
SyntaxisUSERDOMAIN( )
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert het domein voor de huidige gebruiker.
Opmerkingen

Deze functie controleert:

  • Tableau Cloud en Tableau Server: het gebruikersdomein van de aangemelde gebruiker
  • Tableau Desktop: het lokale domein als de gebruiker zich in een domein bevindt
### USERNAME( )
SyntaxisUSERNAME( )
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de gebruikersnaam voor de huidige gebruiker.
Voorbeeld
USERNAME( )

Hiermee wordt de gebruikersnaam van de aangemelde gebruiker geretourneerd, bijvoorbeeld 'hmyrer'.

[Manager] = USERNAME( )

Als manager 'hmyrer' is aangemeld, retourneert dit voorbeeld alleen TRUE als het veld Manager in de weergave 'hmyrer' bevat.

Opmerkingen

Deze functie controleert:

  • Tableau Cloud en Tableau Server: de gebruikersnaam van de aangemelde gebruiker
  • Tableau Desktop: de lokale gebruikersnaam of de netwerkgebruikersnaam voor de gebruiker

Gebruikersfilters

Wanneer een berekend veld zoals [Username field] = USERNAME( ) als filter wordt gebruikt, wordt een gebruikersfilter gemaakt dat alleen data weergeeft die relevant zijn voor de persoon die is aangemeld bij de server.

### USERATTRIBUTE
SyntaxisUSERATTRIBUTE('attribute_name')
UitvoerString of null-waarde
Definitie

Als <'attribute_name'> onderdeel is van de JWT-respons (via verbonden apps, UAT of OIDC-claim) of van de SAML XML-respons die aan Tableau wordt doorgegeven, retourneert de berekening de eerste waarde van <'attribute_name'>.

Retourneert null als <'attribute_name'> niet bestaat.

Voorbeeld

Stel dat 'Regio' het gebruikerskenmerk is dat is opgenomen in de JWT- of SAML-respons en wordt doorgegeven aan Tableau.

Als auteur van de werkmap kunt u uw visualisatie zo instellen dat de data worden gefilterd op basis van een opgegeven regio. In dat filter kunt u de volgende berekening gebruiken.

[Region] = USERATTRIBUTE("Region")

Wanneer Gebruiker2 uit de regio West de ingesloten visualisatie bekijkt, toont Tableau alleen de juiste data voor de regio West.

OpmerkingenU kunt de functie USERATTRIBUTEINCLUDES gebruiken als u verwacht dat <'attribute_name'> meerdere waarden retourneert.
### USERATTRIBUTEINCLUDES
SyntaxisUSERATTRIBUTEINCLUDES('attribute_name', 'expected_value')
UitvoerBooleaanse waarde
Definitie

Retourneert TRUE als beide volgende beweringen waar zijn:

  • <'attribute_name'> maakt deel uit van de JWT-respons (via een verbonden app, UAT of OIDC-claim) of van de SAML XML-respons die aan Tableau wordt doorgegeven.
  • een van de waarden voor <'attribute_name'> is gelijk aan <'expected_value'>.

Zo niet, dan wordt FALSE geretourneerd.

Voorbeeld

Stel dat 'Regio' het gebruikerskenmerk is dat is opgenomen in de JWT- of SAML-respons en wordt doorgegeven aan Tableau.

Als auteur van de werkmap kunt u uw visualisatie zo instellen dat de data worden gefilterd op basis van een opgegeven regio. In dat filter kunt u de volgende berekening gebruiken.

USERATTRIBUTEINCLUDES('Region', [Region])

Als Gebruiker2 uit de regio West toegang krijgt tot de ingesloten visualisatie, controleert Tableau of het gebruikerskenmerk Regio overeenkomt met een van de veldwaarden [Regio]. Als dit waar is, toont de visualisatie de juiste data.

Wanneer Gebruiker3 uit de regio Noord dezelfde visualisatie opent, kan deze geen data zien omdat er geen overeenkomst is met de veldwaarden van [Regio].

Tabelberekeningen ### FIRST( ) * * * Retourneert het aantal rijen vanaf de huidige rij tot aan de eerste rij in de partitie. In de onderstaande weergave wordt bijvoorbeeld de kwartaalomzet weergegeven. Wanneer FIRST() wordt berekend binnen de datumpartitie, is de afwijking van de eerste rij ten opzichte van de tweede rij gelijk aan -1. ![Tabelberekening eerst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_first.png) #### Voorbeeld Wanneer de huidige rij-index 3 is, `FIRST() = -2`. ### INDEX( ) * * * Retourneert de index van de huidige rij in de partitie, zonder sortering op waarde. De index van de eerste rij begint bij 1. De onderstaande tabel toont bijvoorbeeld de kwartaalomzet. Wanneer INDEX() wordt berekend binnen de datumpartitie, is de index van elke rij 1, 2, 3, 4..., enz. ![Tabelberekeningsindex.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_index.png) #### Voorbeeld Voor de derde rij in de partitie, `INDEX() = 3`. ### LAST( ) * * * Retourneert het aantal rijen van de huidige rij tot de laatste rij in de partitie. De onderstaande tabel toont bijvoorbeeld de kwartaalomzet. Wanneer LAST() wordt berekend binnen de datumpartitie, is de afwijking van de laatste rij ten opzichte van de tweede rij gelijk aan 5. ![Tabelberekening laatst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_last.png) #### Voorbeeld Wanneer de huidige rij-index 3 van 7 is, `LAST() = 4`. ### LOOKUP(expressie, \[afwijking\]) * * * Retourneert de waarde van de expressie in een doelrij, opgegeven als een relatieve afwijking van de huidige rij. Gebruik FIRST() + n en LAST() - n als deel van uw afwijkingsdefinitie voor een doel in relatie tot de eerste/laatste rij in de partitie. Als de `offset` is weggelaten, kan de rij waarmee wordt vergeleken, worden ingesteld in het veldmenu. Deze functie Retourneert NULL als de doelrij niet kan worden vastgesteld. Het onderstaande overzicht toont de kwartaalomzet. Wanneer `LOOKUP (SUM(Sales), 2)` wordt berekend binnen de datumpartitie, toont elke rij de omzetwaarde van 2 kwartalen in de toekomst. ![Tabelberekening opzoeken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_lookup.png) #### Voorbeeld `LOOKUP(SUM([Profit]), FIRST()+2)` berekent de SUM(Winst) in de derde rij van de partitie. ### MODEL\_EXTENSION-functies De extensiefuncties van het model: - MODEL\_EXTENSION\_BOOL - MODEL\_EXTENSION\_INT - MODEL\_EXTENSION\_REAL - MODEL\_EXTENSION\_STRING worden gebruikt om data door te geven aan een geïmplementeerd model op een externe service, zoals R, TabPy of Matlab. Zie [Analyse-uitbreidingen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/r_connection_manage.htm). ### MODEL\_PERCENTIEL (doel\_expressie, voorspeller\_expressie(s)) * * * Retourneert de waarschijnlijkheid (tussen 0 en 1) dat de verwachte waarde minder is dan of gelijk is aan de waargenomen markering, gedefinieerd door de doelexpressie en andere predictors. Dit is de posterieure voorspellende distributiefunctie, ook wel bekend als de cumulatieve distributiefunctie (CDF). Deze functie is de inverse van MODEL\_QUANTILE. Voor informatie over voorspellende modelleringsfuncties, zie [Hoe functies voor prognosemodellering werken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_overview.htm). #### Voorbeeld De volgende formule retourneert het kwantiel van de markering voor de som van de verkoop, afgestemd op het aantal bestellingen. `MODEL_PERCENTILE(SUM([Sales]), COUNT([Orders]))` ### MODEL\_QUANTILE(kwantiel, doel\_expressie, voorspeller\_expressie(s)) * * * Retourneert een numerieke doelwaarde binnen het waarschijnlijkheidsbereik dat is gedefinieerd door de doelexpressie en andere predictors bij een opgegeven kwantiel. Dit is het posterieure voorspellende kwantiel. Deze functie is de inverse van MODEL\_PERCENTILE. Voor informatie over voorspellende modelleringsfuncties, zie [Hoe functies voor prognosemodellering werken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_overview.htm). #### Voorbeeld De volgende formule retourneert de mediaan (0,5) van de voorspelde som van de verkopen, aangepast voor het aantal bestellingen. `MODEL_QUANTILE(0.5, SUM([Sales]), COUNT([Orders]))` ### PREVIOUS\_VALUE(expressie) * * * Retourneert de waarde van deze berekening in de vorige rij. Retourneert de opgegeven expressie als de huidige rij de eerste rij van de partitie is. #### Voorbeeld `SUM([Profit]) * PREVIOUS_VALUE(1)` berekent het lopend product van SUM(Winst). ### RANK(expressie, \['asc' | 'desc'\]) * * * Retourneert de standaard 'competition'-rang voor de huidige rij in de partitie. Aan identieke waarden wordt een identieke rang toegewezen. Gebruik het optionele argument `'asc' | 'desc'` om oplopende of aflopende volgorde op te geven. De standaardvolgorde is aflopend. Met deze functie krijgt de verzameling waarden (6, 9, 9, 14) de rangorde (4, 2, 2, 1). Null-waarden worden genegeerd in rangschikkingsfuncties. Ze zijn niet genummerd en tellen niet mee voor het totale aantal records bij de berekening van de percentielrangschikking. Zie [Rangberekening](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_definebasic_runningtotal.htm#Rank) voor informatie over verschillende rangschikkingsopties. #### Voorbeeld De volgende afbeelding toont het effect van de verschillende rangschikkingsfuncties (RANK, RANK\_DENSE, RANK\_MODIFIED, RANK\_PERCENTILE en RANK\_UNIQUE) op een reeks waarden. De dataset bevat informatie over 14 studenten (Student A tot en met Student N). In de kolom Leeftijd staat de huidige leeftijd van elke student (alle studenten zijn tussen de 17 en 20 jaar oud). De overige kolommen tonen het effect van elke rangfunctie op de set leeftijdswaarden, waarbij altijd de standaardvolgorde (oplopend of aflopend) voor de functie wordt aangenomen. ![Een tabel waarin de rangschikking van de leeftijden van studenten wordt vergeleken met behulp van verschillende rangschikkingsmethoden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/rank_compare.png) ### RANK\_DENSE(expressie, \['asc' | 'desc'\]) * * * Retourneert de 'dense'-rang voor de huidige rij in de partitie. Identieke waarden krijgen een identieke rang, maar in de getallenreeks worden geen openingen ingevoegd. Gebruik het optionele argument `'asc' | 'desc'` om oplopende of aflopende volgorde op te geven. De standaardvolgorde is aflopend. Met deze functie krijgt de verzameling waarden (6, 9, 9, 14) de rangorde (3, 2, 2, 1). Null-waarden worden genegeerd in rangschikkingsfuncties. Ze zijn niet genummerd en tellen niet mee voor het totale aantal records bij de berekening van de percentielrangschikking. Zie [Rangberekening](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_definebasic_runningtotal.htm#Rank) voor informatie over verschillende rangschikkingsopties. ### RANK\_MODIFIED(expressie, \['asc' | 'desc'\]) * * * Retourneert de aangepaste 'competition'-rang voor de huidige rij in de partitie. Aan identieke waarden wordt een identieke rang toegewezen. Gebruik het optionele argument `'asc' | 'desc'` om oplopende of aflopende volgorde op te geven. De standaardvolgorde is aflopend. Met deze functie krijgt de verzameling waarden (6, 9, 9, 14) de rangorde (4, 3, 3, 1). Null-waarden worden genegeerd in rangschikkingsfuncties. Ze zijn niet genummerd en tellen niet mee voor het totale aantal records bij de berekening van de percentielrangschikking. Zie [Rangberekening](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_definebasic_runningtotal.htm#Rank) voor informatie over verschillende rangschikkingsopties. ### RANK\_PERCENTILE(expressie, \['asc' | 'desc'\]) * * * Retourneert de percentielrang voor de huidige rij in de partitie. Gebruik het optionele argument `'asc' | 'desc'` om oplopende of aflopende volgorde op te geven. De standaardvolgorde is oplopend. Met deze functie krijgt de verzameling waarden (6, 9, 9, 14) de rangorde (0,00, 0,67, 0,67, 1,00). Null-waarden worden genegeerd in rangschikkingsfuncties. Ze zijn niet genummerd en tellen niet mee voor het totale aantal records bij de berekening van de percentielrangschikking. Zie [Rangberekening](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_definebasic_runningtotal.htm#Rank) voor informatie over verschillende rangschikkingsopties. ### RANK\_UNIQUE(expressie, \['asc' | 'desc'\]) * * * Retourneert de unieke rang voor de huidige rij in de partitie. Aan identieke waarden worden verschillende rangen toegewezen. Gebruik het optionele argument `'asc' | 'desc'` om oplopende of aflopende volgorde op te geven. De standaardvolgorde is aflopend. Met deze functie krijgt de verzameling waarden (6, 9, 9, 14) de rangorde (4, 2, 3, 1). Null-waarden worden genegeerd in rangschikkingsfuncties. Ze zijn niet genummerd en tellen niet mee voor het totale aantal records bij de berekening van de percentielrangschikking. Zie [Rangberekening](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_definebasic_runningtotal.htm#Rank) voor informatie over verschillende rangschikkingsopties. ### RUNNING\_AVG(expressie) * * * Retourneert het voortschrijdend gemiddelde van de opgegeven expressie vanaf de eerste rij in de partitie tot de huidige rij. Het onderstaande overzicht toont de kwartaalomzet. Wanneer `RUNNING_AVG(SUM([Sales])` wordt berekend binnen de datumpartitie, is het resultaat een lopend gemiddelde van de verkoopwaarden voor elk kwartaal. ![Tabelberekening met lopend gemiddelde.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_runningavg.png) #### Voorbeeld `RUNNING_AVG(SUM([Profit]))` berekent het lopend gemiddelde van SUM(Winst). ### RUNNING\_COUNT(expressie) * * * Retourneert het lopend totaal van de opgegeven expressie vanaf de eerste rij in de partitie tot de huidige rij. #### Voorbeeld `RUNNING_COUNT(SUM([Profit]))` berekent de lopende telling van SUM(Winst). ### RUNNING\_MAX(expressie) * * * Retourneert het lopend maximum van de opgegeven expressie vanaf de eerste rij in de partitie tot de huidige rij. ![Tabelberekening met een lopend maximum.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_runningmax.png) #### Voorbeeld `RUNNING_MAX(SUM([Profit]))` berekent het lopende maximum van SUM(Winst). ### RUNNING\_MIN(expressie) * * * Retourneert het lopend minimum van de opgegeven expressie vanaf de eerste rij in de partitie tot de huidige rij. ![Tabelberekening met een lopend minimum.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_runningmin.png) #### Voorbeeld `RUNNING_MIN(SUM([Profit]))` berekent het lopende minimum van SUM(Winst). ### RUNNING\_SUM(expressie) * * * Retourneert de lopende som van de opgegeven expressie vanaf de eerste rij in de partitie tot de huidige rij. ![Tabelberekening met een lopende som.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_runningsum.png) #### Voorbeeld `RUNNING_SUM(SUM([Profit]))` berekent de lopende som van SUM(Winst) ### SIZE() * * * Retourneert het aantal rijen in de partitie. In de onderstaande weergave wordt bijvoorbeeld de kwartaalomzet weergegeven. Binnen de datumpartitie bevinden zich zeven rijen, dus de Size() van de datumpartitie is 7. ![Grootte van tabelberekening.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_size.png) #### Voorbeeld `SIZE() = 5` wanneer de huidige partitie vijf rijen bevat. ### SCRIPT\_-functies De scriptfuncties: - SCRIPT\_BOOL - SCRIPT\_INT - SCRIPT\_REAL - SCRIPT\_STRING worden gebruikt om data door te geven aan een externe service, zoals R, TabPy of Matlab. Zie [Analyse-uitbreidingen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/r_connection_manage.htm). ### TOTAL(expressie) * * * Retourneert het totaal voor de opgegeven expressie in een tabelberekeningspartitie. #### Voorbeeld Stel dat u met deze weergave begint: ![Totaal van tabelberekening.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total.png) U opent de berekeningseditor en maakt een nieuw veld aan dat u Totaliteit noemt: ![Tabelberekening van totaal verkoopbedrag.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total2.png) Vervolgens plaatst u Totaliteit op Tekst, ter vervanging van SUM(Verkoop). Uw weergave verandert zodanig dat de waarden worden opgeteld op basis van de standaardwaarde voor Berekenen met: ![Tabelberekening toegevoegd aan een visualisatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total3.png) Dit roept de vraag op: wat is de standaardwaarde voor Berekenen met ? Als u met de rechtermuisknop op Totaliteit in het deelvenster Data klikt (Control-klik op een Mac) en Bewerken kiest, is er nu een extra stukje informatie beschikbaar: ![Tabelberekening van totaal verkoopbedrag.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total4.png) De standaardwaarde voor Berekenen met is Tafel (opzij). Het resultaat is dat Totaliteit nu de waarden in elke rij van uw tabel optelt. De waarde die u in elke rij ziet, is dus de som van de waarden uit de oorspronkelijke versie van de tabel. De waarden in de rij 2011/Q1 in de oorspronkelijke tabel waren $ 8601, $ 6579, $ 44262 en $ 15006. De waarden in de tabel nadat Totaliteit de waarden van SUM(Verkoop) heeft vervangen, zijn allemaal $ 74.448, wat de som is van de vier oorspronkelijke waarden. Let op de driehoek naast Totaliteit nadat u dit op Tekst hebt neergezet: ![Tabelberekening toegevoegd aan een visualisatie en weergegeven op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total5.png) Dit geeft aan dat dit veld een tabelberekening gebruikt. U kunt met de rechtermuisknop op het veld klikken en Tabelberekening bewerken kiezen om uw functie naar een andere waarde voor Berekenen met te herleiden. U kunt dit bijvoorbeeld instellen op Tabel (omlaag). In dat geval ziet uw tabel er als volgt uit: ![Tabelberekening toegevoegd aan een visualisatie en weergegeven op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total6.png) ### TOTAL(expressie) * * * Retourneert het totaal voor de opgegeven expressie in een tabelberekeningspartitie. #### Voorbeeld Stel dat u met deze weergave begint: ![Totaal van tabelberekening.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total.png) U opent de berekeningseditor en maakt een nieuw veld aan dat u Totaliteit noemt: ![Tabelberekening van totaal verkoopbedrag.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total2.png) Vervolgens plaatst u Totaliteit op Tekst, ter vervanging van SUM(Verkoop). Uw weergave verandert zodanig dat de waarden worden opgeteld op basis van de standaardwaarde voor Berekenen met: ![Tabelberekening toegevoegd aan een visualisatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total3.png) Dit roept de vraag op: wat is de standaardwaarde voor Berekenen met ? Als u met de rechtermuisknop op Totaliteit in het deelvenster Data klikt (Control-klik op een Mac) en Bewerken kiest, is er nu een extra stukje informatie beschikbaar: ![Tabelberekening van totaal verkoopbedrag.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total4.png) De standaardwaarde voor Berekenen met is Tafel (opzij). Het resultaat is dat Totaliteit nu de waarden in elke rij van uw tabel optelt. De waarde die u in elke rij ziet, is dus de som van de waarden uit de oorspronkelijke versie van de tabel. De waarden in de rij 2011/Q1 in de oorspronkelijke tabel waren $ 8601, $ 6579, $ 44262 en $ 15006. De waarden in de tabel nadat Totaliteit de waarden van SUM(Verkoop) heeft vervangen, zijn allemaal $ 74.448, wat de som is van de vier oorspronkelijke waarden. Let op de driehoek naast Totaliteit nadat u dit op Tekst hebt neergezet: ![Tabelberekening toegevoegd aan een visualisatie en weergegeven op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total5.png) Dit geeft aan dat dit veld een tabelberekening gebruikt. U kunt met de rechtermuisknop op het veld klikken en Tabelberekening bewerken kiezen om uw functie naar een andere waarde voor Berekenen met te herleiden. U kunt dit bijvoorbeeld instellen op Tabel (omlaag). In dat geval ziet uw tabel er als volgt uit: ![Tabelberekening toegevoegd aan een visualisatie en weergegeven op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total6.png) ### WINDOW\_AVG(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert het gemiddelde van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. Er is een equivalente aggregaatfunctie: AVG. Zie [Tableau-functies (alfabetische lijst)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_alphabetical.htm). #### Voorbeeld De volgende formule retourneert het venstergemiddelde van **SUM(Winst)** van de twee voorgaande rijen naar de huidige rij. `WINDOW_AVG(SUM[Profit]), -2, 0)` ### WINDOW\_CORR(expressie1, expressie2, \[start, eind\]) * * * Retourneert de Pearson-correlatie-coëfficiënt van twee expressies binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. De Pearson-correlatie meet de lineaire relatie tussen twee variabelen. De resultaten variëren van -1 tot en met +1, waarbij 1 staat voor een exact positief lineair verband, zoals wanneer een positieve verandering in de ene variabele een positieve verandering van overeenkomstige grootte in de andere variabele impliceert. Het resultaat 0 staat voor geen lineair verband tussen de variantie en −1 staat voor een exact negatief verband. Er is een equivalente aggregaatfunctie: CORR. Zie [Tableau-functies (alfabetische lijst)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_alphabetical.htm) #### Voorbeeld De volgende formule retourneert de Pearson-correlatie van SUM(Winst) en SUM(Verkoop) van de vijf voorgaande rijen naar de huidige rij. `WINDOW_CORR(SUM[Profit]), SUM([Sales]), -5, 0)` ### WINDOW\_COUNT(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert het aantal van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. #### Voorbeeld `WINDOW_COUNT(SUM([Profit]), FIRST()+1, 0)` berekent de telling van SUM(Winst) van de tweede rij tot de huidige rij ### WINDOW\_COVAR(expressie1, expressie2, \[start, eind\]) * * * Retourneert de _steekproefcovariantie_ van twee expressies binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als de start- en end-argumenten worden weggelaten, bestaat het venster uit de volledige partitie. Bij steekproefcovariantie wordt het aantal niet-null-datapunten n - 1 gebruikt om de covariantieberekening te normaliseren, in plaats van n, wat wordt gebruikt door de populatiecovariantie (met de functie WINDOW\_COVARP). Steekproefcovariantie is de juiste keuze wanneer de data een willekeurige steekproef zijn die wordt gebruikt om de covariantie voor een grotere populatie te schatten. Er is een equivalente aggregaatfunctie: COVAR. Zie [Tableau-functies (alfabetische lijst)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_alphabetical.htm) #### Voorbeeld De volgende formule retourneert de steekproefcovariantie van SUM(Winst) en SUM(Verkoop) van de twee voorgaande rijen naar de huidige rij. `WINDOW_COVAR(SUM([Profit]), SUM([Sales]), -2, 0)` ### WINDOW\_COVARP(expressie1, expressie2, \[start, eind\]) * * * Retourneert de _populatiecovariantie_ van twee expressies binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. Populatiecovariantie is steekproefcovariantie vermenigvuldigd met (n-1)/n, waarbij n het totale aantal datapunten is dat niet null is. Populatiecovariantie is de juiste keuze wanneer er data beschikbaar zijn voor alle relevante items, in tegenstelling tot wanneer er slechts een willekeurige subset van items is. In dat geval is steekproefcovariantie (met de functie WINDOW\_COVAR) de geschikte keuze. Er is een equivalente aggregaatfunctie: COVARP. [Tableau-functies (alfabetische lijst)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_alphabetical.htm) #### Voorbeeld De volgende formule retourneert de populatiecovariantie van SUM(Winst) en SUM(Verkoop) van de twee voorgaande rijen naar de huidige rij. `WINDOW_COVARP(SUM([Profit]), SUM([Sales]), -2, 0)` ### WINDOW\_MEDIAN(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert de mediaan van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. Het onderstaande overzicht toont bijvoorbeeld de kwartaalwinst. Een venstermediaan binnen de datumpartitie retourneert de mediaanwinst over alle datums. ![Tabelberekening met de operator window\_median.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_windowmedian.png) #### Voorbeeld `WINDOW_MEDIAN(SUM([Profit]), FIRST()+1, 0)` berekent de mediaan van SUM(Winst) van de tweede rij tot de huidige rij. ### WINDOW\_MAX(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert het maximum van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. In de onderstaande weergave wordt bijvoorbeeld de kwartaalomzet weergegeven. Een venstermaximum binnen de datumpartitie retourneert de maximale omzet over alle datums. ![Tabelberekening met de operator window\_max.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_windowmax.png) #### Voorbeeld `WINDOW_MAX(SUM([Profit]), FIRST()+1, 0)` berekent het maximum van SUM(Winst) van de tweede rij naar de huidige rij. ### WINDOW\_MIN(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert het minimum van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. In de onderstaande weergave wordt bijvoorbeeld de kwartaalomzet weergegeven. Een vensterminimum binnen de datumpartitie retourneert de minimale verkoopcijfers voor alle datums. ![Tabelberekening met de operator window\_min.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_windowmin.png) #### Voorbeeld `WINDOW_MIN(SUM([Profit]), FIRST()+1, 0)` berekent het minimum van SUM(Winst) van de tweede rij naar de huidige rij. ### WINDOW\_PERCENTILE(expressie, getal, \[start, eind\]) * * * Retourneert de waarde die overeenstemt met het opgegeven percentiel binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. #### Voorbeeld `WINDOW_PERCENTILE(SUM([Profit]), 0.75, -2, 0)` retourneert het 75e percentiel voor SUM(Winst) van de twee voorgaande rijen naar de huidige rij. ### WINDOW\_STDEV(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert de standaardafwijking in de steekproef van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. #### Voorbeeld `WINDOW_STDEV(SUM([Profit]), FIRST()+1, 0)` berekent de standaarddeviatie van SUM(Winst) van de tweede rij tot de huidige rij. ### WINDOW\_STDEVP(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert de vertekende standaardafwijking van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. #### Voorbeeld `WINDOW_STDEVP(SUM([Profit]), FIRST()+1, 0)` berekent de standaarddeviatie van SUM(Winst) van de tweede rij tot de huidige rij. ### WINDOW\_SUM(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert de som van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. In de onderstaande weergave wordt bijvoorbeeld de kwartaalomzet weergegeven. Een venstersom die wordt berekend binnen de datumpartitie, retourneert de som van de verkopen over alle kwartalen. ![Tabelberekening met de operator window\_sum.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_windowsum.png) #### Voorbeeld `WINDOW_SUM(SUM([Profit]), FIRST()+1, 0)` berekent de som van SUM(Winst) van de tweede rij tot de huidige rij. ### WINDOW\_VAR(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert de steekproefvariantie van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. #### Voorbeeld `WINDOW_VAR((SUM([Profit])), FIRST()+1, 0)` berekent de variantie van SUM(Winst) van de tweede rij tot de huidige rij. ### WINDOW\_VARP(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert de vertekende variantie van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. #### Voorbeeld `WINDOW_VARP(SUM([Profit]), FIRST()+1, 0)` berekent de variantie van SUM(Winst) van de tweede rij tot de huidige rij. Pass-through-functies (RAWSQL) Met deze RAWSQL pass-through-functies worden SQL-expressies rechtstreeks naar de database gestuurd, zonder dat ze eerst door Tableau worden geïnterpreteerd. Als u aangepaste databasefuncties hebt waar Tableau niets van weet, kunt u pass-through-functies gebruiken om deze aangepaste functies aan te roepen. Omdat Tableau de expressie niet interpreteert, moet u indien nodig de aggregatie definiëren. U kunt de `RAWSQLAGG`\-versie van een functie gebruiken wanneer u een geaggregeerde expressie moet doorgeven. RAWSQL-pass-through-functies werken mogelijk niet met gefedereerde (uit verschillende databases gecombineerde) of gepubliceerde databronnen. ## RAWSQL-syntaxis Er zijn twee typen RAWSQL-functies: gedesaggregeerd en geaggregeerd. Het type wordt aangegeven in het eerste deel van de functienaam, _RAWSQL_ of _RAWSQLAGG_. Het laatste deel van de functienaam is het uitvoertype, bijvoorbeeld _BOOL_, _STR_ of _INT_. In alle RAWSQL-functies is het argument `"sql_expr", [arg1], ...[arg2]`. Bij het schrijven van de functie kunt u een vervangende syntaxis `%n` gebruiken om de juiste veldnaam of expressie in te voegen. ### Vervangende syntaxis %n Meestal begrijpt uw database de veldnamen die in Tableau worden weergegeven niet. Omdat Tableau de SQL-expressies in de pass-through-functies niet interpreteert, kunnen er fouten optreden als u de Tableau-veldnamen in uw expressie gebruikt. Gebruik `%n` om de juiste veldnaam of expressie voor een Tableau-berekening in pass-through SQL in te voegen. Als u bijvoorbeeld een functie hebt die de mediaan van een reeks waarden berekent, kunt u die functie als volgt aanroepen in de Tableau-kolom \[Verkoop\]: RAWSQLAGG\_REAL("MEDIAN(%1)", \[Sales\]) - `REALSQLAGG` omdat u de aggregatie wilt opgeven. - `REAL` omdat de uitvoer numeriek is en niet per se een geheel getal. - `MEDIAN` is de aggregatie. - `%1` is de tijdelijke aanduiding voor `[Sales]`. ## RAWSQL-functies De SQL-expressie wordt rechtstreeks aan de onderliggende database doorgegeven. Gebruik %n in de SQL-expressie als vervangende syntaxis voor databasewaarden. De volgende RAWSQL-functies zijn beschikbaar in Tableau: ### RAWSQL\_BOOL
SyntaxisRAWSQL_BOOL("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert een booleaans resultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQL_BOOL("%1 > %2", [Sales], [Profit])

In het voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales] en %2 is gelijk aan [Profit].

### RAWSQLAGG\_BOOL
SyntaxisRAWSQLAGG_BOOL("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert een booleaans resultaat op basis van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQLAGG_BOOL("SUM( %1) >SUM( %2)", [Sales], [Profit]) 

In het voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales] en %2 is gelijk aan [Profit].

### RAWSQL\_DATE
SyntaxisRAWSQL_DATE("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert een datumresultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQL_DATE("%1", [Order Date])

In dit voorbeeld is %1 is gelijk aan [Order Date].

### RAWSQLAGG\_DATE
SyntaxisRAWSQLAGG_DATE("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert een datumresultaat op basis van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie
Voorbeeld
RAWSQLAGG_DATE("MAX(%1)", [Order Date])

In dit voorbeeld is %1 is gelijk aan [Order Date].

### RAWSQL\_DATETIME
SyntaxisRAWSQL_DATETIME("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerDatumtijd
DefinitieRetourneert een datumtijdresultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQL_DATETIME("%1", [Order Date])

In dit voorbeeld is %1 is gelijk aan [Order Date].

### RAWSQLAGG\_DATETIME
SyntaxisRAWSQLAGG_DATETIME("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerDatumtijd
DefinitieRetourneert een datumtijdresultaat op basis van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQLAGG_DATETIME("MIN(%1)", [Order Date])

In dit voorbeeld is %1 is gelijk aan [Order Date].

### RAWSQL\_INT
SyntaxisRAWSQL_INT("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert een resultaat met geheel getal op basis van een opgegeven SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQL_INT("500 + %1", [Sales])

In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales].

### RAWSQLAGG\_INT
SyntaxisRAWSQLAGG_INT("sql_expr", [arg1,] …[argN])
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert een resultaat met geheel getal van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQLAGG_INT("500 + SUM(%1)", [Sales])

In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales].

### RAWSQL\_REAL
SyntaxisRAWSQL_REAL("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerNumeriek
DefinitieRetourneert een numeriek resultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQL_REAL("-123.98 * %1", [Sales])

In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales]

### RAWSQLAGG\_REAL
SyntaxisRAWSQLAGG_REAL("sql_expr", [arg1,] …[argN])
UitvoerNumeriek
DefinitieRetourneert een numeriek resultaat op basis van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQLAGG_REAL("SUM( %1)", [Sales])

In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales].

### RAWSQL\_SPATIAL
SyntaxisRAWSQL_SPATIAL("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerRuimtelijke waarde
DefinitieRetourneert een ruimtelijk resultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQL_SPATIAL("%1", [Geometry])

In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Geometry].

OpmerkingEr is geen RAWSQLAGG-versie van deze functie.
### RAWSQL\_STR
SyntaxisRAWSQL_STR("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert een tekenreeks op basis van een opgegeven SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQL_STR("%1", [Customer Name])

In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Customer Name].

### RAWSQLAGG\_STR
SyntaxisRAWSQLAGG_STR("sql_expr", [arg1,] …[argN])
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert een tekenreeks op basis van een geaggregeerde SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQLAGG_STR("AVG(%1)", [Discount])

In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Discount].

Ruimtelijke functies Met ruimtelijke functies kunt u geavanceerde ruimtelijke analyses uitvoeren en ruimtelijke bestanden combineren met data in andere formaten, zoals tekstbestanden of spreadsheets. ### AREA
SyntaxisAREA(Spatial Polygon, 'units')
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert het totale oppervlak van een <spatial polygon>.
Voorbeeld
AREA([Geometry], 'feet')
Opmerkingen

Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening, zoals 'miles'):

  • meter: meters, meter, m
  • kilometer: kilometers, kilometer, km
  • mijlen: mijlen, mijl
  • voeten: voeten, voet

### BUFFER
SyntaxisBUFFER(Spatial point, distance, 'units')

BUFFER(Spatial linestring, distance, 'units')

BUFFER(Spatial polygon, distance, 'units')

  • meter: meters, meter, m
  • kilometer: kilometers, kilometer, km
  • mijlen: mijlen, mijl
  • voeten: voeten, voet
UitvoerGeometrie
Definitie

Bij ruimtelijke punten wordt een polygoonvorm geretourneerd die is gecentreerd over een <spatial point>, met een straal die wordt bepaald door de waarden <distance> en <unit>.

Bij lijntekenreeksen worden de polygonen berekend die worden gevormd door alle punten binnen de straalafstand van de lijntekenreeks op te nemen.

Bij polygonen wordt een polygoon berekend die een 'inset' (negatieve afstand) of 'outset' (positieve afstand) is van elke gegeven polygoon.

Voorbeeld
BUFFER([Spatial Point Geometry], 25, 'mi')
BUFFER(MAKEPOINT(47.59, -122.32), 3, 'km')
BUFFER(MAKELINE(MAKEPOINT(0, 20),MAKEPOINT (30, 30)),20,'km'))
Opmerkingen

Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening, zoals 'miles'):

  • meter: meters, meter, m
  • kilometer: kilometers, kilometer, km
  • mijlen: mijlen, mijl
  • voeten: voeten, voet
### DIFFERENCE
SyntaxisDIFFERENCE(Spatial, Spatial)
UitvoerRuimtelijke veelhoek
DefinitieBerekent de delen van regio's die overblijven wanneer alle regio's in het tweede argument uit het eerste argument worden gehaald in overlappende gebieden.Verwijdert regio's uit het tweede argument in gebieden die niet overlappen.
Voorbeeld
DIFFERENCE(Spatial Polygon1, Spatial Polygon2)
Opmerkingen

Ondersteunt ruimtelijke veelhoeken en meerdere polygonen, geen ruimtelijke punten of lijnen.

### DISTANCE
SyntaxisDISTANCE(SpatialPoint1, SpatialPoint2, 'units')
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de afstandsmeting tussen twee punten in de opgegeven <unit>.
Voorbeeld
DISTANCE([Origin Point],[Destination Point], 'km')
Opmerkingen

Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening, zoals 'miles'):

  • meter: meters, meter, m
  • kilometer: kilometers, kilometer, km
  • mijlen: mijlen, mijl
  • voeten: voeten, voet
Beperkingen van de databaseDeze functie kan alleen worden gemaakt met een live verbinding, maar blijft werken als de databron wordt omgezet naar een extract.
### INTERSECTION
SyntaxisINTERSECTION (spatial, spatial)
UitvoerVeelhoek
DefinitieBerekent en retourneert de delen van regio's in het tweede argument die overlappen met regio's in het eerste argument.
VoorbeeldSNIJPUNT (Ruimtelijke polygoon1, Ruimtelijk polygoon2)
OpmerkingenOndersteunt ruimtelijke veelhoeken en meerdere polygonen, geen ruimtelijke punten of lijnen.
### INTERSECTS
SyntaxisINTERSECTS (geometry1, geometry2)
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert true of false om aan te geven of twee geometrieën elkaar in de ruimte overlappen.
OpmerkingenOndersteunde combinaties: punt/veelhoek, lijn/veelhoek en veelhoek/veelhoek.
### LENGTH
SyntaxisLENGTH(geometry, 'units')
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de geodetische padlengte van de lijntekenreeks of tekenreeksen in de <geometry> met behulp van de gegeven <units>.
Voorbeeld
LENGTH([Spatial], 'metres')
OpmerkingenHet resultaat is <NaN> als het geometrie-argument geen lijntekenreeksen bevat, hoewel andere elementen wel zijn toegestaan.
### MAKELINE
SyntaxisMAKELINE(SpatialPoint1, SpatialPoint2)
UitvoerGeometrie (lijn)
DefinitieRetourneert een lijnmarkering tussen twee punten
Voorbeeld
MAKELINE(MAKEPOINT(47.59, -122.32), MAKEPOINT(48.5, -123.1))
OpmerkingenHandig voor het maken van vertrek-bestemmingskaarten.
### MAKEPOINT
SyntaxisMAKEPOINT(latitude, longitude, [SRID])
UitvoerGeometrie (punt)
Definitie

Converteert data van de kolommen <latitude> en <longitude> naar ruimtelijke objecten.

Als het optionele argument <SRID> wordt toegevoegd, kunnen de invoerdata andere geprojecteerde geografische coördinaten zijn.

Voorbeeld
MAKEPOINT(48.5, -123.1)
MAKEPOINT([AirportLatitude], [AirportLongitude])
MAKEPOINT([Xcoord],[Ycoord], 3493)
Opmerkingen

MAKEPOINT kan de automatisch gegenereerde velden voor breedtegraad en lengtegraad niet gebruiken.De databron moet standaard de coördinaten bevatten.

SRID is een ruimtelijke referentie-identificatie die gebruikmaakt van ESPG-referentiesysteemcodes om coördinatensystemen te specificeren.Als SRID niet is gespecificeerd, wordt de WGS84-code aangenomen en worden parameters behandeld als breedtegraad/lengtegraad in graden.

Met MAKEPOINT kunt u een databron ruimtelijk inschakelen, zodat deze met behulp van een ruimtelijke join kan worden gekoppeld aan een ruimtelijk bestand.Zie Een join maken van bestanden met ruimtelijke data in Tableauvoor meer informatie.

### NO\_CUTOUTS
SyntaxisNO_CUTOUTS (spatial)
UitvoerGecorrigeerde ruimtelijke polygoon
DefinitieRetourneert een gecorrigeerde ruimtelijke polygoon als voor een platte-aarde-interpretatie polygooninversies vereist zijn; anders wordt het origineel geretourneerd.
Opmerkingen

Voor ruimtelijke bestandsindelingen zoals Keyhole Markup Language (.kml) moeten polygoongrenzen een specifieke coördinaatrichting volgen.Als een dataset in omgekeerde richting grenzen trekt, interpreteert Tableau de buitenruimte als de vorm.NO_CUTOUTS herschikt deze coördinaten om de juiste lay-out te herstellen.

### OUTLINE
SyntaxisOUTLINE(spatial polygon)
UitvoerGeometrie
DefinitieConverteert een polygoongeometrie naar lijntekenreeksen.
Opmerkingen

Handig voor het maken van een aparte laag voor een omtrek die anders kan worden vormgegeven dan de vulling.

Ondersteunt polygonen binnen multipolygonen.

### PARSE\_WKT
SyntaxisPARSE_WKT (String)
UitvoerRuimtelijk (geografie)
DefinitieConverteert een teksttekenreeksveld met bekende tekstrepresentaties (WKT) van geografische entiteiten (zoals punten, lijntekenreeksen of polygonen) naar een ruimtelijke waarde.
Opmerkingen

Er wordt aangenomen dat de coördinaten de breedte- en lengtegraad van WGS-84 gebruiken.Zie Bekende tekstweergave van geometrie voor meer informatie over WKT.

### SHAPETYPE
SyntaxisSHAPETYPE(geometry)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert een tekenreeks die de structuur beschrijft van de ruimtelijke <geometry>, zoals Leeg (Empty), Punt (Point), Meerdere punten (MultiPoint), Lijntekenreeksen (LineString), Meerdere lijntekenreeksen (MultiLinestring), Polygoon (Polygon), Meerdere polygonen (MultiPolygon), Gemengd (Mixed) en Niet-ondersteund (Unsupported).
Voorbeeld
SHAPETYPE(MAKEPOINT(48.5, -123.1)) = "Point"
### SYMDIFFERENCE
SyntaxisSYMDIFFERENCE(spatial, spatial)
UitvoerGeometrie
DefinitieBerekent alle delen van regio's uit het tweede argument die overlappen met regio's in het eerste argument en verwijdert deze uit beide.Retourneert de resterende delen van regio's uit beide argumenten.
Voorbeeld

SYMDIFFERENCE(Spatial Polygon1, Spatial Polygon2)

### UNION
SyntaxisUNION(spatial 1, [spatial 2])
UitvoerGeometrie
DefinitieCombineert ruimtelijke geometrieën door aangrenzende of overlappende grenzen op te lossen in één ruimtelijke geometrie.
Opmerkingen

Bij gebruik met één argument (UNION(spatial)) fungeert UNION als een aggregatiefunctie die alle ruimtelijke objecten in een veld in alle rijen samenvoegt.

Bij gebruik met twee argumenten (UNION(spatial1, spatial2)) voegt UNION twee afzonderlijke ruimtelijke velden of geometrieën samen.

Voor punten en lijntekenreeksen combineert UNION alle elementen in één verzameling.Voor polygonen lossen overlappende of elkaar rakende vormen op in één polygoon of multipolygoon.

### VALIDATE
SyntaxisVALIDATE(spatial geometry)
UitvoerGeometrie
DefinitieBevestigt de topologische juistheid van de geometrie in uw ruimtelijke waarde.Als de waarde niet voor analyse kan worden gebruikt vanwege problemen zoals de omtrek van een polygoon die zichzelf snijdt, dan is het resultaat nul.Als de geometrie juist is, is het resultaat de oorspronkelijke geometrie.
Voorbeeld

UNION(VALIDATE([Geometry]))

Aanvullende functies Zie ook: [Pass-through-functies (RAWSQL)](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_passthrough.htm). ## Reguliere expressies  Raadpleeg de documentatie van uw databron voor informatie over de syntaxis van reguliere expressies. Voor Tableau-extracten voldoet de syntaxis van reguliere expressies aan de standaarden van ICU (International Components for Unicode), een opensourceproject met volwassen C/C++- en Java-bibliotheken voor Unicode-ondersteuning, software-internationalisatie en softwareglobalisatie. Zie de pagina [Reguliere expressies](http://userguide.icu-project.org/strings/regexp) in de online ICU-gebruikershandleiding. ### REGEXP\_REPLACE
SyntaxisREGEXP_REPLACE(string, pattern, replacement)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert een kopie van de opgegeven tekenreeks waarin het patroon van de reguliere expressie wordt vervangen door de vervangende tekenreeks.
Voorbeeld
REGEXP_REPLACE('abc 123', '\s', '-') = 'abc-123'
Opmerkingen

Deze functie is alleen beschikbaar voor tekstbestanden, Hadoop Hive, Google BigQuery, PostgreSQL, Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, Salesforce, Vertica, Pivotal Greenplum, Teradata (versie 14.1 en hoger), Snowflake en Oracle-databronnen.

Voor Tableau-data-extracten moeten het patroon en de vervanging constanten zijn.

### REGEXP\_MATCH
SyntaxisREGEXP_MATCH(string, pattern)
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert 'waar' als een subtekenreeks van de opgegeven tekenreeks overeenkomt met het patroon van de reguliere expressie.
Voorbeeld
REGEXP_MATCH('-([1234].[The.Market])-','\[\s*(\w*\.)(\w*\s*\])')=true
Opmerkingen

Deze functie is beschikbaar voor tekstbestanden, Google BigQuery, PostgreSQL, Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, Salesforce, Vertica, Pivotal Greenplum, Teradata (versie 14.1 en hoger), Impala 2.3.0 (via Cloudera Hadoop-databronnen), Snowflake en Oracle-databronnen.

Voor Tableau-data-extracten moet het patroon een constante zijn.

### REGEXP\_EXTRACT
SyntaxisREGEXP_EXTRACT(string, pattern)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert het deel van de tekenreeks dat overeenkomt met het patroon van de reguliere expressie.
Voorbeeld
REGEXP_EXTRACT('abc 123', '[a-z]+\s+(\d+)') = '123'
Opmerkingen

Deze functie is alleen beschikbaar voor tekstbestanden, Hadoop Hive, Google BigQuery, PostgreSQL, Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, Salesforce, Vertica, Pivotal Greenplum, Teradata (versie 14.1 en hoger), Snowflake en Oracle-databronnen.

Voor Tableau-data-extracten moet het patroon een constante zijn.

### REGEXP\_EXTRACT\_NTH
SyntaxisREGEXP_EXTRACT_NTH(string, pattern, index)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert het deel van de tekenreeks dat overeenkomt met het patroon van de reguliere expressie. De subtekenreeks wordt afgestemd met de nde groep voor vastleggen, waarbij n de opgegeven index is. Als index 0 is, wordt de volledige tekenreeks geretourneerd.
Voorbeeld
REGEXP_EXTRACT_NTH('abc 123', '([a-z]+)\s+(\d+)', 2) = '123'
Opmerkingen

Deze functie is beschikbaar voor tekstbestanden, PostgreSQL, Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, Salesforce, Vertica, Pivotal Greenplum, Teradata (versie 14.1 en hoger) en Oracle-databronnen.

Voor Tableau-data-extracten moet het patroon een constante zijn.

## Specifieke functies voor Hadoop Hive **Opmerking**: alleen de functies PARSE\_URL en PARSE\_URL\_QUERY zijn beschikbaar voor Cloudera Impala-databronnen. ### GET\_JSON\_OBJECT(JSON-tekenreeks, JSON-pad) Retourneert het JSON-object binnen de JSON-tekenreeks op basis van het JSON-pad. ### PARSE\_URL(tekenreeks, url\_gedeelte) Retourneert een component van de opgegeven URL-tekenreeks waarbij het component wordt gedefinieerd door url\_onderdeel. Geldige url\_onderdeel-waarden omvatten: 'HOST', 'PATH', 'QUERY', 'REF', 'PROTOCOL', 'AUTHORITY', 'FILE' en 'USERINFO'. Voorbeeld `PARSE_URL('http://www.tableau.com', 'HOST') = 'www.tableau.com'` ### PARSE\_URL\_QUERY(tekenreeks, sleutel) Retourneert de waarde van de opgegeven queryparameter in de opgegeven URL-tekenreeks. De queryparameter wordt gedefinieerd door de sleutel. Voorbeeld `PARSE_URL_QUERY('http://www.tableau.com?page=1&cat=4', 'page') = '1'` ### XPATH\_BOOLEAN(XML-tekenreeks, XPath-expressietekenreeks) Retourneert 'waar' als de XPath-expressie overeenstemt met een knooppunt of als de uitkomst ervan waar is. Voorbeeld `XPATH_BOOLEAN(' 15', 'values/value[@id="1"] = 5') = true` ### XPATH\_DOUBLE(XML-tekenreeks, XPath-expressietekenreeks) Retourneert de waarde met zwevende komma van de XPath-expressie. Voorbeeld `XPATH_DOUBLE('1.05.5 ', 'sum(value/*)') = 6.5` ### XPATH\_FLOAT(XML-tekenreeks, XPath-expressietekenreeks) Retourneert de waarde met zwevende komma van de XPath-expressie. Voorbeeld `XPATH_FLOAT('1.05.5 ','sum(value/*)') = 6.5` ### XPATH\_INT(XML-tekenreeks, XPath-expressietekenreeks) Retourneert de numerieke waarde van de XPath-expressie of nul als de uitkomst van de XPath-expressie geen getal is. Voorbeeld `XPATH_INT('15 ','sum(value/*)') = 6` ### XPATH\_LONG(XML-tekenreeks, XPath-expressietekenreeks) Retourneert de numerieke waarde van de XPath-expressie of nul als de uitkomst van de XPath-expressie geen getal is. Voorbeeld `XPATH_LONG('15 ','sum(value/*)') = 6` ### XPATH\_SHORT(XML-tekenreeks, XPath-expressietekenreeks) Retourneert de numerieke waarde van de XPath-expressie of nul als de uitkomst van de XPath-expressie geen getal is. Voorbeeld `XPATH_SHORT('15 ','sum(value/*)') = 6` ### XPATH\_STRING(XML-tekenreeks, XPath-expressietekenreeks) Retourneert de tekst van het eerste overeenkomende knooppunt. Voorbeeld `XPATH_STRING('http://www.w3.org http://www.tableau.com', 'sites/url[@domain="com"]') = 'http://www.tableau.com'` ## Specifieke functies voor Google BigQuery ### DOMAIN(tekenreeks\_url) Retourneert het domein van een opgegeven URL als tekenreeks. Voorbeeld `DOMAIN('http://www.google.com:80/index.html') = 'google.com'` ### GROUP\_CONCAT(expressie) Voegt waarden uit elk record samen in één door komma's gescheiden tekenreeks. Deze functie werkt als een SUM() voor tekenreeksen. Voorbeeld `GROUP_CONCAT(Region) = "Central,East,West"` ### HOST(tekenreeks\_url) Retourneert voor een opgegeven URL-tekenreeks de hostnaam als tekenreeks. Voorbeeld `HOST('http://www.google.com:80/index.html') = 'www.google.com:80'` ### LOG2(getal) Retourneert de logaritmebasis 2 van een getal. Voorbeeld `LOG2(16) = '4.00'` ### LTRIM\_THIS(tekenreeks, tekenreeks) Retourneert de eerste tekenreeks met eventuele voorloop van de tweede tekenreeks verwijderd. Voorbeeld `LTRIM_THIS('[-Sales-]','[-') = 'Sales-]'` ### RTRIM\_THIS(tekenreeks, tekenreeks) Retourneert de eerste tekenreeks met eventuele naloop van de tweede tekenreeks verwijderd. Voorbeeld `RTRIM_THIS('[-Market-]','-]') = '[-Market'` ### TIMESTAMP\_TO\_USEC(expressie) Converteert een TIMESTAMP-datatype naar een UNIX-tijdstempel in microseconden. Voorbeeld `TIMESTAMP_TO_USEC(#2012-10-01 01:02:03#)=1349053323000000` ### USEC\_TO\_TIMESTAMP(expressie) Converteert een UNIX-tijdstempel in microseconden naar een TIMESTAMP-datatype. Voorbeeld `USEC_TO_TIMESTAMP(1349053323000000) = #2012-10-01 01:02:03#` ### TLD(tekenreeks\_url) Retourneert voor een opgegeven URL-tekenreeks het domein van het hoogste niveau plus een landdomein in de URL. Voorbeeld `TLD('http://www.google.com:80/index.html') = '.com'` `TLD('http://www.google.co.uk:80/index.html') = '.co.uk'` ## Wilt u meer weten over functies? Lees het [onderwerp functies](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions.htm). ## Zie ook [Tableau-functies (alfabetische lijst)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_alphabetical.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Animaties opmaken Maak gebruik van geanimeerde visualisaties om veranderende patronen in uw data beter te benadrukken, pieken en uitschieters te ontdekken en te zien hoe datapunten clusteren en zich van elkaar onderscheiden. Animaties zorgen voor visuele overgangen tussen filter-, sorteer- en zoominstellingen, verschillende pagina's en wijzigingen in filter-, parameter- en setacties. Wanneer visualisaties geanimeerd worden op basis van de veranderingen, kunnen gebruikers duidelijker zien hoe de data verschillen. Zo kunnen ze beter geïnformeerde beslissingen nemen. ## Inzicht krijgen in gelijktijdige en achtereenvolgende animaties Wanneer u animaties creëert, kunt u kiezen uit twee verschillende stijlen: gelijktijdig of achtereenvolgens. Hier zijn voorbeelden van elk type. ### Gelijktijdige animaties De standaard gelijktijdige animaties zijn sneller en werken goed bij het weergeven van waardewijzigingen in eenvoudigere grafieken en dashboards. ![Een Tableau-animatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/animations.gif) Klik op de afbeelding hierboven om de animatie opnieuw af te spelen. ### Achtereenvolgende animaties Achtereenvolgende animaties kosten meer tijd, maar maken complexe veranderingen duidelijker doordat ze stap voor stap worden gepresenteerd. ![Een achtereenvolgende animatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/animations_sequential.gif) Klik op de afbeelding hierboven om de animatie opnieuw af te spelen. ## Visualisaties animeren in een werkmap Wanneer u een nieuwe werkmap maakt, schakelt Tableau standaard animaties voor uw visualisatie in. U kunt animaties op gebruikers- en werkmapniveau in- of uitschakelen. 1. Kies Opmaak > Animaties. 2. Als u elk blad wilt animeren, klikt u onder Werkmapstandaard op Aan. Ga dan als volgt te werk: - Voor Duur kiest u een voorinstelling of geef een aangepaste duur op van maximaal 10 seconden. - Voor Stijl kiest u Gelijktijdig om alle animaties tegelijk af te spelen of Achtereenvolgens om markeringen te laten verdwijnen, ze te verplaatsen en sorteren, en ze vervolgens weer te laten verschijnen. 3. Om de standaardinstellingen van een werkmap voor een bepaald blad te overschrijven, wijzigt u de instellingen onder Geselecteerd blad. **Opmerking:** In het gedeelte Geselecteerd blad geeft '(Standaard)' een instelling aan die automatisch de bijbehorende instelling voor de Werkmapstandaard weerspiegelt. ![Het deelvenster Animaties met opties om animaties op werkmap- of werkbladniveau te configureren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/animations_pane.png) Om een animatie opnieuw af te spelen, klikt u op de knop Opnieuw afspelen in de werkbalk. Met de knop Opnieuw afspelen kunt u ook de snelheid kiezen waarmee de animatie opnieuw wordt afgespeeld: werkelijke snelheid, 2x de snelheid of 1/2 snelheid. ![Vervolgkeuzemenu voor de knop Opnieuw afspelen voor het kiezen van de afspeelsnelheid](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/replay_speed.png) ## Animatie-instellingen voor een werkmap opnieuw instellen U kunt animaties opnieuw instellen om een gehele werkmap terug te zetten naar de standaard animatie-instellingen. Houd er rekening mee dat animaties hiermee standaard zijn uitgeschakeld. 1. Kies Opmaak > Animaties. 2. In het midden van het deelvenster Animaties, klikt u op Alle bladen resetten. ## Alle animaties volledig uitschakelen Wanneer u een nieuwe werkmap maakt, zijn animaties standaard ingeschakeld. Als u animaties storend vindt tijdens het bekijken van visualisaties, kunt u ze volledig uitschakelen, zodat ze nooit worden afgespeeld. (Dit is geen instelling die voor het hele systeem geldt; elke gebruiker moet deze afzonderlijk toepassen.) - Kies in Tableau Desktop Help > Instellingen en prestaties en deselecteer Animaties inschakelen. - Klik in Tableau Cloud of Tableau Server op uw profielafbeelding of initialen in de rechterbovenhoek van de browser en kies Mijn accountinstellingen. Scrol dan naar beneden op de pagina, deselecteer Animaties inschakelen en klik op Wijzigingen opslaan. **Opmerking:** Wanneer animaties zijn uitgeschakeld, kunt u nog steeds Opmaak > Animaties kiezen in de auteursmodus en de instellingen aanpassen, maar dit heeft geen effect. ## Decimalen opmaken voor assenanimaties Als het aantal decimalen voor een meetwaarde is ingesteld op de standaardwaarde, kan het aantal decimalen dat tijdens de animatie wordt weergegeven, variëren. Om dit te voorkomen, kunt u het aantal decimalen dat voor een meetwaarde wordt weergegeven, opmaken. Zie [Getallen en nullwaarden opmaken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/formatting_specific_numbers.htm) voor meer informatie. ## Waarom animaties niet worden afgespeeld ### Serverrendering Animaties worden niet afgespeeld als een visualisatie door de server wordt gerenderd. Om ervoor te zorgen dat visualisaties op de computer of mobiel apparaat van een client worden weergegeven, gebruikt u de volgende technieken: - Als u de auteur van een visualisatie bent, [vermindert u de complexiteit van de visualisatie](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/perf_visualization.htm). - Als u een Tableau-serverbeheerder bent, [verhoogt u de complexiteitsdrempel voor renderen op client](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/browser_rendering.htm). **Opmerking:** Op computers met een lagere processorkracht kunnen animaties schokkerig lijken, maar gebruikers kunnen de visualisaties gewoon blijven gebruiken zonder dat er vertragingen optreden in de responstijd. ### Niet-ondersteunde browsers en functies Animaties worden ondersteund door alle webbrowsers, behalve Internet Explorer. De volgende Tableau-functies kunnen niet worden geanimeerd: - Kaarten, veelhoeken en dichtheidsmarkeringen in webbrowsers - Taart- en tekstmarkeringen - Kopteksten - Prognoses, trends en referentielijnen - Paginageschiedenispaden (als een visualisatie dergelijke paden bevat, schakelt u animaties uit om onverwacht gedrag te voorkomen.) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Annotaties toevoegen U kunt annotaties aan een visualisatie toevoegen om een specifieke markering of een specifiek punt aan te duiden, zoals een locatie op een kaart of een gebied, bijvoorbeeld een cluster van verspreide markeringen. **Opmerking**: bij webauthoring kunt u annotaties maken en verwijderen door met de rechtermuisknop op de weergave te klikken (in een werkblad of op een dashboard) en vervolgens een punt- of markeringsannotatie te selecteren. Klik nogmaals met de rechtermuisknop op de annotatie om de annotatie te bewerken of te verwijderen. Het opmaken en verplaatsen van annotaties wordt momenteel niet ondersteund op het web. Als u andere tekstelementen aan een visualisatie wilt toevoegen en deze wilt opmaken, raadpleegt u [Afzonderlijke onderdelen van de weergave opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_specific_titlecaption.htm). ## Een annotatie toevoegen Een annotatie aan uw visualisatie toevoegen: 1. Klik in een werkblad met de rechtermuisknop (control + klik op Mac) op een datapunt of een plek in de visualisatie waar u een annotatie wilt toevoegen, selecteer Annoteren en selecteer vervolgens het soort annotatie dat u wilt toevoegen. Er zijn drie soorten annotaties in Tableau: - Markering: selecteer deze optie om een annotatie toe te voegen die aan de geselecteerde markering is gekoppeld. Deze optie is alleen beschikbaar als er een datapunt (markering) is geselecteerd. - Punt: selecteer deze optie om een specifiek punt in de weergave te annoteren. - Gebied: selecteer deze optie om een gebied in de visualisatie te annoteren, zoals een cluster van uitschieters of een doelgebied. 2. In het dialoogvenster Annotatie bewerken dat wordt geopend, typt u de annotatietekst. Gebruik het menu Invoegen om dynamische variabelen in de annotatietekst in te voegen. De annotatie kan bijvoorbeeld datawaarden weergeven die worden bijgewerkt naarmate de onderliggende data verandert. De dynamische variabelen die beschikbaar zijn, zijn afhankelijk van of u een markering, punt of gebied annoteert. 3. Klik op OK als u klaar bent. De visualisatie wordt bijgewerkt met uw annotatie. ![Het proces om een markering te annoteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/annotate1.gif) ## Een annotatie bewerken Een annotatie bewerken: 1. Klik met de rechtermuisknop (control + klik op een Mac) op de annotatie in de visualisatie en selecteer Bewerken. 2. In het dialoogvenster Annotatie bewerken dat wordt geopend, bewerkt u de annotatietekst en klikt u vervolgens op **OK**. ![Het proces om de annotatie van een markering te bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/annotate2.gif) ## Een annotatie opnieuw ordenen Nadat u een annotatie hebt toegevoegd, kunt u deze verplaatsen, het formaat ervan wijzigen, de lijn aanpassen en de tekst verplaatsen. Elke soort annotatie kan op verschillende manieren worden geordend en aangepast. In deze sectie wordt besproken hoe u elk soort annotatie kunt ordenen, het formaat ervan kunt wijzigen en het kunt wijzigen. Markeringsannotatie Wanneer u een markeringsannotatie selecteert, worden de hoofdtekst en de lijn geselecteerd en worden er verschillende formaatgrepen weergegeven. Gebruik deze grepen om het formaat van de hoofdtekst en de lijn te wijzigen. ![Pas het formaat van de markering aan voor het geselecteerde vak.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_mark1.png) #### De hoofdtekst herpositioneren - Klik en sleep de hoofdtekst van de geselecteerde annotatie naar een nieuwe positie. ![Pas het formaat van de markering aan voor het geselecteerde vak.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_mark2.png) #### Het formaat van de hoofdtekst wijzigen - Klik en sleep de formaatgrepen voor de hoofdtekst naar links en rechts. De tekst en hoogte worden automatisch aangepast aan de breedte van de hoofdtekst. ![Pictogram voor het aanpassen van het formaat van het geselecteerde vak, met de optie om het vak naar links of rechts aan te passen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_mark4.png) #### Het formaat van de lijn wijzigen - Klik en sleep de formaatgrepen voor de lijn. ![Pictogram van formaatgreep.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_mark5.png) ![Het formaat van een geselecteerd vak wordt aangepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_mark6.png) Puntannotaties Een puntannotatie markeert een specifiek punt in de weergave, zoals een referentielijn of een waarde op een as. Puntannotaties worden weergegeven als tekst met een lijn. Wanneer u een puntannotatie selecteert, worden er verschillende formaatgrepen weergegeven. Gebruik deze grepen om de hoofdtekst en de lijn te herpositioneren en het formaat ervan te wijzigen. ![Visualisatie met een puntannotatievak.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_point1.png) #### De hoofdtekst herpositioneren: - Klik en sleep de hoofdtekst van de geselecteerde annotatie naar een nieuwe positie. Als u de hoofdtekst verplaatst, wordt de grootte van de lijn automatisch ook aangepast, zodat deze naar het specifieke punt dat u hebt geselecteerd blijft wijzen. ![Pictogrammen voor het verplaatsen van de hoofdtekst in een vak.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_point2.png) #### Het formaat van de hoofdtekst wijzigen: - Klik en sleep de formaatgrepen ![Pictogram voor het aanpassen van de grootte van het vak.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_mark3.png) aan de zijkant naar links en rechts. De tekst en hoogte worden automatisch aangepast aan de breedte van de hoofdtekst. ![Een tekstvak waarvan de grootte van de hoofdtekst wordt aangepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_point3.png) #### Het eindpunt van de verplaatsen: - Klik en sleep het eindpunt van de lijn ![Pictogram voor het aanpassen van de grootte van het vak.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_mark3.png), zodat deze naar een nieuwe locatie wijst. ![Een tekstvak waarvan de grootte wordt aangepast met behulp van het eindpunt van de lijn. ](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_point4.png) Gebiedsannotaties Een gebiedsannotatie is een manier om een gebied in de weergave te highlighten of aan te duiden. Gebiedsannotaties zijn niet aan een bepaalde markering gekoppeld; deze annotaties worden zelfs vaak gebruikt om meerdere markeringen aan te duiden. Wanneer u een gebiedsannotatie selecteert, worden er verschillende formaatgrepen en twee tekstgrepen weergegeven. Gebruik deze grepen om het vak en de tekst te herpositioneren en het formaat ervan te wijzigen. ![Een spreidingsdiagram met een rood vak dat een cluster van datapunten highlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_area1.png) #### Het vak herpositioneren - Klik en sleep het vak van de geselecteerde annotatie naar een nieuwe positie. ![Een diagram van een gebiedsannotatie waarin een cluster van datapunten wordt gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_area2.png) #### Het formaat van het vak wijzigen - Klik en sleep een van de formaatgrepen van het vak. ![Pictogram voor het aanpassen van de grootte van het vak.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_mark3.png) ![Een spreidingsdiagram met een rood vak dat een cluster van datapunten highlight, waarbij het vak in de rechter benedenhoek van formaat wordt veranderd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_area3.png) #### De tekst herpositioneren - Klik en sleep de middelste tekstgreep ![Pictogram van formaatgreep.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_mark5.png) naar een nieuwe positie. ![Een spreidingsdiagram met een rood vak dat een cluster van datapunten highlight. De punten in het vak geven aan waar u naartoe kunt slepen om de grootte te wijzigen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_area4.png) #### De tekstbreedte wijzigen - Klik en sleep de rechtertekstgreep ![Pictogram van formaatgreep.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_mark5.png) naar links en rechts. De teksthoogte wordt automatisch aangepast aan de breedte. ![Een spreidingsdiagram met een rood vak dat een cluster van datapunten highlight en een titelvak dat naar rechts wordt gesleept om het formaat te wijzigen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/resize_area5.png) ## Annotaties opmaken U kunt de tekst, de hoofdtekst en de lijn van een annotatie wijzigen. U kunt bijvoorbeeld opgeven of de hoofdtekst een vak moet zijn, een enkele rand moet hebben of helemaal niet zichtbaar moet zijn. Bovendien kunt u opgeven of de lijnen op markerings- en puntannotaties eindigen met een pijl, punt of een eenvoudige lijn. **Annotaties opmaken:** 1. Selecteer een of meer annotaties, klik met de rechtermuisknop (control + klik op Mac) op een van de geselecteerde annotaties en selecteer vervolgens Opmaken. Het venster Opmaken wordt geopend aan de linkerkant van de werkruimte, boven het venster **Data**. 2. In het venster Opmaken gebruikt u de vervolgkeuzelijsten om lettertype-eigenschappen, tekstuitlijning, lijnstijl en arcering op te geven. ![Het proces om de annotatie van een markering te bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/annotate3.gif) ## Een annotatie verwijderen Annotaties uit de visualisatie verwijderen: 1. Selecteer een of meer annotaties in de visualisatie. 2. Klik met de rechtermuisknop (control + klik op Mac) op een van de geselecteerde annotaties en selecteer Verwijderen. ## Zie ook [Markeringslabel weergeven, verbergen en opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/annotations_marklabels_showhideworksheet.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Assen bewerken Wanneer u een continu veld (een veld met een groene achtergrond) toevoegt aan de container Kolommen of Rijen, wordt er een as aan de weergave toegevoegd. Een as toont datapunten die binnen een bepaald waardenbereik liggen. Voor elke as kunt u de eigenschappen van het bereik, de schaal en het maatstreepje opgeven. Dubbelklik op een as om het dialoogvenster **As bewerken** te openen en wijzig de asconfiguratie en -opmaak. Zie [Waarom kan ik mijn as niet bewerken?](#Why) als u de as niet kunt bewerken ![Assen opmaken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_editaxes_img_102.png) _In dit voorbeeld creëert het veld Winst (een continue meetwaarde) in de container Rijen een verticale as en creëert het veld Besteldatum (een continue datumdimensie) in de container Kolommen een horizontale as._ **Opmerking**: Zie [Opmaken op werkbladniveau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_worksheet.htm) en [Velden en veldlabels opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_specific_fields.htm) voor meer informatie over het opmaken van kopteksten en veldlabels. Zie [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor details over continue en discrete velden. ## Een asbereik bewerken Om een asbereik te bewerken, dubbelklikt u op de as die u wilt bewerken. ![Een lijndiagram geeft de winst over een bepaalde periode aan, met een contextmenu waarin de optie As bewerken is gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/axes5.png) **Opmerking**: In Tableau Desktop kunt u met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op de as klikken en vervolgens As bewerken selecteren. Bij webauthoring kunt u op de pijlknop op een as klikken en vervolgens As bewerken selecteren. Wanneer u een as selecteert, worden de aan de as gekoppelde markeringen niet geselecteerd. U kunt de as dus bewerken en opmaken zonder de markeringen te wijzigen. **Om de markeringen te selecteren die aan de as zijn gekoppeld**, klik met de rechtermuisknop op de as en selecteer **Markeringen selecteren**. U kunt ook elke markering afzonderlijk selecteren. Zie [Markeringen selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_pan_zoom.htm#Select) voor meer informatie. ## Waarom kan ik mijn as niet bewerken? Als u een as niet kunt bewerken, is het waarschijnlijk een koptekst en geen as. - Continue velden (groene achtergrond) in de containers Rijen en Kolommen creëren assen in de weergave. Wanneer u met de rechtermuisknop op een as klikt, ziet u dit menu: ![Een lijndiagram geeft verkooptrends in de loop van de tijd aan voor drie belangrijke segmenten: consumenten, bedrijven en thuiskantoor. Een contextmenu toont opties om de koptekst weer te geven of te verbergen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/axes_headers_continuous.png) - Discrete velden (blauwe achtergrond) in de containers Rijen en Kolommen creëren kopteksten, geen assen. Wanneer u met de rechtermuisknop op een koptekst klikt, ziet u dit menu: ![Een lijndiagram geeft verkooptrends in de loop van de tijd aan voor drie belangrijke segmenten: consumenten, bedrijven en thuiskantoor. Een contextmenu toont opties om de koptekst weer te geven of te verbergen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/axes_headers_discrete.png) U kunt de opmaak van kopteksten bewerken door met de rechtermuisknop op een koptekst te klikken en vervolgens Opmaken te selecteren. Zie [Opmaken op werkbladniveau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_worksheet.htm) en [Velden en veldlabels opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_specific_fields.htm) voor meer details over het opmaken van kopteksten en veldlabels. Zie [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor details over continue en discrete velden. ## Assen en kopteksten verbergen en opnieuw tonen Als u een as of koptekst in de weergave hebt verborgen, kunt u deze opnieuw tonen vanaf het bijbehorende veld in de weergave. Om een as te verbergen Klik met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op de as in de weergave en wis vervolgens het vinkje naast de optie Koptekst tonen. **Om een eerder verborgen as te tonen** Klik met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op het continue veld in de weergave dat is gekoppeld aan de as die u wilt tonen, klik op het vervolgkeuzemenu en klik vervolgens op Koptekst tonen. ![De koptekst Verbergen en Tonen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/hide_reshow_axis.gif) Zie [Assen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/view_parts.htm#Axes) in [Delen van de weergave](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/view_parts.htm) voor gerelateerde details. **Om een koptekst te verbergen** Klik met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op een koptekst in de weergave en wis vervolgens het vinkje naast de optie Koptekst tonen. **Om een eerder verborgen koptekst te tonen** Klik met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op het discrete veld in de weergave dat is gekoppeld aan de kopteksten die u wilt tonen, klik op het vervolgkeuzemenu en klik vervolgens op Koptekst tonen. ![De koptekst Verbergen en Tonen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/hide_reshow_header.gif) Zie [Kopteksten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/view_parts.htm#Headers) in [Delen van de weergave](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/view_parts.htm) voor gerelateerde details. Zie [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor details over continue en discrete velden. ## Een asbereik wijzigen U kunt het asbereik beperken om de weergave op bepaalde datapunten te richten. Stel dat uw weergave de verkoopcijfers over vier jaar toont. De automatische as kan een bereik van 0 tot $ 750.000 tonen. Als de verkoop nooit onder de $ 470.000 zakt, kunt u het asbereik aanpassen zodat het begint bij $ 470.000. Zo blijft de focus liggen op waar de datapunten zich daadwerkelijk bevinden. **Om een asbereik te wijzigen:** 1. Dubbelklik op de as die u wilt bewerken. U kunt ook met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op de as klikken en vervolgens As bewerken selecteren. 2. Selecteer een van de volgende opties in het dialoogvenster As bewerken: - Automatisch.Baseert het asbereik automatisch op de data die in de weergave worden gebruikt. - Uniform asbereik voor alle rijen of kolommen.Stelt het asbereik uniform in op het maximale databereik voor alle deelvensters in de weergave. - Onafhankelijk asbereik voor elke rij of kolom. Maakt het asbereik onafhankelijk. Het asbereik varieert voor elk deelvenster in de weergave, afhankelijk van het databereik in elk deelvenster. - Vast. Geeft aan dat de as bij een specifieke waarde moet beginnen en/of eindigen. U kunt beide uiteinden van de as vastzetten of slechts één uiteinde. Wanneer u beide uiteinden van de as vastzet, wordt het asbereik bepaald door de waarden die u opgeeft. Wanneer u slechts één uiteinde van de as vastzet, moet u het andere uiteinde van de as instellen als automatisch, uniform of onafhankelijk. 3. U kunt ook opgeven of u nul wilt opnemen. Wanneer u het selectievakje Nul opnemen wist, wordt het asbereik aangepast zodat alleen het waardenbereik in de data wordt getoond. 4. Klik op OK. ![Het dialoogvenster As bewerken met hoekopties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_editaxes_img_201.png) ## De asschaal wijzigen naar omgekeerd of logaritmisch Opties voor de asschaal zijn onder meer Omgekeerd en Logaritmisch. Wanneer u Logaritmisch selecteert, kunt u Positief of Symmetrisch opgeven. Symmetrisch geeft data weer die positieve, 0- of negatieve waarden op een logaritme-asschaal bevatten en wordt het best gebruikt om grote negatieve waarden op een logaritmische schaal te visualiseren, evenals grote positieve waarden, of beide. Zie [Over het transformeren van de symmetrische logaritme-as](#Transform). **Om de schaal van een as te wijzigen:** 1. Dubbelklik op de as die u wilt bewerken. U kunt ook met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op de as klikken en vervolgens As bewerken selecteren. 2. Selecteer in het dialoogvenster As bewerken op het tabblad Algemeen de optie Omgekeerd of Logaritmisch voor de asschaal. De optie om te kiezen voor Symmetrisch of Positief is alleen beschikbaar wanneer het asbereik zich buiten het gesloten interval \[-10, 10\] uitstrekt. **Logaritmisch**: Selecteer Positief of Symmetrisch voor de logaritme-schaal. De optie Symmetrisch geeft data weer die positieve, 0- en negatieve waarden bevatten op een logaritme-asschaal. Standaard worden de maatstreepjes getekend in machten van tien, maar u kunt elk basisgetal opgeven dat groter is dan 1. ![Een spreidingsdiagram dat de correlatie tussen omzet en winst aangeeft, samen met het dialoogvenster As bewerken waarin de opties voor Schalen zijn gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/editaxis_symlog.png) 3. Klik op het tabblad Maatstreepjes en selecteer een van de volgende opties: - Automatisch: De grote maatstrepen zijn getekend in machten van 10. - Vast: De grote maatstrepen zijn getekend met een bepaalde exponent. Typ een getal in het tekstvak Machten van. - Geen: Grote maatstrepen worden niet getoond. 4. Klik op OK als u klaar bent. U kunt de as ook omkeren door Omdraaien te selecteren in het gebied Schaal op het tabblad Algemeen van het dialoogvenster As bewerken. ### Over het transformeren van de symmetrische logaritme-as De symmetrische logaritme-as past een hyperbolische sinustransformatie toe op de as: `asinh(x) = ln(x + √(x^2 +1))` Voor grote waarden (|x| >> 1), `asinh(x)~ln(x), x > 0` `asinh(x)~-ln(x), x < 0` Omdat _asinh_ is gedefinieerd voor alle reële waarden (in het bijzonder negatieve getallen), kunt u met deze transformatie grote negatieve waarden op een logaritmische schaal visualiseren, evenals grote positieve waarden, of beide. Hoewel een logaritme-as gebruikt kan worden om de schaal van zeer kleine waarden te visualiseren, kan een symmetrische logaritme-as niet worden gebruikt om de schaal van zeer kleine waarden te visualiseren. Voor kleine waarden (|x| < 1), `asinh(x) ≈ x` Het gebruik van een symmetrische logaritme-asschaal voor kleine waarden heeft een soortgelijk effect als het gebruik van een lineaire schaal (d.w.z. een normale kwantitatieve as). ## Het uiterlijk van een as wijzigen Elke as heeft een titel die automatisch wordt gegenereerd op basis van de velden in de weergave. U kunt een aangepaste astitel opgeven en een ondertitel toevoegen met behulp van het dialoogvenster As bewerken. U kunt ook de schaal van de as opgeven, bijvoorbeeld of u een logaritmische schaal wilt gebruiken of dat u de as wilt omdraaien. **Om het uiterlijk van een as te wijzigen:** 1. Klik met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op de as die u wilt bewerken en selecteer As bewerken. 2. Typ in het dialoogvenster As bewerken een nieuwe titel in het tekstvak Titel. ![Het dialoogvenster As bewerken met gemarkeerde instellingen voor het bewerken van astitels.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/axis_appearance1.png) 3. Om een aangepaste ondertitel toe te voegen, wist u het selectievakje Automatisch. 4. Om de schaal van de as te wijzigen, selecteert u een van de volgende opties: - Omgekeerd: Selecteer deze optie om de volgorde van de waarden op de as om te draaien. - Logaritmisch: Selecteer deze optie om een logaritmische schaal op de as te gebruiken. ![Het dialoogvenster As bewerken met instellingen voor het bewerken van de asschaal (zowel omgekeerd als logaritmisch) gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/axis_appearance3.png) 5. Klik op OK. ## Maatstreepjes opmaken U kunt opgeven hoe vaak de maatstreepjes langs de as worden weergegeven. Met Tableau kunt u zowel de grote als de kleine maatstrepen aanpassen. Grote maatstrepen worden vergezeld door eenheidslabels, terwijl kleine maatstrepen gewoon kleinere stappen tussen de grote maatstrepen weergeven. U kunt ervoor kiezen om automatische of vaste maatstreepjes te gebruiken, of helemaal geen. **Om maatstreepjes op te maken:** 1. Klik met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op de as die u wilt bewerken en selecteer As bewerken. 2. Selecteer het tabblad Maatstreepjes in het dialoogvenster As bewerken. 3. Selecteer een van de volgende opties voor zowel Grote als Kleine maatstrepen: - Automatisch: Selecteer deze optie om maatstreepjes automatisch te tonen op basis van de data in de weergave. - Vast: Selecteer deze optie om aan te geven hoe vaak het maatstreepje moet worden weergegeven en wat de beginwaarde is. - Geen: Selecteer deze optie om de maatstreepjes volledig te verbergen. 4. Klik op OK. ![Het dialoogvenster As bewerken met bereikopties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_editaxes_img_301.png) ## Voorbeelden: Verschillende asbereiken gebruiken (uniform, onafhankelijk, vast) In dit voorbeeld bouwt u drie weergaven met behulp van dezelfde data. Elke weergave gebruikt echter een andere opmaak voor het asbereik. Deze weergaven gebruiken de databron **Voorbeeld - Superstore** om de geaggregeerde totale verkopen voor drie productcategorieën over een periode van vier jaar weer te geven. [Een weergave bouwen met een uniform asbereik](#UniformAxis) [Een weergave bouwen met behulp van onafhankelijke asbereiken](#IndiependentAxis) [Een weergave bouwen met behulp van een vast asbereik](#FixedAxis) ### Een weergave bouwen met een uniform asbereik Een uniform asbereik betekent dat hetzelfde bereik wordt toegepast op elke rij of kolom in uw weergave. Het bereik wordt automatisch gegenereerd op basis van de onderliggende datawaarden. 1. Plaats de dimensie Besteldatum in de container Kolommen en de dimensie **Categorie** in de container Rijen. 2. Plaats de meetwaarde Verkoop in de container Rijen. De meetwaarde wordt automatisch geaggregeerd tot een sommatie en er wordt een as toegevoegd aan de weergave. Standaard gebruikt de weergave een uniform asbereik. U ziet dat het asbereik voor elke productcategorie hetzelfde is, van nul tot 250.000. ![Een afbeelding waarin een weergave wordt getoond waarvan de as langs een uniform bereik loopt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_range1.png) ### Een weergave bouwen met behulp van onafhankelijke asbereiken Wanneer u een onafhankelijk asbereik gebruikt, heeft elke rij of kolom een eigen asbereik op basis van de onderliggende datawaarden. 1. Klik met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op de as SUM(Sales) in de weergave en selecteer As bewerken. ![Contextmenu voor kopteksten met de optie Koptekst weergeven gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_range5.png) 2. Selecteer in het dialoogvenster As bewerken Onafhankelijk asbereik voor elke rij of kolom. ![Opties voor het bewerken van een asbereik.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_range6.png) 3. Klik op de X om het dialoogvenster met de huidige instellingen te sluiten. Het asbereik voor elke productcategorie is nu onafhankelijk van elkaar. De categorieën Technologie en Kantoorartikelen variëren nog steeds van nul tot 250.000, maar de categorie Meubels varieert van nul tot iets meer dan 200.000. ![Een afbeelding waarin een weergave wordt getoond waarvan de as langs een onafhankelijk bereik loopt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_range2.png) ### Een weergave bouwen met behulp van een vast asbereik U kunt één of beide uiteinden van een as vastzetten om aan te passen hoeveel data u in de weergave kunt zien. Het eerste voorbeeld laat zien hoe beide uiteinden van de as vastgezet kunnen worden. Het tweede laat zien hoe u slechts één uiteinde van de as kunt vastzetten en vervolgens het asbereik voor alle deelvensters in de weergave kunt definiëren. **Om beide uiteinden van de as vast te zetten:** 1. Klik met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op de as SUM(Sales) in de weergave en selecteer As bewerken. 2. Selecteer in het dialoogvenster As bewerken de optie Vast en definieer vervolgens de waarden voor Begin en Einde door in de tekstvakken te typen of door de schuifregelaars naar elkaar toe te slepen. Voor dit voorbeeld typt u **0** in voor Begin en **200.000** voor Einde. ![Een afbeelding waarin het dialoogvenster Veld opmaken wordt getoond voor een meetwaarde. Het tabblad Asbereik is geselecteerd, zodat u een vast (aangepast) asbereik kunt definiëren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_range3.png) 3. Klik op de X om het dialoogvenster met de huidige instellingen te sluiten. De categorieën geven nu alleen nog verkopen tot $ 200.000 weer. De assen zijn gemarkeerd met een speldsymbool ![Het pictogram voor vergrendeling van assen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/axes_lock.png), wat aangeeft dat u het asbereik hebt beperkt en dat sommige data mogelijk niet worden weergegeven. ![Een afbeelding waarin een weergave wordt getoond waarvan de as zich langs een vast (aangepast) asbereik bevindt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_range4.png) **Om één uiteinde van de as vast te zetten**: 1. Klik met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op de as SUM(Sales) in de weergave en selecteer As bewerken. 2. Selecteer in het dialoogvenster As bewerken de optie Vast, klik op het vervolgkeuzemenu Vast einde en selecteer vervolgens Onafhankelijk. ![Opties voor het bewerken van een asbereik.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_range7.png) 4. Klik op de X om het dialoogvenster met de huidige instellingen te sluiten. U ziet dat de categorieën nu enigszins verschillende asbereiken hebben. Zo heeft Kantoorartikelen een asbereik van 0 tot 250.000 dollar, terwijl Meubels alleen een bereik heeft van 0 tot 200.000 dollar. ![Een lijndiagram dat de verkopen per categorie in de loop van de tijd weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_range8.png) Zie [Assen bewerken](#AxisRange) voor meer informatie over het verschil tussen automatische, uniforme en onafhankelijke asbereiken. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Assen toevoegen voor meerdere meetwaarden in weergaven Er zijn verschillende manieren om meerdere meetwaarden in één weergave te vergelijken. U kunt: - Voor elke meetwaarde afzonderlijke assen maken. - Twee meetwaarden combineren om een as te delen. - Dubbele assen toevoegen als er twee onafhankelijke assen in hetzelfde deelvenster zijn geplaatst. In elk van deze gevallen kunt u de markeringen voor elke as aanpassen. Zo kunt u meerdere markeringstypen gebruiken en verschillende detailniveaus toevoegen. Weergaven met aangepaste markeringen worden combinatie- of combografieken genoemd. **Opmerking**: zie [Assen bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_editaxes.htm) voor meer informatie over hoe u assen kunt bewerken. ## Afzonderlijke assen toevoegen voor meetwaarden Om afzonderlijke assen voor elke meetwaarde toe te voegen, sleept u de meetwaarden naar de containers Rijen en Kolommen. - Wanneer u een continu veld toevoegt aan de container Rijen, wordt er een extra as toegevoegd aan de rijen van de tabel. - Als u een continu veld toevoegt aan de container Kolommen, wordt er een extra as toegevoegd aan de kolommen van de tabel. Het onderstaande voorbeeld toont kwartaalomzet en -winst. De assen Sales en Profit zijn afzonderlijke rijen in de tabel en hebben onafhankelijke schalen. Het veld Order Date op het tabblad Kolommen is een discrete datumdimensie. Omdat deze dimensie discreet is, maakt deze kopteksten in plaats van een as. Zie [Assen bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_editaxes.htm) voor meer informatie over het bewerken van assen. ![Een weergave met twee velden in de container Rijen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/multiple_measures1.png) ## Assen combineren voor meerdere meetwaarden tot één as Meetwaarden kunnen op één as worden weergegeven, zodat alle markeringen in één deelvenster worden weergegeven. Om meerdere meetwaarden te combineren, sleept u een meetwaarde of as naar een bestaande as. ![Een veld naar een visualisatie slepen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/addfield2.gif) In plaats van dat u rijen en kolommen aan de weergave toevoegt, is er bij het combineren van meetwaarden één rij of kolom. Alle waarden voor elke meetwaarde worden langs één continue as weergegeven. In de onderstaande weergave worden de kwartaalomzet en -winst bijvoorbeeld op een gedeelde as weergegeven. ![Twee meetwaarden op de kaart Meetwaarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/multiple_measures2.png) **Opmerking:** als u een meetwaarde naar het canvas sleept en alleen een enkele liniaalindicator ziet in plaats van de dubbele liniaalindicator die hieronder wordt weergegeven, maakt Tableau dubbele assen in plaats van een gecombineerde as. Zie [Twee meetwaarden vergelijken met dubbele assen](#Dual) voor meer informatie het maken van dubbele assen. Bij het combineren van meetwaarden wordt gebruik gemaakt van de velden Namen van meetwaarden en Meetwaarden. Dit zijn gegenereerde velden die alle namen van meetwaarden in uw databron en alle waarden van meetwaarden bevatten. De gedeelde as wordt gemaakt aan de hand van het veld Meetwaarden. Het veld Meetwaarden wordt toegevoegd aan Kleur op de Kaart Markeringen zodat voor elke meetwaarde een lijn wordt getrokken. Tenslotte wordt het veld Namen van meetwaarden gefilterd, zodat alleen de meetwaarden worden opgenomen die u wilt combineren. **Opmerking:** het combineren van assen is het meest passend wanneer u meetwaarden met (een) vergelijkbare schaal en eenheden vergelijkt. Als de omvang van de twee meetwaarden sterk verschilt, kunnen de trends vertekend zijn. ## Twee meetwaarden vergelijken met dubbele assen Met dubbele assen kunt u meerdere meetwaarden vergelijken. Dubbele assen zijn twee onafhankelijke assen die over elkaar heen vallen. Dubbele assen zijn handig voor het analyseren van twee meetwaarden met verschillende schalen. Als u een meetwaarde als dubbele as wilt toevoegen, sleept u het veld naar de rechterkant van de weergave en zet u het daar neer wanneer een zwarte stippellijn wordt getoond. U kunt ook met de rechtermuisknop (control-klikken op Mac) op de meetwaarde in de container Kolommen of Rijen klikken en Dubbele as selecteren. ![Een veld naar een visualisatie slepen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/addfield7.gif) Het resultaat is een weergave met twee assen, waarbij de as Winst overeenkomt met de blauwe lijn en de as Verkoop overeenkomt met de oranje lijn. U kunt maximaal vier gelaagde assen aan de weergave toevoegen: twee in de container Kolommen en twee in de container Rijen. ## Assen synchroniseren om dezelfde schaal te gebruiken Om de twee assen in een diagram met twee assen uit te lijnen zodat dezelfde schaal wordt gebruikt, klikt u met de rechtermuisknop (Control-klik op Mac) op de secundaire as en selecteert u As synchroniseren. Hiermee wordt de schaal van de secundaire as afgestemd op de schaal van de primaire as. In dit voorbeeld is de as Sales de secundaire as en de as Profit is de primaire as. **Opmerking:** om assen te synchroniseren, moeten de datatypen voor beide meetwaarden hetzelfde zijn. Als de datatypen voor uw meetwaarden verschillen, raadpleeg dan het onderstaande gedeelte. U kunt dubbele assen synchroniseren voor numerieke datatypen die niet overeenkomen. U kunt bijvoorbeeld een as met een geheel getal als datatype synchroniseren met een as met een decimaal datatype. Als u wilt wijzigen welke as de primaire as is en welke de secundaire as, selecteert u het veld in de container Kolommen of Rijen dat de secundaire as is en sleept u het voor het primaire veld in de container totdat een oranje driehoek wordt getoond. In dit voorbeeld kunt u het veld SUM(Sales) in de container Rijen selecteren en deze voor het veld SUM(Profit) neerzetten. De as Sales is nu de primaire as en Profit de secundaire as. ![Er wordt een veld toegevoegd aan de container Rijen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/addfield11.png) ## Assen synchroniseren met meetwaarden van verschillende datatypen Met de optie **As synchroniseren** kunt u een geschaalde en correcte vergelijking maken in een diagram met twee assen. Soms is deze optie echter niet beschikbaar (grijs). Dit komt doordat het datatype van één van de assen verschilt van dat van de andere. **Opmerking**: in een grafiek met dubbele assen kunt u vanaf versie 2018.1 dubbele assen synchroniseren voor numerieke datatypen die niet overeenkomen. U kunt bijvoorbeeld een as met een geheel getal als datatype synchroniseren met een as met een decimaal datatype. Om dit probleem op te lossen, moet u het datatype van een van de assen wijzigen. Volg het onderstaande voorbeeld om het datatype voor een as te wijzigen. 1. Klik op het ![Het pictogram Nieuw werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/newworksheet_syncaxis.png) pictogram Nieuw werkblad om een nieuw werkblad te openen. 2. Sleep Order Date naar Kolommen, klik vervolgens op de vervolgkeuzepijl in het veld in de container en selecteer dan Month in het contextmenu. 3. Sleep Sales naar Rijen en sleep vervolgens Quantity naar de rechterkant van de weergave. Laat los wanneer u een zwarte stippellijn ziet, zodat er een dubbele as ontstaat. Als u met de rechtermuisknop klikt op de as Quantity, ziet u dat de optie **As synchroniseren** grijs is. 4. Klik in het deelvenster Data op de vervolgkeuzepijl in het veld Quantity en selecteer Datatype wijzigen > Getal (decimaal) in het contextmenu. Hiermee wijzigt u het datatype voor dit veld. ![Een vervolgkeuzemenu met opties om het datatype van een meetwaarde te wijzigen, waarbij getal (decimaal) is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/changedatatype_syncaxis.png) 6. Vervang de meetwaarde Quantity in de weergave. 7. Klik met de rechtermuisknop op de secundaire as en selecteer dan **As synchroniseren**. ## De markeringen voor een meetwaarde aanpassen 1. Selecteer de kaart Markeringen voor de meetwaarde die u wilt aanpassen. Er is een kaart Markeringen voor elke meetwaarde in de containers Rijen en Kolommen. ![De kaart Markeringen met twee meetwaarden voor twee assen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/multiple_measures5.png) 2. Selecteer een nieuw markeringstype voor de meetwaarde. ![Het type cijfer op meerdere Markeringen-kaarten wijzigen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/multiple_measures5a.gif) Wijzigingen in het markeringstype, de vorm, de grootte, de kleur, de details en andere eigenschappen van de markering worden toegepast op de geselecteerde meetwaarde. In de onderstaande weergave ziet u bijvoorbeeld dat de kaart Markeringen voor Sales actief is. Het Markeringstype is gewijzigd in Staaf . Wanneer Product Type wordt geplaatst op Colour op de kaart Markeringen voor Sales, worden de codering en het detailniveau alleen toegepast op de markeringen voor Sales. De markering Budget Sales is niet uitgesplitst op Product Type. ![Een staafdiagram en een lijndiagram waarmee de verkoop- en budgetverkopen van diverse koffie- en theeproducten worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/multiple_measures7.png) ### Tips - Selecteer alleen een veld op de kaart Markeringen om de eigenschappen ervan te wijzigen. - Selecteer de kaart Markeringen voor Alle om eigenschappen voor alle meetwaarden in één keer te wijzigen. - Om de volgorde van de markeringen van een veld in de weergave te wijzigen, klikt u met de rechtermuisknop op de as en selecteert u **Markeringen naar voren verplaatsen**. ## Een combinatiediagram maken (verschillende markeringstypen toewijzen aan meetwaarden) Wanneer u met meerdere meetwaarden in één weergave werkt, kunt u het markeringstype voor elke afzonderlijke meetwaarde aanpassen. Omdat elke meetwaarde aangepaste markeringen kan hebben, kunt u ook het detailniveau, de grootte, de vorm en de kleurcodering voor elke meetwaarde aanpassen. ![Twee meetwaarden in de container Rijen. De ene is de som van de verkopen, de andere de som van de winst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/multiple_measures4.png) U kunt bijvoorbeeld een weergave maken waarin twee meetwaarden op twee assen worden weergegeven. De ene meetwaarde geeft de winst weer met een lijnmarkering en de andere meetwaarde geeft de omzet weer met staafmarkeringen. U kunt de meetwaarden ook als afzonderlijke assen of als gecombineerde assen weergeven. Om een combinatiediagram te maken zoals in dit voorbeeld 1. Maak verbinding met de databron Voorbeeld - Superstore. 2. Sleep de meetwaarde Order Date naar de container Kolommen en klik vervolgens op Order Date om Year te wijzigen in Month. ![Selecteer de pil Besteldatum en vouw het menu uit om Jaar in Maand te wijzigen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/combochart_1.gif) 3. Sleep de meetwaarde Sales naar de container Rijen. ![Versleep het verkoopbedrag en zet het neer in de container Rijen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/combochart_2.gif) 4. Versleep de meetwaarde Profit naar de rechterkant van de weergave en laat deze los wanneer een zwarte stippellijn wordt getoond. ![Versleep de meetwaarde Profit naar de rechterkant van de weergave en laat deze los wanneer een zwarte stippellijn wordt getoond.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/combochart_3.gif) 5. Klik op de kaart Sales. Wijzig het type markering voor Sales in Staaf. ![Wijzig het type markering voor Sales in Staaf.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/combochart_4.gif) **Optioneel**: om de kleuren voor de markeringen Sales en Profit aan te passen: 1. Klik op de kaart **Alle**, dan op Kleur en vervolgens op Kleuren bewerken. 2. Klik op het datapunt Profit en vervolgens op een andere kleur in het palet. Klik op het datapunt Sales en vervolgens op een andere kleur in het kleurenpalet. 3. Klik op Toepassen en vervolgens op OK. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Belangrijke voortgangsindicatoren visualiseren In dit artikel leest u hoe u een weergave maakt waarin belangrijke voortgangsindicatoren (KPI's) worden weergegeven. Een Key Performance Indicator is een meetbare waarde die aangeeft hoe effectief een bedrijf zijn belangrijkste bedrijfsdoelstellingen behaalt. Op hoog niveau moet u voor de procedure het volgende doen: 1. Maak een weergave met daarin het veld of de velden (metingen) die u wilt beoordelen. 2. Maak een berekend veld dat de drempelwaarde vastlegt die succes van falen onderscheidt. 3. Werk de weergave bij om KPI-specifieke vormmarkeringen te gebruiken om aan te geven welke waarden boven de drempelwaarde liggen en welke eronder liggen. Het scenario maakt gebruik van de datasource Voorbeeld - Superstore die bij Tableau Desktop wordt geleverd om te laten zien hoe u een KPI-weergave bouwt die een groen vinkje weergeeft voor alle verkoopcijfers boven de $ 25.000 en een rode X voor alle verkoopcijfers onder de $ 25.000. ## Een weergave maken die het veld bevat dat u wilt beoordelen In dit geval is dat veld Verkoop. 1. Maak verbinding met de databron Voorbeeld - Superstore. 2. Sleep vanuit het deelvenster Data Subcategorie naar Rijen en Regio naar Kolommen. 3. Sleep Verkoop vanuit het deelvenster Data naar Tekst op de kaart Markeringen. ## Een berekend veld maken dat de drempel vaststelt die succes van falen onderscheidt 1. In het menu Analyse selecteert Berekend veld maken om de berekeningseditor te openen. Geef de berekening de naam KPI en typ of plak het volgende in het formulegebied: `IF SUM ([Sales]) > 25000 THEN "Above Benchmark" ELSE "Below Benchmark" END` 2. Klik op OK. ## De weergave bijwerken om KPI-specifieke vormmarkeringen te gebruiken 1. Selecteer op de kaart Markeringen Vorm in de vervolgkeuzelijst met weergaven: ![Vorm geselecteerd uit de vervolgkeuzelijst Weergave op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/kpi1.png) 2. Sleep het veld KPI van het gebied Meetwaarden van het deelvenster Data naar Vorm op de kaart Markeringen. 3. Klik op Vorm op de kaart Markeringen om het dialoogvenster Vorm bewerken te openen. Voor meer informatie over vormen, zie Vorm in [Het type markering in de weergave wijzigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_marktypes.htm). 4. Vanuit de vervolgkeuzelijst Vormpalet selecteren kiest u KPI. Nu bent u klaar om specifieke waarden voor het KPI-veld aan specifieke vormen te koppelen. 5. Klik Boven de benchmark onder Data-item selecteren en klik vervolgens op het groene vinkje in het palet. 6. Klik Onder de benchmark onder Data-item selectere en klik vervolgens op de rode X in het palet. Het dialoogvenster Vorm bewerken zou er nu als volgt uit moeten zien: ![Dialoogvenster Vorm bewerken met opties om de vorm van de geselecteerde KPI te configureren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/kpi2.png) 7. Klik op OK om het dialoogvenster Vorm bewerken te sluiten. De vormen in de weergave geven de juiste indicatoren weer. Nu hoeft u alleen nog maar de verkoopcijfers te verbergen. 8. Sleep SUM(Verkoop) op de kaart Markeringen naar Detail. ![De som van de verkoopdimensie wordt geplaatst op het gedeelte Details van de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/kpi3.png) U beschikt nu over een compleet overzicht waarin u kunt zien hoe individuele producten (subcategorieën) presteren in alle vier de regio's: ![Een visualisatie van de prestaties van verschillende subcategorieën producten in vier regio's.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/kpi4.png) Het overzicht is op zichzelf misschien niet zo spannend, maar het zou een mooie aanvulling zijn op een dashboard dat andere prestatiegegevens toont. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Referenties instellen voor toegang tot uw gepubliceerde data Wanneer u een werkmap publiceert naar Tableau Cloud of Tableau Server, kunt u de databron waarmee deze verbinding maakt, publiceren als onderdeel van de werkmap (dus _ingebed_ in de werkmap) of als een afzonderlijke, zelfstandige databron. Als de databron die u publiceert verificatie vereist, kunt u bovendien aanpassen hoe inlogreferenties verkregen moeten worden. Het type verificatie voor uw databron is onafhankelijk van de manier waarop anderen zich aanmelden bij uw Tableau Cloud- of Tableau Server-site. Als u ze bijvoorbeeld directe toegang wilt geven tot de data in een werkmap, zult u de referenties van een databasegebruiker in de verbinding van de databron insluiten. Maar iedereen die de werkmap bekijkt, moet zich nog steeds kunnen aanmelden bij de site op Tableau Cloud of Tableau Server om uw werkmap te kunnen openen. In dit onderwerp wordt beschreven hoe u verificatie voor dataverbindingen instelt als onderdeel van het publicatieproces. **Opmerking:** Dit onderwerp is niet van toepassing op verbindingen waarvoor geen verificatie vereist is, zoals tekstbestanden of Excel-bestanden. ## Het verificatietype instellen Voor veel soorten verbindingen kunt u de naam en het wachtwoord van een databasegebruiker invoeren of gebruikmaken van eenmalige aanmelding (SSO). Specifieke uitzonderingen worden later in dit onderwerp beschreven. In de volgende stappen wordt beschreven hoe u verificatie instelt als onderdeel van het publiceren van een databron of werkmap. U kunt dit voor elke verbinding in de databron doen. 1. Ga in het dialoogvenster Werkmap publiceren naar het deel Databronnen, waarin de verbindingen van de werkmap worden weergegeven, en selecteer Bewerken. 2. Nadat u hebt besloten of u de databron afzonderlijk of als onderdeel van de werkmap wilt publiceren, selecteert u in het pop-upvenster Databronnen beheren een verificatietype voor elke verbinding in de databron. De beschikbare verificatietypen zijn afhankelijk van het verbindingstype en kunnen een of meer van de volgende omvatten: - Gebruiker vragen: Gebruikers moeten hun eigen databasereferenties invoeren om toegang te krijgen tot de gepubliceerde data wanneer de weergave of werkmap wordt geladen. - Ingesloten wachtwoord: De referenties die u hebt gebruikt om verbinding te maken met de data, worden bij de verbinding opgeslagen en gebruikt door iedereen die toegang heeft tot de databron of werkmap die u publiceert. - Server uitvoeren als account: Er wordt één Kerberos-serviceaccount gebruikt om de gebruiker te verifiëren. In Windows is dit het account waarmee Tableau Server wordt uitgevoerd. Op Linux kan dit elk Kerberos-account zijn. - Referenties voor viewer: De referenties voor de viewer worden via SSO (meestal Kerberos) aan de database doorgegeven. - Impersonate met ingesloten account of Impersonate met Server uitvoeren als serviceaccount: Bij impersonation met behulp van ingesloten referenties wordt verbinding gemaakt met de ingesloten referenties en wordt vervolgens overgeschakeld naar de identiteit van de viewer (alleen voor databases die dit ondersteunen). Impersonation met behulp van het Uitvoeren als service-account is vergelijkbaar, maar dan wordt eerst verbinding gemaakt met het Kerberos-serviceaccount voordat wordt overgeschakeld naar de identiteit van de viewer. - Vernieuwen niet ingeschakeld of Toegang na vernieuwing toestaan: Deze opties worden weergegeven wanneer u een extract van clouddata publiceert, bijvoorbeeld vanuit Salesforce, en er databasereferenties nodig zijn om toegang te krijgen tot de onderliggende data. Toegang na vernieuwing toestaan sluit de referenties in de verbinding in, zodat u een vernieuwingsschema voor dat extract kunt instellen. **Belangrijk:** Hoe u de geëxtraheerde data actueel wilt houden, is ook belangrijk in de volgende gevallen: - Als u een automatisch vernieuwingsschema wilt instellen, moet u het wachtwoord in de verbinding insluiten. - Als u een clouddataverbinding publiceert naar Tableau Cloud, wordt u in de publicatiestappen gewaarschuwd als u Tableau Cloud moet toevoegen aan de geautoriseerde lijst van de dataprovider. - U kunt geen extract publiceren dat is gemaakt op basis van een Kerberos-gedelegeerde, op rijniveau beveiligde databron. ### Dropbox- en OneDrive-verbindingen Voor Dropbox en OneDrive geldt dat wanneer u een databron of werkmap publiceert en Ingesloten wachtwoord selecteert, Tableau een opgeslagen referentie maakt en deze in de databron of werkmap insluit. ### Werkmapverbindingen met Tableau-databronnen Wanneer u een werkmap publiceert die verbinding maakt met een Tableau Cloud- of Tableau Server-databron, stelt u niet de referenties in voor toegang tot de onderliggende data, maar stelt u in of de werkmap toegang heeft tot de gepubliceerde databron waarmee deze verbinding maakt. Ongeacht het oorspronkelijke datatype is de keuze voor serverdatabronnen altijd Ingesloten wachtwoord of Gebruikers vragen. Als u kiest voor Gebruikers vragen, moet een gebruiker die de werkmap opent de machtigingen Weergave en Verbinding maken hebben voor de betreffende databron om de data te bekijken. Als u Wachtwoord insluiten selecteert, kunnen gebruikers de informatie in de werkmap zien, zelfs als ze geen machtigingen voor Weergave of Verbinding maken hebben. ### Virtuele verbindingen Vanaf Tableau Cloud en Tableau Server 2022.3 en Tableau Desktop 2022.4, krijgt de viewer van de inhoud uw machtigingen om verbinding te maken met de virtuele verbinding en query's uit te voeren, wanneer u Tableau-inhoud publiceert, zoals een databron of werkmap, die een virtuele verbinding gebruikt en waarvoor u Wachtwoord insluiten of Referenties insluiten hebt geselecteerd. Alle databeleidsregels die aan de virtuele verbinding zijn gekoppeld, worden echter altijd geëvalueerd op basis van de identiteit van de viewer, niet die van u. Een voorbeeld: u publiceert een werkmap die gebruikmaakt van een virtuele verbinding. Om ervoor te zorgen dat gebruikers van de werkmap verbinding kunnen maken met de virtuele verbinding en query's kunnen uitvoeren, sluit u uw machtigingen in voor het verbinden met de virtuele verbinding en om deze te bevragen. Vervolgens verhinderen databeleidsregels die aan de virtuele verbinding zijn gekoppeld dat de viewers van de werkmap toegang krijgen tot gevoelige data. Bij het beoordelen of de tabellen in een virtuele verbinding zichtbaar en toegankelijk moeten zijn, wordt gebruikgemaakt van de identiteit van de maker van de inhoud. Maar bij het evalueren van databeleidsregels die aan de tabellen in een virtuele verbinding zijn gekoppeld, wordt de identiteit van de viewer gebruikt. De maker van de inhoud kan alleen verbindingsmachtigingen in de virtuele verbinding insluiten, geen bewerkingsmachtigingen. Als u ervoor kiest om geen machtigingen in te sluiten, hebben alleen gebruikers met machtigingen voor toegang tot de werkmap of databron en met verbindingsmachtigingen voor de virtuele verbinding toegang tot de werkmap of databron. De opties voor het insluiten van wachtwoorden en het insluiten van referenties voor virtuele verbindingen werken niet in Tableau Cloud 2022.2, Tableau Server 2022.1 en Tableau Desktop 2022.3 en eerder. Als u deze opties selecteert voordat u een upgrade uitvoert naar 2022.3 (voor Tableau Cloud en Tableau Server) of 2022.4 (voor Tableau Desktop), werken de opties zoals verwacht nadat u de upgrade hebt uitgevoerd. Daarna kunt u uw machtigingen voor het uitvoeren van query's op een virtuele verbinding insluiten. ## Zie ook - Als u publiceert naar Tableau Server, zie [Verbindingen bewerken](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/help.htm#connections_modify.htm) in de Help van Tableau Server. - Als u publiceert naar Tableau Cloud en de werkmap verbinding maakt met Salesforce, Google Analytics, Google Sheets, Google BigQuery, OneDrive, Dropbox en QuickBooks Online-data, zie [Data vernieuwen met behulp van opgeslagen referenties](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_fresh_data_saved_credentials.htm) in de Help van Tableau Cloud. - Als u een Tableau Server-beheerder bent en meer informatie zoekt over verificatie, raadpleegt u de Help-onderwerpen van Tableau Server, Verificatie ([Windows](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/security_auth.htm) | [Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/security_auth.htm)) en Verificatie dataverbinding ([Windows](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/security_data_connection_auth.htm) | [Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/security_data_connection_auth.htm)). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Berekenen met en datapartitionering in prognosemodellering U doet voorspellingen op basis van uw data door de [prognosemodelleringsfuncties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/predictions_overview.htm), MODEL\_QUANTILE of MODEL\_PERCENTILE, in een tabelberekening. Houd er rekening mee dat voor alle tabelberekeningen een Berekenen met richting moet zijn opgegeven. Voor een overzicht van hoe verschillende adresserings- en partitioneringsdimensies uw resultaten kunnen beïnvloeden, zie [Waarden transformeren met tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm). ![contextmenu waarin Berekenen met is weergegeven](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-compute1.png) **Opmerking:** Wanneer u een tabelberekening toevoegt, moet u alle dimensies op detailniveau gebruiken voor partitionering (scoping), of voor adressering (richting). De dimensies die bepalen hoe de berekening moet worden gegroepeerd (het bereik van de data waarop de berekening wordt uitgevoerd), worden partitioneringsvelden genoemd. De tabelberekening wordt binnen elke partitie afzonderlijk uitgevoerd. De resterende dimensies waarop de tabelberekening wordt uitgevoerd, worden adresseringsvelden genoemd, en die bepalen de richting van de berekening. Zie [De basis: adressering en partitionering](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm#the-basics-addressing-and-partitioning) voor meer informatie. Bij prognosemodelleringsfuncties is de optie Berekenen met gebruikt om de dataset die wordt gebruikt om het prognosemodel te bouwen te partitioneren (bereik). Prognosemodelleringsfuncties hebben _geen_ idee van adressering (richting), aangezien het model voor elke markering op basis van de geselecteerde predictors een uniek resultaat geeft. Dat is in tegenstelling tot Lopend totaal waarbij de adresseringsdimensie de volgorde bepaalt waarin velden worden toegevoegd en resultaten worden gegeven. Prognosemodelleringsfuncties zijn per definitie niet-achtereenvolgens. Ze berekenen resultaten met gebruik van een model op basis van de data die zijn gedefinieerd door het doel en de predictors van de functie, op het detailniveau dat is gespecificeerd door de visualisatie. In die data is er geen sprake van achtereenvolging, tenzij er gebruik wordt gemaakt van een predictor met volgorde, zoals een datumdimensie. Bovendien wordt het detailniveau van de visualisatie altijd gebruikt bij het definiëren van de data die worden gebruikt om het model te maken. Alle tabelberekeningen werken op hetzelfde detailniveau als de visualisatie zelf. Dit geldt ook voor prognosemodelleringsfuncties. ## Aanbevelingen voor prognosemodelleringsfuncties Het is raadzaam om een specifieke dimensie te selecteren om op te partitioneren wanneer u prognosemodelleringsfuncties gebruikt. Omdat u meerdere voorspellingsberekeningen in één visualisatie of dashboard kunt hebben, zorgt het selecteren van een specifieke partitioneringsdimensie ervoor dat u modellen maakt met dezelfde onderliggende dataset voor elke afzonderlijke functie, en zo resultaten van soortgelijke modellen kunt vergelijken. Wanneer u werkt met prognosemodelleringsfuncties in Tableau is het van cruciaal belang dat u consistentie behoudt in de verschillende instanties, zowel in verschillende iteraties van uw model (bijv. wanneer u verschillende predictors selecteert) als in verschillende visualisaties. Met de directionele opties Berekenen met bestaat de mogelijkheid dat een kleine wijziging in uw gevisualiseerde data een aanzienlijk effect heeft op de data die worden gebruikt om het model te maken. Dit heeft invloed op de geldigheid en consistentie in verschillende visualisaties. ### Dimensies kiezen In de onderstaande voorbeelden wordt de databron **Voorbeeld - Superstore** gebruikt, die bij Tableau Desktop wordt geleverd. Houd er bij het kiezen van een dimensie rekening mee dat Tableau een prognosemodel maakt _voor die gehele_ dimensie. Dat wil zeggen, als u Besteldatum selecteert de partitioneringsdimensie, zal Tableau data gebruiken _binnen_ elke andere vastgestelde partitie, maar _samen met_ de waarden van Besteldatum. De onderstaande afbeelding toont de data die zijn gebruikt om het model te maken gemarkeerd in geel, en de modeluitvoer gemarkeerd in oranje. In dit geval zijn alle reacties binnen een gegeven Subcategorieidentiek, omdat er geen predictors zijn. Door optimale predictors te selecteren, kunt u betekenisvollere resultaten genereren. Zie [Predictors kiezen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_choosing_predictors.htm) voor meer informatie over optimale predictors. ![tabel met identieke resultaten](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pmf_compute1.png) Als Subcategorie was geselecteerd als een partitioneringsdimensie, zou Tableau de data gebruiken _binnen_ een bepaalde maand maar _samen met_ meerdere subcategorieën, zoals hieronder. Als de data verder worden onderverdeeld in deelvensters, worden de deelvenstergrenzen gerespecteerd bij het maken van een model. ![tabel met identieke resultaten voor elke subcategorie](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pmf_compute2.png) ## Een opmerking over partitionering Houd er rekening mee dat het visueel partitioneren van uw data aanzienlijke gevolgen heeft voor de data die worden gebruikt om een model te maken en uw voorspellingen te genereren. Door een hoger detailniveau toe te voegen (bijvoorbeeld door zowel Staat als Stad in één container) zal uw data worden gepartitioneerd op basis van de hogere LOD. Dit geldt ongeacht de volgorde waarin de velden in de container zijn geplaatst. Deze zullen bijvoorbeeld identieke voorspellingen opleveren:
Het veld Stad en Staat in de container RijenHet veld Staat en Stad in de container Rijen
Als u een veld toevoegt waarmee u het detailniveau wijzigt, worden uw data gepartitioneerd als u deze toevoegt aan de container Rijen of Kolommen, of aan Kleur, Formaat, Label, Detail of Vorm op de kaart Markeringen. Het toevoegen van een veld op een ander detailniveau dan Knopinfo zal de data _niet_ partitioneren. In het onderstaande voorbeeld wordt het model automatisch gepartitioneerd op Categorie omdat de velden Categorie en Subcategorie beide in Rijen staan. De voorspellingsberekening wordt uitgevoerd voor Subcategorie binnen de grenzen van het veld van een hoger niveau: Categorie. ![tabel met identieke resultaten voor elke subcategorie](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pmf_compute2.png) Dit heeft gevolgen voor de manier waarop uw predictors worden toegepast. Laten we eens naar het onderstaande voorbeeld kijken. In dit geval worden er drie MODEL\_QUANTILE-tabelberekeningen toegepast:
Predict_Sales_CityPredict_Sales_StatePredict_Sales_Region
MODEL_QUANTILE(0.5,sum([Sales]),
ATTR([City]))
MODEL_QUANTILE(0.5,sum([Sales]),
ATTR([State]))
MODEL_QUANTILE(0.5,sum([Sales]),
ATTR([Region]))
Voor alle drie hebben we Berekenen met > Stad geselecteerd. Laten we eens kijken naar een paar steden in North Carolina: ![tabel met resultaten per stad](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pmf_compute5.png) U ziet dat de resultaten van alle drie de berekeningen binnen een bepaalde staat identiek zijn, ondanks het gebruik van verschillende predictors. Als we Regio verwijderen vanuit de container Rijen, gebeurt er niets met onze resultaten. Ze zijn nog steeds allemaal identiek binnen een bepaalde staat: ![tabel met dezelfde resultaten als Regio wordt verwijderd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pmf_compute6.png) Maar als we Staat verwijderen uit de container Rijen, zien we andere resultaten voor elke berekening: ![tabel met andere resultaten wanneer de staat is verwijderd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pmf_compute7.png) ### Wat gebeurt hier? In het eerste voorbeeld worden de steden gepartitioneerd door Regio en Staat in de container Rijen. Daarom krijgen de modellen voor **Predict\_Sales\_City**, **Predict\_Sales\_State** en **Predict\_Sales\_Region** dezelfde data en komen hier dezelfde voorspellingen uit. Omdat we de data al visueel hebben gepartitioneerd binnen Staat en Regio, voegt geen van onze predictors enige waarde toe aan het model en hebben ze geen invloed op de resultaten: ![tabel die laat zien dat predictors geen waarde toevoegen aan het model](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pmf_compute8.png) Wanneer we Regio verwijderen uit de container Rijen, partitioneren we nog steeds op Staat. Er verandert dus niets aan de data die gebruikt zijn om het model te maken. Nogmaals, omdat we de data binnenin al visueel hebben gepartitioneerd binnen Staat, voegt geen van onze predictors enige waarde toe aan het model en hebben geen invloed op de resultaten: ![tabel die laat zien dat predictors geen waarde toevoegen aan het model](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pmf_compute9.png) Wanneer we echter Staat verwijderen, worden de data gedepartitioneerd en zien we voor elke berekening verschillende voorspellingen. Laten we eens beter bekijken wat daar gebeurt: ![tabel met verschillende voorspellingen wanneer Staat is verwijderd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pmf_compute7.png) Voor **Predict\_Sales\_City** gebruiken we [ATTR(\[City\])](https://kb.tableau.com/articles/howto/when-to-use-the-attribute-attr-function?lang=nl-nl) als predictor. Omdat dit op hetzelfde detailniveau is als de visualisatie, voegt het geen waarde toe en wordt het genegeerd. We aggregeren Verkoop voor alle steden, sturen deze door naar de statistiekmachine en berekenen de voorspelde verkoop. Omdat er geen andere predictors zijn opgenomen, zien we voor elke stad hetzelfde resultaat. Als we één of meer meetwaarden hadden opgenomen, zouden we variatie in de resultaten zien. ![tabel met dezelfde resultaten voor elke stad](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pmf_compute10.png) Voor **Predict\_Sales\_State**, gebruiken we ATTR(\[State\]) als predictor. De _predictor_ partitioneert alle data voor Stad op Staat. We verwachten identieke resultaten te zien _binnen_ een staat, maar verschillende resultaten voor _elke_ staat. Maar dat is niet helemaal wat we krijgen. De steden Cary, Chapel Hill en Charlotte hebben identieke voorspellingen van $ 2.084, zoals verwacht. Burlington geeft echter een andere voorspelling, namelijk $9.366: ![tabel die laat zien dat Burlington een ander resultaat heeft](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pmf_compute12.png) Dat komt omdat er in meerdere staten een stad met de naam Burlington ligt (Iowa, North Carolina en Vermont). Daarom resulteert Staat in \*, wat meer dan één waarde betekent. Alle markeringen waar Staat leidt tot \*, worden samen geëvalueerd. Dus elke andere stad die ook in meerdere staten bestaat, zal ook een voorspelling van $ 9.366 hebben. Voor **Predict\_Sales\_Region** gebruiken we ATTR(\[Region\]) als predictor. De _predictor_ partitioneert alle data voor Stad op Regio. Identieke resultaten _binnen_ een regio zijn te verwachten, maar wel verschillende resultaten voor _elke_ regio: ![tabel waaruit blijkt dat Regio te herleiden is naar de resultaten van Burlington](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pmf_compute13.png) Omdat Burlington in meerdere regio's bestaat (centraal, oostelijk en zuidelijk), resulteert Regio in \*. De voorspellingen van Burlington komen alleen overeen met steden die ook in meerdere regio's liggen. Zoals u ziet, is het erg belangrijk om ervoor te zorgen dat alle dimensionale predictors correct zijn afgestemd op het detailniveau van uw visualisatie en uw partitionering. Als u uw visualisatie op basis van een dimensie onderverdeelt, kan dit onbedoelde gevolgen hebben voor uw voorspellingen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Berekeningen opstellen in Tableau In dit artikel wordt beschreven hoe u berekeningen in Tableau kunt opstellen en opmaken. Hierin worden de basiscomponenten van berekeningen opgesomd en wordt de juiste syntaxis voor elke component uitgelegd. ## Bouwstenen voor berekeningen De berekeningen in Tableau bestaan uit vier basiscomponenten: - **Functies**: Instructies die worden gebruikt om de waarden of elementen in een veld te transformeren. - Functies vereisen _argumenten_, of specifieke stukjes informatie. Afhankelijk van de functie kunnen argumenten velden, letterlijke waarden, parameters of geneste functies zijn. - **Velden**: Dimensies of meetwaarden uit uw databron. - **Operators**: Symbolen die een bewerking aanduiden. - **Letterlijke expressies**: Constante waarden die hard gecodeerd zijn, zoals 'High' of 1500. Niet alle berekeningen hoeven alle vier de componenten te bevatten. Bovendien kunnen berekeningen het volgende bevatten: - **Parameters**: Variabelen die als tijdelijke aanduiding in berekeningen kunnen worden ingevoegd als vervanging van constante waarden. Zie [Parameters maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/parameters_create.htm) voor meer informatie over parameters. - **Opmerkingen**: Notities over een berekening of onderdelen daarvan. De opmerkingen worden niet in de berekening opgenomen. Zie de volgende secties voor meer informatie over het gebruik en de opmaak van elk van deze componenten in een berekening. ### Uitleg van een voorbeeldberekening Bekijk de volgende berekening, waarbij 14 dagen aan een datum worden toegevoegd (\[Eerste bezoek\]). Een dergelijke berekening is handig als u automatisch de datum wilt krijgen voor een vervolgonderzoek twee weken later. DATEADD('day', 14, \[Initial Visit) De componenten van deze berekening kunnen als volgt worden onderverdeeld: - Functie: `DATEADD`, waarvoor drie argumenten nodig zijn. - deel\_van\_datum ('day') - interval (14) - datum (\[Eerste bezoek\]). - Veld: \[Eerste bezoek\] - Operators: n.v.t. - Letterlijke expressies: - Letterlijke tekenreeks: 'day' - Numerieke letterlijke waarde: 14 In dit voorbeeld kan de hard gecodeerde constante 14 worden vervangen door een parameter. Zo kan de gebruiker aangeven na hoeveel dagen de vervolgafspraak moet plaatsvinden. DATEADD('day', \[How many days out?\], \[Initial Visit\]) ## In één oogopslag: berekeningssyntaxis
ComponentenSyntaxisVoorbeeld

Functies

Zie Tableau-functies (alfabetische lijst) of Tableau-functies (op categorie) voor voorbeelden van hoe u alle functies in Tableau kunt opmaken.

SUM(expression)

Velden

Een veld in een berekening wordt vaak omgeven door haakjes [ ].

Zie Veldsyntaxis voor meer informatie.

[Category]

Operators

+, -, *, /, %, ==, =, >, <, >=, <=, !=, <>, ^, AND, OR, NOT, ( ).

Zie Syntaxis van operators voor informatie over de typen operators die u kunt gebruiken in Tableau-berekeningen en de volgorde waarin ze in een formule worden uitgevoerd.

[Price]*(1-[discount])

Letterlijke expressies

Numerieke letterlijke waarden worden geschreven als getallen.

Letterlijke waarden voor een tekenreeks worden tussen aanhalingstekens geschreven.

Letterlijke datumwaarden worden geschreven met het #-symbool.

Booleaanse letterlijke waarden worden geschreven als true of false.

Letterlijke null-waarden worden geschreven als null.

Zie Syntaxis van letterlijke expressies voor meer informatie.

1.3567

"Unprofitable"

#August 22, 2005#

true

Null

Parameters

Een parameter in een berekening wordt omgeven door haakjes [ ], net als een veld. Zie Parameters maken voor meer informatie.

[Bin Size]

Opmerkingen

Als u een opmerking wilt invoeren in een berekening, typt u twee schuine strepen //. Zie Opmerkingen toevoegen aan een berekening voor meer informatie.

U kunt opmerkingen van meerdere regels toevoegen door /* te typen aan het begin van de opmerking en */ aan het einde ervan.

SUM([Sales]) / SUM([Profit])

/*John's calculation

To be used for profit ratio

Do not edit*/

## Berekeningssyntaxis in detail Zie de volgende secties voor meer informatie over de verschillende componenten van Tableau-berekeningen en hoe u deze kunt opmaken voor gebruik in Tableau. ### Functiesyntaxis Functies zijn de belangrijkste componenten van een berekening en kunnen voor verschillende doeleinden worden gebruikt. Elke functie in Tableau vereist een specifieke syntaxis. De volgende berekening maakt bijvoorbeeld gebruik van twee functies, LEN en LEFT, en van verschillende logische operators (IF, THEN, ELSE, END en >). `IF LEN([Name])> 5 THEN LEFT([Name],5) ELSE [Name] END` - LEN neemt één enkel argument, zoals `LEN([Name])` waarmee het aantal tekens (dat wil zeggen de lengte) voor elke waarde in het veld Name wordt geretourneerd. - LEFT neemt twee argumenten, een veld en een getal, zoals `LEFT([Name], 5)` waarmee de eerste vijf tekens van elke waarde in het veld Naam worden geretourneerd, te beginnen vanaf links. - De logische operators IF, THEN, ELSE en END werken samen om een logische test te creëren. Met deze berekening wordt de lengte van een naam geëvalueerd. Als de naam meer dan vijf tekens bevat, worden alleen de eerste vijf tekens geretourneerd. Zo niet, dan wordt de volledige naam geretourneerd. In de berekeningseditor zijn functies blauw gekleurd. ### Het referentievenster van de berekeningseditor gebruiken U kunt op elk gewenst moment opzoeken hoe u een bepaalde functie kunt gebruiken en opmaken. De lijst met functies openen in Tableau: 1. Selecteer Analyse \> Berekend veld maken. 2. Klik in de berekeningseditor op het pictogram voor uitbreiden (driehoekje) aan de rechterkant van de editor. Er verschijnt een lijst met functies waar u doorheen kunt bladeren. Wanneer u een functie uit de lijst selecteert, wordt het gedeelte uiterst rechts bijgewerkt met informatie over de vereiste syntaxis voor die functie (1), de beschrijving ervan (2) en een of meer voorbeelden (3). ![Functiemenu.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/functions_operators1.png) #### Meerdere functies gebruiken in een berekening U kunt meer dan één functie in een berekening gebruiken. Bijvoorbeeld: `ZN(SUM([Order Quantity])) - WINDOW_AVG(SUM([Order Quantity]))` De berekening bevat drie functies: ZN, SUM en WINDOW\_AVG. De functies ZN en WINDOW\_AVG worden gescheiden door de operator minus (-). Een functie kan ook deel uitmaken van een andere functie (of genest zijn), zoals bij het gedeelte `ZN(SUM([Order Quantity]))` van het bovenstaande voorbeeld. In dit geval wordt de som (SUM) van de bestelhoeveelheid vóór de functie ZN berekend, omdat deze tussen haakjes staat. Zie [Haakjes](#Parentheses) voor meer informatie over waarom dit zo is. ### Veldsyntaxis U kunt ook velden in uw berekeningen invoegen. Vaak geeft de syntaxis van een functie aan waar een veld in de berekening moet worden ingevoegd. Bijvoorbeeld `SUM(expression)`. Veldnamen moeten in een berekening tussen haakjes \[ \] worden geplaatst als de veldnaam een spatie bevat of niet uniek is. Bijvoorbeeld \[Verkoopcategorieën\]. Het type functie dat u gebruikt, bepaalt het type veld dat u gebruikt. Met de functie SUM kunt u bijvoorbeeld een numeriek veld invoegen, maar geen datumveld. Zie [Datatypen in berekeningen begrijpen](#Data) meer informatie. Welke velden u in uw berekeningen opneemt, hangt ook af van het doel van de berekening. Als u bijvoorbeeld de winstverhouding wilt berekenen, worden in uw berekening de velden Verkoop en Winst uit uw databron gebruikt: `SUM([Sales])/SUM([Profit])` Om een veld aan een berekening toe te voegen, voert u een van de volgende handelingen uit: - Sleep het veld vanuit het deelvenster Data of vanuit de weergave naar de berekeningseditor. - Typ de veldnaam in de berekeningseditor. Opmerking: De berekeningseditor probeert veldnamen automatisch aan te vullen. ![Functies en operatoren in een berekend veld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/functions_operators2.gif) Velden zijn oranje gekleurd in Tableau-berekeningen. ### Syntaxis van operators Om berekeningen te kunnen maken, moet u de operators begrijpen die door Tableau worden ondersteund. In dit gedeelte worden de beschikbare basisoperators besproken, en de volgorde (prioriteit) waarin ze worden uitgevoerd. Operators zijn zwart gekleurd in Tableau-berekeningen. #### De operator + (plus) De operator + betekent optellen wanneer deze wordt toegepast op getallen, en samenvoegen wanneer deze wordt toegepast op tekenreeksen. Als deze operator wordt toegepast op een datum, kan een aantal dagen aan een datum worden toegevoegd. Bijvoorbeeld: - `7 + 3` - `Profit + Sales` - `'abc' + 'def' = 'abcdef'` - `#April 15, 2024# + 15 = #April 30, 2024#` #### De operator – (minus) De operator - betekent dat getallen van elkaar worden afgetrokken. Bij een expressie geeft deze operator een ontkenning aan. Wanneer de operator wordt toegepast op datums, kan hiermee een aantal dagen van een datum worden afgetrokken. Daarom kunt u met deze operator ook het verschil in dagen tussen twee datums te berekenen. Bijvoorbeeld: - `7 - 3` - `Profit - Sales` - `-(7+3) = -10` - `#April 16, 2024# - 15 = #April 1, 2024#` - `#April 15, 2024# - #April 8, 2024# = 7` #### De operator \* (vermenigvuldigen) De operator \* staat voor een numerieke vermenigvuldiging. Bijvoorbeeld: `5 * 4 = 20` #### De operator / (delen) De operator / staat voor een numerieke deling. Bijvoorbeeld: `20 / 4 = 5` #### De operator % (modulo) De operator % retourneert de restwaarde van een deling. Modulo werkt alleen op gehele getallen. Bijvoorbeeld `9 % 2 = 1`. (Omdat 2 vier keer in 9 past, met een restwaarde van 1.) #### \==, =, >, <, >=, <=, !=, <> (vergelijkingen) Dit zijn de basisoperators die voor vergelijkingen in expressies kunnen worden gebruikt. De betekenissen zijn als volgt: - **\==** of **\=** (gelijk aan) - **\>** (groter dan) - **<** (kleiner dan) - **\>=** (groter dan of gelijk aan) - **<=** (kleiner dan of gelijk aan) - **!=** of **<>** (niet gelijk aan) Elke operator vergelijkt twee getallen, datums of tekenreeksen en retourneert TRUE, FALSE of NULL. #### ^ (machtsverheffen) Dit symbool is equivalent aan de functie POWER. Hiermee wordt de opgegeven macht toegepast op een getal. Bijvoorbeeld: `6^3 = 216` #### AND Dit is een logische operator. Aan weerszijden van deze operator moet een expressie of een Booleaanse waarde staan. Bijvoorbeeld: `IIF(Profit =100 AND Sales =1000, "High", "Low")` Zie `**AND**` in [Logische functies](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_logical.htm) voor meer informatie. #### OR Dit is een logische operator. Aan weerszijden van deze operator moet een expressie of een Booleaanse waarde staan. Bijvoorbeeld: `IIF(Profit =100 OR Sales =1000, "High", "Low")` Zie `**OR**` in [Logische functies](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_logical.htm) voor meer informatie. #### NOT Dit is een logische operator. Deze operator kan worden gebruikt om een andere Booleaanse waarde of een expressie te ontkennen. Bijvoorbeeld: `IIF(NOT(Sales = Profit),"Not Equal","Equal")` #### Andere operators CASE, ELSE, ELSEIF, IF, THEN, WHEN en END zijn ook operators die worden gebruikt voor [Logische functies](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_logical.htm). ### Voorrang van operators Alle operators in een berekening worden in een specifieke volgorde geëvalueerd. Bijvoorbeeld: `2*1+2` is gelijk aan 4 en niet gelijk aan 6, omdat de vermenigvuldiging vóór de optelling wordt uitgevoerd (de operator \* wordt altijd vóór de operator + geëvalueerd). Als twee operators dezelfde prioriteit hebben (zoals optellen en aftrekken (+ of -), worden ze in de berekening van links naar rechts geëvalueerd. U kunt haakjes gebruiken om de volgorde van prioriteit te wijzigen. Zie het gedeelte [Haakjes](#Parentheses) voor meer informatie. | Voorrang | Operator | | --- | --- | | 1 | – (negatief maken) | | 2 | ^ (machtsverheffen) | | 3 | \*, /, % | | 4 | +, – | | 5 | \==, =, >, <, >=, <=, !=, <> | | 6 | NOT | | 7 | AND | | 8 | OR | #### Haakjes Haakjes kunnen indien nodig worden gebruikt om een bepaalde volgorde af te dwingen. Operators die tussen haakjes staan, worden geëvalueerd voordat de operators buiten haakjes worden geëvalueerd. De bewerking start bij de binnenste haakjes en werkt dan naar buiten toe. Bijvoorbeeld: (1 (2\*2 1)\*(3\*6/3) ) = 31 omdat de operators binnen de binnenste haakjes eerst worden uitgevoerd. De berekening wordt in de onderstaande volgorde uitgevoerd: 1. (2\*2+1) = 5 2. (3\*6/3) = 6 3. (1+ 5\*6) = 31 ### Syntaxis van letterlijke expressies In dit gedeelte wordt de juiste syntaxis voor het gebruik van letterlijke expressies in Tableau-berekeningen beschreven. Een letterlijke expressie geeft een constante waarde aan die wordt weergegeven zoals deze is. Wanneer u functies gebruikt, wilt u soms letterlijke expressies gebruiken om getallen, tekenreeksen, datums en meer weer te geven. Zo kunt u een functie hebben waarbij uw invoer een datum is. In plaats van '1 mei 2005' te typen (wat als een tekenreeks zou worden geïnterpreteerd), typt u #1 mei 2005#. Dit is gelijkwaardig aan het gebruik van een datumfunctie om het argument van een tekenreeks naar een datum te converteren (zie [Datumfuncties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_date.htm)). In Tableau-berekeningen kunt u numerieke waarden, tekenreeksen, datums, Booleaanse waarden en null-waarden gebruiken als letterlijke expressies. Hieronder worden de verschillende typen beschreven en hoe u ze kunt opmaken. Letterlijke expressies worden zwart en grijs weergegeven in Tableau-berekeningen. #### Numerieke letterlijke waarden Een numerieke letterlijke waarde wordt geschreven als een getal. Als u bijvoorbeeld het getal één wilt invoeren als een numerieke letterlijke waarde, dan typt u `1`. Als u het getal 0,25 als een numerieke letterlijke waarde wilt invoeren, typt u `0.25`. #### Letterlijke tekenreeksen Een letterlijke tekenreeks kan worden geschreven met 'enkele aanhalingstekens' of "dubbele aanhalingstekens". Als de tekenreeks zelf al enkele of dubbele aanhalingstekens bevat, gebruikt u de andere optie voor de buitenste letterlijke tekenreeks. Als u bijvoorbeeld de tekenreeks `"cat"` wilt invoeren als een letterlijke tekenreeks, typt u `'"cat"'`. En bij `'cat'` typt u `"'cat'"`. Als u de tekenreeks `She's my friend` wilt typen als een letterlijke tekenreeks, gebruikt u dubbele aanhalingstekens voor de letterlijke waarden, zoals in `"She's my friend."` #### Letterlijke datumwaarden Datums worden aangegeven met het hash-symbool (#). Als u de datum '22 augustus 2005' als een letterlijke datumwaarde wilt invoeren, moet u de ISO-indeling gebruiken, `#2005-08-22#`. #### Booleaanse letterlijke waarden Booleaanse letterlijke waarden worden geschreven als true of false. Om 'true' als een Booleaanse letterlijke waarde in te voeren, voert u `true` in. #### Letterlijke null-waarden Letterlijke null-waarden worden geschreven als Null. Om "Null" als een letterlijke Null-waarde in te voeren, voert u `Null` in. ### Parameters toevoegen aan een berekening Parameters zijn tijdelijke variabelen die in berekeningen kunnen worden ingevoegd als vervanging van constante waarden. Wanneer u een parameter in een berekening gebruikt, kunt u een besturingselement voor de parameter beschikbaar maken in de weergave of het dashboard, zodat gebruikers de waarde dynamisch kunnen wijzigen. Zie [Parameter gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/parameters_create.htm#Calc) voor meer informatie. Parameters zijn paars gekleurd in Tableau-berekeningen. ### Opmerkingen toevoegen aan een berekening U kunt opmerkingen aan een berekening toevoegen om aantekeningen te maken over de berekening of de onderdelen ervan. Opmerkingen worden niet meegenomen in de berekening. Als u een opmerking wilt toevoegen aan een berekening, typt u twee schuine strepen //. Bijvoorbeeld: `SUM([Sales])/SUM([Profit]) //My calculation` In dit voorbeeld is `//My calculation` een opmerking. Een opmerking begint bij de twee schuine strepen (//) en loopt door tot het einde van de regel. Om verder te kunnen gaan met uw berekening, moet u een nieuwe regel beginnen. Een opmerking van meerdere regels kan worden geschreven door de opmerking te beginnen met een schuine streep, gevolgd door een asterisk (/\*), en te sluiten met een asterisk gevolgd door een schuine streep (\*/). Bijvoorbeeld: `SUM([Sales])/SUM([Profit]) /* This calculation is used for profit ratio. Do not edit */` Opmerkingen zijn grijs gekleurd in Tableau-berekeningen. ## Datatypen in berekeningen begrijpen Als u berekende velden maakt, moet u weten hoe u de verschillende velden kunt gebruiken en combineren [datatypen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_datatypes.htm) in berekeningen. Veel functies die beschikbaar zijn wanneer u een berekening definieert, werken alleen wanneer ze op specifieke datatypen worden toegepast. De functie `DATEPART()` kan bijvoorbeeld alleen een datatype datum/datumtijd als argument accepteren. U kunt `DATEPART('year',#2024-04-15#)` invoeren en een geldig resultaat verwachten: 2024. U kunt niet `DATEPART('year',"Tom Sawyer")` invoeren en een geldig resultaat verwachten. Dit voorbeeld retourneert feitelijk een fout omdat '`Tom Sawyer`' een tekenreeks is, geen datum/datumtijd. **Opmerking**: Hoewel Tableau probeert alle berekeningen volledig te valideren, kunnen sommige fouten met betrekking tot datatypen pas worden gevonden als de query op de database wordt uitgevoerd. Deze problemen verschijnen als foutdialoogvensters op het moment van de query en niet in het berekeningsdialoogvenster. Hieronder worden de door Tableau ondersteunde datatypen beschreven. Raadpleeg [Typeconversie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_typeconversion.htm) om te leren hoe u het ene datatype kunt converteren naar het andere datatype. ### Tekenreeks Een reeks van nul of meer tekens. Zo zijn '`Wisconsin`', '`ID-44400`' en '`Tom Sawyer`' allemaal tekenreeksen. Tekenreeksen worden herkend aan de enkele of dubbele aanhalingstekens. Het aanhalingsteken zelf kan in een tekenreeks worden opgenomen door het te herhalen. Bijvoorbeeld `'O''Hanrahan'`. ### Datum/Datumtijd Een datum of een datumtijd. Bijvoorbeeld '`January 23, 1972`' of '`January 23, 1972 12:32:00 AM`'. Als u wilt dat een datum die met de hand wordt geschreven, wordt geïnterpreteerd als een datum/datumtijd, plaatst u het #-teken aan beide zijden ervan. Zo wordt '`January 23, 1972`' behandeld als een tekenreeks, maar `#January 23, 1972#` als een datum/datumtijd. ### Getal Numerieke waarden in Tableau zijn ofwel _gehele getallen_ of _drijvendekommagetallen_. Bij drijvendekommagetallen zijn de resultaten van sommige aggregaties niet altijd precies zoals verwacht. Zo kan de functie SUM bijvoorbeeld een waarde als -1,42e-14 retourneren voor een veld met getallen waarvan u weet dat de som precies 0 moet zijn. Dit gebeurt omdat getallen volgens de norm 754 voor drijvendekommagetallen van het Institute of Electrical and Electronics Engineers (IEEE) in binaire notatie moeten worden opgeslagen, wat betekent dat getallen soms met extreem fijne precisie worden afgerond. U kunt deze mogelijke afleiding voorkomen door het getal zo op te maken dat er minder decimalen worden weergegeven. Zie ROUND in [Getalfuncties beschikbaar in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_number.htm#type) voor meer informatie. Bewerkingen die drijvendekommawaarden testen op gelijkheid, kunnen om dezelfde reden onvoorspelbaar gedrag vertonen. Dergelijke vergelijkingen komen voor wanneer u expressies voor het detailniveau gebruikt als dimensies, bij categorische filtering, bij het maken van ad-hocgroepen of IN/OUT-sets en bij het toepassen van datacombinaties. **Opmerking**: Het grootste 'signed integer'-getal van 64-bits is 9.223.372.036.854.775.807. Als u verbinding maakt met een nieuwe databron, kan elke kolom waarbij het datatype is ingesteld op Getal (geheel) omgaan met waarden tot deze limiet. Bij grotere waarden wordt 'Null' weergegeven in Tableau, omdat Getal (geheel) geen drijvendekommagetallen toepast. Wanneer het datatype is ingesteld op Getal (decimaal) zijn grotere waarden mogelijk. ### Booleaanse waarde Een veld dat de waarden `TRUE` of `FALSE` bevat. Er is sprake van een onbekende waarde wanneer de uitkomst van een vergelijking onbekend is. Zo levert de expressie `7 > Null` een onbekend resultaat op. Onbekende Booleaanse getallen worden automatisch omgezet naar Null. ## Zie ook [De basisprincipes van berekeningen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_understand.htm) [Een eenvoudig berekend veld maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_formulas.htm) [Aan de slag met berekeningen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_create.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Berekeningstypen in Tableau In dit artikel worden de typen berekeningen uitgelegd die u in Tableau kunt gebruiken. U leert de verschillen tussen de berekeningen en hoe ze worden berekend. Er zijn drie hoofdtypen berekeningen die u kunt gebruiken om berekende velden in Tableau te maken: - [Basisexpressies](#Basic) - [Level of Detail (LOD)-expressies](#LOD) - [Tabelberekeningen](#Table) ### Basisexpressies Met basisexpressies kunt u waarden of leden transformeren op het detailniveau van de databron (een berekening op rijniveau) of op het detailniveau van de visualisatie (een aggregatieberekening). Bekijk de volgende voorbeeldtabel eens, die data bevat over twee fantasy-auteurs en hun boeken. Misschien wilt u een kolom maken met alleen de achternaam van de auteur en een kolom waarin wordt weergegeven hoeveel boeken er zijn in elke serie.
Boek-IDNaam van boekSerieJaar uitgebrachtAuteur
1Het betoverde land achter de kleerkastDe Kronieken van Narnia1950C.S. Lewis
2Prins CaspianDe Kronieken van Narnia1951C.S. Lewis
3De reis van het drakenschipDe Kronieken van Narnia1952C.S. Lewis
4De zilveren stoelDe Kronieken van Narnia1953C.S. Lewis
5Het paard en de jongenDe Kronieken van Narnia1954C.S. Lewis
6Het neefje van de tovenaarDe Kronieken van Narnia1955C.S. Lewis
7Het laatste gevechtDe Kronieken van Narnia1956C.S. Lewis
8Dochter van het WoudZeven Wateren1999Juliet Marillier
9Zoon van de SchaduwenZeven Wateren2000Juliet Marillier
10Kind van de ProfetieZeven Wateren2001Juliet Marillier
11Erfgenaam van Zeven WaterenZeven Wateren2008Juliet Marillier
12Ziener van Zeven WaterenZeven Wateren2010Juliet Marillier
13Vlam van Zeven WaterenZeven Wateren2012Juliet Marillier
#### Berekeningen op rijniveau Als u een kolom wilt maken waarin de achternaam van de auteur voor elke rij in de databron wordt weergegeven, kunt u de volgende berekening op rijniveau gebruiken, die met spaties wordt gescheiden: `SPLIT([Author], '', 2 )` Het resultaat is hieronder te zien. De nieuwe kolom, getiteld **Achternaam auteur** wordt uiterst rechts weergegeven. De kleuren geven aan op welk detailniveau de berekening wordt uitgevoerd. In dit geval wordt de berekening uitgevoerd op rijniveau van de databron, zodat elke rij afzonderlijk wordt gekleurd.
Boek-IDNaam van boekSerieJaar uitgebrachtAuteurAchternaam auteur
1Het betoverde land achter de kleerkastDe Kronieken van Narnia1950C.S. LewisLewis
2Prins CaspianDe Kronieken van Narnia1951C.S. LewisLewis
3De reis van het drakenschipDe Kronieken van Narnia1952C.S. LewisLewis
4De zilveren stoelDe Kronieken van Narnia1953C.S. LewisLewis
5Het paard en de jongenDe Kronieken van Narnia1954C.S. LewisLewis
6Het neefje van de tovenaarDe Kronieken van Narnia1955C.S. LewisLewis
7Het laatste gevechtDe Kronieken van Narnia1956C.S. LewisLewis
8Dochter van het WoudZeven Wateren1999Juliet MarillierMarillier
9Zoon van de SchaduwenZeven Wateren2000Juliet MarillierMarillier
10Kind van de ProfetieZeven Wateren2001Juliet MarillierMarillier
11Erfgenaam van Zeven WaterenZeven Wateren2008Juliet MarillierMarillier
12Ziener van Zeven WaterenZeven Wateren2010Juliet MarillierMarillier
13Vlam van Zeven WaterenZeven Wateren2012Juliet MarillierMarillier
#### Geaggregeerde berekeningen Om een kolom te maken waarin wordt weergegeven hoeveel boeken er zijn in elke serie, kunt u de volgende geaggregeerde berekening gebruiken: `COUNT([Series])` Het resultaat is hieronder te zien. De nieuwe kolom, getiteld **Aantal boeken in serie - op detailniveau Serie** laat zien hoe die berekening zou worden uitgevoerd op het detailniveau Serie in de weergave. De kleuren laten zien op welk detailniveau de berekening wordt uitgevoerd.
SerieAantal boeken in serie - op detailniveau Serie
De Kronieken van Narnia7
De Kronieken van Narnia
De Kronieken van Narnia
De Kronieken van Narnia
De Kronieken van Narnia
De Kronieken van Narnia
De Kronieken van Narnia
Zeven Wateren6
Zeven Wateren
Zeven Wateren
Zeven Wateren
Zeven Wateren
Zeven Wateren
In Tableau zien de data er als volgt uit: ![In een tabel ziet u het totale aantal boeken in twee series.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_understand_aggregate1_new.png) Maar als u hier **Boek-ID** naartoe sleept, wat een gedetailleerder veld is, wordt de berekening bijgewerkt op basis van die nieuwe granulariteit, omdat geaggregeerde berekeningen worden uitgevoerd op het detailniveau van de visualisatie. ![In een tabel wordt het aantal boeken per serie weergegeven, met een rij voor elk boek.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_understand_aggregate2_new.png) ### Level of Detail (LOD)-expressies Net als bij basisexpressies kunt u met LOD-expressies waarden berekenen op databronniveau en op visualisatieniveau. LOD-expressies geven u echter nog meer controle over het granulariteitsniveau dat u wilt berekenen. Ze kunnen worden uitgevoerd op een gedetailleerder niveau (INCLUDE), een minder gedetailleerd niveau (EXCLUDE) of een volledig onafhankelijk niveau (FIXED). Zie [LOD-expressies maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod.htm) voor meer informatie. We kijken nog eens naar de voorbeeldtabel [hierboven](#sample). Als u wilt berekenen wanneer een serie boeken is gelanceerd, kunt u de volgende LOD-expressie gebruiken: `{ FIXED [Series]:(MIN([Year Released]))}` Het resultaat is hieronder te zien. De nieuwe kolom, getiteld **Serie gelanceerd**, geeft het minimumjaar voor elke serie weer. De kleuren laten zien op welk detailniveau de berekening wordt toegepast.
Boek-IDNaam van boekSerieJaar uitgebrachtAuteurSerie gelanceerd
1Het betoverde land achter de kleerkastDe Kronieken van Narnia1950C.S. Lewis1950
2Prins CaspianDe Kronieken van Narnia1951C.S. Lewis1950
3De reis van het drakenschipDe Kronieken van Narnia1952C.S. Lewis1950
4De zilveren stoelDe Kronieken van Narnia1953C.S. Lewis1950
5Het paard en de jongenDe Kronieken van Narnia1954C.S. Lewis1950
6Het neefje van de tovenaarDe Kronieken van Narnia1955C.S. Lewis1950
7Het laatste gevechtDe Kronieken van Narnia1956C.S. Lewis1950
8Dochter van het WoudZeven Wateren1999Juliet Marillier1999
9Zoon van de SchaduwenZeven Wateren2000Juliet Marillier1999
10Kind van de ProfetieZeven Wateren2001Juliet Marillier1999
11Erfgenaam van Zeven WaterenZeven Wateren2008Juliet Marillier1999
12Ziener van Zeven WaterenZeven Wateren2010Juliet Marillier1999
13Vlam van Zeven WaterenZeven Wateren2012Juliet Marillier1999
In Tableau blijft de berekening op het detailniveau Serie, omdat de functie FIXED wordt gebruikt. ![De visualisatie toont de datum 1950 voor De Kronieken van Narnia en 1999 voor Zeven Wateren](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_understand_lod1_new.png) Als u een ander veld aan de weergave toevoegt (wat meer granulariteit toevoegt), worden de waarden voor de berekening niet beïnvloed, in tegenstelling tot een geaggregeerde berekening. ![De visualisatie toont de datum 1950 herhaald voor alle Narnia-boeken en 1999 voor alle Zeven Wateren-boeken](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_understand_lod2_new.png) ### Tabelberekeningen Met tabelberekeningen kunt u waarden alleen op het detailniveau van de visualisatie transformeren. Zie [Waarden transformeren met tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm) voor meer informatie. We kijken nog eens naar de voorbeeldtabel [hierboven](#sample). Als u het aantal jaren wilt berekenen sinds de auteur zijn laatste boek heeft uitgebracht, kunt u de volgende tabelberekening gebruiken: `ATTR([Year Released]) - LOOKUP(ATTR([Year Released]), -1)` Het resultaat is hieronder te zien. De nieuwe kolom, getiteld **Jaren sinds het vorige boek**, geeft het aantal jaren weer tussen het uitgebrachte boek in die rij en het uitgebrachte boek in de vorige rij (uiterst rechts in de kolom) en laat zien hoe de tabelberekening wordt berekend (links in de kolom ). De kleuren laten zien hoe de tabelberekening wordt berekend. In dit geval wordt de tabelberekening omlaag berekend voor elk deelvenster. **Opmerking**: Afhankelijk van de tabelberekening en hoe deze in de tabel wordt berekend, kunnen de resultaten variëren. Zie [Waarden transformeren met tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm) voor meer informatie.
Boek-IDNaam van boekSerieJaar uitgebrachtAuteur Jaren sinds het vorige boek
1Het betoverde land achter de kleerkastDe Kronieken van Narnia1950C.S. LewisNULL 
2Prins CaspianDe Kronieken van Narnia1951C.S. Lewis1951-19501
3De reis van het drakenschipDe Kronieken van Narnia1952C.S. Lewis1952-19511
4De zilveren stoelDe Kronieken van Narnia1953C.S. Lewis1953-19521
5Het paard en de jongenDe Kronieken van Narnia1954C.S. Lewis1954-19531
6Het neefje van de tovenaarDe Kronieken van Narnia1955C.S. Lewis1955-19541
7Het laatste gevechtDe Kronieken van Narnia1956C.S. Lewis1956-19551
8Dochter van het WoudZeven Wateren1999Juliet MarillierNULL 
9Zoon van de SchaduwenZeven Wateren2000Juliet Marillier2000-19991
10Kind van de ProfetieZeven Wateren2001Juliet Marillier2001-20001
11Erfgenaam van Zeven WaterenZeven Wateren2008Juliet Marillier2008-20017
12Ziener van Zeven WaterenZeven Wateren2010Juliet Marillier2010-20082
13Vlam van Zeven WaterenZeven Wateren2012Juliet Marillier2012-20102
In Tableau zien de data er als volgt uit: ![De visualisatie toont voor elk boek de juiste jaren sinds het vorige boek](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_understand_table1_new.png) Als u de visualisatie echter wijzigt op een manier die van invloed is op de lay-out, zoals het verwijderen van een dimensie uit de weergave, wijzigen de berekeningswaarden. In de onderstaande afbeelding is bijvoorbeeld **Auteur** uit de visualisatie verwijderd. Omdat de tabelberekening per deelvenster wordt berekend, wordt door het verwijderen van Auteur de granulariteit en de lay-out van de visualisatie gewijzigd (in plaats van twee deelvensters is er nu slechts één). De tabelberekening berekent daarom de tijd tussen 1956 en 1999. ![De visualisatie toont onjuiste jaren sinds het vorige boek voor de Zeven Wateren-boeken](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_understand_table2_new.png) ### Ga verder naar [Het juiste berekeningstype kiezen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_understand_which.htm) ### Zie ook [De basisprincipes van berekeningen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_understand.htm) [Tips voor het maken van berekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_understand_formulas.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Best practices voor effectieve dashboards Een goed ontworpen dashboard kan de inspanningen van uw organisatie op één lijn brengen, belangrijke inzichten helpen blootleggen en de besluitvorming versnellen. Gebruik dit onderwerp voor tips over best practices voor het maken van effectieve dashboards in Tableau. ## Wat is u doel? ### Ken uw doel en doelgroep De beste visualisaties hebben een duidelijk doel en werken voor hun beoogde doelgroep. Wat probeert u te zeggen met dit dashboard? Presenteert u een conclusie of een kernvraag? Naast dat u weet wat u probeert te zeggen, is het ook belangrijk om te weten tegen wie u het zegt. Kent uw doelgroep dit onderwerp bijzonder goed of is het nieuw voor hen? Wat voor signalen hebben ze nodig? Denk na over deze vragen voordat u in de ontwerpfase duikt. Dat zal u helpen een geslaagd dashboard te maken. ### Gebruik de meest bekeken plek goed De meeste kijkers scannen webinhoud vanaf de linkerbovenhoek van een webpagina. Als u eenmaal weet wat het hoofddoel van uw dashboard is, zorg er dan voor dat u uw belangrijkste weergave zo plaatst dat deze de linkerbovenhoek van uw dashboard beslaat. In het onderstaande dashboard besloot de auteur dat de kaartweergave de kernboodschap bevat. ![Een kaart van de Verenigde Staten, staafdiagrammen met de winst per staat en tabellen met gedetailleerde winst per segment en verkopen met gemiddelde winst per subcategorie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_best_practices3.png) ## Ontwerp voor de echte wereld ### Werk op uw uiteindelijke weergaveformaat Tableau-dashboards zijn standaard ingesteld op een vast formaat. Als u deze instelling behoudt, zorg er dan voor dat u uw visualisatie opbouwt op het formaat waarop deze wordt bekeken. U kunt het formaat ook instellen op Automatisch, zodat Tableau de algemene afmetingen van een visualisatie automatisch aanpast op basis van de schermgrootte. Als u bijvoorbeeld een dashboard ontwerpt met 1300 x 700 pixels, zal Tableau het formaat ervan aanpassen voor kleinere schermen. Hierdoor worden weergaven of schuifbalken soms 'samengedrukt' weergegeven. Met de functie Scope voor het aanpassen van het formaat kunt u dit voorkomen. ![Een menu voor het kiezen van een vaste of relatieve grootte op een dashboard, met de optie voor een voorbeeld van het apparaat.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sizing3.png) Als u Tableau Desktop gebruikt om dashboards te maken, kunt u het ontwerp ook afstemmen op specifieke apparaatlay-outs. Zo kan uw dashboard bijvoorbeeld een set weergaven en objecten voor tablets bevatten, en een andere set weergaven en objecten voor mobiele telefoons. Zie [Dashboardlay-outs maken voor verschillende apparaattypen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dashboards_dsd_create.htm) voor de stappen. ### Beperk het aantal weergaven Over het algemeen is het een goed idee om het aantal weergaven dat u in uw dashboard opneemt te beperken tot twee of drie. Als u te veel weergaven toevoegt, kan de visuele helderheid en het grote geheel verloren gaan in de details. Als u merkt dat uw verhaal meer dan twee of drie weergaven nodig heeft, kunt u altijd meer dashboards maken. Te veel weergaven kunnen ook de prestaties van uw dashboard beïnvloeden nadat het is gepubliceerd. ![Beperk het aantal weergaven op uw dashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_best_practice1.gif) Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen ## Voeg interactiviteit toe om verkenning te stimuleren ### Toon filters Met filters kunnen gebruikers specificeren welke data in de weergave worden weergegeven. Filters inschakelen voor een veld: - In Tableau Desktop: klik met de rechtermuisknop op het veld in het datavenster en selecteer **Filter tonen**. - In Tableau Server of Tableau Cloud: klik in de werkbalk op Kaarten tonen/verbergen > Filters. U kunt elk filter aanpassen voor verschillende soorten data. U kunt filters bijvoorbeeld weergeven als selectievakjes voor meerdere selecties, keuzerondjes voor enkele selectie of vervolgkeuzelijsten, enz. U kunt een zoekknop, de optie om alle velden te tonen, besturingselementen voor nullwaarden en meer toevoegen. U kunt ook de titel van een filter bewerken om uw kijkers duidelijke instructies te geven voor interactie met de data. ![Een tabel geeft de winst per segment weer voor verschillende categorieën en subcategorieën voor meubilair, kantoorbenodigdheden en technologie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/best-practice-viz-design7.png) ### Schakel highlights in U kunt gebruik maken van de knop **Highlighten** op de werkbalk om highlights tussen weergaven in te stellen. Wanneer highlights zijn ingeschakeld, zal een selectie in de ene weergave gerelateerde data in de andere weergaven highlighten. U kunt highlights voor alle velden inschakelen of specifieke velden selecteren. Zie [Highlightacties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/actions_highlight.htm) voor meer informatie over de verschillende methoden die u kunt gebruiken om data te highlighten. U kunt ook een Highlighter weergeven waarmee uw klanten een highlight kunnen toepassen op delen van een weergave op basis van wat ze invoeren of selecteren. De Highlighter weergeven: 1. Ga naar het werkblad waar de weergave zich bevindt (of selecteer Ga naar blad op het dashboard). 2. Klik met de rechtermuisknop op het veld dat u wilt highlighten (het moet een discreet veld zijn) en kies Highlighter tonen: ![Een tabel met de winst per segment, waarbij het contextmenu is uitgevouwen en de optie Highlighter weergeven is geselecteerd en gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_best_practices4.png) In de Highlighter kunnen uw gebruikers termen selecteren of invoeren om data in de weergave te highlighten: ![Een tabel met de winst per segment, waarbij de zoektekst is ingevoerd in de gehighlighte configuratieopties voor de subcategorie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_best_practices5.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Best practices voor het maken van berekeningen in Tableau ## Algemene regel: vermijd meermalig gebruik van een berekend veld in een andere berekening Als u meerdere keren naar hetzelfde berekende veld verwijst binnen een andere berekening, gaat dit ten koste van de prestaties. Als u een berekend veld binnen een berekening gebruikt (ofwel een geneste berekening maakt), is het raadzaam hiernaar slechts één keer in de berekening te verwijzen. Het meermalig verwijzen naar een veld (eindveld) in een berekening zal de prestaties normalerwijs niet verslechteren. ### Voorbeeld Stel dat u een berekend veld maakt dat een ingewikkelde berekening van meerdere regels gebruikt om vermeldingen of Twitter-handles in tweets te vinden. Het berekende veld heet Twitter Handle. Elke handle die wordt geretourneerd, begint met het teken @ (bijvoorbeeld: @gebruiker). Voor uw analyse wilt u het symbool @ verwijderen. Dit doet u door de volgende berekening te gebruiken om het eerste teken uit de string te verwijderen: `RIGHT([Twitter Handle], LEN([Twitter Handle]) -1)` Deze berekening is vrij eenvoudig. Omdat er echter twee keer naar de berekening Twitter Handle wordt verwezen, wordt die berekening tweemaal uitgevoerd voor elke record in uw databron: één keer voor de RIGHT-functie en nogmaals voor de LEN-functie. Om te voorkomen dat dezelfde berekening meermaals wordt uitgevoerd, kunt u de berekening wijzigen in een berekening die slechts eenmaal gebruikmaakt van de Twitter Handle-berekening. In dit voorbeeld kunt u MID gebruiken om hetzelfde doel te bereiken: `MID([Twitter Handle], 2)` ## Tip 1: converteer meerdere gelijkheidsvergelijkingen naar een CASE-expressie of een groep Stel dat u de volgende berekening hebt, waarbij het berekende veld Person (calc) meerdere keren wordt gebruikt en waarbij een reeks OR-functies wordt gebruikt. Hoewel deze berekening een eenvoudige logische expressie is, veroorzaakt deze prestatieproblemen bij query's, omdat de berekening Person (calc) minstens tien keer wordt uitgevoerd. `IF [Person (calc)] = 'Henry Wilson' OR [Person (calc)] = 'Jane Johnson' OR [Person (calc)] = 'Michelle Kim' OR [Person (calc)] = 'Fred Suzuki' OR [Person (calc)] = 'Alan Wang' THEN 'Lead' ELSEIF [Person (calc)] = 'Susan Nguyen' OR [Person (calc)] = 'Laura Rodriguez' OR [Person (calc)] = 'Ashley Garcia' OR [Person (calc)] = 'Andrew Smith' OR [Person (calc)] = 'Adam Davis' THEN 'IC' END` Probeer de volgende oplossingen in plaats van een gelijkheidsvergelijking te gebruiken. ### Oplossing 1 Gebruik een CASE-expressie. Bijvoorbeeld: `CASE [Person (calc)] WHEN 'Henry Wilson' THEN 'Lead' WHEN 'Jane Johnson' THEN 'Lead' WHEN 'Michelle Kim' THEN 'Lead' WHEN 'Fred Suzuki' THEN 'Lead' WHEN 'Alan Wang' THEN 'Lead' WHEN 'Susan Nguyen' THEN 'IC' WHEN 'Laura Rodriguez' THEN 'IC' WHEN 'Ashley Garcia' THEN 'IC' WHEN 'Andrew Smith' THEN 'IC' WHEN 'Adam Davis' THEN 'IC' END` In dit voorbeeld wordt slechts één keer verwezen naar het berekende veld Person (calc). Daarom wordt het slechts één keer uitgevoerd. CASE-expressies zijn ook verder geoptimaliseerd in de querypijplijn, zodat u een extra prestatievoordeel krijgt. ### Oplossing 2 Maak een groep in plaats van een berekend veld. Zie [Uw data groeperen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_groups_creating.htm) voor meer informatie. ## Tip 2: converteer meerdere tekenreeksberekeningen naar één REGEXP-expressie **Opmerking**: REGEXP-berekeningen zijn alleen beschikbaar bij gebruik van Tableau-data-extracten of bij verbinding met databronnen van de volgende typen: tekstbestand, Hadoop Hive, Google BigQuery, PostgreSQL, Tableau-data-extract, Microsoft Excel, Salesforce, Vertica, Pivotal Greenplum, Teradata (versie 14.1 en hoger) en Oracle. Zie [Aanvullende functies (Regex, Hadoop Hive, Google BigQuery)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_additional.htm) voor meer informatie. ### Voorbeeld 1: CONTAINS Stel dat u de volgende berekening hebt, waarbij het berekende veld Category (calc) meerdere keren wordt gebruikt. Hoewel deze berekening ook een eenvoudige logische expressie is, worden de prestaties van query's erdoor aangetast, omdat de berekening Category (calc) meermaals wordt uitgevoerd. `IF CONTAINS([Segment (calc)],'UNKNOWN') OR CONTAINS([Segment (calc)],'LEADER') OR CONTAINS([Segment (calc)],'ADVERTISING') OR CONTAINS([Segment (calc)],'CLOSED') OR CONTAINS([Segment (calc)],'COMPETITOR') OR CONTAINS([Segment (calc)],'REPEAT') THEN 'UNKNOWN' ELSE [Segment (calc)] END` U kunt een REGEXP-expressie gebruiken om dezelfde resultaten te krijgen met minder herhaling. #### Oplossing `IF REGEXP_MATCH([Segment (calc)], 'UNKNOWN|LEADER|ADVERTISING|CLOSED|COMPETITOR|REPEAT') THEN 'UNKNOWN' ELSE [Segment (calc)] END` Bij tekenreeksberekeningen die een soortgelijk patroon gebruiken, kunt u dezelfde REGEXP-expressie gebruiken. ### Voorbeeld 2: STARTSWITH `IF STARTSWITH([Segment (calc)],'UNKNOWN') OR STARTSWITH([Segment (calc)],'LEADER') OR STARTSWITH([Segment (calc)],'ADVERTISING') OR STARTSWITH([Segment (calc)],'CLOSED') OR STARTSWITH([Segment (calc)],'COMPETITOR') OR STARTSWITH([Segment (calc)],'REPEAT') THEN 'UNKNOWN'` #### Oplossing `IF REGEXP_MATCH([Segment (calc)], '^(UNKNOWN|LEADER|ADVERTISING|CLOSED|COMPETITOR|REPEAT)') THEN 'UNKNOWN' ELSE [Segment (calc)] END` Houd er rekening mee dat het symbool ^ in deze oplossing wordt gebruikt. ### Voorbeeld 3: ENDSWITH `IF ENDSWITH([Segment (calc)],'UNKNOWN') OR ENDSWITH([Segment (calc)],'LEADER') OR ENDSWITH([Segment (calc)],'ADVERTISING') OR ENDSWITH([Segment (calc)],'CLOSED') OR ENDSWITH([Segment (calc)],'COMPETITOR') OR ENDSWITH([Segment (calc)],'REPEAT') THEN 'UNKNOWN' ELSE [Segment (calc)] END` #### Oplossing `IF REGEXP_MATCH([Segment (calc)], '(UNKNOWN|LEADER|ADVERTISING|CLOSED|COMPETITOR|REPEAT)$') THEN 'UNKNOWN' ELSE [Segment (calc)] END` Houd er rekening mee dat het symbool $ in deze oplossing wordt gebruikt. ## Tip 3: manipuleer tekenreeksen met REGEXP in plaats van LEFT, MID, RIGHT, FIND, LEN Reguliere expressies kunnen een zeer krachtig hulpmiddel zijn. Overweeg het gebruik van reguliere expressies bij complexe tekenreeksmanipulatie. In veel gevallen zal het gebruik van een reguliere expressie resulteren in een kortere en efficiëntere berekening. Zie de blogpost [Vertrouwd raken met regex en werken met imperfecte data](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2015/6/become-regular-regular-expressions-39802) (in het Engels) op de Tableau-blog voor meer informatie over reguliere expressies. ### Voorbeeld 1 Stel dat u de volgende berekening hebt, waarbij protocollen uit URL's worden verwijderd. Bijvoorbeeld: "https://www.tableau.com" wordt "www.tableau.com". `IF (STARTSWITH([Server], "http://")) THEN MID([Server], Len("http://") + 1) ELSEIF(STARTSWITH([Server], "https://")) THEN MID([Server], Len("https://") + 1) ELSEIF(STARTSWITH([Server], "tcp:")) THEN MID([Server], Len("tcp:") + 1) ELSEIF(STARTSWITH([Server], "\\")) THEN MID([Server], Len("\\") + 1) ELSE [Server] END` #### Oplossing U kunt de berekening vereenvoudigen en de prestaties verbeteren door een REGEXP\_REPLACE-functie te gebruiken. `REGEXP_REPLACE([Server], "^(http://|https://|tcp:|\\\\)", " )` ### Voorbeeld 2 Stel dat u de volgende berekening hebt, die het tweede deel van een IPv4-adres retourneert. Bijvoorbeeld: "172.16.0.1" wordt "16". `IF (FINDNTH([Server], ".", 2) > 0) THEN MID([Server], FIND([Server], ".") + 1, FINDNTH([Server], ".", 2) - FINDNTH([Server], ".", 1) - 1 ) END` #### Oplossing U kunt de berekening vereenvoudigen en de prestaties verbeteren door een REGEXP\_EXTRACT-functie te gebruiken. `REGEXP_EXTRACT([Server], "\.([^\.]*)\.")` ## Tip 4: gebruik geen sets in berekeningen Als u sets in een berekening gebruikt, overweeg dan om deze te vervangen door een alternatieve maar gelijkwaardige berekening. ### Voorbeeld Stel dat u de volgende berekening hebt, waarbij gebruik wordt gemaakt van de set Top Customers (set). `IF ISNULL([Customer Name]) OR [Top customers (set)] THEN [Segment] ELSE [Customer Name] END` ### Oplossing 1 Als de set eenvoudig is, kunt u een berekend veld maken dat hetzelfde resultaat retourneert als de set. Bijvoorbeeld: `CASE [Customer Name] WHEN 'Henry Wilson' THEN True WHEN 'Jane Johnson' THEN True WHEN 'Michelle Kim' THEN True WHEN 'Fred Suzuki' THEN True WHEN 'Alan Wang' THEN True ELSE False END` **Opmerking**: gebruik van het patroon WHEN TRUE … ELSE wordt in deze situatie aanbevolen om prestatieproblemen als gevolg van het gebruik van sets te voorkomen. In de meeste scenario's is dit geen aanbevolen patroon. ### Oplossing 2 Als de set complexer is, kunt u overwegen een groep te maken die alle elementen in de set toewijst aan een bepaalde waarde of een bepaald kenmerk, zoals 'IN', en vervolgens de berekening aan te passen om te controleren op die waarde of dat kenmerk. Bijvoorbeeld: `IF ISNULL([Customer Name]) OR [Top Customers(group)]='IN' THEN [Segment] ELSE [Customer Name] END` Zie [Uw data groeperen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_groups_creating.htm) en [Sets maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_sets_create.htm) voor meer informatie. ## Tip 5: gebruik geen sets om uw data te groeperen Sets zijn bedoeld om vergelijkingen te maken op subsets van data. Groepen zijn bedoeld om verwante leden in een veld te combineren. Het converteren van sets naar groepen, zoals in het volgende voorbeeld, wordt niet aanbevolen: `IF [Americas Set] THEN "Americas" ELSEIF [Africa Set] THEN "Africa" ELSEIF [Asia Set] THEN "Asia" ELSEIF [Europe Set] THEN "Europe" ELSEIF [Oceania Set] THEN "Oceania" ELSE "Unknown" END` Dit wordt niet aanbevolen om de volgende redenen: - **Sets zijn niet altijd exclusief**. Sommige leden kunnen in meerdere sets voorkomen. Rusland zou bijvoorbeeld zowel in de set Europe als in de set Asia kunnen worden geplaatst. - **Sets kunnen niet altijd naar groepen worden vertaald**. Als de sets worden gedefinieerd door uitsluiting, voorwaarden of limieten, kan het moeilijk of zelfs onmogelijk zijn om een gelijkwaardige groep te creëren. ### Oplossing Groepeer uw data met behulp van de functie Groep. Zie [Uw data groeperen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_groups_creating.htm) voor meer informatie. ## Zie ook [Berekeningstypen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_understand_types.htm) [Functies in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Best practices voor het ontwerpen van toegankelijke weergaven U hebt een geweldige weergave gemaakt en u wilt deze toegankelijker maken, zodat al uw gebruikers de data kunnen zien en begrijpen. Tableau ondersteunt verschillende besturingselementen voor het maken van toegankelijke weergaven. Deze besturingselementen voldoen aan de vereisten van US Section 508 en de richtlijnen voor toegankelijkheid van webinhoud (WCAG 2.2 AA). Zorg ervoor dat inhoud die wordt gedeeld vanuit Tableau Cloud of Tableau Server de stappen volgt in [Weergaven voor toegankelijkheid maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm) en ook aansluit bij deze WCAG 2.2 AA-principes: - **Waarneembaar:** Informatie en componenten van de gebruikersinterface moeten aan gebruikers worden gepresenteerd op een manier die de gebruikers kunnen waarnemen. Overweeg om alternatieve tekst of andere manieren op te nemen om de inhoud te presenteren. - **Bedienbaar:** De componenten van de gebruikersinterface en de navigatie moeten toegankelijk zijn voor gebruikers vanaf de verschillende apparaten of methoden die ze gebruiken om met de weergave te communiceren. - **Begrijpelijk:** De informatie die in de weergave wordt gepresenteerd, moet begrijpelijk zijn voor uw gebruikers. Gebruik bijvoorbeeld duidelijk te onderscheiden namen en labels voor verschillende elementen die in uw weergave worden getoond. Volg de best practices die worden beschreven in dit artikel en in [Weergaven voor toegankelijkheid maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm) om weergaven te maken die toegankelijk zijn voor al uw gebruikers wanneer ze worden gepubliceerd op Tableau Server of Tableau Cloud. ## Houd het simpel **WCAG 2.1 AA-principe:** Begrijpelijk Mogelijk hebt u veel informatie die u via uw weergave wilt communiceren. Weergaven met veel en/of complexe data kunnen echter moeilijk te begrijpen of te navigeren zijn met een schermlezer of toetsenbord. Gebruik de volgende richtlijnen om alles te communiceren wat u wilt, zonder uw gebruikers te overweldigen met een overvolle weergave. - Aggregeer uw data waar mogelijk, om het aantal getoonde markeringen te verminderen. Als er meer dan 1000 markeringen worden weergegeven, kan dit ertoe leiden dat de weergave wordt gerenderd door de server, en niet door de browser. Deze gerenderde weergaven worden nog niet ondersteund voor WCAG-uitlijning. Gebruikers hebben ook toegang tot de pagina Data weergeven (standaard ingeschakeld) om de onderliggende data voor de cijfers te bekijken. U kunt de data van die pagina desgewenst ook downloaden naar een toegankelijke toepassing, zodat de gebruiker ze op die manier kan bekijken. **Voorbeeld**: Dit voorbeeld toont twee verschillende staafdiagramweergaven om het verschil tussen een gedetailleerde en geaggregeerde weergave te illustreren.
Niet gemakkelijk toegankelijk - Te veel markeringenToegankelijker - Geaggregeerde weergave
Kolomdiagram met 5000 markeringenKolomdiagram met tekstlabels en minder markeringen
  • Zoveel details maken de weergave een stuk lastiger om te begrijpen.

  • De weergave toont meer dan 5000 markeringen en bevat niet genoeg tekst om aan te geven wat de verschillende markeringen vertegenwoordigen.

  • De weergave is lastig te lezen door gebruikers die schermlezers nodig hebben.

  • Dit voorbeeld toont dezelfde weergave, waarbij de data op een hoger niveau zijn geaggregeerd.

  • Belangrijke datapunten zijn nog steeds opgenomen, maar zijn nu gemakkelijker te lezen en begrijpelijker voor gebruikers.

  • Het aantal markeringen is teruggebracht van ruim 5000 naar ongeveer 20.

  • Gebruikers kunnen nog steeds de onderliggende details van de markeringen lezen door de focus op de weergave te plaatsen en vervolgens op Enter te drukken om de pagina Data weergeven te openen.

- Overweeg eenvoudige grafische elementen, zoals staaf- of lijndiagrammen, waarmee u tekst, kleur en vormen kunt gebruiken om meer context aan de weergave toe te voegen. - Beperk het aantal markeringen en gebruik alleen de markeringen die de belangrijkste datapunten benadrukken. Zie [Houd het simpel](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm#SimpleAggregated) in [Weergaven voor toegankelijkheid maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm) voor voorbeelden en informatie over hoe u dit type weergave kunt maken. ## Titels en bijschriften **WCAG 2.1 AA-principe:** Waarneembaar, begrijpelijk Goed beschrijvende tekst in titels en bijschriften biedt context aan gebruikers die ondersteunende technologie toepassen. Hiermee kunnen ze de data in uw weergave een stuk makkelijker begrijpen. Met de volgende richtlijnen kunt u de visuele aard van Tableau aanpassen aan de behoeften van al uw gebruikers. - Beschouw uw weergaven als een aanvulling op de tekst die u gebruikt om ze te beschrijven. - Gebruik tekst in titels en bijschriften om uw visualisaties en wat u eigenlijk wilt laten zien, helder te beschrijven. - Gebruik eenvoudige, gemakkelijk te begrijpen taal. Vermijd jargon, acroniemen of afkortingen. - Gebruik geen woorden als 'afbeelding van' of 'foto van' in uw tekstbeschrijvingen, omdat schermlezers deze informatie soms bevatten. - Vermijd hoofdletters (bijvoorbeeld in kopteksten of titels), omdat deze moeilijk leesbaar kunnen zijn. **Voorbeeld:** Dit voorbeeld toont twee verschillende staafdiagrammen. Eén diagram met heel weinig tekst en de ander met titels en bijschriften om context toe te voegen
Niet gemakkelijk toegankelijk - Te weinig tekstToegankelijker - Beschrijvende tekst toegevoegd om context te bieden
Kolomdiagram met minimale tekstKolomdiagram met toegevoegde titels en bijschriften
  • Een titel van één woord is niet beschrijvend genoeg.

  • De markeringen onderscheiden zich door kleur en grootte. Maar zonder aanvullende tekst kan de context voor deze markeringen moeilijk te begrijpen zijn.

  • Er is geen bijschrift of andere verklarende tekst om deze weergave te verduidelijken.

  • Dit voorbeeld toont dezelfde weergave, maar bevat aanvullende verklarende tekst in zowel de titel als het bijschrift.

  • Dezelfde contrastkleurschaal en grootteverschillen worden gebruikt, maar voor extra context zijn er labels toegevoegd aan de staafmarkeringen.

Zie [Meer tekst tonen en zorgen dat deze nuttig is](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm#UseText) in [Weergaven voor toegankelijkheid maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm) voor informatie en voorbeelden over het bouwen van een weergave die tekst bevat voor meer context. ## Aanvullende tekst **WCAG 2.1 AA-principe:** Waarneembaar, begrijpelijk Als u meer tekst gebruikt dan alleen voor titels en bijschriften, kunnen gebruikers makkelijker de context begrijpen van hetgeen u toont. Ook kunt u zo de relatie tussen uw data en de verschillende besturingselementen beschrijven (zoals legenda's en filters). Gebruik deze richtlijnen voor het toevoegen van extra tekst: - Gebruik tekst in koppen op legenda's of filters om het besturingselement te beschrijven en wat het doet. U kunt ook tekstzones op een dashboard gebruiken om context aan uw visualisaties toe te voegen om diepgaander te beschrijven wat u laat zien. - Voeg alternatieve tekst (alt-tekst) toe aan visualisaties. Vanaf Tableau 23.1 wordt de alternatieve tekst voor visualisaties automatisch gegenereerd. In Tableau 23.2 en hoger kunt u de automatisch gegenereerde alternatieve tekst bewerken om zo context toe te voegen waarvan u weet dat deze belangrijk is voor uw publiek. - Verwijs waar mogelijk naar de besturingselementen op het label. Als u bijvoorbeeld het label voor een legenda wijzigt van **Subcategorie** naar **Kleursleutel voor producttype** kan dat gebruikers helpen om de relatie tussen de besturingselementen en de data beter te begrijpen. - Als u tekst van een link in uw weergave opneemt, gebruik dan tekst die beschrijft waar de link de gebruiker naartoe brengt. Gebruik bijvoorbeeld tekst zoals 'Statistieken over de opwarming van de aarde voor 1990-2020'. Vermijd woorden als 'Klik hier', 'Meer' of 'Meer informatie'. Deze tekstvoorbeelden zijn te algemeen en kunnen verwarrend zijn voor gebruikers. - **Voorbeeld:** In het volgende voorbeeld worden twee bellendiagrammen weergegeven. Eén weergave gebruikt alleen de tekst die standaard wordt getoond bij het maken van een weergave, en één weergave heeft extra tekst die context toevoegt aan de hele weergave om de betekenis over te brengen.
Niet gemakkelijk toegankelijk - Te weinig tekstToegankelijker - Meer beschrijvende tekst
bellendiagram met heel weinig tekstbellendiagram met titel, bijschriften en meer tekst
  • Deze weergave gebruikt alleen standaardtekst voor de bladtitel en standaardlabels voor de filters en legenda.

  • De markeringen onderscheiden zich alleen door grootte en kleur.

  • Er is geen bijschrift of andere verklarende tekst in de weergave opgenomen om context te bieden.

  • Dit voorbeeld toont dezelfde weergave, maar bevat aanvullende verklarende tekst.

  • Er is extra tekst toegevoegd aan de titel en het bijschrift om de relatie tussen de markeringen uit te leggen en om extra context te bieden over wat de weergave laat zien.

  • Markeringslabels worden toegevoegd om winstcijfers weer te geven, zodat gebruikers niet alleen op de kleur hoeven te vertrouwen om deze informatie te begrijpen.

Zie [Meer tekst tonen en zorgen dat deze nuttig is](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm#UseText) En [Weergaven voor toegankelijkheid maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm#Edit) in [Weergaven voor toegankelijkheid maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm) voor informatie en voorbeelden over hoe u een weergave kunt maken die extra tekst voor context bevat. ## Kleur en contrast **WCAG 2.1 AA-principe:** Waarneembaar, begrijpelijk Door kleuren te gebruiken kunt u de markeringen in uw weergave beter van elkaar onderscheiden. Voor gebruikers met een visuele beperking biedt kleur alleen echter niet altijd genoeg onderscheid. Te veel kleuren maken het extra lastig als er veel markeringen in een weergave voorkomen. Hanteer deze richtlijnen voor het toevoegen van kleur in uw weergaven: - Tableau biedt een kleurenblind-palet waarmee u de juiste kleuren voor uw weergave kunt selecteren. Probeer voor elk kleurenpalet dat u gebruikt voldoende contrast te bieden en wijs ook kleuren toe die van elkaar verschillen in het licht-donkerspectrum. - Gebruik voor lijnmarkeringen aanvullende opties zoals vormen, grootte en labels om ze beter te kunnen onderscheiden. - Gebruik [tools voor contrastanalyse](https://www.paciellogroup.com/resources/contrastanalyser/) om de beste tekstkleuren en achtergronden met voldoende contrastverhoudingen te selecteren. Zorg ervoor dat het kleurcontrast voor tekst sterk is en voldoet aan de contrastverhoudingsnormen van 4,5:1 (3:1 voor grote tekst). **Voorbeeld:** Dit voorbeeld toont twee lijndiagrammen. In één diagram wordt kleur alleen gebruikt om de lijnen te onderscheiden, terwijl het andere diagram meer geschikte kleuren en vormen gebruikt om markeringen te onderscheiden
Niet gemakkelijk toegankelijk - Alleen kleur gebruikt om markeringen te onderscheidenToegankelijker - Kleur en vorm gebruikt om markeringen te onderscheiden
lijndiagram dat alleen kleur gebruikt om markeringen te onderscheidenlijndiagram dat zowel kleur als vormen gebruikt om markeringen te onderscheiden
  • Deze weergave gebruikt alleen kleur om de lijnen van elkaar te onderscheiden.

  • De markeringen in de weergave gebruiken geen kleurenpalet dat volledig toegankelijk is voor gebruikers met een visuele beperking.

  • Dit voorbeeld toont dezelfde weergave, maar gebruikt zowel kleur als vorm om de markeringen te identificeren.

  • Een kleurenlegenda en een vormlegenda met duidelijke titels geven aan wat de kleuren en vormen in de weergave voorstellen.

Zie [Weergaven voor toegankelijkheid maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm#ColorContrast) in [Weergaven voor toegankelijkheid maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm) voor informatie en voorbeelden over hoe u een weergave kunt maken waarin kleur wordt gebruikt om markeringen te onderscheiden. ## Uw weergave publiceren **WCAG 2.1 AA-principe:** Waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk Om uw weergaven beschikbaar te maken voor uw gebruikers, publiceert u uw weergave naar Tableau Server of Tableau Cloud. Klik vervolgens in het werkbalkmenu op Delen. Gebruikers kunnen werken met de weergave- en werkbalkknoppen met behulp van een schermlezer of toetsenbord. Zie [Toetsenbordtoegankelijkheid voor Tableau op het web](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/access_keyboard_navigation.htm) voor meer informatie. Voor informatie over het publiceren en insluiten van werkmappen zoekt u naar de insluitcode en schakelt u de werkbalk uit. Zie [Weergaven voor toegankelijkheid maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm#Publish) in [Weergaven voor toegankelijkheid maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Best practices voor het vertellen van geweldige verhalen Een goed dataverhaal brengt data en feiten tot leven. Gebruik dit artikel voor tips over best practices voor het gebruik van de functie Story Point (Verhaalpunt) van Tableau. ## Wat is het doel van uw verhaal? Voordat u begint met het maken van uw verhaal, moet u even nadenken over het doel van uw verhaal en wat u wilt dat de kijkerservaring zal zijn. Is het een oproep tot actie, een eenvoudig verhaal of presenteert u een casus? Als u een casus presenteert, moet u beslissen of u datapunten wilt presenteren die aan het eind tot een conclusie leiden, of dat u wilt beginnen met een conclusie en vervolgens de ondersteunende datapunten wilt tonen. De laatste aanpak werkt goed bij een drukke doelgroep. Ten slotte kunt u door uw verhaal eerst op papier of op een whiteboard te schetsen om problemen met uw verhaalreeks snel te identificeren. ## De zeven soorten dataverhalen Wanneer u de verhaalfunctie gebruikt, bouwt u een reeks punten op. Elk punt kan een weergave, een dashboard of zelfs alleen tekst bevatten. In sommige verhalen wordt gedurende het hele verhaal hetzelfde standpunt ingenomen, met tekstuele aantekeningen en verschillende filters die op verschillende punten worden toegepast om de verhaallijn te ondersteunen. In de onderstaande tabel worden zeven verschillende benaderingen voor dataverhalen beschreven die u kunt gebruiken. Voor elke benadering wordt een voorbeeld gegeven. Elk type dataverhaal wordt ook geïllustreerd in de [Werkmap met voorbeelden van dataverhalen](http://public.tableau.com/nl-nl/profile/ben.jones#!/vizhome/WorldPopulationDay/1_ChangeOverTime?:embed=y&:display_count=yes) in Tableau Public. Een enkel verhaal kan ook meer dan één benadering gebruiken. Zie [Voorbeeld: een verhaal dat een trend onderzoekt](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/story_example.htm).
Type dataverhaalBeschrijving

Een type dataverhaal dat in de loop van de tijd verandert.

Wijzigen in de loop van de tijd

Wat het doet: gebruikt een chronologie om een trend te illustreren.

Discussies die worden gestart: waarom is dit gebeurd, of waarom gebeurt dit steeds weer? Wat kunnen we doen om dit te voorkomen of te bewerkstelligen?

Een type dataverhaal met meer details.

Meer details weergeven

Wat het doet: hiermee wordt de context gecreëerd, zodat uw doelgroep beter begrijpt wat er in een bepaalde categorie gebeurt.

Discussies starten: waarom is deze persoon, plaats of zaak anders? Hoe verhoudt de prestatie van deze persoon, plaats of zaak zich tot die van anderen?

Een type dataverhaal waarbij u kunt uitzoomen.

Uitzoomen

Wat het doet: beschrijft hoe iets waar uw doelgroep om geeft, zich verhoudt tot het grotere geheel.

Discussie die wordt gestart: hoe verhoudt iets waar u om geeft zich tot het grotere geheel? Welk effect heeft één gebied op het grotere geheel?

Een type dataverhaal dat het contrast tussen twee onderwerpen laat zien.

Contrast

Wat het doet: geeft aan hoe twee of meer onderwerpen verschillen.

Discussies die worden gestart: waarom zijn deze zaken anders? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat A hetzelfde presteert als B? Op welk gebied moeten we ons concentreren en op welk gebied presteren we goed?

Een type dataverhaal met kruispunten.

Kruispunten

Wat het doet: markeert belangrijke verschuivingen wanneer de ene categorie de andere inhaalt.

Discussies die worden gestart: wat veroorzaakt deze verschuivingen? Zijn deze veranderingen goed of slecht? Hoe beïnvloeden deze verschuivingen andere aspecten van ons plan?

Een type dataverhaal met factoren.

Factoren

Wat het doet: legt een onderwerp uit door het in typen of categorieën te verdelen.

Discussies die worden gestart: is er een bepaalde categorie waarop we ons meer moeten richten? In hoeverre beïnvloeden deze punten de statistieken die voor ons van belang zijn?

Een type dataverhaal met uitschieters.

Uitschieters

Wat het doet: geeft afwijkingen aan of situaties waarin dingen uitzonderlijk anders zijn.

Discussies die worden gestart: waarom is deze zaak anders?

## Houd het simpel Een veelgemaakte fout is dat men te veel weergaven en dashboards in één verhaal probeert te proppen. Het resultaat is dat uw kijkers te veel punten moeten verwerken. Het is ook belangrijk dat elk verhaalpunt duidelijk is. Neem even een stapje terug en bekijk uw verhaal vanuit het perspectief van iemand die het nog nooit heeft gezien. Elk element moet een doel dienen. Als bijschriften, titels, legenda's of rasterlijnen niet nodig zijn, verwijder ze dan!
VoorNa
Een rommelig dataverhaal.Een overzichtelijk dataverhaal.
## Gebruik 'Passend maken voor' in uw dashboards Dashboards zijn een veelvoorkomend ingrediënt in Tableau-verhalen. Voor dashboards die u in uw verhaal wilt opnemen, kunt u de optie Passend maken voor onder Formaat in het deelvenster Dashboard. Hierdoor wordt de grootte van uw dashboard aangepast, zodat deze geschikt is voor het verhaal dat u maakt. ![Een vervolgkeuzemenu met vaste weergaveformaten voor uw dashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_fit_to_story.png) ## Plan snelle laadtijden Het mooiste verhaal ter wereld zal niet veel impact hebben als het te lang duurt om te laden nadat het is gepubliceerd. Mensen vinden lange wachttijden frustrerend. Filteren is een veelvoorkomende oorzaak van langzame laadtijden. Hoewel filters effectief zijn bij het beperken van de hoeveelheid te analyseren data, hebben ze ook invloed op de queryprestaties. Filters voor Uitsluiten zijn bijvoorbeeld doorgaans langzamer dan filters voor Alleen deze behouden. Dit komt omdat filters voor Uitsluiten alle data voor een dimensie laden in plaats van alleen de data die u wilt behouden. [De volgorde van bewerkingen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/order_of_operations.htm) kennen kan uw laadtijden ook verkorten. Een aantal van de belangrijkste prestatiebeslissingen die u als auteur neemt, vinden plaats nog voordat u uw eerste weergave of verhaal maakt: in de fase van de datavoorbereiding. Neem even de tijd om vertrouwd te raken met de data waarmee u werkt. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Bestandstypen en mappen in Tableau U kunt uw werkmap op het web opslaan door Bestand > Opslaan op web te selecteren. U kunt werkmappen ordenen en verwijderen door in te loggen op Tableau Public of door op de startpagina op Werkmappen beheren te klikken. Elke weergave die is opgeslagen in Tableau Public kan worden gedownload en lokaal op uw computer worden opgeslagen, inclusief de ruwe data als onderdeel van een werkmappakketbestand (TWBX). Met deze functie kan iedereen met Tableau DesktopProfessional of Personal Editions, of de gratis Tableau Desktop Public Edition, het analytische werk achter de oorspronkelijke werkmap bekijken en uitbreiden. De gedownloade werkmappen kunnen worden geopend met Tableau Public Desktop Edition, zolang het originele bestand actief blijft in Tableau Public. Als de oorspronkelijke auteur de inhoud uit Tableau Public verwijdert, kan Tableau Desktop Public Edition het gedownloade bestand ook niet meer openen. Met Tableau Desktop Personal en Professional Editions kunt u bestanden openen die u van Tableau Public hebt gedownload, zelfs nadat het origineel van de Tableau Public-server is verwijderd. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Bins maken van een continue meetwaarde Soms is het handig om een continue meetwaarde (of een numerieke dimensie) om te zetten in bins. Elk discreet veld in Tableau kan worden beschouwd als een reeks bins. Stel dat u bijvoorbeeld een weergave maakt met Winst in Rijen en Staat in Kolommen. U zou het veld Staat kunnen beschouwen als een reeks bins: elke winstwaarde wordt gesorteerd in een bin die overeenkomt met de staat van waaruit de waarde is opgehaald. Als u echter waarden wilt bekijken voor Winst die zijn toegewezen aan bins zonder verwijzing naar een dimensie, kunt u een numerieke bin maken, waarbij elke afzonderlijke bin overeenkomt met een reeks waarden. **Opmerking:** u kunt alleen voor relationele databronnen data in bins plaatsen en velden die in bins zijn opgeslagen, kunnen niet in berekeningen worden gebruikt. Het is echter mogelijk om een berekend veld te maken dat een bin van een specifiek formaat repliceert. Met `(FLOOR([Sales]/1000)*1000)` maakt u bijvoorbeeld bins met een formaat van 1000 die kunnen worden gebruikt met kubusdatabronnen en berekende velden. Wanneer u bins maakt van een meetwaarde, maakt u een nieuwe dimensie. Dat komt omdat u een veld met een beperkte en discrete reeks mogelijke waarden maakt uit een veld met een onbeperkt, continu bereik van waarden. Wanneer de dimensie echter eenmaal is gemaakt, kunt u deze converteren in een continue dimensie. Dit kan bijvoorbeeld handig zijn als u een histogram wilt maken. Zie [Een histogram maken van een dimensie die is opgeslagen in bins](#CreateHisto). **U maakt als volgt een dimensie die is opgeslagen in bins:** 1. Klik in het deelvenster Data met de rechtermuisknop (op een Mac met de Control-toets) op een meetwaarde en selecteer Maken \> Bins. ![Een vervolgkeuzemenu met opties om een nieuw berekend veld, groep of bin te maken met de bin geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_bins5.png) 2. Accepteer in het dialoogvenster Bins maken de voorgestelde nieuwe veldnaam Nieuw of geef een andere naam op voor het nieuwe veld. ![Een afbeelding met het dialoogvenster Bins maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_bins3.png) Op internet heeft het dialoogvenster de titel Bins bewerken en ziet het er enigszins anders uit, maar de opties zijn hetzelfde. 3. Geef een waarde op in het veld Formaat van bins of laat Tableau een waarde voor u berekenen. - Als Tableau de optimalisatieberekening snel genoeg kan uitvoeren, is de waarde die u aanvankelijk in Formaat van bins ziet het door Tableau geschatte optimale binformaat. - Als Tableau de optimalisatieberekening niet snel kan uitvoeren, krijgt het veld Formaat van bins de standaardwaarde 10. In dit geval kunt u op Voorgesteld formaat van bin klikken om Tableau de optimalisatieberekening te laten uitvoeren. De formule die Tableau gebruikt voor de berekening van het optimale binformaat is `Number of Bins = 3 + log2(n) * log(n)`. In de formule is _n_ het aantal verschillende rijen in de tabel. Het formaat van elke bin wordt bepaald door het verschil tussen de kleinste en de grootste waarden te delen door het aantal bins. De vier alleen-lezen velden in het onderste gedeelte van het dialoogvenster Bins maken tonen de data die Tableau gebruikt om een binformaat voor te stellen. U kunt deze waarden ook overwegen als u handmatig een binformaat wilt instellen. De waarden zijn:
MinDe minimumwaarde van het veld.
MaxDe maximumwaarde van het veld.
VerschilHet verschil tussen de minimum- en maximumwaarden van het veld.
Aantal (uniek)Het aantal afzonderlijke waarden (rijen) in de data.
Nadat u op OK hebt geklikt om het dialoogvenster Bins maken te sluiten, wordt er een nieuw veld dat is opgeslagen in bins weergegeven in het deelvenster Data. Wanneer u een dimensie die is opgeslagen in bins aan de weergave toevoegt, fungeert elke bin als een container van gelijke grootte die data voor een specifiek waardenbereik samenvat. Er worden kolom- of rijkoppen gemaakt, waarbij elk binlabel de ondergrens aangeeft van het bereik van getallen dat aan de bin is toegewezen. Houd er rekening mee dat de ondergrens inclusief is. ## Een histogram maken van een dimensie die is opgeslagen in bins Als u een dimensie die is opgeslagen in bins maakt, kunt u deze gebruiken als uitgangspunt voor het maken van een histogram. Voer met behulp van de dimensie Verkoop (bin), die is gemaakt volgens de bovenstaande instructies, de volgende stappen uit om een histogram te maken. **Opmerking**: u kunt een histogram sneller maken met Laten zien. Zie [Een histogram maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildexamples_histogram.htm) in de sectie met doe-het-zelf oefeningen voor informatie over het maken van een histogram met Laten zien. 1. Klik op de dimensie Verkoop (bin) in het deelvenster Data en kies Converteren naar Continu. 2. Sleep de dimensie Verkoop (bin) uit het deelvenster Data en plaats deze in de container Kolommen. 3. Sleep het oorspronkelijke veld Verkoop uit het deelvenster Data en zet dit neer in de container Rijen. 4. Klik op SOM(Verkoop) in Rijen en wijzig de aggregatie van Som in Aantal. Het resultaat is een histogram: ![Een grafiek die de correlatie tussen verkoop en aantal verkopen weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_bins7.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Bladen beheren in dashboards en verhalen Door bladen te verbergen, te tonen en ernaar te navigeren, kunt u werkmappen eenvoudiger beheren en dashboards ontwerpen. ## Bladen verbergen en tonen Om het bewerkingsproces voor grote werkmappen te stroomlijnen, kunt u bladen verbergen en tonen terwijl u werkt. Zie [Een werkblad voor Knopinfo-visualisatie verbergen of tonen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viz_in_tooltip.htm#Hide). ### Welke bladen kan ik verbergen? Tijdens het bewerken van een werkmap kunt u elk blad in een dashboard of verhaal verbergen. (Dat geldt ook voor dashboardbladen in verhalen.) Bladen die niet in een dashboard of verhaal staan, zijn altijd zichtbaar tijdens het bewerken van werkmappen. ### Alle bladen verbergen of zichtbaar maken Om alle bladen van een dashboard of verhaal te verbergen, klikt u met de rechtermuisknop (Windows) of klikt u op Control+Klik (macOS) op het tabblad van het dashboard onderaan het scherm en selecteert u Alle bladen verbergen. U kunt later Alle bladen zichtbaar maken selecteren indien nodig. ![Een menu met de optie Alle bladen verbergen gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/understanding4_web.png) ### Een individueel blad verbergen 1. Zoek het blad in de tabbladen onderaan het scherm. Of, als u een dashboard of verhaal bekijkt, kijk dan in de lijst Bladen links: ![Lijst met werkbladen die u op een dashboard kunt gebruiken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sheet_viewer.png) 2. Klik met de rechtermuisknop (Windows) of klik op Control+Klik (macOS) op de naam van het blad en selecteer Blad verbergen. ![Optie om een werkblad op een dashboard te verbergen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sheet_viewer_show.png) **Opmerking:** In de lijst met bladen links van een dashboard of verhaal kunt u alleen bladen verbergen die in dat specifieke dashboard of verhaal worden gebruikt. U herkent deze bladen aan het blauwe vinkje op het bladpictogram. ### Een individueel blad zichtbaar maken 1. Klik onderaan het scherm op het tabblad voor het dashboard of verhaal dat het blad bevat. U kunt dashboards en verhalen herkennen aan respectievelijk raster- en mappictogrammen. ![Pictogrammen voor Dashboardverhalen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tabs_dashboard_story.png) **Opmerking:** Als een verhaal een verborgen dashboard heeft dat op zijn beurt een verborgen blad heeft, ga dan eerst vanuit het verhaal naar het verborgen dashboard en vervolgens vanuit het dashboard naar het verborgen blad. 2. Klik in de lijst aan de linkerkant met de rechtermuisknop (Windows) of met Control+Klik (macOS) op het blad en wis het selectievakje Blad verbergen. ![Optie om een werkblad op een dashboard te verbergen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sheet_viewer_hide.png) ## Navigeren tussen bladen, dashboards en verhalen Met Tableau kunt u snel heen en weer navigeren tussen bladen en bijbehorende dashboards en verhalen, zodat u het ontwerp van elk blad beter kunt optimaliseren. ### Van een dashboard of verhaal naar een blad gaan dat deze bevat **Tip:** Als een blad verborgen is, wordt het met deze techniek tijdelijk getoond, zodat u het beter kunt bekijken. Wanneer u naar een ander blad overschakelt, wordt het blad weer verborgen. Voer een van de volgende handelingen uit: - Selecteer op het dashboard zelf het item dat verwijst naar het verborgen blad. Klik vervolgens op de vervolgkeuzepijl in de linker- of rechterbovenhoek en selecteer Ga naar blad. ![Een dashboard met de optie Ga naar blad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sheet_goto.png) - Klik in de lijst Bladen links van het dashboard op het pictogram rechts van de bladnaam. ![Een dashboard met de optie Ga naar blad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sheet_goto_list.png) ### Van een blad naar gerelateerde dashboards en verhalen gaan Om snel naar dashboards en verhalen te gaan waarin een blad verschijnt, klikt u met de rechtermuisknop op het tabblad Blad en opent u het menu Gebruikt in. ![Een menu met opmaakopties waarbij 'Gebruikt in' is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/used_in.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Clusters in data zoeken Clusteranalyse verdeelt markeringen in de weergave in clusters, waarbij de markeringen binnen elk cluster meer op elkaar lijken dan op markeringen in andere clusters. ![Een spreidingsdiagrammatrix met clusters in de container Kleur.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering6.png) Zie [Voorbeeld: Clusters maken met behulp van data van Wereldwijde economische indicatoren](#Example) voor een voorbeeld dat het proces van het maken van clusters met steekproefdata demonstreert. ## Clusters maken Volg deze stappen om clusters in een weergave in Tableau te zoeken. 1. Maak een weergave. 2. Sleep Cluster van het deelvenster Analyse in de weergave en zet dit neer in het doelgebied in de weergave: ![Een diagram dat aangeeft hoe u het clustermodel vanuit het deelvenster Analyse naar een gevulde kaart kunt slepen om clusters te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering2.png) U kunt ook dubbelklikken op Cluster om clusters in de weergave te zoeken. Wanneer u Cluster neerzet of hierop dubbelklikt: - Tableau maakt een groep Clusters op Kleur en kleurt de markeringen in uw weergave per cluster. Als er al een veld op Kleur staat, Tableau verplaatst dat veld naar Detail en vervangt deze op Kleur met de clusteringresultaten. Tableau wijst elke markering in de weergave toe aan een van de clusters. In sommige gevallen worden markeringen die niet goed in een cluster passen, toegewezen aan een cluster 'Niet geclusterd'. - Tableau geeft het dialoogvenster Clusters weer, waarin u het cluster kunt aanpassen. ![In het dialoogvenster Clusters worden variabelen en een instelling voor het aantal clusters weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering3.png) 3. Pas de clusterresultaten aan door een van de volgende handelingen uit te voeren in het dialoogvenster Clusters. - Sleep nieuwe velden uit het deelvenster Data naar het gebied Variabelen van het dialoogvenster Clusters. U kunt velden ook uit het gebied Variabelen slepen om ze te verwijderen. Wanneer u variabelen toevoegt, worden meetwaarden geaggregeerd met behulp van de standaardaggregatie voor het veld; dimensies worden geaggregeerd met behulp van ATTR, de standaardmanier waarop Tableau dimensies aggregeert. Als u de aggregatie van een variabele wilt wijzigen, klikt u hierop met de rechtermuisknop. - Geef het aantal clusters op (tussen 2 en 50). Als u geen waarde opgeeft, maakt Tableau automatisch maximaal 25 clusters. 4. Wanneer u klaar bent met het aanpassen van de clusterresultaten, klikt u op de X in de rechterbovenhoek van het dialoogvenster Clusters om het te sluiten:  ![Het pictogram Sluiten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering4.png) **Opmerking:** U kunt het clusterveld verplaatsen van Kleur naar een andere container in de weergave. U kunt het clusterveld echter niet verplaatsen van de container Filters naar het deelvenster Data. Om de naam van de resulterende clusters te wijzigen, moet u het cluster eerst opslaan als een groep. Zie [Een groep maken van clusterresultaten](#Group) en [Clusters bewerken](#Edit) voor details. ## Clusteringbeperkingen Clustering is beschikbaar in Tableau Desktop, maar is niet beschikbaar voor authoring op internet (Tableau Server, Tableau Cloud). Clustering is ook niet beschikbaar als een van de volgende voorwaarden van toepassing is: - Wanneer u een kubusvormige (multidimensionale) databron gebruikt. - Wanneer er een gemengde dimensie in de weergave aanwezig is. - Als er geen velden zijn die kunnen worden gebruikt als variabelen (invoer) voor clustering in de weergave. - Wanneer er geen dimensies aanwezig zijn in een geaggregeerde weergave. Wanneer een van deze voorwaarden van toepassing is, kunt u Clusters niet slepen van het deelvenster Analyse naar de weergave. Bovendien kunnen de volgende veldtypen niet worden gebruikt als variabelen (invoer) voor clustering: - Tabelberekeningen - Gemengde berekeningen - Ad-hocberekeningen - Gegenereerde breedtegraad-/lengtegraadwaarden - Groepen - Sets - Bins - Parameters - Datums - Namen van meetwaarden/Meetwaarden ## Clusters bewerken Om een bestaand cluster te bewerken, klikt u met de rechtermuisknop (Ctrl+Klik op een Mac) op een veld Clusters bij Kleur en selecteert u Clusters bewerken. ![Het vervolgkeuzemenu Filter met de optie om clusters te bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clusters_edit.png) Om de namen te wijzigen die voor elk cluster worden gebruikt, moet u eerst het veld Clusters naar het deelvenster Data slepen en dit opslaan als een groep. Zie [Een groep maken van clusterresultaten](#Group) voor details. Klik met de rechtermuisknop op de clustergroep en selecteer Groep bewerken om wijzigingen aan te brengen in elk cluster. ![Een vervolgkeuzemenu met de optie om een groep te bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clusters_editgroup1a.png) Selecteer een clustergroep in de lijst met Groepen en klik op Naam wijzigen om de naam te wijzigen. ![Het dialoogvenster Groep bewerken met de optie om de naam van een cluster te wijzigen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clusters_editgroup1b.png) ## Een groep maken van clusterresultaten Als u een cluster naar het deelvenster Data sleept, wordt het een groepsdimensie waarin de individuele leden (Cluster 1, Cluster 2, enz.) de markeringen bevatten waarvan het clusteralgoritme heeft vastgesteld dat ze meer op elkaar lijken dan op andere markeringen. Nadat u een clustergroep naar het deelvenster Data hebt gesleept, kunt u deze in andere werkbladen gebruiken. Sleep Clusters van de kaart Markeringen naar het deelvenster Data om een Tableau-groep te maken: ![Een diagram dat aangeeft hoe u de pil Clusters van de kaart Markeringen naar een Dimensie in het deel venster Data sleept.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering5.png) Nadat u een groep hebt gemaakt van clusters, zijn de groep en de oorspronkelijke clusters afzonderlijk en verschillend. Het bewerken van de clusters heeft geen invloed op de groep en het bewerken van de groep heeft geen invloed op de clusterresultaten. De groep heeft dezelfde kenmerken als elke andere Tableau-groep. Deze maakt deel uit van de databron. In tegenstelling tot de oorspronkelijke clusters kunt u de groep in andere werkbladen in de werkmap gebruiken. Dus als u de naam van een opgeslagen clustergroep wijzigt, wordt die wijziging van de naam niet toegepast op de oorspronkelijke clustering in de weergave. Zie [Fouten in data corrigeren of dimensieleden combineren door uw data te groeperen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_groups.htm). ### Beperkingen voor het opslaan van clusters als groepen Onder een van de volgende omstandigheden kunt u clusters niet opslaan in het deelvenster Data: - Wanneer de meetwaarden in de weergave zijn opgesplitst en de meetwaarden die u gebruikt als clustervariabelen niet hetzelfde zijn als de meetwaarden in de weergave. Zie [Data desaggregeren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm#DisAggData) voor details. - Wanneer de clusters die u wilt opslaan zich in de container Filters bevinden. - Wanneer Namen van meetwaarden of Meetwaarden in de weergave staan. - Wanneer er een gemengde dimensie in de weergave aanwezig is. ## Opgeslagen clusters opnieuw passend maken Wanneer u een veld Clusters opslaat als een groep, wordt dit samen met het bijbehorende analysemodel opgeslagen. U kunt uw clustergroepen gebruiken in andere werkbladen en werkmappen, maar deze worden niet automatisch vernieuwd. In dit voorbeeld zijn een opgeslagen clustergroep en het bijbehorende analysemodel toegepast op een ander werkblad. Als gevolg hiervan zijn sommige markeringen nog niet opgenomen in de clustering (aangegeven met grijze markeringen). ![Een spreidingsdiagram geeft de correlatie aan tussen treffers en slagbeurten voor drie spelersclusters.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clusters_newdata.png) Als de onderliggende data wijzigen, kunt u de optie Opnieuw passend maken gebruiken om de data voor een opgeslagen clustergroep te vernieuwen en opnieuw te berekenen. **Een opgeslagen cluster opnieuw passend maken** - Klik met de rechtermuisknop op een clustergroep in het deelvenster Data en klik vervolgens op Opnieuw passend maken. ![Een vervolgkeuzemenu met de optie om opnieuw passend te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clusters_refit.png) Hier is een voorbeeld van bijgewerkte clustering na het opnieuw passend maken van het opgeslagen cluster: ![Een spreidingsdiagram geeft de relatie weer tussen het gemiddelde aantal treffers en het gemiddelde aantal slagbeurten, geordend per speler, team en jaar.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clusters_refit_result.png) Wanneer u opgeslagen clusters opnieuw passend maakt, worden nieuwe clusters gemaakt en worden bestaande aliassen voor elke clustergroepcategorie vervangen door nieuwe, algemene clusteraliassen. Houd er rekening mee dat door het opnieuw passend maken van opgeslagen clusters uw visualisaties die bestaande clusters en aliassen gebruiken, kunnen veranderen. ## Hoe clustering werkt Clusteranalyse verdeelt de markeringen in de weergave in clusters, waarbij de markeringen binnen elk cluster meer op elkaar lijken dan op markeringen in andere clusters. Tableau onderscheidt clusters met behulp van kleur. **Opmerking**: Zie de blogpost [Clustering begrijpen in Tableau 10](https://boraberan.wordpress.com/2016/07/19/understanding-clustering-in-tableau-10/) voor meer inzicht in hoe clustering werkt in Tableau. ### Het clusteringalgoritme Tableau gebruikt het k-means-algoritme voor clustering. Voor een bepaald aantal clusters k verdeelt het algoritme de data in k-clusters. Elk cluster heeft een centrum (zwaartepunt) dat de gemiddelde waarde is van alle punten in dat cluster. K-means lokaliseert centers via een iteratieve procedure die de afstanden tussen individuele punten in een cluster en het clustercentrum minimaliseert. In Tableau kunt u een gewenst aantal clusters opgeven, of Tableau verschillende waarden van k laten testen en een optimaal aantal clusters voorstellen (zie [Criteria die worden gebruikt om het optimale aantal clusters te bepalen](#Optimal)). K-means vereist een initiële specificatie van clustercenters. Beginnend met één cluster, kiest de methode een variabele waarvan het gemiddelde wordt gebruikt als drempelwaarde voor het in tweeën splitsen van de data. De zwaartepunten van deze twee delen worden vervolgens gebruikt om k-means te initialiseren om het lidmaatschap van de twee clusters te optimaliseren. Vervolgens wordt één van de twee clusters gekozen om te splitsen en wordt binnen dat cluster een variabele gekozen waarvan het gemiddelde wordt gebruikt als drempelwaarde om dat cluster in tweeën te splitsen. K-means wordt vervolgens gebruikt om de data in drie clusters te verdelen, geïnitialiseerd met de zwaartepunten van de twee delen van het gesplitste cluster en het zwaartepunt van het resterende cluster. Dit proces wordt herhaald totdat een bepaald aantal clusters is bereikt. Tableau gebruikt het Lloyd's-algoritme met gekwadrateerde Euclidische afstanden om de k-means-clustering voor elke k te berekenen. Gecombineerd met de splitsingsprocedure om de initiële centers voor elke k > 1 te bepalen, is de resulterende clustering deterministisch, waarbij het resultaat alleen afhankelijk is van het aantal clusters. Het algoritme begint met het kiezen van initiële clustercenters: ![Een spreidingsdiagram met rode, groene, oranje en zwarte markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering_story2.png) Vervolgens worden de markeringen verdeeld door elke markering aan het dichtstbijzijnde centrum toe te wijzen: ![Een diagram geeft datapunten aan gegroepeerd in drie clusters.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering_story3.png) Daarna worden de resultaten verfijnd door voor elke verdeling nieuwe centers te berekenen door het gemiddelde te nemen van alle punten die aan hetzelfde cluster zijn toegewezen: ![Een diagram geeft datapunten aan gegroepeerd in drie clusters.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering_story4.png) Vervolgens wordt de toewijzing van markeringen aan clusters gecontroleerd en worden eventuele markeringen die zich nu dichter bij een ander centrum bevinden dan voorheen opnieuw toegewezen. De clusters worden opnieuw gedefinieerd en de markeringen worden iteratief opnieuw toegewezen totdat er geen wijzigingen meer optreden. **Opmerking**: vanwege verschillen in de onderliggende technologieën kunnen er bij clusters die op x64- of arm64-CPU's zijn gemaakt, kleine verschillen bestaan bij dezelfde data. ### Criteria die worden gebruikt om het optimale aantal clusters te bepalen Tableau gebruikt het Calinski-Harabasz-criterium om de clusterkwaliteit te beoordelen. Het Calinski-Harabasz-criterium wordt gedefinieerd als ![Het Calinski-Harabasz-criterium.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering7.png) waar SSB de totale variantie tussen clusters is, SSW de totale variantie binnen clusters, k het aantal clusters en N het aantal waarnemingen. Hoe groter de waarde van deze verhouding, hoe samenhangender de clusters (lage variantie binnen clusters) en hoe duidelijker/meer gescheiden de individuele clusters (hoge variantie tussen clusters). Omdat de Calinski-Harabasz-index niet is gedefinieerd voor k=1, kan deze niet worden gebruikt om gevallen van één cluster te detecteren. Als een gebruiker het aantal clusters niet opgeeft, kiest Tableau het aantal clusters dat overeenkomt met het eerste lokale maximum van de Calinski-Harabasz-index. K-means wordt standaard uitgevoerd voor maximaal 25 clusters als het eerste lokale maximum van de index niet wordt bereikt voor een kleinere waarde van k. U kunt een maximale waarde van 50 clusters instellen. **Opmerking**: Als een categorische variabele (dat wil zeggen een dimensie) meer dan 25 unieke waarden heeft, negeert Tableau die variabele bij het berekenen van clusters. ### Welke waarden worden toegewezen aan de categorie "Niet geclusterd"? Als er nullwaarden zijn voor een meetwaarde, wijst Tableau waarden voor rijen met null toe aan een categorie Niet geclusterd. Categorische variabelen (dat wil zeggen dimensies) die \* retourneren voor ATTR (wat betekent dat alle waarden niet identiek zijn) worden ook niet geclusterd. ### Schalen Tableau schaalt waarden automatisch, zodat kolommen met een groter bereik de resultaten niet domineren. Een analist zou bijvoorbeeld inflatie en bbp kunnen gebruiken als invoervariabelen voor clustering, maar omdat de bbp-waarden in biljoenen dollars zijn, zou dit ertoe kunnen leiden dat de inflatiewaarden bijna volledig buiten beschouwing worden gelaten bij de berekening. Tableau gebruikt een schaalmethode genaamd _min-max-normalisatie_, waarin de waarden van elke variabele worden toegewezen aan een waarde tussen 0 en 1 door het minimum ervan af te trekken en te delen door het bereik. ## Informatie over statistische modellen die voor clusters worden gebruikt Het dialoogvenster "Clusters beschrijven" biedt informatie over de modellen die Tableau heeft berekend voor clustering. U kunt deze statistieken gebruiken om de kwaliteit van de clustering te beoordelen. Wanneer de weergave clustering bevat, kunt u het dialoogvenster Clusters beschrijven openen door met de rechtermuisknop te klikken op Clusters op de kaart Markeringen (Ctrl+Klik op een Mac) en Clusters beschrijven te kiezen. De informatie in het dialoogvenster Clusters beschrijven is alleen-lezen, maar u kunt wel klikken op Naar klembord kopiëren en vervolgens de scherminhoud in een beschrijfbaar document te plakken. ### Clusters beschrijven – tabblad Samenvatting Het tabblad Samenvatting identificeert de invoer die is gebruikt om de clusters te genereren en biedt enkele statistieken die de clusters karakteriseren. #### Invoer voor clustering **Variabelen** Identificeert de velden die Tableau gebruikt om clusters te berekenen. Dit zijn de velden die worden vermeld in het vak Variabelen in het dialoogvenster Clusters. **Detailniveau** Identificeert de velden die bijdragen aan het detailniveau van de weergave, dat wil zeggen de velden die het aggregatieniveau bepalen. Zie [Hoe dimensies het detailniveau beïnvloeden in de weergave](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm#DimLOD) voor details. **Schalen** Identificeert de schaalmethode die wordt gebruikt voor voorverwerking. Op dit moment is Genormaliseerd de enige schaalmethode die Tableau gebruikt. De formule voor deze methode, ook wel min-max-normalisatie genoemd, is `(x – min(x))/(max(x) - min(x))`. #### Samenvatting van diagnostiek **Aantal clusters** Het aantal afzonderlijke clusters in de clustering. **Aantal punten** Het aantal markeringen in de weergave. **Som van kwadraten tussen groepen** Een statistiek die de scheiding tussen clusters kwantificeert als de som van de kwadratische afstanden tussen het centrum van elk cluster (gemiddelde waarde), gewogen op basis van het aantal datapunten dat aan het cluster is toegewezen en het centrum van de dataset. Hoe groter de waarde, hoe beter de scheiding tussen clusters. **Som van kwadraten binnen de groep** Een metriek die de samenhang van clusters kwantificeert als de som van de kwadratische afstanden tussen het centrum van elk cluster en de individuele markeringen in het cluster. Hoe kleiner de waarde, hoe samenhangender de clusters. **Totale som van kwadraten** Totaliseert de som van de kwadraten tussen groepen en de som van de kwadraten binnen de groep. De verhouding (som van de kwadraten tussen groepen)/(totale som van de kwadraten) geeft de proportie van de variantie weer die door het model wordt verklaard. Waarden liggen tussen 0 en 1; grotere waarden duiden doorgaans op een beter model. U kunt deze verhouding echter vergroten door alleen maar het aantal clusters te vergroten. Het kan dus misleidend zijn als u een model met vijf clusters vergelijkt met een model met drie clusters en alleen deze waarde gebruikt. #### Clusterstatistieken Voor elk cluster in de clustering wordt de volgende informatie verstrekt. **Aantal items** Het aantal markeringen binnen het cluster. **Centers** De gemiddelde waarde binnen elk cluster (getoond voor numerieke items). **Meestvoorkomend** De meest voorkomende waarde binnen elk cluster (alleen getoond voor categorische items). ### Clusters beschrijven – tabblad Modellen Analyse van variantie (ANOVA) is een verzameling statistische modellen en bijbehorende procedures die nuttig zijn voor het analyseren van variatie binnen en tussen waarnemingen die zijn verdeeld in groepen of clusters. In dit geval wordt de analyse van variantie per variabele berekend en kan de resulterende tabel voor analyse van variantie worden gebruikt om te bepalen welke variabelen het meest effectief zijn voor het onderscheiden van clusters. Relevante analyse van variantiestatistieken voor clustering omvat: #### F-statistiek De F-statistiek voor eenwegs- of single-factor-ANOVA is de fractie van de variantie die wordt verklaard door een variabele. Het is de verhouding van de variantie tussen groepen en de totale variantie. Hoe groter de F-statistiek, hoe beter de corresponderende variabele onderscheid maakt tussen clusters. #### p-waarde De p-waarde is de waarschijnlijkheid dat de F-distributie van alle mogelijke waarden van de F-statistiek een waarde aanneemt die groter is dan de daadwerkelijke F-statistiek voor een variabele. Als de p-waarde onder een bepaald significantieniveau valt, kan de null-hypothese (dat de individuele elementen van de variabele willekeurige steekproeven uit een enkele populatie zijn) worden verworpen. De vrijheidsgraden voor deze F-distributie zijn (k - 1, N - k), waarbij k het aantal clusters is en N het aantal geclusterde items (rijen). Hoe lager de p-waarde, hoe meer de verwachte waarden van de elementen van de overeenkomstige variabele verschillen tussen clusters. #### Som van kwadraten-model en vrijheidsgraden Het som van kwadraten-model is de verhouding tussen de som van kwadraten tussen groepen en het model vrijheidsgraden. De som van kwadraten tussen groepen is een meetwaarde voor de variatie tussen clustergemiddelden. Als de clustergemiddelden dicht bij elkaar liggen (en dus dicht bij het algemene gemiddelde), zal deze waarde klein zijn. Het model heeft k-1 vrijheidsgraden, waarbij k het aantal clusters is. #### Foutsom van kwadraten en vrijheidsgraden De foutsom van kwadraten is de verhouding tussen de som van kwadraten binnen de groep en de foutvrijheidsgraden. De som van kwadraten binnen de groep meet de variatie tussen waarnemingen binnen elk cluster. De fout heeft N-k vrijheidsgraden, waarbij N het totale aantal geclusterde waarnemingen (rijen) is en k het aantal clusters. De foutsom van kwadraten kan worden gezien als de algehele gemiddelde kwadratische fout, ervan uitgaande dat elk clustercentrum de "waarheid" voor elke cluster vertegenwoordigt. ## Voorbeeld: Clusters maken met behulp van data van Wereldwijde economische indicatoren De Tableau-clusteringfunctie verdeelt markeringen in de weergave in clusters, waarbij de markeringen binnen elk cluster meer op elkaar lijken dan op markeringen in andere clusters. Dit voorbeeld laat zien hoe een onderzoeker clustering kan gebruiken om een optimale set markeringen (in dit geval landen/regio's) in een databron te vinden. ### De doelstelling Nu de levensverwachting over de hele wereld toeneemt en ouderen actiever blijven, kan seniorentoerisme een lucratieve markt zijn voor bedrijven die potentiële klanten weten te vinden en aan te spreken. De steekproefdataset Wereldwijde indicatoren die bij Tableau wordt geleverd, bevat het soort data dat bedrijven kan helpen de landen of regio's te identificeren waar voldoende klanten van de juiste soort zijn. ### De juiste landen/regio's vinden Hier is een voorbeeld van hoe Tableau-clustering zo'n bedrijf zou kunnen helpen de landen/regio's te identificeren waar een seniorentoerismebedrijf succesvol zou kunnen zijn. Stelt u zich voor dat u de analist bent. Hier ziet u hoe u verder kunt gaan. 1. Open de steefproefdatabron Wereldwijde indicatoren in Tableau Desktop. 2. Dubbelklik op Land/regio in het deelvenster Data. Tableau maakt automatisch een kaartweergave, met een markering in elk land/elke regio. 3. Wijzig op de kaart Markeringen het markeringstype in Kaart: ![Het vervolgkeuzemenu in de kaart Markeringen is uitgevouwen en toont verschillende grafiektypeopties, met de kaart geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filled_pie1.png) U zou nu een kaartprojectie moeten zien waarin alle landen/regio's zijn gevuld met een effen kleur: ![Een wereldkaart met landsgrenzen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering10.png) 4. De volgende stap is het identificeren van de velden die u als variabelen voor clustering gaat gebruiken. Dit zijn de velden die u kiest:
VeldReden voor opname
Levensverwachting vrouw en Levensverwachting manWaar mensen langer leven, is de kans groter dat er mensen zijn die later in hun leven geïnteresseerd zijn in reizen.
Bevolking stedelijkHet is gemakkelijker om services op de markt te brengen in gebieden met een grotere bevolkingsdichtheid.
Bevolking 65+De doelgroep bestaat uit oudere inwoners die tijd en geld hebben om te reizen.
TourismPerCapita

Dit is een meetwaarde die u moet maken als een benoemd berekend veld. De formule is:

SUM([Tourism Outbound])/SUM([Population Total])

Toerisme uitgaand aggregeert het geld (in Amerikaanse dollars) dat inwoners van een land/regio jaarlijks uitgeven aan internationale reizen. Maar dit totaal moet worden gedeeld door de bevolking van elk land/elke regio om het gemiddelde bedrag te bepalen dat elke inwoner uitgeeft aan internationale reizen.

Er is geen garantie dat dit de ideale velden zijn om te kiezen, of dat deze velden clusterresultaten zullen opleveren die duidelijk en ondubbelzinnig zijn. Clustering is een iteratief proces: experimenteren leidt tot ontdekkingen, die op hun beurt leiden tot meer experimenten. 5. Sleep deze vijf velden uit het deelvenster Data naar Detail op de kaart Markeringen. 6. Klik om het deelvenster Analyse te openen: ![Het deelvenster Analyse.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering12.png) 7. Sleep Cluster uit het deelvenster Analyse en zet het neer in de weergave: ![Een diagram dat aangeeft hoe u het clustermodel vanuit het deelvenster Analyse naar een gevulde kaart kunt slepen om clusters te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering13.png) Tableau geeft het dialoogvenster Clusters weer en voegt de meetwaarden in de weergave toe aan de lijst met variabelen: ![In het dialoogvenster Clusters worden variabelen en een instelling voor het aantal clusters weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering14.png) De weergave wordt ook bijgewerkt door clusters toe te voegen aan Kleur. In dit geval vindt Tableau twee afzonderlijke clusters en kunnen bepaalde landen/regio's (roodachtig-roze gekleurd) niet aan een van beide clusters worden toegewezen: ![Een wereldkaart met Clusters toegevoegd aan de container Kleur.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering15.png) Opmerking: Zie [Hoe clustering werkt](#HowItWorks) voor details over data die Tableau toewijst aan "Niet geclusterd". 8. U besluit dat twee clusters niet genoeg is; u beschikt niet over de middelen om zich in de helft van de landen/regio's ter wereld te vestigen. Dus u typt `4` in het veld Aantal clusters in het dialoogvenster Clusters. De kaart wordt nu interessanter: ![Op een wereldkaart zijn landen gegroepeerd in vier clusters.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering16.png) Maar hoe verhouden deze clusters zich tot de variabelen die u hebt gekozen? Welke correleert het beste met de factoren die seniorentoerisme ondersteunen? Het is tijd om naar de statistieken achter de clusters te kijken. 9. Sluit het dialoogvenster Clusters door op de X in de rechterbovenhoek te klikken: ![Het pictogram Sluiten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering4.png) 10. Klik op het veld Clusters op de kaart Markeringen en kies Clusters beschrijven. De tabel onderaan het tabblad Modellen in het dialoogvenster Clusters beschrijven toont de gemiddelde waarde voor elke variabele in elk cluster: ![In een tabel worden de gemiddelde levensverwachting, de bevolkingsomvang en het toerisme voor elke cluster weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering17.png) Cluster 4 heeft de hoogste levensverwachting (zowel mannen als vrouwen), de hoogste concentratie stedelijke bevolking en de hoogste uitgaven voor internationaal toerisme: $ 1360,40 per hoofd van de bevolking. De enige variabele waarvoor Cluster 4 niet de hoogste waarde heeft, is Bevolking 65+, waarbij Cluster 3 het voordeel heeft: 0,15493 (iets minder dan 16%) ten opzichte van 0,11606 (iets meer dan 11%) in Cluster 4. Het clusteringalgoritme weet niet of u zoekt naar de maximale waarde voor deze variabelen, de minimale waarde of iets daartussenin; het zoekt alleen naar correlatie. Maar u weet dat hogere waarden voor deze variabelen het signaal zijn waarnaar u op zoek bent, en Cluster 4 is de beste keuze. 11. U kunt proberen de landen/regio's van Cluster 4 op de kaart te selecteren, maar er is een eenvoudigere manier. Sluit het dialoogvenster Clusters beschrijven en klik vervolgens op Cluster 4 op de Kleurlegenda en kies Alleen deze behouden. ![Een vervolgkeuzemenu met de optie om Cluster 4 op te nemen of uit te sluiten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering19.png) 12. Kies de teksttabel uit Laten zien. U ziet nu een lijst met de landen/regio’s in Cluster 4: ![Een tabel geeft de landen binnen Cluster 4 weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clustering18.png) Deze lijst is niet het einde van het proces. U kunt de clustering opnieuw proberen met een enigszins andere set variabelen en misschien een ander aantal clusters, of u kunt enkele landen/regio's aan de lijst toevoegen en andere verwijderen, op basis van andere factoren. Als uw rondreizen bijvoorbeeld voornamelijk naar tropische landen gaan, kunt u landen/regio's zoals Curaçao en de Bahama's uit de lijst verwijderen, omdat tropische rondreizen mogelijk niet aantrekkelijk zijn voor inwoners van die landen/regio's. Een andere optie is om uw data te filteren voordat u ze opnieuw clustert, om alleen landen/regio's te tonen met een bevolking boven een bepaalde drempelwaarde, of om landen/regio's in een bepaald geografisch gebied te targeten. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Connectors die zijn gemaakt met de Web Data Connector 3.0 SDK Web Data Connector 3.0 is de nieuwste versie van de web data connector, de oplossing van Tableau voor een verbinding maken met data in webtoepassingen en -services die beschikbaar worden gesteld via API's in plaats van ODBC-/JDBC-stuurprogramma's. De Web Data Connector 3.0 SDK biedt de hulpmiddelen die nodig zijn om uw eigen connector voor webdata te maken. Daarnaast kunnen door partners ontwikkelde connectors vanuit Tableau Exchange worden gebruikt. **Opmerking:** Web Data Connector 3.0 maakte deel uit van de Tableau-release 2022.3. ## Over Web Data Connector 3.0 In tegenstelling tot eerdere versies van de web data connector en analoog aan de Tableau Connector SDK, kunt u met Web Data Connector 3.0 een aangepaste connector voor webdata maken en de connector verpakken als een .taco-bestand. WDC 3.0-connectors kunnen worden gebruikt zoals elke op stuurprogramma gebaseerde connector die is gemaakt met behulp van de Tableau Connector SDK en vereisen niet dat u de connector op uw eigen webserver host. Net als andere .taco-connectors zijn WDC 3.0-connectors verpakte en ondertekende .jar-bestanden die een set XML- en Javascript/TypeScript-bestanden bevatten. Deze bestanden definiëren het uiterlijk en het gedrag van de connector, waaronder: - Een webgebaseerde connector-UI - API-aanroepen om data op te halen uit uw applicatie- of service-eindpunt - Instructies om de opgehaalde data in Tableau-extracten toe te wijzen ### Beperkingen van de WDC 3.0-connector - Wanneer u een WDC 3.0-databron gebruikt in een verbinding in Tableau, wordt het toevoegen van meerdere verbindingen met andere databronnen _niet_ ondersteund. - Web Data Connector 3.0 is nog steeds alleen beschikbaar voor extractie, maar biedt u verder de mogelijkheid om uw data te visualiseren en uw analyses te publiceren, net als bij elke andere databron. ## Uw eigen connector maken Om te beginnen met het maken van uw eigen aangepaste connector, raadpleegt u de officiële [Web Data Connector 3.0-documentatie](https://help.tableau.com/current/api/webdataconnector/nl-nl/index.html). ## Een connector gebruiken die is gemaakt met de Web Data Connector 3.0 SDK Nadat u een connector hebt gemaakt met de Web Data Connector 3.0-SDK, voert u de volgende stappen uit om de connector met Tableau te gebruiken: 1. Download het connectorbestand, \[connectornaam\].taco. 2. Plaats het .taco-bestand in de volgende directory (standaardlocatie): - Voor 2021.2 en hoger:
Voor Tableau DesktopVoor Tableau Prep BuilderVoor Tableau Server
  • Windows: C:\Gebruikers\[Windows-gebruiker]\Documenten\Mijn Tableau-opslagplaats\Connectors
  • macOS: /Gebruikers/[gebruiker]/Documenten/Mijn Tableau-opslagplaats/Connectors
  • Windows: C:\Gebruikers\[Windows-gebruiker]\Documenten\Mijn Tableau Prep-opslagplaats\Connectors
  • macOS: /Gebruikers//Documenten/Mijn Tableau Prep-opslagplaats/Connectors
  • Windows: C:\Program Files\Tableau\Connectors

  • Linux: /opt/tableau/connectors

- Voor 2021.1 en lager:
Voor Tableau DesktopVoor Tableau Prep BuilderVoor Tableau Server, Tableau Prep Conductor, Tableau Prep - Flow-authoring
  • Windows: C:\Gebruikers\[Windows-gebruiker]\Documenten\Mijn Tableau-opslagplaats\Connectors
  • macOS: /Gebruikers/[gebruiker]/Documenten/Mijn Tableau-opslagplaats/Connectors
  • Windows: C:\Gebruikers\[Windows-gebruiker]\Documenten\Mijn Tableau Prep-opslagplaats\Connectors
  • macOS: /Gebruikers//Documenten/Mijn Tableau Prep-opslagplaats/Connectors
  • Tableau Server: [Tableau_Server_Installation_Directory]/data/tabsvc/vizqlserver/Connectors

Als u uw connector met Prep wilt gebruiken, moet u uw taco-bestand ook aan de volgende locaties toevoegen:

  • Tableau Prep Conductor: [Tableau_Server_Installation_Directory]/data/tabsvc/flowprocessor/Connectors
  • Tableau Prep - Flow-authoring: [Tableau_Server_Installation_Directory]/data/tabsvc/flowqueryservice/Connectors
**Opmerking:** nadat u de connector hebt geïnstalleerd, wordt deze weergegeven in de lijst met connectors in Tableau. Als u een probleem ondervindt met de WDC-bibliotheek, de simulator of een van de ontwikkelaarsvoorbeelden, [dient u een probleem in op Github](https://github.com/tableau/wdc3/issues). ## Tableau verbinden met de data 1. Start Tableau, en selecteer onder Verbinding maken de naam van de connector die u zojuist hebt geïnstalleerd. Selecteer Meer onder Met een server voor een volledige lijst met dataconnectors. 2. Voer de gevraagde informatie in en selecteer vervolgens Aanmelden. 3. Wacht terwijl de connector uw data ophaalt in Tableau. 4. Selecteer het tabblad om uw analyse te starten. ## Laadvolgorde voor connectors Als een connector dezelfde klasse heeft als een connector die al is geregistreerd, wordt de nieuwe connector afgewezen. Connectors die als eerste worden geladen, hebben voorrang wanneer twee connectors dezelfde klassenaam hebben. Tableau laadt connectors per directory in de volgende volgorde: 1. Ingebouwde Tableau-connectors 2. Connectors die zich bevinden in `C:\Program Files\Tableau\Connectors` (Windows) of `/opt/tableau/connectors` (Linux) 3. Connectors die zich bevinden in `My Tableau Repository/Connectors` 4. (Optioneel) Connectors in het dev-pad dat is opgegeven door `-DConnectPluginsPath` ## Bekende problemen (alleen Tableau Server) Wanneer gebruikers verbinding proberen te maken met een WDC 3.0-connector op Tableau Server, zien ze mogelijk de foutmelding 'Tableau Server (versie ) heeft een fout aangetroffen tijdens het werken met dit werkblad'. Deze fout treedt op omdat de Web Data Connector 3.0-connector waarmee de werkmap is gemaakt, niet compatibel is met Tableau Server met meerdere knooppunten. Dit probleem is opgelost in een onderhoudsupdate. Zie het kennisartikel [Bij het maken van webpagina's met behulp van WDC 3.0-connectors, is HTTP 503 samen ontvangen met de fout 'Er is een fout opgetreden'](https://issues.salesforce.com/issue/a028c00000yDv5zAAC/unable-to-use-the-connector-created-by-customers-as-the-taco-file-with-wdc-30-sdk-and-receiving-http-status-code-503). ## Zie ook - [Databronnen instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_prepare.htm): voeg meer data toe aan deze databron of bereid uw data voor voordat u deze analyseert. - [Diagrammen maken en data analyseren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/design_and_analyze.htm): Begin met uw data-analyse. - [Tableau-connector-SDK](https://github.com/tableau/connector-plugin-sdk): vind informatie en tools om uw eigen aangepaste connector te maken en testen. - [Tableau Exchange-connectors gebruiken die door partners zijn ontwikkeld](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/gallery_connectors.htm): zoek en installeer een connector uit Tableau Exchange. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Containers en Kaarten Elk werkblad in Tableau bevat containers en kaarten, zoals kolommen, rijen, markeringen, filters, pagina's en legenda's. Door velden in containers of op kaarten te plaatsen, doet u het volgende: - U stelt de structuur van uw visualisatie samen. - U verhoogt het detailniveau en regelt het aantal markeringen in de weergave door data op te nemen of uit te sluiten. - U voegt context toe aan de visualisatie door markeringen te coderen met kleur, grootte, vorm, tekst en details. Experimenteer met het plaatsen van velden in containers en op kaarten om de optimale weergave voor uw data te vinden. ## Opties voor het starten van een weergave Als u niet zeker weet waar u een veld moet plaatsen, kunt u met behulp van Tableau bepalen hoe u de data het beste kunt weergeven. - U kunt velden uit het deelvenster Data slepen en ze neerzetten op de kaarten en in de containers die deel uitmaken van elk Tableau-werkblad. - U kunt dubbelklikken op een of meer velden in het deelvenster Data. - U kunt een of meer velden selecteren in het deelvenster Data en vervolgens een grafiektype kiezen in Laten zien, waarin de grafiektypen worden weergegeven die geschikt zijn voor de velden die u hebt geselecteerd. Zie [Laten zien gebruiken om met een weergave te beginnen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildauto_showme.htm) voor nadere informatie. - U kunt een veld op het raster Veld hier neerzetten plaatsen om te beginnen met het maken van een weergave vanuit een tabelweergave. ![Een tabel met drie locaties met het label Veld hier neerzetten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dropFieldHere.png) ## De containers Kolommen en Rijen Sleep velden vanuit het deelvenster Data om de structuur voor uw visualisaties te maken. Met de container Kolommen maakt u de kolommen van een tabel en met de container Rijen maakt u de rijen van een tabel. U kunt in deze containers een willekeurig aantal velden plaatsen. Wanneer u een dimensie in de containers Rijen of Kolommen plaatst, worden er kopteksten gemaakt voor de leden van die dimensie. Wanneer u een meetwaarde in de containers Rijen of Kolommen plaatst, worden er kwantitatieve assen voor die meetwaarde gemaakt. Naarmate u meer velden aan de weergave toevoegt, worden er meer kopteksten en assen in de tabel opgenomen en krijgt u een steeds gedetailleerder beeld van uw data. In de onderstaande weergave worden de leden van de dimensie Segment weergegeven als kolomkoppen en wordt de meetwaarde Winst weergegeven als een verticale as. ![Een afbeelding van een kwantitatieve as en kolomkoppen in een weergave.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/wwd_shelf_cr1.png) Tableau geeft data weer met behulp van markeringen, waarbij elke markering overeenkomt met een rij (of een groep rijen) in uw databron. De binnenste velden in de containers Rijen en Kolommen bepalen het standaardmarkeringstype. Als de binnenste velden bijvoorbeeld een meetwaarde en een dimensie bevatten, is het standaardmarkeringstype een staaf. U kunt handmatig een ander markeringstype selecteren via het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen. Zie [Het type markering in de weergave wijzigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_marktypes.htm) voor meer informatie. Als u meer velden toevoegt aan de containers Rijen en Kolommen, worden er meer rijen, kolommen en deelvensters toegevoegd aan de tabel. ![Een afbeelding van een kwantitatieve as en kolomkoppen in een weergave.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/wwd_shelf_cr2.png) ## Rijen en kolommen verbergen Over het algemeen voegt u dimensies en meetwaarden toe om de rijen en kolommen van de tabel te maken en neemt u alle data op of voegt u filters toe om alleen een gedeelte van de data weer te geven. Wanneer u data filtert, worden deze echter ook uitgesloten van berekeningen en andere bewerkingen die worden uitgevoerd op de samengevatte data in de tabel. In plaats van de data te filteren, kunt u de rij of kolom verbergen. Op die manier worden de data niet in de weergave getoond, maar worden deze nog steeds in de berekeningen opgenomen. > [!TIP] > > het verbergen van kolommen is vooral handig bij het gebruik van tabelberekeningen, waarbij vergelijkingen worden gemaakt met een vorige of volgende datumwaarde. In deze gevallen zal er een rij of kolom zijn waarin geen data worden weergegeven, omdat er geen data zijn om mee te vergelijken. Verberg de lege kolom om de tabelberekening intact te houden. Zie [Typen tabelberekening](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_definebasic_runningtotal.htm) voor meer informatie over tabelberekeningen. Bij het berekenen van de groei op jaarbasis zou het eerste jaar bijvoorbeeld geen voorgaand jaar hebben om mee te vergelijken, dus blijft de kolom leeg. Als u het eerste jaar filtert, wordt dit uit de weergave verwijderd, maar ook uit de berekening (het tweede jaar heeft dan geen voorgaand jaar om mee te vergelijken en blijft leeg). In plaats van te filteren, kunt u de berekening intact houden door de lege kolom te verbergen. **U verbergt als volgt een rij of kolom:** Klik met de rechtermuisknop (op een Mac met de Control-toets) op de rij of kolom die u wilt verbergen en selecteer vervolgens **Verbergen**. ![Kolommen in een visualisatie verbergen in de koptekst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/hide_columns1.gif) **U geeft als volgt verborgen data weer:** Open het veldmenu voor een veld dat verborgen kolommen of rijen bevat en selecteer **Verborgen data tonen**. ![Kolommen verbergen in een visualisatie in de container Kolommen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/hide_columns2.gif) ## De kaart Markeringen De kaart Markeringen speelt een sleutelrol bij visuele analyses in Tableau. Wanneer u velden naar verschillende eigenschappen op de kaart Markeringen sleept, voegt u context en details toe aan de markeringen in de weergave. Op de kaart Markeringen stelt u het markeringstype in (zie [Het type markering in de weergave wijzigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_marktypes.htm)) en codeert u de data met kleur, grootte, vorm, tekst en details. Zie [Het uiterlijk van markeringen in de weergave beheren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm), als u de markeringsinstellingen wilt wijzigen. ![De kaart Markeringen met containers voor Segment, Regio en Som (Hoeveelheid).](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/build_manual_shelves_marks1.png) In dit voorbeeld zijn drie verschillende velden naar verschillende eigenschappen op de kaart Markeringen gesleept. Segment staat op Kleur, Regio staat op Vorm en Aantal staat op Formaat. Nadat u een veld aan de kaart Markeringen hebt toegevoegd, kunt u op het pictogram naast het veld klikken om de eigenschap die het gebruikt te wijzigen. U kunt ook op de knoppen voor de eigenschappen op de kaart Markeringen klikken om deze instellingen te wijzigen. ![De kaart Markeringen met containers voor Segment, Regio en Som (Hoeveelheid). Voor de meetwaarde Som (Hoeveelheid) toont een contextmenu opties voor Kleur, Label, Vorm, Detail en Knopinfo.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/build_manual_shelves_marks2.png) Veel eigenschappen kunnen meerdere velden bevatten. U kunt bijvoorbeeld meerdere velden toevoegen aan Label, Detail, Knopinfo en Kleur. Formaat en Vorm kunnen slechts één veld tegelijk bevatten. Zie [Het uiterlijk van markeringen in de weergave beheren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm) voor meer informatie. **Opmerking:** wanneer u een nieuw veld naar Kleur sleept, worden de bestaande velden standaard vervangen. Als u een nieuw veld aan Kleur wilt toevoegen zonder het bestaande veld te vervangen, houdt u de SHIFT-toets op uw toetsenbord ingedrukt terwijl u een nieuw veld naar Kleur op de kaart Markeringen sleept. ## De container Filters Met de container Filters kunt u opgeven welke data u wilt opnemen en uitsluiten. U wilt bijvoorbeeld de winst voor elk klantsegment analyseren, maar alleen voor bepaalde transportcontainers en levertijden. U kunt zo'n weergave maken door velden in de container Filters te plaatsen. **Opmerking:** in dit gedeelte vindt u een kort overzicht over filteren. Zie [Data uit uw weergaven filteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm) voor meer informatie over filteren. U kunt data filteren met behulp van meetwaarden, dimensies of beide tegelijk. Bovendien kunt u data filteren op basis van de velden die deel uitmaken van de kolommen en rijen van de tabel. Dit wordt een intern filter genoemd. U kunt ook data filteren met behulp van velden die geen kopteksten of assen aan de tabel toevoegen. Dit wordt een extern filter genoemd. Alle gefilterde velden worden weergegeven in de container Filters. Bekijk de volgende weergave die we gebruiken om de basisconcepten van filteren te verduidelijken. ![De segmentdimensie is in de container Kolommen en de meetwaarde Winst in de container Rijen geplaatst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/wwd_shelf_cr1.png) Stel dat u niet geïnteresseerd bent in de data voor Thuiswerkplek. U kunt deze kolom uit de weergave verwijderen door de dimensie Segment te filteren. Als u dit wilt doen, selecteert u Filter in het veldmenu of sleept u de dimensie Segment naar de container Filters. Het dialoogvenster Filter wordt geopend. Standaard zijn alle leden geselecteerd. Schakel het selectievakje voor Thuiswerkplek uit om het uit de weergave te verwijderen. Alle geselecteerde leden zullen worden opgenomen. ![Een afbeelding met het filterdialoogvenster.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filter_shelf2.png) Zoals u hieronder ziet, is de weergave bijgewerkt en is de kolom Thuiswerkplek verwijderd. Het filter wordt aangegeven met het veld Segment uit de containerFilters . ![Een afbeelding van een filter dat is toegepast op het veld Marktsegment.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filter_shelf3.png) Stel dat u alleen de winst voor een categorie producten wilt weergeven. Hoewel het veld Categorie niet wordt gebruikt in de containers Rijen en Kolommen of op de kaart Markeringen, kunt u nog steeds een filter toevoegen. Sleep de dimensie Categorie naar de container Filters. Dit is een voorbeeld van een extern filter omdat Categorie geen deel uitmaakt van de weergave. Het dialoogvenster Filter wordt automatisch geopend. Standaard is geen van de leden geselecteerd. Selecteer de leden die u in de weergave wilt tonen. Alle niet-geselecteerde leden zijn uitgesloten. In dit voorbeeld is Kantoorartikelen geselecteerd. U ziet hieronder de gewijzigde dataweergave. Het markeringslabel geeft weer dat de totale winst voor het segment Consument is gedaald naar 56.330 $. Dit getal wordt verkregen door alle rijen in de databron op te tellen die zijn gekoppeld aan de zakelijke markt en deel uitmaken van de categorie Kantoorartikelen. ![Een afbeelding van een staafdiagram dat het resultaat is van een filter op de velden Marktsegment en Transportcontainer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filter_shelf5.png) De volgorde van de velden die in de container Filters zijn geplaatst, heeft geen invloed op de dataweergave, omdat de filters onafhankelijk zijn. Met andere woorden: het resultaat van filteren op het segment Klant en vervolgens op Transportcontainer is hetzelfde als filteren op Transportcontainer en vervolgens op het segment Klant. Zie [Data uit uw weergaven filteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm) voor meer informatie over de filtervolgorde van bewerkingen. ## De container Pagina's Met de container Pagina's kunt u een weergave opsplitsen in een reeks pagina's, zodat u beter kunt analyseren welk effect een specifiek veld heeft op de rest van de data in een weergave. Wanneer u een dimensie in de container Pagina's plaatst, voegt u een nieuwe rij toe voor elk lid in de dimensie. Wanneer u een meetwaarde in de container Pagina's plaatst, zet Tableau de meetwaarde automatisch om in een discrete meetwaarde. De container Pagina's maakt een aantal pagina's, met op elke pagina een andere weergave. Elke weergave is gebaseerd op een lid van het veld dat u in de container Pagina's hebt geplaatst. U kunt eenvoudig door de weergaven bladeren en ze vergelijken op een gemeenschappelijke as, met behulp van de besturingselementen die aan de weergave worden toegevoegd wanneer u een veld naar de container Pagina's verplaatst. In de onderstaande weergave ziet u bijvoorbeeld de Winst versus Verkoop op Regio voor elke dag van de maand. In de onderstaande afbeelding ziet u dag 1, 2, 3 en 4. U moet naar beneden scrollen om de andere dagen van de maand te bekijken. ![Een spreidingsdiagram dat de correlatie tussen winst en omzet in verschillende regio's visualiseert.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pages_shelf1.png) Als u deze weergave gebruiksvriendelijker wilt maken, verplaatst u DAY(Order Date) naar de container Pagina's en gebruikt u het bijbehorende besturingselement om door de pagina's te bladeren (één voor elke dag). U ontdekt al snel verborgen inzichten. In dit voorbeeld is het interessant dat de 19e een zeer belangrijke dag is qua verkopen en winst in de westelijke regio. ![Verplaats DAG(Besteldatum) naar het tabblad Pagina's en gebruik het bijbehorende besturingselement om door de pagina's te bladeren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pages6.gif) Wanneer u een veld toevoegt aan de container Pagina's, wordt rechts van uw weergave automatisch een paginabesturingselement toegevoegd. Gebruik dit besturingselement om door de pagina's te navigeren. Er zijn drie manieren om door de pagina's in een weergave te navigeren: - Naar een specifieke pagina gaan - Handmatig door de pagina's bladeren - Automatisch door de pagina's bladeren ### Naar een specifieke pagina gaan Selecteer het lid of de waarde die u wilt bekijken in de vervolgkeuzelijst om een specifieke pagina weer te geven. ![Naar een specifieke pagina gaan.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pages_shelf7.gif) ### Handmatig door de pagina's bladeren U kunt handmatig door de reeks pagina's bladeren door een van de volgende handelingen uit te voeren: - Gebruik de knoppen Vooruit en Terug aan weerszijden van de vervolgkeuzelijst om pagina voor pagina door de reeks pagina's te navigeren. - Gebruik de schuifregelaar voor pagina's om snel vooruit en achteruit te scrollen in de reeks pagina's. - Gebruik een van de volgende sneltoetsen om vooruit en achteruit te scrollen in de reeks pagina's.
F4Start en stopt het vooruit scrollen
SHIFT + F4Start en stopt het achteruit scrollen
CTRL + .Eén pagina vooruit bladeren
CTRL + ,Eén pagina terugbladeren
Op een Mac gebruikt u hiervoor de volgende sneltoetsen.
F4Start en stopt het vooruit scrollen
Shift-F4Start en stopt het achteruit scrollen
Command-puntEén pagina vooruit bladeren
Command-kommaEén pagina terugbladeren
### Automatisch door de pagina's bladeren Gebruik de afspeelknoppen om een diavoorstelling van de pagina's in de weergave te bekijken. U kunt vooruit of achteruit scrollen en het afspelen op elk gewenst moment stoppen. U kunt de afspeelsnelheid regelen met de snelheidsregelaars in de rechteronderhoek van het besturingselement. De kleinste balk geeft de langzaamste afspeelsnelheid aan. ![Een schuifbalk met knoppen om te navigeren en besteldata te bekijken in een visualisatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pages_shelf8.png) ### De paginageschiedenis tonen Toon de paginageschiedenis met behulp van het selectievakje Geschiedenis tonen. Bij de paginageschiedenis worden markeringen van voorgaande pagina's weergegeven op de huidige pagina. _Alleen in Tableau Desktop_: open het vervolgkeuzemenu voor de geschiedenis om op te geven welke markeringen moeten worden weergegeven en wanneer deze moeten worden weergegeven. ![Een formulier met opties voor het weergeven van de datageschiedenis, waaronder lengte, type en opmaak.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pages7.png) Het vervolgkeuzemenu voor geschiedenis heeft de volgende opties: - Markeringen om de geschiedenis te tonen voor: selecteer of u de geschiedenis wilt tonen van geselecteerde markeringen, markeringen met een highlight, markeringen die u handmatig hebt geselecteerd om de geschiedenis ervan te tonen, of van alle markeringen. Als u de geschiedenis van markeringen handmatig wilt weergeven, klikt u met de rechtermuisknop (op een Mac met de Control-toets) op de markering in de weergave en selecteert u een optie in het menu Paginageschiedenis. - Lengte: selecteer het aantal pagina's dat u in de geschiedenis wilt tonen. - Tonen: geef op of u de historische markeringen, een lijn die door de vorige waarden loopt (trail) of beide wilt weergeven. - Markeringen: stel de opmaak in voor de historische markeringen, waaronder de kleur en de mate waarin deze moet vervagen. Als de kleur is ingesteld op Automatisch, wordt voor de markeringen de standaardhighlightkleur of de kleurcodering in de container Kleur gebruikt. - Trails: stel de opmaak in voor de lijnen die door de historische markeringen worden getrokken. Deze optie is alleen beschikbaar als Trails is geselecteerd in de opties voor Tonen. Paginatrails worden mogelijk niet weergegeven als een pagina meerdere markeringen per kleur heeft. Zorg ervoor dat het detailniveau van de weergave kleiner is dan of gelijk is aan het detailniveau in de container Pagina's en in het doel van Kleur. Bovendien worden trails alleen ondersteund voor discrete markeringstypen, zoals vierkanten, cirkels of vormen. Ze worden niet ondersteund als het markeringstype Automatisch is. ### Pagina's op dashboards (alleen Tableau Desktop) Wanneer een dashboard meerdere weergaven bevat die hetzelfde veld in de container Pagina's gebruiken, kunt u alle weergaven beheren met één paginabesturingselement door de optie Gesynchroniseerd te selecteren. Deze optie is alleen beschikbaar op het paginabesturingselement dat op een dashboard wordt weergegeven. ![Beheer alle weergaven met één paginabesturingselement door de optie Gesynchroniseerd te selecteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pages9.gif) ## Aanvullende containers, legenda's, kaarten en besturingselementen Sommige containers, legenda's, kaarten of besturingselementen worden alleen weergegeven als gevolg van bewerkingen die u uitvoert terwijl u met weergaven werkt. De kleurlegenda wordt bijvoorbeeld alleen weergegeven als Kleur een veld bevat. ![In een legenda worden de verzendmethoden met bijbehorende kleuren weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/color1.png) Tableau biedt besturingselementen voor het verplaatsen of anderszins aanpassen van deze elementen van de weergave. In de volgende lijst wordt elk van die containers, legenda’s, kaarten of besturingselementen beschreven. - Container Meetwaarden: Meetwaarden is een speciaal veld dat altijd in het deelvenster Data wordt weergegeven en dat alle meetwaarden van uw verzamelde gegevens in één veld bevat. Tableau voegt Meetwaarden automatisch toe aan de weergave wanneer meerdere meetwaarden dezelfde as delen. Wanneer Meetwaarden is opgenomen in de weergave, geeft Tableau een container Meetwaarden weer die toont welke meetwaarden zijn opgenomen. U kunt meetwaarden toevoegen aan deze kaart of hieruit verwijderen. Zie [Meetwaarden en namen van meetwaarden](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_understanddatawindow_meavalues.htm) voor meer informatie. - Kleurlegenda: toont hoe kleuren worden toegewezen als Kleur een veld bevat. Zie [Kleuren toewijzen aan markeringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm#ColorProp) voor meer informatie. - Vormlegenda: toont hoe vormen worden toegewezen als Vorm een veld bevat. Zie [De vorm van markeringen wijzigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm#ShapeProp) voor meer informatie. - Groottelegenda: toont hoe een formaat wordt toegewezen als Formaat een veld bevat. Zie [Het formaat van markeringen wijzigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm#SizeProp) voor meer informatie. - Kaartlegenda: toont de legenda voor de symbolen en patronen op een kaart. De kaartlegenda is niet voor alle kaartaanbieders beschikbaar. - Parameterbesturingselementen: er is voor elke parameter in de werkmap een afzonderlijk parameterbesturingselement beschikbaar. Zie [Parameters maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/parameters_create.htm) voor meer informatie. - Titel: voor elke weergave wordt standaard een titel weergegeven. De standaardtitel is de bladnaam. Dubbelklik (klik op een Mac met de Control-toets) op een titel om deze te bewerken. Zie [Afzonderlijke onderdelen van de weergave opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_specific_titlecaption.htm) voor meer informatie. - Bijschrift: kies Bijschrift tonen in het menu Werkblad om een bijschrift voor de weergave te tonen. - Samenvattingskaart: kies Samenvatting tonen in het menu Werkblad om een samenvattingskaart voor de weergave te tonen. Zie [Samenvattingskaart](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_summary.htm) voor meer informatie. - Paginabesturingselement: biedt opties voor het navigeren door pagina's wanneer de container Pagina's een veld bevat. Zie [De container Pagina's](#Pages) voor meer informatie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Contextfilters gebruiken Standaard worden alle filters die u instelt in Tableau onafhankelijk van elkaar berekend. Dat wil zeggen dat elk filter toegang heeft tot alle rijen in uw databron, zonder rekening te houden met overige filters. U kunt echter een of meer categorische filters instellen als contextfilters voor de weergave. U kunt een contextfilter beschouwen als een onafhankelijk filter. Alle overige filters die u instelt, worden gedefinieerd als afhankelijke filters, omdat ze alleen de data verwerken die via het contextfilter gaan. U kunt een contextfilter maken om: - Af te dwingen dat er eerst een filter wordt uitgevoerd. - Een afhankelijk numeriek of top N-filter te maken. U kunt een contextfilter instellen om alleen de data op te nemen die u interesseren, en vervolgens een numeriek filter of een top N-filter instellen. Stel bijvoorbeeld dat u verantwoordelijk bent voor ontbijtproducten voor een grote supermarktketen. Het is uw taak om de top 10 ontbijtproducten qua winstgevendheid voor alle winkels te vinden. Als de databron erg groot is, kunt u een contextfilter instellen om alleen ontbijtproducten op te nemen. Vervolgens kunt u een top 10-filter op basis van winst maken als afhankelijk filter. Dit filter verwerkt alleen de data die via het contextfilter gaan. ## Contextfilters maken Om een contextfilter te maken, selecteert u Toevoegen aan context vanuit het contextmenu van een bestaand categorisch filter. De context wordt één keer berekend om de weergave te genereren. Alle overige filters worden vervolgens berekend ten opzichte van de context. Contextfilters: - Verschijnen bovenaan de container Filters. - Zijn te herkennen aan een grijze kleur in de container Filters. - Kunnen niet opnieuw worden geordend in de container. Zoals hieronder getoond, wordt de dimensie Verzendmodus ingesteld als context voor een weergave. Het filter Regio wordt berekend met alleen de data die door Verzendmodus gaan. ![Een contextfilters maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/contextfilter_1.gif) U kunt een contextfilter wijzigen door: - Het veld te verwijderen uit de container Filters: als er andere contextfilters in de container achterblijven, wordt er een nieuwe context berekend. - Het filter te bewerken: elke keer dat u een contextfilter bewerkt, wordt er een nieuwe context berekend. - Verwijderen uit context te selecteren: het filter blijft als standaardfilter in de container staan. Als er nog andere contextfilters in de container achterblijven, wordt er een nieuwe context berekend. ## Contextfilters versnellen Om de prestaties van contextfilters te verbeteren, vooral bij grote databronnen, volgt u deze algemene regels. - Het is veel beter om één contextfilter te gebruiken waarmee u de omvang van de dataset aanzienlijk verkleint, dan om meerdere contextfilters toe te passen. - Voltooi al uw datamodelleringsbewerkingen voordat u een context maakt. Wijzigingen in het datamodel, zoals het omzetten van dimensies naar meetwaarden, vereisen een herberekening van de context. - Stel de benodigde filters voor de context in en maak de context voordat u velden toevoegt aan andere containers. Als u dit eerst doet, worden de query's die worden uitgevoerd wanneer u velden op andere containers neerzet, veel sneller. - Als u een contextfilter op een datum wilt instellen, kunt u een continue datum gebruiken. Het gebruik van datumbins zoals YEAR(Date) of contextfilters op discrete datums is echter zeer effectief. **Opmerking**: Contextfilters kunnen een negatieve invloed hebben op de prestatieverbeteringen van query's wanneer u de optie Referentiële integriteit aannemen in het menu Data van de databron gebruikt. Zie [Referentiële integriteit aannemen voor joins](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joins_assume_refinteg.htm) voor meer informatie. ## Voorbeeld: Contextfilters maken In dit voorbeeld wordt uitgelegd hoe u een contextfilter maakt. Eerst filtert u een weergave om de top 10 producten qua verkoop te tonen. Vervolgens maakt u een contextfilter op productcategorie, zodat u de top 10 meubelproducten kunt zien. 1. Gebruik de databron Voorbeeld - Superstore om de hieronder getoonde initiële weergave te maken. In de weergave worden de verkoopcijfers voor alle subcategorieën getoond, gesorteerd met de hoogste verkoop bovenaan. ![Een horizontale staafdiagram van verkopen per subcategorie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ex_context1.png) 2. Maak nu een Top 10-filter om alleen de best verkopende producten te tonen. U kunt dit filter maken door het veld Subcategorie naar de container Filters te slepen. Schakel in het dialoogvenster Filter over naar het tabblad Boven en definieer een filter dat Top 10 is op basis van de som van de verkopen. Zie [Data uit uw weergaven filteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm#AddLimits) voor meer informatie over het definiëren van een Top N-filter. ![Een venster met filteropties voor 'Subcategorie'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ex_context2.png) 3. Wanneer u op OK klikt, ziet u dat de weergave is gefilterd om de top 10 productsubcategorieën qua verkoop te tonen. ![Een horizontale staafdiagram van verkopen per subcategorie van een product.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ex_context3.png) 4. Laten we nu een ander filter toevoegen om alleen meubelproducten te tonen. Sleep het veld Categorie naar de container Filters en selecteer alleen Meubels. Klik op OK als u klaar bent. De weergave is gefilterd, maar in plaats van 10 producten worden er nu 3 getoond. Dit komt doordat standaard alle filters afzonderlijk worden beoordeeld en de weergave de doorsnede van de resultaten toont. Uit deze weergave blijkt dat drie van de top 10 producten meubelen zijn. ![Een horizontaal staafdiagram met de verkopen van meubelsubcategorieën.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ex_context5.png) 5. Om erachter te komen wat de top 10 meubelproducten zijn, moeten we van het filter Categorie een contextfilter maken. Klik met de rechtermuisknop op het veld in de container Filters en selecteer Toevoegen aan context. 6. Het filter wordt gemarkeerd als contextfilter en de weergave wordt bijgewerkt om de top vier meubelproducten te tonen. Waarom niet 10? Omdat slechts vier van de subcategorieën meubels bevatten. Maar we weten nu dat het Top 10-filter wordt geëvalueerd op basis van de resultaten van die context. ![Een horizontaal staafdiagram geeft de verkopen per subcategorie meubels weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ex_context7.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Continue datums Standaard worden datums in de weergave weergegeven als een discreet veld. Gedeelten van een datum (zoals jaar of maand) kunnen net als elk ander discreet veld worden gebruikt en labels in de weergave maken. U kunt de datums echter wel wijzigen naar continu, als u dat wilt. Selecteer een van de opties voor Continue datum in het contextmenu van het veld om datumafkappingen (zoals maart 2020 of 25-3-2022) te gebruiken in plaats van gedeelten van datums. Met continue datums wordt er een as gemaakt in de weergave.
Gedeelte van discrete datumContinue datumafkapping
Keuzemenu met de volgende datumopties gehighlight: jaar, kwartaal, maand, dag en meer.Keuzemenu met de volgende datumwaarden gehighlight: jaar, kwartaal, maand, weeknummer, dag en meer.
## De standaard wijzigen Om een bepaald datumveld standaard continu te maken, klikt u met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op het veld in het venster Data en selecteert u Converteren naar Continu. Het veld wordt groen en heeft standaard een continue datum wanneer het in de weergave wordt gebruikt. Om weer terug te keren naar discreet, klikt u met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op het veld in het venster Data en selecteert u Converteren naar Discreet. ## Zie ook Zie [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor meer informatie over de impact van het gebruik van een continu of discreet veld. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Coördinaten van achtergrondafbeelding zoeken In veel scenario's wilt u uw data mogelijk op een achtergrondafbeelding in kaart brengen in plaats van op een Tableau-kaart. In dit artikel wordt uitgelegd hoe u datapunten op een achtergrondafbeelding kunt plotten. Er zijn verschillende stappen in dit proces: 1. Maak een tabel in uw databron voor X- en Y-coördinaten. 2. Maak verbinding met uw databron in Tableau Desktop en voeg de coördinatentabel samen met de rest van uw data. 3. Importeer uw achtergrondafbeelding en bouw de weergave. 4. Annoteer punten op de achtergrondafbeelding. 5. Voeg coördinaten toe aan de coördinatentabel in uw databron. 6. Vernieuw uw databron in Tableau. ## Stap 1: De coördinatentabel maken Maak een tabel in uw databron die kolommen bevat om een unieke markering te identificeren. In dit voorbeeld zijn er drie kolommen: - De eerste kolom bevat de unieke identificatiecode voor elke markering. - De andere twee kolommen zijn voor de X- en Y-coördinaten. Nadat u uw kolommen hebt gemaakt, voegt u de nieuwe coördinatentabel toe aan de oorspronkelijke databron. De samenvoeging is gebaseerd op de unieke identificatiecode die wordt gebruikt in zowel de oorspronkelijke databron als de coördinatentabel (de identificatiecode die één markering vertegenwoordigt). 1. Selecteer een schaal die geschikt is voor uw achtergrondafbeelding. Als de afbeelding breder dan hoog is, gebruikt u X: 0-100 en Y: 0-50. 2. Voor dit voorbeeld opent u het Steekproef Superstore Excel-bestand vanuit uw Tableau-opslagplaats in Excel en selecteert u een nieuw bladtabblad. 3. Plaats op het nieuwe tabblad een enkele rij in een tabel die een van de unieke identificatiecodes bevat en de X- en Y-eindpunten die u voor uw twee schalen hebt geselecteerd. In dit geval is de **Productsubcategorie** een kolom in de Steekproef Superstore en een van de leden daarvan is **Tabellen**. Het **X**\-eindpunt is **100** en het **Y**\-eindpunt is **50** want dat is de schaal voor de achtergrondafbeelding. ![In een tabel wordt informatie over productsubcategorieën weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/BackgroundImage1_1.png) 4. Wijzig de tabbladnaam in **Coördinaten** en sla het bestand op. ## Stap 2: Verbinding maken met de coördinatentabel 1. Selecteer in een nieuwe Tableau-werkmap **Verbinding maken met data**. 2. In het dialoogvenster **Verbinding maken met data** selecteert u **Microsoft Excel** en klikt u vervolgens op **Volgende**. 3. Doe het volgende op de databronpagina: - Sleep het blad Orders naar het gebied Een join maken. - Sleep het blad Coördinaten naar het gebied Een join maken. - Klik op het pictogram een Join maken om de bestaande join te wijzigen. - Selecteer in het dialoogvenster Een join maken dat wordt geopend de optie **Links** en selecteer vervolgens **Productsubcategorie** voor de **Databron**kolom, en **Productnaam (coördinaten)** voor de kolom **Coördinaten**. ![Een join-tabel met een linker-join op productsubcategorie en productnaam (coördinaten).](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/BackgroundImage13_1.png) 5. Sluit het dialoogvenster Een join maken en selecteer vervolgens het bladtabblad om naar een werkblad te gaan. ## Stap 3: De achtergrondafbeelding importeren 1. Selecteer in het nieuwe werkblad de optie **Kaarten** > **Achtergrondafbeeldingen**, **Steekproef - Superstore**. Hierdoor wordt het dialoogvenster Achtergrondafbeeldingen geopend. 2. Klik in het dialoogvenster **Achtergrondafbeeldingen** op **Afbeelding toevoegen**. 3. In het dialoogvenster **Achtergrondafbeelding toevoegen**, bladert u naar het bestand en selecteert u het. 4. Voor het **X-veld**, selecteer **X** in de lijst. **Opmerking:** Als u het X-veld niet in de lijst ziet, betekent dit dat u het X-veld moet wijzigen in een continu getal. Als u het veld wilt wijzigen in een getal, klikt u met de rechtermuisknop op het **X**\-veld in het deelvenster Data en selecteert u **Datatype wijzigen** > **Getal (geheel)**. Als u het veld wilt converteren naar Continu, klikt u met de rechtermuisknop op het **X**\-veld in het deelvenster Data en selecteert u **Converteren naar continu**. Herhaal deze stappen voor het **Y**\-veld. 5. In het tekstvak **Rechts**, typ **100** (100 is het getal dat u in de coördinatentabel hebt gebruikt). 6. Voor het **Y-veld**, selecteer **Y** in de lijst. 7. In het tekstvak **Boven**, typ **50** (50 is het getal dat u in de coördinatentabel hebt gebruikt). Zorg ervoor dat u in het juiste tekstvak typt. ![Het dialoogvenster Achtergrondafbeelding toevoegen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/BackgroundImage3_1.png) 8. Klik op **OK** en klik vervolgens op **OK** in het dialoogvenster **Achtergrondafbeeldingen**. (Negeer de instelling **Geldig** van **Nee** in het dialoogvenster **Achtergrondafbeeldingen**.) ## Stap 4: De coördinaten zoeken 1. Sleep vanuit het deelvenster Data **X** naar de container **Kolommen** en **Y** naar de container **Rijen**. 2. Op de container **Kolommen**, klik met de rechtermuisknop op **X** en selecteer **Dimensie**. 3. Op de container **Rijen**, klik met de rechtermuisknop op **Y** en selecteer **Dimensie**. **Opmerking:** Deze stap is alleen nodig als de X- en Y-velden als Meetwaarden zijn ingevoerd in Tableau. De achtergrondafbeelding verschijnt in de weergave. ![Een dashboard met een achtergrondafbeelding.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/BackgroundImage4_1.png) 4. Klik met de rechtermuisknop op de X-as en selecteer **As bewerken**. ![De optie As bewerken in een vervolgkeuzemenu.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/BackgroundImage5_0_0.png) 5. In het dialoogvenster **As bewerken**, selecteer **Vast**. In het tekstvak **Begin**, typ **0**, en in het tekstvak **Einde**, typ **100**. 6. Klik op **OK**. 7. Klik met de rechtermuisknop op de Y-as en selecteer **As bewerken**. 8. In het dialoogvenster **As bewerken**, selecteer **Vast**. In het tekstvak **Begin**, typ **0**, en in het tekstvak **Einde**, typ **50**. 9. Klik op **OK**. De assen beginnen nu bij nul. ![Een achtergrondafbeelding van een plattegrond.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/BackgroundImage7_1.png) 10. Klik met de rechtermuisknop ergens op de afbeelding waar u de coördinaten wilt vinden, en selecteer **Annoteren** > **Punt**. Zie het onderwerp [Annotaties toevoegen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/annotations_annotations_add.htm) in de Tableau Help voor meer informatie over het annoteren van markeringen of punten in de weergave. ![Een vervolgkeuzemenu met opties om een punt of gebied te annoteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/BackgroundImage8_1.png) 11. In het dialoogvenster **Annotatie bewerken**, klik **OK**. 12. Herhaal stappen 10 en 11 voor elk punt dat u wilt annoteren. De coördinaten verschijnen als toelichting op de achtergrondafbeelding. U kunt een toelichting verplaatsen naar een locatie waar deze beter wordt weergegeven door de toelichting gewoon te verslepen. U kunt het formaat van de toelichting ook wijzigen door een van de formaatgrepen te verslepen. U kunt een coördinaatpunt naar een nieuwe locatie verplaatsen door op de pijlpunt te klikken en deze te verslepen; de coördinaten in de toelichting veranderen om de nieuwe locatie weer te geven. ![Een rode rechthoek markeert de coördinaten op een plattegrond.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/BackgroundImage10_1.png) 13. Voeg deze coördinaten toe aan het blad Coördinaten in het Steekproef - Superstore Excel-bestand en sla de wijzigingen op. ![In de tabel worden de productsubcategorieën en hun respectievelijke X- en Y-waarden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/BackgroundImage11_1.png) 14. Selecteer in Tableau **Data** > **Steekproef - Superstore** > **Vernieuwen**. In de vernieuwde weergave worden markeringen op de coördinaatlocaties weergegeven. Als u de toelichtingen niet wilt blijven weergeven, kunt u ze selecteren en verwijderen uit de achtergrondafbeelding. ![Een plattegrond met vier blauwe stippen met coördinaten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/BackgroundImage12_1.png) ## Andere ideeën Probeer een andere Meetwaarde op de container Formaat te plaatsen en plaats een Dimensie of Meetwaarde op Kleur op de kaart Markeringen. Voeg uw eigen aangepaste vormen toe. Ontwikkel krachtige en unieke analyses door Acties te creëren tussen deze weergave en uw andere analyses. Als u de X- en Y-schalen wilt verbergen, klikt u met de rechtermuisknop op het betreffende veld in de container Kolommen of Rijen en wist u **Koptekst tonen**. ## Zie ook - [Achtergrondafbeeldingen gebruiken in uw weergaven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/bkimages.htm) - [Kaarten en geografische data-analyse in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Copyright © 2026 Salesforce, Inc. en haar licentieverleners. Alle rechten voorbehouden. Aanvullende informatie over de auteursrechten, patenten en handelsmerken van Tableau is te vinden op [www.tableau.com/nl-nl/ip](http://tableau.com/nl-nl/ip). Voor informatie over code van een externe partij die mogelijk samen met de software wordt gedistribueerd, kunt u de licentieovereenkomst voor eindgebruikers van Tableau Software raadplegen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Creators: Verbinding maken met data op het web Voordat u een werkmap kunt maken en een weergave op internet kunt ontwikkelen om de data op het web te analyseren, moet u verbinding maken met de data. Tableau ondersteunt verbinding met databronnen op het web die zijn gepubliceerd via Tableau Desktop, of rechtstreeks verbinding maken met data via Tableau Cloud, Tableau Server of Tableau Public. Vanaf 2019.3 is Tableau Catalog beschikbaar als onderdeel van het Databeheer\-aanbod voor Tableau Server en Tableau Cloud. Wanneer Tableau Catalog is ingeschakeld in uw omgeving, kunt u niet alleen navigeren naar en verbinding maken met data in Verkennen, maar kunt u ook navigeren naar en verbinding maken met meer soorten data, zoals databases en tabellen van Tableau Catalog. Zie "Over Tableau Catalog" in de [Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/dm_catalog_overview.htm) of Help bij [Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/dm_catalog_overview.htm) voor meer informatie over Tableau Catalog. Vanaf 2021.4 bevat Databeheer virtuele verbindingen, een centraal toegangspunt tot data. Zie 'Over virtuele verbindingen en databeleid' in de Help bij [Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/dm_vconn_overview.htm) of [Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/dm_vconn_overview.htm) voor meer informatie. ## De pagina Verbinding maken met data openen Op het web gebruikt u de pagina Verbinding maken met data om toegang te krijgen tot data waarmee verbinding mogelijk is. Nadat u zich hebt aangemeld bij Tableau Server of Tableau Cloud, kunt u deze pagina op twee manieren openen: - Startpagina \> Nieuw > Werkmap - Verkennen > Nieuw > Werkmap Als u Tableau Public gebruikt, kunt u deze pagina openen vanuit het auteursprofiel: - Mijn profiel \> Een visualisatie maken Het dialoogvenster Verbinding maken met data toont een scrolbare lijst met gemengde, populaire inhoud. Als u over een Databeheer\-licentie beschikt, kunt u verbinding maken met data via een virtuele verbinding en als u Databeheer hebt, waarbij Tableau Catalog is ingeschakeld, kunt u ook verbinding maken met externe assets, zoals databases, bestanden en tabellen. Het responsieve zoekveld toont een lijst met suggesties die wordt bijgewerkt terwijl u tekst invoert. Filter zoekresultaten op datatype, certificeringsstatus of op basis van andere filters die afhankelijk zijn van het geselecteerde datatype. Voor sommige datatypen kunt u bijvoorbeeld filteren op basis van tags, verbindingstype, datakwaliteitswaarschuwingen of andere criteria. Oudere versies van het dialoogvenster zien er iets anders uit en functioneren net iets anders, maar de uiteindelijke functie is vergelijkbaar. ![Maak verbinding met data in Tableau Cloud met opties om verbinding te maken met databronnen, virtuele verbindingen, databases en bestanden, of tabellen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/connect_to_data.png) Op de pagina Verbinding maken met data zijn de tabbladen die u ziet afhankelijk van het product dat u hebt. Selecteer op Tableau Server een van de volgende tabbladen om verbinding te maken met data: Op deze site, Bestanden en Connectors. ### Verbinding maken met data op deze site 1. Selecteer Op deze site om te bladeren of zoeken naar gepubliceerde databronnen. 2. Selecteer de databron onder Naam en klik op de knop Verbinding maken. **Opmerking:** Als u Databeheer hebt, kunt u Op deze site niet alleen gebruiken voor het verbinden met databronnen, maar ook om verbinding te maken met data via een virtuele verbinding. Als Tableau Catalog is ingeschakeld, kunt u ook verbinding maken met databases, bestanden en tabellen. ### Verbinding maken met bestanden Tableau ondersteunt het uploaden van Excel, op tekst gebaseerde databronnen (.xlsx, .csv, .tsv) en ruimtelijke bestandsindelingen waarvoor slechts één bestand nodig is (.kml, .geojson, .topojson, .json, Esri-shapefiles en Esri File Geodatabases verpakt in een .zip) rechtstreeks in de browser. Op het tabblad Bestanden van het deelvenster Verbinding maken met data kunt u verbinding maken met een bestand door het naar het veld te slepen of door te klikken op Uploaden van computer. De maximale bestandsgrootte die u kunt uploaden is 1 GB. ### Connectors gebruiken Vanaf het tabblad Connectors, kunt u verbinding maken met data in een cloud-database of op een server in uw onderneming. Voor elke dataverbinding die u maakt, moet u verbindingsgegevens opgeven. Voor de meeste dataverbindingen moet u bijvoorbeeld een servernaam en uw aanmeldingsgegevens opgeven. [Ondersteunde connectors](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/exampleconnections_overview.htm) bevat informatie over hoe u Tableau kunt verbinden met elk van deze connectortypen om de databron in te stellen. Als de connector die u nodig hebt niet op het tabblad Connectors verschijnt, kunt u verbinding maken met data via Tableau Desktop en de databron publiceren naar Tableau Cloud of Tableau Server voor webauthoring. Zie [Een databron publiceren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/publish_datasources.htm) in Tableau Desktop voor meer informatie over hoe u dit kunt doen. Wanneer Tableau succesvol verbinding maakt met de data, wordt de pagina Databron geopend, zodat u de data kunt voorbereiden voor analyse en kunt beginnen met het opbouwen van de weergave. Zie [Creators: Data voorbereiden op het web](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/creator_data_prep.htm) voor meer informatie. #### Tableau Server-connectors

Actian Matrix*

Alibaba AnalyticDB voor MySQL‡

Alibaba Data Lake Analytics‡

Alibaba MaxCompute‡

Amazon Athena‡

Amazon Aurora for MySQL‡

Amazon EMR Hadoop Hive‡

Amazon Redshift‡

Apache Drill‡

Aster Database*

Azure Data Lake Storage Gen2‡

Box‡

Cloudera Hadoop‡

Databricks‡

Datorama van Salesforce‡

Denodo‡

Dremio van Dremio‡

Dropbox‡

Esri-connector‡

Exasol‡

Google BigQuery**‡

Google BigQuery JDBC**‡

Google Cloud SQL‡

Google Drive‡

Impala‡

Kognito*

Kyvos‡

Hortonworks Hadoop Hive

IBM BigInsights

IBM DB2‡

IBM PDA (Netezza)*

Kyvos‡

MariaDB‡

MarkLogic*

Microsoft Azure SQL-database‡

Microsoft Azure Synapse Analytics‡

Microsoft SQL Server‡

MonetDB*

MongoDB Connector voor BI‡

MySQL‡

OData‡

OneDrive‡

Oracle‡

Pivotal Greenplum Database‡

PostgreSQL‡

Progress OpenEdge*

Presto‡

Qubole Presto‡

SAP HANA (alleen voor virtuele verbindingen)‡

SAP Sybase ASE*

SAP Sybase IQ*

Salesforce‡

SharePoint-lijsten‡

SingleStore (voorheen MemSQL)‡

Snowflake‡

Spark SQL‡

Teradata***‡

Vertica‡

\*Niet beschikbaar op Linux-servers. \*\*Google BigQuery heeft OAuth nodig bij het maken van databronnen van het web. In [OAuth voor Google instellen](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/config_oauth_google.htm) krijgt u meer informatie over hoe serverbeheerders dit kunnen regelen. \*\*\*Teradata-webauthoring ondersteunt momenteel geen functionaliteit voor querybanding. Zie [Teradata](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/examples_teradata.htm) voor details. ‡Ondersteunt virtuele verbindingen als u Databeheer hebt. Zie [Over virtuele verbindingen en databeleid](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/dm_vconn_overview.htm) in de Help bij Tableau Server voor details. #### Door Tableau Catalog ondersteunde connectors Tableau Catalog ondersteunt het maken van een verbinding met een subset van de door Tableau Server ondersteunde dataconnectors. Als een databron, database, bestand of tabel grijs wordt weergegeven, kunt u er geen verbinding mee maken vanaf Tableau Server. U kunt echter wel verbinding maken vanaf het deelvenster Verbinding maken in Tableau Desktop, mits u over de juiste machtigingen beschikt. Selecteer in Tableau Cloud een van de volgende tabbladen om verbinding te maken met data: Op deze site, Bestanden, Connectors en Dashboard Sitetarters. ### Verbinding maken met data op deze site 1. Selecteer Op deze site om te bladeren of zoeken naar gepubliceerde databronnen. 2. Selecteer de databron onder Naam en klik op de knop Verbinding maken. **Opmerking:** Als u Databeheer hebt, kunt u Op deze site niet alleen gebruiken voor het verbinden met databronnen, maar ook om verbinding te maken met data via een virtuele verbinding. Als Tableau Catalog is ingeschakeld, kunt u ook verbinding maken met databases, bestanden en tabellen. ### Verbinding maken met bestanden Tableau ondersteunt het rechtstreeks in de browser uploaden van Excel- of op tekst gebaseerde databronnen (.xlsx, .csv, .tsv). Op het tabblad Bestanden van het deelvenster Verbinding maken met data kunt u verbinding maken met een Excel- of tekstbestand door het naar het veld te slepen of door te klikken op Uploaden van computer. De maximale bestandsgrootte die u kunt uploaden is 1 GB. ### Connectors gebruiken Vanaf het tabblad Connectors, kunt u verbinding maken met data in een cloud-database of op een server in uw onderneming. Voor elke dataverbinding die u maakt, moet u verbindingsgegevens opgeven. Voor de meeste dataverbindingen moet u bijvoorbeeld een servernaam en uw aanmeldingsgegevens opgeven. [Ondersteunde connectors](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/exampleconnections_overview.htm) bevat informatie over hoe u Tableau met de data kunt verbinden via connectors. Als de connector die u nodig hebt niet op het tabblad Connectors verschijnt, kunt u verbinding maken met data via Tableau Desktop en de databron publiceren naar Tableau Cloud of Tableau Server voor webauthoring. Zie [Een databron publiceren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/publish_datasources.htm) in Tableau Desktop voor meer informatie over hoe u dit kunt doen. **Opmerking**: Als u geen verbinding kunt maken met de data vanuit Tableau Cloud, controleer dan of de database openbaar toegankelijk is. Tableau Cloud kan alleen verbinding maken met data die toegankelijk zijn via het openbare internet. Als de data zich binnen een privénetwerk bevinden, kunt u verbinding maken via Tableau Bridge. Zie [Uitgever: Tableau Bridge gebruiken om Tableau Cloud-data actueel te houden](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/qs_refresh_local_data.htm) voor meer informatie. #### Tableau Cloud-connectors

Alibaba AnalyticsDB voor MySQL‡

Alibaba Data Lake Analytics‡

Amazon Athena‡

Amazon Aurora for MySQL‡

Amazon EMR Hadoop Hive‡

Amazon Redshift‡

Apache Drill‡

Azure Data Lake Storage Gen2‡

Azure Synapse Analytics (compatibel met SQL Server)

Box‡

Cloudera Hadoop‡

Databricks‡

Datorama van Salesforce‡

Denodo‡

Dremio van Dremio‡

Dropbox*‡

Esri-connector‡

Exasol‡

Google BigQuery*‡

Google Cloud SQL (compatibel met MySQL)‡§

Google Drive‡

Hortonworks Hadoop Hive

Impala‡

Kyvos‡

MariaDB‡

Microsoft Azure SQL-database‡

Microsoft Azure Synapse Analytics‡

Microsoft SQL Server‡

MongoDB BI Connector‡

MySQL‡

OData‡

OneDrive*‡

Oracle‡

Pivotal Greenplum Database‡

PostgreSQL‡

Presto‡

Qubole Presto‡

Salesforce‡

SAP HANA (alleen voor virtuele verbindingen)‡

SharePoint-lijsten‡

SingleStore (voorheen MemSQL)‡

Snowflake‡

Spark SQL‡

Teradata**‡

Vertica‡

\*Zie [OAuth-verbindingen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/protected_auth.htm) voor meer informatie over het gebruik van de OAuth 2.0-standaard voor Google BigQuery-, OneDrive- en Dropbox-verbindingen in Tableau Cloud. \*\*Teradata-webauthoring ondersteunt momenteel geen functionaliteit voor querybanding. Zie [Teradata](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/examples_teradata.htm) voor details. ‡Ondersteunt virtuele verbindingen als u Databeheer hebt. Zie [Over virtuele verbindingen en databeleid](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/dm_vconn_overview.htm) in de Help bij Tableau Cloud voor details. §Tableau Cloud ondersteunt geen SSL met Google Cloud SQL. #### Door Tableau Catalog ondersteunde connectors Tableau Catalog ondersteunt het maken van een verbinding met een subset van de door Tableau Cloud ondersteunde dataconnectors. Als een databron, database, bestand of tabel grijs wordt weergegeven, kunt u er geen verbinding mee maken vanaf Tableau Cloud. U kunt echter wel verbinding maken vanaf het deelvenster Verbinding maken in Tableau Desktop, mits u over de juiste machtigingen beschikt. ### Dashboard Starters gebruiken In Tableau Cloud kunt u data van LinkedIn Sales Navigator, Oracle Eloqua, Salesforce, ServiceNow ITSM en QuickBooks Online creëren en analyseren met behulp van Dashboard Starters. Selecteer een optie uit de lijst met kant-en-klare ontwerpen op het tabblad Dashboard Starter en klik op Dashboard gebruiken. Zie [Dashboard Starters voor cloudgebaseerde databronnen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/starters.htm) voor details. ### Webauthoring met Tableau Bridge Wanneer u authoringdataweergaven maakt of rechtstreeks op het web werkt binnen Tableau Cloud, biedt Tableau Bridge volledige queryondersteuning voor een breed scala aan databases en clouddataomgevingen: - **Benoemde connectors**: u kunt tijdens webauthoringsessies rechtstreeks gloednieuwe dataverbindingen tot stand brengen voor alle ondersteunde benoemde connectors die beschikbaar zijn in het deelvenster Tableau Cloud-verbinding. - **Niet-benoemde/generieke connectors**: webauthoring is volledig compatibel met bepaalde niet-benoemde databaseconnectors bij het wijzigen van inhoud die al verwijst naar een functionele, reeds bestaande architectuur die door Bridge wordt ondersteund. Dit omvat: - De optie Databron bewerken is mogelijk niet beschikbaar voor alle niet-benoemde connectors. - Het bewerken van een ingesloten databron in een bestaande, functionerende cloudwerkmap. Tableau ondersteunt niet in alle scenario's het bewerken van gepubliceerde databronnen via webauthoring. De beperkingen zijn als volgt: - De optie **Databron bewerken** is mogelijk niet beschikbaar voor gepubliceerde databronnen die niet-benoemde (generieke) connectors gebruiken. De knop wordt grijs weergegeven. - Het bewerken van een live gepubliceerde databron die meerdere verbindingen met Bridge-databronnen bevat, wordt momenteel niet ondersteund en zal resulteren in een fout. Zie [Connectiviteit met Bridge](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_sync_local_data.htm) voor meer informatie. Op Tableau Public kunt u verbinding maken met data door een ondersteund bestand te uploaden. ### Verbinding maken met bestanden Tableau ondersteunt het rechtstreeks in de browser uploaden van Excel- of op tekst gebaseerde databronnen (.xlsx, .csv, .tsv). Op het tabblad Bestanden van het deelvenster Verbinding maken met data kunt u verbinding maken met een Excel- of tekstbestand door het naar het veld te slepen of door te klikken op Uploaden van computer. De maximale bestandsgrootte die u kunt uploaden is 1 GB. Als u geen dataset hebt, bekijk dan de gratis [steekproefdatasets](https://public.tableau.com/nl-nl/s/resources?qt-overview_resources=1#qt-overview_resources) op de Tableau Public-website. ### Connectors gebruiken Vanaf het tabblad Connectors kunt u verbinding maken met data in een cloud-database. Voor elke dataverbinding die u maakt, moet u verbindingsgegevens opgeven. Voor de meeste dataverbindingen moet u bijvoorbeeld uw aanmeldingsgegevens opgeven. [Ondersteunde connectors](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/exampleconnections_overview.htm) bevat informatie over hoe u Tableau met de data kunt verbinden via connectors. Als de connector die u nodig hebt niet op het tabblad Connectors verschijnt, kunt u verbinding maken met data via Tableau Desktop en een data-extract maken. **Opmerking**: Als u geen verbinding kunt maken met de data vanuit Tableau Public, controleer dan of de database openbaar toegankelijk is. Tableau Public alleen verbinding maken met data die toegankelijk zijn via het openbare internet. #### Tableau Public-connectors

Google Drive

OData

## Nadat u verbinding hebt gemaakt Wanneer Tableau verbinding maakt met de data, wordt de pagina Databron geopend, zodat u de data kunt voorbereiden voor analyse en kunt beginnen met het opbouwen van de weergave. Zie [Creators: Data voorbereiden op het web](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/creator_data_prep.htm) voor meer informatie. ## Data actueel houden tijdens webauthoring **Geüploade bestanden in Tableau Cloud of Tableau Server bijwerken**: Als u handmatig een bestand (Excel of tekst) uploadt voor webauthoring, kan Tableau het bestand niet automatisch vernieuwen. Om de data bij te werken, selecteert u “Verbinding bewerken” om een nieuwe versie van het bestand te uploaden. Ga in Tableau Public naar de visualisatie en klik op Update aanvragen. U kunt de data ook automatisch actueel houden door "Keep this data in sync" (Deze data synchroon houden) te selecteren in Tableau Desktop Public Edition. **Op bestanden gebaseerde gepubliceerde databronnen in Tableau Cloud bijwerken**: Als u een gepubliceerde databron in Tableau Cloud hebt (gepubliceerd via Tableau Desktop) die gebruikmaakt van op bestanden gebaseerde data, kunt u deze actueel houden met Tableau Bridge. Zie [De opties voor nieuwheid van data uitbreiden met behulp van Tableau Bridge](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_sync_local_data.htm) voor meer informatie. Het bewerken van een gepubliceerde databron via webauthoring wordt niet in alle scenario's ondersteund. De beperkingen zijn als volgt: - De optie 'Databron bewerken' is niet beschikbaar voor gepubliceerde databronnen die gebruikmaken van niet-benoemde (generieke) connectors. De knop kan grijs worden weergegeven. - Het bewerken van een live PDS (of deze nu is gemaakt via webauthoring of gepubliceerd vanuit Tableau Desktop) kan leiden tot een verbindingsfout. Tableau Cloud probeert mogelijk een directe verbinding met de database te maken in plaats van via Bridge te routeren, waardoor de aanvraag mislukt. - Het bewerken van een live PDS die meerdere verbindingen met Bridge-databronnen bevat, wordt momenteel niet ondersteund en zal resulteren in een fout. Inzicht in fouten tijdens webauthoring met Bridge Foutberichten die worden weergegeven tijdens mislukte webauthoring-bewerkingen wijzen niet altijd duidelijk naar een probleem met Bridge. Veelvoorkomende scenario's en wat ze betekenen: - Een netwerk- of time-outfout bij inloggen (bijvoorbeeld 'Er is een netwerkgerelateerde of instantiespecifieke fout opgetreden' of 'Time-out bij inloggen verlopen') kan erop duiden dat Tableau Cloud is teruggevallen op een directe verbindingspoging in plaats van routering via Bridge. Controleer of uw Bridge-client is verbonden en aan de juiste pool is toegewezen. - De fout NO\_POOLED\_AGENTS\_ASSIGNED\_NAMED\_POOL geeft aan dat er geen Bridge-agents zijn toegewezen aan de benoemde pool die voor uw site is geconfigureerd. Wijs een actieve Bridge-client toe om dit op te lossen. - Als de knop Databron bewerken grijs is, gebruikt de databron een niet-benoemde connector waarvoor bewerking via webauthoring momenteel niet wordt ondersteund. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Dashboardlay-outs maken voor verschillende apparaattypen Dashboards kunnen lay-outs bevatten voor verschillende soorten apparaten die een breed scala aan schermformaten bestrijken. Wanneer u deze lay-outs publiceert naar Tableau Server of Tableau Cloud, ervaren mensen die uw dashboard bekijken een ontwerp dat is geoptimaliseerd voor hun telefoon, tablet of desktop. Als auteur hoeft u slechts één dashboard aan te maken en één URL aan te leveren. ![Twee smartphoneschermen met grafieken van bedrijfsstatistieken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mobile_dsds.png) ## Hoe het standaarddashboard zich verhoudt tot apparaatlay-outs Apparaatlay-outs verschijnen op het tabblad Dashboard, onder Standaard. In eerste instantie bevat elke apparaatlay-out elk item in het standaarddashboard en wordt de grootte en indeling ook aan Standaard ontleend. Beschouw het standaarddashboard als het bovenliggende dashboard en de apparaatlay-outs (desktop, tablet en telefoon) als de onderliggende elementen. Elke weergave, filter, actie, legenda of parameter die u aan een apparaatlay-out wilt toevoegen, moet eerst bestaan in het standaarddashboard. ### Telefoonlay-outs en het standaarddashboard Om tijd te besparen met een unieke telefoonlay-outoptie die automatisch wijzigingen in het standaarddashboard weergeeft, klikt u op het open slotpictogram ![Ontgrendelingspictogram van het dashboard, weergegeven door een ontgrendeld grijs hangslotsymbool.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd_manual_phone_lock.png), of kiest u Lay-out automatisch genereren in het pop-upmenu. ![Het ontgrendelingspictogram van het dashboard en het contextmenu zijn uitgevouwen, met de optie 'Lay-out automatisch genereren' geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd_automatic_phone_new.png) Als u in plaats daarvan op het gesloten slotpictogram ![Vergrendelingspictogram van het dashboard, weergegeven door een vergrendeld grijs hangslotsymbool.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd_automatic_phone_lock.png) klikt of Lay-out bewerken kiest vanuit het menu, wordt de telefoonlay-out volledig onafhankelijk. U zult dan dus handmatig items moeten toevoegen en rangschikken om wijzigingen in het standaarddashboard weer te geven. ![Dashboard met het vergrendelingspictogram geselecteerd voor Telefoon en de optie Lay-out bewerken geselecteerd in de vervolgkeuzelijst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd_manual_phone.png) ### Desktop- en tabletlay-outs en het standaarddashboard In tegenstelling tot telefoonlay-outs moet u handmatig desktop- en tabletlay-outs aan een dashboard toevoegen. De desktop- en tabletlay-outs zijn altijd volledig onafhankelijk van het standaarddashboard, zodat elke apparaatlay-out een unieke rangschikking van objecten kan bevatten. ![Een dashboard met instellingen voor de lay-out en grootte van de tablet.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd8.png) ## Automatisch telefoonlay-outs toevoegen Met twee opties kunt u automatisch telefoonlay-outs toevoegen: - als u telefoonlay-outs wilt maken wanneer u oude dashboards opent waarin deze ontbreken, kiest u Dashboard > Telefoonlay-outs aan bestaande dashboards toevoegen; - als u telefoonlay-outs wilt maken wanneer u een nieuw dashboard maakt, kiest u Dashboard > Telefoonlay-outs aan nieuwe dashboards toevoegen (deze optie is standaard ingeschakeld). ## Een voorbeeld van apparaatlay-outs bekijken en deze handmatig toevoegen 1. Open een dashboard. 2. Klik op Apparaatvoorbeeld in het tabblad Dashboard aan de linkerkant. ![Tableau Dashboard met gehighlighte optie voor apparaatvoorvertoning.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd2.png) In de apparaatvoorbeeldmodus verschijnen deze opties boven het dashboard: ![Werkbalk Apparaatvoorbeeld met opties voor het wisselen tussen apparaattype en -model.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd14.png) 3. Neem even de tijd om door de Apparaattypen en Modellen te gaan en verken de verschillende schermformaten. Stel vervolgens deze opties in: - Klik op ![Pictogram Scherm draaien.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd6.png) om te zien hoe het dashboard er in liggende versus staande modus uitziet. Meestal is liggend optimaal voor tablets en staand het beste voor telefoons. - Selecteer Tableau Mobile app om te zien hoe het dashboard eruit zal zien met de app in plaats van met de browser. Deze optie is beschikbaar voor iOS- of Android-apparaten en verkleint het dashboard iets, waardoor er ruimte overblijft voor de app-bedieningselementen. 4. Kies een Apparaattype, zoals Tablet. ![Tableau Dashboard-optie voor een voorbeeldweergave van het apparaat met Tablet gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd5.png) 5. Klik in de rechterbovenhoek op de knop Lay-out toevoegen voor het apparaattype dat u hebt geselecteerd (bijvoorbeeld Tabletlay-out toevoegen). ![Tableau Dashboard-optie om Tableau-lay-out toe te voegen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd7.png) 6. Voeg een extra lay-out toe door een nieuw Apparaattype te selecteren en te klikken op Lay-out toevoegen. ![Apparaatvoorbeeld met het apparaattype Telefoon geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd15.png) Door een lay-out voor elk apparaattype te maken, heeft u de meeste controle over de ervaring van uw gebruikers wanneer zij uw dashboard vanaf verschillende apparaten bekijken. Nadat u een dashboard met alle drie de lay-outs hebt gepubliceerd, zien gebruikers niet meer de standaard dashboardlay-out. In plaats daarvan zien ze altijd de juiste apparaatspecifieke lay-out. ![Tableau Dashboard-optie voor een voorbeeldweergave van het apparaat met Desktop gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd20.png) **Opmerking**: Als u wijzigingen aanbrengt in een weergave, controleer dan de lay-outs van gerelateerde apparaten om er zeker van te zijn dat ze er uitzien zoals u verwacht. ## Een apparaatlay-out aanpassen Nadat u een apparaatlay-out aan uw dashboard hebt toegevoegd, kunt u beginnen met het herschikken van objecten om de gewenste look te creëren. 1. Voor desktop- en tabletlay-outs klikt u op Aangepast: ![Dashboard met de optie Aangepaste lay-out voor tablet geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd_manual_desktop_or_tablet.png) Voor telefoonlay-outs klikt u op het slotpictogram ![Vergrendelingspictogram van het dashboard, weergegeven door een vergrendeld grijs hangslotsymbool.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd_automatic_phone_lock.png), of kiest u Lay-out bewerken vanuit het pop-upmenu: ![Dashboard met het vergrendelingspictogram geselecteerd voor Telefoon en de optie Lay-out bewerken geselecteerd in de vervolgkeuzelijst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd_manual_phone.png) 2. Alles wat u aan uw lay-out kunt toevoegen, vindt u aan de linkerkant, onder Lay-out. Als een item een blauw vinkje heeft, betekent dit dat het deel uitmaakt van de apparaatlay-out waar u momenteel aan werkt. ![Aangepast tablet-indelingsvenster met gehighlight staafdiagram.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd12.png) 3. Als u een item verwijdert, wordt het alleen verwijderd uit de huidige apparaatlay-out. Het bestaat dan nog steeds op het standaarddashboard en kan opnieuw aan de apparaatlay-out worden toegevoegd. ![Een lijndiagram op een dashboard met de mogelijkheid om de weergave van een tablet te verwijderen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd9.png) 4. Klik door de opties van het Apparaatmodel om te zien hoe de lay-out op verschillende modellen zal verschijnen. ![Menu Apparaatmodel met de optie iPad (1024X768) geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd11.png) Uiteindelijk is het de grootte van de webbrowser die het dashboard laadt, die bepaalt welke lay-out op het apparaat verschijnt. Zie [Bevestigen welke lay-out op een apparaat verschijnt](#Confirm) voor details. 5. Bekijk aan de linkerkant de opties onder Formaat. ![Configuratieopties voor tabletformaat met 'Alles passend maken' geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd13.png) **Standaard**: De hoogte en breedte van de apparaatlay-out bootst alles na wat het standaarddashboard gebruikt. Als u bijvoorbeeld een tabletlay-out maakt en het standaarddashboard is ingesteld op een vast formaat van Desktopbrowser (1000 x 800), zorgt het instellen van het formaat op standaard voor de tabletlay-out ervoor dat deze ook 1000 x 800 gebruikt. **Alles passend maken**: Het formaat van alle items wordt automatisch aangepast aan het frameformaat van het apparaat. De frameformaat van het apparaat wordt bepaald door de instellingen voor apparaattype, model en oriëntatie (staand of liggend). **Breedte passend maken** (aanbevolen voor telefoons): Het formaat van items wordt automatisch aangepast aan de breedte van het apparaatframe, maar de hoogte staat vast. Dit is een geweldige optie voor telefoonlay-outs en verticaal scrollen. ## Optimaliseren voor telefoons De kleine schermen van mobiele telefoons zijn gebaat bij verdere optimalisatie. Probeer de volgende technieken. ### Handmatig telefoonlay-outs optimaliseren Als u ervoor heeft gekozen om zelf een telefoonlay-out te bewerken, kunt u snel de plaatsing van filters optimaliseren, witruimte verwijderen en meer. Op het tabblad Dashboard, klikt u op het pop-upmenu rechts van Telefoon en selecteert u Lay-out optimaliseren. ![Dashboard met het ontgrendelingspictogram geselecteerd voor Telefoon en de optie Lay-out optimaliseren geselecteerd in de vervolgkeuzelijst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd_optimize_phone.png) Houd er rekening mee dat deze opdracht alleen de items herschikt die zich op dat moment in de telefoonlay-out bevinden. Als u de telefoonlay-out voortdurend wilt bijwerken om alle wijzigingen in het standaarddashboard weer te geven, selecteert u Lay-out automatisch genereren. ### Links toevoegen die sms-berichten en telefoongesprekken triggeren Voeg [URL-acties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_url.htm) toe aan objecten om telefoongebruikers snel contact op te laten nemen met belangrijke mensen over dashboardinhoud. Deze URL-acties triggeren automatisch sms-berichten en telefoongesprekken. Gebruik het linkformaat `sms:_phone-number_` of `tel:phone-number`. Zorg ervoor dat u indien nodig land- en netnummers vermeldt. ### Telefoonspecifieke versies van weergaven maken Maak duplicaten van bepaalde weergaven in het standaarddashboard: één geoptimaliseerde weergave voor desktops en een tweede voor telefoons. 1. Ga naar het werkblad van een weergave, klik op het tabblad ervan en selecteer Blad dupliceren. ![Contextmenu met de optie 'Blad dupliceren' geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd16.png) 2. Pas de weergave aan voor mobiele weergave. Voor kaarten wilt u bijvoorbeeld mogelijk standaard inzoomen op een specifieke regio, of wilt u mogelijk pannen, zoomen en andere functies uitschakelen. Zie [De interactie met de kaart aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_customize_interaction.htm). ![Venster Kaartopties met opties voor het configureren van kaarteenheden, het toestaan van pannen en zoomen, het weergeven van kaartzoekopdrachten en de weergavewerkbalk.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd17.png) 3. Voeg nu de nieuwe weergave toe aan het standaarddashboard, zodat deze beschikbaar kan zijn voor de apparaatlay-outs die u maakt. ### Titels inkorten Korte titels werken het beste voor mobiele weergave. Om een titel te bewerken, dubbelklikt u erop. ### Witte ruimte optimaliseren Witruimte is een ander visueel element waarmee u rekening moet houden. Hoewel schermruimte op een telefoon schaars is en u er het meeste uit wilt halen, wilt u uw gebruikers misschien ook extra veilige plaatsen bieden waar ze kunnen tikken of scrollen, zodat ze niet onbedoeld filters en andere items selecteren. Gebruik opvulling of lege objecten om witruimte toe te voegen. Zie [Formaat en opmaak van uw dashboard bepalen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dashboards_organize_floatingandtiled.htm) voor meer informatie. ## Het dashboard publiceren 1. Klik op Server > Werkmap publiceren. Als u nog niet bent aangemeld, wordt u om uw referenties gevraagd. 2. Zorg ervoor dat in het dialoogvenster Werkmap publiceren naar Tableau Server het selectievakje Werkbladen als tabbladen tonen is uitgeschakeld. ![Dialoogvenster Meer opties met opties om werkbladen als tabbladen weer te geven, selecties weer te geven en externe bestanden op te nemen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd21.png) Wanneer dit selectievakje is ingeschakeld voor apparaatspecifieke dashboards, belemmeren de formaatvereisten van de tabbladen het vermogen van de server om de grootte van de webbrowser correct te detecteren en de juiste lay-out te laden. 3. Klik op Publiceren. ## Het dashboard testen Nadat u het dashboard naar Tableau Server of Tableau Cloud hebt gepubliceerd, test u het dashboard door het vanuit verschillende browserformaten te bekijken. 1. Open het dashboard op Tableau Server of Tableau Cloud. 2. Klik in de rechterbovenhoek van de pagina op Delen en kopieer de inhoud van het Link\-tekstvak. ![Opties voor het bewerken, delen en insluiten van een dashboardweergave.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_dsd22.png) 3. Plak de tekenreeks in de URL van een webbrowser. De tekenreeks moet het volgende bevatten: `embed=y` 4. Met de insluitcodereeks als uw browser-URL kunt u de verschillende lay-outs testen door de grootte van uw webbrowservenster te wijzigen en het te vernieuwen. ## Bevestigen welke lay-out op een apparaat verschijnt De dashboardlay-out die een apparaat weergeeft, is gebaseerd op de kleinste afmeting (hoogte of breedte) van het iframe waarin de Tableau-weergave verschijnt. Deze hoogte of breedte is de CSS-pixelgrootte van het iframe, niet de schermresolutie van het apparaat, die groter kan zijn dan de pixelgrootte. Soms kunnen desktop-, tablet- of telefoonlay-outs op andere typen apparaten verschijnen. Een tabletlay-out kan bijvoorbeeld op een desktopcomputer verschijnen als het weergave- of browservenster klein is.
De kleinste iframe-dimensie is ...Deze apparaatlay-out verschijnt ...
500 pixels of minderTelefoon
Tussen 501 en 800 pixelsTablet
Groter dan 800 pixelsDesktop
Als gebruikers van Tableau Cloud en Tableau Server een telefoon- of tabletlay-out te beperkt vinden, kunnen ze de knop Weergave-instellingen in de werkbalk gebruiken om de desktoplay-out te bekijken. Deze knop is een schakelaar waarmee u van de desktoplay-out kunt overstappen naar de mobiele lay-outs. De plaatsing van de knoppen varieert afhankelijk van het apparaat waarop u het dashboard bekijkt. ![Opties weergeven](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/desktop_mobile_layout2.png) Instellingen weergeven op een desktopapparaat ![Opties weergeven](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/desktop_mobile_layout.png) Instellingen weergeven op een tablet ![Opties weergeven](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/desktop_mobile_layout3.png) Instellingen weergeven op een telefoon [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Dashboardobjecten opmaken U kunt uw dashboardobjecten zo opmaken dat uw dashboards een moderne, strakke uitstraling krijgen. Gebruik opvulling om witruimte toe te voegen in en rondom uw dashboardobjecten. Gebruik randen en achtergrondarcering om gerelateerde items te onderscheiden en te groeperen, zodat navigatie door uw dashboard gemakkelijker wordt. Vanaf Tableau 2026.1 kunt u de instelling voor de hoekradius gebruiken om afgeronde hoeken toe te passen op afzonderlijke elementen zoals werkbladen, tekstvakken en afbeeldingen. ![Een dashboardobject waarop afgeronde hoeken zijn toegepast. A: De radius van de linker- en de rechterbovenhoek is ingesteld op 12 en de radius van de linker- en de rechteronderhoek is ingesteld op 0. B: Alle hoeken zijn gelijk en ingesteld op 12. C: Alle hoeken zijn gelijk en ingesteld op 300.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_roundedcorners.png) Een dashboardobject waarop afgeronde hoeken zijn toegepast. **A:** De radius van de linker- en de rechterbovenhoek is ingesteld op 12 en de radius van de linker- en de rechteronderhoek is ingesteld op 0. **B:** Alle hoeken zijn gelijk en ingesteld op 12. **C:** Alle hoeken zijn gelijk en ingesteld op 300. ![Opvulling, randen en achtergrondkleuren rondom dashboardcontainers.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_spacing_concepts.png) Een dashboardobject waarop een rand- en opvullingsstijl is toegepast. **A**: Opvulling buitenkant, **B**: Blauwe rand en **C**: Opvulling binnenkant met lichtblauwe (gearceerde) achtergrond. ## De hoeken van een dashboarditem afronden 1. Open een dashboard in Tableau. Als u Tableau Desktop gebruikt, zorg er dan voor dat u Tableau versie 2026.1 of hoger gebruikt. 2. Selecteer het dashboardobject dat u wilt opmaken. 3. Zoek in het deelvenster Lay-out de instellingen voor Hoekradius. Vouw het vervolgkeuzemenu uit en voer een waarde voor de hoekradius in of gebruik de pijlen om de waarden te verhogen of te verlagen. - Als u alle hoeken dezelfde afronding wilt geven, selecteert u Alle hoeken gelijk. - Als u voor elke hoek een andere waarde wilt opgeven, deselecteert u de optie Alle hoeken gelijk en voert u afzonderlijke waarden in voor de linkerbovenhoek, rechterbovenhoek, linkeronderhoek en rechteronderhoek. ![Het vervolgkeuzemenu Hoekradius met opties om de waarden voor linksboven, rechtsboven, linksonder, rechtsonder te bewerken of alle hoeken gelijk te houden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_cornerradiusmenu.png) Tableau kapt de inhoud van het object af, zodat dit binnen de afgeronde hoeken blijft voor een overzichtelijke weergave. ### Ontwerptips voor afgeronde hoeken - **Houd het simpel:** Bij de meeste dashboards ziet een consistente hoekradius voor alle objecten er het best uit. - **Controleer containers:** Let erop dat items in verticale of horizontale containers niet worden afgekapt door de afgeronde hoeken van de container. Pas afronding rechtstreeks toe op de afzonderlijke items binnen de container. - **Voeg interne opvulling toe aan afgekapte inhoud:** Als er vanwege de afgeronde hoeken te veel inhoud wordt afgekapt, kunt u opvulling aan de binnenkant toevoegen om wat meer ruimte te krijgen. - **Geef prioriteit aan stijl op dashboardniveau:** Gebruik het menu voor dashboardopmaak in plaats van stijlen op objectniveau. Dit zorgt voor een strakkere, uniformere uitstraling van de volledige lay-out. - **Controleer exportbestanden:** Wanneer u uw dashboard exporteert als een PDF-bestand of een afbeelding, ga dan na of de afgeronde hoeken overeenkomen met wat u in de browser of op uw desktopcomputer ziet. ## Opvulling toevoegen aan een dashboarditem Opvulling buitenkant zorgt voor ruimte tussen dashboardobjecten om uw visualisaties visueel van elkaar te scheiden en dashboards overzichtelijk te houden. Opvulling binnenkant zorgt voor ruimte tussen de rand van een container en de visualisatie. Hiermee wordt voorkomen dat markeringen worden afgesneden of bedekt door de rand. 1. Open een dashboard in Tableau. 2. Selecteer het dashboardobject dat u wilt wijzigen. 3. Zoek in het deelvenster Lay-out de instellingen voor Opvulling buitenkant en Opvulling binnenkant. 4. Voer een waarde in voor de opvulling of gebruik de pijlen om een hogere of lagere waarde op te geven. - Als u alle zijden dezelfde opvulling wilt geven, vouwt u het vervolgkeuzemenu uit en selecteert u Alle zijden gelijk. - Als u voor elke zijde een andere waarde wilt opgeven, deselecteert u de optie Alle zijden gelijk en voert u een afzonderlijke waarde in voor de boven-, onder-, linker- en rechterkant. ![Een menu Opvulling buitenkant met een selectievakje Alle zijden gelijk en numerieke invoervelden voor de opvulling aan de boven-, onder-, linker- en rechterkant.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_paddingsettings.png) ### Ontwerptips voor de ruimte tussen dashboarditems - **Pas de opvulling aan de zijkant aan voor precisie:** Deselecteer Alle zijden gelijk om de opvulling voor één zijde aan te passen, zodat u objecten tot op de pixel nauwkeurig kunt uitlijnen. - **Elimineer tussenruimtes voor naadloze ontwerpen:** Stel Opvulling buitenkant voor aangrenzende items in op nul voor een uniforme, constante stijl tussen lay-outelementen. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_innerpadding0.png) Opvulling binnenkant ingesteld op 0. ![Dashboardobject met Opvulling binnenkant ingesteld op 50.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_innerpadding20_299x390.png) Opvulling binnenkant ingesteld op 50. ![Dashboardobjecten naast elkaar, met Opvulling buitenkant voor beide ingesteld op 0.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_outerpadding0.png) Opvulling buitenkant met alle zijden van beide dashboardobjecten ingesteld op 0. ![Opvulling buitenkant met alle zijden van beide dashboardobjecten ingesteld op 20.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_outerpadding20_-_Copy.png) Opvulling buitenkant met alle zijden van beide dashboardobjecten ingesteld op 20. ## Randen en achtergrondarcering toevoegen aan een dashboarditem Met opvulling kunt u items nauwkeurig op het dashboard plaatsen, terwijl u randen en achtergrondkleuren kunt gebruiken om items visueel te highlighten. **Opmerking:** als u de rand of achtergrondkleur voor een bepaald dashboarditem niet kunt wijzigen, wijzig dan de [opmaak ervan op werkbladniveau](https://help.tableau.com/v0.0/pro/desktop/nl-nl/formatting_worksheet.htm). 1. Open een dashboard in Tableau. 2. Selecteer het dashboardobject dat u wilt wijzigen. 3. Zoek in het deelvenster Lay-out de instellingen voor Rand en Achtergrond. - Selecteer de gewenste randstijl, -dikte en -kleur. - Selecteer de gewenste achtergrondkleur en -opaciteit. ![Optie voor het opmaken van de dashboardlay-out voor Rand en Achtergrond.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_dashboard_border_background.png) Zie [Formaat en opmaak van uw dashboard bepalen](https://help.tableau.com/v0.0/pro/desktop/nl-nl/dashboards_organize_floatingandtiled.htm) voor meer informatie over het aanpassen van het formaat van uw dashboardobjecten en het maken van een strak, professioneel ogend dashboard. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Dashboards Een dashboard is een verzameling van verschillende weergaven, waarmee u verschillende data tegelijkertijd kunt vergelijken. Als u bijvoorbeeld een reeks weergaven hebt die u elke dag bekijkt, kunt u een dashboard maken dat alle weergaven in één keer weergeeft, in plaats van naar afzonderlijke werkbladen te moeten navigeren. Net als werkbladen heeft u toegang tot dashboards via tabbladen onder aan een werkmap. Data in bladen en dashboards zijn met elkaar verbonden. Wanneer u een blad wijzigt, veranderen alle dashboards die het blad bevatten, en omgekeerd. Zowel bladen als dashboards worden bijgewerkt met de nieuwste beschikbare data uit de databron. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Dashboards verkennen met datagids Hebt u ooit een nieuw Tableau-dashboard ontdekt en uzelf afgevraagd wat data betekent of hoe u deze kunt gebruiken? Of hebt u ooit een nieuw dashboard gepubliceerd en gewenst dat u daarin instructies kon opnemen over het gebruik van uw dashboard? Datagids biedt nuttige informatie over een dashboard en inzichten over de data die daaraan ten grondslag liggen. Met Datagids kunnen makers van dashboards eindgebruikers meer uitleg over de context geven, zoals beschrijvingen en links naar resources, rechtstreeks in het dashboard. En Datagids brengt automatisch inzichten naar voren, aangestuurd door [Data uitleggen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/explain_data.htm), om gebruikers te helpen uitschieters te vinden en meer uitleg te krijgen over een markering. Leg de visualisatie uit (aangestuurd door Data uitleggen) identificeert meetwaarden van uitschieters en potentiële belangrijke stuurprogramma's die daaraan ten grondslag liggen. Deze contextueel relevante details kunnen dashboardgebruikers helpen gemakkelijker te navigeren en nieuwe dashboards te gebruiken, waardoor gebruikers sneller inzichten kunnen vinden, erop kunnen vertrouwen dat ze naar de juiste data kijken, context voor data kunnen bieden en vertrouwen kunnen opbouwen in hun inzicht in de visualisatie. Als alternatief kunt u, als u een Tableau Cloud-site met Tableau+ hebt, de functie 'Dashboard-verhalen' van Tableau Agent gebruiken om uw dashboard met behulp van AI te verkennen. Zie [Dashboardverhalen maken met Tableau Agent (bèta)](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dashboard-narratives.htm) voor meer informatie. ## Datagids aanpassen als auteur 1. Kies de knop Bewerken op uw dashboard. 2. Kies Datagids in de werkbalk. 3. Typ een beschrijving in het deelvenster Datagids om uw eindgebruikers te helpen het doel van uw dashboard te begrijpen. 4. Selecteer Link toevoegen en voer een beschrijvend label in voor uw linktekst en de URL. 5. Kies OK. 6. Selecteer een visualisatie (een blad in het dashboard). Datagids wordt automatisch bijgewerkt, zodat u een beschrijving en resources kunt toevoegen die relevant zijn voor elke visualisatie in uw dashboard. 7. Typ een beschrijving en voeg links toe die relevant zijn voor de visualisatie. 8. Kies OK. > [!TIP] > > Zie [Meer tekst tonen en zorgen dat deze nuttig is](https://help.tableau.com/v0.0/pro/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm#show-more-text-and-make-it-helpful) als u Datagids wilt gebruiken om aangepaste alternatieve tekst te schrijven om de toegankelijkheid van uw visualisaties te verbeteren. ## Datagids verkennen als dashboardgebruiker 1. Kies op het dashboard de optie Datagids in de werkbalk. 2. Lees de beschrijving van het dashboard en verken de resources die door de dashboardauteur zijn verstrekt. 3. Vouw de opties Data in dit dashboard en Gedetecteerde uitschieters uit voor meer informatie over de onderliggende data die in het dashboard worden gebruikt. 4. Selecteer een visualisatie (een object in het dashboard). 5. Lees de beschrijving van de visualisatie en verken de resources die door de dashboardauteur zijn verstrekt. 6. Vouw de opties Samenvatting van data en Gedetecteerde uitschieters uit voor meer informatie over de data in die visualisatie. 7. Selecteer een markering of meerdere markeringen, zoals een staaf in een grafiek of een regio op een kaart, om informatie te zien over Data in deze markering en Toegepaste filters. Selecteer een enkele markering om een eventuele Uitleg te zien over de waarde. ![Korte animatie die laat zien hoe de Datagids verschillende informatie weergeeft wanneer u op een dashboard, visualisatie of markering klikt](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_guide_ovw.gif) ## Datagids verkennen op verschillende niveaus Standaard wordt Datagids gesloten wanneer u een werkmap opent. En u kunt Datagids openen in de werkbalk. Bovenaan het deelvenster Datagids ziet u de naam van het dashboard of de visualisatie die u hebt geselecteerd. Als dashboardauteur kunt u beschrijvingen schrijven voor zowel het dashboard als voor de afzonderlijke visualisaties waaruit uw dashboard bestaat. ### Details op dashboardniveau begrijpen Op dashboardniveau doet Datagids het volgende: - Geeft de naam, de auteur en de laatst gepubliceerde datum van het dashboard weer. - Kan een beschrijving bevatten die is geschreven door de auteur van het dashboard en links naar gerelateerde resources, zoals video's of wikipagina's. - Geeft een overzicht van de databronnen die door het dashboard worden gebruikt en details over de data, zoals welke dimensies en meetwaarden worden gebruikt. - Onthult gedetecteerde uitschieters in het dashboard die zijn geïdentificeerd door Data uitleggen. Zie [Aan de slag met Data uitleggen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_basics.htm) voor meer informatie. ![Het deelvenster Datagids op dashboardniveau](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_guide_dashboard_level.png) ### Details op visualisatieniveau begrijpen Wanneer een gebruiker een specifieke visualisatie (dashboardobject) selecteert, doet Datagids het volgende: - Geeft de naam van de visualisatie weer. - Kan een beschrijving bevatten die is geschreven door de auteur van het dashboard en links naar gerelateerde resources, zoals video's of wikipagina's. - Geeft een overzicht van de databronnen die door het dashboard worden gebruikt, inclusief de gebruikte dimensies en meetwaarden. - Geeft een overzicht van toegepaste filters en data die in de visualisatie worden gebruikt, zodat u kunt identificeren hoe de data worden beïnvloed door filters die door gebruikers worden toegepast. Er worden alleen filters getoond die een gebruiker kan wijzigen. - Heeft een samenvatting van de data die in de visualisatie worden gebruikt, inclusief het aantal datapunten en sorteerdetails. - Onthult gedetecteerde uitschieters in de visualisatie die zijn geïdentificeerd door Data uitleggen. Zie [Aan de slag met Data uitleggen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_basics.htm) voor meer informatie. ![Het deelvenster Datagids op visualisatieniveau](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_guide_viz_level.png) ### Details op markeringsniveau begrijpen Wanneer een gebruiker een markering (of markeringen) selecteert, zoals een regio op een kaart, doet Datagids het volgende: - Geeft de naam van de markering weer. - Geeft een overzicht van toegepaste filters en data die in de visualisatie worden gebruikt, zodat u weet wat is opgenomen en wat is uitgesloten. - Onthult gedetecteerde uitschieters in de visualisatie die zijn geïdentificeerd door Data uitleggen. Zie [Aan de slag met Data uitleggen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_basics.htm) voor meer informatie. ![Het deelvenster Datagids op markeringsniveau](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_guide_mark_level.png) ## Zichtbaarheid van Datagids beheren Standaard wordt Datagids gesloten wanneer u een werkmap opent. Wanneer u Datagids opent of sluit, blijft deze status behouden voor alle werkmappen op de site. In 2023.1 of later kan een Datagids verbergen voor alle gebruikers. Hiermee wordt de knop Datagids verwijderd van de Tableau-werkbalk in alle werkmappen op de site. Datagids verbergen: 1. Kies Instellingen in het linkerdeelvenster. 2. Scrol vanuit het tabblad Algemeen naar Beschikbaarheid van Datagids. 3. Kies Verbergen. 4. Kies Opslaan. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Toegankelijke dashboards maken Met Tableau kunt u dashboards maken die voldoen aan de richtlijnen voor toegankelijkheid van webinhoud (WCAG 2.2 AA). Dit is nuttig als u uw dashboards voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk wilt maken of als uw werk moet voldoen aan de vereisten van [US Section 508](https://www.section508.gov/) of andere wet- en regelgeving met betrekking tot toegankelijkheid. Een toegankelijk dashboard maken: 1. Maak een dashboard in Tableau Desktop of in webauthoring op Tableau Server of Tableau Cloud 2. Publiceer en integreer dat dashboard op een webpagina die voldoet aan de richtlijnen voor toegankelijkheid van webinhoud (WCAG 2.2 AA) In dit onderwerp komt het volgende aan bod: hoe schermlezers gebruikers kunnen helpen bij het navigeren door dashboards, de volgorde waarin objecten of weergaven in een dashboard worden gelezen, welke items toegankelijk zijn en hoe een bestaand dashboard toegankelijker kan worden gemaakt. ## Dashboardnavigatie via het toetsenbord en de focusvolgorde Tableau beschikt over sneltoetsen waarmee gebruikers kunnen navigeren met alleen een toetsenbord. Zie, [Toetsenbordtoegankelijkheid voor Tableau op het web](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/access_keyboard_navigation.htm) voor meer informatie. Houd er bij het maken van een dashboard rekening mee dat schermlezers weergaven of objecten in een dashboard lezen in de volgorde waarin deze zijn toegevoegd. Als uw dashboard bijvoorbeeld een tekstobject bevat met verklarende informatie over het dashboard, voegt u dit object eerst aan uw dashboard toe. U kunt de dashboardhiërarchie ook rechtstreeks in de XML bewerken. Zie het Tableau-communitybericht [Hoe kan ik de focusvolgorde van de weergaven en objecten in een dashboard instellen?](https://community.tableau.com/nl-nl/s/question/0D54T00000C6USYSA3/how-can-i-set-the-focus-order-of-the-views-and-objects-in-a-dashboard) voor meer informatie. ## Toegankelijke dashboards maken Veel items en objecten in de Tableau-werkruimte ondersteunen toetsenbordnavigatie en zijn compatibel met ondersteunende technologieën zoals schermleessoftware. U kunt de volgende items gebruiken op een dashboard dat u toegankelijk wilt maken: - [Voeg dashboardobjecten toe en stel de bijbehorende opties in](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dashboards_create.htm#Add_objects) - Tekstobjecten - Webpaginaobjecten - Knopobjecten - Afbeeldingsobjecten - Werkbalk - Dashboardtitels - Weergaven, en wel specifiek: - Titel - Tabbladen van werkmappen - Venster Data weergeven - Bijschriften (indien zichtbaar) - Categorische legenda's - Filters met één en meerdere waarden ![Verschillende elementen van Tableau waar toegankelijkheidsprincipes kunnen worden toegepast, aangeduid door nummer 1-8.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accessibility_callout1.png) Zie [Dataweergaven maken voor toegankelijkheid](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_overview.htm) voor meer informatie over weergaven **Opmerking**: interactiviteit in een weergave (selectie markeren, knopinfo, enz.) is niet toegankelijk. ## Walk-through: bestaande dashboards toegankelijker maken Hier beginnen we met een voltooide werkmap en werken we terug om deze toegankelijker te maken. ![Een staafdiagram met een tijdreeks geeft de verkoop van de superstore weer op productcategorie en regio, met interactieve selectievakjes voor het filteren op categorie en jaar.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_dashboard1.png) Teneinde deze werkmap toegankelijker te maken, gaan we: 1. [Toegankelijkheid instellen op dashboard- en werkmapniveau](#Format) 2. [Markeringen aggregeren en reduceren](#Aggregat) 3. [Overbodige informatie elimineren](#Eliminat) 4. [Kleur en vorm gebruiken om markeringen te onderscheiden](#Use) 5. [Filters gebruiken om het aantal markeringen in een weergave te verminderen](#Use2) 6. [Bijschriften en legenda's toevoegen](#Add) Dit dashboard is ontworpen om de totale verkoop voor elke verkoopregio en elk producttype weer te geven. Het lijndiagram onderaan het dashboard toont de maandelijkse verkopen per producttype. De auteur van dit dashboard wilde kleur gebruiken om het dashboard te stylen in de kenmerkende kleuren groen en grijs van het bedrijf Superstore. Helaas leveren verschillende functies van dit dashboard toegankelijkheidsproblemen op voor gebruikers, waaronder het schema van de bedrijfskleuren. De volgende stappen illustreren enkele manieren om dit dashboard toegankelijker te maken. ### Toegankelijkheid instellen op dashboard- en werkmapniveau De groene tekst op een grijze achtergrond heeft niet voldoende contrast voor gebruikers die visueel contrast niet goed waarnemen. We gaan de achtergrond wit maken en de tekstkleuren in het diagram veranderen in zwart om het contrast zo hoog mogelijk te maken. Werk de kleur van de dashboardarcering bij door Dashboardarcering in het menu **Opmaak>Dashboard** te wijzigen in **Geen**. ![Het dialoogvenster Dashboard opmaken bevat een reeks opties waarmee u de weergave van het dashboard kunt aanpassen, zoals onder andere arcering, lettertype en uitlijning.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_dashboard2.png) Voor wijzigingen in de tekstopmaak kunnen we de opmaak op elk werkblad handmatig wijzigen. Maar dat kost veel tijd. Dit dashboard heeft slechts twee weergaven, maar vaak bevatten dashboards er meer. Selecteer **Opmaak>Werkmap** en wijzig **Lettertypen>Alles** in **Zwart** om de tekst op het dashboard in te stellen op zwart ![Een dialoogvenster met een bereik lettertypekleuren in het palet Tableau Light.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_dashboard3.png) Hierdoor wordt de lettertypekleur op elk blad van deze werkmap gewijzigd in zwart. Dat wordt vervolgens ook toegepast op de weergaven in het dashboard. Zie [Kleurcontrast en waarom u dit zou moeten heroverwegen](https://www.smashingmagazine.com/2014/10/color-contrast-tips-and-tools-for-accessibility/) voor informatie van derden over kleurcontrast.
Minder toegankelijk - laag contrastToegankelijker - hoger contrast
Een staafdiagram met een tijdreeks illustreert de verkoop van de superstore voor verschillende productcategorieën en regio's, met een kleurcode voor elk product.Een lijndiagram met een tijdreeks geeft de maandelijkse verkoop van tien producten gedurende een periode van vier jaar weer, terwijl een staafdiagram een uitgebreid overzicht biedt van de verkoop per productcategorie en regio.
Zie [Opvulling, randen en achtergrondkleuren rond items toevoegen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dashboards_organize_floatingandtiled.htm#Add) voor meer informatie over het toevoegen van achtergrondkleuren rond items. ### Markeringen aggregeren en reduceren Het kan zijn dat u veel informatie wilt communiceren via uw dashboard of weergave. Een volgepakte weergave met veel markeringen, zoals het staafdiagram bovenaan onze weergave, kan echter moeilijk te begrijpen zijn met een schermlezer of toetsenbord. In de hoofdweergave van ons dashboard worden meer dan 5000 markeringen getoond, omdat elke staaf in het diagram de naam van elk product in die categorie bevat. Als in een weergave meer dan 1000 markeringen worden gebruikt, wordt de weergave gerenderd op de server in plaats van in de browser. Op de server gerenderde weergaven bieden geen ondersteuning voor WCAG-conformiteit. Beperk het aantal markeringen en gebruik alleen de markeringen die de belangrijkste datapunten benadrukken. U kunt deze weergave toegankelijker maken door van het gestapelde staafdiagram een staafdiagram te maken. Dat doet u door het veld **Productnaam** te verwijderen uit **Details**. Hierdoor wordt het aantal markeringen in de weergave teruggebracht van ruim 5000 naar 68.
Minder toegankelijk - te veel markeringenToegankelijker - geaggregeerde weergave
Een horizontaal gestapeld staafdiagram met verkoopdata per regio en productcategorie, met kleurcodes voor de verkoop van elk product.

 

Een horizontaal gestapeld staafdiagram met verkoopdata per regio en productcategorie, met kleurcodes voor de verkoop van elk product.
In het venster Data weergeven (standaard ingeschakeld) ziet u ook de onderliggende data voor de markeringen. U kunt de data van die pagina downloaden naar een toegankelijke toepassing en ze zo weergeven. Om de cognitieve overbelasting te verminderen en het aantal markeringen in het veld nog verder terug te dringen, kunnen we groepen met verwante leden in een veld maken. Een groep vergelijkbare producten maken: 1. Klik met de rechtermuisknop op het veld en selecteer **Maken** \> **Groep**. ![Een veld in het deelvenster Data met een contextmenu waarin wordt aangegeven waar velden kunnen worden gegroepeerd of een berekend veld kan worden gemaakt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ad-hoc4.png) 2. Selecteer in het dialoogvenster Groep maken de verschillende leden die u wilt groeperen en klik op **Groeperen**. Zie [Uw data groeperen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_groups_creating.htm)voor meer informatie over groeperen. De weergave vóór het groeperen en aggregeren (links) en daarna (rechts):
Minder toegankelijk - te veel markeringenToegankelijker - geaggregeerde en gegroepeerde weergave
Een horizontaal gestapeld staafdiagram met verkoopdata per regio en productcategorie, met kleurcodes voor de verkoop van elk product.Een horizontaal gestapeld staafdiagram met verkoopdata per regio en productcategorie, met segmenten met een kleurcode voor elk product.
Zie [Houd het simpel](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm#SimpleAggregated) in [Weergaven voor toegankelijkheid maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm) voor voorbeelden en informatie over hoe u dit type weergave kunt maken. ### Overbodige informatie elimineren Het geaggregeerde en gegroepeerde staafdiagram vermindert de cognitieve overbelasting voor gebruikers, maar gebruikt nog steeds kleur om betekenis over te brengen waar kleur niet nodig is. Omdat de grootte van elke staaf al de verkoopcijfers vertegenwoordigt, hoeft het verkoopveld niet in kleur te worden weergegeven op de kaart Markeringen. Als u kleur verwijdert, wordt ook de kleurlegenda verwijderd die de schermlezer leest.
Minder toegankelijk - onnodige markeringenToegankelijker - onnodige markeringen verwijderd
Een horizontaal gestapeld staafdiagram met verkoopdata per regio en productcategorie, met segmenten met een kleurcode voor elk product.Een horizontaal staafdiagram illustreert de verkoop per productcategorie in vier regio's.
### Kleur en vorm gebruiken om markeringen te onderscheiden Het lijndiagram in dit dashboard bevat markeringen die alleen op kleur te onderscheiden zijn, waardoor mensen met kleurenblindheid deze niet goed van elkaar kunnen onderscheiden. Het lijnpad biedt nuttige informatie over de positie, maar de kleuren maken geen duidelijk onderscheid tussen de lijnmarkeringen. ![Met een lijndiagram kunt u de maandelijkse verkoop van verschillende producttypen weergeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_dashboard7.png) Maak dit lijndiagram toegankelijker door het palet **Kleurenblind** toe te passen en vormen toe te voegen om de betekenis van de boodschap van de kleuren te versterken. Het palet Kleurenblind toepassen: 1. Selecteer **Kleur** op de kaart **Markeringen**. 2. Selecteer **Kleurenblind** in het menu **Kleurenpalet**. ![Een dialoogvenster voor het bewerken van kleuren met het kleurenpalet Kleurenblind geselecteerd, waarin u een data-item en een kleur kunt kiezen die op het geselecteerde data-item moeten worden toegepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_dashboard8.png) 3. Selecteer **Palet toewijzen** en **Toepassen** om het op de weergave toe te passen. Als u naast kleur ook vormen aan uw lijndiagram wilt toevoegen, maakt u een combinatiediagram of diagram met dubbele assen: 1. Houd Control (Command op een Mac) ingedrukt en sleep het veld in de container **Rijen** om het te kopiëren en rechts van het eerste veld te plaatsen. Er worden nu twee tabbladen op uw kaart Markeringen gemaakt, één voor elk veld op de container Rijen. 2. Selecteer op de kaart Markeringen het onderste tabblad, getiteld **\[Veldnaam (2)\]**. Selecteer **Vorm** in het vervolgkeuzemenu op de kaart Markeringen. ![Vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen met opties voor het markeringstype, waaronder vorm, staaf, lijn, gebied, vierkant, cirkel, tekst, kaart, taart, Gantt-staaf, veelhoek en dichtheid.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_dashboard10.png) 3. Selecteer de markering Kleur rechts van de veldnaam en selecteer Vorm. 4. ![De coderingsopties voor de kaart Markeringen, waaronder vorm, kleur, grootte, label, details en knopinfo.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_dashboard11.png) Hierdoor worden afzonderlijke vormen gemaakt voor elk van de markeringen in het veld. Er zijn nu twee verschillende grafieken: een lijndiagram met kleuren en een spreidingsdiagram met vormen. Als u deze twee diagrammen wilt samenvoegen tot een diagram met dubbele assen, selecteert u in de container Rijen eerst het veld aan de rechterkant en vervolgens **Dubbele as**. Zie [Een combinatiediagram maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/qs_combo_charts.htm) voor meer informatie over combinatiediagrammen.
Niet goed toegankelijkToegankelijker - palet Kleurenblind en vormen
Lijndiagram met de maandelijkse verkoop per productcategorie.Lijndiagram met de maandelijkse verkoop per producttype, met afzonderlijke lijnen voor elke productcategorie.
Het diagram is verbeterd, maar de lijnkleuren en -vormen beginnen zich te herhalen nadat de tiende markering is aangebracht. Daardoor wordt de weergave onoverzichtelijk en moeilijk te begrijpen, wat leidt tot cognitieve overbelasting. Laten we dit oplossen door filters en legenda's toe te voegen. ### Filters gebruiken om het aantal markeringen in een weergave te verminderen Met filters kunt u het aantal markeringen in de weergave beperken, zodat gebruikers alleen zien wat u wilt dat ze zien. U kunt de volgende filtermodi tonen, zodat gebruikers kunnen bepalen welke data in de weergave worden weergegeven. Tableau ondersteunt momenteel de volgende filtermodi voor WCAG-conformiteit: - **Eén waarde (lijst)**: een filter met keuzerondjes. Er kan slechts één item tegelijk worden geselecteerd. Gebruikers filters met één waarde geven, is een uitstekende manier om het aantal markeringen in de weergave te verminderen. - **Meerdere waarden (lijst)**: een filter met een lijst met items (met selectievakjes) die tegelijkertijd kunnen worden geselecteerd. Met filters met meerdere waarden kunnen meer markeringen tegelijkertijd worden weergegeven. ![Twee vervolgkeuzemenu's: de eerste is een lijst met één waarde voor de productcategorie en de tweede is een lijst met meerdere waarden voor de besteldatum van het product.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_filters_list.png) - **Eén waarde (vervolgkeuzelijst)**: een filter met een vervolgkeuzelijst met items. Er kan slechts één item tegelijk worden geselecteerd. Gebruikers filters met één waarde geven, is een uitstekende manier om het aantal markeringen in de weergave te verminderen. - **Meerdere waarden (vervolgkeuzelijst)**: een filter met een vervolgkeuzelijst met items die tegelijkertijd kunnen worden geselecteerd. Met filters met meerdere waarden kunnen meer markeringen tegelijkertijd worden weergegeven. ![Twee vervolgkeuzemenu's, de ene Eén waarde (vervolgkeuzelijst) voor de productcategorie en de andere Meerdere waarden (vervolgkeuzelijst) voor het jaar van de besteldatum.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_filters_dropdown.png) Klik met de rechtermuisknop op het veld dat u als filter wilt gebruiken en selecteer vervolgens Filter tonen om een filter weer te geven. ![Contextmenu voor een veld in het deelvenster Data met Toevoegen aan blad geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_showfilter_date.png) Als u de filtermodus wilt selecteren, selecteert u in het vervolgkeuzemenu Filter Eén waarde (lijst), Eén waarde (vervolgkeuzelijst), Meerdere waarden (lijst) of Meerdere waarden (vervolgkeuzelijst). ![Contextmenu Filter met een lijst met filteropties, waaronder één waarde, meerdere waarden, alleen relevante waarden, alle waarden in de database, waarden opnemen en waarden uitsluiten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_selectfiltertype.png) Aangezien het lijndiagram een lijst met enkelvoudige waarden is, kunnen we de optie Alle uit het filter verwijderen. Selecteer in het vervolgkeuzemenu voor het filter Aanpassen en schakel de optie Waarde van Alle tonen uit. ![Een contextmenu Filter met de optie Waarde 'Alle' tonen geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_hideshowall.png) Het aantal markeringen in de weergave wordt verlaagd om cognitieve overbelasting voor dashboardklanten te voorkomen.
Minder toegankelijk - te veel markeringenToegankelijker - minder markeringen in de weergave
Lijndiagram met de maandelijkse verkoop per producttype, met afzonderlijke lijnen voor elke productcategorie.Lijndiagram met de maandelijkse verkooptrends per productcategorie, met afzonderlijke lijnen voor Accessoires, Kopieerapparaten, Machines, Telefoons en Technologie.
Zie [Filters gebruiken om het aantal markeringen in een weergave te verminderen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm#UseFiltersInViews) voor meer informatie. U kunt de visualisatie ook als volgt overzichtelijker maken ### Bijschriften en legenda's toevoegen Ten behoeve van de duidelijkheid voor gebruikers kunnen we een **Tekstobject** met een beschrijving van het dashboard en instructies over het omgaan met interacties toevoegen. We kunnen dan ook het gebruik uitleggen van de filters en de legenda's. Een tekstobject toevoegen: 1. Pak Tekst uit het menu Objecten en sleep deze naar het dashboard. ![Verschillende dashboardobjecten, waaronder tekst, afbeeldingen, webpagina's, knoppen en extensies.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_dashboard16.png) 2. Gebruik het venster **Tekst bewerken** om tekst toe te voegen die het doel van het dashboard aangeeft en uitlegt hoe u het kunt gebruiken. U kunt ook diagrambijschriften aan het dashboard toevoegen. De standaard bijschrifttekst geeft een samenvatting van de weergave, maar u kunt deze tekst naar wens aanpassen om een betere context te bieden. Daartoe klikt u op een diagram in het dashboard en selecteert u **Bijschrift** in het vervolgkeuzemenu **Meer opties**. ![Een uitgebreide lijst met acties die in een dashboard op een werkblad kunnen worden uitgevoerd, zoals naar het werkblad navigeren, het werkblad dupliceren, de weergave ervan aanpassen, titels, legenda's, filters of highlighters toevoegen, het paginabesturingselement of de weergavewerkbalk weergeven, het werkblad gebruiken als filter, acties negeren, het werkblad configureren als zwevend, de indelingscontainer selecteren of het werkblad verwijderen van het dashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_dashboard18.png) Ten slotte kunnen we de legendatitels bijwerken zodat ze verwijzen naar de bijbehorende diagrammen. Ook kunnen we de hoeveelheid overtollige tekst verminderen die schermlezers consumeren. Dubbelklik daartoe op de titel van de legenda of klik met de rechtermuisknop en selecteer **Titel bewerken** om tekst toe te voegen of te bewerken in het venster **Filtertitel bewerken**. Het resultaat is een dashboard dat een uitleg van het dashboard en de diagrambijschriften bevat zonder overbodige tekst voor gebruikers. ![Een staafdiagram en een lijndiagram geven respectievelijk de verkoop van de superstore per productcategorie en regio en de maandelijkse verkoop per producttype weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_dashboardafter.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Dashboarduitbreidingen gebruiken Met uitbreidingen kunt u unieke functies aan dashboards toevoegen of deze direct integreren met toepassingen buiten Tableau. Het toevoegen van uitbreidingen is eenvoudig: u neemt ze op in dashboardlay-outs, net als andere dashboardobjecten. Uitbreidingen breiden de dashboardfunctionaliteit uit met behulp van webtoepassingen die zijn gemaakt door externe ontwikkelaars. Zie de documentatie [Tableau-uitbreidingen-API](https://tableau.github.io/extensions-api/) op GitHub als u een ontwikkelaar bent en uw eigen uitbreidingen wilt maken. **Opmerking**: Tableau-beheerders kunnen dashboarduitbreidingen uitschakelen voor [Tableau Desktop](https://help.tableau.com/current/desktopdeploy/nl-nl/desktop_deploy_setting_changes.htm#dashboard_extensions), [Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/dashboard_extensions_server.htm), en [Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/dashboard_extensions_server.htm). ## Een uitbreiding toevoegen aan een dashboard 1. Open een dashboardblad in een Tableau-werkmap. 2. Sleep Uitbreiding van het Objecten\-gedeelte naar het dashboard. ![Een pijl die laat zien hoe u een uitbreiding aan een dashboard toevoegt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_extension_add.png) 3. In het dialoogvenster Een uitbreiding toevoegen doet u het volgende: - Zoek en selecteer een uitbreiding. - Klik op Toegang tot lokale uitbreidingen en navigeer naar een .trex-bestand dat u eerder hebt gedownload. 4. Indien u hierom wordt gevraagd, kunt u de dashboarduitbreiding toegang tot data in de werkmap toestaan of weigeren. Zie [Databeveiliging, door Tableau vertrouwde uitbreidingen en uitbreidingen met netwerkfunctionaliteit](#Data) voor meer informatie. Als u toegang verleent, volgt u de instructies op het scherm om de uitbreiding te configureren. **Opmerking:** Als u Tableau Server of Tableau Cloud gebruikt, worden Uitbreiding-objecten leeg weergegeven in afdrukken, pdf's en afbeeldingen van dashboards (inclusief afbeeldingen in abonnements-e-mails). ### Een dashboarduitbreiding configureren Sommige dashboarduitbreidingen bieden configuratieopties waarmee u functies kunt aanpassen. 1. Selecteer de uitbreiding in het dashboard en kies in het vervolgkeuzemenu in de rechterbovenhoek Configureren. 2. Volg de instructies op het scherm om de uitbreiding te configureren. ![Het contextmenu om een uitbreiding op een dashboard te configureren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_extension_configure.png) ### Een dashboarduitbreiding opnieuw laden Als een dashboarduitbreiding niet meer reageert, moet u deze mogelijk opnieuw laden, wat vergelijkbaar is met het vernieuwen van een webpagina in een browser. 1. Selecteer de uitbreiding in het dashboard en kies in het vervolgkeuzemenu in de rechterbovenhoek Opnieuw laden. De dashboarduitbreiding wordt vernieuwd en in de oorspronkelijke status gezet. 2. Als het opnieuw laden van de uitbreiding er niet in slaagt deze in een bruikbare status terug te brengen, probeer deze dan van het dashboard te verwijderen en opnieuw toe te voegen. ## Databeveiliging, door Tableau vertrouwde uitbreidingen en uitbreidingen met netwerkfunctionaliteit Uitbreidingen zijn webtoepassingen die in twee standaarden beschikbaar zijn: - _Tableau Trusted-uitbreidingen_ zijn specifiek beoordeeld door en geïmplementeerd op door Tableau beheerde hosts. Denk hierbij bijvoorbeeld aan uitbreidingen die zijn ontwikkeld en beheerd door Tableau, uitbreidingen die zijn gebouwd door Tableau Exchange-partners en geïmplementeerd door de beoordelings- en hostservice voor uitbreidingen van Tableau, en aan uitbreidingen binnen onze verouderde host voor sandbox-uitbreidingen. - _Uitbreidingen met netwerkfunctionaliteit_ worden gehost door een externe host. Met deze uitbreidingen kunnen ontwikkelaars de levering van hun uitbreidingen beheren zonder tussenkomst van Tableau. Hiertoe behoren uitbreidingen die rechtstreeks door partners worden beheerd voor betere productieondersteuning, uitbreidingen die worden gehost en geïmplementeerd binnen uw lokale netwerk en uitbreidingen waarvoor communicatie met externe services buiten Tableau is vereist. Voordat u een uitbreiding met netwerkfunctionaliteit toevoegt, moet u er zeker van zijn dat u de ontwikkelaar vertrouwt, evenals de website die de uitbreiding host. Uitbreidingen gebruiken standaard het HTTPS-protocol, dat een gecodeerd kanaal garandeert voor het verzenden en ontvangen van data en zorgt voor een zekere mate van privacy en veiligheid. Zie [Uitbreidingsbeveiliging – Best practices voor implementatie](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/security_extensions.htm) voor meer informatie over databeveiliging bij het gebruik van dashboarduitbreidingen. ### Een uitbreiding met netwerkfunctionaliteit toestaan of weigeren Uitbreidingen met netwerkfunctionaliteit moeten standaard toestemming vragen om te worden uitgevoerd. Het dialoogvenster hiervoor bevat informatie over de externe server waarop de uitbreiding wordt gehost en het vereiste toegangsniveau voor data voor de uitbreiding. We raden u aan deze informatie te controleren voordat u toestemming geeft voor het uitvoeren van een uitbreiding. Uitbreidingen hebben doorgaans toegang tot zichtbare data in een weergave. Een uitbreiding kan vragen om toegang tot onderliggende data in de werkmap wanneer de uitbreiding om 'volledige toegang tot data' vraagt. Dit kan toegang omvatten tot de volledige onderliggende data, tabel- en veldnamen uit databronnen en informatie over databronverbindingen. Voordat u toestemming geeft voor het uitvoeren van de uitbreiding in de werkmap, dient u de opgegeven informatie in het toestemmingsdialoogvenster van de uitbreiding te controleren en te beslissen of u wel of geen toestemming wilt geven voor het uitvoeren van de uitbreiding en voor toegang van de uitbreiding tot deze data. Als u een dashboard bekijkt met een uitbreiding waarvoor toegang tot volledige data vereist is en die toegang is geweigerd, verschijnt er een bericht in plaats van de uitbreiding. Als u de uitbreiding vertrouwt en deze wilt gebruiken, kunt u de machtigingen opnieuw instellen en toestaan dat de uitbreiding wordt uitgevoerd. ![Het contextmenu om de rechten voor een uitbreiding op een dashboard opnieuw in te stellen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_extension_reset_perms.png) 1. Selecteer de uitbreiding in het dashboard en kies in het vervolgkeuzemenu in de rechterbovenhoek Machtigingen opnieuw instellen. 2. Klik op Toestaan om de uitbreiding uit te voeren en toegang te geven tot data, of Weigeren om te voorkomen dat de uitbreiding wordt uitgevoerd. ### Ervoor zorgen dat JavaScript is ingeschakeld in Tableau Desktop Dashboarduitbreidingen communiceren met data via de Tableau Uitbreidingen-API-bibliotheek, een JavaScript-bibliotheek. Als u uitbreidingen wilt gebruiken, zorg er dan voor dat JavaScript is ingeschakeld in de beveiligingsinstellingen van het dashboard: Kies Help > Instellingen en prestaties > Beveiliging voor dashboardwebweergave instellen > JavaScript inschakelen. ## Ervoor zorgen dat uitbreidingen worden uitgevoerd op Tableau Cloud of Tableau Server U kunt uitbreidingen toevoegen aan werkmappen die u publiceert vanuit Tableau Desktop of rechtstreeks in de webauthoringmodus van Tableau Cloud en Tableau Server. Een Tableau-beheerder moet toestaan dat uitbreidingen op een site worden uitgevoerd en uitbreidingen met netwerkfunctionaliteit aan een acceptatielijst toevoegen. Beheerders mogen alleen uitbreidingen toestaan die u hebt getest en vertrouwt. Als u een dashboarduitbreiding op Tableau Cloud of Tableau Server wilt gebruiken, wijs uw beheerder dan op [Dashboarduitbreidingen in Tableau Cloud beheren](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/dashboard_extensions_server.htm) of [Dashboarduitbreidingen in Tableau Server beheren](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/dashboard_extensions_server.htm). ### Zorg ervoor dat de uitbreiding is gemachtigd voor toegang tot de werkmap of weergave Als u een werkmap publiceert die een uitbreiding bevat, moet u ervoor zorgen dat de uitbreiding toegang heeft tot de zichtbare data in de weergave. De zichtbare data worden ook wel samenvattingsdata genoemd. Om deze toegang op Tableau Server of Tableau Cloud te verlenen, moet u ervoor zorgen dat de werkmap of weergave toestemming geeft voor de optie Samenvattingsdata downloaden. De uitbreiding downloadt uw data niet. De uitbreiding heeft alleen toestemming nodig zodat deze met de data in de weergave kan communiceren. U stelt de machtiging in op Samenvattingsdata downloaden op het niveau van de werkmap of de weergave. Dit is afhankelijk van of u ervoor hebt gekozen om werkbladen als tabbladen weer te geven toen u de werkmap publiceerde. Als de werkbladen niet als tabbladen worden weergegeven, stelt u de machtiging in op weergaveniveau. Als u de werkmap of weergave publiceert naar Tableau Public, heeft de uitbreiding ook toegang nodig tot de zichtbare data. Om toestemming te verlenen, opent u Instellingen en selecteert u Toegang toestaan. ### Ondersteunde webbrowsers voor sandbox-uitbreidingen Sandbox-uitbreidingen kunnen in alle browsers worden uitgevoerd die [Tableau Server](https://www.tableau.com/nl-nl/products/techspecs#server) en [Tableau Cloud](https://www.tableau.com/nl-nl/products/techspecs#online) ondersteunen, behalve Internet Explorer 11. ### Ondersteunde versies van Tableau Server voor sandbox-uitbreidingen U kunt sandbox-uitbreidingen gebruiken in Tableau Server 2019.4 en hoger. ## Ondersteuning voor dashboarduitbreidingen van derden en partners van Tableau Door partners van Tableau en derden ontwikkelde uitbreidingen worden niet rechtstreeks door Tableau ondersteund. Mocht u echter hulp nodig hebben, dan zijn er een aantal plekken waar u meer informatie kunt vinden. - Pagina's van sommige partners op Tableau Exchange bieden een directe **ondersteuningslink** om u te helpen. - Neem contact op met de makers van de uitbreiding via de link **Website van ontwikkelaar** in Tableau Exchange. Voor vragen over de Uitbreidingen-API moedigen we ontwikkelaars aan om vragen te delen en hulp te zoeken via het [DataDev Slack-kanaal](https://tableau-datadev.slack.com/archives/CHJ9BHKG9) of [een melding op GitHub in te dienen](https://github.com/tableau/extensions-api/issues) voor de Uitbreidingen-API. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Data analyseren In deze sectie worden de verschillende manieren beschreven waarop u geavanceerdere analyses kunt uitvoeren in Tableau. Lees de volgende artikelen voor informatie over het maken van berekende velden, het vinden van clusters in data, het berekenen van percentages en het gebruiken van verschillende tools om data te verkennen en te inspecteren. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Data draaien van kolommen naar rijen Soms kan het lastig zijn om data te analyseren die in een kruistabelindeling zijn opgeslagen in Tableau. Wanneer u met Microsoft Excel, tekstbestanden, Google Sheets en .pdf-databronnen werkt, kunt u uw data draaien van een kruistabelindeling naar een kolomindeling. Als u met andere databronnen werkt, kunt u dit [Draaien met gebruik van aangepaste SQL (Tableau Desktop)](#Pivot). Stel bijvoorbeeld dat u het aantal verkochte apparaten per kwartaal voor drie leveranciers in drie afzonderlijke velden hebt staan. U kunt uw data zo draaien dat de leverancier in het ene veld staat en het aantal verkochte apparaten in een ander veld. ![Inhoud verplaatst van kolommen naar rijen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/qs_pivot_example.png) ## De data draaien Nadat u de databron hebt ingesteld, selecteert u twee of meer kolommen in het raster. Klik vervolgens op de vervolgkeuzepijl naast de kolomnaam en selecteer Draaien. Er worden nieuwe kolommen met de naam Draaiveldnamen en Draaiveldwaarden gemaakt en aan de databron toegevoegd. De nieuwe kolommen vervangen de oorspronkelijke kolommen die u hebt geselecteerd om het draaipunt te maken. ![Contextmenu op een veld met de optie voor een draaitabelveld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/qs_pivot_command.png) ## Aan het draaipunt toevoegen Om meer data aan het draaipunt toe te voegen, selecteert u een andere kolom, klikt u op de vervolgkeuzepijl naast de kolomnaam en selecteert u vervolgens Data toevoegen aan draaipunt. Controleer of de draaipuntkolommen en -waarden eruitzien zoals verwacht voordat u met uw analyse begint. ![Contextmenu op een veld met de optie om data toe te voegen aan het draaipunt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/qs_pivot_add.png) Om een draaipunt te verwijderen, klikt u op de vervolgkeuzepijl naast de naam van een draaipuntkolom en selecteert u Draaipunt verwijderen. ## Problemen oplossen met draaipunten - **Rode velden in de weergave en velden met uitroeptekens in het deelvenster Data**: Omdat de originele velden worden vervangen door nieuwe draaipuntvelden, werken verwijzingen naar de originele velden in de weergave niet meer. Ze zorgen ervoor dat velden rood worden in de weergave of dat er een rood uitroepteken wordt weergegeven naast het veld in het deelvenster Data. - **Nullwaarden in het raster:** Als alle oorspronkelijke velden die voor het draaipunt zijn gebruikt, worden verwijderd, bijvoorbeeld bij een extractvernieuwing, worden er nullwaarden weergegeven in de draaipuntvelden. - **Geen draaipuntoptie**: Draaien verschijnt wanneer u twee of meer kolommen selecteert in een databron zoals Microsoft Excel, tekstbestand, Google Sheets of .pdf. Als u een andere databron in Tableau Desktop gebruikt, kunt u een aangepaste SQL gebruiken om te draaien. ## Draaien met gebruik van aangepaste SQL (Tableau Desktop) U kunt ook aangepaste SQL gebruiken om uw data te draaien, zelfs als u niet met Excel, tekstbestanden, Google Spreadsheets of .pdf-databronnen werkt. Wanneer u de operator UNION ALL in een aangepaste SQL-query gebruikt, kunt u waarden uit verschillende kolommen halen en deze in een nieuwe kolom plaatsen. Stel dat u een tabel hebt met de naam **Wedstrijd**. **Wedstrijd** | Renner | Starttijd | Eindeeetijd | | --- | --- | --- | | Amanda | 3-9-2016, 15:04:00 uur | 3-9-2016, 15:25:00 uur | | Oscar | 3-9-2016, 15:04:00 uur | 3-9-2016, 15:21:00 uur | | Willem | 3-9-2016, 15:04:00 uur | 3-9-2016, 15:16:00 uur | Om uw analyse van deze data in Tableau te optimaliseren, kunt u de volgende aangepaste SQL-query gebruiken om de kolommen Starttijd en Eindeeetijd zo te draaien dat de waarden in één kolom staan. Select \[Runner\] , 'Start' as \[Action\] , \[Start Time\] as \[Time\] From \[Contest\] Union ALL Select \[Runner\] , 'End' as \[Action\] , \[End Time\] as \[Time\] From \[Contest\] De bovenstaande aangepaste SQL-query doet het volgende: - Draait de kolomkoptekst **Starttijd** naar een tekenreekswaarde genaamd **Start** en voegt die waarde toe aan een nieuwe kolom met de naam **Actie**. - Draait de kolomkoptekst **Eindeeetijd** naar een tekenreekswaarde genaamd **Eindeeee** en voegt die waarde toe aan een nieuwe kolom met de naam **Actie**. - Draait de kolommen **Starttijd** en **Eindeeetijd** zodat de waarden in een nieuwe kolom staan met de naam **Tijd**. De volgende tabel toont de resultaten van deze aangepaste SQL-query.
RennerActieTijd
Amanda

Start

3-9-2016, 15:04:00 uur
OscarStart3-9-2016, 15:04:00 uur
WillemStart3-9-2016, 15:04:00 uur
AmandaEinde3-9-2016, 15:25:00 uur
OscarEinde3-9-2016, 15:21:00 uur
WillemEinde3-9-2016, 15:16:00 uur
### Data draaien met gebruik van aangepaste SQL 1. Maak verbinding met uw data. 2. Dubbelklik op de optie Nieuwe aangepaste SQL in het linkerdeelvenster. Zie [Verbinding maken met een aangepaste SQL-query](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/customsql.htm) voor meer informatie. 3. In het dialoogvenster Aangepaste SQL bewerken, kopieer en plak de volgende aangepaste SQL-query en vervang de inhoud met informatie over de tabel: Select \[_Static Column_\] , '_New Value (from Column Header 1)_' as \[_New Column Header_\] , \[_Pivot Column Values 1_\] as \[_New Values_\] From \[_Table_\] Union ALL Select \[_Static Column_\] , '_New Value (from Column Header 2_' as \[_New Column Header_\] , \[_Pivot Column Values 2_\] as \[_New Values_\] From \[_Table_\] Union ALL Select \[_Static Column_\] , '_New Value (from Column Header 3_' as \[_New Column Header_\] , \[_Pivot Column Values 3_\] as \[_New Values_\] From \[_Table_\] Hiervoor geldt het volgende: - _Statische kolom_: Een door komma's gescheiden lijst van de kolommen van de _Tabel_, zowel dimensies als meetwaarden, die niet in het draaipunt moeten worden opgenomen. - _Nieuwe waarde (van kolomkop 1-3)_: De nieuwe namen die u aan de oorspronkelijke kolomkoptekst geeft, die worden gebruikt als rijwaarden voor het draaipunt. - _Draaipuntwaarden 1-3_: De kolommen waarvan de waarden in één kolom moeten worden omgezet. - _Nieuwe kolomkoptekst_: De naam die u geeft aan de nieuwe kolom die de nieuwe rijwaarden bevat van _Nieuwe waarde (van kolomkoptekst 1-3)_. - _Nieuwe waarden_: De naam voor de nieuwe kolom met de originele waarden bevat van _Draaikolomwaarden 1-3_. - _Tabel_: De tabel waar u mee verbonden bent. 4. Klik op OK. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Data filteren en sorteren in de weergave In deze sectie worden de verschillende manieren beschreven waarop u data in Tableau-visualisaties kunt filteren en sorteren. Lees de volgende artikelen voor informatie over het filteren van data uit uw visualisaties en over meerdere werkbladen en databronnen, het sorteren van data in de visualisatie, het maken van geneste sorteringen en meer. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Data in een weergave verkennen en inspecteren Wanneer u klaar bent om uw weergave te verkennen en te analyseren, biedt Tableau een selectie dynamische data-inspectietools waarmee u de relevante data kunt isoleren. Als u bijvoorbeeld een compacte dataweergave hebt, kunt u zich op een bepaalde regio richten, een groep uitschieters selecteren en voor elke markering de onderliggende databronrijen bekijken. ## Markeringen selecteren om datapunten in de weergave te highlighten De eenvoudigste manier om highlights aan een weergave toe te voegen, is door de markeringen te selecteren die u wilt highlighten. Wanneer u handmatig een markering in de weergave selecteert, worden alle andere markeringen grijs weergegeven om de aandacht op de selectie te vestigen. Uw selectie wordt samen met de werkmap opgeslagen. Zie [Markeringen selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_pan_zoom.htm#Select) voor meer informatie over het gebruik van selectietools. Zie ook [Highlights voor legenda's](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_highlight_colorlegend.htm), [Datapunten in context highlighten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_highlight_highlighter.htm), [Werkbalkknop Highlighten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_highlight_toolbar.htm) en [Highlightacties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_highlight.htm). U kunt meerdere markeringen selecteren door de Ctrl-toets op uw toetsenbord (Command-toets op Mac) ingedrukt te houden terwijl u elke markering selecteert. U kunt ook een van de geavanceerde selectietools gebruiken om markeringen binnen een specifieke vorm te selecteren. ![Voorbeeld van het selecteren van meerdere markeringen in een weergave](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/select_marks_highlight.gif) U kunt ook markeringen en kopteksten selecteren om te filteren wat er in de weergave wordt weergegeven. Zie [Selecteren of u datapunten in uw weergave wilt behouden of uitsluiten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm#SelectData) en [Kopteksten selecteren om data te filteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm#SelectHeaders) voor meer details. ## Geselecteerde markeringen analyseren met behulp van knopinfo Wanneer u een of meerdere markeringen in een weergave selecteert en vervolgens op dezelfde plek blijft zweven, zijn er verschillende opties voor het inspecteren van uw data beschikbaar in de knopinfo.
Tableau Desktop-versieWebversie

Voorbeeld knopinfo voor Tableau Desktop

Voorbeeld knopinfo voor webauthoring

Knopinfo biedt aanvullende informatie over de markeringen in uw weergave en biedt de volgende opties voor data-analyse: - Behoud alleen de geselecteerde markeringen in de weergave. ![Alleen deze behouden](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/inspectdata_select_marks5.png) Zie [Selecteren of u datapunten in uw weergave wilt behouden of uitsluiten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm#SelectData) voor meer informatie. - Sluit de geselecteerde markeringen uit van de weergave. ![Uitsluiten](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/inspectdata_select_marks6.png) Zie [Selecteren of u datapunten in uw weergave wilt behouden of uitsluiten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm#SelectData) voor meer informatie. - Maak een groep op basis van de geselecteerde markeringen. ![Paperclip-pictogram](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/inspectdata_select_marks7.png) Zie [Fouten in data corrigeren of dimensieleden combineren door uw data te groeperen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_groups.htm) voor meer informatie. - Maak een set die de geselecteerde markeringen bevat (alleen Tableau Desktop). ![Sets-pictogram](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/inspectdata_select_marks8.png) Zie [Sets maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_sets_create.htm) voor meer informatie. - Bekijk de onderliggende data van de geselecteerde markeringen.![Onderliggende data weergeven-pictogram](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/inspectdata_select_marks9.png) Zie [Onderliggende data weergeven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_viewdata.htm) voor meer informatie. Zie [Knopinfo](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/view_parts.htm#Tooltips) voor gerelateerde informatie over knopinfo. Zie [Zoomen en pannen in weergaven, en markeringen selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_pan_zoom.htm), [Ongedaan maken en opnieuw uitvoeren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_undo.htm), en [Loodlijnen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_droplines.htm). ## Data highlighten per categorie in knopinfo Als u discrete (categorische) dimensies of meetwaarden in uw knopinfo opneemt, kunt u deze gebruiken om markeringen in de weergave te selecteren die dezelfde waarden hebben. Als Knopinfo-selectie is ingeschakeld voor uw werkblad, worden deze velden getoond als onderstreepte tekst wanneer u ze aanwijst met de muis. Als u op de knopinfo klikt, worden alle markeringen in de weergave geselecteerd die dezelfde waarde hebben. Wanneer u in het onderstaande voorbeeld op Bill Shonely (de waarde voor Klantnaam) in de knopinfo klikt, wordt elke markering in de weergave geselecteerd die ook Bill Shonely als klant bevat en worden alle andere markeringen grijs weergegeven. ![Voorbeeld van knopinfo filteren](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tooltipselection2.png) Om deze functionaliteit in of uit te schakelen, selecteert u het selectievakje Selectie op categorie toestaan in het dialoogvenster Knopinfo bewerken. Zie [Knopinfo toevoegen aan markeringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm#TooltipProp) voor meer informatie over het instellen van de eigenschappen van knopinfo. ## Data op kaarten verkennen Met Tableau-kaarten kunt u snel locaties vinden en data wereldwijd analyseren. Er zijn veel manieren waarop u kaartweergaven kunt verkennen en ermee kunt werken. U kunt in- en uitzoomen, pannen en markeringen selecteren met de weergavewerkbalk, en zelfs wereldwijd naar locaties zoeken met kaartzoeken. ![Voorbeeld Tableau-kaarten](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/zoom_pan_maps_srvr.png) Zie [Data op kaarten verkennen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_explore.htm), [Zoeken naar locaties op uw kaart](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsearch.htm) en [Afstanden tussen datapunten en locaties op een kaart meten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_measure_distance.htm) voor meer details. ## Analyseobjecten toevoegen aan de weergave (trendlijnen, prognoses, referentielijnen en banden) Sleep referentielijnen, boxplots, trendlijnprognoses en andere items naar uw weergave vanuit het deelvenster Analyse dat aan de linkerkant van de werkruimte verschijnt. Schakel tussen het deelvenster Data en het deelvenster Analyse door op de tabbladen bovenaan de zijbalk te klikken. Zie [Geavanceerde analyse toepassen op een weergave (deelvenster Analyse)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environ_workspace_analytics_pane.htm) voor meer details. ![Deelvenster Analyse](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_analytics_pane.png) Deelvenster Tableau Desktop\-analyse In Tableau Desktop zijn de opties voor het toevoegen van analyseobjecten aan de weergave beschikbaar in het deelvenster of menu Analyse, of in context in de weergave. Referentielijnen en -banden zijn bijvoorbeeld beschikbaar wanneer u een as bewerkt, en trendlijnen en prognoses zijn beschikbaar via het menu Analyse. Het deelvenster Analyse biedt toegang via drag-and-drop voor de verschillende opties. Op het web zijn de meeste analyseobjecten beschikbaar via het deelvenster Analyse. ## Data van markeringen vergelijken met herberekende lijnen Als er een analyseobject in uw weergave aanwezig is, zoals een gemiddelde lijn, constante lijn, trendlijn, referentielijn of distributielijn of band, kunt u door één of meerdere markeringen in de weergave te selecteren direct de analytische data voor de geselecteerde markeringen vergelijken met alle data in de weergave. Als u bijvoorbeeld markeringen selecteert in een weergave die een trendlijn bevat, wordt er een tweede, herberekende trendlijn gemaakt, waarvan de waarde uitsluitend wordt bepaald door de geselecteerde markeringen, zodat u die trend kunt vergelijken met de algehele trend. ![Vergelijking van twee weergaven met een herberekende trendlijn](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/inspectdata_select_marks2.png) Herberekende lijnen worden standaard weergegeven wanneer u markeringen selecteert in een weergave die al analyseobjecten bevat. Als u niet wilt dat er herberekende lijnen worden gemaakt in Tableau Desktop, kunt u deze uitschakelen. **Herberekende lijnen uitschakelen (alleen Tableau Desktop):** 1. Selecteer een analyseobject in de weergave, zoals een trendlijn, en klik op Bewerken. 2. In het dialoogvenster **Bewerken**, wis Herberekende lijn voor gehighlighte of geselecteerde datapunten tonen. ![Selectie dialoogvenster Bewerken](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/inspectdata_select_marks3.png) U kunt ook met de rechtermuisknop (Control + klik op Mac) op een analyseobject in de weergave klikken en Herberekende lijn tonen wissen. Wanneer u terugkeert naar de weergave en markeringen selecteert of een highlight geeft, verschijnen er geen herberekende lijnen. Zie [Highlightacties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_highlight.htm) voor meer informatie. ### Herberekende lijnen en highlightacties Herberekende lijnen werken ook met highlightacties, zowel in werkbladen als op dashboards. Als u bijvoorbeeld een highlightactie in een dashboard maakt en markeringen selecteert op het ene blad, dan worden de markeringen op de andere bladen in het dashboard gehighlight. Als die andere werkbladen trendlijnen, referentielijnen of andere analyseobjecten bevatten, verschijnen herberekende lijnen zodra de weergaven worden bijgewerkt. ![Voorbeeld herberekende lijnen en highlightacties](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/inspectdata_select_marks4.png) ## Datadetails gebruiken om visualisatie-informatie te bekijken Vanaf 2019.3 is Tableau Catalog beschikbaar als onderdeel van het Databeheer\-aanbod voor Tableau Server en Tableau Cloud. Wanneer Tableau Catalog in uw omgeving is ingeschakeld, kunt u het deelvenster Datadetails gebruiken om visualisatie-informatie te bekijken. Zie 'Over Tableau Catalog' in de Help van [Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/dm_catalog_overview.htm) of [Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/dm_catalog_overview.htm) voor meer informatie over Tableau Catalog. Wanneer u een gepubliceerde weergave bekijkt en Tableau Catalog is ingeschakeld in uw omgeving, kunt u informatie bekijken over de data die in de weergave worden gebruikt door Datadetails te selecteren in de werkbalk boven de weergave in werkmappen en dashboards. Details omvatten: - Een sparkline die het aantal keren toont dat een blad of dashboard in de afgelopen 12 weken is bekeken. - Informatie over de werkmap (naam, project, auteur, datum van wijziging, datakwaliteitswaarschuwing). - De databronnen die in het blad of dashboard worden gebruikt. - Een lijst met de velden die in gebruik zijn. Selecteer een veld om de metadata van het veld te bekijken, zoals een beschrijving of berekening. ![Voorbeeld deelvenster Datadetails](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dm_data_details_sparkline.png) De links in het deelvenster Datadetails brengen u naar dat item, dat in een apart venster wordt geopend. Als er een datakwaliteitswaarschuwing is in de herkomst van de data die in een weergave, werkmap of dashboard worden gebruikt, toont het tabblad Datadetails een blauwe cirkel met een wit uitroepteken. Klik op het tabblad Datadetails en klik vervolgens op de datakwaliteitswaarschuwing om de details van de waarschuwing te bekijken. ![Zie Details van datakwaliteitswaarschuwing](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dm_data_details_dqw.png) ### Datakwaliteitswaarschuwingen met hoge zichtbaarheid Wanneer een datakwaliteitswaarschuwing als belangrijk wordt aangemerkt door bijvoorbeeld de eigenaar van het data-item of een beheerder: - Verschijnt er een melding wanneer iemand een gepubliceerde weergave opent waarin de betrokken data worden gebruikt, met een link naar het deelvenster Datadetails: ![Informatiebericht over datakwaliteitswaarschuwing verschijnt in de weergave](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dm_dqw_hv_alert.png) - In het deelvenster Datadetails (en elders in Tableau) wordt de zichtbaarheid van de waarschuwing vergroot door een geel waarschuwingssymbool te gebruiken: ![Datakwaliteitswaarschuwing met hoge zichtbaarheid in het deelvenster Datadetails](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dm_dqw_hv_datadet.png) ### Velden kunnen upstream-beschrijvingen tonen Als een veld dat in een weergave wordt gebruikt geen beschrijving in de werkmap heeft, kan Catalog de beschrijving van het veld of de kolom upstream daarvan opzoeken en weergeven, als die bestaat. Als een gepubliceerde databron zich upstream bevindt en een beschrijving voor dit veld heeft, wordt in het deelvenster Datadetails die veldbeschrijving weergegeven. Als dit niet het geval is, toont dit veld de beschrijving van de kolom waarnaar het veld verwijst in de upstream-tabel. Wanneer een veld de beschrijving krijgt van een upstream-bron, verschijnt er een informatiepictogram naast Beschrijving, waarin wordt aangegeven waar de beschrijving vandaan kwam. ![De tekst van het informatiepictogram beschrijft waar de beschrijving vandaan komt](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dm_data_details_description.png) Sommige velden, zoals een berekend veld, groepsveld of ingesteld veld, bieden geen ondersteuning voor het tonen van een beschrijving van een upstream-bron. Bovendien bieden werkmappen en databronnen geen ondersteuning voor het weergeven van beschrijvingen van upstream-velden of kolommen. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Data op kaarten verkennen Met Tableau-kaarten kunt u snel locaties vinden en data wereldwijd analyseren. Er zijn veel manieren waarop u kaartweergaven kunt verkennen en ermee kunt werken. U kunt in- en uitzoomen, pannen en markeringen selecteren met de weergavewerkbalk, en zelfs wereldwijd naar locaties zoeken met kaartzoeken. ![De zoomwerkbalk op een kaartgrafiek.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/zoom_pan_maps_srvr.png) Als u de weergavewerkbalk of het zoekpictogram voor kaarten niet ziet, of als u niet kunt pannen of zoomen, komt dit waarschijnlijk doordat de werkmapauteur heeft besloten om aan te passen hoe anderen interactie kunnen hebben met de weergave. De werkmapauteur kan ervoor kiezen om de weergavewerkbalk en het zoekpictogram voor kaarten te verbergen, zodat deze niet in de weergave verschijnen. Op dezelfde manier kan de werkmapauteur ervoor kiezen om pannen en zoomen uit te schakelen om te regelen hoe u interactie hebt met de weergave. Zie [De interactie met de kaart aanpassen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/maps_customize_interaction.htm) voor meer informatie. ## Markeringen selecteren, pannen en zoomen Met de weergavewerkbalk in de linkerbovenhoek van de weergave kunt u markeringen selecteren, pannen en in- en uitzoomen op een kaartweergave. Zie [Zoomen en pannen in weergaven, en markeringen selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_pan_zoom.htm) voor meer informatie. ## Zoeken naar locaties U kunt het zoekpictogram voor kaarten ![Pictogram Zoeken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explore_maps5.png) gebruiken om naar locaties op uw kaartweergave te zoeken. Zie [Zoekopties voor kaarten instellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/maps_mapsearch.htm) voor meer informatie. ## Uw huidige locatie zoeken Als u een kaartweergave op Tableau Server of Tableau Cloud verkent, kunt u met de knop Zoek mij snel naar uw huidige locatie pannen en zoomen. Om dit te doen, klikt u op het zoekpictogram voor kaarten in de linkerbovenhoek van de weergave en klikt u vervolgens naast het zoekvak dat verschijnt op de knop Zoek mij. **Opmerking**: Het vinden van uw huidige locatie wordt niet ondersteund op Tableau Desktop. ![De knop 'Zoek mij'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/zoom_pan_maps_srvr2.png) **Opmerking:** Wanneer u op de knop Zoek mij klikt, wordt u mogelijk door uw webbrowser gevraagd om Tableau toegang te verlenen tot het zoeken van uw huidige locatie. Als u de toegang blokkeert, kan Tableau niet inzoomen op uw huidige locatie. ## Terug naar de initiële weergave Nadat u hebt in- en uitgezoomd op de weergave of naar een nieuwe locatie hebt gepand, kunt u terugkeren naar de initiële weergave van uw kaart. Om dit te doen: Klik op Tableau Desktop op de knop Assen opnieuw instellen ![Het pictogram Pin](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explore_maps4.png) op de weergavewerkbalk. Klik op Tableau Server of Tableau Cloud op de knop Startpagina zoomen ![Het pictogram Start.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explore_maps4_srv.png) op de weergavewerkbalk. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Data sorteren in een visualisatie U kunt op veel manieren data sorteren in Tableau. Wanneer u een visualisatie bekijkt, kunt u met één klik op een as, koptekst of veldlabel data sorteren. In de auteursomgeving zijn aanvullende sorteeropties beschikbaar, zoals handmatig sorteren in kopteksten en legenda's, via de sorteerpictogrammen op de werkbalk of via het sorteermenu. > [!TIP] > > als u alles zelf wilt verkennen, downloadt u de [werkmap](https:\\mkt.tableau.com\Help\Sorting.twbx) die is gebruikt in deze voorbeelden. (Hiervoor is Tableau Desktop vereist.) ## Snel sorteren vanaf een as, koptekst of veldlabel U kunt op meerdere manieren met sorteerknoppen in één klik een visualisatie sorteren. In alle gevallen sorteert u met **één** klik in aflopende volgorde, met **twee** klikken in oplopende volgorde en met **drie** klikken wordt de sortering gewist. ![Locaties van sorteerpictogrammen in een visualisatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sort_quicksorticons.png) Sorteerpictogrammen die worden weergegeven op een veldlabel (Tint), een koptekst (Lichtgroen) of een as (Statistiek A) De sortering wordt bijgewerkt als de onderliggende data veranderen. ### Sorteren vanaf een as 1. Beweeg de muisaanwijzer over een numerieke as om het sorteerpictogram weer te geven. 2. Klik op het pictogram om te sorteren. ![Sorteren vanaf een as.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sort_fromaxis.png) Sorteren: kleur wordt binnen elke kleurtint gesorteerd in aflopende volgorde van meetwaarde A Hier wordt de sortering toegepast op **Kleur** (de rijen worden gesorteerd) op basis van de waarden voor **Statistiek A**. Als er hiërarchische dimensies zijn zoals Tint > Kleur, wordt de sortering toegepast op de binnenste dimensie. In dit voorbeeld wordt **Kleur** gesorteerd binnen **Kleurtint**. Donkermagenta kan niet naar boven in de visualisatie worden gesorteerd, omdat het in het deelvenster voor de kleurtint Paars moet blijven. ### Sorteren vanuit een koptekst 1. Beweeg de muisaanwijzer over een koptekst om het sorteerpictogram weer te geven. U kunt ook op een koptekst klikken om de bijbehorende knopinfo met sorteeropties weer te geven. 2. Klik op het pictogram om te sorteren. ![Sorteren vanuit een koptekst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sort_fromheader.png) Sorteren: materialen worden gerangschikt in aflopende volgorde van meetwaarde B voor Groen. Deze sortering wordt toegepast op **Materiaal** (de volgorde van de kolommen Verf, Stof en Papier wordt gesorteerd) op basis van de Statistiek B-waarden voor Groen, aangezien die koptekst werd gebruikt voor de sortering. ### Sorteren vanaf een veldlabel 1. Beweeg de muisaanwijzer over een veldlabel om het sorteerpictogram weer te geven. Het sorteerpictogram voor een veldlabel verschilt enigszins van dat voor een koptekst of as. De standaardoptie is alfabetisch sorteren, maar er is ook een menu waarin u kunt kiezen om te sorteren op een veld in de weergave. ![Sorteren vanuit een veldlabelmenu.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sort_fieldlabelmenu.png) 2. Klik op het A-Z-pictogram ![Een pictogram met een A gestapeld op een Z, met een pijl-omlaag naast de letters](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/icon_sort_az.png) om alfabetisch te sorteren. Of klik op het menu om een veld te selecteren waarop u wilt sorteren. Het pictogram verandert in het staafpictogram en u kunt klikken om te sorteren. ![Sorteren vanaf een veldlabel.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sort_fromfieldlabel.png) Sorteren: kleurtinten worden in aflopende volgorde gerangschikt op meetwaarde B. De sortering wordt hier toegepast op de buitenste dimensie (Kleurtint) op basis van de totale Statistiek B. (Statistiek B wordt geaggregeerd voor alle kleuren binnen elke kleurtint en die gecombineerde waarde is hoe Kleurtint wordt gesorteerd. Daarom komt Paars eerst, dan Groen en vervolgens Blauw.) ### Ontbrekende sorteerpictogrammen Als de sorteerpictogrammen niet worden weergegeven, is deze functionaliteit mogelijk uitgeschakeld of is het niet mogelijk om de weergave te sorteren. Sorteerpictogrammen zijn niet beschikbaar op de assen in spreidingsdiagrammen of voor tabelberekeningen. Zo kunnen spreidingsdiagrammen bijvoorbeeld niet worden gesorteerd op basis van een numerieke as, omdat de posities van de markeringen volledig worden bepaald door de data. ## Sorteeropties tijdens het maken van inhoud In een auteursomgeving zijn extra opties beschikbaar. ### Sorteren vanaf de werkbalk 1. Selecteer de dimensie die u wilt sorteren. Als u geen veld selecteert voordat u sorteert, is het standaardgedrag om de diepste dimensie te sorteren. 2. Selecteer de gewenste sorteerknop (oplopend of aflopend) in de werkbalk. ![Rijen sorteren vanaf de werkbalk.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sort_fromtoolbar.gif) In dit voorbeeld wordt de sortering toegepast op **Kleurtint**, tenzij het veld **Materiaal** is geselecteerd voordat er wordt gesorteerd. De werkbalksortering is ook van toepassing op de meest linkse statistiek, in dit geval Statistiek B. Als u op Statistiek A wilt sorteren, moet u eerst de Statistiekvolgorde in de container Kolommen omkeren of een andere sorteermethode gebruiken. In dit voorbeeld kunt u zien wat het effect is als u op Materiaal sorteert. De kleurtint is uit de weergave verwijderd. ### Sorteren door slepen en neerzetten Als u handmatig wilt sorteren, selecteert u een koptekst in een visualisatie of in een legenda en sleept u deze naar de juiste locatie. Een dikke zwarte lijn geeft aan waar u de koptekst moet neerzetten. ![Sorteren in een legenda door te slepen en neer te zetten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sort_legend.png) **Opmerking**: als u op een legenda sorteert, verandert ook de volgorde van de markeringen en niet alleen de manier waarop de legenda wordt weergegeven. Wat het onderste item is in de legenda, wordt de onderste markering in de visualisatie. Dit betekent: het dichtstbij de as of koptekst of eronder in spreidingsdiagrammen en andere visualisatietypen die overlappende markeringen kunnen hebben. ### Specifieke velden in de visualisatie sorteren Tableau gebruikt de huidige ICU-bibliotheek (International Components for Unicode) om de sorteervolgorde te bepalen. U kunt de sortering aanpassen met behulp van het menu Sorteren voor specifieke velden. (Het menu Sorteren is niet beschikbaar voor continue meetwaarden.) 1. Klik met de rechtermuisknop (Windows) of Control-klik (Mac) op het veld dat u wilt sorteren en selecteer Sorteren. 2. Selecteer een optie voor Sorteren op en configureer het gedrag ervan: - Volgorde van databron: hiermee wordt gesorteerd op basis van de wijze waarop de data in de databron zijn gesorteerd. Voor relationele databronnen is dit doorgaans de natuurlijke sorteervolgorde. Natuurlijke sorteervolgorde is een alfabetische sortering waarbij meercijferige getallen als één teken worden behandeld. Bij natuurlijke sortering wordt bijvoorbeeld 2 vóór 19 geplaatst, omdat 2 minder is dan 19. Bij alfabetische sortering wordt 19 echter vóór 2 geplaatst, omdat 1 minder is dan 2. Als u een multidimensionale kubusdatabron gebruikt, wordt de volgorde van de databronnen gedefinieerd in de hiërarchische volgorde van de leden binnen een dimensie. - Alfabetisch: hiermee worden de data op alfabetische volgorde gesorteerd. Bij deze sortering wordt rekening gehouden met hoofdletters en kleine letters, wordt \[A-Z\] vóór \[a-z\] gesorteerd en worden cijfers afzonderlijk behandeld (dat wil zeggen dat 19 vóór 2 komt). Als u een sortering wilt maken die niet hoofdlettergevoelig is, maakt u een berekend veld met behulp van de functies UPPER() of LOWER() om variatie in het hoofdlettergebruik te verwijderen. Zie [Tekenreeksfuncties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_string.htm) voor meer informatie. - Veld: hiermee kunt u de veldwaarde opgeven die wordt gebruikt om de sorteervolgorde te bepalen. Het veld hoeft niet te worden gebruikt in de visualisatie. U kunt ook een aggregatie voor het sorteerveld selecteren. De beschikbare aggregatieopties zijn afhankelijk van het veldtype. - Handmatig: hiermee kunt u een waarde selecteren en naar de gewenste positie verplaatsen. U kunt dit doen door de waarde in de lijst te verslepen of door de pijlen aan de rechterkant te gebruiken. - Genest: hiermee kunt u de veldwaarde selecteren die wordt gebruikt om de sorteervolgorde te bepalen. Het veld hoeft niet te worden gebruikt in de visualisatie. U kunt ook een aggregatie voor het sorteerveld selecteren. De beschikbare aggregatieopties zijn afhankelijk van het veldtype. ## Geneste sorteringen Wanneer de waarden die moeten worden gesorteerd in meerdere deelvensters voorkomen, zijn er twee manieren om te sorteren: genest en niet-genest (of vergelijkend). In de volgende afbeelding worden alle drie de waarden voor **Kleurtint** vermeld bij alle drie de **Materialen**. Bij geneste sortering worden waarden per deelvenster onafhankelijk van elkaar beschouwd, en niet als samengevoegde waarden voor alle deelvensters.
GenestNiet-genest
Een geneste sortering.Een niet-geneste sortering.

Bij een geneste sortering wordt elk deelvenster onafhankelijk bekeken en worden de rijen per deelvenster gesorteerd.

Na de sortering staat Paars boven Groen voor Stof en Papier, maar onder Groen voor Verf.

Bij een niet-geneste sortering wordt de waarde over alle deelvensters bekeken en geldt per deelvenster dezelfde volgorde van waarden.

Paars staat voor alle materialen boven Groen, omdat de waarde voor Paars in totaal groter is dan Groen.

Geneste sorteringen zien er correct uit binnen de context van het deelvenster, maar geven geen geaggregeerde informatie over de manier waarop de waarden zich in z'n totaliteit verhouden.Niet-geneste sorteringen lijken in een afzonderlijk deelvenster misschien niet correct, maar geven wel consistent weer hoe de geaggregeerde waarden zich over het geheel genomen tot elkaar verhouden.
Sorteren vanaf een as leidt standaard tot een geneste sortering.Sorteren vanaf een veldlabel leidt standaard tot een niet-geneste sortering.
**Opmerking**: wanneer u een geneste sortering uitvoert, wordt de sortering overgenomen wanneer u door de verschillende dimensies heen gaat. Een geneste sortering op Kleurtint wordt bijvoorbeeld ook toegepast op Kleur. Als een dimensie in dezelfde container is geplaatst als een meetwaarde, heeft die meetwaarde een as in de weergave voor elke waarde van de dimensie. Met het pictogram voor sorteren vanaf een as wordt een geneste sortering gegenereerd die specifiek is voor die waarde. ![Een geneste as-sortering.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sort_nestedaxes.png) In dit scenario wordt een extra veld toegevoegd aan het dialoogvenster van het sorteermenu voor de gesorteerde dimensie. Als u wilt voorkomen dat de sortering op basis van deze waarde wordt opgesplitst, heft u de selectie van het selectievakje Filteren op. ![Een genest sorteringsfilter.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sort_nestedfilterby.png) ## Inzicht in 'onjuiste' sorteringen Het is gemakkelijk om te veronderstellen dat een weergave verkeerd is gesorteerd, wanneer de sorteerlogica in feite niet duidelijk is. Een weergave met een geneste sortering, terwijl een niet-geneste sortering wordt verwacht (of andersom), kan als onjuist worden beschouwd. Sorteren wanneer er meerdere deelvensters zijn, kan er ook toe leiden dat de resultaten ongesorteerd lijken. Deze weergave lijkt bijvoorbeeld niet-gesorteerd, terwijl deze in werkelijkheid is gesorteerd op kleurtint op basis van meetwaarde A. ![Een weergave gesorteerd op tint.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sort_incorrect1.png) Door de weergave te vereenvoudigen, wordt het sorteren inzichtelijker. ![Een vereenvoudigde weergave, gesorteerd op tint.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sort_incorrect2.png) Door met de muisaanwijzer over de sorteerpictogrammen te bewegen, wordt de beschrijving van de sortering weergegeven. U kunt ook de weergave tijdelijk vereenvoudigen, zodat duidelijk wordt wat er gebeurt. ## Sorteringen wissen U kunt data uit veel verschillende delen van een weergave sorteren. Soms kan het nuttig zijn om alle sorteringen in één keer te wissen. Als u de sortering voor een specifiek veld wilt verwijderen, klikt u met de rechtermuisknop om het menu te openen en selecteert u Sortering wissen. Als u alle sorteringen in de weergave wilt verwijderen, opent u het menu naast het pictogram voor het wissen van bladen op de werkbalk en selecteert u Sorteringen wissen. U kunt ook in het menu Werkblad klikken op Wissen > Sorteringen. ## Sorteren onmogelijk maken Als auteur kunt u de sorteerpictogrammen in gepubliceerde inhoud uitschakelen. Dit kan handig zijn om de huidige sortering te behouden zoals u deze hebt gemaakt. Ga naar het menu Werkblad en deselecteer de optie Sorteerbesturingselementen tonen. De sorteerpictogrammen worden dan niet weergegeven wanneer een gebruiker van de weergave de muisaanwijzer over een as, koptekst of veldlabel beweegt. Als u veldlabels, kopteksten of de as verbergt, worden ook de sorteerpictogrammen verwijderd. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Data structureren voor analyse Er zijn bepaalde concepten die van fundamenteel belang zijn bij het begrijpen van datavoorbereiding en het structureren van data voor analyse. Data kunnen worden gegenereerd, vastgelegd en opgeslagen in een duizelingwekkende verscheidenheid aan indelingen. Maar als het om analyse gaat, zijn niet alle data-indelingen hetzelfde. Datavoorbereiding is het proces waarbij goed opgemaakte data in één tabel of in meerdere gerelateerde tabellen worden ondergebracht, zodat deze in Tableau kunnen worden geanalyseerd. Dit omvat de structuur, d.w.z. rijen en kolommen, en aspecten van de netheid van data, zoals correcte datatypen en correcte datawaarden. > [!TIP] > > het kan helpen om het volgende onderwerp door te nemen met een eigen dataset. Hebt u nog geen dataset die u kunt gebruiken, bekijk dan onze tips voor [Goede datasets vinden](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/find_good_datasets.htm). ## Hoe structuur analyses beïnvloedt Het kan zijn dat u geen controle hebt over de structuur van uw data. In de rest van dit onderwerp wordt ervan uitgegaan dat u toegang hebt tot de onbewerkte data en de hulpmiddelen die nodig zijn om deze vorm te geven, zoals Tableau Prep Builder. Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin u uw data niet naar wens kunt draaien of aggregeren. Vaak is het nog steeds mogelijk om de analyse uit te voeren. Maar het kan zijn dat u uw berekeningen of de manier waarop u de data benadert moet wijzigen. Zie praktische Tableau Prep-scenario’s in [Analyse met de tweede datum in Tableau Desktop](https://help.tableau.com/current/prep/nl-nl/prep_tutorial_2nddateB.htm) voor een voorbeeld van hoe u dezelfde analyse kunt uitvoeren met verschillende datastructuren. Maar als u de datastructuur kunt optimaliseren, wordt uw analyse waarschijnlijk veel eenvoudiger. ## Datastructuur Tableau Desktop werkt het beste met data in tabellen die zijn opgemaakt als spreadsheet. Dat wil zeggen: data opgeslagen in rijen en kolommen, met kolomkoppen in de eerste rij. Dus wat moet een rij of kolom zijn? ### Wat is een rij? Een rij of record kan van alles zijn, van informatie over een transactie in een winkel tot weermetingen op een specifieke locatie of statistieken over een bericht op sociale media. Het is belangrijk om te weten wat een record (rij) in de data vertegenwoordigt. Dit is de mate van _granulariteit_ van de data.
Hier is elke record een dagHier is elke record een maand

Tabel met de dagelijkse maximum-, gemiddelde en minimumtemperaturen (°F).

Tabel met de maandelijkse maximum-, gemiddelde en minimumtemperaturen (°F).

> [!TIP] > > een best practice is om een unieke identificatie (UID) te bepalen. Dit is een waarde die elke rij identificeert als unieke data. Zie dit als het burgerservicenummer of de URL van elke record. In Superstore zou dat Rij-ID zijn. Niet alle datasets hebben een UID, maar het kan geen kwaad om er een te hebben. Probeer te zorgen dat u de vraag "Wat vertegenwoordigt een rij in de dataset?" kunt beantwoorden. Dit is hetzelfde als het beantwoorden van de vraag "Wat vertegenwoordigt het veld Tabelnaam(Aantal)?" Als u dat niet kunt verwoorden, zijn de data mogelijk slecht gestructureerd voor analyse. Aggregatie en granulariteit Een concept dat verband houdt met wat een rij vormt, is het idee van aggregatie en de granulariteit. Dit zijn tegenovergestelde uiteinden van een spectrum. Aggregatie - verwijst naar de manier waarop meerdere datawaarden worden samengebracht in één enkele waarde, zoals het tellen van alle Google-zoekopdrachten naar 'Pumpkin Spice' of het nemen van het gemiddelde van alle temperatuurmetingen rond Seattle op een bepaalde dag. - Metingen worden in Tableau standaard altijd geaggregeerd. De standaardaggregatie is SUM. U kunt de aggregatie wijzigen in opties zoals Gemiddeld, Mediaan, Aantal uniek, Minimum, enz. Granulariteit - verwijst naar hoe gedetailleerd de data zijn. Wat vertegenwoordigt een rij of record in de dataset? Iemand met malaria? Het totale aantal gevallen van malaria in een provincie voor deze maand? Dat is de granulariteit. - Het kennen van de granulariteit van de data is van cruciaal belang bij het werken met LOD-expressies (Level of Detail). Het begrijpen van aggregatie en granulariteit is om vele redenen een cruciaal concept. Het heeft invloed op zaken als het vinden van nuttige datasets, het bouwen van de gewenste visualisatie, het correct relateren of samenvoegen van data en het gebruik van LOD-expressies. > [!TIP] > > zie [Data-aggregatie in Tableau](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm) voor meer informatie. ### Wat is een veld of kolom? Een _kolom_ met data in een tabel komt in Tableau Desktop binnen als een _veld_ in het deelvenster Data, maar het zijn in wezen uitwisselbare termen. (We bewaren de term _kolom_ in Tableau Desktop voor gebruik in de container met kolommen en rijen en om bepaalde visualisaties te beschrijven.) Een dataveld moet items bevatten die in een grotere relatie kunnen worden gegroepeerd. De items zelf worden _waarden_ of _leden_ genoemd (alleen discrete dimensies bevatten leden). Welke waarden in een bepaald veld zijn toegestaan, wordt bepaald door het _domein_ van het veld (zie de opmerking hieronder). Een kolom voor ’afdelingen van supermarkten' kan bijvoorbeeld de leden 'traiteur', 'bakkerij', 'producten', enz., bevatten, maar niet 'brood' of 'salami', omdat dit artikelen zijn en geen afdelingen. Anders gezegd: het domein van het veld Afdeling is beperkt tot alleen de mogelijke supermarktafdelingen. Bovendien zou een goed gestructureerde dataset een kolom voor 'Verkoop' en een kolom voor 'Winst' hebben, en niet één enkele kolom voor 'Geld', omdat winst een ander concept is dan omzet. - Het domein van het veld Verkoop zou waarden ≥ 0 zijn, aangezien verkoop niet negatief kan zijn. - Het domein van het veld Winst zou echter uit alle waarden bestaan, omdat winst negatief kan zijn. **Opmerking**: _domein_ kan ook de waarden betekenen die in de data aanwezig zijn. Als de kolom 'supermarktafdeling' ten onrechte 'salami' bevatte, zou die waarde volgens deze definitie in het domein van de kolom liggen. De definities zijn enigszins tegenstrijdig. De ene betreft de waarden die er zouden kunnen of moeten zijn, de andere betreft de waarden die er daadwerkelijk zijn ## Velden indelen Elke kolom in de datatabel wordt in Tableau Desktop weergegeven als veld in het deelvenster **Data**. Velden in Tableau Desktop moeten een dimensie of meetwaarde zijn (gescheiden door een lijn binnen tabellen in het deelvenster Data) en discreet of continu (kleurgecodeerd: blauwe velden zijn discreet en groene velden zijn continu). - _Dimensies_ zijn kwalitatief. Dit betekent dat ze niet kunnen worden gemeten, maar in plaats daarvan worden beschreven. Dimensies zijn vaak zaken als stad of land, oogkleur, categorie, teamnaam, enz. Dimensies zijn meestal discreet. - _Meetwaarden_ zijn kwantitatief. Dit betekent dat ze kunnen worden gemeten en vastgelegd met cijfers. Meetwaarden kunnen zaken zijn als verkopen, hoogte, klikken, enz. In Tableau Desktop worden meetwaarden automatisch geaggregeerd en de standaardaggregatie is SOM. Meetwaarden zijn doorgaans continu. - _Discreet_ betekent individueel gescheiden of verschillend. Toyota onderscheidt zich van Mazda. In Tableau Desktop worden discrete waarden weergegeven in de vorm van een label en ze creëren deelvensters. - _Continu_ betekent het vormen van een ononderbroken, doorlopend geheel. 7 wordt gevolgd door 8 en dan is het dezelfde afstand tot 9. 7,5 zou halverwege tussen 7 en 8 vallen. In Tableau Desktop worden continue waarden als een as weergegeven. - Dimensies zijn meestal discreet en meetwaarden zijn meestal continu. Dit is echter niet altijd het geval. Datums kunnen discreet of continu zijn. - Datums zijn dimensies en worden automatisch als discreet weergegeven. Dit wordt ook wel 'datumdelen' genoemd, zoals 'Augustus'. Hierbij wordt rekening gehouden met de maand augustus zonder rekening te houden met andere informatie zoals het jaar. Een trendlijn die wordt toegepast op een tijdlijn met discrete datums wordt opgesplitst in meerdere trendlijnen, één per deelvenster. - Indien gewenst kunnen we kiezen om continue datums te gebruiken (ook wel datumafkortingen genoemd, zoals 'Augustus 2024', wat anders is dan 'Augustus 2025'). Een trendlijn die wordt toegepast op een tijdlijn met continue datums, heeft één trendlijn voor de gehele datumas. > [!TIP] > > zie [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/help.htm#datafields_typesandroles.htm) voor meer informatie. In Tableau Prep wordt geen onderscheid gemaakt op dimensies of meetwaarden. Het begrijpen van de concepten achter discreet of continu is echter belangrijk voor zaken als het begrijpen van details versus de samenvattende presentatie van data in het deelvenster Profiel. - Detail: de detailweergave toont elk domeinelement als discreet label en beschikt over een visuele schuifbalk om een visueel overzicht van alle data te bieden. - Samenvatting: de samenvattingsweergave toont de waarden als histogram op een continue as. ### Binning en histogrammen Een veld als leeftijd of salaris wordt als continu beschouwd. Er is een relatie tussen de leeftijd van 34 en 35 jaar, en 34 ligt even ver van 35 als 35 van 36. Maar zodra we de leeftijd van circa tien jaar voorbij zijn, stoppen we meestal met het zeggen van dingen als '9 en een half' of '7 en drie vierde'. We sorteren (binnen) onze leeftijd al met nette stappen van één jaar. Iemand die 12.850 dagen oud is, is ouder dan iemand die 12.790 dagen oud is. Maar we trekken een grens en zeggen dat ze allebei 35 zijn. Op dezelfde manier worden leeftijdsgroepen vaak in plaats van werkelijke leeftijden gebruikt. Kinderprijzen voor bioscoopkaartjes kunnen gelden voor kinderen van 12 jaar en jonger. Of in een enquête wordt u mogelijk gevraagd uw leeftijdsgroep te selecteren, zoals 20-24, 25-30, enz. Histogrammen worden gebruikt om de distributie van numerieke data te visualiseren met behulp van binning. Een histogram lijkt op een staafdiagram. Maar in plaats van discrete categorieën per staaf bestrijken de rechthoeken waaruit het histogram bestaat een _bin_ van een continue as, zoals het bereik van het aantal bloesems (0-4, 5-9, 10-14, enz.). De hoogte van de rechthoeken wordt bepaald door de frequentie of het aantal van deze waarden. Hier is de y-as het aantal planten dat in elke bin valt. Zeven planten hebben 0-4 bloesems, twee planten hebben 5-9 bloesems en 43 planten hebben 20-24 bloesems. ![Histogram van het aantal bloesems op basis van het aantal planten](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_structure_analysis_histogram.png) In Tableau Prep is de samenvattingsweergave een histogram van 'gebinde' of gesorteerde waarden. De detailweergave toont de frequentie voor elke waarde en heeft een visuele schuifbalk aan de zijkant die de algehele distributie van de data laat zien.
SamenvattingsweergaveDetailweergave
schermopname van de samenvattingsweergave in Tableau Prepschermopname van de detailweergave in Tableau Prep
### Distributies en uitschieters Het zien van de distributie van een dataset kan helpen bij het detecteren van uitschieters. - _Distributie_: de vorm van de data in een histogram, hoewel dit afhangt van de grootte van de bins. Als u al uw data in een histogramweergave kunt zien, kunt u vaststellen of de data juist en volledig lijken. De vorm van de distributie heeft alleen nut als u de data kent en kunt interpreteren of de distributie al dan niet zinvol is. - Als we bijvoorbeeld zouden kijken naar een dataset van het aantal huizen met breedbandinternet tussen 1940 en 2017, zouden we een zeer scheve distributie verwachten. Als we echter kijken naar het aantal woningen met breedbandinternet van januari 2017 tot en met december 2017, verwachten we een vrij uniforme distributie. - Als we zouden kijken naar een dataset van Google-zoekopdrachten naar 'Pumpkin Spice Latte', zouden we in de herfst een vrij scherpe piek verwachten, terwijl zoekopdrachten naar 'Celsius naar Fahrenheit omzetten' waarschijnlijk redelijk stabiel zouden zijn. - _Uitschieter_: een waarde die extreem is in vergelijking met andere waarden. Uitschieters kunnen correcte waarden zijn of wijzen op een fout. - Sommige uitschieters zijn correct en duiden op daadwerkelijke afwijkingen. Deze mogen niet worden verwijderd of gewijzigd. - Sommige uitschieters duiden op problemen met de netheid van de data, zoals een salaris van € 50 in plaats van € 50.000 omdat er een komma is getypt in plaats van de punt. Visuele detectie van uitschieters bij distributies Als u een lijst als deze zou zien: ![Vijf waarden in de kolom Veld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_structure_analysis_detail.png) op het eerste gezicht ziet het er niet vreemd uit. Maar als dit, in plaats van een lijst met labels, op een continue as met bins zou worden uitgezet, zou het er als volgt uitzien: ![Veldtelling voor vijf waarden in een staafdiagram met een schaal van nul tot 100.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_structure_analysis_summary.png) En het is veel duidelijker dat de laatste waarneming verder verwijderd is van de eerste en mogelijk een uitschieter betreft vanwege fouten. ## Datatypen Databases hanteren, in tegenstelling tot spreadsheets, doorgaans strikte regels voor datatypen. Datatypen delen de data in een bepaald veld in en bieden informatie over hoe de data moeten worden opgemaakt, geïnterpreteerd en welke bewerkingen met die data kunnen worden uitgevoerd. Op numerieke velden kunnen bijvoorbeeld wiskundige bewerkingen worden toegepast en geografische velden kunnen in kaart worden gebracht. Tableau Desktop bepaalt of een veld een dimensie of meetwaarde is. Maar velden hebben andere kenmerken die afhankelijk zijn van hun datatype. Deze worden aangegeven door het pictogram dat elk veld heeft (hoewel sommige typen een pictogram delen). Tableau Prep gebruikt dezelfde datatypen. Als het datatype wordt afgedwongen voor een kolom en een bestaande waarde niet overeenkomt met het toegewezen datatype, kan deze als nul worden weergegeven (omdat 'paars' als getal niets betekent). Sommige functies vereisen specifieke datatypen. U kunt BEVAT bijvoorbeeld niet gebruiken met een numeriek veld. Type-functies worden gebruikt om het datatype van een veld te wijzigen. DATEPARSE kan bijvoorbeeld een tekstdatum in een specifiek formaat nemen en er een datum van maken, Hierdoor worden zaken als automatisch inzoomen in de weergave mogelijk.
PictogramDatatype
Tekst of tekenreekswaarden.Tekstwaarden (tekenreeks)
Het pictogram Datumwaarden.Datumwaarden
Datum- en tijdwaarden.Datum- en tijdwaarden
Numerieke waarden.Numerieke waarden
Het pictogram voor de Booleaanse waarde Waar.Booleaanse waarden (alleen relationeel)
Het pictogram Wereldbol dat aangeeft dat de geografische rol op het veld is toegepast.Geografische waarden (gebruikt bij kaarten)
> [!TIP] > > raadpleeg het Help-artikel over [Datatypen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/help.htm#datafields_typesandroles_datatypes.htm) voor meer informatie. ## Data draaien en terugdraaien Mensvriendelijke data worden vaak vastgelegd in een brede indeling, met veel kolommen. Door computers leesbare data, waaraan Tableau de voorkeur geeft, zijn beter in een hoge indeling, met minder kolommen en meer rijen. **Opmerking**: traditioneel betekent het draaien van data van hoog naar breed (rijen naar kolommen) gaan. Terugdraaien betekent dat u van breed naar hoog gaat (kolommen naar rijen). Tableau gebruikt het woord _pivot (draaien)_ echter in de betekenis dat u van breed (mensvriendelijk) naar hoog (door computers leesbaar) gaat door kolommen in rijen te veranderen. In dit document zal _pivot (draaien)_ verwijzen naar de betekenis die Tableau aan het woord toekent. Voor de duidelijkheid kan het helpen om 'kolommen naar rijen draaien' of 'rijen naar kolommen draaien' op te geven. Raadpleeg de Help-artikelen over [Uw data draaien](https://help.tableau.com/current/prep/nl-nl/prep_pivot.htm) en [Tips voor het werken met uw data](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/help.htm#data_tips.htm) voor meer informatie. ### Brede data In de dataset over malaria van de Wereldgezondheidsorganisatie is er een kolom voor land en vervolgens een kolom per jaar. Elke cel vertegenwoordigt het aantal gevallen van malaria voor dat land en jaar. In deze indeling hebben we 108 rijen en 16 kolommen. ![Brede indeling van malariadata](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_structure_analysis_wide.png) Een persoon kan deze indeling gemakkelijk lezen en begrijpen. Als we deze data echter in Tableau Desktop zouden overbrengen, krijgen we een veld per kolom. We hebben een veld voor 2000, een veld voor 2001, een veld voor 2002, enz. ![Schermafbeelding van breed opgemaakte malariadata in Tableau Desktop](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_structure_analysis_widedesktop.png) Of bekijk dit op een andere manier: er zijn vijftien velden die allemaal hetzelfde vertegenwoordigen, namelijk het aantal gemelde gevallen van malaria, en er is geen enkel veld voor Tijd. Dit maakt het erg moeilijk om analyses over Tijd uit te voeren, omdat de data in afzonderlijke velden worden opgeslagen. Voorbeeld: werken met brede data Vraag: hoe kunnen we een kaart maken die het totale aantal malariagevallen per land van 2000 tot 2014 weergeeft?  A: maak een berekend veld om alle jaren bij elkaar op te tellen. ![Een kaart geeft de wereldwijde verspreiding van malaria aan.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_structure_analysis_totalcalc.png) Opmerking: deze afbeelding is niet bijgewerkt met de meest recente gebruikersinterface. In het deelvenster Data worden dimensies en meetwaarden niet langer als labels weergegeven. Een andere indicatie dat deze indeling niet ideaal is voor analyse is het feit dat we nergens informatie hebben over wat de werkelijke waarden betekenen. Voor Algerije hebben we in 2012 de waarde 55. Vijfenvijftig wat? Het wordt niet duidelijk uit de structuur van de data. ![Tabel met landendata van 2011 tot en met 2014.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_structure_analysis_55.png) Als de naam van de kolom niet beschrijft wat de waarden zijn, maar eerder aanvullende informatie overbrengt, is dit een teken dat de data moeten worden gedraaid. ### Hoge data Als we de data draaien, hervormen we de data van breed naar hoog. In plaats van voor elk jaar een kolom te hebben, hebben we nu één kolom (Jaar) en een nieuwe kolom: Gemelde gevallen. In deze indeling hebben we 1.606 rijen en 3 kolommen. Deze data-indeling is eerder hoger dan breder. ![Een tabel met de gerapporteerde gevallen in Afghanistan van 2000 tot en met 2014.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_structure_analysis_tall.png) In Tableau Desktop hebben we nu een veld voor Jaar en een veld voor Gemelde gevallen, naast het oorspronkelijke veld Land. Het is veel eenvoudiger om analyses uit te voeren, omdat elk veld een unieke kwaliteit van de dataset vertegenwoordigt: locatie, tijd en waarde. ![Het deelvenster Data met dimensies voor land, jaar en meetwaardenamen met meetwaarden voor gerapporteerde gevallen, breedtegraad, lengtegraad, aantal records en meetwaarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_structure_analysis_talldesktop.png) Opmerking: deze afbeelding is niet bijgewerkt met de meest recente gebruikersinterface. In het deelvenster Data worden dimensies en meetwaarden niet langer als labels weergegeven. Voorbeeld: werken met hoge data Vraag: hoe kunnen we een kaart maken die het totale aantal malariagevallen per land van 2000 tot 2014 weergeeft?  A: gebruik het veld Gemelde gevallen. ![Een kaart geeft de wereldwijde verspreiding van malaria aan, met de gerapporteerde gevallen per land.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_structure_analysis_totalfield.png) Opmerking: deze afbeelding is niet bijgewerkt met de meest recente gebruikersinterface. In het deelvenster Data worden dimensies en meetwaarden niet langer als labels weergegeven. Nu is het gemakkelijk in te zien dat voor Algerije in 2012 het getal 55 verwijst naar het aantal gemelde gevallen (omdat we deze nieuwe kolom zouden kunnen benoemen). ![Tabel met landendata van 2011 tot en met 2014, met een rij voor gerapporteerde gevallen in Algerije in 2012 geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_structure_analysis_55cases.png) **Opmerking**: in dit voorbeeld bestonden brede data uit één record per land. Met de indeling voor hoge data zijn er nu 15 rijen voor elk land (één voor elk van de 15 jaar in de data). Houd er rekening mee dat er nu meerdere rijen per land zijn. Als er een kolom voor Landoppervlak zou zijn, zou die waarde worden herhaald voor elk van de 15 rijen voor elk land in een hoge datastructuur. Als u een staafdiagram hebt gemaakt met **Land** in Rijen en **Landoppervlak** in Kolommen, wordt in de weergave het landoppervlak voor alle 15 rijen per land standaard opgeteld. Voor sommige velden kan het nodig zijn om dubbele tellingen te compenseren door aggregatie met een gemiddelde of minimum in plaats van som of filtering. ## Normalisatie Relationele databases bestaan uit meerdere tabellen die op de een of andere manier met elkaar in verband kunnen worden gebracht of aan elkaar kunnen worden gekoppeld. Elke tabel bevat een unieke identificatie, of sleutel, per record. Door sleutels met elkaar te verbinden of samen te voegen, kunnen records worden gekoppeld om meer informatie te verschaffen dan in één enkele tabel staat. Welke informatie in elke tabel terechtkomt, is afhankelijk van het gebruikte datamodel. Maar het algemene principe is het verminderen van duplicatie. Denk bijvoorbeeld aan het plannen van evenementen zoals een bruiloft. We moeten informatie bijhouden op het niveau van groepen (zoals gezinnen of koppels) en op het niveau van individuen. Er zou een tabel kunnen worden gemaakt waarin alle informatie wordt gecombineerd:  ![Een tabel met informatie over de aanwezigen, zoals hun namen, groepen, dieetbeperkingen, zitplaatsen, aanwezigheid, adressen, uitnodigingen, geschenken en of het om bruiden gaat.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_structure_analysis_combined.png) Als een adres echter onjuist is en moet worden gecorrigeerd, moet dit over meerdere rijen worden opgelost. Dit kan mogelijk tot fouten of conflicten leiden. Een betere structuur is om twee tabellen te maken: één voor informatie die betrekking heeft op de groep (zoals adres en of uitnodiging verzonden) en één voor informatie met betrekking tot individuen (voor zaken als tafelschikking en dieetwensen).
Groepsgewijze tabelIndividuele tabel
Een tabel met drie rijen met de volgende kolommen: ID, Groep, Adres, Uitgenodigd, Geschenk, Bruid.In een tabel worden de ID-nummers, namen, groepen, dieetbeperkingen, zitcapaciteit en aanwezigheid weergegeven.
Het is veel eenvoudiger om informatie op groepsniveau in de groepstabel en informatie op individueel niveau in de individuele tabel bij te houden en te analyseren. Het aantal benodigde stoelen kan bijvoorbeeld worden verkregen uit het aantal records met Aanwezig = Ja in de individuele tabel. Het aantal benodigde stempels voor bedankjes kan worden verkregen uit het aantal records in de groepstabel waar Geschenk geen nul is. Het proces van het opsplitsen van alle data in meerdere tabellen (en het uitzoeken welke tabel welke kolommen bevat) noemen we ook wel _normalisatie_. Normalisatie helpt overtollige data te verminderen en vereenvoudigt de organisatie van de database. Het kan echter voorkomen dat er informatie nodig is die meerdere tabellen omvat. Wat als we bijvoorbeeld de tafelschikking (individuen) zo willen bepalen dat groepen van de kant van de bruid worden vermengd met groepen van de kant van de bruidegom? (De connectie met de bruid of bruidegom wordt op groepsniveau bijgehouden.) Om dit te bereiken moeten we de tabellen weer met elkaar in verband brengen, zodat de individuen geassocieerd worden met informatie over hun groep. Een goede normalisatie betekent niet alleen het opsplitsen van tabellen. Het vereist ook de aanwezigheid van een gedeeld, gerelateerd veld of unieke identificatie die kan worden gebruikt om de data weer samen te voegen. Hier is dat gerelateerde veld Groep. Dat veld is aanwezig in beide tabellen, zodat we dit veld kunnen combineren en terugkeren naar onze oorspronkelijke indeling van een enkele tabel. Dit is een _gedenormaliseerde_ structuur. Waarom hebben we dan niet gewoon de originele gedenormaliseerde tabel behouden? Dit is moeilijker te onderhouden en er werd overtollige informatie opgeslagen. Op grote schaal kan het niveau van dataduplicatie enorm zijn. Het is niet efficiënt om steeds dezelfde informatie op te slaan. Genormaliseerde tabellen hebben een paar belangrijke eigenschappen: - Elke rij heeft een unieke identificatie nodig - Elke tabel heeft een kolom of kolommen nodig die kan/kunnen worden gebruikt om de tabel weer met andere tabellen te verbinden (sleutel). Deze gedeelde (sleutel)kolommen worden gebruikt om tabellen weer met elkaar te verbinden of er een join van te maken. Voor onze data zou de relatie of join-component in het groepsveld in elke tabel staan. ### Join-typen Hoewel de standaardmethode voor het combineren van data in Tableau Desktop relateren is, zijn er gevallen waarin u joins wilt maken van tabellen in Tableau Desktop of Tableau Prep Builder. Zie [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/help.htm#joining_tables.htm) voor een basisoverzicht van joins en join-typen. ![Join-tabellen met waarden voor naam, aantal broers/zussen en oogkleur met binnenste-, linker-, rechter- en buitenste-joins.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_structure_analysis_joins.png) ## 'Nette' data Hadley Wickham publiceerde in 2014 een artikel in de Journal of Statistical Software genaamd "Tidy Data" (augustus 2014, deel 59, nummer 10). Dit artikel levert uitstekend werk door een raamwerk voor data op te zetten dat goed gestructureerd is voor analyse. Het artikel is [hier (Academische portefeuille van Hadley Wickham)](http://vita.had.co.nz/papers/tidy-data.html) of [hier (gehost door r-project.org)](https://cran.r-project.org/web/packages/tidyr/vignettes/tidy-data.html) te vinden. **Opmerking**: het artikel wordt gehost op externe websites. Tableau neemt geen verantwoordelijkheid voor de juistheid of actualiteit van pagina's die worden onderhouden door externe aanbieders. Neem contact op met de eigenaren als u vragen hebt over hun inhoud. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Data uit databronnen filteren U kunt filters op een databron maken en zo de hoeveelheid data in de databron beperken. Databronfilters kunnen handig zijn om te beperken welke data gebruikers kunnen zien wanneer u een werkmap of databron publiceert. Wanneer u een databron publiceert naar Tableau Cloud of Tableau Server, worden de databron en alle relevante bestanden of extracten verplaatst naar de Server- of Cloud-site. Als u een databron publiceert, kunt u machtigingen voor de data instellen, bijvoorbeeld wie de data mag zien, er verbinding mee mag maken, ze mag downloaden of gebruiken om analyses te maken. Gebruikers die analyses maken op basis van de gepubliceerde databron, kunnen de databronfilters die zijn gebruikt om die gepubliceerde databron te maken niet zien of wijzigen. Wel worden die filters toegepast op alle data waarop ze query's uitvoeren. Dit is een geweldige manier om een beperkte subset van uw data aan te bieden, bijvoorbeeld door dimensies te filteren voor specifieke gebruikers en groepen, of door databronfilters te definiëren op basis van een vast of relatief datumbereik. Dit is vaak nuttig voor databeveiliging en biedt u ook de mogelijkheid om dataprestaties te beheren. Voor systemen die sterk afhankelijk zijn van partitionering of indexering, kunnen databronfilters enorme controle bieden over de prestaties van query's die door Tableau worden uitgevoerd. ## Typen databronfilters ### Databronfilters Er zijn twee soorten databronfilters: alomtegenwoordige filters en filters per tabel. Met behulp van de instelling **Scope** kunt u bepalen hoe breed het filter wordt toegepast: - **Met en alle bijbehorende tabellen** wordt een doordringend filter gemaakt. Het filter wordt toegepast op de tabel waarin het is gemaakt. Het filter wordt vervolgens doorgevoerd in alle gerelateerde tabellen. - Vóór 2025.1 was dit de standaard. Hiermee wordt het gedrag behouden van het filteren van alle gerelateerde data. - In feite wordt het filter toegepast op de [volledige structuur van gerelateerde tabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm). - **Met
** is een filter per tabel gemaakt. Het filter wordt alleen toegepast op de tabel waar het filter is gemaakt, vergelijkbaar met het filteren van de tabel voordat u deze koppelt aan de overige tabellen in de databron. - Dit wordt ook wel een logisch tabelfilter genoemd. - Door scoping van het databronfilter naar een logische tabel hoeft u geen aangepaste SQL te gebruiken om een filter tot één tabel te beperken. ### Extractfilters Er kan een extra filter worden ingesteld op databronnen die [geëxtraheerd zijn in plaats van live](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/extracting_data.htm). Extractfilters beperken hoeveel data er in het extract worden opgenomen. Of een extractfilter per tabel of alomtegenwoordig is, hangt af van de structuur van het datamodel. - Als de databron één basistabel bevat, zijn extractfilters alomtegenwoordig. Dit is het historische gedrag van extractfilters. - Als het datamodel [meerdere basistabellen bevat en gebruikmaakt van relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm), worden extractfilters noodzakelijkerwijs maar op één tabel toegepast als logische-tabelfilters. Dit is de standaardinstelling voor relaties op basis van meerdere feitentabellen. Als u een extract maakt van een databron waarvoor al databronfilters zijn ingesteld, worden deze bestaande filters automatisch aanbevolen als extractfilters en worden ze weergegeven in het dialoogvenster Extraheren. Deze aanbevolen filters hoeven niet per se in de lijst Extractfilters te staan en kunnen veilig worden verwijderd zonder de bestaande set databronfilters te wijzigen. ## Een databronfilter maken 1. Het filter toevoegen: 1. Op de pagina Databron: selecteer Toevoegen in de sectie Filters in de rechterbovenhoek van de pagina. ![de context van de link Filter toevoegen op de pagina Databron](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filter_datasource1.png) 2. Vanuit de ontwerpomgeving: klik met de rechtermuisknop (op een Mac: houd Control ingedrukt en klik) op de databron bovenaan het deelvenster Data om het contextmenu te openen en kies vervolgens Databronfilters bewerken…. Ongeacht of u vanaf de pagina Databron of vanaf een werkblad begint, verschijnt het dialoogvenster Databronfilter bewerken, waarin alle bestaande databronfilters worden vermeld. 2. Selecteer Toevoegen om een dialoogvenster Filter toevoegen te openen met een lijst van alle velden in de databron, genest in hun logische tabellen. 3. Selecteer een veld dat u wilt filteren. Geef vervolgens op hoe het veld moet worden gefilterd, net zoals u dat zou doen voor een veld in de container Filters. Selecteer vervolgens OK. 4. De scope instellen: 1. _Tabelnaam_ om alleen de actieve tabel te filteren. Deze scope maakt van het filter een logische-tabelfilter dat geen invloed heeft op de hele databron. 2. _Tabelnaam en gerelateerde tabellen_ om de actieve tabel en alle tabellen waaraan deze gerelateerd is te filteren. Dit is hetzelfde alomtegenwoordige filtergedrag als in eerdere versies. ![het dialoogvenster Databronfilter bewerken met de vervolgkeuzelijstopties voor scope](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_source_filter_logicaltable_scope.png) Herhaal dit proces om een extra databronfilter toe te voegen. In sommige situaties kan er een filter aanwezig zijn dat niet kan worden beperkt tot één logische-tabelfilter. Dit kan gebeuren wanneer het filter wordt gemaakt voor een berekend veld dat verwijst naar velden uit meerdere tabellen, of als het filter verwijst naar een veld uit een andere tabel. Filteren onder deze voorwaarden moet gelden voor de tabel en gerelateerde tabellen, en niet beperkt blijven tot één logische tabel. ### Algemene filters en databronfilters Wanneer u een databronfilter maakt, worden alle algemene filters die die databron gebruiken automatisch weergegeven in het dialoogvenster Databronfilters bewerken. In Tableau Desktop kunt u een algemeen filter bevorderen tot databronfilter. Om het algemene filter te bevorderen tot databronfilter, klikt u op OK. ![Het dialoogvenster Databronfilters bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/global_filter_dsfilter_autopromote.png) Als u een algemeen filter bevordert tot databronfilter in Tableau Desktop, is dat algemene filter niet langer zichtbaar in de werkbladen van de werkmap (omdat het een databronfilter wordt). **Belangrijk**: Houd er rekening mee dat u geen algemeen filter hoeft te selecteren in het dialoogvenster Databronfilters bewerken om het te bevorderen. Wanneer u klikt op OK, worden alle algemene filters in de lijst bevorderd. Om te voorkomen dat een algemeen filter wordt bevorderd tot een databronfilter, selecteert u het algemene filter in het dialoogvenster Databronfilters bewerken en klikt u op Verwijderen. ![Een dialoogvenster waarmee u filters kunt toevoegen, bewerken of verwijderen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/global_filter_dspromotion.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Data uit Excel, CSV, PDF en Google Spreadsheets opschonen met Data-interpreter Wanneer u data in Excel-spreadsheets bijhoudt, maakt u deze met de menselijke interface in gedachten. Om uw spreadsheets gemakkelijk leesbaar te maken, kunt u zaken als titels, gestapelde kopteksten, opmerkingen en eventueel lege rijen en kolommen toevoegen om witruimte toe te voegen. Bovendien heeft u waarschijnlijk ook meerdere tabbladen met data. Wanneer u deze data wilt analyseren in Tableau, maken deze esthetisch aantrekkelijke kenmerken het voor Tableau erg moeilijk om uw data te interpreteren. Dat is waar Data-interpreter u kan helpen. **Tip:** Hoewel de Excel-add-in van Tableau niet langer wordt ondersteund, kan Data-interpreter u helpen uw data opnieuw vorm te geven voor analyse in Tableau. ## Wat doet Data-interpreter? Data-interpreter kan u een voorsprong geven bij het opschonen van uw data. Het kan zaken als titels, opmerkingen, voetteksten, lege cellen, enzovoort detecteren en deze omzeilen om de daadwerkelijke velden en waarden in uw dataset te identificeren. Het kan zelfs extra tabellen en subtabellen detecteren, zodat u onafhankelijk van de andere data met een subset van uw data kunt werken. Nadat de magie van Data-interpreter zijn werk heeft gedaan, kunt u het werk controleren om er zeker van te zijn dat de gewenste data zijn vastgelegd en correct geïdentificeerd. Vervolgens kunt u de nodige aanpassingen maken. Nadat u de data hebt geselecteerd waarmee u wilt werken, moet u mogelijk ook enkele extra opschoningsstappen uitvoeren, zoals het draaien van uw data, het splitsen van velden of het toevoegen van filters om de data in de gewenste vorm te krijgen voordat u met uw analyse begint. **Opmerking**: Probeer [Tableau Prep](https://www.tableau.com/nl-nl/products/prep) als uw data verder opgeschoond moeten worden dan waarmee Data-interpreter u kan helpen. ## Data-interpreter inschakelen en resultaten controleren 1. Vanuit het deelvenster Verbinding kunt u verbinding maken met een Excel-spreadsheet of een andere connector die Data-interpreter ondersteunt, zoals tekstbestanden (.csv), PDF-bestanden of Google Spreadsheets. 2. Sleep een tabel naar het canvas (indien nodig) en vervolgens naar de pagina Databron, selecteer in het linkerdeelvenster het selectievakje Data-interpreter gebruiken om te zien of Data-interpreter kan helpen bij het opschonen van uw data. ![Het selectievakje Data-interpreter gebruiken in het linkerdeelvenster van de pagina Databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_interpreter3.png) Opmerking: Wanneer u uw data opschoont met Data-interpreter, schoont Data-interpreter alle data op die aan een verbinding in de databron zijn gekoppeld. Data-interpreter wijzigt de onderliggende data niet. 3. Klik in het deelvenster Data op de link Controleer de resultaten om de resultaten van de Data-interpreter te controleren. ![De koppeling Resultaten beoordelen in het deelvenster Data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_interpreter5.png) Er wordt een kopie van uw databron geopend in Excel op het tabblad Sleutel voor de Data-interpreter. Controleer de sleutel om te zien hoe u de resultaten kunt lezen. ![Het tabblad Sleutel voor de Data-interpreter met informatie over het beoordelen van de resultaten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_interpreter11.png) 4. Klik op elk tabblad om te controleren hoe Data-interpreter de databron heeft geïnterpreteerd. Als Data-interpreter extra tabellen heeft gevonden, ook wel gevonden tabellen of subtabellen genoemd, worden deze geïdentificeerd op het tabblad \_subtables door hun celbereiken te schetsen. Voor elke subtabel is ook een apart tabblad opgenomen, met een kleurcode om de koptekst en datarijen te identificeren. Als Data-interpreter niet de verwachte resultaten levert, wist u het selectievakje Opgeschoond met Data-interpreter om de originele databron te gebruiken. ![Het selectievakje Opgeschoond met Data-interpreter.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_interpreter12.png) 5. Om de huidige tabel te vervangen door een van de gevonden tabellen, sleept u de huidige tabel van het canvas en sleept u vervolgens de gevonden tabel die u wilt gebruiken naar het canvas. Als de Data-interpreter het bereik van de gevonden tabel verkeerd heeft geïdentificeerd, klikt u, nadat u de gevonden tabel naar het canvas hebt gesleept, op de vervolgkeuzepijl op die tabel en selecteert u vervolgens Gevonden tabel bewerken om de hoeken van de gevonden tabel aan te passen (de cel linksboven en de cel rechtsonder van de tabel). ![Menu 'Gevonden tabel bewerken' met opties om het bereik van de gevonden tabel aan te passen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_interpreter9.png) 6. Nadat u over de data beschikt waarmee u wilt werken, kunt u extra opschoonwerkzaamheden op uw data toepassen, zodat u deze kunt analyseren. ### Voorbeeld van Data-interpreter In dit voorbeeld maken we verbinding met een Excel-spreadsheet met data over geweldsmisdrijven per stad en staat voor het jaar 2016. Deze spreadsheet bevat meerdere tabellen op één blad en wat extra opmaak. ![Een Excel-spreadsheet met extra opmaak, waaronder een titel, samengevoegde koptekstcellen, extra witruimte en subtabellen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_interpreter1.png) 1. Titel 2. Samengevoegde koptekstcellen 3. Extra witruimte 4. Subtabellen De extra opmaak in deze spreadsheet maakt het voor Tableau moeilijk om te bepalen wat de kopteksten en waarden van het veld zijn. In plaats daarvan worden de data verticaal gelezen en wordt elke kolom toegewezen aan de standaardwaarde F1, F2, F3 (Veld 1, Veld 2, Veld 3) enzovoort. Lege cellen worden gelezen als nullwaarden. ![De resultaten van een spreadsheet met extra opmaak tonen data die verticaal worden gelezen, waarbij aan elke kolom de standaardwaarde wordt toegewezen en lege cellen worden gelezen als null-waarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_interpreter2.png) Om te zien of Data-interpreter kan helpen deze dataset op te schonen, selecteren we Data-interpreter gebruiken. Data-interpreter heeft de juiste kopteksten voor de velden gedetecteerd, de extra opmaak verwijderd en verschillende subtabellen gevonden. De subtabellen staan vermeld in de sectie Bladen in het deelvenster Data en krijgen een naam met gebruik van de oorspronkelijke bladnaam en de celbereiken voor elke subtabel. In dit voorbeeld zijn er drie subtabellen: Misdaden 2016 A4:H84, Misdaden 2016 K5:L40 en Misdaden 2016 O5:P56. ![De resultaten na het gebruik van Data Interpreter waarmee de juiste veldkoppen zijn geïdentificeerd en extra opmaak en subtabellen zijn verwijderd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_interpreter4.png) Om de resultaten van de Data-interpreter nader te bekijken, klikken we op de link Controleer de resultaten in het deelvenster Data om een geannoteerde kopie van de spreadsheet te bekijken. Hier zien we een kopie van de originele data met een kleurcode om aan te geven welke data zijn geïdentificeerd als koptekstdata en welke data zijn geïdentificeerd als veldwaarden. ![Een kopie van de originele data, met kleurcodes om de koptekstdata in het rood en de veldwaarden in het groen te identificeren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_interpreter6.png) Het volgende tabblad toont ons de subtabellen die Data-interpreter heeft gevonden, geschetst door de celbereiken. ![Subtabellen die de Data Interpreter heeft gevonden, uitgesplitst naar celbereik.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_interpreter7.png) In dit voorbeeld bevat de eerste subtabel, Misdaden 2016 A4:H84, de belangrijkste data waarmee we willen werken. Om deze tabel te gebruiken als onze datatabel, kunnen we eenvoudigweg de originele tabel van het canvas slepen en vervolgens de nieuwe tabel naar het canvas slepen. ![De nieuwe tabel is toegevoegd aan het canvas.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_interpreter8.png) Zodra we de data waarmee we willen werken in het canvas hebben, kunnen we de data nog wat extra opschonen. We kunnen bijvoorbeeld: - De veldnamen wijzigen zodat ze de namen van de stad, de staat en de maand vertegenwoordigen. - De velden met de maanden draaien. - De derde subtabel naar Misdaden 2016 o5:P56 slepen en een join maken met onze eerste subtabel op het veld Staat om staatsbevolkingen op te nemen voor onze analyse. - Eventuele dubbele velden verbergen die zijn toegevoegd als resultaat van de join. De resultaten zouden er ongeveer als volgt uitzien: ![Een voorbeeld van resultaten na het opschonen van de data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_interpreter10.png) Nu zijn we klaar om de analyse van onze data in Tableau te starten. ## Wanneer Data-interpreter niet beschikbaar is De optie Data-interpreter is mogelijk niet beschikbaar om de volgende redenen: - **De databron heeft al een opmaak die Tableau kan interpreteren:** Als Tableau Desktop geen extra hulp van Data-interpreter nodig heeft om unieke opmaak of afwijkende informatie te verwerken, is de optie Data-interpreter niet beschikbaar. - **Veel rijen of veel kolommen:** De optie Data-interpreter is niet beschikbaar als uw data de volgende kenmerken hebben: - Data bevatten meer dan 2000 kolommen. - Data bevatten meer dan 3000 rijen en meer dan 150 kolommen. - **De databron wordt niet ondersteund:** Data-interpreter is alleen beschikbaar voor Microsoft Excel, tekstbestanden (.csv), PDF-bestanden en Google Spreadsheets. Voor Excel moeten uw data de indeling .xls of .xlsx hebben. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Data uit meerdere databronnen filteren Wanneer u met meerdere databronnen in een werkmap werkt, wilt u mogelijk de data tussen de databronnen vergelijken aan de hand van een veld dat ze gemeenschappelijk hebben. Om dit te doen, kunt u een filter toepassen op meerdere primaire databronnen. Het volgende dashboard toont bijvoorbeeld de bestelhoeveelheid, de gemiddelde verkoop en de gemiddelde winst voor klanten. Het dashboard bevat drie weergaven. Elke weergave gebruikt een andere databron als primaire databron en al die gegevensbronnen hebben één veld gemeenschappelijk: Klantnaam. Er is ook een filterkaart in de weergave voor Klantnaam. ![Een staafdiagram, een kolomdiagram en een lijst met klantnamen met selectievakjes.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cross_datasource1.png) Dit is een interessant dashboard met veel nuttige informatie, maar u wilt wellicht alle weergaven in het dashboard tegelijkertijd bijwerken per klant die u analyseert. U wilt bijvoorbeeld de gemiddelde verkoop, winst en het aantal bestellingen zien dat u van een van uw klanten, Aaron Riggs, hebt ontvangen. Om dit te doen, kunt u alle drie de databronnen filteren op het veld Klantnaam. Volg de onderstaande stappen om te leren hoe u data uit meerdere gegevensbronnen kunt filteren. ### Voordat u begint, wilt u wellicht het volgende weten: Vanaf versie 10.0 kunt u data uit meerdere primaire databronnen filteren. U kunt geen data filteren uit secundaire databronnen. Het filteren van data uit de secundaire databron van een werkblad wordt momenteel niet ondersteund in Tableau Desktop. Als u data wilt filteren uit secundaire databronnen, kunt u de volgende alternatieven overwegen: - Maak joins van de tabellen die zich in dezelfde databron bevinden, in plaats van ze te mengen. Zie [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joining_tables.htm) voor meer informatie. - Maak een join op basis van meerdere databases als uw tabellen zich in verschillende databronnen bevinden. Zie [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joining_tables.htm) voor meer informatie. - Maak de primaire databron de secundaire databron, en de secundaire databron de primaire. **Opmerking:** Dit is niet altijd haalbaar gezien het detailniveau dat u in de uiteindelijke weergave wilt hebben. **Opmerking**: Om ervoor te zorgen dat de datatekenreeksen met gemengde hoofdletters in het filter niet hoofdlettergevoelig zijn, maakt u een berekend veld met behulp van de tekenreeksfunctie UPPER() en maakt u vervolgens de filterrelatie met behulp van dat berekende veld. Zie het forumbericht [Veelgestelde vragen over filteren van meerdere databronnen](https://community.tableau.com/docs/DOC-9111) in de Tableau Community voor meer veelgestelde vragen over filters voor meerdere databronnen. ### Relaties tussen uw databronnen definiëren Voordat u relaties tussen databronnen kunt maken, moet u ervoor zorgen dat er een gemeenschappelijk veld is tussen de databronnen die u in kaart brengt. De velden hoeven niet in elke databron dezelfde naam te hebben, maar ze moeten wel enkele gemeenschappelijke data bevatten. Nadat u de gemeenschappelijke velden hebt geïdentificeerd, moet u relaties tussen deze velden creëren of _de velden toewijzen_ aan elkaar. Als de velden dezelfde naam hebben, herkent Tableau ze mogelijk automatisch als gerelateerd. U kunt een bestaande relatie wijzigen die automatisch door Tableau is gemaakt of een nieuwe relatie maken tussen twee velden in verschillende databronnen door de onderstaande procedure te volgen. Een relatie tussen uw databronnen definiëren: 1. Selecteer Data > Relaties bewerken. 2. In het dialoogvenster Relaties bewerken, doet u het volgende: - Selecteer een databron voor Primaire databron en selecteer een databron voor Secundaire databron. - Selecteer Aangepast. - Om een relatie te definiëren tussen velden met verschillende namen, klikt u op Toevoegen. Om een bestaande relatie te bewerken, selecteert u de velden aan de rechterkant en klikt u vervolgens op Bewerken. 4. Doe het volgende in het dialoogvenster Veldtoewijzing toevoegen/bewerken en klik vervolgens op OK: - Selecteer een veld onder veld Primaire databron. - Selecteer een veld onder veld Secundaire databron met vergelijkbare data als het veld dat u voor de primaire databron hebt geselecteerd. Zie [Uw data combineren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multiple_connections.htm#step4relationships) voor meer informatie over het bewerken van relaties. **Opmerking:** Nadat u uw relaties hebt gedefinieerd, hoeft u geen combinaties meer in te schakelen (dat wil zeggen dat u niet op het koppelingspictogram in het deelvenster Data hoeft te klikken) om te filteren uit uw databronnen. Zie [Uw data combineren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multiple_connections.htm#primarysecondary) voor meer informatie over het verschil tussen primaire en secundaire databronnen. ### Een filter toevoegen aan de weergave Nadat u relaties tussen uw databronnen hebt gedefinieerd, gaat u naar een van uw werkbladen en sleept u een dimensie naar de container Filters. Selecteer vervolgens of u data in de weergave wilt opnemen of uitsluiten. Zie [Data uit uw weergaven filteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm) voor meer informatie over het filteren van uw data. **Optionele stap**: Geef een filterkaart weer in de weergave. Klik met de rechtermuisknop in de container Filters en selecteer Filter tonen. Er verschijnt een filterkaart voor dat veld in de weergave. Zie [Interactieve filters weergeven in de weergave](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm#ShowFilter) voor meer informatie over filterkaarten (voorheen snelle filters genoemd). ### Het filter toepassen op uw werkbladen Nadat u uw filter hebt ingesteld, kunt u dat filter toepassen op alle werkbladen in uw werkmap die gebruikmaken van gerelateerde databronnen. U kunt het filter ook toepassen op geselecteerde werkbladen. - Om het filter toe te passen op alle werkbladen die gerelateerde databronnen gebruiken, klikt u met de rechtermuisknop in het veld in de container Filters en selecteert u Toepassen op werkbladen > Alle die gebruikmaken van gerelateerde databronnen. Het veld Klantnaam wordt toegevoegd aan de container Filters op elk werkblad dat een gerelateerde databron gebruikt. Er wordt een pictogram toegevoegd naast het veld in de container Filters, wat aangeeft dat het filter wordt toegepast op meerdere databronnen. ![Een pictogram naast een veld in de container 'Filters naar' dat aangeeft dat het filter wordt toegepast op meerdere databronnen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cross_datasource2.png) Als u met de muis het veld aanwijst in de container Filters in een werkblad, ziet u details over het type filter, het bronveld voor het filter en de overige werkbladen waarop het filter van toepassing is. ![Plaats de muis op een veld in de container Filters om details over het type filter, het bronveld voor het filter en de overige werkbladen te bekijken waarop het filter van toepassing is.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cross_datasource3.png) - Om het filter toe te passen op geselecteerde werkbladen, klikt u met de rechtermuisknop in de container Filters en selecteert u Toepassen op werkbladen > Geselecteerde werkbladen. Het veld Klantnaam wordt toegevoegd aan de container Filters op de door u geselecteerde werkbladen. Er wordt een pictogram toegevoegd naast het veld in de container Filters om aan te geven dat het filter wordt toegepast op geselecteerde werkbladen. ![Pictogram naast een veld in de container Filters om aan te geven dat het filter wordt toegepast op geselecteerde werkbladen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cross_datasource12.png) Als u nu op het dashboard de weergave filtert tot Aaron Riggs, worden alle drie de weergaven bijgewerkt en kunt u zien dat Aaron in 2010, 2011 en 2013 bestellingen heeft geplaatst en gemiddeld 3.700 USD heeft uitgegeven. De gemiddelde winst op deze bestellingen bedroeg ongeveer 1.000 USD. ![Drie staafdiagrammen illustreren de orderhoeveelheid, verkoop en winst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cross_datasource5.png) ## Bronvelden en doelvelden Wanneer u een filter toepast op meerdere databronnen, maakt u een bronveld en een of meer doelvelden. Zowel bronvelden als doelvelden verschijnen in de container Filters in hun respectievelijke werkbladen. Het bronveld is het veld waarmee u filtert. Het doelveld op een werkblad is een veld uit een andere databron dat gerelateerd is aan het bronveld. Dit is het veld dat daadwerkelijk wordt gefilterd in dat werkblad. Het bronveld bepaalt welke data worden opgenomen of uitgesloten van de doelvelden. Stel dat u drie werkbladen hebt die drie afzonderlijke databronnen (A, B en C) als primaire databron gebruiken. Elke databron heeft een gemeenschappelijk veld (Fruit) en de data zijn als volgt:
Fruit van databron AFruit van databron BFruit van databron C
AppelsAppelsAppels
SinaasappelsGrapefruitGrapefruit
BananenSinaasappelsSinaasappels
 PerenTomaten
  Bananen
Als het veld Fruit uit databron A het bronveld is voor het filter voor meerdere databronnen, dan zijn de data die voor de doelvelden verschijnen als volgt:
Fruit uit databron A - BronveldFruit uit databron B - DoelveldFruit uit databron C - Doelveld
AppelsAppelsAppels
SinaasappelsSinaasappelsSinaasappels
Bananen Bananen
Data die niet overeenkomen met de data in het bronveld, worden uitgesloten van de doelvelden en worden niet weergegeven in uw werkbladen of op uw filterkaarten. In de container Filters worden bronvelden aangegeven met een ![Pictogram dat aangeeft dat het filter op meerdere databronnen wordt toegepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cross_datasource7.png)\-pictogram wanneer het bronveld van toepassing is op alle werkbladen met een gerelateerde databron, of met een ![Pictogram dat aangeeft dat het bronveld van toepassing is op geselecteerde werkbladen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cross_datasource10.png)\-pictogram wanneer het van toepassing is op geselecteerde werkbladen. Doelvelden worden aangegeven met een ![Pictogram voor doelvelden dat op de filterkaart wordt weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cross_datasource8.png)\-pictogram in het veld in de container Filters. Ze worden ook aangegeven met een ![Pictogram dat aangeeft dat het filter op meerdere databronnen wordt toegepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cross_datasource9.png)\- of ![Pictogram dat aangeeft dat het doelveld wordt toegepast op geselecteerde werkbladen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cross_datasource11.png)\-pictogram naast het veld in de container Filters. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Data uit uw weergaven filteren Filteren is een essentieel onderdeel van het analyseren van data. In dit artikel worden de vele manieren beschreven waarop u data uit uw weergaven kunt filteren. Er wordt ook beschreven hoe u interactieve filters in de weergave kunt weergeven en filters in de weergave kunt opmaken. ## Volgorde van bewerkingen filteren Voordat u begint met het filteren van data in Tableau, is het belangrijk dat u de volgorde begrijpt waarin Tableau filters in uw werkmap uitvoert. Tableau voert de acties op uw weergave uit in een heel specifieke volgorde; dit wordt de volgorde van bewerkingen genoemd. Filters worden in de volgende volgorde uitgevoerd: 1. Extractfilters 2. Databronfilters 3. Contextfilters 4. Filters op dimensies (zowel in de container Filters als in filterkaarten in de weergave) 5. Filters op meetwaarden (zowel in de container Filters als in filterkaarten in de weergave) Zie [De volgorde van bewerkingen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/order_of_operations.htm) voor meer informatie. **Opmerking**: Wanneer u een discrete dimensie naar de container Filters sleept, bevat het dialoogvenster Filter vier tabbladen voor het filteren: Algemeen, Jokerteken, Voorwaarde en Boven. De instellingen op elk van deze tabbladen zijn optellend, te beginnen met het tabblad Algemeen. Wat u op elk tabblad instelt, heeft invloed op de filterresultaten op elk tabblad aan de rechterkant. Zie [Dimensies, meetwaarden en datumvelden slepen naar de container Filters](#Drag) en [Categorische data (dimensies) filteren](#Categorical) voor details over het dialoogvenster Filter. ## Selecteren of u datapunten in uw weergave wilt behouden of uitsluiten U kunt afzonderlijke datapunten (markeringen) of een selectie van datapunten uit uw weergave filteren. Als u bijvoorbeeld een spreidingsdiagram met uitschieters hebt, kunt u deze uitsluiten van de weergave, zodat u zich beter kunt concentreren op de rest van de data. Om markeringen uit de weergave te filteren, selecteert u één enkele markering (datapunt) of klikt en sleept u in de weergave om meerdere markeringen te selecteren. In de knopinfo die verschijnt, kunt u: - Alleen deze behouden selecteren om alleen de geselecteerde markeringen in de weergave te behouden. ![Selecteer alleen de markeringen die u wilt behouden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/include1.gif) - Uitsluiten selecteren om de geselecteerde markeringen uit de weergave te verwijderen. ![Selecteer markeringen die u wilt uitsluiten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/exclude1.gif) **Opmerking:** Deze filteropties zijn niet beschikbaar als er al een filter voor Jokertekenovereenkomst is opgegeven voor hetzelfde veld. Zie [Dimensies, meetwaarden en datumvelden slepen naar de container Filters](#Drag) voor meer informatie over filters voor Jokertekenovereenkomst. ## Kopteksten selecteren om data te filteren U kunt ook kopteksten selecteren om deze uit uw weergave te filteren. Als u hele rijen of kolommen met data uit uw weergave wilt filteren, selecteert u de koptekst in de weergave. Selecteer Uitsluiten of Alleen deze behouden voor de geselecteerde data op de knopinfo die verschijnt. Wanneer u een tabelkop selecteert die deel uitmaakt van een hiërarchie, worden alle kopteksten op het volgende niveau ook geselecteerd. De weergave die hieronder wordt getoond, bestaat bijvoorbeeld uit twee niet-gerelateerde dimensies die in de container Kolommen zijn geplaatst en twee niveaus van dezelfde hiërarchie die in de container Rijen zijn geplaatst. De geselecteerde rijkoppen bevatten het lid Meubelen van de dimensie Categorie en de leden Binders en Labels van de dimensie Subcategorie. Wanneer u 'Meubelen' selecteert, worden alle leden van het volgende (binnenste) niveau in de hiërarchie automatisch geselecteerd. In dit geval zijn dat de leden Boekenkasten, Stoelen, Meubilair en Tafels. ![Een tabel met verkoopcijfers per productcategorie en staat, waarbij specifieke merken zijn gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/selection1.png) ## Dimensies, meetwaarden en datumvelden slepen naar de container Filters Een andere manier om een filter te maken, is door een veld rechtstreeks vanuit het deelvenster Data naar de container Filters te slepen. ![Sleep een tabel naar de kaart Filters.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filtering-drag.gif) Wanneer u een veld toevoegt aan de container Filters, wordt het dialoogvenster Filter geopend, zodat u het filter kunt definiëren. Het dialoogvenster Filter verschilt afhankelijk van of u categorische data (dimensies), kwantitatieve data (meetwaarden) of datumvelden wilt filteren. ### Categorische data (dimensies) filteren Dimensies bevatten discrete categorische data. Het filteren van dit type veld houdt daarom doorgaans in dat u de waarden selecteert die u wilt opnemen of uitsluiten. Wanneer u een dimensie vanuit het deelvenster Data naar de container Filters in Tableau Desktop sleept, wordt het volgende dialoogvenster Filter weergegeven: ![Een filtervenster met opties om in een lijst te selecteren, een aangepaste waardelijst in te voeren of alle waarden te gebruiken, samen met samenvattende informatie en de knop OK.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filtering-drag1.png) - **Algemeen**: Gebruik het tabblad Algemeen om de waarden te selecteren die u wilt opnemen of uitsluiten. - **Jokerteken**: Gebruik het tabblad Jokerteken om een patroon te definiëren waarop u wilt filteren. Wanneer u bijvoorbeeld op e-mailadressen filtert, wilt u wellicht alleen e-mails van een specifiek domein opnemen. U kunt een jokertekenfilter definiëren dat eindigt op "@gmail.com", zodat alleen Google-e-mailadressen worden opgenomen. - **Voorwaarde**: Gebruik het tabblad Voorwaarde in het dialoogvenster Filter om regels te definiëren waarop u wilt filteren. In een weergave waarin bijvoorbeeld de gemiddelde eenheidsprijs voor een verzameling producten wordt getoond, wilt u mogelijk alleen de producten tonen waarvan de gemiddelde eenheidsprijs hoger is dan of gelijk is aan $ 25. U kunt de ingebouwde besturingselementen gebruiken om een voorwaarde te schrijven of u kunt een aangepaste formule schrijven. - **Boven**: Gebruik het tabblad Boven in het dialoogvenster Filter om een formule te definiëren die de data berekent die in de weergave worden opgenomen. U kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om in een weergave waarin de gemiddelde verzendtijd voor een verzameling producten wordt getoond, alleen de 15 producten met de hoogste (of laagste) verkoopcijfers weer te geven. In plaats van een specifiek bereik voor Verkoop te moeten definiëren (bijvoorbeeld groter dan $ 100.000), kunt u een limiet (bovenste 15) definiëren die relatief is ten opzichte van de andere leden in het veld (producten). **Belangrijke opmerking**: Elk tabblad voegt extra definities toe aan uw filter. U kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om waarden uit te sluiten op het tabblad Algemeen en om limieten toe te voegen op het tabblad Boven. Selecties en configuraties van beide tabbladen worden op uw filter toegepast. U kunt de definities van uw filter op elk gewenst moment bekijken onder Samenvatting op het tabblad Algemeen. ### Kwantitatieve data (meetwaarden) filteren Meetwaarden bevatten kwantitatieve data. Als u dit type veld wilt filteren, moet u doorgaans een bereik van waarden selecteren die u wilt opnemen. Wanneer u een meetwaarde vanuit het deelvenster Data naar de container Filters in Tableau Desktop sleept, wordt het volgende dialoogvenster weergegeven: ![Het dialoogvenster Veld filteren met opties voor het filteren op verkoopdata.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filtering-drag2.png) Selecteer hoe u het veld wilt aggregeren en klik vervolgens op Volgende. In het volgende dialoogvenster krijgt u de mogelijkheid om vier typen kwantitatieve filters te maken: **Waardenbereik**: Selecteer de optie Waardenbereik om de minimum- en maximumwaarden van het bereik op te geven die in de weergave moeten worden opgenomen. De waarden die u opgeeft, worden opgenomen in het bereik. **Ten minste**: Selecteer de optie Ten minste om alle waarden op te nemen die groter zijn dan of gelijk zijn aan een opgegeven minimumwaarde. Dit type filter is handig wanneer de data vaak wijzigen en het daarom niet mogelijk is een bovengrens op te geven. **Ten hoogste**: Selecteer de optie Ten hoogste om alle waarden op te nemen die kleiner zijn dan of gelijk zijn aan een opgegeven maximumwaarde. Dit type filter is handig wanneer de data vaak wijzigen en het daarom niet mogelijk is een ondergrens op te geven. **Speciaal**: Selecteer de optie Speciaal om te filteren op Null-waarden. Neem alleen Null-waarden, Niet-null-waarden of Alle waarden op. **Opmerking:** Als u over een grote databron beschikt, kan het filteren van meetwaarden leiden tot een aanzienlijke verslechtering van de prestaties. Soms is het veel efficiënter om te filteren door een set te maken die de meetwaarde bevat en vervolgens een filter op de set toe te passen. Zie [Sets maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_sets_create.htm) voor meer informatie over sets. ### Datums filteren Wanneer u een datumveld vanuit het deelvenster Data naar de container Filters in Tableau Desktop sleept, wordt het volgende dialoogvenster Veld filteren weergegeven: ![Het dialoogvenster Veld filteren met opties voor het filteren op besteldatum.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filtering-drag3.png) U kunt selecteren of u wilt filteren op een relatieve datum, wilt filteren op een datumbereik of discrete datums wilt selecteren om uit de weergave te filteren. - **Relatieve datums filteren**: Klik op Relatieve datums om een datumbereik te definiëren dat wordt bijgewerkt op basis van de datum en tijd waarop u de weergave opent. U wilt bijvoorbeeld de verkopen van het jaar tot nu toe, alle records van de afgelopen 30 dagen of de vorige week afgesloten bugs bekijken. Relatieve datumfilters kunnen ook relatief zijn ten opzichte van een specifieke ankerdatum in plaats van vandaag. - **Een datumbereik filteren**: Selecteer Datumbereik om een vast datumbereik te definiëren waarop u wilt filteren. U wilt bijvoorbeeld alle orders zien die tussen 1 maart 2009 en 12 juni 2009 zijn geplaatst. - **Discrete datums filteren**: Selecteer een discrete datumwaarde in het dialoogvenster als u volledige datumniveaus wilt opnemen. Als u bijvoorbeeld Kwartalen selecteert, kunt u ervoor kiezen om specifieke kwartalen (bijvoorbeeld K1, K2, K3, K4) uit uw weergave te filteren, ongeacht het jaar. **Vooraf ingestelde laatste datum**: Als u er zeker van wilt zijn dat alleen de meest recente datum in een databron wordt geselecteerd in het filter wanneer de werkmap wordt gedeeld of geopend, selecteert u een discrete datum zoals Maand/Dag/Jaar of Discrete datums en selecteert u vervolgens op het tabblad Algemeen de optie Filter op de laatste datumwaarde wanneer de werkmap wordt geopend. ![Het dialoogvenster Veld filteren met opties voor het filteren op besteldatum, waarbij de optie Discrete datum is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filterpreset-discretedate-1.png) ![Het filtervenster met de datum 30 december 2017 geselecteerd in een datumlijst en de optie om te filteren op de laatste datumwaarde waarop de werkmap is geopend, geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filterpreset-discretedate-2.png) **Opmerkingen**: Wanneer u filtert op de laatste datumwaarde, is deze instelling alleen van toepassing op databronfilters in een werkmap. In de volgorde van bewerkingen geldt het laatste datumfilter voor de hele werkmap, terwijl contextfilters gelden per werkblad. De laatste datum wordt bepaald direct nadat de werkmap voor het eerst wordt geopend, na de databronfilters, maar vóór de contextfilters. Op dat moment wordt de datum ingesteld en wordt de laatste vooraf ingestelde datum gebruikt als dimensiefilter. Als u extra filters in weergaven gebruikt (waaronder relatieve datumfilters en contextfilters), kan de instelling voor de laatste datumwaarde resulteren in een lege weergave zonder data wanneer die extra filters geen data selecteren uit de laatste datum in de database. Op Tableau Server en Tableau Cloud worden voorinstellingen toegepast wanneer de weergave voor het eerst in de browser wordt geladen, maar niet wanneer de browser of data worden vernieuwd. - **Individuele datums filteren**: Selecteer individuele datums om specifieke datums uit uw weergave te filteren. - **Extra datumfilteropties**: Wanneer u Relatieve datums of Datumbereik selecteert, wordt het dialoogvenster Filter geopend. In dat dialoogvenster kunt u een begindatum of einddatum definiëren. U kunt ook Speciaal selecteren om datums met null-waarden, datums zonder null-waarden of alle datums op te nemen. ### Tabelberekeningen filteren Als u een filter voor tabelberekening wilt maken, maakt u een berekend veld en plaatst u dat veld in de container Filters. Filters die gebaseerd zijn op tabelberekeningen filteren de onderliggende data in de dataset niet, omdat tabelberekeningsfilters als laatste in de volgorde van bewerkingen worden toegepast. Dit betekent dat Tableau eerst alle tabelberekeningen in de weergave evalueert en vervolgens tabelberekeningsfilters toepast op de resultaten in de huidige weergave. #### Tabelberekeningsfilter toepassen op totalen Wanneer u totalen in een weergave toont en u wilt dat een tabelberekeningsfilter op de totalen wordt toegepast, kunt u Toepassen op totalen selecteren in het vervolgkeuzemenu voor dat filter (in de container Filters). Met deze optie kunt u bepalen wanneer een tabelberekeningsfilter op totalen moet worden toegepast. ![Een vervolgkeuzemenu voor een filterpil met de optie Toepassen op totalen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calc_filter_applytototals2.png) ![Een vervolgkeuzemenu voor een filterpil met de optie Toepassen op totalen geselecteerd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calc_filter_applytototals3.png) Deze optie is beschikbaar wanneer u totalen in de weergave toont en u een tabelberekeningsfilter aan de weergave toevoegt. Selecteer Toepassen op totalen om het tabelberekeningsfilter toe te passen op alle resultaten in de tabel, inclusief de totalen. ## Interactieve filters weergeven in de weergave Wanneer een interactief filter wordt getoond, kunt u snel data in de weergave opnemen of uitsluiten. **Opmerking**: Bij webauthoring worden interactieve filters automatisch toegevoegd aan de weergave wanneer u een veld naar de container Filters sleept. **Een filter tonen in de weergave:** 1. Klik in de weergave op het vervolgkeuzemenu van het veld en selecteer Filter tonen. ![Filter weergeven op een werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/show_filter1.gif) Het veld wordt automatisch toegevoegd aan de container Filters (als het nog niet wordt gefilterd) en er verschijnt een filterkaart in de weergave. Gebruik de kaart om uw data te filteren. **Opmerking:** In Tableau Desktop kunt u een interactief filter toevoegen aan de weergave voor een veld dat momenteel niet in de weergave wordt gebruikt. Om dit te doen, klikt u in het deelvenster Data op het vervolgkeuzemenu van het veld en selecteert u vervolgens Filter tonen. ## Opties instellen voor interactie met en uiterlijk van filterkaarten Nadat u een filter toont, zijn er verschillende opties waarmee u kunt bepalen hoe het filter werkt en wordt weergegeven. U krijgt toegang tot deze opties door te klikken op het vervolgkeuzemenu in de rechterbovenhoek van de filterkaart in de weergave. ![Contextmenu voor snel filteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/quickfilter_2.png) Sommige opties zijn beschikbaar voor alle soorten filters, en andere zijn afhankelijk van of u een categorisch veld (dimensie) of een kwantitatief veld (meetwaarde) filtert. U kunt aanpassen hoe filters worden weergegeven in de weergave, in dashboards of wanneer ze worden opgeslagen op internet. #### Hier zijn enkele algemene filterkaartopties: - Filter bewerken: Met deze optie opent u het hoofddialoogvenster Filter, zodat u het filter verder kunt verfijnen door voorwaarden en limieten toe te voegen. - Filter verwijderen: Verwijdert het filter uit de container Filters en verwijdert de filterkaart uit de weergave. - Toepassen op werkbladen: Hiermee kunt u opgeven of het filter alleen op het huidige werkblad moet worden toegepast of over meerdere werkbladen moet worden gedeeld. Zie [Filters toepassen op meerdere werkbladen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering_global.htm) voor meer informatie. - Opmaakfilters (alleen Tableau Desktop): Pas het lettertype en de kleuren van al uw filterkaarten in de weergave aan. - Alleen relevante waarden: Geeft aan welke waarden in het filter moeten worden getoond. Wanneer u deze optie selecteert, worden andere filters in overweging genomen en worden alleen waarden getoond die aan deze filters voldoen. Een filter op Staat zal bijvoorbeeld alleen de oostelijke staten weergeven als een filter op Regio is ingesteld. U kunt de schakelaar bovenaan de filterkaart gebruiken om te schakelen tussen deze optie en de optie Alle waarden in database. - Alle waarden binnen een hiërarchie: Geeft aan welke waarden in het filter moeten worden getoond. Wanneer u een filter maakt op basis van een hiërarchisch veld, is deze optie standaard geselecteerd. Filterwaarden worden weergegeven op basis van de relevantie van de bovenliggende/onderliggende relaties in de hiërarchie. - Alle waarden in de database: Geeft aan welke waarden in het filter moeten worden getoond. Wanneer u deze optie selecteert, worden alle waarden in de database getoond, ongeacht de andere filters in de weergave. - Alle waarden in context (alleen Tableau Desktop): Wanneer een van de filters in de weergave een contextfilter is, selecteert u deze optie op een ander filter om alleen waarden weer te geven die via het contextfilter gaan. Zie [Contextfilters gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering_context.htm#f) voor meer informatie. - Waarden opnemen: Wanneer deze optie is geselecteerd, worden de selecties in de filterkaart opgenomen in de weergave. - Waarden uitsluiten: Wanneer deze optie is geselecteerd, worden de selecties in de filterkaart uitgesloten van de weergave. - Kaart verbergen (alleen Tableau Desktop): Verbergt de filterkaart, maar verwijdert het filter niet uit de container Filters. ### Filterkaartmodi U kunt het uiterlijk en de interactie van uw filterkaart in de weergave bepalen door een filterkaartmodus te selecteren. Om een filterkaartmodus te selecteren, klikt u in de weergave op het vervolgkeuzemenu op de filterkaart en selecteert u vervolgens een modus uit de lijst. ![Geef een filter als een lijst met één waarde weer, met een schuifregelaar.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/show_filter2.gif) De typen filterkaartmodi die u in de lijst met opties ziet, zijn afhankelijk van of uw filter op een dimensie of een meetwaarde is gericht. Hieronder vindt u korte beschrijvingen van de typen filterkaartmodi die beschikbaar zijn voor dimensies en meetwaarden. #### Voor dimensies kunt u kiezen uit de volgende filtermodi: - **Enkele waarde (lijst)**: Geeft de waarden van het filter weer als een lijst met keuzerondjes waarbij slechts één waarde tegelijk kan worden geselecteerd. - **Enkele waarde (vervolgkeuzelijst)**: Geeft de waarden van het filter weer in een vervolgkeuzelijst waarin slechts één waarde tegelijk kan worden geselecteerd. - **Enkele waarde (schuifregelaar)**: Geeft de waarden van het filter weer over het bereik van een schuifregelaar. Er kan slechts één waarde tegelijk worden geselecteerd. Deze optie is handig voor dimensies met een impliciete volgorde, zoals datums. - **Meerdere waarden (lijst)**: Geeft de waarden in het filter weer als een lijst met selectievakjes waarin meerdere waarden kunnen worden geselecteerd. - **Meerdere waarden (vervolgkeuzelijst)**: Geeft de waarden van het filter weer in een vervolgkeuzelijst waarin meerdere waarden kunnen worden geselecteerd. - **Meerdere waarden (aangepaste lijst)**: Geeft een tekstvak weer waarin u een paar tekens kunt typen en naar de waarde kunt zoeken. U kunt er ook voor kiezen om een lijst met waarden in het tekstvak te typen of te plakken om zo een aangepaste lijst met waarden te maken die opgenomen moet worden. - **Jokertekenovereenkomst**: Geeft een tekstvak weer waarin u een paar tekens kunt typen. Alle waarden die overeenkomen met deze tekens, worden automatisch geselecteerd. U kunt het sterretje als een jokerteken gebruiken. U kunt bijvoorbeeld "tabblad\*" typen om alle waarden te selecteren die beginnen met de letters "tabblad". Patroonovereenkomst is niet hoofdlettergevoelig. Als u een multidimensionale databron gebruikt, is deze optie alleen beschikbaar bij het filteren van hiërarchieën en kenmerken op één niveau. **Opmerking:** Wanneer u via een browser verbinding maakt met Tableau Cloud of Tableau Server, geeft het vervolgkeuzemenu voor zoeken in interactieve filters voor dimensies slechts 100 resultaten weer. Bij gebruik van hetzelfde vervolgkeuzemenu in Tableau Desktop, bestaat deze beperking niet. U kunt voorkomen dat waarden kunstmatig worden verwijderd door extra filtercriteria te gebruiken om de waarden in het filtermenu te beperken. Gebruik bijvoorbeeld sequentiële filters waarbij het filter met hoge kardinaliteit is ingesteld op Alleen relevante waarden (zie [Opties instellen voor interactie met en uiterlijk van filterkaarten](#SetOptions) hierboven). Als u zoekt naar een student wiens naam 'Jo' bevat, probeer dan niet het hele studentenveld te filteren door te zoeken op 'Jo', maar filter eerst op het relevante cijfer en laat vervolgens in het veld voor de namen van studenten alleen relevante resultaten weergeven. #### Voor meetwaarden kunt u kiezen uit de volgende filtermodi: - **Waarden-/datumbereik**: Toont de gefilterde waarden als een paar schuifregelaars die u kunt aanpassen om meer waarden op te nemen of uit te sluiten. Klik op de aflezingen van de boven- en ondergrenswaarde om de waarden handmatig in te voeren. Het donkere gedeelte binnen het schuifbalkbereik wordt de gegevensbalk genoemd. Het geeft het bereik aan waarin de datapunten zich daadwerkelijk in de weergave bevinden. Gebruik deze indicator om een filter te bepalen dat geschikt is voor de data in uw databron. U kunt bijvoorbeeld het veld Verkoop filteren, zodat alleen waarden tussen $ 200.000 en $ 500.000 worden opgenomen, maar uw weergave bevat alleen waarden tussen $ 250.000 en $ 320.000. Het bereik van de data die u in de weergave kunt zien, wordt aangegeven door de gegevensbalk, terwijl de schuifregelaars het bereik van het filter tonen. - **Opmerking:** gegevensbalken verschijnen alleen in een filter als u exact hetzelfde veld en aggregatieniveau in de weergave gebruikt (zoals in de container Kolommen, de container Rijen of de kaart Markeringen). Een filter op SUM(Verkoop) zal bijvoorbeeld alleen gegevensbalken weergeven als SUM(Verkoop) in de weergave wordt gebruikt. Als de weergave AVG(Verkoop) gebruikt, worden gegevensbalken niet weergegeven omdat de aggregaties niet overeenkomen. - **Ten minste/Begindatum**: Toont één schuifregelaar met een vaste minimumwaarde. Met deze optie kunt u een filter maken met een open bereik. - **Ten hoogste/Einddatum**: Toont een schuifregelaar met een vaste maximumwaarde. Met deze optie kunt u een filter maken met een open bereik. - **Relatief ten opzichte van nu**: Met deze optie krijgt u een besturingselement te zien waarmee u een dynamisch datumbereik kunt definiëren dat wordt bijgewerkt op basis van het moment waarop u de weergave opent. De optie is alleen beschikbaar voor filters op continue datumvelden. - **Door perioden bladeren**: Toont algemene datumbereiken, zoals de afgelopen dag, week, maand, drie maanden, een jaar en vijf jaar. Deze optie is alleen beschikbaar voor filters op continue datumvelden. **Opmerking**: Wanneer u een filter voor Meetwaarden of Namen van meetwaarden als een lijst met één waarde weergeeft, wordt het filter automatisch omgezet naar een lijst met meerdere waarden als u Alles selecteert. Zie [Meetwaarden en namen van meetwaarden](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_understanddatawindow_meavalues.htm) voor informatie over meetwaarden en namen van meetwaarden. ### Filterkaarten aanpassen Naast de algemene filteropties en de filtermodi, bepaalt u in Tableau Desktop ook hoe uw filter wordt weergegeven in het werkblad, op dashboards of wanneer u het op internet publiceert. Om filters aan te passen, klikt u op het vervolgkeuzemenu van de filterkaart en selecteert u Aanpassen. ![Menu Filter bewerken en opties onder Aanpassen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filter_settings.png) U kunt kiezen uit de volgende opties: - **"Alle" waarden tonen**: Schakelt tussen het wel of niet tonen van de optie "Alles" die standaard wordt weergegeven in lijsten met meerdere waarden en lijsten met enkele waarden. - **Zoekknop tonen**: Schakelt tussen het wel of niet tonen van de zoekknop bovenaan het filter. - **Opnemen/uitsluiten tonen**: Schakelt tussen het wel of niet tonen van de opdrachten Waarden opnemen en Waarden uitsluiten in het filterkaartmenu. Wanneer dit wordt getoond, kunnen gebruikers het filter schakelen tussen de modi opnemen en uitsluiten. - **Besturingstypen tonen**: Schakelt tussen het wel of niet toestaan dat gebruikers het getoonde type snelfilter wijzigen. Wanneer dit wordt getoond, kan een gebruiker bijvoorbeeld een lijst met meerdere waarden wijzigen in een compacte lijst. - **Knop Meer/minder tonen**: Schakelt tussen het wel of niet tonen van de knop Meer/minder ![Een menupictogram.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/customize_qfilter3.png) bovenaan het filter. - De knop Alle waarden tonen: schakelt tussen het wel of niet weergeven van de knop Alle waarden tonen ![Een filterpictogram met een rode X.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/customize_qfilter2.png) op de filterkaart. Wanneer data worden uitgesloten van het filter, verschijnt de kleine rode "x" op de knop Alle waarden tonen. Wanneer alle waarden worden getoond, verdwijnt de rode "x". ![Verwijder het filter om alle waarden weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filter_showallvalues.gif) - **Knop Toepassen tonen**: Schakelt tussen het wel of niet tonen van de knop Toepassen onderaan het filter. Wanneer deze optie wordt getoond, worden wijzigingen in het filter pas toegepast nadat u op de knop hebt geklikt. Wijzigingen die in behandeling zijn, worden aangegeven met een groene kleur. Deze optie is alleen beschikbaar in lijsten met meerdere waarden en vervolgkeuzelijsten. Deze optie is beschikbaar in webauthoring. - Aflezingen tonen: Bepaalt of de minimum- en maximumwaarden als tekst boven een waardenbereik worden weergegeven. U kunt de aflezingen gebruiken om handmatig een nieuwe waarde in te typen in plaats van de schuifregelaars te gebruiken. - Schuifregelaar tonen: Bepaalt of de schuifregelaar wordt weergegeven. Wanneer deze optie is gewist, geeft het filter alleen de aflezingen weer. - Besturingselementen null-waarden tonen: Toont een vervolgkeuzelijst waarmee u kunt bepalen hoe het filter omgaat met null-waarden. U kunt kiezen uit waarden in een bereik, waarden in een bereik en null-waarden, alleen null-waarden, niet-null-waarden of alle waarden. - **Opmerking:** Niet alle bovenstaande opties zijn beschikbaar voor weergaven die zijn gepubliceerd naar Tableau Server of Tableau Cloud. ## Zie ook - [Data uit databronnen filteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering_datasource.htm) ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Data uitleggen voor een site in- of uitschakelen Data uitleggen is standaard ingeschakeld voor sites, maar Tableau-beheerders kunnen dit uitschakelen. 1. Ga naar de site-instellingen Algemeen. 2. (Alleen Tableau Server) In de sectie Webauthoring selecteert u Gebruikers mogen werkmappen in de browser bewerken. 3. In de sectie Beschikbaarheid van Data uitleggen, kiest u uit deze opties: - Met Inschakelen kunnen Creators en Explorers met de juiste machtigingen Data uitleggen in de bewerkingsmodus uitvoeren. Hiermee kunnen alle gebruikers met de juiste machtigingen Data uitleggen uitvoeren wanneer de weergavemodus is ingeschakeld. - Met Uitschakelen voorkomt u dat gebruikers Data uitleggen uitvoeren of instellingen voor Data uitleggen openen in werkmappen. 4. Data uitleggen gebruiken in Tableau Cloud en Tableau Server 2023.3 of hoger: - Selecteer in de sectie Beschikbaarheid van datagids Tonen. Zie [Dashboards verkennen met datagids](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_guide.htm) voor meer informatie over Datagids. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Data-aggregatie in Tableau In Tableau kunt u meetwaarden of dimensies aggregeren. Het is echter gebruikelijker om meetwaarden te aggregeren. Telkens wanneer u een meetwaarde aan uw weergave toevoegt, wordt er standaard een aggregatie toegepast op die meetwaarde. Het type toegepaste aggregatie varieert afhankelijk van de context van de weergave. ## De aggregatie van een meetwaarde in de weergave wijzigen Wanneer u een meetwaarde aan de weergave toevoegt, aggregeert Tableau automatisch de waarden ervan. Som, gemiddelde en mediaan zijn veelvoorkomende aggregaties. Zie [Lijst met vooraf gedefinieerde aggregaties in Tableau](#AggFuncs) voor een volledige lijst. De huidige aggregatie wordt weergegeven als onderdeel van de naam van de meetwaarde in de weergave. Verkoop wordt bijvoorbeeld SOM(Verkoop). Elke meetwaarde heeft een standaardaggregatie die door Tableau wordt ingesteld wanneer u verbinding maakt met een databron. U kunt de standaardaggregatie voor een meetwaarde bekijken of wijzigen. Zie hiervoor [De standaardaggregatie voor een meetwaarde instellen](#DefaultAgg). U kunt met Tableau uitsluitend voor relationele databronnen meetwaarden aggregeren. Multidimensionale databronnen bevatten data die al zijn geaggregeerd. In Tableau worden multidimensionale databronnen alleen ondersteund in Windows. U kunt de aggregatie voor een meetwaarde in de weergave wijzigen via het contextmenu van de meetwaarde: ![Een afbeelding die laat zien hoe u de aggregatie van een meetwaarde wijzigt via het contextmenu van het veld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_agg2.png) ## Dimensies aggregeren U kunt een dimensie in de weergave aggregeren als Minimum, Maximum, Aantal of Aantal (uniek). Wanneer u een dimensie aggregeert, maakt u een nieuwe tijdelijke kolom voor een meetwaarde, zodat de dimensie de kenmerken van een meetwaarde aanneemt. ![Een afbeelding die laat zien hoe u een dimensie aggregeert met behulp van de opties in het contextmenu van het veld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_agg4.png) Een andere manier om een dimensie weer te geven, is door deze als kenmerk te behandelen door Kenmerk te kiezen in het contextmenu voor de dimensie. De aggregatie Kenmerk heeft verschillende toepassingen: - Het kan zorgen voor een consistent detailniveau wanneer u meerdere databronnen combineert. - Het kan een manier bieden om dimensies te aggregeren bij het uitvoeren van tabelberekeningen waarvoor een aggregatie-expressie vereist is. - Het kan de queryprestaties verbeteren omdat het wordt berekend Tableau berekent Kenmerkt met behulp van de volgende formule: `IF MIN([dimension]) = MAX([dimension]) THEN MIN([dimension]) ELSE "*" END` De formule wordt in Tableau berekend nadat de data uit de initiële query zijn opgehaald. Het sterretje (\*) is eigenlijk een visuele indicator van een speciaal type null-waarde dat optreedt als er meerdere waarden zijn. Zie [Problemen met Datacombinatie oplossen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multipleconnections_troubleshooting.htm) voor meer informatie over het sterretje. Hier ziet u een voorbeeld van het gebruik van Kenmerk in een tabelberekening. In de tabel worden de verkopen per markt, marktomvang en staat weergegeven. Stel dat u het percentage van de totale verkopen wilt berekenen dat elke staat aan de markt heeft bijgedragen. Wanneer u een snelle tabelberekening Percentage van totaal toevoegt (zie [Snelle tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_quick.htm)) die via Staat wordt uitgevoerd, wordt de berekening uitgevoerd binnen het rode gebied. Dit komt doordat de data door de dimensie Marktomvang worden verdeeld. ![Een tabel met de verkoopcijfers in dollars voor grote en kleine markten in verschillende Amerikaanse staten. De grote markten in de oostelijke regio (Florida, Massachusetts en New York) worden weergegeven, samen met de verkooptotalen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/attribute1.png) Wanneer u Marktomvang als een kenmerk aggregeert, wordt de berekening uitgevoerd binnen Markt (Oost, in de volgende afbeelding) en is Marktomvang slechts een label. ![Een tabel met de verkoopcijfers in dollars voor grote en kleine markten in verschillende Amerikaanse staten. De grote en kleine markten van de oostelijke regio worden gehighlight, samen met hun verkooptotalen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/attribute2.png) ## Lijst met vooraf gedefinieerde aggregaties in Tableau Soms is het handig om numerieke data in geaggregeerde vorm te bekijken, zoals een som of een gemiddelde. De wiskundige functies die geaggregeerde data produceren, worden aggregatiefuncties genoemd. Aggregatiefuncties voeren een berekening uit op een reeks waarden en retourneren één enkele waarde. Een meetwaarde die de waarden 1, 2, 3, 3 en 4 bevat, geaggregeerd als een som, retourneert bijvoorbeeld één enkele waarde: 13. Of als u 3000 verkooptransacties hebt voor 50 producten, wilt u misschien de som van de verkopen per product bekijken om te bepalen welke producten de grootste omzet genereren. **Opmerking**: het gebruik van drijvendekommawaarden bij aggregaties kan soms tot onverwachte resultaten leiden. Zie [Datatypen in berekeningen begrijpen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_operators.htm#Data) voor meer informatie. Tableau biedt een reeks vooraf gedefinieerde aggregaties die in de tabel worden weergegeven. U kunt de standaardaggregatie instellen voor elke meetwaarde die geen berekend veld is dat zelf een aggregatie bevat, zoals `AVG([Discount])`. Zie [De standaardaggregatie voor een meetwaarde instellen](#DefaultAgg). U kunt ook de aggregatie instellen voor een veld dat al in de weergave is opgenomen. Zie [De aggregatie van een meetwaarde in de weergave wijzigen](#Measures) voor nadere informatie.
AggregatieBeschrijvingResultaat voor de meetwaarde die 1, 2, 2 en 3 bevat
Kenmerk

Retourneert de waarde van de betreffende expressie als deze maar één waarde heeft voor alle rijen in de groep. Anders wordt een sterretje (*) weergegeven. Null-waarden worden genegeerd. Deze aggregatie is handig bij het aggregeren van een dimensie. Als u een meetwaarde in de weergave wilt instellen op deze aggregatie, klikt u met de rechtermuisknop (op een Mac met de Control-toets) op de meetwaarde en kiest u Kenmerk. Het veld verandert vervolgens en bevat de tekst ATTR:

Kenmerk van verkoopveld.

* 
DimensieRetourneert alle unieke waarden in een meetwaarde of dimensie.Drie waarden (1, 2, 3)
SomRetourneert de som van de getallen in een expressie. Null-waarden worden genegeerd.Één waarde (8)
GemiddeldRetourneert het rekenkundig gemiddelde van de getallen in een meetwaarde. Null-waarden worden genegeerd.Één waarde (2)
Aantal (uniek)

Retourneert het aantal unieke waarden in een meetwaarde of dimensie. Wanneer deze aggregatie wordt toegepast op een dimensie, wordt er door Tableau een nieuwe tijdelijke kolom gemaakt die een meetwaarde is, omdat het resultaat van een aggregatie Aantal een getal is. U kunt getallen, datums, booleaanse waarden en tekenreeksen tellen. Null-waarden worden in alle gevallen genegeerd.

Deze aggregatie is niet beschikbaar voor de volgende typen werkmappen:

  • Werkmappen die zijn gemaakt vóór Tableau Desktop 8.2 en die databronnen uit Microsoft Excel of tekstbestanden gebruiken.
  • Werkmappen die gebruikmaken van verouderde verbindingen.
  • Werkmappen die gebruikmaken van Microsoft Access-databronnen.
Één waarde (3)
MinimumRetourneert het kleinste getal in een meetwaarde of continue dimensie. Null-waarden worden genegeerd.Één waarde (1)
MaximumRetourneert het grootste getal in een meetwaarde of in de betreffende expressie op basis van een steekproefpopulatie. Null-waarden worden genegeerd. Retourneert een null-waarde als er minder dan twee leden in de steekproef zijn die geen null-waarden zijn. Gebruik deze functie als uw data een steekproef van de populatie zijn.Één waarde (3)
Std. Afw (pop.)Retourneert de standaardafwijking van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een vertekende populatie. Gaat ervan uit dat de argumenten van de functie betrekking hebben op de gehele populatie. Gebruik deze functie voor grote steekproeven.Één waarde (0,7071)
VariantieRetourneert de variantie van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een steekproef. Null-waarden worden genegeerd. Retourneert een null-waarde als de steekproef minder dan twee leden bevat die geen null-waarden zijn. Gebruik deze functie als uw data een steekproef van de populatie zijn.Één waarde (0,6667)
Variantie (populatie)Retourneert de variantie van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een vertekende populatie. Gaat ervan uit dat de argumenten van de functie betrekking hebben op de gehele populatie. Gebruik deze functie voor grote steekproeven.Één waarde (0,5000)
Desaggregeren

Retourneert alle records in de onderliggende databron. Als u alle meetwaarden in de weergave wilt desaggregeren, selecteert u Meetwaarden aggregeren in het menu Analyse (om het vinkje te verwijderen).

Met Tableau kunt u data in gedesaggregeerde vorm bekijken (alleen relationele databases). Wanneer data zijn gedesaggregeerd, kunt u de afzonderlijke rijen van uw databron bekijken. Nadat u bijvoorbeeld hebt ontdekt dat de som van de verkopen voor elastiekjes € 14.600 bedraagt, wilt u misschien de verdeling van de afzonderlijke verkooptransacties bekijken. Om een antwoord te krijgen op deze vraag, moet u een weergave maken waarin afzonderlijke rijen met data worden weergegeven. U moet de data dus desaggregeren (zie Data desaggregeren). Een andere manier om naar gedesaggregeerde data te kijken, is door de onderliggende data voor de gehele weergave of een deel ervan te bekijken. Zie Onderliggende data weergeven voor nadere informatie.

Vier waarden (1, 2, 2, 3)
U kunt ook aangepaste aggregaties definiëren, zoals wordt beschreven in [Aggregaatfuncties in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_aggregate_create.htm). Afhankelijk van het type dataweergave dat u maakt, past Tableau deze aggregaties toe op het juiste detailniveau. Tableau past de aggregatie bijvoorbeeld toe op afzonderlijke dimensieleden (de gemiddelde levertijd in de regio Oost), alle leden in een bepaalde dimensie (de gemiddelde levertijd in de regio Oost, West en Midden) of groepen dimensies (de som van de verkopen voor alle regio's en voor alle markten). ## De standaardaggregatie voor een meetwaarde instellen U kunt de standaardaggregatie instellen voor elke meetwaarde die geen berekend veld is dat zelf een aggregatie bevat, zoals `AVG([Discount])`. Een standaardaggregatie is een voorkeursberekening voor het samenvatten van een continu of discreet veld. De standaardaggregatie wordt automatisch gebruikt wanneer u een meetwaarde naar een weergave sleept. U wijzigt als volgt de standaardaggregatie : Klik met de rechtermuisknop (op een Mac met de Control-toets) op een meetwaarde in het deelvenster Data en selecteer Standaardeigenschappen > Aggregatie en selecteer vervolgens een van de aggregatieopties. ![Aantal selecties van het contextmenu, eerst de selectie van de meetwaarde Budgetmarge, en vervolgens die van Standaardeigenschappen, Aggregatie en Som.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_agg_function.png) **Opmerking**: u kunt met Tableau uitsluitend bij relationele databronnen meetwaarden aggregeren. Multidimensionale databronnen bevatten alleen geaggregeerde data. U kunt geen standaardaggregaties instellen voor gepubliceerde databronnen. De standaardaggregatie wordt ingesteld wanneer de databron voor het eerst wordt gepubliceerd. [Maak een lokale kopie](http://kb.tableau.com/articles/howto/edit-a-published-data-source?lang=nl-nl) van de gepubliceerde databron om de standaardaggregatie aan te passen. ## Data desaggregeren Telkens wanneer u een meetwaarde aan uw weergave toevoegt, wordt er standaard een aggregatie toegepast op die meetwaarde. Deze standaardactie wordt bepaald door de instelling Meetwaarden aggregeren in het menu Analyse. Als u besluit dat u alle markeringen in de weergave op het meest gedetailleerde granulariteitsniveau wilt weergeven, kunt u de weergave desaggregeren. Het desaggregeren van uw data betekent dat Tableau voor elke datawaarde in elke rij van uw databron een afzonderlijke markering weergeeft. U desaggregeert als volgt alle meetwaarden in de weergave: - Schakel de optie Analyse >Meetwaarden aggregeren uit. Als het al is geselecteerd, klikt u één keer op Meetwaarden aggregeren om de selectie ongedaan te maken. ![Menu Analyse met de optie Meetwaarden aggregeren geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_agg3.png) Wanneer Meetwaarden aggregeren is geselecteerd, probeert Tableau standaard meetwaarden in de weergave te aggregeren. Afzonderlijke rijwaarden uit uw databron worden geaggregeerd tot één waarde (één markering) op het detailniveau in uw weergave. De verschillende aggregaties die beschikbaar zijn voor een meetwaarde bepalen hoe de afzonderlijke waarden worden verzameld: ze kunnen worden opgeteld (SOM), gemiddeld (GEM) of worden ingesteld op de maximale (MAX) of minimale (MIN) waarde van de afzonderlijke rijwaarden. Zie [Lijst met vooraf gedefinieerde aggregaties in Tableau](#AggFuncs) voor een volledige lijst van de beschikbare aggregaties. Het detailniveau wordt bepaald door de dimensies in uw weergave. Zie [Hoe dimensies het detailniveau beïnvloeden in de weergave](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm#DimLOD) voor informatie over het concept van detailniveau. Het desaggregeren van uw data kan handig zijn voor het analyseren van meetwaarden die u mogelijk zowel onafhankelijk als afhankelijk van de weergave wilt gebruiken. U analyseert bijvoorbeeld de resultaten van een producttevredenheidsonderzoek met de leeftijd van de deelnemers langs één as. U kunt het veld Leeftijd aggregeren om de gemiddelde leeftijd van deelnemers te bepalen of de data desaggregeren om te bepalen op welke leeftijd deelnemers het meest tevreden waren met het product. Het desaggregeren van data kan handig zijn als u data als een spreidingsdiagram weergeeft. Zie [Voorbeeld: spreidingsdiagrammen, aggregatie en granulariteit](#ExampleScatter). **Opmerking:** als uw databron erg groot is, kan het desaggregeren van de data resulteren in een aanzienlijke prestatievermindering. ## Voorbeeld: spreidingsdiagrammen, aggregatie en granulariteit Als u een meetwaarde in de container Rijen plaatst en een andere meetwaarde in de container Kolommen , vraagt u Tableau om twee numerieke waarden te vergelijken. Meestal kiest Tableau in dergelijke gevallen een spreidingsdiagram als de standaardvisualisatie. De aanvankelijke weergave zal hoogstwaarschijnlijk één enkele markering zijn, die de som van alle waarden voor de twee metingen toont. Dit komt omdat u het detailniveau van de weergave moet verhogen. [Beginnen met het maken van het spreidingsdiagram](#InitialView) [Dimensies gebruiken om details toe te voegen](#DimOnDetail) [Meer velden toevoegen aan de containers Rijen en Kolommen](#RowColOpt2) [De data desaggregeren](#TryDisAgg) ### Beginnen met het maken van het spreidingsdiagram Er zijn verschillende manieren om details toe te voegen aan een eenvoudig spreidingsdiagram: **u kunt dimensies gebruiken om details toe te voegen**, u kunt meer velden toevoegen aan de containers Rijen en Kolommen of u kunt **de data desaggregeren**. U kunt ook een combinatie van deze opties gebruiken. In dit onderwerp worden deze opties bekeken met behulp van de databron **Sample-Superstore**. Voer de volgende stappen uit om de initiële weergave te maken: 1. Plaats de meetwaarde Verkoop in de container Kolommen. 2. Plaats de meetwaarde Winst in de container Rijen. De meetwaarden worden automatisch geaggregeerd als een optelsom. De standaardaggregatie (SOM) wordt aangegeven in de veldnamen. De waarden die in de knopinfo worden weergegeven, tonen de som van de verkoop- en winstwaarden in elke rij in de databron. ![Een grafiek die de correlatie tussen verkoop en winst weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_agg10.png) Voer de volgende stappen uit om met behulp van dimensies details aan de weergave toe te voegen en data te desaggregeren. ### Dimensies gebruiken om details toe te voegen Voer de volgende stappen uit om de weergave van het spreidingsdiagram verder te ontwikkelen door dimensies toe te voegen om meer detailniveaus weer te geven 1. Sleep de dimensie Categorie naar Kleur op de kaart Markeringen. Hierdoor worden de data in drie markeringen opgesplitst (één voor elk dimensielid) en worden de markeringen gecodeerd met behulp van kleur. ![Een grafiek die de correlatie tussen verkoop en winst weergeeft, waarbij de cursor boven een datapunt zweeft dat de categorie Kantoorbenodigdheden vertegenwoordigt, met een winst van $ 122.491 en een verkoop van $ 719.047.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_agg11.png) 2. Sleep de dimensie Staat naar Detail op de kaart Markeringen. Nu bevat de weergave nog veel meer markeringen. Het aantal markeringen is gelijk aan het aantal verschillende staten in de databron, vermenigvuldigd met het aantal categorieën. ![Een grafiek die de correlatie tussen verkoop en winst weergeeft, waarbij de cursor boven een datapunt zweeft dat de categorie Kantoorbenodigdheden in de staat New York vertegenwoordigt, met een winst van $ 25.994 en een verkoop van $ 90.020.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_agg24.png) Hoewel er nu meer markeringen worden weergegeven, worden de meetwaarden nog steeds geaggregeerd. Dus ongeacht of de databron één rij bevat, waarbij Staat = North Dakota en Categorie= Meubilair, of 100 van dergelijke rijen, het resultaat is altijd één enkele markering. Misschien begint de weergave te lijken op wat u voor ogen hebt of misschien wilt u er een andere wending aan geven. U bepaalt welke vragen er worden gesteld. ### Meer velden toevoegen aan de containers Rijen en Kolommen Keer terug naar de oorspronkelijke weergave met één markering en voer de volgende stappen uit om de weergaven van het spreidingsdiagram te ontwikkelen door velden toe te voegen aan de containers Rijen en Kolommen . 1. Sleep de dimensie Staat naar de container Kolommen. Zelfs als u Continent rechts van SOM(Verkoop) neerzet, zet Tableau het links van SOM(Verkoop). Dit komt omdat u geen dimensie in een continue as kunt invoegen. In plaats daarvan bevat uw weergave een afzonderlijke as voor elk lid van de dimensie. ![Een visualisatie met Staat en Som (Verkoop) in de container Kolommen en Som (Winst) in de container Rijen, en een grafiek waarin de verkoop wordt vergeleken met de winst per staat.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_agg26.png) 2. Sleep de dimensie Segment naar de container Rijen. U hebt nu een weergave die een overzicht biedt van de verkoop en winst voor verschillende staten en klantsegmenten. Het kan interessant zijn om met de muis over de markeringen in de weergave te bewegen om knopinfo voor verschillende segmenten te bekijken: ![Een grafiek die de correlatie tussen verkoop en winst weergeeft, waarbij de cursor boven een datapunt zweeft dat het bedrijfssegment in Arizona vertegenwoordigt met een winst van -$ 789 en een verkoop van $ 11.736.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_agg27.png) ### De data desaggregeren Een andere manier om uw oorspronkelijke spreidingsdiagram van één markering aan te passen om meer markeringen weer te geven, is door de data te desaggregeren. Schakel de optie Analyse >Meetwaarden aggregeren uit. Als het al is geselecteerd, klikt u één keer op Meetwaarden aggregeren om de selectie ongedaan te maken. ![Menu Analyse met de optie Meetwaarden aggregeren geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_agg3.png) Wat u hebt gedaan, is de data desaggregeren, omdat deze opdracht een schakeloptie is die oorspronkelijk was geselecteerd (er stond een vinkje). Tableau aggregeert standaard data in uw weergave. U ziet nu veel markeringen. Eén voor elke rij in uw oorspronkelijke databron: ![Een grafiek die de correlatie tussen verkoop en winst weergeeft, waarbij de cursor boven een datapunt zweeft dat een winst van $ 328 en een verkoop van $ 8188 vertegenwoordigt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_agg25.png) Wanneer u meetwaarden desaggregeert, kijkt u niet meer naar het gemiddelde of de som van de waarden in de rijen in de databron. In plaats daarvan wordt in de weergave een markering weergegeven voor elke rij in de databron. Het desaggregeren van data is een manier om naar het hele oppervlak van de data te kijken. Het is een snelle manier om inzicht te krijgen in de vorm van uw data en uitschieters te identificeren. In dit geval laat de weergave zien dat er een consistente relatie bestaat tussen verkoop en winst. Dit wordt aangegeven door de lijn met markeringen die in een hoek van vijfenveertig graden zijn uitgelijnd. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Databronbeperkingen voor LOD-expressies Voor sommige databronnen geldt dat alleen recentere versies ondersteuning bieden voor LOD-expressies. Sommige databronnen bieden helemaal geen ondersteuning voor LOD-expressies. Bovendien gelden voor sommige databronnen limieten qua complexiteit. Tableau schakelt berekeningen voor deze databases niet uit, maar er kunnen queryfouten optreden als berekeningen te complex worden.
DatabronOndersteuning
Amazon EMR Hadoop HiveOndersteund in Hive 0.13 en hoger.
Aster DatabaseOndersteund in versie 4.5 en hoger.
Cloudera HadoopOndersteund in Hive 0.13 en hoger.
Cloudera ImpalaOndersteund in Impala 1.2.2 en hoger.
Kubussen (multidimensionale databronnen)Niet ondersteund.
DataStax EnterpriseNiet ondersteund.
FirebirdOndersteund in versie 2.0 en hoger.
Generieke ODBCBeperkt. Afhankelijk van de specifieke databron.
Google BigQueryOndersteund voor standaard SQL, niet ondersteund voor verouderde SQL.
Hortonworks Hadoop Hive

Ondersteund in Hive 0.13 en hoger.

In HIVE versie 1.1 zijn LOD-expressies die externe joins produceren niet betrouwbaar.

Er worden externe joins gemaakt wanneer er geen expliciet veld is om een join mee te maken. Tableau maakt bijvoorbeeld een externe join voor een LOD-expressie {fixed [Product Type] : sum(sales)} wanneer de weergave slechts één dimensie bevat [Verzendmodus]. Een externe join produceert rijen die elke rij uit de eerste tabel combineren met elke rij uit de tweede tabel.

IBM DB2Ondersteund in versie 8.1 en hoger.
MarkLogicOndersteund in versie 7.0 en hoger.
Microsoft AccessNiet ondersteund.
Op Microsoft Jet gebaseerde verbindingen (verouderde connectors voor Microsoft Excel, Microsoft Access en tekst)Niet ondersteund.
Microsoft SQL ServerSQL Server 2005 en hoger.
Mongo DBNiet ondersteund.
IBM PDA (Netezza)Ondersteund in versie 7.0 en hoger.
OracleOndersteund in versie 9i en hoger.
Actian Matrix (ParAccel)Ondersteund in versie 3.1 en hoger.
Pivotal GreenplumOndersteund in versie 3.1 en hoger.
PostgreSQLOndersteund in versie 7 en hoger.
SAP Sybase IQOndersteund in versie 15.1 en hoger.
SplunkNiet ondersteund.
VerticaOndersteund in versie 6.1 en hoger.
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Databronnen beheren In de onderwerpen in dit gedeelte worden de taken beschreven die u kunt uitvoeren nadat u databronnen hebt ingesteld. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Databronnen bewerken Om de functionaliteit van uw werkmap te verbeteren, wijzigt u de databron waarvan de werkmap afhankelijk is. Door uw databron te bewerken, kunt u verschillende taken uitvoeren, zoals het via een join-bewerking toevoegen van tabellen. Voor een breder begrip van veelvoorkomende bewerkingstaken bekijkt u deze bronnen: - **Tabellen toevoegen aan uw data**: Ontdek hoe u [meerdere tabellen kunt combineren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/relate_tables.htm) in uw databron om uitgebreide inzichten te krijgen en beter onderbouwde analyses te maken. - **Verbinding maken met een aangepaste SQL-query (Tableau Desktop)**: Ontdek hoe u [Verbinding maken met een aangepaste SQL-query](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/customsql.htm) zodat u de kracht van SQL kunt benutten om data volgens uw specifieke vereisten te extraheren en te bewerken. - **Een opgeslagen procedure gebruiken (Tableau Desktop)**: Krijg inzicht in het [Een opgeslagen procedure gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/connect_basic_stored_procedures.htm) in Tableau Desktop, waarmee u vooraf gedefinieerde sets acties of berekeningen op uw data kunt uitvoeren. ## Hoe u de databron bewerkt 1. Ga naar een willekeurig werkblad en selecteer een databron in het menu Data. 2. Selecteer Databron bewerken. 3. Breng op de pagina met de databron de wijzigingen aan in de databron. De datatabel wordt bijgewerkt met de data uit de nieuwe databron. ![Verbinding maken met databron in Tableau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/howto_connect_img_1.01.png) ## Door het dataraster navigeren Op de pagina Databron kunt u opties wijzigen om uw data te analyseren en visualiseren. Eén van deze opties is Sorteren, waarmee u uw data op een gestructureerde manier kunt ordenen. Door kolommen en rijen te sorteren, kunt u de beschikbare informatie eenvoudig ordenen en begrijpen. ### Kolommen sorteren Kolommen sorteren is een eenvoudige en efficiënte manier om uw data te ordenen. Het proces is eenvoudig, of u de kolommen nu wilt sorteren op basis van tabel of databron. In het raster kunt u kolommen sorteren door de vervolgkeuzelijst Velden sorteren te openen en de gewenste sorteeroptie te selecteren. ![Een vervolgkeuzemenu met de opties voor de volgorde van de databronnen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/grid_sort_columns.png) **Opmerking:** er kan zich een gewijzigde sorteerstatus voordoen als bepaalde taken ertoe leiden dat er nieuwe kolommen aan het raster worden toegevoegd. ### Rijen sorteren Om rijen in een bepaalde volgorde te rangschikken, hoeft u alleen maar de sorteerknop te gebruiken. Met één klik kunt u rijen in oplopende volgorde sorteren. Voor aflopende volgorde moet u nog een keer op de sorteerknop klikken. Als u de selectie ongedaan te maken, klikt u nog een keer op de sorteerknop. ![Een vervolgkeuzelijst met klantnamen, alfabetisch gesorteerd in oplopende volgorde.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/grid_sort_rows.png) ## Veldnamen wijzigen en opnieuw instellen In Tableau zijn duidelijke en betekenisvolle kolom(veld)namen essentieel om data effectief te analyseren en visualiseren. ### Een veldnaam wijzigen Een veldnaam in Tableau wijzigen: 1. Zoek naar het veld waarvan u de naam wilt wijzigen. 2. Dubbelklik op de huidige naam. 3. Voer de nieuwe naam in voor het veld. 4. Druk op Enter of klik buiten het veld om de wijzigingen op te slaan. ![Klantnamen gesorteerd in oplopende volgorde.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/grid_rename_column.png) ### Namen opnieuw instellen Als u wijzigingen hebt aangebracht in een veldnaam en wilt terugkeren naar de oorspronkelijke naam, is er in Tableau een terugzetoptie: 1. Klik op het vervolgkeuzemenu van het veld. 2. Selecteer **Naam opnieuw instellen**. De naam wordt teruggezet op de oorspronkelijke naam, zoals die is aangegeven in de onderliggende data. ![Een vervolgkeuzemenu met Naam terugzetten geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/grid_reset_name.png) ### Automatische naamswijzigingen terugzetten Met de opdracht Terugzetten worden alle veldnamen opnieuw ingesteld die automatisch zijn gewijzigd door de naamgevingsverbeteringen in Tableau. Voor meer informatie verwijzen wij u naar [De basisprincipes van veldtypedetectie en naamgevingsverbeteringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_clean_adm.htm). ### Berekeningen maken. Met berekeningen kunt u complexe datamanipulaties uitvoeren en nieuwe inzichten krijgen op basis van uw bestaande dataset. Tableau biedt drie primaire typen berekeningen: - Basisexpressies - Level of Detail (LOD)-expressies - Tabelberekeningen Voor hulp bij het kiezen van de te gebruiken berekening, verwijzen wij u naar [Het juiste berekeningstype kiezen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_understand_which.htm). U kunt berekeningen, groepen of bakken maken op basis van bestaande velden in de databron. Klik om te beginnen op de vervolgkeuzepijl van de kolom en selecteer een van de opties. **Opmerking:** als u een geaggregeerde berekening maakt, zijn de waarden die in het raster worden getoond pas betekenisvol als de berekening wordt gebruikt in de context van het detailniveau van de weergave. ![Er wordt een vervolgkeuzemenu getoond met de geselecteerde keuze om een berekend veld te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/grid_calcs_groups_bins.png) ### Extractdata weergeven Wanneer u Web Data Connector gebruikt, kunt u de geëxtraheerde data in het raster bekijken. Dit omvat alleen-extract-berekeningen zoals MEDIAN. Houd er rekening mee dat in de Extract-modus de volgorde van de rijen in de databron kan afwijken van de volgorde van de rijen in de Live-modus. ![Bekijk de berekeningen van de omzet volgens de mediaan.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/grid_extract.png) ### Waarden kopiëren Volg deze stappen om waarden in het raster te kopiëren. 1. Selecteer de gewenste waarden. 2. Klik met de rechtermuisknop op de geselecteerde waarden. 3. Selecteer **Kopiëren** in het menu. ## Semantiek onderzoeken Gebruik het metadataraster in Tableau om de semantiek van uw databron te analyseren en aan te passen. Met het raster kunt u de kolommen in uw data en de respectievelijke datatypen beoordelen. U kunt routinematige beheertaken uitvoeren, zoals namen van kolommen wijzigen, kolommen verbergen, datatypen wijzigen en de geografische rol van een kolom aanpassen. **Opmerking:** bij het werken met kubusdatabronnen kunnen de specifieke taken voor semantisch beheer verschillen. ### Standaard semantische weergaven Nadat u uw databron hebt geconfigureerd, worden de data in het raster getoond. Bij verbinding met een kubusdatabron (multidimensionaal) worden de data automatisch gepresenteerd. De standaardweergave kan anders zijn voor alternatieve databrontypen, zoals Salesforce- of Tableau-dataextracten. ### Semantiek beoordelen In het metadataraster worden de kolommen uit uw databron in de vorm van rijen getoond, samen met essentiële informatie over elke kolom. Dit omvat het datatype van de kolom, de veldnaam in Tableau en de externe veldnaam. ### Semantiek beheren Afhankelijk van het type data waarmee u bent verbonden, kunt u taken uitvoeren, zoals het verbergen van meerdere kolommen tegelijk of het snel wijzigen van de namen van kolommen. ## De locatie van uw databron in een werkmap wijzigen Terwijl u met data in uw werkmap werkt, kan het voorkomen dat u de locatie van uw databron moet wijzigen. In deze sectie wordt uitgelegd hoe u uw werkmap naar de juiste locatie kunt omleiden zonder dat er werk verloren gaat, of de naam of locatie van de databron nu is gewijzigd of u uw analyse wilt toepassen op een vergelijkbare databron. ### De locatie van een databron wijzigen 1. Klik met de rechtermuisknop op de databron die u in het deelvenster Data wilt bewerken. 2. Selecteer **Verbinding bewerken** in het menu. 3. In het dialoogvenster Verbinding bewerken zijn er twee opties: - Ga naar de nieuwe locatie van de databron door het bestandssysteem van uw computer te doorzoeken. - Selecteer een geheel nieuwe databron door op de knop **Bladeren** te klikken en een ander bestand te kiezen. 4. Nadat u de nieuwe locatie of databron hebt geselecteerd, selecteert u **OK** om de wijzigingen op te slaan. ![Een Tableau-venster waarin een verbinding met een Microsoft Excel-bestand wordt getoond.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/howto_connect_img_201.png) ## Veldverwijzingen vervangen Wanneer u een databron vervangt, worden alle werkbladen in de werkmap die de oorspronkelijke databron gebruikten, bijgewerkt naar de nieuwe databron. Als de nieuwe databron echter niet dezelfde veldnamen heeft als het origineel, worden de ongeldige velden gemarkeerd met een uitroepteken. U kunt dit probleem oplossen door de verwijzingen naar deze velden te vervangen. Stel, u hebt een werkmap die is gekoppeld aan een databron waarin een veld voorkomt met de naam 'Klantnaam'. U vervangt de databron en een van de veldnamen is 'Naam'. In dit geval wordt het veld 'Klantnaam' nog steeds weergegeven in het deelvenster Data, maar is het gemarkeerd als ongeldig. Om het veld weer geldig te maken, moet u de verwijzingen vervangen. Dit betekent dat u het ongeldige veld kunt toewijzen aan een geldig veld in de nieuwe databron. Wijs hier 'Klantnaam' toe aan 'Naam'. ![Databron-velden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/howto_connect_img_501.png) ### Veldverwijzingen vervangen 1. Klik met de rechtermuisknop (of Control-klik op een Mac) op het ongeldige veld in het deelvenster Data. 2. Selecteer **Referenties vervangen.** 3. Selecteer in het dialoogvenster Referenties vervangen een veld in de nieuwe databron dat overeenkomt met het ongeldige veld. ![Veldcontextmenu met de optie om referenties te vervangen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/howto_connect_img_502.png) ## De naam van de databron wijzigen Wanneer u verbinding maakt met een databron in Tableau Desktop, wordt u gevraagd deze een naam te geven. Deze naam wordt gebruikt om de databron binnen Tableau te identificeren. Dit kan handig zijn als u meerdere databronnen in één werkmap hebt. Hiermee kunt u de specifieke details van elke verbinding bijhouden. ### De naam van een databron wijzigen 1. Ga naar het menu Data. 2. Selecteer **Naam wijzigen.** Door uw verbindingen de juiste naam te geven, kunt u eenvoudig onderscheid maken tussen verschillende databronnen en deze efficiënt beheren. U kunt de eigenschappen van een verbinding ook bekijken door de databron te selecteren in het menu data en **Eigenschappen** te kiezen. ![Opties voor het bewerken van verbindingsopties in het deelvenster Databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/howto_connect_img_401.png) ## De databron dupliceren (Tableau Desktop) Soms wilt u wijzigingen aanbrengen in een databron, zoals meer tabellen toevoegen, velden verbergen en weergeven of standaardwaarden voor velden instellen. Wanneer u deze wijzigingen doorvoert, heeft dit invloed op alle werkbladen die gebruikmaken van de databron. U kunt de databron dupliceren, zodat u wijzigingen kunt aanbrengen zonder dat dit gevolgen heeft voor de bestaande werkbladen. Volg deze stappen om een databron in Tableau Desktop te dupliceren: 1. Open uw werkmap in Tableau Desktop. 2. Ga naar het menu Data, bovenaan in het scherm. 3. Selecteer de databron die u wilt dupliceren. 4. Kies **Dupliceren** in het vervolgkeuzemenu. **Opmerking:** nadat u een databron hebt gedupliceerd, wordt aan de naam van het duplicaat de tekst 'kopie' toegevoegd. Zo weet u zeker dat u het verschil kunt zien tussen de originele bron en het duplicaat van de bron. ![Een databron wordt gedupliceerd en op een canvas gesleept.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/howto_connect_img_301.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Databronnen instellen Nadat u verbinding hebt gemaakt met de data, gebruikt u de pagina Databron om de databron in te stellen en de data voor te bereiden voor analyse.Er zijn veel optionele configuraties die u kunt kiezen voordat u met de analyse begint.De configuraties die u op de pagina Databron kiest, creëren de databron die Tableau gebruikt om de data te interpreteren en ermee te communiceren. In de onderwerpen in deze sectie wordt beschreven hoe u deze configuraties kunt gebruiken om uw databron voor analyse te optimaliseren. Zie [Data combineren in Tableau Desktop](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/tutorials/on-demand/combining-data-tableau-desktop?playlist=509089) voor gerelateerde bronnen en video's. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Databronnen sluiten U kunt een databron op elk gewenst moment sluiten. Als u dit doet, wordt de databron niet gewijzigd. In plaats daarvan wordt Tableau losgekoppeld van de data, zodat u er geen query meer op kunt uitvoeren. Bovendien wordt de databron uit het deelvenster Data gewist en worden alle geopende werkbladen die aan de databron zijn gekoppeld, gewist. Als u een databron per ongeluk sluit, gebruikt u de knop Ongedaan maken om deze opnieuw te openen. Sluit een databron door een van de volgende handelingen uit te voeren: - Klik met de rechtermuisknop (control + klik op een Mac) op de databron bovenaan het deelvenster Data en selecteer Sluiten. ![De menuoptie Sluiten in het vervolgkeuzemenu Databron bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/close_connection1.png) - Selecteer een databron in het menu Data en selecteer vervolgens Sluiten. ![De menuoptie Sluiten voor een databron in het vervolgkeuzemenu Data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/close_connection2.png) **Opmerking:** wanneer u webauthoring uitvoert, kan om de databron te sluiten deze door geen enkel werkblad worden gebruikt. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Databronnen upgraden Als u werkmappen hebt die zijn gemaakt vóór Tableau Desktop 8.2 en die gebruikmaken van Microsoft Excel- of tekstbestand-databronnen, of als u de optie voor de oude verbinding met Excel of tekstbestanden gebruikt, hebt u de mogelijkheid om de databronnen in uw werkmap te upgraden. Door uw Excel- en tekstbestand-databronnen te upgraden, kunt u profiteren van 1.) betere data-interpretatie en 2.) compatibiliteit op de Mac. Als u overweegt een bestaande werkmap te upgraden om de nieuwe verbinding te gebruiken, bekijk dan de onderstaande tabellen om te vergelijken hoe uw data worden verwerkt en weergegeven tussen de oude en de standaardverbindingstypen. Als uw data afhankelijk zijn van bepaalde mogelijkheden van het Jet-stuurprogramma, moet u mogelijk de oude verbinding gebruiken om de verwachte resultaten te verkrijgen. Werkmappen die zijn gemaakt vóór Tableau Desktop 8.2 en die gebruikmaken van Excel- en tekstbestand-databronnen, gebruiken automatisch de oude verbinding. Om een nieuwe werkmap te maken die gebruikmaakt van de oude verbinding, navigeert u in Tableau Desktop naar uw Excel- of tekstbestand-data, klikt u op de vervolgkeuzepijl **Openen** aan de rechterkant en selecteert u vervolgens **Openen met oude verbinding**. **OPMERKING:** vanaf Tableau 2020.2 worden oudere Excel- en tekstverbindingen niet meer ondersteund. Zie het document [Alternatieven voor verouderde verbinding](https://community.tableau.com/s/question/0D54T00000CWdGaSAL/legacy-connection-alternatives) in Tableau Community voor alternatieven voor het gebruik van de oude verbinding. ## Bestandsindelingen en kenmerken In de volgende tabellen ziet u enkele voorbeelden van de typen Excel- en tekstbestanden en tabellen waarmee u verbinding kunt maken in Tableau wanneer u de oude en standaardverbindingstypen gebruikt. ### Excel | Uw data | Oude verbinding | Standaardverbinding | | --- | --- | --- | | .xlsb-bestandsindeling | Maakt verbindingen mogelijk met Excel-data in de bestandsindeling .xlsb. | Staat geen verbindingen toe met Excel-data in .xlsb-indeling. In plaats daarvan kunnen verbindingen met Excel-data in de bestandsindelingen .xls of .xlsx worden gebruikt. | | Ingebouwde benoemde bereiken in Excel | Maakt verbindingen mogelijk met ingebouwde benoemde bereiken. | Ingebouwde benoemde bereiken zijn verborgen. | | Verborgen blad | Maakt verbindingen met een tabel in een verborgen blad mogelijk. | Verbergt een tabel in een verborgen blad. | | Zeer verborgen blad | Maakt verbindingen mogelijk met een tabel in een zeer verborgen blad. | Verbergt een tabel in een zeer verborgen blad. | | Tabel met grafieken | Maakt verbindingen mogelijk met tabellen die Excel-grafieken bevatten. De tabel bevat echter geen waarden. | Verbergt tabellen die Excel-grafieken bevatten. | | Lege tabel | Maakt verbindingen met een lege tabel mogelijk. | Verbergt een lege tabel. | | Tabelkoppen | Behandelt de eerste rij van een tabel als een koptekst. | Detecteert automatisch of de eerste rij van een tabel een koptekst is. | | Tabelbreedte | Beperkt de tabelbreedte tot 255 kolommen. | Geen beperkingen voor de tabelbreedte. | | Lege kolommen en rijen | Lege kolommen en rijen zijn zichtbaar. | Lege kolommen en rijen worden verborgen omdat ze geen waarden bevatten. | ### Tekst
Uw dataOude verbindingStandaardverbinding
Lengte bestandsnaamStaat geen verbindingen toe met een bestand waarvan de bestandsnaam langer is dan 64 tekens.Geen lengtebeperkingen voor bestandsnamen.
Meerdere punten in de bestandsnaamStaat geen verbindingen toe met een bestand waarvan de bestandsnaam meerdere punten bevat.Geen puntbeperkingen voor bestandsnamen.
Aantal kolommen in het bestandGebruikt het aantal velden in de eerste rij om het aantal kolommen in het bestand te bepalen.Scant het volledige bestand en gebruikt het meest voorkomende aantal velden in een rij om het aantal kolommen in het bestand te bepalen.
Koptekstrijen

Detecteert niet automatisch of de eerste rij in het bestand een koptekst is.

Opmerking: u kunt handmatig opgeven dat de eerste rij in het bestand een koptekst is.

Detecteert automatisch of de eerste rij in het bestand een koptekst is.

Opmerking: u kunt de detectie handmatig overschrijven.

Lege kolommenLege kolommen zijn zichtbaar.Lege kolommen zijn verborgen omdat ze geen waarden bevatten.
## Tekens en opmaak In de volgende tabellen ziet u enkele voorbeelden van hoe uw Excel- en tekstbestand-data in Tableau kunnen worden weergegeven bij gebruik van de oude en standaardverbindingstypen. ### Excel
Uw dataOude verbindingStandaardverbinding
Aantal tekens in de veldnaamVeldnamen worden afgekapt tot 64 tekens.Er zijn geen beperkingen op het aantal tekens in een veldnaam.
Speciale tekens in veldnamenSpeciale tekens zijn niet toegestaan in veldnamen. Speciale tekens zoals aanhalingstekens en punten worden bijvoorbeeld omgezet in nummertekens. Haakjes worden omgezet naar ronde haakjes.Speciale tekens zijn toegestaan in veldnamen.
Spaties vooraan of achteraan in veldnamenSpaties vooraan of achteraan in veldnamen zijn toegestaan.Spaties vooraan of achteraan in veldnamen worden automatisch uit kolomnamen verwijderd.
Dubbele veldnamen

Bij dubbele veldnamen wordt een indexnummer aan de veldnaam toegevoegd.

Bijvoorbeeld: Testscores1.

Bij dubbele veldnamen worden een spatie en een indexnummer aan de veldnaam toegevoegd.

Bijvoorbeeld Testscores 1.

Excel-celopmaakOndersteunt celopmaak die is geconfigureerd met de optie Cellen opmaken in Excel.Ondersteunt geen celopmaak die is geconfigureerd met de optie Cellen opmaken in Excel.
Precisie met valutawaardenVelden die valutawaarden bevatten, worden weergegeven met een maximale precisie van vier cijfersDe valutawaarden worden nauwkeurig weergegeven.
### Tekst
Uw dataOude verbindingStandaardverbinding
Speciale tekens in bestandsnamen

Speciale tekens zijn niet toegestaan in bestandsnamen.

Speciale tekens, zoals punten, worden bijvoorbeeld omgezet in getallen.

Speciale tekens zijn toegestaan.
Tekens in koptekstveldnamenVerwijdert automatisch spaties vooraan de koptekstveldnamen.Verwijdert automatisch spaties vooraan en achteraan de koptekstveldnamen.
Veldscheidingstekens

Herkent alleen komma's als veldscheidingstekens.

Opmerking: u kunt de detectie handmatig overschrijven.

Detecteert automatisch het veldscheidingsteken.

Opmerking: u kunt de detectie handmatig overschrijven.

Tekst tussen aanhalingstekensAanhalingstekens die worden gebruikt om tekstwaarden in te sluiten, blijven zichtbaar.Aanhalingstekens die worden gebruikt om tekstwaarden in te sluiten, worden automatisch verborgen.
ANSI- en OEM-codepagina'sANSI- en OEM-codepagina's worden ondersteund.ANSI- en OEM-codepagina's worden automatisch geconverteerd, zodat ze compatibel zijn met meerdere platforms.
BOM-codepagina'sOndersteunt BOM-codepagina's inconsistent.Ondersteunt BOM-codepagina's.
## Detectie van datatype In de volgende tabellen ziet u enkele voorbeelden van hoe het datatype wordt gedetecteerd en hoe bepaalde waarden worden weergegeven in Tableau bij gebruik van de oude en standaardverbindingstypen. ### Excel
Detectie van datatypeOude verbindingStandaardverbinding
Kolommen

Het datatype van een kolom wordt bepaald door de eerste 8 rijen.

 

Opmerking: nadat het datatype van een kolom in de tabel is bepaald, kan dit niet meer worden gewijzigd.

Het datatype van een kolom wordt bepaald door 95% van de eerste 10.000 rijen.

 

Opmerking: u kunt de detectie handmatig overschrijven.

Datumwaarden zonder tijdAan datumwaarden wordt een datetime-datatype toegewezen.Aan datumwaarden zonder tijd wordt een date-datatype toegewezen. Aan datumwaarden met tijd wordt een datetime-datatype toegewezen.
GetalwaardenAlle getalwaarden worden weergegeven als reële getallen.Getalwaarden zonder decimalen worden weergegeven als gehele getallen.
Null-waardenAls een kolom een null-waardecel bevat, wordt het datatype voor de kolom automatisch aangewezen als tekenreeks-datatype.Null-waardecellen hebben geen invloed op de detectie van het datatype.
Referentiefouten of lege cellenAls een kolom cellen met referentiefouten of lege cellen bevat, wordt de hele kolom geïnterpreteerd als een tekenreeks-datatype.Referentiefouten of cellen zonder waarden hebben geen invloed op de detectie van het datatype.
Detectie van datatype overschrijvenNadat het datatype van een kolom in de tabel is bepaald, kan dit niet meer worden gewijzigd.Het datatype van een kolom kan worden gewijzigd na automatische detectie.
Precisie van tijdswaardeDe kleinste tijdseenheid is een hele seconde.De kleinste tijdseenheid is een fractie van een seconde.
DecimalSymbol en CurrencyDecimalSymbol schema.ini-waardenZowel de schema.ini-waarden DecimalSymbol als CurrencyDecimalSymbol worden herkend.De schema.ini-waarden DecimalSymbol en CurrencyDecimalSymbol worden herkend. Als beide waarden worden gebruikt, heeft DecimalSymbol echter voorrang.
Cellen opgemaakt als tekstHet datatype van een kolom wordt gedetecteerd als een tekenreeks-datatype wanneer cellen worden opgemaakt als tekst met behulp van de optie Cellen opmaken in Excel.Ondersteunt geen celopmaak die is geconfigureerd met de optie Cellen opmaken in Excel.
### Tekst | Detectie van datatype | Oude verbinding | Standaardverbinding (8.2 en later) | | --- | --- | --- | | Kolommen | Het datatype van een kolom wordt bepaald door de eerste 25 rijen. | Het datatype van een kolom wordt bepaald door de eerste 1024 rijen. | | Booleaanse (True/False) waarden | Aan Booleaanse waarden wordt het datatype tekenreeks toegewezen. | Aan Booleaanse waarden wordt het Booleaanse datatype toegewezen. | | Waarden die null-waarden worden | Spaties in een cel, ongeacht of ze tussen aanhalingstekens staan of niet, worden als null-waarden beschouwd. Kolommen met null-waarden worden gedetecteerd als het datatype tekenreeks. | Twee veldscheidingstekens op een rij worden behandeld als een null-waarde. Null-waarden worden genegeerd tijdens het detecteren van het datatype. | ## Eigenschappen van bij verbinding met databron In de volgende tabel ziet u voorbeelden van de verschillen in databronverbindingseigenschappen in Tableau bij gebruik van de oude en standaardverbindingstypen. | Eigenschap | Oude verbinding | Standaardverbinding | | --- | --- | --- | | Aangepaste SQL | Aangepaste SQL is toegestaan. | Staat het gebruik van aangepaste SQL niet toe. | | Join-type | Maakt linker-, rechter- en binnenste joins mogelijk. | Maakt linker-, rechter-, binnenste en volledig buitenste joins mogelijk. | | Join-operators | Maakt de volgende join-operatoren mogelijk: gelijk aan (=), groter dan (>), groter dan of gelijk aan (>=), kleiner dan (<), kleiner dan of gelijk aan (<=) en niet gelijk aan (<>). | Maakt join-operators gelijk aan (=) mogelijk. | [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Databronnen vernieuwen Als u bent verbonden met een databron die is gewijzigd, kunt u Tableau Desktop onmiddellijk bijwerken met de wijzigingen door een databron te selecteren in het menu Data en vervolgens Vernieuwen te selecteren. Niet elke verbinding gedraagt zich op dezelfde manier. Er zijn drie primaire verbindingstypen: Liveverbinding, Extract en Gepubliceerde databron. Het type verbinding wordt weergegeven door het pictogram naast uw databron in het deelvenster Data. ### Liveverbinding ![Het pictogram Databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Menu_Ds.png) Via een liveverbinding worden query's naar de database verzonden en wordt de weergave bijgewerkt op basis van de resultaten. De specifieke velden die worden opgevraagd, worden echter gedefinieerd wanneer de verbinding voor het eerst wordt gemaakt. Wanneer u de databron vernieuwt, worden alle nieuwe of gewijzigde velden bijgewerkt. Zie [Verbinding maken met uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/basicconnectoverview.htm) voor meer informatie. ### Extract ![Het pictogram Databronextract.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Menu_Ds_Extract.png) Wanneer u een extract vernieuwt, wordt de databron geraadpleegd waaruit het extract is gemaakt en wordt het extract opnieuw opgebouwd. Dit proces kan enige tijd duren, afhankelijk van het formaat van het extract. ### Gepubliceerde databron ![Tableau Cloud-sprankeldiagram.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Online_Tableau_Sparkle.png) Wanneer u bent verbonden met een gepubliceerde databron, kan de databron een liveverbinding of een extract zijn. Door het tabblad Databron te selecteren, wordt weergegeven of de gepubliceerde databron een liveverbinding of een extract is. Als de databron een extract is, worden alle vernieuwingen van het extract beheerd door Tableau Server en kunnen deze alleen door de server worden vernieuwd. ## Wijzigingen in onderliggende data Als een veld dat in een Tableau-werkblad wordt gebruikt, wordt verwijderd uit de onderliggende data van de databron en de databron vervolgens wordt vernieuwd, wordt er een waarschuwingsbericht weergegeven waarin staat dat het veld wordt verwijderd uit de weergave en dat het werkblad niet correct wordt weergegeven vanwege het ontbrekende veld. Als de onderliggende data wijzigen, bijvoorbeeld als er nieuwe velden of rijen worden toegevoegd, datawaarden of veldnamen worden gewijzigd of data worden verwijderd, worden deze wijzigingen door Tableau weergegeven de volgende keer dat u verbinding maakt met de databron. Omdat Tableau Desktop de data echter opvraagt en niet importeert, kunt u Tableau direct bijwerken om de wijzigingen in de data door te voeren zonder de verbinding te verbreken. Dit geldt op voorwaarde dat de wijzigingen eerst in de onderliggende data zijn opgeslagen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Databronnen vervangen **Opmerking:** het vervangen van een databron wordt niet ondersteund door Tableau Cloud of Tableau Server en moet worden uitgevoerd in Tableau Desktop. Gebruikers kunnen een werkmap of werkblad bijwerken met een andere databron. Als u een databron vervangt, worden de databronnen niet samengevoegd of bewerkt. Het zorgt ervoor dat velden die in het werkblad worden gebruikt, worden toegewezen aan overeenkomstige velden in de nieuwe databron. Alle velden die de gebruiker maakt in de _oorspronkelijke_ databron worden naar de nieuwe databron gekopieerd. Velden die niet in de oorspronkelijke databron worden opgenomen, moeten handmatig naar de _nieuwe_ databron worden gekopieerd en hierin worden geplakt voordat u de oude vervangt. Wanneer u een databron vervangt, worden de mapstructuren niet gekopieerd. De twee databronnen hoeven niet identiek te zijn. Eventuele verschillen tussen de databronnen hebben invloed op de werkbladen in de werkmap en de velden in de weergave. Alle velden, groepen, sets en berekende velden die niet voorkomen in de nieuwe databron (of een andere naam hebben) worden verwijderd uit het deelvenster Data. Zie [Databronnen bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/howto_connect.htm) voor meer informatie over het vervangen van veldreferenties om problemen met ongeldige velden op te lossen. ### Een databron vervangen Voer de volgende stappen uit om een databron te vervangen. 1. Open een werkmap die verbinding maakt met de _oorspronkelijke_ databron. 2. Selecteer Data > Nieuwe databron en maak vervolgens verbinding met de _nieuwe_ databron. 3. Sleep op de pagina Databron een tabel naar het canvas om de databron in te stellen (als dit niet automatisch voor u wordt gedaan). 4. Ga naar het tabblad van het werkblad en selecteer Data > Databron vervangen. **Opmerking:** u moet ten minste één veld in de weergave hebben zodat de optie Databron vervangen beschikbaar wordt. ![Een vervolgkeuzemenu met opties voor het beheren van databronnen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/connect_basic_replace1.png) 5. Selecteer in het dialoogvenster Databron vervangen de databron Huidig en de databron Vervanging. 6. Schakel onder het veld **Huidig** het selectievakje in om alleen het huidige werkblad te vervangen. 7. Wanneer u klaar bent, selecteert u OK. Alle werkbladen, dashboards en verhalen die gebruikmaken van de _oorspronkelijke_ databron worden bijgewerkt naar de _nieuwe_ databron. U kunt op de werkbalk op Ongedaan maken klikken om de wijziging ongedaan te maken en terug te keren naar de oorspronkelijke databron. **Opmerking:** u kunt een databron alleen vervangen door een andere databron als beide databronnen relationele databronnen zijn, of als beide databronnen kubusdatabronnen (multidimensionale) zijn. In Tableau worden kubusdatabronnen alleen ondersteund voor Windows. ### De databron vervangen voor één werkblad Als u de databron voor één werkblad wilt vervangen, selecteert u het selectievakje Alleen huidige werkblad vervangen. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/replace_datasource.png "Dialoogvenster Databron vervangen met aangevinkt selectievakje om alleen het huidige werkblad te vervangen") ## Gepubliceerde databronnen Wanneer gebruikers een databron uit een werkmap publiceren, maakt de huidige werkmap in Tableau Desktop automatisch verbinding met de gepubliceerde databron en wordt de lokale databron gesloten. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Databronpagina Tijdens uw analyse in Tableau hebt u de flexibiliteit om de databron te wijzigen. U kunt dit doen op de databronpagina waar Tableau u naartoe stuurt nadat u de eerste verbinding met uw data tot stand hebt gebracht. Bovendien kunt u de databronpagina openen door het tabblad **Databron** te selecteren vanaf elke locatie in de werkmap. De databronpagina bestaat doorgaans uit vier hoofdgebieden: linkerdeelvenster, canvas, dataraster en ofwel het metadataraster of het semantisch raster. ![Een databronpagina met de vier hoofdgebieden: linkerdeelvenster, canvas, dataraster en metadataraster.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_workspace_datasource_page.png) **A.** [Linkerdeelvenster](#Left): Toont de verbonden databron en andere details over uw data. **B.** [Canvas](#Canvas): logische laag - Het canvas wordt geopend met de logische laag, waar u relaties tussen logische tabellen kunt maken. **C.** [Canvas](#Canvas): fysieke laag - Dubbelklik op een tabel in de logische laag om naar de fysieke laag te gaan, waar u joins en verenigingen tussen tabellen kunt toevoegen. **D.** [Dataraster](#Data): Toont de eerste 1000 rijen met data in de Tableau-databron weer. **E.** [Metadataraster](#Metadata): Toont de velden in uw databron weer als rijen. [Terug naar boven](#top) * * * ## Linkerdeelvenster In het linkerdeelvenster van de databronpagina worden details over uw data getoond. De data waarmee Tableau Desktop is verbonden. U kunt het linkerdeelvenster ook gebruiken om meer verbindingen toe te voegen aan de databron en zo joins op basis van meerdere databases te maken. - Bij data op basis van een bestand worden in het linkerdeelvenster de bestandsnaam en de werkbladen in het bestand getoond. - Voor relationele data toont het linkerdeelvenster de server, de database of het schema en de tabellen in de database. - Voor kubusdata (multidimensionale data) wordt het linkerdeelvenster niet getoond. ## Canvas Wanneer u verbinding maakt met relationele en op bestanden gebaseerde databronnen in Tableau, kunt u tabellen naar het canvasgebied slepen om te beginnen met het opzetten van uw databron. Het canvas is verdeeld in twee conceptuele lagen: een logische laag en een fysieke laag. Standaard wordt de logische laag getoond, waarin de relaties tussen logische tabellen worden weergegeven. Om over te schakelen naar de fysieke laag, dubbelklikt u op een logische tabel om joins en verenigingen te maken tussen tabellen in de fysieke laag. Logische tabellen kunnen beschrijvingen bevatten die in de bijbehorende knopinfo worden weergegeven. Deze knopinfo wordt alleen weergegeven op het tabblad Databron. Als u een beschrijving wilt toevoegen, selecteert u een tabel op het canvas en klikt u op het bewerkingspictogram (potlood) naast de beschrijving in het onderste deelvenster. ![Knopinfo van een tabel met een beschrijving van het veld en een markering rond het beschrijvingsgedeelte van het onderste deelvenster](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_workspace_datasource_tabledescriptions.png) Bij webauthoring zijn alle links in een beschrijving actief en kunnen ze direct worden geopend door erop te klikken. **Kubussen** Wanneer u met kubusdatabronnen werkt, worden in het bovenste gedeelte van de databronpagina de beschikbare catalogi, query's en kubussen weergegeven die u kunt gebruiken. Hiermee kunt u verbinding maken met data uit kubusbronnen in Tableau en deze analyseren. ### Uw databron vernieuwen U kunt uw data bijwerken wanneer deze veranderen, afhankelijk van het type data waarmee u bent verbonden. Als u bijvoorbeeld bent verbonden met een data-extract, kunt u dit vernieuwen met de knop **Vernieuwen** naast het gedeelte Verbinding aan de linkerkant van het deelvenster. Zie [Databronnen vernieuwen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/refreshing_data.htm) voor meer informatie over vernieuwingsopties. ## Dataraster Gebruik het dataraster om de velden en de eerste rijen met data in de Tableau-databron te analyseren. Met het dataraster kunt u semantische wijzigingen maken in de Tableau-databron, zoals velden sorteren of verbergen, velden hernoemen, berekeningen maken en aliassen toevoegen. Wanneer u in de logische laag werkt, kunt u de data bekijken die specifiek zijn voor de geselecteerde tabel. De fysieke laag toont samengevoegde data die het resultaat zijn van joins en verenigingen. Voor Web Data Connector, op bestanden gebaseerde en relationele databronnen in de Extractmodus biedt het raster toegang tot het extraheren van data, inclusief het uitsluitend extraheren van berekeningen. - Op de logische laag ziet u de data voor de geselecteerde tabel. - Op de fysieke laag ziet u de samengevoegde data op basis van de joins en verenigingen. Velden selecteren Als u meerdere velden in het raster wilt selecteren, selecteert u een kolom en sleept u vervolgens de muis om meer kolommen te selecteren. Om alle velden te selecteren, klikt u op het gebied in de linkerbovenhoek van het raster, zoals in dit voorbeeld. ![Een diagram dat laat zien waar u in de linkerbovenhoek van het raster moet klikken om alle velden te selecteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_workspace_datasource_preview_click.png) **Opmerking:** Het raster wordt niet weergegeven voor kubusdata (multidimensionaal). ## Metadataraster Het metadataraster toont de velden in uw databron als rijen, zodat u de semantiek kunt analyseren en taken kunt uitvoeren zoals velden hernoemen of meerdere velden verbergen. Wanneer u verbonden bent met een kubus of alleen data wilt extraheren, wordt het metadataraster standaard getoond. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Datamodel weergeven gebruiken om inzicht te krijgen in databronnen Met Datamodel weergeven kunt u de structuur van uw databron bekijken in de context van de visualisatie. In plaats van heen en weer te schakelen tussen een visualisatie en het tabblad Databron om na te gaan hoe tabellen gerelateerd zijn, kunt u een dialoogvenster openen terwijl u zich op het tabblad van een werkblad bevindt. Net als met de berekeningseditor kunt u met dit dialoogvenster werken met de visualisatie terwijl deze geopend is. ## Datamodel weergeven inschakelen U krijgt toegang tot het dialoogvenster Datamodel weergeven door het menu Werkblad te openen enDatamodel weergeven te selecteren. - U kunt ook de sneltoets Ctrl+Shift+I (Windows) of Command+Shift+I (Mac) gebruiken. Er verschijnt een dialoogvenster waarin het datamodel van de actieve databron wordt weergegeven als visueel hulpmiddel bij het maken van visualisaties. ![De authoring-interface van Tableau met het dialoogvenster Datamodel weergeven geopend](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewdatamodel.png) ## Datamodel weergeven gebruiken **Ongebruikte tabellen verbergen** Als Ongebruikte tabellen verbergen is ingeschakeld en velden aan de visualisatie worden toegevoegd of hieruit worden verwijderd, wordt het diagram Datamodel weergeven automatisch bijgewerkt. Dit kan vooral handig zijn voor het [begrijpen van relaties op veldniveau in databronnen met meerdere basistabellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/%3Chttps://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_table s.htm#fieldlevel-relatedness-in-the-analysis&sa=D&source=docs&ust=1732549180113477&usg=AOvVaw3EpjTNuL_nmSIkkr5zC28v>). **Zien uit welke tabel een veld afkomstig is** Selecteer een veld in een container om te zien hoe het datamodel de oorspronkelijke tabel highlight. Op deze afbeelding is het veld **Bus Rider** in de container Color afkomstig uit de tabel **Students**, wat te zien is aan de gloed om die tabel. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewdatamodel_indicatedtable.png "Gloedeffect om de relevante tabel in het dialoogvenster Datamodel weergeven") **Alleen-lezen** Datamodel weergeven is alleen-lezen en biedt u geen mogelijkheid om informatie over het datamodel te inspecteren (zoals relatieclausules of instellingen voor prestatieopties voor een relatie, of de onderliggende fysieke laag van een tabel). Deze informatie is alleen beschikbaar op het tabblad Databron. ## Werken met meerdere databronnen Met Datamodel weergeven wordt de actieve databron weergegeven. Welke databron als actief wordt beschouwd, hangt ervan af of de visualisatie een veld bevat. - **Als het tabblad van het werkblad minstens één veld in gebruik heeft**, wordt die databron in het dialoogvenster altijd weergegeven, ongeacht de databron die is geselecteerd in het deelvenster Data. - Het datamodel kan niet worden weergegeven voor kubusdatabronnen of werkbladen met actieve datacombinatie. - **Als het tabblad van het werkblad leeg is**, wordt in het dialoogvenster Datamodel de databron getoond die is geselecteerd in het deelvenster Data. U kunt schakelen tussen de databronnen en zo elk datamodel afzonderlijk bekijken. - **Als er kaartlagen zijn** met meerdere databronnen, dan bepaalt de actieve kaartlaag welke databron actief is. ## Ongebruikte tabellen verbergen Met de schakelfunctie Ongebruikte tabellen verbergen kunt u schakelen tussen een weergave van de volledige databron en een beknoptere versie waarmee alleen tabellen worden weergegeven die in gebruik zijn in de visualisatie. In deze context betekent _in gebruik_ dat de tabel: - een veld in de visualisatie heeft, of - een pass-through-tabel is die wordt gebruikt om in de visualisatie gebruikte velden te relateren die afkomstig zijn uit tabellen zonder directe relatie tussen de velden. ![Het dialoogvenster Datamodel weergeven met drie tabellen wanneer er maar twee velden in gebruik zijn in de visualisatie](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewdatamodel_passthroughtable.png) In dit geval bestaat de visualisatie uit twee velden, één veld uit de tabel Inventaris en één veld uit de tabel Subcategorie. De tabel Producten is aanwezig wanneer Ongebruikte tabellen verbergen is ingeschakeld omdat de tabellen Inventaris en Subcategorie beide aan Producten zijn gerelateerd, maar niet rechtstreeks aan elkaar. De tabel Producten is een pass-through-tabel en is vereist in het diagram Datamodel. **Opmerking**: Ongebruikte tabellen verbergen is niet beschikbaar voor lege werkbladen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Datapunten in context highlighten Wanneer u een weergave met veel data hebt, wilt u uw data mogelijk interactief verkennen en een specifieke markering of een groep markeringen highlighten en tegelijkertijd de context behouden van de positie van die markeringen in uw weergave. Dit kunt u doen door de Highlighter in te schakelen voor een of meer discrete velden die in uw weergave zijn opgenomen en die het detailniveau beïnvloeden (zie [Hoe dimensies het detailniveau beïnvloeden in de weergave](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm#DimLOD) voor meer informatie). U kunt trefwoorden gebruiken om naar overeenkomende datapunten te zoeken. De Highlighter markeert onmiddellijk de markeringen die (gedeeltelijk) overeenkomen met uw zoekopdracht naar trefwoorden. Als u de onderliggende databron voor de weergave bijwerkt, worden de data die in de Highlighter worden weergegeven automatisch ook bijgewerkt. In het onderstaande voorbeeld is de Highlighter ingeschakeld voor het veld College. Een gedeeltelijke zoekactie naar het trefwoord Openbaar retourneert twee mogelijke overeenkomsten. In de weergave benadrukt Tableau de groep markeringen die overeenkomen met de gedeeltelijke zoekopdracht: Openbare zaken en Openbare gezondheid. ![Data-highlighter op een Tableau-werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/highlight_datahighlighter.png) U kunt Highlighters inschakelen voor zoveel discrete velden in de weergave als u nodig hebt. U kunt echter slechts één waardenset tegelijk highlighten. Als u de highlightoptie wilt opnemen op dashboards en in story's, schakelt u deze in het werkblad in voordat u ze aan het dashboard toevoegt. U kunt ook eerst het werkblad selecteren op het dashboard, vervolgens Analyse > Highlighters in het bovenste menu en ten slotte velden in de lijst. **Alleen Tableau Desktop**: als u de notatie van de Highlighter-kaart wilt wijzigen nadat u deze hebt ingeschakeld, selecteert u Notatie > Highlighter. Highlighters werken op meerdere werkbladen in een dashboard als hetzelfde veld in al die werkbladen staat. Als hetzelfde veld niet wordt gevonden, wordt er geen overeenkomst gevonden voor de gehighlighte waarde en worden de waarden in die werkbladen grijs weergegeven. Als er meerdere Highlighters op een dashboard worden weergegeven, kan er slechts één Highlighter tegelijk actief zijn. In dat geval wordt de highlight weergegeven voor de Highlighter die het laatst is gebruikt. ## Highlights inschakelen 1. Klik met de rechtermuisknop op een discreet veld dat in de weergave is opgenomen en dat het detailniveau in de weergave beïnvloedt. Selecteer vervolgens Highlighter tonen in het contextmenu. ![Het contextmenu voor een veld met de optie om highlighter weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/show_highlighter1.png) 2. Klik in het dialoogvenster Highlighter en voer een van de volgende handelingen uit: - Voer een trefwoord in om te zoeken naar overeenkomende markeringen om te highlighten. - Voer een gedeeltelijk trefwoord in om te zoeken naar alle relevante overeenkomsten die uw zoektekst bevatten. - Selecteer een item in de vervolgkeuzelijst. U kunt één item tegelijk selecteren. - Wijs met de muis items in de vervolgkeuzelijst aan om markeringen in de weergave te highlighten voor een ad-hocanalyse. ![Demo van data-highlighter.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_highlighter_demo.gif) Klik op de afbeelding hierboven om de animatie opnieuw af te spelen. 4. Herhaal stap 1 en 2 om meer Highlighters toe te voegen. U kunt ook markeringslabels weergeven op gehighlighte markeringen. Als u markeringslabels wilt inschakelen, klikt u op de kaart Markeringen op Label en selecteert u achtereenvolgens het selectievakje Markeringslabels tonen en Gehighlight in de sectie Te labelen markeringen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Toegang beperken op datarijniveau Wanneer u werkmappen deelt met anderen door ze te publiceren naar Tableau Server of Tableau Cloud, kunnen standaard alle gebruikers die toegang hebben tot de werkmappen alle data zien die in de weergaven worden weergegeven. U kunt dit aanpassen door een type filter toe te passen waarmee u kunt opgeven welke datarijen in de weergave een bepaalde persoon die is aangemeld bij de server kan zien. Deze aanpak voor het beveiligen van data op rijniveau is van toepassing op databronnen met liveverbindingen en op het extraheren van databronnen waarvan de tabellen zijn opgeslagen als meerdere tabellen. Zie [Uw data extraheren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/extracting_data.htm#storage) voor meer informatie over het opslaan van geëxtraheerde data met behulp van meerdere tabellen. **Opmerking:** Zie [Overzicht van beveiligingsopties op rijniveau in Tableau](https://help.tableau.com/v2021.4/server/nl-nl/rls_options_overview.htm) in de Help van Tableau Server voor informatie over de alternatieve methoden om beveiligingsopties op rijniveau in Tableau te implementeren. Zie het whitepaper [Best practices voor beveiliging op rijniveau met rechtentabellen](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/whitepapers/row-level-security-entitlements-tables) voor aanvullende gerelateerde informatie. ## Hoe op gebruiker gebaseerde filtering werkt Stel dat u een kwartaalrapportage over de verkoopcijfers van een aantal producten over meerdere jaren in verschillende geografische regio's hebt gemaakt. Wanneer u dit rapport publiceert, wilt u dat elke regiomanager alleen de data ziet die relevant zijn voor zijn of haar regio. In plaats van een aparte weergave voor elke manager te maken, kunt u een _gebruikersfilter_ toepassen dat de toegang tot de data beperkt op basis van de kenmerken van de gebruikers, zoals hun rol. Het op deze manier beperken van de toegang tot data wordt aangeduid als _beveiliging op rijniveau_ (row-level security, RLS). Tableau biedt de volgende benaderingen voor beveiliging op rijniveau: - [Een gebruikersfilter maken en gebruikers handmatig toewijzen aan waarden](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/publish_userfilters_create.htm#create-user-filter). Deze methode is handig, maar vergt veel onderhoud en de beveiliging kan onzeker zijn. Dit moet per werkmap worden gedaan en u moet het filter bijwerken en de databron opnieuw publiceren naarmate uw gebruikersbestand verandert. - [Een dynamisch filter maken met behulp van een beveiligingsveld in de data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/publish_userfilters_create.htm#dynamic). Met deze methode maakt u een berekend veld waarmee u automatisch gebruikers aan datawaarden kunt toewijzen. Voor deze methode is het vereist dat de onderliggende data de beveiligingsinformatie bevatten die u wilt gebruiken voor het filteren. De meest gebruikelijke manier om dit te doen is door gebruik te maken van een referentietabel (opzoektabel, tabel met rechten of beveiligingstabel) die deze informatie bevat. Als u bijvoorbeeld een weergave wilt filteren zodat alleen supervisors deze kunnen zien, moeten de onderliggende data zo worden ingesteld dat ze gebruikersnamen bevatten en de rol van elke gebruiker wordt gespecificeerd. Omdat het filteren op dataniveau wordt gedefinieerd en wordt geautomatiseerd door het berekende veld, is deze methode veiliger dan het handmatig toewijzen van gebruikers aan datawaarden. ### Gebruikersfilters toevoegen aan databronnen De twee methoden in de vorige sectie beschrijven manieren om filters toe te voegen aan data die in werkmappen zijn ingesloten. Als meerdere werkmappen verbinding maken met dezelfde data, hoeft u niet langer filters in elke werkmap in te stellen. U kunt de databron filteren en de werkmappen vervolgens aan de databron koppelen nadat u deze hebt gepubliceerd. Werkmappen die verbinding maken met uw gefilterde databron, geven alleen de data weer die de gebruiker die is aangemeld bij de server, mag zien. Bovendien worden in alle gekoppelde werkmappen de datavernieuwingen weergegeven zodra deze plaatsvinden. ### Extracten versus liveverbindingen met gebruikersfilters Wanneer u een van de hierboven beschreven methoden gebruikt, zijn RLS met extracten doorgaans sneller te maken en leveren ze betere prestaties dan RLS met databronnen die gebruikmaken van liveverbindingen. Vereisten voor RLS met extracten van databronnen Zoals eerder vermeld, is het eerste vereiste voor het gebruik van RLS met extracten dat de data in het extract in meerdere fysieke tabellen worden opgeslagen. U kunt uw extract zo configureren dat de data worden opgeslagen met behulp van meerdere fysieke tabellen door de aanwijzingen in [Uw data extraheren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/extracting_data.htm#storage) te volgen. Naast het bovenstaande vereiste zijn er nog een aantal aanvullende overwegingen die u moet maken als u van plan bent RLS te gebruiken met uw extract. Omdat geëxtraheerde data die zijn opgeslagen in meerdere tabellen geen extractfilters en andere functionaliteiten ondersteunen die helpen de hoeveelheid data in het extract te beperken, kunt u een van de volgende suggesties gebruiken: - Verbinding maken met data met behulp van aangepaste SQL - Verbinding maken met een databaseweergave die al het juiste filterniveau heeft Zie [Uw data extraheren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/extracting_data.htm#normalized_altfilter) voor meer informatie over deze suggesties. **Aanbevolen werkwijzen voor RLS met extractie van databronnen** Om RLS met extracten effectief uit te voeren, raadt Tableau aan om het aantal tabellen (of databaseweergaven of aangepaste SQL-query's) in uw extracten te beperken tot twee. Met andere woorden, Tableau raadt aan dat de tabellen in uw extract bestaan uit de volgende typen tabellen: - Een datatabel: dit is de tabel die alle data bevat die u wilt weergeven. - Een referentietabel: dit is de opzoektabel of de tabel met rechten die de gebruikersinformatie en de beveiligingsgroepen bevat waartoe de gebruikers behoren. Door de tabellen in uw extract tot deze twee te beperken, zorgt u ervoor dat Tableau alleen een join tussen deze twee tabellen hoeft uit te voeren. Zo voorkomt u duplicatie van data of een 'join-explosie'. ## Zie ook - [Databeveiliging](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/security_data.htm) in de Help van Tableau Server - [Overzicht van beveiligingsopties op rijniveau](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/rls_options_overview.htm) in Tableau in de Help van Tableau Server [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Datatypen Alle velden in een databron hebben een datatype. Het datatype weerspiegelt het soort informatie dat in dat veld is opgeslagen, bijvoorbeeld gehele getallen (410), datums (23-1-2025) en tekenreeksen ('België'). Het datatype van een veld wordt geïdentificeerd in het deelvenster **Data** met een van de onderstaande pictogrammen. ## Pictogrammen voor datatypen in Tableau
PictogramDatatype
Tekst of tekenreekswaarden.Tekstwaarden (tekenreeks)
Het pictogram Datumwaarden.Datumwaarden
Datum- en tijdwaarden.Datum- en tijdwaarden
Numerieke waarden.Numerieke waarden (geheel getal of decimaal)
Het pictogram voor de Booleaanse waarde Waar.Booleaanse waarden (alleen relationeel)
Het pictogram Wereldbol dat aangeeft dat de geografische rol op het veld is toegepast.Geografische waarden (gebruikt bij kaarten)
Afbeeldingsrol (gebruikt met URL's voor koppelingen naar afbeeldingen)
Het pictogram van de groepscluster van Schemaviewer.Clustergroep (gebruikt met Clusters in data zoeken)
U kunt het datatype voor een veld wijzigen op de pagina **Databron** of in het deelvenster **Data**. ## Het datatype voor een veld wijzigen op de pagina Databron Soms interpreteert Tableau het datatype van een veld verkeerd. Tableau kan bijvoorbeeld een veld dat datums bevat, interpreteren als een datatype met gehele getallen in plaats van als een datumdatatype. U kunt het datatype wijzigen voor een veld dat deel uitmaakte van de oorspronkelijke databron (in tegenstelling tot een berekend veld dat in Tableau is gemaakt) op de pagina **Databron**. 1. Klik op het pictogram datatype voor het veld (zoals weergegeven in de bovenstaande tabel). 2. Kies een nieuw datatype uit de vervolgkeuzelijst: ![Keuzelijst met datatype, met geselecteerde tekenreeks- en standaardopties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datatype0.png) **Tip**: zorg dat u de datatypen wijzigt vóórdat u een extract maakt. Anders zijn uw data mogelijk niet nauwkeurig. Als een veld met zwevende punten in de oorspronkelijke databron door Tableau bijvoorbeeld als geheel getal wordt geïnterpreteerd en u uw extract maakt voordat u het datatype van het veld wijzigt, wordt een deel van de precisie van het resulterende veld met zwevende punten in Tableau afgekapt. Zie [Databronpagina](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environment_datasource_page.htm) op de pagina Databron voor informatie over het wijzigen van datatypen. ## Het datatype voor een veld wijzigen in het deelvenster Data Om het datatype van een veld te wijzigen in het deelvenster Data, klikt u op het pictogram links van de veldnaam en kiest u vervolgens een nieuw datatype in de vervolgkeuzelijst. ![In een vervolgkeuzemenu worden de datatypen voor een veld weergegeven, waarbij tekenreeks is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datatype2.png) ## Het datatype voor een veld wijzigen in de weergave Om het datatype van een veld in een weergave te wijzigen, klikt u met de rechtermuisknop (Control en klik op een Mac) op het veld in het deelvenster Data, kiest u vervolgens Datatype wijzigen en selecteert u daarna het juiste datatype in de vervolgkeuzelijst. ![vervolgkeuzemenu met het datatype wijzigen geselecteerd, en de tekenreeks en standaard subopties geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datatype1.png) **Opmerking:** soms zijn de data in uw database nauwkeuriger dan Tableau kan modelleren. Wanneer u deze waarden aan de weergave toevoegt, wordt een precisiewaarschuwing getoond in de rechterhoek van de statusbalk. Zie [Statusbalkinformatie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environment_workspace.htm#StatusBar). ## Gemengde datatypen in data uit bestanden De meeste kolommen in een Microsoft Excel-, Microsoft Access- of .csv-bestand (door komma's gescheiden waarden) bevatten waarden die allemaal van hetzelfde datatype zijn (booleaans, datums, getallen of tekst). Wanneer u verbinding maakt met het bestand, maakt Tableau een veld in het juiste gebied van het deelvenster Data voor elke kolom. Datums en tekstwaarden zijn dimensies, en getallen zijn meetwaarden. Bestanden waarmee u verbinding maakt, kunnen echter kolommen bevatten met een combinatie van datatypen, zoals getallen en tekst, of getallen en datums. Wanneer u verbinding maakt met het bestand, wordt de kolom met gemengde waarden toegewezen aan een veld met één datatype in Tableau. Daarom kan een kolom die getallen en datums bevat, worden toegewezen als datatype Getal (waardoor het een meetwaarde wordt) of worden toegewezen als een datatype Datum (in welk geval Tableau deze als een dimensie behandelt). Tableau bepaalt hoe kolommen met gemengde waarden aan datatypen moeten worden toegewezen op basis van de datatypen van de eerste 10.000 rijen in een Excel-databron en de eerste 1.024 rijen in een .csv-databron. Als de meeste van de eerste 10.000 rijen bijvoorbeeld tekstwaarden zijn, wordt de hele kolom toegewezen om het datatype Tekst te gebruiken. **Opmerking:** lege cellen creëren ook kolommen met gemengde waarden, omdat hun opmaak anders is dan die van tekst, datums of getallen. Wanneer Tableau voor elk veld een datatype bepaalt en de waarden in een veld niet overeenkomen met dat datatype, verwerkt Tableau het veld op verschillende manieren, afhankelijk van het datatype. Soms vult Tableau deze velden bijvoorbeeld in met null-waarden, zoals weergegeven in de volgende tabel: | Toegewezen datatype | Behandeling van andere datatypen in het veld. | | --- | --- | | Tekst | Datums en cijfers worden behandeld als tekst. Nullen worden niet gemaakt. | | Datums | Tekst wordt behandeld als null. Een getal wordt behandeld als de dag in numerieke volgorde vanaf 1-1-1900. | | Nummers | Tekst wordt behandeld als null. Een datum wordt beschouwd als het aantal dagen sinds 1-1-1900. | | Booleaanse waarde | Tekst, datums en cijfers worden behandeld als null. | Als het gebruik van velden gebaseerd op kolommen met gemengde waarden problemen oplevert bij het analyseren van uw data, kunt u een van de volgende handelingen uitvoeren: - Formatteer lege cellen in uw onderliggende databron zodat ze overeenkomen met het datatype van de kolom. - Maak een nieuwe kolom die de gemengde waarden niet bevat. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Dataweergaven maken voor toegankelijkheid Met Tableau kunt u dashboards maken die voldoen aan de richtlijnen voor toegankelijkheid van webinhoud (WCAG 2.2 AA). Dit is nuttig als u uw dashboards voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk wilt maken of als uw werk moet voldoen aan de vereisten van [US Section 508](https://www.section508.gov/) of andere wet- en regelgeving met betrekking tot toegankelijkheid. Hiertoe behoort het maken van weergaven die toegankelijk zijn voor gebruikers die zijn aangewezen op schermlezers, brailletoetsenborden, navigatie uitsluitend via toetsenbord, enz. ## Bedieningselementen weergeven die toegankelijkheid ondersteunen U kunt Tableau Desktop gebruiken om een toegankelijke weergave te maken met elementen die voldoen aan de richtlijnen voor toegankelijkheid van webinhoud (WCAG 2.2 AA). Vervolgens kunt u die weergave publiceren en insluiten op een webpagina die ook voldoet aan WCAG 2.2 AA. Hieronder ziet u een voorbeeld van een weergave met een spreidingsdiagram en verschillende elementen die de toegankelijkheid verbeteren. Zie [Best practices voor het ontwerpen van toegankelijke weergaven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_best_practice.htm) en [Weergaven voor toegankelijkheid maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_create_view.htm) voor meer informatie. ![Spreidingsdiagram met toelichting van toegankelijke elementen genummerd 1-8](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accessibility_callout1.png) Titel (1), filters met enkele en meerdere waarden (2), categorische legenda's (3), bijschriften (4), tabbladen (5), alternatieve tekst voor visualisaties (6), palet Kleurenblind (7), venster Data weergeven (8). **Opmerking:** met het palet Kleurenblind kunt u kleuren selecteren die gebruikers met een visuele beperking kunnen herkennen. Wanneer u kleuren aan verschillende dimensiewaarden toewijst, zorg er dan voor dat ze voldoende contrast bieden en niet te dicht bij elkaar liggen in het licht-donkerspectrum. ## Extra ondersteuning voor toegankelijke weergaven Naast de bedieningselementen die in de afbeelding worden weergegeven, ondersteunt Tableau ook de volgende functies voor het maken van toegankelijke weergaven: - Toetsenbordnavigatie - Programmatische context voor ondersteunende technologieën (met behulp van ARIA-rollen) - Een tekstequivalent voor diagrammen en visualisaties - Naleving van normen voor kleurcontrast - Alternatieve tekst voor visualisaties (Tableau Cloud versie 23.2 en hoger) ## Extra resources De volgende externe resources kunnen u helpen bij het ontwerpen van toegankelijke weergaven. - [Richtlijnen voor toegankelijkheid van webinhoud](https://www.w3.org/WAI/standards-guidelines/wcag/glance/) (WCAG 2.2 AA) - [Tips en hulpmiddelen voor kleurcontrast](https://www.smashingmagazine.com/2014/10/color-contrast-tips-and-tools-for-accessibility/) - [Analyzer van kleurcontrast](https://www.paciellogroup.com/resources/contrastanalyser/) **Disclaimer:** hoewel we er alles aan doen om ervoor te zorgen dat deze links naar externe websites accuraat, actueel en relevant zijn, kan Tableau geen verantwoordelijkheid nemen voor de nauwkeurigheid of recentheid van pagina's die door externe providers worden onderhouden. Neem contact op met de externe site voor antwoorden op vragen over de inhoud op de site. Raadpleeg de volgende onderwerpen in deze sectie voor informatie over en richtlijnen en voorbeelden voor het maken van toegankelijke weergaven. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Datumeigenschappen voor een databron U kunt datumeigenschappen voor een databron instellen. Daarvoor klikt u met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op een databron in het deelvenster Data en selecteert u Datumeigenschappen. De ## Datumeigenschappenopties ### Standaardkalender Geeft aan welk kalendersysteem moet worden gebruikt, Standaard Gregoriaans of ISO-8601 Op week gebaseerd. Het instellen van de standaardkalender bepaalt hoe datums standaard in de weergave worden gebruikt. Zie [Datumfuncties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_date.htm) ![Vensters met datumeigenschappen, met opties voor het configureren van datums, zoals het standaardkalendertype, de begindag van de week, de beginmaand van het fiscale jaar en de datumnotatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/date_properties.png) ### Begin van week Geeft aan welke dag als de eerste dag van de week wordt beschouwd. U kunt het Begin van week op databronniveau overschrijven voor bepaalde datumfuncties door een `start_of_week`\-parameter op te nemen. Zie [Datumfuncties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_date.htm). De initiële waarde voor deze instelling wordt soms bepaald door uw databron. Als de databron de begindag van de week niet initialiseert, raadpleegt Tableau de landinstellingen van het systeem. De dag die als de eerste dag van de week wordt beschouwd, verschilt van regio tot regio. Zondag is bijvoorbeeld de eerste dag van de week in de VS, terwijl maandag de eerste dag is in de EU. Deze instelling is niet beschikbaar voor multidimensionale databronnen, omdat deze informatie wordt gedefinieerd wanneer de kubusontwerper de datumtijd-dimensie maakt. Nadat een databron is gemaakt, wordt de waarde Begin van week niet automatisch bijgewerkt om gesynchroniseerd te blijven met het hostbesturingssysteem (bijvoorbeeld als de gepubliceerde databron in een ander land wordt gebruikt). Kalenderbesturingselementen weerspiegelen de landinstelling van de werkmap en de instelling voor Begin van week van de databron. **Opmerking**: Een uitzondering is een weekafkapping die het weeknummer weergeeft. Deze functie maakt gebruik van de instelling voor Begin van week van de databron om een consistente weeknummerwaarde in de kalender te garanderen. ### Start van boekjaar Geeft aan welke maand als de eerste maand van het boekjaar wordt beschouwd. Deze instelling wordt op de hele databron toegepast. #### Specifieke datumvelden Om aan te geven of een bepaald veld de standaardkalender (1 januari - 31 december) of de fiscale kalender gebruikt:  1. klik met de rechtermuisknop op het veld in het deelvenster Data; 2. selecteer Standaardeigenschappen > Start van boekjaar. Voor elk datumveld in de weergave kunt u vervolgens opgeven of u de standaardkalender of de fiscale kalender wilt gebruiken. Zie [Datums belastingjaar](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dates_fiscal.htm) voor meer informatie. ### Datumopmaak Geeft de standaardopmaak aan voor datumvelden op locaties zoals de knopinfo of labels. Als u de standaarddatumopmaak wilt overschrijven, klikt u met de rechtermuisknop op het veld in het deelvenster Data en selecteert u Standaardeigenschappen > Datumopmaak en stelt u vervolgens een opmaak in. ## Sorteren op dag van de week Als Tableau de namen van dagen van de week alfabetisch sorteert, controleer dan de landinstelling van uw werkmap. De lokale instelling vertelt Tableau hoe de dagen van de week in de juiste chronologische volgorde moeten worden gesorteerd. Zie [Taal en landinstelling](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/workbook_language.htm) voor informatie over het instellen van de landinstelling. Als geen van de ondersteunde landinstellingen geschikt is, kunt u de dagen van de week handmatig sorteren. Zie [Data sorteren in een visualisatie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_sorting_computed_howto.htm). ## Ondersteunde datumopmaak Bij het werken met datums haalt Tableau automatisch de datumopmaak op uit de databron. Zie de tabel met ondersteunde datumopmaaksymbolen in [Aangepaste datumopmaak](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dates_custom_date_formats.htm) voor een lijst met ondersteunde datumopmaakopties. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Datumfuncties Datums zijn een veelvoorkomend element in veel databronnen. Als een veld herkenbare datums bevat, zal het als datatype **datum** of **datumtijd** hebben. Wanneer datumvelden in de visualisatie worden gebruikt, krijgen deze een speciale set functionaliteiten, waaronder automatisch meer details weergeven van de datumhiërarchie, datumspecifieke filteropties en gespecialiseerde opties voor datumopmaak. Voor het gebruik van datums in berekeningen zijn vaak datumspecifieke functies nodig. ## Vertrouwd raken met andere datumconcepten Datumfuncties verwijzen soms naar datumspecifieke elementen, waaronder het argument `date_part`, de optionele parameter `[start_of_week]` en letterlijke datums (#). Deze worden aan het einde van dit onderwerp uitgebreider besproken. Er zijn nog diverse andere onderwerpen die interessant kunnen zijn, maar die geen deel uitmaken van datumfuncties: - Formatteren hoe een datum wordt weergegeven in een visualisatie: [Aangepaste datumopmaak](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dates_custom_date_formats.htm) - Standaard datumeigenschappen instellen: [Datumeigenschappen voor een databron](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/date_properties.htm) - Werken met fiscale datums: [Datums belastingjaar](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dates_fiscal.htm) - De ISO-8601-kalender gebruiken: [ISO-8601 kalender op weekbasis](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dates_calendar.htm) > [!TIP] > > wordt uw veld al herkend als datum (er staat een datumpictogram in het deelvenster Data) en wilt u bepalen hoe het in de visualisatie wordt weergegeven? Mogelijk moet u de datum opmaken in plaats van een datumfunctie te gebruiken. U wilt bijvoorbeeld 22Sept2024 weergeven als 09/24. Dit gebeurt door de datum te formatteren, niet door een berekening. > > Zien [Aangepaste datumopmaak](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dates_custom_date_formats.htm) en gerelateerde onderwerpen voor het werken met datumvelden. Met de datumfuncties op deze pagina kunt u berekende datumvelden bewerken, maar u kunt de weergaveopmaak ervan niet instellen. ## Datumfuncties beschikbaar in Tableau ### DATE Functie voor typeconversie waarmee tekenreeks- en numerieke expressies worden omgezet in datums, zolang ze een herkenbare notatie hebben.
SyntaxisDATE(expression)
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert een datum voor een opgegeven getal, tekenreeks of datum <expression>.
Voorbeeld
DATE([Employee Start Date])
DATE("September 22, 2018") 
DATE("9/22/2018")
DATE(#2018-09-22 14:52#)
Opmerkingen

Anders dan bij DATEPARSE, is het niet nodig om een patroon te verstrekken, aangezien DATE automatisch veel standaard datumnotaties herkent. Als DATE de invoer niet herkent, probeer het dan met DATEPARSE en geef de notatie op.

MAKEDATE is een andere soortgelijke functie, maar MAKEDATE vereist de invoer van numerieke waarden voor jaar, maand en dag.

### DATEADD Voegt een bepaald aantal datumdelen (maanden, dagen, enz.) toe aan de begindatum.
SyntaxisDATEADD(date_part, interval, date)
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert de <date> met het opgegeven aantal <interval> toegevoegd aan de opgegeven <date_part> van die datum. Bijvoorbeeld door drie maanden of twaalf dagen aan een begindatum toe te voegen.
Voorbeeld

Verschuif alle vervaldatums met een week

DATEADD('week', 1, [due date])

Voeg 280 dagen toe aan de datum 20 februari 2021

DATEADD('day', 280, #2/20/21#) = #November 27, 2021#
OpmerkingenOndersteunt ISO 8601-datums.
### DATEDIFF Retourneert het aantal datumdelen (weken, jaren, enz.) tussen twee datums.
SyntaxisDATEDIFF(date_part, date1, date2, [start_of_week])
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het verschil tussen <date1> en <date2> uitgedrukt in eenheden van <date_part>. Bijvoorbeeld door de datums waarop iemand bij een band kwam en deze verliet van elkaar af te trekken om te zien hoe lang deze persoon in de band zat.
Voorbeeld

Aantal dagen tussen 25 maart 1986 en 20 februari 2021

DATEDIFF('day', #3/25/1986#, #2/20/2021#) = 12,751

Hoeveel maanden zat iemand in een band?

DATEDIFF('month', [date joined band], [date left band])
OpmerkingenOndersteunt ISO 8601-datums.
### DATENAME Retourneert de naam van de opgegeven datum als een discrete tekenreeks.
SyntaxisDATENAME(date_part, date, [start_of_week])
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert <date_part> van <date> als tekenreeks.
Voorbeeld
DATENAME('year', #3/25/1986#) = "1986"
DATENAME('month', #1986-03-25#) = "March"
Opmerkingen

Ondersteunt ISO 8601-datums.

Een zeer vergelijkbare berekening is DATEPART, die de waarde van het opgegeven datumgedeelte retourneert als continu geheel getal. DATEPART kan sneller zijn omdat het een numerieke bewerking is.

Door de kenmerken van het resultaat van de berekening (dimensie of meetwaarde, continu of discreet) en de datumnotatie te wijzigen, kunnen de resultaten van DATEPART en DATENAME worden geformatteerd zodat ze identiek zijn.

Een inverse functie is DATEPARSE, die een tekenreekswaarde neemt en deze opmaakt als datum.

### DATEPARSE Retourneert specifiek geformatteerde tekenreeksen als datums.
SyntaxisDATEPARSE(date_format, date_string)
UitvoerDatum
DefinitieHet argument <date_format> beschrijft hoe het veld <date_string> is gerangschikt. Vanwege de verscheidenheid aan manieren waarop het tekenreeksveld kan worden geordend, moet <date_format> exact overeenkomen. Zie Een veld converteren naar een datumveld voor een volledige uitleg en informatie over notaties.
Voorbeeld
DATEPARSE('yyyy-MM-dd', "1986-03-25") = #March 25, 1986#
Opmerkingen

DATE is een soortgelijke functie die automatisch veel standaard datumopmaken herkent. DATEPARSE kan een betere optie zijn als DATE het invoerpatroon niet herkent.

MAKEDATE is een andere soortgelijke functie, maar MAKEDATE vereist de invoer van numerieke waarden voor jaar, maand en dag.

Inverse functies, die datums uit elkaar halen en de waarde van hun onderdelen retourneren, zijn DATEPART (uitvoer van geheel getal) en DATENAME (uitvoer van tekenreeks).

Beperkingen van de database

DATEPARSE is beschikbaar via de volgende connectors: niet-verouderde Excel- en tekstbestandsverbindingen, Amazon EMR Hadoop Hive, Cloudera Hadoop, Google Sheets, Hortonworks Hadoop Hive, MapR Hadoop Hive, MySQL, Oracle, PostgreSQL en Tableau-extracten. Sommige notaties zijn mogelijk niet voor alle verbindingen beschikbaar.

DATEPARSE wordt niet ondersteund op Hive-varianten. Alleen Denodo, Drill en Snowflake worden ondersteund.

### DATEPART Retourneert de naam van de opgegeven datum als geheel getal.
SyntaxisDATEPART(date_part, date, [start_of_week])
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert <date_part> van <date> als geheel getal.
Voorbeeld
DATEPART('year', #1986-03-25#) = 1986
DATEPART('month', #1986-03-25#) = 3
Opmerkingen

Ondersteunt ISO 8601-datums.

Een zeer vergelijkbare berekening is DATENAME, die de naam van het opgegeven datumgedeelte retourneert als discrete tekenreeks. DATEPART kan sneller zijn omdat het een numerieke bewerking is. Door de kenmerken van het veld (dimensie of meetwaarde, continu of discreet) en de datumnotatie te wijzigen, kunnen de resultaten van DATEPART en DATENAME worden geformatteerd zodat ze identiek zijn.

Een inverse functie is DATEPARSE, die een tekenreekswaarde neemt en deze opmaakt als datum.

### DATETRUNC Deze functie kan worden beschouwd als het afronden van datums. Het neemt een specifieke datum en retourneert een versie van die datum met de gewenste specificiteit. Omdat elke datum een waarde moet hebben voor dag, maand, kwartaal en jaar, stelt `DATETRUNC` de waarden in als de laagste waarde voor elk datumdeel tot aan het opgegeven datumdeel. Raadpleeg het voorbeeld voor meer informatie.
SyntaxisDATETRUNC(date_part, date, [start_of_week])
UitvoerDatum
DefinitieVerkort de <date> met de nauwkeurigheid die wordt aangegeven door de <date_part>. Deze functie retourneert een nieuwe datum. Wanneer u bijvoorbeeld een datum afkapt die in het midden van de maand valt op maandniveau, retourneert deze functie de eerste dag van de maand.
Voorbeeld
DATETRUNC('day', #9/22/2018#) = #9/22/2018#
DATETRUNC('iso-week', #9/22/2018#) = #9/17/2018#

(de maandag van de week met 22-09-2018)

DATETRUNC(quarter, #9/22/2018#) = #7/1/2018# 

(de eerste dag van het kwartaal met 22-09-2018)

Let op: voor week- en iso-week komt start_of_week in het spel. ISO-weken beginnen altijd op maandag. Voor de landinstelling van dit voorbeeld betekent een niet-gespecificeerde start_of_week dat de week op zondag begint.

Opmerkingen

Ondersteunt ISO 8601-datums.

U mag DATETRUNC niet gebruiken om bijvoorbeeld te stoppen met het weergeven van de tijd voor een datum-tijdveld in een visualisatie. Als u de manier waarop een datum wordt weergegeven wilt afronden in plaats van de nauwkeurigheid ervan wilt afronden, pas de notatie dan aan.

DATETRUNC('day', #5/17/2022 3:12:48 PM#) zou bijvoorbeeld, indien geformatteerd in de visualisatie om seconden weer te geven, worden weergegeven als 5/17/2022 12:00:00 AM. De waarde wordt ingekort tot de dag, maar de weergave geeft tot de seconden weer.

### DAY Retourneert de dag van de maand (1-31) als geheel getal.
SyntaxisDAY(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert de dag van de opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
Day(#September 22, 2018#) = 22
OpmerkingenZie ook WEEK, MONTH, QUARTER, YEAR en de ISO-equivalenten.
### ISDATE Controleer of de tekenreeks een geldige datumopmaak is.
SyntaxisISDATE(string)
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert waar als een opgegeven <string> een geldige datum is.
Voorbeeld
ISDATE(09/22/2018) = true
ISDATE(22SEP18) = false
OpmerkingenHet vereiste argument moet een tekenreeks zijn. ISDATE kan niet worden gebruikt voor een veld met een type datuminformatie. Deze berekening retourneert een fout.
### ISOQUARTER
SyntaxisISOQUARTER(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het ISO8601-kwartaal op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
ISOQUARTER(#1986-03-25#) = 1
OpmerkingenZie ook ISOWEEK, ISOWEEKDAY, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten.
### ISOWEEK
SyntaxisISOWEEK(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert de ISO8601-week op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
ISOWEEK(#1986-03-25#) = 13
OpmerkingenZie ook ISOWEEKDAY, ISOQUARTER, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten.
### ISOWEEKDAY
SyntaxisISOWEEKDAY(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert de ISO8601-weekdag op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
ISOWEEKDAY(#1986-03-25#) = 2
OpmerkingenZie ook ISOWEEK, ISOQUARTER, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten.
### ISOYEAR
SyntaxisISOYEAR(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het ISO8601-jaar op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
ISOYEAR(#1986-03-25#) = 1,986
OpmerkingenZie ook ISOWEEK, ISOWEEKDAY, ISOQUARTER en de niet-ISO-equivalenten.
### MAKEDATE
SyntaxisMAKEDATE(year, month, day)
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert een datumwaarde die is samengesteld uit de opgegeven <year>, <month> en <day>.
Voorbeeld
MAKEDATE(1986,3,25) = #1986-03-25#
Opmerkingen

Opmerking: onjuist ingevoerde waarden worden aangepast naar een datum, zoals MAKEDATE(2020,4,31) = May 1, 2020 in plaats van de foutmelding dat er geen 31e dag van april is.

Beschikbaar voor Tableau-data-extracten. Controleer de beschikbaarheid in andere databronnen.

MAKEDATE vereist numerieke invoer voor de onderdelen van een datum. Als uw data een tekenreeks betreffen die een datum zou moeten zijn, probeer dan de volgende functie: DATE. DATE herkent automatisch veel standaard datumopmaken. Als DATE de invoer niet herkent, probeer dan DATEPARSE.

### MAKEDATETIME
SyntaxisMAKEDATETIME(date, time)
UitvoerDatumtijd
DefinitieRetourneert een datumtijd die <date> en een <time> combineert. De datum kan een datum, datumtijd of een tekenreeks zijn. De tijd moet een datumtijd zijn.
Voorbeeld
MAKEDATETIME("1899-12-30", #07:59:00#) = #12/30/1899 7:59:00 AM#
MAKEDATETIME([Date], [Time]) = #1/1/2001 6:00:00 AM#
Opmerkingen

Deze functie is alleen beschikbaar voor met MySQL compatibele verbindingen (voor Tableau zijn dat MySQL en Amazon Aurora).

MAKETIME is een vergelijkbare functie beschikbaar voor Tableau-data-extracten en enkele andere databronnen.

### MAKETIME
SyntaxisMAKETIME(hour, minute, second)
UitvoerDatumtijd
DefinitieRetourneert een datumwaarde die is samengesteld uit de opgegeven <hour>, <minute> en <second>.
Voorbeeld
MAKETIME(14, 52, 40) = #1/1/1899 14:52:40#
Opmerkingen

Omdat Tableau geen type tijddata ondersteunt (alleen datumtijd), is de uitvoer een datumtijd. Het datumgedeelte van het veld is 1/1/1899.

Vergelijkbare functie als MAKEDATETIME, die alleen beschikbaar is voor met MYSQL compatibele verbindingen.

### MAX
SyntaxisMAX(expression) of MAX(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument null is.
Definitie

Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.

MAX kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MAX(4,7) = 7
MAX(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #2/20/2021#
MAX([Name]) = "Zander"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MAX is meestal de waarde die als laatste in alfabetische volgorde staat.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MAX de hoogste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MAX de meest recente datum. Als MAX een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MAX een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MAX(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MAX(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MIN.

### MIN
SyntaxisMIN(expression) of MIN(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.

MIN kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MIN(4,7) = 4
MIN(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #3/25/1986#
MIN([Name]) = "Abebi"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MIN is meestal de waarde die in alfabetische volgorde als eerste voorkomt.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MIN de laagste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MIN de vroegste datum. Als MIN een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MIN een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MIN(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MIN(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MAX.

### MONTH
SyntaxisMONTH(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert de maand van de opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
MONTH(#1986-03-25#) = 3
OpmerkingenZie ook DAY, WEEK, QUARTER, YEAR, en de ISO-equivalenten
### NOW
SyntaxisNOW()
UitvoerDatumtijd
DefinitieRetourneert de huidige systeemdatum en -tijd.
Voorbeeld
NOW() = 1986-03-25 1:08:21 PM
Opmerkingen

NOW heeft geen argument nodig.

Zie ook TODAY, een vergelijkbare berekening die een datum retourneert in plaats van een datumtijd.

Als de databron een live verbinding is, kunnen de systeemdatum en -tijd in een andere tijdzone liggen. Zie de Knowledgebase voor meer informatie over hoe u dit kunt aanpakken.

### QUARTER
SyntaxisQUARTER(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het kwartaal van de opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
QUARTER(#1986-03-25#) = 1
OpmerkingenZie ook DAY, WEEK, MONTH, YEAR, en de ISO-equivalenten
### TODAY
SyntaxisTODAY()
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert de huidige, lokale systeemdatum.
Voorbeeld
TODAY() = 1986-03-25
Opmerkingen

TODAY heeft geen argument nodig.

Zie ook NOW, een soortgelijke berekening die een datumtijd retourneert in plaats van een datum.

Als de databron een live verbinding is, kan de systeemdatum in een andere tijdzone liggen. Zie de Knowledgebase voor meer informatie over hoe u dit kunt aanpakken.

### WEEK
SyntaxisWEEK(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert de week van de opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
WEEK(#1986-03-25#) = 13
OpmerkingenZie ook DAY, MONTH, QUARTER, YEAR, en de ISO-equivalenten
### YEAR
SyntaxisYEAR(date)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het jaar van de opgegeven <date> als geheel getal.
Voorbeeld
YEAR(#1986-03-25#) = 1,986
OpmerkingenZie ook DAY, WEEK, MONTH, QUARTER, en de ISO-equivalenten
## date\_part Veel datumfuncties in Tableau gebruiken het argument `date_part`, wat een tekenreeksconstante is die de functie vertelt welk deel van een datum moet worden gekozen, zoals dag, week, kwartaal, enz. De geldige `date_part`\-waarden die u kunt gebruiken zijn: | date\_part | Waarden | | --- | --- | | `'year'` | Viercijferig jaar | | `'quarter'` | 1-4 | | `'month'` | 1-12 of ’januari’, 'februari’, enz. | | `'dayofyear'` | Dag van het jaar: 1 januari is 1, 1 februari is 32, enz. | | `'day'` | 1-31 | | `'weekday'` | 1-7 of ’zondag’, ’maandag’, enz. | | `'week'` | 1-52 | | `'hour'` | 0-23 | | `'minute'` | 0-59 | | `'second'` | 0-60 | | `'iso-year'` | Viercijferig ISO 8601-jaar | | `'iso-quarter'` | 1-4 | | `'iso-week'` | 1-52, begin van de week is altijd maandag | | `'iso-weekday'` | 1-7, begin van de week is altijd maandag | ## De parameter `[start_of_week]` Sommige functies hebben de optionele parameter `[start_of_week]`. De parameter `start_of_week` kunt u opgeven welke dag als eerste dag van de week wordt beschouwd, bijvoorbeeld 'zondag' of 'maandag'. Als u dit weglaat, wordt het begin van de week bepaald door de databron. Zie [Datumeigenschappen voor een databron](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/date_properties.htm). In de onderstaande voorbeelden is 22 september een zondag en 24 september een dinsdag. De functie DATEDIFF wordt gebruikt om de weken tussen deze datums te berekenen. `DATEDIFF('week', #2013-09-22#, #2013-09-24#, 'monday') = 1` - Omdat start\_of\_week 'maandag' is, vallen deze datums in verschillende weken. `DATEDIFF('week', #2013-09-22#, #2013-09-24#, 'sunday') = 0` - Omdat begin\_van\_de\_week 'zondag' is, vallen deze datums in dezelfde week. ## De letterlijke datum (#) In voorbeelden wordt vaak het pond-symbool (#) gebruikt bij datumexpressies. Dit is de letterlijke datum, vergelijkbaar met het gebruik van aanhalingstekens voor tekstreeksen, en vertelt Tableau dat de waarde binnen de symbolen een datum is. Zonder de letterlijke datum kunnen datums worden geïnterpreteerd als verschillende andere datatypen. Bijvoorbeeld:
OpmakenDatatypeWaarde
'25 maart 1986'Tekenreeks'25 maart 1986'
#3/25/1986#Datum#3/25/1986#
25-3-1986Zwevende decimaal0,00006042
25-3-1986Geheel getal1.958
25 maart 1986-ongeldig
![Deelvenster Data met verschillende pictogrammen voor datumnotatie gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datefunc_dateformats.png) Zie [Syntaxis van letterlijke expressies](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_operators.htm#literals) voor meer informatie. ## Een datumberekening maken Oefen het maken van een datumberekening met gebruik van de voorbeeld databron Superstore. 1. Maak in Tableau Desktop verbinding met de opgeslagen databron **Voorbeeld - Superstore**, die bij Tableau wordt geleverd. 2. Open een werkblad. 3. Sleep Orderdatum in het deelvenster **Data** onder Dimensies naar de container Rijen. 4. Klik in de container **Rijen** op het pictogram Plus (**+**) in het veld **JAAR(Orderdatum)**. KWARTAAL(Orderdatum) wordt toegevoegd aan de container Rijen en de weergave wordt bijgewerkt. ![Een tabel met de besteldatum per jaar en kwartaal.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datefunctions2.png) 5. Klik in de container Rijen op het plusteken (**+**) in het veld KWARTAAL(Orderdatum) om in te zoomen op MAAND(Orderdatum). ![Een tabel met het jaar, kwartaal en maand van de besteldatum.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datefunctions3.png) 6. Selecteer Analyse \> Berekend veld maken. 7. Doe het volgende in de berekeningseditor die wordt geopend: - Geef het berekende veld de naam: Quarter Date (Kwartaaldatum). - Voer de volgende formule in: `DATETRUNC('quarter', [Order Date])` - Klik op **OK** als u klaar bent. Het nieuwe berekende datumveld wordt getoond onder **Dimensies** in het deelvenster **Data**. Net als uw andere velden kunt u deze in een of meer visualisaties gebruiken. 9. Sleep Kwartaaldatum vanuit het deelvenster **Data**, onder Dimensies, naar de container Rijen en plaats het rechts van MONTH(Orderdatum) De visualisatie wordt bijgewerkt met jaarwaarden. Dit komt doordat Tableau data van datums oprolt tot het hoogste detailniveau. 10. Klik in de container Rijen met de rechtermuisknop op JAAR(Kwartaaldatum) en selecteer Exacte datum. 11. Klik in de container Rijen opnieuw met de rechtermuisknop op JAAR(Kwartaaldatum) en selecteer Discreet. De visualisatie wordt bijgewerkt met de exacte kwartaaldatum voor elke rij in de tabel. ![Een tabel waarin de besteldatums per jaar, kwartaal, maand en kwartaaldatum worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datefunctions1.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Datumniveaus wijzigen Om het datumniveau van een veld te wijzigen, sleept u het naar Rijen of Kolommen (of een andere container), klikt u op het contextmenu en selecteert u vervolgens een niveau. Elk niveau heeft een voorbeeld om het effect van de instelling te laten zien. ![Selecteer het dataniveau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/date_level_selection.gif) **Meer info**: Zie [Datums in Tableau drijven me tot wanhoop!](https://vizpainter.com/dates-in-tableau-make-me-want-to-tear-my-hair-out/) op de [VizPainter](https://vizpainter.com/)\-blog van Tableau Visionary Josh Milligan voor gerelateerde concepten over datums. Zie de gratis videopresentatie [Grootste analyse aller tijden: Datumberekeningen overwinnen](https://tc19.tableau.com/learn/sessions/greatest-all-time-analytics-conquering-date-calculations) (58 minuten) voor een uitgebreide demonstratie van datumgedeelten en datumwaarden. In Tableau Desktop worden multidimensionale databronnen (kubus) alleen ondersteund in Windows. Voor kubusdatums (multidimensionaal) worden de niveaus die beschikbaar zijn in het contextmenu bepaald door de niveaus die zijn gedefinieerd in de datumhiërarchie. ## Datumniveau-instellingen De datumniveau-instellingen zijn geordend in secties voor datumgedeelten en datumwaarden. Datumgedeelten geven u data die zijn geaggregeerd tot het niveau van een specifiek gedeelte van een datum. Bijvoorbeeld de maand mei voor een bepaald jaar of de achtste dag van een maand. ![Keuzemenu met de volgende datumopties gehighlight: jaar, kwartaal, maand, dag en meer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/date_level_date_part.png) _Gedeelten van datum_ Datumwaarden geven u de werkelijke datum, afgekapt tot een specifiek niveau, zoals mei 2015 of 8 mei 2015. ![Keuzemenu met de volgende datumwaarden gehighlight: jaar, kwartaal, maand, weeknummer, dag en meer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/date_level_date_value.png) Datumwaarden (ook wel afgekapte datums of datumtruncs genoemd) Om het meest gedetailleerde detailniveau te krijgen, ook wel data op rijniveau of recordniveau genoemd, kunt u Exacte datum selecteren. ![Vervolgkeuzemenu met de exacte datumoptie gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/date_level_exact.png) Exacte datum Wanneer u een bepaald niveau selecteert, voert Tableau een berekening uit op het datumveld. Stel dat een bepaalde rij in uw databron de datum 23-1-2016 bevat. Het jaar is 2016, het kwartaal is 1 omdat januari in het eerste kwartaal valt, en het weeknummer is 4 omdat 23 januari in de vierde week valt. Hoe het datumniveau wordt berekend, hangt af van hoe Datumeigenschappen zijn geconfigureerd voor de databron. Zie [Datumeigenschappen voor een databron](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/date_properties.htm) voor meer informatie. **Opmerking:** Niet alle datumniveaus zijn altijd relevant. Als de datumopmaak bijvoorbeeld geen tijdinformatie bevat, zoals uren, minuten of seconden, worden er met deze opties geen data aan uw weergave toegevoegd. ## Meerdere datumniveaus in dezelfde visualisatie gebruiken U kunt tegelijkertijd met data op verschillende detailniveaus werken. Hiervoor klikt u op het besturingselement ![Een plusteken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/symbol_plusminus.png) op een datumveld in de weergave. Dit wordt ook wel inzoomen op een datum genoemd. Als u bijvoorbeeld inzoomt op een discrete datum YEAR(Order Date), voegt Tableau een tweede veld toe aan de rechterkant van de oorspronkelijke datum, QUARTER(Order Date). U kunt doorgaan met inzoomen totdat u de beste beschikbare granulariteit voor het datumveld heeft bereikt. U kunt datumvelden ook meerdere keren naar de container Rijen of Kolommen slepen om ze te nesten en op verschillende detailniveaus in te zoomen. Deze weergave zoomt bijvoorbeeld in vanaf het jaarniveau om ook het kwartaalniveau weer te geven. ![Een lijndiagram met de winst en omzet per kwartaal van 2012 tot en met 2015.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dates_3.png) Door een van de datumvelden te verwijderen en vervolgens Maand te selecteren vanuit het contextmenu van het resterende datumveld kunt u elke maand over alle jaren bekijken. ![Een lijndiagram dat de winst en omzet per maand weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dates_4.png) Om een nog fijnere granulariteit weer te geven, selecteert u Maand in de onderste, continue sectie van het contextmenu van het veld. ![Een veldcontextmenu met opties om data te filteren op maand, kwartaal, jaar en meer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dates_4point5.png) Tableau geeft vervolgens de datums weer over het hele bereik van beschikbare jaren, op een gedetailleerd niveau van maand tot maand. ![Een lijndiagram dat winst- en verkooptrends weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dates_5.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Datums belastingjaar In sommige situaties moet een datumveld worden uitgedrukt in termen van het boekjaar van een organisatie. Kalenderjaren lopen van 1 januari tot en met 31 december, maar het boekjaar van een organisatie kan in een andere maand beginnen. Het boekjaar van een bedrijf kan bijvoorbeeld lopen van 1 juni tot en met 31 mei. In dergelijke gevallen is het passend om sommige datumwaarden in een weergave weer te geven met behulp van fiscale equivalenten (boekjaar, fiscaal kwartaal en fiscaal weeknummer) in plaats van hun kalenderequivalenten. Volg deze stappen om de maand van de start van het boekjaar voor een databron in te stellen: 1. Klik met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op de databron in het venster Data om het dialoogvenster Datumeigenschappen te openen. 2. Stel het veld Start van boekjaar in op de juiste maand. Voor elke datumdimensie stelt u de startmaand van het boekjaar afzonderlijk in. In het venster Data klikt u met de rechtermuisknop op een datumdimensie (Ctrl-klik op Mac) en selecteert u Standaardeigenschappen > Start van boekjaar. Of een bepaald niveau van een datumdimensie wordt beïnvloed door het gebruik van de fiscale kalender hangt af van het specifieke geval.
DatumniveauWanneer omgezet naar fiscaal
JaarGeeft het boekjaar weer. Als Start van boekjaar bijvoorbeeld is ingesteld op april, wordt het jaar voor de datum 1 juni 2004 weergegeven als boekjaar 2005.
Kwartaal

Het Kwartaal weerspiegelt het fiscale kwartaal. Als Start van boekjaar bijvoorbeeld is ingesteld op april, wordt het kwartaal voor de datum 1 juni 2004 weergegeven als Q1.

MaandGeen gedragsverandering. De kalendermaand is gelijk aan de fiscale maand.
DagGeen gedragsverandering. De kalenderdag is gelijk aan de fiscale dag.
UurGeen gedragsverandering. Het kalenderuur is gelijk aan het fiscale uur.
MinuutGeen gedragsverandering. De kalenderminuut is gelijk aan de fiscale minuut.
SecondeGeen gedragsverandering. De kalenderseconde is gelijk aan de fiscale seconde.
Weeknummer

Het weeknummer geeft het fiscale weeknummer weer. Als Start van boekjaar bijvoorbeeld is ingesteld op april, wordt het weeknummer voor de datum 1 april 2004 weergegeven als 1.

WeekdagGeen gedragsverandering. De kalenderweekdag is dezelfde als de fiscale weekdag.
MM/YYYYGeen gedragsverandering. Deze datumopmaak geeft altijd kalenderdata weer, zelfs als er een boekjaar is toegewezen.
M/D/YDeze datumopmaak geeft altijd Kalenderdata weer, zelfs als er een boekjaar is toegewezen.
De enige datumniveaus die expliciet aangeven dat de fiscale kalender in gebruik is, zijn het niveau Jaar en Kwartaal. Concreet worden boekjaren en kwartalen weergegeven met het FY-voorvoegsel. Dit geldt echter niet voor fiscale maanden of weeknummers, die niet worden weergegeven met speciale fiscale markeringen. Boekjaaraanduidingen voor een bepaalde datumdimensie worden toegepast op alle instanties van het veld in de Tableau-werkmap. Fiscale datums kunnen alleen worden toegepast op dimensies in een relationele databron. De opmaak van het boekjaar wordt toegepast op alle datumopmaak die een jaar of een jaar en een kwartaal bevatten. In het bijzonder als u een aangepaste datumopmaak toepast en alleen de tijdelijke aanduidingen "y" en "q" gebruikt, zal elk jaar worden voorafgegaan door `FY` . ## Datumniveaus Wanneer een datumdimensie een fiscale kalender gebruikt, geven alleen de volgende gedeelten van datums en afkappingen in de weergave de fiscale kalender weer:
Gedeelte van datums of afkappingBij gebruik van een fiscale kalender
Jaargedeelte van de datumAls Start van boekjaar is ingesteld op april, dan wordt het jaar voor de datum 1 juni 2004 weergegeven als FY 2005.
Kwartaalgedeelte van de datumAls Start van boekjaar is ingesteld op april, zou het kwartaal voor de datum 1 juni 2004 Q1 zijn.
Weeknummergedeelte van de datumAls Start van boekjaar is ingesteld op april, zou het weeknummer voor de datum 1 april 2004 1 zijn.
Afkapping jaardatumAls Start van boekjaar is ingesteld op mei, zou de datum 1 juni 2004 1 mei 2004 worden.
Afkapping van de kwartaaldatumAls Start van boekjaar is ingesteld op juli, wordt de datum 1 juni 2004 1 april 2004.
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Datums en tijden ## Datums in relationele databronnen Voor relationele databronnen zijn datums en tijden dimensies die worden herkend aan het datumpictogram ![Het pictogram Datumwaarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/symbol_date.png) of het datum-tijdpictogram ![datum- en tijdwaarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/symbol_datetime.png). Hier worden bijvoorbeeld de dimensies Besteldatum en Verzenddatum uit een Excel-databron weergegeven. ![Het deelvenster Data, met twee velden onder de besteltabel gemarkeerd: Besteldatum en Verzenddatum.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dates_2.png) Wanneer u een relationele datum in een container plaatst, wordt de veldnaam automatisch aangepast om het standaarddatumniveau weer te geven. Tableau definieert het standaarddatumniveau als het niveau waarop er meerdere instanties zijn. Als het datumveld bijvoorbeeld meerdere jaren bevat, is het standaardniveau jaar. Als het datumveld echter data bevat voor slechts één jaar, maar meerdere maanden omvat, is het standaardniveau maand. Als u niet wilt dat Tableau automatisch een datumniveau selecteert en de voorkeur geeft aan een doorlopend veld, kun u met de rechtermuisknop klikken (control-klikken op Mac) op het veld in het deelvenster Data en Converteren naar Doorlopend selecteren. De dimensie wordt dan groen in het venster Data. Wanneer u die dimensie nu in een weergave gebruikt, zal deze continu zijn. U kunt dit eenvoudig terugdraaien door Converteren naar Discreet te selecteren vanuit het contextmenu van het deelvenster Data. U kunt een veld in de weergave ook omzetten in Doorlopend terwijl het in een container staat door Doorlopend te selecteren in het contextmenu (klik met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op het veld). Het veld in de container wordt groen, maar het veld in het venster Data is nog steeds discreet. ## Datums in multidimensionale databronnen (kubus) In Tableau Desktop worden multidimensionale databronnen (kubus) alleen ondersteund in Windows. Voor kubusdatabronnen zijn datumdimensies doorgaans georganiseerd in hiërarchieën die niveaus bevatten zoals jaar, kwartaal en maand. Bovendien is voor sommige multidimensionale databronnen tijdintelligentie ingeschakeld, waardoor het mogelijk is om op verschillende manieren naar dataniveaus te kijken, zoals maanden per kwartaal, weekenden, enz. Deze niveaus worden weergegeven als kenmerken van de hiërarchie. Hiërarchieën en kenmerken worden gedefinieerd wanneer de kubus wordt gemaakt en u kunt deze niet wijzigen in Tableau. De dimensie Jaar uit een Oracle Essbase-databron wordt hier bijvoorbeeld weergegeven. ![Het menu Dimensie met opties voor scenario, markt, product en jaar.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dates_1.png) Wanneer u een multidimensionale datum in een container plaatst, wordt het veld behandeld als elke andere dimensie. U kunt bijvoorbeeld meer details weergeven, minder details weergeven, enzovoort. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # De basisprincipes van berekeningen in Tableau Deze serie introduceert de basisprincipes van berekeningen in Tableau. In dit onderwerp leert u waarom en wanneer u berekeningen moet gebruiken. ## Waarom zou u berekeningen gebruiken? Met berekeningen kunt u nieuwe data creëren op basis van data die al in uw databron voorkomen en kunt u berekeningen op uw data uitvoeren. Zo kunt u zelf complexe analyses uitvoeren en velden aan uw databron toevoegen wanneer u wilt. ## Wanneer moet u berekeningen gebruiken? De eerste hindernis bij het leren werken met berekeningen in Tableau is herkennen wanneer u daadwerkelijk een berekening moet gebruiken. Er zijn vele, vele redenen om berekeningen te gebruiken. Enkele voorbeelden: - U wilt data segmenteren - U wilt het datatype van een veld converteren, bijvoorbeeld een tekenreeks omzetten in een datum. - U wilt data aggregeren - U wilt resultaten filteren - U wilt verhoudingen berekenen Enkele veelvoorkomende scenario's: - De data die u nodig hebt voor uw analyse ontbreken in uw databron. Als u bijvoorbeeld een veld Verkoop en een veld Winst in uw databron hebt, maar de kosten wilt berekenen, kunt u een veld Kosten _creëren_ met behulp van een formule die er ongeveer als volgt uitziet: `[Sales] - [Profit]` ![Maak een kostenveld met behulp van een formule.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_understand_when2.gif) - U wilt waarden in uw visualisatie transformeren. U wilt bijvoorbeeld het verschil in winst tussen verschillende jaren berekenen. U kunt een snelle tabelberekening gebruiken om het verschil in de winst in de visualisatie weer te geven. ![Maak een tabelberekening.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_understand_when3.gif) - U wilt data snel categoriseren. U wilt de data in uw visualisatie bijvoorbeeld snel inkleuren als winstgevend of niet-winstgevend. U kunt een berekend veld maken met behulp van een berekening die er ongeveer als volgt uitziet en dit vervolgens toevoegen aan Kleur op de kaart Markeringen. `IF SUM([Profit]) > 0 THEN "Profitable" ELSE "Nonprofitable" END` ![Een berekend veld maken in Tableau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_understand_when1.gif) ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # De basisprincipes van knopinfo voor datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen **Opmerking**: Voor databronnen met één tabel of databronnen met één basistabel zijn alle tabellen gerelateerd. Alle informatie op deze pagina gaat over databronnen met meerdere basistabellen. ## Relaties op veldniveau Datamodellen met meerdere basistabellen hebben veel flexibiliteit in de manier waarop de tabellen zich al dan niet tot elkaar kunnen verhouden. De relatie tussen de _tabellen_ is een constante, gebaseerd op het datamodel. Daarentegen hangt de relatie van _velden_ in een visualisatie af van welke velden actief zijn (dat wil zeggen, welke velden als velden worden gebruikt in werkbladcontainers). Op het niveau van één visualisatie evalueert Tableau actieve velden in paren om te bepalen [hoe ze zich tot elkaar verhouden](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm#fieldlevel). Het pictogram Niet-gerelateerd ![Pictogram Niet-gerelateerd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_icon_unrelated.png) op een veld betekent dat het niet gerelateerd is aan ten minste één ander veld in de visualisatie. Dit pictogram kan verschijnen in een veld in een container of in het deelvenster Data. (In sommige gevallen ziet u een pictogram Gerelateerd ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/MFR_icon_related.png "Pictogram Gerelateerd").) Als u over het pictogram beweegt, wordt er knopinfo met meer informatie geopend. Er zijn verschillende berichten voor verschillende soorten veldrelaties, waaronder: - Niet-gerelateerde dimensie-dimensieparen - Niet-gerelateerde dimensie-meetwaardeparen - Samenhechtingsdimensies - Niet-gerelateerde filterparen > [!TIP] > > in Tableau fungeren geaggregeerde dimensies (zoals ATTR(dimensie) of MIN(dimensie)) als meetwaarden. De berichten kunnen ook enigszins variëren, afhankelijk van of het veld in een container of in het deelvenster Data wordt gebruikt. - **In een container**: de knopinfo voor velden op containers biedt informatie over hoe de velden in de visualisatie aan elkaar gerelateerd zijn en welke impact dat heeft op de manier waarop Tableau de resultaten berekent. - **In het deelvenster Data**: de knopinfo voor velden in het deelvenster Data biedt informatie over wat _zou_ gebeuren als dat veld aan de visualisatie wordt toegevoegd. Velden in het deelvenster Data kunnen ook minder opvallend worden weergegeven met lichtgrijze tekst als ze aan geen enkel veld in de visualisatie gerelateerd zijn. Er zijn diverse functies die een aanvulling kunnen vormen op de opmerkingen bij een veld, zoals tabelberekeningen en door de gebruiker ingevoerde opmerkingen. Al deze informatie wordt gecombineerd tot enkelvoudige knopinfo. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/unified_tooltip.png "Knopinfo voor een veld met informatie over relaties, tabelberekeningen en een gebruikersopmerking") ### Uw datamodel kennen Wanneer u werkt met een datamodel dat relaties op basis van meerdere feitentabellen bevat, is het handig om regelmatig naar het model te verwijzen. Gebruik de optie [Datamodel weergeven](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/viewdatamodel.htm) (menuWerkblad > Datamodel weergeven) om een dialoogvenster te openen met het datamodel waarnaar u kunt verwijzen tijdens het werken in een tabblad in een werkblad. De voorbeelden in dit onderwerp zijn gebaseerd op een datamodel met twee basistabellen, Classes en Clubs, en twee gedeelde tabellen, Students en Rooms. ![een datamodel met twee basistabellen, Classes en Clubs, en een gedeelde tabel, Students](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_basic_4table_model.png)

Classes

Clubs

Students

Rooms
Weergave van data voor de tabel Classes, met drie velden en hun waardenWeergeven van data voor de tabel Clubs, met drie velden en hun waardenWeergave van data voor de tabel Students, met drie velden en hun waardenWeergave van data voor de tabel Rooms, met drie velden en hun waarden

Velden:

  • Class, een dimensie met de waarden Nesting Basics, Advanced Songs, Flying for Fledgelings en Alarm Calls 101
  • Room, een dimensie die wordt gebruikt om te relateren aan de tabel Rooms
  • Student, een dimensie die wordt gebruikt om te relateren aan de tabel Students
  • Length, een meetwaarde

Velden:

  • Club, een dimensie met de waarden Photography, Travel, Juggling, Art en First Aid
  • Room, een dimensie die wordt gebruikt om te relateren aan de tabel Rooms
  • Student, een dimensie die wordt gebruikt om te relateren aan de tabel Students
  • Dues, een meetwaarde

Velden:

  • Bus rider, een dimensie met de waarden yes of no
  • Student, een dimensie met de waarden Finch, Cardinal, Sparrow, Robin en Jay. Wordt gebruikt om te relateren aan de basistabellen
  • Age, een meetwaarde

Velden:

  • Rooms, een dimensie met de waarden Cedar, Alder, Maple, Fir en Madrone
  • Branches, een meetwaarde
## Niet-gerelateerd dimensie-dimensiepaar Niet-gerelateerde dimensies zijn cross joins, wat kan resulteren in combinaties van dimensieleden in de kopteksten die niet de werkelijke combinaties van data in de onderliggende tabellen weerspiegelen. Het bericht voor een niet-gerelateerd dimensie-dimensiepaar is: - **In een container**: niet-gerelateerde dimensies tonen alle mogelijke combinaties van waarden. Niet gerelateerd aan: __ - **In het deelvenster Data**: als deze dimensie wordt gebruikt, worden alle mogelijke combinaties van waarden met niet-gerelateerde dimensies weergegeven: __ - **Grijs weergegeven in het deelvenster Data**: deze dimensie is niet gerelateerd aan dimensies in de visualisatie. Als de dimensie wordt gebruikt, zal het alle mogelijke combinaties van waarden met andere niet-gerelateerde dimensies tonen. Het bericht voor een niet-gerelateerd filter is: - **In de visualisatie**: dit veld wordt niet gefilterd door niet-gerelateerde filters: __ - **In het deelvenster Data**: als dit veld wordt gebruikt, wordt het genegeerd door niet-gerelateerde filters: __ Cross joins kunnen dure bewerkingen zijn die de prestaties negatief beïnvloeden. Daarom geeft Tableau ook een [Waarschuwingsvenster voor verwantschap](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm#Relatedn) weer als u een niet-gerelateerde dimensie toevoegt aan de visualisatie. ## Samenhechtingsdimensies Hoewel er analytisch relevante redenen zijn om niet-gerelateerde dimensies alleen te visualiseren, is het gebruikelijk en verstandig om daarnaast ook een samenhechtingsdimensie te gebruiken voor analyse met meerdere basistabellen. Als er sprake is van een samenhechtingsdimensie, worden de niet-gerelateerde dimensies niet langer via cross joins met elkaar verbonden, maar via een buitenste join. Buitenste joins kunnen nog steeds tot hoge aantallen leiden, maar de kopteksten van de dimensieleden worden teruggebracht van elke mogelijke combinatie tot combinaties die relevant zijn voor ten minste één zijde van de buitenste join. Ze hebben ook niet dezelfde potentiële impact op de prestaties als cross joins. Als er geen andere relatieproblemen zijn die een pictogram Niet-gerelateerd vereisen, toont een samenhechtingsdimensie in plaats daarvan een pictogram Gerelateerd ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/MFR_icon_related.png "Pictogram Gerelateerd"). Het bericht voor een samenhechtingsdimensie is: - **In een container**: deze dimensie hecht de volgende velden samen: __ - **In het deelvenster Data**: als u deze dimensie gebruikt, worden de volgende velden aan elkaar gekoppeld: __ - **Grijs weergegeven in het deelvenster Data**: _niet van toepassing, samenhechting gebeurt alleen in visualisaties_ Niet-gerelateerde dimensies vergelijken met samengehechte dimensies

Niet-gerelateerd: Cross join

Samengehecht: Buitenste join van tussenliggende binnenste joins

Een cross join met een rij voor elke combinatie van Class (Klas) en Club

Een visualisatie met een cross join van Class en Club met rijen voor elke combinatie van Advanced Songs/Alarm Calls 101/Flying for Fledglings/Nesting Basics met Art/First Aid/Juggling/Photography.

Een buitenste join van de resultaten van Class (Klas) en Club

Een visualisatie die de resultaten toont van een buitenste join van de binnenste join Student-Class en de binnenste join Student-Club. Niet alle combinaties van lessen en clubs zijn vertegenwoordigd en er zijn rijen voor studenten en clubs zonder les.

## Niet-gerelateerd dimensie-meetwaardepaar Zie [Een opmerking over hoe meetwaarden worden berekend](#computemeasures) voor informatie over hoe meetwaarden worden berekend en waarom de relaties van de dimensies belangrijk zijn. Het bericht voor de meetwaarde is: - **In een container**: deze meetwaarde kan niet worden opgesplitst in niet-gerelateerde dimensies: __. - **In het deelvenster Data**: als deze meetwaarde wordt gebruikt, wordt deze niet opgesplitst in niet-gerelateerde dimensies: __ - **Grijs weergegeven in het deelvenster Data**: deze meetwaarde is niet gerelateerd aan dimensies in de visualisatie. Als deze meetwaarde wordt gebruikt, wordt deze niet opgesplitst. Het bericht voor de dimensie is: - **In een container**: deze dimensie kan niet-gerelateerde meetwaarden niet opsplitsen: __ - **In het deelvenster Data**: als deze dimensie wordt gebruikt, worden niet-gerelateerde meetwaarden niet opgesplitst: __ - **Grijs weergegeven in het deelvenster Data**: deze dimensie is niet gerelateerd aan meetwaarden in de visualisatie. Als deze dimensie wordt gebruikt, zal deze geen meetwaarden opsplitsen. Het bericht voor een niet-gerelateerd filter is: - **In de visualisatie**: dit veld wordt niet gefilterd door niet-gerelateerde filters: __ - **In het deelvenster Data**: als dit veld wordt gebruikt, wordt het genegeerd door niet-gerelateerde filters: __ Het resultaat in een visualisatie is een herhaalde waarde voor de meetwaarde voor alle waarden van de niet-gerelateerde dimensie. Dit gedrag is vergelijkbaar met wanneer een LOD-expressie wordt gebruikt om het aggregatieniveau voor een meetwaarde in te stellen op een ander detailniveau dan de systeemeigen granulariteit van de visualisatie. Een niet-gerelateerde dimensie wordt in wezen UITGESLOTEN van de berekening van de geaggregeerde waarde van de meetwaarde. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_measures_repeated.png "Een visualisatie waarbij de waarde van Dues is gekoppeld aan Club, en clubs worden herhaald in alle Classes") ## Nog niet gerelateerd Velden met potentiële relaties worden [nog niet gerelateerde velden](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm#notyet) genoemd en worden in de visualisatie als niet-gerelateerd beoordeeld. Het [oplossen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm#resolve) van nog niet gerelateerde velden gebeurt op een andere manier dan het oplossen van waarlijk niet-gerelateerde velden (die alleen kunnen worden samengehecht). Daarom wordt in de knopinfo uitgelegd waarom ze als niet-gerelateerd worden beschouwd. Het bericht voor de dimensie is afhankelijk van de vraag of deze nog niet is gerelateerd aan een andere dimensie, meetwaarde of filter. - Voor een dimensie-dimensiepaar is het bericht voor de dimensie:  - **In een container**: niet-gerelateerde dimensies tonen alle mogelijke combinaties van waarden. Deze dimensie is nog niet gerelateerd aan en wordt daarom als niet-gerelateerd aan het volgende verwerkt: __ - **In het deelvenster Data**: als deze dimensie wordt gebruikt, is deze nog niet gerelateerd aan en wordt deze dus als niet-gerelateerd aan het volgende verwerkt: __ - Voor een dimensie-meetwaardepaar is het bericht voor de dimensie:  - **In een container**: deze dimensie is nog niet gerelateerd aan en kan daarom het volgende niet opsplitsen: __ - **In het deelvenster Data**: als deze dimensie wordt gebruikt, is deze nog niet gerelateerd aan het volgende en zal het deze dus niet opsplitsen: __ - Voor een dimensie-filterpaar is het bericht voor de dimensie:  - **In een container**: dit veld is nog niet gerelateerd aan en wordt daarom genegeerd door deze filters: __ - **In het deelvenster Data**: als dit veld wordt gebruikt, is het nog niet gerelateerd aan en wordt het dus genegeerd door niet-gerelateerde filters: __ Het bericht voor de meetwaarde is afhankelijk van de vraag of deze nog niet is gerelateerd aan een dimensie of filter. - Voor een meetwaarde-dimensiepaar is het bericht voor de meetwaarde:  - **In een container**: deze meetwaarde is nog niet gerelateerd aan en kan daarom niet worden opgesplitst door het volgende: __ - **In het deelvenster Data**: als deze meetwaarde wordt gebruikt, is deze nog niet gerelateerd aan en kan deze dus niet worden opgesplitst door het volgende: __ - Voor een meetwaarde-filterpaar is het bericht voor de meetwaarde:  - **In een container**: dit veld is nog niet gerelateerd aan en wordt daarom genegeerd door deze filters: __ - **In het deelvenster Data**: als dit veld wordt gebruikt, is het nog niet gerelateerd aan en wordt het dus genegeerd door niet-gerelateerde filters: __ Zie [Een opmerking over hoe meetwaarden worden berekend](#computemeasures) voor informatie over hoe meetwaarden worden berekend en waarom de relaties van de dimensies belangrijk zijn. ## Ambigu gerelateerd Velden met meerdere actieve potentiële relaties worden [ambigu gerelateerde velden](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm#ambiguably) genoemd en worden in de visualisatie als niet-gerelateerd beoordeeld. Het [oplossen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm#resolve) van ambigu gerelateerde velden gebeurt op een andere manier dan het oplossen van waarlijk niet-gerelateerde velden (die alleen kunnen worden samengehecht). Daarom wordt in de knopinfo uitgelegd waarom ze als niet-gerelateerd worden beschouwd. Het bericht voor de dimensie is: - **In een container**: deze dimensie is dubbelzinnig gerelateerd en kan daarom het volgende niet opsplitsen: __ - **In het deelvenster Data**: als deze dimensie wordt gebruikt, is deze dubbelzinnig gerelateerd en kan daarom het volgende niet opsplitsen: __ Het bericht voor de meetwaarde is afhankelijk van de vraag of de ambiguïteit een dimensie of filter betreft. - Voor een meetwaarde-dimensiepaar is het bericht voor de meetwaarde:  - **In een container**: deze meetwaarde is dubbelzinnig gerelateerd en kan daarom niet worden opgesplitst door het volgende: __ - **In het deelvenster Data**: als deze meetwaarde wordt gebruikt, is deze dubbelzinnig gerelateerd en kan deze dus niet worden opgesplitst door het volgende: __ - Voor een meetwaarde-filterpaar is het bericht voor de meetwaarde:  - **In een container**: deze meetwaarde is dubbelzinnig gerelateerd en wordt daarom genegeerd door deze filters: __ - **In het deelvenster Data**: als deze meetwaarde wordt gebruikt, is deze dubbelzinnig gerelateerd en wordt deze dus genegeerd door de volgende filters: __ Zie [Een opmerking over hoe meetwaarden worden berekend](#computemeasures) voor informatie over hoe meetwaarden worden berekend en waarom de relaties van de dimensies belangrijk zijn. ## Meetwaarde uit een gedeelde tabel Wanneer een dimensie uit een gedeelde tabel (zoals Students) wordt gebruikt, worden de dimensies uit anderszins niet-gerelateerde tabellen (zoals Classes en Clubs) samengehecht. Maar wat gebeurt er als u in plaats van een dimensie een meetwaarde uit de tabel Students gebruikt? Meetwaarden kunnen niet samenhechten. ![een datamodel met twee basistabellen, Classes en Clubs, en een gedeelde tabel, Students](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_basic_3table_model.png) Wanneer niet-gerelateerde dimensies samen worden gevisualiseerd, kan de meetwaarde niet tegelijkertijd op basis van die dimensies worden opgesplitst. (Zie [Een opmerking over hoe meetwaarden worden berekend](#computemeasures) voor informatie over hoe meetwaarden worden berekend en waarom de relaties van de dimensies belangrijk zijn.) In dit geval beschouwen we de meetwaarde als niet gerelateerd aan de combinatie van dimensies, ook al zou deze wel gerelateerd zijn aan de afzonderlijke dimensies. Om dit type ambiguïteit op te lossen en te voorkomen dat de meetwaarde tabelgericht wordt, kunnen de niet-gerelateerde dimensies worden samengehecht of kunnen een of meer dimensies worden verwijderd totdat er een duidelijk relatiepad is voor het aggregeren van de meetwaarde. ### Geen van de dimensies zijn aan elkaar gerelateerd Het bericht voor een meetwaarde die wordt gedeeld in niet-gerelateerde dimensies is: - **In een container**: deze meetwaarde kan slechts op een van de volgende dimensies tegelijk worden opgesplitst: __ - **In het deelvenster Data**: als deze meetwaarde wordt gebruikt, kan deze slechts op een van de volgende dimensies tegelijk worden opgesplitst: __ Het bericht voor elk van de dimensies is: - **In een container**: deze dimensie kan de meetwaarde __ niet opsplitsen in combinatie met de volgende dimensies: __ - **In het deelvenster Data**: als deze dimensie wordt gebruikt, kan deze de meetwaarde __ niet opsplitsen in combinatie met de volgende dimensies: __ ### Enkele dimensies zijn aan elkaar gerelateerd Als enkele dimensies aan elkaar gerelateerd zijn, kunnen de gerelateerde dimensies de meetwaarde opsplitsen zonder de aanwezigheid van de niet-gerelateerde dimensie. Het is nuttig om te weten of er aan elkaar gerelateerde dimensies zijn. (Bijvoorbeeld: als er een visualisatie wordt gemaakt met de gerelateerde dimensies Dim1 en Dim2 en een dimensie DimA die aan geen van beide andere dimensies gerelateerd is, is een meetwaarde uit de gedeelde tabel niet in gelijke mate niet-gerelateerd aan alle drie de dimensies. Dim1 en Dim2 conflicteren niet met elkaar, maar ze conflicteren wel allebei met DimA. Als u dit wilt oplossen door velden te verwijderen, kunt u DimA alleen verwijderen of Dim1 en Dim2 allebei verwijderen.) In deze situatie worden de dimensies in groepen weergegeven in de knopinfo. Het bericht voor de meetwaarde die wordt gedeeld in groepen niet-gerelateerde dimensies is: - **In een container**: deze meetwaarde kan slechts door een van de volgende dimensiegroepen tegelijk worden opgesplitst: __ - **In het deelvenster Data**: als deze meetwaarde wordt gebruikt, kan deze slechts door een van de volgende dimensiegroepen tegelijk worden opgesplitst: __ Het bericht voor elk van de dimensies is: - **In een container**: deze dimensie kan de meetwaarde __ niet opsplitsen in combinatie met de volgende dimensiegroepen: __ - **In het deelvenster Data**: als deze dimensie wordt gebruikt, kan deze de meetwaarde__ niet opsplitsen in combinatie met de volgende dimensiegroepen: __ ## Gerelateerde meetwaarde Wanneer een meetwaarde aan bepaalde dimensies in de visualisatie is gerelateerd maar niet aan andere, kan de knopinfo van de meetwaarde een extra bericht bevatten waarin wordt uitgelegd aan welke dimensies deze is gerelateerd. Dit kan helpen verklaren hoe de meetwaarde wordt geaggregeerd. Dit bericht verschijnt alleen als de meetwaarde ook niet-gerelateerd is aan een dimensie in de visualisatie. Anders is het standaardgedrag dat de meetwaarde wordt geaggregeerd tot het detailniveau van de gerelateerde meetwaarden. Het bericht voor de meetwaarde is: - **In een container**: deze meetwaarde wordt geaggregeerd tot het detailniveau van gerelateerde dimensies: __ - **In het deelvenster Data**: als deze meetwaarde wordt gebruikt, wordt deze geaggregeerd tot het detailniveau van gerelateerde dimensies: __ Dit bericht is bedoeld om te helpen bepalen welke dimensie of dimensies in aanmerking worden genomen bij het berekenen van de meetwaarde. Zie [Een opmerking over hoe meetwaarden worden berekend](#computemeasures) voor informatie over hoe meetwaarden worden berekend en waarom de relaties van de dimensies belangrijk zijn. ## Filters De relatie wordt ook geëvalueerd voor velden in de container Filter, in vergelijking met velden die anderszins actief zijn in de visualisatie. Een pictogram en knopinfo worden weergegeven wanneer een filter niet-gerelateerd is aan ten minste één veld in de visualisatie. Zowel het filterveld als het veld in de visualisatie hebben knopinfo. Het bericht voor een filter is:  - **Niet-gerelateerd filter**: dit filter is niet van toepassing op niet-gerelateerde velden: __ - **Dubbelzinnig filter**: dit filter negeert de volgende meetwaarden omdat het filter er dubbelzinnig aan gerelateerd is: __ - **Nog niet gerelateerd filter**: dit filter negeert de volgende velden omdat het er nog niet aan gerelateerd is: __ Het gedrag van filters hangt ook af van hun relatie met andere velden in de visualisatie. Een filter heeft geen invloed op de waarden van velden waaraan het niet is gerelateerd. Tenzij het filter is ingesteld op geen waarden (alles uitsluiten of niets opnemen), blijft de visualisatie ongewijzigd voor alle velden die niet aan het filter zijn gerelateerd. Als u echter elke optie in het filter deselecteert, wordt er een lege visualisatie geretourneerd. ![Een visualisatie met een niet-gerelateerd filter, waaruit blijkt dat het deselecteren van opties in het interactieve filterbesturingselement geen invloed heeft op de visualisatie](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_tt_unrelatedfilter.png) Twee schermafbeeldingen van een visualisatie met een niet-gerelateerd filter, waaruit blijkt dat het deselecteren van opties in het interactieve filterbesturingselement geen invloed heeft op de visualisatie Gerelateerde velden worden normaal gefilterd. In een complexere visualisatie met een combinatie van gerelateerde en niet-gerelateerde velden (zoals in een samenhechtende context), heeft het filter alleen invloed op waarden die gerelateerd zijn aan het filterveld. ## Een opmerking over hoe meetwaarden worden berekend Als een meetwaarde niet aan een dimensie is gerelateerd, kan deze niet worden uitgesplitst naar de leden van die dimensie (dat wil zeggen, u kunt de gemiddelde klasselengte per club niet uitsplitsen als clubs geen klasselengte hebben). In plaats daarvan wordt de meetwaarde op een ander niveau geaggregeerd dan de kopteksten van de dimensieleden in de weergave. Terminologie voor dimensies en meetwaarden _Meetwaarden_ zijn in Tableau _aggregaties_: ze worden geaggregeerd tot de _granulariteit_ die is ingesteld door de _dimensies_ in de weergave. De waarde van een meetwaarde hangt dus af van de context van de dimensies. 'Aantal dozen ontbijtgranen' hangt er bijvoorbeeld van af of we de totale voorraad bedoelen of het aantal dozen per merk. _Dimensies_ zijn meestal categorievelden, zoals land of merk. In Tableau bepalen dimensies de granulariteit, oftewel het _detailniveau_, van de weergave. Meestal willen we onze data in markeringen groeperen op basis van een combinatie van categorieën. Welke dimensies we gebruiken om de weergave op te bouwen, bepaalt hoeveel markeringen we hebben. _Aggregatie_ verwijst naar de manier waarop de data worden gecombineerd. De standaardaggregatie van Tableau is SUM. U kunt de aggregatie wijzigen in andere opties, waaronder: gemiddeld, mediaan, aantal uniek, minimum enzovoort. _Granulariteit_ verwijst naar hoe gedetailleerd of uitgesplitst de meetwaarde is, wat wordt bepaald door de gerelateerde dimensies. Tenzij de granulariteit van de meetwaarde op rijniveau (ofwel uitgesplitst) is, moet de betreffende waarde worden geaggregeerd. #### Voorbeeld ![Een tabel met waarden voor het aantal dozen ontbijtgranen, met vijf merken en drie maten dozen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_cereal_rawdata.png) **Wat is de waarde van 'Aantal dozen ontbijtgranen'?** Dat hangt af van het aggregatietype en de granulariteit zoals bepaald door de dimensies. - Aggregaties: - Sum (of totaal) - Gemiddeld - Granulariteit: - Tabelgericht/volledig geaggregeerd (de blauwe balken in het voorbeeld) - Uitgesplitst op dimensie **Merk** (de gekleurde balken in het voorbeeld) ![Een dashboard met vier visualisaties: één voor het opgetelde tabelgerichte aantal dozen (54), één met het gemiddelde tabelgerichte aantal dozen (6), en vervolgens versies van deze twee visualisaties die zijn opgesplitst op de vijf merken](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_cereal.png) ### De waarde van een meetwaarde volgt de dimensieleden De waarde van een meetwaarde wordt bepaald door de dimensies waaraan deze gerelateerd is. Een meetwaarde zonder gerelateerde dimensie is tabelgericht. Een meetwaarde met een gerelateerde dimensie wordt uitgesplitst naar de leden van de gerelateerde dimensie (dat wil zeggen dat de waarde van de meetwaarde voor elk dimensielid wordt berekend). Als de leden van een gerelateerde dimensie worden herhaald vanwege de aanwezigheid van een niet-gerelateerde dimensie, worden de waarden van de meetwaarde herhaald op basis van de dimensieleden. 1. Een meetwaarde zonder dimensie wordt tabelgericht afgestemd op de totale waarde. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_measures_tablescoped.png) 2. Een meetwaarde in aanwezigheid van alleen een niet-gerelateerde dimensie, wordt tabelgericht opgenomen en herhaald voor de leden van de niet-gerelateerde dimensie. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_measures_tablescoped_unrelated.png) 3. Een meetwaarde met een gerelateerde dimensie wordt gedetailleerder uitgesplitst en de waarde ervan wordt berekend per lid van de gerelateerde dimensie. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_measures_broken_down.png) 4. Een meetwaarde wordt, indien er sprake is van een niet-gerelateerde dimensie en een gerelateerde dimensie, uitgesplitst naar de dimensie waaraan de meetwaarde gerelateerd is. Wanneer de gerelateerde dimensieleden worden herhaald voor niet-gerelateerde dimensies, volgt de meetwaarde, samen met het gerelateerde dimensielid. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_measures_broken_down_and_repeated.png) Omdat de contributie per club geldt, wordt de contributie voor elke club herhaald telkens wanneer die club wordt herhaald. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # De basisprincipes van veldtypedetectie en naamgevingsverbeteringen Tableau gebruikt een verzameling veelgebruikte patronen om uw data te detecteren en te transformeren, zodat u er gemakkelijker mee kunt communiceren. Wanneer u bijvoorbeeld met velden in het deelvenster Data werkt, haalt Tableau de data uit uw databron, detecteert het type ervan en verdeelt deze in dimensies en meetwaarden. > [!TIP] > > **Opmerking:** Tableau wijzigt nooit uw onderliggende data. Tableau kan ook velden detecteren die als dimensies moeten worden behandeld en veldnamen opschonen door ze leesbaarder te maken. U ziet deze verbeteringen alleen als de veldnamen, die afkomstig zijn uit kolomkopteksten in uw databron, voldoen aan de hieronder beschreven patronen of voorwaarden. ## Nieuwe velden toegevoegd aan onderliggende data Als u nieuwe velden aan uw onderliggende data toevoegt en vervolgens de databron in Tableau vernieuwt, behouden de nieuw toegevoegde velden hun oorspronkelijke databasenamen. Als u wilt dat Tableau deze velden automatisch hernoemt, moet u een nieuwe verbinding maken met diezelfde databron. Zie de sectie [Wijzigingen die door Tableau zijn aangebracht ongedaan maken](#Revert) onderaan dit artikel als u er de voorkeur aan geeft de veldtypen en veldnamen uit de onderliggende data te behouden. ## Velden die als dimensie worden behandeld Veldnamen die bepaalde trefwoorden bevatten, worden behandeld als dimensies, zelfs als de waarden voor die velden numeriek zijn. ### Trefwoorden Code, Key en ID Veldnamen die de volgende trefwoorden bevatten en aan de vermelde voorwaarden voldoen, worden behandeld als dimensies in plaats van meetwaarden. **Voorwaarden:** - Bevat trefwoorden Code, ID of Key. - Trefwoorden worden van de andere tekst in de veldnaam gescheiden door niet-lettertekens, allemaal met hoofdletters, of de eerste letter wordt met een hoofdletter geschreven in een veldnaam die anders zowel hoofdletters als kleine letters heeft. - Trefwoorden staan aan het begin of einde van de veldnaam, met ervoor of erna niet-lettertekens. In het Chinees, Japans en Koreaans moet het trefwoord aan het einde van de veldnaam staan. | Taal | Trefwoorden | | --- | --- | | Engels (VK en VS) | Code, ID, key | | Chinees (vereenvoudigd) | 代码, ID, 键 | | Chinees (traditioneel) | 代碼, ID, 金鑰 | | Nederlands | Code, ID, sleutel | | Frans (Canada en Frankrijk) | Code, ID, clé | | Duits | Code, ID, Schlüssel | | Italiaans | Codice, ID, chiave | | Japans | コード, ID, キー | | Koreaans | 코드, ID, 키 | | Portugees | Código, ID, chave | | Spaans | Código, ID, clave | | Zweeds | Kod, ID, nyckel | | Thais | รหัส, ID, คีย์ | ### Trefwoorden Number, Num en Nbr Veldnamen die eindigen op Number, Num of Nbr worden behandeld als een dimensie in plaats van een meetwaarde. 'Record Number' wordt bijvoorbeeld behandeld als een dimensie, maar 'Number of Records' niet. Bovendien moet de Koreaanse veldnaam vier of minder tekens lang zijn. | Taal | Trefwoorden | | --- | --- | | Engels (VK en VS) | Number, Num, Nbr | | Chinees (vereenvoudigd) | 数字 | | Chinees (traditioneel) | 數字 | | Nederlands | Nummer, nr. | | Frans (Canada en Frankrijk) | Nombre | | Duits | Nr, Nummer | | Italiaans | Numero, N° | | Japans | 数値 | | Koreaans | 숫자 | | Portugees | Número | | Spaans | Número | | Zweeds | Nummer | | Thais | ตัวเลข | ### Trefwoorden gerelateerd aan datums Veldnamen die trefwoorden bevatten die worden herkend als datumdelen, worden behandeld als dimensies. Deze veldnamen mogen slechts één extra woord bevatten dat geen verband houdt met datums om in aanmerking te komen. 'Fiscal Year' wordt bijvoorbeeld behandeld als een dimensie, maar 'Fiscal Year Information' niet. Bovendien moeten Chinese veldnamen vier of minder tekens lang zijn en mogen ze geen cijfers bevatten. Japanse en Koreaanse veldnamen moeten vier of minder tekens lang zijn.
TaalTrefwoorden
Engels (VK en VS)Year, Yr, Day, Day of Week, Week, Wk, Month, Quarter, Qtr, FY
Chinees (vereenvoudigd)年, 天, 周中某天, 周, 月, 季度, 会计年度
Chinees (traditioneel)年, 天, 週中某天, 週, 月, 季, 會計年度
NederlandsJaar, Jr, Dag, Dag Van De Week, Week, Wk, Maand, Kwartaal, Q,
Frans (Canada en Frankrijk)Année, Jour, Jour de la Semaine, Semaine, Mois, Trimestre, AF
DuitsJahr, Tag, Wochentag, Woche, Monat, Quartal, GJ
ItaliaansAnno, Giorno, Giorno della Settimana, Settimana, Sett, Mese, Trimestre, Trim, AF
Japans年, 日, 曜日, 週, 月, 四半期, 年度
Koreaans년, 일, 요일, 주, 월, 분기, 회계 연도
PortugeesAno, Dia, Dia da Semana, Semana, Mês, Trimestre, AF
SpaansAño, Día, Día de la Semana, Semana, Mes, Trimestre, AF
ZweedsÅr, Dag, Veckodag, Vecka, Månad, Kvartal, Räkenskapsåret
Thaisปี, วัน, วันของสัปดาห์, สัปดาห์, เดือน, ไตรมาส, FY
## Opschonen van veldnamen Veldnamen die specifieke tekens bevatten of op een bepaalde manier met hoofdletters zijn geschreven, krijgen een nieuwe naam. Veldwaarden die vierkante haakjes bevatten, worden automatisch omgezet naar gewone haakjes. ### Veldnamen met onderstrepingstekens, spaties of tabbladen Onderstrepingstekens die niet vooraan of achteraan staan (\_) in veldnamen worden geconverteerd naar een spatie ( ). Regelterugloop- of regelopschuivingstekens in een veldnaam worden verwijderd. Veldnamen die vooraan een onderstrepingsteken bevatten, blijven echter ongewijzigd. Daarbij worden spaties die vooraan of achteraan staan in veldnamen verwijderd. Dit type opschoning van veldnamen is alleen van toepassing op het Engels, Frans, Duits, Portugees en Spaans. > **Voorbeeld 1:** De veldnaam 'Country\_Name' wordt geconverteerd naar 'Country Name'. > **Voorbeeld 2:** De veldnaam '\_Days\_On\_Market' wordt geconverteerd naar '\_Days On Market'. Veldnamen met meerdere onderstrepingstekens op een rij blijven ongewijzigd. 'Country\_\_Name' blijft bijvoorbeeld 'Country\_\_Name'. Als een veldnaam meerdere tekens voor tabbladen bevat, worden de tabbladen omgezet in onderstrepingstekens. ### Veldnamen en hoofdlettergebruik Veldnamen die uitsluitend hoofdletters met niet-lettertekens gebruiken, worden geconverteerd naar allemaal kleine letters, behalve de tekens direct na het niet-letterteken. Bovendien worden veldnamen waarin uitsluitend kleine letters voorkomen geconverteerd, zodat de eerste letter van de veldnaam een hoofdletter wordt. Dit type opschoning van veldnamen is alleen van toepassing op het Engels, Frans, Duits, Portugees en Spaans. > **Voorbeeld 1:** De veldnaam 'PC1' wordt geconverteerd naar 'Pc1'. De veldnaam 'COUNTRY\_NAME' wordt geconverteerd naar 'Country Name'. 'Budget COGS' blijft echter 'Budget COGS'. > **Voorbeeld 2:** De veldnaam 'FDA' verandert niet. De veldnaam 'FDA\_Sales' wordt echter geconverteerd naar 'Fda Sales'. > **Voorbeeld 3:** De veldnaam 'age' wordt geconverteerd naar 'Age'. Er worden spaties toegevoegd aan de hoofdlettergrenzen van veldnamen die hoofdletters en kleine letters met niet-lettertekens bevatten. **Voorbeeld:** De veldnaam 'ThisCase' wordt omgezet naar 'This Case'. ## Veldnamen die twee of drie letters lang zijn Veldnamen van twee of drie letters die deel uitmaken van een zin die uit meerdere woorden bestaat, worden zo geconverteerd dat elke letter in het woord een hoofdletter krijgt, tenzij het woord van twee of drie letters een klinker bevat (a, e, i, o, of u). > **Voorbeeld:** De veldnaam 'Unit Qty' wordt geconverteerd naar 'Unit QTY'. De veldnaam 'Sales Amt' blijft echter 'Sales Amt'. Verschillende acroniemen van drie letters worden geconverteerd naar hoofdletters. Voorbeelden van acroniemen van drie letters zijn onder meer:
CIFFDAMPI
DMAFOBMSA
DOBFTESKU
EINKPIUPC
ESPLOBURL
  USD
De volgende veldnamen worden geconverteerd naar kleine letters, tenzij de naam aan het begin van de veldnaam staat:
1stasdownofth (achtervoegsel na een nummer)
2ndatforonthan
3rdbutinoffthe
abyinclu.orto
andeintoovervs
anddalaperwith
**Opmerking:** Het hoofdlettergebruik van veldnamen die één letter lang zijn, blijft ongewijzigd. ## Wijzigingen die door Tableau zijn aangebracht ongedaan maken Als u er de voorkeur aan geeft de veldtypen en veldnamen te behouden die door de onderliggende data zijn opgegeven, kunt u door Tableau aangebrachte wijzigingen handmatig ongedaan maken op databronniveau of automatisch op applicatieniveau. **Wijzigingen handmatig ongedaan maken** 1. Open uw werkmap en ga naar de pagina Databron. 2. Klik op de vervolgkeuzepijl voor het veld met de wijzigingen die u ongedaan wilt maken en selecteer Naam opnieuw instellen. **Als er meerdere velden zijn die u wilt wijzigen** 1. Open uw werkmap en ga naar de pagina Databron. 2. Klik eventueel op de knop voor het metadataraster. 3. **Ctrl + klik** (Windows) of **Command + klik** (Mac) om de velden te selecteren met de wijzigingen die u ongedaan wilt maken. 4. Klik op de vervolgkeuzepijl voor een van de geselecteerde velden en selecteer **Naam opnieuw instellen**. Om wijzigingen die door Tableau op applicatieniveau zijn aangebracht automatisch ongedaan te maken, volgt u de procedure in het artikel [Automatische veldhernoeming overschrijven](http://kb.tableau.com/articles/howto/overriding-automatic-field-renaming?lang=nl-nl). Deze methode is van invloed op alle databronnen die u opent vanuit Tableau Desktop. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # De Boekwinkel-dataset De Boekwinkel-dataset werd voor Tableau Desktop 2020.2 gemaakt om relaties aan te tonen: de nieuwe mogelijkheden voor datamodellering voor het combineren van data. ## De bestanden downloaden U kunt de ruwe data downloaden en helemaal vanaf nul beginnen met het samenstellen van uw eigen datamodel. U kunt ook een van de vooraf samengestelde databronnen downloaden om meteen relaties te analyseren. - Onbewerkte data (xlsx) - [Bookshop.xlsx](https://help.tableau.com/samples/en-us/bookshop/Bookshop.xlsx): de ruwe data als .xlsx-bestand - [BookshopLibraries.xlsx](https://help.tableau.com/samples/en-us/bookshop/BookshopLibraries.xlsx): extra bibliotheektabellen die veel-op-veel-relaties introduceren (bevat alleen de extra bibliotheektabellen) - Verpakte databronbestanden (tdsx) - [Bookshop.tdsx](https://help.tableau.com/samples/en-us/bookshop/Bookshop.tdsx): een verpakt .tdsx-bestand met de gerelateerde databron al gebouwd en enkele metadata-aanpassingen toegevoegd - [MinimalBookshop.tdsx](https://help.tableau.com/samples/en-us/bookshop/MinimalBookshop.tdsx): dezelfde tabellen als Bookshop.tdsx, maar zonder enige metadata of opschoning - [Bookshop libraries.tdsx](https://help.tableau.com/samples/en-us/bookshop/bookshop_libraries.tdsx): een verpakt .tdsx-bestand dat de bibliotheektabellen toevoegt aan Bookshop.tdsx (inclusief alle tabellen). _Verbinding maken met een gedownload .tdsx-bestand_ 1. Open Tableau Desktop. 2. Selecteer in het deelvenster Verbinding maken aan de linkerkant de optie **Meer...** onder het kopje **Naar een bestand**. 3. Ga naar de locatie waar u het .tdsx-bestand hebt gedownload en dubbelklik erop (of selecteer het en klik vervolgens op Openen). ## Over de dataset Boekwinkel bestaat uit 13 tabellen die op de volgende manier aan elkaar gerelateerd zijn: ![Een databaseschema voor boekdata.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Bookshop_schema.png) **Opmerking**: een centraal concept voor deze dataset is het idee van een _boek_ versus een _editie_. Een boek is een concept met kenmerken, zoals een auteur, titel en genre. Een editie is een fysieke versie van het boek, met kenmerken, zoals formaat (hardcover, paperback), publicatiedatum en aantal pagina's. ### Datawoordenboek Sommige velden hebben wellicht wat uitleg nodig. - Het veld **Beoordeling** in de beoordelingstabel heeft een schaal van 1-5, waarbij 5 hoog is. - Het veld **Formaat** is een gedetailleerde uitsplitsing van het formaat. Alles behalve "Hardcover" kan als "Paperback" worden beschouwd. - **ISBN-nummer** staat voor International Standard Book Number en is een unieke 13-cijferige identificatiecode die aan elke editie van een boek wordt gegeven. Het ISBN-nummer wordt weergegeven in de barcode en is gekoppeld aan de prijs. - De velden **Item-ID** en **Order-ID** zijn hiërarchisch. Een order kan meerdere artikelen bevatten. - Het veld **Opmerking van personeel** bevat samenvattingen en recensies voor sommige boeken. ### Als u uw eigen databron bouwt 1. De tabellen **Uitgever** en **Verkoop** moeten gerelateerd zijn aan de tabel **Editie**. 2. De tabellen **Boek** en **Informatie** kunnen gerelateerd zijn of samengevoegd, maar dit moet wel in de berekening voorkomen `BookID = [BookID1]+[BookID2]`. - Het maken van een join binnen wordt voorgesteld. - De tabel **Serie** kan alleen worden gebruikt als de tabel Info deel uitmaakt van de databron. - _Optioneel:_ 1. We raden u aan de logische tabel van Boek samen met Info te hernoemen in 'Boek' of iets dergelijks. 2. De vier Verkoop-tabellen kunnen onafhankelijk worden geanalyseerd, maar als ze verenigd zijn, raden we aan om de vereniging te hernoemen in 'Verkoop' of iets dergelijks. 3. De meeste velden die worden gebruikt om relaties te vormen, zijn niet nodig voor analyse en kunnen worden verborgen zodra het datamodel is gebouwd - Elk veld dat eindigt op ID kan worden verborgen. (Bijvoorbeeld ReviewID en ReviewerID bij beoordelingen en ItemID en OrderID bij verkopen.) - Het ISBN-nummer moet, idealiter uit de tabel Editie, worden bewaard als identificatie van elke editie. Het veld ISBN-nummer in de verenigde tabel Verkoop kan verborgen zijn. - Het veld Titel in de tabel Onderscheiding kan verborgen zijn. - De werkblad- en tabelvelden van de Vereniging bevatten ook geen unieke informatie en kunnen worden verborgen. 5. **Boek**, **Auteur** en **Editie** zijn de belangrijkste tabellen voor het vereenvoudigen van het datamodel. De gemakkelijkste tabellen om weg te laten met minimale impact zijn **Afrekentransacties** en **Beoordelingen**, gevolgd door **Onderscheiding**, **Uitgever**, **Verkoop** of **Informatie** en **Serie**. ## Bookshop Libraries Het bestand BookshopLibraries.xlsx introduceert nieuwe tabellen rond bibliotheken met als doel veel-op-veel-relaties te ondersteunen. De tabel Catalogus heeft betrekking op de tabel Editie op ISBN-nummer. De tabel Bibliotheekprofielen heeft betrekking op de tabel Catalogus als een veel-op-veel-relatie (n:n) op LibraryID. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bookshop_libraries_schema.png) ### Datawoordenboek Bibliotheekprofiel - Het veld **Bibliotheek** is de naam van de bibliotheek. - Het veld **Bibliotheek-ID** is een ID die ook in de tabel Catalogus wordt gebruikt. - Het veld **Consortiumlid** is een ja/nee-veld dat aangeeft of de bibliotheek deel uitmaakt van een groter netwerk van bibliotheken dat interbibliothecair leenverkeer aanbiedt en andere services deelt. - Het veld **Privé** is een ja/nee-veld dat aangeeft of deze bibliotheek een openbare instelling is of alleen toegankelijk is voor leden. - **Personeelstype** en **Aantal medewerkers** beschrijven samen hoeveel bibliothecarissen, bibliotheekassistenten en bibliotheektechnici voor elke bibliotheek werken. Catalogus - **Leen-ID** is een unieke identificatie voor de combinatie van ISBN-nummer en bibliotheek die wordt gebruikt om het **Aantal exemplaren** te volgen dat een bibliotheek heeft. Als de Bibliotheek voor inactieve uren bijvoorbeeld twee paperback-exemplaren en één hardcover-exemplaar van een titel heeft, zijn er twee Leen-ID's. - Het veld **Bibliotheek-ID** is een ID die ook wordt gebruikt in de tabel Bibliotheekprofiel. Structuur van de tabel Bibliotheekprofiel De tabel Bibliotheekprofiel is oorspronkelijk opgemaakt als een niet-gedraaide tabel met een kolom voor elk type medewerker:
BibliotheekBibliotheek-IDConsortiumlidPrivéBibliothecarissenBibliotheektechniciBibliotheekassistenten

Bibliotheek voor inactieve uren

L-IHLjaNee536116

The Bibliophile’s Shelves

L-BSjaja430

Armchair Athanaeum

L-AANeeja600
Old Friend LibraryL-OFLjaNee3517
Bide AwhileL-BAjaNee9206
IndieUnBoundL-IUBjaNee7247

Pagina Station Book Exchange

L-PSNeeja314
De tabel draaide over de kolommen Bibliothecarissen, Bibliotheektechnici en Bibliotheekassistenten. Het uiteindelijke formaat heeft een kolom voor Personeelstype en een kolom voor Aantal medewerkers. Dit betekent echter dat er voor elke bibliotheek meer dan één rij is. De Bibliotheek-ID-waarden zijn daarom niet uniek en de gedraaide versie van de tabel moet veel-op-veel gerelateerd zijn aan de tabel Catalogus. Hoewel dit het voordeel heeft dat er een veel-op-een-relatie tussen Catalogus en Profiel mogelijk is, is het niet ideaal voor [Data structureren voor analyse](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/data_structure_for_analysis.htm). ## Verkennen Deze dataset, hoewel fictief, ondersteunt verschillende analytische scenario's en veel onderzoek. Enkele suggesties zijn onder meer: - Welke boeken zijn het populairst? Het minst populair? Is dat gebaseerd op verkopen, recensies, afrekentransacties of een andere statistiek? - Wie was de jongste debuutauteur? Wie was de oudste? - Lijken sommige uitgeverijen zich op de een of andere manier te specialiseren? - Wat was de langste tijd tussen edities van hetzelfde boek? - Zijn er seizoenstrends voor de verkoop? Hoe zit het met afrekentransacties? Zijn er titels of genres met seizoensschommelingen? - Zijn er correlaties tussen afrekentransacties, afdrukformaten, beoordelingen van boekrecensies en verkoopvolume? - Hebben de auteurs die de meeste tijd aan het schrijven hebben besteed de meest succesvolle boeken? Hebben ze het hoogste aantal pagina's? - Wanneer worden de meeste boeken gepubliceerd? Zijn er afwijkingen? - Zijn er trends op het gebied van genre, formaat en prijs? - Hoe zijn de beoordelingen verdeeld? Verschillen die verdelingen per boek? Op genre? Lijken ze in lijn te zijn met onderscheidingen? - Hoe zou u de verkoopprijs berekenen, aangezien er soms (maar niet altijd) korting wordt gegeven op het moment van de verkoop? - Benadert de verkoop het Pareto-principe? - Zijn er patronen in de kortingen? - Lijken bepaalde tabellen in het bijzonder vervuilde data te bevatten? Boekwinkel-dataset Paaseieren - _Etaoin Shrdlu_ is een verwijzing naar linotype hot-type machines. _Palimpsest_ is een referentie voor het maken van manuscripten. - Auteursnamen zijn afgeleid van een lijst van beroemde Amerikaanse auteurs, waarbij hun voor- en achternaam door elkaar zijn geschud. - De publicatiedatums zijn tegenwoordig meestal op dinsdag. Dit kwam tot uiting in de data, die ervan uitgaan dat deze industriestandaard ook in het jaar 2178 geldt. - Eén boek heeft geen recensies, afrekentransacties of verkopen. - De data van Afrekentransacties zijn gebaseerd op werkelijke bibliotheekdata, waarbij Boek-ID’s zijn toegewezen aan titels, zodat de afrekentrends realistisch zijn. - De data van Beoordelingen zijn gebaseerd op daadwerkelijke boekbeoordelingsdata, waarbij Boek-ID's zijn toegewezen aan titels, zodat de verdeling van de beoordelingen voor een bepaald boek reëel is. - Het aandeel van de verkopen voor één boek versus meerdere boeken is gebaseerd op data uit de praktijk van een onafhankelijke boekwinkel. - De data van Verkopen worden volledig gegenereerd, maar zijn gebaseerd op daadwerkelijke seizoens- en weekdagtrends voor een vakantieoord met een op toerisme gebaseerde economie (proportioneel per maand en dag van de week, en voor de voorjaarsvakantie en de wintervakanties).  - De verkoop stijgt tijdens lange weekenden en de voorjaarsvakantie. - De verkoop is veel hoger in het weekend en het laagst op dinsdag en donderdag. - Het hoogseizoen is de zomer tussen 4 juli en Labor Day (eerste maandag in september). - De verkoop stijgt onmiddellijk na Thanksgiving en in de weken voorafgaand aan Kerstmis. - De ISBN-nummers in de dataset zijn fictief, maar opgebouwd volgens de ISBN-13-principes: - EAN—989 (niet daadwerkelijk in gebruik) - Groepsnummer—28 - Registratie-element uitgever—variërende lengte (2-4 cijfers) - Titelelement, variërende lengte (3-5 cijfers, afhankelijk van de lengte van het registratie-element) - Controlecijfer, gemaakt met de modulaire rekenkundige berekening van het ISBN-13-controlecijfer - Een van de ontwikkelaars die aan deze functie werkte, stelde een boek voor zonder edities, en de titel _The Deep Grey_, dus de Boek-ID eindigt met de laatste drie cijfers van zijn zakelijke telefoonnummer. - Er staat een (opzettelijke) fout in de tabel Editie waarin twee edities van Boek-ID PA169 zijn gelabeld als Palimpsest Printing, maar het ISBN-nummer geeft aan dat ze daadwerkelijk zijn gedrukt door Etaoin Shrdlu Press. De persoon die deze dataset heeft gemaakt, beleefde veel plezier aan het maken ervan en heeft duidelijk een grote liefde voor boeken. Ze hoopt dat u plezier zult beleven aan de dataset en dat u hierdoor de kracht, elegantie en schoonheid van relaties in Tableau zult leren waarderen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # De databron plannen Uw data staan centraal in Tableau. Hoe succesvol u bent in het verkennen van data, het beantwoorden van vragen en het bouwen van visualisaties voor eigen gebruik of voor anderen, hangt allemaal af van de onderliggende data. Als het uw doel is om snelle verkenningen of ad-hocanalyses uit te voeren, volstaat het misschien om even snel verbinding te maken met de data en een paar visualisaties te bouwen door zaken te slepen en neer te zetten, om zo de informatie die u nodig hebt te verkrijgen. Maar als het uw doel is om een analyse of databron voor regelmatig gebruik te maken, is het beter om uw databron goed te overdenken en plannen. ## Tableau-databronnen Een Tableau-databron is de koppeling tussen uw brondata en Tableau. Het is in wezen de som van uw data (als liveverbinding of als extract), de verbindingsgegevens, de namen van tabellen of werkbladen die data bevatten, en de semantiek bovenop de data. Die semantiek omvat zaken als hoe de data worden gecombineerd, berekeningen, hernoemde velden en de standaardindeling. Een Tableau-_databron_ kan meerdere _dataverbindingen_ naar verschillende databases of bestanden bevatten. Verbindingsgegevens omvatten waar de data zich bevinden (zoals een bestandspad of een netwerklocatie) en details over hoe u verbinding kunt maken met de data (zoals de aanmeldingsgegevens van een database). **Opmerking**: De termen _databron_ en _dataverbinding_ zijn in het verleden door elkaar gebruikt en in veel materialen kan het lastig zijn ze van elkaar te onderscheiden. Het is ook belangrijk om rekening te houden met het verschil tussen de Tableau-databron (de toegang van Tableau tot uw data en alle aanpassingen die daarbij betrokken kunnen zijn) en de brondata zelf (zoals een database of Excel-spreadsheet). Het plannen van een databron in de zin van het ontwerpen van een database valt niet binnen het bereik van dit onderwerp. ## Data combineren Als u een databron met één tabel hebt, kunt u [verbinding maken met uw data](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/basicconnectoverview.htm), de tabel naar het canvas slepen en beginnen met het bouwen van uw weergave. Maar als uw data over meerdere tabellen, of meerdere databases, zijn verspreid, moet u deze data combineren. Het combineren van data gebeurt op de Databronpagina.
Enkele databaseMeerdere databases
  1. Maak verbinding met uw data. Hierdoor ontstaat een databron.
  2. Sleep een tabel of blad met data naar het canvas.
  3. Sleep een tweede tabel of blad naar het canvas. Nu zal er of een noedel worden gevormd, wat aangeeft dat er een automatische relatie is gevormd, of het dialoogvenster Relatie bewerken zal worden geopend, waarin u wordt gevraagd Tableau te vertellen welk veld in de tabellen de relatie tussen de twee tabellen aangeeft.
  4. Ga door met het toevoegen van tabellen.
  1. Maak verbinding met uw data. Hierdoor ontstaat een databron.
  2. Sleep een tabel of blad met data naar het canvas.
  3. Nadat u de eerste datatabel hebt weergegeven, klikt u op de link Toevoegen rechts van de koptekst Verbindingen in het linkerdeelvenster.
  4. Schakel tussen dataverbindingen in het linkerdeelvenster en sleep vervolgens de gewenste tabel naar het canvas. Nu zal er of een noedel worden gevormd, wat aangeeft dat er een automatische relatie is gevormd, of het dialoogvenster Relatie bewerken zal worden geopend, waarin u wordt gevraagd Tableau te vertellen welk veld in de tabellen de relatie tussen de twee tabellen aangeeft.
  5. Blijf tabellen toevoegen en schakel indien nodig tussen dataverbindingen.
**Opmerking**: Om tabellen in verschillende databases te relateren, moeten ze worden toegevoegd als **dataverbindingen** binnen dezelfde databron, geen nieuwe **databron**. Dataverbindingen worden toegevoegd via de link Toevoegen in het linkerdeelvenster. Nieuwe databronnen kunnen worden gemaakt via het menu Data of via het vervolgkeuzemenu van het pictogram naast de naam van de databron, zoals u in deze afbeelding kunt zien: ![Een vervolgkeuzemenu met de optie om een nieuwe databron toe te voegen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datasource_plan_connection_vs_source.png) ### Methoden voor het combineren van data Relaties zijn de standaardmanier om data in Tableau te combineren. Relaties zijn een dynamische, flexibele manier om data uit meerdere tabellen te combineren voor analyse. Indien nodig kunnen tabellen ook worden samengevoegd met behulp van een join of vereniging. Databronnen kunnen ook worden gecombineerd. Laten we eens kijken naar de opties voor de manier waarop data in Tableau kunnen worden gecombineerd, en naar enkele situaties waarin elke methode nuttig is.
RelatiesBepalen de mogelijkheden voor joins tussen twee tabellen op basis van gerelateerde velden. Voegen data niet samen om een nieuwe, vaste tabel te creëren. Tijdens de analyse worden de relevante tabellen automatisch doorzocht met behulp van de contextueel geschikte joins om een aangepaste datatabel voor die analyse te genereren.

Handhaven het juiste detailniveau, verliezen geen data, behouden de juiste aggregaties en hanteren null-waarden.

Kan worden gebruikt in meerdere gepubliceerde databronnen.

JoinsVoegen twee datatabellen samen op basis van een join-component en een join-type om een nieuwe, vaste datatabel te vormen. Worden vaak gebruikt om nieuwe datakolommen toe te voegen binnen dezelfde basisrijstructuur.

Sommige join-typen kunnen dataverlies veroorzaken als velden niet in alle tabellen aanwezig zijn. Kunnen dataduplicatie veroorzaken als tabellen zich op verschillende detailniveaus bevinden.

VerenigingenVoegen twee of meer datatabellen samen om een nieuwe, vaste datatabel te vormen. Worden gebruikt om (nieuwe rijen met) data toe te voegen binnen dezelfde basiskolomstructuur.
CombinatiesData blijven gescheiden. Tableau doorzoekt de databronnen onafhankelijk van elkaar en visualiseert de resultaten samen in de weergave, op basis van de koppelingsvelden die voor dat blad zijn vastgelegd. Bootsen het gedrag van een left join na en kunnen data uit secundaire databronnen filteren.
**Opmerking**: Het is ook mogelijk om data te combineren met [Aangepaste SQL](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/customsql.htm). Meestal is het het beste om data rechtstreeks op het canvas samen te voegen of om datacombinatie te gebruiken. Dat geeft Tableau de grootste flexibiliteit voor optimalisatie. In bepaalde scenario's kunnen er echter redenen zijn om Aangepaste SQL te gebruiken. Houd er rekening mee dat dit gevolgen voor de prestaties kan hebben, omdat Tableau gedwongen wordt de Aangepaste SQL-instructie uit te voeren zoals die geschreven is. ### Relaties Relateren is een methode voor het werken met data van meerdere tabellen op basis van gedeelde velden (kolommen) tussen die tabellen. Met behulp van een relatie weet Tableau hoe rijen tussen tabellen kunnen worden verbonden. Tableau bewaart die informatie, maar brengt de rijen niet onmiddellijk bij elkaar, zoals wel gebeurt bij joins die in code zijn vastgelegd. In plaats daarvan worden bij het maken van een visualisatie de bij de analyse betrokken velden via de relatie getraceerd en worden de juiste joins gemaakt om de correcte data te retourneren. Omdat de data buiten de context van een visualisatie nooit in één tabel worden geforceerd, zijn relaties nuttig wanneer de data zich op verschillende detailniveaus of granulariteitsniveaus bevinden. Bijvoorbeeld wanneer u in een tabel met data over de dagelijkse neerslag moet werken, en in een andere tabel met de temperaturen per uur. Zie [Uw data relateren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/relate_tables.htm) voor meer informatie over het combineren van tabellen met behulp van relaties: Voor meer informatie over het combineren van tabellen met behulp van relaties, zie [Uw data relateren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/relate_tables.htm) en deze Tableau-blogposts: - [Relaties, deel 1: Introductie van nieuwe datamodellering in Tableau (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) - [Relaties, deel 2: Tips en trucs (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-2-tips-and-tricks) - [Relaties, deel 3: Vragen stellen over meerdere gerelateerde tabellen (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/6/relationships-part-3-asking-questions-across-multiple-related-tables) **Opmerking**: In Tableau versie 2024.2 en hoger ondersteunt het Tableau-datamodel analyse op basis van meerdere feitentabellen en gedeelde dimensies via relaties op basis van meerdere feitentabellen. Zie [Over datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm), [Wanneer een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen gebruiken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_when_to_use.htm) en [Een datamodel maken met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_build.htm) voor meer informatie. ### Een join maken Joins maken is een methode voor het combineren van tabellen die gerelateerd zijn door gemeenschappelijke velden. Het resultaat van het combineren van data met behulp van een join is een tabel die horizontaal wordt uitgebreid door kolommen met data toe te voegen. ![Lichtpaarse en donkerpaarse balken geven het combineren van data met behulp van een join aan.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/visual_join.png) Zie [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joining_tables.htm) voor meer informatie over joins maken van data in Tableau. ### Datacombinatie Wanneer u datacombinatie gebruikt, combineert u data in een zogenaamde primaire databron met gemeenschappelijke velden uit een of meer secundaire databronnen. Data combineren is nuttig in de volgende situaties: - U moet de configuratie van de databron per werkblad wijzigen. - U wilt databases combineren die geen relaties of joins toestaan, zoals kubusdatabronnen. Het resultaat van het combineren van data met behulp van een datacombinatie is een virtuele tabel die horizontaal wordt uitgebreid door kolommen met data toe te voegen. De data uit elke databron worden geaggregeerd tot een gemeenschappelijk niveau voordat ze samen in de visualisatie worden weergegeven. ![De paarse en blauwe balken geven het combineren van data met behulp van een datacombinatie aan.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/visual_blend.png) Zie [Uw data combineren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multiple_connections.htm) voor meer informatie over hoe datacombinatie werkt en hoe u het kunt gebruiken in Tableau. ### Vereniging Verenigen is een methode voor het toevoegen van waarden (rijen) aan tabellen. U kunt verenigde tabellen maken als ze dezelfde kolommen hebben. Het resultaat van het combineren van data met behulp van een vereniging is een virtuele tabel die dezelfde kolommen heeft maar verticaal wordt uitgebreid door rijen met data toe te voegen. ![Lichtpaarse en donkerpaarse balken geven het combineren van data met behulp van een vereniging aan.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/visual_union.png) U kunt tabellen op twee manieren verenigen: handmatig of door te zoeken met jokertekens. Zie [Uw data verenigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/union.htm) voor meer informatie over het verenigen van data met behulp van een van deze methoden in Tableau. ## Overwegingen voor een Tableau-databron Zorg er allereerst voor dat u duidelijk weet wat het doel van de databron is. Een allesomvattende databron voor een grote verscheidenheid aan gebruikers met allerlei vragen wordt op een andere manier gemaakt dan een nichedatabron die geoptimaliseerd is voor prestaties. Het is belangrijk om vanaf het begin uw doel te kennen. Met dat doel voor ogen zijn er verschillende zaken die u moet overwegen en plannen voordat u een databron in Tableau bouwt: - Locatie en toegang - Vorm en netheid - Het datamodel en het combineren van data - Semantiek en maatwerk - Schaalbaarheid, beveiliging en vindbaarheid - Prestaties en nieuwheid #### Locatie en toegang De locatie van uw data kan heel eenvoudig zijn zoals één Excel-bestand of een Google Spreadsheet, maar ook complex zoals meerdere databases die verschillende technologieën gebruiken. Toegang kan ook betrekking hebben op specifieke stuurprogramma's of connectors voor een database of op inloggegevens voor een databaseserver. **Vragen om rekening mee te houden:** - Hebben de juiste Tableau-gebruikers toegang en machtigingen voor zowel de data als Tableau? - Welk gebruikersaccount moet worden gebruikt om in te loggen op de database? - Zal gebruikersfiltering of [beveiliging op rijniveau](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/rls_bestpractices.htm) nodig zijn? - Bevinden de brondata zich on-premises of in de cloud? - Dit kan [gevolgen hebben als de data worden gepubliceerd naar Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_publish.htm#tableau-online-data-connection-support). - Zijn er [Door Tableau geleverde connectors gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/exampleconnections_overview.htm)? - Zijn er beperkingen voor die database (ondersteunt de database alle functionaliteit die u wilt gebruiken)? #### Vorm en netheid Uw organisatie beschikt mogelijk al over goed gestructureerde data waarmee u verbinding kunt maken, of over ETL-processen die u kunt gebruiken. Als alternatief kunt u Tableau Prep Builder gebruiken om opschoon- en vormgevingsbewerkingen uit te voeren, zodat uw data worden omgezet naar een bruikbare indeling. **Vragen om rekening mee te houden:** - Zijn de data goed gestructureerd voor gebruik met Tableau? - Moeten [Tableau Prep Builder](https://help.tableau.com/current/prep/nl-nl/prep_clean.htm) en Tableau Prep Conductor worden gebruikt voor het reinigen en [automatiseren](https://help.tableau.com/current/prep/nl-nl/prep_conductor_publish_flow.htm) van flows voor datavoorbereiding? - Welke berekeningen of manipulaties kunnen het beste native in Tableau worden uitgevoerd? - Zijn delen van deze data overbodig? Ontbreken er data? #### Het datamodel en het combineren van data Tableau moet weten hoe de data die worden overgebracht door [Het Tableau-datamodel](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel.htm) moeten worden opgevraagd. Als de data uit meerdere tabellen komen, moeten de data worden gecombineerd. Methoden voor het combineren van data zijn onder meer relaties, joins, verenigingen en combinaties. **Vragen om rekening mee te houden:** - Zijn de data verspreid over meerdere systemen? - Wat is voor elke datatabel de beste manier om die te combineren? #### Metadata en mogelijkheid tot aanpassing Data worden vaak opgeslagen op een manier die voor een persoon niet gemakkelijk te gebruiken is. Standaardveldnamen kunnen bijvoorbeeld onpraktisch zijn, definities van afkortingen of codes kunnen ontbreken, en mogelijk zijn algemene berekeningen niet aanwezig in de onderliggende data. Het creëren van een semantische laag met deze stukjes informatie kan ervoor zorgen dat de data veel gemakkelijker te begrijpen en te gebruiken zijn. **Vragen om rekening mee te houden:** - Welke berekeningen moeten worden toegevoegd? - Zijn de tabel- en veldnamen begrijpelijk? - Zijn de standaardinstellingen voor de velden nuttig of moeten deze worden aangepast? - Moeten er aanpassingen worden gedaan ter ondersteuning van [Tableau Catalog](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/qs_content_page.htm#add-or-edit-descriptions)? _Opmerking: Data uitleggen biedt momenteel geen ondersteuning voor databronnen met meerdere tabellen._ #### Schaalbaarheid, beveiliging en vindbaarheid Een databron kan in de werkmap blijven staan waarin deze is gemaakt ([een ingesloten databron](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/permissions.htm#data-access-for-published-tableau-data-sources)), of worden gepubliceerd naar Tableau Server of Tableau Cloud als een eigen inhoudsasset. Deze centralisatie van gepubliceerde databronnen heeft het extra voordeel van beveiliging en schaalbaarheid, waardoor meerdere gebruikers toegang hebben tot een consistente databron. Gepubliceerde databronnen kunnen ook profiteren van [Tableau Catalog](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/dm_catalog_overview.htm) en aanbevelingen en bieden een enkele bron van waarheid voor een organisatie. **Vragen om rekening mee te houden:** - Moet de databron ingesloten blijven in de werkmap? _(Bij de volgende vragen wordt ervan uitgegaan dat de databron wordt gepubliceerd)_ - Waar zal de databron gepubliceerd worden? - Wie is de eigenaar van de databron? - Welke [verificatie](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/publishing_sharing_authentication.htm) en [machtigingen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/publish_workbooks_permissions_add.htm) moet de databron hebben? - Zal de databron [gecertificeerd](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/datasource_certified.htm) zijn? #### Prestaties en nieuwheid Bovendien kunnen Tableau-databronnen liveverbindingen zijn met de brondata of kunnen de data worden gekopieerd als een vernieuwbaar extract. Extracten kunnen de analyseprestaties verbeteren of voorkomen dat databasesystemen uitgeput raken. **Vragen om rekening mee te houden:** - Moet de dataverbinding live zijn of een [extract](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/extracting_data.htm)? - Indien sprake is van een extract, is er een vernieuwingsschema? ([Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/data_fresh_section.htm) | [Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_keep_data_fresh.htm)) - Indien gepubliceerd naar Tableau Cloud, zal er gebruik gemaakt moeten worden van [Tableau Bridge](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/qs_refresh_local_data.htm)? ### Databronnen van hoge kwaliteit bouwen Er komt veel kijken bij een goed ontworpen en performante databron. U hoeft de eerste poging echter niet te publiceren. Net als het maken van een goede visualisatie kan het bouwen van een databron een continu proces zijn. Probeer eerst de data te combineren die u denkt nodig te hebben en kijk dan of u de gewenste visualisatie kunt opbouwen. U kunt altijd teruggaan en een nieuwe berekening opstellen of een andere tabel met data invoeren. Voer wat gebruikerstests uit en vraag of een collega de veldnamen kan achterhalen. Het is natuurlijk het beste om alleen databronnen te publiceren waar u vertrouwen in hebt, en alleen bronnen te certificeren die de kwaliteitsborging hebben doorstaan. Tegen de tijd dat uw databron zichtbaar is voor gebruikers, moeten zij erop kunnen vertrouwen. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # De interactie met de kaart aanpassen Wanneer u een kaartweergave maakt, zijn er verschillende standaardmanieren waarop u de weergave kunt verkennen en bewerken. U kunt de weergave in- en uitzoomen, pannen, markeringen selecteren en zelfs zoeken naar locaties wereldwijd met de kaartzoekfunctie. Soms wilt u echter de manieren beperken waarop uw doelgroep interactie kan hebben met uw kaart. U kunt op de volgende manieren aanpassen hoe uw doelgroep interactie heeft met uw weergave, met behulp van het dialoogvenster Kaartopties. ## Een kaartschaal tonen U kunt een schaal op uw kaart weergeven, zodat uw doelgroep de afstanden tussen uw datapunten kan zien. Deze schaal verschijnt in de rechterbenedenhoek van de weergave en wordt bijgewerkt wanneer u in- en uitzoomt op de kaart. **Opmerking**: Een kaartschaal wordt niet weergegeven op projecties die niet via Web Mercator werken, zoals een WMS dat Plate Carrée gebruikt. Om een kaartschool op uw kaart te tonen: 1. Selecteer Kaart \> Kaartopties. 2. Selecteer in het dialoogvenster Kaartopties dat in de weergave verschijnt de optie Kaartschaal tonen. 3. Klik onder Eenheden op de vervolgkeuzelijst en selecteer de gewenste meeteenheden. - Als u wilt dat de schaal de meetwaarden in meters en kilometers toont, selecteert u Metrisch. - Als u wilt dat de schaal de meetwaarden in voet en mijl toont, selecteert u VS. - Als u wilt dat de meeteenheden worden bepaald door de landinstellingen van uw werkmap, selecteert u Automatisch. **Opmerking**: Deze instelling bepaalt ook de eenheden die de tool Radiaal gebruikt om afstanden te meten. Zie [De meeteenheden wijzigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_measure_distance.htm#units) in het onderwerp Afstanden tussen datapunten en locaties op een kaartweergave meten voor meer informatie. ## Zoekopdracht kaart verbergen U kunt het zoekpictogram voor de kaart verbergen, zodat uw doelgroep niet naar locaties in uw kaartweergave kan zoeken. Om het zoekpictogram voor de kaart te verbergen: 1. Selecteer Kaart \> Kaartopties. 2. Wis in het dialoogvenster Kaartopties dat in de weergave verschijnt de optie Zoekopdracht kaart tonen. **Opmerking:** Wanneer u het zoekpictogram voor de kaart verbergt, verbergt u ook de knop Zoek mij voor weergaven die op internet zijn gepubliceerd. Zie [Data op kaarten verkennen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_explore.htm) voor meer informatie over de knop Zoek mij. ## De weergavewerkbalk verbergen U kunt de weergavewerkbalk in een kaartweergave verbergen, zodat uw doelgroep de kaart niet kan vergrendelen of de kaart niet kan inzoomen op al uw data. Om de weergavewerkbalk te verbergen: 1. Selecteer Kaart \> Kaartopties. 2. Wis in het dialoogvenster Kaartopties dat in de weergave verschijnt de optie Weergavewerkbalk tonen. **Opmerking:** Wanneer u de weergavewerkbalk verbergt, kunt u nog steeds sneltoetsen gebruiken om in en uit te zoomen op de weergave, te pannen en markeringen te selecteren. Zie [Snelkoppelingen voor het selecteren en navigeren van markeringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/shortcut.htm#Shortcuts_marks) voor meer informatie. ## Pannen en zoomen uitschakelen U kunt pannen en zoomen in uw kaartweergave en in achtergrondafbeeldingen uitschakelen, zodat uw doelgroep niet kan pannen of in- of uitzoomen in de weergave. Om pannen en zoomen uit te schakelen: 1. Selecteer Kaart \> Kaartopties. 2. Wis in het dialoogvenster Kaartopties dat in de weergave verschijnt de optie Pannen en zoomen toestaan. Wanneer u pannen en zoomen uitschakelt, worden de sleeptool en alle zoomregelaars verwijderd van de weergavewerkbalk en wordt de rechthoektool de standaardtool. Sneltoetsen voor het in- en uitzoomen van de weergave of voor pannen werken niet meer. Als het zoekpictogram voor de kaart niet verborgen is, kunt u nog steeds door de weergave navigeren door met het zoekvak van de kaart naar locaties te zoeken. ## Zie ook: [Zoeken naar locaties op uw kaart](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsearch.htm) [Zoomen en pannen in weergaven, en markeringen selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_pan_zoom.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # De Tableau-werkruimte De Tableau-werkruimte bestaat uit menu's, een werkbalk, het deelvenster Data, kaarten en containers, en één of meer bladen. Bladen kunnen werkbladen, dashboards of verhalen zijn. Zie [Een dashboard maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dashboards_create.htm) of [De verhaalwerkruimte](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/story_workspace.htm) voor details over dashboard- of verhaalwerkruimten. ## Werkruimtegebied ![Een Tableau-werkmap met de onderdelen van de Tableau-werkruimte. ](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_workspace1.png) **A.** Naam van de werkmap. Een werkmap bevat bladen. Een blad kan een werkblad, een dashboard of een verhaal zijn. Zie [Werkmappen en bladen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environ_workbooksandsheets.htm) voor meer informatie. **B.**[Kaarten en containers](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildmanual_shelves.htm) - Sleep velden naar de kaarten en containers in de werkruimte om data toe te voegen aan uw weergave. **C.**[Werkbalk](#ToolbarButtons): gebruik de werkbalk om toegang te krijgen tot opdrachten en analyse- en navigatietools. **D.**[Weergave](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/view_parts.htm) - Dit is het canvas in de werkruimte waar u een visualisatie maakt. **E.** Klik op dit pictogram om naar de startpagina te gaan, waar u verbinding kunt maken met data. Zie [Startpagina](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environment_startpage.htm) voor meer informatie. **F.**[Zijbalk](#SideBar): in een werkblad bevat het zijbalkgebied het [deelvenster Data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_understanddatawindow.htm) en het [deelvenster Analyse](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environ_workspace_analytics_pane.htm). **G.** Klik op dit tabblad om naar de databronpagina te gaan en uw data te bekijken. Zie [Databronpagina](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environment_datasource_page.htm) voor meer informatie. **H.**[Statusbalk](#StatusBar) - Geeft informatie weer over de huidige weergave. **I.** Bladtabbladen: tabbladen duiden elk blad in uw werkmap aan. Dit kunnen werkbladen, dashboards en verhalen zijn. Zie [Werkmappen en bladen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environ_workbooksandsheets.htm) voor meer informatie. Bekijk de trainingsvideo [Navigeren door de werkruimte in Tableau Desktop](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/tutorials/on-demand/navigating-workspace-tableau-desktop?playlist=509089) (3 minuten) voor een visuele rondleiding door de werkruimte. [Terug naar boven](#top) * * * ## Referentie voor de Tableau-werkbalkknop Wanneer u een weergave maakt of bewerkt, kunt u de werkbalk bovenaan de weergave gebruiken om veelvoorkomende acties uit te voeren. In Tableau Desktop kunt u de Tableau-werkbalk verbergen of weergeven door Venster > Werkbalk tonen te selecteren. In de onderstaande tabel worden de functies van elke werkbalkknop uitgelegd. Sommige knoppen zijn niet in alle Tableau-producten beschikbaar. Zie ook [Visuele signalen en pictogrammen in Tableau Desktop](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/tips_visualcues.htm).
WerkbalkknopBeschrijving
Tableau-pictogram.

Tableau-pictogram: Navigeert naar de startpagina. Zie Startpagina voor meer informatie.

Opmerking: alleen Tableau Desktop.

Een pijl die naar links wijst.

Ongedaan maken: Maakt de meest recente actie in de werkmap ongedaan. U kunt een onbeperkt aantal keren ongedaan maken, terug tot de laatste keer dat u een werkmap hebt geopend, zelfs nadat u deze hebt opgeslagen. Zie Ongedaan maken en opnieuw uitvoeren voor meer informatie.

Het pictogram Opnieuw.Opnieuw uitvoeren: Herhaalt de laatste actie die u met de knop Ongedaan maken hebt teruggedraaid. U kunt een onbeperkt aantal keren opnieuw uitvoeren.
Het pictogram Opslaan.

Op Tableau Public opslaan: Slaat de wijzigingen op die in de werkmap zijn aangebracht. Zie Werkmappen opslaan met Tableau Public voor meer informatie.

Het pictogram Databron verbinden.

Nieuwe databron: Opent in Tableau Desktop het deelvenster Verbinding maken waarin u een nieuwe verbinding kunt maken of een opgeslagen verbinding kunt openen. Zie Verbinding maken met uw data voor meer informatie.

Het pictogram Vernieuwen.

Update uitvoeren: Voert een handmatige query uit op de data om de weergave bij te werken met wijzigingen wanneer automatische updates zijn uitgeschakeld. Gebruik het vervolgkeuzemenu om het hele werkblad bij te werken of alleen filters te gebruiken.

Opmerking: alleen Tableau Desktop.

Het pictogram Nieuw werkblad.

Nieuw werkblad: Maakt een nieuw leeg werkblad. Gebruik het vervolgkeuzemenu om een nieuw werkblad, dashboard of verhaal te maken.

Zie Nieuwe werkbladen, dashboards of verhalen maken voor meer informatie.

Het pictogram Blad kopiëren.

Dupliceren: Maakt een nieuw werkblad met dezelfde weergave als het huidige blad. Zie Een blad dupliceren voor meer informatie.

Het pictogram Wissen dat een kleine afbeelding van een staafdiagram toont met een x in de hoek.

Wissen: Wist het huidige werkblad. Gebruik het vervolgkeuzemenu om specifieke onderdelen van de weergave te wissen, zoals filters, opmaak, formaat en asbereiken.

De knop Assen omwisselen.Omwisselen: Verplaatst de velden op de container Rijen naar de container Kolommen en omgekeerd. De instellingen van Lege rijen verbergen en Lege kolommen verbergen worden met deze knop altijd omgewisseld.
Het pictogram Oplopend sorteren.Oplopend sorteren: Hiermee wordt een sortering in oplopende volgorde toegepast op een geselecteerd veld, op basis van de meetwaarden in de weergave. Zie Data sorteren in een visualisatie voor meer informatie.
Het pictogram Aflopend sorteren.Aflopend sorteren: Hiermee wordt een sortering in aflopende volgorde toegepast op een geselecteerd veld, op basis van de meetwaarden in de weergave. Zie Data sorteren in een visualisatie voor meer informatie.
Het pictogram Totalen.Totalen: U kunt eindtotalen en subtotalen berekenen voor de data in een weergave. U kunt kiezen uit de volgende opties:
  • Eindtotalen van kolommen tonen: Voegt een rij toe met de totalen voor alle kolommen in de weergave.

  • Eindtotalen van rijen tonen: Voegt een kolom toe met de totalen voor alle rijen in de weergave.

  • Rijtotalen naar links: Verplaatst rijen met totalen naar de linkerkant van een kruistabel of weergave.

  • Kolomtotalen naar boven: Verplaatst kolommen met totalen naar de bovenkant van een kruistabel of weergave.

  • Alle subtotalen toevoegen: Voegt rijen en kolommen met subtotalen in de weergave in als u meerdere dimensies in een kolom of rij hebt.

  • Alle subtotalen verwijderen: Verwijdert rijen of kolommen met subtotalen.

Opmerking: Alleen Tableau Server en Tableau Cloud. Klik in Tableau Desktop op Analyse > Totalen. Zie Totalen weergeven in een visualisatie voor meer informatie.

Het pictogram Highlighter.

Highlighten: Schakel highlights in voor het geselecteerde blad. Gebruik de opties in het vervolgkeuzemenu om te bepalen hoe waarden worden gehighlight. Zie Werkbalkknop Highlighten.

Groepspictogram met een paperclip en een vervolgkeuzepijl.

Groepsleden: Maakt een groep door geselecteerde waarden te combineren. Wanneer u meerdere dimensies selecteert, kunt u met behulp van het vervolgkeuzemenu opgeven of u wilt groeperen op een specifieke dimensie of op alle dimensies. Zie Fouten in data corrigeren of dimensieleden combineren door uw data te groeperen voor meer informatie.

Opmerking: alleen Tableau Desktop. Maak in Tableau Server en Tableau Cloud groepen met behulp van de knop Groepsleden op de knopinfo.

Het pictogram Label toevoegen aan de kaart Markeringen.

Markeringslabels tonen: Schakelt tussen het tonen en verbergen van markeringslabels voor het huidige blad. Zie Markeringslabel weergeven, verbergen en opmaken voor meer informatie.

Een afbeelding van een punaise die het punaisepictogram voorstelt.

Vaste assen: Schakelt tussen een vergrendelde as die alleen een specifiek bereik toont en een dynamische as die het bereik aanpast op basis van de minimum- en maximumwaarden in de weergave. Zie Assen bewerken voor meer informatie.

Opmerking: alleen Tableau Desktop.

Het pictogram Werkmap opmaken.

Werkmap opmaken: Open het deelvenster Werkmap opmaken om te wijzigen hoe lettertypen en titels er in elke weergave in een werkmap uitzien door opmaakinstellingen op werkmapniveau op te geven in plaats van op werkbladniveau.

Opmerking: Alleen Tableau Server en Tableau Cloud. Klik in Tableau Desktop op Opmaken > Werkmap. Zie Opmaken op werkmapniveau voor meer informatie.

Vervolgkeuzemenu met het label Standaard.

Het pictogram Passend maken.

Passend maken: Geeft aan wat het formaat van de weergave in het venster moet zijn. Selecteer Standaard, Breedte passend maken, Hoogte passend maken of Volledige weergave. Opmerking: Dit menu is niet beschikbaar in geografische kaartweergaven.

De opdrachten voor Celgrootte hebben verschillende effecten, afhankelijk van het type visualisatie. Klik op Opmaken > Celgrootte om toegang te krijgen tot het menu Celgrootte in Tableau Desktop.

Het pictogram Kaarten tonen/verbergen.

Kaarten tonen/verbergen: Toont en verbergt specifieke kaarten in een werkblad. Selecteer in het vervolgkeuzemenu elke kaart die u wilt verbergen of tonen.

In Tableau Server en Tableau Cloud kunt u alleen kaarten voor Titel, Bijschrift, Filter en Highlighter tonen en verbergen.

Het pictogram Presentatie weergeven.

Presentatiemodus: Schakelt tussen het tonen en verbergen van alles behalve de weergave (d.w.z. containers, werkbalk, deelvenster Data). Zie De werkruimte opnieuw ordenen voor meer informatie.

Opmerking: alleen Tableau Desktop.

Het pictogram Downloaden.Downloaden: Gebruik de opties onder Downloaden om delen van uw weergave vast te leggen voor gebruik in andere toepassingen.
  • Afbeelding: Geeft de weergave, het dashboard of het verhaal weer als een afbeelding in een nieuw browsertabblad.
  • Data: Geeft de data uit de weergave weer in een nieuw browservenster met twee tabbladen: Samenvatting, waarbij geaggregeerde data worden getoond voor de velden die in de weergave worden getoond, en Onderliggend, waarbij onderliggende data voor de geselecteerde markeringen in de visualisatie worden getoond. Als het nieuwe venster niet wordt geopend, moet u mogelijk de pop-upblokkering van uw browser uitschakelen.
  • Kruistabel: Slaat de onderliggende data voor de geselecteerde markeringen in de visualisatie op in een CSV-bestand (door komma's gescheiden waarden) dat vervolgens in Microsoft Excel kan worden geopend.
  • Pdf: opent de huidige weergave als een pdf in een nieuw browservenster. Vanaf daar kunt u dit opslaan naar een bestand. Als het nieuwe venster niet wordt geopend, moet u mogelijk de pop-upblokkering van uw browser uitschakelen.

Opmerking: Alleen Tableau Server en Tableau Cloud.

De knop Laten zien op de werkbalk.Laten zien: Helpt u bij het kiezen van een weergavetype door weergavetypen te highlighten die het beste werken met de veldtypen in uw data. Er wordt een oranje omtrek getoond rondom het aanbevolen grafiektype dat het beste bij uw data past. Zie Laten zien gebruiken om met een weergave te beginnen voor meer informatie.
[Terug naar boven](#top) * * * ## De zijbalk tonen en verbergen (deelvenster Data) De zijbalk bevat het deelvenster Data en het deelvenster Analyse deelvenster wanneer u een werkblad bewerkt. Afhankelijk van wat u in de weergave doet, zijn er verschillende deelvensters zichtbaar (Data, Analyse, Verhaal, Dashboard, Lay-out, Opmaak). Het belangrijkste om te weten over de zijbalk is dat u dit gebied in de werkruimte kunt uitvouwen en samenvouwen. **Om de zijbalk te verbergen in Tableau Desktop**, klikt u op de pijl voor samenvouwen in de zijbalk. ![Vouw het pijlpictogram samen om de zijbalk op Tableau Desktop te verbergen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sidebar_hide_desktop.png) **Om de zijbalk op het web te verbergen**, klik op de pijl voor samenvouwen in de zijbalk. ![Vouw het pijlpictogram samen om de zijbalk op Tableau Cloud te verbergen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sidebar_hide_onweb.png) **Om de zijbalk in Tableau Desktop te tonen** klikt u op de pijl voor uitvouwen linksonder in de werkruimte (in de statusbalk). ![Vouw het pijlpictogram uit om de zijbalk op Tableau Desktop weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sidebar_show_desktop.png) **Om de zijbalk op het web te tonen**, klik op de pijl voor uitvouwen in de zijbalk. ![Vouw het pijlpictogram uit om de zijbalk op Tableau Cloud weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sidebar_show_onweb.png) [Terug naar boven](#top) * * * ## Statusbalkinformatie De statusbalk bevindt zich onderaan de Tableau-werkruimte. Hier worden beschrijvingen van menu-items weergegeven, evenals informatie over de huidige weergave. De statusbalk hieronder toont bijvoorbeeld dat de weergave 143 markeringen heeft, verdeeld over 3 rijen en 12 kolommen. Hieruit blijkt ook dat de SUM(Sales) voor alle markeringen in de weergave $ 2.297.201 bedraagt. ![De statusbalk onderaan de Tableau-werkruimte. ](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_status2.png) U kunt de statusbalk verbergen door Venster > Statusbalk tonen te selecteren. Soms geeft Tableau waarschuwingspictogrammen weer in de rechterbenedenhoek van de statusbalk om fouten of waarschuwingen aan te geven. Hieronder vindt u de mogelijke waarschuwingspictogrammen en hun betekenis.
WaarschuwingspictogramBeschrijving
Het pictogram Annuleren.

Query-indicator annuleren: Wanneer u meerdere query's annuleert, verschijnt er een indicator om u te tonen hoeveel query's er nog op de database worden uitgevoerd en resources gebruiken.

Wanneer u een query in Tableau annuleert, wordt de database verteld dat het verwerken van de query gestopt moet worden. Sommige databases ondersteunen echter geen annuleren (MS Excel en MS Access). Als u een query annuleert met behulp van een van deze typen databronnen, wordt de query door Tableau afgebroken, maar wordt deze nog steeds op de achtergrond uitgevoerd en worden er nog steeds resources gebruikt. Wanneer u query's hebt afgebroken, verschijnt er een indicator in de rechterbenedenhoek van de werkmap die het aantal query's aangeeft dat nog steeds wordt uitgevoerd Een diagram van de indicator voor het annuleren van query's  die in de statusbalk wordt weergegeven.. Naarmate de query's op de achtergrond worden voltooid, zal het aantal afnemen. Het is belangrijk om het aantal query's dat wordt uitgevoerd te monitoren en ervoor te zorgen dat het aantal niet te hoog wordt. Anders verslechtert de prestatie van zowel Tableau als de onderliggende database.

Opmerking: Databronnen Tekst, Microsoft Excel en Microsoft Access zijn mogelijk tijdelijk niet beschikbaar nadat u een query hebt geannuleerd vanwege een intern uitgevoerde vergrendeling. Mogelijk moet u wachten tot de afgebroken query is voltooid voordat u opnieuw verbinding kunt maken.

Het pictogram Waarschuwing.

Precisiewaarschuwing: Sommige velden zijn nauwkeuriger in de database dan Tableau kan modelleren. Wanneer u een veld toevoegt aan een weergave dat waarden bevat met een grotere precisie dan Tableau kan modelleren, wordt er een waarschuwingspictogram Een diagram van een precisiewaarschuwing  die in de statusbalk wordt weergegeven. weergegeven in de rechterbenedenhoek van de statusbalk.

Een waarde in de database kan bijvoorbeeld 22 decimalen hebben, maar Tableau ondersteunt er slechts maximaal 15. Wanneer u dat veld aan de weergave toevoegt, krijgt u een precisiewaarschuwing. U kunt meer details lezen als u op de waarschuwing klikt, zoals het aantal decimalen dat in de weergave is afgekapt.

Houd er rekening mee dat de precisie van de data die in Tableau worden weergegeven, altijd in de eerste plaats afhankelijk is van de data in uw database. Als de waarden in uw database meer dan 15 decimalen bevatten, wordt de waarde afgekapt wanneer u deze aan de weergave toevoegt en verschijnt er een precisiewaarschuwing.

Opmerking: Extracten van relationele databases gebruiken altijd het type Hyper dubbele precisie en nooit het type Hyper numeriek. Als u dus een extract van een relationele database maakt, krijgt u slechts een precisie van 15 cijfers. U kunt naar de Hyper API schrijven en het numerieke type gebruiken om maximaal 18 cijfers te krijgen. Zie Numerieke typen in de Hyper API-documentatie voor gerelateerde informatie.

Een grijze knop met het label '1 onbekend'.

Speciale waardenindicator: Als data null-waarden, onbekende geografische locaties of negatieve of nulwaarden op een logaritmische as bevatten, worden de waarden getoond met een indicator in de rechterbenedenhoek van de weergave. Klik op de indicator voor opties voor het verwerken van deze waarden. Zie Null-waarden en andere speciale waarden afhandelen om meer te weten te komen over deze indicator en hoe u deze waarden kunt verwerken.

[Terug naar boven](#top) * * * ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # De verbindingstekenreeks aanpassen voor systeemeigen connectors Soms kan het nodig zijn om de bestaande verbinding met een systeemeigen connector te wijzigen. U kunt dit doen door een TDC-bestand (Tableau Datasource Customization) te maken dat configuratiewijzigingen doorgeeft aan de verbinding met behulp van de aanpassing odbc-connect-string-extras. Dit artikel is van toepassing op connectors die gebruikmaken van een ODBC-stuurprogramma. > [!IMPORTANT] > > **Belangrijk**: U kunt TDC-bestanden gebruiken om de functionaliteit van een verbinding aan te passen of om verbindingsproblemen met uw data te diagnosticeren en op te lossen. Tableau is niet in staat niet elke mogelijke wijziging die u in deze bestanden kunt aanbrengen grondig te testen. Het maken en gebruiken van TDC-bestanden vereist handmatige bewerking en het is van cruciaal belang om ze grondig te testen voordat u ze in een productieomgeving implementeert. ## De verbindingstekenreeks wijzigen Wanneer Tableau verbinding maakt via een ODBC-stuurprogramma, wordt er een verbindingstekenreeks gemaakt en doorgegeven aan de stuurprogrammamanager. De verbindingstekenreeks identificeert het stuurprogramma en bevat alle parameters voor het stuurprogramma. Hier ziet u een voorbeeld van een verbindingstekenreeks: DRIVER=BagelDB Driver;SERVER=bageldb.lan;UID=creamcheese;PWD=bagel; Stel dat u de DRIVER-waarde van BagelDB Driver wilt overschrijven met BagelDB Driver 2.0 en een poortnummer wilt toevoegen. De verbindingstekenreeks die aan de stuurprogrammamanager wordt doorgegeven, wordt gewijzigd in: DRIVER=BagelDB Driver 2.0;SERVER=bageldb.lan;UID=creamcheese;PWD=bagel;PORT=54321 U kunt de parameters voor de verbindingstekenreeks wijzigen met behulp van een TDC- en de **odbc-connect-string-extras**\-tag. Over het algemeen is DRIVER de enige parameter die kan worden overschreven. Andere parameters worden aan het einde van de verbindingstekenreeks toegevoegd. Zie hieronder hoe u een TDC-bestand gebruikt. **Opmerking**: Vanwege beveiligingsbeperkingen is er in Tableau Online beperkte ondersteuning beschikbaar voor aanpassing van **odbc-connect-string-extras**. Sommige parameters worden mogelijk niet ondersteund. ### Een toelatingslijst gebruiken om het beveiligingsrisico te verminderen > [!IMPORTANT] > > **Belangrijk**: De volgende procedure moet worden uitgevoerd door een Tableau Server-beheerder in Tableau Server en moet door uw IT-afdeling worden beoordeeld op naleving van de beveiligingsrichtlijnen van uw organisatie. De aanpassing **odbc-connect-string-extras** kan een veiligheidsrisico vormen. Uw Tableau Server-beheerder kan dit risico beperken door een lijst met goedgekeurde parameters op te nemen in een toelatingslijst (ook wel beveiligingslijst genoemd): - Alle parameters die door odbc-connect-string-extras zijn opgegeven en die niet in de lijst voorkomen, worden uitgefilterd. - Als er geen parameters in de lijst zijn opgegeven, zijn alle parameters toegestaan. De toelatingslijst is een door komma's gescheiden lijst zonder spaties tussen de items. Voer bijvoorbeeld de volgende opdrachten uit om de parameters **UseDeclareFetch** en **App** toe te voegen aan de toelatingslijst: tsm configuration set -k native\_api.ODBCConnectStringSecurityList -v UseDeclareFetch,App --force-keys tsm pending-changes apply Zie [tsm-opdrachtregelreferentie](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/tsm.htm) in de Help van Tableau Server voor meer informatie over het uitvoeren van tsm-opdrachten. ### Een TDC-bestand gebruiken Een TDC-bestand is een XML-bestand met een leveranciernaam, een stuurprogrammanaam en een sectie `` dat meerdere typen aanpassingen kan bevatten (zowel aan de verbindingstekenreeks als aan de verbindingsmogelijkheden). Voor een systeemeigen connector moeten de naam van de leverancier en het stuurprogramma overeenkomen met de naam van de connectorklasse. Zie de onderstaande 'Lijst met systeemeigen connectorklassen' voor de waarden. Als een bestaand werkmap- of databronbestand al een ingeschakelde aanpassingssectie heeft, worden alleen de ingesloten aanpassingen gebruikt, en niet het TDC-bestand. Wanneer u een TDC-bestand maakt, moet u dit opslaan in de map `Datasources`, zodat het door uw verbinding kan worden gebruikt. Als u een werkmap maakt die u wilt publiceren naar Tableau Server of als u Tableau Prep of Tableau Bridge gebruikt, moet u het TDC-bestand ook opslaan in de directory's `Datasources` voor die producten. Zie [TDC- en eigenschappenbestanden installeren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/connect_customize.htm#Publishing) voor meer informatie. **Opmerking**: Als u een databron of werkmap met aangepaste odbc-extras maakt, wordt de informatie ingesloten in de verbindingskenmerken. Hierdoor kunt u een werkmap of databron publiceren naar Tableau Server zonder dat u het TDC-bestand op Tableau Server hoeft te installeren. In het TDC-bestand kunt u de aanpassing **odbc-connect-string-extras** gebruiken om kenmerken toe te voegen aan of het DRIVER-kenmerk te overschrijven voor de verbindingstekenreeks. ### Een TDC-bestand maken 1. Open een eenvoudig tekstbewerkingsprogramma, zoals Kladblok of Kladblok++. 2. Kopieer de informatie uit het onderstaande voorbeeld, plak deze in uw tekstbestand en geef vervolgens de klasse en de leveranciers- en stuurprogrammanaam op. Voor systeemeigen Tableau-connectors gebruikt u dezelfde waarde voor klasse, leveranciersnaam en stuurprogrammanaam. 3. Sla het bestand op met de extensie .tdc, bijvoorbeeld: `mybagel.tdc` in de map `Datasources` voor elk Tableau-product. Zie [TDC- en eigenschappenbestanden installeren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/connect_customize.htm#Publishing) voor meer informatie. 4. Geef de aanpassingen op die u in de verbinding wilt aanbrengen. ## Lijst met systeemeigen connectorklassen Zoek uw connector in de onderstaande lijst (vermeld in de indeling :) om de klassewaarde te verkrijgen die u nodig hebt voor het aanpassen van het TDC-bestand. - Actian Matrix: paraccel - Actian Vector: vectorwise - Amazon Aurora: aurora - Amazon EMR (Hive): awshadoophive - Amazon Redshift: redshift - Spark SQL: spark - Aster Database: asterncluster - Azure SQL Data Warehouse: azure\_sql\_dw - Cloudera Hadoop: hadoophive - Denodo: denodo - Exasol : exasolution - Firebird : firebird - Google BigQuery JDBC: googlebigquery - Google Cloud SQL: googlecloudsql - Hortonworks Hadoop Hive: hortonworkshadoophive - IBM: BigInsights bigsql - IBM DB2: db2 - IBM PDA (Netezza): netezza - Kognitio: kognitio - MapR Hadoop Hive: maprhadoophive - MariaDB: mariadb - MarkLogic: marklogic - MemSQL: memsql - Microsoft SQL Server: sqlserver - MonetDB: monetdb - MongoDB BI Connector: mongodb - MySQL: mysql - Oracle Essbase: essbase - Other Databases (ODBC): genericodbc - Pivotal Greenplum Database: greenplum - PostgreSQL: postgres - Presto: presto - Progress OpenEdge: progressopenedge - SAP HANA: saphana - SAP Sybase ASE: sybasease - SAP Sybase IQ: sybaseiq - Snowflake: snowflake - Splunk: splunk - Teradata: teradata - Tibco Data Virtualization: composite - Vertica: vertica [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # De verhaalwerkruimte Als u aan een verhaal werkt, kunt u de volgende bedieningselementen, elementen en functies gebruiken. ![Een verhaal op Tableau Cloud met labels.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_workspace_labels.png) **A.** **Opties voor het toevoegen van een nieuw verhaalpunt**: kies Leeg om een nieuw punt toe te voegen of Dupliceren om het huidige verhaalpunt te gebruiken als startpunt voor uw volgende punt. **B.** **Het deelvenster Verhaal**: gebruik dit deelvenster om dashboards, sheets en tekstbeschrijvingen naar uw verhaalblad te slepen. Hier stelt u ook het formaat van uw verhaal in en kunt u de titel weergeven of verbergen. **C.** **Het deelvenster Lay-out**: hier kiest u de navigatiestijl en kunt u de pijlen vooruit en achteruit weergeven of verbergen. **D.** **Het menu Verhaal**: gebruik dit menu in Tableau Desktop om het verhaal op te maken of het huidige verhaalpunt te kopiëren of te exporteren als afbeelding. U kunt hier het hele verhaal ook wissen of de navigator en de verhaaltitel weergeven of verbergen. **E.** **De werkbalk Verhaal**: deze werkbalk verschijnt wanneer u de cursor over het navigatiegebied beweegt. Hiermee kunt u wijzigingen ongedaan maken, updates toepassen op een verhaalpunt, een verhaalpunt verwijderen of een nieuw verhaalpunt maken op basis van het huidige, aangepaste verhaalpunt. **F.** **De navigator**: met de navigator kunt u uw verhaalpunten bewerken en ordenen. Het is ook de manier waarop uw doelgroep uw verhaal leest. U kunt de stijl van de navigator wijzigen via het deelvenster Lay-out. Zie [Een verhaal maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/story_create.htm) voor meer informatie over deze opties. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # De volgorde van bewerkingen in Tableau De volgorde van bewerkingen in Tableau, soms ook wel de querypipeline genoemd, is de volgorde waarin Tableau verschillende acties uitvoert. Acties worden ook wel bewerkingen genoemd. Bij veel bewerkingen worden filters toegepast. Als u dan een weergave opbouwt en filters toevoegt, worden deze filters altijd uitgevoerd in de volgorde die is vastgelegd in de volgorde van de bewerkingen. **Een video bekijken**: bekijk [De volgorde van bewerkingen in Tableau begrijpen](https://youtu.be/fyDY0_Ivy54) (in het Engels), een gratis videopresentatie van 1 uur waarin gerelateerde concepten worden geïllustreerd in Tableau. Dit artikel bevat twee scenario's voor het bijwerken van een weergave om problemen op te lossen die voortvloeien uit de volgorde van bewerkingen: het converteren van een dimensiefilter naar een contextfilter en het converteren van een tabelberekening naar een FIXED-LOD-expressie. ## De volgorde van bewerkingen (ook wel querypipeline genoemd) Soms verwacht u dat Tableau filters in een bepaalde volgorde uitvoert, maar bepaalt de volgorde van de bewerkingen dat ze in een andere volgorde worden uitgevoerd. En dat kan onverwachte resultaten opleveren. Als dit het geval is, kunt u soms de volgorde wijzigen waarin bewerkingen in de pipeline worden uitgevoerd. De volgorde van bewerkingen in Tableau is als volgt, van boven naar beneden: ![Een flowdiagram van filtertypen in data-analyse.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/order_of_operations_overall.png) **Opmerking**: in de volgorde van bewerkingen geldt het [laatste datumfilter](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm#LatestDatePresets) voor de hele werkmap. Contextfilters worden daarentegen per werkblad toegepast. De laatste datum wordt bepaald direct nadat de werkmap voor het eerst wordt geopend, na de databronfilters, maar vóór de contextfilters. Op dat moment wordt de datum ingesteld en wordt de laatste vooraf ingestelde datum gebruikt als dimensiefilter. ## Voorbeeld 1: Een dimensiefilter omzetten in een contextfilter In dit en in het volgende voorbeeld wordt gebruikgemaakt van de databron Voorbeeld - Superstore die bij Tableau Desktop wordt geleverd. In dit voorbeeld beantwoordt de weergave de volgende vraag: Wat zijn de tien beste klanten op basis van totale verkoop in New York City? De weergave bevat twee dimensiefilters, één die u maakt op het tabblad Algemeen in het dialoogvenster Filters en het andere op het tabblad Top N. Het probleem is dat deze filters gelijktijdig worden uitgevoerd, terwijl u wilt dat het algemene filter vóór het Top n-filter wordt toegepast, zodat het Top n-filter effect heeft op de resultaten die al door het algemene filter zijn gefilterd. U kunt dit oplossen door een van de filters opnieuw te definiëren als een contextfilter, zodat er een duidelijke volgorde van prioriteit ontstaat. Hieronder vindt u de stappen voor het opbouwen van deze weergave. 1. Sleep Verkoop naar Kolommen. 2. Sleep Stad en \[Klantnaam\] naar Rijen. 3. Sleep Stad weer uit het deelvenster Data, dit keer naar Filters. Op het tabblad Algemeen van het dialoogvenster Filter stelt u het filter in op het weergeven van slechts één waarde: New York City. Dit doet u door te klikken op Geen en daarna New York City te kiezen. Hiermee wordt een algemeen dimensiefilter gemaakt. 4. Klik op de werkbalk op de knop Aflopend sorteren (![Het pictogram Aflopend sorteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sort_descend.png)). Als het goed is, ziet uw weergave er dan als volgt uit: ![Een staafdiagram met de verkoopcijfers per klantnaam in New York City.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/OrderOfOperations1.png) Let op de eerste paar namen in de lijst: Ashbrook, Fuller, Vernon, etc. 5. Sleep nu \[Klantnaam\] uit het deelvenster Data naar Filters en maak een Top 10-filter, zodat alleen de tien klanten met de hoogste verkoopcijfers worden weergegeven: ![Een filtermenu met opties voor algemeen, joker, voorwaarde en top.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/OrderOfOperations2.png) Nadat u dit tweede filter hebt toegepast, ziet de weergave er goed uit, maar u ziet wel dat de weergegeven namen zijn veranderd: ![Een staafdiagram dat de verkopen per klantnaam in New York City weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/OrderOfOperations3.png) Wat is er gebeurd met Peter Fuller, die eerder op de tweede plaats stond? Het was de bedoeling om de tien beste klanten in New York City te zien, maar nu worden in de weergave de tien beste klanten in het algemeen getoond. Het probleem is dat de top en algemene dimensiefilters tegelijkertijd worden toegepast. Het zijn beide dimensiefilters en ze hebben dezelfde positie in de Tableau-volgorde van bewerkingen: ![Een flowdiagram waarin de verschillende soorten filters bij data-analyse worden geïllustreerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/order_of_operations_filters.png) U kunt dit oplossen door het algemene dimensiefilter (op Stad) toe te voegen aan de context, dat wil zeggen dat u er een contextfilter van maakt dat vóór elk ander filter wordt uitgevoerd dat u in een werkblad maakt. Zie [Contextfilters gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering_context.htm) voor meer informatie. 6. Klik met de rechtermuisknop op Stad op de container Filters (Control-klik op een Mac) en kies Toevoegen aan context. Als contextfilter heeft dit filter nu voorrang op het dimensiefilter, en dus ziet u in de weergave nu wat u wilt zien: ![Een horizontaal staafdiagram met de verkopen per klantnaam in New York City.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/OrderOfOperations5.png) ## Voorbeeld 2: Een tabelberekening omzetten in een FIXED-LOD-expressie In dit voorbeeld beantwoordt de weergave de volgende vraag: Wat is het percentage van de totale verkoop per subcategorie van producten? De weergave bevat een dimensiefilter en een tabelberekening. Tableau past het dimensiefilter toe voordat de tabelberekening wordt uitgevoerd. Als u de volgorde van deze bewerkingen wilt omkeren, gebruikt u een FIXED-LOD-expressie in plaats van een tabelberekening. Hieronder vindt u de stappen voor het opbouwen van deze weergave. 1. Sleep Verkoop in een nieuw werkblad naar Kolommen. 2. Sleep Subcategorie naar Rijen. 3. Klik met de rechtermuisknop op SUM (Verkoop) in Kolommen en kies een snelle tabelberekening – Percentage van totaal. 4. Klik op de knop Aflopend sorteren (![Het pictogram Aflopend sorteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sort_descend.png)) op de werkbalk om de categorieën te sorteren van hoogste naar laagste percentage. 5. Klik op de knop Markeringslabels tonen (![Het pictogram Label toevoegen aan de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/marklabels.png)) op de werkbalk om de meetwaarden in de weergave weer te geven. Als het goed is, ziet uw weergave er dan als volgt uit: ![Een horizontaal staafdiagram dat het percentage van de totale omzet voor elke subcategorie weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/OrderOfOperations10.png) Let op de percentages voor de eerste paar items: 14,37%, 14,30%, etc. 6. Klik met de rechtermuisknop op Subcategorie in Rijen en kies Filter tonen. 7. Wis het vinkje voor Stoelen in het filter. ![Een lijst met subcategorieën met selectievakjes voor de opgenomen data. Eén subcategorie is niet aangevinkt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/OrderOfOperations11.png) In de weergave zijn de percentages nu veranderd: het hoogste percentage ligt nu boven de 16%. In sommige gevallen is dit wellicht precies het resultaat dat u wilt (dat wil zeggen dat percentages opnieuw worden berekend terwijl u met het snelfilter werkt). In andere gevallen wilt u misschien dat de percentages gelijk blijven, zelfs als u items toevoegt of wegfiltert. Dat laatste was hier het geval In de volgorde van de bewerkingen wordt een dimensiefilter toegepast vóór een tabelberekening: ![Een flowdiagram van filtertypen in data-analyse.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/order_of_operations_overall.png) Om Tableau de percentages te laten berekenen voordat het snelfilter wordt toegepast, maakt u een FIXED-LOD-expressie en past u die toe in plaats van de tabelberekening. FIXED-LOD-expressies berekenen een waarde met gebruik van de opgegeven dimensies zonder verwijzing naar de dimensies in de weergave. In dit geval gebruikt u deze expressie om percentages voor de verschillende subcategorieën vast te stellen: percentages die niet worden beïnvloed door uw algemene dimensiefilter. Waarom? Omdat FIXED-LOD-expressies worden berekend voordat dimensiefilters worden toegepast. Zie [LOD-expressies maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod.htm) voor meer informatie. 8. De FIXED-LOD-expressie moet de som van Verkoop (voor een bepaalde meetwaarde) delen door de totale som van Verkoop voor de weergave. Omdat de teller wordt geaggregeerd, moet de noemer ook geaggregeerd worden en daarom schrijft u de volgende expressie: `SUM([Sales])/SUM({FIXED : SUM([Sales])})` 9. Sla die expressie op als VasteSomVanVerkopen en sleep deze vervolgens van het deelvenster Data naar Kolommen. Zet de expressie rechts van het bestaande veld SOM(Verkoop) dat de tabelberekening gebruikt neer. (Houd beide in de weergave ter vergelijking.) De weergave ziet er nu zo uit: ![Een staafdiagram dat de verkopen per subcategorie in percentages weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/OrderOfOperations12.png) De percentages in het diagram aan de rechterkant zijn nu consistent, ongeacht de velden die u wel of niet selecteert met het snelfilter. U hoeft nu alleen nog maar de waarden voor VasteSomVanVerkopen op te maken, zodat deze als percentages worden weergegeven. 10. Klik met de rechtermuisknop op VasteSomVanVerkopen in Kolommen en kies Opmaak. Kies in het venster Opmaak eerst de optie Nummers en vervolgens Percentage: ![Het deelvenster Getallen opmaken met de optie om decimalen voor wetenschappelijke getallen op te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/OrderofOperations8.png) Dat levert uiteindelijk de volgende weergave op: ![Een staafdiagram dat het percentage van de totale omzet voor verschillende subcategorieën illustreert.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/OrderOfOperations9.png) Als u items in het snelfilter Subcategorie selecteert of juist wist, veranderen de percentages in het staafdiagram aan de linkerkant, maar blijven de percentages in het staafdiagram aan de rechterkant hetzelfde. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # De vormgeving van een dashboard aanpassen Tableau Desktop heeft visuele best practices ingebouwd in de standaardopmaakinstellingen, zodat uw visualisaties er vanaf het begin geweldig uitzien. Maar misschien wilt u de opmaakinstellingen voor een dashboard wijzigen, bijvoorbeeld om deze af te stemmen op de huisstijl van uw organisatie. In dit artikel leest u hoe u de vormgeving van het dashboard van een fictieve organisatie, genaamd Citywide Bike Share, kunt aanpassen. De kleuren van het merk zijn turquoise, oranje en grijs en het lettertype is Century Gothic. De algehele uitstraling is licht en overzichtelijk, en natuurlijk draait het allemaal om fietsen!
VoorNa
Een kaart, staafdiagrammen en een lijndiagram die het gedrag van gebruikers van deelfietsen in Chicago illustreren.Een dialoogvenster voor het bewerken van grote en kleine maatstrepen.
## De lettertypen en de lettertypekleur van uw titels wijzigen Lettertypen en kleuren vormen doorgaans een belangrijk onderdeel van de huisstijl van een organisatie. De snelste manier om een snelle, grootschalige wijziging in alle titels in uw dashboard door te voeren, is door ze op werkmapniveau te wijzigen. Een werkmap is de grootst mogelijke container voor opmaakinstellingen. 1. Klik op Opmaken > Werkmap. 2. Breng uw wijzigingen aan onder Lettertypen in het deelvenster Werkmap opmaken. Hier hebben we het lettertype gewijzigd in Century Gothic en de kleur van het lettertype in turquoise. We hebben ervoor gekozen om elke titel in de werkmap te wijzigen, maar u kunt ook het uiterlijk van afzonderlijke titels wijzigen. ![Een opnieuw opgemaakte kaart, staafdiagrammen en een lijndiagram die het gedrag van gebruikers van deelfietsen in Chicago illustreren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_rebrand1.png) Als het lettertype dat u wilt gebruiken niet standaard is opgenomen in Tableau, kunt u het toevoegen. Zie [Aangepaste lettertypen gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_create_custom_fonts.htm) voor details. ## De kleuren van markeringen wijzigen Markeringen vertegenwoordigen data in een weergave. In dit scenario van het aanpassen van de vormgeving tonen de markeringen locaties voor fietsdeeldiensten. Het wijzigen van de kleur van de markeringen is een andere manier om de huisstijl van uw organisatie over te brengen aan uw doelgroep. Voor bepaalde typen markeringen kunt u ook halo's toevoegen en opmaken. Dit zijn gekleurde ringen rond een markering. 1. Ga naar een weergave op uw dashboard en klik op Ga naar blad via het snelkoppelingsmenu van de weergave. 2. Klik in de weergave op Kleur op de kaart Markeringen. 3. Maak uw nieuwe kleurkeuze. Hier hebben we de markeringen op de kaart van Chicago Ride Share gewijzigd naar grijs met een turquoise halo: ![Een opnieuw opgemaakte kaart, staafdiagrammen en een lijndiagram die het gedrag van gebruikers van deelfietsen in Chicago illustreren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_rebrand2.png) 4. Herhaal de bovenstaande stappen voor elke weergave in uw dashboard. Als u een kleur wilt gebruiken die niet beschikbaar is, kunt u uw eigen aangepaste kleurenpalet maken. Zie [Aangepaste kleurenpaletten maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_create_custom_colors.htm) voor details. Hier hebben we bijvoorbeeld de kleuren in het staafdiagram gewijzigd door een aangepast uiteenlopend kleurenpalet te maken. ![Een opnieuw opgemaakte kaart, staafdiagrammen en een lijndiagram die het gedrag van gebruikers van deelfietsen in Chicago illustreren, met het dialoogvenster met uiteenlopende kleuren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_rebrand3.png) Met slechts een paar wijzigingen in lettertypen en kleuren van markeringen, krijgt de merkstrategie van het dashboard al vorm. ![Een opnieuw opgemaakte kaart, staafdiagrammen en een lijndiagram die het gedrag van gebruikers van deelfietsen in Chicago illustreren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_rebrand4.png) ## Uw knopinfo aanpassen De knopinfo verschijnt wanneer u de muisaanwijzer over een markering beweegt. Standaard wordt knopinfo voor de meeste weergaven getoond. Het tonen van knopinfo is een geweldige manier om uw merk te versterken en een beter verhaal te vertellen. Dit is hoe de knopinfo van de kaart er standaard uitzag: ![Een opnieuw opgemaakte kaart en knopinfo waarop een ander kleurenschema is toegepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_rebrand6.png) 1. Ga naar het werkblad van de weergave en klik op Werkblad > Knopinfo. 2. Controleer of de knopinfo de details bevat die u wilt weergeven. U kunt het lettertype, de volgorde, de bewoording, de uitlijning en de kleur wijzigen. Voor dit scenario van aanpassen van de vormgeving hebben we het aantal items verminderd dat in de knopinfo wordt weergegeven, zodat gebruikers sneller kunnen zien waar ze het meest in geïnteresseerd zijn. We hebben ook een paar items opnieuw geformuleerd en de kleur oranje toegevoegd als contrasterende, merkspecifieke kleur: ![Twee dialoogvensters Knopinfo bewerken die op verschillende manieren zijn opgemaakt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_rebrand5.png) Dit is hoe de knopinfo van de kaart er nu uitziet: ![Een opnieuw opgemaakte kaart en knopinfo waarop een ander kleurenschema is toegepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_rebrand7.png) ## Een afbeelding of logo toevoegen Door uw eigen afbeeldingen toe te voegen, kunt u het merk van uw organisatie ook in een werkmap verwerken. U kunt bijvoorbeeld een logo importeren en dit bovenaan uw dashboard gebruiken in plaats van de standaarddashboardtitel weer te geven. Om de titel te verwijderen en een afbeelding toe te voegen: 1. Stop in het deelvenster Dashboard met het weergeven van de dashboardtitel door het selectievakje Dashboardtitel tonen in de linker benedenhoek te wissen. ![Deelvenster Objecten met de optie Dashboardtitel tonen niet aangevinkt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_rebrand10.png) 2. Sleep het object Afbeelding naar het gebied waarin u uw logo wilt weergeven. Mogelijk moet u ook andere dashboardobjecten aanpassen of verwijderen. ![Sleep een afbeelding naar een dashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_rebrand13.gif) Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen Hier ziet u onze definitieve, opnieuw vormgegeven werkmap: ![Een opnieuw opgemaakte kaart, staafdiagrammen en een lijndiagram die het gedrag van gebruikers van deelfietsen in Chicago illustreren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_rebrand14.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # De vormgeving van uw kaarten aanpassen In dit artikel wordt beschreven hoe u de vormgeving van een kaartweergave in Tableau kunt aanpassen. **Opmerking**: Veel van de taken in dit artikel worden uitgevoerd in het deelvenster **Kaartlagen**. Selecteer **Kaart** > **Kaartlagen** om dit deelvenster te openen. In oudere versies van Tableau selecteert u Kaart \> **Kaartopties**. ## Een stijl voor Tableau-achtergrondkaarten selecteren Wanneer u verbinding maakt met de Tableau-achtergrondkaart, kunt u kiezen uit zes ingebouwde stijlen voor de achtergrondkaart: Normaal, Licht, Donker, Straten, Outdoors en Satelliet. Hieronder ziet u deze stijlen:
NormaalLichtDonker
Een kaart met de stijl Normale achtergrond in Tableau.Een kaart met de stijl Lichte achtergrond in Tableau.Een kaart met de stijl Donkere achtergrond in Tableau.
StratenOutdoorsSatelliet
Een kaart met de achtergrondstijl Straten in Tableau waarop de straten van de regio worden weergegeven.Een kaart met de achtergrondstijl Buiten in Tableau die de topografie van de regio weergeeft.Een kaart met de achtergrondstijl Satelliet in Tableau die de satellietweergave van de regio weergeeft.
**Een stijl voor Tableau-achtergrondkaarten selecteren:** 1. Selecteer Kaart \> Kaartlagen. 2. Klik in het deelvenster Kaartlagen links in de werkruimte, onder Achtergrond, op het vervolgkeuzemenu Stijl en selecteer vervolgens een stijl voor de achtergrondkaart. ![Een kaartlaagvenster met opties voor het configureren van de achtergrondstijl en weergegeven lagen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/layers2.png) Zie [Achtergrondkaarten selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources.htm) voor meer informatie over de ingebouwde Tableau-achtergrondkaarten. ## Uw eigen achtergrondkaart importeren Als de stijlen van de ingebouwde Tableau-achtergrondkaarten niet aan uw behoeften voldoen, kunt u uw eigen achtergrondkaart importeren vanaf een WMS-server (Web Map Service) of een Mapbox-kaart. Uw eigen achtergrondkaart importeren: 1. Selecteer Kaart \> Achtergrondkaarten > Kaartservices. 2. Klik in het dialoogvenster Kaartservices op Toevoegen en selecteer vervolgens of u WMS-servers of Mapbox-kaarten wilt toevoegen. 3. Volg de aanwijzingen om Tableau te verbinden met de kaartservice van uw keuze. Zie [WMS-servers (Web Map Service) gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_wms.htm) of [Mapbox-kaarten gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_mapbox.htm) voor meer informatie. 4. Klik op **Sluiten** als u klaar bent. 5. Selecteer Kaart \> Achtergrondkaarten en selecteer vervolgens de achtergrondkaart die u wilt gebruiken. De kaart wordt bijgewerkt met de door u gekozen achtergrondkaart. ## Een statische achtergrondafbeelding toevoegen Naast het importeren van uw eigen achtergrondkaart, kunt u een statische achtergrondafbeelding aan uw werkmap toevoegen en uw data hierop weergeven. U kunt bijvoorbeeld een afbeelding van Google Maps nemen en uw data hierop weergeven. Zie de volgende onderwerpen voor meer informatie: - [Achtergrondafbeeldingen gebruiken in uw weergaven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/bkimages.htm) - [Afbeeldingen uit Google Maps en OpenStreetMap toevoegen als achtergrondafbeeldingen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/bkimages_maps.htm) - [Coördinaten van achtergrondafbeelding zoeken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/bkimages_coordinates.htm) ## Kaartlagen tonen of verbergen Als u de Tableau-achtergrondkaart of een WMS- of Mapbox-kaart met aangepaste lagen gebruikt, kunt u lagen op uw achtergrondkaart tonen of verbergen om de achtergrondelementen die uw georuimtelijke data omlijsten aan te passen. U kunt bijvoorbeeld straten, snelwegen of provinciegrenzen op de kaart weergeven om uw data context te geven. **Kaartlagen toevoegen of verwijderen:** 1. Selecteer Kaart \> Kaartlagen. 2. Selecteer een of meerdere kaartlagen in het gedeelte Kaartlagen in het deelvenster Kaartlagen. **Opmerking:** Sommige kaartlagen zijn alleen zichtbaar bij specifieke zoomniveaus. Als een kaartlaag niet beschikbaar is op uw huidige zoomniveau, wordt deze grijs weergegeven. Als u lagen wilt gebruiken die niet beschikbaar zijn, zoomt u verder in op de weergave. ![Deelvenster Kaartlagen met Basis, Landbedekking, Grenzen van landen/regio's, Namen van landen/regio's, Grenzen van staten/provincies en Namen van staten/provincies geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/buildmap2.png) Sommige kaartlagen zijn ontwikkeld om met bepaalde stijlen te werken. Hieronder volgt een beschrijving van de verschillende beschikbare kaartlagen. Sommige van deze lagen zijn alleen beschikbaar bij gebruik van bepaalde kaartstijlen.
Naam van laagBeschrijvingaanwezig in kaartstijl
BasisToont de basiskaart inclusief water- en landgebieden.Alle
LandbedekkingSchaduwen van natuurgebieden en parken zorgen dat de kaart meer diepte krijgt.Alle behalve Satelliet
TerreinGeeft een reliëf weer van verticale hoogteverschillen.Alle behalve Satelliet
KustGeeft kustlijnen weer.Licht, Donker, Normaal
Wegen, snelwegen en routesMarkeert snelwegen en kleine straten. Deze laag bevat ook snelweg- en straatnamen.Alle
Grenzen van landen/regio's lichtgedruktToont een lichtgrijze omtrek van land-/regiogrenzen en -namen.Licht, Donker, Normaal
Namen van landen/regio's lichtgedruktToont land- en regionamen in het lichtgrijs.Licht, Donker, Normaal
Grenzen van landen/regio'sMarkeert lands- en regiogrenzen in donkergrijs.Alle
Namen van landen/regio'sMarkeert land- en regionamen in donkergrijs.Alle
Grenzen van staten/provincies lichtgedruktToont een lichtgrijze omtrek van provinciegrenzen en -namen.Licht, Donker, Normaal
Namen van staten/provincies lichtgedruktGeeft de namen van staten en provincies weer in lichtgrijs.Licht, Donker, Normaal
Grenzen van staten/provinciesMarkeert staats- en provinciegrenzen in donkergrijs.Alle
Namen van staten/provinciesMarkeert de namen van staten en provincies in donkergrijs.Alle
Grenzen van bestuurlijke gebiedenMarkeert grenzen op het tweede bestuursniveau en grenzen van Amerikaanse bestuurlijke gebieden.Licht, Donker, Normaal
Namen van bestuurlijke gebiedenMarkeert namen op het tweede bestuursniveau en namen van Amerikaanse bestuurlijke gebieden.Licht, Donker, Normaal
Postcodegebieden

Markeert postcodegrenzen voor de VS en bepaalde landen. U dient in te zoomen om deze laag te zien.

Licht, Donker, Normaal
PostcodelabelsGeeft labels weer van postcodegrenzen in de VS en bepaalde landen. U dient in te zoomen om deze laag te zien.Licht, Donker, Normaal
NetnummerbereikenMarkeert de grenzen van Amerikaanse netnummers. U dient in te zoomen om deze laag te zien.Licht, Donker, Normaal
NetnummerlabelsGeeft labels weer voor de netnummers van de VS. U dient in te zoomen om deze laag te zien.Licht, Donker, Normaal
Grenzen van grootstedelijke regio's in VS (CBSA)Markeert de grenzen van grootstedelijke statistische gebieden en grootstedelijke gebieden in de VS.Licht, Donker, Normaal
Labels van grootstedelijke regio's in VS (CBSA)Geeft labels weer voor grootstedelijke statistische gebieden en grootstedelijke gebieden in de VS.Licht, Donker, Normaal
Labels van waterenGeeft labels weer voor watergebieden.Alle
PlaatsenGeeft labels voor plaatsen weer.Alle
Speciale puntenGeeft labels weer voor speciale punten zoals scholen, parken, begraafplaatsen, bedrijven en belangrijke gebouwen. Deze laag is afhankelijk van het zoomniveau.Alle
WijkenGeeft labels weer voor wijken in plaatsen. U dient in te zoomen om deze laag te zien.Alle
Metro- en treinstationsGeeft de namen van metro- en treinstations weer. U dient in te zoomen om deze laag te zien.Alle behalve Satelliet
Contouren van gebouwenGeeft de omtrek van gebouwen weer, indien beschikbaar. U dient in te zoomen om deze laag te zien.Satelliet, Straten, Outdoors
HuisnummersGeeft de huisnummers van gebouwen weer, met en zonder contouren van gebouwen. U dient in te zoomen om deze laag te zien.Straten, Outdoors
HoogtelijnenGeeft lijnen weer met de verticale hoogteverandering in meters. Deze laag is afhankelijk van het zoomniveau.Outdoors
## Lagen toevoegen voor demografische data uit de VS Als u de Tableau-achtergrondkaart gebruikt, kunt u diverse vooraf gedefinieerde datalagen inschakelen die informatie uit de Amerikaanse volkstelling weergeven. De data in deze lagen zijn afkomstig van demografische data die zijn verzameld via de Amerikaanse ACS-telling. **Opmerking:** Kaartdatalagen zijn alleen beschikbaar voor locaties in de VS. Als u datalagen voor locaties buiten de VS wilt toevoegen, kunt u verbinding maken met een WMS-server die de gewenste demografische informatie bevat. Zie [WMS-servers (Web Map Service) gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_wms.htm) voor meer informatie. **Zo voegt u een Amerikaanse datalaag toe aan uw kaartweergave:** 1. Selecteer Kaart \> Kaartlagen 2. Ga in het deelvenster Kaartlagen onder **Datalaag** als volgt te werk: - Klik op het vervolgkeuzemenu **Laag** en selecteer een datalaag. - Klik op het vervolgkeuzemenu Door en stapel de data vervolgens op **Staat**, **Bestuurlijk gebied**, **Postcode** of **Blokgroep**. - Klik op het vervolgkeuzemenu Met gebruik van om een kleurenschema te selecteren. ![Een visualisatie van een kaart van de Verenigde Staten met datapunten die over elkaar heen worden gelegd. Het deelvenster Datalaag is gehighlight om aan te geven dat de datapunten op de kaart de bevolkingsomvang per staat weergeven met behulp van een blauwgroen kleurenspectrum.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/buildmap4.png) Als u een datalaag selecteert, wordt deze als arcering aan de kaart toegevoegd. Daarnaast wordt er een legenda weergegeven waarin de kleuren van de lagen worden uitgelegd. Selecteer Kaart \> Kaartlegenda om deze legenda op elk gewenst moment te verbergen of weer te geven. ## Het markeringstype wijzigen Wanneer u een geografisch veld aan de weergave toevoegt, maakt Tableau standaard een puntenkaart. U kunt dit wijzigen in een veelhoekkaart (gevuld), een lijnkaart of een dichtheidskaart (heatmap). **Opmerking**: Gevulde kaarten zijn niet beschikbaar op het niveau van plaatsen of postcodes. Een puntenkaart veranderen in een gevulde of een lijnkaart: - Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer Kaart. ![Vervolgkeuzelijst van de kaart Markeringen met het markeringstype Kaart geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_marks.png) Een puntenkaart veranderen in een heatmap (dichtheidskaart): - Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer Dichtheid. ![De vervolgkeuzelijst Markeringstype met het markeringstype Dichtheid gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/density_densitymark.png) ## Detailniveaus toevoegen Bij kaarten worden uw data gedetailleerder naarmate u meer details toevoegt. U kunt bijvoorbeeld kijken naar de obesitascijfers op provincieniveau, maar u kunt ook dieper ingaan op gemeenteniveau, zoals in de onderstaande voorbeelden. Door details toe te voegen of te verwijderen, verandert u de samenstelling van uw kaart. ![Een kaart van de Verenigde Staten, waarbij de staten in verschillende tinten groen en geel zijn aangegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_customize7.png) ![Een kaart van de Verenigde Staten, waarbij de staten in verschillende tinten groen en geel zijn aangegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_customize8.png) Meer detailniveaus aan de weergave toevoegen: - Sleep een geografisch veld vanuit Dimensies naar Detail op de kaart Markeringen. ## Kleur toevoegen Er zijn twee manieren om kleur toe te voegen aan uw kaartweergave: u kunt locaties per categorie of kwantitatief inkleuren. **Locaties op uw kaart per categorie inkleuren:** - Sleep vanuit het deelvenster **Data** een dimensie naar Kleur op de kaart Markeringen. De afbeelding hieronder toont elke staat in de VS, gekleurd per regio: West, Centraal, Zuid en Oost. De dimensie Regio bevindt zich in Kleur op de kaart Markeringen. ![Een kaart van de Verenigde Staten, gesegmenteerd per regio.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_customize3.png) Elke locatie op uw kaart kwantitatief inkleuren: - Sleep vanuit het deelvenster **Data** een meetwaarde naar Kleur op de kaart Markeringen. De afbeelding hieronder toont elke staat in de VS, gekleurd op basis van de behaalde verkopen. De meetwaarde Verkoop bevindt zich in Kleur op de kaart Markeringen. ![Een gevulde kaart van de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_customize2.png) Zie [Kleurpaletten en -effecten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties_color.htm) voor meer informatie over kleur. ## Labels toevoegen U kunt labels aan uw locaties toevoegen om meer context te bieden. U kunt bijvoorbeeld labels toevoegen voor locatienaam en verkoop. Als u labels aan uw data wilt toevoegen, gaat u naar het deelvenster **Data** en sleept u een dimensie of meetwaarde naar Label op de kaart Markeringen. Er verschijnt een label in het midden van uw locatie (als het een veelhoek is) of aan de zijkant van uw locatie (als het een datapunt is). U kunt meerdere labels toevoegen. ![Een kaart met landen die zijn gelabeld met de naam van het land en het percentage van de omzet.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_customize10.png) ## De grootte van uw datapunten aanpassen U kunt de grootte van uw datapunten aanpassen om ze te vergelijken en met elkaar te contrasteren, of om kleinere datapunten beter zichtbaar te maken. De grootte van uw datapunten gelijkmatig aanpassen: - Klik op de kaart Markeringen op Formaaten verplaats de schuifregelaar vervolgens naar links of rechts. ![Schuifregelaar voor de markeringsgrootte.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_customize5.png) De grootte van uw datapunten kwantitatief bepalen: - Sleep vanuit Meetwaarde een veld naar Formaat op de kaart Markeringen. ![Een puntenkaart van het Middenwesten van de Verenigde Staten waarop stedelijke gebieden zijn afgebeeld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_customize4.png) ## Aangepaste knopinfo maken U kunt aangepaste knopinfo maken om extra informatie over uw locaties weer te geven wanneer uw doelgroep een locatie aanwijst met de muis of erop klikt. U kunt zelf informatie invoeren die voor alle markeringen wordt weergegeven, of een veld toevoegen dat wordt bijgewerkt met informatie die specifiek is voor elke markering. ![Kaart van de Verenigde Staten met knopinfo voor Colfaax County, New Mexico.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_customize6.png) **Een veld aan knopinfo toevoegen:** - Sleep vanuit het deelvenster Data het veld naar Knopinfo op de kaart Markeringen. **Knopinfo bewerken:** 1. Klik op de kaart Markeringen op Knopinfo. 2. In het dialoogvenster Knopinfo bewerken kunt u de knopinfo naar wens opmaken. Zie [Knopinfo opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_specific_titlecaption.htm#Format_tooltips) en [Knopinfo toevoegen aan markeringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm#TooltipProp) voor meer informatie over het aanpassen van knopinfo. ## Zie ook: [Concepten voor het maken van kaarten in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_build.htm) [WMS-servers (Web Map Service) gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_wms.htm) [Mapbox-kaarten gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_mapbox.htm) [Achtergrondkaarten selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # De werkruimte opnieuw ordenen Elk werkblad bevat verschillende kaarten, containers, legenda's, enzovoort. U kunt de werkruimte opnieuw ordenen door kaarten te herschikken, specifieke delen van de werkruimte te verbergen en te tonen, en alles behalve de weergave te verbergen met behulp van de presentatiemodus. ## Kaarten herschikken Een werkblad bevat verschillende kaarten met containers, legenda's en andere bedieningselementen. U kunt elke kaart herschikken om een aangepaste werkruimte te creëren. Om een kaart te verplaatsen, plaatst u de cursor op het titelgebied van de kaart die u wilt verplaatsen. Wanneer de cursor verandert in het verplaatsingssymbool ![Het pictogram Cursor verplaatsen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/move_cursor.png), klikt en sleept u de kaart naar een nieuwe positie. Terwijl u de kaart over het werkblad sleept, worden de mogelijke posities ervan geaccentueerd met een zwarte balk. ![Een gestapeld staafdiagram waarbij kleur is toegepast op het segment.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/rearrange3.png) U kunt de werkbladvensters herstellen naar hun standaardstatus door Kaarten opnieuw instellen te selecteren op de werkbalk Kaarten tonen/verbergen. ## Delen van de werkruimte tonen en verbergen Vrijwel alles in de werkruimte kan worden in- en uitgeschakeld, zodat u voorkomt dat het werkblad onoverzichtelijk wordt door onnodige kaarten, containers, etc. - Om de werkbalk of statusbalk te tonen of te verbergen, selecteert u Venster en vervolgens wat u wilt verbergen. - Om het venster aan de linkerkant te tonen of te verbergen, wat het deelvenster Data (voor werkbladen), het deelvenster Dashboard (voor dashboards) of het deelvenster Dashboards en bladen (voor verhalen) is, klikt u op de knop Minimaliseren ![De knop Minimaliseren](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_workspace_reorganize_dwminimize.png) in de rechterbovenhoek van het deelvenster. Het deelvenster wordt geminimaliseerd en bevindt zich in de linkerbenedenhoek van de werkmap. Klik nogmaals op dezelfde knop om het deelvenster te herstellen. - Om een kaart te tonen of te verbergen, klikt u op Kaarten tonen/verbergen ![Het pictogram Kaarten tonen/verbergen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/worksheet_windows.png) op de werkbalk en vervolgens selecteert u de kaart die u wilt tonen of verbergen. U kunt de werkbladvensters herstellen naar hun standaardstatus door Kaarten opnieuw instellen te selecteren op de werkbalk Kaarten tonen/verbergen. ## Presentatiemodus Soms wilt u Tableau gebruiken om uw bevindingen te presenteren. In plaats van elke kaart of container afzonderlijk te verbergen, kunt u overschakelen naar de presentatiemodus. In de presentatiemodus wordt alles op het blad verborgen, behalve de weergave en de bijbehorende legenda's, filterkaarten, parameterbesturingselementen en werkbladtabbladen. - Om van en naar de presentatiemodus te gaan, klikt u op de knop Presentatiemodus ![Het pictogram Presentatie weergeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pres_mode.png) op de werkbalk of selecteert u Venster > Presentatiemodus. Met de besturingselementen voor de presentatiemodus in de rechterbenedenhoek kunt u onder andere tussen bladen schakelen. Hieronder worden alle besturingselementen voor de presentatiemodus beschreven.
Het pictogram Filmstrip.Filmstrip weergeven: toont de bladen als miniaturen onderaan de werkruimte.
Pictogram 'Tabbladen tonen'.Tabbladen weergeven: toont de bladtabbladen onderaan de werkruimte.
Driehoeken met pijltjes naar links en rechts. Vorig/Volgende blad: hiermee gaat u vooruit of achteruit door de bladen in een werkmap.
Pictogram 'Vastleggen'.Volledig scherm openen/afsluiten: hiermee schakelt u tussen het uitvouwen van de werkmap zodat deze het hele scherm vult en het weergeven ervan in een venster.
Het pictogram Presentatie weergeven.Presentatiemodus afsluiten: hiermee wordt de werkmap weer weergegeven met de volledige werkruimte, inclusief de menu's, de werkbalk en het deelvenster Data.
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # De werkruimte voor het maken van kaarten in Tableau De werkruimte voor het maken van kaarten in Tableau bestaat uit de volgende elementen. ![Werkruimte voor kaarten, gelabeld met 6 punten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_workspace1.png) ## ![Pictogram voor nummer 1.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_workspace_number1.png) Het deelvenster Data In het deelvenster Data worden uw locatiedata georganiseerd in dimensies en meetwaarden. Normaal gesproken moeten uw locatievelden (bijvoorbeeld namen van landen, provincies en plaatsen) dimensies zijn en uw breedte- en lengtegraadvelden meetwaarden. Er zijn echter enkele scenario's waarbij de velden voor breedte- en lengtegraad dimensies kunnen zijn. In het deelvenster Data betekent een wereldbolpictogram naast een locatieveld dat er een geografische rol aan dat veld is toegewezen. Zie [Geografische rollen toewijzen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm) voor meer informatie. ![Deelvenster Data met bijschriften die verwijzen naar velden waarop geografische rollen zijn toegepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_workspace2.png) **A**: Wereldbolpictogram: geeft aan dat een veld een geografisch veld is en automatisch door Tableau kan worden toegewezen. **B**: Locatievelden: deze categorische velden, vaak locatienamen, vindt u onder Dimensies. Ze worden vaak door Tableau herkend. **C**: Velden voor breedte- en lengtegraad gegenereerd: wanneer uw databron geografische velden bevat, genereert Tableau vaak de velden voor breedte- en lengtegraad. U kunt deze gebruiken om uw kaart te maken, of u kunt uw eigen velden voor breedte- en lengtegraad toevoegen. ## ![Pictogram voor nummer 2.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_workspace_number2.png) De kaart Markeringen Met de kaart Markeringen bepaalt u het detailniveau en visuele details van uw kaartweergave. Op de kaart Markeringen kunt u locaties naar Detail slepen om meer details toe te voegen, velden naar Kleur, Grootte of Label slepen om visuele details toe te voegen of het kaarttype wijzigen van een puntenkaart in een polygoonkaart. ![De kaart Markeringen met bijschriften die verwijzen naar de gebieden op de kaart waar u het markeringstype kunt wijzigen, een label kunt toevoegen of details kunt toevoegen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_workspace3.png) **A**: Voeg locatievelden toe aan Detail om een kaart te maken en de weergave gedetailleerder te maken. **B**: Selecteer het markeringstype Automatisch voor een puntenkaart en het markeringstype Kaart voor een polygoonkaart (gevuld). **C**: Voeg velden toe aan Kleur, Grootte en Label om de visuele details van de markeringen (datapunten) in de weergave te wijzigen. ## ![Pictogram voor nummer 3.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_workspace_number3.png) De Weergavewerkbalk De weergavewerkbalk bevat veel hulpmiddelen die u nodig kunt hebben om uw kaartdata te verkennen. ![De werkbalk van de werkruimte Kaarten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_workspace4.png) **A**: Gebruik het pictogram Kaart zoeken om naar locaties op uw kaart te zoeken. **B**: Gebruik de plus- en minpictogrammen om in en uit te zoomen op de kaart. **D**: Gebruik het pictogram Zoomgebied om in te zoomen op een specifiek gebied op de kaart. **E**: Gebruik het pictogram Pannen om de kaart te bewegen. **F**: Gebruik de selectietools om datapunten binnen een rechthoek, cirkel of getekend gebied te selecteren. U kunt afstanden ook meten met de tool voor cirkelselectie. Zie [Afstanden tussen datapunten en locaties op een kaart meten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_measure_distance.htm) voor meer informatie. ## ![Pictogram voor nummer 4.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_workspace_number4.png) Het menu Kaart Het menu Kaart bevat verschillende kaartspecifieke opties: - Selecteer **Kaart** > **Achtergrondkaarten** om een dienst voor kaarten (zoals Mapbox of een WMS-server) toe te voegen of om te schakelen tussen de achtergrondkaarten die beschikbaar zijn in uw werkmap. Zie [Uw eigen achtergrondkaart importeren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_options.htm#Import) voor meer informatie. - Selecteer **Kaart** > **Achtergrondafbeeldingen** om een statische afbeelding in plaats van een achtergrondkaart aan uw weergave toe te voegen. - Selecteer **Kaart** > **Geocodering** om locaties die Tableau niet herkent, in uw werkmap te importeren. Zie [Locaties die Tableau niet herkent geocoderen en deze op een kaart tekenen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/custom_geocoding.htm) voor meer informatie. - Selecteer **Kaart** > **Locaties bewerken** om uw locatiedata te bewerken zodat deze overeenkomen met de kaartdata van Tableau. Zie [Onbekende of dubbelzinnige locaties bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_editlocation.htm) voor meer informatie. - Selecteer **Kaart** > **Kaartlagen** om de stijl van uw achtergrondkaart aan te passen, kaartlagen toe te voegen of te verwijderen, of Amerikaanse datalagen toe te voegen. Zie [De vormgeving van uw kaarten aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_options.htm) voor meer informatie. - Selecteer **Kaart** > **Kaartopties** om de interactie te bepalen bij pannen en zoomen, het zoeken naar locaties of het gebruik van de weergavewerkbalk. Zie [De interactie met de kaart aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_customize_interaction.htm) voor meer informatie. ## ![Pictogram voor nummer 5.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_workspace_number5.png) De containers Kolommen en Rijen In de containers Kolommen en Rijen plaatst u de velden voor de breedte- en lengtegraad. Lengtegraad wordt in de container Kolommen geplaatst en Breedtegraad in de container Rijen, ongeacht of dit uw breedte- en lengtegraadvelden zijn of de gegenereerde velden die Tableau maakt. ![De containers Rijen en Kolommen op een Tableau-werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_workspace5.png) ## ![Pictogram voor nummer 6.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_workspace_number6.png) De kaartvisualisatie Dit is uw kaart. Wanneer u wijzigingen aanbrengt in uw kaart, wordt de visualisatie bijgewerkt. Deze visualisatie is dynamisch en interactief. Beweeg de cursor over de markeringen voor meer informatie over de locatie. U kunt de informatie die in de knopinfo wordt weergegeven, bewerken met de knop Knopinfo op de kaart Markeringen. Zie [Knopinfo toevoegen aan markeringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm#TooltipProp) en [Weergaven maken in Knopinfo (visualisatie in Knopinfo)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viz_in_tooltip.htm) voor meer informatie. Naast de opties die beschikbaar zijn in de werkruimte voor het maken van kaarten, biedt Tableau nog veel meer opties voor het analyseren van uw data. U kunt [aangepaste gebieden maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_custom_territories.htm), [data uit uw weergave filteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm), [parameters instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/parameters_create.htm), [sets maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_sets_create.htm) en nog veel meer. ## Zie ook [Aan de slag met kaarten maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildexamples_maps.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # De wet van Benford visualiseren De wet van Benford is een wiskundige wet die stelt dat het leidende of meest linkse cijfer in veel praktijkgerichte databronnen op een zeer specifieke manier wordt verdeeld. Concreet komt het getal 1 ongeveer 30% van de tijd voor als het leidende cijfer, en naarmate getallen groter worden, komen ze minder vaak voor, waarbij het getal 9 minder dan 5% van de tijd voorkomt. Wanneer fraudeurs data verzinnen, weten ze misschien niet dat ze valse data moeten creëren die voldoen aan de wet van Benford, en in sommige gevallen maakt dit het mogelijk om valse data te detecteren of op zijn minst twijfel te zaaien over de juistheid ervan. In dit artikel wordt beschreven hoe u de wet van Benford kunt toepassen op verkoopdata met behulp van de databron Steekproef - Superstore die is geleverd bij Tableau Desktop. Voor het proces moet u het volgende doen: 1. Berekende velden maken om te gebruiken in uw weergave. 2. De weergave instellen. In de volgende secties worden deze procedures onderverdeeld in specifieke instructies. ## Berekende velden maken om te gebruiken in uw weergave 1. In het menu Analyse selecteert Berekend veld maken om de berekeningseditor te openen. Geef de berekening de naam Meest linkse gehele getal en typ of plak het volgende in het formulegebied: `LEFT(STR([Sales]),1)` 2. Maak een tweede berekend veld en geef het de naam de wet van Benford. Typ of plak het volgende in het formulegebied: `LOG(INT([Leftmost Integer])+1)-LOG(INT([Leftmost Integer]))` ## De weergave instellen 1. Vanaf het deelvenster Data sleept u Meest linkse gehele getal naar Kolommen, en sleept u vervolgens Orders (aantal) naar Rijen. 2. Klik op CNT (Orders) in Rijen en kies Snelle tabelberekening > Percentage van totaal. Uw weergave toont nu de verdeling van de eerste cijfers, en het formaat van de balken (van links naar rechts afnemend) suggereert dat de data in dit geval in overeenstemming zijn met de wet van Benford. Maar we kunnen meer doen om de data in kaart te brengen door referentiedistributies toe te voegen. 3. Vanaf het deelvenster Data sleept u de wet van Benford naar Details op de kaart Markeringen. Klik op de wet van Benford op de kaart Markeringen en selecteer Meetwaarde > Minimum. 4. Schakel over van het deelvenster Data naar het deelvenster Analyse en sleep Distributieband in de weergave. Plaats dit op Cel. ![Een dashboard met het veld voor de aangepaste distributieband die naar de weergave is gesleept, met een pijl die wijst naar de optie om een celdistributieband toe te voegen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/benford1.png) Opmerking: Distributiebanden worden ondersteund op webplatforms vanaf Tableau 10.2. 5. In het dialoogvenster Referentielijn, Band of Box bewerken doet u het volgende: 1. Klik in het veld Waarde om een extra set met opties weer te geven: ![In het dialoogvenster Referentielijn, -band of -vak bewerken worden instellingen voor referentielijn- en -bandberekeningen weergegeven, waarbij de opties voor de berekeningswaarden voor percentages zijn gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/benford2.png) 2. Typ in het gebied Percentages `80,100,120`. Dit geeft aan dat u banden wilt die variëren van 80 tot 100 procent en van 100 tot 120 procent. Vervolgens geeft u aan op welke waarde de percentages betrekking hebben. 3. In het veld Percentage van, kiest u MIN (wet van Benford). Het veld Waarde zou nu moeten luiden `80%,100%,120% of Average Min. Benfords Law`. Met de overige stappen configureert u de vormgeving van de referentiebanden: 1. Stel Label in op Geen. 2. Stel Lijn in op de dunste beschikbare lijn. 3. Kies Hieronder invullen. 4. Bij Invullen, selecteert u Rood verkeerslicht. 5. Klik op OK om het dialoogvenster Referentielijn, Band of Box bewerken te verlaten. 6. Klik op de werkbalkknop om markeringslabels weer te geven: ![Het pictogram Label toevoegen aan de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/marklabels.png) De voltooide weergave zou er als volgt uit moeten zien: ![Een staafdiagram geeft de frequentie van de meest linkse gehele getallen weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/benford3.png) Hoewel Superstore demodata zijn, zijn deze realistisch voor de bepaling of deze voldoen aan de wet van Benford. De blauwe balken die de daadwerkelijke percentages van de initiële cijfers aangeven, komen heel goed overeen met de 100%-waarde (dat wil zeggen de lijn die de groene zone scheidt van de gele zone in de distributiebanden) die de verwachte Benford-waarden in de weergave toont. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Geavanceerde analyse toepassen op een weergave (deelvenster Analyse) Vanuit het deelvenster Analyse kunt u referentielijnen, boxplots, trendlijnen, prognoses en andere items naar uw weergave slepen. Schakel tussen het deelvenster Data en het deelvenster Analyse door op de tabbladen bovenaan de linkerzijbalk te klikken. ![Het deelvenster Analyse met opties voor het toevoegen van analyse-objecten aan de weergave.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_analytics_pane.png) Deelvenster Tableau Desktop-analyse In Tableau Desktop zijn de opties voor het toevoegen van analyseobjecten aan de weergave beschikbaar in het deelvenster of menu Analyse, of in context in de weergave. Referentielijnen en -banden zijn bijvoorbeeld beschikbaar wanneer u een as bewerkt, en trendlijnen en prognoses zijn beschikbaar via het menu Analyse. Het deelvenster Analyse biedt toegang via drag-and-drop voor de verschillende opties. Op het web zijn de meeste analyseobjecten beschikbaar via het deelvenster Analyse. ## Een analyseobject toevoegen aan de weergave Om een item toe te voegen vanuit het deelvenster Analyse, sleept u het naar de weergave. Wanneer u een item vanuit het deelvenster Analyse sleept, toont Tableau de mogelijke bestemmingen voor dat item. De keuzemogelijkheden variëren afhankelijk van het type item en de huidige weergave. In een eenvoudig geval biedt het doelgebied voor neerzetten de volgende drie opties: ![Visualisatie met een mediaan met de pil Kwartielen die naar het vel is gesleept.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/analytics_drop_options_simple.png) De termen Tabel, Deelvenster en Cel definiëren het bereik voor het item: ![Drie staafdiagrammen waarin de verkopen voor drie regio's in 2009 en 2010 worden vergeleken. De gemiddelde verkopen voor de hele tabel, per venster en per cel worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/reflines_scope1.png) Voor een ingewikkeldere weergaven (bijvoorbeeld een weergave met dubbele assen) toont Tableau u een doelgebied voor neerzetten dat er als volgt uitziet: ![Voeg een mediaan toe met kwartielopties die worden weergegeven voor de tabel, het deelvenster en de cel.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/analytics_drop_options.png) Als u het item in een van de drie grotere vakken in de koptekst bovenaan het doelgebied neerzet, bijvoorbeeld in het vak Tabel, wordt er voor elke as een aparte mediaan met kwartielen toegevoegd: ![Een lijndiagram geeft visueel de correlatie weer tussen winst en omzet in de loop van de tijd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/analytics_drop_table_result_497x310.png) Maar als u het item in een van de zes onderste vakken neerzet die zijn uitgelijnd met een specifieke meetwaarde, wordt de mediaan met kwartielen alleen toegevoegd op de overeenkomstige as met het opgegeven bereik. ## Een analyseobject verwijderen uit de weergave U kunt een analyseobject verwijderen uit de weergave door op Ongedaan maken te klikken. U kunt het object ook uit de weergave slepen om het te verwijderen. U kunt ook op een item klikken en Verwijderen selecteren in de knopinfo. **Opmerking**: Sommige items in het deelvenster Analyse (Mediaan met kwartielen en Gemiddelde met 95% betrouwbaarheidsinterval) voegen zowel een referentielijn als een referentiedistributie toe. Tenzij u Ongedaan maken gebruikt, moet u deze items afzonderlijk verwijderen. ## Een analyseobject in de weergave bewerken Om een item te bewerken dat u hebt toegevoegd vanuit het deelvenster Analyse, klikt u op het item en selecteert u Bewerken in de knopinfo. Zie voor aanvullende bewerkingsopties de sectie voor een bepaald itemtype onder de definities van analyseobjecten hieronder. ## Definities van analyseobjecten De volgende items kunnen uit het deelvenster Analyse worden gesleept en neergezet in de weergave. Als een analyseobject niet kan worden toegepast op de huidige configuratie van velden in de weergave, is het niet beschikbaar. ### Constante lijn Voegt één of meer constante lijnen toe aan de weergave. U kunt een constante lijn toevoegen voor een specifieke meetwaarde, voor alle meetwaarden of voor datumdimensies. Wanneer u een constante lijn toevoegt, toont Tableau het veld Waarde waarin u de waarde voor de constante kunt opgeven: ![Waardeveld met een handmatig ingevoerde datum.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/analytics_drop_constant.png) In Tableau Desktop is de Waardeprompt voor een datumwaarde een kalenderbedieningselement: ![Waardeveld met een kalender voor het selecteren van een constante datumwaarde.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/analytics_drop_constant_date.png) U kunt op een resulterende constante lijn klikken en Bewerken of Verwijderen selecteren. In Tableau Desktop is er een derde optie: Opmaak. Door Bewerken te selecteren, wordt het dialoogvenster Referentielijn bewerken geopend. Zie [Bestaande referentielijnen, -banden en -distributies bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/reference_lines.htm#Edit_Existing_Reference_Lines_and_Bands) in het artikel **Referentielijnen, -banden, -distributies en -vakken** voor details. Een andere manier om een lijn Tableau Desktop te bewerken, is door met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op de relevante as te klikken en Referentielijn bewerken te selecteren. ### Gemiddelde lijn Voegt één of meer gemiddelde lijnen toe aan de weergave. U kunt een gemiddelde lijn toevoegen voor een specifieke meetwaarde of voor alle meetwaarden. U kunt op een resulterende gemiddelde lijn klikken en een andere aggregatie selecteren, bijvoorbeeld Totaal of Som. U kunt ook Bewerken of Verwijderen selecteren. In Tableau Desktop is er een derde optie: Opmaak. Door Bewerken te selecteren, wordt het dialoogvenster Referentielijn bewerken geopend. Zie [Bestaande referentielijnen, -banden en -distributies bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/reference_lines.htm#Edit_Existing_Reference_Lines_and_Bands) in het artikel **Referentielijnen, -banden, -distributies en -vakken** voor details. Een andere manier om een lijn Tableau Desktop te bewerken, is door met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op de relevante as te klikken en Referentielijn bewerken te selecteren. ### Mediaan met kwartielen Voegt een of meer sets met mediaanlijnen en distributiebanden toe aan de weergave. U kunt een mediaan met kwartielen toevoegen voor een specifieke meetwaarde of voor alle meetwaarden. De distributiebanden worden berekend als kwartielen; de middelste twee kwartielen zijn gearceerd. U kunt op een resulterende mediaanlijn of distributie klikken en Bewerken of Verwijderen selecteren. In Tableau Desktop is er een derde optie: Opmaak. Mediaanlijnen en distributies moeten afzonderlijk worden bewerkt, opgemaakt of verwijderd. Door Bewerken te selecteren, wordt het dialoogvenster Referentielijn bewerken geopend. U moet op de buitenste rand van een distributieband klikken om de opties te zien. Klikken in het midden van de band heeft geen effect. Zie [Bestaande referentielijnen, -banden en -distributies bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/reference_lines.htm#Edit_Existing_Reference_Lines_and_Bands) in het artikel **Referentielijnen, -banden, -distributies en -vakken** voor details. Een andere manier om een lijn of distributie in Tableau Desktop te bewerken is door met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op de relevante as te klikken en Referentielijn bewerken te selecteren. Een submenu biedt u twee keuzes: Kwartielen en Mediaan. Zie [Referentiedistributies toevoegen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/reference_lines.htm#Add_Reference_Distributions) in het artikel **Referentielijnen, -banden, -distributies en -vakken** voor informatie over distributietypen, waaronder kwartielen. ### Boxplot Voegt een of meer boxplots toe aan de weergave. U kunt boxplots toevoegen voor een specifieke meetwaarde of voor alle meetwaarden. Het bereik van een boxplot is altijd Cel (en nooit Tabel of Deelvenster). Klik of wijs met de muis naar een van de horizontale lijnen in de boxplot om statistische informatie over de whiskers, kwartielen en mediaan te bekijken. U kunt ook Bewerken of Verwijderen selecteren wanneer u op een lijn klikt. In Tableau Desktop is er een derde optie: Opmaak. Door Bewerken te selecteren, wordt het dialoogvenster Referentielijn bewerken geopend. Een andere manier om een boxplot in Tableau Desktop te bewerken, is door met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op de relevante as te klikken en Referentielijn bewerken te selecteren. **Opmerking**: In Tableau Desktop zijn er twee items met de naam Boxplot in het deelvenster Analyse. Voor de optie Boxplot in de sectie Samenvatten voegt Tableau automatisch een boxplot toe voor het opgegeven doel. Voor de optie Boxplot in de sectie Aangepast opent Tableau het dialoogvenster nadat u een doel hebt opgegeven. ### Totalen Voegt totalen toe aan de weergave. Wanneer u totalen toevoegt, zijn de neerzetopties Subtotalen, Eindtotalen van kolommen en Eindtotalen van rijen. Zie [Totalen weergeven in een visualisatie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_totals_grandtotal_turnon.htm) voor details. Om totalen te verwijderen, klikt u op de relevante kolom- of rijkop en selecteert u Verwijderen. In Tableau Desktop kunt u ook op een kolom- of rijkop met totalen klikken nadat u totalen hebt toegevoegd en de aggregatie instellen via de knopinfo: ![Het vervolgkeuzemenu is uitgevouwen om de opties Automatisch, Som, Gemiddelde, Minimum en Maximum weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/analytics_pane_configure_totals.png) ### Gemiddelde met 95% betrouwbaarheidsinterval Voegt een of meer sets met gemiddelde lijnen met distributiebanden toe. De distributiebanden worden geconfigureerd met een betrouwbaarheidsinterval van 95%. U kunt deze items toevoegen voor een specifieke meetwaarde of voor alle meetwaarden. De distributiebanden van de betrouwbaarheidsinterval arceren de regio waarin het bevolkingsgemiddelde in 95% van de gevallen zal vallen. U kunt op een resulterende gemiddelde lijn of distributie klikken en Bewerken of Verwijderen selecteren. In Tableau Desktop is er een derde optie: Opmaak. Door Bewerken te selecteren, wordt het dialoogvenster Referentielijn bewerken geopend. De gemiddelde lijnen en distributies moeten afzonderlijk worden bewerkt, opgemaakt of verwijderd. U moet op de buitenste rand van een distributieband klikken om de opties te zien. Klikken in het midden van de band heeft geen effect. Een andere manier om een lijn of distributie in Tableau Desktop te bewerken is door met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op de relevante as te klikken en Referentielijn bewerken te selecteren. Een submenu biedt u twee keuzes: Gemiddeld en 95% betrouwbaarheidsinterval. U kunt lijnen en banden ook verwijderen door ze uit de weergave te slepen. ### Mediaan met 95% betrouwbaarheidsinterval Voegt een of meer sets met mediaanlijnen met distributiebanden toe. De distributiebanden worden geconfigureerd met een betrouwbaarheidsinterval van 95%. U kunt deze items toevoegen voor een specifieke meetwaarde of voor alle meetwaarden. De distributiebanden van de betrouwbaarheidsinterval arceren de regio waarin het bevolkingsmediaan in 95% van de gevallen zal vallen. U kunt op een resulterende mediaanlijn of distributie klikken en Bewerken, Opmaken of Verwijderen selecteren. In Tableau Desktop is er een derde optie: Opmaak. Door Bewerken te selecteren, wordt het dialoogvenster Referentielijn bewerken geopend. De mediaanlijnen en distributies moeten afzonderlijk worden bewerkt, opgemaakt of verwijderd. U moet op de buitenste rand van een distributieband klikken om de opties te zien. Klikken in het midden van de band heeft geen effect. Een andere manier om een lijn of distributie in Tableau Desktop te bewerken is door met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op de relevante as te klikken en Referentielijn bewerken te selecteren. Een submenu biedt u twee keuzes: Mediaan en 95% betrouwbaarheidsinterval. U kunt lijnen en banden ook verwijderen door ze uit de weergave te slepen. ### Trendlijn Voegt één of meer trendlijnen toe aan de weergave. Wanneer u trendlijnen toevoegt, geven de neerzetopties de trendlijnmodeltypen aan die beschikbaar zijn in Tableau: Lineair, Logaritmisch, Exponentieel en Polynomiaal. Voor sommige weergaven is slechts een deel van deze opties beschikbaar. Zie [Trendlijnmodeltypen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/trendlines_add.htm#modeltype) voor details. Klik op een trendlijn om deze te verwijderen of te bewerken, of om een statistische definitie te bekijken. U kunt een trendlijn ook verwijderen door deze uit de weergave te slepen. ### Prognose Voegt een prognose toe aan de weergave. Deze optie is alleen beschikbaar in Tableau Desktop, niet wanneer u een weergave op het web bewerkt. Prognoses maken is alleen mogelijk als er ten minste één meetwaarde in de weergave aanwezig is. Prognoses maken wordt niet ondersteund voor weergaven op basis van multidimensionale databronnen. Bovendien mag de weergave geen van de volgende items bevatten: - Tabelberekeningen - Gedesaggregeerde meetwaarden - Percentageberekeningen - Eindtotalen of subtotalen - Datumwaarden met aggregatie ingesteld op Exacte datum Een tijdreeks met null-waarden brengt ook beperkingen met zich mee. Zie [Prognoses maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/forecasting.htm) voor details. Om een beschrijving van de huidige prognose te verwijderen, te bewerken of te lezen, gaat u naar het menu Analyse en selecteert u Prognose. ### Aangepaste referentielijn U kunt referentielijnen toevoegen voor een specifieke meetwaarde of voor alle meetwaarden in de weergave. Nadat u een referentielijn uit het deelvenster Analyse hebt gesleept en neergezet op een doel, opent Tableau automatisch een dialoogvenster Bewerken. Zie [Een referentielijn toevoegen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/reference_lines.htm#Add_a_Reference_Line) in het artikel **Referentielijnen, -banden, -distributies en -vakken** voor informatie over de beschikbare opties. Om later terug te keren naar dit dialoogvenster, klikt u op de lijn en selecteert u Bewerken. ### Aangepaste referentieband U kunt referentiebanden toevoegen voor een specifieke meetwaarde of voor alle meetwaarden in de weergave. Nadat u een referentieband uit het deelvenster Analyse hebt gesleept en neergezet op een doel, opent Tableau automatisch het dialoogvenster. Zie [Referentiebanden toevoegen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/reference_lines.htm#Add_Reference_Bands) in het artikel **Referentielijnen, -banden, -distributies en -vakken** voor informatie over de beschikbare opties. Om later terug te keren naar dit dialoogvenster, klikt u op de band en selecteert u Bewerken. Klik op de buitenste rand van een referentieband om de opties te zien. Als u in het midden van de band klikt, heeft dat geen effect. ### Aangepaste distributieband U kunt referentiedistributies toevoegen voor een specifieke meetwaarde of voor alle meetwaarden in de weergave. Nadat u een referentiedistributie uit het deelvenster Analyse hebt gesleept en neergezet op een doel, opent Tableau automatisch het dialoogvenster. Zie [Referentiedistributies toevoegen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/reference_lines.htm#Add_Reference_Distributions) in het artikel **Referentielijnen, -banden, -distributies en -vakken** voor informatie over de beschikbare opties. Om later terug te keren naar dit dialoogvenster, klikt u op de band en selecteert u Bewerken. Klik op de buitenste rand van een distributieband klikken om de opties te zien. Als u in het midden van de band klikt, heeft dat geen effect. ### Aangepaste boxplot (snorrendoos) In Tableau Desktop (maar niet wanneer u een weergave op het web bewerkt) kunt u een boxplot slepen vanuit het deelvenster Analyse en deze neerzetten op een doel. (Houd er rekening mee dat u op het web een boxplot kunt toevoegen via de sectie Samenvatten in het deelvenster Analyse.) Wanneer u een boxplot vanuit de sectie Aangepast sleept, opent Tableau automatisch het dialoogvenster Referentielijn, band of vak bewerken. Zie [Een boxplot toevoegen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/reference_lines.htm#Add_a_Box_Plot) in het artikel **Referentielijnen, -banden, -distributies en -vakken** voor informatie over de beschikbare opties. Het bereik van een boxplot is altijd Cel (en nooit Tabel of Deelvenster). Klik op een van de horizontale lijnen in de boxplot om statistische informatie over de whiskers, kwartielen en mediaan te bekijken. Om later terug te keren naar dit dialoogvenster, klikt u op de band en selecteert u Bewerken. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Delen van de weergave In dit gedeelte worden de basisonderdelen van de weergaven beschreven die u in Tableau kunt maken. U kunt zo nodig onderdelen van de weergave tonen of verbergen (zie hieronder). Elke weergave bevat een tabel in een of andere vorm, die rijen, kolommen, kopteksten, assen, deelvensters, cellen en markeringen kan bevatten. Weergaven kunnen knopinfo, titels, bijschriften, veldlabels en legenda's bevatten. ## Het weergavegebied Dataweergaven worden in een tabel op elk werkblad weergegeven. Een tabel is een verzameling rijen en kolommen en bestaat uit de volgende onderdelen: kopteksten, assen, deelvensters, cellen en markeringen. Daarnaast kunt u ervoor kiezen om titels, bijschriften, veldlabels en legenda's weer te geven of te verbergen. ![De componenten van een visualisatie met labels die overeenkomen met de volgende tekstbeschrijvingen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/view_parts3.png) **A.** [Veldlabels](#FieldLabels): het label van een discreet veld dat is toegevoegd aan de container Rijen of Kolommen en dat de leden van dat veld beschrijft. Categorie is bijvoorbeeld een discreet veld met drie leden: Meubilair, Kantoorartikelen en Technologie. **B.** [Titels](#Titles): de naam die u aan het werkblad, dashboard of verhaal geeft. Titels worden voor werkbladen en verhalen automatisch weergegeven. U kunt ze inschakelen om ze op uw dashboards weer te geven. **C.** [Markeringen](#Marks): de data die de doorsnede van de velden (dimensies en meetwaarden) in uw weergave vormen. Markeringen kunnen worden weergegeven door middel van lijnen, staven, vormen, kaarten en dergelijke. **D.** [Legenda's](#Legends): een sleutel die beschrijft hoe de data in uw weergave zijn gecodeerd. Als u bijvoorbeeld vormen of kleuren in uw weergave gebruikt, beschrijft de legenda wat elke vorm of kleur voorstelt. **E.** [Assen](#Axes): wordt gemaakt wanneer u een meetwaarde (velden die kwantitatieve, numerieke informatie bevatten) aan de weergave toevoegt. Tableau genereert standaard een continue as voor deze data. **F.** [Kopteksten](#Headers): de lidnaam van een veld. **G.** [Bijschriften](#Captions): tekst die de data in de weergave beschrijft. Bijschriften kunnen automatisch worden gegenereerd en kunnen worden in- en uitgeschakeld. Bekijk ook de informatie over [Cellen](#Cells) en [Deelvensters](#Panes). ## Kopteksten Kopteksten worden gemaakt wanneer u een dimensie of een discreet veld in de container Rijen of de container Kolommen plaatst De kopteksten bevatten de lidnamen van elk veld in de containers. In de onderstaande weergave bijvoorbeeld bevatten de kolomkoppen de leden van het veld Besteldatum en de rijkoppen bevatten de leden van het veld Subcategorie. ![Weergave met kolomkoppen die de leden van het veld Besteldatum weergeven en rijkoppen die de leden van het veld Subcategorie weergeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/headers1.png) U kunt rij- en kolomkoppen op elk gewenst moment weergeven en verbergen. **U kunt als volgt een koptekst verbergen:** - Klik met de rechtermuisknop (Control + klikken op een Mac) op de kopteksten in de weergave en selecteer Koptekst tonen. ![Een contextmenu met de optie Koptekst weergeven geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/headers4.png) **U kunt als volgt een koptekst tonen:** - Selecteer in de weergave het veld waarvan u de kopteksten wilt weergeven en selecteer in het veldmenu de optie Koptekst tonen. ![Een vervolgkeuzemenu met de optie Koptekst weergeven geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/headers5.png) Het verbergen van kopteksten kan handig zijn wanneer u met meerdere meetwaarden werkt. In de onderstaande weergave worden bijvoorbeeld de verkopen en winst voor elke regio langs één as weergegeven. U ziet dat de weergave er onoverzichtelijk uitziet wanneer de kopteksten van de meetwaardenamen worden getoond. Omdat de meetwaardenamen ook worden aangegeven met de markeringskleur, kunt u de overtollige kopteksten verbergen om de weergave overzichtelijker te maken. ![Toon een koptekst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/headers6.gif) ## Assen Assen worden gemaakt wanneer u een meetwaarde of doorlopend veld in de containers Rijen of Kolommen plaatst. Standaard worden de waarden van het meetwaardeveld langs een continue as weergegeven. ![Gestapeld kolomdiagram met de verkoop per regio en segment.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/axes1.png) U kunt assen op elk gewenst moment weergeven en verbergen. **U kunt als volgt assen verbergen:** - Klik met de rechtermuisknop (Control-klik op Mac) op de as in de weergave en selecteer Koptekst tonen om het vinkje naast deze optie te verwijderen. ![Gestapeld kolomdiagram met verkoopcijfers per regio. Een contextmenu met de optie Koptekst tonen aangevinkt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/axes2.png) **U kunt als volgt assen tonen:** - Klik met de rechtermuisknop (Control-klik op Mac) op de meetwaarde in de weergave waarvan u de as wilt weergeven en selecteer in het veldmenu de optie Koptekst tonen. ![Gestapeld kolomdiagram met verkoopcijfers per regio. Een contextmenu met de opties Geselecteerde koptekst weergeven, Opnemen in knopinfo en Meetwaarde.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/axes3.png) ## Deelvensters Een deelvenster wordt gedefinieerd door de doorsnede van velden in de containers Rijen en Kolommen. In een tabelberekening wordt dit gezien als een of meer cellen die tot hetzelfde veld behoren en die naargelang de berekening verticaal of horizontaal worden berekend, zoals in het onderstaande voorbeeld: ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations5.png) Zie [Waarden transformeren met tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm) voor meer informatie. ## Cellen Cellen zijn de basiscomponenten van elke tabel die u in Tableau kunt maken. Ze worden gedefinieerd door de kruising van een rij en een kolom. In een teksttabel is een cel bijvoorbeeld de plaats waar de tekst wordt weergegeven, zoals in de onderstaande weergave wordt getoond: ![Een tabel met de verkopen per subcategorie en kwartaal, waarbij de cel voor de verkoop van accessoires in het eerste kwartaal is gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cells1.png) ## Markeringen Wanneer u velden naar de weergave sleept, worden de data weergegeven met behulp van markeringen. Elke markering staat voor de doorsnede van alle dimensies in de weergave. Bijvoorbeeld in een weergave met de dimensies Regio en Jaar is er een markering voor elke combinatie van die twee dimensies (Oost 2011, Oost 2012, West 2011, West 2012, enzovoort). In dit geval is het markeringstype ingesteld op Tekst, dus de **Abc** staat voor de locatie waar de waarde voor de tekstmarkering wordt weergegeven, wanneer een meetwaarde als **Verkoop** wordt toegevoegd aan de weergave. ![Een tabel met kolommen voor besteldatum per jaar en rijen voor regio's.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewparts_marks1_9.2.png) Zie [De kaart Markeringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildmanual_shelves.htm#Marks), [Het uiterlijk van markeringen in de weergave beheren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm), [Het type markering in de weergave wijzigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_marktypes.htm), [Gestapelde markeringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_stacking.htm) voor meer informatie over het maken en aanpassen van markeringen.[Gestapelde markeringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_stacking.htm) Markeringen kunnen op veel verschillende manieren worden weergegeven, bijvoorbeeld als lijnen, vormen, staven, kaarten, enzovoort. U kunt aanvullende informatie over de data weergeven met behulp van markeringseigenschappen. zoals kleur, grootte, vorm, labels, enzovoort. Het type markering dat u gebruikt en de markeringseigenschappen worden bepaald via de kaart Markeringen. Sleep velden naar de kaart Markeringen om meer data weer te geven. Dezelfde weergave als hierboven wordt bijvoorbeeld nogmaals hieronder getoond, maar ditmaal met Winst op Kleur. Met deze aanvullende informatie is het duidelijk dat de regio West in 2014 de hoogste winst had. ![Een tabel met de winst per regio voor de jaren 2011 tot en met 2014.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewparts_marks2_9.2.png) Beheer de markeringen in de weergave met behulp van de kaart Markeringen. Gebruik het vervolgkeuzemenu om op te geven welk type markering u wilt weergeven. Sleep velden naar de kaart Markeringen en gebruik de vervolgkeuzemenu's om meer informatie aan de weergave toe te voegen en de kleur, vorm, grootte, labels en het aantal markeringen in de weergave te bepalen. ## Knopinfo Knopinfo is aanvullende informatie die wordt weergegeven wanneer u de cursor op een of meer markeringen in de weergave plaatst. Wanneer u een of meer markeringen selecteert en de cursor hierop plaatst, bevat de knopinfo ook opties om markeringen te filteren (uitsluiten of alleen deze behouden), markeringen met dezelfde waarden weer te geven, groepen te maken, sets te maken of de onderliggende data weer te geven. Als u niet wilt dat gebruikers toegang hebben tot knopinfo-opdrachten, kunt u deze uitschakelen. ![Knopinfo met aanvullende informatie over de in de weergave geselecteerde markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_workspace_tooltips1.png) Zie ook [Afzonderlijke onderdelen van de weergave opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_specific_titlecaption.htm), [Knopinfo toevoegen aan markeringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm#TooltipProp) en [Weergaven maken in Knopinfo (visualisatie in Knopinfo)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viz_in_tooltip.htm) voor meer informatie over het opmaken van knopinfo en andere knopinfo-instellingen. Zie [Data in een weergave verkennen en inspecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_explore_analyze_interact.htm) voor meer informatie over analyseopties in knopinfo. ### Opdrachtknoppen voor knopinfo voor het verkennen van data in een visualisatie Bovenaan de knopinfo staan opdrachten voor het filteren van data, het maken van een groep, het sorteren van de selectie en het weergeven van de onderliggende data. U kunt de knopinfo bijvoorbeeld gebruiken om snel een uitschieter in een spreidingsdiagram te verwijderen. Alle opdrachten worden hieronder beschreven. Als u de knopinfo-opdrachten wilt bekijken, beweegt u de cursor over een markering en houdt u deze stil. De - Alleen deze behouden: hiermee maakt u een filter dat alle overige data verwijdert. Zie [Selecteren of u datapunten in uw weergave wilt behouden of uitsluiten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm#SelectData) voor meer informatie. - Uitsluiten: hiermee maakt u een filter dat de geselecteerde data verwijdert. Zie [Selecteren of u datapunten in uw weergave wilt behouden of uitsluiten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm#SelectData) voor meer informatie. - Leden groeperen: hiermee maakt u een groep op basis van de selectie. Als de selectie meerdere dimensies bevat, kunt u groeperen op één dimensie of op alle dimensies. Zie [Fouten in data corrigeren of dimensieleden combineren door uw data te groeperen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_groups.htm) voor meer informatie. - Set maken (alleen Tableau Desktop): hiermee maakt u een nieuwe set met de geselecteerde leden. U kunt een nieuwe set maken of leden toevoegen aan een bestaande set. Zie [Sets maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_sets_create.htm) voor meer informatie. - Data weergeven: hiermee opent u een venster waarin de data worden weergegeven. U kunt de samengevatte data of de onderliggende data bekijken. Zie [Onderliggende data weergeven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_viewdata.htm) voor meer informatie. Deze opdrachten worden standaard weergegeven. U kunt de opdrachten uitschakelen in het dialoogvenster Knopinfo bewerken door **Opdrachtknoppen opnemen** te deselecteren. Als u dit doet, wordt ook de aggregatiesamenvatting verborgen als er meerdere markeringen zijn geselecteerd. ### Knopinfo-opdrachten uitschakelen Als u niet wilt dat gebruikers toegang hebben tot knopinfo-opdrachten, kunt u deze uitschakelen. 1. Klik op Knopinfo op de kaart Markeringen of selecteer Werkblad \>Knopinfo. 2. Schakel in het dialoogvenster Knopinfo bewerken het selectievakje Opdrachtknoppen opnemen uit. De instellingen voor de knopinfo zijn van toepassing op het actieve werkblad en kunnen voor elk werkblad in de werkmap verschillen. ### Hoofdtekst en opmaak in knopinfo De hoofdtekst van de knopinfo bevat details over een specifieke markering of een selectie van meerdere markeringen. In een staafdiagram waarin de verkopen per regio worden weergegeven, kan in de knopinfo bijvoorbeeld het werkelijke verkoopbedrag en de naam van de regio worden vermeld. De standaardknopinfo is gebaseerd op de velden die in de weergave worden gebruikt. U kunt aanpassen wat er in de knopinfo wordt weergegeven door velden naar Knopinfo op de kaart Markeringen te slepen. Als u knopinfo en de opmaak ervan wilt aanpassen, klikt u op Knopinfo op de kaart Markeringen. U kunt ook Werkblad > Knopinfo selecteren. ### Actielinks Als het blad acties bevat, worden de actielinks onder de hoofdtekst van de knopinfo weergegeven. Met een actie voegt u context en interactiviteit toe aan uw data via filters, highlights en links naar externe resources. Zie [Acties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions.htm) voor meer informatie over het toevoegen van acties aan uw werkmap. ## Titels U kunt op elk werkblad, dashboard of in elk verhaal titels weergeven. Bij werkbladen en verhalen wordt standaard een titel weergegeven, maar u kunt deze verwijderen. Voor dashboards kunt u een titel toevoegen. De titel is standaard de naam van het werkblad, maar u kunt de titel bewerken en de tekst wijzigen. U kunt ook dynamische waarden opnemen, zoals het paginanummer en de werkbladnaam. Zie [Afzonderlijke onderdelen van de weergave opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_specific_titlecaption.htm) voor meer informatie over het opmaken van titels. ### Titels in werkbladen weergeven en verbergen Titels worden standaard weergegeven voor werkbladen en worden opgenomen als onderdeel van het werkblad. Ze worden bovenaan de weergave weergegeven. U kunt de titel naar de zijkanten of onderkant van de weergave verplaatsen. Wanneer u de titel van boven naar beneden verplaatst in de weergave, wordt deze echter een Titel\-kaart en wordt deze weergegeven als elke andere kaart in de weergave. **Opmerking:** als u een titel van de positie bovenin verplaatst en vervolgens verbergt, wordt de titel bij het opnieuw tonen weer bovenaan het werkblad op de standaardpositie weergegeven. ![Voorbeeld van naadloze titels.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/SeamlessTitles.png) **Titels in een werkblad weergeven of verbergen** - Klik in het werkbalkmenu op Werkblad > Titel tonen. - Klik op de werkbalk op de vervolgkeuzepijl op de knop Kaarten tonen/verbergen en selecteer in het contextmenu de optie Titel. Schakel het vinkje in of uit om de titel weer te geven of te verbergen. ### Titels op dashboards tonen en verbergen U kunt titels voor dashboards inschakelen. De titel wordt weergegeven als onderdeel van het dashboard. Als u titels op een dashboard wilt tonen of verbergen, selecteert u in het werkbalkmenu de opties Dashboard > Titel tonen. ![Een staafdiagram geeft de verkoopcijfers van 2013 per regio weer, naast een choropleth-kaart van de Verenigde Staten, die de verkoopprestaties per staat weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/title2.png) Wanneer u werkbladen aan het dashboard toevoegt, wordt de titel van het werkblad automatisch weergegeven, zelfs als u de titel op het werkblad zelf hebt uitgeschakeld. Als u de titel voor het werkblad op het dashboard wilt uitschakelen, voert u de volgende stappen uit: 1. Selecteer het werkblad op het dashboard om het te highlighten. 2. Klik in de rechterbovenhoek van het gehighlighte werkblad op de vervolgkeuzepijl en selecteer in het contextmenu de optie Titel om het vinkje te verwijderen. ### Titels in verhalen tonen en verbergen Verhaaltitels worden standaard weergegeven. Als u verhaaltitels wilt in- of uitschakelen, selecteert u in het bovenste menu de opties Verhaal > Titel tonen om het vinkje toe te voegen of te verwijderen. ## Bijschriften Alle weergaven kunnen een bijschrift hebben dat automatisch wordt gegenereerd of handmatig wordt gemaakt. Het bijschrift wordt weergegeven op de kaart Bijschrift. Als u een bijschrift in een werkblad wilt weergeven, selecteert u het in het werkbalkmenu Kaarten tonen/verbergen ![Het pictogram Kaarten tonen/verbergen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/worksheet_windows.png) of selecteert u Werkblad > Bijschrift tonen. ![In het bijschrift staat: 'Som van de verkopen voor elke categorie. Kleuren tonen details over de regio. Het uitzicht is gefilterd op Regio, met Centraal, Oost en Zuid.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/caption_1.png) Het bijschrift wordt standaard automatisch gegenereerd. Als u het bijschrift wilt bewerken, dubbelklikt u op het gebied Bijschrift in de weergave. In het dialoogvenster Bijschrift bewerken kunt u het lettertype, de grootte, de kleur, de uitlijning en de stijl wijzigen. ![In het dialoogvenster Bijschrift bewerken wordt een tekstveld weergegeven waarin u het bijschrift kunt bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/caption_2.png) Klik op het menu Invoegen om automatische tekst, zoals paginanummer, bladnaam en veld- en parameterwaarden, toe te voegen. Het bijschrift kan optioneel worden opgenomen bij het afdrukken, afdrukken naar PDF en publiceren naar Tableau Server. Wanneer u de weergave als een afbeelding exporteert naar een andere toepassing, bijvoorbeeld Microsoft PowerPoint, kunt u het bijschrift toevoegen. ## Veldlabels Wanneer u discrete velden in de containers Rijen en Kolommen plaatst, worden er kopteksten in de weergave gemaakt waarin de leden van het veld worden weergegeven. Als u bijvoorbeeld een veld met producten in de container Rijen plaatst, wordt elke productnaam weergegeven als een rijkop. Naast het weergeven van deze koppen kunt u ook veldlabels weergeven. Dit zijn labels voor de koppen. In dit voorbeeld zijn de rijen gelabeld met Categorie om aan te geven dat de discrete categorienamen leden zijn van het veld Categorie. ![Labels van de velddatums van categorie en regio/order gehighlight in een visualisatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/field_label1.png) Veldlabels zijn alleen van toepassing op discrete velden. Wanneer u continue velden aan de weergave toevoegt, maakt Tableau een as. De as wordt gelabeld met een koptekst. Veldlabels worden standaard weergegeven. Als u veldlabels wilt verbergen of tonen, selecteert u Analyse > Lay-out tabel > Veldlabels voor rijen tonen of Veldlabels voor kolommen tonen. ![Het analysemenu is uitgebreid met de opties Lay-out tabel en Veldlabels voor rijen tonen geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/field_labels2.png) U kunt de lettertypen, uitlijning, arcering en scheidingstekens voor veldlabels opmaken. ## Legenda's Wanneer u velden toevoegt aan Kleur, Grootte en Vorm op de kaart Markeringen, wordt er een legenda weergegeven waarin wordt aangegeven hoe de weergave is gecodeerd met betrekking tot uw data. **Kleurlegenda** ![Kleurlegenda met verschillende kleuren voor elk van de vier afzonderlijke regio's.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/legend4.png) **Groottelegenda** ![Groottelegenda waarin cirkels van verschillende grootte worden weergegeven voor de som van de verkoopwaarden. De grootte van elke cirkel neemt toe naarmate de verkoopwaarden stijgen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/legend6.png) **Vormlegenda** ![Vormlegenda met verschillende vormen voor drie productcategorieën.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/legend5.png) Legenda's helpen niet alleen bij het begrijpen van coderingen, maar u kunt ze ook gebruiken om specifieke datasets te sorteren, filteren en highlighten. Zie [Highlights voor legenda's](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_highlight_colorlegend.htm) voor meer informatie. ## Meetwaarden en kleurlegenda's Als u de velden Meetwaarden en Meetwaardenamen opneemt in uw weergaven, kunt u één gecombineerde kleurenlegenda of afzonderlijke kleurenlegenda's voor uw meetwaarden maken. Als u het veld Meetwaarden naar Kleur op de kaart Markeringen sleept, maakt Tableau standaard één kleurenlegenda die één kleurenpalet toepast op alle markeringen in de weergave. Als u bepaalde meetwaarden in de weergave wilt onderscheiden, kunt u afzonderlijke kleurenlegenda's voor de meetwaarden maken en aan elke legenda een uniek kleurenpalet toewijzen. Zie [Meetwaarden en namen van meetwaarden](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_understanddatawindow_meavalues.htm) voor meer informatie over meetwaarden en namen van meetwaarden. Het volgende voorbeeld laat zien hoe u afzonderlijke kleurenlegenda's maakt. In dit voorbeeld wordt de dataset Sample Superstore gebruikt. 1. Maak verbinding met de Sample Superstore-dataset. 2. Doe het volgende in het deelvenster Data: - Sleep Besteldatum naar de container Kolommen en Categorie en Subcategorie naar de container Rijen. - Sleep Namen van meetwaarden naar de container Kolommen en plaats deze rechts van Besteldatum. - Sleep Meetwaarden naar Kleur op de kaart Markeringen. 3. Sleep meetwaarden van de kaart Meetwaarden af, zodat u alleen SUM(Verkoop) en SUM(Winst) overhoudt. 4. Klik op de kaart Markeringen op Label en selecteer Markeringslabels tonen om de meetwaarden in de weergave weer te geven. Als u Meetwaarden naar Kleur op de kaart Markeringen sleept, maakt Tableau een legenda met één kleur en voegt deze toe aan de weergave. De weergave zou er ongeveer als volgt uit moeten zien. ![Bijvoorbeeld waar meetwaarden naar Kleur op de kaart Markeringen werden gesleept, wat resulteerde in een legenda met één kleur.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/legends_permeasure_combined1.png) 5. Als u voor elke meetwaarde in de weergave een aparte legenda wilt maken, klikt u op de vervolgkeuzepijl in het veld Meetwaarden op de kaart Markeringen en selecteert u in het contextmenu de optie Afzonderlijke legenda's gebruiken.
Tableau Desktop-versieWebversie

Tableau Desktop-weergave van het selecteren van de optie Afzonderlijke legenda's gebruiken in het veld Meetwaarden op de kaart Markeringen.

Webversieweergave van het selecteren van de opties voor Afzonderlijke legenda's gebruiken in het veld Meetwaarden op de kaart Markeringen.

Tableau maakt voor elke meetwaarde in de weergave een afzonderlijke kleurenlegenda met behulp van het standaardkleurenpalet. ![Visualisatie met afzonderlijke kleurlegenda's voor elk van de twee gemeten waarden, waarbij het standaardkleurenpalet wordt gebruikt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/legends_permeasure_separate2.png) Als u een ander kleurenpalet aan de kleurenlegenda wilt toewijzen, voert u een van de volgende handelingen uit: - Klik in Tableau Desktop op de vervolgkeuzepijl in de rechterbovenhoek van elke kleurenlegenda en selecteer Kleuren bewerken. Selecteer vervolgens een kleur in de Palet-vervolgkeuzelijst. - Klik in Tableau Server of Tableau Cloud op de vervolgkeuzepijl in de rechterbovenhoek van elke kleurenlegenda. Selecteer vervolgens een kleur in de Palet-vervolgkeuzelijst. Uw weergave zou er als volgt uit moeten zien: ![Visualisatie met afzonderlijke kleurlegenda's voor elk van de twee gemeten waarden, met behulp van een aangepast kleurenpalet.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/legends_permeasure_separate1.png) 6. Als u de afzonderlijke legenda's weer wilt samenvoegen tot één legenda, klikt u op de vervolgkeuzepijl in het veld Meetwaarden op de kaart Markeringen en selecteert u in het contextmenu de optie Legenda's combineren.
Tableau Desktop-versieWebversie

Tableau Desktop-weergave van het selecteren van de optie Legenda's combineren in het contextmenu van het veld Meetwaarden.

Webversieweergave van het selecteren van de optie Legenda's combineren in het contextmenu van het veld Meetwaarden.

[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Details ophalen over velden en bladen in een werkmap Wanneer u details wilt zien over de elementen die in een visualisatie worden gebruikt, selecteert u het menu **Werkblad** en klikt u vervolgens op **Blad beschrijven**. Voor details over een veld (zoals datarol, datatype, domein, aggregatie, berekeningsformule) klikt u op **Beschrijven** in het contextmenu van een veld in het deelvenster **Data**. Vervolgens kunt u deze data met iemand anders delen door de samenvattingstekst te kopiëren. **Opmerking**: voor gerelateerde informatie, verwijzen wij u naar deze blogberichten van Tableau-visionairs Ryan Sleeper (PlayfairData) en Bridget Cogley (TableauFit): [3 Ways the Describe Feature Can Help You Use Tableau](https://playfairdata.com/3-ways-describe-feature-can-help-use-tableau/) en [10 Intro Tips to Tableau When You’re Handed Someone Else’s Workbooks](https://www.tableaufit.com/10-intro-tips-tableau-youre-handed-someone-elses-workbooks/). ## Bladdetails weergeven Klik op Werkblad \> Blad beschrijven bij het bewerken van een visualisatie om een beschrijving van de werkmap, databron, velden en de lay-out van het huidige werkblad te bekijken. In deze samenvatting staat het bijschrift op de eerste regel, maar u vindt hier ook andere belangrijke samenvattende informatie. Vervolgens kunt u deze informatie kopiëren en in andere toepassingen plakken. ![Beschrijf een werkblad via het tabblad Werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/describesheet.gif) **Opmerking:** als Trendlijnen is ingeschakeld, ziet u in het dialoogvenster Blad beschrijven informatie over het trendlijnmodel. Zie [De significantie van de trendlijn beoordelen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/trendlines_add.htm#significance) voor meer informatie. Als u Prognose maken hebt ingeschakeld, ziet u in het dialoogvenster Blad beschrijven informatie over geschatte data. Zie [Prognosebeschrijvingen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/forecast_describe.htm) voor meer informatie. ## Velddetails weergeven Wanneer u klikt op Beschrijven in het contextmenu van een veld in het deelvenster Data, kunt u een beschrijving van de werkmap, de databron, de velden en de indeling van het huidige werkblad bekijken. In deze samenvatting staat het bijschrift op de eerste regel, maar u vindt hier ook andere belangrijke samenvattende informatie. Vervolgens kunt u deze informatie kopiëren en in andere toepassingen plakken. ![Beschrijf een veld in het deelvenster Data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/describefield.gif) ## Velden zoeken in het deelvenster Data Vanuit een veld in de weergave kunt u datzelfde veld eenvoudig vinden in het deelvenster Data. Dit kan handig zijn als u een specifiek veld in een lange lijst met velden moet bewerken of als velden vergelijkbare namen hebben. Velden zoeken in het deelvenster Data: 1. Klik met de rechtermuisknop op het veld in de weergave om het vervolgkeuzemenu te openen. 2. Selecteer **Zoeken in het deelvenster Data.** Het veld in het deelvenster Data wordt gemarkeerd, net zoals wanneer u erop klikt. ![Het vervolgkeuzemenu voor het veld Genre en hetzelfde veld gemarkeerd in het deelvenster Data](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/inspectdata_find-in-data-pane.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Details toevoegen De kaart Markeringen is een belangrijk element voor het uitvoeren van visuele analyses in Tableau. Wanneer u metingen en dimensies naar de kaart Markeringen sleept, codeert u uw gegevens met kleur, grootte, vorm, tekst en andere eigenschappen die context, details en betekenis aan de labels in de weergave toevoegen. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Prognosebeschrijvingen In het dialoogvenster Prognose beschrijven worden de prognosemodellen beschreven die Tableau voor uw visualisatie heeft berekend. Wanneer prognoses zijn ingeschakeld, kunt u dit dialoogvenster openen door Analyse > Prognose > Prognose beschrijven te selecteren. De informatie in het dialoogvenster Prognose beschrijven is alleen-lezen, maar u kunt wel klikken op Naar klembord kopiëren en vervolgens de scherminhoud in een document te plakken. Het dialoogvenster Prognose beschrijven heeft twee tabbladen: het tabblad Samenvatting en het tabblad Modellen. ## Prognose beschrijven – tabblad Samenvatting Op het tabblad Samenvatting worden de prognosemodellen beschreven die Tableau heeft gemaakt, evenals de algemene patronen die Tableau in de data heeft ontdekt. ### Gebruikte opties om prognoses te maken In dit gedeelte worden de opties samengevat die Tableau gebruikt om prognoses te maken. Deze opties worden automatisch door Tableau gekozen of opgegeven in het dialoogvenster Prognose-opties. - Tijdreeks – het doorlopende datumveld dat wordt gebruikt om de tijdreeks te definiëren. In sommige gevallen is deze waarde mogelijk geen datum. Zie [Prognoses maken wanneer de weergave geen data bevat](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/forecast_no_date.htm). - Meetwaarden –de meetwaarden waarvoor waarden worden geschat. - Prognose vooruit – de lengte en het datumbereik van de prognose. - Prognose op basis van – het datumbereik van de werkelijke data die zijn gebruikt om de prognose te maken. - Laatste negeren – het aantal perioden aan het einde van de werkelijke data die worden genegeerd. Voor deze perioden worden prognosedata weergegeven. Deze waarde wordt bepaald door de optie Laatste negeren in het dialoogvenster Prognose-opties. - Seizoensgebonden patroon – de lengte van de seizoenscyclus die Tableau in de data heeft gevonden, of Geen als er in geen enkele prognose een seizoenscyclus is gevonden. ### Samenvattingstabellen prognose Voor elke prognose voor een meetwaarde wordt een samenvattende tabel weergegeven waarin de prognose wordt beschreven. Als de weergave met gebruik van dimensies in meerdere deelvensters is opgedeeld, wordt in elke tabel een kolom ingevoegd die de dimensies identificeert. De velden in de samenvattende prognosetabellen zijn: - Initiële – de waarde en het voorspellingsinterval van de eerste prognoseperiode. - Wijziging ten opzichte van initiële – het verschil tussen de eerste en laatste prognose-schattingspunten. Het interval voor deze twee punten wordt weergegeven in de kolomkoptekst. Wanneer waarden als percentages worden weergegeven, toont dit veld de procentuele wijziging ten opzichte van de eerste prognoseperiode. - Seizoensgebonden effect – deze velden worden weergegeven voor modellen waarvan is vastgesteld dat ze seizoensgebonden zijn, dat wil zeggen dat ze een in de loop van de tijd een herhalend patroon van variatie vertonen. Ze tonen de hoogste en laagste waarde van de seizoenscomponent van de laatste volledige seizoenscyclus in de gecombineerde tijdreeks van werkelijke en prognosewaarden. Het seizoenscomponent drukt de afwijking van de trend uit en varieert dus rond nul, maar de som ervan is nul in de loop van een seizoen. - Bijdrage – de mate waarin Trend en Seizoensgebondenheid bijdragen aan de prognose. Deze waarden worden altijd uitgedrukt in percentages en zijn samen 100%. - Kwaliteit – geeft aan in hoeverre de prognose overeenkomt met de werkelijke data. Mogelijke waarden zijn GOED, OK en SLECHT. Een naïeve prognose is een prognose waarin wordt geschat dat de waarde van de volgende periode gelijk zal zijn aan de waarde van de huidige periode. De kwaliteit wordt uitgedrukt ten opzichte van een naïeve prognose. OK betekent dat de prognose waarschijnlijk minder fouten bevat dan een naïeve prognose, GOED betekent dat de prognose minder dan de helft van de fouten bevat en SLECHT betekent dat de prognose meer fouten bevat. ## Prognose beschrijven – tabblad Modellen Het tabblad Modellen biedt uitgebreidere statistieken en coëfficiëntwaarden voor vloeiend maken voor de Holt-Winters-modellen voor exponentieel vloeiend maken die ten grondslag liggen aan de prognoses. Voor elke prognose voor een meetwaarde wordt een tabel weergegeven met de prognosemodellen die Tableau voor de meetwaarde heeft gemaakt. Als de weergave met gebruik van dimensies in meerdere deelvensters is opgedeeld, wordt in elke tabel een kolom ingevoegd die de dimensies identificeert. De tabel is onderverdeeld in de volgende secties: ### Model Geeft aan of de componenten Niveau, Trend, of Seizoen deel uitmaken van het model dat wordt gebruikt om de prognose te genereren. De waarde voor elk onderdeel is een van de volgende: - Geen – het onderdeel is niet aanwezig in het model. - Optellen – het onderdeel is aanwezig en wordt opgeteld bij de andere onderdelen om de algehele prognosewaarde te maken. - Vermenigvuldigen – het onderdeel is aanwezig en wordt vermenigvuldigd met de andere onderdelen om de totale prognosewaarde te maken. ### Kwaliteitsstatistieken Er is een set waarden die statistische informatie verschaft over de kwaliteit van het model: #### **RMSE** Root mean squared error (wortel van de gemiddelde kwadratische fout): ![De wortel van de gemiddelde kwadratische fout wordt berekend met behulp van een wiskundige formule.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Equation2.PNG) #### **MAE** Mean absolute error (gemiddelde absolute fout): ![Een wiskundige formule.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Equation3.PNG) #### **MASE** Mean absolute scaled error (gemiddelde absolute geschaalde fout): ![Een wiskundige formule.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Equation4.PNG) MASE meet de omvang van de fout vergeleken met de omvang van de fout van een naïeve prognose van één stap vooruit als verhouding. Een naïeve prognose gaat ervan uit dat de waarde van vandaag dezelfde waarde zal hebben als morgen. Een MASE van 0,5 betekent dat uw prognose waarschijnlijk de helft minder fouten bevat dan een naïeve prognose. Dat is beter dan een MASE van 1,0, die niet beter is dan een naïeve prognose. Omdat dit een genormaliseerde statistiek is die voor alle waarden is gedefinieerd en fouten gelijkmatig weegt, is het een uitstekende statistiek voor het vergelijken van de kwaliteit van verschillende prognosemethoden. Het voordeel van MASE ten opzichte van de meer gangbare MAPE-statistiek is dat MASE is gedefinieerd voor tijdreeksen die nul bevatten, terwijl MAPE dat niet is. Bovendien weegt MASE fouten even zwaar, terwijl MAPE positieve en/of extreme fouten zwaarder weegt. #### **MAPE** Mean absolute percentage error (gemiddelde absolute procentuele fout): ![Een wiskundige formule uitgedrukt in sommatienotatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Equation5.PNG) MAPE meet de omvang van de fout in vergelijking met de omvang van de data, als een percentage. Een MAPE van 20% is dus beter dan een MAPE van 60%. Fouten zijn de verschillen tussen de responswaarden die het model schat, en de werkelijke responswaarden voor elke verklarende waarde in uw data. Omdat dit een genormaliseerde statistiek is, kan deze worden gebruikt om de kwaliteit van verschillende modellen die in Tableau zijn berekend te vergelijken. Voor sommige vergelijkingen is de methode echter onbetrouwbaar, omdat bepaalde soorten fouten zwaarder worden meegewogen dan andere. Bovendien is het niet gedefinieerd voor data met waarden van nul. #### **AIC** Akaike informatiecriterium: ![De formule voor het berekenen van een statistische waarde.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Equation6.PNG) AIC is een modelkwaliteitsmeetwaarde, ontwikkeld door Hirotugu Akaike, die complexe modellen bestraft om overfitting te voorkomen. In deze definitie is _k_ is het aantal geschatte parameters, inclusief initiële statussen, en is _SSE_ is de som van de kwadratische fouten. #### Variabelen In de voorgaande definities zijn de variabelen als volgt:
VariabeleBetekenis
tIndex van een periode in een tijdreeks.
nLengte tijdreeks:
mAantal periodes in een seizoen/cyclus.
A(t)Actuele waarde van de tijdreeks in periode t.
F(t)Aangepaste of prognosewaarde in periode t.
Restwaarden zijn: e(t) = F(t)-A(t) ### Coëfficiënten voor vloeiend maken Afhankelijk van de mate van evolutie in de niveau-, trend- of seizoenscomponenten van de data, worden coëfficiëntwaarden voor vloeiend maken geoptimaliseerd om recentere datawaarden zwaarder te laten wegen dan oudere, zodat prognosefouten binnen een steekproef die één stap vooruitgaan tot een minimum worden beperkt. Alfa is de coëfficiënt om het niveau vloeiend te maken, bèta de coëfficiënt om de trend vloeiend te maken en gamma de coëfficiënt om het seizoen vloeiend te maken. Hoe dichter de coëfficiënt voor vloeiend maken bij 1,00 ligt, hoe minder er vloeiend wordt gemaakt. Hierdoor kunnen componenten snel veranderen en kan er veel worden vertrouwd op recente data. Hoe dichter de coëfficiënt voor vloeiend maken bij 0,00 ligt, hoe meer er vloeiend wordt gemaakt. Hierdoor kunnen componenten geleidelijk veranderen en bent u minder afhankelijk van recente data. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Prognoseopties configureren Gebruik het dialoogvenster Prognoseopties om prognose-opties te configureren, waaronder: - de lengte van de prognose; - het bereik en de tijdelijke aggregatie van brondata waaruit de prognose wordt gegenereerd; - het prognosemodel; - voorspellingsintervallen. Wanneer prognoses zijn ingeschakeld, kunt u het dialoogvenster Prognose-opties openen door Analyse > Prognose> Prognose-opties te kiezen. ## Lengte van prognose Met de sectie Lengte van prognose bepaalt u hoe ver in de toekomst de prognose reikt. Selecteer een van de volgende opties: - Automatisch: Tableau bepaalt de lengte van prognose op basis van de data. - Exact: breidt de prognose uit voor het opgegeven aantal eenheden. - Tot: breidt de prognose uit naar het opgegeven punt in de toekomst. ## Brondata Gebruik de sectie Brondata om te specificeren. - Aggregeren op: geeft de tijdelijke granulariteit van de tijdreeks aan. Met de standaardwaarde (Automatisch), kiest Tableau de beste granulariteit voor de schatting. Dit komt doorgaans overeen met de tijdsgranulariteit van de visualisatie (dat wil zeggen, de datumdimensie waarop de prognose is gebaseerd). Soms is het echter mogelijk en wenselijk om het prognosemodel met een fijnere granulariteit te schatten dan de visualisatie, wanneer de tijdreeks in de visualisatie te kort is om een schatting mogelijk te maken. **Opmerking**: Wanneer u voor prognoses een dimensie met een geheel getal gebruikt in plaats van een datumdimensie, is de waarde voor Aggregeren op altijd Perioden. Zie [Prognoses maken wanneer de weergave geen data bevat](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/forecast_no_date.htm). - Laatste negeren: Geeft het aantal perioden aan het einde van de werkelijke data aan dat moet worden genegeerd bij het schatten van het prognosemodel. Voor deze tijdsperioden worden prognosedata gebruikt in plaats van werkelijke data. Met deze functie kunt u onbetrouwbare of gedeeltelijk achterliggende periodes verwijderen die misleidend kunnen zijn voor de prognose. Wanneer de schattingsgranulariteit die is gespecificeerd in de **Brondata** fijner is dan in de visualisatie, zijn de getrimde perioden schattingsperioden. Hierdoor kan de laatste werkelijke visualisatieperiode een prognoseperiode worden, die een aggregaat is van zowel de werkelijke als de prognoseperiodes van de schattingsgranulariteit. Null-waarden worden daarentegen niet met nullen gevuld en moeten worden gefilterd om een prognose te kunnen maken. - Ontbrekende waarden invullen met nullen: Als er waarden ontbreken in de meetwaarde waarvoor u een prognose probeert te maken, kunt u opgeven dat Tableau deze ontbrekende waarden met nul moet invullen. ## Prognosemodel Het gedeelte Prognosemodel geeft aan hoe het prognosemodel moet worden geproduceerd. Gebruik de vervolgkeuzelijst om aan te geven of Tableau het model moet selecteren dat zij uit alle modellen als meest geschikt beschouwen (Automatisch), het beste model van de modellen zonder seizoenscomponent (Automatisch zonder seizoensgebondenheid), of het model dat u opgeeft (Aangepast). Wanneer u kiest voor de optie Aangepast , verschijnen er twee nieuwe velden in het dialoogvenster Prognose-opties. Deze velden kunt u gebruiken om de trend- en seizoenskenmerken voor uw model op te geven: ![Een vervolgkeuzemenu voor een prognosemodel met opties voor trend en seizoen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/forecast_custom.png) De keuzes zijn voor beide velden hetzelfde: - Geen: Wanneer u Geen selecteert voor Trend beoordeelt het model de data niet op trend. Wanneer u Geen selecteert voor Seizoen beoordeelt het model de data niet op seizoensgebondenheid. - Optellen:Een model met optellen is een model waarin het gecombineerde effect van verschillende onafhankelijke factoren de som is van de geïsoleerde effecten van elke factor. U kunt de data in uw weergave beoordelen op opgetelde trends, opgetelde seizoensgebondenheid of beide. - Vermenigvuldigen: Een model met vermenigvuldiging is een model waarin het gecombineerde effect van verschillende onafhankelijke factoren het product is van de geïsoleerde effecten van elke factor. U kunt de data in uw weergave beoordelen op vermenigvuldigde trend, vermenigvuldigde seizoensgebondenheid of beide. Als uw visualisatie meer dan één tijdreeks bevat, zorgt de optie Aangepast ervoor dat voor allemaal een prognose wordt gemaakt met gebruik van hetzelfde aangepaste model. Als u de modellen op deze manier beperkt, resulteert dit doorgaans in modellen van lagere kwaliteit dan de modellen die u krijgt via automatische modelselectie. ### Beperkingen op modellen met vermenigvuldigen - U kunt geen model met vermenigvuldiging gebruiken als de meetwaarde waarvoor een prognose wordt gemaakt een of meer waarden heeft die minder dan of gelijk zijn aan nul, of zelfs als sommige datapunten te dicht bij nul liggen ten opzichte van andere datapunten. - U kunt geen model opgeven met een trend met vermenigvuldiging en een seizoen met optellen, omdat het resultaat numeriek instabiel kan zijn. ## Voorspellingsinterval U kunt het voorspellingsinterval instellen op 90, 95 of 99 procent, of een aangepaste waarde invoeren. Deze waarde wordt op twee locaties gebruikt: - In de voorspellingsbanden worden de voorspellingen met een prognose weergegeven. - Voor de voorspellingsintervalopties (Bovenste voorspellingsinterval en Onderste voorspellingsinterval) die beschikbaar zijn als prognoseresultaattypen voor een meetwaarde in de weergave: ![Een vervolgkeuzemenu met opties om het type prognoseresultaat te bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/forecast_results_type.png) ## Prognosesamenvatting Het tekstvak onder aan het dialoogvenster Prognose-opties bevat een beschrijving van de huidige prognose. De prognosesamenvatting wordt bijgewerkt wanneer u een van de bovenstaande prognose-opties wijzigt. Als er een probleem is met de prognose, verschijnt er in het tekstvak een foutbericht waarmee u het probleem mogelijk kunt oplossen. Zie [Fouten in prognoses oplossen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/forecast_resolve_errors.htm). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Dimensies en meetwaarden, blauw en groen Tableau identificeert elk veld als een dimensie of meetwaarde in het deelvenster Data, afhankelijk van het type data dat het veld bevat.U gebruikt deze velden om uw analyse op te bouwen. Zie [Dimensie en meetwaarden versus doorlopende en discrete variabelen](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/tutorials/on-demand/dimension-and-measures-vs.-continuous-and-discrete-variables?playlist=509089) voor gerelateerde bronnen en video's. ## Over rollen en typen datavelden Datavelden worden gemaakt op basis van de kolommen in uw databron.Aan elk veld wordt automatisch een datatype toegewezen, zoals geheel getal, tekenreeks of datum, en een rol: een discrete dimensie of continue meetwaarde (of, minder vaak, een continue dimensie of discrete meetwaarde). - Met _dimensies_ worden de data gegroepeerd of gesegmenteerd.Dimensies bevatten doorgaans kwalitatieve waarden (zoals namen, datums of geografische data).U kunt dimensies gebruiken om uw data te categoriseren.Dimensies verlagen het detailniveau in de weergave. - _Meetwaarden_ worden geaggregeerd.Meetwaarden doorgaans bevatten numerieke, kwantitatieve waarden die u kunt meten.Wanneer u een meetwaarde naar de weergave sleept, past Tableau een aggregatie toe op de veld. - Zie [Lijst met vooraf gedefinieerde aggregaties in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm#AggFuncs) en [Aggregaatfuncties in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_aggregate_create.htm) voor meer informatie over aggregatie. ### Blauwe versus groene velden Tableau geeft data anders weer in de weergave, afhankelijk van of het veld discreet of continu is)._Continu_ en _discreet_ zijn wiskundige termen. - _Continu_ betekent 'een doorlopend geheel vormen, zonder onderbreking'.Deze velden zijn groen gekleurd.Wanneer een continu veld in de container Rijen of Kolommen wordt geplaatst, wordt er een as in de weergave gemaakt. - _Discreet_ betekent 'individueel gescheiden en onderscheiden'.Deze velden zijn blauw gekleurd.Wanneer een discreet veld in de container Rijen of Kolommen wordt geplaatst, wordt er een koptekst in de weergave gemaakt. ### Mogelijke veldtypen in Tableau Deze tabel toont voorbeelden van hoe de vier verschillende veldtypen er in de weergave uitzien.Bekijk de trainingsvideo [Dimensies en meetwaarden versus discrete en continue velden](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/tutorials/on-demand/dimension-and-measures-vs.-continuous-and-discrete-variables?playlist=509089) (3 minuten) voor meer informatie over het verschil tussen deze veldtypen.
Discrete dimensiesEen blauwe knop met het label 'Productnaam'
Continue dimensies*Een groen veld met een continue dimensie.
Discrete meetwaardenEen blauwe knop met het label 'SUM(Winst)'
Continue meetwaardenEen groen veld met een continue meetwaarde.
\* Dimensies met het datatype Tekenreeks of Booleaans kunnen niet continu zijn.Datums zijn de meest voorkomende continue dimensie. ### Een meetwaarde herkennen Een visuele aanwijzing wanneer een veld een meetwaarde is, is dat de instantie van het veld in de weergave (vaak een "pill" genoemd) wordt geaggregeerd met een functie.De aggregatie wordt aangegeven vóór de veldnaam. Een voorbeeld hiervan is `AVG([Age])`. Maar er gelden uitzonderingen: - Datums hebben meestal granulariteitsindicatoren, zoals 'week' in `WEEK([Order Date])`, zelfs als het dimensies zijn. - Dimensies kunnen soms worden geaggregeerd met specifieke aggregaties zoals CNT of ATTR, waardoor ze feitelijk worden omgezet in metingen. - Tabelberekeningen zijn meetwaarden.Ze laten een deltapictogram zien en kunnen al dan niet een aggregatie bevatten: ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/field_tablecalc.png "Een groene veldindicator met een driehoekpictogram") - Als de volledige weergave wordt gedesaggregeerd, zijn alle velden per definitie dimensies.Zie [Data desaggregeren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm#DisAggData) voor details. > [!TIP] > > u kunt de standaardaggregatie en andere eigenschappen en instellingen voor velden instellen.Zie [Velden in het deelvenster Data ordenen en aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_dwfeatures.htm), [Standaardinstellingen van velden bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_fieldproperties.htm) en [Werken met databronnen in het deelvenster Data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_understanddatawindow.htm) voor meer informatie over het aanpassen van de velden in het deelvenster Data. ## Voorbeelden van continue en discrete velden die in een weergave worden gebruikt Zie [Velden converteren van discreet naar continu en omgekeerd](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_convertdisctocont.htm) voor details over het converteren van velden tussen discreet en continu. In het voorbeeld aan de linkerkant wordt een horizontale as gecreëerd langs de onderkant van de weergave omdat het veld Hoeveelheid**Continu** is.Het groene veld en de as helpen u te zien dat het een continu veld is. In het voorbeeld aan de rechterkant heeft het veld **Hoeveelheid** de waarde Discreet.Er worden horizontale kopteksten gemaakt in plaats van een as.Het blauwe veld en de horizontale koppen helpen u te zien dat het discreet is.
Veld Hoeveelheid met de waarde Continu Veld Hoeveelheid met de waarde Discreet
Een lijndiagram met verkoop versus hoeveelheid. Een staafdiagram met verkoop per volume.
In beide voorbeelden is het veld **Verkoop** ingesteld op **Continu**.Er ontstaat een verticale as omdat deze continu is en zich in de container Rijen bevindt.Als deze zich in de container Kolommen zou bevinden, zou de as horizontaal zijn.De aggregatie SOM geeft aan dat het een meetwaarde is. Het ontbreken van een aggregatiefunctie in de veldnaam **Hoeveelheid** geeft aan dat het een dimensie is. ## Dimensievelden in de weergave Vaak zijn velden uit het gebied Dimensie discreet wanneer u ze aan een weergave toevoegt, met een blauwe achtergrond.Datumdimensies en numerieke dimensies kunnen discreet of continu zijn, en alle meetwaarden kunnen discreet of continu zijn. Wanneer u een discreet dimensieveld naar Rijen of Kolommen sleept, maakt Tableau kolom- of rijkoppen. ![Categoriedimensie met kolomkoppen voor Meubels, Kantoorartikelen en Technologie](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dim_meas1.png) Nadat u een dimensie naar Rijen of Kolommen hebt gesleept, kunt u het veld wijzigen in een meetwaarde.Klik op het veld, kies Meetwaarde en selecteer vervolgens een aggregatie.De weergave bevat nu een continue as in plaats van kolom- of rijkoppen, en het veld is groen: ![Een horizontaal staafdiagram met de continue as voor een telling van drie categorieën](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dim_meas2.png) Datumdimensies kunnen discreet of continu zijn.Dimensies die tekenreeksen of Booleaanse waarden bevatten, mogen niet continu zijn. Tableau aggregeert geen dimensies.Zie [Lijst met vooraf gedefinieerde aggregaties in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm#AggFuncs) voor een bespreking van de verschillende soorten aggregaties die Tableau kan uitvoeren. In Tableau-query's worden dimensies in de weergave in SQL uitgedrukt als 'Groeperen op'-componenten. ## Hoe dimensies het detailniveau beïnvloeden in de weergave Het detailniveau in een weergave verwijst naar hoe granulair de dimensie- en meetwaardedata in de weergave worden gegeven. Terwijl u dimensies toevoegt aan Rijen of Kolommen, kan het aantal markeringen in de weergave toenemen. Om te begrijpen waarom het toevoegen van dimensies het aantal markeringen in de weergave vergroot, kunt u het volgende doen: 1. Sleep Segment naar Kolommen. De statusbalk onderaan het Tableau-venster laat zien dat de weergave nu drie markeringen bevat: ![Het tabblad Databron met 3 markeringen en een tabel met 1 rij en 3 kolommen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/add_dims1.png) Deze markeringen bevatten de tijdelijke tekst `Abc`, omdat u op dit moment alleen de structuur van de weergave aan het opbouwen bent. 2. Sleep Regio naar Kolommen. Nu zijn er 12 markeringen.Drie waarden binnen Segment vermenigvuldigd met vier waarden in Regio is 12. 3. Sleep \[Verzenddatum\] naar Rijen. Het totaal bedraagt nu 57 punten (drie segmenten per vier regio's per vijf jaar is 60, maar voor drie mogelijke combinaties zijn geen data beschikbaar). We kunnen doorgaan met het toevoegen van dimensies aan Rijen en Kolommen om te zien dat het totaal aantal markeringen blijft stijgen.Het coderen van een dimensie met een eigenschap op de kaart Markeringen (zoals Kleur of Grootte) verhoogt het aantal markeringen zonder toevoeging van kopteksten.Dit gebruik van dimensies om de uitsplitsing van markeringen te bepalen, staat bekend als het instellen van het LOD (Level of Detail) of _detailniveau_. Het toevoegen van een dimensie aan een van de volgende locaties in Tableau heeft invloed op het detailniveau: ![Secties met containers en visualisatie die betrekking hebben op LOD-expressies, worden gehighlight in een leeg Tableau-dashboard.Gemarkeerde gebieden zijn pagina's, kolommen, rijen, werkbladoppervlak en de volgende markeringen op de kaart Markeringen: kleur, grootte, label, detail en pad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_shelves.png) 4. De weergave bevat nu 57 afzonderlijke exemplaren van `Abc`. De weergave bestaat uit alleen maar structuur en geen inhoud.Sleep Verkoop naar Tekst om de waarden te zien.De weergave kan nu als voltooid worden beschouwd: ![Een Tableau-werkblad met een teksttabel van de som van de verkopen per segment en regio, jaar op jaar.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/add_dims2.png) ### Opmerkingen - Soms kan het toevoegen van een meetwaarde aan de weergave het aantal markeringen in de weergave vergroten.Met bijvoorbeeld Verkoop in Rijen bedraagt het aantal markeringen 57.Maar als Winst ook in Rijen wordt geplaatst, neemt het aantal markeringen toe tot 114.Maar dit is niet hetzelfde als het wijzigen van het detailniveau van de weergave. - Het aantal markeringen in de weergave is niet altijd hetzelfde als het vermenigvuldigen van het aantal leden van elke dimensie.Er zijn meerdere redenen waarom het aantal markeringen lager zou kunnen zijn.U kunt een markering forceren voor elke mogelijke combinatie via Ontbrekende waarden tonen.Zie [Ontbrekende waarden of lege rijen en kolommen weergeven of verbergen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/missing_values.htm) voor meer informatie over het weergeven van ontbrekende waarden. ![Contextmenu voor een as met opties om alleen waarden te behouden, uit te sluiten, te verbergen, in te zoomen, op te maken, het label te roteren, de koptekst weer te geven en ontbrekende waarden weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/add_dims3.png) ## Meetwaardevelden in de weergave Wanneer u een meetwaarde naar de weergave sleept, wordt deze standaard geaggregeerd.Het type aggregatie varieert afhankelijk van het type weergave.Controleer altijd de aggregatie en wijzig deze indien nodig.Zie 'De standaardaggregatie wijzigen' in [Standaardinstellingen van velden bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_fieldproperties.htm) voor meer informatie.Zie [Data-aggregatie in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm) voor meer informatie over aggregatie. Wanneer u een continu veld uit het deelvenster Data naar Rijen of Kolommen sleept, creëert Tableau een continue as voor dat veld. ![Een horizontaal staafdiagram met de verkopen per categorie Meubels, Kantoorartikelen en Technologie](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dim_meas3.png) Als u op het veld klikt en het wijzigt in Discreet, worden de waarden kolomkoppen. ![Tabel met discrete verkoopdata per categorie](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dim_meas4.png) Tableau blijft waarden voor het veld aggregeren.Ook al is het veld nu discreet, is het nog steeds een meetwaarde, en Tableau aggregeert meetwaarden standaard. In gevallen waarin Tableau een veld onjuist heeft ingedeeld als dimensie of meetwaarde, kunt u dit converteren en de rol ervan wijzigen.Als een meetwaarde niet mag worden geaggregeerd (zoals numerieke ID's), converteert u het veld naar een dimensie. Zie [Een meetwaarde omzetten in een dimensie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_convertdimtomeas.htm) voor gerelateerde details. Zie [Velden converteren van discreet naar continu en omgekeerd](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_convertdisctocont.htm) voor details over het converteren van velden tussen discreet en continu. ## Hoe continue en discrete velden de weergave veranderen _Continu_ en _discreet_ zijn wiskundige termen.Continu betekent 'een doorlopend geheel vormen, zonder onderbreking' en discreet betekent 'individueel gescheiden en verschillend'. Velden kunnen discreet of continu zijn.Wanneer u een groen veld naar Kolommen of Rijen sleept, zijn de waarden continu en maakt Tableau een as.Wanneer u een blauw veld naar Kolommen of Rijen sleept, zijn de waarden discreet en maakt Tableau een kolom of rijkoppen. ### Continue velden produceren assen Als een veld waarden bevat die getallen zijn die kunnen worden opgeteld, waarvan een gemiddelde kan worden bepaald of anderszins geaggregeerd, wordt het toegevoegd als meetwaardeveld in het deelvenster Data wanneer u voor het eerst verbinding maakt met een databron.Tableau gaat ervan uit dat de waarden continu zijn. Tableau geeft een as weer wanneer u een continu veld sleept naar Rijen of Kolommen.Een as is een meetlijn die waarden tussen een minimum en een maximum weergeeft.Linialen en analoge thermometers zijn voorbeelden van fysieke objecten die op deze manier een as hebben. Hoewel een continue as waardelabels bevat (0, 0,5, ...3,0 in de volgende afbeelding), hoeven de datamarkeringen niet uit te lijnen met deze markeringstekens.In deze afbeelding strekt de blauwe balk zich bijvoorbeeld uit tot 6,940 op de horizontale as, en niet precies 7,0. ![Een staafdiagram met de gemiddelde IMDb-beoordelingen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dim_meas5.png) Het aantal potentiële waarden voor continue velden is onmogelijk te voorspellen.Als u bijvoorbeeld een veld hebt met de naam Beoordelingen en de initiële waarden zijn 1, 3, 3,5, 3,6 en 4, zijn dat vijf verschillende waarden.Maar als u Beoordelingen in Rijen plaatst, is de geaggregeerde waarde een zesde waarde (3,02) die pas bestond toen u het veld aan de weergave toevoegde.En als u vervolgens een filter toepast dat twee van de initiële waarden elimineert, verandert het gemiddelde naar een andere waarde.En als u dan de aggregatie verandert, ...U snapt het idee.Het aantal potentiële waarden is immens, mocht het al niet oneindig zijn. Het feit dat een veld cijfers bevat, betekent niet automatisch dat deze waarden continu zijn.Postcodes zijn het klassieke voorbeeld: hoewel ze vaak volledig uit cijfers bestaan, zijn het feitelijk tekenreekswaarden die niet mogen worden opgeteld of waarvan een gemiddelde mag worden bepaald.Als Tableau een dergelijk veld als meetwaarde toewijst aan het deelvenster Data, sleept u het naar een dimensiegebied om het in een dimensie te veranderen. ### Discrete velden creëren kopteksten Als een veld waarden bevat die geen getallen zijn, wordt het geïdentificeerd als een dimensie in het deelvenster Data.Tableau beschouwt de waarden als discreet. Tableau maakt kopteksten wanneer u een discreet veld sleept naar Kolommen of Rijen.De individuele waarden voor een discreet veld worden de rij- of kolomkoppen. ### Discrete versus continue velden in filters - Wanneer u een discreet dimensieveld neerzet in de container Filters, vraagt Tableau u te kiezen welke leden van het discrete veld u in de weergave wilt opnemen. ![Het tabblad Algemeen in het dialoogvenster Filterinstellingen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cont_disct4.png) - Wanneer u een datumveld in Filters neerzet, kan het resultaat een discreet en continu filter zijn.Zie [Datums filteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm#FilterDates) voor meer informatie. - Wanneer u een continue meetwaarde in Filters neerzet, vraagt Tableau u eerst om een aggregatie voor het filter te kiezen. - Wanneer u een continue dimensie neerzet in Filters (anders dan een datum), vraagt Tableau u op te geven hoe u het continue bereik van waarden wilt filteren. Zie [Dimensies, meetwaarden en datumvelden slepen naar de container Filters](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm#Drag) voor meer informatie over het filteren van verschillende typen velden. ### Discrete velden versus continue velden in kleur Wanneer u een discreet veld neerzet op Kleur in de kaart Markeringen, gebruikt Tableau een categorisch palet en wordt een kleur toegewezen aan elke waarde van het veld. Wanneer u een continu veld neerzet op Kleur, gebruikt Tableau een kwantitatieve legenda met een continu kleurenbereik. Zie [Kleurpaletten en -effecten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties_color.htm) voor meer informatie over kleurenpaletten. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Door de statistische bestandsconnector ondersteunde, door de gebruiker gedefinieerde coderingen In dit onderwerp worden de tekencoderingen behandeld die worden ondersteund door de Tableau connector voor statistiekbestanden. De lijst bevat enkelbyte-, multibyte- en door de gebruiker gedefinieerde Unicode-coderingen, evenals enkelbyte- en multibyte-coderingen die momenteel niet kunnen worden toegewezen aan de overeenkomstige SAS-coderingen. ## Door de gebruiker gedefinieerde enkelvoudige byte-coderingen ASCII CSASCII US-ASCII US ISO\_646.IRV:1991 ISO646-US 646 ISO-IR-6 IBM367 CP367 ANSI\_X3.4-1986 ANSI\_X3.4-1968 ISO-8859-1 CSISOLATIN1 LATIN1 L1 ISO\_8859-1:1987 ISO8859-1 ISO-IR-100 ISO-8859-1 IBM819 CP819 ISO-8859-15 LATIN-9 ISO\_8859-15:1998 ISO\_8859-15 ISO8859-15 ISO-IR-203 IBM850 CSPC850MULTILINGUAL CP850 850 WINDOWS-1252 MS-ANSI CP1252 ISO-8859-7 CSISOLATINGREEKISO\_8859-7:1987 ISO\_8859-7 ISO-IR-126 ISO-8859-7 GREEK8 GREEK ELOT\_928 ECMA-118 WINDOWS-1253 MS-GREEK CP1253 ISO-8859-10 CSISOLATIN6 LATIN6 L6 ISO\_8859-10:1992 ISO\_8859-10 ISO8859-10 ISO-IR-157 WINDOWS-1257 WINBALTRIM CP1257 ISO-8859-2 CSISOLATIN2 LATIN2 L2 ISO\_8859-2:1987 ISO\_8859-2 ISO8859-2 ISO-IR-101 IBM852 CSPCP852 CP852 852 WINDOWS-1250 MS-EE CP1250 ISO-8859-5 CSISOLATINCYRILLIC ISO\_8859-5:1988 ISO\_8859-5 ISO8859-5 ISO-IR-144 CYRILLIC WINDOWS-1251 MS-CYRL CP1251 CP866 CSIBM866 IBM866 866 TIS-620 TIS620.2533-1 TIS620.2533-0 TIS620.2529-1 TIS620-0 TIS620 ISO-IR-166 ISO-8859-11 CP874 CSISOLATIN5 LATIN5 L5 ISO\_8859-9:1989 ISO\_8859-9 ISO8859-9 ISO-8859-9 ISO-IR-148 CSIBM857 IBM857 CP857 857 WINDOWS-1254 MS-TURK CP1254 CP1129 VPS WINDOWS-1258 CP1258 ISO-8959-6 CSISOLATINARABIC ISO\_8859-6:1987 ISO\_8859-6 ISO8859-6 ISO-IR-127 ECMA-114 ASMO-708 ARABIC WINDOWS-1256 MS-ARAB CP1256 ISO-8859-8 CSISOLATINHEBREW ISO\_8859-8:1988 ISO\_8859-8 ISO8859-8 ISO-IR-138 HEBREW IBM864 CSIBM864 CP864 WINDOWS-1255 MS-HEBR CP1255 IBM862 CSPC862LATINHEBREW0x2E CP862 862 ## Door de gebruiker gedefinieerde coderingen met meerdere bytes CP936 WINDOWS-936 MS936 GBK GB2312 CSISO58GB231280 ISO-IR-58 GB\_2312-80 CHINESE ISO-2022-CN CP950 windows-950 ms-950 ms950 CSBIG5 CN-BIG5 BIGFIVE BIG5 BIG-FIVE BIG-5 BIG5HKSCS BIG5-HKSCS EUC-TW CSEUCTW EUCTW EUC-JP CSEUCPKDFMTJAPANESE EXTENDED\_UNIX\_CODE\_PACKED\_FORMAT\_FOR\_JAPANESE EUCJP EUC-JP ISO-2022-JP CSISO2022JP ISO-2022-JP CSSHIFTJIS SJIS SHIFT\_JIS SHIFT-JIS MS\_KANJI CP932 EUC-KR CSEUCKR EUCKR EUC-KR UHC CP949 EUC-CN CSGB2312 GB2312 EUCCN CN-GB ## Door gebruiker gedefinieerde Unicode-codering TF-8 UCS-2 UCS-2BE UCS-2LE UCS-4 UCS-4BE UTF-16 UTF-16BE UTF-16LE UTF-32 UTF-32LE UTF-32BE UTF-7 ## Enkelvoudige byte-coderingen die niet kunnen worden toegewezen aan SAS-coderingen MACROMAN CSMACINTOSH MACINTOSH MAC ISO-8859-14 LATIN8 L8 ISO\_8859-14:1998 ISO\_8859-14 ISO8859-14 ISO-IR-199 ISO-CELTIC MACGREEK MACICELAND ISO-8859-3 CSISOLATIN3 LATIN3 L3 ISO\_8859-3:1988 ISO\_8859-3 ISO8859-3 ISO-IR-109 ISO-8959-4 CSISOLATIN4 LATIN4 L4 ISO\_8859-4:1988 ISO\_8859-4 ISO8859-4 ISO-IR-110 ISO-8959-13 LATIN7 L7 ISO\_8859-13 ISO8859-13 ISO-IR-179 ISO-8859-13 MACCENTRALEUROPE MACCROATIAN IBM855 CSIBM855 CP855 855 KOI8-R CSKOI8R MACCYRILLIC KOI8-U CSKOI8R MACUKRAINIAN ISO-8859-16 LATIN10 L10 ISO\_8859-16:2001 ISO\_8859-16 ISO8859-16 ISO-IR-226 MACROMANIAN ARMSCII-8 GEORGIAN-ACADEMY MACTURKISH TCVN VISCII CSVISCII VISCII1.1-1 MACARABIC MACHEBREW WINDOWS-874 ## Coderingen met meerdere bytes die niet kunnen worden toegewezen aan SAS-coderingen GB18030 HZ HZ-GB-2312 CSISO2022JP ISO-2022-JP JOHAB JOHAB CP1361 ISO-2022-KR CSISO2022KR ISO-2022-KR ISO-2022-JP CSISO2022JP ISO-2022-JP-1 ISO-2022-JP-2 CSISO2022JP2 ISO-2022-CN CSISO2022CN ISO-2022-CN-EXT [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Door Tableau geleverde connectors gebruiken Volg de onderstaande links voor informatie over hoe u verbinding kunt maken met uw specifieke data met behulp van connectoren die door Tableau worden aangeboden en ondersteund. Connectors worden weergegeven in de volgorde waarin ze op het venster Verbinding staan. **Opmerking:** zie [Tableau Exchange-connectors gebruiken die door partners zijn ontwikkeld](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/gallery_connectors.htm) voor connectors die door partners zijn gemaakt en ook door partners worden ondersteund. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Door Tableau ondersteunde locatiedata voor het maken van kaartweergaven Tableau ondersteunt wereldwijde luchthavencodes, steden, landen, regio's, territoria, staten, provincies en sommige postcodes en administratieve districten op het tweede niveau (equivalenten van bestuurlijke gebieden). Amerikaanse netnummers, Core Based Statistical Areas (CBSA), Metropolitan Statistical Areas (MSA), congresdistricten en postcodes worden ook ondersteund door Tableau. Daarnaast worden alle breedtegraad- en lengtegraadcoördinaten ondersteund, zolang deze in decimale graden zijn. **Opmerking:** Zie [Over Tableau Maps](https://www.tableau.com/nl-nl/mapdata#data) op de Tableau-website voor een volledige lijst met locatiedata per land die Tableau ondersteunt. ## Wat u moet doen als Tableau uw locatiedata niet herkent - **Als Tableau uw locatiedata herkent en automatisch geografische rollen aan uw velden toewijst** (u weet dat dit is gebeurd omdat er een wereldbolpictogram ![Het pictogram Wereldbol dat aangeeft dat de geografische rol op het veld is toegepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/geoicon.png) wordt weergegeven naast de velden in het deelvenster **Data**), bent u klaar om een kaartweergave te maken. Dubbelklik op een van die geografische velden en u krijgt een kaart. - **Als Tableau uw locatiedata niet onmiddellijk herkent** en u geen kaartweergave kunt maken, moet u geografische rollen aan uw velden toewijzen. Zie de sectie [Een geografische rol toewijzen aan een veld](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm#AssignRole) om te leren hoe u dit kunt doen. **Opmerking**: Deze procedure werkt alleen als uw locatiedata door Tableau worden ondersteund. Als uw data niet door Tableau worden ondersteund, kunt u in de tussentijd een aantal dingen proberen om die data in Tableau in kaart te brengen: - [Locatienamen bewerken in uw databron zodat deze overeenkomen met de locatienamen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_editlocation.htm) - [Aangepaste geocodering van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/custom_geocoding.htm) - [Uw geografisch data combineren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_customgeocode_ex_datablend.htm) **Opmerking**: Verbinding maken met ruimtelijke data wordt alleen ondersteund in Tableau Desktop versie 10.2 en hoger. ## Zie ook [Over Tableau Maps-data](https://www.tableau.com/nl-nl/mapdata#data) [Over Tableau Maps-partners](https://www.tableau.com/nl-nl/mapdata#vendors) ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Dynamische asbereiken gebruiken Het is van cruciaal belang dat uw gebruikers het bereik begrijpen dat in een visualisatie wordt weergegeven, zodat ze de data correct kunnen analyseren. Vooral bij het analyseren van meerdere visualisaties in een dashboard of meerdere werkbladen tegelijkertijd kunnen gebruikers data gemakkelijk verkeerd interpreteren als het bereik van de assen per visualisatie verschilt. Wanneer u bijvoorbeeld twee staafdiagrammen naast elkaar plaatst, kan het lijken alsof de staven in beide diagrammen even groot zijn. De assen kunnen echter heel verschillende bereiken hebben, waardoor de grafieken misleidend kunnen zijn. Om gebruikers te helpen het bereik van de as te begrijpen, kunnen auteurs vanaf versie 2023.3 en later, dynamische asbereiken gebruiken om de minimum- en maximumwaarde van een asbereik in te stellen met behulp van numerieke parameters of datumparameters. Wanneer gebruikers door de visualisaties navigeren, worden de assen synchroon bijgewerkt. Hierdoor kunnen uw gebruikers data in verschillende visualisaties eenvoudig en nauwkeurig analyseren. En door het bereik van de data te beperken, kunt u een subset van data bekijken zonder de onderliggende data te hoeven filteren of het voortschrijdend gemiddelde van uw data te beïnvloeden. Dynamische asbereiken kunnen ook worden gebruikt om het bereik van een as te vergroten of te verkleinen zonder de onderliggende data uit te filteren. Dit is ideaal om de voortgang ten opzichte van een doel te tonen of om een voortschrijdend gemiddelde te tonen. ## Ondersteunde veldtypen Dynamische asbereiken ondersteunen alle parameters die compatibel zijn met de geselecteerde continue as, bijvoorbeeld: - Numerieke parameters - Tijdelijke parameters (Datum of DatumTijd) ## Een dynamisch asbereik configureren op basis van een selectie Vanaf Tableau 25.3 kunt u het asbereik automatisch bijwerken op basis van de gebiedselectie. Hierdoor zijn aparte workflows voor parameters en parameteracties niet meer nodig. 1. Klik in een werkblad met de rechtermuisknop op de as en kies As bewerken… 2. Kies Aangepast voor het bereik. 3. Vouw de vervolgkeuzemenu's uit en kies Bijwerken na interactie voor de start- en eindpunten van het bereik. 4. Sluit het dialoogvenster. 5. Ga terug naar uw visualisatie en selecteer een gebied op de visualisatie om de bijbehorende waarde voor het gekozen punt in het bereik in te stellen. ![Dialoogvenster As bewerken met de optie om een aangepast bereik voor begin en einde in te stellen op basis van een interactie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dynamic_axis_selection.png) ## Een dynamisch asbereik configureren met een bestaande parameter U kunt het dynamische asbereik ook configureren door het te koppelen aan een bestaande parameter. 1. Kies vanuit een werkblad [Een parameter maken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/parameters_create.htm) voor uw as. 2. Klik met de rechtermuisknop op de as en kies As bewerken. 3. Kies Aangepast voor het bereik. Selecteer vervolgens de parameter die u hebt gemaakt voor de begin- of eindasgrootte. 4. Sluit het dialoogvenster. 5. Als u meerdere bladen op een dashboard gebruikt, herhaalt u deze stappen voor de assen op de verschillende bladen. ![Een animatie die een parameter voor het maken van een dynamisch asbereik laat zien. Vervolgens toont de animatie hoe filteren beïnvloed wordt door dynamische bereiken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dynamic_axis_ranges.gif) ## Beperkingen en speciale gevallen Dynamische asbereiken worden niet bijgewerkt binnen [Verhalen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/stories.htm). Als de parameter die voor de as wordt gebruikt, wordt verwijderd, blijft de meest recente parameterwaarde behouden als asgrootte. De volgende keer dat u de as bewerkt, verschijnt er een foutmelding waarin u wordt gevraagd een nieuwe parameter te kiezen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Dynamische astitels gebruiken Dankzij de flexibiliteit van Tableau kunnen auteurs snel verschillende datasets analyseren en data op verschillende manieren visualiseren voor diepere analyses. Maar die flexibiliteit gaat gepaard met de verantwoordelijkheid om de data die in een visualisatie worden gebruikt, nauwkeurig door te geven. Het is bijvoorbeeld van cruciaal belang om de meeteenheden door te geven die veranderen op basis van een parameterwaarde. Stel dat u naar een visualisatie van het weer kijkt die een temperatuur van 25 graden aangeeft. In Fahrenheit zou dat een geweldige voorspelling voor een skivakantie kunnen zijn. Maar in graden Celsius zou die voorspelling betekenen dat u het beste naar het strand kunt gaan. Als auteur kunt u dynamische astitels gebruiken om de astitel bij te werken op basis van de waarde van een parameter of een veld met één waarde (bijvoorbeeld een LOD-berekening). Als u [swap-parameters](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/parameters_swap.htm) gebruikt, worden de astitels zodanig bijgewerkt dat ze overeenkomen met de gebruikte data. ## Ondersteunde veldtypen Een veld kan alleen als dynamische astitel worden gebruikt als het een van de volgende dingen is: - Een veld met één waarde en een [FIXED-LOD-berekening](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod_fixed.htm) - Een parameter - Een constant berekend veld - Een top 1-set ## Een dynamische astitel configureren 1. Sleep een continu veld vanuit een Tableau-werkblad naar een container. 2. Dubbelklik op de as om het dialoogvenster As bewerken te openen. 3. Selecteer in de sectie Astitels het veld dat u als astitel wilt gebruiken uit de lijst. 4. Sluit het dialoogvenster As bewerken. Voor een complexere gebruikscase dient u eerst de stappen in [Voorbeeld: Meetwaarden verwisselen met behulp van parameters](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/parameters_swap.htm) te volgen. Volg dan deze stappen: 1. Dubbelklik op de X-as om het dialoogvenster As bewerken te openen. 2. Selecteer Parameter in de sectie Astitels en kies vervolgens de selector Tijdelijke aanduiding 2. 3. Sluit het dialoogvenster As bewerken. 4. Herhaal deze stappen voor de Y-as met tijdelijke aanduiding 1. Wanneer de parameters hierna worden gewijzigd, worden de astitels aangepast aan de weergegeven data. ## Beperkingen en speciale gevallen Dynamische astitels worden gewist wanneer het visualisatietype wordt gewijzigd met behulp van Laten zien. Als u ondertitels gebruikt, wordt de ondertitel na de dynamische astitel weergegeven, net als bij aangepaste titels. Automatische ondertitels worden alleen ingevuld als u een continue datumwaarde-as hebt die is gefilterd op één jaar met minimaal twee tijdsperioden. De functionaliteit voor dynamische astitels werkt niet wanneer u het werkblad gebruikt in [verhalen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/stories.htm) (een reeks visualisaties die samenwerken om informatie over te brengen). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Dynamische kleurbereiken Met dynamische kleurbereiken kunt u kleurbereiken koppelen aan de waarde van een parameter, zodat u datatrends effectiever kunt visualiseren. Met parameteracties kunt u kleurbereiken dynamisch bijwerken op basis van selecties of markeringen waar de muis boven is geplaatst. Bovendien kunt u het begin-, midden- en eindpunt van het kleurbereik koppelen aan een parameter. Dit biedt niet alleen mogelijkheden voor aanpassing, maar helpt ook bij het negeren van sterk afwijkende data die een vertekend beeld kunnen geven van het kleurenpalet. U kunt ook bereikwaarden in verschillende visualisaties synchroniseren op een dashboard, zodat u sneller inzichten krijgt. ## Ondersteunde typen velden en kleurenpaletten gebruiken U kunt een dynamisch kleurbereik gebruiken met doorlopende velden, meestal meetwaarden. Deze kunnen worden toegepast op kwantitatieve kleurenpaletten in Tableau, zoals sequentiële en uiteenlopende kleurenpaletten. ### Sequentiële kleurenpaletten Meestal wordt bij een sequentieel palet één enkele kleur weergegeven, waarvan de intensiteit varieert. U moet minimaal de twee eindkleuren in het sequentiële kleurenbereik opgeven. ![Een optie in het sequentiële oranje kleurenpalet.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dcr_sequential.png) ### Uiteenlopende kleurenpaletten Een uiteenlopend kleurenpalet is vergelijkbaar met twee sequentiële paletten die een kleur in het midden delen, maar verschillende uitersten hebben. Dit type palet toont twee waardebereiken, waarbij de kleurintensiteit (hoe donker of hoe licht) de omvang van het nummer aangeeft en de werkelijke kleur (oranje of blauw) aangeeft uit welk bereik het nummer komt. Uiteenlopende paletten worden meestal gebruikt om het verschil tussen positieve en negatieve nummers weer te geven. ![Een optie voor een uiteenlopend rood en blauw kleurenpalet in Tableau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dcr_divergeng.png) ## Een dynamisch kleurbereik configureren op basis van een geselecteerde markering Vanaf Tableau 25.3 kunt u het kleurbereik automatisch bijwerken op basis van geselecteerde markeringen. Hierdoor zijn er geen aparte workflows voor parameters en parameteracties meer nodig. Het begin-, midden- of eindpunt van een kleurbereik configureren: 1. Selecteer Kleur op de kaart Markeringen en kies vervolgens Kleuren bewerken… 2. Selecteer in het vervolgkeuzemenu de optie Bijwerken na interactie voor het gewenste punt in het bereik (Begin, Midden of Einde). 3. Keer terug naar uw visualisatie en klik op een markering om de overeenkomstige waarde voor het gekozen punt in het bereik in te stellen. Herhaal dit proces voor alle andere punten in het bereik die u dynamisch wilt bijwerken. ![Dialoogvenster Kleuren bewerken met de optie om het begin, het midden en het einde in te stellen voor Bijwerken na interactie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dynamic_color_selection.png) ## Een dynamisch kleurbereik configureren met een bestaande parameter U kunt ook een dynamisch kleurbereik configureren voor elk kwantitatief, doorlopend veld dat in een bestaande parameter wordt gebruikt. 1. Nadat uw parameter is ingesteld, selecteert u Kleuren op de kaart Markeringen. 2. Selecteer Kleuren bewerken… 3. Vouw in het dialoogvenster Kleuren bewerken de vervolgkeuzelijst naast het begin- en eindpunt uit. U kunt Automatisch of Aangepast kiezen, of u kunt een parameter gebruiken om het kleurbereik zo in te stellen dat het dynamisch wordt bijgewerkt met parameteracties. ![Configureer een dynamisch kleurbereik met het dialoogvenster Kleur bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dcr_edit_colors.png) ## Een dynamisch kleurbereik verbinden met een parameteractie U kunt elke gewenste waarde in een parameterbesturingselement typen om een efficiënter kleurcontrast te bereiken. Voor een meer interactieve oplossing kunt u de parameter zo configureren dat het kleurbereikpunt aan een parameteractie wordt gekoppeld. 1. [Maak dan een parameteractie](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/actions_parameters.htm#Maken) met de volgende eigenschappen: 2. Stel het Bronblad in op het werkblad of een werkblad op een dashboard. 3. Stel de Doelparameter in op de parameter die u aan het dynamische kleurbereik wilt koppelen. 4. Stel het Bronveld in op een doorlopende meetwaarde die wordt gebruikt om kleur te coderen. 5. Stel de Aggregatie in: - Gebruik Minimum of Eerste kwartiel voor het begin van het kleurbereik. - Gebruik Maximaal of Derde kwartiel voor het einde van het kleurbereik. 6. Zorg ervoor dat Na wissen van sectie is ingesteld op Huidige waarde behouden. Zo weet u zeker dat uw kleurenpaletwijzigingen tussen interacties behouden blijven. ![Voeg een dialoogvenster Parameteractie toe met een dynamisch kleurbereik dat is ingesteld op een doorlopend veld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dcr_parameteraction.png) Met deze parameteractie wordt uw kleurbereik dynamisch bijgewerkt terwijl u met markeringen op de visualisatie werkt. ## Beperkingen en speciale gevallen Dynamische kleurbereiken worden niet bijgewerkt binnen [Verhalen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/stories.htm). Als u de parameter verwijdert die voor het dynamische kleurbereik wordt gebruikt, wordt de bereikwaarde ingesteld op de meest recente parameterwaarde. De volgende keer dat u de kleur bewerkt, ontvangt u een bericht waarin u wordt gevraagd een nieuwe parameter voor het dynamische kleurbereik te kiezen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Dynamische zonezichtbaarheid gebruiken Dashboardruimte is waardevol, vooral als u geleidelijk inzichten over data wilt onthullen. Met dynamische zonezichtbaarheid kunt u zones (naast elkaar gerangschikte of zwevende dashboardelementen) verbergen of weergeven op basis van de waarde van een veld of parameter. Tijdens uw interacties verschijnen of verdwijnen er zones op uw dashboard. Het resultaat is een dynamisch dashboard dat geen afbreuk doet aan de door u gewenste lay-out. U kunt [objecten weergeven of verbergen door op een dashboardknop te klikken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dashboards_create.htm#Show), maar met behulp van dynamische zonezichtbaarheid kunt u objecten automatisch weergeven en verbergen. Dit is ideaal voor dashboards die door verschillende gebruikersgroepen worden gebruikt. U wilt bijvoorbeeld verschillende zones aan verschillende gebruikersgroepen laten zien wanneer zij uw dashboard bezoeken. U kunt dynamische zonezichtbaarheid ook met [Parameteracties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/actions_parameters.htm) gebruiken. Wanneer een gebruiker bijvoorbeeld op een markering in een visualisatie klikt, verschijnt een zone die voorheen verborgen was. Dit is ideaal voor complexe dashboards, omdat u hiermee kunt bepalen wanneer diepere dataniveaus moeten worden weergegeven. ## Ondersteunde veldtypen Velden of parameters kunnen alleen voor dynamische zonezichtbaarheid worden gebruikt als ze een van de volgende dingen zijn: - Booleaanse waarde - Enkelvoudige waarde - Onafhankelijk van de visualisatie, wat betekent dat het veld een constante waarde retourneert die onafhankelijk is van de structuur van de visualisatie, zoals een LOD-berekening ## Een dynamische dashboardzone configureren Het volgende voorbeeld heeft twee bladen die [Superstore-data](https://help.tableau.com/current/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-connect.htm) gebruiken: het eerste blad heeft een staafdiagram met de verkoop per categorie, en het tweede blad heeft een staafdiagram met de verkoop per subcategorie. Met dynamische zonezichtbaarheid wordt het tweede blad pas zichtbaar nadat u op een markering in de zone Verkoop per categorie hebt geklikt. In dit voorbeeld wordt gebruikgemaakt van een berekend Booleaans veld, dat wordt gebruikt als bronveld voor een parameteractie. Om de berekening te kunnen gebruiken als bronveld voor de parameteractie moet de berekening worden toegevoegd aan de kaart Markeringen. 1. [Maak een parameter](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/parameters_create.htm) vanuit het blad Verkoop per categorie. In dit voorbeeld moet de parameter Datatype worden ingesteld op Booleaanse waarde. 2. [Maak een berekend veld](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_formulas.htm) vanuit het blad Verkoop per categorie. In dit voorbeeld wordt de volgende berekening gebruikt: `True` 3. Sleep de zojuist gemaakte berekening op het werkblad Verkoop per categorie naar Details op de kaart Markeringen. 4. Maak een dashboard. 5. Sleep het werkblad dat altijd zichtbaar moet zijn naar uw dashboard. In ons voorbeeld willen we dat 'Verkoop per categorie' zichtbaar is. 6. Klik in uw dashboard op de zone Verkoop per categorie (dashboardobject). [Maak vervolgens een parameteractie](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/actions_parameters.htm) via het menu Werkblad op uw dashboard. In dit voorbeeld wordt de volgende Parameter wijzigen\-actie gebruikt: Het bronblad is ingesteld om het door u gemaakte dashboard en het blad Verkoop per categorie te gebruiken. De Doelparameter is de parameter die u hebt gemaakt. Het Bronveld is de berekening die u hebt gemaakt. ![Een parameteractie geconfigureerd zoals beschreven in de tekst voorafgaand aan deze afbeelding](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dynamic_zone_action.png) 7. Sleep het werkblad Verkoop per subcategorie naar uw dashboard. 8. Klik op de zone Verkoop per categorie. Klik in de rechterbovenhoek op de pijl van de vervolgkeuzelijst en selecteer Gebruiken als filter. 9. Klik op de zone Verkoop per subcategorie en klik vervolgens op het tabblad Lay-out. 10. Schakel het selectievakje Zichtbaarheid beheren met waarde in. 11. Selecteer in de vervolgkeuzelijst de parameter die u hebt gemaakt om de zonezichtbaarheid te regelen. **Opmerking:** als de optie 'Zichtbaarheid beheren met waarde' niet het veld bevat dat u wilt gebruiken, controleer dan of het veld een ondersteund veldtype is. ![Het selectievakje 'Zichtbaarheid beheren met waarde' is ingeschakeld en de parameter met de naam 'Zone verbergen met parameter' is geselecteerd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dynamic_zone_visibility.png) Wanneer u nu op een categorie in de zone Verkoop per categorie klikt, verschijnt de zone Verkoop per subcategorie in uw dashboard. ![Een animatie van het klikken op een markering op een dashboard waardoor met behulp van dynamische zonezichtbaarheid een andere grafiek verschijnt](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dynamic_zone_demo.gif) ## Beperkingen en speciale gevallen De functionaliteit voor dynamische zonezichtbaarheid werkt niet wanneer u het werkblad gebruikt in [verhalen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/stories.htm) (een reeks visualisaties die samenwerken om informatie over te brengen). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een basisweergave maken om uw data te verkennen In dit onderwerp wordt de databron Sample - Superstore gebruikt om te laten zien hoe u basisweergaven maakt en uw data verkent. Het laat zien hoe uw kijk op data in Tableau verandert naarmate u de toepassing beter leert kennen. ## Verbinding maken met uw data De eerste stap is om verbinding te maken met de data die u wilt verkennen. In dit voorbeeld ziet u hoe u verbinding maakt met data van Sample - Superstore in Tableau Desktop. 1. Open Tableau. Klik op de startpagina, onder Verbinding maken, op Microsoft Excel. Navigeer in het dialoogvenster Openen naar het - Excel-bestand _Sample - Superstore_ op uw computer. Ga naar `/Documents/My Tableau Repository/Datasources/_version number_/[_language_]`. Selecteer Sample - Superstore en selecteer vervolgens Openen. 2. Nadat u verbinding hebt gemaakt met de Excel-data, worden op de pagina Databron de werkbladen of tabellen in uw data weergegeven. Sleep de tabel 'Bestellingen' naar het _canvas_ om die data te gaan verkennen. ![Pagina Databron met tabel Orders op het canvas.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/gs_connect8.png) Afhankelijk van de manier waarop uw data zijn gestructureerd, moet u de data mogelijk nog meer voorbereiden en integreren voordat u deze in Tableau kunt gaan verkennen. Zie [Verbinding maken met data en data voorbereiden](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data.htm) en [Tips voor het werken met uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_tips.htm) voor meer informatie over het verbinding maken met uw data. 3. Selecteer het tabblad van het werkblad om naar het nieuwe werkblad te gaan en uw analyse te starten. ### Het deelvenster Data In het werkblad worden de kolommen uit uw databron weergegeven als velden aan de linkerkant in het deelvenster Data. Het deelvenster Data bevat verschillende velden die zijn geordend per tabel. Voor elke tabel of map in een databron worden dimensievelden boven de grijze lijn en meetwaardevelden onder de grijze lijn weergegeven. Dimensievelden bevatten doorgaans categorische data, zoals producttypen en datums, terwijl meetwaardevelden numerieke data bevatten, zoals verkoop- en winstcijfers. In sommige gevallen kan een tabel of map in eerste instantie alleen dimensies of alleen meetwaarden bevatten. Zie [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor meer informatie. Zie [Velden zoeken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_dwfeatures.htm#Find) voor meer informatie over het zoeken naar velden in het deelvenster Data. Zie [De Tableau-werkruimte](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environment_workspace.htm) voor meer informatie over de onderdelen van de werkruimte. Als u meer dan één databron in een werkmap gebruikt, klikt u op de naam van de databronverbinding in het deelvenster Data om deze voor gebruik te selecteren. Zie [Navigeren door databronnen in het deelvenster Data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multipleconnections_navigateconnections.htm) voor meer details. Tip: Zie [Velden in het deelvenster Data ordenen en aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_dwfeatures.htm), [Standaardinstellingen van velden bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_fieldproperties.htm) en [Werken met databronnen in het deelvenster Data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_understanddatawindow.htm) voor meer informatie over de vele manieren waarop u de velden in het deelvenster Data kunt aanpassen. Als u gerelateerde dimensievelden hebt, wilt u deze mogelijk groeperen in een map of als een hiërarchie. In deze databron zijn bijvoorbeeld Land, Staat, Stad en Postcode gegroepeerd in een hiërarchie met de naam Locatie. U kunt inzoomen op een hiërarchie door het plusteken \[+\] in een veld te selecteren. Zoom uit door het minteken \[-\] in een veld te selecteren. ## De weergave maken Een **weergave** is een visualisatie die u in Tableau maakt. Een visualisatie kan een diagram, grafiek, kaart, plot of zelfs een teksttabel zijn. Voordat u begint met het maken van een weergave, moet u bedenken welke vraag of vragen u met de data wilt beantwoorden. Elke weergave die u in Tableau maakt, moet beginnen met een vraag. Wat wilt u weten? Elke keer als u een veld naar de weergave of een container sleept, stelt u een vraag over de data. De vraag varieert afhankelijk van het veld dat u kiest, waar u het plaatst en de volgorde waarin u het aan de weergave toevoegt. Bij elke vraag die u stelt, verandert de weergave om het antwoord visueel uit te beelden met markeringen die worden weergegeven door vormen, tekst, hiërarchieën, tabelstructuren, assen en kleuren. ### Verschillende manieren om een weergave te maken Wanneer u een weergave maakt, voegt u velden toe uit het deelvenster Data. U kunt dit op verschillende manieren doen. Bijvoorbeeld: - Sleep velden uit het deelvenster Data en plaats ze op de kaarten en in de containers die deel uitmaken van elk Tableau-werkblad. - Dubbelklik op een of meer velden in het deelvenster Data. - Selecteer een of meer velden in het deelvenster Data en kies vervolgens een diagramtype uit Laten zien, waarmee de diagramtypen worden weergegeven die geschikt zijn voor de velden die u hebt geselecteerd. Zie [Laten zien gebruiken om met een weergave te beginnen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildauto_showme.htm) voor nadere informatie. - Als u een tabelweergave wilt maken, plaatst u een veld op het raster Veld hier neerzetten. ![Een tabel met drie locaties met het label Veld hier neerzetten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dropFieldHere.png) Zie [Een visualisatie maken door velden naar de weergave te slepen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildmanual_dragging.htm) voor meer informatie over het maken van visualisaties met velden. Als u data in Tableau gaat verkennen, zult u ontdekken dat er veel manieren zijn om een weergave te maken. Tableau is zeer flexibel en ook erg vergevingsgezind. Als u tijdens het maken van een weergave op een doodlopend spoor bent beland, kunt u altijd teruggaan naar een vorig punt in uw verkenning. - Als u iets ongedaan wilt maken of opnieuw wilt uitvoeren, selecteert u Ongedaan maken ![Een pijl die naar links wijst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/undo.png) of Opnieuw ![Het pictogram Opnieuw.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/redo.png) op de werkbalk. U kunt alle voorgaande bewerkingen ongedaan maken tot de laatste keer dat u de werkmap opende. U kunt bewerkingen een onbeperkt aantal keren ongedaan maken of opnieuw uitvoeren. ### Een geheel nieuwe weergave maken Deze stappen laten zien hoe u een basisweergave maakt die de winst op jaarbasis weergeeft. 1. Sleep vanuit het gebied Dimensies in het deelvenster **Data** het veld Besteldatum naar de container **Kolommen**. Mogelijk moet u de hiërarchie Bestelling uitvouwen om de orderdatum te kunnen zien. Wanneer u een veld over een container sleept, geeft een plusteken aan dat de container het veld kan accepteren. ![Een tabelweergave met een pijl die aangeeft hoe de dimensie Besteldatum van het datavenster naar de container Kolommen kan worden gesleept.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example1a.png) De resulterende tabel bestaat uit vier kolommen en één rij. Elke kolomkop duidt een lid van het veld Orderdatum aan (het standaarddatumniveau is JAAR). Elke cel bevat een tijdelijk label 'Abc', wat aangeeft dat het huidige markeringstype voor deze weergave tekst is. ![Een tabel met besteldatums per jaar.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Example_1b.png) Het veld is blauw gekleurd, wat aangeeft dat het _discreet_ is. Zie [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor meer informatie. Het standaarddatumniveau wordt bepaald door het hoogste niveau dat meer dan één afzonderlijke waarde bevat (bijvoorbeeld meerdere jaren en meerdere maanden). Dat betekent dat als \[Besteldatum\] data van slechts één jaar, maar van meerdere maanden bevatte, het standaardniveau 'maand' zou zijn. U kunt het datumniveau wijzigen via het veldmenu. ![In een menu worden verschillende datumnotaties weergegeven, waaronder jaar, kwartaal, maand en dag.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Example_1c.png) Als u zich afvraagt waarom er twee sets met datumniveaus zijn (van Jaar tot Dag): de eerste set opties gebruikt datumonderdelen (discrete labels, dus "Mei" heeft dezelfde waarde, ongeacht of het 2024 of 2034 is) en de tweede set opties gebruikt datumafkappingen (doorlopende waarden, dus mei 2024 is een andere waarde dan mei 2034). Zie [Datumniveaus wijzigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dates_levels.htm) voor meer informatie. **Tip:** als u de titel op het werkblad wilt verbergen, selecteert u de vervolgkeuzelijst rechts van de titel (Blad 1) en selecteert u Titel verbergen. 2. Sleep het veld Winst vanuit het deelvenster **Data** naar de container Rijen. ![Met de velden 'Winst' en 'Besteldatum' wordt een tabel samengesteld die de winst per jaar berekent.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Example_1d.png) Het veld Winst is groen gekleurd in de container Rijen, wat aangeeft dat het continu is. Ook verandert de veldnaam in SUM(Winst). Dat komt doordat meetwaarden automatisch worden geaggregeerd wanneer u ze aan de weergave toevoegt en de standaardaggregatie voor deze meetwaarde is SUM. Zie [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor meer informatie over wat er gebeurt als u een meetwaarde toevoegt aan een weergave en waarom dit gebeurt. Tableau transformeert de tabel in een lijndiagram en maakt een verticale as (langs de linkerkant) voor de meetwaarde. Met een lijndiagram kunt u goed data over een bepaalde periode vergelijken en effectief trends vaststellen. Dit lijndiagram toont de winst over een bepaalde periode. Elk punt op de lijn toont de som van de winst voor het betreffende jaar. ![Een lijngrafiek die de gestage winstgroei van 2021 tot 2024 weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Example_1e.png) Bij de volgende stap zoomt u verder in op de tijdsdimensie. ## Inzoomen op de data In deze stap ziet u hoe u de weergave kunt aanpassen, zodat naast jaren ook kwartalen worden weergegeven. Naarmate u verder inzoomt op de hiërarchie, verandert de weergave in een geneste tabel. U kunt \[Besteldatum\] per kwartaal laten zien op een van de volgende manieren: - Selecteer de knop met het plusteken ![Een plusteken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/symbol_plusminus.png) aan de linkerkant van het veld YEAR(Besteldatum) in Kolommen. ![Als de cursor op een dimensie in het Kolommen-vak wordt geplaatst, verschijnt er knopinfo met de tekst 'jaar van besteldatum'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example2a.png) - Sleep het veld **Besteldatum** (opnieuw) uit het deelvenster Data en zet het neer in de container **Kolommen** rechts van YEAR(Besteldatum). De nieuwe dimensie verdeelt de weergave in afzonderlijke deelvensters voor elk jaar. Elk deelvenster heeft op zijn beurt kolommen voor kwartalen. Deze weergave wordt een geneste tabel genoemd omdat er meerdere kopteksten worden weergegeven, waarbij kwartalen binnen jaren zijn genest. Het woord 'kopteksten' is in dit voorbeeld enigszins misleidend, omdat de kopteksten voor de jaren bovenaan het diagram worden weergegeven, terwijl de kopteksten voor de kwartalen onderaan worden weergegeven. ![Een lijndiagram met de kwartaalwinsten van 2016 tot en met 2019.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example2c.png) ## Het detailniveau verhogen met Small Multiples In deze stap ziet u hoe u de geneste tabelweergave kunt aanpassen, zodat een klantsegment wordt toegevoegd. Hierbij wordt een _Small Multiples_\-weergave gemaakt. Sleep de dimensie Segment uit het deelvenster **Data** en zet het vervolgens net links van **SUM(Winst)** in Rijen. ![Een weergave met een pijl die aangeeft hoe u de dimensie Segment van het datavenster naar de container Rijen kunt slepen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example3c.png) Het veld wordt toegevoegd aan de container Rijen en er worden rijkopteksten gemaakt. Elke koptekst duidt een lid van het veld Segment aan. U kunt ook hetzelfde resultaat bereiken door Segment net links van de as Winst in de weergave neer te zetten (zoals u ziet in de afbeelding hieronder). Tableau ondersteunt vaak meerdere manieren om velden aan de weergave toe te voegen. ![Een lijndiagram met de winst over een bepaalde periode.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example3a.png) **Opmerking:** in Tableau kunt u geen dimensie rechts van een meetwaarde plaatsen in de containers Rijen of Kolommen, omdat die visuele structuur niet logisch is in de weergave. De nieuwe dimensie verdeelt het beeld in 12 deelvensters, één voor elke combinatie van jaar en segment. Deze weergave is een complexer voorbeeld van een geneste tabel. Elke weergave die een dergelijk raster van afzonderlijke diagrammen bevat, wordt een Small Multiples-weergave genoemd. ![Een lijndiagram dat de winst per segment en kwartaal voor de jaren 2016 tot en met 2019 weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example3b.png) Dit zou het juiste detailniveau (granulariteit) voor de weergave kunnen zijn. Een andere optie is om op dit punt een deel van de data uit de weergave te filteren om het eenvoudiger te maken. ## De weergave filteren om uw verkenning te focussen In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u uw verkenning kunt focussen door slechts een deel van de data weer te geven. U kunt bijvoorbeeld de weergave aanpassen zodat alleen data voor bestellingen in 2018 en 2019 worden weergegeven. 1. Sleep de meetwaarde **Besteldatum** uit het deelvenster **Data** en plaats het in de container Filters . ![Dialoogvenster Veld filteren met opties voor het filteren op besteldatum en de maateenheid Jaren gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example4a.png) 2. Kies in het dialoogvenster Filterveld het datumniveau waarop u wilt filteren: Jaren. Klik vervolgens op Volgende. 3. In het volgende deelvenster vinkt u de twee jaren uit die u niet in de weergave wilt opnemen. Hier is dat 2021 en 2022. 4. Selecteer OK als u klaar bent. De weergave wordt bijgewerkt zodat alleen datarijen worden weergegeven waarvan de besteldatum 2023 of 2024 is. Tableau kan nu meer ruimte toewijzen aan de data waarin u geïnteresseerd bent. ![Een lijndiagram met de winst per segment en kwartaal voor 2018 en 2019.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example4f.png) Vervolgens brengt u meer detail aan in uw dataverkenning door een veld naar de eigenschap Kleur op de kaart Markeringen te slepen. ## De kaart Markeringen gebruiken om uw analyse meer diepte te geven In deze stap ziet u hoe u de weergave kunt aanpassen om de markeringen te kleuren op basis van de regio. 1. Sleep de dimensie Regio uit het deelvenster **Data** en plaats deze op Kleur. Als u een dimensie op Kleur plaatst, worden de markeringen gescheiden naargelang de leden in de dimensie en wordt aan elk lid een unieke kleur toegewezen. In de kleurenlegenda worden de namen van alle leden en de bijbehorende kleur weergegeven. ![Een visualisatie met een pijl die aangeeft hoe u de dimensie Regio van het deelvenster Data naar het gedeelte Kleur van de kaart Markeringen kunt slepen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example5a.png) Elk deelvenster bevat nu vier lijnen, één voor elke regio. De visualisatie toont nu data over de winst, samengevat op het detailniveau Regio. De weergave toont nu de winst per klantsegment en regio voor 2018 en 2019. ![Een lijndiagram dat de winsttrends per regio en kwartaal voor de jaren 2018 en 2019 weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example5b.png) Zie [Containers en Kaarten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildmanual_shelves.htm#Mark), [Markeringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/view_parts.htm#Marks) en [Hoe dimensies het detailniveau beïnvloeden in de weergave](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm#DimLOD) voor meer informatie over de kaart Markeringen en het detailniveau. Zie ook [Understanding the grain in your data (Over het detailniveau van uw data)](https://www.tableautim.com/playlist-video/understanding-the-grain-of-your-data-in-tableau) van Tableau Tim. ## Andere informatiebronnen Voor gerelateerde onderwerpen en sites, zie ook: - Uitgebreide Tableau Desktop-zelfstudie: [Aan de slag met Tableau Desktop](https://help.tableau.com/current/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-home.htm) - Webinars op aanvraag: [Secrets of Visual Analytics (Geheimen van visuele analyse)](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/series/secrets-of-visual-analytics) - Basisdiagrammen maken: [Veelgebruikte grafiektypen maken in dataweergaven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dataview_examples.htm) en [Het juiste diagramtype kiezen voor uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/what_chart_example.htm) - Kaarten maken: [Kaarten en geografische data-analyse in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps.htm) **Een video bekijken**: u kunt bekijken hoe veel Tableau-concepten en -productfuncties worden besproken en gedemonstreerd op de [website van Tableau Tim](https://www.tableautim.com/playlist-video/pie-chart-in-tableau-tableau-charts) en het [YouTube-kanaal](https://www.youtube.com/@TableauTim/videos). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een berekende kolom aan een weergave toevoegen Soms bevatten uw data mogelijk niet alle elementen die u nodig hebt voor uw analyse. Een gebruikelijke manier om dit op te lossen, is door een berekende kolom te maken (ook wel een berekend veld of gewoon een berekening genoemd), waarmee de bestaande data worden gewijzigd. Berekeningen kunnen worden gemaakt door het menu **Analyse** te openen en Berekend veld maken... te selecteren Het is belangrijk om op te merken dat er vaak verschillende manieren zijn om dezelfde resultaten te bereiken voor een berekend veld. Bovendien kan de juiste waarde van een berekening afhangen van de wijze waarop de gegevens zijn vormgegeven en de visualisatie is opgezet. Zorg ervoor dat u uw datastructuur begrijpt en weet hoe de visualisatie wordt samengesteld wanneer u bepaalt hoe u een berekening maakt. ## Situaties waarin een berekening nuttig kan zijn ### Voor- en achternaam combineren Mogelijk hebt u Voornaam en Achternaam in twee verschillende kolommen staan en wilt u één veld voor de naam. ![tabel met drie kolommen met de titels Voornaam, Achternaam en Echte persoon](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/createcalcex1data.png) De berekening: \[First name\] + " " + \[Last name\] Een voltooide visualisatie zou er als volgt uit kunnen zien ![Een visualisatie met de velden Voornaam en Achternaam in Rijen en Volledige naam in Tekst](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/createcalcex1viz.png) ### Een reeks zoeken binnen een tekenreeks Misschien wilt u elke record met een bepaalde fabricagecode XYZ in het veld Product ID markeren. ![Een datatabel met drie kolommen, de eerste is Product-ID](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/createcalcex2data.png) De berekening retourneert 'waar' als de code aanwezig is en 'onwaar' als dat niet het geval is. CONTAINS(\[Product ID}, "XYZ") Een voltooide visualisatie zou er als volgt uit kunnen zien, met de berekening in Kleur. ![Een visualisatie met Product ID als rij en het berekende veld XYZ Manufacturing in kleur](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/createcalcex2viz.png) ### Categorieën voor waardebereiken toewijzen U wilt categorieën toewijzen op basis van verschillende drempels. ![Een datatabel met twee kolommen, Student en GPA](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/createcalcex3data.png) De berekening evalueert de GPA (cijfer) van elke student ten opzichte van de grenswaarde en kent een label toe. IF \[GPA\] <3 THEN "Needs Improvement" ELSEIF \[GPA\] <3.5 THEN "Sufficient" ELSE "Excellent" END Een voltooide visualisatie zou er als volgt uit kunnen zien, met de berekening in Kleur. ![Een visualisatie met Student in Rijen, GPA in Kolommen en het berekende veld op Kleur](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/createcalcex3viz.png) ### Procentuele verandering berekenen U wilt de procentuele verandering op jaarbasis (JOJ) weergeven met betrekking tot het gewicht van kinderen tussen de 1 en 2 jaar. ![Een datatabel met drie kolommen, één voor Baby (ID), één voor Leeftijd, één voor Gewicht](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/createcalcex4data.png) Deze berekening is voor het _verschil/oorspronkelijk gewicht_ voor elk kind. (SUM((IF \[Age\] = 2 THEN \[Weight\] ELSE 0 END)) - SUM((IF \[Age\] = 1 THEN \[Weight\] ELSE 0 END)))/SUM(IF \[Age\] = 1 THEN \[Weight\] ELSE 0 END) Een voltooide visualisatie zou er als volgt uit kunnen zien. ![Een visualisatie met Baby in Rijen en het berekende veld op Tekst](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/createcalcex4viz.png) Dit voorbeeld is er een waarbij de berekening behoorlijk kan veranderen op basis van de structuur van de data. Als er bijvoorbeeld een veld was voor gewicht op 1-jarige leeftijd en gewicht op 2-jarige leeftijd, zou de berekening alleen maar (\[Weight at age 2\] - \[Weight at age 1\]) / \[Weight at age 1\] hoeven te zijn. De hierboven beschreven datastructuur is gebruikelijker en komt u eerder tegen. ## Doe mee: maak een JOJ-berekening ### Doelstelling Een weergave als hieronder maken, waarin de verkoopresultaten voor twee jaren in de eerste twee kolommen worden weergegeven. De jaar-op-jaar verandering, als een percentage, wordt vervolgens in de derde kolom weergegeven. Het scenario maakt gebruik van de databron Sample - Superstore die wordt geleverd bij Tableau Desktop om te laten zien hoe u de visualisatie maakt. ![Een tabel met de jaar-op-jaarverschuiving in de verkoop per productsubcategorie van 2013 tot 2014.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/yoy1.png) ### De benodigde berekende velden maken 1. Maak verbinding met de databron Voorbeeld - Superstore. 2. Kies Analyse > Berekend veld maken om de berekeningseditor te openen. Geef de berekening de naam 2013 en typ of plak het volgende in het formulegebied: `IF YEAR([Order Date]) = 2013 THEN [Sales] ELSE 0 END` 3. Maak een tweede berekend veld en geef het de naam 2014. De formule is hetzelfde, maar 2013 wordt vervangen door 2014: `IF YEAR([Order Date]) = 2014 THEN [Sales] ELSE 0 END` 4. Maak een derde berekend veld, JOJ procentuele verandering, om de verandering van 2013 naar 2014 te berekenen: `(SUM([2014]) - SUM([2013])) / SUM([2013])` ### De berekende velden opmaken 1. Klik op 2013 in het gebied Meetwaarden van het deelvenster Data en kies Standaardeigenschappen > Getalopmaak. 2. Stel in het dialoogvenster Standaard getalopmaak de opmaak in op Valuta (aangepast) en de Decimalen in op 0. ![Een dialoogvenster met opties voor het opmaken van de getallen als valuta.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/yoy2.png) 3. Stel de opmaak voor de meetwaarde 2014 op precies dezelfde manier in. 4. Stel de opmaak voor het veld JOJ procentuele verandering in op Percentage, met 2 decimalen. ### De weergave maken 1. Sleep 2013 naar Tekst op de kaart Markeringen. 2. Dubbelklik op 2014 en vervolgens op JOJ procentuele verandering. 3. Sleep Namen van meetwaarden van Rijen naar Kolommen. 4. Sleep Subcategorie naar Rijen. Uw weergave zou er nu uit moeten zien als de weergave aan het begin van deze sectie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een bevolkingspiramide maken Een bevolkingspiramide, ook wel leeftijdsstructuurdiagram genoemd, geeft de verdeling van verschillende leeftijdsgroepen in een bevolking weer. Een veelgebruikte distributie bij dit type visualisatie is de verdeling van vrouwelijke en mannelijke bevolking naar leeftijd. Om een bevolkingspiramide te maken met Tableau, verdeelt u eerst de bevolking (meetwaarde) in twee groepen, vrouwen en mannen. Vervolgens maakt u bins voor de leeftijdscohorten die u in de bevolkingspiramide wilt weergeven. Stel bijvoorbeeld dat u werkt met een tabel van het United States Census Bureau die data over de bevolking, het geslacht en de leeftijd bevat. Om een bin te maken en een meetwaarde in twee groepen te verdelen. 1. Download en open de volgende werkmap van Tableau Public. 1. Ga naar [https://public.tableau.com/nl-nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/CreateaPopulationPyramid/Sheet1](https://public.tableau.com/nl-nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/CreateaPopulationPyramid/Sheet1) (in het Engels). 2. Klik op Werkmap downloaden in de rechterbovenhoek en open vervolgens de werkmap. 2. Selecteer Worksheet > Clear > Sheet. 3. Klik in het deelvenster Data met de rechtermuisknop op het veld **Age** en selecteer Create > Bins. 4. Voer in het dialoogvenster Create Bins een bingrootte in op basis van de leeftijdsgroepen waarop u zich wilt richten en klik vervolgens op OK. In dit voorbeeld is de bingrootte 10. Dit betekent dat de leeftijdscohorten worden gedefinieerd in stappen van 10 jaar. ![Dialoogvenster Bins bewerken om een nieuwe veldnaam toe te voegen en de grootte van de bins te specificeren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pop_pyra_bin.png) 5. Sleep de bin die u net hebt gemaakt naar de container Rijen. ![Een tabel met leeftijdscategorieën van 0 tot 80.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pop_pyra_initial.png) 6. Selecteer Analysis > Create a Calculated Field en doe dan het volgende: - Voer een naam voor de berekening in. Voer voor dit voorbeeld **Male Population** in. - Voer een formule zoals de volgende om het mannelijke bestanddeel uit de bevolking te isoleren: `IF [Gender] = 1 THEN [ESTBASE2010] END` In dit geval is de waarde Gender voor mannen in de volkstellingsdata gedefinieerd als 1. Het veld ESTBASE2010 bevat geschatte bevolkingswaarden. 7. Vergelijkbaar met stap 5, selecteer Analysis > Create a Calculated Field, en doe dan het volgende: - Voer een naam voor de berekening in. Voer voor dit voorbeeld **Female Population** in. - Voer een formule zoals de volgende om het vrouwelijke bestanddeel uit de bevolking te isoleren: `IF [Gender] = 2 THEN [ESTBASE2010] END` In dit geval is de waarde Geslacht voor vrouwen in de volkstellingsdata gedefinieerd als 2. Het veld ESTBASE2010 bevat geschatte bevolkingswaarden. 8. Sleep de berekende velden die u hebt gemaakt naar de container Kolommen en het veld **Gender** naar het de container Kleur. **Opmerking:** Om de kleurtoewijzingen te wijzigen, klikt u op de container Color en vervolgens op Edit Colors. 9. Klik met de rechtermuisknop op de as voor Male Population en selecteer Edit Axis en selecteer vervolgens het selectievakje voor Reversed om de volgorde waarin de waarden op de as worden weergegeven om te draaien en klik vervolgens op OK. ![Een dialoogvenster voor het bewerken van een as, compleet met opties voor bereik, schaal en titels.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pop_pyra_axis.png) Nadat u de sorteervolgorde van de bin hebt gewijzigd, ziet de bevolkingspiramide er als volgt uit: ![Staafdiagram waarin de vergelijking van mannelijke en vrouwelijke populaties per leeftijdsgroep wordt geïllustreerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pop_pyra_final.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een boxplot maken Gebruik boxplots, ook wel box-en-whiskerplots genoemd, om de distributie van waarden langs een as weer te geven. Boxes (kaders) geven de middelste 50 procent van de data aan (dat wil zeggen, de middelste twee kwartielen van de distributie van de data). U kunt lijnen configureren, _whiskers_ genoemd, om alle punten binnen 1,5 keer het interkwartielbereik weer te geven (met andere woorden, alle punten binnen 1,5 keer de breedte van de aangrenzende box), of alle punten met de maximale omvang van de data, zoals getoond in de volgende afbeelding: ![Een boxplot die het gemiddelde gewicht per geslacht weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/boxplot1.png) De basisbouwstenen voor een box- en whiskerplot zijn als volgt: - **Markeringstype**: Cirkel - **Container Kolommen**: Dimensie - **Container Rijen**: Meetwaarde - **Detail**: Dimensie - **Referentielijn**: Boxplot. Zie [Referentielijnen, -banden, -distributies en -vakken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/reference_lines.htm) voor informatie over het toevoegen van een referentielijn. Volg deze stappen om een boxplot te maken die kortingen per regio en klantsegment weergeeft: 1. Maak verbinding met de databron Voorbeeld - Superstore (indien nodig kunt u deze downloaden van de [Tableau Public-pagina met voorbeelddata](https://public.tableau.com/app/learn/sample-data)). 2. Sleep de dimensie Segment naar Kolommen. 3. Sleep de meetwaarde Korting naar Rijen. Tableau maakt een verticale as en een staafdiagram: het standaard grafiektype wanneer de container Kolommen een dimensie en de container Rijen een meetwaarde bevat. 4. Klik op het veld Korting op de container Rijen en plaats de muis boven Meetwaarde (Som). Verander vervolgens de aggregatie in **Gemiddeld**. 5. Sleep de dimensie Regio naar Kolommenen zet het neer aan de rechterkant van Segment. Nu hebt u een hiërarchie met twee niveaus van dimensies, van links naar rechts in de weergave, met regio's (onderaan weergegeven) die genest zijn in segmenten (bovenaan weergegeven). 6. Klik op Laten zien in de werkbalk en selecteer vervolgens het diagramtype Box- en whiskerplot. ![Laten zien-raster met grafiekopties, waarbij de optie voor het maken van een boxplot is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/boxplot_1.png) Tableau geeft de boxplot weer: ![Een boxplot die de gemiddelde korting per segment illustreert.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/boxplot_2_10.0.png) Merk op dat er slechts een paar markeringen in elke boxplot staan. Ook heeft Tableau Regio van de container Kolommen opnieuw toegewezen aan de kaart **Markeringen**. Toen u het diagramtype veranderde in een boxplot, heeft Tableau bepaald wat de afzonderlijke markeringen in de plot moesten vertegenwoordigen. Er werd bepaald dat de markeringen regio's moesten vertegenwoordigen. Wij zullen dat veranderen. 1. Sleep Regio van de kaart **Markeringen** terug naar Kolommen, rechts van Segment. ![Een boxplot die de gemiddelde korting per segment en regio weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/boxplot_3_10.0.png) De horizontale lijnen zijn afgevlakte boxplots, wat gebeurt als boxplots gebaseerd zijn op één enkele markering. Boxplots zijn bedoeld om een distributie van data weer te geven, en dat kan lastig zijn als data geaggregeerd zijn, zoals in de huidige weergave. 2. Selecteer Analyse > Meetwaarden aggregeren om data te desaggregeren. Hiermee wordt aggregatie in- of uitgeschakeld. Aangezien data standaard worden geaggregeerd in Tableau, worden de data de eerste keer dat u deze opdracht selecteert, gedesaggregeerd. Zie [Data desaggregeren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm#DisAggData) voor meer informatie. In plaats van één enkele markering voor elke kolom in de weergave ziet u nu een reeks markeringen, één voor elke rij in uw databron. ![Een boxplot waarin de korting per segment en regio wordt weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/boxplot_4_10.0.png) De weergave toont nu de informatie die we willen zien. De overige stappen maken de weergave leesbaarder en aantrekkelijker. 3. Klik op de knop Omwisselen ![De knop Assen omwisselen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_swap.png) om de assen te verwisselen. De boxplots lopen nu van links naar rechts: ![Een boxplot waarin de korting per segment en regio wordt weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/boxplot_5_10.0.png) 4. Klik met de rechtermuisknop (Control-klik op een Mac) op de onderste as en selecteer Referentielijn bewerken. 5. Selecteer in het dialoogvenster Referentielijn, band of vak bewerken in de vervolgkeuzelijst Invullen een interessant kleurenschema. ![Het dialoogvenster Boxplot bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/boxplot_6_10.0.png) Zie [Een boxplot toevoegen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/reference_lines.htm#Add_a_Box_Plot) in het artikel **Referentielijnen, -banden, -distributies en -vakken** voor meer informatie. Nu is uw weergave compleet: ![Een horizontale boxplot geeft kortingen per segment en regio weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/boxplot_7_10.0.png) Zie [Referentielijnen, -banden, -distributies en -vakken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/reference_lines.htm) voor meer informatie over boxplots. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een cirkeldiagram maken Gebruik cirkeldiagrammen om de verhoudingen van een geheel weer te geven. Het is verstandig om alleen cirkeldiagrammen met een beperkt aantal segmenten te gebruiken. De basisbouwstenen voor een cirkeldiagram zijn als volgt: - **Markeringstype**: Cirkel - **Kleur**: Dimensie. - Elk lid van de dimensie wordt weergegeven als een segment of wig in de cirkel. U kunt beter geen dimensies met meer dan vijf unieke waarden gebruiken. - **Hoek**: Meetwaarde. De eigenschap **Hoek** wordt weergegeven op de kaart Markeringen wanneer het markeringstype is ingesteld op Cirkel. Volg deze stappen om een cirkeldiagram te maken waarin wordt weergegeven hoe verschillende productcategorieën bijdragen aan de totale winst: 1. Maak verbinding met de databron Voorbeeld - Superstore (indien nodig kunt u deze downloaden van de [Tableau Public-pagina met steekproefdata](https://public.tableau.com/app/learn/sample-data)). 2. Sleep de meetwaarde Winst naar Kolommen en sleep de dimensie Categorie naar Rijen. Tableau aggregeert de meetwaarde Verkoop als een som. Standaard geeft Tableau een staafdiagram weer. ![Staafdiagram van winst per categorie](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pie_1_10.0.png)5. Klik op Laten zien in de werkbalk en selecteer vervolgens het diagramtype Taart. Cirkeldiagrammen vereisen ten minste één dimensie en een of twee meetwaarden. Geaggregeerde velden, zoals Winstratio, dragen niet bij aan deze vereisten. ![Menu Laten zien met meerdere diagramtypen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pie_2.png) Er gebeuren drie dingen als u op het cirkelpictogram in Laten zien klikt: - Het markeringstype verandert in **Cirkel**. - De meetwaarde **Winst** die u op de container **Kolommen** hebt geplaatst en die is geaggregeerd als SOM, wordt verplaatst naar zowel de eigenschap **Formaat** als **Hoek** op de kaart Markeringen. - De dimensie **Categorie** die u op de container **Rijen** plaatst, wordt verplaatst naar de eigenschap **Kleur** op de kaart Markeringen. ![Een cirkeldiagram](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pie_3_10.0.png) Het resultaat is een vrij klein cirkeldiagram. Het diagram groter maken: 1. Navigeer naar het menu Passend maken op de werkbalk en selecteer Volledige weergave. 2. Klik op de eigenschap **Formaat** op de kaart Markeringen en sleep de schuifregelaar totdat het cirkeldiagram de gewenste grootte heeft. 12. Voeg labels toe door de dimensie Categorie van het deelvenster Data naar Label op de kaart Markeringen te slepen. ![Een cirkeldiagram met subcategorielabels](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pie_4.png) **Opmerking:** cirkeldiagrammen kunnen ook worden gebruikt als markeringstype in een visualisatie. Zie [Cirkeldiagrammarkering](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_marktypes.htm#PieMark) voor meer informatie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een dashboard maken Nadat u een of meer bladen hebt gemaakt, kunt u deze combineren in een dashboard, interactiviteit toevoegen en nog veel meer.Bekijk de trainingsvideo [Dashboards maken in Tableau Desktop](https://www.tableau.com/nl-nl/node/106947?playlist=509089) (4 minuten) voor een stapsgewijze demonstratie van dit proces. **Tip:** Zie [Versnellers gebruiken om data snel te visualiseren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accelerators.htm) om snel aan de slag te gaan. Zie [Dashboards maken in Tableau Desktop](https://www.tableau.com/nl-nl/node/106947?playlist=509089) voor gerelateerde bronnen en video's. ## Een dashboard maken en bladen toevoegen of vervangen U maakt een dashboard op vrijwel dezelfde manier als waarop u een nieuw werkblad maakt. 1. Klik onder aan de werkmap op het pictogram Nieuw dashboard: ![Het pictogram Nieuw dashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/web_author_new_dashboard_icon.png) 2. Sleep de weergaven van de Bladen\-lijst aan de linkerkant naar uw dashboard aan de rechterkant. ![Bijvoorbeeld, het prognoseblad is gehighlight en er staat een pijl die aangeeft dat u het naar de weergave kunt slepen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_create.png) 3. Om een blad te vervangen, selecteert u het in het dashboard aan de rechterkant.Wijs in de Bladen-lijst aan de linkerkant het vervangende blad aan met de muis en klik op de knop Bladen omwisselen. ![Optie om bladen om te wisselen in Tableau Dashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_swap_sheets.png) **Opmerking:** Wanneer u een blad vervangt, behoudt Tableau de opvulling, rand of achtergrondkleur.Het kan echter zijn dat u het bladformaat moet aanpassen als de inhoud aanzienlijk verschilt.Mogelijk moet u ook dashboarditems verwijderen die specifiek zijn voor het vorige blad, zoals filters die leeg worden. ## Interactiviteit toevoegen U kunt interactiviteit aan dashboards toevoegen om de data-inzichten van gebruikers te verbeteren.Probeer de volgende technieken: - Schakel in de bovenhoek van het blad de optie Gebruiken als filter in om geselecteerde markeringen in het blad te gebruiken als filters voor andere bladen in het dashboard. ![Een kaart van het noordoosten van de Verenigde Staten in Tableau Cloud, waarbij de staten zijn aangegeven in blauw en oranje, met de optie om dit als filter te gebruiken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/action_dashboards4_web.png) - Wanneer u in Tableau Desktop ontwerpt, kunt u acties toevoegen om meerdere bladen als filters te gebruiken, van het ene blad naar het andere te navigeren, webpagina's weer te geven en meer.Zie [Acties en dashboards](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_dashboards.htm) voor details. ## Voeg dashboardobjecten toe en stel de bijbehorende opties in Naast bladen kunt u dashboardobjecten toevoegen die visuele aantrekkelijkheid en interactiviteit toevoegen.Hier volgen richtlijnen voor elk type: - Horizontale en Verticale objecten gebruikt u als [indelingscontainers](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dashboards_refine.htm#Use_a_layout_container) waarmee u gerelateerde objecten kunt groeperen en kunt afstemmen hoe het formaat van uw dashboard wordt aangepast wanneer gebruikers ermee communiceren. - Tekstobjecten kunt u gebruiken voor kopteksten, uitleg en andere informatie. **Opmerking:** RTF-tekst die live hyperlinks in een tekstvak ondersteunt wordt alleen op het web ondersteund. - Afbeelding\-objecten dragen bij aan de visuele uitstraling van een dashboard en u kunt ze koppelen aan specifieke doel-URL's.(Hoewel webpaginaobjecten ook voor afbeeldingen kunnen worden gebruikt, zijn ze meer geschikt voor volledige webpagina's.Het afbeeldingsobject biedt afbeeldingsspecifieke aanpassings-, koppelings- en alternatieve tekstopties.) - Webpaginaobjecten geven doelpagina's weer in de context van uw dashboard.Bekijk [deze webbeveiligingsopties](#Be_security-savvy) en houd er rekening mee dat sommige webpagina's niet toestaan dat ze worden ingesloten. Google is daar een voorbeeld van. **Opmerking:** Om veiligheidsredenen kan uw Tableau-beheerder voorkomen dat webpagina- en afbeeldingsobjecten doel-URL's weergeven. - Lege objecten gebruikt u om de afstand tussen dashboarditems aanpassen. - Navigatie\-objecten geven uw publiek de mogelijkheid om van het ene dashboard naar het andere te navigeren, of naar andere werkbladen of verhalen te gaan.U kunt tekst of een afbeelding weergeven om de bestemming van de knop aan uw gebruikers aan te geven, aangepaste rand- en achtergrondkleuren te specificeren en informatieve knopinfo te bieden. - Downloadobjecten stellen uw publiek in staat om snel een pdf-bestand, PowerPoint-dia of PNG-afbeelding van een volledig dashboard of een kruistabel van geselecteerde werkbladen te maken.Opmaakopties zijn vergelijkbaar met navigatieobjecten. **Opmerking:** Het downloaden van kruistabellen is alleen mogelijk na publicatie naar Tableau Cloud of Tableau Server. - [Uitbreiding](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dashboard_extensions.htm)\-objecten kunt u gebruiken om unieke functies aan dashboards toe te voegen of deze te integreren met toepassingen buiten Tableau. - Met [Pulse-statistiek](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/pulse_create_metrics.htm#dashboard-object)objecten kunt u bestaande statistiekkaarten insluiten in uw dashboard.De statistieken die u kunt toevoegen, zijn verbonden aan de gepubliceerde databronnen die ook door de werkmap worden gebruikt. ### Voeg een object toe Sleep een item van het Objecten\-gedeelte aan de linkerkant naar het dashboard aan de rechterkant: ![Pijl die laat zien hoe u een webpagina aan een dashboard toevoegt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_object_drag1.png) ### Kopieer objecten U kunt objecten kopiëren en plakken binnen het huidige dashboard, of vanuit dashboards in andere bladen en bestanden.U kunt zelfs objecten kopiëren tussen Tableau Desktop en Tableau in u webbrowser. U kunt het volgende echter niet kopiëren: - Bladen in een dashboard - Items die afhankelijk zijn van een specifiek blad, zoals filters, parameters en legenda's - Indelingscontainers met iets dat u niet kunt kopiëren, zoals een blad of filter - Objecten in een apparaatlay-out - Dashboardtitels **Tip:** Naast de hieronder beschreven menuopdrachten kunt u ook de standaard sneltoetsen gebruiken voor kopiëren en plakken op uw besturingssysteem. 1. Selecteer een dashboardobject en selecteer in het objectmenu Dashboarditem kopiëren.Of selecteer in het hoofdmenu Dashboard > Geselecteerd dashboarditem kopiëren. ![Het contextmenu van het dashboardobject is uitgevouwen met de optie Dashboarditem kopiëren geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_copy_object.png) 2. Ga naar het dashboard waar u het object wilt plakken.Selecteer vervolgens niets om te plakken in de linkerbovenhoek van het dashboard, of selecteer een bestaand item om naast te plakken. 3. Kies Bestand > Plakken in Tableau Desktop.Kies in een browser Bewerking > Plakken of gebruik de sneltoets om te plakken. 4. Het object wordt 10 pixels onder en rechts van de linkerbovenhoek van het dashboard of het geselecteerde object geplakt.Om het geplakte object te verplaatsen, sleept u de knop bovenaan. ![Kopieer of verplaats de gehighlighte balk in een dashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_copy_move.png) **Opmerking:** Gekopieerde Tonen/Verbergen-knoppen kunnen zich op het oorspronkelijke object richten of zijn uitgeschakeld.Zie [Objecten tonen en verbergen door op een knop te klikken](#Show) voor instructies over hoe u dit kunt oplossen. ### Stel opties in voor objecten Klik op het object om het te selecteren.Klik vervolgens op de pijl in de bovenhoek om het menu snelkoppelingen te openen.(De menu-opties variëren afhankelijk van het object.) ![Contextmenu van visualisatie op een dashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ds-editobject.gif) ### Gedetailleerde opties voor afbeeldingsobjecten Met het afbeeldingsobject kunt u afbeeldingsbestanden in dashboards invoegen of koppelingen maken naar afbeeldingen die op internet zijn geplaatst.In beide gevallen kunt u een URL opgeven die de afbeelding opent wanneer erop wordt geklikt, waardoor u interactiviteit aan uw dashboard toevoegt. **Opmerkingen:** URL's voor webgebaseerde afbeeldingen vereisen het HTTPS-voorvoegsel voor verbeterde beveiliging.Voor afbeeldings-URL's met andere voorvoegsels gebruikt u het webpaginaobject. Tableau blokkeert om veiligheidsredenen het laden van SVG-bestanden die scripts bevatten.Als uw afbeeldingsobject een script bevat, verwijder dan het script uit het SVG-bestand of sla de afbeelding op in een andere indeling, zoals .png of .jpeg. 1. Sleep een afbeeldingsobjecten van het objectengedeelte aan de linkerkant naar uw dashboard aan de rechterkant.Of klik op het pop-upmenu in de bovenhoek in een bestaand afbeeldingsobject op een dashboard, en kies Afbeelding bewerken. 2. Klik op Afbeeldingsbestand invoegen om een afbeeldingsbestand in de werkmap in te sluiten of op Link naar afbeelding om te linken naar een webgebaseerde afbeelding. Overweeg een koppeling naar een webgebaseerde afbeelding wanneer: - de afbeelding erg groot is en uw dashboardpubliek deze in een browser zal bekijken(in tegenstelling tot webgebaseerde afbeeldingen moeten ingevoegde afbeeldingen elke keer dat een blad wordt geopend, worden gedownload, waardoor de prestaties afnemen); - de afbeelding een geanimeerd GIF-bestand is(ingevoegde afbeeldingen ondersteunen geen geanimeerde GIF's). ![Dialoogvenster Afbeeldingsobject bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_web_image.png) 4. Als u een afbeelding invoegt, klikt u op Kiezen om het bestand te selecteren.Als u naar een afbeelding linkt, voert u de web-URL ervan in. 5. Stel de resterende opties voor afbeeldingsaanpassing, URL-koppeling en alternatieve tekst in.(Alt-tekst beschrijft de afbeelding in schermleestoepassingen voor verbeterde toegankelijkheid.) ### Gedetailleerde opties voor navigatie- en downloadobjecten Navigatie- en downloadobjecten hebben verschillende unieke opties waarmee u een navigatiebestemming of bestandsindeling visueel kunt aangeven. ![Voorbeeld van een tekstknop op het dashboard die een kaart van de Verenigde Staten overlapt met de volgende tekst: open de visualisatie met vluchtvertragingen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_button_text.png) Een navigatieknop die tekst gebruikt voor de knopstijl 1. Klik in de bovenhoek van het object op het objectmenu en kies Knop Bewerken. ![Het knopmenu is uitgebreid en de optie Knop bewerken is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_button_edit.png) 2. Voer een van de volgende handelingen uit: - Kies in het menu Navigeren naar een blad buiten het huidige dashboard. - Kies in het menu Exporteren naar een bestandsindeling. 3. Kies afbeelding of tekst voor Knopstijl, geef de afbeelding of tekst op die u wilt weergeven en stel vervolgens de bijbehorende opmaakopties in. 4. Voor Knopinfo-tekst voegt u een verklarende tekst toe die verschijnt wanneer kijkers de knop aanwijzen met de muis.Deze tekst is optioneel en is doorgaans het meest geschikt voor afbeeldingsknoppen.(U kunt bijvoorbeeld 'Verkoopvisualisatie openen" invoeren om de bestemming te verduidelijken voor een navigatieknop die wordt weergegeven als een miniatuurverkoopdiagram.) **Opmerking:** Wanneer u een gepubliceerd dashboard bekijkt, kunt u gewoon op een knop klikken om te navigeren of te exporteren.Bij het ontwerpen van een dashboard moet u echter Alt (Windows) of Option (macOS) ingedrukt houden terwijl u klikt. ### Objecten tonen en verbergen door op een knop te klikken Met Tonen/Verbergen-knoppen kunnen dashboardkijkers de zichtbaarheid van dashboardobjecten wijzigen, zodat ze alleen zichtbaar worden wanneer dat nodig is. #### Hoe verborgen objecten lay-outs beïnvloeden Wanneer een zwevend object wordt verborgen, worden alle onderliggende objecten zichtbaar.Tonen/Verbergen-knoppen kunnen met name handig zijn als u tijdelijk een zwevende groep filters wilt verbergen om meer visualisatie te onthullen. ![Een zwevende dashboardcontainer die verborgen is om meer van de visualisatie te laten zien.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_showhide.png) Wanneer een object dat naast elkaar is geplaatst wordt verborgen, zijn de resultaten afhankelijk van het niveau van het object in de lay-outhiërarchie. - In de meeste gevallen wilt u objecten die u wilt verbergen in een horizontale of verticale indelingscontainer plaatsen, omdat de ruimte van verborgen objecten wordt opgevuld door andere objecten in de container. - In de "Naast elkaar"-indelingscontainer helemaal bovenaan de lay-outhiërarchie laat een verborgen object daarentegen lege ruimte achter. #### Een knop Tonen/Verbergen toevoegen en configureren 1. Selecteer een dashboardobject. 2. Selecteer in het pop-upmenu in de bovenhoek van het object Knop Tonen/Verbergen toevoegen. ![Contextmenu van dashboardcontainer met optie 'Tonen/Verbergen-knop toevoegen'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_showhide_add.png) 3. Kies Knop bewerken in het knopmenu. ![Contextmenu met optie voor de knop Bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_showhide_edit.png) 4. Stel deze opties in: - Dashboarditem voor tonen/verbergen specificeert het doelobject.(Een object kan van slechts één Tonen/Verbergen-knop tegelijk het doel zijn.Kies Geen als u met een andere Tonen/Verbergen-knop naar het object wilt verwijzen.) - Knopstijl geeft aan of er een afbeelding of tekst voor de knop wordt weergegeven. - Knopweergave specificeert hoe de knop eruit ziet wanneer het item wordt getoond als wanneer het wordt verborgen.Klik op Item weergegeven en Item verborgen om voor elke staat verschillende afbeeldingen of tekst te kiezen. - Tekst knopinfo biedt verklarende tekst die verschijnt wanneer kijkers de knop aanwijzen met de muis.(U kunt bijvoorbeeld "Filters tonen of verbergen" invoeren voor een container met filtermenu's.) 6. Sleep indien nodig de knop naar een andere locatie of wijzig het formaat zodat deze beter bij uw lay-out past. **Opmerking:** Wanneer u een gepubliceerd dashboard bekijkt, kunt u gewoon op de knop Tonen/Verbergen klikken om de zichtbaarheid van objecten in of uit te schakelen.Bij het ontwerpen van een dashboard moet u echter Alt (Windows) of Option (macOS) ingedrukt houden terwijl u klikt. ### Beveiliging voor webpaginaobjecten Als u webpaginaobjecten in uw dashboard opneemt, kunt u de beveiliging optimaliseren door het volgende te doen. #### Gebruik waar mogelijk het HTTPS-protocol Gebruik als best practice HTTPS (https://) in uw URL's.Dit zorgt ervoor dat de verbinding van uw dashboard met de webpagina versleuteld is.Als Tableau Server wordt uitgevoerd met HTTPS en u HTTP in de URL gebruikt, kunnen de browsers van uw gebruikers de webpagina waarnaar de URL verwijst niet weergeven.Als u geen protocol opgeeft, wordt uitgegaan van HTTP. #### Beveiligingsopties voor webpaginaobjecten (alleen Tableau Desktop) Kies Help \> Instellingen en prestaties > Beveiliging voor dashboardwebbeveiliging instellen en stel de onderstaande opties in.(In sommige organisaties worden deze opties op alle machines beheerd door een Tableau-beheerder.) Opmerking: Alle wijzigingen die u in deze beveiligingsopties aanbrengt, zijn van toepassing op zowel bestaande als nieuw gemaakte webpaginaobjecten. - **Javascript inschakelen** Maakt JavaScript-ondersteuning mogelijk in de webweergave.Als u deze optie uitschakelt, kunnen sommige webpagina's waarvoor JavaScript nodig is, niet goed functioneren in het dashboard. - **Plug-ins inschakelen** Schakelt alle plug-ins in die de webpagina gebruikt, zoals een Adobe Flash- of QuickTime-speler. - **Pop-ups blokkeren** Indien geselecteerd, worden pop-ups geblokkeerd. - **URL-acties met de muis inschakelen** Staat URL-acties met de muis toe.Zie [URL-acties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_url.htm) voor meer informatie. - **Webpaginaobjecten en webafbeeldingen inschakelen** Maakt de weergave van doel-URL's in webpagina- en afbeeldingsobjecten mogelijk.Als u deze optie uitschakelt, blijven webpaginaobjecten en afbeeldingsobjecten die naar het web linken in het dashboard staan, maar tonen ze geen inhoud. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een databron maken of een nieuwe verbinding toevoegen met klemborddata Soms wilt u data uit een externe bron halen voor een snelle analyse. In plaats van een hele databron te maken en vervolgens verbinding te maken in Tableau, kunt u de data kopiëren en deze rechtstreeks in uw werkmap plakken. Tableau maakt automatisch een databron die u kunt gaan analyseren. Wanneer u data op de databronpagina plakt, maakt Tableau een nieuwe verbinding in de bestaande databron. Wanneer u data in het blad plakt, maakt Tableau een nieuwe databron die u kunt gaan analyseren. U kunt gegevens kopiëren en plakken vanuit verschillende kantoortoepassingen, waaronder Microsoft Excel en Microsoft Word. U kunt ook HTML-tabellen van webpagina's kopiëren en plakken. Tabellen die worden gekopieerd als door komma's gescheiden waarden of door tabs gescheiden waarden, kunnen in Tableau worden geplakt. Opmerking: niet alle toepassingen gebruiken deze indeling bij het kopiëren. 1. Selecteer de gewenste data en kopieer deze naar het klembord. 2. Open Tableau Desktop en voer een van de volgende handelingen uit: 1. Selecteer op de databronpagina Data > Data als verbinding plakken of Data als databron plakken. ![Het vervolgkeuzemenu Data met de menuopties Data plakken als verbinding en Data plakken als databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clipboard_datasource_datasourcepage.png) 2. Selecteer op het blad Data > Plakken om de data als databron te plakken. ![Het vervolgkeuzemenu Data met de menuoptie Plakken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clipboard_datasource2.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een datamodel maken met relaties op basis van meerdere feitentabellen Bij analyses worden vaak tabellen met data bij elkaar gebracht die geen directe relatie met elkaar hebben, maar die wel betrekking hebben op dezelfde, gemeenschappelijke informatie zoals een datum of locatie. Dit type analyse wordt ook wel analyse op basis van meerdere feitentabellen met gedeelde dimensies genoemd. Als u dit soort analyses in Tableau wilt uitvoeren, dient u een databron te maken die gebruikmaakt van meerdere basistabellen die met elkaar zijn verbonden door gedeelde tabellen. - _Basistabellen_ zijn de meest linkse tabellen in het datamodel op het tabblad Databron. Raadpleeg [Wanneer een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_mfr_when_to_use.htm) voor richtlijnen over het bepalen van de tabellen die u als basistabellen gaat gebruiken. - _Gedeelde tabellen_ zijn downstream tabellen met meerdere binnenkomende relaties. Deze tabellen bevatten velden die niet-gerelateerde velden tijdens analyses kunnen samenhechten in een visualisatie. Datum en Locatie zijn voorbeelden van vaak gedeelde tabellen. ## Model opbouwen Het maken van een datamodel met relaties op basis van meerdere feitentabellen is in wezen hetzelfde als het maken van elke andere databron die gebruikmaakt van relaties, maar met twee extra onderdelen: extra basistabellen en meerdere binnenkomende relaties met gedeelde tabellen. 1. [Maak verbinding met uw data](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/basicconnectoverview.htm). U kunt [meerdere dataverbindingen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_plan.htm#tableau-data-sources) gebruiken als uw tabellen niet allemaal in dezelfde database staan. 2. Sleep een tabel naar het canvas om de eerste basistabel te maken. 3. Sleep nog een tabel uit het linkerdeelvenster naar het neerzetgebied Nieuwe basistabel. ![het canvas voor datamodellering met een bestaande basistabel en een neerzetgebied voor een nieuwe basistabel](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_new_base_table.png) Tableau toont een waarschuwing dat u een datamodel maakt met meerdere basistabellen. We raden u aan alleen een model met meerdere basistabellen te maken als uw data dit nodig hebben. Gebruik anders een model met één basistabel om de complexiteiten te vermijden die horen bij een model met meerdere basistabellen. ![een datamodel met twee basistabellen, waarvan één met een waarschuwing voor meerdere basistabellen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_multi_base_table_warning.png) 4. Sleep nog een veld naar het canvas en stel een relatie in met een van de basistabellen. [Zo nodig elke relatie configureren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/relate_tables.htm#create-and-define-relationships). ![een downstream tabel wordt aan het datamodel toegevoegd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_build_downstream.png) 5. Beweeg de muis over de nog niet gerelateerde basistabel om een plusteken weer te geven (ook wel een 'gehaktbal' genoemd). ![de basistabel Clubs met de cursor erboven en het gehaktbal-plusteken zichtbaar](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_build_meatball_base.png) 6. Sleep het plustekenpictogram naar de gedeelde tabel om een nieuwe binnenkomende relatie te maken (ook wel een 'noedel' genoemd). ![een gehaktbal die een nieuwe noedel naar een bestaande downstream tabel sleept](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_build_meatball.png) 7. _Optioneel:_ Blijf downstream- en basistabellen toevoegen. Klik en sleep het plustekenpictogram om naar wens gedeelde tabellen te maken. **Opmerking**: in plaats van te beginnen met de basistabellen kunt u ook eerst een model met één basistabel maken en later meer basistabellen toevoegen. ## Model verkennen Een datamodel met meerdere basistabellen wordt gemaakt met relaties, maar niet alle tabellen zijn in dezelfde mate aan elkaar gerelateerd. Elke basistabel definieert een _structuur_, die elke tabel omvat die is gerelateerd aan die basistabel, ofwel direct gerelateerd of downstream van een gerelateerde tabel. Gedeelde tabellen bestaan in meerdere structuren. Zie [Over datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm) voor meer informatie over de mate van gerelateerdheid. Wanneer u een model met meerdere basistabellen bekijkt, zijn er verschillende opties om het datamodel te verkennen en te beheren. Deze opties zijn vooral handig als een datamodel complex is. ![een datamodel met vier basistabellen en meerdere gedeelde tabellen, evenals niet-gedeelde downstream tabellen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_build_complex_model.png) Een voorbeeld van een complex datamodel met vier basistabellen, meerdere gedeelde tabellen en downstreamtabellen. Er zijn downstreamtabellen die wel en downstreamtabellen die niet worden gedeeld tussen de basistabellen. In 2024.2 werden een aantal nieuwe lay-outdetails voor het datamodel geïntroduceerd. In een datamodel met relaties op basis van meerdere feitentabellen worden relaties gebundeld om bij te houden hoeveel inkomende relaties een tabel heeft. Gedeelde tabellen (en gedeelde downstreamtabellen) hebben een dikkere rand dan tabellen die niet gedeeld worden. ### Terminologie Tabellen in een datamodel met meerdere basistabellen hebben specifieke rollen. Basistabellen en gedeelde tabellen zijn de enige tabellen die in een datamodel met relaties op basis van meerdere feitentabellen moeten voorkomen. (Zonder meer dan één basistabel is er geen sprake van een datamodel met relaties op basis van meerdere feitentabellen. Zonder een gedeelde tabel die de basistabellen verbindt, is het geen geldig datamodel.) Vanwege de vaak complexe aard van deze modellen is het nuttig om een gemeenschappelijke terminologie te hanteren: - _Basistabellen_ staan helemaal links en hebben geen inkomende relaties. - In het voorbeeld zijn Inventaris, Marketing, Verkoop en Ondersteuning de basistabellen. - _Subbasistabellen_ bevinden zich tussen een basistabel en een gedeelde tabel. - In het voorbeeld is Onderdelen een subbasistabel. - _Gedeelde tabellen_ hebben meerdere inkomende relaties. - In het voorbeeld zijn Producten, Datums, Klant en Leverancier gedeelde tabellen. - _Downstream gedeelde tabellen_ hebben precies één inkomende relatie en hebben ergens upstream een gedeelde tabel. - In het voorbeeld zijn Subcategorie en Categorie downstream gedeelde tabellen. - _Downstream niet-gedeelde tabellen_ hebben precies één inkomende relatie en hebben geen upstream gedeelde tabellen. - In het voorbeeld zijn er geen downstream niet-gedeelde tabellen. ![Een datamodel met een illustratie van de termen basistabel, subbasistabel, downstream niet-gedeelde tabel, gedeelde tabel en downstream gedeelde tabel.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_terminology.png) Test uw begrip: identificeer de typen tabellen in de voorbeelddatabron ![een datamodel met vier basistabellen en meerdere gedeelde tabellen, evenals niet-gedeelde downstream tabellen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_build_complex_model.png) - **Basistabellen**: Inventaris, Marketing, Verkoop en Ondersteuning - **Subbasistabel:** Onderdelen - **Gedeelde tabellen:** Producten, Datums, Klant en Leverancier - **Downstream gedeelde tabellen:** Subcategorie en Categorie - **Downstream niet-gedeelde tabellen:** geen ### Een relatiestructuur identificeren Beweeg de muis over een tabel om de tabellen te highlighten waaraan deze is gerelateerd. Tableau markeert de structuur voor deze tabel en markeert de niet-gerelateerde tabellen niet. ![het complexe model, waarbij de structuur van één basistabel is gehighlight en de andere tabellen gedimd zijn](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_build_highlightedtree.png) De structuur van de basistabel Marketing bestaat uit de twee gedeelde tabellen Datums en Producten en de downstream gedeelde tabellen Subcategorie en Categorie. ### Details over relaties weergeven Beweeg de muis over een relatie of een bundel relaties om de details in knopinfo te bekijken. ![Een drievoudige noedelbundel, met knopinfo met een rij voor de details van elke relatie](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_build_noodle_bundle.png) De binnenkomende relaties met de tabel Producten omvatten drie afzonderlijke relaties met de basistabellen Voorraad, Marketing en Verkoop. ### Een relatie selecteren Wanneer een relatie is geselecteerd, krijgt deze een blauwe highlight in het canvas en worden de details weergegeven in het deelvenster Details van tabel. In het deelvenster Details van tabel kunt u [de relatiecomponent inspecteren of wijzigen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/relate_tables.htm#create-a-relationship). Er zijn meerdere manieren om een relatie te selecteren: - Klik op een relatielijn (noedel) in het canvas. Elke relatie heeft een klikbare zone die precies deze noedel selecteert. - Klik met de rechtermuisknop of houd de Control-toets ingedrukt en klik op een tabel in het canvas om het bijbehorende menu te openen. Selecteer de optie Relatie selecteren en kies met welke tabel u een relatie wilt instellen. - Klik op een bundel relaties in het canvas om permanente knopinfo weer te geven (als u een bundel aanwijst met de muis, wordt de knopinfo weergegeven, klik om deze permanent te maken). Selecteer vervolgens een rij in de details van de knopinfo om die relatie in het model te highlighten. - Open het menu in de werkbalk van het deelvenster Details van tabel en selecteer de gewenste relatie. U kunt dit menu ook gebruiken om een specifieke tabel te selecteren en het voorbeeld in het deelvenster te bekijken. ![het menu in het deelvenster Details van tabel](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_build_table_details_menu.png) ### Wisselen met basistabel Tussenliggende tabellen in een relatie tussen een basistabel en gedeelde tabellen geven u de mogelijkheid om de downstream tabel te verwisselen met de basistabel. Dit is uitsluitend een visuele verandering als hulp bij conceptueel begrip en verandert niets aan de structuur van het datamodel. Klik met de rechtermuisknop of houd de Control-toets ingedrukt en klik op een downstream tabel en selecteer Wisselen met basistabel (tabelnaam). De wisseloptie is ook alleen aanwezig in de downstream tabel en niet in de basistabel. De wisseloptie is niet beschikbaar voor tabellen die het datamodel zouden veranderen bij wisseling, zoals gedeelde tabellen of downstream gedeelde tabellen. Alleen downstream niet-gedeelde tabellen of subbasistabellen kunnen worden verwisseld met basistabellen. #### _Voorbeeld_ In dit voorbeeld kunnen de tabellen **Salon-info** en de **IJsverkoop** worden verwisseld zonder dat de fundamentele structuur van het datamodel verandert. Er kunnen geen andere tabellen worden gewisseld. - IJsverkoop is gerelateerd aan zowel Salon-info als de gedeelde tabel Datum. - Salon-info is gerelateerd aan zowel IJsverkoop als de gedeelde tabel Locatie. - Het weer is gerelateerd aan de gedeelde tabellen Datum en Locatie. Deze twee modellen zijn conceptueel gelijkwaardig: ![twee versies van equivalente datamodellen waarbij een basistabel en de niet-gedeelde downstreamtabel worden omgewisseld](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_swapbase_icecream.png) ### Een basistabel samenvouwen U kunt een relatiepad, of structuur, ook samenvouwen tot alleen de basistabel om de weergave van het datamodel tijdelijk te vereenvoudigen. Klik op de knop Samenvouwen ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_icon_collapse.png) of Uitvouwen ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_icon_expand.png) op een basistabel om de hele structuur samen of uit te vouwen. U kunt ook met de rechtermuisknop klikken of Ctrl ingedrukt houden en klikken op een downstream tabel en Dit pad samenvouwen of Overige paden samenvouwen selecteren. Deze optie is niet beschikbaar voor gedeelde tabellen of tabellen downstream van gedeelde tabellen. Het samenvouwen van een structuur tot de basistabel is uitsluitend visueel en activeert niet de waarschuwing Niet-gerelateerde tabellen. Een samengevouwen pad wordt aangegeven door een basistabel met een knop met een gestapelde tabel en de knop Uitvouwen. Samenvouwen heeft gevolgen voor alle tabellen en relaties die alleen relevant zijn voor die structuur. Tabellen die worden gedeeld via een niet-samengevouwen pad, worden dus niet verborgen. Gebruik de knop Uitvouwen![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_icon_expand.png) knop om de basistabel en alles in de structuur opnieuw te openen. ![de structuur van de ondersteunende basistabel wordt samengevouwen en uitgevouwen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_build_collapsetree_gif.gif) ## Problemen oplossen ### Eén databron maken Alle tabellen moeten op de een of andere manier gerelateerd zijn aan de gehele databron. Als sommige tabellen niet gerelateerd zijn aan het algemene datamodel, verschijnt er een melding. De waarschuwing blijft staan totdat er geen tabellen of structuren meer volledig gescheiden zijn van de rest van het datamodel. Wanneer de meldig actief is, kan de databron niet worden gepubliceerd en kunt u de databron niet in een analyse gebruiken. U kunt de melding openen en Visueel afzonderlijke niet-gerelateerde tabellen instellen om te achterhalen welke tabellen de melding hebben geactiveerd. Deze optie is handig als u een complex model hebt en moet achterhalen welke tabel of tabellen nog niet zijn gerelateerd aan de rest van het datamodel. #### _Voorbeeld_ In de stappen onder [Model maken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_build.htm#Build) wordt in stap 4 een melding weergegeven voordat een relatie wordt toegevoegd om verbinding te maken met de tweede basistabel. ![Een melding voor niet-gerelateerde tabel](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_build_unrelated_alert.png) Als u Visueel afzonderlijke niet-gerelateerde tabellen inschakelt, wordt de tabel **Clubs** verplaatst tot onder de lijn Niet-gerelateerde tabellen. Door het instellen van een relatie van **Clubs** met **Studenten** wordt de melding opgelost. ![Een datamodel met een niet-gerelateerde tabel onder een rode stippellijn met het label Niet-gerelateerde tabellen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_build_visuallyseparate.png) #### Een cyclus oplossen Zelfs als sommige tabellen niet direct aan elkaar gerelateerd zijn, moet het hele datamodel toch een samenhangend geheel zijn. In dit voorbeeld definieert elke basistabel een structuur, maar er is geen gedeelde tabel die ze met elkaar verbindt. Dit is geen geldig analysemodel. ![Een datamodel met twee basistabellen waarvan de afzonderlijke structuren elkaar niet overlappen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_build_unrelated1.png) De twee groepen gerelateerde tabellen moeten worden gecombineerd via een gedeelde tabel... ![Hetzelfde datamodel, nu verbonden met een gedeelde tabel](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_build_unrelated2.png) ...of het datamodel moet worden gemaakt als twee afzonderlijke databronnen. ![Hetzelfde datamodel, opgesplitst in twee databronnen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_build_unrelated3.png) ### Datamodelbeperkingen Sommige relatiepaden tussen tabellen worden niet ondersteund in een model met meerdere basistabellen. Als u de gehaktbal niet kunt neerzetten wanneer u probeert een tweede binnenkomende relatie in een tabel te maken, controleer dan of de structuur die u probeert te maken, in Tableau wordt ondersteund. Voorbeelden van niet-ondersteunde modellen zijn: #### Cycli Cycli (waarbij er meer dan één relatiepad is van een upstream tabel naar dezelfde downstream tabel) worden niet ondersteund. Deze niet-ondersteunde structuur wordt ook wel een bowtie genoemd. Om dit soort relaties tussen tabellen in Tableau te modelleren gebruikt u meerdere basistabellen in plaats van een bowtie door de downstream tabel naar een andere basistabel te converteren. ![een diagram van een bowtie en een ander diagram waarbij de downstreamtabel is gewijzigd in een extra basistabel](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_build_bowtie_tableauified.png) Het datamodel moet een _gerichte acyclische grafiek_ zijn. Dit betekent dat elke binnenkomende relatie met een tabel upstream traceerbaar moet zijn naar een andere basistabel.
Niet ondersteund. Tabel X heeft twee binnenkomende relaties die beide afkomstig zijn van tabellen downstream van Basistabel AOndersteund. Tabellen S en T hebben beide meerdere binnenkomende relaties, maar elke relatie komt uit een andere basistabel.Ondersteund. Hoewel het visueel lijkt alsof er sprake is van een cyclus, zijn de binnenkomende relaties voor zowel Tabel S als Tabel T te herleiden tot verschillende basistabellen.
niet-ondersteund datamodel vanwege een cyclusondersteund datamodel met een 'bowtie' omgezet naar een tweede basistabeleen ondersteund datamodel met binnenkomende relaties met gedeelde tabellen die herleidbaar zijn tot verschillende basistabellen
#### Geneste gedeelde tabellen Geneste gedeelde tabellen worden niet ondersteund. Alle tabellen downstream van een gedeelde tabel (een tabel met meerdere binnenkomende relaties) kunnen slechts één binnenkomende relatie hebben. ![niet-ondersteund model met een geneste gedeelde tabel](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_build_nestedshared.png) Niet ondersteund. Tabel T bevindt zich downstream van een gedeelde tabel en kan geen extra binnenkomende relatie ontvangen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een dicht op elkaar gepakt bellendiagram maken Gebruik dicht op elkaar gepakte bellendiagrammen om data in een cluster van cirkels weer te geven. Dimensies definiëren de afzonderlijke bellen en meetwaarden definiëren de grootte en kleur van de afzonderlijke cirkels. De basisbouwstenen voor een dicht op elkaar gepakt bellendiagram zijn als volgt: - **Markeringstype**: Cirkel - **Detail**: Dimensie - **Formaat**: Meetwaarde - **Kleur**: Dimensie of meetwaarde - **Label (optioneel)**: Dimensie of meetwaarde Volg deze stappen om een dicht op elkaar gepakt basisbellendiagram te maken waarin verkoop- en winstinformatie voor verschillende productcategorieën wordt weergegeven: 1. Maak verbinding met de databron Voorbeeld - Superstore (indien nodig kunt u deze downloaden van de [Tableau Public-pagina met voorbeelddata](https://public.tableau.com/app/learn/sample-data)). 2. Sleep de dimensie Categorie naar Kolommen. Op een horizontale as worden productcategorieën weergegeven. 3. Sleep de meetwaarde Verkoop naar Rijen. De meetwaarde wordt geaggregeerd als een som en er verschijnt een verticale as. Tableau maakt een staafdiagram: het standaard grafiektype wanneer de container Kolommen een dimensie en de container Rijen een meetwaarde bevat. 4. Klik op Laten zien in de werkbalk en selecteer vervolgens het diagramtype Bellen. ![Het deelvenster Laten zien met verschillende opties voor visualisatietype. Dicht op elkaar gepakte bellen is geselecteerd en de tekst luidt: "Voor dicht op elkaar gepakte bellen probeert u 1 of meer dimensies, 1 of 2 meetwaarden".](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bubbles_1.png) Tableau maakt dit compacte bellendiagram: ![Bellendiagram met drie afzonderlijke cirkels die zijn gelabeld met de categorieën Meubilair, Kantoorartikelen en Technologie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bubbles_2_10.0.png) 5. Sleep Regio naar Detail op de kaart Markeringen om meer bellen in de weergave op te nemen. ![Bellendiagram met vier afzonderlijke cirkels die zijn gelabeld voor elk van de categorieën Meubilair, Kantoorartikelen en Technologie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bubbles_3_10.0.png) Vervolgens voegen we nog een informatielaag toe aan de weergave. 1. Sleep Winst naar Kleur op de kaart Markeringen: ![Bellendiagram met afzonderlijke cirkels, gesorteerd in de regio's Oost, Centraal, Zuid en West voor elk van de volgende categorieën: Meubilair, Kantoorartikelen en Technologie. De kleuren van de bellen zijn afhankelijk van de meetwaarde Som (Winst).](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bubbles_4_10.0.png) 2. Sleep Regio naar **Label** op de kaart Markeringen om duidelijk te maken wat elke bel vertegenwoordigt. ![Bellendiagram met vier afzonderlijke cirkels die zijn gelabeld voor elk van de categorieën Meubilair, Kantoorartikelen en Technologie. De kleuren van de bellen variëren afhankelijk van de meetwaarde Som (Winst).](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bubbles_5_10.0.png) De grootte van de bellen toont de verkoop voor verschillende combinaties van regio en categorie. De kleur van de bellen geeft de winst aan (hoe donkerder de kleur blauw, hoe groter de winst). Zie [Markeringslabel weergeven, verbergen en opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/annotations_marklabels_showhideworksheet.htm) voor meer informatie over het opmaken van markeringslabels. Als u deze weergave verder wilt uitwerken, kunt u de kleuren voor Winst aanpassen om negatieve winst in een andere kleur weer te geven. U kunt ook een berekend veld maken dat de winst gedeeld door de verkoop (oftewel de winstmarge) weergeeft en dat in plaats van de absolute winst neerzetten op Kleur. Zie [Kleurpaletten en -effecten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties_color.htm) voor meer informatie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een eenvoudig berekend veld maken Soms ontbreekt in uw databron een veld dat (of kolom die) u nodig hebt voor uw analyse. Uw databron kan bijvoorbeeld velden bevatten met waarden voor Verkoop en Winst, maar niet voor Winstpercentage. Als dit het geval is, kunt u een berekend veld voor het winstpercentage maken met behulp van data uit de velden Verkoop en Winst. In dit onderwerp wordt aan de hand van een voorbeeld gedemonstreerd hoe u een eenvoudig berekend veld maakt. ## Stap 1: het berekende veld maken 1. Selecteer in een werkblad in Tableau de opties Analyse \> Berekend veld maken. 2. Geef het berekende veld een naam in de Berekeningseditor die wordt geopend. In dit voorbeeld heeft het berekende veld de naam **Profit Ratio** (winstpercentage). ## Stap 2: een formule invoeren 1. Voer in de Berekeningseditor de volgende formule in: SUM(\[Profit\])/SUM(\[Sales\]) Formules gebruiken een combinatie van functies, velden en operators. Zie [Berekeningen opstellen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_operators.htm) en [Functies in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions.htm) voor meer informatie over het maken van formules in Tableau. 2. Klik op **OK** als u klaar bent. Het nieuwe berekende veld wordt aan het deelvenster Data toegevoegd met het teken = vóór het datatypepictogram om aan te geven dat het een berekend veld is. U bent nu klaar om het berekende veld in de weergave te gebruiken. ## Controleer uw werk. Kijk hoe u een eenvoudig berekend veld maakt: ## Zie ook [Aan de slag met berekeningen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_create.htm) [Berekeningen opstellen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_operators.htm) [Functies in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions.htm) [LOD-expressies maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod.htm) [Waarden transformeren met tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een eenvoudige kaart maken U kunt verschillende typen kaarten maken voor uw geografische analyse in Tableau. Als u nog niet bekend bent met kaarten of gewoon wilt profiteren van de ingebouwde kaartfuncties van Tableau, kunt u een eenvoudige punten- of gevulde (veelhoek)kaart maken, vergelijkbaar met de onderstaande voorbeelden. **Vereisten**: Om een eenvoudige kaart te maken, moet uw databron locatiedata bevatten (bijvoorbeeld locatienamen of breedtegraad- en lengtegraadcoördinaten). Zie de sectie [Kaartdata](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_data.htm) als uw databron geen locatiedata bevat voor manieren waarop u verbinding kunt maken met locatiedata.
Een puntenkaart van de Verenigde Staten met verkoopdata per staat, gecodeerd in markeringsgrootte.Een eenvoudige ingevulde kaart van de Verenigde Staten.
  
In dit onderwerp wordt aan de hand van een voorbeeld uitgelegd hoe u een eenvoudige kaart maakt. Om het onderstaande voorbeeld te volgen, opent u Tableau Desktop en maakt u verbinding met de databron **Voorbeeld - Superstore** die bij Tableau wordt geleverd. ## Een eenvoudige puntenkaart maken 1. Navigeer naar een werkblad. 2. Open in het deelvenster **Data** de map Locatie en dubbelklik op Staat. Er wordt automatisch een kaartweergave gemaakt omdat het veld Staat een geografisch veld is. Zie [Een geografische rol toewijzen aan een veld](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm#AssignRole) voor meer informatie over geografische velden en hoe u deze kunt maken. ![Maak een eenvoudige puntenkaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_simple1.png) 3. Sleep vanuit de tabel Orders in het deelvenster Data het veld **Verkoop** naar **Formaat** op de kaart Markeringen. De datapunten op de kaart worden bijgewerkt om de hoeveelheid verkopen proportioneel weer te geven. ![Een puntenkaart van de Verenigde Staten met verkoopdata per staat, gecodeerd in markeringsgrootte.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_simple2.png) 4. Selecteer **Kaarten** > **Achtergrondlagen**. 5. Klik in het deelvenster Achtergrond op de vervolgkeuzelijst Stijl en selecteer Normaal. 6. Wis onder Kaartlagen op achtergrond de optie Namen van landen/regio's. De achtergrondkaart wordt bijgewerkt met de nieuwe instellingen. ![Een puntenkaart van de Verenigde Staten met verkoopdata per staat gecodeerd in de markeringsgrootte. Ook wordt het deelvenster Achtergrondlaag weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_simple7.png) ## Een eenvoudige gevulde (veelhoek)kaart maken 1. Navigeer naar een nieuw werkblad. 2. Open in het deelvenster **Data** de map Locatie en dubbelklik op **Staat**. Er wordt automatisch een kaartweergave gemaakt. ![Maak een eenvoudige puntenkaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_simple1.png) 3. Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer **Kaart**. ![Het vervolgkeuzemenu Markeringstype.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_simple3.png) De kaartweergave wordt bijgewerkt naar een gevulde (veelhoek)kaart. ![Een kaart van de Verenigde Staten, waarop de staatsgrenzen zijn aangegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_simple4.png) 4. Sleep vanuit de tabel Orders in het deelvenster Data het veld **Verkoop** naar **Kleur** op de kaart Markeringen. De veelhoeken op de kaart worden bijgewerkt en geven met behulp van kleur de hoeveelheid verkopen weer. ![Een eenvoudige ingevulde kaart van de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_simple5.png) ## Een heatmap (dichtheidskaart) maken Met Heatmaps, ook wel bekend als Dichtheidskaarten, kunt u locaties met meer of minder datapunten identificeren. Heatmaps zijn het meest effectief wanneer u werkt met een dataset met veel datapunten waarbij er sprake is van aanzienlijke overlapping tussen de markeringen op de kaart. Zie [Heatmaps met trends of dichtheid maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_howto_heatmap.htm) voor meer informatie over heatmaps en om te leren hoe u deze kunt maken en aanpassen. Om dit voorbeeld te volgen, downloadt u de [Voorbeeldwerkmap Heatmap taxi-instructies.](https://www.google.com/url?q=https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/maps_howto_heatmap.htm&sa=D&source=docs&ust=1657929968647155&usg=AOvVaw0qszl8KpilOoxnzWI1M3Ag) (Klik op Downloaden in de rechterbovenhoek) en open deze in Tableau Desktop. 1. Navigeer naar een nieuw werkblad. 2. Sleep vanuit het deelvenster Data zowel Breedtegraad ophaallocatie als Lengtegraad ophaallocatie naar het canvas. Er wordt automatisch een kaartweergave gemaakt. ![Een kaart van New York City met één blauwe stip die de locatie van een taxistandplaats voorstelt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_simple10.png) Opmerking: Omdat Tableau de breedtegraad en lengtegraad van de data als gemiddelde berekent, staat er slechts één markering op het canvas. Dit wordt bijgewerkt wanneer u een meetwaarde toevoegt. 1. Sleep een meetwaardeveld, zoals ID, naar Detail op de kaart Markeringen. 2. Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer Dichtheid. ![Het vervolgkeuzemenu Markeringstype.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_simple3.png) De markeringen op de kaart worden bijgewerkt en tonen de concentratie van taxistandplaatsen per locatie. De donkere kleuren geven locaties aan met meer ophaallocaties, en lichtere kleuren geven locaties aan met minder ophaallocaties. ![Een dichtheidskaart van taxistandplaatsen in New York City.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_simple9.png) ## Zie ook: [Concepten voor het maken van kaarten in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_build.htm) [Kaarten maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_build2.htm) [De vormgeving van uw kaarten aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_options.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een Gantt-diagram maken Gebruik Gantt-diagrammen om de duur van gebeurtenissen of activiteiten weer te geven. In een Gantt-diagram geeft elke afzonderlijke markering (meestal een staaf) een duur weer. U kunt bijvoorbeeld een Gantt-diagram gebruiken om de gemiddelde levertijd voor een reeks producten weer te geven. De basisbouwstenen voor een Gantt-diagram zijn als volgt: - **Markeringstype**: Automatisch of Gantt-staaf. Zie [Gantt-staafmarkering](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_marktypes.htm#GanttBarMark) voor meer informatie over het markeringstype Gantt-staaf. - **Container Kolommen**: Veld Datum of Tijd (continue meetwaarde) - **Container Rijen**: Dimensie(s) - **Formaat**: Continue meetwaarde Volg deze stappen om een Gantt-diagram te maken dat laat zien hoeveel dagen er gemiddeld verstrijken tussen de besteldatum en de verzenddatum: 1. Maak verbinding met de databron **Voorbeeld - Superstore** (indien nodig kunt u deze downloaden van de [Tableau Public-pagina met steekproefdata](https://public.tableau.com/app/learn/sample-data)). 2. Sleep de dimensie Besteldatum naar Kolommen. Tableau verzamelt de datums per jaar en maakt kolomkopteksten met labels voor de jaren. 3. Klik in de container Kolommen op de vervolgkeuzepijl Jaar (besteldatum) en selecteer vervolgens Weeknummer. ![Contextmenu Dimensie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/gantt_5.png) De kolomkopteksten veranderen. Individuele weken worden aangegeven met vinkjes, omdat er 208 weken zijn in een periode van vier jaar, te veel om als labels in de weergave weer te geven. ![Een Gantt-diagram dat de week van de besteldatum weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/gantt_6.png) 4. Sleep de dimensies Subcategorie en Verzendmodus naar de container Rijen. Zet Verzendmodus neer aan de rechterkant van Subcategorie. Hiermee wordt een geneste hiërarchie van dimensies op twee niveaus langs de linkeras opgebouwd. ![Een Gantt-diagram dat de verdeling van de verzendmodus per subcategorie in de loop van de tijd weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/gantt_7_762x466.png) Vervolgens passen we het formaat van de markeringen aan op basis van de lengte van het interval tussen de besteldatum en de verzenddatum. Om dit te doen, maakt u een berekend veld om dat interval vast te leggen. 1. Klik in het werkbalkmenu op Analyse > Berekend veld maken. U kunt ook met de rechtermuisknop klikken (Control-klik op een Mac) op elk veld in het deelvenster Data en Maken \> Berekend veld selecteren. 2. Geef uw berekende veld de naam BestellingTotVerzending in het dialoogvenster voor berekeningen. 3. Voer in het vak Formule de volgende formule in en klik vervolgens op OK: `DATEDIFF('day',[Order Date],[Ship Date])` De formule creëert een aangepaste meetwaarde die het verschil tussen de waarden Besteldatum en Verzenddatum in dagen vastlegt. 4. Sleep de meetwaarde BestellingTotVerzending naar Formaat op de kaart Markeringen. De standaardaggregatie voor BestellingTotVerzending is Som, maar in dit geval is het zinvoller om een gemiddelde van de waarden te nemen. 1. Klik met de rechtermuisknop (Control-klik op een Mac) op het veld SOM(BestellingTotVerzending) op de kaart Markeringen en selecteer vervolgens Meetwaarde (som) \> Gemiddelde. ![Een veldcontextmenu waarmee u de meetwaarde kunt wijzigen van Som naar Gemiddelde.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/gantt_9.png) De weergave begint er goed uit te zien. Maar er zijn te veel markeringen in de weergave samengeperst. ![Een Gantt-diagram dat besteldatums per subcategorie en verzendmodus weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/gantt_10.png) We kunnen onze data leesbaarder maken door op een kleiner tijdvenster te filteren. 1. Houd de Ctrl-toets (Option-toets op een Mac) ingedrukt en sleep het veld Week (besteldatum) van de container Kolommen naar de container Filter. Door de Ctrl-toets (Option-toets op een Mac) ingedrukt te houden, vertelt u Tableau dat u het veld naar de nieuwe locatie wilt kopiëren, met de aanpassingen die u hebt toegevoegd, zonder het van de oude locatie te verwijderen. 2. Selecteer in het dialoogvenster Veld filteren Datumbereik en klik vervolgens op Volgende. 3. Stel het bereik in op een tijdsinterval van drie maanden, zoals 1-1-2021 tot 31-3-2021, en klik vervolgens op OK. Het kan lastig zijn om de exacte datum te vinden met behulp van de schuifregelaars. Het is gemakkelijker om de gewenste cijfers rechtstreeks in de datumvakken in te voeren of de kalender te gebruiken om de datums te selecteren. ![Een dialoogvenster voor datumfilters waarmee u kunt filteren op datumbereik, begindatum, einddatum of speciale datumfilters.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/gantt_1.png) 4. Sleep de dimensie Verzendmodus naar Kleur op de kaart Markeringen. Nu toont uw weergave u allerlei informatie over de vertraging tussen besteltijden en verzendtijden. ![Een Gantt-diagram waarin het volume van de zendingen per verzendwijze en subcategorie wordt weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/gantt_13.png) U kunt bijvoorbeeld zien welke verzendmodi gevoeliger zijn voor langere vertragingstijden, of vertragingstijden per categorie verschillen en of vertragingstijden consistent zijn in de loop van de tijd. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een gebruikersfilter maken en dit beveiligen voor publicatie ## Vereisten Volg de onderstaande stappen om beveiliging op rijniveau (RLS) te implementeren met een livedatabron. Om RLS met een extract te implementeren, zijn er een aantal extra stappen en overwegingen. Zie [Vereisten voor RLS met extracten van databronnen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/publish_userfilters.htm#rls-extract-req) voor meer informatie. **Opmerking:** Zie [Overzicht van beveiligingsopties op rijniveau in Tableau](https://help.tableau.com/v2021.4/server/nl-nl/rls_options_overview.htm) voor informatie over de alternatieve methoden om RLS in Tableau te implementeren. ## Een gebruikersfilter maken en gebruikers handmatig toewijzen aan waarden Op gebruiker gebaseerd filteren is een optie om uw databron of werkmap te beveiligen met RLS. Deze procedure is het meest geschikt voor een kleine en redelijk statische groep gebruikers of groepen, en voor slechts een klein aantal werkmappen waarvoor gebruikersfilters nodig zijn. 1. Open de werkmap in Tableau Desktop en maak verbinding met de data die u wilt filteren. 2. Navigeer naar het werkblad waarop u een filter wilt toepassen. 3. Selecteer Server > Gebruikersfilter maken. Selecteer vervolgens het veld dat u wilt gebruiken voor het filteren van de weergave, bijvoorbeeld Regio. 4. Meld u aan bij uw server of site als u daarom wordt gevraagd. 5. In het dialoogvenster Gebruikersfilter geeft u het filter een naam. In ons voorbeeld gebruiken we Regiomanagers. 6. Selecteer aan de linkerkant een gebruiker of groep en geef vervolgens aan de rechterkant aan welke waarden ze moeten kunnen zien. Herhaal dit proces voor elke gebruiker of groep en klik op OK wanneer u klaar bent met het toewijzen van gebruikers aan waarden. In dit voorbeeld is ingesteld dat Andrew Allen de regio East (oost) kan zien. ![Een dialoogvenster voor gebruikersfilters met een lijst met gebruikers en een sectie voor regioselectie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/exuserfilter4.png) 7. Nadat u het gebruikersfilter hebt gemaakt, wordt het weergegeven onder Sets in het deelvenster Data. 8. Sleep de gebruikersfilter naar de container **Filters**. Het filter wordt een contextfilter en de weergave wordt aangepast om de data weer te geven die u mag zien. ![Een Tableau-werkblad met het veld Regionale managers toegevoegd aan de kaart Filters.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/exuserfilter6.png) ### Het filter testen of verfijnen: - Als het beeld eruitziet als een leeg canvas, moet u uzelf of een groep waarvan u lid bent, toestaan een regio te kunnen zien. Open onder Sets in het deelvenster Data het vervolgkeuzemenu van het gebruikersfilter en selecteer vervolgens Set bewerken. - Als u een voorbeeld wilt zien van hoe het filter werkt in de gepubliceerde weergave, opent u in de rechterbenedenhoek van de werkmap het menu **Filteren als gebruiker** en selecteert u de gebruiker of groep in de lijst. **Opmerking:** De voorbeeldweergave is niet beschikbaar als de werkmap verbinding maakt met een gepubliceerde databron. - Om terug te keren naar het bekijken van de werkmap als uzelf, klikt u in de rechterbovenhoek van het menu Filteren als gebruiker op Opnieuw instellen. - Zie [Geselecteerde veldwaarden van de ene gebruiker naar de andere kopiëren](#copy-selection) als u de toewijzingsselecties die u voor een gebruiker of groep hebt ingesteld naar een andere wilt kopiëren (in plaats van dezelfde instellingen handmatig toe te wijzen). **Bekende beperkingen** Als u gebruik maakt van Tableau Desktop en een gepubliceerde databron, houd er dan rekening mee dat berekeningen die zowel een LOD-expressie als een gebruikersfunctie bevatten, niet correct kunnen worden berekend in Tableau Desktop. Deze berekeningen zijn weggelaten. > [!IMPORTANT] > > Belangrijk: Wanneer u de werkmap publiceert, moet u aanvullende stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat gebruikers de werkmap niet kunnen bewerken en het filter niet kunnen verwijderen. Zie [Gebruikersfilters op gepubliceerde inhoud beveiligen](#publish-user-filters) voor meer informatie. ## Een dynamisch filter maken met behulp van een beveiligingsveld in de data De onderstaande stappen zijn gebaseerd op de volgende weergave, die de jaarlijkse verkoopprestaties van een lijst met regiomanagers weergeeft. ![Een staafdiagram waarin de verkoopcijfers per manager en per jaar worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filterfunctions1.png) Zoals beschreven in [Toegang beperken op datarijniveau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/publish_userfilters.htm#how-user-filters-work) vereist deze aanpak dat de database het veld bevat dat u wilt gebruiken voor het filteren. In dit voorbeeld bevatten de data een _referentietabel_ genaamd Personen, die twee kolommen bevat: Regio en Manager. Namen in het veld Manager komen overeen met gebruikersnamen in Tableau Cloud of Tableau Server en we gebruiken dit veld om te filteren. U kunt de Superstore-data die bij Tableau Desktop worden geleverd, gebruiken om dit voorbeeld te volgen, hoewel de velden en waarden niet exact overeenkomen. ### Verbinding maken met de data en het gebruikersfilter instellen 1. Open de werkmap in Tableau Desktop en maak verbinding met de data die u wilt filteren. In dit voorbeeld gebruiken we een tabel met de naam Orders. 2. Dubbelklik op de tabel Orders om het join-canvas te openen. Voeg de referentietabel (Personen) toe met een left join. Maak voor dit voorbeeld een join naar het veld Regio. 3. Op het werkblad selecteert u Analyse > Berekend veld maken en maakt u het volgende veld aan met de naam Gebruiker is een manager. `USERNAME() = [Manager]` ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/userfilter-calc-field.png) Deze berekening retourneert TRUE als de gebruikersnaam van de persoon die is aangemeld bij de server voorkomt in de kolom Manager van de tabel Personen. 4. Voeg het veld Gebruiker is een manager toe aan de container Filters. 5. Selecteer in het dialoogvenster Filter True (Waar) en klik vervolgens op OK. Hiermee stelt u het filter zo in dat alleen personen die managers zijn de data in de weergave kunnen zien. Als u niet in het veld Manager staat, ziet uw weergave tijdens het ontwerpen er mogelijk uit als een leeg canvas. 6. Bekijk hoe de weergave er voor een bepaalde persoon uitziet door rechtsonder het menu Filteren als gebruiker te openen en iemand te selecteren die een manager is. > [!IMPORTANT] > > **Belangrijk**: Net als bij een handmatig gebruikersfilter moet u de stappen in [Gebruikersfilters op gepubliceerde inhoud beveiligen](#publish-user-filters) ondernemen. ## Een databron filteren In plaats van gebruikersfilters en speciale machtigingen voor elke gepubliceerde werkmap te onderhouden, kunt u een databron filteren en de databron vervolgens publiceren om deze beschikbaar te maken als een gedeeld, één-op-veel-hulpmiddel voor iedereen die de data gebruikt. Deze procedure is gebaseerd op de dynamische filterbenadering die in dit onderwerp is beschreven. 1. Voltooi de stappen in [Een dynamisch filter maken met behulp van een beveiligingsveld in de data](#dynamic). 2. Selecteer linksonder in Tableau Desktop het tabblad Databron. 3. Klik rechtsboven op de pagina Databron, onder Filter, op Toevoegen. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filter_datasource1.png) 4. Klik in het dialoogvenster Databronfilters bewerken op Toevoegen, voeg het berekende veld toe dat u voor het dynamische filter (Gebruiker is een manager) hebt gemaakt, en stel het filter in op True (Waar). Klik op OK totdat u terug bent bij de pagina Databron. ### Algemene filters en databronfilters Wanneer u een databronfilter maakt, worden alle algemene filters die de betreffende databron gebruiken automatisch weergegeven in het dialoogvenster Databronfilters bewerken om het gemakkelijk te maken om een algemeen filter te bevorderen tot databronfilter. Om het algemene filter te bevorderen tot databronfilter, klikt u op OK. ![Het dialoogvenster Databronfilters bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/global_filter_dsfilter_autopromote.png) Als u een algemeen filter bevordert tot databronfilter is dat algemene filter niet langer zichtbaar in de werkbladen van de werkmap (omdat het een databronfilter wordt). **Opmerking**: Houd er rekening mee dat u geen algemeen filter hoeft te selecteren in het dialoogvenster Databronfilters bewerken om het te bevorderen. Wanneer u klikt op OK, worden alle algemene filters in de lijst bevorderd. Om te voorkomen dat een algemeen filter wordt bevorderd tot een databronfilter, selecteert u het algemene filter in het dialoogvenster Databronfilters bewerken en klikt u op Verwijderen. ## Gebruikersfilters op gepubliceerde inhoud beveiligen Wanneer u een werkmap of databron met gebruikersfilters publiceert, moet u machtigingen instellen om ervoor te zorgen dat gebruikers die uw werkmap openen of verbinding maken met uw Tableau Server-databron, het filter niet kunnen verwijderen en zo toegang krijgen tot alle data. **Opmerkingen** - Voordat u gaat publiceren, raden we aan uw Tableau-beheerder te vragen of uw organisatie bepaalde beleidsregels heeft, met name met betrekking tot het instellen van machtigingen. Zie ook [Machtigingen instellen terwijl u een databron of werkmap publiceert](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/publish_workbooks_permissions_add.htm). - Deze informatie is van toepassing op het publiceren van databronnen met liveverbindingen en extracten waarvan de data als meerdere tabellen zijn opgeslagen. **Instellingen voor machtigingen** Om gebruikersfilters te beveiligen, moeten de hieronder genoemde opties op Weigeren worden ingesteld. Dit kan tijdens het publiceren worden gedaan, of daarna, op de server.
WerkmappenDatabronnen
  • Webbewerking
  • Een kopie downloaden/opslaan
  • Machtigingen instellen
  • Opslaan
  • Downloaden
  • Machtigingen instellen
## Geselecteerde veldwaarden van de ene gebruiker naar de andere kopiëren Wanneer u handmatig een gebruikersfilter maakt, wilt u mogelijk, nadat u een gebruiker of groep aan datawaarden (leden) hebt toegewezen, een andere gebruiker of groep op dezelfde manier toewijzen. U kunt dit doen door de instellingen te kopiëren en te plakken. 1. Selecteer in het deelvenster Data onder Sets een gebruikersfilter. Klik op de vervolgkeuzepijl en selecteer Set bewerken. 2. Selecteer in het dialoogvenster Gebruikersfilter de gebruiker of groep waarnaar u de instellingen van een andere gebruiker of groep wilt plakken. 3. Klik op Kopiëren van en selecteer de gebruiker of groep waarvan u de instellingen wilt kopiëren. ![Een dialoogvenster met een lijst met gebruikers waarop een filter is toegepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/userfilter8.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een geheel nieuwe dataweergave maken In deze sectie wordt beschreven welke functies u kunt gebruiken en welke taken verband houden met het maken van visualisaties in Tableau. Elke weergave die u in Tableau maakt, moet beginnen met een vraag. Wat wilt u weten? Elke keer als u een veld naar de weergave of een container sleept, stelt u een vraag over de data. De vraag zal variëren, afhankelijk van de locatie waar u de verschillende velden naartoe sleept, de typen velden en de volgorde waarin u velden naar de weergave sleept. Voor elke vraag die u over uw data stelt, worden de markeringen in uw visualisatie bijgewerkt om het antwoord visueel weer te geven: met vormen, tekst, formaat, kleur, kopteksten, assen, hiërarchieën of tabelstructuren. Zie [Tableau gebruiken op het web](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/web_author_home.htm) voor informatie over het maken en bekijken van visualisaties op internet. Op zoek naar een dataset om mee te werken? Download een dataset van de [Tableau-pagina met openbare voorbeelddata](https://public.tableau.com/app/learn/sample-data), of bekijk onze tips om [goede datasets te vinden](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/find_good_datasets.htm). ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een gelijktijdig bestaande visualisatie configureren met behulp van een parameter en een set U kunt gelijktijdig bestaande visualisaties maken in Tableau. Met een gelijktijdig bestaande visualisatie kunnen gebruikers één veldwaarde kiezen en vervolgens zien met welke andere veldwaarden deze gelijktijdig voorkomt, en hoe vaak. Een praktische toepassing van een dergelijke analyse is een marktmandanalyse, die u kunt gebruiken om het koopgedrag van klanten te verkennen en te begrijpen. U kunt een marktmandanalyse gebruiken om vragen als de volgende te beantwoorden: - Hoeveel mensen hebben zowel product A als product B gekocht? - Welke andere producten kopen mensen die Product A hebben gekocht doorgaans? - Voor welke andere cursussen schrijven studenten die zich hebben ingeschreven voor Cursus A zich vaak in? Volg de stappen in dit artikel om een gelijktijdige bestaande visualisatie te maken (in dit geval een marktmandanalyseweergave) met behulp van een parameter, berekende velden en een set. Op een hoog niveau zijn de betrokken stappen: 1. Maak een parameter die u gaat gebruiken om de weergave dynamisch te wijzigen op basis van het item dat u selecteert. 2. Maak berekende velden die u gaat gebruiken om informatie te krijgen over welke items ook worden besteld wanneer een bepaald item wordt besteld. 3. Maak een set om te bepalen of een order het item bevat dat is geselecteerd in de parameterbesturingselementen. 4. Bouw de weergave op om weer te geven welke items ook in een order bij het geselecteerde item zijn opgenomen. Het scenario maakt gebruik van de databron Voorbeeld - Superstore die bij Tableau Desktop wordt geleverd. De details worden besproken in de volgende secties. ## Een parameter maken Volg deze stappen om een parameter te maken en vervolgens een parameterbesturingselement weer te geven dat gebruikers kunnen gebruiken om een waarde voor de Subcategorie te kiezen. 1. Maak verbinding met de databron Voorbeeld - Superstore. 2. Klik met de rechtermuisknop (Ctrl+Klik op een Mac) in het deelvenster Data en selecteer Maken > Parameter. 3. In het dialoogvenster Parameter maken, doet u het volgende: 1. Geef de parameter de naam Order bevat. 2. Kies voor het Datatype de optie Tekenreeks. 3. Kies voor de Toegestane waarden de optie Lijst. 4. Klik in de sectie Lijst met waarden op Toevoegen vanuit veld > Subcategorie. 5. Klik op OK. 4. Klik met de rechtermuisknop op de parameter Order bevat in het deelvenster Data en kies Parameterbesturingselement tonen. ## Berekende velden maken Volg deze stappen om de berekende velden te maken die u gaat gebruiken om te tonen welke items ook worden besteld wanneer het door de gebruiker geselecteerde item (via het parameterbesturingselement) wordt besteld. 1. Maak een berekend veld om de producten te identificeren die de order ook bevat (naast degene die de gebruiker selecteert). Kies Analyse > Berekend veld maken om de berekeningseditor te openen. Geef het berekende veld de naam Order bevat dan ook en typ of plak het volgende in het formulegebied: `IF [Sub-Category] <> [Order Contains] THEN [Sub-Category] END` Mogelijk moet u `<>` vervangen met `<>` nadat u hebt geplakt. 2. Maak nog een berekend veld om overeenkomende producten te identificeren. Geef het veld de naam Productovereenkomsten en typ of plak het volgende in het formulegebied: `IF [Sub-Category] = [Order Contains] THEN 1 END` ## Een set maken 1. Maak nu een set om te bepalen of een order het item bevat dat is geselecteerd in het parameterbesturingselement. 2. Beweeg de cursor over de dimensie Order-ID in het deelvenster Data, klik op de pijl Omlaag aan de rechterkant van het veld en kies Maken \> Set. ![Er wordt een vervolgkeuzemenu weergegeven met de optie om een set te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cooccurrence_create_set.png) 3. Typ in het dialoogvenster Set maken de optie Order bevat geselecteerde product in het tekstvak Naam. 4. Ga naar het tabblad Voorwaarde, selecteer Op veld en maak in de vervolgkeuzelijsten de volgende selecties en gegevens om de voorwaarde samen te stellen: 1. Selecteer in de eerste vervolgkeuzelijst de optie Productovereenkomsten. 2. Selecteer in de tweede vervolgkeuzelijst de optie Som. 3. Selecteer in de volgende vervolgkeuzelijst de optie \>=. 4. Typ in het laatste tekstvak 1. 5. Klik op OK. 5. Klik op OK. ## De weergave maken Bouw ten slotte de weergave op om weer te geven welke items ook in een order bij het geselecteerde item zijn opgenomen. 1. Sleep Order bevat dan ook naar Kolommen. 2. Sleep Order-ID naar Rijen. Klik in het Waarschuwingsdialoogvenster op Alle leden toevoegen. 3. Klik in het veld Order-ID op Rijen en kies Meetwaarde > Aantal (uniek) om de aggregatie te wijzigen. 4. Klik met de rechtermuisknop (Ctrl+Klik op een Mac) op de Null-balk op de X-as en kies Uitsluiten. 5. Sleep de set Order bevat geselecteerde product naar de container Filters. 6. Druk op Ctrl+W om de velden van Rijen en Kolommen om te wisselen. U (of uw gebruikers) kunnen nu het parameterbesturingselement Order bevat gebruiken om een item in een order te selecteren en vervolgens een staafdiagram te zien die weergeeft welke andere items ook zijn opgenomen in orders met het geselecteerde item. ![Een staafdiagram geeft het unieke aantal bestel-ID's weer voor artikelen zoals mappen, stoelen en tafels.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cooccurrence_result.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een gepubliceerde databron bewerken Stel u voor dat u een databron hebt gepubliceerd en dat uw team de databron in meerdere werkmappen gebruikt. Dit is een goed begin, maar u wilt nog een aantal wijzigingen doorvoeren om uw databron nog beter te maken. Voordat u deze wijzigingen doorvoert, wilt u zien hoe uw voorgestelde wijzigingen er in Tableau uitzien. Bovendien wilt u uw wijzigingen testen om er zeker van te zijn dat ze geen negatieve invloed hebben op bestaande werkmappen die gebruikmaken van de databron. Door een gepubliceerde databron te bewerken, kunt u wijzigingen testen en verbeteringen aanbrengen in uw databron, terwijl u deze als één enkele databron behoudt. **Opmerking**: Alleen gebruikers met de siterol Creator kan gepubliceerde databronnen in de browser bewerken. U kunt een gepubliceerde databron _ook uitbreiden_ door uw wijzigingen in een nieuwe databron door te voeren. Een uitgebreide gepubliceerde databron plaatst uw overschrijvingen in een nieuwe databron zonder het origineel te wijzigen, en behoudt een verbinding met die oorspronkelijke databron. Zie [Gepubliceerde databronnen uitbreiden](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_extend_compose.htm) voor meer informatie. ## Wijzigingen bewerken en testen Of u nu een nieuwe gepubliceerde databron maakt of een bestaande gepubliceerde databron bewerkt, u kunt relaties aanmaken en het datamodel wijzigen vanaf de pagina Databron zonder uw browser te verlaten. Gebruik vervolgens het Kladblok om uw wijzigingen te testen, mappen te maken, hiërarchieën te ordenen en velden en aliassen te hernoemen voordat u uw databron publiceert. Tijdens het bewerken van uw databron beschikt u over dezelfde functies en functionaliteiten als bij het maken van content in Tableau Cloud. Zie [Functievergelijking webauthoring en Tableau Desktop](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/server_desktop_web_edit_differences.htm) voor meer informatie. Zo bewerkt u een gepubliceerde databron: 1. Navigeer op de pagina Start of Verkennen naar de databron die u wilt bewerken. 2. Klik op Databron bewerken. ![Knop Databron bewerken](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/edit_published_data_source.png) 3. Klik op de pagina Databron om joins te maken of het schema te bewerken. 4. Klik op het Kladblokblad. 5. Ga naar het venster Data en maak mappen, orden hiërarchieën, hernoem velden en hun aliassen of werk metadata bij die zijn opgeslagen met de gepubliceerde databron. 6. Versleep velden naar het kladblok om te controleren of uw wijzigingen werken zoals verwacht. 7. Klik op Publiceren. Net zoals u dat met werkboeken kunt doen, kunt u ook Publiceren als als u een kopie van de databron wilt maken. **Opmerking:** Persoonlijke ruimtes ondersteunen geen gepubliceerde databronnen. ## Wijzigingen terugdraaien Om de laatste versie van de gepubliceerde databron terug te zetten: 1. Navigeer naar de databron die u wilt terugzetten. 2. Klik Bestand. 3. Kies Terug naar Gepubliceerd. ![Vervolgkeuzemenu Bestand, optie Terug naar gepubliceerd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/revert_to_published.png) Hiermee zet u de laatst gepubliceerde versie van die databron terug. ## Ondersteunde verbindingen begrijpen Als u gepubliceerde databronnen bewerkt, moet u ermee rekening houden dat databronnen die gebruikmaken van ingesloten wachtwoorden in Tableau Cloud en Tableau Server, niet kunnen worden bewerkt. Bovendien is de pagina Databron niet beschikbaar voor gepubliceerde databronverbindingstypen die niet worden ondersteund, inclusief maar niet beperkt tot .hyper-bestandstypen. Zie [Creators: Verbinding maken met data op het web](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/creator_connect.htm) om te zien welke verbindingstypen worden ondersteund. ## Meer info over machtigingen Om een gepubliceerde databron te bewerken, hebt u een Creator-licentie nodig met de machtiging Opslaan of Opslaan als voor databronnen in de betreffende map. Zie [Machtigingen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/permissions.htm) voor meer informatie. ## Door een flow gepubliceerde databronnen bewerken Als u wijzigingen aanbrengt in een databron die door een flow is gepubliceerd, worden de wijzigingen overschreven tijdens de volgende geplande flow. Bewerk in plaats daarvan de databron in de flow. Zie [Een flow publiceren op Tableau Server of Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/prep/nl-nl/prep_conductor_publish_flow.htm) voor meer informatie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een highlighttabel of heatmap maken Gebruik highlighttabellen om categorische data te vergelijken met behulp van kleur. In Tableau maakt u een highlighttabel door een of meer dimensies op de container Kolommen en een of meer dimensies op de container Rijen te plaatsen. Vervolgens selecteert u Vierkant als het markeringstype en plaatst u een meetwaarde die voor u interessant is op de container Kleur. U kunt deze basishighlighttabel verbeteren door de grootte en vorm van de tabelcellen in te stellen om een heatmap te maken. Volg deze stappen om een highlighttabel te maken om te onderzoeken hoe de winst varieert tussen regio's, productsubcategorieën en klantsegmenten: 1. Maak verbinding met de databron Voorbeeld - Superstore (indien nodig kunt u deze downloaden van de [Tableau Public-pagina met steekproefdata](https://public.tableau.com/app/learn/sample-data)). 2. Sleep de dimensie Segment naar Kolommen. Tableau maakt kopteksten met labels die zijn afgeleid van de namen van dimensieleden. 3. Sleep de dimensies Regio en Subcategorie naar Rijen en zet Subcategorie neer aan de rechterkant van Regio. Nu hebt u een geneste tabel met categorische data (dat wil zeggen de dimensie Subcategorie is genest binnen de dimensie Regio). 4. Sleep de meetwaarde Winst naar Kleur op de kaart Markeringen. Tableau aggregeert de meetwaarde als een som. De kleurlegenda weerspiegelt het continue databereik. ![Een heatmap die de winst per segment, regio en subcategorie weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/heat_6.png) In deze weergave ziet u alleen data voor de regio Centraal. Scrol naar beneden om data voor andere regio's te bekijken. In de regio Centraal blijken kopieerapparaten de meest winstgevende subcategorie te zijn (donkerblauw) en zijn inbindmachines en apparaten het minst winstgevend (diep oranje). 5. Klik op Kleur op de kaart Markeringen om configuratieopties weer te geven. In de vervolgkeuzelijst Rand selecteert u een middelgrijze kleur voor de celranden. Het is nu gemakkelijker om de afzonderlijke cellen in de weergave te zien: ![Bijgewerkte heatmap met middelgrijze kleur voor de celranden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/heat_8.png) 6. Het standaardkleurenpalet is Oranje-blauw uiteenlopend. Een palet Rood-zwart uiteenlopend is misschien geschikter voor winst. Om het kleurenpalet te wijzigen en de kleuren duidelijker te maken, doet u het volgende: - Beweeg over de kleurlegenda SOM(Winst), klik vervolgens op de vervolgkeuzepijl die verschijnt en selecteer Kleuren bewerken. - Selecteer in het dialoogvenster Kleuren bewerken in het veld Palet de optie Rood-zwart uiteenlopend in de vervolgkeuzelijst. - Schakel het selectievakje Volledig kleurbereik gebruiken in en klik op Toepassen en vervolgens op OK. ![Een kleurenpaletvenster met een rood-zwart uiteenlopende kleurenschaal. De kleurenschaal loopt van - € 5300 tot € 12.790. De optie Volledig kleurbereik gebruiken is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/heat_10.png) Wanneer u deze optie selecteert, kent Tableau het startnummer een volledige intensiteit toe en het eindnummer een volledige intensiteit. Als het bereik tussen -10 en 100 ligt, verandert de kleur die negatieve getallen vertegenwoordigt veel sneller van tint dan de kleur die positieve getallen vertegenwoordigt. Wanneer u Volledig kleurbereik gebruiken niet selecteert, wijst Tableau de kleurintensiteit toe alsof het bereik tussen -100 en 100 ligt, zodat de verandering in tint aan beide zijden van nul hetzelfde is. Het effect is dat de kleurcontrasten in uw weergave veel duidelijker worden. Zie [Kleurpaletten en -effecten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties_color.htm) voor meer informatie over kleuropties. ![Bijgewerkte weergave met een rood-zwart uiteenlopend kleurenpalet.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/heat_11.png) ## De grootte wijzigen om een heatmap te maken 1. Sleep de meetwaarde Verkoop naar Formaat op de kaart Markeringen om de grootte van de vakken te bepalen aan de hand van de meetwaarde Verkoop. U kunt absolute verkoopcijfers (op grootte van de vakken) en winst (op kleur) vergelijken. In eerste instantie zien de markeringen er als volgt uit: ![Een weergave waarin de aanvankelijke grootte van de vakken wordt weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/heat_12.png) 2. Klik op **Formaat** op de kaart Markeringen om een grootteschuifregelaar weer te geven als u de markeringen wilt vergroten: ![Een menu met opties voor kleur, grootte, label, details en een schuifregelaar. Er zijn twee knoppen met de labels SUM(Winst) en SUM(Verkoop).](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/heat_13.png) 3. Sleep de schuifregelaar naar rechts totdat de vakken in de weergave de optimale grootte hebben. Nu is uw weergave compleet: ![Een weergave met vakken waarvan de grootte is aangepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/heat_14.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een histogram maken Een histogram is een diagram dat de vorm van een distributie weergeeft. Een histogram ziet eruit als een staafdiagram, maar groepeert waarden voor een continue meetwaarde in bereiken of bins. De basisbouwstenen voor een histogram zijn als volgt: - **Markeringstype**: Automatisch - **Container Rijen**: Doorlopende meetwaarde (geaggregeerd op Aantal of Aantal uniek) - **Container Kolommen**: Bin (doorlopend of discreet). _**Opmerking**: deze bin moet worden gemaakt op basis van de doorlopende meetwaarde op de container Rijen. Zie [Bins maken van een continue meetwaarde](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_bins.htm) voor meer informatie over het maken van een bin op basis van een continue meetwaarde._ In Tableau kunt u een histogram maken met Laten zien. 1. Maak verbinding met de databron **Voorbeeld - Superstore** (indien nodig kunt u deze downloaden van de [Tableau Public-pagina met steekproefdata](https://public.tableau.com/app/learn/sample-data)). 2. Sleep Hoeveelheid naar Kolommen. 3. Klik op Laten zien in de werkbalk en selecteer vervolgens het diagramtype Histogram. Het diagramtype Histogram is beschikbaar in Laten zien wanneer de weergave één meetwaarde en geen dimensies bevat. ![Het Menu Laten zien met een geselecteerd histogram.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/histogram1.png) Er gebeuren drie dingen nadat u op het histogrampictogram in Laten zien hebt geklikt: - De weergave verandert en toont verticale staven, met een continue x-as (1 – 14) en een continue y-as (0 – 5.000). - De meetwaarde Hoeveelheid die u op de container Kolommen hebt geplaatst en die als SOM is geaggregeerd, wordt vervangen door een continue dimensie Hoeveelheid (bin). (De groene kleur van het veld op de container Kolommen geeft aan dat het veld continu is.) - De meetwaarde Hoeveelheid wordt naar de container Rijen verplaatst en de aggregatie verandert van SOM in CNT (Aantal). ![Een histogram dat de distributie van hoeveelheden weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/histogram3_10.0.png) De meetwaarde Hoeveelheid legt het aantal items in een bepaalde volgorde vast. Uit het histogram blijkt dat ongeveer 4.800 bestellingen twee items bevatten (de tweede staaf), dat ongeveer 2.400 bestellingen vier items bevatten (de derde staaf), enzovoort. De bingrootte is 1,77, zodat de staven niet op één lijn liggen met de maatstreepjes op de as. (De bingrootte weergeven of aanpassen: klik in het deelvenster Data met de rechtermuisknop op de bin en selecteer Bewerken....) ![In het dialoogvenster Bins bewerken wordt de bingrootte aangegeven](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/histogram_binsize.png) Laten we nog een stap verder gaan met deze weergave en Segment toevoegen aan Kleur om te zien of we een relatie kunnen detecteren tussen het klantsegment (consument, zakelijk of thuiskantoor) en het aantal items per bestelling. 1. Sleep Segment naar Kleur. ![Een gestapeld histogram dat de hoeveelheidsdistributie per segment weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/histogram4_10.0.png) De kleuren laten geen duidelijke trend zien. Laten we het percentage van elke staaf weergeven dat bij elk segment hoort. 2. Houd de Ctrl-toets ingedrukt en sleep het veld CNT(Hoeveelheid) van de container Rijen naar Label. Door de Ctrl-toets ingedrukt te houden, kopieert u het veld naar de nieuwe locatie zonder het van de oorspronkelijke locatie te verwijderen. 3. Klik met de rechtermuisknop (Control-klik op een Mac) op het veld CNT(Hoeveelheid) op de kaart Markeringen en selecteer Snelle tabelberekening > Percentage van totaal. Nu toont elke gekleurde sectie van elke staaf het respectievelijke percentage van de totale hoeveelheid: ![Een gestapeld histogram dat de totale hoeveelheid per segment en bin weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/histogram6_10.0.png) Maar we willen de percentages per staaf zien. 4. Klik opnieuw met de rechtermuisknop op het veld CNT(Hoeveelheid) op de kaart Markeringen en selecteer Tabelberekening bewerken. 5. Wijzig in het dialoogvenster Tabelberekening de waarde van het veld Berekenen met naar Cel. ![Een venster voor tabelberekening dat het proces voor het berekenen van het percentage van de totale hoeveelheid illustreert.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/histogram7_10.0.png) Nu hebben we de weergave die we willen: ![Een gestapeld histogram dat de totale hoeveelheid per segment weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/histogram8_10.0.png) Er is nog steeds geen bewijs dat de percentages per klantsegment een trend vertonen naarmate het aantal items in een bestelling toeneemt. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een join maken van bestanden met ruimtelijke data in Tableau U kunt ruimtelijke data gebruiken om kaarten of andere soorten diagrammen te maken in Tableau. Als u twee ruimtelijke databronnen hebt, kunt u deze samenvoegen met hun ruimtelijke kenmerken (geografie of geometrie). U kunt een join maken van twee ruimtelijke bestanden of een ruimtelijke berekening gebruiken om een join te maken voor een ruimtelijk bestand met niet-ruimtelijke data, waaronder velden voor breedte- en lengtegraad. Tableau ondersteunt verbinding met de volgende ruimtelijke databronnen: - Vormbestanden - MapInfo-tabellen - Keyhole Markup Language (KML)-bestanden - GeoJSON-bestanden - TopoJSON-bestanden - Esri File Geodatabases Als u WKT (Well Known Text) in een .csv- of Excel-bestand hebt, kunt u de data importeren en deze vervolgens op de pagina Databron vertalen naar ruimtelijke data. U kunt MAKEPOINT ook gebruiken om data met breedte- en lengtegraadcoördinaten om te zetten in ruimtelijke data. Zie [Een ruimtelijke databron maken met gebruik van MAKEPOINT](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_spatial.htm#Create). Zie het connectorvoorbeeld [Ruimtelijk bestand](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/examples_spatial_files.htm) voor meer informatie over de typen ruimtelijke bestanden waarmee u verbinding kunt maken in Tableau en hoe u verbinding kunt maken. **Belangrijke opmerking:** in Tableau 2021.3 of later kunt u ruimtelijke verbindingen maken tussen functies voor punt/veelhoek, veelhoek/lijn, veelhoek/veelhoek en lijn/veelhoek. In Tableau 2021.2 en eerdere versies kunt u alleen ruimtelijke joins maken tussen punten en veelhoeken. ## Een join maken voor ruimtelijke bestanden > [!TIP] > > Tip: als u ruimtelijke joins wilt maken, bewerken of bekijken, moet u eerst een logische tabel openen in het canvas Relatie (het gebied dat u ziet wanneer u een databron voor het eerst opent of maakt). Vervolgens opent u het canvas Join. 1. Open Tableau en maak verbinding met de eerste ruimtelijke databron. 2. Open het canvas Join voor uw databron door te dubbelklikken op de tabel op het canvas. Zo opent u het canvas Join (de fysieke laag). 3. Klik op Toevoegen linksboven op de pagina Databron onder Verbindingen. 4. Maak verbinding met uw tweede databron in het menu Een verbinding toevoegen dat wordt getoond. Sleep de tweede databron naar het canvas Join. ![Een diagram van een ruimtelijke verbinding tussen ruimtelijke datasets.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatial_join1.png) 1. Klik op het pictogram Een join maken. 2. Doe het volgende in het dialoogvenster Een join maken dat wordt getoond: - Selecteer een join-type. Zie [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joining_tables.htm#jointypes) voor meer informatie over enkele van deze types. - Selecteer onder Databron een ruimtelijk veld om een join mee te maken. Let op: Geometrie is de standaard veldnaam voor ruimtelijke bestandsbronnen, behalve in SQL Server, waar gebruikers veldnamen maken. Naast ruimtelijke velden staat een pictogram met een wereldbol ![Het pictogram Wereldbol dat aangeeft dat de geografische rol op het veld is toegepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/globe.png). - Selecteer voor de tweede databron een ander ruimtelijk veld. Als uw tweede databron geen ruimtelijk bestand is en breedte- en lengtegraadvelden bevat, selecteert u Joinberekening maken als join-component, zodat uw data in een ruimtelijke join kunnen worden gebruikt. Zie [Ruimtelijke functies](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_spatial.htm) voor meer informatie. - Klik op het teken \= en selecteer vervolgens Kruist uit het keuzemenu. U kunt alleen twee ruimtelijke velden laten kruisen. ![Het Tableau-dialoogvenster voor joins met opties voor binnenste, linker, rechter en volledig buitenste joins.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatial_join2.png) 4. Als u klaar bent, sluit u het dialoogvenster Een join maken. De kaart wordt bijgewerkt om het aantal waarnemingen van watervogels in elk bassin weer te geven. U bent nu klaar om uw ruimtelijke data te analyseren. ![Een kaart van Japan, waarbij verschillende tinten groen hellingsgraden aangeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_spatial_analysis.png) Zie [Diagrammen maken en data analyseren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/design_and_analyze.htm) voor meer informatie over het maken van verschillende grafiektypen. ## Problemen met ruimtelijke joins oplossen ### SQL Server-fout: geometrie is niet compatibel met geografie Hoewel SQL Server geografische en geometrische datatypes ondersteunt, ondersteunt Tableau alleen geografische datatypen van SQL Server uit de volgende geografische gebieden: EPSG:WGS84 = 4326, EPSG:NAD83 = 4269, EPSG:ETRS89=4258. Als u een ander geografie- of een geometrieveld van SQL Server aan uw analyse probeert toe te voegen, ontvangt u een foutmelding. ### Volgorde van hoekpunten Verschillende ruimtelijke systemen kunnen hun hoekpunten anders ordenen. Als twee ruimtelijke bestanden twee verschillende volgordes voor hoekpunt bevatten, kan dit problemen met uw analyse veroorzaken. Tableau interpreteert de opgegeven volgorde op basis van de volgorde van de ruimtelijke databron. Zie [Ruimtelijke data samenvoegen is traag en retourneert omgekeerde resultaten met ruimtelijke KML- of SQL-data geïmporteerd uit Shapefile of GeoJSON](https://kb.tableau.com/articles/issue/spatial-join-slow-and-returns-inverted-results-using-kml-or-sql-spatial-data-imported-from-shapefile-or-geojson?lang=nl-nl) en [Ondersteuning van geavanceerde ruimtelijke analyses met wijzigingen aan lijnen en veelhoekranden in Tableau](https://www.tableau.nl/about/blog/2018/8/supporting-advanced-spatial-analytics-changes-lines-and-polygon-edges-tableau?_ga=2.102831876.545437502.1654528953-1215196164.1596129853) in de Tableau-knowledgebase voor meer informatie. ## Zie ook: [Ruimtelijk bestand](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/examples_spatial_files.htm) [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joining_tables.htm) [Tableau-kaarten maken op basis van bestanden met ruimtelijke data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_shapefiles.htm) [Kaarten met dubbele as (gelaagde kaarten) maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_dualaxis.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een kaartbron importeren U kunt een Tableau Map Source (.tms) die met u is gedeeld, importeren in een werkmap en deze vervolgens gebruiken om aangepaste kaartweergaven te maken. 1. Selecteer Kaart > Achtergrondkaarten > Kaarten beheren... Het dialoogvenster Kaarten beheren wordt weergegeven. 2. Klik op Importeren. Het dialoogvenster Verbinding importeren wordt geopend. 3. Ga naar het opgeslagen Tableau-kaartbronbestand (.tms) dat u wilt importeren, selecteer het en klik vervolgens op Openen. Hierdoor wordt het dialoogvenster Verbinding importeren gesloten en wordt de Tableau-kaartbron toegevoegd aan de lijst met kaarten in het dialoogvenster Kaartservices. Als u de nieuw toegevoegde Tableau-kaartbron wilt bewerken, selecteert u deze in de lijst en klikt u vervolgens op Bewerken. Klik anders op Sluiten om terug te gaan naar de weergave. U kunt zoveel Tableau-kaartbronnen importeren als u wilt in een werkmap. Elke Tableau-kaartbron die u toevoegt, wordt weergegeven als achtergrondkaart in het menu **Achtergrondkaarten** en wordt automatisch geselecteerd als de standaard achtergrondkaart totdat een andere Tableau-kaartbron wordt geïmporteerd, totdat u verbinding maakt met een WMS-server of Mapbox-kaart of totdat u ervoor kiest om een andere achtergrondkaart te gebruiken. **Opmerking:** wanneer u een nieuwe kaartweergave maakt, wordt de achtergrondkaart die is geselecteerd in het menu **Achtergrondkaarten** wordt gebruikt om de kaart voor die weergave te maken. ## Zie ook: [Een kaartbron opslaan](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_export.htm) [Achtergrondkaarten selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een kaartbron opslaan Nadat u een Mapbox-kaart of WMS-server aan uw werkmap hebt toegevoegd, kunt u deze opslaan als een Tableau-kaartbron (.tms). Als u een Mapbox-kaart of WMS-server opslaat als Tableau-kaartbron, kunt u uw kaart delen met andere gebruikers. Deze kunnen de kaart dan snel importeren in hun eigen werkmappen en gebruiken om nieuwe kaartweergaven te maken. Zie [Een kaartbron importeren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_import.htm) voor meer informatie over het importeren van een Tableau-kaartbron in een werkmap. 1. Selecteer Kaart > Achtergrondkaarten > Kaartservices. Hierdoor wordt het dialoogvenster Kaartservices geopend. 2. Selecteer de kaart die u wilt opslaan als Tableau-kaartbron en klik vervolgens op Exporteren. Hierdoor wordt het dialoogvenster Verbinding exporteren geopend. 3. Typ een naam voor het bestand, kies een locatie en klik vervolgens op Opslaan. De bron van de Tableau-kaart bevat alle standaardinstellingen voor kaartlagen die u in de werkmap hebt opgegeven. De kaartbron bevat bijvoorbeeld alle aangepaste kaartlagen die u standaard wilt weergeven. Zie [De vormgeving van uw kaarten aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_options.htm#SetDefaultMapLayers) in het onderwerp Kaartlagen instellen voor meer informatie. **Opmerking:** als u de standaardinstellingen voor de opties voor de kaartlaag wijzigt, moet u de kaart opnieuw exporteren om de nieuwe instellingen in het bronbestand van de Tableau-kaart op te nemen. ## Zie ook: [Achtergrondkaarten selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een meetwaarde omzetten in een dimensie In de huidige weergave kunt u een veld van een meetwaarde in een dimensie omzetten. Als u wilt dat de wijziging van invloed is op al het toekomstige gebruik van het veld in de werkmap, kunt u een veld in het deelvenster Data omzetten van een meetwaarde in een dimensie. Zie [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor meer informatie over dimensies en meetwaarden. U kunt ook [Velden converteren van discreet naar continu en omgekeerd](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_convertdisctocont.htm). ## Een meetwaarde in de weergave omzetten in een discrete dimensie U kunt een meetwaardeveld uit het deelvenster Data slepen, maar het vervolgens als dimensie in de weergave gebruiken. Stel dat u bijvoorbeeld de geaggregeerde verkooptotalen voor elk mogelijk kortingspercentage wilt weten. De weergave die u wilt, ziet er als volgt uit: ![Een staafdiagram dat de verkoop per korting weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/fieldTypes3.png) Het veld Korting bevat numerieke data. Dus wanneer u verbinding maakt met de databron, wijst Tableau deze toe aan het gebied Meetwaarden in het deelvenster Data. In de databron Voorbeeld: Superstore, die wordt meegeleverd met Tableau Desktop, variëren de waarden voor Korting van 0% tot 80%. Hier zijn de stappen om de hierboven weergegeven weergave te maken: 1. Sleep Verkoop naar Rijen en Korting naar Kolommen. Tableau toont u een spreidingsdiagram: dit is het standaard diagramtype wanneer u één meetwaarde plaatst in Rijen en een andere meetwaarde in Kolommen. ![Een spreidingsdiagram dat een enkel datapunt illustreert met verhoogde verkoop- en kortingsniveaus.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/fieldTypes1.png) Tableau aggregeert Korting als AVG (gemiddelde), en verkoop als SOM. De velden zijn beide continu. Daarom worden in Tableau langs de onder- en linkerkant van de weergave assen weergegeven (en geen kolom- of rijkoppen). 2. Om Korting te behandelen als dimensie, klikt u op de vervolgkeuzepijl in het veld (in de container Kolommen) en selecteert u Dimensie vanuit het contextmenu. Tableau aggregeert de waarden voor Korting niet langer. Daarom ziet u nu een lijn. Maar de waarden voor Korting zijn nog steeds continu en daarom toont Tableau nog steeds continue assen voor beide velden: ![Een lijndiagram dat de omgekeerde relatie tussen korting en verkoop illustreert.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/fieldTypes2.png) 3. Om het proces te voltooien, klikt u nogmaals op de vervolgkeuzepijl in Korting en selecteert u Discreet vanuit het contextmenu. De transformatie van Korting is nu voltooid. U ziet nu het staafdiagram zoals in de eerste afbeelding aan het begin van dit onderwerp. Onderaan ziet u nu kolomkoppen (0%, 10%, 20%, enz.) in plaats van een as. Laten we eens kijken hoe we op dit punt zijn gekomen:
ActieResultaat
Korting omzetten van een meetwaarde in een dimensie ...Verkoopwaarden worden niet langer geaggregeerd op basis van het kortingspercentage. Dit resulteert in een lijndiagram in plaats van een spreidingsdiagram.
Korting omzetten van continu in discreet ...Tableau toont kopteksten onder aan de weergave in plaats van een continue as.
Het enige wat u nog hoeft te doen is Verkoop naar Label slepen en de labels vervolgens opmaken voor leesbaarheid. Het resulterende diagram is enigszins nuttig omdat er slechts 12 unieke waarden zijn voor Korting in de databron. Als er voor elke rij een unieke waarde was geweest, wat niet ongebruikelijk is voor een numeriek veld, zou het aantal individuele staven in de resulterende weergave gelijk zijn geweest aan het aantal rijen in de databron. Dit zou waarschijnlijk niet resulteren in een nuttige visualisatie. ## Een meetwaarde in het deelvenster Data omzetten in een dimensie Wanneer u voor het eerst verbinding maakt met een databron, wijst Tableau de meeste velden toe die kwantitatieve, numerieke informatie bevatten (d.w.z. velden waarvan de waarden getallen zijn) als meetwaardevelden in het deelvenster Data. De uitzondering geldt voor velden waarvan de naam het datatype suggereert, zoals Jaar of Maand (die Tableau zou identificeren als Datumdimensies) of velden die woorden als 'ID' en 'Sleutel' bevatten. Deze zou Tableau als dimensies indelen, zelfs als ze numeriek zijn. U zou echter kunnen besluiten dat sommige van deze velden die Tableau als meetwaarden heeft ingedeeld, eigenlijk dimensies moeten zijn. Postcodes zijn een klassiek voorbeeld: ze bestaan vaak volledig uit cijfers, maar de informatie is categorisch en niet continu. U zou postcodes nooit willen aggregeren door ze op te tellen of er een gemiddelde voor te bepalen. Op dezelfde manier kan een veld met leeftijden van personen in Tableau standaard als meetwaarde worden ingedeeld omdat het numerieke data bevat. In sommige gevallen wilt u misschien leeftijden optellen of er een gemiddelde van bepalen. Maar misschien wilt u ook elke afzonderlijke leeftijd bekijken als bin of categorie. In dat geval wilt u dat Tableau kopteksten voor dit veld maakt in plaats van een as. Als u leeftijd op deze manier in uw weergave wilt gebruiken, kunt u het veld naar een dimensie converteren. Als u een meetwaarde wilt omzetten in een dimensie in het deelvenster Data, voert u een van de volgende handelingen uit. - Klik en sleep het veld vanuit een meetwaardegebied in het deelvenster Data en zet het neer in een dimensiegebied (boven de lijn). ![Sleep een meetwaardeveld naar het dimensiegebied om er een dimensie van te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_datapane_intro.gif) - Klik met de rechtermuisknop (Control + klik op een Mac) op een meetwaarde in het deelvenster Data en selecteer Converteren naar dimensie. Als u een veld in een container plaatst dat u van een meetwaarde in een dimensie hebt geconverteerd, worden er nu kopteksten geproduceerd in plaats van een as. ![Een veld dat is omgezet van een meetwaarde naar een dimensie, wordt nu weergegeven als een koptekst in plaats van een as.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/schema_convert7.png) ## Het dialoogvenster Veld neerzetten gebruiken In sommige gevallen kunt u sneller met de rechtermuisknop klikken en een veld uit het deelvenster Data naar de weergave slepen (Option indrukken en slepen op een Mac). Hiermee opent u het dialoogvenster Veld neerzetten met verschillende vormen van het veld. De beschikbare opties zijn afhankelijk van het datatype van het veld dat wordt gesleept. Het primaire doel van dit dialoogvenster is het kiezen van de aggregatie, maar het bevat wellicht ook opties voor het wijzigen van een dimensie in een meetwaarde of voor het kiezen tussen doorlopend en discreet. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dropfield_string.png "Het dialoogvenster Veld neerzetten voor een tekenreeksdimensie") Selecteer de optie die u wilt gebruiken en klik op OK om de sleepbewerking te voltooien. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een menu voor bladselectie maken voor een dashboard Door een combinatie van een parameter en een berekend veld te gebruiken, kunt u een vervolgkeuzemenu maken waarmee gebruikers een individuele weergave kunnen selecteren die automatisch wordt uitgevouwen om een dashboard te vullen. **Tip:** Als u bladen wilt weergeven met afzonderlijke knoppen in plaats van één enkel menu, gebruikt u in plaats daarvan [Knoppen weergeven/verbergen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dashboards_create.htm#Show). Dit is een veel eenvoudigere aanpak, hoewel elke knop een afzonderlijk object zal onthullen. Om een dashboard te verlaten en een heel ander blad te openen, gebruikt u [Navigatieobjecten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dashboards_create.htm#Add). ![Selecteer een vervolgkeuzemenu in het menu Weergave met de opties Alles, Kaart, Staafdiagram en Lijndiagram.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CreatingSheetSelector_Main.png) 1. Klik op een afzonderlijk werkblad met de rechtermuisknop op een leeg gebied van het deelvenster Data aan de linkerkant en selecteer **Parameter maken**. ![Maak een parameter op een werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sheet_selector_parameter.png) 2. In het dialoogvenster Parameter maken, doet u het volgende: - Voer een naam in die boven het menu verschijnt, bijvoorbeeld **Een weergave selecteren**. - Selecteer voor Datatype de optie **Tekenreeks**. - Voor Toegestane waarden selecteert u Lijst. - Onder Lijst met waarden typt u **Alles** voor de eerste waarde en voegt u vervolgens waarden toe met de naam van elke weergave in het dashboard. ![Het dialoogvenster Parameter bewerken met het veld Naam.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CreatingSheetSelector_Parameter.png) 3. Klik op **OK**. 4. Klik op een willekeurig blad met de rechtermuisknop op een leeg gebied van het deelvenster Data aan de linkerkant en selecteer **Berekend veld maken**. 5. Geef de berekening een beschrijvende naam, zoals Weergaveblad. Voer in het formuletekstvak de naam in van de parameter die u hierboven hebt gemaakt. Klik vervolgens op OK. ![Een dialoogvenster om de geldigheid van een berekening te bevestigen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CreatingSheetSelector_CalcParameter.png) 6. Open een blad dat u aan uw dashboard wilt toevoegen en sleep de nieuwe berekening naar de container Filters. Doe vervolgens het volgende in het dialoogvenster Filter: - Selecteer **Aangepaste waardelijst**. - Typ **Alles** in het tekstvak en klik op de knop **Item toevoegen**. - Typ de naam van de huidige weergave (zoals 'Kaart') in het tekstvak en klik op de knop **Item toevoegen**. Zodra u klaar bent, klikt u op OK. ![Het dialoogvenster Filter met het pictogram Item toevoegen om een aangepaste waardelijst te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CreatingSheetSelector_FilterBarChart.png) 7. Herhaal stap 6 voor elk blad dat u aan uw dashboard wilt toevoegen. 8. Selecteer **Dashboard** > **Nieuw dashboard**. 9. Van de sectie Objecten linksonder sleept u een indelingscontainer die **Verticaal** of Horizontaal is naar het dashboard. ![Sleep objecten naar een dashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sheet_selector_layout_container.png) 10. Sleep nu elk blad naar de indelingscontainer, geïdentificeerd door de donkerblauwe contour. ![Sleep een werkblad naar het dashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sheet_selector_layout_container_addto.png) 11. Om de bladselector weer te geven, kiest u in het vervolgkeuzemenu bovenaan een weergave Parameters > \[nieuwe parameternaam\]. ![Pas een parameter toe op een dashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sheet_selector_parameter_apply.png) 12. Om ervoor te zorgen dat de geselecteerde weergaven het dashboard vullen, doet u het volgende: - Zorg ervoor dat in het vervolgkeuzemenu bovenaan elke weergave Breedte passend maken _niet_ is geselecteerd. - Klik met de rechtermuisknop op het titelgebied van elke weergave in het dashboard en selecteer Titel verbergen. Uw bladselector is klaar voor gebruik! Zie [Parameters gebruiken om weergaven interactiever te maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/changing-views-using-parameters.htm) voor soortgelijke voorbeelden. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een Pareto-diagram maken Een Pareto-grafiek is een type grafiek dat zowel balken als een lijndiagram bevat, waarbij individuele waarden in aflopende volgorde worden weergegeven door balken, en het oplopende cumulatieve totaal door de lijn. Het principe is vernoemd naar Vilfredo Pareto, een Italiaanse ingenieur, socioloog, econoom, politicoloog en filosoof, die de formule bedacht die bekend is geworden als het Pareto-principe. Pareto zag dat 80% van het land doorgaans in handen was van 20% van de bevolking. Pareto breidde dit principe uit met de observatie dat 20% van de erwtenpeulen in zijn tuin 80% van de erwten bevatten. Vervolgens werd het principe door anderen verder uitgewerkt met de suggestie dat bij veel gebeurtenissen ongeveer 80% van de effecten voortkomt uit 20% van de oorzaken. In het bedrijfsleven is bijvoorbeeld vaak 80% van de winst afkomstig van 20% van de beschikbare producten. In Tableau kunt u een tabelberekening toepassen op verkoopdata om een grafiek te maken die het percentage totale verkoop weergeeft dat afkomstig is van de topproducten. Zo kunt u de belangrijkste segmenten van uw klantenbestand identificeren die het belangrijkst zijn voor het succes van uw bedrijf. De procedure maakt gebruik van de databron Voorbeeld - Superstore die bij Tableau Desktop wordt geleverd. ## Voorbereiding op de analyse Voordat u met uw analyse begint, moet u bepalen op welke vragen u een antwoord wilt hebben. Deze vragen bepalen de categorie (dimensie) en het getal (maat) waarop de analyse wordt gebaseerd. In het volgende voorbeeld is de vraag welke producten (vastgelegd door de dimensie Subcategorie) goed zijn voor de grootste totale verkoop. Op hoog niveau moet u voor het proces het volgende doen: 1. Maak een staafdiagram dat Verkoop laat zien op Subcategorie, in aflopende volgorde. 2. Voeg een lijndiagram toe dat eveneens Verkoop laat zien op Subcategorie. 3. Voeg een tabelberekening aan het lijndiagram toe om de verkoop op subcategorie weer te geven als een Lopend totaal, en als een Percentage van totaal. Het scenario maakt gebruik van de databron Voorbeeld - Superstore die bij Tableau Desktop wordt geleverd ## Een staafdiagram maken dat Verkoop laat zien op Subcategorie, in aflopende volgorde 1. Maak verbinding met de databron Voorbeeld - Superstore. 2. Vanaf het deelvenster Data sleept u Subcategorie naar Kolommen en sleept u vervolgens Verkoop naar Rijen. 3. Klik in Subcategorie op Kolommen en kies Sorteren. In het dialoogvenster Sorteren doet u het volgende: 1. Kies onder Sorteervolgorde de optie Aflopend. 2. Kies onder Sorteren op de optie Veld. 3. Laat alle andere waarden ongewijzigd, inclusief Verkoop als het geselecteerde veld en Som als de geselecteerde aggregatie. 4. Klik op OK om het dialoogvenster Sorteren af te sluiten. Producten worden nu gesorteerd van hoogste naar laagste verkoopcijfers. ## Een lijndiagram toevoegen dat eveneens Verkoop laat zien op Subcategorie 1. Sleep Verkoop vanuit het datadeelvenster helemaal naar rechts in de weergave totdat er een stippellijn verschijnt. ![Een meetwaardeveld naar een staafdiagram slepen om een Pareto-grafiek te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pareto3.png) Opmerking: in Tableau 2020.2 en hoger worden Dimensies en Meetwaarden niet meer als labels weergegeven in het deelvenster Data. Velden worden weergegeven per tabel of map. 2. Zet Verkoop neer om een weergave met twee assen te creëren. Het is wat lastig te zien dat er op dit punt twee exemplaren van de balken Verkoop, omdat ze identiek zijn geconfigureerd. 3. Selecteer SOM(Verkoop) (2) op de kaart Markeringen en verander het markeringstype in Lijn. Zo moet de weergave er op dit punt uitzien: ![Een Pareto-grafiek.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pareto4.png) ## Een tabelberekening aan het lijndiagram toevoegen om de verkoop op subcategorie weer te geven als een lopend totaal en als een percentage van het totaal. 1. Klik op het tweede exemplaar van SOM(Verkoop) voor Rijen en kies Tabelberekening toevoegen. 2. Voeg een primaire tabelberekening toe aan SOM(Verkoop) om de omzet als een lopend totaal weer te geven. Kies Lopend totaal als Berekeningstype. Sluit het dialoogvenster Tabelberekening niet. 3. Voeg een secundaire tabelberekening toe om de data weer te geven als percentage van het totaal. Klik op Secundaire berekening toevoegen en kies Percentage van totaal als Secundair berekeningstype. Zo moet het dialoogvenster Tabelberekening er op dit punt uitzien: ![Een formulier voor het berekenen van tabelwaarden, met opties voor primaire en secundaire berekeningen, waaronder berekeningstype, methode en specifieke dimensies.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pareto1.png) 4. Klik op X in de rechterbovenhoek van het dialoogvenster Tabelberekeningen om het te sluiten. 5. Klik op Kleur op de kaart Markeringen om de kleur van de lijn te wijzigen. ![Een Pareto-grafiek.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pareto5.png) Het resultaat is nu een Pareto-diagram: ![Een Pareto-grafiek.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pareto6.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een pop-upvenster met een Tableau-dataverhaal toevoegen aan een dashboard **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. U kunt een Tableau-dataverhaal in een pop-upvenster plaatsen, zodat uw gebruikers een verhaal kunnen openen, lezen en vervolgens sluiten als ze klaar zijn. Dit is een geweldige manier om ruimte te besparen die wordt gebruikt door reeds bestaande dashboards of om de hoeveelheid rommel en informatie op een dashboard te verminderen. 1. [Een Tableau-dataverhaal toevoegen aan een dashboard](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_create.htm). 2. Stel de container in op Zwevend door op het menu te klikken en Zwevend te selecteren. > [!TIP] > > Een andere manier om de container in te stellen op Zwevend is door de Shift-toets ingedrukt te houden terwijl u de container naar uw dashboard sleept. 1. Navigeer naar het tabblad Lay-out in de linkerkolom en stel de achtergrondkleur in op wit. ![Het deelvenster Lay-out met de achtergrond ingesteld op 100% en wit.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_white_background.png) 1. Klik op het menu dat aan uw zwevende container is gekoppeld om de instellingen ervan te tonen en selecteer de knop Tonen/Verbergen toevoegen. Hierdoor wordt er een 'X'-pictogram gemaakt waarmee u uw verhaal kunt tonen of verbergen. ![Een Dataverhaal met een groot X-pictogram waarmee gebruikers het verhaal kunnen verbergen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_x.png) **Opmerking:** Als uw verhaal is geselecteerd, wordt uw knop gedeeltelijk verborgen door de zijbalkopties die deel uitmaken van het Dataverhaal-object. Klik ergens buiten het verhaal om de knop weer te geven. 1. Wijs het 'X'-pictogram aan met de muis om instructies te tonen voor het openen of sluiten van het verhaal. In dit voorbeeld wordt u gevraagd de Alt-toets in te drukken terwijl u op het 'X'-pictogram klikt. ![Een Dataverhaal-object met een groot X-pictogram waarmee gebruikers het verhaal kunnen verbergen en een knopinfo met de tekst 'Dataverhaal verbergen' (Alt+klik om te verbergen)](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_hide_story.png) 1. Vouw het verhaal samen door op het 'X'-pictogram te klikken en tegelijkertijd op de toets te drukken die in uw prompt wordt aangegeven. Het verhaal wordt ingevouwen, maar het menu blijft op het dashboard staan, zodat de gebruiker het verhaal kan uitvouwen wanneer dat nodig is. U kunt uw opvouwbare, zwevende verhaal naar wens over uw dashboard verplaatsen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een prognose maken Om een prognose te kunnen maken, moet uw weergave minimaal één datumdimensie en één meetwaarde gebruiken. Om het maken van prognoses in te schakelen, klikt u met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op de visualisatie en kiest u Prognose >Prognose tonen, of kies Analyse >Prognose >Prognose tonen. Elk van de volgende voorbeelden geeft de structuur weer die het maken van een prognose ondersteunt. - Het veld waarvoor u een prognose wilt maken, bevindt zich in de container Rijen en het veld continue datum staat in de container Kolommen. - Het veld waarvoor u een prognose wilt maken, bevindt zich in de container Kolommen en het veld continue datum staat in de container Rijen. - Het veld waarvoor u een prognose wilt maken, bevindt zich in de container Rijen of Kolommen en de discrete datums staan in de container Rijen of Kolommen. Minimaal een van de opgenomen datumniveaus moet Jaar zijn. - Het veld waarvoor u een prognose wilt maken, staat op de kaart Markeringen en er staat een continue datum of discrete datumset voor Rijen, Kolommen of Markeringen. **Opmerking**: U kunt ook een prognose maken als er geen datumdimensie aanwezig is, maar er wel een dimensie in de weergave aanwezig is met gehele getallen. Zie [Prognoses maken wanneer de weergave geen data bevat](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/forecast_no_date.htm). Als de prognosefunctie is ingeschakeld, visualiseert Tableau naast de werkelijke historische waarden ook de geschatte toekomstige waarden van de meetwaarde. De geschatte waarden worden standaard weergegeven in een lichtere tint van de kleur die voor de historische data wordt gebruikt: ![Een lijndiagram met de verkooptrends van 2011 tot en met 2016.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/forecast.png) ## Voorspellingsintervallen Het gearceerde gebied in de afbeelding hierboven geeft het voorspellingsinterval van 95% voor de prognose weer. Dat wil zeggen dat het model heeft bepaald dat er een waarschijnlijkheid van 95% is, dat de waarde van de verkopen binnen het gearceerde gebied voor de prognoseperiode zal vallen. U kunt het betrouwbaarheidsniveaupercentiel voor de voorspellingsbanden configureren en of voorspellingsbanden in de prognose worden opgenomen met behulp van de instelling Voorspellingsintervallen tonen in het dialoogvenster Prognose-opties: ![Een vervolgkeuzemenu met opties voor voorspellingsintervallen: 90%, 95% en 99%.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/forecast_prediction_intervals.png) Schakel het selectievakje uit als u geen voorspellingsbanden in prognoses wilt weergeven. Om het voorspellingsinterval in te stellen, selecteert u een van de waarden of voert u een aangepaste waarde in. Hoe lager het percentiel dat u instelt voor het betrouwbaarheidsniveau, hoe smaller de voorspellingsbanden zullen zijn. Hoe uw voorspellingsintervallen worden weergegeven, hangt af van het markeringstype van de voorspelde markeringen:
Markeringstype prognoseVoorspellingsintervallen weergegeven met gebruik van
LijnBanden
Vorm, vierkant, cirkel, staaf of taartWhiskers
In het volgende voorbeeld worden de prognosedata aangegeven door lichter gearceerde cirkels en worden de voorspellingsintervallen aangegeven door lijnen die eindigen in whiskers: ![Een spreidingsdiagram dat de winst per omzet weergeeft voor de boekjaren 2010 tot en met 2015.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/forecast_scatterplot.png) ## Prognoses verbeteren Voor elke prognosewaarde kunt u overwegen om de kwaliteit of precisie van uw prognose te verifiëren door een ander exemplaar van de prognosemeetwaarde van het deelvenster Data naar de container Detail op de kaart Markeringen te slepen en vervolgens met de rechtermuisknop te klikken op het veld om het inhoudsmenu te openen. Kies een van de beschikbare opties: ![Een vervolgkeuzemenu met opties voor het bewerken van de prognoseformule, het bekijken van prognoseresultaten en het beheren van de knopinfo.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ForecastEnhance2.png) Voor beschrijvingen van deze opties, zie [Prognoses maken van veldresultaten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/forecast_field_results.htm). U kunt het proces herhalen om extra resultaattypen toe te voegen voor elke prognosewaarde. Zie het type 'Het prognoseresultaat wijzigen' in [Prognoses maken van veldresultaten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/forecast_field_results.htm) voor informatie over het wijzigen van het resultaattype. Door dergelijke resultaattypen toe te voegen aan de container Details, voegt u informatie over de prognose toe aan de knopinfo voor alle markeringen die zijn gebaseerd op prognosedata. ![Knopinfo met prognose voor april 2015 laat een omzet zien van $ 54.753.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ForecastEnhance.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een prognosemodel kiezen Functies voor prognosemodellering ondersteunen lineaire regressie, geregulariseerde lineaire regressie en Gaussische procesregressie. Deze modellen ondersteunen verschillende gebruikscases en voorspellingstypen, en hebben ook verschillende beperkingen. ## Ondersteunde modellen ### Lineaire regressie [Lineaire regressie](https://en.wikipedia.org/wiki/Linear_regression) (ook bekend als gewone kleinste-kwadratenregressie of OLS) kan het beste worden gebruikt wanneer er een of meer predictors zijn met een lineaire relatie tussen de voorspelling en het voorspellingsdoel, ze niet worden beïnvloed door dezelfde onderliggende omstandigheden en ze niet twee exemplaren van dezelfde data vertegenwoordigen (bijvoorbeeld verkopen uitgedrukt in zowel dollars als euro's). Lineaire regressie is het standaardmodel voor prognosemodelleringsfuncties in Tableau. Als u geen model opgeeft, wordt lineaire regressie gebruikt. U kunt dit model expliciet opgeven door **model=lineair** als het eerste argument in uw tabelberekening op te nemen. #### Voorbeeld: `MODEL_QUANTILE( "model=linear", 0.5, SUM([Sales]), ATTR(DATETRUNC('month',([Order Date])) )` ### Geregulariseerde lineaire regressie U kunt [geregulariseerde lineaire regressie](https://en.wikipedia.org/wiki/Regularized_least_squares) het beste gebruiken wanneer er een benaderende lineaire relatie is tussen twee of meer onafhankelijke variabelen, ook bekend als [multicollineariteit](https://en.wikipedia.org/wiki/Multicollinearity). Dit wordt vaak waargenomen in datasets uit de praktijk. Om dit model te gebruiken in plaats van de standaard lineaire regressie, moet u **model=rl** als het eerste argument in uw tabelberekening opnemen. #### Voorbeeld: `MODEL_QUANTILE( "model=rl", 0.5, SUM([Sales]), ATTR(DATETRUNC('month',([Order Date])) )` ### Gaussiaanse procesregressie U kunt [Gaussiaanse procesregressie](https://en.wikipedia.org/wiki/Gaussian_process) het beste gebruiken bij het genereren van voorspellingen over een continu domein, zoals tijd of ruimte, of wanneer er een niet-lineaire relatie is tussen de variabele en het voorspellingsdoel. Gaussiaanse procesregressie in Tableau moet één enkele dimensie hebben **geordend** als predictor, maar kan meerdere **ongeordende** dimensies omvatten als predictors. Opmerking: Meetwaarden kunnen niet worden gebruikt als predictors in Gaussiaanse procesregressie in Tableau. Om dit model te gebruiken in plaats van de standaard lineaire regressie, moet u **model=gp** als het eerste argument in uw tabelberekening opnemen. **Opmerking:** Een _geordende_ dimensie is een dimensie waarvan de waarden kunnen worden gerangschikt, zoals MAAND. Een _ongeordende_ dimensie is een dimensie waarvan de waarden geen inherente volgorde hebben, zoals geslacht of kleur. #### Voorbeeld: `MODEL_PERCENTILE( "model=gp", AVG([Days to Ship Actual]), ATTR(DATETRUNC('month',([Order Date]))) )` Als eenvoudige heuristiek kunt u de onderstaande criteria gebruiken voor het selecteren van uw model: - **Lineaire regressie (standaard):** Gebruik dit wanneer u slechts één predictor hebt en die predictor een lineaire relatie heeft met uw doelstatistiek. - **Geregulariseerde lineaire regressie:** Gebruik dit wanneer u meerdere predictors hebt, vooral wanneer die predictors een lineaire relatie hebben met de doelstatistiek en die predictors waarschijnlijk worden beïnvloed door vergelijkbare onderliggende relaties of trends. - **Gaussiaanse procesregressie:** Gebruik dit wanneer u tijd- of ruimtepredictors hebt, of wanneer u predictors gebruikt die mogelijk geen lineaire relatie hebben met de doelstatistiek. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een forward-proxy voor OAuth-verificatie configureren U kunt een forward-proxy configureren in Tableau Server en Tableau Desktop om OAuth-verificatie in te schakelen. U kunt met forward-proxy's het verkeer naar internet beheren voor taken zoals het verdelen van de werkbelasting (load balance). ### Met Windows verbinding maken met Tableau Desktop via een forward-proxy Voer de volgende stappen uit om de proxyserver te configureren in Windows LAN-instellingen. 1\. Open het dialoogvenster **Local Area Network (LAN)-instellingen**. > [!TIP] > > u kunt op een snelle manier naar dit dialoogvenster gaan door in het Windows-menu Start naar Internetopties te gaan. 2\. Selecteer in het dialoogvenster **Interneteigenschappen** het tabblad **Verbindingen**. 3\. Selecteer **LAN-instellingen**. 4\. Selecteer onder **Proxyserver**, de optie **Een proxyserver gebruiken voor uw LAN-instellingen**. 5\. Voer het proxyserveradres in. 6\. Voer de serverpoort in. 7\. Selecteer **De proxyserver omzeilen voor lokale adressen**. **Opmerking:** als u de stappen in [Proxy's configureren voor Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/proxy.htm) al hebt uitgevoerd en OAuth-verzoeken via uw proxy niet werken, voer dan de stappen uit onder optie 2. #### Optie 1 voor Windows-configuratie: gebruik systeemomgevingsvariabelen U kunt de systeemomgevingsvariabelen bewerken en `http_proxy` en `https_proxy` instellen op uw proxy om OAuth-verificatie in te schakelen. 1\. Typ **Geavanceerde systeeminstellingen** in het zoekvak van uw Windows-computer. 2\. Tik op **Enter** om het vak **Systeemeigenschappen** te openen. 3\. Selecteer op het tabblad **Geavanceerd** de optie **Omgevingsvariabelen**. 4\. Scrol door het veld **Systeemvariabelen**. - Als er in het veld `http_proxy` of `https_proxy` staat, controleer dan of de waarden niet in strijd zijn met het proxyserveradres dat u in de vorige stap hebt geconfigureerd. - Als ze niet zijn ingesteld, stel ze dan in op de waarden die overeenkomen met het proxyserveradres dat in de vorige stap is geconfigureerd. 5\. Start Tableau Desktop opnieuw op. 6\. Probeer verbinding te maken met een OAuth-connector en controleer of deze naar behoren werkt. **Opmerking:** als er een melding als OAuth-client mag niet leeg zijn of **SSLHandshake-uitzondering** of **Verbinding geweigerd** wordt weergegeven, gaat u verder met optie 2. #### Optie 2 voor Windows-configuratie: configureer de proxy-instellingen in net.properties voor Java 1\. Ga in uw bestandsmap naar de versie van Java die u gebruikt om Tableau Desktop uit te voeren. `C:/Program Files/Tableau/Tableau /bin/jre` 2\. Selecteer in de map met Java-locaties de map `conf`. Als deze map niet bestaat, maakt u er een. 3\. Ga in de map `conf` naar het bestand `net.properties` en open het in een editor. Als dit bestand niet bestaat, maakt u er een met dezelfde naam. **Opmerking:** als u niet over schrijfmachtigingen beschikt voor dit bestand, gebruikt u de systeembestandsinstellingen om deze in te schakelen. 4\. Wijzig of maak de volgende waarden: - `http.proxyPort=` - `http.proxyHost=` - `https.proxyPort=` - `https.proxyHost=` > [!WARNING] > > **Waarschuwing:** zorg ervoor dat u alleen de host opneemt. Als uw proxyadres http://myproxy:8888 is, stelt u dit in op: http.proxyHost=myproxy 5\. Start Tableau Desktop opnieuw en probeer verbinding te maken via OAuth. ### Mac gebruiken om verbinding te maken met Tableau Desktop via een forward-proxy Als u Mac wilt gebruiken om verbinding te maken met Tableau Desktop via een forward-proxy, moet u de proxy-instellingen in net.properties voor Java configureren. 1\. Ga in uw bestandsmap naar de versie van Java die u gebruikt om Tableau Desktop uit te voeren. `/Applications/Tableau /Plugins/jre` 2\. Selecteer in de map met Java-locaties de map `conf`. Als deze map niet bestaat, maakt u er een. 3\. Ga in de map `conf` naar het bestand `net.properties` en open het in een editor. Als dit bestand niet bestaat, maakt u er een met dezelfde naam. **Opmerking:** als u niet over schrijfmachtigingen beschikt voor dit bestand, gebruikt u de systeembestandsinstellingen om deze in te schakelen. 4\. Wijzig of maak de volgende waarden: - `http.proxyPort=` - `http.proxyHost=` - `https.proxyPort=` - `https.proxyHost=` > [!WARNING] > > **Waarschuwing:** zorg ervoor dat u alleen de host opneemt. Als uw proxyadres http://myproxy:8888 is, stelt u dit in op: http.proxyHost=myproxy 5\. Start Tableau Desktop opnieuw en probeer verbinding te maken via OAuth. ### Windows gebruiken om verbinding te maken via een proxy waarvoor OAuth-autorisatie vereist is Als voor uw proxy vereist is dat u zich aanmeldt met een gebruikersnaam en wachtwoord, voert u de volgende stappen uit zodat voor OAuth-verzoeken verbinding wordt gemaakt via de proxy. 1\. Ga in uw bestandsmap naar de versie van Java die u gebruikt om Tableau Desktop uit te voeren. `C:/Program Files/Tableau/Tableau /bin/jre` 2\. Selecteer in de map met Java-locaties de map `conf`. Als deze map niet bestaat, maakt u er een. 3\. Ga in de map `conf` naar het bestand `net.properties` en open het in een editor. Als dit bestand niet bestaat, maakt u er een met dezelfde naam. **Opmerking:** als u niet over schrijfmachtigingen beschikt voor dit bestand, gebruikt u de systeembestandsinstellingen om deze in te schakelen. 4\. Wijzig of maak de volgende waarden: - `http.proxyUser=` - `http.proxyPassword=` 5\. Start Tableau Desktop opnieuw en probeer verbinding te maken via OAuth. ### Een Mac gebruiken om verbinding te maken via een proxy waarvoor OAuth-autorisatie vereist is Als voor uw proxy vereist is dat u zich aanmeldt met een gebruikersnaam en wachtwoord, voert u de volgende stappen uit zodat voor OAuth-verzoeken verbinding wordt gemaakt via de proxy. 1\. Ga in uw bestandsmap naar de versie van Java die u gebruikt om Tableau Desktop uit te voeren. `/Applications/Tableau /Plugins/jre` 2\. Selecteer in de map met Java-locaties de map `conf`. Als deze map niet bestaat, maakt u er een. 3\. Ga in de map `conf` naar het bestand `net.properties` en open het in een editor. Als dit bestand niet bestaat, maakt u er een met dezelfde naam. **Opmerking:** als u niet over schrijfmachtigingen beschikt voor dit bestand, gebruikt u de systeembestandsinstellingen om deze in te schakelen. 4\. Wijzig of maak de volgende waarden: - `http.proxyUser=` - `http.proxyPassword=` 5\. Start Tableau Desktop opnieuw en probeer verbinding te maken via OAuth. ### Windows gebruiken om verbinding te maken met Tableau Server via een forward-proxy U kunt Tableau Server starten vanachter een forward-proxy om internettoegang toe te staan. U kunt de proxyserver configureren in Windows LAN-instellingen om verbinding te maken met Tableau Server via een forward-proxy. #### De proxy configureren Voer de volgende stappen uit om de proxyserver te configureren. 1\. Open het dialoogvenster **Local Area Network (LAN)-instellingen**. > [!TIP] > > u kunt op een snelle manier naar dit dialoogvenster gaan door in het Windows-menu Start naar Internetopties te gaan. 2\. Selecteer in het dialoogvenster **Interneteigenschappen** het tabblad **Verbindingen**. 3\. Selecteer **LAN-instellingen.** 4\. Selecteer onder **Proxyserver**, de optie **Een proxyserver gebruiken voor uw LAN-instellingen**. 5\. Voer het proxyserveradres in. 6\. Voer de poort voor de proxyserver in. 7\. Selecteer **De proxyserver omzeilen voor lokale adressen**. #### Uitzonderingen toevoegen U kunt uitzonderingen toevoegen om ervoor te zorgen dat niet alle communicatie binnen een lokaal Tableau Server-cluster naar de proxyserver wordt geleid. Voer de volgende stappen uit om uitzonderingen toe te voegen. 1\. Selecteer in het dialoogvenster **LAN-instellingen** de optie **Geavanceerd**. **Opmerking:** deze knop is alleen beschikbaar als u de optie hebt geselecteerd om een proxyserver voor uw LAN te gebruiken. 2\. Voer in het dialoogvenster **Proxy-instellingen** in het veld **Uitzonderingen** de volgende waarden in. - Lokale host - Hostnamen van servers - IP-adressen van andere Tableau Server-computers in hetzelfde cluster. **Opmerking:** gebruik puntkomma's om items van elkaar te scheiden. 3\. Sluit het dialoogvenster **Proxy-instellingen**. 4\. Sluit het dialoogvenster **LAN-instellingen (Local Area Network)**. 5\. Selecteer in het dialoogvenster **Interneteigenschappen** de optie **OK** om de instellingen toe te passen. **Opmerking:** als u de stappen in [Proxy's configureren voor Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/proxy.htm) hebt uitgevoerd en OAuth-verzoeken via uw proxy niet werken, voer dan de stappen uit onder optie 2. #### Optie 1 voor Windows-configuratie: gebruik systeemomgevingsvariabelen U kunt systeemomgevingsvariabelen bewerken en http\_proxy en https\_proxy instellen op uw proxy. 1\. Voer in het zoekvak op de Windows-computer `Advanced system settings` in. 2\. Tik op **Enter** om het vak **Systeemeigenschappen** te openen. 3\. Selecteer op het tabblad **Geavanceerd** de optie **Omgevingsvariabelen**. 4\. Scrol door het veld **Systeem****variabelen**. - Als er in het veld `http_proxy` of `https_proxy` staat, controleer dan of de waarden niet in strijd zijn met het proxyserveradres dat u in de vorige stap hebt geconfigureerd. - Als ze niet zijn ingesteld, stel ze dan in op de waarden die overeenkomen met het proxyserveradres dat in de vorige stap is geconfigureerd. 5\. Start Tableau Server opnieuw. 6\. Probeer verbinding te maken met een OAuth-connector en controleer of deze naar behoren werkt. **Opmerking:** als er een uitzondering als **OAuth-client mag niet leeg zijn**, **SSLHandshake**, of **Verbinding geweigerd** wordt weergegeven, gaat u verder met optie 2. #### Optie 2 voor Windows-configuratie: configureer de proxy-instellingen in net.properties voor Java 1\. Ga in uw bestandsmap naar de versie van Java die u gebruikt om Tableau Server uit te voeren. `C:\Program Files\Tableau\Tableau Server\packages\repository*\jre` 2\. Selecteer in de map met Java-locaties de map `conf`. Als deze map niet bestaat, maakt u er een. 3\. Ga in de map `conf` naar het bestand `net.properties` en open het in een editor. Als dit bestand niet bestaat, maakt u er een met dezelfde naam. **Opmerking:** als u niet over schrijfmachtigingen beschikt voor dit bestand, gebruikt u de systeembestandsinstellingen om deze in te schakelen. 4\. Wijzig of maak de volgende waarden: - `http.proxyPort=` - `http.proxyHost=` - `https.proxyPort=` - `https.proxyHost=` > [!WARNING] > > **Waarschuwing:** zorg ervoor dat u alleen de host opneemt. Als uw proxyadres http://myproxy:8888 is, stelt u dit in op: http.proxyHost=myproxy 5\. De standaardwaarde van de proxyhost is `http.nonProxyHosts =localhost|127.*|[::1]`. Als de standaardwaarde overeenkomt met de lijst met uitzonderingen, omzeilt u de proxyserver en gaat u verder met stap 6. Als er geen overeenkomst is, zorg dan dat de proxy-instellingen de volgende waarden hebben. - Lokale host - Serverhostnamen en IP-adressen van andere Tableau Server-computers in hetzelfde cluster. - Elk item wordt gescheiden door '|' 6\. Start Tableau Server opnieuw en probeer verbinding te maken via OAuth. ### Linux gebruiken om verbinding te maken met Tableau Server via een forward-proxy U kunt de proxy-instellingen in net.properties voor Java configureren om Linux te gebruiken om verbinding te maken met Tableau Server via een forward-proxy. 1\. Ga in uw bestandsmap naar de versie van Java die u gebruikt om Tableau Server uit te voeren. `opt/tableau/tableau_server/packages/repository*/jre` 2\. Selecteer in de map met Java-locaties de map `conf`. Als deze map niet bestaat, maakt u er een. 3\. Ga in de map `conf` naar het bestand `net.properties` en open het in een editor. Als dit bestand niet bestaat, maakt u er een met dezelfde naam. **Opmerking:** als u niet over schrijfmachtigingen beschikt voor dit bestand, gebruikt u de systeembestandsinstellingen om deze in te schakelen. 4\. Wijzig of maak de volgende waarden: - `http.proxyPort=` - `http.proxyHost=` - `https.proxyPort=` - `https.proxyHost=` > [!WARNING] > > **Waarschuwing:** zorg ervoor dat u alleen de host opneemt. Als uw proxyadres http://myproxy:8888 is, stelt u dit in op: http.proxyHost=myproxy 5\. De standaardwaarde van de proxyhost is `http.nonProxyHosts =localhost|127.*|[::1]`. Als de standaardwaarde overeenkomt met de lijst met uitzonderingen, omzeilt u de proxyserver en gaat u verder met stap 6. Als er geen overeenkomst is, zorg dan dat de proxy-instellingen de volgende waarden hebben. - Lokale host - Serverhostnamen en IP-adressen van andere Tableau Server-computers in hetzelfde cluster. - Elk item wordt gescheiden door '|' 6\. Start Tableau Server opnieuw en probeer verbinding te maken via OAuth. ### Windows gebruiken om verbinding te maken met Tableau Server via een proxy waarvoor OAuth-autorisatie vereist is. Als voor uw proxy vereist is dat u zich aanmeldt met een gebruikersnaam en wachtwoord, voert u de volgende stappen uit zodat voor OAuth-verzoeken verbinding wordt gemaakt via de proxy. 1\. Ga in uw bestandsmap naar de versie van Java die u gebruikt om Tableau Server uit te voeren. `C:\Program Files\Tableau\Tableau Server\packages\repository*\jre` 2\. Selecteer in de map met Java-locaties de map `conf`. Als deze map niet bestaat, maakt u er een. 3\. Ga in de map `conf` naar het bestand `net.properties` en open het in een editor. Als dit bestand niet bestaat, maakt u er een met dezelfde naam. **Opmerking:** als u niet over schrijfmachtigingen beschikt voor dit bestand, gebruikt u de systeembestandsinstellingen om deze in te schakelen. 4\. Wijzig of maak de volgende waarden: - `http.proxyUser=` - `http.proxyPassword=` 5\. Start Tableau Server opnieuw en probeer verbinding te maken via OAuth. ### Linux gebruiken om verbinding te maken met Tableau Server via een proxy waarvoor OAuth-autorisatie vereist is. Als voor uw proxy vereist is dat u zich aanmeldt met een gebruikersnaam en wachtwoord, voert u de volgende stappen uit zodat voor OAuth-verzoeken verbinding wordt gemaakt via de proxy. 1\. Ga in uw bestandsmap naar de versie van Java die u gebruikt om Tableau Server uit te voeren. `opt/tableau/tableau_server/packages/repository*/jre` 2\. Selecteer in de map met Java-locaties de map `conf`. Als deze map niet bestaat, maakt u er een. 3\. Ga in de map `conf` naar het bestand `net.properties` en open het in een editor. Als dit bestand niet bestaat, maakt u er een met dezelfde naam. **Opmerking:** als u niet over schrijfmachtigingen beschikt voor dit bestand, gebruikt u de systeembestandsinstellingen om deze in te schakelen. 4\. Wijzig of maak de volgende waarden: - `http.proxyUser=` - `http.proxyPassword=` 5\. Start Tableau Server opnieuw en probeer verbinding te maken via OAuth. ## SSL-handshakefout Als er fouten optreden, moet u controleren of u uw SSL-certificaat in de juiste sleutelopslag hebt geplaatst. In Windows bevindt de sleutelopslag zich onder de opslagplaats voor vertrouwde certificaten. Als de sleutelopslag correct is en er nog steeds fouten optreden, importeert u uw certificaat rechtstreeks naar de Java-sleutelopslag. Voer de volgende stappen uit om uw certificaat naar de Java-sleutelopslag te importeren. Exporteer het SSL-certificaat voor uw proxy naar een bestand. > [!TIP] > > u kunt uw certificaat vinden onder Toepassingen, Hulpprogramma's, Sleutelketentoegang, Systeem, Categorie, Certificaten. 1\. Ga naar de versie van Java die u gebruikt om Tableau uit te voeren. 2\. Open de terminalopdrachtprompt. 3\. Voer de volgende opdracht uit vanuit de map die de versie van Java bevat die u gebruikt om Tableau uit te voeren. `Keytool –import –trustcacerts –file /Users/tableau_user/Desktop/SSL.cer -keystore Tableau /Plugins/jre/lib/security/cacerts -storepass changeit` 4\. Start Tableau Server of Tableau Desktop opnieuw. **Opmerking:** als de uitzondering **FileNotFoundException** (Toegang geweigerd) optreedt tijdens het uitvoeren van de opdracht voor de sleuteltool, moet u proberen om de opdracht met verhoogde machtigingen uit te voeren. `sudo keytool –import –trustcacerts –file /Users/tableau_user/Desktop/SSL.cer -keystore Tableau 2021.3.1/Plugins/jre/lib/security/cacerts -storepass changeit` [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een spreidingsdiagram maken Gebruik spreidingsdiagrammen om relaties tussen numerieke variabelen te visualiseren. In Tableau maakt u een spreidingsdiagram door ten minste één meetwaarde op de container Kolommen en ten minste één meetwaarde op de container Rijen te plaatsen. Als deze containers zowel dimensies als meetwaarden bevatten, plaatst Tableau de meetwaarden als de binnenste velden, wat betekent dat de meetwaarden altijd rechts staan van de dimensies die u ook in deze containers hebt geplaatst. Het woord "binnenste" verwijst in dit geval naar de tabelstructuur.
Maakt een eenvoudige spreidingsdiagramMaakt een matrix van spreidingsdiagrammen
De meetwaarde Som van verkoop op de container Kolommen en de meetwaarde Som van winst op de container Rijen.Meetwaarden Regio en Som van verkoop op de container Kolommen en de meetwaarden Categorie en Som van winst op de container Rijen.
Een spreidingsdiagram kan verschillende markeringstypen gebruiken. Standaard gebruikt Tableau het markeringstype Vorm. Afhankelijk van uw data wilt u mogelijk een ander markeringstype gebruiken, zoals een cirkel of een vierkant. Zie [Het type markering in de weergave wijzigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_marktypes.htm) voor meer informatie. Volg deze stappen om spreidingsdiagrammen en trendlijnen te gebruiken om de verkoop met de winst te vergelijken: 1. Open de databron Voorbeeld - Superstore (indien nodig kunt u deze downloaden van de [Tableau Public-pagina met voorbeelddata](https://public.tableau.com/app/learn/sample-data)). 2. Sleep de meetwaarde Verkoop naar Kolommen. Tableau aggregeert de meetwaarde als een som en creëert een horizontale as. 3. Sleep de meetwaarde Winst naar Rijen. Tableau aggregeert de meetwaarde als een som en creëert een verticale as. Meetwaarden kunnen bestaan uit continue numerieke data. Wanneer u het ene getal tegen het andere uitzet, vergelijkt u twee getallen. Het resulterende diagram is analoog aan een cartesiaanse grafiek met x- en y-coördinaten. Nu hebt u een spreidingsdiagram met één markering: ![Een spreidingsdiagram waarin de som van de verkoop en de winst aan de hand van één markering wordt weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/scatter_16.png) 4. Sleep de dimensie Categorie naar Kleur op de kaart Markeringen. Hierdoor worden de data in drie markeringen opgesplitst (één voor elk dimensielid) en worden de markeringen gecodeerd met behulp van kleur. ![Een spreidingsdiagram dat de som van de verkoop en de winst weergeeft aan de hand van drie markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/scatter_18.png) 5. Sleep de dimensie Regio naar Detail op de kaart Markeringen. Nu bevat de weergave nog veel meer markeringen. Het aantal markeringen is gelijk aan het aantal unieke regio's in de databron, vermenigvuldigd met het aantal categorieën. (Als u nieuwsgierig bent, gebruikt u de knop Ongedaan maken op de werkbalk om te zien wat er gebeurt als u de dimensie Regio op **Vorm** zou hebben neergezet in plaats van op Detail.) ![Een spreidingsdiagram van verkoop en winst per productcategorie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/scatter_19.png) 6. Om trendlijnen toe te voegen, sleept u vanaf het venster Analyse het trendlijnenmodel naar de weergave en zet u het vervolgens neer op het modeltype. ![Proces voor het toevoegen van een lineaire trendlijn aan een spreidingsdiagram.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/scatter_22.png) Een trendlijn kan een statistische definitie geven van de relatie tussen twee numerieke waarden. Om trendlijnen aan een weergave toe te voegen, moeten beide assen een veld bevatten dat als een getal kan worden geïnterpreteerd. Dat is per definitie altijd het geval bij een spreidingsdiagram. Tableau voegt drie lineaire trendlijnen toe: één voor elke kleur die u gebruikt om de drie categorieën te onderscheiden. ![Een spreidingsdiagram van verkoop en winst per productcategorie met trendlijnen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/scatter_20.png) 7. Beweeg de cursor over de trendlijnen om statistische informatie te bekijken over het model dat werd gebruikt om de lijn te maken: ![Knopinfo voor een spreidingsdiagram met trendlijnen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/scatter_21.png) Zie [De significantie van de trendlijn beoordelen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/trendlines_add.htm#significance) voor meer informatie. U kunt de trendlijn ook aanpassen om een ander modeltype te gebruiken of om betrouwbaarheidsbanden op te nemen. Zie [Trendlijnen toevoegen aan een visualisatie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/trendlines_add.htm) voor meer informatie. ### Zie ook [Voorbeeld: spreidingsdiagrammen, aggregatie en granulariteit](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm#ExampleScatter) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een staafdiagram maken Gebruik staafdiagrammen om data uit verschillende categorieën te vergelijken. U maakt een staafdiagram door een dimensie op de container Rijen en een meetwaarde op de container Kolommen of andersom te plaatsen. Een staafdiagram maakt gebruik van het markeringstype Staaf. Tableau selecteert dit markeringstype wanneer de dataweergave overeenkomt met een van de twee verderop weergegeven veldindelingen. U kunt extra velden aan deze containers toevoegen. Zie [Staafmarkering](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_marktypes.htm#BarMark) voor meer informatie over het markeringstype Staaf.
Creëert verticale stavenCreëert horizontale staven
De meetwaarde Categorie op de container Kolommen en de meetwaarde Som van winst op de container Rijen.De meetwaarde Som van winst op de container Kolommen en de meetwaarde Categorie op de container Rijen.
Volg deze stappen om een staafdiagram te maken dat de totale verkoop over een periode van vier jaar weergeeft: **Opmerking**: aan het einde van de procedure is een extra stap die u kunt nemen om de totalen bovenaan de staven weer te geven. 1. Maak verbinding met de databron Voorbeeld - Superstore (indien nodig kunt u deze downloaden van de [Tableau Public-pagina met voorbeelddata](https://public.tableau.com/app/learn/sample-data)). 2. Sleep de dimensie Besteldatum naar Kolommen en sleep de meetwaarde Verkoop naar Rijen. Merk op dat de data per jaar worden geaggregeerd en dat er kolomkopteksten verschijnen. De meetwaarde Verkoop wordt geaggregeerd als een som en er wordt een as gemaakt, terwijl de kolomkopteksten naar de onderkant van de weergave worden verplaatst. Tableau gebruikt Lijn als het markeringstype omdat u de datumdimensie hebt toegevoegd. ![Een lijndiagram geeft de opwaartse trend in de verkoop weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bar_1.png) 5. Selecteer op de kaart **Markeringen** Staaf in de vervolgkeuzelijst. ![De vervolgkeuzeoptie Staafdiagram op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bar_2.png) De weergave verandert in een staafdiagram. ![Een staafdiagram met de jaarlijkse verkoopcijfers van 2011 tot en met 2014.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bar_3.png) De markeringen (in dit geval staven) zijn verticaal omdat de as verticaal is. De lengte van elke markering vertegenwoordigt de som van de verkopen voor dat jaar. De werkelijke cijfers die u hier ziet, komen mogelijk niet overeen met de cijfers die u ziet omdat de voorbeelddata van tijd tot tijd veranderen. ![In knopinfo wordt het jaar en de totale verkoop voor de geselecteerde staaf weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bar_4.png) 11. Sleep de dimensie Verzendmodus naar Kleur op de kaart **Markeringen**. De weergave laat zien hoe verschillende verzendmodi hebben bijgedragen aan de totale verkoop in de loop van de tijd. De verhoudingen zien er van jaar tot jaar consistent uit. ![Een gestapeld staafdiagram dat de verkoop per verzendmethode en jaar weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bar_21.png) 14. Sleep de dimensie Regio naar Rijen en zet het neer aan de linkerkant van Verkoop om meerdere assen te produceren voor verkoop per regio. ![Een gestapeld staafdiagram dat de verkoop per regio en jaar weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bar_22.png) 16. Als u alleen data in de regio West wilt bekijken, kunt u de andere regio's uitfilteren. Hiervoor sleept u de dimensie Regio opnieuw, dit keer van het deelvenster Data naar de container Filters. ![Het deelvenster Data, de container Pagina's, de container Filters en de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bar_23.png) 18. Schakel in het dialoogvenster Filter \[Regio\] de selectievakjes Centraal, Oost en Zuid uit en klik vervolgens op OK. ![Een gestapeld staafdiagram dat de verkoop per verzendmethode en jaar voor de regio West weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bar_25.png) Deze weergave geeft u inzicht in uw data, bijvoorbeeld hoe de verzendmodus in de regio West in de afgelopen vier jaar is veranderd. ## Een stap verder: totalen toevoegen aan gestapelde staafdiagrammen Voor het toevoegen van totalen aan de bovenkant van de staven in een diagram hoeft u soms alleen maar op het pictogram Markeringslabels tonen in de werkbalk te klikken. Maar wanneer de staven worden uitgesplitst op kleur of grootte, wordt elk afzonderlijk segment gelabeld, in plaats van het totaal voor de staaf. Met een paar stappen kunt u bovenaan elke staaf een label voor totalen toevoegen, zelfs als de staven onderverdeeld zijn. In de volgende procedure voegt u technisch gezien een referentielijn toe. Maar door die "lijn" op een bepaalde manier te configureren, krijgt u uiteindelijk de gewenste labels. 1. Sleep vanaf het venster Analyse een Referentielijn naar de weergave en zet deze neer op Cel. ![Het deelvenster Analyse met de optie om een aangepaste referentielijn toe te voegen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bar_26.png) 2. Stel in het dialoogvenster de aggregatie voor SUM(Verkoop) in op Som, stel Label in op Waarde en stel Lijn onder Opmaak in op Geen: ![Dialoogvenster voor het bewerken van de referentielijn, band of box van een grafiek.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bar_27.png) Klik vervolgens op OK om het dialoogvenster Referentielijn, band of vak bewerken te sluiten. Uw weergave bevat nu valutatotalen bovenaan elke staaf. ![Een gestapeld staafdiagram geeft de verkoop in de regio West per jaar weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bar_28.png) Mogelijk moet u de weergave aanpassen zodat deze er precies goed uitziet. Als de staven te smal zijn, worden de cijfers afgekapt. Om dit op te lossen, drukt u op Ctrl + rechts op het toetsenbord om de staven breder te maken. Of als u de totalen over de staven wilt centreren (ze zijn standaard links uitgelijnd), doet u het volgende: 6. Klik met de rechtermuisknop op een van de totalen in het staafdiagram en selecteer Opmaak. 7. In het venster Opmaak in het gebied Label referentielijn opent u het besturingselement Uitlijning en selecteert u de optie Centreren voor horizontale uitlijning: ![Dialoogvenster waarin u een referentielijn kunt opmaken en een aangepaste uitlijning voor labels van referentielijnen kunt instellen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bar_29.png) ## Andere resources [Een gegroepeerd staafdiagram maken](http://kb.tableau.com/articles/howto/creation-of-a-grouped-bar-chart?lang=nl-nl) (in het Engels) Een Knowledgebase-artikel met ingesloten video's waarin wordt beschreven hoe u gegroepeerde staafdiagrammen kunt maken, ook wel naast elkaar staande staafdiagrammen genoemd. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een tabelberekening gebruiken in een Tableau-dataverhaal **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. U kunt een Tabelberekening gebruiken als een meetwaarde in een Tableau-dataverhaal naast de meetwaarde die u hebt gebruikt om de tabelberekening te maken. 1. Klik in de kaart Markeringen op de rechterkant van uw veld om een menu te openen en klik op Snelle tabelberekening. ![Het menu dat wordt geopend als u met de rechtermuisknop op een veld in de kaart Markeringen klikt. Snelle tabelberekening is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_quick_tablecalc.png) 1. Nadat u uw tabelberekening hebt gemaakt, sleept u deze naar Meetwaarden in het deelvenster Data en wijzigt u de naam. ![Een animatie van het slepen van de berekening van de container naar het deelvenster Data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_tablecalc_1.gif) 1. Sleep uw oorspronkelijke meetwaarde (bijvoorbeeld Verkoop) terug naar de container Rijen en sleep vervolgens uw nieuwe berekening (bijvoorbeeld Som van verkoop) naar de Knopinfo. Uw visualisatie blijft mogelijk hetzelfde, maar u hebt nu toegang tot de nieuwe meetwaarde. ![Een animatie van het slepen van de meetwaarde naar de container.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_tablecalc_2.gif) 1. Ga naar uw dashboard en sleep het Dataverhaal\-object op het dashboard. Beide meetwaarden verschijnen bij het maken van uw verhaal. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een Tableau-dataverhaal maken (alleen Engels) **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. Als u ooit een uitvoerige samenvatting van uw Tableau-dashboard hebt geschreven, weet u dat dit tijdrovend kan zijn. Het kost tijd om te kiezen welke inzichten u wilt delen, en u moet uw samenvattingen herschrijven telkens wanneer de data worden bijgewerkt. Tableau-dataverhalen genereert automatisch verhalende inzichten binnen uw dashboard, waardoor u tijd bespaart en relevante inzichten naar boven haalt. Terwijl u de visualisaties in uw dashboard verkent, worden de verhalen geschreven door Dataverhalen aangepast, zodat u dieper in de data kunt duiken en sneller belangrijke inzichten kunt identificeren. Van waar u al in Tableau werkt, kunt u snel het Dataverhaal\-object toevoegen aan uw dashboard. En u kunt de termen en statistieken aanpassen die in uw verhaal worden gebruikt, zodat Dataverhalen de taal spreekt die uw bedrijf gebruikt. Tegenwoordig kunt u overal waar u Tableau gebruikt een Tableau-dataverhaal schrijven en bekijken. Nadat u uw verhaal hebt gemaakt, kunt u uw Dataverhaal ook bekijken in Tableau Mobile. Dataverhalen worden echter niet meegenomen als u uw dashboard exporteert, bijvoorbeeld naar een PDF. ## Begrijpen hoe Dataverhalen met data omgaat Voor het schrijven van Dataverhalen maakt Tableau gebruik van een service die wordt gehost in uw Tableau Cloud- of Tableau Server-omgeving. Wanneer u [Een Tableau-dataverhaal toevoegen aan een dashboard](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_create.htm) of een Dataverhaal vanaf een dashboard bekijkt, stuurt Tableau de bijbehorende werkbladdata naar de omgeving waarbij u bent ingelogd (dat wil zeggen uw Tableau Cloud-site of uw Tableau Server-instantie), met behulp van de beveiligingsstandaarden die worden beschreven in [Beveiliging in de Cloud](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_security.htm) en [Beveiliging in Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/security.htm). Dataverhalen kunnen worden geschreven en bekeken vanaf elke plek waar u Tableau gebruikt. ## Meer informatie over het schrijven van Dataverhalen Tableau-dataverhalen wordt aangestuurd door op regels gebaseerde natuurlijke taalgeneratie (NLG). Dataverhalen voert geautomatiseerde analyses uit om relevante en nauwkeurige feiten over de onderliggende data te bepalen, van basisberekeningen tot meer geavanceerde statistieken. Om een verhaal te schrijven, gebruikt Dataverhalen een bibliotheek met vooraf gedefinieerde taalsjablonen om deze feiten te synthetiseren tot inzichten in natuurlijke taal. Dataverhalen verwerkt deze sjablonen tijdens de looptijd, waarbij gebruik wordt gemaakt van de meest up-to-date beknopte data van het Tableau-werkblad waarmee het is verbonden. U kunt gebruik maken van de [aangepaste taalfunctie](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/data_stories_customize.htm) om uw eigen taalsjablonen te genereren, functies toe te voegen en bedrijfsregels te definiëren, zodat u een Dataverhaal kunt opbouwen dat relevanter is en meer context heeft. **Opmerking:** Dataverhalen maakt geen gebruik van generatieve AI, large language models (LLM's) of machine learning om inzichten en verhalen te schrijven. ## Dataverhalen beheren voor uw site Tableau-beheerders kunnen kiezen of Tableau-dataverhalen beschikbaar zijn voor hun site. Dataverhalen zijn standaard ingeschakeld. 1. Meld u aan bij uw Tableau-site. 2. Kies **Instellingen** in het linkerdeelvenster. 3. Scrol vanuit het tabblad **Algemeen** naar de sectie **Beschikbaarheid van Dataverhalen**. 4. Kies of u Dataverhalen wilt **Inschakelen** of **Uitschakelen**. **Opmerking:** Als Dataverhalen zijn uitgeschakeld, worden de Dataverhalen hersteld die al in de dashboards aanwezig waren als u de functie weer inschakelt. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een Tableau-dataverhaal toevoegen aan een dashboard **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. Nadat u klaar bent met [Een dashboard maken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dashboards_create.htm), kunt u het Dataverhaal\-object toevoegen aan uw dashboard om inzichten over uw visualisatie weer te geven die in natuurlijke taal zijn geschreven. Momenteel worden Tableau-dataverhalen alleen in het Engels geschreven en zijn beschikbaar in het Engels in Tableau Cloud, Tableau Server (versie 2023.1 en later) en Tableau Desktop. Er geldt geen limiet voor de datagrootte bij het maken van Dataverhalen. Na 45 seconden treedt er echter een time-out op bij het genereren van verhalen als er veel data worden geanalyseerd. Wij raden u aan om Dataverhalen te gebruiken met visualisaties met 1000 of minder datapunten. **Opmerking:** Tableau-dataverhalen wordt geopend in een pop-upvenster, dus zorg ervoor dat u pop-ups toestaat. Als u de modus Volledig scherm gebruikt, kan Dataverhalen in een nieuw tabblad worden geopend. 1. Sleep het Dataverhaal\-object in uw Tableau-dashboard. Als u dat nog niet hebt gedaan, voeg een blad toe aan uw dashboard om Tableau-dataverhalen te gebruiken. ![Dataverhaal-object met open boekpictogram gevonden in het deelvenster voor bewerken van het dashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_story_object.png) 2. Configureer in het dialoogvenster Dataverhaal uw verhaal door eerst het werkblad te kiezen om over te schrijven. Wanneer u klikt op **Volgende** stuurt Tableau alle bijbehorende werkmapdata naar de Tableau Cloud- of Tableau Server-instantie waarop u bent ingelogd. ![Deelvenster Configureren met opties om te kiezen over welk blad u wilt schrijven](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_story_configure_view.png) 3. Kies de dimensies en meetwaarden die u in uw verhaal wilt opnemen. ![Deelvenster Configureren met de optie om dimensies en meetwaarden te slepen en neer te zetten die u in uw verhaal wilt opnemen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_story_configure_field.png) 4. Kies het type verhaal dat uw data het beste beschrijft: ![Deelvenster Configureren met opties om het type verhaal te kiezen dat het beste bij uw data past: Discreet, Continu, Percentage van geheel of Spreidingsdiagram](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_story_configure_story.png) Discreet is het beste voor kwalitatieve waarden, zoals namen of datums, zoals in staaf- of kolomdiagrammen. Continu is het beste voor kwantitatieve waarden in de loop van de tijd, zoals uitgezet in een lijndiagram. Percentage van geheel is het beste voor de verhoudingen van een geheel, zoals een cirkeldiagram. Spreidingsdiagram is het beste voor relaties tussen numerieke waarden. 5. Klik op Gereed. Om uw Dataverhaal te filteren door op verschillende secties van uw visualisatie te klikken, opent u het menu van uw visualisatie en klikt u op Gebruiken als filter. Nadat uw verhaal is gegenereerd, klikt u op Instellingen bovenaan uw Dataverhaal\-object voor een begeleide ervaring die u helpt uw verhaal te personaliseren en te contextualiseren. Zie [Instellingen voor een Tableau-dataverhaal configureren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_configure_edit.htm) voor meer informatie. **Opmerking:** Als u een discrepantie ervaart in uw Tableau-dataverhaal (bijvoorbeeld als de getallen in uw verhaal anders zijn dan in uw visualisatie), kan dit worden veroorzaakt door de manier waarop uw visualisatie is ingesteld. Probeer een nieuwe visualisatie op een ander blad te maken en voeg vervolgens een nieuw Dataverhaal toe met de techniek [Een verborgen blad gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_more_data.htm#Use) om het onderliggende probleem bloot te leggen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een teksttabel maken In Tableau maakt u doorgaans teksttabellen (ook wel kruistabellen of draaitabellen genoemd) door één dimensie op de container Rijen en een andere dimensie op de container Kolommen te plaatsen. Vervolgens maakt u de weergave compleet door een of meer meetwaarden naar Tekst te slepen op de kaart Markeringen. Een teksttabel gebruikt het markeringstype Tekst. Tableau gebruikt dit markeringstype automatisch als de weergave alleen met dimensies is opgebouwd (ervan uitgaande dat het markeringstype is ingesteld op Automatisch). Zie [Tekstmarkering](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_marktypes.htm#TextMark) voor meer informatie over het markeringstype Tekst. ## Een teksttabel maken met onbewerkte waarden Volg deze stappen om een teksttabel te maken waarin de verkooptotalen per jaar en categorie worden weergegeven: 1. Maak verbinding met de databron **Voorbeeld - Superstore** (indien nodig kunt u deze downloaden van de [Tableau Public-pagina met steekproefdata](https://public.tableau.com/app/learn/sample-data)). 2. Sleep de dimensie Besteldatum naar Kolommen. Tableau aggregeert de datum per jaar en maakt kolomkopteksten. 3. Sleep de dimensie Subcategorie naar Rijen. Tableau maakt rijkopteksten. Kolommen met kopteksten plus rijen met kopteksten betekent dat er nu een geldige tabelstructuur bestaat. Zie [Tabelstructuur definiëren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_tableoptions.htm) voor meer informatie over het wijzigen van de lay-out van rij- en kolomkopteksten. Nu kunt u een meetwaarde aan de weergave toevoegen om de werkelijke data te bekijken. 4. Sleep de meetwaarde Verkoop naar Tekst op de kaart Markeringen. Tableau aggregeert de meetwaarde als een som. ![Een tabel met de verkoop per subcategorie van 2011 tot en met 2014.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/text_3.png) Tableau gebruikt tekst als het markeringstype. Elke cel in de tabel toont de som van de verkoop voor een bepaald jaar en een bepaalde subcategorie. We kunnen zien dat de subcategorieën voor stoelen en telefoons elk jaar de hoogste omzet behaalden. 5. Sleep de dimensie Regio naar Rijen en zet het neer aan de linkerkant van Subcategorie. Er verschijnt een kleine driehoek om aan te geven dat het nieuwe veld links van het bestaande veld wordt ingevoegd. ![Tabel die de verkoop per subcategorie voor 2011 en 2012 illustreert.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/text_8.png) In de weergave wordt de verkoop nu uitgesplitst per regio, naast jaar en subcategorie. Regio's worden alfabetisch weergegeven. ![Een tabel met verkoopdata per regio en subcategorie van 2011 tot en met 2014.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/text_9.png) U kunt Regio naar de rechterkant van Subcategorie slepen om de weergave eerst op subcategorie en vervolgens op regio te ordenen. ![Tabel met de verkoop van kantoorbenodigdheden per subcategorie en regio van 2011 tot en met 2014.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/text_12.png) ## Waarden veranderen in percentages 1. Om een tabelberekening te maken om percentages weer te geven, klikt u met de rechtermuisknop (Control-klik op een Mac) op het veld SOM(Verkoop) op de kaart Markeringen en selecteert u vervolgens Tabelberekening toevoegen. ![Een vervolgkeuzemenu met opties om een tabelberekening op te maken, te filteren of te bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/text_11.png) 2. Stel in het dialoogvenster Tabelberekening Berekeningstype in op Percentage van totaal. De opties in het dialoogvenster veranderen afhankelijk van het type berekening dat u kiest. Zie [Waarden transformeren met tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm) voor meer informatie over het gebruik van tabelberekeningen. ![Een menu met tabelberekeningen voor het berekenen van het percentage van de totale verkoop.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/text_13.png) 3. Selecteer voor de berekeningsdefinitie Deelvenster (omlaag) en sluit vervolgens het dialoogvenster Tabelberekening. Nu zien we percentages berekend in elke regio, per jaar in elke subcategorie. Het totaal van de percentages in elk deelvenster (het gemarkeerde gebied) is 100%. ![Een tabel die de som van de verkoop per subcategorie weergeeft voor elk jaar van 2020 tot en met 2022.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/text_14.png) Deelvenster (omlaag) is de juiste keuze omdat u zo opgeeft dat de berekening verticaal binnen elk deelvenster van de tabel of per jaar moet worden uitgevoerd. De tabel heeft twee verticale dimensies, dus Tabel (omlaag) zou het percentage van het totaal van boven naar beneden voor de hele tabel hebben berekend, waarbij de dimensie Subcategorie wordt genegeerd. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/text_14_tabledown.png "Een tabelberekening ter illustratie van Tabel (Omlaag)") Deelvenster zou een berekening uitvoeren voor het hele deelvenster, over de jaren heen: ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/text_14_pane.png "Een tabelberekening die Deelvenster weergeeft") [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een treemap maken Gebruik treemaps om gegevens in geneste rechthoeken weer te geven. U gebruikt dimensies om de structuur van de treemap te definiëren en meetwaarden om de grootte of kleur van de afzonderlijke rechthoeken te bepalen. Treemaps zijn relatief eenvoudige datavisualisaties met een aantrekkelijke opmaak die inzicht kunnen bieden. De basisbouwstenen voor een treemap zijn als volgt: - **Markeringstype**: Automatisch of Vierkant - **Kleur**: Dimensie of meetwaarde - **Formaat**: Meetwaarde - **Label** of Detail: Dimensie(s) Volg de onderstaande stappen om een treemap te maken die de verzamelde verkooptotalen voor een reeks productcategorieën weergeeft. 1. Maak verbinding met de databron Voorbeeld - Superstore (indien nodig kunt u deze downloaden van de [Tableau Public-pagina met steekproefdata](https://public.tableau.com/app/learn/sample-data)). 2. Sleep de dimensie Subcategorie naar Kolommen. Er wordt een horizontale as met productcategorieën weergegeven. 3. Sleep de meetwaarde Verkoop naar Rijen. Tableau aggregeert de meetwaarde als een som, maakt een verticale as en geeft een staafdiagram weer, het standaard diagramtype als er een dimensie op de container Kolommen en een meetwaarde op de container Rijen is. 4. Klik op de werkbalk Laten zien en selecteer vervolgens het treemapgrafiektype. ![Een selectietool voor diagrammen waarmee het diagramtype Treemap wordt gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tree_1.png) Tableau geeft de volgende treemap weer: ![Een treemap illustreert de verkoop van verschillende subcategorieën voor kantoorbenodigdheden, waarbij telefoons en stoelen als bestverkopende producten zijn gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tree_2_10.0.png) In deze treemap worden zowel het formaat als de kleur van de rechthoeken bepaald door de waarde van Verkoop. Hoe groter de som van de verkopen voor elke categorie, hoe donkerder en groter het vak hiervoor. 5. Sleep de dimensie Verzendmodus naar Kleur op de kaart Markeringen. In de weergave die vervolgens wordt getoond, wordt met Verzendmodus de kleur van de rechthoeken bepaald en worden deze in vier hiermee overeenkomende afzonderlijke gebieden gesorteerd. Met Verkoop wordt het formaat van de rechthoeken bepaald: ![Een treemapdiagram waarin de verkoop in verschillende subcategorieën van producten wordt weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tree_3_10.0.png) 6. Probeer een andere optie om de treemap te wijzigen: klik op de knop **Ongedaan maken** om Verzendmodus uit de weergave te verwijderen. 7. Sleep de meetwaarde Winst naar Kleur op de kaart Markeringen. Nu wordt met Winst de kleur van de rechthoeken en met Verkoop het formaat daarvan bepaald: ![Een treemapdiagram dat subcategorieën van producten weergeeft op basis van hun totale winst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tree_4_10.0.png) Bij treemaps zijn Formaat en Kleur de cruciale elementen. U kunt meetwaarden plaatsen op Formaat en Kleur, maar als u dat ergens anders doet, heeft dat geen effect. Treemaps kunnen een willekeurig aantal dimensies bevatten, waaronder één of zelfs twee dimensies die op Kleur zijn geplaatst. Verder wordt de kaart echter door het toevoegen van dimensies alleen maar in een steeds groter aantal kleinere rechthoeken opgedeeld. Zie [Voorbeeld – Meerdere velden op kleur](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties_color_ex1.htm) voor informatie over het plaatsen van twee dimensies op Kleur in een treemap. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een veld converteren naar een datumveld Verschillende databases slaan datumvelden op enigszins verschillende manieren op. Tableau doet zijn best bij het interpreteren van de datumvelden, maar soms wordt een veld in Tableau geïmporteerd als een tekstreeks of numeriek veld. Als dit gebeurt, zijn er een aantal stappen die we kunnen nemen om het probleem op te lossen. > [!TIP] > > de volgende informatie betreft het wijzigen van het datatype van een veld in een datum. Zie [Aangepaste datumopmaak](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dates_custom_date_formats.htm) als u een bestaand datumveld wilt opmaken en wilt bepalen hoe het in een visualisatie wordt weergegeven. ## Datumvelden verifiëren Een datumveld kan worden weergegeven als een tekenreeks, met een pictogram voor het datatype Abc![Tekst of tekenreekswaarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/symbol_text_row.png). Wanneer datums worden geïnterpreteerd als tekenreeksen, verliest u alle functies en gemakken van het werken met datumvelden, zoals het weergeven van meer details, het gebruik van datumberekeningen en het schakelen tussen continue en discrete meetwaarden. Als uw datums niet correct worden geïnterpreteerd, voert u de volgende stappen uit: 1. [Wijzig het datatype van het veld](#type) 2. [Maak een berekening met de functie DATEPARSE](#dateparse) 3. [Maak een berekening met de functie DATE](#date) ## Wijzig het datatype van het veld De eerste stap bij het oplossen van een probleem met de interpretatie van datumvelden is ervoor zorgen dat het datatype is ingesteld op Datum of Datum en tijd. 1. In het venster Databron of Data klikt u op het pictogram Datatype voor het datumveld en wijzigt u het datatype in Datum of Datum en tijd. ![In een vervolgkeuzemenu worden de datatypen voor een veld weergegeven, waarbij de optie voor datum en tijd is gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dateparse_type.png) 2. Bekijk de data in de weergave of het venster Databron. Als u veel null-waarden ziet, retourneert u het datatype naar Tekenreeks en gaat u verder naar [Maak een berekening met de functie DATEPARSE](#dateparse) om het probleem op te lossen. ![Null-waarden worden weergegeven in het scherm Databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dateparse_example_3.png "Er zijn null-waarden aanwezig.") ## Maak een berekening met de functie DATEPARSE Datums worden opgeslagen in een vrijwel oneindige reeks notaties. Sommige datumvelden bevatten het jaar vóór de maand, andere scheiden de delen van de datum met een punt en weer andere gebruiken een combinatie van notaties. Wanneer Tableau een datumveld niet kan interpreteren, kan dit komen doordat de specifieke notatie niet kan worden vertaald. Met de functie DATEPARSE kunt u duidelijk definiëren welke delen van uw veld welke delen van een datum zijn. In wezen maakt u dus een kaart die Tableau kan gebruiken om de tekenreeks naar een datumveld te vertalen. Deze kaart wordt de notatie genoemd. **Opmerking:** Deze functie is beschikbaar via de volgende connectors: niet-verouderde Excel- en tekstbestandsverbindingen, Amazon EMR Hadoop Hive, Cloudera Hadoop, Google Spreadsheets, Hortonworks Hadoop Hive, MapR Hadoop Hive, MySQL, Oracle, PostgreSQL en Tableau-extracten. Sommige notaties zijn mogelijk niet voor alle verbindingen beschikbaar. DATEPARSE wordt niet ondersteund op Hive-varianten. Alleen Denodo, Drill en Snowflake worden ondersteund. ### De DATEPARSE-berekening maken 1. Inspecteer de huidige notatie van uw datumveld. Let op waar de maanden, jaren, uren en dagen in uw veld worden weergegeven. U hebt deze informatie nodig voor de functie DATEPARSE.
Datumparseringsformule met onderdelen van de formule gelabeld als A, B, C en D.

A. Dag van maand

B. Maand

C. Jaar

D. Uur, minuut, seconde, milliseconde, periode

2. Klik met uw rechtermuisknop op uw datumveld in het venster Dimensies en selecteer Maken > Berekend veld. 3. Schrijf in het dialoogvenster de functie DATEPARSE. De functie DATEPARSE bestaat uit twee delen: de notatie en de tekenreeks. De tekenreeks is het veld dat u wilt converteren. Dit moet een veld zijn met het datatype Tekenreeks ![Tekst of tekenreekswaarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/symbol_text_row.png).
Data-analyseformule met onderdelen van de formule gelabeld als A en B.

A. Notatie

B. Tekenreeks

De indeling is de richtlijn die Tableau zal gebruiken om de tekenreeks als datum te interpreteren. Elk deel van een datum- of tijdtekenreeks heeft een bijbehorend symbool, zoals te zien is in de onderstaande tabel. De notatie moet exact overeenkomen met de manier waarop de datum wordt weergegeven. Als er bijvoorbeeld één jaarcode ('Y') wordt gebruikt terwijl de tekenreeks een 2-cijferige jaarcode heeft ('26'), kan de berekening mogelijk null-waarden opleveren. Opmerking: De uitzondering op de notatie die de weergegeven tekenreeks exact dupliceert, is dat lange delen van datums ('september') kunnen worden opgemaakt met vier symbolen ('september' = 'MMMM'). De notatie moet alle spaties, streepjes en andere niet-alfanumerieke symbolen bevatten om de tekenreeks correct te kunnen interpreteren. ### Symbolen datumveld
Gedeelte van datumSymboolVoorbeeld van uitvoer
Jaar

yy

y, yyyy

Y

26

2026

2026 (gebruikt voor kalenders gebaseerd op de weken van het jaar)

Kwartaal van jaar

Q

QQ

QQQ

QQQQ

2

02

Q2

2de kwartaal

Maand

M

MM

MMM

MMMM

9

09

Sep

September

Week van het jaarw, ww47
Dag van week

E, EE, EEE

EEEE

EEEEE

Ma

Maandag

M

Dag van maand

d

dd

1, 15

01, 15

Dag van jaar (1-365)D23, 143

Uur (1-12)

h

hh

8

08

Uur (0-23)

H

HH

8

08

Minuut

m

mm

8

08

Seconde in een minuut

s

ss

5

05

Fractie van seconde

S

SS

SSS

SSSS

2

23

235

2350

Milliseconden per dagA34532
Periode (ochtend of avond)a, aa, aaaAM, am, PM
Tijdzone

z, zz, zzz

zzzz

Z, ZZ, ZZZ

ZZZZ

PDT

Pacific Daylight Time

-0800

PST-08:00

Zie [Overzicht datum- en tijdopmaak voor internationale componenten](https://unicode-org.github.io/icu/userguide/format_parse/datetime/) (in het Engels) voor de Unicode-pagina voor een volledige lijst met datumsymbolen. **Opmerking:** bepaalde datumopmaak wordt niet door alle databases en bestandstypen ondersteund. 4. Controleer uw notatie aan de hand van de tekenreeks die wordt weergegeven in Tableau. Als de symbolen en notatie correct zijn, selecteert u OK om het nieuwe berekende veld te maken. Het berekende veld fungeert in uw weergave als datumveld. ![Een diagram van de DATEPARSE-functie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dateparse_example_6.png "Vergelijk de notatie met de tekenreeks.") ### Hyper-extracten Voor .hyper-extractdatabronnen worden de symbolen gedefinieerd door het Unicode Consortium. Ga voor meer informatie naar [Opmaaksyntaxis in de DATEPARSE-functie voor extractdatabronnen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dates_custom_date_formats.htm#dateparse) om een subset van veldtypen en symbolen te zien die kunnen worden gebruikt met de functie DATEPARSE in .hyper-extracten. ### Overwegingen voor landinstelling De functie DATEPARSE is afhankelijk van de landinstelling die is opgegeven door uw computerinstellingen om de tekenreeksen die u wilt converteren te interpreteren en vervolgens weer te geven. Met andere woorden: de landinstelling heeft invloed op de vraag of een bepaalde notatie kan worden herkend. Dit betekent dat als een notatie niet wordt ondersteund door de landinstelling, er mogelijk een null-waarde of geen waarde wordt geretourneerd. Stel dat u bijvoorbeeld de volgende tekenreeks in uw data hebt: `12Sep2026:9:8:8.6546` De waarden die door de functie DATEPARSE voor deze tekenreeks worden geretourneerd, verschillen per landinstelling. In de Engelse landinstelling krijgt u een bepaalde waarde, maar voor de Japanse landinstelling krijgt u geen waarde. In dit geval wordt er geen waarde geretourneerd omdat de Japanse landinstelling 'Sep' niet herkent. **Datum/tijd-waarde** | Engelse landinstelling | Japanse landinstelling | | --- | --- | | #9/12/2026 9:08:09 AM# | \- | Zoals bij alle datums zal Tableau, nadat u de functie DATEPARSE hebt gebruikt om een tekenreeks naar een datum/tijd-type te converteren, standaard de datum/tijd-waarde weergeven in de standaardnotatie van uw landinstelling. Als de landinstelling verandert, kan het resultaat van de functie DATEPARSE uw nieuwe datum/tijd-waarde in een andere notatie weergeven. ## Maak een berekening met de functie DATE Als de functie DATEPARSE niet beschikbaar is voor de data waarmee u werkt of als het veld dat u probeert te converteren een getaldatatype is, kunt u in plaats daarvan de functie DATE gebruiken. De functie DATE converteert een getal, tekenreeks of datumexpressie naar een datumtype. Wanneer u een berekening maakt die de functie DATE gebruikt, maakt Tableau een nieuw veld in uw Tableau-databron waarmee u kunt communiceren met uw datumdata als een datum. Om datumwaarden te produceren uit een getal, tekenreeks of datumexpressie met behulp van de functie DATE, moet Tableau de componenten van de tekenreeks in datumdelen kunnen interpreteren. Nadat de componenten van de datum zijn geïdentificeerd, gebruikt Tableau de landinstelling van de computer om de standaardnotatie van de datum te bepalen. Stel bijvoorbeeld dat de tabel waarmee u werkt een kolom met datumdata bevat met de naam 'Originele datum'.De kolom 'Originele datum' is een tekenreekstype. - **Originele datum**: 03Jan2026, 05Jan2026, 07Mar2026, 19Mar2026, 30Apr2026 In dit geval kunt u een berekend veld maken met de naam 'Nieuwe datum', dat een expressie in een functie DATE gebruikt om de tekenreekswaarden in het veld 'Originele datum' te converteren naar datumwaarden. `DATE (LEFT([Original Date], 2) + "/" + MID([Original Date],3,3) + "/" + RIGHT([Original Date],4))` Voor dit voorbeeld bestaat de datumexpressie uit de functie LEFT om de dagcomponent te isoleren, de functie MID om de maandcomponent te isoleren en de functie RIGHT om de jaarcomponent te isoleren. De berekening 'Nieuwe datum' levert de volgende kolom op: - **Nieuwe datum**: 1/3/2026, 1/5/2026, 3/7/2026, 3/19/2026, 4/30/2026 In dit voorbeeld zijn de nieuwe datumwaarden gebaseerd op een Engelse landinstelling en standaardnotatie. ## Zie ook [Aangepaste datumopmaak](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dates_custom_date_formats.htm) [Datums opmaken met weken en jaren volgens ISO-8601](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dates_custom_date_formats_week.htm) [Datumfuncties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_date.htm) [Alle functies (per categorie): Datum](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_categories.htm#Date) [De functie STR() negeert de standaardnotatie voor datum en getal](http://kb.tableau.com/articles/Issue/str-function-ignores-date-and-number-formatting?lang=nl-nl) (Tableau-knowledgebase) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een veld opsplitsen in meerdere velden Als uw data tekenreeksvelden bevatten met meerdere afzonderlijke stukjes informatie (bijv. de voor- en achternaam van een klant), kunt u de waarden mogelijk opsplitsen in afzonderlijke velden. ![Een veld dat is verdeeld in twee kolommen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/split.png) In Tableau Desktop kunt u opties voor splitsen gebruiken om waarden te scheiden op basis van een scheidingsteken of een herhaald patroon van waarden die in elke rij aanwezig zijn. In het voorbeeld van Customer Name is het algemene scheidingsteken een spatie (‘ ’) tussen de voor- en achternaam. ## Optie Zoek de spliting Tableau Desktop, maar niet webbewerking in browsers, bevat een menuoptie voor automatische of aangepaste splitsingen. Deze is gebaseerd op de tekenreeksfunctie SPLIT. Deze kan ook handmatig in een berekening worden gebruikt voor volledige controle over de splitsing. Niet alle databronnen ondersteunen SPLIT. U kunt zien of uw data de [SPLIT-functie](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_string.htm#SPLIT) ondersteunen door de menuopties Splitsen en Aangepast splitsen aan te vinken: - Controleer op de pagina Databron het menu voor Splitsen en Aangepast splitsen. ![Een contextmenu van een veld met de optie om te splitsen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/split_split_command.png) - Controleer in het deelvenster Data op een werkblad het menu voor Transformeren > Splitsen en Aangepast splitsen. ![Het rechtermuisknopmenu voor een veld in het deelvenster Data met weergave van splitsing en aangepaste splitsing onder de optie Transformeren](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/split_data_pane.jpg) ### Splitsen op het web Webauthoring ondersteunt het splitsen vanuit een menu niet. Om data te splitsen terwijl u in de browser werkt, kunt u handmatig een SPLIT-berekening maken. Zie [Alternatieven voor splitsen vanuit het menu](#Alternat). ## Gesplitste velden Een tekenreeksveld kan automatisch worden gesplitst op basis van een gemeenschappelijk scheidingsteken dat Tableau in het veld detecteert. U kunt de splitsing ook handmatig definiëren Afhankelijk van het verbindingstype kunnen bij een splitsing de waarden van een veld automatisch worden gesplitst in maximaal tien nieuwe velden. ### Een veld automatisch splitsen **Klik op de pagina Databron** in het raster op de vervolgkeuzepijl naast de veldnaam en selecteer vervolgens Splitsen. **Klik in het deelvenster Data** met de rechtermuisknop op het veld dat u wilt splitsen en selecteer vervolgens Transformeren > Splitsen. De resultaten van de splitsing zijn standaard berekende velden die u net als elk ander berekend veld kunt bewerken of verwijderen. Het datatype van de nieuwe velden die door de splitsing worden gegenereerd, kan variëren, afhankelijk van de patrooncombinatie die Tableau detecteert. ### Een veld splitsen met aangepast splitsen Gebruik de optie 'Aangepast splitsen' voor meer controle over de splitsing. U kunt het scheidingsteken opgeven en de waarden splitsen bij de eerste N keer dat het scheidingsteken voorkomt, de laatste N keer dat het scheidingsteken voorkomt of bij alle keren dat het scheidingsteken voorkomt. **Klik op de pagina Databron** in het raster op de vervolgkeuzepijl naast de veldnaam. Selecteer Aangepast splitsen. **Klik vanuit het deelvenster Data** met de rechtermuisknop op het veld dat u wilt splitsen en selecteer vervolgens Transformeren > Aangepast splitsen. De nieuwe velden die door de aangepaste splitsing worden gegenereerd, resulteren altijd in het datatype tekenreeks. **Opmerking:** in sommige gevallen wordt het dialoogvenster Aangepast splitsen weergegeven als het genereren van nieuwe velden door de automatische splitsing te lang duurt of als Tableau geen gemeenschappelijk scheidingsteken kan vinden. Aangepast splitsen is handig wanneer het aantal scheidingstekens per waarde verschilt. In deze gevallen kan automatisch splitsen niet worden gebruikt. Stel bijvoorbeeld dat het veld Employee Info de volgende waarden bevatt: - jsmith| accounting | north - dnguyen | humanresources - lscott | recruiting| west - karnold |recruiting |west De aangepaste splitsing kan zodanigen geconfigureerd dat er wordt gesplitst op het pijpteken (‘|’) en dat alle kolommen worden afgesplitst. Voor de waarde zonder regio is het derde resultaatveld voor die rij null (nietig). ![Dialoogvenster Aangepast splitsen met een pijpteken als scheidingsteken en de optie om alle kolommen af te splitsen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/split_custom.jpg) ### Alternatieven voor splitsen vanuit het menu **Handmatig splitsen met de SPLIT-functie** De SPLIT-functie werkt op een vergelijkbare manier als een aangepaste splitsing. Maar er wordt slechts één resultaatveld per berekening geretourneerd. U definieert het scheidingsteken en geeft aan welke waarde moet worden geretourneerd door een tokennummer op te geven. Om bijvoorbeeld Customer Name te splitsen in First en Last Name, maakt u twee berekende velden: - First Name: `SPLIT([Customer Name], " ", 1)` - Last Name: `SPLIT([Customer Name], " ", 2)` Het voorbeeld met Employee Info (zoals ‘jsmith| accounting | north’) zou drie berekende velden gebruiken: - Username: `SPLIT([Employee Info], |, 1)` - Department: `SPLIT([Employee Info], |, 2)` - Region: `SPLIT([Employee Info], |, 3)` Zie de [SPLIT-functie](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_string.htm#SPLIT) voor meer informatie. **Handmatig splitsen met de functies LEFT en RIGHT** Als u een specifiek deel van een tekenreeks wilt extraheren in plaats van deze te splitsen op basis van een scheidingsteken, kunt u de functies LEFT en RIGHT gebruiken. Deze retourneren alleen een deel van de tekenreeks op basis van een opgegeven aantal tekens. Als de waarde van een rij bijvoorbeeld IGW8892 is:
BerekeningResultaat
RIGHT([Value], 4)8892
LEFT([Value], 4)IGW8
LEFT(RIGHT([Value], 2) , 1)9
Zie LEFT en RIGHT in [Tekenreeksfuncties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_string.htm) voor meer informatie. **Gebruik reguliere expressies voor velden die gemengde scheidingstekens bevatten** Velden kunnen niet automatisch worden gesplitst als de scheidingstypen verschillend zijn. Stel bijvoorbeeld dat het veld de volgende waarden bevatt: - smith.accounting - dnguyen-humanresources - lscott\_recruiting - karnold\_recruiting In dergelijke gevallen kunt u overwegen om reguliere expressies te gebruiken om de gewenste informatie te extraheren. Zie [Aanvullende functies (Regex, Hadoop Hive, Google BigQuery)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_additional.htm) voor meer informatie. ## Werken met splitsingen en aangepaste splitsingen Waar u op moet letten bij het werken met splitsingen en aangepaste splitsingen. - Nieuwe velden kunnen niet worden gebruikt als sleutels om tabellen samen te voegen, maar kunnen wel worden gebruikt om databronnen te mengen. - Nieuwe velden kunnen niet worden gebruikt een draaipuntdiagram. - Opties voor Splitsen en Aangepast splitsen worden niet ondersteund voor sets, groepen, parameters en bins. - Microsoft SQL Server staat maximaal vier gesplitste velden toe. - Als u meer dan tien nieuwe velden wilt genereren, kunt u overwegen om meerdere keren te splitsen. U kunt splitsen nogmaals gebruiken voor een veld uit de eerste splitsing dat nog steeds meerdere stukjes informatie bevat. ## Problemen met splitsingen en aangepaste splitsingen oplossen Bekende problemen die u kunt ondervinden bij het gebruik van splitsingen en aangepaste splitsingen: - **Opties voor splitsen en aangepast splitsen ontbreken voor een ondersteund databrontype:** opties voor splitsen en aangepast splitsen zijn alleen beschikbaar voor velden met het datatype tekenreeks. - **Null-waarden:** nadat u een splitsing of een aangepaste splitsing hebt gemaakt, kunnen nieuwe velden null-waarden of helemaal geen waarden bevatten. Null-waarden of lege cellen ontstaan wanneer er geen waarden zijn voor de verwachte nieuwe velden. - **Data zijn verwijderd:** Tableau kan delen van de veldwaarden als scheidingsteken gebruiken. Als een deel van de waarde van een veld als scheidingsteken wordt gebruikt, worden die waarden niet meer in de nieuwe velden weergegeven. Bijvoorbeeld:
Oorspronkelijke waardeWaarden van gesplitste velden
Zip-9810298102
Zip-9810998109
Zip-9811998199
Zip-9819598195
Bij het splitsen wordt er geen apart veld voor 'Zip-' aangemaakt, omdat die hele tekenreeks als scheidingsteken wordt gebruikt. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een veld toevoegen aan de primaire databron Datacombinatie is een methode voor het combineren van data. Bij datacombinatie worden de data in de primaire databron aangevuld met de data in de secundaire databron. In gevallen waarin u mogelijk slechts _een deel_ van de data in de secundaire databron nodig hebt, kunt u een primaire groep maken om alleen de velden die u nodig hebt in de primaire databron te plaatsen. Hierdoor is geen secundaire databron meer nodig. Hierdoor wordt de werkmap kleiner en kunnen prestaties verbeteren. Stel dat u twee databronnen hebt: Superstore en Population. De databron Superstore bevat veel data. Maar het belangrijkste is dat deze data bevat over staten en de regio waaraan elke staat is gekoppeld. De databron Population bevat data over de staat en de bevolkingsomvang, maar niet over regio's. In dit geval kunt u de databronnen Population en Superstore samenvoegen om een primaire groep te maken. Vervolgens kunt u het veld Regio uit de databron Superstore overnemen in de databron Bevolking. Hierdoor is de databron Superstore helemaal niet meer nodig. ### Om twee databronnen te combineren en een primaire groep te creëren 1. Download en open de volgende werkmap van Tableau Public. 1. Ga naar [https://public.tableau.nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/BringaFieldintothePrimaryDataSource/Sheet1](https://public.tableau.nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/BringaFieldintothePrimaryDataSource/Sheet1). 2. Klik op Werkmap downloaden in de rechterbovenhoek en open vervolgens de werkmap. In de werkmap bevindt de dimensie Status zich al in de container Rijen. Hierdoor wordt dit het eerste veld in de weergave en wordt de databron Populatie ingesteld als primaire databron voor het werkblad. De databron Superstore is ook opgenomen in de werkmap en fungeert als secundaire databron. 2. Selecteer in het deelvenster Data Superstore en sleep vervolgens de dimensie Region naar de container Rijen en plaats deze vóór State. In de weergave worden de regio's uit de databron Superstore (secundair) en de staten in de databron Population (primair) weergegeven die aan die regio's zijn gekoppeld. Er zijn twee staten, Alaska en Hawaï, in de databron Population (primair) die niet aan een specifieke regio zijn gekoppeld. Deze twee staten worden toegewezen aan een 'null'-regio. ![Een tabel met Alaska en Hawaï toegewezen aan de regio Null.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/create-primary-group-null.png) 3. Klik met de rechtermuisknop op het veld Region in de container Rijen uit de Superstore-databron (secundair) en selecteer Primaire groep maken... 4. Sleep in het dialoogvenster Groep bewerken Alaska en Hawaï (vanuit het gebied 'null') naar de regio **West**. Door deze taak worden de staten in de databron Population (primair) in de regio 'null' toegewezen aan een regio. ![Het dialoogvenster Groep bewerken om Alaska van de groep Zuid naar de groep West te verplaatsen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/create-primary-group-edit-group.png) 5. Klik op OK om het dialoogvenster Groep bewerken te sluiten. 6. Selecteer in het deelvenster Data de databron State (secundair). Nu ziet u een nieuw groepsveld in de databron Population (primair) met de naam State (group). 7. Sleep de dimensie **State (group)** over de dimensie Region in de container Rijen om deze te vervangen. 8. Sleep de meetwaarde 2016 Population naar de container Kolommen om de bevolking te bekijken op basis van de regio's uit de (secundaire) databron Superstore. 9. (Optioneel) U kunt de databron Superstore (secundair) sluiten en vervolgens doorgaan met uw analyse. U kunt de databron of werkmap ook publiceren zonder de secundaire databron. Dit komt doordat het veld dat u gebruikte uit de secundaire databron **Regio**, wordt vervangen door het primaire groepsveld dat u in de primaire gegevensbron hebt gemaakt. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een verbinding aanpassen en afstemmen Met gebruik van een TDC-bestand kunt u aanpassingen maken aan de parameters van een verbindingstekenreeks en aan de mogelijkheden van de verbinding. Dit geldt voor zowel ODBC- als JDBC-verbindingen. Als u een op JDBC gebaseerde verbinding aanpast, kunt u ook de parameters van een verbindingstekenreeks in een eigenschappenbestand aanpassen. Zie [Een eigenschappenbestand gebruiken om een JDBC-verbinding aan te passen](#Using) voor meer informatie. Belangrijk: u kunt TDC-bestanden gebruiken om de functionaliteit van een verbinding aan te passen of om verbindingsproblemen met uw data te diagnosticeren en op te lossen. Tableau is niet in staat niet elke mogelijke wijziging die u in deze bestanden kunt aanbrengen grondig te testen. Het maken en gebruiken van TDC-bestanden vereist handmatige bewerking en het is van cruciaal belang om ze grondig te testen voordat u ze in een productieomgeving implementeert. ## Een TDC-bestand gebruiken om een verbinding aan te passen **Opmerking**: U kunt slechts één TDC-bestand per connector gebruiken. Als er meerdere TDC-bestanden naar dezelfde connector verwijzen, wordt er slechts één toegepast. TDC-bestanden (Tableau Datasource Customization) zijn XML-bestanden met de bestandsnaamextensie TDC. Deze bestanden worden gebruikt om Tableau-specifieke instellingen aan te passen. Voor een ODBC-gebaseerde verbinding kunt u ook een TDC-bestand gebruiken om delen van de ODBC- en SQL-standaarden te definiëren die het ODBC-stuurprogramma ondersteunt. Een TDC-bestand bevat een leveranciersnaam, een stuurprogrammanaam en een sectie `` (omvat ook de klasse). Voor een ingebouwde connector moeten de naam van de leverancier en het stuurprogramma overeenkomen met de klassenaam van de connector. Normaal gesproken komt de naam van de leverancier overeen met de naam van het stuurprogramma. Er worden twee algemene klassenamen gebruikt voor de Other Databases-connectors: - Voor de connector van andere databases (JDBC) is de klassenaam 'genericjdbc'. - Voor de connector van andere databases (ODBC) is de klassenaam 'genericodbc'. Als een bestaand werkmap- of databronbestand al een ingeschakelde aanpassingssectie heeft, gebruikt Tableau alleen de daardoor gedefinieerde aanpassingen, en niet de aanpassingen die in het TDC-bestand zijn gedefinieerd. ### Structuur van een TDC-bestand Elk TDC-bestand volgt deze basisstructuur: ... Een TDC-bestand bestaat uit drie hoofdonderdelen: - Variabelen voor het aanpassen van de verbinding - Namen van leverancier en stuurprogramma - De aanpassingen zelf Het deel `connection-customization` bevat het volgende: - **klasse**: de databron waarmee u verbinding wilt maken en die u wilt aanpassen. - **ingeschakeld**: geeft aan of de aanpassingen voor de TDC-bestandsverbinding worden toegepast. In het TDC-bestand altijd ingesteld op ’true’. - **versie**: Tableau negeert het versienummer. Het volgende gedeelte is van cruciaal belang omdat het de leveranciersnaam en de naam van het stuurprogramma van de databaseprovider voor de databron van dit TDC-bestand identificeert. Elk TDC-bestand kan aan maximaal één databrontype worden gekoppeld. Voor onze eigen databronnen moeten deze namen overeenkomen met de naam van de databronklasse. Bijvoorbeeld ’teradata’ voor onze Teradata-verbindingen. Voor ODBC-databronnen moeten de leveranciersnaam en de naam van het stuurprogramma van het TDC-bestand overeenkomen met wat door de database en het stuurprogramma aan Tableau wordt gemeld. Bijvoorbeeld respectievelijk ‘SQLite’ en ’SQLite3 ODBC-stuurprogramma’. In het laatste gedeelte worden de daadwerkelijke verbindingsaanpassingen vermeld. Hier zijn twee voorbeelden van TDC-bestanden: ten eerste een generieke ODBC-verbinding en ten tweede een wijziging van een native Salesforce-verbinding. Houd er rekening mee dat deze slechts ter illustratie dienen en dat de vermelde aanpassingen niet zijn geselecteerd om een specifiek doel te bereiken. ## Een eigenschappenbestand gebruiken om een JDBC-verbinding aan te passen Eigenschappenbestanden worden door JDBC gebruikt en rechtstreeks doorgegeven aan het JDBC-stuurprogramma. Dit zijn platte-tekstbestanden met de bestandsnaamextensie “PROPERTIES”. Ze bevatten sleutelwaardeparen voor elke verbindingsparameter. Het gebruik van een eigenschappenbestand met een JDBC-verbinding is vergelijkbaar met het gebruik van de parameter `odbc-connect-string-extras` in een TDC-bestand voor ODBC-verbindingen. **Opmerking:** Een eigenschappenbestand moet de indeling Latin-1 hebben (zie [https://en.wikipedia.org/wiki/.properties](https://en.wikipedia.org/wiki/.properties)). Zolang het bestand echter alleen ASCII-tekens bevat, kunt u het bestand veilig opslaan in UTF-8-indeling zonder een BOM (byte order mark). Plaats elk sleutelwaardepaar in het bestand op een eigen regel, zonder scheidingsteken. Geef het bestand dezelfde naam als de corresponderende connector, maar met de bestandsnaamextensie PROPERTIES. Het eigenschappenbestand voor de SAP HANA-connector zou bijvoorbeeld 'saphana.properties' zijn. ## TDC- en eigenschappenbestanden installeren Nadat een aanpassingsbestand (TDC- of eigenschappenbestand) is gemaakt, moet het in specifieke 'Databronnen'-directory's worden geplaatst, zodat het door Tableau-producten kan worden gevonden en gebruikt. Als gebruikers bijvoorbeeld inhoud publiceren van Tableau Desktop naar Tableau Server, moeten de aanpassingen naar beide productdirectory's worden gekopieerd. Nadat het bestand naar de juiste directory's is gekopieerd, moet Tableau (en alle knooppunten als Tableau Server wordt gebruikt) opnieuw worden opgestart om de wijzigingen door te voeren. Zie hieronder het directorypad in een standaardinstallatie. #### Paden voor Tableau-desktoptoepassingen - Bureaublad/Windows: `C:\Users\myuser\My Tableau Repository\Datasources` - Bureaublad/Mac: `~/Documents/My Tableau Repository/Datasources` - Prep Builder/Windows: `C:\Users\myuser\Documents\My Tableau Prep Repository\Datasource` - Prep Builder/Mac: `~/Documents/My Tableau Prep Repository/Datasources` - Bridge/Windows: `C:\Users\myuser\Documents\My Tableau Bridge Repository\Datasources` - Bridge/Linux: `/root/Documents/My_Tableau_Bridge_Repository/Datasources/` #### Tableau Server-paden **Opmerking:** Aanpassingsbestanden moeten voor elk gebruikt serverknooppunt naar de juiste directory worden gekopieerd. - **Windows**: - Server: `C:\Program Files\Tableau\Tableau Server\data\tabsvc\vizqlserver\Datasources C:\Program Files\Tableau\Tableau Server\packages\bin.` - Virtuele verbindingen: `C:\Program Files\Tableau\Tableau Server\data\tabsvc\minerva\Datasources` - Prep-flows: `C:\Program Files\Tableau\Tableau Server\data\tabsvc\flowprocessor\Datasources` - Prep-webauthoring: `C:\Program Files\Tableau\Tableau Server\data\tabsvc\flowminerva\Datasources` - **Linux**: - Server: `/var/opt/tableau/tableau_server/data/tabsvc/vizqlserver/Datasources/` - Virtuele verbindingen: `/var/opt/tableau/tableau_server/data/tabsvc/minerva/Datasources/` - Prep-flows: `/var/opt/tableau/tableau_server/data/tabsvc/flowprocessor/Datasources/` - Prep-webauthoring: `/var/opt/tableau/tableau_server/data/tabsvc/flowminerva/Datasources/` Nadat u de aangepaste TDC- of eigenschappenbestanden op de juiste locatie hebt opgeslagen en de toepassingen opnieuw hebt opgestart, worden de bestanden toegepast op alle verbindingen voor hetzelfde databrontype. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een verhaal maken Maak uw betoog overtuigender door te laten zien hoe feiten met elkaar samenhangen en hoe beslissingen verband houden met uitkomsten. Vervolgens kunt u uw verhaal op internet publiceren of aan een doelgroep presenteren. Elk verhaalpunt kan gebaseerd zijn op een ander overzicht of dashboard. Het is ook mogelijk dat het hele verhaal gebaseerd is op dezelfde visualisatie, bekeken in verschillende fasen, met verschillende filters en aantekeningen. ## Een verhaalpunt maken 1. Klik op het tabblad Nieuw verhaal. ![Het pictogram Nieuw verhaal.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_new_story.png) Tableau opent een nieuw verhaal als startpunt: ![Het scherm Nieuw verhaal.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_new_screen.png) 2. Kies in de linkerbenedenhoek van het scherm een formaat voor uw verhaal. Kies uit een van de vooraf gedefinieerde formaten of stel een aangepast formaat in pixels in: ![Stel een vaste verhaalgrootte in.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_size.png) **Opmerking:** kies het formaat waarin uw verhaal bekeken wordt, en niet het formaat waarin u het schrijft. 3. Standaard krijgt uw verhaal de naam van het werkblad. Om dit te bewerken, klikt u met de rechtermuisknop op het tabblad van het blad en kiest u Bladnaam wijzigen. Als u Tableau Desktop gebruikt, kunt u een verhaal ook een andere naam geven door op de titel te dubbelklikken. 4. Om te beginnen met het maken van uw verhaal, dubbelklikt u op een werkblad aan de linkerkant om het toe te voegen aan een verhaalpunt. In Tableau Desktop kunt u werkbladen ook naar uw verhaalpunt slepen. ![Een gebiedstijdlijn dat naar het verhaalcanvas wordt gesleept.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_first_point.png) Wanneer u een blad aan een verhaalpunt toevoegt, blijft dat blad verbonden met het oorspronkelijke blad. Als u het originele werkblad wijzigt, worden uw wijzigingen automatisch doorgevoerd in de verhaalpunten die het werkblad gebruiken. Als u Tableau Cloud gebruikt voor webauthoring en voor het originele werkblad is Automatische updates pauzeren ingeschakeld, blijft het verhaalblad leeg totdat automatische updates worden hervat. 5. Klik op Een bijschrift toevoegen om het verhaalpunt samen te vatten. In Tableau Desktop kunt u een belangrijk punt benadrukken voor uw lezers door een tekstobject naar het werkblad van het verhaal te slepen en een opmerking te typen. 6. Om de hoofdgedachte van dit verhaalpunt verder te benadrukken, kunt u een filter wijzigen of een veld in de weergave sorteren. Sla vervolgens uw wijzigingen op door te klikken op Bijwerken op de verhaalwerkbalk boven het navigatievak: ![Het pictogram Verhaal bijwerken](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_update_or_revert.png) 7. Voeg een ander verhaalpunt toe door een van de volgende handelingen uit te voeren: - Klik op Leeg om een nieuw blad te gebruiken voor het volgende verhaalpunt. ![Proces om een nieuw verhaalpunt te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_new_blank_point.png) - Begin met het aanpassen van een verhaalpunt en klik op **Opslaan als nieuw** in de werkbalk boven het navigatievak. ![Het pictogram Opslaan als nieuw verhaal.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_update_saveasnew.png) - Klik op Dupliceren om het huidige verhaalpunt te gebruiken als basis voor een nieuw verhaalpunt. ## Lay-outopties verkennen U kunt het uiterlijk van uw verhaal verfijnen met de opties op het tabblad Lay-out. 1. Klik op het tabblad Lay-out. 2. Kies een navigatiestijl die het beste bij uw verhaal past en toon of verberg de pijlen voor de volgende en vorige pagina. ![Het tabblad Lay-out van Tableau Story.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_layout_navigation.png) ## Een verhaal opmaken ### Grootte van bijschriften wijzigen (alleen Tableau Desktop) Soms is de tekst in een of meer van uw bijschriften te lang voor de hoogte van de navigator. In dit geval kunt u de grootte van de bijschriften verticaal en horizontaal aanpassen. 1. Selecteer een bijschrift in de navigator. 2. Versleep de rand naar links of rechts om de grootte van het bijschrift horizontaal aan te passen, versleep de rand naar beneden om de grootte verticaal aan te passen of selecteer een hoek en sleep diagonaal om de grootte van het bijschrift zowel horizontaal als verticaal aan te passen. Alle bijschriften in de navigator worden naar de nieuwe grootte bijgewerkt. ![Het bijschrift voor het wijzigen van de grootte van een verhaalpunt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_format4.png) Wanneer u de grootte van een bijschrift wijzigt, kunt u alleen de linker-, rechter- of onderrand van het bijschrift selecteren. ### Een dashboard aan een verhaal aanpassen U kunt een dashboard precies op de grootte van een verhaal aanpassen. Als uw verhaal bijvoorbeeld precies 800 bij 600 pixels is, kunt u het dashboard verkleinen of vergroten zodat het in die ruimte past. Klik op het vervolgkeuzemenu **Formaat** en selecteer het verhaal waarin u het dashboard wilt laten passen. ![Een dashboard passend maken voor een verhaal.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_format9.png) ### De arcering, titel en tekstobjecten van een verhaal opmaken (alleen Tableau Desktop) Selecteer in het deelvenster **Verhaal opmaken** Notatie\> Verhaal. ![Het deelvenster Verhaal opmaken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_quick5.png) ### Alle opmaak wissen (alleen Tableau Desktop) - Om een verhaal terug te zetten naar de standaardinstellingen voor opmaak, klikt u op de knop Wissen onderaan het deelvenster **Verhaal opmaken**. - Om één enkele opmaakinstelling te wissen, klikt u met de rechtermuisknop (Windows) of klikt u met Control (macOS) op de opmaakinstelling die u ongedaan wilt maken in het deelvenster **Verhaal opmaken**. Selecteer vervolgens Wissen. Als u bijvoorbeeld de uitlijning van de titel van het verhaal wilt wissen, klikt u met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op **Uitlijning** in het deel **Titel** en selecteert u vervolgens Wissen. ![Alle opmaak voor een verhaal wissen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_format5.png) ## Een verhaalpunt verwijderen Klik op de X in de werkbalk boven het bijschrift van het punt: ![Een optie om een verhaalpunt te verwijderen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_delete_storypoint.png) ## Uw verhaal presenteren 1. Klik in Tableau Desktop op de knop Presentatiemodus ![Het pictogram Huidig.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_present_icon.png) op de werkbalk. Of [publiceer het verhaal](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/publish_workbooks_share.htm) naar Tableau Cloud of Tableau Server en klik op de knop Volledig scherm in de rechterbovenhoek van de browser. 2. Om door uw verhaal te bewegen, klikt u op de pijl rechts van de verhaalpunten. Of gebruik in Tableau Desktop de pijltjestoetsen op uw toetsenbord. 3. Om de presentatie- of volledige schermmodus af te sluiten, drukt u op **Esc**. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een versneller maken voor Tableau Exchange Tableau-versnellers zijn vooraf gebouwde dashboards waarmee gebruikers hun analyse in Tableau een vliegende start kunnen geven. Met een versneller kunnen gebruikers hun eigen data koppelen aan een robuust dashboard dat specifiek is ontworpen voor hun branche of toepassing en dit gebruiken om hun data te onderzoeken. Een goede versneller vertelt een verhaal dat inzicht geeft in bedrijfsproblemen en dat gebruikers helpt om vragen over hun data te beantwoorden. Versnellers kunnen worden gedownload op [Tableau Exchange](https://exchange.tableau.com/) en, in een beperkte subset, op [Salesforce AppExchange](https://appexchange.salesforce.com/appxSearchKeywordResults?keywords=Tableau%20Accelerator). Versnellers zijn zonder extra kosten beschikbaar en gebruikers hoeven hun informatie niet te delen om een versneller te downloaden. Zie [Versnellers gebruiken om data snel te visualiseren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accelerators.htm) voor informatie over het gebruik van een versneller. ## Wie kan een versneller bouwen? Alleen beheerde [Salesforce-partners](http://salesforce.com/partners) kunnen versnellers bijdragen aan Tableau Exchange. Raadpleeg het [Salesforce-partnerprogramma](https://www.salesforce.com/partners/become-a-partner/) voor informatie over hoe u een Salesforce-partner kunt worden. Als u geen partner bent, kunt u nog steeds een werkmap maken die als een versneller functioneert en deze publiceren op [Tableau Public](https://public.tableau.com/), maar u kunt de versneller niet opnemen in Tableau Exchange. Als u een versneller hebt gemaakt, garandeert dat niet dat deze op Tableau Exchange wordt vermeld. Versnellers die door partners zijn gebouwd, moeten worden goedgekeurd en de inhoud van de versneller moet relevant zijn voor Tableau-gebruikers. U werkt samen met een partneraccountmanager om de specifieke vereisten voor versnellers te begrijpen en om uw eigen versnellers klaar te maken voor Tableau Exchange. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een visualisatie maken door velden naar de weergave te slepen De basisstructuur voor elke weergave bestaat uit dimensie- en meetwaardevelden die in de containers Rijen en Kolommen en op verschillende eigenschappen op de kaart Markeringen worden geplaatst. U maakt visualisaties door velden uit het deelvenster Data aan de weergave toe te voegen. Wanneer u een visualisatie maakt, kunt u zoveel velden toevoegen aan de verschillende delen van de weergave als nodig is. U kunt deze velden vervolgens verplaatsen terwijl u uw data verkent. ## Verschillende manieren om een weergave te maken Wanneer u een weergave maakt, voegt u velden toe uit het deelvenster Data. U kunt dit op verschillende manieren doen. Bijvoorbeeld: - Sleep velden uit het deelvenster Data en plaats ze op de kaarten en in de containers die deel uitmaken van elk Tableau Desktop\-werkblad. - Dubbelklik op een of meer velden in het deelvenster Data. - Selecteer een of meer velden in het deelvenster Data en kies vervolgens een diagramtype uit Laten zien, waarmee de diagramtypen worden weergegeven die geschikt zijn voor de velden die u hebt geselecteerd. Zie [Laten zien gebruiken om met een weergave te beginnen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildauto_showme.htm) voor meer informatie. - Plaats een veld op het raster Veld hier neerzetten om een weergave te gaan maken vanuit een tabelweergave. ![Een tabel met drie locaties met het label Veld hier neerzetten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dropFieldHere.png) Als u data in Tableau gaat verkennen, zult u ontdekken dat er veel manieren zijn om een weergave te maken. Tableau is zeer flexibel en ook erg vergevingsgezind. Als u tijdens het maken van een weergave op een doodlopend spoor bent beland, kunt u altijd teruggaan naar een vorig punt in uw verkenning. - Als u iets ongedaan wilt maken of opnieuw wilt uitvoeren, klikt u op de werkbalk op Ongedaan maken ![Een pijl die naar links wijst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/undo.png) of Opnieuw ![Het pictogram Opnieuw.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/redo.png). U kunt alle voorgaande bewerkingen ongedaan maken tot de laatste keer dat u de werkmap opende. U kunt bewerkingen een onbeperkt aantal keren ongedaan maken of opnieuw uitvoeren. ## Basisprincipes voor slepen Wanneer u begint met het maken van een nieuwe dataweergave op een leeg werkblad, kunt u een veld uit het deelvenster Data slepen en het rechtstreeks in de weergave plaatsen, in plaats van in een container. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/wwd_fieldshelf.png) In Tableau Desktop kunt u, tijdens het slepen van velden, met de muis over de verschillende gebieden in de weergave bewegen om te zien hoe het veld in de structuur van de weergave wordt opgenomen. Met dimensies worden bijvoorbeeld doorgaans rij- en kolomkoppen aan de weergave toegevoegd, terwijl met meetwaarden continue assen worden toegevoegd. Hieronder ziet u enkele voorbeelden van het toevoegen van velden aan de weergave: - Dimensies voegen kopteksten toe en hebben een blauw gebied voor neerzetten - Meetwaarden voegen assen toe en hebben een groen gebied voor neerzetten - Met 'Laten zien' wordt het veld automatisch toegevoegd volgens de best practices ![Drie containers met gebieden voor het neerzetten van velden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dragfields6.png) Zie [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor een uitgebreide bespreking van dimensies en meetwaarden. Wanneer u een veld op een van de actieve gebieden in de weergave neerzet, wordt het veld toegevoegd aan de weergave en ook aan een van de containers of kaarten. In de onderstaande weergave is bijvoorbeeld de dimensie Segment toegevoegd aan de container Rijen en is de meetwaarde Winst toegevoegd aan de container Kolommen en automatisch geaggregeerd, zodat de waarden in de data worden opgeteld. ![Een horizontaal staafdiagram geeft de winst per segment weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dragfields7.png) U kunt velden natuurlijk ook rechtstreeks naar de containers slepen in plaats van naar de actieve gebieden in de weergave. U kunt ook velden van de ene container naar de andere container slepen. Als u een veld uit een container wilt verwijderen, sleept u het van het werkblad of selecteert u Verwijderen in het menu van het veld. Dit wordt weergegeven wanneer u met de rechtermuisknop (of op een Mac met de Control-toets) op een veld in de weergave klikt. In Tableau Desktop kunt u ook snel meerdere velden uit een container verwijderen door met de rechtermuisknop (of op een Mac met de Control-toets) op de container te klikken en Container wissen te selecteren. ## Kopteksten toevoegen U kunt kopteksten toevoegen aan een weergave door een discrete (blauwe) dimensie te verslepen en deze aan een van de zijden van een bestaande koptekst of links van een as neer te zetten. In de onderstaande weergave kunt u bijvoorbeeld de dimensie Regio toevoegen door deze te slepen en op verschillende plaatsen neer te zetten. ![Een gif met de resultaten van verschillende neerzetzones voor een dimensie](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/addfield1_1.gif) Wanneer u de muis over de weergave beweegt, geeft een zwarte stippellijn actieve gebieden aan waar u kopteksten kunt toevoegen. ## Assen toevoegen U kunt assen toevoegen door een continue (groene) meetwaarde te verslepen en neer te zetten in een actief gebied in de weergave. Als de weergave al een as bevat, kunt u de bestaande as vervangen, de nieuwe meetwaarde combineren met de bestaande as of een secundaire as toevoegen. ### De bestaande as vervangen Sleep de nieuwe meetwaarde naar het gedeelte linksboven in de as in de weergave. U ziet een kleine vierkante zone voor het neerzetten. Ook ziet u een pictogram voor één as. Dat geeft aan dat er één as wordt weergegeven als u de meetwaarde neerzet. In dit geval vervangt u één meetwaarde (Verkoop) door een andere (Winst). ![Een gif van het vervangen van de meetwaarde Verkoop door de meetwaarde Winst door deze op de as te plaatsen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/addfield3.gif) ### De meetwaarden combineren op één as U kunt meerdere meetwaarden op één as weergeven door de nieuwe meetwaarde rechtstreeks naar de bestaande as te slepen en daar neer te zetten. Bij het combineren van meetwaarden worden de velden Namen van meetwaarden en Meetwaarden gebruikt. Zie [Meetwaarden en namen van meetwaarden](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_understanddatawindow_meavalues.htm) voor meer informatie. In de onderstaande afbeelding voegt u een tweede meetwaarde (Winst) toe aan de bestaande meetwaarde (Verkoop) op de as. ![een lijndiagram met een pijl van het deelvenster Data naar het neerzetgebied van de verticale as](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/addfield2-1.png) Het resultaat is een weergave waarbij beide meetwaarden langs één as zijn uitgezet. In dit geval wordt Verkoop oranje weergegeven en Winst blauw. ![een lijndiagram met twee lijnen, één oranje en één blauwe](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/addfield2-2.png) ### Een dubbele as toevoegen Sleep het veld naar de rechterkant van de weergave om de meetwaarde als een dubbele as toe te voegen. Dubbele assen zijn handig als u twee velden met verschillende schalen wilt vergelijken. In dit geval zou het combineren van de twee assen het beeld vertekenen. In plaats daarvan kunt u een dubbele as toevoegen. ![een lijndiagram met een pijl van het deelvenster Data naar de rechterrand van het neerzetgebied van de visualisatie](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/addfield7_1.png) Het resultaat is een weergave met twee assen, waarbij de as Winst overeenkomt met de blauwe lijn en de as Verkoop overeenkomt met de oranje lijn. ![een lijndiagram met dubbele as met twee lijnen (één oranje en één blauwe) en twee assen, één aan de linkerkant en één aan de rechterkant](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/addfield7_2.png) ### Dubbele assen gebruiken - U kunt maximaal vier assen aan de weergave toevoegen: twee in de container Kolommen en twee in de container Rijen. - Als u een meetwaarde wilt omzetten in een dubbele as, klikt u met de rechtermuisknop (op een Mac met de Control-toets) op een veld in de container Rijen of in de container **Kolommen** en selecteert u Dubbele as. - Als u twee assen wilt synchroniseren (waarbij u beide verticale assen behoudt, maar hun schalen synchroniseert), klikt u met de rechtermuisknop op de rechteras (in dit geval Winst) en selecteert u As synchroniseren. - Als u de volgorde van de stapeling van de markeringen wilt wijzigen, klikt u met de rechtermuisknop op een van beide assen en selecteert u Markeringen naar voren verplaatsen of Markeringen naar achteren verplaatsen. ## Rijen en kolommen opnieuw ordenen U kunt de rijen en kolommen in de weergave opnieuw ordenen door de volgorde van de velden in de containers Rijen en Kolommen te wijzigen of door de selectierand voor kopteksten of een as te verslepen. ![kopteksten opnieuw rangschikken door ze in de weergave te slepen en de volgorde van velden op de container Rijen om te wisselen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/addfield8-1.gif) ## Automatisch velden toevoegen aan de weergave door te dubbelklikken Tableau ondersteunt een aanvullende methode voor het automatisch genereren van dataweergaven. Deze methode wordt Automatisch dubbelklikken genoemd. Als u deze methode wilt toepassen, dubbelklikt u op de gewenste velden in het deelvenster Data. Tableau voegt elk veld automatisch toe aan de weergave. Dus na elke keer dubbelklikken wordt een extra veld op een intelligente manier aan een container toegevoegd. Net als bij Laten zien maakt deze functie gebruik van het vermogen van Tableau om een intelligente inschatting te maken van de wijze waarop de gegevens moeten worden weergegeven. Met dubbelklikken wordt soms een weergave gemaakt die u zonder verdere wijzigingen kunt gebruiken. Vaker nog biedt het een beginpunt, dat u vervolgens kunt aanpassen om het ideale resultaat te krijgen. 1. Als u dubbelklikt op de meetwaarde Winst in het deelvenster Data , wordt dat veld automatisch op een intelligente manier aan de weergave toegevoegd. ![een staafdiagram van de winst](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/doubleclick1.png) 2. Als u dubbelklikt op de dimensie Categorie in het deelvenster Data , wordt dat veld automatisch aan de weergave toegevoegd op basis van het feit dat Winst al is opgenomen in de container Rijen. ![Een staafdiagram dat de winst per categorie weergeeft](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/doubleclick2.png) 3. Als u dubbelklikt op de dimensie Besteldatum in het deelvenster Data wordt dat veld automatisch toegevoegd aan de container Kolommen op basis van de plaatsing van andere velden in de weergave. Wanneer u dubbelklikt op velden, worden ze achtereenvolgens aan de weergave toegevoegd. De volgorde waarin u op velden klikt, bepaalt het type weergave dat wordt gemaakt. ![Een lijndiagram dat de winst in de loop der jaren weergeeft voor meubilair, kantoorbenodigdheden en technologie](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/doubleclick3.png) In de volgende tabel worden enkele regels beschreven die worden toegepast bij het maken van automatische weergaven door te dubbelklikken op velden in het deelvenster Data .
TeksttabelAls u eerst een dimensie toevoegt, wordt er een teksttabel (of kruistabel) gemaakt. Bij alle daaropvolgende klikken op velden wordt de teksttabel verfijnd.
StavenAls u eerst een meetwaarde en vervolgens een dimensie toevoegt, wordt er een weergave met een staafdiagram gemaakt. Bij alle daaropvolgende klikken wordt de weergave met staafdiagram verfijnd, tenzij een datumdimensie wordt toegevoegd. In dat geval wordt de weergave gewijzigd in een lijn.
LijnAls u een meetwaarde en vervolgens een datumdimensie toevoegt, wordt er een lijnweergave gemaakt. Bij alle daaropvolgende klikken wordt de lijnweergave verfijnd.
Continue lijnAls u een continue dimensie en vervolgens een meetwaarde toevoegt, wordt er een weergave met een continue lijn gemaakt. Bij daaropvolgende dimensies wordt de weergave met een continue lijn verfijnd. Bij daaropvolgende meetwaarden worden kwantitatieve assen toegevoegd aan de weergave.
SpreidingsdiagramAls u een meetwaarde en vervolgens een andere meetwaarde toevoegt, wordt er een weergave met een spreidingsdiagram gemaakt. Bij daaropvolgende dimensies wordt de weergave met spreidingsdiagram verfijnd. Bij daaropvolgende meetwaarden wordt een spreidingsmatrix gemaakt.
KaartenAls u een geografisch veld toevoegt, wordt er een weergave gemaakt met een kaart met lengte- en breedtegraad als assen en het geografische veld in de container Detailniveau. Bij daaropvolgende dimensies worden rijen toegevoegd aan de weergave. Bij daaropvolgende meetwaarden wordt de kaart verder verfijnd door formaat- en kleurcodering toe te voegen.
## Andere resources [Een basisweergave maken om uw data te verkennen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/getstarted_buildmanual_ex1basic.htm) [Veelgebruikte grafiektypen maken in dataweergaven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dataview_examples.htm) ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een weergave kleur geven met groepen Naast het corrigeren van datafouten en het combineren van dimensies, kunt u groepen van gerelateerde markeringen visueel identificeren door markeringen rechtstreeks te selecteren. Deze methode is vooral handig wanneer u werkt met een spreidingsdiagram of een weergave zonder kopteksten die u kunt selecteren bij het definiëren van de groep. 1. Houd de CTRL\- of Shift\-toets op het toetsenbord ingedrukt om een of meer markeringen in de weergave te selecteren. Gebruik op een Mac de Shift\-toets. 2. Voer een van de volgende handelingen uit om een groep te maken: - Voor Tableau Desktop klikt u op de werkbalk op de knop Groeperen ![Een bijlagepictogram in de vorm van een paperclip en een pictogram voor het contextmenu.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ad-hoc1.png) of klikt u met de rechtermuisknop en selecteert u Groeperen. - Voor Tableau Server of Tableau Cloud klikt u in de knopinfo op het pictogram Groeperen. ![Een spreidingsdiagram met twee clusters van datapunten, één linksonder en één rechtsboven. Het bijlagepictogram wordt aangegeven met een highlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ad-hoc14.png) De geselecteerde markeringen worden gegroepeerd en alle andere leden worden gecombineerd in de categorie 'Overige'. Het nieuwe groepsveld wordt automatisch toegevoegd aan Kleur. Zie [Een groep Overige opnemen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_groups_creating.htm#Include) voor meer informatie over het groeperen van velden met behulp van Overige. ![Een spreidingsdiagram dat de relatie tussen winst en verkoop weergeeft, gesegmenteerd per subcategorie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ad-hoc15.png) **Opmerking:** als er al velden in Kleur aanwezig waren, worden ze verplaatst naar Details en vervangen door het groepsveld. Wanneer u groepen maakt door markeringen te selecteren, is het mogelijk dat de markeringen meerdere dimensies aanduiden. U hebt bijvoorbeeld een spreidingsdiagram dat de verkoop versus winst per regio en subcategorie weergeeft. In dat geval geeft een selectie van markeringen leden van zowel de dimensie Regio als de dimensie Subcategorie aan. Wanneer de selectie meerdere dimensies bevat, kunt u in het menu Groeperen kiezen om te groeperen op Alle dimensies of op een bepaalde dimensie. ![Een spreidingsdiagram met knopinfo met daarin bijlageopties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ad-hoc16.png) In het bovenstaande voorbeeld duiden de vijf geselecteerde markeringen een regio en de volgende subcategoriecombinaties aan. - West, kopieerapparaten - West, mappen - West, accessoires - Oost, kopieerapparaten - Centraal, kopieerapparaten - Zuid, kunst - Zuid, enveloppen - Zuid, etiketten - West, enveloppen - West, etiketten In de onderstaande weergaven worden de resultaten getoond van het groeperen van deze meetwaarden in Alle dimensies, Subcategorie en Regio.
Alle dimensiesSubcategorieRegio
Een spreidingsdiagram dat de relatie tussen winst en verkoop weergeeft, gesegmenteerd per subcategorie.Een spreidingsdiagram met twee clusters van datapunten.Een spreidingsdiagram is een visuele weergave van de correlatie tussen winst en verkoop, waarbij regionale verschillen worden aangeduid met een kleurcode.
De vijf markeringen worden samengevoegd en de resterende markeringen worden toegevoegd aan de categorie 'Overige'.Alle markeringen die aan een van de drie subcategorieën zijn gekoppeld, worden gecombineerd en de rest wordt toegevoegd aan de categorie 'Overige'.Alle markeringen die bij de vier regio's horen, worden gecombineerd en de rest wordt toegevoegd aan de categorie 'Overige'.
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Esri-connector U kunt in Tableau verbinding maken met een Esri (ArGIS)-server en ArcGIS Online. De connector roept de REST API voor de Esri Services Directory aan om naar alle MapServer- en FeatureServer-services te gaan. U kunt afzonderlijke lagen uit de gevonden services selecteren. Deze worden dan gedownload en in een extract opgeslagen. **Opmerking:** in Tableau 2022.1 is de connector voor de Esri ArcGIS-server vervangen door de Esri-connector. De werkmappen die u met de Esri ArcGIS-server hebt gemaakt (waaronder gepubliceerde werkmappen) blijven normaal werken. Al deze werkmappen zijn gebaseerd op extracten die onbeperkt geldig zijn. U kunt nieuwe werkmappen maken met de Esri-connector. ## Het vereiste stuurprogramma downloaden Voor de Esri-connector moet een stuurprogramma worden geïnstalleerd. Als het stuurprogramma niet op de hostcomputer is geïnstalleerd, wordt in het verbindingsdialoogvenster een link naar [Stuurprogramma's downloaden](https://www.tableau.com/nl-nl/support/drivers) weergegeven. Op alle Tableau Cloud-sites is het stuurprogramma al geïnstalleerd. ## Verbinding maken met Esri Services Er zijn twee manieren om verbinding te maken met Esri-services met de Esri-connector: met een niet-geverifieerde (openbare) ArcGIS-server of met ArcGIS Online met behulp van OAuth-verificatie. ### Niet-geverifieerde ArcGIS-server Gebruik deze methode als uw Esri-server openbaar toegankelijk is. Er zijn duizenden van dergelijke eindpunten, waarvan er vele [hier worden vermeld](https://mappingsupport.com/p/surf_gis/list-federal-state-county-city-GIS-servers.pdf). U kunt lagen op uw Esri-server zo instellen dat ze openbaar toegankelijk zijn. Volg dit voorbeeld: 1. Installeer het stuurprogramma vanaf Tableau Desktop of Tableau Server. 2. Start Tableau en selecteer onder Verbinding maken de optie Esri. Als u in Tableau Cloud of Tableau Server weergaven maakt of bewerkt, selecteert u Nieuwe werkmap > Connectors > Esri. 3. Verander de waarde onder `Connect to` in `A public-facing ArcGIS server.` 4. U kunt voor de ArcGIS-server in dit voorbeeld de volgende URL gebruiken: `https://services.arcgis.com/P3ePLMYs2RVChkJx/ArcGIS/rest/services/AGOL_Base_2018_Final/FeatureServer` 5. Selecteer Aanmelden (maakt u zich geen zorgen, want u meldt zich niet daadwerkelijk aan.) 6. Er worden lagen weergegeven die geografische detailniveaus aangeven. Dubbelklik op Regio. 7. Navigeer naar Blad 1. (Tableau maakt een extract van de laag.) 8. Versleep (of dubbelklik op) het veld Vorm op het canvas. Er wordt een kaart weergegeven met regio's in de VS. 9. Sleep het veld Gemiddelde leeftijd naar Kleur op de kaart Markeringen. Er wordt een choropletenkaart van de gemiddelde leeftijd uit de volkstelling van 2018 weergegeven. ### OAuth (Tableau Desktop en Tableau Cloud) Gebruik de methode met OAuth als u een account hebt in ArcGIS Online en hierin data hebt opgeslagen. U kunt lagen uit uw account ophalen door uw referenties in te voeren in het dialoogvenster van de Esri-connector. 1. Installeer het stuurprogramma vanuit Tableau Desktop (zie hierboven). 2. Start Tableau en selecteer onder Verbinding maken de optie Esri. Als u in Tableau Cloud of Tableau Server weergaven maakt of bewerkt, selecteert u Nieuwe werkmap > Connectors > Esri. 3. Selecteer Aanmelden. 4. Geef uw Esri-referenties op in de browser en selecteer opnieuw Aanmelden. 5. Er wordt een lijst weergegeven met services die beschikbaar zijn in uw account. ### OAuth (Tableau Server) Als u de methode met OAuth wilt gebruiken om vanuit Tableau Server verbinding te maken met ArcGIS Online, moet u eerst zowel het ArcGIS Online-account als Tableau Server configureren. #### ArcGIS Online configureren 1. Maak een account voor ArcGIS-ontwikkelaaar. 2. Registreer een nieuwe OAuth-toepassing volgens de instructies die worden beschreven op de [ArcGIS-website](https://developers.arcgis.com/documentation/mapping-apis-and-services/security/tutorials/register-your-application/). 3. Geef de omleidings-URL op als `https:///auth/add_oauth_token` 4. Noteer de omleidings-URL, client-ID en het clientgeheim, want deze hebt u nodig om Tableau Server te configureren. ![Het vak voor OAuth 2.0-referenties met velden voor client-ID, clientgeheim, tijdelijk token en omleidings-URL's](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/esri_oauth_credentials.png) #### Tableau Server configureren 1. Scrol vanuit Instellingen naar OAuth-clientregister. 2. Selecteer OAuth-client toevoegen. 3. Selecteer in Verbindingstype de optie Esri. 4. Vul de omleidings-URL, client-ID en het clientgeheim in uit de eerder genoemde ArcGIS Online-configuratiestap. 5. Sla uw wijzigingen in de instellingen op. ![vak voor het maken van een OAuth-client met de velden Verbindingstype, Provider, Instantie-URL, client-ID, Clientgeheim en Omleidings-URL](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/esri_oauth_create_client.png) ## Problemen met Esri-verbindingen oplossen **Opmerking:** het is belangrijk dat u het meest recente stuurprogramma gebruikt (versie 0.73.0 of hoger). ArcGIS Server-lagen met grote geometrische waarden worden mogelijk niet gedownload of het downloaden kan lang duren. ### Bekende beperkingen - Wanneer u een OAuth-verbinding gebruikt, worden alleen items in het gebruikersaccount van de eigenaar weergegeven. - De Esri-connector biedt geen ondersteuning voor definitiequery's. De geselecteerde laag wordt daarom in zijn geheel gedownload. - De Esri-connector biedt geen ondersteuning voor live-verbindingen en maakt altijd een extract. Een verpakte werkmap met een ArcGIS-verbinding kan worden geopend in Tableau-versies lager dan 2022.1, maar u kunt het extract niet vernieuwen. - De connector zoekt alleen naar de servicetypen MapServer en FeatureServer. - De connector negeert de typen esriFieldTypeBlob en esriFieldTypeRaster. - De geometrietypen van Esri zijn beperkt tot de volgende: - esriGeometryPoint - esriGeometryMultipoint - esriGeometryLine - esriGeometryPath - esriGeometryPolyline - esriGeometryPolygon - esriGeometryEnvelope - Als de ArcGIS-server meerdere lagen of tabellen met identieke namen binnen een service bevat, wordt er slechts één weergegeven. ## Zie ook - [Databronnen instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_prepare.htm): voeg meer data toe aan deze databron of bereid uw data voor voordat u deze analyseert. - [Diagrammen maken en data analyseren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/design_and_analyze.htm): Begin met uw data-analyse. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Excel In dit artikel wordt beschreven hoe u Tableau verbindt met Microsoft Excel-bestandsdata en de databron instelt. De Excel-connector is voor .xls- en .xlsx-bestanden. Gebruik de connector voor tekstbestanden om verbinding te maken met een CSV-bestand. ## Verbinding maken en de databron instellen 1. Nadat u Tableau hebt geopend, klikt u onder Verbinding maken op Microsoft Excel. 2. Selecteer de Excel-werkmap waarmee u verbinding wilt maken en klik vervolgens op Openen. 3. Doe het volgende op de databronpagina: 1. (Optioneel) Selecteer de standaard databronnaam boven aan de pagina en voer vervolgens een unieke databronnaam in voor gebruik in Tableau. Gebruik bijvoorbeeld een naamgevingsconventie voor databronnen waarmee andere gebruikers van de databron kunnen bepalen met welke databron ze verbinding moeten maken. 2. Als uw Excel-bestand één tabel bevat, klikt u op het tabblad van het werkblad om uw analyse te starten. Gebruik aangepaste SQL om verbinding te maken met een specifieke query in plaats van met de hele databron. Zie [Verbinding maken met een aangepaste SQL-query](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/customsql.htm) voor meer informatie. U kunt ook verbinding maken met een benoemd bereik of een Excel-tabel (ook wel een Excel-lijst genoemd), op dezelfde manier als u verbinding maakt met een werkblad. Zowel het benoemde bereik als de Excel-tabel functioneren als een tabel in Tableau. Wanneer u verbinding maakt met een benoemd bereik of een Excel-tabel in Tableau, wordt er naast het werkblad op de pagina Databron een pictogram weergegeven. ![Een lijst met spreadsheets: Bestellingen, Retourzendingen, Gebruikers en Hoogtepunten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/named_range.png) U kunt met meerdere Excel-werkmappen tegelijk verbinding maken, zolang elke verbinding in de databron een unieke naam heeft. **Opmerking:** Tableau ondersteunt geen draaitabellen in Excel. ### Voorbeeld van een Microsoft Excel-databron Hieronder ziet u een voorbeeld van een Microsoft Excel-databron. ![Hieronder ziet u een voorbeeld van een Microsoft Excel-databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_excel1_public.png) ## Meer data verkrijgen U kunt meer data in uw databron opnemen door meer tabellen toe te voegen of verbinding te maken met data in een andere database. - **Meer data toevoegen vanuit het huidige bestand:** sleep vanuit het linkerdeelvenster extra tabellen naar het canvas. - **Meer data toevoegen vanuit verschillende databases:** klik in het linkerdeelvenster op Toevoegen naast Verbindingen. Hiermee kunt u een verbinding met een andere database of ander bestand tot stand brengen. De standaardmethode voor het combineren van meerdere tabellen in Tableau is het gebruik van relaties. Zie [Relaties gebruiken voor data-analyse met meerdere tabellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_multitable_normalized.htm) voor meer informatie. U kunt ook een join maken voor tabellen of tabellen verenigen. Zie [De databron plannen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_plan.htm#Methods) voor meer informatie. ## Excel-tabelopties instellen Excel-tabelopties zijn afgestemd op de verbinding. Als u de tabelopties wilt wijzigen, klikt u op het canvas op de vervolgkeuzepijl van de tabel en geeft u op of de data veldnamen in de eerste rij bevatten. Als dat zo is, worden deze namen de veldnamen in Tableau. Als er geen veldnamen zijn opgenomen, genereert Tableau deze automatisch. U kunt de velden later een andere naam geven. ## Data-interpreter gebruiken om uw data op te schonen Als Tableau detecteert dat uw databron kan worden geoptimaliseerd voor analyse, wordt u gevraagd Data-interpreter te gebruiken. Data-interpreter kan subtabellen detecteren die u kunt gebruiken en unieke opmaak verwijderen die later in uw analyse problemen kan veroorzaken. Zie [Data uit Excel, CSV, PDF en Google Spreadsheets opschonen met Data-interpreter](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_interpreter.htm) voor meer informatie. ## Over .ttde- en .hhyper-bestanden Mogelijk ziet u .ttde- of .hhyper-bestanden wanneer u door de directory van uw computer navigeert. Wanneer u een Tableau-databron maakt die verbinding maakt met uw data, maakt Tableau een .ttde- of .hhyper-bestand. Dit bestand, ook wel een schaduwextract genoemd, wordt gebruikt om de snelheid waarmee uw databron in Tableau Desktop wordt geladen, te verbeteren. Hoewel een schaduwextract onderliggende data en andere informatie bevat die vergelijkbaar is met het standaard Tableau-extract, wordt een schaduwextract in een ander formaat opgeslagen en kan het niet worden gebruikt om uw data te herstellen. **Opmerking**: .tde-bestanden worden niet langer ondersteund voor Tableau-versies na 2024.2. Alle extracten zijn nu in .hyper-indeling. ## Wijzigingen in de manier waarop waarden worden berekend Mogelijk ziet u verschillen tussen de data en de markeringen in uw weergave, bijvoorbeeld met betrekking tot hoofdlettergevoeligheid. Voor sorteer- en vergelijkingsdoeleinden zijn de waarden niet hoofdlettergevoelig. Voor opslagdoeleinden zijn waarden echter wel hoofdlettergevoelig. Dit wordt duidelijk wanneer de waarden op de pagina Databron worden weergegeven. Stel bijvoorbeeld dat u een kolom in uw data hebt die de waarden 'Huis', 'HUIS' en 'huiS' bevat. Als u hoofdlettergevoeligheid voor uw data wilt behouden bij het uitvoeren van een JOIN-instructie, kunt u de optie Tekengrootte behouden (Excel) op het tabblad Databron van het menu Data inschakelen. ## Zie ook - [Databronnen instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_prepare.htm): voeg meer data toe aan deze databron of bereid uw data voor voordat u deze analyseert. - [Diagrammen maken en data analyseren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/design_and_analyze.htm): Begin met uw data-analyse. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # EXCLUDE-LOD-expressies Zie [LOD-expressies maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod.htm) en [Hoe LOD-expressies werken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod_overview.htm) voor een uitleg van de basisconcepten met betrekking tot LOD-expressies (detailniveau). LOD-expressies worden gebruikt om het detailniveau (de granulariteit) van een berekening te wijzigen of te controleren. De meeste velden en berekeningen zijn gebonden aan de granulariteit van de weergave of de databron. Met LOD-expressies kunt u de granulariteit van een berekening expliciet instellen. - FIXED-LOD-expressies leggen een of meerdere specifieke dimensies vast voor de rest van de berekening, zoals het retourneren van de maximale bloeddruk voor elke patiënt in plaats van het algehele maximum in de dataset door het maximum vast te zetten op Patiënt-ID. - INCLUDE-LOD-expressies zorgen ervoor dat er bij de berekening rekening wordt gehouden met een dimensie die niet aanwezig hoeft te zijn in de weergave. Zo kan bij het kijken naar de gemiddelde bloeddruk van elke patiënt ook rekening worden gehouden met het geslacht, weergegeven in een weergave die geen informatie over geslacht bevat. - EXCLUDE-LOD-expressies verwijderen juist enkele details uit de weergave ten behoeve van de berekening. Zo wordt bij het bekijken van de gemiddelde bloeddruk voor patiënten die een bepaald medicijn gebruiken bijvoorbeeld geen rekening gehouden met individuele patiënten, zelfs niet in geval van een weergave per patiënt. **Opmerking**: het gebruik van een FIXED LOD levert altijd hetzelfde resultaat op, ongeacht de visualisatie. Wanneer een INCLUDE of EXCLUDE LOD wordt gebruikt, kan de waarde veranderen, afhankelijk van de structuur van de weergave. Het trefwoord INCLUDE neemt de context van de weergave en voegt een dimensie toe die tijdens de berekening in overweging moet worden genomen. Het trefwoord EXCLUDE verwijdert daarentegen een dimensie in de weergave uit de context van de berekening. Het gebruik van de berekening in een andere context kan dus andere resultaten opleveren. Neem bijvoorbeeld een weergave (A) met patiënt-ID, leeftijd en geslacht, en een andere weergave (B) met patiënt-ID, leeftijd en _gewicht_. - Een FIXED LOD-expressie heeft in beide gevallen dezelfde waarde, omdat de berekening negeert wat er in de weergave staat en alleen rekening houdt met de dimensie in de LOD-expressie. - Een INCLUDE LOD die _gewicht_ omvat, heeft in elke weergave een andere waarde, omdat het een dimensie toevoegt aan weergave A, maar niet aan weergave B, waarin gewicht al was opgenomen. - Een EXCLUDE LOD die _gewicht_ uitsluit, heeft in elke weergave een andere waarde, omdat het een dimensie verwijdert uit weergave B, maar de context van weergave A niet aanpast, omdat gewicht daarin immers al niet voorkwam. ## EXCLUDE EXCLUDE-LOD-expressies voorkomen dat bij de berekening gebruik wordt gemaakt van een of meerdere dimensies die aanwezig zijn in de weergave. EXCLUDE-LOD-expressies zijn nuttig voor scenario's als 'percentage van totaal' of 'verschil ten opzichte van het algehele gemiddelde'. Ze zijn vergelijkbaar met functies als Totalen en Referentielijnen. U kunt EXCLUDE-LOD-expressies niet gebruiken in expressies op rijniveau (als er geen dimensies zijn om weg te laten). U kunt deze echter wel gebruiken om een berekening op weergaveniveau of iets daartussenin te wijzigen (dat wil zeggen, u kunt een EXCLUDE-berekening gebruiken om een dimensie uit een andere LOD-expressie te verwijderen). ## Voorbeeld 1 De onderstaande afbeelding toont de verandering in de gemiddelde bloeddruk in de loop van de tijd voor vier landen, uitgesplitst naar geslacht. Als u de gemiddelde bloeddruk voor elk land in de loop van de tijd wilt zien, maar zonder deze op te splitsen naar mannen en vrouwen, gebruikt u een EXCLUDE-LOD-expressie `{EXCLUDE [Sex] : AVG[Average blood pressure]}`. Deze is uitgezet als de grijze lijn in de visualisatie. Het heeft geen zin om de gemiddelde lijn uit het deelvenster Analyse over te brengen, omdat dat gewoon een horizontale lijn zou zijn voor de gemiddelde bloeddruk per land, zonder geslacht en jaar in overweging te nemen. **Opmerking**: in dit voorbeeld wordt het gemiddelde van de gemiddelden genomen, wat geen correcte analytische procedure is. Het dient hier puur ter illustratie. U dient geen analyse uit te voeren op basis van deze visualisatie. ## Voorbeeld 2 De volgende LOD-expressie sluit \[Regio\] uit van een berekening van de som van \[Verkoop\]: `{EXCLUDE [Region]: SUM([Sales])}` De expressie wordt opgeslagen als \[RegioUitsluiten\]. Ter illustratie van het nut van deze berekening bekijken we eerst de volgende weergave, waarin de som van de verkoop per regio en per maand wordt weergegeven: ![Een staafdiagram dat de verkopen per maand en regio weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_exclude_ex2.png) Met \[RegioUitsluiten\] op Kleur wordt de weergave gearceerd en wordt de totale verkoop per maand weergegeven, maar zonder de regionale component: ![Een staafdiagram met verkoopcijfers per maand en regio.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_exclude_ex2a.png) ## Voorbeeld 3 Met de volgende EXCLUDE-LOD-expressie wordt het gemiddelde verkooptotaal per maand berekend en wordt vervolgens de maandcomponent uitgesloten: `{EXCLUDE [Order Date (Month / Year)] : AVG({FIXED [Order Date (Month / Year)] : SUM([Sales])})}` Dit is een geneste LOD-expressie, dat wil zeggen een LOD-expressie binnen een andere LOD-expressie. De berekening wordt opgeslagen als \[gemiddelde van verkoop per maand\] en kan vervolgens worden afgetrokken van de som van de verkoop per maand door middel van een ad-hocberekening op de container Rijen: ![Een LOD-formule om het verschil te berekenen tussen de totale omzet en de gemiddelde maandelijkse omzet.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_exclude_ex1.png) Met **Maand(\[Besteldatum\])** op de container Kolommen ontstaat zo een weergave die het verschil laat zien tussen de feitelijke verkoop per maand gedurende een periode van vier jaar en de gemiddelde maandelijkse verkoop gedurende de gehele periode van vier jaar: ![Een staafdiagram dat de afwijking van het maandgemiddelde visueel weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_exclude_ex1a_806x446.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Externe acties integreren **Opmerking:** externe acties in Tableau zijn afhankelijk van de functionaliteit van Salesforce Flow. Met deze functie wordt uw geselecteerde data naar Salesforce Flow verzonden, dat op een aparte Salesforce-infrastructuur draait. Het gebruik van Salesforce Flow en andere Salesforce-producten en -services is onderworpen aan uw overeenkomst met Salesforce. U hebt uw data in Tableau gezien en begrepen. Wat nu? Normaal gesproken betekent het ondernemen van actie op basis van data-inzichten dat u van de ene naar de andere toepassing moet overstappen, waarbij u vaak data kopieert en plakt en tijdens dit proces de context verliest. Met de functie Externe acties van Tableau kunt u rechtstreeks vanuit Tableau-dashboards datagestuurde workflows maken en gebruiken, en uw volgende stappen automatiseren met behulp van Salesforce-flow. ## Over Salesforce-flow Als u niet bekend bent met [Salesforce Flow](https://help.salesforce.com/s/articleView?language=en_US&id=sf.flow_concepts.htm&type=5): het is een No-Code-tool die tijdbesparende procesautomatiseringen mogelijk maakt. Een flow is een component van Salesforce-flow die data verzamelt en acties uitvoert in uw organisatie van Salesforce. Er zijn meerdere [flowtypen beschikbaar in Salesforce Flow](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=sf.flow_concepts_type.htm&type=5), maar workflows van Externe acties in Tableau zijn alleen compatibel met automatisch gestarte flows. **Opmerking:** raadpleeg [Flows maken met Flow Builder](https://trailhead.salesforce.com/en/content/learn/trails/build-flows-with-flow-builder) op Trailhead voor meer informatie over flows. ## Hoe Externe acties werkt ![Dashboard met markering geselecteerd en workflowknop in beschikbare status met pijl die de overdracht van data naar Salesforce Flow aangeeft](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/workflow_overview_callouts.png) Wanneer een workflow voor Externe acties is geconfigureerd voor een visualisatie op een Tableau-dashboard, verschijnt er een aangepaste knop op de bijbehorende visualisatie met de status Niet beschikbaar (uitgegrijsd). Wanneer u een relevante markering selecteert op de visualisatie (1) wordt de knop beschikbaar. Wanneer u vervolgens op de knop klikt (2), wordt de data van de geselecteerde markering rechtstreeks naar een flow gestuurd die in [Salesforce Flow](https://help.salesforce.com/s/articleView?language=en_US&id=sf.flow_concepts.htm&type=5) is gemaakt en geconfigureerd (3). Als auteur van een workflow voor Externe acties bepaalt u het volgende: - Naar welke flow de data wordt verzonden - Van welk dashboard de data afkomstig zijn - De tekst en het uiterlijk van de dashboardknop die de workflow activeert **Opmerking:** u kunt meerdere workflows voor Externe acties toevoegen aan een dashboard, maar elke bijbehorende flow moet in dezelfde organisatie van Salesforce worden geïmplementeerd. ## Manieren om workflows voor Externe acties te gebruiken Er zijn eindeloos veel manieren om workflows voor Externe acties te gebruiken om bestaande processen in uw organisatie te automatiseren. Denk bijvoorbeeld aan de moeite die kan worden bespaard door een workflow waarmee leden van het boekhoudteam rechtstreeks vanuit hetzelfde dashboard facturen aan klanten kunnen versturen als waarmee ze onbetaalde bestellingen bijhouden. Of misschien bent u op zoek naar manieren om het casebeheer van uw ondersteuningsteam te stroomlijnen. Een workflow waarmee leden van het ondersteuningsteam cases rechtstreeks kunnen escaleren vanuit het dashboard dat ze gebruiken om cases te volgen, kan een aanzienlijke tijdsbesparing opleveren. Workflows voor Externe acties zorgen ervoor dat gebruikers hun werk kunnen blijven doen en dat uw organisatie profiteert van een verhoogde efficiëntie. Wanneer u een workflow voor Externe acties maakt, bouwt u in feite een brug die elk type databron in Tableau verbindt met een flow in Salesforce. Uw databron hoeft niet te worden verbonden met een Salesforce-database, omdat de workflow zelf die verbinding al tot stand brengt. Dit is vooral handig als er meerdere groepen zijn die afzonderlijke databronnen gebruiken om verschillende stappen van hetzelfde proces uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan de verschillende teams en tools die betrokken zijn wanneer een klant een bestelling plaatst op een e-commercesite. E-commerceverkopers kunnen Salesforce gebruiken om de verkoop bij te houden, terwijl toeleveringsketenmanagers een toeleveringsketenbeheertool gebruiken om het gekochte item af te trekken van de totale productvoorraad. Ondersteuningsteams die de klant helpen bij het oplossen van problemen die ontstaan bij ontvangst van het product, kunnen worden vastgelegd in Salesforce of worden geanalyseerd in een Tableau-dashboard. Met een workflow voor Externe acties kunt u alle data van elk van deze teams met elkaar verbinden om processen te stroomlijnen en zelfs enkele bestaande stappen te automatiseren. ## Best practices voor workflowauteurs voor Externe acties **Belangrijk:** dashboardauteurs die de functie Externe acties gebruiken om dashboarddata te verbinden met ingebouwde flows die in Salesforce-flow zijn gemaakt, moeten nauw samenwerken met de Salesforce-beheerders en -architecten die de flows hebben gemaakt. Flows die in Salesforce-flow zijn gemaakt, zijn geavanceerde programma's voor bedrijfsautomatisering. Hoewel uw organisatie veel baat kan hebben bij deze automatiseringen, is het belangrijk om te begrijpen hoe flows werken voordat u workflows voor Externe acties implementeert die deze gebruiken. Zorg ervoor dat u de [Salesforce Flow-training op Trailhead](#https://trailhead.salesforce.com/content/learn/modules/business_process_automation) voltooit en de [documentatie voor flows](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=sf.flow.htm) bekijkt. Overweeg [de best practices voor flows](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=sf.flow_prep_bestpractices.htm&type=5&language=en_US) door te voeren in uw ontwerp en houd [de limieten en overwegingen voor flows](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=sf.flow_considerations.htm&type=5) in gedachten. **Opmerking:** er zijn meerdere [flowtypen](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=sf.flow_concepts_type.htm&type=5) beschikbaar in Salesforce Flow, maar workflows voor Externe acties zijn alleen compatibel met automatisch gestarte flows. Workflows voor Externe acties moeten zorgvuldig worden geïmplementeerd om aan te sluiten bij de architecturale beperkingen van flows die zijn ingebouwd in Salesforce-flow. Flows zijn krachtig, maar ze kunnen ook resource-intensief en complex zijn. Er zijn mogelijke problemen met licentieverlening, uitvoeringsbeperking en gelijktijdigheid waarmee rekening moet worden gehouden. Ook moeten lees-/schrijflimieten voor de database worden geëvalueerd en getest. Er zijn ook belangrijke beveiligingsaspecten met betrekking tot flows. Gebruikers met de machtiging Flows beheren kunnen alle data en bronnen in de bijbehorende Salesforce-organisatie bekijken en wijzigen. Gebruikers met de machtiging Flows uitvoeren kunnen vrijwel elke actieve flow in de Salesforce-organisatie uitvoeren. Als u de toegang wilt beperken tot alleen de gebruikers die deze nodig hebben (zoals dashboardauteurs en workflowgebruikers), kan uw Salesforce-beheerder de overschrijvingsinstelling voor standaardgedrag van een flow inschakelen. Zie [Hoe werkt flowbeveiliging?](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=sf.flow_distribute_security.htm&type=5) voor meer informatie. Dashboardauteurs die bezig zijn met het maken van workflows voor Externe acties moeten met hun Salesforce-beheerders overleggen voordat ze workflows implementeren, om ongewenste resultaten te voorkomen. ## Een workflow maken Voordat dashboardauteurs een workflow voor Externe acties maken, moeten ze samenwerken met hun Salesforce-beheerder om een flow te vinden of te maken die aan hun behoeften voldoet. U wilt bijvoorbeeld uw boekhoudteam helpen facturen rechtstreeks vanuit een dashboard met onbetaalde bestellingen te versturen. Om dit doel te bereiken, hebt u een flow nodig die de contactgegevens van de klant en de bestelgegevens uit het dashboard kan ophalen en de facturen kan invullen. Nadat u hebt besloten welke flow u wilt gebruiken, is de volgende stap het identificeren van een dashboard waarmee u de flow wilt verbinden. Het is waarschijnlijk dat uw gebruikers al met een bestaand dashboard werken dat goed werkt. Indien nodig kunt u echter [een nieuw dashboard maken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dashboards_create.htm). Met de juiste flow en het juiste dashboard in gedachten, is het nu tijd om na te denken over de compatibiliteit van de datatypen in het dashboard met de vereiste invoervelden van de flow (bekend als variabelen). Zo moet uw dashboard voor onbetaalde bestellingen bijvoorbeeld een visualisatie bevatten met alle relevante bestelgegevens die nodig zijn om facturen naar klanten te kunnen versturen. Deze gegevens kunnen bestaan uit informatie zoals de besteldatum, de naam en contactgegevens van de klant, artikelbeschrijvingen en -aantallen, en het verschuldigde betalingsbedrag. Wanneer uw dashboard alle vereiste componenten bevat, voegt u het object Workflow toe: 1. Open in een Tableau-werkmap een bestaand dashboard of [maak een nieuwe](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dashboards_create.htm). 2. Sleep vanuit de sectie Objecten van het deelvenster Dashboard het object Workflow naar een visualisatie in het dashboard. ![De sectie Objecten van het deelvenster Dashboard met een spotlight op het object Workflow en een pijl naar rechts die aangeeft dat het object naar het dashboard moet worden gesleept ](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/workflow_object_arrow_spotlight_sm.png) 3. Wanneer u daarom wordt gevraagd, voert u uw referenties in voor de organisatie Salesforce die aan uw flow is gekoppeld. **Opmerking:** wanneer gebruikers toegang krijgen tot het dashboard waar u uw workflow instelt, moeten ze hun referenties voor Salesforce invoeren. Als hun referenties voor Salesforce verlopen tijdens het bekijken van het dashboard, worden ze gevraagd om de referenties opnieuw te verifiëren. 4. Klik op Workflow configureren. 5. Zoek in het dialoogvenster Workflow toevoegen naar een flow op flownaam of flowauteur. 6. Selecteer een flow om de details ervan te bekijken, inclusief de vereiste invoergegevens (variabelen voor Salesforce) die de flow nodig heeft uit de visualisatie. Klik op Terug om een andere flow te selecteren of klik op Volgende om verder te gaan. 7. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Blad selecteren een blad (werkblad, dashboard of verhaal) dat de markeringen bevat die uw gebruikers zullen selecteren en naar de flow zullen sturen. **Opmerking:** zorg ervoor dat u een blad selecteert met markeringen met de gecodeerde velden die u wilt toewijzen aan de vereiste invoergegevens van de flow. Als u bijvoorbeeld de variabele `forecast_revenue` in de flow aan het veld `SUM(Sales)` in Tableau wilt toewijzen, moet u een blad selecteren met markeringen die zijn gecodeerd met het veld `Sum(Sales)`. 8. Klik op Volgende. 9. Selecteer voor alle vereiste invoergegevens van de flow (variabelen voor Salesforce) een geschikt veld uit het Tableau-blad dat u hebt gekozen in de stap Blad selecteren. **Opmerking:** voor elke invoer moet het datatype van de variabele voor Salesforce en het Tableau-veld overeenkomen. 10. Klik op Volgende. 11. Configureer het uiterlijk van de knop waarop gebruikers klikken om de workflow voor Externe acties te activeren. Geef een knoptitel, achtergrondkleur en randkleur op. Controleer het voorbeeld om te zien of de knop er goed uitziet. **Opmerking:** houd er rekening mee dat gebruikers een markering moeten selecteren uit de visualisatie die u in de stap Blad selecteren hebt gekozen. Totdat er een markering is geselecteerd, is de knop niet beschikbaar. Overweeg om begeleidende tekst aan het dashboard toe te voegen, zodat gebruikers precies weten met welke visualisatie ze moeten werken en wat er gebeurt als ze op de knop klikken. 13. Klik op Gereed om de workflow te maken en de bijbehorende knop toe te voegen aan de visualisatie in het dashboard. ## Een workflow gebruiken Om aan de slag te gaan als workflowgebruiker, opent u het dashboard waaraan de dashboardauteur een workflow heeft toegevoegd. U kunt zien dat een workflow beschikbaar is als er een workflowknop wordt weergegeven. De dashboardauteur kan de naam en de opmaak van de knop aanpassen. Er moet duidelijk worden aangegeven welke actie wordt geactiveerd wanneer u op de knop klikt (bijvoorbeeld 'Data verzenden' of 'Record bijwerken'). Selecteer een relevante markering in een visualisatie op het dashboard en klik vervolgens op de knop om de workflow te starten. ![GIF waarin de selectie van een markering in een Tableau-dashboard wordt getoond, gevolgd door het klikken op de workflowknop en uiteindelijk het bericht Gelukt](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/workflow_dash_button_success.gif) Wanneer u op de workflowknop klikt, wordt de overdracht van data geactiveerd. De markering die u selecteert, bepaalt welke data wordt verzonden. Daarom is de knop niet beschikbaar (uitgegrijsd) totdat u een markering selecteert. Als u een markering hebt geselecteerd, maar de knop nog steeds niet beschikbaar is, controleer dan of u een markering hebt geselecteerd op een geldige visualisatie voor de workflow. Als u niet zeker weet welke visualisaties geldig zijn, neem dan contact op met de dashboardauteur. Afhankelijk van de configuratie kunnen sommige workflows langdurige bewerkingen zijn die niet onmiddellijk worden voltooid. Als u niet kunt bepalen of de door u geselecteerde workflow werkt zoals verwacht, neem dan contact op met de dashboardauteur of uw Salesforce\-beheerder. ## Problemen met een workflow oplossen Raadpleeg de volgende richtlijnen voor hulp bij het oplossen van problemen met een workflow voor Externe acties. ### Toegangsproblemen - **Voor dashboardauteurs die Tableau Desktop gebruiken:** als het object Workflow niet wordt weergegeven in de sectie Objecten van het deelvenster Dashboard, controleer dan of u bent aangemeld bij een Tableau Server- of Tableau Cloud-site. Als u niet bent aangemeld, hebt u geen toegang tot de uitbreiding Workflow. - **Voor dashboardauteurs:** als het object Workflow niet wordt weergegeven in de sectie Objecten van het deelvenster Dashboard, neem dan contact op met uw Tableau-beheerder om te controleren of de uitbreiding wel is ingeschakeld. - **Voor alle gebruikers:** - Als uw Salesforce\-beheerder geen verbonden app heeft gemaakt, werkt de functie Externe acties niet. Vraag uw Salesforce\-beheerder [een verbonden app te maken](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=sf.connected_app_create.htm&type=5) in Salesforce voor Tableau Server. - Als u niet op een workflowknop kunt klikken die op een dashboard wordt weergegeven, controleer dan of u een markering hebt geselecteerd op een geldige visualisatie voor de workflow. Als u niet zeker weet welke visualisaties geldig zijn, neem dan contact op met de dashboardauteur. ### Verificatieproblemen - **Voor gebruikers van Tableau Cloud of Tableau Server:** vernieuw het dashboard in uw browser. - **Voor alle gebruikers:** bevestig dat u bent aangemeld bij de Salesforce-organisatie waaraan de workflow voor Externe acties is toegevoegd. Neem indien nodig contact op met uw dashboardauteur om te controleren welke Salesforce-organisatie de juiste is. ### Foutberichten | Foutbericht | Uitleg en oplossing | | --- | --- | | Workflow is uitgeschakeld op deze site. Neem voor meer informatie contact op met uw Tableau-beheerder. | Uw Tableau-beheerder heeft de dashboarduitbreiding Workflow voor uw site uitgeschakeld, waardoor u deze niet kunt gebruiken. Neem contact op met uw Tableau-beheerder om te bespreken hoe u toegang tot de uitbreiding kunt inschakelen. | | Workflow wordt niet ondersteund door Tableau Reader | De dashboarduitbreiding Workflow en de functie Externe acties kunnen alleen worden gebruikt om data naar een flow te sturen met behulp van [Tableau Cloud](https://www.tableau.com/nl-nl/products/cloud-bi), [Tableau Desktop](https://www.tableau.com/nl-nl/products/desktop) of [Tableau Server](https://www.tableau.com/nl-nl/products/server) versies 2022.3 en hoger. | | De flow bevat een of meer datatypen die niet worden ondersteund. Ga terug om een andere flow te selecteren of neem contact op met uw Salesforce-flow\-beheerder om datatypen die niet worden ondersteund uit deze flow te verwijderen. | De geselecteerde flow vereist een datatype-invoer die niet beschikbaar is in Tableau-dashboards of die anderszins niet compatibel is met workflows voor Externe acties. Selecteer een andere flow als er een geschikt alternatief bestaat of neem contact op met uw Salesforce-beheerder voor de volgende stap. | | Er zijn één of meerdere datatypen die niet overeenkomen bij het toewijzen van invoervelden. | Het datatype voor één of meerdere dashboardwaarden die zijn toegewezen aan de invoervariabelevelden is niet identiek. De flow kan bijvoorbeeld een numerieke variabele voor Inkomsten vereisen, maar de toegewezen waarde van het dashboard is een teksttekenreeks. Afhankelijk van uw scenario hebt u twee opties om dit op te lossen. U kunt [het datatype wijzigen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_datatypes.htm) van het veld Inkomsten in Tableau van een teksttekenreeks naar een numerieke waarde. Of u bewerkt de workflowconfiguratie om een ander veld van het dashboard met een numeriek datatype toe te wijzen. | | Kan geen data verzenden naar Salesforce-flow. | Er is een onbekende fout opgetreden toen de workflow voor Externe acties probeerde data van het dashboard naar de flow te verzenden. Neem contact op met uw dashboardauteur om het probleem op te lossen. | | Er is een fout opgetreden: . Neem contact op met uw Salesforce-flow\-beheerder. | Het [flowinterview](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=sf.flow_interviews.htm&type=5) (lopende instantie van de flow) is mislukt. Deel de uitzonderingscode met uw Salesforce-beheerder, zodat deze de bijbehorende [foute-mail](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=sf.flow_troubleshoot_email.htm&type=5) kan vinden en het probleem kan oplossen. | | Workflow is mislukt. Neem contact op met uw Salesforce-flow\-beheerder. | De data van de geselecteerde markering op het dashboard is naar de flow verzonden, maar er is een probleem opgetreden bij het vertalen van die data naar de flow. Neem contact op met uw Salesforce-beheerder om het probleem op te lossen. | | Kan geen data verzenden naar flow. Neem contact op met uw workflowauteur. | De data van de geselecteerde markering op het dashboard is niet naar de flow verzonden. Neem contact op met uw dashboardauteur om het probleem op te lossen. | ### Flowproblemen - Sommige flows verlopen asynchroon, dus u weet mogelijk niet meteen of een flow die deel uitmaakt van een workflow voor Externe acties is uitgevoerd. Soms kan een flow mislukken en worden wijzigingen teruggedraaid zonder dat er direct gedetailleerde feedback wordt gegeven. Wanneer een flow echter mislukt, wordt er een gedetailleerde foutmelding per e-mail verzonden naar de workflowgebruiker, dashboardauteur en Salesforce\-beheerder. Workflowgebruikers moeten contact opnemen met hun dashboardauteurs wanneer ze een [foute-mail](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=sf.flow_troubleshoot_email.htm&type=5) voor de flow ontvangen. Dashboardauteurs en Salesforce\-beheerders kunnen vervolgens samenwerken om de fout te onderzoeken en op te lossen. Zie [Problemen met flows oplossen](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=sf.flow_troubleshoot.htm&type=5) voor meer informatie over het oplossen van problemen met flows. ### Licentieproblemen - **Voor dashboardauteurs:** aan de kant van Tableau zijn geen speciale machtigingen vereist om een workflow aan een dashboard toe te voegen (zolang Externe acties is ingeschakeld voor de site). Aan de kant van Salesforce hebt u een [machtiging voor het beheren van flows](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=sf.retail_task_admin_permission_flow.htm&type=5) nodig die is toegevoegd aan uw Salesforce\-profiel. - **Voor workflowgebruikers:** aan de kant van Tableau kan iedere gebruiker die toegang heeft tot een dashboard met een workflow deze uitvoeren. Aan de kant van Salesforce hebt u een [machtiging voor het uitvoeren van flows](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=sf.retail_task_admin_permission_flow.htm&type=5) nodig die is toegevoegd aan uw Salesforce\-profiel. ## Externe acties in- of uitschakelen In Tableau 2022.3 en hoger is de functie Externe acties standaard ingeschakeld. Zie [Externe acties voor workflowintegratie configureren](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/external_actions_admin.htm) voor meer informatie over hoe Tableau-beheerders organisatiebrede toegang tot Tableau Externe acties kunnen configureren. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Extracten vernieuwen Wanneer de oorspronkelijke data veranderen, kunt u het extract vernieuwen met behulp van Desktop door een databron te selecteren in het menu Data, en vervolgens op Extract en Vernieuwen te klikken. Er zijn twee opties voor het vernieuwen van extracten: volledig vernieuwen of incrementeel vernieuwen. Bij een volledige vernieuwing wordt alle data in het extract vervangen door de nieuwste gegevens uit de oorspronkelijke databron. Er zijn twee varianten van een incrementele vernieuwing: u kunt alleen de nieuwe rijen sinds de laatste vernieuwing toevoegen of u definieert een tijdsperiode vanaf de vernieuwingsdatum tot de vernieuwing. De optionele tweede aanpak richt zich op de noodzaak om het extract bij te werken als de kans bestaat dat reeds geëxtraheerde data zijn gewijzigd in de databron. Zie [Uw data extraheren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/extracting_data.htm) voor meer informatie over hoe u uw data kunt extraheren. **Opmerking:** U kunt extractvernieuwingen ook automatiseren met behulp van het [Tableau-opdrachtregelhulpprogramma voor data-extractie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/extracting_TDE.htm). Om onnodig geplande vernieuwingen te voorkomen, kunt u gebruikers de mogelijkheid bieden om een gepubliceerd extract op aanvraag te vernieuwen. Zie [Extracten vernieuwen](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/permissions_capabilities.htm) voor werkmappen of databronnen voor meer informatie. ## Voordat u extracten vernieuwt Wilt u een extract vernieuwen, noteer dan de bestandsindeling van het extract voordat u het extract vernieuwt. Als u een vernieuwing uitvoert op een `.tde`\-extract met behulp van versie 2022.4 of nieuwer, dan wordt het extract automatisch geüpgraded naar een `.hyper`\-extract. Hoewel er veel voordelen zijn aan het upgraden naar een `.hyper`\-extract, kunt u het extract niet openen met lagere versies van Tableau Desktop Public. Zie [Extracten upgraden naar .hyper-indeling](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/extracting_upgrade.htm) voor meer informatie. **Opmerking**: .tde-bestanden worden na versie 2024.2 van Tableau in geen enkele vorm meer ondersteund en moeten worden geüpgraded naar het .hyper-formaat om ze te kunnen gebruiken. ## Een volledige extractvernieuwing configureren Standaard worden extracten zo geconfigureerd dat ze volledig worden vernieuwd. Dit betekent dat elke keer dat u het extract vernieuwt, alle rijen worden vervangen door de data in de oorspronkelijke databron. Met dit type vernieuwing krijgt u een exacte kopie van de originele data. Afhankelijk van de grootte van het extract kan een volledige vernieuwing echter lang duren en duur uitpakken voor de database. Als een extract niet is geconfigureerd voor een incrementele vernieuwing, wordt bij een extractvernieuwing een volledige vernieuwing van het extract uitgevoerd. ### Publiceren naar Tableau Server Als u van plan bent het extract als een databron naar Tableau Server te publiceren, kunt u tijdens het publiceren een schema opgeven voor het vernieuwen van het extract. ![Een dialoogvenster voor het inplannen van een datavernieuwing.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/publish_datasource_refresh.png) Als u het extract in een werkmap naar Tableau Server publiceert, kunt u tijdens het publiceren ook een schema opgeven voor het vernieuwen van het extract. Zie [Extractvernieuwingen inplannen terwijl u een werkmap publiceert](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/publish_workbooks_schedules.htm) voor meer informatie. ### Naar Tableau Cloud publiceren Als u van plan bent het extract als databron in Tableau Cloud te publiceren, zijn uw opties voor het vernieuwen van uw data afhankelijk van de kenmerken van uw databronnen. Zie [Extractvernieuwingsopties per databron](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_keep_data_fresh.htm#refresh-options) voor meer informatie over het vernieuwen van data uit specifieke databronnen. ## Een incrementele extractvernieuwing configureren De meeste databronnen ondersteunen een incrementele vernieuwing. In plaats van het hele extract te vernieuwen kunt u een vernieuwing configureren waarin alleen de rijen worden toegevoegd die nieuw zijn sinds de vorige keer dat u de data hebt geëxtraheerd. U kunt bijvoorbeeld een databron hebben die dagelijks wordt bijgewerkt met nieuwe verkooptransacties. In plaats van het hele extract elke dag opnieuw op te bouwen kunt u ook alleen de nieuwe transacties toevoegen die die dag hebben plaatsgevonden. Vervolgens kunt u een keer per week een volledige vernieuwing uitvoeren om er zeker van te zijn dat u over de meest recente data beschikt. U kunt de incrementele instellingen ook configureren om een subbereik voor tijd te definiëren om alle bijbehorende data uit het bestaande extract te verwijderen en het volledig te vernieuwen, waarbij alle wijzigingen of toevoegingen sinds de laatste vernieuwing in dat tijdsbereik worden overgenomen. ### Niet-unieke kolom Vanaf versie 2024.1 bevat Tableau een functie waarmee gebruikers incrementele vernieuwingen kunnen uitvoeren op extracten met behulp van een niet-unieke sleutelkolom. Met deze update wordt een extra stap aan het proces toegevoegd. ### Vernieuwing van subbereik voor incrementele extracten In Tableau-versie 2024.2 en nieuwer kunt u een extra tijdsperiode opgeven om eerder geëxtraheerde data opnieuw te extraheren en eventuele wijzigingen vast te leggen. Dit gebeurt met de velden **Minimumdatumbereik dat moet worden vernieuwd**. Dit is (bijvoorbeeld) handig voor databronnen die invoegingen en retroactieve wijzigingen binnen een gedefinieerde tijdsperiode toestaan. Nadat het incrementele extract is geconfigureerd, worden alle nieuwe data plus eerder geëxtraheerde data uit een ingesteld tijdsbereik opgehaald. Nadat u een nummer (bijvoorbeeld 2) en een tijdsperiode (bijvoorbeeld Maand) hebt geselecteerd, wordt de onderstaande hulptekst aangepast aan uw keuzes ("De laatste 2 maanden aan data vanaf de vernieuwingsdatum worden altijd vernieuwd"). Als er geen tijdsbereik wordt ingevoerd, wordt alleen inhoud opgehaald die nieuwer is dan de inhoud van het bestaande extract. #### Inzicht in subbereikvernieuwing De optimale configuratie voor vernieuwingen van subbereiken is gebaseerd op hoe vaak u van plan bent uw extracten te vernieuwen, hoe vaak uw databron wordt bijgewerkt en de hoeveelheid data die normaal gesproken tijdens elke tijdsperiode wordt bijgewerkt. Het is belangrijk dat u begrijpt hoe Tableau uw keuzes op het gebied van extractconfiguratie interpreteert zodat het extract de verwachte data bevat. - Wanneer u een aantal tijdseenheden invoert, interpreteert Tableau dit alsof alle data uit de bestaande tijdseenheid worden opgehaald, plus nog eens X eenheden aan data. Bijvoorbeeld: als u de waarde instelt op 3 maanden, worden alle data van de huidige maand opgehaald, plus de data van de voorgaande 3 maanden. Als de huidige datum 1 april is, worden alle data van april (in dit geval 1 dag) opgehaald, plus alle data van januari, februari en maart. Dat komt neer op ongeveer 91 dagen aan data. Als u dezelfde vernieuwing op 28 april uitvoert, worden data uit 28 dagen in april opgehaald, plus de data uit de voorafgaande 3 maanden. Dat komt neer op ongeveer 118 dagen aan data. - Voor de meest gedetailleerde controle en consistentie kunt u het beste de kleinst mogelijke toepasselijke tijdseenheid gebruiken die voor uw data zinvol is (bijvoorbeeld Dag). Als u altijd de data van de voorgaande 90 dagen plus de vernieuwingsdag wilt vernieuwen, kiest u 90 als nummer en Dag als tijdsperiode. - Tableau adviseert u om uw extract te baseren op een datum-/tijdveld dat de datum/tijd weergeeft waarop een record is ingevoerd. Als het datumveld dat wordt gebruikt om extracten te bepalen toekomstige datums bevat (zoals 'Geplande leverdatum van de bestelling'), levert de functie voor subbereikvernieuwing mogelijk onverwachte resultaten op. - Als er meer nieuwe data in de te vernieuwen databron staan dan de geconfigureerde tijdsperiode, worden de extra data opgehaald vanaf het moment waarop nieuwe data beschikbaar zijn. Als u bijvoorbeeld als subbereik alleen de voorafgaande 2 dagen configureert, maar de laatste vernieuwing 10 dagen geleden heeft plaatsgevonden, worden alle 10 dagen aan nieuwe data opgehaald, plus nog eens 2 dagen aan eerder opgehaalde data. **Opmerking:** Als de datastructuur van de brondata verandert (als er bijvoorbeeld een nieuwe kolom wordt toegevoegd), moet u een volledige extractievernieuwing uitvoeren voordat u weer incrementele vernieuwingen kunt uitvoeren. Volg deze stappen om een extract in te stellen dat incrementeel moet worden vernieuwd of bewerk een bestaand volledig extract om incrementeel te vernieuwen. 1. Selecteer een databron in het menu Data en selecteer Data extraheren. 2. Selecteer in het dialoogvenster Data extraheren Alle rijen als het aantal rijen dat moet worden geëxtraheerd. Incrementeel vernieuwen kan alleen worden gedefinieerd als u alle rijen in de database extraheert. **Opmerking:** U kunt een steekproefextract niet incrementeel vernieuwen. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/incremental_refresh_extract_data.png) 4. Vouw de sectie Incrementeel vernieuwen uit en schakel Incrementeel vernieuwen in. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/subrange_incremental_refresh.png) **Opmerking:** Incrementeel vernieuwen is niet beschikbaar als u Aggregatie inschakelt. 6. Geef een kolom in de database op die gebruikt wordt om nieuwe rijen te identificeren. U kunt bijvoorbeeld een datumveld of een ID-kolom selecteren die monotoon toeneemt naarmate er meer rijen aan de database worden toegevoegd. 7. (Optioneel) Als u een Datum- of Datumtijdkolom in Tableau selecteert, kunt u een gedeeltelijke vernieuwing van de geëxtraheerde data uitvoeren door een specifiek datumbereik op te geven. Bepaal het aantal dagen en geef de datum-/tijdschaal op om het minimale datumbereik voor de vernieuwing vast te stellen (bijvoorbeeld 14 dagen vanaf de vernieuwingsdatum). 8. (Optioneel) Als er geen minimaal vernieuwingsbereik is ingesteld, vouwt u Geavanceerde instellingen uit om in te stellen hoe nieuwe rijen worden opgehaald. U kunt de laatst toegevoegde rijen vervangen door waarden te vernieuwen die gelijk zijn aan of groter zijn dan de laatst vastgelegde waarde. U kunt ook de laatst toegevoegde rijen behouden door het extract alleen te vernieuwen met waarden die groter zijn dan de laatst vastgelegde waarde. **Opmerking:** Wanneer u filters toevoegt, worden de Geavanceerde instellingen voor Incrementeel vernieuwen grijs weergegeven en wordt de standaardinstelling 'De laatst toegevoegde rijen niet vervangen' toegepast. Dit om conflicten te voorkomen die kunnen ontstaan tussen bepaalde filtercriteria en de geavanceerde logica voor incrementele vernieuwing waarmee 'de laatst toegevoegde rijen worden vervangen'. 10. Om af te sluiten, selecteert u **Instellingen opslaan**. #### Overwegingen bij het vernieuwen van extracten Een extract bewerken Als u een bestaand extract bewerkt, wordt de laatste vernieuwing weergegeven, zodat u zeker weet dat u het extract bijwerkt met de juiste data. Volledig vernieuwen Bij een volledige vernieuwing worden elke keer dat u het extract vernieuwt alle rijen vervangen door de data in de oorspronkelijke databron. Een volledige vernieuwing kan langer duren en kostbaar zijn voor de database. Datum/tijdprecisie en extracten De data-engine, het onderliggende mechanisme dat Tableau gebruikt om extracten te maken, slaat tijdwaarden op met een nauwkeurigheid van maximaal drie decimalen. Als u een datum/tijd- of tijdstempelkolom opgeeft voor Nieuwe rijen identificeren met gebruik van kolom, en uw database een hogere precisie gebruikt dan Tableau, kunt u na een incrementele vernieuwing dubbele rijen krijgen. Als de database bijvoorbeeld twee rijen heeft, waarvan één met een datum-/tijdwaarde van `2015-03-13 17:30:56.502352` en één met een datum-/tijdwaarde van `2015-03-13 17:30:56.502852`, slaat Tableau beide rijen op met een datum-/tijdwaarde van `2015-03-13 17:30:56.502`, waardoor dubbele rijen ontstaan. ## Extractgeschiedenis bekijken (Tableau Desktop) U kunt een geschiedenis zien van wanneer het extract is vernieuwd door een databron te selecteren in het menu Data en vervolgens op Extract > Geschiedenis te klikken. In het dialoogvenster Geschiedenis van extract worden de datum en tijd van elke vernieuwing weergegeven, of deze volledig of incrementeel was en het aantal rijen dat is toegevoegd. Als de vernieuwing vanuit een bestand is uitgevoerd, wordt ook de naam van het bronbestand weergegeven. ![Tabel met extractgeschiedenis en opties om de geschiedenis te wissen of de tabel te sluiten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/extract5.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Extractvernieuwingen inplannen terwijl u een werkmap publiceert Wanneer u werkmappen publiceert die verbinding maken met extracten, kunt u een schema instellen voor updates (vernieuwingen) voor die extracten, zodat de weergaven in die werkmappen actueel blijven. De manieren waarop u extractvernieuwingsschema's kunt instellen en beheren, zijn afhankelijk van waar u publiceert en van het oorspronkelijke datatype. - Wanneer u publiceert naar **Tableau-server**, wordt het schema uitgevoerd en beheerd op de server. - Wanneer u naar **Tableau Cloud** publiceert: - Als extracten afkomstig zijn uit clouddata (bijvoorbeeld Google Analytics of Salesforce), worden schema's uitgevoerd en beheerd in Tableau Cloud. - Als extracten afkomstig zijn van on-premises data of data van een Web Data Connector (WDC), kunt u vernieuwingsschema's instellen en beheren met Tableau Bridge. **Opmerking:** In veel organisaties worden alle vernieuwingsschema's beheerd door een serverinhoudsmanager of -beheerder. Wij adviseren u om, voordat u iets publiceert, bij uw beheerder na te vragen of er richtlijnen zijn voor deze schema's. ## Een schema opstellen terwijl u inhoud publiceert Wanneer u tijdens het publicatieproces op de knop Publiceren klikt, verschijnen de schema-opties die geschikt zijn voor uw datatypen en publicatiebestemming. Als u een databron met meerdere verbindingen publiceert, moet u een vernieuwingsschema instellen voor elke extractieverbinding in de databron. Om vernieuwingsschema's te gebruiken bij verbindingen met een database waarvoor een aanmelding nodig is, moet u de referenties van een databasegebruiker bij de verbinding opslaan (insluiten). Zie [Referenties instellen voor toegang tot uw gepubliceerde data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/publishing_sharing_authentication.htm) voor meer informatie. **Publiceren en vernieuwen in Tableau Cloud**  Zie [Data actueel houden](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/help.htm#to_keep_data_fresh.htm) voor de bijzonderheden rondom het vernieuwen van elk type data dat u publiceert naar Tableau Cloud. Hier zijn voorbeelden van dingen die u moet weten: - Als uw werkmap verbinding maakt met clouddata, voegt u Tableau Cloud toe aan de geautoriseerde lijst (toelatingslijst) van uw clouddataprovider. Het IP-adresbereik voor uw sitelocatie staat vermeld in [Toegang autoriseren tot data die worden gepubliceerd naar Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/publish_tableau_online_ip_authorization.htm). - Tableau Bridge wordt gestart tijdens het publicatieproces als uw databron of werkmap verbinding maakt met on-premises data. Tableau Bridge ondersteunt standaard databaseautorisatie en kan geen data vernieuwen waarmee u verbinding maakt via OAuth. Zie [Tableau Bridge gebruiken om de opties voor nieuwheid van data uit te breiden](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/help.htm#to_sync_local_data.htm) voor meer informatie. - Wanneer u een databron met meerdere verbindingen publiceert naar Tableau Cloud moet u Bridge gebruiken om _alle_ verbindingen in de databron te vernieuwen als een van de verbindingen het gebruik van Tableau Bridge vereist. Stel bijvoorbeeld dat u een databron publiceert met een extractieverbinding naar MySQL-data die in de cloud worden gehost, en een liveverbinding naar een on-premises SQL Server-database. Hoewel Tableau Cloud het vernieuwen van gehoste MySQL-data ondersteunt, moet u in dit geval de Bridge-client gebruiken om zowel de verbinding met de SQL Server als die met MySQL actueel te houden. Zie [Over het werken met databronnen met meerdere verbindingen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/joining_tables.html%23aboutmulticonnection) voor informatie over het gebruik van zowel live- als extractverbindingen in een databron. ### Web Data Connector-extracten vernieuwen Wanneer u een werkmap publiceert met een WDC-databron (Web Data Connector), moet u de Web Data Connector naar Tableau Server _importeren_ voordat u een vernieuwingsschema kunt instellen. Dit is alleen mogelijk op Tableau Server. Zie [Web Data Connectors in Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/help.htm#datasource_wdc.htm#refreshing_extracts) in de Help van Tableau Server voor meer informatie. Zie [Tableau Bridge gebruiken om de opties voor nieuwheid van data uit te breiden](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/help.htm#to_sync_local_data.htm) in de Help bij Tableau Cloud voor informatie over het vernieuwen van Web Data Connector-databronnen die zijn gepubliceerd naar Tableau Cloud. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Filteracties Filteracties verzenden informatie tussen werkbladen. Doorgaans verzendt een filteractie informatie van een geselecteerde markering naar een ander blad met gerelateerde informatie. Achter de schermen sturen filteracties datawaarden uit de relevante bronvelden als filters naar het doelblad. Neem bijvoorbeeld een weergave die de verkoopprijzen van huizen laat zien. Wanneer u een specifiek huis selecteert, kunt u via een filterfunctie alle vergelijkbare huizen op basis van verkoopprijs en woonoppervlakte in een andere weergave tonen. **Bekijk een video om praktijkvoorbeelden van acties te zien. Filteracties worden besproken vanaf 2:20.** De video heeft een verouderde gebruikersinterface en geen downloadbare werkmap, maar de inhoud is nog steeds relevant. ## Een filteractie maken of bewerken 1. Voer een van de volgende handelingen uit: - Selecteer Werkblad > Acties op een werkblad. - Selecteer Dashboard > Acties op een dashboard. U kunt ook Gebruiken als filter selecteren in het vervolgkeuzemenu van een dashboardblad. In het dialoogvenster Acties staat 'Gegenereerd' in de standaardnamen van acties die op deze manier zijn gemaakt. ![Een menu met opties voor het gebruiken van een grafiek als filter.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filter_actions1.png) 2. Klik in het dialoogvenster Acties op Actie toevoegen en selecteer Filter. Of selecteer eerst een bestaande actie en daarna Bewerken. ![Actievenster met opties om acties aan een werkblad toe te voegen, te bewerken of te verwijderen. Het menu Acties toevoegen wordt uitgevouwen en de optie Filter is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filteraction1.png) 3. Geef een naam op voor de actie. ![Gedeelte van het dialoogvenster Filteractie toevoegen met de filternaam.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filteraction2.png) **Tip:** als u van plan bent een actie te starten vanuit een knopinfomenu, gebruik dan een beschrijvende naam zodat gebruikers het doel van de actie begrijpen. Vanuit het menu rechts van het vak Naam kunt u [variabelen invoegen die zijn ontleend aan de waarden van geselecteerde velden](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_fieldvalues_names.htm). 4. Selecteer een bronblad of databron. Als u een databron of een dashboard selecteert, kunt u gerelateerde bladen selecteren van waaruit u de actie wilt starten. ![Gedeelte van het dialoogvenster Filteractie toevoegen met de opties voor Bronbladen gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filteraction3.png) 5. Geef op hoe de actie wordt uitgevoerd: - Aanwijzen met de muis - de actie wordt uitgevoerd wanneer u markeringen in de weergave aanwijst met de muis. - Selecteren - de actie wordt uitgevoerd wanneer u op markeringen in de weergave klikt. Selecteer daarnaast ook Uitsluitend één optie als u wilt voorkomen dat de actie wordt uitgevoerd wanneer er meerdere markeringen zijn geselecteerd. - Menu - de actie wordt uitgevoerd wanneer u met de rechtermuisknop (Windows) klikt of Control ingedrukt houdt en klikt (macOS) op een markering in de weergave en vervolgens op een optie in het knopinfomenu klikt. 6. Selecteer een doelblad. Wanneer u een dashboard selecteert, kunt u daarin een of meer bladen selecteren. ![Sectie Doelbladen van het dialoogvenster Filteractie toevoegen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filteraction5.png) 7. Geef op wat er gebeurt als de selectie in de weergave wordt gewist: - **Filter handhaven** - gefilterde resultaten worden nog steeds weergegeven in de doelbladen. (In de webauthoringmodus wordt dit Gefilterde waarden behouden genoemd.) - **Alle waarden tonen** - wijzigt het filter zodat alle waarden worden opgenomen. - **Alle waarden uitsluiten** - wijzigt het filter zodat alle waarden worden uitgesloten. Deze optie is handig als u dashboards ontwikkelt die alleen bepaalde bladen weergeven als er een waarde in een ander blad is geselecteerd. 8. Geef de data op die u in de doelbladen wilt weergeven. U kunt filteren op Alle velden of Geselecteerde velden. 9. Als u Geselecteerde velden kiest, klikt u op een vervolgkeuzemenu in de kolom Bronveld en selecteert u een veld. Selecteer vervolgens een databron en een veld als doel. ![Een tabel met kolommen voor een bronveld, een doeldatabron en een doelveld. Een lege cel in de tabel wordt gehiglight met de tekst 'Klik om toe te voegen'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filteraction_web.png) **Opmerking**: filteracties die afhankelijk zijn van een [gebruikersfunctie](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_user.htm), zoals USERNAME(), werken niet omdat [beveiliging op rijniveau](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/publish_userfilters.htm) de toegang tot de data beperkt. ## Inzicht krijgen in beschikbare doelvelden In het dialoogvenster Filter toevoegen zijn in de vervolgkeuzelijst Doelveld alleen velden van hetzelfde datatype als het bronveld beschikbaar. Als u bijvoorbeeld een tekstveld als bron selecteert, zijn alleen tekstvelden beschikbaar als doelen. u bladkoppelingen toevoegen aan andere databronnen, zelfs als de veldnamen niet overeenkomen. Als een bepaalde databron bijvoorbeeld een veld Breedtegraad heeft en een andere databron een veld Breedte heeft, kunt u de velden koppelen met behulp van de vervolgkeuzelijsten in het dialoogvenster Filter toevoegen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Filters en LOD-expressies Er zijn verschillende soorten filters in Tableau en deze worden in de volgende volgorde van boven naar beneden uitgevoerd. ![Een lijst met filtertypen bevat extractie-, databron-, context-, dimensie-, meetwaarde- en tabelberekeningsfilters. ](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_filters.png) De tekst aan de rechterkant laat zien waar LOD-expressies in deze volgorde worden geëvalueerd. Extractfilters (oranje) zijn alleen relevant als u een Tableau-extract maakt op basis van een databron. Tabelberekeningsfilters (donkerblauw) worden toegepast nadat berekeningen zijn uitgevoerd en verbergen daarom markeringen zonder de onderliggende data die in de berekeningen zijn gebruikt weg te filteren. Als u bekend bent met SQL, kunt u meetwaardenfilters beschouwen als equivalent aan de HAVING-clausule in een query, en dimensiefilters als equivalent aan de WHERE-clausule. FIXED berekeningen worden toegepast vóór dimensiefilters, dus tenzij u de velden op uw container Filter bevordert naar [Contextfilters gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering_context.htm), worden deze genegeerd. Bedenk bijvoorbeeld of u de volgende berekening op één container in een weergave hebt, samen met \[Staat\] op een andere container: `SUM([Sales]) / ATTR({FIXED : SUM([Sales])})` Deze berekening geeft u de verhouding tussen de verkoop van een staat en de totale verkoop. Als u dan \[Staat\] op de container Filters plaatst om enkele staten te verbergen, heeft het filter alleen invloed op de teller in de berekening. Omdat de noemer een FIXED-LOD-expressie is, wordt de verkoop voor de resterende staten in de weergave nog steeds verdeeld over de totale verkoop voor alle staten, inclusief de staten die uit de weergave zijn gefilterd. INCLUDE- en EXCLUDE-LOD-expressies worden in aanmerking genomen na dimensiefilters. Dus als u wilt dat filters worden toegepast op uw FIXED-LOD-expressie, maar geen contextfilters wilt gebruiken, kunt u ze bijvoorbeeld herschrijven als INCLUDE- of EXCLUDE-expressies. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Filters toepassen op meerdere werkbladen Wanneer u een filter toevoegt aan een werkblad, wordt dit filter standaard toegepast op het huidige werkblad. Soms wilt u het filter echter wellicht op andere werkbladen in de werkmap toepassen. U kunt specifieke werkbladen selecteren waarop u het filter wilt toepassen, of het filter algemeen toepassen op alle werkbladen die dezelfde databron of gerelateerde databronnen gebruiken. U kunt bijvoorbeeld een filter hebben dat alleen een specifieke regio of een specifiek product bevat waarin u geïnteresseerd bent. In plaats van dit filter telkens toe te voegen wanneer u een nieuw werkblad maakt, kunt u het filter gewoon één keer maken en het vervolgens toepassen op meerdere werkbladen. Zie [Het tabblad Algemene filters](https://www.ryansleeper.com/dashboard-element-4-the-global-filters-tab/) op de website van [Ryan Sleeper](https://www.ryansleeper.com/tableau-tips/) en [Dashboardontwerp: Interactiviteit toevoegen](https://interworks.com/blog/rcurtis/2017/05/22/tableau-deep-dive-dashboard-design-adding-interactivity/) op de [Interworks-blog](https://interworks.com/blog/). ## Filters toepassen op alle werkbladen die een gerelateerde primaire databron gebruiken Met deze optie wordt het filter toegepast op alle werkbladen die gerelateerde databronnen als de primaire databron gebruiken. **Opmerking:** Om een filter toe te passen op werkbladen die een gerelateerde primaire databron gebruiken voor webauthoring, moeten relaties tussen de databronnen worden ingesteld in Tableau Desktop en vervolgens op internet worden gepubliceerd. Zie [Data uit meerdere databronnen filteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filter_across_datasources.htm) voor meer informatie. Om filter toe te passen op alle werkbladen die een gerelateerde primaire databron gebruiken: - Klik met de rechtermuisknop op het veld in de container Filters en selecteer Toepassen op werkbladen > Alle die gebruikmaken van gerelateerde databronnen. Filters die deze optie gebruiken, zijn algemeen in de werkmap. Filters die van toepassing zijn op alle gerelateerde gegevensbronnen, zijn gemarkeerd met een pictogram. Het filter wordt automatisch gemaakt op alle bestaande werkbladen en op alle nieuwe werkbladen die u maakt en die een gerelateerde databron gebruiken. Alle wijzigingen die u in het filter aanbrengt, zijn van invloed op al deze werkbladen. ## Filters toepassen op alle werkbladen die de huidige primaire databron gebruiken Met deze optie wordt het filter toegepast op alle werkbladen die de huidige primaire databron van het werkblad als de primaire databron gebruiken. Om een filter toe te passen op alle werkbladen die de huidige primaire databron gebruiken: - Klik met de rechtermuisknop op het veld in de container Filters en selecteer Toepassen op werkbladen > Alle die gebruikmaken van deze databron. Filters die deze optie gebruiken, zijn algemeen in de werkmap. Filters die op alle werkbladen van toepassing zijn, zijn gemarkeerd met een databronpictogram ![Het pictogram Databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/shared_filters2.png). Het filter wordt automatisch gemaakt op alle nieuwe werkbladen die u maakt nadat u een veld naar de weergave hebt gesleept. Alle wijzigingen die u in het filter aanbrengt, zijn van invloed op al deze werkbladen. **Opmerking:** Als u meerdere databronnen in één weergave combineert, wordt door de optie Alle die gebruikmaken van deze databron het filter toegevoegd aan alle bladen die dezelfde primaire databron gebruiken in het huidige blad. De bladen waarop het filter wordt toegepast, zijn niet gebaseerd op de databron van het filterveld. ## Filters toepassen op geselecteerde werkbladen Met deze optie opent u een dialoogvenster waarin u een keuze kunt maken uit een lijst met werkbladen die dezelfde databron of gerelateerde databronnen gebruiken. Om een filter toe te passen op geselecteerde werkbladen: - Klik met de rechtermuisknop op het veld in de container Filters en selecteer Toepassen op werkbladen > Geselecteerde werkbladen. - Selecteer in het dialoogvenster Filter toepassen op werkbladen de werkbladen waarop u het filter wilt toepassen. Als een van de bladen al een filter voor hetzelfde veld bevat, worden in het dialoogvenster details over het filter weergegeven. Als u het blad selecteert, overschrijft het huidige filter alle bestaande filterselecties. ![Proces om filters op werkbladen toe te passen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/shared_filters4.png) Filters die van toepassing zijn op een selectie werkbladen, worden gemarkeerd met het werkbladpictogram ![Het pictogram Gedeeld filter.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/shared_filters3.png). Wijzigingen die u in het filter aanbrengt, zijn van invloed op alle geselecteerde werkbladen. ## Filters alleen toepassen op het huidige werkblad Deze optie is alleen van toepassing op het huidige werkblad. Deze optie is standaard geselecteerd wanneer u nieuwe filters maakt. Filters die lokaal zijn voor het huidige werkblad, worden zonder extra pictogrammen getoond. Om een filter alleen op het huidige werkblad toe te passen: - Klik met de rechtermuisknop op het veld in de container Filters en selecteer Toepassen op werkbladen > Alleen dit werkblad. Als u een filter toepast op alle werkbladen of geselecteerde werkbladen en vervolgens de instelling wijzigt om het filter alleen op het huidige werkblad toe te passen, worden de filters niet uit alle andere werkbladen verwijderd. In plaats daarvan worden de filters losgekoppeld en worden ze allemaal lokaal gemaakt voor hun respectievelijke werkbladen. U kunt naar elk werkblad gaan en het filter verwijderen of de selecties wijzigen. ## Alle werkbladen op een dashboard filteren Met deze optie wordt het filter toegepast op alle werkbladen in het dashboard die dezelfde databron of gerelateerde databronnen gebruiken als de primaire databron. Om alle werkbladen op een dashboard te filteren: - Klik in een dashboard op het vervolgkeuzemenu op een filterkaart en selecteer Toepassen op werkbladen > Geselecteerde werkbladen. - Klik in het dialoogvenster Filter toepassen op werkbladen op Alles op dashboard en klik vervolgens op OK. **Opmerking:** In eerdere versies van Tableau Desktop Public werd de optie Alle die gebruikmaken van deze databron "Algemeen maken" genoemd en de optie Alleen dit werkblad heette "Lokaal maken". [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # FIXED-LOD-expressies FIXED-LOD-expressies berekenen een waarde met gebruik van de opgegeven dimensies zonder verwijzing naar de dimensies in de weergave. De volgende voorbeelden kunnen opnieuw worden gemaakt met behulp van de databron Voorbeeld - Superstore. ## Voorbeeld 1 De volgende weergave toont het interval tussen de eerste aankoopdatum van een klant en een eventuele volgende aankoop: ![Een lijndiagram dat de gemiddelde verkoopcijfers in de loop van de tijd weergeeft, met een tekstvak dat naar een specifiek punt in het lijndiagram wijst met de tekst: 'De eerste klanten doen doorgaans grotere eerste aankopen en blijven meer kopen.'](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_fixed_ex1_758x524.png) ### Stap voor stap Hier leest u hoe u de bovenstaande weergave opbouwt met behulp van de databron Voorbeeld - Superstore die bij Tableau Desktop wordt geleverd. 1. Maak twee berekende velden: een FIXED-LOD-expressie en een datumaftrekking.
NaamFormule
Eerste aankoopdatum{FIXED [Klantnaam] : MIN([Besteldatum])}
Dagen sinds eerste aankoopDATETRUNC('dag', [Besteldatum])-DATETRUNC('dag', [Eerste aankoopdatum])
2. Sleep Dagen sinds eerste aankoop van het gebied Meetwaarden in het deelvenster Data naar het gebied Dimensies. Omdat dit berekende veld een aftrekkingsbewerking bevat, is het resultaat een getal en dus wijst Tableau het toe aan de meetwaardecategorie. Maar u gaat het als een dimensie gebruiken. 3. Sleep Dagen sinds eerste aankoop naar Kolommen. 4. Klik op Dagen sinds eerste aankoop in Kolommen en kies Continu. 5. Sleep Verkoop naar Rijen. 6. Wijzig de aggregatie voor Verkoop op Rijen van SUM in AVG. 7. Voeg een snelle tabelberekening toe aan Verkoop op Rijen: Lopend totaal. 8. Sleep Eerste aankoopdatum naar Kleur. 9. Klik op het plusteken (+) in het veld YEAR(eerste aankoopdatum) op Kleur om het volgende lagere niveau in de datumhiërarchie toe te voegen: QUARTER(eerste aankoopdatum). ![De muisaanwijzer is op een veld in de kaart Markeringen geplaatst, en knopinfo met de tekst: 'Jaar van de eerste aankoopdatum' wordt getoond.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_fixed_ex1b.png) 10. Tableau plaatst niet automatisch twee velden op Kleur, maar u kunt dit zelf doen door op het pictogram links van het veld QUARTER(eerste aankoopdatum) te klikken en Kleur te kiezen: ![Een vervolgmenu naast een veld op de kaart Markeringen is uitgevouwen, waardoor er verschillende opties verschijnen waaruit u de Kleur kunt selecteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_fixed_ex1c.png) 11. Sleep de kleurlegenda naar de linkerkant van de weergave, onder de kaart Markeringen. Als het goed is, ziet uw weergave er dan als volgt uit: ![Een lijndiagram dat de cumulatieve gemiddelde omzet per kwartaal van 2013 tot en met 2016 weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_fixed_ex1d.png) De visualisatie levert inzichten op als u er interactie op uitvoert. Selecteer individuele kwartalen in de kleurlegenda aan de linkerkant om te zien hoe klanten die in die specifieke individuele kwartalen zijn verworven, in de daaropvolgende kwartalen aankopen zijn blijven doen. U ziet dat klanten die al vroeg (2013) zijn verworven de neiging hebben om meer geld uit te geven, zelfs als we rekening houden met het feit dat ze daar meer tijd voor hadden. De blauwe lijnen (voor 2013) staan dus hoger op de x-as dan andere lijnen. Als u een standaard datumwaarde op de y-as had gebruikt, was het eenvoudiger geweest om de weergave te maken, maar zouden de lijnen niet allemaal op dezelfde coördinaten zijn begonnen en was het dus moeilijker geweest om de acquisitiepercentages te vergelijken. U kunt ook YEAR(Eerste aankoopdatum) of QUARTER(Eerste aankoopdatum) bij Kleur vandaan slepen om de trend per seizoen of jaar beter te zien. ## Voorbeeld 2 Met de volgende FIXED-LOD-expressie wordt de som van de verkoop per regio berekend: `{FIXED [Region] : SUM([Sales])}` Deze LOD-expressie, genaamd \[Verkoop per regio\], wordt vervolgens op Tekst geplaatst om de totale verkoop per regio weer te geven: ![Een tabel met de totale omzet per Amerikaanse staat, geordend per regio.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_fixed_states.png) Het detailniveau van de weergave is \[**Regio**\] plus \[**Staat**\], maar omdat FIXED-LOD-expressies geen rekening houden met het detailniveau van de weergave, wordt bij de berekening alleen gebruik gemaakt van de dimensie \[**Regio**\], en zijn de waarden voor de individuele staten in elke regio dus identiek. In [LOD-expressies en aggregatie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod_replication.htm) wordt uitgelegd waarom dit het geval is. Als het trefwoord INCLUDE in de LOD-expressie was gebruikt in plaats van FIXED, zouden de waarden voor elke staat verschillend zijn, omdat Tableau de dimensie aan de expressie (\[Regio\]) zou toevoegen met eventuele aanvullende dimensies in de weergave (\[Staat\]) bij het bepalen van waarden voor de expressie. Dat zou het volgende resultaat opleveren: ![Een tabel met de bevolkingsaantallen per regio.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_fixed_states_include.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Formaat en opmaak van uw dashboard bepalen Nadat u een dashboard hebt gemaakt, kunt u het formaat wijzigen en het reorganiseren zodat het beter werkt voor uw gebruikers. Zie [Dashboardobjecten opmaken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/Formatting_Dashboard_Objects.htm) voor meer informatie over de opmaakopties voor uw dashboardobjecten. ## Het algemene dashboardformaat beheren Een best practice is om te beginnen met het instellen van het formaat, zodat al het lay-outwerk op het juiste formaat begint. ### Dashboardformaatopties
Dashboardinstelling om de containergrootte te bepalen.

Vast formaat (standaard): Het dashboard blijft hetzelfde formaat, ongeacht het formaat van het venster waarin het wordt weergegeven. Als het dashboard groter is dan het venster, wordt het scrolbaar. U kunt kiezen uit een vooraf ingesteld formaat of zelf een aangepast formaat opgeven.

Met dashboards met een vast formaat kunt u de exacte locatie en positie van de inhoud op het dashboard opgeven, wat handig kan zijn als er zwevende objecten zijn.

Formaatbereik voor dashboardcontainer.

Bereik: Het dashboard schaalt tussen het minimale en maximale formaat dat u opgeeft. Als het venster waarin het dashboard wordt weergegeven kleiner is dan het minimumformaat, worden scrolbalken weergegeven. Als het groter is dan het maximale formaat, wordt witruimte weergegeven.

Gebruik deze instelling wanneer u ontwerpt voor twee verschillende weergaveformaten met dezelfde inhoud en vergelijkbare vormen hebben, zoals kleine en middelgrote browservensters. Bereik werkt ook goed voor mobiele dashboards met verticale lay-outs. (De breedte mag veranderen voor verschillende breedtes van mobiele apparaten, maar de hoogte is vast voor verticaal scrollen.)

Dashboardinstelling om het formaat automatisch aan te passen aan de grootte van het venster.

Automatisch: Het formaat van het dashboard wordt automatisch aangepast om het venster te vullen dat wordt gebruikt voor weergave.

Gebruik deze instelling als u wilt dat Tableau eventuele wijzigingen in het formaat regelt. Voor de beste resultaten gebruikt u een "Naast elkaar"-dashboardlay-out (in plaats van zwevend). Automatische dimensionering kan leiden tot onvoorspelbare resultaten op verschillende schermen. Wees dus voorzichtig met deze instelling als u niet weet waar het dashboard zal worden gebruikt.

Dashboards met variabele formaten moeten voor elk browserverzoek opnieuw worden gerenderd, wat invloed kan hebben op de prestaties.

**Tip:** zie [Dashboardlay-outs maken voor verschillende apparaattypen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dashboards_dsd_create.htm) als u Tableau Desktop gebruikt, om unieke lay-outs te maken die zijn geoptimaliseerd voor desktopcomputers, tablets en telefoons. Naast aanpassing aan verschillende schermformaten, kan elke apparaatlay-out verschillende items bevatten. ### Het algemene dashboardformaat instellen - Selecteer onder Formaat in het deelvenster Dashboard de dimensies van het dashboard (zoals Desktopbrowser) of de dimensionering ervan (zoals Vast formaat). ![Opties om de breedte en hoogte van uw desktopbrowser aan te passen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_resize1.png) ## Items groeperen met indelingscontainers Met indelingscontainers kunt u gerelateerde dashboarditems groeperen, zodat u ze snel kunt positioneren. Wanneer u het formaat en de plaatsing van items in een container wijzigt, worden andere containeritems automatisch aangepast. Indelingscontainers kunnen ook worden gebruikt voor opmaak. ### Indelingscontainertypen Een horizontale indelingscontainer wijzigt de breedte van de weergaven en objecten die erin staan, en een verticale indelingscontainer past de hoogte aan.

Horizontale indelingscontainer

De twee weergaven zijn gerangschikt in een horizontale indelingscontainer.
Horizontale indelingscontainer voor dashboard.

Verticale indelingscontainer

De drie weergaven zijn gestapeld in een verticale indelingscontainer.
Verticale indelingscontainer

### Een indelingscontainer toevoegen 1. Onder Objecten in het deelvenster Dashboard selecteert u Horizontaal of Verticaal. 2. Sleep de container naar het dashboard. ![Het gedeelte Objecten van het Dashboard-deelvenster met de horizontale en verticale opties gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/layout_container1.png) 3. Voeg weergaven en objecten toe aan de indelingscontainer. ![Objecten die naar een indelingscontainer worden gesleept in een visualisatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/layout_container2_494x662.png) ### De items van een indelingscontainer evenredig distribueren 1. Selecteer de indelingscontainer. Als u problemen ondervindt bij het maken van de selectie, selecteert u een afzonderlijk item in de container en kiest u Container selecteren vanuit het snelkoppelingenmenu. 2. Nadat u de indelingscontainer hebt geselecteerd, kiest u Evenredig distribueren vanuit het snelkoppelingenmenu: ![Een contextmenu voor de dashboardcontainer met de optie om de highlighting gelijkmatig te verdelen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboards_layout_container_evendistr.png) Items die zich al in de indelingscontainer bevinden, worden evenredig gedistribueerd. Dat geldt ook voor alle items die u nog toevoegt. ### Het formaat van bladen in indelingscontainers automatisch aanpassen Als u meerdere bladen met gerelateerde data aan een indelingscontainer toevoegt, kunt u, telkens wanneer er markeringen in één blad worden geselecteerd, het formaat van gerelateerde bladen automatisch wijzigen. Wanneer in dit voorbeeld een markering op de kaart wordt geselecteerd, wordt het staafdiagram bijgewerkt om de winst en omzet voor die markering weer te geven. Als er geen markeringen op de kaart zijn geselecteerd, wordt deze automatisch vergroot om de indelingscontainer te vullen.
Met selectie van markeringZonder selectie
Geselecteerd merk op een kaart en een staafdiagram dat de winst en omzet voor de geselecteerde markering weergeeft.Een kaart zonder geselecteerde markeringen vult automatisch de indelingscontainer.
1. Voeg meerdere bladen met gerelateerde data toe aan een indelingscontainer. 2. Kies Gebruiken als filter uit het vervolgkeuzemenu van het blad dat u wilt uitvouwen. ![Contextmenu voor een werkblad met de optie 'Gebruiken als filter' geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/layout_container_qs3.png) 3. Kies Dashboard > Acties en dubbelklik op het gegenereerde filter dat u hebt gemaakt. 4. In de Doelbladen in het dialoogvenster Filteractie bewerken selecteert u de andere bladen in de indelingscontainer. 5. Als u wilt bepalen hoe het formaat van doelbladen wordt gewijzigd als er geen markeringen zijn geselecteerd op het bronblad, selecteert u een van de volgende opties: - Alle waarden tonen zet doelbladen terug in hun oorspronkelijke formaat en toont alle data; - Alle waarden uitsluiten vouwt doelbladen in onder de bijbehorende titels en verbergt alle data. ### Een indelingscontainer verwijderen om de items die deze bevat apart te bewerken 1. Selecteer de container op het dashboard of in het Itemhiërarchie\-gebied van het lay-outvenster. 2. Selecteer Container verwijderen in het vervolgkeuzemenu bovenaan de container. ## Dashboarditems naast elkaar plaatsen of laten zweven ### Naast elkaar- vs. zwevende indelingen Elk object, elke indelingscontainer en elke weergave die u op een dashboard plaatst, is naast elkaar geplaatst (standaard) of zwevend.
Indeling Naast elkaarZwevende indeling
Naast elkaar geplaatste items overlappen elkaar niet; ze worden onderdeel van een enkellaags raster waarvan het formaat wordt aangepast op basis van het algemene dashboardformaat.Zwevende items kunnen boven op andere objecten worden geplaatst. In het onderstaande voorbeeld zweeft een kaart boven naast elkaar geplaatste weergaven.
Indelingscontainers voor objecten naast elkaar op het dashboard.Indelingscontainers voor zwevemde objecten op het dashboard.
 Voor de beste resultaten geeft u zwevende objecten en weergaven een vast formaat en een vaste positie op een dashboard met een vast formaat.
### Een nieuw item laten zweven of naast elkaar plaatsen 1. Onder Objecten in het deelvenster Dashboard klikt u op de lay-outoptie die u wilt gebruiken: Zwevend of Naast elkaar. ![Menuopties voor lay-outopties Zwevend of Naast elkaar.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboards_organize_switch2.png) 2. Sleep de weergave of het object naar het dashboard aan de rechterkant. **Tip**: U kunt ook een zwevende lay-out aan een item toewijzen door **Shift** ingedrukt te houden op uw toetsenbord terwijl u het naar het dashboard sleept. ### Een bestaand item van naast elkaar in zwevend veranderen 1. Selecteer het item in het dashboard. 2. Selecteer Zwevend in het snelkoppelingenmenu van het item: ![Een vervolgkeuzemenu met de optie Zwevend.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboards_organize_switch1.png) ## Formaat, positie, herschikking en hernoeming van individuele dashboarditems ### Het formaat en de positie van een item instellen Als u een hoge mate van controle over de plaatsing wilt, kiest u voor Vast formaat en stelt u vervolgens het formaat en positie van elk item in via het lay-outvenster. 1. Selecteer het dashboarditem dat u wilt positioneren en waarvan u het formaat wilt aanpassen. In het lay-outvenster verschijnt de naam van het item onder Geselecteerd item. ![Dialoogvenster Lay-out om de positie van een geselecteerd item in te stellen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboards_organize_position.png) **Tip:** Als u snel wilt schakelen tussen de deelvensters Dashboard en Lay-out, drukt u op de T-toets. 2. Definieer de posities **x** en **y** van het item in pixels als een offset vanaf de linkerbovenhoek van het dashboard. Als u bijvoorbeeld een object in de linkerbovenhoek van het dashboard wilt plaatsen, geeft u x = 0 en y = 0 op. De waarden die u invoert, kunnen positief of negatief zijn, maar moeten hele getallen zijn. 3. Om het formaat van een item te wijzigen, klikt u erop en sleept u het naar het dashboard. U kunt ook de instellingen onder Formaat gebruiken. 4. Om de titel van het item dat u hebt geselecteerd te verbergen, wist u het selectievakje Titel tonen. (Het soortgelijke selectievakje Dashboardtitel tonen in het deelvenster Dashboard bepaalt de algemene dashboardtitel.) **Tip:** Om zwevende items snel te positioneren, drukt u op de pijltoetsen om 1 pixel te verplaatsen, of op de pijltoetsen terwijl u Shift ingedrukt houdt om 10 pixels te verplaatsen. Als u het formaat van items snel wilt wijzigen, houdt u Alt (Windows) of Option (macOS) ingedrukt terwijl deze snelkoppelingen gebruikt. ### Items uitlijnen met een raster Om een visueel consistent ontwerp te presenteren, rangschikt u dashboarditems en past u het formaat aan in een raster. ![Dashboardinstellingen om items uit te lijnen met een raster.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_grid.png) 1. Kies Dashboard > Raster weergeven. 2. Om de rastergrootte te wijzigen, kiest u Dashboard > Rasteropties. **Tip:** Om het rooster snel aan en uit te zetten, druk u op de G-toets. ### Objecten opnieuw rangschikken In het gebied Itemhiërarchie in het lay-outvenster kunt u snel wijzigen hoe objecten op uw dashboard worden gelaagd en gegroepeerd. Items bovenaan de lijst verschijnen vooraan, terwijl items onderaan achteraan verschijnen. #### Objecten opnieuw rangschikken in Tableau Cloud of Tableau Server In Tableau Cloud en Tableau Server kunt u zowel naast elkaar geplaatste als zwevende objecten in de hiërarchie opnieuw rangschikken. U kunt items ook zowel binnen hun huidige containers als naar andere containers op elk niveau slepen. Hierdoor kunt u items met meer flexibiliteit nesten dan door te bewerken op het canvas, waardoor u de objecten in de binnenste container kunt plaatsen. ![Naast elkaar geplaatste objecten en zwevende objecten in de hiërarchie opnieuw rangschikken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_drag_hierarchy.gif) #### Zwevende objecten opnieuw ordenen in Tableau Desktop In Tableau Desktop kunt u zwevende items naar het hoogste niveau van de hiërarchie slepen om te wijzigen hoe ze over elkaar heen worden geplaatst. ![Er verschijnt een vervolgkeuzemenu met de optie om de lay-out Naast elkaar te selecteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboards_organize_layout.png) ### Naam van items wijzigen Om een beter onderscheid te maken tussen dashboarditems, kunt u de naam ervan wijzigen. In het gebied Itemhiërarchie van het lay-outvenster klikt u met de rechtermuisknop op een item en kiest u Dashboarditems hernoemen. Op het dashboard zelf is deze opdracht ook beschikbaar via het vervolgkeuzemenu voor elk object. ![Contextmenu voor de optie om een dashboardcontainer te highlighten en een dashboarditem te hernoemen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_rename_item.png) ## Elementen visueel integreren met transparantie Transparante elementen zorgen voor een naadloze visuele look voor uw dashboards, waardoor onderliggende objecten en afbeeldingen zichtbaar worden. **Tip:** Als u een achtergrondafbeelding wilt maken die zichtbaar is door zwevende transparante elementen, voegt u een afbeeldingsobject toe als het enige naast elkaar geplaatste item. [Dashboards met een vast formaat](#Dashboard_Size_Options) zorgen ervoor dat de zwevende elementen een consistente visuele relatie met het beeld behouden, ongeacht het schermformaat. ![Een achtergrondafbeelding voor het dashboard die wordt weergegeven door zwevende transparante elementen,](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_transparent_sheet.png) ### Werkbladachtergronden transparant maken 1. Selecteer het blad in uw dashboard. 2. Kies Formaat > Arcering, klik op het menu Werkblad en kies Geen voor de achtergrondkleur. Als het blad ondoorzichtig lijkt, wijzigt u de achtergrondkleur in Geen voor het onderliggende dashboard, object of de indelingscontainer. Deze items kunt u snel aanpassen op het tabblad Lay-out van het dashboard. 3. Om het transparante blad soepel te integreren met andere dashboarditems, kiest u Formaat > Randen en Formaat > Lijnen, en verwijdert u de randen en lijnen of verandert u de kleur ervan. #### Meer stappen voor transparante kaarten 1. Kies Formaat > Arcering, klik op het menu Venster en kies Geen voor de kleur. 2. Kies Kaart > Kaartlagen en deselecteer de ondoorzichtige laag Basis. Om transparante kaarten duidelijker te maken wanneer ze zijn uitgezoomd, selecteert u vervolgens de laag Kust. Afhankelijk van de kaartstijl moet u mogelijk ook experimenteren met het in- of uitschakelen van andere lagen. #### Een blad gedeeltelijk transparant maken 1. In het venster Lay-out van het dashboard selecteert u het blad. 2. Klik op de Achtergrondkleur en stel de kleur en opaciteit in. ### Transparante legenda's, filters, highlights en parameters laten zweven Als u filters, parameters en highlights visueel wilt verbinden met gerelateerde data, laat u deze items, die standaard transparant zijn, zweven. Tekst blijft altijd volledig ondoorzichtig, waardoor de leesbaarheid behouden blijft. ![Een filtervak met een transparante achtergrond.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_transparent_example.png) Als een zwevend object een kleur blijft weergeven, controleer dan deze instellingen op object- en werkbladniveau: - Selecteer het object en op klik in het tabblad Lay-out op de Achtergrondkleur, en kies Geen. - Klik op het menu Formaat en kies vervolgens Legenda's, Filters, Highlighters of Parameters. Kies vervolgens in het deelvenster Opmaak aan de linkerkant Arcering > Geen. ![Opmaakopties voor achtergrondkleur.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_transparent_shading.png) Zie [Opmaken op werkbladniveau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_worksheet.htm) voor meer informatie. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Fouten in data corrigeren of dimensieleden combineren door uw data te groeperen Als u groepen gebruikt om datafouten te corrigeren (bijvoorbeeld om 'CA' en 'Californië' te combineren) of om dimensieleden te combineren (bijvoorbeeld om de regio's 'Oost' en 'West' te combineren), is de eenvoudigste optie om kopteksten in de weergave te selecteren. 1. Houd de CTRL\- of Shift\-toets op het toetsenbord ingedrukt om meerdere kopteksten in de weergave te selecteren. Houd op een Mac de Command-toets ingedrukt. 2. Voer een van de volgende handelingen uit om een groep te maken: - Klik in Tableau Desktop op de werkbalk op de knop Groeperen ![Een bijlagepictogram in de vorm van een paperclip en een pictogram voor het contextmenu.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ad-hoc1.png), klik met de rechtermuisknop en selecteer Groeperen of klik op het pictogram Groeperen in de knopinfo. - Klik in Tableau Server of Tableau Cloud op het pictogram Groep in de tooltip. ![Een staafdiagram met twee rijen en drie kolommen. De eerste kolom is gelabeld Subcategorie en bevat de waarden Accessoires, Apparaten, Kunst, Binders,](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ad-hoc2.png) De geselecteerde leden worden gecombineerd tot één lid. In dit voorbeeld wordt nu in de weergave de SUM(Verkoop) voor alle mappen, enveloppen en nietjes als één markering weergegeven. Er wordt automatisch een standaardwaarde samengesteld met behulp van de gecombineerde lidnamen. De dimensie in de container Rijen of Kolommen wordt vervangen door het nieuwe gegroepeerde veld. ![Een staafdiagram met twee kolommen. De eerste kolom heeft het label Subcategorie en bevat de subcategorieën van producten. De tweede kolom heeft het label Verkoop en bevat de som van de verkopen voor elke subcategorie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ad-hoc3.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Fouten in functies voor prognosemodellering oplossen Wanneer u gebruikmaakt van [functies voor prognosemodellering](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/predictions_overview.htm) in Tableau, kunt u fouten tegenkomen wanneer u de berekeningen aan een visualisatie probeert toe te voegen. Vaak komt dit door de combinatie van predictors en gevisualiseerde elementen, wat leidt tot een wiskundig ongeldige berekening. Over het algemeen is het nuttig om eerst uw [Berekenen met](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm#the-basics-addressing-and-partitioning)\-dimensie nog eens te controleren. Controleer vervolgens of er geen discrepantie is tussen het detailniveau dat is opgegeven in uw predictors en het detailniveau in de weergave. Controleer ook of uw predictors relevante data aan het model leveren, gegeven de huidige visualisatie. In dit artikel beschrijven we een aantal veelvoorkomende problemen in detail en vertellen we hoe u deze kunt aanpakken. Fouten met functies voor prognosemodellering worden meestal veroorzaakt door een of meer van de volgende problemen, afhankelijk van het gebruikte model. ### Algemene fouten - [Ongeldige Berekenen met-dimensie](#Invalid_Compute_Using_dimension) - [Dimensiepredictors conflicteren met het gevisualiseerde detailniveau](#Dimension_predictors_conflict_with_LOD) - [Meerdere predictors conflicteren met elkaar](#Multiple_predictors_conflict_with_each_other) - [Er zijn niet genoeg data om een model te bouwen](#There's_not_enough_data_to_build_a_model) - [Er kon geen succesvol model worden geconstrueerd op basis van de verstrekte data](#A_successful_model_couldn't_be_constructed) ### Fouten bij Gaussische procesregressie - [Voor Gaussische procesregressie is precies één geordende dimensiepredictor nodig](#GP_one_ordered_dimension) - [Gaussische procesregressie ondersteunt alleen dimensies als predictors](#GP_only_dimensions) - [Er zijn geen trainingsdata voor een of meer voorspellingsdoelen](#GP_no_training_data) - [Er zijn meer dan 5.000 markeringen](#GP_too_many_marks) #### Ongeldige Berekenen met-dimensie Bij het visualiseren van een prognosemodelleringsfunctie moet een Berekenen met-dimensie worden opgegeven. Het is aan te raden om een specifieke dimensie te selecteren (zoals **Regio** of **Categorie**) in plaats van een richtinggevende dimensie (zoals **Tabel opzij en dan omlaag** of **Deelvenster opzij**). Omdat u mogelijk meerdere functies voor prognosemodellering in een visualisatie of dashboard hebt opgenomen, kunt u door een specifieke partitiedimensie te selecteren ervoor zorgen dat u modellen bouwt met dezelfde onderliggende dataset voor elke afzonderlijke functie. Met andere woorden: u vergelijkt resultaten van vergelijkbare modellen. Zie [Waarden transformeren met tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm) voor meer informatie over het gebruik van partitioneren. Wanneer u met functies voor prognosemodellering werkt, moet u ervoor zorgen dat u consistentie behoudt in de verschillende instanties, zowel in verschillende iteraties van uw model (bijvoorbeeld wanneer u verschillende predictors selecteert) als in verschillende visualisaties. Met de directionele Berekenen met-dimensies bestaat de mogelijkheid dat een triviale wijziging in uw gevisualiseerde data een significant effect heeft op de data die worden gebruikt om het model te bouwen. Dit heeft invloed op de geldigheid en consistentie in verschillende visualisaties. Je kunt [nullwaarden](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datafields_specialvalues.htm#null-numbers-and-dates-and-negative-values-on-log-axes) te zien krijgen als er geen Berekenen met-dimensie is opgegeven, of als er een ongeldige Berekenen met-dimensie is geselecteerd. Ongeldige Berekenen met-dimensies zijn: - Cel: Deze dimensie resulteert er altijd in dat er één enkel datapunt wordt gebruikt om een model te bouwen, wat niet succesvol zal zijn. - Een geneste dimensie op een hoger niveau (bijvoorbeeld als Regio en Status beide worden gevisualiseerd op een as, waarbij markeringen worden gegenereerd voor Status maar gegroepeerd door Regio.) Als Regio is geselecteerd als de partitiedimensie, zal het nullwaarden retourneren, omdat er geen geformaliseerde markeringen zijn voor Regio in deze weergave. ![visualisatie waarbij de Berekenen met-dimensies Status en Categorie zijn](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-error1.png) _In de bovenstaande visualisatie zijn geldige Berekenen met-dimensies: **Status** en **Categorie**. Het partitioneren van de data op **Status** of **Categorie** levert meerdere geldige markeringen op die gebruikt kunnen worden om een model te bouwen._ _**Regio** wordt weliswaar weergegeven als een Berekenen met-optie, maar genereert geen markeringen op het detailniveau van deze weergave en kan niet worden gebruikt om de data te partitioneren._ Zie [Berekenen met en datapartitionering in prognosemodellering](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_compute_using.htm) voor meer informatie. #### Dimensiepredictors conflicteren met het gevisualiseerde detailniveau Dimensiepredictors moeten op hetzelfde detailniveau worden gevisualiseerd of _hoger_. Dat wil zeggen dat als u data visualiseert op **Status**, u **Status**, **Regio** of **Land** kunt gebruiken als predictors, maar dat Stad als predictor een fout zal veroorzaken. Omdat er meerdere steden binnen een staat bestaan, zal deze predictor voor alle markeringen naar \* verwijzen en geen zinvolle informatie retourneren. Daarom negeert Tableau deze. Elke dimensionale predictor moet worden ingesloten in een [ATTR-functie](https://kb.tableau.com/articles/howto/when-to-use-the-attribute-attr-function?lang=nl-nl) (in het Engels), bijvoorbeeld: `MODEL_PERCENTILE(SUM([Sales]), ATTR([State]), ATTR([Category])` #### Meerdere predictors conflicteren met elkaar Elke predictor die binnen een bepaalde functie voor prognosemodellering wordt gebruikt, moet onafhankelijke informatie aan de berekening verstrekken. Als er twee predictors worden geselecteerd die exact gelijkwaardig aan, geschaalde versies of het omgekeerde van elkaar zijn, retourneert de prognosemodelleringsfunctie een foutmelding wanneer deze wordt gevisualiseerd. Een dataset die weersomstandigheden in de loop van de tijd bijhoudt, kan bijvoorbeeld twee velden bevatten: **IsRegen** en **IsDroog**. Deze twee velden het omgekeerde van elkaar, wat wil zeggen dat **IsDroog** = Waar wanneer **IsRegen** = Onwaar, en omgekeerd. Als zowel **IsDroog** als **IsRegen** worden opgenomen als predictors in een enkele prognosemodelleringsfunctie, zal deze een fout retourneren. Het bovenstaande geldt voor zowel meetwaarden als dimensies als predictors. In beide gevallen kunt u de fout oplossen door uw predictors aan te passen en de sterk gecorreleerde predictors te verwijderen. Zie [Predictors kiezen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_choosing_predictors.htm) voor meer informatie. #### Er zijn niet genoeg data om een model te bouwen Er moeten minimaal drie markeringen binnen een partitie aanwezig zijn, zodat functies voor prognosemodellering een model kunnen bouwen en voorspellingen kunnen genereren. Als er twee of minder markeringen in de dataset staan die is gedefinieerd door de weergegeven data en de Berekenen met-dimensie, retourneert de prognosemodelleringsfunctie nullresultaten. U kunt dit probleem oplossen door het detailniveau, de parameters voor datafiltering of de Berekenen met-dimensie te wijzigen, zodat elke partitie meer dan twee markeringen heeft. #### Er kon geen succesvol model worden geconstrueerd op basis van de verstrekte data Deze fout treedt op als er een conflict is tussen de geselecteerde predictor(s), het gevisualiseerde detailniveau en/of de geselecteerde Berekenen met-dimensie, waardoor het onmogelijk is om de predictors te gebruiken om een rationeel model te bouwen. Laten we bijvoorbeeld eens kijken naar deze MODEL\_QUANTILE-berekening: `MODEL_QUANTILE(0.5, MEDIAN([Profit]), ATTR(MONTH([Order Date])))` Als we deze berekening toepassen op een visualisatie waarbij elk markering een **Status**\-waarde vertegenwoordigt, zal de onderstaande fout worden geretourneerd: ![foutbericht](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-error5.png) Aangezien **Besteldatum** niet wordt gebruikt om de data te visualiseren of te segmenteren, kan de prognosemodelleringsfunctie de opgegeven predictor niet gebruiken om een model te bouwen. Om dit op te lossen: - Werk uw visualisatie bij om de predictor als dimensie op te nemen. - Werk uw functie bij om de niet-geschikte predictor te verwijderen. U ziet dat deze fout een mismatch weerspiegelt tussen de visualisatie en de specifieke predictors van de tabelberekening. Deze berekening zou zonder problemen werken als deze wordt toegepast op een visualisatie die **Besteldatum** omvat als dimensie. #### Voor Gaussische procesregressie is precies één geordende dimensiepredictor nodig Om Gaussische procesregressie te gebruiken, moet u precies één geordende dimensie als predictor opnemen. U kunt extra _ongeordende_ dimensies als predictors toevoegen. Meetwaarden kunnen niet worden gebruikt als predictors bij Gaussische procesregressie. Als u deze fout tegenkomt, voegt u een predictor van een geordende dimensie toe aan uw tabelberekening, verwijdert u de overtollige predictor van een geordende dimensie of geeft u op dat een van de geordende dimensies moet worden behandeld als een ongeordende dimensie. Omdat Gaussische procesregressie het beste kan worden gebruikt voor tijdreeksdata, zal dit doorgaans de vorm aannemen van een op tijd gebaseerde predictor zoals ATTR(DATETRUNC('month',\[Order Date\])). Ieder [datumgedeelte](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_date.htm#datepart-values) kan worden gebruikt in de DATETRUNC-expressie, maar het datumgedeelte moet op hetzelfde of een hoger detailniveau zijn als de visualisatie. Dat wil zeggen, als de visualisatie WEEK(\[Order Date\]) gebruikt als aggregatieniveau, moet het datumgedeelte week,month,quarter, etc. zijn, en niet dayofyear, day, weekday, hour, etc. Houd er rekening mee dat ATTR(MONTH(\[Date\])) tekenreekswaarden retourneert en daarom niet als een geordende dimensionale predictor functioneert, tenzij deze handmatig wordt opgegeven. Dit kunt u doen door **ordered** direct vóór de predictor op te nemen, zoals hieronder: `MODEL_PERCENTILE( "model=gp", SUM([Sales]), "ordered",ATTR(MONTH([Order Date])) )` Als u meerdere tijdsdimensies in uw predictors wilt opnemen, moet u aangeven welke u als ongeordende dimensies wilt gebruiken. Dit kunt u doen door **unordered** direct vóór de dimensie op te nemen, zoals hieronder: `MODEL_PERCENTILE( "model=gp", SUM([Sales]), ATTR(DATETRUNC('month',[Order Date])) "unordered",ATTR(DATETRUNC('year',[Order Date])) )` Als u probeert om de bovenstaande berekening te gebruiken zonder **ongeordend** op te geven voor ATTR(DATETRUNC('year',\[Order Date\]), wordt er een fout geretourneerd. Bovendien moet de adresseringsrichting (of Berekenen met) voor Gaussische procesregressie worden ingesteld op hetzelfde veld als de predictor van de geordende dimensie. Er kan slechts één adresseringsrichting (of Berekenen met) voor alle modellen worden geselecteerd. #### Gaussische procesregressie ondersteunt alleen dimensies als predictors U kunt geen meetwaarde gebruiken als predictor bij Gaussische procesberekeningen. Verwijder de meetwaardepredictor. Deze beperking is alleen van toepassing op functies voor prognosemodellering die Gaussische procesregressie opgeven. Lineaire regressie (of OLS, de standaard) en geregulariseerde lineaire regressiefuncties ondersteunen beide meetwaarden als predictors. #### Er zijn geen trainingsdata voor een of meer voorspellingsdoelen Voor Gaussische procesregressie is het nodig dat elke datapartitie ten minste _n_ datapunten heeft om een voorspellend model mee te bouwen en voorspellingen te doen. Als u deze fout tegenkomt, moet u uw voorspellingen herzien. #### Er zijn meer dan 5.000 markeringen Gaussische procesregressies worden alleen ondersteund voor visualisaties met minder dan 5.000 markeringen. U kunt dit probleem oplossen door het detailniveau bij te werken en zo het aantal punten te verlagen, of door een ander statistisch model te selecteren. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Fouten in prognoses oplossen Als Tableau geen prognose voor uw weergave kan geven, kan het probleem vaak worden opgelost door de datumwaarde in de weergave te wijzigen (zie [Datumniveaus wijzigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dates_levels.htm)). Prognosefouten kunnen ontstaan wanneer het aggregatieniveau van de tijdreeksen (maanden, weken enz.) te fijn of te grof is voor de data waarvoor een prognose wordt gemaakt. Dit kan leiden tot de hieronder beschreven fouten 'te veel data' of 'te weinig data'. Datumaggregatie kan een 'te veel nullen'-scenario veroorzaken wanneer de prognose probeert meer data uit de meetwaarde te halen dan mogelijk is. Als de onderliggende granulariteit van de verkoopdata bijvoorbeeld maanden is, maar u aggregeert per week, kan het resultaat een aanzienlijk aantal null-waarden zijn. Er ontstaan andere problemen wanneer de aggregatie van de weergave en de aggregatie die voor de prognose is opgegeven (met gebruik van het veld Aggregeren op in het dialoogvenster Prognose-opties) niet compatibel zijn. Tableau kan een prognose maken als de prognose-aggregatie een fijner detailniveau heeft dan de aggregatie van de weergave, maar niet als het een grover detailniveau heeft. Zelfs als het detailniveau fijner is, zijn de twee waarden alleen compatibel als er een strikte hiërarchie is die Tableau kan gebruiken (kwartalen kunnen bijvoorbeeld gelijkmatig worden verdeeld in drie maanden, maar maanden kunnen niet gelijkmatig worden verdeeld in weken). Vermijd deze scenario's door de instelling Aggregeren op te wijzigen naar Automatisch. De volgende lijst toont fouten die kunnen ontstaan door ongeldige prognoses in Tableau. Ook vindt u advies over hoe u deze kunt oplossen.
FoutberichtSuggestie voor een oplossing
Er kan geen continue datum worden afgeleid uit de datumvelden in de weergave.

Voor prognoses is een datumveld nodig dat continu geïnterpreteerd kan worden. Als het datumveld niet expliciet continu is, moet een van de opgenomen datumniveaus Jaar zijn.

Deze fout wordt gegeven als er geen datums in de weergave staan, of als de datums in de weergave geen volledige hiërarchie vormen (bijvoorbeeld als de datum Jaar en Dag bevat, maar geen Maand), of als ze een hiërarchie vormen die niet wordt ondersteund (bijvoorbeeld Jaar, Week, Dag).

De tijdreeks is te kort om een prognose te maken.

Breid de tijdreeks in uw weergave uit, zodat deze meer datumwaarden bevat.

Deze fout wordt gegeven als er minder dan vier datapunten zijn na het weglaten van onbetrouwbare of gedeeltelijke achterliggende periodes die misleidende zouden kunnen zijn voor de prognose.

Er kan geen prognose worden berekend voor een tijdreeks met null-datumwaarden.Verwijder alle null-waarden uit het datumveld of de datumvelden in de weergave. Dit kunt u doen door het datumveld te filteren of door een minder gedetailleerde datumgranulariteit te gebruiken (bijvoorbeeld door over te schakelen van maanden naar kwartalen).
Er kan geen prognose worden berekend wanneer de weergave meerdere afzonderlijke datumvelden bevat.Deze fout wordt gegeven als er meerdere datumvelden in de weergave staan. Als bijvoorbeeld zowel de Besteldatum als de Verzenddatum in dezelfde weergave staan, wordt het maken van een prognose niet ondersteund.
De geselecteerde waarde Aggregeren tot in de prognose-opties is niet compatibel met de visualisatie.

De datum in de weergave moet compatibel zijn met de waarde in Aggregeren op in het dialoogvenster Prognose-opties. Als Aggregeren op bijvoorbeeld is ingesteld op Weken en de datum in de weergave is ingesteld op Maanden, treedt deze fout op.

Wijzig een van de datums zodat de twee compatibel zijn, of stel Aggregeren op in als Automatisch.

Er kan geen prognose worden berekend omdat er te veel ontbrekende waarden zijn.

Deze fout wordt gegeven als meer dan 40% van de data in een deelvenster ontbreekt.

Het selecteren van Ontbrekende waarden invullen met nullen in het dialoogvenster Prognose-opties lost deze fout niet op. Voeg uw data samen op een hoger detailniveau door dimensies te verwijderen of het datumniveau te wijzigen, bijvoorbeeld van 'weken' naar 'maanden'.

Anders moet u de brondata aanpassen of data uit een andere bron gebruiken.

Er is geen meetwaarde om een prognose voor te maken.Deze fout wordt gegeven als er geen meetwaarde in de weergave aanwezig is waarvoor een prognose kan worden gemaakt. Prognosemeetwaarden moeten zich in het de container Rijen of Kolommen bevinden, of op de kaart Markeringen.
De meetwaarde voor de prognose moet een getal zijn.Sommige meetwaarden kunnen niet numeriek worden geïnterpreteerd en hier kan dus geen prognose voor worden gemaakt.
Er kan geen prognose worden berekend voor een dimensie.De waarde waarvoor een prognose wordt gemaakt moet een meetwaarde zijn en geen dimensie.
Er zijn te veel data om een prognose te berekenen.Het is niet mogelijk om een prognose te maken als de resultatenset van de query te groot is. De limiet is ongeveer 10.000 rijen. Om de prognose te corrigeren, kunt u de tijdreekswaarde op een hoger niveau aggregeren (bijvoorbeeld Maand in plaats van Week) of de data filteren.
Er kan geen prognose worden berekend omdat de data zijn opgesplitst in te veel rijen, kolommen of kleuren.Vereenvoudig de weergave om de fout op te lossen door enkele dimensies uit te filteren of te verwijderen.
Er kan geen prognose worden berekend omdat de weergave tabelberekeningen bevat.Maak een versie van de weergave die geen tabelberekeningen bevat.
Er kan geen prognose worden berekend omdat de container Filters een meetwaarde bevat.Verwijder de meetwaarde uit de container Filters.
Er kan geen prognose worden berekend omdat Meetwaarden aggregeren niet is geselecteerd.Meetwaarden aggregeren is een optie in het menu Analyse. Zie Data-aggregatie in Tableau en Data desaggregeren.
Er kan geen prognose worden berekend omdat de weergave percentielberekeningen bevat.Percentage van is een optie in het menu Analyse. Zie Percentages berekenen in Tableau.
Er kan geen prognose worden berekend omdat Eindtotalen of Subtotalen zijn ingeschakeld.Deze opties worden beheerd vanuit de opdrachtregel Totalen in het menu Analyse. Zie Totalen weergeven in een visualisatie.
Er kan geen vermenigvuldigingsmodel worden berekend omdat de meetwaarde waarvoor een prognose gemaakt moet worden een of meer waarden heeft die kleiner zijn dan of gelijk zijn aan nul.U hebt een aangepast model gemaakt waarbij Trend of Seizoensgebondenheid is ingesteld op Vermenigvuldigen. Wijzig deze waarde of stel het prognosemodel in op Automatisch.
Een model met trendvermenigvuldiging en seizoen-optelling is niet toegestaan omdat dit numeriek onstabiel is.U hebt een aangepast model gemaakt dat is geconfigureerd zoals beschreven in het foutbericht. Wijzig de instellingen voor het aangepaste model of wijzig de instellingen voor het prognosemodel naar Automatisch.
Er kan geen seizoensgebonden model worden berekend omdat de tijdreeks te kort is.

Breid de tijdreeks in uw weergave uit, zodat deze meer datumwaarden bevat.

Het geselecteerde vermenigvuldigingsmodel kan niet worden berekend omdat sommige data te dicht bij nul liggen ten opzichte van de rest van de data.U hebt een aangepast model gemaakt dat is geconfigureerd zoals beschreven in het foutbericht. Wijzig de instellingen voor het aangepaste model of wijzig de instellingen voor het prognosemodel naar Automatisch.
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Functies in Tableau Tableau ondersteunt veel functies voor gebruik in Tableau-berekeningen. Zie de volgende artikelen en referentie-onderwerpen voor meer informatie over de functies in Tableau: ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Functies van prognosemodellering Dit artikel introduceert functies voor prognosemodellering en hun gebruik in Tableau. Er wordt ook aan de hand van een voorbeeld gedemonstreerd hoe u tabelberekeningen kunt maken met gebruik van de functies van prognosemodellering. ## Waarom functies van prognosemodellering gebruiken Met functies van prognosemodellering kunt u snel prognoses genereren die kunnen worden gemanipuleerd, gevisualiseerd en geëxporteerd als data met gebruik van [tabelberekeningen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm). Voorheen moest u Tableau wellicht integreren met R en Python om geavanceerde statistische berekeningen uit te voeren en deze in Tableau te visualiseren. U kunt nu doelen en voorspellingen selecteren door de variabelen bij te werken en meerdere modellen met verschillende combinaties van voorspellingen te visualiseren. De data kunnen op alle detailniveaus worden gefilterd, samengevoegd en getransformeerd. Hierbij worden de invoer en voorspellingen automatisch opnieuw berekend, zodat ze overeenkomen met de data in de weergave. Zie [Hoe functies voor prognosemodellering werken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_overview.htm) voor meer informatie over functies van prognosemodellering in Tableau ## Functies voor prognosemodellering in Tableau ### MODEL\_PERCENTILE
SyntaxisMODEL_PERCENTILE(
model_specification (optional),
target_expression,
predictor_expression(s))
DefinitieRetourneert de waarschijnlijkheid (tussen 0 en 1) dat de verwachte waarde minder is dan of gelijk is aan de waargenomen markering, gedefinieerd door de doelexpressie en andere predictors. Dit is de posterieure voorspellende distributiefunctie, ook wel bekend als de cumulatieve distributiefunctie (CDF).
Voorbeeld
MODEL_PERCENTILE( SUM([Sales]),COUNT([Orders]))
### MODEL\_QUANTILE
SyntaxisMODEL_QUANTILE(
model_specification (optional),
quantile,
target_expression,
predictor_expression(s))
DefinitieRetourneert een numerieke doelwaarde binnen het waarschijnlijkheidsbereik dat is gedefinieerd door de doelexpressie en andere predictors bij een opgegeven kwantiel. Dit is het posterieure voorspellende kwantiel.
Voorbeeld
MODEL_QUANTILE(0.5, SUM([Sales]), COUNT([Orders]))
## Een voorspellingsberekening maken Volg de onderstaande stappen om te leren hoe u een eenvoudige voorspellingsberekening maakt met de functie MODEL\_QUANTILE. Zie [Voorbeeld – De levensverwachting van vrouwen verkennen met functies voor prognosemodellering](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_example.htm) voor een meer gedetailleerd voorbeeld ### Stap 1: een visualisatie maken 1. Maak in Tableau Desktop verbinding met de opgeslagen databron **Voorbeeld - Superstore**, die bij Tableau wordt geleverd. 2. Navigeer naar een werkblad. 3. Sleep in het deelvenster **Data** de dimensie Besteldatum naar de container Kolommen. 4. Open het contextmenu van de meetwaarde om het lijstniveau te wijzigen naar Maand en Jaar: ![Een vervolgkeuzemenu met verschillende opties voor datumnotatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-pill-list-level.png) 5. Sleep Verkoop naar de container Rijen. ### Stap 2: het berekende veld maken 1. Klik om het menu Analyse bovenaan te openen en selecteer vervolgens Berekend veld maken. 2. Doe het volgende in de berekeningseditor: - Geef de berekening de naam: **Predict Median Sales (voorspel mediaanverkoop).** - Voer de volgende formule in: MODEL\_QUANTILE(0.5, SUM(\[Sales\]),ATTR(DATETRUNC('month', \[Order Date\]))) Let op: de functie MODEL\_QUANTILE neemt een opgegeven kwantiel en voorspelt waarden op basis van de door u ingevoerde voorspellingen. Laten we dit eens nader bekijken: - In dit geval is het kwantiel = 0,5, wat de mediaan voorspelt. - We willen de verkoop voorspellen, dus de doelexpressie is SUM(\[Sales\]). - Omdat we de voorspelling willen baseren op prestaties uit het verleden, gebruiken we de datum als voorspeller. Dit is het laatste argument in de berekening. 4. Klik op OK als u klaar bent. De voorspellingsberekening wordt nu toegevoegd als een berekend veld in het deelvenster Data. ### Stap 3: de voorspellingsberekening toevoegen aan de weergave 1. Sleep de voorspellingsberekening naar de container Rijen, rechts van SUM(Sales). 2. Klik met de rechtermuisknop (Control-klik op Mac) op de meetwaarde en selecteer Dubbele as. 3. Om de twee assen in een diagram met twee assen uit te lijnen zodat dezelfde schaal wordt gebruikt, klikt u met de rechtermuisknop (Control-klik op Mac) op de secundaire as, in dit geval Predict Median Sales (Voorspel mediane verkoop). Selecteer nu As synchroniseren. Hierdoor wordt de schaalgrootte van de twee assen afgestemd. ![Een lijndiagram waarin de verwachte mediane omzet wordt vergeleken met de werkelijke omzet van 2017 tot en met 2021.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viz-with-prediction.png) Dat is alles. Zie [Functies voor prognosemodellering in tijdreeksvisualisaties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_future.htm) om erachter te komen hoe u een datumas kunt verlengen en de toekomst kunt voorspellen. ## Regels voor voorspellingsberekeningen - U kunt geaggregeerde en niet-geaggregeerde argumenten niet mengen. Als de doelexpressie een aggregaat is, moet de voorspelling dat ook zijn. - De functies worden het best gebruikt om waarden voor individuele records te voorspellen in visualisaties waarin elke markering een discrete entiteit vertegenwoordigt, zoals een persoon, een product, een verkoop, enz. - De functies kunnen het beste worden gebruikt om waarden voor geaggregeerde doelexpressies te voorspellen met behulp van SUM en COUNT. - Het wordt niet aanbevolen om de functies te gebruiken om waarden te voorspellen voor geaggregeerde doelexpressies met gebruik van AVG, MEDIAN, MIN of MAX. - De functies moeten voorspellingen gebruiken die hetzelfde detailniveau hebben als of hoger zijn dan de visualisatie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Functies voor prognosemodellering in tijdreeksvisualisaties In dit document worden de stappen beschreven die nodig zijn om een tijdas naar de toekomst te verleggen, zodat u met behulp van functies voor prognosemodellering voorspellingen kunt doen voor toekomstige datums. Volg het onderstaande voorbeeld om te zien hoe u dit doet. ## Stap 1: een visualisatie maken 1. Maak in Tableau Desktop verbinding met de opgeslagen databron Voorbeeld - Superstore, die bij Tableau wordt geleverd. 2. Navigeer naar het werkblad Blad 1. 3. Sleep in het deelvenster Data de dimensie Besteldatum naar de container Kolommen. 4. Open het contextmenu van de meetwaarde om het lijstniveau te wijzigen naar Maand en Jaar: ![Contextmenu meetwaarde](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-pill-list-level.png) 5. Sleep Winst naar de container Rijen. ## Stap 2: een voorspellingsberekening maken 1. Klik om het menu Analyse bovenaan te openen en selecteer vervolgens Berekend veld maken. 2. Doe het volgende in de berekeningseditor: - Geef de berekening de naam: **Kwantiel Predict Median Profit (Voorspel mediane winst).** - Voer de volgende formule in: `MODEL_QUANTILE(0.5, SUM([Profit]),ATTR(DATETRUNC('month', [Order Date])))` De functie MODEL\_QUANTILE neemt een opgegeven kwantiel en voorspelt waarden op basis van de door u ingevoerde voorspellingen. In dit geval is het kwantiel = 0,5, wat de mediaan voorspelt. We willen de winst voorspellen, dus de doelexpressie is SUM(\[Winst\]). En omdat we de voorspelling willen baseren op prestaties uit het verleden, moeten we de datum als predictor gebruiken. **Opmerking**: met functies voor prognosemodellering kunt u geen geaggregeerde en niet-geaggregeerde argumenten mengen. Aangezien de doelexpressie een aggregaat is, moet de predictor dat ook zijn. In dit geval hebben we ATTR(DATETRUNC('maand', \[Besteldatum\])) gebruikt. Zie [De Attribute (ATTR)-functie gebruiken](https://kb.tableau.com/articles/howto/when-to-use-the-attribute-attr-function?lang=nl-nl) (in het Engels) voor meer informatie over het gebruik van de ATTR-functies. 3. Klik op OK als u klaar bent. De voorspellingsberekening wordt nu toegevoegd als een berekend veld in het deelvenster Data. ## Stap 3: de voorspellingsberekening toevoegen aan de weergave 1. Sleep de voorspellingsberekening naar de container Rijen, rechts van SUM(Winst). 2. Klik met de rechtermuisknop (Control-klik op Mac) op de meetwaarde en selecteer Dubbele as. 3. Om de twee assen in een diagram met twee assen uit te lijnen zodat dezelfde schaal wordt gebruikt, klikt u met de rechtermuisknop (Control-klik op Mac) op de secundaire as, in dit geval **Kwantiel Predict Median Profit (Voorspel mediane winst)**. Selecteer nu As synchroniseren. Hierdoor wordt de schaalgrootte van de twee assen afgestemd. ![Lijndiagram met winstlijn en voorspellingscurve](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-future-rev1.png) ## Stap 4: breid het datumbereik uit en verdicht de data De laatste stap is het verleggen van de horizontale as naar de toekomst, zodat u markeringen kunt toevoegen die buiten het huidige datumbereik vallen. 1. Om dit te doen, opent u het contextmenu van het veld MAAND(besteldatum) en selecteert u Datumbereik uitbreiden. 2. In het dialoogvenster Datumbereik uitbreiden verlengen we de as met 16 maanden: ![Venster Datumbereik uitbreiden](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-future-rev2.png) Tableau heeft de weergave automatisch bijgewerkt door de horizontale as uit te breiden en voorspellingen voor de volgende toekomstige datums op te nemen: ![Lijndiagram met datum-as verlegd naar de toekomst](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-future-rev3.png) De blauwe Winstlijn reikt niet tot het einde van de grafiek. De oranje lijn die de voorspellingsberekening weergeeft, Kwantiel Predict Mean Profit (Voorspel mediane winst), _loopt_ door tot het einde van de grafiek. Het berekenen van de voorspelde winst op toekomstige data is een voorbeeld van dataverdichting, wat optreedt wanneer Tableau extra markeringen in de weergave aanbrengt om te compenseren voor [ontbrekende waarden](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/missing_values.htm). Er worden geen data toegevoegd aan de onderliggende databron. Er worden alleen markeringen gegenereerd en aan de weergave toegevoegd. **Opmerking:** Wanneer u een datumbereik in de toekomst verlegd, schakelt Tableau automatisch de optie Eigenschappen van ontbrekende waarden afleiden in het menu Analyse. Zo weet u zeker dat uw voorspellingsberekening met de ontbrekende waarden werkt. Zie [Prognosemodellering met gegenereerde markeringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_generated_marks.htm) voor meer informatie over deze menuoptie. Zie deze [post over dataverdichting](https://www.dataplusscience.com/DataDensification.html) (in het Engels) van [Data Plus Science](https://www.dataplusscience.com/index.html) voor meer informatie over dataverdichting. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Geanalyseerde velden in Data uitleggen Data uitleggen voert een statistische analyse uit op een dashboard of blad om markeringen te vinden die uitschieters zijn, of specifiek op een door u geselecteerde markering. Bij de analyse wordt ook rekening gehouden met mogelijk gerelateerde datapunten uit de databron die niet in de huidige weergave worden weergegeven. Data uitleggen omvat mogelijk niet elke kolom van de databron in de analyse. In veel gevallen worden bepaalde veldtypen automatisch uitgesloten van de analyse. Zie [Velden standaard uitgesloten](#DefaultExcFields) voor meer informatie. ![Weergave van 'Data uitleggen' met geanalyseerde velden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_viewfields.gif) **Opmerking**: dimensies met meer dan 500 unieke waarden komen niet in aanmerking voor analyse (tenzij de auteur dit toestaat in Data-instellingen uitleggen). Alle gebruikers kunnen informatie bekijken over welke velden zijn opgenomen of uitgesloten in de huidige analyse. Creators en Explorers met bewerkingsmachtigingen kunnen de velden bewerken die Data uitleggen gebruikt voor statistische analyse. ## Velden bekijken die zijn geanalyseerd door Data uitleggen Wanneer u een uitleg uitvouwt voor een meetwaarde die bijdraagt aan de waarde van de markering, wordt onderaan het venster Datagids een link weergegeven met het aantal velden dat in de analyse is meegenomen. ![Details van 'Data uitleggen' met een link om de 14 van de 23 velden te bekijken die relevant zijn voor de hogere somwaarde.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_fieldslink.png) Klik op de link om de lijst te bekijken met velden die wel of niet zijn opgenomen in de huidige statistische analyse. Wanneer een databron meer dan 1000 niet-gevisualiseerde dimensies of meetwaarden bevat, ziet u mogelijk een waarschuwing met de vraag of u wilt dat Data uitleggen meer velden meeneemt. Klik op Alles uitleggen om een langere analyse uit te voeren met meer velden. Het kan langer duren voordat de analyse is voltooid. #### Velden bekijken die door Data uitleggen worden gebruikt voor statistische analyse 1. [Voer Data uitleggen uit op een dashboard, blad of markering](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_basics.htm#RunExD). 2. Klik in het venster Datagids onder **Bijdragend aan de waarde van** op een meetwaardenaam. ![Details van Data uitleggen voor een geanalyseerde markering, met gehighlighte tekst die een hogere dan verwachte som voor de reisafstand beschrijft, namelijk 8800.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_viewfields1.png) 3. Klik op de link _aantal-velden_ onderaan het venster. ![Details van Data uitleggen voor een geanalyseerde markering, met de tekst '12 van de 23 velden' gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_viewfields2.png) ## Velden wijzigen die worden gebruikt voor statistische analyse Creators en Explorers met bewerkingsmachtigingen kunnen op het tabblad Velden van het dialoogvenster Data-instellingen uitleggen velden selecteren die moeten worden opgenomen in of uitgesloten van de statistische analyse. ![Venster met instellingen voor 'Data uitleggen' met informatie over de data-instellingen, waaronder velden en datatypen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_settings.png) Wanneer een databron dimensies bevat met een groot aantal unieke waarden (maximaal 500), worden deze velden niet meegenomen in de analyse. #### Velden bewerken die door Data uitleggen worden gebruikt voor statistische analyse Instellingen voor geanalyseerde velden worden toegepast op databronniveau. 1. Voer Data uitleggen uit op een markering tijdens het bewerken van een weergave. 2. Klik in het venster Datagids op het instellingenpictogram onderaan het venster. Of klik op de knop Bewerken in de weergave Geanalyseerde velden ([geanalyseerde velden openen](#ViewAnalyzed)). ![De knop Bewerken in het deelvenster Geanalyseerde velden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_editfields.png) 3. Klik in het dialoogvenster Data-instellingen uitleggen op het tabblad Velden. 4. Klik op een vervolgkeuzepijl naast een veldnaam en selecteer Automatisch of Nooit opnemen en klik vervolgens op OK. Houd er rekening mee dat velden minder dan 500 unieke waarden mogen bevatten om in de analyse te worden opgenomen. ![Het venster met instellingen van Data uitleggen met een geselecteerde meetwaarde en een uitgevouwen vervolgkeuzemenu waarin u opties ziet voor het opnemen of uitsluiten van het veld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_excludefield.png) ## Velden standaard uitgesloten
Velden standaard uitgeslotenRedenen voor uitsluiting

Alle niet-gevisualiseerde meetwaarden wanneer er meer dan 1000 meetwaarden in de databron staan.

Alle niet-gevisualiseerde dimensies wanneer er meer dan 1000 dimensies in de databron staan.

Het berekenen van uitleg voor meer dan 1000 niet-gevisualiseerde meetwaarden of dimensies kan langer duren, soms wel enkele minuten. Deze velden worden standaard uitgesloten voor de eerste analyse, maar u kunt ervoor kiezen ze op te nemen in een verdere analyse.

In deze situatie ziet u mogelijk een waarschuwing met de vraag of u wilt dat Data uitleggen meer velden meeneemt. Klik op de waarschuwingslink voor meer informatie. Klik op Alles uitleggen om een langere analyse uit te voeren met meer velden.

Velden die gebruik maken van geometrie, breedtegraad of lengtegraadGeometrie, breedtegraad en lengtegraad kunnen op zichzelf geen uitleg vormen. Het is zeer waarschijnlijk dat een uitleg die de breedtegraad of lengtegraad als uitleg noemt, voortkomt uit een valse correlatie en niet uit een waarschijnlijke uitleg.
Dimensies met hoge kardinaliteit (dimensies met > 500 leden)

Dimensies met een hoge kardinaliteit duren langer om te berekenen. Dimensies met meer dan 500 unieke waarden komen niet in aanmerking voor analyse.

Groepen, bins of setsMomenteel niet ondersteund.
TabelberekeningenTabelberekeningen kunnen niet worden geanalyseerd als de tabelberekeningen zich op een ander detailniveau bevinden dan de weergave.
Niet-gevisualiseerde meetwaarden waarvan geen gemiddelde kan worden bepaaldNiet-gevisualiseerde meetwaarden waarvan geen gemiddelde kan worden bepaald, omvatten meetwaarden die berekende velden zijn waarbij de berekeningsexpressie aggregaties bevat (weergegeven als AGG()-velden wanneer ze aan het blad worden toegevoegd).
Discrete meetwaarden en continue dimensiesMomenteel niet ondersteund.
Verborgen veldenNiet beschikbaar.
Berekende velden met foutenEr zijn geen waarden beschikbaar om te analyseren.
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Geavanceerde highlightacties maken U kunt meer geavanceerde highlightacties definiëren met behulp van het dialoogvenster Acties. Daar kunt u bron- en databladen opgeven en de velden die u wilt gebruiken voor het highlighten. Volg de onderstaande stappen om een highlightactie te maken. 1. Selecteer Werkblad > Acties op een werkblad. Selecteer Dashboard > Acties op een dashboard. 2. Klik in het dialoogvenster Acties op de knop Actie toevoegen en selecteer Highlighten. ![Optie om een highlighter-actie toe te voegen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/highlightaction4.png) 3. Geef de actie een naam om deze te identificeren in het dialoogvenster Acties. Het is handig om een beschrijvende naam te kiezen, zoals: _Highlight producten die worden verzonden per bestelwagen_. U kunt variabelen uit een vervolgkeuzelijst selecteren en deze in de naam gebruiken. Dan worden deze ingevuld op basis van de waarden van het geselecteerde veld. 4. Selecteer het bronblad of de databron in de vervolgkeuzelijst. Als u een databron of een dashboardblad selecteert, kunt u daarin vervolgens afzonderlijke bladen selecteren. ![Er wordt een dialoogvenster weergegeven met opties waarmee u een highlighter-actie kunt toevoegen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/highlightaction6.png) 5. Selecteer hoe u de actie wilt activeren. U kunt kiezen uit de volgende opties: - Aanwijzen met de muis - plaats de aanwijzer op een markering in de weergave om de actie uit te voeren. Deze optie werkt goed voor highlight- en filteracties in een dashboard. - Selecteren - klik op een markering in de weergave om de actie uit te voeren. Deze optie werkt goed voor alle soorten acties. - Menu - klik met de rechtermuisknop (Mac: houd Control ingedrukt en klik) op een geselecteerde markering in de weergave en selecteer vervolgens een optie in het contextmenu. Deze optie werkt goed voor filter- en URL-acties. 6. Selecteer een doelblad. Als u een dashboard selecteert, kunt u in het dashboard vervolgens afzonderlijke bladen selecteren. ![Doelbladen die beschikbaar zijn om te highlighten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/highlightaction8.png) 7. Selecteer de velden die u wilt gebruiken voor het highlighten. U kunt kiezen uit de volgende opties: - Alle velden - Markeringen in het doelblad worden gehighlight als ze overeenkomen met de markeringen die in het bronblad zijn geselecteerd. Bij het bepalen van een overeenkomst wordt rekening gehouden met alle velden. - Datums en tijden - Markeringen in het doelblad worden gehighlight als hun datum en tijd overeenkomt met de datum en tijd van de markeringen die in het bronblad zijn geselecteerd. De bron- en doelwerkbladen kunnen elk slechts één datumveld hebben, maar de datumvelden kunnen verschillende namen hebben. - Geselecteerde velden - Markeringen in het doelblad worden gehighlight op basis van geselecteerde velden. Als u bijvoorbeeld gaat highlighten met het veld Verzendmethode, resulteert dat in een actie waarbij alle markeringen in het doelblad worden gehighlight die dezelfde verzendmethode hebben als de geselecteerde markering in het bronblad. 8. Als u klaar bent, klikt u twee keer op OK om de dialoogvensters te sluiten en terug te keren naar de weergave. ## Zie ook [Highlightacties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_highlight.htm) [Datapunten in context highlighten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_highlight_highlighter.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Gebieden op een kaart maken Wanneer u data op een kaartweergave analyseert, wilt u mogelijk _bestaande_ locaties groeperen om uw eigen gebieden of regio's te maken, zoals verkoopgebieden voor uw organisatie. In Tableau zijn er verschillende manieren om gebieden te maken: - [Optie 1: Locaties op een kaart selecteren en groeperen](#OnMap) - [Optie 2: Een gebied maken vanuit een geografisch veld](#group) - [Optie 3: Een gebiedsveld geocoderen met behulp van een ander geografisch veld](#table) ## Optie 1: Locaties op een kaart selecteren en groeperen Als u een kaartweergave hebt gemaakt, kunt u locaties (markeringen) op de kaart selecteren en groeperen om uw gebieden te creëren. De volgende kaartweergave toont bijvoorbeeld de totale verkoop per postcode voor een bedrijf met verkopen in heel Australië. ![Kaart van Australië met de totale omzet per postcode van een bedrijf met omzet in het hele land.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_custom_territories1.png) Het eerste wat u misschien denkt: dat zijn een heleboel postcodes! In feite is er in deze kaartweergave voor elke 4-cijferige postcode in Australië een markering aanwezig, en elk van die markeringen heeft een aggregatie voor de SUM van de verkoop. Als u op zoek bent naar verkoopinformatie voor elke postcode in Australië, dan is dit de juiste weergave voor u. Het is echter mogelijk dat u niet elke afzonderlijke locatie in uw kaartweergave wilt analyseren. In plaats daarvan kunt u uw eigen gebieden, regio's of territoria hebben die u als geheel wilt analyseren. Stel dat uw organisatie Australië in vijf verschillende verkoopgebieden heeft verdeeld en u de totale verkoop voor elk gebied wilt analyseren. Omdat u in dit geval al een kaartweergave hebt gemaakt, kunt u locaties rechtstreeks op de kaart selecteren en groeperen om uw eigen gebieden te creëren. Volg de onderstaande stappen om te leren hoe u dit kunt doen. ### Stap 1: Locaties selecteren op de kaart om te groeperen in een gebied Selecteer in de kaartweergave de locaties (markeringen) die u in uw eigen gebied wilt groeperen. Zie [Markeringen selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_pan_zoom.htm#Select) voor meer informatie over het selecteren van markeringen. ### Stap 2: De eerste groep (uw eerste gebied) maken Wanneer u markeringen in de weergave selecteert of met de muis een selectie aanwijst, verschijnt er een knopinfo. Klik in die knopinfo op het pictogram Groeperen en selecteer vervolgens het detailniveau waarop u de locaties wilt groeperen. ![Kaart van Australië met de optie voor postcode en landdetails geselecteerd in de knopinfo.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_custom_territories3.png) Er is een nieuw groepsveld toegevoegd aan het deelvenster Data met een groepspictogram ernaast. Om de locaties binnen de groep op elk gewenst moment te wijzigen, klikt u met de rechtermuisknop op het groepsveld in het deelvenster Data en selecteert u Groep bewerken. ![Het gedeelte Dimensies van het deelvenster Data met een dimensie Postcode en Landgroep.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_custom_territories4.png) Het nieuwe veld is ook toegevoegd aan Kleur op de kaart Markeringen. ![Kleurgedeelte van de kaart Markeringen met de dimensies Postcode en Land.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_custom_territories5.png) U ziet dat de geselecteerde markeringen nu allemaal dezelfde kleur hebben. ### Stap 3: Doorgaan met het groeperen van data om gebieden toe te voegen Herhaal stappen 1 en 2 om meer gebieden te maken. Elk gebied wordt toegevoegd als een groep binnen het groepsveld dat u in stap 2 hebt gemaakt. U kunt zoveel gebieden maken als u wilt. ### Stap 4: Het groepsveld toevoegen aan de weergave Sleep het nieuw gemaakte groepsveld vanaf het deelvenster Data naar Detail op de kaart Markeringen. Om elk gebied als één enkele markering weer te geven, moet u ook de bijbehorende geografische velden uit de weergave verwijderen. Als u bijvoorbeeld postcodes hebt gegroepeerd op het niveau **Postcode, Land** moet u de velden **Postcode** en **Land** uit de weergave verwijderen. In de onderstaande afbeelding ziet u dat de velden **Postcode** en **Land** niet meer bij **Detail** op de kaart **Markeringen** staan, omdat ze zijn vervangen door het veld **Postcode en Land (groep)**. In dit voorbeeld zijn er vijf groepen binnen het veld Postcode en Land (groep), waardoor er vijf gebieden op de kaart verschijnen. Aggregaties, zoals SUM (Verkoop), worden berekend op het niveau van het gebied, in plaats van afzonderlijk voor elke locatie binnen het gebied. U kunt nu de SUM (Verkoop) voor elk gebied op kleur bekijken. Gebied 5 heeft de meeste verkopen. ![Groep postcode- en landvelden binnen zes gebieden op een kaart van Australië.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_custom_territories6.png) ## Optie 2: Een gebied maken vanuit een geografisch veld U kunt ook gebieden maken door groepen te maken in het deelvenster Data. 1. Klik in het deelvenster Data met de rechtermuisknop op een geografisch veld (zoals Stad of Staat) en selecteer Maken \> Groep. 2. Selecteer in het dialoogvenster Groep maken de locaties die u in uw eerste gebied wilt opnemen en klik op Groep. Elke groep die u maakt, vertegenwoordigt een gebied. 3. Herhaal stap 2 totdat u al uw gebieden hebt gemaakt en klik vervolgens op OK. De nieuwe groep is toegevoegd aan het deelvenster Data. 4. Sleep het nieuw gemaakte groepsveld vanaf het deelvenster Data naar Detail op de kaart Markeringen. U kunt het veld ook slepen naar Kleur of Label op de kaart Markeringen om onderscheid te helpen maken tussen elk gebied. ### Locaties in uw gebiedsgroepen wijzigen Als u op enig moment de locaties in uw gebiedsgroepen wilt wijzigen, klikt u met de rechtermuisknop op het groepsveld in het deelvenster Data en selecteert u Groep bewerken. ## Optie 3: Een gebiedsveld geocoderen met behulp van een ander geografisch veld Als uw databron al een gebruikersgedefinieerd gebiedsveld bevat, kunt u dit snel geocoderen om een kaart in Tableau te maken met behulp van een bestaand geografisch veld in uw databron. De volgende databron bevat bijvoorbeeld een gebruikersgedefinieerd gebiedsveld voor geografische gebieden, genaamd **Geografische zone**. Het bevat de waarden, **Noord**, **Midden** en **Zuid**. Als u dit veld zelfstandig in Tableau zou importeren, kan Tableau het niet als geografische data herkennen. Deze databron bevat echter ook drie geografische velden die Tableau _wel_ herkent: **Land**, **Regio** en **Stad**. Elke rij in deze databron bevat een waarde voor land, regio, stad en geografische zone. Daarom wordt aan elke locatie een waarde toegewezen uit het gebruikersgedefinieerde gebiedsveld. ![Tabel in Tableau met land, regio, stad en een aangepast gegeocodeerd gebiedsveld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_custom_territories10.png) Omdat het veld Geografische zone is opgenomen in de werkmap met andere geografische velden die locaties bevatten die door Tableau worden herkend, kunt u het veld geocoderen op het detailniveau van een van die velden. Volg de onderstaande stappen om een gebiedsveld te geocoderen met behulp van een ander geografisch veld: ### Stap 1: Een geografische rol toewijzen aan het gebiedsveld Klik op de pagina Databron op het datatypepictogram voor het gebruikersgedefinieerde gebiedsveld en selecteer Geografische rol > Maken van en selecteer vervolgens een detailniveau om het veld te aggregeren. ![Pictogram Datatype gemarkeerd boven een tabel met data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_custom_territories9.png) De opties die u ziet, zijn gebaseerd op de beschikbare geografische velden in uw databron. Kies het gewenste aggregatieniveau in de weergave. Als u niet zeker weet hoe dit uw weergave beïnvloedt, probeer dan verschillende detailniveaus. U kunt dit altijd ongedaan maken en opnieuw proberen. Nadat u een geografische rol hebt toegewezen aan het gebiedsveld, wordt deze toegevoegd aan de betreffende plaats in de locatiehiërarchie. U kunt dit zien in het deelvenster Data wanneer u naar een werkblad gaat. ![Locatiegedeelte van het deelvenster Data waarin de locatiehiërarchie van geografische dimensies wordt weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_custom_territories8.png) **Opmerking:** U kunt ook op het datatypepictogram naast het veld in het deelvenster Data klikken om een gebiedsveld te geocoderen met behulp van de bovenstaande procedure. ### Stap 2: Het gebiedsveld toevoegen aan de weergave Maak een kaartweergave en voeg het gebiedsveld waarvoor nieuwe geocode is aangemaakt toe aan de kaart Markeringen. U kunt het veld plaatsen op Detail, Kleur, Label of Knopinfo. De velden op Detail bepalen het aggregatieniveau in de weergave. Het gebruikersgedefinieerde gebiedsveld functioneert op dezelfde manier als uw andere geografische velden. In het onderstaande voorbeeld staat het gebruikersgedefinieerde gebiedsveld (Geografische zone) op Detail en Kleur op de kaart Markeringen. De gemiddelde winst wordt voor elk gebied getoond (omdat het gebiedsveld het laagste detailniveau is). Als u een ander geografisch veld toevoegt aan Detail op de kaart Markeringen, zoals het landveld (Land), wordt de aggregatie bijgewerkt om informatie voor dat detailniveau te tonen. ![Een weergave met het toegevoegde veld 'Territorium'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_custom_territories7.png) ### Gebruikersgedefinieerde gebiedsdata combineren Als uw databron geen gebiedsveld bevat, kunt u een gebiedsveld samenvoegen met een ander geografisch veld in uw databron. Zie [Geografische data combineren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_customgeocode_ex_datablend.htm) voor meer informatie. Nadat u uw gebruikersgedefinieerde gebiedsveld hebt gecombineerd met een ander veld, volgt u de procedure in [Stap 1: Een geografische rol toewijzen aan het gebruikersgedefinieerde gebiedsveld](#step1) om uw gebiedsveld te geocoderen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Gebruikersfuncties Dit artikel introduceert gebruikersfuncties en hun gebruik in Tableau. Het laat ook zien hoe u een gebruikersberekening kunt maken aan de hand van een voorbeeld. ## Waarom gebruikersfuncties gebruiken Met gebruikersfuncties kunt u gebruikers- of beveiligingsfilters op rijniveau maken. Deze zijn van invloed op visualisaties die zijn gepubliceerd in Tableau Server of Tableau Cloud, zodat alleen bepaalde personen uw visualisatie kunnen zien. Als u bijvoorbeeld een visualisatie hebt gepubliceerd op Tableau Server of Tableau Cloud waarin de verkoopprestaties van elke medewerker van uw afdeling worden weergegeven, wilt u wellicht alleen toestaan dat medewerkers hun eigen verkoopcijfers zien wanneer ze die visualisatie openen. In dit geval kunt u de functie ISMEMBEROF gebruiken om een veld te maken dat ‘true’ retourneert als de gebruikersnaam van de persoon die is aangemeld bij de server lid is van een opgegeven groep (op de server), zoals bijvoorbeeld de groep 'Managers'. Wanneer u de weergave vervolgens met dit berekende veld filtert, kan alleen de persoon die deel uitmaakt van die groep de data zien. De berekening zou er in dit geval als volgt uit kunnen zien: ISMEMBEROF('Managers') Opmerking: als uw groeps- of gebruikersnamen bepaalde niet-alfanumerieke tekens bevatten, moet u HTML URL-codering gebruiken voor de speciale tekens wanneer u de functies gebruikt. Sommige speciale tekens zijn toegestaan zonder HTML URL-codering, zoals onderstrepingstekens, haakjes en uitroeptekens. `_ ( ) !` Veel andere tekens moeten gecodeerd worden. Bijvoorbeeld de functie `ISMEMBEROF("USERS+")` moet worden geschreven als `ISMEMBEROF("USERS%2B")`, omdat de '+' de HTML URL-codering voor het symbool '+' is. Zie [HTML URL-coderingsreferentie](https://www.w3schools.com/tags/ref_urlencode.asp) op de site W3schools Web Developer voor informatie over HTML URL-codering. ### Functies voor gebruikerskenmerken gebruiken om toegang tot data te beheren en aan te passen Tot de gebruikersfuncties in Tableau behoren de zogenaamde functies voor gebruikerskenmerken. Deze kunnen worden gebruikt om data te verbergen of te tonen op basis van wie toegang probeert te krijgen tot de inhoud. De functies voor gebruikerskenmerken werken alleen als de gebruikerskenmerken tijdens de runtime als onderdeel van de verificatieworkflow aan Tableau worden doorgegeven. Aandachtspunten tijdens authoring: - Functies voor gebruikerskenmerken kunnen worden opgenomen in inhoud die in Tableau Desktop, Tableau Cloud of Tableau Server is geschreven. - Functies voor gebruikerskenmerken in inhoud die wordt geopend via SAML SSO (eenmalige aanmelding)- of OIDC-workflows worden ondersteund in Tableau Cloud en Tableau Server. - Wanneer u in Tableau Desktop, Tableau Cloud of Tableau Server schrijft, is er met deze functies geen voorbeeld van de inhoud beschikbaar. Functies voor gebruikerskenmerken retourneren de waarden NULL of FALSE. We raden u aan de inhoud te controleren nadat deze beschikbaar is gesteld om er zeker van te zijn dat de functies voor gebruikerskenmerken werken zoals verwacht. Zie de Help bij [Tableau Embedding API v3](https://help.tableau.com/current/api/embedding_api/nl-nl/docs/embedding_api_user_attributes.html), de Tableau Cloud-onderwerpen [OIDC](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/openid_auth_server_config.htm#user_attributes) of [SAML](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/saml_config_site.htm#user_attributes), of de Tableau Server-onderwerpen [OIDC](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/openid_auth_requirements.htm#user_attributes) of [SAML](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/config_saml.htm#user_attributes) voor meer informatie over workflows die deze gebruikersfuncties bevatten. - Functies voor gebruikerskenmerken kunnen niet worden gebruikt in workflows die afhankelijk zijn van Tableau Bridge. #### Workflow 1: workflows insluiten (JWT met Tableau verbonden apps of uniforme toegangstokens) Functies voor gebruikerskenmerken (USERATTRIBUTE en USERATTRIBUTEINCLUDES) in ingesloten inhoud kunnen worden ingeschakeld via gebruikerskenmerken die worden doorgegeven in een JSON Web Token (JWT) via: - [met Tableau verbonden apps](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/connected_apps.htm) in Tableau Cloud - [met Tableau verbonden apps](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/connected_apps.htm) in Tableau Server 2025.1 en later - [uniforme toegangstokens](https://help.tableau.com/current/api/cloud-manager/nl-nl/docs/unified_access_tokens.html) in Tableau Cloud vanaf december 2025 Wanneer gebruikerskenmerken worden doorgegeven vanuit JWT's, kan ingesloten inhoud die met deze functies is geschreven, de voor gebruikers weergegeven data beheren en aanpassen. **Opmerkingen:** - Raadpleeg de Help van [Tableau Embedding API v3](https://help.tableau.com/current/api/embedding_api/nl-nl/docs/embedding_api_user_attributes.html#known-issues) voor _bekende problemen_ en _beperkingen_ die van invloed kunnen zijn op de workflow. - Het gebruikerskenmerk laten werken: - In Tableau Cloud moet de sitebeheerder 1) de instelling Gebruikerstoegang beheren in verificatieworkflows inschakelen, 2) de verbonden app of het uniforme toegangstoken configureren met de claimwaarden van de gebruikerskenmerken in het JWT, en 3) de auteur van de inhoud moet een functie voor gebruikerskenmerken (USERATTRIBUTE of USERATTRIBUTEINCLUDES) maken. - In Tableau Server moet de serverbeheerder 1) de functie voor gebruikerskenmerken inschakelen via de methode [Site bijwerken](https://help.tableau.com/current/api/rest_api/nl-nl/REST/rest_api_ref_site.htm#update_site) met gebruik van Tableau REST API en optioneel de TSM-optie [features.VizDataServiceClientEnable](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/cli_configuration-set_tsm.htm#uaf) inschakelen, 2) de verbonden app configureren met de claimwaarden van de gebruikerskenmerken in het JWT, en 3) de auteur van de inhoud moet een [functie voor gebruikerskenmerken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_user.htm#user_attributes) maken. Lees [Datatoegang aanpassen en beheren met behulp van gebruikerskenmerken](https://help.tableau.com/current/api/embedding_api/nl-nl/docs/embedding_api_user_attributes.html) in de Help van Tableau Embedding API v3 voor meer informatie. #### Workflow 2: inhoudworkflows met directe SAML- of OIDC-aanmelding Naast de hierboven beschreven workflow voor insluiting worden de functies voor gebruikerskenmerken uitgebreid met aanvullende workflows voor insluiting en niet-insluiting. Functies voor gebruikerskenmerken in inhoud kunnen worden ingeschakeld via gebruikerskenmerken die worden doorgegeven in OIDC-claims of SAML-asserties. Deze worden vastgelegd wanneer gebruikers zich aanmelden om toegang te krijgen tot de inhoud, mits ze zijn geconfigureerd voor aanmelding via OIDC of SAML SSO. Wanneer kenmerken worden doorgegeven vanuit de claims of asserties, kan inhoud die met deze functies (USERATTRIBUTE en USERATTRIBUTEINCLUDES) is geschreven, de voor gebruikers weergegeven data beheren en aanpassen. **Opmerkingen:** - Raadpleeg de Tableau Cloud-onderwerpen [OIDC](https://help.tableau.com/current/online/nl/nl/openid_auth_server_config.htm#user_attributes_known_issues) of [SAML](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/saml_config_site.htm#user_attributes_known_issues) of de Tableau Server-onderwerpen [OIDC](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/openid_auth_requirements.htm#user_attributes) of [SAML](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/config_saml.htm#user_attributes) (vanaf Tableau Server 2026.2) voor informatie over bekende problemen en beperkingen die van invloed kunnen zijn op uw workflow. - Gebruikerskenmerken werken alleen als de beheerder de gebruikerskenmerken opneemt in de OIDC-claims of SAML-asserties en als de auteur van de inhoud een gebruikerskenmerkfunctie maakt (USERATTRIBUTE of USERATTRIBUTEINCLUDES). ## Gebruikersfuncties in Tableau ### FULLNAME( )
SyntaxisFULLNAME( )
UitvoerTekenreeks
Definitie

Retourneert de volledige naam voor de huidige gebruiker.

Voorbeeld
FULLNAME( )

Hiermee wordt de volledige naam van de aangemelde gebruiker geretourneerd, bijvoorbeeld 'Hamlin Myrer'.

[Manager] = FULLNAME( )

Als manager 'Hamlin Myrer' is aangemeld, retourneert dit voorbeeld alleen TRUE als het veld Manager in de weergave 'Hamlin Myrer' bevat.

Opmerkingen

Deze functie controleert:

  • Tableau Cloud en Tableau Server: de volledige naam van de aangemelde gebruiker
  • Tableau Desktop: de volledige lokale of netwerknaam voor de gebruiker

Gebruikersfilters

Wanneer een berekend veld zoals [Username field] = FULLNAME( ) als filter wordt gebruikt, wordt een gebruikersfilter gemaakt dat alleen data weergeeft die relevant zijn voor de persoon die is aangemeld bij de server.

### ISFULLNAME
SyntaxisISFULLNAME("User Full Name")
UitvoerBooleaanse waarde
Definitie

Retourneert TRUE als de volledige naam van de gebruiker overeenkomt met de opgegeven volledige naam, of FALSE als deze niet overeenkomt.

Voorbeeld
ISFULLNAME("Hamlin Myrer")
Opmerkingen

Het argument <"User Full Name"> moet een letterlijke tekenreeks zijn, geen veld.

Deze functie controleert:

  • Tableau Cloud en Tableau Server: de volledige naam van de aangemelde gebruiker
  • Tableau Desktop: de volledige lokale of netwerknaam voor de gebruiker
### ISMEMBEROF
SyntaxisISMEMBEROF("Group Name")
UitvoerBooleaanse waarde of null-waarde
Definitie

Retourneert TRUE als de persoon die momenteel Tableau gebruikt, lid is van een groep die overeenkomt met de opgegeven tekenreeks, FALSE als deze geen lid is en NULL als deze niet is aangemeld.

Voorbeeld
ISMEMBEROF('Superstars')
ISMEMBEROF('domain.lan\Sales')
Opmerkingen

Het argument <"Group Full Name"> moet een letterlijke tekenreeks zijn, geen veld.

Als de gebruiker is aangemeld bij Tableau Cloud of Tableau Server, wordt het groepslidmaatschap bepaald door Tableau-groepen. De functie retourneert TRUE als de opgegeven tekenreeks 'Alle gebruikers' is

De functie ISMEMBEROF( ) accepteert ook Active Directory-domeinen. Het Active Directory-domein moet in de berekening worden verklaard met de groepsnaam.

Als er een wijziging wordt aangebracht in het groepslidmaatschap van een gebruiker, wordt de wijziging in de gegevens die op het groepslidmaatschap zijn gebaseerd, doorgevoerd in een werkmap of weergave met een nieuwe sessie. De bestaande sessie weerspiegelt oude gegevens.

### ISUSERNAME
SyntaxisISUSERNAME("username")
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert TRUE als de gebruikersnaam van de huidige gebruiker overeenkomt met de opgegeven gebruikersnaam, of FALSE als deze niet overeenkomen.
Voorbeeld
ISUSERNAME("hmyrer")
Opmerkingen

Het argument <"username"> moet een letterlijke tekenreeks zijn, geen veld.

Deze functie controleert:

  • Tableau Cloud en Tableau Server: de gebruikersnaam van de aangemelde gebruiker
  • Tableau Desktop: de lokale gebruikersnaam of de netwerkgebruikersnaam voor de gebruiker
### USERDOMAIN( )
SyntaxisUSERDOMAIN( )
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert het domein voor de huidige gebruiker.
Opmerkingen

Deze functie controleert:

  • Tableau Cloud en Tableau Server: het gebruikersdomein van de aangemelde gebruiker
  • Tableau Desktop: het lokale domein als de gebruiker zich in een domein bevindt
### USERNAME( )
SyntaxisUSERNAME( )
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de gebruikersnaam voor de huidige gebruiker.
Voorbeeld
USERNAME( )

Hiermee wordt de gebruikersnaam van de aangemelde gebruiker geretourneerd, bijvoorbeeld 'hmyrer'.

[Manager] = USERNAME( )

Als manager 'hmyrer' is aangemeld, retourneert dit voorbeeld alleen TRUE als het veld Manager in de weergave 'hmyrer' bevat.

Opmerkingen

Deze functie controleert:

  • Tableau Cloud en Tableau Server: de gebruikersnaam van de aangemelde gebruiker
  • Tableau Desktop: de lokale gebruikersnaam of de netwerkgebruikersnaam voor de gebruiker

Gebruikersfilters

Wanneer een berekend veld zoals [Username field] = USERNAME( ) als filter wordt gebruikt, wordt een gebruikersfilter gemaakt dat alleen data weergeeft die relevant zijn voor de persoon die is aangemeld bij de server.

### USERATTRIBUTE
SyntaxisUSERATTRIBUTE('attribute_name')
UitvoerString of null-waarde
Definitie

Als <'attribute_name'> onderdeel is van de JWT-respons (via verbonden apps, UAT of OIDC-claim) of van de SAML XML-respons die aan Tableau wordt doorgegeven, retourneert de berekening de eerste waarde van <'attribute_name'>.

Retourneert null als <'attribute_name'> niet bestaat.

Voorbeeld

Stel dat 'Regio' het gebruikerskenmerk is dat is opgenomen in de JWT- of SAML-respons en wordt doorgegeven aan Tableau.

Als auteur van de werkmap kunt u uw visualisatie zo instellen dat de data worden gefilterd op basis van een opgegeven regio. In dat filter kunt u de volgende berekening gebruiken.

[Region] = USERATTRIBUTE("Region")

Wanneer Gebruiker2 uit de regio West de ingesloten visualisatie bekijkt, toont Tableau alleen de juiste data voor de regio West.

OpmerkingenU kunt de functie USERATTRIBUTEINCLUDES gebruiken als u verwacht dat <'attribute_name'> meerdere waarden retourneert.
### USERATTRIBUTEINCLUDES
SyntaxisUSERATTRIBUTEINCLUDES('attribute_name', 'expected_value')
UitvoerBooleaanse waarde
Definitie

Retourneert TRUE als beide volgende beweringen waar zijn:

  • <'attribute_name'> maakt deel uit van de JWT-respons (via een verbonden app, UAT of OIDC-claim) of van de SAML XML-respons die aan Tableau wordt doorgegeven.
  • een van de waarden voor <'attribute_name'> is gelijk aan <'expected_value'>.

Zo niet, dan wordt FALSE geretourneerd.

Voorbeeld

Stel dat 'Regio' het gebruikerskenmerk is dat is opgenomen in de JWT- of SAML-respons en wordt doorgegeven aan Tableau.

Als auteur van de werkmap kunt u uw visualisatie zo instellen dat de data worden gefilterd op basis van een opgegeven regio. In dat filter kunt u de volgende berekening gebruiken.

USERATTRIBUTEINCLUDES('Region', [Region])

Als Gebruiker2 uit de regio West toegang krijgt tot de ingesloten visualisatie, controleert Tableau of het gebruikerskenmerk Regio overeenkomt met een van de veldwaarden [Regio]. Als dit waar is, toont de visualisatie de juiste data.

Wanneer Gebruiker3 uit de regio Noord dezelfde visualisatie opent, kan deze geen data zien omdat er geen overeenkomst is met de veldwaarden van [Regio].

## Een gebruikersberekening maken Gebruikersberekeningen werken rechtstreeks met de gebruikers en groepen die u hebt ingesteld in Tableau Server of Tableau Cloud. U kunt gebruikersberekeningen maken en deze gebruiken als filters, zodat gebruikers alleen de data zien die voor hen relevant zijn. Als u bijvoorbeeld een kaart hebt die er ongeveer zo uitziet, met verkoopdata voor 48 Amerikaanse staten, kunt u een gebruikersberekening maken om alleen de delen van de kaart weer te geven die relevant zijn voor elke gebruiker, zoals data die relevant zijn voor een regionale manager versus data die relevant zijn voor een nationale manager. (Een nationale manager zou data voor het hele land moeten kunnen zien, terwijl regionale managers alleen data zouden moeten kunnen zien voor de regio die ze beheren.) Wanneer de nationale manager is ingelogd, ziet deze de volgende visualisatie: ![Een ingevulde kaart van de Verenigde Staten toont de totale omzet per regio.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/userfunctions1.png) Wanneer de regiomanager voor het westen is ingelogd, ziet deze alleen de verkopen voor diens eigen regio: ![Een kleurgecodeerde kaart van het westen van de Verenigde Staten, waarbij Californië opvalt vanwege het hoogste verkoopvolume.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/userfunctions2.png) Volg de onderstaande stappen om een gebruikersfunctie te maken die vergelijkbaar is met dit voorbeeld. ### Voordat u begint Om dit voorbeeld te kunnen volgen, moet u toegang hebben tot Tableau Server of Tableau Cloud. U moet ook een server- of sitebeheerder zijn. ### Stap 1: de gebruikers en groepen maken 1. Aanmelden bij Tableau Server of Tableau Cloud. 2. Voeg de volgende gebruikers toe in Tableau Server of Tableau Cloud: - Sadie Pawthorne - Chuck Magee - Fred Suzuki - Roxanne Rodriguez Zie [Gebruikers toevoegen aan een site](http://onlinehelp.tableau.com/current/server/nl-nl/sites_addusers.htm) in de Tableau Server Help voor meer informatie. 3. Maak een nieuwe groep aan met de naam **Nationale Managers**. Zie [Een lokale groep maken](http://onlinehelp.tableau.com/current/server/nl-nl/groups_create_local.htm) in de Tableau Server Help voor meer informatie. 4. Voeg uzelf toe aan de groep Nationale Managers. Zie [Gebruikers toevoegen aan een groep](http://onlinehelp.tableau.com/current/server/nl-nl/users_add_group.htm) in de Tableau Server Help voor meer informatie. ### Stap 2: de visualisatie maken 1. Open Tableau Desktop en maak verbinding met de databron **Voorbeeld: Superstore** die bij Tableau wordt geleverd. 2. Klik in de linkerbenedenhoek van de werkruimte op het tabblad Databron. 3. Sleep op de pagina Databron vanuit het deelvenster Verbindingen aan de linkerkant het werkblad Personen naar het joingebied. 4. Klik op het pictogram 'Join' en selecteer Links. ![Een linker-join maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/user_functions1.gif) 5. Navigeer naar een nieuw werkblad. 6. Dubbelklik in het deelvenster **Data**, onder Dimensies, op Staat. Er wordt een kaartweergave gemaakt. 7. Sleep in het deelvenster **Data**, onder Meetwaarden, de optie Verkoop naar Kleur op de kaart Markeringen. 8. Selecteer het veld Lengtegraad in de container Kolommen en houd Control (Command op Mac) op uw toetsenbord ingedrukt om het te kopiëren. Sleep de kopie naar de rechterkant van het origineel in de container Kolommen. ![Een kaart met een dubbele as maken in Tableau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/user_functions2.gif) 9. Klik op het tweede (onderste) tabblad **Lengtegraad** op de kaart Markeringen. 10. Sleep in het deelvenster **Data** Regio naar Kleur op de kaart Markeringen. De kaartweergave aan de rechterkant wordt bijgewerkt met nieuwe kleuren. ![Een kaartweergave met het nieuwe kleurenpalet toegepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/user_functions3.png) 11. Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer **Kaart**. ![De kaart Markeringen met geselecteerde kaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/user_functions4.png) 12. Klik op de kaart Markeringen op **Kleur** en pas onder Opaciteit de schuifregelaar aan naar 50%. 13. Klik op het eerste tabblad **Lengtegraad** op de kaart Markeringen. 14. Klik op de kaart Markeringen op Kleur \> Kleuren bewerkenen selecteer vervolgens **Grijs** uit de vervolgkeuzelijst met kleurenpaletten. De kaartweergave aan de linkerkant wordt bijgewerkt. ![Een kaartweergave met het nieuwe kleurenpalet toegepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/user_functions5.png) 15. Klik op de container Kolommen met de rechtermuisknop op het veld **Lengtegraad** aan de rechterkant en selecteer Dubbele as. ![Het menu Kolommen met Dubbele as geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/user_functions7.png) De kaart ziet er als volgt uit: ![Een kaartweergave met de nieuwe kolommen toegepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/user_functions6.png) ### Stap 3: de gebruikersberekening maken 1. Selecteer Analyse \> Berekend veld maken. 2. Doe het volgende in de berekeningseditor die wordt geopend: - Geef het berekende veld de naam: Gebruikersfilter. - Voer de volgende formule in: `[Regional Manager] = USERNAME() OR ISMEMBEROF("National Managers")` Met deze berekening wordt gecontroleerd of een persoon is opgenomen in het veld Regio (Personen) of dat een persoon is opgenomen in de groep Nationale managers. Als dat zo is, wordt ‘true’ geretourneerd. - Klik op OK als u klaar bent. De nieuwe gebruikersberekening wordt getoond onder Dimensies in het deelvenster Data. Net als uw andere velden kunt u deze in een of meer visualisaties gebruiken. ### Stap 4: de gebruikersberekening aan de container Filters toevoegen 1. Sleep Gebruikersfilter in het deelvenster Data onder Dimensies naar de container Filters. 2. Selecteer in het dialoogvenster Filter dat wordt geopend True en klik vervolgens op OK. ### Stap 5: de tabelberekening testen 1. Klik in Tableau Desktop in de rechterbenedenhoek van de werkruimte op de vervolgkeuzelijst Filteren als gebruiker en wijzig de gebruiker in Sadie Pawthorne. De kaart wordt bijgewerkt en toont nu alleen het westelijke deel van de Verenigde Staten, omdat Sadie in het werkblad Personen aan dat deel is toegewezen. 2. Selecteer opnieuw de vervolgkeuzelijst Filter als gebruiker en wijzig de gebruiker in Roxanne Rodriguez. De kaart wordt bijgewerkt en toont nu alleen de centrale regio van de Verenigde Staten, omdat Roxanne in het werkblad Personen aan de centrale regio is toegewezen. 3. Selecteer opnieuw de vervolgkeuzelijst Filter als gebruiker en wijzig de gebruiker in Chuck Magee. De kaart wordt bijgewerkt en toont nu alleen het oostelijke deel van de Verenigde Staten, omdat Chuck in het werkblad Personen aan dat oostelijke deel is toegewezen. 4. Selecteer opnieuw de vervolgkeuzelijst Filter als gebruiker en wijzig de gebruiker in Fred Suzuki. De kaart wordt bijgewerkt en toont nu alleen de zuidelijke regio van de Verenigde Staten, omdat Fred in het werkblad Personen aan die regio is toegewezen. 5. Selecteer nogmaals de vervolgkeuzelijst Filter als gebruiker en wijzig de gebruiker weer in uzelf. De kaart wordt bijgewerkt en toont alle data, omdat u deel uitmaakt van de groep Nationale Managers op de server. Dit gedrag blijft bestaan wanneer u de weergave publiceert naar Tableau Server of Tableau Cloud. Gebruikers die niet zijn opgenomen in de groep Nationale managers of in het werkblad Personen in de databron Voorbeeld Superstore staan, zien alleen een lege visualisatie. ## Zie ook [Functies in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions.htm) [Tableau-functies (op categorie)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_categories.htm) [Tableau-functies (alfabetische lijst)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_alphabetical.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Geografische data combineren Dit voorbeeld laat zien hoe u geografische data kunt combineren in Tableau met behulp van twee kleine voorbeelddatabronnen. Volg de stappen in dit onderwerp om te leren hoe u een bestand maakt dat uw geografische data definieert, hoe u twee databronnen combineert en hoe u de onderstaande kaartweergave bouwt met behulp van de twee databronnen. De onderstaande ingesloten weergave toont beroemde theaters over de hele wereld en is gemaakt door geografische data te combineren met een andere databron. Wijs met de muis de markeringen aan in de weergave om informatie over elk theater te zien. Als u de stappen in dit onderwerp wilt volgen, klikt u op Downloaden in de onderstaande weergave en selecteert u vervolgens Tableau-werkmap. Hiermee wordt de weergave in Tableau Desktop geopend. ## Stap 1: Een bestand maken dat uw geografische data definieert Wanneer u een databron hebt met geografische informatie die niet automatisch wordt gegeocodeerd in Tableau, is de eerste stap het aanmaken van een tweede databron waarin de breedtegraad- en lengtegraadwaarden voor die informatie zijn gedefinieerd. U maakt later verbinding met dit bestand in Tableau Desktop en combineert het met uw oorspronkelijke databron. Maak een tweede databron met de volgende informatie: - **Kolom Geografische naam**: Deze kolom bevat alle geografische informatie die u op een kaartweergave wilt plotten en komt doorgaans overeen met de naam van een geografische kolom in uw oorspronkelijke data. Als uw oorspronkelijke databron bijvoorbeeld een kolom met de naam Straat heeft, moet uw tweede databron ook een kolom met de naam Straat bevatten. De data in deze kolom zijn dan alle straatadressen die u op een kaartweergave wilt plotten. Als de kolom niet overeenkomt met de naam van een geografische kolom in uw oorspronkelijke databron, moet u mogelijk de relaties tussen uw twee databronnen in Tableau Desktop bewerken. Zie [Stap 3](#Step3) voor meer informatie. Tot slot mag deze kolom niet overeenkomen met de namen van geografische rollen die al in Tableau voorkomen, zoals **Bestuurlijk gebied**, **Netnummer** of **CBSA/MSA**. **Opmerking:** De data in deze kolommen kunnen tekenreeksen of getallen zijn. Als uw locaties echter getallen zijn, met name getallen met voorloopnullen (bijvoorbeeld 00501), zorg er dan voor dat het datatype van het veld is ingesteld op Tekenreeks in Tableau. Zie [Datatypen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_datatypes.htm) voor meer informatie. - **Kolommen Breedtegraad en Lengtegraad**: De waarden in deze kolommen moeten in decimale graden zijn (bijvoorbeeld 47,651808, -122,356881). Hieronder ziet u een voorbeeld van een originele databron met geografische locaties en een tweede databron die deze geografische locaties definieert.
Oorspronkelijke databronTweede databron
Een deel van een tabel over theaters met de volgende kolomkoppen: naam, geschat aantal zitplaatsen en straatadres.Een deel van een tabel met de volgende kolomkoppen: straatadres, breedtegraad en lengtegraad.
## Stap 2: Verbinding maken met de databronnen 1. Maak verbinding met de oorspronkelijke databron. 2. Maak verbinding met de databron die uw geografische data definieert. ![Datavenster met de naam, het adres en de namen van meetwaarden van dimensies.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blend_geodata3.png) ## Stap 3: Relaties bewerken (Optioneel) Als de twee databronnen dezelfde kolomnamen delen, worden uw data automatisch gecombineerd wanneer u velden aan de weergave toevoegt. Als het bestand dat u hebt gemaakt om uw geografische data te definiëren echter niet dezelfde kolomnaam heeft als de geografische data in uw oorspronkelijke databron, moet u een relatie tussen die twee velden maken met behulp van de optie Relaties bewerken. Zie [Uw data combineren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multiple_connections.htm#step4relationships) voor meer informatie over het bewerken van relaties. ### Stap 4: De data op een kaartweergave plotten 1. Selecteer in het deelvenster Data de tweede databron die uw geografische data definieert. Wijs onder Meetwaarden de geografische rol Breedtegraad toe aan het veld Breedtegraad en de geografische rol Lengtegraad aan het veld Lengtegraad. Zie [Geografische rollen toewijzen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm) voor meer informatie. ![Wijs geografische rollen toe aan velden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blend_geodata4.gif) 2. Selecteer in het deelvenster Data de oorspronkelijke databron en sleep vervolgens het veld dat u op een kaart wilt plotten naar **Detail** op de kaart **Markeringen**. ![Sleep een dimensieveld naar Detail.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blend_geodata5.gif) **Opmerking:** Dit veld moet het datatype Tekenreeks hebben en een dimensie zijn. Zie [Datatypen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_datatypes.htm) voor meer informatie over het wijzigen van het dadatype van een veld. 3. Selecteer in het deelvenster Data de tweede databron en dubbelklik vervolgens op Breedtegraad en Lengtegraad om deze toe te voegen aan de containers Kolommen en Rijen. Het linkpictogram ![Een roodoranje kettingpictogram.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blend_geodata8.png) geeft aan dat het veld Straatadres is gecombineerd met het veld Straatadres in de oorspronkelijke databron. Een onderbroken linkpictogram ![Een pictogram van een gebroken blauwe ketting.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blend_geodata9.png) geeft aan dat het veld Straatadres niet is gecombineerd met het veld Straatadres in de oorspronkelijke databron. ![Een deelvenster Data waarin twee datasets, dimensies en opties voor filteren en sorteren worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blend_geodata6.png) De weergave is nu compleet. Elke markering vertegenwoordigt een adres uit de oorspronkelijke databron. ![Een wereldkaart met blauwe markeringen die de gemiddelde breedtegraad en lengtegraad aangeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blend_geodata7.png) ## Zie ook [Het verschil tussen datacombinatie en aangepaste geocodering](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_customgeocode_datablend.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Geografische lagen maken voor kaarten Wanneer u meerdere lagen met geografische data aan een kaart wilt toevoegen, gebruikt u markeringslagen op de kaart Markeringen. Markeringslagen fungeren als transparante overlays. Elke laag functioneert onafhankelijk en kan zijn eigen markeringstype, bijschriften en kleur hebben. Opmerking: - Markeringslagen kunnen alleen worden gebruikt met geografische data. - Velden kunnen worden gedeeld tussen markeringslagen. Maar alle filters die u op een veld toepast, worden op alle markeringslagen toegepast. ## Een weergave maken met markeringslagen Terwijl u een kaart maakt, worden opties voor het maken van markeringslagen beschikbaar wanneer u meer geografische velden aan de weergave toevoegt. ### Een markeringslaag toevoegen 1. Maak uw eerste kaart in de weergave. Beschouw dit als de basislaag. 2. Sleep een geografisch veld naar de weergave. U ziet nu het besturingselement Een markeringslaag toevoegen in de linkerbovenhoek van de weergave. 3. Zet het geografische veld neer op het besturingselement Een markeringslaag toevoegen. Er wordt een nieuwe markeringslaag toegevoegd aan de kaart Markeringen en de laag wordt weergegeven in de weergave. ![Een markeringslaag toevoegen aan een kaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_marks_layers_3.gif) ### Voorbeeld: werken met markeringslagen De volgende walkthrough gebruikt de voorbeeldwerkmap [Marks Layers Example (Voorbeeld van markeringslagen)](https://help.tableau.com/samples/en-us/map_layers/Marks_Layers_Example.twbx). 1. Open de werkmap Marks Layers Example. Er wordt gebruikgemaakt van een verbinding met een geografische databron. 2. Sleep het veld Neighborhood Geometry naar de weergave. Hierdoor wordt een kaart in de weergave gemaakt. 3. Sleep het veld Neighborhood Names naar Kleur op de kaart Markeringen. 4. Sleep het veld Building Geometry naar de weergave. Het neerzetpunt Een markeringslaag toevoegen wordt in de linkerbovenhoek van de weergave weergegeven. ![Een markeringslaag toevoegen aan een kaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_marks_layers_3.gif) De kaart Markeringen bevat nu twee lagen: Boston\_Buildings.Building Geometry en Boston\_Neighborhoods.Neighborhood Geometry. ![Een tweede markeringslaag op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_marks_layers_5_250x361.png) 5. Voeg nog een datalaag toe aan de weergave. Sleep Community Centers Geometry naar de weergave. Opmerking: U kunt het geografische veld ook snel met de rechtermuisknop aanklikken en in het vervolgkeuzemenu klikken op Toevoegen aan nieuwe laag. ![Een menu met opties om een laag of een werkblad toe te voegen, een laag te hernoemen, een laag te verbergen en een laag te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_marks_layers_4_250x291.png) 6. Klik in de voorbeeldwerkmap op de nieuwe laag om de opties voor Markeringen te openen. Sleep het veld Community Centers Name naar Kleur. 7. Als u het markeringstype wilt wijzigen, klikt u op de vervolgkeuzepijl van het markeringstype en selecteert u Vorm. Klik op het veld Vorm op de kaart Markeringen voor deze laag en selecteer de vetgedrukte 'X'. ![Een kaart met twee assen van de wijken van Boston.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_marks_layers_6_600x422.png) Het markeringstype, de kleur en de opmaak van elke laag kunnen onafhankelijk van elkaar worden geconfigureerd. Als u de vormgeving van een laag wilt wijzigen, klikt u op die laag om de bijbehorende kaart Markeringen uit te vouwen. Vervolgens sleept u een geografisch veld naar een van de eigenschappen van de kaart Markeringen, zoals Kleur. ## De selectie van markeringen in lagen regelen Nadat u lagen aan de weergave hebt toegevoegd, wilt u mogelijk bepalen hoe de gebruiker met de lagen omgaat. Met één laag kunt u eenvoudig één markering selecteren om extra informatie te krijgen, zoals een bijschrift of tekstlabel. In het geval van meerdere lagen is het echter wellicht minder handig als uw doelgroep alle markeringen op alle lagen kan selecteren. In de instellingen voor markeringslagen kunt u bepalen hoe uw gebruikers met lagen omgaan. Er zijn twee manieren om te bepalen hoe een gebruiker lagen in de weergave selecteert. ### Markeringsselectie uitschakelen Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzepijl voor een laag en selecteer vervolgens Selectie wissen. Zo wordt voorkomen dat gebruikers markeringen uit die laag in de weergave selecteren. ![Afbeeldingen met de optie Selectie wissen in het keuzemenu.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_marks_layers_7_250x394.png) ### Een laag verbergen Alle markeringen op een laag verbergen 1. Klik op de kaart Markeringen op het pictogram Zichtbaarheid van laag controleren links van de naam van de laag. Het pictogram wordt zichtbaar wanneer u de laag selecteert op de kaart Markeringen en blijft zichtbaar wanneer de zichtbaarheid van de laag is uitgeschakeld. 2. Klik nogmaals op het pictogram om een laag weer te geven. ![Animatie van het verbergen van een laag.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_marks_layers_8.gif) ## Laaginstellingen wijzigen Nadat u een kaart met meerdere lagen hebt gemaakt, kunt u de volgorde van de lagen wijzigen, de naam van de lagen wijzigen, lagen verwijderen of lagen verbergen. ### Laagvolgorde wijzigen Tableau geeft de lagen weer op basis van hun volgorde op de kaart Markeringen. Markeringen in lagen bovenaan de lijst worden boven markeringen in lagen lager op de lijst weergegeven. De volgorde van lagen wijzigen 1\. Klik op de kaart Markeringen op een laagnaam en sleep deze totdat de oranje indicatorpijl wordt getoond. Oranje geeft aan waar de laag naartoe verplaatst kan worden. 2\. Zet de laag neer op de nieuwe locatie. Opmerking: Als u de verplaatsing wilt annuleren terwijl u de laag sleept, zet u de laag neer op een ander deel van de weergave (waar de oranje indicatorpijl niet wordt weergegeven). ![Een animatie van het opnieuw ordenen van lagen in het menu Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_marks_layers_9.gif) ### Namen van lagen wijzigen Wanneer een nieuwe laag wordt gemaakt, wijst Tableau automatisch een naam toe op basis van de tabel- en veldnaam. Bij grote databronnen kan het lastig zijn om veel verschillende lagen te beheren. U kunt dit gemakkelijker maken door de lagen een andere naam te geven en elke laag een unieke naam te geven. De naam van een laag wijzigen 1\. Klik op een laag op de kaart Markeringen en klik vervolgens op de vervolgkeuzepijl rechts van de naam van de laag. 2\. Selecteer Naam wijzigen, typ de nieuwe naam en druk dan op Enter. ![Een afbeelding met de optie Naam wijzigen in het vervolgkeuzemenu.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_marks_layers_10_250x392.png) ### Lagen verwijderen Als een laag niet meer bruikbaar is, kunt u deze verwijderen. Een laag verwijderen: 1. Klik op de kaart Markeringen op een laag. 2. Klik op de vervolgkeuzepijl rechts van de naam van de laag en selecteer dan Verwijderen. ![Een afbeelding met de optie Verwijderen in het vervolgkeuzemenu.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_marks_layers_11_250x392.png) ### Toevoegen aan zoomuitbreiding Wanneer u een nieuwe laag aan een kaart toevoegt, worden alle markeringen in de weergave opgenomen. Als er een groot verschil bestaat tussen de schaal van de markeringen, als bijvoorbeeld een laag alle straatverlichting in een wijk weergeeft en andere lagen het hele elektriciteitsnet van het land weergeven, kan het gewenste detail verloren gaan. U kunt dit probleem oplossen door deze functie per laag uit te schakelen. Selecteer hiervoor de vervolgkeuzepijl op de naam van de laag en schakel vervolgens Toevoegen aan zoomuitbreiding uit. ![Een animatie waarin de focus op elementen verandert wanneer Toevoegen aan zoomuitbreiding is uitgeschakeld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_marks_layers_12.gif) ## Gebruikers weergaven laten aanpassen met laagbesturing Dankzij de komst van geografische lagen voor kaarten kunt u overzichtelijke en informatieve weergaven maken. Het navigeren door deze weergaven kan echter lastiger worden naarmate het aantal lagen en markeringen toeneemt. Het deelvenster Laagbesturing wordt uitgevouwen wanneer u het selecteert. Het geeft alle geografische datalagen weer en biedt u snel toegang tot elke markeringslaag. ![Weergave van de kaartwidget](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Marks_Layers_Widget_01.png) Met Laagbesturing kunt u interacties op elke laag verbergen of uitschakelen. Bovendien kunt u die selectie opslaan als aangepaste weergave als u met een gepubliceerde werkmap werkt. ### De laagbesturing inschakelen Als auteur kunt u laagbesturing inschakelen voordat u de werkmap publiceert. - Selecteer Kaarten \> Kaartopties en schakel Laagbesturing in of uit Standaard is Laagbesturing ingeschakeld. Wanneer een werkmap wordt gepubliceerd, kunnen gebruikers het deelvenster openen en markeringslagen verbergen of weergeven. ![Het menu met kaartopties met selectievakjes voor het weergeven van kaartzoekopdrachten, laagbeheer, weergavewerkbalk en pannen en zoomen. Het selectievakje voor het weergeven van de kaartschaal is uitgeschakeld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Marks_Layers_Widget_02.png) ### Laagbesturing gebruiken Als laagbesturing is ingeschakeld, wordt het pictogram Laagbesturing weergegeven in de kaartbesturingselementen linksboven in de weergave. Wanneer u op het pictogram klikt, wordt een deelvenster uitgevouwen waarin u alle markeringslagen in de weergave kunt zien. ![Laagbesturingselementen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Marks_Layers_Widget_03.gif) U kunt het laagbesturingselement vrij over de weergave slepen. Maar de positie wordt telkens opnieuw ingesteld wanneer de weergave opnieuw wordt geladen. Naast elke laag in het deelvenster staan twee pictogrammen: het pictogram Interactie en de schakeloptie Zichtbaarheid. Alle wijzigingen die u met het besturingselement aanbrengt, worden weergegeven in de markeringslagen. Het verbergen van een laag met het besturingselement werkt precies hetzelfde als het verbergen van een laag op de kaart Markeringslagen. Wanneer u het pictogram Interactie selecteert, wordt de mogelijkheid uitgeschakeld om markeringen op die laag te selecteren of te gebruiken. Dit kan erg handig zijn als u wilt voorkomen dat achtergrondelementen worden geselecteerd als u bijvoorbeeld een lassoselectie aanbrengt. ![Laagbesturingselementen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Marks_Layers_Widget_04_500x360.gif) Als u Zichtbaarheid uitschakelt, worden alle markeringen op een laag verborgen. Als u Zichtbaarheid inschakelt, worden alle markeringen op de laag weergegeven. Verborgen markeringen worden ook uit eventuele selecties verwijderd. ![Laagbesturingselementen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Marks_Layers_Widget_05_500x357.gif) ### Aangepaste weergaven met laagbesturing Wanneer u een weergave publiceert als Laagbesturing ingeschakeld is, blijven de wijzigingen die een gebruiker in de lagen aanbrengt met Laagbesturing niet behouden. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Geografische rollen toewijzen In dit artikel wordt beschreven hoe u een geografische rol toewijst aan een veld in Tableau, zodat u deze kunt gebruiken om een kaartweergave te maken. Een _geografische rol_ koppelt elke waarde in een veld aan een breedtegraad- en lengtegraadwaarde. Wanneer u een geografische rol toewijst aan een veld, wijst Tableau breedtegraad- en lengtegraadwaarden toe aan elke locatie in uw data op basis van de data die al zijn ingebouwd in de Tableau-toewijzingsserver. ## Een geografische rol toewijzen aan een veld Door een geografische rol toe te wijzen op basis van het type locatie (bijvoorbeeld staat versus postcode), zorgt u ervoor dat uw data correct op uw kaartweergave worden geplot. U kunt bijvoorbeeld de geografische rol Stad toewijzen aan een veld dat een lijst met stadsnamen bevat. Wanneer aan een veld een geografische rol wordt toegewezen, maakt Tableau een kaartweergave wanneer u het veld toevoegt aan **Details** op de kaart **Markeringen**. Met andere woorden, Tableau _geocodeert_ de informatie in dat veld. **Om een geografische rol toe te wijzen aan een veld:** - Klik in het deelvenster Data op het datatypepictogram naast het veld, selecteer Geografische rol en selecteer vervolgens de geografische rol die u aan het veld wilt toewijzen. ![Het menu Geografische rollen om het type geografische rol te selecteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/georoles1.png) Wanneer u een geografische rol toewijst aan een veld, voegt Tableau twee velden toe aan het gebied Meetwaarden van het deelvenster Data: Breedtegraad (gegenereerd) en Lengtegraad (gegenereerd). Deze velden bevatten waarden voor breedtegraad en lengtegraad en hebben de geografische rollen Breedtegraad en Lengtegraad toegewezen gekregen. Als u dubbelklikt op elk van deze velden, voegt Tableau ze toe aan de containers Kolommen en Rijen en wordt er een kaartweergave gemaakt met behulp van de Tableau-achtergrondkaart. ![Meetwaarden voor breedtegraad en lengtegraad gegenereerd door Tableau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/georoles2.png) ## Typen geografische rollen in Tableau In de volgende tabel worden de geografische rollen beschreven die beschikbaar zijn in Tableau. Veel van de rollen zijn internationaal, maar sommige zijn alleen beperkt tot de VS. U kunt geografische rollen toewijzen aan uw velden op basis van het type geografische data dat ze bevatten. U kunt bijvoorbeeld de geografische rol Luchthaven toewijzen aan een veld dat IATA-codes (International Air Transport Association) bevat. Als uw locatiedata niet in een van deze rollen passen, moet u mogelijk aangepaste geocodering importeren om de data op een kaart te plotten. Zie [Locaties die Tableau niet herkent geocoderen en deze op een kaart tekenen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/custom_geocoding.htm) voor meer informatie.
Geografische rolDeze rol toewijzen aan een veld als dit het volgende bevat:
LuchthavenLuchthavencodes van de International Air Transport Association (IATA) of de International Civil Aviation Organization (ICAO).
Netnummer (VS)Amerikaanse netnummers; alleen cijfers.
CBSA/MSA (US)US Core Based Statistical Areas (CBSA), waartoe ook Metropolitan Statistical Areas (MSA) behoren, zoals gedefinieerd door het US Office of Management and Budget. CBSA/MSA-codes en -namen worden herkend.
StadWereldwijde steden met een bevolking van 15.000 of meer. Namen zijn in het Engels (VK of VS), Frans, Duits, Spaans, Braziliaans-Portugees, Japans, Koreaans en Chinees (vereenvoudigd en traditioneel).
Congresdistrict (VS)Amerikaanse congresdistricten.
Land/regioWereldwijde landen, regio's en gebieden. De namen zijn in het Engels (VK of VS), Frans (Canada en Frankrijk), Duits, Spaans, Braziliaans-Portugees, Japans, Koreaans, Chinees (vereenvoudigd en traditioneel), Zweeds, Thai en Nederlands. Tableau herkent ook FIPS 10, ISO 3166-1 alpha 2 en ISO 3166-1 alpha 3. Namen worden in verschillende vormen gebruikt, zoals lang, kort en met verschillende afkortingen.
Bestuurlijk gebiedAdministratieve afdelingen op het tweede niveau voor bepaalde landen. Bijvoorbeeld Amerikaanse bestuurlijke gebieden, Franse departementen, Duitse Kreise, enz.

Opmerking: De definities van administratieve afdelingen op het tweede niveau variëren per land. In Tableau zijn alle administratieve afdelingen op het tweede niveau gegeocodeerd met de geografische rol Bestuurlijk gebied. Zie de sectie Door Tableau ondersteunde locatiedata voor het maken van kaartweergaven voor meer informatie.
NUTS EuropaNUTS (Nomenclature of Territorial Units for Statistics)-codes op niveaus 1-3. Codes en namen, inclusief synoniemen, worden ondersteund.
BreedtegraadBreedtegraad in decimale graden. Alleen beschikbaar voor numerieke velden.
LengtegraadLengtegraad in decimale graden. Alleen beschikbaar voor numerieke velden.
Staat/provincieWereldwijde staats-, provincie- en andere administratieve afdelingen op het eerste niveau. De namen zijn in het Engels (VK of VS), Frans, Duits, Spaans, Braziliaans-Portugees, Japans, Koreaans en Chinees (vereenvoudigd en traditioneel). Opmerking: Sommige namen zijn alleen in hun lokale vorm beschikbaar.
PostcodePostcodes voor geselecteerde landen. Bijvoorbeeld Amerikaanse postcodes met vijf cijfers, Australische postcodes met vier cijfers, Duitse postcodes met vijf cijfers, enz. Zie de sectie Door Tableau ondersteunde locatiedata voor het maken van kaartweergaven voor meer informatie.
## Zie ook: [Door Tableau ondersteunde locatiedata voor het maken van kaartweergaven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_data.htm) [Locaties die Tableau niet herkent geocoderen en deze op een kaart tekenen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/custom_geocoding.htm) [Geografische data combineren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_customgeocode_ex_datablend.htm) [Onbekende of dubbelzinnige locaties bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_editlocation.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Gestapelde markeringen Het stapelen van markeringen is relevant wanneer uw dataweergave numerieke assen bevat. Dat wil zeggen dat er minstens één meetwaarde in de container Rijen of de container Kolommen is geplaatst. Wanneer markeringen worden gestapeld, worden ze cumulatief langs een as getekend. Wanneer de markeringen niet gestapeld zijn, worden ze onafhankelijk langs een as getekend. Dat wil zeggen dat ze elkaar overlappen. Het stapelen van markeringen is vooral handig voor staafdiagrammen en daarom stapelt Tableau de staafdiagrammen automatisch. Het stapelen van markeringen kan ook handig zijn voor andere markeringen, zoals lijnen. U kunt bepalen of markeringen in een bepaalde weergave worden gestapeld of elkaar overlappen door het menu-item Analyse \> Gestapelde markeringen te selecteren. U kunt Tableau automatisch laten selecteren of de markeringen worden gestapeld of u kunt Aan of Uit opgeven. De standaardinstelling is Automatisch. Wanneer u zich in de automatische modus bevindt, wordt in het menu Gestapelde markeringen getoond of gestapelde markeringen is in- of uitgeschakeld. Door Aan of Uit te selecteren in het menu Gestapelde markeringen, schakelt u over naar de handmatige modus. Uw selectie blijft behouden, ongeacht welke wijzigingen u in de weergave aanbrengt. De volgende voorbeelden illustreren gestapelde markeringen. ## Voorbeeld: Gestapelde staven Bekijk de onderstaande weergave met gestapelde staven. Deze werd gemaakt door een dimensie in de container Kolommen te plaatsen, een meetwaarde in de container Rijen te plaatsen en door een dimensie een kleurcodering toe te laten wijzen aan de data (dat wil zeggen, het neerzetten van een dimensie op Kleur op de kaart Markeringen). ![Gestapeld staafdiagram van de winst per klantsegment en verzendwijze.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/stackmarks_4.png) ## Voorbeeld: Gestapelde lijnen Bekijk de onderstaande dataweergave. Deze werd gemaakt door een datumdimensie in de container Kolommen te plaatsen, een meetwaarde in de container Rijen te plaatsen en door een dimensie een kleurcodering toe te laten wijzen aan de data (dat wil zeggen, het neerzetten van een dimensie op Kleur op de kaart Markeringen). Omdat het markeringstype Lijn is, worden de markeringen niet automatisch gestapeld. In plaats daarvan worden ze onafhankelijk van de horizontale as getekend. ![Lijndiagram van de winst per klantensegment.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/stackmarks_2.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Getalfuncties Dit artikel introduceert getalfuncties en hun gebruik in Tableau. Het laat ook zien hoe u een nummerberekening kunt maken aan de hand van een voorbeeld. ## Waarom getalfuncties gebruiken Met getalfuncties kunt u berekeningen uitvoeren op de datawaarden in uw velden. Getalfuncties kunnen alleen worden gebruikt met velden die numerieke waarden bevatten. Zie [Datatypen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_datatypes.htm) voor meer informatie. U kunt bijvoorbeeld een veld hebben met waarden voor de variantie in uw budget met de naam Budgetvariantie. Een van die waarden zou -7 kunnen zijn. U kunt de ABS-functie gebruiken om de absolute waarde van dat getal en alle andere getallen in dat veld te retourneren. De berekening zou er ongeveer als volgt uitzien: `ABS[Budget Variance]` En voor die waarde -7 zou de uitvoer 7 zijn. ## Getalfuncties beschikbaar in Tableau ### ABS
SyntaxisABS(number)
UitvoerGetal (positief)
DefinitieRetourneert de absolute waarde van een gegeven <number>.
Voorbeeld
ABS(-7) = 7
ABS([Budget Variance])

Het tweede voorbeeld retourneert de absolute waarde voor alle getallen in het veld Budgetafwijking.

OpmerkingenZie ook SIGN.
### ACOS
SyntaxisACOS(number)
UitvoerGetal (hoek in radialen)
DefinitieRetourneert de arccosinus (hoek) van een gegeven <number>.
Voorbeeld
ACOS(-1) = 3.14159265358979
OpmerkingenDe inverse functie, COS, neemt de hoek in radialen als argument en retourneert de cosinus.
### ASIN
SyntaxisASIN(number)
UitvoerGetal (hoek in radialen)
DefinitieRetourneert de arccosinus (hoek) van een gegeven <number>.
Voorbeeld
ASIN(1) = 1.5707963267949
OpmerkingenDe inverse functie, SIN, neemt de hoek in radialen als argument en retourneert de sinus.
### ATAN
SyntaxisATAN(number)
UitvoerGetal (hoek in radialen)
DefinitieRetourneert de boogtangens (hoek) van een opgegeven <number>.
Voorbeeld
ATAN(180) = 1.5652408283942
Opmerkingen

De inverse functie, TAN, neemt de hoek in radialen als argument en retourneert de tangens.

Zie ook ATAN2 en COT.

### ATAN2
SyntaxisATAN2(y number, x number)
UitvoerGetal (hoek in radialen)
DefinitieRetourneert de boogtangens van twee opgegeven getallen (x en y). Het resultaat is in radialen.
Voorbeeld
ATAN2(2, 1) = 1.10714871779409
OpmerkingenZie ook ATAN, TAN en COT.
### CEILING
SyntaxisCEILING(number)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRondt een <number> af tot het dichtstbijzijnde gehele getal met dezelfde of hogere waarde.
Voorbeeld
CEILING(2.1) = 3
OpmerkingenZie ook FLOOR en ROUND.
Beperkingen van de database

CEILING is beschikbaar via de volgende connectors: Microsoft Excel, Text File, Statistical File, Published Data Source, Amazon EMR Hadoop Hive, Amazon Redshift, Cloudera Hadoop, DataStax Enterprise, Google Analytics, Google BigQuery, Hortonworks Hadoop Hive, MapR Hadoop Hive, Microsoft SQL Server, Salesforce, Spark SQL.

### COS
SyntaxisCOS(number)

Het getalargument is de hoek in radialen.

UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de cosinus van een hoek.
Voorbeeld
COS(PI( ) /4) = 0.707106781186548
Opmerkingen

De inverse functie, ACOS, neemt de cosinus als argument en retourneert de hoek in radialen.

Zie ook PI. Om een hoek van graden naar radialen om te zetten, gebruikt u RADIANS.

### COT
SyntaxisCOT(number)

Het getalargument is de hoek in radialen.

UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de cotangens van een hoek.
Voorbeeld
COT(PI( ) /4) = 1
OpmerkingenZie ook ATAN, TAN en PI. Om een hoek van graden naar radialen om te zetten, gebruikt u RADIANS.
### DEGREES
SyntaxisDEGREES(number)

Het getalargument is de hoek in radialen.

UitvoerGetal (graden)
DefinitieConverteert een hoek van radialen in graden.
Voorbeeld
DEGREES(PI( )/4) = 45.0
Opmerkingen

De inverse functie, RADIANS, neemt een hoek in graden en retourneert de hoek in radialen.

Zie ook PI().

### DIV
SyntaxisDIV(integer1, integer2)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert het gedeelte geheel getal van een divisiebewerking, waarin <integer1> wordt gedeeld door <integer2>.
Voorbeeld
DIV(11,2) = 5
### EXP
SyntaxisEXP(number)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert e tot de macht van een gegeven <number>.
Voorbeeld
EXP(2) = 7.389
EXP(-[Growth Rate]*[Time])
OpmerkingenZie ook LN.
### FLOOR
SyntaxisFLOOR(number)
UitvoerGeheel getal
DefinitieRondt een getal af tot het dichtstbijzijnde gehele <number> met dezelfde of lagere waarde.
Voorbeeld
FLOOR(7.9) = 7
OpmerkingenZie ook CEILING en ROUND.
Beperkingen van de database

FLOOR is beschikbaar via de volgende connectors: Microsoft Excel, Text File, Statistical File, Published Data Source, Amazon EMR Hadoop Hive, Cloudera Hadoop, DataStax Enterprise, Google Analytics, Google BigQuery, Hortonworks Hadoop Hive, MapR Hadoop Hive, Microsoft SQL Server, Salesforce, Spark SQL.

### HEXBINX
SyntaxisHEXBINX(number, number)
UitvoerGetal
DefinitieWijst een x, y-coördinaat toe aan de x-coördinaat van de dichtstbijzijnde zeshoekige bin. De bins hebben een zijlengte van 1, dus de invoer moet mogelijk dienovereenkomstig worden geschaald.
Voorbeeld
HEXBINX([Longitude]*2.5, [Latitude]*2.5)
OpmerkingenHEXBINX en HEXBINY zijn functies voor bins en tekenen bij zeshoekige bins. Zeshoekige bins zijn een efficiënte en elegante optie voor het visualiseren van data in een x/y-vlak, zoals een kaart. Omdat de bins zeshoekig zijn, benadert elke bin vrijwel een cirkel en wordt de variatie in de afstand van het datapunt tot het midden van de bin tot een minimum beperkt. Hierdoor wordt de clustering nauwkeuriger en meer informatief.
### HEXBINY
SyntaxisHEXBINY(number, number)
UitvoerGetal
DefinitieWijst een x, y-coördinaat toe aan de y-coördinaat van de dichtstbijzijnde zeshoekige bin. De bins hebben een zijlengte van 1, dus de invoer moet mogelijk dienovereenkomstig worden geschaald.
Voorbeeld
HEXBINY([Longitude]*2.5, [Latitude]*2.5)
OpmerkingenZie ook HEXBINX.
### LN
SyntaxisLN(number)
Uitvoer

Getal

De uitvoer is Null als het argument kleiner dan of gelijk aan nul is.

DefinitieRetourneert de natuurlijke logaritme van een <number>.
Voorbeeld
LN(50) = 3.912023005
OpmerkingenZie ook EXP en LOG.
### LOG
SyntaxisLOG(number, [base])

Als het optionele basisargument niet aanwezig is, wordt basis 10 gebruikt.

UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de logaritme van een getal voor de opgegeven basis.
Voorbeeld
LOG(16,4) = 2
OpmerkingenZie ook POWER LN.
### MAX
SyntaxisMAX(expression) of MAX(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.

MAX kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MAX(4,7) = 7
MAX(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #2/20/2021#
MAX([Name]) = "Zander"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MAX is meestal de waarde die als laatste in alfabetische volgorde staat.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MAX de hoogste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MAX de meest recente datum. Als MAX een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MAX een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MAX(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MAX(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MIN.

### MIN
SyntaxisMIN(expression) of MIN(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.

MIN kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MIN(4,7) = 4
MIN(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #3/25/1986#
MIN([Name]) = "Abebi"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MIN is meestal de waarde die in alfabetische volgorde als eerste voorkomt.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MIN de laagste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MIN de vroegste datum. Als MIN een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MIN een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MIN(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MIN(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MAX.

### PI
SyntaxisPI()
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de numerieke constante pi: 3,14159...
Voorbeeld
PI() = 3.14159
OpmerkingenHandig voor trigonometrische functies waarvan de invoer in radialen is. Zie ook RADIANS.
### POWER
SyntaxisPOWER(number, power)
UitvoerGetal
DefinitieVerhoogt een <number> naar de opgegeven <power>.
Voorbeeld
POWER(5,3) = 125
POWER([Temperature], 2)
OpmerkingenU kunt ook het symbool ^ gebruiken, zoals 5^3 = POWER(5,3) = 125

Zie ook EXP, LOG en SQUARE.

### RADIANS
SyntaxisRADIANS(number)
UitvoerGetal (hoek in radialen)
DefinitieConverteert een gegeven <number> van graden naar radialen.
Voorbeeld
RADIANS(180) = 3.14159
OpmerkingenDe inverse functie, DEGREES, neemt een hoek in radialen en retourneert de hoek in graden.
### ROUND
SyntaxisROUND(number, [decimals])
UitvoerGetal
Definitie

Rondt een <number> af tot een bepaald aantal cijfers.

Het optionele argument decimals geeft aan hoeveel decimalen in het eindresultaat moeten worden opgenomen. Als decimals wordt weggelaten, wordt het getal afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal.

Voorbeeld
ROUND(1/3, 2) = 0.33
Opmerkingen

Bij sommige databases, zoals SQL Server, is het mogelijk om een negatieve lengte op te geven. Hierbij rondt -1 een getal af op tientallen, -2 op honderdtallen, enzovoort. Dit geldt niet voor alle databases. Voor Excel en Access geldt dit bijvoorbeeld niet.

[!TIP]

Omdat ROUND problemen kan ondervinden vanwege de onderliggende drijvendekommarepresentatie van getallen, zoals 9,405 afgerond naar 9,40, kan het daarom beter zijn om het getal te formatteren naar het gewenste aantal decimalen in plaats van af te ronden. Als u 9,405 opmaakt met twee decimalen, krijgt u het verwachte resultaat 9,41.

Zie ook CEILING en FLOOR.

### SIGN
SyntaxisSIGN(number)
Uitvoer-1, 0 of 1
DefinitieRetourneert het teken van een getal <number>: de mogelijke retourwaarden zijn -1 als het getal positief is, 0 als het getal nul is of 1 als het getal positief is.
Voorbeeld
SIGN(AVG(Profit)) = -1
OpmerkingenZie ook ABS.
### SIN
SyntaxisSIN(number)

Het getalargument is de hoek in radialen.

UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de sinus van een hoek.
Voorbeeld
SIN(0) = 1.0
SIN(PI( )/4) = 0.707106781186548
Opmerkingen

De inverse functie, ASIN, neemt de sinus als het argument en retourneert de hoek in radialen.

Zie ook PI. Om een hoek van graden naar radialen om te zetten, gebruikt u RADIANS.

### SQRT
SyntaxisSQRT(number)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de vierkantswortel van een <number>.
Voorbeeld
SQRT(25) = 5
OpmerkingenZie ook SQUARE.
### SQUARE
SyntaxisSQUARE(number)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert het kwadraat van een <number>.
Voorbeeld
SQUARE(5) = 25
OpmerkingenZie ook SQRT en POWER.
### TAN
SyntaxisTAN(number)

Het getalargument is de hoek in radialen.

UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de tangens van een hoek.
Voorbeeld
TAN(PI ( )/4) = 1.0
OpmerkingenZie ook ATAN, ATAN2,COT en PI. Om een hoek van graden naar radialen om te zetten, gebruikt u RADIANS.
### ZN
SyntaxisZN(expression)
UitvoerElke expressie, of 0
Definitie

Retourneert de <expression> als deze niet null is. Anders wordt nul geretourneerd.

Gebruik deze functie om null-waarden te vervangen door nullen.

Voorbeeld
ZN(Grade) = 0
OpmerkingenDit is een zeer nuttige functie wanneer u in een berekening velden gebruikt die mogelijk nullen bevatten. Door het veld te omgeven met ZN kunt u fouten voorkomen die ontstaan door het rekenen met nullen.
## Een nummerberekening maken Volg de onderstaande stappen om te leren hoe u een nummerberekening maakt. 1. Maak in Tableau Desktop verbinding met de opgeslagen databron **Voorbeeld - Superstore**, die bij Tableau wordt geleverd. 2. Navigeer naar een werkblad en selecteer Analyse \> Berekend veld maken. 3. Doe het volgende in de berekeningseditor die wordt geopend: - Noem het berekende veld Minimale verkooptransactie - Voer de volgende formule in: `MIN(Sales)` - Klik op OK als u klaar bent. De nieuwe nummerberekening verschijnt onder **Meetwaarden** in het deelvenster **Data**. Net als uw andere velden kunt u deze in een of meer visualisaties gebruiken. Wanneer Minimumverkoop op Tekst op de kaart Markeringen in het werkblad wordt geplaatst, wordt de naam ervan gewijzigd **naar AGG (minimale verkoop)**. Dit geeft aan dat het niet verder kan worden geaggregeerd, omdat het al is geaggregeerd tot het laagste detailniveau (de kleinste verkoopwaarde voor alle records). In dit voorbeeld ziet u de minimale verkoopcijfers per categorie. ![Een tabel met categorieën en de bijbehorende waarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/number_function1.png) Wanneer u een subcategorie in beeld brengt, worden de minimale verkopen voor elke subcategorie weergegeven. ![Een tabel met de hoeveelheid items binnen verschillende categorieën en subcategorieën.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/number_function2.png) ## Zie ook [Functies in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions.htm) [Tableau-functies (alfabetische lijst)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_alphabetical.htm) [Tableau-functies (op categorie)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_categories.htm) [Berekeningen opstellen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_operators.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Getallen en null-waarden opmaken U kunt de opmaak opgeven voor numerieke waarden die in uw visualisatie worden weergegeven, inclusief meetwaarden, dimensies, parameters, berekende velden en aslabels.Bij het opgeven van een getalopmaak kunt u kiezen uit een reeks standaardopmaak, zoals getal, valuta, wetenschappelijk en percentage.U kunt ook een aangepaste getalopmaak definiëren, waarbij u de optie hebt om speciale tekens toe te voegen. Wanneer een meetwaarde null-waarden bevat, kunt u opmaak gebruiken om de null-waarden op een andere manier te verwerken. U kunt bijvoorbeeld null-waarden vervangen door nullen of ze verbergen. ## Voor Tableau Desktop ### Een getalopmaak opgeven 1. Klik met de rechtermuisknop (control+klik op Mac) op een getal in de weergave en selecteer Opmaak. 2. Klik in het deelvenster Opmaak op het vervolgkeuzemenu Getallen. 3. Selecteer een getalopmaak. Voor sommige opmaken zijn aanvullende instellingen nodig.Als u bijvoorbeeld Wetenschappelijk selecteert, moet u ook het aantal decimalen opgeven. ![Het deelvenster Opmaak met opties om het aantal decimalen voor wetenschappelijke getallen te selecteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/numbers1.png) Hier vindt u de getalopmaken en bijbehorende opties die beschikbaar zijn in Tableau.
GETALOPMAAKOPMAAKOPTIES
Automatisch: de opmaak wordt automatisch geselecteerd op basis van de opmaak die is opgegeven door de databron of op basis van de data in het veld.Geen.
Getal (standaard): de opmaak is gebaseerd op de geselecteerde landinstelling.Landinstelling: de getalopmaak verandert op basis van de geselecteerde geografische locatie.
Getal (aangepast): de opmaak wordt aangepast aan uw keuze.

Decimalen: het aantal decimalen dat moet worden weergegeven.

Negatieve waarden: hoe negatieve waarden worden weergegeven.

Eenheden: het getal wordt weergegeven in de opgegeven eenheden.Als het getal bijvoorbeeld 20.000 is en de eenheden duizendtallen, wordt het getal weergegeven als 20K.

Voorvoegsel/achtervoegsel: tekens die voorafgaan aan en volgen na elk weergegeven nummer.

Scheidingstekens voor duizendtallen opnemen: geeft aan of het getal scheidingstekens per duizendtal bevat (bijvoorbeeld: 100.000 versus 100000).

Valuta (standaard): de opmaak en het valutasymbool zijn gebaseerd op de geselecteerde landinstellingen.Landinstelling: valuta-opmaak op basis van de geselecteerde geografische locatie.
Valuta (aangepast): de opmaak en het valutasymbool worden naar uw keuze aangepast.

Decimalen: het aantal decimalen dat moet worden weergegeven.

Negatieve waarden: hoe negatieve waarden worden weergegeven.

Eenheden: het getal wordt weergegeven in de opgegeven eenheden.Als het getal bijvoorbeeld 20.000 is en de eenheden duizendtallen, wordt het getal weergegeven als 20K.

Voorvoegsel/achtervoegsel: tekens die voorafgaan aan en volgen na elk weergegeven nummer.

Scheidingstekens voor duizendtallen opnemen: geeft aan of het getal scheidingstekens per duizendtal bevat (bijvoorbeeld: 100.000 versus 100000).

Wetenschappelijk: getallen worden weergegeven in wetenschappelijke opmaak.Decimaal: het aantal decimalen dat moet worden weergegeven.
Percentage: getallen worden weergegeven als percentage met het procentsymbool.De waarde van 1 wordt geïnterpreteerd als 100% en 0 als 0%Decimaal: het aantal decimalen dat moet worden weergegeven.
Aangepast: de opmaak is geheel gebaseerd op wat is opgegeven in de opties voor opmaak.Aangepast: typ de opmaak die u wilt gebruiken, inclusief speciale tekens (optioneel).Zie 'Een aangepaste getalopmaak definiëren' in dit onderwerp voor meer informatie.
### Waarden automatisch schalen Met het token `[scale]` kunt u aangepaste getaltekenreeksen opmaken om waarden dynamisch te schalen en de juiste SI-achtervoegsels (International System of Units) toevoegen op basis van hun grootte. Dit token is ideaal wanneer een enkel veld meerdere grote getallen omvat (zoals duizenden en miljoenen), waardoor elke waarde duidelijk leesbaar wordt weergegeven, waardoor er geen uniforme eenheid in de kolom nodig is. Terwijl weergave-eenheden (zoals voor duizenden, miljoenen of miljarden) één vaste eenheid afdwingen voor alle waarden in een veld, past het token `[scale]` dynamische schaling toe per individuele waarde. - **Eenheden weergeven**: de beste optie voor het afdwingen van uniforme eenheden voor alle getallen. - **`[scale]`\-token**: de beste optie voor adaptieve opmaak op waardeniveau binnen één veld. #### Hoe het token `[scale]` werkt Als u `[scale]` toepast op een aangepaste opmaak, wordt het volgende proces geactiveerd: - Tableau evalueert elk datapunt afzonderlijk. - Waarden worden, indien van toepassing, gedeeld door machten van 1000, afhankelijk van de grootte, dus door 1000, 1.000.000, 1.000.000.000, enz. - Aan de uitvoer wordt een bijpassend SI-achtervoegsel toegevoegd. #### Voorbeelden van opmaak met geschaalde waarden Bij gebruik van 0.0`[scale]`: - 12 wordt weergegeven als 12,0 - 1.000 wordt weergegeven als 1,0 k - 1.500.000 wordt weergegeven als 1,5 miljoen - 2.300.000.000 wordt weergegeven als 2,3 G - 0,004 wordt weergegeven als 4,0 m #### `[scale]` gebruiken in een aangepaste waardetekenreeks 1. Klik met de rechtermuisknop (of Control-klik op macOS) op het doelgetal in uw weergave en selecteer Opmaken. 2. Klik in het deelvenster Opmaak op het vervolgkeuzemenu Getallen en selecteer Aangepast. 3. Plaats het token `[scale]` in het invoervak Opmaken (bijvoorbeeld `0.0[scale]`). #### Belangrijke opmerkingen over achtervoegsels en eenheden - `[scale]` maakt gebruik van standaard SI-voorvoegsels, waaronder: `k`, `M`, `G`, en `T` voor grotere getallen, en `m`, `µ`, en `n` voor kleinere getallen. - Voorvoegsels voor SI-eenheden verschillen van de standaardlabels voor weergave-eenheden.Bijvoorbeeld, 1.000.000.000 weergaven met `G` (giga) in plaats van `B` (miljard). - Het token `[scale]` wordt rechtstreeks in de aangepaste teksttekenreeks voor getalopmaak getypt. ### Een aangepaste getalopmaak definiëren Een aangepaste getalopmaak in uw visualisatie toepassen: 1. Klik met de rechtermuisknop (control+klik op Mac) op een getal in de weergave en selecteer Opmaak. 2. Klik in het deelvenster Opmaak op het vervolgkeuzemenu Getallen en selecteer Aangepast. 3. Definieer uw opmaakvoorkeuren in het veld Opmaak met gebruik van de volgende syntaxis: `Positive number format;Negative number format;Zero values`. Houd bij het definiëren van uw code voor getalopmaak rekening met het volgende: - U kunt de opmaak voor maximaal drie typen getallen opgeven in de volgende volgorde: positieve getallen, negatieve getallen en nullen. - Elk type getal moet worden gescheiden door een puntkomma (;). - Als u slechts één getaltype opgeeft, wordt de opmaak van dat type voor alle getallen gebruikt. - Als u twee getaltypen opgeeft, wordt de opmaak voor het eerste type toegepast op positieve getallen en nullen, terwijl de opmaak voor het tweede type wordt toegepast op negatieve getallen. - Als u typen overslaat in uw code voor getalopmaak, moet u voor elk ontbrekend type een puntkomma (;) toevoegen. #### Voorbeelden van aangepaste getalopmaken Raadpleeg de volgende tabel voor voorbeelden van veelgebruikte aangepaste codes voor getalopmaak die u in uw visualisatie kunt gebruiken. De syntaxis bestaat uit drie delen: `;;` gescheiden door puntkomma's.
GEBRUIKSCASE

NUMMERCODE SYNTAXIS

VOORBEELD VAN UITVOER
Alleen positieve waarden weergeven

#,##; ;

(let op de spatie na de 2e en 3e puntkomma)

Positieve waarden: 1.234
Negatieve waarden: (alleen de lege ruimte wordt weergegeven)
Nulwaarden: (alleen de lege ruimte wordt weergegeven)
Alleen negatieve waarden weergeven;-#,##;Positieve waarden: (er wordt niets weergegeven)
Negatieve waarden: -1.234
Nulwaarden: (er wordt niets weergegeven)
Alleen nulwaarden weergeven;;0;Positieve waarden: (er wordt niets weergegeven)
Negatieve waarden: (er wordt niets weergegeven)
Nulwaarden: 0
Nulwaarden verbergen#,###;-#,###;;Positieve waarden: 1.234
Negatieve waarden: -1.234
Nulwaarden: (er wordt niets weergegeven)
Negatieve waarden tussen haakjes weergeven#,###;(#,###);;Positieve waarden: 1.234
Negatieve waarden: (1.234)
Nulwaarden: (er wordt niets weergegeven)
Een tekenvoorvoegsel aan een waarde toevoegen$#,###.##;-$#,###.##;$0;Positieve waarden: DOCSPORTALPRESERVEDHTML1TOKENnbsp;1.234,56
Negatieve waarden: -DOCSPORTALPRESERVEDHTML1TOKENnbsp;1.234,56
Nulwaarden: DOCSPORTALPRESERVEDHTML1TOKENnbsp;0
Een tekenachtervoegsel aan een waarde toevoegen#%;-#%;0%;Positieve waarden: 12%
Negatieve waarden: -34%
Nulwaarden: 0%
Tekstbeschrijvingen toevoegen"$"#,#" Overschot";"$"-##" Tekort"; "$"0;Positieve waarden: DOCSPORTALPRESERVEDHTML1TOKENnbsp;1.234 overschot
Negatieve waarden: DOCSPORTALPRESERVEDHTML1TOKENnbsp;-1.234 tekort
Nulwaarden: DOCSPORTALPRESERVEDHTML1TOKENnbsp;0
Er zijn verschillende manieren om de getalopmaak aan te passen aan uw wensen.Zie [De richtlijnen voor het aanpassen van getalopmaak bekijken](https://support.microsoft.com/nl-nl/office/review-guidelines-for-customizing-a-number-format-c0a1d1fa-d3f4-4018-96b7-9c9354dd99f5) in de Microsoft-knowledgebase voor meer codebegeleiding en -voorbeelden. **Opmerking:** er zijn kleine verschillen tussen de opties die Microsoft beschrijft en de opties die beschikbaar zijn in Tableau.Aangepaste getalopmaken die tekst binnen kolommen uitlijnen, zijn bijvoorbeeld niet relevant in Tableau.Bovendien zijn aangepaste getalopmaken voor het kleuren van tekst niet van toepassing, omdat u kleur op tekst kunt toepassen met gebruik van de kaart Markeringen.(Zie [Het uiterlijk van markeringen in de weergave bepalen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm) voor meer informatie over het toepassen van kleuren.)Zorg dat u alleen aangepaste getalopmaken gebruikt die van toepassing zijn in Tableau. #### Speciale tekens opnemen in een aangepaste getalopmaak Een van de voordelen van aangepaste getalopmaak is de mogelijkheid om speciale tekens of symbolen toe te voegen.Met symbolen kunt u sneller vergelijkingen maken tussen meetwaarden en berekeningen in uw visualisatie. Stel dat u bijvoorbeeld een maand-op-maandvergelijking wilt maken van de winst van drie van de best verkochte producten van uw bedrijf.In plaats van het standaardlabel te gebruiken om aan te geven dat de winst voor deze producten met 5%, -2% en 0% is gewijzigd ten opzichte van de vorige maand, kunt u de aangepaste getalopmaak als volgt instellen om deze wijzigingen weer te geven als ▲5%, ▼2% en ►0. ![Aangepaste getalopmaak gedefinieerd met gebruik van speciale tekens](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CustomNumberFormatCode.png) ### De standaardgetalopmaak voor een veld instellen Klik met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op het veld in het deelvenster Data en selecteer Standaardeigenschappen > Getalopmaak. Geef in het volgende dialoogvenster een getalopmaak op die moet worden gebruikt wanneer het veld aan de weergave wordt toegevoegd.De standaardgetalopmaak wordt samen met de werkmap opgeslagen.Deze opmaak wordt ook geëxporteerd wanneer u de verbindingsgegevens exporteert. **Opmerking:** getallen opmaken met gebruik van het deelvenster Opmaak overschrijft alle elders toegepaste getalopmaken. ### Een meetwaarde opmaken als valuta De onderstaande afbeelding toont de winst in de loop van de tijd.De winstcijfers op de verticale as zijn niet als valuta opgemaakt. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/FormattingNumbersDates_InitialView.png) **De getallen als valuta opmaken:** 1. Klik met de rechtermuisknop op de as Winst en kies **Opmaak**. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/FormattingNumbersDates_FormatAxis.png) 2. Selecteer op het tabblad As in het deelvenster Opmaak onder Schalen de vervolgkeuzelijst **Getallen**. Selecteer vervolgens een van de volgende opties: **Valuta (standaard)** om een dollarteken en twee decimalen aan de cijfers toe te voegen. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/FormattingNumbersDates_FormatCurrency.png) **Valuta (aangepast)** om op te geven wat het aantal decimalen is, hoe negatieve waarden worden weergegeven, wat de eenheden zijn, of er een voor- of achtervoegsel moet worden gebruikt en of er een scheidingsteken moet worden gebruikt. ### De landinstelling gebruiken om getalopmaken op te geven Tableau gebruikt standaard de land- en taalinstellingen van uw computer om getallen op te maken.Maar u kunt expliciet een andere landinstelling instellen in het deelvenster **Opmaak**. De volgende stappen laten zien hoe u de Zwitsers-Duitse valuta instelt, waarbij u dezelfde weergave gebruikt als in de vorige sectie. 1. Klik met de rechtermuisknop op de as Winst en selecteer **Opmaak**. 2. Selecteer op het tabblad As onder Schalen de vervolgkeuzelijst **Getallen** en vervolgens **Valuta (standaard)**. 3. In de vervolgkeuzelijst **Landinstelling** worden items getoond in de opmaak **Taal (Land)**.Selecteer voor dit voorbeeld **Duits (Zwitserland)**.Het overzicht wordt bijgewerkt en toont de verkoopcijfers als Zwitserse franken, opgemaakt voor de Duitse taal. **Tip:** u kunt de instelling voor standaardvaluta wijzigen, zodat elke keer dat u de meetwaarde Winst naar een weergave sleept, uw gewenste instellingen worden gebruikt.Klik in het deelvenster Data met de rechtermuisknop op **Winst** (of een andere monetaire meetwaarde) en selecteer **Standaardeigenschappen** > **Getalopmaak**.Maak het veld vervolgens op zoals hierboven weergegeven. ### Null-waarden opmaken Wanneer een meetwaarde null-waarden bevat, worden deze in een weergave doorgaans als nul weergegeven.Soms verandert dat de weergave echter en wilt u liever alle null-waarden onderdrukken.U kunt elke meetwaarde opmaken, zodat null-waarden op een unieke manier worden verwerkt. **Null-waarden voor een bepaald veld opmaken:** 1. Klik met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op het veld in de weergave met de null-waarde en kies Opmaak. 2. Ga naar het tabblad **Deelvenster**. 3. Geef in het gebied Speciale waarden aan of u de null-waarde wilt weergeven met een indicator in de rechterbenedenhoek van de weergave, de waarde wilt weergeven op een standaardwaarde (zoals nul voor numerieke velden), de waarde wilt verbergen maar de lijn wilt verbinden of de lijn wilt verbergen en verbreken om aan te geven dat er een null-waarde bestaat. ![Het deelvenster Opmaak met opties voor het weergeven van null-waarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/nullvalues3.png) 4. Als u tekst opgeeft in het veld **Tekst**, wordt deze in de weergave getoond voor een null-waarde wanneer markeringslabels zijn ingeschakeld.Zie [Markeringslabels tonen en verbergen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/annotations_marklabels_showhideworksheet.htm#show-and-hide-individual-mark-labels). **Opmerking**: het gebied Speciale waarden is niet beschikbaar voor dimensies of discrete meetwaarden. ## Voor Tableau Server of Tableau Cloud ### Een getalopmaak opgeven Wanneer u een weergave op internet maakt, kunt u de getalopmaak voor een veld opgeven die in de weergave wordt gebruikt. 1. Klik in de modus Webbewerking met de rechtermuisknop op een meetwaarde in de weergave en selecteer **Nummer opmaken**. ![Contextmenu voor meetwaarden met optie om getallen op te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_numbers_web1.png) 2. Selecteer een getalopmaak in het dialoogvenster dat wordt getoond. Sommige opmaken bieden aanvullende instellingen.Als u bijvoorbeeld Valuta selecteert, kunt u ook het aantal decimalen en de eenheden opgeven en of u scheidingstekens, zoals komma's, wilt opnemen. In dit voorbeeld wordt Verkoop weergegeven als valuta met nul decimalen en eenheden in duizendtallen (k).De verkoopcijfers in de weergave worden met deze instellingen bijgewerkt.Labels en knopinfo worden ook bijgewerkt. ![Een vervolgkeuzemenu met opties voor het opmaken van getallen als automatisch, standaardgetal, aangepast getal, standaardvaluta, aangepaste valuta, percentage, wetenschappelijk of aangepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_numbers_web2.png) Hier vindt u de getalopmaken en bijbehorende opties die beschikbaar zijn in Tableau.
GETALOPMAAKOPMAAKOPTIES
Automatisch: de opmaak wordt automatisch geselecteerd op basis van de opmaak die is opgegeven door de databron of op basis van de data in het veld.Geen.
Getal (aangepast): de opmaak wordt aangepast aan uw keuze.

Decimalen: het aantal decimalen dat moet worden weergegeven.

Eenheden: het getal wordt weergegeven in de opgegeven eenheden.Als het getal bijvoorbeeld 20.000 is en de eenheden duizendtallen, wordt het getal weergegeven als 20K.

Scheidingstekens opnemen: of het getal scheidingstekens om de duizend bevat (bijvoorbeeld: 100.000 versus 100000).

Valuta (aangepast): de opmaak en het valutasymbool worden naar uw keuze aangepast.

Decimalen: het aantal decimalen dat moet worden weergegeven.

Eenheden: het getal wordt weergegeven in de opgegeven eenheden.Als het getal bijvoorbeeld 20.000 is en de eenheden duizendtallen, wordt het getal weergegeven als 20K.

Scheidingstekens opnemen: of het getal scheidingstekens om de duizend bevat (bijvoorbeeld: 100.000 versus 100000).

Percentage (aangepast): getallen worden weergegeven als percentage met het procentsymbool.De waarde van 1 wordt geïnterpreteerd als 100% en 0 als 0%Decimalen: het aantal decimalen dat moet worden weergegeven.
Wetenschappelijk (aangepast): getallen worden weergegeven in wetenschappelijke opmaak.Decimalen: het aantal decimalen dat moet worden weergegeven.
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Gevulde kaarten met cirkeldiagrammen maken in Tableau Het cirkelmarkeringstype kan handig zijn om eenvoudige verhoudingen tot een relatief geheel te tonen. Cirkeldiagrammen kunnen bijvoorbeeld effectief zijn als u het winstpercentage van een product per geografische locatie wilt tonen. In dit voorbeeld wordt het cirkelmarkeringstype gebruikt met het markeringstype voor gevulde kaarten om het winstpercentage voor kantoorbenodigdheden, meubels en technologie te tonen ten opzichte van de totale winst per staat. Hier wordt de databron Voorbeeld - Superstore gebruikt die bij Tableau Desktop wordt geleverd. ## De kaartweergave maken met behulp van lagen 1. Open in Tableau een nieuwe werkmap en maak verbinding met de databron Voorbeeld - Superstore. 2. Klik op de pagina Databron op Blad 1 om naar een nieuw werkblad te gaan. 3. Open in het deelvenster Data, onder de tabel Orders, de map Locatie en dubbelklik op Staat. Tableau maakt een symboolkaart met een datapunt voor elke staat in de databron Voorbeeld - Superstore. 4. Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer het markeringstype **Kaart**. ![Het vervolgkeuzemenu in de kaart Markeringen is uitgevouwen en toont verschillende grafiektypeopties, met de kaart geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filled_pie1.png) 5. Sleep vanuit het deelvenster Data de categorie **Winst** naar **Kleur** op de kaart Markeringen. 6. Open in het deelvenster Data, onder de tabel Orders, de map Locatie en sleep Staat naar de kaart. Wanneer het veld zich boven de kaart bevindt, ziet u een optie voor Een markeringslaag toevoegen. Zet Staat hier neer om een nieuwe laag te maken. ![Het vak Een markeringslaag toevoegen dat verschijnt wanneer u een geografisch veld naar een canvas sleept dat al een kaart bevat.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_marks_layer.png) U hebt nu een kaart met twee lagen: gevulde staatsveelhoeken die Winst tonen en puntlocaties in het midden van elke staat. In de volgende stappen zullen we deze punten omzetten in cirkeldiagrammen. 7. Als u uw lagen wilt ordenen en een naam wilt geven, klikt u op de vervolgkeuzepijl rechts van de laagnaam, selecteert u Naam wijzigen en wijzigt u de naam van de laag in een naam die de inhoud ervan weerspiegelt, bijvoorbeeld "Cirkeldiagram". 8. Klik op de laag Cirkeldiagram op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer het markeringstype Cirkel. ![Vervolgkeuzelijst van de kaart Markeringen met het markeringstype Cirkeldiagram geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_marks_pie_mark.png) 9. Sleep vanuit de tabel Orders in het deelvenster Data het veld Verkoop naar Formaat op de kaart Markeringen op de laag Cirkeldiagram. De som van de verkopen voor elke staat wordt getoond in een cirkel met een proportioneel formaat. 10. Open de map Product onder de tabel Orders in het deelvenster Data en sleep het veld Categorie naar Kleur op de kaart Markeringen. Tip: Als cirkeldiagrammen te klein zijn, klikt u op Formaat op de kaart Markeringen en past u het formaat aan. De kaart wordt bijgewerkt om de som van de winst en de som van de verkopen voor elke categorie en staat te tonen. ![Een kaart met de verkopen per categorie in de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filled_pie4.png) ## De kaartweergave maken met behulp van een dubbele as 1. Open in Tableau een nieuwe werkmap en maak verbinding met de databron Voorbeeld - Superstore. 2. Klik op de pagina Databron op Blad 1 om naar een nieuw werkblad te gaan. 3. Open in het deelvenster Data, onder de tabel Orders, de map Locatie en dubbelklik op Staat. Tableau maakt een symboolkaart met een datapunt voor elke staat in de databron Voorbeeld - Superstore. 4. Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer het markeringstype **Kaart**. ![Het vervolgkeuzemenu in de kaart Markeringen is uitgevouwen en toont verschillende grafiektypeopties, met de kaart geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filled_pie1.png) 5. Sleep vanuit het deelvenster Data de categorie **Winst** naar **Kleur** op de kaart Markeringen. 6. Sleep vanuit het deelvenster Data **Breedtegraad (gegenereerd)** naar de container **Rijen** en plaats deze rechts van het andere veld Breedtegraad. U hebt nu twee identieke kaartweergaven. 7. Klik in de container Rijen op het tweede veld **Breedtegraad** en selecteer **Dubbele as**. ![Vervolgkeuzemenu dat is uitgevouwen vanuit een veld op de container Rijen, waarbij de optie Dubbele as is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filled_pie3.png) De tweede kaart wordt nu bovenop de eerste kaart gelegd. Er zijn nu drie vervolgkeuzelijsten op de kaart Markeringen: één voor elke kaartweergave en één voor beide weergaven (Alles). Dit zijn drie afzonderlijke kaarten Markeringen waarmee u de visuele details voor elk van de kaartweergaven kunt regelen. 8. Klik op de kaart Markeringen op een van de tabbladen Breedtegraad (gegenereerd), klik vervolgens op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer het markeringstype Cirkel. 9. Sleep vanuit de tabel Orders in het deelvenster Data het veld **Verkoop** naar **Formaat** op de Breedtegraad (gegenereerd) van de kaart Markeringen die u hebt geselecteerd. De som van de verkopen voor elke staat wordt getoond in een cirkel met een proportioneel formaat. 10. Open de map Product onder de tabel Orders en sleep het veld **Categorie** naar **Kleur** op dezelfde kaart Markeringen. Tip: Als de cirkeldiagrammen te klein zijn, klikt u op Formaat op de kaart Markeringen om het formaat aan te passen. De kaartweergave toont nu de som van de winst, evenals de som van de verkopen voor elke categorie, voor elke staat. ![Een kaart met de verkopen per categorie in de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filled_pie4.png) ## Zie ook: [Concepten voor het maken van kaarten in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_build.htm) [Aan de slag met kaarten maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildexamples_maps.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Goede datasets vinden Een goede manier om te leren hoe u met Tableau data kunt analyseren (of voorbeeldinhoud of testen van conceptinhoud kunt bouwen), is door een dataset te zoeken die u interessant vindt. Wanneer u echte vragen hebt die u met data wilt beantwoorden, worden de stappen van de analyse eenvoudiger en zinvoller. ## De realiteit van datasets Er zijn twee onvermijdelijke feiten bij het zoeken naar een dataset die geen officiële, door het bedrijfsleven gesanctioneerde data zijn. **U gaat niet vinden wat u zoekt.** - Probeer geen strikte verwachtingen te hebben van wat u nodig hebt. - Blijf flexibel en sta open voor wat u voor een bepaald project kunt gebruiken. - Soms bevinden de door u gewenste data zich achter een betaalmuur. Bepaal zelf of u dat de moeite waard vindt of niet. **U moet de data opschonen.** - Wees voorbereid op basishandelingen voor [opschonen en vormgeven](https://help.tableau.com/current/prep/nl-nl/prep_clean.htm) om er zeker van te zijn dat de data [goed gestructureerd zijn voor analyse](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/data_structure_for_analysis.htm). - Het kan zijn dat u [andere datasets moet inbrengen](https://help.tableau.com/current/prep/nl-nl/prep_combine.htm). - Het hebben van een datawoordenboek of metadata kan van cruciaal belang zijn. - [Berekeningen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields.htm) kunnen nodig zijn. ## Wat is een goede dataset Een goede dataset is een set die past bij uw doel. Zolang aan die behoefte wordt voldaan, is het een goede dataset. Er zijn echter een aantal overwegingen die u kunnen helpen bij het uitfilteren van datasets die waarschijnlijk niet geschikt zijn voor uw doel. In het algemeen dient u te zoeken naar datasets die aan de volgende voorwaarden voldoen: 1. Bevatten de elementen die u nodig hebt 2. Zijn gedesaggregeerde data 3. Hebben ten minste een paar dimensies en een paar meetwaarden 4. Hebben goede metadata of een datawoordenboek 5. Zijn bruikbaar (niet in een beschermde opmaak, te rommelig of te omslachtig) Wat maakt Superstore super? Superstore is een van de voorbeelddatabronnen die bij Tableau Desktop worden geleverd. (U kunt het ook downloaden op de [openbare Tableau-pagina met voorbeelddata](https://public.tableau.com/app/learn/sample-data).) Waarom is dit zo'n goede dataset? - **Noodzakelijke elementen**: Superstore bevat datums, geografische data, velden met een hiërarchische relatie (categorie, subcategorie, product), positieve en negatieve meetwaarden (winst), enz. Er zijn maar weinig grafiektypen die u niet met alleen Superstore kunt maken, en er zijn maar weinig functies die u niet kunt gebruiken om een demonstratie te geven. - **Gedesaggregeerd**: De data op rijniveau zijn elk item in een transactie. Deze items kunnen worden opgeteld tot het orderniveau (via Order-ID) of op basis van een van de dimensies (zoals datum, klant, regio, enz.). - **Dimensies en meetwaarden**: Superstore bevat verschillende dimensies die we kunnen gebruiken als "opsplitsing" van zaken als categorie of stad. Er zijn ook meerdere meetwaarden en datums, wat de mogelijkheden voor grafiektypen en berekeningen vergroot. - **Metadata**: Superstore heeft velden en waarden met duidelijke namen. U hoeft niet op te zoeken wat de waarden betekenen. - **Klein en schoon**: Superstore is slechts een paar megabytes groot en neemt daarom weinig ruimte in beslag in het Tableau-installatieprogramma. Het zijn bovendien schone data, met alleen de juiste waarden in elk veld en een goede datastructuur. ### 1\. Een goede dataset bevat de elementen die u nodig hebt voor uw doeleinden Als u op zoek bent naar een dataset om een specifieke visualisatie te bouwen of om specifieke functionaliteiten te presenteren, zorg er dan voor dat de dataset de veldtypen bevat die u nodig hebt. Kaarten zijn bijvoorbeeld visueel erg mooi, maar vereisen geografische data. Bij basisdemo's moet u vaak inzoomen op datums. De data moeten dan ten minste één datumveld bevatten (en het veld moet meer granulariteit dan alleen het jaar bevatten om meer details te kunnen weergeven). Niet alle datasets hebben al deze elementen nodig. Zorg dat u weet wat u nodig hebt voor uw doel en verspil geen tijd aan datasets waar belangrijke elementen ontbreken. Algemene elementen voor analyse: - Datums - Geografische data - Hiërarchische data - "Interessante" meetwaarden: ofwel substantiële variatie in omvang, of positieve en negatieve waarden Voor sommige functies of visualisatietypen zijn mogelijk specifieke datakenmerken vereist, zoals:  - [Clusters](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/clustering.htm) - [Prognoses maken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/forecasting.htm) - [Trendlijnen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/trendlines_add.htm) - [Gebruikersfilters](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/publish_userfilters_create.htm) - [Ruimtelijke berekeningen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/maps_shapefiles.htm) - Bepaalde [berekeningen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_all_categories.htm) - [Puntengrafieken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/qs_bullet_graphs.htm) ### 2\. Een goede dataset bestaat uit gedesaggregeerde (ruwe) data Als de data te [geaggregeerd](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm) zijn, kunt u er niet veel aan analyseren. Als u bijvoorbeeld de trends wilt bekijken in het aantal mensen dat "Pompoenkruiden" op Google zoekt, maar u beschikt over jaarlijkse data, kunt u alleen een heel globaal overzicht bekijken. Idealiter zou u over dagelijkse data willen beschikken, zodat u de enorme piek kunt zien wanneer Starbucks #PSL gaat aanbieden. Wat geldt als gedesaggregeerd, kan per analyse verschillen. Houd er rekening mee dat vanwege privacy- of praktische redenen sommige datasets nooit volledig granulair zullen zijn. Het is bijvoorbeeld onwaarschijnlijk dat u een dataset vindt met gedetailleerde rapportages van malariagevallen per adres. In dat geval zijn maandelijkse totalen per regio mogelijk granulair genoeg. Aggregatie en granulariteit Het begrijpen van aggregatie en granulariteit is om vele redenen een cruciaal concept. Het heeft invloed op zaken als het vinden van nuttige datasets, het bouwen van de gewenste visualisatie, het correct combineren van data en het gebruik van LOD-expressies. Aggregatie en granulariteit zijn twee uitersten van elkaar. **Aggregatie** verwijst naar de manier waarop de data worden gecombineerd, bijvoorbeeld door alle zoekopdrachten naar Pompoenkruiden bij elkaar op te tellen of het gemiddelde te nemen van alle temperatuuraflezingen rondom Seattle op een bepaalde dag. - Meetwaarden worden in Tableau standaard geaggregeerd. De standaardaggregatie is SUM. U kunt de aggregatie wijzigen in items als Gemiddeld, Mediaan, Aantal uniek, Minimum, enz. **Granulariteit** verwijst naar hoe gedetailleerd de data zijn. Wat vertegenwoordigt een rij (of record) in de dataset? Iemand met malaria? Het totale aantal gevallen van malaria in een provincie voor deze maand? Dat is de granulariteit. Het is van cruciaal belang om de granulariteit van de data te kennen. Zie [Data-aggregatie in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm) voor meer informatie. ### 3\. Een goede dataset heeft dimensies en meetwaarden Veel visualisatietypen vereisen **dimensies** en **meetwaarden** - Als u alleen dimensies hebt, bent u voornamelijk beperkt tot tellen, percentages berekenen of gebruik van het veld [Telling van tabel](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datafields_understanddatawindow.htm#count-of-table). - Als u alleen maar meetwaarden hebt, kunt u de waarden niet opsplitsen in een bepaald getal. U kunt de data volledig desaggregeren of werken met de algemene SUM of AVG, enz. Dit wil niet zeggen dat een dataset met alleen dimensies niet nuttig kan zijn. Demografische data zijn een voorbeeld van data met veel dimensies, en veel analyses rondom demografie zijn gebaseerd op tellingen of percentages. Maar voor een analytisch rijkere dataset hebt u ten minste een paar dimensies en meetwaarden nodig. Dimensies en meetwaarden, discreet en continu ![Het deelvenster Data en de kaart Markeringen met verschillende veldtypen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pilltypes.jpg) U kunt zien dat op de afbeelding hierboven de **Numerieke dimensie** geen aggregatie heeft op de kaart Markeringen, in tegenstelling tot zowel de **Continue meetwaarde** als de **Discrete meetwaarde**. ### Dimensies en meetwaarden Velden worden met een horizontale lijn opgesplitst in dimensies en meetwaarden in het deelvenster Data. In Tableau worden dimensies als zichzelf weergegeven in de weergave, terwijl meetwaarden automatisch worden geaggregeerd; de standaardaggregatie voor een meetwaarde is SUM. - **Dimensies** zijn kwalitatief, wat betekent dat ze beschreven zijn en niet gemeten. - Dimensies zijn vaak zaken als stad of land, oogkleur, categorie, teamnaam, enz. - Dimensies zijn doorgaans discreet. - **Meetwaarden** zijn kwantitatief, wat betekent dat ze kunnen worden gemeten en vastgelegd (numeriek). - Meetwaarden zijn vaak zaken als verkoop, hoogte, aantal klikken, enz. - Meetwaarden zijn doorgaans continu. Als u een wiskundige berekening kunt uitvoeren met een veld, zou het een meetwaarde moeten zijn. Als u ooit twijfelt of een veld een meetwaarde of een dimensie moet zijn, bedenk dan of u zinvolle berekeningen met de waarden kunt uitvoeren. Kan er enige betekenis worden toegeschreven aan AVG(RowID), de som van twee burgerservicenummers of het delen van een postcode door 10? Nee. Dat zijn dimensies die toevallig als getallen worden geschreven. Denk eens aan het aantal landen dat alfanumerieke postcodes heeft. Dit zijn gewoon labels, ook al zijn ze in de VS alleen numeriek. Tableau kan veel veldnamen herkennen die aangeven dat een numeriek veld in feite een ID of postcode is en probeert die dimensies te bepalen, maar het is niet perfect. Gebruik de test "Kan ik hier een wiskundige berekening mee maken?" om te bepalen of een numeriek veld een meetwaarde of een dimensie moet zijn en herschik het deelvenster Data indien nodig. **Opmerking**: Hoewel u een wiskundige berekening met datums kunt uitvoeren (zoals de DATEDIFF-berekening), is het standaardpraktijk om datums te categoriseren als dimensies. ### Discreet en continu Discrete of continue velden komen enigszins overeen met de concepten van dimensie en meetwaarde, maar ze zijn niet identiek. - **Discrete** velden bevatten unieke waarden. Ze maken kopteksten of labels in de weergave en de velden zijn blauw - **Continue** velden "vormen een ononderbroken geheel". Ze vormen een as in de weergave en de velden zijn groen Een goede manier om discreet en continu te begrijpen, is door naar een datumveld te kijken. Datums kunnen discreet OF continu zijn. - Wanneer we kijken naar de gemiddelde temperaturen in augustus over een decennium of eeuw, dan wordt "augustus" gebruikt als een discreet, kwalitatief datumonderdeel. - Als we kijken naar de algemene trend in gerapporteerde malariagevallen sinds 1960, dan is er één ononderbroken as nodig. Dat wil zeggen dat de datum wordt gebruikt als een continue, kwantitatieve waarde. Zie [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor meer informatie. Velden gemaakt door Tableau Tableau maakt ten minste drie velden, ongeacht de dataset: - _Namen van meetwaarden_ (een dimensie) - _Meetwaarden_ (een meetwaarde) - _TableName(Count)_ (een meetwaarde) En als er geografische velden in de dataset staan, maakt Tableau ook de velden _Breedtegraad (gegenereerd)_ en _Lengtegraad (gegenereerd)_. **Namen van meetwaarden** en **Meetwaarden** zijn twee nuttige velden. Zie [Meetwaarden en namen van meetwaarden](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_understanddatawindow_meavalues.htm) voor meer informatie. **Telling van tabel** geeft het aantal records voor de tabel weer door het aantal rijen te tellen. Hiermee kunt u ten minste één meetwaarde in uw dataset opnemen, wat kan helpen bij bepaalde analyses. U moet de granulariteit van uw data begrijpen (wat een rij vertegenwoordigt) om te kunnen definiëren wat het aantal rijen betekent. Hier is elke rij een dag, dus de telling van de tabel is het aantal dagen: ![Een tabel met de dagelijkse maximum-, gemiddelde en minimumtemperaturen in Fahrenheit.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/find_data_daily.png) Hier is elke rij een maand, dus de telling van de tabel is het aantal maanden: ![Een tabel met de maandelijkse maximum-, gemiddelde en minimumtemperaturen in Fahrenheit.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/find_data_monthly.png) ### 4\. Een goede dataset heeft metadata of een datawoordenboek Een dataset kan alleen nuttig zijn als u weet wat de data _zijn_. Er zijn weinig dingen zo frustrerend bij het zoeken naar goede data als het openen van bestand dat er zo uitziet: ![spreadsheetweergave van volledig numerieke data](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/find_data_nometa.png) Wat betekent een Bron van 4 of 12? En welke informatie staat er in de velden OTU0-OTU4? Een goede dataset is een set met duidelijk gelabelde velden en leden, of een datawoordenboek, zodat u de data zelf opnieuw kunt labelen. Denk aan Superstore: het is meteen duidelijk wat de velden en hun waarden zijn, zoals Categorie en de leden Technologie, Meubels en Kantoorartikelen. Of, voor de dataset Microbioom in de afbeelding hierboven, is er een [datawoordenboek](http://www.exploredata.net/Downloads/Microbiome-Data-Set) dat elke Bron verklaart (4 is ontlasting en 12 is maag) en de taxonomie van elke OTU (OTU3 is een bacterie van het geslacht _Parabacteroïden_). Datawoordenboeken kunnen ook metadata, indicatoren, definities van variabelen of woordenlijsten worden genoemd, of een groot aantal andere namen krijgen. Uiteindelijk biedt een datawoordenboek informatie over kolomnamen en leden in een kolom. Deze informatie kan op verschillende manieren in de databron of -visualisatie worden ingebracht, waaronder: - Wijzig de naam van de kolommen, zodat ze gemakkelijker te begrijpen zijn (dit kunt u doen in de dataset zelf of in Tableau). - Geef de leden van het veld een nieuwe alias (dit kunt u doen in de dataset zelf of in Tableau). - Maak berekeningen om informatie uit het datawoordenboek toe te voegen. - Maak opmerkingen op het veld in Tableau (opmerkingen worden niet weergegeven in gepubliceerde visualisaties, alleen in de auteursomgeving). - Gebruik het datawoordenboek als een extra databron en combineer de twee databronnen. Het verlies van een datawoordenboek kan een dataset onbruikbaar maken. Als u een bladwijzer maakt van de dataset, moet u ook een bladwijzer maken van het datawoordenboek. Als u downloadt, download dan beide en bewaar ze op dezelfde plek. ### 5\. Een goede dataset is een dataset die u kunt gebruiken Zolang u de dataset begrijpt en deze de informatie bevat die u nodig hebt, kunt u zelfs met een kleine dataset analyses uitvoeren. Kleinere datasets zijn bovendien eenvoudig op te slaan, te delen en te publiceren, en leveren waarschijnlijk goede prestaties. Op dezelfde manier geldt dat zelfs als u de "perfecte" dataset voor uw behoeften vindt, deze helemaal niet perfect is als het een onrealistische hoeveelheid moeite kost om op te schonen. Het is belangrijk om te weten wanneer u afstand moet nemen van een dataset die te rommelig is. Deze dataset komt bijvoorbeeld uit een Wikipedia-artikel over relatieve letterfrequenties. Het begon met 84 rijen en 16 kolommen (uitgebreid naar 1.245 rijen en 3 kolommen). Het Excel-bestand is 16 KB groot. Maar met bepaalde groepen, sets, berekeningen en andere manipulaties zijn robuuste analyses en interessante visualisaties mogelijk. [![Een visualisatie die de relatieve frequentie van unieke letters in verschillende talen weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/find_data_smdataviz.png)](https://mkt.tableau.com/Help/LetterFrequencyAnalysis.twbx) Klik op de afbeelding om de werkmap te downloaden. ## Uw data opnieuw labelen Zodra u een goede dataset hebt gevonden, moet u deze vaak opnieuw labelen. Het opnieuw labelen van data kan nuttig zijn om nepdata te maken voor voorbeelden of het testen van concepten, of om de data leesbaarder te maken. **Naam wijzigen** van een veld verandert de manier waarop dat veld in Tableau wordt weergegeven, bijvoorbeeld door de naam "Verkoop" te wijzigen in "Pijplijnverkoop" of "Staat" in "Provincie". **Nieuwe alias geven** verandert de manier waarop de leden van een veld worden weergegeven, zoals een nieuwe alias geven aan waarden in een veld Land, zodat CHN China wordt en RUS Rusland. - De waarden in een discreet dimensieveld worden **leden** genoemd. Alleen leden kunnen een nieuwe alias krijgen. Denk aan een meetwaardeveld voor temperatuur. Een waarde van 54 °F kan niet worden gewijzigd zonder dat de data zelf worden gewijzigd. Maar als u het lid "CHN" de nieuwe alias "China" geeft in een veld Land blijft het dezelfde informatie, alleen op een andere manier gelabeld. Naam wijzigen en nieuwe alias geven betekenen bijna hetzelfde. In Tableau is het gebruikelijk dat velden een naam krijgen en leden een alias. Zie [Velden in het deelvenster Data ordenen en aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_dwfeatures.htm) en [Aliassen maken om de naam van leden in de weergave aan te passen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_fieldproperties_aliases_ex1editing.htm). **Opmerking**: Als u de naam wijzigt of een nieuwe alias geeft, wordt alleen het uiterlijk in Tableau Desktop gewijzigd. Er worden geen wijzigingen teruggeschreven naar de onderliggende data. ### Opnieuw labelen om nepdata te maken Het opnieuw labelen van bestaande datasets is een geweldige manier om voorbeeldinhoud of het testen van conceptinhoud aantrekkelijker te maken. 1. Gebruik een eenvoudige dataset (zoals Superstore) om te bouwen wat u wilt (een specifiek grafiektype, het tonen van bepaalde functionaliteit, enz.) 2. Wijzig de naam van de relevante velden, wijzig de knopinfo en wijzig op andere manieren de tekstuele aspecten om te maskeren wat de data daadwerkelijk voorstellen. > [!WARNING] > > **Belangrijk**: Doe dit alleen als duidelijk is dat de informatie nep is. Zorg ervoor dat mensen niet denken dat het echte data zijn en deze voor analyses gaan gebruiken. Gebruik bijvoorbeeld rare namen of nietszeggende veldnamen, zoals kleuren of dieren. ### Nieuwe alias geven om de data gebruiksvriendelijker te maken Het is efficiënter om de data op te slaan als numerieke waarden in plaats van als tekenreekswaarden. Numerieke codering kan de data echter moeilijker te begrijpen maken. Voor kleine datasets heeft dit waarschijnlijk geen invloed op de prestaties. Geef daarom prioriteit aan het eenvoudig kunnen begrijpen van de data. Een nadeel van het geven van een nieuwe alias is dat u geen toegang meer hebt tot de numerieke waarden (waardoor het lastiger wordt om dingen te doen zoals sorteren, kleurovergangen toewijzen, enz.). Overweeg het veld te dupliceren en de kopie een nieuwe alias te geven. Een andere mogelijkheid is om een berekening in Tableau te maken. Zo behoudt u de oorspronkelijke informatie en wordt deze tegelijkertijd begrijpelijker. #### Nieuwe alias geven met de CASE-functie Berekeningen kunnen zeer krachtig zijn voor het geven van een nieuwe alias. Met [CASE](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_logical.htm#case)\-functies kunt u bijvoorbeeld zeggen: "Wanneer dit veld de waarde A heeft, geef mij dan X. Wanneer de waarde B is, geef mij dan Y". Hier kijkt de CASE-functie naar de F-schaal in een tornado-dataset en geeft de schriftelijke beschrijving die bij elke numerieke waarde hoort: CASE \[F-scale\] WHEN "0" THEN "Some damage to chimneys; branches broken off trees; shallow-rooted trees pushed over; sign boards damaged." WHEN "1" THEN "The lower limit is the beginning of hurricane wind speed; peels surface off roofs; mobile homes pushed off foundations or overturned; moving autos pushed off the roads..." WHEN "2" THEN "Roofs torn off frame houses; mobile homes demolished; boxcars overturned; large trees snapped or uprooted; highrise windows broken and blown in; light-object missiles generated." WHEN "3" THEN "Roofs and some walls torn off well-constructed houses; trains overturned; most trees in forest uprooted; heavy cars lifted off the ground and thrown." WHEN "4" THEN "Well-constructed houses leveled; structures with weak foundations blown away some distance; cars thrown and large missiles generated." WHEN "5" THEN "Strong frame houses lifted off foundations and carried considerable distances to disintegrate; ... trees debarked; steel reinforced concrete structures badly damaged." END Nu kunnen we ervoor kiezen om het oorspronkelijke veld "F-schaal" (0-5) of het veld "F-schaal schadebeschrijving" in de visualisatie te gebruiken. ## Tips bij het zoeken naar datasets **Opmerking**: Probeer te zorgen dat u de vraag "Wat vertegenwoordigt een rij (of record) in de dataset?" kunt beantwoorden. Als u dat niet onder woorden kunt brengen, begrijpt u de data mogelijk niet goed genoeg om ze te kunnen gebruiken. Het kan ook zijn dat ze niet goed zijn gestructureerd voor analyse. - Houd bij waar de data vandaan komen. - Bewaar de informatie in het datawoordenboek bij de data zelf. - Vermijd verouderde data als u wilt dat de inhoud actueel blijft. Zoek naar: - bijwerkbare data (aandelen, weer, regelmatig gepubliceerde rapporten, enz.) - tijdloze data (de gemiddelde massa van verschillende dieren zal niet van jaar tot jaar wijzigen) - data die u toekomstbestendig kunt maken door ze kunstmatig te wijzigen in historische of toekomstige data - Probeer te googlen wat u zoekt, u kunt veel online vinden. - Wees niet bang om een dataset op te geven als het te veel werk is om voor te bereiden. ## Plaatsen waar u naar data kunt zoeken Waar kunt u zoeken naar data? Er zijn mogelijk overweldigend veel plekken waar u datasets kunt vinden. Hier zijn enkele opties om u op weg te helpen. Houd er rekening mee dat de realiteit van datasets ook op deze sites van toepassing is: u zult waarschijnlijk niet meteen vinden wat u zoekt en u zult waarschijnlijk wat moeten opschonen om de data gereed te maken voor analyse. **Disclaimer:** hoewel we er alles aan doen om ervoor te zorgen dat deze links naar externe websites accuraat, actueel en relevant zijn, kan Tableau geen verantwoordelijkheid nemen voor de nauwkeurigheid of recentheid van pagina's die door externe providers worden onderhouden. Het hier vermelden van een site betekent niet dat wij de inhoud of organisatie goedkeuren. Neem contact op met de externe site voor antwoorden op vragen over de inhoud op de site. **[Tableau Public](https://public.tableau.com/app/discover)**: Tableau Public is een geweldige bron voor Tableau-vriendelijke datasets. Zoek naar werkmappen over een onderwerp dat u interesseert, blader erdoorheen voor inspiratie en download vervolgens de werkmap om toegang te krijgen tot de data. Of bekijk de samengestelde [Steekproefdata](https://public.tableau.com/app/resources/sample-data). [**Wikipedia-tabellen**](https://www.wikipedia.org/): Haal data uit Wikipedia-tabellen door: kopiëren en plakken in een spreadsheet, [kopiëren en plakken rechtstreeks in Tableau](http://onlinehelp.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/clipboard_datasource.htm), of met behulp van [Google Spreadsheets en de IMPORTHTML-functie](https://support.google.com/docs/answer/3093339?hl=nl) om een Google-spreadsheet van de data te maken. **[Google-dataset zoeken](https://toolbox.google.com/datasetsearch)**: "Een zoekmachine die de gefragmenteerde wereld van online datasets verenigt." **[Data is Plural](https://www.data-is-plural.com/)**: Abonneer u op een wekelijkse nieuwsbrief met datasets of blader door het [archief](https://docs.google.com/spreadsheets/d/1wZhPLMCHKJvwOkP4juclhjFgqIY8fQFMemwKL2c64vk/edit). **[Makeover Monday](http://www.makeovermonday.co.uk/data/)**: "Kom elke maandag bij ons langs om met een bepaalde dataset te werken en betere, effectievere visualisaties te maken en ons te helpen informatie toegankelijker te maken." U kunt zien wat andere mensen met dezelfde dataset hebben gedaan. Dit kan een goede start zijn voor uw analyse of inspiratie bieden. Gebruik [#makeovermaandag](https://www.makeovermonday.co.uk/) op Twitter om deel te nemen. **Andere sites** - [Tableau Web Data Connectors](https://tableau.github.io/webdataconnector/community/) - [Data.world](https://data.world/) en de [WDC voor Tableau](https://help.data.world/hc/en-us/articles/115010298907-Tableau-Web-Data-Connector) - [Github Open Data](https://github.com/collections/open-data) - [Kaggle](https://www.kaggle.com/datasets) - [datahub.io](https://datahub.io/) - [r/datasets](https://www.reddit.com/r/datasets/) - [WHO](http://www.who.int/gho/en/) - [Data.UN.org](http://data.un.org/) - [WorldBank](https://data.worldbank.org/) - [data.gov](https://www.data.gov/), [data.gov.au](https://data.gov.au/dataset), [data.gov.uk](https://data.gov.uk/), enz. - [Airbnb](http://insideairbnb.com/get-the-data.html) - [Yelp](https://www.yelp.com/dataset) - [Zillow](https://www.zillow.com/research/data/) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Google Analytics 4 **Opmerking:** Tableau houdt zich aan het [beleid voor gebruikersgegevens van Google's API-services](https://developers.google.com/terms/api-services-user-data-policy) en de vereisten voor beperkt gebruik bij het gebruiken of overdragen van informatie van Google API's naar andere apps. In dit artikel wordt beschreven hoe u Tableau verbindt met Google Analytics 4 en de databron instelt. ## Voordat u begint Verzamel de volgende verbindingsgegevens voordat u begint: - Het e-mailadres en wachtwoord voor Google Analytics ## Aanbeveling ### Stel een aangepaste OAuth-client in om het IT-beleid van uw bedrijf te gebruiken Met een aangepaste OAuth-client kunt u uw OAuth-configuratie volledig beheren op basis van uw eigen IT-beleid. De optie om uw eigen OAuth-client te gebruiken, zorgt ervoor dat u niet langer gebonden bent aan de releasecycli van Tableau en het rotatieschema voor de OAuth-client van Tableau. Zie [Aangepaste OAuth voor een site configureren](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/config_oauth_google.htm#custom) (in het Engels) voor meer informatie over het configureren van een eigen OAuth-client. ## Verbinding maken en de databron instellen 1. Start Tableau en selecteer onder **Verbinding maken** de optie **Google Analytics 4** in de lijst met **Aanvullende connectors**. 2. Selecteer **Installeren en Tableau opnieuw opstarten** om de connector te installeren. 3. Als Tableau weer is opgestart, selecteert u onder **Verbinding maken** de optie **Google Analytics 4** in de lijst met Geïnstalleerde connectors. 4. Meld u aan met uw Google-e-mailadres en -wachtwoord. 5. Vink het toestemmingsvakje aan om Tableau toestemming te geven uw Google Analytics-data weer te geven en te downloaden. 6. Volg de stappen in het dialoogvenster van Google Analytics 4 om de verbinding te voltooien. 1. Selecteer een **Account** en **Eigenschap**. 2. Selecteer bij **Datumbereik** een standaard datumbereik of specifieke datums. Het datumbereik kan een vaste start- en einddatum zijn, relatief ten opzichte van een vaste startdatum of relatief ten opzichte van de vernieuwingsdatum (de actuele datum waarop de verbinding wordt gemaakt of vernieuwd). 4. Voeg dimensies en statistieken (meetwaarden) toe. **Opmerking:** sommige dimensies en meetwaarden kunnen niet samen worden gebruikt. Zie [Referentiehandleiding voor dimensies en meetwaarden](https://ga-dev-tools.google/ga4/dimensions-metrics-explorer/) (in het Engels) op de Google-ontwikkelaarswebsite voor meer informatie. 5. Controleer uw verbindingskenmerken en selecteer **Verbinding maken**. 1. (Optioneel) Selecteer bovenaan de pagina **Databron** de standaard databronnaam en voer een unieke databronnaam in voor gebruik in Tableau. Gebruik bijvoorbeeld een naamgevingsconventie voor databronnen waarmee andere gebruikers van de databron kunnen bepalen met welke databron ze verbinding moeten maken. 2. Selecteer het tabblad Werkblad om de analyse te starten. Nadat u het werkbladtabblad hebt geselecteerd, importeert Tableau de data door een extract te maken. **Opmerking:** Tableau ondersteunt alleen extracten voor Google Analytics 4. U kunt de data bijwerken door het extract te vernieuwen. Zie [Uw data extraheren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/extracting_data.htm) voor meer informatie. ## Problemen met Google Analytics 4 oplossen ### Rapporttypen De Google Analytics 4-connector is afhankelijk van de basisfuncties voor kernrapportage van de Google Analytics Data API. Cohort-, Pivot-, Realtime- en Funnel-rapporten worden momenteel niet ondersteund. ## Quota’s Het gebruik van de Google Analytics 4-connector is onderhevig aan de Google Analytics Data API-quota's in de categorie voor kernquota. Meer details vindt u in de [Google Analytics Data API-handleiding](https://developers.google.com/analytics/devguides/reporting/data/v1/quotas) (in het Engels). ## Zie ook - [Databronnen instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_prepare.htm): voeg meer data toe aan deze databron of bereid uw data voor voordat u deze analyseert. - [Diagrammen maken en data analyseren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/design_and_analyze.htm): Begin met uw data-analyse. [5 tips om meer uit Google Analytics te halen](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/whitepapers/5-tips-get-more-google-analytics): lees het Tableau-whitepaper (in het Engels) (u moet zich registreren of aanmelden). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Google Drive In dit artikel wordt beschreven hoe u Tableau verbindt met Google Drive en de databron instelt. **Opmerking:** Google Drive ondersteunt gedeelde bestanden vanaf versie 2023.1. ## Voordat u begint Verzamel de volgende verbindingsgegevens voordat u begint: - Het e-mailadres en wachtwoord voor Google ## Verbinding maken en de databron instellen 1. Start Tableau en selecteer onder Verbinding maken de optie Google Drive. Selecteer Meer onder Met een server voor een volledige lijst met dataverbindingen. Doe het volgende in het tabblad dat door Tableau wordt geopend in uw standaardbrowser: 1. Meld u aan bij Google Drive met uw e-mailadres of telefoonnummer en selecteer Volgende om uw wachtwoord in te voeren. Als er meerdere accounts worden weergegeven, selecteert u het account met de Google Drive-data waartoe u toegang wilt hebben. Voer vervolgens het wachtwoord in als u nog niet bent aangemeld. ![Aanmeldingsscherm van Google Drive.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_googlesheets_signin.png) 3. Selecteer Toestaan, zodat Tableau Desktop toegang heeft tot uw Google Drive-data. 4. Sluit het browservenster wanneer u daarvoor een melding krijgt. 5. Selecteer een bestand in de lijst of gebruik het tekstvak om op naam of URL naar een bestand te zoeken. Selecteer vervolgens **Verbinding maken**. U kunt ook een bestand selecteren onder het tabblad Gedeeld met mij of Gedeelde drives. ![Koppel data op Google Drive aan Tableau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/connect_to_google_drive.png) **Opmerking:** deze connector ondersteunt mogelijk niet alle bestandstypen. Niet-ondersteunde bestandstypen zijn uitgegrijsd. 2. Doe het volgende op de databronpagina: 1. (Optioneel) Selecteer bovenaan de pagina de standaard databronnaam en voer een unieke databronnaam in voor gebruik in Tableau. Gebruik bijvoorbeeld een naamgevingsconventie voor databronnen waarmee andere gebruikers van de data kunnen bepalen met welke databron ze verbinding moeten maken. 2. Als uw Google Drive-bestand één tabel bevat, selecteert u het tabblad Werkblad om de analyse te starten. ## Over .ttde- en .hhyper-bestanden Mogelijk ziet u .ttde- of .hhyper-bestanden wanneer u door de directory van uw computer navigeert. Wanneer u een Tableau-databron maakt die verbinding maakt met uw data, maakt Tableau een .ttde- of .hhyper-bestand. Dit bestand, ook wel een schaduwextract genoemd, wordt gebruikt om de snelheid waarmee uw databron in Tableau Desktop wordt geladen, te verbeteren. Hoewel een schaduwextract onderliggende data en andere informatie bevat die vergelijkbaar is met het standaard Tableau-extract, wordt een schaduwextract in een ander formaat opgeslagen en kan het niet worden gebruikt om uw data te herstellen. **Opmerking**: .tde-bestanden worden niet langer ondersteund voor Tableau-versies na 2024.2. Alle extracten zijn nu in .hyper-indeling. ## Problemen met Google Drive oplossen **Opmerking:** de ingebouwde wachtwoordfunctie is uitgeschakeld voor Google Drive. U kunt in plaats daarvan de ingesloten gebruiken. ### Datalimiet in Google Drive Google Drive ondersteunt een beperkt aantal cellen (miljoenen) voor spreadsheets die zijn gemaakt in of geconverteerd naar Google Spreadsheets. Zie [Bestanden die je kunt opslaan in Google Drive](https://support.google.com/drive/answer/37603?hl=nl) in de Help van Google Drive voor meer informatie. ### Verbindingen met meerdere accounts Wanneer u webauthoring of publiceren naar internet gebruikt, kunt u niet meerdere Google Drive-accounts gebruiken, zelfs niet als u verschillende verbindingen gebruikt. U kunt in Desktop meerdere Google Drive-accountverbindingen hebben. ### Webauthoring met Internet Explorer 11 en Edge In Internet Explorer 11 en Edge kunt u via een onbeveiligde verbinding (http) geen toegang krijgen tot een server. Gebruik een beveiligde verbinding (https) of schakel over naar een andere browser. ## Zie ook - [Databronnen instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_prepare.htm): voeg meer data toe aan deze databron of bereid uw data voor voordat u deze analyseert. - [Diagrammen maken en data analyseren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/design_and_analyze.htm): Begin met uw data-analyse. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Google Sheets (verouderd) > [!IMPORTANT] > > **Belangrijk:** De Google Sheets-connector is medio 2023 volledig verouderd. Als u uw werkmappen wilt blijven gebruiken, moet u uw data via Google Drive toegankelijk maken. Zie [Google Drive](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/examples_googledrive.htm) en [De Tableau-add-on voor Google Workspace instellen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/gworkspace_set_up.htm "De Tableau-add-on voor Google Workspace instellen") voor informatie over verbinding maken met data in Google Drive, inclusief Google Sheets. Zie [Databronnen vervangen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/connect_basic_replace.htm) voor informatie over het wisselen tussen databronnen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Help voor Tableau Desktop en webauthoring ## Aan de slag ![Aan de slag](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Help_Spot_GetStarted_big.png) - [Releaseopmerkingen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/whatsnew_desktop.htm) - [Een basisweergave maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/getstarted_buildmanual_ex1basic.htm) - [Zelfstudie: aan de slag met Tableau Desktop](https://help.tableau.com/current/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-home.htm) - [Het juiste grafiektype kiezen voor uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/what_chart_example.htm) - [Meer](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/gettingstarted_overview.htm) ## Data verbinden en voorbereiden ![Data verbinden en voorbereiden](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Help_Spot_ConnectToData_big.png) - [Verbinding maken met uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/basicconnectoverview.htm) - [Uw databron plannen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_plan.htm) - [Tips voor het werken met uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_tips.htm) - [Uw data relateren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/relate_tables.htm) - [Velden aanpassen in het deelvenster Data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_dwfeatures.htm) - [Meer](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data.htm) ## Visualisaties maken ![Visualisaties maken](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Help_Spot_Build_big.png) - [Geheel nieuwe weergaven maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/building_overview.htm) - [Datavelden aanpassen in het deelvenster Data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_understanddatawindow.htm) - [Visueel detail toevoegen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/add_detail.htm) - [Interactiviteit toevoegen met acties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions.htm) - [Meer](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/design_and_analyze.htm) ## Inzichten verkennen en zoeken ![Inzichten verkennen en zoeken](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Help_Spot_Explore_big.png) - [Data in een weergave verkennen en inspecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_explore_analyze_interact.htm) - [Een weergave inspecteren met Data uitleggen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/explain_data.htm) - [Onderliggende data weergeven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_viewdata.htm) ## Uw data analyseren ![Uw data analyseren](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Help_Spot_Analyze_big.png) - [Aangepaste velden maken met berekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields.htm) - [Functies gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions.htm) - [Trends spotten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/trends.htm) - [Waarden transformeren met tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm) - [Meer](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/analyze.htm) ## Kaarten en geografische data ![Kaarten en geografische data](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Help_Spot_Maps_big.png) - [Aan de slag met in kaart brengen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildexamples_maps.htm) - [Een eenvoudige kaart maken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/maps_howto_simple.htm) - [Toewijzingsconcepten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_build.htm) - [Het uiterlijk van een kaart aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_options.htm) - [Meer](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps.htm) ## Huidige dashboards en verhalen ![Huidige dashboards en verhalen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Help_Spot_Dashboard_big.png) - [Uw werk opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting.htm) - [Dashboards maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dashboards_create.htm) - [Visuele best practices](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/visual_best_practices.htm) - [Verhalen maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/stories.htm) - [Meer](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dashboards.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Het formaat van tabellen en cellen aanpassen U kunt het formaat wijzigen van de rijen, kolommen en cellen waaruit een tabel bestaat. De beste manier om het formaat van uw tabel aan te passen, hangt af van het weergavetype en de tabelcomponenten waarvan u het formaat wilt aanpassen. ## Opdrachten gebruiken om het formaat van rijen en kolommen aan te passen 1. Selecteer in een werkblad in Tableau Desktop de optie Opmaken \> Celgrootte. Vouw in een werkblad in Tableau Cloud of Tableau Server het menu Passend maken uit en selecteer Celgrootte. ![Menu met formaatopties voor het web.](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/Resources/Images/Formatting_web_fit_menu.png "Uitgevouwen menu Passend maken met optie voor celgrootte.") 2. Kies de opdracht Langer, Korter, Breder of Smaller. Zie [Snelkoppelingen voor het wijzigen van de grootte van rijen en kolommen (Tableau Desktop)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/shortcut.htm#Shortcuts_rows_columns) om deze opdrachten snel toe te passen. In de onderstaande weergave hebben we bijvoorbeeld de opdrachten Breder en Langer gebruikt om de weergave leesbaarder te maken. ![Een tabel met verkoopdata, gesegmenteerd per regio en kwartaal.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cellsize1.png) **Opmerking:** Voor een bepaald veld hebben alle leden dezelfde breedte en dezelfde hoogte. U kunt het formaat van afzonderlijke veldleden niet aanpassen. ## Het formaat van rijen en kolommen handmatig aanpassen Om het formaat van de breedte of hoogte van kopteksten of assen van rijen en kolommen handmatig aan te passen: 1. Plaats uw cursor op de verticale of horizontale rand van een koptekst of as. 2. Wanneer u de cursor voor het aanpassen van het formaat ziet ![Pictogram voor horizontaal slepen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/symbol_horizdrag.png), klikt u op de rand en sleept u deze naar links en rechts of omhoog en omlaag. ![Een afbeelding waarin wordt getoond hoe u het formaat van een kolom handmatig kunt aanpassen door de rand naar rechts of links te slepen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_manual1.png) **Opmerking**: Bij webbewerking wordt de cursor voor het wijzigen van de grootte niet weergegeven in tabellen met te veel data. U kunt dit probleem omzeilen en de kolomgrootte aanpassen door de data te filteren (bijvoorbeeld door met de rechtermuisknop te klikken en slechts één waarde te behouden), de kolomgrootte naar wens aan te passen en vervolgens het filter te verwijderen. ## Het formaat van een gehele tabel aanpassen U kunt het formaat van de gehele tabel vergroten of verkleinen door Groter of Kleiner te selecteren in het menu Celgrootte. Om bijvoorbeeld de breedte van de kolommen en de hoogte van de rijen voor de hieronder getoonde weergave te vergroten, kunt u Celgrootte > Groter selecteren. Met deze optie vergroot u zowel de breedte als de hoogte van de deelvensters op een visueel aantrekkelijke manier. U kunt zien dat het formaat van de kopteksten van de rijen horizontaal toeneemt wanneer u het formaat van de tabel aanpast. ## Het formaat van cellen aanpassen Elke tabel die u in Tableau kunt maken, heeft de cel als basiscomponent. Voor een teksttabel is de cel wat u zou verwachten. Het is het snijpunt van een rij en een kolom, waar de tekst wordt weergegeven. Afhankelijk van de weergave die u maakt, is het echter niet altijd mogelijk of nuttig om de cel te identificeren, zoals in het geval van een spreidingsdiagram. Het manipuleren van cellen om uw dataweergave te verbeteren, is handig wanneer dimensies de binnenste velden zijn in zowel de container Rijen als Kolommen. In dit geval zijn er twee snelkoppelingen die u kunt selecteren in het menu Opmaken > Celgrootte: - Vierkante cel: Past de weergave aan zodat de cel een hoogte-breedteverhouding van 1:1 heeft. Dit resulteert in een vierkante cel, wat handig is voor dichtheidskaarten. - Tekstcel: Past de weergave aan zodat de cel een hoogte-breedteverhouding van 3:1 heeft. Dit is handig voor teksttabellen. U kunt bijvoorbeeld de onderstaande teksttabel zien waarop Vierkante cel en Tekstcel is toegepast. Tekstcel zorgt voor een hoogte-breedteverhouding van 3:1 voor de cel en resulteert in een compacte tabel die gemakkelijk te lezen is.
Vierkante celTekstcel
Een tabel met verkoopdata per segment en per jaar van de order.Een tabel met verkoopdata over verschillende segmenten en jaren.
De hieronder getoonde dichtheidskaart wordt aangepast door Vierkante cel te selecteren in het menu Opmaken \> Celgrootte. Hierdoor wordt een hoogte-breedteverhouding van 1:1 voor de cel afgedwongen, wat resulteert in een compacte tabel die gemakkelijk te analyseren is. U kunt ook de schuifregelaar voor Grootte gebruiken op de kaart Markeringen om het formaat van elke markering aan te passen. ![Een heatmap die de verkopen per segment en kwartaal van 2012 tot en met 2015 weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cellsize5.png) Nadat u de celgrootte hebt gewijzigd, kunt u Ctrl+B en Ctrl+Shift+B gebruiken om de tabelgrootte te verkleinen of te vergroten, terwijl de hoogte-breedteverhouding van de cel behouden blijft. Op een Mac zijn de toetsaanslagen Command+B en Shift+Command+B. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Het juiste berekeningstype kiezen Het type berekening dat u kiest, hangt af van de behoeften van uw analyse, de vraag die u wilt beantwoorden en de lay-out van uw visualisatie. ## Welke berekening past bij uw analyse? Het kiezen van het type berekening dat u voor uw analyse wilt gebruiken, is niet altijd eenvoudig. Overweeg bij het maken van die keuze de volgende vragen en voorbeelden. **Opmerking**: Deze inhoud is oorspronkelijk gepubliceerd op de Tableau Blog. Ga naar [Een handige gids voor het kiezen van de juiste berekening voor uw vraag](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2016/4/guide-choosing-right-calculation-your-question-53667) om de blog te lezen. ### Basisexpressie of tabelberekening? **Vraag 1**: Hebt u reeds alle datawaarden die u nodig hebt voor de visualisatie? - Is het antwoord **ja**: u kunt een tabelberekening gebruiken. - Is het antwoord **nee**: gebruik een basisberekening. ![Een stroomdiagram waarmee u kunt bepalen of u een tabelberekening of een basisexpressie wilt gebruiken, afhankelijk van de vraag of alle datawaarden in de visualisatie aanwezig zijn. Gebruik een basisexpressie als u reeds over alle datawaarden beschikt die u nodig hebt voor de visualisatie. Gebruik een tabelberekening als dat niet het geval is.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CalcsBasics_flowchart1.png) ##### **Voorbeeld**: Kijk eens naar de volgende twee visualisaties. De visualisatie aan de linkerkant is een staafdiagram dat de totale verkoop per land/regio weergeeft. De visualisatie aan de rechterkant toont ook de verkopen per land/regio, maar de verkopen zijn gedesaggregeerd. Hoe kunt u het 90e percentiel van de verkoop voor elk van deze visualisaties berekenen? ![Twee diagrammen geven de verkoop per land/regio weer. Het ene is een staafdiagram en het andere is een spreidingsdiagram.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CalcsBasic_chart1.png) Het staafdiagram aan de linkerkant is geaggregeerd op SUM. Daarom bevat deze weergave niet voldoende details om een tabelberekening te gebruiken. U kunt in dit voorbeeld een basisexpressie voor aggregatie gebruiken om het 90e percentiel van de verkoop voor elk land te berekenen met behulp van de volgende formule: PERCENTILE(\[Sales\], .90) Dit resulteert in een waarde voor het 90e percentiel per land als label voor elke staaf. ![Een horizontaal staafdiagram geeft de verkoop per land weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CalcsBasic_chart2.png) Het diagram aan de rechterkant bevat echter een datawaarde voor elke verkooporder. Hier worden een grotere verdeling en uitschieters getoond. Er zijn voldoende details in de weergave om een tabelberekening te gebruiken. U kunt het 90e percentiel van de verkoop voor elk land berekenen met behulp van een distributieband (equivalent aan een tabelberekening). Deze visualisatie bevat meer context. ![Een spreidingsdiagram geeft de verkoop per land weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CalcsBasic_chart3.png) Beide berekeningen komen uit op dezelfde waarden, maar de inzichten die u uit beide berekeningen haalt, verschillen op basis van het detailniveau (de hoeveelheid data) in de visualisatie. ### Basisexpressie of Level of Detail (LOD)-expressie? Als u niet over alle data beschikt die u nodig hebt voor de visualisatie, moet uw berekening worden doorgestuurd naar de databron. Dit betekent dat u een basisberekening of een LOD-expressie moet gebruiken. Als u **nee** antwoordde op [vraag 1](#q1) vraag uzelf dan af: **Vraag 2**: Komt de granulariteit van uw vraag overeen met de granulariteit van de visualisatie of de granulariteit van de databron? - Is het antwoord **ja**: gebruik een basisexpressie. - Is het antwoord **nee**: gebruik een Level of Detail (LOD)-expressie. ![Een stroomdiagram dat het proces weergeeft waarmee wordt bepaald hoe data voor een visualisatie moeten worden berekend. Als u reeds over alle datawaarden beschikt die u nodig hebt voor de visualisatie, gebruikt u een tabelberekening. Als dat niet zo is, vraag uzelf dan af: komt de granulariteit van de vraag overeen met de granulariteit van de visualisatie of de granulariteit van de bron? Als dat het geval is, gebruik dan een LOD-expressie. Als dat niet het geval is, gebruik dan een basisexpressie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CalcsBasics_flowchart3.png) ##### **Voorbeeld** Kijk eens naar de volgende visualisatie. Hier wordt het 90e percentiel van de verkoop voor alle bestellingen in elk land getoond. ![Een staafdiagram dat het 90e percentiel van de verkoop per land weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CalcsBasic_chart10.png) In dit voorbeeld wordt de databron Voorbeeld - Superstore gebruikt die bij Tableau wordt geleverd. Als u bekend bent met de databron Voorbeeld - Superstore, weet u wellicht dat er één rij data per Bestellings-ID is. Daarom is Bestellings-ID de granulariteit van de databron. De granulariteit van de visualisatie is echter Land. Als u wilt weten wat de 90e percentielwaarde van de verkopen is voor bestellingen in elk land op het granulariteitsniveau van de Bestellings-ID, kunt u de volgende LOD-expressie gebruiken: {INCLUDE \[Order ID\] : SUM(\[Sales\])} Vervolgens kunt u het veld wijzigen zodat de weergave wordt geaggregeerd op het 90e percentiel. Hiervoor klikt u op de vervolgkeuzelijst met velden en selecteert u **Meetwaarde** > **Percentiel** > **90**. Het volgende diagram laat zien hoe de LOD-expressie in dit geval werkt: ![Een diagram dat de relatie tussen aggregatie en granulariteit illustreert.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CalcsBasics_diagram1.png) 1. De data beginnen volledig geaggregeerd op SUM(Verkoop) en gaan vervolgens naar het detailniveau Land: SUM(Verkoop) op Land. 2. De LOD-berekening wordt toegepast en de data krijgen meer granulariteit: SUM(Verkoop) op Land + Bestellings-ID. 3. De LOD-berekening wordt geaggregeerd tot het 90e percentiel: PCT90(SUM(Verkoop) op Land + Bestellings-ID) Het resultaat is als volgt: ![Een horizontaal staafdiagram dat het 90e percentiel van de verkoop per order-ID in verschillende landen weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CalcsBasic_chart11.png) ### Tabelberekening of Level of Detail (LOD)-expressie? Bij het kiezen tussen een tabelberekening of een LOD-berekening lijkt het proces sterk op het kiezen tussen een tabelberekening en een basisexpressie. Stel uzelf de volgende vragen: _Hebt u reeds alle datawaarden die u nodig hebt voor de visualisatie?_ - Is het antwoord **ja**, gebruik dan een tabelberekening. - Is het antwoord **nee**, vraag uzelf dan af: _Komt de granulariteit van de vraag overeen met de granulariteit van de visualisatie of de granulariteit van de databron?_ Is het antwoord **nee**, gebruik dan een LOD-berekening. ![Een stroomdiagram dat het proces weergeeft waarmee wordt bepaald hoe data voor een visualisatie moeten worden berekend.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CalcsBasics_flowchart3.png) ### Alleen tabelberekeningen Er zijn enkele scenario's waarin alleen een tabelberekening volstaat. Deze omvatten: - Rangschikking - Recursie (bijv. cumulatieve totalen) - Voortschrijdende berekeningen (bijv. voortschrijdende gemiddelden) - Berekeningen tussen rijen (bijv. berekeningen die periodes met elkaar vergelijken) Als uw analyse een van deze scenario's vereist, gebruik dan een tabelberekening. ![Een stroomdiagram met stappen om te bepalen welk type berekening moet worden gebruikt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CalcsBasics_flowchart4.png) ##### **Voorbeeld** Kijk eens naar de volgende visualisatie. Hier wordt voor verschillende aandelen de gemiddelde slotkoers tussen september 2014 en september 2015 getoond. ![Een lijndiagram geeft de slotkoersen van geselecteerde bedrijven gedurende een periode van een jaar weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CalcsBasic_chart8.png) Als u wilt zien hoeveel keer de slotkoers de huidige recordsluitwaarde heeft overschreden, moet u een tabelberekening gebruiken, en meer specifiek een recursieve berekening. Waarom? Omdat tabelberekeningen meerdere waarden kunnen uitvoeren voor elke datapartitie (cel, venster, tabel), terwijl basis- en LOD-expressies slechts één waarde kunnen uitvoeren voor elke partitie of datagroep. Om het aantal keren te berekenen dat de slotkoers de recordkoers overschrijdt voor elk aandeel, zijn er een paar stappen die u moet volgen. 1. U moet rekening houden met alle voorgaande waarden om te bepalen of er een nieuwe maximale sluitwaarde is bereikt. U kunt dit doen met een RUNNING\_MAX-functie. Het volgende voorbeeld is berekend op basis van Dag (over de hele tabel), en is getiteld **Huidig record**: RUNNING\_MAX(AVG(\[Close\])) 2. Vervolgens kunt u de dagen markeren waarop het record werd verbroken met behulp van de volgende berekening, berekend op basis van Dag (over de hele tabel), getiteld **Tel dagen record verbroken**: IF AVG(\[Close\]) = \[Record to Date\] THEN 1 ELSE 0 END 3. Ten slotte kunt u deze dagen tellen met behulp van de volgende berekening, berekend op basis van Dag (over de hele tabel): RUNNING\_SUM(\[Count Days Record Broken\]) Wanneer u het uiteindelijk berekende veld aan de weergave toevoegt op de plaats van AVG(Close), krijgt u zoiets als dit: ![Een lijndiagram dat de frequentie van de weergave van een ticker symbol in de loop van de tijd weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/CalcsBasic_chart9.png) ### Ga verder naar [Tips voor het maken van berekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_understand_formulas.htm) ### Ook in deze serie: [De basisprincipes van berekeningen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_understand.htm) [Berekeningstypen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_understand_types.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Het juiste diagramtype kiezen voor uw data Welke grafiek of welk diagram werkt het beste voor uw data? In Tableau volgt de vorm de functie. De visualisatie (of viz) die u maakt, is afhankelijk van: - De vragen die u probeert te stellen - De eigenschappen van uw data - Hoe u uw inzichten aan anderen wilt presenteren en communiceren Om bijvoorbeeld de jaarlijkse omzetgroei weer te geven, is een andere visualisatie nodig dan om het verband tussen afgeprijsde artikelen en de winstgevendheid daarvan te tonen. Als u weet wat u wilt laten zien, kunt u bepalen hoe u dat wilt doen. In dit onderwerp worden negen verschillende soorten informatie besproken die u met een visualisatie kunt weergeven. Dit is geen volledige lijst en er zullen ongetwijfeld uitzonderingen op deze categorieën zijn. Met ervaring kunt u sneller beoordelen welk grafiektype u wilt maken. Omdat Tableau flexibel is, moedigen we u aan om out-of-the-box te denken. Maar voordat u buiten de gebaande paden treedt, is het handig om te beginnen met een aantal veelvoorkomende grafiektypen.

Wijzigingen in de loop van de tijd

Een lijndiagram met wijzigingen over een bepaalde periode.

Verwante onderwerpen

 

 

 

Het weergeven van wijzigingen in de loop van de tijd voor een meetwaarde is een van de fundamentele categorieën van visualisaties. Er zijn veel opties om wijzigingen in de loop van de tijd te verkennen, waaronder lijndiagrammen, hellingdiagrammen en highlighttabellen.

Om wijzigingen in de loop van de tijd weer te geven, moet u weten voor welke waarde u een wijziging verwacht en hoe u met datumvelden in Tableau werkt.

Op welke vraag geeft deze grafiek antwoord?

  • Hoe is deze meetwaarde het afgelopen jaar gewijzigd?
  • Wanneer is deze meetwaarde gewijzigd?
  • Hoe snel is deze meetwaarde gewijzigd?

Correlatie

Een spreidingsdiagram laat zien hoe variabelen met elkaar correleren.

Verwante onderwerpen

 

 

 

Soms hebt u twee variabelen en zoekt u naar de relatie tussen deze variabelen. U wilt bijvoorbeeld weten wat de relatie is tussen de grootte van een klaslokaal en het percentage leerlingen dat een diploma haalt, of wat de relatie is tussen longcapaciteit en uithoudingsvermogen. (Maar vergeet niet dat correlatie niet altijd hetzelfde is als oorzakelijk verband.)

Correlatie kan worden getoond met spreidingsdiagrammen of highlighttabellen, en u kunt analyseobjecten van Tableau gebruiken om de sterkte van de correlatie aan te tonen.

Op welke typen vragen kan deze grafiek antwoord geven?

  • Zijn deze twee meetwaarden gerelateerd? Hoe sterk?
  • Zijn sommige meetwaarden meer gerelateerd dan andere?
  • Hoe sterk zijn deze meetwaarden gerelateerd?

Sterkte

Een staafdiagram toont de relatieve waarde van afzonderlijke items.

Verwante onderwerpen

 

 

 

Sterkte geeft de relatieve grootte of waarde van twee of meer discrete items weer. Als u de verkoopcijfers van verschillende regio's vergelijkt, kijkt u naar de sterkte.

Sterktediagrammen omvatten staafdiagrammen, bellendiagrammen en lijndiagrammen.

Op welke typen vragen kan deze grafiek antwoord geven?

  • Welk van deze dimensieleden heeft de hoogste meetwaarde?
  • Zijn er uitzonderlijke dimensies?
  • Hoe groot is de kloof tussen de laagste en de hoogste meetwaarde van deze dimensies?

Afwijking

Een staafdiagram laat zien hoe ver een waarde afwijkt van een basislijn.

Verwante onderwerpen

 

 

 

Afwijkingsgrafieken laten zien hoe ver een waarde afwijkt van een bepaalde basislijn, zoals het gemiddelde of de mediaan. Als u wilt weten welke items een ongebruikelijk hoge of lage winstmarge hebben, gebruikt u een afwijkingsgrafiek.

U kunt puntengrafieken, staafdiagrammen en combinatiegrafieken gebruiken om afwijkingen weer te geven. U kunt ook de statistische significantie van de afwijking vinden met behulp van een Z-score.

Op welke typen vragen kan deze grafiek antwoord geven?

  • Hoe ver wijkt deze meetwaarde af van de norm?
  • Hoe belangrijk zijn de afwijkingen in deze meetwaarde?
  • Is er een patroon te ontdekken in de afwijkingen?

Distributie

Een staafdiagram toont de verdeling van datapunten.

Verwante onderwerpen

 

 

 

Wanneer u de frequentie van gebeurtenissen binnen een bevolking wilt bepalen, kijkt u naar de distributie. Als u het aantal respondenten van een enquête per leeftijd wilt weergeven, of de frequentie van inkomende gesprekken per dag, is een distributiegrafiek wellicht de beste keuze.

Distributiegrafieken omvatten histogrammen, bevolkingspiramides, Pareto-diagrammen en boxplots.

Op welke typen vragen kan deze grafiek antwoord geven?

  • Zijn gebeurtenissen geclusterd rond een bepaalde waarschijnlijkheid?
  • Welke bevolkingsgroep koopt de meeste artikelen?
  • Wanneer zijn de drukste momenten van onze werkdag?

Rangschikking

Een staafdiagram toont de relatieve rangschikking van alle leden van een dimensie.

Verwante onderwerpen

 

 

 

Soms wilt u niet alleen de sterkte van een bepaalde waarde weergeven, maar ook de relatieve rangschikking van alle leden van uw dimensie. Om de tien beste verkopers of de slechtst presterende staten te laten zien, gebruikt u een rangschikkingsgrafiek.

Rangschikkingsgrafieken zijn meestal staafdiagrammen waarin rangschikkingsberekeningen, top N-sets of belangrijke voortgangsindicatoren zijn geïntegreerd.

Op welke typen vragen kan deze grafiek antwoord geven?

  • Hoeveel mensen binnen het bedrijf presteren ondermaats?
  • Hoeveel omzet genereren onze tien grootste klanten?
  • Wat is de waarde van onze tien panden met de laagste opbrengsten?

Deel-tot-geheel

Een treemap laat zien hoeveel van het geheel een afzonderlijk deel in beslag neemt.

Verwante onderwerpen

 

 

 

Deel-tot-geheel-grafieken laten zien hoeveel van het geheel een afzonderlijk deel in beslag neemt. Als u bijvoorbeeld wilt laten zien hoeveel elke regio bijdraagt aan de totale verkoop, of hoe duur de verschillende verzendmethoden zijn voor een afzonderlijk product, kunt u een deel-tot-geheel-grafiek gebruiken.

Deel-naar-geheel-grafieken kunnen cirkeldiagrammen, vlakdiagrammen, gestapelde staafdiagrammen of treemaps zijn.

Op welke typen vragen kan deze grafiek antwoord geven?

  • Hoeveel draagt deze waarde bij aan het totaal?
  • Hoe wijzigt de distributie van kosten elk jaar?
  • Dragen verschillende artikelen in verschillende mate bij aan de verkoop per regio?

Ruimtelijke waarde

Een kaart toont geografische patronen.

Verwante onderwerpen

 

 

 

Ruimtelijke grafieken kunnen locaties en geografische patronen in uw data nauwkeurig weergeven. Voorbeelden van ruimtelijke kaarten zijn de luchthaventerminals met de meeste voetgangersstromen of een kaart van alle verkopen in het land.

Ruimtelijke kaarten omvatten gevulde kaarten, puntverdelingskaarten, symboolkaarten en dichtheidskaarten.

Op welke typen vragen kan deze grafiek antwoord geven?

  • Welke stad heeft de hoogste verkoopcijfers?
  • Hoe ver bevinden onze klanten zich van de distributiecentra?
  • Hoeveel mensen komen bij welke gate aan?

Flow

Lijngroep in een spiderkaart.

Verwante onderwerpen

 

 

 

Flowgrafieken kunnen kaarten zijn die de beweging in de tijd weergeven, zoals Sankey-diagrammen. Flowkaarten bevatten grafieken met het pad in de loop van de tijd en het pad tussen oorsprong en bestemming.

Op welke typen vragen kan deze grafiek antwoord geven?

  • Wat is de langste verzendroute?
  • Hoelang blijven mensen bij de gate staan?
  • Wat zijn de knelpunten voor het verkeer in de stad?
## Gerelateerde bronnen Voor gerelateerde inhoud en voorbeelden van verschillende typen visualisaties die u met Tableau kunt maken, zie: - [Veelgebruikte grafiektypen maken in dataweergaven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dataview_examples.htm) en [Geavanceerde grafiektypen maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/analytics_howtos.htm) in de Help bij Tableau. - Whitepaper [Welk diagram of welke grafiek is het meest geschikt voor u?](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/whitepapers/which-chart-or-graph-is-right-for-you) op de Tableau-website. Gebruik uw tableau.com-account om u aan te melden. - [Visuele woordenschat](https://public.tableau.com/views/VisualVocabulary/VisualVocabulary) op Tableau Public door Tableau Visionary [Andy Kriebel](https://www.theinformationlab.co.uk/2018/08/31/visual-vocabulary/) (zie ook [Andy's blog](http://www.vizwiz.com/2018/07/visual-vocabulary.html)). Bekijk ook deze gratis video's en presentaties: - [Het beste van Tableau Web](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/contributors/andy-cotgreave-2) door Andry Cotgreave en andere blogberichten op tableau.com. - [Geheimen van visuele analyse](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/series/secrets-of-visual-analytics) In deze vierdelige, on-demand webinarserie leert u hoe u Tableau kunt gebruiken voor visuele analyses. Gebruik uw tableau.com-account om u aan te melden. - Videopresentatie [Reisadviezen voor uw visuele analysereis](https://youtu.be/qF5_OKiXplc) (50 minuten) van Tableau Conference. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Het juiste type verhaal kiezen voor uw Tableau Desktop-dataverhaal **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. Wanneer u [Een Tableau-dataverhaal toevoegen aan een dashboard](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_create.htm) gebruikt, is het belangrijk om het juiste type verhaal voor uw data te kiezen. Wilt u uw verhaal over trends in de loopt van de tijd? Of wilt u uw verhaal over twee waarden die u vergelijkt? Om u te helpen het juiste verhaal te vertellen, worden in dit onderwerp de verschillende soorten verhalen beschreven, inclusief een voorbeeld van elk verhaaltype. ## Continu Continue verhalen zijn het beste voor het analyseren van trends of voortgang in de loop van de tijd. Wanneer u een continu verhaal maakt, bevat dit inhoud voor prestaties, segmenten, volatiliteit en trendlijnen. Het verhaal bevat ook bijdrageanalyse en correlatie voor verhalen die meer dan één dimensie gebruiken. Als u een continu verhaal wilt gebruiken, moet uw werkblad het volgende bevatten: - 1 dimensie met 1-10 meetwaarden - 2 dimensies en maximaal 3 meetwaarden Het volgende voorbeeld is een continu verhaal voor een lijndiagram met één dimensie en meerdere meetwaarden: ![Voorbeeld van drie lijndiagrammen met een continu verhaal](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_continuous.png) ## Discreet Discrete verhalen zijn het beste om waarden te vergelijken en de distributie van data in elke waarde te begrijpen. Wanneer u een discreet verhaal maakt, bevat het verhaal inhoud over de distributie en groeperingen of clusters van de data. En het verhaal bevat bijdrageanalyse voor werkbladen die meerdere dimensies gebruiken. Overweeg een discreet verhaal te gebruiken als u: - De drijvende krachten achter uw Key Performance Indicators (KPI's) in verkooprapporten wilt begrijpen. - Uitschieters snel wilt identificeren en begrijpen tijdens datadetectie. - Trends wilt identificeren die niet gemakkelijk visueel waarneembaar zijn tijdens het uitvoeren van een audit. - Direct complexe gebruiksinzichten wilt ontdekken voor geografische analyse. - De belangrijkste relaties wilt identificeren en benoemen, bijvoorbeeld tussen verkoop en winst. Om een discreet verhaal te gebruiken, moet uw werkblad het volgende bevatten: - 1 dimensie met 1-10 meetwaarden - 2 dimensies en maximaal 3 meetwaarden Het volgende voorbeeld is een discreet verhaal voor een staafdiagram met één dimensie en twee meetwaarden: ![Voorbeeld van een staafdiagram met een afzonderlijk verhaal](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_discrete.png) ## Percentage van geheel Percentage van geheel-verhalen zijn het beste geschikt voor cirkeldiagrammen. Om een percentage van geheel te gebruiken, moet uw werkblad het volgende bevatten: - 1 dimensie - 1 meetwaarde Het volgende voorbeeld is een percentage van geheel-verhaal waarin een cirkeldiagram met één dimensie en één meetwaarde wordt gebruikt: ![Voorbeeld van een cirkeldiagram met een percentage van geheel-verhaal](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_percent.png) ## Spreidingsdiagram Spreidingsdiagramverhalen zijn het beste om de relatie tussen twee meetwaarden te begrijpen. Wanneer u een spreidingsdiagramverhaal maakt, bevat het verhaal inhoud over de relatie (regressie) tussen twee meetwaarden. En het verhaal bevat inhoud over groepen (clusters) binnen de data, als deze bestaan. Overweeg het gebruik van een spreidingsdiagramverhaal wanneer u: - Relaties tussen twee meetwaarden wilt benoemen om de impact te identificeren (regressieanalyse). - Uitschieters wilt identificeren en begrijpen die boven of onder gedefinieerde drempelwaarden liggen. - Wilt analyseren hoe uw data worden gedistribueerd. Om een spreidingsdiagramverhaal te gebruiken, moet uw werkblad het volgende bevatten: - 1 dimensie - 2 of 3 meetwaarden **Opmerking:** Wanneer u uw verhaal op basis van een spreidingsdiagram maakt, wordt de eerste meetwaarde die u selecteert, behandeld als de onafhankelijke variabele en de tweede meetwaarde als de afhankelijke variabele. Het volgende voorbeeld is een verhaal op basis van een spreidingsdiagram waarin een spreidingsdiagram wordt gebruikt dat één dimensie en twee meetwaarden heeft: ![Voorbeeld van een spreidingsdiagram met een verhaal](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_scatter.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Het Tableau-datamodel Elke databron die u in Tableau maakt, heeft een datamodel. U kunt een datamodel zien als een diagram dat Tableau vertelt hoe het data in de verbonden databasetabellen moet opvragen. De tabellen die u aan het canvas toevoegt op de pagina Databron vormen de structuur van het datamodel. Een datamodel kan eenvoudig zijn, zoals een enkele tabel. Of het kan complexer zijn, met meerdere tabellen die verschillende combinaties van relaties, joins en verenigingen gebruiken. Het datamodel bestaat uit twee lagen: - De standaardweergave die u voor het eerst ziet op het canvas van de pagina Databron is de _logische laag_ van de databron. Data in de logische laag combineert u met relaties (of 'noodles'). Beschouw deze laag als het canvas Relaties op de pagina Databron. Zie [Relaties gebruiken voor data-analyse met meerdere tabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_multitable_normalized.htm) voor meer informatie. - De volgende laag is de _fysieke laag_. U combineert data tussen tabellen in de fysieke laag met [joins](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_relationships_learnmorepage.htm#where-did-joins-go) en verenigingen. Elke logische tabel bevat ten minste één fysieke tabel in deze laag. Beschouw de fysieke laag als het canvas Join/Vereniging op de pagina Databron. Dubbelklik op een logische tabel om joins en verenigingen weer te geven of toe te voegen.
Logische laag Fysieke laag
Noodles = relaties Venndiagram = joins
De weergave op het hoogste niveau van een databron met meerdere, gerelateerde tabellen. Diagram van de relaties tussen de tabellen Boek, Prijs en Info in een datamodel.
De weergave op het hoogste niveau van een databron met meerdere, gerelateerde tabellen. Dit is de logische laag. Logische tabellen kunnen worden gecombineerd met relaties (noodles). Ze gebruiken geen join-typen. Ze fungeren als containers voor fysieke tabellen. Dubbelklik op een logische tabel om deze te openen en de fysieke tabellen ervan te bekijken. Fysieke tabellen kunnen worden gecombineerd met joins of verenigingen. In dit voorbeeld bestaat de logische tabel Boek uit drie fysieke tabellen waarvan een join is gemaakt (Boek, Award, Info).
| Logische laag |   | Fysieke laag | | --- | --- | --- | | Canvas Relaties op de pagina Databron |   | Canvas Join/Vereniging op de pagina Databron | | Tabellen die u hierheen sleept, worden logische tabellen genoemd |   | Tabellen die u hierheen sleept, worden fysieke tabellen genoemd | | Logische tabellen kunnen gerelateerd zijn aan andere logische tabellen |   | Er kunnen joins worden gemaakt van fysieke tabellen of ze kunnen worden verenigd met andere fysieke tabellen | | Logische tabellen zijn als containers voor fysieke tabellen |   | Dubbelklik op een logische tabel om de fysieke tabellen ervan te bekijken | | Het detailniveau bevindt zich op rijniveau van de logische tabel |   | Het detailniveau bevindt zich op rijniveau van samengevoegde fysieke tabellen | | Logische tabellen blijven uniek (genormaliseerd) en worden niet samengevoegd in de databron |   | Fysieke tabellen worden samengevoegd tot één tabel zonder opmaak die de logische tabel definieert | ## Lagen van het datamodel De weergave op het hoogste niveau die u van een databron ziet, is de [logische laag](#dm_log_phys) van het datamodel. U kunt het ook zien als het canvas Relaties, omdat u hier tabellen combineert met relaties in plaats van met joins. Wanneer u data uit meerdere tabellen combineert, moet elke tabel die u naar het canvas in de logische laag sleept, een relatie hebben met een andere tabel. U hoeft geen join-typen voor relaties op te geven. Tijdens de analyse selecteert Tableau automatisch de juiste join-typen op basis van de velden en context van de analyse in het werkblad. De [fysieke laag](#dm_log_phys) van het datamodel is waar u data kunt combineren met joins en verenigingen. U kunt in dit canvas alleen draaipunten gebruiken. U kunt dit zien als het canvas Join/Vereniging. In eerdere versies van Tableau was de fysieke laag de enige laag in het datamodel. Elke logische tabel kan een of meer fysieke tabellen bevatten. > [!TIP] > > **Belangrijk**: u kunt in Tableau nog steeds databronnen met één tabel maken die joins en verenigingen gebruiken. Het gedrag van de analyse van één tabel in Tableau is niet veranderd. Uw geüpgradede werkmappen werken hetzelfde als vóór 2020.2. **Meer informatie**: zie ook de volgende onderwerpen en blogposts voor gerelateerde informatie over het combineren van data met gebruik van relaties: - [Verschillen tussen relaties en joins](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_relationships_learnmorepage.htm) - [Relaties gebruiken voor data-analyse met meerdere tabellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_multitable_normalized.htm) - [Uw data relateren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/relate_tables.htm) - [Relaties, deel 1: Introductie van nieuwe datamodellering in Tableau (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) - [Relaties, deel 2: Tips en trucs (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-2-tips-and-tricks) - [Relaties, deel 3: Vragen stellen over meerdere gerelateerde tabellen (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/6/relationships-part-3-asking-questions-across-multiple-related-tables) Zie ook videopodcasts over relaties van [Actieanalyses](https://action-analytics.com/library/), zoals [Waarom heeft Tableau relaties uitgevonden?](https://action-analytics.com/ep-1-why-did-tableau-invent-relationships/) Klik op Videopodcast in de [Bibliotheek](https://action-analytics.com/library/) om meer te zien. ## Het datamodel begrijpen Het datamodel heeft een logische (semantische) laag en een fysieke laag. Dit geeft u meer mogelijkheden om data te combineren met schema's die bij uw analyse passen. ![Een datamodeldiagram toont een logische laag met twee tabellen die via een relatie met elkaar zijn verbonden, en een fysieke laag die aangeeft hoe de logische tabellen zijn opgebouwd uit fysieke tabellen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_layers_sm.png) Elke logische tabel bevat fysieke tabellen in een fysieke laag. In eerdere versies van Tableau (vóór 2020.2) bestond het datamodel in uw databron uit één enkele fysieke laag waarin u joins en verenigingen kon opgeven. Tabellen die aan de fysieke laag worden toegevoegd (waarvan een join is gemaakt of die zijn verenigd) creëren één enkele tabel zonder opmaak (gedenormaliseerd) voor analyse.
Databron voor fysieke laag Databron voor logische laag
Diagram van de verbindingen tussen vier fysieke tabellen in een datamodel. Een datamodeldiagram met een logische laag en een fysieke laag.
Tabellen op de logische laag worden niet samengevoegd in de databron. Ze blijven uniek (genormaliseerd) en behouden hun oorspronkelijke detailniveau. Logische tabellen fungeren als containers voor samengevoegde fysieke tabellen. Een logische tabel kan één fysieke tabel bevatten. Dit type kan ook meerdere fysieke tabellen bevatten die zijn samengevoegd via joins of verenigingen. ### Beschrijvingen toevoegen aan logische tabellen Logische tabellen kunnen beschrijvingen bevatten die in de bijbehorende knopinfo worden weergegeven. Deze knopinfo wordt alleen weergegeven op het tabblad Databron. Een definitie toevoegen: 1. Selecteer een tabel op het canvas. 2. Klik in het onderste deelvenster op het bewerkingspictogram (potlood) naast **Beschrijving.** 3. Typ uw beschrijving in de RTF-editor. **Opmerking**: Alleen bij webauthoring zijn alle links in een beschrijving actief en kunnen ze direct worden geopend door erop te klikken. ![Knopinfo van een tabel met een beschrijving van het veld en een markering rond het beschrijvingsgedeelte van het onderste deelvenster](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_workspace_datasource_tabledescriptions.png) ## Een nieuw model bouwen Wanneer u een of meer tabellen aan de logische laag toevoegt, bouwt u feitelijk het datamodel voor uw databron op. Een databron kan bestaan uit één enkele, logische tabel. Ook kunt u meerdere tabellen naar het canvas slepen om een complexer model te maken. - De eerste tabel die u naar het canvas sleept, wordt de hoofdtabel voor het datamodel in uw databron. - Nadat u de hoofdtabel hebt versleept, kunt u in willekeurige volgorde extra tabellen naar buiten slepen. U moet overwegen welke tabellen aan elkaar gerelateerd moeten zijn, en welke overeenkomende veldparen u voor elke relatie definieert. - Als u een sterrenschema maakt, kan het handig zijn om eerst de feitentabel naar buiten te slepen en vervolgens dimensietabellen aan die tabel te relateren. - Als u een tabel in het canvas verwijdert, worden ook de bijbehorende onderliggende elementen automatisch verwijderd. Als u de hoofdtabel verwijdert, worden ook alle andere tabellen in het model verwijderd. - Elke relatie moet bestaan uit ten minste één overeenkomend paar velden. Voeg meerdere veldparen toe om een samengestelde relatie te creëren. Overeenkomende paren moeten hetzelfde datatype hebben. Als u het datatype op de pagina Databron wijzigt, wordt deze vereiste niet gewijzigd. Tableau gebruikt voor query's nog steeds het datatype in de onderliggende database. - Relaties kunnen worden gebaseerd op berekende velden. - U kunt opgeven hoe velden die in de relaties worden gebruikt, moeten worden vergeleken door operators te gebruiken wanneer u de relatie definieert. Zie [Relaties creëren en definiëren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/relate_tables.htm#create-and-define-relationships) in [Uw data relateren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/relate_tables.htm) voor meer informatie over relaties. ### Model met meerdere tabellen - Om een model met meerdere tabellen te maken, sleept u tabellen naar de logische laag van het canvas van de pagina Databron. ![Om een model met meerdere tabellen te maken, sleept u tabellen naar de logische laag van het canvas van de pagina Databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multitableanalysis.gif) Tabellen die u naar de logische laag van het canvas van de pagina Databron sleept, moeten aan elkaar gerelateerd zijn. Wanneer u extra tabellen naar het canvas van de logische laag sleept, probeert Tableau automatisch de relatie te creëren op basis van bestaande sleutelbeperkingen en overeenkomende velden om de relatie te definiëren. Als de overeenkomende velden niet kunnen worden bepaald, moet u deze selecteren. Als geen beperkingen worden gedetecteerd, wordt er een **veel-op-veel**\-relatie gecreëerd en wordt de referentiële integriteit ingesteld op **Sommige records komen overeen**. Deze standaardinstellingen zijn een veilige keuze en bieden de meeste flexibiliteit voor uw databron. De standaardinstellingen ondersteunen volledige joins buiten en optimaliseren query's door tabeldata samen te voegen voordat tijdens de analyse joins worden gevormd. Alle kolom- en rijdata uit elke tabel worden beschikbaar voor analyse. U kunt meer data toevoegen aan elke logische tabel door te dubbelklikken op de tabel. Hierdoor wordt de fysieke laag van het canvas van de pagina Databron geopend. Als u joins of verenigingen moet gebruiken, kunt u de tabellen waarvan u een join wilt maken of die u wilt verenigen naar het canvas van de fysieke laag slepen. De fysieke tabellen worden samengevoegd in hun logische tabel. Volg de stappen in [Relaties creëren en definiëren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/relate_tables.htm#create-and-define-relationships) om meerdere tabellen te combineren. ### Model met één tabel - Als u een model met één tabel wilt maken, sleept u een tabel naar het canvas met de logische laag van de pagina Databron. Vervolgens kunt u de velden uit die tabel in het deelvenster Data gebruiken voor analyse. ![Datamodel met één tabelanalyse.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_singletableanalysis.gif) #### Model met één tabel dat andere tabellen bevat U kunt meer data toevoegen aan de enkele, logische tabel door te dubbelklikken op de tabel. Hierdoor wordt de fysieke laag van het canvas van de pagina Databron geopend. Als u joins of verenigingen moet gebruiken, kunt u de tabellen waarvan u een join wilt maken of die u wilt verenigen naar het canvas van de fysieke laag slepen. De fysieke tabellen worden samengevoegd in hun logische tabel. ![Datamodel met twee joins.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_singletable_joins.gif) Dit voorbeeld toont de tabel Book in het canvas Relationships (logische laag) van de databron. Als u dubbelklikt op de logische tabel Book, wordt het canvas Join/Vereniging (fysieke laag) geopend. In dit voorbeeld voegen de joins de tabellen Award en Info samen met de tabel Boek. In dit geval zal de join tussen Boek en Award een-op-veel zijn, op het detailniveau van Awards. Hierdoor zouden meetwaarden voor Boek en Info worden gedupliceerd. Om duplicatie te voorkomen, kunt u Award en Info koppelen aan Boek in plaats van er een join van te maken in de logische tabel Boek. ## Ondersteunde datamodelschema's De mogelijkheden voor datamodellering in Tableau (versie 2020.2 en hoger) zijn ontworpen voor het eenvoudig analyseren van veelgebruikte datascenario's met meerdere tabellen, waaronder ster- en sneeuwvlokdatamodellen. De volgende typen modellen worden ondersteund in Tableau-databronnen. ### Eén tabel Analyse van één logische tabel die een combinatie van dimensies en meetwaarden bevat, werkt net als in Tableau-versies vóór 2020.2. U kunt een logische tabel samenstellen met een combinatie van joins, verenigingen, aangepaste SQL, enzovoort. ![Object met het label 'klanten', met drie blauwe balken bovenop twee groene balken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_schema1.png) ### Ster en sneeuwvlok In datawarehouses van bedrijven is het gebruikelijk dat data zijn gestructureerd in ster- of sneeuwvlokschema's, Hierbij zijn meetwaarden opgenomen in een centrale feitentabel en worden dimensies afzonderlijk opgeslagen in onafhankelijke dimensietabellen. Deze organisatie van data ondersteunt veel algemene analysestromen, waaronder samenvatten en meer details weergeven. ![Het object Klanten met lijnen die een relatie met de objecten dimensie 1, dimensie 2 en dimensie 3 aangeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_schema2.png) Deze modellen kunnen rechtstreeks worden weergegeven met relaties in de mogelijkheden voor datamodellering die beschikbaar zijn in Tableau 2020.2 en hoger. Sleep eerst de feitentabel in het model en relateer vervolgens de dimensietabellen aan de feitentabel (in een sterschema) of aan andere dimensietabellen (in een sneeuwvlok). In een goed gemodelleerd ster- of sneeuwvlokschema zullen de relaties tussen de feitentabel en de dimensietabellen doorgaans veel-op-een zijn. Als deze informatie in uw datawarehouse is gecodeerd, gebruikt Tableau deze automatisch om de prestatieopties van de relatie in te stellen. Zo niet, dan kunt u deze informatie zelf instellen. Zie [Relatiequery's optimaliseren met prestatieopties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_relationships_perfoptions.htm) voor meer informatie. In een goed gemodelleerd ster- of sneeuwvlokschema heeft elke rij in de feitentabel een overeenkomende vermelding in elk van de dimensietabellen. Als dit waar is en is vastgelegd in de integriteitsbeperkingen van uw datawarehouse, gebruikt Tableau deze informatie automatisch om de instelling voor referentiële integriteit in Prestatieopties in te stellen. Als sommige rijen in de feitentabel geen overeenkomende rij in een dimensietabel hebben (ook wel ‘laat arriverende dimensies’ of ‘vroeg arriverende feiten’ genoemd), zal Tableau alle rijen standaard behouden bij het berekenen van meetwaarden, maar kunnen waarden worden verlaagd bij het weergeven van dimensiekopteksten. Zie [Relatiequery's optimaliseren met prestatieopties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_relationships_perfoptions.htm) voor meer informatie. ### Ster en sneeuwvlok met meetwaarden in meer dan één tabel In sommige ster- of sneeuwvlokschema's zijn alle meetwaarden voor uw analyse opgenomen in de feitentabel. Het is echter vaak waar dat aanvullende meetwaarden die van belang zijn, verband kunnen houden met de dimensietabellen in uw analyse. Zelfs als de dimensietabellen geen meetwaarden bevatten, is het bij de analyse gebruikelijk om dimensiewaarden te tellen of anderszins te aggregeren. In deze gevallen is het onderscheid tussen feiten- en dimensietabellen minder duidelijk. Om duidelijkheid te creëren bij het bekijken van uw datamodel, raden we u aan eerst de tabel met het hoogste detailniveau aan het canvas voor de databron toe te voegen en vervolgens alle andere tabellen aan die eerste tabel te relateren. ![Het datamodel geeft aan hoe klanten in drie dimensies worden gesegmenteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_schema3.png) Als u van deze tabellen een join tot één logische tabel zou maken, zouden de meetwaarden in de dimensietabellen worden gerepliceerd. Dit zou resulteren in vertekende aggregaties, tenzij u voorzorgsmaatregelen zou nemen om de waarden te ontdubbelen met behulp van LOD-berekeningen of COUNT DISTINCT. Als u echter in plaats daarvan relaties tussen deze tabellen creëert, aggregeert Tableau meetwaarden voordat joins worden uitgevoerd. Hierdoor wordt het probleem van onnodige duplicatie vermeden. Dit ontlast u van de noodzaak om het detailniveau van uw meetwaarden zorgvuldig bij te houden. ### Analyse op basis van meerdere feitentabellen In versie 2024.2 en hoger ondersteunen de mogelijkheden voor datamodellering van Tableau analyses van meerdere feiten door het gebruik van relaties op basis van meerdere feitentabellen. Zie voor uitgebreide informatie over het maken van datamodellen voor relaties op basis van meerdere feitentabellen: - [Over datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm) - [Wanneer een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen gebruiken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_when_to_use.htm) - [Een datamodel maken met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_build.htm) Een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen (een datamodel met meerdere basistabellen) staat niet-gerelateerde tabellen in het model toe, zolang er ook gedeelde tabellen in het model bestaan. Tijdens de analyse worden velden uit een gedeelde tabel aan elkaar 'geplakt' met anderszins niet-gerelateerde datatabellen op basis van de gedeelde dimensies die ze gemeen hebben (zoals plaatsvinden op dezelfde plaats of op hetzelfde tijdstip). Alle voordelen van relaties blijven behouden, inclusief het behoud van de structuur van elke tabel of het oorspronkelijke detailniveau. Net als bij een datamodel met een enkele basistabel, bepaalt Tableau het beste join-type om achter de schermen te gebruiken op basis van de structuur van de visualisatie. Maar in een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen, worden de joinopties uitgebreid met buitenste joins en cross joins om verschillende relatieniveaus aan te kunnen. Zie [Over datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm) voor meer informatie. **Opmerking**: in de versies 2020.2 tot en met 2024.1 kunt u alleen feitentabellen (met meetwaarden) toevoegen aan ster- en sneeuwvlokmodellen als deze gerelateerd zijn aan één dimensietabel. U kunt bijvoorbeeld twee of meer feitentabellen samenbrengen om een gedeelde dimensie te analyseren, zoals in Customer 360-achtige analyses. Deze feitentabellen kunnen zich op een ander detailniveau bevinden dan de dimensietabel, of van elkaar. Ze kunnen ook een veel-op-veel-relatie hebben met de dimensietabel. In deze scenario's zorgt Tableau dat waarden niet vóór aggregatie worden gerepliceerd. ![Het datamodel geeft aan hoe klanten in drie dimensies worden gesegmenteerd en toont de verbanden tussen verkopen en campagnes.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_schema5.png) Als u geen gedeelde dimensietabel hebt met een relatie met uw feitentabellen, kunt u er soms één dynamisch bouwen met aangepaste SQL of door joins of verenigingen van andere dimensietabellen te gebruiken. Twee feitentabellen kunnen op basis van een gemeenschappelijke dimensie rechtstreeks aan elkaar worden gerelateerd. Dit type analyse werkt het beste wanneer een van de feitentabellen een superset van de gemeenschappelijke dimensie bevat. ![Het datamodel geeft de relatie tussen verkopen en campagnes aan.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_schema6.png) Er zijn verschillende scenario's die erop kunnen wijzen dat u een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen moet bouwen met meerdere basistabellen in plaats van één enkele basistabel voor de databron: - **Circulaire relaties**. Circulaire relaties worden niet ondersteund. Als u een databron met een cyclus probeert te bouwen, gebruik dan relaties op basis van meerdere feitentabellen en maak een basistabel van de downstream tabel. - **Conforme dimensies** en **Contextuele OF-relaties**. Als u een reeks tabellen hebt die gerelateerd zijn aan dezelfde sets relatieclausules (zoals datum en locatie), moeten deze dimensies worden verwijderd en in plaats daarvan in gedeelde tabellen worden omgezet. - Dit is vooral handig omdat meerdere relatieclausules allemaal waar moeten zijn (logisch een EN) voordat de tabellen gerelateerd worden aan die records. - Als u in plaats daarvan records wilt analyseren waarbij er één tegelijk waar kan zijn (een contextuele OF), wordt deze flexibiliteit geboden door in plaats daarvan een datamodel met gedeelde dimensietabellen op te zetten. - **Equivalente combinaties**. Als u een combinatie gebruikt maar een gelijkwaardige combinatie wilt hebben zonder primaire en secundaire databronnen, bouw dan een datamodel dat de databronnen uit de combinatie combineert met de bijbehorende koppelingsvelden in een gedeelde tabel of tabellen. ## Vereisten voor relaties in een datamodel - Bij het relateren van tabellen moeten de velden die de relaties definiëren hetzelfde datatype hebben. Als u het datatype op de pagina Databron wijzigt, wordt deze vereiste niet gewijzigd. Tableau gebruikt voor query's nog steeds het datatype in de onderliggende database. - U kunt geen relaties definiëren op basis van geografische velden. - Circulaire relaties worden niet ondersteund in het datamodel. ### Factoren die de voordelen van gerelateerde tabellen beperken - Vervuilde data in tabellen kunnen de analyse met meerdere tabellen complexer maken. Dit betreft bijv. tabellen die niet zijn gemaakt met een goed gestructureerd model in gedachten en die een combinatie van meetwaarden en dimensies in meerdere tabellen bevatten. - Het gebruik van databronfilters beperkt de mogelijkheid van Tableau om join-culling op de data toe te passen. Join-culling is een term voor de manier waarop Tableau query's vereenvoudigt door onnodige joins te verwijderen. - Tabellen met veel ongeëvenaarde waarden in relaties. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Het type markering in de weergave wijzigen U kunt het type markering in de weergave wijzigen en afstemmen op uw analyse. U kunt bijvoorbeeld de markeringen wijzigen van staven naar lijnen. In dit artikel wordt beschreven hoe u het type markering in de weergave kunt wijzigen. Ook worden de verschillende beschikbare typen markering uitgelegd. Zie [Het uiterlijk van markeringen in de weergave beheren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm) en [De kaart Markeringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildmanual_shelves.htm#Marks) voor meer informatie over markeringen. ## Het markeringstype wijzigen Om het markeringstype te wijzigen: - Klik op de [De kaart Markeringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildmanual_shelves.htm#Marks) op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer een optie uit de lijst. ![Vervolgkeuzelijst met een reeks markeringstypen, van automatisch tot gespecialiseerde opties zoals staaf, lijn, vlak en meer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/marktypes_3.png) Zie de volgende secties voor beschrijvingen van elk markeringstype: - [Automatische markering](#AutoMark) - [Staafmarkering](#BarMark) - [Lijnmarkering](#LineMark) - [Gebiedsmarkering](#AreaMark) - [Vierkantmarkering](#SquareMark) - [Cirkelmarkering](#CircleMark) - [Vormmarkering](#ShapeMark) - [Tekstmarkering](#TextMark) - [Kaartmarkering](#MapMark) - [Cirkeldiagrammarkering](#PieMark) - [Gantt-staafmarkering](#GanttBarMark) - [Polygoonmarkering](#PolyMark) - [Dichtheidsmarkering](#Density) ## Automatische markering Wanneer het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen is ingesteld op Automatisch, selecteert Tableau automatisch het beste markeringstype voor uw dataweergave. Het markeringstype dat automatisch wordt geselecteerd, wordt bepaald door de binnenste velden in de containers Rijen en Kolommen. Het pictogram in het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen geeft aan welk type markering automatisch is geselecteerd. De onderstaande markeringstypen zijn automatisch geselecteerd voor de volgende scenario's. ### Tekst Het tekstmarkeringstype wordt automatisch geselecteerd wanneer er dimensies als binnenste velden aanwezig zijn in zowel de container Rijen als de container Kolommen. ![Vervolgkeuzelijst met het automatische tabelmarkingstype geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/marktypes_6.png) ### Vorm Het vormmarkeringstype wordt geselecteerd wanneer er meetwaarden als binnenste velden aanwezig zijn in zowel de container Rijen als de container Kolommen. ![Vervolgkeuzelijst met het automatische vormmarkingstype geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/marktypes_5.png) ### Staaf Het staafmarkeringstype wordt geselecteerd wanneer er een dimensie en een meetwaarde als binnenste velden aanwezig zijn in de containers Rijen en Kolommen. ![Vervolgkeuzelijst met het automatische staafmarkingstype geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/marktypes_4.png) ### Lijn Het lijnmarkeringstype wordt geselecteerd wanneer er een datumveld en een meetwaarde als de binnenste velden aanwezig zijn in de containers Rijen en Kolommen. ![Vervolgkeuzelijst met het automatische lijnmarkingstype geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/marktypes_7.png) **Opmerking:** U kunt de standaardselectie overschrijven en elk gewenst markeringstype gebruiken dat inzicht biedt in uw data. U moet echter wel voorzichtig zijn wanneer u handmatig een markeringstype selecteert, omdat de resulterende weergave belangrijke informatie over uw data kan verbergen. ## Staafmarkering Het markeringstype Staaf is handig als u meetwaarden in verschillende categorieën wilt vergelijken of als u data wilt opsplitsen in gestapelde staven. Tableau geeft uw data met behulp van staven weer als: - Het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen is ingesteld op Automatisch en u een dimensie en een meetwaarde plaatst als de binnenste velden in de containers Rijen en Kolommen. Als de dimensie een datumdimensie is, wordt in plaats daarvan de lijnmarkering gebruikt. - U Staaf selecteert in het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen. Markeringen worden automatisch gestapeld. **Opmerking**: Voor weergaven waarbij het markeringstype Staaf is en continue (groene) velden aanwezig zijn in zowel de container Rijen als de container Kolommen, ondersteunt Tableau aanvullende opties en standaardinstellingen voor het formaat van de staafmarkeringen op de as waaraan de staven zijn verankerd. Zie de sectie Markeringsgrootte continue as in [Het formaat van markeringen wijzigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm#SizeProp) voor meer informatie. In de onderstaande dataweergave wordt een dimensie weergegeven als de kolommen van de tabel, en een meetwaarde als de rijen van de tabel. De weergave is ook kleurgecodeerd door een dimensie (Categorie). Omdat het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen is ingesteld op Automatisch, worden de data weergegeven met behulp van staven. ![Een gestapeld staafdiagram geeft de verkoop per categorie weer in drie segmenten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/barmark_1.png) Zie [Een staafdiagram maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildexamples_bar.htm) voor praktische oefeningen voor het maken van staafdiagrammen. ## Lijnmarkering Het markeringstype Lijn is handig als u trends in data in de loop van de tijd wilt zien, uw data geordend wilt hebben of als interpolatie zinvol is. Tableau geeft data met behulp van lijnen weer als: - Het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen is ingesteld op Automatisch en u een of meer meetwaarden plaatst in de container Kolommen of de container Rijen en de meetwaarden vervolgens plot ten opzichte van een datumdimensie of een continue dimensie. - U Lijn selecteert in het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen. **Opmerking**: in weergaven die het markeringstype Lijn gebruiken, kunt u de eigenschap Pad op de kaart Markeringen gebruiken om het type lijnmarkering (lineair, stap of springen) te wijzigen, of om data te coderen door markeringen met een bepaalde tekenvolgorde te verbinden. Zie [Padeigenschappen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm#PathProp) in de [Het uiterlijk van markeringen in de weergave beheren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm) voor meer informatie. In de onderstaande dataweergave wordt een datumdimensie weergegeven als de kolommen van de tabel, en een meetwaarde als de rijen van de tabel. ![Een visualisatie waarin een datumdimensie wordt weergegeven als de kolommen van de tabel, en een meetwaarde als de rijen van de tabel.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/linemark_1.png) Naarmate de dichtheid van de data toeneemt, zijn trends vaak gemakkelijker te zien wanneer u lijnen gebruikt. Deze weergave toont 93 datapunten. ![Trends in dichte data zijn gemakkelijker te visualiseren in lijndiagrammen, zoals dit lijndiagram met 93 datapunten. ](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/linemark_2.png) Zie [Lijndiagrammen maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildexamples_line.htm) voor praktische oefeningen voor het maken van lijndiagrammen. ## Gebiedsmarkering Het markeringstype Gebied is handig als u een weergave hebt waarin de markeringen gestapeld zijn en elkaar niet overlappen. Zie [Gestapelde markeringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_stacking.htm) voor meer informatie over gestapelde markeringen. In een vlakdiagram wordt de ruimte tussen elke lijn en de volgende lijn opgevuld met een kleur. Dit type diagram is niet de beste manier om specifieke waarden langs de lijn weer te geven, maar het kan wel de totale waarden duidelijk weergeven, zodat u een idee krijgt van hoe een dimensie bijdraagt aan een algemene trend. Tableau geeft uw data met behulp van gebieden weer als: - Het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen is ingesteld op Automatisch en een of meetwaarden worden geplot ten opzichte van een datumdimensie of continue dimensie. De optie Analyse \> Gestapelde markeringen moet ook geselecteerd zijn. De onderstaande weergave toont een datumdimensie in de container Kolommen en een meetwaarde in de container Rijen. Elke lijn vertegenwoordigt de verkoop voor een productcategorie. De lijnen zijn gestapeld, zodat dat ze elkaar niet overlappen. ![Een vlakdiagram dat de verkopen per maand weergeeft voor meubilair, kantoorbenodigdheden en technologie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewparts_marks_marktypes_area1.png) **Opmerking:** U kunt labels toevoegen, de kleurlegenda bewerken en gebieden highlighten. Daarnaast kunt u kleureffecten inschakelen, zoals randmarkeringen. Zie [Het uiterlijk van markeringen in de weergave beheren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm) voor meer informatie. ## Vierkantmarkering Het markeringstype Vierkant is handig als u afzonderlijke datapunten duidelijk wilt zien. Wanneer u Vierkant selecteert in het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen, geeft Tableau uw data weer met behulp van vierkanten. In de onderstaande weergave worden verschillende dimensies in zowel de container Rijen als de container Kolommen weergegeven. Standaard worden de data als tekst weergegeven. Wanneer u echter een meetwaarde op Kleur plaatst, zet Tableau de markeringen om in vierkanten en wordt een heatmap gemaakt. Zie [Een highlighttabel of heatmap maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildexamples_highlight.htm) voor een aantal praktische oefeningen voor het maken van highlighttabellen. ![Een treemapvisualisatie van de winst per productcategorie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/squaremark_1.png) Wanneer u extra detailniveaus toevoegt door een dimensie te plaatsen op Detail, Kleur, Vorm, Formaat of Label op de kaart Markeringen, worden de vierkanten naast elkaar weergegeven en lopen ze terug om de cel te vullen. Als het venster te klein is om alle vierkanten weer te geven, geeft een ellips aan dat er meer waarden zijn dan u kunt zien. U kunt de markering Vierkant ook gebruiken om treemaps te maken. In een treemap worden hiërarchische data weergegeven als een set geneste rechthoeken. Zie [Een treemap maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildexamples_treemap.htm) voor een praktische oefening voor het maken van een treemap. ![Een treemapvisualisatie van de winst per productcategorie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/squaremark_5.png) ## Cirkelmarkering Wanneer u Cirkel selecteert in het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen, geeft Tableau uw data weer met behulp van gevulde cirkels. Als het markeringstype was ingesteld op Automatisch, zou Tableau de data weergeven met behulp van een vorm (dat wil zeggen, een open cirkel). ![Een spreidingsdiagram waarin de correlatie tussen winst en omzet wordt weergegeven, waarbij de datapunten als cirkels worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/circlemark_1.png) ## Vormmarkering Het markeringstype Vorm is handig als u afzonderlijke datapunten duidelijk wilt zien en tegelijkertijd de categorieën wilt bekijken die aan die punten zijn gekoppeld. Tableau geeft uw data met behulp van een vorm weer als: - Het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen is ingesteld op Automatisch en u een of meer meetwaarden in zowel de container Rijen als de container Kolommen plaatst. - U Vorm selecteert in het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen. In de onderstaande weergave worden de data van twee meetwaarden weergegeven. Omdat het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen is ingesteld op Automatisch, worden de data weergegeven met behulp van een vorm. ![Een spreidingsdiagram dat de correlatie tussen winst en omzet met de vormmarkering illustreert.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/shapemark_1.png) Standaard wordt de vorm van een open cirkel gebruikt. Om een andere vorm te selecteren, klikt u op Vorm op de kaart Markeringen. Er zijn twintig unieke vormen beschikbaar: ![De opties voor vormen op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/shapemark_2.png) Om meer data aan de weergave toe te voegen, kunt u een veld op Vorm plaatsen op de kaart Markeringen. Tableau scheidt de markeringen op basis van de waarden in het veld. Als het veld een dimensie is, wordt aan elk lid een unieke vorm toegewezen. Als het veld een meetwaarde is, wordt de meetwaarde automatisch in afzonderlijke buckets ingedeeld en wordt aan elke bucket een unieke vorm toegewezen. De vormlegenda geeft weer hoe de vormen gedistribueerd zijn. Zoals hieronder weergegeven, is de dimensie Verzendmethode geplaatst op Vorm op de kaart Markeringen om elke markering te coderen met informatie over hoe de bestelling is verzonden. ![Een spreidingsdiagram dat de relatie tussen omzet en winst weergeeft met verschillende vormmarkeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/shapemark_3.png) Zie [Een spreidingsdiagram maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildexamples_scatter.htm) voor meer informatie over het maken van een spreidingsdiagram. ## Tekstmarkering Het markeringstype Tekst is handig als u de getallen wilt weergeven die aan een of meer dimensieleden zijn gekoppeld. Dit type weergave wordt vaak een teksttabel, een kruistabel of een draaitabel genoemd. Tableau geeft uw data met behulp van tekst weer als: - Het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen is ingesteld op Automatisch en u een of meer dimensies als de binnenste velden plaatst in zowel de container Rijen als de container Kolommen. - U Tekst selecteert in het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen. Aanvankelijk worden de data weergegeven als **Abc**. ![Een tabel met de besteldatums van 2012 tot en met 2015.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/textmark_1.png) Om de weergave compleet te maken, moet u een veld (meestal een meetwaarde) plaatsen op Tekst op de kaart Markeringen. In de onderstaande weergave wordt de meetwaarde Verkoop, die als een som wordt geaggregeerd, gebruikt om de tabel compleet te maken. ![Een tabel met de verkopen per subcategorie voor de jaren 2011 tot en met 2014.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/textmark_2.png) **Opmerking:** Om een kruistabel van een dataweergave te maken, selecteert u Werkblad > Als kruistabel dupliceren. Wanneer u extra detailniveaus toevoegt door een dimensie te plaatsen op Detail, Kleur, Vorm, Formaat of Tekst op de kaart Markeringen, worden de waarden naast elkaar weergegeven en lopen ze terug om de cel te vullen. Door de tekst te stapelen, kunt u woordwolkvisualisaties maken zoals hieronder weergegeven. ![Een woordwolk van Amerikaanse staten, geschaald op winst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/textmark_4.png) Als het toepassingsvenster te klein is voor alle tekstwaarden, worden sommige weergegeven tekstwaarden afgekapt. ![Een tabel met verkoopdata per subcategorie en besteldatum.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/textmark_3.png) Als het toepassingsvenster te klein is voor alle tekstwaarden, worden er in de cel ellipsen weergegeven om aan te geven dat er meer waarden zijn dan kunnen worden weergegeven. Numerieke waarden die niet kunnen worden weergegeven, worden aangegeven met hashtekens (#). Zie [Een teksttabel maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildexamples_text.htm) voor details over het maken van een teksttabel. ## Kaartmarkering Het markeringstype Kaart maakt gebruik van geocodering om een polygoon of lijn te vullen met een kleur op basis van data. Het markeringstype Kaart wordt voornamelijk gebruikt voor het maken van polygoon- of lijnkaarten. Het gebied dat moet worden gevuld, wordt bepaald door de geografische velden die in de weergave worden gebruikt. Tableau geeft data met behulp van een gevulde kaart weer als: - Er een geografische dimensie aanwezig is op Detail op de kaart Markeringen, samen met Breedtegraad en Lengtegraad in de containers Rijen en Kolommen. Er een meetwaarde of continue dimensie wordt toegevoegd aan Kleur op de kaart Markeringen. - U Kaart selecteert in het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen. De onderstaande dataweergave toont een kaart met de geografische dimensie Staat op Detail op de kaart Markeringen. De meetwaarde Winst bevindt zich op Kleur op de kaart Markeringen. De polygoon voor elke staat wordt gevuld met een kleur op basis van de winst voor die staat. De winst in Texas is laag (zelfs negatief), terwijl de winst in Californië hoog is. ![Een kaart van Noord-Amerika, met kleurcodes om de totale winst per staat weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewparts_marks_marktypes_filledmap1.png) U kunt het markeringstype Kaart ook gebruiken wanneer u twee meetwaarden ten opzichte van elkaar wilt plotten. Standaard wordt door het plaatsen van meetwaarden in zowel de container Rijen als de container Kolommen een spreidingsdiagram gemaakt. Als u echter een geografische dimensie toevoegt, kunt u het markeringstype wijzigen in Kaart. Elke markering wordt het gebied dat wordt gedefinieerd door het geografische veld. De onderstaande weergave toont bijvoorbeeld Verkoop versus Winst voor een selectie van staten. In plaats van een ronde markering met een label voor elke staat te tonen, wordt in de weergave het markeringstype Kaart gebruikt om de omtrek van elke staat te tekenen. Hoewel dit goed werkt voor herkenbare gebieden, is het niet de beste keuze voor gebieden die een vergelijkbare vorm hebben of moeilijk te herkennen zijn. ![Een spreidingsdiagram van de omzet versus winst voor zes Amerikaanse staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewparts_marks_marktypes_filledmap2.png) Zie [Aan de slag met kaarten maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildexamples_maps.htm)en [Kaarten en geografische data-analyse in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps.htm) voor details over het maken van kaarten. ## Cirkeldiagrammarkering U kunt de cirkeldiagrammarkering gebruiken om verhoudingen aan te geven. Hoewel dit soort informatie over het algemeen beter kan worden weergegeven met behulp van gestapelde staafdiagrammen, zijn er gevallen waarin cirkeldiagrammen zeer effectief kunnen zijn, bijvoorbeeld bij het weergeven van de procentuele toewijzing van marketinguitgaven per staat, waarbij de uitgaven van geografisch dichtbijgelegen staten zeer relevant zijn. Tableau zal nooit de cirkeldiagrammarkering gebruiken als een automatisch markeringstype, maar u kunt Taart selecteren in het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen. Wanneer u het markeringstype Taart selecteert, wordt er een extra doel met de naam Hoek weergegeven op de kaart Markeringen. Het hoekdoel bepaalt de hoekvormige meetwaarde van de taartpunten. Als u bijvoorbeeld een meetwaarde, zoals Verkoop, plaatst op Hoek op de kaart Markeringen, komt de 360 graden van de taart overeen met de totale som van de verkopen, en elke punt wordt verdeeld door de waarden van het veld op Kleur op de kaart Markeringen. In de onderstaande weergave ziet u hoeveel tijd het heeft gekost om producten te verzenden via verschillende verzendmethoden. De data overlappen een kaart en worden als data per staat getoond. We zien dat verzending met standaardklasse in de meeste gebieden de langste tijd in beslag neemt. ![Kaart van Michigan met cirkeldiagrammen die de verhouding van verschillende verzendmethoden op verschillende locaties weergeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/piemark1.png) Zie [Een cirkeldiagram maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildexamples_pie.htm) en [Aan de slag met kaarten maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildexamples_maps.htm). voor meer informatie over het maken en gebruiken van cirkeldiagrammen. ## Gantt-staafmarkering - Het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen is ingesteld op Automatisch en u plaatst een of meer dimensies in de container Kolommen of de container Rijen en plot vervolgens de dimensies ten opzichte van een continue hoeveelheid. - U selecteert Gantt-staaf in het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen. Het onderscheidende kenmerk van Gantt-staven is dat de lengte van elke markering evenredig is aan de meetwaarde die op Formaat is geplaatst op de kaart Markeringen. In de onderstaande weergave wordt een dimensie weergegeven als functie van een continue datum. Als het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen is ingesteld op Automatisch, worden de data weergegeven met staven. Door Gantt-staaf te selecteren en extra velden toe te voegen, wordt een weergave getoond zoals hieronder. ![Het markeringstype van het Gantt-staafdiagram is geselecteerd in de vervolgkeuzelijst Markeringstype met het bijbehorende Gantt-diagram.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ganttmark_1.png) Met name het plaatsen van de meetwaarde Dagen tot verzending op Formaat op de kaart Markeringen, zorgt ervoor dat elke staaf in de weergave wordt getekend met een lengte die de levertijd van een bestelling aangeeft. Bovendien zorgt het plaatsen van de dimensie Verzendmethode op Kleur op de kaart Markeringen ervoor dat elke staaf wordt gekleurd op basis van de verzendmethode. Zie [Een Gantt-diagram maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildexamples_gantt.htm) voor meer informatie over het maken van een Gantt-diagram. ## Polygoonmarkering Polygonen zijn punten die met elkaar verbonden zijn door lijnen die een gebied omsluiten. Het markeringstype Polygoon is handig als u punten wilt verbinden om datagebieden te maken. Tableau geeft data weer met behulp van polygonen wanneer u Polygoon selecteert in het menu Markeringen. De polygoonmarkering wordt niet vaak gebruikt en vereist vaak een speciaal geconstrueerde databron. De onderstaande weergave is afkomstig uit een speciaal geconstrueerde databron die geografische en verkiezingsgegevens bevat. De 48 aaneengesloten staten van de VS worden weergegeven als functie van de breedtegraad en lengtegraad, en elke staat heeft een kleurcode op basis van de resultaten van de presidentsverkiezingen van 2000. Als Markeringen is ingesteld op Automatisch, worden de data weergegeven met behulp van een vorm. Als u handmatig Polygoon selecteert en extra velden aan de weergave toevoegt, wordt er een andere weergave gemaakt. ![Een ingevulde kaart van de Verenigde Staten, met de staten die op Al Gore stemden in het blauw en de staten die op George W. Bush stemden in het oranje.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/polygonmark_2.png)' In de databron wordt elke staat als een polygoon beschouwd. Het veld PolygonID op het doel Detail is voor elke Amerikaanse staat anders. U kunt staten uit de weergave verwijderen door dit veld te filteren. Bovendien kunt u de tekenvolgorde opgeven van de lijnen die elke polygoon vormen door een veld op het doel Pad te plaatsen. In dit voorbeeld wordt de meetwaarde PointOrder gebruikt om elke staat te tekenen. ## Dichtheidsmarkering (heatmap) U kunt de dichtheidsmarkering gebruiken om patronen of trends in dichte data met veel overlappende markeringen te visualiseren. Hoewel dit soort informatie doorgaans kan worden getoond met behulp van een cirkelmarkering, zijn er gevallen waarin dichtheidsmarkeringen zeer effectief kunnen zijn, bijvoorbeeld wanneer er veel datapunten in een gebied zijn en u moet weten waar die markeringen het meest geconcentreerd zijn. De dichtheidsmarkering kan effectief worden gebruikt bij kaarten of grafieken die puntgebaseerde markeringen gebruiken (spreidingsdiagrammen, eenheidshistogrammen, boxplots over afzonderlijke markeringen of puntkaarten). Tableau doet dit door overlappende markeringen te groeperen en deze in kleur te coderen op basis van het aantal markeringen in de groep. Dichtheidsmarkeringen gebruiken kleur om de relatieve intensiteit van data in een bepaald gebied van de grafiek weer te geven. U kunt de kleuren van de dichtheidsmarkering aanpassen door Kleur te selecteren op de kaart Markeringen. Kies uit tien kleurenpaletten voor dichtheid of een van de bestaande kleurenpaletten. ![Het vervolgkeuzemenu voor het bewerken van kleuren met opties voor kleurenpaletten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/density_color.png) Gebruik in het menu Kleur de schuifregelaar Intensiteit om de levendigheid van de dichtheidsmarkeringen te vergroten of verkleinen. Als u bijvoorbeeld de intensiteit of levendigheid verhoogt, worden de maximale hittespots in uw data verlaagd, zodat er meer verschijnen.
Lage intensiteit (50%)Hoge intensiteit (80%)
Heatmap met markeringen met een lage intensiteit.Heatmap met markeringen met hoge intensiteit.
De onderstaande weergave is afkomstig uit een databron die veel geografische punten bevat voor één maand aan taxiritten in Manhattan. Hierin wordt de locatie en frequentie van taxiritten weergegeven, waarbij lichtere kleuren het meest voorkomen. ![Een heatmap met de locaties van taxi-ophaalpunten in New York City.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/density_mark.png) U kunt Dichtheid selecteren in het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen. Zie [Heatmaps met trends of dichtheid maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_howto_heatmap.htm) en [Maken met dichtheidsmarkeringen (heatmap)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildexamples_density.htm) voor details over het maken van een dichtheidskaart of een dichtheidsdiagram. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Het uiterlijk van markeringen in de weergave beheren Beheer met de kaart Markeringen de kleur, grootte, vorm, details, tekst en knopinfo voor markeringen in de weergave. Sleep velden naar knoppen op de kaart Markeringen om de markeringsdata te coderen. Klik op de knoppen op de kaart Markeringen om de markeringseigenschappen te openen. Zie [Het type markering in de weergave wijzigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_marktypes.htm) en [De kaart Markeringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildmanual_shelves.htm#Marks) voor meer informatie over markeringen. **Opmerking**: de volgorde van de dimensievelden op de kaart Markeringen is hiërarchisch van boven naar beneden en heeft invloed op de sortering in de weergave. Tableau houdt bij het ordenen van markeringen in de weergave eerst rekening met het bovenste dimensieveld. Vervolgens worden de dimensies eronder op de kaart Markeringen in aanmerking genomen. ## Kleuren toewijzen aan markeringen Als u een kleur wilt toewijzen aan markeringen in de weergave, voert u een van de volgende handelingen uit: - Klik op de kaart Markeringen op Kleur en selecteer in het menu een kleur. Hiermee worden alle markeringen in de weergave bijgewerkt naar de kleur die u kiest. Alle markeringen hebben een standaardkleur, zelfs als er op de kaart Markeringen geen velden op Kleur zijn geplaatst. Voor de meeste markeringen is blauw de standaardkleur. Voor tekst is zwart de standaardkleur. - Sleep vanuit het deelvenster **Data** een veld naar Kleur op de kaart Markeringen. Tableau past verschillende kleuren toe op markeringen op basis van de waarden en leden van het veld. Als u bijvoorbeeld een discreet veld (een blauw veld), zoals Categorie, op Kleur neerzet, worden de markeringen in de weergave uitgesplitst per categorie en wordt aan elke categorie een kleur toegewezen. ![Sleep een dimensieveld op een kleur op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/colors1.gif) Als u een continu veld, zoals SUM(Verkoop), op Kleur neerzet, wordt elke markering in de weergave gekleurd op basis van de waarde aan verkopen. ![Sleep een meetwaardeveld op een kleur op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/colors2.gif) ### Kleuren bewerken Als u het kleurenpalet wilt wijzigen of wilt aanpassen hoe kleur op uw markeringen wordt toegepast, doet u het volgende: - Klik op de kaart Markeringen op Kleur \> Kleuren bewerken. Zie [Kleurpaletten en -effecten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties_color.htm) voor meer informatie over kleurpaletten. ## Het formaat van markeringen wijzigen Als u het formaat van de markeringen in de weergave wilt wijzigen, voert u een van de volgende handelingen uit: - Klik op de kaart Markeringen op Formaat en beweeg de schuifregelaar vervolgens naar links of rechts. ![De schuifregelaar voor het formaat van Markeringen bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/size3.png) De schuifregelaar voor Formaat heeft op verschillende manieren invloed op verschillende markeringen, zoals in de volgende tabel wordt beschreven. | Markeringstype | Beschrijving | | --- | --- | | Cirkel, vierkant, vorm, tekst | Maakt de markering groter of kleiner. | | Staaf, Gantt-staaf | Maakt staven breder of smaller. | | Lijn | Maakt lijnen dikker of dunner. | | Veelhoek | U kunt de grootte van een veelhoek niet wijzigen. | | Taart | Maakt de totale omvang van de taart groter en kleiner. | Het formaat van uw dataweergave wordt niet gewijzigd wanneer u markeringen wijzigt met de schuifregelaar voor Formaat. Als u echter het formaat van de weergave wijzigt, kan de grootte van de markering ook veranderen omdat deze wordt aangepast aan de nieuwe opmaak. Als u bijvoorbeeld de tabel groter maakt, worden de markeringen mogelijk ook groter. - Sleep vanuit het deelvenster **Data** een veld naar Formaat op de kaart Markeringen. ![Sleep een dimensieveld op een formaat op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/size1.gif) Wanneer u een discreet veld op de kaart Markeringen op Formaat plaatst, scheidt Tableau de markeringen op basis van de leden in de dimensie en wordt aan elk lid een unieke grootte toegewezen. Omdat grootte een inherente volgorde heeft (van klein naar groot), werken categorische formaten het beste voor geordende data, zoals jaren of kwartalen. Bij data die op grootte worden gecodeerd worden bij een discreet veld de markeringen op dezelfde manier gescheiden als bij de eigenschap Details en wordt vervolgens aanvullende informatie (een grootte) gegeven voor elke markering. Zie [Markeringen in de weergave scheiden op basis van dimensieleden](#DetailProp) voor meer informatie. Wanneer u codering voor categorische grootte toevoegt aan een weergave, geeft Tableau een legenda weer met de grootten die aan elk lid in het veld zijn toegewezen in het doel Formaat. U kunt de manier waarop deze formaten worden verdeeld, wijzigen via het dialoogvenster Formaten bewerken. Wanneer u een continu veld op de kaart Markeringen op Formaat plaatst, krijgt in Tableau elke markering een andere grootte met behulp van een continu bereik. De kleinste waarde krijgt de kleinste markering toegewezen en de grootste waarde de grootste markering. Wanneer u codering voor kwantitatieve grootte toevoegt aan de weergave, geeft Tableau een legenda weer met het bereik van waarden waaraan grootten worden toegewezen. U kunt de manier waarop deze formaten worden verdeeld, wijzigen via het dialoogvenster Formaten bewerken. ### Het formaat van markeringen bewerken Als u de grootte van markeringen wilt bewerken of wilt wijzigen hoe de grootte wordt toegepast op markeringen in de weergave, doet u het volgende: 1. Klik op de legendakaart voor Formaat (die wordt weergegeven wanneer u een veld toevoegt aan Formaat op de kaart Markeringen) op de vervolgkeuzepijl in de rechterhoek en selecteer Formaten bewerken. ![Formaat bewerken vanuit de besturingselementen van de legenda.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/size2.gif) Zie [Legenda's](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/view_parts.htm#Legends) voor meer informatie over legenda's. 2. Breng in het dialoogvenster Formaten bewerken dat wordt weergegeven uw wijzigingen aan en klik vervolgens op OK. De beschikbare opties zijn afhankelijk van het feit of het veld dat op Formaat wordt toegepast, een continu of discreet veld is. Voor continue velden kunt u het volgende doen: - Klik voor Formaten variëren op het vervolgkeuzemenu en selecteer een van de volgende opties: - Automatisch: hiermee selecteert u de toewijzing die het beste bij uw data past. Als de data numeriek zijn en het getal nul niet overschrijden (allemaal positief of allemaal negatief), wordt de toewijzing 'Vanaf nul' gebruikt. Anders wordt de toewijzing 'Op bereik' gebruikt. - Op bereik: hierbij gebruikt u de minimum- en maximumwaarden in de data om de verdeling van de grootten te bepalen. Als een veld bijvoorbeeld de waarden 14 tot en met 25 heeft, worden de grootten over dit bereik verdeeld. - Vanaf nul : de grootten worden geïnterpoleerd vanaf nul, waarbij de maximale markeringsgrootte wordt toegewezen aan de absolute waarde van de datawaarde die het verst van nul af ligt. - Gebruik de bereikschuifregelaar om de verdeling van de grootten aan te passen. Wanneer de toewijzing Vanaf nul wordt geselecteerd in het vervolgkeuzemenu Formaten variëren, is de onderste schuifregelaar uitgeschakeld omdat deze altijd op nul wordt gezet. - Selecteer Omgekeerd om de grootste markering aan de kleinste waarde en de kleinste markering aan de grootste waarde toe te wijzen. Deze optie is niet beschikbaar als u formaten vanaf nul toewijst, omdat de kleinste markering altijd aan nul wordt toegewezen. - Als u de verdeling van de formaten wilt wijzigen, schakelt u de selectievakjes Startwaarde in legenda en Eindwaarde voor bereik in en typt u de begin- en eindwaarden voor het bereik. ![Het dialoogvenster Markeringsgrootte bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/size_shelf3.png) **Voor discreet velden kunt u het volgende doen:** - Gebruik de bereikschuifregelaar om de verdeling van de grootten aan te passen. - Selecteer Omgekeerd om de grootste markering aan de kleinste waarde en de kleinste markering aan de grootste waarde toe te wijzen. ![Het dialoogvenster Markeringsgrootte bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/size_shelf4.png) ### Bepaling van grootte van markering voor continue as Voor weergaven met het markeringstype Staaf en met continue (groene) velden in zowel Rijen als Kolommen ondersteunt Tableau aanvullende opties en standaardinstellingen voor het bepalen van de grootte van de staafmarkeringen op de as waaraan de staven zijn verankerd. - De staafmarkeringen in histogrammen zijn standaard continu (zonder spaties tussen de markeringen) en worden aangepast aan de grootte van de bins. Zie [Een histogram maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildexamples_histogram.htm) voor een voorbeeld. - Als er een veld op Formaat is geplaatst, kunt u de breedte bepalen van de staafmarkeringen op de as waar de staven verankerd zijn door het veld te gebruiken dat op Formaat is geplaatst. Als u dit wilt doen, klikt u op de kaart Formaat en selecteert u **Vast**. ![Het dialoogvenster Markeringsgrootte bewerken met een vaste breedte en een veld voor het formaat.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sizing_fieldonsize.png) - Als er geen veld op Formaat is geplaatst, kunt u de breedte van de staafmarkeringen op de as waaraan de staven zijn verankerd, opgeven in as-eenheden. Als u dit wilt doen, klikt u op de kaart Formaat, kiest u **Vast**, en typt u vervolgens een getal in het veld **Breedte in as-eenheden**. ![Het dialoogvenster Markeringsgrootte bewerken met een vaste breedte maar zonder veld voor het formaat.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sizing_nofieldonsize.png) - Wanneer er een continu datumveld staat op de as waaraan de balken zijn verankerd, wordt de breedte van de markeringen ingesteld op het niveau van het datumveld. Als het niveau van het continue datumveld bijvoorbeeld MAAND is, zijn de staven precies één maand breed. Dat wil zeggen, iets breder voor maanden van 31 dagen dan voor maanden van 30 dagen. U kunt de breedte van de staven configureren door op de kaart Formaat te klikken, **Vast** te kiezen en vervolgens een getal in het veld **Breedte in dagen** te typen. Bij de resulterende staafbreedten wordt echter geen rekening gehouden met de variërende lengtes van tijdseenheden, zoals maanden en jaren. ## Labels of tekst toevoegen voor markeringen U kunt als volgt markeringslabels of -tekst aan de visualisatie toevoegen: - Sleep vanuit het deelvenster **Data** een veld naar Label of Tekst op de kaart Markeringen. Wanneer u met een teksttabel werkt, wordt de container Label vervangen door Tekst. Hiermee kunt u de getallen bekijken die aan een dataweergave zijn gekoppeld. Het effect van tekstcodering van uw dataweergave hangt af van het feit of u een dimensie of een meetwaarde gebruikt. - Dimensie: wanneer u op de kaart Markeringen een dimensie op Label of Tekst plaatst, scheidt Tableau de markeringen volgens de leden in de dimensie. De tekstlabels worden bepaald door de namen van de dimensieleden. - Meetwaarde: wanneer u op de kaart Markeringen een meetwaarde op Label of Tekst plaatst, worden de tekstlabels bepaald door de meetwaarden. De meetwaarde kan geaggregeerd of uitgesplitst zijn. Het is over het algemeen echter niet zinvol om de meetwaarde uit te splitsen, omdat dit vaak leidt tot overlappende tekst. Tekst is het standaardmarkeringstype voor een teksttabel, ook wel een kruistabel of draaitabel genoemd. ![Een tabel waarin de meubelverkoop per subcategorie, segment en bedrag wordt weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/text1.png) ## Markeringen in de weergave scheiden op basis van dimensieleden U kunt als volgt markeringen in de weergave scheiden (of meer granulariteit toevoegen): - Sleep vanuit het deelvenster **Data** een dimensie naar Details op de kaart Markeringen. ![Zet een dimensie neer op de details.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/details1.gif) Wanneer u op de kaart Markeringen een dimensie op Details plaatst, worden de markeringen in een dataweergave gescheiden op basis van de leden van die dimensie. In tegenstelling tot het plaatsen van een dimensie in de container Rijen of Kolommen, is het plaatsen op Details op de kaart Markeringen een manier om meer data weer te geven zonder de tabelstructuur te wijzigen. ## Knopinfo toevoegen aan markeringen Knopinfo is informatie die wordt weergegeven wanneer u de muisaanwijzer op een of meer markeringen in de weergave plaatst. Knopinfo is ook handig om snel een selectie te filteren of te verwijderen, of om onderliggende data te bekijken. U kunt knopinfo bewerken, zodat deze zowel statische als dynamische tekst bevat. U kunt ook wijzigen welke velden in knopinfo worden opgenomen en of u deze velden wilt kunnen gebruiken om markeringen in de weergave te selecteren. Zie [Weergaven maken in Knopinfo (visualisatie in Knopinfo)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viz_in_tooltip.htm) voor meer informatie over het weergeven van een visualisatie vanuit een werkblad in knopinfo (visualisatie in knopinfo). ### Knopinfo toevoegen 1. Sleep op de kaart Markeringen een veld naar Knopinfo. 2. Klik op de kaart Markeringen op Knopinfo om het dialoogvenster Knopinfo bewerken te openen. Hierin kunt u tekst toevoegen, de inhoud van de knopinfo opnieuw ordenen en meer velden invoegen. ![De kaart Markeringen met een knopinfo-optie gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewparts_marks_markproperties_tooltips1.png) **Opmerking:** dimensies worden aan de knopinfo toegevoegd met behulp van de ATTR-aggregatie. Dit betekent dat de knopinfo soms als een sterretje kan worden weergegeven. Het sterretje geeft aan dat er meerdere dimensieleden zijn die van toepassing zijn op de markering waarnaar u verwijst. Een markering kan bijvoorbeeld de totale verkopen voor alle regio's aanduiden. Wanneer u het veld Regio toevoegt aan de knopinfo, wordt er een sterretje weergegeven omdat de markering meer dan één regio aanduidt. Als u wilt voorkomen dat er een sterretje wordt weergegeven, voegt u de dimensie toe aan Details op de kaart Markeringen of gebruikt u deze ergens anders in de weergave om ervoor te zorgen dat de markeringen hetzelfde detailniveau hebben. ### Opties voor knopinfo Nadat u het dialoogvenster Knopinfo bewerken hebt geopend, kunt u uit verschillende opties kiezen om de knopinfo in uw weergave op te maken en het gedrag ervan te configureren. U kunt kiezen uit onderstaande opties. ![Het dialoogvenster Knopinfo bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/richtext2.png) - **Knopinfo opmaken:** voor elk werkblad wordt knopinfo gespecificeerd die u kunt opmaken met de tools bovenin het dialoogvenster Knopinfo bewerken. - **Dynamische tekst toevoegen:** gebruik het menu Invoegen bovenin het dialoogvenster om dynamische tekst, zoals veldwaarden en werkbladeigenschappen, toe te voegen. Met de opdracht Alle velden in het menu Invoegen worden alle veldnamen en -waarden die worden gebruikt in de weergave toegevoegd aan de knopinfo voor elke markering in de weergave. - **Knopinfo tonen:** knopinfo wordt standaard weergegeven. Als u de automatische knopinfo liever wilt verbergen, schakelt u het selectievakje Knopinfo tonen uit. - **Het gedrag van de knopinfo configureren:** configureer hoe de knopinfo zich gedraagt door een van de volgende opties te selecteren in de vervolgkeuzelijst naast het selectievakje **Knopinfo tonen**: - **Responsief - Knopinfo onmiddellijk tonen**: selecteer deze optie om direct knopinfo weer te geven wanneer u de muisaanwijzer over de markeringen in de weergave beweegt. Dit is de standaardinstelling voor alle weergaven. Met deze optie wordt knopinfo weergegeven zonder opdrachtknoppen. De opdrachtknoppen worden pas weergegeven nadat u op een markering in de weergave hebt geklikt. - **Bij aanwijzen met de cursor - Knopinfo tonen bij aanwijzen met de cursor**: selecteer deze optie om alleen knopinfo weer te geven nadat u de cursor op een markering hebt geplaatst. Bij deze optie worden opdrachtknoppen echter in de knopinfo weergegeven zonder dat u verder iets hoeft te doen (tenzij u anders aangeeft in het dialoogvenster Knopinfo bewerken). - **Opdrachten tonen:** schakel het selectievakje Opdrachtknoppen opnemen om de knoppen Alleen deze behouden, Uitsluiten, Leden groeperen, Set maken en Data bekijken bovenaan de knopinfo toe te voegen. Deze opdrachtknoppen worden weergegeven in Tableau Desktop en wanneer de weergave op internet is gepubliceerd of op een mobiel apparaat wordt bekeken. Zie [Fouten in data corrigeren of dimensieleden combineren door uw data te groeperen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_groups.htm) voor meer informatie over leden groeperen. Zie [Sets maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_sets_create.htm) voor meer informatie over sets. - **Markeringen in een weergave selecteren vanuit de knopinfo**. Schakel het selectievakje Selectie op categorie toestaan in om markeringen met dezelfde waarde in een weergave te selecteren door te klikken op een discreet veld in de knopinfo. Als dit selectievakje is ingeschakeld, kunt u deze functie gebruiken om markeringen te selecteren in een weergave in Tableau Desktop, wanneer de weergave op internet is gepubliceerd of op een mobiel apparaat wordt bekeken. - **Velden toevoegen of verwijderen:** als u velden wilt toevoegen en verwijderen wanneer u de automatische knopinfo gebruikt, klikt u met de rechtermuisknop (Control-klik op Mac) op het veld in een van de containers in de weergave en selecteert u Opnemen in knopinfo. ![Contextmenu voor een meetwaarde met de optie om deze op te nemen in de knopinfo ingeschakeld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_tooltip1.png) **Opmerking:** de optie Opnemen in knopinfo is alleen beschikbaar als u de knopinfo niet hebt aangepast. Als u de knopinfo hebt aangepast, kunt u terugkeren naar de automatische knopinfo door op de kaart Markeringen op Knopinfo te klikken en vervolgens in het dialoogvenster Knopinfo bewerken op Opnieuw instellen te klikken. ## De vorm van markeringen wijzigen U kunt als volgt de vorm van markeringen wijzigen: - Sleep vanuit het deelvenster **Data** een veld naar Vorm op de kaart Markeringen. Wanneer u een dimensie op Vorm op de kaart Markeringen plaatst, scheidt Tableau de markeringen op basis van de leden in de dimensie en wordt aan elk lid een unieke vorm toegewezen. In Tableau wordt ook een vormlegenda weergegeven, waarin de naam van elk lid en de bijbehorende vorm worden getoond. Wanneer u een meetwaarde op Vorm op de kaart Markeringen plaatst, wordt de meetwaarde omgezet in een discrete meetwaarde. Bij data die op vorm worden gecodeerd worden de markeringen op dezelfde manier gescheiden als bij de eigenschap Details en wordt vervolgens aanvullende informatie (een vorm) gegeven voor elke markering. Vorm is het standaardmarkeringstype wanneer de meetwaarden de binnenste velden zijn voor zowel de container Rijen als de container Kolommen. In de onderstaande weergave zijn de markeringen in verschillende vormen onderverdeeld, op basis van de leden van de dimensie Klantsegment. Elke vorm geeft de bijdrage van het klantsegment aan de winst en de verkopen weer. ![De markeringen op een spreidingsdiagram zijn verdeeld in cirkels, vierkanten en kruisjes om de bijdrage van een klantsegment weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/wwd_shelf_shp1.png) ### Vormen bewerken Er worden standaard tien unieke vormen gebruikt om dimensies te coderen. Als u meer dan tien leden hebt, worden de vormen herhaald. Naast het standaardpalet kunt u kiezen uit diverse vormpaletten, waaronder gevulde vormen, pijlen en zelfs weersymbolen. 1. Klik op de kaart Markeringen op Vorm of selecteer Vorm bewerken in het menu van de legendakaart. 2. Selecteer in het dialoogvenster Vorm bewerken een lid aan de linkerkant en selecteer vervolgens de nieuwe vorm in het palet aan de rechterkant. U kunt ook op Palet toewijzen klikken om de vormen snel aan de leden van het veld toe te wijzen. ![Het dialoogvenster Vorm bewerken bestaat uit twee gedeelten: Data-item selecteren en Vormpalet selecteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/allstate_shape4.png) Selecteer een ander vormpalet met behulp van het vervolgkeuzemenu rechtsboven. **Opmerking:** vormcoderingen worden gedeeld over meerdere werkbladen die dezelfde databron gebruiken. Als u bijvoorbeeld bepaalt dat meubelproducten met een vierkant worden weergegeven, worden die producten in alle andere weergaven in de werkmap automatisch met een vierkant aangegeven. Als u de standaard vormcoderingen voor een veld wilt instellen, klikt u met de rechtermuisknop (Control en klik op Mac) op het veld in het deelvenster Data en selecteert u Standaardeigenschappen > Vorm. ### Aangepaste vormen gebruiken U kunt aangepaste vormen aan een werkmap toevoegen door vormafbeeldingsbestanden te kopiëren naar de map Vormen in uw Tableau-opslagplaats. Deze bevindt zich in de map Documenten. Wanneer u aangepaste vormen gebruikt, worden deze samen met de werkmap opgeslagen. Op die manier kan de werkmap met anderen worden gedeeld. 1. Maak uw vormafbeeldingsbestanden. Elke vorm moet worden opgeslagen als een apart bestand en kan een van de volgende afbeeldingsindelingen hebben: bitmap (.bmp), portable network graphic (.png), .jpg en graphics interchange format (.gif). 2. Kopieer de vormbestanden naar een nieuwe map in de map Mijn Tableau-opslagplaats\\Vormen in uw map Documenten. De naam van de map wordt gebruikt als de naam van het palet in Tableau. In het onderstaande voorbeeld worden twee nieuwe paletten gemaakt: Kaarten en Mijn aangepaste vormen. ![Een bestandsverkenner voor het beheren en delen van aangepaste vormen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/custom_shapes1.png) 3. Klik in Tableau op de vervolgkeuzepijl op de vormlegenda en selecteer Vorm bewerken. ![De optie Vorm bewerken is gemarkeerd in het vervolgkeuzemenu Segment.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/allstate_shape1.png) 4. Selecteer het nieuwe aangepaste palet in de vervolgkeuzelijst. Als u de vormen hebt gewijzigd terwijl Tableau actief was, moet u mogelijk op **Vormen opnieuw laden** klikken. ![Een selectie-interface voor het toewijzen van aangepaste vormen aan data-items in een visualisatietool.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/custom_shapes2.png) 5. U kunt ledenvormen één voor één toewijzen of op Palet toewijzen klikken om de vormen automatisch aan de leden toe te wijzen. ![Interface voor het selecteren en toewijzen van een kaartvormpalet.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/custom_shapes3.png) **Opmerking:** u kunt naar het standaardpalet terugkeren door op de knop Opnieuw instellen te klikken. Als u een werkmap opent die gebruikmaakt van aangepaste vormen die u niet hebt, worden de aangepaste vormen in de werkmap weergegeven omdat de vormen zijn opgeslagen als onderdeel van de werkmap. U kunt echter in het dialoogvenster Vormen bewerken op Vormen opnieuw laden klikken om in plaats daarvan de vormen in uw opslagplaats te gebruiken. Hieronder vindt u enkele voorbeelden van weergaven die zowel de standaard- als de aangepaste vormpaletten gebruiken. ![Een tabel waarin producten per regio en subcategorie zijn gecategoriseerd, met aangepaste vormen die aan elke categorie zijn toegewezen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/custom_shapes8.png) ### Tips voor het maken van aangepaste vormen Wanneer u aangepaste vormen maakt, kunt u een aantal dingen doen om het uiterlijk en de functionaliteit van uw vormen in de weergave te verbeteren. Als u uw eigen vormen maakt, raden wij u aan de algemene richtlijnen voor het maken van pictogrammen of clipart te volgen. - **Voorgestelde grootte**: tenzij u van plan bent om met behulp van Formaat de vormen echt groot te maken, kunt u het beste de oorspronkelijke vormgrootte van ongeveer 32 bij 32 pixels aanhouden. De oorspronkelijke grootte is echter afhankelijk van het formaatbereik dat u in Tableau wilt hanteren. U kunt de grootte van de vormen in Tableau wijzigen door op de kaart Markeringen op Formaat te klikken of door de opties voor celgrootte in het menu Opmaken te gebruiken. - **Kleurcodering toevoegen**: als u ook kleur wilt gebruiken om vormen te coderen, moet u een transparante achtergrond gebruiken. Anders wordt het hele vierkant van de afbeelding gekleurd en niet alleen het symbool. Zowel GIF- als PNG-bestandsindelingen ondersteunen transparantie. GIF-bestanden ondersteunen transparantie voor één kleur die 100% transparant is, terwijl PNG-bestanden alfakanalen ondersteunen met een reeks transparantieniveaus die beschikbaar zijn op elke pixel in de afbeelding. Wanneer Tableau-kleur een symbool codeert, wordt de mate van transparantie voor elke pixel niet gewijzigd, zodat u vloeiende randen kunt behouden **Opmerking**: gebruik niet te veel transparantie rondom een afbeelding. Zorg ervoor dat de grootte van de aangepaste vorm ongeveer even groot is als de afbeelding. Extra transparante pixels rond de randen van de afbeelding kunnen een negatief effect hebben bij het aanwijzen met de cursor of het klikken nabij de afbeelding, vooral wanneer aangepaste vormen elkaar overlappen. Wanneer het daadwerkelijke vormgebied groter is dan het zichtbare gebied, kan het voor gebruikers lastiger en minder voorspelbaar zijn om de vorm met de cursor aan te wijzen en erop te klikken. - **Bestandsindelingen**: Tableau ondersteunt geen symbolen met de EMF-indeling (.emf of Enhanced Meta File). De vormafbeeldingsbestanden kunnen een van de volgende indelingen hebben: .png, .gif, .jpg, .bmp en .tiff. ## Paden trekken tussen markeringen De eigenschap Pad is beschikbaar wanneer het markeringstype Lijn of Veelhoek is geselecteerd in het vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen. Zie [Het type markering in de weergave wijzigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_marktypes.htm) om te lezen hoe u het markeringstype kunt wijzigen dat in uw visualisatie wordt weergegeven. U kunt de eigenschap Pad op de kaart Markeringen gebruiken om het [type lijnmarkering (lineair, stap of springen)](#LineStepJump) te wijzigen of om data te coderen door markeringen [met een bepaalde tekenvolgorde](#PathEncode) te verbinden. U kunt uw data als pad coderen met behulp van een dimensie of een meetwaarde. - Dimensie: wanneer u op de kaart Markeringen een dimensie op Pad plaatst, verbindt Tableau de markeringen op basis van de leden in de dimensie. Als de dimensie een datum is, wordt de tekenvolgorde bepaald door de datumvolgorde. Als de dimensie woorden als klantnamen of producttypen bevat, wordt de tekenvolgorde bepaald door de volgorde van de leden in de databron. U kunt de volgorde wijzigen waarin datapunten met elkaar zijn verbonden door de sorteervolgorde van de leden te wijzigen. Zie [Data sorteren in een visualisatie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_sorting_computed_howto.htm) voor meer informatie. - Meetwaarde: wanneer u op de kaart Markeringen een meetwaarde op Pad plaatst, verbindt Tableau de markeringen op basis van de waarden van de meetwaarde. De meetwaarde kan geaggregeerd of uitgesplitst zijn. ### Het lijntype (lineair, stap, springen) wijzigen Wanneer het markeringstype is ingesteld op een lijn (Automatisch of Lijn), kunt u op de kaart Markeringen op de eigenschap Pad klikken om het lijntype te wijzigen. Gebruik deze lijntypen voor numerieke data die gedurende bepaalde perioden constant blijven, met opvallende wijzigingen of verschillen, zoals rekeningsaldi, voorraadniveaus of rentetarieven. Met staplijnen kunt u goed de omvang van de verandering benadrukken. Met spronglijnen kunt u de duur van de verandering tussen datapunten benadrukken. 1. Klik op de kaart Markeringen op Pad. 2. Selecteer Lineair, Stap of Springen om het lijntype te wijzigen. ![Contextmenu voor het object Pad op de kaart Markeringen met drie opties voor lijntypen: lineair, stap of sprong.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/linetype_example_sm.png) ### Het lijnpatroon (ononderbroken lijn, onderbroken, stippel) wijzigen U kunt vanaf Tableau 23.2, wanneer het markeringstype is ingesteld op een lijn (Automatisch of Lijn), op de kaart Markeringen op de eigenschap Pad klikken om het lijnenpatroon te wijzigen. Gebruik verschillende lijnpatronen om secundaire meetwaarden te onderscheiden. Wanneer u bijvoorbeeld werkelijke waarden versus basiswaarden wilt uitlichten. Lijnpatronen zijn handig om aan te geven dat specifieke lijnen drempelwaarden zijn (zoals doelen en limieten) en dat andere meetwaarden minder zeker zijn (zoals een prognose of gemodelleerde data). Lijnpatronen verzachten het visuele gewicht van een lijn en kunnen ervoor zorgen dat bepaalde trends niet de primaire focus zijn wanneer meerdere trends met elkaar worden vergeleken. 1. Klik op de kaart Markeringen op Pad. 2. Selecteer Ononderbroken lijn, Onderbroken lijn of Stippellijn om het lijnenpatroon te veranderen. ![De kaart Markeringen met de eigenschap Pad waarbij de opties voor het wijzigen van het lijnpatroon naar ononderbroken, onderbroken en stippellijn wordt getoond](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/LinePatterns.png) **Opmerking:** onderbroken lijnen en stippellijnen zijn niet compatibel met doorlopende formaatcodering. Als u voor een markering hebt ingesteld dat de grootte of dikte wordt gewijzigd op basis van een kwantitatieve waarde, moet u een patroon met ononderbroken lijnen gebruiken. ### Een weergave met padcodering maken Als u een bruikbare weergave met padcodering wilt maken, moet uw datatabel ten minste één meetwaarde bevatten. U kunt geen pad maken dat alleen categorische data (dimensies) verbindt. De onderstaande weergave is gemaakt met behulp van stormdata uit het Atlantische bekken in 2010. In de weergave worden lijnmarkeringen gebruikt waarbij het pad door de datum van de storm wordt bepaald. Zo kunt u het traject van de storm volgen. Wanneer u de continue datum op Pad op de kaart Markeringen plaatst, worden in Tableau de lijnen in chronologische volgorde getekend. Zie [Kaarten met een pad in de loop van de tijd maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_howto_flow.htm) en [Kaarten met paden tussen oorsprong en bestemming maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_howto_origin_destination.htm) voor meer informatie. ![Een kaart met de trajecten van orkanen in de Atlantische Oceaan in 2010, ingekleurd op stormnaam.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/path1.png) ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Het verschil tussen datacombinatie en aangepaste geocodering Als uw data geografische locaties bevatten die niet automatisch worden gegeocodeerd in Tableau, zijn er twee manieren om deze op een kaartweergave te plotten: datacombinatie en aangepaste geocodering. Met zowel datacombinatie als aangepaste geocodering kunt u uw eigen locaties op een kaart plotten. Datacombinatie is eenvoudiger in te stellen en u kunt met data uit elke databron werken. Met aangepaste geocodering kunt u bestaande rollen uitbreiden en hiërarchieën maken. Aangepaste geocodering kan eenvoudiger te gebruiken zijn zodra dit is ingesteld en geïmporteerd. In dit onderwerp wordt het verschil uitgelegd tussen het combineren van geografische informatie met een andere databron en het importeren van aangepaste geocoderingsdata in Tableau. Hieronder volgt een snelle vergelijking van datacombinatie en aangepaste geocodering.
MogelijkheidDatacombinatieAangepaste geocodering
Uw eigen locaties plotten op een kaartweergavejaja
Elk type data gebruikenjaNee, alleen tekstbestanden
Nieuwe geografische rollen toevoegenNeeja
Toevoegen aan een bestaande geografische rolNeeja
Nieuwe geografische hiërarchieën makenNeeja
Kan worden hergebruikt voor andere werkmappenNeeja
## Datacombinatie Datacombinatie is de eenvoudigste manier om uw data te plotten op een kaartweergave. Datacombinatie werkt geweldig als u één niveau van geografische informatie toevoegt met een breedtegraad en lengtegraad. U kunt elke databron gebruiken, in tegenstelling tot aangepaste geocodering, waarbij u alleen tekstbestanden kunt gebruiken. U kunt de geografische databron delen met andere werkmappen op Tableau Server. U kunt de prestaties van uw kaart ook versnellen door een extract te maken dat alleen uw geocoderingsdata bevat. Hieronder volgt een algemene procedure voor het combineren van geografische data. Zie [Geografische data combineren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_customgeocode_ex_datablend.htm) voor een meer gedetailleerd voorbeeld. ### Om geografische data te combineren 1. Maak een databron die uw geografische data definieert. 2. Maak in Tableau Desktop verbinding met de oorspronkelijke data die u in kaart wilt brengen en maak vervolgens verbinding met de databron die uw geografische data definieert. 3. Combineer de twee databronnen. Zie [Uw data combineren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multiple_connections.htm) voor meer informatie. 4. Plot de data op een kaartweergave. ## Aangepaste geocodering Aangepaste geocodering is een flexibelere manier om uw data op een kaart te plotten. Aangepaste geocodering is beschikbaar voor alle werkmappen op een computer zodra de aangepaste geocoderingsdata zijn geïmporteerd. De aangepaste geocoderingsdata worden gekopieerd naar een werkmappakket (.twbx) of een gepubliceerde werkmap die een aangepaste geografische rol gebruikt. Hierdoor worden de werkmappen ongeveer 40 MB groter. Als u een upgrade uitvoert van Tableau Desktop, moet u mogelijk uw aangepaste geocodering vernieuwen om te kunnen profiteren van eventuele verbeteringen die aan de geocoderingsdata in Tableau zijn aangebracht. Bij aangepaste geocodering kunt u extra kolommen gebruiken om grotere geografische locaties te definiëren. Als u bijvoorbeeld een set Amerikaanse censusgebieden maakt, moet u mogelijk definiëren in welke bestuurlijk gebied van de VS deze vallen. U kunt extra kolommen opnemen om grotere geografische locaties in het importbestand te definiëren. U kunt ook meerdere bestanden gebruiken voor meerdere geografische rollen die een overeenkomende relatie hebben. Dit betekent dat ze grotere geografische data delen, zoals land of staat/provincie. Zodra de aangepaste geocoderingsdata zijn geïmporteerd, ziet u extra geografische rollen die aan uw geografische data kunnen worden toegewezen. Tot slot kunt u met aangepaste geocodering extra plaatsen toevoegen aan een bestaande geografische rol, bijvoorbeeld door nieuwe steden toe te voegen aan de stadsrol. U kunt hiermee ook een hiërarchie van geografische rollen definiëren die de ingebouwde hiërarchieën (bijvoorbeeld censusgebieden in bestuurlijke gebieden) uitbreidt of een nieuwe hiërarchie definieert (bijvoorbeeld subgebieden in gebieden). Zie [Locaties die Tableau niet herkent geocoderen en deze op een kaart tekenen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/custom_geocoding.htm) voor meer informatie over aangepaste geocodering. ## Zie ook [Geografische rollen toewijzen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Hiërarchieën maken Wanneer u verbinding maakt met een databron, scheidt Tableau automatisch datumvelden in hiërarchieën, zodat u de visualisatie eenvoudig kunt opsplitsen. U kunt ook uw eigen aangepaste hiërarchieën maken. Als u bijvoorbeeld een set velden met de namen Regio, Staat en Provincie hebt, kunt u een hiërarchie van deze velden maken, zodat u snel kunt inzoomen op de verschillende niveaus in de visualisatie. ## Een hiërarchie maken Een hiërarchie maken: 1. In het deelvenster **Data** sleept u een veld naar een ander veld en zet u het daarop neer. **Opmerking:** Wanneer u een hiërarchie wilt maken van een veld in een map, klikt u met de rechtermuisknop (control-klik op een Mac) op het veld en selecteert u vervolgens **Hiërarchie maken**. 2. Wanneer u daarom wordt gevraagd, voert u een naam in voor de hiërarchie en klikt u op OK. 3. Sleep indien nodig extra velden naar de hiërarchie. U kunt de volgorde van velden in de hiërarchie ook wijzigen door ze naar een nieuwe positie te slepen. ![Hiërarchieën maken in het deelvenster Data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/hierarchies1.gif) ## Minder of meer details weergeven in een hiërarchie Wanneer u een veld uit een hiërarchie aan de visualisatie toevoegt, kunt u snel minder of meer details weergeven in een hiërarchie om meer detailniveaus toe te voegen of te verwijderen. Om meer of minder details weer te geven in een hiërarchie in Tableau Desktop of in webauthoring: - Klik in de visualisatie op de pictogrammen **+** of **\-** op het hiërarchieveld. ![Maak een hiërarchie in de container Kolommen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/hierarchy1.gif) Wanneer u de visualisatie op het web bewerkt of bekijkt, hebt u de mogelijkheid om op de pictogrammen **+** of **\-** te klikken naast een veldlabel. ![Maak een hiërarchie in de visualisatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/hierarchy2.gif) ## Een hiërarchie verwijderen Een hiërarchie verwijderen: - Klik in het deelvenster **Data** met de rechtermuisknop (op een Mac met de Control-toets) op de hiërarchie en selecteer Hiërarchie verwijderen. De velden in de hiërarchie worden verwijderd en de hiërarchie verdwijnt uit het Data-deelvenster. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Highlightacties Met highlightacties vestigt u de aandacht op interessante punten door specifieke markeringen in te kleuren en alle andere grijs weer te geven. U kunt markeringen in de weergave highlighten met behulp van verschillende hulpmiddelen. U kunt bijvoorbeeld handmatig de markeringen selecteren die u wilt highlighten, u kunt de legenda gebruiken om gerelateerde markeringen te selecteren, u kunt de highlighter gebruiken om naar markeringen in context te zoeken of u kunt een geavanceerde highlightactie maken. In de volgende tabel worden de verschillende methoden beschreven die u kunt gebruiken om markeringen in een weergave, dashboard of story te highlighten.
HighlightmethodeVoordelenWanneer te gebruiken
Markeringen selecteren
  • Selecteer handmatig een groep markeringen om in een weergave te highlighten.
  • Uw selectie wordt samen met de werkmap opgeslagen.

  • Wanneer u handmatig een selectie markeringen wilt highlighten en alle andere wilt dimmen.
  • Is geschikt voor kleine domeinen of weergaven met een kleine hoeveelheid data.

Legenda's
  • Ondersteunt highlights in één of twee richtingen.
  • Highlight op kleur, formaat of vorm.

  • U kunt de highlightactie voor de werkmap of werkbladen in- of uitschakelen via de werkbalk.

  • Uw selectie wordt samen met de werkmap opgeslagen en kan worden opgenomen in dashboards en story's en bij publicatie.

  • Wanneer u de nadruk wilt leggen op bepaalde leden in een weergave en alle andere wilt dimmen.
  • Wanneer u alleen de legenda of de legenda en de weergave wilt highlighten.

  • Is geschikt voor kleine domeinen of weergaven met een kleine hoeveelheid data.

Highlighter
  • Zoek naar datapunten in een weergave met behulp van trefwoorden of maak een keuze uit een vervolgkeuzelijst.
  • Highlight markeringen terwijl de context van de andere datapunten behouden blijft.

  • Waarden worden automatisch bijgewerkt wanneer de onderliggende data worden bijgewerkt.

  • Highlighters die aan werkbladen worden toegevoegd, zijn ook zichtbaar in dashboards en story's.

  • Wanneer u een markering of een groep markeringen wilt highlighten voor een discreet veld dat in de weergave is opgenomen.
  • Wanneer u ad-hocvergelijkingen wilt uitvoeren door middel van onmiddellijke highlights.

  • Werkt goed met grote domeinen en grote hoeveelheden data.

Acties (alleen Tableau Desktop)
  • Highlight data op basis van de criteria die u definieert.
  • Geef de bron- en doelbladen op waarop u de highlightactie wilt toepassen.

  • Geef de velden op die u wilt gebruiken voor het highlighten.

  • U kunt verschillende soorten acties opgeven die met één klik worden uitgevoerd (bijvoorbeeld filteren en highlighten).

  • Wanneer u interactieve verkenning wilt integreren in een dashboard.
  • Wanneer u datapunten in een dashboard wilt highlighten met behulp van specifieke velden.

## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Highlights voor legenda's U kunt highlights voor legenda's gebruiken om de aandacht van uw gebruikers te vestigen op specifieke markeringen in een weergave. Als highlights voor legenda's zijn ingeschakeld, krijgen de aan het legenda-item gekoppelde markeringen een highlight en worden de andere markeringen grijs weergegeven. U kunt highlights in één ![Pictogram van highlighter.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/oneway_highlight_icon.png) of twee richtingen ![Dubbelzijdig pictogram van highlighter: een pen met een getekende lijn eronder.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/twoway_highlight_icon.png) inschakelen om markeringen in de weergave te highlighten. Het pictogram bovenaan de legenda geeft aan welke modus u gebruikt. - Met highlights in één richting kunt u markeringen highlighten met behulp van de waarden in de legenda. - Met highlights in twee richtingen kunt u markeringen highlighten met behulp van de legenda of de weergave. Dit is de standaardinstelling. Wanneer u markeringen in de weergave een highlight geeft, wordt het overeenkomende lid in de legenda ook gehighlight. U kunt highlights voor de werkmap of het werkblad ook uitschakelen via de werkbalk. Deze actie verbergt het highlightpictogram in de legenda. Zie [Werkbalkknop Highlighten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_highlight_toolbar.htm) voor meer informatie over het gebruik van de highlightoptie op de werkbalk. In de onderstaande weergaven ziet u bijvoorbeeld de relatie tussen het aantal bestellingen en de winst voor enkele producten. De weergave aan de linkerkant maakt gebruik van de standaardfunctionaliteit voor de kleurlegenda, waarbij alle markeringen zijn ingekleurd op basis van hun verzendmethode. De weergave aan de rechterkant geeft door middel van legendahighlights aan welke producten via de verzendmethode Niet urgent zijn geleverd.
Normale kleurlegenda Highlights voor kleurlegenda ingeschakeld
Standaardkleurlegenda in een visualisatie waarin alle markeringen gekleurd zijn op basis van hun verzendmodus. Highlighting van kleurlegenda is ingeschakeld in een legenda in een visualisatie die de aandacht vestigt op producten die via tweede klas verzending worden geleverd.
Met behulp van het legendakaartmenu kunt u eenvoudig schakelen tussen het highlighten van de legenda en de normale modi. Als de manier waarop een weergave wordt gehighlight u bevalt, kunt u de highlightkleuren aan het kleurenpalet toewijzen. De oude kleuren worden vervangen door de highlightkleuren. ## Highlights voor legenda's inschakelen 1. Klik op de knop Highlighten ![Pictogram van highlighter.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/symbol_highlight.png) bovenaan de legenda. Als u Tableau Desktop gebruikt, kunt u legendahighlights ook inschakelen door Geselecteerde items highlighten te selecteren in het legendakaartmenu. Dit voorbeeld illustreert highlights met behulp van de kleurlegenda. Highlights voor kleurlegenda's zijn standaard ingeschakeld. ![Highlighterpictogram op een kleurlegenda.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/highlight8.png) 2. Selecteer een item in de kleurlegenda. Nadat highlights voor legenda's zijn ingeschakeld, kunt u zich snel op specifieke data in de weergave concentreren door verschillende items in de kleurlegenda te selecteren. Wanneer u highlights voor legenda's inschakelt, wordt er een highlightactie gemaakt die u kunt wijzigen in het dialoogvenster Acties. ## Highlights voor legenda's uitschakelen Klik op de knop Highlighten ![Pictogram van highlighter.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/symbol_highlight.png) bovenaan de legenda. Hierdoor verandert de highlight naar een highlight in één richting en kunt u de legenda gebruiken om overeenkomende markeringen in de weergave te highlighten. ### Highlights voor legenda's in Tableau Desktop Als u Tableau Desktop gebruikt, kunt u highlights voor legenda's ook uitschakelen door Geselecteerde items highlighten te selecteren in het legendakaartmenu. Wanneer u highlights voor legenda's uitschakelt, wordt de actie verwijderd uit het dialoogvenster Acties. Als u tevreden bent met de manier waarop de weergave is gehighlight en u wilt dat een specifiek lid gehighlight blijft, zelfs als u de modus voor highlights voor legenda's uitschakelt, kunt u de highlightkleuren toewijzen aan het bestaande kleurenpalet. De oorspronkelijke kleurlegenda wordt verwijderd en de highlightkleuren worden het nieuwe kleurenpalet voor de legenda. Selecteer Highlightkleuren toewijzen aan palet in het menu van de kleurlegendakaart om de highlightkleuren aan het kleurenpalet toe te wijzen. ![Contextmenu met de optie om highlightkleuren aan het palet toe te wijzen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/highlight6.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Hoe analyse werkt voor databronnen die gebruikmaken van relaties Het gebruik van een databron met meerdere, gerelateerde tabellen heeft invloed op de manier waarop analyses werken in Tableau. Omdat meerdere, gerelateerde tabellen onafhankelijke domeinen hebben en hun oorspronkelijke detailniveau behouden, geldt het volgende wanneer u velden naar de weergave sleept: - Er worden query's uitgevoerd op het natuurlijke detailniveau van data. - Er worden alleen query's uitgevoerd op data die relevant zijn voor een visualisatie. - De relaties tussen de tabellen zijn van invloed op de resultaten van de query. De flow voor het maken van een visualisatie kan variëren afhankelijk van hoe tabellen gerelateerd zijn in het datamodel of van het feit dat ze niet direct gerelateerd zijn. Bekijk deze video van 5 minuten voor een overzicht van verbeteringen in databronnen en een inleiding tot het gebruik van relaties. **Opmerking**: De interface voor het bewerken van relaties die in deze video en in dit onderwerp wordt getoond, wijkt enigszins af van de huidige versie, maar heeft dezelfde functionaliteit. Leer meer over hoe relaties werken in [Laat u niet afschrikken door relaties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_dont_be_scared.htm) en deze Tableau-blogposts: - [Relaties, deel 1: Introductie van nieuwe datamodellering in Tableau (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) - [Relaties, deel 2: Tips en trucs (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-2-tips-and-tricks) - [Relaties, deel 3: Vragen stellen over meerdere gerelateerde tabellen (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/6/relationships-part-3-asking-questions-across-multiple-related-tables) Zie ook videopodcasts over relaties van [Action Analytics](https://action-analytics.com/library/), zoals [Waarom heeft Tableau relaties uitgevonden?](https://action-analytics.com/ep-1-why-did-tableau-invent-relationships/) (in het Engels) Klik op Videopodcast in de [Bibliotheek](https://action-analytics.com/library/) om meer te zien. In Tableau versie 2024.2 en hoger ondersteunt het Tableau-datamodel analyse op basis van meerdere feitentabellen en gedeelde dimensies via relaties op basis van meerdere feitentabellen. Zie [Over datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm), [Wanneer een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen gebruiken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_when_to_use.htm) en [Een datamodel maken met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_build.htm) voor meer informatie. **Opmerking**: U kunt nog steeds databronnen met één tabel maken in Tableau. U kunt een logische tabel samenstellen met een combinatie van joins, verenigingen, aangepaste SQL, enzovoort. Het functioneren van analyses met één tabel in Tableau is niet veranderd. Analyse van één logische tabel die een combinatie van dimensies en meetwaarden bevat, werkt net als in Tableau-versies vóór 2020.2. ## Overwegingen voor analyse ### Relaties valideren Er zijn verschillende manieren om uw datamodel te valideren voor analyse. Bij het maken van het model voor uw databron raden we u aan naar een werkblad te gaan en een visualisatie te bouwen om de aantallen records, verwachte data, niet-overeenkomende waarden, null-waarden of herhaalde meetwaarden te bekijken. Bewerk de velden in verschillende tabellen om ervoor te zorgen dat alles er naar behoren uitziet. Let bijvoorbeeld op het volgende: - Gebruiken uw relaties in het datamodel de juiste overeenkomende velden voor hun tabellen? - Zou het toevoegen van meerdere overeenkomende veldparen de relatie nauwkeuriger maken? - Wat gebeurt er als u verschillende dimensies en meetwaarden in de weergave sleept? - Ziet u het verwachte aantal rijen? - Als u een van de [Instellingen voor prestatieopties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_relationships_perfoptions.htm) hebt gewijzigd, ziet u dan de verwachte waarden in de visualisatie? Als dat niet het geval is, kunt u de instellingen controleren of de standaardinstellingen herstellen. Opties voor het valideren van relaties en het datamodel: - Elke tabel bevat een telling van het aantal records, in de vorm van een veld met de naam _TabelNaam(Aantal)_, op het detailniveau van die tabel. Sleep het veld Aantal naar de weergave om het aantal voor een tabel te zien. Als u het aantal voor alle tabellen wilt zien, selecteert u het veld Aantal voor elke tabel in het deelvenster Data en klikt u op de teksttabel in Laten zien. - Klik op **Data weergeven** in het deelvenster Data om het aantal rijen en data per tabel weer te geven. Voordat u relaties gaat maken, kan het ook handig zijn om de data uit de databron voor of tijdens de analyse te bekijken, zodat u een idee krijgt van de scope van elke tabel. Zie [Onderliggende data weergeven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_viewdata.htm) voor meer informatie. - Sleep dimensies naar rijen om het aantal rijen in de statusbalk te zien. Als u niet-overeenkomende waarden wilt zien, klikt u op het menu **Analyse** en selecteert u Lay-out tabel > Lege rijen weergeven of Lege kolommen weergeven. U kunt ook verschillende meetwaarden naar de weergave slepen, zoals _(Aantal)_ uit een van de tabellen in uw visualisatie. Zo ziet u alle waarden van de dimensies uit die tabel. **Tip**: u kunt de prestatieregistratie in Tableau Desktop gebruiken als u de query's wilt zien die voor relaties worden gegenereerd. 1. Klik op het menu Help en selecteer vervolgens **Instellingen en prestaties** > **Prestatieregistratie starten**. 2. Sleep velden naar de weergave om uw visualisatie samen te stellen. 3. Klik op het menu Help en selecteer vervolgens **Instellingen en prestaties** > **Prestatieregistratie stoppen**. De werkmap Prestatieregistratie wordt automatisch geopend. 4. Klik in het dashboard Prestatiesamenvatting onder Gebeurtenissen gesorteerd op tijd op een 'Query wordt uitgevoerd'-balk en bekijk de query eronder. Een andere, meer geavanceerde optie is het gebruik van de [Tableau Log Viewer](https://github.com/tableau/tableau-log-viewer) op GitHub. Met behulp van `end-protocol.query` kunt u filteren op een specifiek trefwoord. Ga naar de [Tableau Log Viewer-wikipagina](https://github.com/tableau/tableau-log-viewer/wiki) op GitHub voor meer informatie. ### Visualisaties met alleen dimensies Als u bij het gebruik van een databron met meerdere tabellen en gerelateerde tabellen een visualisatie met alleen dimensies bouwt, gebruikt Tableau binnenste joins en ziet u niet het volledige, niet-overeenkomende domein. Als u gedeeltelijke combinaties van dimensiewaarden wilt bekijken, kunt u: - Lege rijen/kolommen weergeven gebruiken om alle mogelijke rijen te zien. Klik op het menu **Analyse** en selecteer vervolgens Lay-out tabel > Lege rijen weergeven of Lege kolommen weergeven. Houd er rekening mee dat deze instelling ook verdichting voor de velden Datum en Numerieke bin activeert, wat mogelijk ongewenst is. - Een meetwaarde aan de weergave toevoegen, zoals _(Aantal)_ uit een van de tabellen in uw visualisatie. Zo ziet u alle waarden van de dimensies uit die tabel. Zie ook [Verrassend gedrag van niet-overeenkomende waarden](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel_whatschanged.htm#Unmatche) en [Problemen in de analyse met meerdere tabellen oplossen](#Troubles) voor meer informatie. ### Wanneer LOD-berekeningen en -expressies gebruiken Omdat Tableau het detailniveau (LOD) van uw tabellen begrijpt, hoeft u geen LOD-berekeningen te gebruiken om ongewenste duplicatie als gevolg van joins te verwijderen. U kunt LOD-berekeningen nog steeds gebruiken om: - Ongewenste duplicatie in uw brontabellen te verhelpen. - Aggregaties op meerdere niveaus te berekenen (bijvoorbeeld een gemiddelde over een som) - Een cohortanalyse uit te voeren (bijvoorbeeld om de eerste besteldatum voor elke klant te berekenen) Als de LOD-berekening dimensies uit één tabel omvat, verschijnt die LOD-berekening in de bijbehorende tabel in het deelvenster Data. ## Voorbeelden van analyse met meerdere tabellen De volgende reeks voorbeelden laat zien hoe data kunnen worden opgevraagd in meerdere, gerelateerde tabellen. Deze databron met meerdere tabellen bevat een korte lijst met rollen van acteurs in verschillende films. Een rij in de tabel Appearances (Rollen) betekent dat een Actor (Acteur) een bepaald Character (Personage) in een specifieke Movie (Film) speelde. In deze dataset kan een Actor (Acteur) nul of meer Appearances (Rollen) hebben. Leer meer over hoe relaties werken in deze Tableau-blogposts: - [Relaties, deel 1: Introductie van nieuwe datamodellering in Tableau (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) - [Relaties, deel 2: Tips en trucs (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-2-tips-and-tricks) ### Voorbeeld 1: Analyse van één vraag in samengevoegde data versus gerelateerde data In Tableau vóór versie 2020.2 kon uw databron bestaan uit één tabel of uit meerdere tabellen die waren samengevoegd of verenigd tot één gedenormaliseerde tabel. Vanaf Tableau 2020.2 herkent en bewaart Tableau individuele genormaliseerde data voor databronnen met meerdere tabellen. Dit betekent dat de tabeldata gescheiden blijven en dat het oorspronkelijke detailniveau behouden blijft in elke tabel. De volgende voorbeelden laten zien hoe de analyse verschilt tussen databronnen met één tabel en databronnen met meerdere tabellen. In dit voorbeeld ziet u drie tabellen met filmdata: Appearances (Rollen), Actors (Acteurs) en Movies (Films). ![Drie tabellen met filmdata, waaronder Appearances (Rollen), Actors (Acteurs) en Movies (Films).](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multitable_ex1.png) Deze tabellen kunnen worden samengevoegd: voeg de tabel Appearances (Rollen) samen met de tabel Actors (Acteurs) op Actor = Actor en de tabel Appearances (Rollen) met de tabel Movies (Films) op Movie = Movie. Als de joins volledige buitenste joins zijn, zodat er geen rijen verloren gaan, ziet de uiteindelijke uitvoer er als volgt uit. Houd er rekening mee dat velden die in de JOIN-componenten worden gebruikt, tweemaal voorkomen. ![Het resultaat van een volledige buitenste join van de tabel Appearances (Rollen) met de tabel Actors op Actor en de tabel Appearances met de tabel Movies op Movie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multitable_ex2.png) Data die op deze manier in één tabel worden samengebracht, worden gedenormaliseerd of afgevlakt genoemd. Deze samengevoegde data zijn afgevlakte data. Elke rij bestaat uit de rol van een acteur als personage in een film (John Rhys-Davies heeft dus twee rijen voor The Return of the King omdat hij twee personages speelde). Daarom ligt de granulariteit van de data op het niveau van een personage in een film. Informatie die relevant is in meerdere rijen wordt gedupliceerd. De premièredatum van The Return of the King is twee keer aanwezig omdat er twee personages uit die film in de dataset voorkomen. De lengte van John Rhys-Davies wordt vijf keer vermeld omdat er voor hem als acteur 5 unieke combinaties van personage en film zijn. Deze afgevlakte data hebben dus enkele kenmerken om rekening mee te houden. Als u bijvoorbeeld de lengte van acteurs wilt plotten op basis van de gemiddelde bruto-omzet van hun films, kunt u de Height (Lengte) naar kolommen en de Gross (Bruto-omzet) naar rijen verplaatsen en vervolgens het gemiddelde van de Gross (Bruto-omzet) nemen. Maar als u dat doet, ziet de standaardweergave er niet goed uit. Hier wordt gesteld dat John Rhys-Davies 925 cm lang is, meer dan 9 meter! ![Een spreidingsdiagram van het gemiddelde bruto-inkomen en de lengte van drie acteurs.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multitable_ex3.png) Dit komt omdat de standaardaggregatie SUM is. Er zijn 5 rijen in de data voor hem, dus we krijgen vijf keer zijn werkelijke lengte van 185 cm. U kunt dit oplossen door de aggregatie voor Height (Lengte) te wijzigen, bijvoorbeeld naar gemiddeld of minimum. Dit retourneert effectief de waarde voor slechts één rij (aangezien ze allemaal hetzelfde zijn). ![Een spreidingsdiagram van de lengte en het gemiddelde bruto-inkomen van drie acteurs.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multitable_ex4.png) Wanneer u de aggregatie wijzigt, zijn de lengtes veel realistischer. Maar nu gaan we kijken naar de gemiddelde bruto-omzet. We zagen dat Tableau alle vijf de rijen in aanmerking neemt voor de lengte van John Rhys-Davies. De gemiddelde bruto-omzet voor zijn films moet niet het gemiddelde van vijf _rijen_ zijn, maar het gemiddelde van drie _films_. U wilt de bruto-omzet voor The Return of the King niet twee keer tellen, alleen maar omdat hij twee personages speelde. Maar is dat wat er gebeurt? Als we even snel rekenen, zouden de Lord of the Rings-films een gemiddelde van (869 + 923 + 1119)/3 moeten hebben, dus 970,3 $. De waarde in het spreidingsdiagram is echter 990,6 $. Het huidige gemiddelde is afkomstig van de vijf rijen (869 + 923 + 923 + 1119 + 1119)/5. Dit is niet zoals bij het probleem met de lengte eenvoudig op te lossen door de aggregatie te wijzigen. Een [Level of Detail (LOD)-expressie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod.htm) verandert het detailniveau waar Tableau naar kijkt, van het standaardniveau Appearances (Rollen) naar het niveau Movie (Film). U kunt voor LOD-Bruto-omzet een berekening maken met {FIXED \[Film\] : MIN(\[Bruto-omzet (USD miljoen)\])} en vervolgens het gemiddelde van het nieuwe veld LOD Gross (Bruto-omzet) nemen voor onze weergave. De LOD-expressie kan worden gelezen als 'retourneer voor elke film de minimum bruto-omzet'. Hiermee wordt het duplicatieprobleem opgelost, omdat de bruto-omzet altijd per film wordt geretourneerd, ook al is de weergave opgebouwd met film en acteur. ![Een spreidingsdiagram van de gemiddelde LOD-bruto en lengte van drie acteurs.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multitable_ex5.png) Nu kloppen de cijfers. John Rhys-Davies is 185 cm lang en de gemiddelde bruto-omzet voor zijn films in deze dataset is 970,3. U dient te begrijpen hoe data worden gerepliceerd en hoe Tableau de data aggregeert, voordat u er zeker van kunt zijn dat de juiste waarden worden geretourneerd. #### Genormaliseerde data in meerdere tabellen Het maken van relaties lijkt misschien op het maken van joins, maar in plaats van de data af te vlakken in één tabel blijft Tableau zich bewust van de relaties tussen de tabellen. Uit elke tabel wordt Informatie gehaald op het juiste detailniveau en gerelateerd aan andere data. Op de pagina **Databron**, ziet u niet de 'volledige' rasterweergave van de afgevlakte tabel. Die bestaat niet. Tableau behoudt alle drie de tabellen zoals ze zijn en legt alleen de relaties vast, waarbij de vereiste data worden samengevoegd zoals nodig is voor de weergave. ![Drie brontabellen met namen van acteurs, films, bruto-inkomsten en lengtes.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multitable_ex6.png) Om hetzelfde spreidingsdiagram te maken, sleept u Height (Lengte) en Gross (Bruto-omzet) naar de weergave en stelt u Gross (Bruto-omzet) in op gemiddeld. Dat is het. Tableau kijkt naar de manier waarop de data van elke tabel gerelateerd zijn en leidt hieruit af hoe de lengte moet worden weergegeven (per acteur) en hoe de gemiddelde bruto-omzet moet worden berekend (per film). ![Een spreidingsdiagram van de lengte en het gemiddelde bruto-inkomen van drie acteurs.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multitable_ex7.png) ### Voorbeeld 2: Dimensie van één tabel Als de dimensies in de visualisatie uit één tabel komen, stuurt Tableau de query alleen naar die ene tabel en worden de resultaten voor het hele domein weergegeven. U kunt meetwaarden toevoegen en toch het hele domein zien. Als u bijvoorbeeld de eerder geïntroduceerde databron Movie Appearances (Filmrollen) gebruikt, resulteert het toevoegen van het veld Actor (Acteur) aan een visualisatie in de volgende visualisatie: ![In het veld Actor dat is toegevoegd aan de container Rijen wordt een tabel met acteurnamen weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multi_ex2a.png) Omdat de enige dimensie in de visualisatie afkomstig is uit de tabel Actors (Acteurs), voert Tableau alleen een query uit op de tabel Actors. Alle acteurs in de tabel Actors (Acteurs) worden in de visualisatie weergegeven, ongeacht of ze Appearances (Rollen) hebben. ![Een blauw vak markeert de tabel Actor (Acteur).](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multi_ex2b.png) Door het veld Appearance Actor (Rol Acteur) (uit de tabel Appearances (Rollen)) in de weergave te plaatsen met een aggregatie COUNT, wordt het een meetwaarde en ontstaat er een weergave waarin het aantal rollen van de acteurs wordt weergegeven. Merk op dat Sigourney Weaver geen rol heeft, maar dat haar naam nog steeds in de weergave staat. ![Het veld Appearance Actor als meetwaarde in de container Kolommen resulteert in een staafdiagram met een acteur die wordt vermeld zonder het aantal rollen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multi_ex2c.png) ### Voorbeeld 3: Dimensies van meerdere tabellen Als de dimensies in de weergave afkomstig zijn uit meerdere tabellen, toont Tableau het domein van de tabel waarin alle dimensies met elkaar zijn verbonden. Als gevolg hiervan veranderen sommige dimensiewaarden die u in Voorbeeld 1 zag. Als u bijvoorbeeld een veld uit de tabel Movies (Films) naar de visualisatie sleept, wordt de query gewijzigd. Omdat de tabellen Movies (Films) en Actors (Acteurs) aan elkaar gerelateerd zijn door de tabel Appearances (Rollen), retourneert de query alleen de paren Actor/Movie die voorkomen in de tabel Appearances. ![De relatie tussen de tabel Appearances en de tabellen Actor en Movie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multi_ex2d.png) Omdat Sigourney Weaver geen Appearances (Rollen) in deze dataset heeft (en dus niet gerelateerd is aan een van de Movies (Films) in de dataset), laat de visualisatie van Actor/Movie-paren haar niet zien: ![De container Rijen met de velden Actor en Movie resulteert in een tabel met alleen acteurs met minimaal één rol.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multi_ex2e.png) ### Voorbeeld 4: Meetwaarden die niet door een dimensie kunnen worden gesplitst Als een meetwaarde niet door een dimensie kan worden gesplitst, repliceert Tableau de meetwaarde voor die dimensie. De volgende visualisatie toont de totale bruto-omzet per Movie (Film). Aangezien beide velden afkomstig zijn uit de tabel Movies (Films), voert Tableau alleen query's uit op de tabel Movies. ![Een blauw vak markeert de tabel Movie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multi_ex2f.png) De tabel Movies (Films) bevat de reeds geaggregeerde bruto-inkomsten voor elke film (de bruto-omzet voor Infinity War was niet beschikbaar op het moment dat deze dataset werd gemaakt en wordt weergegeven als nul). ![Een staafdiagram met behulp van de tabel Movie bevat de samengevoegde bruto-inkomsten voor elke film.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multi_ex2g.png) Als u Actor (Acteur) aan deze visualisatie toevoegt, weet Tableau dat het de Movie Gross (Film, Bruto-omzet) niet per Acteur kan uitsplitsen, omdat deze meer gedetailleerde informatie niet voorkomt in de data. In plaats daarvan toont Tableau de Movie Gross (Film, Bruto-omzet) voor elke film, gerepliceerd voor alle acteurs. ![Een staafdiagram met de tabellen Movie en Actor toont de bruto-omzet voor elke film, gerepliceerd voor alle acteurs.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multi_ex2h.png) ### Voorbeeld 5: Dimensie die niet hiërarchisch gerelateerd is aan een meetwaarde Door de dimensie Movie (Film) uit de vorige visualisatie te verwijderen, wordt de som van de meetwaarde Movie Gross (Film, Bruto-omzet) voor elke acteur opgevraagd. Het resultaat is de geaggregeerde Movie Gross (Film, Bruto-omzet) voor elke film waarin de acteur een rol had. In dit geval is er geen hiërarchische relatie tussen Actor (Acteur) en Movie Gross (Film, Bruto-omzet). Er kunnen meerdere acteurs in dezelfde film zijn verschenen. Benedict Cumberbatch en Chris Hemsworth verschenen bijvoorbeeld allebei in Dr. Strange. In dit geval neemt Tableau de Movie Gross (Film, Bruto-omzet) voor Dr. Strange op in de totalen van beide acteurs. Omdat dezelfde waarde voor Movie Gross (Film, Bruto-omzet) is opgenomen in de totalen van meerdere acteurs, zal Tableau deze waarden niet direct optellen. ![Een staafdiagram geeft de totale opbrengst van elke acteur weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multi_ex2i.png) Wanneer er echter totalen voor deze visualisatie worden weergegeven, berekent Tableau de totale Movie Gross (Film, Bruto-omzet) correct zonder films dubbel op te nemen. ![Een tabel berekent de totale bruto-opbrengst van de film, exclusief dubbele films.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_multi_ex2j.png) ## Problemen in de analyse met meerdere tabellen oplossen De volgende situaties zijn mogelijk bij gerelateerde tabellen met meerdere tabellen. In deze tabel worden bekende scenario's en beschrijvingen op hoog niveau beschreven voor het oplossen van problemen met uw analyse. | Analysesituatie |   | Beschrijving | | --- | --- | --- | | Binnenste join voor visualisaties met alleen dimensies |   | Mogelijk ziet u niet meteen alle waarden die u verwachtte wanneer u meerdere dimensies aan dezelfde weergave toevoegt. Of u merkt dat het toevoegen van een nieuwe dimensie aan de visualisatie vanuit een andere tabel ervoor zorgt dat sommige waarden uit de visualisatie verdwijnen. Tableau gebruikt query's die de combinatie van waarden behouden die daadwerkelijk in de data voorkomen. Dit betekent dat u rijen ziet die zouden worden geproduceerd door een binnenste join van de tabellen die dimensies aan de visualisatie leveren. Als u gedeeltelijke combinaties van de dimensiewaarden wilt zien, kunt u Lege rijen/kolommen weergeven inschakelen om alle mogelijke rijen te zien, of u kunt een meetwaarde, zoals <_MyTable_\>(Aantal), toevoegen uit een van de tabellen in de weergave, om ervoor te zorgen dat u alle waarden van de dimensies uit die tabel ziet. | | Constanten in berekeningen |   | In een databron met meerdere tabellen gedragen constante waarden zich alsof ze uit hun eigen tabel met één rij komen. Als u een constante waarde aggregeert, gedraagt deze zich alsof de aggregatie zich op één rij bevindt. Sum(10) zal altijd gelijk zijn aan 10. Avg(10) zal ook altijd gelijk zijn aan 10. Aantal(10) zal altijd gelijk zijn aan 1. Om compatibiliteit met eerdere versies te garanderen, gedragen constante waarden in een databron met één logische tabel zich alsof de constante waarde wordt gerepliceerd voor elke waarde in de tabel. Constanten in berekeningen op rijniveau veranderen het detailniveau van de berekening op rijniveau niet. De berekening \[Verkoop\] + 10 zal zich gedragen alsof deze uit dezelfde tabel komt als het veld \[Verkoop\]. | | Buitenste join forceren |   | Tableau zorgt ervoor dat alle meetwaarden in de visualisatie worden weergegeven (samen met alle combinaties van dimensiewaarden die daadwerkelijk in de data voorkomen). Als u er dus zeker van wilt zijn dat u alle mogelijke waarden in uw data ziet, inclusief 'niet-overeenkomende null-waarden', kunt u dit doen door meetwaarden vanuit elke tabel in het werkblad in de weergave te zetten. | | Ik zie niet de meetwaarden die ik zou verwachten van een berekening over meerdere tabellen |   | Het domein van een berekening is de binnenste join van de invoerdata. Als er geen overeenkomende waarden zijn in alle invoerdata van de meetwaardeberekening, worden deze niet opgenomen in de meetwaardeberekening. Overweeg een LOD-berekening te gebruiken om de meetwaarden naar hetzelfde object te verplaatsen voordat u de berekening op rijniveau maakt. | | Berekening om te schakelen tussen velden uit verschillende logische tabellen levert onverwachte resultaten op |   | Als u een berekening hebt die schakelt tussen velden op rijniveau, met behulp van een CASE-instructie, IF-instructie of een functie als 'IFNULL', ziet u mogelijk onverwachte resultaten omdat deze berekening wordt berekend voor elke rij, waarbij rij de binnenste join is in de invoer van de berekening. Een betere aanpak is om te schakelen tussen Geaggregeerde waarden, in plaats van te proberen te schakelen binnen de berekening op rijniveau. Dit levert ook betere prestaties op in scenario's met één tabel. Aangezien dit alleen een probleem is voor berekeningen die zich tussen tabellen uitstrekken, zal het gebruik van LOD-berekeningen om alle velden naar dezelfde tabel te brengen ook werken. Gebruik niet: `SUM( IF [Parameter] == "Foo" THEN [Field 1] ELSE [Field 2] END )` Gebruik dit: `IF [Parameter] == "Foo" THEN SUM([Field 1]) ELSE SUM([Field 2]) END` | | Onverwachte, niet-overeenkomende null-waarden |   | Mogelijk ziet u meetwaarden die gekoppeld zijn aan een null-dimensiewaarde die u niet verwachtte. Dit kan mogelijk een teken zijn dat de relaties in de databron verkeerd zijn geconfigureerd. Het kan ook betekenen dat er niet-overeenkomende waarden zijn in de tabel die de meetwaarde bevat, en dat deze waarden geen overeenkomstige rij hebben in de dimensietabel. In het verleden gingen deze data mogelijk verloren als het verkeerde join-type werd geselecteerd. Wanneer u relaties gebruikt, blijven deze niet-overeenkomende waarden behouden. Als u de niet-overeenkomende waarden niet wilt zien, kunt u deze uitsluiten met een filter. | | Onjuist geaggregeerde waarden |   | Maakt u gebruik van relaties of joins? Bij relaties worden aggregaties standaard correct berekend. Wanneer u joins gebruikt, moet u mogelijk LOD-berekeningen maken om waarden te ontdubbelen. Hebt u prestatieopties verkeerd ingesteld voor relaties? Probeer de prestatieopties terug te zetten naar de standaardinstellingen en kijk of dat de juiste aggregaties oplevert. | | Dimensies repliceren meetwaarden in plaats van ze te partitioneren. Dimensiefilters maken geen subsets van meetwaarden. |   | Controleer of de velden die worden gebruikt om relaties te definiëren correct zijn. | | Tableau genereert te veel query's of query's met veel left joins |   | Controleer de logboeken of prestatieregistratie om te zien hoeveel query's er worden gegenereerd en hoeveel left joins er worden gebruikt. Met de nieuwe mogelijkheden voor datamodellering genereert Tableau query's met left joins en/of aanvullende query's om ervoor te zorgen dat niet-overeenkomende meetwaarden altijd in de visualisatie worden opgenomen. Als u de niet-overeenkomende waarden niet hoeft te zien, gebruikt u filters om de niet-overeenkomende (NULL)-waarden uit uw visualisatie te verwijderen. Dit zou in minder query's moeten resulteren. Als u weet dat uw data geen niet-overeenkomende waarden bevatten, kunt u de instelling Referentiële integriteit voor elke relatie instellen op 'Alle waarden komen overeen' in de prestatieopties. Ook dit zal resulteren in minder query's. U kunt ook de complexiteit van uw visualisatie verminderen om het aantal gegenereerde query's te verminderen. Het verwijderen van meetwaarden en het verbergen van filterbesturingselementen zijn belangrijke manieren om query's in meerdere tabellen met gerelateerde data te vereenvoudigen. | | Query's hebben veel subquery's |   | Controleer de logboeken of prestatieregistratie om de complexiteit te zien van de query's die Tableau genereert. Tableau genereert indien nodig automatisch subquery's om data te ontdubbelen en zo correcte aggregaties te genereren. Dit is vergelijkbaar met query's die worden gegenereerd door LOD-berekeningen. Als u weet dat de relaties tussen de logische tabellen in uw data een veel-op-één- of één-op-één-kardinaliteit hebben, kunt u deze kardinaliteitsinformatie instellen in de prestatieopties voor de relatie. Hierdoor kan Tableau onnodige subquery's elimineren, aangezien het weet dat er geen duplicatie kan plaatsvinden. | | Ik gebruikte joins om data te filteren |   | In versie 2020.2 zal Tableau hard werken om niet-overeenkomende waarden te herstellen. Soms betekent dit dat er een left join wordt gebruikt, terwijl u mogelijk een binnenste join hebt opgegeven om data opzettelijk weg te filteren. Als u de niet-overeenkomende waarden wegfiltert die door deze join worden ingebracht, kan Tableau de query optimaliseren door deze terug te brengen naar een inner join. Afhankelijk van uw specifieke scenario kan het zinvol zijn om deze binnenste join te modelleren als een fysieke join binnen een logische tabel. Dit is vooral krachtig als een tabel met meetwaarden wordt gebruikt om een dimensietabel te filteren, omdat er geen extra replicatie van meetwaarden wordt geïntroduceerd. | [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Hoe Data uitleggen werkt Gebruik Data uitleggen als een incrementeel startpunt voor verdere verkenning van uw data. De mogelijke uitleg die deze functie genereert, helpt u de verschillende waarden te zien waaruit een geanalyseerde markering in een weergave bestaat of waarmee deze verband houdt. De functie kan u inzicht geven in de kenmerken van de datapunten in de databron en hoe de data gerelateerd kan zijn (correlaties) met behulp van statistische modellen. Deze uitleg geeft u een extra hulpmiddel om uw data te inspecteren en interessante aanwijzingen te vinden over wat u daarna moet onderzoeken. **Opmerking**: Data uitleggen is een tool waarmee u relaties in uw data kunt ontdekken en beschrijven. De tool kan u niet vertellen wat de oorzaak is van de relaties of hoe u de data moet interpreteren. **U bent de expert op het gebied van uw data.** Uw domeinkennis en intuïtie spelen een belangrijke rol bij het bepalen welke kenmerken interessant kunnen zijn om verder te onderzoeken met behulp van verschillende weergaven. Voor gerelateerde informatie over hoe Data uitleggen werkt en hoe u Data uitleggen kunt gebruiken om uw analyses te verbeteren, kunt u de volgende presentaties van Tableau Conference bekijken: - [Van analist tot statisticus: Data uitleggen in de praktijk (1 uur)](https://www.tableau.com/nl-nl/events/tc/2019/analyst-statistician-explain-data-practice) - [Gebruikmaken van Data uitleggen (45 minuten)](https://www.tableau.com/nl-nl/events/tc/2019/leveraging-explain-data) ## Wat Data uitleggen wel en niet doet Data uitleggen is het volgende: - Een hulpmiddel en een workflow die uw domeinexpertise optimaal benutten. - Een hulpmiddel dat relaties in uw data blootlegt en aanbevelingen doet waar u vervolgens kunt gaan kijken. - Een hulpmiddel en een workflow waarmee u data-analyse kunt versnellen en toegankelijker kunt maken voor een breder scala aan gebruikers. Data uitleggen is niet het volgende: - Een statistisch testinstrument. - Een hulpmiddel om hypothesen te bewijzen of te ontkrachten. - Een hulpmiddel dat u een antwoord geeft of u iets vertelt over causaliteit in uw data. Houd bij het uitvoeren van Data uitleggen op markeringen rekening met het volgende: - **Gebruik gedetailleerde data die kan worden geaggregeerd**. Deze functie is specifiek ontworpen voor de analyse van geaggregeerde data. Dit betekent dat uw data gedetailleerd moet zijn, maar de markeringen die u selecteert voor Data uitleggen, moeten worden geaggregeerd of samengevat op een hoger detailniveau. Data uitleggen kan niet worden uitgevoerd op uitgesplitste markeringen (data op rijniveau) op het meest gedetailleerde niveau. - **Houd rekening met de vorm, grootte en kardinaliteit van uw data**. Hoewel Data uitleggen kan worden gebruikt met kleinere datasets, is er data nodig die voldoende breed is en voldoende markeringen (granulariteit) bevat om een model te kunnen maken. - **Ga niet uit van causaliteit**. Correlatie is niet hetzelfde als causaliteit. De uitleg wordt gebaseerd op modellen van de data, maar is geen causale uitleg. Een correlatie betekent dat er een relatie bestaat tussen bepaalde datavariabelen, bijvoorbeeld A en B. U kunt echter niet door die relatie in de data zien dat A B veroorzaakt of B A veroorzaakt, of dat er iets ingewikkelder aan de hand is. De datapatronen zijn in elk van deze gevallen precies hetzelfde en een algoritme kan geen onderscheid maken tussen de verschillende gevallen. Het feit dat twee variabelen gelijktijdig lijken te veranderen, betekent niet per se dat de ene variabele de verandering van de andere veroorzaakt. Een derde factor zou ervoor kunnen zorgen dat beide veranderen of het kan toeval zijn en zo zijn dat er helemaal geen causaal verband is. Het kan echter ook zijn dat u over externe kennis beschikt die niet in de data is opgenomen en die u helpt te achterhalen wat er aan de hand is. Een veelvoorkomend type externe kennis is een situatie waarin de data zijn verzameld in een experiment. Als u weet dat B is gekozen door een muntje op te gooien, moet elk consistent patroon van verschil in A (dat niet zomaar willekeurige ruis is) worden veroorzaakt door B. Zie het artikel [Causal inference in economics and marketing](https://www.pnas.org/content/pnas/113/27/7310.full.pdf) door Hal Varian voor een langere, meer diepgaande beschrijving van deze concepten. ## Hoe verklaringen worden geanalyseerd en geëvalueerd Data uitleggen voert een statistische analyse uit op een dashboard of blad om markeringen te vinden die uitschieters zijn, of specifiek op een door u geselecteerde markering. Bij de analyse wordt ook rekening gehouden met mogelijk gerelateerde datapunten uit de databron die niet in de huidige weergave worden weergegeven. Data uitleggen voorspelt eerst de waarde van een markering aan de hand van de data die in de visualisatie aanwezig is. Vervolgens wordt de data die zich in de databron (maar niet in de huidige weergave) bevindt, bekeken en aan het model toegevoegd. Het model bepaalt het bereik van de voorspelde markeringswaarden, dat binnen één standaardafwijking van de voorspelde waarde ligt. ### Wat is een verwacht bereik? De verwachte waarde voor een markering is de mediaanwaarde in het verwachte bereik van waarden in de onderliggende data in uw visualisatie. Het verwachte bereik is het bereik van waarden tussen het 15e en 85e percentiel dat het statistische model voorspelt voor de geanalyseerde markering. Tableau bepaalt het verwachte bereik telkens wanneer een statistische analyse op een geselecteerde markering wordt uitgevoerd. Mogelijke uitleg wordt geëvalueerd op de verklarende kracht met behulp van statistische modellen. Voor elke uitleg vergelijkt Tableau de verwachte waarde met de werkelijke waarde. | waarde | Beschrijving | | --- | --- | | Hoger dan verwacht / Lager dan verwacht | Als een samenvatting van de verwachte waarde aangeeft dat de markering _lager dan verwacht_ of _hoger dan verwacht_ is, betekent dit dat de geaggregeerde markeringswaarde buiten het bereik van waarden ligt dat een statistisch model voor de markering voorspelt. Als een samenvatting van de verwachte waarde aangeeft dat de markering _iets lager_ of _iets hoger_ is dan verwacht of _binnen het bereik van de natuurlijke variatie_ ligt, betekent dit dat de geaggregeerde markeringswaarde binnen het bereik van de voorspelde markeringswaarden ligt, maar lager of hoger is dan de mediaan. | | Verwachte waarde | Als een markering een verwachte waarde heeft, betekent dit dat de waarde ervan binnen het verwachte bereik van waarden valt dat een statistisch model voor de markering voorspelt. | | Willekeurige variatie | Als de geanalyseerde markering een laag aantal records bevat, beschikt Data uitleggen wellicht over onvoldoende gegevens om een statistisch significante uitleg te formuleren. Als de waarde van de markering buiten het verwachte bereik valt, kan Data uitleggen niet bepalen of deze onverwachte waarde wordt veroorzaakt door willekeurige variatie of door een betekenisvol verschil in de onderliggende records. | | Geen uitleg | Wanneer de waarde van de geanalyseerde markering buiten het verwachte bereik valt en niet bij een statistisch model past dat wordt gebruikt voor Data uitleggen, wordt er geen uitleg gegenereerd. | ### Modellen die worden gebruikt voor analyse Data uitleggen bouwt modellen van de data in een weergave om de waarde van een markering te voorspellen en bepaalt vervolgens of een markering hoger of lager is dan verwacht op basis van het model. Vervolgens wordt aanvullende informatie in overweging genomen, zoals het toevoegen van extra kolommen uit de databron aan de weergave of het markeren van uitschieters op recordniveau, als mogelijke uitleg. Voor elke mogelijke uitleg past Data uitleggen een nieuw model toe en wordt geëvalueerd hoe onverwacht de markering is gezien de nieuwe informatie. De uitleg wordt beoordeeld door de complexiteit (hoeveel informatie wordt toegevoegd vanuit de databron) af te wegen tegen de hoeveelheid variabiliteit die moet worden uitgelegd. Een betere uitleg is eenvoudiger dan de variatie die deze uitlegt.
Type uitlegEvaluatie

Extreme waarden

Extreme waarden zijn geaggregeerde markeringen die uitschieters zijn, gebaseerd op een model van de gevisualiseerde markeringen. De geselecteerde markering wordt beschouwd als een extreme waarde als een recordwaarde zich aan de randen van de verdeling van de verwachte waarden voor de data bevindt.

Een extreme waarde wordt bepaald door de geaggregeerde markering met en zonder de extreme waarde te vergelijken. Als de markering minder verrassend wordt doordat er een waarde wordt verwijderd, krijgt deze een hogere score.

Wanneer een markering extreme waarden heeft, betekent dit niet automatisch dat er ook uitschieters zijn of dat u die records uit de weergave moet weglaten. Die keuze is aan u en is afhankelijk van uw analyse. De uitleg geeft eenvoudigweg een interessante extreme waarde aan in de markering. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een foutief ingevoerde waarde in een record wordt aangetroffen, waarbij een banaan 10 euro kost in plaats van 10 cent. Of er kan staan dat een bepaalde verkoper een goed kwartaal heeft gehad.

Aantal records

De uitleg voor het aantal records modelleert de geaggregeerde som wat betreft het geaggregeerde aantal; de gemiddelde waarde van records modelleert dit wat betreft het geaggregeerde gemiddelde. Hoe beter het model de som uitlegt, hoe hoger de score.

Deze uitleg beschrijft of de som interessant is omdat het aantal hoog of laag is, of omdat het gemiddelde hoog of laag is.

Gemiddelde waarde van de markering

Dit type uitleg wordt gebruikt voor geaggregeerde markeringen die sommen zijn. Het geeft aan of de markering consistent is met de andere markeringen wat betreft het geaggregeerde aantal of gemiddelde overeenkomt, waarbij de relatie SUM(X) = COUNT(X) * AVG(X).

Deze uitleg beschrijft of de som interessant is omdat het aantal hoog of laag is, of omdat het gemiddelde hoog of laag is.

Bijdragende dimensies

Deze uitleg modelleert de doelmeetwaarde van de geanalyseerde markering wat betreft de uitsplitsing binnen de categorieën van de niet-gevisualiseerde dimensie. Bij de analyse wordt de complexiteit van het model in evenwicht gebracht met hoe goed de markering wordt uitgelegd.

Een niet-gevisualiseerde dimensie is een dimensie die voorkomt in de databron, maar momenteel niet wordt gebruikt in de weergave. Dit type uitleg wordt gebruikt voor sommen, aantallen en gemiddelden.

Het model voor niet-gevisualiseerde dimensies wordt gemaakt door markeringen op te splitsen op basis van de categorische waarden van de verklarende kolom. Vervolgens wordt een model gebouwd met de waarde die alle datapunten omvat in de bronvisualisatie. Voor elke rij probeert het model elk van de afzonderlijke componenten te herstellen die elke markering hebben gemaakt. Uit de analyse blijkt of het model de markering beter voorspelt wanneer componenten die overeenkomen met de niet-gevisualiseerde dimensie worden gemodelleerd en vervolgens worden opgeteld, in plaats van met een model waarbij de waarden van de niet-gevisualiseerde dimensie niet bekend zijn.

Geaggregeerde dimensie-uitleg onderzoekt hoe goed markeringswaarden kunnen worden uitgelegd zonder enige voorwaarden. Vervolgens stelt het model voorwaarden aan de waarden voor elke kolom die een mogelijke uitleg vormt. Voorwaarden voor de distributie van een uitlegkolom zou moeten resulteren in een betere voorspelling.

Bijdragende meetwaarden

Deze uitleg modelleert de markering wat betreft deze niet-gevisualiseerde meetwaarde, geaggregeerd tot het gemiddelde over de gevisualiseerde dimensies. Een niet-gevisualiseerde meetwaarde is een meetwaarde die voorkomt in de databron, maar momenteel niet wordt gebruikt in de weergave.

Een uitleg voor Bijdragende meetwaarden kan een lineair of kwadratisch verband tussen de niet-gevisualiseerde meetwaarde en de doelmeetwaarde onthullen.

[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Hoe functies voor prognosemodellering werken in Tableau U kunt al [trendlijnen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/trendlines_add.htm) en [prognoses](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/forecast_create.htm) aan een visualisatie toevoegen, maar nu kunt u nog verder gaan en de kracht van een statistische engine gebruiken om een model te bouwen dat begrijpt hoe uw data zijn verdeeld rond een trendlijn of best passende lijn. Voorheen moesten gebruikers Tableau wellicht integreren met R en Python om geavanceerde statistische berekeningen uit te voeren en deze in Tableau te visualiseren. U kunt nu de functies voor prognosemodellering gebruiken om voorspellingen te doen op basis van uw data door deze op te nemen in een tabelberekening. Zie [Waarden transformeren met tabelberekeningen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm) voor meer informatie over tabelberekeningen. Met deze functies voor prognosemodellering kunt u nu doelen en voorspellingen selecteren door de variabelen bij te werken en meerdere modellen met verschillende combinaties van voorspellingen te visualiseren. De data kunnen op elk detailniveau gefilterd, samengevoegd en getransformeerd worden. Het model (en dus de voorspelling) wordt vervolgens automatisch opnieuw berekend, zodat deze overeenkomt met uw data. Zie [Voorbeeld – De levensverwachting van vrouwen verkennen met functies voor prognosemodellering](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_example.htm) voor een gedetailleerd voorbeeld hoe u met behulp van deze functies voorspellingsberekeningen kunt maken. ## Functies voor prognosemodellering in Tableau ### MODEL\_PERCENTILE
SyntaxisMODEL_PERCENTILE(
model_specification (optional),
target_expression,
predictor_expression(s))
DefinitieRetourneert de waarschijnlijkheid (tussen 0 en 1) dat de verwachte waarde minder is dan of gelijk is aan de waargenomen markering, gedefinieerd door de doelexpressie en andere predictors. Dit is de posterieure voorspellende distributiefunctie, ook wel bekend als de cumulatieve distributiefunctie (CDF).
Voorbeeld
MODEL_PERCENTILE( SUM([Sales]),COUNT([Orders]))
### MODEL\_QUANTILE
SyntaxisMODEL_QUANTILE(
model_specification (optional),
quantile,
target_expression,
predictor_expression(s))
DefinitieRetourneert een numerieke doelwaarde binnen het waarschijnlijkheidsbereik dat is gedefinieerd door de doelexpressie en andere predictors bij een opgegeven kwantiel. Dit is het posterieure voorspellende kwantiel.
Voorbeeld
MODEL_QUANTILE(0.5, SUM([Sales]), COUNT([Orders]))
## De kracht van functies voor prognosemodellering Laten we eens kijken naar een voorbeeld met salarisgegevens aan de hand van het MODEL\_QUANTILE. In het onderstaande voorbeeld is MODEL\_QUANTILE gebruikt om het 10e en het 90e percentiel van de verwachte verdeling voor dezelfde dataset weer te geven. Op basis van de bestaande data en met behulp van een lineair regressiemodel heeft de statistische engine vastgesteld dat er een kans van 90% is dat het maximumsalaris voor elke ambtstermijn onder de groene lijn ligt, en een kans van 10% dat het minimumsalaris voor elke ambtstermijn onder de blauwe lijn ligt. Met andere woorden: bij een kwantiel van 0,9 voorspelt het model dat alle salarissen in 90% van de gevallen op of onder de groene lijn zullen liggen. De blauwe lijn is gelijk aan 0,1 of 10%, dus slechts 10% van de salarissen valt op of onder de blauwe lijn, met het omgekeerde daarvan (90%) boven de blauwe lijn. Dit geeft ons feitelijk een band waarvan we kunnen voorspellen dat 80% van de potentieel gegenereerde toekomstige punten of niet-waargenomen data binnen die band vallen. ![Grafiek met salarisdistributie](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-salary-distribution1.png) Laten we nu eens kijken hoe MODEL\_PERCENTILE, het omgekeerde van MODEL\_QUANTILE, ons kan helpen de data beter te begrijpen. U kunt de uitschieters in de dataset identificeren met behulp van de functie MODEL\_PERCENTILE. MODEL\_PERCENTILE geeft aan, als percentiel, waar het waargenomen merkteken binnen een bereik van waarschijnlijke waarden voor elk merkteken valt. Als het percentiel heel dicht bij 0,5 ligt, ligt de waargenomen waarde heel dicht bij de voorspelde mediaanwaarde. Als het percentiel dicht bij 0 of 1 ligt, bevindt de waargenomen waarde zich aan de onder- of bovengrens van het modelbereik en is deze relatief onverwacht. Hieronder hebben we MODEL\_PERCENTILE als kleur toegepast op de salarisvisualisatie in de bovenste helft van de afbeelding, zodat we beter kunnen zien welke waarden het meest worden verwacht. ![Salarisdistributie met kleur](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-salary-distribution.png) ## Syntaxis van functies voor prognosemodellering in detail ### Wat is MODEL\_QUANTILE? MODEL\_QUANTILE berekent het posterieure voorspellende kwantiel of de verwachte waarde bij een opgegeven kwantiel. - **Kwantiel:** het eerste argument is een getal tussen 0 en 1, dat aangeeft welk kwantiel moet worden voorspeld. 0,5 geeft bijvoorbeeld aan dat de mediaan wordt voorspeld. - **Doelexpressie:** het tweede argument is de maatregel om te voorspellen of te 'richten'. - **Voorspellingsexpressie(s):** het derde argument is de predictor die gebruikt wordt om de voorspelling te doen. Predictors kunnen dimensies, meetwaarden of beide zijn. Het resultaat is een getal binnen het waarschijnlijke bereik. Met MODEL\_QUANTILE kunt u een betrouwbaarheidsinterval genereren, ontbrekende waarden zoals toekomstige datums weergeven of categorieën genereren die niet in uw onderliggende dataset voorkomen. ### Wat is MODEL\_PERCENTILE? Het MODEL\_PERCENTILE is de achterste voorspellende distributiefunctie, ook wel bekend als de cumulatieve distributiefunctie (CDF). Hiermee wordt het kwantiel van een bepaalde waarde tussen 0 en 1 berekend, het omgekeerde van MODEL\_QUANTILE. - **Doelexpressie:** het eerste argument is de te meten maatstaf, namelijk welke waarden beoordeeld moeten worden. - **Voorspellende expressie(s):** het tweede argument is de predictor die gebruikt wordt om de voorspelling te doen. - Aanvullende argumenten zijn optioneel en worden toegevoegd om de voorspelling te bepalen. De berekeningssyntaxis is vergelijkbaar, maar MODEL\_QUANTILE heeft het extra argument van een gedefinieerd kwantiel. Het resultaat is de waarschijnlijkheid dat de verwachte waarde kleiner of gelijk is aan de waargenomen waarde die in het cijfer is uitgedrukt. Met MODEL\_PERCENTILE kunt u correlaties en relaties in uw database zichtbaar maken. Als MODEL\_PERCENTILE een waarde retourneert die dicht bij 0,5 ligt, ligt het waargenomen cijfer dicht bij de mediaan van het bereik van voorspelde waarden, op basis van de andere predictors die u hebt geselecteerd. Als MODEL\_PERCENTILE een waarde retourneert die dicht bij 0 of 1 ligt, bevindt de waargenomen markering zich dicht bij het onderste of bovenste bereik van wat het model verwacht, op basis van de andere predictors die u hebt geselecteerd. **Opmerking:** dimensies die als predictors worden gebruikt, kunnen _geordend_ of _ongeordend_ zijn. Een geordende dimensie is een dimensie waarvan de waarden in volgorde kunnen worden gezet, zoals MAAND. Een ongeordende dimensie is een dimensie waarvan de waarden geen inherente volgorde hebben, zoals geslacht of kleur. Dit onderscheid is van belang bij het gebruik van Gaussische procesregressie. Zie [Een prognosemodel kiezen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_choosing_model.htm) voor meer informatie over dit en andere modellen. Geavanceerde gebruikers kunnen nog twee optionele argumenten opgeven om de voorspelling te bepalen. Zie [Regularisatie en uitbreiding in prognosemodellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_regularization_and_augmentation.htm) voor meer informatie. ## Wat wordt er berekend? De invoer die wordt gebruikt om het model te bouwen, is een matrix waarin elke markering een rij is en de kolommen de doelexpressie en voorspellende expressies zijn die voor elke markering worden geëvalueerd. De rij die op de visualisatie is gespecificeerd, definieert de rij voor de dataset die door de statistische engine wordt berekend. Laten we eens kijken naar het onderstaande voorbeeld, waarin rijen (en dus cijfers) worden gedefinieerd door functienamen en kolommen de doelexpressie MEDIAN(\[Annual Rt\]) zijn. Deze worden gevolgd door de optionele aanvullende predictors MEDIAN(\[Tenure in Months (Measure)\] en ATTR(\[Department Generic (group)\]. ![Tabel met salarisdata](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-jobtitle-table.png) **Opmerking:** bij diverse functienamen staat een asterisk vermeld onder Afdeling. Dat komt doordat deze functienamen in verschillende afdelingen voorkomen, maar Tableau behandelt ze allemaal alsof ze tot dezelfde afdeling behoren. Bovendien houdt de statistische engine geen rekening met het aantal records en behandelt elke markering als even waarschijnlijk. Dit komt doordat Tableau geen tabelberekeningen kan uitvoeren op niet-geaggregeerde data en de resultaten van tabelberekeningen niet kan aggregeren. Zie [Data-aggregatie in Tableau](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm) voor meer informatie over aggregatie. Zie [Berekenen met en datapartitionering in prognosemodellering](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_compute_using.htm). ## Welke modellen worden ondersteund? Functies voor prognosemodellering ondersteunen lineaire regressie, geregulariseerde lineaire regressie en Gaussische procesregressie. Deze modellen ondersteunen verschillende gebruikscases en voorspellingstypen, en hebben ook verschillende beperkingen. Zie [Een prognosemodel kiezen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_choosing_model.htm) voor meer informatie. ## Predictors kiezen Een predictor kan elk veld in uw databron zijn (meetwaarde of dimensie), inclusief berekende velden. **Opmerking:** Als u een dimensie als predictor gebruikt, moet u een ATTR-wrapper gebruiken (bijvoorbeeld ATTR(\[Staat\] in plaats van alleen \[Staat\]). Dit komt doordat dimensies over het algemeen alleen werken als ze zich op het detailniveau van de visualisatie bevinden, hetzij direct, hetzij erboven in een hiërarchie. Stel bijvoorbeeld dat u een dataset hebt met de velden \[Stad\], \[Staat\] en \[Regio\], waarbij er meerdere \[Stad\]-records bestaan binnen een \[Staat\] en meerdere \[Staat\]-records binnen een \[Regio\]. In een visualisatie die \[Staat\] als markering gebruikt, zullen de predictor ATTR(\[Staat\]) of ATTR(\[Regio\]) beide als predictors werken. De predictor ATTR(\[Stad\]) zal echter naar \* worden teruggezet, omdat er meerdere steden bestaan binnen een gevisualiseerde staat en daarom niet als predictors kunnen worden gebruikt. Met andere woorden: het toevoegen van een predictor met een lager detailniveau dan de visualisatie voegt geen waarde toe aan de voorspellingen. In de meeste gevallen zal een predictor met een lager detailniveau dan de visualisatie worden geëvalueerd naar \* en zullen alle waarden dus identiek worden behandeld. Als dezelfde dataset echter wordt gebruikt om een visualisatie te genereren die \[Stad\] als markering gebruikt, kunnen ATTR(\[Stad\]), ATTR(\[Staat\]) en ATTR(\[Regio\]) allemaal succesvol als predictors worden gebruikt. Zie [De Attribute (ATTR)-functie gebruiken](https://kb.tableau.com/articles/howto/when-to-use-the-attribute-attr-function?lang=nl-nl) (in het Engels) voor meer informatie over het gebruik van de ATTR-functies. Dimensies en meetwaarden hoeven niet gevisualiseerd te worden (in de weergave of visualisatie) om als predictors te worden opgenomen. Zie [Predictors kiezen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_choosing_predictors.htm) voor meer gedetailleerde informatie. ## Aanbevelingen Voorspellingsberekeningen kunt u het beste als volgt gebruiken: - Om waarden voor individuele records te voorspellen, waarbij elke markering in uw visualisatie een discrete entiteit vertegenwoordigt, zoals een product, verkoop, persoon, enz., in plaats van geaggregeerde data. Dit komt doordat Tableau elke markering als even waarschijnlijk beschouwt, zelfs als één markering uit 100 records bestaat en de andere markeringen elk uit één record bestaan. De statistische engine baseert zijn beoordeling niet op het aantal records waaruit hij bestaat. - Dit wordt gebruikt om waarden voor geaggregeerde doelexpressies te voorspellen met behulp van SUM en COUNT. **Opmerking:** MODEL\_QUANTILE en MODEL\_PERCENTILE worden niet aanbevolen om waarden voor geaggregeerde doelexpressies met AVG, MEDIAN, MIN en MAX te voorspellen. ## Beperkingen - U moet een berekend veld gebruiken om een tijdreeks naar de toekomst te verleggen. Zie [De toekomst voorspellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/predictions_future.htm) (in het Engels) voor meer informatie. - Predictors moeten hetzelfde of een hoger detailniveau hebben dan de weergave. Dat wil zeggen, als uw weergave per staat is samengesteld, moet u de staat of regio als predictor gebruiken, niet de stad. Zie [Predictors kiezen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_choosing_predictors.htm) voor meer informatie. ## Wanneer werken de voorspellingsberekeningen niet meer? Ongeacht het model dat u gebruikt, moeten er minimaal drie datapunten in elke partitie aanwezig zijn voordat het model een respons retourneert. Als u Gaussische procesregressie als uw model hebt opgegeven, kan dit worden gebruikt in voorspellende berekeningen met één **geordende** dimensionale predictor en een willekeurig aantal **ongeordende** dimensionale predictors. Meetwaarden worden niet ondersteund als predictors in regressieberekeningen met Gaussische processen, maar kunnen wel worden gebruikt in lineaire en geregulariseerde lineaire regressieberekeningen. Zie [Een prognosemodel kiezen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_choosing_model.htm) voor meer informatie over modelselectie. Als uw berekening ATTR\[Staat\] als predictor heeft gebruikt en uw visualisatie ook Staat als merk bevat, maar geen ander veld met een lager detailniveau, zoals Stad, dan krijgt u een foutmelding. Om dit te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat er geen één-op-één-relatie is tussen cijfers en predictorcategorieën. Zie [Fouten in functies voor prognosemodellering oplossen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/predictions_resolve_errors.htm) voor meer informatie over deze en andere voorspellingsproblemen. ## Veelgestelde vragen ### Hoe zit het met de cijfers in meerdere predictorgroepen? Als een rij wordt geaggregeerd uit data die zich binnen meerdere predictorgroepen bevinden, is de waarde van de ATTR-functie een speciale waarde van meerdere waarden. Zo zullen bijvoorbeeld alle steden die in meerdere staten liggen dezelfde voorspelde waarde hebben (tenzij er andere onderscheidende predictors zijn). Bij het selecteren van predictors kunt u het beste predictors gebruiken die hetzelfde detailniveau hebben als de visualisatie of hoger. Zie [De Attribute (ATTR)-functie gebruiken](https://kb.tableau.com/articles/howto/when-to-use-the-attribute-attr-function?lang=nl-nl) (in het Engels) voor meer informatie over de ATTR-functies. ### Wat als ATTR Aggregatie een \*-waarde retourneert? \* waarde wordt behandeld als een afzonderlijke waarde. Als ATTR \* retourneert voor alle markeringen, dan hebt u in feite een predictor met een constante waarde, die genegeerd wordt. Dit is hetzelfde als die predictor helemaal niet meenemen. Als ATTR voor sommige maar niet voor alle markeringen \* retourneert, wordt dit behandeld als een categorie waarden waarbij alle \*-waarden als hetzelfde worden beschouwd. Dit scenario is identiek aan het bovenstaande scenario, waarin er punten in meerdere predictorgroepen bestaan. ### Hoe zit het met de menuopties Berekenen met in de tabel? Dit werkt op dezelfde manier als Berekenen met in andere tabelberekeningen. Zie [Berekenen met en datapartitionering in prognosemodellering](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_compute_using.htm) voor meer informatie. ### Waarom krijg ik een fout te zien? Er zijn verschillende redenen waarom er een fout kan optreden bij het gebruik van voorspellende modelleringsfuncties. Zie [Fouten in functies voor prognosemodellering oplossen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/predictions_resolve_errors.htm) voor gedetailleerde stappen voor probleemoplossing. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Hoe het maken van prognoses werkt in Tableau Bij het maken van prognoses in Tableau wordt gebruik gemaakt van een techniek die exponentieel vloeiend maken heet. De prognosealgoritmen proberen een regelmatig patroon te vinden in de meetwaarden die in de toekomst kunnen worden voortgezet. Als u geïnteresseerd bent in prognosemodellering, dat ook beschikbaar is in Tableau, zie [Hoe functies voor prognosemodellering werken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_overview.htm) voor meer informatie. Normaal gesproken voegt u een prognose toe aan een weergave die een datumveld en ten minste één meetwaarde bevat. Als er echter geen datum is, kan Tableau een prognose maken voor een weergave die een dimensie met gehele getallen bevat, naast ten minste één meetwaarde. Zie [Een prognose maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/forecast_create.htm) voor meer informatie over het maken van een prognose. Zie [Prognoses maken wanneer de weergave geen data bevat](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/forecast_no_date.htm)voor meer informatie over prognoses met gebruik van een dimensie met gehele getallen. ## Overzicht Alle prognose-algoritmen zijn eenvoudige modellen van een realistisch datageneratieproces (DGP). Voor een prognose van hoge kwaliteit moet een eenvoudig patroon in het DGP redelijk goed overeenkomen met het patroon dat door het model wordt beschreven. Kwaliteitsstatistieken meten hoe goed het model overeenkomt met het DGP. Als de kwaliteit laag is, is de precisie die door de betrouwbaarheidsbanden wordt gemeten niet belangrijk, omdat deze de precisie van een onnauwkeurige schatting meet. Tableau selecteert automatisch het beste model uit maximaal acht modellen. Het beste model is het model dat de prognose met de hoogste kwaliteit genereert. De parameters voor vloeiend maken van elk model worden geoptimaliseerd voordat Tableau de prognosekwaliteit beoordeelt. De optimalisatiemethode is globaal. Het is daarom niet onmogelijk om lokaal optimale parameters voor vloeiend maken te kiezen die niet ook globaal optimaal zijn. De parameters van de initiële waarde worden echter geselecteerd volgens de best practices, maar worden niet verder geoptimaliseerd. Het is dus mogelijk dat de parameters van de initiële waarde niet optimaal zijn. De acht modellen die beschikbaar zijn in Tableau, zijn onder andere beschreven op de volgende locatie op de OTexts-website: [Een taxonomie van methoden voor exponentieel vloeiend maken](https://www.otexts.org/fpp/7/6) (in het Engels). Wanneer de visualisatie niet over voldoende data beschikt, probeert Tableau automatisch een prognose te maken met een fijnere tijdsgranulariteit. Vervolgens wordt de prognose geaggregeerd met de granulariteit van de visualisatie. Tableau biedt voorspellingsbanden die gesimuleerd of berekend kunnen worden op basis van een gesloten vergelijking. Alle modellen met een vermenigvuldigingscomponent of met geaggregeerde prognoses hebben gesimuleerde banden, terwijl alle andere modellen de gesloten vorm van vergelijkingen gebruiken. ## Exponentieel vloeiend maken en trend Modellen voor _exponentieel vloeiend maken_ maken iteratief een prognose voor toekomstige waarden van een reguliere tijdreeks van waarden op basis van gewogen gemiddelden van eerdere waarden van de reeks. Het eenvoudigste model, _eenvoudig exponentieel vloeiend maken_, berekent het volgende niveau of de vloeiend gemaakte waarde op basis van een gewogen gemiddelde van de laatste werkelijke waarde en de laatste niveauwaarde. De methode is exponentieel omdat de waarde van elk niveau in exponentieel afnemende mate wordt beïnvloed door elke voorgaande werkelijke waarde. Zo wegen recentere waarden zwaarder mee. Modellen voor exponentieel vloeiend maken met trend- of seizoenscomponenten zijn effectief wanneer de te voorspellen meetwaarde een trend of seizoensgebondenheid vertoont gedurende de periode waarop de prognose is gebaseerd. _Trend_ is een tendens in de data om in de loop van de tijd toe of af te nemen. _Seizoensgebondenheid_ is een zich herhalende, voorspelbare variatie in waarde, zoals een jaarlijkse schommeling in temperatuur ten opzichte van het seizoen. Over het algemeen geldt: hoe meer datapunten u in uw tijdreeks opneemt, hoe beter de uiteindelijke prognose zal zijn. Het is vooral belangrijk om over voldoende data te beschikken als u seizoensgebondenheid wilt modelleren, omdat dat model ingewikkelder is en meer bewijs in de vorm van data vereist om een redelijk niveau van precisie te bereiken. Als u daarentegen een prognose maakt op basis van data die door twee of meer verschillende DGP's zijn gegenereerd, krijgt u een prognose van lagere kwaliteit omdat een model slechts met één model kan matchen. ## Seizoensgebondenheid Tableau test op een seizoenscyclus met de lengte die het meest kenmerkend is voor de tijdsaggregatie van de tijdreeks waarvoor de prognose wordt geschat. Als u dus per maand aggregeert, zoekt Tableau naar een cyclus van 12 maanden. Als u per kwartaal aggregeert, zoekt Tableau naar een cyclus van vier kwartalen. En als u per dag aggregeert, zoekt Tableau naar wekelijkse seizoensgebondenheid. Als er dus een cyclus van zes maanden in uw maandelijkse tijdreeks zit, zal Tableau waarschijnlijk een patroon van twaalf maanden vinden dat twee vergelijkbare subpatronen bevat. Als er echter een cyclus van zeven maanden in uw maandelijkse tijdreeks voorkomt, zal Tableau waarschijnlijk helemaal geen cyclus vinden. Gelukkig zijn cycli van zeven maanden zeldzaam. Tableau kan twee methoden gebruiken om de seizoenslengte af te leiden. De oorspronkelijke temporele methode maakt gebruik van de natuurlijke seizoenlengte van de temporele granulariteit (TG) van de weergave. Met temporele granulariteit wordt de fijnste tijdseenheid bedoeld die door de weergave wordt uitgedrukt. Als de weergave bijvoorbeeld een continue groene datum bevat die is afgekapt tot een maand, of discrete blauwe datumdelen die bestaan uit jaar en maand, is de tijdelijke granulariteit van de weergave de maand. De nieuwe niet-temporele methode, geïntroduceerd in Tableau 9.3, maakt gebruik van periodieke regressie om seizoenlengtes van 2 tot 60 te controleren op kandidaatlengtes. Tableau selecteert automatisch de meest geschikte methode voor een bepaalde weergave. Wanneer Tableau een datum gebruikt om de meetwaarden in een weergave te ordenen, zijn de seizoenslengtes vrijwel zeker respectievelijk 4, 12, 13, 7 of 24 als de tijdelijke granulariteit per kwartaal, maand, week, dag of uur is. Daarom wordt alleen de lengte die natuurlijk is voor de TG gebruikt om de vijf seizoensgebonden modellen voor exponentieel vloeiend maken te construeren die door Tableau worden ondersteund. De AIC van de vijf seizoensmodellen en de drie niet-seizoensmodellen worden vergeleken en de laagste is het resultaat. (Voor een uitleg van de AIC-statistiek, zie Prognosebeschrijvingen.) Wanneer Tableau een dimensie met een geheel getal gebruikt voor prognoses, wordt de tweede methode gebruikt. In dit geval is er geen sprake van temporele granulariteit (TG), dus moeten potentiële seizoenslengtes uit de data worden afgeleid. De tweede methode wordt ook gebruikt als de tijdsgranulariteit jaarlijks is. Jaarreeksen hebben zelden een seizoensgebondenheid. Als dat wel het geval is, moet dat ook uit de data worden afgeleid. De tweede methode wordt ook gebruikt voor weergaven met een tijdsgranulariteit van minuten of seconden. Als dergelijke reeksen seizoensgebondenheid hebben, bedraagt de seizoenslengte waarschijnlijk 60. Bij het meten van een regulier proces in de praktijk kan het echter voorkomen dat het proces een regelmatige herhaling heeft die niet overeenkomt met de klok. Tableau controleert dus voor minuten en seconden ook of de lengte in de data afwijkt van 60. Dit betekent niet dat Tableau twee verschillende seizoenlengtes tegelijkertijd kan modelleren. In plaats daarvan worden tien seizoensmodellen geschat, vijf met een seizoenslengte van 60 en nog eens vijf met een seizoenslengte die is afgeleid uit de data. Het model met de laagste AIC van de tien seizoensmodellen of de drie niet-seizoensmodellen wordt gebruikt om de prognose te berekenen. Voor reeksen die geordend zijn op jaar, minuut of seconde, wordt één seizoenlengte uit de data getest als het patroon redelijk duidelijk is. Voor reeksen geordend op gehele getallen worden voor alle vijf seizoensmodellen maximaal negen enigszins minder duidelijke potentiële seizoenslengtes geschat, en wordt het model met de laagste AIC als resultaat gegeven. Als er geen waarschijnlijke kandidaten zijn voor de seizoenslengte, worden alleen de niet-seizoensgebonden modellen geschat. Omdat alle selecties automatisch zijn wanneer Tableau potentiële seizoenlengtes afleidt uit de data, verandert het standaardmodeltype 'Automatisch' in het menu Modeltype in het dialoogvenster Prognose-opties niet. Als u 'Automatisch zonder seizoensgebondenheid' selecteert, worden de prestaties verbeterd doordat alle seizoenslengtezoekopdrachten en schattingen van seizoensgebonden modellen worden geëlimineerd. De heuristiek die Tableau gebruikt om te bepalen wanneer seizoenslengtes uit de data moeten worden gebruikt, is afhankelijk van de distributie van fouten voor de periodieke regressie van elke kandidaat-seizoenslengte. Omdat de verzameling van kandidaten voor seizoenlengtes door periodieke regressie doorgaans één of twee duidelijke winnende lengtes oplevert als er daadwerkelijk seizoensgebondenheid in de data voorkomt, duidt het resultaat van één enkele kandidaat op waarschijnlijke seizoensinvloeden. In dit geval schat Tableau seizoensgebonden modellen met deze kandidaat voor granulariteit op jaar-, minuut- en secondeniveau. Het feit dat er minder dan het maximum van tien kandidaten als resultaat zijn, wijst op mogelijke seizoensgebondenheid. In dit geval schat Tableau seizoensgebonden modellen met alle resulterende kandidaten voor weergaven met een volgorde van gehele getallen. Het feit dat het maximale aantal kandidaten als resultaat wordt gegeven, geeft aan dat de fouten voor de meeste lengtes vergelijkbaar zijn. Het is daarom onwaarschijnlijk dat er sprake is van seizoensgebondenheid. In dit geval schat Tableau alleen niet-seizoensgebonden modellen voor een op gehele getallen geordende of jaarlijks geordende reeks, en alleen de seizoensgebonden modellen met een natuurlijke seizoenslengte voor andere op tijd geordende weergaven. Voor het modeltype 'Automatisch' in weergaven met gehele getallen, jaren, minuten en seconden worden de lengtes van kandidaatseizoenen altijd afgeleid van de data, ongeacht of ze worden gebruikt. Omdat het schatten van modellen veel meer tijd kost dan periodieke regressie, zal de impact op de prestaties naar verwachting matig zijn. ## Modeltypen In het dialoogvenster Prognose-opties kunt u het modeltype kiezen dat Tableau-gebruikers voor prognoses willen gebruiken. De instelling Automatisch is doorgaans optimaal voor de meeste weergaven. Als u kiest voor Aangepast , dan kunt u de trend- en seizoenskenmerken onafhankelijk van elkaar specificeren, door te kiezen uit Geen, Optellen of Vermenigvuldigen: ![Een vervolgkeuzemenu voor een prognosemodel met opties voor trend en seizoen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/forecast_custom.png) Een model met optellen is een model waarin de bijdragen van de modelcomponenten worden opgeteld, terwijl een model met vermenigvuldigen een model is waarin ten minste enkele componentbijdragen worden vermenigvuldigd. Modellen met vermenigvuldiging kunnen de prognosekwaliteit aanzienlijk verbeteren voor data waarbij de trend of seizoensgebondenheid wordt beïnvloed door het niveau (de omvang) van de data: ![Twee lijndiagrammen die aanvullende en multiplicatieve voorspellingsmodellen vergelijken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/forecast_multiplicative_comparison.png) Houd er rekening mee dat u geen aangepast model hoeft te maken om een prognose te genereren met vermenigvuldiging: met de instelling Automatisch kunt u bepalen of een prognose met vermenigvuldiging geschikt is voor uw data. Er kan echter geen vermenigvuldigingsmodel worden berekend wanneer de meetwaarde waarvoor een prognose gemaakt moet worden een of meer waarden heeft die kleiner zijn dan of gelijk zijn aan nul. ## Prognose maken met tijd Wanneer u een prognose maakt met een datum, mag er slechts één basisdatum in de weergave staan. Gedeeltelijke datums worden ondersteund, maar alle onderdelen moeten naar hetzelfde onderliggende veld verwijzen. Datums kunnen aanwezig zijn in Rijen, Kolommen of Markeringen (met uitzondering van het Knopinfo-doel). Tableau ondersteunt drie typen datums, waarvan er twee kunnen worden gebruikt voor het maken van prognoses: - Afgekorte datums refereren naar een specifiek punt in het verleden met een specifieke tijdsgranulariteit, zoals februari 2017. Ze zijn meestal continu, met een groene achtergrond in de weergave. Afgekorte datums kunnen worden gebruikt voor het maken van prognoses. - Datumonderdelen refereren naar een specifiek lid van een tijdmeetwaarde, zoals februari. Elk datumonderdeel wordt weergegeven door een apart, meestal discreet veld (met een blauwe achtergrond). Voor prognoses is minimaal het datumgedeelte Jaar vereist. Specifiek kan elk van de volgende sets datumonderdelen worden gebruikt voor prognoses: - _Jaar_ - _Jaar + kwartaal_ - _Jaar + maand_ - _Jaar + kwartaal + maand_ - _Jaar + week_ - _Aangepast: maand/jaar, maand/dag/jaar_ Andere gedeelten van een datum, zoals _Kwartaal_ of _Kwartaal + maand_, zijn niet geldig voor prognoses. Zie [Velden converteren van discreet naar continu en omgekeerd](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_convertdisctocont.htm) voor meer informatie over verschillende datumtypen. - Exacte datums verwijzen naar een specifiek punt in het verleden met maximale tijdsgranulariteit, bijvoorbeeld 1 februari 2012 om 14:23:45.0. Exacte datums zijn ongeldig voor het maken van prognoses. Het is ook mogelijk om een prognose te maken zonder datum. Zie [Prognoses maken wanneer de weergave geen data bevat](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/forecast_no_date.htm). ## Granulariteit en trimmen Wanneer u een prognose maakt, selecteert u een datumdimensie die een tijdseenheid specificeert waarop datumwaarden moeten worden gemeten. Tableau-datums ondersteunen een reeks van dergelijke tijdseenheden, waaronder jaar, kwartaal, maand en dag. De eenheid die u kiest voor de datumwaarde wordt ook wel de _granulariteit_ van de datum genoemd. De data in uw meetwaarde komen doorgaans niet precies overeen met uw granulariteitseenheid. U kunt uw datumwaarde instellen op kwartalen, maar uw werkelijke data kunnen halverwege een kwartaal eindigen, bijvoorbeeld eind november. Dit kan een probleem opleveren, omdat de waarde voor dit fractionele kwartaal door het prognosemodel wordt behandeld als een volledig kwartaal. De waarde van een fractioneel kwartaal is doorgaans lager dan de waarde van een volledig kwartaal. Als het prognosemodel deze data mag gebruiken, zal de resulterende prognose onnauwkeurig zijn. De oplossing is om de data te trimmen, zodat de achterliggende perioden die de prognose kunnen misleiden, worden genegeerd. Gebruik de optie Laatste negeren in het dialoogvenster Prognose-opties om de laatste waarde van dergelijke gedeeltelijke periodes te verwijderen of _trimmen_. Standaard wordt één periode getrimd. ## Meer data verkrijgen Tableau heeft minimaal vijf datapunten in de tijdreeks nodig om een trend te schatten, en voldoende datapunten voor minimaal twee seizoenen of één seizoen plus vijf perioden om de seizoensgebondenheid te schatten. Er zijn bijvoorbeeld minimaal negen datapunten nodig om een model te schatten met een seizoenscyclus van vier kwartalen (4 + 5), en minimaal 24 om een model te schatten met een seizoenscyclus van twaalf maanden (2 \* 12). Als u prognoses inschakelt voor een weergave die niet over voldoende datapunten beschikt om een goede prognose te maken, kan Tableau soms voldoende datapunten ophalen om een geldige prognose te produceren door de databron te bevragen voor een fijnmaziger granulariteitsniveau: - Als uw weergave minder dan negen jaar aan data bevat, zal Tableau standaard de databron raadplegen voor kwartaaldata, een kwartaalprognose maken en deze samenvoegen tot een jaarprognose om weer te geven in uw weergave. Als er nog steeds onvoldoende datapunten zijn, maakt Tableau een maandelijkse prognose en wordt de geaggregeerde jaarlijkse prognose in uw weergave weergegeven. - Als uw weergave minder dan negen kwartalen aan data bevat, maakt Tableau standaard een maandelijkse prognose en worden de geaggregeerde kwartaalprognoseresultaten in uw weergave weergegeven. - Als uw weergave minder dan negen weken aan data bevat, maakt Tableau standaard een dagelijkse prognose en worden de geaggregeerde wekelijkse prognoseresultaten in uw weergave weergegeven. - Als uw weergave minder dan negen dagen aan data bevat, maakt Tableau standaard een uurlijkse prognose en worden de geaggregeerde dagelijkse prognoseresultaten in uw weergave weergegeven. - Als uw weergave minder dan negen uur aan data bevat, maakt Tableau standaard een prognose per minuut en worden de geaggregeerde prognoseresultaten per uur in uw weergave weergegeven. - Als uw weergave minder dan negen minuten aan data bevat, maakt Tableau standaard een prognose per seconde en worden de geaggregeerde prognoseresultaten per minuut in uw weergave weergegeven. Deze aanpassingen vinden achter de schermen plaats en hiervoor is geen configuratie nodig. Tableau verandert niets aan het uiterlijk van uw visualisatie en wijzigt ook niet de datumwaarde. De samenvatting van de tijdsperiode van prognose in het dialoogvenster Prognose beschrijven en Prognose-opties laat zien welke granulariteit er daadwerkelijk is gebruikt. Tableau kan alleen meer data verkrijgen, als de aggregatie voor de meetwaarde waar u een prognose voor maakt SUM of COUNT is. Zie [Data-aggregatie in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm) voor informatie over beschikbare aggregatietypen en informatie over het wijzigen van het aggregatietype. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Concepten voor het maken van kaarten in Tableau Als u uw data geografisch wilt analyseren, kunt u uw data plotten op een kaart in Tableau. In dit onderwerp wordt uitgelegd waarom en wanneer u uw data in een kaartvisualisatie moet plaatsen. Er worden ook enkele typen kaarten beschreven die u in Tableau kunt maken, met links naar onderwerpen die laten zien hoe u elk type kaart kunt maken. Als u nieuw bent bij kaarten in Tableau, is dit een geweldige plek om te beginnen met leren. ## Waarom zou u uw data op een kaart zetten? Er zijn veel redenen om uw data op een kaart te zetten. Hebt u wellicht locatiedata in uw databron? Of denkt u dat een kaart uw data echt kan laten opvallen? Beide zijn goede redenen om een kaartvisualisatie te maken, maar het is belangrijk om in gedachten te houden dat kaarten, net als elk ander type visualisatie, een specifiek doel dienen: ze beantwoorden ruimtelijke vragen. U maakt een kaart in Tableau omdat u een ruimtelijke vraag hebt en een kaart moet gebruiken om de trends of patronen in uw data te begrijpen. Maar wat is een ruimtelijke vraag? Enkele voorbeelden kunnen zijn: - Welke staat heeft de meeste boerenmarkten? - Waar liggen de regio's in de VS met de hoogste obesitascijfers? - Welk metrostation is het drukst per metrolijn in mijn stad? - Waarheen verplaatsten de stormen zich in de loop van de tijd? - Waar kunnen mensen fietsen uitchecken en weer inleveren bij hun lokale fietsdeelprogramma? Dit zijn allemaal ruimtelijke vragen. Maar is een kaart de beste manier om deze vragen te beantwoorden? ## Wanneer moet u een kaart gebruiken om uw data weer te geven? Als u een ruimtelijke vraag hebt, kan een kaartweergave een goed antwoord zijn. Dat hoeft echter niet altijd het geval te zijn. Neem bijvoorbeeld de eerste vraag uit de vorige lijst: Welke staat heeft de meeste boerenmarkten? Als u over een databron met een lijst van boerenmarkten per staat beschikt, kunt u een kaartweergave maken zoals hieronder. Kunt u snel het verschil zien tussen New York en Californië? Welke heeft de meeste boerenmarkten? ![Kaart van de Verenigde Staten met cirkels die de boerenmarkten in elke staat voorstellen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_build3.1.png) Wat als u in plaats hiervan een staafdiagram maakt? Is het nu makkelijk om de staat met de meeste boerenmarkten te vinden? ![Staafdiagram van boerenmarkten in elke staat van de VS.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_build4.1.png) Het bovenstaande voorbeeld is een van de vele gevallen waarin een ander type visualisatie beter zou zijn dan een kaart om een ruimtelijke vraag te beantwoorden. Wanneer weet u of u een kaartweergave moet gebruiken? Een algemene regel is dat u zichzelf afvraagt of u uw vraag sneller of gemakkelijker kunt beantwoorden met een andere visualisatie. Als het antwoord Ja is, is een kaartweergave misschien niet de beste visualisatie voor de data die u gebruikt. Als het antwoord Nee is, houd dan rekening met het volgende: Kaarten die vragen goed beantwoorden, hebben zowel een passende als een aantrekkelijke dataweergave. Met andere woorden: de data zijn niet misleidend en de kaart ziet er aantrekkelijk uit. Als uw kaart mooi is, maar de data zijn misleidend of niet verhelderend, loopt u het risico dat mensen uw data verkeerd interpreteren. Daarom is het belangrijk om kaarten te maken die uw data nauwkeurig en aantrekkelijk weergeven. ## Welke soorten kaarten kunt u maken in Tableau? Met Tableau kunt u de volgende veelvoorkomende kaarttypen maken: - [Proportionele symboolkaarten](#Proportional) - [Choropleth-kaarten (gevulde kaarten)](#Choropleth) - [Puntenverdelingskaarten](#Point) - [Dichtheidskaarten (heatmaps)](#Density) - [Flowkaarten (padkaarten)](#Flow) - [Spiderkaarten (oorsprong-bestemmingskaarten)](#Spider) ### Proportionele symboolkaarten Proportionele symboolkaarten zijn ideaal voor het weergeven van kwantitatieve data voor afzonderlijke locaties. U kunt bijvoorbeeld aardbevingen over de hele wereld plotten en rangschikken op omvang. Zie [Kaarten met kwantitatieve waarden maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_howto_symbol.htm) voor meer informatie over proportionele symboolkaarten en om te leren hoe u deze in Tableau kunt maken. ![Een kaart waarop het epicentrum van aardbevingen en plaatgrenzen worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_symbol6.png) ### Choropleth-kaarten (gevulde kaarten) Choropleth-kaarten, ook wel gevulde kaarten genoemd in Tableau, zijn ideaal voor het weergeven van verhoudingsdata. Als u bijvoorbeeld de obesitaspercentages voor elk bestuurlijk gebied in de Verenigde Staten wilt bekijken, kunt u overwegen om een choropleth-kaart te maken om te zien of u ruimtelijke trends kunt ontdekken. Zie [Kaarten met verhoudingen of geaggregeerde data maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_howto_choropleth.htm) voor meer informatie over Choropleth-kaarten en om te leren hoe u deze in Tableau kunt maken. ![Een choropletenkaart van de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/choropleth_maps1.png) ### Puntenverdelingskaarten Puntenverdelingskaarten kunt u gebruiken als u geschatte locaties wilt tonen en op zoek bent naar visuele clusters van data. Als u bijvoorbeeld wilt zien waar vorig jaar in de VS alle hagelbuien waren, kunt u een puntenverdelingskaart maken om te zien of u clusters kunt ontdekken. Zie [Kaarten waarop visuele dataclusters naar voren worden gebracht maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_howto_pointdistribution.htm) voor meer informatie over puntenverdelingskaarten en om te leren hoe u deze in Tableau kunt maken. ![Puntverspreidingskaart van de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_build7.png) ### Dichtheidskaarten (heatmaps) Dichtheidskaarten, ook wel heatmaps genoemd, kunt u gebruiken als u een trend wilt tonen voor visuele clusters van data. Als u bijvoorbeeld wilt weten in welke gebieden van Manhattan de meeste taxi's rijden, kunt u een dichtheidskaart maken om te zien welke gebieden het populairst zijn. Zie [Heatmaps met trends of dichtheid maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_howto_heatmap.htm) voor meer informatie over dichtheidskaarten en om te leren hoe u deze in Tableau kunt maken. ![Een heatmap met ophaal- en afzetlocaties voor taxi's in Manhattan.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_symbol7.png) [Terug naar boven](#top2) ### Flowkaarten (padkaarten) Met flowkaarten kunt u paden op een kaart met elkaar verbinden en zien waar iets in de loop van de tijd naartoe gaat. U kunt bijvoorbeeld de paden van grote stormen over de hele wereld gedurende een bepaalde periode volgen. Zie [Kaarten met een pad in de loop van de tijd maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_howto_flow.htm) voor meer informatie over flowkaarten en om te leren hoe u deze in Tableau kunt maken. ![Flowkaart (of padkaart) van de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_build8.png) ### Spiderkaarten (oorsprong-bestemmingskaarten) Met een spiderkaart kunt u laten zien hoe een oorsprongslocatie en een of meer bestemmingslocaties op elkaar inwerken. U kunt bijvoorbeeld paden tussen metrostations met elkaar verbinden om ze op een kaart te plotten of u kunt fietsdeelritten van een oorsprongspunt naar een of meer bestemmingen volgen. Zie [Kaarten met paden tussen oorsprong en bestemming maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_howto_origin_destination.htm) voor meer informatie over spiderkaarten en om te leren hoe u deze in Tableau kunt maken. ![Lijngroep in een spiderkaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_build9.png) ![Een oorsprong-bestemmingskaart met blauwe lijnen vanaf een punt aan de kust.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spidermap1.png) ## Hulpbronnen om u op weg te helpen Voordat u aan de slag gaat met het maken van kaartweergaven in Tableau, kunt u de volgende hulpbronnen raadplegen. ### Uw geografische data importeren in Tableau - [Locaties die Tableau niet herkent geocoderen en deze op een kaart tekenen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/custom_geocoding.htm): Als u data hebt die Tableau niet herkent, begin dan hier. - [Geografische data combineren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_customgeocode_ex_datablend.htm): Als u geografische data hebt die u wilt combineren met een andere databron, begin dan hier. ### Uw geografische velden opmaken - [Geografische rollen toewijzen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm): Nadat u uw geografische data in Tableau hebt geïmporteerd, moet u deze data opmaken voor gebruik in Tableau. ## Zie ook [Zelf bouwen: Een kaartweergave maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildexamples_maps.htm) [De vormgeving van uw kaarten aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_options.htm) [Mapbox-kaarten gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_mapbox.htm) [WMS-servers (Web Map Service) gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_wms.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # INCLUDE-LOD-expressies INCLUDE-LOD-expressies berekenen waarden met gebruik van de opgegeven dimensies in aanvulling op de dimensies in de weergave. INCLUDE-LOD-expressies kunnen handig zijn als u op gedetailleerd niveau in de database wilt berekenen en vervolgens minder gedetailleerd opnieuw wilt aggregeren en weergeven in de weergave. Velden op basis van INCLUDE-LOD-expressies veranderen als u dimensies aan de weergave toevoegt of eruit verwijdert. ## Voorbeeld 1 Met de volgende INCLUDE-LOD-expressie wordt de totale verkoop per klant berekend: `{ INCLUDE [Customer Name] : SUM([Sales]) }` Wanneer die berekening op de container Rijen wordt geplaatst, wordt geaggregeerd als AVG en de dimensie \[Regio\] op de container Kolommen wordt geplaatst, toont de weergave het gemiddelde klantverkoopbedrag per regio: ![Een staafdiagram met de gemiddelde omzet per klant per regio.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_include_ex1.png) Als u de meetwaarde \[Verkoop\] vervolgens naar de container Rijen sleept, laat het resultaat het verschil zien tussen de som van de verkoop (ergens tussen € 390.000 en € 700.000 per regio) en de gemiddelde verkoop per klant (tussen € 750 en € 1100 per regio): ![Staafdiagram van de gemiddelde omzet per klant en de totale omzet per regio.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_include_ex1part2.png) ## Voorbeeld 2 Met de volgende INCLUDE-LOD-expressie wordt de totale verkoop per staat berekend: `{ INCLUDE [State] : SUM(Sales)}` Typ de berekening rechtstreeks op de container Rijen en wijzig vervolgens de aggregatie in AVG met behulp van het contextmenu van het veld. De resulterende weergave berekent het gemiddelde van de som van de verkoop per staat in verschillende categorieën. ![Een staafdiagram dat de gemiddelde omzet per categorie weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_include_ex2a.png) De weergave kan verder worden verbeterd door \[Segment\] toe te voegen aan Kolommen en vervolgens de ad-hocberekening te kopiëren van Rijen naar Label (met behulp van Ctrl-slepen). In de onderstaande afbeelding hebben we bovendien Segment naar Kleur gesleept en vervolgens de kleuren bewerkt voor een fraaier effect. Nu kunnen we zien hoe de gemiddelde som van de verkoop per staat varieert per categorie en segment. ![Een staafdiagram dat de gemiddelde omzet per segment en categorie weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_include_ex2.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Initiële SQL uitvoeren **Opmerking**: Tableau Prep Builder versie 2019.2.2 en hoger ondersteunt het gebruik van initiële SQL, maar ondersteunt nog niet alle opties die worden ondersteund door Tableau Desktop. Zie [Initiële SQL gebruiken om query’s uit te voeren op uw verbindingen](https://help.tableau.com/current/prep/nl-nl/prep_connect.htm#initial_SQL) in de Help van Salesforce voor Tableau Prep Builder voor informatie over het gebruik van initiële SQL met Tableau Prep Builder. Wanneer u verbinding maakt met bepaalde databases, kunt u een initiële SQL-opdracht opgeven die wordt uitgevoerd of een waarde uit de cache gebruikt wanneer er verbinding wordt gemaakt met de database, bijvoorbeeld wanneer u de werkmap opent, een extract vernieuwt, zich aanmeldt bij Tableau Server of naar Tableau Server publiceert. **Opmerking:** initiële SQL is anders dan een aangepaste SQL-verbinding. Een aangepaste SQL-verbinding definieert een relatie (of tabel) waarvoor query's kunnen worden uitgevoerd. Zie [Verbinding maken met een aangepaste SQL-query](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/customsql.htm) voor meer informatie. U kunt met deze opdracht: - Tijdelijke tabellen instellen die u tijdens de sessie kunt gebruiken. - Een aangepaste dataomgeving opzetten. U hebt de mogelijkheid om een initiële SQL-opdracht toe te voegen in het dialoogvenster Serververbinding of op de pagina Databron. Opmerking: als uw databron het uitvoeren van een initiële SQL-instructie ondersteunt, wordt er een link Initiële SQL weergegeven in de linkerbenedenhoek van het dialoogvenster Serververbinding. Zie [Ondersteunde connectors](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/exampleconnections_overview.htm) voor informatie over uw databron. ## Initiële SQL gebruiken 1. Klik in het dialoogvenster Serververbinding op Initiële SQL. Of selecteer op de pagina Databron Data > Initiële SQL of Data > Query-banding en initiële SQL, afhankelijk van de database waarmee u verbinding maakt. 2. Voer de SQL-opdracht in het dialoogvenster Initiële SQL in. U kunt het vervolgkeuzemenu van Invoegen gebruiken om parameters door te geven aan uw databron. ![Initiële SQL-instelling met een tekstveld voor het invoeren van SQL-instructies.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/connect_basic_initialsql.png) **Opmerking:** Tableau onderzoekt de instructie niet op fouten. Deze SQL-instructie wordt naar de database verzonden wanneer u verbinding maakt. Uw softwarelicentie kan verhinderen dat u initiële SQL gebruikt met uw verbinding. Als u naar Tableau Server publiceert, moet de server worden geconfigureerd om initiële SQL-instructies toe te staan. Standaard is de serversoftware zo geconfigureerd dat deze instructies kunnen worden uitgevoerd wanneer de werkmap in een webbrowser wordt geladen. Beheerders kunnen de server zo configureren dat initiële SQL-instructies worden genegeerd door middel van de opdracht `tsm configuration set`: `tsm configuration set -k vizqlserver.initialsql.disabled -v true` Als de server geen initiële SQL-instructies toestaat, wordt de werkmap geopend, maar worden de initiële SQL-opdrachten niet verzonden. Zie de [Help voor Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/cli_configuration_tsm.htm#TSMSet) voor meer informatie over de opdracht `tsm configuration set`. ## Parameters in een initiële SQL-instructie U kunt parameters doorgeven aan uw databron in een initiële SQL-instructie. De volgende lijst biedt verschillende voordelen van het gebruik van parameters in een initiële SQL-instructie. - U kunt imitatie configureren met behulp van de parameters TableauServerUser of TableauServerUserFull . - Als uw databron dit ondersteunt, kunt u beveiliging op rijniveau instellen (bijvoorbeeld voor Oracle VPD of SAP Sybase ASE). Op die manier worden voor gebruikers alleen de data weergegeven waarvoor zij geautoriseerd zijn. - U kunt meer details opgeven bij het loggen, bijvoorbeeld de Tableau-versie of de naam van de werkmap. De volgende parameters worden ondersteund in een initiële SQL-instructie:
ParameterBeschrijvingVoorbeeld van een geretourneerde waarde
TableauServerUserDe gebruikersnaam van de huidige servergebruiker. Gebruik deze bij het instellen van imitatie op de server. Retourneert een lege tekenreeks als de gebruiker niet is aangemeld bij Tableau Server.jsmeets
TableauServerUserFullDe gebruikersnaam en het domein van de huidige servergebruiker. Gebruik deze bij het instellen van imitatie op de server. Retourneert een lege tekenreeks als de gebruiker niet is aangemeld bij Tableau Server.domein.lan\jsmeets
TableauAppDe naam van de Tableau-toepassing.

Tableau Desktop Professional

Tableau Server

TableauVersionDe versie van de Tableau-toepassing.9.3
WorkbookNameDe naam van de Tableau-werkmap. Gebruik deze alleen in werkmappen met een ingesloten databron.Financiën-Analyse
> [!WARNING] > > **Waarschuwing:** Tableau Desktop bevat geen domein. U kunt het opnemen als u geen delegatie gebruikt en u tsm configuration set -k DelegationUseFullDomainName=-v true--force-keys instelt In de volgende voorbeelden ziet u verschillende manieren waarop u parameters in een initiële SQL-instructie kunt gebruiken. - In dit voorbeeld wordt de beveiligingscontext in Microsoft SQL Server ingesteld: `EXECUTE AS USER = [TableauServerUser] WITH NO REVERT;` - Dit voorbeeld laat zien hoe u in een DataStax-databron parameters kunt gebruiken om details aan de logboekregistratie toe te voegen of om een sessievariabele in te stellen om de data bij te houden: `SET TABLEAUVERSION [TableauVersion];` - Dit voorbeeld kan worden gebruikt om beveiliging op rijniveau in te stellen voor Oracle VPD: `begin`  `DBMS_SESSION.SET_IDENTIFIER([TableauServerUser]);` `end;` Opmerking: bij Oracle PL/SQL-blokken moet aan het einde een puntkomma worden geplaatst om het blok te beëindigen. Raadpleeg de Oracle-documentatie voor de juiste syntaxis. ### De uitvoering naar de server uitstellen U kunt een initiële SQL-instructie uitstellen, zodat deze alleen op de server wordt uitgevoerd. Eén reden om de uitvoering naar de server uit te stellen, is als u niet gemachtigd bent om de opdrachten uit te voeren die imitatie instellen. Gebruik de tags om de opdrachten in te sluiten die alleen op de server moeten worden uitgevoerd. Voorbeeld: CREATE TEMP TABLE TempTable(x varchar(25)); INSERT INTO TempTable VALUES (1); INSERT INTO TempTable Values(2); ### Beveiliging en imitatie Wanneer u de parameter TableauServerUser of TableauServerUserFull gebruikt in een initiële SQL-instructie, maakt u een speciale verbinding die niet met andere gebruikers kan worden gedeeld. Dit kan ook het delen van de cache beperken, wat de beveiliging kan verbeteren, maar ook de prestaties kan vertragen. ## Problemen met de instructie 'create table' voor MySQL- en Oracle-verbindingen oplossen #### Voor MySQL-verbindingen worden tabellen pas weergegeven nadat initiële SQL is gebruikt om een tabel te maken Nadat u verbinding hebt gemaakt met MySQL en een initiële SQL-instructie hebt uitgevoerd, worden de tabellen mogelijk niet weergegeven vanwege de manier waarop Tableau de query samenstelt. CREATE TABLE TestV1.testtable77(testID int); U kunt dit probleem oplossen door `IF NOT EXISTS` toe te voegen aan de SQL-instructie: CREATE TABLE IF NOT EXISTS TestV1.TestTable(testID int); #### Wanneer voor Oracle-verbindingen initiële SQL wordt gebruikt om een tabel te maken, loopt Tableau vast Nadat u verbinding hebt gemaakt met Oracle en een initiële SQL-instructie hebt uitgevoerd, loopt Tableau vast met een ronddraaiend rondje vanwege de manier waarop Tableau de query samenstelt. CREATE TABLE TEST\_TABLE (TESTid int) Als u dit probleem wilt oplossen, gebruikt u de volgende SQL-instructie: BEGIN EXECUTE IMMEDIATE 'create table test\_table(testID int)'; EXCEPTION WHEN OTHERS THEN NULL; END; [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Instellingen voor een Tableau-dataverhaal configureren **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. Nadat u hebt gekozen voor [Een Tableau-dataverhaal toevoegen aan een dashboard](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_create.htm), kunt u uw Tableau-dataverhaal configureren en bewerken zodat het is afgestemd op uw behoeften: gebruik taal die specifiek is voor uw data, specificeer over welke analyses wordt geschreven en pas aan hoe uw Tableau-dataverhaal wordt weergegeven. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Instellingen voor Tableau-dataverhalen configureren: Analyse **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. Binnen uw Tableau-dataverhaal kunt u kiezen over welke analyses u wilt schrijven en wanneer over die analyses wordt geschreven. Er zijn verschillende soorten analyses beschikbaar, afhankelijk van uw verhaaltype en hoeveel dimensies en meetwaarden uw verhaal heeft. Analyses worden momenteel echter niet ondersteund voor verhaaltypen met spreidingsdiagrammen. Zie [Het juiste type verhaal kiezen voor uw Tableau Desktop-dataverhaal](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_story_types.htm) voor meer informatie. ## Analyses configureren voor uw verhaal 1. [Een Tableau-dataverhaal toevoegen aan een dashboard](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_create.htm). 2. Klik vanuit uw dashboard op het pictogram Instellingen in de linkerbovenhoek van uw Dataverhaal\-object. 3. Klik op het tabblad Analyse in het dialoogvenster Dataverhaal. 4. Klik op de schakelaars om verschillende soorten analyses in te schakelen. 5. Voor Segmenten en Trendlijn, kunt u Instellingen uitklappen om drempelwaarden in te stellen voor het uitvoeren van die analyses. 6. Klik op Opslaan. ## Verschillende soorten analyses begrijpen ### Correlatie Gebruik Correlatie om echte statistische correlaties tussen twee reeksen te identificeren. Als u meer dan twee reeksen hebt, worden alle combinaties geanalyseerd op correlaties. U kunt Correlatie bijvoorbeeld inschakelen om te identificeren wanneer twee producten vaak samen worden gekocht. ### Clustering Gebruik Clustering om verschillende groepen datapunten (clusters) te identificeren met behulp van een enkele statistische analyse. U kunt Clustering bijvoorbeeld inschakelen om te identificeren wanneer een product erg populair is in een specifieke geografische regio. ### Distributie Gebruik Distributie om datapunten ten opzichte van elkaar te rangschikken met behulp van niet-statistische waarnemingen, zoals gemiddelde, mediaan, scheefheid, enz. U kunt Distributie bijvoorbeeld inschakelen om te bepalen welk product de hoogste winstratio heeft. ### Segmenten Gebruik Segmenten om opmerkelijke wijzigingen in datapunten binnen een reeks te highlighten. Stel eerst het minimale wijzigingspercentage in waarover u in een segment geschreven wilt hebben. Er wordt niet over wijzigingen geschreven die onder de door u gedefinieerde drempelwaarde vallen. Als u bijvoorbeeld uw segmentdrempelwaarde instelt voor wijzigingen die groter zijn dan 60%, dan schrijft uw verhaal niet over een dieptepunt in een tijdreeks met een daling van 30%. Nadat u uw drempelwaarde hebt ingesteld, kiest u of u Opmaak wilt toepassenen stelt u het minimale wijzigingspercentage in dat u opgemaakt wilt hebben. ### Trendlijn Gebruik Trendlijn om een lineair best passende lijn te berekenen en data te identificeren die binnen een bepaald betrouwbaarheidspercentage vallen. Data met een hoge variabiliteit hebben een lager betrouwbaarheidsniveau dan data die consistenter zijn, en dat betrouwbaarheidsniveau beïnvloedt of er over trendlijnen wordt geschreven. U kunt trendlijnen gebruiken voor verhalen die één dimensie en één meetwaarde hebben, of u kunt trendlijnen gebruiken voor het weergeven van meer details. Zie [Instellingen voor Tableau-dataverhalen configureren: Verhaalinstellingen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_narrative.htm) voor meer informatie over het weergeven van meer details. Stel het minimale betrouwbaarheidspercentage voor uw trendlijn in. Als u uw drempelwaarde op 95% instelt, maar er kan een trendlijn worden getrokken met een betrouwbaarheid van 90%, dan zal uw verhaal niet over trendlijnen schrijven. Nadat u uw drempelwaarde hebt ingesteld, kiest u of Opmaak wilt toepassen. Stel vervolgens het minimale wijzigingspercentage in dat u opgemaakt wilt hebben. Tableau-dataverhalen over trendlijnen communiceren de absolute wijziging over een periode. Het verhaal dat over uw trendlijn wordt geschreven, varieert afhankelijk van het niveau van uitgebreidheid dat u voor uw verhaal instelt. Als uw verhaal hoge uitgebreidheid gebruikt, schrijft uw verhaal over de R-kwadraatwaarde, een statistisch concept dat kwantificeert hoe goed uw data op de trendlijn passen. Zie [Instellingen voor Tableau-dataverhalen configureren: Verhaalinstellingen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_narrative.htm) voor meer informatie over uitgebreidheidsinstellingen. Binnen de instellingen van de Trendlijn kunt u ook kiezen voor hoeveel perioden in de toekomst u wilt dat uw verhaal voorspellingen schrijft. Wanneer u voorspellingen gebruikt, gebruikt uw verhaal de helling en het snijpunt van de trendlijn om voorspelde waarden voor toekomstige perioden te berekenen. De betrouwbaarheid van de voorspelling voegt boven- en ondergrenzen toe aan de betrouwbaarheidsdrempel die u instelt voor trendlijnen. U kunt voorspellingen gebruiken als uw verhaal minimaal 30 lineaire datapunten bevat. ### Volatiliteit Gebruik Volatiliteit om standaardafwijkingen in de loop van de tijd te analyseren. Gebruik bijvoorbeeld Volatiliteit wanneer u wilt dat uw verhaal schrijft over waarden die buiten het gemiddelde bereik voor uw data vallen. ## Uitsplitsen hoe analyses worden gebruikt om verhalen te genereren Op dit punt vraagt u zich misschien af hoe de analyses voor verschillende verhaaltypen werken. Laten we een voorbeeld bekijken voor elk verhaaltype en elke zin in het verhaal uitsplitsen. ### Analyses voor discrete verhalen begrijpen Omdat continue verhalen trends in de loop van de tijd meten, schrijft Dataverhalen over prestaties, voortgang, gemiddelden, totalen, strepen, volatiliteit, segmenten en voorspellingen. Het volgende voorbeeld van een continu verhaal gaat over de verkoop per maand: ![Een voorbeeldverhaal met tekstinzichten over de verkoop per maand. De tekst in deze afbeelding is getranscribeerd in de volgende tabel.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_continuous_analytics.png)
VoorbeeldverhaalUitsplitsing van het verhaal
  • Gemiddelde verkoop was $ 47.858 over alle 48 maanden.
  • De minimumwaarde was $ 4.520 (februari 2014) en de maximumwaarde was $ 118.448 (november 2017).
De eerste twee zinnen gebruiken functies voor gemiddelde en bereik om te schrijven over de gemiddelde, maximum- en minimumwaarden gedurende de periode die u analyseert.
  • De verkoop steeg met 489% in de loop van de reeks, maar eindigde met een neerwaartse trend, die in de laatste maand afnam.
De derde zin gaat over de algehele prestaties van de meetwaarde gedurende de periode. Een zin kan bijvoorbeeld gaan over de vraag of de verkoop gedurende een bepaalde periode is gestegen, gedaald of een andere trend heeft vertoond.
  • De grootste procentuele stijging vond plaats in maart 2014 (+1.132%). De grootste stijging op absolute basis vond echter plaats in september 2014 ($ +53.868).
De vierde zin maakt gebruik van voortgangsanalyse. Deze zin schrijft over de grootste stijging en daling op basis van de meetwaarde gedurende de periode, waarbij zowel een procentuele als een absolute basis wordt gebruikt.
  • Van de drie reeksen bestond de sterkste relatie tussen het bedrijfskantoor en het thuiskantoor, die een gematigde positieve correlatie vertoonden, wat erop wijst dat naarmate de ene (bedrijfskantoor) toeneemt, de andere (thuiskantoor) dat doorgaans ook doet, of andersom.
Deze zin is een Correlatie-inzicht. Dit type analytisch inzicht schrijft over opmerkelijke correlaties tussen verschillende reeksen in uw data.
  • De verkoop ondervond cycliciteit, waarbij elke cyclus ongeveer elke 12 maanden werd herhaald. Er was ook een patroon van kleinere cycli die zich ongeveer elke drie maanden herhaalden.
  • De verkoop vertoonde een significante positieve piek tussen oktober 2014 ($ 31.453) en februari 2015 ($ 11.951), oplopend tot $ 78.629 in november 2014.
Deze zin is een Segment-inzicht. Dit type analytisch inzicht schrijft over opmerkelijke stijgingen en dalingen in de loop van de tijd.
  • De algehele lineaire trend van de serie steeg naar $ 902 per maand voor een absolute wijziging van $ 42.394 in de loop van de reeks. Als deze trend zich de komende maand voortzet, zal de verkoop naar verwachting ongeveer $ 69.958 bedragen.
Deze zin is een Trendlijn-inzicht. Dit type inzicht schrijft over hoe goed trends met een bepaald betrouwbaarheidspercentage bij uw data passen, en met trendlijnen kunt u voorspellingen doen op basis van historische trends.
### Analyses voor discrete verhalen begrijpen Omdat discrete verhalen u in staat stellen waarden te vergelijken en de distributie van de data te begrijpen, schrijft het verhaal over distributie, gemiddelden, totalen en groeperingen of clusters van de data. Het volgende voorbeeld van een discreet verhaal gaat over de verkoop per product: ![Een voorbeeldverhaal met tekstinzichten over de verkoop per product. De tekst in deze afbeelding is getranscribeerd in de volgende tabel.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_discrete_analytics.png)
VoorbeeldverhaalUitsplitsing van het verhaal
  • De totale verkoop bedraagt $ 2,3 miljoen voor alle 17 producten.
De eerste zin berekent de totale waarde van uw meetwaarde.
  • De verkoop van $ 2,3 miljoen werd aangedreven door Telefoons met $ 330.007, Stoelen met $ 328.449, en Opslag met $ 223.844.
De tweede zin schrijft over de dimensiedrivers. In dit voorbeeld zijn de dimensiedrivers de producten die het meest hebben bijgedragen aan de totale verkoop.
  • De distributie is positief scheef als het gemiddelde van $ 135.129 hoger is dan de mediaan van $ 114.880.
  • De verkoop is relatief geconcentreerd met 78% van het totaal vertegenwoordigd door acht van de 17 producten (47%).
De derde en vierde zinnen analyseren de distributie van de data. Dit analyseert de gemiddelden, medianen, concentratie van data (indien aanwezig) en hoe de data scheef zijn. Dit helpt bij het identificeren hoe evenwichtig deze gegroepeerde variabelen met elkaar worden vergeleken.
  • De top twee producten samen vertegenwoordigen een kwart (29%) van de totale verkoop.
Deze zin gebruikt Clustering om te schrijven over meetwaarden die gegroepeerd kunnen worden. Dit helpt bij het identificeren of er aparte groepen zijn die opvallen in de data.
  • Telefoons ($ 330.007) is meer dan twee keer groter dan het gemiddelde over alle 17 producten.
De laatste zin schrijft over opmerkelijke uitschieters.
### Analyses voor verhalen op basis van spreidingsdiagrammen begrijpen Verhaaltypen op bais van spreidingsdiagrammen kunnen het beste worden gebruikt om inzicht te krijgen in de relatie tussen twee meetwaarden, en om die reden hebben spreidingsdiagramverhalen 2-3 meetwaarden nodig. De spreidingsdiagram-analyse schrijft over de relatie (regressie) tussen twee meetwaarden, en schrijft over groepen (clusters) binnen de data, als deze bestaan. Het volgende voorbeeld van een spreidingsdiagramverhaal gaat over winst en verkoop in een dimensie: ![Een voorbeeldverhaal met tekstinzichten over winst en verkoop. De tekst in deze afbeelding is getranscribeerd in de volgende tabel.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_scatter_analytics.png)
VoorbeeldverhaalUitsplitsing van het verhaal
  • Naarmate de hoeveelheid toenam en de winst toenam, steeg de verkoop op basis van de verstrekte data. Vooral toen de hoeveelheid toenam met 1, steeg de verkoop $ 49,55, en toen de winst toenam met $ 1,00, steeg de verkoop $ 1,20.
  • Weinig klanten weken af van deze algemene relatie, wat wijst op een goede match.
De eerste twee zinnen worden aangestuurd gemaakt door regressieanalyses. Regressie laat zien hoe de ene meetwaarde de andere beïnvloedt. U kunt zien dat het verhaal in de eerste zin een relatie tussen winst en verkoop heeft geïdentificeerd.
  • Wanneer deze worden georganiseerd in groepen met een vergelijkbare winst, hoeveelheid en verkoopwaarden, valt één afzonderlijke groep op. Er waren 651 klanten met winstwaarden tussen -$ 6.626 en $ 1.488, een hoeveelheid tussen 2 en 122 en een verkoop tussen $ 4,83 en $ 5.690.
De derde zin is afgeleid van clustering. Clusteranalyse probeert sleutelgroepen of clusters te identificeren binnen alle variabelen in de data.
  • Tamara Chand, Raymond Buch, en Sanjit Chandwaren onder meer uitschieters met hoge winst- en verkoopwaarden. Sean Miller viel op met een lage winst en een hoge verkoopwaarde.
De vierde zin is geschreven over uitschieters: waarden die aanzienlijk boven of onder het gemiddelde liggen.
  • De minimumwaarde voor winst is -$ 6.626 (Cindy Stewart) en de maximumwaarde is $ 8.981 (Tamara Chand), een verschil van $ 15.608. De gemiddelde winst per klant bedraagt $ 361 en de mediaan is $ 228.
  • De minimumwaarde voor hoeveelheid is 2 (Anthony O'Donnell) en de maximumwaarde is 150 (Jonathan Doherty), een verschil van 148. De gemiddelde hoeveelheid per klant bedraagt 47,76 en de mediaan is 44.
  • De distributie van de verkoop varieert van $ 4,83 (Thais Sissman) tot $ 25.043 (Sean Miller), een verschil van $ 25.038. De gemiddelde verkoop per klant bedraagt $ 2.897 en de mediaan is $ 2.256.
De resterende zinnen voor spreidingsdiagramverhalen gebruiken analyses van bereik en gemiddelde om inzichten te schrijven.
### Analyses voor percentage van geheel-verhalen begrijpen Percentage van geheel-verhaaltypen zijn het beste om te begrijpen welk deel van een geheel een dimensie of meetwaarde vertegenwoordigt. Het volgende voorbeeld van een percentage van geheel-verhaal gaat over de verkoop per segment: ![Een voorbeeldverhaal met tekstinzichten over verkoop per segment. De tekst in deze afbeelding is getranscribeerd in de volgende tabel.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_pie_analytics.png)
VoorbeeldverhaalUitsplitsing van het verhaal
  • De totale SUM(Verkoop) bedraagt 2,3 miljoen voor alle drie de entiteiten.

De eerste zin berekent de totale waarde van uw meetwaarde.
  • De SUM(Verkoop) van 2,3 miljoen werd aangedreven door Consument met 1,2 miljoen, Bedrijf met 706.146 en Thuiskantoor met 429.653.

De tweede zin schrijft over stuurprogramma's. In dit voorbeeld zijn de stuurprogramma's de segmenten die het meest hebben bijgedragen aan de totale verkoop.
  • De minimumwaarde is 429.653 (thuiskantoor) en de maximumwaarde is 1,2 miljoen (consument), een verschil van 731.748, gemiddeld 765.734.
De laatste zin analyseert de distributie van de data.
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Instellingen voor Tableau-dataverhalen configureren: Kenmerken **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. Binnen uw Tableau-dataverhaal kunt u de kenmerkeninstellingen configureren om context aan uw data te geven, zodat u inzichtelijkere verhalen krijgt. In uw verhaal kunt u bijvoorbeeld aangeven dat in de context van verkoop een hoger getal goed is. Maar in de context van klachten van klanten is een hoger getal slecht. ## Kenmerken voor dimensie en meetwaarden gebruiken Uw verhaal- en nummeropmaak worden aangepast op basis van de meetwaarde. Standaard schrijft uw verhaal alle meetwaarden als getallen, en uw verhaal voert geen aanvullende berekeningen uit en past geen speciale regels voor rendering toe. 1. [Een Tableau-dataverhaal toevoegen aan een dashboard](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_create.htm). 2. Klik vanuit uw dashboard op het pictogram Instellingen in de linkerbovenhoek van uw Dataverhaal-object. 3. Klik op het tabblad Kenmerken in het dialoogvenster Dataverhaal. 4. Configureer uw opmaak, zoals nummertype, decimalen en negatieve waarden. 5. Klik op Opslaan. ## Meer informatie over meetwaardekenmerken ### Opmaak Als waarden zijn opgemaakt als Percentages, dan schrijft het verhaal over verschillen in procentpunten in plaats van over procentuele wijzigingen zoals een verhaal zou doen voor nummerwaarden. Wanneer u een nummer opmaakt als Percentage in het tabblad Kenmerken, vermenigvuldigt Dataverhaal de waarde van het getal met 100 om het percentage te creëren dat in uw verhaal wordt weergegeven. Als waarden zijn opgemaakt als Valuta, dan kunt u uw voorkeursvaluta opgeven. U kunt ook opgeven hoe u grote waarden (getallen groter dan één miljoen) wilt opmaken, bijvoorbeeld $ 1,3 miljoen in plaats van $ 1.300.000,00. Voor zowel Nummers als Valuta kunt u opgeven hoe u wilt dat er over grote waarden en negatieve waarden wordt geschreven. Als u ervoor kiest om negatieve waarden tussen haakjes te vermelden, ziet u mogelijk geneste haakjes in uw verhaal wanneer over de negatieve waarde in een zin tussen haakjes wordt geschreven. Wanneer u de opmaak voor Nummer kiest, kunt u ook opgeven of u wilt dat getallen kleiner dan of gelijk aan 10 in uw verhaal worden gespeld (in plaats van een cijfer te gebruiken). Voor decimalen is Dynamisch de standaardoptie. Dit betekent dat het verhaal wordt afgerond op verschillende decimalen, afhankelijk van hoe groot of klein het getal is. Als de procentuele waarde kleiner is dan 10, heeft het getal twee decimalen. Als de procentuele waarde groter is dan 10, wordt het getal afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal. U kunt ook opgeven hoeveel decimalen u wilt gebruiken, wat consistent in uw verhaal wordt gebruikt. ### Inhoud U kunt betekenis toekennen aan grotere waarden. Grotere waarden voor verkoop zijn bijvoorbeeld goed, maar hogere waarden voor verliezen zijn slecht. Bovendien kunt u kiezen hoe u waarden wilt aggregeren op basis van som of gemiddelde. Het is een best practice om dezelfde aggregatiemethode te kiezen die u gebruikt in de visualisatie. Voor verhoudingsmeetwaarden kiest u Gemiddeld en definieert u vervolgens de verhouding door de componentmeetwaarden van die verhoudingsmeetwaarde te selecteren. Meetwaarden die componenten van een verhouding zijn, moeten optelbaar zijn. ![Het menu Instellingen wordt geopend op het tabblad Kenmerken, waarbij de aggregatie is ingesteld op gemiddeld, de verhouding is ingeschakeld en een verhouding is gemaakt voor winst en verkoop.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_ratio.png) Voor cumulatieve meetwaarden (alleen beschikbaar voor continue verhalen) kiest u **Som** en geeft u vervolgens op dat de meetwaarde al cumulatief is. Continue verhalen schrijven over het totaal van de meetwaarde in de reeks. ### Sorteren Om dimensiewaarden te sorteren, klikt u op het pictogram voor pijl omhoog/omlaag om te sorteren op basis van de oudste of nieuwste tijdwaarden in uw dimensie. **Opmerking:** Het sorteren van dimensiewaarden is alleen beschikbaar voor continue verhalen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Instellingen voor Tableau-dataverhalen configureren: Relaties **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. Met de instelling Relaties kunt u relaties toewijzen tussen meetwaarden in een Tableau-dataverhaal dat meerdere meetwaarden bevat. Om Relaties te configureren, moet uw verhaal één dimensie en meerdere meetwaarden hebben. Zie [Aangepaste meetwaarderelaties maken in uw Tableau-dataverhaal](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_relationship_story.htm) voor meer informatie. Er zijn twee soorten relaties: - Werkelijk versus Benchmark - Huidige/Meest recente versus Vorige periode Gebruik Werkelijk versus Benchmark wanneer u wilt weten of u boven of onder uw prestatiebenchmarks presteert, bijvoorbeeld bij het uitvoeren van quotarapportage. Dit type relatie is ook nuttig voor het identificeren van datapunten die extra analyse vereisen omdat ze aanzienlijk boven of onder uw benchmark liggen. Om Werkelijk versus Benchmark te gebruiken, moeten de meetwaarden die u vergelijkt hetzelfde waardetype hebben. Gebruik Huidige/Meest recente versus Vorige periode wanneer u wilt zien of uw Key Performance Indicators (KPI's) in de loop van de tijd stijgen, dalen of consistent blijven. Om Huidige/Meest recente versus Vorige periode te gebruiken, moet u een discreet verhaaltype gebruiken. Zie [Het juiste type verhaal kiezen voor uw Tableau Desktop-dataverhaal](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_story_types.htm) voor meer informatie. Bovendien kunt u de relaties Werkelijk versus Benchmark en Huidige/Meest recente versus Vorige periode gelijktijdig gebruiken. Meetwaarden in uw visualisatie die geen deel uitmaken van de geconfigureerde relaties worden in aparte alinea's beschreven. ## Een relatie Werkelijk versus Benchmark maken voor continue of discrete verhalen Gebruik de relatie Werkelijk versus Benchmark wanneer één meetwaarde een benchmark is voor andere meetwaarden. U kunt bijvoorbeeld de daadwerkelijke verkoop vergelijken met een verkoopdoel, zodat uw verhaal inzichten schrijft over of u beter of slechter heeft gepresteerd dan uw doel. Wanneer u dit type relatie gebruikt, verwijdert het verhaal onnodige inhoud en concentreert het zich op wat het belangrijkste is: het vergelijken van een statistiek met de bijbehorende benchmark. 1. [Een Tableau-dataverhaal toevoegen aan een dashboard](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_create.htm). 2. Klik vanuit uw dashboard op het pictogram Instellingen in de linkerbovenhoek van uw Dataverhaal-object. 3. Klik op het tabblad Relaties in het dialoogvenster Dataverhaal. 4. Vink het selectievakje aan voor Werkelijk versus Benchmark. 5. Selecteer eerst de meetwaarde die de benchmark vormt. 6. Selecteer vervolgens de meetwaarde die u wilt vergelijken met de benchmark. 7. Klik op Opslaan. ## Een relatie Huidige/Meest recente versus Vorige periode maken Gebruik de relatie Huidige/Meest recente versus Vorige periode om de prestaties van twee meetwaarden over een periode te vergelijken. U kunt bijvoorbeeld twee producten vergelijken om te zien welk product het afgelopen jaar de meeste omzet heeft gegenereerd. 1. [Een Tableau-dataverhaal toevoegen aan een dashboard](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_create.htm). 2. Klik vanuit uw dashboard op het pictogram Instellingen in de linkerbovenhoek van uw Dataverhaal-object. 3. Klik op het tabblad Relaties in het dialoogvenster Dataverhaal. 4. Vink het selectievakje aan voor Huidige/Meest recente versus Vorige periode. 5. Selecteer eerst de meetwaarde voor de vorige periode. 6. Selecteer vervolgens de meetwaarde voor de huidige periode. 7. Voer het label in voor de periode die u meet, bijvoorbeeld het jaar. 8. Kies het aantal perioden dat u wilt meten. 9. Klik op Opslaan. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Instellingen voor Tableau-dataverhalen configureren: Stuurprogramma's **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. Hypothetisch gezien kunnen we zeggen dat uw verkoop op maandbasis aanzienlijk is gestegen. Wat heeft die toename in de verkoop veroorzaakt? En wat zou afbreuk kunnen hebben gedaan aan (offset) deze toegenomen verkoop? Het instellen van stuurprogramma's in uw Dataverhaal kan deze vragen beantwoorden. In Dataverhalen dragen stuurprogramma's bij aan een totale waarde. Offset-waarden doen afbreuk aan de totale waarde. U vindt inzichten over stuurprogramma's en offset-waarden in discrete en continue verhalen. En deze inzichten maken het gemakkelijk om exact te begrijpen wat er in de data gebeurt en waarom. ## Dimensiedrivers instellen 1. [Een Tableau-dataverhaal toevoegen aan een dashboard](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_create.htm). 2. Klik vanuit uw dashboard op het pictogram Instellingen in de linkerbovenhoek van uw Dataverhaal-object. 3. Klik op het tabblad Stuurprogramma's in het dialoogvenster Dataverhaal. 4. Selecteer in de sectie Dimensiedrivers het type stuurprogramma dat de grootste impact heeft op uw analyse: Voor Aantal stelt u het maximumaantal bijdragers en offset-waarden in. Voor Individueel % stelt u drempelwaarden in voor het schrijven over individuele bijdragers en offset-waarden. Voor Cumulatief % stelt u drempelwaarden in voor het schrijven over bijdragers en offset-waarden op basis van hun collectieve waarde. 5. Klik op Opslaan. ## Typen dimensiedrivers begrijpen - Aantal specificeert het aantal entiteiten (bijdragers en offset-waarden) die in uw verhaal worden genoemd. Gebruik bijvoorbeeld Aantal om de drie belangrijkste bijdragers en offset-waarden in uw data te zien. - Individueel % stelt een drempelwaarde in en waarden hoger dan die drempelwaarde worden in uw verhaal opgenomen. Gebruik bijvoorbeeld Individueel % om aan te geven dat u alleen wilt schrijven over entiteiten die meer dan 5% van de totale waarde vertegenwoordigen. - Cumulatief % stelt een percentagedrempelwaarde in van de totale waarde waar de entiteiten gezamenlijk verantwoordelijk voor zijn. Gebruik bijvoorbeeld Cumulatief % om aan te geven dat u wilt schrijven over de entiteiten die ten minste 90% aan die totale waarde hebben bijgedragen. In dit voorbeeld worden entiteiten in volgorde van grootte beschreven totdat de cumulatieve waarde van die entiteiten 90% van de totale waarde uitmaakt. ## Secundaire bijdragers gebruiken Als u secundaire bijdragers wilt gebruiken, moet u een tweede dimensie hebben die geen tijd is. Wanneer u secundaire bijdragers gebruikt, bevat elk stuurprogramma waarover wordt geschreven ook details over en stuurprogramma's voor de secundaire bijdrager. Als u bijvoorbeeld winkelverkopen analyseert, is een secundaire bijdrager een klasse binnen een afdeling. Secundaire bijdragers maken een diepere analyse mogelijk. Maar secundaire bijdragers kunnen ook veel informatie bevatten die in één zin in uw verhaal past. ## Statistiekendrivers instellen Voor meetwaarden die zijn samengesteld uit meetwaarden van andere subcategorieën, kan stuurprogramma-analyse de impact verklaren die elke meetwaarde had op de waarde op het hoogste niveau. Materiaalkosten en bedrijfskosten dragen bijvoorbeeld bij aan de totale kosten. Als u statistiekendrivers wilt gebruiken, moet u over meerdere meetwaarden beschikken voor statistische analyse. Vervolgens kunt u de relaties tussen elke meetwaarde opgeven. 1. [Een Tableau-dataverhaal toevoegen aan een dashboard](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_create.htm). 2. Klik vanuit uw dashboard op het pictogram Instellingen in de linkerbovenhoek van uw Dataverhaal-object. 3. Klik op het tabblad Stuurprogramma's in het dialoogvenster Dataverhaal. 4. Kies in de sectie Statistiekendrivers eerst de meetwaarde die een subcategorie is van een andere meetwaarde. 5. Kies vervolgens de meetwaarde die de primaire categorie is. 6. Klik op Opslaan. > [!TIP] > > De instelling voor uitgebreidheid is ook van toepassing op stuurprogramma's. Door de uitgebreidheidsinstelling van uw verhaal te wijzigen, kunt u de manier aanpassen waarop inzichten worden geschreven. Als u hoge uitgebreidheid gebruikt, ziet u meer informatie tussen haakjes. Als u lage uitgebreidheid gebruikt, krijgt u een beknopter geschreven inzicht over uw stuurprogramma's. Zie [Instellingen voor Tableau-dataverhalen configureren: Verhaalinstellingen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_narrative.htm) voor meer informatie. ![Animatie van het klikken op het pictogram Instellingen in een Dataverhaal-object, dimensiedrivers instellen, statistiekendrivers instellen en opslaan.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_drivers.gif) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Instellingen voor Tableau-dataverhalen configureren: Verhaalinstellingen **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. U kunt de verhaalinstellingen van uw Tableau-dataverhaal aanpassen. U kunt met name de uitgebreidheid en het analytische detailniveau in uw verhaal opgeven, en u kunt termen toevoegen die uniek zijn voor uw data. Met deze instellingen kunt u een verhaal schrijven dat de juiste taal gebruikt en tot het juiste detailniveau spreekt voor uw dashboard. ## Uitgebreidheid instellen Uitgebreidheid specificeert de lengte en analytische details die in uw verhaal zijn geschreven. Als u hoog kiest, krijgt uw verhaal langere inzichten met meer analytische analyses. Als u laag kiest, dan is uw verhaal beknopter en met minder details. Als u kijkers toestaat de uitgebreidheid te wijzigen, kunnen kijkers van gepubliceerde dashboards het niveau van uitgebreidheid in het Dataverhaal-object wijzigen. Dit is handig wanneer uw dashboard wordt gebruikt door een bredere doelgroep met kijkers die verschillende detailniveaus uit uw verhaal willen halen. ## Weergeven van meer details instellen Een weergave van meer details bevat twee dimensies, en de weergaven van meer details beschrijven cijfers die bij elke dimensie van uw dashboard horen. Stel dat u een dashboard heeft met maandelijkse verkopen per productcategorie. Uw verhaal is geconfigureerd om over de dimensies van zowel **Tijd** als **Categorie** te schrijven. In dit geval bevat dit verhaal een inzicht voor elke categorie die de prestaties ervan in en over de dimensie **Tijd** beschrijft. Door het maximumaantal weergaven van meer details in te stellen, kunt u bepalen hoeveel inzichten er in uw verhaal worden opgenomen. Inzichten uit het weergeven van meer details worden ook gerangschikt op basis van de betekenis die aan de meetwaardekenmerken wordt toegekend. Naarmate het aantal weergaven van meer details wordt verminderd, worden de slechtst presterende meetwaarden (meetwaarden waaraan de betekenis Slecht is toegekend) verwijderd. ## Dimensietermen toevoegen Door termen toe te voegen, kunt u definiëren hoe elk van uw meetwaarden en dimensies worden gelabeld en aan gerefereerd in uw verhaal. 1. [Een Tableau-dataverhaal toevoegen aan een dashboard](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_create.htm). 2. Klik vanuit uw dashboard op het pictogram Instellingen in de linkerbovenhoek van uw Dataverhaal-object. 3. Klik op het tabblad Verhaal in het dialoogvenster Dataverhaal. 4. Vouw de dimensie uit om te zien hoe er in zowel enkelvoud als meervoud over geschreven zal worden. 5. Klik op Term toevoegen om nog een variant toe te voegen die uw verhaal kan gebruiken om uw dimensie te beschrijven. 6. Klik op Opslaan. Uw verhaal gebruikt (willekeurig) de termen die u hebt toegevoegd tijdens het schrijven over een dimensie. ## Meetwaardelabels beheren Net als bij dimensies kunt u labels beheren die voor meetwaarden in uw verhaal worden gebruikt. 1. Vouw in het tabblad Verhaal de meetwaarde uit om het label ervan te zien. 2. Voer het nieuwe label in dat u voor uw meetwaarde wilt gebruiken. 3. Klik op Opslaan. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Instellingen voor Tableau-dataverhalen configureren: Weergave **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. U kunt configureren hoe de tekst in uw Tableau-dataverhaal wordt weergegeven, zoals de kleur en grootte van het lettertype. U kunt ook kiezen of uw verhaal lijsten met opsommingstekens of alinea's gebruikt. ## De weergave voor uw verhaal configureren 1. [Een Tableau-dataverhaal toevoegen aan een dashboard](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_create.htm). 2. Klik vanuit uw dashboard op het pictogram Instellingen in de linkerbovenhoek van uw Dataverhaal-object. 3. Klik op het tabblad Weergeven in het dialoogvenster Dataverhaal. 4. Kies of u de verhaalstructuur wilt instellen op Opsommingstekens of Alinea's. 5. Kies uw Tekengrootte. 6. Kies kleuren om goede en slechte wijzigingen weer te geven (beschikbaar voor continue verhalen). 7. Kies of u Dynamische volgorde wilt gebruiken. 8. Kies of u een Gecondenseerde weergave wilt gebruiken. 9. Klik op Opslaan. ## Begrijpen wanneer u de weergave-instellingen voor verhalen moet gebruiken Om kleur te gebruiken, moet uw verhaal continu zijn. Wanneer u kleur gebruikt, kunt u kleuren uit het palet kiezen om goede en slechte wijzigingen weer te geven. Om ervoor te zorgen dat uw verhaal weet of een wijziging goed of slecht is, moet u een betekenis toekennen aan grotere waarden in het tabblad Kenmerken. Zie [Instellingen voor Tableau-dataverhalen configureren: Kenmerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_characteristics.htm) voor meer informatie. Nadat u uw weergave hebt geconfigureerd, worden de stijlen en kleuren in uw verhaal toegepast op basis van de drempelwaarden voor trendlijn- of segmentanalyses. Als u Dynamische volgorde inschakelt, worden de inzichten voor meetwaarden in een verhaal dynamisch geordend van de beste naar de slechtste gemiddelde waarde. Als u al een volgorde hebt die u wilt behouden, schakelt u Dynamische volgorde uit. Als u Gecondenseerde weergave inschakelt, dan wordt er extra ruimte uit uw verhaal verwijderd. Dit is handig als u niet veel extra ruimte in uw dashboard hebt of als u meerdere Dataverhaal-objecten in een dashboard hebt. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Geavanceerde grafiektypen maken De onderwerpen in deze sectie illustreren hoe u weergaven kunt maken die analytische benchmarks en visualisatietypen bevatten die aan de industriestandaard voldoen. **Opmerking**: de meeste van deze voorbeelden kunnen alleen in Tableau Desktop worden gebouwd, niet wanneer u weergaven op het web bewerkt. Voordat u de stappen in een van deze onderwerpen probeert te volgen, controleert u de regel Van toepassing op bovenaan het onderwerp om te bepalen of de procedure ook geldt voor bewerking op het web. Als Tableau Server en Tableau Cloud niet in de lijst staan, werkt de procedure niet op het web. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Inzichten laten zien In dit gedeelte worden de verschillende manieren beschreven waarop u data-inzichten in de schijnwerpers kunt zetten. Lees de volgende artikelen voor informatie over het weergeven van totalen, het toevoegen van annotaties en het insluiten van visualisaties in knopinfo wanneer u de muisaanwijzer op een datapunt plaatst. Voor tekstelementen zoals titels en bijschriften, zie [Afzonderlijke onderdelen van de weergave opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_specific_titlecaption.htm). ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # ISO-8601 kalender op weekbasis De ISO-8601 kalender op weekbasis is een internationale standaard voor datumgerelateerde data. Het doel van de ISO-8601 kalender is om een consistente en duidelijke methode te bieden voor het weergeven en berekenen van datums. Bij ISO-8601 kalenders worden datums verdeeld in jaren, kwartalen, weken en weekdagen. In tegenstelling tot de Gregoriaanse kalender hebben ISO-8601 kalenders een consistent aantal weken in elk kwartaal en een consistent aantal dagen per week. Dit maakt de ISO-8601 kalender populair bij het berekenen van detailhandel- en financiële data. ## ISO-8601 instellen als de standaardkalender Volg deze stappen om de ISO 8601-kalender voor een databron in te stellen: 1. Klik met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op de databron in het deelvenster Data om het dialoogvenster Datumeigenschappen te openen. 2. Stel het veld Standaardkalender in op ISO-8601 Op week gebaseerd. ![Vensters met datumeigenschappen, met opties voor het configureren van datums, zoals het standaardkalendertype, de begindag van de week, de beginmaand van het fiscale jaar en de datumnotatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/date_properties.png) Voor elk datumveld in de container kunt u het kalendertype afzonderlijk instellen. Klik in de container met de rechtermuisknop op een datumdimensie (Ctrl-klik op Mac) en selecteer ISO-8601 Op week gebaseerd. ### Verschillen tussen ISO-8601 en standaard Gregoriaanse kalenders Niet alle datumniveaus zijn relevant in een fiscale kalender.
GregoriaansISO-8601Verschillen tussen kalenders
JaarISOYEARISO-8601 jaren beginnen altijd op de eerste maandag die het dichtst bij 1 januari ligt. Dit betekent dat het jaar ergens tussen 29 december en 4 januari kan beginnen. Gregoriaanse kalenders beginnen het jaar altijd op 1 januari. Dit kan rond die data enige discrepantie in jaren tussen de twee kalendersystemen veroorzaken. Elk ISO-8601 jaar is ofwel een lang of een kort jaar, met 52 of 53 weken, afhankelijk van wanneer het ISO-8601 jaar begint.
KwartaalISOQUARTER

De eerste drie kwartalen in ISO-8601 hebben altijd 13 weken. Het laatste kwartaal heeft 13 weken (in een kort jaar) of 14 weken (in een lang jaar).

Maand De ISO-8601 kalender op weekbasis gebruikt geen maanden. Veel detailhandel- en financiële systemen verdelen ISO-8601 kwartalen in drie segmenten van 4-4-5 weken, hoewel er ook andere 'maand'-patronen bestaan. Deze kunnen worden gedefinieerd met behulp van berekeningen. Zie Een 4-4-5-kalender maken.
WeeknummerISOWEEK

Alle weken in de ISO-8601 kalender op weekbasis hebben precies 7 dagen en beginnen op een maandag. Elke week behoort tot één jaar, in tegenstelling tot de Gregoriaanse kalender die het mogelijk maakt dat weken zich over jaren uitstrekken. Lange jaren hebben 53 weken, korte jaren hebben 52 weken.

Dag De ISO-8601 kalender op weekbasis gebruikt geen numerieke dagen (zoals de 14e of 23e).
WeekdagISOWEEKDAYISO-8601 weekdagen beginnen altijd op maandag en worden weergegeven als enkele cijfers. Maandag is 1, dinsdag is 2, tot en met 7 voor zondag.
## Datumfuncties die ISO-8601 ondersteunen De volgende datumfuncties zijn compatibel met de ISO-8601 kalender op weekbasis. #### DATEADD en DATEDIFF Het resultaat kapt een ISO-8601 datum af tot het dichtstbijzijnde ISO-niveau als niet-ISO-8601 gedeelten van datum (`day` van `month`) worden gebruikt. Als u bijvoorbeeld een maand toevoegt aan een ISO-8601 datum, resulteert dit in verandering in de `iso-week`. #### DATENAME Het resultaat is een Gregoriaanse datum, tenzij u de gedeelten van datum `iso-year`, `iso-quarter`, `iso-week`, of `iso-weekday` gebruikt. #### DATEPART Het resultaat is een Gregoriaanse datum, tenzij u de gedeelten van datum `iso-year`, `iso-quarter`, `iso-week`, of `iso-weekday` gebruikt. #### DATETRUNC Kapt een ISO-8601 datum af tot het dichtstbijzijnde ISO-niveau. Hoewel de ISO-8601 geen maanden gebruikt, wordt bijvoorbeeld bij het afkappen van de ISO-datum op 'maand' de eerste `iso-week` van de Gregoriaanse maand weergegeven. ![Een tabel met het ISO-jaar, kwartaal en week van een maand.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dates_calendar_4.png) ## Een 4-4-5-kalender maken De ISO-8601 kalender op weekbasis gebruikt geen maanden. Veel detailhandel- en financiële systemen verdelen ISO-8601 kwartalen in drie segmenten van 4-4-5 weken, hoewel er ook andere segmentsystemen bestaan. Volg deze stappen om te leren hoe u een 4-4-5-kalender in Tableau Desktop implementeert. ### Stap 1: De visualisatie instellen 1. Open Tableau Desktop en maak verbinding met de opgeslagen databron Voorbeeld - Superstore. 2. Klik met de rechtermuisknop op de databron in het deelvenster Data om het dialoogvenster Datumeigenschappen te openen. Wijzig de standaardkalender naar ISO-8601 Op week gebaseerd. 3. Sleep Besteldatum van het deelvenster Data naar de container Rijen. 4. Klik in de container Rijen op het pictogram '+' op ISOYEAR(Order Date) om ISOQUARTER(Order Date) uit te vouwen. 5. Sleep Verkoop vanuit het deelvenster Data naar de container Kolommen. ![Een contextmenu voor een datumveld, met opties om de datum op verschillende manieren weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dates_calendar_2.png) ### Stap 2: Het aantal weken in elk kwartaal opzoeken In een kalender met 4-4-5-segmenten is elk kwartaal verdeeld in 3 segmenten (analoog aan maanden) met daarin 4 of 5 weken. We moeten uitzoeken hoeveel weken er in elk kwartaal zitten om ze in segmenten te verdelen. 1. Selecteer Analyse > Berekend veld maken. 2. Geef het berekende veld de naam **Week van het kwartaal** 3. Voer de volgende berekening in het berekeningsdialoogvenster in: DATEPART('iso-week', \[Order Date\]) - (DATEPART('iso-quarter', \[Order Date\])-1)\*13 ### Stap 3: De 4-4-5-kalenderberekening maken 1. Selecteer Analyse > Berekend veld maken. 2. Geef het berekende veld de naam **4-4-5-segment**. 3. Voer de volgende berekening in het berekeningsdialoogvenster in: IF(\[Week of Quarter\] <= 4) THEN "1" ELSEIF (\[Week of Quarter\] <= 8) THEN "2" ELSE "3" END _De waarden 1, 2, 3 zijn labels voor de drie segmenten en kunnen worden vervangen door elke waarde die u kiest._ 4. Sleep vanuit het deelvenster Data het berekende veld **4-4-5-segment** naar de container Rijen. In de resulterende visualisatie is elk kwartaal nu opgesplitst in drie segmenten. ![Staafdiagramweergave van de omzet per jaar en kwartaal.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dates_calendar_3.png) #### Het patroon wijzigen In de berekening **4-4-5-segment** komen de grenswaarden `<=4` en `<=8` uit het 4-4-5-patroon. De grenswaarde van het eerste segment is `<=4` voor de eerste vier weken (1-4). De grenswaarde van het tweede segment is `<=8` (beslaat weken 5-8), en de resterende weken (9-13) zijn vastgelegd in het ELSE-gedeelte. (IF-instructies worden berekend totdat een voorwaarde waar is, dus het tweede segment hoeft alleen de bovengrens op te geven.) Deze grenswaarden kunnen worden aangepast voor andere patronen. Specifiek: - 4-5-4-grenswaarden: `4` (voor de eerste vier weken, 1–4) en `9` (voor de volgende vijf weken, 5–9) - 5-4-4-grenswaarden: `5` en `9` ## Zie ook [Datums en tijden](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dates.htm) [Datumfuncties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_date.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Join-resultaten controleren in het dataraster Nadat u een join op het canvas hebt gemaakt, controleert u het dataraster om er zeker van te zijn dat de join de gewenste resultaten oplevert. Als het dataraster onverwachte data weergeeft, moet u mogelijk de join aanpassen. ## Resultaten in het dataraster - **Geen data:** Als er geen data in het dataraster worden weergegeven, moet u mogelijk het join-type of een joinveld wijzigen dat in de joinvoorwaarde wordt gebruikt. Als u vermoedt dat er een discrepantie is tussen de velden in de join, gebruikt u in plaats daarvan een berekening. Zie [Berekeningen gebruiken om opmaakverschillen tussen velden in een join op te lossen](#joinoncalcs) voor meer informatie. - **Dubbele data:** Als u dubbele data ziet, kunt u een paar dingen doen. Overweeg een relatie tussen de tabellen te maken in plaats van een join. Zie [Uw data relateren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/relate_tables.htm) voor meer informatie. - **Ontbrekende data:** Als er data ontbreken in het dataraster, moet u mogelijk het join-type of een joinveld wijzigen dat in de joinvoorwaarde wordt gebruikt. Nogmaals, als u vermoedt dat er een discrepantie is tussen de velden in de join, gebruikt u in plaats daarvan een berekening. Zie [Berekeningen gebruiken om opmaakverschillen tussen velden in een join op te lossen](#joinoncalcs) voor meer informatie. - **Veel null-waarden:** Als u veel onverwachte null-waarden ziet, moet u mogelijk het join-type wijzigen van het Volledig buiten-type naar het Binnen-type. - **Alle null-waarden voor één tabel:** Als alle waarden voor één tabel null zijn, zijn er geen overeenkomsten tussen de tabellen waarvoor u een join maakt. Als u dit niet verwacht, kunt u overwegen het join-type te wijzigen. ## Berekeningen gebruiken om opmaakverschillen tussen velden in een join op te lossen Wanneer de velden in een joinvoorwaarde niet overeenkomen (er is sprake van een discrepantie tussen de waarden in de velden die in een joinvoorwaarde worden gebruikt), kan het dataraster weinig of helemaal geen data weergeven. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom velden niet overeenkomen, maar vaak wordt dit veroorzaakt door verschillen in de opmaak van de tekenreekswaarden of datumwaarden in de velden. In veel gevallen kunt u discrepanties tussen de velden in uw join oplossen door een berekening te gebruiken. De meeste functies kunt u gebruiken in een berekening om een veld in de joinvoorwaarde te maken en te vervangen, met uitzondering van aggregaatfuncties en tabelberekeningsfuncties. **Opmerking:** Joinberekeningen worden niet ondersteund voor QuickBooks Online, Marketo, Oracle Eloqua, Anaplan, ServiceNow ITSM en Web Data Connectors. **Discrepantie in tekenreeks** Een veelvoorkomend scenario van discrepanties bij het werken met tekenreeksdata is wanneer een van de velden aan de ene kant van de joinvoorwaarde gelijk is aan twee of meer velden aan de andere kant van de joinvoorwaarde. In dit geval kunt u een berekening gebruiken om de twee velden te combineren, zodat de opmaak ervan overeenkomt met het andere veld in de joinvoorwaarde. Stel bijvoorbeeld dat u een join wilt maken van twee tabellen die de volgende data bevatten:
BibliotheekklantContact
VoornaamAchternaamVestigingLid sindsGeleende eenhedenTarievenVoorgestelde limiet
Alan

Wang

Noord20001015
JohnSmithNoord2000363,5015
AshleyGarciaZuid200024311,3015
FredSuzukiNoord2000520,9015
NaamLidnummerNoodcontactRelatieNoodnummer
Adam Davis555-0324Ellen DavisPartner555-0884
Alan Wang555-0356Jean WilsonMoeder555-0327
Fred Suzuki555-0188Jim SuzukiBroer555-3188

Henry Wilson

555-0100Laura RodriquezPartner555-0103
Michelle Kim555-0199Steven KimPartner555-0125
De gemeenschappelijke velden tussen de twee tabellen lijken de naam te zijn. In de tabel Bibliotheekklant staan de voor- en achternaam echter in aparte kolommen, terwijl in de tabel Contact de voor- en achternaam in dezelfde kolom staan. Om een join te maken van de tabellen op basis van namen, kunt u een berekening aan de linkerkant van de joinvoorwaarde gebruiken om de kolommen voor de voornaam en de achternaam samen te voegen. ![Een berekening waarbij de kolommen voor de voornaam en de achternaam worden samengevoegd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/join_joincalc_optioncalc.png) Het resultaat is een berekend veld aan de linkerkant van de joinvoorwaarde dat alleen toegankelijk is via het dialoogvenster Een join maken. Met deze berekening wordt het veld in de tabel Bibliotheekklant omgezet naar een opmaak die nu overeenkomt met de opmaak van het veld in de tabel Contact aan de rechterkant van de joinvoorwaarde. ![Een join-tabel met een berekening die het veld in de ene tabel omzet naar de opmaak van het veld in een andere tabel in de joinvoorwaarde.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/join_joincalc_match.png) Door de berekening in de join uit te voeren, ontstaat de volgende gecombineerde tabel:  | Voornaam | Achternaam | Vestiging | Lid sinds | Geleende eenheden | Tarieven | Voorgestelde limiet | Naam | Telefoonnummer | | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | | Alan | Wang | Noord | 2000 | 1 | 0 | 15 | Alan Wang | 555-0356 | | Fred | Suzuki | Noord | 2000 | 52 | 0,90 | 15 | Fred Suzuki | 555-0188 | **Discrepantie in datum** Een veelvoorkomend scenario van discrepanties bij het werken met datumdata doet zich voor wanneer de datumwaarden in één veld van de joinvoorwaarde op een ander detailniveau worden vastgelegd dan het andere veld in de joinvoorwaarde. In dit geval kunt u een berekening in de joinvoorwaarde gebruiken om de opmaak van het veld aan één kant van de joinvoorwaarde te wijzigen, zodat de opmaak overeenkomt met het andere veld in de joinvoorwaarde. Stel dat u bijvoorbeeld de volgende twee tabellen met data hebt:
ProjectorverhuurBibliotheekklant
DatumReserveringstypeAanvrager-ID

1-1-2000

Individueel233445589
28-1-2002Basisonderwijs365948999
29-1-2002Non-profit233448888
5-12-2002Basisonderwijs365948999
5-5-2003Non-profit334015476
12-3-2004

Non-profit

334015476
15-3-2006Stad211896980
8-7-2007Basisonderwijs334015476
4-1-2008Individueel560495523
8-3-2009Non-profit233445566
14-2-2014

Non-profit

233445566
21-12-2015Non-profit233445566
10-2-2016Non-profit233445566
IDVoornaamAchternaamVestigingLid sindsGeleende eenhedenTarievenVoorgestelde limiet
454613981AdamDavisWest201225010
232502870Alan

Wang

Noord20001015
298000916AmandaSmithNoord2001546,415
233445566AshleyGarciaZuid200024311,3015
900005122BrianFrankOost2011120,1010
921491769ElizabethJohnsonWest2010190,510
233445589FredSuzukiNoord2000520,9015
344556677HenryWilsonZuid200530,215
939502870JaneJohnsonWest20170010
233448978JohnSmithNoord2000363,5015
Als u meer wilt weten over het gedrag van nieuwe klanten, kunt u een join maken van de tabel Bibliotheekklant met de tabel Projectorverhuur. Dit kan inzicht geven in welke bibliotheekdiensten nieuwe leden motiveren. De gemeenschappelijke velden tussen de twee tabellen lijken Datum en Lid sinds te zijn. De datumwaarden in elk veld worden echter op verschillende detailniveaus vastgelegd. Om een join te maken van deze tabellen op basis van hun respectievelijke datumvelden, gebruikt u een combinatie van datumfuncties in een berekening aan beide kanten van de joinvoorwaarde om het detailniveau in elk veld overeen te laten komen.

DATE(DATETRUNC('year', [Date]))

DATE('01/01/'+STR([Member since]))
Door de berekening in de join uit te voeren, ontstaat de volgende gecombineerde tabel:
DatumReserveringstypeAanvrager-IDIDVoornaamAchternaamVestigingLid sindsGeleende eenhedenTarievenVoorgestelde limiet

1-1-2000

Individueel233445589232502870AlanWang

Noord

200010,0015
1-1-2000Individueel233445589233445589FredSuzukiNoord2000520,9015
1-1-2000Individueel233445589233445566AshleyGarciaZuid200024311,3015
1-1-2000Individueel233445589233448978JohnSmithNoord2000363,5015
Om te bepalen of een klant de projector in hetzelfde jaar heeft gehuurd als waarin hij of zij zijn of haar lidmaatschap is gestart, voegt u een extra component toe aan de join op basis van de ID. ![Een jointabel met een afgekapte datum.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/join_joincalc_datetrunc_ID.png) Het resultaat van de aanvullende joinvoorwaarde laat zien dat slechts één bibliotheekklant zijn lidmaatschap mogelijk is begonnen om een projector te huren. | Datum | Reserveringstype | Aanvrager-ID | ID | Voornaam | Achternaam | Vestiging | Join gemaakt | Geleende eenheden | Tarieven | Voorgestelde limiet | | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | | 1-1-2000 | Individueel | 233445589 | 233445589 | Fred | Suzuki | Noord | 2000 | 52 | 0,90 | 15 | [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Joins maken van uw data Vaak is het nodig om data uit meerdere bronnen (verschillende tabellen of zelfs databronnen) te combineren om een gewenste analyse uit te voeren. Afhankelijk van de structuur van de data en de behoeften van de analyse, zijn er verschillende manieren om de tabellen te combineren. Bekijk de trainingsvideo [Data combineren in Tableau Desktop](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/tutorials/on-demand/combining-data-tableau-desktop?playlist=509089) (4 minuten) voor meer informatie over de verschillende manieren om uw datasets samen te brengen. ## Relaties versus joins De standaardmethode in Tableau Desktop is het gebruik van relaties. Relaties behouden het detailniveau van de oorspronkelijke tabellen bij het combineren van informatie. Relaties maken het bovendien mogelijk om contextgebaseerde joins per werkblad uit te voeren, waardoor elke databron flexibeler wordt. In de meeste gevallen zijn relaties de aanbevolen methode om data te combineren. Zie [Verschillen tussen relaties en joins](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_relationships_learnmorepage.htm) voor meer informatie. Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin u direct een join wilt maken, bijvoorbeeld voor controle of voor gewenste aspecten van een join in vergelijking met een relatie, zoals opzettelijke filtering of duplicatie. **Opmerking**: Relaties zorgen er uiteindelijk voor dat joins worden gebruikt (net achter de schermen). Een relatie tussen databronnen resulteert bijvoorbeeld in een join op basis van meerdere databases wanneer de visualisatie velden uit tabellen in verschillende databronnen gebruikt. Als zodanig kan [Prestaties verbeteren voor joins op basis van meerdere databases](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joins_xbd_perf.htm) relevant zijn. ## Veelvoorkomende problemen - Als u joins wilt bekijken, bewerken of maken, moet u een logische tabel openen in het relatiecanvas (het gebied dat u ziet wanneer u voor het eerst een databron opent of maakt) en het join-canvas openen. - **Er kan geen join worden gemaakt van gepubliceerde Tableau-databronnen.** Gebruik relaties om gepubliceerde databronnen te combineren. - Bij het maken van joins van tabellen moeten de velden waarvan u joins maakt hetzelfde datatype hebben. Als u het datatype wijzigt nadat u joins van de tabellen hebt gemaakt, zal de join niet meer werken. - Velden die in de JOIN-component worden gebruikt, kunnen niet worden verwijderd zonder de join buiten werking te stellen. Om joins te maken van data en dubbele velden op te schonen, gebruikt u Tableau Prep Builder in plaats van Tableau Desktop. > [!TIP] > > Tableau Desktop biedt weliswaar de mogelijkheid om joins te maken en een aantal basisdata vorm te geven, maar Tableau Prep Builder is ontworpen voor datavoorbereiding. Als u meerdere joins moet uitvoeren, veldnamen moet opschonen, datatypen moet wijzigen, meerdere draaipunten moet uitvoeren of andere soorten ingewikkelde datavoorbereidingen, kunt u overwegen om [Tableau Prep Builder](https://help.tableau.com/current/prep/nl-nl/prep_combine.htm#join-your-data) te gebruiken. ## Een join maken 1. Om een join te maken, maakt u verbinding met de relevante databron(nen). Zie [Verbinding maken met uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/basicconnectoverview.htm). Deze kunnen zich in dezelfde databron bevinden (zoals tabellen in een database of werkbladen in een Excel-spreadsheet) of in verschillende databronnen (dit staat bekend als een join op basis van meerdere databases). Als u tabellen combineert met behulp van een join op basis van meerdere databases, kleurt Tableau de tabellen in het canvas en de kolommen in het dataraster in, zodat u kunt zien uit welke verbinding de data afkomstig zijn. **Opmerking**: Niet alle databronnen ondersteunen joins op basis van meerdere databases, inclusief gepubliceerde Tableau-databronnen. Om gepubliceerde databronnen te combineren, bewerkt u de oorspronkelijke databronnen, zodat deze de join bevatten of een datacombinatie gebruiken. 2. Sleep de eerste tabel naar het canvas. ![Datamodel met één enkele tabel.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_single_tablewjoin1.gif) Houd er rekening mee dat er een relatie ontstaat als u op dit punt een tweede tabel naar voren sleept. 3. Selecteer Openen in het menu of dubbelklik op de eerste tabel om het join-canvas (fysieke laag) te openen. ![Vouw de tabel uit om de opties te bekijken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_single_tablewjoin2.gif) Als u dubbelklikt op een tabel in het relatiecanvas, wordt het join-canvas geopend 4. Dubbelklik of sleep een andere tabel naar het join-canvas. ![Datamodel met twee joins.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_single_tablewjoin3.gif) Als uw volgende tabel uit een geheel andere databron komt, kunt u in het linkerdeelvenster onder Verbindingen op de knop Toevoegen (![Het pictogram voor het toevoegen van een databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/add_web_datasource.png) in webauthoring) klikken om een nieuwe verbinding toe te voegen aan de Tableau-databron. Selecteer die verbinding en sleep de gewenste tabel naar het join-canvas. 5. Klik op het pictogram Een join maken om de join te configureren. Voeg een of meer JOIN-componenten toe door een veld te selecteren uit een van de beschikbare tabellen die in de databron worden gebruikt, een join-operator te kiezen en een veld uit de toegevoegde tabel te kiezen. ![Een datajoin bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_single_tablewjoin4.gif) **Opmerking:** U kunt ongewenste JOIN-componenten verwijderen door op de 'x' te klikken die wordt weergegeven wanneer u met de muis over de rechterkant van de JOIN-component beweegt. 6. Wanneer u klaar bent, sluit u het dialoogvenster Een join maken en het join-canvas. Nadat u een join hebt gemaakt, gaat u naar [Joins maken van uw data](#results). Zie [Joins maken van uw data](#troubleshoot) voor het oplossen van problemen met uw join. ## Anatomie van een join Joins worden gedefinieerd door hun type en door de JOIN-component. ### Join-typen Over het algemeen zijn er vier typen joins die u in Tableau kunt gebruiken: Binnen, Links, Rechts en Volledig buiten. Als u niet zeker weet welk join-type u wilt gebruiken om data uit meerdere tabellen te combineren, kunt u het beste relaties gebruiken.
Join-typeResultaat

Binnen

Het pictogram voor een binnenste join.

Wanneer u een binnenste join gebruikt om tabellen te combineren, is het resultaat een tabel met waarden die in beide tabellen overeenkomsten bevatten.

Wanneer een waarde geen overeenkomsten heeft in beide tabellen, wordt deze volledig verwijderd.

Links

Het pictogram voor een linker join.

Wanneer u een linker join gebruikt om tabellen te combineren, is het resultaat een tabel die alle waarden uit de linkertabel en de bijbehorende overeenkomsten uit de rechtertabel bevat.

Wanneer een waarde in de linkertabel niet overeenkomt met de waarde in de rechtertabel, ziet u een null-waarde in het dataraster.

Rechts

Het pictogram voor een rechter join.

Wanneer u een rechter join gebruikt om tabellen te combineren, is het resultaat een tabel met alle waarden uit de rechtertabel en de bijbehorende overeenkomsten uit de linkertabel.

Wanneer een waarde in de rechtertabel geen overeenkomstige waarde in de linkertabel heeft, ziet u een null-waarde in het dataraster.

Volledig buiten

Pictogram voor een volledige buitenste join.

Wanneer u een volledig buitenste join gebruikt om tabellen te combineren, is het resultaat een tabel die alle waarden uit beide tabellen bevat.

Wanneer een waarde uit een van de tabellen geen overeenkomstige waarde in de andere tabel heeft, ziet u een null-waarde in het dataraster.

Vereniging

Het pictogram voor een vereniging.

Hoewel vereniging geen join is, is vereniging een andere methode om twee of meer tabellen te combineren door rijen met data uit de ene tabel aan de andere toe te voegen. Idealiter hebben de tabellen die u verenigt hetzelfde aantal velden en hebben die velden overeenkomende namen en datatypen. Zie Uw data verenigen voor meer informatie over verenigen.

Niet alle databases ondersteunen alle join-typen. Als een optie niet beschikbaar is in het dialoogvenster Een join maken, komt dit waarschijnlijk door een beperking in uw databron. ### JOIN-componenten Een join wordt uitgevoerd door het instellen van een of meer JOIN-componenten. De JOIN-component vertelt Tableau welke velden tussen de tabellen worden gedeeld en hoe de bijbehorende rijen moeten worden gekoppeld. Rijen met dezelfde ID worden bijvoorbeeld uitgelijnd in de resultatentabel. Bij JOIN-componenten wordt meestal de gelijkheidsoperator (=) gebruikt, die rijen met dezelfde waarden met elkaar overeenstemt. Het is ook mogelijk om non-equi-joins uit te voeren, zoals kleiner dan (<) en niet gelijk aan (<>). Een join kan ook meerdere JOIN-componenten hebben. Als Voornaam en Achternaam bijvoorbeeld in aparte kolommen zijn opgeslagen, kan het nuttig zijn om alleen een join te maken als 'Voornaam = Voornaam' en 'Achternaam = Achternaam'. Om een join te maken van rijen, moeten beide voorwaarden vervuld zijn. Als het doel daarentegen is om resultaten te retourneren wanneer de achternaam wordt gedeeld maar de voornaam niet, kunnen de JOIN-componenten 'Voornaam <> Voornaam' en 'Achternaam = Achternaam' zijn. JOIN-componenten kunnen ook berekeningen bevatten. De JOIN-component kan bijvoorbeeld de aaneenschakeling zijn van de naamvelden '\[Voornaam\] + \[Achternaam\] = \[Voornaam\] + \[Achternaam\]'. Houd er rekening mee dat niet alle databronverbindingen berekeningen in JOIN-componenten ondersteunen. ### Over null-waarden in join-sleutels Over het algemeen worden joins uitgevoerd op databaseniveau. Als de velden die worden gebruikt om joins te maken van tabellen null-waarden bevatten, retourneren de meeste databases data zonder de rijen die de null-waarden bevatten. Voor bepaalde databronnen met één verbinding biedt Tableau echter een extra optie waarmee u een join kunt maken van velden met null-waarden met andere velden met null-waarden. Nadat u uw databron hebt ingesteld, selecteert u op de pagina Databron Data > Join maken van null-waarden met null-waarden. Als de optie grijs is, is deze niet beschikbaar voor uw databron. Houd er rekening mee dat als u een tweede verbinding toevoegt aan een databron die deze optie gebruikt, de join terugkeert naar het standaardgedrag van het uitsluiten van rijen met null-waarden. ## Joins op basis van meerdere databases Tableau staat joins toe van tabellen in verschillende databronnen, maar er gelden wel enkele beperkingen wat betreft de compatibiliteit van de databaseplatforms. Voor joins op basis van meerdere databases is een databron met meerdere verbindingen nodig. Dat wil zeggen dat u een nieuwe _verbinding_ met elke database maakt voordat u een join maakt van de tabellen. 1. Zodra u verbinding hebt gemaakt met de eerste databron, gebruikt u de optie Toevoegen in het deelvenster Data om nog een verbinding toe te voegen. ![De knop Een verbinding toevoegen op de pagina met de databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/add_connection.png) 2. Hierdoor ontstaat er een tweede verbinding in plaats van een compleet andere databron. U kunt schakelen tussen de twee (of meer) verbindingen terwijl u zich op het tabblad Databron bevindt. ![Meerdere verbindingen in het deelvenster Data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/multiple_connections.png) 3. Zodra u naar een werkblad gaat en met de analyse begint, fungeert de databron als één gecombineerde databron. Dit staat in contrast met twee onafhankelijke databronnen waartussen u in een werkblad kunt schakelen. ![Het deelvenster Data met twee databronnen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/multiple_datasources.png) De databron **Boek+** bevat twee verbindingen met een join op basis van meerdere databases. Deze fungeert als één databron. De databron **Filmadaptaties** is een onafhankelijke databron. **Opmerking**: Normaal gesproken levert het maken van joins van tabellen uit dezelfde database betere prestaties op. Dit komt doordat het minder tijd kost om data op te vragen die in dezelfde database zijn opgeslagen en de ingebouwde mogelijkheden van de database worden benut om de join uit te voeren. Zie [Prestaties verbeteren voor joins op basis van meerdere databases](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joins_xbd_perf.htm) voor meer informatie over de prestaties van joins op basis van meerdere databases. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # JSON-bestand In dit artikel wordt beschreven hoe u Tableau verbindt met een lokaal JSON-bestand en de databron instelt. ## Verbinding maken en de databron instellen 1. Start Tableau en selecteer onder Verbinding maken JSON-bestand. Ga dan als volgt te werk: 1. Selecteer het bestand waarmee u verbinding wilt maken en selecteer vervolgens Openen. 2. Selecteer in het dialoogvenster Schemaniveaus selecteren de schemaniveaus die u in Tableau wilt bekijken en analyseren en vervolgens OK. Zie [Schemaniveau selecteren](#select-schema-level) voor meer informatie. 2. Doe het volgende op de databronpagina: 1. (Optioneel) Selecteer de standaard databronnaam boven aan de pagina en voer vervolgens een unieke databronnaam in voor gebruik in Tableau. Gebruik bijvoorbeeld een naamgevingsconventie voor databronnen waarmee andere gebruikers van de databron kunnen bepalen met welke databron ze verbinding moeten maken. 2. Selecteer het tabblad om uw analyse te starten. ### Voorbeeld van een JSON-bestandsdatabron Hier is een voorbeeld van een JSON-bestand als databron met Tableau Desktop op een Windows-computer: ![Voorbeeld van een JSON-bestand als databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_json.png) ## Schemaniveau selecteren Wanneer u Tableau verbindt met een JSON-bestand, scant Tableau de data in de eerste 10.000 rijen van het JSON-bestand en wordt het schema uit dat proces afgeleid. Tableau verwijdert opmaak uit de data met dit afgeleide schema. De schemaniveaus van de JSON-bestanden worden weergegeven in het dialoogvenster Schemaniveau selecteren. Als uw JSON-bestand in Tableau Desktop meer dan 10.000 rijen heeft, kunt u de optie 'Hele document scannen' gebruiken om een schema te maken. **Opmerking:** de optie 'Hele document scannen' wordt alleen weergegeven voor JSON-bestanden met meer dan 10.000 rijen. Deze optie is niet beschikbaar op internet. De schemaniveaus die u in het dialoogvenster selecteert, bepalen welke dimensies en meetwaarden u in Tableau kunt bekijken en analyseren. Deze bepalen ook welke data gepubliceerd worden. **Opmerking:** wanneer u een werkmap op het web publiceert, zijn eventuele schema-updates niet beschikbaar voor de webversie van de visualisatie en kunnen er fouten optreden als de visualisatie vervolgens wordt vernieuwd. Als u een onderliggend schemaniveau selecteert, wordt ook het bovenliggende schemaniveau geselecteerd.
Hier is bijvoorbeeld een fragment van een JSON-bestand:Het JSON-bestand genereert deze schemaniveaus:
JSON-codefragment met een quiz met vragen over sport en wiskunde.Het dialoogvenster Schemaniveaus selecteren met tien geselecteerde schemaniveaus.
### Nieuwe velden detecteren Soms zijn er meer velden aanwezig in rijen die niet zijn gescand om het afgeleide schema te maken. Als u merkt dat een veld dat u nodig hebt onder Schema ontbreekt, kunt u een van de volgende handelingen uitvoeren: - Scan het volledige JSON-document. Het kan lang duren voordat de scan voltooid is. - Selecteer schemaniveaus uit de weergegeven schema's en vervolgens OK. Tableau leest uw gehele document en als er meer velden worden gevonden, worden ze weergegeven in het dialoogvenster Schemaniveaus selecteren. Wanneer Tableau detecteert dat er nieuwe velden beschikbaar zijn, bijvoorbeeld tijdens het vernieuwen van een extract of wanneer Tableau een extract maakt nadat u de schemaniveaus hebt geselecteerd, wordt er een informatiepictogram weergegeven naast de bestandsnaam of een melding in het dialoogvenster Schemaniveau selecteren. Hierin wordt aangegeven dat er extra velden zijn gevonden. ## Schemaniveaus wijzigen U kunt de geselecteerde schemaniveaus wijzigen door te gaan naar de pagina Databron en Data > \[JSON-bestandsnaam\] > Schemaniveau selecteren te selecteren. Of beweeg de muis over de bestandsnaam in het canvas en selecteer het vervolgkeuzemenu > Schemaniveau selecteren. ## Verenigde JSON-bestanden U kunt JSON-data verenigen. Om een JSON-bestand te kunnen verenigen, moet het de extensie .json, .txt of .log hebben. Zie [Uw data verenigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/union.htm) voor meer informatie over verenigen. Wanneer u JSON-bestanden samenvoegt, wordt het schema afgeleid van de eerste 10.000 rijen van elk bestand in de vereniging. U kunt de schemaniveaus wijzigen nadat u de bestanden hebt verenigd. Zie [Schemaniveaus wijzigen](#Change) voor meer informatie. ## Hoe dimensiemappen worden georganiseerd voor hiërarchische JSON-bestanden Nadat u het tabblad Blad hebt geselecteerd, worden de geselecteerde schemaniveaus van uw JSON-bestand weergegeven onder Dimensies in het deelvenster Data. Elke map komt overeen met het door u geselecteerde schemaniveau. De kenmerken die aan dat schemaniveau zijn gekoppeld, worden weergegeven als onderliggende items van de map. In de volgende afbeelding is bijvoorbeeld het volgende te zien: Adres is een dimensie onder het schemaniveau van de map Bedrijven. Categorieën is ook een schemaniveau, maar omdat dit een lijst met waarden betreft en geen hiërarchie van data, heeft het geen eigen map nodig. In plaats daarvan wordt dit gegroepeerd onder een bovenliggende map. Schemaniveaus in het dialoogvenster Schemaniveaus selecteren worden niet rechtstreeks toegewezen aan de mapstructuur in het deelvenster Data. Mappen in het deelvenster Data zijn gegroepeerd per object. Zo kunt u eenvoudig naar velden navigeren en toch context bekijken over waar de velden vandaan komen. ![Het deelvenster Data met een lijst met mappen. De map Bedrijven is uitgevouwen, zodat de dimensies in die map worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/json_folder_ex_155x330.png) Voor elk document wordt een unieke index gegenereerd en opgeslagen in de weergave zonder opmaak van de data. Er wordt ook voor elk niveau in het schema een index gegenereerd. In de afbeelding hierboven hebben bijvoorbeeld, naast de vermelding Documentindex (gegenereerd), de schemaniveaus Kenmerk en Uren alle gegenereerde indexen. ## Waarom worden meetwaarden berekend in hiërarchische JSON-bestanden? Wanneer opmaak wordt verwijderd uit een hiërarchisch JSON-bestand, kunnen data worden gedupliceerd. Om te zorgen dat de meetwaarden consistent zijn met hun schemaniveaus, maakt Tableau LOD-berekeningen (Level of Detail) om de data nauwkeurig weer te geven op schemaniveau. De originele meetwaarden bevinden zich in de map Bronmeetwaarden en u kunt ze gebruiken, maar we raden u aan de berekende meetwaarden te gebruiken. In het deelvenster Data worden berekende meetwaarden gelabeld als Aantal per . ![Een lijst met meetwaarden in de bronmap met meetwaarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/json_measures_ex_211x192.png) Om de LOD-berekening voor een meetwaarde te bekijken, volgt u deze stappen: 1. Selecteer de meetwaarde. 2. Selecteer de vervolgkeuzepijl en selecteer vervolgens Bewerken. Het volgende voorbeeld toont de LOD-berekening voor Opbrengst per document. De formule selecteert de maximale opbrengst voor elke indexwaarde van het document. ![Het dialoogvenster voor het berekenen van het detailniveau met een formule voor de opbrengst per document.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/json-lod-calc.png) Dankzij LOD-berekeningen kunt u meerdere schemaniveaus selecteren en er zeker van zijn dat de meetwaarden niet te hoog worden ingeschat. ## Tips voor het werken met JSON Data Deze tips helpen u bij het werken met uw JSON-data in Tableau. - Overschrijd de limiet van 10x10 voor geneste arrays niet. Een groot aantal geneste arrays creëert veel rijen. Geneste arrays van 10x10 resulteren bijvoorbeeld in 10 miljard rijen. Wanneer het aantal rijen wordt overschreden dat Tableau in het geheugen kan laden, wordt er een foutmelding weergegeven. Gebruik in dat geval het dialoogvenster Schemaniveau selecteren om het aantal geselecteerde schemaniveaus te verminderen. - Het laden van een databron met meer dan 100 niveaus van JSON-objecten kan lang duren. Een groot aantal niveaus genereert veel kolommen, wat veel tijd kan kosten om te verwerken. Zo kan het bijvoorbeeld langer dan twee minuten duren om de data van 100 niveaus te laden. Het is raadzaam om het aantal schemaniveaus te beperken tot alleen de niveaus die u nodig hebt voor uw analyse. - Een enkel JSON-object mag niet groter zijn dan 128 MB. Wanneer een enkel object op het hoogste niveau groter is dan 128 MB, moet u deze converteren naar een bestand waarin de JSON-objecten één per regel worden gedefinieerd. - De optie Draaitabel wordt niet ondersteund. ## Over .ttde- en .hhyper-bestanden Mogelijk ziet u .ttde- of .hhyper-bestanden wanneer u door de directory van uw computer navigeert. Wanneer u een Tableau-databron maakt die verbinding maakt met uw data, maakt Tableau een .ttde- of .hhyper-bestand. Dit bestand, ook wel een schaduwextract genoemd, wordt gebruikt om de snelheid waarmee uw databron in Tableau Desktop wordt geladen, te verbeteren. Hoewel een schaduwextract onderliggende data en andere informatie bevat die vergelijkbaar is met het standaard Tableau-extract, wordt een schaduwextract in een ander formaat opgeslagen en kan het niet worden gebruikt om uw data te herstellen. **Opmerking**: .tde-bestanden worden niet langer ondersteund voor Tableau-versies na 2024.2. Alle extracten zijn nu in .hyper-indeling. ## Zie ook - [Databronnen instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_prepare.htm): voeg meer data toe aan deze databron of bereid uw data voor voordat u deze analyseert. - [Diagrammen maken en data analyseren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/design_and_analyze.htm): Begin met uw data-analyse. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Kaarten aanpassen ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Heatmaps met trends of dichtheid maken in Tableau U kunt kaarten maken in Tableau die patronen of relatieve concentraties zichtbaar maken die anders verborgen zouden kunnen blijven vanwege overlappende markeringen op een kaart. Een veelgebruikt kaarttype hiervoor is een dichtheidskaart, ook wel heatmap genoemd. Tableau maakt dichtheidskaarten door overlappende markeringen te groeperen en deze in kleur te coderen op basis van het aantal markeringen in de groep. Met dichtheidskaarten kunt u locaties met meer of minder datapunten identificeren. Ze zijn het meest effectief wanneer u werkt met een dataset met veel datapunten waarbij er sprake is van aanzienlijke overlapping tussen de markeringen op de kaart. ## Uw databron Om een dichtheidskaart te maken, moet uw databron puntgeometrie, breedtegraad- en lengtegraadcoördinaten of locatienamen bevatten (mits deze door Tableau als locatienamen worden herkend). Tableau kan locatienamen herkennen en een dichtheidskaart maken met behulp van de puntlocaties die zijn toegewezen aan Tableau-geocoderingslocaties. Dichtheidskaarten zijn echter het meest effectief wanneer de locatiedata zeer nauwkeurig zijn, zoals locatiecoördinaten in een beperkte ruimte. Dichtheidsmarkeringen werken het beste als de specifieke locaties doorlopend en vloeiend in de ruimte veranderen, in plaats van waarden die beperkt zijn tot discrete locaties, zoals een stadsdeel of wijk. ## Fundamentele bouwstenen voor kaart:
Container Kolommen:Lengtegraad (continue dimensie, geografische rol voor lengtegraad toegewezen)
Container Rijen:Breedtegraad (continue dimensie, geografische rol voor breedtegraad toegewezen)
Detail:Eén of meer velden met veel onderliggende datapunten
Markeringstype:Dichtheid
## De kaartweergave maken U kunt Dichtheid kiezen in de vervolgkeuzelijst Markeringstype en Tableau berekent de dichtheid van een oppervlak op uw weergave. De dichtheid van het oppervlak wordt opnieuw berekend terwijl u inzoomt op de resterende markeringen of data filtert. Wanneer u pagina's of een weergave met kleine veelvouden gebruikt, wordt de dichtheid berekend over het volledige domein van de data voor vergelijkende analyse. Om dit voorbeeld te volgen, downloadt u de [Voorbeeldwerkmap Heatmaps maken in Tableau](https://public.tableau.com/nl-nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/heatmap_taxi_howto/TaxiPickups) (klik op Downloaden in de rechterbovenhoek) en open u deze in Tableau Desktop. 1. Open een nieuw werkblad en maak verbinding met uw databron. In de databron die in dit voorbeeld wordt gebruikt, heten de velden Breedtegraad ophaalpunt en Lengtegraad ophaalpunt. Zorg ervoor dat de geografische rol Breedtegraad ophaalpunt is toegewezen aan uw breedtegraadveld en dat de geografische rol Lengtegraad ophaalpunt is toegewezen aan uw lengtegraadveld. Zie [Een geografische rol toewijzen aan een veld](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm#AssignRole) voor meer informatie. 2. Selecteer in het deelvenster Data zowel Breedtegraad ophaalpunt als Lengtegraad ophaalpunt en sleep deze naar het canvas. De velden Breedtegraad en Lengtegraad worden toegevoegd aan de containers Kolommen en Rijen en er wordt een kaartweergave met één datapunt gemaakt. ![Een klein blauw datapunt op New York City. De kaart is uitgezoomd zodat verschillende staten aan de oostkust zichtbaar zijn.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_density_avg.png) 3. Voeg vervolgens duidelijke markeringen toe aan de weergave. Klik met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op ID en sleep dit naar Detail op de kaart Markeringen. Omdat elk ophaalpunt een eigen ID heeft, worden de markeringen door deze actie opgedeeld en worden de verschillende ophaalpunten op onze kaart van elkaar onderscheiden. Er verschijnt een waarschuwing dat het toegevoegde veld mogelijk meer dan het aanbevolen maximum van 1000 bevat. Selecteer Alle leden toevoegen. ![Een dichtheidskaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/density_ID.png) De kaartweergave wordt bijgewerkt en toont de markeringen voor elke ophaallocatie in uw databron. Omdat alle locaties zich in Manhattan bevinden, zoomt de kaart in op Manhattan in New York City. **Opmerking**: Mogelijk moet u enkele datapunten uit uw weergave filteren om het gewenste zoomniveau te creëren. 4. Op de kaart Markeringen kunt u het markeringstype wijzigen naar dichtheid door het vervolgkeuzemenu rechts van Automatisch te selecteren en vervolgens Dichtheid. ![Vervolgkeuzelijst met een reeks markeringstypen, van automatisch tot gespecialiseerde opties zoals staaf, lijn, vlak en meer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/marktypes_3.png) 5. Uw basisdichtheidskaart is gemaakt. ![Blauwe dichtheidskaart van taxistandplaatsen in Manhattan.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_density_density.png) Zoals u kunt zien, is het centrum het populairste gebied voor taxiritten. Met de zoomfunctie kunt u de focus verder aanpassen. De dichtheid wordt opnieuw berekend wanneer u in- of uitzoomt. U kunt overal op uw dichtheidskaart een individueel datapunt selecteren. Deze markeringen hebben een standaardformaat (10 pixels) en -kleur (blauw). Het formaat en de kleur van onderliggende markeringen zijn niet aanpasbaar. ![Een kaart van Manhattan met een heatmap van taxi-ophaalpunten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_density_identifyPoint.png) Zoom in op de kaart om uw data te analyseren. Selectie, knopinfo, labels en aanwijzen met de muis werken allemaal op basis van de markeringen in de zoom van de weergave. Dichtheidskaarten hebben geen vaste of constante weergave en worden altijd opnieuw berekend terwijl u inzoomt. ## Het uiterlijk aanpassen U kunt de kleur, intensiteit en het formaat van uw markeringen aanpassen om u te helpen bij het analyseren van de data op uw dichtheidskaart. **Kleur**: Pas de kleuren van uw dichtheidskaart aan door Kleur te selecteren op de kaart Markeringen. Kies uit tien kleurenpaletten voor dichtheid of een van de bestaande kleurenpaletten. De kleurenpaletten voor dichtheid zijn afgestemd op zowel lichte als donkere basiskaarten. ![Een keuzelijst met kleurenpaletten met dichtheidskleurenpaletten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_density_color.png) **Opmerking:** Als uw databron negatieve waarden bevat, worden deze waarden ook weergegeven wanneer er een meetwaardeveld wordt toegevoegd aan Kleur. Gebruik een divers kleurenpalet om duidelijk onderscheid te maken tussen positieve en negatieve waarden. Intensiteit: Gebruik in het menu Kleur de schuifregelaar Intensiteit om de levendigheid van uw kaart te verhogen of verlagen. Als u bijvoorbeeld de dichtheid verhoogt, worden de "maximale hittespots" in uw data verlaagd, zodat er meer verschijnen. In de onderstaande afbeelding is de kaart met lage intensiteit ingesteld op 50% en de kaart met hoge intensiteit op 75%. ![Twee dichtheidskaarten naast elkaar: één met lage intensiteit en één met hoge intensiteit.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_density_intensity.png) **Maat**: U kunt de container Formaat gebruiken om het formaat van de dichtheidsmarkeringen aan te passen. Klik op Formaat om de schuifregelaar voor het formaat te tonen. Pas de schuifregelaar aan om het formaat te vergroten of te verkleinen van de groep markeringen die uw dichtheidskaart vormen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Kaarten en geografische data-analyse in Tableau Met Tableau kunt u uw data op een kaart weergeven. In deze sectie vindt u alle documentatie die u nodig hebt om aan de slag te gaan met het maken van kaarten in Tableau. ## Begin met deze onderwerpen

Aan de slag met kaarten maken in Tableau

Toewijzingsconcepten

De werkruimte voor het maken van kaarten in Tableau

Kaartdata

Kaarten maken

Kaarten aanpassen

## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Kaarten maken in Tableau ## Welk type kaart wilt u maken?

Eenvoudige kaart

Eenvoudige kaart van de Verenigde Staten.

Kaart uit ruimtelijke bestanden

Een kaart van Afrika met drie landen gemarkeerd.

  

Proportionele symboolkaart

Een kaart waarop het epicentrum van aardbevingen en plaatgrenzen worden weergegeven.

Puntenverdelingskaart

Een kaart met datapunten geclusterd in het oosten van de Verenigde Staten.

  

Heatmap (dichtheidskaart)

Een dichtheidskaart van New York City.

Gevulde kaart (choropleth-kaart)

Een choropletenkaart van de Verenigde Staten.

  

Flowkaart (padkaart)

Een kaart met lijnen met een kleurcode over Oost-Azië en de Stille Oceaan die vliegroutes aangeven.

Oorsprong-bestemmingskaart

Een oorsprong-bestemmingskaart met blauwe lijnen vanaf een punt aan de kust.

  

Kaart met dubbele as (gelaagd)

Kaart met dubbele as van de Verenigde Staten (gelaagde kaart).

Gevulde kaart met cirkeldiagrammen

Gevulde kaart met cirkeldiagrammen van de Verenigde Staten.

## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Kaarten met dubbele as (gelaagde kaarten) maken in Tableau In dit artikel wordt aan de hand van verschillende voorbeelden uitgelegd hoe u kaarten met dubbele as (gelaagde kaarten) kunt maken in Tableau. Een kaart met dubbele as is een kaart waarop twee sets met geografische data over elkaar heen worden gelegd. Bijvoorbeeld een gevulde kaart van Amerikaanse staten met daarbovenop de datapunten voor elke stad. Er zijn drie manieren om een kaart met dubbele as te maken in Tableau: - [Door de velden Breedtegraad (gegenereerd) en Lengtegraad (gegenereerd) in Tableau te gebruiken](#generated) - [Door aangepaste breedtegraad- en lengtegraadvelden te gebruiken](#customonly) - [Door een combinatie van de velden Breedtegraad (gegenereerd) en Lengtegraad (gegenereerd) en aangepaste breedtegraad- en lengtegraadvelden in Tableau te gebruiken](#custom) Volg de onderstaande stappen om te leren hoe u met behulp van deze methoden een kaart met dubbele as kunt maken. ## Een kaart met dubbele as maken vanuit de velden Breedtegraad (gegenereerd) en Lengtegraad (gegenereerd) in Tableau 1. Open Tableau Desktop. 2. Maak in het deelvenster Verbinding, onder Opgeslagen databronnen, verbinding met de databron **Voorbeeld - Superstore**. 3. Dubbelklik in het deelvenster **Data**, onder Dimensies, op Staat. Er wordt een kaartweergave gemaakt. ![Een eenvoudige puntenkaart van de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis1.png) 4. Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer Kaart. ![Keuzelijst met markeringen en geselecteerd kaarttype.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis2.png) 5. Sleep in het deelvenster **Data**, onder Meetwaarden, de optie Verkoop naar Kleur op de kaart Markeringen. De kaart wordt bijgewerkt en toont de som van de verkopen per staat. De staten met meer verkopen zijn donkerblauw en de staten met minder verkopen zijn lichterblauw. ![Een eenvoudige ingevulde kaart van de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis3.png) 6. Houd Control+Slepen (Command+Slepen op een Mac) in de container **Kolommen** op het veld Lengtegraad (gegenereerd) ingedrukt om het te kopiëren rechts van het eerste veld Lengtegraad te plaatsen. ![Maak een kaart met dubbele as.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis4.gif) 7. Selecteer het bovenste tabblad **Lengtegraad (gegenereerd)** op de kaart Markeringen. ![Een kaart met twee assen en twee kaarten Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis5.gif) 8. Sleep in het deelvenster **Data**, onder Dimensies, de optie Regio naar Kleur op de kaart Markeringen. De kaartweergave aan de linkerkant wordt bijgewerkt. ![Twee kaarten van de Verenigde Staten naast elkaar met verschillende kleurenpaletten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis6.png) 9. Klik in de container Kolommen met de rechtermuisknop op het veld **Lengtegraad (gegenereerd)** aan de rechterkant en selecteer Dubbele as. De kaartweergaven overlappen elkaar nu. Het kan zijn dat u de kaart op de onderste laag niet ziet. ![Een kaart die de verkoop per regio in de Verenigde Staten weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis7.png) 10. Zorg ervoor dat op de kaart Markeringen het onderste tabblad Lengtegraad (gegenereerd) is geselecteerd en klik vervolgens op Kleur \> Kleuren bewerken. 11. Klik in het dialoogvenster Kleuren bewerken dat wordt geopend, op de vervolgkeuzelijst Palet en selecteer Grijs en klik vervolgens op OK. U ziet dat de kleuren van de kaart worden bijgewerkt. ![Een kaart van de Verenigde Staten met twee assen, waarop de verkopen per regio worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis8.png) 12. Klik op de kaart Markeringen nogmaals op Kleur. 13. Verplaats de schuifregelaar in het pop-upvenster Kleur onder Opaciteit naar ongeveer 75%. ![Pas kleuren toe op een kaart met dubbele as.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis9.gif) De kaart met dubbele as (gelaagd) is nu voltooid. Voor elke regio kunt u nu zien welke staten de meeste verkopen hebben. **Tip**: Om te wijzigen welke kaart bovenaan staat, kunt u de velden Lengtegraad (gegenereerd) in de container Kolommen opnieuw ordenen. ![Een kaart met een dubbele as.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis10.gif) ## Een kaart met dubbele as maken vanuit de aangepaste velden Breedtegraad en Lengtegraad Als uw databron aangepaste velden voor breedtegraad en lengtegraad bevat, kunt u deze gebruiken in plaats van de velden Breedtegraad (gegenereerd) en Lengtegraad (gegenereerd) van Tableau om een kaart met dubbele as te maken. Volg de onderstaande stappen om te leren hoe u dit kunt doen. 1. Open Tableau en maak verbinding met een databron met aangepaste waarden voor breedtegraad en lengtegraad. 2. Navigeer naar een nieuw werkblad. 3. Klik in het deelvenster **Data** met de rechtermuisknop op het aangepaste breedtegraadveld en selecteer Geografische rol > Breedtegraad. ![Een contextmenu voor het veld Meetwaarde met de geografische rol Breedtegraad toegepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis27.png) Houd er rekening mee dat de geografische rol Breedtegraad mogelijk al aan het veld is toegewezen. 4. Klik in het deelvenster **Data** met de rechtermuisknop op het aangepaste lengtegraadveld en selecteer Geografische rol > Lengtegraad. Houd er rekening mee dat de geografische rol Lengtegraad mogelijk al aan het veld is toegewezen. 5. Sleep vanuit het deelvenster **Data** het aangepaste breedtegraadveld naar de container Rijen. 6. Sleep vanuit het deelvenster **Data** het aangepaste lengtegraadveld naar de container Kolommen. 7. Sleep vanuit het deelvenster **Data**, onder Dimensies, een geografisch veld naar Detail op de kaart Markeringen. In dit voorbeeld wordt het geografische veld Land (naam) gebruikt. ![Een kaart van Japan met een blauwe stip in het midden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis29.png) 8. Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer Kaart. ![Keuzelijst met markeringen en geselecteerd kaarttype.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis2.png) De kaart wordt bijgewerkt naar een gevulde kaart. 9. Houd Ctrl+Klik (Command+Klik op een Mac) ingedrukt in de container Rijen en sleep het aangepaste breedtegraadveld naar rechts. Hiermee wordt het veld gekopieerd. Er wordt een tweede, identieke kaart gemaakt en de kaart Markeringen wordt bijgewerkt met drie tabbladen. Het middelste tabblad is voor de bovenste kaart en het onderste tabblad is voor de onderste kaart. ![Een kaart van Japan met twee assen, waarbij de ene kaart over de andere ligt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis30.png) 10. Klik op de kaart Markeringen op het onderste tabblad en verwijder het geografische veld door het uit de weergave te slepen. 11. Sleep vanuit het deelvenster **Data** een nieuw geografisch veld naar Detail op de kaart Markeringen. In dit voorbeeld wordt Luchthaven (stad) gebruikt. ![Een kaart van Japan met twee assen, waarbij de ene kaart over de andere ligt. De ene kaart is een gevulde kaart en de andere is een puntenkaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis31.png) 12. Klik op de kaart Markeringen op Kleur en selecteer een kleur voor de markeringen. In dit voorbeeld wordt de kleur oranje gebruikt. 13. Klik in de container Rijen met de rechtermuisknop op het aangepaste breedtegraadveld aan de rechterkant en selecteer Dubbele as. De twee kaarten zijn nu gecombineerd. ![Een kaart met twee assen waarop de locaties van 41 datapunten in Japan worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis32.png) ## Een kaart met dubbele as maken vanuit een combinatie van gegenereerde en aanpaste velden Breedtegraad en Lengtegraad Volg de stappen in elk scenario om te leren hoe u een kaart met dubbele as maakt op basis van gegenereerde en aangepaste velden voor breedtegraad en lengtegraad. * * * ### Best practices voor het maken van kaarten met dubbele as en twee sets velden voor breedtegraad en lengtegraad: - De velden Breedtegraad (gegenereerd) en Lengtegraad (gegenereerd) moeten in de containers Kolommen en Rijen worden geplaatst. - De aangepaste velden voor de breedtegraad en lengtegraad moeten op Detail op de kaart Markeringen worden geplaatst en vervolgens worden geconverteerd naar dimensies. Zie [stappen 11 en 12](#dimension) in scenario 1 voor meer informatie. - Aan de aangepaste velden voor breedtegraad en lengtegraad moeten de geografische rollen Breedtegraad en Lengtegraad worden toegewezen. Zie [Geografische rollen toewijzen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm) voor meer informatie. - Gebruik een volledige buitenste join wanneer u databronnen koppelt. Zie [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joining_tables.htm) voor meer informatie. * * * ### Scenario 1: Gegenereerde en aangepaste breedtegraad- en lengtegraadvelden uit één databron gebruiken 1. Open Tableau Desktop en maak verbinding met een databron. In dit voorbeeld wordt een Excel-spreadsheet gebruikt dat land- en stadsnamen bevat, evenals aangepaste kolommen voor breedtegraad en lengtegraad voor luchthavenlocaties over de hele wereld. ![Een tabel met luchthavendata, inclusief IATA-code, naam, stad, land en geografische coördinaten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis12.png) 2. Navigeer naar een nieuw werkblad. U ziet dat er in het deelvenster Data onder Meetwaarden twee sets met breedtegraad- en lengtegraadvelden zijn: de aangepaste breedtegraad- en lengtegraadvelden van de databron en de gegenereerde breedtegraad- en lengtegraadvelden die Tableau maakt op basis van uw geografische velden. ![Meetwaarden in het datavenster, met vier meetwaarden waarop geografische velden zijn toegepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis13.png) 3. Sleep vanuit het deelvenster **Data**, onder Meetwaarden, de optie Lengtegraad (gegenereerd) naar de container Kolommen. 4. Sleep vanuit het deelvenster **Data**, onder Meetwaarden, de optie Breedtegraad (gegenereerd) naar de container Rijen. 5. Sleep vanuit het deelvenster **Data**, onder Dimensies, een geografische locatie naar Detail op de kaart Markeringen. In dit voorbeeld wordt **Land (naam)** gebruikt. Er wordt een kaartweergave gemaakt met een datapunt voor elk land in de databron. ![Een eenvoudige puntenkaart van de wereld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis11.png) 6. Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer Kaart. ![Keuzelijst met markeringen en geselecteerd kaarttype.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis14.png) 7. Houd Ctrl+Klik (Command+Klik op Mac) ingedrukt in de container Rijen en sleep het veld Breedtegraad (gegenereerd) naar rechts. Hiermee wordt het veld gekopieerd. Er wordt een tweede, identieke kaart gemaakt en de kaart Markeringen wordt bijgewerkt met twee tabbladen met de labels Breedtegraad (gegenereerd). Het bovenste tabblad is voor de bovenste kaart en het onderste tabblad is voor de onderste kaart. ![Voeg een dubbele as toe aan een kaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis15.gif) 8. Klik op de kaart Markeringen op het onderste **tabblad Breedtegraad (gegenereerd)** en verwijder Land (naam). ![Een kaart met een dubbele as.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis16.gif) 9. Sleep vanuit het deelvenster Data, onder Meetwaarden, het aangepaste veld **Breedtegraad** naar Detail op de kaart Markeringen. 10. Sleep vanuit het deelvenster Data, onder Meetwaarden, het aangepaste veld **Lengtegraad** naar Detail op de kaart Markeringen. 11. Klik op de kaart Markeringen met de rechtermuisknop op het aangepaste veld **Breedtegraad** en selecteer Dimensie. 12. Herhaal stap 11 voor het aangepaste veld **Lengtegraad**. ![Converteer een meetwaarde naar een dimensie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis17.gif) 13. Klik op de kaart Markeringen op Kleur en selecteer vervolgens een nieuwe kleur. In dit voorbeeld wordt de kleur oranje gebruikt. 14. Klik in de container Rijen met de rechtermuisknop op het veld Lengtegraad (gegenereerd) aan de rechterkant en selecteer Dubbele as. ![Keuzelijst met veld Breedtegraad met optie voor dubbele as.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis18.png) De twee kaarten zijn nu gecombineerd. U kunt de weergave indien nodig filteren of inzoomen op een bepaald gebied. ![Puntenkaart van de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis19.png) #### Controleer uw werk. Bekijk stappen 2-14 hieronder: ![Maak een kaart met dubbele as.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis20.gif) * * * ### Scenario 2: Een join maken van ruimtelijke data met een onafhankelijke databron en de data van beide op dezelfde kaart plotten 1. Open Tableau Desktop en maak verbinding met ruimtelijke data. Zie [Verbinding maken met ruimtelijke bestanden](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_shapefiles.htm#Connect) voor meer informatie. In dit voorbeeld wordt een vormbestand met veelhoekdata voor Amerikaanse staten gebruikt. 2. Klik op de pagina Databron in het deelvenster Verbindingen op Toevoegen. 3. Maak verbinding met een andere databron. In dit voorbeeld wordt een Excel-spreadsheet met aangepaste kolommen voor breedtegraad en lengtegraad gebruikt. 4. Koppel de nieuwe databron aan de ruimtelijke data met behulp van een volledige buitenste join. Zie [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joining_tables.htm) voor meer informatie over joins maken van data. In dit voorbeeld is de Excel-spreadsheet gekoppeld aan het vormbestand met behulp van kolommen die de staatnamen van elke databron bevatten. ![Een volledige buitenste join van twee databronnen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis21.png) 5. Navigeer naar een nieuw werkblad. U ziet dat er in het deelvenster Data twee sets met Dimensies en twee sets met Meetwaarden staan: één voor elk van uw databronnen. 6. Sleep vanuit het deelvenster **Data**, onder Meetwaarden, de optie Breedtegraad (gegenereerd) naar de container Rijen. 7. Sleep vanuit het deelvenster **Data**, onder Meetwaarden, de optie Lengtegraad (gegenereerd) naar de container Kolommen. Er wordt een lege kaart gemaakt. 8. Sleep vanuit het deelvenster **Data** het veld Geometrie uit uw ruimtelijke databron of een geografisch veld uit uw Excel-databron naar Detail op de kaart Markeringen. Het veld dat u kiest, is voor uw onderste laag met data. Als u bijvoorbeeld veelhoekdata in uw ruimtelijk bestand hebt, gebruikt u het veld Geometrie zodat de onderste laag wordt gevuld met veelhoeken. Als u lineaire geometrieën in uw ruimtelijke bestand hebt, gebruikt u een geografisch veld uit uw Excel-databron en maakt u de kaart op als een gevulde kaart of als een puntenkaart. In dit voorbeeld is het veld **Geometrie** uit het vormbestand gebruikt. De kaart wordt bijgewerkt naar een gevulde kaart van de Verenigde Staten. ![Een gevulde kaart van de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis22.png) 9. Houd Ctrl+Klik (Command+Klik op een Mac) ingedrukt in de container Rijen en sleep het veld Breedtegraad (gegenereerd) naar rechts. Hiermee wordt het veld gekopieerd. Er wordt een tweede, identieke kaart gemaakt en de kaart Markeringen wordt bijgewerkt met twee tabbladen met de labels Breedtegraad (gegenereerd). Het bovenste tabblad is voor de bovenste kaart en het onderste tabblad is voor de onderste kaart. 10. Klik op de kaart Markeringen op het onderste **tabblad Breedtegraad (gegenereerd)** en verwijder het geografische veld. In dit voorbeeld is COLLECT(Geometrie) verwijderd. ![Een kaart met een dubbele as.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis23.gif) 11. Klik in het deelvenster **Data**, onder Meetwaarden, met de rechtermuisknop op het aangepaste breedtegraadveld en selecteer Geografische rol > Breedtegraad. Zie [Geografische rollen toewijzen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm) voor meer informatie. 12. Klik in het deelvenster **Data**, onder Meetwaarden, met de rechtermuisknop op het aangepaste lengtegraadveld en selecteer Geografische rol > Lengtegraad. 13. Sleep vanuit het deelvenster **Data**, onder Meetwaarden, het aangepaste veld Breedtegraad naar Detail op de kaart Markeringen. In dit voorbeeld wordt het aangepaste breedtegraadveld Y genoemd. 14. Sleep vanuit het deelvenster **Data**, onder Meetwaarden, het aangepaste veld Lengtegraad naar Detail op de kaart Markeringen. In dit voorbeeld wordt het aangepaste lengtegraadveld X genoemd. ![Kaart Markeringen met opties voor twee assen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis25.png) 15. Klik op de kaart Markeringen met de rechtermuisknop op het aangepaste veld Breedtegraad en selecteer Dimensie. 16. Herhaal stap 13 voor het aangepaste lengtegraadveld. ![Converteer een meetwaarde naar een dimensie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis24.gif) 17. Klik op de kaart Markeringen op Kleur en selecteer vervolgens een nieuwe kleur. In dit voorbeeld wordt de kleur oranje gebruikt. 18. Klik in de container Rijen met de rechtermuisknop op het veld Lengtegraad (gegenereerd) aan de rechterkant en selecteer Dubbele as. De twee kaarten zijn nu gecombineerd. U kunt de weergave indien nodig filteren of inzoomen op een bepaald gebied. ![Een kaart van de Verenigde Staten met twee assen. Eén met het markeringstype Kaart en de andere met het markeringstype Automatisch.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis26.png) #### Controleer uw werk. Bekijk stappen 1-18 hieronder: ![Maak een kaart met dubbele as.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_dualaxis27.gif) ## Zie ook [Een kaart met dubbele as maken op basis van ruimtelijke data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_shapefiles.htm#dual) [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joining_tables.htm) [Ruimtelijk bestand](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/examples_spatial_files.htm) [Geografische rollen toewijzen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Kaarten met een pad in de loop van de tijd maken in Tableau U kunt in Tableau Desktop kaarten maken die een pad in de loop van de tijd tonen, vergelijkbaar met het onderstaande voorbeeld. Dergelijke kaarten worden flowkaarten of padkaarten genoemd. Flowkaarten zijn ideaal als u wilt laten zien waar iets in de loop van de tijd naartoe is gegaan, bijvoorbeeld het pad van een storm. In dit onderwerp wordt aan de hand van een voorbeeld uitgelegd hoe u een flowkaart maakt. Volg het onderstaande voorbeeld om te leren hoe u uw databron instelt en de weergave voor een flowkaart maakt. ![flowkaart Tableau](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/flow_maps1.png) ## Uw databron Om een flowkaart te maken, moet uw databron de volgende soorten informatie bevatten: - Breedtegraad- en lengtegraadcoördinaten voor elk datapunt in een pad - Een kolom om de volgorde te definiëren waarin de punten met elkaar verbonden moeten worden (dit kan datuminformatie zijn of handmatig ingevoerde getallen, zoals 1, 2, 3, 4, 5) - Een unieke ID voor elk pad - Genoeg datapunten om elk pad in een lijn te vormen De volgende tabel is bijvoorbeeld een fragment van de databron Storm, die is opgenomen in de [Voorbeeldwerkmap Flowkaarten maken in Tableau](https://public.tableau.com/nl-nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/CreateFlowMapsinTableauExampleWorkbook/StormMapSheet) op Tableau Public. Deze bevat data over de paden van stormen en heeft kolommen voor **Breedtegraad** en **Lengtegraad**, **Datum** en **Stormnaam**. In dit voorbeeld wordt de kolom Datum gebruikt als volgorde om de datapunten te verbinden en wordt de kolom Stormnaam gebruikt als unieke ID voor elk pad. Hoewel er in dit voorbeeld slechts enkele datapunten voor de storm PAKHAR worden getoond, bevat de daadwerkelijke databron voldoende items om een gedetailleerd pad te bieden voor elke storm die in 2012 is geregistreerd. Houd er rekening mee dat de tabel ook twee optionele kolommen bevat: Bekken en Windsnelheid. Met deze velden kunt u snel filteren en visuele details aan de weergave toevoegen. In de sectie [De kaartweergave maken](#Build) ziet u hoe u dit moet doen.
StormnaamDatumBreedtegraadLengtegraadBekkenWindsnelheid (kt)
PAKHAR26-3-2012, 00:00:00 uur9,5000115,700Stille Oceaan0
PAKHAR26-3-2012, 06:00:00 uur9,5000115,400Stille Oceaan0
PAKHAR26-3-2012, 12:00:00 uur9,5000115,100Stille Oceaan0
PAKHAR26-3-2012, 18:00:00 uur9,4000114,800Stille Oceaan0
PAKHAR27-3-2012, 00:00:00 uur9,4000114,500Stille Oceaan0
PAKHAR27-3-2012, 06:00:00 uur9,4000114,300Stille Oceaan35
## Fundamentele bouwstenen voor kaart:
Container Kolommen:Lengtegraad (continue meetwaarde, geografische rol voor lengtegraad toegewezen)
Container Rijen:Breedtegraad (continue meetwaarde, geografische rol voor breedtegraad toegewezen)
Detail:Dimensie (unieke ID voor elk pad)
Pad:Datumveld of volgordeveld om de volgorde te definiëren voor het verbinden van de datapunten
Markeringstype:Lijn
## De kaartweergave maken Om dit voorbeeld te volgen, downloadt u de [Voorbeeldwerkmap Flowkaarten maken in Tableau](https://public.tableau.com/nl-nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/CreateFlowMapsinTableauExampleWorkbook/StormMapSheet) vanuit Tableau Public en opent u deze in Tableau Desktop. 1. Open een nieuw werkblad. 2. Dubbelklik in het deelvenster **Data**, onder Meetwaarden, op **Breedtegraad** en **Lengtegraad**. De velden Breedtegraad en Lengtegraad worden toegevoegd aan de containers Kolommen en Rijen en er wordt een kaartweergave met één datapunt gemaakt. 3. Sleep vanuit Dimensies **Stormnaam** naar Detail op de kaart Markeringen. De kaartweergave wordt bijgewerkt met een datapunt voor elke storm in de databron. In de volgende stappen beperkt u de stormen tot alleen die welke in 2012 in de Stille Oceaan voorkwamen. 4. Sleep vanuit Dimensies **Datum** naar de container Filters. 5. Selecteer in het dialoogvenster Veld filteren \[Datum\] dat verschijnt de optie Jaar en klik vervolgens op Volgende. 6. Klik in het dialoogvenster Filter \[Jaar van datum\] dat verschijnt op 2012 en klik vervolgens op OK. De kaartweergave wordt bijgewerkt en toont nu alleen de stormen die in 2012 plaatsvonden. 7. Sleep vanuit Dimensies Bekken naar de container Filters. 8. Selecteer in het dialoogvenster Veld filteren \[Basis\] dat verschijnt de optie **Stille Oceaan** en klik vervolgens op OK. De kaartweergave wordt bijgewerkt en toont nu alleen stormen die in het westelijke deel van de Stille Oceaan hebben plaatsgevonden. ![Een kaart met blauwe cirkels verspreid over de westelijke Stille Oceaan die de locaties van stormen aangeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/flow_maps2.png) 9. Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer Lijn. ![Het vervolgkeuzemenu in de kaart Markeringen is uitgebreid en toont verschillende grafiektypen, met een geselecteerd lijndiagram.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/flow_maps3.png) Er verschijnt een knop Pad op de kaart Markeringen en de kaartweergave wordt bijgewerkt met een lijn die elk datapunt verbindt. ![Een kaart van de stormpaden in Oost-Azië in 2012.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/flow_maps4.png) 10. Sleep vanuit Dimensies **Datum** naar Pad op de kaart Markeringen. De lijn verdwijnt. Dit komt doordat het veld Datum is ingesteld op discrete jaren. Omdat het datumveld in de databron Storm informatie over dag, maand, jaar en tijd bevat, is dit niet het juiste detailniveau voor dit veld. 11. Klik op de kaart Markeringen met de rechtermuisknop op het veld **YEAR(Datum)** en selecteer Exacte datum. De kaartweergave wordt nu bijgewerkt met een datapunt voor elke geregistreerde datum en tijd. U kunt nu de individuele paden van elke storm zien. ![Een kaart van de stormpaden in Oost-Azië in 2012.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/flow_maps5.png) 12. Sleep vanuit Meetwaarden **Windsnelheid** naar Formaat op de kaart Markeringen. De kaartweergave wordt bijgewerkt en toont de verschillende windsnelheden langs elk stormpad. 13. Klik op de kaart Markeringen met de rechtermuisknop op het veld **SUM(Windsnelheid)** en selecteer Meetwaarde \> Gemiddeld. 14. Sleep vanuit Dimensies **Stormnaam** naar Kleur op de kaart Markeringen. Aan elk stormpad is een kleur toegewezen en de flowkaart is nu compleet. U kunt nu de paden zien van elke geregistreerde storm die in 2012 in het bekken van de Stille Oceaan heeft plaatsgevonden. U kunt ook zien op welk punt van hun pad de windsnelheden het sterkst waait. ![Een kaart van de stormpaden in Oost-Azië in 2012.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/flow_maps6.png) ## Zie ook: [Concepten voor het maken van kaarten in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_build.htm) [Kaarten met paden tussen oorsprong en bestemming maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_howto_origin_destination.htm) Bericht van de Tableau-community: [Oorsprong-bestemmingskaarten (of flowkaarten)](https://community.tableau.com/nl-nl/people/sarah.battersby.0/blog/2018/01/12/origin-destination-maps-or-flow-maps) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Kaarten met kwantitatieve waarden maken in Tableau U kunt in Tableau Desktop kaarten maken die kwantitatieve waarden weergeven. Dergelijke kaarten worden proportionele symboolkaarten genoemd. Proportionele symboolkaarten zijn ideaal voor het weergeven van kwantitatieve waarden voor individuele locaties. Ze kunnen één of twee kwantitatieve waarden per locatie weergeven: één waarde gecodeerd met grootte en, indien nodig, een andere gecodeerd met kleur. U kunt bijvoorbeeld aardbevingen die tussen 1981 en 2014 over de hele wereld zijn geregistreerd, in kaart brengen en de omvang ervan bepalen. U kunt de datapunten ook op grootte kleuren voor extra visuele details. ![Een kaart waarop het epicentrum van aardbevingen en plaatgrenzen worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_symbol6.png) In dit onderwerp wordt aan de hand van een voorbeeld uitgelegd hoe u een proportionele symboolkaart maakt. Volg het voorbeeld om te leren hoe u uw databron instelt en de weergave voor een proportionele symboolkaart bouwt. ## Uw databron Om een proportionele symboolkaart te maken, moet uw databron de volgende typen informatie bevatten: - Kwantitatieve waarden - Breedte- en lengtegraadcoördinaten of locatienamen (indien herkend door Tableau) Het is ook aan te raden dat uw data een grote variatie aan waarden bevatten. Anders worden uw symbolen in de weergave ongeveer even groot weergegeven. De volgende tabel is een fragment van de databron Earthquake. Deze is opgenomen in de [voorbeeldwerkmap Proportionele symboolkaarten maken in Tableau](https://public.tableau.nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/CreateProportionalSymbolMapsinTableauExampleWorkbook/Map) in Tableau Public. Deze map bevat kolommen voor de sterkte van de aardbeving en de sterkte tot de tiende macht, en kolommen voor de breedte- en lengtegraadwaarden. De map bevat ook een kolom voor de datum en aardbevings-ID voor extra duidelijkheid en organisatie.
Aardbeving Datum TijdIDSterkteSterkte^10BreedtegraadLengtegraad
1-1-1973centennial197301011142356.0000017488747.04-35.570-15.427
2-1-1973pde19730102005320300_665.5000025329516.21-9.854117.427
3-1-1973pde19730103022942800_334.800006492506.211.548126.305
4-1-1973pde19730104003142000_334.500003405062.8941.305-29.272
5-1-1973pde19730105003948200_364.700005259913.220.683-80.018
6-1-1973pde19730106061852300_834.900007979226.63-22.354-69.310
## Fundamentele bouwstenen voor kaart:
Container Kolommen:Lengtegraad (continue meetwaarde, geografische rol voor lengtegraad toegewezen)
Container Rijen:Breedtegraad (continue meetwaarde, geografische rol voor breedtegraad toegewezen)
Detail:Eén of meer dimensievelden
Formaat:Een meetwaardeveld (geaggregeerd)
Markeringstype:Automatisch
## De kaartweergave maken Om dit voorbeeld te volgen, downloadt u de [voorbeeldwerkmap Proportionele symboolkaarten maken in Tableau-](https://public.tableau.nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/CreateProportionalSymbolMapsinTableauExampleWorkbook/Map) vanuit Tableau Public en opent u deze in Tableau Desktop. 1. Open een nieuw werkblad. 2. Dubbelklik in het deelvenster Data op **Lengtegraad** en **Breedtegraad**. De breedtegraad wordt toegevoegd aan de container Rijen en de lengtegraad wordt toegevoegd aan de container Kolommen. Er wordt een kaartweergave met één datapunt gemaakt. 3. Sleep **ID** vanuit het deelvenster Data naar Detail op de kaart Markeringen. Als het dialoogvenster Waarschuwing wordt getoond, klikt u op Alle leden toevoegen. Er wordt een lager detailniveau aan de weergave toegevoegd. ![Een wereldkaart waarop de locaties van aardbevingen worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_symbol1.png) 4. Sleep **Sterkte^10** vanuit het deelvenster Data naar Formaat op de kaart Markeringen. Het veld Sterkte^10 wordt gebruikt om de grootte te coderen in plaats van het veld Sterkte. Dit komt doordat Sterkte^10 een breder bereik aan waarden bevat, waardoor de verschillen tussen waarden visueel zichtbaar zijn. ![Een puntenkaart van de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_symbol4.png) U hebt nu een proportionele symboolkaart. De grotere datapunten vertegenwoordigen aardbevingen met een hogere sterkte, en de kleinere datapunten vertegenwoordigen aardbevingen met een lagere sterkte. In de meeste gevallen hoeft u niet verder te gaan om kwantitatieve waarden voor afzonderlijke locaties weer te geven. In dit geval zijn er echter zoveel datapunten in de weergave nodig dat er meer visuele details nodig zijn om onderscheid te kunnen maken tussen de aardbevingssterktes en om eventuele trends te kunnen ontdekken. 5. Sleep **Sterkte** vanuit het deelvenster Data naar Kleur op de kaart Markeringen. 6. Klik op de kaart Markeringen op Kleur \> Kleuren bewerken. 7. In het dialoogvenster Kleuren bewerken doet u het volgende: - Klik op de vervolgkeuzelijst met kleuren en selecteer het palet Oranje-blauw uiteenlopend uit de lijst. - Selecteer Kleurgradatie en voer dan 8 in. Hierdoor ontstaan acht kleuren: vier tinten oranje en vier tinten blauw. - Selecteer Omgekeerd. Hierdoor wordt het kleurenpalet omgedraaid, zodat oranje een hogere sterkte vertegenwoordigt dan blauw. - Klik op Geavanceerd en selecteer Centreren en voer dan **7** in. Hierdoor verandert het kleurenpalet en wordt ervoor gezorgd dat aardbevingen met een kracht van meer dan 7,0 op de schaal van Richter oranje van kleur zijn, en aardbevingen met een kracht van minder dan 7,0 op de schaal van Richter blauw. - Klik op OK. 9. Klik op de kaart Markeringen nogmaals op Kleur en voer vervolgens het volgende uit. - Voer voor **Opaciteit** **70%** in. - Klik onder Effecten op het vervolgkeuzemenu **Rand** en selecteer een donkerblauwe randkleur. De kaart worden bijgewerkt met nieuwe kleuren. De donkeroranje datapunten geven aardbevingen met een hogere sterktes weer, terwijl de donkerblauwe datapunten aardbevingen met een lagere sterkte weergeven. De dekking van de markeringen is 70%, zodat u kunt zien waar de datapunten elkaar overlappen. ![Een wereldkaart met markeringen met grootte en kleur die de omvang van aardbevingen aangeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_symbol2.png) 13. Klik op de kaart Markeringen met de rechtermuisknop op het veld **ID** en selecteer Sorteren. 14. In het dialoogvenster Sorteren doet u het volgende: - Selecteer voor Sorteren op Veld, en klik vervolgens op de vervolgkeuzelijst en selecteer **Sterkte**. - Selecteer voor Sorteervolgorde Aflopend. - Klik op OK. Hiermee worden de datapunten in de weergave zodanig gesorteerd dat grotere waarden bovenaan worden weergegeven. Uw proportionele symboolkaart is nu compleet. ![Een wereldkaart met markeringen met grootte en kleur die de omvang van aardbevingen aangeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_symbol3.png) ## Puntlocatie en betekenis van kenmerken Symbolen op een kaart kunnen soms verkeerd worden geïnterpreteerd alsof ze het werkelijke oppervlak weergeven. Als u bijvoorbeeld een kaartweergave hebt waarop de inslagkraters in Noord-Amerika zijn afgebeeld en de grootte van elk symbool wordt bepaald aan de hand van de diameter (in kilometers) van het inslaggebied, ziet de kaart er mogelijk als volgt uit: ![Een puntenkaart van de Verenigde Staten, met markeringen die op grootte zijn gecodeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_symbol5.png) In dit specifieke geval kan het heel gemakkelijk zijn om de grootte van deze datapunten te interpreteren als een weergave van het werkelijke grondoppervlak van de kraters. Uw publiek zou kunnen aannemen dat het grootste deel van het zuidwesten van Montana, een staat in de VS, door een krater is verwoest. Maar dat is niet waar. In werkelijkheid was de krater in Montana gewoon een van de grotere kraters in de databron en is de omvang daarvan aangepast. Om misverstanden te voorkomen, kan het handig zijn om aantekeningen of uitleg toe te voegen over wat de grootte daadwerkelijk voorstelt. Ook al lijkt het voor de hand liggend. ## Zie ook: [Concepten voor het maken van kaarten in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_build.htm) [Geografische rollen toewijzen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Kaarten met paden tussen oorsprong en bestemming maken in Tableau U kunt kaarten maken in Tableau Desktop die paden tussen oorsprong en bestemming tonen. Dergelijke kaarten worden spiderkaarten of oorsprong-bestemmingskaarten genoemd. Spiderkaarten zijn ideaal als u werkt met hubs die verbinding maken met veel omliggende punten. Ze vormen een uitstekende manier om het pad tussen een oorsprong en een of meer bestemmingslocaties te tonen. Er zijn verschillende manieren om spiderkaarten te maken in Tableau. In dit onderwerp wordt aan de hand van twee voorbeelden uitgelegd hoe u een spiderkaart maakt. Volg de voorbeelden in dit onderwerp om te leren hoe u uw databron instelt en de weergave voor twee verschillende spiderkaarten maakt. Zie de volgende werkmappen op Tableau Public voor andere voorbeelden die mogelijk beter bij uw data passen: - [Puget Sound Radio Tower Bandwidth](https://public.tableau.com/shared/Z4WHPB222?:display_count=yes) - [Recruitment Strategies in the English Premier League](https://public.tableau.com/views/EPLRecruitmentStrategies_10_0/EPLTransferMovement?:embed=y&:display_count=yes) - [2014 U.S. Flight Departure Delays](https://public.tableau.com/views/OnTimeFlights2014_92/Departures?:embed=y&:display_count=yes) Opmerking: In de volgende voorbeelden heeft de databron punten die elk een unieke pad-ID hebben en zich elk op een andere rij bevinden. Als uw oorsprongs- en bestemmingsdata zich op dezelfde rij bevinden, kunt u de functie MAKELINE gebruiken om een lijnmarkering te genereren tussen twee ruimtelijke punten. Zie [Een visualisatie maken met MAKELINE](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_spatial.htm#Create2). ## Voorbeeld 1: Metrostationverkeer in Parijs, Frankrijk Leer hoe u deze maakt ### Uw databron instellen Om dit type spiderkaart in Tableau te maken, moet uw databron de volgende informatie bevatten: - Een pad-ID voor elk uniek pad. Zie [De kolom Lijngroep (pad-ID)](#LineGroup) voor meer informatie. - Getallen om de tekenvolgorde van elk datapunt (locatie) te definiëren. Zie [De kolom Volgorde van punten](#Order) voor meer informatie. - Breedtegraad- en lengtegraadcoördinaten voor elke locatie. Zie de onderstaande voorbeeldtabel. - Een kolom met uw locatienamen (aanbevolen, maar niet verplicht). De volgende tabel is een fragment van de databron Transporten, die is opgenomen in de [Voorbeeldwerkmap 1 Spiderkaarten maken in Tableau](https://public.tableau.com/nl-nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/CreateSpiderMapsinTableauExample/Feuille1) op Tableau Public. Het bevat metroverkeersdata voor alle metrolijnen in Parijs, Frankrijk. In dit voorbeeld zijn de eerste drie metrostations voor twee metrolijnen opgenomen en het bevat de vereiste kolommen **Lijngroep (pad-ID)**, **Volgorde van punten**, **Breedtegraad** en **Lengtegraad**. Het bevat ook de extra kolommen **Lijn**, **Station** en **Verkeer** voor extra duidelijkheid en organisatie, maar deze zijn niet vereist om de kaartweergave te maken.
LijnLijngroep (pad-ID)Volgorde van puntenStationBreedtegraadLengtegraadVerkeer
111La Défense (Grande Arche)48,8919342,23788314.275.382
112Esplanade de la Défense48,8878432,2504429.843.051
113Pont de Neuilly48,8845092,2598926.902.931
10 BOUCLE101Boulogne-Jean-Jaurès48,8422222,2388363.847.782
10 BOUCLE102Porte d'Auteuil48,8480742,258648687.237
10 BOUCLE103Michel-Ange-Auteuil48,8477402,2642972.222.709
**De kolom Lijngroep (pad-ID)** Voor elk pad is er een unieke sleutel of tekenreeks, die aan elke locatie in dat pad wordt toegevoegd. In dit voorbeeld wordt de kolom Lijngroep (pad-ID) gebruikt om elk uniek pad te identificeren. U gebruikt deze kolom om uw spiderkaart te maken. In de bovenstaande tabel zijn er bijvoorbeeld twee metrolijnen (1 en 10 Boucle) en elk van die metrolijnen heeft een unieke pad-ID die in de kolom **Lijngroep (pad-ID)** wordt vermeld. Voor metrolijn 1 is de Lijngroep 1. Voor metrolijn 10 Boucle is de Lijngroep 10. Elke locatie in lijn één bevat de Lijngroep 1, en elke locatie in lijn 10 Boucle bevat de Lijngroep 10. De kolom Volgorde van punten Deze kolom definieert de volgorde van de punten en de richting waarin de lijn wordt getrokken vanaf het eerste datapunt tot het laatste datapunt op uw kaart. In dit voorbeeld zijn dat het begin en einde van de metrolijn. Dit veld is erg belangrijk als u meer dan twee locaties in een pad hebt, omdat het de paden in de gewenste volgorde tekent (u kunt het zien als het verbinden van de punten). In de bovenstaande voorbeeldtabel zijn er drie stations op lijn 1. Ze worden in volgorde van La Défense (Grande Arche) tot Pont de Neuilly vermeld met behulp van de getallen **1** tot **3** in de kolom **Volgorde van punten**. Hetzelfde geldt voor lijn 10 Boucle. ### Fundamentele bouwstenen voor kaart:
Container Kolommen:Lengtegraad (continue meetwaarde, geografische rol voor lengtegraad toegewezen)
Container Rijen:Breedtegraad (continue meetwaarde, geografische rol voor breedtegraad toegewezen)
Detail:Veld Pad-ID (discrete dimensie)
Pad:Volgordeveld (continue dimensie)
Markeringstype:Lijn
### De kaartweergave maken Om dit voorbeeld te volgen, downloadt u de [Voorbeeldwerkmap 1 Spiderkaarten maken in Tableau](https://public.tableau.com/nl-nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/CreateSpiderMapsinTableauExample/Feuille1) vanuit Tableau Public en opent u deze in Tableau Desktop. 1. Klik in de **Voorbeeldwerkmap Spiderkaarten maken in Tableau** op het pictogram Nieuw werkblad. 2. Sleep in het nieuwe werkblad, vanuit Meetwaarden, Lengtegraad naar de container Kolommen en Breedtegraad naar de container Rijen. 3. Sleep vanuit het deelvenster Data Lijngroep (pad-ID) naar Detail op de kaart Markeringen. 4. Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer Lijn. De kaartweergave wordt bijgewerkt met een lijn die alle punten met elkaar verbindt. De knop Pad zou op de kaart Markeringen moeten verschijnen. ![Een lijndiagram op een kaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spidermap7.png) 5. Sleep vanuit het deelvenster Data Puntvolgorde naar Pad op de kaart Markeringen. De puntvolgorde wordt geaggregeerd als een som. 6. Klik op de kaart Markeringen met de rechtermuisknop op het veld SUM(Puntvolgorde) en selecteer Dimensie. De kaartweergave wordt bijgewerkt met een lijn voor elke metrolijn. ![Een kaart met een netwerk van blauwe lijnen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spidermap8.png) 7. Sleep vanuit het deelvenster Data Lijngroep (pad-ID) naar Kleur op de kaart Markeringen. Elke regel heeft nu een eigen kleur en er wordt een kleurlegenda aan de weergave toegevoegd. 8. Sleep vanuit het deelvenster Data Lengtegraad naar de container Kolommen en plaats deze rechts van het eerste veld Lengtegraad. Er staan nu twee velden Lengtegraad in de container Kolommen. De weergave wordt bijgewerkt met twee identieke kaarten. De kaart Markeringen wordt bijgewerkt met twee tabbladen: één voor de kaart aan de linkerkant en één voor de kaart aan de rechterkant. U kunt deze tabbladen aanpassen om de visuele details van elke kaartweergave te wijzigen. Er is een tabblad Alles waarmee u de visuele details in beide kaarten tegelijkertijd kunt regelen. ![De vervolgkeuzelijst van de kaart Markeringen, met het gekozen lijnmarkeringstype.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spidermap9.png) 9. Klik op de kaart Markeringen op het onderste tabblad **AVG(Lengtegraad) (2)**. 10. Klik op de kaart Markeringen, onder het onderste tabblad AVG(Lengtegraad), op de vervolgkeuzelijst Markeringtype en selecteer Automatisch. De kaartweergave aan de rechterkant wordt bijgewerkt naar een puntenkaart. ![Een kaart met twee assen, met een spiderkaart naast een puntenkaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spidermap11.png) 11. Klik in de container Kolommen met de rechtermuisknop op het tweede veld AVG(Lengtegraad) (aan de rechterkant) en selecteer Dubbele as. ![Een kaart met twee assen, met een spiderkaart naast een puntenkaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spidermap10.png) Uw kaartweergaven worden nu over elkaar heen weergegeven. 12. Sleep vanuit het deelvenster Data Verkeer naar Formaat op de onderste AVG(Lengtegraad) kaart Markeringen. Het formaat van de datapunten wordt bijgewerkt om de hoeveelheid verkeer per station te tonen. 13. Klik op de kaart Markeringen op Formaat en verplaats de schuifregelaar naar rechts. 14. Klik op de kaart Markeringen op Kleuren klik vervolgens, onder Effecten, op de vervolgkeuzelijst **Rand** en selecteer een kleur. De weergave is nu compleet. U kunt snel de stations met het meeste verkeer op elke metrolijn zoeken. ![Een spiderkaart met lijnen die de verschillende knooppunten met elkaar verbinden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spidermap12.png) #### De hoeveelheid informatie in de weergave filteren Als u het aantal regels wilt filteren dat u in de weergave ziet: - Sleep vanuit het deelvenster Data Lijngroep naar de container Filters. U kunt ook met de rechtermuisknop op het veld Lijngroep klikken en Filter tonen selecteren om een filterkaart in de weergave te tonen. ![Lijngroep in een spiderkaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_build9.png) ## Voorbeeld 2: Fietsdeeldata in Seattle, Washington Leer hoe u deze maakt ### Uw databron instellen Net als bij het eerste voorbeeld moet uw databron voor dit type spiderkaart de volgende informatie bevatten: - Een Pad-ID voor elk uniek pad. Zie [De kolom Pad-ID](#Path) hieronder voor meer informatie. - Breedtegraad- en lengtegraadcoördinaten voor elke locatie. Zie de onderstaande voorbeeldtabel. - Twee rijen in uw databron voor elk pad. U moet één rij hebben voor uw oorsprongslocatiedata en één rij voor uw bestemmingslocatiedata, herhaald voor elk pad. Dit is een cruciale stap die ervoor zorgt dat Tableau uw paden correct tekent. Zie [Rijen Oorsprong-bestemming](#Origin) hieronder voor meer informatie. - Een kolom met uw locatienamen (aanbevolen, maar niet verplicht). Dit voorbeeld is een fragment van de databron Fietsdelen in Seattle, die is opgenomen in de [Voorbeeldwerkmap 2 Spiderkaarten maken in Tableau](https://public.tableau.com/nl-nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/CreateSpiderMapsExampleWorkbook/SpiderMapSimpleFilterExample). Deze heeft een kolom voor **Oorsprong-bestemming**, **Station**, **Pad-ID**, **Breedtegraad** en **Lengtegraad**. Voor het maken van een spiderkaart zijn alleen de laatste drie kolommen in deze databron vereist, maar de kolommen Oorsprong-bestemming en Locatienaam zorgen voor meer duidelijkheid en organisatie.
Oorsprong-bestemmingStationPad-IDBreedtegraadLengtegraad
OorsprongBT-01BT-01_BT-0147,61841-122,35101
BestemmingBT-01BT-01_BT-0147,61841-122,35101
OorsprongBT-01BT-01_BT-0347,61841-122,35101
BestemmingBT-03BT-01_BT-0347,61576-122,34843
OorsprongBT-01BT-01_BT-0447,61841-122,35101
BestemmingBT-04BT-01_BT-0447,61613-122,34108
OorsprongBT-01BT-01_BT-0547,61841-122,35101
BestemmingBT-05BT-01_BT-0547,61303-122,34410
Rijen Oorsprong-bestemming Voor elk uniek pad dat u wilt maken, hebt u een rij nodig voor uw oorsprongslocatie en een rij voor uw bestemmingslocatie in uw databron. Dit betekent dat uw oorsprongslocatie wordt gekoppeld aan elke bestemmingslocatie. Wanneer u bijvoorbeeld het pad tussen een oorsprongslocatie voor fietsdelen en verschillende bestemmingslocaties in een stad wilt tonen, hebt u een rij nodig voor de oorsprongslocatie en een rij voor de bestemmingslocatie voor _elk pad_. In het bovenstaande voorbeeld wordt het oorsprongsstation BT-01 gekoppeld aan verschillende bestemmingslocaties (BT-01, BT-03, BT-04, BT-05) om aan te tonen dat fietsen zijn uitgecheckt op locatie BT-01 en zijn teruggebracht naar dezelfde locatie of naar een andere locatie. Elk oorsprong-bestemmingspaar is voorzien van een kleurcode om aan te tonen dat ze één pad vormen. Er is een kolom voor Oorsprong-bestemming om dit concept verder te uit te leggen, maar deze kolom is niet vereist. De kolom Pad-ID De kolom Pad-ID wordt gebruikt om elk uniek pad van oorsprong-naar-bestemming aan te geven. U gebruikt deze kolom om uw spiderkaart te maken. Voor elke oorsprongs- en bestemmingslocatie is er een unieke sleutel of tekenreeks die deze als een paar identificeert. In het onderstaande voorbeeld is de Pad-ID voor het eerste oorsprong-bestemmingspad BT-01\_BT-01. Voor het tweede oorsprong-bestemmingspad is de Pad-ID BT-01\_BT-03. Elke Pad-ID wordt twee keer vermeld: één keer voor de oorsprongslocatie en één keer voor de bestemmingslocatie. Ook hier is elk paar voorzien van een kleurcode om aan te geven dat ze één pad vormen.
Oorsprong-bestemmingLocatienaamPad-IDBreedtegraadLengtegraad
OorsprongBT-01BT-01_BT-0147,61841-122,35101
BestemmingBT-01BT-01_BT-0147,61841-122,35101
OorsprongBT-01BT-01_BT-0347,61841-122,35101
BestemmingBT-03BT-01_BT-0347,61576-122,34843
**Opmerking**: U kunt uw Pad-ID naar eigen wens instellen. Als u echter complexe berekende velden wilt maken om de locaties later te kunnen filteren, is het handig als uw pad-ID's consistent zijn voor alle paden. Een goede manier om dit te doen, is door pad-ID's te maken die bestaan uit een combinatie van de namen van uw oorsprongs- en bestemmingslocaties, gescheiden door een scheidingsteken. De Pad-ID voor de oorsprongslocatie BT-01 en de bestemmingslocatie BT-03 is bijvoorbeeld BT-01\_BT-03. Zie de sectie [Optie 2: Een dynamisch filter maken:](#Filterodmaps) voor een voorbeeld van de reden waarom u dit mogelijk zou willen doen. ### Fundamentele bouwstenen voor kaart:
Container Kolommen:Lengtegraad (continue dimensie, geografische rol voor lengtegraad toegewezen)
Container Rijen:Breedtegraad (continue dimensie, geografische rol voor breedtegraad toegewezen)
Detail:Veld Pad-ID (discrete dimensie)
Markeringstype:Lijn
### De kaartweergave maken Nadat u uw databron hebt ingesteld, kunt u er verbinding mee maken in Tableau Desktop en een spiderkaart maken. Om dit voorbeeld te volgen, downloadt u de [Voorbeeldwerkmap 2 Spiderkaarten maken in Tableau](https://public.tableau.com/nl-nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/CreateSpiderMapsExampleWorkbook/SpiderMapSimpleFilterExample) vanuit Tableau Public. 1. Sleep vanuit het deelvenster Data Lengtegraad naar de container Kolommen en Breedtegraad naar de container Rijen. 2. Klik in de container Kolommen met de rechtermuisknop op het veld Lengtegraad en selecteer Dimensie. Doe hetzelfde voor het veld Breedtegraad in de container Rijen. Hiermee voorkomt u dat Tableau uw oorsprongs- en bestemmingslocaties aggregeert. U zou alle locaties in de databron als datapunten op uw kaart moeten zien. In dit voorbeeld is er een datapunt voor elke fietsdeellocatie in de databron. ![Een eenvoudige puntenkaart van locaties in Seattle.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spidermap2.png) 5. Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer Lijn. De weergave wordt bijgewerkt en toont een lijn die elk datapunt verbindt. De kaart Markeringen wordt bijgewerkt met een knop Pad. ![Een kaart met veel lijnen die punten op de kustlijn met elkaar verbinden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spidermap5.png) 6. Sleep vanuit het deelvenster Data Pad-ID naar Detail op de kaart Markeringen. Als u slechts een paar oorsprong-bestemmingsparen hebt, kan uw weergave er ongeveer als volgt uitzien: ![Een spiderkaart met lijnen die vanuit een centraal knooppunt lopen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spidermap3.png) Als u echter veel oorsprong-bestemmingsparen hebt, kan uw weergave er ongeveer zo uitzien: ![Een kaart met veel lijnen die punten op de kustlijn met elkaar verbinden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spidermap4.png) Dit komt vaak voor en kan worden opgelost door een groot deel van uw paden uit de weergave te filteren. Ga door naar de volgende sectie om een aantal manieren te leren waarop u dit kunt doen. #### De hoeveelheid informatie in de weergave filteren Als uw databron veel oorsprong-bestemmingsparen bevat, kunt u de meeste daarvan uit de weergave filteren. **Optie 1: Een eenvoudig filter maken:** 1. Sleep vanuit het deelvenster Data Pad-ID naar de container Filters. 2. In het dialoogvenster Filter dat wordt geopend, doet u het volgende: - Selecteer onder het tabblad **Algemeen** de optie Geen. - Klik op het tabblad Jokerteken. - Voer onder het tabblad Jokerteken voor de Overeenkomstwaarde BT-01 in, en klik vervolgens op Begint met. - Klik op OK. Hiermee wordt de weergave gefilterd tot alleen de paden die beginnen met BT-01. **Optie 2: Een dynamisch filter maken:** U kunt ook een berekend veld maken en dit combineren met een parameter, zodat u direct in de weergave kunt schakelen tussen de paden die u wilt zien. Volg de onderstaande stappen om te leren hoe u dit kunt doen. Stap 1: De parameter maken 1. Klik in het deelvenster Data op de vervolgkeuzelijst deelvenster Data en selecteer Parameter maken. 2. In het dialoogvenster Parameter maken, doet u het volgende: - Geef de parameter de naam **StationSelected**. - Selecteer voor Datatype Tekenreeks - Klik voor Toegestane waarden op Lijst, selecteer Toevoegen vanuit veld en selecteer vervolgens het veld **Locatienamen**. - Klik op **OK**. Stap 2: het berekende veld maken 1. Selecteer Analyse \> Berekend veld maken. 2. Geef in de editor berekeningen het berekende veld de naam **Selecteren op oorsprong-bestemming** en voer vervolgens de volgende formule in: `IF LEFT([Path ID], FIND([Path ID], "_") -1) = [StationSelected] THEN "Origin" ELSEIF RIGHT([Path ID], LEN([Path ID]) - FIND([Path ID], "_")) = [StationSelected] THEN "Destination" ELSE "Unselected stations" END` In de [tabel hierboven](#table) bevat elke Pad-ID (bijvoorbeeld BT-01\_BT-03) een onderstrepingsteken (**\_**) als scheidingsteken om de naam van de oorsprongslocatie (BT-01) te scheiden van de naam van de bestemmingslocatie (BT-03). Dit scheidingsteken wordt in de formule gebruikt om Tableau te vertellen welke locaties (geselecteerd in de parameter die u in stap 1 van deze procedure hebt gemaakt) oorsprongslocaties zijn en welke bestemmingslocaties zijn. De parameter die u hierboven hebt gemaakt, wordt ook gebruikt in de formule (StationSelected). 3. Controleer of de berekening geldig is en klik vervolgens op OK. Stap 3: Het berekende veld toevoegen aan de container Filters 1. Sleep vanuit het deelvenster Data het berekende veld naar de container Filters. 2. Selecteer in het dialoogvenster Filter Oorsprong en klik vervolgens op **OK**. Stap 4: Het parameterbesturingselement tonen Klik in het deelvenster Data met de rechtermuisknop op de parameter die u hebt gemaakt en selecteer Parameterbesturingselement tonen. U kunt nu een oorsprong selecteren via het parameterbesturingselement in de weergave, waarna de markeringen op uw kaartweergave worden bijgewerkt. ![Een oorsprong-bestemmingskaart met blauwe lijnen vanaf een punt aan de kust.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spidermap1.png) ## Zie ook: Bericht van de Tableau-community: [Oorsprong-bestemmingskaarten (of flowkaarten)](https://community.tableau.com/nl-nl/people/sarah.battersby.0/blog/2018/01/12/origin-destination-maps-or-flow-maps) [Kaarten met een pad in de loop van de tijd maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_howto_flow.htm) [Concepten voor het maken van kaarten in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_build.htm) [Parameters maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/parameters_create.htm) [Data uit uw weergaven filteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Kaarten met verhoudingen of geaggregeerde data maken in Tableau U kunt in Tableau Desktop kaarten maken die verhoudingen of geaggregeerde data tonen, vergelijkbaar met het onderstaande voorbeeld. Dergelijke kaarten worden choropleth-kaarten of gevulde kaarten genoemd. Choropleth-kaarten zijn het meest geschikt voor het tonen van verhoudingen of geaggregeerde data voor veelhoeken. Deze veelhoeken kunnen bestuurlijke gebieden, regio's, staten of andere gebieden of regio's zijn die in Tableau kunnen worden gegeocodeerd. Het kunnen zelfs gebruikersgedefinieerde gebieden zijn die in Tableau zijn gemaakt. Zie [Gebieden op een kaart maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_custom_territories.htm) voor meer informatie. ![choropleth-kaart](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/choropleth_maps1.png) Opmerking: Wees voorzichtig met aantallen als u geaggregeerde data gebruikt. Aantallen worden vaak gerelateerd aan de grootte of bevolkingsomvang van regio's. Het is bijvoorbeeld waarschijnlijk dat u hogere aantallen hebt voor verkopen in regio's met meer inwoners. In dit onderwerp wordt aan de hand van een voorbeeld uitgelegd hoe u een choropleth-kaart maakt. Volg het voorbeeld in dit onderwerp om te leren hoe u uw databron instelt en de weergave voor een choropleth-kaart maakt. ## Uw databron Om een choropleth-kaart te maken, moet uw databron de volgende soorten informatie bevatten: - Kwantitatieve of kwalitatieve waarden. - Locatienamen (indien herkend door Tableau). De volgende tabel is een fragment van de databron countyObesity + (Obesity\_State\_County), die is opgenomen in de [Voorbeeldwerkmap Choropleth-kaarten maken in Tableau](https://public.tableau.com/nl-nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/CreateChoroplethMapsinTableauExampleWorkbook/County_Obesity_Map) op Tableau Public. Deze bevat kolommen voor staat, bestuurlijk gebied en obesitaspercentage - 2012.
StaatBestuurlijk gebiedObesitaspercentage - 2012
AlabamaBestuurlijk gebied Autauga30,9000
AlabamaBestuurlijk gebied Baldwin26,7000
AlabamaBestuurlijke gebied Barbour40,8000
AlabamaBestuurlijk gebied Bibb40,1000
AlabamaBestuurlijk gebied Blount32,4000
AlabamaBestuurlijk gebied Bullock44,5000
## Fundamentele bouwstenen voor kaart:
Container Kolommen:Lengtegraad (continue meetwaarde, geografische rol voor lengtegraad toegewezen)
Container Rijen:Breedtegraad (continue meetwaarde, geografische rol voor breedtegraad toegewezen)
Detail:Eén of meer geografische eenheden (dimensies met geografische rollen toegewezen)
Kleur:Meetwaarde of Dimensie
Markeringstype:Automatisch of Kaart
## De kaartweergave maken Om dit voorbeeld te volgen, downloadt u de [Voorbeeldwerkmap Choropleth-kaarten maken in Tableau](https://public.tableau.com/nl-nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/CreateChoroplethMapsinTableauExampleWorkbook/County_Obesity_Map) vanuit Tableau Public en opent u deze in Tableau Desktop. 1. Open een nieuw werkblad. 2. Dubbelklik in het deelvenster **Data**, onder de map Staat, bestuurlijk gebied, op **Staat**. Staat wordt toegevoegd aan Detail op de kaart Markeringen, en lengtegraad en breedtegraad worden toegevoegd aan de containers Kolommen en Rijen. Er wordt een kaartweergave gemaakt met een datapunt voor elke staat in uw databron. 3. Selecteer in de kaartweergave de datapunten **Alaska** en **Hawaii** en klik vervolgens op Uitsluiten op de knopinfo die verschijnt. ![Een close-up van een datapunt op een choropleth-kaart van de Verenigde Staten voor de staat Alaska, met de opties Alleen deze behouden of Uitsluiten weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/choropleth_maps2.png) 4. Klik op de kaart Markeringen op het plusteken op het veld **Staat** om meer details weer te geven over het Bestuurlijk gebied. Er is nu een datapunt voor elk bestuurlijk gebied in uw databron. 5. Sleep vanuit het deelvenster Data, onder de map countyObesity$, **Percentage-2012** naar Kleur op de kaart Markeringen. De kaartweergave verandert in een gevuld kaartmarkeringstype en de veelhoeken worden groen gekleurd. Houd er rekening mee dat de standaardaggregatie voor de meetwaarde Percentage-2012 SUM is. ![Een choropleth-kaart van de Verenigde Staten, waarbij de provincies zijn gearceerd op basis van een percentage van de totale waarde.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/choropleth_maps3.png) 6. Klik op de kaart Markeringen met de rechtermuisknop op het veld **Percentage-2012** en selecteer Kenmerk. Omdat de data in dit veld al een percentage zijn, heeft het geen zin om deze als een som te aggregeren. 7. Klik op de kaart Markeringen op Kleur en selecteer Kleuren bewerken. ![Kaart Markeringen met instellingen voor kleur, grootte, label en effecten voor markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/choropleth_maps4.png) 8. Klik in het dialoogvenster Kleur bewerken op de vervolgkeuzelijst, selecteer Oranje en klik vervolgens op OK. 9. Klik op de kaart Markeringen op Kleur, klik vervolgens, onder Effecten, op de vervolgkeuzelijst **Rand** en selecteer Geen. ![Kaart Markeringen met de weergegeven randkleuropties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/choropleth_maps5.png) Uw choropleth-kaart is nu compleet. Voor elke veelhoek (bestuurlijk gebied) op de kaartweergave wordt een obesitaspercentage getoond. ![Een choropleth-kaart van de Verenigde Staten, waarbij de provincies zijn gearceerd op basis van een percentage van de kenmerkwaarde.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/choropleth_maps6.png) ### Extra ruimtelijke context toevoegen U kunt extra ruimtelijke context, zoals staatsgrenzen, toevoegen door een extra laag toe te voegen aan uw kaart. 1. Sleep vanuit het deelvenster Data het veld Staat naar het werkblad en zet het op Een markeringslaag toevoegen. ![Staatdimensie geplaatst op de laag 'Een markeringslaag toevoegen'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_choropleth_layer.png) Nu ziet u twee lagen op uw kaart Markeringen: Staat en Bestuurlijk gebied. 2. Stel vanuit de laag Staat op uw kaart Markeringen het markeringstype in op Kaart. 3. Klik op Kleur en sleep vervolgens het opaciteitspercentage van 80% naar 0%. ![Choropleth-kaart van de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_choropleth_layer_color.png) Uw kaart wordt bijgewerkt met staatsgrenzen voor extra context over de data van het bestuurlijk gebied. ### Opmerking over kleurdistributie De distributie die u opgeeft voor de kleur van de veelhoeken, heeft grote invloed op de manier waarop mensen uw data interpreteren. De kaart die u bijvoorbeeld in de sectie [De kaartweergave maken](#Build) hebt gemaakt, gebruikte de standaardkleurdistributie van Tableau. De kleur was evenredig over alle waarden gedistribueerd. De kaartweergave zag er als volgt uit: ![Een choropletenkaart van de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/choropleth_maps8.png) Als u echter besluit om de waarden over vijf kleuren te distribueren (kleurgradatie in Tableau), kan de kaartweergave er als volgt uitzien: ![Een choropletenkaart van de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/choropleth_maps8.png) Of misschien wilt u kwartielen zien. Als u percentielen in uw data gebruikt en vervolgens kleurgradatie voor vier stappen gebruikt, bevat elke stap 25% van de data en kan dit er als volgt uitzien: ![Een choropletenkaart van de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/choropleth_maps9.png) Ziet u dat de hoge obesitaspercentages in het Zuiden beter zichtbaar zijn als u kwartielen gebruikt? De kleurdistributie die u kiest, hangt af van de informatie die u wilt tonen. Als u bijvoorbeeld wilt aantonen dat de obesitaspercentages hoger liggen in het Zuiden, kunt u het kwartielvoorbeeld gebruiken. Als u echter wilt aantonen dat de obesitaspercentages in de Verenigde Staten over het algemeen hoog zijn, kunt u het eerste voorbeeld kiezen, waarbij de kleur evenredig werd gedistribueerd. Geen van de kaarten is goed of fout; ze vertellen alleen een ander verhaal. ### Opmerking over het detailniveau Het detailniveau dat u in een choropleth-kaart opgeeft, bepaalt welke patronen u in de data wilt zien. Als u een vereenvoudigd patroon wilt zien, kunt u overwegen om te aggregeren naar een hoger detailniveau. Als u dieper wilt graven om kleinere trends te zoeken, kunt u overwegen om te aggregeren tot een lager detailniveau. De kaartweergave die u bijvoorbeeld in de sectie [De kaartweergave maken](#Build) hebt gemaakt, werd geaggregeerd op detailniveau Bestuurlijk gebied. Het detailniveau Bestuurlijk gebied was het laagste detailniveau in de databron. Als dit geschikt is voor uw dataset, kunt u aggregeren naar een hoger detailniveau, bijvoorbeeld Staat. ## Zie ook: [Concepten voor het maken van kaarten in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_build.htm) [Geografische rollen toewijzen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm) [Kaarten met kwantitatieve waarden maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_howto_symbol.htm) [Gebieden op een kaart maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_custom_territories.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Kaarten opslaan Wanneer u kaartweergaven maakt met behulp van de online kaartprovider, slaat Tableau de afbeeldingen waaruit de kaart bestaat op in een cache. Op die manier hoeft u niet te wachten tot de kaarten zijn opgehaald terwijl u uw analyse voortzet. Bovendien kunt u, doordat u de kaarten opslaat, ook een deel van het werk doen als u offline bent. Zie [Achtergrondkaarten selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources.htm) voor meer informatie. De cache voor de kaarten wordt opgeslagen bij uw tijdelijke internetbestanden en kan op elk gewenst moment worden gewist door de tijdelijke bestanden uit uw browser te verwijderen. Opgeslagen kaartafbeeldingen en -legenda's blijven ongeveer dertig dagen geldig. Hierna gebruikt Tableau de opgeslagen afbeelding niet meer. In plaats daarvan moet u opnieuw verbinding maken en een bijgewerkte kaart ophalen. Hierdoor wordt voorkomen dat de kaartafbeeldingen verouderd raken. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Kaarten waarop visuele dataclusters naar voren worden gebracht maken in Tableau U kunt in Tableau Desktop kaarten maken waarmee u visuele clusters kunt herkennen, vergelijkbaar met het onderstaande voorbeeld. Dergelijke kaarten worden puntenverdelingskaarten genoemd. Puntenverdelingskaarten zijn ideaal om te laten zien hoe de locaties van uw datapunten gedistribueerd zijn. In dit onderwerp wordt aan de hand van een voorbeeld uitgelegd hoe u een puntenverdelingskaart maakt. Volg het voorbeeld in dit onderwerp om te leren hoe u uw databron instelt en de weergave voor een puntenverdelingskaart maakt. ![Een kaart met datapunten geclusterd in het oosten van de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pointdistribution_maps1.png) ## Uw databron Om een puntenverdelingskaart te maken, moet uw databron de volgende soorten informatie bevatten: - Breedtegraad- en lengtegraadcoördinaten voor al uw locaties De volgende tabel is bijvoorbeeld een fragment van de databron Hagel, die is opgenomen in de [Voorbeeldwerkmap Puntenverdelingskaarten maken in Tableau](https://public.tableau.com/nl-nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/CreatePointDistributionMapsinTableauExampleWorkbook/Hailstormmap) op Tableau Public. Deze bevat kolommen met de breedtegraad- en lengtegraadcoördinaten van hagelbuien in de Verenigde Staten van 1955 tot en met 2013.
BreedtegraadLengtegraad
32,2000-101,5000
38,5800-92,5800
41,2000-89,6800
39,2800-87,4000
41,7800-87,7800
39,5000-90,0800
## Bouwstenen voor een basiskaart
Container Kolommen:Lengtegraad (continue dimensie, geografische rol voor lengtegraad toegewezen)
Container Rijen:Breedtegraad (continue dimensie, geografische rol voor breedtegraad toegewezen)
Markeringstype:Automatisch
## De kaartweergave maken Om dit voorbeeld te volgen, downloadt u de [Voorbeeldwerkmap Puntenverdelingskaarten maken in Tableau](https://public.tableau.com/nl-nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/CreatePointDistributionMapsinTableauExampleWorkbook/Hailstormmap) vanuit Tableau Public en opent u deze in Tableau Desktop. 1. Open een nieuw werkblad. 2. Zorg ervoor dat de geografische rol **Breedtegraad** is toegewezen aan uw breedtegraadveld en dat de geografische rol **Lengtegraad** is toegewezen aan uw lengtegraadveld. Zie [Een geografische rol toewijzen aan een veld](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm#AssignRole) voor meer informatie. 3. Dubbelklik in het deelvenster Data op **Breedtegraad** en **Lengtegraad** om deze toe te voegen aan de weergave. De velden Breedtegraad en Lengtegraad worden toegevoegd aan de containers Kolommen en Rijen en er wordt een kaartweergave met één datapunt gemaakt. ![Een kaart van de Verenigde Staten met een blauwe stip die Missouri markeert.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pointdistribution_maps2.png) 4. Klik in de container Kolommen met de rechtermuisknop op **Lengtegraad** en selecteer Dimensie. ![Een vervolgkeuzemenu met opties om de gemiddelde lengtegraad te filteren, op te maken en de dimensie ervan te wijzigen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pointdistribution_maps3.png) 5. Klik in de container Rijen met de rechtermuisknop op **Breedtegraad** en selecteer Dimensie. De kaartweergave wordt bijgewerkt met elke locatie in uw databron. **Opmerking**: Mogelijk moet u enkele datapunten uit de weergave filteren. 6. Klik op de kaart Markeringen op Formaat en verplaats de schuifregelaar vervolgens naar links. ![Schuifregelaar voor de grootte van de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pointdistribution_maps4.png) Uw puntenverdelingskaart is nu compleet. Voor elke locatie in uw databron wordt nu een datapunt op de kaart geplot (behalve de datapunten die u uit de weergave hebt gefilterd). Zoals u nu kunt zien, vinden de meeste hagelbuien plaats in het oostelijke deel van de Verenigde Staten. ![Een kaart van de Verenigde Staten met blauwe markeringen die de datapunten aangeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/pointdistribution_maps5.png) ## Zie ook: [Concepten voor het maken van kaarten in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_build.htm) [Kaarten met kwantitatieve waarden maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_howto_symbol.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Kardinaliteit en referentiële integriteit Het opzetten van een databron, ongeacht hoe u de data combineert, vereist inzicht in de datastructuur van alle tabellen en hoe deze kunnen worden gecombineerd. Er zijn verschillende belangrijke elementen waarmee rekening moet worden gehouden:  - **Detailniveau**: hoe gedetailleerd de data zijn (granulariteit). Dit kan worden gezien als het beantwoorden van de vraag 'Wat definieert een rij?'. Zie [Data structureren voor analyse](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_structure_for_analysis.htm#what-is-a-row) voor meer informatie over granulariteit - **Gedeeld veld**: er moet minimaal één veld zijn dat kan worden gebruikt om de koppeling tussen tabellen te vormen. Voor een join definiëren deze velden de _join-component_. In gerelateerde tabellen bepalen ze de _relatie_. - **Kardinaliteit**: hoeveel of hoe weinig unieke waarden zijn er voor het gedeelde veld (uniciteit). Zie het volgende deel voor meer informatie. - **Referentiële integriteit**: een waarde in de ene tabel komt gegarandeerd overeen met de andere tabel. Met andere woorden: er kan in de ene tabel geen record voorkomen die geen corresponderende record in de andere tabel heeft. Zie hieronder voor meer informatie. ## Kardinaliteit _Kardinaliteit_ in een enkele kolom of veld verwijst naar hoe uniek de waarden ervan zijn. Een lage kardinaliteit betekent dat er slechts een paar unieke waarden zijn (zoals in een veld voor oogkleur). Een hoge kardinaliteit betekent dat er veel unieke waarden zijn (zoals in een veld voor telefoonnummers). De kardinaliteit tussen tabellen is vergelijkbaar, maar verwijst naar de vraag of het om een rij uit één tabel gaat die _zou kunnen zijn_ gekoppeld aan meer dan één rij in een andere tabel. (Het is belangrijk om te onthouden dat kardinaliteit niets zegt over de vraag of er data ontbreken in een van beide tabellen. De aanwezigheid of afwezigheid van ontbrekende data is referentiële integriteit. Hoewel deze concepten samenwerken, betreffen het twee verschillende kenmerken van de relatie.) De opties zijn een-op-een, een-op-veel, veel-op-een of veel-op-veel.

Een op een

  • Definitie: elke waarde van het gedeelde veld in één tabel is gerelateerd aan hooguit één waarde in het gedeelde veld in de andere tabel. 
  • Afkorting: 1:1

Voorbeeld: elke auto heeft een eigen kenteken en een kenteken is specifiek voor een individuele auto. Auto-op-kentekenbewijs is een-op-een.

Zelfs als een auto niet geregistreerd is of als er nog geen kenteken aan een auto is toegewezen, wordt deze afwijking beschreven door de referentiële integriteit. Een auto kan maar één kenteken hebben en een kenteken kan maar aan één auto worden toegekend. De kardinaliteit blijft dus een-op-een.

 

Een horizontaal staafdiagram met drie gekleurde staven.

Een-op-veel of Veel-op-een

  • Definitie: elke waarde van het gedeelde veld in de ene tabel kan gerelateerd zijn aan meerdere rijen in de andere tabel (die waarde wordt herhaald in de andere tabel).
  • Afkorting: m:1 of 1:m
  • De volgorde van de tabellen bepaalt of het veel-op-een of een-op-veel is (vergelijkbaar met joins links en rechts).

Voorbeelden: veel medewerkers hebben dezelfde manager. Medewerkers-op-manager is veel-op-een. Manager-op-medewerkers is een-op-veel.

 

Een flowdiagram met zes pastelkleurige, met elkaar verbonden vakken.

Voorbeeld van een één-op-veelrelatie.

Veel-op-veel

  • Meerdere waarden van het gedeelde veld in de ene tabel kunnen gerelateerd zijn aan meerdere rijen in de andere tabel (waarden van het gedeelde veld kunnen in meerdere rijen in beide tabellen worden herhaald).
  • Afgekort als m:m.
  • Dit is de standaardinstelling als er geen andere instellingen in de databron worden gedetecteerd.

Voorbeelden: een acteur speelt in veel films en een film heeft veel acteurs. Acteur-op-film is veel-op-veel. Er kunnen meerdere boeken in dezelfde transactie worden gekocht en een boek kan meerdere keren worden gekocht. ISBN-op-order-ID is veel-op-veel.

 

Voorbeeld van een veel-op-veelrelatie.
De kardinaliteit kan worden opgegeven in de instellingen voor Prestatieopties. Zie [Relatiequery's optimaliseren met prestatieopties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_relationships_perfoptions.htm) voor meer informatie. ## Referentiële integriteit Er is een verwant concept genaamd referentiële integriteit. Dit betekent dat een rij in de ene tabel altijd een overeenkomende rij in de andere tabel zal hebben zoals bepaald door de waarde van hun gedeelde velden. Als de database geen records bevat voor auto's zonder kentekenplaten of kentekenplaten zonder auto's, is er sprake van referentiële integriteit. In Tableau wordt referentiële integriteit aan elke kant van de relatie geconfigureerd. In de instellingen voor Prestatieopties betekent Sommige records komen overeen dat er geen referentiële integriteit is (of dat u niet weet of die er wel is). Alle records komen overeen betekent dat er sprake is van referentiële integriteit. De standaardinstelling is om geen referentiële integriteit aan te nemen (Sommige records komen overeen). Zie [Relatiequery's optimaliseren met prestatieopties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_relationships_perfoptions.htm) voor meer informatie. ## Test uzelf Kunt u de kardinaliteit en referentiële integriteit van elk diagram definiëren? Wat betekent dit in woorden?  Voorbeeld:  ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cardinality_RI_example.png) Als we de linkertabel instellen als boeken en de rechtertabel als auteurs gekoppeld aan AuteurID, vertaal het diagram dan in woorden:  - **Eén boek kan meerdere auteurs hebben** (de paarse records tonen één rij in de boekentabel aan de linkerkant die overeenkomt met meerdere records in de auteurstabel aan de rechterkant). - **Geen enkele auteur heeft meer dan één boek** (elke auteursrecord aan de rechterkant leidt slechts één boekrecord aan de linkerkant). - **Er zijn geen boeken zonder auteurs** (geen enkele record aan de linkerkant komt niet overeen met een record aan de rechterkant). - **Sommige auteurs hebben mogelijk geen boeken** (De grijze auteursrecord aan de rechterkant heeft geen corresponderende boekrecord aan de linkerkant.) _Klik op elke sectie hieronder om deze uit te vouwen._ Controleer uw kennis ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cardinality_RI_tryit.png) Oplossing ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cardinality_RI_solution.png) ## Waarom maakt het uit? Het correct configureren van de instellingen voor kardinaliteit of referentiële integriteit kan via queryoptimalisatie de prestaties verbeteren. Onjuiste configuraties kunnen echter leiden tot aggregatieproblemen als gevolg van verlies of duplicatie van data. De standaardinstellingen voor Prestatieopties zijn Veel voor kardinaliteit en Sommige records komen overeen voor referentiële integriteit. Deze dienen alleen aangepast te worden als u zeker bent van de juiste kenmerken van uw data. Zie [Wat de instellingen kardinaliteit en referentiële Integriteit betekenen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_relationships_perfoptions.htm#OptionalSettings) voor meer informatie over hoe Tableau met elke instelling omgaat. ### Een voorbeeld in Tableau Laten we eens kijken wat er gebeurt als de kardinaliteit onjuist is geconfigureerd. **Opmerking**: in het volgende voorbeeld wordt een subset van tabellen van [De Boekwinkel-dataset](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/bookshop_data.htm) gebruikt. U kunt [de werkmap downloaden](https://help.tableau.com/samples/en-us/bookshop/cardinality_RI.twbx) om te volgen of de onbewerkte data downloaden om zelf de databronnen te maken. De gebruikte tabellen zijn **Boeken**, **Info** en **Editie** van _Bookshop.xlsx_ (slechts enkele velden behouden) en **Bibliotheekprofiel** en **Catalogus** van _BookshopLibrary.xlsx_. De tabellen Boek en Info hebben een een-op-een-relatie: Info bestaat in wezen uit extra kolommen voor de tabel Boek. Daarom is het zinvol, ook al kunnen ze gerelateerd zijn, om er een join van te maken om een nieuwe logische tabel te maken die alle kolommen bevat. Editie heeft een veel-op-een-relatie met deze gecombineerde tabel, omdat er van één boek meerdere edities kunnen zijn, meestal met verschillende formaten. (Het onderstaande diagram toont de relatie tussen de tabel Boek+Info en Editie, dus dit is een-op-veel.) Editie is gerelateerd aan Catalogus als een een-op-veel-relatie op ISBN. De tabellen Catalogus en Bibliotheekprofiel zijn via veel-op-veel gerelateerd aan Bibliotheek-ID. Het belangrijkste punt is dat de tabel Bibliotheekprofielen meerdere rijen per bibliotheek bevat, één voor elk personeelstype (bibliothecaris, bibliotheekassistent, bibliotheekmedewerker). Zie [De Boekwinkel-dataset](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/bookshop_data.htm) voor meer informatie over de structuur van deze tabellen. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bookshop_schema_manytomany.jpeg) #### De juiste instellingen Wanneer de relatie Catalogus-Bibliotheekprofiel correct is opgezet, kunnen we een eenvoudig voorbeeld maken dat het aantal medewerkers voor elke bibliotheek voor meerdere boeken weergeeft. Dit is een vreemde visualisatie om te maken, maar het is nuttig om de kwestie te illustreren. Idle Hour Library heeft 130 medewerkers, ongeacht over welk boek we het hebben. Er zijn drie waarden voor het type medewerker. Dus elk totaal bestaat uit drie records: het getal tussen haakjes. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mm_right.png) **Aantal medewerkers per bibliotheek en titel. (De cijfers tussen haakjes geven het aantal records per markering aan.)** #### De verkeerde instellingen: een-op-een Wanneer de relatie ten onrechte is ingesteld op een-op-een, wordt in de weergave elke titel uit Catalogus effectief gekoppeld aan slechts één record uit de tabel Bibliotheekprofiel (zoals aangegeven door het aantal records tussen haakjes). ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mm_wrong11.png) **Aantal medewerkers per bibliotheek en titel. (De cijfers tussen haakjes geven het aantal records per markering aan.)** Hierboven kunnen we zien dat elke bibliotheek alleen het minimumaantal medewerkers weergeeft. (Zie de vetgedrukte cijfers in de onderstaande visualisatie. Het laagste aantal medewerkers is het aantal dat wordt weerspiegeld in de visualisatie van het aantal medewerkers) ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/staffcounts.png) **Indeling van medewerkers op type en bibliotheek.** Zie [Introductie van nieuwe datamodellering in Tableau](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) (in het Engels) in de Tableau-blog voor meer informatie over hoe relaties contextuele joins worden. #### De verkeerde instelling: joins maken Hoewel er manieren zijn om dit soort problemen te omzeilen (waarbij LOD-expressies gebruikelijk zijn), kan het maken van joins van tabellen met een verschillende granulariteit of 'veel' in de bijbehorende kardinaliteit duplicatie veroorzaken. Hier zijn de aantallen medewerkers accuraat voor titels die slechts één formaat hebben. Maar voor de boeken die twee formaten hebben in de tabel Edities, wordt die verdubbeling ook doorgegeven aan de aantallen medewerkers (de record telt tussen haakjes; dat is 6 in plaats van het juiste aantal 3). ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mm_wrong_join.png) **Aantal medewerkers per bibliotheek en titel. (De cijfers tussen haakjes geven het aantal records per markering aan.)** #### De verkeerde instelling: ten onrechte uitgaan van referentiële integriteit Als u Tableau vertelt dat er sprake is van referentiële integriteit (alle records komen overeen), terwijl dit niet het geval is, kunnen waarden verloren gaan. Hier zijn deze twee visualisaties vergelijkbaar. Maar die aan de rechterkant is afkomstig van een databron die is geconfigureerd om referentiële integriteit aan te nemen. Deze heeft de nulwaarden verloren. Hoewel dit in sommige omstandigheden prima kan zijn, is het belangrijk om te begrijpen wat deze nulwaarden vertegenwoordigen. Hier wordt het aantal edities in elke bibliotheek getoond. De nulwaarden geven twee edities aan die aanwezig zijn in de editietabel, maar niet in het bezit zijn van enige bibliotheek. Dit zou een belangrijke vergissing kunnen zijn. En het is een vergissing die ten onrechte over het hoofd zou worden gezien als er sprake is van referentiële integriteit. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ri_comparison.png) [Verken de werkmap](https://help.tableau.com/samples/en-us/bookshop/cardinality_RI.twbx) en de bijbehorende databronnen om te zien welke andere problemen kunnen voortkomen uit onjuist gecombineerde tabellen. ## Impact op prestaties Als het verkeerd configureren van deze instellingen kan leiden tot ontbrekende of dubbele data, waarom staat Tableau dan überhaupt toe dat deze kunnen worden gewijzigd? In veel gevallen kunt en moet u de standaardinstellingen behouden: relateer tabellen in plaats van er een join van te maken, laat de kardinaliteit op veel-op-veel staan en ga niet uit van referentiële integriteit. Vooral als u niet zeker weet wat de instellingen moeten zijn. Kardinaliteit en referentiële integriteit zijn echter prestatieopties, omdat er prestatie-implicaties kunnen zijn voor de standaardwaarden. Als u zeker bent van de structuur van uw data, kan het configureren van de juiste instellingen de uitvoering van zoekopdrachten verminderen en de snelheid verbeteren. ### Onder de motorkap **Opmerking**: in deze sectie worden analogieën met andere technieken voor het combineren van data gebruikt om uitsluitend een conceptueel raamwerk te bieden. Het is geen technische beschrijving van hoe Tableau de prestatie-instellingen voor relaties gebruikt. **Kardinaliteit** De kardinaliteit van de relatie is van invloed op het moment waarop aggregatie plaatsvindt. Hierbij kan gedacht worden aan combineren. Bij het combineren van data worden twee databronnen onafhankelijk van elkaar opgevraagd. Elke databron wordt indien nodig geaggregeerd tot het gewenste detailniveau voor de weergave, ongeacht de andere databron. Voor relaties heeft de instelling voor kardinaliteit invloed op de vraag of de aggregatie vóór of na het maken van de join plaatsvindt. In het bovenstaande voorbeeld betekent de instelling Veel dat het aantal medewerkers voor elke bibliotheek wordt geaggregeerd voordat die data worden gecombineerd met de boekinformatie, zodat elk boek de juiste nummers heeft. Wanneer de kardinaliteit ten onrechte op Eén was ingesteld, is het aantal medewerkers niet geaggregeerd voordat het werd gecombineerd met de boekdata. Dit leidde tot onjuiste waarden. Merk op dat niet alleen de onjuiste waarden worden weergegeven, maar dat alle waarden zijn toegewezen aan het type medewerker Bibliothecarissen, ondanks het feit dat deze afkomstig zijn van alle drie de typen medewerkers. Een verkeerde configuratie van deze instelling kan onvoorspelbare en onjuiste waarden veroorzaken. Dit filteren van resultaten gebeurt alleen wanneer een veld uit een andere tabel aan de andere kant van de verkeerd ingestelde relatie in de weergave wordt gebruikt. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/1-1aggregation.png) Als de waarden uniek zijn, is Tableau echter vrij om de aggregatie vóór het maken van de join te verwijderen als dit de query optimaliseert. **Referentiële integriteit** Hoewel referentiële integriteit verwijst naar een instelling voor relaties, kan deze worden gezien in termen van typen joins. Bij een volledig buitenste join blijven alle records behouden. Ongeacht of er al dan niet een overeenkomst bestaat in de andere tabel, maar dit resulteert in lagere prestaties. Als u niet zeker weet of records verloren gaan, is een buitenste join veiliger. Dit is de manier waarop tabellen worden behandeld als er mogelijk geen sprake is van referentiële integriteit (sommige records komen overeen). Bij een binnenste join worden alleen die records bewaard bij een overeenkomst in beide tabellen en worden records verwijderd die niet in elke tabel voorkomen. Als u weet dat een binnenste join de benodigde data niet elimineert, is dit efficiënter. Als de Prestatieopties zijn ingesteld op Alle records komen overeen, wordt uitgegaan van referentiële integriteit en worden joins uitgevoerd zonder rekening te houden met niet-overeenkomende waarden. Een onjuiste instelling voor referentiële integriteit kan een filterachtig effect hebben op de gecombineerde data, waardoor niet-overeenkomende waarden worden verwijderd. Zie [Vragen stellen over meerdere gerelateerde tabellen](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/6/relationships-part-3-asking-questions-across-multiple-related-tables) (in het Engels) in de Tableau-blog voor meer informatie over de kracht van het behouden van records zonder overeenkomsten. Zie [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joining_tables.htm) voor meer informatie over typen joins. ## De standaardinstellingen behouden Als uw analyse acceptabele prestaties levert, raden we u ten zeerste aan de standaardinstellingen voor Prestatieopties op veel-op-veel te laten en niet uit te gaan van referentiële integriteit. De kracht van relaties komt voort uit hun vermogen om nauwkeurige, contextueel passende resultaten te leveren op basis van de tabellen die in de analyse worden gebruikt. Als u deze instellingen wijzigt, wordt de [semantische flexibiliteit van relaties](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) verwijderd. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Kleurpaletten en -effecten Alle markeringen hebben een standaardkleur, zelfs als er op de kaart Markeringen geen velden op Kleur zijn geplaatst. Voor de meeste markeringen is blauw de standaardkleur. Voor tekst is zwart de standaardkleur. Zie ook [Kleuren toewijzen aan markeringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm#ColorProp) en [Voorbeeld – Meerdere velden op kleur](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties_color_ex1.htm). ## Categorische paletten Wanneer u veld met discrete waarden (meestal een dimensie) neerzet op Kleur op de kaart Markeringen, gebruikt Tableau een categorisch palet en wijst een kleur toe aan elke waarde van het veld. Categorische paletten bevatten verschillende kleuren die geschikt zijn voor velden met waarden die geen inherente volgorde hebben, zoals afdelingen of verzendmethoden. Om de kleuren van de waarden van een veld te wijzigen, klikt u in de rechterbovenhoek van de kleurlegenda. Selecteer in Tableau Desktop Kleuren bewerken vanuit het contextmenu. In Tableau Server of Tableau Cloud wordt het dialoogvenster Kleuren bewerken automatisch geopend.
Tableau Desktop-versieWebversie

Met het venster Kleuren bewerken kunt u data-items selecteren en een kleurenpalet toepassen. De kleur paars is geselecteerd.

Met het venster Kleuren bewerken kunt u data-items selecteren en een kleurenpalet toepassen.

### De kleur van een waarde wijzigen 1. Klik op een item aan de linkerkant, onder Data-item selecteren. 2. Klik op een nieuwe kleur in het palet aan de rechterkant. In Tableau Desktop kunt u met de muis over een kleurstaal bewegen om de kleur te identificeren. 3. Herhaal dit voor alle waarden die u wilt wijzigen. 4. Klik in Tableau Desktop op OK om het dialoogvenster Kleuren bewerken te sluiten. In Tableau Server of Tableau Cloud kunt het dialoogvenster gewoon sluiten. ### Een ander palet selecteren De vervolgkeuzelijst Kleurenpalet selecteren in het dialoogvenster Kleuren bewerken, bevat kleurenpaletten die u voor discrete velden kunt gebruiken. De lijst bevat zowel categorische als ordinale paletten. Bovenaan de lijst staan categorische paletten, zoals _Tableau 10_. Zoals hierboven opgemerkt, zijn categorische paletten geschikt voor discrete velden zonder inherente volgorde. Onderaan de lijst staan ordinale paletten, zoals _Oranje_. Ordinale paletten bevatten een reeks gerelateerde kleuren en zijn geschikt voor velden met een bijbehorende volgorde, zoals datums of getallen. Nadat u een palet hebt geselecteerd, klikt u op Palet toewijzen om de nieuwe paletkleuren automatisch toe te wijzen aan de leden in het veld. Om terug te keren naar het automatische palet en de standaardkleurtoewijzingen, klikt u op Opnieuw instellen in het dialoogvenster Kleuren bewerken. ## Kwantitatieve paletten Wanneer u een veld met continue waarden neerzet op de kaart Markeringen (gewoonlijk een meetwaarde), geeft Tableau een kwantitatieve legenda weer met een doorlopend kleurenbereik. ![De legenda van het artikel toont het kleurenbereik van de blauwe kleur, dat varieert van lichtblauw aan de onderkant bij $ 545 tot donkerblauw aan de bovenkant bij $ 105.643.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/color5.png) U kunt de kleuren in het bereik, de distributie van kleuren en andere eigenschappen wijzigen. Om kleuren te bewerken, klikt u op de rechterbovenhoek van de kleurlegenda. Selecteer in Tableau Desktop Kleuren bewerken vanuit het contextmenu. In Tableau Server of Tableau Cloud wordt het dialoogvenster Kleuren bewerken automatisch geopend. Wanneer er zowel negatieve als positieve waarden voor het veld zijn, worden voor het standaardwaardenbereik twee kleurbereiken gebruikt en heeft het dialoogvenster Kleuren bewerken voor het veld een vierkant kleurvak aan beide uiteinden van het bereik. Dit wordt een uiteenlopend palet genoemd.
Tableau Desktop-versieWebversie

De optie Kleuren bewerken voor het venster Winstmeting, met een automatisch kleurenpalet geselecteerd.

De optie Kleuren bewerken voor het venster Winstmeting, met een automatisch kleurenpalet geselecteerd.

_Dialoogvenster Kleuren bewerken voor een uiteenlopend palet_ Wanneer alle waarden positief of negatief zijn, wordt voor het standaardwaardenbereik één kleurbereik gebruikt en bevat het dialoogvenster Kleuren bewerken voor het veld alleen een vierkant kleurvak aan de rechterkant van het bereik. Dit wordt een sequentieel palet genoemd.
Tableau Desktop-versieWebversie

De optie Kleuren bewerken voor het venster Verkoopmeting, met een automatisch kleurenpalet geselecteerd.

De optie Kleuren bewerken voor het venster Verkoopmeting, met een automatisch kleurenpalet geselecteerd.

_Dialoogvenster Kleuren bewerken voor een sequentieel palet_ U kunt opgeven of Tableau een uiteenlopend of een sequentieel palet gebruikt voor een doorlopend veld op Kleuren ook het kleurbereik voor de veldwaarden configureren. De vervolgkeuzelijst Palet biedt een reeks kleurenpaletten waaruit u kunt kiezen. Er zijn twee typen kwantitatieve paletten beschikbaar voor continue velden: - Alle paletten met _Uiteenlopend_ in de naam zijn uiteenlopende kwantitatieve paletten, bijvoorbeeld: _Oranje-blauw uiteenlopend_. U kunt voor elk doorlopend veld een uiteenlopend palet kiezen. Het is niet noodzakelijk dat het waardenbereik zowel positieve als negatieve getallen bevat. Om de kleuren voor een uiteenlopend palet te wijzigen, klikt u op een van de vierkante kleurvakken aan beide uiteinden van het paletspectrum. Afhankelijk van of u in Tableau Desktop of op het web werkt, voert u een van de volgende handelingen uit: - Selecteer in Tableau Desktop in het dialoogvenster Kleurconfiguratie (dat deel uitmaakt van het besturingssysteem van uw computer) een kleur uit de kleurenkiezer of voer aangepaste waarden in. - Voer in Tableau Server of Tableau Cloud een aangepaste hexwaarde in het veld Aangepaste kleur in. Als de waarde niet geldig is, worden er geen wijzigingen aangebracht. - Alle andere paletten zijn sequentiële kwantitatieve paletten. Om de kleuren voor een sequentieel palet te wijzigen, klikt u op het vierkante kleurvak aan de rechterkant van het paletspectrum om het dialoogvenster Kleurconfiguratie te openen (Tableau Desktop), of voert u een aangepaste hexwaarde in het veld Aangepaste kleur in (Tableau Server of Tableau Cloud). ### Opties voor kwantitatieve paletten De volgende opties zijn beschikbaar in het dialoogvenster Kleuren bewerken voor een doorlopend veld. **Opmerking**: Opties verschillen waar aangegeven voor Tableau Server en Tableau Cloud. #### Kleurgradatie Selecteer Kleurgradatie om waarden in uniforme bins te groeperen, waarbij elke bin aan een kleur is gekoppeld. Gebruik de draaiknop om aan te geven hoeveel stappen (bins) u wilt maken. Voor een waardenbereik van 0 tot 100 kunt u bijvoorbeeld vijf stappen opgeven om de waarden in vijf bins te sorteren (0-20, 20-40, enz.).
Tableau Desktop-versieWebversie

De optie Kleuren bewerken voor het venster Winstmeting, met een automatisch kleurenpalet en een 5-staps kleurenschema geselecteerd.

De optie Kleuren bewerken voor het venster Winstmeting, met een automatisch kleurenpalet en een 5-staps kleurenschema geselecteerd.

Als er een uiteenlopend kleurenpalet is geselecteerd, wordt het punt waar het palet overgaat tussen kleuren, op het kleurenschema aangegeven met een klein zwart maatstreepje. Wanneer het aantal stappen oneven is, wordt de markering in het midden van de overgangsstap geplaatst. Wanneer het aantal stappen even is, wordt de markering geplaatst op de grens tussen de stappen waar de kleur wijzigt. #### Omgekeerd Selecteer Omgekeerd om de volgorde van de kleuren in het bereik te wijzigen. Als u bijvoorbeeld wilt dat lagere waarden een donkerdere intensiteit hebben in een sequentieel palet, keert u het palet om. Bij een uiteenlopend palet betekent het omkeren van het kleurenpalet dat de twee kleuren in het palet worden verwisseld en dat de tinten binnen elk kleurbereik worden omgekeerd. #### Volledig kleurbereik gebruiken Met een uiteenlopend (tweekleurig) palet kunt u Volledig kleurbereik gebruiken selecteren. Tableau kent zowel aan het beginnummer als aan het eindnummer een volledige intensiteit toe voor beide kleurbereiken. Als het bereik dus tussen -10 en 100 ligt, verandert de kleur die negatieve getallen vertegenwoordigt veel sneller van tint dan de kleur die positieve getallen vertegenwoordigt. Als u Volledig kleurbereik gebruiken niet selecteert, wijst Tableau de kleurintensiteit toe alsof het waardenbereik tussen -100 en 100 ligt, zodat de verandering in tint aan beide zijden van nul hetzelfde is. Dit betekent dat er veel minder verandering zal zijn aan de negatieve kant, waar de daadwerkelijke waarden slechts variëren van -10 tot 0, dan aan de positieve kant, waar de waarden variëren van 0 tot 100. De afbeelding linksonder toont een rood-groen uiteenlopend kleurenpalet voor waarden van -858 tot 72.986. Als u niet het volledige kleurbereik gebruikt, wordt -858 (gekoppeld aan het kleine vakje rechtsonder in de grafiek) grijs weergegeven, omdat -858 slechts 1% van de negatieve kant is verwijderd in vergelijking met 72.986 is van de positieve kant. Wanneer het volledige kleurbereik wordt gebruikt, zoals in de afbeelding rechts, wordt -858 weergegeven als donkerrood, met een intensiteit die gelijk is aan de maximale positieve waarde. ![Twee treemaps die de impact van de optie Gebruik volledig kleurenpalet weergeven, waarbij negatieve waarden in felrood worden weergegeven, vergeleken met positieve waarden in groen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewparts_marks_markproperties_color_fullrange.png) #### Totalen opnemen Selecteer Totalen opnemen om totalen, subtotalen en eindtotalen in de kleurcodering op te nemen. Deze optie is alleen van toepassing als er totale waarden zijn opgenomen in de weergave. #### Het kleurbereik beperken Wanneer u in Tableau Desktop klikt op Geavanceerd in het dialoogvenster Kleuren bewerken, kunt u de begin-, eind- en middenwaarden voor het bereik opgeven door het selectievakje aan te vinken en een nieuwe waarde in het veld te typen. Het kleurenverloop wordt dienovereenkomstig aangepast. De Beginwaarde is de ondergrens in het bereik, de Eindwaarde is de bovengrens en de Middenwaarde is waar de neutrale kleur zich bevindt op een uiteenlopend kleurenpalet. **Opmerking**: Deze optie is momenteel niet beschikbaar in Tableau Server of Tableau Cloud. #### Het kleurbereik opnieuw instellen Om terug te keren naar het automatische palet en de standaardkleurtoewijzingen, klikt u op Opnieuw instellen in het dialoogvenster Kleuren bewerken. **Opmerking**: Als u zich in de webauthoringmodus bevindt en op Opnieuw instellen klikt, worden de standaardinstellingen van het kleurenpalet hersteld. Alle opties die zijn ingesteld bij de optie Geavanceerd worden ook opnieuw ingesteld. Om deze actie ongedaan te maken, kunt u klikken op Ongedaan maken in het bovenste menu. Als uw wijzigingen al zijn opgeslagen, moet u de geavanceerde opties in Tableau Desktop wijzigen en de weergave opnieuw publiceren. ## Kleureffecten configureren Klik op de vervolgkeuzelijst Kleur op de kaart Markeringen om extra instellingen voor Kleur te configureren die geen verband houden met de daadwerkelijk getoonde kleuren.
Tableau Desktop-versieWebversie

De kaart Markeringen met de kleuropties gehighlight.

De kaart Markeringen met de kleuropties gehighlight.

### Opaciteit Wijzig de opaciteit van de markeringen door de schuifregelaar te verplaatsen. Het aanpassen van de opaciteit is vooral handig bij dichte spreidingsdiagrammen of wanneer u data bekijkt die een kaart of achtergrondafbeelding overlappen. Naarmate u de schuifregelaar verder naar links schuift, worden de markeringen transparanter. ### Randmarkering Standaard worden in Tableau alle markeringen zonder rand weergegeven. U kunt Randmarkering inschakelen voor alle markeringstypen, behalve voor tekst, lijn en vorm. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Kleur een kleur voor de randmarkering.
Tableau Desktop-versieWebversie

Menuoptie om randmarkeringen in te schakelen en een kleur te selecteren.

Menuoptie om randmarkeringen in te schakelen en een kleur te selecteren.

Randen kunnen handig zijn om dicht op elkaar staande markeringen visueel te scheiden. De onderstaande weergaven tonen bijvoorbeeld een spreidingsdiagram waarbij de randmarkeringen zijn ingeschakeld (links) en uitgeschakeld (rechts). Wanneer de randmarkeringen zijn ingeschakeld, zijn de markeringen gemakkelijker te onderscheiden in gebieden waar ze dicht op elkaar liggen. ![Twee spreidingsdiagrammen die laten zien hoe markeringen er verschillend uitzien met de randmarkeringen in- en uitgeschakeld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewparts_marks_markproperties_borders2.png) **Opmerking:** U kunt ook de opaciteitsinstelling gebruiken om de dichtheid van de markeringen te tonen. Wanneer u een groot aantal kleurgecodeerde kleine markeringen bekijkt, is het doorgaans beter om de randmarkeringen uitgeschakeld te laten. Anders kunnen de randen de weergave domineren, waardoor het moeilijk wordt om de kleurcodering te zien. In de onderstaande weergaven worden bijvoorbeeld staven getoond die zijn gesegmenteerd door een groot aantal kleurgecodeerde dimensieleden. Als u de randmarkeringen inschakelt (rechts), zijn sommige smallere markeringen moeilijk te herkennen aan de kleur. Als de randen zijn uitgeschakeld (links), zijn de markeringen gemakkelijk te onderscheiden. ![Twee gestapelde staafdiagrammen die de impact van de randmarkeringen weergeven, met zwarte lijnen die de markeringen scheiden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/wwd_markborder9.png) ### Markerings-halo's Om markeringen beter zichtbaar te maken tegen een achtergrondafbeelding of kaart, omringt u elke markering met een effen contrasterende kleur, een zogenaamde halo. Markerings-halo's zijn beschikbaar als u een achtergrondafbeelding of een achtergrondkaart hebt. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Kleur een kleur voor de markerings-halo. ![Een kaart met paarse markeringen die zijn opgemaakt met een rood halo-effect.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/wwd_markhalo1.png) ### Markeringen In Tableau Desktop kunt u, wanneer u het markeringstype Lijn gebruikt, een markeringseffect toevoegen om punten langs de lijn te tonen of te verbergen. U kunt geselecteerde punten, alle punten of geen punten tonen. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Kleur een markering in de sectie Effecten. **Opmerking**: Deze optie is momenteel niet beschikbaar in Tableau Server of Tableau Cloud. ![Menuoptie voor het selecteren van markteffecten voor lijndiagrammen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewparts_marks_markproperties_markers1.png) ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Laat u niet afschrikken door berekeningen in relaties Berekeningen kunnen intimiderend zijn. Berekeningen in een databron die gebruikmaakt van relaties, kunnen nog intimiderender lijken. Maar u hoeft zich niet te laten afschrikken door berekeningen in relaties. **Opmerking**: als u nog niet vertrouwd bent met de principes achter databronnen die gebruikmaken van relaties, is het misschien nuttig eerst te kijken naar [Laat u niet afschrikken door relaties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_dont_be_scared.htm) voordat u zich in dit onderwerp verdiept. ## Berekeningstypen Een **berekening op rijniveau** wordt uitgevoerd voor elke record in de data. Elke verkooptransactie heeft bijvoorbeeld een verkoopbedrag, de prijs, eventueel aangepast met het kortingspercentage: `Price * (1- ZN([Discount]))`. Dit wordt voor elke transactie rij voor rij berekend. De resultaten kunnen worden gezien als het toevoegen van een nieuwe kolom aan de databron voor Verkoopbedrag. Er zijn ook **geaggregeerde berekeningen**. Geaggregeerde berekeningen worden berekend op het detailniveau van de visualisatie en de waarde hangt af van de structuur van de weergave. Aantallen zijn een voorbeeld van een geaggregeerde berekening. De waarde van `Count([Title])` hangt ervan af of we naar het aantal kijken per formaat, auteur of verkoopdag. Zie [onze blog](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2019/9/understanding-how-tableau-calculation-types-work-together) voor meer informatie over soorten berekeningen. ## Detailniveau van tabel Omdat elke tabel in de Tableau-databron zijn eigen detailniveau kan hebben, heeft de tabel waaraan een berekening is gekoppeld, een grote impact. Historisch gezien was het in Tableau (vóór 2020.2, vóór relaties) bijvoorbeeld mogelijk om het aantal records in de databron te tellen door een berekening te maken met de constante waarde `1` en het optellen ervan. `1` werd toegewezen aan elke rij in de databron, zodat de som gelijk was aan het aantal rijen. Nu zou die berekening echter de waarde `1` hebben. Er is geen globaal detailniveau voor de gehele databron, en een constante berekening bevindt zich in het niet-toegewezen gebied onder aan het deelvenster Data. Dit heeft een eigen detailniveau. `1` optellen is eenvoudig `1`. Zoals eerder vermeld horen berekeningen die hetzelfde detailniveau hebben als een tabel (meestal omdat ze een veld uit de tabel bevatten), in die tabel in het deelvenster Data. Zo wordt bijvoorbeeld de aaneenschakeling van voornaam en achternaam voor de volledige naam van elke auteur (dus: `[First Name] + " " + [Last Name]`) in de tabel Auteur geplaatst. Als we echter velden uit meerdere tabellen in één berekening zouden gebruiken, zou de berekening naar het niet-toegewezen gebied onder aan het deelvenster Data gaan. Dit wordt een berekening op rijniveau over meerdere tabellen genoemd; het vereist een join op rijniveau van de betrokken tabellen, wat invloed kan hebben op de prestaties. (Zorg ervoor dat in de Prestatieopties van de relatie de juiste kardinaliteit is ingesteld). ## Detailniveau toewijzen Omdat het detailniveau van een tabel bepaalt waar de resultaten van een berekening voor staan, is het belangrijk dat berekeningen in de juiste tabellen staan. U kunt een FIXED LOD-expressie gebruiken om een berekening naar een specifieke tabel te halen. Het veld waaraan de expressie is gekoppeld (de [dimensiedeclaratie](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod.htm#lod-expression-syntax)), bepaalt het detailniveau van de resultaten. ### Voorbeeld: Boektournees voor auteurs **V:** Aan hoeveel boektourneegebeurtenissen neemt elke auteur deel? **A:** Dit getal moet aan elke auteur zijn gekoppeld, dus het moet in de auteurstabel staan. - **Boektourneegebeurtenissen voor auteurs** = `{FIXED [Author Name] : SUM([Book Tour Events])}` - (Dit kan in gewone taal worden opgevat als "tel voor elke auteur het aantal boektourneegebeurtenissen bij elkaar op") **V:** Hoeveel auteurs doen geen boektournees? **A:** Het is verleidelijk om een berekening uit te proberen zoals deze: - `COUNTD(IF ISNULL([Book Tour Events]) THEN ([Author Name]) END)`. - (Dit kan in gewone taal worden opgevat als "als Boektourneegebeurtenissen null is, retourneer dan de naam van de auteur. Tel elke unieke auteursnaam") Dit is echter een berekening op rijniveau over meerdere tabellen, omdat Boektourneegebeurtenissen afkomstig is uit de tabel In serie en Auteursnaam uit de tabel Auteur. En dergelijke berekeningen over meerdere tabellen maken gebruik van inner joins, wat betekent dat wanneer er geen corresponderende waarde uit beide tabellen is, de rij uit de joinresultaten wordt verwijderd. Wat weer betekent dat we Tableau vragen om iets te tellen dat niet bestaat. Als de twee velden zich in dezelfde tabel zouden bevinden, zou dit echter een prima manier zijn om dit te doen. Er is niets mis met de berekening zoals deze er nu uitziet, behalve dat hij niet goed aansluit bij de structuur van de databron. In plaats daarvan moeten we voor elke auteur de aan- of afwezigheid van boektourneegebeurtenissen aangeven en deze resultaten in de tabel Auteurs bewaren. Zodra elke auteur is gemarkeerd als wel of niet 'deelnemend aan een boektournee', kunnen we tellen hoeveel auteurs geen boektournee doen. - **Deelnemer aan boektournee?** = `IF {FIXED [Author Name]: COUNT([Book Tour Events])} = 0 THEN "No" ELSE "Yes" END` - (Dit kan in gewone taal worden opgevat als "Tel voor elke auteur het aantal boektourneegebeurtenissen. Als dat aantal nul is, label de auteur dan met Nee, en anders met Ja. Door het veld de naam Deelnemer aan boektournee? te geven, krijgen we een rij ja's en nee's.) Nu kunnen we het aantal nee's tellen en de oorspronkelijke vraag beantwoorden. Als onze berekening **Auteurs zonder boektournees** = `IF [Book tour participant?]= "No" THEN ([Author Name]) END`, krijgen we een lijst met auteurs die geen boektournees doen. (Dit kan worden gezien als "voor elke auteur waar Deelnemer aan boektournee? nee is, wordt de naam van de auteur vermeld.") Als onze berekening  `COUNTD(IF [Book tour participant?]= "No" THEN ([Author Name]) END)`, krijgen we een numeriek antwoord dat zich in het niet-toegewezen gebied onder aan het deelvenster Data bevindt. Waarom? Omdat deze berekening geaggregeerd is. **Bonusvraag:** Kunnen we de structuur van de berekening voor Deelnemer aan boektournee? ook rechtstreeks gebruiken om de lijst met auteursnamen te retourneren? `IF {FIXED [Author Name]: COUNT([Book Tour Events])} = 0 THEN ([Author Name]) END` . Waar zou deze berekening in het deelvenster Data naartoe gaan? Waarom? Probeer het uit in uw eigen exemplaar van Tableau Desktop, of [download deze werkmap](https://help.tableau.com/samples/en-us/bookshop/dontbescared_calcs.twbx) om het te zien. (Vereist Tableau Desktop 2020.2 of hoger. Eenmaal in de werkmappen klikt u met de rechtermuisknop op de berekening in het deelvenster Data en selecteert u Bewerken om de berekeningseditor te openen en een uitleg te zien in de opmerkingen bij de berekening.) ## Gerelateerde bronnen Voelt u zich enigszins overweldigd en wilt u een stap terug doen? Probeer [Laat u niet afschrikken door relaties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_dont_be_scared.htm). Klaar om nog verder te ontdekken hoe u met relaties complexe analyses kunt uitvoeren? Bekijk [Laat u niet afschrikken door diepere relaties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_dont_be_scared_deeper.htm). Bekijk voor meer informatie over de technische onderbouwing van relaties, rechtstreeks afkomstig van het Product Management-team, de serie over relaties in de Tableau-blog. - [Relaties, deel 1: Introductie van nieuwe datamodellering in Tableau (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) - [Relaties, deel 2: Tips en trucs (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-2-tips-and-tricks) - [Relaties, deel 3: Vragen stellen over meerdere gerelateerde tabellen (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/6/relationships-part-3-asking-questions-across-multiple-related-tables) Zie ook videopodcasts over relaties van [Actieanalyses](https://action-analytics.com/library/), zoals [Waarom heeft Tableau relaties uitgevonden?](https://action-analytics.com/ep-1-why-did-tableau-invent-relationships/) Klik op Videopodcast in de [Bibliotheek](https://action-analytics.com/library/) om meer te zien. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Laat u niet afschrikken door diepere relaties Vanwege de aard van relaties is het belangrijker dan ooit om te begrijpen waar velden vandaan komen, wat hun domein is en waar nullen voor staan. Bedenk dat iedereen die de visualisatie bekijkt zonder toegang tot de pagina Databron of het deelvenster Data, afhankelijk is van de titel of andere informatie die de auteur opgeeft om de visualisatie correct te interpreteren. **Opmerking**: als u nog niet vertrouwd bent met de principes achter databronnen die gebruikmaken van relaties, is het misschien nuttig eerst te kijken naar [Laat u niet afschrikken door relaties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_dont_be_scared.htm) voordat u zich in dit onderwerp verdiept. ## Waarom zijn niet alle datumvelden gelijk? Het is belangrijk om te onthouden dat het feit dat twee veldnamen, alleen omdat ze het woord 'Datum' bevatten, nog niet betekent dat de inhoud van die velden identiek is. Laten we eens kijken naar een voorbeeld met het niveau Jaar. Dat wil zeggen: het maakt niet uit wat de waarden voor maanden en dagen zijn, we zijn alleen geïnteresseerd in de jaren die de velden bestrijken. Er zijn meerdere velden binnen [De Boekwinkel-dataset](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/bookshop_data.htm) met het datatype Datum. - Geboortedatum - Publicatiedatum - Verkoopdatum - En Gewonnen in het jaar en Jaar van oprichting bevatten ook datuminformatie, ook al zijn het numerieke velden. - Let op: als het pictogram in het deelvenster Data groen is, is dit veld continu. Klik met de rechtermuis op de veldnaam in het deelvenster Data en kies [Converteren naar Discreet](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_convertdisctocont.htm). Het pictogram moet blauw worden. Doe dit zo nodig voor zowel Gewonnen in het jaar als voor Jaar van oprichting. Maar het domein (de waarden in elk veld) kan variëren. Verplaats elk veld beurtelings naar de rijencontainer en kijk naar het aantal markeringen in de linkerbenedenhoek, waarbij u elk veld verwijdert voordat u het volgende tevoorschijn haalt. - YEAR(Birthday) heeft 27 markeringen, wat betekent dat het domein 27 verschillende jaren bevat. - YEAR(\[Publication Date\]) heeft 15 markeringen, dus het domein bestaat uit 15 jaar. - Gewonnen in het jaar heeft 11 markeringen - Jaar van oprichting heeft vier markeringen - YEAR(\[Sales Date\]) heeft één markering Dit verschil in domeinen is erg belangrijk om in gedachten te houden. Als we de tabel met edities en prijzen op YEAR(\[Publication Date\]) zouden relateren aan Gewonnen in het jaar, kunnen we analyses krijgen die gebruikmaken van een inner join en daarom worden teruggebracht tot alleen de jaren waarin een prijs is gewonnen. Daardoor zouden alle boeken uit jaren zonder bekroningen worden verwijderd. (Merk op dat dit niet hetzelfde is als het uitfilteren van boeken zonder bekroningen. Niet-bekroonde boeken die in hetzelfde jaar zijn gepubliceerd als een bekroond boek, blijven behouden. Alle boeken uit jaren zonder bekroningen worden volledig geschrapt. De filteractie van de join is op jaarniveau, niet op boekniveau.) **Voorbeeld: Publicatiedatum en Geboortedatum** Als we de publicatiedatum naar de kolommen verplaatsen en de geboortedatum naar de rijen, krijgen we een tabel met ABC's. U kunt [de werkmap downloaden](https://help.tableau.com/samples/en-us/bookshop/dontbescared_award_edition.twbx) en zelf verder onderzoeken. (Vereist Tableau Desktop 2020.2 of later.) ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dontbescared_tablewithnulls.png) ABC is maar een tijdelijke aanduiding, omdat er geen andere data zijn dan de jaren. Tableau heeft geen waarden om markeringen mee te maken, maar de ABC laat zien waar markeringen mogelijk naartoe gaan. U ziet dat deze tabel veel lege ruimte heeft. Er is geen tijdelijke aanduiding voor publicatiejaar 2180 en geboortedatum 2133. Dit betekent dat de auteur die in 2133 is geboren, geen publicatie heeft in het jaar 2180. Oké. Maar waarom is dat belangrijk? Stel dat u een analyse over een bepaalde periode wilt uitvoeren. Neemt de verkoop van hardcovers in de loop van de tijd toe? Stelt u zich de grafiek voor als een tijdlijn die het formaat filtert op alleen hardcover, met Verkoop(Aantal) in rijen en de datum in Kolommen. Maar welk datumveld? Publicatiedatum? Geboortedatum? Verkoopdatum? Deze velden hebben goede namen en het is vrij duidelijk dat als we een vraag over de verkoop hebben, we Verkoopdatum moeten gebruiken. Maar niet alle datasets hebben zo'n duidelijke naam. Als de velden bijvoorbeeld 'Datum1' en 'Datum3' waren, was het veel moeilijker te bepalen. Vooral als de analytische vraag niet duidelijk doordacht is. **Uit welke tabel een veld afkomstig is en waar het domein van het veld voor staat, is essentieel voor de analyse.** Door het datumveld te wijzigen kunnen we de analyse volledig veranderen. Kijk eens naar deze twee visualisaties: ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dontbescared_vizexample0.png) De eerste kan worden geïnterpreteerd als: "Hoeveel boeken zijn er geschreven door auteurs die in elk jaar geboren zijn?" Dit beantwoordt vragen als "Hebben oudere auteurs meer boeken geschreven?" (Nee) of "Auteurs uit welk geboortejaar zijn het meest productief?" (2155). De tweede kan worden geïnterpreteerd als: "Hoeveel boeken werden er elk jaar gepubliceerd?" Dit beantwoordt vragen als "In welk jaar werden de meeste boeken gepubliceerd?" (2188) of "Is de publicatie van boeken in de loop van de tijd stabiel?" (Nee). Het is lastig om de vraag te formuleren voor de visualisatie die de geboortedatum gebruikt, omdat dat een lastige combinatie van concepten is. Maar Tableau oordeelt niet en laat u elke vraag stellen die u wilt, ongeacht of u die vraag ook zo bedoelt. Dat is een belangrijke les. Als u Datum3 gebruikt terwijl u Datum1 had moeten gebruiken, geeft Tableau u een visualisatie. Maar niet alle datumvelden hebben dezelfde betekenis, en het is aan de auteur om te weten welk veld moet worden gebruikt om de juiste analyse te krijgen. Voor meer informatie over het belang van de tabel waaruit een veld afkomstig is, raadpleegt u [dit blogbericht](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/6/relationships-part-3-asking-questions-across-multiple-related-tables). ## Wat betekent het dat er data ontbreken? Er is een verschil tussen nul en null. **Nul** betekent dat we hebben gemeten en dat iets er niet is. We weten de waarde en die is nul. Als ik geen boetes voor snelheidsovertredingen heb, rijd ik waarschijnlijk niet vaak te hard. - NB: 0 en 1 worden vaak gebruikt als verwisselbaar met Waar/Onwaar of andere binomiale waarden als Ja/Nee of Pass/Fail. In dit geval wordt nul gebruikt als label en niet als numerieke waarde. **Null** betekent dat we het niet weten: we hebben niet gemeten of we hebben de data niet vastgelegd. Als mijn rijbewijs gewoon geen snelheidsovertredingen telt, hebben we geen idee of ik te hard rijd of niet. Nullwaarden kunnen staan voor ontbrekende data of voor niet-bestaande data. - Wat betreft mijn rijbewijs: als de waarde van de snelheidsboetes null is, is het nog steeds denkbaar dat ik een snelheidsboete heb die niet is geregistreerd. We moeten ervan uitgaan dat er data ontbreken. - Niet-bestaande data kunnen worden geregistreerd als n.v.t., maar worden vaak gewoon niet vastgelegd omdat we geen onmogelijke dingen hoeven bij te houden. Hoeveel snelheidsboetes heb ik gekregen tijdens busritten? Die data zijn waarschijnlijk niet aanwezig in de dataset. In een matrix van "Vervoermiddelen" en "Snelheidsboetes" zijn sommige combinaties gewoon niet logisch. We mogen ervan uitgaan dat er geen data zijn. ### Wanneer nullwaarden betekenis hebben Er is kennis van de data nodig om te weten of een nul echt onbekend is (gebrek aan informatie over het aantal snelheidsboetes) of dat deze niet-bestaande data vertegenwoordigt (gebrek aan informatie over snelheidsovertredingen als buspassagier). Zijn de data betrouwbaar genoeg om gebrek aan informatie te kunnen opvatten als niet-bestaande data in plaats van als ontbrekende data? Wanneer een inhoudelijke expertise wordt toegepast, kunnen nullwaarden betekenisvol zijn. Als we nog eens naar de tabel met ABC's kijken, kunnen we de ruimtes zonder tijdelijke aanduidingen analyseren. We gaan ervan uit dat deze data betrouwbaar zijn en dat een nullwaarde betekent dat de data eerder niet-bestaand zijn dan onvolledig. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dontbescared_tablewithnulls.png) Het ontbreken van een tijdelijke aanduiding betekent dat een auteur in een bepaald jaar is geboren (dus de rij bestaat) en dat er in dat jaar een boek is gepubliceerd (dus de kolom bestaat), maar dat het gepubliceerde boek niet is geschreven door een auteur die in dat jaar is geboren (dus de cel is leeg). We kunnen een zinnigelabel aan die lege ruimte toewijzen: Niets gepubliceerd. We zouden zelfs een analyse kunnen maken van deze nullwaarden. Hoeveel jaren zijn er, gegeven de datums in de data, bijvoorbeeld voor elke auteur verstreken zonder dat deze een boek heeft gepubliceerd? **Opmerking**: ook in het domein Geboortedata zitten hiaten. Er zijn geen auteurs geboren in 2131 of 2132, dus Jaar springt van 2130 naar 2133 (de rijen voor 2131 en 2132 bestaan niet). Deze ontbrekende jaren kunnen worden geïnterpreteerd als "van geen enkel boek in deze dataset is de auteur in een van deze jaren geboren". Zoals hierboven echter is aangegeven bij het bespreken van het domein van de datumvelden, is het feit dat er waarden in het domein ontbreken, belangrijke informatie waarmee rekening moet worden gehouden bij het opbouwen van relaties of het kiezen van het veld dat in een visualisatie moet worden gebruikt als koptekst of as. Bekijk [dit blogbericht](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-2-tips-and-tricks) voor meer informatie over het werken met nullwaarden in relaties. ## Praktische oefeningen Schrijf een titel op voor elke visualisatie. Kunt u in gewone taal beschrijven wat er aan de hand is? [Download de werkmap](https://help.tableau.com/samples/en-us/bookshop/dontbescared_award_edition.twbx) om de live visualisaties te verkennen. (Deze werkmap maakt gebruik van een enigszins aangepaste versie van [De Boekwinkel-dataset](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/bookshop_data.htm) en gebruikt slechts twee tabellen. De datumvelden zijn aangepast zodat ze als gerelateerd veld kunnen worden gebruikt.) De matrix van visualisaties lezen:  - De balken tonen het aantal edities (paars) en het aantal bekroningen (groen) per jaar. - Elke kolom heeft een ander datumveld voor de as. De linkerkolom is het Publicatiejaar uit de tabel Editie, de middelste kolom is Gewonnen in het jaar in de tabel Bekroningen, en de rechterkolom is een berekend veld op basis van de publicatiedatum, maar als dat veld null is, wordt Gewonnen in het jaar gebruikt (deze berekening wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat beide domeinen volledig vertegenwoordigd zijn). - Elke rij is een andere relatie voor de manier waarop de tabellen voor bekroningen en edities worden gecombineerd. De bovenste rij stelt een relatie in op Boek-ID, de middelste rij op Jaar, en de onderste rij op zowel Boek-ID als Jaar. - De balken voor het jaar 2183 zijn dikker om de vergelijking gemakkelijker te maken. In de onderstaande oplossing is dat het jaar waarvan de waarden in detail worden bekeken. - U ziet dat de twee gearceerde visualisaties identieke waarden hebben. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dontbescared_matrix.png) ### Als u vastloopt Doorloop stap voor stap elk onderdeel van de visualisatie. Kijk naar de databronstructuur, de as en kopteksten, en de velden die voor de markeringen worden gebruikt (en uit welke tabellen ze komen). Denk na over nullwaarden en waarom ze er zouden kunnen zijn. Bekijk de data voor een paar specifieke markeringen om te zien welke records er zijn. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dontbescared_vizexample1.png) - De databron is Bekroningen gerelateerd aan Edities per Boek-ID. - De datum-as is Publicatiejaar - De waarden zijn Aantal bekroningen en Aantal edities. Kies één markering in de visualisatie definieer die. Voor het jaar 2183 toont de visualisatie dat er zeven edities en drie bekroningen zijn. Gebruik [Onderliggende data weergeven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_viewdata.htm) om te onderzoeken welke records in elke markering worden vertegenwoordigd. Edities ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dontbescared_domaineditions.png) Bekroningen ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dontbescared_domainawards.png) Alles tezamen kan dit worden geïnterpreteerd als "retourneer de zeven boeken die in 2183 zijn gepubliceerd en vermeld voor die boeken alle prijzen die ze hebben gewonnen _ongeacht wanneer ze die prijs hebben gewonnen_". TM925 werd oorspronkelijk gepubliceerd in 2179 en de hardcover-editie won in dat jaar twee prijzen. In 2183 werd een andere editie van het boek gepubliceerd, mogelijk als paperback. De waarde voor Aantal of Bekroning is gekoppeld aan het boek, niet aan het jaartal. De visualisatie kan dus grofweg worden geïnterpreteerd als "het aantal edities dat elk jaar is gepubliceerd, en hoeveel prijzen er zijn gewonnen door boeken die in dat jaar zijn gepubliceerd" of "het aantal edities dat elk jaar is gepubliceerd en het aantal prijzen dat door die boeken is gewonnen". Oplossing van de praktische oefening Het jaar 2183 – de dikkere balken – is het jaar dat we willen interpreteren. Informatie over edities is paars en informatie over bekroningen is groen. In de beschrijvingen wordt ook het jaartal 2187 genoemd, omdat dit een jaar is waarin geen prijzen zijn gewonnen maar wel boeken zijn gepubliceerd. Als zodanig is het een goede illustratie van de kracht van het gebruikte datumveld voor de as. Deze nuance wordt in de beschrijving in blauw weergegeven. Het belang van de gebruikte velden voor het instellen van de relatie op te zetten, wordt in roze weergegeven. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dontbescared_optionsmatrix.png) Deze visualisatie is bedoeld voor uw gemak, maar als u een betere ervaring wilt, [downloadt u de werkmap](https://help.tableau.com/samples/en-us/bookshop/dontbescared_award_edition.twbx) en opent u hem in Tableau Desktop 2020.2 of hoger, zodat u kunt gebruikmaken van interactiviteit zoals knopinfo en Data weergeven. Als u de bladen wat zorgvuldiger wilt bekijken, klikt u met de rechtermuisknop op een van de dashboardtabbladen onderaan en kiest u Alle bladen zichtbaar maken. Hierdoor zijn alle afzonderlijke visualisaties beschikbaar en kunt u vanaf elk blad het deelvenster Data en de authoringomgeving zien, en ook welke velden zich in welke containers bevinden. Voor het bereiken van de drie verschillende relaties (de rijen van de bovenstaande matrix) zijn er drie verschillende databronnen. ## Gerelateerde bronnen Voelt u zich enigszins overweldigd en wilt u een stap terug doen? Probeer [Laat u niet afschrikken door relaties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_dont_be_scared.htm). Klaar om te beginnen aan berekeningen met Relaties? Bekijk [Laat u niet afschrikken door berekeningen in relaties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_dont_be_scared_calcs.htm). Bekijk voor meer informatie over de technische onderbouwing van relaties, rechtstreeks afkomstig van het Product Management-team, de serie over relaties in de Tableau-blog. - [Relaties, deel 1: Introductie van nieuwe datamodellering in Tableau (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) - [Relaties, deel 2: Tips en trucs (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-2-tips-and-tricks) - [Relaties, deel 3: Vragen stellen over meerdere gerelateerde tabellen (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/6/relationships-part-3-asking-questions-across-multiple-related-tables) Zie ook videopodcasts over relaties van [Actieanalyses](https://action-analytics.com/library/), zoals [Waarom heeft Tableau relaties uitgevonden?](https://action-analytics.com/ep-1-why-did-tableau-invent-relationships/) Klik op Videopodcast in de [Bibliotheek](https://action-analytics.com/library/) om meer te zien. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Laat u niet afschrikken door relaties De nieuwe mogelijkheden voor datamodellering creëren flexibele databronnen die zijn opgebouwd rondom relaties. Relaties combineren data uit verschillende tabellen door te kijken welke kolommen (velden) deze tabellen gemeen hebben om informatie uit elke tabel in de analyse samen te voegen. In tegenstelling tot joins of verenigingen vormen relaties een databron zonder dat meerdere tabellen tot één tabel bij elkaar worden gebracht. Hierdoor 'weten' gerelateerde databronnen uit welke tabel elk veld afkomstig is. Dat betekent dat elk veld zijn context of detailniveau behoudt. Gerelateerde databronnen kunnen daardoor tabellen met verschillende granulariteit verwerken, zonder problemen met duplicatie of dataverlies. In een gerelateerde databron worden de joins niet vooraf vastgelegd. In plaats van alle data samen te voegen (en met alle data te moeten werken, ongeacht wat afzonderlijke visualisaties vereisen), worden alleen de relevante data gecombineerd – per blad en alleen indien nodig. Terwijl u sleept en neerzet, evalueert Tableau de relaties tussen de relevante velden en tabellen. Deze relaties worden gebruikt om query's te schrijven met de juiste join-typen, aggregaties en nullverwerking. U kunt zich bezighouden met hoe de data bij elkaar passen en welke vragen u wilt beantwoorden, in plaats van hoe u de data moet combineren of hoe u artefacten uit de databron moet compenseren. Relaties vervangen niet de eerdere manieren om data te combineren: joins, verenigingen en combinaties. Relaties zijn een nieuwe, flexibele manier om data uit meerdere bronnen bij elkaar te brengen. De bestaande methoden verdwijnen niet en zijn in specifieke scenario’s nog steeds bruikbaar. **Opmerking**: zie deze Tableau-blogberichten voor verwante informatie over hoe relatiequery's werken: - [Relaties, deel 1: Introductie van nieuwe datamodellering in Tableau (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) - [Relaties, deel 2: Tips en trucs (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-2-tips-and-tricks) - [Relaties, deel 3: Vragen stellen over meerdere gerelateerde tabellen (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/6/relationships-part-3-asking-questions-across-multiple-related-tables) Zie ook videopodcasts over relaties van [Action Analytics](https://action-analytics.com/library/), zoals [Waarom heeft Tableau relaties uitgevonden?](https://action-analytics.com/ep-1-why-did-tableau-invent-relationships/) (in het Engels) Klik op Videopodcast in de [Bibliotheek](https://action-analytics.com/library/) om meer te zien. ## Relaties gebruiken In dit onderwerp wordt uitgelegd hoe u een gerelateerde databron maakt en hoe u er een voor analyse gebruikt. Als u het leuk vindt om dat proces te zien, kunt u [de Boekwinkel-dataset downloaden](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/bookshop_data.htm). Kies Bookshop.xlsx om vanaf het begin te starten met onbewerkte data, of MinimalBookshop.tdsx om te beginnen met de basisprincipes van de gerelateerde databron die voor u is geconfigureerd. **Opmerking:** relaties zijn beschikbaar in Tableau 2020.2 en hoger. ### Video: Gemigreerde data Als u een bestaande werkmap uit een eerdere versie van Tableau (versie 2020.1 of eerder) opent in Tableau 2020.2 of hoger, wordt op het tabblad Databron mogelijk een tabel met Gemigreerde data weergegeven. In dit onderwerp zijn meerdere video's ingesloten. Voor het gemak vindt u in het uitvouwbare gedeelte onder elke video een transcriptie. Transcriptie van de video Gemigreerde data In een werkmap die is gemaakt voordat er relaties beschikbaar waren (vóór versie 2020.2), kan uw databron er anders uitzien. Als er samengevoegde of verenigde tabellen waren, worden deze weergegeven als één logische tabel met de naam Gemigreerde data. Dubbelklik om de onderliggende tabellen te zien. Die zijn er nog steeds, en uw analyse gedraagt zich nog steeds zoals verwacht. Houd er rekening mee dat als u alleen de tabel Gemigreerde data gebruikt, het deelvenster Data zich meer gedraagt als eerdere versies van Tableau Desktop. U kunt zelfs nieuwe tabellen rechtstreeks aan de tabel Gemigreerde data koppelen om het datamodel uit te breiden. Nadat u relaties aan het datamodel hebt toegevoegd, wordt het deelvenster Data bijgewerkt naar de nieuwe lay-out, waarbij de dimensies en metingen binnen elke tabel behouden blijven en de tabel Gemigreerde data wordt weergegeven als één samengevoegde tabel. ### Video: Prestatieopties **Opmerking**: de interface voor het bewerken van de relaties in deze video wijkt enigszins af van de huidige release, maar heeft dezelfde functionaliteit. Transcriptie van de video Prestatieopties Voor elke relatie zijn er prestatieopties en gerelateerde velden. Tableau kiest automatisch veilige standaardwaarden voor deze opties. Als u echter zeker bent van de kenmerken van uw data, kan het wijzigen van deze opties Tableau meer informatie geven over hoe automatische joins tijdens de analyse het beste kunnen worden geconfigureerd. Door de opties voor kardinaliteit en referentiële integriteit in te stellen krijgt Tableau meer informatie over het optimaliseren van query's. #### Kardinaliteit Kardinaliteit geeft aan of de koppelende veldrecords uniek zijn. Als meerdere boeken dezelfde auteur kunnen hebben, maar elke auteur slechts één keer in de auteurstabel wordt vermeld, is de kardinaliteit voor AuthID tussen deze twee tabellen voor boeken 'Veel' en voor auteur 'Eén'. Deze instelling heeft invloed op de manier waarop Tableau de aggregatie voor of na de join verwerkt. #### Referentiële integriteit Referentiële integriteit geeft aan of een record in de ene tabel gegarandeerd een relatie heeft in een andere tabel. Als elk boek een auteur heeft, heeft Boek referentiële integriteit ten opzichte van Auteur. Als niet elke auteur een boek heeft, heeft Auteur geen referentiële integriteit ten opzichte van Boek. Deze instelling heeft invloed op de manier waarop Tableau een join-type kiest en niet-gematchte records verwerkt. Zie [Kardinaliteit en referentiële integriteit](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/cardinality_and_ri.htm) voor meer informatie. ## Voorbeeld: Boekwinkeldata We gaan zo een paar analyses uitvoeren met deze databron, dus laten we het even over de data hebben. De dataset betreft (fictieve) boeken en het is belangrijk om rekening te houden met het onderscheid tussen een boek en een editie. Een boek is het conceptuele werk zelf, met kenmerken zoals de titel, de auteur en het genre. Er zijn ook edities (uitgaven) van een boek, met kenmerken zoals de prijs en het formaat (hardcover of paperback), die worden geïdentificeerd met een ISBN. Een editie van een boek heeft een uitgever en een bepaald aantal pagina's, terwijl een boek een prijs kan hebben gewonnen of deel kan uitmaken van een serie. U kunt meekijken door [MinimalBookshop.tdsx](https://help.tableau.com/samples/en-us/bookshop/MinimalBookshop.tdsx) te downloaden, of u kunt avontuurlijk zijn en zelf een model maken op basis van [Bookshop.xlsx](https://help.tableau.com/samples/en-us/bookshop/Bookshop.xlsx). Zodra de tabellen zijn gecombineerd, kunt u veel ID-velden verbergen. ![Een databaseschema voor boekdata.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Bookshop_schema.png) ### Video: Werken met meerdere tabellen **Opmerking**: de interface voor het bewerken van de relaties in deze video wijkt enigszins af van de huidige release, maar heeft dezelfde functionaliteit. Transcriptie van de video Werken met meerdere tabellen ### De pagina Databron Voordat we naar een werkbladtabblad gaan, moet u er rekening mee houden dat de onderstaande datarasterweergave de velden van slechts een tabel tegelijk weergeeft. Als we naar een andere tabel klikken, zien we de data van die tabel. Er is geen totaaloverzicht, omdat gerelateerde data pas bij elkaar worden gebracht als ze in een analyse worden gebruikt. Voorlopig blijven de data in elke tabel staan en worden ze dus per tabel weergegeven. Als we op een tabel klikken met een onderliggende join of vereniging, zien we die samengevoegde data met eventuele nullwaarden, als die er zijn. ### Het deelvenster Data Wanneer u op een werkblad klikt, valt het u misschien op dat het deelvenster Data er anders uitziet dan in eerdere versies van Tableau. In plaats van een primaire ordening van dimensies en metingen is deze nu gericht op tabellen. Elke tabel heeft zijn eigen uitsplitsing voor dimensies en afmetingen, aangegeven door deze lijn. Als u wilt, kunt u in plaats daarvan nog steeds groeperen op mappen. ### Aantal records en Aantal Er is ook geen veld **Aantal records**. Dit komt doordat het concept van het aantal records is veranderd. Er is niet één aantal records voor de databron. Elke tabel heeft het veld **Aantal** veld, dat kan worden gezien als een lokaal aantal records voor die tabel. Om een idee te krijgen van het aantal records voor meerdere tabellen tegelijk kunt u Namen van meetwaarden en Meetwaarden gebruiken, of de velden voor aantallen meerdere keren selecteren en Laten zien gebruiken om een visualisatie te maken. ### Video: Basisberekeningen Transcriptie van de video Basisberekeningen We kunnen een paar berekeningen uitvoeren om deze dataset wat gebruiksvriendelijker te maken. Ten eerste kunnen we een berekening maken voor de volledige auteursnaam waarmee voornaam en achternaam bij elkaar worden gebracht. We maken een berekening genaamd **Auteursnaam**: dat is een voornaam, een spatie en een achternaam. Houd er rekening mee dat deze berekening in de tabel Auteur blijft staan, omdat er alleen velden uit die tabel worden gebruikt. \[First Name\] + " " + \[Last Name\] Wanneer we iets verkopen, is het verkoopbedrag een combinatie van de prijs (vastgesteld door de uitgever en specifiek voor de editie of het ISBN) en eventuele kortingen op het moment van de verkoop. De berekening **Verkoopbedrag** is dus de prijs maal één minus de korting. Houd er rekening mee dat we de ZN-functie (of Zero Null) gebruiken om verkopen zonder kortingen af te handelen, zodat we geen nullwaarden krijgen. Deze berekening gaat naar het gedeelde gebied onder aan het deelvenster Data, omdat er velden uit meerdere tabellen worden gebruikt. Geaggregeerde berekeningen worden ook onder aan het deelvenster Data weergegeven. \[Price\] \* (1-ZN(\[Discount\])) ### Video: Sets en groepen Transcriptie van de video Sets en groepen We maken een set voor boeken om te identificeren of ze in een serie zitten. Klik met de rechtermuisknop in de tabel Boek op Titel en selecteer Maken > Set. Die geven we de naam **In serie**. Op het tabblad **Voorwaarde** kiest u **Per veld** met **Serienaam**, **Telling**, als >= 1. In de tabel Editie is het veld Formaat behoorlijk gedetailleerd, zoals een specificatie van paperbacks voor de massamarkt en handel. Soms zijn die details nuttig, maar soms willen we hardcovers en paperbacks bij elkaar nemen. Klik met de rechtermuisknop op het veld **Formaat** in het deelvenster Data en selecteer Maken > Groep. Die noemen we **Omslag**. Klik met Control om alles te selecteren behalve Hardcover, en klik vervolgens op **Groep**. De naam van de groep wordt automatisch gemarkeerd en we deze **Paperback** noemen. Net als bij de berekening van de auteursnaam zijn deze items die we zojuist hebben gemaakt, relevant binnen één tabel en blijven daarom binnen die tabellen in het deelvenster Data. ## Gerelateerde data analyseren Laten we eens vergelijken hoe analyses van relaties en joins eruitzien. We raden u de [begeleidende werkmap](https://help.tableau.com/samples/en-us/bookshop/dontbescaredq2.twbx) te downloaden in plaats van door te gaan met uw eigen databron van eerder. ### Vraag: Wie van de auteurs met boeken in een serie heeft de meeste tournees? ### Video: Werken met verschillende detailniveaus Videotranscript Laten we eens kijken met welke auteurs we werken. Met behulp van de gerelateerde databron zetten we **Auteursnaam** en **Serienaam** in Rijen. Omdat gerelateerde databronnen niet-gematchte data opsplitsen in tabellen die alleen dimensies bevatten, concentreren we ons op de data die voor ons relevant zijn. We zien dat er zeven auteurs zijn, van wie er twee voor twee series hebben geschreven. Als u niet alleen de gematchte waarden wilt zien, kunt u die niet-gematchte waarden herstellen (wat meer lijkt op het oude gedrag) door naar het menu Analyse > Lay-out tabel te gaan en Lege rijen weergeven te selecteren.
GerelateerdJoin gemaakt

De gerelateerde databron gebruiken:

  1. Verplaats de set In serie van de tabel Boek naar de filtercontainer. De standaardinstelling is dat alleen op leden in de set wordt gefilterd.
  2. Verplaats Auteursnaam naar Rijen.
  3. Verplaats Boektourneegebeurtenissen naar Kolommen.

De samengevoegde databron gebruiken:

  1. Verplaats de set In serie naar de filtercontainer.
  2. Verplaats Auteursnaam naar Rijen.
  3. Verplaats Boektourneegebeurtenissen naar Kolommen.

Onze cijfers lijken hier niet helemaal te kloppen.

We weten dat de samengevoegde data duplicatie hebben vanwege de join, en we weten ook dat sommige auteurs voor verschillende series schrijven. Hierdoor kunnen we de aggregatie niet zomaar veranderen naar bijvoorbeeld MIN of MAX, omdat we dan informatie verliezen voor auteurs met boeken in meerdere series. Wat we echt willen weten, is het aantal gebeurtenissen per serie, gevisualiseerd per auteur. Dit is een klassiek geval voor LOD-expressies (Level of Detail). We maken de berekening **Seriegebeurtenissen**: {FIXED \[Series Name\] : MIN (\[Book Tour Events\])} De MIN is voor het verwerken van duplicatie van gebeurtenissen voor één serie. Als we dit nieuwe veld nu naar Kolommen verplaatsen in plaats van het oorspronkelijke gebeurtenisveld, krijgen we de juiste waarden. Voor de gerelateerde data hoefden we dat allemaal niet te doen. Relaties zijn slim genoeg om het systeemeigen detailniveau te begrijpen, en de manier waarop de tabel Auteur via de tabel Boek en de tabel Info is gerelateerd aan de tabel In serie, en om de meting van gebeurtenissen correct samen te voegen en te aggregeren tot de Auteursnaam. En dat kan allemaal zonder dat u LOD-berekeningen hoeft te schrijven. Laat u dus niet afschrikken om een relatie tussen uw data in te stellen. Kijk zelf maar. U kunt [de Bookshop-data downloaden](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/bookshop_data.htm) of uw eigen data gebruiken. Experimenteer met filteren, tabelberekeningen gebruiken, verschillende diagramtypen samenstellen, prestatieopties configureren, en probeer zoveel mogelijk met relaties te doen. ### Tips bij het werken met gerelateerde data - Gebruik vaak [Onderliggende data weergeven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_viewdata.htm) om te controleren welke data een merk weergeeft. - Als een join niet vereist is (en er zijn [redenen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/relate_tables.htm#features-of-different-options-for-combining-data-relationships-joins-and-blends) waarom dat nodig is), biedt het gebruik van een relatie meer flexibiliteit. - Als u niet alleen gematchte waarden wilt zien, kunt u die niet-gematchte waarden herstellen door naar het menu Analyse > Lay-out tabel > Lege rijen weergeven te gaan. ## Gerelateerde bronnen Klaar om te beginnen aan berekeningen met Relaties? Bekijk [Laat u niet afschrikken door berekeningen in relaties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_dont_be_scared_calcs.htm). Klaar om nog verder te ontdekken hoe u met relaties complexe analyses kunt uitvoeren? Bekijk [Laat u niet afschrikken door diepere relaties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_dont_be_scared_deeper.htm). Bekijk voor meer informatie over de technische onderbouwing van relaties, rechtstreeks afkomstig van het Product Management-team, de serie over relaties in de Tableau-blog. - [Relaties, deel 1: Introductie van nieuwe datamodellering in Tableau (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) - [Relaties, deel 2: Tips en trucs (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-2-tips-and-tricks) - [Relaties, deel 3: Vragen stellen over meerdere gerelateerde tabellen (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/6/relationships-part-3-asking-questions-across-multiple-related-tables) Zie ook videopodcasts over relaties van [Action Analytics](https://action-analytics.com/library/), zoals [Waarom heeft Tableau relaties uitgevonden?](https://action-analytics.com/ep-1-why-did-tableau-invent-relationships/) (in het Engels) Klik op Videopodcast in de [Bibliotheek](https://action-analytics.com/library/) om meer te zien. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Laten zien gebruiken om met een weergave te beginnen Met Laten zien maakt u een weergave op basis van de velden die al in de weergave worden gebruikt en alle velden die u in het deelvenster Data hebt geselecteerd. Open Laten zien door te klikken op Laten zien op de werkbalk ![De knop Laten zien op de werkbalk.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_showmebutton.png). ## Een weergave starten op basis van de velden die u selecteert Als u de functie Laten zien wilt gebruiken, selecteert u de velden die u wilt analyseren in het deelvenster Data en selecteert u vervolgens het visualisatietype dat u wilt maken in het deelvenster Laten zien. Tableau evalueert automatisch de geselecteerde velden en geeft u de keuze uit verschillende soorten weergaven die geschikt zijn voor die velden. 1. In het deelvenster Data selecteert u de velden die u wilt analyseren. Houd de Ctrl-toets (Command-toets op een Mac) ingedrukt om meerdere selecties te maken. ![Het deelvenster Data met een lijst met dimensies en meetwaarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/showme1_10.0.png) 2. Klik op Laten zien op de werkbalk en selecteer vervolgens het type weergave dat u wilt maken. ![Het menu Laten zien met verschillende grafiektypen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/showme3.png) Wanneer u met de muis over een type visualisatie beweegt, ziet u een beschrijving met de minimale vereisten voor elk type visualisatie. In dit voorbeeld hebben we gestapelde balken geselecteerd. 3. Tableau maakt automatisch een weergave van de data. ![Gestapelde staafdiagrammen die de verkoop en winst per regio van 2011 tot en met 2014 illustreren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/showme2.png) ## Een weergave starten op basis van de velden van uw databron Vanaf versie 25.2 kunt u met Tableau uw visualisaties maken met behulp van velden uit uw databron, zelfs als uw werkblad weinig tot geen data bevat. Zorg dat uw databron is geselecteerd in het deelvenster Data. Selecteer het visualisatietype dat u wilt maken en selecteer vervolgens Voor mij kiezen. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/showme_chooseforme.png) Tableau maakt automatisch een visualisatie met de velden uit uw databron. U kunt velden naar de visualisatie slepen om de weergave verder te verfijnen. ## Een lijndiagram maken met Laten zien In dit voorbeeld gebruikt u Laten zien om een lijndiagram te maken dat de winst weergeeft als een functie van de tijd. 1. Selecteer in het deelvenster Data **\[Besteldatum\]** en **Winst**. Houd de Ctrl-toets (Command-toets op een Mac) ingedrukt terwijl u de velden selecteert. 2. Klik op Laten zien op de werkbalk om de kaart Laten zien weer te geven als deze nog niet wordt weergegeven. 3. In het deelvenster Laten zien geeft een oranje omtrek aan welk type weergave Tableau voorstelt. ![Het deelvenster Laten zien met het type Lijndiagram geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example6c.png) Omdat er een datumdimensie en een meetwaarde zijn geselecteerd, stelt Tableau voor dat u een lijnweergave maakt. Een lijn is vaak de optimale manier om te kijken hoe meetwaarden in de loop van de tijd veranderen. De onderstaande weergave toont het resulterende diagram. Elk punt op de lijn vertegenwoordigt de som van de winst voor het overeenkomstige jaar. ![Een lijndiagram dat de stijging van de winst in de loop van de tijd weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example6d_10.0.png) U kunt de punten gemakkelijker bekijken door op de knop Markeringslabels tonen op de werkbalk te klikken. ![Een lijndiagram dat de winstgroei in de loop van de tijd weergeeft, met datapunten die zijn gelabeld met winsten in dollars.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example6e_10.0.png) ## Een spreidingsdiagram maken met Laten zien In dit voorbeeld gebruikt u Laten zien om een spreidingsdiagram te maken om de verkoop versus de winst voor elk product en elke klant weer te geven. 1. In het deelvenster Data selecteert u de dimensievelden **Klantnaam** en **Productnaam** en de meetwaardevelden **Winst** en **Verkoop**. Om meerdere velden te selecteren, houdt u de Ctrl-toets (Command-toets op een Mac) ingedrukt terwijl u op velden klikt. 2. Klik op Laten zien op de werkbalk. 3. Selecteer het diagramtype Spreidingsdiagram in Laten zien. ![Het deelvenster Laten zien met het type Spreidingsdiagram geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example7c.png) Tableau maakt een spreidingsdiagram met behulp van de velden die u hebt geselecteerd. U kunt velden naar de visualisatie slepen om de weergave verder te verfijnen. ![Een spreidingsdiagram dat de correlatie tussen winst en verkoop illustreert.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example7d_10.0.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Lijndiagrammen maken Lijndiagrammen verbinden afzonderlijke datapunten in een weergave. Ze bieden een eenvoudige manier om een reeks waarden te visualiseren en zijn handig als u trends in de loop van de tijd wilt zien of als u toekomstige waarden wilt voorspellen. Zie [Lijnmarkering](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_marktypes.htm#LineMark) voor meer informatie over het markeringstype Lijn. **Opmerking**: in weergaven die het markeringstype Lijn gebruiken, kunt u de eigenschap Pad op de kaart Markeringen gebruiken om het type lijnmarkering (lineair, stap of springen) te wijzigen, of om data te coderen door markeringen met een bepaalde tekenvolgorde te verbinden. Zie [Padeigenschappen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm#PathProp) in de [Het uiterlijk van markeringen in de weergave beheren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm) voor meer informatie. Volg deze stappen om een weergave te maken die de som van de verkoop en de som van de winst voor alle jaren weergeeft en vervolgens prognoses gebruikt om een trend te bepalen: 1. Maak verbinding met de databron Voorbeeld - Superstore (indien nodig kunt u deze downloaden van de [Tableau Public-pagina met steekproefdata](https://public.tableau.com/app/learn/sample-data)). 2. Sleep de dimensie Verzenddatum naar Kolommen. Tableau aggregeert de datum per jaar en maakt kolomkopteksten. 3. Sleep de meetwaarde Verkoop naar Rijen. Tableau aggregeert Verkoop als SOM en geeft een eenvoudig lijndiagram weer. 4. Sleep de meetwaarde Winst naar Rijen en zet het neer aan de rechterkant van de meetwaarde Verkoop. Tableau maakt aparte assen langs de linkermarge voor Verkoop en Winst. ![Lijndiagram met aparte assen langs de linkermarge voor Verkoop en Winst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/line_1.png) Merk op dat de schaal van de twee assen verschillend is: de as Verkoop heeft als schaal $0 tot $700.000 en de as Winst heeft als schaalt $0 tot $100.000. Dit kan het moeilijk maken om te zien dat de verkoopwaarden veel groter zijn dan de winstwaarden. U kunt een lijndiagram maken met discrete of continue dimensies. - _Continue_ dimensies visualiseren data met een lineaire, continue as. Deze diagrammen zijn handig om trends en proportionele veranderingen weer te geven, vooral wanneer de datapunten niet gelijkmatig verdeeld zijn. - _Discrete_ dimensies visualiseren gegevens met discrete, categorische kopteksten. Deze diagrammen zijn handig voor het weergeven van incrementele data, zoals boekperioden. Zie [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor meer informatie over discrete en continue datatypen. Wanneer u meerdere meetwaarden in een lijndiagram weergeeft, kunt u assen uitlijnen of samenvoegen, zodat gebruikers gemakkelijker waarden kunnen vergelijken. - Zie [Twee meetwaarden vergelijken met dubbele assen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multiple_measures.htm#Dual) voor meer informatie over het uitlijnen van de assen. - Zie [Assen combineren voor meerdere meetwaarden tot één as](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multiple_measures.htm#Blended) voor meer informatie over het afdwingen van één as over meerdere meetwaarden. Met elk van deze opties kunt u een combinatiediagram maken om het markeringstype voor een van uw meetwaarden te wijzigen. Zie [Een combinatiediagram maken (verschillende markeringstypen toewijzen aan meetwaarden)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multiple_measures.htm#Combo) voor meer informatie. 1. Sleep het veld SOM(Winst) van Rijen naar de as Verkoop om een gecombineerde as te maken. De twee lichtgroene parallelle staven geven aan dat Winst en Verkoop een gecombineerde as zullen gebruiken wanneer u de muisknop loslaat. ![Twee lichtgroene parallelle staven geven aan dat Winst en Verkoop een gecombineerde as zullen gebruiken in de visualisatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/line_8.png) De weergave wordt bijgewerkt en ziet er als volgt uit: ![Lijndiagram met winst en verkoop uitgezet in een gecombineerde as.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/line_9.png) De weergave is nogal schaars, omdat we kijken naar een opsomming van waarden op jaarbasis. Bovendien lijkt de trend aan het einde af te nemen, omdat er slechts beperkte data beschikbaar zijn voor 2025. 2. Klik op de vervolgkeuzepijl in het veld JAAR(\[Verzenddatum\]) op de container Kolommen en selecteer Maand in het onderste deel van het contextmenu om een doorlopend bereik van waarden over de periode van vier jaar te zien. ![Contextmenu vanuit de meetwaarde JAAR(\[Verzenddatum\]) met de maandoptie gemarkeerd.](Img/line_10.png) De resulterende weergave is veel gedetailleerder dan de oorspronkelijke weergave: ![Lijndiagram dat een doorlopend bereik van waarden over een periode van vier jaar weergeeft voor orderwinst en -verkoop.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/line_11.png) Merk op dat de waarden vlak voor het einde van elk jaar veel hoger lijken te worden. Een dergelijk patroon staat bekend als _seizoensgebondenheid_. Als we de prognosefunctie in de weergave inschakelen, kunnen we zien of we mogen verwachten dat de schijnbare seizoenstrend zich in de toekomst zal voortzetten. 3. Om een prognose toe te voegen, sleept u in het venster Analyse het prognosemodel naar de weergave en zet u het vervolgens neer op Prognose. ![Prognosemodel gesleept van het deelvenster Analyse naar een weergave.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/line_13.png) Vervolgens zien we dat, volgens de prognoses van Tableau, de seizoenstrend zich in de toekomst voortzet: ![Lijndiagram dat een doorlopend bereik van waarden weergeeft voor een periode van vier jaar voor orderwinst en -verkoop, waarbij een prognose is toegepast om een seizoensgebonden trend voor de toekomst te laten zien.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/line_12.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # LOD-expressies maken in Tableau Met Level of Detail-expressies (ook wel LOD-expressies genoemd) kunt u waarden berekenen op databronniveau en op visualisatieniveau. Met LOD-expressies kunt u echter de granulariteit bepalen die u wilt berekenen. Ze kunnen worden uitgevoerd op een gedetailleerder niveau (INCLUDE), een minder gedetailleerd niveau (EXCLUDE) of een volledig onafhankelijk niveau (FIXED). In dit artikel wordt uitgelegd welke typen LOD-expressies u in Tableau kunt gebruiken, wanneer u ze moet gebruiken en hoe u ze kunt indelen. ## LOD-expressies maken Volg de stappen om te leren hoe u een LOD-expressie in Tableau maakt en gebruikt. ### Stap 1: de visualisatie instellen 1. Open Tableau Desktop en maak verbinding met de opgeslagen databron **Voorbeeld - Superstore**. 2. Navigeer naar een nieuw werkblad. 3. Sleep Regio vanuit het deelvenster **Data** naar de container Kolommen. 4. Sleep Verkoop vanuit het deelvenster **Data** naar de container Rijen. Er verschijnt een staafdiagram met de som van de verkopen voor elke regio. ![Er wordt een staafdiagram weergegeven met de som van de verkopen voor elke regio.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/lod_calcs1.png) ### Stap 2: de LOD-expressie maken In plaats van de som van alle verkopen per regio wilt u misschien ook het gemiddelde verkoopbedrag per klant per regio zien. U kunt hiervoor een LOD-expressie gebruiken. 1. Selecteer Analyse \> Berekend veld maken. 2. Doe het volgende in de berekeningseditor die wordt geopend: - Noem de berekening 'Verkoop per klant'. - Voer de volgende LOD-expressie in: `{ INCLUDE [Customer Name] : SUM([Sales]) }` 3. Klik op OK als u klaar bent. De zojuist gemaakte LOD-expressie wordt toegevoegd aan het deelvenster Data. Raadpleeg de sectie [Typen LOD-expressies](#Types) voor meer informatie over de typen LOD-expressies die u kunt gebruiken. ### Stap 3: de LOD-expressie in de visualisatie gebruiken 1. Sleep Verkoop per klant vanuit het deelvenster **Data** naar de container Rijen en plaats het links van SUM(Verkoop). 2. Klik met de rechtermuisknop op Verkoop per klant en selecteer Meetwaarde (Sum) > Gemiddeld. U kunt nu zowel de som van alle verkoopbedragen als het gemiddelde verkoopbedrag per klant voor elke regio zien. U kunt bijvoorbeeld zien dat de verkoop in de regio Central in totaal ongeveer $500.000 bedroeg, waarbij de gemiddelde verkoop voor elke klant ongeveer 800 USD bedroeg. ![Een visualisatie van de som van alle verkopen en de gemiddelde verkopen per klant in vier regio's.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/lod_calcs2.png) ## Een snelle LOD-expressie geruiken U kunt een LOD-expressie van het type FIXED maken zonder dat u de volledige berekening in het berekeningsdialoogvenster hoeft in te voeren. Er zijn twee manieren om een snelle LOD-berekening te maken. 1. Ga naar het **deelvenster Data** en sleep de meetwaarde die u wilt aggregeren naar de gewenste dimensie terwijl u Ctrl ingedrukt houdt. Er verschijnt een nieuw veld als een LOD-berekening van het type FIXED. De aggregatie in de geaggregeerde expressie is afkomstig van de standaardaggregatie voor de meetwaarde. Meestal is dit SUM. Om de aggregatie te wijzigen of de LOD op een andere manier te bewerken, klikt u met de rechtermuisknop op het nieuwe veld en bewerkt u de berekening. 2. Of selecteer in het **deelvenster Data** de meetwaarde die u wilt aggregeren en klik vervolgens met Ctrl ingedrukt op de dimensie waarvoor u wilt aggregeren. - Klik met de rechtermuisknop op de geselecteerde velden en selecteer Maken > LOD-berekening... - (Optioneel) Wijzig de LOD in de berekeningseditor. - Selecteer OK . ![Een GIF die aangeeft hoe een snelle LOD-berekening wordt gemaakt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_quick2.gif) ## Syntaxis van LOD-expressie Een Level of Detail-expressie heeft de volgende structuur: {\[FIXED | INCLUDE | EXCLUDE\] <_dimensiedeclaratie_\> **:** <_geaggregeerde expressie_\>} ### { } De gehele LOD-expressie staat tussen accolades. ### \[FIXED | INCLUDE | EXCLUDE\] Het eerste element na de openingsaccolade is een van de volgende trefwoorden: #### FIXED - FIXED-LOD-expressies berekenen waarden met gebruik van de opgegeven dimensies zonder verwijzing naar het weergavedetailniveau. Dat wil zeggen: ongeacht de andere dimensies in de weergave. - FIXED-LOD-expressies negeren alle filters in de weergave, behalve contextfilters, databronfilters en extractfilters. Voorbeeld: `{ FIXED [Region] : SUM([Sales]) }` Zie het gedeelte [FIXED](#FIXED) voor meer informatie over FIXED-LOD-expressies en voor enkele voorbeelden van scenario's met het detailniveau FIXED. #### INCLUDE - INCLUDE-LOD-expressies berekenen waarden met gebruik van de opgegeven dimensies in aanvulling op de dimensies in de weergave. - INCLUDE-LOD-expressies zijn vooral handig als u een dimensie opneemt die niet in de weergave voorkomt. Voorbeeld: `{ INCLUDE [Customer Name] : SUM([Sales]) }` Zie het gedeelte [INCLUDE](#INCLUDE) voor meer informatie over INCLUDE-LOD-expressies en voor enkele voorbeelden van scenario's met het detailniveau INCLUDE. #### EXCLUDE - EXCLUDE-LOD-expressies verwijderen dimensies expliciet uit de expressie. Dat wil zeggen dat ze dimensies aftrekken van het weergavedetailniveau. - EXCLUDE-LOD-expressies zijn vooral handig voor het verwijderen van een dimensie uit de weergave. Voorbeeld: `{EXCLUDE [Region]: SUM([Sales])}` Zie het gedeelte [EXCLUDE](#EXCLUDE) voor meer informatie over EXCLUDE-LOD-expressies en voor enkele voorbeelden van scenario's met het detailniveau EXCLUDE. #### Tabelgericht - Voor een LOD-expressie die op een tabel is gericht, is geen scoping-trefwoord vereist. Zie het gedeelte [Tabelgericht](#Table) voor meer informatie. ### <_dimension declaration_\> Specificeert een of meer dimensies die het bereik van de geaggregeerde expressie bepalen, afhankelijk van het trefwoord. - FIXED \[Naam\] Gebruik komma's om meerdere dimensies van elkaar te scheiden. - `[Segment], [Category], [Region]` U kunt elke expressie gebruiken die als dimensie wordt geëvalueerd, inclusief datumexpressies. - `{FIXED YEAR([Order Date]) : SUM(Sales)}` aggregeert de som van Sales op jaarniveau. - `{INCLUDE DATETRUNC('day', [Order Date]) : AVG(Profit)}` aggregeert de som van Sales voor \[Order Date\] (besteldatum), afgekapt tot het dagdatumgedeelte. Omdat het een INCLUDE-expressie is, worden ook de dimensies in de weergave gebruikt om de waarde te aggregeren. **Opmerking**: het verdient aanbeveling velden naar de berekeningseditor te slepen wanneer u dimensiedeclaraties maakt, in plaats van ze te typen. Als u bijvoorbeeld YEAR(\[Order Date\]) op een container ziet en dat als de dimensiedeclaratie typt, komt het niet overeen met het veld op de container. Maar als u het veld van de container naar de expressie sleept, wordt het DATEPART('year', \[Order Date\]), wat overeenkomt met het veld op de container. Als berekeningen zijn opgeslagen in het deelvenster Data, kan Tableau de naam van een berekening niet koppelen aan de bijbehorende inhoud. Bijvoorbeeld: - Maak een berekening: `**MyCalculation** = YEAR([Order Date])` - Maak de EXCLUDE-LOD-expressie `{EXCLUDE YEAR([Order Date]) : SUM(Sales)}` Als u beide berekeningen in de weergave gebruikt, wordt **MyCalculation** niet uitgesloten. De LOD begrijpt niet dat YEAR(\[Order Date\]) hetzelfde is als **MyCalculation**. En als de EXCLUDE-expressie MyCalculation ( `{EXCLUDE MyCalculation : SUM(Sales)}`) specificeerde, wordt YEAR(\[Order Date\]) evenmin uitgesloten. ### : (dubbele punt) Een dubbele punt scheidt de dimensiedeclaratie van de geaggregeerde expressie. ### <_geaggregeerde expressie_\> De geaggregeerde expressie is de berekening die wordt uitgevoerd. Bijvoorbeeld `SUM(Sales)` of `AVG(Discount)`. De resultaten van de berekening in de geaggregeerde expressie zijn afhankelijk van de dimensiedeclaratie en het trefwoord. De geaggregeerde expressie moet worden geaggregeerd. De ATTR-aggregatie wordt echter niet ondersteund. Het hoeft geen eenvoudige aggregatie te zijn maar kan berekeningen bevatten, inclusief andere LOD-expressies: `{FIXED [Question] : AVG(IF [Answer] = "Red" THEN 1 ELSE 0 END )}` Tabelberekeningen zijn niet toegestaan in de geaggregeerde expressie. Tabelgerichte LOD's bevatten alleen de geaggregeerde expressie binnen de accolades, zoals `{MIN(Grade)}`. ## Typen LOD-expressies Er zijn drie soorten LOD-expressies die u in Tableau kunt maken: - [FIXED](#FIXED) - [INCLUDE](#INCLUDE) - [EXCLUDE](#EXCLUDE) U kunt een LOD-expressie ook op de tabel toepassen. Er wordt dan van een [Tabelgericht](#Table) LOD-expressie gesproken. ### FIXED FIXED-LOD-expressies berekenen een waarde met gebruik van de opgegeven dimensies zonder verwijzing naar de dimensies in de weergave. #### Voorbeeld Met de volgende FIXED-LOD-expressie wordt de som van de verkoop per regio berekend: `{FIXED [Region] : SUM([Sales])}` Deze LOD-expressie, genaamd \[Verkoop per regio\], wordt vervolgens op Tekst geplaatst om de totale verkoop per regio weer te geven. Het weergavedetailniveau is \[**Regio**\] en \[**Staat**\]. FIXED-LOD-expressies kijken echter niet naar de dimensies in de weergave maar alleen naar de dimensies die zijn opgegeven in de berekening (in dit geval **Regio**). Daarom zijn de waarden voor de afzonderlijke staten in elke regio identiek. Zie voor meer informatie [Aggregatie en LOD-expressies](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod_overview.htm#reconsile). ![Een tabel met de totale omzet per Amerikaanse staat, geordend per regio.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_fixed_states.png) Als het trefwoord INCLUDE was in plaats van FIXED, zouden de waarden voor elke staat verschillend zijn. INCLUDE gebruikt de dimensie in de expressie (\[Regio\]) en eventuele extra dimensies in de weergave (\[Staat\]) bij het evalueren van de expressie. ![Een tabel met de bevolkingsaantallen per regio.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_fixed_states_include.png) ### INCLUDE INCLUDE-LOD-expressies berekenen waarden met gebruik van de opgegeven dimensies in aanvulling op de dimensies in de weergave. INCLUDE kan handig zijn als u op een fijn detailniveau in de database wilt berekenen, maar in uw weergave opnieuw wilt aggregeren op een grof detailniveau. Velden op basis van INCLUDE-LOD-expressies veranderen naarmate u dimensies toevoegt aan of verwijdert uit de weergave. #### Voorbeeld 1 Deze INCLUDE-LOD-expressie berekent de totale verkoop per klant: `{ INCLUDE [Customer Name] : SUM([Sales]) }` Met de LOD op de container Rijen, geaggregeerd als AVG en met \[Regio\] op de container Kolommen toont de weergave het gemiddelde verkoopbedrag per regio: ![Een staafdiagram met de gemiddelde omzet per klant per regio.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_include_ex1.png) #### Voorbeeld 2 Met deze INCLUDE-LOD-expressie wordt de som van de verkoopbedragen per staat berekend: `{ INCLUDE [State] : SUM(Sales)}` De berekening wordt op de container Rijen geplaatst en als gemiddelde geaggregeerd. De resulterende visualisatie berekent het gemiddelde van de som van de verkoopbedragen per staat in verschillende categorieën. ![Een staafdiagram dat de gemiddelde omzet per categorie weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_include_ex2a.png) Wanneer Segment wordt toegevoegd aan de container Kolommen en de berekening wordt verplaatst naar Label, worden de resultaten van de LOD-expressie bijgewerkt. Nu kunt u zien hoe de gemiddelde som van de verkoopbedragen per staat varieert voor categorieën en segmenten. ![Een staafdiagram dat de gemiddelde omzet per segment en categorie weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_include_ex2.png) ### EXCLUDE EXCLUDE-LOD-expressies declareren dimensies die moeten worden weggelaten uit het weergavedetailniveau. EXCLUDE is nuttig voor scenario's van het type 'percentage van totaal' of 'verschil ten opzichte van totaal gemiddelde'. Deze zijn vergelijkbaar met totalen en referentielijnen. EXCLUDE kan niet worden gebruikt in expressies op rijniveau (waarbij er geen dimensies zijn die kunnen worden weggelaten). Deze kunnen een berekening op weergaveniveau of andere LOD's wijzigen. #### Voorbeeld 1 De volgende EXCLUDE-LOD-expressie berekent het gemiddelde verkooptotaal per maand en sluit vervolgens de maand uit. 1. Maak eerst een veld voor 'Month / Year' (maand/jaar) van 'Order Date' (besteldatum). - Klik met de rechtermuisknop op 'Order Date' in het deelvenster **Data** en selecteer Maken > Aangepaste datum maken. - Selecteer in de detaillijst 'Month / Year'. Laat de selectie als discrete waarde. 2. Maak vervolgens een LOD-expressie met de naam 'average of sales by month' (gemiddelde verkoop per maand): `{EXCLUDE [Order Date (Month / Year)] : AVG({FIXED [Order Date (Month / Year)] : SUM([Sales])})}` Dit is een geneste LOD-expressie, dat wil zeggen een LOD-expressie binnen een andere LOD-expressie. 3. De berekening kan vervolgens worden afgetrokken van de som van de verkoopbedragen per maand met een ad-hocberekening op de container Rijen: ![Een LOD-formule om het verschil te berekenen tussen de totale omzet en de gemiddelde maandelijkse omzet.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_exclude_ex1.png) 4. Plaats **Month(\[Order Date\])** op de container Kolommen De resulterende weergave die het verschil laat zien tussen de werkelijke verkoop per maand en de gemiddelde maandelijkse verkoop voor de gehele periode van vier jaar: ![Een staafdiagram dat de afwijking van het maandgemiddelde visueel weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_exclude_ex1a_806x446.png) #### Voorbeeld 2 Maak een LOD-expressie met de naam ExcludeRegion, die \[Region\] uitsluit van de som van \[Sales\]: `{EXCLUDE [Region]: SUM([Sales])}` Bekijk het volgende overzicht, waarin de som van de verkoopbedragen per regio en per maand wordt weergegeven: ![Een staafdiagram dat de verkopen per maand en regio weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_exclude_ex2.png) Door \[ExcludeRegion\] op Kleur te zetten, wordt de weergave gekleurd om de totale verkoop per maand weer te geven zonder de regionale component: ![Een staafdiagram met verkoopcijfers per maand en regio.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_exclude_ex2a.png) ### Tabelgericht Het is mogelijk om een LOD-expressie op tabelniveau te definiëren zonder gebruik te maken van een van de scoping-trefwoorden. De volgende expressie retourneert bijvoorbeeld de minimale (vroegste) besteldatum voor de hele tabel: `{MIN([Order Date])}` Dit komt overeen met een FIXED-LOD-expressie zonder dimensiedeclaratie: `{FIXED : MIN([Order Date])}` ## Zie ook [Inleiding tot LOD-expressies (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2015/2/introduction-level-detail-expressions-36655) [LOD-expressies nader bekeken (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2015/2/deeper-look-lod-expressions-week-2-36885) [Een duik in LOD-expressies (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2015/3/diving-lod-expressions-week-3-37071) [Top 15 LOD-expressies (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/LOD-expressions) [De basisprincipes van LOD-expressies (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/whitepapers/understanding-lod-expressions) [Hoe LOD-expressies werken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod_overview.htm) ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # LOD-expressies en aggregatie Het detailniveau van de weergave bepaalt het aantal markeringen in de weergave. Wanneer u een LOD-expressie aan de weergave toevoegt, moet Tableau twee detailniveaus afstemmen: dat in de weergave en dat in de expressie. Het gedrag van een LOD-expressie in de weergave varieert afhankelijk van het feit of het detailniveau in de expressie grover, fijner of hetzelfde is als het detailniveau in de weergave. Wat bedoelen we in dit geval met ‘grover’ of ‘fijner’? ## LOD-expressie is grover dan detailniveau van de weergave Een expressie heeft een grover detailniveau dan de weergave wanneer deze verwijst naar een subset van de dimensies in de weergave. Voor een weergave met de dimensies \[Categorie\] en \[Segment\] kunt u een LOD-expressie maken die slechts een van deze dimensies gebruikt: `{FIXED [Segment] : SUM([Sales])}` In dit geval heeft de expressie een grover detailniveau dan de weergave. De expressie baseert de waarden op één dimensie (\[Segment\]), terwijl de weergave is gebaseerd op twee dimensies (\[Segment\] en \[Categorie\]). Het resultaat is dat gebruik van de LOD-expressie in de weergave ervoor zorgt dat bepaalde waarden worden gerepliceerd, dat wil zeggen dat ze meerdere keren voorkomen. ![Een tabel waarin de verkopen per klantsegment en productcategorie worden weergegeven, met pijlen die de relatie aangeven tussen LOD-expressieretouren, dimensies in het viz-blad en de replicatie ervan als resultaten per segmentverkoop.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_replication.png) Gerepliceerde waarden zijn handig voor het vergelijken van specifieke waarden met gemiddelde waarden binnen een categorie. Met de volgende berekening wordt bijvoorbeeld de gemiddelde verkoop voor een klant afgetrokken van de gemiddelde totale verkoop: `[Sales] - {FIXED [Customer Name] : AVG([Sales])}` Wanneer waarden worden gerepliceerd, betekent het wijzigen van de aggregatie voor het relevante veld in de weergave (bijvoorbeeld van AVG in SUM) niet dat het resultaat van de aggregatie verandert. ## LOD-expressie is fijner dan het detailniveau van de weergave Een expressie heeft een fijner detailniveau dan de weergave wanneer deze verwijst naar een superset van de dimensies in de weergave. Wanneer u een dergelijke expressie in de weergave gebruikt, aggregeert Tableau de resultaten tot op weergaveniveau. De volgende LOD-expressie verwijst bijvoorbeeld naar twee dimensies: `{FIXED [Segment], [Category] : SUM([Sales])}` Wanneer deze expressie wordt gebruikt in een weergave die alleen \[Segment\] als detailniveau heeft, _moeten de waarden worden geaggregeerd_. Als u die expressie naar een container sleept, ziet u het volgende: `AVG([{FIXED [Segment]], [Category]] : SUM([Sales]])}])` Een aggregatie (in dit geval een gemiddelde) wordt automatisch toegewezen door Tableau. U kunt de aggregatie indien nodig wijzigen. ## Een LOD-expressie toevoegen aan de weergave Of een LOD-expressie wordt geaggregeerd of gerepliceerd in de weergave, wordt bepaald door het expressietype (FIXED, INCLUDE of EXCLUDE) en door het feit of de granulariteit van de expressie grover of fijner is dan die van de weergave. - INCLUDE-LOD-expressies hebben hetzelfde detailniveau als de weergave of een fijner detailniveau. Daarom worden waarden nooit gerepliceerd. - FIXED-LOD-expressies kunnen een fijner of een grover detailniveau hebben dan de weergave, of hetzelfde detailniveau. Of het nodig is om de resultaten van een FIXED-detailniveau te aggregeren hangt af van welke dimensies er in de weergave voorkomen. - EXCLUDE-LOD-expressies zorgen er altijd voor dat gerepliceerde waarden in de weergave verschijnen. Wanneer berekeningen met EXCLUDE-LOD-expressies op een container worden geplaatst, gebruikt Tableau standaard de ATTR-aggregatie (in tegenstelling tot SUM of AVG) om aan te geven dat de expressie niet daadwerkelijk wordt geaggregeerd en dat het wijzigen van de aggregatie geen effect heeft op de weergave. LOD-expressies worden altijd automatisch verpakt in een aggregatie wanneer ze aan een container in de weergave worden toegevoegd, tenzij ze als dimensies worden gebruikt. Dus als u dubbelklikt op een container en `{FIXED[Segment], [Category] : SUM([Sales])}` typt en vervolgens op Enter drukt om de expressie vast te leggen, ziet u nu dit in de container: `SUM({FIXED[Segment], [Category] : SUM([Sales])})` Maar als u dubbelklikt op de container om de expressie te bewerken, ziet u de oorspronkelijke expressie in de bewerkingsmodus. Als u een LOD-expressie in een aggregatie opneemt wanneer u deze maakt, gebruikt Tableau de aggregatie die u hebt opgegeven in plaats van een aggregatie toe te wijzen wanneer een berekening met die expressie op een container wordt geplaatst. Als er geen aggregatie nodig is (omdat het detailniveau van de expressie grover is dan dat van de weergave), wordt de door u opgegeven aggregatie nog steeds weergegeven als de expressie op een container staat, maar wordt deze genegeerd. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Logische functies Dit artikel introduceert logische functies en hun gebruik in Tableau. Het laat ook zien hoe u een logische berekening kunt maken aan de hand van een voorbeeld. ## Waarom logische berekeningen gebruiken Met logische berekeningen kunt u bepalen of een bepaalde voorwaarde waar of onwaar is (Booleaanse logica). U wilt bijvoorbeeld waarden indelen op basis van bepaalde grenswaarden. Een logische berekening zou er ongeveer als volgt uitzien: IF \[Profit\] > 0 THEN 'Profitable' ELSEIF \[Profit\] = 0 THEN 'Break even' ELSE 'Loss' END ## Logische functies en operators beschikbaar in Tableau ### AND
Syntaxis<expr1> AND <expr2>
DefinitieVoert een logische conjunctie uit op twee expressies. (Als beide zijden waar zijn, retourneert de logische test 'true'.)
UitvoerBooleaans (waar of onwaar)
Voorbeeld
IF [Season] = "Spring" AND "[Season] = "Fall" 
THEN "It's the apocalypse and footwear doesn't matter"
END

’Als zowel (Season = Spring) als (Season = Fall) tegelijkertijd waar zijn, retourneer dan It's the apocalypse and footwear doesn't matter'.

Opmerkingen

Vaak gebruikt met IF en IIF. Zie ook NOT en OR.

Als beide expressies TRUE zijn (dat wil zeggen, niet FALSE of NULL), dan is het resultaat TRUE. Als een van beide expressies NULL is, dan is het resultaat NULL. In alle andere gevallen is het resultaat FALSE.

Als u een berekening maakt waarin het resultaat van een AND-vergelijking wordt weergegeven op een werkblad, geeft Tableau TRUE en FALSE aan. Als u dit wilt wijzigen, gebruikt u het gedeelte Notatie in het dialoogvenster Notatie.

Opmerking: de operator AND gebruikt evaluatie van kortsluiting. Dit betekent dat als de eerste expressie wordt geëvalueerd als FALSE, dan wordt de tweede expressie helemaal niet geëvalueerd. Dit kan handig zijn als de tweede expressie resulteert in een fout terwijl de eerste expressie FALSE is, omdat de tweede expressie in dit geval nooit wordt geëvalueerd.

### CASE
SyntaxisCASE <expression>
WHEN <value1> THEN <then1>
WHEN <value2> THEN <then2>
...
[ELSE <default>]
END
UitvoerHangt af van datatype van de <then>-waarden.
Definitie

Evalueert de expression en vergelijkt deze met de opgegeven opties (<value1>, <value2>, enz.). Wanneer een value wordt aangetroffen die overeenkomt met de expressie, retourneert CASE de overeenkomstige return. Als geen overeenkomst wordt gevonden, wordt de (optionele) standaardwaarde geretourneerd. Als er geen standaardwaarde is en er geen overeenkomende waarden zijn, wordt Null geretourneerd.

Voorbeeld
CASE [Season] 
WHEN 'Summer' THEN 'Sandals'
WHEN 'Winter' THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers'
END

‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'.

Opmerkingen

Zie ook IF en IIF.

Gebruikt met WHEN, THEN, ELSE en END.

[!TIP]

vaak kunt u een groep gebruiken om dezelfde resultaten te krijgen als een ingewikkelde CASE-functie, of CASE gebruiken om de oorspronkelijke functie Groepering te vervangen, zoals in het vorige voorbeeld. Misschien wilt u testen welke optie het beste presteert voor uw scenario.

### ELSE
SyntaxisCASE <expression>
WHEN <value1> THEN <then1>
WHEN <value2> THEN <then2>
...
[ELSE <default>]
END
DefinitieEen optioneel onderdeel van een IF- of CASE-expressie die wordt gebruikt om een standaardwaarde op te geven die moet worden geretourneerd als geen van de geteste expressies waar is.
Voorbeeld
IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' 
ELSEIF [Season] = "Winter" THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers' 
END
CASE [Season] 
WHEN 'Summer' THEN 'Sandals'
WHEN 'Winter' THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers'
END
Opmerkingen

Gebruikt met CASE, WHEN, IF, ELSEIF, THEN en END

ELSE is optioneel met CASE en IF. In een berekening waarbij ELSE niet is gespecificeerd, zal de algehele berekening null retourneren indien geen van de <test>waar zijn.

ELSE vereist geen voorwaarde (zoals [Season] = "Winter") en kan worden beschouwd als een vorm van verwerking van de waarde Null.

### ELSEIF
Syntaxis[ELSEIF <test2> THEN <then2>]
DefinitieEen optioneel onderdeel van een IF-expressie die wordt gebruikt om aanvullende voorwaarden te specificeren naast de initiële IF.
Voorbeeld
IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' 
ELSEIF [Season] = "Winter" THEN 'Boots'
ELSEIF [Season] = "Spring" THEN 'Sneakers'
ELSEIF [Season] = "Autumn" THEN 'Sneakers'
ELSE 'Bare feet'
END
Opmerkingen

Gebruikt met IF, THEN, ELSE en END

ELSEIF kan worden beschouwd als een extra IF-clausule. ELSEIF is optioneel en kan meerdere keren herhaald worden.

Anders dan ELSE, vereist ELSEIF een voorwaarde (zoals [Season] = "Winter").

### END
DefinitieWordt gebruikt om een IF- of CASE-expressie af te sluiten.
Voorbeeld
IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' 
ELSEIF [Season] = "Winter" THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers' 
END

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'.

CASE [Season] 
WHEN 'Summer' THEN 'Sandals'
WHEN 'Winter' THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers'
END

‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'.

Opmerkingen

Gebruikt met CASE, WHEN, IF, ELSEIF, THEN en ELSE.

### IF
SyntaxisIF <test1> THEN <then1>
[ELSEIF <test2> THEN <then2>...]
[ELSE <default>]
END
UitvoerHangt af van datatype van de <then>-waarden.
Definitie

Test een reeks expressies en retourneert de waarde <then> voor de eerste ware <test>.

Voorbeeld
IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' 
ELSEIF [Season] = "Winter" THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers' 
END

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'.

Opmerkingen

Zie ook IF en IIF.

Gebruikt met ELSEIF, THEN, ELSE en END

### IFNULL
SyntaxisIFNULL(expr1, expr2)
UitvoerHangt af van het datatype van de <expr>-waarden.
Definitie

Retourneert <expr1> als dit niet ‘null’ is, anders wordt <expr2> geretourneerd.

Voorbeeld
IFNULL([Assigned Room], "TBD")

’Als het veld Assigned Room niet null is, wordt de waarde ervan geretourneerd. Als het veld Assigned Room null is, wordt in plaats daarvan TBD geretourneerd'.

Opmerkingen

Vergelijk met ISNULL. IFNULL retourneert altijd een waarde. ISNULL retourneert een Booleaanse waarde (true of false).

Zie ook ZN.

### IIF
SyntaxisIIF(<test>, <then>, <else>, [<unknown>])
UitvoerHangt af van het datatype van de waarden in de expressie.
DefinitieControleert of aan een voorwaarde is voldaan (<test>), en retourneert <then>als de test waar is, <else> als de test niet waar is, en een optionele waarde voor <unknown> als de test null is. Als de optionele onbekende niet is opgegeven, retourneert IIF null.
Voorbeeld
IIF([Season] = 'Summer', 'Sandals', 'Other footwear')

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, retourneer dan Other footwear’

IIF([Season] = 'Summer', 'Sandals', 
IIF('Season' = 'Winter', 'Boots', 'Other footwear')
)

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide waar is, retourneer dan Sneakers’.

IIF('Season' = 'Summer', 'Sandals', 
IIF('Season' = 'Winter', 'Boots',
IIF('Season' = 'Spring', 'Sneakers', 'Other footwear')
)
)

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van de expressies waar is, retourneer dan Sneakers’.

Opmerkingen

Zie ook IF enCASE.

IIF heeft geen equivalent voor ELSEIF (zoals IF) of herhaalde WHEN-clausules (zoals CASE). In plaats daarvan kunnen meerdere tests sequentieel worden geëvalueerd door IIF-transacties te nesten als het <unknown> element. De eerste (buitenste) true wordt geretourneerd.

Dat wil zeggen dat in de onderstaande berekening het resultaat Rood zal zijn en niet Oranje, omdat de expressie niet meer wordt geëvalueerd zodra A=A als ‘waar’ wordt geëvalueerd:

IIF('A' = 'A', 'Red', IIF('B' = 'B', 'Orange', IIF('C' = 'D', 'Yellow', 'Green')))

### IN
Syntaxis<expr1> IN <expr2>
UitvoerBooleaans (waar of onwaar)
DefinitieRetourneert TRUE als enige waarde in <expr1> overeenkomt met enige waarde in <expr2>.
Voorbeeld
SUM([Cost]) IN (1000, 15, 200)

‘Is de waarde van het veld Cost 1.000, 15, or 200?’

[Field] IN [Set]

‘Is de waarde van het veld aanwezig in de set?’

Opmerkingen

De waarden in <expr2> kan een set, een lijst met letterlijke waarden of een gecombineerd veld zijn.

Zie ook WHEN.

### ISDATE
SyntaxisISDATE(string)
UitvoerBooleaans (waar of onwaar)
DefinitieRetourneert waar als een <string> een geldige datum is. De invoerexpressie moet een tekenreeks (tekst-)veld zijn.
Voorbeeld
ISDATE("2018-09-22")

’Is de tekenreeks 2018-09-22 een correct ingedeelde datum?’

Opmerkingen

Wat als geldige datum wordt beschouwd, hangt af van de landinstelling van het systeem dat de berekening evalueert. Bijvoorbeeld:

In de VS:

  • ISDATE("2018-09-22") = TRUE
  • ISDATE("2018-22-09") = FALSE

In het VK:

  • ISDATE("2018-09-22") = FALSE
  • ISDATE("2018-22-09") = TRUE

### ISNULL
SyntaxisISNULL(expression)
UitvoerBooleaans (waar of onwaar)
Definitie

Retourneert waar als de <expression> NULL is (bevat geen geldige data).

Voorbeeld
ISNULL([Assigned Room])

’Is het veld Assigned Room null?’

Opmerkingen

Vergelijk met IFNULL. IFNULL retourneert altijd een waarde. ISNULL retourneert een Booleaanse waarde.

Zie ook ZN.

### MAX
SyntaxisMAX(expression) of MAX(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.

MAX kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MAX(4,7) = 7
MAX(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #2/20/2021#
MAX([Name]) = "Zander"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MAX is meestal de waarde die als laatste in alfabetische volgorde staat.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MAX de hoogste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MAX de meest recente datum. Als MAX een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MAX een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MAX(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MAX(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MIN.

### MIN
SyntaxisMIN(expression) of MIN(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.

MIN kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MIN(4,7) = 4
MIN(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #3/25/1986#
MIN([Name]) = "Abebi"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MIN is meestal de waarde die in alfabetische volgorde als eerste voorkomt.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MIN de laagste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MIN de vroegste datum. Als MIN een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MIN een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MIN(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MIN(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MAX.

### NOT
SyntaxisNOT <expression>
UitvoerBooleaans (waar of onwaar)
DefinitieVoert een logische ontkenning uit op een expressie.
Voorbeeld
IF NOT [Season] = "Summer" 
THEN 'Don't wear sandals'
ELSE 'Wear sandals' 
END

‘Als het seizoen niet gelijk is aan Summer, retourneer dan Don't wear sandals. Zo niet, retourneer dan Wear sandals.’

Opmerkingen

Vaak gebruikt met IF en IIF. Zie ook AND en OR.

### OR
Syntaxis<expr1> OR <expr2>
UitvoerBooleaans (waar of onwaar)
DefinitieVoert een logische ontkoppeling uit op twee expressies.
Voorbeeld
IF [Season] = "Spring" OR [Season] = "Fall" 
THEN "Sneakers"
END

‘Als (Season = Spring) of (Season = Fall) waar is, retourneer dan Sneakers.’

Opmerkingen

Vaak gebruikt met IF en IIF. Zie ook AND en NOT.

Als een van beide expressies TRUE is, dan is het resultaat TRUE. Als beide expressies FALSE zijn, dan is het resultaat FALSE. Als beide expressies NULL zijn, dan is het resultaat NULL.

Als u een berekening maakt die het resultaat van een OR-vergelijking maakt op een werkblad, geeft Tableau WAAR en ONWAAR weer. Als u dit wilt wijzigen, gebruikt u het gedeelte Notatie in het dialoogvenster Notatie.

Opmerking: de operator OR gebruikt evaluatie van kortsluiting. Dit betekent dat als de eerste expressie wordt geëvalueerd als TRUE, dan wordt de tweede expressie helemaal niet geëvalueerd. Dit kan handig zijn als de tweede expressie resulteert in een fout terwijl de eerste expressie TRUE is, omdat de tweede expressie in dit geval nooit wordt geëvalueerd.

### THEN
SyntaxisIF <test1> THEN <then1>
[ELSEIF <test2> THEN <then2>...]
[ELSE <default>]
END
DefinitieEen vereist onderdeel van een IF-, ELSEIF- of CASE-expressie, die wordt gebruikt om te definiëren welk resultaat moet worden geretourneerd als een specifieke waarde of test waar is.
Voorbeeld
IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' 
ELSEIF [Season] = "Winter" THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers' 
END

‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'.

CASE [Season] 
WHEN 'Summer' THEN 'Sandals'
WHEN 'Winter' THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers'
END

‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'.

Opmerkingen

Gebruikt met CASE, WHEN, IF, ELSEIF, THEN, ELSE en END

### WHEN
SyntaxisCASE <expression>
WHEN <value1> THEN <then1>
WHEN <value2> THEN <then2>
...
[ELSE <default>]
END
DefinitieEen vereist onderdeel van een CASE-expressie. Vindt de eerste <value> die overeenkomt met <expression> en retourneert de overeenkomende <then>.
Voorbeeld
CASE [Season] 
WHEN 'Summer' THEN 'Sandals'
WHEN 'Winter' THEN 'Boots'
ELSE 'Sneakers'
END

‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'.

Opmerkingen

Gebruikt met CASE, THEN, ELSE en END.

CASE ondersteunt ook de constructie WHEN IN, zoals:

CASE <expression> 
WHEN IN <set1> THEN <then1>
WHEN IN <combinedfield> THEN <then2>
...
ELSE <default>
END

De waarden die WHEN IN vergelijken moet een set, lijst met letterlijke waarden of gecombineerd veld zijn. Zie ook IN.

### ZN
SyntaxisZN(expression)
UitvoerHangt af van het datatype van de <expression> of 0.
DefinitieRetourneert <expression> als deze niet null is, anders wordt nul geretourneerd.
Voorbeeld
ZN([Test Grade])

‘Als het toetscijfer niet null is, retourneer dan de waarde ervan. Als het toetscijfer nul is, retourneer dan 0.’

Opmerkingen

ZN is een gespecialiseerd geval van IFNULL waarbij het alternatief, als de expressie nul is, altijd 0 is en niet wordt gespecificeerd in de berekening.

ZN is vooral handig wanneer u aanvullende berekeningen uitvoert en een nullwaarde de gehele berekening null (nietig) zou maken. Wees echter voorzichtig bij het interpreteren van deze resultaten, want null is niet altijd synoniem met 0 en kan duiden op ontbrekende data.

Zie ook ISNULL.

**Opmerking**: sommige hiervan zijn in feite logische operators en worden in het zwart weergegeven, niet in het blauw. Zie [Syntaxis van operators](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_operators.htm#Operators) voor meer informatie. Opmerking over CASE, IF en IIF CASE is vaak gemakkelijker te gebruiken dan IF of IIF. In veel gevallen kunnen IF, IIF en CASE door elkaar worden gebruikt. Een CASE-instructie kan altijd worden herschreven als een IF-instructie, hoewel de CASE-functie over het algemeen beknopter en gemakkelijker te begrijpen zal zijn. Niet alle IF-instructies kunnen echter als CASE-instructies worden geschreven, omdat elke ELSEIF naar een ander veld kan verwijzen. **Tip**: laten we een voorbeeld vergelijken waarbij dezelfde logica voor deze drie functies wordt gebruikt:
CASEIFIIF
CASE [Region]
WHEN 'West' THEN 1
WHEN 'East' THEN 2
WHEN 'South' THEN 3
WHEN 'North' Then 4
ELSE 5
END
IF [Region] = 'West' THEN 1
ELSEIF [Region] = 'East' THEN 2
ELSEIF [Region] = 'South' THEN 3
ELSEIF [Region] = 'North' THEN 4
ELSE 5
END
IIF([Region] = 'West', 1,
IIF([Region] = 'East', 2,
IIF([Region] = 'South', 3,
IIF([Region] = 'North', 4,
5, 0)
)
)
)

De CASE-structuur is heel eenvoudig en gemakkelijk te schrijven en te begrijpen. De expressie (hier: [Region]) kan echter geen logische bewerking zijn, in tegenstelling tot IF of IIF.

Null-waarden worden voor CASE op dezelfde manier verwerkt als voor IF.

De IF THEN-structuur staat meerdere ELSEIF-clausules toe, waardoor meerdere evaluaties veel eenvoudiger zijn dan bij IIF.

Verwerking van null-waarden: alle onbekende (nietige) resultaten worden door dezelfde ELSE-clausule behandeld als ‘false’ resultaten. Hier wordt aan elk gebied anders dan de vier opgegeven gebieden (inclusief ‘null’) de waarde 5 toegekend.

De IIF-structuur verwerkt onbekende resultaten anders dan valse resultaten en heeft een andere syntaxis dan IF. Het nadeel van specifieke null-verwerking is dat het nesten, zoals hierboven beschreven, lastig kan zijn om te schrijven en te begrijpen.

Verwerking van nullwaarden: aan alle niet-null-gebieden, behalve de vier opgegeven gebieden, wordt de waarde 5 toegekend, maar aan een null-waarde wordt een 0 toegekend.

**Opmerking**: vaak kunt u een groep gebruiken om dezelfde resultaten te krijgen als een ingewikkelde CASE-functie. Testen om te zien of de ene optie beter presteert dan de andere. ### Voorbeelden CASE-functies kunnen nuttig zijn voor scenario's zoals het realiseren van: CASE LEFT(DATENAME('weekday',\[Order Date\]),3) WHEN 'Sun' THEN 0 WHEN 'Mon' THEN 1 WHEN 'Tue' THEN 2 WHEN 'Wed' THEN 3 WHEN 'Thu' THEN 4 WHEN 'Fri' THEN 5 WHEN 'Sat' THEN 6 END of de eindgebruiker de mogelijkheid geven om te selecteren welke meetwaarde deze in een grafiek wil bekijken bij gebruik met een [parameter](https://www.tableau.nl/about/blog/2015/11/using-parameter-change-fields-45866): CASE \[Choose a Measure\] WHEN "Sales" THEN SUM(\[Sales\]) WHEN "Profit" THEN AVG(\[Profit\]) WHEN "Quantity" THEN COUNT(\[Quantity\]) WHEN "Shipping Cost" THEN MEDIAN(\[Shipping Cost\]) END ## Een logische berekening maken Volg de onderstaande stappen om te leren hoe u een logische berekening maakt. 1. Maak in Tableau Desktop verbinding met de opgeslagen databron **Voorbeeld - Superstore**, die bij Tableau wordt geleverd. 2. Navigeer naar een werkblad. 3. Sleep State vanuit het deelvenster **Data** naar de container Rijen. 4. Sleep Categorie vanuit het deelvenster **Data** naar de container Rijen en plaats het rechts van State. 5. Sleep Verkoop vanuit het deelvenster **Data** naar de container Kolommen. 6. Selecteer Analyse \> Berekend veld maken. 7. Doe het volgende in de berekeningseditor die wordt geopend: - Geef het berekende veld de naam KPI. - Voer de volgende formule in: SUM(\[Profit\]) > 0 Met deze berekening kunt u snel controleren of een lid groter is dan nul. Als dat zo is, wordt true geretourneerd. Als dat niet zo is, wordt false geretourneerd. - Klik op **OK** als u klaar bent. Het nieuwe berekende veld wordt getoond onder Meetwaarden in het deelvenster Data. Net als uw andere velden kunt u dit veld in een of meer visualisaties gebruiken. 9. Sleep in het deelvenster **Data** **KPI** naar **Kleur** op de kaart Markeringen. U kunt nu zien welke categorieën in elke staat verliesgevend zijn. ![Logische functie toegepast op een staafdiagram om de productcategorieën te markeren die in elke staat verliesgevend zijn.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/logicalfunctions1.png) ## Zie ook [Belangrijke voortgangsindicatoren visualiseren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/kpi.htm) [Functies in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions.htm) [Tableau-functies (op categorie)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_categories.htm) [Tableau-functies (alfabetische lijst)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_alphabetical.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Loodlijnen Gebruik loodlijnen om markeringen te onderscheiden en de positie ervan in de afbeelding aan te geven. In een weergave met veel spreidingsmarkeringen kunt u bijvoorbeeld loodlijnen inschakelen om de positie van een bepaald datapunt weer te geven. Wanneer u loodlijnen toevoegt, wordt een lijn getrokken van de markeringen naar een van de assen. U kunt ervoor kiezen om loodlijnen altijd weer te geven of alleen wanneer er een markering is geselecteerd. ![Een grafiek met verticale lijnen geeft de positie van een datapunt weer. Lijnen verbinden het punt met de assen Verkoop en Winst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewmarks_6.png) **Opmerking:** loodlijnen worden niet weergegeven wanneer u een weergave publiceert naar Tableau Server of Tableau Cloud. Om loodlijnen aan de weergave toe te voegen, klikt u met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op het deelvenster en selecteert u Loodlijnen > Loodlijnen tonen. Standaard worden loodlijnen alleen weergegeven wanneer de markering is geselecteerd. U kunt deze instelling wijzigen en andere opties opgeven in het dialoogvenster Loodlijnen. Klik met de rechtermuisknop (Control-klik op Mac) op het deelvenster en selecteer Loodlijnen > Loodlijnen bewerken om het dialoogvenster Loodlijnen te openen. Selecteer in het dialoogvenster Loodlijnen een as waarnaar de lijn naartoe moet worden getekend, of de loodlijnen altijd moeten worden weergegeven en of er labels moeten worden weergegeven. ![Het dialoogvenster Loodlijnen met opties voor het configureren van loodlijnen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewmarks_7.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Machtigingen instellen terwijl u een databron of werkmap publiceert Als uitgever van een werkmap of databron kunt u mogelijk machtigingen instellen als onderdeel van het publicatieproces. Met machtigingen kunt u andere gebruikers toegang geven of weigeren tot gepubliceerde inhoud op Tableau Server of Tableau Cloud. Bijvoorbeeld wie er met weergaven in een werkmap mag werken, een kopie van een databron mag downloaden, enzovoort. Houd er rekening mee dat machtigingen en toegang tot de databron twee verschillende dingen zijn. Toegang tot bepaalde datatypen vereist aanmelding met een databasenaam en wachtwoord of in de verbinding ingesloten databasereferenties. Zie [Referenties instellen voor toegang tot uw gepubliceerde data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/publishing_sharing_authentication.htm) voor meer informatie. Het is het beste om waar mogelijk de standaardmachtigingsregels te gebruiken voor het project waar u uw inhoud publiceert. Als u publiceert naar een [vergrendeld project](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/permissions.htm#lock-project-permissions), kunt u de machtigingen niet wijzigen. Als u inhoud publiceert in een aanpasbaar project en er een reden is waarom uw inhoud unieke machtigingen zou moeten hebben, kunt u tijdens het publiceren machtigingsregels instellen. ## Over het instellen van machtigingen tijdens het publiceren Wanneer u het publicatieproces start, worden in het dialoogvenster de machtigingen weergegeven die zullen worden toegepast. Standaard volgt de inhoud die u publiceert de machtigingsregels van het project waarnaar u publiceert. ![Als inhoudseigenaar kunt u machtigingen instellen wanneer u publiceert](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/publish-permissions3.png) Wanneer u de machtigingen wijzigt in het dialoogvenster Publiceren, stelt u unieke machtigingsregels in voor de inhoud die u publiceert. Dit betekent dat wijzigingen in de machtigingsregels voor het project geen invloed zullen hebben op uw inhoud. Afhankelijk van uw omgeving kan dit de bedoeling zijn, maar het kan ook in strijd zijn met de richtlijnen die uw beheerder heeft ingesteld en onbedoelde gevolgen hebben. ### Tips voor het bepalen of u machtigingen voor inhoud wilt instellen - **De werkwijzen van uw organisatie** Neem contact op met uw Tableau-beheerder voor de richtlijnen voor uw organisatie. Het is gebruikelijk (en aanbevolen) dat een beheerder de machtigingen voor het project vergrendelt. Als u in een dergelijke omgeving werkt, kunt u geen unieke machtigingen voor uw inhoud instellen. Houd er rekening mee dat zelfs als u tijdens het publiceren machtigingen instelt, de persoon die de machtigingen op de server beheert, deze instellingen later kan wijzigen. - **De gevolgen van het instellen van expliciete machtigingen** Naast de eerder beschreven potentiële conflicten, vergen unieke machtigingen ook extra onderhoud omdat moet worden bijgehouden voor welke inhoud excepties gelden en welke excepties zijn toegepast. - **Snel publiceren door de standaardinstellingen voor machtigingen te accepteren** Indien nodig kunt u, of uw beheerder, de machtigingen op de server achteraf bijwerken, waar u een uitgebreider overzicht hebt van de effecten van uw wijzigingen. ## Hoe u machtigingen instelt tijdens het publiceren 1. Klik in het dialoogvenster Publiceren, naast de samenvatting die de huidige instellingen aangeeft, op Bewerken. ![Machtigingen bewerken tijdens het publiceren](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/publish-permissions1.png) 2. Voer een van de volgende handelingen uit in het pop-upvenster dat verschijnt: - Om aangepaste mogelijkheden in te stellen of expliciet een rol toe te wijzen, selecteert u een bestaande gebruiker of groep en klikt u op Bewerken of op Toevoegen. Maak uw wijzigingen in het dialoogvenster Machtigingen toevoegen/bewerken. Klik op Toepassen om de wijzigingen op te slaan en het dialoogvenster open te houden om een andere gebruiker of groep te configureren. Klik op OK om het dialoogvenster te sluiten. - Om een machtigingsregel te verwijderen, selecteert u de gebruiker of groep en klikt u vervolgens op Verwijderen. ## Machtigingssjablonen toewijzen Wanneer u inhoud publiceert, kunt u een van de volgende [sjablonen](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/permissions.htm#permission-capabilities) toewijzen aan een geselecteerde gebruiker of groep: - Weergave: Hiermee krijgt de gebruiker basistoegang tot de inhoud, zoals het filteren van een werkmap of verbinden met een databron. - Verkennen: Geeft de gebruiker alle mogelijkheden van het sjabloon Weergave, plus extra functionaliteit, zoals het online bewerken van een werkmap of het downloaden van een databron. - Publiceren: Hiermee kan de gebruiker de inhoud overschrijven (bijvoorbeeld via webbewerking en opslaan over het origineel). Hiermee krijgen ze ook het eigendomsrecht over de inhoud. - Beheren: Hiermee kan de gebruiker de inhoud beheren, zoals deze verwijderen en machtigingen instellen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Maken met dichtheidsmarkeringen (heatmap) Gebruik het dichtheidsdiagram om patronen of trends in dichte data met veel overlappende markeringen te visualiseren. Tableau doet dit door overlappende markeringen te groeperen en deze in kleur te coderen op basis van het aantal markeringen in de groep. Met dichtheidskaarten kunt u locaties met meer of minder datapunten identificeren. In Tableau kunt u een diagram maken met behulp van de dichtheidsmarkering door ten minste één continue meetwaarde op de container Kolommen te plaatsen, en ten minste één dimensie of meetwaarde op de container Rijen (of andersom) te plaatsen en vervolgens een veld toe te voegen aan de kaart Markeringen. **Opmerking**: dichtheidsdiagrammen werken het beste als ze worden gebruikt met databronnen die veel datapunten bevatten. De basisbouwstenen voor een dichtheidsdiagram zijn als volgt: - **Markeringstype**: Dichtheid - **Container Rijen en Kolommen**: Ten minste één doorlopende meetwaarde en ten minste één meetwaarde of dimensie - **Kaart Markeringen:** Minstens één doorlopende meetwaarde Dichtheidsgrafieken gebruiken het markeringstype Dichtheid. Standaard gebruikt Tableau het markeringstype Automatisch. Om te laten zien hoe dichtheidsgrafieken kunnen helpen bij het begrijpen van overlappende markeringen in Tableau, beginnen we met een spreidingsdiagram met een groot aantal markeringen en gaan we daar een dichtheidsdiagram van maken. Volg deze stappen om een dichtheidsdiagram te gebruiken om bestellingen op datum te bekijken: 1. Open de databron **Wereldwijde indicatoren** in de sectie **Opgeslagen databronnen** van het startscherm. ![Een lijst met opgeslagen databronnen waarbij 'Wereldwijde indicatoren' is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/density_world.png) 2. Sleep **Kindersterftecijfer** vanuit de map Gezondheid naar de container Kolommen. Tableau aggregeert de meetwaarde als een som en creëert een horizontale as. 3. Sleep de **Levensverwachting Vrouw** naar de container **Rijen**. Nu hebt u een spreidingsdiagram met één markering. ![een spreidingsdiagram met één markering](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/density_onepoint.png) 4. Zowel het kindersterftecijfer als de levensverwachting worden vermeld als een **Som**, niet als een gemiddelde. Klik met de rechtermuisknop op beide meetwaarden om Meetwaarde (Som) te veranderen in **Gemiddelde**. ![Het menu Meetwaarde (Som)](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/density_average.png) 5. Sleep de dimensie **Land/regio** naar **Details** op de kaart Markeringen. Nu zijn er nog veel meer markeringen in uw weergave. Het aantal markeringen in uw weergave is nu gelijk aan het aantal unieke landen in deze dataset. Als u over een markering beweegt, ziet u de naam van het land, de levensverwachting van vrouwen en het kindersterftecijfer. ![een spreidingsdiagram met knopinfo](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/density_circlemarks.png) We hebben een basisspreidingsdiagram gemaakt, maar er zijn veel overlappende markeringen in de weergave en het is moeilijk te zien waar de markeringen het dichtst zijn. 6. Selecteer op de kaart **Markeringen** **Dichtheid** in het menu om deze spreidingsdiagram in een dichtheidsdiagram te veranderen. Tableau heeft een dichtheidsdiagram gemaakt door markeringen, kernels genaamd, over elkaar heen te plaatsen en kleurcodering toe te passen waar die kernels elkaar overlappen. Hoe meer overlappende datapunten, hoe intenser de kleur is. ![Een spreidingsdiagram dat de correlatie tussen het gemiddelde kindersterftecijfer en de gemiddelde levensverwachting van vrouwen weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/density_bluedensity.png) Tableau heeft standaard een blauw kleurenpalet geselecteerd, maar u kunt kiezen uit tien dichtheidskleurenpaletten of een van de bestaande kleurenpaletten. 7. Selecteer **Kleur** in de kaart **Markeringen** en selecteer **Dichtheid meerkleurig, licht** in het menu. ![de kleuropties voor het type Dichtheidsmarkering](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/density_colorpalette.png) De namen van de kleurenpaletten geven aan of ze zijn ontworpen voor gebruik op diagrammen met een donkere of lichte achtergrond. Omdat ons diagram een lichte achtergrond heeft, hebben we een licht palet gekozen. Hierdoor verandert het kleurenpalet op uw kaart. Meer geconcentreerde gebieden worden rood weergegeven, terwijl gebieden zonder overlappende markeringen groen zijn. **Opmerking:** kleurlegenda's zijn niet beschikbaar voor dichtheidsmarkeringen. 8. Gebruik in het menu Kleur de schuifregelaar Intensiteit om de levendigheid van de dichtheidsmarkeringen te vergroten of verkleinen. Als u bijvoorbeeld de intensiteit of levendigheid verhoogt, worden de maximale hittespots in uw data verlaagd, zodat er meer verschijnen. ![Een kleurenpalet Dichtheid toegepast op een visualisatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/density_colors.gif) 9. Selecteer **Formaat** in de kaart Markeringen om de grootte van de dichtheidskernel aan te passen. ![Verhoog de markeringsgrootte.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/kernel.gif) Zie [Het type markering in de weergave wijzigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_marktypes.htm) en [Heatmaps met trends of dichtheid maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_howto_heatmap.htm) voor meer informatie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Mapbox-kaarten gebruiken Als u toegang hebt tot Mapbox-kaarten, kunt u deze toevoegen aan uw werkmappen of gebruiken om kaartweergaven te maken in Tableau Desktop. Zie [Ondersteunde kaartdata](https://www.tableau.com/nl-nl/mapdata) voor een lijst met beschikbare landspecifieke data. Wanneer u een weergave publiceert die Mapbox-kaarten gebruikt voor Tableau Server, Tableau Cloud of Tableau Public, kan uw publiek uw data en uw Mapbox-kaart bekijken zonder een Mapbox-account. Vanaf Tableau Desktop 2019.2 zijn de Mapbox-stijlen Straten, Outdoors en Satelliet standaard beschikbaar in Tableau in het deelvenster Kaartlagen. Zie [De vormgeving van uw kaarten aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_options.htm) voor meer informatie over kaartstijlen en kaartlagen. ## Een Mapbox-kaart toevoegen aan uw werkmap In Tableau Desktop kunt u een Mapbox-kaart aan uw werkmap toevoegen en deze als achtergrondkaart gebruiken. Nadat u een Mapbox-kaart aan uw werkmap hebt toegevoegd, wordt de kaart bij de werkmap opgeslagen en is deze beschikbaar voor iedereen met wie u de werkmap deelt. U kunt een Mapbox-kaart ook opslaan als een Tableau Map Source-bestand (.tms). Dit bestand kunt u delen met andere gebruikers, zodat ze er snel verbinding mee kunnen maken en het in hun eigen werkmappen kunnen gebruiken. Zie [Een kaartbron opslaan](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_export.htm) voor meer informatie. Om een Mapbox-kaart toe te voegen: 1. Selecteer in Tableau Desktop Kaart > Achtergrondkaarten > Mapbox-kaart toevoegen. 2. Voeg in het dialoogvenster Mapbox-kaart toevoegen het volgende toe: - Stijlnaam: voer een naam in voor de Mapbox-kaart. Deze naam kan elke gewenste naam zijn en wordt weergegeven in het menu Achtergrondkaarten nadat u de kaart hebt toegevoegd. - URL: voer een URL voor de stijl in voor de Mapbox-kaart die u wilt toevoegen. Deze URL bevat de stijl-ID voor uw Mapbox-kaart, uw toegangstoken en uw gebruikersnaam. Het zou er ongeveer zo uit kunnen zien: `https://api.mapbox.com/styles/v1//?access_token=` ![Het dialoogvenster Mapbox-kaart toevoegen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/map_mapsources_mapbox4.png) Zie de delen [Toegangstokens](https://docs.mapbox.com/api/overview/#access-tokens-and-token-scopes)[, Kaarten](https://docs.mapbox.com/api/maps/) en [Stijlen](https://docs.mapbox.com/api/maps/styles/) van de Mapbox API Help voor meer informatie over een van de bovenstaande items. 3. Wanneer u klaar bent, klikt u op OK om het dialoogvenster Mapbox-kaart toevoegen te sluiten. Klik vervolgens op Sluiten om terug te keren naar de weergave. ## Een kaartweergave maken met een Mapbox-kaart Om een kaartweergave te maken met een Mapbox-kaart, selecteert u Kaart \> Achtergrondkaarten en vervolgens de Mapbox-kaart die u wilt gebruiken. Bouw vervolgens de kaartweergave. Zie [Concepten voor het maken van kaarten in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_build.htm) voor meer informatie. ![Het kaartmenu is uitgebreid met 'achtergrondkaarten' en 'uw mapbox-kaart' geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/map_mapsources_mapbox3.png) Zorg er bij het maken van aangepaste kaarten in Mapbox Studio voor dat uw kaart de Mercatorprojectie gebruikt. Tableau gebruikt deze projectie om ervoor te zorgen dat uw datapunten correct worden uitgelijnd met de achtergrondkaart. Om te kijken hoe u de projectie van uw kaart kunt aanpassen, raadpleegt u [De projectie van de kaart aanpassen](https://docs.mapbox.com/help/tutorials/create-a-custom-style/?step=5) op de documentatiesite van Mapbox. ### Kaartlagen toevoegen aan of verwijderen uit de weergave Wanneer u een Mapbox Studio-kaart aan Tableau toevoegt, worden alle lagen van de kaart ook toegevoegd. Laaggroepen en enkele lagen worden in Mapbox Studio weergegeven als afzonderlijke lagen in het deelvenster Kaartlagen in Tableau en behouden de laagconfiguratie die is ingesteld in Mapbox Studio. Als een laaggroep in Mapbox Studio sublagen bevat die zijn uitgeschakeld, worden deze sublagen ook uitgeschakeld wanneer de kaart aan Tableau wordt toegevoegd. De laaggroep wordt dan weergegeven als één laag in het deelvenster Kaartlagen. Als de laaggroep in Tableau wordt uitgeschakeld en vervolgens weer wordt ingeschakeld, worden alle sublagen van die laaggroep ingeschakeld. Kaartlagen verschillen van datalagen in Tableau. In Tableau zijn datalagen vooraf gemaakte tegels met demografische informatie op verschillende niveaus, zoals Staat en Bestuurlijk gebied. Datalagen en Mapbox fungeren onafhankelijk van elkaar in Tableau. Zie [De vormgeving van uw kaarten aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_options.htm) voor meer informatie over hoe datalagen werken. **Opmerking:** wanneer u een aangepaste kaart toevoegt vanuit Mapbox Studio, importeert Tableau de data voor elke laag. Zelfs als de laag is uitgeschakeld. De prestaties van uw kaart kunnen worden beïnvloed als deze veel lagen en sublagen bevat. Om prestaties te verbeteren, kunt u lagen en sublagen toevoegen aan of verwijderen uit Mapbox Studio voordat u uw kaart toevoegt aan Tableau. ## Zie ook: [WMS-servers (Web Map Service) gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_wms.htm) [Een kaartbron opslaan](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_export.htm) [Een kaartbron importeren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_import.htm) [Achtergrondkaarten selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources.htm) [De vormgeving van uw kaarten aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_options.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Markeringen op een kaart analyseren met Reistijd met auto Vanaf Tableau versie 2026.2 kunt u de selectietool Reistijd met auto gebruiken om markeringen op een kaart te selecteren op basis van de reistijd vanaf een bepaald punt. Wanneer u op de kaart klikt en sleept, wordt in Tableau een begrenzing van Reistijd met auto gemaakt die alle markeringen binnen de door u opgegeven reistijd met auto selecteert. ## Wanneer gebruikt u de selectietool Reistijd met auto? De selectietool Reistijd met auto werkt met kaartvisualisaties die het volgende bevatten: - Geografische coördinaten, zoals breedtegraad en lengtegraad. - Markeringen op basis van locatie. - Standaard kaartlagen. Deze tool is handig als u: - De locaties binnen een specifieke reistijd wilt analyseren. - Inzicht wilt krijgen in het bereik van uw service. - Verkoopregio's wilt plannen op basis van de reistijd met een auto. - Detailhandellocaties wilt analyseren op basis van lokale rijafstanden. Houd bij het gebruik van de tool rekening met het volgende: - **Tijdslimiet:** de maximale reistijd is 60 minuten. Gebruik de tool daarom op een zoomniveau waarbij u steden ziet in plaats van een hele provincie of land. - **Wegennetwerken**: de tool werkt het beste in een bebouwde omgeving met wegen. Schakel straten in de kaartlagen op de achtergrond in om te controleren of er wegen in uw datagebied zijn. - **Internet vereist**: u dient over een actieve internetverbinding te beschikken om de begrenzing voor reistijd met auto te berekenen. ### Hoe de selectietool Reistijd met auto zich verhoudt tot andere selectietools Het unieke voordeel van de selectietool Reistijd met auto is dat het rekening houdt met daadwerkelijke wegennetwerken, eenrichtingsverkeer en snelwegbeperkingen. Dit geeft een realistischer beeld van mogelijke ritten dan een standaard cirkeltool.
SelectietoolRechthoekRadiaalLassoReistijd met auto
VormRechthoekCirkelVrije-vormpadVeelhoek Reistijd met auto
BasisVisuele begrenzingAfstand in rechte lijnVisuele begrenzingReistijd en routering
Netwerk vereistNeeNeeNeeJa
Gaat verder dan weergaveNeeJaNeeJa
Net als met de tool Radiaal kunt u met de selectietool Reistijd met auto markeringen selecteren die verder reiken dan de huidige kaartweergave. U hoeft niet uit te zoomen om verafgelegen markeringen vast te leggen. Als het wegennet ervoor zorgt dat de begrenzing voorbij uw schermweergave gaat, blijven die verborgen markeringen geselecteerd. ## Hoe gebruikt u de selectietool Reistijd met auto? ### Stap één: activeer de selectietool U kunt de selectietool Reistijd met auto op twee manieren activeren: - **Vanaf de werkbalk:** selecteer op de werkbalk van de kaart het selectiepictogram Reistijd met auto. ![pictogram reistijd met auto](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Maps_iso_icon.png) Deze tool staat naast de selectietools Rechthoekig, Radiaal en Lasso. - Sneltoets: druk op T. ### Stap twee: selecteer een gebied op de kaart - **Enkelvoudige selectie:** klik op uw startpunt op de kaart en houd de muisknop ingedrukt. Sleep vervolgens naar buiten om de begrenzing van Reistijd met auto uit te breiden. Hoe verder u sleept, hoe groter het gebied voor Reistijd met auto wordt. Laat de muisknop los als u klaar bent. Tableau selecteert alle markeringen binnen de begrenzing. - **Meervoudige selectie**: als u een bestaande selectie wilt uitbreiden, houdt u Ctrl (Windows) of Cmd (Mac) ingedrukt terwijl u sleept. - **Een selectie wissen**: selecteer een leeg gebied op de kaart of schakel over naar een andere selectietool om een nieuwe set markeringen te selecteren. Terwijl u met de tool werkt, zult u de volgende signalen betreffende de functionaliteit opmerken: - De cursor verandert van vorm om aan te geven dat de modus Selectie van reistijd met auto actief is. - Een gekleurde grenslijn geeft het gebied voor reistijd met auto aan terwijl u sleept. - De begrenzing wordt dynamisch en in real time bijgewerkt om tussentijdse berekeningen weer te geven als u de sleepafstand aanpast. ![selectie van markering voor reistijd met auto in actie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_iso_demo.gif) Berekenen hoeveel snelladers voor elektrische auto's er zijn binnen 10 minuten rijden van het centrum van Seattle. ### Problemen met de selectie van reistijd met auto oplossen Ik kreeg een bericht met de mededeling dat ik netwerktoegang nodig heb voor de selectie van reistijd met auto Selectie van reistijd met auto heeft live kaartrouteringsdiensten nodig om nauwkeurige begrenzingen te kunnen berekenen. Als u geen netwerktoegang hebt, wordt het pictogram van de tool grijs en inactief. En u ziet dan het volgende bericht in Tableau: 'Netwerktoegang vereist voor selectie van reistijd met auto'. Als u dit probleem ondervindt, controleer dan uw internetverbinding of vraag uw beheerder of uw netwerkfirewall toegang tot Mapbox en vereiste kaart-API's toestaat. Het pictogram is grijs of inactief Controleer uw internetverbinding. Zorg ervoor dat uw netwerkfirewalls verkeer voor kaartrouteringsdiensten toestaan. De selectiebegrenzing ziet er ongelijkmatig of asymmetrisch uit De berekeningen van reistijd met auto zijn afhankelijk van daadwerkelijke wegen. Eenrichtingsstraten, snelwegen, beperkingen en de lokale wegindeling bepalen de vorm van de uiteindelijke begrenzing. Er zijn geen markeringen geselecteerd Controleer of uw kaart actieve markeringen binnen het afgebakende gebied bevat en of uw onderliggende data geldige geografische coördinaten bevatten. U kunt ook proberen de cursor verder naar buiten te slepen om de straal van Reistijd met auto te vergroten. Ik kan de tool Reistijd met auto niet starten met de sneltoets Soms werkt de sneltoets niet zoals verwacht. Als de sneltoets niet werkt, selecteert u het pictogram rechtstreeks op de werkbalk van de kaart. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Markeringen verwijderen In een weergave met twee assen met veel markeringen kunnen sommige markeringen achter andere verborgen raken, waardoor het lastig wordt om details te zien. Tableau biedt een optie **Markeringen verplaatsen** om geselecteerde markeringen vooruit of achteruit te verplaatsen, afhankelijk van de as die u selecteert. Om markeringen vooruit of achteruit te verplaatsen, klikt u met de rechtermuisknop op een van de assen en selecteert u een van de volgende opties: - Markeringen naar voren verplaatsen - Markeringen naar achteren verplaatsen ### Voorbeeld: markeringen vooruit verplaatsen Stel dat u in dit voorbeeld een weergave hebt die de het markeringstype Cirkel gebruikt op een dubbele as en afdeling Sales en Profit voor elke Category toont. De vorm van elke markering vertegenwoordigt Sales en Profit, terwijl Category is gecodeerd als Kleur. De rechteras vertegenwoordigt de markering Sales, terwijl de linkeras de markering Profit vertegenwoordigt. Omdat de winstmarkeringen vooraan staan, is het moeilijk om de markeringen voor Sales in de categorie Office Supplies. Om de markeringen Sales te verplaatsen vóór de markeringen Profit doet u het volgende: 1. Klik met de rechtermuisknop op de as Sales. 2. Selecteer Markeringen naar voren verplaatsen vanuit het contextmenu. ![Contextmenu voor de as met optie om markeringen naar de voorste geselecteerde positie te verplaatsen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/movemarks_front.png) Door de markering Sales naar voren te verplaatsen, kunt u nu zien dat rubber bands lager dan $ 100.000 in Sales, terwijl ze voorheen vrijwel onzichtbaar waren. ![Een spreidingsdiagram en een bellendiagram met winst- en verkoopdata, gecategoriseerd per product- en subproductlijn. Een tekstvak vestigt de aandacht op de specifieke cijfers voor kantoorbenodigdheden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/movemarks_front2.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Markeringslabel weergeven, verbergen en opmaken U kunt labels toevoegen aan de markeringen in uw visualisatie. Labels kunnen de data weergeven die al in die markering voorkomt of er kunnen extra velden worden toegevoegd aan de Labelcontainer op de kaart Markeringen. Labels zijn niet helemaal hetzelfde als annotaties (die meer op opmerkingen lijken dan op labels). Zie [Annotaties toevoegen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/annotations_annotations_add.htm) voor meer informatie over annotaties. ## Labels in- of uitschakelen Om markeringslabels in een visualisatie weer te geven, voert u een van de volgende handelingen uit: - Selecteer de knop Markeringslabel in de werkbalk. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/icon_label_text.png) - Selecteer op de kaart Markeringen Label en selecteer vervolgens Markeringslabels tonen. - Sleep een veld naar de Labelcontainer op de kaart Markeringen. **Opmerking**: als het markeringstype Tekst is (inclusief automatische tekst), kan er op de labelcontainer **Tekst** staan in plaats van **Label**. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/label_as_text.png) Als u labels wilt uitschakelen, selecteert u nogmaals de knop Markeringslabel of schakelt u de optie Markeringslabels tonen uit. ### Een specifiek veld als label gebruiken Als u niet hebt opgegeven welk veld u als label wilt gebruiken, gebruikt Tableau een standaardveld. Om een specifiek veld als label in te stellen, sleept u het gewenste veld naar de **Label**container op de kaart Markeringen. ## Wijzigen welke labels worden weergegeven Standaard worden alle markeringen gelabeld, tenzij de labels elkaar overlappen. Overlapping kan vaak onleesbaar zijn als er te veel markeringen in de buurt zijn, maar u kunt deze desgewenst toch inschakelen. Klik op de kaart Markeringen op **Label**. Klik de optie Labels mogen andere markeringen overlappen aan. ### **Te labelen markeringen** configureren De sectie **Te labelen markeringen** biedt meer genuanceerde instellingen voor welke labels worden weergegeven. Niet alle opties zijn altijd beschikbaar. Sommige opties, zoals Einden van lijn, verschijnen alleen als de structuur van de visualisatie dit ondersteunt. Het uiterlijk van het dialoogvenster verschilt afhankelijk van of u Tableau Desktop gebruikt of webbewerking in de browser.
Labelopties in Tableau Desktop: AllesLabeloptie in webbewerking: Min/Max
Klik op de kaart Markeringen op **Label**. Selecteer een optie:  - **(Alles)**. Label alle markeringen in de visualisatie. (Dit is de standaard.) - **Min/Max**. Label alleen de minimum- en maximumwaarden voor een veld in de visualisatie. Bij deze instelling verschijnen er extra opties: - Bereik: u kunt het minimum of maximum voor de hele tabel, per deelvenster, per cel of per regel/cirkel labelen. - Veld: stel in van welk veld het minimum of maximum wordt gebruikt. - Opties: u kunt ervoor kiezen alleen het minimum of maximum of beide te labelen. - **Einden van lijn**. Label de einden van alle lijnen. Gebruik de aanvullende Opties als u alleen het begin of einde wilt labelen. - **Geselecteerd**. De labels verschijnen wanneer u een of meer markeringen in de visualisatie selecteert. - **Gehighlight**. Label alleen de highlights in de weergave. Highlighting kan op verschillende manieren plaatsvinden: - Een lid in een legenda selecteren - Een markering of markeringen selecteren in de visualisatie (dit is hetzelfde gedrag als de optie Geselecteerd) - De Highlighter gebruiken. Zie [Datapunten in context highlighten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_highlight_highlighter.htm) voor meer informatie over het gebruik van de Highlighter. - **Meest recent**. Label de meest recente markeringen in de weergave. Als er een datumveld in de weergave aanwezig is, kunt u alle markeringen labelen die overeenkomen met de meest recente datum of tijd in de weergave. Net als Min/Max heeft deze instelling een bereikoptie. ### Individuele markeringslabels tonen en verbergen Mogelijk wilt u alleen labels voor afzonderlijke markeringen weergeven of specifieke overlappende markeringslabels verbergen. Klik in de visualisatie met de rechtermuisknop op de markering waarvoor u een markeringslabel wilt weergeven of verbergen, selecteer Markeringslabel en selecteer vervolgens een van de volgende opties: - Automatisch: selecteer deze optie om het label in en uit te schakelen, afhankelijk van de weergave en de instellingen in het vervolgkeuzemenu Label. - Altijd tonen: selecteer deze optie om het markeringslabel weer te geven. - Nooit tonen: selecteer deze optie om het markeringslabel te verbergen. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/label_marklabel_intheview.png) Het tonen en verbergen van markeringen heeft alleen betrekking op die specifieke markering. Markeringen geven het snijpunt van specifieke dimensieleden weer. Als er dimensies aan de visualisatie worden toegevoegd of eruit worden verwijderd, veranderen de markeringen en worden de labelinstellingen opnieuw ingesteld. Dit kan ook gevolgen hebben voor markeringen die zijn gebaseerd op berekeningen waarvan de leden veranderlijk zijn, zoals TODAY(). ## Markeringslabels opmaken Er zijn verschillende opmaakopties waarmee u het uiterlijk van de labels kunt aanpassen. U kunt de tekst aanpassen, de lettertype-eigenschappen wijzigen en een uitlijning instellen. Deze opties zijn alleen beschikbaar in Tableau Desktop. ### De labeltekst bewerken **Opmerking**: er moet een veld op de Labelcontainer staan voordat u de labeltekst kunt bewerken. 1. Klik op de kaart Markeringen op Label. 2. Klik onder **Labelweergave** in het dialoogvenster dat wordt geopend op de knop Meer opties \[![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/prep_moreoptions_icon.png)\] naast **Tekst**. 3. Bewerk de tekst. - U kunt aspecten van het lettertype en de uitlijning in deze teksteditor bewerken, maar voor volledigere opties kunt u het dialoogvenster Label zelf gebruiken (zie de volgende secties). - U kunt de knop Invoegen in de editor gebruiken om meer velden aan het label toe te voegen, maar in de vervolgkeuzelijst zijn alleen velden beschikbaar die aan de Labelcontainer zijn toegevoegd. 4. Selecteer OK. ### Het labellettertype bewerken 1. Klik op de kaart Markeringen op Label. 2. Klik onder **Labelweergave** in het dialoogvenster dat wordt geopend op de vervolgkeuzelijst **Lettertype**. Hier kunt u het volgende: - Selecteer een lettertype, grootte en nadruk. - Een kleur selecteren voor de labels: - Om een specifieke kleur te selecteren, klikt u op een kleur uit de opties. - Om labels af te stemmen op de kleur van hun markeringen, klikt u op **Kleur in overeenstemming brengen met markering**. - Pas de opaciteit van de labels aan door de schuifregelaar onderaan het menu te bewegen. ### De labeluitlijning bewerken 1. Klik op de kaart Markeringen op Label. 2. Klik onder **Labelweergave** in het dialoogvenster dat wordt geopend op de vervolgkeuzelijst **Uitlijning**. Hier kunt u het volgende:  - Lijn het label horizontaal uit (links, midden, rechts). - Wijzig de richting van de tekst. - Lijn het label verticaal uit (onder, midden, boven). - Zet de Terugloop op automatisch, aan of uit. #### Markeringslabels handmatig verplaatsen Zodra er een label aanwezig is, kunt u het naar een nieuwe positie slepen. In een gestapeld staafdiagram worden de markeringslabels bijvoorbeeld automatisch in het midden van elke staaf geplaatst. Misschien wilt u de labels echter verspreiden, zodat de langere labels elkaar niet overlappen. Selecteer het markeringslabel en sleep het label zonder de muisknop los te laten naar de gewenste locatie. ![Zes datalabels voor punten op een lijngrafiek.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datalabels8.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Meer data toevoegen aan een Tableau-dataverhaal **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. Dataverhalen ondersteunt momenteel verhalen met twee dimensies en één meetwaarde, of één dimensie en maximaal 10 meetwaarden. Als u wilt schrijven over data die u niet op uw dashboard hoeft te tonen, gebruik dan een verborgen blad om uw dashboard te vereenvoudigen. Als u meer dan twee dimensies aan uw verhaal wilt toevoegen, voegt u dimensies samen of maakt u meerdere dataverhalen en stapelt u deze op elkaar. ## Een verborgen blad gebruiken Als u data hebt die u wilt opnemen in een Tableau-dataverhaal en niet alle data hoeft te tonen die tot het inzicht hebben geleid, kunt u een verborgen blad gebruiken om extra meetwaarden en dimensies aan uw verhaal toe te voegen zonder het dashboard onoverzichtelijk te maken. 1. Sleep het Dataverhaal\-object naar uw dashboard om te zien over welke werkbladen u kunt schrijven in het dialoogvenster Dataverhaal. In dit voorbeeld zijn er twee werkbladen beschikbaar om over te schrijven. ![Dialoogvenster Dataverhaal met twee beschikbare bladen: Toerisme per land/regio en Toerisme in de loop van de tijd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_story_configure_view.png) 1. Voeg een andere databron toe, zoals 'Bevolking', door naar het menu aan de linkerkant te navigeren, Zwevend te selecteren en dat blad naar uw dashboard te slepen. ![Dialoogvenster Dataverhaal met drie beschikbare bladen: Bevolking, Toerisme per land/regio en Toerisme in de loop van de tijd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_hidden_3.png) Het dialoogvenster Dataverhaal wordt bijgewerkt met de nieuwe beschikbare databron. 1. Klik in Lay-out en pas het formaat aan naar 1 x 1 om het blad te verbergen maar de onderliggende data in uw verhaal te behouden. ![Het deelvenster Dashboard met Zwevend geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_hidden_1.1.png) U kunt nu uw verhalen configureren met behulp van dit verborgen blad. **Opmerking:** Mogelijk moet u extra legenda-elementen deselecteren om het blad verborgen te houden. ## Samengevoegde afmetingen Als uw data drie dimensies en één meetwaarde bevatten en een Discreet verhaal is, kunt u twee van deze dimensies samenvoegen (aan elkaar koppelen) door een berekend veld te maken. 1. Klik op het werkblad dat u in uw verhaal wilt gebruiken, klik op Analyse en selecteer Berekend veld maken. 2. Geef het berekende veld een naam en gebruik de volgende formule om uw berekening te maken, waarbij u het + teken gebruikt om een join te maken van de dimensies. \[Dimensie 1\] + \[Dimensie 2\] ![Een berekeningsveld met de tekst '\[Bevolking 0-14\] + \[Bevolking 15-64\]'](Img/data_stories_concatenate.png) > [!TIP] > > Sleep uw dimensies naar het vak Berekend veld en plaats ze in de formule. 1. Klik op OK. 2. Sleep uw nieuwe berekende veld naar het deelvenster Detail om het toegankelijk te maken in uw dataverhaal. ## Meerdere dataverhalen stapelen Schrijf over meer meetwaarden en dimensies door meerdere Dataverhalen te maken en deze verticaal of horizontaal op uw dashboard te stapelen. Als u bijvoorbeeld een verhaal wilt maken over de werkelijke omzet versus de benchmarkomzet, kunt u twee verschillende verhalen maken (een met de werkelijke omzet en de eerste benchmark, en een andere met de werkelijke omzet en de tweede benchmark) en deze vergelijken. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Meetwaarden en namen van meetwaarden Het deelvenster Data bevat altijd een aantal velden die niet afkomstig zijn uit uw oorspronkelijke data. Hiervan zijn twee Meetwaarden en Namen van meetwaarden. Tableau maakt deze velden automatisch aan, zodat u bepaalde soorten weergaven kunt bouwen die meerdere meetwaarden omvatten. - Het veld Meetwaarden bevat alle meetwaarden in uw data, verzameld in één veld met continue waarden. Sleep individuele meetwaardevelden uit de kaart Meetwaarden om ze uit de weergave te verwijderen. - Het veld Namen van meetwaarden: bevat de namen van alle meetwaarden in uw data, verzameld in één veld met discrete waarden. ## Hoe u namen en waarden van meetwaarden kunt gebruiken Tableau maakt deze velden automatisch aan, zodat u bepaalde soorten weergaven kunt bouwen die meerdere meetwaarden omvatten. Meetwaarden en Namen van meetwaarden zijn in de meeste opzichten vergelijkbaar met andere velden in Tableau: - U kunt een filter weergeven voor Namen van meetwaarden. - U kunt Meetwaarden formatteren. De opmaak wordt vervolgens overgenomen als de standaardopmaak voor alle meetwaarden. - U kunt Meetwaarden en Namen van meetwaarden in containers laten vallen. - U kunt aliassen toewijzen aan de waarden voor Namen van meetwaarden. - U kunt de handmatige sorteervolgorde van de waarden voor Namen van meetwaarden wijzigen. ## De kaart Meetwaarden Wanneer Meetwaarden zich in de weergave bevindt, creëert Tableau een kaart Meetwaarden, hieronder rood omlijnd. Hierop worden de meetwaarden met hun standaardaggregaties in de databron vermeld. ![De kaart Meetwaarden op een Tableau-werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mnmv1.png) U kunt afzonderlijke meetwaarden uit de weergave verwijderen door ze te slepen uit de kaart Meetwaarden. ## Over namen van meetwaarden Wanneer u meerdere meetwaarden in één weergave wilt weergeven, kunt u de velden Meetwaarden en Namen van meetwaarden gebruiken. Wanneer u Namen van meetwaarden toevoegt voor een weergave, worden alle namen van meetwaarden weergegeven als rij- of kolomkoppen in de weergave. De kopteksten bevatten de naam van elke meetwaarden. Deze functie wordt handig als u werkt met een teksttabel die meerdere meetwaarden weergeeft. Stel dat u bijvoorbeeld een teksttabel hebt met de totale winst van elke productcategorie per regio. ![Een tabel met de winst per regio en categorie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datasource_omeasure1.png) Stel nu dat u zowel Winst en de Verkoop wilt weergeven voor elke categorie en regio. Wanneer u Verkoop toevoegt aan de teksttabel (door deze in de weergave te slepen en neer te zetten), worden de meetwaarden gecombineerd en wordt het veld Meetwaarden toegevoegd aan Tekst. Het veld Namen van meetwaarden wordt automatisch toegevoegd aan de container Rijen. ![Een tabel waarin de winst en omzet per regio en categorie worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datasource_omeasure2.png) Let er op hoe de kopnamen het aggregatielabel standaard verwijderden. Mogelijk wilt u de aggregaties opnemen of deze 'Totale winst' en 'Totale omzet' noemen. Om de namen van meetwaarden te wijzigen, klikt u met de rechtermuisknop (Control en klikken op Mac) op het veld Meetwaarden op de container en selecteert u Aliassen bewerken. Breng de wijzigingen aan en klik op OK. ![Een tabel met de totale winst- en verkoopcijfers voor meubilair, kantoorbenodigdheden en technologie per regio.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datasource_omeasure3.png) ## Een visualisatie maken met namen en waarden van meetwaarden U kunt Meetwaarden en Namen van meetwaarden gebruiken om de waarden voor alle meetwaarden in uw databron tegelijkertijd weer te geven met behulp van hun standaardaggregaties. De onderstaande weergave is gemaakt met de databron Voorbeeld: Superstore. Hierin staan de waarden van alle meetwaarden in het deelvenster Data met behulp van hun standaardaggregaties. **Om deze weergave te creëren** Maak een nieuw werkblad met de voorbeeldwerkmap Superstore. Sleep Meetwaarden naar Rijen Klik op Teksttabel in Tonen. Teksttabel van Tonen. ![De kaart Meetwaarden op een Tableau-werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mnmv2.png) Deze weergave is uiteraard niet geschikt voor meer dan een snel overzicht van uw data, omdat u niet veel inzicht kunt genereren door cijfers te vergelijken die niet hetzelfde meten: Winst en Verkoop zijn beide in dollars, maar Korting en Winstpercentage zijn percentages. ## Wanneer namen en waarden van meetwaarden automatisch aan de weergave worden toegevoegd Tableau voegt de velden Namen van meetwaarden en Meetwaarden automatisch toe aan de weergave als reactie op bepaalde acties van u. ### Assen mengen U kunt meerdere meetwaarden op dezelfde continue as weergeven door assen te laten overvloeien. Zie [Assen combineren voor meerdere meetwaarden tot één as](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multiple_measures.htm#Blended) voor meer informatie. Wanneer u deze techniek gebruikt, voegt Tableau automatisch namen en waarden van meetwaarden toe aan de weergave. Hierdoor kunt u extra meetwaarden aan de gemengde as toevoegen. ### 'Toon mij wanneer er meerdere meetwaarden in de weergave zijn’ gebruiken Wanneer de weergave meerdere meetwaarden bevat, voegt Tableau Namen van meetwaarden en Meetwaarden, of gewoon Namen van meetwaarden, automatisch toe wanneer u bepaalde visualisatietypen kiest uit Tonen. - Als u aangrenzende staven kiest als er meerdere meetwaarden in de weergave zijn, voegt Tableau Meetwaarden en Namen van meetwaarden toe. Uw oorspronkelijke weergave kan bijvoorbeeld lijnen gebruiken om Verkoop en Winst na verloop van tijd weer te geven: ![Twee meetwaarden in de container Rijen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mnmv3.png) - Als u aangrenzende lijnen kiest in Tonen, wordt de weergave bijgewerkt om Namen van meetwaarden en Meetwaarden op te nemen: ![Het veld Meetwaarden in de container Rijen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mnmv4.png) - Als u in Tonen aangrenzende cirkels kiest als er meerdere meetwaarden in de weergave zijn, voegt Tableau Meetwaarden en Namen van meetwaarden toe. ![Het veld Meetwaarden in de container Rijen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mnmv5.png) - Als u dubbele lijnen kiest in Tonen als er meerdere metingen in de weergave zijn, voegt Tableau Namen van meetwaarden toe, maar niet Meetwaarden: ![Twee meetwaarden in de container Rijen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mnmv6.png) Dit is vergelijkbaar met het mengen van assen, behalve dat Tableau afzonderlijke waardebereiken gebruikt (één aan de linkerkant van de weergave en één aan de rechterkant) om de lijnen zo goed mogelijk uit te lijnen. Bij gemengde assen gebruikt Tableau één waardebereik en kunnen de lijnen wel of niet goed uitgelijnd zijn. ## Hoe namen en waarden van meetwaarden werken met legenda's per meetwaarde Wanneer Meetwaarden en Namen van meetwaarden zich in de weergave bevinden, kunt u de data voor elke afzonderlijke meetwaarde een kleurcode geven. Zie [Meetwaarden en kleurlegenda's](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/view_parts.htm#LegendsPerMeasure) voor details. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Microsoft Access In dit artikel wordt beschreven hoe u Tableau met een Microsoft Access-bestand (\*.mdb, \*.accdb) verbindt en hoe u de databron instelt. Tableau ondersteunt alle Access-datatypen, behalve OLE-object en hyperlink. ## Voordat u begint Verzamel de volgende verbindingsgegevens voordat u begint: - Access-bestandsnaam. - Als het bestand met een wachtwoord is beveiligd, hebt u het wachtwoord van de database nodig. - Als het bestand een beveiliging van werkgroep heeft, hebt u de referenties voor de werkgroepbeveiliging nodig: - Naam werkgroepbestand - Gebruiker - Wachtwoord Gebruik deze connector met Tableau Desktop op een Windows-computer. ### Stuurprogramma vereist Voor deze connector is een stuurprogramma vereist om met de database te communiceren. Als het stuurprogramma niet op uw computer is geïnstalleerd, geeft Tableau een bericht weer in het dialoogvenster Verbinding met een link naar de pagina [Stuurprogramma's downloaden](https://www.tableau.com/nl-nl/support/drivers) waar u links naar stuurprogramma's en installatie-instructies kunt vinden. ## Verbinding maken en de databron instellen 1. Start Tableau op en selecteer onder Verbinden Microsoft Access. Selecteer vervolgens het Access-bestand waarmee u verbinding wilt maken en selecteer Aanmelden. - Met een wachtwoord beveiligd: als het Access-bestand met een wachtwoord is beveiligd, selecteert u Databasewachtwoord, en voert u vervolgens het wachtwoord in. - Beveiliging van werkgroep: als het Access-bestand is beveiligd met een beveiliging van werkgroep, selecteert u Werkgroepbeveiliging. Vervolgens voert u de naam van het Werkgroepbestand, de Gebruiker, en het Wachtwoord in de overeenkomstige tekstvelden in. 2. Doe het volgende op de databronpagina: 1. (Optioneel) Selecteer de standaard databronnaam boven aan de pagina en voer vervolgens een unieke databronnaam in voor gebruik in Tableau. Gebruik bijvoorbeeld een naamgevingsconventie voor databronnen waarmee andere gebruikers van de databron kunnen bepalen met welke databron ze verbinding moeten maken. De standaardnaam wordt automatisch gegenereerd op basis van de bestandsnaam. 2. Sleep een tabel naar het canvas. U kunt een tabel of query slepen. 3. Selecteer het tabblad om uw analyse te starten. Gebruik aangepaste SQL om verbinding te maken met een specifieke query in plaats van met de hele databron. Zie [Verbinding maken met een aangepaste SQL-query](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/customsql.htm) voor meer informatie. **Opmerking**: Als het Access-bestand kolommen bevat die breder zijn dan 254 tekens, kan Tableau deze velden niet gebruiken. Verwijder de kolommen uit de tabel of pas ze aan, zodat ze binnen 254 tekens passen voordat u verbinding maakt met Tableau. ## Zie ook - [Databronnen instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_prepare.htm): voeg meer data toe aan deze databron of bereid uw data voor voordat u deze analyseert. - [Diagrammen maken en data analyseren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/design_and_analyze.htm): Begin met uw data-analyse. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Navigeren door bladen en bladen ordenen U kunt door de bladen in een werkmap navigeren en deze ordenen met behulp van de tabbladen Blad, de filmstrips of de bladsorteerder. ## Opties voor het navigeren, bekijken en ordenen van bladen Er zijn drie manieren om door de bladen in een werkmap te navigeren en deze te bekijken: - Tabbladen onderaan de werkmap - In de weergave Filmstrip - In de weergave Bladsorteerder De tabbladen zijn handig als u snel tussen een klein aantal bladen wilt navigeren. Als uw werkmap een groot aantal bladen bevat, kunt u de bladsorteerder gebruiken om eenvoudig door alle bladen te navigeren. U kunt ook slepen en neerzetten om het volgende te doen: - De bladen opnieuw ordenen - Nieuw bladen maken - Bestaande bladen dupliceren of verwijderen uit een van de weergaven ## Navigeren met tabbladen in Blad Elk blad wordt weergegeven als een tabblad onderaan de werkmap. Selecteer een tabblad om het bijbehorende werkblad te openen. ![Tabbladen voor werkbladnavigatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sheet_navigation_10.0.png) In de rechterbenedenhoek van het toepassingsvenster vindt u diverse bedieningselementen waarmee u door elk blad kunt bladeren of snel naar het eerste of laatste blad in de werkmap kunt springen. Deze bedieningselementen zijn alleen beschikbaar als er te veel bladtabbladen zijn om onderaan het toepassingsvenster te tonen. ![Bediening van de navigatie om snel tussen tabbladen in een werkmap te schakelen. ](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_workbookandsheets_sheets_organize2_10.0.png) U kunt ook tussen bladen navigeren via het venstermenu of door de verschillende werkbladen te bladeren door op de pijltjestoetsen naar links of rechts op uw toetsenbord te drukken. Als u door meerdere werkbladen wilt navigeren, selecteert u eerst een tabblad Werkblad onderaan de werkmap. **Opmerking:** Navigeren binnen een verhaal is een ander verhaal. Daarbij gebruikt u de Navigatie om tussen verhaalpunten te bewegen. Zie [Een verhaal maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/story_create.htm#story_update). ## Miniatuurafbeeldingen tonen met de filmstrip Net als de tabbladen Blad wordt de filmstrook onderaan de werkmap weergegeven. In plaats van alleen de namen van de bladen te laten zien, toont de filmstrip ook een miniatuurafbeelding van elk blad. De filmstrip is handig wanneer u Tableau gebruikt om uw analyse te presenteren en werkt goed wanneer u in de presentatiemodus werkt. Open de filmstrip door op de knop Filmstrip ![Het pictogram Filmstrip.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filmstripicon.png) te klikken op de statusbalk (rechtsonder) van de werkmap. Selecteer, net als bij de tabbladen, de miniatuurafbeelding voor het blad dat u wilt openen. U kunt met de rechtermuisknop op de afbeeldingen klikken om opdrachten op te geven die op elk blad van toepassing zijn. **Opmerking:** Wanneer u werkmappen bekijkt die zijn gemaakt op een apparaat met een standaardresolutie, wordt alleen de eerste miniatuurafbeelding in de filmstrip in hoge resolutie weergegeven via een Retina-weergave. Als u alle miniatuurafbeeldingen in de filmstrip in hoge resolutie wilt weergeven, slaat u de werkmap opnieuw op op een computer met Retina-weergave. ![Filmstrook met miniatuurafbeeldingen van verschillende bladen in een werkmap.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filmstrip2_10.0.png) ## Veel bladen beheren met de bladsorteerder Met de bladsorteerder worden alle bladen in een werkmap als miniatuurafbeeldingen op één pagina getoond. De bladsorteerder is handig wanneer u een werkmap met een groot aantal bladen hebt. Open de bladsorteerder door op de knop ![Het pictogram Bladsorteerder.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sheetsortericon.png) bladsorteerder te klikken op de statusbalk (rechtsonder in de werkmap). ![Een bladsorteerder voor gebruik op het dashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sheetsorter1_10.0.png) Klik met de rechtermuisknop op een blad (Control+Klik op de Mac) om deze opdrachten te zien. U kunt ook met de rechtermuisknop klikken (Control+Klik op de Mac) om de miniatuurafbeelding van een bepaald blad te vernieuwen of Alle miniatuurafbeeldingen vernieuwen tegelijkertijd. Als u een groot aantal bladen hebt, kan het enige tijd duren voordat uw weergave is vernieuwd. ## Bladopdrachten Gebruik bladopdrachten om uw werkbladen te beheren en te ordenen. U kunt bijvoorbeeld nieuwe bladen maken, bladen dupliceren, opmaak kopiëren, kleur toepassen of het blad volledig verwijderen. U kunt bladopdrachten openen door met de rechtermuisknop (Control+Klik op een Mac) op het menu te klikken in het werkblad, de bladsorteerder of de filmstripweergave. Als u opdrachten op meerdere bladen tegelijk wilt toepassen, drukt u op de Ctrl-toets (Shift-toets op een Mac) en selecteert u vervolgens de bladen. Om het makkelijker te maken om bladen te identificeren en te groeperen, kunt u een kleur aan bladen toewijzen. U kunt kiezen uit zeven verschillende kleuren. Door Geen te selecteren, wordt de kleur gewist. Om een kleur aan bladen toe te wijzen, selecteert u een of meer bladen, klikt u met de rechtermuisknop op de bladen (Control+Klik op de Mac), selecteert u Kleur en kiest u vervolgens een kleur. ![Menu met werkbladopdrachten met een vervolgkeuzemenu voor het toewijzen van kleuren om tabbladen te identificeren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_workbookandsheets_sheets_organize3_10.0.png) De kleurstrip verschijnt onderaan het tabblad of blad. ![Werkbladkleur weergegeven op tabbladen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sheet_color_10.0.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Navigeren door databronnen in het deelvenster Data Bovenin het deelvenster Data worden alle databronnen in een bepaalde werkmap weergegeven. Klik op de databron die u wilt gebruiken om deze te selecteren. Het deelvenster Data wordt bijgewerkt en toont de bijbehorende velden in die databron. ![Het deelvenster Data met een lijst met alle databronnen in de werkmap.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_integration1.png) Zie [Velden zoeken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_dwfeatures.htm#Find) voor meer informatie over het zoeken naar velden in het deelvenster Data. U kunt de grootte van het gebied met de databronlijst in het deelvenster Data aanpassen om ruimte te besparen. Wanneer u de grootte aanpast tot een beperkte verticale hoogte, kunt u naar beneden scrollen om een databron te vinden. ![Het deelvenster Data met een databron met een extractpictogram.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_integration2.png) Elke databron heeft een pictogram dat het type aangeeft. Het pictogram kan bijvoorbeeld aangeven of de databron relationeel, kubusvormig (multidimensionaal) of een extract is. In Tableau worden kubusdatabronnen alleen ondersteund in Windows. ![Het deelvenster Data waarin pictogrammen gehighlight zijn om aan te geven of een databron relationeel, een kubus (multidimensionaal) of een extract is.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_integration3.png) U kunt met de rechtermuisknop (control+klikken op een Mac) op de databron klikken voor toegang tot de opdrachten in het menu Data. U kunt bijvoorbeeld met de rechtermuisknop (control+klikken op een Mac) op een databron klikken en deze een andere naam geven, exporteren of sluiten. ![Via het contextmenu van een databron opent u een vervolgkeuzelijst met opties zoals Naam wijzigen, Extract en Sluiten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_integration4.png) Zie [Velden in het deelvenster Data ordenen en aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_dwfeatures.htm) en [Standaardinstellingen van velden bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_fieldproperties.htm) en [Werken met databronnen in het deelvenster Data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_understanddatawindow.htm) voor meer informatie over de vele manieren waarop u de velden in het deelvenster Data kunt aanpassen en hiermee kun werken. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Navigeren door visualisaties met ondersteunende technologie Vanaf Tableau versie 24.3 kunt u met behulp van een toetsenbord en andere ondersteunende technologieën op alle online visualisatietypen in Tableau Cloud door markeringen navigeren. Let op: navigatie door visualisaties wordt momenteel niet ondersteund voor server-gerenderde visualisaties. Zie [Rendering op de client configureren](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/browser_rendering.htm) voor meer informatie over serverrendering en rendering op de client. ## Navigeer door markeringen in een visualisatie 1. Activeer de ervaring door te navigeren naar een visualisatie en vervolgens op Enter te drukken. 2. Druk nogmaals op Enter om door de markeringen te navigeren. 3. Gebruik de Pijltoetsen om te navigeren tussen kopteksten, kolommen en rijen. Als uw visualisatie een dubbele as heeft, of als het een spreidingsdiagram of kaart is, verschijnt er een extra navigatiemogelijkheid. Gebruik de pijltoetsen om de focus naar een groep markeringen te verplaatsen en druk op Enter om door de markeringen in de groep te navigeren. 4. Druk op Esc om de teksttabel te verlaten. Opmerking: Voordat u naar navigatie op markeringsniveau gaat, kunt u met de Pijltoetsen door verschillende gedeelten van de weergave navigeren, zoals de koptekst en de as. ## Navigeren door markeringen in het deelvenster Data weergeven 1. Om het deelvenster Data weergeven te openen, verplaatst u uw focus naar de visualisatie en drukt u op Shift + Enter. 2. Gebruik de Pijltoetsen om te navigeren tussen kopteksten, kolommen en rijen. 3. Om het deelvenster Data weergeven te sluiten, drukt u op ALT + F4 (Windows) of Cmd + W (MacOS). Zie [Toetsenbordtoegankelijkheid voor Tableau-weergaven](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/access_keyboard_navigation.htm) voor informatie over toetsenbordnavigatie in Tableau. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Navigeren tussen de startpagina en werkruimte Wanneer Tableau Desktop al is geopend, kunt u naar de startpagina gaan door op het Tableau-pictogram in de linkerbovenhoek van de Tableau Desktop\-werkruimte te klikken. ![Tableau-pictogram in de Tableau Desktop-werkruimte.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environment_startpage_button.png) Om terug te gaan naar de Tableau-werkruimte, klikt u op het Tableau-pictogram op de startpagina. ![Tableau-pictogram in de Tableau Desktop-werkruimte.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environment_workspacenavfromstartpage.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Locaties die Tableau niet herkent geocoderen en deze op een kaart tekenen Als u locaties hebt die Tableau niet in kaart kan brengen, zoals straatadressen, kunt u aangepaste geocodering toepassen voor die locaties. Aangepaste geocodering betekent dat u breedte- en lengtegraadcoördinaten aan de locaties toewijst, zodat Tableau deze nauwkeurig kan plotten. Hiermee kunt u ook aangepaste geografische rollen maken die u kunt gebruiken bij het maken van kaartweergaven in Tableau. Als de data bijvoorbeeld informatie over land, staat/provincie en straat bevatten, geocodeert Tableau Desktop de data op land- en staats-/provincieniveau, maar herkent de straatinformatie niet. In dit geval kunt u een aangepaste geografische rol voor de straatinformatie maken, zodat u deze in een kaartweergave in Tableau kunt weergeven. Volg deze stappen om te leren hoe u aangepaste geocodering op de data kunt toepassen. **Voor u begint**: Aangepaste geocodering toepassen op de data kan lastig zijn. Wij raden u aan om het onderwerp [Geografische rollen toewijzen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm) te raadplegen voor meer informatie over geografische rollen en de soorten data die Tableau herkent voordat u aan de slag gaat. ## Stap 1: Een CSV-bestand met de locatiedata maken De eerste stap voor de aangepaste geocodering van de data, is het maken van een CSV-bestand dat u in Tableau kunt importeren. De inhoud van dit bestand verschilt afhankelijk van of u [een bestaande geografische hiërarchie uitbreidt](#ExtendRole), [een nieuwe geografische rol toevoegt](#AddRole), of [een nieuwe hiërarchie toevoegt](#AddHierarchy) aan Tableau. Het volgende is echter van toepassing op alle aangepaste geocoderingsbestanden: - Het .csv-bestand moet de kolommen Breedtegraad en Lengtegraad bevatten. - De waarden voor de breedte- en lengtegraad die u toevoegt, moeten reële getallen zijn. Zorg ervoor dat u ten minste één decimaal invoert wanneer u deze waarden opgeeft. #### Een bestaande rol uitbreiden De ingebouwde geografische rollen in Tableau bevatten hiërarchieën die kunnen worden uitgebreid met locaties die relevant zijn voor de data. De bestaande hiërarchie van Land > Staat/provincie bevat bijvoorbeeld mogelijk niet alle staten of provincies in de data. U kunt dit niveau uitbreiden met ontbrekende staten of provincies. Het importbestand voor dit type geocodering moet elk niveau bevatten van de hiërarchie boven het niveau dat u uitbreidt. Als u bijvoorbeeld de geografische rol Staat/provincie uitbreidt (er data aan toevoegt), heeft de bestaande hiërarchie Staat/provincie een kolom voor Land en Staat/provincie, alsook voor Breedtegraad en Lengtegraad. ![Een tabel met de breedtegraad- en lengtegraadcoördinaten voor Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/extending_1.0.png) In het importbestand definiëren de namen van de kolommen de geografische rollen. Wanneer u een bestaande rol uitbreidt, moeten de kolomnamen overeenkomen met de bestaande geografische rollen in de hiërarchie die u uitbreidt. Dit zorgt ervoor dat de nieuwe locaties worden toegevoegd aan de juiste rollen en hiërarchieën. Zie de volgende tabel voor informatie over hoe u hiërarchieën in het importbestand organiseert.
Ingebouwde hiërarchieKolommen die in het .csv-bestand moeten worden opgenomen (op volgorde, van links naar rechts)
Land (naam)

Land (naam)

Breedtegraad

Lengtegraad

Land (naam), staat/provincie

Land (naam)

Staat/provincie

Breedtegraad

Lengtegraad

Land (naam), staat/provincie, stad

Land (naam)

Staat/provincie

Stad

Breedtegraad

Lengtegraad

Land (naam), staat/provincie, bestuurlijk gebied

Land (naam)

Staat/provincie

Bestuurlijk gebied

Breedtegraad

Lengtegraad

Land (naam), postcode

Land (naam)

Postcode

Breedtegraad

Lengtegraad

Land (naam), netnummer

Land (naam)

Netnummer

Breedtegraad

Lengtegraad

Land (naam), CBSA

Land (naam)

CBSA

Breedtegraad

Lengtegraad

Naast de kolom Land (naam) kunt u optioneel de volgende kolommen opnemen: Land 2 tekens (ISO 3166-1), Land 3 tekens (ISO 3166-1) en Land (FIPS 10). Als u deze kolommen opneemt, moeten ze direct rechts van de kolom Land (naam) staan, in willekeurige volgorde. **Opmerking:** Het hoogste niveau in de hiërarchie is Land en deze kan niet worden uitgebreid met hogere niveaus, zoals bijvoorbeeld Continent. #### Nieuwe rollen toevoegen Om nieuwe geografische rollen toe te voegen aan de bestaande geografische hiërarchie in Tableau, maakt u het importbestand zo op dat de nieuwe rollen samen met hun bovenliggende rollen worden opgenomen. Wanneer u nieuwe rollen aan een bestaande hiërarchie toevoegt, moet het importbestand voor die rollen de kolommen voor elk niveau in de bestaande hiërarchie bevatten. Raadpleeg de [ingebouwde hiërarchietabel](#BuiltIn) in de sectie Een bestaande rol uitbreiden voor meer informatie over de kolommen die u in elke geografische hiërarchie moet opnemen De volgende tabel is een voorbeeld van een importbestand met de locaties van kraterinslagen in Noord-Amerika. Als u het volgende bestand importeert, wordt de geografische rol Kraternaam toegevoegd aan de bestaande hiërarchie Land (naam), Staat. Merk op dat de kolomnaam voor land overeenkomt met de bestaande geografische rol Land (naam). ![Een tabel met de namen van 10 kraters, de Amerikaanse staat of Canadese provincie waarin ze zich bevinden, breedtegraad- en lengtegraadcoördinaten en het land.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/add_new_roles.png) Nadat u het importbestand hebt gemaakt, slaat u het bestand op als een door komma's gescheiden (.csv)-bestand (Windows komma gescheiden op een Mac) in een map op uw computer. ## Stap 2: Aangepaste geocoderingsbestanden in Tableau Desktop importeren Nadat u een .csv-bestand met aangepaste geocodering hebt gemaakt, kunt u dat bestand in Tableau importeren. 1. Open Tableau Desktop en navigeer naar een nieuw of bestaand werkblad. 2. Selecteer Kaart \> Geocodering \> Aangepaste geocodering importeren. 3. In het dialoogvenster Aangepaste geocodering importeren, klikt u op de knop rechts van het tekstveld om naar de map te bladeren waarin het importbestand is opgeslagen. Alle bestanden in de map worden in Tableau geïmporteerd. ![Het dialoogvenster Aangepaste geocodering importeren met de optie om bestanden van de computer te importeren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_geocoding6.png) 5. Klik op Importeren. De aangepaste geocoderingsdata worden in de werkmap geïmporteerd en de nieuwe geografische rollen worden beschikbaar. #### Waar slaat Tableau mijn aangepaste geocoderingsdata op? Wanneer u aangepaste geocodering importeert, worden de data opgeslagen in de map Lokale data in de Tableau-opslagplaats. Om aangepaste geocodering te importeren, moet de Tableau-opslagplaats op een lokale harde schijf staan. De aangepaste geocodering is dan beschikbaar voor alle werkmappen. Sla aangepaste geocoderingsbestanden op in een aparte map op uw lokale computer. Als u meerdere sets aangepaste geocoderingsbestanden hebt, sla deze dan ieder op onder een eigen mapnaam. U kunt de aangepaste geocodering die is opgeslagen in de Tableau-opslagplaats verwijderen door te klikken op Kaart \> Geocodering \> Aangepaste geocodering verwijderen. Hiermee wordt de geocodering niet uit een werkmappakket verwijderd, maar wel uit de map Lokale data in Mijn Tableau-opslagplaats. #### Wat gebeurt er met mijn aangepaste geocoderingsdata wanneer ik mijn werkmap opsla? Wanneer u de werkmap opslaat als een werkmappakket, worden de aangepaste geocoderingsdata samen met de werkmap verpakt. Wanneer u een werkmappakket opent, kunt u de aangepaste geocodering uit die werkmap importeren in uw eigen Tableau-opslagplaats. **Opmerking:** Als u een nieuw aangepast geocoderingsbestand importeert, worden alle aangepaste geografische rollen vervangen die eerder in Tableau zijn geïmporteerd. ## Stap 3: Geografische rollen toewijzen aan de velden Nadat u aangepaste geocodering in de werkmap hebt geïmporteerd, worden de aangepaste geografische rollen beschikbaar. De volgende stap is het toewijzen van deze geografische rollen aan velden in de databron. Als u bijvoorbeeld hebt besloten een nieuwe geografische rol toe te voegen waarin de breedte- en lengtecoördinaten van kraterinslagen in Noord-Amerika worden vermeld, kunt u die geografische rol toewijzen aan een veld in de databron waarin de namen van kraters worden vermeld, zodat bij het maken van een kaartweergave met dat veld de kraterinslagen op de juiste locaties in de kaartweergave worden geplot. Als u een aangepaste geografische rol aan een veld wilt toewijzen, klikt u in het deelvenster Data op het datatypepictogram naast het veld en selecteert u **Geografische rol**. Selecteer vervolgens een aangepaste geografische rol in de lijst. ![Een tabel met twee contextmenu's. De eerste heet 'Geografische rol' met de optie 'Geen' geselecteerd, en de tweede heet 'Kraternaam' met de opties 'Geen', 'Luchthaven' en 'Netnummer (VS)'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/add_new_roles2.png) U bent nu klaar om een kaartweergave samen te stellen met de aangepaste geografische rollen. Zie [Concepten voor het maken van kaarten in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_build.htm) voor meer informatie over het samenstellen van een kaartweergave. ## Zie ook [Het verschil tussen datacombinatie en aangepaste geocodering](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_customgeocode_datablend.htm) [Geografische data combineren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_customgeocode_ex_datablend.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Null-waarden en andere speciale waarden afhandelen Sommige data vereisen een speciale behandeling in Tableau. Specifiek: - null-waarden - niet-herkende of dubbelzinnige geografische locaties - negatieve of nulwaarden bij het werken met een logaritmische schaal - negatieve of nulwaarden bij het werken met structuurkaarten ## Speciale waardenindicator Wanneer uw data een van deze speciale waarden bevat, kan Tableau deze niet in de weergave weergeven. In plaats daarvan wordt een indicator weergegeven in de rechter benedenhoek van de weergave. Klik op de indicator om opties te zien voor het omgaan met deze waarden. ![Het dialoogvenster Speciale waarden met opties om locaties te bewerken, data te filteren of data op een standaardpositie weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datafields_specialvalues1.png) Als u niet weet hoe u met de waarden moet omgaan, kunt u de indicator voor speciale waarden laten staan. Over het algemeen moet u de indicator blijven weergeven, zodat u weet dat er data is die niet in de weergave wordt weergegeven. U kunt er echter ook voor kiezen om de indicator te verbergen. Als u de indicator verbergt, worden de gegevens niet gewijzigd. ### De indicator tonen en verbergen Om de indicator te verbergen, kunt u hier met de rechtermuisknop op klikken (Control en klik op een Mac) en selecteert u Indicator verbergen. U kunt ook het menu Analyse openen en Speciale waarden > Verbergen selecteren. Als u de indicator voor speciale waarden hebt verborgen en deze wilt terughalen, opent u het menu Analyse en selecteert u Speciale waarden > Tonen. ## Nulgetallen en datums, en negatieve waarden op logaritmische assen Een null-waarde is een leeg veld en duidt op ontbrekende of onbekende waarden. Wanneer u een meetwaarde of continue datum naar de weergave sleept, worden de waarden langs een continue as weergegeven. Als het veld null-waarden bevat, of als een logaritmische as nullen of negatieve waarden omvat, kan Tableau deze niet schetsen. Wanneer deze waarden bestaan, geeft Tableau rechtsonder in de weergave een indicator weer die aangeeft dat er onbekende waarden zijn. Klik op de indicator en kies uit de volgende opties: - Data filteren: sluit de null-waarden van de weergave uit met behulp van een filter. Wanneer u data filtert, worden de null-waarden ook uitgesloten van alle berekeningen die in de weergave worden gebruikt. - Data op standaardpositie weergeven: toon de data op een standaardlocatie op de as. De null-waarden worden nog steeds meegenomen in de berekeningen. De standaardpositie is afhankelijk van het datatype. In de onderstaande tabel worden de standaardinstellingen gedefinieerd. | Type data | Standaardpositie | | --- | --- | | Nummers | 0 | | Datums | 31-12-1899 | | Negatieve waarden op een logaritmische as | 1 | | Onbekende geografische locatie | (0,0) | ### Null-waarden verwijderen - Als u null-dimensies of discrete meetwaarden wilt filteren, sleept u de pil naar de container Filters en deselecteert u deze **Null**. De null-waarde wordt weergegeven in de lijst met discrete waarden, waar u deze vervolgens kunt verwijderen. - Wanneer een meting null-waarden bevat, worden deze in een weergave doorgaans als nul weergegeven. Als u andere opties wilt zien, waaronder hoe u deze null-waarden helemaal kunt onderdrukken, gaat u naar [Null-waarden opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_specific_numbers.htm#Format_null_values). **Opmerking**: zien [Logische functies](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_logical.htm) voor functies, zoals ISNULL() en IFNULL(). Deze kunt u gebruiken om null-waarden te verwerken met een berekend veld. ## Onbekende geografische locaties Bij het werken met kaarten en geografische velden worden onbekende of dubbelzinnige locaties geïdentificeerd door de indicator in de rechter benedenhoek van de weergave. Klik op de indicator en kies uit de volgende opties: - Locaties bewerken: corrigeer de locaties door uw data toe te wijzen aan bekende locaties. - Data filteren: sluit de onbekende locaties van de weergave uit met behulp van een filter. De locaties worden niet meegenomen in de berekeningen. - Data op standaardpositie weergeven: toon de waarden op de standaardpositie (0, 0) op de kaart. ## Nul- en negatieve waarden in structuurkaarten Wanneer u met structuurkaarten werkt, worden alle null-waarden weergegeven in de indicator in de rechter benedenhoek van de weergave. Klik op de indicator en kies uit de volgende opties: - Data filteren: sluit de onbekende locaties van de weergave uit met behulp van een filter. De locaties worden niet meegenomen in de berekeningen. - Absolute waarden gebruiken: gebruik de absolute waarde om de grootte van het overeenkomstige gebied in de weergave te bepalen. De waarden 5 en -5 worden bijvoorbeeld als dezelfde grootte weergegeven. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # OAuth-overzicht OAuth (Open Authorization) is een verificatieprotocol waarmee gebruikers beperkte toegang tot hun bronnen op de ene website of applicatie kunnen verlenen aan een andere website of applicatie, zonder dat ze hun daadwerkelijke referenties hoeven te delen. OAuth fungeert als een betrouwbare tussenpersoon waarmee u een dienst toegang kunt verlenen tot uw data van een andere dienst, zonder dat u uw gebruikersnaam en wachtwoord hoeft te onthullen. Dit document bevat een technische uitleg van de OAuth-workflow en een praktische OAuth-analogie. ### **OAuth-workflow** OAuth biedt gebruikers een veilige en gestandaardiseerde manier om toegang te verlenen tot hun data op verschillende websites en applicaties, zonder dat ze hun referenties hoeven te delen. Hiermee hebt u controle over welke diensten toegang hebben tot uw data en kunt u de toegang op elk gewenst moment intrekken. De volgende lijst bevat een stapsgewijze uitleg van hoe OAuth werkt. U (de gebruiker) wilt een website of applicatie (de zogenaamde 'client') gebruiken die toegang nodig heeft tot uw gegevens op een andere website of applicatie (de zogenaamde 'bronserver'). De client vraagt toestemming om toegang te krijgen tot uw data vanaf de bronserver. Meestal gebeurt dit door u om te leiden naar de aanmeldingspagina van de bronserver. U voert uw referenties rechtstreeks in op de aanmeldingspagina van de bronserver. Deze stap is cruciaal omdat uw gebruikersnaam en wachtwoord nooit met de klant worden gedeeld. De bronserver verifieert uw referenties en authenticeert u. Zodra de verificatie heeft plaatsgevonden, wordt er een uniek toegangstoken voor de client gegenereerd. De bronserver stuurt u terug naar de clienttoepassing en verstrekt het toegangstoken samen met de omleiding. De client ontvangt het toegangstoken en stuurt dit naar de bronserver wanneer deze toegang tot uw data nodig heeft. De bronserver controleert de geldigheid van het toegangstoken. Als het token geldig is, geeft het de client gedurende een beperkte periode toegang tot de aangevraagde bronnen. De client kan de verleende toegang gebruiken om uw data op de bronserver op te halen of te wijzigen, maar alleen binnen het bereik dat door het toegangstoken is gedefinieerd. Het bereik bepaalt tot welke acties en gegevens de client toegang heeft. Als het toegangstoken verloopt of als de client aanvullende machtigingen nodig heeft, kan de client een nieuw toegangstoken aanvragen door het verificatieproces opnieuw te doorlopen. ### Praktische OAuth-analogie Hieronder volgt een analogie van hoe OAuth werkt aan de hand van een praktisch scenario. Stel u voor dat u een feest geeft en een cateraar (de klant) wilt inhuren om het eten te verzorgen. U wilt de cateraar echter niet de sleutels van uw huis (uw referenties) geven, omdat hij dan toegang zou krijgen tot al uw persoonlijke bezittingen. U gebruikt dus een vertrouwde organisator voor feesten en evenementen (OAuth) om de toegang te beheren. U vertelt de organisator dat u een cateraar wilt inhuren. De organisator weet hoe hij of zij de toegang tot uw huis en de diensten van de cateraar moet regelen. De organisator neemt contact op met de cateraar en stuurt deze naar uw huis voor een gesprek. Op dat moment bent u niet thuis. De cateraar komt bij u thuis aan, maar realiseert zich dat ze zonder uw toestemming (toegangsbewijs) niet naar binnen kunnen. Ze bellen u om toegang te vragen. Als huiseigenaar wilt u de betrouwbaarheid van de cateraar verifiëren voordat u toegang verleent. U stelt de cateraar dus een aantal vragen om hun identiteit te bevestigen (verificatie). Zodra u tevreden bent met de gegevens van de cateraar, geeft u de cateraar via de telefoon een tijdelijke toegangscode (toegangstoken). Met deze code mogen ze uw huis betreden en het eten bereiden, maar alleen binnen het kader van hun cateringtaken. De cateraar komt met de toegangscode uw huis binnen en begint met de voorbereidingen voor het eten. Ze hebben toegang tot de keuken en de eetkamer, maar mogen andere kamers niet betreden. Na een bepaalde periode of wanneer het feest afgelopen is, vervalt de toegangscode. Hierdoor kan de cateraar uw huis niet meer betreden zonder uw toestemming. In dit scenario bent u (de huiseigenaar) de gebruiker, de cateraar is de clienttoepassing, uw huis vertegenwoordigt uw persoonlijke gegevens op de bronserver en de organisator van het feest is OAuth. De toegangscode fungeert als toegangstoken, waarmee de klant (cateraar) beperkte toegang krijgt tot uw middelen (huis) zonder dat uw referenties (huissleutels) in gevaar komen. OAuth fungeert als een betrouwbare tussenpersoon die het veilig delen van uw gegevens tussen services mogelijk maakt, terwijl u de controle over de toegangsrechten behoudt. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # OData In dit artikel wordt beschreven hoe u Tableau verbindt met een OData-databron. Tableau maakt verbinding met OData V1, V2 en V4. ## Voordat u begint Verzamel de volgende verbindingsgegevens voordat u begint: - URL van de server voor de data waarmee u verbinding wilt maken - Aanmeldreferenties (gebruikersnaam en wachtwoord), indien nodig ## Verbinding maken en de databron instellen 1. Start Tableau en selecteer onder Verbinding maken OData. Selecteer Meer onder Met een server voor een volledige lijst met dataverbindingen. Ga dan als volgt te werk: 1. Typ in **Server** een van de onderstaande opties: - Een service-URL voor toegang tot alle feeds binnen de service. - Een feed-URL voor toegang tot een specifieke datafeed. 2. Selecteer in de vervolgkeuzelijst **Verificatie** de verificatiemodus voor deze verbinding. - Als u Gebruikersnaam en wachtwoord selecteert, dient u ook een gebruikersnaam en wachtwoord te typen. - Anders selecteert u **Geen verificatie**. 3. Selecteer Aanmelden. Als Tableau de verbinding niet tot stand kan brengen, controleer dan of uw referenties kloppen. Als u nog steeds geen verbinding kunt maken, heeft uw computer problemen met het lokaliseren van de server. Neem contact op met uw netwerk- of databasebeheerder voor hulp. 2. Doe het volgende op de databronpagina: 1. (Optioneel) Selecteer de standaard databronnaam boven aan de pagina en voer vervolgens een unieke databronnaam in voor gebruik in Tableau. Gebruik bijvoorbeeld een naamgevingsconventie voor databronnen waarmee andere gebruikers van de databron kunnen bepalen met welke databron ze verbinding moeten maken. Opmerking: als u de databron publiceert naar Tableau Server of Tableau Cloud, is de naam van de databron beperkt tot 255 tekens. Langere namen veroorzaken een `RepositoryException` fout. 2. Selecteer het tabblad om uw analyse te starten. ## Ondersteuning voor OData-connector - De OData-connector ondersteunt alleen extracten. Dit betekent dat sommige OData V4-functionaliteit niet wordt ondersteund. Bijvoorbeeld interactieve query-argumenten zoals `$expand` of `$select`. - Tableau ondersteunt de volgende OData-versies en -indelingen: - OData V1 en V2: we ondersteunen de OData XML/Atom-opmaak voor feedreacties. - OData V4 en V4.01: we ondersteunen de OData-JSON-opmaak voor feedreacties. - Tableau gaat ervan uit dat metadatadocumenten voor alle ondersteunde OData-services de opmaak XML hebben. - Eigenschappen met een collectiewaarde worden niet ondersteund. Tableau interpreteert deze als nullen. **Opmerking:** Tableau kan niet garanderen dat het gebruik van een OData-service via externe partijen, zoals Intelex, of het gebruik van een feed, resulteert in een succesvolle verbinding en het ophalen van data. De klantenservice van Tableau biedt basisoplossingen voor het oplossen van problemen met OData-verbindingen via externe partijen. De klantenservice van Tableau heeft geen toegang tot de Apache Olingo-bibliotheek. Neem contact op met uw systeembeheerder voor uitgebreide probleemoplossing voor OData. ## Zie ook - [Databronnen instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_prepare.htm): voeg meer data toe aan deze databron of bereid uw data voor voordat u deze analyseert. - [Diagrammen maken en data analyseren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/design_and_analyze.htm): Begin met uw data-analyse. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Onbekende of dubbelzinnige locaties bewerken Soms herkent Tableau een of meer locatienamen in uw data niet. Wanneer dit gebeurt, worden deze waarden gemarkeerd als **onbekend** in de rechterbenedenhoek van de kaartweergave. Dit kan gebeuren als er een locatie of afkorting is die Tableau niet herkent, of als de locatie dubbelzinnig is en op meerdere plaatsen kan voorkomen. Wanneer dit gebeurt, kunt u aanvullende informatie aan de weergave toevoegen om locaties te definiëren of de namen van onbekende locaties bewerken, zodat deze overeenkomen met bekende locaties. ## Meer velden toevoegen aan de weergave Als uw dataset dubbelzinnige locaties bevat (bijvoorbeeld "Aberdeen", dat in meerdere staten of landen kan voorkomen), kunt u een extra geografisch veld, zoals Staat of Land, aan de weergave toevoegen om de juiste locatie voor die data te definiëren. Als er een hiërarchie in het deelvenster Data bestaat, gebruikt Tableau automatisch de juiste niveaus van de hiërarchie om dubbelzinnigheden in de locatie op te lossen. ## Locaties bewerken in het menu Speciale waarden Soms worden locaties als onbekend weergegeven vanwege een spelfout of een ander probleem. Wanneer dit gebeurt, kunt u de onbekende of dubbelzinnige locaties in uw data corrigeren met behulp van het menu Speciale waarden. Om dit te doen:  1. Klik in de rechterbenedenhoek van de weergave op de indicator voor speciale waarden die het aantal onbekende locaties op uw kaart vermeldt. Hiermee opent u het menu Speciale waarden. 2. Selecteer in het dialoogvenster Speciale waarden de optie Locaties bewerken. ![Een kaart van de Verenigde Staten met blauwe cirkels die datapunten aangeven. Er wordt een bericht weergegeven over drie onbekende locaties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/editlocation1.png) **Opmerking:** Als de indicator voor speciale waarden niet zichtbaar is, kunt u ook Kaart \> Locaties bewerken selecteren Met het dialoogvenster Locaties bewerken kunt u niet-herkende en dubbelzinnige waarden voor locaties in Tableau verduidelijken. ### Dubbelzinnige locaties bewerken Zowel niet-herkende als dubbelzinnige locaties kunnen worden vermeld in het dialoogvenster Locaties bewerken. U kunt enkele dubbelzinnige locaties corrigeren door Land/regio en/of Staat/provincie voor elke stad vanuit een specifiek veld in uw data op te geven. Dit kunt u doen door een waarde hard te coderen als uw data alleen betrekking hebben op één staat of land, of door Tableau te vertellen naar welke velden moet worden verwezen voor die informatie. Deze optie bevindt zich in de sectie Geografische rollen van het dialoogvenster Locaties bewerken. Als u bijvoorbeeld meerdere steden hebt die dubbelzinnig zijn, kunt u een staat/provincie opgeven om dit te corrigeren. ![Venster Locaties bewerken met de vervolgkeuzelijst Staat/Provincie uitgevouwen, met een wijziging van het veld Geen naar het veld Van (staat of provincie).](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/editlocation4.png) Als er dubbelzinnige of onbekende locaties staan op de tabbladen Land/regio of Staat/provincie in het menu Locaties bewerken, kunt u deze eerst corrigeren, waardoor sommige dubbelzinnige locaties in kleinere geografische rollen, zoals steden, ook worden opgelost. ### Onbekende locaties bewerken Klik in het dialoogvenster Locaties bewerken op een van de cellen Niet-herkend om een bekende locatie te matchen met uw onbekende data. Wanneer u op een niet-herkende cel klikt, verschijnt er een zoekvak. Zodra u begint met typen in het zoekvak, genereert Tableau een lijst met mogelijke locaties. Selecteer een locatie in de lijst. ![Venster Locaties bewerken met opties voor het instellen van geografische rollen en een vervolgkeuzelijst met stadsopties, uitgebreid in de sectie Waarden afstemmen op locaties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/editlocation2_482x412.png) U kunt er ook voor kiezen om de breedtegraad en lengtegraad in te voeren om handmatig een waarde aan een puntlocatie op de kaart toe te wijzen. Om dit te doen, begin met typen in de niet-herkende cel en selecteer Lengtegraad en breedtegraad invoeren in de vervolgkeuzelijst. ![Open het dialoogvenster Breedtegraad en Lengtegraad voor niet-herkende geografische data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_editlocation.png) **Opmerking:** Wanneer u een breedtegraad en lengtegraad intypt, voert u de waarden in decimale opmaak in. Bijvoorbeeld, Addis Abeba heeft breedtegraad: 9,033140, lengtegraad: 38,750080. ### Locaties in de lijst beperken Standaard worden alle mogelijke locaties in het vervolgkeuzemenu vermeld. Om de lijst te beperken tot locaties die nog niet aan uw data zijn gekoppeld, selecteert u de optie Alleen niet-overeenkomende locaties tonen in de vervolgkeuzelijst in de linkerbenedenhoek van het dialoogvenster Locaties bewerken. ## Zie ook: [Geografische rollen toewijzen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm) [Door Tableau ondersteunde locatiedata voor het maken van kaartweergaven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_data.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Onderliggende data weergeven Wanneer u een Tableau-visualisatie bekijkt, vraagt u zich dan af welke data elke markering of zelfs de gehele visualisatie vertegenwoordigt? Een typische visualisatie bevat geaggregeerde meetwaarden op basis van de structuur van de dimensies in de weergave. Elke markering die u in een visualisatie ziet, heeft onderliggende kolom- en rijdata. In het venster Data weergeven worden deze data in tabelvorm weergegeven, afgestemd op de huidige selectie of de huidige weergave. Als u over de vereiste machtigingen beschikt, kunt u onderliggende data bekijken in een werkblad, bladen in een dashboard of op de pagina Databron. In het werkblad kunt u het venster Data weergeven [aanpassen](#CustomizeView) en die aangepaste weergave in csv-indeling [downloaden](#DownloadAll). **Opmerking**: aangepaste sorteerresultaten worden niet opgenomen in de gedownloade data. Standaard worden in het venster Data weergeven maximaal 10.000 rijen met data weergegeven bij Tableau Desktop en maximaal 200 rijen met data bij Tableau Cloud en Tableau Server. **Opmerking**: Kolommen worden mogelijk anders weergegeven in het venster Data weergeven en de volgorde van de kolommen kan anders zijn wanneer u deze exporteert naar de csv-indeling. In Tableau versie 2022.1 en hoger kunt u de kolomvolgorde handmatig aanpassen voordat u de data exporteert. Deze wijziging in de manier waarop de kolomvolgorde wordt afgehandeld in het venster Data weergeven is nodig om relaties en logische tabellen te ondersteunen. Als u scripts gebruikt die afhankelijk zijn van een aangepaste kolomvolgorde, raden we u aan de Uitbreidingen-API van Tableau voor Data weergeven te gebruiken om onderliggende data te downloaden in de csv-indeling. ## Waar u het venster Data weergeven kunt openen Welke data u in het venster Data weergeven ziet, is afhankelijk van de context waarin u het venster opent.
ContextScopeHoe

Werkblad: geselecteerde markering of markeringen

Tableau Cloud, Tableau Server, Tableau Desktop

Als u in een werkblad een of meer markeringen selecteert en vervolgens Data weergeven selecteert in het knopinfomenu, worden onderliggende data weergegeven die betrekking hebben op de afzonderlijke markering of een groep markeringen.

Opmerking: de optie Opdrachtknoppen opnemen moet zijn geselecteerd om de knopinfotips voor de knop Data weergeven beschikbaar te maken.

Deze weergave kan worden aangepast en gedownload.

Selecteer een of meer markeringen in de weergave en selecteer vervolgens Data weergeven in het knopinfomenu.

Een markering op een visualisatie wordt geselecteerd, waardoor een menu wordt geopend. Het pictogram voor Data weergeven (een tabel) is gehighlight.

De pagina Databron: per tabel

Tableau Cloud, Tableau Server, Tableau Desktop

Op de pagina databron kunt u Data weergeven openen voor elke tabel die in de databron staat (linkerdeelvenster).

In deze weergave kunt u kolommen verplaatsen en sorteren, maar u kunt de data niet downloaden.

Selecteer Data weergeven naast een tabel in het linkerdeelvenster van de pagina Databron.

Boek is geselecteerd, het pictogram Data weergeven (een tabel) is gehighlight.

U kunt het venster Data weergeven voor aangepaste SQL ook weergeven door te klikken op Voorbeeld van resultaten in het dialoogvenster Aangepaste SQL.

Werkblad: de knop Downloaden op de werkbalk

Tableau Cloud en Tableau Server

Als u in een werkblad (weergave- of bewerkingsmodus) data selecteert in het menu van de knop Downloaden, worden alle onderliggende data weergegeven die in een werkblad zijn gebruikt.

In een dashboard kunt u de onderliggende data bekijken op basis van het geselecteerde werkblad. Selecteer een werkblad in het dashboard voordat u op de knop Downloaden klikt om de optie Data beschikbaar te maken.

Deze weergave kan worden aangepast en gedownload.

Selecteer in het menu van de knop Downloaden de optie Data.

'Data' in het vervolgkeuzemenu Downloaden is geselecteerd met een cursor.

Werkblad: het deelvenster Data

Alleen Tableau Desktop

Als u in een werkblad Data weergeven boven aan het deelvenster Data selecteert, worden tabeldata voor elk veld in de databron weergegeven, gesorteerd per tabel.

Deze weergave kan worden aangepast en gedownload.

Klik in het deelvenster Data op de knop Data weergeven naast het veld Zoeken.

Het pictogram Data weergeven (een tabel) naast de zoekbalk en het filterpictogram.

Werkblad: het menu Analyse

Alleen Tableau Desktop

In een werkblad worden alle onderliggende data weergegeven die in een visualisatie worden gebruikt door Data weergeven te selecteren in het menu Analyse. De bijbehorende tabel of tabellen voor meetwaarden die in de visualisatie worden gebruikt, worden weergegeven in het deelvenster Tabbladen.

Deze weergave kan worden aangepast en gedownload.

Selecteer Data weergeven in het menu Analyse.

In visualisaties die geen teksttabellen zijn, kunt u ook met de rechtermuisknop op de weergave klikken en vervolgens Data weergeven selecteren.

In het menu Analyse is Data weergeven gehighlight.

Dashboard: het menu Analyse

Alleen Tableau Desktop

Als u op een dashboard Data weergeven selecteert in het menu Analyse, worden alle onderliggende data weergegeven die in het geselecteerde werkblad worden gebruikt. Als er geen werkblad actief is, worden de data van het standaardwerkblad weergegeven. Het deelvenster Tabbladen toont de bijbehorende tabel of tabellen voor de meetwaarden die in de visualisatie worden gebruikt.

Deze weergave kan worden aangepast en gedownload.

Selecteer Data weergeven in het menu Analyse.

Het dialoogvenster Data weergeven dat een dashboard overlapt, het geselecteerde werkblad is gebaseerd op de data die in het dialoogvenster worden weergegeven

Let op de donkere rand rond het blad Bestelgegevens. Dit geeft aan dat dit is geselecteerd in het dashboard. Het dialoogvenster Data weergeven toont dit voor Bestelgegevens.

## 'Data weergeven' openen in een werkblad Wanneer u Data weergeven in een werkblad opent, kunt u de weergave van het venster Data weergeven aanpassen en die aangepaste weergave downloaden. In het venster Data weergeven worden aan de linkerkant meerdere tabbladen weergegeven. Hoeveel tabbladen en welke typen tabbladen worden weergegeven, is afhankelijk van het huidige bereik. - Op het tabblad Samenvatting worden de dimensies weergegeven die de weergave definiëren, evenals de meetwaarden of geaggregeerde meetwaarden die de markering vertegenwoordigen. Wanneer er in een weergave meer dan één continu datumveld wordt gebruikt, worden de rijen voor veldwaarden niet samengevoegd in de samenvattingsdata. Dit gedrag is over het algemeen van toepassing op continue dimensies, maar komt het vaakst voor bij datumvelden. - Een tabblad voor elke tabel met een meetwaarde in de weergave, met alle velden uit die tabel. Het tabblad Volledige data wordt weergegeven voor databronnen met één tabel. Als u alle velden wilt weergeven, selecteert u (Alles) onder Velden weergeven. Wanneer (Alles) is geselecteerd, worden op elk tabblad alle dimensies weergegeven die de weergave definiëren, ongeacht uit welke tabel deze afkomstig zijn. - Veldnamen worden weergegeven als kolomkoppen. Beweeg de muis over de bovenkant van een kolom om het vervolgkeuzemenu en de knop Sorteren weer te geven. U kunt ook ergens in een kolomkop klikken om het vervolgkeuzemenu weer te geven. - Sommige berekeningen die in de weergave worden gebruikt, kunnen ook op tabbladen worden weergegeven: - Berekeningen die niet bij een tabel in het deelvenster Data horen, zoals samengevoegde berekeningen of berekeningen die meerdere tabellen beslaan. - LOD-berekeningen (`FIXED` of `INCLUDE` (alleen), zelfs als deze zich in een tabel in het deelvenster Data bevinden. Ad-hoc LOD-berekeningen worden niet weergegeven in Data weergeven. - Alle relevante velden die in de berekening zijn gebruikt, worden weergegeven, ongeacht de oorspronkelijke tabel, evenals de waarde van de berekening zelf. ### Open Data weergeven in een visualisatie voor een of meer markeringen Klik op een markering om de bijbehorende knopinfo weer te geven. Klik in het knopinfomenu op het pictogram Data weergeven ![Het pictogram Data weergeven (een vereenvoudigde weergave van een tabel).](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewdata_icon_solo.png). U kunt ook meerdere markeringen tegelijk selecteren en vervolgens op Data weergeven in het knopinfomenu klikken om de gecombineerde resultaten van Data weergeven te bekijken. ![Een markering op een visualisatie wordt geselecteerd, waardoor een menu wordt geopend. Het pictogram voor Data weergeven (een tabel) is gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewdata_commandbutton.png) **Opmerking**: de optie Opdrachtknoppen opnemen moet worden geselecteerd voor knopinfo in de visualisatie om de knop Data weergeven beschikbaar te maken. ### Open Data weergeven voor de volledige weergave #### Tableau Cloud en Tableau Server Als u de onderliggende data voor de volledige weergave te zien, klikt u in de weergave- of bewerkingsmodus op de knop Downloaden op de werkbalk en selecteert u vervolgens Data. Zorg ervoor dat er geen markeringen in de weergave zijn geselecteerd, anders worden de data beperkt tot uw selectie. In een dashboard kunt u de onderliggende data bekijken op basis van het geselecteerde werkblad. Selecteer een werkblad in het dashboard voordat u op de knop Downloaden klikt om de optie Data beschikbaar te maken. !['Data' in het vervolgkeuzemenu Downloaden is geselecteerd met een cursor.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewdata_open_web.png) #### Tableau Desktop Als u de onderliggende data voor het volledige overzicht wilt zien, selecteert u in het menu Analyse de optie Data weergeven. Het venster Data weergeven wordt weergegeven met soortgelijke resultaten als voor het bekijken van data voor een markering. In plaats daarvan worden echter alle data weergegeven die in de weergave worden gebruikt. ### Open Data weergeven voor het deelvenster Data Als u de onderliggende data voor elk veld in de databron wilt bekijken, gerangschikt per tabel, klikt u op het pictogram Data weergeven ![Het pictogram Data weergeven (een vereenvoudigde weergave van een tabel).](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewdata_icon_solo.png) bovenaan in het deelvenster Data, naast het veld Zoeken. ![Het pictogram Data weergeven (een tabel) naast de zoekbalk en het filterpictogram.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewdata_datapane_open.png) U kunt de optie Data weergeven voor het deelvenster Data alleen openen in Tableau Desktop. ## Open Data weergeven op de pagina Databron Het venster Data weergeven kan per tabel voor de databron worden geopend. Het kan nuttig zijn om data voor de databron vóór of tijdens de analyse te bekijken. Zo krijgt u een idee van het bereik van elke tabel, de velden en de waarden ervan, en een algemene indruk van de data. Wanneer u Data weergeven opent op de pagina Databron, kunt u de veldkolommen in het venster Data weergeven verplaatsen en sorteren, maar u kunt de data niet downloaden. Beweeg op de pagina Databron over een tabel of werkblad in het linkerdeelvenster om het pictogram Data weergeven weer te geven ![Het pictogram Data weergeven (een vereenvoudigde weergave van een tabel).](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewdata_icon_solo.png) en klik vervolgens op het pictogram. ![Boek is geselecteerd, het pictogram Data weergeven (een tabel) is gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewdata_datasource.png) In het venster Data weergeven worden de data voor die tabel weergegeven. ## Het deelvenster Data weergeven aanpassen Alle aanpassingsopties zijn beschikbaar wanneer u Data weergeven opent in een werkblad en ingestelde aanpassingsopties worden gebruikt voor gedownloade data. De aanpassingen die u maakt, blijven van kracht tot u het venster Data weergeven sluit. Wanneer u het venster Data weergeven sluit, worden alle aanpassingen verwijderd. **Opmerking**: voor de pagina Databron zijn Sorteren en Verplaatsen de enige beschikbare opties voor Data weergeven.
OptieHoeWaar

Veldkolommen weergeven of verbergen

Klik op Velden weergeven en schakel een veldnaam in of uit. Als u alle velden wilt weergeven, selecteert u (Alles).

Velden worden rechts van de op dat moment weergegeven velden toegevoegd.

De knop Velden weergeven is geselecteerd en de waarden worden weergegeven. Sommige velden zijn aangevinkt.

Veldkolommen verplaatsen

Selecteer een of meerdere veldkolommen en klik vervolgens op de pijltjes naar rechts of links boven in het venster. Of selecteer het vervolgkeuzemenu en klik op Naar rechts verplaatsen of Naar links verplaatsen.

Tip: als u niet-aangrenzende kolommen wilt groeperen, drukt u op Ctrl terwijl u de kolommen selecteert. Vervolgens verplaatst u de geselecteerde kolommen naar links of rechts.

Er is een tabelkolom geselecteerd. Een vervolgkeuzemenupijl is gehighlight, samen met pictogrammen voor het verplaatsen van kolommen. Er is ook een tekstmenu met opties voor het verplaatsen van kolommen.

Veldkolommen verwijderen

Selecteer een veldkolom en selecteer vervolgens Verwijderen in het vervolgkeuzemenu. Of klik op Velden weergeven en schakel het veld uit om de kolom ervan te verwijderen.

Er is een kolom geselecteerd en het vervolgkeuzemenu wordt gehighlight. De optie Verwijderen is gehighlight.

Data sorteren

Beweeg de muis over de bovenkant van een kolom om de knop Sorteren weer te geven. Klik op de knop Sorteren om de sortering te wijzigen.

Klik eventueel op het vervolgkeuzemenu en selecteer Oplopend sorteren of Aflopend sorteren

Opmerking: aangepaste sorteerresultaten worden niet opgenomen in de gedownloade data.

Er wordt een tabel met auteursdata weergegeven. Bovenaan de kolom Geboortedatum auteur is het sorteerpictogram gehighlight.

Het maximum aantal rijen bewerken dat u wilt weergeven

Standaard worden in het venster Data weergeven van Tableau Desktop maximaal de eerste 10.000 rijen met data weergegeven en in Tableau Cloud en Tableau Server worden maximaal de eerste 200 rijen met data weergegeven.

U kunt het maximale aantal rijen dat in het venster Data weergeven wordt weergegeven, vergroten of verkleinen. Deze instelling heeft geen gevolgen voor het aantal rijen dat wordt geëxporteerd wanneer u op de knop Downloaden klikt.

Klik in het veld 'Aantal rijen' om het te bewerken. Klik op de pijlknop of druk op Enter op uw toetsenbord om de wijziging toe te passen.

Het veld voor het bewerken van het maximale aantal rijen toont een waarde van 12.000.

Aliassen tonen

Klik op de knop Instellingen om aliassen voor alle veldnamen weer te geven of te verbergen.

Er is een cursor op een tandwielpictogram geplaatst. Aliassen tonen is aangevinkt.

## Data downloaden in het venster Data weergeven Als u alle data voor het geselecteerde tabblad wilt exporteren, klikt u op knop Downloaden rechtsboven in het venster. De data worden met de huidige configuratie van het venster Data weergeven naar een csv-bestand geëxporteerd. Deze configuratie is niet beperkt tot het aantal rijen dat op dat moment wordt weergegeven in het venster Data weergeven. Null-waarden worden gedownload als lege tekenreeksen. Aangepaste sorteerresultaten worden niet opgenomen in de gedownloade data. ![De optie Data weergeven voor Boekwinkel wordt getoond. De knop Downloaden is gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewdata_download_all.png) > [!TIP] > > Als u een werkmapauteur bent en ervoor wilt zorgen dat uw publiek de onderliggende data niet kan kopiëren of downloaden, overweeg dan om [de opdrachtknoppen in de knopinfo uit te schakelen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/view_parts.htm#disable-tooltip-commands) of [machtigingen](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/permissions.htm#capabilities) voor werkmappen uit te schakelen die het downloaden van de samenvatting of volledige data toestaan. ### Downloadinstellingen configureren Als u de instellingen voor de gedownloade data wilt configureren, klikt u op het tandwielpictogram naast de downloadknop. In het keuzemenu kunt u kiezen of u aliassen wilt weergeven, en welk lijstscheidingsteken en welke codering u wilt gebruiken. ![Menu met downloadinstellingen met secties voor aliassen, lijstscheidingstekens en codering](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewdata_download_settings.png) **Aliassen** Als u 'Aliassen tonen' aanvinkt, worden de waarden uit de visualisatie gedownload, in plaats van de onderliggende data. Als u deze optie uitschakelt, blijven de waarden in de oorspronkelijke data behouden en kunnen de resultaten afwijken van wat u in de visualisatie ziet. Zie [Aliassen maken om de naam van leden in de weergave aan te passen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_fieldproperties_aliases_ex1editing.htm) voor meer informatie. **Lijstscheidingsteken voor downloaden** Het lijstscheidingsteken scheidt waarden die tot verschillende velden behoren. Als de data het lijstscheidingsteken bevatten, wordt de tekenreeks tussen aanhalingstekens geplaatst. Bijvoorbeeld: TH143, "Elephant House, The", nonfiction, Palimpsest Printing, "Spanogle, John W.", hardcover Opties voor lijstscheidingstekens voor het downloaden zijn onder andere komma's (`,`), puntkomma's (`;`), spaties ( ), tabtekens (`⇥`) en verticale balken (`|`). Welk lijstscheidingsteken standaard wordt gebruikt, hangt af van de landinstellingen en de computerinstellingen. Hoewel komma's het meest gebruikt worden, gebruiken sommige besturingssystemen de tab als standaard scheidingsteken. In het Duits worden komma's bijvoorbeeld gebruikt als decimaal scheidingsteken, dus bij het downloaden wordt een puntkomma gebruikt als lijstscheidingsteken. Raadpleeg de onderstaande bronnen voor informatie over taal- en landinstellingen: - Tableau Desktop: [Taal en landinstellingen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/workbook_language.htm#set-a-locale) - Tableau Cloud: [Taal en landinstellingen wijzigen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/useracct.htm#change-lingual-and-locale) - Tableau Server: [Taal en landinstellingen](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/lang_intro.htm) **Codering** De Unicode-codering definieert hoe tekens naar het bestand worden geschreven. Tableau exporteert naar UTF-8 en UTF-16LE (Little Endian). ### Data kopiëren in het venster Data weergeven U kunt onderdelen van de data in het venster Data weergeven kopiëren en in een spreadsheet of een andere Tableau-werkmap gebruiken (eigenlijk overal waar u tekst kunt plakken). Null-waarden worden gekopieerd als lege tekenreeksen. - Selecteer de gewenste cellen en druk op Ctrl C (Windows) of Command C (Mac). Plak de data vervolgens in een spreadsheet, een andere Tableau-werkmap of een andere bestemming naar keuze. **Opmerking**: als u alle waarden in de onderliggende data wilt downloaden, klikt u op de knop Downloaden. Wanneer u een kolom selecteert en kopieert, worden alleen de waarden gekopieerd die op dat moment in het venster Data weergeven zijn geladen. Dit zijn mogelijk niet alle waarden in de onderliggende data. ## Waarom kan ik het pictogram Data weergeven niet zien?  Als u het pictogram Data weergeven voor een markering niet kunt vinden, controleer dan of de knopinfo en de opdrachtknoppen in het knopinfomenu zijn ingeschakeld. Om precies te zijn, moeten Knopinfo weergeven en Opdrachtknoppen opnemen zijn ingeschakeld voor knopinfo in de visualisatie om de knop Data weergeven beschikbaar te maken in knopinfo. U kunt ook met de rechtermuisknop op een markering klikken en Data weergeven selecteren in het vervolgkeuzemenu. Deze methode werkt wanneer knopinfo of opdrachtknoppen niet zijn ingeschakeld. Er zijn verschillende redenen waarom het pictogram Data weergeven voor een markering mogelijk niet wordt weergegeven in een gepubliceerde visualisatie: - Knopinfo is niet ingeschakeld. - Opdrachtknoppen voor knopinfo zijn uitgeschakeld. - U hebt mogelijk niet de vereiste machtigingen om data weer te geven. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Ongedaan maken en opnieuw uitvoeren U kunt vrijwel alle acties in Tableau Desktop onbeperkt ongedaan maken en opnieuw uitvoeren. Dit geldt ook voor de modi voor het bekijken en bewerken van inhoud van Tableau Cloud en Tableau Server. U kunt bijvoorbeeld snel terugkeren naar een werkblad dat u zojuist hebt bekeken, of u kunt door de wijzigingen bladeren in een databron die u bewerkt. Tableau bewaart de geschiedenis van ongedaan maken en opnieuw uitvoeren voor alle werkbladen tot u Tableau afsluit. De geschiedenis wordt niet tussen sessies opgeslagen. ## Sneltoetsen Als u snel wijzigingen ongedaan wilt maken of opnieuw wilt uitvoeren, gebruikt u de volgende sneltoetsen: - In Windows drukt u op Ctrl Z om ongedaan te maken en op Ctrl Y om opnieuw uit te voeren. - In macOS drukt u op Command Z om ongedaan te maken en op Command Shift Z om opnieuw uit te voeren. ## De knop Ongedaan maken en de knop Opnieuw uitvoeren In de linkerbovenhoek van Tableau Desktop, Tableau Cloud en Tableau Server kunt u op de knop Ongedaan maken en de knop Opnieuw uitvoeren klikken. Dit is hoe deze knoppen eruitzien in Tableau Desktop: ![De knoppen Ongedaan maken en Opnieuw zijn gehighlight in de werkbalk Bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/undo_desktop.png) En zo zien ze eruit in Tableau Cloud en Tableau Server: ![Een horizontale staafdiagram. De knoppen Ongedaan maken en Opnieuw zijn gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/undo_browser.png) Als uw browservenster smaller is, zien de knoppen er als volgt uit: ![Een horizontale staafdiagram. De knoppen Ongedaan maken en Opnieuw uitvoeren (weergegeven door pijlen) zijn gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/undo_browser_collapsed.png) ## Ik zie de werkbalk voor deze knoppen niet Er zijn enkele mogelijkheden. Gebruik de [sneltoetsen](#Keyboard) hierboven, of doe het volgende: - In Tableau Desktop selecteert u Venster > Werkbalk weergeven. Breng nu wijzigingen in Tableau aan, zodat u deze naar hartenlust ongedaan kunt maken en opnieuw kunt uitvoeren! [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Ontbrekende waarden of lege rijen en kolommen weergeven of verbergen Wanneer u met datums of numerieke vakken werkt, toont Tableau alleen de waarden die in uw data voorkomen. Als uw data niet het volledige bereik aan waarden bevatten, worden de ontbrekende waarden niet weergegeven. Bekijk de volgende dataset. Deze bevat een kolom voor **Maand** en een voor **Formaat**. Er zijn rijen voor januari t/m mei en van september t/m december, maar er zijn geen data geregistreerd voor juni, juli of augustus. Als u een lijndiagram maakt in Tableau, worden de ontbrekende maanden niet weergegeven. U kunt desgewenst de ontbrekende maanden weergeven om duidelijk te maken dat er in die periode geen data zijn vastgelegd. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/missing_values_0.png "Een kleine dataset zonder rijen voor juni, juli of augustus") ## Ontbrekende waarden uit een bekend bereik weergeven Tableau kan de ontbrekende maanden juni, juli en augustus afleiden uit deze voorbeelddataset, omdat er een duidelijk gedefinieerd mogelijk domein is, bijvoorbeeld voor datums of numerieke bins. Als uw data de waarden maandag, dinsdag, woensdag, zaterdag en zondag bevatten, kan Tableau de ontbrekende waarden invullen als donderdag en vrijdag. Als uw dataset echter een lijst met kleuren bevat, zoals blauwgroen, groen, blauw en geel, kan Tableau de ontbrekende waarden niet afleiden, omdat er geen definitieve manier is om te weten wat de overige waarden zouden moeten zijn. Als u de optie Ontbrekende waarden tonen niet ziet, dan voldoen uw data niet aan de vereiste dat Tableau de ontbrekende waarden kan bepalen. ### Ontbrekende waarden in-/uitschakelen Standaard worden ontbrekende koptekstwaarden in een datumbereik of numerieke bins niet weergegeven. De x-as in dit voorbeeld loopt van mei tot september. ![Een lijndiagram dat verkoopdata van januari tot en met december weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/missing_values1.png) U kunt de ontbrekende koptekstwaarden weergeven om aan te geven dat de data onvolledig zijn. - Klik met de rechtermuisknop (Control-klik op Mac) op de koppen Datum of Bin en selecteer Ontbrekende waarden tonen. ![Een menu met de optie om ontbrekende waarden weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/missing_values3.png) De x-as in dit voorbeeld wordt bijgewerkt met kopteksten voor juni, juli en augustus. ![Een lijndiagram dat verkooptrends over een periode van 12 maanden aangeeft, met ontbrekende waarden in het midden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/missing_values2.png) Om terug te gaan naar het standaardgedrag, kunt u de optie 'Ontbrekende waarden tonen' weer uitschakelen. - Klik met de rechtermuisknop (Control-klik op Mac) op de koppen Datum of Bin en schakel de optie Ontbrekende waarden tonen uit. ## Null-waarden versus ontbrekende waarden Er is een verschil tussen ontbrekende koptekstwaarden en null-data. In het voorbeeld van de ontbrekende maanden ontbreken juni, juli en augustus als hele rijen in de dataset. Maart is aanwezig als rij in de data, maar de waarde voor maart in de kolom Formaat is leeg. Dit is een null-waarde. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/missing_vs_null.png "Een kleine dataset met een lege cel voor februari en helemaal geen rijen voor juni, juli of augustus") In een visualisatie is er alleen een null-indicator voor nullen, niet voor hiaten als gevolg van ontbrekende koptekstwaarden. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/missing_vs_null_2.png "Een lijndiagram met hiaten als gevolg van een null-waarde en ontbrekende waarden") U kunt null-waarden vervangen door een berekend veld. Hiervoor gebruikt u de functie ZN(). ZN vervangt null-waarden (maar niet ontbrekende koptekstwaarden) door nullen. Het formaat voor maart is een null-waarde, dus `ZN(Size)` zou een nul (0) voor maart zetten. Er zijn echter helemaal geen rijen voor juni, juli of augustus. ZN zou geen rijen aanmaken of nullen (0) toevoegen voor die maanden, omdat deze maanden volledige ontbreken, en dus geen null-waarde zijn. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/missing_vs_null_3.png "Twee staafdiagrammen met ontbrekende informatie voor meerdere maanden. Eén bevat ook een null-waarde, de andere een 0") Zie [Getalfuncties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_number.htm) voor details over de ZN-functie, of [Null-waarden opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_specific_numbers.htm#Format_null_values) voor meer informatie over het omgaan met null-waarden. **Opmerking**: u kunt ook berekeningen uitvoeren op ontbrekende waarden die in de weergave worden weergegeven. Om dit te doen, opent u bovenaan het menu Analyse en selecteer vervolgens Eigenschappen van ontbrekende waarden afleiden. Zie [Prognosemodellering met gegenereerde markeringen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_generated_marks.htm) voor een voorbeeld hiervan. ## Lege rijen en kolommen weergeven of verbergen Alleen beschikbaar in Tableau Desktop. Wanneer u werkt met velden die geen datums of numerieke bins zijn, worden lege rijen en kolommen standaard verborgen in Tableau. Stel dat u kijkt naar studentenverenigingen en de studenten die lid zijn van die verenigingen. Als een student geen lid is van een club, wordt de naam van die student niet weergegeven in een visualisatie van de studenten en de club waarbij alleen dimensies worden getoond. Selecteer Analyse > Tabelindeling \> Lege rijen tonen om de lege rijen te tonen.

Lege rijen verborgen (standaard)

Jay zit niet bij een club, dus er is geen rij voor de student Jay. Elke rij heeft een tijdelijke aanduiding (Abc).

Lege rijen weergegeven

Jay zit niet in een club, maar er worden lege rijen weergegeven, zodat er een rij voor Jay is zonder tijdelijke aanduiding (Abc).

Een horizontaal staafdiagram van het totale aantal gewerkte uren van drie werknemers.Een horizontaal staafdiagram van het totale aantal gewerkte uren van vier werknemers.
Toon lege kolommen op dezelfde manier: selecteer Analyse > Lay-out tabel\> Lege kolommen weergeven. **Opmerking**: Als u met relaties tussen meerdere feiten werkt in databronnen met meerdere basistabellen, kan er complexere logica zijn die bepaalt wanneer null-waarden in lege rijen worden weergegeven. Zie [Over datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm) voor meer informatie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Datums opmaken met weken en jaren volgens ISO-8601 Bij veel Europese landinstellingen (hieronder vermeld) kunt u met Tableau datums opmaken met weken en jaren volgens ISO-8601. Vouw uit om Europese landinstellingen te zien die ISO-8601 in Tableau ondersteunen da-DK, Deens (Denemarken) se-SE, Samisch, Noord (Zweden) rm-CH, Reto-Romaans (Zwitserland) sms-FI, Skolt-Samisch (Finland) is-IS, IJslands (IJsland) de-DE, Duits (Duitsland) km-KH, Khmer (Cambodja) nl-NL, Nederlands (Nederland) smj-SE, Lule-Samisch (Zweden) fi-FI, Fins (Finland) Nn-NO, Noors Nynorsk (Noorwegen) it-IT, Italiaans (Italië) it-CH, Italiaans (Zwitserland) nb-NO, Noors Bokmål (Noorwegen) pl-PL, Pools (Polen) sv-SE, Zweeds (Zweden) et-EE, Ests (Estland) lv-LV, Lets (Letland) hsb-DE, Oppersorbisch (Duitsland) kl-GL, Groenlands (Groenland) mk-MK, Macedonisch (Noord-Macedonië) fo-FO, Faeröers (Faeröereilanden) se-NO, Samisch, Noord (Noorwegen) as-IN, Assamees (India) fy-NL, Fries (Nederland) se-FI, Samisch, Noord (Finland) ps-AF, Pashto (Afghanistan) prs-AF, Dari (Afghanistan) de-CH, Duits (Zwitserland) sv-FI, Zweeds (Finland) dsb-DE, Nedersorbisch (Duitsland) de-LU, Duits (Luxemburg) fr-CH, Frans (Zwitserland) smj-NO, Lule-Samisch (Noorwegen) de-LI, Duits (Liechtenstein) sma-NO, Samisch, Zuid (Noorwegen) sma-SE, Samisch, Zuid (Zweden) smn-FI, Inari-Samisch (Finland) De week- en jaarnummering in een kalender volgens ISO-8601 wijkt af van een standaard Gregoriaanse kalender. Hier ziet u hoe 2 januari 2011 zou worden weergegeven:
KalendersysteemWeeknummerJaartal
Standaard Gregoriaans12011
ISO-8601522010
Bij het opmaken van datums is het belangrijk ervoor te zorgen dat uw maand-, week- en jaarnummers allemaal uit hetzelfde kalendersysteem komen. Anders is de datum misschien niet goed te begrijpen. Er zijn een paar manieren om dit te doen: - Laat Tableau raden welk kalendersysteem u voor elke tijdelijke aanduiding wilt gebruiken. Als u bijvoorbeeld typt `mm yyyy` (een maand gevolgd door een jaar), gebruikt Tableau het standaard Gregoriaanse jaar. In dit geval is het zinvol om dat jaartal met een maandnummer te gebruiken. - Plaats in uw opmaaktekenreeks een annotatie na elke tijdelijke aanduiding voor de week (ww) of het jaar (jjjj), om aan te geven wat voor soort tijdelijke aanduiding het moet zijn:
AnnotatieTe gebruiken kalenderVoorbeeld van opmaaktekenreeks
[Y]ISO-8601ww[Y] yyyy[Y]
[y]Standaard Gregoriaansww[y] yyyy[y]
Belangrijk: Om de juiste weeknummering volgens ISO-8601 te krijgen, moet de locatie van uw computer zijn ingesteld op een van de landinstellingen [hierboven](#Expand) en moet u het begin van de week van uw databron instellen op maandag. (Zie [Datumeigenschappen voor een databron](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/date_properties.htm) voor meer informatie over hoe u dit kunt doen.) Anders nummert Tableau weken met behulp van de begin-van-week-instelling van uw databron, wat ertoe kan leiden dat er gedeeltelijke weken aan het begin en einde van jaren worden gemaakt. **Opmerking**: ISO-weeknummering wordt niet toegepast als u een boekjaar gebruikt dat niet in januari begint, ongeacht de landinstellingen die u kiest. ## Voorbeeld van opmaaktekenreeksen voor de datum 31 december 2013 Hier volgen voorbeelden van opmaaktekenreeksen voor de datum 31 december 2013, waarbij m staat voor een tijdelijke aanduiding voor de maand of de dag van de maand. Tijdelijke aanduidingen voor tijd, zoals uren, minuten en seconden, hebben geen invloed op de vraag of een jaar wel of niet op een week of een jaar is gebaseerd.
OpmaaktekenreeksOpgemaakte uitvoer
yyyy2013
yyyy[Y]2014
yyyy ww2014 1
yyyy mm2013 12
ww yyyy1 2014
mm yyyy12 2013
ww yyyy[y]1 2013
mm yyyy[Y]12 2014
yyyy mm ww2013 12 1
mm yyyy ww12 2013 1
ww mm yyyy1 12 2013
ww mm yyyy[Y]1 12 2014
ww yyyy mm1 2014 12 (opmaak is dubbelzinnig)
ww yyyy[y] mm1 2013 12
ww yyyy mm yyyy1 2014 12 2013
ww yyyy yyyy mm1 2014 2013 12
yyyy mm ww yyyy2013 12 1 2014
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een opgeslagen procedure gebruiken Een opgeslagen procedure is een subroutine die beschikbaar is voor toepassingen met toegang tot een relationeel databasesysteem. Wanneer u met Tableau verbinding maakt met een SAP Sybase ASE-, Microsoft SQL Server- of Teradata-database, kunt u een opgeslagen procedure gebruiken om de verbinding te definiëren. Voor Oracle kunt u een tabelfunctie gebruiken om de verbinding te definiëren. Oracle-tabelfuncties werken op dezelfde manier als opgeslagen procedures en worden vermeld onder Opgeslagen procedures op de pagina Databron. Wanneer u een databron maakt met een van deze datatypen, worden de beschikbare procedures vermeld onder Opgeslagen procedures, zoals weergegeven in het Microsoft SQL Server-voorbeeld: ![Een lijst met opgeslagen procedures in het deelvenster Data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/stored_procedures1.png) Sleep de procedure vanuit het linkerdeelvenster naar het canvas of dubbelklik op een van de vermelde procedures. Als er in de procedure parameters beschikbaar zijn, wordt het dialoogvenster Parameters automatisch weergegeven.  In plaats van een waarde in te voeren kunt u een bestaande Tableau-parameter gebruiken of een nieuwe Tableau-parameter voor de waarde maken: ![Een tabel met datatypeparameters.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/stored_procedures3.png) Als u vervolgens de Tableau-parameter in de weergave weergeeft, kunnen gebruikers de waarde van de parameter in de procedure interactief wijzigen. Opgeslagen procedures ondersteunen geen federatie, relatie of joining. Ze worden weergegeven in één logische tabel in de logische laag en staan het openen van het Join/Union-canvas (fysieke laag) niet toe. ## Opmerkingen over opgeslagen procedures Als u opgeslagen procedures gebruikt om een databron voor Tableau te definiëren, houd dan rekening met het volgende: - Als een opgeslagen procedure meer dan één resultatenset retourneert, leest Tableau de eerste en negeert de rest. - Als een opgeslagen procedure uitvoerparameters bevat, filtert Tableau de opgeslagen procedure eruit. - Opgeslagen procedures met parameters van een niet-scalair type zijn uitgesloten. - Kolommen met resultatensets die geen overeenkomende typen in Tableau hebben (zoals varbinary, geometry en hierarchyid), worden vastgelegd. Als alle resultatensetkolommen worden toegewezen aan onbekende datatypen, geeft Tableau een bericht weer: "De resultatenset... bevat geen bruikbare kolommen." - Opgeslagen procedures die geen resultatensets retourneren, worden vermeld op de databronpagina, maar mislukken als ze worden geselecteerd. - Als er geen waarde wordt opgegeven voor een parameter die de opgeslagen procedure vereist, treedt er een fout op. Tableau kan niet vooraf vaststellen of parameters vereist zijn. - Tableau voert geen transactiebeheer uit voor opgeslagen procedures. Dit betekent dat schrijvers van opgeslagen procedures niet afhankelijk moeten zijn van Tableau om transacties te starten voordat opgeslagen procedures worden aangeroepen, of om ze daarna vast te leggen. - Kolomnamen moeten uniek zijn om opgeslagen procedures te laten werken. Als twee kolommen dezelfde naam hebben, of als er geen naam is opgegeven, kan de procedure tot een fout leiden. - Als een opgeslagen procedure meerdere query's bevat (bijvoorbeeld om waarden uit een andere tabel te lezen of tijdelijke combinaties vast te houden), moet elk van de query's dezelfde sets kolommen in dezelfde volgorde retourneren (dezelfde namen en datatypen). Om ervoor te zorgen dat de kolomvolgorde en namen overeenkomen in de queryresultaten, moet u mogelijk expliciet `CAST` om er bijvoorbeeld te garanderen dat het datatype correct is `CAST(Username as VARCHAR(20))`, en de kolommen expliciet een naam geven. Als een opgeslagen procedure deze richtlijnen niet volgt, kan dit tot een foutmelding leiden: "Fout InsertData: niet-gebonden kolom" - Als een opgeslagen procedure meerdere query's bevat (bijvoorbeeld om waarden uit een andere tabel te lezen of tijdelijke combinaties vast te houden) en de procedure een fout genereert, probeer dan `SET NOCOUNT ON` boven aan de procedure toe te voegen. Hierdoor wordt voorkomen dat het bericht met het aantal rijen dat wordt beïnvloed door een Transact-SQL-instructie, wordt geretourneerd als onderdeel van de resultatenset voor een query. Daarnaast gelden voor specifieke databases de volgende beperkingen. ### Beperkingen van opgeslagen procedures voor Teradata Databases De volgende beperkingen zijn van toepassing op opgeslagen procedures in Teradata-databases. - Voor elke parameter moeten waarden worden opgegeven. Als de gebruiker voor een of meer parameters geen waarde opgeeft, geeft Tableau de Teradata Database-fout weer dat er te weinig waarden voor de opgeslagen procedure zijn opgegeven. ### Beperkingen van opgeslagen procedures voor SQL Server-databases De volgende beperkingen zijn van toepassing op opgeslagen procedures in SQL Server-databases. - Als de resultatenset voor een opgeslagen procedure kolommen van het type IMAGE of TEXT bevat, mislukt de opgeslagen procedure met het foutbericht "Onjuiste syntaxis". - Als de totale breedte van de resultatenset (aantal bytes in elke rij) groter is dan 8060, mislukt de opgeslagen procedure. Dit kan voorkomen bij heel brede tabellen (honderden kolommen) of bij tabellen met grote tekstkolommen, bedoeld voor duizenden tekens aan tekst. - Tableau geeft geen opgeslagen procedures uit het schema 'sys' weer. - Als de gebruiker geen waarde opgeeft voor een of meer parameters die voor de procedure vereist zijn, geeft Tableau een SQL Server-databasefout weer in de vorm 'De procedure vereist een waarde voor parameter @x, maar er is geen waarde opgegeven'. - Opgeslagen procedures die meerdere query's bevatten, moeten de richtlijnen volgen die zijn vermeld in Opmerkingen over opgeslagen procedures (hierboven). - Tableau Desktop ondersteunt het datatype Microsoft SQL Server TIME niet. Wanneer velden van dit type zijn opgenomen in een opgeslagen procedure in een Microsoft SQL Server-database, zal Tableau Desktop deze niet importeren. ### Beperkingen van opgeslagen procedures voor SAP Sybase ASE-databases De volgende beperkingen zijn van toepassing op opgeslagen procedures in SAP Sybase ASE-databases (alleen Windows). - De database moet een correct geconfigureerde externe server hebben. - Als de gebruiker geen waarde opgeeft voor een of meer parameters die voor de procedure vereist zijn, geeft Tableau een Sybase ASE-databasefout weer in de vorm 'De procedure vereist een waarde voor parameter @x, maar er is geen waarde opgegeven'. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Opmaken op werkbladniveau U kunt op werkbladniveau opmaakinstellingen voor lettertypen, uitlijning, arcering, randen, lijnen en knopinfo aanpassen. U wilt bijvoorbeeld alle randen in een teksttabel verwijderen of arcering toevoegen aan elke tweede kolom in een weergave. Wanneer u opmaakwijzigingen op dit niveau aanbrengt, worden deze alleen toegepast op de weergave waaraan u werkt. Zie [Opmaken op werkmapniveau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_workbook.htm) voor informatie over hoe u wijzigingen aanbrengt die van toepassing zijn op elke weergave in uw werkmap. ## Toegang tot opmaakinstellingen voor werkbladen vanuit Tableau Desktop Formatteert u uw werkbladen op het web? Zie [Toegang tot instellingen voor werkbladopmaak vanuit Tableau Cloud](#Access2). 1. Geef een werkblad of dashboard weer. 2. Kies vanuit het menu Opmaak het deel van de weergave dat u wilt opmaken, zoals Lettertype, Randen of Filters. ### Lettertypen opmaken Voor een weergave kunt u het lettertype, de stijl, de grootte en de kleur opgeven voor de deelvenstertekst, de koptekst of beide. In de onderstaande weergave is de koptekst bijvoorbeeld ingesteld op het lettertype Tableau Bold. ![Het dialoogvenster Lettertype opmaken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/wksht_5.png) Als de weergave totalen of eindtotalen bevat, kunt u speciale lettertype-instellingen opgeven om deze waarden te laten opvallen ten opzichte van de rest van de data. Dit is vooral handig als u met een teksttabel werkt. In de onderstaande weergave ziet u een teksttabel waarin de eindtotalen in het donkerrood zijn weergegeven. ![Opties voor lettertypeopmaak voor eindtotalen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/wksht_6.png) ### Tekstuitlijning opmaken Tableau maakt gebruik van best practices voor visueel om te bepalen hoe tekst in een weergave wordt uitgelijnd, maar u kunt de tekst ook aanpassen. U kunt bijvoorbeeld de richting van de koptekst wijzigen, zodat deze horizontaal (normaal) is in plaats van verticaal (omhoog). Opmerking: Tableau houdt zich aan regionale normen bij het bepalen wanneer regeleinden moeten beginnen of eindigen. ![Uitlijning van lettertype opmaken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_alignment2.gif) Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen Voor elk tekstgebied kunt u de volgende uitlijningsopties opgeven: **Horizontaal**: bepaalt of tekst links, rechts of gecentreerd wordt uitgelijnd. **Verticale uitlijning**: bepaalt of tekst bovenaan, in het midden of onderaan wordt uitgelijnd. **Richting**: roteert tekst zodat deze horizontaal (normaal), van boven naar beneden (omhoog) of van beneden naar boven (omlaag) loopt. **Terugloop**: bepaalt of lange kopteksten naar de volgende regel worden doorgezet of worden afgekort. Bepaalt niet de tekstmarkeringen. Opmerking: als de cellen niet groot genoeg zijn om meer dan één tekstregel weer te geven, heeft het inschakelen van tekstterugloop geen zichtbaar effect. Als dit gebeurt, wijst u met de muis naar een cel totdat een dubbelzijdige pijl wordt weergegeven. Vervolgens klikt u erop en sleept u de cel omlaag om deze groter te maken. ### Arcering opmaken Met instellingen voor arcering bepaalt u de achtergrondkleur van het deelvenster en de kopteksten voor totalen, eindtotalen en de werkbladgebieden buiten deze gebieden. U kunt arcering ook gebruiken om _banden_ toe te voegen. Hierbij wisselt de kleur van rij tot rij of kolom tot kolom. Banden zijn handig voor teksttabellen, omdat de afwisselende arcering het gemakkelijker maakt om onderscheid te maken tussen opeenvolgende rijen of kolommen. ![Een tabel met arceringopmaak.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_shading.gif) Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen Voor rij- en kolombanden kunt u de volgende opties gebruiken: **Deelvenster en koptekst**: de kleur van de banden. **Bandformaat**: de dikte van de banden. **Niveau**: als u geneste tabellen hebt met meerdere velden in de containers Rijen en Kolommen, kunt u met deze optie op een bepaald niveau banden toevoegen. ### Randen opmaken Randen zijn de lijnen die de tabel, het deelvenster, de cellen en de kopteksten in een weergave omringen. U kunt de randstijl, breedte en kleur voor de gebieden cel, deelvenster en koptekst opgeven. Bovendien kunt u scheidingslijnen voor rijen en kolommen opmaken. In deze weergave zijn de randen van de Scheidingslijn rij bijvoorbeeld opgemaakt met een oranje kleur: ![Opmaakopties voor scheidingslijnen voor rijen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_borders.png) Scheidingslijnen voor rijen en kolommen zorgen dat een weergave visueel wordt opgedeeld en deze worden het meest gebruikt in geneste teksttabellen. U kunt de stijl, de breedte, de kleur en het niveau van de randen die elke rij of kolom scheiden, aanpassen met gebruik van de vervolgkeuzelijsten voor scheidingslijnen voor rijen en kolommen. Het niveau verwijst naar het koptekstniveau dat u wilt scheiden. ### Lijnen opmaken U kunt de weergave bepalen van de lijnen die deel uitmaken van de weergave, zoals raster- en nullijnen, en van de lijnen waarmee u data kunt inspecteren, zoals trend-, referentie- en loodlijnen. U kunt bijvoorbeeld een rode kleur en een grotere dikte instellen voor trendlijnen: ![Trendlijnen zijn in het rood en dikker weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/wksht_21.png) ### Highlighters opmaken U kunt de highlighter op uw werkblad opmaken met een ander lettertype, een andere stijl, een andere kleur, een andere achtergrondkleur, een andere tekengrootte en een andere rand. Door highlighters op te maken, kunt u ze beter integreren in de stijl van uw dashboard of werkblad. U kunt de naam ook bewerken die wordt weergegeven op elke highlighter die in de weergave wordt getoond. Zie [Datapunten in context highlighten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_highlight_highlighter.htm) voor meer informatie over het gebruik van de highlighters. ### Een filterkaart opmaken Filterkaarten bevatten besturingselementen waarmee gebruikers met uw weergave kunnen communiceren. U kunt filterkaarten wijzigen om een aangepaste opmaak te gebruiken. De hoofdtekst in de onderstaande filters is bijvoorbeeld opgemaakt met het lettertype Tableau Bold in aquablauw. ![Een opgemaakte filterkaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_quickfilters1.png) **Opmerking:** voor filters en parameters wordt de naamopmaak alleen weergegeven op dashboards of in weergaven die op internet zijn gepubliceerd. ### Een kaart voor parameterbesturing opmaken Parameterbesturingselementen lijken op filterkaarten, omdat ze besturingselementen bevatten waarmee gebruikers de weergave kunnen wijzigen. Als u een parameterbesturingselement maakt, kunt u het uiterlijk ervan aanpassen. In de onderstaande weergave is de parameter Verkoopbereik bijvoorbeeld zodanig opgemaakt dat het verkoopbedrag in oranje wordt weergegeven. ![Een opgemaakte parameterkaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_parameters1.png) ### Werkbladopmaak kopiëren en plakken (alleen Tableau Desktop) Nadat u een werkblad hebt opgemaakt, kunt u de opmaakinstellingen kopiëren en plakken in andere werkbladen. De instellingen die u kunt kopiëren, zijn alles wat u in het deelvenster Opmaak kunt instellen, met uitzondering van referentielijnen en annotaties. Aanpassingen zoals handmatige formaataanpassing en zoomniveau worden niet gekopieerd. 1. Selecteer het werkblad waarvan u de opmaak wilt kopiëren. 2. Klik met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op het tabblad Werkblad en selecteer Opmaak kopiëren. 3. Selecteer het werkblad waarin u de opmaak wilt plakken. 4. Klik met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op het tabblad Werkblad en selecteer Opmaak plakken. ## Toegang tot instellingen voor werkbladopmaak vanuit Tableau Cloud Maakt u uw werkbladen op in Tableau Desktop? Zie [Toegang tot opmaakinstellingen voor werkbladen vanuit Tableau Desktop](#Access). 1. Geef een werkblad weer. 2. Klik in de werkbalk op Opmaak > Werkblad en kies vervolgens het onderdeel van de weergave dat u wilt opmaken, zoals Lettertype, Lijnen of Randen en scheidingslijnen. ### Lettertypen opmaken Voor een weergave kunt u het lettertype, de stijl, de grootte en de kleur voor uw werkblad, deelvenster, koptekst (kolommen en rijen samen of apart) en titel opgeven. In dit voorbeeld is het deelvenster ingesteld op Tableau Bold, de rijkop is ingesteld op Tableau Medium, de kolomkop is ingesteld op Tableau Regular en de titel is ingesteld op het lettertype Tableau Light. ![Opties voor de opmaak van lettertypen voor werkbladtitels.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_web_worksheet_font.png) ### Labels roteren Tableau maakt gebruik van best practices voor visueel om te bepalen hoe tekst in een weergave wordt uitgelijnd, maar u kunt uw uitlijning ook aanpassen. U kunt bijvoorbeeld de richting van de labeltekst wijzigen, zodat deze horizontaal (van links naar rechts) of verticaal (naar boven of naar beneden) loopt. Om uw labels te roteren, klikt u met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op een label en selecteert u Labels roteren. ![Labels roteren op een werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_web_worksheet.gif) Opmerking: Tableau houdt zich aan regionale normen bij het bepalen wanneer regeleinden moeten beginnen of eindigen. ### Arcering opmaken Met instellingen voor arcering bepaalt u de achtergrondkleur van het werkblad, het deelvenster en de kopteksten. ![Opmaakopties voor de achtergrondkleur van een werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_web_worksheet_shading.png) Voor toegang tot deze instellingen gaat u naar Opmaak > Werkblad > Arcering. U kunt ook banden toevoegen, waarbij de kleur per rij of kolom afwisselt. Banden zijn handig voor teksttabellen, omdat de afwisselende arcering het gemakkelijker maakt om onderscheid te maken tussen opeenvolgende rijen of kolommen. ![Een tabel met arceringopmaak.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_shading.gif) Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen Voor rij- en kolombanden kunt u de volgende opties gebruiken: **Deelvenster en koptekst**: de kleur van de banden. **Bandformaat**: de dikte van de banden. **Niveau**: als u geneste tabellen hebt met meerdere velden in de containers Rijen en Kolommen, kunt u met deze optie op een bepaald niveau banden toevoegen. ### Lijnen opmaken U kunt het uiterlijk bepalen van de lijnen die deel uitmaken van de weergave, zoals raster- en nullijnen. U kunt de lijnen in- of uitschakelen en het lijntype opmaken (bijvoorbeeld ononderbroken, gestippeld of onderbroken) en de dikte aanpassen. U kunt ook de kleur en de opaciteit van de lijnen aanpassen. U kunt bijvoorbeeld rasterlijnen inschakelen om de lezer kwantitatieve aanwijzingen te geven. In dit voorbeeld zijn er grijze gestippelde rasterlijnen toegevoegd aan de visualisatie. ![Opmaakopties voor lijntypen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_web_worksheet_lines.png) U kunt trendlijnen, referentielijnen en referentiebanden ook op het internet opmaken. U krijgt toegang tot deze opmaakinstellingen door op de knopinfo op de regel te klikken of door op de regel te klikken terwijl het deelvenster Opmaak is geopend. In dit voorbeeld is de trendlijn opgemaakt als ononderbroken groene lijn. ![Opmaakopties voor trendlijnen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_web_worksheet_trendline.png) ### Interactieve besturingselementen opmaken U kunt al uw interactieve besturingselementen, inclusief legenda's, filters, highlighters en parameters, tegelijkertijd opmaken via de sectie Interactieve besturingselementen in het deelvenster Opmaak van het werkblad. Ga voor toegang tot deze instellingen naar Opmaak > Werkblad > Interactieve besturingselementen. Als u wilt dat deze besturingselementen een consistente opmaak hebben, bespaart u tijd door opmaak op dit niveau toe te passen. U kunt elk interactief besturingselement ook afzonderlijk opmaken. #### Legenda's opmaken Als uw werkblad een legenda bevat, kunt u het uiterlijk ervan aanpassen. In dit voorbeeld is de legenda _Verkoop boven budget_ bijvoorbeeld zodanig opgemaakt dat de titel vetgedrukt en de achtergrond lichtgrijs is. ![Opmaakopties voor legenda's.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_web_worksheet_legends.png) U kunt de opmaak van de legenda openen via Opmaak > Legenda’s of door in het menu op de legenda te klikken en Legenda’s opmaken te selecteren. Via dit menu kunt u ook de kleuren van de items in de legenda bewerken, de titel bewerken of de titel of legenda verbergen. ![Contextmenu voor legenda's met de optie om legenda's op te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_web_worksheet_legendmenu.png) #### Filters opmaken Filterkaarten bevatten besturingselementen waarmee gebruikers met uw weergave kunnen communiceren. U kunt filterkaarten wijzigen om een aangepaste opmaak te gebruiken. De hoofdtekst in het getoonde filter is bijvoorbeeld ingesteld op Tableau Medium, de titeltekst op Tableau Semibold, de achtergrond is ingesteld op groen met 50% opaciteit en er is een zwarte rand toegevoegd. ![Opmaakopties voor filters en sets.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_web_worksheet_filters.png) U kunt de opmaak van Filters en Sets openen via Opmaak > Filters en sets of door te klikken op het menu op de filterkaart en Filters en sets opmaken te selecteren. #### Highlighters opmaken U kunt de highlighter op uw werkblad opmaken om uw lettertype, achtergrondkleur en rand aan te passen. Door highlighters op te maken, kunt u ze beter integreren in de stijl van uw dashboard of werkblad. U kunt de naam ook bewerken die wordt weergegeven op elke highlighter die in de weergave wordt getoond. ![Opmaakopties voor highlighters.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_web_worksheet_highlighters.png) U kunt de opmaak van de highlighter openen via Opmaak > Highlighters of door te klikken op het menu op de Highlighter-kaart en Highlighters opmaken te selecteren. Zie [Datapunten in context highlighten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_highlight_highlighter.htm) voor meer informatie over het gebruik van de highlighter. #### Parameters opmaken Parameterbesturingselementen lijken op filterkaarten, omdat ze besturingselementen bevatten waarmee gebruikers de weergave kunnen wijzigen. Als u een parameterbesturingselement maakt, kunt u het uiterlijk ervan aanpassen. In de onderstaande weergave is de parameter Nieuwe bedrijfsgroei bijvoorbeeld zodanig opgemaakt dat de tekst met het groeipercentage in het groen wordt weergegeven. ![Opmaakopties voor parameters.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_web_worksheet_parameters.png) U kunt de parameteropmaak openen via Opmaak > Parameters of door op het menu op de parameterkaart te klikken en Parameters opmaken te selecteren. ### Randen en scheidingslijnen opmaken Randen zijn de lijnen die de tabel, het deelvenster en de kopteksten in een weergave omringen. U kunt de randstijl, breedte en kleur voor het deelvenster en de koptekstgebieden opgeven. Bovendien kunt u scheidingslijnen voor rijen en kolommen opmaken. In deze weergave zijn de randen van de scheidingslijn voor de rij bijvoorbeeld opgemaakt met een oranje kleur. ![Opmaakopties voor scheidingslijnen voor rijen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_web_worksheet_borders.png) Scheidingslijnen voor rijen en kolommen zorgen dat een weergave visueel wordt opgedeeld en deze worden het meest gebruikt in geneste teksttabellen. U kunt de stijl, de breedte, de kleur en het niveau van de randen die elke rij of kolom scheiden, aanpassen met gebruik van de vervolgkeuzelijsten voor scheidingslijnen voor rijen en kolommen. Standaard worden scheidingslijnen voor deelvensters en kopteksten tegelijkertijd opgemaakt, zodat u tijd bespaart. Als u wilt dat het deelvenster en de kopteksten een andere opmaak hebben, klikt u op het koppelpictogram om de opmaak los te koppelen en elk lid afzonderlijk op te maken. U kunt de opmaakinstellingen voor scheidingslijnen voor rijen en kolommen ook in- of uitschakelen om opmaakopties te verbergen die u niet wilt gebruiken. In dit voorbeeld is de opmaak voor scheidingslijnen voor rijen uitgeschakeld en zijn het deelvenster Scheidingslijnen voor kolommen en de koptekstopmaak losgekoppeld. ![Opmaakopties voor scheidingslijnen voor rijen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_web_worksheet_dividersunlinked.png) #### Instellingen voor niveau van scheidingslijnen voor kolom en rij Het niveau verwijst naar het koptekstniveau dat u wilt scheiden. Als u bijvoorbeeld twee velden in uw kolom 'Meetwaarden' hebt, bijvoorbeeld categorie en subcategorie, kunt u scheidingslijnen voor rijen alleen per categorie (niveau 1) of per categorie en subcategorie (niveau 2) gebruiken. In dit voorbeeld is de scheidingslijn voor rijen ingesteld op niveau 1. ![Opmaakopties voor scheidingslijnen voor rijen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_web_worksheet_dividerlevel1.png) In dit voorbeeld is de scheidingslijn voor rijen ingesteld op niveau 2. ![Opmaakopties voor scheidingslijnen voor rijen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_web_worksheet_dividerlevel2.png) ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Opmaken op werkmapniveau U kunt snel wijzigen hoe lettertypen, titels en regels er in elke weergave in een werkmap uitzien door opmaakinstellingen op werkmapniveau op te geven in plaats van op werkbladniveau. U kunt bijvoorbeeld een specifiek lettertype, een specifieke grootte en een specifieke kleur gebruiken, zodat alle weergaven aansluiten bij de huisstijl van uw bedrijf. U kunt ook rasterlijnen uit uw weergaven verwijderen of ze opvallender maken door de pixelgrootte te vergroten of de kleur aan te passen. U kunt het thema van uw werkmap ook wijzigen. Met thema's bepaalt u zaken als het standaardlettertype, de kleuren en de lijndikte. Wanneer u een nieuwe werkmap maakt, wordt automatisch het standaardthema gebruikt, dat de best practices voor visueel gebruikt. ## Lijnen in uw werkmap wijzigen U kunt elk type lijn voor alle weergaven in uw werkmap wijzigen of u kunt alleen bepaalde soorten lijnen wijzigen, zoals trendlijnen. U kunt ook bepaalde soorten lijnen uitschakelen, waaronder rasterlijnen. Wanneer u wijzigingen aanbrengt in de lijninstellingen van uw werkmap, wordt er een grijze stip weergegeven naast de instelling in het deelvenster Werkmap opmaken. U kunt snel teruggaan naar de standaardinstellingen met gebruik van de knop Standaardinstellingen herstellen. In Tableau is de opaciteit van de lijn gekoppeld aan de lijnkleur. Als u de opaciteit van een lijn op werkmapniveau instelt, krijgen alle werkbladen in de werkmap ook de kleurinstelling van de werkmap voor die lijn. Als u de opaciteit van de lijn wilt wijzigen en verschillende kleurinstellingen voor een lijntype wilt behouden, wijzigt u de opaciteit op werkblad- in plaats van op werkmapniveau. 1. Selecteer Werkmap in het menu Opmaak. 2. Het deelvenster Werkmap opmaken vervangt het deelvenster Data aan de linkerkant en biedt een reeks vervolgkeuzelijsten waarin u alle lijninstellingen in een werkmap kunt wijzigen. ![De opmaakopties voor lijnen in het dialoogvenster Werkmap opmaken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/workbook_lines.png) Om te controleren of uw wijziging is toegepast op alle weergaven in uw werkmap, kunt u miniaturen gebruiken. Klik met de rechtermuisknop op een miniatuur en selecteer Alle miniaturen vernieuwen. ## Lettertypen in uw werkmap wijzigen U kunt alle lettertypen in uw werkmap wijzigen of u kunt de lettertypen alleen voor bepaalde gedeelten wijzigen, bijvoorbeeld alleen voor werkbladtitels. 1. Selecteer Werkmap in het menu Opmaak. 2. Het deelvenster Werkmap opmaken vervangt het deelvenster Data aan de linkerkant en biedt een reeks vervolgkeuzelijsten waarin u alle lettertype-instellingen in een werkmap kunt wijzigen, evenals de lettertype-instellingen voor titels van werkbladen, verhalen en dashboards. Opmerking: als u uw werkmap online bewerkt, wordt het deelvenster Werkmap opmaken getoond aan de rechterkant. ![Het dialoogvenster Werkmap opmaken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/wksht_7.png) Als u wijzigingen in het lettertype op werkbladniveau hebt aangebracht, bijvoorbeeld op een filterkaart of een werkbladtitel, worden deze wijzigingen overschreven als u het lettertype op werkmapniveau wijzigt. ## Het thema van uw werkmap upgraden of wijzigen (alleen Tableau Desktop) Als uw werkmap is ingesteld op een ander thema dan Standaard, blijft dat thema behouden wanneer u van de ene versie van Tableau naar de andere bijwerkt. U kunt het thema echter eenvoudig naar Standaard wijzigen. Omgekeerd kunt u het thema van uw werkmap wijzigen van Standaard naar een ander, eerder thema. Als u een upgrade hebt uitgevoerd van versie 9.3 naar versie 10.x en uw thema was in versie 9.3 ingesteld op Standaard, dan wordt dit in versie 10.x ingesteld op Vorige. Nadat u bent overgeschakeld naar het standaardthema, controleert u uw werkmap om te bevestigen dat de items de juiste grootte hebben. Mogelijk moet u enkele handmatige aanpassingen maken. 1. Selecteer Thema van werkmap in het menu Opmaak. 2. Kies een thema. ![Optie om het standaardwerkmapthema toe te passen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_workbook3.png) Elk thema is gekoppeld aan een andere versie van Tableau Desktop.
Het thema van deze werkmap...Is gekoppeld aan deze Tableau-versies...
VloeiendVersie 10.x en nieuwer
HelderVersies 8.0.x - 9.3.x
ModernVersies 3.5 - 7.0.x
KlassiekVersies 1.0 - 3.2
## Een werkmap herstellen naar de standaardinstellingen Wanneer u wijzigingen aanbrengt aan de lettertype-instellingen van uw werkmap, wordt een grijze stip weergegeven naast de instelling in het deelvenster Werkmap opmaken. U kunt snel teruggaan naar de standaardinstellingen met gebruik van de knop Standaardinstellingen herstellen. 1. Selecteer Werkmap in het menu Opmaak. 2. Klik in het deelvenster Werkmap opmaken op Standaardinstellingen herstellen. ![Het dialoogvenster Werkmap opmaken met werkbladtitels ingesteld op Verdana 15 punts.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_reset_defaults.png) ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Over datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen Met relaties op basis van meerdere feitentabellen kunt u databronnen bouwen met meer dan één _basistabel_. Door meerdere basistabellen in uw datamodel te gebruiken, kunt u analyses op meerdere feiten uitvoeren in Tableau. Door _tabelbomen_ te creëren die in een basistabel zijn geworteld, kunt u datastructuren met verschillende conceptuele domeinen modelleren, en hun gedeelde kenmerken gebruiken om ze met elkaar te verbinden. Dit type analyse wordt vaak aangeduid als analyse van meerdere feiten, conforme dimensies of gedeelde dimensies. In Tableau noemen we dit een datamodel met relaties op basis van meerdere feitentabellen, omdat u relaties gebruikt om het model te bouwen. Een datamodel met relaties op basis van meerdere feitentabellen bevat altijd meerdere basistabellen. Basistabellen zijn de uiterst linkse tabellen in het datamodel. Raadpleeg [Wanneer een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_mfr_when_to_use.htm) voor richtlijnen over het bepalen van de tabellen die u als basistabellen gaat gebruiken. ![Een model met meerdere basistabellen, waarbij één boom is geaccentueerd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_build_highlightedtree.png) Een datamodel met meerdere basistabellen, waarbij de boom van één basistabel is geaccentueerd. ## Niveaus van verwantschap Datamodellen met meerdere basistabellen bieden veel flexibiliteit wat betreft de manier waarop stukjes data zich al dan niet met elkaar kunnen verhouden. **Opmerking**: verwantschap op elk niveau is alleen relevant in datamodellen met meerdere basistabellen. Vóór datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen was hetzij alles gerelateerd (in één databron), hetzij niets (meerdere databronnen). **Verwantschap in het datamodel** Tabellen zijn gerelateerd, niet-gerelateerd of gedeeld op basis van de structuur van het datamodel. In een databron is de verwantschap van tabellen een constante. In het kort:  - _Gerelateerde tabellen_ bevinden zich in dezelfde boom. - Vóór 2024.2 hadden alle databronnen één basistabel, bestaande uit één boom. In een databron met één basistabel zijn alle tabellen gerelateerd. - _Niet-gerelateerde tabellen_ bevinden zich in verschillende bomen. Basistabellen zijn nooit aan elkaar gerelateerd. Tabellen die zich downstream van precies één basistabel bevinden, hebben ook geen relatie met tabellen in andere bomen. - _Gedeelde tabellen_ hebben meerdere inkomende relaties en behoren tot meer dan één boom. - Tabellen downstream van een tabel met meerdere inkomende relaties worden ook als gedeeld beschouwd. **Verwantschap tijdens analyse** Velden kunnen gerelateerd, niet gerelateerd, nog niet gerelateerd of ambigu gerelateerd zijn, of ze kunnen fungeren als samenhechtingsvelden. De onderlinge relaties tussen een groep velden worden per blad bepaald op basis van de structuur van het datamodel, welke velden actief in gebruik zijn (ofwel als velden op de containers staan) en of die velden dimensies dan wel meetwaarden zijn. ![Een eenvoudige visualisatie met twee niet-gerelateerde velden, één voor rijen en één voor kolommen, en Niet-gerelateerd-knopinfo](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_unrelatedtooltip_example.png) Om een visualisatie te maken met velden uit meerdere tabellen, moet Tableau achter de schermen joins uitvoeren om de waarden te berekenen. Welk type join wordt gebruikt, is afhankelijk van de [verwantschap van de velden](#fieldlevel). In het kort:  - Wanneer _gerelateerde velden_ worden gebruikt in een visualisatie, worden dimensies via inner joins verbonden en worden meetwaarden uitgesplitst per dimensie. - Het is iets ingewikkelder dan dat: er zijn misschien extra joins achter de schermen nodig om te garanderen dat [geen meetwaarden worden verwijderd](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/relationships-tableau-data-model). Maar in een visualisatie met alleen dimensies worden gerelateerde dimensies via inner joins verbonden, en dat is hier het hoofdconcept. - Dit is hetzelfde gedrag als modellen met één basistabel. - Wanneer _niet-gerelateerde velden_ ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_icon_unrelated.png "Pictogram Niet-gerelateerd") worden gebruikt in een visualisatie, worden dimensies via cross joins verbonden. Meetwaarden zijn tabelgericht (dat wil zeggen lokaal geaggregeerd tot één waarde voor de hele tabel) en worden herhaald. - Het is ook mogelijk dat velden _ambigu_ of _nog niet gerelateerd_ zijn, wat betekent dat er voor de combinatie van actieve velden meerdere manieren zijn om de relaties tussen de betreffende tabellen op te lossen. Als Tableau op onduidelijkheid stuit, worden de velden als niet-gerelateerd beschouwd. - Wanneer velden worden _samengehecht_ ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/MFR_icon_related.png "samenhechtingspictogram") op basis van een gedeeld veld, worden dimensies via outer joins verbonden. Meetwaarden worden geaggregeerd op het niveau van elke dimensie waarin ze kunnen worden uitgesplitst en worden mogelijk herhaald. - _Samenhechtingsdimensies_ zijn vergelijkbaar met [koppelingsvelden bij datacombinatie](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/multiple_connections.htm#define-blend-relationships-for-blending). De resultaten worden berekend voor elk paar gerelateerde velden. Vervolgens worden de niet-gerelateerde waarden samengehecht over de gedeelde waarden van de dimensie die tussen hen wordt gedeeld. Al deze concepten en definities worden verderop in dit onderwerp gedetailleerder besproken. Een kanttekening over dimensies en meetwaarden _Meetwaarden_ zijn in Tableau _aggregaties_: ze worden geaggregeerd tot de _granulariteit_ die is ingesteld door de _dimensies_ in de weergave. De waarde van een meetwaarde hangt dus af van de context van de dimensies. 'Aantal dozen ontbijtgranen' hangt er bijvoorbeeld van af of we de totale voorraad bedoelen of het aantal dozen per merk. _Dimensies_ zijn meestal categorievelden, zoals land of merk. In Tableau bepalen dimensies de granulariteit, oftewel het _detailniveau_, van de weergave. Meestal willen we onze data in markeringen groeperen op basis van een combinatie van categorieën. Welke dimensies we gebruiken om de weergave op te bouwen, bepaalt hoeveel markeringen we hebben. Wanneer een meetwaarde zonder dimensies wordt gebruikt, is deze zogenaamd _tabelgericht_. Dit betekent dat de waarde de volledig geaggregeerde waarde voor de hele tabel is. Zodra we een dimensie zoals merk in de visualisatie gebruiken, wordt de meetwaarde gedetailleerder uitgesplitst. Het totale aantal ontbijtgranendozen wordt nu per merk weergegeven. _Aggregatie_ verwijst naar de manier waarop de data worden gecombineerd. De standaardaggregatie van Tableau is SUM. U kunt de aggregatie wijzigen in andere opties, waaronder: gemiddeld, mediaan, aantal uniek, minimum enzovoort. _Granulariteit_ verwijst naar hoe gedetailleerd of uitgesplitst de meetwaarde is, wat wordt bepaald door de dimensies. Tenzij de granulariteit van de meetwaarde op rijniveau (ofwel uitgesplitst) is, moet de betreffende waarde worden geaggregeerd. #### Voorbeeld ![Een tabel met waarden voor het aantal dozen ontbijtgranen, met vijf merken en drie maten dozen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_cereal_rawdata.png) Wat is de waarde van 'Aantal dozen ontbijtgranen'? Dat hangt af van het aggregatietype en de granulariteit zoals bepaald door de dimensies. - Aggregaties: - Sum (of totaal) - Gemiddeld - Granulariteit: - Tabelgericht/volledig geaggregeerd (de blauwe balken in het voorbeeld) - Uitgesplitst op dimensie **Merk** (de gekleurde balken in het voorbeeld) ![Een dashboard met vier visualisaties: één voor het opgetelde tabelgerichte aantal dozen (54), één met het gemiddelde tabelgerichte aantal dozen (6), en vervolgens versies van deze twee visualisaties die zijn opgesplitst op de vijf merken](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_cereal.png) ## Indicatoren voor verwantschap op veldniveau Er zijn verschillende visuele aanwijzingen die u kunnen helpen de mate van verwantschap te begrijpen van de velden die u in een analyse gebruikt. ### Verwantschapsindicatoren op een werkblad - **Pictogram Niet-gerelateerd**: Tableau gebruikt het pictogram Niet-gerelateerd ![Pictogram Niet-gerelateerd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_icon_unrelated.png) om aan te geven dat niet alles in de weergave gerelateerd is. Als u het pictogram Niet-gerelateerd op een veld in de weergave of in het deelvenster Data ziet, kunt u de muisaanwijzer op het pictogram plaatsen [om meer informatie te krijgen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/mfr_relatedness_messages.htm). - Het bijbehorende pictogram ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/MFR_icon_related.png "samenhechtingspictogram") geeft aan dat het veld niet-gerelateerde velden samenhecht. - **Lichtgrijze veldnamen**: veldnamen worden weergegeven in lichtgrijze tekst in het deelvenster Data als ze niet gerelateerd zijn _aan_ velden die op containers worden gebruikt. U kunt deze velden nog steeds gebruiken voor analyse in die visualisatie, maar niet-gerelateerde velden worden in de analyse [anders geëvalueerd](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm#joinsbyrelatedness) dan velden die wel gerelateerd zijn. Als u deze velden aanwijst met de muisaanwijzer wordt ook het pictogram Niet-gerelateerd weergegeven. ![Het deelvenster Data, met één grijs weergegeven tabel, en twee velden met het doorgestreepte oogpictogram voor verborgen velden](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_gray_datapane.png) **Opmerking**: in eerdere versies van Tableau gaven lichtgrijze veldnamen aan dat de velden verborgen waren en Verborgen velden tonen geselecteerd was. Als verborgen velden worden weergegeven, worden deze nu aangeduid met een klikbaar oogpictogram ![Pictogram Verborgen veld](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_icon_hidden.png). ### Waarschuwingsvenster voor verwantschap Wanneer niet-gerelateerde velden samen in een visualisatie worden gebruikt, toont Tableau een waarschuwingsvenster om u te laten weten dat de velden niet gerelateerd zijn. Deze waarschuwing verschijnt telkens wanneer u een niet-gerelateerd veld toevoegt. Zo voorkomt u onbedoelde cross joins die de prestaties kunnen beïnvloeden. - Als u niet-gerelateerde velden wilt gebruiken zonder samenhechting, klikt u op Toevoegen om verder te gaan met het toevoegen van het veld aan de visualisatie. - Als u niet-gerelateerde velden wilt samenhechten, is het een goed idee om het samenhechtingsveld vóór een anderszins niet-gerelateerd veld te plaatsen. Het dialoogvenster wordt niet weergegeven als het samenhechtingsveld al in gebruik is. Zie [Hoe joins worden gebruikt voor elk niveau van verwantschap](#joinsbyrelatedness) voor meer informatie over het voorkomen van cross joins door middel van samenhechting. ![Het waarschuwingsvenster voor verwantschap, met een waarschuwing betreffende niet-gerelateerde dimensies](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_unrelated_dialog_simple_v2.png) Als er meerdere velden worden toegevoegd of reeds aanwezig zijn in de weergave, verschijnt het gebied Details in het dialoogvenster. Vouw het uit om meer informatie te zien over de verwantschap van alle gebruikte velden en om te identificeren waar het probleem met de niet-gerelateerdheid vandaan komt. ![Het waarschuwingsvenster voor verwantschap, met een bericht voor niet-gerelateerde dimensies en meetwaarden, en met het gebied Details uitgevouwen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_unrelated_dialog_details_v2.png) Selecteer de optie Dit niet nogmaals weergeven om het waarschuwingsbericht helemaal niet meer te laten verschijnen. U kunt deze waarschuwingsberichten als volgt altijd weer inschakelen: - Open in Tableau Desktop het menu Help > Instellingen en prestaties > Genegeerde berichten resetten. - Wis de cachegegevens in een browser. Open bijvoorbeeld in Chrome het **menu met de drie puntjes** > **Browsegegevens verwijderen...** > Kies **Gecachete afbeeldingen en bestanden** > **Gegevens verwijderen**. ## Verwantschap op tabelniveau in het datamodel In een datamodel met meerdere basistabellen definieert elke basistabel een reeks tabellen die gerelateerd zijn en een conceptuele _boom_ vormen. Deze bomen moeten verbonden zijn door ten minste één gedeelde tabel om ervoor te zorgen dat de algehele databron één entiteit is. Wat voorheen misschien twee databronnen waren die konden worden samengevoegd met behulp van koppelingsvelden, kan nu één databron zijn met twee bomen, verbonden door de gedeelde tabellen die deze gemeenschappelijke velden bevatten. ![Twee datamodellen, één gemaakt van twee verschillende databronnen, de andere gemaakt van de twee databronnen boven op de tabellen die ze gemeen hebben om één enkele databron te vormen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_blending_comparison.png) > [!TIP] > > de manier waarop tabellen in het datamodel gerelateerd zijn, heeft invloed op de manier waarop de velden ervan in de analyse gerelateerd kunnen zijn. Het kan handig zijn om het dialoogvenster [Datamodel weergeven](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/viewdatamodel.htm) tijdens de analyse te gebruiken om te zien hoe een tabel in het algemene datamodel past. Laten we aan de hand van deze voorbeelddatabron eens kijken welke tabellen respectievelijk gerelateerd, niet-gerelateerd of gedeeld zijn. Er zijn twee bomen, één bepaald door basistabel A en de andere door basistabel B. ### Niet-gerelateerde tabellen Basistabellen zijn in principe niet gerelateerd. Tabellen die slechts in één boom voorkomen, zijn niet gerelateerd aan tabellen in andere bomen.

Tabel A en tabel X zijn niet gerelateerd

Tabel B en tabel X zijn niet gerelateerd

Een datamodel waarin basistabellen A en X hun eigen contouren hebben. Relaties worden lichtgrijs weergegeven.Een datamodel waarin basistabel A en de downstream tabel B een contour delen. Basistabel X heeft zijn eigen contour. Relaties worden lichtgrijs weergegeven.
### Gerelateerde tabellen Tabellen in dezelfde boom worden als gerelateerd beschouwd.

Tabel A en tabel S zijn gerelateerd

Tabel B en tabel S zijn gerelateerd (via tabel A)

Een datamodel waarin de relatie van basistabel A met een downstream tabel wordt benadruktEen datamodel waarin de relatie van tabel B met een andere tabel wordt benadrukt door hun relaties met dezelfde basistabel, A
### Gedeelde tabellen Gedeelde tabellen hebben meerdere binnenkomende relaties. Deze tabellen behoren tot meerdere bomen en worden door die bomen gedeeld. Tabel S en tabel T worden gedeeld. ![Een datamodel waarin tabellen S en T beide meerdere binnenkomende relaties hebben. Ze behoren allebei tot de boom van basistabel A en tot de boom van basistabel X. ](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_relatedness_tables_shared.png) ## Verwantschap op veldniveau in de analyse De onderlinge relaties tussen velden worden per blad bepaald op basis van de [structuur van het datamodel](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/viewdatamodel.htm), welke velden actief in gebruik zijn (dat wil zeggen welke velden in de visualisatie op containers staan) en of die velden dimensies dan wel meetwaarden zijn. Welke invloed de verwantschap van velden heeft op de resultaten van een visualisatie wordt behandeld in [het volgende gedeelte](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm#joinsbyrelatedness). Laten we enkele scenario's doornemen met dezelfde voorbeelddatabron. De naam van elk veld geeft aan uit welke tabel het afkomstig is, zoals veld B uit tabel B. Velden kunnen dimensies of meetwaarden zijn, tenzij anders aangegeven. ### Gerelateerde velden Op een hoog niveau zijn velden gerelateerd wanneer Tableau duidelijk kan bepalen hoe ze samen moeten worden geëvalueerd op basis van een relatiepad binnen een enkele boom. Veld B (uit tabel B) en veld S (uit tabel S) zijn bijvoorbeeld gerelateerd. ![Veld B en veld S zijn gerelateerd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_relatedness_tables_related2.png) ### Niet-gerelateerde velden Op een hoog niveau zijn velden sowieso niet-gerelateerd als ze niet aan elkaar gerelateerd zijn. Dit kan komen doordat de velden uit niet-gerelateerde tabellen afkomstig zijn, bijvoorbeeld omdat er velden uit twee basistabellen worden gebruikt. In dat geval zijn velden uit verschillende basistabellen fundamenteel niet-gerelateerd. Veld A en veld X zijn bijvoorbeeld niet-gerelateerd. ![Veld A en veld X zijn niet-gerelateerd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_relatedness_tables_unrelatedbase.png) Velden kunnen gedurende een bepaalde periode ook als niet-gerelateerd worden beschouwd, bijvoorbeeld als ze ambigu of nog niet gerelateerd zijn. U kunt er in principe van op aan dat [verwantschapsindicatoren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_relatedness_messages.htm) u waarschuwen wanneer velden niet-gerelateerd zijn in de context van een visualisatie. ### Samenhechtingsdimensie Samenhechting is de manier waarop Tableau tijdens analyse velden van niet-gerelateerde tabellen in een datamodel met relaties op basis van meerdere feitentabellen evalueert. In een visualisatie worden niet-gerelateerde velden samengehecht door een dimensie uit een gedeelde tabel te gebruiken. De velden kunnen hierdoor tegelijkertijd worden geëvalueerd in dezelfde visualisatie. Dit is te beschouwen als het naast elkaar plaatsen van resultaten van twee bomen op basis van een dimensie die ze delen. Als een visualisatie bijvoorbeeld is gebouwd met veld A en veld X, zijn deze twee velden niet gerelateerd. Door dimensie S toe te voegen, wordt een samenhechtingsveld geïntroduceerd. - Veld A en dimensie S worden samen geëvalueerd. - Veld X en dimensie S worden samen geëvalueerd. - Die tussenresultaten worden bijeengebracht op basis van de waarden van dimensie S. - Veld A en veld X zijn nu samengehecht. ![Niet-gerelateerde basistabellen A en X, samengehecht door hun gedeelde tabel S](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_relatedness_fields_stitching.png) **Tip**: het is best practice om een samenhechtingsveld in de visualisatie te gebruiken voordat u een niet-gerelateerd veld uitlicht. Versleep bijvoorbeeld eerst dimensie S, of veld A, gevolgd door dimensie S, gevolgd door veld X, in plaats van veld A, gevolgd door veld X, gevolgd door dimensie S. Door eerst het samenhechtingsveld toe te voegen, weet Tableau altijd hoe de relaties moeten worden geëvalueerd. Hierdoor vermijdt u mogelijke prestatieproblemen als gevolg van het samen evalueren van niet-gerelateerde dimensies en cross joins. Voor samenhechting moet een dimensie uit een gedeelde tabel actief zijn in de visualisatie. Velden die op de container Filters of op de eigenschap Knopinfo van de kaart Markeringen zijn geplaatst, worden niet als actief beschouwd voor samenhechtingsdoeleinden. ### Nog niet gerelateerde velden Velden kunnen ook op meerdere manieren aan elkaar gerelateerd worden, maar dat nog niet zijn. Dit gebeurt wanneer er meerdere mogelijke relaties zijn tussen twee gedeelde tabellen (of downstream gedeelde tabellen). Kijk naar veld S en veld T. De tabellen van deze velden zijn aan elkaar gerelateerd via de boom die wordt gedefinieerd door basistabel A en via de boom die wordt gedefinieerd door basistabel X. In een visualisatie met alleen veld S en veld T is er geen informatie over welke boom moet worden gebruikt om ze aan elkaar te relateren. Zonder aanvullende informatie kan Tableau niet evalueren of deze velden moeten worden gerelateerd via de boom van basistabel A of de boom van basistabel B. Veld S en veld T worden beschouwd als niet-gerelateerd, hoewel er meerdere _potentiële_ relaties zijn. ![Ondergerelateerde ambigue velden S en T](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_relatedness_fields_not-yet_hyporelated.png) Deze mogelijk-maar-nog-niet-gerelateerde velden worden geëvalueerd als niet-gerelateerde velden omdat Tableau hun relatiepad niet duidelijk kan bepalen. In tegenstelling tot velden die werkelijk niet-gerelateerd zijn en alleen samengehecht kunnen worden, kunnen velden die nog niet gerelateerd zijn, opgelost worden en kunnen de velden direct gerelateerd worden. ### Ambigu gerelateerde velden Velden kunnen ook ambigu gerelateerd zijn. Dit gebeurt wanneer er meerdere mogelijke actieve relaties zijn tussen gedeelde tabellen (of downstream gedeelde tabellen). In tegenstelling tot nog niet-gerelateerde velden, die als hypogerelateerd of ondergerelateerd kunnen worden beschouwd, zijn ambigu gerelateerde velden hypergerelateerd of overgerelateerd. Kijk naar veld S en veld T. De tabellen van deze velden zijn aan elkaar gerelateerd via de boom die wordt gedefinieerd door basistabel A en via de boom die wordt gedefinieerd door basistabel X. In een visualisatie met veld A, veld X, veld S en veld T is er te veel informatie om te beslissen welke boom moet worden gebruikt om ze aan elkaar te relateren. Zonder de informatie in te korten, kan Tableau niet evalueren of deze velden moeten worden gerelateerd via de boom van basistabel A of de boom van basistabel B. Veld S en veld T worden beschouwd als niet-gerelateerd, hoewel er meerdere _actieve_ relaties zijn. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_relatedness_fields_ambiguous_hyperrelated.png "Overgerelateerd") Deze ambigu gerelateerde velden worden geëvalueerd als niet-gerelateerde velden omdat Tableau hun relatiepad niet duidelijk kan bepalen. In tegenstelling tot velden die werkelijk niet-gerelateerd zijn en alleen samengehecht kunnen worden, kunnen ambigu gerelateerde velden opgelost worden en kunnen de velden direct gerelateerd worden. ### Onduidelijk meetwaarde uit een gedeelde tabel Wanneer een dimensie uit een gedeelde tabel wordt gebruikt, hecht de dimensie velden uit de niet-gerelateerde upstreamtabellen samen. Een meetwaarde kan echter niet samenhechten en de waarde van een meetwaarde is afhankelijk van de bijbehorende dimensies. In een visualisatie met dimensie A en dimensie X zijn deze twee dimensies niet gerelateerd. Als meetwaarde S uit tabel S wordt gehaald, is deze niet gerelateerd aan de combinatie van dimensie A en dimensie X. Hoewel de meetwaarde onafhankelijk aan beide dimensies gerelateerd kan zijn, kan deze niet tegelijkertijd aan beide gerelateerd zijn in dezelfde visualisatie. ![Niet-gerelateerde basistabellen A en X, samengehecht door hun gedeelde tabel S](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_relatedness_fields_stitching.png) Een gedeelde meetwaarde kan worden beschouwd als een vorm van ambiguïteit of overrelatie en wordt op dezelfde manier opgelost. ### Onduidelijke relaties tussen velden oplossen Wanneer er onduidelijkheid is over hoe velden aan elkaar gerelateerd moeten worden, neemt Tableau geen willekeurige beslissing, maar worden de velden als niet-gerelateerd beschouwd. Vaak is het beter om deze velden aan elkaar te relateren door de onduidelijkheid rondom welke boom gebruikt moet worden weg te nemen. U lost nog niet gerelateerde velden op door een veld toe te voegen om vast te stellen welke boom moet worden gebruikt. U lost ambigu gerelateerde velden op door velden te verwijderen om vast te stellen welke boom moet worden gebruikt. _Voorbeeld:_ **Nog niet gerelateerd oplossen**: een veld toevoegen - Als een veld uit tabel A, B of C wordt toegevoegd aan een visualisatie van veld S en veld T, wordt de boom van basistabel A actief en wordt het gewenste pad tussen veld S en veld T opgelost. - Als alternatief kan het gebruik van een veld uit tabel X het gewenste pad tussen veld S en veld T oplossen tot de boom van basistabel X. **Ambigu gerelateerd oplossen**: een veld of velden verwijderen - In een visualisatie van veld A, veld X, veld S en veld T zorgt het verwijderen van veld X ervoor dat alleen de boom van basistabel A actief wordt en het gewenste pad tussen veld S en veld T oplost. - Als alternatief wordt door het verwijderen van veld A het gewenste pad tussen veld S en veld T via de boom van basistabel X opgelost. **Een gedeelde meetwaarde oplossen**: een veld of velden verwijderen - In een visualisatie van dimensie A, dimensie X en meetwaarde S zorgt het verwijderen van dimensie X ervoor dat alleen de boom van basistabel A actief wordt en het gewenste pad tussen dimensie A en meetwaarde S oplost. - Als alternatief wordt door het verwijderen van dimensie A het gewenste pad tussen dimensie X en statistiek S via de boom van basistabel X opgelost.
Nog niet gerelateerdAmbigu gerelateerdRelatie opgelost tot één boom
Gerelateerd via basistabel AGerelateerd via basistabel X
OndergerelateerdGerelateerd via AGerelateerd via X
Het oplossen van onduidelijkheid is vergelijkbaar met het gebruik van een FIXED-LOD-expressie. In een FIXED-LOD-expressie instrueert u Tableau tot welk detailniveau moet worden geaggregeerd door de dimensiedeclaratie te definiëren. Onduidelijkheid wordt opgelost door de structuur van de visualisatie zodanig te veranderen dat slechts één boom actief wordt, waardoor Tableau wordt geïnstrueerd welke relatiepaden kunnen worden overwogen om de analyse uit te voeren. ### Samenhechting versus het oplossen van onduidelijkheid Zowel samenhechting als het oplossen van onduidelijkheid zijn manieren om niet-gerelateerdheid af te handelen, maar ze hebben verschillende uitkomsten:

Samenhechting

Onduidelijkheid oplossen

A en X samenhechten met S

Niet-gerelateerd veld A en veld X samengehecht via dimensie S

S en T oplossen met A

Veld S en veld T geëvalueerd via de boom gedefinieerd door basistabel A

Plaatst niet-gerelateerde velden naast elkaar op basis van gedeelde kenmerkenBepaalt welk relatiepad wordt gebruikt wanneer er meerdere opties zijn (ambiguïteit of een gedeelde meetwaarde), of stelt een relatiepad vast waar zo'n pad nog niet bestond (nog niet gerelateerd).

Gebruikt logica voor meerdere basistabellen om resultaten te berekenen

Gebruikt logica voor één basistabel om resultaten te berekenen

Bij de analyse zijn niet-gerelateerde tabellen betrokkenBij de analyse zijn gedeelde tabellen betrokken
## Hoe joins worden gebruikt voor elk niveau van verwantschap Nadat de verwantschap op veldniveau is bepaald, moet Tableau de resultaten evalueren om de daadwerkelijke visualisatie te creëren. Welke query's worden gebruikt om de waarden in een visualisatie te berekenen, is afhankelijk van joins. Of velden gerelateerd, niet-gerelateerd dan wel samengehecht zijn, heeft een verschillende impact op welke joins worden uitgevoerd. Houd er rekening mee dat ambigu gerelateerde en nog niet gerelateerde velden in deze context als niet-gerelateerd worden behandeld. Om verwantschap en joins uit te leggen, worden in dit gedeelte tabellen en de bijbehorende velden besproken, plus de waarden in deze velden. Bekijk het volgende datamodel met twee basistabellen, Classes en Clubs, en een gedeelde tabel, Students. ![Een datamodel met twee basistabellen, Classes en Clubs, en een gedeelde tabel, Students](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_birds_model.png)

Classes

Clubs

Students

Data voor de tabel Classes weergeven, met de waarden voor drie veldenData voor de tabel Clubs weergeven, met de waarden voor drie veldenData voor de tabel Students weergeven, met de waarden voor drie velden

Velden:

  • Class, een dimensie met de waarden Nesting Basics, Advanced Songs, Flying for Fledgelings en Alarm Calls 101
  • Length, een meetwaarde
  • Student, een dimensie die wordt gebruikt om te relateren aan de tabel Students

Velden:

  • Club, een dimensie met de waarden Photography, Travel, Juggling, Art en First Aid
  • Dues, een meetwaarde
  • Student, een dimensie die wordt gebruikt om te relateren aan de tabel Students

Velden:

  • Bus rider, een dimensie met de waarden yes of no
  • Student, een dimensie met de waarden Finch, Cardinal, Sparrow, Robin en Jay. Wordt gebruikt om te relateren aan de andere twee tabellen
  • Age, een meetwaarde
Dit zeer eenvoudige model illustreert hoe de join-logica op hoog niveau wordt berekend voor datamodellen met relaties op basis van meerdere feitenmodellen. Zie [Hoe analyse werkt voor databronnen met meerdere tabellen die relaties gebruiken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_multitable_analysis_overview.htm) voor meer informatie over de basisprincipes van joins die worden gebruikt in datamodellen met één basistabel die op relaties zijn gebaseerd. Moet dit voorbeeld een datamodel met meerdere basistabellen zijn? Het kan verleidelijk zijn dit datamodel met drie tabellen in te stellen als een model met één basistabel, als Classes-Students-Clubs of Clubs-Students-Classes, of met Students als basistabel. In de regel zijn datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen bedoeld voor specifieke soorten dataschema's of analysescenario's. Als uw datamodel [kenmerken heeft die het meest geschikt zijn voor een datamodel met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_when_to_use.htm), stel het dan als zodanig in om uw basistabellen conceptueel niet-gerelateerd te houden. Als uw data dit type structuur echter niet vereisen, kan een model met één basistabel eenvoudiger te gebruiken zijn. ![Alternatieve datamodelstructuren voor het voorbeeldmodel Classes-Clubs-Students](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_birds_model_versions.png) Modellen die gebouwd kunnen worden voor deze drie tabellen: (1) Classes en Clubs als basistabellen met Students als gedeelde tabel, (2) lineair, beginnend met Classes of Clubs, en (3) Students als een enkele basistabel met Classes en Clubs als downstream tabellen. In dit specifieke geval zijn meerdere basistabellen niet echt nodig voor deze tabellen, de data of het model. We gebruiken dit model als voorbeeld om het simpel te houden, zodat de focus kan liggen op de join-logica. Of u kunt zich voorstellen dat er nog een gerelateerde tabel is, Rooms (kamers), die we eenvoudigweg negeren om te voorkomen dat de discussie te ingewikkeld wordt. ![Een versie van het model Classes-Clubs-Students met een extra gedeelde tabel: Rooms](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_birds_model_withroom.png) Het is echter raadzaam alleen een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen te gebruiken als uw data dit vereisen. ### Gerelateerde dimensies gebruiken inner joins Gerelateerde dimensies zijn verbonden via inner joins. Met inner joins worden alle dimensiewaarden verwijderd die niet door beide tabellen worden gedeeld. - Tableau gebruikt aanvullende logica om ervoor te zorgen dat meetwaarden niet verloren gaan. In deze sectie worden alleen dimensies gebruikt om de basisprincipes te demonstreren van de manier waarop Tableau inner joins toepast op gerelateerde dimensies. In het volgende voorbeeld ziet u hoe gerelateerde dimensies alleen rijen retourneren die aanwezig zijn in de data. Er bevinden zich geen studenten in de les Alarm Calls 101, dus deze is niet te vinden in de resultaten. Cardinal en Jay zitten in geen enkele les en zijn dus niet aanwezig in de resultaten. ![Een visualisatie met Class en Student als inner join, twee rijen voor Finch (Advanced Songs, Nesting Basics), twee rijen voor Robin (Flying for Fledgelings, Nesting Basics) en twee rijen voor Sparrow (Advanced Songs, Nesting Basics)](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_birds_relateddims_innerjoin.png) ### Niet-gerelateerde dimensies gebruiken cross joins Niet-gerelateerde dimensies (onafhankelijk, zonder samenhechtingsdimensie) zijn verbonden via cross joins. Bij een cross join wordt elke waarde uit de ene dimensie gecombineerd met elke waarde uit de andere dimensie, zelfs als de resulterende combinatie niet daadwerkelijk in de data voorkomt. In dit voorbeeld voegt de cross join een rij toe voor elke mogelijke combinatie van Class en Club. ![Een visualisatie met een cross join van Class en Club met rijen voor elke combinatie van Advanced Songs/Alarm Calls 101/Flying for Fledglings/Nesting Basics met Art/First Aid/Juggling/Photography. Het pictogram Niet-gerelateerd wordt weergegeven op beide dimensievelden op de container Rijen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_birds_unrelateddims_crossjoin.png) Het is belangrijk om in uw analyse te herkennen wanneer er sprake is van een cross-join. Hoewel er een rij is voor Advanced Songs + First Aid in de resultatentabel voor de cross join, zijn er feitelijk geen studenten in deze combinatie van activiteiten (het bewijs hiervan zien we in het samenhechtingsvoorbeeld in de volgende sectie). Waarom is het belangrijk om te erkennen dat niet alle cross-join-resultaten op de data zijn gebaseerd? Stel u voor dat u een rooster voor lessen en clubs zodanig probeert op te stellen dat er voor geen conflicten voor studenten ontstaan. Er zijn geen studenten in Advanced Songs en First Aid, dus u kunt dit resultaat negeren en die les en club tegelijkertijd inplannen. De cross join vertegenwoordigt geen combinaties van waarden die daadwerkelijk in de data voorkomen. Bovendien kunnen cross joins in geval van hoge kardinaliteit (een groot aantal unieke waarden) de prestaties beïnvloeden. Stel u voor dat u cross joins wilt maken van elk telefoonnummer met elk e-mailadres in uw contacten. Dat zou leiden tot een enorme explosie aan combinaties en een potentieel kostbare operatie. ### Samengehechte dimensies gebruiken outer joins Niet-gerelateerde dimensies – in de aanwezigheid van een samenhechtingsdimensie – zijn verbonden via outer joins. In dit voorbeeld zijn zowel de tabel Classes als de tabel Clubs gerelateerd aan de gedeelde tabel Students, maar niet aan elkaar. De velden Class en Club zijn dus niet-gerelateerd. Door de Student-dimensie toe te voegen, weet Tableau welke waarden uit Class en welke waarden uit Club in de analyse naast elkaar moeten worden geplaatst. We noemen dit outer-join-gedrag _samenhechting_. ![Een visualisatie die de resultaten toont van een buitenste join van de binnenste join Student-Class en de binnenste join Student-Club. Het pictogram Niet-gerelateerd wordt weergegeven op de Class- en Club-velden op de container Rijen. Een veld voor Student staat op de eigenschap Kleur van de kaart Markeringen en heeft geen Niet-gerelateerd-pictogram. Niet alle combinaties van lessen en clubs zijn vertegenwoordigd en er zijn rijen voor studenten en clubs zonder les](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_birds_stitched_outerjoin.png) Samenhechting is vergelijkbaar met datacombinatie, omdat er tussenresultaten zijn die weer bijeen worden gebracht voor de totaalresultaten. In tegenstelling tot combinatie is samenhechting echter een outer join, geen left join, en worden aan geen van beide kanten waarden verwijderd. Er is geen concept van primaire of secundaire databronnen als het om één databron gaat, dus beide niet-gerelateerde velden krijgen gelijke prioriteit. #### Tussenresultaten zijn verbonden met outer joins Wat zit er in de outer join voor samengehechte velden? Er wordt een tussenliggende binnenste join berekend voor het samengehechte veld en elk van de niet-gerelateerde velden. Vervolgens worden deze tussenresultaten via een buitenste join verbonden op basis van de waarden van de samenhechtingsdimensie. **Voorbeeld** Een inner join voor Student en Class... ![Een resultatentabel voor drie waarden van Students en drie waarden van Classes](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_birds_stitched_inner1.png) ...en een inner join voor Student en Club... ![Een resultatentabel voor vier waarden van Students en vijf waarden van Clubs](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_birds_stitched_inner2.png) ...worden dan via een outer join verbonden op Student. ![Een resultatentabel voor vier waarden van Students, drie waarden van Classes en vijf waarden van Clubs](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_birds_stitched_outerjoin.png) ### Extra joins om meetwaarden te behouden Naast de joinlogica voor dimensies kunnen meetwaarden extra joins introduceren. Toen relaties voor het eerst in Tableau werden geïntroduceerd, was een van de [kernprincipes dat meetwaarden niet verloren gaan](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/relationships-tableau-data-model). Dit principe wordt ook gehandhaafd in datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen. De essentiële details zijn: - Meetwaarden worden alleen uitgesplitst op gerelateerde dimensies. - Meetwaarden worden herhaald voor niet-gerelateerde dimensies. - Dimensiewaarden die in visualisaties met alleen dimensies zouden worden verwijderd, kunnen worden geretourneerd als er relevante meetwaarden aan zijn gekoppeld. **Opmerking**: houd er rekening mee dat meetwaarden aggregaties zijn. Ze worden berekend op het detailniveau (de granulariteit) zoals bepaald door de combinatie van dimensies in de visualisatie. In dit verband wordt gesproken van een meetwaarde die is _uitgesplitst_ op een dimensie. Wanneer een meetwaarde zonder dimensies wordt gebruikt, is deze zogenaamd _tabelgericht_. Dit betekent dat de waarde van de meetwaarde de volledig geaggregeerde waarde is. Zodra we een dimensie in de visualisatie gebruiken, wordt de meetwaarde gedetailleerder opgesplitst op basis van de dimensiewaarden. De waarde van een meetwaarde in een analyse hangt daarom af van de context van de dimensies. #### Gerelateerde meetwaarden Bekijk de subset van dimensiewaarden die worden geretourneerd voor een inner join op de gerelateerde dimensies **Student** en **Class.** Er zijn _drie_ Student-waarden: Finch, Robin en Sparrow. Er zijn _drie_ Class-waarden: Advanced Songs, Nesting Basics en Flying for Fledgelings. ![Een resultatentabel voor een inner join tussen Student en Class](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_birds_inner_student_class.png) Als we de meetwaarde **Length** uit de tabel Class toevoegen, zien we dat alle _vier_ lessen worden weergegeven en dat er een Null-waarde is voor Student. Voor elke les wordt **Length** (duur) weergegeven op het niveau van **Class**. ![Er verschijnt een Null-waarde voor Student ook al zijn dimensies via een inner join verbonden](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_birds_related_measurefrombase.png) Als we in plaats hiervan de meetwaarde **Age** uit de tabel Students toevoegen, zien we dat alle _vijf_ studenten worden weergegeven en dat er twee Null-waarden zijn voor Class. Alle studenten blijven in de resultaten behouden, zelfs als ze niet aanwezig zijn in een les. Voor elke student wordt de leeftijd (**Age**) weergegeven op het niveau van **Student**. ![Er verschijnt een Null-waarde voor lessen ook al zijn de dimensies via een inner join verbonden](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_birds_related_measurefromshared.png) #### Niet-gerelateerde meetwaarden Meetwaarden worden herhaald voor niet-gerelateerde dimensiewaarden. Als we kijken naar de meetwaarde **Length** uit de tabel Classes en de niet-gerelateerde dimensie **Club**, is de meetwaarde tabelgericht en wordt deze herhaald voor alle dimensiewaarden van **Club**. ![Een tabelgerichte meetwaarde die wordt herhaald voor niet-gerelateerde dimensiewaarden](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_birds_unrelateddim-measure.png) Als er een samenhechtingsdimensie aanwezig is, kunnen meetwaarden zowel worden opgesplitst als herhaald. De meetwaarde **Age** komt hier uit de tabel Students en is uitgesplitst op het niveau van Student. Elke keer dat een student wordt herhaald op basis van de dimensies voor **Class** en **Club**, wordt ook de **Age**\-waarde herhaald. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_birds_unrelateddims_sharedmeasure.png) ## Problemen oplossen ### Overwegingen bij het werken met datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen **Extractfilters per tabel** Alle extractfilters voor een datamodelextract met relaties op basis van meerdere feitentabellen zijn per tabel (niet alomtegenwoordig). Hierdoor kunnen de filterresultaten tussen de live- en extractverbinding verschillen. **Berekeningen op rijniveau** Berekeningen op rijniveau kunnen alleen verwijzen naar velden die dezelfde upstream basistabel delen. Dat wil zeggen dat berekeningen op rijniveau niet voor meerdere bomen kunnen worden uitgevoerd. **Gecombineerde velden** Alle velden in een gecombineerd veld moeten een gemeenschappelijke upstream tabel hebben. Dat wil zeggen dat u geen gecombineerd veld kunt maken met velden die zich in verschillende bomen bevinden. **Sets** Sets kunnen alleen worden gemaakt met een definitie die velden omvat die dezelfde upstream basistabel delen. In een visualisatie kan de optie Toevoegen aan set echter beschikbaar zijn vanaf een markering wanneer die markering wordt gedefinieerd door velden die niet gerelateerd zijn aan de velden die worden gebruikt om de set te definiëren. Als u Toevoegen aan set kiest, voegt Tableau alleen de gerelateerde velden toe aan de setdefinitie. Dit wijkt af van het gedrag van Toevoegen aan set in databronnen met één basistabel, waarbij Toevoegen aan set alles toevoegt waardoor de markering wordt gedefinieerd. **INCLUDE-LOD-expressies valideren** INCLUDE-LOD-expressies kunnen niet worden geëvalueerd voor meerdere niet-gerelateerde velden. Omdat de verwantschap tussen velden blad voor blad wordt geëvalueerd, kan er een geldige LOD-expressie in het deelvenster Data of de berekeningseditor staan, die ongeldig wordt in de context van een specifieke visualisatie (in de aanwezigheid van een niet-gerelateerde dimensie). Wanneer dit gebeurt, wordt het LOD-veld rood. U kunt de LOD-expressie bijwerken om conflicten met niet-gerelateerde velden te verwijderen of de structuur van de visualisatie te wijzigen. U kunt de LOD-expressie ook uit de visualisatie te verwijderen. **Gepubliceerde databronnen bijwerken** U kunt het best een kopie maken van een bestaande gepubliceerde databron als u van plan bent deze in een datamodel met relaties op basis van meerdere feitentabellen te veranderen terwijl niet alle verbonden werkmappen het nieuwe datamodel nodig hebben. Werk de bestaande versie van de databron niet bij, tenzij alle bijbehorende werkmappen de nieuwe tabellen nodig hebben. Publiceer de gewijzigde databron als een nieuwe databron en maak er nieuwe werkmappen van. Hierdoor voorkomt u dat de bestaande werkmappen worden geconverteerd om VDS in plaats van een dataserver te gebruiken wanneer ze de functionaliteit niet nodig hebben, zodat er geen kans op prestatieverlies bestaat. ### Opgeloste problemen
Opgeloste probleemOpgelost sinds

Extracten

Lokale databron (in een werkmap): als u probeert een databron met relaties op basis van meerdere feitentabellen te extraheren, wordt de foutmelding 'Er is geen dergelijke tabel' weergegeven.

Gepubliceerde databron: het extraheren van een gepubliceerde databron met relaties op basis van meerdere feitentabellen lijkt te slagen, maar veldwaarden kunnen worden verwisseld.

Als u nog steeds hinder ondervindt van deze problemen in Tableau Desktop of Tableau Server, voer dan een upgrade uit naar de versie van 24 juli 2024 of later.

EXCLUDE-LOD-expressies

Alleen INCLUDE-LOD's dienen te worden gevalideerd als er niet-gerelateerde velden aanwezig zijn. Onder dezelfde omstandigheden kunnen EXCLUDE-LOD's echter ook ten onrechte als niet geldig worden gemarkeerd.

Geneste gebruikersberekeningen

Geneste gebruikersberekeningen zijn niet beschikbaar in gepubliceerde databronnen met een datamodel met relaties op basis van meerdere feitentabellen.

### Bekende problemen **Verwantschapsindicatoren met meerdere Markeringen-kaarten** Wanneer een visualisatie wordt gemaakt met meerdere meetwaarden op de container Rijen of Kolommen, krijgt elke meetwaarde zijn eigen Markeringen-kaart. De logica die wordt gebruikt om verwantschapsindicatoren te bepalen (het pictogram Niet-gerelateerd, de tekst in knopinfo en het waarschuwingsvenster voor verwantschap) levert mogelijk niet de verwachte resultaten op, afhankelijk van welke Markeringen-kaart geopend is. De visualisatie zelf wordt echter correct berekend op basis van de verwantschap van elk paar velden. Er is een geplande oplossing voor dit gedrag. **BatchQueryProcessor** BatchQueryProcessor moet zijn ingeschakeld om datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen te ondersteunen. Dit is verwacht gedrag en er is momenteel geen oplossing gepland. **Tableau Pulse** Tableau Pulse werkt mogelijk niet met datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen. Het kan zijn dat u geen statistiekdefinitie kunt maken, of dat gemaakte statistieken leeg zijn. Dit is geen verwacht gedrag, maar er is momenteel nog geen geplande oplossing. **Dimensies wijzigen met een parameter** Met Tableau kunt u: [velden omwisselen met behulp van een parameter](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/parameters_swap.htm). Bij relaties op basis van meerdere feitentabellen mislukt het omwisselen van dimensies met een parameter echter zonder melding of foutbericht. De parameter en de berekening ervan kunnen worden gemaakt en het parameterbesturingselement kan worden weergegeven, maar het veld verandert niet als de parameter dat wel doet. Dit komt omdat dimensies in de volgorde van bewerkingen op een ander tijdstip worden geëvalueerd op relatie dan parameters. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Extracten upgraden naar .hyper-indeling In Tableau versie 2018 hebben we de oude `.tde`\-indeling voor Tableau-extracten vervangen door de `.hyper`\-indeling. De `.hyper`\-indeling is sinds 2018 de standaardindeling die Tableau gebruikt om extracten te maken, en de grote meerderheid van de extracten zijn nu `.hyper`\-bestanden. Begin 2023 heeft Tableau de ondersteuning voor de `.tde`\-indeling op Tableau Cloud en Tableau Public stopgezet. Zie dit [Tableau Community-bericht](https://community.tableau.com/s/feed/0D54T00001BHiGwSAL) voor meer informatie over deze stopzetting. ## Ondersteuning voor .tde-bestanden gestopt Vanaf 2023 is de `.tde`\-indeling voor Tableau-extracten verouderd. Deze indeling is in 2018 vervangen door de `.hyper`\-indeling, maar bleef geldig voor geüploade bestanden tot maart 2023. - Deze wijziging is voor Tableau Cloud en Tableau Public doorgevoerd vanaf maart 2023. - Vanaf versie 2023.1.0 van Tableau Server is het uploaden van de `.tde`\-bestandsindeling uitgeschakeld. - Versie 2024.2 is de laatste versie van Tableau Desktop die .tde-gebaseerde werkmappen, databronnen of bladwijzers ondersteunt. Versies 2024.3 en hoger ondersteunen alleen het .hyper-formaat. ## Handmatig uw .tde-extract upgraden met Tableau Desktop Als u extracten lokaal beheert, kunt u uw `.tde`\-extract upgraden naar een `.hyper`\-extract met behulp van Tableau Desktop. **Opmerking:** Deze functionaliteit is alleen beschikbaar in Tableau Desktop\-versie 2024.2 en ouder. 1. Open een werkmap in Tableau Desktop die gebruikmaakt van een `.tde`\-extract. 2. Selecteer een extractdatabron in het menu Data en selecteer Extract \> Upgraden. 3. Selecteer Bestand \> Opslaan. De werkmap wordt opgeslagen en de extract-upgrade wordt voltooid. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Hoe LOD-expressies werken in Tableau In dit artikel wordt uitgelegd hoe LOD-expressies worden berekend en hoe ze functioneren in Tableau. Zie de whitepaper [Inzicht krijgen in LOD-expressies](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/whitepapers/understanding-lod-expressions) op de Tableau-website (in het Engels) voor meer informatie over LOD-expressies en hoe ze werken. ## Expressies op rijniveau en expressies op weergaveniveau In Tableau worden expressies die verwijzen naar **niet-geaggregeerde** databronkolommen berekend voor elke rij in de onderliggende tabel. In dit geval is _rijniveau_ de dimensionaliteit van de expressie. Hier ziet u een voorbeeld van een expressie op rijniveau: `[Sales] / [Profit]` Deze berekening wordt in elke rij van de database geëvalueerd. Voor elke rij wordt de verkoopwaarde in die rij gedeeld door de winstwaarde in die rij, waardoor een nieuwe kolom ontstaat met het resultaat van de vermenigvuldiging (een winstratio). Als u een berekening maakt met deze definitie, deze opslaat met de naam \[Winstverhouding\] en deze vervolgens uit het deelvenster Data naar een container sleept, aggregeert Tableau doorgaans het berekende veld voor de weergave: `SUM([ProfitRatio])` Daarentegen worden expressies die verwijzen naar **geaggregeerde** databronkolommen berekend op de dimensionaliteit die wordt gedefinieerd door de dimensies in de weergave. In dit geval is weergaveniveau de dimensionaliteit van de expressie. Hier ziet u een voorbeeld van een expressie op weergaveniveau: `SUM(Sales) / SUM(Profit)` Als u deze berekening naar een container sleept (of rechtstreeks op een container typt als een ad-hocberekening), plaatst Tableau deze in een AGG-functie: AGG(SUM(Verkoop) / SUM(Winst)) Dit is een zogenaamde geaggregeerde berekening. Zie [Aggregaatfuncties in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_aggregate_create.htm) voor meer informatie. Dimensie- en setvelden die op een van de locaties zijn geplaatst die in de volgende afbeelding zijn gemarkeerd, leveren een bijdrage aan het weergaveniveau van details: ![Secties met containers en visualisatie die betrekking hebben op LOD-expressies, worden gehighlight in een leeg Tableau-dashboard. Gemarkeerde gebieden zijn pagina's, kolommen, rijen, werkbladoppervlak en de volgende markeringen op de kaart Markeringen: kleur, grootte, label, detail en pad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_shelves.png) Voordat LOD-expressies in Tableau werden ondersteund, was het niet mogelijk berekeningen te maken op een ander detailniveau dan het weergaveniveau. Als u bijvoorbeeld de volgende expressie probeert op te slaan, wordt het volgende foutbericht weergegeven: 'Kan geaggregeerde en niet-geaggregeerde argumenten niet combineren met deze functie': `[Sales] – AVG([Sales])` De bedoeling van de gebruiker was in dit geval om de verkoop voor elke individuele winkel te vergelijken met de gemiddelde verkoop van alle winkels. Dit kan nu worden bereikt met een LOD-expressie: `[Sales] - {AVG([Sales])}` Dit wordt een tabelgerichte LOD-expressie genoemd. Zie [Tabelgericht](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod.htm#Table) ## Beperkingen van LOD-expressies De volgende beperkingen zijn van toepassing op LOD-expressies. Zie ook [Databronbeperkingen voor LOD-expressies](#Data). - LOD-expressies die verwijzen naar meetwaarden met zwevende komma functioneren soms niet naar verwachting wanneer ze worden gebruikt in een weergave waarin de waarden in de expressie moeten worden vergeleken. Zie [Datatypen in berekeningen begrijpen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_operators.htm#Data) voor meer informatie. - LOD-expressies worden niet weergegeven op de Databronpagina. Zie [Databronpagina](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environment_datasource_page.htm#e). - Gebruik altijd de parameternaam en niet de parameterwaarde wanneer u in een dimensionaliteitsdeclaratie naar een parameter verwijst. - Bij het combineren van data moet het koppelingsveld uit de primaire databron in de weergave staan voordat u een LOD-expressie uit de secundaire databron kunt gebruiken. Zie [Problemen met Datacombinatie oplossen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multipleconnections_troubleshooting.htm). Bovendien gelden voor sommige databronnen limieten qua complexiteit. Tableau schakelt berekeningen voor deze databases niet uit, maar er kunnen queryfouten optreden als berekeningen te complex worden. ## LOD-expressies kunnen dimensies of meetwaarden zijn Wanneer u een LOD-expressie opslaat, voegt Tableau deze toe aan het gebied Dimensies of Meetwaarden in het deelvenster Data. FIXED-LOD-expressies kunnen resulteren in meetwaarden of dimensies, afhankelijk van het onderliggende veld in de geaggregeerde expressie. Dus MIN(\[Datum\])} wordt een dimensie omdat \[Datum\] een dimensie is, en {vaste Winkel: SUM(\[Verkoop\])} wordt een meetwaarde omdat \[Verkoop\] een meetwaarde is. Wanneer een FIXED-LOD-expressie wordt opgeslagen als een meetwaarde, kunt u deze verplaatsen naar dimensies. INCLUDE- en EXCLUDE-LOD-expressies zijn altijd meetwaarden. ## Filters en LOD-expressies Er zijn verschillende soorten filters in Tableau en deze worden in de volgende volgorde van boven naar beneden uitgevoerd. ![Een lijst met filtertypen bevat extractie-, databron-, context-, dimensie-, meetwaarde- en tabelberekeningsfilters.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_filters.png) De tekst aan de rechterkant laat zien waar LOD-expressies in deze volgorde worden geëvalueerd. Extractfilters (oranje) zijn alleen relevant als u een Tableau-extract maakt op basis van een databron. Tabelberekeningsfilters (donkerblauw) worden toegepast nadat berekeningen zijn uitgevoerd en verbergen daarom markeringen zonder de onderliggende data die in de berekeningen zijn gebruikt weg te filteren. Als u bekend bent met SQL, kunt u meetwaardenfilters beschouwen als equivalent aan de HAVING-clausule in een query, en dimensiefilters als equivalent aan de WHERE-clausule. FIXED berekeningen worden toegepast vóór dimensiefilters, dus tenzij u de velden op uw container Filter bevordert naar [Contextfilters gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering_context.htm), worden deze genegeerd. Bedenk bijvoorbeeld of u de volgende berekening op één container in een weergave hebt, samen met \[Staat\] op een andere container: `SUM([Sales]) / ATTR({FIXED : SUM([Sales])})` Deze berekening geeft u de verhouding tussen de verkoop van een staat en de totale verkoop. Als u dan \[Staat\] op de container Filters plaatst om enkele staten te verbergen, heeft het filter alleen invloed op de teller in de berekening. Omdat de noemer een FIXED-LOD-expressie is, wordt de verkoop voor de resterende staten in de weergave nog steeds verdeeld over de totale verkoop voor alle staten, inclusief de staten die uit de weergave zijn gefilterd. INCLUDE- en EXCLUDE-LOD-expressies worden in aanmerking genomen na dimensiefilters. Dus als u wilt dat filters worden toegepast op uw FIXED-LOD-expressie, maar geen contextfilters wilt gebruiken, kunt u ze bijvoorbeeld herschrijven als INCLUDE- of EXCLUDE-expressies. ## Aggregatie en LOD-expressies Het detailniveau van de weergave bepaalt het aantal markeringen in de weergave. Wanneer u een LOD-expressie aan de weergave toevoegt, moet Tableau twee detailniveaus afstemmen: dat in de weergave en dat in de expressie. Het gedrag van een LOD-expressie in de weergave varieert afhankelijk van het feit of het detailniveau in de expressie grover, fijner of hetzelfde is als het detailniveau in de weergave. Wat bedoelen we in dit geval met ‘grover’ of ‘fijner’? ### LOD-expressie is grover dan detailniveau van de weergave Een expressie heeft een grover detailniveau dan de weergave wanneer deze verwijst naar een subset van de dimensies in de weergave. Voor een weergave met de dimensies \[Categorie\] en \[Segment\] kunt u een LOD-expressie maken die slechts een van deze dimensies gebruikt: `{FIXED [Segment] : SUM([Sales])}` In dit geval heeft de expressie een grover detailniveau dan de weergave. De expressie baseert de waarden op één dimensie (\[Segment\]), terwijl de weergave is gebaseerd op twee dimensies (\[Segment\] en \[Categorie\]). Het resultaat is dat gebruik van de LOD-expressie in de weergave ervoor zorgt dat bepaalde waarden worden gerepliceerd, dat wil zeggen dat ze meerdere keren voorkomen. ![Een tabel waarin de verkopen per klantsegment en productcategorie worden weergegeven, met pijlen die de relatie aangeven tussen LOD-expressieretouren, dimensies in het viz-blad en de replicatie ervan als resultaten per segmentverkoop.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_replication.png) Gerepliceerde waarden zijn handig voor het vergelijken van specifieke waarden met gemiddelde waarden binnen een categorie. Met de volgende berekening wordt bijvoorbeeld de gemiddelde verkoop voor een klant afgetrokken van de gemiddelde totale verkoop: `[Sales] - {FIXED [Customer Name] : AVG([Sales])}` Wanneer waarden worden gerepliceerd, betekent het wijzigen van de aggregatie voor het relevante veld in de weergave (bijvoorbeeld van AVG in SUM) niet dat het resultaat van de aggregatie verandert. ### LOD-expressie is fijner dan het detailniveau van de weergave Een expressie heeft een fijner detailniveau dan de weergave wanneer deze verwijst naar een superset van de dimensies in de weergave. Wanneer u een dergelijke expressie in de weergave gebruikt, aggregeert Tableau de resultaten tot op weergaveniveau. De volgende LOD-expressie verwijst bijvoorbeeld naar twee dimensies: `{FIXED [Segment], [Category] : SUM([Sales])}` Wanneer deze expressie wordt gebruikt in een weergave die alleen \[Segment\] als detailniveau heeft, _moeten de waarden worden geaggregeerd_. Als u die expressie naar een container sleept, ziet u het volgende: `AVG([{FIXED [Segment]], [Category]] : SUM([Sales]])}])` Een aggregatie (in dit geval een gemiddelde) wordt automatisch toegewezen door Tableau. U kunt de aggregatie indien nodig wijzigen. ### Een LOD-expressie toevoegen aan de weergave Of een LOD-expressie wordt geaggregeerd of gerepliceerd in de weergave, wordt bepaald door het expressietype (FIXED, INCLUDE of EXCLUDE) en door het feit of de granulariteit van de expressie grover of fijner is dan die van de weergave. - INCLUDE-LOD-expressies hebben hetzelfde detailniveau als de weergave of een fijner detailniveau. Daarom worden waarden nooit gerepliceerd. - FIXED-LOD-expressies kunnen een fijner of een grover detailniveau hebben dan de weergave, of hetzelfde detailniveau. Of het nodig is om de resultaten van een FIXED-detailniveau te aggregeren hangt af van welke dimensies er in de weergave voorkomen. - EXCLUDE-LOD-expressies zorgen er altijd voor dat gerepliceerde waarden in de weergave verschijnen. Wanneer berekeningen met EXCLUDE-LOD-expressies op een container worden geplaatst, gebruikt Tableau standaard de ATTR-aggregatie (in tegenstelling tot SUM of AVG) om aan te geven dat de expressie niet daadwerkelijk wordt geaggregeerd en dat het wijzigen van de aggregatie geen effect heeft op de weergave. LOD-expressies worden altijd automatisch verpakt in een aggregatie wanneer ze aan een container in de weergave worden toegevoegd, tenzij ze als dimensies worden gebruikt. Dus als u dubbelklikt op een container en `{FIXED[Segment], [Category] : SUM([Sales])}` typt en vervolgens op Enter drukt om de expressie vast te leggen, ziet u nu dit in de container: `SUM({FIXED[Segment], [Category] : SUM([Sales])})` Maar als u dubbelklikt op de container om de expressie te bewerken, ziet u de oorspronkelijke expressie in de bewerkingsmodus. Als u een LOD-expressie in een aggregatie opneemt wanneer u deze maakt, gebruikt Tableau de aggregatie die u hebt opgegeven in plaats van een aggregatie toe te wijzen wanneer een berekening met die expressie op een container wordt geplaatst. Als er geen aggregatie nodig is (omdat het detailniveau van de expressie grover is dan dat van de weergave), wordt de door u opgegeven aggregatie nog steeds weergegeven als de expressie op een container staat, maar wordt deze genegeerd. ## Databronbeperkingen voor LOD-expressies Voor sommige databronnen geldt dat alleen recentere versies ondersteuning bieden voor LOD-expressies. Sommige databronnen bieden helemaal geen ondersteuning voor LOD-expressies. Bovendien gelden voor sommige databronnen limieten qua complexiteit. Tableau schakelt berekeningen voor deze databases niet uit, maar er kunnen queryfouten optreden als berekeningen te complex worden.
DatabronOndersteuning
Actian VectorwiseNiet ondersteund.
Amazon EMR Hadoop HiveOndersteund in Hive 0.13 en hoger.
Amazon RedshiftOndersteund.
Aster DatabaseOndersteund in versie 4.5 en hoger.
Cloudera HadoopOndersteund in Hive 0.13 en hoger.
Cloudera ImpalaOndersteund in Impala 1.2.2 en hoger.
Kubussen (multidimensionale databronnen)Niet ondersteund.
DataStax EnterpriseNiet ondersteund.
EXASOLOndersteund.
FirebirdOndersteund in versie 2.0 en hoger.
Generieke ODBCBeperkt. Afhankelijk van de specifieke databron.
Google BigQueryOndersteund voor standaard SQL, niet ondersteund voor verouderde SQL.
Hortonworks Hadoop Hive

Ondersteund in Hive 0.13 en hoger.

In HIVE versie 1.1 zijn LOD-expressies die externe joins produceren niet betrouwbaar.

Er worden externe joins gemaakt wanneer er geen expliciet veld is om een join mee te maken. Tableau maakt bijvoorbeeld een externe join voor een LOD-expressie {fixed [Product Type] : sum(sales)} wanneer de weergave slechts één dimensie bevat [Verzendmodus]. Een externe join produceert rijen die elke rij uit de eerste tabel combineren met elke rij uit de tweede tabel.

IBM BigInsightsOndersteund.
IBM DB2Ondersteund in versie 8.1 en hoger.
MarkLogicOndersteund in versie 7.0 en hoger.
Microsoft AccessNiet ondersteund.
Op Microsoft Jet gebaseerde verbindingen (verouderde connectors voor Microsoft Excel, Microsoft Access en tekst)Niet ondersteund.
Microsoft SQL ServerSQL Server 2005 en hoger.
MySQLOndersteund.
IBM PDA (Netezza)Ondersteund in versie 7.0 en hoger.
OracleOndersteund in versie 9i en hoger.
Actian Matrix (ParAccel)Ondersteund in versie 3.1 en hoger.
Pivotal GreenplumOndersteund in versie 3.1 en hoger.
PostgreSQLOndersteund in versie 7 en hoger.
Progress OpenEdgeOndersteund.
SAP HANAOndersteund.
SAP Sybase ASEOndersteund.
SAP Sybase IQOndersteund in versie 15.1 en hoger.
Spark SQLOndersteund.
SplunkNiet ondersteund.
Tableau-data-extractOndersteund.
TeradataOndersteund.
VerticaOndersteund in versie 6.1 en hoger.
## Zie ook [LOD-expressies maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod.htm) [Inzicht krijgen in LOD-expressies (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/whitepapers/understanding-lod-expressions) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Parameteracties Gebruik parameteracties om uw doelgroep een parameterwaarde te laten wijzigen door middel van directe interactie met een visualisatie, zoals klikken of een markering selecteren. U kunt parameteracties gebruiken met referentielijnen, berekeningen, filters en SQL-query's, en aanpassen hoe u data weergeeft in uw visualisaties. Parameteracties bieden nieuwe mogelijkheden voor het creëren van samenvattingswaarden en statistieken zonder gebruik te maken van berekeningen. U kunt parameteracties configureren zodat gebruikers meerdere markeringen kunnen selecteren die automatisch worden samengevoegd tot één parameterwaarde. Een parameteractie kan bijvoorbeeld de GEM(Verkoop) of COUNTD(Orders) tonen voor de momenteel geselecteerde markeringen. In [Voorbeelden van parameteracties](#Examples) vindt u voorbeelden van hoe parameteracties kunnen worden gebruikt. ![Een parameteractie toont de AVG(Verkoop) of COUNTD(Orders) voor de momenteel geselecteerde markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter_actions_overview.gif) U kunt parameteracties maken in Tableau Desktop, Tableau Cloud en Tableau Server. Wanneer u een parameteractie definieert, moet deze het volgende bevatten: - het bronblad of de bronbladen waarop de actie van toepassing is. - het gebruikersgedrag waarna de actie wordt uitgevoerd (aanwijzen met de muis, selecteren of menu). - de doelparameter, het bronveld en de respectieve aggregatie (indien van toepassing). Er moet ook ergens in de visualisatie worden verwezen naar de parameter waarnaar in de actie wordt verwezen. U kunt dit op verschillende manieren doen, u kunt bijvoorbeeld verwijzen naar de parameter in een berekend veld of referentielijn die wordt gebruikt in de visualisatie. U kunt ook een weergave ontwikkelen die gebruikmaakt van een bronveld waarnaar wordt verwezen in de parameteractie. ## Algemene stappen voor het maken van parameteracties 1. Maak een of meer parameters. Zie [Parameters maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/parameters_create.htm) voor meer informatie. 2. **Optioneel**: afhankelijk van de functionaliteit die u beschikbaar wilt stellen voor gebruikers tijdens hun analyse, kunt u ook een berekend veld maken dat de parameter gebruikt. Zie [Een berekend veld maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_create.htm#Create) voor meer informatie over het maken van berekende velden. 3. Ontwikkel een visualisatie die gebruikmaakt van parameteracties. Als u bijvoorbeeld een berekend veld hebt gemaakt dat de parameter gebruikt, bouwt u de weergave op met behulp van dat berekende veld. Of sleep een veld dat u aan de parameter wilt koppelen naar de weergave. 4. Maak een [parameteractie](#Create) die een parameter gebruikt. U kunt meerdere parameteracties maken voor verschillende doeleinden. De parameteractie moet verwijzen naar de bladnaam van de visualisatie, de parameternaam en het bronveld waaraan de parameter wordt gekoppeld. 5. Test de parameteractie en pas de instellingen of andere gerelateerde elementen in uw visualisatie zo nodig aan om de gewenste functionaliteit voor uw doelgroep te bereiken. **Opmerking**: het is handig als u begrijpt hoe u parameters in Tableau kunt gebruiken voordat u deze in parameteracties gaat gebruiken. Voor meer informatie: - Lees het Help-onderwerp [Parameters maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/parameters_create.htm) en gerelateerde parameteronderwerpen. - Zie [Use Parameters to Add Multiple Views to Your Viz](http://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2015/7/lrtt-parameters-alter-your-viz-40767) in het Tableau[\-blog](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog) en meerdere praktische onderwerpen over het gebruik van parameters op de [Data School](https://www.thedataschool.co.uk/)\-website, zoals [Vier stappen voor het maken van een parameter](https://www.thedataschool.co.uk/tom-prowse/4-steps-to-creating-a-parameter/) (in het Engels). - Bekijk [Parameters | Onvoorstelbare mogelijkheden!](https://youtu.be/Xk9HnpmWtsU) (in het Engels) (45 minuten) voor een diepgaande presentatie. ## Een parameteractie maken 1. Selecteer Werkblad \> Acties in een werkblad. Selecteer Dashboard > Acties op een dashboard. 2. Klik in het dialoogvenster Acties op Actie toevoegen en selecteer Parameter wijzigen. ![Voorbeeld van parameteractie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameter_add.png) 3. Begin in het dialoogvenster Acties een toepasselijke naam voor de actie te typen. 4. Selecteer een bronblad of databron. Standaard is het huidige blad geselecteerd. Als u een databron of een dashboard selecteert, kunt u daarin afzonderlijke bladen selecteren. ![Voorbeeld van parameteractie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter-action-update3.png) 5. Selecteer hoe gebruikers de actie uitvoeren. - Aanwijzen met de muis - wordt uitgevoerd wanneer een gebruiker met de muiscursor een markering in de weergave aanwijst. Er wordt dan ook een optie voor de actie weergegeven in de knopinfo van de markering. - Selecteren - wordt uitgevoerd wanneer een gebruiker op een markering klikt of meerdere markeringen in de weergave selecteert. - Menu - wordt uitgevoerd wanneer een gebruiker met de rechtermuisknop klikt (macOS: Control ingedrukt houdt en klikt) op een geselecteerde markering in de weergave en vervolgens een optie in het contextmenu selecteert. Er wordt dan ook een optie voor de actie weergegeven in de knopinfo van de markering. 6. Geef bij Doel de doelparameter en een bronveld op. Alle parameters in de werkmap zijn beschikbaar in de lijst Parameter. Als u gebruikers meerdere markeringen wilt laten selecteren die worden samengevoegd tot één parameterwaarde, selecteert u een aggregatietype. **Opmerking**: als u wilt dat gebruikers meerdere markeringen kunnen selecteren, dient u een aggregatie te selecteren. Als Aggregatie is ingesteld op Geenen er meerdere markeringen zijn geselecteerd die verschillende waarden voor het bronveld bevatten, wordt de parameteractie niet uitgevoerd. ![Voorbeeld van parameteractie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter-action-update1.png) De aggregatie die u kiest voor de parameteractie kan verschillen van de aggregatie die voor dat veld in de weergave wordt gebruikt. U kunt bijvoorbeeld een weergave maken waarin SOM(Verkoop) wordt gebruikt, maar u kunt het bronveld Verkoop waarnaar wordt verwezen in de parameteractie zo instellen dat Gemiddelde wordt gebruikt voor de aggregatie. Als u dan de aggregatie van het veld Verkoop in de weergave wijzigt in GEM(Verkoop), moet u echter ook de parameteractie bijwerken zodat deze weer naar het veld Verkoop verwijst. 7. Geef op wat er gebeurt als de selectie wordt gewist. - Huidige waarde behouden - de huidige parameterwaarde blijft in de weergave staan. - Waarde instellen op - de parameterwaarde wordt teruggezet op de aangegeven waarde. ![Voorbeeld van parameteractie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter-action-update2.png) 8. Klik op OK om de wijzigingen op te slaan en terug te keren naar de weergave. 9. Test de parameteractie door interactie met de visualisatie aan te gaan. Pas enkele instellingen voor de actie aan om de functionaliteit aan uw wensen aan te passen. ## Voorbeelden van parameteracties De volgende voorbeelden illustreren hoe u parameteracties kunt gebruiken, maar er zijn nog veel meer mogelijkheden U kunt de voorbeelden beter volgen als u vertrouwd bent met het maken en gebruiken van parameters en berekende velden. Zie [Parameters maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/parameters_create.htm) en [Een berekend veld maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_create.htm#Create) voor meer informatie. Aanvullende voorbeelden van hoe u parameteracties kunt gebruiken: - [Hoe en wanneer parameteracties moeten worden gebruikt (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2019/5/parameter-actions-extend-interactivity) - [Parameteracties: KPI-navigator (in het Engels)](https://medium.com/@flymperopoulos/parameter-actions-kpi-navigator-8457b397be25) - [Parameteracties: vergelijking van jaar tot jaar (in het Engels)](https://medium.com/@flymperopoulos/parameter-actions-year-over-year-comparison-320a9a896553) - [Parameteracties: gelaagde analyse (in het Engels)](https://medium.com/@flymperopoulos/parameter-actions-layered-analysis-5f274728523e) - [Parameteracties: aaneenschakeling (in het Engels)](https://medium.com/@flymperopoulos/parameter-actions-concatenation-e0c9ec82a34e) - [Drie creatieve manieren om Tableau-parameteracties te gebruiken](https://playfairdata.com/3-creative-ways-to-use-tableau-parameter-actions/) (in het Engels) van Tableau Visionary Ryan Sleeper op de [PlayfairData](https://playfairdata.com/)\-website. - [Voorproefje van Tableau-parameteracties](https://vizpainter.com/parameter-actions-in-tableau-2019-2-sneak-peek/) (in het Engels) van Tableau Visionary Joshua Milligan op de [VizPainter](https://vizpainter.com/)\-website. ### Referentielijnen dynamisch maken Dit voorbeeld illustreert hoe u een parameteractie kunt gebruiken om een referentielijn op interactieve wijze bij te werken, zonder een berekening te gebruiken. Referentielijnen zijn een handige manier om waarden in een visualisatie te vergelijken. Vervolgens kunt u parameteracties gebruiken om deze referentielijnen dynamisch te maken. U kunt de referentielijn aan een parameter koppelen en vervolgens een parameteractie gebruiken om de parameter interactief te maken. Tijdens interactie van gebruikers met de weergave worden de referentielijnen automatisch bijgewerkt om meer context te bieden voor de data. ![Een parameteractie bijwerken op een visualisatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameters_reflineupdate.gif) In deze weergave worden de volgende velden gebruikt. ![Een tijdreekslijndiagram geeft de verkoopwaarde van appels, citrusvruchten en peren in vier verschillende markten gedurende zes maanden weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameters_fields.png) Gedetailleerd voorbeeld van dynamische referentielijnen 1. Maak de parameter. De parameter krijgt de naam _Drempelwaarde_. Het datatype wordt ingesteld op Zwevend. ![Voorbeeld van parameteractie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameters_reflineparam.png) 2. Maak een referentielijn die de parameter Drempelwaarde gebruikt. Het label wordt ingesteld op Waarde. De optie Hieronder invullen is ingesteld op een lichtgrijze kleur. ![Voorbeeld van parameteractie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameters_referenceline.png) 4. Maak een parameteractie. Deze actie verwijst naar de parameter Drempelwaarde en het veld Waarden. De actie wordt uitgevoerd na Aanwijzen met de muis. ![Voorbeeld van parameteractie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameters_reflineaction.png) 5. Test de parameteractie in het blad. Als u met de muisaanwijzer een markering in de weergave aanwijst, wordt de referentielijn bijgewerkt om te zien hoe die waarde wordt weergegeven in de context van de andere datacategorieën. ![Voorbeeld van parameteractie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter_actions_reflinetest.gif) ### Een selectieve hiërarchie weergeven Dit voorbeeld illustreert hoe u een parameteractie kunt gebruiken waarnaar wordt verwezen door een berekend veld, zodat uw doelgroep kan bepalen welke informatie in een weergave wordt weergegeven. ![Een parameteractie toont de AVG(Verkoop) of COUNTD(Orders) voor de momenteel geselecteerde markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter_actions_overview.gif) Parameters worden vaak gebruikt om de invoerwaarde in een berekening te wijzigen. In dit voorbeeld wordt de parameter _EenTypeKiezen_ gebruikt voor het type fruit en retourneert het berekende veld _Rassen_ de rassen voor het type fruit. Het berekende veld is aan de weergave toegevoegd in plaats van het oorspronkelijke veld _Fruit_ras. Gebruikers kunnen een fruittype selecteren met behulp van een parameterbesturingselement om het fruittype en de weergegeven rassen te wijzigen. ![Voorbeeld van parameteractie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameter_example_display1.png) Een parameter gebruiken met een berekening en een parameterbesturingselement om interactief een parameterwaarde te wijzigen Dit is één manier om gebruikers de data in de weergave te laten verkennen. Parameteracties maken hetzelfde scenario mogelijk, maar bieden tevens extra functionaliteit en voordelen. Wanneer u een parameteractie maakt die de waarde van de parameter bijwerkt op basis van gebruikersinteractie met de markeringen in de weergave: - Gebruikersinteractie met de visualisatie is natuurlijker. Gebruikers kunnen met de data blijven werken. In plaats van interactie met een parameterbesturingselement te moeten uitvoeren, kunnen gebruikers met de muisaanwijzer de visualisatie aanwijzen of in de visualisatie klikken om de parameterwaarde bij te werken. - Als de databron in de toekomst wordt bijgewerkt en er meer waarden voor fruittype en -ras worden toegevoegd, worden deze waarden automatisch weergegeven in de visualisatie en zijn ze automatisch beschikbaar voor de parameter. Teneinde parameteracties te kunnen opnemen, maakt dit voorbeeld gebruik van een tweede blad (_Fruittype_) dat bestaat uit de namen van de fruittypen. De twee bladen (_Fruittype_ en _Rassen_) worden gecombineerd in een dashboard (_Fruit_). Gedetailleerd voorbeeld van selectieve hiërarchie 1. De werkmap in de bovenstaande afbeelding gebruikt de parameter _EenTypeKiezen_ en het berekende veld _Rassen_. De parameter _EenTypeKiezen_ is ingesteld op het toestaan van _Alle waarden_. ![Dialoogvenster Parameter bewerken met velden voor naam, datatype, huidige waarde, weergaveformaat en toegestane waarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameter_display5.png) Het berekende veld _Rassen_ verwijst naar de parameter _EenTypeKiezen_ om de waarden van het veld _Fruitras_ weer te geven op basis van de momenteel geselecteerde waarde voor _Fruittype_. ![Het dialoogvenster voor het maken van een berekend veld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameter_display6.png) 2. De werkmap gebruikt een parameteractie met de naam _Fruit selecteren_. De auteur klikte op een blad en selecteerde vervolgens Werkblad > Acties > Actie toevoegen > Parameter wijzigen om de parameteractie te maken. De actie maakt gebruik van de databron Fruit. Omdat de parameter en de berekening beide de waarde van het veld _Fruittype_ moeten kennen om te functioneren, moet zowel het blad _Fruittype_ als het blad _Rassen_ worden geselecteerd. ![Dialoogvenster Parameteractie bewerken met opties om een naam te geven, een bronwerkblad te kiezen en acties uit te voeren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameter_display3.png) De parameter _EenTypeKiezen_ is gekoppeld aan het veld _Fruittype_. De parameteractie wordt uitgevoerd wanneer een gebruiker met de muis de tekst Fruittype aanwijst in het dashboard _Fruit_ of in het blad _Fruittype_. In het blad _Rassen_ staat het veld _Fruittype_ in de container Rijen, maar de optie Koptekst tonen voor dat veld is uitgeschakeld om het fruittypelabel uit deze weergave te verwijderen. ![Een lijndiagram geeft het wekelijkse verkoopvolume voor elke fruitsoort weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameter_display4.png) 3. Test de parameteractie in het dashboard Fruit. Als u met de muisaanwijzer het fruittype aanwijst, wordt de weergave bijgewerkt en worden de verschillende rassen van dat fruit weergegeven. ![Voorbeeld van parameteractie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter_actions_display7.gif) ### Beknopte data voor geselecteerde markeringen weergeven Het verkrijgen van samenvattingsstatistieken voor een subset van data is een waardevol analytisch hulpmiddel. Dit voorbeeld illustreert hoe u geaggregeerde parameteracties kunt gebruiken voor geselecteerde markeringen om automatisch beknopte data te genereren. Deze weergave van een blad met de naam Opties bevat fruitrassen en hun beoogde markten. ![Een vormdiagram illustreert de gemiddelde prijs van verschillende soorten fruit bij verschillende verkooppunten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameters_summarydata1.png) Het veld SOM(Waarden) moet op beide werkbladen aanwezig zijn, anders werkt de parameter niet. SOM(Waarden) wordt op Detail geplaatst in de kaart Markeringen in deze weergave. De vorige weergave Opties functioneert als een selectietool voor deze tweede weergave, een spreidingsdiagram waarin dezelfde markeringen worden uitgezet tegen hun totale waarde en hoeveelheid. SOM(Waarden) wordt in deze weergave in Rijen geplaatst. ![Een spreidingsdiagram dat de relatie tussen de waarde en de hoeveelheid verkocht fruit weergeeft, met kleurcodering voor de fruitsoort en de markt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameters_summarydata2.png) Er wordt een parameteractie gebruikt om de twee weergaven samen te laten werken in een dashboard. ![Er wordt een parameteractie gebruikt om de twee weergaven samen te laten werken in een dashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameters_summarydata_dashboard.gif) Gedetailleerd voorbeeld van beknopte data 1. Maak de parameter. Deze parameter krijgt de naam _Gemiddelde waarde_. Het datatype wordt ingesteld op Zwevend. ![Voorbeeld van parameteractie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameters_summary_parameter.png) 2. Maak een referentielijn die de parameter Gemiddelde waarde gebruikt. Het label wordt ingesteld op Aangepast met de tekst 'Gemiddelde waarde: '. De optie Lijn wordt ingesteld op een bruine kleur. ![Voorbeeld van parameteractie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameters_summary_refline.png) 4. De twee bladen worden gecombineerd in een dashboard. Klik op het tabblad Dashboard en selecteer Dashboard > Acties > Actie toevoegen > Parameter wijzigen om de parameteractie te maken. Deze actie krijgt de naam _Gemiddelde waarde_. De doelparameter verwijst naar de parameter Gemiddelde waarde. Het bronveld wordt ingesteld op SOM(Waarden) (Fruit). Bij de instelling voor aggregatie spelen de samenvattingsstatieken een rol. Door Gemiddelde, Mediaan, Aantal, etc. te kiezen, stelt u in dat de parameter wordt bijgewerkt met de statistiek van uw keuze. De aggregatie wordt ingesteld op Gemiddelde. Houd er ook rekening mee dat de aggregatie voor het bronveld in de weergave kan verschillen van de aggregatie die u gebruikt voor de parameteractie. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameters_summarydata_createaction.png) Desgewenst kunt u ook een highlightactie maken voor markeringen die zijn geselecteerd in de weergave Opties. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameters_summarydata_highlightaction.png) 11. Test de parameteractie in het dashboard. Als u kopteksten en markeringen selecteert, wordt de referentielijn dynamisch bijgewerkt en wordt het gemiddelde van de waarden weergegeven. ![Voorbeeld van parameteractie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/actions_parameters_summarydata_test.gif) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Parameters gebruiken om weergaven interactiever te maken Parameters zijn handig als u interactiviteit en flexibiliteit aan een rapport wilt toevoegen, of wilt experimenteren met wat-als-scenario's. Stel dat u niet zeker weet welke velden u in uw weergave moet opnemen of welke opmaak het beste zou werken voor uw kijkers. Dan kunt u parameters in uw weergave opnemen, zodat viewers kunnen kiezen hoe ze de data willen bekijken. Wanneer u parameters gebruikt, moet u deze op de een of andere manier aan de weergave koppelen: - U kunt parameters gebruiken in berekeningen en berekende velden die in de weergave worden gebruikt. - U kunt het besturingselement Parameter in de weergave weergeven, zodat gebruikers parameters kunnen selecteren. - U kunt naar parameters verwijzen in [parameteracties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_parameters.htm). Bepaal voordat u begint welke velden u interactief wilt maken. U kunt gebruikers bijvoorbeeld toestaan de categorieën binnen een dimensie op kleur te bekijken, of verkoopdata over een door hen gekozen periode te bekijken, enz. Met het hier beschreven voorbeeld wordt een tabel opgezet waarvoor gebruikers de dimensies kunnen selecteren die in de kolommen en rijen moeten worden weergegeven. **Een video bekijken:** bekijk [Parameters | Onvoorstelbare mogelijkheden!](https://youtu.be/Xk9HnpmWtsU) (in het Engels) (45 minuten) voor een diepgaande presentatie. **Meer informatie**: raadpleeg [Parameters gebruiken om meerdere weergaven aan uw visualisatie toe te voegen](http://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2015/7/lrtt-parameters-alter-your-viz-40767) in het Tableau-[blog](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog) (in het Engels) evenals meerdere praktische onderwerpen over het gebruik van parameters op de website van [Data School](https://www.thedataschool.co.uk/). ## De parameters maken Bij deze stappen wordt de voorbeeldwerkmap Superstore gebruikt om nieuwe parameters te maken. 1. Open eerst Tableau Desktop en vervolgens de voorbeeldwerkmap Superstore. 2. Klik in het deelvenster Data op de vervolgkeuzepijl in de rechterbovenhoek en selecteer Parameter maken. 3. Voer in het dialoogvenster Parameter maken de volgende stappen uit: 1. Geef de parameter een naam, zodat kijkers kunnen zien wat het veranderen ervan zal betekenen. In dit voorbeeld wordt **Kop Kolom 1 selecteren** gebruikt. 2. Selecteer voor **Datatype** de optie **Tekenreeks**. 3. Selecteer voor **Toegestane waarden** de optie **Lijst**, typ **Geen** als de eerste waarde in de lijst en druk vervolgens op **Enter**. 4. Maak de lijst compleet door de namen te typen van de extra dimensievelden die u via de parameter wilt laten zien. **Opmerking:** In dit voorbeeld worden de velden voor klantnaam, klantsegment, regio, afdeling en categorie gebruikt. Dit zijn allemaal dimensies van hetzelfde datatype (tekenreeks). Als u een meetwaarde zoals winst in deze lijst wilt opnemen, kunt u deze meetwaarde bijvoorbeeld omzetten in een tekenreekswaarde. Dit door u door het berekende veld samen te stellen met de functie `STR()`. In dit artikel wordt alleen het scenario met één datatype beschreven. De aliassen **Weergeven als** zijn standaard de veldnaam en voor deze oefening kunt u deze laten zoals ze zijn. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/change-view-parameters-DPV.png) 5. Klik op **OK** om terug te gaan naar het dialoogvenster Berekend veld. 5. Herhaal de vorige stap om de volgende aanvullende parameters in te stellen: - Kop Kolom 2 selecteren - Kop Rij 1 selecteren - Kop Rij 2 selecteren **Tip:** In plaats van elke waarde in de lijst te typen, klikt u op **Waarden toevoegen van > Parameters** om de waarden toe te voegen vanuit **Kop Kolom 1 selecteren**. ## Berekend veld maken Bij deze stappen wordt het Superstore-voorbeeld gebruikt om de berekende velden samen te stellen die gebruik zullen maken van uw parameters. 1. Klik in het deelvenster Data op de vervolgkeuzepijl in de rechterbovenhoek en selecteer Berekend veld maken. 2. Typ in het dialoogvenster Berekend veld voor Naam Categorie Kolom 1. 3. Maak in het dialoogvenster Berekend veld voor **Formule** de volgende berekening: `CASE [Select Column 1 Heading] WHEN 'Customer Name' THEN [Customer Name] WHEN 'Customer Segment' THEN [Customer Segment] WHEN 'Region' THEN [Region] WHEN 'Department' THEN [Department] WHEN 'Category' THEN [Category] ELSE '' END` ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/change-views-parameters2.png) Controleer of het statusbericht aangeeft dat de formule geldig is en klik vervolgens op **OK**. **Opmerking:** ELSE is verantwoordelijk voor de waarde **Geen** die u in de parameter hebt opgenomen en retourneert een lege tekenreeks. 4. Maak nog drie berekende velden, één voor elke aanvullende parameter die u hebt gemaakt: | Parameternaam | Naam van berekend veld | | --- | --- | | Kop Kolom 2 selecteren | Categorie Kolom 2 | | Kop Rij 1 selecteren | Categorie Rij 1 | | Kop Rij 2 selecteren | Categorie Rij 2 | De basisformule voor elk berekend veld is hetzelfde als in de vorige stap, behalve dat u in elke `CASE``statement.` naar een andere parameter verwijst, ## Kijkers een manier bieden om met weergaven te communiceren Maak vervolgens het parameterbesturingselement beschikbaar, zodat gebruikers de categorieën kunnen selecteren die ze willen weergeven. 1. Ga als volgt te werk voor elke parameter die u hebt gemaakt: Klik onder Parameters met de rechtermuisknop op de parameter en selecteer **Parameterbesturingselement tonen**. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/change-views-parameters4.png) 2. Sleep vanuit het deelvenster Data de berekende velden die u hebt gemaakt naar de containers Kolommen en Rijen. 3. Sleep vanuit het deelvenster Data een meetwaarde naar de weergave. In dit voorbeeld wordt **Verkoop** geplaatst op **Label** op de kaart Markeringen. 4. Test uw parameters door velden in de parameterbesturingselementen te selecteren. **Tips:** - Sorteer de dynamische dimensievelden alfabetisch. - Verberg veldlabels voor rijen en kolommen. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/change-views-parameters5.png) 5. Stel alle parameters weer in op **Geen** en publiceer de werkmap naar Tableau Server. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/change-views-parameters6.png) Kijkers kunnen hun eigen rapporten opstellen, hun parameterinstellingen opslaan en weergaven met anderen delen. ## Aanvullende informatie Zie [Meetwaarden omwisselen met behulp van parameters](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/parameters_swap.htm) voor informatie over het dynamisch samenstellen van weergaven. Raadpleeg [Parameters maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/parameters_create.htm) en de gerelateerde onderwerpen in de Help van Tableau voor informatie over de verschillende gebieden in de Tableau-interface waarin u parameters kunt maken en opnemen. **Vrijwaring**: Dit onderwerp bevat informatie over parameters uit een blog van derden, [The Information Lab: Data School](http://www.thedataschool.co.uk/blog/) (in het Engels). Hoewel we er alles aan doen om verwijzingen naar inhoud van derden accuraat te houden, kan de informatie die we hier verstrekken zonder voorafgaande kennisgeving veranderen als de inhoud op de website van de derde partij verandert. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Parameters in een Tableau-dataverhaal vernieuwen **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. Als u een parameter aan uw dashboard hebt toegevoegd en Dataverhalen gebruikt, zult u merken dat uw visualisatie wordt vernieuwd door op de parameter te klikken, maar niet het verhaal. Dit gebeurt omdat de parameter de onderliggende data niet vernieuwd zoals een filter dat doet. Om uw Tableau-dataverhaal te vernieuwen met de parameterdata, voegt u een knop 'Vernieuwen' toe aan uw dashboard, waarmee uw verhaal wordt bijgewerkt zodat het aansluit bij uw parameter. 1. Maak een nieuw blad in uw werkmap. 2. Maak een Berekend veld in het nieuwe blad met de volgende informatie: > > Naam: Vernieuwen > > > > Inhoud: 'vernieuwen' ![Een berekend veld dat de naam 'Vernieuwen' en het woord 'vernieuwen' bevat](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_parameter_calcfield.png) 1. Klik op OK en sleep vervolgens het nieuwe berekende veld (Vernieuwen) naar uw nieuwe blad. 2. Klik met de rechtermuisknop op het veld en klik op Koptekst tonen om de koptekst te verbergen. ![Het geopende menu voor Vernieuwen met 'Koptekst tonen' geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_parameter_showheader.png) 1. Kies een vorm voor uw knop. ![Het geopende menu voor de Markering met Vierkant geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_parameter_shape.png) 1. Keer terug naar uw dashboard en sleep het blad met de knop Vernieuwen naast de parameters naar uw dashboard. 2. Wijs de knop aan met de muis, selecteer Meer opties en klik op Titel om de titel te verbergen. 3. Wijs de knop aan met de muis en klik op Gebruiken als filter. ![Het object wordt geselecteerd, er wordt op het filterpictogram geklikt en 'Gebruiken als filter' wordt geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_parameter_refreshfilter.png) 1. Pas uw parameter aan en klik vervolgens op de nieuwe knop Vernieuwen. Met de knop wordt uw verhaal bijgewerkt zodat het aansluit bij de parameter. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Parameters maken Een parameter is een werkmapvariabele, zoals een getal, datum of tekenreeks, die een constante waarde in een berekening, filter of referentielijn kan vervangen. U kunt bijvoorbeeld een berekend veld maken dat True retourneert als de omzet hoger is dan $ 500.000, en anders False retourneert. U kunt de constante waarde 500000 in de formule vervangen door een parameter. Vervolgens kunt u met behulp van het parameterbesturingselement de drempelwaarde in uw berekening dynamisch wijzigen. Als u een parameter wilt gebruiken, doet u het volgende: 1. Stel de initiële parameter in. 2. Gebruik de parameter in een element zoals een berekening, filter of referentielijn. 3. Pas de parameterwaarde als volgt aan: - Het parameterbesturingselement weergeven - Een parameteractie maken - Een dynamische parameter instellen om automatisch bij te werken ## Een parameter maken Een parameter maken vanuit het deelvenster Data: 1. Klik in het deelvenster Data op de vervolgkeuzepijl in de rechterbovenhoek en selecteer Parameter maken. ![Contextmenu met opties om data te groeperen, sorteren, verbergen en uit te vouwen. De optie Parameter maken is gemarkeerd, evenals de opties Groeperen op databrontabel en Sorteren op naam.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/DPVcreate-parameter-contextmenu.png) 2. Geef het veld in het dialoogvenster Parameter maken een Naam. ![Maak een parametervenster met velden voor naam, datatype, huidige waarde, toegestane waarden en weergaveformaat.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/DPVname-parameter.png) 3. Geef het datatype op voor de waarden die het accepteert: ![Eigenschappenvenster voor het aanpassen van datatypen, met het vervolgkeuzemenu Datatype uitgevouwen en de optie Geheel getal geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/DPVspecify-datatype.png) 4. _Optioneel:_ geef een huidige waarde op. Dit is de standaardwaarde voor de parameter. 5. _Optioneel:_ geef een waarde op wanneer de werkmap wordt geopend. 6. Geef de weergave-indeling op die u in het parameterbesturingselement wilt gebruiken (alleen Tableau Desktop). ![Eigenschappenvenster voor het aanpassen van de weergaveopmaak van numerieke data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/DPVdisplayformat.png) 7. Geef aan hoe de parameter waarden accepteert. U kunt kiezen uit de volgende opties: - Alle: het parameterbesturingselement is een eenvoudig tekstveld. - Lijst: de parameterinstelling biedt een lijst met mogelijke waarden waaruit u kunt kiezen. - Als u Lijst selecteert, moet u de lijst met waarden opgeven. Klik in de linkerkolom om uw lijst met waarden te typen. U kunt ook leden van een veld toevoegen of plakken vanuit het klembord door Waarden toevoegen van te selecteren. ![Venster met opties voor het toevoegen van waarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/DPV-Addvaluesfrom-FIXED.png) - Bereik: met het parameterbesturingselement kunt u waarden binnen een opgegeven bereik selecteren. - Als u Bereik selecteert, moet u een minimum, maximum en stapgrootte opgeven. De stapgrootte bepaalt de sprongen tussen waarden. U kunt dan bijvoorbeeld zelf een getal kiezen (5, 6, 7...) of van 5 naar 10 naar 15 gaan. De beschikbaarheid van deze opties wordt bepaald door het datatype. Een tekenreeksparameter ondersteunt bijvoorbeeld geen Bereik. Om de lijst met waarden (of het domein) van de parameter te vernieuwen telkens wanneer de werkmap wordt geopend, selecteert u Lijst of Bereik en vervolgens Wanneer de werkmap wordt geopend. U ziet dat sommige opties grijs zijn, omdat de werkmap dynamisch waarden uit de databron haalt. 8. Klik op OK als u klaar bent. De parameter wordt nu weergegeven in de sectie Parameters onder aan het deelvenster Data. ![Het gedeelte Parameter van het deelvenster Data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/DPV-parameter-in-datapane.png) ## Parameter bewerken U kunt parameters bewerken vanuit het deelvenster Data of via het parameterbesturingselement. Bewerken is bedoeld voor dingen als het wijzigen van het toegestane bereik of het datatype. Als u eenvoudig de waarde of een parameter wilt wijzigen, gebruikt u het parameterbesturingselement. Zie [Een parameterbesturingselement weergeven in de visualisatie](#Show). Een parameter bewerken: 1. Voer een van de volgende handelingen uit: - Klik met de rechtermuisknop op de parameter in het deelvenster Data en selecteer Bewerken. - Selecteer Parameter bewerken in het menu van het parameterbesturingselement. 2. Breng de gewenste wijzigingen aan in het dialoogvenster Parameter bewerken. 3. Klik op OK. De parameter wordt bijgewerkt, samen met alle elementen die er gebruik van maken. ### Parameter verwijderen Om een parameter te verwijderen klikt u er met de rechtermuisknop op in het deelvenster Data en selecteert u Verwijderen. Alle berekende velden die gebruikmaken van de verwijderde parameter, worden ongeldig. ## Parameter gebruiken Een parameter doet niets totdat deze wordt gekoppeld aan een element in de visualisatie. Er kan naar parameters worden verwezen in berekeningen, filters en referentielijnen. Parameters gelden in de hele werkmap en kunnen in elk werkblad worden gebruikt. Zodra het element naar de parameter verwijst, moet u [Een parameterbesturingselement weergeven in de visualisatie](#Show) (of een parameteractie of een dynamische parameter instellen). Als er geen manier is om de waarde van de parameter te wijzigen, heeft het geen zin om deze in te stellen. ### Een parameter gebruiken in een berekening Met parameters kunt u waarden in een berekening dynamisch wijzigen. In plaats van de berekening (en alle afhankelijke berekeningen) handmatig te bewerken kunt u een parameter gebruiken. Wanneer u de waarde vervolgens wilt wijzigen, opent u het parameterbesturingselement en wijzigt u de waarde, en vervolgens worden alle berekeningen bijgewerkt die van deze parameter gebruikmaken. Als u een parameter in een berekening wilt gebruiken, typt u de naam van de parameter. Deze verschijnt in de voorgestelde opties, net zoals u een veldnaam typt. U kunt de parameter ook vanuit het deelvenster Data naar de berekeningseditor slepen. ![Een berekend-veldvak met een IF-instructie die een parameter in de berekening opneemt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter_in_calculation.png) ### Een parameter gebruiken in een filter Met parameters kunt u waarden in een Top N-filter dynamisch wijzigen. In plaats van handmatig het aantal waarden in te stellen dat u in het filter wilt weergeven, kunt u een parameter gebruiken. Een lijst met parameters is beschikbaar in de vervolgkeuzelijsten op het tabblad Boven van het dialoogvenster Filter. Selecteer de parameter die u in het filter wilt gebruiken. ![Een filtermenu met opties voor het filteren op veld of parameter.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameters_filters1.png) ### Een parameter gebruiken in een referentielijn Met parameters kunt u een referentielijn, band of box dynamisch wijzigen. In plaats van een referentielijn bijvoorbeeld op een vaste locatie op de as weer te geven kunt u naar een parameter verwijzen. Vervolgens kunt u het parameterbesturingselement gebruiken om de referentielijn te verplaatsen. Een lijst met parameters is beschikbaar in de vervolgkeuzelijst **Waarde** in het dialoogvenster Referentielijn, band of box toevoegen. Selecteer de parameter die u wilt gebruiken. De referentielijn wordt getekend op de Huidige waarde die door de parameter is opgegeven. ![Het dialoogvenster 'Referentielijn, band of vak bewerken' met de optie om een parameterwaarde in te voegen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameters_referencelines1.png) ## Een parameterbesturingselement weergeven in de visualisatie Het parameterbesturingselement is een werkbladkaart waarmee u de parameterwaarde kunt wijzigen. Parameterbesturingselementen lijken op filterkaarten doordat ze besturingselementen bevatten waarmee de weergave kan worden gewijzigd. U kunt parameterbesturingselementen openen in werkbladen en dashboards, en dan worden ze opgenomen wanneer u opslaat op het web of publiceert naar Tableau Server. Als u het parameterbesturingselement wilt openen, klikt u met de rechtermuisknop (Ctrl-klik) op de parameter in het deelvenster Data en selecteert u Parameter weergeven. ![Een optie in een vervolgkeuzemenu om parameters weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_parameters13.png) Net als andere kaarten hebben parameterbesturingselementen een menu dat u kunt openen via de vervolgkeuzepijl in de rechterbovenhoek van de kaart. Met dit menu kunt u de weergave van het besturingselement aanpassen. U kunt een lijst met waarden bijvoorbeeld weergeven als keuzerondjes, een compacte lijst, een schuifregelaar of een bewerkbaar veld. Welke opties in dit menu beschikbaar zijn, is afhankelijk van het datatype van de parameter en of deze alle waarden, een lijst of een waardenbereik accepteert. ![Het dialoogvenster Parameters bewerken met opties om de titel weer te geven en het parametertype te kiezen. De schuifregelaar is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameters13.png) ## Een dynamische parameter maken ### Parameteracties U kunt uw parameters dynamischer en interactiever maken door ze te gebruiken in [Parameteracties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_parameters.htm). Met parameteracties kan uw doelgroep een parameterwaarde te laten wijzigen door middel van directe interactie met een visualisatie, zoals klikken of een markering selecteren. ### Huidige dynamische waarde U kunt een parameter maken waarvan de huidige waarde kan worden vernieuwd volgens het resultaat van een berekening, een lijst met waarden (op basis van een veld) of een waardenbereik. Deze vernieuwing vindt telkens plaats wanneer de werkmap wordt geopend of wanneer u Vernieuwen selecteert in het contextmenu van de databron. **Een berekening als de huidige waarde van een parameter gebruiken** Als de huidige waarde het resultaat is van een berekening, moet het een berekening met één waarde zijn die weergaveonafhankelijk is. Als het resultaat van de berekening uit meer dan één waarde kan bestaan, kan de werkmap geen standaardwaarde kiezen. De berekening moet ook weergaveonafhankelijk zijn, zodat de waarde niet verandert als de visualisatie verandert. Hiervoor kunt u een FIXED LOD-expressie (Level Of Detail gebruiken die niet afhankelijk is van de structuur van de visualisatie. Alle onderdelen van de berekening moeten zich binnen de FIXED LOD-expressie bevinden. Als u een FIXED LOD-expressie als standaardwaarde gebruikt en contextfilters gebruikt, weerspiegelt de dynamische parameter geen contextfilters. Zie voor meer informatie over LOD-expressies [LOD-expressies maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod.htm). Opmerking: we raden af om in een data-extractfilter dynamische parameters te gebruiken, omdat dit de prestaties beïnvloedt. Als u een dynamische parameter gebruikt voor een data-extractfilter, moet Tableau eerst alle data verwerken om de waarde van de parameter te bepalen en dus welke data moeten worden gefilterd. Als u bijvoorbeeld een dynamisch parameterfilter gebruikt om de laatste 30 dagen aan data te retourneren, evalueert Tableau de volledige databron om de laatste 30 dagen aan data te vinden, en filtert deze vervolgens. Dit resulteert in verminderde prestaties en een langere laadtijd. ## Problemen met parameters oplossen Hier zijn een paar scenario's waarin een standaardparameterwaarde of een vernieuwbare lijst met parameterwaarden (domein) niet wordt bijgewerkt zoals verwacht: - Het standaardveld retourneert een waarde waarvan de data niet compatibel zijn met het datatype van de parameter. - Het standaardveld voor de huidige waarde van de parameter retourneert geen enkele waarde. - Het standaardveld retourneert null. - Het standaardveld bevindt zich in een databron die niet is verbonden. - Het standaardveld bevindt zich in een databron die niet is gecombineerd. - Het standaardveld is verwijderd. - De gebruiker annuleert de query naar de databron terwijl Tableau verbinding probeert te maken. In Tableau Desktop worden deze query's aanvankelijk geëvalueerd wanneer de werkmap wordt geopend en Tableau voor het eerst verbinding met de databronnen van de velden maakt. U kunt de query's ook evalueren door de databron te vernieuwen. Daarvoor drukt u op F5 of opent u het contextmenu van de databron en selecteert u Vernieuwen. Op Tableau Server en Tableau Cloud kunt u de databron vernieuwen door op de knop Databron vernieuwen op de werkbalk te klikken. Houd er in dit geval rekening mee dat de geretourneerde waarde afhankelijk is van het cachebeleid van de server. Als de standaardvelden geen waarden retourneren, gedraagt de parameter zich als volgt: - De huidige waarde behoudt de laatste geldige waarde. - De lijst met waarden is leeg omdat Tableau de waarden die door de query in de werkmap worden geretourneerd, niet serialiseert. De huidige waarde moet in de lijst met waarden staan om aan de parameter te kunnen worden toegewezen. Als de lijst met waarden leeg is, wordt aan de parameter een fallback-waarde toegewezen op basis van het datatype (1 voor een geheel getal, 1,0 voor zwevend, "" voor een tekenreeks en de huidige datum voor datum en datumtijd). ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Parameters voor een kaartweergavevenster ## Wat is een kaartweergavevenster? Een kaartweergavevenster in Tableau is het gebied van de kaart dat op dat moment zichtbaar is. Elke kaartinstantie heeft een eigen weergavevenster, ongeacht of de kaart op een werkblad of in een dashboard staat. U kunt een weergavevenster beschouwen als een venster waarvan de grootte en vorm kunnen variëren, zodat u verschillende delen van de kaart kunt bekijken. U kunt bijvoorbeeld een kaart bekijken waarbij u inzoomt op een specifieke regio, of u kunt de kaart bekijken waarbij u uitzoomt zodat u een groter deel van de geografie ziet. De kaart is hetzelfde, maar het gebied dat u kunt zien, is anders. Kaartweergavevenster ingezoomd op een specifieke regio. ![Kaartweergavevenster ingezoomd op de staat Washington.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Map_Viewport_zoomed_in.png) Kaartweergavevenster uitgezoomd om meer geografische informatie te tonen. ![Kaartweergavevenster uitgezoomd om de Verenigde Staten, Canada en een deel van Zuid-Amerika te tonen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/map_viewport_zoomed_out.png) Door dynamische kaartweergaveparameters te begrijpen en te gebruiken, kunt u aantrekkelijkere en interactieve kaartvisualisaties in Tableau maken. ## Voordelen van dynamische kaartweergaveparameters Met de dynamische parameters voor kaartweergaven in Tableau kunt u een parameter voor ruimtelijke datawaarden instellen voor de rechthoek die uw kaartweergave is. Deze parameter wordt automatisch bijgewerkt bij elke zoom- en panactie op de kaart, niet alleen wanneer de werkmap wordt geopend. Het weergavevenster werkt ook wanneer u de kaartzoekfunctie gebruikt. Met deze functie kunt u meer interactieve en responsieve kaartvisualisaties maken. Hier zijn enkele manieren waarop u dynamische kaartweergaveparameters kunt gebruiken: **Punten filteren**: gebruik de [snijpuntenberekening](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_spatial.htm#intersects) om punten te filteren die de huidige kaartweergave kruisen. **Markeringsgrootte aanpassen**: gebruik de [oppervlakteberekening](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_spatial.htm#area) om de tekengrootte aan te passen op basis van de grootte van uw weergavevenster. **Nieuwe kaartpolygonen maken**: gebruik [ruimtelijke operatoren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/spatial_parameters.htm#spatial-operators) om verschillende kaartpolygonen te vergelijken en nieuwe polygonen te genereren op basis van het huidige weergavevenster. **De parameter direct visualiseren**: u kunt de parameter visualiseren door deze in een berekening te gebruiken om het huidige weergavevenster te bekijken. **Meerdere kaarten synchroniseren**: selecteer één kaart als uw weergavevenster en gebruik dit venster om de data van de andere kaart te filteren. Hiermee weet u zeker dat de tweede kaart wordt bijgewerkt op basis van het gebied dat op de eerste kaart wordt weergegeven. In deze afbeelding wordt één kaart gebruikt als parameter voor het weergavevenster. Als u in- en uitzoomt en pant op de kaart van de metro van New York, worden de wijzigingen ook op de kaart van de scholen in New York doorgevoerd. ![Twee kaarten op een dashboard. Op de ene kaart staan scholen in New York afgebeeld, op de andere de metro in New York. Beide items zijn ingezoomd op hetzelfde niveau en omdat het kaartweergavevenster de kaarten heeft gesynchroniseerd, wordt het andere item ook gepand en gezoomd wanneer u de parameter voor het kaartweergavevenster op één van beide items gebruikt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Map_Viewport_Parameter_sync_maps.png) ## Hoe maakt u een dynamische parameter voor het kaartweergavevenster? 1. Ga naar het deelvenster Data en selecteer de vervolgkeuzepijl in de rechterbovenhoek. Selecteer Parameter maken. 2. Geef uw parameter een naam in het dialoogvenster Parameter maken. 3. Stel het datatype in op Ruimtelijke waarde. 4. Stel Toegestane waarden in op Alle. Opmerking: Lijst is niet compatibel met dynamische kaartweergaveparameters 5. Ga naar Dynamische waarde, vouw het menu Kaartweergave uit en selecteer de kaart die u als weergave wilt gebruiken. ![Maak een parameterdialoog met de opties voor het datatype ingesteld op ruimtelijk en de toegestane waarden op alles. Het menu Dynamische waarde wordt uitgebreid om kaartweergavevensters weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Map_Viewport_Parameter.png) > [!TIP] > > Tip: als u de kaart die u wilt gebruiken niet ziet, ga dan naar het werkblad om het venster te initialiseren. Vervolgens kunt u het parameterdialoogvenster opnieuw openen. Uw kaartweergave wordt dan getoond. Stel de parameterwaarde niet in via een besturingselement of actie. Parameterwaarden veranderen bij elke zoom- en panactie op de kaart. Elke waarde die via besturingselementen of acties wordt ingesteld, wordt overschreven met de waarde van de kaartweergave. Zie [Parameters maken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/parameters_create.htm) voor meer informatie over het maken van parameters en het weergeven van een parameterbesturingselement op een visualisatie. Zie [Ruimtelijke parameters en operators](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/spatial_parameters.htm) voor meer informatie over ruimtelijke parameters en operators. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Pass-through-functies (RAWSQL) Met deze RAWSQL pass-through-functies worden SQL-expressies rechtstreeks naar de database gestuurd, zonder dat ze eerst door Tableau worden geïnterpreteerd. Als u aangepaste databasefuncties hebt waar Tableau niets van weet, kunt u pass-through-functies gebruiken om deze aangepaste functies aan te roepen. Omdat Tableau de expressie niet interpreteert, moet u indien nodig de aggregatie definiëren. U kunt de `RAWSQLAGG`\-versie van een functie gebruiken wanneer u een geaggregeerde expressie moet doorgeven. RAWSQL-pass-through-functies werken mogelijk niet met gefedereerde (uit verschillende databases gecombineerde) of gepubliceerde databronnen. ## RAWSQL-syntaxis Er zijn twee typen RAWSQL-functies: gedesaggregeerd en geaggregeerd. Het type wordt aangegeven in het eerste deel van de functienaam, _RAWSQL_ of _RAWSQLAGG_. Het laatste deel van de functienaam is het uitvoertype, bijvoorbeeld _BOOL_, _STR_ of _INT_. In alle RAWSQL-functies is het argument `"sql_expr", [arg1], ...[arg2]`. Bij het schrijven van de functie kunt u een vervangende syntaxis `%n` gebruiken om de juiste veldnaam of expressie in te voegen. ### Vervangende syntaxis %n Meestal begrijpt uw database de veldnamen die in Tableau worden weergegeven niet. Omdat Tableau de SQL-expressies in de pass-through-functies niet interpreteert, kunnen er fouten optreden als u de Tableau-veldnamen in uw expressie gebruikt. Gebruik `%n` om de juiste veldnaam of expressie voor een Tableau-berekening in pass-through SQL in te voegen. Als u bijvoorbeeld een functie hebt die de mediaan van een reeks waarden berekent, kunt u die functie als volgt aanroepen in de Tableau-kolom \[Verkoop\]: RAWSQLAGG\_REAL("MEDIAN(%1)", \[Sales\]) - `REALSQLAGG` omdat u de aggregatie wilt opgeven. - `REAL` omdat de uitvoer numeriek is en niet per se een geheel getal. - `MEDIAN` is de aggregatie. - `%1` is de tijdelijke aanduiding voor `[Sales]`. ## RAWSQL-functies De SQL-expressie wordt rechtstreeks aan de onderliggende database doorgegeven. Gebruik %n in de SQL-expressie als vervangende syntaxis voor databasewaarden. De volgende RAWSQL-functies zijn beschikbaar in Tableau: ### RAWSQL\_BOOL
SyntaxisRAWSQL_BOOL("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert een booleaans resultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQL_BOOL("%1 > %2", [Sales], [Profit])

In het voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales] en %2 is gelijk aan [Profit].

### RAWSQLAGG\_BOOL
SyntaxisRAWSQLAGG_BOOL("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert een booleaans resultaat op basis van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQLAGG_BOOL("SUM( %1) >SUM( %2)", [Sales], [Profit]) 

In het voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales] en %2 is gelijk aan [Profit].

### RAWSQL\_DATE
SyntaxisRAWSQL_DATE("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert een datumresultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQL_DATE("%1", [Order Date])

In dit voorbeeld is %1 is gelijk aan [Order Date].

### RAWSQLAGG\_DATE
SyntaxisRAWSQLAGG_DATE("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert een datumresultaat op basis van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie
Voorbeeld
RAWSQLAGG_DATE("MAX(%1)", [Order Date])

In dit voorbeeld is %1 is gelijk aan [Order Date].

### RAWSQL\_DATETIME
SyntaxisRAWSQL_DATETIME("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerDatumtijd
DefinitieRetourneert een datumtijdresultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQL_DATETIME("%1", [Order Date])

In dit voorbeeld is %1 is gelijk aan [Order Date].

### RAWSQLAGG\_DATETIME
SyntaxisRAWSQLAGG_DATETIME("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerDatumtijd
DefinitieRetourneert een datumtijdresultaat op basis van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQLAGG_DATETIME("MIN(%1)", [Order Date])

In dit voorbeeld is %1 is gelijk aan [Order Date].

### RAWSQL\_INT
SyntaxisRAWSQL_INT("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert een resultaat met geheel getal op basis van een opgegeven SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQL_INT("500 + %1", [Sales])

In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales].

### RAWSQLAGG\_INT
SyntaxisRAWSQLAGG_INT("sql_expr", [arg1,] …[argN])
UitvoerGeheel getal
DefinitieRetourneert een resultaat met geheel getal van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQLAGG_INT("500 + SUM(%1)", [Sales])

In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales].

### RAWSQL\_REAL
SyntaxisRAWSQL_REAL("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerNumeriek
DefinitieRetourneert een numeriek resultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQL_REAL("-123.98 * %1", [Sales])

In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales]

### RAWSQLAGG\_REAL
SyntaxisRAWSQLAGG_REAL("sql_expr", [arg1,] …[argN])
UitvoerNumeriek
DefinitieRetourneert een numeriek resultaat op basis van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQLAGG_REAL("SUM( %1)", [Sales])

In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales].

### RAWSQL\_SPATIAL
SyntaxisRAWSQL_SPATIAL("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerRuimtelijke waarde
DefinitieRetourneert een ruimtelijk resultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQL_SPATIAL("%1", [Geometry])

In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Geometry].

OpmerkingEr is geen RAWSQLAGG-versie van deze functie.
### RAWSQL\_STR
SyntaxisRAWSQL_STR("sql_expr", [arg1], …[argN])
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert een tekenreeks op basis van een opgegeven SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQL_STR("%1", [Customer Name])

In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Customer Name].

### RAWSQLAGG\_STR
SyntaxisRAWSQLAGG_STR("sql_expr", [arg1,] …[argN])
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert een tekenreeks op basis van een geaggregeerde SQL-expressie.
Voorbeeld
RAWSQLAGG_STR("AVG(%1)", [Discount])

In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Discount].

[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # PDF-bestand In dit artikel wordt beschreven hoe u Tableau verbindt met .pdf-bestandsinformatie en de databron configureert. **Opmerking:** Tableau ondersteunt geen talen die van rechts naar links worden geschreven (RTL). Als uw PDF RTL-tekst bevat, worden tekens in Tableau mogelijk in omgekeerde volgorde weergegeven. ## De verbinding maken en uw document scannen op tabellen 1. Nadat u Tableau hebt geopend, klikt u onder Verbinding maken op PDF-bestand. 2. Selecteer het bestand waarmee u verbinding wilt maken en klik vervolgens op Openen. 3. Geef in het dialoogvenster PDF-bestand scannen de pagina's in het bestand op die Tableau moet scannen op tabellen. U kunt ervoor kiezen om te scannen naar tabellen op alle pagina's, slechts op één pagina of op een reeks pagina's. **Opmerking:** Bij de scan wordt de eerste pagina van het bestand als pagina 1 beschouwd, net als bij de meeste PDF-lezers. Wanneer u naar tabellen scant, geeft u het paginanummer op dat de PDF-lezer weergeeft en niet het paginanummer dat in het document zelf wordt gebruikt (dit nummer kan al dan niet beginnen op pagina 1). Stel dat u bijvoorbeeld "Tabel 1" uit de onderstaande afbeelding wilt gebruiken. De PDF-lezer geeft een nummer weer en het .pdf-bestand geeft een ander nummer weer. Om deze tabel correct te scannen, geeft u het paginanummer op dat de PDF-lezer weergeeft. In dit voorbeeld geeft u pagina 15 op. ![Het paginanummer dat de PDF-lezer weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_pdf_reader.png) 4. Doe het volgende op de databronpagina: 1. (Optioneel) Selecteer de standaard databronnaam boven aan de pagina en voer vervolgens een unieke databronnaam in voor gebruik in Tableau. Gebruik bijvoorbeeld een naamgevingsconventie voor databronnen waarmee andere gebruikers van de databron kunnen bepalen met welke databron ze verbinding moeten maken. De standaardnaam wordt automatisch gegenereerd op basis van de bestandsnaam. 2. Als uw bestand één tabel bevat, klikt u op het tabblad Blad om uw analyse te starten. Anders sleept u vanuit het linkerdeelvenster een tabel naar het canvas en klikt u vervolgens op het tabblad Blad om uw analyse te starten. **Over de tabellen in het linkerdeelvenster** Tabellen die in het .pdf-bestand worden geïdentificeerd, krijgen unieke namen en worden na een scan in het linkerdeelvenster weergegeven. U ziet een tabelnaam bijvoorbeeld als "Pagina 1, Tabel 1". Het eerste deel van de tabelnaam geeft de pagina in het .pdf-bestand aan waaruit de tabel afkomstig is. Het tweede deel van de tabelnaam geeft de volgorde aan waarin de tabel is geïdentificeerd. Als Tableau meer dan één tabel op een pagina heeft geïdentificeerd, kan het tweede deel van de tabelnaam een van twee zaken aangeven:  - Tableau heeft een andere unieke tabel of subtabel op de pagina geïdentificeerd. - Tableau heeft de tabel op de pagina op een andere manier geïnterpreteerd. Tableau biedt mogelijk meerdere interpretaties van een tabel, afhankelijk van hoe de tabel in uw .pdf-bestand wordt weergegeven. ![Een tabel geeft aan op welke pagina in het PDF-bestand de tabel staat en in welke volgorde de tabel is geïdentificeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_pdf_leftpane.png) ### Voorbeeld van een PDF-bestandsdatabron Hier is een voorbeeld van een PDF-bestandsdatabron:  ![Venster met details over een bevolkingsdataverbinding die is geselecteerd voor export naar PDF.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_pdf.png) ## Meer data verkrijgen U kunt meer data in uw databron opnemen door meer tabellen toe te voegen of verbinding te maken met data in een andere database. - **Meer data toevoegen vanuit het huidige bestand:**  - Sleep vanuit het linkerdeelvenster extra tabellen naar het canvas om data te combineren met behulp van een join of vereniging. Zie [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joining_tables.htm) of [Uw data verenigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/union.htm) voor meer informatie. - Als de pagina's die in stap 3 van de hierboven vermelde procedure zijn gescand niet de tabellen opleveren die u in het linkerdeelvenster nodig hebt, klikt u op de vervolgkeuzepijl naast de PDF-bestandsverbinding en klikt u op PDF-bestand opnieuw scannen. Met deze optie kunt u een nieuwe scan maken, zodat u verschillende pagina's in het .pdf-bestand kunt opgeven die u op tabellen wilt scannen. ![Een optie in het vervolgkeuzemenu om een PDF-bestand opnieuw te scannen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_pdf_rescan.png) - **Meer data toevoegen vanuit een andere database:** Klik in het linkerdeelvenster op Toevoegen naast Verbindingen. Zie [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joining_tables.htm) voor meer informatie. Als de gewenste connector niet in het linkerdeelvenster staat, selecteert u Data > Nieuwe databron om een nieuwe databron toe te voegen. Zie [Uw data combineren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multiple_connections.htm) voor meer informatie. ## Tabelopties instellen U kunt tabelopties instellen. Klik in het canvas op de vervolgkeuzepijl van de tabel en geef vervolgens op of de data veldnamen in de eerste rij bevatten. Als dat zo is, worden deze namen de veldnamen in Tableau. Als er geen veldnamen zijn opgenomen, genereert Tableau deze automatisch. U kunt de velden later een andere naam geven. ## Data-interpreter gebruiken om uw data op te schonen Als Tableau detecteert dat uw databron kan worden geoptimaliseerd voor analyse, wordt u gevraagd Data-interpreter te gebruiken. Data-interpreter kan subtabellen detecteren die u kunt gebruiken en unieke opmaak verwijderen die later in uw analyse problemen kan veroorzaken. Zie [Data uit Excel, CSV, PDF en Google Spreadsheets opschonen met Data-interpreter](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_interpreter.htm) voor meer informatie. ## Verenigde tabellen in uw .pdf-bestanden U kunt tabellen in uw bestand verenigen. Zie [Uw data verenigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/union.htm) voor meer informatie over verenigen. Wanneer u een zoekopdracht met jokertekens gebruikt om tabellen te verenigen, wordt het resultaat beperkt tot de pagina's die zijn gescand in het oorspronkelijke bestand waarmee u verbinding hebt gemaakt. Stel dat u drie bestanden hebt: A.pdf, B.pdf en C.pdf. Het eerste bestand waarmee u verbinding maakt is bestand A en u beperkt het scannen naar tabellen tot pagina 1. Wanneer u een zoekopdracht met jokertekens gebruikt om tabellen uit bestanden B en C te verenigen, kunnen de extra tabellen die in de vereniging zijn opgenomen alleen afkomstig zijn van pagina 1 van B en pagina 1 van C. ## Tips voor het werken met .pdf-bestanden De volgende tips kunnen u helpen bij het werken met uw .pdf-bestanden in Tableau. - **Gebruik standaardtabellen.** Over het algemeen werkt Tableau het beste met standaardtabellen die een tabelformaat gebruiken. Idealiter hebben de tabellen in uw .pdf-bestand kolomkoppen op één regel en rijwaarden op één regel, zoals getoond in het onderstaande voorbeeld. ![Voorbeeld van een standaardtabel met fiets-forensengegevens voor steden in de Verenigde Staten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_pdf_table_standard.png) De kleuren en arceringen die in of rond de tabellen worden gebruikt, kunnen van invloed zijn op de manier waarop de tabellen worden herkend. Tabellen met een unieke opmaak vereisen mogelijk wat opschoning of handmatige bewerking buiten Tableau. Unieke opmaak kan bestaan uit hiërarchische kopteksten, koptekstnamen die meerdere regels beslaan, rijwaarden die meerdere regels beslaan, hoekkoppen en gestapelde tabellen, zoals getoond in de onderstaande voorbeelden.
Voorbeeldtabel met meerdere regels met details over licentieovertredingen in New York City.Voorbeeldtabel met schuine koppen die de voedingswaarde van verschillende soorten donuts laat zien.Voorbeeld van een gestapelde tabel met informatie over rijbewijzen en autoservicebases in New York City.
Opmerking: Tableau ondersteunt geen verbindingen met .pdf-bestanden die zijn gegenereerd door scansoftware (optische tekenherkenning of OCR). - **Valideer de data.** Valideer de data in de tabellen die Tableau identificeert in uw .pdf-bestand. U kunt de data valideren met het dataraster of, als u de Data-interpreter hebt gebruikt, met de resultatenwerkmap. - **Vermijd tabellen die meerdere pagina's beslaan.** Als uw .pdf-bestand een tabel bevat die meerdere pagina's beslaat, interpreteert Tableau die tabel als meerdere tabellen. U kunt dit probleem oplossen door de tabellen met een vereniging te combineren. Zie [Uw data verenigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/union.htm) voor meer informatie. - **Wijzig de namen van .pdf-bestanden waarvan de bestandsnamen Unicode-tekens bevatten.** Nadat u verbinding hebt gemaakt met een .pdf-bestand met Unicode-tekens in de bestandsnaam, kan de volgende foutmelding worden getoond. ![Unicode-fout die aangeeft dat er een fout is opgetreden tijdens de communicatie met de databron en dat de opgegeven pagina of het opgegeven bereik niet bestaat of geen tabellen bevat.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_pdf_unicode_error.png) U kunt dit probleem oplossen door de naam van het bestand te wijzigen en geen Unicode-tekens te gebruiken. Maak vervolgens opnieuw verbinding met uw .pdf-bestand. - **Gebruik geen met wachtwoord beveiligde .pdf-bestanden.** Nadat u verbinding hebt gemaakt met een .pdf-bestand en het hebt gescand op tabellen, ziet u mogelijk de volgende foutmelding. ![Unicode-fout die aangeeft dat er een fout is opgetreden tijdens de communicatie met de databron en dat de opgegeven pagina of het opgegeven bereik niet bestaat of geen tabellen bevat.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_pdf_unicode_error.png) Tableau toont deze foutmelding wanneer uw .pdf-bestand met een wachtwoord is beveiligd en u geen toegang hebt tot de inhoud ervan. Tableau ondersteunt geen verbindingen met .pdf-bestanden met wachtwoordbeveiliging. - **Aliaswaarden die anders of onjuist worden geïnterpreteerd.** In het dataraster ziet u mogelijk dat sommige waarden anders worden geïnterpreteerd dan in het .pdf-bestand. U kunt deze interpretatie corrigeren door aliassen te gebruiken om namen van specifieke waarden binnen een veld te wijzigen. Stel bijvoorbeeld dat u de volgende tabel ziet nadat u verbinding hebt gemaakt met uw .pdf-bestand. Sommige afkortingen van staten worden in kleine letters geïnterpreteerd. Deze zijn blauw gemarkeerd. ![Een tabel met steden, waarbij sommige staatsafkortingen in kleine letters worden weergegeven. Deze zijn blauw gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_pdf_alias.png) U kunt dit probleem oplossen door aliassen te gebruiken om de afkortingen met kleine letters te vervangen door hoofdletters. Hiervoor klikt u op de vervolgkeuzepijl naast de kolomnaam en selecteert u Aliassen. - **Los kolomkoppen op die worden geïnterpreteerd als tabelwaarden.** In het dataraster ziet u mogelijk ook dat sommige kolomkoppen in uw .pdf-bestand als tabelwaarden worden geïnterpreteerd. Dit kan gebeuren als uw .pdf-bestand tabellen bevat met unieke opmaak of hiërarchische kopteksten. Probeer in dit scenario eerst de Data-interpreter. Als het probleem niet met Data-interpreter wordt opgelost, kunt u overwegen de naam van de kolommen handmatig te wijzigen. Ook kunt u koptekstnamen filteren met databronfilters als ze als waarden worden behandeld. Stel bijvoorbeeld dat u de volgende tabel ziet nadat u verbinding hebt gemaakt met uw .pdf-bestand. De tabelkoppen uit het .pdf-bestand worden geïnterpreteerd als tabelwaarden. Deze zijn met blauw gemarkeerd. ![Een voorbeeldtabel met tabelkoppen die verkeerd worden geïnterpreteerd als tabelwaarden, gehighlight in blauw.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_pdf_dirtyheader.png) Een manier om een dergelijk probleem met kopteksten op te lossen, is door de volgende stappen te volgen: 1. Dubbelklik op de kolomnaam en wijzig de naam F1 naar Jaar. Herhaal deze stap voor F2 tot en met F4 voor Kolen, Gas en Olie. 2. Klik op het pictogram Datatype voor de kolom Jaar en wijzig het naar het datatype Nummer. Hierdoor worden de niet-numerieke waarden in deze kolom omgezet naar null-waarden. 3. Klik in de rechterbovenhoek van de pagina Databron op Toevoegen, klik op de knop Toevoegen en selecteer vervolgens het veld Jaar. 4. Selecteer in het dialoogvenster Filter de selectievakjes Null en Uitsluiten. ![In het dialoogvenster Filter met de selectievakjes Null en Uitsluiten weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_pdf_null_exclude.png) De rijen in de kolom Jaar die null-waarden bevatten, worden uit het dataraster verwijderd. Dit heeft invloed op de rijen in de andere kolommen in de tabel. ![Voorbeeldtabel nadat de koptekstproblemen zijn opgelost.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_pdf_cleanheader.png) ## Over .ttde- en .hhyper-bestanden Mogelijk ziet u .ttde- of .hhyper-bestanden wanneer u door de directory van uw computer navigeert. Wanneer u een Tableau-databron maakt die verbinding maakt met uw data, maakt Tableau een .ttde- of .hhyper-bestand. Dit bestand, ook wel een schaduwextract genoemd, wordt gebruikt om de snelheid waarmee uw databron in Tableau Desktop wordt geladen, te verbeteren. Hoewel een schaduwextract onderliggende data en andere informatie bevat die vergelijkbaar is met het standaard Tableau-extract, wordt een schaduwextract in een ander formaat opgeslagen en kan het niet worden gebruikt om uw data te herstellen. **Opmerking**: .tde-bestanden worden niet langer ondersteund voor Tableau-versies na 2024.2. Alle extracten zijn nu in .hyper-indeling. ## Zie ook - [Databronnen instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_prepare.htm): voeg meer data toe aan deze databron of bereid uw data voor voordat u deze analyseert. - [Diagrammen maken en data analyseren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/design_and_analyze.htm): Begin met uw data-analyse. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Percentages berekenen in Tableau Elke analyse in Tableau kan worden uitgedrukt in percentages. In plaats van bijvoorbeeld de verkopen voor elk product weer te geven, wilt u misschien de verkopen van elk product weergeven als een percentage van de totale verkopen voor alle producten. ## Over percentages Er zijn twee factoren die bijdragen aan de percentageberekening: ### 1\. De data waarmee u alle percentageberekeningen vergelijkt Percentages zijn een verhouding van getallen. De teller is de waarde van een bepaalde markering. De noemer hangt af van het soort percentage dat u wilt, en is het getal waarmee u alle berekeningen vergelijkt. De vergelijking kan gebaseerd zijn op de hele tabel, een rij, een deelvenster, enzovoort. Standaard gebruikt Tableau de hele tabel. Andere percentageberekeningen zijn beschikbaar via het menu-item Percentage van. Zie [Percentage-opties](#Options). Onderstaande figuur is een voorbeeld van een teksttabel met percentages. De percentages worden berekend met de Verkoop\-meetwaarde geaggregeerd als een sommatie, en zijn gebaseerd op de gehele tabel. ![Een afbeelding van een teksttabel met percentages ingeschakeld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_percent4.png) ### 2\. De aggregatie Percentages worden berekend op basis van de aggregatie voor elke meetwaarde. Standaardaggregaties omvatten sommatie, gemiddelde en verschillende andere. Zie [Data-aggregatie in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm) voor meer informatie. Voorbeeld: als de aggregatie die is toegepast op de Verkoop\-meetwaarde een sommatie is, betekent de standaard percentageberekening (percentage van tabel) dat elk weergegeven getal de SUM(Verkoop) voor die markering is, gedeeld door de SUM(Verkoop) voor de gehele tabel. Naast het gebruik van vooraf gedefinieerde aggregaties kunt u ook aangepaste aggregaties gebruiken bij het berekenen van percentages. U definieert uw eigen aggregaties door een berekend veld te maken. Zodra het nieuwe veld is gemaakt, kunt u percentages in dit veld gebruiken op dezelfde manier als in andere velden. Zie [Aggregaatfuncties in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_aggregate_create.htm) voor meer informatie. Percentageberekeningen kunnen ook worden toegepast op gedesaggregeerde data. In dit geval worden alle waarden uitgedrukt als het percentage van een sommatie. U kunt geen andere aggregatie kiezen. #### Voorbeeld In de onderstaande weergave ziet u een genest staafdiagram dat is gemaakt met twee dimensies en een meetwaarde die als maximum is geaggregeerd. Bovendien zijn de data kleurgecodeerd door een dimensie en is de standaard percentageberekening toegepast. Merk op dat de aslabels zijn aangepast om de procentberekening weer te geven. Uit de knopinfo blijkt dat de maximale verkoop voor meubels in het oosten in 2011, 17,70% bedraagt van het maximum voor de hele tabel. Wat is het maximum voor de tabel? Als u de weergave opnieuw maakt, ziet u dat het maximum werd bereikt in het zuiden, in de categorie Technologie, in het jaar 2011. De knopinfo voor dit staafsegment laat een maximale verkoop van 100% zien. ![Een afbeelding van een staafdiagram met ingeschakelde percentages. De knopinfo geeft ook percentage-informatie weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_percent3.png) In de volgende weergave worden twee gedesaggregeerde meetwaarden weergegeven als een spreidingsdiagram. Opnieuw is de standaard percentageberekening toegepast, zoals blijkt uit de aangepaste aslabels. Uit de knopinfo blijkt dat het geselecteerde datapunt -0,475 procent van de totale winst en 0,3552 procent van de totale verkoop vertegenwoordigt. Percentageberekeningen zijn gebaseerd op de gehele databron. ![Een afbeelding die een spreidingsdiagram met percentages weergeeft. De percentages worden zowel in de knopinfo als langs de assen weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_percent11.png) ## Percentages berekenen Percentages berekenen in uw visualisatie: - Selecteer Analyse \> Percentages vanen selecteer vervolgens een percentage-optie. ## Percentage-opties Bij het berekenen van een percentage moet een totaal worden opgegeven waarop het percentage is gebaseerd. De standaard percentageberekening is gebaseerd op de gehele tabel. U kunt ook voor een andere optie kiezen. De optie die u kiest, wordt uniform toegepast op alle meetwaarden die op een werkblad verschijnen. U kunt Percentage van kolom niet voor één meetwaarde kiezen en Percentage van rij voor een andere. De percentage-opties in het menu Analyse komen overeen met de percentagetabelberekeningen. Wanneer u een percentage-optie selecteert, voegt u feitelijk een tabelberekening Percentage van totaal toe. Zie [Waarden transformeren met tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm) voor meer informatie. Als u niet zeker weet wat de huidige percentageberekening betekent, geef dan de eindtotalen weer. Dit biedt meer informatie over elke rij en kolom. Als u bijvoorbeeld Percentage van rij selecteert terwijl u de eindtotalen weergeeft, zult u zien dat het totaal voor elke rij exact 100% is. Zie [Totalen weergeven in een visualisatie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_totals_grandtotal_turnon.htm) voor meer informatie over eindtotalen. De percentageberekeningsopties worden in de volgende secties beschreven. De eindtotalen worden telkens weergegeven. ### Percentage van tabel Wanneer u Percentage van > Tabel selecteert in het menu Analyse, wordt elke meetwaarde op het werkblad uitgedrukt als een percentage van het totaal voor het gehele werkblad (tabel). Technologie in de regio Oost maakt bijvoorbeeld 3,79% uit van de totale verkoop in 2014. Uit de eindtotalen voor de rijen blijkt dat 2014 31,95% uitmaakt van de totale verkoop. Het optellen van de eindtotalen voor rijen of kolommen levert 100% van het totaal op. ![Een afbeelding van een teksttabel met de percentages van de tabel ingeschakeld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_percent5.png) ### Percentage van kolom Wanneer u Percentage van > Kolom selecteert in het menu Analyse, wordt elke meetwaarde op het werkblad uitgedrukt als een percentage van het totaal voor de kolom. De waarden in het rode vak vormen bij elkaar opgeteld 100%. ![Een afbeelding van een teksttabel met de percentages van kolommen ingeschakeld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_percent6.png) ### Percentage van rij Wanneer u Percentage van rij selecteert, wordt elke meetwaarde op het werkblad uitgedrukt als een percentage van het totaal voor de rij. De waarden in het rode vak vormen bij elkaar opgeteld 100%. ![Een afbeelding van een teksttabel met de percentages van rijen ingeschakeld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_percent7.png) ### Percentage van deelvenster Wanneer u Percentage van > Deelvenster selecteert in het menu Analyse, wordt elke meetwaarde op het werkblad uitgedrukt als een percentage van het totaal voor de deelvensters in de weergave. Deze optie is gelijk aan Percentage van tabel wanneer de tabel uit slechts één deelvenster bestaat. In de volgende weergave vormt het rode vak één deelvenster; de waarden in het rode vak vormen bij elkaar opgeteld 100%. ![Een afbeelding van een teksttabel met de eindtotalen ingeschakeld en het deelvenster technologie gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_percent8.png) ### Percentage van rij in deelvenster Wanneer u Percentage van > Rij in deelvenster selecteert in het menu Analyse, wordt elke meetwaarde op het werkblad uitgedrukt als een percentage van het totaal voor een rij binnen een deelvenster. Deze optie is gelijk aan Percentage van rij wanneer de tabel slechts één deelvenster breed is. In de volgende weergave vormt het rode vak een rij binnen een deelvenster; de waarden in het rode vak vormen bij elkaar opgeteld 100%. ![Een afbeelding van een teksttabel met de rij Oost gemarkeerd in het deelvenster Technologie. Eindtotalen zijn ingeschakeld om de percentages van een enkele rij binnen een deelvenster weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_percent9.png) **Opmerking**: Als u Namen van meetwaarden als de binnendimensie in de container Kolommen plaatst (oftewel de meest rechtse dimensie), retourneert Tableau 100% voor elke markering, omdat u de waarden voor meerdere namen van meetwaarden niet kunt optellen. U kunt de waarden voor SUM(Verkoop) en SUM(Winst) bijvoorbeeld niet optellen. ### Percentage van kolom in deelvenster Wanneer u Percentage van > Kolom in deelvenster selecteert in het menu Analyse, wordt elke meetwaarde op het werkblad uitgedrukt als een percentage van het totaal voor een kolom binnen een deelvenster. Deze optie is gelijk aan Percentage van kolom wanneer de tabel slechts één deelvenster hoog is. In de volgende weergave vormt het rode vak een kolom binnen een deelvenster; de waarden in het rode vak vormen bij elkaar opgeteld 100%. ![Een afbeelding van een teksttabel met de kolom 2001 gemarkeerd in het deelvenster Technologie. Eindtotalen zijn ingeschakeld om de percentages van een enkele kolom binnen een deelvenster weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_percent10.png) Als u Namen van meetwaarden als de binnendimensie in de container Rijen plaatst (oftewel de meest rechtse dimensie in de container), retourneert Tableau 100% voor elke markering, omdat u de waarden voor meerdere namen van meetwaarden niet kunt optellen. U kunt de waarden voor SUM(Verkoop) en SUM(Winst) bijvoorbeeld niet optellen. ### Percentage van cel Wanneer u Percentage van > Cel selecteert in het menu Analyse, wordt elke meetwaarde op het werkblad uitgedrukt als een percentage van het totaal voor elke individuele cel in de weergave. In de meeste weergaven wordt slechts één waarde per cel weergegeven, in welk geval alle cellen een percentage van 100% weergeven. Maar in sommige gevallen, bijvoorbeeld wanneer u data desaggregeert, kan een enkele cel meerdere waarden bevatten: ![Een tabel met de winsten per maand en kwartaal voor de Verenigde Staten, waarbij de winstpercentages voor januari 2013 zijn gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_percent12.png) ## Zie ook [Waarden transformeren met tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Perfect draaien met datums U kunt draaidatums perfectioneren door verschillende datumniveaus tegelijkertijd op verschillende werkbladcontainers te plaatsen. Plaats het datumveld op verschillende containers en selecteer vervolgens het gewenste datumniveau in de contextmenu's van de velden. In het volgende lijndiagram worden bijvoorbeeld jaren weergegeven als kolomkoppen en worden de markeringen vervolgens in kleur gecodeerd per kwartaal. ![Een lijndiagram dat de verkoop per kwartaal van 2012 tot en met 2015 weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dates_7.png) U kunt de cijfers scheiden per maand en per kwartaal, zoals hieronder weergegeven. ![Een lijndiagram dat de verkoop per maand en kwartaal van 2012 tot en met 2015 weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dates_8.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Predictors kiezen Bij het maken van voorspellingsberekeningen met gebruik van de [prognosemodelleringsfuncties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/predictions_overview.htm) in Tableau moet u predictors kiezen. Ter herinnering: een predictor is een invoervariabele waarvan de waarde wordt gebruikt om een resultaatvariabele te voorspellen, ook wel het doel of de respons genoemd. Vaak werkt u met data waarvan u uitgebreide domeinkennis hebt en waarvan u al een goed idee hebt welke velden sterk gecorreleerd zijn met uw voorspellingsdoel en die goede predictors zouden vormen. Toch is het verstandig om de tijd te nemen om uw predictors te evalueren en ervoor te zorgen dat u ze goed uitkiest. U moet _altijd_ ten minste één predictor opnemen, maar meestal meer dan één. Selecteer eerst uw doel. Dit klinkt voor de hand liggend, maar het is cruciaal dat u uw predictors selecteert _gebaseerd op wat u wilt voorspellen_. De velden die het meest gerelateerd zijn aan de levensverwachting van vrouwen, kunnen bijvoorbeeld heel anders zijn dan de velden die het meest gerelateerd zijn aan de levensverwachting van mannen. Op dezelfde manier kunnen de velden die het meest gerelateerd zijn aan verkoop sterk verschillen van de velden die het meest gerelateerd zijn aan winst. Houd ook rekening met dat de prognosemodelleringsfuncties standaard gebruikmaken van [lineaire regressie](https://en.wikipedia.org/wiki/Linear_regression) als het onderliggende statistisch model. In dit model zijn de predictors die een lineaire relatie hebben met het doel, de meest gecorreleerde predictors. Zie [Een prognosemodel kiezen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_choosing_model.htm) voor informatie over het gebruik van een ander ondersteund model. Om beter te begrijpen hoe u de beste predictors kiest voor de vragen die u wilt beantwoorden, kijken we naar de data over de levensverwachting van vrouwen. Om mee te doen, downloadt u het de volgende werkmap op Tableau Public: [Choosing Predictors for Your Predictions](https://public.tableau.com/nl-nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/ChoosingPredictorsforYourPredictions/PredictorsbyRegion) (in het Engels). ## Meetwaarden als predictors Wanneer u een meetwaarde als predictor gebruikt, kunt u de correlatie met uw doel evalueren met gebruik van Tableau. Eén manier is om een [spreidingsdiagram](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/buildexamples_scatter.htm) te maken. Hieronder vergelijken we de mediane levensverwachting van vrouwen in een land met een aantal andere meetwaarden. ![vergelijking van spreidingsdiagrammen om de correlatie tussen predictor en doel weer te geven](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predictors1.png) Voor sommige meetwaarden, zoals **Kindersterfte** en het **Geboortecijfer** is er een duidelijke negatieve correlatie met de Levensverwachting van vrouwen, zoals blijkt uit de negatieve helling van het spreidingsdiagram. Voor andere waarden is dit minder duidelijk. Eén ding kunnen we echter duidelijk zien: een L-vormige distributie voor **Mediaan BBP**, **Mediaan mobieletelefoongebruik** en **Mediaan uitgaven voor gezondheidszorg per capita**. Deze L-vormige distributie geeft vaak aan dat het gebruik van een [logtransformatie](https://statmodeling.stat.columbia.edu/2019/08/21/you-should-usually-log-transform-your-positive-data/) kan helpen om de data nauwkeuriger te analyseren. Een andere aanwijzing is wanneer alle waarden in een kolom positief zijn. In Tableau kunt u een logtransformatie gebruiken door het veld te bewerken en de expressie in een [LOG-functie](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_number.htm) te plaatsen: ![logfunctie](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predictors2.png) Dit brengt ons van de L-vormige distributie, waarbij het moeilijk is om onderscheid te maken tussen de uitersten van de schaal, naar een gelijkmatigere distributie die minder wordt samengedrukt door de uitersten van de schaal. ![L-vormig spreidingsdiagram](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predictors3.png) Als we dit herhalen met de andere L-vormige distributies, krijgen we het volgende: ![Meer L-vormige distributies](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predictors4.png) ### Determinatiecoëfficiënt of R-kwadraatswaarde Hoe dichter de markeringen op een rechte lijn liggen, hoe hoger de correlatie tussen de twee meetwaarden is. Om de correlatie beter te kunnen evalueren, kunt u [trendlijnen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/trendlines_add.htm) toevoegen. Sleep vanaf het deelvenster Analyse een Trendlijn naar de weergave en zet deze neer op Lineair. Als u uw cursor over de trendlijn beweegt, ziet u de [R-kwadraatswaarde](https://en.wikipedia.org/wiki/Coefficient_of_determination) of determinatiecoëfficiënt, die aangeeft in hoeverre de afhankelijke variabele (het doel) wordt verklaard door de onafhankelijke variabele (de predictor). Predictors met R-kwadraatswaarden dichter bij 1 zijn beter dan predictors met R-kwadraatswaarden dichter bij 0. ![spreidingsdiagrammen met R-kwadraat dicht bij 1](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predictors5.png) Als we naar onze spreidingsdiagrammen kijken, zien we dat de beste predictor voor de mediane levensverwachting van vrouwen de mediane kindersterfte is, met een R-kwadraatswaarde van 0,87: ![het kiezen van de beste plot uit R-kwadraat](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predictors7.png) Andere goede predictors zijn Mediaan geboortecijfer (R-kwadraat=0,76) en de logtransformatie van Mediane uitgaven voor gezondheidszorg per capita (R-kwadraat=0,56). **Opmerking:** De helling van de lijn laat _niet_ duidelijk zien welke predictors de hoogste R-kwadraatswaarde hebben. Omdat de schaal van de x-as wordt bepaald door het bereik van de specifieke geselecteerde variabele, wordt de helling van de lijn sterk beïnvloed door de specifieke variabelen die worden gebruikt. In de onderstaande afbeelding hebben we de Mediane levensverwachting van vrouwen gevisualiseerd tegenover de Mediane levensverwachting van vrouwen, waarbij de resulterende visualisatie een perfect rechte lijn is met een hoek van 45°: zoals verwacht is er een perfecte correlatie tussen de waarde op de x-as en de waarde op de y-as, met een R-kwadraatswaarde van 1: ![plot met R-kwadraat van exact 1](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predictors6.png) Zoals hieronder wordt getoond, heeft LOG(MEDIAN(\[BBP\])) ondanks dat het een steilere trendlijn heeft dan de anderen, een lage R-kwadraatscore van slechts 0,169. Dit komt door de schaal van de x-as voor dat deelvenster: ![toont een lage R-kwadraat](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predictors13.png) Laten we bovendien eens kijken hoe een paar markeringen de helling van een trendlijn aanzienlijk kunnen beïnvloeden. Wanneer we inzoomen op de spreidingsdiagram voor Mediaan vennootschapsbelasting zien we dat de meeste markeringen een belastingtarief hebben tussen 0 en ongeveer 1, terwijl zes landen veel hogere tarieven hebben, namelijk tussen 2 en 3. De R-kwadraatswaarde voor alle markeringen is 0,0879: ![inzoomen op de grafiek Mediaan vennootschapsbelasting](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predictors14.png) Maar laten we eens kijken wat er gebeurt als we die cluster van zes markeringen verwijderen: ![laat zien wat er gebeurt als een cluster van markeringen wordt verwijderd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predictors15.png) De trendlijn loopt bijna vlak en de R-kwadraatswaarde daalt naar 0,0006, wat aangeeft dat er in wezen geen correlatie is tussen Mediaan vennootschapsbelasting en Mediane levensverwachting van vrouwen. Wanneer u uw data visualiseert en goede statistische methoden gebruikt om uw predictors te selecteren, is het belangrijk om goed te overwegen of er uitschieters of andere datakenmerken zijn die uw conclusies kunnen beïnvloeden. **Opmerking:** Voor meer voorbeelden van hoe samenvattende statistieken u mogelijk niet het volledige beeld geven, lees dan over [het kwartet van Anscombe](https://en.wikipedia.org/wiki/Anscombe's_quartet). ## Dimensies als predictors Wanneer u dimensies als predictors gebruikt, kunt u een vergelijkbare procedure gebruiken om de correlatie te bepalen. Het kan echter voorkomen dat er een aanzienlijke discrepantie bestaat tussen de verschillende dimensies in hun mate van relatie tot het doel. Bijvoorbeeld bij het onderverdelen op Regio, kan de ene regio een zeer goede predictor voor van het doel, maar kan de correlatie met een andere regio aanzienlijk lager zijn. Dit betekent niet dat u deze dimensie niet als predictor moet gebruiken, maar u kunt overwegen of het gebruik van aanvullende meetwaarden of dimensies uw model en daarmee uw voorspellingen kunnen verbeteren. Nu we de beste predictors voor onze dataset hebben bepaald, namelijk Mediane kindersterfte, Mediaan geboortecijfer en de logtransformatie van Mediane uitgaven voor gezondheidszorg per capita kunnen we de visualisatie beperken tot deze drie variabelen: ![verschillende variabelen vergelijken](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predictors8.png) Laten we vervolgens de data verdelen door Regio aan Kleur op de kaart Markeringen toe te voegen en kijk wat er met de visualisatie gebeurt: ![verdeeld per kleur](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predictors9.png) ### Vergelijken van R-kwadraatswaarden over predictors Laten we eens kijken hoe de R-kwadraatswaarden zich verhouden voor elk van de Regio\-trendlijnen voor elke predictor: ![tabel waarin R-kwadraatswaarden per regio worden vergeleken](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predictors-R-table.png) In de bovenstaande tabel is de laagste R-kwadraatswaarde voor elke predictor rood gemarkeerd en de op één na laagste geel. Europa heeft de laagste R-kwadraatswaarden voor de mediane kindersterfte en het mediane geboortecijfer, terwijl Afrika de laagste R-kwadraatswaarde heeft voor de logtransformatie van de mediane uitgaven voor gezondheidszorg per capita (gemarkeerd in rood). Afrika heeft ook lagere R-kwadraatswaarden voor zowel het mediane kindersterftecijfer als het mediane geboortecijfer. Door een dimensie toe te voegen, krijgt uw model meer informatie. Bovendien kan het toevoegen van meer informatie de kwaliteit van uw voorspelling verbeteren. Binnen een bepaalde onderverdeling (in dit geval een regio) kan de voorspellingskwaliteit echter zowel verbeteren als verslechteren. In sommige gevallen wilt u wellicht voor elke onderverdeling een afzonderlijk model bouwen, gebaseerd op de meetwaarden die de beste predictors zijn voor die specifieke groep. In dit geval heeft kindersterfte een redelijk sterke correlatie met de levensverwachting van vrouwen voor alle regio's, hoewel deze iets zwakker is in Afrika en Europa. Het mediane geboortecijfer is een goede predictor voor Oceanië en Azië, maar heeft vrijwel geen correlatie met de levensverwachting van vrouwen in Europa. Bovendien is de logtransformatie van de mediane uitgaven voor gezondheidszorg een redelijke voorspeller voor alle regio's behalve Afrika. We kunnen verwachten dat het model dat is gebouwd met alle vier de predictors (kindersterfte, geboortecijfer, log (gezondheidszorguitgaven) en regio) de minst nauwkeurige voorspellingen zal opleveren voor landen in Europa en Afrika. Mogelijk moeten we dieper in de data duiken om te zien of er aanvullende of alternatieve predictors zijn die we kunnen gebruiken om modellen te bouwen die beter passen bij Europa en Afrika. ## Prognosemodelleringsfunctie maken Nu we goede predictors hebben gevonden, kunnen we een prognosemodelleringsfunctie maken en toepassen om deze in actie te zien. 1. Open bovenaan het menu Analyse en selecteer vervolgens Berekend veld maken. 2. Geef de berekening een naam in de editor berekeningen: - Geef de berekening een naam: **Quantile\_LifeExpFemale\_HealthExpend,BirthRate,Mortality,Region** - Voer de volgende formule in: `MODEL_QUANTILE(0.5,MEDIAN([Life Expectancy Female]), LOG(MEDIAN([Health Exp/Capita])), MEDIAN([Birth Rate]), MEDIAN([Infant Mortality Rate]), ATTR([Region]))` Deze berekening geeft de mediaanwaarde (0,5) van het bereik van de gemodelleerde mediane levensverwachting van vrouwen, op basis van de door ons geselecteerde predictors Uitgaven voor gezondheidszorg, Geboortecijfer, Kindersterfte, en Regio. Vervolgens maken we een spreidingsdiagram dat zowel de _werkelijke_ mediane levensverwachting van vrouwen en de _voorspelde_ mediane levensverwachting van vrouwen laat zien: ![vergelijking van werkelijk versus voorspeld](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predictors10.png) Top! De voorspellingen komen redelijk overeen met de werkelijke waarden voor elke regio. Maar laten we het nog een keer proberen om erachter te komen waar de voorspellingen het verst van de waarheid afwijken. Maak een andere berekening genaamd **Residual\_LifeExpFemale\_HealthExpend,BirthRate,Mortality,Region**: `MEDIAN([Life Expectancy Female]) - [Quantile_LifeExpFemale_HealthExpend,BirthRate,Mortality,Region]` Deze restberekening geeft het verschil tussen de _voorspelde_ mediaan en de _werkelijke_ mediaan, waardoor we kunnen zien in welke landen de grootste discrepantie bestaat tussen de werkelijke en de voorspelde mediane levensverwachting van vrouwen. Laten we deze restberekening vervolgens toepassen op Kleur: ![toegevoegde restberekening](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predictors11.png) Uit bovenstaande visualisatie blijkt dat er in de meeste landen, in de meeste regio's, weinig verschillen zijn tussen de voorspellingen en de werkelijke waarden. Afrika is de regio met het grootste aantal landen met aanzienlijke verschillen. Maar laten we nog eens kijken om welke verschillen het precies gaat. U ziet dat de verschillen variëren tussen -17 en 9. Laten we de visualisatie opdelen in groepen met minder dan ±3 jaar verschil, minder dan ±5 jaar verschil, minder dan ±10 jaar verschil en meer dan ±10 jaar verschil. Maak nog een berekening, genaamd **Grouped\_Residual\_LifeExpFemale\_HealthExpend,BirthRate,Mortality,Region**: `IF [Residual_LifeExpFemale_HealthExpend,BirthRate,Mortality,Region] <= 3 AND [Residual_LifeExpFemale_HealthExpend,BirthRate,Mortality,Region] >= -3 THEN "±3" ELSEIF [Residual_LifeExpFemale_HealthExpend,BirthRate,Mortality,Region] <= 5 AND [Residual_LifeExpFemale_HealthExpend,BirthRate,Mortality,Region] >= -5 THEN "±5" ELSEIF [Residual_LifeExpFemale_HealthExpend,BirthRate,Mortality,Region] <= 10 AND [Residual_LifeExpFemale_HealthExpend,BirthRate,Mortality,Region] >= -10 THEN "±10" ELSE "> ±10" END` Laten we de berekening nog eens toevoegen aan Kleur: ![laatste weergave](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predictors12.png) Opvallend is dat de overgrote meerderheid van de voorspellingen er minder dan 3 jaar naast zit en dat slechts een handjevol voorspellingen er meer dan 10 jaar naast zit. Over het algemeen dus best goed! Dit betekent dat we met behulp van dit model nauwkeurig de landen kunnen identificeren met een mediane levensverwachting voor vrouwen die uitschieters zijn, of de gemodelleerde levensverwachting voor vrouwen kunnen bepalen voor een land waar deze data ontbreken. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Prestaties verbeteren voor joins op basis van meerdere databases > [!IMPORTANT] > > **Belangrijk**: Met deze functie worden data tijdelijk buiten Tableau verplaatst. Zorg ervoor dat de database waarmee u verbinding maakt afkomstig is van een vertrouwde bron. Als u een join maakt van de data uit één database en één bestand, kan Tableau de prestaties verbeteren door de join uit te voeren via de database in plaats van Hyper. Met deze standaardinstelling kan Tableau de snelste aanpak kiezen (Hyper of de verbonden database). Als Tableau de verbonden database gebruikt, worden de data van de bestandsverbinding verplaatst naar tijdelijke tabellen in de database en wordt de join daar uitgevoerd. ### Functievoorwaarden De optie om de verbonden database voor de join te gebruiken is alleen beschikbaar als er aan de volgende voorwaarden is voldaan: - De databron bestaat uit één of meer bestandsgebaseerde verbindingen en één SQL-gebaseerde verbinding. - De bestanden die u wilt samenvoegen, moeten van een van de volgende bestandstypen zijn: Microsoft Excel, PDF of Tekst (.csv, .txt, .tsv of .tab). - De verbonden database is een van de volgende: - Microsoft SQL Server - Oracle - PostgreSQL - Vertica - Teradata - In **webauthoring**: De optie Gebruikers toestaan om webauthoring te gebruiken is ingeschakeld. ## De voorkeursoptie wijzigen voor joins op basis van meerdere databases 1. Maak verbinding met de eerste databron. - In **Tableau Desktop**: Maak op de startpagina onder Verbinding maken verbinding met een ondersteund bestandstype of een ondersteund databasetype. Met deze stap wordt de eerste verbinding in de Tableau-databron gemaakt. - In **webauthoring**: Klik vanaf de Startpagina of de pagina Verkennen op Maken > Werkmap om een nieuwe werkmap te starten en vervolgens verbinding te maken met uw data. Met deze stap wordt de eerste verbinding in de Tableau-databron gemaakt. 2. Selecteer het bestand of de database waarmee u verbinding wilt maken en dubbelklik vervolgens op een tabel of sleep deze naar het canvas. ![Voeg een tabel toe aan een join.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/joins_addtable.gif) 3. Klik in het linkerdeelvenster onder Verbindingen op de knop Toevoegen (![Het pictogram voor het toevoegen van een databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/add_web_datasource.png) in webauthoring) om uw tweede verbinding aan de Tableau-databron toe te voegen. ![Voeg een menu Verbindingen toe.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cross_database_join4.png) De optie Join op basis van meerdere databases wordt weergegeven. ![Knop Bewerken om toegang te krijgen tot de instelling Joins op basis van meerdere databases.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cross_database_join.png) **Opmerking**: Als u deze optie niet ziet, controleer dan of u alleen ondersteunde databrontypen gebruikt en of u minstens twee databronnen hebt (één database en een of meer bestanden met ondersteunde typen). 4. Om te wijzigen hoe Tableau de join uitvoert, klikt u naast de optie Join op basis van meerdere databases op Bewerken. 5. Selecteer in het dialoogvenster Join op basis van meerdere databases een van de volgende opties en klik vervolgens op OK: - Altijd joins uitvoeren in de database. Met deze optie dwingt u Tableau om de live database te gebruiken om de join uit te voeren. - Tableau laten beslissen waar de join moet worden uitgevoerd. Dit is de standaardoptie. Hiermee kan Tableau de snelste optie kiezen om de join uit te voeren: Hyper of de database waarmee u verbonden bent. ![Instelling voor Joins op basis van meerdere databases met opties om Tableau of bestaande databases te gebruiken of alleen Tableau te gebruiken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cross_database_join2.png) De optie Join op basis van meerdere databases in het deelvenster Meerdere verbindingen wordt bijgewerkt om uw keuze weer te geven. ![Knop Bewerken om toegang te krijgen tot de instelling Joins op basis van meerdere databases.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/cross_database_join3.png) > [!IMPORTANT] > > **Belangrijk**: Als u Tableau laten beslissen waar de join moet worden uitgevoerd selecteert, kiest Tableau de snelste optie bij het uitvoeren van de join. Dit gedrag wordt vooraf bepaald door een reeks criteria, waaronder join-typen. Tableau kiest bijvoorbeeld altijd Hyper voor niet-binnenste joins. Als Tableau Hyper gebruikt om de join uit te voeren, vindt dit proces op de achtergrond plaats en wordt er geen indicator weergegeven die aangeeft waar de join is uitgevoerd. 6. Voeg een of meer JOIN-componenten toe door een veld uit één databron, een join-operator en een veld uit de toegevoegde tabel te selecteren. Controleer de JOIN-component om er zeker van te zijn dat deze weerspiegelt hoe u de tabellen wilt verbinden. ## Over het werken met databronnen met meerdere verbindingen Het werken met databronnen met meerdere verbindingen is hetzelfde als het werken met elke andere databron, met een paar kanttekeningen die in deze sectie worden besproken. ### Data verenigen vanuit een verbinding Om data te verenigen, moet u teksttabellen of Excel-tabellen uit dezelfde verbinding gebruiken. Dat wil zeggen dat u geen tabellen uit verschillende databases kunt verenigen. In Tableau Desktop kunt u tabellen uit verschillende Excel-werkmappen en bestanden in verschillende directory's verenigen. Zie [Tabellen verenigen met behulp van een zoekopdracht met jokertekens (Tableau Desktop)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/union.htm#union_wildcard) voor meer informatie. Als u data uit verschillende databases wilt verenigen, gebruikt u [Tableau Prep](https://www.tableau.com/nl-nl/support/releases/prep). ### Sortering Sortering verwijst naar de regels van een database die bepalen hoe tekenreekswaarden moeten worden vergeleken en gesorteerd. Normaal gesproken wordt de sortering door de database afgehandeld. Wanneer u echter met joins op basis van meerdere databases werkt, is het mogelijk dat u een join maakt van kolommen met verschillende sorteringen. Stel bijvoorbeeld dat uw join op basis van meerdere databases gebruikmaakt van een join-sleutel die bestaat uit een hoofdlettergevoelige kolom uit SQL Server en een niet-hoofdlettergevoelige kolom uit Oracle. In dergelijke gevallen koppelt Tableau bepaalde sorteringen aan andere sorteringen om de kans op onjuiste interpretatie van waarden te minimaliseren. De volgende regels worden gebruikt bij joins op basis van meerdere databases: - Als een kolom de sorteringsnormen van de International Components for Unicode (ICU) gebruikt, gebruikt Tableau de sortering van de andere kolom. - Als alle kolommen de sorteringsnormen van de ICU gebruiken, gebruikt Tableau de sortering van de kolom uit de linkertabel. - Als geen enkele kolom de sorteringsnormen van de ICU gebruikt, gebruikt Tableau een binaire sortering. Bij binaire sortering bepalen de landinstellingen van de database en het datatype van de kolommen hoe tekenreekswaarden moeten worden vergeleken en gesorteerd. #### Hoofdlettergevoeligheid behouden voor Excel-data Als u hoofdlettergevoeligheid voor uw Excel-data wilt behouden bij het uitvoeren van joins, kunt u de optie Tekengrootte behouden (Excel) in het menu Data inschakelen. ![Er is een Tableau-werkmap geopend en het menu Data is uitgevouwen. In het menu Data is de optie Tekengrootte behouden (Excel) gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Excel_character_case.png) Wanneer deze optie is geselecteerd, behoudt Tableau het hoofdlettergebruik en worden waarden met verschillend hoofdlettergebruik op unieke wijze geïdentificeerd in plaats van dat ze worden gecombineerd, wat resulteert in een ander aantal rijen. Denk bijvoorbeeld aan een werkblad met 'Huis' en een ander met 'huis' en 'HUIS'. Standaard negeert Tableau het hoofdlettergebruik en beschouwt alle drie de varianten van 'huis' als hetzelfde. Als de optie Tekengrootte behouden (Excel) is ingeschakeld, behoudt Tableau de verschillen in hoofdlettergebruik wanneer u joins maakt van tabellen. 'Huis', 'huis' en 'HUIS' worden als verschillende waarden behandeld. **Opmerking:** Deze optie is beschikbaar voor alle door Tableau ondersteunde talen en is niet afhankelijk van de landinstellingen van uw besturingssysteem. Deze optie is alleen beschikbaar voor Microsoft Excel-databronnen. ### Berekeningen en databronnen met meerdere verbindingen Er kan slechts een subset van de berekeningen worden gebruikt in een databron met meerdere verbindingen. - **In Tableau Desktop:** U kunt een specifieke berekening gebruiken als beide mogelijkheden van toepassing zijn: - Ondersteund door alle verbindingen in de databron met meerdere verbindingen - Ondersteund door Tableau-extracten. - **Bij webauthoring (Tableau Cloud en Tableau Server):** U kunt een specifieke berekening gebruiken als deze wordt ondersteund door alle verbindingen in de databron met meerdere verbindingen. ### Opgeslagen procedures Opgeslagen procedures zijn niet beschikbaar voor databronnen met meerdere verbindingen. ### Data draaien vanuit een verbinding Om data te draaien, moet u tekstkolommen of Excel-kolommen uit dezelfde verbinding gebruiken. Dat wil zeggen dat u geen kolommen uit verschillende databases in een draaitabel kunt opnemen. ### Van extractbestanden de eerste verbinding maken (alleen Tableau Desktop) Wanneer u verbinding maakt om bestanden uit een databron met meerdere verbindingen te extraheren, moet u ervoor zorgen dat de verbinding met het extractbestand (.hyper) de eerste verbinding is. Hiermee blijven alle aanpassingen behouden die mogelijk deel uitmaken van het extract, inclusief wijzigingen in standaardeigenschappen, berekende velden, groepen, aliassen, enzovoort. **Opmerking:** Als u verbinding moet maken met meerdere extractbestanden in uw databron met meerdere verbindingen, worden alleen de aanpassingen in het extract in de eerste verbinding behouden. ### Extracten van databronnen met meerdere verbindingen die verbindingen bevatten met op bestanden gebaseerde data (alleen Tableau Desktop) Als u een extract van een databron met meerdere verbindingen publiceert met op bestanden gebaseerde data, zoals Excel, kopieert u met het selecteren van de optie Externe bestanden opnemen de op bestanden gebaseerde data als onderdeel van de databron. In dit geval kan een kopie van uw op bestanden gebaseerde data worden gedownload en kunnen andere gebruikers toegang krijgen tot de inhoud ervan. Als er gevoelige informatie in de op bestanden gebaseerde data staat die u opzettelijk uit uw extract hebt weggelaten, selecteert u **Externe bestanden opnemen** _niet_ wanneer u de databron publiceert. ![Dialoogvenster Databron publiceren naar Tableau Server, met de optie om externe bestanden op te nemen gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/join_multiconnection_include_external_files.png) ## Over query's en joins op basis van meerdere databases Voor elke verbinding stuurt Tableau onafhankelijke query's naar de databases in de join. De resultaten worden opgeslagen in een tijdelijke tabel, in de vorm van een extractbestand. > [!IMPORTANT] > > **Belangrijk**: Joins op basis van meerdere databases kunnen data tussen databases verplaatsen. Zorg ervoor dat de databases waarvoor u een join maakt, betrouwbare bronnen zijn. Stel dat u bijvoorbeeld verbindingen maakt met twee tabellen: dbo.listings en reviews$. Deze tabellen worden opgeslagen in twee verschillende databases: SQL Server en Excel. Tableau voert onafhankelijk query's uit op de database in elke verbinding. De database voert de query uit en past aanpassingen toe, zoals filters en berekeningen. Tableau slaat de resultaten voor elke verbinding op in een tijdelijke tabel. In dit voorbeeld is FQ\_Temp\_1 de tijdelijke tabel voor de verbinding met SQL Server en FQ\_Temp\_2 de tijdelijke tabel voor de verbinding met Excel.

SQL Server-tabel

Een SELECT-instructie met een query voor de lijsttabel uit de dbo-database.

Excel-tabel

Een dataflowdiagram dat de uitvoering van een selectiebewerking op de beoordelingstabel illustreert.
Wanneer u een join op basis van meerdere databases uitvoert, wordt een join gemaakt van de tijdelijke tabellen door Tableau Desktop. Deze tijdelijke tabellen zijn nodig om Tableau joins op basis van meerdere databases te laten uitvoeren. Nadat een join van de tabellen is gemaakt, wordt een Top N-filter toegepast om het aantal waarden dat in het dataraster wordt weergegeven, te beperken tot de eerste 1.000 rijen. Dit filter wordt toegepast om de responsiviteit van het dataraster en de algehele prestaties van de pagina Databron te behouden. **Tabellen waarvoor een join is gemaakt** ![Een dataflowdiagram dat de volgorde van een join, gevolgd door een topn en vervolgens een select-bewerking illustreert.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/join_query_join.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aliassen uitvoeren voor veldwaarden met behulp van datacombinatie Datacombinatie is een methode voor het combineren van data. Bij datacombinatie worden de data in de primaire databron aangevuld met de data in de secundaire databron. Een alias is de alternatieve naam die u aan een waarde in een dimensieveld kunt toewijzen. U kunt aliassen gebruiken om de namen van specifieke waarden binnen een dimensie te wijzigen. Dit kan handig zijn als u relevantere of beschrijvende dimensiewaarden in uw weergave wilt weergeven dan wat de oorspronkelijke data bieden. U kunt datacombinatie gebruiken als methode om waarden in een databron opnieuw van een alias te voorzien door veldwaarden uit een andere databron te gebruiken. Om dit te doen, moet er een veld in de secundaire databron aanwezig zijn dat aliassen bevat voor een veld in de primaire databron. Stel dat u een primaire databron hebt met informatie over fruit, inclusief fruitnamen en codewaarden waaraan het fruit is gekoppeld. Een secundaire databron bevat een veld met meer beschrijvende codewaarden.
Primaire databron
FruitFruit-ID
AppleA
BananaB
Secundaire databron
Alternatieve ID
APP
BAN
Wanneer u een nieuwe alias toewijst aan een veld in uw primaire databron, kunt u een weergave maken waarin de oorspronkelijke codewaarden worden vervangen door de meer beschrijvende codewaarden. **Opmerking:** nadat u de secundaire databron hebt gebruikt om aliassen voor de primaire databron op te geven, hebt u de secundaire databron niet meer nodig en kunt u deze sluiten. ### Om een alias toe te wijzen aan veldwaarden 1. Stel de primaire en secundaire databronnen in en breng een relatie tussen de databronnen tot stand. Zie [Uw data combineren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multiple_connections.htm#step4relationships) voor meer informatie. De in dit voorbeeld gebruikte databronnen zijn Fruit Stand en Alternate ID. ![Het deelvenster Data met de waarde Fruit Stand geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_editprimaryalias_ex_main.png) 2. Selecteer de primaire databron in het deelvenster Data en sleep vervolgens het veld waarvoor u een alias wilt maken naar de weergave. In dit voorbeeld is Fruit Stand de primaire databron. 3. Selecteer de secundaire databron in het deelvenster Data en sleep het veld met de aliasinformatie naar de weergave. In dit voorbeeld is Alternative ID de secundaire databron. **Opmerking:** het veld dat u gebruikt om de veldwaarden in de primaire databron van een alias te voorzien, kan niet het veld voor koppelen zijn dat u gebruikt om de primaire en secundaire databronnen te koppelen. In dit voorbeeld bevat het veld Alternative ID in de secundaire databron de aliasinformatie die nodig is voor het veld Fruit Stand in de primaire databron. ![Een tabel met fruit-ID's en hun alternatieve ID's.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_editprimaryalias_ex_primarysecondary.png) 4. Klik met de rechtermuisknop (control + klik op een Mac) op het veld in de secundaire databron en selecteer Primaire aliassen bewerken. Waarden in de primaire databron moeten overeenkomstige aliaswaarden hebben in de secundaire databron. Een asterisk onder Heeft alias bevestigt dat de databronnen overeenkomstige aliaswaarden hebben. ![Een dialoogvenster voor het bewerken van aliassen van een Fruit-ID.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_editprimaryalias_ex_dialog.png) **Opmerking:** als er geen asterisken worden getoond onder Heeft alias, dan bevat de secundaire databron de overeenkomstige aliassen die overeenkomen met de veldwaarden in de primaire databron niet, of bevat de primaire databron meer dan één veldwaarde met dezelfde alias in de secundaire databron. In dergelijke gevallen is het niet mogelijk om een alias toe te wijzen aan veldwaarden in de primaire databron met data uit de secundaire databron. 6. Klik op OK. De aliaswaarden in de secundaire databron vervangen de veldwaarden in de primaire databron. In dit voorbeeld vervangen de meer beschrijvende codewaarden uit het veld Alternative ID de waarden in het veld Fruit ID. ![Een dashboard met Fruit-ID en alternatieve ID-rijen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_editprimaryalias_ex_aliased.png) 7. (Optioneel) Selecteer de secundaire databron uit het menu Data en selecteer Sluiten. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Problemen met Datacombinatie oplossen Wanneer u data uit verschillende bronnen combineert met Datacombinatie, kunnen zich een aantal veelvoorkomende problemen voordoen. In dit onderwerp worden deze opgesomd en wordt beschreven ook hoe u op elke situatie kunt reageren. ## Veelvoorkomende waarschuwingen en fouten bij het combineren van databronnen ### Geen relatie met de primaire databron Wanneer u een veld vanuit een secundaire databron naar de weergave sleept, ziet u mogelijk de volgende waarschuwing: _Velden van de databron \[naam van secundaire databron\] {1} kunnen niet worden gebruikt, omdat er geen relatie voor combineren met de primaire databron bestaat. Ga in het deelvenster Data naar de databron \[naam van secundaire databron\] en klik op ten minste één koppelingspictogram om deze databronnen te combineren._ Deze waarschuwing treedt op wanneer u geen actieve links in de secundaire databron hebt Stel bijvoorbeeld dat u twee databronnen hebt die met elkaar verbonden zijn door de velden State en Date. Ten minste één van deze velden moet ernaast het pictogram voor een actieve link (![Pictogram voor het combineren van koppelingen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/icon_blendinglink.png)) in de secundaire databron bevatten. U kunt de link actief maken door op het pictogram van een beschadigde link te klikken (![Het pictogram voor verbroken combinatie van links.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/icon_blendinglinkbroken.png)) in het deelvenster Data of door het veld voor koppelen van de primaire databron in de weergave te gebruiken. De secundaire databron heeft mogelijk geen links naar de primaire databron. Kijk in het deelvenster Data voor het pictogram van de link. Tableau koppelt velden met dezelfde naam automatisch. Als uw velden niet dezelfde naam hebben, moet u een link tussen de velden definiëren. Zie [Uw data combineren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multiple_connections.htm#step4relationships) voor meer informatie. ### Primaire en secundaire verbindingen zijn afkomstig van tabellen in dezelfde databron Wanneer u een veld vanuit een secundaire databron naar de weergave sleept, ziet u mogelijk de volgende waarschuwing: _De primaire en secundaire verbindingen komen uit tabellen in dezelfde databron. In plaats van de verbindingen te koppelen, gebruikt u het menu Data om een join te maken van de data. Met joins kunt u data uit meerdere tabellen integreren en prestaties en filteren verbeteren._ Deze waarschuwing wordt getoond wanneer de werkmap afzonderlijke databronnen bevat die verbinding maken met dezelfde database. Hoewel u data op deze manier kunt combineren, raadt Tableau u aan om in plaats daarvan een join of relatie te maken om data uit dezelfde database te combineren. Een aantal van de systeemeigen optimalisaties van de database kunnen dan namelijk worden benut op andere manieren dan bij combineren. ### Kan de secundaire databron niet combineren omdat een of meer velden een niet-ondersteunde aggregatie gebruiken Het combineren van data kent enkele beperkingen met betrekking tot niet-additieve aggregaten zoals COUNTD, MEDIAN en RAWSQLAGG. Niet-additieve aggregaten zijn geaggregeerde functies die resultaten opleveren die niet via een dimensie kunnen worden geaggregeerd. In plaats daarvan moeten deze waarden individueel worden berekend. Alle getalfuncties, behalve MAX en MIN, zijn niet-additieve aggregaten. Zie [Tableau-functies (op categorie)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_categories.htm) voor meer informatie. Deze beperkingen zorgen dat bepaalde velden in de weergave onder bepaalde omstandigheden ongeldig worden. Als u met de cursor over een van deze ongeldige velden beweegt, ziet u de volgende foutmelding: _Kan de secundaire databron niet combineren omdat een of meer velden een niet-ondersteunde aggregatie gebruiken._ ![In knopinfo boven een meetwaarde in een visualisatie wordt een foutmelding weergegeven over het combineren van data. Deze foutmelding geeft aan dat u de secundaire databron niet kunt combineren, omdat een of meer velden een niet-ondersteunde aggregatie gebruiken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_troubleshoot_nonadditiveaggregates.png) Deze fout kan om een van de volgende redenen optreden: - **Niet-additieve aggregaten uit de primaire databron:** niet-additieve aggregaten worden alleen ondersteund in de primaire databron als de data in de databron afkomstig zijn uit een relationele database die het gebruik van tijdelijke tabellen toestaat. U kunt dit probleem omzeilen door een extract van uw databron te maken. Extracten ondersteunen tijdelijke tabellen. - **Niet-additieve aggregaten uit de secundaire databron**: niet-additieve aggregaten worden alleen ondersteund in de secundaire databron als het veld voor koppelen uit de primaire databron is opgenomen in de weergave en er geen niet-geaggregeerde dimensies uit de secundaire databron zijn opgenomen in de weergave. Sommige numerieke functies kunnen nog steeds worden gebruikt als deze een additieve aggregatie bevatten. Gebruik bijvoorbeeld ROUND(SUM(\[Sales\]),1) in plaats van ROUND(\[Sales\],1). - **Niet-additieve aggregaten uit een databron met meerdere verbindingen met gebruik van een actieve verbinding:** databronnen met meerdere verbindingen die via een live verbinding met data verbonden zijn, ondersteunen geen tijdelijke tabellen. Daarom kan bij gebruik van een databron met meerdere verbindingen die verbinding maakt met data via een live verbinding, geen functionaliteit voor combineren worden gebruikt met niet-additieve aggregaten. U kunt dit probleem omzeilen door een extract te maken van uw databron met meerdere verbindingen. Extracten ondersteunen tijdelijke tabellen. - **LOD-expressies uit de secundaire databron:** deze fout kan ook optreden wanneer u een expressie voor detailniveau gebruikt in een weergave die datacombinatie gebruikt. Om de fout op te lossen, moet u zorgen dat het veld voor het koppelen in de primaire databron in de weergave staat vóórdat u een LOD-expressie uit de secundaire databron gebruikt. Verwijder ook alle dimensies, inclusief dimensiefilters, uit de secundaire databron. ### Databronnen met logische tabellen kunnen niet worden gebruikt als secundaire databronnen voor datacombinatie De secundaire databron kan logische joins gebruiken, zolang aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:  - Alle actieve koppelingsvelden van de primaire databron moeten worden opgenomen in de weergave in een andere container dan de container Filters - Alle velden uit de secundaire databron worden samengevoegd, inclusief dimensies ## Asterisken worden in het blad getoond Wanneer u data combineert, zorg er dan voor dat de secundaire databron slechts _één_ overeenkomende waarde bevat voor elke markering in de primaire databron. Als er meerdere overeenkomende waarden zijn, ziet u een asterisk in de weergave die ontstaat nadat u data hebt gecombineerd. Stel dat u twee databronnen hebt: Population en Supermarket. Bevolking, de primaire databron, bevat een veld genaamd State. Superstore, de secundaire databron, bevat velden genaamd State en Segment. In de secundaire databron omvat elke staat meerdere segmenten. Alabama heeft bijvoorbeeld drie segmenten: Consumer, Corporate en Home Office.

Primaire databron

Een tabel in een visualisatie waarin de namen van Amerikaanse staten en ABC-maatregelen worden weergegeven.

Secundaire databron

Een tabel in een visualisatie met kolommen waarin de Amerikaanse staten, het segmenttype en de namen van Abc-maatregelen worden weergegeven.
Wanneer u de twee databronnen in het veld State combineert, maakt u een link waarbij afzonderlijke statuswaarden (in de primaire databron) meerdere segmentwaarden kunnen hebben (in de secundaire databron). In dit geval zorgen meerdere waarden voor segmenten in de secundaire databron voor elke bijbehorende statuswaarde in de primaire databron ervoor dat er asterisken in de weergave worden getoond, zoals in de onderstaande afbeeldingen. **Gecombineerde data** ![Een tabel in een visualisatie gemarkeerd in de kolom Segment.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_troubleshooting_asterisks.png) ### Asterisken in het werkblad oplossen Vermijd asterisken in het werkblad door te zorgen dat de secundaire databron maximaal _één_ overeenkomende waarde bevat voor elk markering in de primaire databron. De manier waarop u dit doet, is afhankelijk van de data en de weergave die u wilt maken. Overweeg een van de volgende suggesties om asterisken in het werkblad op te lossen. - Voeg een veld met een hogere mate van details uit de primaire databron toe aan het werkblad. Stel dat u een weergave hebt die lijkt op het hierboven gebruikte voorbeeld. Overweeg om een veld als Plaats aan het werkblad toe te voegen, omdat de waarden hiervan een hoger niveau van details hebben dan een veld als State. - Bouw de weergave opnieuw op om de primaire en secundaire databronnen met elkaar te verwisselen. Over het algemeen geldt dat u de databron waarvan de waarden een hogere mate van details hebben, als primaire databron moet instellen. Stel dat u een weergave hebt die lijkt op het hierboven gebruikte voorbeeld. Overweeg om van Superstore de primaire databron te maken en van Population de secundaire databron. ## Null-waarden worden getoond na het combineren van databronnen Wanneer u datacombinatie gebruikt, kunnen er soms null-waarden worden weergegeven in plaats van de data die u in de weergave wilt tonen. Null-waarden kunnen om verschillende redenen voorkomen: - De secundaire databron bevat geen waarden voor de overeenkomstige waarden in de primaire databron. - De datatypen van de velden die u combineert, zijn verschillend. - De waarden in de primaire en secundaire databronnen gebruiken hoofd- en kleine letters verschillend. Bij datacombinatie worden de data in de primaire databron aangevuld met data uit de secundaire databron op basis van het veld voor koppelen. Dit betekent dat Tableau alle data uit de primaire databron gebruikt en alleen de bijbehorende overeenkomsten in de secundaire databron gebruikt. Als Tableau niet minstens één overeenkomende waarde in de secundaire databron kan identificeren voor de overeenkomende waarde in de primaire databron, worden null-waarden weergegeven. Dit probleem kunt u als volgt oplossen: - **Data invoegen in de secundaire databron:** voeg ontbrekende data in de secundaire databron in, zodat alle records in de primaire databron overeenkomen. Stel bijvoorbeeld dat uw primaire databron waarden bevat voor alle 50 Amerikaanse staten, maar dat uw secundaire databron slechts waarden bevat voor 30 Amerikaanse staten. Om dit probleem op te lossen, kunt u waarden voor de overige 20 Amerikaanse staten toevoegen aan de onderliggende dataset van de secundaire databron. Als alternatief kunt u mogelijk [Een veld toevoegen aan de primaire databron](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multipleconnections_create_primary_group.htm) of [Aliassen uitvoeren voor veldwaarden met behulp van datacombinatie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multipleconnections_edit_primary_aliases.htm) om null-waarden te omzeilen als u de onderliggende data niet kunt wijzigen. - **Controleer of datatypen in de primaire en secundaire databronnen overeenkomen:** beide databronnen moeten bijvoorbeeld tekenreeksdata gebruiken voor de velden die u wilt combineren, of beide velden moeten getallen bevatten. U kunt velden niet samenvoegen als het ene veld getallen bevat en het andere veld tekenreeksen. - **Controleer of het hoofdlettergebruik van de waarden in de primaire en secundaire databronnen overeenkomen:** als de ene databron een combinatie van hoofd- en kleine letters in namen gebruikt, en de andere alleen hoofdletters, ziet u null-waarden. Zie [Null-waarden worden getoond bij datacombinatie](https://kb.tableau.nl/articles/issue/nulls-show-when-data-blending) voor meer informatie. ## Problemen met het combineren na het publiceren van databronnen Wanneer u een aanpassing op veldniveau maakt waarbij twee databronnen worden gecombineerd, is de aanpassing gebaseerd op een van de databronnen: de primaire databron. Wanneer de primaire en secundaire databronnen vervolgens worden gepubliceerd op Tableau Server of Tableau Cloud, werkt de primaire databron niet meer die de aanpassing bevat (d.w.z. de verwijzing naar de secundaire databron). De aanpassing werkt niet meer omdat de relatie voor combineren tussen de primaire en secundaire databronnen verloren gaat. Dit komt doordat de relatie voor combineren tussen de primaire en secundaire databronnen op werkmapniveau wordt gedefinieerd. Stel dat u twee databronnen hebt: Store - Main en Store - West. U maakt een aanpassing op veldniveau, zoals een berekening voor het combineren van de verkooptotalen van de primaire databron (Store - Main) met de verkooptotalen van de secundaire databron (Store - West). Zodra u de databronnen publiceert naar Tableau Server of Tableau Cloud, werkt de berekening in Store - Main niet meer. Dit komt doordat de berekening betrekking heeft op de secundaire databron (Store - West) waarvan de locatie nu onbepaald is. U kunt dit scenario als volgt omzeilen: 1. Voordat u aanpassingen op veldniveau maakt, moet u eerst elke databron publiceren. 2. Maak verbinding met elke databron. 3. Maak een werkmap met de aanpassingen op veldniveau die u nodig hebt. 4. Publiceer de werkmap naar Tableau Server. U kunt deze werkmap gebruiken als een 'sjabloon' die u met anderen kunt delen en downloaden. ## Combineren met een kubus (multidimensionale) databron Kubusdatabronnen kunnen alleen worden gebruikt als primaire databron voor het combineren van data in Tableau. Ze kunnen niet worden gebruikt als secundaire databronnen. ## Andere problemen met het combineren van data Zie de volgende links voor andere problemen die zich voordoen bij het combineren van data. Sorteren is niet beschikbaar - Zie [Sorteren op velden is niet beschikbaar voor meetwaarden met gecombineerde data](http://kb.tableau.nl/articles/issue/sorting-by-field-unavailable-for-data-blended-measures) voor problemen met het sorteren op een berekend veld. - Zie [Sorteeropties niet beschikbaar in werkbalk bij combineren van data](http://kb.tableau.nl/articles/issue/sort-options-not-available-from-toolbar-when-data-blending) voor problemen met een berekende sortering. Acties gedragen zich niet zoals verwacht - Velden uit de secundaire databron kunnen niet aan een URL-actie worden toegevoegd. Zie [Velden uit gecombineerde databron zijn niet beschikbaar voor URL-acties.](http://kb.tableau.nl/articles/issue/fields-blended-unavailable-for-url-actions) - Actiefilters gedragen zich niet zoals verwacht. Zie [Actiefilters met gecombineerde data werken niet zoals verwacht](http://kb.tableau.nl/articles/issue/action-filters-with-blended-data-not-working-as-expected). Onverwachte waarden en veldwijzigingen - Dubbele totalen na elke datumwaarde in de weergave. Zie [Problemen met het combineren van datumvelden](http://kb.tableau.nl/articles/issue/issues-with-blending-on-date-fields). - Onderliggende data tonen andere waarden dan gecombineerde data. Zie [Onderliggende data uit secundaire databron worden niet weergegeven of zijn niet consistent met gecombineerde data](http://kb.tableau.nl/articles/Issue/underlying-data-from-secondary-data-source-not-displayed-or-consistent-with-blended-data). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Problemen met joins oplossen **Opmerking**: Als uw join data verkeerd telt, kan dit een teken zijn dat u in plaats daarvan een relatie moet gebruiken. Zie [Uw data relateren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/relate_tables.htm) voor meer informatie over relaties. Zie [Kardinaliteit en referentiële integriteit](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/cardinality_and_ri.htm) voor informatie over hoe Tableau omgaat met het combineren van data uit verschillende detailniveaus (zoals veel-op-veel-relaties), ## Overmatige telling van waarden of dubbele data Wanneer u verbinding maakt met meerdere tabellen en er join van maakt, stelt u een _gedenormaliseerde_ versie van de data op. In sommige gevallen behandelt Tableau meerdere tabellen als één tabel. Wanneer meerdere tabellen als één tabel worden behandeld, nadat een join is gemaakt van de tabellen, worden op _alle_ tabellen query's uitgevoerd. Hierdoor kunnen er te veel waarden worden geteld. Stel dat u bijvoorbeeld twee tabellen hebt. De eerste tabel bevat werknemersdata, zoals de werknemers-ID en het salaris. De tweede tabel bevat organisatorische informatie, zoals afdelingsnamen.

Tabel 1

Werknemers-IDNaamSalaris
20106Kim, Michelle63000
20107Wilson, Henry61000
20108Smith, John65000

Tabel 2

AfdelingIndiensttredingsdatumWerknemers-IDOrganisatie
Ontwikkeling16-6-201620289Strategie
Ondersteuning28-7-201520107Activiteiten
Ondersteuning5-8-201620299Activiteiten
Verkoop25-8-201620107Activiteiten
Als u een join van deze tabellen maakt op **Werknemers-ID**, wordt het salaris van een werknemer meer dan één keer meegerekend, omdat de werknemer aan meerdere afdelingen is gekoppeld.
Werknemers-IDNaamSalarisAfdelingIndiensttredingsdatumOrganisatie
20107Wilson, Henry61000Ondersteuning28-7-2015Activiteiten
20107Wilson, Henry61000Verkoop25-8-2016Activiteiten
Dit is een voorbeeld van een-op-veel-kardinaliteit (één werknemers-ID in Tabel 1 heeft meerdere resultaten in Tabel 2). Zie [Relatiequery's optimaliseren met prestatieopties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_relationships_perfoptions.htm) voor meer informatie over kardinaliteit tussen tabellen. Om dit probleem op te lossen, kunt u het volgende doen: - **De data relateren:** In plaats van een join te maken, waardoor uw data mogelijk worden gedupliceerd, kunt u relaties gebruiken. Zie [Uw data relateren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/relate_tables.htm) voor meer informatie. **De aggregatie wijzigen:** Afhankelijk van uw analyse kunt u de MIN\- of **AVG**\-aggregatie gebruiken om overtelling te voorkomen. Als u bijvoorbeeld de aggregatie van **Salaris** wijzigt van SUM naar MIN of van SUM naar AVG. - **Een berekend veld maken dat de dubbele waarden verwijdert:** U kunt een berekening maken waarmee u de som van het veld dat wordt gedupliceerd, deelt door het aantal instanties van het veld dat de duplicatie veroorzaakt. De waarden voor Salaris worden bijvoorbeeld gedupliceerd door het aantal instanties van Werknemers-ID voor Wilson, Henry. Vervang in dit geval Salaris in de weergave door een berekend veld dat de volgende formule gebruikt: `SUM ([Salary])/ COUNT ([Employee ID])`. U kunt ook een LOD-expressie gebruiken om dubbele data te verwijderen. Zie [Dubbele data verwijderen met LOD-berekeningen](http://kb.tableau.com/articles/howto/removing-duplicate-data-with-lod-calculations?lang=nl-nl) in de Tableau-knowledgebase voor meer informatie. ## Gebroken tabeljoins en joins op basis van meerdere databases Voordat u joins maakt van tabellen (uit dezelfde databron of via een join op basis van meerdere databases), moet u controleren of de datatypen van de join-sleutels overeenkomen. Als de datatypen van de join-sleutels niet overeenkomen, zal de join niet meer werken. Dit wordt aangegeven met een rood uitroepteken en de foutmelding 'Type mismatch tussen joinvelden'. Om een gebroken join te herstellen, kunt u een van de volgende suggesties gebruiken: - U kunt de opmaak van een veld (inclusief het datatype) in het dialoogvenster Een join maken wijzigen om ervoor te zorgen dat de join-sleutels overeenkomen door een joinberekening te maken. Een joinberekening ondersteunt een subset van berekeningen waarmee u de opmaak van de join-sleutel in een of meer tabellen die u wilt combineren, kunt wijzigen. Om een joinberekening te maken, klikt u op het pictogram Een join maken tussen de tabellen met een gebroken join, klikt u op het veld waarvan de opmaak moet worden gewijzigd en selecteert u vervolgens Joinberekening maken. Zie [Problemen met joins oplossen](#joinoncalcs) voor meer informatie. - Voor tekst- of Excel-data wijzigt u het datatype van een van de tekst- of Excel-velden in de join-sleutel met behulp van het menu Datatype in het dataraster. - **Alleen Tableau Desktop**: Voor de meeste verbindingen kunt u de optie Naar aangepaste SQL converteren gebruiken om het datatype van een van de velden in de join-sleutel te wijzigen met behulp van een functie als CAST (). De optie Naar aangepaste SQL converteren is alleen beschikbaar als de databron slechts één verbinding bevat. Verwijder in dit geval de tweede verbinding en selecteer vervolgens Data > Naar aangepaste SQL converteren. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Problemen met prognoses oplossen In dit onderwerp worden enkele problemen besproken die kunnen optreden bij het gebruik van prognoses in Tableau. ## Null-prognoses Er ontstaat een null-prognose wanneer u prognoses gebruikt en de weergave op een dergelijke manier wijzigt die niet compatibel is met prognoses. De meest duidelijke indicatie dat u te maken heeft met een null-prognose, is dat er geen prognosedata in uw weergave worden getoond en dat de tekst Geen prognose wordt weergegeven. Wijs dit bericht aan met de muis om te zien waarom Tableau geen prognose kan maken: ![Er kan geen prognose worden berekend omdat de optie 'Ontbrekende waarden invullen met nullen' niet is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/forecast_null_indicator2.png) Een andere indicatie is dat in het veld Prognose-indicator op de kaart Markeringen werkelijke waarden worden getoond, maar geen geschatte waarden: ![Een blauw vierkant geeft de actuele data in een voorspellingsindicator weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/forecast_null_indicator.png) Om een null-prognose te diagnosticeren, opent u het dialoogvenster Prognose beschrijven vanuit het menu Analyse (**Analyse >** **Prognose>** Prognose beschrijven) om het foutbericht te zien. Raadpleeg vervolgens [Fouten in prognoses oplossen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/forecast_resolve_errors.htm) voor een mogelijke oplossing. Tableau geeft het foutbericht ook weer in het dialoogvenster Prognose-opties (**Analyse >** **Prognose >** Prognose-opties). Omdat er geen prognose kan worden berekend voor een tijdreeks met null-datumwaarden er middenin, kunnen acties waarmee data expliciet of impliciet worden gefilterd, leiden tot een null-prognose. De opdrachten Alleen deze behouden en Uitsluiten in de knopinfo zijn voorbeelden van acties waarmee data impliciet kunnen worden gefilterd. In sommige gevallen worden deze opdrachten verwijderd wanneer een prognose wordt weergegeven. Als u bijvoorbeeld een tijdreeks van de verkopen voor elk kwartaal van 2008 tot en met 2012 hebt en u sluit de verkoopwaarde voor het tweede kwartaal van 2010 uit, krijgt u een null-prognose omdat de tijdreeks onregelmatig is. Als u daarentegen het eerste kwartaal van 2008 uitsluit, verkort u de tijdreeks, maar deze blijft wel regelmatig. Het is dus nog steeds mogelijk om een geldige prognose te maken. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Prognosemodellering De prognosemodelleringsfuncties in Tableau gebruiken lineaire regressie om prognosemodellen te bouwen en voorspellingen over uw data te genereren. Twee [tabelberekeningen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm), MODEL\_PERCENTILE en MODEL\_QUANTILE, kunnen voorspellingen genereren en relaties binnen uw data aan het oppervlak brengen. Deze kunnen worden gebruikt om uitschieters te identificeren, waarden te schatten voor schaarse of ontbrekende data en waarden voor toekomstige tijdsperioden te voorspellen. In deze sectie vindt u alle documentatie die u nodig hebt om aan de slag te gaan met prognosemodelleringsfuncties in Tableau. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Prognosemodellering met gegenereerde markeringen Als u Tableau al een tijdje gebruikt, hebt u de term dataverdichting mogelijk al eens voorbij zien komen. Dit verwijst naar een proces waarbij markeringen door Tableau worden gegenereerd en aan de weergave worden toegevoegd, ook al worden deze markeringen niet door records in de onderliggende databron ondersteund. Dit kan worden gedaan om een datum-as uit te breiden, of als u [functies van prognosemodellering](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/predictions_overview.htm) gebruikt om voorspellingen te doen. **Een video bekijken**: voor een grondige uiteenzetting over het verdichten van data, kunt u deze presentatie van TC19 bekijken: [U hebt wat met uw data gedaan? Gedetailleerde informatie over toerekenen en verdichten van data](https://tc19.tableau.com/learn/sessions/zen-master-you-did-what-your-data-deep-dive-imputing-and-densifying-data) (in het Engels). Meer informatie: lees dit blogbericht over [dataverdichting](https://www.dataplusscience.com/DataDensification.html) (in het Engels) van [Data Plus Science](https://www.dataplusscience.com/). ## Voorspellingen voor ontbrekende waarden berekenen U kunt bijvoorbeeld voorspellingen voor toekomstige datums toevoegen. Standaard worden [ontbrekende waarden](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/missing_values.htm) niet weergegeven in Tableau. U kunt deze markeringen als volgt genereren: 1. Klik met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op de koptekst van datum of bin. 2. Selecteer Ontbrekende waarden tonen. ![contextmenu van veld met de optie Ontbrekende waarden tonen geselecteerd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict_densify1.png) Dit is echter niet voldoende om voorspellingen te kunnen doen op basis van de gegenereerde markeringen. Als u hiermee een berekening probeert uit te voeren (ongeacht of dat een voorspellingsberekening is of niet), retourneert Tableau [null-waarden](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datafields_specialvalues.htm#null-numbers-and-dates-and-negative-values-on-log-axes). Dit is te verwachten, aangezien deze markeringen gebaseerd zijn op ontbrekende waarden die niet bestaan. Om voorspellingen te doen over de ontbrekende waarden, opent u bovenaan het menu Analyse en selecteert u vervolgens Eigenschappen van ontbrekende waarden afleiden. ![Analysemenu met Eigenschappen van ontbrekende waarden afleiden geselecteerd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict_densify2.png) **Opmerking**: De standaardinstelling is dat Eigenschappen van ontbrekende waarden afleiden is uitgeschakeld, zelfs wanneer Ontbrekende waarden tonen is ingeschakeld. Op elk uitbreidbaar veld of elke as die met behulp van Ontbrekende waarden tonen kan worden uitgeklapt, kan deze instelling worden toegepast. ## Voorbeeld van voorspellingen op gegenereerde markeringen We gaan dit gedrag nu verder onder de loep nemen. Hierbij vergelijken we drie verschillende illustraties die laten zien hoe de instellingen Ontbrekende waarden tonen en Eigenschappen van ontbrekende waarden afleiden van invloed kunnen zijn op uw visualisatie, afhankelijk van of een of beide zijn in- of uitgeschakeld. Om mee te doen, downloadt u de volgende werkmap van Tableau Public: [Voorspellingen over ontbrekende waarden](https://public.tableau.com/nl-nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/PredictionsonMissingValues/ShowMissingValuesONInferProperitesfromMissingValuesON) (in het Engels). We hebben voorspellingen opgenomen met ATTR(DAY(\[Order Date\])) als predictor. Dit is niet de beste predictor voor de data (en kan ontoereikende voorspellingen opleveren), maar voor de doeleinden van dit artikel is het een goed voorbeeld van Eigenschappen van ontbrekende waarden afleiden. Elke visualisatie bevat dezelfde vier metingen op de container Rijen, zoals hieronder weergegeven: - Rij 1: `SUM([Profit])` - Rij 2: `RUNNING_SUM(SUM([Profit]))` - Rij 3: `ATTR(DAY([Order Date]))` - Rij 4: `MODEL_QUANTILE(0.5, SUM([Profit]),ATTR(DAY([Order Date])))` ### Illustratie 1 ![Illustratie 1](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-infer1.png) In de bovenstaande afbeelding zijn zowel Ontbrekende waarden tonen als Eigenschappen van ontbrekende waarden afleiden uitgeschakeld. Dit zijn de standaardinstellingen in Tableau. U ziet dezelfde visualisatie als Eigenschappen van ontbrekende waarden afleiden zou zijn ingeschakeld en Ontbrekende waarden tonen zou zijn uitgeschakeld. Dit komt omdat Eigenschappen van ontbrekende waarden afleiden alleen kan worden geactiveerd als Ontbrekende waarden tonen is ingeschakeld. ### Illustratie 2 ![Illustratie 2](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-infer2.png) In de bovenstaande afbeelding is Ontbrekende waarden tonen ingeschakeld en Eigenschappen van ontbrekende waarden afleiden uitgeschakeld. De standaardinstelling is dat Eigenschappen van ontbrekende waarden afleiden is uitgeschakeld, zelfs wanneer Toon ontbrekende waarden is ingeschakeld. Houd er rekening mee dat we in deze situatie geen waarde voor ATTR on DAY(\[Order Date\]) berekenen voor de ontbrekende waarden (rij 3). We genereren wel een voorspelling voor de verdichte datums, maar deze zijn identiek voor alle ontbrekende datums, omdat we de werkelijke ATTR(DAY(\[Order Date\])) niet kunnen afleiden zoals weergegeven in rij 3. In feite worden deze punten berekend alsof DAY(\[Order Date\]) gelijk is aan nul. ### Illustratie 3 ![Illustratie 3](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-infer3.png) Op deze afbeelding zijn zowel Ontbrekende waarden tonen en Eigenschappen van ontbrekende waarden ingeschakeld om te illustreren hoe de ingeschakelde instelling Eigenschappen van ontbrekende waarden afleidingen eruitziet. Zoals u kunt zien, kunnen we de ATTR(DAY(\[Order Date\])) (rij 3) afleiden en daardoor gebruiken in voorspellingen in rij 4, waardoor een vloeiende voorspellingscurve wordt geretourneerd. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Prognoses maken U kunt een prognose aan een weergave toevoegen als er ten minste één datumdimensie en één meetwaarde in de weergave aanwezig zijn. Als u geïnteresseerd bent in prognosemodellering, dat ook beschikbaar is in Tableau, zie [Hoe functies voor prognosemodellering werken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_overview.htm) voor meer informatie. Om het maken van prognoses in te schakelen, klikt u met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op de visualisatie en kiest u Prognose >Prognose tonen, of kies Analyse >Prognose >Prognose tonen. Als er geen datumdimensie aanwezig is, kunt u een prognose toevoegen als er een dimensieveld in de weergave aanwezig is met gehele waarden. Zie [Prognoses maken wanneer de weergave geen data bevat](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/forecast_no_date.htm) voor meer informatie. U kunt in Tableau Desktop een prognose maken voor kwantitatieve tijdreeksdata met gebruik van modellen voor exponentieel vloeiend maken. Bij exponentieel vloeiend maken wordt aan recente observaties relatief meer gewicht toegekend dan aan oudere observaties. Deze modellen leggen de veranderende trend of seizoensgebondenheid van uw data vast en extrapoleren deze naar de toekomst. De prognoses zijn volledig automatisch, maar toch configureerbaar. Veel prognoseresultaten kunnen velden in uw visualisaties worden. Wanneer er een prognose wordt weergegeven, worden de toekomstige waarden voor de meetwaarde naast de werkelijke waarden weergegeven. ## Beperkingen bij het maken van prognoses Prognoses worden niet ondersteund voor multidimensionale databronnen. In Tableau Desktop worden multidimensionale databronnen alleen ondersteund in Windows. U kunt een weergave publiceren die een prognose bevat en de prognose bekijken wanneer u de weergave op internet bekijkt of bewerkt. U kunt een prognose echter niet wijzigen of toevoegen wanneer u een weergave op internet bewerkt. Bovendien kunt u geen prognose aan een weergave toevoegen als deze een van de volgende items bevat: - Tabelberekeningen - Gedesaggregeerde meetwaarden - Percentageberekeningen - Eindtotalen of subtotalen - Datumwaarden met aggregatie ingesteld op Exacte datum ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Prognoses maken van veldresultaten Tableau biedt verschillende typen prognoseresultaten. Om deze resultaattypen in de weergave te bekijken, klikt u met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op het veld van de meetwaarde, kiest u **Prognoseresultaat** en kies vervolgens een van de opties. De opties zijn: - Werkelijk & prognose – toont de werkelijke data, uitgebreid met prognosedata. - Trend – toont de prognosewaarde waarbij het seizoenscomponent is verwijderd. - Precisie – toont de voorspellingsintervalafstand vanaf de prognosewaarde voor het geconfigureerde betrouwbaarheidsniveau. - Precisie % – toont de nauwkeurigheid als een percentage van de prognosewaarde. - Kwaliteit – toont de kwaliteit van de prognose op een schaal van 0 (slechtste) tot 100 (beste). Deze statistiek is geschaalde MASE, gebaseerd op de MASE (gemiddelde absolute geschaalde fout) van de prognose. Dit is de verhouding tussen de prognosefout en de fouten van een naïeve prognose die ervan uitgaat dat de waarde van de huidige periode gelijk zal zijn aan de waarde van de volgende periode. De werkelijke vergelijking die voor kwaliteit wordt gebruikt, is: 100 \* MAX(1 - MASE, 0) De kwaliteit van een naïeve prognose zou 0 zijn. Het voordeel van de MASE-statistiek ten opzichte van de meer gangbare MAPE is dat MASE is gedefinieerd voor tijdreeksen die nul bevatten, terwijl MAPE dat niet is. Bovendien weegt MASE fouten even zwaar, terwijl MAPE positieve en/of extreme fouten zwaarder weegt. - Bovenste voorspellingsinterval: geeft een betrouwbaarheidsniveau van 90, 95 of 99 weer boven de voorspellingswaarde (dat wil zeggen, als het betrouwbaarheidsniveau 90 is, zal de werkelijke toekomstige waarde 10% van de tijd boven het bovenste voorspellingsinterval liggen), ervan uitgaande dat er sprake is van een model van hoge kwaliteit. Het betrouwbaarheidspercentage wordt bepaald door de instelling Voorspellingsinterval in het dialoogvenster Prognose-opties. Zie [Prognoseopties configureren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/forecast_options.htm). - Onderste voorspellingsinterval –toont een betrouwbaarheidsniveau van 90, 95 of 99 dat lager is dan de prognosewaarde. Het werkelijke interval wordt aangestuurd door de instelling Voorspellingsinterval in het dialoogvenster Prognose-opties. - Indicator – toont de tekenreeks **Werkelijk** voor rijen die al op het werkblad stonden toen de prognose inactief was en geeft een **Schatting** voor rijen die zijn toegevoegd toen de prognose werd geactiveerd. - Geen – toont geen prognosedata voor deze meetwaarde. De informatie van de prognosebeschrijving is ook opgenomen in de beschrijving van het werkblad. Zie [Details ophalen over velden en bladen in een werkmap](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_describe.htm). ## Prognose maken voor een nieuwe meetwaarde Wanneer u een nieuwe meetwaarde toevoegt aan een visualisatie waarvoor prognoses al zijn ingeschakeld, probeert Tableau een prognose te maken voor toekomstige waarden. ## Het prognoseresultaattype wijzigen Om het prognoseresultaattype voor een meetwaarde te wijzigen, klikt u met de rechtermuisknop (control-klik op Mac) op het meetwaardeveld, selecteert u Prognoseresultaat en kiest u vervolgens een resultaattype. ![Een vervolgkeuzemenu met opties om het type prognoseresultaat te bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/forecast_results_type.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Prognoses maken wanneer de weergave geen data bevat Als er geen geldige datum in de weergave staat, zoekt Tableau naar een dimensie in de weergave die gehele getallen bevat. Als een dergelijke dimensie wordt gevonden, wordt deze gebruikt om een prognose te maken voor aanvullende waarden voor meetwaarden in de weergave. Net als bij een datum wordt een dimensie met een geheel getal niet meer gebruikt om de data op te delen als deze wordt geselecteerd om de meetwaarden waarvoor een prognose wordt gemaakt te ordenen. Als er meer dan één dimensie met een geheel getal is, hanteert Tableau deze volgorde: - Een dimensie met een geheel getal in de container Kolommen. Als er meer dan één dergelijke dimensie is, wordt de eerste gebruikt (de meest linkse in de container). - Een dimensie met een geheel getal in de container Rijen. - Een dimensie met een geheel getal in de container Pagina's. - Een dimensie met een geheel getal op de kaart Markeringen. Wanneer Tableau een geheel getal als dimensie gebruikt om een prognose te maken, wordt in de dialoogvensters Prognose-opties en Prognosebeschrijvingen automatisch aangegeven dat de prognose wordt geaggregeerd per periode: ![Een dialoogvenster met opties om de prognoseduur, aggregatie van brondata en het prognosemodel in te stellen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/forecast_integer1.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Referentiële integriteit aannemen voor joins In sommige gevallen kunt u de queryprestaties voor joins verbeteren door de optie voor Referentiële integriteit aannemen te selecteren in het menu Data. Wanneer u deze optie gebruikt, neemt Tableau de tabel waarvoor een join is gemaakt alleen op in de query als er specifiek naar wordt verwezen door velden in de weergave. ![Datamenu met de optie om referentiële integriteit aan te nemen gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/joins_assumerefinteg.png) Deze instelling is geschikt als u weet dat uw data referentiële integriteit hebben (zie de definitie hieronder), maar uw database referentiële integriteit niet afdwingt of niet kan afdwingen. Als u de mogelijkheid hebt om referentiële integriteit in uw database te configureren, is dat een betere optie dan deze instelling, omdat het de prestaties in zowel de database als in Tableau kan verbeteren. De optie Referentiële integriteit aannemen in Tableau kan alleen de prestaties aan de kant van Tableau beïnvloeden. Als uw data geen referentiële integriteit hebben en u deze instelling inschakelt, zijn de queryresultaten mogelijk niet betrouwbaar. Om te begrijpen wat referentiële integriteit is, kunt u zich voorstellen dat u verbinding maakt met verkoopdata die uit twee tabellen bestaan: Verkoop en Productcatalogus. Deze twee tabellen worden hieronder weergegeven:

Verkoop

Product-ID (refererende sleutel)VerkoopbedragTransactiedatum
11001-10-2012
120002-10-2012
25030-9-2012
31021-8-2012

Productcatalogus

Product-ID (primaire sleutel)Productnaam
110inch-tablet
2Smartphone
3Bureaulamp
4Memorystick
Omdat alle verkochte producten in de Productcatalogus vermeld moeten staan, heeft elke rij in de tabel Verkoop een overeenkomstige rij in de tabel Productcatalogus. Wanneer u een join van deze twee tabellen maakt op basis van de Product-ID, krijgt u een tabel die er als volgt uitziet:
Product-IDProductnaamProduct-IDVerkoopbedragTransactiedatum
110inch-tablet11001-10-2012
110inch-tablet120002-10-2012
2Smartphone25030-9-2012
3Bureaulamp31021-8-2012
Stel dat u een weergave maakt om het verkoopbedrag per regio te bekijken. Als u het veld Verkoopbedrag naar de weergave sleept, kan dit standaard een query opleveren die er als volgt uitziet: SELECT SUM(\[Sales Amount\]) FROM \[Sales\] S INNER JOIN \[Product Catalog\] P ON S.ProductID = P.ProductID Door Referentiële integriteit aannemen te selecteren, vertelt u Tableau dat de tabellen waarvoor een join is gemaakt, referentiële integriteit hebben. Met andere woorden, u bevestigt dat de tabel Verkoop altijd een overeenkomstige rij in de tabel Productcatalogus heeft. Omdat dat waar is, heeft Tableau geen informatie uit de tabel Productcatalogus nodig om deze resultaten te retourneren. Wanneer u het veld Verkoopbedrag naar de weergave sleept, kan Tableau de query vereenvoudigen tot: SELECT SUM(\[Sales Amount\]) FROM \[Sales\] Deze vereenvoudigde query kan vaak sneller resultaten opleveren omdat de join-bewerking wordt verwijderd. Deze optie heeft alleen invloed op binnenste joins en niet op databronnen met één enkele tabel. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Referentielijnen, -banden, -distributies en -vakken U kunt een referentielijn, -band, -distributie of -boxplot toevoegen om een specifieke waarde, regio of bereik op een continue as te identificeren. Als u bijvoorbeeld de maandelijkse verkoopcijfers van verschillende producten analyseert, voeg dan een referentielijn toe voor de gemiddelde verkoopcijfers ter vergelijking. Met Tableau kunt u zoveel referentielijnen, -banden, -distributies en -boxplots aan een weergave toevoegen als u nodig hebt. ## Typen referentielijnen, -banden, -distributies en -vakken U kunt referentielijnen, -banden, -distributies of (in Tableau Desktop, maar niet op internet) -boxplots toevoegen aan elke continue as in de weergave. - **Referentielijnen** - Voeg een referentielijn toe met een constante of berekende waarde op de as. Berekende waarden kunnen gebaseerd zijn op een opgegeven veld. U kunt ook betrouwbaarheidsintervallen met een referentielijn opnemen. ![Een staafdiagram dat de verkopen voor drie verschillende segmenten weergeeft met een referentielijn.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/reflines1.png) - **Referentiebanden** - Referentiebanden arceren een gebied achter de markeringen in de weergave tussen twee constante of berekende waarden op de as. ![Een staafdiagram dat de verkopen voor drie verschillende segmenten weergeeft met een referentielijn.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/reflines2.png) - **Referentiedistributies** - Referentiedistributies voegen een kleurovergang toe aan de arcering om de distributie van waarden langs de as aan te geven. De distributie kan worden gedefinieerd met behulp van percentages, percentielen, kwantielen (zoals in deze afbeelding) of standaardafwijking. ![Een staafdiagram dat de verkopen voor drie verschillende segmenten weergeeft met een referentielijn.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/reflines3.png) Referentiedistributies kunnen ook worden gebruikt om puntengrafieken te maken. Zie [Een puntengrafiek toevoegen](#Add_Bullet_Graphs) verderop in dit artikel voor meer informatie. - Boxplots - Boxplots (ook wel box-and-whisker-diagrammen genoemd) zijn gestandaardiseerde grafieken waarmee de distributie van waarden langs een as wordt beschreven. Boxplots tonen kwartielen (ook wel hinges genoemd) en whiskers. Tableau biedt verschillende stijlen voor boxplots, met configuratieopties voor de locatie van de whiskers en andere details. ![Een boxplot waarin twee datasets worden vergeleken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/refline_boxplot_modern.png) ## Een referentielijn toevoegen U kunt een referentielijn toevoegen aan elke continue as in de weergave. **Een referentielijn toevoegen:** 1. Sleep Referentielijn van het deelvenster Analyse naar de weergave. Tableau toont de mogelijke bestemmingen. De keuzemogelijkheden variëren afhankelijk van het type item en de huidige weergave. In een eenvoudig geval biedt het doelgebied voor neerzetten drie opties: ![Versleep een referentieband.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/reference_bands_simple_drop_web.png) Deze weergave is afkomstig van een webbewerkingssessie. In Tableau Desktop is het proces hetzelfde, maar ziet de gebruikersinterface er iets anders uit. De termen Tabel, Deelvenster en Cel definiëren het bereik voor het item: ![Drie staafdiagrammen waarin de verkopen voor drie regio's in 2009 en 2010 worden vergeleken. De gemiddelde verkopen voor de hele tabel, per venster en per cel worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/reflines_scope1.png) Bij ingewikkeldere weergaven, bijvoorbeeld een weergave met dubbele assen, toont Tableau u een uitgebreid doelgebied voor neerzetten: ![Voeg een referentiebandoptie toe met de typen Tabel, Deelvenster en Cel.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/reference_lines_notsimple_drop_web.png) Als u het item in een van de drie grotere vakken in de koptekst plaatst, wordt voor elk continu veld in de weergave een aparte referentielijn toegevoegd: ![Een lijndiagram van winst en omzet in de loop van de tijd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/reference_lines_we2.png) Als u het item in een lager vak neerzet dat is uitgelijnd met een specifiek continu veld, wordt de lijn met het opgegeven bereik toegevoegd aan die as. Wanneer u de lijn in het doelgebied neerzet, toont Tableau een dialoogvenster:
Tableau Desktop-versieWebversie

Een dialoogvenster met opties voor het bewerken van referentielijnen, banden of vakken.

Dialoogvenster Lijn bewerken voor een lijn, band of distributielijn.

2. De optie Lijn is geselecteerd bovenaan het dialoogvenster. 3. Selecteer een continu veld uit het veld Waarde dat u als basis voor uw referentielijn wilt gebruiken. U kunt ook een parameter selecteren. U kunt geen continu veld selecteren dat niet in de weergave staat als basis voor uw referentielijn. Als u een dergelijk continu veld wilt gebruiken, doet u het volgende: 1. Sleep het continue veld uit het deelvenster Data naar het doel Details op de kaart Markeringen. 2. Wijzig indien nodig de aggregatie van het continue veld. Hierdoor verandert de weergave niet, maar kunt u dat continue veld wel gebruiken als basis voor uw referentieband. 3. Klik op de referentielijn in de weergave en selecteer Bewerken om het dialoogvenster Lijn bewerken opnieuw te openen. 4. Selecteer een aggregatie. Welke aggregaties worden weergegeven, is afhankelijk van het door u geselecteerde continue veld: - **Totaal** - Plaatst een lijn bij de aggregatie van alle waarden in de cel, het deelvenster of de volledige weergave. Deze optie is vooral handig als u een gewogen gemiddelde berekent in plaats van een gemiddelde van gemiddelden. Deze optie is ook handig als u werkt met een berekening met een aangepaste aggregatie. Het totaal wordt berekend met behulp van de onderliggende data en gedraagt zich hetzelfde als het selecteren van een van de opties voor Totalen in het menu Analyse. - **Som -** Plaatst een lijn op de SUM van alle waarden in de cel, het deelvenster of de volledige weergave. - **Constante -** Plaatst een lijn op de opgegeven waarde op de as. - **Minimum -** Plaatst een lijn op de minimumwaarde. - **Maximum -** Plaatst een lijn op de maximumwaarde. - **Gemiddeld -** Plaatst een lijn op de gemiddelde waarde langs de as. - **Mediaan -** Plaatst een lijn op de mediaanwaarde. 5. Selecteer hoe u de lijn wilt labelen: - **Geen -** Selecteer deze optie om geen label voor de referentielijn te tonen. - **Waarde -** Selecteer deze optie om een label te tonen dat overeenkomt met de waarde van de lijn op de as. - **Berekening -** Selecteer deze optie om de naam te tonen van het veld waarop de referentielijn en eventuele uitgevoerde berekeningen zijn gebaseerd. - **Aangepast -** Selecteer deze optie om een aangepast label in het tekstvak te maken. U kunt het menu rechts van het tekstvak gebruiken om waarden in te voeren, zoals de berekening of de waarde. U kunt ook rechtstreeks tekst in het vak typen, zodat u een waarde kunt maken zoals ` = `. 6. Selecteer hoe u de knopinfo wilt laten zien. - **Geen -** Selecteer deze optie om geen knopinfo voor de referentielijn te tonen. - **Automatisch -** Selecteer deze optie om de standaard knopinfo voor de referentielijn te tonen. - **Aangepast -** Selecteer deze optie om een aangepast label in de knopinfo te maken. U kunt het menu rechts van het tekstvak gebruiken om waarden in te voeren, zoals de berekening of de waarde. U kunt ook rechtstreeks tekst in het vak typen, zodat u een waarde kunt maken zoals ` = `. 7. Geef aan of u de lijn wilt tonen met een betrouwbaarheidsinterval, alleen de lijn of alleen het betrouwbaarheidsinterval. Betrouwbaarheidsinterval-distributiebanden arceren de regio waarin het gemiddelde van de bevolking _n%_ van de tijd zal dalen, waarbij _n_ de waarde is die u selecteert in de vervolgkeuzelijst aan de rechterkant. U kunt een van de vermelde numerieke waarden kiezen of een parameter selecteren: ![Een keuzemenu met verschillende opties voor het gemiddelde, waaronder 95.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/reference_lines_web4.png) Hoe hoger de waarde die u selecteert, hoe breder de banden zullen zijn. 8. In Tableau Desktop kunt u ook opmaakopties voor de lijn opgeven. ![Een dialoogvenster met opties voor het opmaken van een lijn, waaronder lijntype, kleur en dikte.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/addline5.png) 9. Voeg eventueel een opvulkleur toe boven en onder de lijn. ![Het dialoogvenster Lijnen opmaken toont opties waarmee u de boven- en onderkant van de lijnen kunt opvullen met een kleurenpalet van 18 tinten, van diepzwart tot lichtblauw.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/addline6.png) Wanneer u een lijn en een betrouwbaarheidsinterval toont, is de arcering donkerder binnen het betrouwbaarheidsinterval en lichter daarbuiten: ![Boxplot met het mediane internetgebruik per regio en toegevoegde lijnen op betrouwbaarheidsniveaus.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/addline8.png) Als u een betrouwbaarheidsinterval zonder lijn weergeeft, worden de opvulkleuren genegeerd. Uw instellingen worden toegepast als u later besluit een lijn weer te geven. 10. Geef op of u Herberekende lijn voor gemarkeerde of geselecteerde datapunten tonen wilt gebruiken. Zie [Data van markeringen vergelijken met herberekende lijnen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_explore_analyze_interact.htm#RecalcLines) voor meer informatie. ## Referentiebanden toevoegen Referentiebanden zijn gearceerde gebieden achter de markeringen in de weergave tussen twee constante of berekende waarden op de as. U kunt referentiebanden toevoegen aan elke continue as in de weergave. **Een referentieband toevoegen:** 1. Sleep Referentieband van het deelvenster Analyse naar de weergave. Tableau toont de mogelijke bestemmingen. De keuzemogelijkheden variëren afhankelijk van het type item en de huidige weergave. In een eenvoudig geval biedt het doelgebied voor neerzetten slechts drie opties: ![Versleep een referentieband.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/reference_bands_simple_drop_web.png) De termen Tabel, Deelvenster en Cel definiëren het bereik voor het item: ![Drie staafdiagrammen waarin de verkopen voor drie regio's in 2009 en 2010 worden vergeleken. De gemiddelde verkopen voor de hele tabel, per venster en per cel worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/reflines_scope1.png) Voor een ingewikkeldere weergave (bijvoorbeeld een weergave met dubbele assen) toont Tableau u een uitgebreid doelgebied voor neerzetten dat er als volgt uitziet: ![Voeg een referentiebandoptie toe met de typen Tabel, Deelvenster en Cel.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/reference_bands_notsimple_drop_web.png) Als u het item in een van de drie grotere vakken in de koptekst plaatst, wordt voor elk continu veld in de weergave een aparte set banden toegevoegd: ![Verkoopprognose voor consumenten, bedrijven en thuiskantoren per maand.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/reference_bands_web2.png) Maar als u het item in een van de lagere vakken neerzet die zijn uitgelijnd met een specifiek veld, wordt de band toegevoegd met het opgegeven bereik toegevoegd aan de as. Wanneer u de band in het doelgebied neerzet, toont Tableau een dialoogvenster:
Tableau Desktop-versieWebversie

Een dialoogvenster voor het bewerken van referentielijnen, banden of vakken in een grafiek.

Een formulier voor het bewerken van een band, met opties voor minimum- en maximumwaarden en de mogelijkheid om de band opnieuw te berekenen voor geselecteerde data.

2. Het gebied Band is al geselecteerd bovenaan het dialoogvenster. 3. Selecteer twee continue velden die u als basis voor uw referentieband wilt gebruiken, één in elk veld Waarde. U kunt ook een parameter selecteren uit de vervolgkeuzelijsten. Selecteer niet hetzelfde continue veld en dezelfde aggregatie in beide gebieden. U kunt geen continu veld selecteren dat niet in de weergave staat als basis voor uw referentieband. Als u een dergelijk continu veld wilt gebruiken, doet u het volgende: 1. Sleep het continue veld uit het deelvenster Data naar het doel Details op de kaart Markeringen. 2. Wijzig indien nodig de aggregatie van het continue veld. Hierdoor verandert de weergave niet, maar kunt u dat continue veld wel gebruiken als basis voor uw referentieband. 3. Klik op de referentieband in de weergave en selecteer Bewerken om het dialoogvenster Band bewerken opnieuw te openen en selecteer het continue veld in het gebied Waarde (van) en één in het gebied Waarde (tot). 4. Selecteer een berekening voor elke waarde. Welke aggregaties worden weergegeven, is afhankelijk van het door u geselecteerde continue veld: - **Totaal -** Breidt de band uit naar een waarde die de aggregatie is van alle waarden in de cel, het deelvenster of de volledige weergave. Deze optie is vooral handig als u een gewogen gemiddelde berekent in plaats van een gemiddelde van gemiddelden. Deze optie is ook handig als u werkt met een berekening met een aangepaste aggregatie. Het totaal wordt berekend met behulp van de onderliggende data en gedraagt zich hetzelfde als het selecteren van een van de opties voor Totalen in het menu Analyse. - **Som -** Breidt de band uit naar een waarde die de SUM is van alle waarden in de cel, het deelvenster of de volledige weergave. - **Constante -** Breidt de band uit naar een waarde die op de opgegeven waarde op de as ligt. - **Minimum -** Breidt de band uit naar een waarde die op de minimumwaarde ligt. - **Maximum -** Breidt de band uit naar een waarde die op de maximumwaarde ligt. - **Gemiddeld -** Breidt de band uit naar een waarde die op de gemiddelde waarde langs de as ligt. - **Mediaan -** Breidt de band uit naar een waarde die op de mediaanwaarde ligt. 5. Selecteer hoe u de banden wilt labelen: - **Geen -** Selecteer deze optie om geen label voor de referentieband te tonen. - **Waarde -** Selecteer deze optie om een label te tonen dat overeenkomt met de waarde van de band op de as. - **Berekening -** Selecteer deze optie om de naam te tonen van het continue veld dat de basis vormt voor uw referentieband en eventuele uitgevoerde berekeningen. - **Aangepast -** Selecteer deze optie om een aangepast label in het tekstvak te maken. U kunt het menu rechts van het tekstvak gebruiken om waarden in te voeren, zoals de berekening of de waarde. U kunt ook rechtstreeks tekst in het vak typen, zodat u een waarde kunt maken zoals ` = `. 6. Selecteer hoe u de knopinfo wilt laten zien. - **Geen -** Selecteer deze optie om geen knopinfo voor de referentieband te tonen. - **Automatisch -** Selecteer deze optie om de standaard knopinfo voor de referentieband te tonen. - **Aangepast -** Selecteer deze optie om een aangepast label in de knopinfo te maken. U kunt het menu rechts van het tekstvak gebruiken om waarden in te voeren, zoals de berekening of de waarde. U kunt ook rechtstreeks tekst in het vak typen, zodat u een waarde kunt maken zoals ` = `. 1. In Tableau Desktop kunt u ook opmaakopties voor de banden opgeven. U kunt de twee waarden met een lijn markeren of een arceringskleur voor de band selecteren. ![Een dialoogvenster om banden te bewerken met lijn- en achtergrondkleuropties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/addband8.png) 2. Geef op of u Herberekende lijn voor gemarkeerde of geselecteerde datapunten tonen wilt gebruiken. Zie [Data van markeringen vergelijken met herberekende lijnen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_explore_analyze_interact.htm#RecalcLines) voor meer informatie. ## Referentiedistributies toevoegen Wanneer u een referentiedistributie toevoegt, geeft u één, twee of meer waarden op. Bij één waarde is het resultaat een lijn; bij twee of meer waarden is het resultaat een set van één, twee of meer banden. **Een referentiedistributie toevoegen:** 1. Sleep Distributieband van het deelvenster Analyse naar de weergave. Tableau toont de mogelijke bestemmingen. De keuzemogelijkheden variëren afhankelijk van het type item en de huidige weergave. 2. Selecteer een bereik voor de distributie. De termen Tabel, Deelvenster en Cel definiëren het bereik voor het item: ![Drie staafdiagrammen waarin de verkopen voor drie regio's in 2009 en 2010 worden vergeleken. De gemiddelde verkopen voor de hele tabel, per venster en per cel worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/reflines_scope1.png) 3. Selecteer de berekening die wordt gebruikt om de distributie te maken: - **Percentages -** Arceert het interval tussen de opgegeven percentagewaarden. Gebruik een komma om twee of meer percentagewaarden te scheiden (bijvoorbeeld `60, 80`) en geef vervolgens aan welke meetwaarde en aggregatie u voor de percentages wilt gebruiken. ![Een dialoogvenster met berekeningspercentages van 60%, 80%](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/distribution6.png) - **Percentielen -** Arceert intervallen op de opgegeven percentielen. Selecteer _Voer een waarde in_ uit de vervolgkeuzelijst Waarde en voer vervolgens twee of meer numerieke waarden in, gescheiden door komma's (bijvoorbeeld `60,80` of `25, 50, 75`). - **Kwantielen -** Verdeelt de weergave in het opgegeven aantal tegels met behulp van arcering en lijnen. Wanneer u deze berekening selecteert, moet u ook het aantal tegels opgeven (van 3 tot en met 10). Als u bijvoorbeeld 3 selecteert, berekent Tableau de grenzen tussen het eerste, tweede en derde tertiel door de algemene kwantielfunctie op te roepen en te vragen om de kwantielen 33,33 en 66,66. Vervolgens worden de drie tertielen verschillend gearceerd. Tableau gebruikt schattingstype 7 in de R-standaard om kwantielen en percentielen te berekenen. - **Standaardafwijking -** Plaatst lijnen en arceringen om het opgegeven aantal standaardafwijkingen boven en onder het gemiddelde aan te geven. Wanneer u deze optie selecteert, moet u de factor opgeven, dit is het aantal standaardafwijkingen, en of de berekening op een steekproef of op de bevolking is gebaseerd. 4. Geef aan hoe u de distributiebanden wilt labelen: - **Geen -** Selecteer deze optie om geen label voor de distributiebanden te tonen. - **Waarde -** Selecteer deze optie om een label te tonen dat overeenkomt met de waarde van elke distributieband op de as. - **Berekening -** Selecteer deze optie om de naam te tonen van het continue veld dat de basis vormt voor uw distributiebanden en eventuele uitgevoerde berekeningen. - **Aangepast -** Selecteer deze optie om een aangepast label in het tekstvak te maken. U kunt het menu rechts van het tekstvak gebruiken om waarden in te voeren, zoals de berekening of de waarde. U kunt ook rechtstreeks tekst in het vak typen, zodat u een waarde kunt maken zoals ` = `. 5. Geef op of u Herberekende band voor gemarkeerde of geselecteerde datapunten tonen wilt gebruiken. Zie [Data van markeringen vergelijken met herberekende lijnen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_explore_analyze_interact.htm#RecalcLines) in de online hulpsectie van Tableau Desktop voor meer informatie. ## Een puntengrafiek toevoegen Referentiedistributies kunnen ook worden gebruikt om puntengrafieken te maken. Een puntengrafiek is een variant op een staafdiagram die is ontwikkeld om meetinstrumenten en meters op het dashboard te vervangen. De puntengrafiek wordt over het algemeen gebruikt om een primaire meetwaarde te vergelijken met een of meer andere meetwaarden in de context van kwalitatieve prestatiebereiken, zoals slecht, bevredigend en goed. U kunt een puntengrafiek maken door een distributie toe te voegen om de kwalitatieve prestatiebereiken aan te geven en een lijn om het doel aan te geven. De volgende procedure maakt gebruik van Laten zien om dit proces eenvoudiger te maken. 1. Selecteer een of meer dimensies en twee meetwaarden in het deelvenster Data. Met de puntengrafiek worden de meetwaarden vergeleken. Bijvoorbeeld budget versus daadwerkelijk, daadwerkelijk versus doel, enz. Selecteer meerdere velden in het deelvenster Data door de Ctrl-toets ingedrukt te houden terwijl u op de velden klikt. Als u de voorbeeldwerkmap Superstore gebruikt, kunt u de onderstaande velden selecteren: ![Een lijst met dimensies en metingen uit de Superstore-dataset, met geselecteerde productcategorie en subcategorie, evenals winst- en verkoopmetingen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bulletgraph1web.png) 2. Klik op de knop **Laten zien** op de werkbalk. ![Datavenster met de dimensies Besteldatum en Winstmeting gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example6b_10.0.png) 3. Selecteer **Puntengrafiek** in het deelvenster Laten zien. ![Deelvenster 'Laten zien' met verschillende beschikbare opties voor visualisatietypen. Puntengrafieken zijn geselecteerd met de tekst: 'Voor puntengrafieken probeert u 0 of meer dimensies, of 2 meetwaarden'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bulletgraph3_10.0.png) Tableau voegt een referentiedistributie toe die is gedefinieerd op 60% en 80% van het gemiddelde van de meetwaarde in Detail. Er wordt ook een referentielijn toegevoegd die het gemiddelde van diezelfde meetwaarde markeert. De andere meetwaarde wordt in de container Rijen geplaatst. ![Een puntengrafiek die de winst per categorie en subcategorie weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bulletgraph4.png) U kunt deze bewerken om de definitie te wijzigen. U kunt bijvoorbeeld 100% toevoegen aan de set distributiebandwaarden of een lijn trekken bij een constante waarde. Klik op de buitenrand of een distributieband, of op de lijn, en selecteer Bewerken. ## Een boxplot toevoegen In Tableau Desktop, maar niet op internet, kunt u boxplots toevoegen aan een continue as. Gebruik boxplots, ook wel box-en-whiskerplots genoemd, om de distributie van waarden langs een as weer te geven. Boxes (kaders) geven de middelste 50 procent van de data aan (dat wil zeggen, de middelste twee kwartielen van de distributie van de data). U kunt lijnen configureren, _whiskers_ genoemd, om alle punten binnen 1,5 keer het interkwartielbereik weer te geven (met andere woorden, alle punten binnen 1,5 keer de breedte van de aangrenzende box), of alle punten met de maximale omvang van de data, zoals getoond in de volgende afbeelding: ![Een boxplot die het gemiddelde gewicht per geslacht weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/boxplot1.png) Boxplots zijn ook beschikbaar in het deelvenster Laten zien wanneer u ten minste één meetwaarde in de weergave hebt: ![Laten zien-raster met grafiekopties, waarbij de optie voor het maken van een boxplot is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/boxplot2.png) Zie [Laten zien gebruiken om met een weergave te beginnen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildauto_showme.htm) voor informatie over Laten zien. **Een boxplot toevoegen:** 1. Klik met de rechtermuisknop (Control+Klik op een Mac) op een kwantitatieve as en selecteer Referentielijn toevoegen. ![Contextmenu voor een grafiekas, met opties om het asbereik te bewerken, markeringen te selecteren, de as te synchroniseren, de as op te maken, de koptekst weer te geven en een referentielijn toe te voegen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/addline1.png) 2. Selecteer in het dialoogvenster Referentielijn, -band of -vak toevoegen de optie Boxplot. ![Een dialoogvenster met opties om een lijn-, band-, distributie- of boxplot toe te voegen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/boxplot3.png) 3. Geef onder Plot-opties de plaatsing van de whiskers op: - Data binnen 1,5 keer de IQR - Plaatst whiskers op een locatie die 1,5 keer de interkwartielafstand is, dat wil zeggen 1,5 keer verder weg dan de breedte van het aangrenzende vak. Dit wordt ook wel een schematische boxplot genoemd. - Maximale omvang van de data - Plaatst whiskers op het verste datapunt (markering) in de distributie. Dit wordt ook wel een skeletachtige boxplot genoemd. 4. Geef aan of u Onderliggende markeringen verbergen (behalve uitschieters) wilt gebruiken. Dat wil zeggen of alle markeringen behalve die voorbij de whiskers verborgen moeten worden. 5. Configureer het uiterlijk van de plot door een Stijl, Vullen, Rand en Whiskers te selecteren. ### Alternatieven voor boxplots: Laten zien versus Referentielijn, -band of -vak toevoegen Het verschil tussen het toevoegen van een boxplot met behulp van Laten zien en het toevoegen van een boxplot met behulp van Referentielijn toevoegen, is dat bij Laten zien de boxplot uw visualisatie is, terwijl u met Referentielijn, -band of -vak toevoegen een boxplot toevoegt aan een bestaande visualisatie. Maak bijvoorbeeld de volgende weergave door een cirkelweergave te selecteren in Laten zien en vervolgens een boxplot toe te voegen via Referentielijn toevoegen: ![Een boxplot met oranje cirkels.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/boxplot4.png) ## Bestaande referentielijnen, -banden en -distributies bewerken U kunt bestaande lijnen, banden of distributies bewerken. Om dit te doen, klikt u op een lijn of op de buitenrand van een band en selecteert u Bewerken om het dialoogvenster Bewerken voor dat object opnieuw te openen. ![Een lijndiagram van prognoses voor consumentenverkopen, met een keuzemenu voor het aanpassen of verwijderen van de maximumwaarde.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/reference_lines_web5.png) ## Referentielijnen, -banden of -distributies verwijderen Om een referentielijn, -band of -distributie te verwijderen, klikt u op een lijn of op de buitenrand van een band en selecteert u Verwijderen. U kunt een lijn of band ook uit de weergave slepen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Regularisatie en uitbreiding in prognosemodellen Veel mensen die Tableau gebruiken, gebruiken mogelijk niet [prognosemodellering](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/predictions_overview.htm), laat staan dat ze zoeken naar manieren om een prognosemodel passend te maken en de voorspellingskwaliteit ervan te verbeteren. Dit artikel is bedoeld voor gevorderde gebruikers die geïnteresseerd zijn in datawetenschap. Naast de standaardargumenten, zoals de doelexpressie (de te voorspellen meetwaarde) en de predictorexpressie (de meetwaarde en/of dimensies die worden gebruikt om de voorspelling te doen), kunt u nog twee argumenten toevoegen om uw voorspellingen nauwkeuriger te maken: _lambda_, een regularisatieparameter, en _uitbreiding_. Dit houdt in dat de nieuwe argumenten aan de [syntaxis](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/predictions_overview.htm#syntax-of-predictive-modeling-functions--in-detail) van uw berekening worden toegevoegd. ## Welke modellen werken met regularisatie en uitbreiding? Ter informatie: de functies voor prognosemodellering in Tableau ondersteunen drie modellen, namelijk lineaire regressie (ook ordinary-least-squares-regressie of OLS), geregulariseerde lineaire regressie (of ridge-regressie) en Gaussische procesregressie. Als u lineaire of ridge-regressie gebruikt, kunt u met uitbreiding het vermogen van uw modellen vergroten om niet-lineaire patronen op te pikken. Als u ridge-regressie gebruikt, is de regularisatieparameter een scalair die u kunt gebruiken om het regularisatie-effect op uw model aan te passen. Regularisatie en uitbreiding zijn niet van toepassing op [Gaussische procesregressie](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/predictions_choosing_model.htm#gaussian-process-regressie). Voordat we verder ingaan op regularisatie en uitbreiding, bekijken we deze twee modellen: **Lineaire regressie** is het meest geschikt wanneer er een of meer predictors zijn met een lineaire relatie tussen de voorspelling en het voorspellingsdoel, ze niet worden beïnvloed door dezelfde onderliggende omstandigheden en ze niet twee instanties van dezelfde data vertegenwoordigen (bijvoorbeeld verkopen uitgedrukt in zowel dollars als euro's). **Geregulariseerde lineaire regressie** wordt gebruikt om de stabiliteit te verbeteren, de impact van collineariteit te verminderen en de rekenefficiëntie en generalisatie te verbeteren. In Tableau wordt L2-regularisatie gebruikt. Zie deze les over [Ridge-regressie](https://online.stat.psu.edu/stat857/node/155/) voor meer informatie over L2-regularisatie. ## Wat is regularisatie? Ridge-regressie is een specifiek type geregulariseerde lineaire regressie. Regularisatie legt een straf op aan de grootte van de coëfficiënten van het model. De sterkte van de regularisatie wordt gecontroleerd door [lambda](https://developers.google.com/machine-learning/crash-course/regularization-for-simplicity/lambda), een scalair die wordt gebruikt om de algehele impact van regularisatie nauwkeurig af te stemmen. Hoe hoger de waarde, hoe zwaarder de straf (dus hoe groter de regularisatie). Ridge-regressie pakt enkele problemen van lineaire regressie aan: - Het verwijdert pathologieën die ontstaan door multicollineariteit tussen predictors. - Als het kleinste-kwadratenprobleem slecht geconditioneerd is, bijvoorbeeld als het aantal datapunten kleiner is dan het aantal kenmerken, dan zal lambda een unieke oplossing selecteren. - Het biedt een manier om de generalisatie van het lineaire model te verbeteren. Standaard staat ridge-regressie in Tableau ingesteld op **lambda=0,5**, omdat deze waarde in veel gevallen goed werkt. Om de lambdawaarde te wijzigen, bewerkt u eenvoudigweg de tabelberekening (zie voorbeelden hieronder). ## Wat is uitbreiding? Uitbreiding in MODEL\_QUANTILE en MODEL\_PERCENTILE is een eenvoudig voorbeeld van [data-uitbreiding](https://en.wikipedia.org/wiki/Feature_engineering) (in het Engels): predictors worden uitgebreid naar polynomen van hogere orde. In Tableau zijn een aantal typen polynomiale uitbreidingen ingebouwd in de functies voor prognosemodellering. - Bij **geordende dimensies** zorgen [Legendre-polynomen](https://nl.wikipedia.org/wiki/Legendre-polynoom) tot orde 3 ervoor dat het lineaire model kwadratische en kubieke relaties tussen de uitgebreide predictor en de respons kan oppikken. - Bij **meetwaarden** zorgen [Hermite-polynomen](https://nl.wikipedia.org/wiki/Hermite-polynoom) van de 2e graad ervoor dat het lineaire model kwadratische relaties kan oppikken tussen de uitgebreide predictor en de respons. Bij lineaire regressie worden alleen geordende dimensies standaard uitgebreid met **uitbreiding=aan**; in ridge-regressie waarbij **model=rl**, worden alleen de meetwaarden standaard uitgebreid. Om de instelling te negeren en de uitbreiding voor elke predictor in uw berekening uit te schakelen, gebruikt u **uitbreiding=uit**. Er worden dan geen polynomen van hogere orde toegevoegd. Het uitschakelen van uitbreidingen is voordelig wanneer de dataset erg klein is, omdat de uitbreidingen voor een 'overfitting' van de ruis in de oorspronkelijke data kunnen zorgen. Bovendien is de resulterende relatie dan eenvoudiger en intuïtiever. **Opmerking:** Uitbreiding wordt per predictor in- of uitgeschakeld (dat wil zeggen binnen het predictorargument van uw berekening). Lambda (en model) worden op een hoger niveau toegepast (buiten de predictorexpressies). ## Lambda en uitbreiding configureren in uw berekening Nu u meer weet over de regularisatieparameter (of lambda) en data-uitbreiding, gaan we deze bekijken in de context van een voorspellingsberekening: `MODEL_QUANTILE("model=rl, lambda=0.05", 0.5, SUM([Profit]), "augmentation=off", SUM([Sales]))` Hieronder vindt u een tabel met een kort overzicht van de gevolgen van het wijzigen van de uitbreiding en lambda ten opzichte van de standaard voor lineaire modellen:
 UitbreidingLambda
Ridge-regressiejaja
Lineaire regressiejaNiet van toepassing
## Overwegingen voor regularisatie en uitbreiding - Als u het verkeerde model voor uw data hebt, is het niet waarschijnlijk dat het wijzigen van de regularisatieparameter of uitbreiding tot aanzienlijk betere resultaten zullen leiden. Controleer of de datatypen correct zijn (meetwaarden versus dimensies). Als de onderliggende data bijvoorbeeld een tijdreeks zijn, kunt u overwegen om [Gaussische procesregressie](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/predictions_choosing_model.htm#gaussian-process-regressie) te gebruiken, door het model in uw tabelberekening te wijzigen met **model=gp**. - Omdat OLS niet geregulariseerd is, is er geen lambdawaarde die gewijzigd kan worden. - Als uw dataset extreem klein is en u dimensies hebt (vooral dimensies met een hoge kardinaliteit), overweeg dan om ridge-regressie te gebruiken door model=rl toe te voegen aan uw tabelberekening. - Als alle andere factoren gelijk zijn (voor dezelfde dataset, gegeven dat uitbreiding aan of uit staat), kan een lage lambda de fit verbeteren, maar de generalisatie schaden (overfitting veroorzaken). - Omgekeerd kan een hoge lambda ervoor zorgen dat de fit een constant model wordt, zonder afhankelijkheid van een van de predictors. Hierdoor wordt de capaciteit van het model verminderd (wat leidt tot underfitting). ### Voorbeeld 1 Dit voorbeeld toont de relatie tussen gemiddeld cholesterol en hartziekten bij mannen en vrouwen. Mannen worden weergegeven door vierkante markeringen en vrouwen door cirkels. In de eerste visualisatie geven de blauwe markeringen het voorspellingsdoel aan en de oranje markeringen zijn de gemodelleerde waarden. U ziet dat de data veel ruis bevatten en dat we met de uitbreiding ingeschakeld en een kleine lambdawaarde van 0,01 onrealistische hartziektepercentages van meer dan 1 zien. Er is sprake van een veel te grote afhankelijkheid, waarschijnlijk vanwege alle uitschieters in de ruis in de data. ![Hartziekten per geslacht met voorspellingsdoel en een slecht passend model](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-lambda-ex1a.png) MODEL\_QUANTILE("model=rl, lambda=0.01", 0.5, AVG(\[Target\]), ATTR(\[Sex\]), "augmentation=on", AVG(\[Chol\])) In de volgende visualisatie vergelijken we het voorspellingsdoel met een ander model, waarbij de uitbreiding is uitgeschakeld en de lambdawaarde is gewijzigd naar 10. Merk op dat dit model realistischer is en dat geen enkele markering een ziektepercentage van 1 overschrijdt. ![Hartziekten per geslacht met voorspellingsdoel en een beter model](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-lambda-ex1b.png) MODEL\_QUANTILE("model=rl, lambda=10", 0.5, AVG(\[Target\]), ATTR(\[Sex\]), "augmentation=off", AVG(\[Chol\])) ### Voorbeeld 2 Laten we nu eens kijken naar een ander voorbeeld uit de praktijk, waarbij gebruik wordt gemaakt van data over het aantal gebruikers van het fietsdeelsysteem Bluebikes (voorheen Hubway) in Boston. In dit geval werkt lineaire regressie goed. Vergelijk de volgende visualisaties, samengevoegd tot kwartalen van 2017: ![Grafiek met Hubway-gebruikersdata zonder overfitting](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-lambda-ex2a.png) MODEL\_QUANTILE('model=rl, lambda=0.05', 0.5, sum(\[Trip.Duration\]), AVG(\[Temp\])) ![Grafiek met Hubway-gebruikersdata zonder overfitting](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-lambda-ex2b.png) MODEL\_QUANTILE('model=rl, lambda=0.05', 0.5, AVG(\[Speed\]), AVG(\[Temp\])) Geen van beide is geneigd tot overfitting, waardoor de afhankelijkheid van lambda voor een kleine lambda zwak is. Kijk nu eens naar deze laatste visualisatie: ![Grafiek met Hubway-gebruikersdata zonder overfitting](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/predict-lambda-ex2c.png) MODEL\_QUANTILE('model=rl, lambda=2', 0.5, sum(\[Trip.Duration\]), AVG(\[Temp\])) U ziet dat naarmate de lambda toeneemt, de fit afvlakt tot er geen helling meer is (dat wil zeggen dat er sprake is van een te geregulariseerde fit of underfit). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Relatiequery's optimaliseren met prestatieopties Prestatieopties zijn optionele instellingen die de kardinaliteit (uniciteit) en referentiële integriteit (overeenkomende records) tussen de twee tabellen in een relatie definiëren. Deze instellingen helpen Tableau om query's te optimaliseren tijdens analyses. - **Als u niet zeker weet wat u moet kiezen**, gebruik dan de aanbevolen standaardinstellingen aangegeven door Tableau. Het gebruik van de standaardinstellingen is veilig en genereert tijdens de analyse automatisch de juiste aggregaties en joins. Als u de kardinaliteit of referentiële integriteit niet weet, hoeft u deze instellingen niet te wijzigen. - **Als u de vorm van uw data kent**, kunt u deze instellingen optioneel wijzigen om uniciteit en overeenkomsten tussen de records in de twee tabellen weer te geven. In veel analytische scenario's levert het gebruik van de standaardinstellingen voor een relatie alle data op die u nodig hebt voor analyse. In sommige scenario's wilt u mogelijk de instellingen voor prestatieopties aanpassen om uw data nauwkeuriger te beschrijven. Zie [Uw data relateren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/relate_tables.htm) en de Tableau-blogpost: [Relaties, deel 1: Introductie van nieuwe datamodellering in Tableau](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) (in het Engels) voor meer informatie over het gebruik van relaties om data te combineren en analyseren. ## Wat de instellingen kardinaliteit en referentiële Integriteit betekenen ![Instellingen voor prestatie-opties om een relatie te bewerken, waaronder kardinaliteit en referentiële integriteit.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_perfoptions.png) ### Opties voor kardinaliteit De instellingen voor kardinaliteit bepalen of Tableau tabeldata verzamelt voor of na het automatisch samenvoegen van de data tijdens de analyse. - Selecteer **Veel** als de waarden in de velden niet uniek zijn, of wanneer u dit niet weet. Tableau aggregeert de relevante data voordat er tijdens de analyse joins worden gevormd. - Selecteer **Een** als veldwaarden uniek zijn. Tijdens de analyse worden de relevante data samengevoegd voordat ze worden geaggregeerd. Het juist instellen van deze optie, optimaliseert query's in de werkmap als de veldwaarden in de relatie uniek zijn. Maar het selecteren van **Een** wanneer veldwaarden niet uniek zijn, kan ertoe leiden dat dubbele aggregatiewaarden in de weergave worden getoond. > [!TIP] > > **Opmerking**: Door **Een** te selecteren, worden records behandeld alsof elke sleutelwaarde uniek is en er hoogstens één rij is met een null-waarde. ### Opties voor referentiële integriteit De instellingen voor referentiële integriteit bepalen het type join dat wordt gebruikt om de dimensiewaarden voor een meetwaarde op te halen tijdens de analyse. - Selecteer **Sommige records komen overeen** als sommige waarden in het veld niet overeenkomen met de andere tabel, of als u het niet weet. Tijdens de analyse gebruikt Tableau buitenste joins om dimensiewaarden voor een meetwaarde op te halen. Alle meetwaarden worden in de weergave getoond, zelfs niet-overeenkomende meetwaarden. - Selecteer **Alle records komen overeen** als de waarden in het veld gegarandeerd overeenkomen met de andere tabel. Met deze instelling worden tijdens de analyse minder en eenvoudigere joins gegenereerd en worden query's geoptimaliseerd. Mogelijk ziet u inconsistente resultaten tijdens de analyse (niet-overeenkomende waarden zijn verwijderd of ontbreken in de weergave) als er niet-overeenkomende waarden in deze tabel staan. **Opmerkingen**: Door **Alle records komen overeen** te selecteren, worden records behandeld alsof er geen null-waarden bestaan in de velden die voor de relatie worden gebruikt. Tijdens de analyse gebruikt Tableau binnenste joins om dimensiewaarden voor een meetwaarde op te halen. Standaard zal Tableau nooit null-sleutels samenvoegen. Zie [Kardinaliteit en referentiële integriteit](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/cardinality_and_ri.htm) voor meer informatie over kardinaliteit en referentiële integriteit als concepten. ## Waar zijn de joins gebleven? U kunt nog steeds joins tussen tabellen opgeven in de fysieke laag van een databron. Dubbelklik op een logische tabel om naar het join-canvas te gaan. Elke logische tabel op het hoogste niveau bevat ten minste één fysieke tabel. Open een logische tabel om de fysieke tabellen te bekijken, bewerken of er joins tussen te maken. Klik met de rechtermuisknop op een logische tabel en klik vervolgens op Openen. U kunt ook dubbelklikken op de tabel om deze te openen. ![Datamodel met twee joins.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_singletable_joins.gif) Wanneer u een databron maakt, bestaat deze uit twee lagen. De bovenste laag is de logische laag van de databron. U combineert data tussen tabellen in de logische laag met behulp van relaties. De volgende laag is de fysieke laag van de databron. U combineert data tussen tabellen in de fysieke laag met joins. Zie [Logische en fysieke tabellen in het datamodel](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_datamodel.htm#dm_log_phys) voor meer informatie. ![Een datamodeldiagram toont een logische laag met twee tabellen die via een relatie met elkaar zijn verbonden, en een fysieke laag die aangeeft hoe de logische tabellen zijn opgebouwd uit fysieke tabellen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_layers_sm.png) ## Tips voor het gebruik van prestatieopties Als u de vorm van uw data weet, kunt u de optionele instellingen in prestatieopties gebruiken om de kardinaliteit van de tabellen ten opzichte van elkaar vast te stellen (één-op-één, één-op-veel, veel-op-veel) en referentiële integriteit aan te geven (waarden uit de ene tabel komen altijd overeen met de andere tabel). In plaats van de instellingen in prestatieopties te beschouwen als 'ja' en 'nee', kunt u ze beschouwen als 'ja' en 'ik weet het niet'. Als u zeker weet dat de waarden van een tabel uniek zijn, selecteert u **Een**. Als u zeker weet dat alle records in de ene tabel overeenkomen met een of meer records in de andere tabel, selecteert u **Alle records komen overeen**. Anders laat u de standaardinstellingen zoals ze zijn. Als u niet zeker bent van de vorm van uw data, gebruik dan de standaardinstellingen. Wanneer Tableau deze instellingen niet in uw data kan detecteren, zijn de standaardinstellingen: - Kardinaliteit: Veel-op-veel - Referentiële integriteit: Sommige records komen overeen Als Tableau sleutelrelaties of referentiële integriteit in uw data detecteert, worden die instellingen gebruikt en aangegeven als 'gedetecteerd'. Om de standaardinstellingen opnieuw toe te passen, klikt u op Terugzetten naar standaardinstellingen. ### Definities van termen _Kardinaliteit_ verwijst naar de uniciteit van data in een veld (kolom) of combinatie van velden. Wanneer de tabellen die u wilt analyseren veel rijen met data bevatten, kunnen query's traag zijn (en worden de prestaties van de algehele databron beïnvloed). We raden u daarom aan een methode te kiezen voor het combineren van data op basis van de kardinaliteit van de gerelateerde kolommen tussen tabellen. - Lage kardinaliteit: Wanneer gerelateerde kolommen veel herhaalde data bevatten. Voorbeeld: een tabel met de naam Producten kan een kolom Categorie bevatten met drie waarden: Meubels, Kantoorartikelen en Technologie. - Hoge kardinaliteit: Wanneer gerelateerde kolommen zeer unieke data bevatten. Voorbeeld: een tabel met de naam Bestellingen kan een kolom Bestelling-ID bevatten die een unieke waarde bevat voor elke productbestelling. _Referentiële integriteit_ betekent dat de ene tabel altijd een overeenkomende rij in de andere tabel heeft. Voorbeeld: een tabel Verkoop heeft altijd een overeenkomende rij in de tabel Productcatalogus. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Relaties gebruiken voor data-analyse met meerdere tabellen Tabellen die u naar het canvas voor het tabblad Databron sleept, maken gebruik van relaties. Relaties zijn een flexibele manier om data te combineren voor analyse in Tableau. U kunt een relatie zien als een contract tussen twee tabellen. Wanneer u een visualisatie bouwt met velden uit deze tabellen, haalt Tableau data binnen met behulp van dat contract om een query met de juiste joins te bouwen. Wij adviseren om relaties als eerste aanpak te gebruiken bij het combineren van uw data, omdat dit de voorbereiding en analyse van data eenvoudiger en intuïtiever maakt. [Gebruik joins alleen als het echt nodig is](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_datamodel_faq.htm#can-i-use-joins-between-logical-tables). Leer meer over de basisprincipes van het creëren van relaties in deze video van 5 minuten. **Opmerking**: de interface voor het bewerken van de relaties in deze video wijkt enigszins af van de huidige release, maar heeft dezelfde functionaliteit. Leer meer over hoe relaties werken in deze Tableau-blogposts: - [Relaties, deel 1: Introductie van nieuwe datamodellering in Tableau (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) - [Relaties, deel 2: Tips en trucs (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-2-tips-and-tricks) - [Relaties, deel 3: Vragen stellen over meerdere gerelateerde tabellen (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/6/relationships-part-3-asking-questions-across-multiple-related-tables) Zie ook videopodcasts over relaties van [Action Analytics](https://action-analytics.com/library/), zoals [Waarom heeft Tableau relaties uitgevonden?](https://action-analytics.com/ep-1-why-did-tableau-invent-relationships/) (in het Engels) Klik op Videopodcast in de [Bibliotheek](https://action-analytics.com/library/) om meer te zien. In Tableau versie 2024.2 en hoger ondersteunt het Tableau-datamodel analyse op basis van meerdere feitentabellen en gedeelde dimensies via relaties op basis van meerdere feitentabellen. Zie [Over datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm), [Wanneer een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen gebruiken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_when_to_use.htm) en [Een datamodel maken met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_build.htm) voor meer informatie. Bent u een nieuwe databron en werkmap aan het bouwen? Sleep een tabel naar het canvas van de Databronpagina om te beginnen met het samenstellen van de databron. Er kan een databron worden gemaakt van één enkele tabel die alle dimensie- en meetwaardevelden bevat die u nodig hebt voor analyse... ![Datamodel met één tabelanalyse.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_singletableanalysis.gif) Of u kunt een databron met meerdere tabellen maken door er meer tabellen naartoe te slepen en hun relaties te definiëren... ![Maak een datarelatie in het deelvenster Databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_createrelationship.gif) Bekijk deze video van 1 minuut over hoe u gebruik kunt maken van relaties. **Opmerking**: de interface voor het bewerken van de relaties in deze video wijkt enigszins af van de huidige release, maar heeft dezelfde functionaliteit. Zie [Uw data relateren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/relate_tables.htm), [Verschillen tussen relaties en joins](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_relationships_learnmorepage.htm), [Het Tableau-datamodel](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_datamodel.htm) en [Relaties creëren en definiëren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/relate_tables.htm#create-and-define-relationships) voor meer informatie over het gebruik van relaties. Zie [Wat is er veranderd bij databronnen en analyse](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_datamodel_whatschanged.htm) en [Vragen over relaties, het datamodel en databronnen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_datamodel_faq.htm) voor meer informatie. Wilt u een oudere werkmap of databron openen? Wanneer u in 2020.2 een werkmap of databron van vóór 2020.2 opent, verschijnt de databron als één logische tabel op het canvas, met de naam 'Gemigreerde data' of de oorspronkelijke tabelnaam. Uw data blijven behouden en u kunt de werkmap blijven gebruiken zoals u dat voorheen deed. ![Als uw databron meerdere samengevoegde of verenigde tabellen bevat, wordt de ene logische tabel weergegeven met de naam 'Gemigreerde data'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_migrated_data.gif) Als u de fysieke tabellen wilt zien waaruit één logische tabel bestaat, dubbelklikt u op die logische tabel om deze in de fysieke laag te openen. U ziet dan de onderliggende fysieke tabellen, inclusief joins en verenigingen. Zie [Wat is er veranderd bij databronnen en analyse](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_datamodel_whatschanged.htm) en [Vragen over relaties, het datamodel en databronnen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_datamodel_faq.htm) voor meer informatie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Relatieve-datumfilters maken Relatieve-datumfilters worden dynamisch bijgewerkt om een tijdsperiode weer te geven die relatief is aan het moment waarop u de weergave opent, zoals de huidige week, het jaar tot nu toe of de afgelopen 10 dagen. Met relatieve-datumfilters kunt u eenvoudig weergaven maken die altijd de meest recente data weergeven. ### Stap 1: Een datumveld toevoegen aan de filtercontainer Sleep een datumveld van het deelvenster Data naar de container Filters. Ga naar het dialoogvenster Veld filteren en selecteer achtereenvolgens Relatieve datum en Volgende. ![Dialoogvenster Veld filteren met opties om te filteren op relatieve datum of datumbereik.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/qs_relative_dates1.png) ### Stap 2: Een tijdseenheid selecteren Ga naar het dialoogvenster Filter, selecteer Relatieve data en kies de tijdseenheid voor het filter. Om bijvoorbeeld alleen de laatste drie weken weer te geven, selecteert u Weken. ![Een dialoogvenster met opties om datums te filteren. U kunt filteren op specifieke datums of op relatieve datums, zoals deze week, vorige week of volgende week.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/qs_relative_dates2.png) ### Stap 3: De datumperiode definiëren Gebruik de opties in het onderste gedeelte van het dialoogvenster Filter om op te geven welke datumperiode u in de weergave wilt opnemen. Als u bijvoorbeeld de laatste drie weken wilt tonen, selecteert u Laatste en voert u vervolgens het nummer 3 in. ![Een vervolgkeuzemenu met opties om te filteren op relatieve datums, waaronder de vorige week of de komende week.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/qs_relative_dates3.png) Het specifieke tijdsbereik dat u hebt geselecteerd, wordt rechtsboven in het dialoogvenster Filter weergegeven. ![Een visualisatie gefilterd op relatieve datums van 26 april 2015 tot en met 2 mei 2015.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/qs_relative_dates4.png) **Opmerking**: de 'laatste’ datumperioden omvatten de volledige huidige tijdseenheid, zelfs als sommige datums nog niet hebben plaatsgevonden. Als u bijvoorbeeld de laatste maand selecteert en de huidige datum 7 januari is, geeft Tableau datums van 1 tot en met 31 januari weer. ### Stap 4: De bijgewerkte weergave bekijken De weergave wordt nu bijgewerkt, zodat altijd het door u gekozen relatieve datumbereik wordt weergegeven. ![Een lijndiagram waarin de winsttrends voor de besteldatum worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/qs_relative_dates5.png) Nadat u relatieve-datumfilters hebt gemaakt, kunt u deze in de weergave weergeven als kaarten. Zie [Interactieve filters weergeven in de weergave](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm#ShowFilter). Om het specifieke datumbereik te bevestigen, kunnen gebruikers het menu op de filterkaart selecteren: ![Een visualisatie gefilterd op relatieve datums van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2020.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/qs_relative_dates6.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Rondleiding door de Tableau-omgeving In deze sectie vindt u informatie over Tableau-pagina's en de bijbehorende werkruimte, inclusief deelvensters, containers, pictogrammen en andere elementen in Tableau Desktop. - [De Tableau-werkruimte](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environment_workspace.htm) - [Startpagina](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environment_startpage.htm) - [Databronpagina](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environment_datasource_page.htm) ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Ruimtelijk bestand In dit onderwerp wordt beschreven hoe u Tableau verbindt met Shapefiles, MapInfo-tabelbestanden, KML-bestanden (Keyhole Markup Language), TopoJSON-bestanden, GeoJSON-bestanden en Esri File Geodatabases. **Opmerking:** verbinding maken met ruimtelijke data wordt ondersteund in Tableau Desktop versie 10.2 en hoger. ## Voordat u verbinding maakt Voordat u verbinding kunt maken met ruimtelijke bestanden, moet u ervoor zorgen dat alle volgende bestanden zich in dezelfde directory bevinden: - **Voor Esri-shapefilebestanden**: de map moet `.shp`\-, `.shx`\-, `.dbf`\- en `.prj`\-bestanden bevatten en ook `.zip`\-bestanden van het Esri-shapefilebestand. **Voor Esri File Geodatabases**: de map moet het `.gdb`\-bestand van het geodatabasebestand bevatten of het `.zip`\-bestand van het `.gdb.`\-geodatabasebestand. - **Voor MapInfo-tabellen** (alleen Tableau Desktop): de map moet het volgende bevatten: de bestanden `.TAB`, `.DAT`, `.MAP`, en `.ID` of `.MID` en `.MIF`. - **Voor KML-bestanden**: de map moet de volgende informatie bevatten: `.kml`\-bestand. (Er zijn geen andere bestanden vereist.) - **Voor GeoJSON-bestanden**: de map moet het `.geojson`\-bestand bevatten. (Er zijn geen andere bestanden vereist.) - **Voor TopoJSON-bestanden**: de map moet het `.json`\- of `.topojson`\-bestand bevatten. (Er zijn geen andere bestanden vereist.) **Opmerking**: bestanden zonder opmaak halen de inhoud van de hele map op. Verwijder om prestatieredenen onnodige bestanden en verminder de hoeveelheid data in de bestanden. In de huidige versies van Tableau kunt u alleen verbinding maken met puntgeometrieën, lineaire geometrieën en veelhoeken. U kunt geen verbinding maken met gemengde geometrietypen. Als uw data accenten op tekens niet juist weergeven, controleer dan of het bestand met **UTF-8** is gecodeerd. ## Verbinding maken en de databron instellen In Tableau Desktop: klik op het pictogram Nieuwe databron en selecteer Ruimtelijk bestand. In Tableau Cloud of Tableau Server (Creator-rol): selecteer Maken > Werkmap. Selecteer het tabblad Bestanden. Ga dan als volgt te werk: 1. Ga naar de map met uw ruimtelijke data en selecteer het ruimtelijke bestand waarmee u verbinding wilt maken. 2. Selecteer Openen. ### Voorbeeld van een ruimtelijke bestandsdatabron Hier is een voorbeeld van een ruimtelijke bestandsdatabron met Tableau Desktop op een Mac-computer: ![Voorbeeld van een ruimtelijk bestand met een datatabel met details over landzoogdieren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/examples_spatial_file1.png) ## Werken met de kolom Geometrie Er zijn veel taken die u optioneel voor uw data kunt uitvoeren voordat u met de analyse begint, zoals het verbergen van velden of het wijzigen van veldnamen. Houd er echter rekening mee dat de volgende beperkingen van toepassing zijn bij het werken met de kolom Geometrie: - U kunt de kolom Geometrie niet verbergen. - U kunt de kolom Geometrie niet splitsen. - U kunt op de pagina Databron geen berekend veld maken met de kolom Geometrie. ## Over .ttde- en .hhyper-bestanden in Tableau Desktop Mogelijk ziet u .ttde- of .hhyper-bestanden wanneer u door de directory van uw computer navigeert. Wanneer u een Tableau-databron maakt die verbinding maakt met uw data, maakt Tableau een .ttde- of .hhyper-bestand. Dit bestand, ook wel een schaduwextract genoemd, wordt gebruikt om de snelheid waarmee uw databron in Tableau Desktop wordt geladen, te verbeteren. Hoewel een schaduwextract onderliggende data en andere informatie bevat die vergelijkbaar is met het standaard Tableau-extract, wordt een schaduwextract in een ander formaat opgeslagen en kan het niet worden gebruikt om uw data te herstellen. **Opmerking**: .tde-bestanden worden niet langer ondersteund voor Tableau-versies na 2024.2. Alle extracten zijn nu in .hyper-indeling. ## Zie ook [Tableau-kaarten maken op basis van bestanden met ruimtelijke data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_shapefiles.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Ruimtelijke functies Met ruimtelijke functies kunt u geavanceerde ruimtelijke analyses uitvoeren en ruimtelijke bestanden combineren met data in andere formaten, zoals tekstbestanden of spreadsheets. U kunt bijvoorbeeld een ruimtelijk bestand met gemeenteraden hebben en een tekstbestand met de breedtegraad- en lengtegraadcoördinaten van gemelde kuilen in de weg. U kunt een ruimtelijke berekening gebruiken bij het maken van uw databron om deze bestanden samen te voegen en te analyseren in welk district de meeste tijd nodig is om gaten in de weg te repareren. U kunt ook een lijn maken die twee datapunten met elkaar verbindt voor vertrek-/bestemmingskaarten. U kunt bijvoorbeeld een spreadsheet met data over het openbaar vervoer hebben waarin staat waar forenzen hun reis begonnen en eindigden. Met een ruimtelijke berekening kunt u zien welke routes forenzen nemen. ## Ruimtelijke functies beschikbaar in Tableau ### AREA
SyntaxisAREA(Spatial Polygon, 'units')
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert het totale oppervlak van een <spatial polygon>.
Voorbeeld
AREA([Geometry], 'feet')
Opmerkingen

Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening, zoals 'miles'):

  • meter: meters, meter, m
  • kilometer: kilometers, kilometer, km
  • mijlen: mijlen, mijl
  • voeten: voeten, voet

### BUFFER
SyntaxisBUFFER(Spatial point, distance, 'units')

BUFFER(Spatial linestring, distance, 'units')

BUFFER(Spatial polygon, distance, 'units')

  • meter: meters, meter, m
  • kilometer: kilometers, kilometer, km
  • mijlen: mijlen, mijl
  • voeten: voeten, voet
UitvoerGeometrie
Definitie

Bij ruimtelijke punten wordt een polygoonvorm geretourneerd die is gecentreerd over een <spatial point>, met een straal die wordt bepaald door de waarden <distance> en <unit>.

Bij lijntekenreeksen worden de polygonen berekend die worden gevormd door alle punten binnen de straalafstand van de lijntekenreeks op te nemen.

Bij polygonen wordt een polygoon berekend die een 'inset' (negatieve afstand) of 'outset' (positieve afstand) is van elke gegeven polygoon.

Voorbeeld
BUFFER([Spatial Point Geometry], 25, 'mi')
BUFFER(MAKEPOINT(47.59, -122.32), 3, 'km')
BUFFER(MAKELINE(MAKEPOINT(0, 20),MAKEPOINT (30, 30)),20,'km'))
Opmerkingen

Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening, zoals 'miles'):

  • meter: meters, meter, m
  • kilometer: kilometers, kilometer, km
  • mijlen: mijlen, mijl
  • voeten: voeten, voet
### DIFFERENCE
SyntaxisDIFFERENCE(Spatial, Spatial)
UitvoerRuimtelijke veelhoek
DefinitieBerekent de delen van regio's die overblijven wanneer alle regio's in het tweede argument uit het eerste argument worden gehaald in overlappende gebieden.Verwijdert regio's uit het tweede argument in gebieden die niet overlappen.
Voorbeeld
DIFFERENCE(Spatial Polygon1, Spatial Polygon2)
Opmerkingen

Ondersteunt ruimtelijke veelhoeken en meerdere polygonen, geen ruimtelijke punten of lijnen.

### DISTANCE
SyntaxisDISTANCE(SpatialPoint1, SpatialPoint2, 'units')
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de afstandsmeting tussen twee punten in de opgegeven <unit>.
Voorbeeld
DISTANCE([Origin Point],[Destination Point], 'km')
Opmerkingen

Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening, zoals 'miles'):

  • meter: meters, meter, m
  • kilometer: kilometers, kilometer, km
  • mijlen: mijlen, mijl
  • voeten: voeten, voet
Beperkingen van de databaseDeze functie kan alleen worden gemaakt met een live verbinding, maar blijft werken als de databron wordt omgezet naar een extract.
### INTERSECTION
SyntaxisINTERSECTION (spatial, spatial)
UitvoerVeelhoek
DefinitieBerekent en retourneert de delen van regio's in het tweede argument die overlappen met regio's in het eerste argument.
VoorbeeldSNIJPUNT (Ruimtelijke polygoon1, Ruimtelijk polygoon2)
OpmerkingenOndersteunt ruimtelijke veelhoeken en meerdere polygonen, geen ruimtelijke punten of lijnen.
### INTERSECTS
SyntaxisINTERSECTS (geometry1, geometry2)
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert true of false om aan te geven of twee geometrieën elkaar in de ruimte overlappen.
OpmerkingenOndersteunde combinaties: punt/veelhoek, lijn/veelhoek en veelhoek/veelhoek.
### LENGTH
SyntaxisLENGTH(geometry, 'units')
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de geodetische padlengte van de lijntekenreeks of tekenreeksen in de <geometry> met behulp van de gegeven <units>.
Voorbeeld
LENGTH([Spatial], 'metres')
OpmerkingenHet resultaat is <NaN> als het geometrie-argument geen lijntekenreeksen bevat, hoewel andere elementen wel zijn toegestaan.
### MAKELINE
SyntaxisMAKELINE(SpatialPoint1, SpatialPoint2)
UitvoerGeometrie (lijn)
DefinitieRetourneert een lijnmarkering tussen twee punten
Voorbeeld
MAKELINE(MAKEPOINT(47.59, -122.32), MAKEPOINT(48.5, -123.1))
OpmerkingenHandig voor het maken van vertrek-bestemmingskaarten.
### MAKEPOINT
SyntaxisMAKEPOINT(latitude, longitude, [SRID])
UitvoerGeometrie (punt)
Definitie

Converteert data van de kolommen <latitude> en <longitude> naar ruimtelijke objecten.

Als het optionele argument <SRID> wordt toegevoegd, kunnen de invoerdata andere geprojecteerde geografische coördinaten zijn.

Voorbeeld
MAKEPOINT(48.5, -123.1)
MAKEPOINT([AirportLatitude], [AirportLongitude])
MAKEPOINT([Xcoord],[Ycoord], 3493)
Opmerkingen

MAKEPOINT kan de automatisch gegenereerde velden voor breedtegraad en lengtegraad niet gebruiken.De databron moet standaard de coördinaten bevatten.

SRID is een ruimtelijke referentie-identificatie die gebruikmaakt van ESPG-referentiesysteemcodes om coördinatensystemen te specificeren.Als SRID niet is gespecificeerd, wordt de WGS84-code aangenomen en worden parameters behandeld als breedtegraad/lengtegraad in graden.

Met MAKEPOINT kunt u een databron ruimtelijk inschakelen, zodat deze met behulp van een ruimtelijke join kan worden gekoppeld aan een ruimtelijk bestand.Zie Een join maken van bestanden met ruimtelijke data in Tableauvoor meer informatie.

### NO\_CUTOUTS
SyntaxisNO_CUTOUTS (spatial)
UitvoerGecorrigeerde ruimtelijke polygoon
DefinitieRetourneert een gecorrigeerde ruimtelijke polygoon als voor een platte-aarde-interpretatie polygooninversies vereist zijn; anders wordt het origineel geretourneerd.
Opmerkingen

Voor ruimtelijke bestandsindelingen zoals Keyhole Markup Language (.kml) moeten polygoongrenzen een specifieke coördinaatrichting volgen.Als een dataset in omgekeerde richting grenzen trekt, interpreteert Tableau de buitenruimte als de vorm.NO_CUTOUTS herschikt deze coördinaten om de juiste lay-out te herstellen.

### OUTLINE
SyntaxisOUTLINE(spatial polygon)
UitvoerGeometrie
DefinitieConverteert een polygoongeometrie naar lijntekenreeksen.
Opmerkingen

Handig voor het maken van een aparte laag voor een omtrek die anders kan worden vormgegeven dan de vulling.

Ondersteunt polygonen binnen multipolygonen.

### PARSE\_WKT
SyntaxisPARSE_WKT (String)
UitvoerRuimtelijk (geografie)
DefinitieConverteert een teksttekenreeksveld met bekende tekstrepresentaties (WKT) van geografische entiteiten (zoals punten, lijntekenreeksen of polygonen) naar een ruimtelijke waarde.
Opmerkingen

Er wordt aangenomen dat de coördinaten de breedte- en lengtegraad van WGS-84 gebruiken.Zie Bekende tekstweergave van geometrie voor meer informatie over WKT.

### SHAPETYPE
SyntaxisSHAPETYPE(geometry)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert een tekenreeks die de structuur beschrijft van de ruimtelijke <geometry>, zoals Leeg (Empty), Punt (Point), Meerdere punten (MultiPoint), Lijntekenreeksen (LineString), Meerdere lijntekenreeksen (MultiLinestring), Polygoon (Polygon), Meerdere polygonen (MultiPolygon), Gemengd (Mixed) en Niet-ondersteund (Unsupported).
Voorbeeld
SHAPETYPE(MAKEPOINT(48.5, -123.1)) = "Point"
### SYMDIFFERENCE
SyntaxisSYMDIFFERENCE(spatial, spatial)
UitvoerGeometrie
DefinitieBerekent alle delen van regio's uit het tweede argument die overlappen met regio's in het eerste argument en verwijdert deze uit beide.Retourneert de resterende delen van regio's uit beide argumenten.
Voorbeeld

SYMDIFFERENCE(Spatial Polygon1, Spatial Polygon2)

### UNION
SyntaxisUNION(spatial 1, [spatial 2])
UitvoerGeometrie
DefinitieCombineert ruimtelijke geometrieën door aangrenzende of overlappende grenzen op te lossen in één ruimtelijke geometrie.
Opmerkingen

Bij gebruik met één argument (UNION(spatial)) fungeert UNION als een aggregatiefunctie die alle ruimtelijke objecten in een veld in alle rijen samenvoegt.

Bij gebruik met twee argumenten (UNION(spatial1, spatial2)) voegt UNION twee afzonderlijke ruimtelijke velden of geometrieën samen.

Voor punten en lijntekenreeksen combineert UNION alle elementen in één verzameling.Voor polygonen lossen overlappende of elkaar rakende vormen op in één polygoon of multipolygoon.

### VALIDATE
SyntaxisVALIDATE(spatial geometry)
UitvoerGeometrie
DefinitieBevestigt de topologische juistheid van de geometrie in uw ruimtelijke waarde.Als de waarde niet voor analyse kan worden gebruikt vanwege problemen zoals de omtrek van een polygoon die zichzelf snijdt, dan is het resultaat nul.Als de geometrie juist is, is het resultaat de oorspronkelijke geometrie.
Voorbeeld

UNION(VALIDATE([Geometry]))

## Een ruimtelijke berekening gebruiken ### Een ruimtelijke databron maken met gebruik van MAKEPOINT Met MAKEPOINT kunt u een databron ruimtelijk inschakelen, zodat deze met behulp van een ruimtelijke join kan worden gekoppeld aan een ruimtelijk bestand. Om MAKEPOINT te kunnen gebruiken, moeten uw data breedtegraad- en lengtegraadcoördinaten bevatten. 1. Open Tableau en maak verbinding met een ruimtelijke databron. 2. Klik onder Verbindingen op Toevoegen om een tweede, niet-ruimtelijke databron toe te voegen. De twee databronnen worden toegevoegd aan het canvas. > [!TIP] > > Tip: om het dialoogvenster Een join maken te openen, dubbelklikt u (control-klik op Mac) op een databron op het canvas. 3. Sleep de niet-ruimtelijke databron naar het dialoogvenster Een join maken. 4. Klik op het pictogram Een join maken. 5. Doe het volgende in het dialoogvenster Een join maken dat wordt getoond: - Selecteer een join-type. - Selecteer onder Databron een ruimtelijk veld uit uw ruimtelijk bestand waarvoor u een join wilt maken. Naast ruimtelijke velden staat een pictogram met een wereldbol. 6. Selecteer voor de niet-ruimtelijke databron 'Joinberekening maken' als JOIN-component. ![Het dialoogvenster Join met de optie om een joinberekening te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_spatialcalcs_csvspatial.png) De berekening zou er ongeveer als volgt moeten uitzien: `MAKEPOINT(Latitude,Longitude)` 7. Selecteer OK. 8. Selecteer de JOIN-componentoperator Intersects (Kruist) om een databron voor ruimtelijke analyse te maken. 9. Als u klaar bent, sluit u het dialoogvenster Een join maken. Zie [Een join maken van bestanden met ruimtelijke data in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_spatial_join.htm)voor meer informatie over ruimtelijke joins. ### Een visualisatie maken met MAKELINE Download in Tableau Desktop de Flight Path-werkmap van Tableau Public. Deze is [hier beschikbaar](https://public.tableau.nl/views/UseSpatialFunctionsMakeLineExampleWorkbook/FinishedFlightpaths?:embed=y&:display_count=yes&publish=yes&:origin=viz_share_link). 1. Navigeer naar een nieuw werkblad. 2. Selecteer Analyse > Berekend veld maken. 3. Doe het volgende in de berekening die wordt geopend: - Geef het berekende veld de naam: Flight Paths (vluchtroutes) - Voer de volgende formule in `MAKELINE(MAKEPOINT([Lat],[Lng]),MAKEPOINT([Dest Lat],[Dest Lng]))` Deze formule neemt de breedtegraad- en lengtegraadcoördinaten van uw plaats van vertrek en die van aankomst en zet ze om in geografische punten voor ruimtelijke analyse. Deze coördinaten worden gebruikt om tweepuntslijnen te bouwen tussen oorsprong en bestemming. 7. Klik op OK als u klaar bent. Het nieuwe berekende veld wordt getoond onder Dimensies in het deelvenster Data. Net als uw andere velden kunt u deze in een of meer visualisaties gebruiken. 9. Dubbelklik in het deelvenster Data op Flight Paths om deze toe te voegen aan uw visualisatie. Deze zou automatisch als kaart moeten worden weergegeven. ![Een kaart met vliegroutes binnen de Verenigde Staten en Mexico.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/maps_spatialcalcs_flight.png) De berekening produceert automatisch gebogen geodetische lijnen wanneer de lijnen grotere delen van de aardbol beslaan. ### Een gebied visualiseren met BUFFER Download in Tableau Desktop de Flight Path-werkmap van Tableau Public. Deze is [hier beschikbaar](https://public.tableau.nl/views/UseSpatialFunctionsMakeLineExampleWorkbook/FinishedFlightpaths?:embed=y&:display_count=yes&publish=yes&:origin=viz_share_link). 1. Navigeer naar een nieuw werkblad. 2. Klik met de rechtermuisknop op het deelvenster Data en selecteer Parameter maken. 3. Stel in het dialoogvenster Parameter dat wordt geopend de onderstaande opties in: - Noem de parameter Buffer Distance (bufferafstand) - Stel het datatype in op geheel getal - Stel Toegestane waarden in op Bereik - Stel het minimum bereik in op 100, het maximum bereik op 1.000 en de stapgrootte op 100. ![Het dialoogvenster Parameter maken met de naam Bufferafstand, het datatype op geheel getal, toegestane waarden op bereik, minimumbereik op 100, maximumbereik op 1000 en stapgrootte op 100.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/map_buffer_2.png) 4. Klik op OK als u klaar bent. Met deze parameter kunnen we de straal van onze buffer aanpassen, van 100 tot 1.000 mijl. Klik met de rechtermuisknop op de parameter en selecteer Parameter tonen. 6. Selecteer Analyse > Berekend veld maken. 7. Doe het volgende in de berekening die wordt geopend: - Geef het berekende veld de naam Buffer - Voer de volgende formule in `BUFFER(MAKEPOINT([Dest Lat],[Dest Lng]),[Buffer Distance],"miles")` De BUFFER-berekening neemt puntruimtelijke data en zet deze om in vormen met een straal in mijlen, bepaald door de parameter Bufferafstand. Opmerking: omdat BUFFER alleen kan worden gebruikt met puntruimtelijke data, converteren we de breedtegraad- en lengtegraaddata naar een punt met Makepoint, zoals gedemonstreerd in het vorige voorbeeld. 12. Klik op OK als u klaar bent. Het nieuwe berekende veld wordt getoond in het deelvenster Data. Net als uw andere velden kunt u deze in een of meer visualisaties gebruiken. 14. Dubbelklik in het deelvenster Data op Buffer om deze toe te voegen aan uw visualisatie. Die zou automatisch als kaart moeten worden weergegeven. 15. Sleep Bestemming naar het paneel Kleur op de kaart Markeringen om de visualisatie te voltooien. ![Bufferkaart met markeringen van het kaarttype.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/map_buffer_1.png) **Opmerking:** als uw weergave er niet uitziet zoals op de afbeelding hierboven, controleer dan of het type Markering is ingesteld op Kaart en niet op Cirkel. Zie [Het type markering in de weergave wijzigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_marktypes.htm) voor meer informatie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Ruimtelijke parameters en operators ## Ruimtelijke parameters U kunt een ruimtelijke parameter maken voor gebruik in berekeningen met ruimtelijke data. U kunt ruimtelijke parameters laden vanuit een databron of u kunt bekende tekst (WKT) gebruiken om ruimtelijke parameters in Tableau te maken. Een ruimtelijke parameter kan een punt, een polygoon, een multipolygoon, een lijn of een homogene verzameling van deze typen zijn. Gebruik ruimtelijke parameters op dezelfde manier als andere parameters in Tableau, zoals parameterbesturingselementen, parameteracties en dynamische waarden. Vanaf Tableau 25.2 kunt u een dynamische parameter voor kaartweergavevensters gebruiken om een parameter voor ruimtelijke datawaarden in te stellen voor de rechthoek die fungeert als uw kaartweergavevenster. Met deze functie kunt u meer interactieve en responsieve kaartvisualisaties maken. Zie [Parameters voor kaartweergavevensters](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/Map_Viewport_Parameters.htm) voor meer informatie. **Opmerking:** ruimtelijke parameters kunnen alleen worden gemaakt met velden uit ruimtelijke data, zoals breedtegraad- en lengtegraadcoördinaten. Ze kunnen niet worden gemaakt met teksttekenreeksvelden. Een landveld is bijvoorbeeld een teksttekenreeks waarop een geografische rol is toegepast, maar het veld is nog steeds een teksttekenreeks. ### Een ruimtelijke parameter maken Een parameter maken vanuit het deelvenster Data: 1. Klik op de vervolgkeuzepijl in de rechterbovenhoek en selecteer Parameter maken. U kunt ook met de rechtermuisknop op een veld klikken en Parameter maken selecteren. ![Het dialoogvenster om een parameter te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter_create.png) 2. Geef uw ruimtelijke parameter in het dialoogvenster Parameter maken een naam. 3. Open de vervolgkeuzelijst Datatype en selecteer Ruimtelijk. ![Vervolgkeuzelijst Datatype in het dialoogvenster om een parameter te maken met het ruimtelijk type gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatialtype_parameter.png) 4. Selecteer onder Toegestane waarden de optie Alle of Lijst. Selecteer Lijst om de waarden invullen met behulp van WKT of vanuit een veld. Voor lijstdomeinparameters raden we aan een alias te gebruiken bij het geven van een naam aan uw parameter. In plaats van de ruimtelijke parameter POINT(-73.9856 40.7484079) te noemen, kunt u deze bijvoorbeeld Empire State Building noemen. Het gebruik van een alias is alleen beschikbaar voor lijstdomeinparameters. 5. Open het vervolgkeuzemenu naast Waarden toevoegen uit en selecteer een veld. U kunt de WKT-waarden ook rechtstreeks in het raster typen. 6. Selecteer OK. De ruimtelijke parameter wordt onderaan in het deelvenster Data weergegeven, onder het gedeelte Parameters. ### Uw ruimtelijke parameter visualiseren Als u de ruimtelijke parameter wilt visualiseren, gebruikt u de parameter in een berekening. 1. Selecteer Analyse > Berekend veld maken. 2. Geef uw berekende veld een naam in de Berekeningseditor die wordt geopend. 3. Sleep uw parameter in de Berekeningseditor naar de formule. 4. Selecteer OK. Het nieuwe berekende veld wordt toegevoegd aan het deelvenster Data. Er staat een = voor het datatypepictogram om aan te geven dat het een berekend veld is. U kunt uw parameter nu visualiseren door deze op een kaartlaag te plaatsen of door op de pil te dubbelklikken. U kunt de parameterwaarden wijzigen met behulp van een parameterbesturingselement, een parameteractie of een dynamische parameter. ### Een besturingselement voor een ruimtelijke parameter weergeven in de visualisatie Een parameterbesturingselement is een werkbladkaart waarmee de parameterwaarde kan worden gewijzigd. Parameterbesturingselementen lijken op filterkaarten doordat ze besturingselementen bevatten waarmee de weergave kan worden gewijzigd. Als u het besturingselement voor een ruimtelijke parameter wilt weergeven, klikt u met de rechtermuisknop (Ctrl-klik Mac) op de parameter in het deelvenster Data en selecteert u Parameter weergeven. ![Contextmenu voor parameters met de optie Parameter weergeven gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter_save.png) Het ruimtelijke parameterbesturingselemenat kan op verschillende manieren worden gebruikt. Als type-in-besturingselement kunt u WKT typen om uw parameterwaarde in te stellen, of u kunt de alias van de parameter typen. U kunt ook lijsten of vervolgkeuzemenu's gebruiken om uw ruimtelijke parameters te bekijken. Zie [Parameters maken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/parameters_create.htm) voor meer informatie over parameters en hoe u deze kunt gebruiken. ## Ruimtelijke operatoren Vanaf Tableau versie 24.3 kunt u ruimtelijke operatoren gebruiken in een berekening. Zie [Een eenvoudig berekend veld maken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_formulas.htm) voor meer informatie over berekende velden en hoe u deze kunt gebruiken. ### Een berekend veld maken met behulp van een ruimtelijke operator 1. Selecteer in een werkblad in Tableau de opties Analyse > Berekend veld maken. 2. Geef uw berekende veld een naam in de Berekeningseditor die wordt geopend. 3. Gebruik in de Berekeningseditor een ruimtelijke operator in de formule. Bijvoorbeeld: UNION(\[Geometry\]) 4. Selecteer OK. Het nieuwe berekende veld wordt aan het deelvenster Data toegevoegd met een ![Gelijkteken en wereldbolpictogram om een ruimtelijk berekend veld aan te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatialcalculatedfieldlogo_28x15.png)pictogram vóór het datatypepictogram om aan te geven dat het een berekend veld is dat wordt gebruikt met een ruimtelijke operator. ### Ruimtelijke operatoren die beschikbaar zijn in Tableau #### DIFFERENCE
OperatorDIFFERENCE
DefinitieBerekent de delen van regio's die overblijven wanneer alle regio's in het tweede argument uit het eerste argument worden gehaald in overlappende gebieden. Verwijdert regio's uit het tweede argument in gebieden die niet overlappen.
Voorbeeld

Venn-diagram waarbij alleen de linkerkant is gevuld en niet het midden, naast twee geografische gebieden waarbij alleen het verschil tussen de twee wordt getoond.

#### INTERSECTION
OperatorINTERSECTION
DefinitieBerekent en retourneert de delen van regio's in het tweede argument die overlappen met regio's in het eerste argument.
Voorbeeld

#### SYMDIFFERENCE
OperatorSYMDIFFERENCE
DefinitieBerekent alle delen van regio's uit het tweede argument die overlappen met regio's in het eerste argument en verwijdert deze uit beide. Retourneert de resterende delen van regio's uit beide argumenten.
Voorbeeld

Venn-diagram waarbij het middelste gedeelte is weggelaten, naast een kaart van twee sets ruimtelijke data waarbij het overlappende gebied is weggelaten.

#### UNION
OperatorUNION
Definitie

Monadische vereniging (één parameter)

Syntaxis: Union (Spatial)

  • Punten en lijntekenreeksen: Retourneert de oorspronkelijke invoer.

  • Polygonen: Berekent de ruimtelijke eenheid door alle afzonderlijke polygonen in een multipolygoon op te lossen in grotere polygonen, indien ze elkaar overlappen. Retourneert een multipolygoon (dat soms uit één polygoon bestaat).

Dyadische vereniging (twee parameters)

Syntaxis: Union (Spatial, Spatial)

  • Punten en lijntekenreeksen: Combineert alle elementen van elk type van beide parameters.

  • Polygonen: Voert de ruimtelijke vereniging uit en lost alle polygonen van beide parameters op in grotere polygonen, indien ze elkaar overlappen. Retourneert een multipolygoon (dat soms uit één polygoon bestaat).

Voorbeeld

Een kaart van de staat Washington met alle steden aangegeven met hun eigen polygoon, naast de omtrek van de staat Washington nadat de ruimtelijke operator Union is gebruikt in een berekend veld.

[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Samenvattingskaart Op de Samenvattingskaart, beschikbaar op het werkbalkmenu Kaarten weergeven/verbergen ![Het pictogram Kaarten tonen/verbergen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/worksheet_windows.png), ziet u een beknopt overzicht met informatie over een selectie of de gehele databron. Wanneer u data in de weergave selecteert, geven de updates op de Samenvattingskaart u alleen informatie over de data binnen de selectie: ![Er wordt een spreidingsdiagram met een samenvatting weergegeven. Met vijf markeringen geselecteerd. Een tweede versie van de spreidingsdiagram toont een samenvatting voor alleen die 5 markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewmarks_11.png) Standaard worden op de Samenvattingskaart de som-, gemiddelde-, minimum-, maximum- en mediaanwaarden voor de data in de weergave weergegeven. De waarden op de samenvattingskaart worden bijgewerkt om de waarden voor de huidige geselecteerde datapunten weer te geven. (Het gemiddelde wordt berekend door alle relevante waarden bij elkaar op te tellen en vervolgens door het totale aantal waarden te delen. De mediaan wordt berekend door de waarden van laag naar hoog te sorteren en vervolgens de middelste waarde te selecteren.) De waarde Aantal boven aan de kaart geeft het aantal markeringen in de weergave of selectie aan. Via het vervolgkeuzemenu voor de Samenvattingskaart kunt u aanvullende statistieken weergeven: - **Standaardafwijking** Een meetwaarde voor de spreiding van data rond het gemiddelde, gemeten in dezelfde eenheden als de data zelf. Een steekproef van de standaardafwijking is een objectieve schatting van de standaardafwijking van de populatie, rekening houdend met een kleine correctie. Deze standaardafwijking is inclusief de correctie. - **Eerste kwartiel** Een locatiemeetwaarde die vaak samen met andere kwartielen wordt gebruikt om een robuuste maatstaf voor de spreiding te verkrijgen. Robuust betekent in dit geval dat het niet zo gevoelig is voor uitschieters als de standaardafwijking. Het eerste kwartiel is het 25e percentiel, doorgaans de onderste lijn in een boxplot. - **Derde kwartiel** Een locatiemeetwaarde die vaak samen met andere kwartielen wordt gebruikt om een robuuste maatstaf voor de spreiding te verkrijgen. Robuust betekent in dit geval dat het niet zo gevoelig is voor uitschieters als de standaardafwijking. Het derde kwartiel is het 75e percentiel, doorgaans de bovenste lijn in een boxplot. - **Scheefheid** Een meetwaarde voor de neiging van uw data om extreme waarden aan één kant te hebben. Positieve scheefheid betekent dat de extreme waarden rechts staan, terwijl negatieve scheefheid betekent dat de extreme waarden links staan. - **Overmatige kurtosis** Een meetwaarde voor de neiging van uw data om extremere of afwijkende waarden te hebben dan bij een normale verdeling. Een normale verdeling heeft een kurtosis van 3, dus deze waarde is een kurtosis van min drie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Samenvattingssdata combineren Datacombinatie is een methode voor het combineren van data. Bij datacombinatie worden de data in de primaire databron aangevuld met de data in de secundaire databron. Wanneer een van de databronnen waarmee u werkt groot is, kunt u de querytijd verkorten door data te combineren. Hiermee combineert u data in de primaire databron met samenvattingsdata uit de secundaire (grote databron). Stel dat u twee databronnen hebt: Store - North en Store - South. Store - North is de primaire databron en Store - South is de grote secundaire databron. Om de querytijd te verkorten wanneer u met een grote databron zoals Store - South werkt, kunt u datacombinatie gebruiken om alleen de samenvattingsdata van de grote secundaire databron (Store - South) te combineren met de data in de kleinere en vermoedelijk snellere primaire databron (Store - North). Om samenvattingsdata te mengen, kunt u het volgende doen: 1. Een relatie maken tussen databronnen. 2. Samenvattende data uit de secundaire databron ophalen naar de primaire databron. 3. Data uit de primaire databron vergelijken met samenvattingsdata uit de secundaire databron. ## Stap 1: een relatie maken tussen de primaire en secundaire databronnen 1. Download en open het volgende vanuit Tableau Public. 1. Ga naar [https://public.tableau.nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/BlendonSummaryData/Sheet1](https://public.tableau.nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/BlendonSummaryData/Sheet1). 2. Klik op Werkmap downloaden in de rechterbovenhoek. In de werkmap bevindt de dimensie Orderdatum zich al in de container Kolommen. Hierdoor is dit het eerste veld in de weergave en wordt _Store - North_ als primaire databron voor het werkblad ingesteld. De databron _Store - South_ is ook opgenomen in de werkmap en fungeert als grote secundaire databron. 2. Selecteer Data > Relaties bewerken. 3. Selecteer in het dialoogvenster Relaties Aangepast en klik vervolgens op Toevoegen. 4. Klik in het dialoogvenster Veldtoewijzing toevoegen/bewerken in beide lijsten op de pijl naast Orderdatum, selecteer **Jaar(Orderdata)**, en klik vervolgens op OK. 5. Klik in het dialoogvenster Relaties opnieuw op Toevoegen. 6. Klik in het dialoogvenster Veldtoewijzing toevoegen/bewerken in beide lijsten op **Prod Type 1** en vervolgens op OK. ![Dialoogvenster Relaties met aangepaste selectie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_summary_relationship.png) ## Stap 2: samenvattingsdata uit de secundaire databron naar de primaire databron brengen 1. Selecteer in het deelvenster Data de databron Store - North. 2. Selecteer Analyse > Berekend veld maken. 3. In het dialoogvenster Berekening doet u het volgende: 1. Voer in het tekstvak Naam het volgende in: **Sales for Store - South**. 2. Typ in het tekstvak Formule de functie ZN, de functie SUM en het veld Sales Totals uit de databron Store - South. Uw formule zou er als volgt uit moeten zien: `ZN(SUM([Store - South].[Sales Total]))` Deze formule haalt alleen de verkoopdata uit op de grote secundaire databron. ![Een formule voor het berekenen van de totale omzet van een winkel.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_summary_secondarycalc.png) 4. Selecteer Analyse > Berekend veld maken. 5. In het dialoogvenster Berekening doet u het volgende: 1. Voer in het tekstvak Naam het volgende in: **Total Sales (North and South)**. 2. Typ in het dialoogvenster Formule het volgende: `IF ISNULL([Sales for Store - South]) THEN 0 ELSE [Sales for Store - South]END` `+` `IF ISNULL (SUM([Sales Total])) THEN 0 ELSE SUM([Sales Total]) END` Met deze formule worden de verkoopdata uit de grote secundaire databron opgeteld bij de verkoopdata in de primaire databron. Zo verkrijgt u de gecombineerde verkoopcijfers voor Store - South en Store - North. ![Een venster met de code voor een formule om de totale omzet te berekenen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_summary_combinedcalc.png) ## Stap 3: data uit de primaire databron vergelijken met samenvattingsdata uit de secundaire databron 1. Sleep vanuit het deelvenster Data **Order Date** naar de container Kolommen en **Prod 1** naar de container Rijen. 2. Sleep **Namen van meetwaarden** naar de container Rijen en vervolgens naar de container Filters. 3. Klik in het dialoogvenster Filter op Geenen selecteer vervolgens de selectievakjes **Sales Total**, **Sales for Store - South**, **Total Sales (North and South)**. ![Dialoogvenster Filter met de volgende waarden geselecteerd en gehighlight: Sales Total, Sales for Store - South en Total Sales (North and South).](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_summary_filter.png) 4. Sleep vanuit het deelvenster Data **Meetwaarden** naar Tekst. Het uiteindelijke resultaat is een weergave waarin de data uit de primaire en secundaire databron over het Order Year en de productcategorie worden samengevat. ![Een dashboard dat de verkoop per producttype en jaar weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_summary_final.png) **Opmerking:** het voorbeeld van verkoopdata in Store - North en Store - South zijn identiek en leveren daarom dezelfde resultaten op voor de velden **Sales Total** en **Sales for Store - South**. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Sets maken U kunt sets gebruiken om een subset van data te vergelijken en er vragen over te stellen. Sets zijn aangepaste velden die een subset van data definiëren op basis van bepaalde voorwaarden. U kunt sets dynamischer en interactiever maken door ze te gebruiken in [Acties instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_sets.htm). Gebruik setacties om uw doelgroep rechtstreeks te laten werken met een visualisatie of dashboard om aspecten van hun analyse te beheren. Wanneer een gebruiker markeringen in de weergave selecteert, kunnen setacties de waarden in een set wijzigen. Naast een setactie kunt u gebruikers ook het lidmaatschap van een set laten wijzigen met behulp van een filterachtige interface die een setbesturingselement wordt genoemd. Hiermee kunt u eenvoudig invoer toewijzen aan berekeningen, waarmee interactieve analyses worden uitgevoerd. Zie [Een setbesturingselement in de weergave tonen](#SetControl) voor meer informatie. ## Een dynamische set maken Er zijn twee soorten sets: dynamische sets en vaste sets. De leden van een dynamische set veranderen wanneer de onderliggende data worden gewijzigd. Dynamische sets kunnen alleen op één dimensie worden gebaseerd. U maakt als volgt een dynamische set: 1. Klik met de rechtermuisknop in het deelvenster Data op een dimensie en selecteer Maken > Set. 2. Configureer uw set in het dialoogvenster Set maken. U kunt uw set configureren via de volgende tabbladen: - **Algemeen**: selecteer op het tabblad Algemeen een of meer waarden die in aanmerking worden genomen bij het samenstellen van de set. U kunt ook de optie Alles gebruiken selecteren om altijd alle leden te overwegen, zelfs wanneer er nieuwe leden worden toegevoegd of verwijderd. ![Het dialoogvenster Set maken met opties geselecteerd in de lijst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sortgroup_sets_create3.png) - Voorwaarde: definieer op het tabblad Voorwaarde regels om te bepalen welke leden moeten worden opgenomen in de set. U kunt bijvoorbeeld een voorwaarde opgeven die is gebaseerd op de totale verkopen en die alleen producten omvat met verkopen van meer dan 100.000 $. ![Maak een set met een voorwaarde.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sortgroup_sets_create4.png) **Opmerking**: setvoorwaarden werken hetzelfde als filtervoorwaarden. Zie [Data uit uw weergaven filteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm#AddConditions) voor meer informatie. - Beste: geef op het tabblad Beste de limieten aan voor het opnemen van leden in de set. U kunt bijvoorbeeld een limiet opgeven die is gebaseerd op de totale verkopen en waarbij alleen de vijf bestverkochte producten worden opgenomen. ![Maak een set met belangrijkste waarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sortgroup_sets_create5.png) **Opmerking**: setlimieten werken hetzelfde als filterlimieten. Zie [Data uit uw weergaven filteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm#AddLimits) voor meer informatie. 4. Klik op OK als u klaar bent. De nieuwe set wordt onderaan het deelvenster Data, onder de sectie Sets, toegevoegd. Een setpictogram ![Het pictogram Sets.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sets_icon.png) geeft aan dat het veld een set is. ![Het gedeelte Sets in op het deelvenster Data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sets1.png) ## Een vaste set maken De leden van een vaste set veranderen niet, zelfs niet als de onderliggende data veranderen. Een vaste set kan zijn gebaseerd op één dimensie of meerdere dimensies. U kunt als volgt een vaste set maken: 1. Selecteer in de visualisatie een of meer markeringen (of kopteksten) in de weergave. 2. Klik met de rechtermuisknop op de markering(en) en selecteer Set maken. ![Een set maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sets1.gif) 3. Typ in het dialoogvenster Set maken een naam voor de set. 4. Voer eventueel een van de volgende handelingen uit: - Standaard bevat de set de leden die in het dialoogvenster worden vermeld. U kunt in plaats daarvan de optie Uitsluiten selecteren om deze leden uit te sluiten. Wanneer u leden uitsluit, worden alle niet door u geselecteerde leden opgenomen in de set. - Verwijder alle dimensies die u niet in aanmerking wilt nemen door op het pictogram met de rode 'x' te klikken dat wordt weergegeven wanneer u de muisaanwijzer over een kolomkop beweegt ![Dimensie uit de set verwijderen/](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sets6.png). - Verwijder specifieke rijen die u niet in de set wilt opnemen door op het pictogram met de rode 'x' te klikken dat wordt weergegeven wanneer u met de muisaanwijzer over de rij beweegt ![Het pictogram Verwijderen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sets7.png). - Als de door u geselecteerde markeringen meerdere dimensies aangeven, is elk lid van de set een combinatie van die dimensies. U kunt het teken opgeven waarmee de dimensiewaarden worden gescheiden. Voer hiervoor voor **Leden scheiden door** een teken naar keuze in. - Selecteer Toevoegen aan de container Filters om de set automatisch naar de container Filters te verplaatsen nadat deze is gemaakt. ![Het dialoogvenster Set maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sortgroup_sets_create2.png) 5. Klik op OK als u klaar bent. De nieuwe set wordt onderaan het deelvenster Data, onder de sectie Sets, toegevoegd. Een setpictogram ![Het pictogram Sets.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sets_icon.png) geeft aan dat het veld een set is. ![Het gedeelte Sets in op het deelvenster Data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sets1.png) ## Datapunten toevoegen aan of verwijderen uit sets Als u een set hebt gemaakt met behulp van specifieke datapunten, kunt u meer data aan de set toevoegen of hieruit verwijderen. **U kunt als volgt datapunten aan een set toevoegen of hieruit verwijderen:** 1. Selecteer in de visualisatie de datapunten die u wilt toevoegen of verwijderen. 2. Klik in de tooltip die wordt weergegeven op het pictogram van het vervolgkeuzemenu Sets en selecteer vervolgens Toevoegen aan \[setnaam\] of Verwijderen uit \[setnaam\] om data aan een bepaalde set toe te voegen of hieruit te verwijderen. ![De optie Set maken op een geselecteerd merk.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sets2_2.png) ## Sets gebruiken in de visualisatie Nadat u een set hebt gemaakt, wordt deze onderaan het deelvenster Data in het gedeelte Sets weergegeven. U kunt het net als elk ander veld naar de visualisatie slepen. Wanneer u een set naar de visualisatie in Tableau Desktop sleept, kunt u ervoor kiezen om de leden van de set weer te geven of de leden samen te voegen in In/Uit-categorieën. In Tableau Server of Tableau Cloud kunt u de leden van de set alleen samenvoegen in In/Uit-categorieën. ### In/Uit-leden in een set tonen Wanneer u een set naar de visualisatie sleept, geeft Tableau de set in de meeste gevallen weer in de In/Uit-modus. Deze modus verdeelt de set in twee categorieën: - In: de leden in de set. - Uit: de leden die geen deel uitmaken van de set. In een set voor de belangrijkste 25 klanten, bijvoorbeeld, zouden de belangrijkste klanten deel uitmaken van de categorie In en alle andere klanten zouden deel uitmaken van de categorie Uit.  Met de In/Uit-modus kunt u de leden van de set eenvoudig vergelijken met de rest. U kunt als volgt In/Uit-leden in de visualisatie weergeven: - In Tableau Desktop klikt u met de rechtermuisknop op de set in de visualisatiewerkruimte en selecteert u Binnen/buiten set tonen. ![Contextmenu van een veld met de optie om in/uit set weer te geven/](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sets1.2.png) Wanneer een set zich in de In/Uit-modus bevindt, wordt het veld in de container voorafgegaan door de tekst 'IN/UIT', gevolgd door de naam van de set. **Opmerking:** de In/Uit-modus is niet beschikbaar in werkmappen die zijn gemaakt vóór versie 8.2 en die gebruikmaken van Microsoft Excel of tekstbestandsdatabronnen, werkmappen die gebruikmaken van een verouderde verbinding of werkmappen die gebruikmaken van Microsoft Access-databronnen. ### Leden in een set tonen Naast het weergeven van de set in de In/Uit-modus, kunt u de leden van de set weergeven. Wanneer u de leden in de set weergeeft, wordt er automatisch een filter aan de weergave toegevoegd dat alleen de leden van de set bevat. U kunt als volgt voor een set overschakelen naar het weergeven van de individuele leden: - Klik in de visualisatiewerkruimte met de rechtermuisknop op de set en selecteer Leden in set tonen. **Opmerking:**als u de volledige lidnamen voor kubussen wilt weergeven, klikt u met de rechtermuisknop op de set in het deelvenster Data en selecteert u Volledige lidnamen tonen. ## Gebruikers setwaarden laten wijzigen ### Een setactie toevoegen Met setacties heeft uw doelgroep meer controle over hun analyse van uw visualisatie. Setacties gaan uit van een bestaande set en werken de waarden in die set bij op basis van de actie van een gebruiker in de visualisatie. Als de maker kunt u een set of sets gebruiken die u al hebt gemaakt om de scope van de setactie te bepalen. Zie [Acties instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_sets.htm) voor meer informatie over het maken en gebruiken van setacties. ### Een setbesturingselement in de weergave tonen U kunt uw doelgroep ook de mogelijkheid geven om snel leden van een set te wijzigen door een setbesturingselement weer te geven. Een setbesturingselement is een werkbladkaart die sterk lijkt op een parameterbesturingselement of filterkaart. U kunt setbesturingselementen toevoegen aan werkbladen en dashboards. Ze worden opgenomen wanneer u naar Tableau Server of Tableau Cloud publiceert of opslaat op het web in Tableau Public. Als u het setbesturingselement wilt weergeven, klikt u met de rechtermuisknop (of Control-klikt u) op de set in het deelvenster Data en selecteert u **Set tonen**. ![De optie Set weergeven in het contextmenu voor een dimensie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/contextmenu_showset.png) Net als andere kaarten hebben setbesturingselementen een menu dat u kunt openen via de vervolgkeuzepijl in de rechterbovenhoek van de kaart. Met dit menu kunt u de weergave van het besturingselement aanpassen. Het ondersteunt zowel de selectie van één waarde als de selectie van meerdere waarden. U kunt bijvoorbeeld keuzerondjes voor afzonderlijke selecties weergeven of een vervolgkeuzelijst waarbij meerdere selecties kunnen worden gemaakt. **Opmerking:** u kunt een setbesturingselement alleen weergeven voor dynamische sets, niet voor vaste sets. Dit is standaard, aangezien het niet de bedoeling is dat de leden van vaste sets veranderen. Als de dynamische set bovendien niet in de weergave is opgenomen (dat wil zeggen, als er niet naar wordt verwezen in een berekening of als hiervan geen instantie aanwezig is op het werkblad), wordt het contextmenu-item uitgeschakeld. Op die manier wordt u eraan herinnerd dat u de set aan de weergave moet toevoegen. ## Sets combineren U kunt twee sets combineren om de leden te vergelijken. Wanneer u sets combineert, maakt u een nieuwe set die óf de combinatie van alle leden bevat óf alleen de leden die in beide sets voorkomen óf leden die in de ene set voorkomen maar niet in de andere. Door sets te combineren kunt u complexe vragen beantwoorden en groepen personen in uw data vergelijken. Als u bijvoorbeeld wilt bepalen welk percentage klanten zowel vorig jaar als dit jaar een aankoop heeft gedaan, kunt u twee sets met de klanten van elk jaar combineren en alleen de klanten retourneren die in beide sets voorkomen. Als u twee sets wilt combineren, moeten ze op dezelfde dimensies zijn gebaseerd. Dat wil zeggen dat u een set met de belangrijkste klanten kunt combineren met een andere set met de klanten die vorig jaar een aankoop hebben gedaan. U kunt de set met de belangrijkste klanten echter niet combineren met een set met de belangrijkste producten. U kunt als volgt sets combineren: 1. Selecteer in het deelvenster Data, onder Sets, de velden die u wilt combineren. 2. Klik met de rechtermuisknop op de sets en selecteer Gecombineerde set maken. 3. In het dialoogvenster Set maken, doet u het volgende - Typ een naam voor de nieuwe gecombineerde set. - Controleer of de twee sets die u wilt combineren, zijn geselecteerd in de twee vervolgkeuzemenu's. - Selecteer een van de volgende opties voor het combineren van de sets: - Alle leden in beide sets: de gecombineerde set bevat alle leden uit beide sets. - Gedeelde leden in beide sets: de gecombineerde set bevat alleen leden die in beide sets voorkomen. - Behalve gedeelde leden: de gecombineerde set bevat alle leden uit de opgegeven set die niet in de tweede set voorkomen. Deze optie staat gelijk aan het aftrekken van de ene set van de andere. Als de eerste set bijvoorbeeld appels, sinaasappels en peren bevat en de tweede set peren en noten, dan zou door het combineren van de eerste set, met uitzondering van de gedeelde leden, de gecombineerde set alleen appels en sinaasappels bevatten. Peren zijn verwijderd omdat het in de tweede set voorkomt. - U kunt eventueel een teken opgeven waarmee de leden worden gescheiden als de sets meerdere dimensies bevatten. 5. Klik op OK als u klaar bent. **Opmerking:** deze functionaliteit is niet beschikbaar in werkmappen die zijn gemaakt vóór versie 8.2 en die gebruikmaken van Microsoft Excel of tekstbestandsdatabronnen, werkmappen die gebruikmaken van een verouderde verbinding of werkmappen die gebruikmaken van Microsoft Access-databronnen. ## Voorbeelden van sets Er zijn veel manieren waarop u sets kunt gebruiken om complexe vragen te beantwoorden en groepen personen in data te vergelijken. Hieronder vindt u enkele voorbeelden van manieren waarop u sets kunt gebruiken om subsets van data te definiëren en te vergelijken. Hoe dragen de leden van een set bij aan het totaal? U hebt misschien allerlei vragen over de mate waarin de leden van een set bijdragen aan het totaal. Hoeveel procent van de totale verkopen komt bijvoorbeeld van terugkerende klanten? U kunt dit soort vragen beantwoorden met behulp van de IN/UIT-modus voor een set. In het onderstaande voorbeeld worden verkoopdata gebruikt om een set te maken voor klanten die voor 5.000 USD of meer aan producten hebben gekocht. ### De set maken 1. Klik met de rechtermuisknop (Ctrl+klik op een Mac) in het deelvenster Data op de dimensie Klantnaam en selecteer Maken > Set. ![Het contextmenu voor een dimensieveld met de optie om een set te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sortgroup_sets_examples1.png) 2. Typ in het dialoogvenster Set maken een naam voor de set. In dit voorbeeld noemen we de set 'Klanten' 3. Selecteer de optie Alles gebruiken, zodat de voorwaarde altijd op alle waarden van toepassing is, zelfs wanneer er nieuwe klanten worden toegevoegd. 4. Klik op het tabblad Voorwaarde op Per veld en definieer vervolgens een voorwaarde die alleen klanten omvat wanneer Som van Verkoop groter dan of gelijk is aan 5.000. ![Een formulier om een lijst te genereren van klanten met een omzet van 5000 of meer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sortgroup_sets_examples3.png) 5. Klik op OK. ### De visualisatie maken 1. Sleep de nieuwe set van het gebied Sets onderaan het deelvenster Data naar de container Rijen . 2. Sleep Verkoop naar de container Kolommen. In de weergave worden nu de totale verkopen voor klanten die meer dan 5.000 USD aan producten hebben gekocht en de totale verkopen voor alle andere klanten weergegeven. ![Een set die als een veld op een rij wordt gebruikt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sortgroup_sets_examples4.png) 3. Klik ten slotte in de container Kolommen op de vervolgkeuzepijl in het veld SUM(Verkoop) en selecteer in het contextmenu de optie Snelle tabelberekening > Percentage van totaal. Uit de weergave blijkt nu dat klanten met verkopen van 5.000 of meer goed zijn voor ongeveer 39% van de totale verkopen. ![ Een visualisatie die aangeeft dat klanten met verkopen van 5000 of meer goed zijn voor ongeveer 39% van de totale verkopen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sortgroup_sets_examples6.png) Hoeveel leden van een set komen er voor in een andere set? Sets worden ook vaak gebruikt om subsets van data of groepen personen te vergelijken. U vraagt zich bijvoorbeeld af hoeveel klanten die vorig jaar een aankoop deden, dit jaar ook een aankoop hebben gedaan. Of als een klant een specifiek product heeft gekocht, welke andere producten deze klant dan heeft aangeschaft? U kunt dit soort vragen beantwoorden door meerdere sets te maken en deze te combineren. In het onderstaande voorbeeld worden verkoopdata gebruikt om te bepalen hoeveel klanten die in 2012 een aankoop deden, ook in 2013 een aankoop hebben gedaan. ### Een gecombineerde set maken 1. Sleep het veld Klantnaam naar de container Rijen. 2. Sleep het veld Besteldatum naar de container Filters. 3. Selecteer in het dialoogvenster Veld filteren de optie Jaren en klik vervolgens op Volgende. 4. Selecteer in het dialoogvenster Filter 2012 en klik vervolgens op OK. ![Proces waarbij een gecombineerde set wordt gecombineerd. Maak eerst een filter.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sortgroup_sets_examples8.png) 5. Wanneer u weer in de weergave bent, drukt u op CTRL + A (Command-A op een Mac) op uw toetsenbord om alle klanten te selecteren. 6. Klik met de rechtermuisknop (Control+klik op Mac) op de selectie en selecteer Set maken. ![Proces waarbij een gecombineerde set wordt gecombineerd. Maak als tweede een set.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sortgroup_sets_examples9.png) 7. Typ in het dialoogvenster Set maken dat wordt geopend een naam voor de set. In dit voorbeeld noemen we de set 'Klanten (2012)'. 8. Klik op OK. 9. Klik in de container Filters met de rechtermuisknop (Control+klik op Mac) op Besteldatum en selecteer Filter bewerken. 10. Wijzig in het dialoogvenster Filter het filter zodat alleen 2013 in plaats van 2012 is opgenomen en klik vervolgens op OK. ![Stel een filter in op basis van een lijst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sortgroup_sets_examples12.png) 11. Druk nogmaals op CTRL + A (Command-A op een Mac) op uw toetsenbord om alle klanten te selecteren. 12. Klik in de weergave met de rechtermuisknop (Control+klik op Mac) op de selectie en selecteer Set maken. 13. Typ in het dialoogvenster Set maken dat wordt geopend een naam voor de set. Deze set krijgt de naam 'Klanten (2013)'. 14. Klik op OK. 15. Selecteer in het deelvenster Data zowel Klanten 2012 als Klanten 2013 door de Ctrl-toets (Command-toets op een Mac) op uw toetsenbord ingedrukt te houden terwijl u selecteert. 16. Klik met de rechtermuisknop (Control+klik op een Mac) op de selectie en selecteer Gecombineerde set maken. ![Proces waarbij een gecombineerde set wordt gemaakt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sortgroup_sets_examples14.png) 17. Typ in het dialoogvenster Set maken een naam voor de nieuwe set. In dit voorbeeld noemen we de set 'Klanten (2012 en 2013)'. 18. Zorg ervoor dat de juiste twee sets zijn geselecteerd in de vervolgkeuzemenu's. 19. Selecteer de optie om gedeelde leden in beide sets op te nemen. ![Een menu met de optie Gecombineerde set maken... ](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sortgroup_sets_examples15.png) 20. Klik op OK. ### De visualisatie maken 1. Klik onder aan de werkmap op het pictogram Nieuw werkblad ![Het pictogram Nieuw werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/new_worksheet_sortgroup.png). 2. Sleep vanuit het nieuwe werkblad de dimensie Klantnaam naar de container Rijen. 3. Klik in de container Rijen in het veld Klantnaam op de vervolgkeuzepijl en selecteer in het contextmenu de optie Meetwaarde > Aantal (uniek). 4. Sleep ten slotte het veld Klanten (2012 en 2013) vanuit het gebied Sets van het deelvenster Data naar de container Filters . U kunt nu zien dat 437 klanten in zowel 2012 als 2013 producten hebben gekocht. ![Een set die als filter wordt gebruikt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sortgroup_sets_examples17.png) Hiërarchische sets en descendanten Bij een hiërarchische set worden data gefilterd tot de geselecteerde leden en al hun descendanten. Ze zijn uniek voor multidimensionale (kubus)databronnen en worden binnen de databron gedefinieerd voordat verbinding wordt gemaakt met Tableau Desktop. Wanneer u in Tableau sets maakt op basis van een kubusdatabron, worden descendanten en eventuele hiërarchische structuren automatisch opgenomen met de geselecteerde leden. Er wordt bijvoorbeeld een set met de naam Zuivel gemaakt van de hiërarchie Product. Zoals hieronder wordt weergegeven, omvat de set alleen de afdeling Zuivelproducten. ![Een formulier met de naam Set maken waarbij de categorie Zuivel is gekozen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ex_groups11.png) Bekijk de volgende weergave. De dimensie Productafdeling is in de container Rijen en de meetwaarde Winkelverkopen in de container Kolommen geplaatst. ![Een horizontaal staafdiagram dat de winkelomzet per productafdeling weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ex_groups12.png) Als u de set Zuivel in de container Filters plaatst, kunt u zien dat de weergave wordt gefilterd, zodat alleen de Zuivel-productcategorieën worden weergegeven. ![Een horizontaal staafdiagram van de verkoopcijfers van de zuivelafdeling.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ex_groups13.png) Zoals hieronder wordt weergegeven, kunt u inzoomen op Productafdeling om de niveaus Productcategorie, Productsubcategorie en Merknaam weer te geven. Wanneer deze descendanten worden weergegeven, worden er rijkoppen aan de weergave toegevoegd. Dit komt doordat u met een setfilter de detailniveaus van de gefilterde leden kunt weergeven. ![Een horizontaal staafdiagram van de winkelomzet per merk.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ex_groups14.png) ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Sets voor TOP n en Overige Als u grote sets data verzamelt die u wilt visualiseren, kunt u de hoeveelheid weergegeven informatie beperken tot een belangrijke subset van records. Zo kunt u effectiever met de data werken en vragen over de data beantwoorden. In dit artikel wordt beschreven hoe u een interactieve weergave maakt waarmee u uw klanten in twee dynamische groepen verdeelt: - De TOP n-klanten - Alle andere klanten De weergave bevat een besturingselement waarmee de gebruikers het aantal klanten in de groep met belangrijkste klanten kunnen wijzigen. Wanneer ze het aantal wijzigen, wordt de weergave hierop bijgewerkt. ### Sets en ondersteunde databronnen De in dit artikel beschreven methode voor het maken van een weergave van de belangrijkste klanten maakt gebruik van de In/Uit-functionaliteit van sets. Sets werden geïntroduceerd met Tableau Desktop versie 8.0. Bij liveverbindingen is voor de In/Uit-functionaliteit een relationele of multidimensionale databron vereist. Als u een op bestanden gebaseerde databron gebruikt, zoals een Microsoft Excel-werkmap of een tekstbestand, kunt u een extract maken waarmee u sets kunt maken. ### Stap 1: De parameter maken 1. Open een nieuwe werkmap in Tableau Desktop en maak verbinding met de databron Voorbeeld \- Superstore. 2. Open een nieuw werkblad. 3. Klik in het deelvenster Data op de vervolgkeuzepijl in de rechterbovenhoek en selecteer Parameter maken. 4. In het dialoogvenster Parameter maken, doet u het volgende: - Typ in het tekstvak Naam de tekst Belangrijkste klanten 2. - Selecteer voor Datatype de optie Geheel getal. - Typ voor Huidige waarde het getal 5. - Klik voor Toegestane waarden op Bereik. - Doe het volgende onder Waardebereik: - Klik op Minimum en typ 5. - Klik op Maximum en typ 20. - Klik op Stapgrootte en typ 5. Deze parameter wordt gebruikt in combinatie met de TOP n-set die u in de volgende stap maakt, om snel de TOP n-waarde in de weergave aan te passen. ### Stap 2: de set TOP n-klanten maken 1. Klik in het deelvenster Data met de rechtermuisknop op de dimensie **Klantnaam** en selecteer **Maken** > **Set**. 2. In het dialoogvenster Set maken dat wordt geopend, doet u het volgende: - Type in het tekstvak **Naam** de tekst **Top n-klanten op basis van verkopen**. - Klik op het tabblad **Belangrijkste**. - Selecteer **Op veld**. - Selecteer in de vervolgkeuzelijst voor het veld (Categorie) de optie **Verkoop**. - Selecteer in de vervolgkeuzelijst voor aggregatie de optie **Som**. - Klik op **OK** als u klaar bent. ### Stap 3: de weergave instellen 1. Sleep **Top n-klanten op basis van verkopen** vanuit het deelvenster Data onder **Sets** naar de container **Rijen**. 2. Sleep de dimensie **Klantnaam** naar de container **Rijen** en plaats deze rechts van de set. 3. Sleep de meetwaarde **Verkoop** naar de container **Kolommen**. 4. Klik op de werkbalk op de knop Aflopend sorteren ![Het pictogram Aflopend sorteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sort_descend.png) om te controleren of de set werkt. ![Een horizontaal staafdiagram van de verkopen in aflopende volgorde.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/top-n-others2.1.png) 5. Klik met de rechtermuisknop in het deelvenster Data op de set **Top n-klanten op basis van verkopen** en klik vervolgens op **Berekend veld maken**. 6. Voer in het dialoogvenster Berekend veld dat wordt geopend de volgende stappen uit: - Typ in het tekstvak **Naam** de tekst **Subset Labels**. - Typ in het tekstvak **Formule** de volgende formule om dynamische labels te maken voor de klanten in de set: `IF [Top N Customers by Sales] THEN "Top " + str([Top Customers 2]) + " Customers" ELSE "Others" END` - Klik op **OK** als u klaar bent. 8. Sleep **Subset Labels** vanuit het deelvenster Data naar de container **Rijen** en plaats deze tussen de Top n-set en de dimensie **Klantnaam**. 9. Klik in de container **Rijen** met de rechtermuisknop op de set **IN/UIT(TOP n-klanten op basis van verkopen)** en schakel de optie **Koptekst tonen** uit. Hiermee worden de In/Uit-labels verborgen, maar blijft de sorteervolgorde behouden. Zo wordt uw TOP n-subset altijd bovenaan de weergave weergegeven. 11. Sleep vanuit het deelvenster Data de set **TOP n-klanten op basis van verkopen** naar **Kleur** op de kaart **Markeringen**. ![Een horizontaal staafdiagram dat de verkopen per klant weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/top-n-others9.png) ### Stap 4: de TOP n-set combineren met een dynamische parameter 1. Klik in het deelvenster Data met de rechtermuisknop op **TOP n-klanten op basis van verkopen** en selecteer vervolgens **Set bewerken**. 2. In het dialoogvenster Set bewerken doet u het volgende: - Selecteer het tabblad **Belangrijkste**. - Klik op het vervolgkeuzemenu met waarden en selecteer de parameter **Belangrijkste klanten 2**. - Klik op **OK**. ![Belangrijkste N-klanten op basis van verkoop ingesteld op de dynamische parameter Belangrijkste klanten 2.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/top-n-others3.png) Hiermee wordt de set **TOP n-klanten op basis van verkopen** gekoppeld aan de dynamische parameter **Belangrijkste klanten 2**, in plaats van aan een statische lijst van tien. Deze parameter wordt gebruikt in combinatie met de set TOP n-klanten op basis van verkopen om de TOP n-waarde in de weergave aan te passen. 6. Klik in het deelvenster Data, onder Parameters, met de rechtermuisknop op de parameter **Belangrijkste klanten 2** en selecteer **Parameter tonen**. U kunt de TOP n-waarde regelen met het parameterbesturingselement **Belangrijkste klanten 2** dat in de weergave wordt weergegeven. ![Maak een set belangrijke klanten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/settopn2.gif) ## Aanvullende tips om de functionaliteit van de weergave te verbeteren Hier volgen een aantal aanvullende stappen die u kunt nemen om de viewers meer flexibiliteit te bieden bij het weergeven van de subsets van klanten. 1. Selecteer in het vervolgkeuzemenu in het deelvenster Data de optie **Parameter maken**. 2. In het dialoogvenster Parameter maken dat wordt geopend, doet u het volgende: - Typ voor **Naam** de tekst **Uitvouwen of samenvouwen**. - Selecteer voor **Datatype** de optie **Tekenreeks**. - Voor **Toegestane waarden** selecteert u **Lijst**. - Typ in de **lijst met waarden** de waarden **Uitvouwen** en **Samenvouwen**. ![Lijst met waarden voor de parameter Uitvouwen of Samenvouwen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/top-n-param-dialog.png) - Klik op **OK** als u klaar bent. 4. Selecteer **Analyse** > **Berekend veld maken**. 5. Doe in het dialoogvenster Berekend veld maken dat wordt geopend het volgende om een berekening te maken die gebruikmaakt van de parameter die u zojuist hebt gemaakt. Met deze berekening kunnen viewers aangeven hoe de klanten in de subset Overige moeten worden weergegeven: - Voor **Naam** typt u **Berekening klantnamen**. - Typ in het formulevak de volgende formule en klik vervolgens op **OK**: `IF [Expand or Collapse]="Collapse" THEN IF [Top N Customers by Sales] THEN [Customer Name] ELSE "Others" END ELSE [Customer Name] END` 7. Klik in het deelvenster Data, onder Parameters, met de rechtermuisknop op de parameter **Uitvouwen of samenvouwen** en selecteer **Parameter tonen**. 8. Sleep de meetwaarde **SUM(Verkoop)** vanuit de container **Kolommen** naar **Label** op de kaart **Markeringen**. 9. Sleep **Berekening klantnamen** uit het deelvenster Data en plaats het direct bovenop het veld **Klantnaam** in de container **Rijen**, zodat deze hierdoor wordt vervangen. ![Versleep een map en zet deze in de container Rij neer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/OMsetTopN1.gif) Nu kunt u het parameterbesturingselement **Uitvouwen of samenvouwen** gebruiken om de lijst met namen in de set TOP n-klanten en de resterende klanten samengevoegd in één vermelding **Overige** te bekijken. ![De parameter Uitvouwen of Samenvouwen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/OMsetTopN2.gif) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Snelle inzichten krijgen met Data uitleggen Met Data uitleggen in de Datagids kunt u de markeringen van een visualisatie inspecteren, onthullen en er dieper op ingaan terwijl u de data verkent. Met Data uitleggen kunt u dashboards, bladen of geselecteerde markeringen analyseren op mogelijke uitschieters en correlaties in de onderliggende data. Met Data uitleggen maakt u statistische modellen en stelt u mogelijke verklaringen voor afzonderlijke markeringen voor in een visualisatie. Hierbij worden mogelijk gerelateerde data uit de databron meegenomen die niet in de huidige weergave worden gebruikt. Zie [Aan de slag met Data uitleggen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_basics.htm) voor informatie over het uitvoeren van Data uitleggen en het verkennen van verklaringen. **Opmerking**: in dit onderwerp wordt beschreven hoe Data uitleggen werkt in Tableau 2021.2 en latere versies. Als u een eerdere versie van Tableau hebt, lees dan dit onderwerp in [versie 2021.1 van Help voor Data uitleggen](https://help.tableau.com/v2021.1/pro/desktop/nl-nl/explain_data.htm "Koppeling naar vorige versie van dit helponderwerp in Tableau versie 2021.1"). Terwijl u verschillende weergaven maakt, kunt u Data uitleggen gebruiken als uitgangspunt om uw gegevens dieper te onderzoeken en betere vragen te stellen. Zie [Hoe Data uitleggen uw analyse kan verbeteren](#How) voor meer informatie. Zie [Vereisten en overwegingen voor het gebruik van Data uitleggen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_requirements.htm) voor informatie over welke kenmerken een databron interessanter maken voor gebruik met Data uitleggen. ## Toegang tot Data uitleggen Data uitleggen is standaard ingeschakeld op siteniveau. Serverbeheerders (Tableau Server) en sitebeheerders (Tableau Cloud) kunnen bepalen of Data uitleggen beschikbaar is voor een site. Zie [Data uitleggen voor een site in- of uitschakelen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_enable.htm) voor meer informatie. Auteurs die werkmappen kunnen bewerken en de machtiging Data uitleggen uitvoeren voor een werkmap hebben, kunnen Data uitleggen uitvoeren in de bewerkingsmodus. Alle gebruikers met de mogelijkheid Data uitleggen uitvoeren kunnen Data uitleggen uitvoeren in de weergavemodus in Tableau Cloud en Tableau Server. Als de sitebeheerders dit toestaan, kunnen uitleg in de weergavemodus via e-mail of Slack worden gedeeld met andere Tableau Cloud- en Tableau Server-gebruikers. Zie [Tableau configureren zodat gebruikers uitleg kunnen delen via e-mail en Slack](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_control_access.htm#ConfigureSlackEmail) voor meer informatie. Auteurs kunnen Data-instellingen uitleggen gebruiken om te bepalen welke uitlegtypen in het deelvenster Datagids worden weergegeven. Voor informatie over het beheren van de toegang tot Data uitleggen, uitlegtypen en velden, raadpleegt u [Toegang tot Data uitleggen beheren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_control_access.htm). ## Hoe Data uitleggen uw analyse kan verbeteren Data uitleggen is een tool waarmee u relaties in uw data kunt ontdekken en beschrijven. De tool kan u niet vertellen wat de oorzaak is van de relaties of hoe u de data moet interpreteren. **U bent de expert op het gebied van uw data.** Uw domeinkennis en intuïtie spelen een belangrijke rol bij het bepalen welke kenmerken interessant zijn om verder te onderzoeken met behulp van verschillende weergaven. Zie [Hoe Data uitleggen werkt](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_explained.htm) en [Vereisten en overwegingen voor het gebruik van Data uitleggen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_requirements.htm) voor gerelateerde informatie. Voor meer informatie over hoe Data uitleggen werkt en hoe u Data uitleggen kunt gebruiken om uw analyses te verbeteren, bekijkt u deze presentaties op Tableau Conference: - [Van analist tot statisticus: Data uitleggen in de praktijk (1 uur)](https://www.tableau.com/nl-nl/events/tc/2019/analyst-statistician-explain-data-practice) - [Gebruikmaken van Data uitleggen (45 minuten)](https://www.tableau.com/nl-nl/events/tc/2019/leveraging-explain-data) ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een combinatiediagram maken Combinatiediagrammen zijn weergaven waarin meerdere markeringstypen in dezelfde visualisatie worden gebruikt. U kunt bijvoorbeeld de winstsom weergeven als staven met een lijn door de staven die de verkoopsom aangeeft. U kunt ook combinatiediagrammen gebruiken om meerdere detailniveaus in dezelfde weergave weer te geven. U kunt bijvoorbeeld een lijndiagram maken met afzonderlijke lijnen die de gemiddelde verkoopcijfers over een bepaalde periode voor elk klantsegment weergeven. Vervolgens kunt u een andere lijn maken die het gecombineerde gemiddelde over alle klantsegmenten weergeeft. Volg de onderstaande stappen om een combinatiediagram te maken: 1. Maak verbinding met de databron Voorbeeld - Superstore (indien nodig kunt u deze downloaden van de Tableau Public-pagina met steekproefdata). 2. Navigeer naar een nieuw werkblad. 3. Sleep **Besteldatum** vanuit het deelvenster Data naar de container Kolommen. 4. Klik in de container Kolommen met de rechtermuisknop op JAAR (Besteldatum) en selecteer Maand. ![Menu Filter met de optie Maand geselecteerd en aangegeven met een highlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/area_charts1.2.png) 5. Sleep Verkoop vanuit het deelvenster **Data** naar de container Rijen. 6. Sleep vanuit het deelvenster **Data** Winst naar de container Rijen en plaats het aan de rechterkant van SOM(Verkoop). 7. Klik in de container Rijen met de rechtermuisknop op SOM(Winst) en selecteer Dubbele as. ![Een lijndiagram met het contextmenu uitgevouwen en de optie Dubbele as geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/combo_chart3.png) De weergave wordt bijgewerkt. Namen van meetwaarden worden toegevoegd aan Kleur op de kaart Markeringen om de lijnen van elkaar te onderscheiden. ![Een visualisatie van een lijndiagram dat de winst en de verkoop per maand weergeeft, waarbij de winst blauw en de verkoop oranje wordt weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/combo_chart2.png) **Opmerking**: Sommige markeringen kunnen achter andere verborgen zijn. Om de markeringen naar voren of naar achteren te verplaatsen, klikt u met de rechtermuisknop op een van de assen in de visualisatie en selecteert u Markeringen naar achteren verplaatsen of Markeringen naar voren verplaatsen. 8. Klik op de kaart Markeringen voor SOM(Winst) op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer Staaf. ![Kaart Markeringen met de markering Som van de winst geselecteerd en een uitgevouwen vervolgkeuzemenu met de optie Staafdiagram geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/combo_chart4.png) 9. Klik in de visualisatie met de rechtermuisknop op de as Winst en selecteer As synchroniseren. ![Een staafdiagram met het contextmenu uitgevouwen en de optie As synchroniseren geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/combo_chart5.png) De weergave wordt bijgewerkt en ziet er als volgt uit: ![Een visualisatie die de winst en de verkoop per maand weergeeft, waarbij de winst als blauwe staven wordt weergegeven en de verkoop als een oranje lijn.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/combo_chart6.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een puntengrafiek maken Een puntengrafiek is een variant op een staafdiagram die is ontwikkeld om meetinstrumenten en meters op het dashboard te vervangen. Een puntengrafiek is handig om de prestaties van een primaire meetwaarde te vergelijken met een of meer andere meetwaarden. Deze grafiek bestaat uit één meetwaarde die de balken vormt en een tweede meetwaarde die wordt weergegeven als een referentielijn met verdelingsbanden. Zie [Puntengrafieken](https://www.tableau.com/nl-nl/chart/what-is-bullet-graph) op de website van Tableau voor meer informatie over het maken of lezen van een puntengrafiek. Hieronder ziet u één puntengrafiek waarin u kunt zien hoe de inkomend toerisme zich verhoudt tot uitgaand toerisme. De basisbouwstenen voor een puntengrafiek zijn als volgt: - **Markeringstype**: Staaf (of automatisch) - **Container Kolommen**: Eerste meetwaarde - **Container Rijen**: Dimensie - **Detail** En **referentielijn met distributiebanden**: Tweede meetwaarde Volg deze stappen om een puntengrafiek te maken: 1. Maak verbinding met de databron Wereldwijde indicatoren. 2. Navigeer naar een nieuw werkblad. 3. In het deelvenster **Data** gaat u naar de map **Ontwikkeling** en selecteert u beide velden Inkomen toerisme en Uitgaand toerisme. (Houd de Shift-toets ingedrukt om meerdere velden te selecteren.) 4. Selecteer Laten zien in de rechterbovenhoek van de werkbalk. 5. Selecteer **Puntengrafiek** in Laten zien. 6. Klik opnieuw op Laten zien om te sluiten. 7. Sleep Regio vanuit het deelvenster **Data** naar de container Rijen. Het diagram wordt bijgewerkt en ziet er als volgt uit: ![Een visualisatie met een puntengrafiek die het inkomend toerisme per regio aanduidt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bullet_graph2.png) ### Controleer uw werk. Bekijk stappen 3-7 hieronder: ![Maak een puntengrafiek in Tableau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bullet_graph1.gif) Opmerking: in Tableau 2020.2 en hoger worden Dimensies en Meetwaarden niet meer als labels weergegeven in het deelvenster Data. Velden worden weergegeven per tabel of map. ### Referentielijnvelden omwisselen Soms wilt u de velden van de referentielijnen omwisselen. Zo kunt u bijvoorbeeld inkomend toerisme weergegeven als referentiedistributie in plaats van als een staafdiagram. Om de twee meetwaarden om te wisselen, klikt u met de rechtermuisknop (control-klik op de Mac) op de as en selecteert u Referentielijnvelden omwisselen. ![Contextmenu voor puntengrafiek met de optie 'Referentielijnvelden omwisselen' gehighlight](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bulletgraph3_qs.png) ### De distributie bewerken Klik met de rechtermuisknop (control-klik op de Mac) op de as in de weergave en selecteer Referentielijn bewerken en selecteer vervolgens een van de referentielijnen die u wilt wijzigen. ![Dialoogvenster Referentielijn, Band of Vak bewerken met de optie Berekeningswaarde geselecteerd om aan te geven dat percentages van 60 en 80% van de gemiddelde budgetomzet zijn ingesteld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/bulletgraph4_qs.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een vlakdiagram maken Een vlakdiagram is een lijndiagram waarbij het gebied tussen de lijn en de as wordt gearceerd met een kleur. Deze diagrammen worden doorgaans gebruikt om verzamelde totalen in de loop van de tijd weer te geven en vormen de conventionele manier om gestapelde lijnen weer te geven. De basisbouwstenen voor een vlakdiagram zijn als volgt: - **Markeringstype**: Gebied - **Container Kolommen**: Dimensie - **Container Rijen**: Meetwaarde - **Kleur**: Dimensie U kunt een vlakdiagram maken met discrete of continue dimensies. - _Continue_ dimensies visualiseren data met een lineaire, continue as. Deze diagrammen zijn handig om trends en proportionele veranderingen weer te geven, vooral wanneer de datapunten niet gelijkmatig verdeeld zijn. - _Discrete_ dimensies visualiseren gegevens met discrete, categorische kopteksten. Deze diagrammen zijn handig voor het weergeven van incrementele data, zoals boekperioden. Zie [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor meer informatie over discrete en continue datatypen. Volg deze stappen om een vlakdiagram te maken: 1. Maak verbinding met de databron **Voorbeeld - Superstore** (indien nodig kunt u deze downloaden van de [Tableau Public-pagina met steekproefdata](https://public.tableau.com/app/learn/sample-data)). 2. Navigeer naar een nieuw werkblad. 3. Sleep **Besteldatum** vanuit het deelvenster Data naar de container Kolommen. 4. Klik in de container Kolommen met de rechtermuisknop op JAAR (Besteldatum) en selecteer Maand. ![Menu Filter met de optie Maand geselecteerd en aangegeven met een highlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/area_charts1.2.png) 5. Sleep Hoeveelheid vanuit het deelvenster **Data** naar de container Rijen. 6. Sleep Verzendmethode van het deelvenster **Data** naar Kleur op de kaart Markeringen. 7. Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en Gebied. ![De typen vlakdiagrammen in het menu Markeringen, waarbij het type Gebied is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/area_charts2.png) De visualisatie wordt als volgt bijgewerkt: ![Een gestapeld vlakdiagram geeft het aantal orders in de loop van de tijd weer, gesegmenteerd op verzendmethode.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/area_charts1.png) U kunt opmaak toevoegen aan een vlakdiagram. U kunt bijvoorbeeld de kleurlegenda bewerken en markeringslabels en randen inschakelen. Zie [Opmaken op werkbladniveau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_worksheet.htm) voor meer informatie. U kunt ook highlightacties gebruiken bij vlakdiagrammen. Als u bijvoorbeeld een kleur in de legenda selecteert of de Highlighter inschakelt, krijgt het hele gebied een highlight in plaats van alleen de lijn. Zie [Highlightacties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_highlight.htm) voor meer informatie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Snelle tabelberekeningen Met snelle tabelberekeningen kunt u snel een algemene tabelberekening op uw visualisatie toepassen met behulp van de meest gebruikelijke instellingen voor dat berekeningstype. In dit artikel wordt aan de hand van een voorbeeld gedemonstreerd hoe u een snelle tabelberekening op een visualisatie kunt toepassen. De volgende snelle tabelberekeningen zijn beschikbaar in Tableau en kunnen worden gebruikt: - Lopend totaal - Verschil - Procentueel verschil - Percentage van totaal - Rangschikking - Percentiel - Voortschrijdend gemiddelde - YTD totaal - Samengestelde groei - Jaarlijkse groei - YTD groei Zie [Typen tabelberekening](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_definebasic_runningtotal.htm) voor meer informatie over enkele hiervan. ## Waarin verschilt een snelle tabelberekening van een tabelberekening? Snelle tabelberekeningen zijn tabelberekeningen die u snel kunt toepassen op uw visualisatie in Tableau. Ze worden toegepast op de visualisatie met de meest gebruikelijke instellingen voor het door u gekozen berekeningstype, zodat u verder kunt gaan met uw analyse. Bij traditionele tabelberekeningen kunt u dezelfde instellingen toepassen, maar moet u deze handmatig toepassen. ## Een snelle tabelberekening toepassen op de visualisatie Volg de onderstaande stappen om te leren hoe u een snelle tabelberekening op een visualisatie kunt toepassen. ### De visualisatie instellen 1. Open Tableau Desktop en maak verbinding met de databron **Voorbeeld - Superstore** die bij Tableau wordt geleverd, en navigeer naar een nieuw werkblad. 2. Sleep **Besteldatum** vanuit het deelvenster Data naar de container Kolommen. 3. Sleep Staat naar de container Rijen. 4. Sleep Verkoop naar Tekst op de kaart Markeringen. 5. Sleep Winst naar Kleur op de kaart Markeringen. 6. Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer Vierkant. ![De vervolgkeuzelijst van de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/quicktablecalc1.png) De visualisatie ziet er nu als volgt uit: ![Een heatmap met verkoopdata per staat en jaar.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/quicktablecalc2.png) ### De snelle tabelberekening toepassen 1. Klik op de kaart Markeringen met de rechtermuisknop op SUM(Winst) en selecteer Snelle tabelberekening > Voortschrijdend gemiddelde. **Opmerking**: U kunt alleen snelle tabelberekeningen uitvoeren op meetwaarden in de weergave. Er verschijnt een deltasymbool op het veld om aan te geven dat er een snelle tabelberekening op het veld wordt toegepast. De kleuren in de visualisatie worden bijgewerkt om het voortschrijdend gemiddelde van de winst over de jaren heen weer te geven. ![Snelle tabelberekening.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/quicktablecalc3.gif) ### (Optioneel) De snelle tabelberekening aanpassen 1. Klik op de kaart Markeringen met de rechtermuisknop SUM(Winst) en selecteer Tabelberekening bewerken. 2. In het dialoogvenster dat wordt geopend, kunt u de volgende opties configureren: - Het berekeningstype - Hoe de waarden geaggregeerd moeten worden - Hoe de berekening gemaakt moet worden (hoe de berekening te adresseren en partitioneren) Zie [Typen tabelberekening](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_definebasic_runningtotal.htm) en [De basis: adressering en partitionering](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm#Basics) voor meer informatie over deze opties. De visualisatie wordt bijgewerkt naarmate u wijzigingen aanbrengt in de berekening. Highlights en nummering worden gebruikt om te laten zien hoe de berekening wordt gemaakt. In de volgende afbeelding wordt de berekening bijvoorbeeld voor elke Staat in de tabel berekend. ![Het dialoogvenster Tabelberekening.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/quicktablecalc4.png) Als deze instelling wordt gewijzigd, worden de visualisatie en highlights bijgewerkt om de wijziging aan te geven. ![Het dialoogvenster Tabelberekening.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/quicktablecalc5.png) ## Zie ook [Berekeningen begrijpen: tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_understand_types.htm#Table) [Waarden transformeren met tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm) [Tabelberekeningen aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_custom.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Sneltoetsen Dit is een lijst met sneltoetsen voor het werken in Tableau. Voor informatie over het navigeren door een weergave met behulp van een toetsenbord, raadpleegt u [Toetsenbordtoegankelijkheid voor Tableau op het web](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/access_keyboard_navigation.htm). ## Snelkoppelingen voor het beheren van werkmappen, werkbladen en bestanden (Tableau Desktop)
BeschrijvingWindows-snelkoppelingMac-snelkoppeling
Nieuwe werkmapCtrl+NCommand+N
Nieuw werkbladCtrl+MCommand+T
Blad beschrijvenCtrl+ECommand+E
Vooruit bladeren door open werkbladenCtrl+Tab, Ctrl+F6Shift+Command+Rechter haakje
Achteruit bladeren door open werkbladenCtrl+Shift+Tab, Ctrl+Shift+F6Shift+Command+Linker haakje
In- en uitschakelen van de presentatiemodusF7, Ctrl+HOption+Return
In- en uitschakelen van de modus Volledig scherm Control+Command+F

Bestand openen

 

Ctrl+OCommand+O
Bestand opslaanCtrl+SCommand+S
Opslaan in Tableau PublicCtrl+Shift+SShift+Command+S
Werkmap herstellen naar laatst opgeslagen statusF12Option+Command+E
De huidige werkmap sluitenAlt+F4Command+W
AfdrukkenCtrl+PCommand+P
Help openenF1Control+Command+?
## Snelkoppelingen voor het beheren van werkmappen, werkbladen en bestanden (Tableau Server, Tableau Cloud)
BeschrijvingWindows-snelkoppelingMac-snelkoppeling
Nieuw werkbladCtrl+Alt+T

Option+Command+T

In- en uitschakelen van de modus Volledig schermF11Control+Command+F
Bestand opslaanCtrl+SCommand+S
Werkmap opslaan alsCtrl+Shift+SShift+Command+S
De huidige werkmap sluitenAlt+F4

Option+Q

Afdrukken (of exporteren als PDF)Ctrl+PCommand+P
Help openenF1Control+Command+/
## Snelkoppelingen voor data (Tableau Desktop)
BeschrijvingWindows-snelkoppelingMac-snelkoppeling
Verbinding maken met databronCtrl+DCommand+D
De opdracht Zoeken in het deelvenster Data activerenCtrl+FCommand+F
Databron vernieuwenF5Command+R
Data-updates uitvoeren op een weergaveF9Shift+Command+0
Automatische data-updates in- en uitschakelenF10Option+Command+0
## Snelkoppelingen voor data (Tableau Server, Tableau Cloud)
BeschrijvingWindows-snelkoppelingMac-snelkoppeling
Verbinding maken met databronCtrl+DCommand+D
Databron vernieuwenAlt+F5Option+F5
Naam van databron wijzigenAlt+F2Option+F2
Nieuwe databronCtrl+Alt+DControl+D
Databron bewerkenCtrl+Alt+Shift+DControl+Shift+D
## Snelkoppelingen voor het maken van weergaven (Tableau Desktop)
BeschrijvingWindows-snelkoppelingMac-snelkoppeling
Laten zien!Ctrl+1, Ctrl+Shift+1Command+1
Voeg het geselecteerde veld toe aan het werkblad. (Werkt alleen met een enkel veld.)Enter of dubbelklikReturn of dubbelklik
Plaats het geselecteerde veld op de container KolommenAlt+Shift+COption+Shift+C
Plaats het geselecteerde veld op de container FiltersAlt+Shift+FOption+Shift+F
Plaats het geselecteerde veld op FormaatAlt+Shift+IOption+Shift+I
Plaats het geselecteerde veld op DetailAlt+Shift+LOption+Shift+L
Plaats het geselecteerde veld op KleurAlt+Shift+OOption+Shift+O
Plaats het geselecteerde veld op de container Pagina'sAlt+Shift+POption+Shift+P
Plaats het geselecteerde veld op de container RijenAlt+Shift+ROption+Shift+R
Plaats het geselecteerde veld op VormAlt+Shift+SOption+Shift+S
Plaats het geselecteerde veld op Tekst/LabelAlt+Shift+TOption+Shift+T
Plaats het geselecteerde veld op de container RijenAlt+Shift+XOption+Shift+X
Plaats het geselecteerde veld op de container KolommenAlt+Shift+YOption+Shift+Y
Open het veldmenu NeerzettenKlik met de rechtermuisknop en sleep naar de containerOption + slepen naar container
Open het deelvenster Datamodel weergevenCtrl+Shift+ICommand+Shift+I
Kopieer een veld in de weergave en plaats het op een andere container of kaartCtrl+slepenCommand+slepen
Rijen en kolommen omwisselenCtrl+WControl+Command+W
Richting van kolomlabels onderaan de weergave omwisselenCtrl+L 
Het dashboardraster in- en uitschakelenGG
Schakelen tussen de tabbladen Dashboard en Lay-outTT
Tekstselectie knippen (in bijschriften, titels, formules, enz.)Ctrl+XCommand+X
Klembord plakkenCtrl+VCommand+V
Ongedaan makenCtrl+ZCommand+Z
OpnieuwCtrl+YCommand+Shift+Z
Het huidige werkblad wissenAlt+Shift+BackspaceOption+Shift+Delete
Zwevend dashboardobject verplaatsenPijltjestoets beweegt 1 pixel, Shift+pijltje beweegt 10 pixelsPijltjestoets beweegt 1 pixel, Shift+pijltje beweegt 10 pixels

Grootte van zwevend dashboardobject wijzigen

Met Alt+pijltjestoets wordt de grootte in stappen van 1 pixel aangepast, met Shift+Alt+pijltjestoets wordt de grootte in stappen van 10 pixels aangepastMet Option+pijltjestoets wordt de grootte in stappen van 1 pixel aangepast, met Shift+Option+pijltjestoets wordt de grootte in stappen van 10 pixels aangepast
## Snelkoppelingen voor het maken van weergaven (Tableau Server, Tableau Cloud)
BeschrijvingWindows-snelkoppelingMac-snelkoppeling
Voeg het geselecteerde veld toe aan het werkblad. (Werkt alleen met een enkel veld.)DubbelklikDubbelklik
Kopieer een veld in de weergave en plaats het op een andere container of kaartCtrl+slepenCommand+slepen
Het dashboardraster in- en uitschakelenGG
Schakelen tussen de tabbladen Dashboard en Lay-outTT
Open het deelvenster Datamodel weergevenCtrl+Shift+ICommand+Shift+I
Tekstselectie knippen (in bijschriften, titels, formules, enz.)Ctrl+XCommand+X
Klembord plakkenCtrl+VCommand+V
Ongedaan makenCtrl+ZCommand+Z
OpnieuwCtrl+YCommand+Shift+Z
Open huidige werkblad in Tableau DesktopCtrl+O

Option+Command+O

Het huidige werkblad wissenAlt+Shift+BackspaceOption+Shift+Delete
Zwevend dashboardobject verplaatsenPijltjestoets beweegt 1 pixel, Shift+pijltje beweegt 10 pixelsPijltjestoets beweegt 1 pixel, Shift+pijltje beweegt 10 pixels

Grootte van zwevend dashboardobject wijzigen

Met Alt+pijltjestoets wordt de grootte in stappen van 1 pixel aangepast, met Shift+Alt+pijltjestoets wordt de grootte in stappen van 10 pixels aangepastMet Option+pijltjestoets wordt de grootte in stappen van 1 pixel aangepast, met Shift+Option+pijltjestoets wordt de grootte in stappen van 10 pixels aangepast
Kolomveld hernoemen (wanneer veld is geselecteerd in het dataschemadeelvenster)

F2

F2

Berekend veld hernoemen (wanneer de berekende veldeditor open is)F2F2
## Snelkoppelingen voor het wijzigen van de grootte van rijen en kolommen (Tableau Desktop)
Kleinere celgrootteCtrl+BCommand+B
Grotere celgrootteCtrl+Shift+BCommand+Shift+B
Maak rijen smallerCtrl+Pijl-linksControl+Command+Pijl-links
Maak rijen brederCtrl+Pijl-rechtsControl+Command+Pijl-rechts
Maak kolommen korterCtrl+Pijl omlaagControl+Command+Pijl omlaag
Maak kolommen langerCtrl+Pijl omhoogControl+Command+Pijl omhoog
## Snelkoppelingen voor pagina's (Tableau Desktop)
BeschrijvingWindows-snelkoppelingMac-snelkoppeling
Start of stop het vooruit afspelen op de container Pagina'sF4F4
Start of stop het achterwaarts afspelen op de container Pagina'sShift+F4Shift+F4
Eén pagina vooruit bladerenCtrl+puntCommand+punt
Eén pagina terugbladerenCtrl+kommaCommand+komma
## Snelkoppelingen voor het selecteren en navigeren van markeringen
BeschrijvingWindows-snelkoppelingMac-snelkoppeling
Markeringen selecterenKlik opKlik op
Een groep markeringen selecterenSlepenSlepen
Individuele markeringen toevoegen aan de selectieCtrl+klikCommand+klik
Een groep markeringen toevoegen aan de selectieCtrl+slepenCommand+slepen
Het gereedschap Rechthoekige selectie gebruikenAA
Het gereedschap Lassoselectie gebruikenDD
Het gereedschap Radiale selectie gebruikenSS
Alle data selecterenCtrl+ACommand+A
Geselecteerde data kopiërenCtrl+CCommand+C
De markeringsselectie wissenEscEsc
Pannen rond de weergaveShift+slepenShift+slepen
Inzoomen op een punt in de weergave (indien geen kaart, is zoommodus vereist)Dubbelklik, Ctrl+Shift+klikDubbelklik, Shift+Command+klik
Uitzoomen vanaf een punt op een kaart (indien geen kaart, is zoommodus vereist)Ctrl+Shift+Alt+klikShift+Option+Command+klik
UitzoomenShift+DubbelklikShift+Dubbelklik
Inzoomen op een gebied in de weergave (vereist zoommodus indien geen kaart)Ctrl+Shift+slepenShift+Command+slepen
In- en uitzoomen op een kaartScrollenScrollen
Versleep een rij en scrol tegelijkertijd door een lange lijstKlik + sleep naar de onderkant van het deelvenster + houd vastKlik + scrol, Command+ingedrukt houden
## Snelkoppelingen voor flows (Tableau Prep Builder)
BeschrijvingWindows-snelkoppelingMac-snelkoppeling
Bestand openenCtrl+OCommand+O
Nieuwe flowCtrl+NCommand+N
Bestand opslaanCtrl+SCommand+S
Bestand opslaan alsAlt+Ctrl+SShift+Command+S
AfsluitenCtrl+QCommand+Q
Ongedaan makenCtrl+ZCommand+Z
OpnieuwCtrl+YShift+Command+Z
KnippenCtrl+XCommand+X
KopiërenCtrl+CCommand+C
PlakkenCtrl+VCommand+V
Alles selecterenCtrl+ACommand+A
Alles uitvoerenCtrl+RCommand+R
Flow publicerenF10 
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Standaardinstellingen van velden bewerken Wanneer u velden naar containers sleept, wordt de data in de weergave weergegeven als markeringen. De velden en hun markeringen worden in eerste instantie weergegeven op basis van hun standaardinstellingen. U kunt deze standaardinstellingen beheren door op de vervolgkeuzepijl in een veld te klikken. Het menu Standaardeigenschappen bevat standaardinstellingen voor aggregatie, opmerkingen, getalopmaak, kleur, vorm en totalen (gebaseerd op het type veld). ## De standaardaggregatie voor een meetwaarde instellen U kunt voor elke meetwaarde een standaardaggregatie opgeven. De standaardaggregatie wordt automatisch gebruikt wanneer de meetwaarde voor het eerst wordt opgeteld in de weergave. 1. Klik met de rechtermuisknop (Control + klik op een Mac) op een meetwaarde in het deelvenster Data en selecteer Standaardeigenschappen > Aggregatie. 2. Selecteer een aggregatie in de lijst Aggregatie. ![In een vervolgkeuzemenu worden opties voor data-aggregatie weergegeven, zoals gemiddelde, som en aantal.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/default_aggregation1.png) U kunt kiezen uit verschillende aggregaties, ongeacht of u de aggregatie opgeeft voor een veld in een container of de standaardaggregatie in het deelvenster Data. Zie [Data-aggregatie in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm) voor meer informatie over elk type aggregatie. ## Standaardopmerkingen toevoegen voor specifieke velden Velden kunnen opmerkingen bevatten waarin ze worden beschreven. De opmerkingen worden weergegeven in de knopinfo in het deelvenster Data en in het dialoogvenster Berekende velden. Veldopmerkingen zijn een goede manier om meer context te bieden bij de data in uw databron. Opmerkingen zijn vooral handig als u een werkmap samenstelt die anderen kunnen gebruiken. ### Om een standaardopmerking voor een veld toe te voegen 1. Klik met de rechtermuisknop (Control + klik op een Mac) in een veld in het deelvenster Data en selecteer Standaardeigenschappen > Opmerking. 2. Plaats een opmerking in het volgende dialoogvenster. Opmerkingen ondersteunen RTF-tekst die in de knopinfo wordt weergegeven. ![Venster Opmerkingen bewerken voor de klantnaam, met een bewerkbaar tekstveld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/comment2.png) 3. Klik op OK als u klaar bent. Wanneer u nu de cursor over het veld in het deelvenster Data beweegt, ziet u de opmerking. ![De cursor beweegt over de pil met de naam van de klant en de volgende opmerking wordt weergegeven: de naam van de klant.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/comment3.png) Er zijn diverse functies die een aanvulling kunnen vormen op de opmerking bij een veld, zoals informatie over relaties en tabelberekeningen. Al deze informatie wordt gecombineerd tot enkelvoudige knopinfo. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/unified_tooltip.png "Knopinfo voor een veld met informatie over relaties, tabelberekeningen en een gebruikersopmerking") ## De standaardgetalopmaak instellen U kunt de standaard getalopmaak voor datum- en getalvelden instellen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat u de verkoopwaarden altijd als valuta wilt weergeven met het Amerikaanse dollarteken en twee decimalen. Of misschien wilt u Korting altijd als percentage weergeven. Om standaardopmaken in te stellen, klikt u met de rechtermuisknop (Control en klik op Mac) op een datum- of getalveld en selecteert u Datumopmaak of Getalopmaak in het menu Standaardeigenschappen. Er wordt een dialoogvenster geopend waarin u een standaardindeling kunt opgeven. ![De standaardeigenschappen van een veld wijzigen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/field_defaultnumberformat.gif) ## De standaardkleur instellen Wanneer u een dimensie gebruikt om de weergave met kleuren te coderen, worden standaardkleuren toegewezen aan de veldwaarden. Kleurcoderingen worden gedeeld over meerdere werkbladen die dezelfde databron gebruiken. Zo kunt u consistente weergaven van uw data maken. Als u de westelijke regio bijvoorbeeld als groen definieert, zal deze automatisch groen zijn in alle andere weergaven in de werkmap. Om de standaard kleurcoderingen voor een veld in te stellen, klikt u met de rechtermuisknop (Control en klik op Mac) op het veld in het deelvenster Data en selecteert u Standaardeigenschappen > Kleur. Zie [Kleurpaletten en -effecten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties_color.htm) voor informatie over kleureigenschappen en hoe u kleuren in Tableau kunt configureren en aanpassen. ## De standaardvorm instellen Wanneer u een vorm gebruikt om de weergave met kleuren te coderen, worden standaardvormen toegewezen aan de veldwaarden. Vormcoderingen worden gedeeld over meerdere werkbladen die dezelfde databron gebruiken. Zo kunt u consistente weergaven van uw data maken. Als u bijvoorbeeld definieert dat meubelproducten met een vierkante markering worden weergegeven, wordt dit in alle andere weergaven in de werkmap automatisch gewijzigd in een vierkante markering. Als u de standaard vormcoderingen voor een veld wilt instellen, klikt u met de rechtermuisknop (Control en klik op Mac) op het veld in het deelvenster Data en selecteert u Standaardeigenschappen > Vorm. ## De standaard sorteervolgorde instellen voor de waarden binnen een categorisch veld U kunt een standaard sorteervolgorde instellen voor de waarden binnen een categorisch veld. Zo worden de waarden telkens correct gesorteerd wanneer u het veld in de weergave gebruikt. Stel dat u bijvoorbeeld een veld Orderprioriteit hebt dat de waarden Hoog, Gemiddeld en Laag bevat. Wanneer u deze in de weergave plaatst, worden ze standaard weergegeven als Hoog, Laag, Gemiddeld omdat ze in alfabetische volgorde worden weergegeven. U kunt dan een standaardsortering instellen, zodat deze waarden altijd correct worden weergegeven. Om de standaard sorteervolgorde in te stellen, klikt u met de rechtermuisknop (Control en klik op een Mac) op een dimensie en selecteert u Standaardeigenschappen > Sorteren. Gebruik vervolgens het dialoogvenster Sorteren om een sorteervolgorde op te geven. **Opmerking:** de standaard sorteervolgorde bepaalt ook hoe veldwaarden in een filter in de weergave worden weergegeven. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Startpagina De startpagina in Tableau Desktop is een centrale locatie van waaruit u het volgende kunt doen: - Verbinding maken met uw data - Uw recent gebruikte werkmappen openen - Inhoud ontdekken en verkennen die is geproduceerd door de Tableau Community De startpagina bestaat uit drie deelvensters: Verbinding maken, Openen en Verkennen. ### Verbinding maken Maak verbinding met data. ![Het deelvenster Verbinding maken op de startpagina van Tableau](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environment_startpage_connect_pub.png) Op het deelvenster Verbinding maken, kunt u het volgende doen: - **Verbinding maken met data:** Onder Naar een bestand kunt u verbinding maken met data die zijn opgeslagen in Microsoft Excel-bestanden, tekstbestanden, Access-bestanden, Tableau-extractbestanden en statistische bestanden, zoals SAS, SPSS en R. Onder Naar een server kunt u verbinding maken met data die zijn opgeslagen in OData, Google Spreadsheets of verbinding maken met data die de Web Data Connector gebruiken. Zie [Google Drive](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/examples_googledrive.htm) voor meer informatie over verbinding maken met Google Sheets. Zie [Web Data Connector 2.0](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/examples_web_data_connector.htm) voor meer informatie over de Web Data Connector. ### Openen Klik op de link Openen vanuit Tableau Public om werkmappen te zoeken die u in Tableau Public hebt opgeslagen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Statistiekbestand In dit artikel wordt beschreven hoe u Tableau verbindt met een statistisch bestand en de databron instelt. Tableau maakt verbinding met SAS- (\*.sas7bdat), SPSS- (\*.sav) en R-databestanden (\*.rdata, \*.rda). **Opmerking:** vanaf versie 2020.1 biedt Tableau geen ondersteuning meer voor statistische bestanden die zijn gecomprimeerd met SASYZCR2. Gebruik een ander compressieschema om het bestand leesbaar te maken voor Tableau. ## Verbinding maken en de databron instellen 1. Start Tableau op en selecteer onder Verbinding maken de optie Statistiekbestand. Selecteer vervolgens het bestand waarmee u verbinding wilt maken en selecteer Openen. 2. Doe het volgende op de databronpagina: 1. (Optioneel) Selecteer de standaard databronnaam boven aan de pagina en voer vervolgens een unieke databronnaam in voor gebruik in Tableau. Gebruik bijvoorbeeld een naamgevingsconventie voor databronnen waarmee andere gebruikers van de databron kunnen bepalen met welke databron ze verbinding moeten maken. 2. Selecteer het tabblad om uw analyse te starten. Zie [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joining_tables.htm) voor informatie over het verbinden met meer dan één tabel. ### Voorbeeld van een statistisch bestand als databron Hier is een voorbeeld van een statistisch bestand als databron met Tableau Desktop op een Windows-computer: Let op het volgende: - De connector voor statistische bestanden biedt geen ondersteuning voor waardelabels. - De connector voor statistische bestanden ondersteunt slechts één tabel per statistisch bestand. Als de foutmelding 'Er is een fout opgetreden bij het communiceren met de databron' verschijnt, controleer dan of het statistische bestand slechts één object bevat en of het object een dataframe of een matrix is. R-bestanden bevatten soms verborgen objecten in wat op het oog een schone werkruimte lijkt. Voer `ls(environment(), all.names=TRUE)` uit in Rstudio om te controleren op verborgen objecten. - U kunt de tekencodering voor een statistisch bestand wijzigen. Ze [De tekencodering voor statistische bestanden wijzigen](#Changeencoding) voor meer informatie. ## Ondersteuning voor R-databestandsobjecten en -indelingen R-databestanden mogen slechts één van de volgende typen objecten bevatten: - Tweedimensionale matrices - Vectoren - Factoren - Dataframes Als het R-databestand meerdere objecten bevat, maakt Tableau verbinding met het eerste object. Tableau biedt geen ondersteuning voor R-databestanden die een binaire indeling gebruiken. ASCII-bestanden worden niet ondersteund in Tableau Desktop. Als u een .rdata- of .rda-bestand in de ASCII-indeling probeert te gebruiken, ziet u de foutmelding ''Kan het bestand in de tabel niet lezen' '\[TableauTemp\].\[_filename_.rdata\]' bestaat niet". In dat geval kunt u RStudio gebruiken om het bestand als volgt op te slaan in een binaire indeling: 1. Download RStudio als u dat nog niet gedaan hebt. 2. Open uw R-databestand in RStudio. Als het goed is, ziet u het dataobject dan rechtsboven in het globale omgevingsvenster. 3. Sla het object als volgt op in een nieuw bestand met de functie "save()": `save(,file="",ascii=FALSE)` waarbij: uw data-object is, de naam van het nieuwe bestand is en 'FALSE' hoofdlettergevoelig is > [!TIP] > > als u snel de documentatie voor deze functie wilt bekijken, typt u '?save' bij de opdrachtprompt. Gecomprimeerde bestanden worden niet ondersteund in Tableau Desktop. U moet bestanden eerst uitpakken met een ander programma, zoals Gzip of WinZip, voordat u verbinding maakt met Tableau. ## De tekencodering voor een statistisch bestand wijzigen Tableau leest de data in een statistisch bestand (bijvoorbeeld een SAS- of R-bestand) op basis van de tekencodering van het bestand of op basis van informatie in een invoerbestand. R-bestanden gebruiken doorgaans de tekencodering van het besturingssysteem. In SAS- en SPSS-bestanden is de tekencoderingsinformatie daarentegen vaak in het bestand opgenomen. Soms moet u een andere codering opgeven. Als een collega u bijvoorbeeld een statistisch bestand met Griekse tekencodering stuurt, dient u een Griekse tekenset op te geven om het bestand met Tableau te kunnen gebruiken. Als u een andere tekenset moet gebruiken om een statistisch bestand te lezen, kunt u een Tableau-bestand voor aanpassing van de databron (TDC-bestand) maken en de te gebruiken codering opgeven. ### Het TDC-bestand maken Een .tdc-bestand is een XML-bestand dat betrekking heeft op één databron en dat informatie bevat over de leveranciers- en stuurprogrammanaam van de databronprovider. Voor de connector voor statistische bestanden is de leveranciers- en stuurprogrammanaam `stat-direct`. Een TDC-bestand maken: 1. Open een eenvoudig tekstbewerkingsprogramma, zoals Kladblok. 2. Kopieer de informatie uit het onderstaande voorbeeld, plak deze in uw tekstbestand en geef vervolgens de `source-charset`\-waarde op. (Raadpleeg [Door de statistische bestandsconnector ondersteunde, door de gebruiker gedefinieerde coderingen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/statfile_char_encoding.htm) voor een lijst met coderingen.) 3. Sla het bestand op met de extensie .tdc, bijvoorbeeld: `r-statsfile.tdc` in de map Mijn Tableau Repository\\Datasources. ### TDC-voorbeeldbestand stelt de source-charset-waarde in Het volgende TDC-bestandsvoorbeeld stelt de waarde van `source-charset` in op `shift-jis` voor een statistisch bestand als databron. ``` ``` Belangrijk: U kunt TDC-bestanden gebruiken om de functionaliteit van een verbinding aan te passen of om verbindingsproblemen met uw data te diagnosticeren en op te lossen. Tableau is niet in staat niet elke mogelijke wijziging die u in deze bestanden kunt aanbrengen grondig te testen. Het maken en gebruiken van TDC-bestanden vereist handmatige bewerking en het is van cruciaal belang om ze grondig te testen voordat u ze in een productieomgeving implementeert. ## Over .ttde- en .hhyper-bestanden Mogelijk ziet u .ttde- of .hhyper-bestanden wanneer u door de directory van uw computer navigeert. Wanneer u een Tableau-databron maakt die verbinding maakt met uw data, maakt Tableau een .ttde- of .hhyper-bestand. Dit bestand, ook wel een schaduwextract genoemd, wordt gebruikt om de snelheid waarmee uw databron in Tableau Desktop wordt geladen, te verbeteren. Hoewel een schaduwextract onderliggende data en andere informatie bevat die vergelijkbaar is met het standaard Tableau-extract, wordt een schaduwextract in een ander formaat opgeslagen en kan het niet worden gebruikt om uw data te herstellen. **Opmerking**: .tde-bestanden worden niet langer ondersteund voor Tableau-versies na 2024.2. Alle extracten zijn nu in .hyper-indeling. ## Zie ook - [Databronnen instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_prepare.htm): voeg meer data toe aan deze databron of bereid uw data voor voordat u deze analyseert. - [Diagrammen maken en data analyseren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/design_and_analyze.htm): Begin met uw data-analyse. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Taal en landinstelling Om de datum- en getalnotatie te configureren, kiest u Bestand > Landinstelling werkboek. Standaard is de landinstelling ingesteld op Automatisch. Dit betekent dat de landinstellingen overeenkomen met de landinstellingen op het moment dat de werkmap wordt geopend. Dit kan handig zijn als u een werkmap maakt die in veel verschillende talen wordt bekeken en u wilt dat de datums en getallen overeenkomstig worden bijgewerkt. Wanneer u een specifieke landinstelling selecteert, verandert de werkmap niet, ongeacht wie deze opent. Tableau controleert het volgende, in volgorde, om de landinstellingen van de werkmap te bepalen: 1. Landinstelling werkmap (expliciete instelling) 2. Windows-landinstelling of Mac-taal 3. Tableau-taal Als geen van de bovenstaande opties is ingesteld, wordt de landinstelling van de werkmap standaard ingesteld op Engels. ## Sorteren op dag van de week U moet de landinstellingen van uw werkmap zodanig instellen dat Tableau de dagen van de week in de juiste chronologische volgorde kan sorteren. Anders sorteert Tableau de namen van de dagen alfabetisch. Als de landinstellingen passend zijn, kunt u de dagen van de week handmatig sorteren. Zie [Data sorteren in een visualisatie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_sorting_computed_howto.htm). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tabelberekeningen aanpassen U kunt een tabelberekening altijd aanpassen door deze te bewerken in het dialoogvenster Tabelberekeningen, maar er zijn andere, meer gespecialiseerde manieren om een tabelberekening aan te passen. ## Een tabelberekening aanpassen met behulp van het contextmenu Klik op een willekeurig veld in de weergave om een contextmenu weer te geven met manieren om het veld aan te passen. Voor een veld in de weergave dat een tabelberekening bevat, kunt u de optie Berekenen met wijzigen. Dat wil zeggen, de optie die de richting en scope van de berekening bepaalt in relatie tot de visuele structuur van de weergave. Doe dit door op het veld te klikken en vervolgens een optie te kiezen van de lijst Berekenen met. Voor de tabelberekeningen Verschil van, Procentueel verschil van en Percentage van kunt u ook een ander veld opgeven waarvoor het verschil moet worden berekend. Doe dit door op het veld te klikken en vervolgens een optie te kiezen van de lijst In relatie tot. De opties zijn Vorige, Volgende, Eerste en Laatste. ## Een tabelberekening aanpassen met de editor berekeningen U kunt een tabelberekening aanpassen door deze naar de editor berekeningen te slepen: ![De berekeningseditor die de onderliggende berekening voor een tabelberekening weergeeft](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations_customize1.png) Wanneer u een tabelberekening bewerkt in de editor berekeningen, kunt u klikken op Standaard tabelberekening in de rechterbenedenhoek van de editor om de berekening te openen in het dialoogvenster Tabelberekening. Hierdoor kunt u een nieuw benoemd berekend veld maken dat dezelfde tabelberekening gebruikt als die waarop u de berekening baseert. ## Geneste tabelberekeningen Een geneste tabelberekening kan één van de volgende twee soorten berekende velden zijn: - een berekend veld dat meer dan één berekend veld bevat met een tabelberekening (zoals in het onderstaande voorbeeld), of - een berekend veld dat zelf een tabelberekening heeft en minimaal één berekend veld met een tabelberekening bevat. Met geneste tabelberekeningen kunt u Berekenen met\-configuraties onafhankelijk instellen voor individuele berekeningen. Hier is een scenario dat u kunt proberen met behulp van de databron Voorbeeld - Superstore die bij Tableau Desktop wordt geleverd, wat resulteert in een geneste tabelberekening. 1. Sleep Subcategorie naar Kolommen en Regio naar Rijen. 2. Maak een berekend veld, _1-nest_, met de definitie `TOTAL(SUM([Sales]))`. TOTAL is een tabelberekeningsfunctie, dus dit berekende veld heeft automatisch een tabelberekening. Als u het in de weergave gebruikt, heeft het veld de tabelverklikkerdriehoek, die een tabelberekening aangeeft: ![Een meetwaardepil met het driehoekpictogram dat een tabelberekening aangeeft](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations_indicator.png) Zie [Tabelberekeningsfuncties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_tablecalculation.htm) voor informatie over tabelberekeningsfuncties. 3. Maak een tweede berekend veld, _2-nest_, met de definitie `TOTAL(SUM([Profit]))`. 4. Maak een derde berekend veld, _3-nest_, met de definitie `[1-nest] + [2-nest]`. 5. Sleep _3-nest_ naar de rechterkant van `Sub-Category` in Kolommen. 6. Klik op _3-nest_ in Kolommen en kies Tabelberekening bewerken. In het dialoogvenster Tabelberekeningen kunt u nu de onderliggende tabelberekeningen afzonderlijk configureren: ![Het menu met tabelberekeningsopties met de vervolgkeuzelijst met geneste berekeningen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations_nest.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tabelberekeningsfuncties Dit artikel introduceert tabelberekeningsfuncties en hun gebruik in Tableau. Het laat ook zien hoe u een tabelberekening kunt maken met de berekeningseditor. ## Waarom tabelberekeningsfuncties gebruiken Met tabelberekeningsfuncties kunt u berekeningen uitvoeren op waarden in een tabel. U kunt bijvoorbeeld berekenen wat het percentage is van de totale omzet van een individuele verkoop voor een jaar of voor meerdere jaren. ## Tabelberekeningsfuncties in Tableau Dit zijn de systeemeigen tabelberekeningsfuncties die in Tableau kunnen worden gebruikt zonder een externe Analyse-uitbreiding. ### FIRST( ) * * * Retourneert het aantal rijen vanaf de huidige rij tot aan de eerste rij in de partitie. In de onderstaande weergave wordt bijvoorbeeld de kwartaalomzet weergegeven. Wanneer FIRST() wordt berekend binnen de datumpartitie, is de afwijking van de eerste rij ten opzichte van de tweede rij gelijk aan -1. ![Tabelberekening eerst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_first.png) #### Voorbeeld Wanneer de huidige rij-index 3 is, `FIRST() = -2`. ### INDEX( ) * * * Retourneert de index van de huidige rij in de partitie, zonder sortering op waarde. De index van de eerste rij begint bij 1. De onderstaande tabel toont bijvoorbeeld de kwartaalomzet. Wanneer INDEX() wordt berekend binnen de datumpartitie, is de index van elke rij 1, 2, 3, 4..., enz. ![Tabelberekeningsindex.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_index.png) #### Voorbeeld Voor de derde rij in de partitie, `INDEX() = 3`. ### LAST( ) * * * Retourneert het aantal rijen van de huidige rij tot de laatste rij in de partitie. De onderstaande tabel toont bijvoorbeeld de kwartaalomzet. Wanneer LAST() wordt berekend binnen de datumpartitie, is de afwijking van de laatste rij ten opzichte van de tweede rij gelijk aan 5. ![Tabelberekening laatst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_last.png) #### Voorbeeld Wanneer de huidige rij-index 3 van 7 is, `LAST() = 4`. ### LOOKUP(expressie, \[afwijking\]) * * * Retourneert de waarde van de expressie in een doelrij, opgegeven als een relatieve afwijking van de huidige rij. Gebruik FIRST() + n en LAST() - n als deel van uw afwijkingsdefinitie voor een doel in relatie tot de eerste/laatste rij in de partitie. Als de `offset` is weggelaten, kan de rij waarmee wordt vergeleken, worden ingesteld in het veldmenu. Deze functie Retourneert NULL als de doelrij niet kan worden vastgesteld. Het onderstaande overzicht toont de kwartaalomzet. Wanneer `LOOKUP (SUM(Sales), 2)` wordt berekend binnen de datumpartitie, toont elke rij de omzetwaarde van 2 kwartalen in de toekomst. ![Tabelberekening opzoeken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_lookup.png) #### Voorbeeld `LOOKUP(SUM([Profit]), FIRST()+2)` berekent de SUM(Winst) in de derde rij van de partitie. ### MODEL\_EXTENSION-functies De extensiefuncties van het model: - MODEL\_EXTENSION\_BOOL - MODEL\_EXTENSION\_INT - MODEL\_EXTENSION\_REAL - MODEL\_EXTENSION\_STRING worden gebruikt om data door te geven aan een geïmplementeerd model op een externe service, zoals R, TabPy of Matlab. Zie [Analyse-uitbreidingen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/r_connection_manage.htm). ### MODEL\_PERCENTIEL (doel\_expressie, voorspeller\_expressie(s)) * * * Retourneert de waarschijnlijkheid (tussen 0 en 1) dat de verwachte waarde minder is dan of gelijk is aan de waargenomen markering, gedefinieerd door de doelexpressie en andere predictors. Dit is de posterieure voorspellende distributiefunctie, ook wel bekend als de cumulatieve distributiefunctie (CDF). Deze functie is de inverse van MODEL\_QUANTILE. Voor informatie over voorspellende modelleringsfuncties, zie [Hoe functies voor prognosemodellering werken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_overview.htm). #### Voorbeeld De volgende formule retourneert het kwantiel van de markering voor de som van de verkoop, afgestemd op het aantal bestellingen. `MODEL_PERCENTILE(SUM([Sales]), COUNT([Orders]))` ### MODEL\_QUANTILE(kwantiel, doel\_expressie, voorspeller\_expressie(s)) * * * Retourneert een numerieke doelwaarde binnen het waarschijnlijkheidsbereik dat is gedefinieerd door de doelexpressie en andere predictors bij een opgegeven kwantiel. Dit is het posterieure voorspellende kwantiel. Deze functie is de inverse van MODEL\_PERCENTILE. Voor informatie over voorspellende modelleringsfuncties, zie [Hoe functies voor prognosemodellering werken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/predictions_overview.htm). #### Voorbeeld De volgende formule retourneert de mediaan (0,5) van de voorspelde som van de verkopen, aangepast voor het aantal bestellingen. `MODEL_QUANTILE(0.5, SUM([Sales]), COUNT([Orders]))` ### PREVIOUS\_VALUE(expressie) * * * Retourneert de waarde van deze berekening in de vorige rij. Retourneert de opgegeven expressie als de huidige rij de eerste rij van de partitie is. #### Voorbeeld `SUM([Profit]) * PREVIOUS_VALUE(1)` berekent het lopend product van SUM(Winst). ### RANK(expressie, \['asc' | 'desc'\]) * * * Retourneert de standaard 'competition'-rang voor de huidige rij in de partitie. Aan identieke waarden wordt een identieke rang toegewezen. Gebruik het optionele argument `'asc' | 'desc'` om oplopende of aflopende volgorde op te geven. De standaardvolgorde is aflopend. Met deze functie krijgt de verzameling waarden (6, 9, 9, 14) de rangorde (4, 2, 2, 1). Null-waarden worden genegeerd in rangschikkingsfuncties. Ze zijn niet genummerd en tellen niet mee voor het totale aantal records bij de berekening van de percentielrangschikking. Zie [Rangberekening](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_definebasic_runningtotal.htm#Rank) voor informatie over verschillende rangschikkingsopties. #### Voorbeeld De volgende afbeelding toont het effect van de verschillende rangschikkingsfuncties (RANK, RANK\_DENSE, RANK\_MODIFIED, RANK\_PERCENTILE en RANK\_UNIQUE) op een reeks waarden. De dataset bevat informatie over 14 studenten (Student A tot en met Student N). In de kolom Leeftijd staat de huidige leeftijd van elke student (alle studenten zijn tussen de 17 en 20 jaar oud). De overige kolommen tonen het effect van elke rangfunctie op de set leeftijdswaarden, waarbij altijd de standaardvolgorde (oplopend of aflopend) voor de functie wordt aangenomen. ![Een tabel waarin de rangschikking van de leeftijden van studenten wordt vergeleken met behulp van verschillende rangschikkingsmethoden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/rank_compare.png) ### RANK\_DENSE(expressie, \['asc' | 'desc'\]) * * * Retourneert de 'dense'-rang voor de huidige rij in de partitie. Identieke waarden krijgen een identieke rang, maar in de getallenreeks worden geen openingen ingevoegd. Gebruik het optionele argument `'asc' | 'desc'` om oplopende of aflopende volgorde op te geven. De standaardvolgorde is aflopend. Met deze functie krijgt de verzameling waarden (6, 9, 9, 14) de rangorde (3, 2, 2, 1). Null-waarden worden genegeerd in rangschikkingsfuncties. Ze zijn niet genummerd en tellen niet mee voor het totale aantal records bij de berekening van de percentielrangschikking. Zie [Rangberekening](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_definebasic_runningtotal.htm#Rank) voor informatie over verschillende rangschikkingsopties. ### RANK\_MODIFIED(expressie, \['asc' | 'desc'\]) * * * Retourneert de aangepaste 'competition'-rang voor de huidige rij in de partitie. Aan identieke waarden wordt een identieke rang toegewezen. Gebruik het optionele argument `'asc' | 'desc'` om oplopende of aflopende volgorde op te geven. De standaardvolgorde is aflopend. Met deze functie krijgt de verzameling waarden (6, 9, 9, 14) de rangorde (4, 3, 3, 1). Null-waarden worden genegeerd in rangschikkingsfuncties. Ze zijn niet genummerd en tellen niet mee voor het totale aantal records bij de berekening van de percentielrangschikking. Zie [Rangberekening](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_definebasic_runningtotal.htm#Rank) voor informatie over verschillende rangschikkingsopties. ### RANK\_PERCENTILE(expressie, \['asc' | 'desc'\]) * * * Retourneert de percentielrang voor de huidige rij in de partitie. Gebruik het optionele argument `'asc' | 'desc'` om oplopende of aflopende volgorde op te geven. De standaardvolgorde is oplopend. Met deze functie krijgt de verzameling waarden (6, 9, 9, 14) de rangorde (0,00, 0,67, 0,67, 1,00). Null-waarden worden genegeerd in rangschikkingsfuncties. Ze zijn niet genummerd en tellen niet mee voor het totale aantal records bij de berekening van de percentielrangschikking. Zie [Rangberekening](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_definebasic_runningtotal.htm#Rank) voor informatie over verschillende rangschikkingsopties. ### RANK\_UNIQUE(expressie, \['asc' | 'desc'\]) * * * Retourneert de unieke rang voor de huidige rij in de partitie. Aan identieke waarden worden verschillende rangen toegewezen. Gebruik het optionele argument `'asc' | 'desc'` om oplopende of aflopende volgorde op te geven. De standaardvolgorde is aflopend. Met deze functie krijgt de verzameling waarden (6, 9, 9, 14) de rangorde (4, 2, 3, 1). Null-waarden worden genegeerd in rangschikkingsfuncties. Ze zijn niet genummerd en tellen niet mee voor het totale aantal records bij de berekening van de percentielrangschikking. Zie [Rangberekening](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_definebasic_runningtotal.htm#Rank) voor informatie over verschillende rangschikkingsopties. ### RUNNING\_AVG(expressie) * * * Retourneert het voortschrijdend gemiddelde van de opgegeven expressie vanaf de eerste rij in de partitie tot de huidige rij. Het onderstaande overzicht toont de kwartaalomzet. Wanneer `RUNNING_AVG(SUM([Sales])` wordt berekend binnen de datumpartitie, is het resultaat een lopend gemiddelde van de verkoopwaarden voor elk kwartaal. ![Tabelberekening met lopend gemiddelde.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_runningavg.png) #### Voorbeeld `RUNNING_AVG(SUM([Profit]))` berekent het lopend gemiddelde van SUM(Winst). ### RUNNING\_COUNT(expressie) * * * Retourneert het lopend totaal van de opgegeven expressie vanaf de eerste rij in de partitie tot de huidige rij. #### Voorbeeld `RUNNING_COUNT(SUM([Profit]))` berekent de lopende telling van SUM(Winst). ### RUNNING\_MAX(expressie) * * * Retourneert het lopend maximum van de opgegeven expressie vanaf de eerste rij in de partitie tot de huidige rij. ![Tabelberekening met een lopend maximum.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_runningmax.png) #### Voorbeeld `RUNNING_MAX(SUM([Profit]))` berekent het lopende maximum van SUM(Winst). ### RUNNING\_MIN(expressie) * * * Retourneert het lopend minimum van de opgegeven expressie vanaf de eerste rij in de partitie tot de huidige rij. ![Tabelberekening met een lopend minimum.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_runningmin.png) #### Voorbeeld `RUNNING_MIN(SUM([Profit]))` berekent het lopende minimum van SUM(Winst). ### RUNNING\_SUM(expressie) * * * Retourneert de lopende som van de opgegeven expressie vanaf de eerste rij in de partitie tot de huidige rij. ![Tabelberekening met een lopende som.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_runningsum.png) #### Voorbeeld `RUNNING_SUM(SUM([Profit]))` berekent de lopende som van SUM(Winst) ### SIZE() * * * Retourneert het aantal rijen in de partitie. In de onderstaande weergave wordt bijvoorbeeld de kwartaalomzet weergegeven. Binnen de datumpartitie bevinden zich zeven rijen, dus de Size() van de datumpartitie is 7. ![Grootte van tabelberekening.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_size.png) #### Voorbeeld `SIZE() = 5` wanneer de huidige partitie vijf rijen bevat. ### SCRIPT\_-functies De scriptfuncties: - SCRIPT\_BOOL - SCRIPT\_INT - SCRIPT\_REAL - SCRIPT\_STRING worden gebruikt om data door te geven aan een externe service, zoals R, TabPy of Matlab. Zie [Analyse-uitbreidingen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/r_connection_manage.htm). ### TOTAL(expressie) * * * Retourneert het totaal voor de opgegeven expressie in een tabelberekeningspartitie. #### Voorbeeld Stel dat u met deze weergave begint: ![Totaal van tabelberekening.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total.png) U opent de berekeningseditor en maakt een nieuw veld aan dat u Totaliteit noemt: ![Tabelberekening van totaal verkoopbedrag.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total2.png) Vervolgens plaatst u Totaliteit op Tekst, ter vervanging van SUM(Verkoop). Uw weergave verandert zodanig dat de waarden worden opgeteld op basis van de standaardwaarde voor Berekenen met: ![Tabelberekening toegevoegd aan een visualisatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total3.png) Dit roept de vraag op: wat is de standaardwaarde voor Berekenen met ? Als u met de rechtermuisknop op Totaliteit in het deelvenster Data klikt (Control-klik op een Mac) en Bewerken kiest, is er nu een extra stukje informatie beschikbaar: ![Tabelberekening van totaal verkoopbedrag.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total4.png) De standaardwaarde voor Berekenen met is Tafel (opzij). Het resultaat is dat Totaliteit nu de waarden in elke rij van uw tabel optelt. De waarde die u in elke rij ziet, is dus de som van de waarden uit de oorspronkelijke versie van de tabel. De waarden in de rij 2011/Q1 in de oorspronkelijke tabel waren $ 8601, $ 6579, $ 44262 en $ 15006. De waarden in de tabel nadat Totaliteit de waarden van SUM(Verkoop) heeft vervangen, zijn allemaal $ 74.448, wat de som is van de vier oorspronkelijke waarden. Let op de driehoek naast Totaliteit nadat u dit op Tekst hebt neergezet: ![Tabelberekening toegevoegd aan een visualisatie en weergegeven op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total5.png) Dit geeft aan dat dit veld een tabelberekening gebruikt. U kunt met de rechtermuisknop op het veld klikken en Tabelberekening bewerken kiezen om uw functie naar een andere waarde voor Berekenen met te herleiden. U kunt dit bijvoorbeeld instellen op Tabel (omlaag). In dat geval ziet uw tabel er als volgt uit: ![Tabelberekening toegevoegd aan een visualisatie en weergegeven op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total6.png) ### TOTAL(expressie) * * * Retourneert het totaal voor de opgegeven expressie in een tabelberekeningspartitie. #### Voorbeeld Stel dat u met deze weergave begint: ![Totaal van tabelberekening.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total.png) U opent de berekeningseditor en maakt een nieuw veld aan dat u Totaliteit noemt: ![Tabelberekening van totaal verkoopbedrag.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total2.png) Vervolgens plaatst u Totaliteit op Tekst, ter vervanging van SUM(Verkoop). Uw weergave verandert zodanig dat de waarden worden opgeteld op basis van de standaardwaarde voor Berekenen met: ![Tabelberekening toegevoegd aan een visualisatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total3.png) Dit roept de vraag op: wat is de standaardwaarde voor Berekenen met ? Als u met de rechtermuisknop op Totaliteit in het deelvenster Data klikt (Control-klik op een Mac) en Bewerken kiest, is er nu een extra stukje informatie beschikbaar: ![Tabelberekening van totaal verkoopbedrag.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total4.png) De standaardwaarde voor Berekenen met is Tafel (opzij). Het resultaat is dat Totaliteit nu de waarden in elke rij van uw tabel optelt. De waarde die u in elke rij ziet, is dus de som van de waarden uit de oorspronkelijke versie van de tabel. De waarden in de rij 2011/Q1 in de oorspronkelijke tabel waren $ 8601, $ 6579, $ 44262 en $ 15006. De waarden in de tabel nadat Totaliteit de waarden van SUM(Verkoop) heeft vervangen, zijn allemaal $ 74.448, wat de som is van de vier oorspronkelijke waarden. Let op de driehoek naast Totaliteit nadat u dit op Tekst hebt neergezet: ![Tabelberekening toegevoegd aan een visualisatie en weergegeven op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total5.png) Dit geeft aan dat dit veld een tabelberekening gebruikt. U kunt met de rechtermuisknop op het veld klikken en Tabelberekening bewerken kiezen om uw functie naar een andere waarde voor Berekenen met te herleiden. U kunt dit bijvoorbeeld instellen op Tabel (omlaag). In dat geval ziet uw tabel er als volgt uit: ![Tabelberekening toegevoegd aan een visualisatie en weergegeven op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_total6.png) ### WINDOW\_AVG(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert het gemiddelde van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. Er is een equivalente aggregaatfunctie: AVG. Zie [Tableau-functies (alfabetische lijst)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_alphabetical.htm). #### Voorbeeld De volgende formule retourneert het venstergemiddelde van **SUM(Winst)** van de twee voorgaande rijen naar de huidige rij. `WINDOW_AVG(SUM[Profit]), -2, 0)` ### WINDOW\_CORR(expressie1, expressie2, \[start, eind\]) * * * Retourneert de Pearson-correlatie-coëfficiënt van twee expressies binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. De Pearson-correlatie meet de lineaire relatie tussen twee variabelen. De resultaten variëren van -1 tot en met +1, waarbij 1 staat voor een exact positief lineair verband, zoals wanneer een positieve verandering in de ene variabele een positieve verandering van overeenkomstige grootte in de andere variabele impliceert. Het resultaat 0 staat voor geen lineair verband tussen de variantie en −1 staat voor een exact negatief verband. Er is een equivalente aggregaatfunctie: CORR. Zie [Tableau-functies (alfabetische lijst)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_alphabetical.htm) #### Voorbeeld De volgende formule retourneert de Pearson-correlatie van SUM(Winst) en SUM(Verkoop) van de vijf voorgaande rijen naar de huidige rij. `WINDOW_CORR(SUM[Profit]), SUM([Sales]), -5, 0)` ### WINDOW\_COUNT(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert het aantal van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. #### Voorbeeld `WINDOW_COUNT(SUM([Profit]), FIRST()+1, 0)` berekent de telling van SUM(Winst) van de tweede rij tot de huidige rij ### WINDOW\_COVAR(expressie1, expressie2, \[start, eind\]) * * * Retourneert de _steekproefcovariantie_ van twee expressies binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als de start- en end-argumenten worden weggelaten, bestaat het venster uit de volledige partitie. Bij steekproefcovariantie wordt het aantal niet-null-datapunten n - 1 gebruikt om de covariantieberekening te normaliseren, in plaats van n, wat wordt gebruikt door de populatiecovariantie (met de functie WINDOW\_COVARP). Steekproefcovariantie is de juiste keuze wanneer de data een willekeurige steekproef zijn die wordt gebruikt om de covariantie voor een grotere populatie te schatten. Er is een equivalente aggregaatfunctie: COVAR. Zie [Tableau-functies (alfabetische lijst)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_alphabetical.htm) #### Voorbeeld De volgende formule retourneert de steekproefcovariantie van SUM(Winst) en SUM(Verkoop) van de twee voorgaande rijen naar de huidige rij. `WINDOW_COVAR(SUM([Profit]), SUM([Sales]), -2, 0)` ### WINDOW\_COVARP(expressie1, expressie2, \[start, eind\]) * * * Retourneert de _populatiecovariantie_ van twee expressies binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. Populatiecovariantie is steekproefcovariantie vermenigvuldigd met (n-1)/n, waarbij n het totale aantal datapunten is dat niet null is. Populatiecovariantie is de juiste keuze wanneer er data beschikbaar zijn voor alle relevante items, in tegenstelling tot wanneer er slechts een willekeurige subset van items is. In dat geval is steekproefcovariantie (met de functie WINDOW\_COVAR) de geschikte keuze. Er is een equivalente aggregaatfunctie: COVARP. [Tableau-functies (alfabetische lijst)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_alphabetical.htm) #### Voorbeeld De volgende formule retourneert de populatiecovariantie van SUM(Winst) en SUM(Verkoop) van de twee voorgaande rijen naar de huidige rij. `WINDOW_COVARP(SUM([Profit]), SUM([Sales]), -2, 0)` ### WINDOW\_MEDIAN(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert de mediaan van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. Het onderstaande overzicht toont bijvoorbeeld de kwartaalwinst. Een venstermediaan binnen de datumpartitie retourneert de mediaanwinst over alle datums. ![Tabelberekening met de operator window\_median.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_windowmedian.png) #### Voorbeeld `WINDOW_MEDIAN(SUM([Profit]), FIRST()+1, 0)` berekent de mediaan van SUM(Winst) van de tweede rij tot de huidige rij. ### WINDOW\_MAX(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert het maximum van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. In de onderstaande weergave wordt bijvoorbeeld de kwartaalomzet weergegeven. Een venstermaximum binnen de datumpartitie retourneert de maximale omzet over alle datums. ![Tabelberekening met de operator window\_max.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_windowmax.png) #### Voorbeeld `WINDOW_MAX(SUM([Profit]), FIRST()+1, 0)` berekent het maximum van SUM(Winst) van de tweede rij naar de huidige rij. ### WINDOW\_MIN(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert het minimum van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. In de onderstaande weergave wordt bijvoorbeeld de kwartaalomzet weergegeven. Een vensterminimum binnen de datumpartitie retourneert de minimale verkoopcijfers voor alle datums. ![Tabelberekening met de operator window\_min.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_windowmin.png) #### Voorbeeld `WINDOW_MIN(SUM([Profit]), FIRST()+1, 0)` berekent het minimum van SUM(Winst) van de tweede rij naar de huidige rij. ### WINDOW\_PERCENTILE(expressie, getal, \[start, eind\]) * * * Retourneert de waarde die overeenstemt met het opgegeven percentiel binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. #### Voorbeeld `WINDOW_PERCENTILE(SUM([Profit]), 0.75, -2, 0)` retourneert het 75e percentiel voor SUM(Winst) van de twee voorgaande rijen naar de huidige rij. ### WINDOW\_STDEV(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert de standaardafwijking in de steekproef van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. #### Voorbeeld `WINDOW_STDEV(SUM([Profit]), FIRST()+1, 0)` berekent de standaarddeviatie van SUM(Winst) van de tweede rij tot de huidige rij. ### WINDOW\_STDEVP(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert de vertekende standaardafwijking van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. #### Voorbeeld `WINDOW_STDEVP(SUM([Profit]), FIRST()+1, 0)` berekent de standaarddeviatie van SUM(Winst) van de tweede rij tot de huidige rij. ### WINDOW\_SUM(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert de som van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. In de onderstaande weergave wordt bijvoorbeeld de kwartaalomzet weergegeven. Een venstersom die wordt berekend binnen de datumpartitie, retourneert de som van de verkopen over alle kwartalen. ![Tabelberekening met de operator window\_sum.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_windowsum.png) #### Voorbeeld `WINDOW_SUM(SUM([Profit]), FIRST()+1, 0)` berekent de som van SUM(Winst) van de tweede rij tot de huidige rij. ### WINDOW\_VAR(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert de steekproefvariantie van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. #### Voorbeeld `WINDOW_VAR((SUM([Profit])), FIRST()+1, 0)` berekent de variantie van SUM(Winst) van de tweede rij tot de huidige rij. ### WINDOW\_VARP(expressie, \[start, eind\]) * * * Retourneert de vertekende variantie van de expressie binnen het venster. Het venster wordt gedefinieerd als de mate van afwijking ten opzichte van de huidige rij. Gebruik FIRST()+n en LAST()-n voor afwijkingen ten opzichte van de eerste of laatste rij in de partitie. Als het begin en het einde worden weggelaten, wordt de gehele partitie gebruikt. #### Voorbeeld `WINDOW_VARP(SUM([Profit]), FIRST()+1, 0)` berekent de variantie van SUM(Winst) van de tweede rij tot de huidige rij. ## Tabelberekeningsfuncties van analyse-uitbreidingen in Tableau Analyse-uitbreidingen zijn verbindingen tussen Tableau en een externe service zoals TabPy voor Python, Matlab en R. Om analyse-uitbreidingen in uw analyse te gebruiken, moet u eerst [een verbinding configureren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/r_connection_manage.htm) tussen Tableau en een externe service, zoals een TabPy-server. Vervolgens kunt u scripts gebruiken binnen specifieke tabelberekeningen (MODEL\_EXTENSION\_ voor het gebruik van gepubliceerde benoemde modellen, of SCRIPT\_ voor het doorgeven van een expressie aan de externe service). De data in de visualisatie (de 'tabel' van de tabelberekening) worden veilig doorgegeven aan de externe server, het script wordt uitgevoerd en de resultaten worden teruggestuurd als uitvoer van de berekening. ## Modeluitbreidingsfuncties Voor gebruik met benoemde modellen die zijn geïmplementeerd op een externe TabPy-service. ### MODEL\_EXTENSION\_BOOL (modelnaam, argumenten, expressie) * * * Retourneert het Booleaanse resultaat van een expressie zoals berekend door een benoemd model dat is geïmplementeerd op een externe TabPy-service. Modelnaam is de naam van het geïmplementeerde analysemodel dat u wilt gebruiken. Elk argument is een enkele tekenreeks die de invoerwaarden instelt die door het geïmplementeerde model worden geaccepteerd. Argumenten worden gedefinieerd door het analysemodel. Gebruik expressies om de waarden te definiëren die van Tableau naar het analysemodel worden verzonden. Zorg ervoor dat u aggregaatfuncties (SUM, AVG, enz.) gebruikt om de resultaten te aggregeren. Wanneer u de functie gebruikt, moeten de datatypen en de volgorde van de expressies overeenkomen met die van de invoerargumenten. #### Voorbeeld `MODEL_EXTENSION_BOOL ("isProfitable","inputSales", "inputCosts", SUM([Sales]), SUM([Costs]))` ### MODEL\_EXTENSION\_INT (modelnaam, argumenten, expressie) * * * Retourneert een geheel getal als resultaat van een expressie zoals berekend door een benoemd model dat is geïmplementeerd op een externe TabPy-service. Modelnaam is de naam van het geïmplementeerde analysemodel dat u wilt gebruiken. Elk argument is een enkele tekenreeks die de invoerwaarden instelt die door het geïmplementeerde model worden geaccepteerd. Argumenten worden gedefinieerd door het analysemodel. Gebruik expressies om de waarden te definiëren die van Tableau naar het analysemodel worden verzonden. Zorg ervoor dat u aggregaatfuncties (SUM, AVG, enz.) gebruikt om de resultaten te aggregeren. Wanneer u de functie gebruikt, moeten de datatypen en de volgorde van de expressies overeenkomen met die van de invoerargumenten. #### Voorbeeld `MODEL_EXTENSION_INT ("getPopulation", "inputCity", "inputState", MAX([City]), MAX ([State]))` ### MODEL\_EXTENSION\_REAL (modelnaam, argumenten, expressie) * * * Retourneert een reëel getal als resultaat van een expressie zoals berekend door een benoemd model dat is geïmplementeerd op een externe TabPy-service. Modelnaam is de naam van het geïmplementeerde analysemodel dat u wilt gebruiken. Elk argument is een enkele tekenreeks die de invoerwaarden instelt die door het geïmplementeerde model worden geaccepteerd. Argumenten worden gedefinieerd door het analysemodel. Gebruik expressies om de waarden te definiëren die van Tableau naar het analysemodel worden verzonden. Zorg ervoor dat u aggregaatfuncties (SUM, AVG, enz.) gebruikt om de resultaten te aggregeren. Wanneer u de functie gebruikt, moeten de datatypen en de volgorde van de expressies overeenkomen met die van de invoerargumenten. #### Voorbeeld `MODEL_EXTENSION_REAL ("profitRatio", "inputSales", "inputCosts", SUM([Sales]), SUM([Costs]))` ### MODEL\_EXTENSION\_STRING (modelnaam, argumenten, expressie) * * * Retourneert het tekenreeksresultaat van een expressie zoals berekend door een benoemd model dat is geïmplementeerd op een externe TabPy-service. Modelnaam is de naam van het geïmplementeerde analysemodel dat u wilt gebruiken. Elk argument is een enkele tekenreeks die de invoerwaarden instelt die door het geïmplementeerde model worden geaccepteerd. Argumenten worden gedefinieerd door het analysemodel. Gebruik expressies om de waarden te definiëren die van Tableau naar het analysemodel worden verzonden. Zorg ervoor dat u aggregaatfuncties (SUM, AVG, enz.) gebruikt om de resultaten te aggregeren. Wanneer u de functie gebruikt, moeten de datatypen en de volgorde van de expressies overeenkomen met die van de invoerargumenten. #### Voorbeeld `MODEL_EXTENSION_STR ("mostPopulatedCity", "inputCountry", "inputYear", MAX ([Country]), MAX([Year]))` ## Script-functies In plaats van een gedefinieerd extern model zoals MODEL\_EXPRESSION-functies, worden SCRIPT-functies gebruikt om de expressie rechtstreeks in de tabelberekening te specificeren. **Opmerking:** De aanroepen verwachten dat er één kolom wordt geretourneerd met hetzelfde aantal rijen als het aantal rijen als het aantal dat naar de functie is verzonden. ### SCRIPT\_BOOL * * * Retourneert een Booleaans resultaat op basis van de opgegeven expressie De expressie wordt rechtstreeks doorgegeven aan een actieve instantie van de Analytics-uitbreidingsservice. Gebruik .arg_n_ in R-expressies (met een voorlooppunt) om te verwijzen naar parameters (.arg1, .arg2, enz.). Gebruik \_arg_n_ in Python-expressies (met een onderstrepingsteken). #### Voorbeelden In dit R-voorbeeld is .arg1 gelijk aan SUM(\[Winst\]). `SCRIPT_BOOL("is.finite(.arg1)", SUM([Profit]))` Het volgende voorbeeld retourneert True voor winkel-ID's in de staat Washington, en anders False. Dit voorbeeld zou de definitie kunnen zijn voor een berekend veld met de naam IsStoreInWA. `SCRIPT_BOOL('grepl(".*_WA", .arg1, perl=TRUE)',ATTR([Store ID]))` Een opdracht voor Python zou er als volgt uitzien: `SCRIPT_BOOL("return map(lambda x : x > 0, _arg1)", SUM([Profit]))` ### SCRIPT\_INT * * * Retourneert een geheel getal als resultaat op basis van de opgegeven expressie De expressie wordt rechtstreeks doorgegeven aan een actieve instantie van de Analytics-uitbreidingsservice. Gebruik .arg_n_ in R-expressies (met een voorlooppunt) om te verwijzen naar parameters (.arg1, .arg2, enz.) Gebruik \_arg_n_ in Python-expressies (met een onderstrepingsteken). #### Voorbeelden In dit R-voorbeeld is .arg1 gelijk aan SUM(\[Winst\]). `SCRIPT_INT("is.finite(.arg1)", SUM([Profit]))` In het volgende voorbeeld wordt 'k-means clustering' gebruikt om drie clusters te maken: `SCRIPT_INT('result <- kmeans(data.frame(.arg1,.arg2,.arg3,.arg4), 3);result$cluster;', SUM([Petal length]), SUM([Petal width]),SUM([Sepal length]),SUM([Sepal width]))` Een opdracht voor Python zou er als volgt uitzien: `SCRIPT_INT("return map(lambda x : int(x * 5), _arg1)", SUM([Profit]))` ### SCRIPT\_REAL * * * Retourneert een reëel getal als resultaat op basis van de opgegeven expressie. De expressie wordt rechtstreeks doorgegeven aan een actieve instantie van de Analytics-uitbreidingsservice. In R-expressies gebruikt u .arg_n_ (met een voorlooppunt) om te verwijzen naar parameters (.arg1, .arg2, enz.) Gebruik \_arg_n_ in Python-expressies (met een onderstrepingsteken). #### Voorbeelden In dit R-voorbeeld is .arg1 gelijk aan SUM(\[Winst\]). `SCRIPT_REAL("is.finite(.arg1)", SUM([Profit]))` In het volgende voorbeeld worden temperatuurwaarden omgezet van Celsius naar Fahrenheit. `SCRIPT_REAL('library(udunits2);ud.convert(.arg1, "celsius", "degree_fahrenheit")',AVG([Temperature]))` Een opdracht voor Python zou er als volgt uitzien: `SCRIPT_REAL("return map(lambda x : x * 0.5, _arg1)", SUM([Profit]))` ### SCRIPT\_STR * * * Retourneert een tekenreeks als resultaat op basis van de opgegeven expressie. De expressie wordt rechtstreeks doorgegeven aan een actieve instantie van de Analytics-uitbreidingsservice. Gebruik .arg_n_ in R-expressies (met een voorlooppunt) om te verwijzen naar parameters (.arg1, .arg2, enz.) Gebruik \_arg_n_ in Python-expressies (met een onderstrepingsteken). #### Voorbeelden In dit R-voorbeeld is .arg1 gelijk aan SUM(\[Winst\]). `SCRIPT_STR("is.finite(.arg1)", SUM([Profit]))` Het volgende voorbeeld extraheert de afkorting van een Amerikaanse staat uit een complexere tekenreeks (in de originele vorm 13XSL\_CA, A13\_WA): `SCRIPT_STR('gsub(".*_", "", .arg1)',ATTR([Store ID]))` Een opdracht voor Python zou er als volgt uitzien: `SCRIPT_STR("return map(lambda x : x[:2], _arg1)", ATTR([Region]))` ## Een tabelberekening maken met de berekeningseditor Volg de onderstaande stappen om te leren hoe u een tabelberekening maakt met de berekeningseditor. **Opmerking:** er zijn verschillende manieren om tabelberekeningen te maken in Tableau. Dit voorbeeld laat slechts één van deze manieren zien. Zie [Waarden transformeren met tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm) voor meer informatie. ### Stap 1: de visualisatie maken 1. Maak in Tableau Desktop verbinding met de opgeslagen databron **Voorbeeld - Superstore**, die bij Tableau wordt geleverd. 2. Navigeer naar een werkblad. 3. Sleep Besteldatum van het venster**Data** onder Dimensies naar de container Kolommen. 4. Sleep Subcategorie in het deelvenster **Data** onder Dimensies naar de container Rijen. 5. Sleep, onder meetwaarden, in het deelvenster **Data** Verkoop naar Tekst op de kaart Markeringen. Uw visualisatie wordt bijgewerkt naar een teksttabel. ![Een Tableau-visualisatie met een tabel.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_functions1.png) ### Stap 2: de tabelberekening maken 1. Selecteer Analyse \> Berekend veld maken. 2. Doe het volgende in de berekeningseditor die wordt geopend: - Geef het berekende veld de naam: 'Lopende som van winst'. - Voer de volgende formule in: `RUNNING_SUM(SUM([Profit]))` Met deze formule wordt de lopende som van de winst uit verkopen berekend. Dit wordt berekend over de gehele tabel. - Klik op OK als u klaar bent. Het nieuwe veld voor tabelberekening wordt getoond onder Meetwaarden in het deelvenster Data. Net als uw andere velden kunt u deze in een of meer visualisaties gebruiken. ### Stap 3: de tabelberekening in de visualisatie gebruiken 1. Sleep, onder Meetwaarden, in het deelvenster Data Lopende som van winst naar Kleur op de kaart Markeringen. 2. Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer Vierkant. De visualisatie wordt bijgewerkt naar een highlighttabel: ![Veld waarop een tabelberekening is toegepast op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_functions2.png) ### Stap 4: de tabelberekening bewerken 1. Klik op de kaart Markeringen met rechtermuisknop op Lopende som van winst en selecteer Tabelberekening bewerken. 2. In het dialoogvenster Tabelberekening dat wordt geopend, selecteert u onder Berekenen met Tabel (omlaag). De visualisatie wordt als volgt bijgewerkt: ![Veld waarop een Tableau-berekening is toegepast op de kaart Markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tablecalc_functions3.png) ## Zie ook [Een tabelberekening maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm#Create) [Typen tabelberekening](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_definebasic_runningtotal.htm) [Tabelberekeningen aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_custom.htm) [Snelle tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_quick.htm) [Functies in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions.htm) [Tableau-functies (op categorie)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_categories.htm) [Tableau-functies (alfabetische lijst)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_alphabetical.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tabelgerichte LOD-expressies Het is mogelijk om een LOD-expressie op tabelniveau te definiëren zonder gebruik te maken van een van de scopingtrefwoorden. De volgende expressie retourneert bijvoorbeeld de minimale (vroegste) besteldatum voor de hele tabel: `{MIN([Order Date])}` Dit komt overeen met een FIXED-LOD-expressie zonder dimensiedeclaratie: `{FIXED : MIN([Order Date])}` [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tabelstructuur definiëren Naast de standaardopmaak zijn er nog enkele andere instellingen die de tabelstructuur definiëren. U kunt deze instellingen wijzigen door Analyse > Lay-out tabel > Geavanceerd te selecteren om het dialoogvenster Tabelopties te openen. Daar kunt u de hoogte-breedteverhouding, de standaardgetalopmaak, rij- en kolomkenmerken en de standaardlabelrichting voor labels aan de onderkant van de weergave opgeven. Hoewel deze instellingen op de gehele weergave van toepassing zijn, kunnen sommige worden overschreven met gebruik van het deelvenster Opmaak. ## De hoogte-breedteverhouding instellen De hoogte-breedteverhouding heeft betrekking op de verhouding tussen de breedte en de hoogte van het deelvenster. U kunt de hoogte-breedteverhouding beperken tot een bepaalde waarde of deze helemaal niet beperken. Een onbeperkt asbereik kan nuttig zijn omdat dit betekent dat de assen niet dezelfde lengte hoeven te hebben. Wanneer u de grootte van een rij of kolom handmatig wijzigt, is de hoogte-breedteverhouding niet meer beperkt. De instelling voor de hoogte-breedteverhouding is alleen van toepassing op weergaven met continue assen in de containers voor rij en kolom. Nominatieve assen worden niet beïnvloed door de instellingen voor de hoogte-breedteverhouding. ## De standaardgetalopmaak instellen U kunt het aantal decimalen definiëren dat standaard voor getallen in de weergave wordt weergegeven. Als u Automatisch selecteert, bepaalt Tableau automatisch het aantal decimalen op basis van de data in het veld. Als u Handmatig selecteert, kunt u tot 16 decimalen weergeven. ## Rijkenmerken instellen Selecteer uit de volgende rijkenmerken: - Maximale niveaus van rijlabels: bepaalt het aantal velden dat aan de container Rijen kan worden toegevoegd voordat de kopteksten op hetzelfde niveau worden gecombineerd. ![Een dialoogvenster met opties voor het instellen van tabeleigenschappen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/definetables_table-dialog3.png) Als u bijvoorbeeld het Maximale niveaus van rijlabels instelt op 3 en 5 discrete velden in de container Rijen plaatst, worden de kopteksten van de eerste, tweede en derde rij in dezelfde koptekst weergegeven, gescheiden door komma's (ze worden gecombineerd op hetzelfde koptekstniveau). ![Een tabel met klantnamen, staten, steden en postcodes.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/definetables_combined-row-labels.png) In dit voorbeeld zijn Klantnaam, Regio, Staat, Stad en Postcode de 5 discrete velden in de container Rijen. Het maximale niveau van rijlabels is ingesteld op 3. In het resulterende overzicht wordt Klantnaam gecombineerd met Regio en Staat in de eerste kolom. - Maximale niveaus van horizontale rijlabels: bepaalt het aantal velden dat in de container Rijen kan worden geplaatst voordat kopteksten automatisch verticaal in plaats van horizontaal worden georiënteerd wanneer de tabel niet in de weergave past. ## Kolomkenmerken instellen Selecteer uit de volgende kolomkenmerken: - Maximale niveaus van kolomlabels: bepaalt het aantal velden dat in de container Kolommen kan worden geplaatst voordat Tableau de labels begint te combineren. Als u het maximale niveau van kolomlabels bijvoorbeeld instelt op 8 en 9 discrete velden in de container Kolommen plaatst, worden de eerste en tweede kolomkoppen in dezelfde koptekst weergegeven, gescheiden door een komma (ze worden gecombineerd op hetzelfde koptekstniveau). - Binnenste niveau onderaan de weergave weergeven als er sprake is van een verticale as: geeft het binnenste niveau van kolomkoppen onderaan de weergave weer (in tegenstelling tot bovenaan) wanneer een verticale as aan de weergave is toegevoegd. - Standaardrichting van labels onderaan de weergave: bepaalt of labels onderaan de weergave standaard horizontaal of verticaal worden georiënteerd. U kunt tussen de horizontale en verticale opties schakelen door op Ctrl-L te drukken op uw toetsenbord (Command-L op een Mac). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tabeluitbreidingen Met tabeluitbreidingen kunt u datatabellen maken met een script voor analyse-uitbreidingen. U kunt een aangepast TabPy- of Rserve-script schrijven en optioneel een of meer invoertabellen toevoegen. **Opmerking:** een tabeluitbreiding wordt telkens vernieuwd wanneer u een werkmap opent of een databron vernieuwt. ### Voordelen Tabeluitbreidingen bieden de volgende voordelen voor zowel nieuwe als ervaren gebruikers. - Eenvoudig scripts of geavanceerde functies in Tableau integreren - Eenvoudig data uit Tableau-dataverbindingen als invoer in scripts slepen - Een bewerker met weinig code editor maakt het toevoegen van code aan databronnen eenvoudig - Integreert met [Datagids](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/data_guide.htm) en [Data uitleggen](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/explain_data_basics.htm) - Integreert met TabPy, Rserve en andere analyse-uitbreidingen - Resultaten kunnen worden gebruikt om dashboards of visualisaties te maken ## Vereisten Voordat u tabeluitbreidingen kunt gebruiken, moet u de volgende lijst invullen. - Open een databron in Desktop of Webauthoring. - Een analyse-uitbreiding configureren - Zie [Expressies met analyse-uitbreidingen doorgeven](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/r_connection_manage.htm) voor stappen om verbindingen met analyse-uitbreidingen te configureren. ## Een tabeluitbreiding maken Voer de volgende stappen uit om een tabeluitbreiding te maken. 1. Open een werkmap. 2. Open een databron of maak a een. 3. Kies onder **Verbindingen** **Nieuwe tabeluitbreiding**. 4. Sleep het blad naar het datamodel. 5. _(Optioneel)_ Sleep tabellen uit de dataverbinding naar het deelvenster Tabeluitbreiding om ze te gebruiken als invoer in uw script of functie voor analyse-uitbreidingen. Standaard worden data van Tableau doorgegeven aan de analyse-uitbreiding en gedefinieerd als de `variable _arg1`. Dit betreft een woordenboekachtige structuur zoals:`{‘column_name’: [1,2,3], ‘column_name_2’: [3,4,5]` - **Python-invoerdata:** de invoerdata kunnen als volgt worden omgezet naar een pandas-dataframe: `import pandas as pddf = (pd.DataFrame(_arg1))` - **RServe-invoerdata:** de invoerdata worden gedefinieerd als de `variable.arg1` en het datatype is een benoemde lijst met lijsten. - **Aangepaste SQL-invoerdata:** voor ondersteunde relationele databronnen kunt u aangepaste SQL gebruiken als invoer in een tabeluitbreiding. Wanneer parameters worden gebruikt in de aangepaste SQL-query, zorgt het wijzigen van de parameter ervoor dat de query opnieuw wordt uitgevoerd en het script opnieuw wordt berekend. Hiermee wordt een pad gemaakt om parameters in een dashboard dynamisch bij te werken en waarden te filteren of op een andere manier door te geven aan het script voor de tabeluitbreiding. Let op: als een parameter in een tabeluitbreiding wordt gebruikt, kan die parameter pas worden verwijderd nadat deze uit de uitbreiding is verwijderd. Het verwijderen van een parameter die in een tabeluitbreiding wordt aangeroepen, kan een fatale fout veroorzaken. ![relationele databronnen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_ext_1.PNG) 1. Voer onder **Script** uw script of functie-aanroep in. Het script moet een woordenboek of een lijst met lijsten retourneren, zoals een JSON-object. Een script voor RServe moet een data.frame of een lijst met benoemde lijsten retourneren. Een script voor Python moet een woordenboek retourneren. - **Python-voorbeeld:** gebruik de volgende expliciete return-opdracht: `return df.to_dict(orient='list')` **Opmerking:** tabeluitbreidingen ondersteunen het rechtstreeks aanroepen van TabPy-eindpunten niet als TABPY\_EVALUATE\_ENABLE is uitgeschakeld in TabPy. 2. Selecteer **Toepassen** om het script uit te voeren. ![dialoogvenster script](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_ext_2.PNG) 3. _(Optioneel)_ Als u de tabeluitbreiding aan een andere tabel in het datamodel koppelt, definieert u de relatie tussen ten minste één veld in elke tabel. 4. in het dataraster onder **Uitvoertabel** kiest u **Nu bijwerken.** De resultaten worden weergegeven in het tabblad Uitvoertabel. ![tabel met uitvoerresultaten](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_ext_3.PNG) **Opmerking:** als u geen relatie met een tabel in het datamodel definieert, is het tabblad Invoertabel leeg en wordt het bericht 'Datavoorbeeld niet beschikbaar' weergegeven. 1. _(Optioneel)_ Voer in het veld **Naam** een unieke naam in voor uw nieuwe tabeluitbreiding. 2. Ga naar het tabblad **Blad** om de data te verkennen en visualiseren. 3. Publiceer de werkmap om deze te delen. Voor de publicatiebestemming moet een analyse-uitbreiding van het juiste type zijn ingeschakeld en geconfigureerd. > [!TIP] > > **Tip voor probleemoplossing**: als er een fout optreedt met uw tabeluitbreiding, controleer dan of alle code en opmaak correct zijn. Probeer het dan met de ronde knop Databron vernieuwen in de werkbalk of klik nogmaals op Toepassen. ### **Uitbreidingstypen vergelijken** Hoewel sommige van de volgende producten niet gerelateerd zijn, delen tabel- en analyse-uitbreidingen verschillende functies. De functie tabeluitbreidingen is afhankelijk van een verbinding met analyse-uitbreiding. Laten we elke functie eens nader bekijken. #### Dashboarduitbreidingen [Dashboarduitbreidingen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dashboard_extensions.htm) maken het mogelijk om aangepaste webtoepassingen toe te voegen aan dashboards met de Dashboard Extension SDK. #### Tabeluitbreidingen Met tabeluitbreidingen kunt u een tabel in een databron maken die data en een script naar uw analyse-uitbreiding kan sturen en als resultaat een volledige tabel kan retourneren. De geretourneerde resultaten worden weergegeven als een tabel in het datamodel en als meetwaarden en dimensies in een werkmap. #### Analyse-uitbreidingen Met de functie [Analyse-uitbreidingen](https://www.tableau.com/nl-nl/developer/learning/getting-started-analytics-extensions-api) kunt u Tableau-berekeningen uitbreiden met programmeertalen zoals Python, externe tools en externe platforms. Nadat u een verbinding met een analyse-uitbreiding hebt gemaakt, kunt u communiceren met uw externe server via berekende velden met de naam `SCRIPT_X` of `MODEL_EXTERNAL_X`, waar `X` het datatype van de verwachte retourwaarden is. Zie [Expressies met analyse-uitbreidingen doorgeven](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/r_connection_manage.htm) voor meer informatie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tableau Agent in dashboards (bèta) _Tableau Agent in dashboards is een proef- of bètaservice die onderworpen is aan de Voorwaarden van de Bètaservices op_ [Juridische informatie - Salesforce.com](https://www.salesforce.com/company/legal/agreements/) _of aan een schriftelijke Uniform Pilot Agreement (uniforme overeenkomst voor proefversies) indien ondertekend door de Klant, en aan de voorwaarden voor Non-GA Gen AI, Non-GA Open AI LLM Provider en Non-GA Multiple Infrastructure in de_ [Directory met productvoorwaarden](https://ptd.salesforce.com/?_ga=2.247987783.1372150065.1709219475-629000709.1639001992)_.Het gebruik van deze proef- of bètaservice verbruikt, al naargelang van toepassing, Data Cloud-klantcredits en het gebruik ervan is geheel naar goeddunken van de klant._ Data-analisten proberen dashboards samen te stellen waarmee zakelijke gebruikers snel data-inzichten kunnen opdoen, zodat ze op de belangrijkste punten tot actie over kunnen gaan.Het kan echter even duren voordat deze gebruikers de juiste inzichten vinden, voordat ze in het dashboard de juiste data hebben gevonden waarop ze zich moeten concentreren of zelfs voordat ze weten of dit dashboard wel voor hen bedoeld is. Daarnaast kunnen ze vragen hebben of willen ze ergens dieper in duiken om bepaalde datapunten te begrijpen.Dit kan resulteren in extra werk voor u, de auteur. Maak kennis met Tableau Agent in dashboards, een AI-assistent voor uw dashboardgebruikers.Tableau Agent kan een overzicht van de data in een dashboard bieden en snel relevante inzichten ophalen met een simpele klik op een knop.Gebruikers kunnen meer diepgaande vragen stellen over de onderliggende data door hun vraag eenvoudigweg in natuurlijke taal in een tekstvak te typen. Tableau Agent kan u niet helpen bij het maken van een dashboard.Het kan echter wel een korte samenvatting over het dashboard bieden, inzichten op basis van diagrammen weergeven en vragen beantwoorden met tekst en tabellen. ![Tableau-dashboard met het deelvenster Tableau Agent geopend, waarin een overzicht, inzichten en antwoorden op vragen worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboard_all.png) ## Wat is inbegrepen? Tableau Agent in dashboards biedt drie mogelijkheden: - Dashboardoverzicht - Dashboardinzichten - Vraag-en-antwoordfunctie voor dashboard Al deze functies letten op uw beveiliging door al uw bestaande Tableau-machtigingen, toegangscontroles en beveiliging op rijniveau in acht te nemen.Gebruikers hebben alleen toegang tot de data waartoe u hen toegang wilt geven.Om al deze mogelijkheden volledig te kunnen gebruiken, moeten gebruikers beschikken over de machtigingen AI-toegang en Volledige dataquery.Zie [Vereisten](#Prerequisites) voor meer informatie. ### Dashboardoverzicht _Ondersteund in Tableau Cloud en Tableau Desktop 2026.1 en hoger_ Dashboardoverzicht scant de visualisaties in een dashboard en retourneert een samenvatting om de kijker te vertellen waar het dashboard over gaat.Hierdoor krijgen dashboardgebruikers context over het dashboard, kunnen ze snel aan de slag en weten ze dat het dashboard geschikt is voor hen. Als dashboardauteur kunt u deze mogelijkheid voor elk dashboard in- of uitschakelen. ![Tableau-dashboard met Tableau Agent geopend, waarin een dashboardsamenvatting wordt weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboard_overview.png) ### Dashboardinzichten _Ondersteund in Tableau Cloud en Tableau Desktop 2026.1 en hoger_ Dashboardinzichten kan een reeks samenvattende inzichten genereren op basis van de visualisaties in het dashboard.Het opent geen ongebruikte velden in uw databron en neemt deze ook niet op in de inzichten die het genereert.Met Dashboardinzichten kunnen dashboardgebruikers zich snel concentreren op de inzichten die voor hen het belangrijkst zijn, visualisatie per visualisatie. Auteurs kunnen Dashboardverhalen voor consumenten per dashboard in- of uitschakelen.U kunt het dashboardverhaal ook zo configureren dat bepaalde werkbladen wel of juist niet worden opgenomen, of dat het zich alleen op bepaalde soorten inzichten richt. ![Tableau-dashboard met Tableau Agent geopend, en inzichten per visualisatie weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboard_insights.png) Tableau Agent kan de volgende soorten inzichten creëren: **Opmerkingen**: Dashboardinzichten werkt het best met gepubliceerde databronnen.Als uw dashboard een lokale databron gebruikt, wordt alleen Onverwachte waarden (uitschieters) geretourneerd
InzichttypeDefinitie
Geconcentreerde bijdrageWordt weergegeven wanneer een klein aantal dimensieleden een meerderheid (50% of meer) van de bijdrage aan een statistiek vormt.
Belangrijkste driversToont waarden voor dimensieleden die het meest zijn veranderd in dezelfde richting als de waargenomen verandering in de statistiek.
Huidige trendToont huidige trends om de mate van verandering, de richting en fluctuaties voor de statistiekwaarde te communiceren.
TrendwijzigingToont nieuwe trends die aanzienlijk afwijken van de huidige trend.Dit inzicht communiceert de mate van verandering, de richting en fluctuaties voor de statistiekwaarde.
Minst bijdragendeToont de laagste waarden in een dimensie voor een statistiek in een gegeven tijdsbereik.
Belangrijkste detractorsGeeft waarden weer voor dimensieleden die het meest zijn gewijzigd in de tegenovergestelde richting van de waargenomen wijziging in de statistiek.
Onverwachte waarden (uitschieters)Geeft aan of de waarde van een statistiek voor een bepaald tijdsbereik hoger of lager is dan het verwachte bereik op basis van historische observaties van de statistiek.
### Vraag-en-antwoordfunctie voor dashboards _Ondersteund in Tableau Cloud (met Tableau Cloud+ of Tableau) versie 2026.2.4 en hoger_ Wanneer u een vraag hebt over uw dashboard of gewoon dieper in de data wilt duiken, dan is de vraag-en-antwoordfunctie voor dashboards precies wat u nodig hebt.Als ze de juiste machtigingen hebben, kunnen zelfs Viewers een vraag over hun data invoeren en Tableau Agent zal vervolgens een query op de onderliggende databron uitvoeren. Met de vraag-en-antwoordfunctie voor dashboard kunt u 'welke'- en 'waarom'-vragen stellen in natuurlijke taal.Bijvoorbeeld: "Welke faciliteiten in Californië die als spoedeisende zorg zijn geclassificeerd, hebben een gemiddelde wachttijd van > 90 minuten?".“Waarom heeft 'Klant A' een hoge negatieve winst?”. Tableau Agent kan deze vragen beantwoorden met behulp van de databron van de werkmap, of deze nu is gepubliceerd of ingesloten. Tableau Agent kan reageren met tekst en tabellen, en u kunt dieper ingaan op een antwoord om te zien hoe het antwoord is gevonden.De vraag-en-antwoordfunctie voor dashboards toont alle redeneringsstappen die Tableau Agent heeft genomen om het antwoord te vinden, en een samenvatting van de gebruikte data, zodat u erop kunt vertrouwen dat het antwoord correct is. Als dashboardauteur kunt u deze mogelijkheid voor elk dashboard in- of uitschakelen.U kunt de responskwaliteit voor Tableau Agent ook verbeteren door bedrijfsvoorkeuren voor uw organisatie te uploaden, zoals hoe uw bedrijf specifieke data gebruikt of specifieke terminologie voor uw bedrijf.Zie [De kwaliteit van de respons voor de Vraag-en-antwoordfunctie voor dashboard verbeteren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dashboard-narratives.htm#improve-response-quality-for-dashboard-Q&A) voor meer informatie. ![Tableau-dashboard met een antwoord van Tableau Agent.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboard_Q_A.png) ## Tableau Agent en vertrouwen Tableau Agent is gebouwd op de [Einstein Vertrouwenslaag](https://help.tableau.com/current/tableau/nl-nl/tableau_gai_einstein_trust_layer.htm) en neemt alle beveiligings-, beheer- en vertrouwensfuncties van deze laag over.Wanneer u met Tableau Agent communiceert, worden uw data die naar het Large Language Model (LLM) worden verzonden niet in het LLM opgeslagen. Bovendien worden er nooit klantdata gebruikt om het model te trainen. Met de Einstein Vertrouwenslaag kunt u persoonlijk identificeerbare informatie (PII) maskeren voordat deze met behulp van op patronen gebaseerde datamaskering naar de LLM wordt verzonden.Met behulp van machine learning en patroonherkenningstechnieken worden PII in prompts vervangen door generieke tokens en vervolgens ontmaskerd met de oorspronkelijke waarden in het antwoord.Zie [Selecteer welke data u wilt maskeren](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=ai.generative_ai_mask_select.htm&type=5) in de Help van Salesforce voor meer informatie over het configureren van datamaskering.Voor een extra beschermingslaag garandeert de Einstein Vertrouwenslaag dat nadat de vraag en het antwoord door de LLM zijn verwerkt, de LLM zowel de vraag als het antwoord vergeet. ## Overwegingen rond de facturering van Tableau Agent **Opmerking:** sinds oktober 2025 verbruikt AI in Tableau geen credits voor Einstein-aanvragen meer voor AI-gebruik. Andere services, zoals Data 360-services, kunnen nog wel andere soorten credits verbruiken. Data 360-credits omvatten Dataservice- en Flex-credits. Het type en het aantal verbruikte credits is afhankelijk van het creditmodel dat u voor uw Salesforce-organisatie hebt gekozen. Zie [Veelgestelde vragen over Einstein-aanvragen en Flex Creditcard-updates](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=005197697&type=1) en [Factureringsoverwegingen voor controle en feedback](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=ai.generative_ai_audit_feedback_usage_types.htm&type=5) in het Salesforce Helpcentrum voor meer informatie. Wanneer u in Tableau Cloud generatieve AI in Tableau-functies gebruikt, kunnen hierbij Data 360-credits worden verbruikt als u de Einstein-functie voor dataverzameling en -opslag (ook wel Audittrail genoemd) gebruikt als onderdeel van uw AI in Tableau-configuratie. Zie [Gebruik van AI in Tableau](https://help.tableau.com/current/tableau/nl-nl/tableau_gai_usage.htm) voor meer informatie. U kunt uw creditverbruik in uw Salesforce-organisatie bekijken met behulp van vooraf gemaakte dashboards en Digital Wallet. U kunt ook verbinding maken met uw Data 360-data vanuit Tableau en visualisaties maken met behulp van de data uit Digital Wallet-tabellen. Zie [Creditverbruik weergeven](https://help.tableau.com/current/tableau/nl-nl/tableau_gai_usage_view.htm) voor meer informatie. ## Vereisten Voordat u Tableau Agent in Tableau-dashboards kunt gebruiken, moet u aan de volgende vereisten voldoen: - Maak verbinding met een Tableau Cloud+, Tableau+ Cloud-site of Tableau Cloud-proefsite. - (Beheerder) Zorg ervoor dat de site-instelling AI in Tableau voor Tableau Agent voor dashboardgebruikers is ingeschakeld.Zie [AI inschakelen in uw Tableau Cloud-site](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/setup_tabAI_site_setting.htm) voor meer informatie. - (Beheerder, projectleider of eigenaar van inhoud) Verleen de werkmapmachtigingen AI-toegang en Volledige dataquery voor uw dashboardgebruikers.Zie [Machtigingen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/permissions.htm#DashboardAgent) voor meer informatie. - (Auteur) Gebruik de [Checklist voor best practices](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/web_author_einstein_best_practice.htm) van Tableau Agent om ervoor te zorgen dat uw databron, werkmappen en dashboard zijn geoptimaliseerd voor Tableau Agent. - (Auteur) Maak een .txt- of .md-bestand met bedrijfsvoorkeuren, zodat Tableau Agent een beter inzicht krijgt in uw bedrijfsdata, werkwijzen en terminologie.Zie [De kwaliteit van de respons voor de Vraag-en-antwoordfunctie voor dashboard verbeteren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dashboard-narratives.htm#improve-response-quality-for-dashboard-Q&A) voor meer informatie. ## Wie kan dit doen? Uw siterol bepaalt wat u met Tableau Agent in dashboards kunt doen. - **Creator** en **Sitebeheerder Creator**: Tableau Agent in Dashboards in de ontwerp- en weergavemodus zien en gebruiken.Configureer de instellingen in de ontwerpmodus. - **Explorer (kan publiceren)** en **Sitebeheerder Explorer**: Tableau Agent in dashboards in de ontwerp- en weergavemodus zien en gebruiken.Configureer de instellingen in de ontwerpmodus. - **Explorer**: Tableau Agent in dashboards in de weergavemodus zien en gebruiken. - **Viewer**: Tableau Agent in dashboards in de weergavemodus zien en gebruiken.De werkmapmachtigingen AI-toegang en Volledige dataquery zijn vereist. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tableau Desktop installeren of upgraden Zie de [Implementatiegids voor Tableau Desktop en Tableau Prep](https://help.tableau.com/current/desktopdeploy/nl-nl/desktop_deploy_welcome.htm) voor uitgebreide installatie-informatie. Wanneer u installeert of een upgrade uitvoert, hebt u de mogelijkheid om gebruiksdata met ons te delen. Zo kunnen wij ons product voortdurend verbeteren om beter aan uw behoeften te voldoen. Zie [Tableau-productgebruiksdata](https://www.tableau.com/nl-nl/product-usage-data) voor meer informatie over de data die we verzamelen. Zie [Gebruiksrapportage uitschakelen](https://help.tableau.com/current/desktopdeploy/nl-nl/desktop_deploy_setting_changes.htm#turn-off-usage-reporting) in de Implementatiegids voor Tableau Desktop en Tableau Prep voor informatie over hoe u zich kunt afmelden voor het delen van gebruiksdata. ## De opslagplaats openen vanuit een vorige versie Wanneer u een upgrade uitvoert naar Tableau 2022.4 vanuit vorige versies, wordt uw opslagplaats geüpgraded. Alle bladwijzers, werkmappen en databronnen die u in uw oude opslagplaats had, zijn nog steeds toegankelijk voor de toepassing. Bovendien vervangen de nieuwe voorbeelddatabronnen en werkmappen de oude voorbeelden, tenzij u deze hebt gewijzigd en als uw eigen voorbeelden hebt opgeslagen. **Opmerking**: Uw recente werkmappen worden automatisch geïmporteerd en hersteld naar uw startpagina, samen met uw lijst met recente verbindingen en eventuele organisatiespecifieke instellingen in het deelvenster Verkennen. ## De opslagplaats openen vanuit een bètaversie Als u hebt deelgenomen aan het Tableau Software-bètaprogramma, hebt u ook een bètaversie van de opslagplaats. Hoewel deze map nog steeds bestaat nadat u Tableau 2022.4 hebt geïnstalleerd, zal de toepassing deze niet langer openen. Om werkmappen uit de bètaversie toegankelijk te maken in Tableau 2022.4, kopieert u de werkmappen van de bètaversie van de opslagplaats naar uw nieuwe 2022.4\-opslagplaats. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tableau Exchange-connectors gebruiken die door partners zijn ontwikkeld Tableau Desktop heeft tientallen door partners ontwikkelde en door partners ondersteunde connectors waaruit u kunt kiezen in Tableau Exchange. Voor informatie over het maken van uw eigen connector en het indienen ervan bij de Tableau Exchange, zie [Connectors die zijn gemaakt met de Tableau-connector-SDK](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/examples_connector_sdk.htm). ## Een verbindingsconnector kiezen en installeren die door een partner is gemaakt In het deelvenster Verbinding maken zijn connectors beschikbaar die door partners zijn gemaakt en andere aangepaste connectors. Deze connectors staan vermeld onder Extra verbindingen en zijn ook beschikbaar op de pagina [Tableau Exchange-connectors](https://extensiongallery.tableau.com/nl-nl/connectors). 1. Klik op Verbindingen in het linkerdeelvenster. 2. Ga naar het gedeelte Extra connectors van het deelvenster Verbinding maken en klik op de connector die u wilt gebruiken. 3. Klik op Installeren en Tableau opnieuw opstarten. Na installatie wordt de connector weergegeven in het gedeelte **Naar een server** van het deelvenster Verbinding maken. **Opmerking**: Als u een waarschuwing krijgt dat de connectors niet kunnen worden geladen, installeert u het benodigde .taco-bestand vanaf de pagina [Tableau Exchange-connectors](https://extensiongallery.tableau.com/nl-nl/connectors). Als u wordt gevraagd om de stuurprogramma's te installeren, ga dan naar [Tableau Exchange](https://extensiongallery.tableau.com/nl-nl/connectors) voor instructies en locaties voor het downloaden van stuurprogramma's. ## De verbinding maken Ga als volgt te werk om verbinding te maken met uw data via de connector die u hebt geïnstalleerd via Tableau Exchange: 1. Start Tableau en selecteer onder Verbinding maken de naam van de connector die u hebt geïnstalleerd. Selecteer Meer onder Met een server voor een volledige lijst met dataverbindingen. 2. Voer de vereiste informatie in om verbinding te maken. Als de tabel- of schemanamen niet worden weergegeven, klikt u op het zoekpictogram of voert u de naam in het tekstvak in en klikt u op het zoekpictogram. Selecteer vervolgens de naam. ## Werk met uw data Wanneer u verbinding maakt met data via een door partners gemaakte connector, biedt deze dezelfde functies als door Tableau ondersteunde connectors. Zodra u verbonden bent, kunt u: - [Een databron definiëren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_prepare.htm) - [Uw data visualiseren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/getstarted_buildmanual_ex1basic.htm) - [Publiceren op een server](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/publish_overview.htm) (wanneer de server de connector heeft geïnstalleerd) **Opmerking:** Publiceren naar Tableau Cloud wordt momenteel niet ondersteund met door partners gemaakte connectors. ## Zie ook - [Databronnen instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_prepare.htm): voeg meer data toe aan deze databron of bereid uw data voor voordat u deze analyseert. - [Diagrammen maken en data analyseren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/design_and_analyze.htm): Begin met uw data-analyse. - [Connectors die zijn gemaakt met de Tableau-connector-SDK](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/examples_connector_sdk.htm) - Maak uw eigen connector en dien deze in bij Tableau Exchange. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tableau gebruiken op het web ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tableau-concepten Wat zijn dimensies en meetwaarden? Waarom zijn sommige velden dimensies en andere meetwaarden? Waarom is de achtergrondkleur voor sommige velden blauw en voor andere groen? Welke invloed heeft het toevoegen van een filter op mijn visualisatie? Hoe aggregeert Tableau data in een weergave? De onderwerpen in deze sectie behandelen concepten die deze vragen beantwoorden, zodat u beter begrijpt waarom Tableau doet wat het doet. Als u nieuw bent bij Tableau Desktop, bekijk dan ook andere onderwerpen in [Aan de slag](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/gettingstarted_overview.htm). Als u nieuw bent bij Tableau Public, bekijk dan ook Tableau Public [Bronnen](https://public.tableau.com/nl-nl/s/resources). ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tableau Hyper-API U kunt de Hyper-API van Tableau gebruiken om `.hyper`\-bestanden uit te pakken (ondersteund in Tableau 10.5 en hoger). Met behulp van de Hyper-API kunt u toepassingen bouwen waarmee u data uit die bestanden kunnen invoegen, lezen, bijwerken en verwijderen. - Zie [Hyper-API-documentatie](https://help.tableau.com/current/api/hyper_api/nl-nl/) voor meer informatie over de Tableau Hyper-API. - Zie [Extracten upgraden naar .hyper-indeling](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/extracting_upgrade.htm) voor meer informatie over de `.hyper`\-notatie. Als u Tableau 10.5 en hoger gebruikt, kunt u nog steeds de [Upgrade van extract-API 2.0 naar Hyper-API](https://help.tableau.com/current/api/hyper_api/nl-nl/docs/hyper_api_upgrade.html) gebruiken om `.hyper`\-bestanden te maken. Met de Hyper-API hebt u echter meer opties voor het werken met de extractbestanden en verbeterde prestaties. De Hyper-API draait op Windows, Linux en macOS en ondersteunt meerdere programmeertalen, waaronder C, Java en Python, en .NET (C#). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tableau-kaarten maken op basis van bestanden met ruimtelijke data In Tableau Desktop kunt u verbinding maken met de volgende ruimtelijke bestandstypen: shapefiles, MapInfo-tabellen, KML-bestanden (Keyhole Markup Language), GeoJSON-bestanden, TopoJSON-bestanden en Esri File Geodatabases. Vervolgens kunt u punt-, lijn- of veelhoekkaarten maken met de data in die bestanden. Met een Creator-licentie in Tableau Cloud of Tableau Server kunt u ruimtelijke bestandsindelingen uploaden waarvoor slechts één bestand nodig is (KML, GeoJSON, TopoJSON, Esri-shapefiles verpakt in een `.zip` , en Esri File Geodatabases met de extensie `.gdb.zip`) op het tabblad Bestanden wanneer u een nieuwe werkmap maakt en verbinding maakt met data. **Opmerking:** in huidige versies van Tableau kunt u alleen verbinding maken met puntgeometrieën, lineaire geometrieën en veelhoeken. U kunt geen verbinding maken met gemengde geometrietypen. ## Waar vind ik ruimtelijke bestanden? Als u nog geen ruimtelijke bestanden hebt, kunt u deze vinden op veel open dataportalen. U kunt ze ook vinden op de websites voor uw plaats of van een specifieke organisatie, als ze deze aanbieden. Hier zijn enkele voorbeelden: - [LONDON DATASTORE](https://data.london.gov.uk/dataset/statistical-gis-boundary-files-london) - [EGIS South Africa](http://egis.environment.gov.za/Download.aspx?m=25) - [U.S. Energy Information Administration](https://www.eia.gov/maps/maps.htm#geodata) - [USGS Water Resources](http://water.usgs.gov/maps.html) - [Geospatial Information Authority of Japan](http://www.gsi.go.jp/kankyochiri/gm_japan_e.html) - [Data.gov](https://www.data.gov/) - [Census.gov](http://www.census.gov/geo/maps-data/) ## Verbinding maken met ruimtelijke bestanden 1. In Tableau Desktop: klik op het pictogram Nieuwe databron en selecteer Ruimtelijk bestand. In Tableau Cloud of Tableau Server (Creator-rol): selecteer Maken > Werkmap. Selecteer het tabblad Bestanden. 2. Ga naar de map met uw ruimtelijke data en selecteer het ruimtelijke bestand waarmee u verbinding wilt maken. Klik vervolgens op Openen. **Opmerking**: om verbinding te maken met ruimtelijke bestanden, moet u alle volgende bestanden in dezelfde map opnemen: - **Voor Esri-shapefiles**: de map moet `.shp`\-, `.shx`\-, `.dbf`\- en `.prj`\-bestanden en ook `.zip`\-bestanden bevatten. Bij het verbinden met Esri shapefiles in Tableau Cloud of Tableau Server moet het bestand worden verpakt in een `.zip`\-bestand. **Voor Esri File Geodatabases**: de map moet het `.gdb`\-bestand van het geodatabasebestand bevatten of het `.zip`\-bestand van het bestand `.gdb.` van het geodatabasebestand. Bij het verbinden met Esri shapefiles in Tableau Cloud of Tableau Server moet de Esri File Geodatabase worden verpakt met de extensie `.gdb.zip`. - **Voor MapInfo-tabellen** (alleen Tableau Desktop): de map moet het volgende bevatten: de bestanden `.TAB`, `.DAT`, `.MAP`, en `.ID` of `.MID` en `.MIF`. - **Voor KML-bestanden**: de map moet de volgende informatie bevatten: `.kml`\-bestand. (Er zijn geen andere bestanden vereist.) - **Voor GeoJSON-bestanden**: de map moet het `.geojson`\-bestand bevatten. (Er zijn geen andere bestanden vereist.) - **Voor TopoJSON-bestanden**: de map moet het `.json`\- of `.topojson`\-bestand bevatten. (Er zijn geen andere bestanden vereist.) ### Hoe Tableau uw ruimtelijke data interpreteert Zodra u verbinding maakt met uw ruimtelijke data, leest Tableau de informatie over de ruimtelijke referenties van de dataset. De data wordt in breedte- en lengtegraadcoördinaten omgezet. Alle data, ongeacht het ruimtelijke referentiesysteem, worden veranderd naar **WGS84 (EPSG:4326)**. **Opmerking**: als uw data accenttekens op tekens niet correct weergeven, controleer dan of het bestand correct is: met **UTF-8** gecodeerd. #### Het veld Geometrie Wanneer u verbinding maakt met ruimtelijke data, maakt Tableau een veld Geometrie voor uw puntgeometrieën of uw veelhoeken. Met het veld Geometrie kunt u een kaart maken met uw ruimtelijke data. De waarden in dit veld geven de primitieve geometrie weer, bijvoorbeeld: **Point** voor puntgeometrieën, **Linestring** of **Multilinestring** voor lineaire geometrieën, en **Polygon** of **Multipolygon** voor veelhoeken. Maar dit is slechts een alias voor de onderliggende ruimtelijke data. Zie het deel [Een kaartweergave maken op basis van ruimtelijke data](#Build) voor meer informatie over het maken van een kaart met het veld Geometrie. ## Een join maken voor ruimtelijke data Soms bevatten uw ruimtelijke data alleen geometrische informatie en geen demografische of andere informatie. In dit geval kunt u een join maken voor een ruimtelijke met een ander type databron of zelfs met een ander ruimtelijk bestand dat de aanvullende data bevat die u nodig hebt voor uw analyse, zolang de bestanden een kolom (of veld) gemeenschappelijk hebben. U kunt bijvoorbeeld een join maken van een KML-bestand met aangepaste geografieën voor schooldistricten in Oregon, VS, met een Excel-spreadsheet met demografische informatie over die schooldistricten. Zie [Een join maken van bestanden met ruimtelijke data in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_spatial_join.htm) voor meer informatie over de verschillende manieren om joins te maken voor ruimtelijke data. ## Een kaartweergave maken op basis van ruimtelijke data 1. Open een nieuw werkblad. 2. Dubbelklik in het deelvenster Data, onder Meetwaarden, op het veld Geometrie. Het veld Geometrie toegevoegd aan Detail op de kaart Markeringen, en de velden Breedtegraad (gegenereerd) en Lengtegraad (gegenereerd) worden toegevoegd aan de containers Kolommen en Rijen. Er wordt een kaartweergave gemaakt. ### Geometrieën filteren om weergaveprestaties te verbeteren Wanneer u met grote ruimtelijke datasets werkt, kan het lang duren voordat uw weergave wordt weergegeven. Als dit het geval is, kunt u het aantal geometrieën filteren dat aan de weergave wordt toegevoegd met een andere dimensie in uw databron. Zie [Data uit uw weergaven filteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm) voor meer informatie over het filteren van data. In de onderstaande afbeelding is de weergave bijvoorbeeld gefilterd tot een kleine subset van veelhoeken met een dimensie (Family Nam). De databron, van de [IUCN-lijst van bedreigde soorten](https://www.iucnredlist.org/resources/spatial-data-download), bevat data over bedreigde zoogdieren over de hele wereld. De dimensie Family Nam bevat daarom een lijst met familienamen van zoogdieren. Deze weergave is teruggebracht tot één familienaam: neushoorns. In de weergave worden alleen veelhoeken voor neushoorns weergegeven. ![geometry-field](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatialdata1.png) Zonder het filter worden de veelhoeken voor elk zoogdier in de databron over de hele wereld weergegeven. Dan duurt het lang voordat de weergave wordt weergegeven wanneer u een actie uitvoert, zoals het selecteren van een markering in de weergave. ![Een wereldkaart met blauwe gebieden die het Noordpoolgebied aangeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatialdata1.5.png) ### Detailniveaus toevoegen aan de weergave Het veld Geometrie is een meetwaarde en wordt standaard samengevoegd tot één enkele markering met de aggregatie COLLECT wanneer het veld aan de weergave wordt toegevoegd. Al uw veelhoeken of markeringen worden weergegeven, maar ze functioneren als één enkele markering. Daarom moet u: - Extra detailniveaus toevoegen aan de weergave om deze op te splitsen in afzonderlijke markeringen (op basis van het detailniveau dat u opgeeft) of - Het aggregeren van alle data opheffen, zodat elke afzonderlijke markering (veelhoek of datapunt) apart wordt behandeld. **Om extra detailniveaus aan de weergave toe te voegen**: - Sleep vanuit Dimensies een of meer velden naar Detail op de kaart Markeringen. ![Een kaart gemaakt op basis van ruimtelijke data en voorzien van kleurcodes op basis van gemiddelde hectares.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatialdata8.gif) **Om het aggregeren van de data op te heffen:** - Klik op Analyseen schakel dan de optie Meetwaarden aggregeren uit. ![Geaggregeerde meetwaarden op een kaart, gemaakt van ruimtelijke data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatialdata9.gif) ## Het uiterlijk van geometrieën aanpassen U kunt de weergave van punten, veelhoeken en lijnen aanpassen door kleur toe te voegen, veelhoeklijnen te verbergen, op te geven welke veelhoeken of datapunten bovenop worden weergegeven en de grootte van uw datapunten aan te passen. ### Kleur toevoegen Om kleur toe te voegen aan uw datapunten of veelhoeken, sleept u een dimensie of meetwaarde naar Kleur op de kaart Markeringen. In de afbeeldingen hierboven is de dimensie (Presence) bijvoorbeeld op Kleur geplaatst om de aanwezigheid van een dier in een bepaald gebied weer te geven. ### Veelhoeklijnen verbergen Standaard worden veelhoeklijnen weergegeven wanneer u een veelhoekkaart maakt op basis van ruimtelijke data. Als u een schonere weergave wilt, kunt u deze verwijderen. Neem bijvoorbeeld de volgende afbeeldingen. De eerste afbeelding toont veelhoeklijnen. De tweede afbeelding toont geen veelhoeklijnen. ![Een kaart van Afrika met regio's gemarkeerd in rood, oranje en blauw.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatialdata11.png) Veelhoeklijnen worden standaard weergegeven. ![Een kaart van Afrika met drie landen gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatialdata12.png) Veelhoeklijnen verwijderd. Om veelhoeklijnen te verbergen: 1. Klik op de kaart Markeringen op Kleur. 2. Selecteer onder Effecten de vervolgkeuzelijst Rand en klik vervolgens op Geen. ![hide-lines](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatialdata4.png) ### Aangeven welke veelhoeken of datapunten bovenop worden getoond Het is mogelijk dat uw veelhoeken of datapunten elkaar overlappen of bedekken. U kunt opgeven welke veelhoeken of datapunten bovenop worden weergegeven als u een legenda met kleur of grootte in de weergave hebt. In de onderstaande afbeelding zit bijvoorbeeld een kleinere veelhoek verborgen zit achter de grotere, blauwgroene veelhoek in zuidelijk Afrika. ![Een kaart van Afrika met regio's gemarkeerd in rood, oranje en blauw.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatialdata5.png) U kunt de punten in uw legenda opnieuw rangschikken om te bepalen welke datapunten of veelhoeken bovenop worden weergegeven. Hiervoor selecteert u in de legenda het item dat u bovenop wilt hebben en sleept u het naar de bovenkant van de lijst. ![on-top-demo](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatialdata6.gif) ### De grootte van datapunten aanpassen Als u puntgeometrieën gebruikt, kunt u de grootte van de punten in de kaartweergave aanpassen. Dit is handig als u uw datapunten wilt verdelen in kwantitatieve waarden, zoals gemiddelde omzet of winst. **Om de grootte van uw datapunten aan te passen:** 1. Sleep vanuit het deelvenster **Data** een meetwaarde naar Formaat op de kaart Markeringen. 2. Klik op de kaart Markeringen op de vervolgkeuzelijst Markeringstype en selecteer dan Cirkel. 3. Optioneel: sleep vanuit het deelvenster **Data** een of meer dimensies naar Detail op de kaart Markeringen om meer datapunten aan uw weergave toe te voegen. **Opmerking:** het detailniveau bepaalt welke datapunten een bepaalde grootte krijgen. Voeg extra dimensies toe aan Detail op de kaart Markeringen om meer detailniveaus (meer datapunten) toe te voegen. Anders bestaat de kans dat u met één groot datapunt eindigt. ![on-top-demo](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatialdata7.gif) Zie het deel [Detailniveaus toevoegen aan de weergave](#detail) voor meer informatie over het toevoegen van detailniveaus aan de weergave. ## Een kaart met dubbele as maken op basis van ruimtelijke data Als u een join maakt voor een ruimtelijk bestand met een ander ruimtelijk bestand of een ander bestandstype, kunt u een kaart met dubbele assen maken met de geografische data uit die bestanden. Hiermee kunt u met uw data meerdere lagen op een kaart maken. Hieronder ziet u bijvoorbeeld een kaartweergave met dubbele assen die is gemaakt met twee ruimtelijke bestanden. Het voorbeeld bevat twee kaarten. Op de ene kaart worden de stadsdelen van New York City weergegeven als veelhoeken, en op de andere worden de datapunten van de metro-ingangen in de stad weergegeven. De data van de metro-ingangen worden over de veelhoeken van de stadsdelen heen gelegd. ![Een kaart van New York City en de omliggende gebieden met clusters van gekleurde stippen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatialdata8.1.png) 1. Open een nieuw werkblad in Tableau Desktop. 2. Maak verbinding met uw databronnen. 3. Maak de eerste kaartweergave. Zie [Een kaartweergave maken op basis van ruimtelijke data](#Build) hierboven over hoe u een kaartweergave kunt maken van ruimtelijke bestanden. 4. Gebruik in de container Kolommen control-slepen (command-slepen op een Mac) voor het veld Lengtegraad om het te kopiëren. Plaats het dan rechts van het eerste veld Lengtegraad. **Belangrijk**: in dit voorbeeld worden de velden Breedtegraad (gegenereerd) en Lengtegraad (gegenereerd) gebruikt die Tableau maakt wanneer u verbinding maakt met ruimtelijke data. Als uw databron eigen velden voor breedte- en lengtegraad bevat, kunt u deze gebruiken in plaats van de door Tableau gegenereerde velden, of in combinatie met de door Tableau gegenereerde velden. Zie [Kaarten met dubbele as (gelaagde kaarten) maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_dualaxis.htm) voor meer informatie. U hebt nu twee identieke kaartweergaven. Er zijn nu drie tabbladen op de kaart Markeringen: één voor elke kaartweergave en één voor beide weergaven (Alle). U kunt deze gebruiken om de visuele details van de kaartweergaven te beheren. Het bovenste tabblad Lengtegraad komt overeen met de kaart aan de linkerkant van de weergave, en het onderste tabblad Lengtegraad komt overeen met de kaart aan de rechterkant van de weergave. ![Een kaart van twee stadsdelen van New York City.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatialdata8.png) 5. Klik op de kaart Markeringen op een van de tabbladen Lengtegraad en verwijder vervolgens alle velden op dat tabblad. Eén van uw kaartweergaven is nu leeg. 6. Maak de tweede kaartweergave door de juiste velden uit het deelvenster Data naar het lege tabblad Lengtegraad te slepen op de kaart Markeringen. ![Een kaart van New York City waarop met gekleurde cirkels bezienswaardigheden zijn aangegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatialdata9.png) 7. Wanneer uw twee kaartweergaven klaar zijn, klikt u met de rechtermuisknop, in de container Kolommen, op het veld Lengtegraad aan de rechterkant. Selecteer vervolgens Dubbele as. ![Een vervolgkeuzemenu met opties om te filteren, op te maken, op te nemen in knopinfo, te bewerken in een container, een dubbele as te gebruiken, het markeringstype te wijzigen en een geografisch veld te verwijderen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/spatialdata10.png) Uw kaartdata worden nu in één kaartweergave weergegeven. Om te wijzigen welke data bovenop worden weergegeven, sleept u, in de container Kolommen, het veld Lengtegraad naar de rechterkant. Plaats het vervolgens vóór het veld Lengtegraad aan de linkerkant. ## Zie ook [Ruimtelijk bestand](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/examples_spatial_files.htm) [Tackle your geospatial analysis with ease in Tableau 10.2](https://www.tableau.nl/about/blog/2017/2/tackle-your-geospatial-analysis-ease-tableau-102-66018) (Tableau-blogbericht) [Een join maken van bestanden met ruimtelijke data in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_spatial_join.htm) [Concepten voor het maken van kaarten in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_build.htm) [Kaarten met dubbele as (gelaagde kaarten) maken in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_dualaxis.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tableau-opdrachtregelhulpprogramma voor data-extractie U kunt extractvernieuwingstaken automatiseren met behulp van het Tableau-opdrachtregelhulpprogramma voor data-extractie. Dit is een opdrachtregelhulpprogramma dat bij Tableau Desktop wordt geleverd en waarmee u gepubliceerde extractdatabronnen kunt vernieuwen of data uit een bestand kunt toevoegen. Vereisten voor het gebruik van het Tableau-opdrachtregelhulpprogramma voor data-extractie zijn onder meer: - Het is beschikbaar voor Tableau Desktop in Windows en kan alleen op een Windows-systeem worden uitgevoerd. - Het is niet beschikbaar in de proefversie van Tableau Desktop. - U kunt het programma gebruiken voor extractdatabronnen die geen OAuth gebruiken. - U kunt deze alleen gebruiken om databronnen met één verbinding te vernieuwen. Het werkt niet voor databronnen met meerdere verbindingen. **Verouderd oktober 2022:** Dit hulpprogramma is niet beschikbaar in hogere releases vanwege de [meervoudige verificatie](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_security_mfa.htm)vereiste in Tableau Cloud. Als u databronnen of virtuele verbindingen wilt vernieuwen waar Tableau Cloud niet rechtstreeks bij kan, kunt u in plaats daarvan Tableau Bridge gebruiken. Zie [Een Bridge-vernieuwingsschema instellen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_sync_schedule.htm) voor meer informatie. Om vernieuwingstaken te starten met behulp van een script, gebruikt u tabcmd [refreshextracts](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/tabcmd_cmd.htm#refreshextracten-workbookname-or-datasourcename) of REST API [Extractvernieuwingstaak uitvoeren](https://help.tableau.com/current/api/rest_api/nl-nl/REST/rest_api_ref.htm#run_extract_refresh_task). ## Het hulpprogramma uitvoeren 1. Open de opdrachtprompt als beheerder en ga naar de bin directory van Tableau Desktop. Bijvoorbeeld: `cd C:\Program Files\Tableau\Tableau 2022.4\bin` 2. Gebruik een van de volgende opdrachten en voeg daarbij de parameters toe die in de onderstaande tabellen worden beschreven. - `tableau refreshextract` - `tableau addfiletoextract` **Opmerking:** Geef bij het gebruik van het hulpprogramma altijd `tableau` op in de opdrachtregel of in scripts, nooit `tableau.exe`. **Opmerking:** Om problemen op te lossen, controleert u de logboeken in het bestand tableaucom.txt in de map \\My Tableau Repository\\Logs. **Opmerking:** Geef in een omgeving met meerdere sites de site op waarop de opdracht van toepassing is. ## Syntaxis en parameters voor de opdracht tableau refreshextract Gebruik `tableau refreshextract` om een extract op Tableau Server of Tableau Cloud te vernieuwen. Wanneer u een extract vernieuwt, worden alle wijzigingen die sinds de laatste verversing in de databron zijn aangebracht, in een bestaand extract bijgewerkt. Voor hulp bij deze opdracht typt u de volgende opdracht bij de opdrachtprompt van Windows: `tableau help refreshextract` ### Parameters gebruiken - Alle opties hebben een volledige vorm die u gebruikt met een dubbel streepje (bijvoorbeeld `--server`). - Sommige opties hebben ook een korte vorm die u gebruikt met een enkel streepje (bijvoorbeeld `-s`). - Als de waarde voor een optie spaties bevat, plaatst u deze tussen aanhalingstekens. - De bron die wordt vernieuwd, moet de oorspronkelijke databron zijn, geen extract (`.hyper`). ### tableau refreshextract-opdrachtopties
Korte vormVolledige vormBeschrijving
 --source-username <user name>

Een geldige gebruikersnaam voor de databronverbinding.

Gebruik deze optie met --source-password, of gebruik

--original-file in plaats van de gebruikersnaam- en wachtwoordopties.

Opmerking: U moet de gebruikersnaam en het wachtwoord opgeven wanneer u een gepubliceerd extract vernieuwt, zelfs als de databron oorspronkelijk met ingesloten referenties is gepubliceerd.

 --source-password "<password>"

Het wachtwoord voor de gebruiker van de databron.

 

--original-file <path and file name>

of

--original-file <path and folder name>

Pad en bestandsnaam voor de databron die op de server moet worden vernieuwd. Bijvoorbeeld: --original-file c:\folder\file.csv

Als u een databron met meerdere bestanden wilt vernieuwen, geeft u het pad door naar een map die de databestanden bevat. Bijvoorbeeld: --original-file c:\folder.

Als het bestand zich op een netwerkshare bevindt, gebruikt u de UNC-notatie voor het pad: \\server\path\filename.csv

 --force-full-refresh

Als de databron is ingesteld voor incrementele vernieuwingen, gebruikt u deze optie om een volledige extractvernieuwing af te dwingen. Als deze optie niet is opgenomen, wordt een incrementele vernieuwing uitgevoerd. Niet alle databronnen ondersteunen incrementele vernieuwing.

-s <server http address>--server <URL>

De URL voor de Tableau Server waarop de data worden gepubliceerd.

Voor Tableau Cloud geeft u https://online.tableau.com op.

-t <site id>--site <siteid>

In een omgeving met meerdere sites geeft u de site op waarop de opdracht van toepassing is. Gebruik dit argument voor Tableau Cloud als uw gebruikersnaam aan meer dan één site is gekoppeld. Als u voor Tableau Server geen site opgeeft, wordt uitgegaan van de standaardsite.

De site-ID is onafhankelijk van de sitenaam en wordt aangegeven in de URL wanneer u de site in een browser bekijkt. Als bijvoorbeeld de URL voor de pagina die u ziet nadat u zich hebt aangemeld bij Tableau Cloud

https://online.tableau.com/t/vernazza/views

is, dan is de site-ID vernazza.

 --datasource <datasource>

De naam van de databron, zoals gepubliceerd op Tableau Server of Tableau Cloud.

 --project <projectname>

Het project waartoe de databron behoort. Als deze optie niet is opgenomen, wordt uitgegaan van het standaardproject.

Als het project dat u wilt opgeven een onderliggend project is dat is genest binnen een projecthiërarchie, moet u deze parameter gebruiken samen met de --parent-project-path-parameter.

 --parent-project-path path/to/project

Als een project waarnaar de databron is gepubliceerd zich niet op het hoogste niveau van een projecthiërarchie bevindt, gebruikt u deze parameter samen met de --project-parameter om het pad naar een genest project op te geven.

Gebruik het slash-teken (/) om projectniveaus in de hiërarchie af te bakenen. Gebruik de backslash (\), om te voorkomen dat er schuine strepen of slashes in projectnamen voorkomen.

Bijvoorbeeld, voor een project met de naam Sandbox, in project Social, onder Marketing op het hoogste niveau:

--project Sandbox --parent-project-path Marketing/Social

-u <user name>--username <username>

Geldige Tableau Server- of Tableau Cloud-gebruiker.

-p "<password>"--password "<password>"

Het wachtwoord voor de opgegeven Tableau Server- of Tableau Cloud-gebruiker.

 --proxy-username <username>

De gebruikersnaam voor een proxyserver.

 --proxy-password "<password>"

Het wachtwoord voor een proxyserver.

-c "<path and file name>"--config-file "<path and file name>"

Pad- en bestandsnaaminformatie voor een bestand met configuratieopties voor de opdracht. Plaats het pad altijd tussen dubbele aanhalingstekens. Zie Een configuratiebestand gebruiken hieronder voor meer informatie.

### Voorbeeld van de opdracht tableau refreshextract De volgende opdracht vernieuwt een extract met de naam CurrentYrOverYrStats dat is gepubliceerd naar Tableau Cloud. Met deze opdracht wordt het volgende gespecificeerd: - Tableau Cloud-gebruikersnaam en wachtwoord. - Site- en projectnamen van Tableau Cloud. - De databron, die in dit geval wordt gehost door een cloudgebaseerde databronprovider (bijvoorbeeld Salesforce.com), en de gebruikersnaam en het wachtwoord om aan te melden bij de gehoste databron. `C:\Program Files\Tableau\Tableau 2022.4\bin>tableau refreshextract --server https://online.tableau.com --username email@domain.com --password "OurServerPwd" --site vernazza --project "New Animations" --datasource "CurrentYrOverYrStats" --source-username database_user@hosted_datasource_provider.com --source-password "db_password"` Om een extract van een op een bestand gebaseerde databron te vernieuwen, geeft u het pad op naar het oorspronkelijke bestand waarvan u het extract hebt gemaakt. Als het bestand zich op een netwerkshare bevindt, gebruikt u de UNC-indeling in plaats van een toegewezen station. `C:\Program Files\Tableau\Tableau 2022.4\bin>tableau refreshextract --server https://online.tableau.com --username email@domain.com --password "OurServerPwd" --site vernazza --project "New Animations" --datasource "CurrentYrOverYrStats" --original-file "\\server\path\filename.csv"` ## Syntaxis voor tableau addfiletoextract Gebruik `tableau addfiletoextract` om bestandsinhoud toe te voegen aan een extract dat is gepubliceerd op Tableau Server of Tableau Cloud. Met deze opdracht worden de twee bestanden gecombineerd. Als u een bestaand extract eenvoudigweg wilt bijwerken met de laatste wijzigingen, gebruikt u in plaats daarvan de opdracht `refreshextract`. Als u `addfiletoextract` gebruikt om een bestaand extract bij te werken, wordt de data niet bijgewerkt maar gedupliceerd. Voor hulp bij deze opdracht typt u de volgende opdracht bij de opdrachtprompt van Windows: `tableau help addfiletoextract` Alle opties hebben een volledige vorm die u gebruikt met een dubbel streepje (bijvoorbeeld `--server`). Sommige opties hebben ook een korte vorm die u gebruikt met een enkel streepje (bijvoorbeeld `-s`). Als de waarde voor een optie spaties bevat, plaatst u deze tussen aanhalingstekens. ### Opties van de opdracht tableau addfiletoextract
Korte vormVolledige vormBeschrijving
 --file <path and file name>

Pad- en bestandsnaaminformatie voor het databestand met de toe te voegen data. Het bestand kan afkomstig zijn uit Excel, Access, een Tableau-dataextract of een tekstbestand met scheidingstekens. Er kan geen wachtwoordbeveiliging worden toegepast. Gebruik UNC-indeling als het bestand zich op een netwerkshare bevindt. Bijvoorbeeld: \\server\path\filename.csv

-s <server http address>--server <URL>

De URL voor de Tableau Server waarop de data worden gepubliceerd.

Voor Tableau Cloud geeft u https://online.tableau.com op.

-t <site id>--site <site id>

In een omgeving met meerdere sites geeft u de site op waarop de opdracht van toepassing is. Voor Tableau Cloud moet u dit argument opnemen als uw gebruikersnaam aan meer dan één site is gekoppeld. Als u voor Tableau Server geen site opgeeft, wordt uitgegaan van de standaardsite.

 --datasource <datasource>

De naam van de databron, zoals gepubliceerd op Tableau Server of Tableau Cloud.

 --project <projectname>

Het project waartoe de databron behoort. Als deze optie niet is opgenomen, wordt uitgegaan van het standaardproject.

Als het project dat u wilt opgeven een onderliggend project is dat is genest binnen een projecthiërarchie, moet u deze parameter gebruiken samen met de --parent-project-path-parameter.

 --parent-project-path path/to/project

Als een project waarnaar de databron is gepubliceerd zich niet op het hoogste niveau van een projecthiërarchie bevindt, gebruikt u deze parameter samen met de --project-parameter om het pad naar een genest project op te geven.

Gebruik het slash-teken (/) om projectniveaus in de hiërarchie af te bakenen. Gebruik de backslash (\), om te voorkomen dat er schuine strepen of slashes in projectnamen voorkomen.

Bijvoorbeeld, voor een project met de naam Sandbox, in project Social, onder Marketing op het hoogste niveau:

--project Sandbox --parent-project-path Marketing/Social

-u <username>--username <username>

Geldige Tableau Server- of Tableau Cloud-gebruiker.

-p "<password>"--password "<password>"

Het wachtwoord voor de opgegeven Tableau Server- of Tableau Cloud-gebruiker.

 --proxy-username <username>

De gebruikersnaam voor een proxyserver.

 --proxy-password "<password>"

Het wachtwoord voor een proxyserver.

-c "<path and filename>"--config-file "<path and filename>"

Pad- en bestandsnaaminformatie voor een bestand met configuratieopties voor de opdracht. Plaats het pad altijd tussen dubbele aanhalingstekens. Zie Een configuratiebestand gebruiken hieronder voor meer informatie.

### Voorbeeld van de opdracht tableau addfiletoextract `C:\Program Files\Tableau\Tableau 2022.4\bin>tableau addfiletoextract --server https://online.tableau.com --username email@domain.com --password "OurServerPwd" --site vernazza --project "New Animations" --datasource "CurrentYrOverYrStats" --file "C:\Users\user2\Documents\DataUploadFiles\AprMay.csv"` ## Een configuratiebestand gebruiken U kunt een gewone teksteditor gebruiken, zoals Kladblok of Text Edit, om een configuratiebestand te maken dat u kunt gebruiken met `tableau refreshextract` of `tableau addfiletoextract`. Een configuratiebestand kan handig zijn als u verwacht dat u in de loop van de tijd regelmatig dezelfde databron moet bijwerken. In plaats van dat u telkens dezelfde opties moet typen wanneer u een opdracht uitvoert, geeft u het configuratiebestand op. Een configuratiebestand heeft als bijkomend voordeel dat gebruikersnamen en wachtwoorden niet op de opdrachtregel worden weergegeven. ### Het configuratiebestand maken Stel bijvoorbeeld dat u een bestand met de naam config.txt hebt gemaakt en dit hebt opgeslagen in uw map Documenten. In het bestand hebt u de onderstaande parametergegevens opgenomen. Voor een extract uit een gehoste databron, dat gepubliceerd is naar Tableau Cloud, waarbij de **server** **https://online.tableau.com** is: `server=https://online.tableau.com site=vernazza username=email@domain.com password=OurPassword project=New Animations datasource=CurrentYrOverYrStats source-username=database_user@hosted_datasource_provider.com source-password=db_password` ### Naar het configuratiebestand vanaf de opdrachtregel verwijzen Nadat u het configuratiebestand hebt gemaakt, voert u de opdracht `tableau refreshextract` of `tableau addfiletoextract` uit, waarbij u naar het configuratiebestand verwijst als de enige optie die u op de opdrachtregel kunt gebruiken, en waarbij u het pad naar het configuratiebestand tussen dubbele aanhalingstekens plaatst. De syntaxis is als volgt: `tableau refreshextract --config-file ""` Om bijvoorbeeld het in het voorbeeld opgegeven extract in de sectie [Het configuratiebestand maken](#Create) te vernieuwen, voert u de volgende opdracht uit (zorg er daarbij voor dat u in de bin directory voor uw versie van Tableau Desktop werkt): `C:\Program Files\Tableau\Tableau 2022.4\bin>tableau refreshextract --config-file "C:\Users\user1\Documents\config.txt"` ### Syntaxisverschillen voor configuratiebestanden De syntaxis voor het opgeven van opties in een configuratiebestand verschilt op de volgende manieren van de syntaxis die u op de opdrachtregel gebruikt: - Optienamen beginnen niet met koppeltekens of streepjes. - U gebruikt een gelijkteken (zonder spaties) om optienamen van optiewaarden te scheiden. - Aanhalingstekens zijn niet nodig (of toegestaan) rond waarden, zelfs niet als ze spaties bevatten (zoals bij de optie `project` in het eerder getoonde voorbeeld). ## Windows Taakplanner gebruiken om extracten te vernieuwen U kunt Windows Taakplanner in combinatie met het Tableau-opdrachtregelhulpprogramma voor data-extractie gebruiken om regelmatige updates naar Tableau Desktop Public\-databronnen binnen uw bedrijfsfirewall te automatiseren. U kunt configureren dat een taak eenmaal per dag, week, maand of na een specifieke systeemgebeurtenis uit wordt gevoerd. U kunt bijvoorbeeld instellen dat de taak wordt uitgevoerd wanneer de computer opstart. Zie de [Taakplannerhandleiding](http://technet.microsoft.com/en-us/library/cc766428.aspx) (in het Engels) in de Microsoft TechNet-bibliotheek voor meer informatie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tekenreeksfuncties Dit artikel introduceert tekenreeksfuncties en hun gebruik in Tableau. Het laat ook zien hoe u een tekenreeksberekening kunt maken aan de hand van een voorbeeld. ## Waarom tekenreeksfuncties gebruiken Met tekenreeksfuncties kunt u tekenreeksdata (d.w.z. data die uit tekst bestaan) manipuleren. Tableau gebruikt de huidige International Components for Unicode-bibliotheek (ICU) bij het vergelijken van tekenreeksen. De manier waarop tekenreeksen worden gesorteerd en vergeleken, is gebaseerd op taal- en landinstelling. Het is mogelijk dat visualisaties veranderen omdat de ICU voortdurend wordt bijgewerkt voor betere taalondersteuning. U kunt bijvoorbeeld een veld hebben met de voor- en achternamen van al uw klanten. Een van de leden zou kunnen zijn: Jane Johnson. Met een tekenreeksfunctie kunt u de achternamen van al uw klanten in een nieuw veld ophalen. De berekening zou er ongeveer als volgt uitzien: `SPLIT([Customer Name], ' ', 2)` Daarom: `SPLIT('Jane Johnson' , ' ', 2) =` 'Jansen'. ## Vertrouwd raken met andere tekstconcepten Er zijn nog diverse andere onderwerpen die interessant kunnen zijn, maar die geen deel uitmaken van tekenreeksfuncties: - [Opmaken op werkmapniveau](https://help.tableau.com//current/pro/desktop/nl-nl/formatting_workbook.htm) - [Aangepaste lettertypen gebruiken](https://help.tableau.com//current/pro/desktop/nl-nl/formatting_create_custom_fonts.htm) - [Velden en veldlabels opmaken](https://help.tableau.com//current/pro/desktop/nl-nl/formatting_specific_fields.htm) > [!TIP] > > Zie [Tekst opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_fonts_beta.htm) en gerelateerde onderwerpen voor het werken met tekstvelden. Met de tekenreeksfuncties op deze pagina kunt u inhoud in velden bewerken, maar u kunt de weergave-opmaak ervan niet instellen. ## Tekenreeksfuncties beschikbaar in Tableau ### ASCII
SyntaxisASCII(string)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de ASCII-code voor het eerste teken in een <string>.
Voorbeeld
ASCII('A') = 65
OpmerkingenDit is het omgekeerde van de functie CHAR.
### CHAR
SyntaxisCHAR(number)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert het teken dat is gecodeerd door de ASCII-code <number>.
Voorbeeld
CHAR(65) = 'A'
OpmerkingenDit is het omgekeerde van de functie ASCII.
### CONTAINS
SyntaxisCONTAINS(string, substring)
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert true als een gegeven tekenreeks de gespecificeerde subtekenreeks bevat.
Voorbeeld
CONTAINS("Calculation", "alcu") = true
Opmerkingen

Zie ook de logische functie IN evenals de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies.

Afhankelijk van de databron kan CONTAINS hoofdlettergevoelig zijn. Dus kan voor sommige databronnen de volgende situatie ontstaan: CONTAINS("Calculation", "ALCU") = false maar CONTAINS("Calculation", "alcu") = true. Zie ook UPPER, LOWER en PROPER

### ENDSWITH
SyntaxisENDSWITH(string, substring)
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert true als de gegeven tekenreeks eindigt op de gespecificeerde subtekenreeks Spaties aan het einde worden genegeerd.
Voorbeeld
ENDSWITH("Tableau", "leau") = true
OpmerkingenZie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies.
### FIND
SyntaxisFIND(string, substring, [start])
UitvoerGetal
Definitie

Retourneert de indexpositie van een subtekenreeks binnen een tekenreeks, of 0 als de subtekenreeks niet is gevonden. Het eerste teken in de tekenreeks is positie 1.

Als het optionele numerieke argument start wordt toegevoegd, negeert de functie alle instanties van een subtekenreeks die vóór de startpositie voorkomen.

Voorbeeld
FIND("Calculation", "alcu") = 2
FIND("Calculation", "Computer") = 0
FIND("Calculation", "a", 3) = 7
FIND("Calculation", "a", 2) = 2
FIND("Calculation", "a", 8) = 0
OpmerkingenZie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies.
### FINDNTH
SyntaxisFINDNTH(string, substring, occurrence)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de positie van de n-de keer dat een subtekenreeks voorkomt in de opgegeven tekenreeks, waarbij n wordt gedefinieerd door het argument voor het aantal instanties.
Voorbeeld
FINDNTH("Calculation", "a", 2) = 7
Opmerkingen

FINDNTH is niet beschikbaar voor alle databronnen.

Zie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies.

### LEFT
Syntaxis LEFT(string, number)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert het <number> voor het aantal tekens dat het meest links in de tekenreeks staat.
Voorbeeld
LEFT("Matador", 4) = "Mata"
OpmerkingenZie ook MID en RIGHT.
### LEN
SyntaxisLEN(string)
UitvoerGetal
DefinitieRetourneert de lengte van de tekenreeks.
Voorbeeld
LEN("Matador") = 7
OpmerkingenNiet te verwarren met de ruimtelijke functie LENGTH.
### LOWER
SyntaxisLOWER(string)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de opgegeven <string> volledig in kleine letters.
Voorbeeld
LOWER("ProductVersion") = "productversion"
OpmerkingenZie ook UPPER en PROPER.
### LTRIM
Syntaxis LTRIM(string)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de opgegeven <string> met eventuele voorloopspaties verwijderd.
Voorbeeld
LTRIM(" Matador ") = "Matador "
OpmerkingenZie ook RTRIM.
### MAX
SyntaxisMAX(expression) of MAX(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.

MAX kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MAX(4,7) = 7
MAX(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #2/20/2021#
MAX([Name]) = "Zander"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MAX is meestal de waarde die als laatste in alfabetische volgorde staat.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MAX de hoogste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MAX de meest recente datum. Als MAX een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MAX een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MAX(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MAX(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MIN.

### MID
Syntaxis(MID(string, start, [length])
UitvoerTekenreeks
Definitie

Retourneert een tekenreeks die begint bij de opgegeven start-positie. Het eerste teken in de tekenreeks is positie 1.

Als het optionele numerieke argument length wordt toegevoegd, bevat de geretourneerde tekenreeks alleen dat aantal tekens.

Voorbeeld
MID("Calculation", 2) = "alculation"
MID("Calculation", 2, 5) ="alcul"
OpmerkingenZie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies.
### MIN
SyntaxisMIN(expression) of MIN(expr1, expr2)
UitvoerHetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is.
Definitie

Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.

MIN kan ook worden toegepast op een enkel veld als een aggregatie.

Voorbeeld
MIN(4,7) = 4
MIN(#3/25/1986#, #2/20/2021#) = #3/25/1986#
MIN([Name]) = "Abebi"
Opmerkingen

Bij tekenreeksen

MIN is meestal de waarde die in alfabetische volgorde als eerste voorkomt.

Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde MIN de laagste in de sorteervolgorde die door de database voor die kolom is gedefinieerd.

Bij datums

Bij datums is MIN de vroegste datum. Als MIN een aggregatie is, heeft resultaat geen datumhiërarchie. Als MIN een vergelijking is, behoudt het resultaat de datumhiërarchie.

Als een aggregatie

MIN(expression) is een geaggregeerde functie en retourneert één geaggregeerd resultaat. Dit wordt weergegeven als AGG(expression) in de visualisatie.

Ter vergelijking

MIN(expr1, expr2) vergelijkt de twee waarden en retourneert een waarde op rijniveau.

Zie ook MAX.

### PROPER
SyntaxisPROPER(string)
UitvoerTekenreeks
Definitie

Retourneert de opgegeven <string> waarbij de eerste letter van elk woord een hoofdletter is en de overige letters een kleine letter.

Voorbeeld
PROPER("PRODUCT name") = "Product Name"
PROPER("darcy-mae") = "Darcy-Mae"
Opmerkingen

Spaties en niet-alfanumerieke tekens zoals leestekens worden als scheidingstekens beschouwd.

Zie ook LOWER en UPPER.

Beperkingen van de databasePROPER is alleen beschikbaar voor bepaalde platte bestanden en in extracten. Als u PROPER moet gebruiken in een databron die dit niet ondersteunt, kunt u overwegen om een extract te gebruiken.
### REPLACE
SyntaxisREPLACE(string, substring, replacement
UitvoerTekenreeks
DefinitieZoekt in een <string> naar een <substring> en vervangt dit door <replacement>. Als <substring> niet wordt gevonden, blijft de tekenreeks ongewijzigd.
Voorbeeld
REPLACE("Version 3.8", "3.8", "4x") = "Version 4x"
OpmerkingenZie ook REGEXP_REPLACE in de documentatie over aanvullende functies.
### RIGHT
SyntaxisRIGHT(string, number)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert het <number> voor het aantal tekens dat het meest rechts in de tekenreeks staat.
Voorbeeld
RIGHT("Calculation", 4) = "tion"
OpmerkingenZie ook LEFT en MID.
### RTRIM
SyntaxisRTRIM(string)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de opgegeven <string> met eventuele spaties achteraan verwijderd.
Voorbeeld
RTRIM(" Calculation ") = " Calculation"
OpmerkingenZie ook LTRIM en TRIM.
### SPACE
SyntaxisSPACE(number)
UitvoerTekenreeks (en meer specifiek: alleen spaties)
DefinitieRetourneert een tekenreeks die bestaat uit een opgegeven aantal herhaalde spaties.
Voorbeeld
SPACE(2) = "  "
### SPLIT
SyntaxisSPLIT(string, delimiter, token number)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert een subtekenreeks van een tekenreeks, waarbij een scheidingsteken wordt gebruikt om de tekenreeks in een reeks tokens te verdelen.
Voorbeeld
SPLIT ("a-b-c-d", "-", 2) = "b"
SPLIT ("a|b|c|d", "|", -2) = "c"
Opmerkingen

De tekenreeks wordt geïnterpreteerd als een afwisselende reeks scheidingstekens en tokens. Dus voor de tekenreeks abc-defgh-i-jkl met '-' als scheidingsteken, zijn de tokens (1) abc, (2) defgh, (3) i en (4) jlk.

SPLIT retourneert het token dat overeenkomt met het tokennummer. Als het tokennummer positief is, worden de tokens geteld vanaf de linkerkant van de tekenreeks. Als het tokennummer negatief is, worden de tokens geteld vanaf de rechterkant.

Zie ook de ondersteunde REGEX in de documentatie voor extra functies.

Beperkingen van de database

De opdrachten Splitsen en Aangepast splitsen zijn beschikbaar voor de volgende typen databronnen: Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, tekstbestanden, PDF-bestanden, Salesforce, OData, Microsoft Azure Market Place, Google Analytics, Vertica, Oracle, MySQL, PostgreSQL, Teradata, Amazon Redshift, Aster Data, Google Big Query, Cloudera Hadoop Hive, Hortonworks Hive en Microsoft SQL Server.

Sommige databronnen stellen limieten aan het splitsen van tekenreeksen. Zie de beperkingen van de SPLIT-functie later in dit onderwerp.

### STARTSWITH
SyntaxisSTARTSWITH(string, substring)
UitvoerBooleaanse waarde
DefinitieRetourneert true als string begint met substring. Voorloopspaties worden genegeerd.
Voorbeeld
STARTSWITH("Matador, "Ma") = TRUE
OpmerkingenZie ook CONTAINS, evenals de ondersteunde REGEX in de documentatie voor extra functies.
### TRIM
SyntaxisTRIM(string)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de gegeven <string> met de voorloop- en naloopspaties verwijderd.
Voorbeeld
TRIM(" Calculation ") = "Calculation"
OpmerkingenZie ook LTRIM en RTRIM.
### UPPER
SyntaxisUPPER(string)
UitvoerTekenreeks
DefinitieRetourneert de gegeven <string> volledig in hoofdletters.
Voorbeeld
UPPER("Calculation") = "CALCULATION"
OpmerkingenZie ook PROPER en LOWER.
## Een tekenreeksberekening maken Volg de onderstaande stappen om te leren hoe u een tekenreeksberekening maakt. 1. Maak in Tableau Desktop verbinding met de opgeslagen databron **Voorbeeld - Superstore**, die bij Tableau wordt geleverd. 2. Navigeer naar een werkblad. 3. Sleep Order-ID in het deelvenster **Data** onder Dimensies naar de container Rijen. ![Een spreadsheet met een lijst met bestel-ID's in één kolom.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/stringfunctions1.png) Elke order-ID bevat waarden voor het land (bijvoorbeeld CA en VS), het jaar (2011) en het ordernummer (100006). In dit voorbeeld maakt u een berekening om alleen het ordernummer uit het veld te halen. 4. Selecteer Analyse \> Berekend veld maken. 5. Doe het volgende in de berekeningseditor die wordt geopend: - Geef het berekende veld de naam: **Order-ID-nummers**. - Voer de volgende formule in: `RIGHT([Order ID], 6)` Deze formule neemt de opgegeven cijfers (6) van rechts in de tekenreeks op en levert ze naar een nieuw veld. Daarom: `RIGHT('CA-2011-100006' , 6)` = '100006'. - Klik op **OK** als u klaar bent. Het nieuwe berekende veld wordt getoond onder **Dimensies** in het deelvenster **Data**. Net als uw andere velden kunt u deze in een of meer visualisaties gebruiken. 7. Sleep Order-ID-nummers in het deelvenster **Data** naar de container Rijen. Plaats deze rechts van Order-ID. Let op hoe de velden nu verschillen. ![Een spreadsheet met een lijst met bestel-ID's in één kolom.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/stringfunctions2.png) ## Beperkingen voor Splitsen per databron Sommige databronnen stellen limieten aan het splitsen van tekenreeksen. In de onderstaande tabel ziet u welke databronnen negatieve tokennummers (splitsing van rechts) ondersteunen en of er een limiet is aan het aantal splitsingen dat per databron is toegestaan. Een functie voor `SPLIT` die een negatief tokennummer specificeert en legaal zou zijn voor andere databronnen, retourneert de fout voor deze databronnen:_’Vanaf rechts opsplitsen is niet toegestaan door de databron'._
DatabronBeperkingen voor links/rechtsMaximaal aantal splitsingenVersiebeperkingen
Tableau-data-extractBeideOneindig 
Microsoft ExcelBeideOneindig 
TekstbestandBeideOneindig 
SalesforceBeideOneindig 
ODataBeideOneindig 
Google AnalyticsBeideOneindig 
Tableau Data ServerBeideOneindigOndersteund in versie 9.0.
VerticaAlleen links10 
OracleAlleen links10 
MySQLBeide10 
PostgreSQLLinks alleen vóór versie 9.0; voor versie 9.0 en hoger10 
TeradataAlleen links10Versie 14 en hoger
Amazon RedshiftAlleen links10 
Aster DatabaseAlleen links10 
Google BigQueryAlleen links10 
Hortonworks Hadoop HiveAlleen links10 
Cloudera HadoopAlleen links10Impala wordt ondersteund vanaf versie 2.3.0.
Microsoft SQL ServerBeide102008 en later
## Zie ook [Functies in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions.htm) [Tableau-functies (alfabetische lijst)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_alphabetical.htm) [Tableau-functies (op categorie)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_categories.htm) [Berekeningen opstellen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_operators.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tekst en getallen opmaken Klik op de onderstaande links voor meer informatie over het opmaken van specifieke items. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tekst opmaken De juiste keuze van het lettertype kan uw visualisatie van goed naar geweldig brengen. Of u nu de tekengrootte, positie, kleur of richting wilt wijzigen, Tableau biedt een breed scala aan aanpassingsopties voor uw tekst. Wanneer u opmaakwijzigingen op dit niveau aanbrengt, worden deze alleen toegepast op de weergave waaraan u werkt. Zie [Opmaken op werkmapniveau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_workbook.htm) om te leren hoe u wijzigingen kunt aanbrengen die van toepassing zijn op elke weergave in uw werkmap. Om toegang te krijgen tot de opmaakinstellingen op werkbladniveau, selecteert u het menu Opmaken, en kiest u het deel van de weergave dat u wilt opmaken, zoals Lettertype of Rand. > [!TIP] > > Deze inhoud is alleen van toepassing op het opmaken van tekst. Zie [Tekenreeksfuncties](https://help.tableau.com//current/pro/desktop/nl-nl/functions_functions_string.htm "een link naar Tekenreeksfuncties in de Help van Tableau") als u de tekstinhoud wilt bewerken. ## Lettertypen opmaken Als u in Tableau Server of Tableau Cloud werkt, selecteert u Opmaken en kiest u vervolgens in het menu het element dat u wilt opmaken. U kunt ervoor kiezen om de Individuele titel, Bijschrift, Legenda's, Filters en sets, Highlighters en Parameters op te maken. U kunt ook kiezen voor Werkbladopmaak wissen in het menu Opmaken. Als u in Tableau Desktop werkt, selecteert u Opmaken \> Lettertype. Een deelvenster Lettertypen opmaken wordt geopend. In dit deelvenster kunt u de tekst in de weergave aanpassen. Werkblad Wanneer u het lettertype op werkbladniveau bewerkt, worden de aangebrachte wijzigingen toegepast op alle tekstvelden in de weergave, behalve de velden Koptekst en Knopinfo. Opmerking: Tableau behandelt het opmaken van werkbladen als een nieuwe standaard. Wijzigingen in andere velden (zoals Titel, Deelvenster of Koptekst) overschrijven de werkbladopmaak. ![Lettertypen opmaken voor werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_fonts_worksheet.gif) Deelvenster Als u hier het lettertype aanpast, heeft dit invloed op de deelvensterweergave, waarin Tableau de resultaten van uw visualisaties weergeeft. ![Lettertypen opmaken voor deelvenster.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_fonts_pane-.gif) Koptekst Selecteer deze optie om het lettertype voor de kopteksten in uw weergave aan te passen. Kopteksten geven de dimensies weer die in uw visualisatie worden gebruikt. ![Lettertypen opmaken voor koptekst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_fonts_header.gif) Knopinfo Als u hier het lettertype aanpast, worden de wijzigingen toegepast op alle tekst in de knopinfo, het veld dat verschijnt wanneer iemand met de muis een markering in uw weergave aanwijst. Zie [Tekst opmaken](#Format_tooltips) als u meer controle wilt over de velden in de knopinfo. ![Lettertypen opmaken voor knopinfo.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_fonts_tooltip.gif) Titel Selecteer deze opmaakoptie om snel het uiterlijk van de titel aan te passen. Zie [Tekst opmaken](#Format_titles,_captions,_and_legend_titles) voor meer informatie. ![Lettertypen opmaken voor titels.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_fonts_title.gif) Deelvenster Totaal Als u het lettertype voor de totalen op deelvensterniveau aanpast, worden zowel de subtotalen als de eindtotalen gewijzigd. Zie [Totalen weergeven in een visualisatie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_totals_grandtotal_turnon.htm) voor informatie over het instellen van totalen. ![Lettertypen opmaken voor het deelvenster Totaal.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_fonts_Total_pane.gif) Koptekst Totaal Door het lettertype voor de totalen in de koptekst aan te passen, verandert het uiterlijk van de labels Totaal en Eindtotaal in de weergave. ![Lettertypen opmaken voor de koptekst Totaal.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_fonts_total_header.gif) Deelvenster Eindtotaal Selecteer deze optie om het lettertype voor het eindtotaalresultaat in uw weergave aan te passen. ![Lettertypen opmaken voor het deelvenster met eindtotalen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_fonts_grandtotal_pane.gif) Koptekst Eindtotaal Selecteer deze optie om het lettertype voor het eindtotaallabel in uw weergave aan te passen. ![Lettertypen opmaken voor de koptekst van eindtotalen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_fonts_grandtotal_header.gif) Tekst opmaken voor Rijen en Kolommen Als u dimensies hebt in zowel de containers Rijen als Kolommen, kunt u de lettertypen onafhankelijk van elkaar opmaken via de tabbladen Rijen en Kolommen in het deelvenster Opmaken. ![Het dialoogvenster voor lettertypeopmaak met opties voor het opmaken van rij- en kolomlettertypen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_fonts_rows_columns.png) De opties voor Lettertypen opmaken zijn beperkt tot de selecties Koptekst, Totaal en Eindtotaal. ## Tekstuitlijning opmaken Tableau maakt gebruik van visuele best practices om te bepalen hoe tekst in een weergave wordt uitgelijnd, maar u kunt uw tekstuitlijning ook aanpassen. U kunt bijvoorbeeld de richting van de koptekst wijzigen, zodat deze horizontaal (standaard) is in plaats van verticaal (omhoog). Om de tekstuitlijning op te maken, selecteert u Opmaken \> Uitlijning om het deelvenster voor tekstuitlijning te openen. ![Uitlijning van lettertype opmaken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/formatting_alignment2.gif) Voor elk tekstgebied kunt u de volgende uitlijningsopties opgeven: **Horizontaal**: bepaalt of tekst links, rechts of gecentreerd wordt uitgelijnd. **Verticale uitlijning**: bepaalt of tekst bovenaan, in het midden of onderaan wordt uitgelijnd. **Richting:** Roteert tekst zodat deze horizontaal (standaard), van boven naar onder (omhoog) of van onder naar boven (omlaag) loopt. **Terugloop:** Bepaalt of lange kopteksten naar de volgende regel worden verzet worden afgekort. Dit heeft geen invloed op tekstmarkeringen in de visualisatie. Opmerking: als de cellen niet groot genoeg zijn om meer dan één tekstregel weer te geven, heeft het inschakelen van tekstterugloop geen zichtbaar effect. Als dit gebeurt, wijst u met de muis naar een cel totdat een dubbelzijdige pijl wordt weergegeven. Vervolgens klikt u erop en sleept u de cel omlaag om deze groter te maken. Tableau houdt zich aan regionale normen bij het bepalen wanneer regelovergangen moeten beginnen of eindigen. ## Knopinfo opmaken Knopinfo biedt details die worden weergegeven wanneer u de cursor op een of meer markeringen in de weergave plaatst. Knopinfo biedt ook handige tools om snel een selectie te filteren of te verwijderen, markeringen met dezelfde waarde te selecteren of onderliggende data weer te geven. U kunt de knopinfo bewerken, zodat deze zowel statische als dynamische tekst bevat. U kunt ook wijzigen welke velden in de automatische knopinfo worden opgenomen. **Knopinfo bewerken:** 1. Selecteer Werkblad > Knopinfo. Knopinfo wordt gespecificeerd voor elk werkblad en u kunt deze opmaken met behulp van de opmaaktools bovenaan het dialoogvenster Knopinfo bewerken. Gebruik het menu Invoegen bovenaan het dialoogvenster om dynamische tekst toe te voegen, zoals veldwaarden, bladeigenschappen en meer. ![Het dialoogvenster Knopinfo bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/richtext2.png) 2. Gebruik de opmaaktools bovenaan het dialoogvenster Knopinfo bewerken. 3. (Optioneel) Gebruik de vervolgkeuzelijst Invoegen bovenaan het dialoogvenster om dynamische tekst toe te voegen, zoals veldwaarden, bladeigenschappen en meer. Met de optie Alle velden in het menu Invoegen, worden alle veldnamen en waarden toegevoegd die in de weergave worden gebruikt. Als u de parameter Alle velden invoegt, wordt de knopinfo bijgewerkt wanneer u de weergave wijzigt. U kunt ook de optie Alle velden gebruiken om velden uit te sluiten. 4. (Optioneel) Selecteer de optie Opdrachtknoppen opnemen om de opties voor het filteren en weergeven van data in de knopinfo te tonen. Door bijvoorbeeld opdrachtknoppen op te nemen, worden de knoppen Alleen deze behouden, Uitsluiten en Data bekijken onderaan de knopinfo toegevoegd. Deze opdrachtknoppen zijn beschikbaar in Tableau Desktop en wanneer de weergave op internet is gepubliceerd of op een mobiel apparaat wordt bekeken. 5. (Optioneel) Selecteer het selectievakje Selectie op categorie toestaan om markeringen met dezelfde waarde in een weergave te selecteren door te klikken op een discreet veld in een knopinfo. Zie [Knopinfo](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/view_parts.htm#Tooltips) voor meer informatie. ## Titels van werkbladen, bijschriften en legenda's bewerken 1. Voer een van de volgende handelingen uit: - Dubbelklik op Tableau Server of Tableau Cloud op het item dat u wilt wijzigen. - Klik op Tableau Desktop met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op het item dat u wilt wijzigen en selecteer bewerken, bijvoorbeeld, Titel bewerken. - Wijs met de muis de titel op een werkblad aan, klik op de vervolgkeuzepijl aan de rechterkant en selecteer Titel bewerken of Bijschrift bewerken vanuit het contextmenu. 2. Wijzig in het dialoogvenster Bewerken de tekst en maak het lettertype, de grootte, de stijl, de kleur en de uitlijning op. Gebruik het menu Invoegen om dynamische tekst toe te voegen, zoals bladeigenschappen en veldwaarden. Klik op **OK**. ![Een dialoogvenster met de naam 'Titel bewerken' met een bewerkbaar tekstveld voor de naam van een werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/title3.png) Om de titel terug te zetten naar de standaard, klikt u op Opnieuw instellen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tekstbestand In dit artikel wordt beschreven hoe u Tableau verbindt met data uit een tekstbestand en de databron instelt. Tableau maakt verbinding met tekstbestanden met scheidingstekens (\*.txt, \*.csv, \*.tab, \*.tsv). ## Verbinding maken en de databron instellen 1. Nadat u Tableau hebt geopend, klikt u onder Verbinding maken op Tekstbestand. 2. Selecteer het bestand waarmee u verbinding wilt maken en klik vervolgens op Openen. **OPMERKING:** vanaf Tableau 2020.2 worden oudere Excel- en tekstverbindingen niet meer ondersteund. Zie het document [Alternatieven voor verouderde verbinding](https://community.tableau.com/s/question/0D54T00000CWdGaSAL/legacy-connection-alternatives) in Tableau Community voor alternatieven voor het gebruik van de oude verbinding. 3. Doe het volgende op de databronpagina: 1. (Optioneel) Selecteer de standaard databronnaam boven aan de pagina en voer vervolgens een unieke databronnaam in voor gebruik in Tableau. Gebruik bijvoorbeeld een naamgevingsconventie voor databronnen waarmee andere gebruikers van de databron kunnen bepalen met welke databron ze verbinding moeten maken. De standaardnaam wordt automatisch gegenereerd op basis van de bestandsnaam. 2. Klik op het tabblad in het werkblad om uw analyse te starten. Gebruik aangepaste SQL om verbinding te maken met een specifieke query in plaats van met de hele databron. Zie [Verbinding maken met een aangepaste SQL-query](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/customsql.htm) voor meer informatie. Opmerking: voor tekstbestanden is aangepaste SQL alleen beschikbaar bij gebruik van de oude verbinding of in werkmappen die zijn gemaakt vóór Tableau Desktop 8.2. ### Voorbeeld van een databron voor tekstbestand Hier is een voorbeeld van een databron voor tekstbestand: ![Een teksttabel met Blad 1 geselecteerd en de optie Ga naar werkblad weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_text_public.png) ## Optionele instellingen U kunt de volgende opties instellen voordat u de weergave bouwt. ### Meer data verkrijgen U kunt meer data in uw databron opnemen door meer tabellen toe te voegen of verbinding te maken met data in een andere database. - **Meer data toevoegen vanuit het huidige bestand:** sleep vanuit het linkerdeelvenster extra tabellen naar het canvas om data te combineren met behulp van een join of vereniging. Zie [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joining_tables.htm) of [Uw data verenigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/union.htm) voor meer informatie. - **Meer data toevoegen vanuit verschillende databases:** klik in het linkerdeelvenster op Toevoegen naast Verbindingen. Zie [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joining_tables.htm) voor meer informatie. Als de gewenste connector niet in het linkerdeelvenster staat, selecteert u Data \> Nieuwe databron om een nieuwe databron toe te voegen. Zie [Uw data combineren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multiple_connections.htm) voor meer informatie. ### Uw data opschonen met Data-interpreter Als Tableau detecteert dat uw databron kan worden geoptimaliseerd voor analyse, wordt u gevraagd Data-interpreter te gebruiken. Data-interpreter kan subtabellen detecteren die u kunt gebruiken en unieke opmaak verwijderen die later in uw analyse problemen kan veroorzaken. Zie [Data uit Excel, CSV, PDF en Google Spreadsheets opschonen met Data-interpreter](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_interpreter.htm) voor meer informatie. ### Opties voor tekstbestand instellen Klik op het canvas op de vervolgkeuzepijl van de tabel en selecteer vervolgens of de eerste rij kolomnamen bevat. Deze optie is standaard geselecteerd. U kunt er ook voor kiezen om Tableau namen te laten genereren wanneer u verbinding maakt. Deze namen kunnen later gewijzigd worden. U kunt ook Eigenschappen tekstbestand selecteren om het volgende op te geven: - Selecteer het teken dat wordt gebruikt om de kolommen te scheiden. Selecteer uit de lijst met tekens of selecteer Overige om een aangepast teken te typen. - Selecteer de tekstkwalificatie die de waarden in het tekstbestand omsluit. - Selecteer een tekenset die de codering van het tekstbestand beschrijft. De beschikbare coderingen zijn gebaseerd op het besturingssysteem dat u gebruikt. In Windows wordt ANSI bijvoorbeeld weergegeven als windows-1252 en OEM als 437. **Opmerking:** in werkmappen die zijn gemaakt vóór Tableau Desktop 8.2 of die gebruikmaken van de oude verbinding, kunt u ANSI, OEM, UTF-8, UTF-16 of Overige selecteren. Wanneer u Overige selecteert, moet u de tekenset opgeven in het daarvoor bestemde tekstveld. Deze waarde wordt geverifieerd wanneer er verbinding wordt gemaakt. - Selecteer de landinstellingen waarmee het bestand moet worden geparseerd. Met deze optie weet Tableau welk decimaal- en duizendtalscheidingsteken moet worden gebruikt. ### De data controleren, draaien, splitsen en berekeningen maken De eerste 1000 rijen met data in de databron worden automatisch onder het canvas in het dataraster weergegeven. Als u tabellen toevoegt, verwijdert of wijzigingen aanbrengt in de joinvoorwaarden, wordt het dataraster bijgewerkt met uw wijzigingen. U kunt ook het volgende doen in het dataraster: - U kunt het datatype of de geografische rol van een kolom wijzigen door op het datatypepictogram te klikken. - U kunt een veld verbergen door op de vervolgkeuzepijl van de kolom te klikken en Verbergen te selecteren. - U kunt een veld een andere naam geven door erop te dubbelklikken. - U kunt een veldnaam opnieuw instellen door op de vervolgkeuzepijl van de kolom te klikken en Naam opnieuw instellen te selecteren. - U kunt velden sorteren in zowel het dataraster als het metadataraster door een sorteeroptie te selecteren in de vervolgkeuzelijst Sorteervelden. - U kunt de rijen sorteren in het dataraster door op de sorteerknop naast de kolomnaam te klikken. - U kunt draaivelden gebruiken om data in een kruistabelindeling om te zetten in een kolomindeling. Dit is alleen beschikbaar voor niet-verouderde verbindingstypen. Zie [Data draaien van kolommen naar rijen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/pivot.htm) voor meer informatie. - U kunt een tekenreeksveld opsplitsen in meerdere velden. Dit is alleen beschikbaar voor niet-verouderde verbindingstypen. Zie [Een veld opsplitsen in meerdere velden](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/split.htm) voor meer informatie. - U kunt nieuwe berekeningen maken op basis van een bestaand veld in de Tableau-databron. Klik op de vervolgkeuzepijl van de kolom en selecteer Berekend veld maken. - U kunt waarden in het raster kopiëren door de waarden te selecteren en vervolgens op Ctrl-C (Command-C op een Mac) te drukken. Als alternatief kunt u waarden in het metadataraster kopiëren door de waarden te selecteren, met de rechtermuisknop te klikken (Control-klik op een Mac) en vervolgens Kopiëren te selecteren. ### De databronstructuur onderzoeken en beheertaken uitvoeren Gebruik het metadatagebied om snel de algemene structuur van de Tableau-databron en de bijbehorende velden te onderzoeken. Als u met een bijzonder grote databron werkt, kunt u het metadatagebied gebruiken om routinematige taken voor databeheer uit te voeren, zoals het verbergen van meerdere velden tegelijk of het snel hernoemen of opnieuw instellen van velden. ### Databronfilters toevoegen Klik bovenaan de databronpagina op Toevoegen om databronfilters toe te voegen om te bepalen welke data in de databron worden opgenomen en zo de zichtbaarheid en het gebruik van de velden in de databron te beperken. ## Best practices ### Bestanden in één directory verzamelen Verzamel alle relevante tekstbestanden voor een verbinding met meerdere tabellen in één directory. Plaats niets anders in die directory. Zo kunnen gebruikers niet per ongeluk een bestand selecteren dat niet geschikt is voor de verbinding. ### Overwegingen met betrekking tot de breedte en grootte van tekstbestandkolommen Als het tekstbestand kolommen bevat die breder zijn dan 254 tekens, kan Tableau deze velden niet gebruiken voor werkmappen die zijn gemaakt vóór Tableau Desktop 8.2 of die gebruikmaken van de oude verbinding. Verwijder de kolommen, pas ze aan zodat ze binnen 254 tekens passen voordat u verbinding maakt in Tableau, of werk de databron voor het tekstbestand bij. Grote tekstbestanden zijn vaak niet geschikt als databron, omdat de query's veel tijd in beslag kunnen nemen. ## Over .ttde- en .hhyper-bestanden Mogelijk ziet u .ttde- of .hhyper-bestanden wanneer u door de directory van uw computer navigeert. Wanneer u een Tableau-databron maakt die verbinding maakt met uw data, maakt Tableau een .ttde- of .hhyper-bestand. Dit bestand, ook wel een schaduwextract genoemd, wordt gebruikt om de snelheid waarmee uw databron in Tableau Desktop wordt geladen, te verbeteren. Hoewel een schaduwextract onderliggende data en andere informatie bevat die vergelijkbaar is met het standaard Tableau-extract, wordt een schaduwextract in een ander formaat opgeslagen en kan het niet worden gebruikt om uw data te herstellen. **Opmerking**: .tde-bestanden worden niet langer ondersteund voor Tableau-versies na 2024.2. Alle extracten zijn nu in .hyper-indeling. ## Zie ook - [Databronnen instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_prepare.htm): voeg meer data toe aan deze databron of bereid uw data voor voordat u deze analyseert. - [Diagrammen maken en data analyseren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/design_and_analyze.htm): Begin met uw data-analyse. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tijdelijke oplossingen voor de functie FORMAT() in Tableau Tableau heeft geen FORMAT()-functie voor het opmaken van velden, maar biedt wel verschillende manieren om de structuur en het uiterlijk van velden in een werkmap te wijzigen: - Geografische velden, zie [Geografische rollen toewijzen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm). - Datum of getalvelden, zie [De standaardgetalopmaak instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_fieldproperties.htm#DefFormat). - Aangepaste datumnotaties, zie [Aangepaste datumopmaak](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dates_custom_date_formats.htm). - Symbolen en conventies die u kunt gebruiken om veldopmaak op te geven, zie [Syntaxis van letterlijke expressies](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_operators.htm#literals). - Getallen en null-waarden, zie [Getallen en null-waarden opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_specific_numbers.htm). Tableau biedt ook een reeks tekenreeksfuncties waarmee u het uiterlijk van tekenreeksvelden in een weergave kunt aanpassen. Zie [Tekenreeksfuncties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_string.htm). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tips voor het maken van berekeningen U kent de soorten berekeningen en weet wanneer u ze moet gebruiken, maar weet u ook hoe u de formule voor de berekeningen moet maken? Dat kan best lastig zijn. Er is geen gemakkelijke manier om precies te weten hoe u de perfecte formule kunt formuleren. Daar is oefening en onderzoek voor nodig. Hier volgen echter enkele manieren waarop u kunt beginnen met leren: **Weet wat uw vraag of doel is** Als u weet welk type data u nodig hebt, is het gemakkelijker de juiste functie te kiezen en deze op de juiste manier op maken. Als u bijvoorbeeld de winst voor een bestelling wilt weergeven, kunt u een formule maken die er ongeveer als volgt uitziet: SUM (Verkoop) - SOM (Kosten). **De Tableau-functies leren kennen** Er zijn veel verschillende functies beschikbaar in Tableau. Elk type dient een ander doel. Zie [Functies in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions.htm)voor meer informatie. **Leren hoe u berekeningen opmaakt** Als u eenmaal vertrouwd bent met de verschillende typen functies in Tableau en hun doel, is het tijd om te leren hoe u berekeningen kunt opmaken met de juiste syntaxis. Zie [Berekeningen opstellen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_operators.htm) voor meer informatie. **Leren van andere voorbeelden** Het goede voorbeeld volgen is een goede manier om te leren. Probeer een lijst op te stellen met gebruikelijke berekeningen die u in uw dagelijkse analyses kunt gebruiken. Er staan verschillende bronnen tot uw beschikking - [Tableau Blog: Top 10 Tableau-tabelberekeningen (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/top-10-tableau-table-calculations) - [Tableau Blog: Top 15 LOD-expressies (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/LOD-expressions) - [Tableau Blog: Tijd besparen en consistent werken met een sjabloon van berekende velden (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2017/2/save-time-and-stay-consistent-template-workbook-calculated-fields-66016) **Lukt het nog steeds niet?** [Vraag de Tableau Community om hulp](https://community.tableau.com/community/forums/content?filterID=contentstatus%5Bpublished%5D~category%5Bcalculations%5D). ### Ook in deze serie: [De basisprincipes van berekeningen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_understand.htm) [Berekeningstypen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_understand_types.htm) [Het juiste berekeningstype kiezen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_understand_which.htm) ### Meer informatie over berekeningen: [Aan de slag met berekeningen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_create.htm) [Een eenvoudig berekend veld maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_formulas.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tips voor het werken met uw data Data kunnen op verschillende manieren worden georganiseerd. Om te profiteren van Tableau Desktop raadt Tableau aan dat u verbinding maakt met data die zijn opgemaakt voor analyse. Concreet gaat het om data die: - zo gedetailleerd mogelijk in plaats van geaggregeerd zijn (zoals dagelijkse weerdata in plaats van maandelijkse gemiddelden) - georganiseerd zijn als databasetabel (in plaats van een op kolommen georiënteerde tabel zoals een kruistabel) - ontdaan zijn van externe informatie (alles dat niet de data en de kopteksten ervan betreft) Wanneer data zijn gestructureerd voor analyse, is het veel gemakkelijker om vragen te stellen en te beantwoorden. Tableau kan ruwe data aggregeren tot het gewenste niveau, in plaats van te beperken tot de aggregaties die al in de data aanwezig zijn. Indien nodig kunnen groepen en hiërarchieën worden gemaakt, en berekeningen kunnen tijdens de analysestroom worden uitgevoerd. Tableau Desktop omvat basisopties voor opschonen en de Data-interpreter. Voor complexere opmaakproblemen kan Tableau Prep nodig zijn. In de volgende secties over Tableau Desktop worden enkele veelvoorkomende indelingen of problemen behandeld die het analyseren van uw data lastig kunnen maken. Ook worden suggesties geboden voor het oplossen ervan. ## Data draaien in kruistabelindeling Wanneer data in kruistabelindeling zijn opgemaakt, is de tabel op kolommen georiënteerd. In een op kolommen georiënteerde tabel worden de variabelen opgeslagen als kolomkoppen. Tableau Desktop is echter geoptimaliseerd voor op rijen georiënteerde data. In een op rijen georiënteerde tabel worden de variabelen opgeslagen in de rijwaarden. Stel dat u bijvoorbeeld een op kolommen georiënteerde tabel hebt, waarin de scores voor wiskunde, natuurkunde en geschiedenis voor leerlingen worden weergegeven. ![Kruistabel met het leerlingnummer, het geslacht, de schoolregio en drie vakken (wiskunde, natuurkunde en geschiedenis) van drie leerlingen. De kolommen met vakken zijn gemarkeerd met een lichtoranje highlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/excel_tips_crosstab.png) Tableau Desktop is geoptimaliseerd om verbinding te maken met op rijen georiënteerde tabellen. Hierbij zijn waarden voor wiskunde, natuurkunde en geschiedenis geordend onder een kolom met de naam 'Vak'. De scores voor elke leerling zijn geordend onder een kolom met de naam 'Score'. U kunt de kolommen in de rijen draaien door uw Excel-data handmatig te bewerken. U kunt ook verbinding maken met uw Excel-data vanaf Desktop en vervolgens de optie voor draaien gebruiken. Zie [Data draaien van kolommen naar rijen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/pivot.htm) voor meer informatie over draaien. ![Voorbeeld van een draaitabel met kruistabelindeling waarin het leerlingnummer, het geslacht, de schoolregio, het vak en het cijfer worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/excel_tips_crosstab_pivot.png) ## Vooraf geaggregeerde data verwijderen Data kunnen vaak vooraf worden geaggregeerd. Dat wil zeggen dat data sommen, gemiddelden, medianen, enz., kan bevatten. Een veelvoorkomend voorbeeld van vooraf geaggregeerde data is de vorm van sub- en eindtotalen. Data over sub- en eindtotalen worden berekend op basis van de ruwe data, maar maken geen deel uit van de ruwe data zelf. Stel dat u een tabel hebt die een rij met subtotalen bevat. ![Kruistabel met het leerlingnummer, het geslacht, de schoolregio en drie vakken (wiskunde, natuurkunde en geschiedenis) van vijf leerlingen. Onderaan de tabel staat een rij met subtotalen gemarkeerd met een lichtoranje highlight. Hierin staat de som van de cijfers van de leerlingen voor elk vak.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/excel_tips_preagg.png) In dit geval moeten vooraf geaggregeerde data worden verwijderd. Als u sub- en eindtotalen in uw analyse wilt gebruiken, verwijdert u dit soort informatie handmatig uit uw tabel. Maak vervolgens verbinding met uw Excel-data vanaf Desktop en bereken subtotalen en totalen met behulp van de optie voor totalen. Zie [Totalen weergeven in een visualisatie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_totals_grandtotal_turnon.htm) voor meer informatie. U kunt ook verbinding maken met uw Excel-data vanuit Desktop door Data-interpreter in te schakelen en vervolgens de optie Totalen te gebruiken. Zie [Data uit Excel, CSV, PDF en Google Spreadsheets opschonen met Data-interpreter](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_interpreter.htm) voor meer informatie. ![Kruistabel met het leerlingnummer, het geslacht, de schoolregio en drie vakken (wiskunde, natuurkunde en geschiedenis) van vijf leerlingen. Onderaan de tabel staat een rij met subtotalen gemarkeerd met een lichtoranje highlight. Deze verwijzen naar de som van de cijfers van de leerlingen voor elk vak. Ook is de rij met een rood kruis gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/excel_tips_preagg_remove.png) ## Inleidende tekst verwijderen of uitsluiten Excel-data die als rapport wordt aangeleverd, kunnen titels of blokken met inleidende tekst bevatten. Omdat Desktop kolomkoppen of rijwaarden in de eerste rij van een tabel verwacht, kan deze informatie problemen veroorzaken tijdens uw analyse. Stel dat u een tabel hebt die de titel en datum van een rapport bevat. ![Voorbeeld van een kruistabel met details met een lichtoranje highlight in de bovenhoek en de tekst 'Excel-rapport, januari 2017'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/excel_tips_introstuff.png) In dit geval moeten de titel- en datuminformatie worden verwijderd. Als u een titel en datum voor een rapport wilt gebruiken, voert u een van de volgende handelingen uit: - Verwijder deze informatie handmatig uit uw Excel-data. Maak vervolgens verbinding met uw Excel-data vanuit Desktop en voeg een rapporttitel toe met behulp van de optie voor titels. Zie [Afzonderlijke onderdelen van de weergave opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_specific_titlecaption.htm) voor meer informatie. - Verbind uw Excel-data vanuit Desktop, schakel Data-interpreter in en gebruik vervolgens de optie Totalen. Zie [Data uit Excel, CSV, PDF en Google Spreadsheets opschonen met Data-interpreter](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_interpreter.htm) voor meer informatie. - Als u deze informatie niet uit uw Excel-data kunt verwijderen, maakt u een benoemd bereik en maakt u verbinding met het benoemde bereik vanuit Desktop. Zie [Excel](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/examples_excel.htm) voor meer informatie. ![Voorbeeld van een kruistabel waarin overbodige details in de bovenhoek rood zijn doorgestreept. De details bevatten de tekst: "Excel-rapport, januari 2017".](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/excel_tips_introstuff_remove.png) ## Hiërarchische kopteksten afvlakken tot één rij Over het algemeen verwacht Tableau Desktop dat alleen de eerste rij in uw Excel-data kolomkoppen bevat. Data die meerdere lagen met kolomkoppen bevat, kan problemen veroorzaken tijdens uw analyse. Stel dat u een tabel hebt die één hoofdkop en meerdere subkoppen bevat. ![Kruistabel met het leerlingnummer, het geslacht, de schoolregio en drie vakken (wiskunde, natuurkunde en geschiedenis) van vier leerlingen. Bovenaan de tabel ziet u de koptekst 'Californië', gemarkeerd met een lichtoranje highlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/excel_tips_hierheaders.png) In dit geval moet de hiërarchie van kopteksten worden afgevlakt of verwijderd. Hiervoor kunt u handmatig een nieuwe kolom maken voor elke koptekst in de hiërarchie, rechtstreeks in uw Excel-data. U kunt ook verbinding maken met uw Excel-data vanuit Tableau Desktop en vervolgens Data-interpreter inschakelen. Controleer of uw kopteksten correct zijn afgevlakt. Zie [Data uit Excel, CSV, PDF en Google Spreadsheets opschonen met Data-interpreter](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_interpreter.htm) voor meer informatie over Data-interpreter. ![Kruistabel met leerlingnummers, staat, geslacht, school en proefwerkcijfers. De kolom Staat heeft een lichtgroene highlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/excel_tips_hierheaders_flat.png) ### Ervoor zorgen dat er geen lege cellen zijn Als u nieuwe kolommen voor uw hiërarchische kopteksten maakt, zorg er dan voor dat elke cel in de nieuwe kolommen waarden bevat. ![Voorbeeld van een draaitabel met kruistabelindeling waarin het leerlingnummer, het geslacht, de schoolregio, het vak en het cijfer worden weergegeven. De kolom Staat heeft een lichtoranje highlight en er staat alleen maar tekst in acht van de in totaal tien rijen in de kolom.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/excel_tips_blankcells.png) Hoewel u dezelfde waarde voor elke rij kunt herhalen, is het belangrijk dat elke rij de data bevat die deze koppelen aan de data die is opgeslagen in de hiërarchische koptekst. U dient lege cellen handmatig uit uw Excel-data te verwijderen. ![Voorbeeld van een draaitabel met kruistabelindeling waarin het leerlingnummer, het geslacht, de schoolregio, het vak en het cijfer worden weergegeven. De kolom Staat heeft een lichtgroene highlight en is ingevuld in elk van de tien rijen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/excel_tips_blankcells_none.png) ## Lege rijen verwijderen Zorg dat er geen lege rijen in uw data voorkomen. Om lege rijen te corrigeren, moet u de lege rijen uit uw Excel-data verwijderen. ![Voorbeeld van een draaitabel met kruistabelindeling waarin het leerlingnummer, het geslacht, de schoolregio, het vak en het cijfer worden weergegeven. Er zijn twee lege rijen, gemarkeerd met een lichtoranje highlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/excel_tips_blankrows.png) ## Ontbrekende kopteksten toevoegen Zorg dat er geen kolomkoppen ontbreken. Om ontbrekende kopteksten te corrigeren, moet u de ontbrekende kopteksten handmatig rechtstreeks aan uw Excel-data toevoegen. ![Voorbeeld van een draaitabel met kruistabelindeling waarin het leerlingnummer, het geslacht, de schoolregio, het vak en het cijfer worden weergegeven. Er zijn twee lege kolomkoppen, gemarkeerd met een lichtoranje highlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/excel_tips_blankheaders.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Tips voor werken met berekende velden in Tableau Dit artikel bevat enkele tips voor het werken in de editor berekeningen om u te helpen efficiënter berekende velden te maken en bewerken in Tableau. **Opmerking**: de gif's in dit onderwerp verwijzen naar een oudere versie van de gebruikersinterface. In het deelvenster **Data** worden Dimensies en Maateenheden niet meer weergegeven. ## Velden naar de editor berekeningen slepen en daar neerzetten Wanneer u velden maakt in de editor berekeningen, kunt u op elk gewenst moment bestaande velden uit het deelvenster Data naar de editor slepen. ![Een berekend veld maken in Tableau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_tips1.gif) ## Formules van de editor berekeningen naar het deelvenster Data slepen en daar neerzetten Wanneer u een berekening in de editor berekeningen typt, kunt u de formule geheel of gedeeltelijk highlighten en naar het deelvenster Data slepen om een nieuw berekend veld te maken. Vervolgens kunt u de naam van het veld wijzigen door een naam te typen. Zie [Ad-hocberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_adhoc.htm) voor meer informatie. ![Een berekend veld maken in Tableau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_tips2.gif) ## De functiewijzer gebruiken in de editor berekeningen Wanneer u een berekening in de editor berekeningen typt, kunt u de functiewijzer gebruiken om door alle functies te bladeren die beschikbaar zijn in Tableau. **De functiewijzer openen:** Klik in de editor berekeningen op het driehoekje aan de rechterkant van de editor. ![Maak een berekend veld met operatoren in Tableau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_tips7.gif) Een functie uit de functiewijzer toevoegen aan een formule: Dubbelklik op een functie in de functiewijzer. ![Maak een berekend veld met operatoren in Tableau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_tips3.gif) ## Automatisch aanvullen van formules benutten Terwijl u een formule in de editor berekeningen typt, stelt Tableau opties voor om de items in uw formule aan te vullen. Tableau stelt functies, velden in uw databron, parameters, sets en bins voor die beginnen met de tekenreeks die u typt of deze tekenreeks bevatten. De lijst met suggesties wordt bijgewerkt terwijl u typt. Een item door middel van automatisch aanvullen toevoegen aan een formule: Druk op Enter op uw toetsenbord om de suggestie met de highlight te selecteren. Met de pijl-omhoog en -omlaag op uw toetsenbord kunt u door items in de lijst met automatische aanvullingen bladeren. ![Maak een berekend veld met operatoren in Tableau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_tips4.gif) ## Tabelberekeningen naar de editor berekeningen slepen om ze te bewerken Wanneer u een tabelberekening maakt, kunt u deze naar de editor berekeningen slepen om de formule te controleren of er wijzigingen in aan te brengen. **Een tabelberekening bewerken in de editor berekeningen:** 1. Selecteer in het menu **Analyse** de optie **Berekend veld maken...** 2. Sleep de tabelberekening vanuit het werkblad naar de editor berekeningen. 3. Klik op OK als u klaar bent. ![Een berekend veld maken in Tableau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_tips5.gif) ## Het formaat van tekst wijzigen in de editor berekeningen U kunt de grootte van de tekst in de editor berekeningen aanpassen terwijl u berekeningen maakt of bewerkt. **Tekst groter maken in de editor berekeningen** Druk op `CTRL` en `+` op uw toetsenbord (`Command +` op een Mac) **Tekst kleiner maken in de editor berekeningen** Druk op `CTRL` en `-` op uw toetsenbord (`Command -` op een Mac) **Opmerking**: de tekstgrootte blijft gehandhaafd totdat u de editor sluit. De volgende keer dat u de editor opent, heeft de tekst de standaardgrootte. ## Zien in welke bladen een berekend veld wordt gebruikt Terwijl u een berekend veld bewerkt, kunt u op **Getroffen bladen** klikken om te zien in welke andere bladen het veld wordt gebruikt. Deze bladen worden ook bijgewerkt wanneer u uw wijzigingen vastlegt. ![De winstberekening wordt weergegeven met een waarschuwing dat wijzigingen in de berekening gevolgen kunnen hebben voor blad 2 en 4.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_tips6.png) ## Nummers en datums opmaken > [!TIP] > > soms hoeft u geen berekening uit te voeren en wilt u gewoon de opmaak aanpassen. Het kan voorkomen dat een getal- of datumwaarde correct is, maar de opmaak niet aan uw wensen voldoet. Denk bijvoorbeeld aan een datum die wordt weergegeven als 2027/02/02 in plaats van als 27 februari. Er is geen datumberekening nodig om dat te corrigeren. [Maak de datum gewoon op](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dates_custom_date_formats.htm) tot deze aan uw wensen voldoet. Ook de resultaten van de functie `ROUND()` worden soms vreemd weergegeven vanwege details van de databron. [Stel de nummeropmaak in](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/formatting_specific_numbers.htm) om het aantal decimalen op te geven en zo te bepalen hoe de resultaten worden weergegeven. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Toegang autoriseren tot data die worden gepubliceerd naar Tableau Cloud De informatie in dit onderwerp is op u van toepassing als u werkmappen of databronnen publiceert naar Tableau Cloud die liveverbindingen met clouddata bevatten, bijvoorbeeld Amazon, Google, Salesforce.com. Als veiligheidsmaatregel kunnen cloudgebaseerde dataproviders u vragen om geautoriseerde IP-adressen voor externe toepassingen die toegang vragen tot uw data. Een verzoek van een IP-adres dat niet expliciet is goedgekeurd, kan worden afgewezen. Om te zorgen dat de liveverbindingen die u naar Tableau Cloud publiceert, niet worden onderbroken, voegt u Tableau Cloud toe aan de toelatingslijst van uw dataprovider. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de [Hyperforce](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=000388902&type=1) IP-adressen die Tableau Cloud gebruikt op basis van de pod waarop uw site zich bevindt. De pod staat in de URL die wordt weergegeven nadat u zich hebt aangemeld bij Tableau Cloud. In de onderstaande tabel staan de IP-adressen van elke pod. Ook worden de Hyperforce VPCE-ID's weergegeven die u kunt gebruiken wanneer uw Tableau Cloud-data zich in dezelfde regio bevinden als uw Tableau Cloud-instantie. De pod staat in de URL die wordt weergegeven nadat u zich hebt aangemeld bij Tableau Cloud. **Opmerkingen:** - Naast het inschakelen van communicatie via het IP-bereik van Tableau Cloud, moet u mogelijk ook toegang inschakelen via de juiste databasepoort (bijvoorbeeld 80 of 443), afhankelijk van het communicatietype (HTTP of HTTPS). - IP-adressen worden toegewezen aan en beheerd door Salesforce - De IP-adresbereiken worden weergegeven in de CIDR-notatie (Classless Inter-Domain Routing). ### IP-adressen voor Tableau Cloud Er worden regelmatig Hyperforce IP-adressen toegevoegd. Hiervoor moet de witte lijst met toegestane adressen van uw dataprovider worden bijgewerkt. Sitebeheerders ontvangen een e-mailmelding wanneer er nieuwe IP-adressen beschikbaar komen. U kunt op de hoogte blijven van nieuwe IP-adressen via _een_ of _beid_e van de volgende opties: - **Optie 1: controleer regelmatig de onderstaande tabel met IP-adressen:** minimaal 30 dagen voordat de IP-adressen worden ingeschakeld, wordt de onderstaande tabel met IP-adressen bijgewerkt. - **Optie 2: automatiseer het bijwerken van IP-adressen met behulp van het JSON-tekstbestand:** Salesforce raadt aan om de toelatingslijst van uw dataprovider altijd te laten overeenkomen met het [https://ip-ranges.salesforce.com/ip-ranges.json](https://ip-ranges.salesforce.com/ip-ranges.json)\-tekstbestand door IP-adressen automatisch te laten bijwerken. Nieuwe IP-adressen worden ten minste 30 dagen voordat ze worden ingeschakeld aan het tekstbestand toegevoegd. In het tekstbestand wordt het IP-adres voor uw pod weergegeven op basis van de Hyperforce-regio waarin uw pod zich bevindt. Om de Hyperforce-regio te bepalen, verwijzen wij u naar 'Pod' en de bijbehorende kolommen 'Hyperforce-regio' in de onderstaande tabel. Als uw podnaam bijvoorbeeld 'prod-ca-a' is, is 'ca-central-1' uw Hyperforce-regio. Zoek in het [https://ip-ranges.salesforce.com/ip-ranges.json](https://ip-ranges.salesforce.com/ip-ranges.json)\-tekstbestand naar 'ca-central-1' voor het juiste IP-adres om op te nemen in de toelatingslijst van uw dataprovider. **Opmerkingen:** - Wanneer er nieuwe IP-adressen beschikbaar komen, wordt het vorige tekstbestand vervangen door een nieuwe versie van het tekstbestand waarin zowel de nieuwe als de bestaande IP-adressen staan. - De versie van het tekstbestand wordt aangegeven door “createDate” (in UTC). - Salesforce raadt aan een kopie te maken van de vorige versie van het tekstbestand voor uw administratie. - Niet alle regio's krijgen tegelijkertijd nieuwe IP-adressen. #### IP-adressen
LocatieHyperforce-regioPod (Podnaam)IP-adres en -bereik na migratie naar Hyperforce

(U kunt ook zoeken naar de Hyperforce-regio in https://ip-ranges.salesforce.com/ip-ranges.json)

Azië-Pacific

Australië

ap-southeast-2

prod-apsoutheast-a

141.163.192.0/23

Indiaap-south-2prod-in-a141.163.216.0/24

Indonesië

ap-southeast-3

prod-apsoutheast-c

141.163.212.0/24

Japan

ap-northeast-1

prod-apnortheast-a

141.163.208.0/23

Singapore

ap-southeast-1

prod-apsoutheast-b

141.163.196.0/23

Zuid-Koreaap-northeast-2prod-kr-a141.163.200.0/23
Canada

Quebec

ca-central-1

prod-ca-a

155.226.152.0/23

EuropaDuitslandeu-central-1

dub01 (DUB01)

145.224.208.0/23

eu-west-1a (EW1A)

Zwitserlandeu-central-2prod-ch-a145.224.198.0/24
VK

eu-west-2

prod-uk-a

145.224.200.0/23

Verenigde Staten - WestOregonus-west-2

10ax (10AX)

155.226.128.0/21

10ay (10AY)

10az (10AZ)

uw2b (UW2B)

prod-uswest-c

Verenigde Staten - OostVirginiaus-east-1

prod-useast-a

155.226.144.0/22

prod-useast-b

us-east-1 (useast-1)

prod-useast-c

#### Over de Hyperforce-migratie Tussen augustus 2024 en maart 2025 zijn Tableau Cloud-sites gemigreerd naar [Hyperforce](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=000388902&type=1) van Salesforce. Deze stap maakt een bredere naleving mogelijk, verbetert de beveiliging en privacy, vergroot de regionale beschikbaarheid en zorgt voor toekomstige schaalbaarheid, waarbij deze voordelen wereldwijd ook nog eens sneller en betrouwbaarder worden geleverd. **Vorige IP-adressen** De migratie naar Hyperforce resulteerde in een wijziging van de IP-adressen van Tableau Cloud. De oude IP-adressen worden hieronder ter referentie verstrekt en om u te helpen bij het identificeren en verwijderen van inactieve IP-adressen uit de toelatingslijst van uw dataprovider. In de [bovenstaande tabel](#new_ip_addresses) vindt u de actieve IP-adressen. IP-adressen vóór migratie naar Hyperforce
LocatieHyperforce-regioPod (Podnaam)IP-adres vóór migratie naar Hyperforce
Azië-Pacific

Australië

ap-southeast-2

prod-apsoutheast-a

3.25.37.32/28

Japan

ap-northeast-1

prod-apnortheast-a

18.176.203.96/28

Canada

Quebec

ca-central-1

prod-ca-a

3.98.24.208/28

Europa

Duitsland

Opmerking: Vóór de migratie naar Hyperforce was dit de regio Ierland.

eu-central-1

dub01 (DUB01)

34.246.74.86

52215158213

eu-west-1a (EW1A)

34.246.62.141

34.246.62.203

VK

eu-west-2

prod-uk-a

18.134.84.240/28

Verenigde Staten - WestOregonus-west-2

10ax (10AX)

34208207197

52.39.159.250

10ay (10AY)

34218129202

52.40.235.24

10az (10AZ)

34.218.83.207

52.37.252.60

us-west-2b (UW2B)

34.214.85.34

34.214.85.244

Verenigde Staten - OostVirginiaus-east-1

prod-useast-a

3.219.176.16/28

prod-useast-b

3.219.176.16/28

us-east-1 (useast-1)

50.17.26.34

52206162101

### VPCE-ID's voor Tableau Cloud Na de migratie naar Hyperforce gelden er een aantal nieuwe vereisten voor het openen van Tableau Cloud-data die zijn opgeslagen in een Amazon S3-bucket. Wanneer de data zich _in dezelfde regio_ bevinden als uw Tableau Cloud-instantie: - U _moet_ een VPC-eindpunt (VPCE) gebruiken in plaats van IP-bronadressen om de toegang tot uw S3-data te beheren. VPC-eindpunten zijn privéverbindingen tussen een virtuele privécloud (VPC) en een resource (uw data in S3). Het gebruik van een eindpunt is een betere oplossing omdat een IP-adres in de loop van de tijd kan veranderen. Als de S3-bucket zich _in een andere regio_ bevindt dan de Tableau Cloud-site: - U moet de IP-adressen gebruiken om de toegang tot de S3-bucket te beheren. Dit geldt zowel voor de S3-connector als voor de Snowflake-connector wanneer de Snowflake-instantie zich op AWS in dezelfde regio bevindt als de Pod en [interne-opslagbeveiliging is ingeschakeld](https://docs.snowflake.com/en/user-guide/network-policies#protecting-internal-stages-on-aws "link naar Snowflake-documentatie over het beschermen van interne opslag op AWS") in de Snowflake-instantie. #### IP-adressen en VPCE-ID's
LocatieHyperforce-regioPod (Podnaam)IP-adres en -bereik/VPCE-ID
Azië-Pacific

Australië

ap-southeast-2

prod-apsoutheast-a

141.163.192.0/23

vpce-071ca855ea8cc1154

Indiaap-south-2prod-in-a

141.163.216.0/24

vpce-02e14aeeeccOa2eef

Indonesië

ap-southeast-3

prod-apsoutheast-c

141.163.212.0/24

vpce-05825e2ebed977018

Japan

ap-northeast-1

prod-apnortheast-a

141.163.208.0/23

vpce-045516807606e4738

Singapore

ap-southeast-1

prod-apsoutheast-b

141.163.196.0/23

vpce-0c47ba2622417575b

Zuid-Koreaap-northeast-2prod-kr-a

141.163.200.0/23

vpce-053ebbbe86f5411ca

Canada

Quebec

ca-central-1

prod-ca-a

155.226.152.0/23

vpce-0fd4bd6f2f928fcf7

EuropaDuitslandeu-central-1

dub01 (DUB01)

145.224.208.0/23

vpce-091ff41bc3686e6e8

eu-west-1a (EW1A)

Zwitserlandeu-central-2prod-ch-a

145.224.198.0/24

vpce-0fbf9d552ffbb6be2

VK

eu-west-2

prod-uk-a

145.224.200.0/23

vpce-0101caa470966f49d

Verenigde Staten - WestOregonus-west-2

10ax (10AX)

155.226.128.0/21

vpce-090a7c76e361d5013

10ay (10AY)

10az (10AZ)

uw2b (UW2B)

prod-uswest-c

Verenigde Staten - OostVirginiaus-east-1

prod-useast-a

155.226.144.0/22

vpce-0ea40e596e16259d1

prod-useast-b

us-east-1 (useast-1)

prod-useast-c

## Tableau Bridge-verbindingen met Tableau Cloud Om verbindingen tussen on-premises data en Tableau Cloud te vergemakkelijken, gebruikt Tableau Bridge de gemeenschappelijke poort 443 voor uitgaande verzoeken naar Tableau Cloud. Zie de sectie [Netwerktoegang](https://help.tableau.com/current/online/nl-NL/to_bridge_install.htm#network-access) in het onderwerp Tableau Bridge installeren voor meer informatie. ## Zie ook [Data actueel houden](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_keep_data_fresh.htm) (Tableau Cloud Help) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Toegang tot Data uitleggen beheren Uw toegang tot Data uitleggen is afhankelijk van uw siterol en inhoudsmachtigingen. Data uitleggen is altijd beschikbaar voor auteurs in Tableau Desktop. Auteurs met de juiste machtigingen kunnen Data uitleggen in de bewerkingsmodus uitvoeren in Tableau Cloud en Tableau Server. Auteurs kunnen ook beheren of Data uitleggen beschikbaar is in de weergavemodus in gepubliceerde werkmappen en welke typen uitleg worden weergegeven. Houd er rekening mee dat Data uitleggen waarden uit dimensies en meetwaarden in de databron kan weergeven die niet in de weergave worden weergegeven. Als auteur moet u Data uitleggen uitvoeren en de resulterende uitleg testen om er zeker van te zijn dat er geen gevoelige data wordt blootgesteld in uw gepubliceerde werkmappen. ## Wie heeft toegang tot Data uitleggen? Data uitleggen is standaard ingeschakeld op siteniveau. Serverbeheerders (Tableau Server) en sitebeheerders (Tableau Cloud) kunnen bepalen of Data uitleggen beschikbaar is voor een site. Zie [Data uitleggen voor een site in- of uitschakelen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_enable.htm) voor meer informatie.
ModusWie heeft toegang?

Weergavemodus

Viewers, Explorers en Creators in Tableau die de machtiging Data uitleggen uitvoeren hebben, kunnen uitleg van Data uitleggen in de weergavemodus uitvoeren en bekijken.

Bewerkingsmodus

 

Creators in Tableau kunnen Data uitleggen uitvoeren bij het bewerken van een weergave in Tableau Desktop, Tableau Cloud of Tableau Server. Explorers die de machtiging Data uitleggen uitvoeren en bewerkingsmachtigingen hebben, kunnen Data uitleggen uitvoeren bij het bewerken van een werkmap in Tableau Cloud of Tableau Server.

Creators en Explorers met bewerkingsmachtigingen kunnen nieuwe werkbladen openen voor verdere analyse.

Ze kunnen ook Data-instellingen uitleggen gebruiken om te bepalen wie Data uitleggen mag gebruiken en wat ze mogen zien.

## Beheren wie Data uitleggen mag gebruiken en wat ze mogen zien Er moet een combinatie van instellingen worden ingeschakeld om Data uitleggen beschikbaar te maken in de bewerkingsmodus en de weergavemodus in Tableau Cloud en Tableau Server. ### Bewerkingsmodus Vereisten voor auteurs om Data uitleggen uit te voeren of de instellingen voor Data uitleggen te bewerken in de bewerkingsmodus: - Site-instelling: Beschikbaarheid van Data uitleggen ingesteld op Inschakelen. Standaard ingeschakeld. - Siterol: Creator, Explorer (kan publiceren) - Machtigingen: Data uitleggen uitvoeren ingesteld op Toegestaan. Standaard niet gespecificeerd. Als u een werkmap opent (Tableau-versie 2022.1 of lager) die deze machtiging gebruikte in Tableau-versie 2022.2 of hoger, moet u de mogelijkheid Data uitleggen uitvoeren opnieuw instellen op Toegestaan. **Opmerking:** de mogelijkheid Volledige data downloaden voor een Creator of Explorer (kan publiceren) bepaalt of ze de optie Volledige data weergeven zien in de uitleg voor Extreme waarden. Viewers krijgen nooit de mogelijkheid Volledige data downloaden. Alle gebruikers kunnen echter details op recordniveau zien wanneer het type uitleg Extreme waarden is ingeschakeld in de instellingen voor Data uitleggen. Creators en Explorers met bewerkingsmachtigingen en de mogelijkheid Data uitleggen uitvoeren, hebben toegang tot **Data-instellingen uitleggen**, waarbij opties worden geboden voor het beheren van het volgende: - De [typen uitleg die worden weergegeven](#ControlExpTypes) in het venster Datagids. - De [velden die zijn opgenomen in of uitgesloten uit](#ControlFields) statistische analyse. Deze opties worden ingesteld voor de volledige werkmap en kunnen alleen worden ingesteld in het dialoogvenster Data-instellingen uitleggen. ### Weergavemodus Vereisten voor alle gebruikers om Data uitleggen in de weergavemodus te kunnen uitvoeren: - Site-instelling: Beschikbaarheid van Data uitleggen ingesteld op Inschakelen. Standaard ingeschakeld. - Siterol: Creator, Explorer of Viewer - Machtigingen: Data uitleggen uitvoeren ingesteld op Toegestaan. Standaard niet gespecificeerd. Als u een werkmap opent (Tableau-versie 2022.1 of lager) die deze machtiging gebruikte in Tableau-versie 2022.2 of hoger, moet u de mogelijkheid Data uitleggen uitvoeren opnieuw instellen op Toegestaan. **Opmerking**: om uitleg over Gedetecteerde uitschieters in de Datagids te kunnen zien, moeten gebruikers van een visualisatie de machtiging Data uitleggen hebben voor de werkmap of weergave. De eigenaar van de werkmap moet de machtigingsinstellingen voor deze werkmap openen in Tableau Server of Tableau Cloud en de machtiging Data uitleggen aan die gebruiker verlenen. ### Het dialoogvenster Data-instellingen uitleggen openen 1. Kies vanuit het menu Analyse Data-instellingen uitleggen. Of klik in het venster Datagids op het instellingenpictogram (rechtsonder). ![Het pictogram Data uitleggen, met instellingen, afgebeeld als een tandwiel.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_settingsbutton.png) ### Typen uitleg opnemen or uitsluiten die door Data uitleggen worden weergegeven Creators en Explorers met bewerkingsmachtigingen kunnen ervoor kiezen om typen uitleg uit te sluiten (of juist op te nemen) die voor alle werkmapgebruikers worden weergegeven. 1. Klik in het dialoogvenster **[Data-instellingen uitleggen](#OpenEXDsettings)** op het tabblad Typen uitleg. ![Een lijst met uitleg over de typen van Data uitleggen, met selectievakjes waarmee u elk type kunt selecteren of deselecteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_explanationtypes.png) 2. Selecteer of wis een type uitleg in de lijst met typen uitleg. 3. Klik op OK. Test de instelling door de gepubliceerde werkmap op te slaan en te sluiten, en vervolgens een weergave van de werkmap te openen in de weergavemodus. Selecteer een markering die doorgaans een uitleg voor Extreme waarden heeft en voer vervolgens Data uitleggen uit om de uitlegresultaten te controleren. ### Velden opnemen of uitsluiten die worden gebruikt voor statistische analyse Creators of Explorers met bewerkingsmachtigingen kunnen ervoor kiezen om velden uit te sluiten (of juist op te nemen) die in aanmerking komen voor analyse. 1. Selecteer in het venster Datagids (rechtsonder) het instellingenpictogram. Of selecteer de knop Bewerken in de [weergave van geanalyseerde velden](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_lm_status.htm#ViewAnalyzed). ![De knop Bewerken in het deelvenster Geanalyseerde velden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_editfields.png) 2. Klik in het dialoogvenster **[Data-instellingen uitleggen](#OpenEXDsettings)** op het tabblad Velden. 3. Klik in de lijst met velden onder Opnemen op de vervolgkeuzepijl en selecteer Automatisch om elke keer dat Data uitleggen voor die werkmap wordt uitgevoerd een in aanmerking komend veld op te nemen. Houd er rekening mee dat velden minder dan 500 unieke waarden mogen bevatten om in de analyse te worden opgenomen. ![Het venster met instellingen van Data uitleggen met een geselecteerde meetwaarde en een uitgevouwen vervolgkeuzemenu waarin u opties ziet voor het opnemen of uitsluiten van het veld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_excludefield.png) Selecteer Nooit opnemen om het veld expliciet uit te sluiten. Selecteer Geen opnemen om een statistische analyse op de data uit te voeren zonder rekening te houden met velden. Selecteer Opnieuw instellen om terug te keren naar de standaardinstellingen. 4. Klik op OK. Test de instelling door de gepubliceerde werkmap op te slaan. Selecteer een markering en voer vervolgens Data uitleggen uit om de uitlegresultaten te controleren. ## Tableau configureren zodat gebruikers uitleg kunnen delen via e-mail en Slack Tableau-beheerders kunnen bepalen of uitleg in de weergavemodus via e-mail of Slack met andere Tableau-gebruikers kan worden gedeeld. Volg deze stappen om meldingen en delen via e-mail en Slack in Tableau Cloud of Tableau Server toe te staan: 1. Klik op Instellingen. 2. Scrol op het tabblad Algemeen naar beneden naar Meldingen beheren. 3. Selecteer voor samenwerking Delen voor Op Tableau, E-mail en Slack. Om een uitleg via Slack te delen, moet de Tableau-app zijn geconfigureerd voor uw Slack-werkruimte. Het delen van uitleg via Slack is standaard ingeschakeld in Tableau Cloud. In Tableau Server moet een beheerder de Tableau-app voor Slack configureren. Zie [Tableau integreren met een Slack-werkruimte](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/slack_admin.htm) voor meer informatie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Toetsenbordtoegankelijkheid voor Tableau op het web ## Interactie met weergaven Gebruikers die een link naar een WCAG-conforme visualisatie in Tableau Cloud of Tableau Server hebben ontvangen, kunnen werken met behulp van algemeen ondersteunde WAI-ARIA-standaarden voor toetsenbordnavigatie. De volgende toetsenbordnavigatie is ook van toepassing op ingesloten weergaven. ### Alle componenten | Handeling | Toetsaanslagen | | --- | --- | | Verplaats de focus naar de volgende navigatiecomponent | Tab | | Verplaats de focus naar de vorige navigatiecomponent | Shift+Tab | | Knopactivering | Spatiebalk of Enter | ### Navigatievenster en werkbalk Als u het navigatievenster en de werkbalk wilt overslaan, selecteert u Overslaan en naar inhoud gaan. | Handeling | Toetsaanslagen | | --- | --- | | Verplaats de focus naar de volgende component in het navigatievenster | Tab | | Verplaats de focus naar het volgende item in de werkbalk | Pijl-rechts | | Verplaats de focus naar het vorige item in de werkbalk | Pijl-links | | Activeer de geselecteerde werkbalkknop | Enter-toets | | Werkbalkknopvenster afsluiten | Esc | | Verplaats de focus tussen componenten in een werkbalkknopvenster | Tab | | Verplaats de focus voor vervolgkeuzemenu's in een werkbalkknopvenster | Pijltoetsen | | Selecteer een nieuw menu-item in vervolgkeuzemenu's | Enter-toets | | Verplaats de focus tussen mensen of groepen in een gebruikersselectievak | Up/Down-toets | | Verwijder toevoegingen in een geselecteerd werkbalkvenster | Delete-toets | ### Werkbalkvenster Aangepaste weergaven | Handeling | Toetsaanslagen | | --- | --- | | Wijzig de naam van de aangepaste weergave | Ctrl+R | | Stel de standaard aangepaste weergave in | Ctrl+D | | Schakel de functie voor zichtbaar maken in of uit | Ctrl+P | | Verwijder de geselecteerde aangepaste weergave | Windows: Delete-toets Mac OS: Fn+Delete-toets | ### Deelvenster Opmerkingen | Handeling | Toetsaanslagen | | --- | --- | | Pas een momentopname van een opmerking toe op de weergave | Enter of spatiebalk | | Verwijder een opmerking | Delete of Backspace-toets | ### Tabbladen in werkblad | Handeling | Toetsaanslagen | | --- | --- | | Verplaats de focus naar het vorige item | Pijl-links/omhoog | | Verplaats de focus naar het volgende item | Pijl-rechts/omlaag | | Ga naar het tabblad met focus | Enter-toets | ### Legenda's
HandelingToetsaanslagen
Verplaats de focus naar het vorige itemPijl-omhoog
Verplaats de focus naar het volgende itemPijl-omlaag
(Enkele kolom) verplaats de focus naar het vorige item, (Meerdere kolommen) verplaats de focus naar linksPijl-links
(Enkele kolom) verplaats de focus naar het volgende item, (Meerdere kolommen) verplaats de focus naar rechtsPijl-rechts
Verplaats de focus naar het eerste itemHome-toets
Verplaats de focus naar het laatste itemEnd-toets
Schakel de itemselectie in of uitSpatiebalk

Schakel highlights in of uit

Opmerking: Dit is het toetsenbordequivalent van Geselecteerde items highlighten.

Enter-toets

Wis alle itemselecties

Opmerking: Om de tekst van legenda-items met meer contrast te bekijken, selecteert u de individuele legenda-items en schakelt u vervolgens de highlight in en uit.

Esc
### Filters | Handeling | Toetsaanslagen | | --- | --- | | Verplaats de focus naar het vorige item | Pijl-links/omhoog | | Verplaats de focus naar het volgende item | Pijl-rechts/omlaag | | Verplaats de focus naar het eerste item | Home-toets | | Verplaats de focus naar het laatste item | End-toets | | Wissen de selectie (selectievakjes in- of uitschakelen, keuzerondjes selecteren/deselecteren) | Spatiebalk | | Pas de wijzigingen toe, indien de knoppen Annuleren of Toepassen beschikbaar zijn | Enter-toets | | Zet de wijzigingen terug naar de standaardinstellingen | Esc | ### Besturingselementen voor filters en zoeken | Handeling | Toetsaanslagen | | --- | --- | | Verplaats de focus van het filteritem naar de besturingselementen voor filters (zoeken, Eén waarde (lijst)/Meerdere waarden (lijst), Eén waarde (vervolgkeuzelijst)/Meerdere waarden (vervolgkeuzelijst), Waarden opnemen/uitsluiten). Druk op de spatiebalk om een knop te selecteren. | Shift+Tab | | Verplaats de focus in het vervolgkeuzemenu | Pijltoetsen | | Kies een menu-item | Enter-toets | | Druk op de zoekknop en voer de zoekterm in | Spatiebalk | | Druk hierop om de zoekinvoer te wissen. Druk nogmaals op Esc om de zoekopdracht te sluiten. | Esc | ### Besturingselementen voor parameters #### Eén waarde (lijst) | Handeling | Toetsaanslagen | | --- | --- | | Verplaats de focus naar het vorige item | Pijl-links/omhoog | | Verplaats de focus naar het volgende item | Pijl-rechts/omlaag | | Leg de selectie vast en werk de parameterwaarde bij | Spatiebalk | #### Eén waarde (vervolgkeuzelijst)
HandelingToetsaanslagen

Vervolgkeuzelijst samengevouwen: verplaats de focus naar het vorige item en bevestig de waarde,

Vervolgkeuzelijst geopend: verplaats de focus naar het vorige item en bevestig de waarde; bevestig de waarde niet

Pijl-omhoog

Vervolgkeuzelijst samengevouwen: verplaats de focus naar het volgende item en leg de waarde vast,

Vervolgkeuzelijst geopend: verplaats de focus naar het volgende item en bevestig de waarde; bevestig de waarde niet

Pijl-omlaag

Vervolgkeuzelijst samengevouwen: open of sluit de domeinlijst,

Vervolgkeuzelijst geopend: bevestig de selectie van het item met de focus

Spatiebalk
Vervolgkeuzelijst geopend: vouw de domeinlijst samen zonder een selectie te makenEsc
#### Schuifregelaar | Handeling | Toetsaanslagen | | --- | --- | | Zie het vorige item in het domein en bevestig dit | Pijl-links/omhoog | | Zie het volgende item in het domein en bevestig dit | Pijl-rechts/omlaag | ### Venster Data weergeven **Opmerking:** de sneltoetsen voor het bekijken van data zijn beschikbaar in Tableau Cloud, Tableau Server en Tableau Desktop.
HandelingToetsaanslagen
Verplaats de focus naar een visualisatie (nl.)Druk in een dashboard of werkmap op Enter

Als de visualisatie in focus is, opent u het venster Data weergeven

Opmerking: De schermlezer die u gebruikt, heeft mogelijk een combinatie van toetsen nodig (Shift, Ctrl, Alt, Cmd) in combinatie met Enter. Zie de documentatie voor uw schermlezer.

Shift+Enter
Verplaats de focus naar een willekeurige cel in het datarasterPijltoetsen
Interactie met cellen in een rasterGebruik de pijltjestoetsen om naar de cel te navigeren. Druk op Enter om de focus op een element in een cel te krijgen. Vervolgens kunt u via het toetsenbord, zoals met Enter of een spatie, met het element communiceren. Druk op Esc om terug te keren naar de navigatiemodus.
Verplaats een kolomBinnen het dataraster gebruikt u de pijltoetsen om de focus naar een cel in de gewenste kolom te verplaatsen. Druk op Enter en gebruik de pijl-omlaag om Naar links verplaatsen of Naar rechts verplaatsen te selecteren en druk vervolgens op Enter.
Sorteer op kolomBinnen het dataraster gebruikt u de pijltoetsen om de focus naar een cel in de gewenste kolom te verplaatsen. Druk op Enter en gebruik de pijl-omlaag om Oplopend sorteren of Aflopend sorteren te selecteren en druk vervolgens op Enter.
Verwijder een kolomBinnen het dataraster gebruikt u de pijltoetsen om de focus naar een cel in de gewenste kolom te verplaatsen. Druk op Enter en gebruik de pijl-omlaag om Verwijderen te selecteren en druk vervolgens op Enter.
Verplaats de focus naar een andere datatabelDruk op de Tab-toets om de focus naar het tabblad Samenvatting te verplaatsen. Gebruik de pijl-omlaag om de focus naar de gewenste datatabel binnen het vensterTabbladen te verplaatsen.
Bewerk het aantal rijenDruk op de Tab-toets om de focus naar het veld voor het aantal rijen te verplaatsen. Typ het gewenste rijnummer en druk vervolgens op Enter.
Geef aliassen weer of verberg zeDruk op de Tab-toets om de focus naar de knop Instellingen te verplaatsen. Druk op Enter om aliassen weer te geven, en druk nogmaals op Enter om aliassen te verbergen.
Voeg velden toe of verwijder veldenDruk op de Tab-toets om de focus naar de knop Velden tonen te verplaatsen. Druk op Enter om een lijst met velden in de databron weer te geven. Gebruik de pijltoetsen om de focus naar elke veldnaam te verplaatsen. Druk op Enter om eventuele ongewenste velden uit het dataraster te verwijderen. Als u weer velden wilt toevoegen aan het dataraster, drukt u op Enter op het gewenste veld om dit opnieuw te selecteren.
Download de data zoals deze worden weergegeven in het venster Data weergevenDruk op de Tab-toets om de focus naar de knop Downloaden te verplaatsen en druk vervolgens op Enter. Er wordt een CSV-bestand met uw aangepaste weergave van de data naar uw browser gedownload.
Sluit het venster Data weergevenWindows: ALT+F4
Mac OS: Cmd+W
Het venster Data weergeven bevat verschillende tabstops waarmee u de getoonde data kunt aanpassen. ![Voorbeeldtabel in het venster Data weergeven met toelichtingen die de volgorde van tabstops tonen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_viewdata_tabstops.png) - **A** - Geselecteerde cel binnen het dataraster - **B** - Deelvenster Tabbladen, uitvouwen/samenvouwen - **C** - Deelvenster Tabbladen, huidige selectie - **D** - Het veld Aantal rijen - **E** - De knop Instellingen - **F** - De knop Velden tonen - **G** - De knop Downloaden ### Visualisatiekoppen
HandelingToetsaanslagen
Verplaats de focus naar een visualisatie (nl.)Druk in een dashboard of werkmap op Enter
Met een visualisatie in focus kunt u naar de kopteksten links, boven, rechts of onder gaanPijltoetsen
Navigeer naar een koptekstEnter-toets

Navigeer binnen een koptekst of geneste koptekst

Pijltoetsen
Schakel de highlight voor een koptekst in/uitSpatiebalk
Sluit de koptekst afEsc
### Voorbeeld: Navigeren door een weergave in Tableau Cloud of Tableau Server Dit voorbeeld laat zien hoe u kunt navigeren en interactief kunt werken met een weergave met behulp van de toetsenbordnavigatie. 1. Druk op de Tab-toets om de focus naar de visualisatie te verplaatsen. **Opmerking:** met de knop Overslaan en naar inhoud gaan kunt u het navigatievenster en de werkbalk overslaan. Als u rechtstreeks naar de weergavepagina wilt gaan, drukt u op Enter om Overslaan en naar inhoud gaan te selecteren. ![De knop Overslaan en naar inhoud gaan](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Skip_to_content.png) **Opmerking:** In een werkmap met meerdere bladtabbladen drukt u op Tab om de focus te verplaatsen naar het deelvenster Tabbladen. Gebruik de pijltoetsen om de focus tussen tabbladen te verplaatsen. Druk vervolgens op Enter of de spatiebalk om een specifiek blad te openen. ![Een blauw kader om een visualisatie geeft aan dat de focus op de visualisatie ligt](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_vizfocus.png) Deze afbeelding toont het visualisatiegebied op een werkblad. Een blauwe kader geeft de focus aan. 2. Navigeer naar filters en legenda's in de weergave door op Tab te drukken. Als u een filterinstelling wilt wijzigen, drukt u op Tab om de focus naar het filter te verplaatsen. Druk vervolgens op de pijltoetsen om tussen items te bladeren. - Druk op de spatiebalk om te schakelen tussen itemselecties. - Voor vervolgkeuzefilters: druk op Enter om filterwijzigingen toe te passen. Druk op Esc om de wijzigingen terug te zetten naar de standaardinstellingen. Als u een legenda-item wilt highlighten, drukt u op Tab om de focus naar de legenda te verplaatsen. Druk vervolgens op de pijltoetsen om tussen items te verplaatsen. - Druk op de spatiebalk om te schakelen tussen itemselecties. **Opmerking:** Om de tekst van legenda-items met meer contrast te bekijken, selecteert u de individuele legenda-items en schakelt u vervolgens de highlight in en uit. - Druk op Enter om de geselecteerde legenda-items in de weergave te highlighten. Druk nogmaals op Enter om de highlight uit te schakelen. - Druk op Esc om alle itemselecties op te heffen. Zie de tabel met toetsaanslagen aan het begin van dit artikel voor de lijst met opties voor legenda's en filters. 3. Om toegang te krijgen tot onderliggende data die door uw schermlezer kunnen worden gelezen, plaatst u de focus in het visualisatiegebied en drukt u vervolgens op Enter. **Opmerking:** Uw schermlezer heeft mogelijk een combinatie van toetsen nodig (Shift, Ctrl, Alt, Cmd) in combinatie met Enter. Zie de documentatie voor uw schermlezer voor meer details. ![Een blauw kader om een visualisatie geeft aan dat de focus op de visualisatie ligt](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_viewfocus.png) Het venster **Data weergeven** wordt geopend in een nieuw browservenster. ![Voorbeeldtabel op het tabblad Samenvatting van het venster Data weergeven](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_viewdata_summary.png) In het venster Data weergeven ligt de focus op de eerste cel van het dataraster. Gebruik de pijltoetsen om de focus naar een willekeurige cel in het dataraster te verplaatsen. Druk, terwijl een cel in focus is, op Enter om het contextmenu te openen. Hier kunt u kolommen verplaatsen, sorteren of verwijderen. ![Voorbeeldtabel op het tabblad Samenvatting van het venster Data weergeven met het contextmenu](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_viewdata_columncontext.png) Druk op de Tab-toets om de focus naar het deelvenster Tabbladen te verplaatsen. Druk op Enter om het deelvenster uit te vouwen of juist of samen te vouwen. Als u de data in de tabel wilt wijzigen, drukt u op Tab om de focus binnen de tabel te verplaatsen naar het deelvenster Tabbladen. Gebruik de pijltoetsen om de focus naar een specifieke datatabel te verplaatsen en druk op Enter. Druk op de Tab-toets om de focus naar het veld voor het aantal rijen te verplaatsen. Als u het aantal rijen wilt bewerken, typt u het gewenste rijnummer en drukt u op Enter. Druk op de Tab-toets om de focus naar de knop Instellingen te verplaatsen. Druk op Enter om aliassen weer te geven, en druk nogmaals op Enter om aliassen te verbergen. Druk op de Tab-toets om de focus naar de knop Velden tonen te verplaatsen. Druk op Enter om een lijst met velden in de databron weer te geven. Gebruik de pijltoetsen om de focus naar elke veldnaam te verplaatsen. Druk op Enter om de selectie van velden in het dataraster te wijzigen. ![Voorbeeldtabel op het tabblad Samenvatting van het venster Data weergeven met het menu Velden tonen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_viewdata_showfields.png) Druk op de Tab-toets om de focus naar de knop Downloaden te verplaatsen. Druk op Enter. Er wordt een CSV-bestand met uw aangepaste data naar uw browser gedownload. **Opmerking:** De webbrowser die u gebruikt, heeft mogelijk een andere toetsencombinatie nodig om de gedownloade bestanden te openen. Zie de documentatie voor uw webbrowser. Druk op ALT+F4 (Windows) of Cmd+W (Mac OS) om het venster Data weergeven te sluiten. 4. Om toegang te krijgen tot de knoppen in de werkbalk, plaatst u de focus op het werkbalkgebied en gebruikt u vervolgens de toets Pijl-rechts om naar de volgende werkbalkknop te gaan. Druk op Enter om de knop Opmerkingen op de werkbalk te activeren. Typ uw opmerking in het veld Opmerking toevoegen. Als u een momentopname wilt toevoegen aan uw opmerking, drukt u op Tab om de focus te verplaatsen naar de knop Momentopname. Druk op Enter om een momentopname toe te voegen. Druk op de Tab-toets om de focus te verplaatsen naar de knop Bericht te verplaatsen. Druk op Enter om de opmerking toe te voegen. Druk op de Tab-toets om door de opties in het knopvenster te bladeren, inclusief om het venster te verlaten. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Totalen weergeven in een visualisatie In dit artikel wordt gedemonstreerd hoe u eindtotalen en subtotalen in een visualisatie kunt weergeven, en hoe u kunt aanpassen hoe deze totalen worden berekend en waar ze in de visualisatie verschijnen. ## Eindtotalen weergeven Eindtotalen weergeven in een visualisatie: 1. Klik op het deelvenster **Analyse**. 2. In het deelvenster **Analyse**, onder Samenvatten, sleept u Totalen naar de optie Eindtotalen van rijen of Eindtotalen van kolommen van het dialoogvenster Totalen toevoegen. ![Sleep kolom- en rijtotalen naar een tekstdiagram in Tableau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/totals1.gif) Eindtotalen van rijen verschijnen automatisch aan de rechterkant van de visualisatie. Eindtotalen van kolommen verschijnen automatisch aan de onderkant aan de visualisatie. Zie [Totalen verplaatsen](#Move) voor informatie over hoe u de plaats waar totalen verschijnen kunt wijzigen. ### Eindtotalen inschakelen: - De weergave moet ten minste één koptekst hebben. Kopteksten worden weergegeven wanneer u een dimensie in de container Kolommen of de container Rijen plaatst. Als kolomkopteksten worden weergegeven, kunt u de eindtotalen voor kolommen berekenen. Als rijkopteksten worden weergegeven, kunt u de eindtotalen voor rijen berekenen. - Meetwaarden moeten worden geaggregeerd. De aggregatie bepaalt de waarden die voor de totalen worden weergegeven. Zie [Eindtotalen en aggregaties](#Agg) voor meer informatie. - Eindtotalen kunnen niet worden toegepast op continue dimensies. U kunt ook totalen weergeven voor grafische weergaven van data. In de onderstaande afbeelding worden alleen kolomtotalen berekend omdat de tabel alleen kolomkopteksten bevat. ![Een staafdiagram dat de winst per regio weergeeft, gesegmenteerd per categorie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_total3.png) ### Opties voor het berekenen van eindtotalen Wanneer u eindtotalen voor het eerst inschakelt, worden de totalen berekend met behulp van gedesaggregeerde data in de onderliggende databron. Kijk eens naar de volgende weergave: ![Een tabel met de verkoopcijfers voor verschillende productcategorieën en subcategorieën en de verzendmethoden ervan, uitgesplitst per regio. De totale omzet van $ 339 is gemarkeerd voor meubels die met de verzendmethode Eerste klas naar alle regio's zijn verzonden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_total6.png) Het gemiddelde dat u rechts van de eerste rij onder Eindtotaal ziet, is 339 $. Maar als u het gemiddelde berekent voor de vier waarden die u in de rij ziet (329 $, 306 $, 390 $, 348 $), is het resultaat 343,25 $, niet 339 $. Het verschil is te wijten aan het feit dat Tableau het gemiddelde neemt van de data in de onderliggende databron. In dit geval zijn er meer dan vier getallen waarvan het gemiddelde wordt genomen, misschien heel veel meer. Het resultaat wordt verkregen door het gemiddelde te nemen van alle waarden met de eigenschappen Verzendmethode = Eerste klas, Categorie = Meubels, ongeacht de regio. Als u totalen wilt zien die overeenkomen met de getallen die u in de weergave ziet, zijn er twee middelingsbewerkingen in Tableau nodig. Eerst moeten waarden voor de afzonderlijke markeringen (of cellen) in de weergave worden afgeleid, bijvoorbeeld door het gemiddelde te nemen van alle waarden met de eigenschappen Verzendmethode = Eerste klas, Categorie = Meubels en Regio = Centraal. Vervolgens moeten de resultaten voor elke regio worden afgeleid, door het gemiddelde van de resultaten voor de afzonderlijke markeringen te nemen. Gelukkig hoeft u geen twee handelingen uit te voeren. Om een resultaat van dit type weer te geven, kiest u in het menu Analyse voor Totalen \> Totaal van alle in gebruik > Gemiddelde. Nu wordt het gemiddelde berekend op basis van de waarden die u ziet, en niet op de gedesaggregeerde data in de databron: ![Een tabel met de verkoopcijfers voor verschillende productcategorieën en subcategorieën en de verzendmethoden ervan, uitgesplitst per regio. De totale omzet van $ 343 is gemarkeerd voor meubels die met de verzendmethode Eerste klas naar alle regio's zijn verzonden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_total4.png) Dit soort totaal wordt soms een tweetrapstotaal genoemd, omdat het gemiddelde dat u in de eindtotalenkolom ziet twee keer wordt geaggregeerd: één keer om de kolom- of rijwaarde te bepalen, en dan nog een keer over de kolommen of rijen heen om het eindtotaal te bepalen. ### Eindtotalen en aggregaties Wanneer u eindtotalen inschakelt, worden de initiële waarden berekend op basis van de huidige aggregatie voor de velden in de weergave. In dit geval zijn de totalen gebaseerd op de onderliggende data in plaats van op de data in de weergave. Als u bijvoorbeeld het totaal van de SUM(Winst) voor meerdere producten wilt bepalen, zal het eindtotaal de som zijn van de winstsommen. Voor aggregaties zoals SUM kunt u eenvoudig het eindtotaal verifiëren, omdat een optelling van een groep sommen nog steeds een optelling is. Houd er echter rekening mee dat uw resultaten onverwacht kunnen zijn als u andere aggregaties gebruikt, vooral aangepaste aggregaties. Zie [Totale aggregatie configureren](#Configure) voor meer details. U kunt elke berekening, zoals een aggregatie of een eindtotaal, verifiëren door de onderliggende, gedesaggregeerde data weer te geven. De volgende tabel geeft een overzicht van de standaardaggregaties en de eindtotalen die standaard worden berekend wanneer Totalen > Totaal van alle in gebruik in het menu Analyse is ingesteld op de standaardwaarde Automatisch. **Opmerking**: Alleen Automatische totalen zijn beschikbaar voor tabelberekeningen en velden van een secundaire databron. Totale aggregatie kan niet worden toegepast op tabelberekeningen of velden van een secundaire databron. Raadpleeg [Eindtotalen met gemengde data weergeven](http://kb.tableau.com/articles/HowTo/showing-grand-totals-with-blended-data?lang=nl-nl) en [Eindtotalen en subtotalen geven niet de verwachte getallen weer bij tabelberekeningen](https://help.salesforce.com/s/articleView?id=001473705&type=1) in de Tableau Knowledgebase voor meer informatie. | Aggregatie | Beschrijving van berekening | | --- | --- | | Som | Toont de som van de waarden die in de rij of kolom worden weergegeven. | | Gemiddeld | Toont het gemiddelde van de waarden die in de rij of kolom worden weergegeven. | | Mediaan | Toont de mediaan voor de waarden die in de rij of kolom worden weergegeven. | | Aantal; Aantal uniek | Toont hoeveel waarden of verschillende waarden worden weergegeven in de rijen en kolommen in de weergave. | | Minimum | Toont de minimale waarde die in de rij of kolom wordt weergegeven. | | Maximum | Toont de maximale waarde die in de rij of kolom wordt weergegeven. | | Percentiel | Toont het gemiddelde percentiel voor alle waarden die in de rij of kolom worden weergegeven. | | Standaardafwijking | Het eindtotaal met standaardafwijking is de standaardafwijking van de waarden die in de rij of kolom worden weergegeven. | | Variantie | Het eindtotaal met variantie, is niet de variantie van de rijen en kolommen waarin ze zich bevinden, maar van de onderliggende data van de rij of kolom. | ## Subtotalen weergeven Subtotalen weergeven in een visualisatie: 1. Klik op het deelvenster **Analyse**. 2. In het deelvenster **Analyse**, onder Samenvatten, sleept u Totalen naar Subtotalen in het dialoogvenster Totalen toevoegen. ![Versleep subtotalen naar een tekstdiagram in Tableau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/totals2.gif) ## Totalen verplaatsen Standaard verschijnen de eindtotalen en subtotalen van rijen aan de rechterkant van de weergave, en de eindtotalen en subtotalen van kolommen aan de onderkant van de weergave. In Tableau Desktop kunt u er ook voor kiezen om de totalen aan de linker- of bovenkant van de weergave weer te geven. #### Rijtotalen naar de linkerkant van de weergave verplaatsen: - Selecteer Analyse \> Totalenen selecteer vervolgens Rijtotalen naar links. #### Kolomtotalen naar de bovenkant van de weergave verplaatsen: - Selecteer Analyse \> Totalenen selecteer vervolgens Kolomtotalen naar boven. ## Totale aggregatie configureren Wanneer totalen in de visualisatie zijn ingeschakeld (eindtotalen, subtotalen of beide), kunt u opgeven hoe totalen moeten worden berekend. U kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om totalen te berekenen met behulp van een som, gemiddelde, minimum of maximum. #### Alle totalen configureren: - Selecteer Analyse \> Totalen \> Totaal van alle in gebruik en selecteer vervolgens een aggregatie in de lijst. #### Totalen voor een specifiek veld configureren: - Klik met de rechtermuisknop (Control-klik op een Mac) op een veld in de weergave, selecteer Totaal met gebruik van en selecteer vervolgens een aggregatie in de lijst. Wanneer u Automatisch kiest, zijn de totalen gebaseerd op de onderliggende data die zijn gedesaggregeerd, en niet op de data in de weergave. Zie [Opties voor het berekenen van eindtotalen](#Options). Zie [Eindtotalen en aggregaties](#Agg) voor meer informatie over hoe Tableau totalen berekent met behulp van de huidige aggregatie. Wanneer u een van de andere waarden kiest (Som, Gemiddelde, Minimum, of Maximum), worden alle totalen berekend met behulp van de geselecteerde aggregatie. De berekeningen worden uitgevoerd op de geaggregeerde data die u in de weergave ziet. Een extra waarde, **Server**, is mogelijk beschikbaar. Serverberekeningen zijn niet altijd beschikbaar en soms zijn de totalen leeg voor specifieke leden in de weergave. Houd bij het gebruik van serverberekeningen rekening met het volgende: - Serverberekeningen zijn alleen beschikbaar voor ASO-kubussen. - Serverberekeningen zijn niet beschikbaar voor dynamische hiërarchieën. Dit betekent dat als de leden in de weergave deel uitmaken van een dimensie of hiërarchie die als dynamisch is gemarkeerd, ze niet kunnen worden opgenomen in de set waarden die u gebruikt om de totalen te berekenen en leeg zullen zijn in de weergave. - Als u totalen berekent voor een berekend veld waarvan de formule aannames doet over andere berekende leden op verschillende niveaus in de hiërarchie, zullen de totalen leeg zijn in de weergave. ## Zie ook [Geavanceerde analyse toepassen op een weergave (deelvenster Analyse)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environ_workspace_analytics_pane.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Trendlijnen toevoegen aan een visualisatie U kunt trendlijnen in een visualisatie weergeven om trends in uw data te benadrukken. U kunt een weergave publiceren die trendlijnen bevat. U kunt trendlijnen aan een weergave toevoegen terwijl u deze op internet bewerkt. Wanneer u trendlijnen aan een weergave toevoegt, kunt u opgeven hoe ze eruit moeten zien en hoe ze zich moeten gedragen. ## Trendlijnen aan een weergave toevoegen Een trendlijn aan een visualisatie toevoegen: 1. Klik op het deelvenster Analyse. 2. Sleep Trendlijn vanuit het deelvenster Analyse naar de weergave en zet het vervolgens neer op de modeltypen Lineair, Logaritmisch, Exponentieel, Polynomiaal of Macht. Voor meer informatie over elk van deze modeltypen raadpleegt u [Trendlijnmodeltypen](#modeltype). ![Een spreidingsdiagram dat de relatie aangeeft tussen de index voor het gemak om zaken te doen en het BBP per hoofd van de bevolking, met een logaritmische trendlijn.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/trendlines_drag.png) ### Trendlijnen toevoegen (en wanneer u ze niet kunt toevoegen) Als u trendlijnen aan een weergave wilt toevoegen, moeten beide assen een veld bevatten dat als een getal kan worden geïnterpreteerd. U kunt bijvoorbeeld geen trendlijn toevoegen aan een weergave met de productdimensie Categorie, die tekenreeksen bevat in de container Kolommen en de meetwaarde Winstin de container Rijen. U kunt echter wel een trendlijn toevoegen aan een weergave van de verkoop in de loop van de tijd, omdat zowel de verkoop als de tijd als numerieke waarden kunnen worden geïnterpreteerd. Als u trendlijnen hebt ingeschakeld en de weergave zodanig wijzigt dat trendlijnen niet zijn toegestaan, worden de trendlijnen niet weergegeven. Wanneer u de weergave terugzet naar een status waarin trendlijnen zijn toegestaan, worden ze opnieuw weergegeven. Tableau stapelt staafmarkeringen in veel gevallen automatisch. Voor gestapelde staven kunnen echter geen staafmarkeringen worden ingeschakeld. U kunt gestapelde markeringen uitschakelen door de optie Analyse > Stapelmarkeringen uit te schakelen. ## Trendlijn bewerken Nadat u een trendlijn aan de visualisatie hebt toegevoegd, kunt u deze bewerken zodat deze bij uw analyse past. Een trendlijn bewerken: **In Tableau Desktop**: klik met de rechtermuisknop op een trendlijn in de visualisatie en selecteer Trendlijnen bewerken. ![Een trendlijn bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/trendlines_edit.gif) **In webbewerkingsmodus**: 1. Klik in de visualisatie op de trendlijn en beweeg uw cursor eroverheen. 2. Selecteer in de knopinfo die verschijnt, de optie Bewerking om het dialoogvenster Trendlijnopties te openen. **Opmerking**: als u een trendlijn in Tableau Cloud of Tableau Server wilt bewerken, hebt u een machtiging voor webbewerking nodig. ![Het dialoogvenster Trendlijnopties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/trendlines_edit_web.png) In het dialoogvenster Trendlijnopties kunt u de volgende opties configureren: - Selecteer een modeltype. Zie [Trendlijnmodeltypen](#modeltype) voor meer informatie. - Selecteer welke velden in het trendlijnmodel factoren moeten gebruiken. Voor meer informatie raadpleegt u [Kiezen welke velden in het trendlijnmodel als factoren moeten worden gebruikt](#factors). - Beslis of u kleur wilt uitsluiten met behulp van de optie Een trendlijn per kleur toestaan. Wanneer uw weergave kleurcoderingen bevat, kunt u deze optie gebruiken om één trendlijn toe te voegen die alle data modelleert, waarbij de kleurcodering wordt genegeerd. - Beslis of u Betrouwbaarheidsbanden weergeven wilt gebruiken. Wanneer u trendlijnen toevoegt, geven de betrouwbaarheidsbanden van Tableau standaard een boven- en ondergrens van 95% betrouwbaarheid weer. Betrouwbaarheidslijnen worden voor exponentiële modellen niet ondersteund. - Selecteer of u de optie Het Y-snijpunt forceren naar nul wilt gebruiken. Deze optie is handig als u weet dat uw trendlijn bij nul moet beginnen. Deze optie is alleen beschikbaar als zowel de container Rijen als de container Kolommen een continu veld bevat, zoals bij een spreidingsdiagram. - Beslis of u de optie **Herberekende lijn tonen** wilt gebruiken wanneer u data in de visualisatie selecteert of markeert. ### Kiezen welke velden in het trendlijnmodel als factoren moeten worden gebruikt Voor trendmodellen die rekening houden met meerdere velden, kunt u specifieke velden als factoren in het trendlijnmodel elimineren. Vaak wilt u factoren verwijderen omdat u het trendlijnmodel wilt baseren op de volledige rij in de tabel, in plaats van opgedeeld in de leden of waarden van een veld. Bekijk het volgende voorbeeld. In het onderstaande overzicht ziet u de maandelijkse verkopen voor verschillende productcategorieën, uitgesplitst per regio. ![Een lijndiagram geeft verkooptrends weer per regio, categorie en maand.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/factors_1.png) U ziet dat er voor elke regio een apart model wordt gemaakt. Verwijder nu Regio als factor in het model door dit uit te schakelen in het dialoogvenster Trendlijnopties. ![Een dialoogvenster met opties om trendlijnen aan te passen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/factors_4.png) U ziet dat het trendlijnmodel binnen een categorie nu in alle regio's hetzelfde is. Hierdoor kunt u de werkelijke verkoop vergelijken met een trendlijn die voor alle regio's hetzelfde is. ![Een lijndiagram geeft verkooptrends weer per regio, categorie en maand.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/factors_3.png) ## Trendlijnen verwijderen Als u een trendlijn uit een visualisatie wilt verwijderen, sleept u deze uit het visualisatiegebied. U kunt ook op een trendlijn klikken en Verwijderen selecteren. Als u alle trendlijnen uit de weergave wilt verwijderen, selecteert u Analyse >Trendlijnen >Trendlijnen tonen. **Opmerking**: in Tableau Desktop blijven de opties voor trendlijnen behouden, dus als u ervoor kiest Trendlijnen tonen in het menu Analyse opnieuw te selecteren, zijn de opties zoals u ze het laatst hebt ingesteld. Als u echter de werkmap sluit terwijl trendlijnen zijn uitgeschakeld, worden de opties voor trendlijnen teruggezet naar de standaardinstellingen. ## Een beschrijving van een trendlijn of trendlijnmodel bekijken Nadat u trendlijnen hebt toegevoegd, kunt u statistieken over de trendlijn weergeven. U kunt bijvoorbeeld de formule, r-kwadraatwaarden en p-waarden bekijken. Voor meer informatie over de modeltypen en termen die in de beschrijvingen worden gebruikt, raadpleegt u de secties [Voorwaarden voor trendlijnmodel](#Terms) en [Trendlijnmodeltypen](#modeltype). Een beschrijving van een trendlijn bekijken: - Beweeg de muis over een willekeurig deel van een trendlijn om de beschrijving te bekijken. ![Een lijngrafiek die de opwaartse trend in de verkoop in de loop van de tijd weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/trendlines_modeltooltip.png) **Alleen Tableau Desktop** - Klik met de rechtermuisknop op de trendlijn in de visualisatie en selecteer Trendlijn beschrijven. ![Een tabel met de coëfficiënten van de trendlijnvergelijking.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/trendlines5.png) **Een volledige beschrijving bekijken van het model dat in de huidige weergave is gebruikt:** - Klik met de rechtermuisknop op een trendlijn in de visualisatie en selecteer Trendmodel beschrijven. ![Lineair trendmodel voor de natuurlijke logaritme van planeetperioden, gegeven de natuurlijke logaritme van de halve lange assen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/trendlines_model_description.png) ## Trendlijnmodeltypen De volgende modeltypen zijn beschikbaar voor trendlijnen: [Lineair](#Linear), [Logaritmisch](#Logarithmic), [Exponentieel](#Exponential), [Macht](#Power) en [Polynomiaal](#Polynomial). In de volgende formules staat X voor de verklarende variabele en Y voor de responsvariabele. ### Lineair Bij het lineaire modeltype is de formule als volgt: `Y = b0 + b1 * X` waarbij `b1` de helling en `b0` het snijpunt van de lijn is. ### Logaritmisch Bij het logaritmische modeltype is de formule als volgt: `Y = b0 + b1 * ln(X)` Omdat er geen logaritme is gedefinieerd voor getallen kleiner dan nul, worden alle markeringen waarvoor de verklarende variabele negatief is, gefilterd voordat het model wordt geschat. Gebruik geen model dat bepaalde data verwijdert, tenzij u zeker weet dat de uitgefilterde data ongeldig zijn. De beschrijving van de trendlijn geeft aan hoeveel markeringen zijn gefilterd vóór de modelschatting. ### Exponentieel Bij het exponentiële modeltype is de formule als volgt: `Y = exp(b0)* exp(b1 * X)` Bij een exponentieel model wordt de responsvariabele door de natuurlijke logaritme getransformeerd vóór de schatting van het model, zodat de markeringen die in uw weergave zijn uitgezet, worden gevonden door verschillende verklarende waarden in te vullen om waarden van `ln(Y)` te vinden. `ln(Y) = b0 + b1 * X` Deze waarden worden vervolgens geëxponentieerd om de trendlijn te tekenen. Wat u ziet is het exponentiële model in de volgende vorm: `Y = b2*exp(b1 * X)` Waarbij `b2` de waarde van `exp(b0)` is. Omdat er geen logaritme is gedefinieerd voor getallen kleiner dan nul, worden alle punten waarvoor de responsvariabele negatief is, gefilterd voordat het model wordt geschat. ### Macht Bij het machtsmodeltype is de formule als volgt: `Y = b0 * X^b1` Bij een machtsmodel worden beide variabelen door de natuurlijke logaritme getransformeerd voordat het model wordt geschat, wat resulteert in de volgende formule: `ln(Y) = ln(b0) + b1 * ln(X)` Deze waarden worden vervolgens geëxponentieerd om de trendlijn te tekenen. Omdat er geen logaritme is gedefinieerd voor getallen kleiner dan nul, worden alle punten waarvoor de responsvariabele of verklarende variabele negatief is, gefilterd voordat het model wordt geschat. ### Polynomiaal Bij het polynomiale modeltype wordt de responsvariabele getransformeerd naar een polynomiale reeks van de opgegeven graad. De formule is: `Y = b0 + b1 * X + b2 * X^2 + …` Bij een polynomiaal modeltype moet u ook een Graad tussen 2 en 8 selecteren. De hogere polynomiale graden overdrijven de verschillen tussen de waarden in uw data. Als de data heel snel toenemen, is er misschien nauwelijks variatie in de termen van lagere orde vergeleken met de termen van hogere orde. Hierdoor is het onmogelijk om het model nauwkeurig te schatten. Bovendien zijn voor complexere polynomiale modellen van hogere orde meer data nodig om een schatting te kunnen maken. Controleer de modelbeschrijving van de individuele trendlijnen op een rood waarschuwingsbericht dat aangeeft dat een nauwkeurig model van dit type niet mogelijk is. ## Voorwaarden voor trendlijnmodel Wanneer u de beschrijving van een trendlijnmodel bekijkt, worden er verschillende waarden weergegeven. In dit gedeelte wordt de betekenis van elk van deze waarden besproken. #### Modelformule Dit is de formule voor het volledige trendlijnmodel. De formule geeft aan of u hebt opgegeven dat u factoren uit het model wilt uitsluiten. #### Aantal gemodelleerde observaties Het aantal rijen in de weergave. #### Aantal gefilterde observaties Het aantal observaties dat van het model is uitgesloten. #### Model vrijheidsgraad Het aantal parameters dat nodig is om het model volledig te specificeren. Lineaire, logaritmische en exponentiële trends hebben een modelvrijheidsgraad van 2. Polynomiale trends hebben een modelvrijheidsgraad van 1 plus de graad van de polynomiaal. Een kubieke trend heeft bijvoorbeeld een modelvrijheidsgraad van 4, omdat we parameters nodig hebben voor de derde macht, de kwadratische macht, de lineaire macht en de constante macht. #### Restwaarde vrijheidsgraad (DF) Bij een vast model wordt deze waarde gedefinieerd als het aantal observaties minus het aantal parameters dat in het model is geschat. #### Totaal kwadratische fout (SSE) De fouten zijn het verschil tussen de waargenomen waarde en de door het model voorspelde waarde. In de tabel Analyse van variantie is deze kolom feitelijk het verschil tussen de SSE van het eenvoudigere model in die specifieke rij, en het volledige model waarin alle factoren worden gebruikt. Deze SSE komt ook overeen met de som van de verschillen in het kwadraat van de voorspelde waarden van het kleinere model en het volledige model. #### Gemiddelde kwadratische fout (MSE) De term MSE verwijst naar 'gemiddelde kwadratische fout', namelijk de SSE-grootheid gedeeld door de bijbehorende vrijheidsgraden. #### R-kwadraat R-kwadraat is een maatstaf voor hoe goed de data bij het lineaire model passen. Het is de verhouding tussen de variantie van de modelfout, of onverklaarde variantie, tot de totale variantie van de data. Wanneer het y-snijpunt door het model wordt bepaald, wordt R-kwadraat afgeleid met behulp van de volgende vergelijking: ![De formule voor het berekenen van de determinatiecoëfficiënt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/rsquared1.png) Wanneer het y-snijpunt op 0 wordt gedwongen, wordt R-kwadraat afgeleid met behulp van deze vergelijking: ![Een vergelijking die de determinatiecoëfficiënt weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/rsquared2.png) In het laatste geval komt de vergelijking niet noodzakelijkerwijs overeen met Excel. Dit komt doordat R-kwadraat in dit geval niet goed is gedefinieerd en het gedrag van Tableau overeenkomt met dat van R in plaats van dat van Excel. **Opmerking**: de R-kwadraatwaarde voor een lineair trendlijnmodel is gelijk aan het kwadraat van het resultaat van de CORR-functie. Zie [Tableau-functies (alfabetische lijst)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_alphabetical.htm) voor syntaxis en voorbeelden voor CORR. #### Standaardfout De vierkantswortel van de MSE van het volledige model. Een schatting van de standaarddeviatie (variabiliteit) van de 'willekeurige fouten' in de modelformule. #### P-waarde (significantie) De waarschijnlijkheid dat een willekeurige F-variabele met de bovenstaande vrijheidsgraden de waargenomen F in deze rij van de tabel Analyse van variantie overschrijdt. #### Analyse van variantie In deze tabel, ook wel de ANOVA-tabel genoemd, wordt informatie over elke factor in het trendlijnmodel weergegeven. De waarden zijn een vergelijking van het model zonder de betreffende factor met het volledige model dat alle factoren omvat. #### Individuele trendlijnen Deze tabel bevat informatie over elke trendlijn in de weergave. Als u naar de lijst kijkt, kunt u zien welke (indien van toepassing) statistisch het meest significant zijn. In deze tabel worden ook de coëfficiëntstatistieken voor elke trendlijn weergegeven. Een rij beschrijft elke coëfficiënt in elk trendlijnmodel. Een lineair model met een snijpunt vereist bijvoorbeeld twee rijen voor elke trendlijn. In de kolom Lijn omspannen de p-waarde en de DF voor elke lijn alle coëfficiëntrijen. De DF-kolom toont de resterende vrijheidsgraden weer die beschikbaar zijn tijdens de schatting van elke lijn. #### Termen De naam van de onafhankelijke term. #### Waarde De geschatte waarde van de coëfficiënt voor de onafhankelijke term. #### StdErr Een maatstaf voor de spreiding van de steekproefverdeling van de coëfficiëntschatting. Deze fout wordt kleiner naarmate de kwaliteit en kwantiteit van de in de schatting gebruikte informatie toeneemt. #### t-waarde De statistiek die wordt gebruikt om de nulhypothese te testen dat de werkelijke waarde van de coëfficiënt nul is. #### p-waarde De waarschijnlijkheid dat een t-waarde van die omvang of groter wordt waargenomen als de werkelijke waarde van de coëfficiënt nul is. Een p-waarde van 0,05 biedt dus 95% zekerheid dat de werkelijke waarde niet nul is. ## De significantie van de trendlijn beoordelen Als u relevante informatie over een trendlijn in de weergave wilt bekijken, beweegt u de cursor eroverheen: ![Een lijngrafiek die de formule voor winstberekening aangeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/trend_line_tooltip.png) De eerste regel in de knopinfo toont de vergelijking die wordt gebruikt om een waarde van Winst te berekenen op basis van een waarde van Jaar van besteldatum. De tweede regel, de R-kwadraatwaarde, geeft de verhouding van de variantie in de data zoals verklaard door het model, weer ten opzichte van de totale variantie in de data. Zie [Voorwaarden voor trendlijnmodel](#Terms) voor meer details. De derde regel, de P-waarde, geeft de waarschijnlijkheid weer dat de vergelijking in de eerste regel het resultaat was van toeval. Hoe kleiner de p-waarde, hoe significanter het model. Vaak wordt een p-waarde van 0,05 of lager als voldoende beschouwd. ### Betekenis van het hele model Nadat u een trendlijn aan een weergave hebt toegevoegd, wilt u doorgaans de passendheid van het model weten. Dit is een maatstaf voor de kwaliteit van de voorspellingen van het model. Daarnaast bent u wellicht geïnteresseerd in de betekenis van elke factor die aan het model bijdraagt. Om deze getallen te bekijken opent u het dialoogvenster Trendmodel beschrijven, klikt u met de rechtermuisknop (Control-klik op een Mac) in de weergave en selecteert u Trendlijnen >Trendmodel beschrijven. Wanneer u de significantie test, gaat het u om de p-waarden. Hoe kleiner de p-waarde, hoe significanter het model of de factor is. U kunt een model hebben dat statistisch significant is, maar dat een individuele trendlijn of een term van een individuele trendlijn bevat die niet aan de algehele significantie bijdraagt. Zoek onder Trendlijnenmodel de lijn op die de p-waarde (significantie) van het model weergeeft: hoe kleiner de p-waarde, hoe kleiner de kans dat het verschil in onverklaarde variantie tussen modellen, met en zonder de relevante meetwaarde of meetwaarden, het resultaat was van toeval. ![Een trendlijn met statistische significantie van het lineaire trendmodel van de verkoop in de loop van de tijd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/significance_1_858x437.png) Deze p-waarde voor een model vergelijkt de passing van het hele model met de passing van een model dat uitsluitend bestaat uit het algemene gemiddelde (het gemiddelde van de data in de dataweergave). Dat wil zeggen dat het de verklarende kracht van de kwantitatieve term f(x) in de modelformule beoordeelt, die lineair, polynomiaal, exponentieel of logaritmisch kan zijn met vaste factoren. Het is gebruikelijk om de significantie te beoordelen met behulp van de regel van '95% betrouwbaarheid'. Zoals hierboven al is gezegd, wordt een p-waarde van 0,05 of lager als goed beschouwd. ### Significantie van categorische factoren In de tabel Analyse van variantie, ook wel ANOVA-tabel genoemd, wordt elk veld vermeld dat als factor in het model wordt gebruikt. Voor elk veld ziet u onder andere de p-waarde. In dit geval geeft de p-waarde aan in hoeverre het veld bijdraagt aan de significantie van het hele model. Hoe kleiner de p-waarde, hoe kleiner de kans dat het verschil in onverklaarde variantie tussen modellen met en zonder veld het gevolg is van toeval. De waarden die voor elk veld worden weergegeven, worden afgeleid door het volledige model te vergelijken met een model waarin het betreffende veld niet is opgenomen. De onderstaande afbeelding toont de tabel Analyse van variantie met een overzicht van de kwartaalverkopen van de afgelopen twee jaar in drie verschillende productcategorieën. ![Variantieanalyse voor categorie en regio.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/significance_2.png) Zoals u kunt zien, zijn de p-waarden voor Categorie en Regio allebei vrij klein. Beide factoren zijn in dit model statistisch significant. Voor informatie over specifieke trendlijntermen raadpleegt u [Voorwaarden voor trendlijnmodel](#Terms). Bij ANOVA-modellen worden trendlijnen gedefinieerd door de volgende wiskundige formule: `Y = factor 1 * factor 2 * ...factorN * f(x) + e` De term `Y` wordt de _responsvariabele_ genoemd en komt overeen met de waarde die u probeert te voorspellen. De term `X` is de _verklarende variabele_, en e (epsilon) is een willekeurige fout. De factoren in de expressie komen overeen met de categorische velden in de weergave. Bovendien wordt elke factor weergegeven als een matrix. De `*` is een speciaal soort matrixvermenigvuldigingsoperator die voor twee matrices met hetzelfde aantal rijen een nieuwe matrix met hetzelfde aantal rijen retourneert. Dat betekent dat in de expressie `factor 1 * factor 2` alle combinaties van de leden van factor 1 en factor 2 worden geïntroduceerd. Als factor 1 en factor 2 bijvoorbeeld allebei drie leden hebben, worden met deze operator in totaal negen variabelen in de modelformule geïntroduceerd. ## Aannamen voor trendlijnen De p-waarden die in de trendlijnen van Tableau worden weergegeven, zijn afhankelijk van een aantal aannamen over de data. De eerste aanname is dat, wanneer een test wordt uitgevoerd, het model voor het gemiddelde (in ieder geval bij benadering) correct is. De tweede veronderstelling is dat de 'willekeurige fouten' waarnaar in de modelformule wordt verwezen (zie [Trendlijnmodeltypen](#modeltype)) in verschillende observaties onafhankelijk zijn, en dat ze allemaal dezelfde verdeling hebben. Deze beperking zou worden overtreden als de responsvariabele in de ene categorie veel meer variabiliteit rond de echte trendlijn zou hebben dan in de andere. ### Vereiste aannamen voor de berekening van trendlijnen De vereiste aannamen voor de berekening van elke afzonderlijke trendlijn (met behulp van gewone kleinste kwadraten) zijn: - Uw model is een nauwkeurige, functionele vereenvoudiging van het werkelijke proces van datageneratie (bijvoorbeeld: geen lineair model voor een log-lineaire relatie). - Uw fouten zijn gemiddeld nul en zijn niet gecorreleerd met uw onafhankelijke variabele (bijvoorbeeld: geen fout bij het meten van de onafhankelijke variabele). - Uw fouten hebben een constante variantie en zijn niet met elkaar gecorreleerd (bijvoorbeeld: de foutspreiding neemt niet toe naarmate uw onafhankelijke variabele toeneemt). - Verklarende variabelen zijn geen exacte lineaire functies van elkaar (perfecte multicollineariteit). ## Veelgestelde vragen over trendlijnen In dit gedeelte worden enkele veelgestelde vragen over trendlijnen in Tableau beschreven. ### Hoe wijzig ik het betrouwbaarheidsniveau dat in het model wordt gebruikt? Tableau dwingt geen betrouwbaarheidsniveau af. Tableau geeft eenvoudigweg de significantie van het hele model of van een specifiek veld weer door de p-waarde weer te geven. De p-waarde meet de waarschijnlijkheid dat hetzelfde trendresultaat wordt verkregen zonder rekening te houden met de dimensies. Zo betekent een p-waarde van 0,05 van een trend van de verkoop over een tijdsperiode dat de kans dat dezelfde waarde verkregen kan worden zonder rekening te houden met de tijd, 5% is. ### Wat betekent het als de p-waarde voor het model significant is, maar de p-waarde voor het specifieke veld in de tabel Analyse van variantie niet significant is? De p-waarde in de tabel Analyse van variantie geeft aan of het veld bijdraagt aan of afbreuk doet aan de significantie van het hele model. Hoe kleiner de p-waarde, hoe kleiner de kans dat het verschil in onverklaarde variantie tussen modellen met en zonder veld het gevolg is van toeval. De waarden die voor elk veld worden weergegeven, worden afgeleid door het volledige model te vergelijken met een model waarin het betreffende veld niet is opgenomen. In de situatie waarin de p-waarde voor het model significant is, maar de p-waarde voor het specifieke veld niet, weet u dus dat het model statistisch significant is, maar u kunt er niet zeker van zijn dat het specifieke veld in kwestie er iets aan toevoegt. Overweeg of het niet beter is om de factor uit het model te verwijderen. ### Wat betekent het als de p-waarde voor het specifieke veld in de tabel Analyse van variantie significant is, maar de p-waarde voor het model niet significant is? Dit kan gebeuren als er geen 'trend' in elk deelvenster zit. De lijnen bijvoorbeeld zijn plat, maar het gemiddelde varieert over een bepaalde factor. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Trends Voeg referentielijnen toe om specifieke waarden op een as te markeren of gebruik trendlijnen om statistische trends in uw data te visualiseren. Voeg desgewenst loodlijnen toe om de exacte positie van datapunten duidelijk te maken, vooral in visualisaties waarin veel informatie dicht bij elkaar is geplaatst. Om eventuele onderliggende patronen te ontdekken, worden met clustering automatisch vergelijkbare datapunten gegroepeerd. In deze sectie vindt u alle documentatie die u nodig hebt om aan de slag te gaan met trendanalyses in Tableau. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Typeconversie Dit artikel introduceert functies voor typeconversie en hun gebruik in Tableau. Het laat ook zien hoe u een berekening voor een typeconversie kunt maken aan de hand van een voorbeeld. ## Waarom functies voor typeconversie gebruiken Met functies voor typeconversie kunt u velden van het ene datatype naar het andere converteren (dit wordt 'casting' genoemd). Als u bijvoorbeeld datuminformatie in een veld met het datatype tekenreeks hebt, kunt u dat veld niet gebruiken in datumberekeningen, tenzij het veld wordt omgezet (gewijzigd) naar het datatype datum. Om bijvoorbeeld een datumveld met een tekenreeks in een DATEDIFF-functie te gebruiken, moet u ook typeconversie voor de datum gebruiken: `DATEDIFF('day', [Date Field], DATE([String Date Field]) )` Als de functie DATE het datatype niet zou wijzigen, zou u de foutmelding krijgen dat "DATEDIFF wordt aangeroepen met (tekenreeks, datum, tekenreeks)." ![Een foutmelding voor de berekening die een fout bij typeconversie aangeeft](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/function_typeconversion_error.png) > [!TIP] > > velden hebben een standaardwaarde [Datatypen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_datatypes.htm) in het deelvenster Data. In veel gevallen hoeft u helemaal geen functie voor typeconversie te gebruiken. U kunt het datatype van het veld wijzigen door op het pictogram te klikken. In sommige gevallen kan het echter nuttig zijn om het datatype alleen voor een specifieke berekening te wijzigen. Tableau kan de inhoud van het veld mogelijk ook niet correct omzetten naar het gewenste datatype (bijvoorbeeld doordat de datumnotatie niet wordt herkend). Dan moet u een functie voor typeconversie gebruiken, zoals hieronder vermeld. ## Functies voor typeconversie in Tableau ### DATE
SyntaxisDATE(expression)
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert een datum voor een opgegeven getal, tekenreeks of datumexpressie.
Voorbeeld
DATE([Employee Start Date])
DATE("September 22, 2018") 
DATE("9/22/2018")
DATE(#2018-09-22 14:52#)
Opmerkingen

Anders dan bij DATUMPARSE hoeft u geen patroon op te geven, omdat DATE automatisch veel standaarddatumnotaties herkent. Als DATE de invoer echter niet herkent, probeer dan DATEPARSE te gebruiken en de notatie op te geven.

MAKEDATE is een andere soortgelijke functie, maar MAKEDATE vereist de invoer van numerieke waarden voor jaar, maand en dag.

### DATETIME
SyntaxisDATETIME(expression)
UitvoerDatumtijd
DefinitieRetourneert een datumtijd op basis van een opgegeven getal, tekenreeks of datumexpressie.
Voorbeeld
DATETIME("April 15, 2005 07:59:00") = April 15, 2005 07:59:00
### FLOAT
SyntaxisFLOAT(expression)
UitvoerZwevend kommagetal (decimaal)
DefinitieZet het bijhorende argument om in een zwevend kommagetal.
Voorbeeld
FLOAT(3) = 3.000
OpmerkingenZie ook INT, dat een geheel getal retourneert.
### INT
SyntaxisINT(expression)
UitvoerGeheel getal
DefinitieZet het argument om in een geheel getal. Deze functie kort resultaten voor expressies af tot het dichtstbijzijnde gehele getal richting nul.
Voorbeeld
INT(8/3) = 2
INT(-9.7) = -9
Opmerkingen

Wanneer een tekenreeks wordt omgezet naar een geheel getal, wordt deze eerst omgezet naar een zwevend getal en vervolgens afgerond.

Zie ook FLOAT, dat een decimaal retourneert.
Zie ook ROUND, CEILING en FLOOR

### MAKEDATE
SyntaxisMAKEDATE(year, month, day)
UitvoerDatum
DefinitieRetourneert een datumwaarde die is samengesteld uit het opgegeven numerieke jaar, de opgegeven maand en de opgegeven datum.
Voorbeeld
MAKEDATE(1986,3,25) = #1986-03-25#

Houd er rekening mee dat onjuist ingevoerde waarden worden aangepast naar een datum, bijvoorbeeld MAKEDATE(2020,4,31) = 1 mei 2020. Hierbij wordt dus geen foutmelding geretourneerd dat er geen 31e dag van april is.

Opmerkingen

Beschikbaar voor Tableau-data-extracten. Controleer de beschikbaarheid in andere databronnen.

MAKEDATE vereist numerieke invoer voor de onderdelen van een datum. Als uw data een tekenreeks zijn die eigenlijk een datum zou moeten zijn, probeer dan de DATE-functie. DATE herkent automatisch veel standaarddatumnotaties. Als DATE de invoer niet herkent, probeer dan DATEPARSE te gebruiken.

### MAKEDATETIME
SyntaxisMAKEDATETIME(date, time)
UitvoerDatumtijd
DefinitieRetourneert een datumtijd door een datum en een tijd te combineren. De datum kan een datum, datumtijd of een tekenreeks zijn. De tijd moet een datumtijd zijn.
Voorbeeld

MAKEDATETIME("1899-12-30", #07:59:00#) = #12/30/1899 7:59:00 AM#

MAKEDATETIME([Date], [Time]) = #1/1/2001 6:00:00 AM#

Opmerkingen

Deze functie is alleen beschikbaar voor met MySQL compatibele verbindingen (voor Tableau zijn dat MySQL en Amazon Aurora).

MAKETIME is een vergelijkbare functie die beschikbaar is voor Tableau Data Extracts en enkele andere databronnen.

### MAKELINE
SyntaxisMAKELINE(<Spatial Point1>,<Spatial Point2>)
UitvoerGeometrie ruimtelijk object (lijn)
DefinitieRetourneert een lijnmarkering tussen twee punten.
Voorbeeld
MAKELINE(OriginPoint, DestinationPoint)
MAKELINE( MAKEPOINT(OriginLat],[OriginLong]) , MAKEPOINT([DestinationLat],[DestinationLong] )
OpmerkingenHandig voor het maken van vertrek-bestemmingskaarten of, met MAKEPOINT, voor het omzetten van breedtegraad en lengtegraad in ruimtelijke objecten.
### MAKEPOINT
SyntaxisMAKEPOINT(<latitude>, <longitude>)
UitvoerGeometrie ruimtelijk object (punt)
DefinitieConverteert gegevens uit kolommen met breedtegraad en lengtegraad naar ruimtelijke objecten.
Voorbeeld
MAKEPOINT([AirportLatitude],[AirportLongitude])
Opmerkingen

Met MAKEPOINT kunt u een databron ruimtelijk inschakelen, zodat deze met behulp van een ruimtelijke join kan worden gekoppeld aan een ruimtelijk bestand. Zie Een join maken van bestanden met ruimtelijke data in Tableauvoor meer informatie.

Om MAKEPOINT te kunnen gebruiken, moeten uw data breedtegraad- en lengtegraadcoördinaten bevatten.

### MAKETIME
SyntaxisMAKETIME(hour, minute, second)
UitvoerDatumtijd. Zie Opmerkingen.
DefinitieRetourneert een datumwaarde die is samengesteld uit het opgegeven uur, de opgegeven minuut en de opgegeven seconde.
Voorbeeld
MAKETIME(14, 52, 40) = #1/1/1899 14:52:40#
Opmerkingen

Omdat Tableau het datatype voor tijd niet ondersteunt (alleen datumtijd), is de uitvoer een datumtijd. Het datumgedeelte van het veld is 1/1/1899.

Deze functie is vergelijkbaar met MAKEDATETIME, die alleen beschikbaar is voor MYSQL-compatibele verbindingen.

### STR
SyntaxisSTR(expression)
UitvoerTekenreeks
DefinitieZet het bijhorende argument om in een tekenreeks.
Voorbeeld
STR([ID])
## Booleaanse expressies voor casten Een Booleaanse waarde kan worden omgezet naar een geheel getal, zwevende waarde of tekenreeks, maar niet naar een datum. - `True` verwijst naar 1, 1,0 of "1" - `False` verwijst naar 0, 0,0 of "0" - `Unknown` verwijst naar `Null` ## Een berekening voor typeconversie maken Volg de onderstaande stappen om te leren hoe u een berekening voor typeconversie maakt. 1. Maak in Tableau Desktop verbinding met de opgeslagen databron **Voorbeeld - Superstore**, die bij Tableau wordt geleverd. 2. Navigeer naar een werkblad. 3. Selecteer Analyse \> Berekend veld maken. 4. In de berekeningseditor die wordt geopend, wordt het veld Postcode omgezet van een getal naar een tekenreeks: - Geef het berekende veld de naam Postcodetekenreeks. - Voer de volgende formule in: `STR([Postal Code])` - Klik op **OK** als u klaar bent. Het nieuwe berekende veld wordt getoond onder Dimensies in het deelvenster **Data**. Net als uw andere velden kunt u deze in een of meer visualisaties gebruiken. Als u dit veld van een getal naar een tekenreeks converteert, zorgt u dat Tableau het als tekenreeks behandelt en niet als getal (en het daarom niet samenvoegt). ## Zie ook [Datatypen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_datatypes.htm) [Een veld converteren naar een datumveld](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_dateparse.htm) [Berekeningen opstellen in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_operators.htm) [Functies in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions.htm) [Tableau-functies (alfabetische lijst)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_alphabetical.htm) [Tableau-functies (op categorie)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_all_categories.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Typen tabelberekening In dit artikel worden de typen tabelberekeningen beschreven die beschikbaar zijn in Tableau en wanneer u deze kunt gebruiken. Er worden eenvoudige voorbeelden gebruikt om te laten zien hoe elke berekening data in een tabel transformeert. Zie [Een tabelberekening maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm#Create) voor meer informatie over het maken en configureren van tabelberekeningen. ## Verschil van-berekening De tabelberekening Verschil van berekent voor elke markering in de visualisatie het verschil tussen de huidige waarde en een andere waarde in de tabel. Bij de berekeningen Verschil van, Procentueel verschil van of Percentage van zijn er altijd twee waarden waarmee rekening moet worden gehouden: de huidige waarde en de waarde waarvan het verschil moet worden berekend. In de meeste gevallen wilt u het verschil berekenen tussen de huidige waarde en de vorige waarde. Maar in sommige gevallen wilt u misschien iets anders doen. Aangeven vanaf welke waarde het verschil moet worden berekend: 1. Klik met de rechtermuisknop op een meetwaarde in de weergave en selecteer Tabelberekening toevoegen. 2. Selecteer in het dialoogvenster Tabelberekening bij **Ten opzichte van** een van de volgende opties:
VorigeBerekent het verschil tussen de huidige waarde en de vorige waarde in de partitie. Dit is de standaardwaarde.
VolgendeBerekent het verschil tussen de huidige waarde en de volgende waarde in de partitie.
EersteBerekent het verschil tussen de huidige waarde en de eerste waarde in de partitie.
LaatsteBerekent het verschil tussen de huidige waarde en de laatste waarde in de partitie.
### Voorbeeld Bekijk deze teksttabel. De tabel toont de totale maandelijkse verkoop voor vier jaar voor een grote winkelketen. ![Een tabel met verkoopcijfers per maand en kwartaal van 2022 tot en met 2014.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_table_types1.png) Gebruik een Verschil van-tabelberekening om te berekenen hoe de verkoop fluctueert (hoeveel die stijgt of daalt) gedurende de jaren en voor elke maand. ![Een tabel met de verkopen per kwartaal en maand. Er is één rij geselecteerd en het venster Tabelberekening toont opties voor het bewerken van het berekeningstype en de berekeningsspecificaties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_table_type2.png) U ziet dat er in januari een verschil van $ 3944 was tussen de verkopen in 2022 en 2023. > [!TIP] > >  Bij het berekenen van de jaarlijkse groei is er voor het eerste jaar geen eerder jaar om mee te vergelijken, dus wordt de kolom leeg gelaten. Verberg de kolom die u niet wilt weergeven om de berekening intact te houden. Zie [Rijen en kolommen verbergen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildmanual_shelves.htm#HideRowCol) voor meer details. > > Waarom? Als u het eerste jaar hebt gefilterd om het uit de weergave te verwijderen, wordt dit jaar ook uit de berekening verwijderd. Het tweede jaar heeft dan geen voorgaand jaar om mee te vergelijken en blijft daarom leeg. Door de kolom te verbergen in plaats van te filteren, blijft de berekening intact. ## Voortschrijdende berekening Voor elke markering in de weergave wordt door de tabelberekening Voortschrijdende berekening (soms ook wel _rollende_ berekening genoemd) de waarde voor een markering in de weergave bepaalt door een aggregatie uit te voeren over een bepaald aantal waarden rond de huidige waarde. Een voortschrijdende berekening wordt doorgaans gebruikt om kortetermijnfluctuaties in uw data af te vlakken, zodat u langetermijntrends kunt zien. Bij effectendata zijn er bijvoorbeeld elke dag zoveel fluctuaties dat het moeilijk is om door alle pieken en dalen heen het grotere geheel te overzien. U kunt een voortschrijdende berekening gebruiken om een waardebereik te definiëren dat u kunt samenvatten met een aggregatie naar keuze. #### Voorbeeld Bekijk deze teksttabel. De tabel toont de totale maandelijkse verkoop voor vier jaar voor een grote winkelketen. ![Een tabel met verkoopcijfers per maand en kwartaal van 2022 tot en met 2014.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_table_types1.png) Gebruik een voortschrijdende berekening om trends in de verkoop te ontdekken. Hiervoor kunt u elk maandtotaal transformeren, zodat het gemiddelde wordt genomen van het maandtotaal van de betreffende maand en de twee voorgaande maanden. ![Een teksttabel en het menu met tabelcalculatieopties waarin de berekening met behulp van de tabel wordt weergegeven (van boven naar beneden en vervolgens van links naar rechts)](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations_moving4.png) U kunt de gemiddelde verkoop over een bepaalde periode bekijken. De waarde voor december 2024 is bijvoorbeeld de gemiddelde verkoop voor oktober, november en december 2024. De vermelde waarde voor januari 2025 is de gemiddelde verkoop voor november en december 2025 en januari 2025. ### Secundaire berekening toevoegen Bij de tabelberekeningen Lopend totaal en Voortschrijdende berekening hebt u de optie om waarden twee keer te transformeren om het gewenste resultaat te verkrijgen, dat wil zeggen dat u een secundaire tabelberekening toe kunt voegen aan de primaire tabelberekening. U kunt bijvoorbeeld een initiële tabelberekening toevoegen om het lopend totaal van de verkopen per maand binnen elk afzonderlijk jaar te berekenen, en vervolgens een secundaire berekening om het procentuele verschil op jaarbasis voor elke maand van de opeenvolgende jaren te berekenen. Zie [Lopend totaal-berekening](#Running) voor een voorbeeld dat laat zien hoe u een secundaire berekening maakt. ## Procentueel verschil van-berekening De tabelberekening Procentueel verschil van berekent het verschil tussen de huidige waarde en een andere waarde als een percentage voor elke markering in de visualisatie. Bij de berekeningen Verschil van, Procentueel verschil van of Percentage van zijn er altijd twee waarden waarmee rekening moet worden gehouden: de huidige waarde en de waarde waarvan het verschil moet worden berekend. In de meeste gevallen wilt u het verschil berekenen tussen de huidige waarde en de vorige waarde. Maar in sommige gevallen wilt u misschien iets anders doen. Aangeven vanaf welke waarde het verschil moet worden berekend: 1. Klik met de rechtermuisknop op een meetwaarde in de weergave en selecteer Tabelberekening toevoegen. 2. Selecteer in het dialoogvenster Tabelberekening bij **Ten opzichte van** een van de volgende opties:
VorigeBerekent het verschil tussen de huidige waarde en de vorige waarde in de partitie. Dit is de standaardwaarde.
VolgendeBerekent het verschil tussen de huidige waarde en de volgende waarde in de partitie.
EersteBerekent het verschil tussen de huidige waarde en de eerste waarde in de partitie.
LaatsteBerekent het verschil tussen de huidige waarde en de laatste waarde in de partitie.
#### Voorbeeld Bekijk deze teksttabel. De tabel toont de totale maandelijkse verkoop voor vier jaar voor een grote winkelketen. ![Een tabel met verkoopcijfers per maand en kwartaal van 2022 tot en met 2014.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_table_types1.png) Gebruik een Procentueel verschil van-tabelberekening om te berekenen hoe de verkoop fluctueert (hoeveel die stijgt of daalt) gedurende de jaren en voor elke maand. Waarden worden berekend als percentages. ![Een teksttabel met een gehighlighte kolom en het menu met tabelcalculatieopties waarin de berekening met behulp van Tabel (omlaag) wordt weergegeven](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations_pctdifffrom1.png) U ziet dat er tussen januari en februari 2022 een verkoopverschil van -69% was, maar tussen februari en maart was er een verbetering van 1160%. ## Percentage van-berekening De tabelberekening Percentage van berekent voor elke markering in de visualisatie een bepaalde waarde als een percentage van een andere waarde (doorgaans als een percentage van de vorige waarde in de tabel). Bij de berekeningen Verschil van, Procentueel verschil van of Percentage van zijn er altijd twee waarden waarmee rekening moet worden gehouden: de huidige waarde en de waarde waarvan het verschil moet worden berekend. In de meeste gevallen wilt u het verschil berekenen tussen de huidige waarde en de vorige waarde. Maar in sommige gevallen wilt u misschien iets anders doen. Aangeven vanaf welke waarde het verschil moet worden berekend: 1. Klik met de rechtermuisknop op een meetwaarde in de weergave en selecteer Tabelberekening toevoegen. 2. Selecteer in het dialoogvenster Tabelberekening bij **Ten opzichte van** een van de volgende opties:
VorigeBerekent het verschil tussen de huidige waarde en de vorige waarde in de partitie. Dit is de standaardwaarde.
VolgendeBerekent het verschil tussen de huidige waarde en de volgende waarde in de partitie.
EersteBerekent het verschil tussen de huidige waarde en de eerste waarde in de partitie.
LaatsteBerekent het verschil tussen de huidige waarde en de laatste waarde in de partitie.
#### Voorbeeld Bekijk deze teksttabel. De tabel toont de totale maandelijkse verkoop voor vier jaar voor een grote winkelketen. ![Een tabel met verkoopcijfers per maand en kwartaal van 2022 tot en met 2014.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_table_types1.png) Gebruik een Percentage van-tabelberekening om het percentage ten opzichte van een eerdere waarde te berekenen. ![Een teksttabel met een gehighlighte kolom en het menu met tabelcalculatieopties waarin de berekening met behulp van Tabel (omlaag) wordt weergegeven](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations_pctfrom1.png) De verkoop in februari 2022 was 31% van de verkoop in januari; in maart 2011 was de verkoop 1260% ten opzichte van de verkoop in februari, enzovoort. ## Percentage van totaal-berekening Voor elke markering in de weergave berekent de tabelberekening Percentage van totaal een waarde als percentage van alle waarden in de huidige partitie. #### Voorbeeld Bekijk deze teksttabel. De tabel toont de totale maandelijkse verkoop voor vier jaar voor een grote winkelketen. ![Een tabel met verkoopcijfers per maand en kwartaal van 2022 tot en met 2014.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_table_types1.png) Gebruik een Percentage van totaal-berekening om het percentage van een totaalbedrag te berekenen. Bijvoorbeeld, welk deel van de kwartaalomzet komt uit elke maand door gebruik te maken van Deelvenster (omlaag). In 2022 vertegenwoordigde januari 19,11% van de verkoop in het eerste kwartaal. ![Een teksttabel met de kruising van één rij en één kolom gehighlight en het menu met tabelberekeningsopties waarin de berekening met behulp van Deelvenster (omlaag) wordt weergegeven](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations_pctoftotal1.png) Gebruik Tabel (omlaag) om het percentage van de totale verkoop per maand in één jaar te berekenen. U kunt bijvoorbeeld zien dat de verkoop in januari 2,94% van de verkoop in 2022 uitmaakt. ![Een teksttabel met een gehighlighte kolom en het menu met tabelcalculatieopties waarin de berekening met behulp van Tabel (omlaag) wordt weergegeven](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations_pctoftotal2.png) ## Percentielberekening Voor elke markering in de weergave berekent de tabelberekening Percentiel een procentuele rangschikking voor elke waarde in een partitie. #### Voorbeeld Bekijk deze teksttabel. De tabel toont de totale maandelijkse verkoop voor vier jaar voor een grote winkelketen. ![Een tabel met verkoopcijfers per maand en kwartaal van 2022 tot en met 2014.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_table_types1.png) Gebruik een Percentiel-tabelberekening om de totale verkoop voor elke maand in een jaar te rangschikken als een percentage, in plaats van als een heel getal zoals 1 tot en met 12. ![Een teksttabel met een gehighlighte kolom en het menu met tabelcalculatieopties waarin de berekening met behulp van Tabel (omlaag) wordt weergegeven](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations_percentile1.png) Omdat er in februari zeer weinig is verkocht in vergelijking met de totale verkoop in 2022, wordt deze maand gerangschikt als 0,0% (of nummer 1 van 12). Dit voorbeeld is oplopend en daarom gerangschikt van laag naar hoog. De verkoop in januari was iets hoger en is daarom gerangschikt als 9,1% (of nummer 2 van de 12 maanden). Omdat in november 2022 het meeste werd verkocht, is die maand gerangschikt als 100% (of nummer 12 van 12). ### Aflopend versus oplopend Oplopende volgorde rangschikt waarden van minst naar meest. Aflopende volgorde rangschikt waarden van meest naar minst. ## Rangberekening Voor elke markering in de weergave berekent de tabelberekening Rangschikking een rangorde voor elke waarde in een partitie. #### Voorbeeld Bekijk deze teksttabel. De tabel toont de totale maandelijkse verkoop voor vier jaar voor een grote winkelketen. ![Een tabel met verkoopcijfers per maand en kwartaal van 2022 tot en met 2014.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_table_types1.png) Gebruik een Rangschikking-tabelberekening gebruiken om voor elke maand in een jaar een rangschikking te berekenen. ![table\_calculations\_rank1.png](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations_rank1.png) Omdat in september het meest werd verkocht gedurende 2022, staat die maand op nummer 1. De rangorde is aflopend, dat wil zeggen van hoog naar laag. Omdat in februari het minst werd verkocht gedurende 2022, staat die maand op nummer 12. ### Aflopend versus oplopend Oplopende volgorde rangschikt waarden van minst naar meest. Aflopende volgorde rangschikt waarden van meest naar minst. De standaardwaarde voor de tabelberekening Rangschikking is Aflopend. ### Rangtype Een probleem met Rangberekeningen is dat er meer dan één markering met dezelfde waarde kan zijn. Wat zou er bijvoorbeeld gebeuren als Tafels in de regio Centraal en Apparaten in de regio Zuid beide een verkoop hadden van exact 36.729 $? Met Tableau kunt u aangeven hoe u dergelijke gevallen wilt behandelen door een extra veld op te nemen wanneer u Berekeningstype instelt op Rangschikking. De keuzes staan hier vermeld. De nummerreeks laat zien hoe elke optie een set van vier waarden zou rangschikken waarbij twee van de waarden identiek zijn:
OptieResultaat
Concurrentie (1, 2, 2, 4)Aan identieke waarden wordt een identieke rang toegewezen. De hoogste waarde krijgt rang 1 en de volgende twee, de identieke waarden, krijgen allebei rang 2. De laatste waarde wordt dan gerangschikt als 4.
Gewijzigde concurrentie (1, 3, 3, 4)Aan identieke waarden wordt een identieke rang toegewezen. De hoogste waarde krijgt rang 1 en de volgende twee, de identieke waarden, krijgen allebei rang 3. De laatste waarde wordt dan gerangschikt als 4.
Dicht (1, 2, 2, 3)Aan identieke waarden wordt een identieke rang toegewezen. De volgende waarde na de dubbele waarden wordt berekend alsof de dubbele waarden één enkele waarde zijn.
Uniek (1, 2, 3, 4)Dubbele waarden krijgen een unieke rangschikking, afhankelijk van de richting waarin de rangschikking wordt berekend.
## Lopend totaal-berekening De tabelberekening Lopend totaal aggregeert waarden cumulatief in een partitie, voor elke markering in de weergave. Dit kan worden gedaan door waarden op te tellen, waarden te middelen of alle waarden te vervangen door de laagste of de hoogste werkelijke waarde. ### Volg het voorbeeld Bekijk deze teksttabel. De tabel toont de totale maandelijkse verkoop voor vier jaar voor een grote winkelketen. ![Een tabel met verkoopcijfers per maand en kwartaal van 2022 tot en met 2014.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calcs_table_types1.png) U wilt voor elk jaar een lopend totaal van de verkopen zien, zodat de verkopen van elke maand worden opgeteld bij de verkopen van alle voorgaande maanden. ### De basisweergave aanmaken 1. Maak verbinding met de databron Voorbeeld— Superstore. 2. Klik en sleep het veld Besteldatum naar het deelvenster Data en sleep het naar de container Kolommen. Het standaard datumniveau is YEAR(Besteldatum). 3. Klik en sleep Besteldatum nogmaals, deze keer naar de container Rijen. 4. Klik op de rechterkant van het veld om het contextmenu te openen. Selecteer vervolgens Quarter/Kwartaal. ![Het contextmenu van een datumveld met het discrete kwartaal-datumgedeelte](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations_base2.png) U ziet twee opties genaamd Quarter/Kwartaal. Zorg ervoor dat u de eerste optie selecteert. Het veld heeft nu de naam QUARTER(Besteldatum). **Opmerking**: als u de weergave op internet maakt, ziet het menu er iets anders uit. 5. Klik en sleep Besteldatum voor de derde keer, nu naar de container Rijen, rechts van QUARTER(Besteldatum). 6. Klik op de rechterkant van het veld om het contextmenu te openen. Selecteer Maand (kies ook nu de eerste van de twee opties genaamd Maand). Het veld heeft nu de naam MONTH(Besteldatum). 7. Sleep Verkoop vanuit het deelvenster Data naar Tekst op de kaart Markeringen. U beschikt nu over de basisweergave, waarin de verkopen over een periode van vier jaar, per maand, kwartaal en jaar worden weergegeven. ### De tabelberekening Lopend totaal toevoegen aan de basisweergave 1. Klik op het veld SUM(Verkoop) op de kaart Markeringen en kies Tabelberekening toevoegen... 2. Selecteer in het dialoogvenster Tabelberekening de optie Lopend totaal als Berekeningstype. 3. Selecteer Tabel (omlaag) van de lijst Berekenen met. De highlight in de weergave laat zien hoe de Berekenen met\-waarde de scope van de berekening in de weergave instelt: ![Een tabel met de maandelijkse totalen voor de bestellingen, met de kolom voor één jaar gehighlight](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations_running1.png) Wanneer de waarden in de originele tekstweergave worden vergeleken met de waarden in deze weergave, blijkt dat het resultaat correct is. De maandelijkse waarden stijgen gestaag. De waarde voor december (494.040) is dezelfde waarde die u ziet als u de eindtotalen van de kolommen weergeeft (selecteer in het menu Analyse Totalen > Eindtotalen van kolommen weergeven). 4. Klik op X in de rechterbovenhoek van het dialoogvenster Tabelberekeningen om het te sluiten. ### Het lopend totaal kan een andere aggregatie zijn. Voor de tabelberekening Lopend totaal kan Tableau waarden cumulatief bijwerken met andere aggregaties dan SUM. Selecteer een van de opties uit de vervolgkeuzelijst vlak onder het veld Berekeningstype:
AggregatieBetekenis
SomElke waarde wordt opgeteld bij de vorige waarde.
GemiddeldHet lopend totaal berekent het gemiddelde van de huidige en alle voorgaande waarden.
MinimumAlle waarden worden vervangen door de laagste waarde in de oorspronkelijke partitie.
MaximumAlle waarden worden vervangen door de hoogste waarde in de oorspronkelijke partitie.
### Alles opnieuw starten-optie De optie Alles opnieuw starten is alleen beschikbaar als u Specifieke dimensies selecteert in het dialoogvenster Tabelberekeningen en wanneer er meer dan één dimensie is geselecteerd in het veld direct onder de opties Berekenen met, dat wil zeggen als er meer dan één dimensie als adresseringsveld is gedefinieerd. ![Het gedeelte 'Berekenen met' van een tabelberekeningsvenster met specifieke dimensies geselecteerd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations_restartingevery.png) 'Opnieuw starten om de' is niet beschikbaar wanneer u een tabelberekening definieert met elke andere Berekenen met\-optie. U kunt deze instelling gebruiken om een pauze in te stellen (dat wil zeggen, de berekening opnieuw te starten) in de weergave, op basis van een bepaalde dimensie. #### Alles opnieuw starten kan handig zijn in de volgende situaties: - Als u bij datums of andere hiërarchieën elke maand opnieuw start, maakt Tableau automatisch partities als u Jaar of Kwartaal invoert. - Bij niet-hiërarchieën heeft Alles opnieuw starten invloed op de sortering. Als u op Producten wilt adresseren en op Staat wilt partitioneren, maar de producten gesorteerd wilt hebben op SUM(Verkoop) binnen elke staat, moet u Staten als een adresseringsveld opnemen onder Specifieke dimensies, maar vervolgens elke staat opnieuw starten. Anders zal de sortering op SUM(Verkoop) gebaseerd zijn op de som van de verkopen van elk product in alle staten. Als u bijvoorbeeld het resultaat neemt van de Lopend totaal\-berekening, dan kunt u het effect van Alles opnieuw starten zien door het volgende te doen: 1. Klik op het veld SUM(Verkoop) op de kaart Markeringen en selecteer Tabelberekening bewerken. 2. Selecteer Specifieke dimensies in het dialoogvenster Tabelberekening. Merk op dat er nu twee dimensies zijn aangevinkt in de keuzelijst met dimensies: Kwartaal van besteldatum en Maand van besteldatum. Dit zijn de adresseringsvelden en omdat er meer dan één veld wordt gebruikt voor adressering, is Alles opnieuw starten nu beschikbaar. De beschikbare keuzes in de vervolgkeuzelijst **Alles opnieuw starten** zijn:
GeenSpecificeert dat de berekening moet worden uitgevoerd op het niveau van de grootste granulariteit. Dit is de standaardoptie. Deze optie wijzigt de weergave niet.
Kwartaal van besteldatumSpecificeert dat de berekening op kwartaalniveau moet worden uitgevoerd.
3. Als u Kwartaal van besteldatum selecteert, wordt de weergave bijgewerkt om het effect van deze wijziging weer te geven: ![Een teksttabel met de kruising van één rij en één kolom gehighlight](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations_running2.png) De berekening begint nu na elk kwartaal opnieuw. Als u naast het dialoogvenster Tabelberekeningen klikt (om de highlights te verwijderen), kunt u dit duidelijker zien. 4. Klik op X in de rechterbovenhoek van het dialoogvenster Tabelberekeningen om het te sluiten. ### Secundaire berekening toevoegen Bij de tabelberekeningen Lopend totaal en Voortschrijdende berekening hebt u de optie om waarden twee keer te transformeren om het gewenste resultaat te verkrijgen, dat wil zeggen dat u een secundaire tabelberekening toe kunt voegen aan de primaire tabelberekening. U kunt bijvoorbeeld een initiële tabelberekening toevoegen om het lopend totaal van de verkopen per maand binnen elk afzonderlijk jaar te berekenen, en vervolgens een secundaire berekening om het procentuele verschil op jaarbasis voor elke maand van de opeenvolgende jaren te berekenen. Hiervoor voegt u eerst de primaire tabelberekening toe, zoals eerder weergegeven. Ga dan als volgt verder: 1. Klik op het veld SUM(Verkoop) op de kaart Markeringen en selecteer Tabelberekening bewerken. 2. Klik in het dialoogvenster Tabelberekening op Secundaire berekening toevoegen. 3. In het tweede venster selecteert u Procentueel verschil van als Secundair berekeningstype. 4. U hoeft de selectie voor Berekenen met niet te wijzigen. Tabel (opzij) is de juiste optie. ![Een venster met tabelberekeningen waarmee u berekeningen kunt aanpassen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations_running3.png) 5. Klik op X in de rechterbovenhoek om het dialoogvenster Tabelberekening te sluiten. Nu toont de weergave wat u nodig had: een procentueel verschil op jaarbasis van een lopend totaal: ![Een tabel met de bestelhoeveelheden per maand en jaar.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations_running4.png) ## Zie ook [Een tabelberekening maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm#Create) [De basis: adressering en partitionering](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm#Basics) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Typen uitleg in Data uitleggen Elke keer dat u een nieuwe markering selecteert in een visualisatie of dashboard en Data uitleggen uitvoert, voert Tableau een nieuwe statistische analyse uit op basis van die markering en de onderliggende data in de werkmap. Mogelijke verklaringen worden weergegeven in uitvouwbare secties voor het deelvenster Datagids. Zie [Hoe Data uitleggen werkt](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_explained.htm) voor informatie over hoe Data uitleggen uitleg analyseert en evalueert. ## Onderliggende waarden verkennen In deze sectie wordt uitleg gegeven voor elke maatregel die verklaard kan worden (aangeduid als _doelmeetwaarden_). Elke hier vermelde uitleg beschrijft een relatie met de waarden van de doelmeetwaarde die op de geanalyseerde markering worden getest. Gebruik uw praktische kennis van de data om te bepalen of de relaties die Data uitleggen heeft gevonden, zinvol zijn en de moeite waard zijn om te verkennen. ![Details van Data uitleggen voor een geanalyseerde markering, met gehighlighte tekst die een hogere dan verwachte som voor de reisafstand beschrijft, namelijk 8800.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explaindata_targetmeasure.png) In dit voorbeeld is de Reisafstand de doelmeetwaarde ### Onderliggende kenmerken In de uitleg wordt beschreven hoe onderliggende records van de markeringen in de weergave kunnen bijdragen aan de geaggregeerde waarde van de meetwaarde die wordt toegelicht. Markeringskenmerken kunnen de [extreme waarden](#MA-Extreme), de [nullwaarden](#MA-Null), het [aantal records](#MA-NR) of de [gemiddelde waarde](#MA-AVG) van de markering omvatten. **Opmerking**: zie [Termen en concepten in uitleg](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_basics.htm#TermsToKnow "Link naar definities van Tableau-termen en -concepten die in uitleg worden gebruikt.") voor definities van veelgebruikte termen in een uitleg. #### Extreme waarden Dit type uitleg geeft aan of een of meerdere records waarden hebben die aanzienlijk hoger of lager zijn dan de meeste records. Als de verklaring door een model wordt ondersteund, geeft dit aan dat de extreme waarde de doelmeetwaarde van de geanalyseerde markering beïnvloedt. Wanneer een markering extreme waarden heeft, betekent dit niet automatisch dat er ook uitschieters zijn of dat u die records uit de weergave moet weglaten. Die keuze is aan u en is afhankelijk van uw analyse. De uitleg geeft eenvoudigweg een extreme waarde aan in de markering. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een foutief ingevoerde waarde in een record wordt aangetroffen, waarbij een banaan 10 euro kost in plaats van 10 cent. Of er kan staan dat een bepaalde verkoper een goed kwartaal heeft gehad. **Opmerking**: deze uitleg moet door de auteur worden ingeschakeld om zichtbaar te zijn in de weergavemodus voor een gepubliceerde werkmap. Zie [Toegang tot Data uitleggen beheren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_control_access.htm) voor meer informatie.

Deze uitleg laat het volgende zien:

  • Het aantal onderliggende records in de geanalyseerde markering.
  • De extreme waarde of waarden die bijdragen aan de waarde van de doelmeetwaarde.
  • De verdeling van de waarden in de markering.
  • De recordgegevens die overeenkomen met elke distributiewaarde.

Verkenningsopties:

  • Wijs met de muis een cirkel aan in de grafiek om de bijbehorende waarde te bekijken.
  • Selecteer de pijl naar links of rechts onder de detaillijst om door de recorddetails te scrollen.
  • Selecteer indien beschikbaar Volledige data weergeven en selecteer vervolgens het tabblad Volledige data om alle records in een tabel te bekijken.
  • Selecteer het pictogram Openen Het pictogram Weergave openen. om een grotere versie van de visualisatie te zien.

Volgende stappen voor analyse:

  • Als het aantal records laag is, vergelijkt u deze waarden met de extreme waarde.
  • Als de extreme waarde aanzienlijk hoger of lager is dan de andere recordwaarden, sluit u deze uit en bekijkt u hoe deze de waarde van de geanalyseerde markering verandert.
  • Wanneer u de data met en zonder de extreme waarde bekijkt, kunt u deze gebruiken als een kans om uw praktische kennis over de data toe te passen.

 

In dit voorbeeld draagt een enkele extreme waarde van 463 uren aan huur bij aan de hoger dan verwachte som van een totale huurtijd van 613 uur.

In dit voorbeeld draagt een enkele extreme waarde van 463 huururen bij aan de hoger dan verwachte som van een totale huurtijd van 613 uur.

Een waarschijnlijke reden voor deze hoge waarde zou kunnen zijn dat iemand is vergeten de fiets in het dock te plaatsen toen deze werd teruggebracht. In dat geval kan het zijn dat de auteur deze waarde wil uitsluiten voor toekomstige analyses.

 

Het verschil visualiseren

In deze sectie ziet u het volgende:

  • Hoe de geanalyseerde markeringswaarde verandert wanneer de extreme waarde wordt uitgesloten.

 

 

 

 

 

 

 

Verkenningsopties:

  • Selecteer het pictogram Openen Het pictogram Weergave openen. om een grotere versie van de visualisatie te zien.
  • Ontdek het verschil met en zonder de extreme waarde (of waarden).
  • Auteurs kunnen de weergave openen als een nieuw blad en een filter toepassen om de extreme waarde uit te sluiten.

Volgende stappen voor analyse:

  • Als de extreme waarde aanzienlijk hoger of lager is dan de andere recordwaarden, sluit u deze uit en bekijkt u hoe deze de waarde van de geanalyseerde markering verandert.
  • Wanneer u de data met en zonder de extreme waarde bekijkt, kunt u deze gebruiken als een kans om uw praktische kennis over de data toe te passen.
 De koptekst 'Het verschil visualiseren' toont een momentopname van een kaart en verklarende tekst die aangeeft dat wanneer de extreme waarde wordt uitgesloten, de waarde verandert van 619,3 naar 155,5.

In dit voorbeeld is de geanalyseerde markering niet meer zo hoog vergeleken met andere markeringen in de weergave wanneer de extreme waarde van 483 wordt uitgesloten.

In dit voorbeeld is de geanalyseerde markering niet meer zo hoog vergeleken met andere markeringen in de weergave wanneer de extreme waarde van 483 wordt uitgesloten. Andere kenmerken vallen nu op. De auteur zou de andere locaties eens nader kunnen bekijken om te achterhalen waarom deze locaties een hoger aantal uur hebben voor fietsverhuur.

#### Nullwaarden Het type uitleg Nullwaarden geeft situaties aan waarin er een hogere hoeveelheid ontbrekende data in een markering is dan verwacht. Het geeft aan welk deel van de doelmeetwaarden null is en hoe de nullwaarden mogelijk bijdragen aan de geaggregeerde waarde van die meetwaarde.

Deze uitleg laat het volgende zien:

  • Het percentage waarden dat null is in de doelmeetwaarde voor de geanalyseerde markering (blauwe cirkel).

Verkenningsopties:

  • Wijs met de muis elke cirkel aan in het spreidingsdiagram om de details te bekijken.
  • Scrol naar beneden om meer van de grafiek te zien.
  • Selecteer het pictogram Openen Het pictogram Weergave openen. om een grotere versie van de visualisatie te zien.

Volgende stappen voor analyse:

  • U kunt eventueel nullwaarden uitsluiten in de markering voor verdere analyse.
 

Een spreidingsdiagram met de tekst 'Data uitleggen' waarin wordt uitgelegd dat het percentage null-waarden mogelijk bijdraagt aan de gemiddelde waarde.

In dit voorbeeld wordt het percentage nullwaarden in de doelmeetwaarde weergegeven als een blauwe cirkel.

#### Aantal records Dit type uitleg beschrijft wanneer het aantal onderliggende records gecorreleerd is aan de som. Uit de analyse bleek dat er een verband bestaat tussen het aantal records dat in een markering wordt geaggregeerd en de werkelijke waarde van de markering. Hoewel dit voor de hand liggend lijkt, kunt u met dit type uitleg onderzoeken of de waarde van de markering wordt beïnvloed door de omvang van de waarden in de records of simpelweg door het aantal records in de geanalyseerde markering.

Deze uitleg laat het volgende zien:

  • Het aantal records in de doelmeetwaarde voor de geanalyseerde markering (donkerblauwe balk).
  • Het aantal records in de doelmeetwaarde voor andere markeringen in de bronvisualisatie (lichtblauwe balk).

Verkenningsopties:

  • Wijs met de muis elke balk aan om de details te bekijken.
  • Scrol naar beneden om meer van de grafiek te zien.
  • Selecteer het pictogram Openen Het pictogram Weergave openen. om een grotere versie van de visualisatie te zien.

Volgende stappen voor analyse:

  • Vergelijk of de individuele waarden van records laag of hoog zijn, of dat het aantal records in de geanalyseerde markering laag of hoog is.
  • Auteurs, als u verrast bent door het grote aantal records, moet u de data mogelijk normaliseren.
 

Een spreidingsdiagram waarin de relatie tussen het aantal en de som van de reisafstanden wordt weergegeven, en met de tekst 'Data uitleggen' waarin wordt uitgelegd dat de som van de reisafstanden hoog kan zijn vanwege het grote aantal records in augustus.

In dit voorbeeld wordt het aantal records voor Reisafstand weergegeven voor elke waarde van Maand van rit. Dit is een dimensie in de oorspronkelijke visualisatie. Augustus heeft de hoogste totale waarde voor reisafstand.

U kunt onderzoeken of augustus de hoogste waarde voor reisafstand heeft, omdat er in augustus meer ritten plaatsvonden of omdat sommige ritten langer waren.

#### Gemiddelde waarde van de markering Dit type uitleg beschrijft wanneer het gemiddelde van een meetwaarde gecorreleerd is aan de som. Vergelijk of de gemiddelde waarde laag of hoog is en of het aantal records laag of hoog is.

Deze uitleg laat het volgende zien:

  • Het gemiddelde van de doelmeetwaarde voor elke waarde van een dimensie die in de bronvisualisatie wordt gebruikt.

Verkenningsopties:

  • Wijs met de muis elke balk aan om de details te bekijken.
  • Scrol naar beneden om meer van de grafiek te zien.
  • Selecteer het pictogram Openen Het pictogram Weergave openen. om een grotere versie van de visualisatie te zien.

Volgende stappen voor analyse:

  • Vergelijk of de gemiddelde waarde laag of hoog is en of het aantal records laag of hoog is. Is de winst bijvoorbeeld hoog omdat u veel items hebt verkocht of omdat u dure items hebt verkocht?
  • Probeer erachter te komen waarom de geanalyseerde markering een significant hogere of lagere gemiddelde waarde heeft.

 

 De dimensie 'Gemiddelde reisafstand' is geselecteerd met de uitleg dat de gemiddelde reisafstand de verwachte som van de reisafstand voor de uitgelegde markering vergroot.

In dit voorbeeld is de gemiddelde reisafstand in augustus niet significant hoger of lager dan in de meeste maanden. Dit suggereert dat de reisafstand in augustus groter is omdat er in die maand meer ritten waren en niet omdat mensen langere ritten maakten.

### Bijdragende enkele waarde Gebruik deze uitleg om inzicht te krijgen in de samenstelling van de recordwaarden waaruit de geanalyseerde markering bestaat. Dit type uitleg identificeert wanneer één waarde in een niet-gevisualiseerde dimensie kan bijdragen aan de geaggregeerde waarde van de geanalyseerde markering. Een niet-gevisualiseerde dimensie is een dimensie die voorkomt in de databron, maar momenteel niet wordt gebruikt in de weergave. Deze uitleg geeft het aan wanneer alle onderliggende records van een dimensie dezelfde waarde hebben of wanneer een dimensiewaarde opvalt omdat veel of weinig records dezelfde enkele waarde hebben voor de geanalyseerde markering. **Opmerking**: zie [Termen en concepten in uitleg](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_basics.htm#TermsToKnow "Link naar definities van Tableau-termen en -concepten die in uitleg worden gebruikt.") voor definities van veelgebruikte termen in een uitleg.
Deze uitleg laat het volgende zien:
  • Het percentage van het aantal records voor een enkele waarde van een dimensie voor de geanalyseerde markering (blauwe balk) ten opzichte van alle markeringen (grijze balk) in de bronvisualisatie.
  • Het percentage van het aantal records voor alle andere waarden van een dimensie voor de geanalyseerde markering (blauwe balk) ten opzichte van alle markeringen (grijze balk) in de bronvisualisatie.
  • Het gemiddelde van de doelmeetwaarde voor de enkele waarde van een dimensie in de geanalyseerde markering (blauwe balk) ten opzichte van alle markeringen (grijze balk).
  • Het gemiddelde van de doelmeetwaarde voor alle andere waarden van een dimensie voor de geanalyseerde markering (blauwe balk) ten opzichte van alle markeringen (grijze balk) in de bronvisualisatie.

Verkenningsopties:

  • Wijs met de muis elke balk aan om de details te bekijken.
  • Selecteer het pictogram Openen Het pictogram Weergave openen. om een grotere versie van de visualisatie te zien.

Volgende stappen voor analyse:

  • Gebruik deze uitleg om inzicht te krijgen in de samenstelling van de recordwaarden waaruit de geanalyseerde markering bestaat.
  • Auteurs kunnen een nieuwe visualisatie maken om een eventueel niet-gevisualiseerde dimensie die in deze uitleg naar voren komt te verkennen.
 Details van 'Data uitleggen' voor een geselecteerde markering met staafdiagrammen waarin records worden weergegeven die van invloed zijn op de waarde.

In dit voorbeeld heeft de statistische analyse aangetoond dat veel ritten afkomstig zijn uit de stationsbuurt van Back Bay. Houd er rekening mee dat Stationsbuurt een niet-gevisualiseerde dimensie is die verband houdt met de reisafstand in de onderliggende data voor de bronvisualisatie.

### Meest bijdragende Gebruik deze uitleg om te zien welke waarden het grootste deel van de geanalyseerde markering vormen. Bij een COUNT-aggregatie worden de dimensiewaarden met de meeste records weergegeven door de meest bijdragende. Voor SUM toont deze uitleg dimensiewaarden met de grootste gedeeltelijke som. ### Bijdragende dimensies Gebruik deze uitleg om inzicht te krijgen in de samenstelling van de recordwaarden waaruit de geanalyseerde markering bestaat. Dit type uitleg geeft aan wanneer de distributie van een niet-gevisualiseerde dimensie kan bijdragen aan de geaggregeerde waarde van de geanalyseerde markering. Dit type uitleg wordt gebruikt voor sommen, aantallen en gemiddelden van doelmeetwaarden. Een niet-gevisualiseerde dimensie is een dimensie die voorkomt in de databron, maar momenteel niet wordt gebruikt in de weergave. **Opmerking**: zie [Termen en concepten in uitleg](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_basics.htm#TermsToKnow "Link naar definities van Tableau-termen en -concepten die in uitleg worden gebruikt.") voor definities van veelgebruikte termen in een uitleg.
Deze uitleg laat het volgende zien:
  • Het percentage van het aantal records voor alle waarden van een dimensie voor de geanalyseerde markering (blauwe balk) ten opzichte van alle waarden van een dimensie voor alle markeringen (grijze balk) in de bronvisualisatie.
  • Het gemiddelde van de doelmeetwaarde voor alle waarden van een dimensie voor de geanalyseerde markering (blauwe balk) ten opzichte van alle waarden van een dimensie voor alle markeringen (grijze balk).

Verkenningsopties:

  • Wijs met de muis elke balk aan om de details te bekijken.
  • Scrol naar beneden om meer van de grafiek te zien.
  • Selecteer het pictogram Openen Het pictogram Weergave openen. om een grotere versie van de visualisatie te zien.

Volgende stappen voor analyse:

  • Gebruik deze uitleg om inzicht te krijgen in de samenstelling van de recordwaarden waaruit de geanalyseerde markering bestaat.
  • Auteurs kunnen een nieuwe visualisatie maken om eventuele niet-gevisualiseerde dimensies die in deze uitleg naar voren komen te verkennen.
 Details van 'Data uitleggen' voor een geselecteerde markering en de bijbehorende distributie.

In dit voorbeeld heeft de statistische analyse aangetoond dat er meer ritten werden gemaakt vanaf South Station en MIT en dat er minder ritten werden gemaakt vanaf Charles Circle en Kendall, vergeleken met de ritten die in het algemeen voor markeringen werden gemaakt.

Houd er rekening mee dat Stationsnaam een niet-gevisualiseerde dimensie is die verband houdt met de reisafstand in de onderliggende data voor de bronvisualisatie.

### Bijdragende meetwaarden Dit type uitleg geeft aan wanneer het gemiddelde van een niet-gevisualiseerde meetwaarde kan bijdragen aan de geaggregeerde waarde van de geanalyseerde markering. Een niet-gevisualiseerde meetwaarde is een meetwaarde die voorkomt in de databron, maar momenteel niet wordt gebruikt in de weergave. Deze uitleg kan een lineair of kwadratisch verband tussen de niet-gevisualiseerde meetwaarde en de doelmeetwaarde onthullen. **Opmerking**: zie [Termen en concepten in uitleg](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_basics.htm#TermsToKnow "Link naar definities van Tableau-termen en -concepten die in uitleg worden gebruikt.") voor definities van veelgebruikte termen in een uitleg.
Deze uitleg laat het volgende zien:
  • Het verband tussen de som van de doelmeetwaarde en het gemiddelde van een niet-gevisualiseerde meetwaarde voor de geanalyseerde markering (blauwe cirkel) en alle markeringen (grijze cirkels) in de weergave.
  • Of de som van de doelmeetwaarde hoog of laag is omdat de gemiddelde waarde van de niet-gevisualiseerde meetwaarde hoog of laag is.

Verkenningsopties:

  • Wijs met de muis elke cirkel aan om de details te bekijken.
  • Selecteer het pictogram Openen Het pictogram Weergave openen. om een grotere versie van de visualisatie te zien.

Volgende stappen voor analyse:

  • Auteurs kunnen een nieuwe visualisatie maken om eventuele niet-gevisualiseerde meetwaarden die in deze uitleg naar voren komen te verkennen.
 Details van 'Data uitleggen' voor een geselecteerde meetwaarde.

In dit voorbeeld is een mogelijke reden waarom de reisafstand hoog is, dat de gemiddelde totale huurtijd ook hoog is.

## Andere zaken om te verkennen In deze sectie worden mogelijke redenen beschreven waarom de geanalyseerde markering uniek of ongebruikelijk is. Deze uitleg: - legt niet uit waarom deze markering een bepaalde waarde heeft; - heeft op geen enkele manier betrekking op de waarde van de meetwaarden in de bronvisualisatie; - houdt geen rekening met eventuele doelmeetwaarden. ### Andere interessante dimensies Gebruik deze uitleg om inzicht te krijgen in de samenstelling van de recordwaarden waaruit de geanalyseerde markering bestaat. De distributie van een niet-gevisualiseerde dimensie in de geanalyseerde markering contrasteert op ongewone wijze met de distributie van waarden voor alle andere markeringen in de weergave. Een niet-gevisualiseerde dimensie is een dimensie die voorkomt in de databron, maar momenteel niet wordt gebruikt in de weergave. **Opmerking**: zie [Termen en concepten in uitleg](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_basics.htm#TermsToKnow "Link naar definities van Tableau-termen en -concepten die in uitleg worden gebruikt.") voor definities van veelgebruikte termen in een uitleg.
Deze uitleg laat het volgende zien:
  • Het percentage van het aantal records voor alle waarden van een dimensie voor de geanalyseerde markering (blauwe balk) ten opzichte van alle waarden van een dimensie voor alle markeringen (grijze balk) in de bronvisualisatie.

Verkenningsopties:

  • Wijs met de muis elke balk aan om de details te bekijken.
  • Scrol naar beneden om meer van de grafiek te zien.
  • Selecteer het pictogram Openen Het pictogram Weergave openen. om een grotere versie van de visualisatie te zien.

Volgende stappen voor analyse:

  • Gebruik deze uitleg om inzicht te krijgen in de samenstelling van de recordwaarden waaruit de geanalyseerde markering bestaat.
  • Auteurs kunnen een nieuwe visualisatie maken om eventuele niet-gevisualiseerde dimensies die in deze uitleg naar voren komen te verkennen.
 Details van 'Data uitleggen' voor andere interessante dimensies.

In dit voorbeeld heeft een hoog percentage records betrekking op bewolkt weer. Omdat de data betrekking heeft op fietsverhuur in Boston en de geanalyseerde markering de reisafstand voor augustus is, kunnen we aannemen dat het weer doorgaans warm en vochtig is. Op bewolkte dagen huurden mensen misschien vaker een fiets om de hitte te vermijden. Het is ook mogelijk dat er in augustus meer bewolkte dagen waren.

[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # URL-acties Een URL-actie is een hyperlink die verwijst naar een webpagina, bestand of andere webgebaseerde bron buiten Tableau. U kunt URL-acties gebruiken om een e-mail te maken of een link naar aanvullende informatie over uw data. Als u koppelingen wilt aanpassen op basis van uw data, kunt u automatisch veldwaarden als parameters invoeren in URL's. > [!TIP] > > URL-acties kunnen ook worden geopend in een webpaginaobject in een dashboard. Zie [Acties en dashboards](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/actions_dashboards.htm) voor meer informatie. ![Een URL-actie die wordt uitgevoerd vanuit een knopinfomenu. De link weerspiegelt de actienaam, niet de doel-URL.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/urlaction_tooltip.png) Een URL-actie die wordt uitgevoerd vanuit een knopinfomenu. De link weerspiegelt de actienaam, niet de doel-URL. ## Een webpagina openen met een URL-actie 1. Selecteer Werkblad > Acties op een werkblad. Selecteer Dashboard > Acties op een dashboard. 2. Klik in het dialoogvenster Acties op Actie toevoegen en selecteer Naar URL. 3. Voer in het volgende dialoogvenster een naam voor de actie in. Om veldvariabelen in de naam in te voeren klikt u op het menu Invoegen rechts van het vak Naam. **Opmerking:** geef de actie een beschrijvende naam, aangezien de linktekst in de knopinfo de naam van de actie is, niet de URL. Als u bijvoorbeeld naar meer productdetails linkt, kan een Meer details weergeven een goede naam zijn. 4. Gebruik de vervolgkeuzelijst om een bronblad of databron te selecteren. Als u een databron of een dashboard selecteert, kunt u daarin afzonderlijke bladen selecteren. ![Een menu voor het kiezen van bronbladen en het selecteren van een actie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/urlaction3.png) 5. Selecteer hoe gebruikers de actie uitvoeren.
Als u deze optie kiest...De actie wordt uitgevoerd wanneer de gebruiker...
Aanwijzen met de muisde muis boven een markering in de weergave houdt. Deze optie werkt het best voor highlightacties binnen een dashboard.
Selecterenklikt op een markering in de weergave. Deze optie werkt goed voor alle soorten acties.
Menumet de rechtermuisknop klikt (Control-klikt op Mac) op een geselecteerde markering in de weergave en vervolgens op een optie in knopinfo (menu). Deze optie werkt vooral goed voor URL-acties.
6. Geef als URL-doel op waar de link wordt geopend: - **Nieuw tabblad als er geen webpaginaobject bestaat** — hierdoor wordt de URL in een browser geopend op bladen zonder webpaginaobjecten. Dit is een goede keuze als Bronbladen is ingesteld op Alles of op een databron. - **Nieuw browsertabblad** — wordt geopend in de standaardbrowser. - **Webpaginaobject** — (alleen beschikbaar voor dashboards met webpaginaobjecten) wordt geopend in het webpaginaobject dat u selecteert. ![drie keuzerondjes voor URL-doel: nieuw tabblad als er geen webpaginaobject bestaat, nieuw browsertabblad en webpaginaobject. Onder de optie Webpaginaobject bevindt zich een vervolgkeuzelijst waarin u het webpaginaobject kunt selecteren](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/urlaction-webpageobject.jpg) **Opmerking**: voor de opties van Nieuw tabblad geldt dat wanneer de actie de eerste keer wordt uitgevoerd, er een nieuw tabblad wordt geopend. Daarna wordt de actie in hetzelfde tabblad geopend, in plaats van dat er extra tabbladen worden geopend. 7. URL invoeren - De URL moet beginnen met een van de volgende voorvoegsels: `http`, `https`, `ftp`, `mailto`, `news`, `gopher`, `tsc`, `tsl`, `sms` of `tel` **Opmerking**: als er geen voorvoegsel is ingevoerd, wordt automatisch aan het begin `http://` toegevoegd en werkt de URL-actie in Tableau Desktop. Als er echter een URL-actie zonder voorvoegsel naar Tableau Server of Tableau Cloud wordt gepubliceerd, mislukt deze in de browser. Geef altijd een volledig gekwalificeerde URL op voor acties als het dashboard wordt gepubliceerd. **Opmerking**: u kunt alleen een FTP-adres opgeven als het dashboard geen webobject bevat. Als er een webobject bestaat, wordt het FTP-adres niet geladen. - Tableau Desktop ondersteunt ook lokale paden zoals `C:\Example folder\example.txt`, evenals URL-bestandsacties. - Als u veld- en filterwaarden in de URL wilt invoeren als dynamische waarden, klikt u op het menu Invoegen rechts van de URL. Houd er rekening mee dat velden waarnaar wordt verwezen, in de weergave moeten worden gebruikt. Zie [Veld- en filterwaarden gebruiken in URL's](#Using) voor meer informatie. ![Een formulier voor het toevoegen van een URL-actie met een voorbeeld met een hyperlink.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/urlaction5.png) Onder de URL die u invoert, staat een hyperlinkvoorbeeld waarop u kunt klikken om te testen. 8. (Optioneel) Selecteer in de sectie Datawaarden een van de volgende opties: - **Datawaarden coderen die URL's niet ondersteunen** — selecteer deze optie als uw data waarden bevatten met tekens die door browsers niet worden toegestaan in URL's. Als een van uw datawaarden bijvoorbeeld een ampersand bevat, zoals Verkoop en financiën, moet de ampersand worden omgezet in tekens die de browser kan interpreteren. - **Meerdere waarden toestaan via URL-parameters** — selecteer deze optie als u linkt naar een webpagina die via parameters in de URL zoeklijsten kan ontvangen. Stel bijvoorbeeld dat u meerdere producten in een weergave selecteert en dat u de details van elk product op een webpagina wilt laten zien. Als de server op basis van een lijst met identificatiegegevens meerdere productdetails kan laden (product-ID of productnaam), kunt u meervoudige selectie gebruiken om de lijst met identificatiegegevens te verzenden als parameters. Als u meerdere waarden toestaat, moet u ook een escape-teken voor het scheidingsteken definiëren. Dit is het teken dat de afzonderlijke items in de lijst van elkaar scheidt (bijvoorbeeld een komma). U moet ook het escape-teken voor het scheidingsteken definiëren dat wordt gebruikt als het scheidingsteken in een datawaarde wordt gebruikt. ## Een e-mail maken met een URL-actie 1. Selecteer Werkblad > Acties op een werkblad. Selecteer Dashboard > Acties op een dashboard. 2. Klik in het dialoogvenster Acties op **Actie toevoegen** en selecteer **Naar URL**. 3. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Bronbladen het blad met het veld met de e-mailadressen waarnaar u wilt verzenden. 4. Doe in het URL-vak het volgende: - Typ **mailto:** en klik op het menu Invoegen aan de rechterkant om het dataveld met e-mailadressen te selecteren. - Typ **?subject=** en voer tekst in voor de onderwerpregel. - Typ **&body=** en klik op het menu Invoegen aan de rechterkant om de informatievelden te selecteren die u in de hoofdtekst van de e-mail wilt opnemen. In het onderstaande voorbeeld bevat het veld E-mail de e-mailadressen, is het onderwerp Stadsinformatie en bestaat de hoofdtekst van de e-mail uit de gegevens voor stad en staat die bij het e-mailadres horen. ![ ](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/UsingActionEmail_BodyText.png): 5. (Optioneel) Geef gegevens uit uw werkmap in de hoofdtekst van uw e-mail weer als een verticale lijst in plaats van de standaard horizontale lijst. Stel dat u bijvoorbeeld een horizontale lijst met steden hebt zoals Chicago, Parijs, Barcelona, die u liever verticaal wilt weergeven, zoals hier: Chicago Parijs Barcelona Als u de lijst verticaal wilt maken, doet u in de sectie Datawaarden het volgende: - Deselecteer **Datawaarden coderen die niet door URL's worden ondersteund** - Selecteer **Meerdere waarden via URL-parameters toestaan**. - Typ **%0a** in het tekstvak **Waardescheidingsteken** om tussen alle afzonderlijke items in de lijst regeleinden toe te voegen. (Dit zijn de URL-gecodeerde tekens voor een regeleinde.) ## Veld- en filterwaarden gebruiken in URL's Wanneer gebruikers URL-acties activeren op basis van geselecteerde markeringen, kan Tableau veld-, filter- en parameterwaarden verzenden als variabelen in de URL. Als een URL-actie bijvoorbeeld linkt naar een kaartwebsite, kunt u het adresveld invoegen om het momenteel geselecteerde adres op de website automatisch te openen. 1. Begin in het dialoogvenster URL-actie bewerken met het typen van de URL voor de link. 2. Plaats de cursor op de plek waar u een veld-, parameter- of filterwaarde wilt invoegen. 3. Klik op het menu Invoegen rechts van het tekstvak en selecteer het veld, de parameter of het filter dat u wilt invoegen. De variabele wordt tussen punthaakjes weergegeven. U kunt zoveel variabelen toevoegen als u nodig hebt. **Opmerking:** alle velden waarnaar wordt verwezen, moeten in de weergave worden gebruikt. Anders wordt de link niet in de visualisatie weergegeven, ook niet als deze werkt wanneer u op Link testen klikt. ![Een venster met velden om een nieuwe URL-actie toe te voegen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter1.png) ### Inclusief geaggregeerde velden De lijst met beschikbare velden bevat alleen niet-geaggregeerde velden. Als u geaggregeerde veldwaarden als linkparameters wilt gebruiken, maakt u eerst een gerelateerd berekend veld en voegt u dat veld aan de weergave toe. (Als u het berekende veld niet nodig hebt in de visualisatie, sleept u het naar Detail op de kaart Markeringen.) ### Parameterwaarden invoegen Bij het invoegen van parameterwaarden verzenden URL-acties standaard de waarde Weergeven als. Als u in plaats daarvan de werkelijke waarde wilt verzenden, voegt u de tekens `~na` toe achter de parameternaam. Stel dat u bijvoorbeeld een parameter met die IP-adressen hebt, met tekenreeksen voor werkelijke waarden zoals 10.1.1.195 en tekenreeksen voor Weergeven als met beschrijvende waarden zoals `Computer A (10.1.1.195)`. Als u de werkelijke waarde wilt verzenden, wijzigt u de parameter in de URL zodat deze er als volgt uitziet: `http:///page.htm`. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Uw dashboard verfijnen Nadat u uw dashboard hebt gemaakt en ingedeeld, neemt u even de tijd om een stap terug te doen en te evalueren. In dit onderwerp worden een paar elementen genoemd die u kunt controleren en verfijnen. ## Staat alles op de juiste plek? ### Plaatsing bevestigen Zorg ervoor dat de weergave met uw belangrijkste bevinding of hoofdvraag in de linkerbovenhoek van uw dashboard staat. In uw weergaven moeten de belangrijkste data zich op de X- of Y-as bevinden en de minder belangrijke data in kleur, formaat of vorm. ![Pijl die laat zien hoe u navigatie aan een dashboard kunt toevoegen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_placement.png) ### De richting en leesbaarheid van labels controleren Belangrijke labels moeten horizontaal zijn, zodat uw kijkers ze gemakkelijk kunnen lezen. ![Twee staafdiagrammen met dezelfde data over het aantal reizigers bij verschillende haltes, met verticale aslabels op de ene grafiek en horizontale aslabels op de andere.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/label_swap.png) ## Formaten en lay-outs controleren ### Uw werk testen en het formaat aanpassen Zodra u klaar bent met uw dashboard, is het een best practice om het dashboard te testen en te ervaren zoals uw gebruikers dat zullen doen. Gaan ze bijvoorbeeld Tableau Reader op een laptop gebruiken om uw dashboard te bekijken, wordt het dashboard gepubliceerd op Tableau Server, of wordt het ingesloten in een webtoepassing en bekeken vanaf een tablet? Nadat u uw dashboard hebt getest, zult u waarschijnlijk een aantal dingen zijn tegenkomen die u wilt wijzigen: het formaat en de manier waarop en waar items worden gepositioneerd, zijn daar meestal voorbeelden van. Tableau-dashboards zijn ingesteld op een vast standaardformaat dat bedoeld is om goed te werken op een standaarddesktop. Wanneer u echter publiceert (op internet, in een blog, voor een presentatie, enz.), kunt u merken dat u wordt beperkt. U kunt het algemene formaat van het dashboard opgeven met behulp van de instellingen onder Formaat in het gebied Dashboard aan de linkerkant. Selecteer een nieuw formaat via het vervolgkeuzemenu. ![Een menu voor het kiezen van een vaste of relatieve grootte.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sizing1.png) - Automatisch: het formaat van het dashboard wordt automatisch aangepast om het venster waarin het wordt weergegeven te vullen. - Vast formaat: het dashboard blijft altijd een specifiek formaat houden. Als het dashboard groter is dan het venster, wordt het dashboard scrolbaar. - Bereik: het dashboard schaalt tussen het minimale en maximale formaat dat u opgeeft, waarbij scrolbalken of witruimte worden weergegeven. ### Afbeeldingsweergave aanpassen (alleen Tableau Desktop) Wanneer u een Afbeelding\-object toevoegt aan een dashboard, kunt u aanpassen hoe de afbeelding wordt weergegeven door een optie in het menu van de afbeelding te selecteren. U kunt bijvoorbeeld selecteren of u de Afbeelding passend wilt maken, waarmee de afbeelding wordt geschaald naar het formaat van het afbeeldingsobject op het dashboard. Standaard worden alle afbeeldingen met een hoge resolutie die u in een dashboard gebruikt, weergegeven in de standaardresolutie en behouden ze hetzelfde formaat, ongeacht of ze op standaard- of Retina-displays worden bekeken. Als u wilt profiteren van afbeeldingen met een hoge resolutie op een dashboard, die bedoeld zijn om op een Retina-weergave te worden bekeken, kunt u de @2x-naamgevingsconventie gebruiken: 1. Navigeer naar de afbeelding met hoge resolutie op uw computer met Retina-weergave. 2. Wijzig de naam van uw afbeelding met hoge resolutie en voeg de @2x-modifier toe, door de opmaak @2x te gebruiken. Bijvoorbeeld logo@2x.png. 3. Klik in uw werkmap op een Afbeelding\-object en sleep dit naar uw dashboard. 4. Wanneer u daarom wordt gevraagd, selecteert u de afbeelding waarvan u zojuist de naam hebt gewijzigd met behulp van de @2x-naamgevingsconventie en klikt u vervolgens op Openen. Opmerking: EMF-afbeeldingsbestandsindelingen zijn niet compatibel met Tableau Desktop op Mac. ### Een indelingscontainer gebruiken Een indelingscontainer kan zorgen voor een soepelere ervaring voor uw gebruikers door dashboardobjecten te herpositioneren en te vergroten/verkleinen wanneer de ene weergave de andere filtert. De onderstaande afbeelding laat zien hoe een dashboard zich gedraagt wanneer twee weergaven in een verticale indelingscontainer worden geplaatst, versus hoe ze zich gedragen wanneer ze niet in een indelingscontainer worden geplaatst. U ziet hoe in het dashboard dat een indelingscontainer gebruikt, de weergaven verticaal worden aangepast naarmate verschillende filters worden toegepast. ![Tableau Dashboard met en zonder een indelingscontainer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/layout_container2_with.gif) Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen Een indelingscontainer toevoegen 1. Sleep een horizontale of verticale indelingscontainer naar het dashboard. ![Het gedeelte Objecten van het Dashboard-deelvenster met de horizontale en verticale opties gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/layout_container1.png) 2. Voeg werkbladen en objecten toe aan de indelingscontainer. Wanneer u de indelingscontainer aanwijst met uw muis, geeft een blauw vak aan dat het object wordt toegevoegd aan de flow van de indelingscontainer. ![Objecten die naar een indelingscontainer worden gesleept in een visualisatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/layout_container2.png) 3. Om items gelijkmatig te positioneren, kiest u Evenredig distribueren in het snelkoppelingenmenu van de indelingscontainer: ![Een contextmenu voor de dashboardcontainer met de optie om de highlighting gelijkmatig te verdelen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboards_layout_container_evendistr.png) De Evenredig distribueren\-opdracht is alleen beschikbaar voor indelingscontainers die u expliciet aan een dashboard toevoegt. De opdracht is niet beschikbaar voor indelingscontainers die automatisch worden toegevoegd wanneer u items toevoegt. ### Ruimte creëren met een zwevende indeling Tableau gebruikt standaard een Naast elkaar-indeling in dashboards, wat betekent dat elke weergave, legenda en object in een enkellaags raster is gerangschikt, vergelijkbaar met een tegelvloer. ![Spreidingsdiagram met een Naast elkaar-legenda.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/layout_container_float1.png) Als u wilt dat een item een ander item overlapt, kunt u in plaats daarvan een Zwevende lay-out gebruiken voor een of meer items: ![Contextmenu voor een item in een visualisatie met de optie Zwevend geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/layout_container_float2.png) ![Contextmenu voor een legenda in een spreidingsdiagram dat is uitgebreid met de optie Zwevend geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/layout_container_float2_web.png) Legenda's kunnen soms over andere items worden geplaatst in plaats van naast elkaar te blijven. ![Spreidingsdiagram met een zwevende legenda.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/layout_container_float3.png) Zie [Formaat en opmaak van uw dashboard bepalen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dashboards_organize_floatingandtiled.htm) voor meer details. Alleen voor Tableau Desktop: als u apparaatlay-outs voor een dashboard maakt, gebruikt u een Naast elkaar-indeling. Dat geeft u de meeste controle over waar objecten verschijnen. Zie [Dashboardlay-outs maken voor verschillende apparaattypen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dashboards_dsd_create.htm) voor de stappen. ## De belangrijkste punten highlighten ### Laat precies zien wat uw gebruikers nodig hebben Legenda's, titels, bijschriften en filters kunnen nuttig zijn voor uw kijkers. Zorg ervoor dat u uw gebruikers geeft wat ze nodig hebben en niet meer dan dat. Om te wijzigen wat er aan uw gebruikers wordt getoond: 1. Selecteer een weergave in het dashboard. 2. Klik op het vervolgkeuzemenu in de rechterbovenhoek van de geselecteerde weergave en selecteer de items die u wilt weergeven. U kunt bijvoorbeeld de titel, het bijschrift, de legenda en een verscheidenheid aan filters weergeven. ![Een vervolgkeuzemenu met opties voor het weergeven van verschillende elementen op een kaart, waaronder titel, bijschrift en legenda.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/organizing1.png) U kunt ook met de rechtermuisknop op een item in het gedeelte Lay-out van het venster Dashboard klikken om toegang te krijgen tot al deze opdrachten. ![Een vervolgkeuzemenu met opties voor werkbladen, titels, bijschriften, legenda's, filters, highlighters, parameters, paginabesturingselementen, werkbalken en het gebruik als filter.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/organizing4.png) **Opmerking:** Filters zijn alleen beschikbaar voor de velden die in de oorspronkelijke weergave worden gebruikt. ### Ruis elimineren Over het algemeen moet u proberen niet meer dan twee kleurenpaletten in één dashboard te gebruiken, en idealiter slechts één palet als uw data kwantitatief zijn. Verwijder onnodige tekst, lijnen of arcering die geen bruikbare informatie aan uw kijkers verschaffen. Zorg ervoor dat elke legenda die u opgeeft echt nodig is, en houd daarbij rekening met het uiteindelijke, gepubliceerde formaat van uw dashboard. ![Een rommelige visualisatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/declutter.gif) Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Uw dashboards verkennen met Tableau Agent (bèta) _Tableau Agent in dashboards is een proef- of bètaservice die onderworpen is aan de Voorwaarden van de Bètaservices op_ [Juridische informatie - Salesforce.com](https://www.salesforce.com/company/legal/agreements/) _of aan een schriftelijke Uniform Pilot Agreement (uniforme overeenkomst voor proefversies) indien ondertekend door de Klant, en aan de voorwaarden voor Non-GA Gen AI, Non-GA Open AI LLM Provider en Non-GA Multiple Infrastructure in de_ [Directory met productvoorwaarden](https://ptd.salesforce.com/?_ga=2.247987783.1372150065.1709219475-629000709.1639001992)_.Het gebruik van deze proef- of bètaservice verbruikt, al naargelang van toepassing, Data Cloud-klantcredits en het gebruik ervan is geheel naar goeddunken van de klant._ Tableau Agent in dashboards is een AI-assistent waarmee zakelijke gebruikers het volgende kunnen doen: - Een samenvatting krijgen van waar het dashboard over gaat - Inzichten krijgen in de visualisaties in het dashboard - Diepgaande vragen stellen in natuurlijke taal Als dashboardauteur kunt u elke mogelijkheid in- of uitschakelen op dashboardniveau.U kunt de dashboardinzichten ook zo configureren dat bepaalde werkbladen wel of juist niet worden opgenomen, of dat het zich alleen op bepaalde soorten inzichten richt. Op dit moment kan Tableau Agent in dashboards u niet helpen bij het maken van een dashboard. ## Aan de slag Voordat u Tableau Agent in dashboards kunt gebruiken, moet u een paar dingen instellen. ### Algemene vereisten - Zorg ervoor dat uw gepubliceerde databronnen en werkmappen zijn geoptimaliseerd voor AI-verbruik.Zie [Best practices voor Tableau Agent](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/web_author_einstein_best_practice.htm) voor meer informatie. - Schakel Tableau Agent in Dashboards in voor uw site en meld u aan voor de bètaversie.Zie [AI inschakelen in uw Tableau Cloud-site](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/setup_tabAI_site_setting.htm) voor meer informatie. - Verleen de werkmapmachtigingen AI-toegang en Volledige dataquery aan uw dashboardgebruikers.Zie [Vereisten](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dashboard_narratives_overview.htm#prerequisites) voor meer informatie. **Opmerkingen**: vanaf versie 2026.2.4 moet aan bestaande bètagebruikers AI-toegang worden verleend om te voorkomen dat ze toegang tot de mogelijkheden Dashboardoverzicht en Dashboardinzichten kwijtraken.Als u deze opties eerder hebt uitgeschakeld, worden deze mogelijkheden standaard ingeschakeld als u de machtigingen AI-toegang en Volledige dataquery aan gebruikers toekent. ### Vereisten voor dashboardgebruikers Er moet aan de volgende voorwaarde worden voldaan om als gebruiker van een dashboard toegang te krijgen tot Tableau Agent in dashboards: - U moet zich in een dashboard bevinden.De mogelijkheden van Tableau Agent in Dashboards zijn niet beschikbaar in werkbladen of verhalen. - U moet zijn aangemeld bij een Tableau Cloud-site met Tableau Cloud+ of Tableau+ en Tableau Agent in Dashboards moeten zijn ingeschakeld. - U moet beschikken over de machtigingen AI-toegang en Volledige dataquery voor elke werkmap waarin u Tableau Agent in dashboards wilt gebruiken. - Voor Dashboardinzichten moet het dashboard gebruikmaken van een gepubliceerde databron, niet van een lokale (ingesloten) databron op het dashboard.De vraag-en-antwoordfunctie voor dashboard ondersteunt gepubliceerde databronnen en ingesloten databronnen. - Het dashboard moet ten minste één visualisatie bevatten en die visualisatie mag niet leeg zijn. **Opmerkingen**: elke mogelijkheid (Dashboardoverzicht, Dashboardinzichten en Vraag-en-antwoordfunctie voor dashboard) kan door de dashboardauteur worden in- of uitgeschakeld.Welke mogelijkheden zijn ingeschakeld, hangt af van waartoe u toegang hebt op uw dashboard. ## Dashboardgebruikers Als dashboardgebruiker kunt u deze mogelijkheden gebruiken om een samenvatting van uw dashboards te krijgen, inzichten te krijgen en dieper in de data te duiken door uw eigen vragen te stellen. ### Dashboardoverzicht _Ondersteund in Tableau Cloud en Tableau Desktop 2026.1 en hoger._ De mogelijkheid Dashboardoverzicht helpt u te begrijpen waar het dashboard over gaat.In essentie beantwoordt deze functie de vraag: "Is dit het dashboard dat ik nodig heb voor mijn analysevraag?". Over het algemeen is deze functie nuttiger voor nieuwe gebruikers van een dashboard, of voor gebruikers die een beknopt overzicht willen van de inhoud van het dashboard.De samenvatting kan veranderen wanneer de onderliggende data worden vernieuwd. ![Een Tableau-dashboard met Tableau Agent geopend, met daarin een overzicht van het dashboard](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboard_overview.png) #### Dashboardoverzicht weergeven 1. Klik in een dashboard op het pictogram Tableau Agent ![Het pictogram Tableau Agent.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_desktop_agent_icon.png) om het Tableau Agent-deelvenster te openen en klik vervolgens op Begrepen. 2. Selecteer in dat Tableau Agent-deelvenster Dashboardoverzicht ophalen. ![Het welkomstscherm van Tableau Agent voor dashboardgebruikers.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboards_consumer_welcome_screen.png) 3. Als u uw dashboardoverzicht wilt vernieuwen, klikt u in het tekstvak op de knop + en selecteert u vervolgens Dashboardoverzicht ophalen in het menu Acties. ![Het Tableau Agent-deelvenster met het menu Acties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboard_actions_menu.png) ### Dashboardinzichten _Ondersteund in Tableau Cloud en Tableau Desktop 2026.1 en hoger._ De mogelijkheid Dashboardinzichten van Tableau Agent helpt u de analyses op een dashboard beter te begrijpen.Deze functie analyseert de specifieke visualisaties in het dashboard en biedt inzichten in natuurlijke taal op basis van de data voor elke visualisatie. Dashboardinzichten is handig voor gebruikers die meer inzicht willen in het analytische verhaal in het dashboard.Inzichten kunnen veranderen wanneer de onderliggende data worden vernieuwd. **Opmerking:** Dashboardinzichten heeft alleen toegang tot de data die in het dashboard worden gebruikt (de data die beschikbaar zijn wanneer u het dashboard downloadt).Ongebruikte velden in uw databron zijn niet toegankelijk voor Tableau Agent en worden niet meegenomen in de inzichten die Tableau Agent genereert. ![Een dashboard met Tableau Agent geopend, met daarin een lijst met inzichten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboard_insights.png) #### Dashboardinzichten ophalen 1. Als u het deelvenster Tableau Agent voor het eerst opent, klikt u in een dashboard op het pictogram Tableau Agent ![Het pictogram Tableau Agent.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_desktop_agent_icon.png).Klik vervolgens op Begrepen. 1. Selecteer Dashboardinzichten ophalen. ![Het welkomstscherm van Tableau Agent voor dashboardgebruikers.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboards_consumer_welcome_screen.png) 2. Als u zich op een bestaand dashboard bevindt en Dashboardoverzicht ophalen al hebt geselecteerd, klikt u op de knop + en selecteert u vervolgens Dashboardoverzicht ophalen in het menu Acties.U kunt het menu Acties ook gebruiken om uw inzichten op elk gewenst moment te vernieuwen. ![Het Tableau Agent-deelvenster met het menu Acties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboard_actions_menu.png) ### Vraag-en-antwoordfunctie voor dashboard _Ondersteund in Tableau Cloud (Tableau Cloud+ or Tableau+) versie 2026.2.4 en hoger._ Met de vraag-en-antwoordfunctie voor dashboard kunt u dieper duiken in de data op uw dashboard en in de onderliggende databron.U kunt het tekstvak gebruiken om vragen over uw data te stellen in natuurlijke taal. #### Ondersteunde soorten vragen Er zijn verschillende hoofdacties beschikbaar in Tableau Agent die vragen en verzoeken van gebruikers ondersteunen, waaronder: - **Uitsplitsen met dimensies**: "Laat me de uitsplitsing zien van de opnames op de afdeling Spoedeisende hulp op basis van specialisme en triage." - **Filteren op dimensies of meetwaarden**: "Hoeveel van die bezoeken hadden betrekking op patiënten jonger dan 18 jaar die uiteindelijk werden opgenomen?" - **Werken met datums**: "Wat was de gemiddelde wachttijd in de eerste week van juni 2025?" - **Meerdere meetwaarden en dimensies vergelijken**: "Hoe verhouden onze CSAT-scores zich per locatie tot de wachttijden voor mei, juni en juli dit jaar versus vorig jaar?" - **Door data ondersteunde hypothesen verkrijgen over waarom iets is gebeurd**: "Waar werden de verbeterde CSAT-scores in Meadowbrook in mei door beïnvloed?" - **Inzoomen op de details**: "Hoeveel van de hoge CSAT-scores hadden betrekking op diensten waarbij een therapiehond aanwezig was?" Vermijd vragen die betrekking hebben op algemene kennis of over factoren die niet in het dashboard zijn opgenomen.Tableau Agent kan een vraag als 'Wordt mijn winst beïnvloed door de aandelenmarkt?' bijvoorbeeld niet nauwkeurig beantwoorden als uw databron geen data over voorraden bevat. ![Een Tableau-dashboard met Tableau Agent geopend, met daarin tekst- en tabelresultaten als antwoord op een vraag over de data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboard_Q_A.png) #### Vragen stellen over uw data 1. Als u het deelvenster Tableau Agent voor het eerst opent, klikt u in een dashboard op het pictogram Tableau Agent ![Het pictogram Tableau Agent.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_desktop_agent_icon.png).Klik vervolgens op Begrepen. 2. Typ uw vraag in natuurlijke taal in het tekstvak. **Opmerking**: voor de vraag-en-antwoordfunctie voor dashboards moet u beschikken over de machtigingen AI-toegang en Volledige dataquery.Neem contact op met uw beheerder of de eigenaar van de werkmap om deze toegang aan te vragen.Zie [Machtigingen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/permissions.htm#DashboardAgent) voor meer informatie. ## Dashboardauteurs **Tip**: optimaliseer uw data voor LLM-verbruik om de beste resultaten uit Tableau Agent te halen.Zie [De kwaliteit van de respons voor de Vraag-en-antwoordfunctie voor dashboard verbeteren](#improve_response) en [Best practices voor Tableau Agent](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/web_author_einstein_best_practice.htm). Tableau Agent kan u niet helpen om zelf een dashboard te bouwen, deze functie dient gebruikt te worden op een bestaand dashboard.Voor toegang tot Tableau Agent in dashboards navigeert u naar een dashboardtabblad in de ontwerpomgeving van een werkmap en klikt u op het pictogram Tableau Agent ![Het pictogram Tableau Agent.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_desktop_agent_icon.png) in de werkbalk.Het deelvenster wordt dan geopend.Accepteer de disclaimer om verder te gaan. Wanneer het deelvenster Tableau Agent is geopend in een dashboard, hebt u meerdere opties.U kunt: - Op een knop klikken om het dashboardoverzicht of de inzichten te bekijken - Vragen stellen over uw data - De Tableau Agent-instellingen configureren ### Tableau Agent in dashboards inschakelen voor gebruikers Om uw dashboardgebruikers toegang te geven tot Dashboardoverzicht, Dashboardinzichten en Vraag-en-antwoordfunctie voor dashboard, moet u aan hen machtigingen verlenen voor AI-toegang en Volledige dataquery.Door deze machtigingen aan uw gebruikers te verlenen, zijn alle mogelijkheden standaard ingeschakeld en beschikbaar op het dashboard. U kunt de mogelijkheden van Tableau Agent per dashboard aanpassen en indien nodig in- en uitschakelen. 1. Klik in een dashboard in de ontwerpmodus op het pictogram Tableau Agent ![Het pictogram Tableau Agent.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_desktop_agent_icon.png) om Tableau Agent te openen.Als dit de eerste keer is dat u het deelvenster opent, klikt u op Begrepen. 2. Klik onderaan het deelvenster Tableau Agent op Instellingen configureren. ![Het deelvenster Tableau Agent met het welkomstbericht en de knoppen Dashboardoverzicht ophalen en Dashboardinzichten ophalen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboard_welcome_screen.png) 3. Selecteer voor elke mogelijkheid de wisselknop naast Tonen op dit dashboard. ![Het Tableau Agent-deelvenster Instellingen configureren wanneer dit vanuit een dashboard wordt geopend.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboard_configure_toggle.png) ### De kwaliteit van de respons voor de Vraag-en-antwoordfunctie voor dashboard verbeteren _Ondersteund in Tableau Cloud (Tableau Cloud+ of Tableau+) versie 2026.2.6 en hoger_ Tableau Agent kan meer nauwkeurige, organisatiespecifieke antwoorden geven tijdens de Vraag-en-antwoordfunctie voor dashboard als u bedrijfsvoorkeuren configureert en de metadata van databronnen beheert die beschikbaar zijn voor de agent. Met bedrijfsvoorkeuren kunt u regels, instructies of standaardgedrag opgeven om Tableau Agent te helpen bedrijfsspecifieke vragen over uw databronnen te beantwoorden (zoals 'producten zijn op voorraad wanneer quantity\_on\_hand positief is' of 'jaar standaard instellen op boekjaar').Bedrijfsvoorkeuren leggen uit hoe een bedrijf gebruikmaakt van data. Bedrijfsvoorkeuren zijn van toepassing op werkmapniveau.Wanneer u bedrijfsvoorkeuren uploadt naar een werkmap, verwijst Tableau Agent naar het document met bedrijfsvoorkeuren voor elk dashboard dat aan die werkmap is gekoppeld. #### Vereisten voor bestanden met bedrijfsvoorkeuren **Opmerking**: als u een bestand met bedrijfsvoorkeuren wilt uploaden, moet u beschikken over de machtiging AI-toegang voor de werkmap en over schrijf-/bewerkingsmachtigingen voor de onderliggende werkmap of gepubliceerde databron (PDS). Wanneer u een bestand met bedrijfsvoorkeuren maakt, zorg er dan voor dat het aan de volgende vereisten voldoet: - **Bestandsindelingen**: de bestandstypen .txt (tekstbestanden) en .md (Markdown-bestanden) worden ondersteund. - **Structuur**: begin elk voorkeursitem op een nieuwe regel die begint met #.Tableau Agent leest dit regelitem als de koptekst.Alle tekst na de koptekst tot de volgende # wordt behandeld als onderdeel van die voorkeur en telt als één voorkeur. - **Itemlimiet**: ondersteunt maximaal 50 voorkeuren (of maximaal 8000 tekens). - **Metadata van koptekst** (optioneel): u kunt bovenaan het bestand een YAML-blok met voorwerk tussen drie koppeltekens (---) plaatsen waarin u het gebruik beschrijft.Dit blok wordt opgeslagen als onderdeel van het bestand, maar het wordt genegeerd door Tableau Agent. Om u te helpen bij het maken van een bestand met bedrijfsvoorkeuren, kunt u een voorbeeldbestand downloaden in het deelvenster Instellingen configureren van Tableau Agent en dit als sjabloon gebruiken door de voorgestelde inhoud te vervangen door uw eigen inhoud. ![Voorbeeld van een Markdown-bestand met voorbeelden van bedrijfsvoorkeuren die door Tableau Agent wordt gebruikt in de Vraag-en-antwoordfunctie voor dashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboard_business_preferences_sample.png) #### Tips voor het maken van bedrijfsvoorkeuren Volg deze richtlijnen bij het maken van uw document met bedrijfsvoorkeuren: - **Houd het kort**: schrijf beknopte, eenvoudige instructies zodat de agent niet in de war raakt. - **Neem bedrijfsspecifieke kennis op**: definieer domeinspecifieke regels, unieke terminologie of aangepaste statistieken (bijvoorbeeld 'standaardjaar naar boekjaar'). - **Wees expliciet en specifiek**: beschrijf unieke domeinlogica op duidelijke wijze.Verwijs naar exacte veldnamen en geef aan hoe berekeningen worden toegepast, zodat Tableau Agent niet hoeft te raden wat uw schema of semantische model is. - **Vermijd dubbelzinnigheid**: verwijder dubbele of overlappende regels.Maak elk regelitem uniek zodat Tableau Agent deze consistent kan toepassen. - **Splits complexe instructies op**: splits logica met meerdere stappen of ingewikkelde logica op in een lijst afzonderlijke voorkeuren om de nauwkeurigheid van antwoorden te verbeteren. Zie Bedrijfsvoorkeuren maken in [Best practices voor Tableau Agent](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/web_author_einstein_best_practice.htm#create-business-preferences) voor meer tips en best practices. #### Overwegingen en beperkingen - Publiceer de werkmap om het geüploade document met bedrijfsvoorkeuren op te slaan als onderdeel van uw configuratie-instellingen.Geüploade bestanden worden niet opgeslagen wanneer u een concept sluit. - Ongedaan maken en Opnieuw uitvoeren worden momenteel niet ondersteund.Als u het verkeerde bestand uploadt, kunt u Ongedaan maken niet gebruiken om de vorige staat te herstellen.U moet uw bewerkingssessie annuleren en deze opnieuw openen om een ander bestand te uploaden. - Documenten met bedrijfsvoorkeuren zijn momenteel alleen van toepassing op de mogelijkheid Vraag-en-antwoordfunctie voor dashboard. #### Bedrijfsvoorkeuren uploaden of beheren 1. Klik in een dashboard in de ontwerpmodus op het pictogram Tableau Agent ![Het pictogram Tableau Agent.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_desktop_agent_icon.png) om Tableau Agent te openen.Als dit de eerste keer is dat u het deelvenster opent, klikt u op Begrepen. 2. Klik onderaan het deelvenster Tableau Agent op Instellingen configureren. 3. Controleer onder Vraag-en-antwoordfunctie voor dashboard of de instelling Tonen op dit dashboard is ingeschakeld. ![Het deelvenster Instellingen configureren van Tableau Agent met de configuratieopties voor Bedrijfsvoorkeuren van de Vraag-en-antwoordfunctie voor dashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboard_business_preferences_config.png) 4. Voer in de sectie Bedrijfsvoorkeuren configureren een van de volgende handelingen uit: - **Een voorbeeld downloaden**: klik op Een voorbeeld downloaden om een sjabloon te downloaden die laat zien hoe u uw voorkeurenbestand kunt structureren. - **Een bestand uploaden**: klik op Bestand uploaden, selecteer uw .txt- of .md-bestand en klik op Openen. - **Een bestaand bestand downloaden of vervangen**: gebruik het downloadpictogram om de momenteel geüploade voorkeuren op te halen of klik op Bestand uploaden om deze te vervangen. - **Bedrijfsvoorkeuren verwijderen**: klik op het pictogram Verwijderen om het geüploade voorkeurenbestand te verwijderen. 5. Publiceer uw dashboard om het geüploade bestand op te slaan in de werkmap. ### Inzichtinstellingen configureren Klik op Instellingen configureren onderaan het deelvenster om het deelvenster Configureren te openen en de standaardinstellingen voor Dashboardinzichten aan te passen. **Werkbladen** Bij Opgenomen visualisaties ziet u alle werkbladen in het dashboard.Wis het selectievakje voor visualisaties die u niet wilt laten meewegen door de mogelijkheid Dashboardinzichten. ![Het configuratiescherm van Tableau Agent-dashboardinzichten met de sectie met opgenomen visualisaties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboard_narratives_config_included_visualizations.png) **Typen inzichten** Tableau Agent ondersteunt een aantal typen inzichten.Uitschieters worden altijd beoordeeld.Als Tableau Pulse is ingeschakeld op de Tableau Cloud-site, zijn er extra typen inzichten beschikbaar.Niet alle typen inzichten worden voor alle visualisaties geëvalueerd.Tijdvergelijkingen zijn bijvoorbeeld alleen beschikbaar als er een doorlopende-datumdimensie aanwezig is. In het gedeelte Typen inzichten wordt aangegeven naar welke beschrijvende analyses Tableau Agent in elke visualisatie zoekt. Als u een specifiek inzicht niet in de uitvoer wilt opnemen, schakelt u het selectievakje voor dat inzichttype uit.Als u een selectievakje uitschakelt, wordt dat type inzicht voor het hele dashboard uitgesloten van beoordeling.U kunt geen inzichttypen configureren voor een specifieke visualisatie. ![Het configuratievenster voor Tableau Agent-dashboardverhalen met de beschikbare inzichttypen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboard_narratives_config_included_insights.png) Klik op het informatiepictogram in de gebruikersinterface of zie het gedeelte Dashboardinzichten in [Tableau Agent in dashboards (bèta)](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dashboard_narratives_overview.htm) voor meer informatie over de werking van elk type inzicht. ### Uw uitvoer testen Dashboardauteurs kunnen Tableau Agent in dashboards gebruiken in de ontwerpomgeving.Zo kunt u gemakkelijk controleren of een dashboard de verwachte analyse presenteert en een duidelijk dataverhaal vertelt. Het is ook belangrijk om de uitvoer te testen om er zeker van te zijn dat alles er naar behoren uitziet als u deze functie wilt inschakelen voor uw klanten. ## Tips voor de beste resultaten - Gebruik de checklist [Best practices voor Tableau Agent](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/web_author_einstein_best_practice.htm) om ervoor te zorgen dat uw databron, werkmappen en dashboard zijn geoptimaliseerd voor Tableau Agent. - Upload bedrijfsvoorkeuren om de kwaliteit van de antwoorden voor de Vraag-en-antwoordfunctie voor dashboard te verbeteren. - Vermijd dubbele veldnamen.Dubbele of te veel op elkaar lijkende veldnamen kunnen verwarring veroorzaken bij Tableau Agent, deze weet dan niet welk veld moet worden doorzocht.Zorg ervoor dat veldnamen uniek, onderscheidend en beschrijvend zijn. - Vermijd bijzonder complexe dashboards.Een eenvoudig rasterontwerp werkt het beste.Als er bijvoorbeeld veel overlappende zwevende objecten zijn, kan Tableau Agent de lay-out van uw dashboard mogelijk niet goed begrijpen. - Geef alle visualisaties een titel.Tableau Agent zal zijn uiterste best doen om te interpreteren wat het ziet, maar het is beter om expliciet te zijn. - Grafieken die zijn gemaakt met behulp van manipulaties van de onderliggende data kunnen misleidende informatie naar het LLM sturen.U kunt de impact op dashboardgebruikers verminderen door bijvoorbeeld geen grafieken op te nemen die zijn gemaakt met grafiekspecifieke aanpassingen aan de data. - Watervalgrafieken worden bijvoorbeeld gemaakt met een Gantt-markeringstype met een negatieve meetwaarde om een balk van de juiste lengte te maken.Het LLM ontvangt de negatieve meetwaarde en zal de markering daardoor verkeerd interpreteren. ## Wees de mens in het proces Zoals bij alle AI is het belangrijk om de resultaten die u krijgt bij het gebruik van Tableau Agent te beoordelen.Tableau Agent doet zijn best om uw data te begrijpen, maar dit lukt niet altijd.Controleer bij het beoordelen van inzichten altijd de nauwkeurigheid van de resultaten.Onthoud dat u de data het beste kent. Als Tableau Agent een fout maakt, kunt u opnieuw proberen om inzichten te verkrijgen.Met de knoppen 'duim omhoog' of 'duim omlaag' die bij elk antwoord van Tableau Agent worden weergegeven, kunt u op elk gewenst moment feedback geven over de resultaten. ![Tableau Agent met een pictogram Duim omhoog en Duim omlaag waarmee u feedback kunt geven over de reactie van de agent.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tab_gai_dashboard_feedback.png) ## Beperkingen van Tableau Agent in dashboards Tableau Agent in dashboards bevindt zich momenteel in de bètafase en heeft de volgende beperkingen: - **Meetwaarden op meerdere niveaus**: kan meetwaarden op verschillende detailniveaus niet vergelijken (bijvoorbeeld lokale leningsbedragen rechtstreeks vergelijken met een wereldwijd gemiddelde). - **Parametergebruik**: het doorgeven van parameterwaarden naar query's wordt momenteel niet ondersteund. - **Opmaak voor boekjaar**: fiscale datums die zijn ingesteld via standaard datumeigenschappen worden niet automatisch gedetecteerd. - _Tijdelijke oplossing_: maak een berekend veld met behulp van een datumafwijking en verberg vervolgens het oorspronkelijke veld of voeg een gedetailleerde beschrijving toe (bijv. _Datumveld fiscale kalender voor omzetvertegenwoordiging_). - **Filteren van namen**: specifieke query's zoals 'klanten met de achternaam \[X\]' mislukken. - _Tijdelijke oplossing_: voer query's uit met 'begint met...' of splits volledige namen in de afzonderlijke velden Voornaam klant en Achternaam klant - **Gebruikersfilters**: Tableau Agent respecteert gebruikersfilters die op de databron zijn toegepast, maar als gebruikersfilters op werkmap- of weergaveniveau worden toegepast om de beveiliging en governance op rijniveau te behouden, beantwoordt Tableau Agent in dashboards geen vragen. - **Personalisatie ('Mijn data')**: Tableau Agent heeft geen concept van de huidige gebruikersidentiteit.De vraag 'Wat is mijn verkoop?' mislukt - _Tijdelijke oplossing_: vermeld de gebruiker expliciet (bijvoorbeeld: 'Wat is de verkoop voor verkoper = Jan Jansen?') - **Mobiele ondersteuning**: Tableau Agent in dashboards wordt momenteel niet ondersteund. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Uw data combineren Datacombinatie is een methode voor het combineren van data uit verschillende bronnen. Met datacombinatie wordt aanvullende informatie uit een secundaire databron opgehaald en direct in de weergave weergegeven, samen met data uit de primaire databron. Het combineren van data is vooral handig als de combinatierelatie (de koppelingsvelden) per blad moet variëren of wanneer gepubliceerde databronnen worden gecombineerd. ## Opties voor het combineren van data Er zijn verschillende manieren om data te combineren, en elke manier heeft zijn eigen sterke en zwakke punten. **Relaties** zijn de standaardmethode en kunnen in de meeste gevallen worden gebruikt, ook in tabellen met verschillende detailniveaus. Relaties zijn flexibel en worden per blad aangepast aan de structuur van de analyse. Relaties zijn de beste optie voor het combineren van gepubliceerde databronnen. **Joins** combineren tabellen door meer kolommen met data toe te voegen aan vergelijkbare rijstructuren. Dit kan leiden tot dataverlies of -duplicatie als tabellen verschillende detailniveaus hebben. Bovendien moeten er joins worden gemaakt voordat de analyse kan beginnen. U kunt geen gepubliceerde databron gebruiken in een join. **Combinaties** combineren de data nooit rechtstreeks, dit in tegenstelling tot relaties of joins. In plaats daarvan worden bij combinaties afzonderlijke query's uitgevoerd op elke databron, worden de resultaten samengevoegd tot het juiste niveau en worden de resultaten vervolgens visueel weergegeven in de weergave. Combinaties creëren geen nieuwe, gemengde databron (en kunnen daarom niet worden gepubliceerd als 'gecombineerde databron'). Het zijn gewoon gecombineerde resultaten die per blad worden gevisualiseerd. ## Stappen voor het combineren van data Datacombinatie wordt per blad uitgevoerd en wordt tot stand gebracht wanneer een veld uit een tweede databron in de weergave wordt gebruikt. U moet verbinding maken met minimaal twee databronnen om een combinatie in een werkmap te maken. Breng vervolgens een veld uit één databron naar het werkblad. Dit wordt dan de primaire databron. Schakel over naar de andere databron en gebruik een veld op hetzelfde werkblad. Dit wordt dan een secundaire databron. Er verschijnt een koppelingspictogram in het deelvenster Data om aan te geven welke velden worden gebruikt om de databronnen te combineren. 1. Zorg dat de werkmap meerdere databronnen heeft. De tweede databron moet worden toegevoegd via Data > Nieuwe databron. > [!TIP] > > Voor het combineren zijn twee of meer afzonderlijke databronnen nodig, die onafhankelijk van elkaar in het deelvenster Data worden weergegeven. Door nog een _verbinding_ toe te voegen aan de eerste databron worden relaties en joins ingeschakeld op de pagina Databron. 2. Sleep een veld naar de weergave. Deze databron is de primaire databron. 3. Schakel over naar een andere databron en controleer of er een combinatierelatie is met de primaire databron. - Als u een pictogram voor veldkoppeling (![Pictogram voor het combineren van koppelingen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/icon_blendinglink.png)) ziet, worden de databronnen automatisch gekoppeld. Zolang er minimaal één actieve koppeling is, kunnen de data worden gecombineerd. - Als u pictogrammen voor verbroken koppelingen (![Het pictogram voor verbroken combinatie van links.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/icon_blendinglinkbroken.png)) ziet, klikt u op het pictogram naast het veld dat de twee databronnen moet koppelen. De schuine streep verdwijnt, wat aangeeft dat de koppeling actief is. - Zie [Combinatierelaties voor combineren definiëren](#linkrelationships) als er geen koppelingspictogram naast het gewenste veld verschijnt. 4. Sleep een veld vanuit de secundaire databron naar de weergave. Zodra deze tweede databron in dezelfde weergave wordt gebruikt, wordt er een combinatie tot stand gebracht. In het onderstaande voorbeeld is **Movie Adaptations** onze primaire databron en is **Bookshop** de secundaire databron. - De primaire databron wordt aangegeven met een blauw vinkje. Velden uit de primaire databron die in de weergave worden gebruikt, hebben geen vinkje. - De secundaire databron wordt aangegeven met een oranje vinkje bij de databron en een oranje balk aan de zijkant van het deelvenster Data. Velden uit de secundaire databron die in de weergave worden gebruikt, hebben een oranje vinkje. ![Een dashboard met een spreidingsdiagram waarin de lengte van een film wordt vergeleken met het aantal pagina's van het boek, met de titel 'Zijn langere boeken langere films?'](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blend_bookshop-movies.png) ## Inzicht in primaire en secundaire databronnen Voor het combineren van data zijn een primaire databron en ten minste één secundaire databron nodig. De eerste databron die in de weergave wordt gebruikt, wordt de primaire databron en definieert de weergave. Hiermee kunt u de waarden uit de secundaire databron beperken. Alleen waarden die overeenkomen met de primaire databron, worden in de weergave weergegeven. Dit is vergelijkbaar met een join links. Als de primaire databron bijvoorbeeld een veld Maand bevat met alleen april, mei en juni, worden in elke weergave die is opgebouwd rond maanden alleen april, mei en juni weergegeven. Zelfs als de secundaire databron waarden voor twaalf maanden bevat. Als de gewenste analyse betrekking heeft op alle twaalf maanden, probeer de primaire databron dan te wijzigen door het werkblad opnieuw op te bouwen en eerst de andere databron te gebruiken. Meer informatie: de effecten van de volgorde van databronnen In de onderstaande voorbeelden worden dezelfde databronnen gebruikt die aan hetzelfde veld zijn gekoppeld. De visualisatie is beide keren op dezelfde manier opgebouwd. Het verschil tussen de resultaten wordt veroorzaakt door welke databron als primair is aangemerkt. 1. Hier wordt het veld Maand van de databron **Rainfall** als eerste overgebracht naar de weergave. Omdat **Rainfall** slechts drie maanden bevat, worden alleen de data van drie maanden in beeld gebracht wanneer de dataset **Pollen** als secundaire dataset wordt toegevoegd. ![schermopname van een visualisatie die drie maanden toont](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datablending_rainfallprimary.png)3. Op een ander blad wordt het veld Maand van de dataset **Pollen** als eerste overgebracht naar de weergave. Alle twaalf maanden worden weergegeven. Wanneer de dataset **Rainfall** wordt toegevoegd als secundaire dataset, is **Rainfall** alleen beschikbaar voor de drie maanden in die dataset. ![schermopname van een visualisatie die twaalf maanden toont](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datablending_pollenprimary.png) ### Werken met gecombineerde databronnen Vanwege de aard van een datacombinatie zijn er een aantal zaken waarmee u rekening moet houden wanneer u met gecombineerde databronnen werkt. Het uitvoeren van berekeningen met velden uit meerdere databronnen kan iets anders verlopen dan een gewone berekening. Een berekening moet in één databron worden gemaakt. Bovenaan de editor berekeningen wordt aangegeven in welke databron de berekening zich bevindt. - **Aggregatie**. Velden die uit een andere databron worden gebruikt, worden met een aggregatie geleverd. Standaard is dit SUM, maar dit kan worden gewijzigd. Omdat berekeningen geen geaggregeerde en niet-geaggregeerde argumenten kunnen combineren, moeten velden uit de hostdatabron van de berekening ook worden geaggregeerd. (In de onderstaande afbeeldingen is de aggregatie **SUM** automatisch toegevoegd en is de aggregatie **som** handmatig toegevoegd.) - **Puntnotatie**. Elk veld waarnaar in de berekening wordt verwezen dat tot een andere databron behoort, verwijst naar die databron met behulp van de puntnotatie. (In de onderstaande afbeeldingen voor de in **Voorbeeld - Superstore** opgestelde berekening wordt het veld Verkoopdoel **\[Verkoop.Doelen\].\[Verkoopdoel\]**. Wanneer de berekening is opgesteld in **Verkoopdoelen**, wordt het veld Verkoop **\[Voorbeeld - Superstore\].\[Verkoop\]**.) - Dit zijn equivalente versies van dezelfde berekening die in elke databron zijn ingebouwd. In beide gevallen betreft dit SUM(Verkoop) / SUM(Verkoopdoel). ![Berekeningsvenster voor een formule die het percentage van de verkoopdoelstellingen berekent.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datablending_calculation.png) ![Berekeningsvenster voor een formule die het percentage van de verkoopdoelstellingen berekent.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datablending_calculation2.png) Naast het feit dat berekeningen op een iets andere manier worden verwerkt, kennen secundaire databronnen ook enkele beperkingen. Het is mogelijk dat u niet kunt sorteren op een veld uit een secundaire databron en dat actiefilters niet naar verwachting werken bij gecombineerde data. Zie [Andere problemen met het combineren van data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multipleconnections_troubleshooting.htm#other) voor meer informatie. ## Combinatierelaties voor combineren definiëren Er moeten een of meer gemeenschappelijke dimensies bestaan tussen de databronnen zodat Tableau weet hoe data uit meerdere bronnen moeten worden gecombineerd. Deze gemeenschappelijke dimensie wordt het koppelingsveld genoemd. Actieve koppelingsvelden worden in het deelvenster Data voor de secundaire databron aangegeven met een pictogram van een actieve koppeling (![Pictogram voor het combineren van koppelingen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/icon_blendinglink.png)) en potentiële koppelingsvelden worden aangegeven met een pictogram voor een verbroken koppeling (![Het pictogram voor verbroken combinatie van links.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/icon_blendinglinkbroken.png)). Koppelingsvelden worden in de primaire databron niet aangegeven. Bij een combinatie van transactie- en quotadata kan een geografisch veld bijvoorbeeld het gewenste koppelingsveld zijn, zodat u het quotum en de prestaties ten opzichte van dat quotum voor dezelfde regio kunt analyseren. **Opmerking**: De koppelingsvelden moeten ook waarden of leden delen om de combinatie te laten functioneren. Tableau stelt de weergave van gecombineerde data samen op basis van de gedeelde waarden. Bijvoorbeeld: als Kleur het koppelingsveld in beide databronnen is, dan zal Tableau data voor 'Paars' van de primaire bron en 'Paars' van de secundaire bron afstemmen. Maar 'Lt.blauw' zal niet correct worden gekoppeld aan ’Lichtblauw', dus aan een van de twee zal een nieuwe alias moeten toegewezen. Net zoals u velden een andere naam kunt geven om Tableau te helpen bij het identificeren van koppelingsvelden, kunt u aliassen voor leden ook bewerken in die velden. Zie [Aliassen maken om de naam van leden in de weergave aan te passen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_fieldproperties_aliases_ex1editing.htm) voor meer informatie. ### Een koppeling instellen Als het koppelingsveld in de primaire en secundaire databronnen dezelfde naam heeft, maakt Tableau de relatie automatisch. Wanneer een primaire databron is ingesteld (dat wil zeggen, een veld wordt in de weergave gebruikt) en de secundaire databron is geselecteerd in het deelvenster Data, wordt in alle velden met dezelfde naam in de twee databronnen een koppelingspictogram weergegeven (![Pictogram voor het combineren van koppelingen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/icon_blendinglink.png) of ![Het pictogram voor verbroken combinatie van links.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/icon_blendinglinkbroken.png)) in de _secundaire_ databron. Als het gerelateerde veld uit de primaire databron in de weergave wordt gebruikt, wordt de koppeling automatisch actief. Als de secundaire databron geen koppelingspictogramen bevat, moet u Tableau mogelijk op een van de twee volgende manieren helpen de koppeling tot stand te brengen:  1. Als gemeenschappelijke dimensies niet dezelfde naam hebben (zoals 'Titel' en 'Boektitel'), kunt u de naam van één dimensie wijzigen. Zo kan Tableau ze als gemeenschappelijke dimensies identificeren en de koppeling tot stand brengen. 2. U kunt ook handmatig een relatie definiëren tussen de velden in de primaire en secundaire databron. Hieronder vindt u meer informatie over het handmatig maken van een koppelingsrelatie Er kunnen zoveel actieve of potentiële koppelingsvelden zijn als nodig is. Klik op het pictogram voor de verbroken koppeling (![Het pictogram voor verbroken combinatie van links.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/icon_blendinglinkbroken.png)) in het deelvenster Data om de relatie actief te maken. Een koppelingsrelatie handmatig definiëren Als uw gemeenschappelijke dimensies niet dezelfde naam hebben, kunt u de relatie tussen de dimensies handmatig toewijzen. 1. Selecteer Data > Combinatierelaties bewerken.... 2. Controleer in het dialoogvenster Combinatierelaties of de primaire databron is geselecteerd in de vervolgkeuzelijst Primaire databron. 3. Selecteer de secundaire databron in het deelvenster Secundaire databron. Bestaande, automatische combinatierelaties zijn zichtbaar (en kunnen worden verwijderd door de cursor op de rij te plaatsen en op de x te klikken). Selecteer Aangepast in de lijst Relaties en klik vervolgens op Toevoegen. ![Een dialoogvenster voor het instellen van relaties voor het combineren van data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/multiple_connections_blend_relationship.png) 4. Ga als volgt te werk in het dialoogvenster Veldtoewijzing toevoegen/bewerken: 1. Selecteer een veld uit de primaire databron. 2. Selecteer het vergelijkbare veld uit de secundaire databron. 3. Klik op OK. In dit voorbeeld is Segment toegewezen aan Klantensegment. ![Gebruikersinterface voor het dialoogvenster Relaties toevoegen/bewerken](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datablending_addedit.png) **Tip**: Voor datums kan de relatie nauwkeurig worden opgegeven. Vouw het datumveld uit en selecteer het gewenste aspect van de datum, zoals de exacte datum, maand, jaar, enz. 5. Maak zoveel veldtoewijzingen als u wilt en klik op OK. ### Meerdere koppelingen Net als bij relaties of joins zijn er gevallen waarin de koppelingen tussen de databronnen door meerdere velden worden gedefinieerd. Als regionale verkoopquota bijvoorbeeld maandelijks worden bekeken, moet er een combinatie worden gemaakt van verkoopdata en quotadata voor zowel de regio als de maand, zodat de juiste data in de weergave worden gecombineerd. Er kunnen meerdere koppelingen tegelijkertijd actief zijn. Meer informatie: de impact van meerdere koppelingsvelden Wanneer data worden gecombineerd op basis van meerdere velden, worden waarden alleen in de weergave opgenomen als de combinatie van data uit die velden overeenkomt met beide datasets. Laten we eens naar een voorbeeld kijken om dit te verduidelijken. We hebben twee tabellen, één voor vogels die daadwerkelijk door vogelaars zijn gezien en één voor vogels die als gezien zijn gemeld. ![Een tabel met vogelwaarnemingen door drie vogelaars.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datablending_multlinks_birdsseen.png) en ![Een tabel met vogelsoorten die door vogelaars zijn waargenomen, het type bewijs dat is gebruikt en het aantal meldingen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datablending_multlinks_birdsreported.png) Als we een gecombineerde weergave instellen met de velden **Vogelaars** en **Aantal vogels** van de primaire databron (**Vogels gezien**) en het veld **Aantal rapporten** toevoegen uit de secundaire databron (**Vogels gemeld**), combineert Tableau automatisch op **Vogelaar**. ![Een staafdiagram illustreert het aantal vogels en de aantallen in de rapportage voor drie vogelaars.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datablending_multlinks_blend1.png) We zien dat vogelaar A drie vogels heeft gezien en twee meldingen heeft gedaan, B zag vier vogels en deed één melding, en C zag 8 vogels en deed twee meldingen. Maar er is nog een ander mogelijk koppelingsveld: **Soorten gezien**. Waarom nemen we dat ook niet op in de combinatie? Zal het verschil maken?  ![Een staafdiagram illustreert het aantal vogels en de aantallen in de rapportage voor drie vogelaars.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datablending_multlinks_blend2.png) Het maakt een behoorlijk groot verschil. Nu zien we dat er maar één melding is voor vogelaars A en C, en dat B een nul heeft. Wat gebeurt hier?  ![Een tabel waarin de verschillen tussen de gerapporteerde soorten en de waargenomen soorten worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datablending_multlinks_blend3.png) Het blijkt dat deze vogelaars niet erg eerlijk zijn. Toen ze hun waarnemingen alleen melden op basis van een dagboeknotitie (blauwe balken in de afbeelding hierboven), kwamen de soorten die ze meldden niet overeen met wat ze daadwerkelijk zagen (let op de null-waarden in de tweede kolom, van de secundaire databron **Vogels gezien**). Toen ze de melding ondersteunden met een foto (oranje balken), waren ze eerlijk (beide kolommen van **Soorten gezien** komen overeen). Omdat drie meldingen niet overeenkwamen qua soort, werden die rijen met data verwijderd toen **Soorten gezien** werd gebruikt als koppelingsveld. De weergave toont alleen data waarvan de waarden voor beide koppelingsvelden overeenkomen. ### Leerpunten Wees voorzichtig bij het koppelen van meerdere velden. Hoewel het heel eenvoudig kan zijn om op het pictogram te klikken en een actieve koppeling tot stand te brengen, kan het maken van te veel koppelingen of een koppeling naar ongewenste velden ernstige gevolgen hebben voor de analyse. ## Verschillen tussen joins en datacombinatie Datacombinatie simuleert een traditionele join links. Het belangrijkste verschil tussen de twee is het moment waarop de aggregatie wordt uitgevoerd. Bij een join worden de data gecombineerd en vervolgens geaggregeerd. Bij een combinatie worden de data geaggregeerd en vervolgens gecombineerd. ### Join links Wanneer u een join links gebruikt om data te combineren, wordt er een query verzonden naar de database waarin de join wordt uitgevoerd. Met een join links worden alle rijen uit de linkertabel en alle overeenkomende rijen uit de rechtertabel geretourneerd. De resultaten van de join worden vervolgens teruggestuurd naar Tableau en geaggregeerd voor weergave in de visualisatie. Bij een join links worden alle rijen uit de linkertabel gebruikt. De gemeenschappelijke kolommen zijn **Gebruikers-ID** en **Klant-ID**. Indien de rechtertabel overeenkomstige data bevat, worden die data geretourneerd. Anders wordt een null-waarde geretourneerd. ![Een tabel met gebruikers-ID's, districten, niveaus en typen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_venn_left.png) ![Een Venn-diagram met twee cirkels, één blauwe en één witte.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_venn.png) ![Een tabel met de vestiging, klant-ID, district en niveau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_venn_right.png) ![Pictogram voor gelijkteken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_equal.png) ![Een tabel met gebruikers-ID's, districten, niveaus, filialen en typen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_venn_joinleftright.png) Stel dat u dezelfde tabellen hebt, maar de volgorde omdraait. Deze nieuwe join links levert andere resultaten op. Ook hier geldt dat bij een join links alle data uit de nieuwe linkertabel worden overgenomen, maar dat in feite een rij uit de rechtertabel wordt genegeerd. De rij met data voor Gebruikers-ID = 4 is niet opgenomen omdat er in de linkertabel geen rij voor Gebruikers-ID = 4 is. ![Een tabel met de vestiging, klant-ID, district en niveau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_venn_right.png) ![Een Venn-diagram met twee cirkels, één blauwe en één witte.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_venn.png) ![Een tabel met gebruikers-ID's, districten, niveaus en typen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_venn_left.png) ![Pictogram voor gelijkteken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_equal.png) ![Een tabel met gebruikers-ID's, districten, niveaus, filialen en typen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_venn_joinrightleft.png) ### Datacombinatie Wanneer u datacombinaties gebruikt om data te combineren, wordt er een query naar de database verzonden voor elke databron die in het werkblad wordt gebruikt. De resultaten van de query's worden als geaggregeerde data teruggestuurd naar Tableau en samen in de visualisatie gepresenteerd. **Opmerking**: Het aggregeren van meetwaarden is eenvoudig. We kunnen gemakkelijk de som, het gemiddelde, het maximum of een andere aggregatie van een getal nemen. Meetwaarden worden samengevoegd op basis van de manier waarop het veld in de weergave is geaggregeerd. Alle velden uit een secundaire databron moeten echter worden geaggregeerd. Hoe werkt dat voor dimensies? Dimensiewaarden worden geaggregeerd met de aggregatiefunctie ATTR. Deze retourneert één waarde voor alle rijen in de secundaire databron. Als er meerdere waarden in die rijen staan, wordt er een sterretje (\*) weergegeven. Dit kan worden geïnterpreteerd als 'er zijn meerdere waarden in de secundaire databron voor deze markering in de weergave'. De weergave gebruikt alle waarden uit de primaire databron (die fungeert als de linkertabel) en de overeenkomstige rijen uit de secundaire databron (de rechtertabel) op basis van de koppelingsveld(en). Stel dat u de volgende tabellen hebt. Als de koppelingsvelden **Gebruikers-ID** en **Klant-ID** zijn, kunnen niet alle waarden deel uitmaken van de resulterende tabel vanwege het volgende: - Een rij in de linkertabel heeft geen overeenkomende rij in de rechtertabel, zoals aangegeven door de null-waarde in de resultaten. - De rijen in de rechtertabel bevatten meerdere overeenkomstige waarden, zoals aangegeven door het sterretje (\*) in de resultaten. ![Een tabel met gebruikers-ID's, districten, niveaus en typen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_venn_left.png) ![Pictogram van een kettingschakel.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_link.png) ![Een tabel met de vestiging, klant-ID, district en niveau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_venn_right.png) ![Pictogram voor gelijkteken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_equal.png) ![Een tabel met informatie over gebruikers-ID, district, niveau, filiaal en type.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_venn_blendleftright.png) Wanneer het om meetwaarden gaat, worden deze ook geaggregeerd, zoals u hieronder ziet: ![Een tabel met gebruikers-ID's, districten, niveaus en typen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_venn_left.png) ![Pictogram van een kettingschakel.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_link.png) ![Twee tabellen met een pijl die aangeeft dat de tabelwaarden worden gecombineerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_venn_blendingagg.png) ![Pictogram voor gelijkteken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_equal.png) ![In een tabel worden gebruikers-ID's, districten, niveaus, typen, filialen en boetes weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/blending_venn_blendingfinal.png) > [!IMPORTANT] > > Belangrijk: Een sterretje (\*) in een weergave met gecombineerde data geeft aan dat er meerdere waarden zijn. U kunt dit oplossen door te zorgen dat er voor elke markering in de primaire databron slechts één overeenkomende waarde in de secundaire databron staat. U kunt dit eventueel doen door de primaire en secundaire databron om te wisselen. Zie [Problemen met Datacombinatie oplossen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multipleconnections_troubleshooting.htm) voor meer informatie. ## Datacombinatie in één oogopslag - Data worden per blad gecombineerd. - De volgorde waarin velden worden gebruikt, bepaalt welke databron de primaire en welke de secundaire databron is. - De primaire databron wordt aangegeven met een blauw vinkje. Eventuele secundaire databronnen en velden uit secundaire databronnen hebben een oranje vinkje. - Koppelingsveld(en) kunnen automatisch worden bepaald op basis van gedeelde veldnamen, maar de combinatierelatie kan ook handmatig worden gemaakt. - Het combineren van data verloopt op een vergelijkbare manier als een join links. Dit kan ertoe leiden dat er data uit de secundaire databron ontbreken. - Er kunnen sterretjes (\*) worden getoond. Hiermee worden meerdere dimensiewaarden in één markering aangegeven, omdat datacombinaties uitgaan van de geaggregeerde resultaten en deze combineren in de weergave. - Er kan een secundaire databron worden gebruikt om nieuwe aliassen toe te wijzen aan de veldwaarden in een primaire databron. Zie [Aliassen uitvoeren voor veldwaarden met behulp van datacombinatie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multipleconnections_edit_primary_aliases.htm) voor meer informatie. ### Beperkingen voor datacombinatie - Het combineren van data kent enkele beperkingen voor niet-additieve aggregaten, zoals COUNTD, MEDIAN en RAWSQLAGG. Zie [Problemen met Datacombinatie oplossen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multipleconnections_troubleshooting.htm) voor meer informatie - Gecombineerde databronnen kunnen niet als een eenheid worden gepubliceerd. Publiceer in plaats daarvan elke databron afzonderlijk (op dezelfde server) en combineer de gepubliceerde databronnen vervolgens. - Data uit secundaire databronnen moeten altijd worden geaggregeerd in berekeningen. - Als u een kubusdatabron combineert, moet dit de primaire databron zijn. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Uw data extraheren Een data-extract is een subset van informatie die apart van de oorspronkelijke dataset wordt opgeslagen. Dit dient twee doelen: het verbeteren van de prestaties en het benutten van Tableau-functies die mogelijk niet beschikbaar zijn of niet worden ondersteund in de oorspronkelijke data. Door een dataextract te maken, kunt u het totale datavolume effectief verminderen door filters toe te passen en andere beperkingen in te stellen. Nadat een dataextract is gemaakt, kan het worden vernieuwd met de nieuwste data uit de oorspronkelijke bron. Tijdens het vernieuwingsproces kunt u kiezen tussen een volledige vernieuwing, waarbij alle bestaande inhoud in het extract wordt vervangen, of een incrementele vernieuwing, waarbij alleen de nieuwe rijen sinds de vorige vernieuwing worden vervangen. ### Voordelen van extracten - Omgaan met grote datasets: Extracten kunnen enorme hoeveelheden data verwerken, zelfs miljarden rijen. Hierdoor kunnen gebruikers efficiënt met grote datasets werken. - Verbeterde prestaties: Interactie met weergaven die gebruikmaken van extractdatabronnen resulteert in betere prestaties vergeleken met weergaven die rechtstreeks zijn gekoppeld aan de oorspronkelijke data. Extracten optimaliseren de queryprestaties, wat resulteert in snellere data-analyse en -visualisatie. - Verbeterde functionaliteit: Extracten bieden toegang tot aanvullende Tableau-functionaliteit die mogelijk niet beschikbaar is of niet wordt ondersteund door de oorspronkelijke databron, zoals specifieke functies. - Offline datatoegang (Tableau Desktop): met extracten hebt u offline toegang tot data. Dit betekent dat gebruikers als de oorspronkelijke databron niet beschikbaar is de data nog steeds lokaal kunnen opslaan en bewerken. ## Een extract maken Er zijn meerdere manieren om een extract te maken, maar de belangrijkste aanpak wordt hieronder uitgelegd. 1. Nadat u verbinding hebt gemaakt met uw data en de databron hebt ingesteld op de pagina Databron, selecteert u in de rechterbovenhoek **Extract** en vervolgens de link **Bewerken** om het dialoogvenster Data extraheren te openen. ![De optie Extract is geselecteerd zodat de link Bewerken wordt weergegeven](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/extract_radio_button.png) 3. Vouw elke sectie uit om de bijbehorende opties te zien, of selecteer Alles uitvouwen. Verderop in dit onderwerp vindt u meer informatie over elke sectie. - **Dataopslag**: wissel af tussen **Logische tabellen of Fysieke** of **Fysieke tabellen**. - **Filters**: stel filters in om te beperken hoeveel data er worden geëxtraheerd op basis van velden en hun waarden. - **Aggregatie**: selecteer **Data aggregeren voor zichtbare dimensies** om de meetwaarden te aggregeren met behulp van de standaardaggregatie. U kunt ook **Datums afronden** naar een bepaald datumniveau selecteren, zoals Jaar, Maand, enz. - **Aantal rijen**: selecteer het aantal rijen dat u wilt extraheren. U kunt **Alle rijen of Steekproef** extraheren, of de **Top** n-rijen. - **Incrementele vernieuwing**: stel een incrementele vernieuwing in op basis van een specifieke kolom en datumbereik. U kunt ook kiezen of de laatste rijen al dan niet worden vervangen of toegevoegd. 5. Als u klaar bent, klikt u op **Instellingen opslaan**. 6. Selecteer het bladtabblad. Het extract wordt nu gemaakt. 7. Kies vervolgens een nieuwe locatie om het extract op te slaan. 8. Voer een bestandsnaam voor het extract in. 9. Selecteer **Opslaan**. Raadpleeg de sectie [Problemen met extracten oplossen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/extracting_data.htm#troubleshoot) als het dialoogvenster Opslaan niet wordt weergegeven. ## Beschrijvingen extractinstellingen Bij het maken van een extract kunt u een groot aantal instellingen configureren. ### Dataopslag Onder Dataopslag kunt u kiezen uit logische of fysieke tabellen. In logische tabellen wordt data opgeslagen in één extractietabel voor elke logische tabel in de databron. In fysieke tabellen wordt daarentegen data opgeslagen in één extracttabel voor elke fysieke tabel in de databron. De opties Logische tabellen en Fysieke tabellen hebben alleen invloed op de manier waarop de data in uw extract worden opgeslagen. De opties hebben geen invloed op de manier waarop de tabellen in uw extract worden weergegeven op de pagina Databron. Stel bijvoorbeeld dat uw extract bestaat uit één logische tabel met drie fysieke tabellen. Als u het extractbestand (.hyper) dat is geconfigureerd voor gebruik van de standaardoptie Logische tabellen, rechtstreeks opent, ziet u één tabel op de pagina Databron. Als u het extract echter opent met behulp van het verpakte databronbestand (.tdsx) of het databronbestand (.tdsx) met het bijbehorende extractbestand (.hyper), ziet u alle drie de tabellen op de pagina Databron. #### Logische tabellen Tableau gebruikt logische tabellen als de standaardstructuur voor het opslaan van extractdata. Tableau raadt over het algemeen aan om de standaardoptie voor dataopslag, logische tabellen, te gebruiken bij het instellen en werken met extracten. Vele functies die u wellicht wilt gebruiken, zoals extractfilters, aggregatie, Top N of pass-through-functies (RAWSQL), zijn alleen beschikbaar als u de optie voor logische tabellen gebruikt. U kunt echter geen data bijvoegen bij extracten die meer dan één logische tabel bevatten. Als u de optie Logische tabel kiest en uw extract joins bevat, worden de joins toegepast wanneer het extract wordt gemaakt. #### Fysieke tabellen Met deze optie worden joins uitgevoerd tijdens de query en kunnen de prestaties mogelijk worden verbeterd en de grootte van het extractbestand worden verkleind. Dit gebeurt als uw data aan alle volgende voorwaarden voldoen: - Alle joins tussen fysieke tabellen zijn gelijkheids-joins (=). - De datatypen van de kolommen die worden gebruikt voor relaties of joins, zijn identiek. - Er worden geen pass-through-functies (RAWSQL) gebruikt. - Er is geen incrementele vernieuwing geconfigureerd. - Er zijn geen extractfilters geconfigureerd. - Er is geen Top n of steekproef geconfigureerd. - Er hoeven geen data aan het extract te worden toegevoegd. #### Tips voor het werken met fysieke tabellen **Extracten die groter zijn dan verwacht**: Om te bepalen of het extract groter is dan het zou moeten zijn, moet de som van de rijen in het extract met gebruik van de optie Logische tabellen hoger zijn dan de som van de rijen van alle gecombineerde tabellen voordat het extract is gemaakt. Loopt u tegen dit probleem aan? Probeer dan de optie Fysieke tabellen. **Filteropties**: Wanneer u de optie Fysieke tabellen gebruikt, zijn andere opties om de hoeveelheid data in uw extract te beperken, zoals extractfilters, aggregatie, Top N en Steekproef, uitgeschakeld. Als u de data in een extract dat gebruikmaakt van de optie Fysieke tabellen wilt verkleinen, kunt u overwegen de data te filteren voordat deze in Tableau Desktop wordt geïmporteerd met behulp van een van de volgende suggesties: - Alle joins tussen fysieke tabellen zijn gelijkheids-joins (=). - Maak verbinding met uw data en definieer filters met behulp van aangepaste SQL. In plaats van verbinding te maken met een databasetabel, kunt u verbinding maken met uw data via aangepaste SQL. Zorg er bij het maken van uw aangepaste SQL-query voor dat deze het juiste filterniveau bevat om de data in uw extract te beperken. Zie [Verbinding maken met een aangepaste SQL-query](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/customsql.htm) voor meer informatie over aangepaste SQL in Tableau Desktop. - Definieer een weergave in de database. Als u schrijftoegang tot uw database hebt, kunt u overwegen een databaseweergave te definiëren die alleen de data bevat die u nodig hebt voor uw extract. Vervolgens kunt u vanuit Tableau Desktop verbinding maken met de databaseweergave. **Beveiliging op rijniveau met extracten**: Als u data op rijniveau veilig wilt extraheren, is de optie Fysieke tabellen de aanbevolen manier om dit scenario te realiseren. Zie [Toegang beperken op datarijniveau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/publish_userfilters.htm) voor meer informatie over beveiliging op rijniveau in Tableau. ### Filters Met filters kunt u beperken hoeveel data er worden geëxtraheerd op basis van velden en hun waarden. **Opmerking**: Extractfilters op logische tabellen zijn alomtegenwoordig (van toepassing op de gehele databron) voor databronnen met één basistabel. Voor databronnen met [meerdere basistabellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm) gelden extractfilters per tabel en zijn ze alleen van toepassing op de logische tabel zelf. Zie [Data uit databronnen filteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering_datasource.htm) voor meer informatie over alomtegenwoordige filters en filters voor één tabel. ### Aggregatie Met aggregatie kunt u meetwaarden aggregeren. U kunt ook **Datums afronden** selecteren voor afronding naar een bepaald datumniveau, zoals jaar, maand, enz. De voorbeelden illustreren hoe de data worden geëxtraheerd voor elke aggregatieoptie die u kunt kiezen. - **Oorspronkelijke data:**: Elke record wordt weergegeven als een afzonderlijke rij. De oorspronkelijke data bevatten zeven rijen. - **Data aggregeren voor zichtbare dimensies** _(niet afronden)_**:** Records met dezelfde datum en letter zijn geaggregeerd in één rij. Het extract bevat vijf rijen. - **Data aggregeren voor zichtbare dimensies** _(datums afronden naar Maand)_**:** Datums zijn afgerond tot maandniveau en records met dezelfde regio zijn geaggregeerd in één rij. Het extract bevat drie rijen.
Oorspronkelijke dataAggregatie zonder afrondenAggregatie met afronden
### Aantal rijen U kunt alle rijen of de Top N-rijen extraheren. Tableau past eerst eventuele filters en aggregatie toe en extraheert vervolgens het aantal rijen uit de gefilterde en geaggregeerde resultaten. Het aantal rijopties is afhankelijk van het type databron waaruit u extraheert. Mogelijk ziet u de optie Steekproeven niet in het dialoogvenster Data extraheren, omdat sommige databronnen geen steekproeven ondersteunen. **Opmerking(en):** Alle velden die u eerst op de pagina Databron of op het bladtabblad verbergt, worden uitgesloten van het extract. Klik op de knop **Alle niet-gebruikte velden verbergen** om de verborgen velden uit het extract te verwijderen. ### Incrementeel vernieuwen De meeste databronnen ondersteunen een incrementele vernieuwing. In plaats van het hele extract te vernieuwen kunt u een vernieuwing configureren waarin alleen de rijen worden toegevoegd die nieuw zijn sinds de vorige keer dat u de data hebt geëxtraheerd. U kunt bijvoorbeeld een databron hebben die dagelijks wordt bijgewerkt met nieuwe verkooptransacties. In plaats van het hele extract elke dag opnieuw op te bouwen kunt u ook alleen de nieuwe transacties toevoegen die die dag hebben plaatsgevonden. #### Tips voor incrementeel vernieuwen Incrementeel vernieuwen: - In Aantal rijen moet u **Alle rijen** selecteren. - Incrementeel vernieuwen is niet beschikbaar als u Aggregatie inschakelt. Geavanceerde instellingen: - Geavanceerde instellingen zijn niet compatibel met filters. ## Extracttips Sla uw werkmap op om de verbinding met het extract te behouden Nadat u een extract hebt gemaakt, begint de werkmap de extractversie van uw data te gebruiken. De verbinding met de extractversie van uw data wordt echter pas opgeslagen als u de werkmap opslaat. Dit betekent dat als u de werkmap sluit zonder deze eerst op te slaan, de werkmap verbinding maakt met de oorspronkelijke databron wanneer u deze de volgende keer opent. Schakelen tussen steekproefdata en volledig extract Wanneer u met een groot extract werkt, kan het handig zijn om een kleinere steekproef van de data te nemen. Hiermee kunt u uw weergave instellen zonder dat u telkens wanneer u een veld aan uw analyse toevoegt, lange query's hoeft uit te voeren. U kunt eenvoudig schakelen tussen het gebruik van de steekproefdata en de volledige databron door de juiste optie in het menu data te selecteren. Maak geen directe verbinding met het extract Wanneer u extracten op uw computer opslaat, kunt u er rechtstreeks verbinding mee maken via het nieuwe Tableau Desktop. Het wordt echter niet aanbevolen om de volgende redenen: - **De namen van de tabellen kunnen verschillen.** Extracten gebruiken een speciale naamgeving om ervoor te zorgen dat elke tabel een unieke naam heeft, die moeilijk te begrijpen kan zijn. - **U kunt het extract niet bijwerken of vernieuwen.** Wanneer u rechtstreeks verbinding maakt met een extract, beschouwt Tableau dit als de oorspronkelijke databron en niet als een kopie. Dit betekent dat u het niet kunt koppelen aan uw oorspronkelijke databron. - **De structuur en relaties tussen tabellen gaan verloren.** De indeling en verbindingen tussen tabellen worden opgeslagen in het .tds-bestand, niet in het .hyper-bestand. Wanneer u dus rechtstreeks verbinding maakt met het .hyper-bestand, verliest u deze informatie. Als u logische tabelopslag gebruikt voor het extract, ziet u geen verwijzingen naar de oorspronkelijke fysieke tabellen. Gebruik geen extract als u verbinding maakt met een virtuele verbinding met gebruikersfuncties in het databeleid Als de virtuele verbinding een databeleid heeft dat [Gebruikersfuncties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/functions_functions_user.htm) bevat, (bijvoorbeeld, `USERNAME()`), en u er verbinding mee maakt vanuit een werkmap of databron en daar een extract maakt, dan bevat het extract alleen de rijen die overeenkomen met het databeleid voor virtuele verbindingen op het moment dat het extract wordt gemaakt. Als u wilt profiteren van een virtuele verbinding met gebruikersfuncties in het databeleid, moet u een liveverbinding van de werkmap of databron naar de virtuele verbinding gebruiken, en niet een extract. ### Het extract uit de werkmap verwijderen U kunt op elk gewenst moment een extract verwijderen via het menu Data door achtereenvolgens de geëxtraheerde databron > Extract > Verwijderen te selecteren. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/extract_remove_in_menu.jpg "Het menu Data met de naam van de databron geselecteerd, het submenu voor de databron met Extract geselecteerd en het submenu met Verwijderen geselecteerd. ") Wanneer u een extract verwijdert, kunt u uit de volgende opties kiezen: Het extract uit de werkmap verwijderen of Het extractbestand verwijderen en weggooien. Met de laatste optie wordt het extract van uw harde schijf verwijderd. ![Het dialoogvenster Extract verwijderen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/extract_remove.png) ### Extractgeschiedenis bekijken (Tableau Desktop) U kunt zien wanneer het extract voor het laatst is bijgewerkt en andere details bekijken door een databron te selecteren in het menu Data en vervolgens Extract > Geschiedenis te selecteren. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/extract_properties.png) Als u een werkmap opent die is opgeslagen met een extract en Tableau het extract niet kan vinden, selecteert u een van de volgende opties in het dialoogvenster Extract niet gevonden wanneer u daarom wordt gevraagd: - Extract vinden: selecteer deze optie als het extract bestaat, maar niet op de locatie waar Tableau het oorspronkelijk heeft opgeslagen. Klik OK om het dialoogvenster Bestand openen te openen, waarin u de nieuwe locatie voor het extractbestand kunt opgeven. - Extract verwijderen: selecteer deze optie als u het extract niet meer nodig hebt. Dit is hetzelfde als de databron sluiten. Alle geopende werkbladen die naar de databron verwijzen, worden verwijderd. - Extract deactiveren: gebruik de oorspronkelijke databron waaruit het extract is gemaakt, in plaats van het extract. - Extract opnieuw genereren: maakt het extract opnieuw. Alle filters en andere aanpassingen die u hebt opgegeven toen u het extract maakte, worden automatisch toegepast. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/extract_missing.png) ## Problemen met extracten oplossen - **Het maken van een extract duurt lang:** Afhankelijk van de grootte van uw dataset kan het maken van een extract veel tijd kosten. Nadat u de data hebt geëxtraheerd en op uw computer hebt opgeslagen, kunnen de prestaties echter verbeteren. - **Extract is niet gemaakt:** Als uw dataset een groot aantal kolommen bevat (bijvoorbeeld duizenden), kan Tableau het extract in sommige gevallen niet maken. Als u problemen ondervindt, kunt u overwegen om minder kolommen te extraheren of de onderliggende data te herstructureren. - **Het dialoogvenster Opslaan wordt niet weergegeven _of_ extract wordt niet gemaakt van een .twbx:** Als u de voorgaande procedure volgt om data uit een verpakte werkmap te extraheren, wordt het dialoogvenster Opslaan niet weergegeven. Wanneer u een extract maakt van een verpakte werkmap (.twbx), wordt het extractbestand automatisch opgeslagen in het pakket met bestanden dat aan de verpakte werkmap is gekoppeld. Om toegang te krijgen tot het extractbestand dat u van de verpakte werkmap hebt gemaakt, moet u de werkmap uitpakken. Zie [Werkmappakketten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/save_savework_packagedworkbooks.htm) voor meer informatie. ## Toekomstige updates voor extracten ### Vernieuwing van subbereik voor incrementele extracten In Tableau-versie 2024.2 en nieuwer kunt u een extra tijdsperiode opgeven om eerder geëxtraheerde data opnieuw te extraheren en eventuele wijzigingen vast te leggen. Zie [Extracten vernieuwen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/extracting_refresh.htm) voor meer informatie. ### Incrementeel vernieuwen Vanaf versie 2024.1 bevat Tableau een functie waarmee gebruikers incrementele vernieuwingen kunnen uitvoeren op extracten met behulp van een niet-unieke sleutelkolom. Er is een nieuwe gebruikersinterface die deze geavanceerde instellingen ondersteunt. Met deze update wordt een extra stap aan het extractieproces toegevoegd. Tijdens een incrementele vernieuwing verwijdert Tableau eerst rijen uit het extract die overeenkomen met de eerder geregistreerde hoogste waarde. Vervolgens voert Tableau een query uit op alle rijen met een waarde die hoger is dan of gelijk is aan de vorige hoogste waarde. Deze aanpak zorgt ervoor dat alle verwijderde rijen en alle nieuw toegevoegde rijen worden meegenomen. ### Extracten op het web Vanaf versie 2020.4 zijn extracten beschikbaar in webauthoring en inhoudsserver. Vanaf nu hoeft u Tableau Desktop niet meer te gebruiken om uw databronnen te extraheren. Zie [Extracten maken op het web](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/datasource_extract.htm) voor meer informatie. ### Logische en fysieke tabelextracten Met de introductie van logische tabellen en fysieke tabellen in het Tableau-datamodel in versie 2020.2 zijn de opslagopties voor extracten gewijzigd van enkele tabel en meerdere tabellen naar Logische tabellen en Fysieke tabellen. Dit zijn betere benamingen voor de opslagmethoden van de extracten. Zie [Uw data extraheren](#storage) voor meer informatie. ### Veroudering van .tde-indeling Wanneer u een extract maakt wordt de .hyper-indeling gebruikt. Extracten in het .hyper-notatie maken gebruik van de verbeterde data-engine, die snellere analyse- en queryprestaties voor grotere datasets ondersteunt. Vanaf maart 2023 zijn extracten met de .tde-indeling niet meer beschikbaar in Tableau Cloud, Tableau Public en Tableau Server (versie 2023.1.0). Versie 2024.2 is de laatste versie die bestanden in de .tde-indeling kan openen. Zie [Extracten upgraden naar .hyper-indeling](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/extracting_upgrade.htm) voor meer informatie. ### Wijzigingen in waarden en markeringen in de weergave Teneinde de efficiëntie en schaalbaarheid van extracten te verbeteren, kunnen waarden in extracten anders worden berekend dan in sommige databronnen. Wijzigingen in de manier waarop de waarden worden berekend, kunnen van invloed zijn op de manier waarop markeringen in uw weergave worden ingevuld. In zeldzame gevallen kunnen de wijzigingen ertoe leiden dat uw weergave van vorm verandert of leeg wordt. Deze wijzigingen kunnen ook worden toegepast op databronnen met meerdere verbindingen, databronnen die gebruikmaken van liveverbindingen met op velden gebaseerde data, databronnen die verbinding maken met Google Spreadsheets-data, op de cloud gebaseerde databronnen, alleen-extractdatabronnen en WDC-databronnen. **Notatie van datum- en datum-tijdwaarden** Extracten zijn onderworpen aan consistente en strenge regels rondom de interpretatie van datumreeksen via de functies DATE, DATETIME en DATEPARSE. Dit heeft invloed op de manier waarop datums worden geparseerd en op de datumnotaties en -patronen die voor deze functies zijn toegestaan. In het bijzonder kunnen de regels als volgt worden gegeneraliseerd: 1. Datums worden geëvalueerd en vervolgens per kolom geparseerd, niet per rij. 2. Datums worden geëvalueerd en vervolgens geparseerd op basis van de landinstellingen van de computer waarop de werkmap is gemaakt, niet op basis van de landinstellingen van de computer waarop de werkmap is geopend. Dankzij deze regels zijn extracten efficiënter en leveren ze resultaten op die consistent zijn met commerciële databases. **Veelvoorkomende oorzaken van wijzigingen in datum-/datumtijdwaarden** - Als de datum onduidelijk is en op verschillende manieren kan worden geïnterpreteerd, wordt de datum geïnterpreteerd op basis van de notatie die Tableau voor die kolom heeft bepaald. Zie [Scenario 1](#scenario1) hieronder voor enkele voorbeelden. - Wanneer een functie een YYYY-MM-DD (ISO)-notatie moet verwerken. Zie [Scenario 2](#scenario3) voor een voorbeeld. - Wanneer een functie jaren parseert, wordt dit als volgt geïnterpreteerd: - Het jaar '07' wordt geïnterpreteerd als '2007' - Het jaar '17' wordt geïnterpreteerd als '2017'. - Het jaar '30' wordt geïnterpreteerd als '2030'. - Het jaar '69' wordt geïnterpreteerd als '2069.' - Het jaar '70' wordt geïnterpreteerd als '1970'. **Veelvoorkomende oorzaken van null-waarden** - Wanneer een functie meerdere datumnotaties in één kolom moet verwerken. Nadat Tableau de datumnotatie heeft bepaald, worden alle andere datums in de kolom die afwijken van de notatie null-waarden. Zie [Scenario 1](#scenario1) hieronder voor enkele voorbeelden. - Wanneer een functie een YYYY-MM-DD (ISO)-notatie moet verwerken. Waarden die de toegestane waarden voor 'YYYY', 'MM' of 'DD' overschrijden, veroorzaken null-waarden. Zie [Scenario 2](#scenario3) voor een voorbeeld. - Wanneer een functie datumwaarden moet parseren die afsluitende tekens bevatten. Tijdzone- en zomertijdsuffixen en trefwoorden, zoals 'middernacht', leiden bijvoorbeeld tot null-waarden. - Wanneer een functie een ongeldige datum of tijd moet parseren. 32/3/2024 leidt bijvoorbeeld tot een null-waarde. In een ander voorbeeld leidt 25:01:61 tot een null-waarde. - Wanneer een functie tegenstrijdige invoer moet parseren. Stel bijvoorbeeld dat het patroon 'dd.MM (MMMM) j' is en de invoerreeks '1.09 (augustus) 2024', waarbij zowel '9' als 'augustus' maanden zijn. Het resultaat is een null-waarde omdat de maandwaarden niet hetzelfde zijn. - Wanneer een functie tegenstrijdige patronen moet parseren. Een patroon dat bijvoorbeeld een combinatie van het Gregoriaanse jaar (j) en de ISO-week (ww) specificeert, leidt tot null-waarden. **Wijziging van het aantal rijen** Bij een liveverbinding respecteert en gebruikt Tableau de collatie-instellingen van de brondatabase. In een extract worden de eigen instellingen van Tableau gebruikt en deze kunnen enigszins afwijken van de regels die in de brondatabase worden toegepast. De onbewerkte data blijven hetzelfde, maar de manier waarop de data worden samengevoegd en weergegeven in de gebruikersinterface, komt mogelijk niet overeen. Ongeacht het verbindingstype en de collatie-instellingen kunt u controleren of het totale aantal rijen tussen een actieve verbinding en een extract hetzelfde is door te kijken naar Data weergeven > Volledige data. ###### Scenario 1 Stel dat u een werkmap hebt gemaakt in een Engelstalige landinstelling die de extensie . hyper gebruikt om databronnen te extraheren. In de tabel hierna staat een kolom met tekenreeksdata die in de extractdatabron zijn opgenomen.
10/31/2024
31/10/2024

12/10/2024

Op basis van de specifieke Engelse landinstellingen werd bepaald dat de notatie van de datumkolom de MDY-notatie (maand, dag en jaar) zou volgen. In de volgende tabellen ziet u wat Tableau weergeeft op basis van deze landinstelling wanneer de functie DATE wordt gebruikt om tekenreekswaarden naar datumwaarden te converteren.
31 oktober 2024
31 oktober 2024
10 december 2024
Als het extract in een Duitse landinstelling wordt geopend, ziet u het volgende:
31 oktober 2024
31 oktober 2024
12 oktober 2024
Nadat het extract echter is geopend in een Duitse landinstelling, wordt de DMJ-indeling (dag, maand en jaar) van de Duitse landinstelling strikt gehandhaafd en leidt dit tot een _Null_\-waarde omdat een van de waarden niet de DMJ-indeling volgt.
Null
31 oktober 2024
12 oktober 2024
###### Scenario 2 Stel dat u een kolom hebt met tekenreeksdata die in de databron zijn opgenomen.
2024-10-31
2024-31-10

2024-12-10

2024-10-12
Omdat de datum de ISO-indeling gebruikt, volgt de datumkolom altijd de indeling YYYY-MM-DD. In de volgende tabellen ziet u wat Tableau weergeeft wanneer de functie DATE wordt gebruikt om tekenreekswaarden naar datumwaarden te converteren.
31 oktober 2024
Null
10 december 2024
12 oktober 2024
**Wijziging van het aantal rijen** Bij een liveverbinding respecteert en gebruikt Tableau de collatie-instellingen van de brondatabase. In een extract worden de eigen instellingen van Tableau gebruikt en deze kunnen enigszins afwijken van de regels die in de brondatabase worden toegepast. De onbewerkte data blijven hetzelfde, maar de manier waarop de data worden samengevoegd en weergegeven in de gebruikersinterface, komt mogelijk niet overeen. Ongeacht het verbindingstype en de collatie-instellingen kunt u controleren of het totale aantal rijen tussen een actieve verbinding en een extract hetzelfde is door te kijken naar Data weergeven > Volledige data. **Sorteervolgorde en hoofdlettergevoeligheid** Extracten bieden ondersteuning voor sortering en kunnen daarom tekenreekswaarden met accenten of met verschillende hoofdletters en kleine letters beter sorteren. Stel dat u een tabel met tekenreekswaarden hebt. In termen van sorteervolgorde betekent dit dat een tekenreekswaarde zoals Égypte nu op de juiste manier na Estonie en vóór Fidji wordt weergegeven. Wat hoofdlettergebruik betreft, worden dezelfde tekenreekswaarden als uniek beschouwd en daarom als afzonderlijke waarden opgeslagen. **Gelijke waarden in Top N-zoekopdrachten** Een Top N-query in uw extract kan dubbele waarden voor een specifieke positie in een rang opleveren. Stel dat u bijvoorbeeld een top 3-filter maakt. Posities 3, 4 en 5 hebben dezelfde waarden. Het Top-filter retourneert de posities 1, 2 en 5. **Precisie van waarden met zwevende komma’s** Extracten maken beter gebruik van de beschikbare hardwarebronnen op een computer en kunnen daardoor wiskundige bewerkingen op een zeer parallelle manier uitvoeren. Hierdoor kunnen reële getallen door middel van .hyper-extracten in verschillende volgordes worden geaggregeerd. Wanneer getallen in een andere volgorde worden geaggregeerd, ziet u mogelijk verschillende waarden na de komma in uw weergave telkens wanneer de aggregatie wordt berekend. Dit komt doordat het optellen en vermenigvuldigen van waarden met zwevende komma’s niet noodzakelijkerwijs associatief is. Dat wil zeggen dat (a + b) + c niet noodzakelijkerwijs hetzelfde is als a + (b + c). Bovendien kunnen reële getallen in verschillende volgordes worden geaggregeerd, omdat de vermenigvuldiging van waarden met zwevende komma’s niet noodzakelijkerwijs distributief is. Dat wil zeggen, (a x b) x c is niet noodzakelijkerwijs hetzelfde als a x b x c. Dit type afrondingsgedrag van waarden met zwevende komma’s in .hyper-extracten lijkt op dat van afrondingsgedrag van waarden met zwevende komma’s in commerciële databases. Stel bijvoorbeeld dat uw werkmap een schuifregelaarfilter bevat voor een geaggregeerd veld dat bestaat uit waarden met zwevende komma’s. Omdat de precisie van waarden met zwevende komma’s is gewijzigd, kan het filter nu een markering uitsluiten die de boven- of ondergrens van het filterbereik definieert. Als deze getallen ontbreken, kan het zijn dat uw weergave leeg is. Om dit probleem op te lossen, verplaatst u de schuifregelaar op het filter of verwijdert u het filter en voegt u het opnieuw toe. **Nauwkeurigheid van aggregaties** Extracten zijn geoptimaliseerd voor grote datasets doordat ze beter gebruikmaken van de beschikbare hardwarebronnen op een computer. Hierdoor kunnen aggregaties op een zeer parallelle manier worden berekend. Hierdoor lijken aggregaties die worden uitgevoerd met behulp van .hyper-extracten meer op de resultaten van commerciële databases dan op de resultaten van software die gespecialiseerd is in statistische berekeningen. Als u met een kleine dataset werkt of een hogere mate van nauwkeurigheid nodig hebt, kunt u overwegen om aggregaties uit te voeren via referentielijnen, samenvattingsstatistieken of tabelberekeningsfuncties zoals variantie, standaardafwijking, correlatie of covariantie. ### API's U kunt de extract-API gebruiken om .hyper-extracten te maken. Voor taken zoals het publiceren van extracten kunt u de REST API van Tableau Server of de Tableau Server Client (Python)-bibliotheek gebruiken. Voor vernieuwingstaken kunt u ook de REST API van Tableau Server gebruiken. Zie [Tableau Hyper-API](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/extracting_TDE_API.htm) voor meer informatie. ## [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Uw data groeperen U kunt een groep maken om gerelateerde leden in een veld te combineren. Als u bijvoorbeeld werkt met een weergave waarin de gemiddelde testscores per hoofdvak worden weergegeven, wilt u misschien bepaalde hoofdvakken groeperen om hoofdvakcategorieën te maken. Engels en Geschiedenis kunnen worden samengevoegd in een groep met de naam Hoofdvakken Vrije kunsten, terwijl Biologie en Natuurkunde kunnen worden gegroepeerd als Hoofdvakken Natuurwetenschappen. Groepen zijn handig voor het corrigeren van fouten in de data (bijvoorbeeld door CA, Calif. en Californië te combineren tot één datapunt) en voor het beantwoorden van 'wat als'-vragen (bijvoorbeeld: 'Wat als we de regio's Oost en West zouden combineren?'). ## Een groep maken Er zijn meerdere manieren om een groep te maken. U kunt een groep maken vanuit een veld in het deelvenster **Data** of door data in de weergave te selecteren en vervolgens op het groepspictogram te klikken. ### Een groep maken door data in de weergave te selecteren 1. Selecteer in de weergave een of meer datapunten en klik vervolgens op het groepspictogram ![Een bijlagepictogram in de vorm van een paperclip en een pictogram voor het contextmenu.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ad-hoc1.png) in de knopinfo die wordt weergegeven. **Opmerking**: u kunt ook het groepspictogram op de werkbalk boven aan de werkruimte selecteren. Als de weergave meerdere detailniveaus bevat, moet u een niveau selecteren om de leden te groeperen. U kunt ervoor kiezen om alle dimensies te groeperen of slechts één. ### Een groep maken vanuit een veld in het deelvenster Data 1. Klik met de rechtermuisknop in het deelvenster **Data** op een veld en selecteer **Maken** > **Groep**. ![Een veld in het deelvenster Data met een contextmenu waarin wordt aangegeven waar velden kunnen worden gegroepeerd of een berekend veld kan worden gemaakt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ad-hoc4.png) 2. Selecteer in het dialoogvenster Groep maken de verschillende leden die u wilt groeperen en klik op Groeperen. ![Een dialoogvenster voor het bewerken van groepen met drie groepen: opslag, benodigdheden en tabellen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ad-hoc6.png) De geselecteerde leden worden samengevoegd tot één groep. Er wordt een standaardnaam gemaakt met behulp van de gecombineerde lidnamen. Als u de groep een andere naam wilt geven, selecteert u deze in de lijst en klikt u op Naam wijzigen. **Tip**: u kunt naar leden zoeken met behulp van de optie **Zoeken** rechtsonder in het dialoogvenster. (Alleen Tableau Desktop) ![Een dialoogvenster voor het bewerken van groepen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ad-hoc7.png) ## Een groep Overige opnemen Wanneer u in Tableau groepen maakt, hebt u de mogelijkheid om alle resterende of niet-gegroepeerde leden te groeperen in een groep Overige. De optie Overige opnemen is handig om bepaalde groepen uit te lichten of om specifieke groepen met de rest te vergelijken. Als u bijvoorbeeld een weergave hebt waarin de productcategorie Verkoop versus Winst wordt weergegeven, wilt u misschien de categorieën die goed en slecht presteren in de weergave uitlichten en alle andere categorieën samenvoegen in de groep 'Overige'.
Bevat OverigeBevat geen Overige
Met een spreidingsdiagram wordt de correlatie tussen winst en omzet in drie prestatiecategorieën geïllustreerd: hoog, laag en overig.Een spreidingsdiagram illustreert de correlatie tussen winst en omzet in acht productcategorieën.
**U kunt als volgt een groep Overige opnemen:** 1. Klik in het deelvenster **Data** met de rechtermuisknop op het groepsveld en selecteer Groep bewerken. 2. Selecteer in het dialoogvenster Groep bewerken de optie 'Overige' opnemen. ![Een dialoogvenster voor het bewerken van groepen met een lijst met drie groepen: Overige, Hoge prestaties en Lage prestaties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ad-hoc23.png) ## Een groep bewerken Nadat u een gegroepeerd veld hebt gemaakt, kunt u leden aan de groepen toevoegen en hieruit verwijderen, nieuwe groepen maken, de standaardgroepsnamen wijzigen en de naam van het gegroepeerde veld veranderen. Sommige wijzigingen kunt u rechtstreeks in de weergave aanbrengen, andere via het dialoogvenster Groep bewerken. **U kunt als volgt leden aan een bestaande groep toevoegen:** - Klik in het deelvenster **Data** met de rechtermuisknop op het groepsveld en klik vervolgens op Groep bewerken. ![Een veld in het deelvenster Data met een contextmenu waarin wordt aangegeven waar u Groep bewerken kunt selecteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ad-hoc8.png) - Selecteer in het dialoogvenster Groep bewerken een of meer leden en sleep ze naar de gewenste groep. - Klik op OK. **U kunt als volgt leden uit een bestaande groep verwijderen:** - Klik in het deelvenster **Data** met de rechtermuisknop op het groepsveld en klik vervolgens op Groep bewerken. - Selecteer in het dialoogvenster Groep bewerken een of meer leden en klik vervolgens op Groeperen opheffen. De leden worden uit de huidige groep verwijderd. Als u een groep Overige hebt, worden de leden daaraan toegevoegd. - Klik op **OK**. U kunt als volgt een nieuwe groep maken in een groepsveld: - Klik in het deelvenster **Data** met de rechtermuisknop op het groepsveld en klik vervolgens op Groep bewerken. - Selecteer in het dialoogvenster Groep bewerken een of meer leden en klik vervolgens op Groeperen. - Klik op OK. **Opmerking:** als u een groep een andere naam wilt geven, selecteert u de groep in het dialoogvenster Groep bewerken en klikt u vervolgens op **Naam wijzigen**. ## Zie ook [Een weergave kleur geven met groepen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_groups_editing.htm) [Fouten in data corrigeren of dimensieleden combineren door uw data te groeperen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_groups.htm) ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Uw data relateren Relaties zijn een dynamische, flexibele manier om data uit meerdere tabellen te combineren voor analyse. Een relatie beschrijft hoe twee tabellen zich op basis van gemeenschappelijke velden tot elkaar verhouden, maar voegt de tabellen niet samen. Wanneer er een relatie tussen tabellen wordt gecreëerd, blijven de tabellen gescheiden en behouden ze hun oorspronkelijke detailniveau en domeinen. U kunt een relatie zien als een contract tussen twee tabellen. Wanneer u een visualisatie bouwt met velden uit deze tabellen, haalt Tableau data uit deze tabellen binnen met behulp van dat contract om een query met de juiste joins te bouwen. **Meer informatie**: De mogelijkheid om data te combineren met behulp van relaties is een belangrijk kenmerk van de nieuwe mogelijkheden voor datamodellering van Tableau. Zie [Wat is er veranderd bij databronnen en analyse](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_datamodel_whatschanged.htm) voor meer informatie. Leer meer over hoe relaties werken in deze Tableau-blogposts: - [Relaties, deel 1: Introductie van nieuwe datamodellering in Tableau (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) - [Relaties, deel 2: Tips en trucs (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-2-tips-and-tricks) - [Relaties, deel 3: Vragen stellen over meerdere gerelateerde tabellen (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/6/relationships-part-3-asking-questions-across-multiple-related-tables) **Bekijk een video**: Bekijk deze video van 5 minuten voor een inleiding tot het gebruik van relaties in Tableau. **Opmerking**: de interface voor het bewerken van de relaties in deze video wijkt enigszins af van de huidige release, maar heeft dezelfde functionaliteit. [Actie-analyse](https://action-analytics.com/library/) biedt ook nuttige video-podcasts over het gebruik van relaties in Tableau. Zie [Waarom heeft Tableau relaties uitgevonden?](https://action-analytics.com/ep-1-why-did-tableau-invent-relationships/) voor een introductie. Selecteer 'Video-podcast' op de Actie-analyse-website [Bibliotheek](https://action-analytics.com/library/) om andere podcasts te bekijken. ## Wat zijn relaties? Relaties zijn de flexibele, verbindende lijnen die tussen de logische tabellen in uw databron worden gemaakt. Sommige mensen noemen relaties liefkozend 'noedels', maar in onze helpdocumentatie noemen we ze meestal 'relaties'. Wij adviseren om relaties als eerste aanpak te gebruiken bij het combineren van uw data, omdat dit de voorbereiding en analyse van data eenvoudiger en intuïtiever maakt. [Gebruik joins alleen als het echt nodig is](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_datamodel_faq.htm#can-i-use-joins-between-logical-tables). Relaties bieden verschillende voordelen ten opzichte van het gebruik van joins voor data in meerdere tabellen: - U hoeft geen [join-typen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_relationships_learnmorepage.htm#where-did-joins-go) tussen tabellen te configureren. U hoeft alleen maar de velden te selecteren om de relatie te definiëren. - Gerelateerde tabellen blijven gescheiden en onderscheidend; ze worden niet samengevoegd tot één enkele tabel. - Relaties maken gebruik van joins, maar het gaat om automatische joins. Tableau selecteert join-typen automatisch op basis van de velden die in de visualisatie worden gebruikt. Tijdens de analyse past Tableau de join-typen op intelligente wijze aan en blijft het oorspronkelijke detailniveau in uw data behouden. - Tableau gebruikt relaties om tijdens de analyse de juiste aggregaties en passende joins te genereren, op basis van de huidige context van de velden die in een werkblad worden gebruikt. - Er worden meerdere tabellen met verschillende detailniveaus ondersteund in één databron. U kunt datamodellen bouwen die meer tabellen bevatten en het aantal databronnen beperken dat nodig is om een visualisatie te maken. - Niet-overeenkomende meetwaarden worden niet verwijderd (geen onbedoeld verlies van data). - Het gebruik van relaties voorkomt het dupliceren van data en filterproblemen die soms het gevolg kunnen zijn van joins. - Tableau genereert alleen query's voor de data die relevant zijn voor de huidige weergave. - U kunt gepubliceerde databronnen relateren. Zie voor gerelateerde informatie: - [Relaties gebruiken voor data-analyse met meerdere tabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_multitable_normalized.htm) - [Verschillen tussen relaties en joins](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_relationships_learnmorepage.htm) - [Hoe analyse werkt in databronnen met meerdere tabellen die gebruikmaken van relaties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_multitable_analysis_overview.htm) - [Laat u niet afschrikken door relaties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_dont_be_scared.htm) ## Vereisten voor relaties - Bij het relateren van tabellen moeten de velden die de relaties definiëren hetzelfde datatype hebben. - U kunt geen relaties definiëren op basis van geografische velden. - Circulaire relaties worden niet ondersteund in het datamodel. Factoren die de voordelen beperken van het gebruik van gerelateerde tabellen zijn: - Vervuilde data in tabellen (bijvoorbeeld tabellen die niet zijn gemaakt met een goed gestructureerd model in gedachten en die een combinatie van meetwaarden en dimensies in meerdere tabellen bevatten) kunnen de analyse met meerdere tabellen complexer maken. - Het gebruik van databronfilters beperkt de mogelijkheid van Tableau om join-culling op de data toe te passen. Join-culling is een term voor de manier waarop Tableau query's vereenvoudigt door onnodige joins te verwijderen. - Tabellen met veel niet-overeenkomende waarden in relaties. - In Tableau-versie 2024.2 en hoger kunt u gedeelde dimensies modelleren en meerdere basistabellen gebruiken met behulp van relaties op basis van meerdere feitentabellen. Zie [Over datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm), [Wanneer een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen gebruiken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_when_to_use.htm) en [Een datamodel maken met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_build.htm) voor meer informatie. ### Data die niet gerelateerd kunnen worden De meeste relationele verbindingstypen worden volledig ondersteund. In Tableau 2020.2 geldt een beperking van één logische tabel voor kubussen, SAP HANA (met OLAP-kenmerk), JSON en Google Analytics. Opgeslagen procedures kunnen alleen in één logische tabel worden gebruikt. Niet ondersteund - Kubus-databases ondersteunen de nieuwe logische laag niet. Verbinding maken met een kubus werkt net als in versies vóór 2020.2. - Opgeslagen procedures: ondersteunen federatie, relaties of joins niet. Ze worden weergegeven in één logische tabel en staan het openen van het canvas Join/Vereniging (fysieke laag) niet toe. - Splunk: ondersteunt geen joins naar links (en daarom geen logische tabellen). - JSON: ondersteunt geen federatie, aangepaste SQL, joins of relaties (alleen verenigingen). - Databronnen die geen LOD-berekeningen ondersteunen. Zie [Databronbeperkingen voor LOD-expressies](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod_constraints.htm) voor meer informatie. Beperkte ondersteuning - Salesforce- en WDC-standaardverbindingen: deze worden weergegeven als samengevoegde tabellen in een logische tabel. Het toevoegen van deze verbindingen wordt momenteel alleen ondersteund voor databronnen met één logische tabel. Standaardverbindingen kunnen niet aan een bestaande tabel worden gekoppeld. - SAP HANA: biedt momenteel geen ondersteuning voor het relateren van logische tabellen wanneer het OLAP-kenmerk is ingesteld voor de verbinding. **Kleine beperkingen** - Virtuele verbindingen ondersteunen relaties, maar kunnen niet altijd automatisch suggesties geven voor de relatievelden. Mogelijk moet u relaties handmatig configureren als u virtuele verbindingen gebruikt. ## Relaties maken en definiëren Voor modellen met één basistabel geldt dat, nadat u de eerste tabel naar het canvas op het hoogste niveau van de databron hebt gesleept, elke nieuwe tabel die naar het canvas wordt gesleept aan een bestaande tabel moet zijn gerelateerd. Wanneer u relaties maakt tussen tabellen in de logische laag, bouwt u feitelijk het datamodel voor uw databron op. In versie 2024.2 en hoger: Voor modellen met meerdere basistabellen moet elke nieuwe tabel die u aan het model toevoegt, zijn gerelateerd in ten minste één boom van de basistabel. Zie [Een datamodel maken met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_build.htm) voor meer informatie. ### Een relatie maken U maakt relaties in de logische laag van de databron. Dit is de standaardweergave van het canvas die u ziet op de pagina Databron. De stappen in dit onderwerp gaan specifiek over het opzetten van relaties voor modellen met één basistabel. In versie 2024.2 en hoger kunt u een model met één basistabel of een model met meerdere basistabellen maken. Zie [Een datamodel maken met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_build.htm) voor informatie over het maken van relaties op basis van meerdere feitentabellen met meerdere basistabellen. 1. Sleep een tabel naar het canvas. - Voor een model met één basistabel: de eerste tabel die u aan het canvas toevoegt, wordt de basistabel. Alle andere tabellen die u toevoegt, worden aan die tabel gerelateerd. - Voor een model met meerdere basistabellen: u moet beslissen welke tabellen de basistabellen zijn. Om nog een basistabel te maken, sleept u een tabel uit het linkerdeelvenster naar het neerzetgebied Nieuwe basistabel. Zie [Een datamodel maken met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_build.htm) voor meer informatie. 2. Sleep nog een tabel naar het canvas. Wanneer u de 'noedel' ziet tussen de twee tabellen die u wilt relateren, zet u die tabel neer. De relatie-instellingen worden onder het canvas geopend in het deelvenster Details van tabel. Tableau probeert automatisch de relatie te maken op basis van bestaande sleutelbeperkingen en overeenkomende velden om de relatie te definiëren. Als de overeenkomende velden niet kunnen worden bepaald of als er meerdere velden tussen de tabellen overeenkomen, moet u de relatie handmatig definiëren. **Om de velden te wijzigen**: Selecteer een veldpaar en maak vervolgens een keuze in de lijst met velden hieronder om een nieuw paar overeenkomende velden te selecteren. **Om meerdere veldparen toe te voegen**: Nadat u het eerste paar hebt geselecteerd, selecteert u **Sluiten** en vervolgens **Meer velden toevoegen**. Als geen beperkingen worden gedetecteerd, wordt er een **veel-op-veel**\-relatie gecreëerd en wordt de referentiële integriteit ingesteld op **Sommige records komen overeen**. Deze standaardinstellingen zijn een veilige keuze en bieden de meeste flexibiliteit voor uw databron. De standaardinstellingen ondersteunen volledige joins buiten en optimaliseren query's door tabeldata samen te voegen voordat tijdens de analyse joins worden gevormd. Alle kolom- en rijdata uit elke tabel worden beschikbaar voor analyse. In veel analytische scenario's levert het gebruik van de standaardinstellingen voor een relatie alle data op die u nodig hebt voor analyse. Een veel-op-veel-relatie werkt zelfs als uw data veel-op-één of één-op-één zijn. Als u de specifieke kardinaliteit en referentiële integriteit van uw data kent, kunt u de [Instellingen voor prestatieopties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_relationships_perfoptions.htm) aanpassen om uw data nauwkeuriger te beschrijven en te optimaliseren hoe Tableau de database raadpleegt. 3. Voeg indien nodig meer tabellen toe door dezelfde stappen te volgen. ![Proces van het slepen van tabellen naar het canvas ](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_createrelationship.gif) 4. (Optioneel) Gebruik de knop **Gepubliceerde databron toevoegen** om extra gepubliceerde databronnen toe te voegen die u wilt relateren. Beschikbaar in Tableau 2026.2 en hoger. Nadat u uw gerelateerde databron met meerdere tabellen hebt gemaakt, kunt u de data gaan verkennen. Zie [Hoe analyse werkt voor databronnen die gebruikmaken van relaties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_multitable_analysis_overview.htm) en [Problemen met analyses met meerdere tabellen oplossen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_multitable_analysis_overview.htm#troubleshooting-multitable-analysis) voor meer informatie. **Opmerking**: De Salesforce-connector ondersteunt geen ongelijkheidsoperators. ### Gerelateerde tabellen toevoegen Zodra u een tabel op het canvas hebt, kunt u met de rechtermuisknop op de tabel klikken om het bijbehorende menu te openen. Als Tableau gerelateerde tabellen kan detecteren op basis van de externe sleutels in uw database, zijn er twee opties beschikbaar: - **Direct gerelateerde tabellen zoeken en toevoegen (#)** - Hiermee worden alleen tabellen toegevoegd die een relatie hebben met de huidige tabel. - **Alle gerelateerde tabellen zoeken en toevoegen** - Hiermee worden tabellen toegevoegd die een relatie hebben met de huidige tabel en alle tabellen verderop in het systeem waarmee ze gerelateerd zijn. Als u deze opties niet ziet, kan Tableau de relaties niet automatisch voor u detecteren en moet u uw tabellen handmatig toevoegen. De automatisch aangemaakte relaties kunnen, net als handmatige relaties, worden bewerkt en aangepast. ### Een tabel verplaatsen om een andere relatie te maken Om een tabel te verplaatsen, sleept u deze naast een andere tabel. Of wijs een tabel aan met de muis, selecteer de pijl en kies vervolgens **Verplaatsen**. ![Proces waarbij een tabel aan het canvas wordt toegevoegd en verplaatst om een relatie met een andere tabel te maken](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_moverelationship.gif) **Tip**: Sleep een tabel over de bovenkant van een andere tabel om deze te vervangen. ### De root- of basistabel van een datamodel wijzigen U kunt de roottabel of de basistabel vervangen door een andere downstream-tabel. Klik met de rechtermuisknop op een andere logische tabel in het datamodel en selecteer vervolgens Wisselen met root of Wisselen met basistabel (tabelnaam) om de wijziging door te voeren. ### Een tabel verwijderen uit een relatie Om een tabel te verplaatsen, wijst u een tabel aan met de muis en selecteert u achtereenvolgens de pijl en **Verwijderen**. ![Proces waarbij een proces van het canvas wordt verwijderd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_removerelationship.gif) Als u een tabel in het canvas verwijdert, worden ook de bijbehorende onderliggende elementen automatisch verwijderd. ### Een relatie bekijken Wijs de relatielijn (noedel) aan met de muis om de overeenkomende velden te zien die deze definiëren. U kunt ook een logische tabel aanwijzen met de muis om te zien wat deze bevat. ![Proces waarbij u een tabel aanwijst met de muis om te laten zien hoe tabellen zich tot elkaar verhouden](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_tooltips.gif) ### Een relatie bewerken Selecteer een relatielijn om de relatie-instellingen in het deelvenster Details van tabel te openen. U kunt velden toevoegen, wijzigen of verwijderen die worden gebruikt om de relatie te definiëren. Voeg meer veldparen toe om een samengestelde relatie te maken. - Om meerdere veldparen toe te voegen: Nadat u het eerste paar hebt geselecteerd, selecteert u **Sluiten** en vervolgens **Meer velden toevoegen**. ![Proces van het bewerken van de standaardrelatie naar een andere](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_editfields.gif) ### Tips voor het maken van relaties - De eerste tabel die u naar het canvas sleept, wordt de root- of basistabel voor het datamodel in uw databron. Nadat u de basistabel hebt versleept, kunt u in willekeurige volgorde meer tabellen naar buiten slepen. U moet overwegen welke tabellen aan elkaar gerelateerd moeten zijn, en welke overeenkomende veldparen u voor elke relatie definieert. - Voordat u relaties gaat maken, kan het ook handig zijn om de data uit de databron voor of tijdens de analyse te bekijken, zodat u een idee krijgt van het bereik van elke tabel. Zie [Onderliggende data weergeven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_viewdata.htm) voor meer informatie. U kunt ook Data weergeven gebruiken om de onderliggende data van een tabel te bekijken wanneer een relatie ongeldig is. - Als u met data in een sterschema werkt, kan het handig zijn om relaties tussen meerdere feiten te gebruiken. Zie [Over datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm) voor meer informatie - Elke relatie moet bestaan uit ten minste één overeenkomend paar velden. Voeg meerdere veldparen toe om een samengestelde relatie te creëren. Overeenkomende paren moeten hetzelfde datatype in de onderliggende database hebben. Als u het datatype op de pagina Databron wijzigt, wordt dit vereiste niet gewijzigd. Tableau gebruikt voor query's nog steeds het datatype van de database. - Relaties kunnen worden gebaseerd op berekende velden. U kunt ook opgeven hoe velden moeten worden vergeleken door operators te gebruiken terwijl u de relatie definieert. - Als u een tabel in het canvas verwijdert, worden ook de bijbehorende onderliggende elementen automatisch verwijderd. - U kunt de roottabel (versie 2020.2 tot en met 2024.1) of een basistabel (versie 2024.2 en hoger) omwisselen met een andere downstream-tabel. Klik met de rechtermuisknop op een andere logische tabel in het datamodel en selecteer vervolgens Wisselen met root of Wisselen met basistabel (tabelnaam) om de wijziging door te voeren. ## Relaties in uw databron valideren Er zijn verschillende manieren om uw datamodel te valideren voor analyse. Bij het maken van het model voor uw databron raden we u aan naar het blad te gaan, die databron te selecteren en vervolgens een visualisatie te bouwen om de aantallen records, niet-overeenkomende waarden, null-waarden of herhaalde meetwaarden te bekijken. Probeer met velden in verschillende tabellen te werken om ervoor te zorgen dat alles er zo uitziet als u voor ogen had. Let bijvoorbeeld op het volgende: - Gebruiken uw relaties in het datamodel de juiste overeenkomende velden voor hun tabellen? - Wat gebeurt er als u verschillende dimensies en meetwaarden in de weergave sleept? - Ziet u het verwachte aantal rijen? - Zouden samengestelde relaties de relatie nauwkeuriger maken? - Als u een van de standaardinstellingen in de [Instellingen voor prestatieopties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_relationships_perfoptions.htm) hebt gewijzigd, zijn de waarden in de visualisatie dan wat u zou verwachten? Als dat niet het geval is, controleer dan de instellingen of herstel de standaardinstellingen. Opties voor het valideren van relaties en het datamodel: - Elke tabel bevat een telling van het aantal records, in de vorm van een veld met de naam _TabelNaam(Aantal)_, op het detailniveau van die tabel. Sleep het veld Aantal naar de weergave om het aantal voor een tabel te zien. Als u het aantal voor alle tabellen wilt zien, selecteert u eerst het veld Aantal voor elke tabel in het deelvenster Data en daarna de teksttabel in Laten zien. - Selecteer **Data weergeven** in het deelvenster Data om het aantal rijen en data per tabel weer te geven. Voordat u relaties gaat maken, kan het ook handig zijn om de data uit de databron voor of tijdens de analyse te bekijken, zodat u een idee krijgt van de scope van elke tabel. Zie [Onderliggende data weergeven](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/inspectdata_viewdata.htm) voor meer informatie. - Sleep dimensies naar rijen om het aantal rijen in de statusbalk te zien. Als u niet-overeenkomende waarden wilt zien, selecteert u eerst het menu **Analyse** en vervolgens Lay-out tabel > Lege rijen weergeven of Lege kolommen weergeven. U kunt ook verschillende meetwaarden naar de weergave slepen, zoals _(Aantal)_ uit een van de tabellen in uw visualisatie. Zo ziet u alle waarden van de dimensies uit die tabel. **Tip**: u kunt de prestatieregistratie in Tableau Desktop gebruiken als u de query's wilt zien die voor relaties worden gegenereerd. 1. Selecteer eerst het menu Help en vervolgens **Instellingen en prestaties** > **Prestatieregistratie starten**. 2. Sleep velden naar de weergave om uw visualisatie samen te stellen. 3. Selecteer eerst het menu Help en vervolgens **Instellingen en prestaties** > **Prestatieregistratie stoppen**. 4. Selecteer het dashboard Prestatiesamenvatting onder Gebeurtenissen gesorteerd op tijd op een Query wordt uitgevoerd-balk en bekijk de query eronder. Een andere, meer geavanceerde optie is het gebruik van de [Tableau Log Viewer](https://github.com/tableau/tableau-log-viewer) op GitHub. Met behulp van `end-protocol.query` kunt u filteren op een specifiek trefwoord. Ga naar de [Tableau Log Viewer-wikipagina](https://github.com/tableau/tableau-log-viewer/wiki) op GitHub voor meer informatie. ### Visualisaties met alleen dimensies Als u bij het gebruik van een databron met meerdere tabellen en gerelateerde tabellen een visualisatie met alleen dimensies bouwt, gebruikt Tableau binnenste joins en ziet u niet het volledige, niet-overeenkomende domein. Als u gedeeltelijke combinaties van dimensiewaarden wilt bekijken, kunt u: - Lege rijen/kolommen weergeven gebruiken om alle mogelijke rijen te zien. Selecteer eerst het menu **Analyse** en vervolgens Lay-out tabel > Lege rijen weergeven of Lege kolommen weergeven. - U kunt een meetwaarde, zoals _(Aantal)_, vanuit een van de tabellen in uw visualisatie aan de weergave toevoegen. Dit zorgt ervoor dat u alle waarden van de dimensies uit die tabel ziet. Zie [Analyses in databronnen met meerdere tabellen versus databronnen met één tabel](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_multitable_analysis_overview.htm) en [Problemen met analyses met meerdere tabellen oplossen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_multitable_analysis_overview.htm#troubleshooting-multitable-analysis). ## Relaties (logische tabellen) versus joins (fysieke tabellen) Hoewel ze vergelijkbaar zijn, gedragen joins en relaties zich anders in Tableau en zijn ze [gedefinieerd in verschillende lagen van het datamodel](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_datamodel.htm). U maakt relaties tussen logische tabellen op het hoogste niveau in de logische laag van uw databron. U maakt joins tussen fysieke tabellen in de fysieke laag van uw databron. Met joins worden data uit twee tabellen samengevoegd tot één tabel voordat uw analyse begint. Wanneer u de tabellen samenvoegt, kunnen er data uit één of beide tabellen worden gedupliceerd of gefilterd. Ook kunnen er NULL-rijen aan uw data worden toegevoegd als u een linker, rechter of volledig buitenste join gebruikt. Wanneer u gekoppelde data analyseert, moet u ervoor zorgen dat u de effecten van de join op uw data op de juiste manier verwerkt. **Opmerking**: Wanneer duplicatie of de filtereffecten van een join wenselijk zijn, kunt u joins gebruiken om tabellen samen te voegen in plaats van relaties. Dubbelklik op een logische tabel om de fysieke laag te openen en gekoppelde tabellen toe te voegen. Een relatie beschrijft hoe twee onafhankelijke tabellen zich tot elkaar verhouden, maar voegt de tabellen niet samen. Hiermee voorkomt u problemen met het dupliceren en filteren van data die kunnen optreden bij een join. Bovendien kunt u hierdoor gemakkelijker met uw data werken. | relaties | joins | | --- | --- | | Gedefinieerd tussen logische tabellen in het canvas Relatie (logische laag) | Gedefinieerd tussen fysieke tabellen in het canvas Join/Vereniging (fysieke laag) | | U hoeft geen join-type te definiëren | Vereist join-planning en join-type | | Fungeren als containers voor tabellen die zijn samengevoegd of verenigd | Zijn samengevoegd in hun logische tabel | | Er worden alleen query's uitgevoerd op data die relevant zijn voor de visualisatie. Instellingen voor kardinaliteit en referentiële integriteit kunnen worden aangepast om query's te optimaliseren. | Uitvoeren als onderdeel van elke query | | Het detailniveau bevindt zich op de aggregatie voor de visualisatie | Het detailniveau bevindt zich op het rijniveau van de enkele tabel | | Join-typen worden automatisch door Tableau gevormd op basis van de context van de analyse. Tableau bepaalt de benodigde joins op basis van de meetwaarden en dimensies in de visualisatie. | Join-typen zijn statisch en vastgelegd in de databron, ongeacht de analytische context. Joins en verenigingen worden vóór de analyse vastgelegd en wijzigen niet. | | Rijen worden niet gedupliceerd | Samengevoegde tabeldata kunnen leiden tot duplicatie | | Niet-overeenkomende records worden opgenomen in aggregaties, tenzij expliciet uitgesloten | Niet-overeenkomende records worden uit de samengevoegde data weggelaten | | Maken onafhankelijke domeinen op meerdere detailniveaus | Ondersteunen scenario's waarvoor één datatabel nodig is, zoals extractfilters en aggregatie | ## Relaties versus combinaties Hoewel zowel relaties als combinaties analyses op verschillende detailniveaus ondersteunen, zijn er duidelijke verschillen. Eén reden waarom u combinaties in plaats van relaties zou kunnen gebruiken, is om gepubliceerde databronnen te combineren voor uw analyse. | relaties | combinaties | | --- | --- | | Gedefinieerd in de databron | Gedefinieerd in het werkblad tussen een primaire en een secundaire databron | | Kan gepubliceerd worden | Kan niet gepubliceerd worden | | Alle tabellen zijn semantisch gelijk | Hangt af van de selectie van primaire en secundaire databronnen en de manier waarop deze databronnen zijn gestructureerd. | | Ondersteunt volledig buitenste joins | Ondersteunt alleen linker joins | | Lokaal berekend | Berekend als onderdeel van de SQL-query | | Gerelateerde velden zijn vastgelegd | Gerelateerde velden variëren per blad (kunnen per blad worden aangepast) | ## Kenmerken van verschillende opties voor het combineren van data: relaties, joins en combinaties Er zijn veel manieren om datatabellen te combineren, elk met zijn eigen voorkeursscenario's en nuances.
Relateren

Gebruik deze optie wanneer u data van verschillende detailniveaus combineert.

  • Vereist overeenkomende velden tussen twee logische tabellen. Meerdere overeenkomende veldparen kunnen de relatie definiëren.
  • Maakt automatisch gebruik van de juiste aggregaties en contextuele joins op basis van de manier waarop velden zijn gerelateerd en worden gebruikt in de visualisatie.
  • Ondersteunt veel-op-veel- en buitenste joins.
  • Relaties zijn consistent voor de gehele werkmap en kunnen worden gepubliceerd.
  • Kan worden gebruikt om gepubliceerde databronnen te combineren.
  • Kan geen relaties definiëren op basis van geografische velden.
  • Met behulp van databronfilters worden de join-culling-voordelen van relaties beperkt.
Een join maken

Gebruik deze optie als u meer kolommen met data wilt toevoegen aan dezelfde rijstructuur.

  • Vereist gemeenschappelijke velden tussen twee fysieke tabellen.
  • Vereist het vaststellen van een join-component en een join-type.
  • Joins voegen fysieke tabellen samen tot één logische tabel met een vaste combinatie van data.
  • Kan dataverlies veroorzaken als velden of waarden niet in alle tabellen aanwezig zijn (afhankelijk van de gebruikte join-typen).
  • Kan dataduplicatie veroorzaken als velden zich op verschillende detailniveaus bevinden.
  • Kan databronfilters gebruiken.
Vereniging

Gebruik deze optie als u meer rijen met data met dezelfde kolomstructuur wilt toevoegen.

  • Gebaseerd op overeenkomende kolommen tussen twee tabellen.
  • Verenigde fysieke tabellen worden samengevoegd tot één logische tabel met een vaste combinatie van data.
Combinatie

Gebruik deze optie wanneer u data van verschillende detailniveaus combineert.

  • Kan worden gebruikt om gepubliceerde databronnen te combineren, maar kan niet worden gepubliceerd.
  • Kan worden gebruikt tussen een relationele databron en een kubus-databron.
  • Databronnen kunnen per blad worden gecombineerd.
  • Zijn altijd effectief linker joins (kunnen data uit secundaire databronnen verliezen).
## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Uw data verenigen U kunt twee of meer tabellen combineren om uw data te verenigen door waarden (rijen) uit een tabel aan een andere toe te voegen. Om uw data in de Tableau-databron te kunnen verenigen, moeten de tabellen afkomstig zijn van dezelfde verbinding. ## Ondersteunde connectors Als uw databron vereniging ondersteunt, zal de optie Nieuwe vereniging worden weergegeven in het linkerdeelvenster van de pagina met de databron, nadat u verbinding hebt gemaakt met uw data. Ondersteunde connectors kunnen variëren voor Tableau Desktop, Tableau Server en Tableau Cloud. ![Het deelvenster Verbindingen met het pictogram Nieuwe vereniging gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/union_new_union.png) Voor het beste resultaat moeten de tabellen die u met behulp van een vereniging combineert, dezelfde structuur hebben. Dat wil zeggen dat elke tabel hetzelfde aantal velden moet hebben en dat de gerelateerde velden overeenkomende veldnamen en datatypen moeten hebben. Stel bijvoorbeeld dat u de volgende aankoopinformatie van klanten hebt opgeslagen in drie tabellen, gescheiden per maand. De tabelnamen zijn May2016, June2016 en July2016.

May2016

DagKlantInkopenType
4Lane5Pinnen
10Chris6Pinnen
28Juan1Pinnen

June2016

DagKlantInkopenType
1Lisa3Pinnen
28Isaac4Contant
28Sam2Pinnen

July2016

DagKlantInkopenType
2Mario2Pinnen
15Wei1Contant
21Jim7Contant
Door deze tabellen te verenigen, ontstaat de volgende tabel die alle rijen uit alle tabellen bevat. **Vereniging** | Dag | Klant | Inkopen | Type | | --- | --- | --- | --- | | 4 | Lane | 5 | Pinnen | | 10 | Chris | 6 | Pinnen | | 28 | Juan | 1 | Pinnen | | 1 | Lisa | 3 | Pinnen | | 28 | Isaac | 4 | Contant | | 28 | Sam | 2 | Pinnen | | 2 | Mario | 2 | Pinnen | | 15 | Wei | 1 | Contant | | 21 | Jim | 7 | Contant | ## Handmatig tabellen verenigen Gebruik deze methode om handmatig afzonderlijke tabellen te verenigen. Met deze methode kunt u afzonderlijke tabellen vanuit het linkerdeelvenster van de pagina Databron naar het dialoogvenster Verenigen slepen. ### Tabellen handmatig verenigen 1. Dubbelklik op Nieuwe vereniging op de pagina Databron om de vereniging in te stellen. ![Onder een lijst met bladen wordt het pictogram Nieuwe vereniging (een tabel met een tandwiel) gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/union_union_new.png) 2. Sleep een tabel van het linkerdeelvenster naar het dialoogvenster Verenigen. ![Een cursor die een tabel naar het deelvenster Verbinding in het dialoogvenster Vereniging sleept.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/union_union_firsttable.png) 3. Selecteer een andere tabel in het linkerdeelvenster en sleep deze direct onder de eerste tabel. ![Met de cursor sleept u een tweede tabel naar het deelvenster Verbinding in het dialoogvenster Vereniging.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/union_union_multipletables.png) **Tip:** Om meerdere tabellen tegelijk aan een vereniging toe te voegen, drukt u op **Shift** of **Ctrl** (**Shift** of **Command** op een Mac), selecteert u de tabellen die u wilt verenigen in het linkerdeelvenster en sleept u ze vervolgens direct onder de eerste tabel. 4. Klik op Toepassen of OK om te verenigen. ## Tabellen verenigen met behulp van een zoekopdracht met jokertekens (Tableau Desktop) Gebruik deze methode om zoekcriteria in te stellen zodat tabellen automatisch in de vereniging worden opgenomen. Gebruik het jokerteken, oftewel een asterisk (\*), om naar een reeks of patroon van tekens te zoeken in de namen van Excel-werkmappen en -werkbladen, Google Spreadsheets-werkmappen en -werkbladen, tekstbestanden, JSON-bestanden, .pdf-bestanden en databasetabellen. Wanneer u met data van Excel, tekstbestanden, JSON-bestanden of .pdf-bestanden werkt, kunt u deze methode ook gebruiken om bestanden in verschillende mappen en werkbladen te verenigen binnen werkmappen. De zoekopdracht is beperkt tot de geselecteerde verbinding. De verbinding en de tabellen die beschikbaar zijn in een verbinding worden weergegeven in het linkerdeelvenster van de pagina Databron. ### Tabellen verenigen met behulp van een zoekopdracht met jokertekens 1. Dubbelklik op Nieuwe vereniging op de pagina Databron om de vereniging in te stellen. ![Onder een lijst met bladen wordt het pictogram Nieuwe vereniging (een tabel met een tandwiel) gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/union_union_new.png) 2. Klik op Joker (automatisch) in het dialoogvenster Verenigen. ![Het dialoogvenster Vereniging met joker (automatisch) gehighlight. ](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/union_pattern_new.png) 3. Voer de zoekcriteria in die Tableau moet gebruiken om tabellen te vinden die in de vereniging moeten worden opgenomen. ![Het dialoogvenster Vereniging is geconfigureerd om bladen met jokertekenovereenkomsten voor 2016 op te nemen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/union_pattern_pattern.png) U kunt bijvoorbeeld **\*2016** invoeren in het tekstvak Opnemen om tabellen in Excel-werkbladen te verenigen waarvan de naam eindigt op 2016. Zoekcriteria als deze resulteren in de vereniging van de tabellen May2016, June2016 en July2016 (Excel-werkbladen) uit de geselecteerde verbinding. In dit geval heet de verbinding Verkoop en de verbinding met de Excel-werkmap met de gewenste werkbladen bevindt zich in de map kwartaal\_3 in de directory verkoop (bijvoorbeeld Z:\\verkoop\\kwartaal\_3). 4. Klik op Toepassen of OK om te verenigen. ### Breid de zoekopdracht uit om meer Excel-, tekst-, JSON- en .pdf-data te vinden De tabellen die in eerste instantie beschikbaar zijn om te verenigen, zijn afgestemd op de verbinding die u hebt geselecteerd. Als u meer tabellen wilt verenigen die zich buiten de huidige map (voor Excel-, tekst-, JSON-, .pdf-bestanden) of in een andere werkmap (voor Excel-werkbladen) bevinden, selecteert u een of beide selectievakjes in het dialoogvenster Verenigen om uw zoekopdracht uit te breiden. Voorbeeld: u wilt een vereniging maken van alle Excel-werkbladen buiten de huidige map waarvan de naam eindigt op 2016. De eerste verbinding wordt gemaakt met een Excel-werkmap die zich in dezelfde directory bevindt als in het bovenstaande voorbeeld, Z:\\verkoop\\kwartaal\_3. ![Het dialoogvenster Vereniging met configuratieopties voor jokertekenovereenkomsten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/union_pattern_pattern_expand.png) - **Opnemen:** Als u **\*2016** invoert in het tekstvak Opnemen en de overige zoekcriteria van het dialoogvenster ongewijzigd laat, zoekt Tableau in de huidige map naar alle Excel-werkbladen waarvan de naam eindigt op 2016. In het onderstaande diagram geeft het geel gemarkeerde item de huidige locatie weer, namelijk de Excel-werkmap waarmee u een verbinding hebt gemaakt in kwartaal\_3. Het groene vak geeft de tabellen weer die horen bij de werkmappen en werkbladen die zijn verenigd als resultaat van deze zoekcriteria. ![Een weergave van een bestandsstructuur. Twee bestanden zijn gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/union_pattern_default.png) - **Opnemen + Zoekopdracht uitbreiden naar submappen:** Als u **\*2016** invoert in het tekstvak Opnemen en het selectievakje Zoekopdracht uitbreiden naar submappen aanvinkt, doet Tableau het volgende: - Zoeken naar alle Excel-werkbladen in de huidige map waarvan de naam eindigt op 2016. - Zoeken naar andere Excel-werkbladen waarvan de naam eindigt op 2016 die zich in Excel-werkmappen in submappen van de map kwartaal\_3 bevinden. In het onderstaande diagram geeft het geel gemarkeerde item de huidige locatie weer, namelijk de Excel-werkmap waarmee u een verbinding hebt gemaakt in de map kwartaal\_3. Het groene vak geeft de tabellen weer die horen bij de werkmappen en werkbladen die zijn verenigd als resultaat van deze zoekcriteria. ![Een weergave van een bestandsstructuur. Alle bestanden onder kwartaal 3 zijn gehighlight. ](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/union_pattern_subfolders.png) - **Opnemen + Zoekopdracht uitbreiden naar bovenliggende map:** Als u **\*2016** invoert in het tekstvak Opnemen en het selectievakje Zoekopdracht uitbreiden naar bovenliggende map aanvinkt, doet Tableau het volgende: - Zoeken naar alle Excel-werkbladen in de huidige map, kwartaal\_3, waarvan de naam eindigt op 2016. - Zoeken naar andere Excel-werkbladen waarvan de naam eindigt op 2016 die zich in parallelle mappen van de map kartaal\_3 bevinden. In dit voorbeeld is kwartaal\_4 de parallelle map. In het onderstaande diagram geeft het geel gemarkeerde item de huidige locatie weer, namelijk de Excel-werkmap waarmee u een verbinding hebt gemaakt in de map kwartaal\_3. De groene vakken geven de tabellen weer die horen bij de werkmap en werkbladen die zijn verenigd als resultaat van deze zoekcriteria. ![Een weergave van een bestandsstructuur. Twee bestanden zijn gehighlight onder kwartaal 3 en één bestand is geselecteerd onder kwartaal 4.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/union_pattern_parent.png) - **Opnemen + Zoekopdracht uitbreiden naar submappen + Zoekopdracht uitbreiden naar bovenliggende map:** Als u **\*2016** invoert in het tekstvak Opnemen en de selectievakjes aanvinkt voor zowel Zoekopdracht uitbreiden naar submappen als Zoekopdracht uitbreiden naar bovenliggende map, doet Tableau het volgende: - Zoeken naar alle Excel-werkbladen in de huidige map, kwartaal\_3, waarvan de naam eindigt op 2016. - Zoeken naar andere Excel-werkmappen die zich in de submappen van de huidige map, kwartaal\_3, bevinden. - Zoeken naar andere Excel-werkmappen die zich in parallelle mappen en submappen van de map kwartaal\_3 bevinden. In dit voorbeeld is kwartaal\_4 de parallelle map. In het onderstaande diagram geeft het geel gemarkeerde item de huidige locatie weer, namelijk de Excel-werkmap waarmee u een verbinding hebt gemaakt. Het groene vak geeft de tabellen weer die horen bij de werkmap en werkbladen die zijn verenigd als resultaat van deze zoekcriteria. ![Een weergave van een bestandsstructuur. Alle bestanden onder kwartaal 3 en kwartaal 4 zijn gehighlight. ](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/union_pattern_subfolders_parent.png) **Opmerking:** Bij het werken met Excel-data worden bij zoekopdrachten met jokertekens ook benoemde bereiken opgenomen, maar de tabellen die door Data-interpreter zijn gevonden, worden niet opgenomen. ## Verenigingen hernoemen, wijzigen of verwijderen Basistaken met betrekking tot verenigingen kunnen rechtstreeks op het canvas van de pagina Databron worden uitgevoerd. De naam van een vereniging wijzigen 1. Dubbelklik op de logische tabel die verenigde fysieke tabellen bevat. 2. Dubbelklik op de verenigde tabel op het canvas van de fysieke laag. 3. Voer een nieuwe naam voor de vereniging in. ![De tabelnaam is gehighlight door een cursor, zodat u deze kunt hernoemen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/union_union_rename.png) Tabellen toevoegen aan of verwijderen uit de vereniging 1. Dubbelklik op de logische tabel die verenigde fysieke tabellen bevat. 2. Klik op de vervolgkeuzepijl van de vereniging en selecteer **Vereniging bewerken**. 3. U kunt extra tabellen die u aan de vereniging wilt toevoegen slepen vanuit het linkerdeelvenster. Om een tabel te verwijderen beweegt u er met de muis overheen totdat het verwijderpictogram wordt weergegeven. Klik vervolgens op het pictogram om de tabel te verwijderen. ![Er wordt een lijst met tabellen in een vereniging weergegeven. Naast Mei 2016 wijst de cursor naar het pictogram Verwijderen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/union_union_customize.png) 4. Klik op Toepassen of OK om de taak te voltooien. Een vereniging verwijderen - Dubbelklik op de logische tabel die verenigde fysieke tabellen bevat en klik vervolgens op de vervolgkeuzepijl voor verenigingen en selecteer **Verwijderen**. ![In het keuzemenu naast Aankopen ziet u een lijst met opties. 'Verwijderen' is gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/union_union_remove.png) ## Overeenkomende veldnamen of veldvolgorde Tabellen in een vereniging worden gecombineerd door middel van overeenkomende veldnamen. Wanneer u met data van Excel, Google Spreadsheets, tekstbestanden, JSON-bestanden of .pdf-bestanden werkt en er geen overeenkomende veldnamen zijn (of uw tabellen geen kolomkopteksten bevatten), kunt u Tableau de opdracht geven om tabellen te combineren op basis van de volgorde van de velden in de onderliggende data. Dit doet u door de vereniging te maken en vervolgens de optie **Veldnamen automatisch genereren** te selecteren in het vervolgkeuzemenu onder Verenigen. ![In het keuzemenu naast Aankopen ziet u een lijst met opties. 'Veldnamen automatisch genereren' is gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/union_union_generatefieldnames.png) ## Metadata over verenigingen Nadat u een vereniging hebt gemaakt, worden er aanvullende velden over de vereniging gegenereerd en aan het raster toegevoegd. De nieuwe velden geven informatie over waar de oorspronkelijke waarden in de vereniging vandaan komen, inclusief de werkblad- en tabelnamen. Deze velden zijn handig wanneer unieke informatie die van cruciaal belang is voor uw analyse, is ingesloten in de naam van het werkblad of de tabel. De tabellen in het bovenstaande voorbeeld bevatten bijvoorbeeld unieke maand- en jaardata die zijn opgeslagen in de tabelnaam in plaats van in de data zelf. In dit geval kunt u het veld Tabelnaam dat door de vereniging wordt gegenereerd gebruiken om toegang te krijgen tot deze informatie en deze te gebruiken in uw analyse. ![Een tabel met een close-up van de kolommen Blad en Tabelnaam.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/union_metadata.png) Als een benoemd bereik in een vereniging wordt gebruikt, worden null-waarden weergegeven onder het veld **Blad**. **Opmerking:** U kunt de velden die door een vereniging zijn gegenereerd, zoals **Blad**of **Tabelnaam**, als join-sleutels gebruiken. U kunt een verenigde tabel gebruiken in een join met een andere tabel of verenigde tabel. ## Niet-overeenkomende velden samenvoegen in de vereniging Als de veldnamen in de vereniging niet overeenkomen, bevatten de velden in de resulterende vereniging null-waarden. U kunt de niet-overeenkomende velden samenvoegen tot één veld met behulp van de samenvoegoptie om de null-waarden te verwijderen. Wanneer u de samenvoegoptie gebruikt, worden de oorspronkelijke velden vervangen door een nieuw veld dat de eerste niet-null-waarde voor elke rij in de niet-overeenkomende velden weergeeft. U kunt ook uw eigen berekening maken of, indien mogelijk, de onderliggende data aanpassen om de niet-overeenkomende velden te combineren. Stel bijvoorbeeld dat een vierde tabel, August2016, wordt toegevoegd aan de onderliggende data. In plaats van de standaardveldnaam Klant gebruikt deze tabel de afgekorte versie Kl.
August2016
DagKl.InkopenType
7Maria2Pinnen
9Kathy1Pinnen
18Vijay7Contant
Door deze tabellen te verenigen, ontstaat er één tabel die alle rijen van de tabellen bevat, met diverse null-waarden. Met de samenvoegoptie kunt u de gerelateerde klantvelden samenvoegen tot één veld.

Vereniging (met null-waarden)

DagKlantInkopenTypeKl.
4Lane5Pinnennull
10Chris6Pinnennull
28Juan1Pinnennull
1Lisa3Pinnennull
28Isaac4Contantnull
28Sam2Pinnennull
2Mario2Pinnennull
15Wei1Contantnull
21Jim7Contantnull
7null2PinnenMaria
9null1PinnenKathy
18null7ContantVijay

 

 

 

 

 

 

 

Een dikke pijl die naar rechts wijst.

Vereniging (met samengevoegde kolommen)

DagInkopenTypeKlant, Kl.
45PinnenLane
106PinnenChris
281PinnenJuan
13PinnenLisa
284ContantIsaac
282PinnenSam
22PinnenMario
151ContantWei
217ContantJim
72PinnenMaria
91PinnenKathy
187ContantVijay
Nadat u velden hebt samengevoegd, kunt u het veld dat door de samenvoeging is gegenereerd, gebruiken in een draaipunt of splitsing, of het veld gebruiken als join-sleutel. U kunt ook het datatype wijzigen van het veld dat door een samenvoeging wordt gegenereerd. Niet-overeenkomende velden samenvoegen 1. Selecteer een of meer kolommen in het raster. 2. Klik op de vervolgkeuzepijl van de kolom en selecteer **Niet-overeenkomende velden samenvoegen**. Een samenvoeging verwijderen - Klik op de vervolgkeuzepijl van de kolom van het samengevoegde veld en selecteer **Samenvoeging verwijderen**. ## Overzicht: werken met verenigingen ### Tableau Desktop en Webauthoring (Tableau Cloud en Tableau Server) - Een verenigde tabel kan worden gebruikt in een join. - Een verenigde tabel kan worden gebruikt in een join met een andere verenigde tabel. - De velden die door een vereniging worden gegenereerd, Blad en Tabelnaam, kunnen worden gebruikt als de join-sleutel. - Als een benoemd bereik in een vereniging wordt gebruikt, worden null-waarden weergegeven onder het veld Blad. - Het veld dat door een samenvoeging wordt gegenereerd, kan in een draaipunt worden gebruikt. - Het veld dat door een samenvoeging wordt gegenereerd, kan als een join-sleutel worden gebruikt. - Het datatype van het veld dat door een samenvoeging wordt gegenereerd, kan worden gewijzigd. - Tabellen verenigen vanuit dezelfde verbinding. Dat wil zeggen dat u geen tabellen uit verschillende databases kunt verenigen. ### Alleen Tableau Desktop - Bij het werken met Excel-data worden bij zoekopdrachten met jokertekens ook benoemde bereiken opgenomen, maar de tabellen die door Data-interpreter zijn gevonden, worden niet opgenomen. - Het veld dat door een samenvoeging wordt gegenereerd, kan in een draaipunt of splitsing worden gebruikt. - Om een JSON-bestand te kunnen verenigen, moet het de extensie .json, .txt of .log hebben. Zie [JSON-bestand](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/examples_json.htm) voor meer informatie over het werken met JSON-data. - Wanneer u een zoekopdracht met jokertekens gebruikt om tabellen in een pdf-bestand te verenigen, wordt het resultaat van de vereniging beperkt tot de pagina's die zijn gescand in het oorspronkelijke pdf-bestand waarmee u verbinding hebt gemaakt. Zie [PDF-bestand](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/examples_pdf.htm) voor meer informatie over het werken met data in .pdf-bestanden. - Opgeslagen procedures kunnen niet worden verenigd. - Wanneer u met databasedata werkt, kunt u de vereniging omzetten in aangepaste SQL. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Uw Tableau-dataverhaal aanpassen **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. U kunt aangepaste taal gebruiken, afgestemd op uw doelgroep, om uw Tableau-dataverhalen aan te vullen met inzichten die specifiek zijn voor uw bedrijf. Identificeer de analyses en data uit het Dataverhaal die het belangrijkst zijn voor uw doelgroep, en gebruik uw eigen taal om het meest impactvolle verhaal te maken. Net als bij het algemene Tableau-dataverhaal zijn de data en variabelen die in aangepaste inhoud worden gebruikt dynamisch en passen ze zich samen met het dashboard aan. ## Uw eigen inzichten toevoegen 1. Klik in uw Dataverhaal op Bewerken om het dialoogvenster Bewerken te openen. 2. Zoek het gedeelte waarover u wilt schrijven en klik op Aangepast item toevoegen. ![Dialoogvenster Verhaal bewerken waarmee gebruikers kunnen kiezen welke zinnen in een verhaal verschijnen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_custom_add.png) 3. Voer uw aangepaste tekst in het veld dat verschijnt in. 4. Klik op Opslaan. ## Kop- en voetteksten toevoegen U kunt boven- en onderaan uw Dataverhaal aangepaste tekst invoegen. Met kop- en voetteksten kunt u uw eigen kwalitatieve analyse aan verhalen toevoegen, aanvullende uitleg over datatrends toevoegen of juridische en privacyvrijwaringen bijvoegen. 1. Klik in uw Dataverhaal op Bewerken om het dialoogvenster Bewerken te openen. 2. Klik op de schakelaar Opmerking tonen. 3. Voer uw aangepaste opmerking in. ![Dialoogvenster Verhaal bewerken met de schakelaar Opmerking tonen in de positie Aan. In de aangepaste opmerking staat 'Dit is mijn aangepaste opmerking'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_custom_note.png) 4. Klik op Opslaan. Uw opmerking wordt nu bovenaan of onderaan uw Dataverhaal getoond. ## Functies toevoegen Het gebruik van een functie in uw Dataverhaal is een geweldige manier om uw verhaal aan te passen en de inzichten te vinden die voor u en uw bedrijf het belangrijkst zijn. Als u bijvoorbeeld de gemiddelde som van de inkomsten uit toerisme over een bepaalde periode wilt weten, selecteert u Gemiddelde als uw functie en geeft u de meetwaarde vervolgens de naam SUM(Inkomend toerisme). Dit retourneert de gemiddelde som van inkomend toerisme. 1. Klik in uw Dataverhaal op Bewerken om het dialoogvenster Bewerken te openen. 2. Klik op het menu aan de rechterkant van het venster en selecteer Functie toevoegen. ![Dialoogvenster Verhaal bewerken waarin één verhaalzin is geselecteerd, zodat het menu open is. De optie 'Functie toevoegen' is gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_custom_add_function.png) 3. Selecteer een Dataverhaal-functie en vul de vereiste velden in. ![Een open veld waarin u de functie kunt typen en vervolgkeuzemenu's voor het definiëren van een aangepaste functie, dimensie, meetwaarde en filterdimensiewaarde.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_custom_add_function_complete.png) 4. Klik op Toevoegen aan sectie. 5. Klik op Opslaan. ![Een voorbeeldverhaal met een aangepaste opmerking in de voettekst. De aangepaste opmerking is gemarkeerd en de rest van het verhaal bevindt zich in de schaduw. Op de opmerking staat: 'Gemiddelde som per jaar 434,09 miljard'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_function_story.png) De aangepaste inhoud wordt nu getoond in uw Dataverhaal. ## Voorwaarden toevoegen Voor elke aangepaste zin die u schrijft, kunt u een voorwaarde toevoegen die bepaalt of de zin in uw tekst wordt gerenderd in uw Dataverhaal. Als aan de voorwaarde is voldaan, verschijnt de aangepaste zin in uw verhaal. Als niet aan de voorwaarde wordt voldaan, wordt de aangepaste zin niet weergegeven. U kunt meerdere voorwaarden toepassen op elke aangepaste zin en de voorwaarden kunnen worden gecombineerd met behulp van de knoppen Elke of Alle in het dialoogvenster Een voorwaarde toevoegen. Voorwaardelijke verklaringen worden het vaakst gebruikt bij numerieke vergelijkingen, maar de functie ondersteunt ook tekenreeksmatching met behulp van de symbolen gelijk (=) of niet gelijk (!=). 1. Klik in uw Dataverhaal op Bewerken om het dialoogvenster Bewerken te openen. 2. Voer uw aangepaste zin in. 3. Klik op het menu aan de rechterkant van het venster en selecteer Voorwaarde toevoegen. 4. Definieer de aangepaste functie die moet worden gebruikt om de voorwaardelijke logica van informatie te voorzien. In dit voorbeeld geeft de zin 'We hebben ons quotum gehaald' aan of de som van het inkomend toerisme groter is dan 5 biljoen. ![Een tekstveld waarin u een voorwaarde kunt invoeren. Er is een knop voor 'Voorwaarde toevoegen' en twee formulevelden om te definiëren wanneer aan de voorwaarde wordt voldaan.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_custom_add_condition.png) 5. Klik op Toevoegen aan sectie. 6. Klik op Opslaan. De aangepaste zin verschijnt nu alleen in uw Dataverhaal als aan de voorwaarden is voldaan. ## Aangepaste inhoud dupliceren U kunt eenvoudig aangepaste inhoud dupliceren die aan uw Dataverhaal is toegevoegd, waardoor het eenvoudiger wordt om verschillende varianten van een zin samen te stellen. We raden u aan een volledig opgebouwde aangepaste zin te kopiëren bij het toepassen van drempelwaarden, het inbouwen van taalvariaties en het maken van verschillende logische variaties. 1. Klik in uw Dataverhaal op Bewerken om het dialoogvenster Bewerken te openen. 2. Maak een aangepaste zin, eventueel compleet met functies en voorwaarden. 3. Klik in het venster met de voltooide zin op het menu aan de rechterkant van het vak en selecteer Dupliceren. ![Dialoogvenster Verhaal bewerken waarin één verhaalzin is geselecteerd, zodat het menu open is. De optie 'Dupliceren' is gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_custom_duplicate.png) 4. Klik in uw gedupliceerde zin, update deze naar wens en klik op Toevoegen aan sectie. 5. Klik op Opslaan. Wanneer u een zin kopieert, worden ook alle functies en voorwaardelijke verklaringen gekopieerd. Het gekopieerde opsommingsteken verschijnt direct onder het oorspronkelijke opsommingsteken in dezelfde sectie. **Opmerking**: Gekopieerde opsommingstekens kunnen alleen worden toegevoegd aan de sectie waarin het originele opsommingsteken zich bevindt. ## Aangepaste inhoud toevoegen aan secties voor het weergeven van meer details Voor verhalen met twee dimensies wordt elke sectie na de eerste sectie een sectie voor het weergeven van meer details genoemd. Secties voor het weergeven van meer details richten zich op een individuele primaire dimensie-entiteit (dat wil zeggen Noord- en Zuid-Amerika in het volgende voorbeeld). Omdat de secties voor het weergeven van meer details dezelfde inhoudsstructuur hebben, wordt aangepaste inhoud die in de eerste sectie (d.w.z. Europa) is toegevoegd, toegepast op elke extra sectie (d.w.z. Noord- en Zuid-Amerika). U kunt alleen inhoud maken of bewerken in de eerste sectie voor het weergeven van meer details. 1. Klik in uw Dataverhaal op Bewerken om het dialoogvenster Bewerken te openen. 2. Klik in de eerste sectie voor het weergeven van meer details op Aangepast item toevoegen aan elke entiteit. 3. Voer uw aangepaste inhoud in. 4. Klik op Opslaan. ![Dialoogvenster Verhaal bewerken met een knop met de tekst 'Aangepast item toevoegen aan elke entiteit'](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_custom_drilldown_after.png) Aangepaste inhoud in secties voor het weergeven van meer details heeft al een contextvariabele met de naam Huidige categoriewaarde (dynamisch). Hierdoor wordt een optie voor de dimensiewaarde gemaakt met de naam Huidige categoriewaarde (dynamisch), die altijd de sectie vertegenwoordigt waar de sectie voor het weergeven van meer details over gaat. > [!TIP] > > Als u inhoud wilt maken die alleen in één specifieke sectie voor het weergeven van meer details verschijnt, kunt u voorwaardelijke logica gebruiken om ervoor te zorgen dat deze alleen wordt geschreven waar dat nodig is. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Uw Tableau-dataverhaal aanpassen: Contextvariabelen **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. Contextvariabelen zijn functies waaraan kan worden gerefereerd door andere functies. Met andere woorden: u kunt contextvariabelen gebruiken om functies binnen andere functies te nesten. Nadat u uw contextvariabele hebt gedefinieerd, verschijnt deze als een functie die u kunt gebruiken bij het toevoegen van nieuwe functies aan uw Tableau-dataverhaal. **Opmerking:** U kunt voor elke aangepaste zin meerdere contextvariabelen instellen, maar u moet elke contextvariabele afzonderlijk definiëren voor elk stukje aangepaste inhoud. ## Een contextvariabele instellen 1. Klik in uw Dataverhaal op Bewerken om het dialoogvenster Bewerken te openen. 2. Klik op Aangepast item toevoegen. 3. Klik op het menu aan de rechterkant van uw venster met aangepaste inhoud en selecteer Context instellen. ![Dialoogvenster Verhaal bewerken waarin één verhaalzin is geselecteerd, zodat het menu open is. De optie 'Context instellen' is gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_set.png) 4. Klik op Context toevoegen. 5. Geef de contextvariabele een naam en klik op Functie instellen. 6. Definieer uw aangepaste functie en kies een dimensie. ![Een open veld om een contextvariabele een naam te geven, een knop 'Context toevoegen' en velden voor het definiëren van de aangepaste functie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_add.png) 7. Klik op Toevoegen aan sectie. 8. Klik terug in de zin waarin u uw contextvariabele instelt. 9. Volg de stappen naar [Functies toevoegen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_customize.htm#Add). ![Het functiedialoogvenster is geopend en in het veld voor het definiëren van de aangepaste functie staan de aangepaste contextopties vermeld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_shows.png) Nu wordt uw contextvariabele vermeld als een optie in de vervolgkeuzelijst Dimensiewaarde bij het toevoegen van uw functie. ## Wanneer een contextvariabele gebruiken: verwijzen naar twee of meer meetwaarden Stel dat u naar twee of meer meetwaarden wilt verwijzen in één analytische zin in uw Dataverhaal. Zonder een contextvariabele kunnen we een zin voor slechts één meetwaarde tegelijk schrijven. Maar als we een contextvariabele gebruiken, kunnen we in één zin naar meer dan één meetwaarde verwijzen. Om naar twee of meer meetwaarden te verwijzen met een contextvariabele, moet uw Dataverhaal het volgende bevatten: > - 1 dimensie > - 2 of meer meetwaarden 1. Klik in uw Dataverhaal op Bewerken om het dialoogvenster Bewerken te openen. 2. Klik op Aangepast item toevoegen. 3. Klik op het menu aan de rechterkant van uw venster met aangepaste inhoud en selecteer Context instellen. 4. Klik op Context toevoegen. 5. Geef de contextvariabele een naam en klik op Functie instellen. 6. Definieer uw aangepaste functie en kies een dimensie. 7. Klik op Toevoegen aan sectie. ![Afbeelding die een contextvariabele toont met een gedefinieerde functie voor het aflopend sorteren van een label, een meetwaarde voor SUM(BBP), Rangschikking 1 en Dimensie van Land/regio](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_setfuction.png) 8. Klik terug in de zin waarin u uw contextvariabele instelt. 9. Voeg uw eerste functie toe en vul de verplichte velden in. In dit voorbeeld hebben we Label dimensiewaarde geselecteerd en vervolgens Land/regio van Dimensie gekozen en daarna het land met het hoogste BBP (onze contextvariabele) in Dimensiewaarde. ![Het functiedialoogvenster is geopend en de opties uit stap 9 zijn geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_custom_context_func1.png) 1. Klik op Toevoegen aan sectie. 2. Voeg uw tweede functie toe en vul de verplichte velden in. In dit voorbeeld hebben we Waarde geselecteerd en vervolgens Land/regio van Dimensie, SUM(Rentevoet) van Meetwaarde gekozen en daarna het land met het hoogste BBP (onze contextvariabele) in Dimensiewaarde. ![Het functiedialoogvenster is geopend en de opties uit stap 10 zijn geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_custom_context_func2.png) 1. Klik op Toevoegen aan sectie. 2. Klik op Opslaan. Uw Dataverhaal schrijft een zin die ons inzicht geeft in een secundaire meetwaarde (rentevoet) voor het land waarin we geïnteresseerd zijn (het land met het hoogste BBP). ![Afbeelding die een zin toont die in het dataverhaal is gerenderd waarin staat dat de Verenigde Staten de hoogste AVG (BBP) hebben en een rentevoet van $ 0,7 miljard in deze dataset.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_sentence.png) ## Wanneer een contextvariabele gebruiken: periode-na-periode-analyse Een contextvariabele is handig als u de prestaties over twee verschillende perioden in uw Dataverhaal wilt analyseren. U kunt een aangepaste zin maken die schrijft over een meetwaarde die wordt weergegeven in uw sectie voor het weergeven van meer details en de meetwaarde vergelijkt met verschillende perioden, zoals jaar na jaar of maand na maand. Om een periode-na-periode-analyse op te zetten, moet uw Dataverhaal het volgende bevatten: > - 2 dimensies: 1 tijdsperiodedimensie (primair) en 1 niet-tijdsperiodedimensie (secundair) > - 1-3 meetwaarden 1. Maak uw Dataverhaal. 2. Zorg ervoor dat in het dialoogvenster Velden uw tijdsperiodedimensie als eerste is geordend en klik op Volgende. 3. Selecteer in het dialoogvenster Verhaal de optie Continu en klik op Gereed. 4. Open het dialoogvenster Bewerken en selecteer Aangepast item toevoegen in het eerste gebied voor het weergeven van meer details. 5. Maak twee contextvariabelen die uw tijdsperioden vertegenwoordigen. Bijvoorbeeld 'Huidig kwartaal' en 'Vorig kwartaal'. ![Afbeelding met twee ingestelde contextvariabelen, één voor een huidig kwartaal en één voor een vorig kwartaal](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_quarters.png) 6. Maak een _toegenomen_ zin door aangepaste taal en functies toe te voegen. De inhoud van deze zin resulteert in '\[CurrentDimensionValueLabel\] is \[X%\] toegenomen gedurende het kwartaal'. 7. Typ de functie in, gevolgd door het woord 'toegenomen' in het aangepaste tekstvak. 8. Voeg de functie toe die de procentuele wijziging van uw meetwaarde gedurende uw tijdsperiode retourneert. ![Het functiedialoogvenster is geopend en de opties uit stap 1 tot en met 8 zijn gekozen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_increased.png) 9. Klik op Toevoegen aan sectie. 10. Selecteer [Aangepaste inhoud dupliceren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_customize.htm#Duplicat) en maak een _afgenomen_ versie door het woord 'toegenomen' te vervangen door 'afgenomen'. De functies blijven hetzelfde. ![Dialoogvenster Verhaal bewerken waarin één verhaalzin is geselecteerd, zodat het menu open is. De optie 'Dupliceren' is gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_duplicate.png) 11. Selecteer [Voorwaarden toevoegen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_customize.htm#Add2) voor elke zin, zodat er afhankelijk van de data slechts één wordt geschreven. ![Het voorwaardedialoogvenster is geopend en er wordt aangepaste inhoud ingevoerd voor de toename ten opzichte van het vorige kwartaal.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_addcondition.png) 12. Stel voor de _toegenomen_ zin voorwaarden in die in lijn liggen met het volgende voorbeeld: > Linkerargument = Waardefunctie > > Dimensie = Kwartaal(Besteldatum). Selecteer uw tijdsperiodedimensie > > Meetwaarde = SUM(Totaal aantal orders). Selecteer de meetwaarde die u hebt gebruikt voor de berekening. > > Dimensiewaarde = Huidig kwartaal. Een van de contextvariabelen > > Filterdimensiewaarde = Huidige regiowaarde (dynamisch). Dit is de vooraf ingestelde contextvariabele > > Middelste argument = > (Groter dan) > > Rechterargument = Waardefunctie > > Dimensie = Kwartaal(Besteldatum). Selecteer uw tijdsperiodedimensie > > Meetwaarde = Totaal (Totaal aantal orders). Selecteer de meetwaarde die u hebt gebruikt voor de berekening. > > Dimensiewaarde = Vorig kwartaal. Een van de contextvariabelen > > Filterdimensiewaarde = Huidige regiowaarde (dynamisch). Dit is de vooraf ingestelde contextvariabele > > ![Het voorwaardedialoogvenster is geopend en aangepaste inhoud wordt ingevoerd zoals beschreven in stap 12.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_period_analysis.png) 1. Stel voor de _afgenomen_ zin dezelfde voorwaarden in, maar vervang het > (Groter dan) teken door het < (Minder dan) teken. De rechter- en linkerargumenten blijven hetzelfde. 2. Klik op Opslaan en uw Dataverhaal schrijft een zin waarin de inzichten uit de analyse van de twee tijdsperioden zijn opgenomen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Uw Tableau-dataverhaal aanpassen: Functies **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. Om uw Tableau-dataverhaal aan te passen met een functie, helpt het om te weten welke functies u kunt gebruiken, wat elke functie doet en welke dimensies en meetwaarden u nodig hebt voor elke functie. Meer informatie over [Functies toevoegen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data_stories_customize.htm#Add) aan uw Dataverhaal. Klik op een letter om functies te zien die met die letter beginnen. Als er geen functies met die letter beginnen, worden de functies getoond die beginnen met de volgende letter in het alfabet. U kunt ook op Ctrl + F (Command + F op een Mac) drukken om een zoekveld te openen waarmee u op de pagina naar een specifieke functie kunt zoeken. [A](#A) [B](#C) [C](#C) [D](#D) [E](#E) [F](#F) [G](#G) [H](#H) [I](#I) [J](#L) [K](#L) [L](#L) [M](#M) [N](#N) [O](#P) [P](#P) [Q](#R) [R](#R) [S](#S) [T](#T) [U](#U) [V](#V) [W](#W) [X](#X) [Y](#Y) [Z](#Z) #### Gemiddeld Beschrijving: De gemiddelde waarde van de opgegeven meetwaarde. Syntaxis: Average(dimension, measure, filterDimensionValue) #### Aantal Beschrijving: Het aantal dimensiewaarden binnen een bepaalde dimensie. Syntaxis: Count(dimension) #### Verschil Beschrijving: Het verschil in meetwaarden tussen de twee opgegeven dimensiewaarden. Syntaxis: Difference(dimension, measure, firstDimensionValue, secondDimensionValue, filterDimensionValue) #### DifferenceFromMean Beschrijving: Het verschil tussen het gemiddelde en de meetwaarde voor de opgegeven dimensiewaarde. Syntaxis: DifferenceFromMean(dimension, measure, firstDimensionValue, filterDimensionValue) #### Richting Beschrijving: Taal die de richting beschrijft (bijvoorbeeld toename of afname) tussen meetwaarden voor de twee opgegeven dimensiewaarden. Syntaxis: Direction(dimension, measure, firstDimensionValue, secondDimensionValue, filterDimensionValue, phrase) #### Eindlabel Beschrijving: De naam van de laatste periode in de reeks. Syntaxis: Label(measure) #### EndingValue Beschrijving: De waarde in de laatste periode in de reeks voor de opgegeven meetwaarde. Syntaxis: EndingValue(measure, filterDimensionValue) #### Label Beschrijving: Het label voor de gegeven meetwaarde. Syntaxis: Label(measure) #### LargestNegativeChangeDifference Beschrijving: De waarde van het grootste negatieve verschil periode-na-periode, op absolute basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestNegativeChangeDifference(measure, filterDimensionValue) #### LargestNegativeChangeEndingLabel Beschrijving: De naam van de eindperiode voor het grootste negatieve verschil periode-na-periode, op absolute basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestNegativeChangeEndingLabel(measure, filterDimensionValue) #### LargestNegativeChangeEndingValue Beschrijving: De eindwaarde van het grootste negatieve verschil periode-na-periode, op absolute basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestNegativeChangeEndingValue(measure, filterDimensionValue) #### LargestNegativeChangePercentDifference Beschrijving: De procentuele wijziging van het grootste negatieve verschil periode-na-periode, op absolute basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestNegativeChangePercentDifference(measure, filterDimensionValue) #### LargestNegativeChangeStartingLabel Beschrijving: De naam van de beginperiode voor het grootste negatieve verschil periode-na-periode, op absolute basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestNegativeChangeStartingLabel(measure, filterDimensionValue) #### LargestNegativeChangeStartingValue Beschrijving: De startwaarde van het grootste negatieve verschil periode-na-periode, op absolute basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestNegativeChangeStartingValue(measure, filterDimensionValue) #### LargestNegativePercentChangeDifference Beschrijving: De waarde van het grootste negatieve verschil periode-na-periode, op procentuele basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestNegativePercentChangeDifference(measure, filterDimensionValue) #### LargestNegativePercentChangeEndingLabel Beschrijving: De naam van de eindperiode voor het grootste negatieve verschil periode-na-periode, op procentuele basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestNegativePercentChangeEndingLabel(measure, filterDimensionValue) #### LargestNegativePercentChangeEndingValue Beschrijving: De eindwaarde van het grootste negatieve verschil periode-na-periode, op procentuele basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestNegativePercentChangeEndingValue(measure, filterDimensionValue) #### LargestNegativePercentChangePercentDifference Beschrijving: De procentuele wijziging van het grootste negatieve verschil periode-na-periode, op procentuele basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestNegativePercentChangePercentDifference(measure, filterDimensionValue) #### LargestNegativePercentChangeStartingLabel Beschrijving: De naam van de beginperiode voor het grootste negatieve verschil periode-na-periode, op procentuele basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestNegativePercentChangeStartingLabel(measure, filterDimensionValue) #### LargestNegativePercentChangeStartingValue Beschrijving: De startwaarde van het grootste negatieve verschil periode-na-periode, op procentuele basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestNegativePercentChangeStartingValue(measure, filterDimensionValue) #### LargestPositiveChangeDifference Beschrijving: De waarde van het grootste positieve verschil periode-na-periode, op absolute basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestPositiveChangeDifference(measure, filterDimensionValue) #### LargestPositiveChangeEndingLabel Beschrijving: De naam van de eindperiode voor het grootste positieve verschil periode-na-periode, op absolute basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestPositiveChangeEndingLabel(measure, filterDimensionValue) #### LargestPositiveChangeEndingValue Beschrijving: De eindwaarde van het grootste positieve verschil periode-na-periode, op absolute basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestPositiveChangeEndingValue(measure, filterDimensionValue) #### LargestPositiveChangePercentDifference Beschrijving: De procentuele wijziging van het grootste positieve verschil periode-na-periode, op absolute basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestPositiveChangePercentDifference(measure, filterDimensionValue) #### LargestPositiveChangeStartingLabel Beschrijving: De naam van de startperiode voor het grootste positieve verschil periode-na-periode, op absolute basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestPositiveChangeStartingLabel(measure, filterDimensionValue) #### LargestPositiveChangeStartingValue Beschrijving: De startwaarde van het grootste positieve verschil periode-na-periode, op absolute basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestPositiveChangeStartingValue(measure, filterDimensionValue) #### LargestPositivePercentChangeDifference Beschrijving: De waarde van het grootste positieve verschil periode-na-periode, op procentuele basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestPositivePercentChangeDifference(measure, filterDimensionValue) #### LargestPositivePercentChangeEndingLabel Beschrijving: De naam van de eindperiode voor het grootste positieve verschil periode-na-periode, op procentuele basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestPositivePercentChangeEndingLabel(measure, filterDimensionValue) #### LargestPositivePercentChangeEndingValue Beschrijving: De eindwaarde van het grootste positieve verschil periode-na-periode, op procentuele basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestPositivePercentChangeEndingValue(measure, filterDimensionValue) #### LargestPositivePercentChangePercentDifference Beschrijving: De procentuele wijziging van het grootste positieve verschil periode-na-periode, op procentuele basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestPositivePercentChangePercentDifference(measure, filterDimensionValue) #### LargestPositivePercentChangeStartingLabel Beschrijving: De naam van de startperiode voor het grootste positieve verschil periode-na-periode, op procentuele basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestPositivePercentChangeStartingLabel(measure, filterDimensionValue) #### LargestPositivePercentChangeStartingValue Beschrijving: De startwaarde van het grootste positieve verschil periode-na-periode, op procentuele basis, in de opgegeven reeks. Syntaxis: LargestPositivePercentChangeStartingValue(measure, filterDimensionValue) #### LongestStreakDifference Beschrijving: Het verschil over de langste reeks opeenvolgende stijgingen of dalingen voor de opgegeven reeks. Syntaxis: LongestStreakDifference(measure, filterDimensionValue) #### LongestStreakDirection Beschrijving: De richting (positief of negatief) van de langste reeks opeenvolgende stijgingen of dalingen voor de opgegeven reeks. Syntaxis: LongestStreakDirection(measure, filterDimensionValue) #### LongestStreakEndingLabel Beschrijving: De naam van de eindperiode voor de langste reeks opeenvolgende stijgingen of dalingen voor de opgegeven reeks. Syntaxis: LongestStreakEndingLabel(measure, filterDimensionValue) #### LongestStreakEndingValue Beschrijving: De eindwaarde van de langste reeks opeenvolgende stijgingen of dalingen voor de opgegeven reeks. Syntaxis: LongestStreakEndingValue(measure, filterDimensionValue) #### LongestStreakLength Beschrijving: Het grootste aantal perioden van opeenvolgende stijgingen of dalingen voor de opgegeven reeks. Syntaxis: LongestStreakLength(measure, filterDimensionValue) #### LongestStreakPercentDifference Beschrijving: Het procentuele verschil over de langste reeks opeenvolgende stijgingen of dalingen voor de opgegeven reeks. Syntaxis: LongestStreakPercentDifference(measure, filterDimensionValue) #### LongestStreakStartingLabel Beschrijving: De naam van de startperiode voor de langste reeks opeenvolgende stijgingen of dalingen voor de opgegeven reeks. Syntaxis: LongestStreakStartingLabel(measure, filterDimensionValue) #### LongestStreakStartingValue Beschrijving: De startwaarde van de langste reeks opeenvolgende stijgingen of dalingen voor de opgegeven reeks. Syntaxis: LongestStreakStartingValue(measure, filterDimensionValue) #### MaxLabel Beschrijving: De naam van de entiteit met de maximumwaarde voor de opgegeven meetwaarde. Syntaxis: MaxLabel(dimension, measure, filterDimensionValue) #### MaxValue Beschrijving: De maximumwaarde voor de opgegeven meetwaarde. Syntaxis: MaxValue(measure) #### Mediaan Beschrijving: De mediaanwaarde voor de opgegeven meetwaarde. Syntaxis: Median(dimension, measure, filterDimensionValue) #### MinLabel Beschrijving: De naam van de entiteit met de minimumwaarde voor de opgegeven meetwaarde. Syntaxis: MinLabel(dimension, measure, filterDimensionValue) #### MinValue Beschrijving: De minimumwaarde voor de opgegeven meetwaarde. Syntaxis: MinValue(dimension, measure, filterDimensionValue) #### PercentDifference Beschrijving: Het procentuele verschil in meetwaarden tussen de twee opgegeven dimensiewaarden. Syntaxis: PercentDifference(dimension, measure, firstDimensionValue, secondDimensionValue, filterDimensionValue) #### PercentOfWhole Beschrijving: Het percentage meetwaarden voor een bepaalde dimensiewaarde ten opzichte van de totale meetwaarden voor die dimensie. Syntaxis: PercentOfWhole(dimension, measure, dimensionvalue, filterDimensionValue) #### PeriodLabel Beschrijving: De naam van de zoveelste periode in de reeks, beginnend bij 1. Syntaxis: PeriodLabel(index) #### PeriodLabelNewest Beschrijving: De naam van de zoveelste periode in de reeks, beginnend bij de nieuwste en terugtellend. Syntaxis: PeriodLabelNewest(index) #### PeriodValue Beschrijving: De waarde van de opgegeven meetwaarde in de zoveelste periode in de reeks, beginnend bij 1. Syntaxis: PeriodValue(measure, index, filterDimensionValue) #### PeriodValueNewest Beschrijving: De waarde van de opgegeven meetwaarde in de zoveelste periode in de reeks, beginnend bij de nieuwste en terugtellend. Syntaxis: PeriodValueNewest(measure, index) #### Bereik Beschrijving: Het verschil tussen de maximum- en minimumwaarden voor de opgegeven meetwaarde. Syntaxis: Range(dimension, measure, filterDimensionValue) #### SortAscendingLabel Beschrijving: De entiteitsnaam van de opgegeven meetwaarde, gesorteerd in aflopende volgorde op de opgegeven rangschikking (beginnend bij 1). Syntaxis: SortAscendingLabel(measure, rank, dimension, filterDimensionValue) #### SortAscendingValue Beschrijving: De waarde van de opgegeven meetwaarde, gesorteerd in oplopende volgorde op de opgegeven rangschikking (beginnend bij 1). Syntaxis: SortAscendingValue(measure, rank, dimension, filterDimensionValue) #### SortDescendingLabel Beschrijving: De entiteitsnaam van de opgegeven meetwaarde, gesorteerd in aflopende volgorde op de opgegeven rangschikking (beginnend bij 1). Syntaxis: SortDescendingLabel(measure, rank, dimension, filterDimensionValue) #### SortDescendingValue Beschrijving: De waarde van de opgegeven meetwaarde, gesorteerd in aflopende volgorde op de opgegeven rangschikking (beginnend bij 1). Syntaxis: SortDescendingValue(measure, rank, dimension, filterDimensionValue) #### StartingLabel Beschrijving: De naam van de eerste periode in de reeks. Syntaxis: StartingLabel() #### StartingValue Beschrijving: De waarde in de eerste periode in de reeks voor de opgegeven meetwaarde. Syntaxis: StartingValue(measure, filterDimensionValue) #### StartToFinishDifference Beschrijving: Het verschil tussen de waarden voor de eerste en de laatste periode in de opgegeven reeks. Syntaxis: StartToFinishDifference(measure, filterDimensionValue) #### StartToFinishPercentDifference Beschrijving: Het procentuele verschil tussen de waarden voor de eerste en laatste periode in de opgegeven reeks. Syntaxis: StartToFinishPercentDifference(measure, filterDimensionValue) #### StdDev Beschrijving: De standaardafwijkingswaarde voor de opgegeven meetwaarde. Syntaxis: StdDev(dimension, measure, filterDimensionValue) #### Som Beschrijving: De som van de meetwaarden voor de twee opgegeven dimensiewaarden. Syntaxis: Sum(dimension, measure, firstDimensionValue, secondDimensionValue, filterDimensionValue) #### Totaal Beschrijving: De som van de totale waarde voor de opgegeven meetwaarde. Syntaxis: Total(dimension, measure, filterDimensionValue) #### Waarde Beschrijving: De statistiekwaarde voor een bepaalde dimensie, meetwaarde en dimensiewaarde. Syntaxis: Value(dimension, measure, dimension value, filterDimensionValue) #### Z-score Beschrijving: De z-score voor de opgegeven meetwaarde. Syntaxis: Z-Score(dimension, measure, firstDimensionValue, filterDimensionValue) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Uw Tableau-dataverhaal aanpassen: Inhoud verbergen en opnieuw ordenen **Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen** Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie. Pas uw Tableau-dataverhaal aan met de inhoud die voor u en uw doelgroep het belangrijkst is, door inhoud in uw verhaal te verbergen of opnieuw te ordenen. ## Inhoud en secties verbergen 1. Maak uw Dataverhaal en klik op Bewerken om het dialoogvenster Bewerken te openen. 2. Stel secties in om te tonen of te verbergen door de schakelaar Sectie tonen naar de aan- of uit-positie te klikken. 3. Wijs het blauwe vak rechts van elke afzonderlijke zin aan met de muis en klik op het vak om het weer te geven of te verbergen van de weergave. 4. Klik op Opslaan. ![Dialoogvenster Verhaal bewerken waarin drie zinnen verborgen zijn.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_custom_hideshow.png) Nu verschijnen alleen de zinnen en secties die zijn ingesteld op Tonen in uw Dataverhaal. ## Inhoud binnen een sectie opnieuw ordenen 1. Maak uw Dataverhaal en klik op Bewerken om het dialoogvenster Bewerken te openen. 2. Wijs met de muis het menu aan de linkerkant van de inhoud aan die u opnieuw wilt ordenen. Uw cursor verandert in een handpictogram. 3. Klik met uw cursor op het item en sleep het naar een willekeurige plek binnen dezelfde sectie. 4. Klik op Opslaan. ![Dialoogvenster Verhaal bewerken met een cursorpictogram (hand) dat over een zin beweegt waarop u kunt klikken en die u kunt slepen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_stories_custom_reorder.png) Nu verschijnen de zinnen in uw Dataverhaal in de volgorde waarin u ze instelt. **Opmerking:** Momenteel kan inhoud alleen binnen dezelfde sectie worden verplaatst. Het verplaatsen van hele secties wordt nog niet ondersteund. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Uw werk opmaken Het kiezen van de juiste opmaak is belangrijk voor zowel uw analyse als uw presentatie. U kunt de opmaak wijzigen van bijna alles wat u op een werkblad ziet, inclusief lettertypen, arcering, uitlijning, randen en diagramlijnen. U kunt bijvoorbeeld in een teksttabel gestreepte arcering toevoegen, zodat u opeenvolgende groepen rijen of velden visueel kunt scheiden. In een spreidingsweergave met referentielijnen kunt u de lijndikte en -kleur wijzigen. U kunt al deze instellingen wijzigen via het deelvenster Opmaak. U kunt opmaakinstellingen opgeven voor het hele werkblad, alle rijen of alle velden. U kunt ook afzonderlijke onderdelen van de weergave opmaken. U kunt bijvoorbeeld een afzonderlijk veld opmaken, de grootte van cellen en tabellen aanpassen en afzonderlijke assen bewerken. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Veelgebruikte grafiektypen maken in dataweergaven Dit gedeelte bevat gedetailleerde oefeningen die u door de stappen leiden die nodig zijn voor het maken van een paar veelgebruikte grafiektypen in dataweergaven. Alle oefeningen gebruiken de databron **Voorbeeld - Superstore** die bij Tableau Desktop wordt geleverd. Deze verzameling onderwerpen is slechts een voorbeeld van de vele soorten dataweergaven die u in Tableau kunt maken. Zie [Een geheel nieuwe dataweergave maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/building_overview.htm) en [Een basisweergave maken om uw data te verkennen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/getstarted_buildmanual_ex1basic.htm) voor meer informatie over opties voor het maken van geheel nieuwe weergaven. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Veelgestelde vragen over Tableau Public ## Wat is Tableau Public? Tableau Public is een gratis platform waarmee u datavisualisaties kunt verkennen, maken en delen door openbaar beschikbare data online te gebruiken. Visualisaties die op Tableau Public worden gepubliceerd, kunnen worden ingesloten in webpagina's en blogs, worden gedeeld via sociale media of e-mail en voor andere gebruikers beschikbaar worden gesteld zodat deze de visualisaties kunnen downloaden en bekijken. U kunt visualisaties maken met behulp van onze gratis webauthoring op het platform, de gratis Tableau Desktop Public Edition of met Tableau Desktop Professional Edition. Klik op Maken in Tableau Public om te beginnen. U hebt geen programmeervaardigheden nodig. Bezoek onze [startpagina](https://public.tableau.com/) en bekijk de inspirerende visualisaties die gebruikers met Tableau Public maken. ## Voor wie is Tableau Public bedoeld? Tableau Public is bedoeld voor iedereen die geïnteresseerd is in het begrijpen van data en het delen van deze bevindingen als datavisualisaties met de wereld. Journalisten, schrijvers, bloggers, overheden op staats- en lokaal niveau, non-profitorganisaties, bedrijven enz. gebruiken Tableau Public om dataverhalen te delen. Studenten, professoren, analisten en hobbyisten gebruiken Tableau Public voor leermogelijkheden en inspiratie. Zodra een werkmap is gepubliceerd naar Tableau Public, is de visualisatie toegankelijk voor iedereen op internet (met enkele beperkingen, zie hieronder voor de details). Let er dus op dat u alleen data gebruikt die geschikt zijn voor het grote publiek. Als u of uw organisatie niet-openbare data wilt analyseren, bekijk dan de andere beschikbare [Tableau-producten](https://www.tableau.com/nl-nl/products/tableau). ## Veelgestelde vragen Als u vragen hebt die hier niet worden beantwoord, bezoek dan de [Tableau Community-forums](https://community.tableau.com/s/) of [Tableau Public-ondersteuning](https://www.tableau.com/nl-nl/support/public). #### Problemen met Tableau Public-account [Ik heb mijn account niet binnen 48 uur na ontvangst van de e-mail geactiveerd. Kan ik het nu nog activeren?](#I) [Ik ben mijn wachtwoord vergeten. Hoe kan ik dit opnieuw instellen?](#I2) [Hoe verander ik het e-mailadres dat aan mijn account is gekoppeld?](#How) [Help! Ik heb mijn activerings-e-mail en/of e-mail voor het opnieuw instellen van mijn wachtwoord niet ontvangen.](#Help!) [Ik heb een melding ontvangen dat mijn Tableau.com- en Tableau Public-accounts zijn geïntegreerd. Wat betekent dit voor mijn Tableau Public-account?](#I%E2%80%99ve) [Wat moet ik doen als ik geen verificatie-e-mail heb ontvangen na de integratie van de Tableau.com- en Tableau Public-accounts?](#What) [Wat moet ik doen als ik geen toegang meer heb tot het e-mailadres dat aan mijn Tableau- of Tableau Public-account is gekoppeld?](#What2) [Wat moet ik doen als ik mijn Tableau Public-account wil verwijderen?](#What3) [Hebben abonnementsaanbiedingen gevolgen voor mijn Tableau Public-profiel?](#Will) [Hoeveel opslagruimte krijg ik?](#How2) [Waarom verloopt mijn sessie op Tableau Public steeds?](#Why) #### Tableau Public gebruiken [Hoe kan ik mijn profielgegevens, -afbeelding of -banner aanpassen of bewerken?](#How3) [Hoe kan ik aanpassen hoe mijn visualisaties worden georganiseerd en weergegeven in mijn profiel?](#How16) [Hoe kan ik de visualisaties die ik heb opgeslagen in Tableau Public met anderen delen?](#How4) [Op welke verschillende manieren kan ik mijn zoekresultaten in Tableau Public sorteren of filteren?](#What4) [Kan ik voorkomen dat mensen de visualisaties kunnen vinden die ik in mijn Tableau Public-profiel heb opgeslagen?](#Can) [Kunnen anderen mijn visualisatie of de data achter mijn visualisatie downloaden? Wat is de downloadlink in de visualisatie?](#Can2) [Ik heb een visualisatie gemaakt waar ik echt trots op ben. Hoe kan ik die adverteren?](#I've) [Waarvoor kan ik de knop Huur mij in gebruiken?](#What5) [Hoe activeer ik de knop Huur mij in in mijn profiel?](#How5) [Naar welk e-mailadres worden Huur mij in-vragen aan mij verzonden?](#What6) [Hoe neem ik contact op met een auteur?](#How6) [Hoe kunnen personeelsmanagers talent met Tableau-vaardigheden vinden?](#How7) [Hoe kan ik ongepaste of ongewenste gebruikersprofielen en inhoud rapporteren?](#How8) [Waar kan ik statistieken over mijn visualisaties en profiel bekijken?](#Where) [Waarom zie ik geen statistieken op mijn profiel?](#Why2) [Waarom is het aantal weergaven voor mijn visualisatie gedaald of weer op nul gezet?](#Why3) [Moet ik Tableau Desktop Public Edition gebruiken als ik al toegang heb tot de Professional Edition?](#Do) [Welke typen apparaten kan ik gebruiken om visualisaties op de Tableau Public website te maken?](#devices) [Zijn Tableau Public-visualisaties responsief?](#Are) [Zijn er plug-ins nodig om een Tableau-visualisatie te kunnen bekijken?](#Are2) [Hoe kan ik een visualisatie uit Tableau Public verwijderen?](#How9) [Wat gebeurt er als ik een werkmap uit Tableau Public verwijder en er koppelingen naar de werkmap staan in blogs of andere weblocaties?](#What7) [Hoe wordt mijn visualisatie sneller geladen?](#How10) [Hoe kan ik zien wat er nieuw is sinds mijn laatste bezoek aan Tableau Public?](#How11) [Ik kan de miniaturen van bepaalde visualisaties niet bekijken. Is dit een bug in Tableau Public?](#I%E2%80%99m) [Hoe kan ik mijn Tableau Public-visualisatie toegankelijker maken?](#How12) [Welke hulpmiddelen zijn er beschikbaar om mij te helpen bij het maken of verbeteren van visualisaties?](#What8) [Hoe kan ik visualisatie-uitbreidingen toevoegen aan mijn Tableau Public-visualisaties?](#How13) [Hoe kan ik dashboarduitbreidingen toevoegen aan mijn Tableau Public-visualisaties?](#How14) [Wat zijn verdiensten op Tableau Public?](#achievements) #### Data en Tableau Public [Welke soorten data en connectors kan ik gebruiken?](#What9) [Kan ik een werkmap met een liveverbinding met een databron opslaan in Tableau Public?](#Can3) [Hoe worden data uit Google Spreadsheets vernieuwd in Tableau Public?](#How15) [Ondersteunt Tableau Public .tde-bestanden?](#Does) #### Insluiten in Tableau Public [Ik heb mijn eigen blog of website. Kan ik mijn Tableau Public-visualisatie daarin insluiten?](#I3) [Met welke blogservices is Tableau Public compatibel?](#What10) [Waar kan ik de insluitcode voor een visualisatie vinden?](#Where2) #### Over Tableau Public [Wat voor soort technologie is een Tableau-visualisatie?](#What11) [Wat zijn de systeemvereisten voor Tableau Public?](#What12) [Wat is het verschil tussen Tableau Desktop Public Edition en Tableau Desktop Professional Edition?](#What13) [Is Tableau Desktop (Public Edition) beschikbaar voor Mac?](#Is) [Waar kan ik status-updates over Tableau Public vinden?](#Where3) #### Over de Tableau Public Help-agent [Wat is de Tableau Public Help-agent?](#help-agent1) [Maakt de Help-agent gebruik van AI?](#help-agent2) [Waarom reageert de Help-agent soms twee keer?](#help-agent3) [Waarom zie ik dubbele links?](#help-agent4) [Kan ik de Help-agent in mijn taal gebruiken?](#help-agent5) [Zijn er beperkingen aan wat de Help-agent kan doen?](#help-agent6) ## Problemen met Tableau Public-account #### **Ik heb mijn account niet binnen 48 uur na ontvangst van de e-mail geactiveerd. Kan ik het nu nog activeren?** Ja, u kunt uw account nog steeds activeren. Volg deze stappen: 1. Selecteer **Uw wachtwoord vergeten** en voer vervolgens uw e-mailadres in. U ontvangt dan een e-mail waarmee u uw wachtwoord opnieuw kunt instellen. 2. Ga naar uw e-mail, open de e-mail 'Tableau Software Account Activation' (Tableau Software-account activeren) en selecteer vervolgens de link **Activate Account** (Account activeren). U wordt doorgestuurd naar uw profielpagina. 3. Voer een nieuw wachtwoord in en voer het dan nogmaals in ter bevestiging. 4. Selecteer **Activeren**. #### **Ik ben mijn wachtwoord vergeten. Hoe kan ik dit opnieuw instellen?** 1. Selecteer Wachtwoord vergeten op het aanmeldingsscherm. Of ga rechtstreeks naar de pagina [Wachtwoord opnieuw instellen](https://id.tableau.com/resetPassword). 2. Voer uw e-mailadres in om een e-mail te ontvangen waarmee u uw wachtwoord opnieuw kunt instellen. 3. Ga naar uw e-mail, open de e-mail Wachtwoord opnieuw instellen en selecteer de link om uw wachtwoord opnieuw in te stellen. U wordt doorgestuurd naar uw profielpagina. 4. Voer uw nieuwe wachtwoord in, voer het nogmaals in ter bevestiging en selecteer Wachtwoord opnieuw instellen. #### **Hoe verander ik het e-mailadres dat aan mijn account is gekoppeld?** Volg deze stappen om het e-mailadres te wijzigen dat aan uw Tableau Public-account is gekoppeld: 1. Navigeer naar [https://public.tableau.com/app/discover](https://public.tableau.com/app/discover). 2. Meld u aan bij Tableau Public. 3. Selecteer uw profielpictogram. 4. Selecteer **Instellingen**. 5. Selecteer **E-mailadres wijzigen**. 6. Voer het nieuwe e-mailadres in dat u wilt gebruiken. 7. Selecteer **E-mailadres wijzigen**. Als u de bovenstaande stappen hebt gevolgd en u krijgt niet de mogelijkheid om uw Tableau Public-e-mailadres te wijzigen, is uw e-mailadres mogelijk gekoppeld aan een Tableau Cloud-account. Dien het formulier [Zijn er problemen met uw account?](https://id.tableau.com/help) in en geef aan dat u het e-mailadres waarmee u zich aanmeldt bij uw Tableau Public-account, niet kunt wijzigen. Wanneer een medewerker van de klantenservice contact met u opneemt, doet deze het volgende: - Een e-mail sturen naar uw oude e-mailadres om te zien of iemand hierop reageert of om te controleren of de e-mail niet-bezorgbaar is. - U vragen om uw identiteit te verifiëren door een scan van uw identiteitsbewijs of een energierekening naar ons te sturen vanaf het nieuwe e-mailadres dat u wilt gebruiken. Als u een wijziging aanvraagt voor een bedrijfs- of instellingsaccount, vragen wij u om een e-mail te verzenden vanaf het bedrijfsdomein en een afbeelding van uw bedrijfsreferenties (bijvoorbeeld een werkbadge) te sturen. #### **Help! Ik heb mijn activerings-e-mail en/of e-mail voor het opnieuw instellen van mijn wachtwoord niet ontvangen.** Om veiligheidsredenen maken we gebruik van een automatische service voor het verzenden van activerings-e-mails en e-mails voor het opnieuw instellen van wachtwoorden. Als u uw e-mail niet ontvangt (ook niet in spammap), is deze mogelijk door een firewallfilter verwijderd. Probeer uw activerings-e-mail en e-mail voor het opnieuw instellen van uw wachtwoord opnieuw op te halen op een ander apparaat (bijvoorbeeld uw mobiele telefoon in plaats van uw laptop) en via een ander netwerk (bijvoorbeeld via uw wifi-verbinding thuis in plaats van die op het werk). Als u nog steeds geen toegang kunt krijgen tot uw account, neem dan contact op met public@tableau.com. #### **Ik heb een melding ontvangen dat mijn Tableau.com- en Tableau Public-accounts zijn geïntegreerd. Wat betekent dit voor mijn Tableau Public-account?** Alle Tableau Public-gebruikers hebben nu toegang tot Tableau.com en Tableau Public met één gebruikersaccount. Controleer of er een verificatie-e-mail is verzonden naar het e-mailadres dat u gebruikt om u aan te melden bij uw Tableau Public-account. [Meld u aan](https://identity.idp.tableau.nl/login) als u al een geverifieerd account hebt. #### **Wat moet ik doen als ik geen verificatie-e-mail heb ontvangen na de integratie van de Tableau.com- en Tableau Public-accounts?** Als u geen verificatie-e-mail hebt ontvangen en geen bestaand Tableau-account hebt dat aan hetzelfde e-mailadres is gekoppeld, kunt u deze stappen volgen om uw account te bevestigen: 1. [Stel uw wachtwoord opnieuw in](https://id.tableau.com/resetPassword). 2. Voer het e-mailadres in dat u eerder hebt gebruikt om u aan te melden bij uw Tableau Public-account. 3. Zoek de e-mail voor het opnieuw instellen van uw wachtwoord in uw inbox. 4. Selecteer de URL om het wachtwoord opnieuw in te stellen. 5. Voer uw nieuwe wachtwoord in. Hebt u nog meer vragen over uw account? Neem dan contact op met public@tableau.com. #### **Wat moet ik doen als ik geen toegang meer heb tot het e-mailadres dat aan mijn Tableau- of Tableau Public-account is gekoppeld?** Volg de stappen in de sectie [Hoe verander ik het e-mailadres dat aan mijn account is gekoppeld?](#How) #### **Wat moet ik doen als ik mijn Tableau Public-account wil verwijderen?** U kunt uw Tableau Public-profiel, inclusief uw visualisaties, favorieten, volgers en profieldata, rechtstreeks via de pagina met accountinstellingen verwijderen. 1. Meld u aan bij Tableau Public. 2. Klik op uw profielpictogram en selecteer **Instellingen**. 3. Ga naar het gedeelte **Tableau Public-profiel verwijderen** en selecteer vervolgens **Mijn Tableau Public-profiel verwijderen**. 4. Voer het e-mailadres in dat is gekoppeld aan uw Tableau Public-profiel en selecteer vervolgens **Verwijderen**. Als u in de toekomst terugkeert naar Tableau Public nadat u uw profiel hebt verwijderd, wordt er een nieuw leeg account aangemaakt dat aan uw Tableau-account wordt gekoppeld. Zie [Privacyverklaring](https://www.salesforce.com/nl/company/privacy/) voor meer informatie over onze privacypraktijken. #### **Hebben abonnementsaanbiedingen gevolgen voor mijn Tableau Public-profiel?** Abonnementsaanbiedingen hebben geen invloed op uw Tableau Public-profiel. Als u momenteel voor andere Tableau-producten betaalt, neem dan contact op met uw salesvertegenwoordiger om te vragen welke gevolgen dit voor u heeft. Als u benieuwd bent naar de nieuwe aanbiedingen, kunt u meer hierover te weten komen op onze [pagina met prijzen](https://www.tableau.com/nl-nl/pricing). #### **Hoeveel opslagruimte krijg ik?** U krijgt tien gigabyte (10 GB) aan opslagruimte voor uw inhoud. #### **Waarom verloopt mijn sessie op Tableau Public steeds?** Voor Tableau Public moet u zich regelmatig aanmelden als u geen toestemming hebt gegeven voor functionele cookies. Deze cookies zijn nodig om uw aanmeldsessie te behouden. Cookies op de Tableau Public-site configureren: 1. Scrol naar beneden naar het onderste gedeelte van de [startpagina](https://public.tableau.com/) en selecteer **Cookievoorkeuren**. 2. Selecteer **Functionele cookies**. 3. Selecteer de schakeloptie om functionele cookies in te schakelen. 4. Selecteer **Instellingen opslaan**. [Terug naar boven](#Frequent) ## Tableau Public gebruiken #### **Hoe kan ik mijn profielgegevens, -afbeelding of -banner aanpassen of bewerken?** Wanneer u zich aanmeldt voor Tableau Public, wordt er een accountprofiel voor u gegenereerd dat de naam bevat die u hebt ingevoerd bij het maken van het account. Nadat u uw e-mailadres hebt geverifieerd, kunt u uw profiel bewerken en informatie over uzelf toevoegen, zoals een biografie, uw titel, locatie en links naar sociale media. U kunt ook een profielfoto uploaden en uw profielbanner aanpassen. Voor alle profielaanpassingen begint u door eerst uw profielpictogram en daarna **Mijn profiel** te selecteren. - Selecteer **Profiel bewerken** om uw profielinformatie te bewerken. Breng de gewenste wijzigingen aan en selecteer **Opslaan**. - Als u een profielfoto wilt toevoegen of wijzigen, beweegt u de cursor over de bestaande foto (dit is een tijdelijke afbeelding als u nog geen foto hebt toegevoegd) en vervolgens selecteert u **Profielfoto bijwerken**. Selecteer een foto, snijd deze naar wens bij en selecteer **Opslaan**. - Selecteer **Banner aanpassen** in de rechterbovenhoek van de banner om de kleur en stijl van uw profielbanner aan te passen. Kies een kleur in de kleurkiezer, selecteer een patroon en selecteer vervolgens **Opslaan**. #### Hoe kan ik aanpassen hoe mijn visualisaties worden georganiseerd en weergegeven in mijn profiel? Tableau Public-gebruikers met tien of meer gepubliceerde zichtbare visualisaties kunnen de visualisaties op hun profielpagina organiseren om ze in categorieën weer te geven. U kunt categorienamen laten voorstellen door AI in Tableau, maar u kunt ook handmatig uw eigen aangepaste categorienamen toevoegen. De eerste keer dat u Uw visualisaties organiseren selecteert op uw profielpagina worden alle visualisaties die de afgelopen twee weken zijn gepubliceerd, weergegeven in de categorie Recent. Alle andere visualisaties verschijnen in de categorie Overige. Op de pagina 'Uw visualisaties organiseren' kunt u uw visualisaties indelen in Categorieën of al uw visualisaties tegelijk vermelden op basis van Publicatiedatum. Selecteer Organisatie opslaan als u al uw wijzigingen hebt aangebracht. De knop Automatisch categoriseren maakt gebruik van AI in Tableau om uw visualisaties te sorteren in de beschikbare categorieën. Wanneer u Automatisch categoriseren selecteert, - en u nog niet handmatig categorienamen hebt toegevoegd, genereert AI in Tableau automatisch suggesties voor categorienamen en worden uw visualisaties in die categorieën georganiseerd. - Als u handmatig uw eigen categorienamen hebt toegevoegd en daarna Automatisch categoriseren selecteert, worden uw visualisaties gesorteerd in uw aangepaste categorieën of de categorie Overige. **Opmerking**: Als u uw visualisaties al handmatig of automatisch hebt gecategoriseerd en u wilt dat AI in Tableau nieuwe categorienamen voorstelt, moet u eerst alle bestaande categorienamen verwijderen (behalve Recent en Overige, die niet kunnen worden verwijderd). Vervolgens selecteert u Automatisch categoriseren. > [!WARNING] > > **Waarschuwing**: Elke keer dat u **Automatisch categoriseren** selecteert, wordt elke eerdere (automatische en handmatige) organisatie gereset en sorteert AI in Tableau al uw visualisaties opnieuw in de beschikbare categorieën. **Handmatig een nieuwe categorienaam toevoegen** 1. Zorg ervoor dat Organiseren op is ingesteld op Categorieën op de pagina Uw visualisaties organiseren. 2. Voer in het tekstveld Categorieën een categorienaam in en selecteer vervolgens de Enter-toets of het pictogram +. **Opmerking**: Categorienamen mogen niet meer dan 6 woorden bevatten. **De naam van een categorie wijzigen** Selecteer het vervolgkeuzemenu Acties voor de categorie die u wilt bijwerken en selecteer vervolgens Naam wijzigen. Voer een nieuwe naam in en selecteer Bijwerken. De categorienamen Recent en Overige kunnen niet worden gewijzigd. **Een categorienaam verwijderen** Selecteer het pictogram **X** op de categorienaam. Of selecteer het vervolgkeuzemenu Acties voor de categorie die u wilt verwijderen en selecteer vervolgens Verwijderen. De categorieën Recent en Overige kunnen niet worden verwijderd. **Categorieën opnieuw ordenen** Klik op het pictogram met de stip op de categorienaam, houd de muisknop ingedrukt en sleep de categorie naar de gewenste volgorde. De categorie Overige kan niet opnieuw worden geordend. **Visualisaties voor een specifieke categorie toevoegen of verwijderen** 1. Selecteer het vervolgkeuzemenu Acties voor de categorie die u wilt bijwerken en selecteer vervolgens Visualisaties toevoegen. Of selecteer de knop Visualisaties toevoegen in de beschrijving van een lege categorie. 2. Selecteer het selectievakje voor elke visualisatie die u aan de categorie wilt toevoegen. 3. Selecteer Opslaan. > [!IMPORTANT] > > **Belangrijk**: Selecteer Organisatie opslaan op de pagina 'Uw visualisaties organiseren' om eventuele wijzigingen op te slaan die u aanbrengt aan categorienamen of aan de manier waarop uw visualisaties zijn georganiseerd. U kunt ook vanuit een individuele visualisatiekaart handmatig de categorieën wijzigen waarin een visualisatie wordt weergegeven. Selecteer het menu Meer acties (...) op een visualisatiekaart en gebruik vervolgens de vervolgkeuzelijst Visualisatiecategorie om de selectievakjes voor de beschikbare categorienamen te selecteren en te wissen. Selecteer Toepassen om de wijzigingen op te slaan. **Opmerkingen**: - U kunt een visualisatie aan meerdere categorieën toevoegen, maar elke visualisatie moet in ten minste één categorie voorkomen. U kunt een visualisatie niet uit een categorie verwijderen als dat de enige categorie is waaraan de visualisatie is toegewezen. - Als u een categorienaam verwijdert, worden alle visualisaties in die categorie die niet ook aan een andere categorie zijn toegewezen, automatisch verplaatst naar de categorie Overige. - Als u op categorie organiseert, worden alle nieuwe visualisaties die u publiceert automatisch toegevoegd aan de categorie Recent. #### **Hoe kan ik de visualisaties die ik heb opgeslagen in Tableau Public met anderen delen?** Zodra u [uw werk opslaat in Tableau Public](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/publish_workbooks_tableaupublic.htm), kunt u dat werk delen door mensen de link naar de startpagina van de visualisatie te sturen via e-mail, X, Facebook, enz. U kunt de visualisatie in uw eigen website insluiten door eerst de startpagina van de visualisatie en daarna Delen te selecteren en vervolgens de insluitcode te kopiëren. #### **Op welke verschillende manieren kan ik mijn zoekresultaten in Tableau Public sorteren of filteren?** Wanneer u in Tableau Public naar visualisaties of auteurs zoekt, kunt u sorteren en filteren gebruiken om de resultaten te vinden die voor u relevant zijn. U kunt visualisaties sorteren op relevantie, aantal weergaven of publicatiedatum. - **Relevant** (standaardinstelling): bekijk visualisaties die het best aansluiten bij uw zoektermen, die onlangs zijn gepubliceerd en die een hoog aantal weergaven en favorieten hebben. - **Aantal weergaven**: bekijk de resultaten gesorteerd op het hoogste aantal weergaven. - **Recent gepubliceerd**: bekijk de resultaten gesorteerd op de oorspronkelijke publicatiedatum. U kunt de resultaten ook filteren, zodat u alleen visualisaties ziet die u kunt downloaden of kopiëren. Voor auteurs kunt u sorteren op relevantie, aantal volgers of op recente activiteit. - **Relevant** (standaardinstelling): bekijk auteurs die het best aansluiten op uw zoektermen en die een groot aantal volgers hebben. - **Aantal volgers**: bekijk de resultaten gesorteerd op het grootste aantal volgers. - **Recent actief**: bekijk de resultaten gesorteerd op auteurs die onlangs een werkmap hebben gepubliceerd of de metadata voor een bestaande werkmap hebben bijgewerkt. U kunt de resultaten ook filteren, zodat u alleen auteurs ziet die beschikbaar zijn om te worden ingehuurd. #### **Kan ik voorkomen dat mensen de visualisaties kunnen vinden die ik in mijn Tableau Public-profiel heb opgeslagen?** Tableau Public is ontwikkeld als platform voor het delen van datavisualisaties op het web. U kunt de visualisaties op uw profiel echter verbergen. Dit kan handig zijn als u bijvoorbeeld een concept van onderhanden werk wilt opslaan. U kunt al uw verborgen visualisaties vinden op uw profielpagina op het tabblad Verborgen. Bezoekers van uw profielpagina kunnen uw verborgen visualisaties niet zien. **Opmerking**: iedereen die de URL van de visualisatie kent (of er toevallig op stuit), kan de visualisatie zien. Gebruik deze service dus niet voor data die niet bedoeld zijn om met andere te worden gedeeld. #### **Kunnen anderen mijn visualisatie of de data achter mijn visualisatie downloaden? Wat is de downloadlink in de visualisatie?** Standaard kunnen elke Tableau Public-visualisatie en de onderliggende data worden gedownload door te klikken op de koppeling **Downloaden** rechtsonder in de visualisatie. De werkmap (.twbx-bestand) kan door iedereen met Tableau Desktop (Professional of Public Edition) worden geopend. U kunt de mogelijkheid voor het downloaden van de werkmap en de onderliggende dataset uitschakelen in de visualisatie-instellingen. U kunt ook het standaardgedrag voor nieuwe visualisaties instellen in uw profielinstellingen. #### **Ik heb een visualisatie gemaakt waar ik echt trots op ben. Hoe kan ik die adverteren?** Allereerst gefeliciteerd met het maken van deze visualisatie! Lees om te beginnen een gastblogpost die is geschreven door Ryan Sleeper over [Viral gaan met uw Tableau Public-visualisatie](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/5-tips-making-your-tableau-public-viz-go-viral) (in het Engels). Ook inzendingen voor Visualisatie van de dag zijn van harte welkom. U kunt een visualisatie nomineren door eerst de desbetreffende visualisatie en daarna de knop **Nomineren voor visualisatie van de dag** te selecteren. #### **Waarvoor kan ik de knop Huur mij in gebruiken?** Met de knop Huur mij in kunnen Tableau Public-auteurs de community laten weten dat ze beschikbaar zijn om te worden ingehuurd en kunnen klanten zien welke auteurs beschikbaar zijn. Klanten kunnen een formulier invullen om contact op te nemen met de auteur. De auteur ontvangt een e-mailbericht met een vraag van de klant en kan daarop reageren. #### **Hoe activeer ik de knop Huur mij in in mijn profiel?** 1. Meld u aan bij uw Tableau Public-account. 2. Selecteer uw profielpictogram en vervolgens **Mijn profiel**. 3. Selecteer **Profiel bewerken**. 4. Schakel het vakje **Beschikbaar voor werk** in. 5. Bevestig uw gewenste e-mailadres voor contact. 6. Selecteer **Opslaan**. #### **Naar welk e-mailadres worden Huur mij in-vragen aan mij verzonden?** Alle Huur mij in-vragen en -reacties worden verzonden naar het e-mailadres dat u in uw profielgegevens hebt opgegeven. #### **Hoe neem ik contact op met een auteur?** Auteurs die beschikbaar zijn om te worden ingehuurd, zijn te herkennen aan de knop Huur mij in in hun profiel. Contact opnemen met een auteur: 1. Ga naar de profielpagina van de auteur en selecteer **Huur mij in**. 2. Typ uw bericht in het tekstveld. 3. Selecteer **Verzenden**. #### **Hoe kunnen personeelsmanagers talent met Tableau-vaardigheden vinden?** U kunt uw advertentie delen op het [Job Listings Community Forum](https://community.tableau.com/s/group/0F94T000000gQaLSAU/job-listings). #### **Hoe kan ik ongepaste of ongewenste gebruikersprofielen en inhoud rapporteren?** U kunt profielen en inhoud op Tableau Public rapporteren die niet in overeenstemming zijn met het [Tableau Public-databeleid](https://public.tableau.com/app/data-policy). Hiertoe behoren profielen en inhoud die ongewenst, ongepast, misleidend, haatdragend of intimiderend zijn, die inbreuk maken op intellectuele-eigendomsrechten of een schending van de privacy vormen. 1. Selecteer in een gebruikersprofiel het menu ⋯ en selecteer vervolgens Gebruiker rapporteren. Of selecteer in de gedetailleerde weergave van een visualisatie het pictogram Visualisatie rapporteren. 2. Selecteer waarom u de gebruiker of inhoud rapporteert. Beschrijf onder Aanvullende informatie waarom het profiel of de inhoud niet in overeenstemming is met het [Tableau Public-databeleid](https://public.tableau.com/app/data-policy). 3. Selecteer Indienen. #### **Waar kan ik statistieken over mijn visualisaties en profiel bekijken?** Wanneer u bent aangemeld bij Tableau Public, selecteert u uw profielpictogram en vervolgens Mijn profiel. Op het tabblad Visualisaties ziet u hoe vaak elke visualisatie als favoriet, geweldig of inzichtelijk is gemarkeerd, en hoe vaak de visualisatie is genomineerd voor Visualisatie van de dag. Om te zien hoe gebruikers de afgelopen 30 dagen uw visualisaties en profiel hebben gebruikt, selecteert u het tabblad **Statistieken**. Elk tabblad toont de procentuele stijging of daling ten opzichte van de voorafgaande 30 dagen en bevat een grafiek die de voortgang van de statistiek in de loop van de tijd weergeeft. - Bekeken: het aantal weergaven voor al uw visualisaties, samen met uw 5 meest bekeken visualisaties. - Favoriet gemaakt: het aantal keren dat uw visualisaties als favoriet zijn gemarkeerd, samen met de 5 visualisaties die het vaakst favoriet zijn gemaakt. - Geïnspireerd: het aantal keren dat andere gebruikers hebben aangegeven dat uw werk de inspiratiebron voor hun werk was, samen met de top 5 visualisaties die als inspiratie hebben gediend. - Wordt gevolgd: het aantal volgers dat u hebt op Tableau Public #### **Waarom zie ik geen statistieken op mijn profiel?** Op het tabblad Statistieken vindt u inzichten in wanneer anderen uw visualisaties bekijken of favoriet maken, uw visualisaties als inspiratiebron noemen of u volgen. Als u geen statistieken in uw profiel ziet, kunt u meer visualisaties maken en publiceren die anderen kunnen verkennen. U kunt gratis visualisaties maken en publiceren met behulp van de webauthoring op het platform of door Tableau Desktop Public Edition te downloaden. #### **Waarom is het aantal weergaven voor mijn visualisatie gedaald of weer op nul gezet?** Het aantal weergaven in Tableau Public geeft aan hoe vaak uw werkmap is bekeken, met inbegrip van weergaven op het Tableau Public-platform en op andere websites waarop de visualisatie is ingesloten. [Werkmappen bestaan uit bladen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/environ_workbooksandsheets.htm) in de vorm van werkbladen (ook wel weergaven genoemd), dashboards of verhalen. Het aantal weergaven voor een visualisatie in Tableau Public wordt geteld op bladniveau (een werkblad, dashboard of verhaal) en geaggregeerd per werkmap. Het verwijderen of toevoegen van een werkblad in een werkmap heeft dus gevolgen voor het totale aantal weergaven. Gebeurtenissen waardoor het aantal weergaven afneemt zijn onder andere: - Een werkblad, dashboard of verhaal dat is bekeken op Tableau Public of is ingesloten op een andere site, wordt uit de werkmap verwijderd. - Een werkblad, dashboard of verhaal dat is bekeken op Tableau Public of is ingesloten op een andere site, krijgt een andere naam. - Vanuit Tableau Desktop slaat u een werkmap op in uw profiel met dezelfde naam als een bestaande werkmap. Vervolgens klikt u op Ja om een bestaande werkmap te overschrijven bij het opslaan. De bestaande werkmap in uw profiel wordt dan overschreven. Tableau Public behandelt deze werkmap als een gloednieuwe werkmap met nul als het aantal weergaven. Gebeurtenissen waardoor het aantal weergaven niet afneemt: - U bewerkt via uw browser een bestaande werkmap in uw profiel zonder dat u werkbladen, dashboards of verhalen verwijdert of hernoemt die op Tableau Public zijn bekeken of op een andere site zijn ingesloten. - U bewerkt vanuit Tableau Desktop een bestaande werkmap in uw profiel zonder dat u werkbladen, dashboards of verhalen verwijdert of hernoemt die op Tableau Public zijn bekeken of op een andere site zijn ingesloten. #### **Moet ik Tableau Desktop Public Edition gebruiken als ik al toegang heb tot de Professional Edition?** Nee, Tableau Desktop is beschikbaar als onderdeel van een Creator-licentie. Met Tableau Desktop Professional of Public Edition kunt u uw werkmap op het Tableau Public-platform opslaan of lokaal opslaan. Met Tableau Desktop Free Edition is het echter niet mogelijk om data op te slaan in Tableau Public. Zie [Werkmappen opslaan met Tableau Public](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/publish_workbooks_tableaupublic.htm) voor meer informatie over hoe u een werkmap kunt publiceren naar Tableau Public of lokaal kunt opslaan. #### **Welke typen apparaten kan ik gebruiken om visualisaties op de Tableau Public website te maken?** U kunt een desktop- of laptopcomputer gebruiken om visualisaties te maken of te bewerken met webauthoring. Mobiele apparaten worden niet ondersteund voor webauthoring. #### **Zijn Tableau Public-visualisaties responsief?** Wanneer u visualisaties in uw website insluit, kunt u deze optimaliseren voor gebruik op verschillende apparaten en schermgroottes: 1. Stel het dashboardformaat in op Automatisch of Bereik. 2. Maak verschillende dashboards van verschillende formaten (bijvoorbeeld een groot dashboard voor desktopcomputers en een klein dashboard voor mobiele apparaten). Sla de dashboards vervolgens onder verschillende namen op en laat uw inhoudsbeheersysteem (CMS) de insluitcode aanpassen aan het formaat van uw browser of scherm. U kunt ook verschillende dashboardformaten en de respectievelijke inhoud binnen de app definiëren voordat u de visualisatie publiceert. U kunt uw visualisatie vervolgens op de gebruikelijke manier opslaan en één insluitcode gebruiken in uw CMS. De Tableau Public-server toont het dashboard dat het meest geschikt is voor de grootte van het browservenster. #### **Zijn er plug-ins nodig om een Tableau-visualisatie te kunnen bekijken?** Er zijn geen plug-ins nodig. Het enige wat u nodig hebt, is een webbrowser waarin JavaScript is geactiveerd. #### **Hoe kan ik een visualisatie uit Tableau Public verwijderen?** Als u een visualisatie uit Tableau Public wilt verwijderen, gaat u naar uw profielpagina en selecteert u het pictogram **Meer acties** voor de visualisatie die u wilt verwijderen. Selecteer vervolgens **Deze visualisatie verwijderen**. #### **Wat gebeurt er als ik een werkmap uit Tableau Public verwijder en er koppelingen naar de werkmap staan in blogs of andere weblocaties?** Wanneer een werkmap eenmaal uit Tableau Public is verwijderd, kan niemand deze meer uit Tableau Public ophalen. De visualisatie kan niet meer worden geladen met de links of andere verwijzingen naar de visualisatie die mogelijk zijn gedeeld, en op de desbetreffende pagina wordt een foutmelding weergegeven. Dit geldt ook voor visualisaties die in andere websites zijn ingesloten. #### **Hoe wordt mijn visualisatie sneller geladen?** Voor een zo groot mogelijk kans op snelle laadtijden en interactiviteit kunt u de volgende stappen ondernemen en de benodigde wijzigingen doorvoeren: 1. Vereenvoudig uw data - Gebruik alleen data die relevant zijn voor de analyse. Verwijder onnodige rijen en kolommen en gebruik databronfilters. - Aggregeer data tot het hoogst mogelijke detailniveau voor de gewenste visualisatie. Als een visualisatie bijvoorbeeld alleen data per jaar weergeeft, maar uw databron records per dag bevat, worden de data in het bronbestand geaggregeerd per jaar. - Stel complexe berekeningen zoveel mogelijk vooraf samen in de databron. - Normaliseer tabellen met relaties. Als u data met verschillende detailniveaus hebt, wat resulteert in herhaalde waarden, splitst u de data op in afzonderlijke tabellen en definieert u een relatie tussen tabellen in het databrondeelvenster van Tableau Desktop. Meer informatie over normalisatie en relaties. 2. Beperk het aantal filters - Als u te veel filters op een weergave toepast, wordt de query complexer en duurt het langer voordat de resultaten worden weergegeven. Controleer uw filters goed en verwijder de filters die u niet nodig hebt. - Gebruik insluitingsfilters. Met uitsluitingsfilters wordt het volledige domein van een dimensie geladen, maar met insluitingsfilters is dat niet het geval. Een insluitingsfilter is veel sneller dan een uitsluitingsfilter, vooral bij dimensies met veel leden. Gebruik doorlopende datumfilters. Doorlopende datumfilters (relatieve filters en datumbereikfilters) kunnen gebruikmaken van de indexeringseigenschappen in uw database en zijn sneller dan discrete-datumfilters. - Gebruik Booleaanse of numerieke filters. Computers verwerken gehele getallen en Booleaanse waarden (t/f) veel sneller dan tekenreeksen. - Gebruik parameters en actiefilters. Hiermee neemt de querybelasting af (en ze werken met databronnen). 3. Minimaliseer het aantal markeringen (datapunten) - Kunnen de markeringen in de visualisatie, net als bij het samenvoegen van data, op een of meer manieren worden gegroepeerd? Kunt u bijvoorbeeld in plaats van het bedrag in dollars van elke afzonderlijke klantorder in een staafdiagram weer te geven, de orders groeperen per productcategorie of regio? 4. Verwijder niet-gebruikte bladen, verhalen en dashboards Hieronder vindt u aanvullende bronnen om uw werkmap te optimaliseren voor betere prestaties: - [Werkmapprestaties optimaliseren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/performance_tips.htm) - [Visualisaties sneller maken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/perf_visualization.htm) - [Uw werkmap stroomlijnen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/wbo_streamline.htm) - [Tableau-prestaties optimaliseren](https://medium.com/@key2market/tableau-performance-optimization-2c8d4d53358) (in het Engels, op de website van Medium) - [6 tips om de prestaties van uw dashboards te verbeteren](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/6-tips-make-your-dashboards-more-performant) - [Efficiënte werkmappen ontwerpen](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/whitepapers/designing-efficient-workbooks) #### **Hoe kan ik zien wat er nieuw is sinds mijn laatste bezoek aan Tableau Public?** Met het kanaal Recente activiteit blijft u op de hoogte van de laatste updates van uw netwerk. Bekijk visualisaties die sinds uw laatste bezoek aan de site zijn gepubliceerd of als favoriet zijn gemarkeerd door auteurs die u volgt, zodat u niets mist. Meld u aan bij [Tableau Public](https://public.tableau.com/) om uw gepersonaliseerde kanaal Recente activiteit op de startpagina te bekijken. #### **Ik kan de miniaturen van bepaalde visualisaties niet bekijken. Is dit een bug in Tableau Public?** Een aantal gebruikers heeft ons laten weten dat de miniaturen voor sommige visualisaties worden geblokkeerd of niet worden weergegeven in Tableau Public. Dit komt waarschijnlijk door het gebruik van advertentieblokkering in uw browser. Als dit probleem zich voordoet, raden wij u aan de advertentieblokkering uit te schakelen en de webpagina opnieuw te laden. U kunt dit probleem verhelpen door public.tableau.com op de toelatingslijst te zetten. #### **Hoe kan ik mijn Tableau Public-visualisatie toegankelijker maken?** Om uw digitale content toegankelijk te maken, moet deze voldoen aan de vier richtlijnen voor toegankelijkheid van webinhoud (WCAG): waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust. Hieronder staan drie manieren waarop u uw visualisatie beter toegankelijk kunt maken voor gebruikers die gebruikmaken van ondersteunende technologieën: **Toegang toestaan** Schakel de mogelijkheid **Laat anderen uw visualisaties downloaden of er een kopie van maken** in op Tableau Public. Dit is een van de belangrijkste dingen die u kunt doen voor de toegankelijkheid voor gebruikers. Met deze stap krijgen gebruikers toegang tot de pagina Data weergeven. Deze pagina bevat een tabel met data die door ondersteunende technologieën (zoals schermlezers) kunnen worden gelezen. Selecteer het pictogram **Instellingen** in de werkbalk. Stel onder **Toegang verlenen** de optie **Laat anderen uw visualisaties downloaden of er een kopie van maken** in op **Aan**. **Voeg meer tekst toe** Geef beschrijvende tekst in titels, bijschriften, koppen, legenda's en filters om gebruikers van ondersteunende technologie context te geven. Beschouw uw weergaven als een aanvulling op de tekst die u gebruikt om ze te beschrijven. Met deze richtlijnen kunt u de visuele aard van Tableau afstemmen op de behoeften van al uw gebruikers. - Gebruik tekst in titels en bijschriften om uw visualisaties en wat u eigenlijk wilt laten zien, helder te beschrijven. - Gebruik tekst in koppen op legenda's of filters om het besturingselement te beschrijven en wat het doet. - Voeg alternatieve tekst (alt-tekst) toe aan visualisaties. - Gebruik eenvoudige, gemakkelijk te begrijpen taal. Vermijd jargon, acroniemen of afkortingen. **Gebruik toegankelijke kleuren en contrasten** Door kleur te gebruiken in uw visualisatie kunnen gebruikers markeringen in uw weergave beter van elkaar onderscheiden. Voor gebruikers met een visuele beperking biedt het gebruik van kleur alleen echter niet genoeg onderscheid. Hanteer deze richtlijnen voor kleuren in uw weergaven: - Gebruik een kleurenpalet met voldoende contrast en wijs kleuren toe die van elkaar verschillen in het licht-donkerspectrum. Tableau biedt een kleurenblind-palet waarmee u geschikte kleuren voor uw weergave kunt selecteren. - Gebruik aanvullende onderscheidende kenmerken zoals vormen, formaat en labels om lijnmarkeringen van elkaar te onderscheiden. - Zorg ervoor dat het kleurcontrast voor tekst sterk is en voldoet aan de contrastverhoudingsnormen van 4,5:1 (3:1 voor grote tekst). Gebruik tools voor [contrastanalyse](https://www.tpgi.com/color-contrast-checker/) om de beste tekstkleuren en achtergronden met toereikende contrastverhoudingen te selecteren. #### **Welke hulpmiddelen zijn er beschikbaar om mij te helpen bij het maken of verbeteren van visualisaties?** - [Tableau Exchange](https://exchange.tableau.com/) biedt gratis uitbreidingen die nieuwe dashboardfuncties en visualisatietypen aan uw visuele analyses toevoegen. Gebruik de filters om dashboard- en visualisatie-uitbreidingen te vinden die werken met Tableau Public. - Gebruik [voorbeelddatasets](https://public.tableau.com/app/learn/sample-data) en -databronnen. - Ontdek Tableau Public-[communitybronnen](https://public.tableau.com/app/learn/community-resources) om uw werk te delen, van anderen te leren en op vaardigheden gebaseerde uitdagingen aan te gaan. #### **Hoe kan ik visualisatie-uitbreidingen toevoegen aan mijn Tableau Public-visualisaties?** 1. Vouw in uw werkblad de vervolgkeuzelijst Markeringstype op de kaart Markeringen uit. Selecteer onder visualisatie-uitbreidingen de optie Uitbreiding toevoegen. - Als u een nieuwe uitbreiding wilt toevoegen, selecteert u Werkt met Tableau Public. Zoek een uitbreiding en selecteer deze, en selecteer vervolgens Openen. - Als u een eerder gedownload .trex-bestand wilt toevoegen, selecteert u Toegang tot lokale visualisatie-uitbreidingen. 2. Open de uitbreiding die u wilt gebruiken. Zie [Visualisatie-uitbreidingen toevoegen aan uw werkblad](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/viz_extensions.htm) voor meer informatie. #### **Hoe kan ik dashboarduitbreidingen toevoegen aan mijn Tableau Public-visualisaties?** Sleep vanuit uw dashboardblad Uitbreiding van het gedeelte Objecten naar het dashboard. - Als u een nieuwe uitbreiding wilt toevoegen, zoekt u een uitbreiding en selecteert u deze, en selecteert u vervolgens Toevoegen aan dashboard. Controleer of Werkt met Tableau Public is geselecteerd. - Als u een eerder gedownload .trex-bestand wilt toevoegen, selecteert u Toegang tot lokale uitbreidingen. Zie [Dashboarduitbreidingen gebruiken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dashboard_extensions.htm) voor meer informatie. #### **Wat zijn verdiensten op Tableau Public?** Verdiensten worden toegekend voor het hebben van een visualisatie van de dag of voor het zijn van een Tableau-ambassadeur, een Tableau-visionair of een Iron Viz-finalist of -winnaar. In het profiel van een gebruiker worden alle verdiensten weergegeven. Als u details en bijbehorende visualisaties voor een verdienste wilt bekijken, selecteert u de verdienste. Een verdienste moet van 2011 of later zijn om op het Tableau Public-profiel van een gebruiker te verschijnen. Als een verdienste ontbreekt in uw Tableau Public-profiel, neem dan contact op met public@tableau.com. [Terug naar boven](#Frequent) ## Data en Tableau Public #### **Welke soorten data en connectors kan ik gebruiken?** Tableau Public biedt ondersteuning voor data in uiteenlopende indelingen, zoals Microsoft Excel, meerdere tekstbestandsindelingen en statistische bestanden. U kunt ook connectors gebruiken voor Google Drive en OData. Zie [Creators: verbinding maken met data op het web](https://help.tableau.com/current/public/desktop/nl-nl/creator_connect.htm#tableau-public) voor meer informatie over verbinding maken met data met Tableau Public. Als u niet over uw eigen data beschikt, zijn er op de website van de Tableau Public gepubliceerde databronnen beschikbaar waarmee u visualisaties kunt maken. Zie [Werken met gepubliceerde databronnen op Tableau Public](https://help.tableau.com/current/public/desktop/nl-nl/public_pds.htm) voor meer informatie. #### **Kan ik een werkmap met een liveverbinding met een databron opslaan in Tableau Public?** Tableau Public ondersteunt alleen geëxtraheerde databronnen en geen liveverbindingen met data. Auteurs hebben echter de mogelijkheid om Tableau Public automatisch elke 24 uur databronnen te laten vernieuwen die verbinding maken met Google Spreadsheets. Voor alle andere databronnen (bijvoorbeeld Excel- of .csv-bestanden) wordt automatisch vernieuwen op Tableau Public niet ondersteund. Zie [Hoe worden data uit Google Spreadsheets vernieuwd in Tableau Public?](#How15) voor meer informatie. #### **Hoe worden data uit Google Spreadsheets vernieuwd in Tableau Public?** Wanneer u een werkmap publiceert naar Tableau Public, wordt er een extract van de databronnen gemaakt, met inbegrip van de databronnen die verbinding maken met Google Spreadsheets. Tableau Public vernieuwt de Google Spreadsheets-databronnen elke 24 uur automatisch. Dit betekent dat alle wijzigingen in het Google Spreadsheet worden doorgevoerd in de databron van de gekoppelde werkmap in Tableau Public. Als uw databron gebruikmaakt van [relaties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/relate_tables.htm), moeten alle logische tabellen een Google Spreadheets-verbinding hebben om de databron automatisch te kunnen vernieuwen. Om de taken voor het vernieuwen van de vele werkmappen en databronnen die verbinding maken met Google Spreadsheets beter te verdelen, wijst Tableau Public automatisch een werkmap toe aan een van drie termijnen waarbinnen de vernieuwing dagelijks plaatsvindt. Hoewel u het vernieuwingsschema niet kunt aanpassen met een andere frequentie of een ander tijdstip, kan de auteur wel een vernieuwing starten door op Update aanvragen te klikken. Tableau Public vernieuwt dan de databron die verbinding maakt met Google Spreadsheets, en wijzigingen worden automatisch doorgevoerd in de werkmap. #### **Ondersteunt Tableau Public .tde-bestanden?** Versie 2024.2 is de laatste versie van Tableau Desktop die .tde-gebaseerde werkmappen, databronnen of bladwijzers ondersteunt. Versies 2024.3 en hoger ondersteunen alleen het .hyper-formaat. Zie [Extracten upgraden naar .hyper-indeling](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/extracting_upgrade.htm) voor meer informatie. [Terug naar boven](#Frequent) ## Insluiten in Tableau Public #### **Ik heb mijn eigen blog of website. Kan ik mijn Tableau Public-visualisatie daarin insluiten?** Ja. Nadat u uw datavisualisatie op Tableau Public hebt opgeslagen, kunt u de [insluitcode](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/embed.htm#copy-the-embed-code) opzoeken en deze in uw eigen webpagina of blog gebruiken. Zorg ervoor dat u de gegenereerde insluitcode gebruikt en niet alleen de URL van de startpagina van de visualisatie, zodat u alleen de visualisatie insluit zonder de randen eromheen. #### **Met welke blogservices is Tableau Public compatibel?** - Blogger by Google (blogger.com) - Typepad (typepad.com) – Zorg ervoor dat u uw posts bewerkt in de HTML-modus in plaats van in de RTF-modus, anders blijven de Tableau Public-insluitcodes niet behouden. - WordPress (wordpress.org) – WordPress is volledig aanpasbaar en kan voor bijna alles gebruikt worden. Webhost vereist. - Squarespace (squarespace.com) – Zorg ervoor dat u een codeblok gebruikt. #### **Waar kan ik de insluitcode voor een visualisatie vinden?** U kunt de insluitcode voor elke visualisaties verkrijgen door te klikken op het pictogram **Delen** in de voettekst van de visualisatie. [Terug naar boven](#Frequent) ## Over Tableau Public #### **Wat voor soort technologie is een Tableau-visualisatie?** Een Tableau-visualisatie is in feite een op AJAX gebaseerde JavaScript-toepassing. #### **Wat zijn de systeemvereisten voor Tableau Public?** Zie de pagina met [technische specificaties voor Tableau Public](https://www.tableau.com/nl-nl/products/techspecs?_gl=1*1c1iitx*_ga*R0ExLjIuR0ExLjIuR0ExLjEuR0ExLjEuR0ExLjIuR0ExLjIuR0ExLjIuR0ExLjIuR0ExLjEuR0ExLjEuR0ExLjIuR0ExLjEuR0ExLjIuR0ExLjEuR0ExLjEuR0ExLjEuR0ExLjEuR0ExLjIuR0ExLjIuR0ExLjIuR0ExLjIuR0ExLjIuR0ExLjIuR0ExLjIuR0ExLjEuR0ExLjEuR0ExLjIuR0ExLjIuR0ExLjEuR0ExLjEuR0ExLjIuR0ExLjIuR0ExLjIuR0ExLjIuR0ExLjEuR0ExLjIuR0ExLjIuR0ExLjIuR0ExLjIuR0ExLjIuMTY3ODYzNzk4MC4xNjUwNjMzOTk4*_ga_8YLN0SNXVS*MTczNDk2MTAwNC40NjguMS4xNzM0OTY3NjM4LjAuMC4w&_ga=2.8539120.438975916.1734961010-GA1.2.GA1.2.GA1.1.GA1.1.GA1.2.GA1.2.GA1.2.GA1.2.GA1.1.GA1.1.GA1.2.GA1.1.GA1.2.GA1.1.GA1.1.GA1.1.GA1.1.GA1.2.GA1.2.GA1.2.GA1.2.GA1.2.GA1.2.GA1.2.GA1.1.GA1.1.GA1.2.GA1.2.GA1.1.GA1.1.GA1.2.GA1.2.GA1.2.GA1.2.GA1.1.GA1.2.GA1.2.GA1.2.GA1.2.GA1.2.1678637980.1650633998&_gac=1.162121166.1731615356.CjwKCAiA3Na5BhAZEiwAzrfagHjFDqoZtLBX1ajgwHvvxnCqQ5v6yePz7d6E_qG_i-mIq8vEDyhD8BoCHuMQAvD_BwE#public) voor een volledige lijst met specificaties en systeemvereisten. #### **Wat is het verschil tussen Tableau Desktop Public Edition en Tableau Desktop Professional Edition?** Houd bij het gebruik van Tableau Desktop Public Edition rekening met het volgende: - Met Tableau Desktop Public Edition kunt u werkmappen openbaar delen via uw Tableau Public-profiel of werkmappen lokaal opslaan. Werkmappen en data die u naar uw Tableau Public-profiel publiceert, zijn niet privé en dus voor iedereen vrij toegankelijk. - Tableau Desktop Public Edition slaat uw werk om de paar minuten automatisch op. Deze functie is standaard ingeschakeld, maar u kunt deze uitschakelen op de werkbalk via Help > Instellingen en prestaties > Automatisch opslaan inschakelen. - Tableau Public is beperkt tot 15 miljoen rijen met data per werkmap. Zie [Het Tableau-datamodel](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/datasource_datamodel.htm) voor meer informatie over logische tabellen en databronnen. - U kunt geen verbinding maken met andere servers, zoals Tableau Online of een interne Tableau-server. U kunt alleen verbinding maken met Tableau Public. - Dataconnectors zijn [beperkt](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/creator_connect.htm). #### **Is Tableau Desktop (Public Edition) beschikbaar voor Mac?** Ja. Ga naar onze [downloadpagina](https://www.tableau.com/nl-nl/products/public/download) voor meer informatie. Download de nieuwste versie en probeer deze uit. #### **Waar kan ik status-updates over Tableau Public vinden?** U kunt de status van Tableau Public controleren op de [Tableau Trust](https://trust.salesforce.com)\-website. [Terug naar boven](#Frequent) ## Over de Tableau Public Help-agent #### **Wat is de Tableau Public Help-agent?** De Help-agent beantwoordt vragen over de mogelijkheden, communityfuncties en leermiddelen van Tableau Public. Om aan de slag te gaan, selecteert u het pictogram van de agent rechtsonder op een Tableau Public-webpagina. #### **Maakt de Help-agent gebruik van AI?** Ja, de Help-agent gebruikt generatieve AI om uw vragen te beantwoorden. Zie [AI in Tableau en de Einstein Vertrouwenslaag](#) voor informatie over hoe generatieve AI werkt in Tableau. #### **Waarom reageert de Help-agent soms twee keer?** De Help-agent antwoordt zodra hij iets relevants vindt. Het is echter mogelijk dat de agent zijn antwoord herziet. In dat geval ziet u een verticale balk '|' en het woord 'herzien' na het bericht. Zonder de mogelijkheid om de antwoorden te wijzigen, zou het langer duren voordat de agent reageert, en we willen dat de agent zo snel mogelijk is. #### **Waarom zie ik dubbele links?** Dit is een bekend probleem. Het kan voorkomen dat de Help-agent dezelfde link meerdere keren in een reactie opneemt. #### **Kan ik de Help-agent in mijn taal gebruiken?** De Help-agent ondersteunt momenteel alleen Engels. #### **Zijn er beperkingen aan wat de Help-agent kan doen?** De Help-agent heeft geen toegang tot uw account, profieldata of andere gegevens op de Tableau Public-website. De antwoorden zijn beperkt tot inhoud die te vinden is in de [officiële Tableau Help-documentatie](https://help.tableau.com). [Terug naar boven](#Frequent) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Veld- en filterwaarden gebruiken in actienamen U kunt veld-, parameter- en filterwaarden niet alleen gebruiken in URL's, maar u kunt deze informatie ook gebruiken als variabelen in de actienamen. De naam van de actie wordt weergegeven in het contextmenu wanneer een actie wordt geopend via het menu. Het gebruik van veld- en filtervariabelen in de naam is handig om een specifieke actie voor de geselecteerde markering te maken. In een weergave waarin vastgoedinformatie wordt weergegeven, kunt u een URL-actie 'Satellietafbeelding van weergeven' noemen. Wanneer u met de rechtermuisknop op een specifieke markering klikt (Control-klik op Mac), wordt de tag vervangen door de locatiewaarde die aan die markering is gekoppeld. 1. Begin in het dialoogvenster Actie toevoegen de naam voor de actie te typen. 2. Plaats de cursor op de positie waar u de veld- of filterwaarde wilt invoegen. 3. Klik op de pijl rechts van het tekstvak en selecteer het veld of filter dat u als variabele wilt toevoegen. De veld- of filternaam wordt toegevoegd tussen vierkante haken. ![Een menu met verschillende opties voor een URL-actie, waarbij 'Verzendmodus' is gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter4.png) Hier ziet u een voltooid voorbeeld van een actie die wordt uitgevoerd vanuit een knopinfomenu: ![Knopinfo met een gehighlighte hyperlink](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/action_name.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Velden converteren van discreet naar continu en omgekeerd U kunt meetwaarden converteren van discreet naar continu en van continu naar discreet. En u kunt datumdimensies en andere numerieke dimensies converteren naar discreet of continu. Zie [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor meer informatie over continue en discrete velden. U kunt ook [Een meetwaarde omzetten in een dimensie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_convertdimtomeas.htm). ## Meetwaarden converteren U kunt meetwaarden converteren van discreet naar continu en van continu naar discreet. Klik op het veld en kies Discreet of Continu. Het veld is groen als het continu is en blauw als het discreet is. Klik voor meetwaarden in het venster Data met de rechtermuisknop op het veld en kies Converteren naar discreet of Converteren naar continu. De kleur van het veld verandert dienovereenkomstig. ## Datumvelden converteren U kunt datumvelden converteren tussen discreet en continu. Discrete datums fungeren als labels en continue datums hebben een as die lijkt op een meetwaarde. Klik op een Datumveld in de weergave en kies een van de opties in het contextmenu om het te wijzigen van discreet naar continu of van continu naar discreet. Om een datumveld in het venster Data (en dus om het standaardresultaat te bepalen wanneer u naar een weergave sleept), klikt u met de rechtermuisknop op het veld en kiest u Converteren naar discreet of Converteren naar continu. ## Het dialoogvenster Veld neerzetten gebruiken In sommige gevallen kunt u sneller met de rechtermuisknop klikken en een veld uit het deelvenster Data naar de weergave slepen (Option indrukken en slepen op een Mac). Hiermee opent u het dialoogvenster Veld neerzetten met verschillende vormen van het veld. De beschikbare opties zijn afhankelijk van het datatype van het veld dat wordt gesleept. Het primaire doel van dit dialoogvenster is het kiezen van de aggregatie, maar het bevat wellicht ook opties voor het wijzigen van een dimensie in een meetwaarde of voor het kiezen tussen doorlopend en discreet. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dropfield_string.png "Het dialoogvenster Veld neerzetten voor een tekenreeksdimensie") Selecteer de optie die u wilt gebruiken en klik op OK om de sleepbewerking te voltooien. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Velden en veldlabels opmaken U kunt een specifiek veld in een weergave opmaken, evenals afzonderlijke veldlabels. Wanneer u op deze manier opmaakt, worden uw opmaakwijzigingen alleen toegepast op de plek waar het veld in de weergave voorkomt of alleen op een afzonderlijk label. ## Een veld opmaken In de onderstaande weergave is het veld Maand(Besteldatum) zo opgemaakt dat de kopteksten het Tableau-lettertype Semibold gebruiken, in blauw. U ziet dat de waarden van de koptekst langs de as Winst niet worden beïnvloed. ![Menu met kleurkiezer en een blauwe kleuroptie geselecteerd voor een veld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/field1.png) **Om een specifiek veld op te maken:** 1. Klik met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op de veld en selecteer Opmaken. ![Een vervolgkeuzemenu met opties om een veld in de container Rijen op te maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/field2.png) Het deelvenster Opmaken wordt geopend met de instellingen voor het geselecteerde veld. 2. Breng uw wijzigingen aan in het deelvenster Opmaken. Voor discrete velden, zoals Regio of Klantnaam, kunt u eigenschappen voor lettertype en uitlijning opgeven voor zowel de koptekst als het deelvenster. Voor continue velden, zoals Winst of Verkoop, kunt u de eigenschappen van het lettertype voor het deelvenster en de as opmaken, evenals de kleuren van de getallen en de maatstreepjes. Zie [Assen bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_editaxes.htm) voor meer informatie over overige asopties. De weergave wordt bijgewerkt terwijl u wijzigingen aanbrengt. Zo ziet u snel welke kleuren en opmaken bij uw weergave passen. ## Een veldlabel opmaken Veldlabels zijn kopteksten voor rijen en kolommen die aangeven welke datavelden worden gebruikt om een weergave te maken. Standaard worden veldlabels getoond in Tableau, maar u kunt ervoor kiezen om deze te verbergen. Wanneer veldlabels worden getoond, verschijnen ze in drie verschillende delen van de weergave: rijen, kolommen en in de hoek. In de onderstaande weergave ziet u een voorbeeld van elk van deze typen veldlabels. ![Labels van de velddatums van categorie en regio/order gehighlight in een visualisatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/field_label1.png) U kunt het lettertype, de arcering, de uitlijning en de scheidingstekens voor elk van deze typen veldlabels opmaken. **Om een specifiek veldlabel op te maken:** 1. Klik met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op het veldlabel en selecteer Opmaken. 2. Geef in het deelvenster Opmaken de instellingen op voor het lettertype, de arcering en uitlijning van veldlabels. **Opmerking:** Wanneer u meerdere dimensies in de containers Rijen en Kolommen hebt, worden de veldlabels naast elkaar in de tabel weergegeven. Elk veldlabel wordt van de andere gescheiden door een schuine streep. Geef een ander scheidingsteken op in het deelvenster Opmaken. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Velden in het deelvenster Data ordenen en aanpassen Het deelvenster Data heeft veel functies waarmee u de semantiek van uw databron kunt ordenen en aanpassen. Opties voor groeperen en sorteren zijn alleen beschikbaar voor relationele databronnen en niet voor kubussen (multidimensionale databronnen). ## Het deelvenster Data organiseren Databronnen voor één tabel zijn standaard gegroepeerd op map. Databronnen met meerdere tabellen groeperen standaard velden op basis van de tabel waaruit ze afkomstig zijn. Door te groeperen op map kunt u handmatig beslissen hoe u velden wilt ordenen. Door te groeperen op tabel worden dimensies en meetwaarden samengebracht onder hun tabel. Deze structuur is handig wanneer velden met vergelijkbare namen in meerdere tabellen voorkomen. Ongeacht de standaardinstelling kunt u schakelen tussen groeperen op databrontabel en groeperen op map. > [!TIP] > > u kunt op elk gewenst moment wisselen tussen groeperen op map of groeperen op tabel. Alle mapinformatie blijft behouden. ### Groeperen op map Items in het deelvenster Data, zoals velden, parameters en sets, kunnen handmatig in mappen worden gegroepeerd. - Open het menu van het deelvenster Data (onder de databronnen) en selecteer **Groeperen op map**. ![Open het menu van het deelvenster Data met de opties voor groeperen en sorteren op](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dw_data_pane_menu.png) - Of klik met de rechtermuisknop op een veld in het deelvenster Data en selecteer **Groeperen op** > **Map**. ![Open het veldmenu met de optie Groeperen op](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dw_group_by_folder.png) **Opmerking**: veel van de contextmenu's in het deelvenster Data veranderen afhankelijk van de manier waarop u ze opent. Als het menu niet biedt wat u zoekt, probeer dan het menu vanaf een andere plaats te openen. Het is toegankelijk door met de rechtermuisknop op een veld te klikken, met de rechtermuisknop op de witte ruimte in het deelvenster Data te klikken of door het vervolgkeuzemenu bij de zoekbalk te gebruiken. Sommige opties worden alleen weergegeven of zijn alleen beschikbaar op basis van andere instellingen (zoals Map maken). Voordat mappen worden ingesteld, worden alle velden weergegeven, samen met dimensies bovenaan en meetwaarden onderaan. ### Mappen maken Nadat u de optie Groeperen op Map hebt ingesteld, maakt u de gewenste mappen. 1. Selecteer in het deelvenster Data de velden die u wilt groeperen en klik met de rechtermuisknop (of klik met de rechtermuisknop op een leeg gebied in het deelvenster Data). 2. Selecteer Mappen > **Map maken**. 3. Geef de nieuwe map een naam wanneer daarom wordt gevraagd. Mappen worden alfabetisch gesorteerd in het deelvenster Data. U kunt de mapnaam beginnen met een nummer om ze in een specifieke volgorde weer te geven. ### Velden toevoegen aan mappen Nadat u de mappenstructuur hebt gemaakt, is het tijd om velden in de mappen te plaatsen. - Sleep een veld boven de mapnaam. Als de map is uitgevouwen, kunt u het veld naar het algemene gebied van de map slepen. ![een gemarkeerde map en de bijbehorende velden in het deelvenster Data](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dw_drag_to_folder.png) - Of klik met de rechtermuisknop op een veld, selecteer **Map** > **Toevoegen aan map** > en kies vervolgens de gewenste map. ![Het contextmenu van een veld uitgevouwen, met de optie Toevoegen aan map gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dw_add_to_folder.png) Velden kunnen slechts in één map worden weergegeven, maar u kunt een velden dupliceren (klik met de rechtermuisknop > Dupliceren) die u in meer dan één map beschikbaar wilt hebben. ## Velden sorteren in het deelvenster Data Of ze nu gegroepeerd zijn per tabel of per map: u kunt configureren hoe velden worden gesorteerd. Deze opties voor **Sorteren op** vindt u ook in het menu van het deelvenster Data. ![Open het menu van het deelvenster Data met de opties voor groeperen en sorteren op](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dw_data_pane_menu.png) U kunt sorteren aan de hand van de volgende opties: - Sorteren op naam. Geeft een overzicht van de dimensies en meetwaarden in alfabetische volgorde op basis van hun veldaliassen. - Sorteren op volgorde van databron. Geeft een overzicht van de dimensies en meetwaarden in de volgorde waarin ze in de onderliggende databron worden vermeld. ## Velden zoeken U kunt het deelvenster Data filteren zodat alleen bepaalde typen velden worden weergegeven. Selecteer het pictogram Filteren op naast het zoekvak om de klikbare lijst met opties weer te geven: dimensies, meetwaarden, berekeningen of velden met opmerkingen. Wis het filter met de X in het zoekvak. ![het menu Filteren op met de vier opties](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dw_filter_by.png) ### Een veld zoeken U kunt in het deelvenster Data zoeken naar items zoals velden, mappen of hiërarchieën. 1. Klik in de zoekbalk bovenaan het deelvenster Data onder de databronnen. 2. Terwijl u in het zoekvak typt, wordt de inhoud van het deelvenster Data gefilterd om items weer te geven die de getypte tekenreeks bevatten. ![Het deelvenster Data met tekst die is ingevoerd in het filterzoekveld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dw_field_type_search.png) 4. Gebruik de voorvoegsels voor **Filteren op** om uw zoekopdracht te beperken tot specifieke typen velden, zoals door 'D:' te typen voordat u naar 'naam' zoekt, zodat alleen dimensies worden geretourneerd die de tekenreeks 'naam' bevatten. - **C:** voor berekeningen - **D:** voor dimensies - **M:** voor meetwaarden - **F:** voor velden met opmerkingen ## Velden zoeken in het deelvenster Data Vanuit een veld in de weergave kunt u datzelfde veld eenvoudig vinden in het deelvenster Data. Dit kan handig zijn als u een specifiek veld in een lange lijst met velden moet bewerken of als velden vergelijkbare namen hebben. Velden zoeken in het deelvenster Data: 1. Klik met de rechtermuisknop op het veld in de weergave om het vervolgkeuzemenu te openen. 2. Selecteer **Zoeken in het deelvenster Data.** Het veld in het deelvenster Data wordt gemarkeerd, net zoals wanneer u erop klikt. ![Het vervolgkeuzemenu voor het veld Genre en hetzelfde veld gemarkeerd in het deelvenster Data](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/inspectdata_find-in-data-pane.png) ## Veldnamen wijzigen U kunt de naam van velden in het deelvenster Data wijzigen. U kunt bijvoorbeeld de naam van een veld wijzigen naar de naam Klantensegment in de databron die in Tableau Bedrijfssegment moet zijn. Het wijzigen van de naam van een veld verandert niets aan de naam van het veld in de onderliggende databron, alleen wat wordt weergegeven in Tableau. De gewijzigde veldnaam wordt samen met de werkmap opgeslagen . U kunt de naam van elk type veld wijzigen: dimensies, meetwaarden, sets of parameters. ### Een veldnaam wijzigen 1. Klik op de veldnaam in het deelvenster Data en houd de muisknop ingedrukt totdat de veldnaam in een invoervak wordt weergegeven: ![Wijzig de naam van het veld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/field_rename.gif) U kunt ook op F2 of Ctrl + Enter drukken om de veldnaam bewerkbaar te maken. 2. Typ de nieuwe naam voor het veld en druk op Enter. Het veld toont de nieuwe naam in het deelvenster Data. ### Terugkeren naar de standaard veldnaam Om de naam van een veld terug te zetten, klikt u op de veldnaam in het deelvenster Data en houdt u de muisknop ingedrukt totdat de naam in het vak wordt weergegeven. Rechts van het veld bewerken staat een rond pijltje waarop u kunt klikken om de oorspronkelijke veldnaam van de databron te herstellen: ![Naam van een veld wijzigen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/field_rename2.gif) Als u de namen van meerdere velden uit de oorspronkelijke databron wilt terugzetten, selecteert u ze allemaal, klikt u met de rechtermuisknop en selecteert u vervolgens Namen opnieuw instellen. ## Velden combineren Combineer velden om een kruislings product te maken van leden uit verschillende dimensies. U kunt dimensies combineren als u een dataweergave met meerdere dimensies wilt coderen. Als u de velden wilt combineren, selecteert u meerdere dimensies in het deelvenster Data en klikt u vervolgens met de rechtermuisknop (Control-klik op een Mac) op de velden en selecteert u Maken > Gecombineerd veld. **Opmerking:** voor kubusdatabronnen (multidimensionaal) moet u niveaus uit verschillende hiërarchieën selecteren. In Tableau worden kubusdatabronnen alleen ondersteund in Windows. De selecties in het voorbeeld produceren bijvoorbeeld een nieuw veld dat bestaat uit de dimensies Categorie en Subcategorie. ![Een vervolgkeuzemenu met de optie om een gecombineerd veld te selecteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/Combine_fields_menu.png) De twee dimensies worden gecombineerd tot een nieuwe dimensie. De naam van het veld wordt automatisch gemaakt op basis van de namen van de oorspronkelijke velden. Klik met de rechtermuisknop (Control-klik op een Mac) op het nieuwe veld en selecteer Naam wijzigen om de naam te veranderen. Wanneer u het nieuwe veld in een weergave gebruikt, wordt voor elke combinatie van de twee oorspronkelijke dimensies een koptekst gemaakt. In de volgende weergave worden bijvoorbeeld de leden van de gecombineerde velden Categorie en Subcategorie weergegeven. ![Blad met verkoopdata per regio en productcategorie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/groups16.png) ## Velden verbergen of weergeven U kunt velden selectief verbergen of weergeven in het deelvenster Data. - **Een veld verbergen**: klik met de rechtermuisknop (Mac: houd Control ingedrukt en klik) op het veld en selecteer Verbergen. - **Verborgen velden tonen**: selecteer Verborgen velden tonen in het menu van het deelvenster Data. De verborgen velden worden vervolgens met een pictogram Verborgen ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_icon_hidden.png "Pictogram Verborgen") weergegeven in het deelvenster Data. - **Een veld zichtbaar maken**: toon verborgen velden en klik vervolgens op het pictogram om het veld weer zichtbaar te maken. - **Alle niet-gebruikte velden verbergen**: selecteer Alle niet-gebruikte velden verbergen in het menu van het deelvenster Data om snel alle velden te verbergen die niet in de werkmap worden gebruikt. ![vervolgkeuzepijl gemarkeerd naast het zoekveld in het deelvenster Data, waarbij het menu is uitgevouwen en de optie Verborgen velden weergeven is gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dw_unhide.png) ## Berekende velden toevoegen aan het deelvenster Data U kunt berekende velden maken die in het deelvenster Data worden getoond. Deze nieuwe berekende velden kunnen net als elk ander veld worden gebruikt. Selecteer Berekend veld maken in het menu van het deelvenster Data. U kunt ook Analyse > Berekend veld maken selecteren. ![Een berekend veld maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/field_createcalcfield.gif) ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Verbinding maken met data en data voorbereiden Voordat u met uw analyse begint, moet u verbinding maken met uw data en vervolgens de databron instellen. Er zijn veel optionele configuraties die u kunt maken op de pagina Databron die Tableau gebruikt om uw data te interpreteren en ermee te communiceren. In de onderwerpen in deze sectie wordt beschreven hoe u verbinding kunt maken met uw data en hoe u deze configuraties kunt gebruiken om uw databron voor analyse te optimaliseren. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Verbinding maken met een aangepaste SQL-query **Opmerking:** Het gebruik van een aangepaste SQL kan de prestaties van een werkmap beïnvloeden. Door met een DBA te werken bent u verzekerd van de best mogelijke aangepaste SQL-query. Om de bewerkingen uit te voeren die nodig zijn voor het bouwen van weergaven in Tableau Desktop, moet Tableau WAAR, GROEPEREN OP en andere SQL-clausules kunnen beheren. Omdat een aangepaste SQL-query deze elementen kan bevatten en Tableau deze niet in de bestaande SQL kan invoegen, moet Tableau de aangepaste SQL-instructie in een select-instructie plaatsen. Wanneer een aangepaste SQL-verbinding langzaam werkt of een fout oplevert, komt dit vaak doordat Tableau Desktop de aangepaste SQL aan het plaatsen is. In de meeste databases kunt u verbinding maken met een specifieke query in plaats van met de gehele dataset. Omdat de SQL-syntaxis van iedere database net iets anders is, kan de aangepaste SQL die u gebruikt om verbinding te maken met de ene database afwijken van de aangepaste SQL die u gebruikt om verbinding te maken met een andere. Het gebruik van een aangepaste SQL kan echter handig zijn als u precies weet welke informatie u nodig hebt en u weet hoe u SQL-query's schrijft. Er zijn meerdere veelvoorkomende redenen om een aangepaste SQL te gebruiken. U kunt een aangepaste SQL onder andere gebruiken om uw data in tabellen te verenigen, velden te herschikken om joins op basis van meerdere databases uit te voeren, uw data te herstructureren of de omvang ervan te verkleinen voor analyse. Voor databronnen uit Excel- en tekstbestanden is deze optie alleen beschikbaar in werkmappen die zijn gemaakt vóór Tableau Desktop 8.2 of bij gebruik van Tableau Desktop op Windows met de bestaande verbinding. Met Excel- of tekstbestanden kunt u als volgt verbinding maken via de bestaande verbinding: maak verbinding met het bestand en klik in het dialoogvenster Openen op het vervolgkeuzemenu Openen en selecteer vervolgens Openen met bestaande verbinding. **OPMERKING:** vanaf Tableau 2020.2 worden oudere Excel- en tekstverbindingen niet meer ondersteund. Zie het document [Alternatieven voor verouderde verbinding](https://community.tableau.com/s/question/0D54T00000CWdGaSAL/legacy-connection-alternatives) in Tableau Community voor alternatieven voor het gebruik van de oude verbinding. ## Verbinding maken met een aangepaste SQL-query 1. Nadat u verbinding hebt gemaakt met uw data, dubbelklikt u op de optie Nieuwe aangepaste SQL op de pagina Databron. ![Een tabel met leveranciers en hun namen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/customsql_newcustomsql.png) 2. Typ of plak de query in het tekstvak. De query moet uit één SELECT\*-instructie bestaan. ![Een venster met een SQL-query om data uit de tabel Orders op te halen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/customsql1.png) 3. Klik op OK als u klaar bent. Wanneer u op OK klikt, wordt de query uitgevoerd en wordt de aangepaste SQL-querytabel in de logische laag van het canvas weergegeven. Alleen relevante velden uit de aangepaste SQL-query worden in het dataraster op de pagina Databron weergegeven. ![Een gedetailleerd overzicht van een aangepaste SQL-queryinterface met filters en de volgorde van de databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/customsql_ds_logical.png) Zie [Het Tableau-datamodel](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel.htm) voor meer informatie over de logische en fysieke lagen van het canvas. ### Voorbeelden van aangepaste SQL-query's **Uw tabellen verticaal samenvoegen (vereniging)** Als u data aan elkaar moet koppelen, kunt u de optie Vereniging gebruiken in de fysieke laag van het canvas in Tableau. In sommige gevallen ondersteunt uw database deze optie niet. In plaats daarvan kunt u dan aangepaste SQL gebruiken. Stel dat u bijvoorbeeld de volgende twee tabellen heeft: november en december.
NovemberDecember
Een tabel met de gast-ID's en de bijbehorende groepsgrootte.Een tabel met de gast-ID's en de bijbehorende groepsgrootte.
U kunt de volgende aangepaste SQL-query gebruiken om de tweede tabel (december) toe te voegen aan de eerste tabel (november): `SELECT * FROM November UNION ALL SELECT * FROM December` Het resultaat van de query ziet er in het dataraster als volgt uit: ![Een tabel met gast-ID's en genormaliseerde groepsgrootte.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/customsql_union_after.png) Zie [Uw data verenigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/union.htm) voor meer informatie over de optie Vereniging. **Het datatype van een veld wijzigen om een join op basis van meerdere databases uit te voeren** Wanneer u een join wilt maken van twee tabellen in de fysieke laag van het canvas, moet het datatype van de velden waar u een join van maakt hetzelfde zijn. Als het datatype van de velden niet hetzelfde is, kunt u aangepaste SQL gebruiken om het datatype (cast) van het veld te wijzigen voordat u de join maakt. Stel dat u twee tabellen (Hoofd en Sub) wilt samenvoegen met respectievelijk de velden Root en ID. Het Root-veld is een nummertype en het ID-veld een tekenreekstype. U kunt de volgende aangepaste SQL-query gebruiken om het datatype van Root te wijzigen van een nummer in een tekenreeks, zodat u met behulp van de velden Root en ID een join kunt maken van de Hoofd- en Subtabel. `SELECT [Main].[Root] AS [Root_Number] CAST([Main].[Root] AS INT] AS [Root_String] FROM [Main]` Het resultaat van deze query toont het oorspronkelijke Root-veld en het Root-veld als een tekenreeks. ![Een tabel met numerieke data en bijbehorende tekenreekswaarden na een SQL-castbewerking.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/customsql_cast_after.png) Zie [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joining_tables.htm) voor meer informatie over het maken van joins en joins op basis van meerdere databases. **Uw data kleiner maken** Als u met zeer grote datasets werkt, kunt u soms tijd besparen als u eerst de omvang van de data verkleint. Stel dat u bijvoorbeeld een grote tabel heeft met de naam FischerIris. U kunt de volgende aangepaste SQL-query gebruiken om de opgegeven kolommen en records op te halen, waardoor de dataset waarmee u verbinding maakt vanuit Tableau, wordt verkleind. `SELECT [FischerIris].[Species] AS [Species], [FischerIris].[Width] AS [Petal Width], COUNT([FischerIris].[ID]) AS [Num of Species] FROM [FischerIris] WHERE [FischerIris].[Organ] = 'Petal' AND [FischerIris].[Width] > 15.0000 GROUP BY [FischerIris].[Species], [FischerIris].[Width]` **Uw data herstructureren (draaien)** Soms werkt u in een tabel die vóór de analyse moet worden geherstructureerd. Hoewel een taak van dit type in de fysieke laag van het canvas in Tableau kan worden uitgevoerd met opties als draaien, ondersteunt uw database dit mogelijk niet. In zo'n geval kunt u in plaats daarvan een aangepaste SQL gebruiken. Stel, u bent bezig met de volgende tabel: ![Een tabel met seizoens-ID's en aantallen artikelen gecategoriseerd op reden, zoals defect of problemen met de maat.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/customsql_pivot_before.png) Om de structuur ervan te wijzigen en uw data te optimaliseren voor analyse in Tableau, kunt u de volgende aangepaste SQL-query gebruiken: `SELECT Table1.Season ID AS [Season ID], Table1.Items - Don't like AS [Quantity], "Don't Like" AS [Reason] FROM Table1 UNION ALL SELECT Table1.Season ID AS [Season ID], Table.Items - Defective AS [Quantity], "Defective" AS [Reason] FROM Table1 UNION ALL SELECT Table1.Season ID AS [Season ID], Table1.Items - Too big AS [Quantity], "Too Big" AS [Reason] FROM Table1 UNION ALL SELECT Table1.Season ID AS Season ID, Table1.Items - Too small AS [Quantity] "Too Small" AS [Reason] FROM Table1` Het resultaat van de query ziet er in het dataraster als volgt uit: ![Een tabel met seizoensgebonden ID's en redenen voor ontevredenheid van klanten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/customsql_pivot_after.png) Zie [Data draaien van kolommen naar rijen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/pivot.htm) voor meer informatie over draaien. **Uw data samenvoegen (een join maken) en aggregeren** Als u tabellen wilt combineren en uw data wilt aggregeren, kunt u in de fysieke laag van het canvas in Tableau zowel opties voor het maken van een join als standaardaggregaties gebruiken. In sommige gevallen kan het nodig zijn om een aangepaste SQL gebruiken. In dit voorbeeld hebt u de volgende twee tabellen: Orders en Leveranciers.
OrdersLeveranciers
Een tabel met de namen van leveranciers en het aantal bestellingen per leverancier.Een tabel met bestelgegevens, inclusief klant- en leveranciers-ID's.
U kunt de volgende aangepaste SQL-query gebruiken om het aantal orders te bepalen en een join links te maken in de tabellen Orders en Leveranciers: `SELECT Vendors.Name,COUNT(Orders.Order) AS Number Of Orders FROM Orders LEFT JOIN Vendors ON Orders.VendorID=Vendors.VendorID GROUP BY Name;` De query resulteert in het volgende: ![Interface voor het bewerken van een aangepaste SQL-query die uit één tabel bestaat.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/customsql_groupby_after.png) Zie [Joins maken van uw data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/joining_tables.htm) voor meer informatie over het maken van joins. ### Fouten wanneer er naar dubbele kolommen wordt verwezen Als uw aangepaste SQL-query naar dubbele kolommen verwijst, kunnen er fouten optreden wanneer u een van de kolommen in uw analyse in Tableau probeert te gebruiken. Dit kan ook gebeuren als de query geldig is. Zie de volgende query als voorbeeld: `SELECT * FROM authors, titleauthor WHERE authors.au_id = titleauthor.au_id` De query is geldig, maar het veld au\_id is dubbelzinnig omdat het in dit geval zowel in de tabel "authors" als in de tabel "titleauthor" voorkomt. Tableau maakt verbinding met de query, maar u krijgt een foutmelding wanneer u het veld au\_id probeert te gebruiken. Dit komt doordat Tableau niet weet welke tabel u bedoelt. **Opmerking:** De best practice is om waar mogelijk kolomaliassen te definiëren met een AS-clausule in een aangepaste SQL-query. De reden hiervoor is dat elke database zijn eigen regels heeft voor het automatisch genereren van een kolomnaam op het moment dat er geen alias wordt gebruikt. ## Een aangepaste SQL-query bewerken **Aangepaste SQL-query's bewerken** 1. In het canvas op de pagina Databron dubbelklikt u op de aangepaste SQL-query in de logische laag. 2. Wijs de aangepaste SQL-tabel in de fysieke laag aan met de muis totdat de pijl wordt weergegeven. ![Een gedetailleerd overzicht van een aangepaste SQL-queryinterface met filters en de volgorde van de databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/customsql_edit_logical.png) 3. Klik op de pijl en selecteer vervolgens Aangepaste SQL-query bewerken. 4. Bewerk de aangepaste SQL-query in het dialoogvenster. **Naam van een aangepaste SQL-query wijzigen** Wanneer u een aangepaste SQL-query naar de logische laag van het canvas sleept, geeft Tableau deze een standaardnaam: Aangepaste SQL-query, Aangepaste SQL-query1, enzovoort. U kunt de standaardnaam wijzigen in een toepasselijkere naam. 1. Selecteer op de pagina Databron (in de logische laag van het canvas) de vervolgkeuzepijl in de aangepaste SQL-querytabel en selecteer Naam wijzigen. ![Opties voor het openen, hernoemen, verwijderen of bewerken van een aangepaste SQL-query.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/customsql_rename.png) 2. Voer de naam in die u wilt gebruiken voor uw aangepaste SQL-query. ## Parameters in een aangepaste SQL-query gebruiken U kunt parameters in een aangepaste SQL-queryinstructie gebruiken om een constante waarde te vervangen door een dynamische waarde. Vervolgens kunt u de parameter in de werkmap bijwerken om de verbinding te wijzigen. U kunt bijvoorbeeld verbinding maken met een aangepaste SQL-query die webverkeerdata levert voor een bepaalde pagina met een page-ID. In plaats van een constante waarde te gebruiken voor de page-ID-waarde in de SQL-query, kunt u een parameter invoegen. Nadat u de verbinding hebt afgerond, kunt u een parameterbesturingselement in de werkmap weergeven. Gebruik het parameterbesturingselement om de page-ID uit te schakelen en data voor elke interessante pagina op te halen, zonder dat u de verbinding hoeft te bewerken of dupliceren. In **Tableau Desktop** kunt u rechtstreeks vanuit het dialoogvenster Aangepaste SQL een parameter maken of parameters gebruiken die deel uitmaken van de werkmap. Als u een nieuwe parameter maakt, kan deze net als elke andere parameter in de werkmap worden gebruikt. Zie [Parameters maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/parameters_create.htm) voor meer info. Voor **webauthoring (in Tableau Cloud of Tableau Server)** kunt u een bestaande parameter gebruiken die vanuit Tableau Desktop is gepubliceerd. U kunt geen nieuwe parameter maken in webauthoring. **Een parameter aan een aangepaste SQL-query toevoegen** 1. Wijs de tabel op de pagina Databron in het canvas aan met de muis totdat het bewerkingspictogram wordt weergegeven en klik vervolgens op de knop Bewerken. 2. Klik onderaan het dialoogvenster op Parameter invoegen. 3. Selecteer een constante waarde in de SQL-instructie en kies vervolgens in het vervolgkeuzemenu Parameter invoegen de parameter die u in plaats daarvan wilt gebruiken. Als u nog geen parameter hebt aangemaakt, selecteert u Een nieuwe parameter maken. Volg de instructies van [Parameters maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/parameters_create.htm) om een parameter aan te maken. **Opmerking:** Parameters kunnen alleen letterlijke waarden vervangen. Ze kunnen geen expressies of ID's zoals tabelnamen vervangen. In het onderstaande voorbeeld retourneert de aangepaste SQL-query alle orders die als Urgent zijn gemarkeerd. In de aangepaste SQL-instructie bepaalt de constante waarde de volgordeprioriteit. Als u de verbinding wilt wijzigen om de orders met hoge prioriteit te zien, moet u de databron bewerken. ![Een venster waarin een SQL-query wordt weergegeven om data uit een verkooptabel te selecteren, waarbij het gedeelte '1-Urgent' van de parameter is omcirkeld.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/customsql3.png) In plaats van vele varianten van dezelfde query te maken en te onderhouden, kunt u de waarde van de constante volgordeprioriteit vervangen door een parameter. De parameter moet alle mogelijke waarden voor Volgordeprioriteit bevatten. ![De vervolgkeuzelijst 'Parameter invoegen' is uitgevouwen en het dialoogvenster 'Parameter maken' wordt geopend. Hierin kunt u een parameter met een lijst met waarden maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/customsql4.png) Nadat u een parameter hebt gemaakt, kunt u deze in de SQL-instructie invoegen om de constante waarde te vervangen. ![Het venster 'Aangepaste SQL bewerken' waarin SQL-code wordt weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/customsql5.png) Nadat u klaar bent met het bewerken van de verbinding, wordt de nieuwe parameter weergegeven in het gebied Parameters onderaan het deelvenster Data en wordt het parameterbesturingselement weergegeven aan de rechterkant van de weergave. Terwijl u verschillende waarden selecteert, wordt de verbinding bijgewerkt. ![Een staafdiagram dat het afzonderlijke aantal order-ID's voor elke callcenterregio weergeeft, waarbij de vervolgkeuzelijst Prioriteit is uitgevouwen en Gemiddeld is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/customsql6.png) **Opmerking:** Als u een extract gebruikt, moet u het vernieuwen om de wijzigingen in de parameter weer te geven. Als u een databron publiceert die aangepaste SQL-parameters gebruikt, worden deze parameters opgenomen. De parameters worden overgezet naar alle werkmappen die verbinding maken met de databron. ## Tableau Catalog-ondersteuning voor aangepaste SQL Ondersteuning voor aangepaste SQL in Tableau Catalog is afhankelijk van de aangepaste SQL-query. Tableau Catalog is beschikbaar als onderdeel van het Databeheer\-aanbod voor Tableau Server en Tableau Cloud. Zie 'Over Tableau Catalog' in de Help bij [Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/dm_catalog_overview.htm) of [Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/dm_catalog_overview.htm) voor meer informatie over Tableau Catalog. ### Ondersteunde query's Tableau Catalog ondersteunt aangepaste SQL-query's die voldoen aan de ANSI SQL-2003-standaard. Er zijn drie uitzonderingen hierop bekend: - Tijdzone-expressies - Multiset-expressies - Tableau-parameters Vanaf 2021.4 ondersteunt Tableau Catalog ook het gebruik van het Transact-SQL-dialect (T-SQL) in aangepaste SQL, met de volgende uitzonderingen: - Tips - FOR-componenten - OPENROWSET-, OPENXML- en OPENJSON-functies - Scalaire ODBC-functies - FOR SYSTEM\_TIME - TABLESAMPLE - MATCH-expressie - CONTAINS-expressie - FREETEXT-expressie Vanaf Tableau Cloud oktober 2023 en Tableau Server 2023.3 biedt Tableau Catalog ook ondersteuning voor aangepaste SQL-query's die PostgreSQL gebruiken. Hierbij gelden de volgende uitzonderingen: - XML-functie - JSON-functies en -operators ### Ondersteunde features en functies Tableau Catalog ondersteunt de volgende extra functie voor databronnen, werkmappen en flows met verbindingen die de MySQL- of PostgreSQL-stuurprogramma's gebruiken, zoals Amazon Aurora voor MySQL, Amazon RedShift, Pivotal Greenplum Database, MemSQL, Denodo en andere. - MySQL GROUP\_CONCAT-functie - PostgreSQL-arrays - PostgreSQL EXTRACT()-functie Andere aangepaste SQL-scenario's en -functies werken mogelijk ook, maar Tableau test of ondersteunt deze niet specifiek. ### Ondersteunde herkomst Wanneer een asset aangepaste SQL gebruikt, wordt een bericht met de knop Aangepaste SQL-query tonen weergegeven op het tabblad Herkomst van de assetpagina. Klik op de knop om de aangepaste SQL te zien die in de verbinding wordt gebruikt. Als u vervolgens de aangepaste SQL naar uw klembord wilt kopiëren, klikt u op Kopiëren. ![Knop om aangepaste SQL-query te tonen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/catalog_lineage_custom_sql_button.png) Een bericht met een blauwe achtergrond betekent dat de aangepaste SQL wordt ondersteund. Een bericht met een gele achtergrond betekent dat de aangepaste SQL iets bevat dat niet wordt ondersteund, waardoor de upstream-herkomst mogelijk onvolledig is. Kaarten met velddata bevatten mogelijk geen links naar verbonden kolommen, of tonen mogelijk helemaal geen verbonden kolommen. Kaarten met kolomdetails bevatten mogelijk geen links naar velden die de kolom gebruiken, of tonen mogelijk helemaal geen velden. Als u de herkomst van een tabel onderzoekt, houdt u er dan rekening mee dat Tableau Catalog geen mogelijkheid biedt om kolominformatie in de herkomst voor tabelmetadata weer te geven die met behulp van een aangepaste SQL zijn verzameld. Als andere assets echter dezelfde tabel gebruiken en geen aangepaste SQL gebruiken, kan Tableau Catalog mogelijk informatie weergeven over de kolommen die via deze andere assets zijn ontdekt. In de volgende schermopname is de tabel factAccountOpportunityByQuarter geïndexeerd omdat deze door een databron wordt gebruikt. Omdat er echter naar wordt verwezen door een aangepaste SQL-query, is de kolominformatie niet beschikbaar. ![Tabelgegevens over de afstamming van een tabel worden weergegeven, waarbij het detail wordt gehighlight dat aangeeft dat deze tabel geen kolommen heeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/catalog_lineage_custom_sql.png) In het geval dat meer dan één databron, werkmap of flow een tabel gebruikt, worden alle assets downstream van de tabel die een aangepaste SQL-query gebruikt, uitgesloten wanneer filters op kolomniveau worden toegepast. Hierdoor worden er minder downstream-assets in de herkomst weergegeven dan er daadwerkelijk worden gebruikt. Zie "Herkomst gebruiken voor impactanalyse" in de [Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/dm_lineage.htm) of Help bij [Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/dm_lineage.htm) voor meer informatie over het gebruiken van herkomst. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Verbinding maken met uw data Voordat u een weergave kunt opbouwen en uw data kunt analyseren, moet u Tableau Desktop Public eerst verbinden met uw data.Tableau Desktop Public ondersteunt de mogelijkheid om verbinding te maken met een grote verscheidenheid aan data, opgeslagen op verschillende locaties.Uw data kunnen bijvoorbeeld op uw computer worden opgeslagen in een spreadsheet of een tekstbestand, of in een big data-, relationele of kubusvormige (multidimensionale) database op een server in uw onderneming.Of u kunt verbinding maken met data uit het openbare domein die beschikbaar zijn op internet, zoals informatie van het Census Bureau van de VS, of met een databasebron in de cloud, zoals Google Analytics, Amazon Redshift of Salesforce.Bekijk de trainingsvideo [Verbinding maken met data met Tableau Desktop](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/tutorials/on-demand/connecting-data-tableau-desktop?playlist=509089) (3 minuten) voor een visuele uitleg van dit proces. Vanaf 2019.3 is Tableau Catalog beschikbaar als onderdeel van het Databeheer\-aanbod voor Tableau Server en Tableau Cloud.Wanneer Tableau Catalog is ingeschakeld in uw omgeving, kunt u niet alleen verbinding maken met gepubliceerde databronnen, maar ook met databases en tabellen van Tableau Server op het deelvenster Verbinding maken in Tableau Desktop.Zie 'Over Tableau Catalog' in de Help van [Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/dm_catalog_overview.htm) of [Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/dm_catalog_overview.htm) voor meer informatie over Tableau Catalog.Vanaf 2021.4 bevat Databeheer virtuele verbindingen, een centraal toegangspunt tot data.Zie 'Over virtuele verbindingen en databeleid' in de Help bij [Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/dm_vconn_overview.htm) of [Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/dm_vconn_overview.htm) voor meer informatie. Zie [Met Tableau Desktop verbinding maken met data](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/tutorials/on-demand/connecting-data-tableau-desktop?playlist=509089) voor gerelateerde bronnen en video's. ## Tableau Desktop Wanneer u Tableau Desktop start, worden de voor u beschikbare dataconnectors vermeld op het deelvenster **Verbinding maken**, het linkerdeelvenster op de **Startpagina**.Onder Zoek naar data selecteert u Tableau Server om data te vinden met behulp van Tableau Server of Tableau Cloud.Vervolgens worden de bestandstypes vermeld, gevolgd door veelgebruikte servertypes of servers waarmee u onlangs verbinding hebt gemaakt.Klik op **Meer** om de volledige lijst met dataconnectors te bekijken die u kunt gebruiken. Voor ondersteunde bestanden en databases biedt Tableau native connectors die zijn gebouwd en geoptimaliseerd voor dat soort data.Als uw bestands- of databasetype wordt vermeld onder Verbinding maken, gebruikt u deze native connector om verbinding te maken met uw data.Als uw bestands- of databasetype niet in de lijst staat, hebt u mogelijk de optie om uw eigen verbinding te maken met behulp van Andere databases (JDBC), Andere databases (ODBC), een Web Data Connector of een Connector-plug-in die is gebouwd met behulp van de Tableau Connector SDK.Tableau biedt beperkte ondersteuning voor verbindingen die u met deze opties maakt. Welke dataconnectors door uw exemplaar van Tableau Desktop worden ondersteund, wordt bepaald door de versie die u hebt gekocht.Zie de lijst met [dataconnectors](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/exampleconnections_overview.htm) op de Tableau-website voor meer informatie.Nadat u verbinding hebt gemaakt met data kunt u de verbindingen opslaan, zodat ze onder de sectie **Opgeslagen databronnen** op het deelvenster **Verbinding maken** worden weergegeven. Voor elke dataverbinding die u wilt maken, geeft u verschillende gegevens op.Voor de meeste dataverbindingen moet u bijvoorbeeld een servernaam en uw aanmeldingsgegevens opgeven.Met sommige dataverbindingen kunt u de instructies voor [Initiële SQL uitvoeren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/connect_basic_initialsql.htm) gebruiken en voor SSL ingeschakelde servers vereisen dat u het selectievakje SSL vereisen aanvinkt wanneer u verbinding maakt.In de volgende secties wordt de specifieke informatie besproken die u moet opgeven voor elk type data waarmee u verbinding wilt maken. **Tip:** U kunt snel een databron in Tableau maken door data te kopiëren en te plakken via het klembord.Zie [Een databron maken of een nieuwe verbinding toevoegen met klemborddata](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/clipboard_datasource.htm) voor meer informatie. ## Een nieuwe connector aanvragen Als Tableau geen native (ingebouwde) connector voor uw data hebt, kunt u overwegen er een aan te vragen via Tableau Community.Gebruik [Ideeën](https://community.tableau.com/community/ideas) op Community om naar uw connector te zoeken en te zien of deze is aangevraagd, en als dat zo is, stem er dan op.Als de connector niet in de lijst staat, voeg deze dan toe.Tableau beoordeelt Ideeën op Community regelmatig om te helpen bepalen welke functies aan het product moeten worden toegevoegd. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Vereisten en overwegingen voor het gebruik van Data uitleggen Data uitleggen is altijd beschikbaar voor auteurs in Tableau Desktop. Voor Tableau Cloud en Tableau Server: wanneer Data uitleggen is ingeschakeld voor een site, kunnen Creators en Explorers met de juiste machtigingen Data uitleggen uitvoeren bij het bewerken van een werkmap. Alle gebruikers met de juiste machtigingen kunnen Data uitleggen in de weergavemodus uitvoeren in gepubliceerde werkmappen. Zie [Toegang tot Data uitleggen beheren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_control_access.htm) voor meer informatie. ## Wat maakt een visualisatie een goede kandidaat voor Data uitleggen? Data uitleggen werkt het beste bij visualisaties die een diepgaandere verkenning en analyse vereisen, in plaats van bij beschrijvende visualisaties in infographic-stijl die samengevatte data weergeven. - Data op rijniveau is nodig om Data uitleggen modellen van uw data te laten maken en uitleg te genereren. Visualisaties met onderliggende data op rijniveau, waarbij relaties kunnen bestaan in niet-gevisualiseerde velden, zijn goede kandidaten voor het uitvoeren van Data uitleggen. - Visualisaties op basis van vooraf geaggregeerde data zonder toegang tot data op rijniveau zijn niet ideaal voor de statistische analyses die Data uitleggen uitvoert. ## Welke data werkt het beste voor Data uitleggen? Wanneer u Data uitleggen in een werkblad gebruikt, houd er dan rekening mee dat Data uitleggen werkt met het volgende: - **Alleen afzonderlijke markeringen**: Data uitleggen analyseert afzonderlijke markeringen. Meervoudige markeringsanalyse wordt niet ondersteund. - **Geaggregeerde data**: de weergave moet één of meerdere meetwaarden bevatten die worden geaggregeerd met behulp van SUM, AVG, COUNT of COUNTD. Er moet minimaal één dimensie in de weergave aanwezig zijn. - **Alleen enkele databronnen**: de data moeten afkomstig zijn uit één primaire databron. Data uitleggen werkt niet met gemengde of kubusdatabronnen. Houd bij het voorbereiden van een databron voor een werkmap rekening met de volgende overwegingen als u Data uitleggen wilt gebruiken tijdens de analyse. - Gebruik een databron met onderliggende data die voldoende breed is. Een ideale dataset bestaat uit minimaal 10-20 kolommen en daarnaast nog één of meerdere geaggregeerde meetwaarden die moeten worden uitgelegd. - Geef kolommen (velden) namen die gemakkelijk te begrijpen zijn. - Verwijder overbodige kolommen en datavoorbereidingsartefacten. Zie [Velden wijzigen die worden gebruikt voor statistische analyse](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/explain_data_lm_status.htm#IncludeExcludeFields) voor meer informatie. - Verwijder geen niet-gevisualiseerde kolommen uit de databron. Data uitleggen houdt rekening met velden in de onderliggende data bij het analyseren van een markering. - Dimensies met een lage kardinaliteit werken beter. De uitleg van een categorische dimensie is gemakkelijker te interpreteren als de kardinaliteit ervan niet te hoog is (< 20 categorieën). Dimensies met meer dan 500 unieke waarden komen niet in aanmerking voor analyse. - Het is niet de bedoeling om data vooraf te aggregeren. Als de databron echter zeer groot is, kunt u overwegen om de data vooraf te aggregeren tot een passend detailniveau. - Gebruik extracten van livedatabronnen. Extracten worden sneller uitgevoerd dan livedatabronnen. Bij livedatabronnen kan het proces van het creëren van uitleg veel query's opleveren (ongeveer één query per mogelijke uitleg). Hierdoor kan het langer duren om een uitleg te genereren. ## Situaties waarin Data uitleggen niet beschikbaar is Soms is Data uitleggen niet beschikbaar voor een geselecteerde markering, afhankelijk van de kenmerken van de databron of de weergave. Als Data uitleggen de geselecteerde markering niet kan analyseren, zijn het pictogram voor Data uitleggen en de opdracht contextmenu niet beschikbaar.
Data uitleggen kan niet worden uitgevoerd in weergaven die het volgende gebruiken:
  • Kaartcoördinatenfilters
  • Gecombineerde databronnen
  • Databronnen met parameters
  • Databronnen die de syntaxis COUNTD of COUNT(DISTINCT ...) niet ondersteunen, zoals Access.
  • Filters voor geaggregeerde meetwaarden
  • Gedesaggregeerde meetwaarden

Data uitleggen kan niet worden uitgevoerd als u het volgende selecteert:

  • Meerdere markeringen
  • As
  • Legenda
  • Eindtotaal
  • Trendlijn of referentielijn
  • Een markering in een weergave die een zeer laag aantal markeringen bevat
Data uitleggen kan niet worden uitgevoerd als de meetwaarde die voor een uitleg moet worden gebruikt:
  • niet wordt geaggregeerd met behulp van SUM, AVG, COUNT, COUNTD;
  • een tabelberekening is;
  • wordt gebruikt in meetwaarden.

Data uitleggen kan geen uitleg bieden voor een dimensie wanneer deze het volgende is:

  • Een berekend veld
  • Een parameter
  • Gebruikt in Namen van meetwaarden en Meetwaarden
  • Een veld met meer dan 500 unieke waarden. Dimensies met meer dan 500 unieke waarden komen niet in aanmerking voor analyse.
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Vergelijking van de functies van Tableau Desktop Public Edition, Free Edition en Professional Edition Deze gids geeft een overzicht van de verschillen tussen Tableau Desktop Public Edition, Free Edition en Tableau Desktop Professional Edition (geactiveerd met een Tableau-licentie). > [!TIP] > > op de Tableau-[prijspagina](https://www.tableau.com/nl-nl/pricing) vindt u meer informatie over de prijsopties voor Tableau-licenties. U kunt met alle drie edities van Tableau Desktop uw data verkennen en visualiseren, maar elke editie heeft zijn eigen kenmerken. Kies uw editie op basis van wat u met uw datavisualisaties wilt doen. ## Wie moet Tableau Desktop Public Edition gebruiken? > [!IMPORTANT] > > **Belangrijk**: Tableau Desktop Public Edition is niet bedoeld voor commercieel gebruik. **Opmerking:** de ondersteuning is beperkt tot deze aanvullende bronnen: de online kennisbank, documentatie en communityforums. Zie [Technische ondersteuningsprogramma's](https://www.tableau.com/nl-nl/support/services) op de Tableau-website voor meer informatie over ondersteuningsservices. Tableau Desktop Public Edition biedt gebruikers de volgende mogelijkheden: - Leren hoe Tableau wordt gebruikt - Maar liefst 15 miljoen rijen aan data analyseren - Dataverhalen vertellen met behulp van openbare datasets - Openbare informatie uitzenden of openbare visualisaties insluiten op hun eigen sites ## Voor wie is Tableau Desktop Free Edition bedoeld? **Opmerking:** de ondersteuning is beperkt tot deze aanvullende bronnen: de online kennisbank, documentatie en communityforums. Zie [Technische ondersteuningsprogramma's](https://www.tableau.com/nl-nl/support/services) op de Tableau-website voor meer informatie over ondersteuningsservices. Met Tableau Desktop Free Edition kunnen individuele gebruikers en bedrijven het volgende doen: - Werken met data en assets die niet openbaar gepubliceerd of met anderen gedeeld kunnen worden - Verbinding maken met databronnen die niet worden ondersteund door Tableau Public - Data analyseren met meer dan 15 miljoen rijen - Werken met andere livedata dan Google Drive ## Voor wie is Tableau Desktop Professional Edition bedoeld? Door Tableau Desktop Professional Edition te activeren met een betaalde Tableau-licentie, kunnen individuele gebruikers of bedrijven het volgende doen: - Verbinding maken met Tableau Server of Tableau Cloud - Data en inhoud delen en publiceren ## Vergelijkingsgids
Functies en mogelijkhedenTableau Desktop Public Edition Tableau Desktop Free EditionTableau Desktop Professional Edition
Privacy en beveiligingEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau DesktopEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau DesktopEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau Desktop
Visualisaties lokaal opslaanEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau DesktopEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau DesktopEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau Desktop
Automatisch herstelEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau DesktopEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau DesktopEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau Desktop
Visualisaties publiceren of insluiten op andere openbare sitesEen x-pictogram geeft aan welke functies niet van toepassing zijn op elke versie van Tableau Desktop

* Insluitopties beschikbaar na publicatie naar Tableau Public

Een x-pictogram geeft aan welke functies niet van toepassing zijn op elke versie van Tableau DesktopEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau Desktop
Visualisaties publiceren naar Tableau PublicEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau DesktopEen x-pictogram geeft aan welke functies niet van toepassing zijn op elke versie van Tableau DesktopEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau Desktop
Visualisaties publiceren naar Tableau Cloud of Tableau ServerEen x-pictogram geeft aan welke functies niet van toepassing zijn op elke versie van Tableau DesktopEen x-pictogram geeft aan welke functies niet van toepassing zijn op elke versie van Tableau DesktopEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau Desktop
Werkmappakketten delen met andere gebruikersEen x-pictogram geeft aan welke functies niet van toepassing zijn op elke versie van Tableau DesktopEen x-pictogram geeft aan welke functies niet van toepassing zijn op elke versie van Tableau DesktopEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau Desktop
LivedatavernieuwingBeperkte datavernieuwing

(Alleen Google Drive. Data worden elke 24 uur automatisch vernieuwd.)

Een vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau DesktopEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau Desktop
DatabronnenBeperkte databronopties

(Google Drive, JSON-bestanden, Microsoft Excel 2007 of hoger, OData, PDF, ruimtelijke bestanden, statistische bestanden, tekstbestanden)

Een vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau Desktop

* Gepubliceerde databronnen worden niet ondersteund op Tableau Cloud of Tableau Server.

Een vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau Desktop

(Kan verbinding maken met alle databronnen)

DatabronrijenEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau Desktop

15 miljoen rijen

Een vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau Desktop

Onbeperkt

Een vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau Desktop

Onbeperkt

CloudopslagEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau Desktop

10 GB op Tableau Public

Een x-pictogram geeft aan welke functies niet van toepassing zijn op elke versie van Tableau DesktopEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau Desktop

Tableau Cloud en Tableau Server indien van toepassing

Lokale opslagEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau DesktopEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau DesktopEen vinkje geeft aan welke functies van toepassing zijn op elke versie van Tableau Desktop
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Verhalen In Tableau bevat een **verhaal** een reeks visualisaties die samenwerken om informatie over te brengen. U kunt verhalen creëren om een dataverhaal te vertellen, context te bieden, te laten zien hoe beslissingen verband houden met resultaten of gewoon om een overtuigend betoog te houden. Een verhaal is een werkblad. Dus de methoden die u gebruikt om werkbladen en dashboards te maken, een naam te geven en te beheren, zijn ook van toepassing op verhalen (zie [Werkmappen en bladen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environ_workbooksandsheets.htm) voor meer informatie). Tegelijkertijd is een verhaal ook een verzameling vellen papier, gerangschikt in een bepaalde volgorde. Elk afzonderlijk blad in een verhaal heet een **verhaalpunt**. Wanneer u een verhaal deelt, bijvoorbeeld door een werkmap te publiceren op Tableau Public, Tableau Server of Tableau Cloud, kunnen gebruikers het verhaal gebruiken om nieuwe bevindingen te onthullen of nieuwe vragen aan de data te stellen. ![Een Tableau-verhaal.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_intro_750x510.png) **Opmerking:** Verhalen ondersteunen geen dynamische functies, zoals zichtbaarheid van zones, astitels of asbereiken. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Verschillen tussen relaties en joins Relaties zijn een dynamische, flexibele manier om data uit meerdere tabellen te combineren voor analyse. U definieert geen join-typen voor relaties, dus u zult geen Venndiagram zien wanneer u deze maakt. U kunt een relatie zien als een contract tussen twee tabellen. Wanneer u een visualisatie bouwt met velden uit deze tabellen, haalt Tableau data uit deze tabellen binnen met behulp van dat contract om een query met de juiste joins te bouwen. - **Geen join-type vooraf**. U hoeft alleen maar overeenkomende velden te selecteren om een relatie te definiëren ([geen join-typen](#WhereAreJoins)). Tableau probeert eerst de relatie tot stand te brengen op basis van bestaande sleutelbeperkingen en overeenkomende veldnamen. Vervolgens kunt u controleren of dit inderdaad de velden zijn die u wilt gebruiken, of dat u meer veldparen wilt toevoegen om beter te definiëren hoe de tabellen aan elkaar gerelateerd moeten worden. - **Automatisch en contextgevoelig**. Relaties stellen joins uit naar de tijd en context van de analyse. Tableau selecteert join-typen automatisch op basis van de velden die in de visualisatie worden gebruikt. Tijdens de analyse past Tableau de join-typen op intelligente wijze aan en blijft het oorspronkelijke detailniveau in uw data behouden. U kunt aggregaties op het detailniveau van de velden in uw visualisatie zien, zonder dat u hoeft na te denken over de onderliggende joins. U hoeft geen LOD-expressies zoals FIXED te gebruiken om data in gerelateerde tabellen te dedupliceren. - **Flexibel**. Relaties kunnen veel-op-veel zijn en volledige buitenste joins ondersteunen. Wanneer u tabellen combineert met behulp van relaties, is het alsof u voor elk visualisatie een aangepaste, flexibele databron maakt, allemaal in één databron voor de werkmap. Omdat Tableau alleen query's uitvoert op tabellen die nodig zijn op basis van velden en filters in een visualisatie, kunt u een databron samenstellen die voor diverse analyseflows kan worden gebruikt. Zie [Uw data relateren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/relate_tables.htm) en [Laat u niet afschrikken door relaties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_dont_be_scared.htm) voor meer informatie. > [!TIP] > > **Joins zijn nog steeds beschikbaar als optie voor het combineren van uw data**. Dubbelklik op een logische tabel om naar het join-canvas te gaan. Zie [Waar zijn de joins gebleven?](#WhereAreJoins) voor meer informatie. **Bekijk een video**: Bekijk deze video van 5 minuten voor een inleiding tot het gebruik van relaties in Tableau. **Opmerking**: De interface voor het bewerken van relaties die in deze video wordt getoond, wijkt mogelijk enigszins af van de huidige versie, maar heeft dezelfde functionaliteit. Zie ook videopodcasts over relaties van [Actieanalyses](https://action-analytics.com/library/), zoals [Waarom heeft Tableau relaties uitgevonden?](https://action-analytics.com/ep-1-why-did-tableau-invent-relationships/) Klik op Videopodcast in de [Bibliotheek](https://action-analytics.com/library/) om meer te zien. In de volgende Tableau-blogposts vindt u meer relevante informatie over hoe relatiequery's werken: - [Relaties, deel 1: Introductie van nieuwe datamodellering in Tableau (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) - [Relaties, deel 2: Tips en trucs (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-2-tips-and-tricks) - [Relaties, deel 3: Vragen stellen over meerdere gerelateerde tabellen (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/6/relationships-part-3-asking-questions-across-multiple-related-tables) ## Kenmerken van relaties en joins Relaties zijn een dynamische, flexibele manier om data uit meerdere tabellen te combineren voor analyse. Wij adviseren om relaties als eerste aanpak te gebruiken bij het combineren van uw data, omdat dit de voorbereiding en analyse van data eenvoudiger en intuïtiever maakt. [Gebruik joins alleen als het echt nodig is](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_datamodel_faq.htm#can-i-use-joins-between-logical-tables). Hier volgen enkele voordelen van het gebruik van relaties om tabellen te combineren: - Uw databron is eenvoudiger te definiëren, wijzigen en hergebruiken. - Het is eenvoudiger om data uit meerdere tabellen op het juiste detailniveau (LOD) te analyseren. - Er zijn geen LOD-expressies of LOD-berekeningen vereist voor analyse op verschillende detailniveaus. - Query's worden alleen uitgevoerd op data uit tabellen met velden die in de huidige visualisatie worden gebruikt. ### Relaties - Worden weergegeven als flexibele noedels tussen logische tabellen - Vereisen dat u overeenkomende velden tussen twee logische tabellen selecteert - Vereisen niet dat u een join-type moet selecteren - Maken alle rij- en kolomdata uit gerelateerde tabellen mogelijk beschikbaar in de databron - Handhaven het detailniveau van elke tabel in de databron en tijdens de analyse - Maken onafhankelijke domeinen op meerdere detailniveaus. Voegen tabellen niet samen in de databron. - Maken tijdens de analyse automatisch de juiste joins, op basis van de gebruikte velden. - Dupliceren geen geaggregeerde waarden (wanneer prestatieopties zijn ingesteld op Veel-op-veel) - Behouden niet-overeenkomende meetwaarden (wanneer prestatieopties zijn ingesteld op Sommige records komen overeen) ### Joins Joins zijn een meer statische manier om data te combineren. Joins moeten vooraf, vóór de analyse, tussen fysieke tabellen worden gedefinieerd en kunnen niet worden gewijzigd zonder dat dit gevolgen heeft voor alle bladen die de betreffende databron gebruiken. Joins voegen tabellen altijd samen tot één tabel. Hierdoor ontbreken soms niet-overeenkomende waarden in samengevoegde data, of worden geaggregeerde waarden gedupliceerd. - Worden weergegeven met Venndiagrampictogrammen tussen fysieke tabellen - Vereisen dat u join-typen en join-componenten selecteert - Joins voegen fysieke tabellen samen tot één logische tabel met een vaste combinatie van data - Kunnen niet-overeenkomende meetwaarden kwijtraken - Kunnen geaggregeerde waarden dupliceren wanneer velden zich op verschillende detailniveaus bevinden - Ondersteunen scenario's waarvoor één datatabel nodig is, zoals extractfilters en aggregatie ## Vereisten voor het gebruik van relaties - Bij het relateren van tabellen moeten de velden die de relaties definiëren hetzelfde datatype hebben. Als u het datatype op de pagina Databron wijzigt, wordt deze vereiste niet gewijzigd. Tableau gebruikt voor query's nog steeds het datatype in de onderliggende database. - U kunt geen relaties definiëren op basis van geografische velden. - Circulaire relaties worden niet ondersteund in het datamodel. - U kunt geen relaties tussen gepubliceerde databronnen definiëren. ### Factoren die de voordelen van gerelateerde tabellen beperken - Vervuilde data in tabellen kunnen de analyse met meerdere tabellen complexer maken. Dit betreft bijv. tabellen die niet zijn gemaakt met een goed gestructureerd model in gedachten en die een combinatie van meetwaarden en dimensies in meerdere tabellen bevatten. - Het gebruik van databronfilters beperkt de mogelijkheid van Tableau om join-culling op de data toe te passen. Join-culling is een term voor de manier waarop Tableau query's vereenvoudigt door onnodige joins te verwijderen. - Tabellen met veel ongeëvenaarde waarden in relaties. - In versie 2020.2 tot en met 2024.1: Meerdere feitentabellen in verband brengen met tabellen met meerdere dimensies (pogingen om gedeelde of conformerende dimensies te modelleren). In versie 2024.2 en hoger kunt u relaties op basis van meerdere feitentabellen gebruiken om deze gevallen af te handelen. Zie [Analyse op basis van meerdere feitentabellen met relaties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_datamodel.htm#multifact-analysis) en [Over datamodellen met relaties tussen meerdere feiten](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm) voor meer informatie. ## Waar zijn de joins gebleven? U kunt nog steeds joins tussen tabellen opgeven in de fysieke laag van een databron. Dubbelklik op een logische tabel om naar het Join/Vereniging-canvas in de fysieke laag te gaan en joins of verenigingen toe te voegen. Elke logische tabel op het hoogste niveau bevat ten minste één fysieke tabel. Open een logische tabel om de fysieke tabellen te bekijken, bewerken of er joins tussen te maken. Klik met de rechtermuisknop op een logische tabel en klik vervolgens op Openen. U kunt ook dubbelklikken op de tabel om deze te openen. ![Datamodel met twee joins.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_singletable_joins.gif) Wanneer u een databron maakt, bestaat deze uit twee lagen. De bovenste laag is de logische laag van de databron. U combineert data tussen tabellen in de logische laag met behulp van relaties. De volgende laag is de fysieke laag van de databron. U combineert data tussen tabellen in de fysieke laag met joins. Zie [Logische en fysieke tabellen in het datamodel](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_datamodel.htm) voor meer informatie. ![Een datamodeldiagram toont een logische laag met twee tabellen die via een relatie met elkaar zijn verbonden, en een fysieke laag die aangeeft hoe de logische tabellen zijn opgebouwd uit fysieke tabellen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_layers_sm.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Versnellers gebruiken om data snel te visualiseren Tableau-versnellers zijn kant-en-klare dashboards die zijn ontworpen om u te helpen een vliegende start te maken met data-analyse. Versnellers zijn op maat gemaakt voor toepassingen in specifieke branches en ondernemingen. Ze zijn gebouwd met voorbeelddata die u kunt vervangen door uw eigen informatie, zodat u met een minimale configuratie inzichten krijgt. ![Een voorbeeld van een versneller](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accelerator_example.png) Salesforce Sales Cloud Pipeline-versneller ## Waar kunt u versnellers vinden? U hebt toegang tot de volledige set met versnellers op [Tableau Exchange](https://exchange.tableau.com) en in Tableau Desktop. Bovendien zijn bepaalde versnellers beschikbaar voor gebruik wanneer u een werkmap maakt in Tableau Cloud. ### Op de Tableau Exchange-website 1. Ga naar de [pagina Versnellers](https://exchange.tableau.com/accelerators) op de Tableau Exchange-website. Pas een filter toe om te zoeken naar versnellers die van toepassing zijn op een bepaalde branche of die verbinding maken met een bepaald type data. 2. Meld u aan bij de Tableau Exchange-website. Als u geen account hebt, moet u eerst een account maken. 3. Wanneer u een versneller vindt die u wilt gebruiken, selecteert u Downloaden om het TWBX-bestand op te halen. Omdat versnellers eenvoudigweg verpakte werkmappen zijn, kunt u het gedownloade bestand openen in Tableau Desktop of uploaden naar uw site op Tableau Cloud of naar Tableau Server. Zie [Werkmappen uploaden naar een Tableau-site](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/upload.htm) voor informatie over het uploaden van werkmappen. ### In Tableau Desktop 1. Selecteer Meer versnellers op de startpagina in Tableau Desktop. ![Versnellers op de startpagina](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accelerator_desktop_more.png) 2. De versnellers in deze lijst zijn dezelfde als die op de Tableau Exchange-website, met als extra handigheid dat u de versnellers kunt openen zonder Tableau Desktop te verlaten. 3. Wanneer u een versneller vindt die u wilt gebruiken, selecteert u Openen om ermee aan de slag te gaan. ### In Tableau Cloud Er is een beperkt aantal versnellers beschikbaar wanneer u een werkmap maakt in Tableau Cloud. Deze versnellers maken verbinding met cloudgebaseerde data zoals Salesforce, ServiceNow ITSM, LinkedIn Sales Navigator, Marketo en Oracle Eloqua. 1. Als u een Creator bent in Tableau Cloud, ga dan naar de startpagina of de pagina Verkennen en selecteer achtereenvolgens de knop Nieuw en Werkmap. ![Knopopties maken](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/jumpstarts_new_workbook.png) **Opmerking**: sitebeheerders hebben ook toegang tot versnellers vanaf de startpagina, onder de sectie met de naam Versnellers. 2. Selecteer Versneller bovenaan het venster 'Verbinding maken met data' om door de versnellers te bladeren waarmee u verbinding kunt maken via Tableau Cloud. U kunt ook extra versnellers vanuit Tableau Exchange uploaden naar Tableau Cloud en ze gebruiken zoals in Tableau Desktop. Volg hierbij wel de instructies voor Tableau Desktop om uw data in de versneller te krijgen, en niet de instructies voor Tableau Cloud. ## Een versneller gebruiken voor Tableau Exchange Volg de instructies in dit gedeelte om een versneller te gebruiken die is gedownload van de Tableau Exchange-website of die u hebt geopend vanuit Tableau Desktop. Zie [Gebruik een versneller direct in Tableau Cloud](#Create) voor instructies over het gebruik van versnellers wanneer u een werkmap maakt in Tableau Cloud. ### Uw data toevoegen aan de versneller in Tableau Desktop #### Gebruik de Data Mapper Datamapping werd in 2023.1 geïntroduceerd voor een beperkt aantal versnellers in Tableau Desktop. Vanaf 2023.2 doet de Data Mapper nu het volgende: - Uw selecties worden opgeslagen als u ze sluit, zodat u verder kunt gaan waar u was gebleven - U kunt schakelen tussen verschillende verbonden databronnen - Biedt ondersteuning voor een groter aantal versnellers De Data Mapper helpt u om verbinding te maken met data en de velden in uw data toe te wijzen aan de velden die nodig zijn voor de versneller. Als de versneller die u hebt gedownload de Data Mapper ondersteunt, verschijnt er een prompt om u op weg te helpen. Selecteer het filter om versnellers te vinden die de Data Mapper ondersteunen Datamapping ingeschakeld op de [Tableau Exchange-website](https://exchange.tableau.com/accelerators). Voor versnellers die de Data Mapper niet ondersteunen volgt u de instructies in de volgende sectie voor [Uw data handmatig toevoegen](#manual). Wanneer u een versneller opent die de Data Mapper ondersteunt, wordt de Data Mapper geopend. 1. Selecteer Aan de slag. Als u de Data Mapper sluit, kunt u deze op elk gewenst moment opnieuw openen door vanuit het menu Data de optie Data Mapper openen te kiezen. 2. Als u al verbinding heeft met data, selecteert u de databron die u wilt gebruiken voor het in kaart brengen. Anders selecteert u Verbinding maken met data en vervolgens het bestand of de cloudgebaseerde data die u met de versneller wilt gebruiken. 3. Voor niet-gepubliceerde databronnen met meer dan één tabel moet u data aan het canvas toevoegen zodat Tableau toegang heeft tot de velden. Als u een prompt ziet om uw data in te stellen, sleept u een of meer tabellen of werkbladen naar het canvas voor de databron. De data die u toevoegt, zijn beschikbaar voor toewijzing aan de versneller. ![Canvas voor databron](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accelerator_data_source.gif) Zie [Relaties gebruiken voor data-analyse met meerdere tabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_multitable_normalized.htm) voor meer informatie over het bouwen van een databron. 4. Nadat u uw data hebt toegevoegd, verschijnen uw velden in de kolom Naar op de Data Mapper. Selecteer voor elk veld van de versneller (Van) een veld van hetzelfde datatype uit uw eigen data (Naar). Beweeg de muis over de velden om details te bekijken. - Als u merkt dat een veld in uw data is gemarkeerd als het verkeerde type, wijzigt u het [datatype](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_datatypes.htm) zodat het in kaart kan worden gebracht. - Als u de databron wilt wijzigen die u naar de versneller brengt, selecteert u de naam van de databron achter de optie Naar. Vervolgens selecteert u een andere verbonden databron, of Nieuwe databron. Als u van databron wisselt, worden alle selecties gewist die u voor individuele velden hebt gemaakt. ![Selectiescherm voor de Data Mapper](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_mapper.png) 5. De indicator linksonder in de Data Mapper geeft aan hoeveel velden u hebt toegewezen. Nadat u uw opdrachten hebt voltooid, selecteert u Data vervangen. Alle velden die u niet-toegewezen laat, zorgen ervoor dat de dashboards die deze velden gebruiken, niet werken. Dit komt omdat alle voorbeelddata uit de versneller worden verwijderd wanneer u de data vervangt. 6. De voorbeelddata in de versneller worden vervangen door uw data. Voordat u de Data Mapper sluit, controleert u de dashboards om er zeker van te zijn dat de data in kaart zijn gebracht zoals u had verwacht. Als u problemen opmerkt met de data, selecteert u Wijzigingen maken om terug te keren naar de toewijzingspagina. Breng uw wijzigingen aan en vervang de data vervolgens opnieuw. Vanaf Tableau Desktop 2023.2 geldt dat als u wijzigingen wilt maken nadat u de Data Mapper hebt gesloten, u de optie Data > Data Mapper openen moet kiezen om uw selecties te verfijnen. In Tableau Desktop 2023.1 blijven de selecties die u hebt gemaakt, niet bestaan, en als u de Data Mapper opnieuw opent, moet u het hele proces van het toevoegen van een databron en het maken van toewijzingen voor elk veld herhalen. #### Uw data handmatig toevoegen Er zijn twee methoden om uw data aan de versneller toe te voegen: vervang de databron door een nieuwe databron (methode 1) of voeg een nieuwe verbinding toe aan de bestaande databron (methode 2). | Methode 1: Databron vervangen | Methode 2: Nieuwe verbinding toevoegen | | --- | --- | | Werkt met databronnen die meer dan één tabel bevatten. | Databronnen mogen slechts één fysieke tabel bevatten. | | Hiermee kun u de veldnamen wijzigen zodat ze overeenkomen met die van de versneller. | De veldnamen in uw databron moeten overeenkomen met de velden in de versneller. | | Behoudt de mappenstructuur in de versneller niet. | Behoudt de mappenstructuur, waardoor de velden die door de versneller worden gebruikt, overzichtelijk blijven. | #### Methode 1: De databron vervangen Gebruik deze methode als u een databron met meerdere tabellen toevoegt. 1. Selecteer Data > Nieuwe databron terwijl de versneller geopend is in Tableau Desktop. ![Het menu Data](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accelerator_new_datasource.png) 2. Maak verbinding met de data die u wilt gebruiken. Zie [Verbinding maken met de data](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/basicconnectoverview.htm) voor meer informatie. Als u een Salesforce-versneller gebruikt, zorg er dan voor dat uw account API-toegang heeft tot uw Salesforce-exemplaar. 3. Ga naar het tabblad Databron en sleep de gewenste tabellen naar het canvas om uw nieuwe databron samen te stellen. Zie [Relaties gebruiken voor data-analyse met meerdere tabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_multitable_normalized.htm) voor meer informatie. 4. Open een dashboard en selecteer vervolgens het pictogram Ga naar blad voor een van de weergegeven bladen. ![De knop Ga naar blad](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accelerator_go_to_sheet.png) Deze stap is nodig omdat u alleen de data van een werkblad kunt vervangen, niet die van een dashboard of storytabblad. Zie [Werkmappen en bladen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/environ_workbooksandsheets.htm) voor meer informatie over de typen werkbladen in een werkmap. 5. Selecteer Data > Databron vervangen. Zie [Databronnen vervangen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/connect_basic_replace.htm) meer informatie. ![Het menu Data](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accelerator_replace_datasource.png) 6. Selecteer onder de optie Vervanging de databron die u hebt toegevoegd, en selecteer vervolgens OK. 7. Klik in het deelvenster Data met de rechtermuisknop op de oorspronkelijke databron en selecteer vervolgens Sluiten. Zie [Databronnen sluiten](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/close_connection.htm) voor meer informatie. ![Het menu Databron](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accelerator_datasource_close.png) #### Verbroken referenties herstellen Als de nieuwe databron niet dezelfde veldnamen heeft als het origineel, zullen delen van de versneller leeg zijn. Vervang de verbroken referenties zodat ze de juiste velden uit uw nieuwe databron gebruiken. 1. Open een dashboard en selecteer vervolgens het pictogram Ga naar blad voor een van de weergegeven bladen. ![De knop Ga naar blad](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accelerator_go_to_sheet.png) 2. Ga naar het deelvenster Data en identificeer de vereiste velden voor de versneller. De pagina Versneller op [Tableau Exchange](https://exchange.tableau.com) moet deze velden vermelden in het beschrijvingsgedeelte. 3. Vervang de veldreferenties voor alle velden die zijn gemarkeerd met een rood uitroepteken. - Klik hiervoor met de rechtermuisknop op de veldnaam en selecteer Referenties vervangen.... Selecteer vervolgens de juiste veldnaam uit de lijst. - Zie [Veldreferenties vervangen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/howto_connect.htm#replace-field-references) voor meer informatie. ![Indicator voor verbroken referentie](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accelerator_broken_references.png) #### Methode 2: De databron bewerken Gebruik deze methode als u een databron hebt met slechts één fysieke tabel die de fysieke tabel in de versneller direct kan vervangen. 1. Open de versneller in Tableau Desktop en selecteer het tabblad Databron. ![Het tabblad Databron](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accelerator_datasource_tab.png) 2. Selecteer de optie Toevoegen, naast Verbindingen. Maak verbinding met de data die u wilt gebruiken. Zie [Verbinding maken met de data](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/basicconnectoverview.htm) voor meer informatie. ![Verbinding toevoegen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accelerator_add_datasource.png) 3. Ga naar het canvas voor de databron en dubbelklik op de logische tabel om de fysieke tabel te openen. Zie [Lagen van het datamodel](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/datasource_datamodel.htm#layers-of-the-data-model) voor informatie over logische en fysieke tabellen. ![Logische tabel van de databron](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accelerator_table.png) 4. Sleep de tabel uit de databron die u hebt toegevoegd en zet deze neer op de bestaande fysieke tabel om de voorbeelddata te vervangen. Uw databron mag slechts één fysieke tabel zijn. ![Nieuwe tabel slepen om fysieke tabel te vervangen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accelerator_table_replace.png) 5. Klik onder verbindingen met de rechtermuisknop op de verbinding voor de voorbeelddata en selecteer vervolgens Verwijderen. ![Verbinding verwijderen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accelerator_connection_remove.png) ## Gebruik een versneller direct in Tableau Cloud Er is een beperkt aantal versnellers beschikbaar die u kunt gebruiken wanneer u een werkmap maakt in Tableau Cloud. Deze versnellers vragen u om rechtstreeks verbinding te maken met een cloudgebaseerde databron, in plaats van dat u data handmatig moet toevoegen. 1. Maak een nieuwe werkmap op Tableau Cloud. 2. Selecteer de optie Versneller, bovenaan in het venster Verbinding maken met data. 3. Zoek in de lijst met kant-en-klare ontwerpen een optie die de databron en bedrijfsstatistieken weerspiegelt die u nodig hebt, en selecteer Dashboard gebruiken. 4. Als u snel wilt bekijken hoe een werkmap met voorbeelddata eruitziet, selecteert u Doorgaan zonder aanmelden. Of selecteer Doorgaan om een werkmap met uw data te maken. 5. Geef een naam en omvattend project op voor de werkmap. 6. Als u ervoor kiest om een werkmap met uw data te maken, maakt u verbinding met uw databron. Terwijl Tableau een extract van uw data voorbereidt, worden er voorbeelddata weergegeven zodat u de lay-out beter leert kennen. **Opmerking:** Als u een versneller downloadt van Tableau Exchange met de bedoeling deze te uploaden naar Tableau Cloud, moet u de data vervangen door de instructies onder [Een versneller gebruiken voor Tableau Exchange](#exchange) te volgen. ## Machtigingen wijzigen om versnellers met collega's te delen Om blootstelling van vertrouwelijke data te voorkomen, zijn werkmappen voor versnellers standaard alleen zichtbaar voor auteurs en beheerders. Volg deze stappen om een versneller met uw collega's te delen: 1. Ga naar Tableau Cloud en [navigeer naar de werkmap](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/navigating.htm) voor de versneller. 2. Selecteer in de werkmap de opties Acties > Machtigingen. 3. Geef de machtiging Weergeven aan elke gebruiker of groep die u toegang wilt geven om het dashboard te bekijken. Zie [Machtigingen bewerken](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/permissions.htm) in Tableau Cloud Help voor meer informatie. ## Voorbeelddata vervangen door uw data Als u de voorbeelddata in een dashboard wilt gebruiken, kunt u deze op elk gewenst moment vervangen door uw eigen data. 1. Ga naar Tableau Cloud en [navigeer naar de werkmap](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/navigating.htm) voor de versneller. 2. Ga naar het tabblad Databronnen en selecteer de databron. Selecteer Verbinding bewerken in het menu Acties. 3. Selecteer voor verificatie de optie Ingesloten referenties in de verbinding en selecteer een bestaand gebruikersaccount of voeg een nieuw account toe. Selecteer vervolgens Opslaan. 4. Ga naar het tabblad Vernieuwingsschema's en selecteer het gewenste schema. Selecteer Nu uitvoeren in het menu Acties. ## Lichtgrijze weergaven herstellen door veldnamen te vervangen Als uw organisatie de datastructuur voor een cloudgebaseerd systeem heeft aangepast, moet u deze wijzigingen mogelijk in versnellers aanpassen nadat uw data zijn geladen. Als uw organisatie bijvoorbeeld het veld 'Account' van Salesforce heeft hernoemd naar 'Klant', moet u een overeenkomstige wijziging aanbrengen in de versnellers om grijze weergaven zoals deze te voorkomen: ![Een grijs dashboard met verkoopprestaties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/jumpstarts_grayed_out.png) Vervang de veldreferenties om de defecte velden te repareren. 1. Selecteer de optie Bewerken op het dashboard. 2. [Navigeer rechtstreeks naar het grijze blad](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/help.htm#environ_workbooksandsheets_sheets_hideshow.htm#Temporar). 3. Zoek in het deelvenster Data aan de linkerkant naar rode uitroeptekens (!) naast veldnamen. Dit geeft aan dat uw organisatie andere namen gebruikt. 4. Klik met de rechtermuisknop op elk van deze velden en selecteer Referenties vervangen.... Selecteer vervolgens de juiste veldnaam uit de lijst. ![Het contextmenu vanuit een meetwaarde uitgevouwen met de optie om referenties te vervangen gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/jumpstarts_replace_references.png) ## Lege dashboards herstellen door de standaarddatumbereiken te wijzigen Als een dashboard er helemaal leeg uitziet, is de waarschijnlijke oorzaak een standaarddatumbereik dat niet overeenkomt met de datums in uw brondata. 1. [Download de werkmap](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/help.htm#export.htm) en open deze vervolgens in Tableau Desktop. 2. Selecteer het tabblad Databron. 3. Selecteer in de linkerbovenhoek de pijl naast de naam van de databron en selecteer Verbinding bewerken. Meld u vervolgens aan. ![Het contextmenu voor een verbinding met de optie om de geselecteerde verbinding te bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/jumpstarts_empty_connection.png) 4. Geef een datumbereik op dat de datums van uw data weerspiegelt en selecteer vervolgens Verbinding maken. 5. Selecteer Server > Databron publiceren om extracten van de data bij te werken op Tableau Cloud. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Visualisatie-uitbreidingen toevoegen aan uw werkblad Visualisatie-uitbreidingen zijn webtoepassingen waarmee u de systeemeigen visuele mogelijkheden van Tableau kunt uitbreiden. Met visualisatie-uitbreidingen kunnen gebruikers met aangepaste visualisatietypen op hun werkbladen werken. Met Tableau-uitbreidingen kunt u de functionaliteit van werkbladen uitbreiden met behulp van webtoepassingen die zijn gemaakt door Tableau, Tableau Partners en externe ontwikkelaars in onze community. Zie de documentatie [Tableau-uitbreidingen-API](https://tableau.github.io/extensions-api/) op GitHub als u een ontwikkelaar bent en uw eigen uitbreidingen wilt maken. Een visualisatie-uitbreiding is vergelijkbaar met een [dashboarduitbreiding](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dashboard_extensions.htm?_gl=1*uu9rzu*_ga*MTY0NjQ4Mjc3NS4xNzA3NzcyMzUx*_ga_8YLN0SNXVS*MTcxMjE2NjcxNC41NC4xLjE3MTIxNzA1MzUuMC4wLjA.) omdat het een webtoepassingen is die gehost wordt op [Tableau Exchange.](https://exchange.tableau.com/nl-nl/) Het verschilt van een dashboarduitbreiding omdat u deze aan een werkblad toevoegt terwijl u de visualisatie maakt, in plaats van dat u deze als object aan een dashboard toevoegt. ## Een visualisatie-uitbreiding toevoegen aan een werkblad Er zijn twee manieren om een v​Visualisatie-uitbreiding aan uw werkblad toe te voegen via de kaart Markeringen. Als u deze al via Tableau Exchange hebt gedownload, kunt u de uitbreiding als een lokaal bestand toevoegen. Of u kunt de uitbreiding downloaden van Tableau Exchange tijdens het bewerken van uw visualisatie. ### Een visualisatie-uitbreiding toevoegen als een lokaal bestand Als u al een visualisatie-uitbreiding via Tableau Exchange hebt geselecteerd en gedownload, wordt deze op uw computer opgeslagen als een .trex bestand. 1. Open een Tableau-werkmap en maak verbinding met uw databron. 2. Vouw in een werkblad op de kaart Markeringen het vervolgkeuzemenu Markeringstype uit. 3. Selecteer onder visualisatie-uitbreidingen de optie Uitbreiding toevoegen. ![Vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen met de optie voor visualisatie-uitbreidingen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viz_ext_marks_AddExt.png) 4. Selecteer in het dialoogvenster Een uitbreiding toevoegen dat verschijnt de optie Toegang tot lokale visualisatie-uitbreidingen. ![Voeg een dialoogvenster Uitbreiding toe met de optie Toegang tot lokale visualisatie-uitbreidingen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viz_ext_addlocal.png) 5. Ga naar het opgeslagen .trex bestand en open het. 6. Indien u hierom wordt gevraagd, kunt u de visualisatie-uitbreiding toegang tot data in de werkmap toestaan of weigeren. De visualisatie-uitbreiding wordt in de weergave geladen en het markeringstype verandert in de naam van de visualisatie-uitbreiding. ### Een visualisatie-uitbreiding toevoegen tijdens het bewerken van uw visualisatie Als u nog geen visualisatie-uitbreiding hebt geselecteerd en gedownload, kunt u dat doen tijdens het bewerken van uw visualisatie. 1. Open een Tableau-werkmap en maak verbinding met uw databron. 2. Vouw in een werkblad op de kaart Markeringen het vervolgkeuzemenu Markeringstype uit. 3. Selecteer onder visualisatie-uitbreidingen de optie Uitbreiding toevoegen. ![Vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen met de optie voor visualisatie-uitbreidingen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viz_ext_marks_AddExt.png) 4. Selecteer in het dialoogvenster Uitbreiding toevoegen dat verschijnt de visualisatie-uitbreiding die u in uw werkblad wilt laden. In dit voorbeeld laden we een Sankey-diagram dat is gemaakt met Tableau. ![Dialoogvenster Een uitbreiding toevoegen om een uitbreiding te zoeken en toe te voegen vanuit Tableau Exchange.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viz_ext_addext.png) 5. Indien u hierom wordt gevraagd, kunt u de visualisatie-uitbreiding toegang tot data in de werkmap toestaan of weigeren. Zie Databeveiliging, Uitbreidingen met netwerkfunctionaliteit en sandbox-uitbreidingen voor meer informatie. 6. Selecteer Openen. ![Beschrijvingspagina van Tableau Exchange voor het Sankey-diagram, ontwikkeld door Tableau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viz_ext_exchange.png) De visualisatie-uitbreiding wordt in de weergave geladen en het markeringstype verandert in de naam van de visualisatie-uitbreiding. ![Vervolgkeuzemenu van de kaart Markeringen met de Sankey-uitbreiding vergroot in het gedeelte Visualisatie-uitbreidingen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viz_ext_add_sankey.png) ## De kaart Markeringen gebruiken om uw markeringen te coderen Sleep velden naar de coderingsvakken op de kaart Markeringen om de visualisatie te bouwen. De coderingsvakken voor Markering en opmaakopties worden bepaald door de ontwikkelaar. Controleer de beschrijving van de uitbreiding op Tableau Exchange voor informatie over de visualisatie-uitbreiding die u laadt. Om de Sankey-uitbreiding te gebruiken, volgt u deze coderingsinstructies: De Sankey-uitbreiding is gebouwd om specifieke codering voor uitbreidingen te gebruiken voor **Niveaus** en **Links**. Deze kunnen worden gebruikt met de ingebouwde Markering-coderingsvakken Knopinfo en Details om de Sankey op het werkblad te bouwen. - **Niveau** - Sankey-niveaus vertegenwoordigen de categorische dimensies die gerelateerd zijn aan de Sankey. In deze uitbreiding kunt u maximaal 5 discrete dimensies als niveaus opnemen. - **Link** - Sankey-links verbinden de categorieën in Sankey. Met deze codering wordt de breedte van elke link bepaald op basis van een numerieke waarde. ## Werkmapuitbreidingen beheren Vanaf Tableau 2026.2 kunt u alle uitbreidingen die in uw werkmap worden gebruikt vanaf één locatie bekijken, verwijderen of vervangen. Ga als volgt te werk om uw uitbreidingen te beheren: 1. Ga naar de werkbalk, selecteer Analyse en vervolgens Werkmapuitbreidingen beheren. ![Het vervolgkeuzemenu Analyse met verschillende instellingen en de gehighlighte optie Werkmapuitbreidingen beheren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/vizext_manageextensions.png) 2. Selecteer de uitbreiding die u wilt beheren in het dialoogvenster Werkmapuitbreidingen beheren. ![Het dialoogvenster Werkmapuitbreidingen beheren met geselecteerde Sankey-uitbreidingsdetails.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/vizext_manageextension_dialog.png) 3. Kies een van de volgende handelingen: **Verwijder de uitbreiding**: selecteer Verwijderen om de uitbreiding uit uw werkmap te verwijderen. In het dialoogvenster Werkmapuitbreidingen kunt u zien waar de uitbreiding momenteel wordt gebruikt. Wanneer u een uitbreiding verwijdert, wordt deze verwijderd uit alle werkbladen, dashboards en verhalen. Visualisaties die de uitbreiding gebruiken, veranderen in het markeringstype Automatisch op de kaart Markeringen. **Vervang de uitbreiding:** selecteer Vervangen om over te schakelen naar een andere uitbreiding. Selecteer de uitbreiding waarnaar u wilt overschakelen en selecteer vervolgens Bevestigen. Als u een uitbreiding vervangt, wordt elk exemplaar van de uitbreiding in de hele werkmap vervangen. Tableau probeert uw instellingen waar mogelijk te behouden, maar de instellingen kunnen per uitbreiding of versie verschillen. 4. Wanneer u klaar bent met het maken van updates, selecteert u OK. Opmerking: als uw werkmap geen uitbreidingen bevat, wordt in het dialoogvenster het bericht 'Geen uitbreidingen in deze werkmap' weergegeven. ## Ervoor zorgen dat uitbreidingen zijn toegestaan op Tableau Cloud Als u geen visualisatie-uitbreiding kunt toevoegen, controleer dan of uitbreidingen op uw site zijn toegestaan. Een Tableau-beheerder moet toestaan dat uitbreidingen op een site worden uitgevoerd en uitbreidingen met netwerkfunctionaliteit aan een toelatingslijst toevoegen. Beheerders mogen alleen uitbreidingen toestaan die u hebt getest en vertrouwt. Zie [Help bij Tableau: De standaardinstellingen voor een site wijzigen](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/dashboard_extensions_server.htm#change-the-default-settings-for-a-site) voor meer informatie over het toevoegen van uitbreidingen met netwerkfunctionaliteit aan een toelatingslijst. ### Databeveiliging, door Tableau vertrouwde uitbreidingen en uitbreidingen met netwerkfunctionaliteit Uitbreidingen zijn webtoepassingen die in twee standaarden beschikbaar zijn: - _Tableau Trusted-uitbreidingen_ zijn specifiek beoordeeld door en geïmplementeerd op door Tableau beheerde hosts. Denk hierbij bijvoorbeeld aan uitbreidingen die zijn ontwikkeld en beheerd door Tableau, uitbreidingen die zijn gebouwd door Tableau Exchange-partners en geïmplementeerd door de beoordelings- en hostservice voor uitbreidingen van Tableau, en aan uitbreidingen binnen onze verouderde host voor sandbox-uitbreidingen. - _Uitbreidingen met netwerkfunctionaliteit_ worden gehost door een externe host. Met deze uitbreidingen kunnen ontwikkelaars de levering van hun uitbreidingen beheren zonder tussenkomst van Tableau. Hiertoe behoren uitbreidingen die rechtstreeks door partners worden beheerd voor betere productieondersteuning, uitbreidingen die worden gehost en geïmplementeerd binnen uw lokale netwerk en uitbreidingen waarvoor communicatie met externe services buiten Tableau is vereist. Voordat u een uitbreiding met netwerkfunctionaliteit toevoegt, moet u er zeker van zijn dat u de ontwikkelaar vertrouwt, evenals de website die de uitbreiding host. Informatie over de URL, waar de uitbreiding wordt gehost en welk type datatoegang de ontwikkelaar aanvraagt, is allemaal te vinden in het dialoogvenster Werkmapuitbreidingen beheren. ![Het dialoogvenster Werkmapuitbreidingen beheren met een gehighlighte sectie met uitbreidingsdetails.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/vizext_manageextension_dialog_magnified.png) Uitbreidingen gebruiken standaard het HTTPS-protocol, dat een gecodeerd kanaal garandeert voor het verzenden en ontvangen van data en zorgt voor een zekere mate van privacy en veiligheid. Zie [Uitbreidingsbeveiliging – Best practices voor implementatie](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/security_extensions.htm) voor meer informatie over databeveiliging bij het gebruik van uitbreidingen. ### Een uitbreiding met netwerkfunctionaliteit toestaan of weigeren Uitbreidingen met netwerkfunctionaliteit moeten standaard toestemming vragen om te worden uitgevoerd. Het dialoogvenster hiervoor bevat informatie over de externe server waarop de uitbreiding wordt gehost en het vereiste toegangsniveau voor data voor de uitbreiding. We raden u aan deze informatie te controleren voordat u toestemming geeft voor het uitvoeren van een uitbreiding. Uitbreidingen hebben doorgaans toegang tot zichtbare data in een weergave. Een uitbreiding kan vragen om toegang tot onderliggende data in de werkmap wanneer de uitbreiding om 'volledige toegang tot data' vraagt. Dit kan toegang omvatten tot de volledige onderliggende data, tabel- en veldnamen uit databronnen en informatie over databronverbindingen. Voordat u toestemming geeft voor het uitvoeren van de uitbreiding in de werkmap, dient u de opgegeven informatie in het toestemmingsdialoogvenster van de uitbreiding te controleren en te beslissen of u wel of geen toestemming wilt geven voor het uitvoeren van de uitbreiding en voor toegang van de uitbreiding tot deze data. ### Datatoegang voor uw netwerkuitbreiding opnieuw instellen Als u in het toestemmingsdialoogvenster voor de uitbreiding kiest voor weigeren in plaats van toestaan, wordt de uitbreiding niet in uw werkblad geladen. Als u de uitbreiding vertrouwt en deze toegang wilt verlenen, kunt u de toestemming opnieuw instellen door dezelfde visualisatie-uitbreiding opnieuw aan de werkmap toe te voegen. Het dialoogvenster met de toestemmingsprompt wordt dan opnieuw geladen. ### Zorg ervoor dat de uitbreiding is gemachtigd voor toegang tot de werkmap of weergave Als u een werkmap publiceert die een uitbreiding bevat, moet u ervoor zorgen dat de uitbreiding toegang heeft tot de zichtbare data in de weergave. De zichtbare data worden ook wel samenvattingsdata genoemd. Om deze toegang op Tableau Server of Tableau Cloud te verlenen, moet u ervoor zorgen dat de werkmap of weergave toestemming geeft voor de optie Samenvattingsdata downloaden. De uitbreiding downloadt uw data niet. De uitbreiding heeft alleen toestemming nodig zodat deze met de data in de weergave kan communiceren. U stelt de machtiging in op Samenvattingsdata downloaden op het niveau van de werkmap of de weergave. Dit is afhankelijk van of u ervoor hebt gekozen om werkbladen als tabbladen weer te geven toen u de werkmap publiceerde. Als de werkbladen niet als tabbladen worden weergegeven, stelt u de machtiging in op weergaveniveau. Als u de werkmap of weergave publiceert naar Tableau Public, heeft de uitbreiding ook toegang nodig tot de zichtbare data. Om toestemming te verlenen, opent u Instellingen en selecteert u Toegang toestaan. ## Ervoor zorgen dat JavaScript is ingeschakeld in Tableau Desktop Visualisatie-uitbreidingen communiceren met data via de Tableau-uitbreidingen-API-bibliotheek, een JavaScript-bibliotheek. Als u uitbreidingen wilt gebruiken, zorg er dan voor dat JavaScript is ingeschakeld in de beveiligingsinstellingen: Kies Help > Instellingen en prestaties > Beveiliging voor dashboardwebweergave instellen > JavaScript inschakelen. ## Ondersteuning bij visualisatie-uitbreidingen van derden en partners van Tableau Uitbreidingen die zijn ontwikkeld door derden en partners van Tableau partners worden niet rechtstreeks door Tableau ondersteund. Als u echter hulp nodig hebt, bieden sommige ontwikkelaars van uitbreidingen een link naar de ontwikkelaarswebsite waar u terechtkunt voor ondersteuning. Als u hulp nodig hebt: 1. Zoek de link naar de ontwikkelaarswebsite in het dialoogvenster Werkmapuitbreidingen beheren of op de pagina met de beschrijving van de uitbreiding in Tableau Exchange. 2. Zoek de ID en versie van de uitbreiding in het dialoogvenster Werkmapuitbreiding beheren. Het verstrekken van deze gegevens aan de ontwikkelaar is essentieel voor het oplossen van problemen, omdat dit bevestigt of er een verouderde versie wordt gebruikt. Ook helpt het om de oorzaak van het probleem te achterhalen. 3. Neem rechtstreeks contact op met de ontwikkelaar van de uitbreiding via de ontwikkelaarswebsite. Voor vragen over de Uitbreidingen-API moedigen we ontwikkelaars aan om vragen te delen en hulp te zoeken via het [DataDev Slack-kanaal](https://tableau-datadev.slack.com/archives/CHJ9BHKG9) of [een melding op GitHub in te dienen](https://github.com/tableau/extensions-api/issues) voor de Uitbreidingen-API. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Visuele best practices De lettertypen, kleuren, arcering, uitlijning, randen en rasterlijnen in uw visualisatie zijn belangrijke onderdelen van zowel uw analyse als het verhaal dat u vertelt. Tableau-producten zijn zo ontworpen dat u prachtige visualisaties kunt maken die standaard gebruikmaken van visuele best practices. Hierdoor hoeft u niet na te denken over zaken als lettertypen en kleuren, tenzij u dat wilt. Als u toch aanpassingen wilt aanbrengen, kunt u het uiterlijk van bijna alles wat u op een werkblad ziet zelf bepalen. Dit artikel beschrijft visuele best practices en tips om in gedachten te houden tijdens het aanpassen, van de ideale workflow tot hoe u het meeste uit knopinfo haalt. ## Formaat van groot naar klein Wanneer u het uiterlijk en de beleving van uw werk verandert, kunt u het beste een workflow van groot naar klein gebruiken. Begin met het opmaken van lettertypen en titels op werkmapniveau en ga vervolgens verder met werkbladniveau. Bewaar het opmaken van de afzonderlijke onderdelen van een weergave voor het laatst. Een werkmap is de grootst mogelijke container voor opmaakwijzigingen. U bespaart tijd als u eerst wijzigingen op werkmapniveau aanbrengt. ![Pad van navigatiewerkbalk naar het menu Werkmap opmaken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_workbook1.png) Zie [Opmaken op werkmapniveau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_workbook.htm), [Opmaken op werkbladniveau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_worksheet.htm) en [Tekst en getallen opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_specific.htm) voor meer informatie. ## Kleuren doelgericht wijzigen Als u de kleuren wilt wijzigen die uw visualisatie gebruikt, maakt Tableau het u gemakkelijk: klik gewoon op de kaart Kleur en vervolgens op Kleuren bewerken. U wilt bijvoorbeeld een belangrijke bevinding benadrukken. U kunt neutrale kleuren gebruiken met een enkele, heldere kleur om te accenturen waar u wilt dat uw kijkers aandacht aan besteden. Als u wilt dat de kleur bij het merk van uw bedrijf past, kunt u een aangepast kleurpalet maken. Zie [Aangepaste kleurenpaletten maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_create_custom_colors.htm) voor de stappen. Wanneer u de kleuren wijzigt, houd dan rekening met de volgende best practices. #### Discrete velden en categorische paletten Discrete velden zijn velden waarvan de waarden uniek zijn. Een voorbeeld hiervan zijn klantnamen. Tableau koppelt automatisch discrete velden aan _categorische_ paletten. Deze paletten hebben kleuren die zich van elkaar onderscheiden, maar toch goed samenwerken in de visualisatie als geheel. ![Met het venster Kleuren bewerken kunt u data-items selecteren en een kleurenpalet toepassen. De kleur paars is geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/color4.png) #### Kleuren voor afzonderlijke velden wijzigen Nadat u een categorisch palet hebt geselecteerd, kunt u handmatig de kleuren wijzigen die aan specifieke velden zijn gekoppeld. 1. Dubbelklik (Control + Klik op Mac) vanuit het dialoogvenster Kleuren bewerken op een van de velden in het deelvenster Data-item selecteren. 2. Het kleurenpalet voor uw besturingssysteem wordt geopend, zodat u een nieuwe kleur voor het geselecteerde item kunt definiëren. #### Continue velden en kwantitatieve paletten Bij continue velden maken de waarden van het veld deel uit van een geheel (bijvoorbeeld de verkoop in de loop van de tijd). Tableau koppelt deze velden automatisch aan _kwantitatieve_ paletten, waarbij kleuren langs een continuüm of bereik lopen. Als de waarden van het veld positief zijn, is een enkel kleurbereik het beste: ![De legenda van het artikel toont het kleurenbereik van de blauwe kleur, dat varieert van lichtblauw aan de onderkant bij $ 545 tot donkerblauw aan de bovenkant bij $ 105.643.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/color5.png) Als er zowel positieve als negatieve waarden zijn, kiest u een tweekleurenbereik: ![De optie Kleuren bewerken voor het venster Winstmeting, met een automatisch kleurenpalet geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/color6.png) ## Kleuren beperken Als kleur op de juiste manier wordt gebruikt, kan dit de analyse verbeteren. Te veel kleuren kunnen leiden tot visuele overbelasting voor uw gebruikers en de analyse belemmeren. In de onderstaande weergave stellen de gestapelde balken abonnementen op mobiele telefoons voor en is de trendlijn het internetgebruik in de loop van de tijd. Op de eerste afbeelding staat Jaar op de container Kleuren. U ziet hoe moeilijk het is om de trendlijn te onderscheiden van alle andere kleuren en hoe gemakkelijk het is om de trendlijn te vinden in de tweede afbeelding, waar slechts twee kleuren te zien zijn. ![Het dashboard heeft te veel waarden voor kleuren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dashboard_best_practice2.gif) Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen ## Lettertypen gebruiken die de leesbaarheid online optimaliseren De lettertypen in het Tableau-lettertype zijn ontworpen voor gebruik bij datavisualisaties en zijn geoptimaliseerd voor leesbaarheid in kleine tekstgroottes. Tableau-visualisaties gebruiken deze standaard. ![Een menu met de verschillende lettertypen die u in het menu Lettertype kunt kiezen, waarbij de lettertypefamilie van Tableau is gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/format_font_best_practices.png) Als u een ander lettertype nodig hebt, kies dan een lettertype dat de leesbaarheid online optimaliseert, zoals het volgende: - Arial - Trebuchet MS - Verdana - Times New Roman - Lucida sans ## Uw verhaal versterken met knopinfo Mensen die naar uw dashboard kijken, gebruiken intuïtief hun muis om markeringen te verkennen. Hierdoor verschijnt de knopinfo. Standaard wordt knopinfo in de meeste weergaven weergegeven. Ze vormen een geweldige manier om uw dataverhaal te versterken. U kunt uw knopinfo aanpassen door te klikken op Werkblad > Knopinfo. Hier ziet u bijvoorbeeld een knopinfo voor een weergave van paginaweergaven voor een website: ![Knopinfo op een lijngrafiek.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tooltip_best_practice1.jpg) Hier is een voorbeeld van hoe de bovenstaande knopinfo herschreven en opgemaakt kan worden om te benadrukken wat belangrijk is voor de personen die naar deze weergave kijken: ![Knopinfo op een lijngrafiek.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tooltip_best_practice2.jpg) U kunt uw knopinfo ook herschrijven om een kort verhaal te vertellen. Hier ziet u bijvoorbeeld een knopinfo over het aantal olieplatforms in Italië. ![Knopinfo op een lijngrafiek.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tooltip_best_practice3.jpg) In het volgende voorbeeld is de knopinfo herschreven als een zin en zijn de belangrijkste elementen vetgedrukt om de aandacht van de kijker te trekken. ![Knopinfo op een lijngrafiek.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/tooltip_best_practice4.jpg) ## Uw assen overwegen Standaard wordt een asbereik in Tableau automatisch aangepast op basis van de data in uw visualisatie. Filteren en andere acties kunnen het asbereik wijzigen. Als u een specifieke vergelijking tussen twee weergaven wilt maken, kan het wijzigen van het asbereik de analyse voor uw gebruikers bemoeilijken. Als dit het geval is, kunt u uw assen instellen op een specifiek, vast bereik. Zie [Voorbeelden: Verschillende asbereiken gebruiken (uniform, onafhankelijk, vast)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_editaxes.htm#Examples) voor de stappen om dit te doen. Als u met data werkt met een zeer groot bereik, is een vaste as mogelijk niet praktisch. Als dit het geval is, voeg dan rasterlijnen toe aan uw visualisatie. Rasterlijnen helpen uw gebruikers om zich te oriënteren wanneer de as automatisch wordt aangepast. Zie [Lijnen opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_worksheet.htm#Format_lines_) voor meer informatie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Visuele signalen en pictogrammen in Tableau Desktop Tableau geeft talloze visuele aanwijzingen waarmee u het type data dat in het deelvenster Data wordt weergegeven en de status van een dataweergave kunt beoordelen. ## Databronnen in het deelvenster Data In de onderstaande tabel worden de verschillende pictogrammen uitgelegd die worden gebruikt om het type databron in het deelvenster Data te beschrijven. Elk pictogram in de tabel kan worden aangepast met behulp van twee indicatoren. - Een blauw vinkje geeft aan dat de databron de primaire databron in de werkmap is. ![Pictogram 'In gebruik'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/symbol_datasource_inuse.png) - Een oranje vinkje geeft aan dat de databron de secundaire databron in de werkmap is. ![Pictogram 'In gebruik'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/symbol_datasource_secondary.png)
Visuele aanwijzingBeschrijving
De werkmap is gekoppeld aan een extract dat nog steeds naar de onderliggende data verwijst. De werkmap is gekoppeld aan een extract dat nog steeds naar de onderliggende data verwijst. De werkmap is gekoppeld aan een extract dat nog steeds naar de onderliggende data verwijst.De werkmap is rechtstreeks verbonden met een relationele databron of bestand.
De werkmap is gekoppeld aan een extract dat nog steeds naar de onderliggende data verwijst. De werkmap is gekoppeld aan een extract dat nog steeds naar de onderliggende data verwijst. De werkmap is gekoppeld aan een extract dat nog steeds naar de onderliggende data verwijst.De werkmap is gekoppeld aan een extract dat nog steeds naar de onderliggende data verwijst.
De werkmap is verbonden met een databron van het type kubus (d.w.z. een multidimensionale databron) De werkmap is verbonden met een databron van het type kubus (d.w.z. een multidimensionale databron) De werkmap is verbonden met een databron van het type kubus (d.w.z. een multidimensionale databron)De werkmap is verbonden met een databron van het type kubus (d.w.z. een multidimensionale databron). In Tableau worden kubusdatabronnen alleen ondersteund in Windows.
Pictogram dat aangeeft dat de werkmap is gekoppeld aan een Excel-tabel, subtabel of benoemd bereik.De werkmap is gekoppeld aan een Excel-tabel, subtabel of benoemd bereik.
De werkmap is gekoppeld aan een databron die is gepubliceerd op Tableau Server.De werkmap is gekoppeld aan een databron die is gepubliceerd op Tableau Server.
## Velden in het deelvenster Data In de volgende tabel worden de verschillende pictogrammen in het deelvenster Data uitgelegd. - Blauwe pictogrammen geven aan dat het veld discreet is. ![Tekst of tekenreekswaarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/symbol_text_row.png) - Groene pictogrammen geven aan dat het veld continu is. ![Numerieke waarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/symbol_number.png) - Pictogrammen voorafgegaan door het gelijkteken (=) geven aan dat het veld een door de gebruiker gedefinieerde berekening is of een kopie van een ander veld. ![Tekst of tekenreekswaarden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/symbol_text_copy.png) Zie [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor meer informatie over veldtypen.
Visuele aanwijzingVeldbeschrijving
Tekst of tekenreekswaarden. Tekst of tekenreekswaarden.Tekst of tekenreekswaarden.
Numerieke waarden. Numerieke waarden.Numerieke waarden.
Het pictogram Datumwaarden. Het pictogram Datumwaarden.Datumwaarden.
Datum- en tijdwaarden.Datum- en tijdwaarden.
Het pictogram voor de Booleaanse waarde Waar. Pictogram voor Booleaanse waarde met markering False.Booleaanse waarden (True of False).
Het pictogram Wereldbol dat aangeeft dat de geografische rol op het veld is toegepast.Geografische data. Dit pictogram geeft ook aan dat aan het veld een geografische rol is toegewezen. Gebruik deze velden bij het maken van kaartweergaven. Zie Kaarten en geografische data-analyse in Tableau.
Wereldbolpictogram met een paperclippictogram dat een geografische berekening aangeeft.Geografische data uit een aangepast geocoderingsbestand. Zie Locaties die Tableau niet herkent geocoderen en deze op een kaart tekenen.
Een URL ingesteld op Afbeeldingsrol. Zie Webafbeeldingen dynamisch toevoegen aan werkbladen.
Een berekening die op de server is gedefinieerd. Een berekening die in de database is gedefinieerd.Een berekening die door de databron is gedefinieerd.
Een door de gebruiker gedefinieerde setEen door de gebruiker gedefinieerde set. Zie Sets maken.
Pictogram voor databrongroepen.Een set die van de server een naam heeft gekregen.
Een set die automatisch is gemaakt als resultaat van een actie.Een set die automatisch is gemaakt als resultaat van een actie. Zie Acties.
Een numerieke bin.Een numerieke bin. Zien Bins maken van een continue meetwaarde.
Bijlage-pictogram.Een groep. Zie Fouten in data corrigeren of dimensieleden combineren door uw data te groeperen.
Pictogram voor schemaclustergroep.Een clustergroep. Zie Clusters in data zoeken.
Een relationele hiërarchie. Een relationele hiërarchie.Een relationele hiërarchie. Zie Hiërarchieën maken.
Een niveau in een multidimensionale hiërarchieEen niveau in een multidimensionale hiërarchie. Niveaus groter dan vijf worden zonder nummer weergegeven.
Een map die één of meer velden bevat. Map-pictogram.Een map die één of meer velden bevat. Mappen worden gebruikt om velden in het deelvenster Data te ordenen. Zie Het deelvenster Data organiseren.
Een kenmerk van een kubus (multidimensionale databron).Een kenmerk van een kubus (multidimensionale databron). In Tableau worden kubusdatabronnen alleen ondersteund in Windows.
Een variërend kenmerk van een kubus (multidimensionale databron).Een variërend kenmerk van een kubus (multidimensionale databron).
Pictogram voor het combineren van koppelingen.Het veld is een actieve link voor datablending.*** Zie Uw data combineren
Het pictogram voor verbroken combinatie van links.Het veld is een potentiële link voor datablending. Zie Uw data combineren
Het veld is niet gerelateerd. Zie Over datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen.
Het veld is een samenhechtingsveld. Zie Over datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen.
Het veld is verborgen. Klik om het veld zichtbaar te maken. Zie Velden verbergen of weergeven.
## Velden op containers In velden op containers wordt een combinatie van pictogrammen, kleuren en tekststijlen als visuele aanwijzingen gebruikt.
Visuele aanwijzingBeschrijving
Een dimensieveld.Een blauw veld op een container geeft een discreet veld aan. In de meeste gevallen resulteert het toevoegen van een dimensie aan een container in een blauw veld. Blauwe velden zijn discreet: ze hebben een eindig aantal waarden. Door een blauw veld aan een container toe te voegen, worden er kopteksten gemaakt. Zie Kopteksten voor meer informatie.
Voorbeeld van een meetwaarde met het label 'verkoopsom'.Een groen veld op een container geeft een continu veld aan. In de meeste gevallen resulteert het toevoegen van een meetwaarde aan een container in een groen veld. Groene velden zijn continu: ze bevatten een oneindig aantal waarden. Door een groen veld aan een container toe te voegen, ontstaat er een as. Zie Assen voor meer informatie.
Sorteerpictogram op een veld.Het pictogram Sorteren geeft aan dat een veld een berekende of handmatige sorteervolgorde heeft. Zie Data sorteren in een visualisatie.
Een veldgroep.Het pictogram Venn-diagram geeft een set aan. Zie Sets maken.
Het pictogram Niet-gerelateerd geeft aan dat het veld niet is gerelateerd aan ten minste één ander veld in de visualisatie. Zie Indicatoren voor verwantschap op veldniveau.
Het pictogram Gerelateerd geeft aan dat de dimensie velden aan elkaar hecht die verder niet gerelateerd zijn. Zie Indicatoren voor verwantschap op veldniveau.
Een veldgroepfilter.Een veldnaam die cursief wordt weergegeven, geeft aan dat het filter is gegenereerd en wordt beheerd door een actie.
Een veld voor het Corporate-segmentEen grijs veld op de Filters-container geeft aan dat het een contextfilter betreft. Zie Contextfilters gebruiken.
Voorbeeld van een veld. Het deltapictogram geeft aan dat het veld een tabelberekening is.Het deltapictogram geeft aan dat het veld een tabelberekening is. Zie Waarden transformeren met tabelberekeningen.
Een vervolgkeuzeknop met het label 'Land' en een knop 'Toevoegen' met het label 'Staat'.De plus- en min-knoppen verschijnen wanneer het veld deel uitmaakt van een hiërarchie die u omhoog of omlaag kunt doorlopen.
Een meetwaardeveld.Het pijlpictogram geeft aan dat er een prognose voor het veld wordt weergegeven. Dit pictogram wordt ook gebruikt in het veld Prognose-indicator. Dit is een automatisch veld dat wordt gebruikt om onderscheid te maken tussen werkelijke en voorspelde waarden. Zie Prognoses maken.
Voorbeeld van een secundaire meetwaarde met het label 'som van de verkopen' en een oranje vinkje om aan te geven dat de databron de secundaire databron in de werkmap is.Een databroncilinder met een oranje vinkje geeft aan dat het veld afkomstig is uit een secundaire databron. Zie Uw data combineren.
Voorbeeld van een veld dat is toegewezen aan een specifiek werkblad.Het filter is toegewezen aan een specifiek werkblad.
Een blauwe knop met het label 'Segment'.Het filter is toegewezen aan alle werkbladen met dezelfde databron.
Incompatibel veld, aangegeven door een uitroepteken in een gele driehoek.Het veld is niet compatibel met een of meer andere velden in de weergave.
## Velden op de kaart Markeringen In velden op de kaart Markeringen worden specifieke pictogrammen gebruikt om te beschrijven hoe deze in de weergave worden weergegeven. Zie [Het uiterlijk van markeringen in de weergave beheren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm) voor meer informatie.
Visuele aanwijzingBeschrijving
Een markering met kleuropmaak.Het veld wordt toegepast op Kleur op de kaart Markeringen.
Een markering met opmaak van de grootte.Het veld wordt toegepast op Formaat op de kaart Markeringen.
Een markering met tekst.Het veld wordt toegepast op Label op de kaart Merken.
Een markering met een vormmerktekentype.Het veld wordt toegepast op Vorm op de kaart Markeringen.
Een merkteken met aangebrachte details.Het veld wordt toegepast op Detail op de kaart Markeringen.
Een markering met knopinfo.Het veld wordt toegepast op Knopinfo op de kaart Markeringen.
Een markering met een padmarkeringstype.Het veld wordt toegepast op Pad op de kaart Markeringen. Pad is alleen beschikbaar wanneer het markeringstype Lijn of Polygoon is geselecteerd in het vervolgkeuzemenu Markeringen.
## Bladen in het deelvenster Dashboards en het deelvenster Werkbladen In de onderstaande tabel worden de pictogrammen beschreven die worden gebruikt om het type blad te beschrijven dat in een verhaal kan worden geplaatst. Een blauw vinkje geeft aan dat een werkblad in één of meerdere story points wordt gebruikt. ![Pictogram Vinkje.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/symbol_check_7x7.png)
Visuele aanwijzingBeschrijving
Pictogram Werkblad. Werkblad is in gebruik.Het blad is een werkblad.
Pictogram Dashboard. Dit blad is een Dashboard-pictogram.Het blad is een dashboard.
## Velden in de editor Berekeningen Tekst in de Berekeningseditor is kleurgecodeerd.
Visuele aanwijzingBeschrijving
[Veldnaam]Oranje tekst. Het veld is een dimensie of meetwaarde, of een set.
[Parameters].[Parameternaam]

Paarse tekst. Het veld is een parameter.

Tableau voegt het voorvoegsel [Parameters] toe om dubbelzinnigheid te voorkomen wanneer een parameter dezelfde naam heeft als een ander veld

[Gegevensbron].[Veldnaam]Oranje tekst. Het veld komt uit een secundaire databron. De naam van de databron wordt als voorvoegsel toegevoegd.
Blue()Blauwe tekst. Een berekeningsfunctie.
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Voorbeeld – De levensverwachting van vrouwen verkennen met functies voor prognosemodellering In dit voorbeeld wordt de opgeslagen databron Voorbeeld Wereldwijde indicatoren gebruikt die in Tableau opgenomen. We gebruiken de [functies voor prognosemodellering](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/predictions_overview.htm) MODEL\_QUANTILE en MODEL\_PERCENTILE om de relaties tussen gezondheidszorgkosten per hoofd van de bevolking, de levensverwachting van vrouwen en het geboortecijfer te onderzoeken. Laten we beginnen met een visualisatie die de gezondheidszorgkosten van elk land vergelijkt met de levensverwachting van vrouwen. Als u de stappen wilt volgen en toegang wilt krijgen tot de vooraf gebouwde weergaven en dashboards, of de oplossing wilt bekijken, downloadt u de volgende werkmap van Tableau Public: [Prognosemodellering van de levensverwachting van vrouwen](https://public.tableau.com/nl-nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/PredictiveModelingofFemaleLifeExpectancy/PercentileStarter) (in het Engels). ![Spreidingsdiagram met levensverwachting van vrouwen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/life-expect1.png) ## MODEL\_PERCENTILE gebruiken Eerst evalueren we de levensverwachting en de gezondheidszorgkosten voor alle zichtbare markeringen. Hiermee kan Tableau een model bouwen op basis van deze markeringen en het percentiel voor elk cijfer binnen het model retourneren. ### Stap 1: de voorspellingsberekening maken Hebt u ook Tableau Server of Tableau Cloud en wilt u uw werk online doen in plaats van in Tableau Desktop? Publiceer dan de werkmap naar uw Tableau-server, klik op Werkmappen, selecteer de werkmap en kies vervolgens onder Acties Werkmap bewerken. Zodra u de werkmap opent, ziet u dat deze uit verschillende bladen bestaat. U gebruikt deze velden om uw weergaven op te bouwen. 1. Klik in de werkmap voor beginners op het blad **Percentiel-startpakket**. 2. Open bovenaan het menu Analyse en selecteer vervolgens Berekend veld maken. 3. Doe het volgende in de berekeningseditor: - Geef de berekening een naam: **Percentielverwachting versus uitgaven** **Opmerking:** Als u de werkmap voor beginners gebruikt, ziet u verschillende namen voor de berekeningen die in dit voorbeeld worden gebruikt. Dit is zodat u de velden een naam kunt geven zoals hier beschreven, zonder dat er duplicaten ontstaan. Uw oplossing heeft misschien verschillende namen, maar de visualisaties moeten er hetzelfde uitzien. - Voer de volgende formule in: `MODEL_PERCENTILE(AVG([Life Expectancy Female]), LOG(MEDIAN([Health Exp/Capita])))` Bij deze berekening wordt de gemiddelde levensverwachting als doelexpressie gebruikt en de mediane zorguitgaven als predictor. In dit geval hebben we een logaritmische transformatie gebruikt op de as van de uitgaven voor gezondheidszorg en voor de predictor. **Opmerking:** Omdat deze dataset zeer grote waarden bevat, hebben we onze data getransformeerd met behulp van een [logaritmische schaal](https://www.dataclaritycorp.com/the-power-of-logarithmic-scale/) (in het Engels), wat handig is bij het analyseren van data met enkele waarden die veel hoger zijn dan de rest. Hierdoor kunt u gemakkelijker trends en relaties in uw dataset identificeren. 5. Klik op OK. De voorspellingsberekening wordt nu toegevoegd als een berekend veld in het deelvenster Data. ### Stap 2: de voorspellingsberekening toevoegen aan de weergave In de visualisatie hierboven ziet u de gezondheidszorgkosten van elk land afgezet tegen de levensverwachting van vrouwen, gefilterd op 2012. Laten we nu de berekening MODEL\_PERCENTILE aan de weergave toevoegen en kijken welke inzichten we kunnen verkrijgen. 1. Sleep **Percentielverwachting versus uitgaven** naar Kleur op de kaart Markeringen. 2. Klik op de vervolgkeuzepijl op het veld en selecteer Berekenen met > Land/regio. 3. Klik op Kleur op de kaart Markeringen en klik vervolgens op Kleuren bewerken. - Selecteer onder Palet Oranje-blauw uiteenlopend. - Selecteer het selectievakje Kleurgradatie, - Selecteer het selectievakje Omgekeerd. 5. Klik op OK. ![Grafiek die de levensverwachting van vrouwen ten opzichte van de uitgaven weergeeft](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/life-expect2.png) U ziet de distributie van landen waar de gezondheidsverwachting zowel hoger als lager is dan verwacht, gebaseerd op het uitgavenniveau. Over het algemeen geven de donkerrode markeringen aan dat de levensverwachting hoog is in verhouding tot de uitgaven aan gezondheidszorg, donkerblauw betekent dat de levensverwachting laag is in verhouding tot de uitgaven aan gezondheidszorg en grijs betekent dat de levensverwachting dicht bij de verwachtingen van het model ligt, op basis van het niveau van de uitgaven aan gezondheidszorg. ### Stap 3: groepeer de resultaten op kleur We maken de voorspellingsberekening in een nieuwe berekening om de resultaten te groeperen en de analyse te vereenvoudigen. We maken groepen zodat cijfers boven het 90e percentiel en onder het 10e percentiel bij elkaar worden gegroepeerd, cijfers in het 80e-90e percentielbereik en het 10e-20e percentielbereik bij elkaar worden gegroepeerd, enz. We zullen ook markeringen met een null-waarde highlighten en deze later behandelen met behulp van de andere functie voor prognosemodellering MODEL\_QUANTILE. 1. Doe het volgende in de berekeningseditor: - Geef de berekening een naam: **Percentiel per kleur**. - Voer de volgende formule in: `IF ISNULL([Percentile Expectancy vs Spending]) THEN "Null" ELSEIF [Percentile Expectancy vs Spending] >=0.9 OR [Percentile Expectancy vs Spending] <=0.1 THEN "<10th & >90th percentile" ELSEIF [Percentile Expectancy vs Spending] >=0.8 OR [Percentile Expectancy vs Spending] <=0.2 THEN "<20th & >80th percentile" ELSEIF [Percentile Expectancy vs Spending] >=0.7 OR [Percentile Expectancy vs Spending] <=0.3 THEN "<30th & >70th percentile" ELSEIF [Percentile Expectancy vs Spending] >=0.6 OR [Percentile Expectancy vs Spending] <=0.4 THEN "<40th & >60th percentile" ELSE "50th percentile +-10" END` 3. Voeg de nieuwe berekening toe aan Kleur op de kaart Markeringen. 4. Klik op de vervolgkeuzepijl op het veld en selecteer Berekenen met > Land/regio. 5. Klik op Kleur op de kaart Markeringen en klik vervolgens op Kleuren bewerken. - Pas de kleuren aan om de trend beter te zien. Laten we in dit geval het kleurenpalet Verkeerslicht en grijs voor null-waarden gebruiken. 7. Klik op OK. ![Grafiek met resultaten gegroepeerd op kleur](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/life-expect-fix1.png) Als u naar de oranje markering in de hoek kijkt, ziet u dat de VS $ 8.895 per vrouw uitgeeft voor een levensverwachting van 81 jaar. Als u langs de x-as naar links beweegt, ziet u dat andere landen minder uitgeven en dezelfde levensverwachting hebben. Het model evalueert de sterkte van de relatie op elk punt. De VS bevindt zich hierin dicht bij de bovenkant van het verwachte bereik van het model. ### Stap 4: vergelijk levensverwachting met geboortecijfer We gaan nu kijken naar een visualisatie die de levensverwachting van vrouwen vergelijkt met het geboortecijfer. Er is een negatieve correlatie tussen geboortecijfers en de levensverwachting van vrouwen. Dit betekent echter niet dat hogere geboortecijfers leiden tot een lagere levensverwachting van vrouwen. Waarschijnlijk zijn er nog andere factoren die van invloed zijn op zowel de geboortecijfers als de levensverwachting van vrouwen, maar die zijn niet zichtbaar in deze dataweergave. Laten we het model toevoegen en kijken waar het model verwacht dat de levensverwachting van vrouwen op basis van de kosten voor de gezondheidszorg hoger of lager zal zijn. ![Levensverwachting vergeleken met geboortecijfer](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/birth-rate1.png) 1. Op het blad **Geboortecijfer** voegt u de voorspellingsberekening **Percentiel per kleur** aan Kleur op de kaart Markeringen toe om deze in beeld te brengen. 2. Klik op de vervolgkeuzepijl op het veld en selecteer Berekenen met > Land/regio. 3. Klik op Kleur op de kaart Markeringen en klik op Kleuren bewerken. Bewerk de kleuren zoals eerder, gebruik het palet Verkeerslicht en grijs voor null-waarden. 4. Klik op OK. ![Grafiek ingezoomd op resultaten van Albanië en Armenië](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/birth-rate2.png) Tegenwoordig zijn de data veel meer verspreid. De rode band in de hoek rechtsonder geeft aan waar de levensverwachting het laagst en het geboortecijfer het hoogst is, en de gezondheidszorgkosten in verhouding tot de levensverwachting laag zijn. Als u de twee rode markeringen in het kwadrant linksboven bekijkt, die betrekking hebben op Albanië en Armenië, ziet u dat beide landen een hoge levensverwachting voor vrouwen, lagere geboortecijfers en lage gezondheidszorgkosten hebben. Zoals u kunt zien, konden we met MODEL\_PERCENTILE vaststellen dat deze twee landen uitschieters zijn. Hoewel ze beide relatief lage gezondheidszorgkosten hebben, hebben ze in de context van het geboortecijfer nog steeds een relatief hoge levensverwachting. ![Knopinfo die laat zien dat Albanië een hoge levensverwachting heeft, zelfs met lage gezondheidszorgkosten](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/birth-rate3.png) Laten we nu eens kijken hoe u de andere functie voor prognosemodellering, MODEL\_QUANTILE, kunt gebruiken om uw analyse voort te zetten. ## MODEL\_QUANTILE gebruiken MODEL\_QUANTILE wordt gebruikt om numerieke voorspellingen te genereren op basis van een doelpercentiel, doelexpressie en predictors. Het is het omgekeerde van MODEL\_PERCENTILE. Bedenk dat onze resultaten meerdere null-waarden bevatten, wat betekent dat sommige landen geen data over de uitgaven voor gezondheidszorg hebben. We gebruiken MODEL\_QUANTILE om deze ontbrekende waarden te schatten. ### Stap 1: voorspellingsberekeningen maken We hebben de volgende berekening gebruikt: `MODEL_PERCENTILE(AVG([Life Expectancy Female]), LOG(MEDIAN([Health Exp/Capita])))` Ten eerste willen we deze functie omkeren om een voorspelling te krijgen van de gezondheidszorgkosten op basis van de levensverwachting van vrouwen. 1. Klik in de werkmap voor beginners op het blad **Kwantiel-startpakket**. 2. Open bovenaan het menu Analyse en selecteer vervolgens Berekend veld maken. 3. Doe het volgende in de berekeningseditor: - Geef de berekening een naam: **Kwantiel van levensverwachting versus uitgaven** - Voer de volgende formule in: `POWER(10, MODEL_QUANTILE(0.5, LOG(MEDIAN([Health Exp/Capita])), AVG([Life Expectancy Female])))` We splitsen deze berekening op om het wat makkelijker te maken: - We beginnen met MODEL\_QUANTILE, waarbij het eerste argument 0,5 is, waarmee wordt aangegeven welk percentiel moet worden voorspeld. - De doelexpressie is de mediane zorguitgaven per hoofd van de bevolking. - De predictor is de gemiddelde levensverwachting van vrouwen. - Bovendien hebben we de functie in een POWER-functie verpakt om de logaritmisch getransformeerde doelexpressie naar dollars te converteren. 4. Klik op OK. De voorspellingsberekening wordt nu toegevoegd als een berekend veld in het deelvenster Data. ### Stap 2: de voorspellingsberekening toevoegen aan de weergave 1. Sleep het Kwantiel van levensverwachting versus uitgaven naar Knopinfo op de kaart Markeringen. 2. Klik op de vervolgkeuzepijl op het veld en selecteer Berekenen met > Land/regio. 3. Klik op Knopinfo op de kaart Markering en voeg een rij toe voor de MODEL\_QUANTILE-voorspelling: - Geef de rij met knopinfo een naam: **Voorspelde uitgaven aan gezondheidszorg op basis van de levensverwachting van vrouwen:** - Klik op Invoegen en selecteer de berekening om ervoor te zorgen dat de knopinfo dynamisch de unieke voorspelling van de markering weergeeft terwijl u met de visualisatie werkt. 4. Klik op OK. ![Knopinfo voor Indonesië](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/quantile1.png) Op dit moment heeft onze MODEL\_QUANTILE-berekening slechts één predictor: de levensverwachting van vrouwen. Als u van links naar rechts beweegt en naar de knopinfo kijkt voor markeringen met dezelfde levensverwachting, ziet u dat elke markering dezelfde voorspelde gezondheidszorgkosten heeft. De voorspelde gezondheidszorgkosten voor Indonesië op basis van de levensverwachting bedragen $ 336, maar dat geldt ook voor Fiji, Egypte en andere landen met dezelfde levensverwachting voor vrouwen. Dit komt doordat het model voor elke markering dezelfde geschatte uitgaven geeft. Omdat we slechts één predictor gebruiken (de levensverwachting van vrouwen), geeft het model dezelfde resultaten voor alle markeringen waarbij de predictor dezelfde waarde heeft. U kunt meer nuance in het model aanbrengen door predictors toe te voegen. ### Stap 3: voeg een voorspelling toe met een tweede predictor Terwijl u uw voorspellingen doet, moet u bedenken welke velden goede predictors zijn voor uw doelwaarden en deze meenemen in uw berekeningen. U kunt hierbij een onbeperkt aantal dimensies en meetwaarden combineren. We kunnen bijvoorbeeld het BBP, de bevolking en andere velden als predictors toevoegen om onze voorspellingen te verbeteren. Laten we in dit geval Regio toevoegen. 1. Doe het volgende in de berekeningseditor: - Geef de berekening een naam: **Kwantiel uitgaven versus verwachting en regio** - Voer de volgende formule in, die hetzelfde is als de vorige berekening, maar Regio als predictor toevoegt: `POWER(10, MODEL_QUANTILE(0.5, LOG(MEDIAN([Health Exp/Capita])), AVG([Life Expectancy Female]), ATTR([Region])))` 2. Klik op OK. 3. Voeg vervolgens de nieuwe berekening toe aan de knopinfo op de kaart Markeringen. 4. Klik op Knopinfo en voeg een andere regel toe om de nieuwe voorspelling te beschrijven, zoals **Voorspelde gezondheidszorgkosten op basis van de levensverwachting van vrouwen en hun regio:**. ![Knopinfo voor Indonesië](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/quantile2.png) De knopinfo toont nu beide voorspellingen. ### Stap 4: vergelijk werkelijke waarden met voorspelde waarden Als laatste stap in uw analyse kunt u ook voorspellingsberekeningen maken die werkelijke en voorspelde waarden combineren. In ons voorbeeld laten we de werkelijke uitgaven voor gezondheidszorg zien waar deze beschikbaar zijn en de geschatte uitgaven waar deze niet beschikbaar zijn. 1. Doe het volgende in de berekeningseditor: - Geef de berekening een naam: **Werkelijke gezondheidsuitgaven vs. voorspelde waarde** - Voer de volgende formule in, die de numerieke waarde van de voorspelling retourneert: `ROUND(IFNULL(AVG([Health Exp/Capita]),[Quantile_HE/Cap_LEF,Region]),0)` 2. Klik op OK. 3. Maak als volgt nog een berekening: - Geef de berekening een naam: **Werkelijke gezondheidszorguitgaven versus voorspellingstag** - Voer de volgende formule in, die als label voor de bovenstaande berekening zal dienen: `STR(IF ISNULL(AVG([Health Exp/Capita])) THEN "(Estimate)" ELSE "(Actual)" END)` 4. Klik op OK. 5. Voeg vervolgens beide berekeningen toe aan knopinfo op de kaart Markeringen. 6. Klik op Knopinfo en voeg een andere regel toe om de nieuwe berekeningen te beschrijven: - **Gezondheidszorgkosten per hoofd van de bevolking (werkelijk of geschat):** - Voeg de nieuwe berekeningen een voor een in. 7. Klik op OK. ![Knopinfo voor Bermuda](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/quantile-estimated.png) Terwijl u met de visualisatie werkt, kunt u de gezondheidszorgkosten per hoofd van de bevolking van elk land zien, of een schatting bekijken als de werkelijke waarde (null-waarde) in de data ontbreekt. Op dezelfde manier kunt u met behulp van functies voor prognosemodellering in Tableau inzicht krijgen in uw data. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Voorbeeld – Meerdere velden op kleur Als u een veld neerzet op Kleur en vervolgens een ander veld neerzet op Kleur, vervangt het tweede veld het eerste veld. Afhankelijk van het grafiektype, bijvoorbeeld treemaps en puntengrafieken, kunt u echter meerdere velden neerzetten op Kleur. U kunt het ene veld gebruiken om de tint in te stellen en het andere om de gradaties binnen die tint weer te geven. Volg deze stappen en gebruik de databron Voorbeeld - Superstore om een treemap te maken met twee velden op Kleur. 1. Sleep Categorie en Subcategorie naar Kolommen. 2. Sleep Verkoop naar Formaat op de kaart Markeringen. 3. Klik op Laten zien in de werkbalk en selecteer vervolgens het grafiektype Treemap. ![Preview van 'Laten zien' met een gehighlighte treemap.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/showme_treemap.png) Tableau verplaatst alle velden naar de kaart Markeringen en zet SUM(Verkoop) op zowel Formaat als Kleur, en Categorie en Subcategorie op Label: ![Een treemap geeft de totale omzet per categorie en subcategorie weer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/twocolor_treemap_10.0.png) 4. Klik op het labelpictogram links van Categorie op de kaart Markeringen en selecteer Kleur: ![De kaart Markeringen met de vervolgkeuzelijst Categorie uitgevouwen en de kleuroptie geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/twocolor_treemap2_10.0.png) Categorie vervangt SUM(Verkoop) op Kleur. De markeringen worden nog steeds bepaald door de som van Verkoop, maar nu worden ze gekleurd op basis van Categorie: ![Een treemap met drie kleuren die de verkopen in drie categorieën en hun subcategorieën weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/twocolor_treemap3_10.0.png) 5. Klik op het labelpictogram links van Subcategorie op de kaart Markeringen en selecteer Kleur. Tableau gebruikt duidelijke, categorische kleuren voor het eerste veld, Categorie, en een reeks opeenvolgende tinten om waarden voor het tweede veld, Subcategorie, te onderscheiden: ![Een treemap met verschillende kleuren die zijn geselecteerd om de verkopen in drie categorieën en hun subcategorieën weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/twocolor_treemap4_10.0.png) Het formaat van de afzonderlijke rechthoeken wordt nog steeds bepaald door Verkoop, op basis van Categorie en Subcategorie. De twee velden op Kleur (Categorie en Subcategorie) zijn binnen een hiërarchie aan elkaar gerelateerd, dus als u hun posities op de kaart Markeringen omwisselt, waardoor Subcategorie wordt verplaatst naar een positie boven Categorie, is het effect hetzelfde als wanneer u Categorie helemaal uit de weergave had verwijderd. De treemap wordt gewijzigd om voor elke Subcategorie een uniek gekleurde rechthoek te tonen: ![Een treemap met uniek gekleurde rechthoeken voor elke subcategorie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/twocolor_treemap5_10.0.png) Wanneer de twee velden op Kleur niet binnen een hiërarchie aan elkaar gerelateerd zijn, kunt u de volgorde van de velden op de kaart Markeringen omwisselen, zodat het veld dat werd gebruikt voor categorische kleuren, wordt gebruikt voor opeenvolgende tinten, en omgekeerd. Als u niet tevreden bent met de kleuren die Tableau gebruikt, kunt u deze wijzigen. Om het dialoogvenster Kleuren bewerken te openen, voert u een van de volgende handelingen uit: - Dubbelklik in Tableau Desktop op de kleurlegenda. - Klik in Tableau Server of Tableau Cloud op de vervolgkeuzepijl in de rechterbovenhoek van de legenda. 6. Maak de weergave leesbaarder door Categorie, Subcategorie en Verkoop toe te voegen aan Label. Gebruikers kunnen de muis bewegen om knopinfo te zien voor een rechthoek die standaard te klein is om tekst te tonen. ![Een treemap met uniek gekleurde rechthoeken voor elke subcategorie en knopinfo voor elke rechthoek.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/twocolor_treemap6_10.0.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Voorbeeld – spotlighting met behulp van berekeningen Spotlighting is een techniek voor het weergeven van discrete drempels op basis van de waarden van een meetwaarde. U wilt verkoopbedragen bijvoorbeeld een kleurcode geven, zodat de bedragen boven 10.000 groen verschijnen, en die onder 10.000 rood. Een spotlightberekening is een speciale soort berekening die resulteert in een discrete meetwaarde. Een discrete meetwaarde is een berekening die een afhankelijke variabele (en dus een meetwaarde) is, maar die resulteert in een discreet resultaat (in tegenstelling tot een continu resultaat). Vandaar de term discrete meetwaarde. Hier is een voorbeeld: ![Dialoogvenster Berekening met een formule die de IIF-functie gebruikt om te controleren of aan een voorwaarde is voldaan. Er wordt een bepaalde waarde geretourneerd indien Waar, een andere waarde indien Onwaar en een optionele derde waarde of NULL indien onbekend.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_spotlight1.png) De formule in dit voorbeeld definieert een discrete meetwaarde met de naam Sales Spotlight. Discrete meetwaarden verschijnen altijd met een blauw abc\-pictogram in het deelvenster Data. Sales Spotlight wordt in Tableau geclassificeerd als een meetwaarde omdat het een functie van een andere meetwaarde is. Dit type berekening produceert discrete waarden ('Good' en 'Bad'). Hier is een voorbeeld van het gebruik van deze categorische meetwaarde: ![Een tabel in een visualisatie met de verkoop voor verschillende categorieën en subcategorieën in drie segmenten: consumenten, bedrijven en thuiskantoor.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calc_spotlight2.png) Hier staat Sales Spotlight op Kleur in de kaart Markeringen. Het verschijnt met het AGG\-voorvoegsel omdat het een geaggregeerde berekening is. Waarden boven de 10.000 en onder de 10.000 krijgen respectievelijk verschillende kleuren. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Voorbeeld: Een parameter toevoegen aan een kaartweergave In dit voorbeeld wordt de voorbeelddatabron World Indicators gebruikt om het volgende te demonstreren: - Een kaartweergave maken die het geboortecijfer voor elk land ter wereld weergeeft. - Een berekend veld maken dat landen/regio's met een laag geboortecijfer onderscheidt van landen/regio's met een hoog geboortecijfer. - Een parameter maken en weergeven, zodat gebruikers de drempelwaarde voor een laag of hoog geboortecijfer kunnen instellen. ## Een kaartweergave maken 1. Dubbelklik in het deelvenster Data op Lengtegraad en op Breedtegraad. Tableau stelt Lengte in op Kolommen, Breedte op Rijen, en geeft een kaart van de wereld weer. 2. Sleep de dimensie Jaar naar Filters. 3. Selecteer in het dialoogvenster Veld filteren \[Jaar\] de optie Jaar en klik op Volgende: ![Een filtervelddialoogvenster met een lijst met opties voor het filteren van data op jaar.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter_example1.png) 4. Selecteer in het dialoogvenster Filter \[Jaar van Jaar\] de optie 2012, en klik vervolgens op OK: ![Een filterdialoogvenster met selectievakjes voor het selecteren van de jaren 2002 tot en met 2012.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter_example2.png) 5. Sleep de dimensie Land naar Detail. 6. Stel het markeringstype in op Kaart: ![Het vervolgkeuzemenu in de kaart Markeringen is uitgevouwen en toont verschillende grafiektypeopties, met de kaart geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/filled_pie1.png) 7. Sleep de meting van Geboortecijfer naar Label. U hebt nu een kaart met geboortecijfers voor landen/regio's over de hele wereld: ![Een wereldkaart met percentagelabels.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter_example4.png) U kunt inzoomen op de kaart of eroverheen bewegen om knopinfo voor een land te bekijken. ## Een berekend veld maken om een drempelwaarde instellen Vervolgens maakt u onderscheid tussen een laag en een hoog geboortecijfer. 1. Selecteer in het bovenste menu Analyse > Berekend veld maken. 2. Noem het veld `High Birth Rate` en typ of plak deze berekening in het formuleveld: `IF ([Birth Rate]) >= 0.014 THEN "High" ELSE "Low" END` De waarde 0,014 komt overeen met 1,4%. De werkelijke waarden die we op de kaart kunnen zien, variëren van minder dan 1% tot bijna 5%. Wanneer u klikt OK om deze berekening toe te passen en op te slaan, categoriseert Tableau deze als een dimensie. 3. Sleep Hoog geboortecijfer naar Kleur. De kaart toont nu landen/regio's met een laag geboortecijfer in één kleur en landen/regio's met een hoog geboortecijfer in een andere kleur: ![Een kaart die de wereldwijde verschillen in geboortecijfers illustreert.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter_example6.png) Maar de definitie van een hoog geboortecijfer als alles wat gelijk is aan of groter is dan 1,4%, is willekeurig: die waarde is gekozen omdat de landen/regio's van de wereld daardoor ongeveer gelijk worden verdeeld. In plaats daarvan kunt de drempelwaarde door gebruikers laten definiëren, of hen een besturingselement geven waarmee ze kunnen zien hoe de kaart verandert als ze de drempelwaarde wijzigen. Hiervoor maakt u een parameter. ## Een parameter maken 1. Klik met de rechtermuisknop (Ctrl+Klik op een Mac) in het deelvenster Data en selecteer Maken > Parameter. **Opmerking**: als u op een veld in het deelvenster Data klikt, worden sommige velden mogelijk ingevuld. U kunt de velden zo nodig wijzigen. 2. Geef in het dialoogvenster Parameter maken de nieuwe parameter de naam `Set Birth Rate` en configureer deze zoals weergegeven: ![Een deelvenster voor het bewerken van parameters met opties om de parameter een naam te geven en eigenschappen en een waardebereik in te stellen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter_example7.png) Voor informatie over de velden in het dialoogvenster Parameter maken raadpleegt u [Parameters maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/parameters_create.htm). Omdat het Datatype Zwevend is, zal de parameterbesturing, wanneer u deze in de volgende procedure weergeeft, de vorm hebben van een schuifregelaar. Dit komt doordat zwevende-kommawaarden continu zijn: er zijn oneindig veel mogelijke waarden. Met de Huidige waarde wordt de standaardwaarde voor de parameter ingesteld: 0,019 is 1,9%. In de sectie Waardenbereik worden de minimum- en maximumwaarde en de stapgrootte ingesteld, dat wil zeggen de kleinste hoeveelheid waarmee de waarde kan veranderen. 3. Klik op OK. ## Parameterbesturingselement maken en weergeven Nu moet u de parameter verbinden met het veld Hoog geboortecijfer. 1. Klik met de rechtermuisknop op Hoog geboortecijfer in het deelvenster Data en selecteer Bewerken. 2. Vervang de hardgecodeerde waarde 0,014 in de velddefinitie door de parameternaam: `IF ([Birth Rate]) >= [Set Birth Rate] THEN "High" ELSE "Low" END` Klik vervolgens op OK. 3. Klik met de rechtermuisknop op de parameter Geboortecijfer instellen in het deelvenster Data en selecteer Parameterbesturingselement tonen. Het parameterbesturingselement wordt standaard rechts weergegeven. Nu kunnen u en de gebruikers van uw weergave deze waarde stapsgewijs verhogen of verlagen om te zien hoe het wijzigen van de definitie van 'hoog geboortecijfer' de kaart beïnvloedt. ![Een kaart die de wereldwijde variaties in geboortecijfers illustreert, met een parametervak waarmee de gebruiker de scores op een bepaald niveau kan bekijken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameter_example8.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Voorbeeld: een verhaal dat een trend onderzoekt Het voorbeeld in dit artikel begeleidt u bij het opbouwen van een verhaal over aardbevingstrends in de loop van de tijd. De verhaalfunctie in Tableau is een geweldige manier om dit soort analyses te presenteren, omdat het een stapsgewijze indeling heeft waarmee u uw doelgroep door de tijd kunt leiden. In dit voorbeeld laten we u niet zien hoe u alle weergaven en dashboards vanaf nul maakt, maar gaan we uit van een bestaande werkmap. Wat u gaat doen, is het verhaal samenvoegen. Als u de instructies wilt volgen en toegang wilt tot de vooraf gebouwde weergaven en dashboards, downloadt u de volgende werkmap van Tableau Public: [An Earthquake Trend Story](https://public.tableau.com/nl-nl/profile/tableau.docs.team#!/vizhome/EarthquakeTrendStory2/Finished-Earthquakestory). ## Kader voor het verhaal bepalen Een succesvol verhaal is goed onderbouwd, wat betekent dat het doel ervan duidelijk is. In dit voorbeeld is het doel van het verhaal het beantwoorden van de volgende vraag: “Komen er steeds vaker grote aardbevingen voor?” Er zijn verschillende benaderingen die u kunt gebruiken: zie [Best practices voor het vertellen van geweldige verhalen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/story_best_practices.htm) voor een lijst. Maar de algemene benadering die hier wordt gebruikt is Verandering in de loop van de tijd, omdat deze vooral goed werkt voor het beantwoorden van vragen over trends. Terwijl u het verhaal opbouwt, zult u merken dat andere typen dataverhalen, zoals Meer details weergeven en Uitschieters, worden toegevoegd om de algemene aanpak te ondersteunen. ## Het verhaal opbouwen ### Een verhaalwerkblad maken 1. Gebruik Tableau Desktop om de werkmap Earthquake Trend Story te openen die u hebt gedownload. Hebt u ook Tableau Server of Tableau Cloud en wilt u uw werk online doen in plaats van in Tableau Desktop? Publiceer dan de werkmap naar uw Tableau Server, klik op Werkmappen, selecteer de werkmap en kies vervolgens onder Acties Werkmap bewerken. Zodra u de werkmap opent, ziet u dat deze uit drie dashboards bestaat. U zult die dashboards gebruiken om uw verhaal op te bouwen. De werkmap bevat ook een voltooide versie van het verhaal. **Tip**: om de afzonderlijke weergaven in een dashboard te bekijken, klikt u met de rechtermuisknop op het tabblad van het dashboard en selecteert u Alle bladen zichtbaar maken. 2. Klik op het tabblad Nieuw verhaal. ![Het pictogram Nieuw verhaal.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_new_story.png) Tableau opent een nieuw werkblad als startpunt. ![Een leeg canvas voor een verhaalpunt in Tableau.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_example_new_sheet.png) 3. Klik met de rechtermuisknop op het tabblad Verhaal 2, kies Bladnaam wijzigen en typ Earthquake story als de naam van het werkblad. ### De vraag stellen Verhaaltitels zijn altijd zichtbaar en vormen een handige manier om het doel van uw verhaal centraal te stellen. Tableau gebruikt standaard de naam van het werkblad als titel van het verhaal. In Tableau Desktop kunt u dit als volgt overschrijven: 1. Dubbelklik op de titel. 2. Vervang in het dialoogvenster Titel bewerken door het volgende: **Komen er steeds meer grote aardbevingen voor?** 3. Klik op OK. Als u in Tableau Server of Tableau Cloud schrijft, kunt u de titel alleen wijzigen op het tabblad Verhaal. ### Begin groot Om uw doelgroep te helpen zich te oriënteren, laat u als eerste verhaalpunt het breedst mogelijke perspectief zien: alle aardbevingen, over de hele planeet. 1. Dubbelklik in het deelvenster Verhaal op Dashboard Kaart om deze op het verhaalblad te plaatsen. Als u Tableau Desktop gebruikt, kunt u weergaven en dashboards ook aan een verhaalblad toevoegen door ze te slepen en neer te zetten. ![Een kaart met filters die zijn ingesteld om aardbevingen met een magnitude van 4,0 weer te geven vanaf 27 november 1981.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_example_point1.png) Er is een horizontale schuifbalk en de legenda wordt niet volledig weergegeven. ![Een horizontale schuifbalk waarbij de legenda niet volledig wordt weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_example_not_fitting.png) Er is een speciale instelling die u op uw dashboard kunt gebruiken om dit te voorkomen. 2. Selecteer Dashboard Kaart en selecteer onder Formaat in het deelvenster Dashboard Passend maken voor verhaal over aardbeving. Deze instelling geeft dashboards de perfecte grootte voor een verhaal. ![Een keuzemenu met zowel vooraf ingestelde als aangepaste formaatopties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_example_fittostory.png) Kijk nog eens naar het verhaal over de aardbevingen. U ziet dat het formaat is aangepast en dat de schuifbalken verdwenen zijn. 3. Als u Tableau Desktop gebruikt, voegt u een beschrijving toe voor dit verhaalpunt, zoals: _’Sinds 1973 zijn er precies 131.834 aardbevingen met een sterkte van 4,0 of hoger geregistreerd’_ 4. Voeg bijschrifttekst toe door te klikken op het gebied met de tekst Schrijf hier de beschrijvende tekst van het verhaalpunt. 5. Klik op Bijwerken bij het bijschrift om uw wijzigingen in het verhaalpunt op te slaan. ![Een wereldkaart waarop de locaties van seismische gebeurtenissen met een magnitude van 4,0 of hoger zijn aangegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_example_story_update.png) ### Meer details weergeven Net zoals de plot van een goede roman de actie moet voortstuwen, geldt dat ook voor een dataverhaal. Vanaf het volgende verhaalpunt gebruikt u de techniek voor meer details weergeven om de reikwijdte van het verhaal te beperken en de vaart erin te houden. 1. Om uw eerste verhaalpunt als basislijn voor uw volgende te gebruiken, klikt u op Dupliceren onder Nieuw verhaalpunt aan de linkerkant. ![Via het menu 'Verhaal' kunt u een nieuw verhaalpunt maken of een keuze maken uit bestaande dashboards.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_example_duplicate.png) 2. Verander het filter Magnitude (Sterkte) in 7.000 - 9.100 zodat de kaart kleinere aardbevingen eruit filtert. De kaart wijzigt om de Stille Oceaan weer te geven, de '[Ring van vuur](https://earthquake.usgs.gov/learn/gloss)’, waar de meeste grote aardbevingen plaatsvonden. 3. Voeg een bijschrift toe, zoals _’Ongeveer twee aardbevingen per jaar worden als ‘zwaar’ beschouwd’._ 4. Als u Tableau Desktop gebruikt, bewerkt u de beschrijving om te beschrijven wat u in dit verhaalpunt hebt gedaan. Bijvoorbeeld: _van de ruim 130.000 aardbevingen sinds 2004 hadden er slechts 174 een kracht van 7,0 of hoger. Dat zijn ongeveer twee grote aardbevingen per jaar. Veel mensen vragen zich af: "Komen aardbevingen vaker voor?"_ 5. Klik op Bijwerken in de verhaalwerkbalk boven het bijschrift om uw wijzigingen op te slaan. ![Proces om een verhaalpunt aan het verhaalblad toe te voegen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_earthquake2.png) In het volgende verhaalpunt gaat u dieper in op de materie en verfijnt u de focus van het verhaal, zodat een specifiek type aardbeving, de ’megabeving’, in beeld komt. 1. Klik op Dupliceren in uw tweede verhaalpunt, zodat u dit als basislijn voor uw derde verhaalpunt kunt gebruiken. 2. Verander het filter Magnitude (Sterkte) in 8.000 - 9.100 zodat de kaart alles eruit filtert, behalve de megabevingen. 3. Voeg het bijschrift en de beschrijving toe. - Ondertiteling: _’Deze megabevingen hebben veel aandacht getrokken’._ - Beschrijving (alleen Tableau Desktop): _’Recente megabevingen met een kracht van 8.0 en hoger hebben vaak aanzienlijke schade en verlies van mensenlevens veroorzaakt’. ’De enorme onderzeese aardbevingen bij Indonesië en Japan veroorzaakten ook tsunami's, waarbij duizenden mensen omkwamen’._ 4. Klik op Bijwerken om uw wijzigingen op te slaan. ![Een wereldkaart met zestien aardbevingen met een magnitude van 8,0 of hoger.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_earthquake3.png) ### Highlights voor uitschieters In de volgende twee verhaalpunten gaat u uw doelgroep nog meer betrekken door datapunten aan het uiterste einde van de schaal te onderzoeken: de twee dodelijkste aardbevingen in de recente geschiedenis. 1. Gebruik, zoals u eerder hebt gedaan, Dupliceren om een nieuw verhaalpunt te creëren als startpunt. 2. Pas Sterkte aan naar 9.000-9.100 en u ziet slechts twee datapunten. 3. Selecteer een van de punten, bijvoorbeeld de aardbeving en tsunami in de Indische Oceaan in 2004 met een kracht van 9,1. 4. Gebruik de tool voor Pannen in het kaartmenu om de kaart in het midden van uw verhaalpunt te plaatsen. ![Een wereldkaart met de panfunctie gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_earthquake4.png) 5. Voeg een bijschrift en een beschrijvende tekst toe. Bijvoorbeeld: - Ondertiteling: “_De aardbeving en tsunami in de Indische Oceaan in 2004.”_ - Beschrijving (alleen Tableau Desktop): _’De aardbeving in de Indische Oceaan in 2004 was een enorme onderzeese aardbeving die plaatsvond op 26 december 2004’. “Het is de op twee na zwaarste aardbeving die ooit is geregistreerd en de langste breukduur die ooit is waargenomen, namelijk tussen de 8,3 en 10 minuten.”_ 6. Klik op Bijwerken om uw wijzigingen op te slaan. 7. Herhaal de voorgaande stappen voor de Japanse aardbeving en tsunami van 2011 en gebruik het volgende als bijschrift en beschrijvende tekst. - Ondertiteling: _’De Japanse aardbeving en tsunami van 2011’_ - Beschrijving (alleen Tableau Desktop): _’De aardbeving in 2011 voor de kust van Tõhoku was een onderzeese megabeving met een kracht van 9.0 op de schaal van Richter’. “Het was de krachtigste aardbeving die Japan ooit heeft getroffen, en de vijfde krachtigste aardbeving die ooit is geregistreerd.”_ U ziet dat u al een overtuigend visueel verhaal hebt gemaakt met slechts één dashboard, door de data te filteren en de kaart te zoomen en te pannen. ![Een visuele weergave van de aardbeving van Tōhoku in 2011, die plaatsvond voor de oostkust van Honshu, Japan, met een kracht van 9,0.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_earthquake5.png) We hebben echter nog steeds geen antwoord op de hamvraag: komen er steeds meer grote aardbevingen voor? De volgende verhaalpunten gaan dieper in op dat aspect. ### Een trend aantonen In het volgende verhaalpunt schakelt u over naar een lijndiagram (het dashboard Tijdlijn) om uw doelgroep een trend te laten zien die u hebt opgemerkt toen u voor het eerst weergaven en dashboards maakte. 1. Schakel over van het verhaal dat u aan het bouwen bent naar het Dashboard Tijdlijn. ![Verhaal met gehighlight tijdlijndashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_example_switch.png) 2. Stel op het dashboard Tijdlijn het formaat in op Passend maken voor verhaal over aardbeving. 3. Ga terug naar uw verhaal en klik op Leeg om een nieuw verhaalpunt te creëren. 4. Dubbelklik op het Dashboard Tijdlijn om het aan uw verhaalblad toe te voegen. Sinds 1973 worden er steeds meer aardbevingen gemeld. Sterker nog, ze zijn aanzienlijk toegenomen! 5. Voeg een bijschrift toe, bijvoorbeeld: _’Er worden steeds meer aardbevingen gedetecteerd’_ 6. Gebruik Sleep om tekst toe te voegen om een beschrijving van de trend toe te voegen (alleen Tableau Desktop): _’Sinds 1973 is het aantal geregistreerde aardbevingen gestaag toegenomen’. Sinds 2003 is de trend versneld._ ![Een lijngrafiek die de gestage stijging in het aantal gedocumenteerde aardbevingen sinds 1973 weergeeft.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_earthquake6.png) ### Uw analyse aanbieden Vanuit uw eerdere werk in dit verhaal met het **Dashboard Kaart** weet u dat er regionale verschillen zijn in de frequentie van aardbevingen. In uw volgende verhaalpunt toont u het Dashboard Tijdlijn per regio. Hierin worden aardbevingen per regio opgesplitst en trendlijnen toegevoegd, waardoor de variabiliteit in data wordt verminderd. 1. Klik op Leeg om een nieuw verhaalblad te maken. 2. Dubbelklik het Dashboard Tijdlijn per regio naar het verhaalblad. De APAC-regio springt er duidelijk uit. 3. Voeg een bijschrift toe en gebruik dan Sleep om tekst toe te voegen om een opmerking toe te voegen die wijst op het grote aantal aardbevingen in de APAC-regio. - Ondertiteling: “_Vooral aan de oostkant van de Pacific Rim”_ - Beschrijving (alleen Tableau Desktop): _’Een grove indeling van aardbevingen in geografische regio's (op basis van lengtegraad) laat zien dat de grootste toename in geregistreerde aardbevingen plaatsvond rond de Pacifische kust’._ ![Een lijndiagram met de frequentie van aardbevingen in verschillende regio's ter wereld van 1974 tot 2012.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_earthquake7.png) ### De vraag beantwoorden Tot nu toe concludeerde uw dataverhaal dat de frequentie van aardbevingen in het gebied rond de Stille Oceaan sinds 1973 is opgelopen. Uw oorspronkelijke vraag was echter of grote aardbevingen steeds frequenter worden. Om deze vraag te beantwoorden, filtert u in uw laatste verhaalpunt de zwakkere aardbevingen eruit en bekijkt u wat de resulterende trendlijn is. 1. Klik op Dupliceren om een nieuw verhaalblad te maken. 2. Stel het filter Sterkte in op 5.000-9.100. De trendlijnen zijn afgevlakt, maar er is nog steeds sprake van een lichte stijging. 3. Voeg een bijschrift toe en gebruik dan Sleep om tekst toe te voegen om uw antwoord aan het verhaalpunt toe te voegen. Ondertiteling: _’Maar de trend in grote aardbevingen is niet zo duidelijk’_ Beschrijving (alleen Tableau Desktop): _’Het lijkt erop dat er steeds meer grote aardbevingen voorkomen’. “Er moet echter meer onderzoek worden gedaan naar de vraag of deze trend echt is of het gevolg is van een klein aantal uitzonderlijk krachtige aardbevingen.”_ ![Een lijndiagram van aardbevingen van 1974 tot 2012.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/story_earthquake8.png) Zoals vaak het geval is bij een dataverhaal, eindigt het verhaal met aanvullende vragen. Ja, er is een trend, maar die is klein. De laatste jaren zijn er meer grote aardbevingen (sterkte 5.000 - 9.100) gemeld, vooral in de regio Azië-Pacific. Maar zou dit een natuurlijke variatie kunnen zijn? Dat zou een goed onderwerp kunnen zijn voor een ander verhaal. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Voorbeeld: Meetwaarden verwisselen met behulp van parameters U wilt misschien een weergave maken waarin u kunt zien hoe de waarden van twee metingen zich tot elkaar verhouden. Maar stel dat u ook wilt kunnen kiezen welke maatregelen worden vergeleken, of nog beter, dat u een besturingselement aan de weergave wilt toevoegen waarmee elke gebruiker de te vergelijken maatregelen kan selecteren. Zo'n weergave kunt u maken met behulp van parameters en berekende velden. De berekende velden vervangen de metingen in de weergave en kunnen interactief door de gebruiker worden ingesteld met parameterbesturingselementen of parameteracties. Door meetwaarden te verwisselen kunt u ook [Dynamische astitels](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/dynamic_axis_titles.htm) gebruiken. ## Algemene stappen 1. Maak de parameters. 2. Maak berekende velden om de metingen in de weergave te wijzigen. 3. De weergave instellen. Dit artikel bevat een extra sectie die u als alternatief voor stap 2 kunt gebruiken: - Berekende velden maken om metingen te wijzigen en aggregaties te specificeren In de volgende secties worden deze procedures onderverdeeld in specifieke instructies. Het scenario maakt gebruik van de databron Voorbeeld - Superstore die bij Tableau Desktop wordt geleverd. ## De parameters maken Volg deze stappen. 1. Klik in het deelvenster Data op de vervolgkeuzepijl in de rechterbovenhoek en selecteer Parameter maken. 2. In het dialoogvenster Parameter maken, doet u het volgende: 1. Noem de parameter Selectiemethode voor tijdelijke aanduiding 1. 2. Stel het Datatype in op Tekenreeks. 3. Ga naar beneden naar het veld Toegestane waarden en kies Lijst. 4. Typ individuele maatregelnamen in het gebied Lijst met waarden: Korting, Winst, Hoeveelheid en Verkoop. Het dialoogvenster Parameter maken moet er nu als volgt uitzien: ![Het dialoogvenster Parameter maken](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/DPVparameters_swap.png) 5. Klik op OK om het dialoogvenster Parameter bewerken te sluiten. 3. Maak een tweede parameter, Selectiemethode voor tijdelijke aanduiding 2, met exact dezelfde configuratie. Dit kunt u op verschillende manieren doen. De gemakkelijkste manier is om te klikken op Selectiemethode voor tijdelijke aanduiding 1 in het deelvenster Data, de optie Dupliceren te kiezen en vervolgens de naam van de gedupliceerde parameter te wijzigen in Selectiemethode voor tijdelijke aanduiding 2. ## Berekende velden maken om de metingen in de weergave te wijzigen Volg deze stappen. 1. Kies Analyse > Berekend veld maken om de berekeningseditor te openen. Geef de berekening de naam Tijdelijke aanduiding 1 en typ of plak het volgende in het formulegebied: ``` CASE [Placeholder 1 Selector]WHEN "Discount" THEN [Discount]WHEN "Profit" THEN [Profit]WHEN "Quantity" THEN [Quantity]WHEN "Sales" THEN [Sales]END ``` **Opmerking**: het berekende veld moet verwijzen naar de vermelding Waarde voor een bepaalde rij, en niet de waarde Weergeven als. 2. Klik op OK om de editor berekeningen af te sluiten. 3. Maak een tweede berekend veld, Tijdelijke aanduiding 2, met dezelfde definitie. Wederom is de gemakkelijkste manier om dit te doen door te klikken op Tijdelijke aanduiding 1 in het deelvenster Data de optie Dupliceren te kiezen en vervolgens de naam van het gedupliceerde veld te wijzigen in Tijdelijke aanduiding 2. Vervang vervolgens de selectiemethode **Tijdelijke aanduiding 1** door **Tijdelijke aanduiding 2**. ## De weergave instellen Volg deze stappen. 1. Sleep Tijdelijke aanduiding 2 naar Kolommen en Tijdelijke aanduiding 1 naar Rijen. Omdat u metingen naar beide containers hebt gesleept, is de standaardweergave een spreidingsdiagram. Voor meer informatie over waarom Tableau dit doet, raadpleegt u [Voorbeeld: spreidingsdiagrammen, aggregatie en granulariteit](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm#ExampleScatter). 2. Sleep Klantnaam naar Detail en Regio naar Kleur. 3. Klik in het gebied Parameters van het deelvenster Data op elke Selectiemethode voor tijdelijke aanduiding 1 en kies Parametercontrole weergeven. Doe vervolgens hetzelfde voor Selectiemethode voor tijdelijke aanduiding 2. 4. Tableau geeft de parameterbesturingselementen standaard weer aan de rechterkant van de weergave. Sleep ze naar de linkerkant, zodat uw gebruikers ze beter kunnen zien. De weergave is nu compleet. Met de parameterbesturingselementen kunnen gebruikers de metingen selecteren die op de X- en Y-as moeten worden gebruikt. De onderstaande weergave linksonder toont bijvoorbeeld Hoeveelheid versus Korting, terwijl in de weergave rechts de parameterbesturingselementen zijn gebruikt om Winst versus Verkoop te tonen. ![Een spreidingsdiagram met twee parameters toegepast voor Hoeveelheid en Korting.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/parameters_swap2.png) ## Berekende velden maken om metingen te wijzigen en aggregaties te specificeren Als alternatief voor de bovenstaande sectie Berekende velden maken om de metingen in de weergave te wijzigen, kunt u overwegen om berekende velden te maken die aggregaties voor afzonderlijke metingen specificeren. Zoals hierboven beschreven specificeren de berekende velden geen aggregaties. U ziet op de bovenstaande afbeelding dat Tableau automatisch een aggregatie (SOM) toewijst aan de velden Tijdelijke aanduiding 1 en Tijdelijke aanduiding 2. Maar u kent uw data en u wilt wellicht bepalen welke aggregatie Tableau voor uw metingen gebruikt. In plaats van de hierboven genoemde definitie van het berekende veld kunt u beter de volgende definitie overwegen: ``` CASE [Placeholder 1 Selector]WHEN "Discount" THEN SUM([Discount])WHEN "Profit" THEN AVG([Profit])WHEN "Quantity" THEN SUM([Quantity])WHEN "Sales" THEN AVG([Sales])END ``` U kunt zelf beslissen of u de metingen in uw velddefinities expliciet wilt aggregeren. Het enige wat u niet kunt doen, is mixen en matchen: u kunt dus niet aggregaties wel definiëren voor bepaalde metingen, maar niet voor andere. Dit is hoe het spreidingsdiagram Winst versus Verkoop verandert wanneer u AVG opgeeft als de aggregatie voor deze velden, in tegenstelling tot het niet opgeven van een aggregatie en Tableau standaard SUM te laten uitvoeren voor
Winst versus Verkoop met standaardaggregatieWinst versus Verkoop met expliciete aggregatie
Een spreidingsdiagram met twee parameters toegepast voor Winst en Omzet.Een spreidingsdiagram met twee parameters toegepast voor Winst en Omzet.
Het lijkt op elkaar, maar het is toch anders. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Vragen over relaties, het datamodel en databronnen Hier volgt een lijst met vragen die vaak worden gesteld over datamodellering en relaties in Tableau. Als u een vraag wilt stellen die niet in deze lijst staat, kunt u dat doen door op het blauwe pictogram **Feedback verzenden** rechtsonder op deze Help-pagina te klikken. (Klik op Ja of Nee, typ uw vraag in het veld Opmerking en klik op Verzenden.) ## Relaties ### Is een relatie gewoon een andere naam voor een join? Relaties zijn een dynamische, flexibele manier om data uit meerdere tabellen te combineren voor analyse. Een relatie beschrijft hoe twee onafhankelijke, logische tabellen zich tot elkaar verhouden, maar voegt de tabellen niet samen. ([Wat is een logische tabel?](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel.htm)) Wanneer er een relatie tussen tabellen wordt gecreëerd, blijven de tabellen gescheiden (genormaliseerd), waarbij hun oorspronkelijke detailniveau en domeinen behouden blijven. U kunt relaties gebruiken om datamodellen op basis van meerdere feitentabellen te maken of om meerdere gepubliceerde databronnen te combineren. U kunt geen join-type instellen voor relaties. Relaties stellen joins uit naar de tijd en context van de analyse. Tableau selecteert automatisch welke join-typen moeten worden gebruikt op basis van de op dat moment gebruikte velden in de visualisatie. Tijdens de analyse past Tableau de join-typen op intelligente wijze aan waarbij het oorspronkelijke detailniveau in uw data behouden blijft. U kunt aggregaties op het detailniveau van de velden in uw visualisatie zien, zonder dat u hoeft na te denken over de onderliggende joins. Relaties kunnen veel-op-veel zijn en volledige buitenste joins ondersteunen. U hoeft geen LOD-expressies zoals FIXED te gebruiken om data in gerelateerde tabellen te dedupliceren. We raden u aan als eerste werkwijze relaties te gebruiken voor het combineren van uw data, omdat dit uw datavoorbereiding en -analyse eenvoudiger en intuïtiever maakt. Gebruik joins alleen als ze echt nodig zijn. **Meer informatie**: zie ook de volgende onderwerpen en blogposts voor gerelateerde informatie over het combineren van data met gebruik van relaties: - [Uw data relateren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/relate_tables.htm) - [Het Tableau-datamodel](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel.htm) - [Verschillen tussen relaties en joins](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_relationships_learnmorepage.htm) - [Relaties gebruiken voor data-analyse met meerdere tabellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_multitable_normalized.htm) - [Laat u niet afschrikken door relaties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_dont_be_scared.htm) - [Relaties, deel 1: Introductie van nieuwe datamodellering in Tableau (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) - [Relaties, deel 2: Tips en trucs (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-2-tips-and-tricks) - [Relaties, deel 3: Vragen stellen over meerdere gerelateerde tabellen (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/6/relationships-part-3-asking-questions-across-multiple-related-tables) Zie ook videopodcasts over relaties van [Actieanalyses](https://action-analytics.com/library/), zoals [Waarom heeft Tableau relaties uitgevonden?](https://action-analytics.com/ep-1-why-did-tableau-invent-relationships/) Klik op Videopodcast in de [Bibliotheek](https://action-analytics.com/library/) om meer te zien. ### Kan ik joins gebruiken tussen logische tabellen? U dient relaties te gebruiken tussen logische tabellen. U kunt alleen joins gebruiken tussen fysieke tabellen in een logische tabel. Dubbelklik op een logische tabel om deze te openen. We raden u aan als eerste werkwijze relaties te gebruiken voor het combineren van uw data, omdat dit uw datavoorbereiding en -analyse eenvoudiger en intuïtiever maakt. Gebruik joins alleen als het echt nodig is, bijvoorbeeld door expliciet een bepaald join-type in te stellen. ### Waar zijn de joins gebleven? Kan ik tabeldata nog steeds combineren met behulp van joins? Joins zijn nog steeds een optie voor het combineren van data. U hoeft alleen maar een logische tabel te openen om met joins te werken (dubbelklik op een logische tabel om deze te openen). Tabellen waarvan u een join maakt, worden samengevoegd tot één logische tabel. [Waar zijn de joins gebleven?](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_relationships_learnmorepage.htm#WhereAreJoins) ### Zijn relaties vergelijkbaar met combinaties? Wanneer moet ik een combinatie gebruiken? Hoewel zowel relaties als combinaties analyses op verschillende detailniveaus ondersteunen, zijn er duidelijke verschillen. U kunt bijvoorbeeld combinaties gebruiken als de velden die worden gebruikt om twee tabellen samen te voegen, afhankelijk zijn van het werkblad. Combinaties ondersteunen alleen joins naar links, terwijl relaties volledige buitenste joins ondersteunen. Combinaties kunnen per blad worden aangepast. [Relaties versus combinaties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/relate_tables.htm#Relation) ## Databronnen, datamodel en verbindingen ### Hoe zijn databronnen veranderd? In Tableau versie 2020.1 en eerder vormden tabellen die u op de pagina Databron combineerde met behulp van joins en verenigingen het datamodel in een databron. De data werden samengevoegd in één afgevlakte tabel. Met ingang van Tableau 2020.2 is er een nieuwe logische laag toegevoegd aan het datamodel van Tableau. De logische laag en relaties geven u meer mogelijkheden om de benodigde data over te brengen naar Tableau. U kunt nu genormaliseerde databronnen maken met meerdere tabellen op verschillende detailniveaus. Gerelateerde tabellen worden niet samengevoegd, ze blijven van elkaar gescheiden. Het gebruik van relaties maakt het flexibeler en gemakkelijker om data in meerdere tabellen te maken en analyseren. U kunt nog steeds databronnen met één tabel maken in Tableau. U kunt een logische tabel samenstellen met een combinatie van joins, verenigingen, aangepaste SQL, enzovoort. Het gedrag van de analyse van één tabel in Tableau is niet veranderd. Analyse van één logische tabel die een combinatie van dimensies en meetwaarden bevat, werkt net als in Tableau-versies vóór 2020.2. Wanneer u een werkmap of databron upgradet naar Tableau-versie 2020.2 en hoger, bevat deze één logische tabel die uw databron van vóór versie 2020.2 vertegenwoordigt. En deze tabel werkt op dezelfde manier als voorheen. ### Wat zijn logische tabellen en fysieke tabellen? Met ingang van Tableau versie 2020.2 gebruiken databronnen een datamodel met twee lagen: een logische laag waarin u tabellen aan elkaar kunt relateren en een fysieke laag waarin tabellen kunnen worden samengevoegd of verenigd. Tabellen die u naar de logische laag sleept, gebruiken relaties en worden logische tabellen genoemd. Elke logische tabel kan één of meerdere fysieke tabellen in de fysieke laag bevatten. Zie [Het Tableau-datamodel](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel.htm) voor meer informatie. ### Kunnen er relaties bestaan tussen tabellen van verschillende verbindingen? Ja. U kunt een databron maken met relaties tussen tabellen uit verschillende verbindingen. Zie [Data combineren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_plan.htm#Combine) in [De databron plannen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_plan.htm) voor meer informatie. ### Ondersteunen alle verbindingstypen logische tabellen en relaties? De meeste relationele verbindingstypen worden volledig ondersteund. Voor kubussen, SAP HANA (met OLAP-kenmerk), JSON en Google Analytics geldt een beperking van één logische tabel. Opgeslagen procedures kunnen alleen in één logische tabel worden gebruikt. Niet ondersteund - Kubusdatabases ondersteunen de nieuwe logische laag niet. Verbinding maken met een kubus werkt net als in versies vóór 2020.2. - Opgeslagen procedures: ondersteunen federatie, relaties of joins niet. Ze worden weergegeven in één logische tabel en staan het openen van het canvas Join/Vereniging (fysieke laag) niet toe. - Splunk: ondersteunt geen joins naar links (en daarom geen logische tabellen). - JSON: ondersteunt geen federatie, aangepaste SQL, joins of relaties (alleen verenigingen). - Databronnen die geen LOD-berekeningen ondersteunen. Zie [Databronbeperkingen voor LOD-expressies](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod_overview.htm#Data) voor meer informatie. Beperkte ondersteuning - Salesforce- en WDC-standaardverbindingen: deze worden weergegeven als samengevoegde tabellen in een logische tabel. Het toevoegen van deze tabellen wordt momenteel alleen ondersteund voor databronnen met één logische tabel. Standaardverbindingen kunnen niet aan een bestaande tabel worden gekoppeld. - SAP HANA: biedt geen ondersteuning voor het relateren van logische tabellen wanneer het OLAP-kenmerk is ingesteld voor de verbinding. - Het gebruik van ongelijkheidsoperators om een relatie te definiëren wordt niet ondersteund in: - Google BigQuery - MapR - Salesforce ### Welke soorten datamodellen worden ondersteund? Zie [Het Tableau-datamodel](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel.htm) en [Ondersteunde datamodelschema's](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel.htm#ExamplesStarSnowflake). ### Is er een klassieke weergave van de pagina Databron die ik kan gebruiken? De fysieke laag van het canvas van de pagina Databron is in feite de 'klassieke weergave' van de pagina Databron in eerdere versies van Tableau. De standaardweergave van het canvas Databron is de logische laag in Tableau versie 2020.2 en hoger. U moet dubbelklikken op een logische tabel op het canvas van de pagina Databron om naar de fysieke laag van het canvas te gaan. ### Hoe maak ik een databron met één tabel? Sleep één tabel naar het canvas (logische laag) van de pagina Databron. Gebruik op het werkblad de velden uit die tabel in het deelvenster Data voor analyse. U kunt meer data toevoegen aan de enkele, logische tabel door te dubbelklikken op de tabel. Hierdoor wordt de fysieke laag van het canvas van de pagina Databron geopend. Als u joins of verenigingen moet gebruiken, kunt u de tabellen waarvan u een join wilt maken of die u wilt verenigen naar het canvas van de fysieke laag slepen. De fysieke tabellen worden samengevoegd in één logische tabel. ![Datamodel met twee joins.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_singletable_joins.gif) Dit voorbeeld toont de tabel Book in het canvas Relationships (logische laag) van de databron. Als u dubbelklikt op de logische tabel Book, wordt het canvas Join/Vereniging (fysieke laag) geopend. In dit voorbeeld voegen de joins de tabellen Award en Info samen met de tabel Book. ### Is de beveiliging op rijniveau veranderd? Beveiliging op rijniveau werkt net als altijd. Zie [Best practices voor beveiliging op rijniveau](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/rls_bestpractices.htm) in de Help van Tableau Server voor informatie over beveiliging op rijniveau. ### Hoe kan ik aangepaste SQL gebruiken? Dubbelklik op de optie Nieuwe aangepaste SQL in het linkervenster van de pagina Databron. De aangepaste SQL blijft beperkt tot één logische tabel. ### Hoe bekijk of bewerk ik het datamodel op internet? U kunt het datamodel van een gepubliceerde databron op internet bekijken en bewerken. Zie [Een gepubliceerde databron bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/edit_datasources.htm) voor meer informatie. ### Kan ik een databron uit Tableau Server of Tableau Cloud (versie 2020.2 en hoger) gebruiken in een eerdere versie van Tableau Desktop (versie 2020.1 en eerder)? Als u probeert een gepubliceerde databron of gepubliceerde werkmap van Tableau Server of Tableau Cloud versie 2020.2 en hoger te openen in een eerdere versie van Tableau Desktop (versie 2020.1 en eerder), worden alle logische tabellen die gerelateerd waren aan de hoofdtabel in de databron verwijderd. Alleen de hoofdtabel (de eerste tabel die aan dat databronmodel is toegevoegd) blijft over. Als u probeert een lokale databron te gebruiken in een eerdere versie van Tableau: - Tableau meldt dat de databron afkomstig is uit een nieuwere versie van Tableau die niet compatibel is met de vorige versie. - Op de pagina Databron blijft alleen de hoofdtabel in de databron staan. - In het deelvenster Data in een Tableau Desktop\-werkblad geeft Tableau fouten weer (rode uitroeptekens) naast de betrokken velden die geen deel uitmaken van de hoofdtabel. Als u probeert een gepubliceerde databron te gebruiken in een eerdere versie van Tableau: - Tableau meldt dat de databron afkomstig is uit een nieuwere versie van Tableau die niet compatibel is met de vorige versie. - In het deelvenster Data in een Tableau Desktop\-werkblad geeft Tableau een fout weer (rood uitroepteken) naast de geselecteerde databron. Ook ziet u een melding dat de verbinding vernieuwd moet worden. Klik **Details tonen** voor meer informatie over de fout. ### Kunnen gepubliceerde databronnen aan elkaar gerelateerd worden? Ja, dit is mogelijk vanaf Tableau 2026.2. Voor eerdere versies gebruikt u in plaats daarvan datacombinatie. ### Hoe werken extracten met gerelateerde logische tabellen? Extractdata worden nu opgeslagen op basis van logische tabellen (vervangt de optie Eén tabel) of fysieke tabellen (vervangt de optie Meerdere tabellen). Zie [Uw data extraheren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/extracting_data.htm#extract) voor meer informatie. ### Wat gebeurt er met de relaties tussen logische tabellen als ik moet downgraden naar Tableau versie 2020.1 en eerder? Als u een werkmap downgradet naar Tableau versie 2020.1 en eerder, worden alle logische tabellen die gerelateerd waren aan de hoofdtabel in het model verwijderd uit de databron. Alleen de hoofdtabel (de eerste tabel die aan dat model is toegevoegd) blijft over. Alle bladen in de werkmap die velden uit logische tabellen (niet-hoofdtabellen) gebruikten, worden ongeldig, omdat hun tabellen en velden uit het datamodel zijn verwijderd. Downgraden werkt het beste voor werkmappen die databronnen met één tabel bevatten. ### Hoe werkt het nieuwe datamodel met kubussen? Kubussen werken net als in eerdere versies van Tableau. Een kubusdatabron wordt weergegeven als een databron met één tabel, net als nu. U kunt geen relaties maken met behulp van kubusdata. ## Interactie met andere Tableau-functies en -producten ### Werkt Data uitleggen met databronnen met meerdere tabellen die relaties gebruiken? In Tableau versie 2020.3 of hoger kunt u Data uitleggen gebruiken met databronnen die meerdere, gerelateerde tabellen bevatten. De instellingen Kardinaliteit en referentiële integriteit voor relaties moeten correct zijn ingesteld, anders kan Data uitleggen gerelateerde data met meerdere tabellen niet analyseren. In Tableau versie 2020.2 en eerder kunt u Data uitleggen alleen gebruiken met databronnen met één tabel. Uw databron kan bestaan uit één logische tabel die wordt gedefinieerd door een of meer fysieke tabellen. ### Werkt Data uitleggen met databronnen met meerdere tabellen? Data opvragen biedt volledige ondersteuning voor genormaliseerde databronnen met meerdere tabellen. ### Welke invloed hebben nieuwe mogelijkheden voor datamodellering op het gebruik van Tableau Bridge? Het gebruik van de nieuwste versie van Tableau Bridge biedt volledige compatibiliteit met de functies voor datamodellering in Tableau versie 2020.2 en later. ### Wanneer moet ik Tableau Prep gebruiken en wanneer moet ik authoring gebruiken in Tableau Desktop, Tableau Cloud of Tableau Server om een databron te maken? Tableau Prep schoont data op en maakt flows, extracten en gepubliceerde databronnen die fysieke tabellen bevatten. In Tableau Desktop en in Tableau Cloud en Tableau Server webauthoring kunt u databronnen maken die genormaliseerde datamodellen gebruiken. Deze datamodellen kunnen bestaan uit logische tabellen en fysieke tabellen, en uw databronnen kunnen worden opgeslagen als live databronnen of als extracten. Alleen logische tabellen kunnen gerelateerd zijn. U kunt fysieke tabellen verenigen en er joins mee maken. ## Analyse met databronnen met meerdere tabellen ### Werken analyses anders met databronnen met meerdere tabellen die relaties gebruiken? Het gebruik van een databron met meerdere, gerelateerde tabellen heeft invloed op de manier waarop analyses werken in Tableau. Omdat meerdere, gerelateerde tabellen onafhankelijke domeinen hebben en hun oorspronkelijke detailniveau behouden, geldt het volgende wanneer u velden naar de weergave sleept: - Er worden query's uitgevoerd op het natuurlijke detailniveau van data. - Er worden alleen query's uitgevoerd op data die relevant zijn voor een visualisatie. - De relaties tussen de tabellen zijn van invloed op de resultaten van de query. De flow voor het maken van een visualisatie kan variëren afhankelijk van hoe tabellen en velden aan elkaar zijn gerelateerd in het datamodel, of van het feit dat ze niet direct gerelateerd zijn. Zie [Laat u niet afschrikken door relaties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_dont_be_scared.htm), [Hoe analyse werkt voor databronnen die gebruikmaken van relaties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_multitable_analysis_overview.htm), [Verrassend gedrag van niet-overeenkomende waarden](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel_whatschanged.htm#Unmatche) en [Problemen in de analyse met meerdere tabellen oplossen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_multitable_analysis_overview.htm#Troubles) voor meer informatie. **Opmerking**: in Tableau versie 2024.2 en hoger ondersteunt het Tableau-datamodel analyse op basis van meerdere feitentabellen en gedeelde dimensies via relaties op basis van meerdere feitentabellen. Zie [Over datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm), [Wanneer een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen gebruiken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_when_to_use.htm) en [Een datamodel maken met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_build.htm) voor meer informatie. ### Werken LOD's net zo met het nieuwe datamodel? Wanneer moet ik een LOD gebruiken? LOD-expressies en -berekeningen werken net als altijd. Omdat Tableau nu het detailniveau (LOD) van uw invoertabellen begrijpt, hoeft u geen LOD-berekeningen te gebruiken om ongewenste duplicatie als gevolg van joins te verwijderen. U kunt LOD-berekeningen nog steeds gebruiken om: - Ongewenste duplicatie in uw brontabellen te verhelpen. - Aggregaties op meerdere niveaus te berekenen (bijvoorbeeld een gemiddelde over een som) - Een cohortanalyse uit te voeren (bijvoorbeeld om de eerste besteldatum voor elke klant te berekenen) Als de dimensionaliteit van een LOD-berekening velden uit één tabel omvat, verschijnt die LOD-berekening in de bijbehorende tabel in het deelvenster Data. ### Hoe weet ik of ik mijn data goed heb gecombineerd met relaties? Er zijn verschillende manieren om uw datamodel te valideren voor analyse. Bij het maken van het model voor uw databron raden we u aan naar een werkblad te gaan, die databron te selecteren en vervolgens een visualisatie te bouwen om de aantallen records, verwachte data, niet-overeenkomende waarden, null-waarden of herhaalde meetwaarden te bekijken. Probeer met velden in verschillende tabellen te werken om ervoor te zorgen dat alles er zo uitziet als u voor ogen had. Let bijvoorbeeld op het volgende: - Gebruiken uw relaties in het datamodel de juiste overeenkomende velden voor hun tabellen? - Zou het toevoegen van meerdere overeenkomende veldparen de relatie nauwkeuriger maken? - Wat gebeurt er als u verschillende dimensies en meetwaarden in de weergave sleept? - Ziet u het verwachte aantal rijen? - Als u een van de standaardinstellingen in de [Instellingen voor prestatieopties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_relationships_perfoptions.htm) hebt gewijzigd, zijn de waarden die u in de visualisatie ziet wat u zou verwachten? Als dat niet het geval is, kunt u de instellingen controleren of de standaardinstellingen herstellen. Opties voor het valideren van relaties en het datamodel: - Elke tabel bevat een telling van het aantal records, in de vorm van een veld met de naam _TabelNaam(Aantal)_, op het detailniveau van die tabel. Sleep het veld Aantal naar de weergave om het aantal voor een tabel te zien. Als u het aantal voor alle tabellen wilt zien, selecteert u het veld Aantal voor elke tabel in het deelvenster Data en klikt u op de teksttabel in Laten zien. - Klik op **Data weergeven** in het deelvenster Data om het aantal rijen en data per tabel weer te geven. Voordat u relaties gaat maken, kan het ook handig zijn om de data uit de databron voor of tijdens de analyse te bekijken, zodat u een idee krijgt van de scope van elke tabel. Zie [Onderliggende data weergeven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_viewdata.htm) voor meer informatie. - Sleep dimensies naar rijen om het aantal rijen in de statusbalk te zien. Als u niet-overeenkomende waarden wilt zien, klikt u op het menu **Analyse** en selecteert u Lay-out tabel > Lege rijen weergeven of Lege kolommen weergeven. U kunt ook verschillende meetwaarden naar de weergave slepen, zoals _(Aantal)_ uit een van de tabellen in uw visualisatie. Zo ziet u alle waarden van de dimensies uit die tabel. ### Kan ik de query's zien die Tableau voor relaties genereert? U kunt prestatieregistratie in Tableau Desktop gebruiken als u de query's wilt zien die voor relaties worden gegenereerd. 1. Klik op het menu Help en selecteer vervolgens **Instellingen en prestaties** > **Prestatieregistratie starten**. 2. Sleep velden naar de weergave om uw visualisatie samen te stellen. 3. Klik op het menu Help en selecteer vervolgens **Instellingen en prestaties** > **Prestatieregistratie stoppen**. De werkmap Prestatieregistratie wordt automatisch geopend. 4. Klik in het dashboard Prestatiesamenvatting onder Gebeurtenissen gesorteerd op tijd op een 'Query wordt uitgevoerd'-balk en bekijk de query eronder. Een andere, meer geavanceerde optie is het gebruik van de [Tableau Log Viewer](https://github.com/tableau/tableau-log-viewer) op GitHub. Met behulp van `end-protocol.query` kunt u filteren op een specifiek trefwoord. Ga naar de [Tableau Log Viewer-wikipagina](https://github.com/tableau/tableau-log-viewer/wiki) op GitHub voor meer informatie. ## Wijzigingen in verschillende onderdelen van de interface ### Wat is er veranderd op de pagina Databron? In het dataraster? In Data weergeven? In het deelvenster Data? De pagina Databron (canvas, dataraster), Data weergeven en het deelvenster Data zijn bijgewerkt om analyses met meerdere tabellen te ondersteunen. Uw eerste weergave van het databroncanvas is nu de logische laag, waarin u relaties definieert. Het dataraster toont rijdata voor het detailniveau van elke tabel. In het deelvenster Data worden velden en berekende velden automatisch geordend op hun oorspronkelijke detailniveau. In het deelvenster Data weergeven worden data op rijniveau op het juiste detailniveau weergegeven, zonder replicatie, om validatie eenvoudiger te maken. Haal het aantal rijen voor elke tabel op in het deelvenster Data met behulp van de velden _Tabel(Aantal)_. [Wijzigingen op de pagina Databron](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel_whatschanged.htm#Data) [Dataraster](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel_whatschanged.htm#Data2) [Data weergeven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel_whatschanged.htm#View) [Deelvenster Data in werkbladen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel_whatschanged.htm#Data3) ### Wijzigingen in de volgorde van kolommen voor Data weergeven in Tableau 2020.2 en hoger Wanneer u een databron uit een eerdere versie van Tableau opent in Tableau 2020.2 en hoger, kan de kolomvolgorde veranderd zijn. Kolommen worden mogelijk anders weergegeven in het deelvenster Data weergeven en de volgorde van de kolommen kan anders zijn wanneer u deze exporteert naar de CSV-indeling. Deze wijziging in de manier waarop de kolomvolgorde wordt afgehandeld in het venster Data weergeven is nodig om relaties en logische tabellen te ondersteunen. Als u scripts gebruikt die afhankelijk zijn van een aangepaste kolomvolgorde, raden we u aan de Uitbreidingen-API van Tableau voor Data weergeven te gebruiken om onderliggende data te downloaden in de csv-indeling. ### Hoe werkt het aantal tabellen versus het aantal records? U ziet het veld Aantal records niet meer in databronnen die logische tabellen bevatten. Elke tabel bevat een telling van het aantal records, in de vorm van een veld met de naam _TabelNaam(Aantal)_, op het detailniveau van die tabel. In het vorige voorbeeld ziet u _Adressen(Aantal)_, _Klanten(Aantal)_ en _Regelitems(Aantal)_. COUNT van tabel = SOM van het aantal records per tabel. U kunt geen berekeningen maken op het veld _Aantal_ van een tabel. _Aantal_ is alleen voor aggregaten. **Opmerking**: mogelijk ziet u het veld _Aantal records_ in het deelvenster Data als u een werkmap van vóór versie 2020.2 opent waarin _Aantal records_ in een weergave werd gebruikt. ### Waar worden sets, groepen en berekende velden weergegeven? Als het veld bij een tabel hoort, wordt het onder de tabel vermeld. Als dat niet het geval is, wordt het weergegeven in het algemene gebied onder aan het deelvenster Data. Berekende velden worden samen met hun oorspronkelijke veld vermeld als al hun invoervelden uit dezelfde tabel komen. Sets en groepen worden samen met hun oorspronkelijke veld onder de tabel weergegeven. Velden die niet bij een specifieke tabel horen, worden weergegeven in het algemene gebied onder de tabellen. Het gaat dan om de volgende velden: geaggregeerde berekeningen, berekeningen waarbij velden uit meerdere tabellen worden gebruikt, namen van meetwaarden en waarden van meetwaarden. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Waarden transformeren met tabelberekeningen In dit artikel worden de basisbeginselen van tabelberekeningen uitgelegd en hoe u deze in Tableau kunt maken. ## Wat is een tabelberekening? Een tabelberekening is een transformatie die u toepast op de waarden in een visualisatie. Tabelberekeningen zijn een speciaal type berekend veld met berekeningen op basis van de lokale data in Tableau. Ze worden berekend op basis van wat er momenteel in de visualisatie staat en houden geen rekening met meetwaarden of dimensies die uit de visualisatie zijn gefilterd. U kunt tabelberekeningen voor verschillende doeleinden gebruiken, waaronder: - Waarden transformeren naar ranglijsten - Waarden transformeren om lopende totalen weer te geven - Waarden transformeren om het percentage van het totaal weer te geven Voor elke Tableau-visualisatie is er een virtuele tabel die wordt bepaald door de dimensies in de weergave. Deze tabel is niet hetzelfde als de tabellen in de databron. Concreet wordt de virtuele tabel bepaald door de dimensies binnen het detailniveau, oftewel de dimensies van een van de volgende containers of kaarten in een Tableau-werkblad: ![Secties met containers en visualisatie die betrekking hebben op LOD-expressies, worden gehighlight in een leeg Tableau-dashboard. Gemarkeerde gebieden zijn pagina's, kolommen, rijen, werkbladoppervlak en de volgende markeringen op de kaart Markeringen: kleur, grootte, label, detail en pad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/calculations_lod_shelves.png) ## De basis: adressering en partitionering Wanneer u een tabelberekening toevoegt, moet u alle dimensies op detailniveau gebruiken voor partitionering (scoping), of voor adressering (richting). De dimensies die bepalen hoe de berekening moet worden gegroepeerd (het bereik van de data waarop de berekening wordt uitgevoerd), worden **partitioneringsvelden** genoemd. De tabelberekening wordt binnen elke partitie afzonderlijk uitgevoerd. De resterende dimensies waarop de tabelberekening wordt uitgevoerd, worden **adresseringsvelden** genoemd, en die bepalen de richting van de berekening. Partitioneringsvelden verdelen de weergave in meerdere subweergaven (of subtabellen), en vervolgens wordt de tabelberekening toegepast op de markeringen binnen elke partitie. De richting waarin de berekening gaat (bijvoorbeeld bij het berekenen van een lopende som of het berekenen van het verschil tussen waarden) wordt bepaald door de adresseringsvelden. Wanneer u in het dialoogvenster Tabelberekening de velden in de sectie Specifieke dimensies van boven naar beneden ordent, geeft u daarmee de richting aan waarin de berekening door de verschillende markeringen in de partitie gaat. Wanneer u een tabelberekening toevoegt met behulp van de opties voor Berekenen met, identificeert Tableau sommige dimensies automatisch voor adressering en andere voor partitionering, op basis van uw selecties. Maar als u Specifieke dimensies gebruikt, is het aan u om te bepalen welke dimensies voor adressering en welke voor partitionering zijn bedoeld. ### Tabel (opzij) Berekent opzij over de hele lengte van de tabel en start na elke partitie opnieuw. Voorbeeld: in de volgende tabel wordt de berekening opzij berekend over de kolommen (JAAR(Besteldatum)) voor elke rij (MAAND(Besteldatum)). ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations1.png) ### Tabel (omlaag) Berekent omlaag over de hele lengte van de tabel en start na elke partitie opnieuw. Voorbeeld: in de volgende tabel wordt de berekening omlaag berekend over de rijen (MAAND(Besteldatum)) voor elke kolom (JAAR(Besteldatum)). ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations2.png) ### Tabel (opzij en dan omlaag) Berekent opzij over de lengte van de tabel en vervolgens omlaag over de lengte van de tabel. Voorbeeld: in de volgende tabel wordt de berekening voor de hele tabel als volgt berekend: opzij over de kolommen (JAAR(Besteldatum)), omlaag over een rij (MAAND(Besteldatum)) en vervolgens weer opzij over de kolommen. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations3.png) ### Tabel (omlaag en dan opzij) Berekent omlaag over de lengte van de tabel en vervolgens opzij over de lengte van de tabel. Voorbeeld: in de volgende tabel wordt de berekening omlaag berekend over de rijen (MAAND(Besteldatum)), opzij over een kolom (JAAR(Besteldatum)) en vervolgens weer omlaag over de rijen. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations4.png) ### Deelvenster (omlaag) Berekent omlaag voor een volledig deelvenster. Voorbeeld: in de volgende tabel wordt de berekening omlaag berekend over de rijen (MAAND(Besteldatum)) voor één deelvenster. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations5.png) ### Deelvenster (opzij en dan omlaag) Berekent opzij over een volledig deelvenster en vervolgens omlaag over het volledige deelvenster. Voorbeeld: in de volgende tabel wordt de berekening opzij berekend over de kolommen (JAAR(Besteldatum)) voor de lengte van het deelvenster, omlaag over een rij (MAAND(Besteldatum)) en vervolgens weer opzij over de kolommen voor de lengte van het deelvenster. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations6.png) ### Deelvenster (omlaag en dan opzij) Berekent omlaag over een volledig deelvenster en vervolgens opzij over het volledige deelvenster. Voorbeeld: in de volgende tabel wordt de berekening omlaag berekend over de rijen (MAAND(Besteldatum)) voor de lengte van het deelvenster, opzij over een kolom (JAAR(Besteldatum)) en vervolgens weer omlaag over de lengte van het deelvenster. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations7.png) ### Cel Berekent binnen één cel. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations8.png) ### Specifieke dimensies Berekent alleen binnen de dimensies die u opgeeft. Voorbeeld: in de volgende visualisatie zijn de dimensies Maand van besteldatum en Kwartaal van besteldatum de adresseringsvelden (aangezien ze zijn geselecteerd), en is Jaar van besteldatum het partitieveld (aangezien dit niet is geselecteerd). De berekening transformeert dus het verschil van elke maand over alle kwartalen binnen een jaar. De berekening begint opnieuw voor ieder jaar. Houd er rekening mee dat als alle dimensies zijn geselecteerd, de hele tabel binnen de scope valt. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations11.png) #### Op het niveau De optie Op het niveau is alleen beschikbaar als u Specifieke dimensies selecteert in het dialoogvenster Tabelberekeningen, en wanneer er meer dan één dimensie is geselecteerd in het veld direct onder de opties Berekenen met, oftewel wanneer meer dan één dimensie is gedefinieerd als adresseringsveld. Deze optie is niet beschikbaar als u een tabelberekening definieert met Berekenen met, omdat deze waarden partities op basis van positie vaststellen. Maar bij Specifieke dimensies is de optie Op het niveau, waarmee u uw berekening kunt verfijnen, wel beschikbaar, omdat de visuele structuur en de tabelberekening niet noodzakelijkerwijs op één lijn liggen. Gebruik deze instelling om een pauze in te stellen (dat wil zeggen, de berekening opnieuw te starten) in de weergave, op basis van een bepaalde dimensie. Hoe verschilt dit van het alleen gebruiken van die dimensie voor partitionering? In feite is het partitionering, maar partitionering op basis van positie in plaats van waarde, en dat is hoe partitionering wordt gedefinieerd met de opties Berekenen met. In het bovenstaande voorbeeld zijn de beschikbare keuzes in de vervolgkeuzelijst Op het niveau:
DiepstSpecificeert dat de berekening moet worden uitgevoerd op het niveau van de fijnste granulariteit. Dit is de standaardoptie.
Kwartaal van besteldatumSpecificeert dat de berekening op kwartaalniveau moet worden uitgevoerd.
Maand van besteldatum

Geeft aan dat de berekening op maandniveau moet worden uitgevoerd.

 

## Een tabelberekening maken Om te leren hoe u een tabelberekening maakt, volgt u de stappen in het onderstaande voorbeeld. Zie [Snelle tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_quick.htm) voor meer informatie over het maken van snelle tabelberekeningen. ### Stap 1: Bouw de visualisatie 1. Open Tableau en maak verbinding met de opgeslagen databron **Voorbeeld - Superstore**. 2. Navigeer naar een nieuw werkblad. 3. Sleep Besteldatum van het deelvenster**Data** naar de container Rijen. De dimensie wordt bijgewerkt naar **JAAR(Besteldatum)**. 4. Klik in de container Rijen met de rechtermuisknop op JAAR(Besteldatum) en selecteer Kwartaal. 5. Klik in de container Rijen op het +\-pictogram voor KWARTAAL(Besteldatum). **MAAND(Besteldatum)** wordt aan de container toegevoegd. 6. Sleep Besteldatum van het venster**Data** onder Dimensies naar de container Kolommen. De dimensie wordt weer bijgewerkt naar **JAAR(Besteldatum)**. 7. Sleep Verkoop vanuit het deelvenster **Data** naar Tekst op de kaart Markeringen. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations10.png) ### Stap 2: Voeg de tabelberekening toe 1. Klik op de kaart Markeringen met de rechtermuisknop op SUM(Verkoop) en selecteer Tabelberekening toevoegen. 2. In het dialoogvenster Tabelberekening dat wordt geopend, doet u het volgende: - Bij **Berekeningstype**: selecteert uVerschil van. Zie [Typen tabelberekening](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_definebasic_runningtotal.htm) voor meer informatie over de soorten tabelberekeningen die u in Tableau kunt gebruiken, en hoe u deze kunt configureren. - Bij **Berekenen met** selecteert u Tabel (opzij). Wanneer u selecteert hoe u de berekening wilt berekenen, wordt de visualisatie bijgewerkt met visuele indicatoren om u te begeleiden. Zie [De basis: adressering en partitionering](#Basics) voor meer informatie over deze opties. - Klik als u klaar bent op X in de bovenhoek van het dialoogvenster Tabelberekening om het te sluiten. De berekening wordt toegepast op de waarden in de visualisatie. #### Controleer uw werk. ![](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/table_calculations9.gif) ## Een tabelberekening bewerken Een tabelberekening bewerken: 1. Klik met de rechtermuisknop op de meetwaarde in de weergave waarop de tabelberekening is toegepast en selecteer Tabelberekening bewerken. 2. Breng de gewenste wijzigingen aan in het dialoogvenster Tabelberekening dat verschijnt. 3. Klik als u klaar bent op X in de bovenhoek van het dialoogvenster Tabelberekening om het te sluiten. ## Een tabelberekening verwijderen Een tabelberekening verwijderen: - Klik met de rechtermuisknop op de meetwaarde in de weergave waarop de tabelberekening is toegepast en selecteer Tabelberekening wissen. De tabelberekening wordt uit de meetwaarde verwijderd en de visualisatie wordt bijgewerkt naar de oorspronkelijke waarden. ## Zie ook [Tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_understand_types.htm#Table) [Snelle tabelberekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_quick.htm) [Typen tabelberekening](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations_definebasic_runningtotal.htm) ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Wanneer een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen gebruiken Een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen is een datamodel waarmee u niet-gerelateerde tabellen in één databron kunt toevoegen en dat vervolgens, tijdens visuele analyse, gerelateerde velden gebruikt om de tabellen samen te hechten op basis van de context. In tegenstelling tot datacombinatie, bevinden de data zich binnen één enkele databron. De concepten van primaire en secundaire databronnen zijn niet van toepassing en er worden geen data uit left joins verwijderd. In tegenstelling tot een datamodel met één tabel, behouden meerdere basistabellen hun eigen context met betrekking tot tabellen die tussen hen worden gedeeld. Een datamodel met relaties op basis van meerdere feitentabellen biedt u meer opties voor het uitvoeren van analyses op basis van meerdere feitentabellen in Tableau. Stel dat u de trend tussen het weer en de verkoop van ijs wilt evalueren. Het weer en de verkoop van ijs vinden beide plaats op specifieke tijden en specifieke plaatsen, maar er is geen directe verbinding tussen de verkoop van ijs en het weer. Dit zijn niet-gerelateerde stukjes data die beide betrekking hebben op de gedeelde concepten van datum en locatie. Deze vraag leent zich voor het creëren van een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen. Verkoop van ijs en Weer kunnen elk als basistabel worden toegevoegd en gerelateerd aan Datum en Locatie, wat gedeelde tabellen zijn. ![een datamodel met meerdere basistabellen, met twee basistabellen en twee gedeelde tabellen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_ex_icw_.png) Een datamodel met meerdere basistabellen, met twee niet-gerelateerde tabellen (Verkoop van ijs en Weer) en twee gedeelde tabellen (Datum en Locatie). Er is een tussentabel, Saloninfo, tussen Verkoop van ijs en Locatie. ### Waarom hebben we de mogelijkheid ontwikkeld om niet-gerelateerde tabellen te modelleren? Bij analyse gaat het vaak om het samenbrengen van datatabellen die niet eens een directe relatie met elkaar hebben, maar die beide betrekking hebben op dezelfde, gemeenschappelijke informatie (zoals datum of locatie). Een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen ondersteunt losse semantische koppeling door het concept van graden van relatie te introduceren en de mogelijkheid om een datamodel te bouwen met meerdere, niet-gerelateerde basistabellen. - Semantische koppeling is een term die wordt gebruikt om te beschrijven hoe nauw gecombineerd de data zijn. Een _join_ of een _vereniging_ is een nauwe semantische koppeling; ze brengen meerdere tabellen samen in een nieuwe fysieke tabel die vervolgens als één tabel fungeert. Een _relatie_ is een lossere koppeling tussen tabellen die tabellen logisch met elkaar verbindt, waarbij hun aparte status als afzonderlijke tabellen behouden blijft. Nog verder in het semantische koppelingsspectrum ligt _datacombinatie_, waarbij resultaten uit afzonderlijke databronnen visueel worden gecombineerd op basis van elementen die door beide worden gedeeld. Een _model met relaties op basis van meerdere feitentabellen_ ligt dichter bij datacombinatie, aan het uiteinde van het spectrum, maar dan binnen één enkele databron in plaats van tussen meerdere databronnen. Een relatiemodel met relaties op basis van meerdere feitentabellen (een datamodel met meerdere basistabellen) staat niet-gerelateerde tabellen in het model toe, zolang er ook gedeelde tabellen in het model bestaan. Tijdens de analyse worden velden uit een gedeelde tabel aan elkaar 'geplakt' met anderszins niet-gerelateerde datatabellen op basis van de gedeelde dimensies die ze gemeen hebben (zoals plaatsvinden op dezelfde plaats of op hetzelfde tijdstip). Alle voordelen van relaties blijven behouden, inclusief het behoud van de structuur van elke tabel of het oorspronkelijke detailniveau. Net als bij een datamodel met een enkele basistabel, bepaalt Tableau het beste join-type om achter de schermen te gebruiken op basis van de structuur van de visualisatie. Maar in een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen, worden de joinopties uitgebreid met buitenste joins en cross joins om verschillende relatieniveaus aan te kunnen. Zie [Over datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm) voor meer informatie. ### Waar komt de naam vandaan? Relaties op basis van meerdere feitentabellen danken hun naam aan de analyse op basis van meerdere feitentabellen. In een datawarehouse-model worden data opgeslagen in een centrale feitentabel omringd door dimensietabellen. In deze context verwijst _feit_ naar metingen of statistieken, wat numerieke datavelden zijn die feiten over de data vastleggen: de meetwaarden van Tableau. Dimensietabellen bevatten kenmerken voor deze feiten. Schema's op basis van feitentabellen zijn vaak gestructureerd als een ster of een sneeuwvlok, afhankelijk van hoe de dimensietabellen zijn georganiseerd. Wanneer analyse moet worden uitgevoerd met meerdere feitentabellen, wordt dit analyse op basis van meerdere feitentabellen genoemd. De analyse wordt uitgevoerd in de context van de gemeenschappelijke dimensietabellen, ook wel gedeelde dimensies of conformerende dimensies genoemd. In Tableau ontwikkelt u deze datamodellen met behulp van relaties. Daarom hebben we deze reeks mogelijkheden 'relaties op basis van meerdere feitentabellen' genoemd. ## Wanneer datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen gebruiken Als uw data uit tabellen bestaan die allemaal aan elkaar gerelateerd zijn, kunt u databronnen met één basistabel gebruiken die zijn opgebouwd met relaties. Een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen is nodig wanneer uw data verschillende concepten omvatten, hetzij in de vorm van meerdere feitentabellen, hetzij in verschillende niet-gerelateerde contexten. Bouw uw databronnen waar mogelijk op met één basistabel. In een datamodel met één basistabel is elke tabel gerelateerd en hoeft er geen rekening te worden gehouden met de graden van relaties. Gebruik alleen relaties op basis van meerdere feitentabellen als die datamodelstructuur nodig is. ### Analyse op basis van meerdere feitentabellen Analyse op basis van meerdere feitentabellen is een kerngebruikscase voor relaties tussen meerdere feiten in Tableau. In dit voorbeeld delen Feit A en Feit B de tabel Datum. ![een datamodel op basis van meerdere feitentabellen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_use_mfa_model.png) Om dit in Tableau te modelleren, worden de feitentabellen basistabellen en worden er meerdere binnenkomende relaties tot stand gebracht voor hun gedeelde dimensietabel. ![een datamodel met relaties op basis van meerdere feitentabellen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_use_mfr_model.png) ### Andere scenario's Datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen zijn echter niet alleen bedoeld voor analyse op basis van meerdere feitentabellen. Tableau vereist geen strikte definitie van feiten- of dimensietabellen. Elke tabel kan een basistabel zijn (hoewel deze wel moet voldoen aan de [kenmerken van basistabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_when_to_use.htm#characteristics)). Dit zijn enkele scenario's waarbij een databron met meerdere basistabellen nuttig kan zijn:  - **Doorlopen van fasen**, zoals basistabellen voor aanmeldingen, cijferlijsten en alumni-evenementen voor een gedeelde tabel Student. - **Verschillende contexten voor dezelfde gebeurtenissen**, zoals basistabellen voor de gebeurtenissen doktersafspraken en facturen, met gedeelde tabellen om de context voor artsen of patiënten in te stellen. - **Verschillende domeinen die met elkaar kunnen correleren**, zoals scenario's die voorheen het beste konden worden behandeld met datacombinatie, zoals de verkoop van ijs en het weer gecorreleerd via de gedeelde tabellen Datum en Locatie. In de Tableau-blogpost [Wanneer en hoe u relaties op basis van meerdere feitentabellen in Tableau gebruikt](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/when-how-use-multi-fact-relationships-tableau) (in het Engels) wordt uitgelegd wanneer relaties op basis van meerdere feitentabellen handig zijn. ## Identificeer de basistabellen In een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen is directionaliteit van belang. Welke tabellen de basistabellen aan de linkerkant van het model zijn en welke tabellen downstream worden gedeeld, heeft invloed op de manier waarop de relaties worden geëvalueerd om de analytische resultaten te retourneren. Overweeg een conceptueel vlinderdasmodel van facturen, afspraken, artsen en patiënten: ![een vlinderdasdatamodel met facturen en afspraken aan de buitenkant en artsen en patiënten in het midden](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mfr_bowtie1.png) De juiste manier om het datamodel in Tableau op te bouwen is met Facturen en Afspraken als basistabellen, en met Artsen en Patiënten als gedeelde tabellen (dus Artsen en Patiënten niet als basistabellen).

Juist: Facturen en Afspraken als basistabellen

Onjuist: Artsen en Patiënten als basistabellen

een datamodel met meerdere basistabellen, met facturen en afspraken als basis en artsen en patiënten als downstream gedeelde tabelleneen datamodel met meerdere basistabellen, met artsen en patiënten als basistabellen en facturen en afspraken als downstream gedeelde tabellen
Conceptueel gezien is een patiënt (of arts) de entiteit die de gebeurtenis van een afspraak en de gebeurtenis van een factuur aan elkaar verbindt. Als uw datamodel achterstevoren is (zoals met Artsen en Patiënten als basistabellen in plaats van Afspraken en Facturen), zal de [samenhechting van buitenste joins](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm#Stitched) niet zo nuttig zijn. Uw analyse kan veel tabelgerichte meetwaarden en ambiguïteit aan het licht brengen. Als u dubbelzinnig gerelateerde velden tegenkomt die u niet had verwacht, evalueer dan opnieuw de tabellen die u als basistabellen gebruikt en kijk of uw datamodel moet worden omgekeerd. ### Kenmerken van basistabellen en gedeelde tabellen Als u analyses op basis van meerdere feitentabellen uitvoert, worden de feitentabellen de basistabellen en zijn alle gedeelde dimensietabellen gedeelde tabellen. Tableau vereist geen strikte naleving van de kenmerken van feiten- en dimensietabellen. Er zijn echter bepaalde kenmerken die u kunnen helpen om te bepalen welke tabellen basistabellen moeten zijn en welke gedeelde tabellen moeten zijn.

Basistabel

Gedeelde tabel

Feitentabellen in een datawarehouse-schema

Gedeelde of conforme dimensietabellen in een datawarehouse-schema

Specifiek voor de context of analyse

(vluchtinformatie, energieverbruik)

Consistent concept voor verschillende contexten

(datum, locatie)

Veel meetwaarden

Voornamelijk dimensies

Vaker bijgewerkt/transactioneel

(medische afspraken, recepten, vitale functies)

Stabieler/duurzamer

(dokter, patiënt)

Heeft refererende sleutelvelden

Heeft primaire sleutelvelden

Gebaseerd op gebeurtenissen

(lesrooster, cijfer voor een opdracht)

Gebaseerd op entiteit

(student, klaslokaal)

Als er tussenliggende tabellen zijn tussen een basistabel en een gedeelde tabel, kunt u [omwisselen welke de basistabel is](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_build.htm#swap) zonder dat dit het datamodel fundamenteel verandert. (Zoals Saloninfo en Verkoop van ijs in het eerste voorbeeld.) Waar het om gaat is welke tabellen zich upstream van de gedeelde tabellen bevinden en welke worden gedeeld. ### Een extra basistabel als alternatief Er zijn verschillende scenario's die erop kunnen wijzen dat u een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen moet bouwen met meerdere basistabellen in plaats van één enkele basistabel voor de databron: - Als u een databron met een cyclus probeert te bouwen, moet de downstream tabel een andere basistabel zijn. - Als u een reeks tabellen hebt die gerelateerd zijn aan dezelfde sets relatieclausules (zoals datum en locatie), moeten deze dimensies worden verwijderd en in plaats daarvan in gedeelde tabellen worden omgezet. - Dit is vooral handig omdat meerdere relatieclausules allemaal waar moeten zijn (logisch een EN) voordat de tabellen gerelateerd worden aan die records. - Als u in plaats daarvan records wilt analyseren waarbij er één tegelijk waar kan zijn (een contextuele OF), wordt deze flexibiliteit geboden door in plaats daarvan een datamodel met gedeelde dimensietabellen op te zetten. - Als u een combinatie gebruikt maar een gelijkwaardige combinatie wilt hebben zonder primaire en secundaire databronnen, bouw dan een datamodel dat de databronnen uit de combinatie combineert met de bijhorende koppelingsvelden in een gedeelde tabel of tabellen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Releaseopmerkingen Tableau Desktop en webauthoring In dit onderwerp wordt beschreven wat er nieuw is in de laatste release. Gebruik de onderstaande visualisatie om nieuwe functies in Tableau Desktop en webauthoring te ontdekken. Klik op een functienaam om knopinfo weer te geven met een link naar de documentatie voor die functie. Pas filters toe om uw zoekopdracht te verfijnen. - Klik op Zoeken op kenmerk om een lijst met nieuwe functies voor een product of versie te bekijken, of om te ontdekken wanneer een functie is uitgebracht. The dashboard currently defaults to Desktop (which includes web authoring features) and the latest released version of Tableau Desktop. - Klik op Desktop upgraden om een lijst te bekijken met alle functies die specifiek zijn voor Tableau Desktop en webauthoring. **Tip**: klik op de knop Downloaden in de werkbalk Visualisatie (terwijl er geen functienamen zijn geselecteerd) en selecteer vervolgens Data om de lijst te exporteren naar een .csv-bestand dat u kunt aanpassen. Klik op het Tableau-logo in de linkerbenedenhoek van de werkbalk Visualisatie om deze werkmap in Tableau Public te bekijken ## Gerelateerde bronnen [Nieuwe functies in de nieuwste release](https://www.tableau.com/nl-nl/products/new-features) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Wat is er veranderd op het gebied van databronnen en analyse Met ingang van Tableau versie 2020.2 maken verschillende belangrijke verbeteringen analyses met meerdere tabellen eenvoudiger en gebruiksvriendelijker. Dankzij de mogelijkheden voor datamodellering in Tableau kunt u data uit meerdere tabellen eenvoudiger analyseren. Met een logische laag en relaties in databronnen kunt u datamodellen met meerdere tabellen maken in de vorm van ster- en snowflakeschema's met meerdere feitentabellen op verschillende detailniveaus (LOD). - **Databronnen zijn gemakkelijker te maken, onderhouden en analyseren**. Databronnen hebben een nieuwe logische laag waarmee u flexibele relaties tussen tabellen kunt creëren. Maak datamodellen op basis van meerdere feitentabellen door tabellen op verschillende detailniveaus aan elkaar te relateren. Haal gemakkelijker data uit meerdere tabellen op en onderhoud minder databronnen om in uw analysebehoeften te voorzien. - **Relaties maken analyses intuïtiever**. U hoeft niet langer tijd te besteden aan uitgebreide join-planning of aannames te doen over welke join-typen nodig zijn om uw data gereed te maken voor analyse. Tableau selecteert join-typen automatisch op basis van de velden die in de visualisatie worden gebruikt. Tijdens de analyse past Tableau de join-typen op intelligente wijze aan en blijft het oorspronkelijke detailniveau in uw data behouden. U kunt aggregaties op het detailniveau van de velden in uw visualisatie zien, zonder dat u hoeft na te denken over de onderliggende joins. Relaties kunnen veel-op-veel zijn en volledige buitenste joins ondersteunen. U hoeft geen LOD-expressies zoals FIXED te gebruiken om data in gerelateerde tabellen te dedupliceren. - **De pagina Databron, het deelvenster Data weergeven en het deelvenster Data zijn bijgewerkt om analyses met meerdere tabellen mogelijk te maken**. Uw eerste weergave van het canvas op de pagina Databron is de logische laag, waar u relaties tussen tabellen kunt definiëren. Teneinde analyse met meerdere tabellen mogelijk te maken, zijn verschillende onderdelen van de Tableau-interface gewijzigd. De pagina Databron (canvas, dataraster), het deelvenster Data weergeven en het deelvenster Data in het werkblad zijn allemaal bijgewerkt en ondersteunen nu analyses met meerdere tabellen. Zie [Wijzigingen in verschillende onderdelen van de interface](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_datamodel_whatschanged.htm#data-source-page-changes) voor meer informatie. De API voor toegang tot Data weergeven is ook bijgewerkt om analyse met meerdere tabellen te ondersteunen. - **Contextgevoelige query's leveren relevante data wanneer dat nodig is**. Met een databron die relaties gebruikt, is het eenvoudiger om meer tabellen, meer rijen met data en meerdere feitentabellen in één databron samen te brengen. In plaats van een query uit te voeren op de hele databron, haalt Tableau data uit de tabellen binnen die nodig zijn voor het werkblad, op basis van de desbetreffende velden in de visualisatie. **Een video kijken**: bekijk deze video van 5 minuten voor een overzicht van verbeteringen in databronnen en een inleiding tot het gebruik van relaties in Tableau. **Opmerking**: de interface voor het bewerken van de relaties in deze video wijkt enigszins af van de huidige release, maar heeft dezelfde functionaliteit. Lees in de volgende Tableau-blogposts meer over hoe relatiequery's werken: - [Relaties, deel 1: Introductie van nieuwe datamodellering in Tableau (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) - [Relaties, deel 2: Tips en trucs (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-2-tips-and-tricks) - [Relaties, deel 3: Vragen stellen over meerdere gerelateerde tabellen (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/6/relationships-part-3-asking-questions-across-multiple-related-tables) Zie ook videopodcasts over relaties van [Actieanalyses](https://action-analytics.com/library/), zoals [Waarom heeft Tableau relaties uitgevonden?](https://action-analytics.com/ep-1-why-did-tableau-invent-relationships/) Klik op Videopodcast in de [Bibliotheek](https://action-analytics.com/library/) om meer te zien. ## Wijzigingen in databronnen, het datamodel en de querysemantiek ### Ondersteuning voor databronnen met meerdere tabellen Databronnen in Tableau herkennen en behouden genormaliseerde data. Met databronnen met meerdere tabellen kan Tableau meerdere detailniveaus in één databron verwerken. Dit maakt het gemakkelijker om uw data voor te bereiden en te bekijken zonder dat u gespecialiseerde berekeningen hoeft te schrijven om aggregaties zoals gemiddelden en totalen te beheren. Combineer tabellen in ster- en snowflakeschema's om meerdere feitentabellen naadloos aan elkaar te relateren. De nieuwe logische laag maakt gebruik van contextuele, dynamische joins en geeft u betere domeincontrole (zie [Ondersteunde datamodelschema's](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel.htm#ExamplesStarSnowflake)). Tableau herkent en onderhoudt de onderliggende relaties tussen tabellen, waardoor er minder joins en berekeningen nodig zijn. Omdat deze verbeterde databronnen een breder scala aan vragen kunnen beantwoorden, kunt u het aantal afzonderlijke databronnen consolideren dat u moet creëren en onderhouden. Er zijn minder databronnen nodig om dezelfde data weer te geven. #### Wat is er niet veranderd? Relaties in de logische laag geven u meer mogelijkheden om data te combineren (er is niets verwijderd). U kunt nog steeds databronnen met één tabel maken in Tableau. U kunt een logische tabel samenstellen met een combinatie van joins, verenigingen, aangepaste SQL, enzovoort. Het functioneren van analyses met één tabel in Tableau is niet veranderd. Analyse van één logische tabel die een combinatie van dimensies en meetwaarden bevat, werkt net als in Tableau-versie 2020.1 en eerder. Zie ook [Vragen over relaties, het datamodel en databronnen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel_faq.htm). ### Nieuwe logische laag in de databron In eerdere versies van Tableau bestond het datamodel in uw databron uit één fysieke laag waarin u [joins](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_relationships_learnmorepage.htm#WhereAreJoins) en verenigingen kon opgeven. Tabellen die aan de fysieke laag worden toegevoegd (waarvan een join is gemaakt of die zijn verenigd) creëren één enkele tabel zonder opmaak (gedenormaliseerd) voor analyse.
Vorige versies 2020.2 en later
Diagram van de verbindingen tussen vier fysieke tabellen in een datamodel. Een datamodeldiagram met een logische laag en een fysieke laag.
In Tableau versie 2020.1 en eerder bestaat het datamodel alleen uit de fysieke laag In Tableau versie 2020.2 en later bestaat het datamodel uit twee lagen: de logische laag en de fysieke laag
Met ingang van Tableau versie 2020.2 bevat het datamodel in uw databron een nieuwe semantische laag boven de fysieke laag. Dit wordt de logische laag genoemd waaraan u meerdere tabellen kunt toevoegen en deze aan elkaar kunt relateren op basis van overeenkomende veldparen. Tabellen op de logische laag worden niet samengevoegd in de databron. Ze blijven gescheiden (genormaliseerd) en behouden hun oorspronkelijke detailniveau. Logische tabellen fungeren als containers voor fysieke tabellen. U kunt nog steeds joins en verenigingen gebruiken tussen fysieke tabellen. Dubbelklik gewoon op een logische tabel om deze te openen en met joins of verenigingen te werken. Dankzij de logische laag kunt u uw data gemakkelijker combineren voor verschillende analysescenario's. U kunt genormaliseerde datamodellen gebruiken en maken in de vorm van ster- en snowflakeschema's, en flexibele modellen met feitentabellen op verschillende detailniveaus. Zie [Het Tableau-datamodel](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel.htm) en [Ondersteunde datamodelschema's](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel.htm#ExamplesStarSnowflake) voor meer informatie. ### Querysemantiek op basis van relaties Relaties zijn een dynamische, flexibele manier om data uit meerdere tabellen te combineren voor analyse. Relaties kunnen veel-op-veel zijn en volledige buitenste joins ondersteunen. U hoeft geen LOD-expressies zoals FIXED te gebruiken om data in gerelateerde tabellen te dedupliceren. U kunt een relatie zien als een contract tussen twee tabellen. Wanneer u een visualisatie bouwt met velden uit deze tabellen, haalt Tableau data uit deze tabellen binnen met behulp van dat contract om een query met de juiste joins te bouwen. Wij adviseren om relaties als eerste aanpak te gebruiken bij het combineren van uw data, omdat dit de voorbereiding en analyse van data eenvoudiger en intuïtiever maakt. [Gebruik joins alleen als het echt nodig is](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_datamodel_faq.htm#can-i-use-joins-between-logical-tables). - **Geen join-type vooraf**. U hoeft alleen maar overeenkomende velden te selecteren om een relatie te definiëren (geen join-typen). Omdat u het join-type niet opgeeft, ziet u geen venndiagram wanneer u relaties instelt. - **Automatisch en contextgevoelig**. Relaties stellen joins uit naar de tijd en context van de analyse. Tableau selecteert join-typen automatisch op basis van de velden die in de visualisatie worden gebruikt. Tijdens de analyse past Tableau de join-typen op intelligente wijze aan en blijft het oorspronkelijke detailniveau in uw data behouden. U kunt aggregaties op het detailniveau van de velden in uw visualisatie zien, zonder dat u hoeft na te denken over de onderliggende joins. - **Flexibel**. Wanneer u tabellen combineert met behulp van relaties, is het alsof u voor elk visualisatie een aangepaste, flexibele databron maakt, allemaal in één databron voor de werkmap. Omdat Tableau alleen query's uitvoert op tabellen die nodig zijn op basis van velden en filters in een visualisatie, kunt u een databron samenstellen die voor diverse analyseflows kan worden gebruikt. Zie [Uw data relateren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/relate_tables.htm), [Laat u niet afschrikken door relaties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_dont_be_scared.htm), en [Relaties, deel 1: Introductie van nieuwe datamodellering in Tableau](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) (in het Engels). **Opmerking**: dubbelklik op een logische tabel in de weergave op het hoogste niveau (de logische laag van de databron) om naar het oorspronkelijke join-canvas te gaan. U kunt nog steeds joins en verenigingen toevoegen tussen tabellen in de fysieke laag van de databron. Zie [Het Tableau-datamodel](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel.htm) voor meer informatie. ### Gemigreerde databronnen Wanneer u een werkmap of databron van vóór 2020.2 opent in Tableau versie 2020.2 en hoger, verschijnt uw databron als één logische tabel op het canvas. U kunt de werkmap net zo blijven gebruiken als altijd. Als uw databron meerdere samengevoegde of verenigde tabellen bevat, wordt de ene logische tabel weergegeven met de naam 'Gemigreerde data'. U kunt de naam van de tabel Gemigreerde data wijzigen. Als u de fysieke tabellen wilt zien waaruit één logische tabel bestaat, dubbelklikt u op die logische tabel om deze in de fysieke laag te openen. U ziet dan de onderliggende fysieke tabellen, inclusief joins en verenigingen. ![Als uw databron meerdere samengevoegde of verenigde tabellen bevat, wordt de ene logische tabel weergegeven met de naam 'Gemigreerde data'.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_migrated_data.gif) ## Wijzigingen in verschillende onderdelen van de interface ### Wijzigingen op de pagina Databron Het canvas van de pagina Databron heeft twee lagen: een logische laag en een fysieke laag. De standaardweergave die u op de pagina Databron ziet, is nieuw. Deze toont de logische laag die relaties ('noodles') tussen tabellen gebruikt. U kunt nog steeds joins en verenigingen toevoegen tussen tabellen in de fysieke laag. Dubbelklik dan gewoon op een logische tabel in de logische weergave van het hoogste niveau om over te schakelen naar de fysieke laag. Zie [Het Tableau-datamodel](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_datamodel.htm) voor meer informatie. ![Voeg joins en verenigingen toe tussen tabellen in de fysieke laag.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_layers.gif) #### Dataraster Wanneer de databron uit meerdere, gerelateerde tabellen bestaat, worden bij het selecteren van een logische tabel de data van die tabel weergegeven in het dataraster dat onder het datamodel wordt weergegeven. Bij relaties zijn de data niet samengevoegd, dus u ziet de waarden voor de momenteel geselecteerde logische tabel. Als u kolommen moet draaien, moet u een logische tabel openen en de data draaien in de fysieke tabelweergave van de databron. ![Bij het selecteren van een logische tabel worden de data van die tabel weergegeven in het dataraster en wordt dit onder het datamodel weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_datasourcepage.gif) ### Deelvenster Data in werkbladen Teneinde relaties en analyse met meerdere tabellen mogelijk te maken, is het deelvenster Data bijgewerkt. U ziet niet langer de labels Dimensies en Meetwaarden in het deelvenster Data. Velden voor dimensies en meetwaarden kunnen worden georganiseerd per tabel (Groeperen op databrontabel) of map (Groeperen op map). Voor elke tabel of map worden de dimensies boven de grijze lijn weergegeven en de meetwaarden onder de grijze lijn. In sommige gevallen bevat een tabel om te beginnen alleen dimensies of alleen meetwaarden. ![Groepeer velden en plaats ze in mappen in het deelvenster Data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/data_model_datapane.gif) U ziet het veld Aantal records niet meer in databronnen die logische tabellen bevatten. Elke tabel bevat een telling van het aantal records, in de vorm van een veld met de naam _TabelNaam(Aantal)_, op het detailniveau van die tabel. In het vorige voorbeeld ziet u _Adressen(Aantal)_, _Klanten(Aantal)_ en _Regelitems(Aantal)_. COUNT van tabel = SOM van het aantal records per tabel. U kunt geen berekeningen maken op het veld _Aantal_ van een tabel. _Aantal_ is alleen voor aggregaten. **Opmerking**: mogelijk ziet u het veld _Aantal records_ in het deelvenster Data als u een werkmap van vóór versie 2020.2 opent waarin _Aantal records_ in een weergave werd gebruikt. Berekende velden worden samen met hun oorspronkelijke veld vermeld als al hun invoervelden uit dezelfde tabel komen. Sets en groepen worden samen met hun oorspronkelijke veld onder de tabel weergegeven. Velden die niet bij een specifieke tabel horen of niet gegroepeerd zijn in een map, worden weergegeven in het algemene gebied onder de tabellen. Het gaat dan om de volgende veldtypen: geaggregeerde berekeningen, berekeningen waarbij velden uit meerdere tabellen worden gebruikt, namen van records waar van toepassing, namen van meetwaarden en waarden van meetwaarden. In versie 2024.2 en hoger worden veldnamen weergegeven in lichtgrijze tekst in het deelvenster Data als ze niet gerelateerd zijn aan velden die in de weergave worden gebruikt. U kunt deze velden nog steeds gebruiken voor visuele analyse, maar niet-gerelateerde velden worden in de analyse anders geëvalueerd dan velden die wel gerelateerd zijn. Dit gedrag wordt mogelijk vertoond als u [een databron gebruikt met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm). ### Data weergeven Wanneer de databron in het deelvenster Data weergeven meerdere logische tabellen bevat, wordt het aantal rijen en data op het oorspronkelijke detailniveau voor elke tabel op afzonderlijke tabbladen weergegeven. Zie [Onderliggende data weergeven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_viewdata.htm) voor meer informatie. Berekende velden worden weergegeven met hun oorspronkelijke veld. LOD-berekeningen verschijnen niet altijd in Data weergeven voor een logische tabel, omdat een LOD-berekening mogelijk een andere granulariteit heeft dan de tabel zelf. Als de dimensionaliteit van een LOD-berekening velden uit één tabel bevat, wordt die LOD-berekening weergegeven in de bijbehorende tabel in het deelvenster Data. ### Wijzigingen in de volgorde van kolommen voor Data weergeven in Tableau versie 2020.2 en hoger Wanneer u een databron uit Tableau versie 2020.1 of eerder opent in Tableau 2020.2 en hoger, kan de kolomvolgorde veranderd zijn. Kolommen worden mogelijk anders weergegeven in het venster Data weergeven en de volgorde van de kolommen kan anders zijn wanneer u deze exporteert naar de csv-indeling. Deze wijziging in de manier waarop de kolomvolgorde wordt afgehandeld in het venster Data weergeven is nodig om relaties en logische tabellen te ondersteunen. Als u scripts gebruikt die afhankelijk zijn van een aangepaste kolomvolgorde, raden we u aan de Uitbreidingen-API van Tableau voor Data weergeven te gebruiken om onderliggende data te downloaden in de csv-indeling. ## Wijzigingen in analyses met databronnen met meerdere tabellen Het gebruik van een databron met meerdere, gerelateerde tabellen heeft invloed op de manier waarop analyses werken in Tableau. Omdat meerdere, gerelateerde tabellen onafhankelijke domeinen hebben en hun oorspronkelijke detailniveau behouden, geldt het volgende wanneer u velden naar de weergave sleept: - Er worden query's uitgevoerd op het natuurlijke detailniveau van data. - Er worden alleen query's uitgevoerd op data die relevant zijn voor een visualisatie. - De relaties tussen de tabellen zijn van invloed op de resultaten van de query. De flow voor het maken van een visualisatie kan variëren afhankelijk van hoe tabellen en velden aan elkaar zijn gerelateerd in het datamodel, of van het feit dat ze niet direct gerelateerd zijn. Voordelen van het gebruik van databronnen met meerdere tabellen met relaties: - Relaties maken gebruik van joins, maar het gaat om automatische joins. Tableau selecteert join-typen automatisch op basis van de velden die in de visualisatie worden gebruikt. Tijdens de analyse past Tableau de join-typen op intelligente wijze aan en blijft het oorspronkelijke detailniveau in uw data behouden. - Tableau gebruikt relaties om tijdens de analyse de juiste aggregaties en passende joins te genereren, op basis van de huidige context van de velden die in een werkblad worden gebruikt. - Er worden meerdere tabellen op meerdere detailniveaus ondersteund in één databron, waardoor er minder databronnen nodig zijn om dezelfde data weer te geven. - Niet-overeenkomende meetwaarden worden niet verwijderd (geen onbedoeld verlies van data). - Gerelateerde tabellen reduceren of voorkomen de dataduplicatie en filterproblemen die soms het gevolg kunnen zijn van joins. Zie [Uw data relateren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/relate_tables.htm), [Hoe analyse werkt voor databronnen die gebruikmaken van relaties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_multitable_analysis_overview.htm) en [Problemen in de analyse met meerdere tabellen oplossen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_multitable_analysis_overview.htm#Troubles) voor meer informatie. In de volgende Tableau-blogposts vindt u meer relevante informatie over hoe relatiequery's werken: - [Relaties, deel 1: Introductie van nieuwe datamodellering in Tableau (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-1-meet-new-tableau-data-model) - [Relaties, deel 2: Tips en trucs (in het Engels)](https://www.tableau.com/nl-nl/about/blog/2020/5/relationships-part-2-tips-and-tricks) In Tableau versie 2024.2 en hoger ondersteunt het Tableau-datamodel analyse op basis van meerdere feitentabellen en gedeelde dimensies via relaties op basis van meerdere feitentabellen. Zie [Over datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm), [Wanneer een model met relaties op basis van meerdere feitentabellen gebruiken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_when_to_use.htm) en [Een datamodel maken met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_build.htm) voor meer informatie. #### Wat is er niet veranderd? Het functioneren van analyses met één tabel in Tableau is niet veranderd. Analyse van één logische tabel die een combinatie van dimensies en meetwaarden bevat, werkt net als in Tableau-versies vóór 2020.2. ### Visualisaties met alleen dimensies Als u bij het gebruik van een databron met meerdere tabellen en gerelateerde tabellen een visualisatie met alleen dimensies bouwt, gebruikt Tableau binnenste joins en ziet u niet het volledige, niet-overeenkomende domein. Als u gedeeltelijke combinaties van dimensiewaarden wilt bekijken, kunt u: - Lege rijen/kolommen weergeven gebruiken om alle mogelijke rijen te zien. Klik op het menu **Analyse** en selecteer vervolgens Lay-out tabel > Lege rijen weergeven of Lege kolommen weergeven. Houd er rekening mee dat deze instelling ook tot ongewenste densiteit kan leiden voor de velden Datum en Numerieke bin. - Een meetwaarde aan de weergave toevoegen, zoals _(Aantal)_ uit een van de tabellen in uw visualisatie. Zo ziet u alle waarden van de dimensies uit die tabel. #### Verrassend gedrag van niet-overeenkomende waarden Wanneer u een visualisatie opbouwt die dimensies uit meerdere logische tabellen gebruikt, kan het functioneren daarvan u in eerste instantie verrassen. Als de dimensies in een visualisatie of de invoer voor berekeningen op rijniveau velden uit meerdere logische tabellen gebruiken, geeft Tableau standaard alleen resultaten weer als alle dimensies overeenkomende waarden hebben. Neem bijvoorbeeld een dataset die twee logische tabellen bevat: Klanten en Aankopen. Sommige klanten hebben geen aankopen gedaan en hebben geen overeenkomende rij in de tabel Aankopen. Als u de dimensie \[Klanten\].\[Klantnaam\] in het spel brengt, ziet u een lijst met alle klanten, ongeacht of ze een aankoop hebben gedaan of niet. Als u vervolgens de dimensie \[Aankopen\].\[Product\] aan de visualisatie toevoegt, wordt Tableau bijgewerkt en verschijnen de klanten die aankopen hebben gedaan, samen met de producten die ze hebben gekocht. U kunt op verschillende manieren met deze standaardfunctionaliteit omgaan: - Gebruik Lege rijen/kolommen weergeven om alle mogelijke rijen te zien en de niet-overeenkomende dimensiewaarden terug te halen. Klik op het menu **Analyse** en selecteer vervolgens Lay-out tabel > Lege rijen weergeven of Lege kolommen weergeven. Houd er rekening mee dat deze instelling ook tot ongewenste densiteit kan leiden voor de velden Datum en Numerieke bin. - Converteer een van de dimensies naar een meetwaarde. Als u bijvoorbeeld overschakelt naar het gebruik van AANTAL(\[Aankopen\].\[Product\]) blijven klanten zonder aankopen staan en wordt voor hen een '0' weergegeven. Deze aanpak is mogelijk niet geschikt als u alle producten wilt zien. - Breng een meetwaarde over naar de weergave vanuit de tabel met niet-overeenkomende waarden. Als u bijvoorbeeld AANTAL(\[Klanten\]) toevoegt aan de detailcontainer, worden de niet-overeenkomende klanten teruggehaald én worden alle producten weergegeven. - In plaats van de twee tabellen op het logische niveau aan elkaar te relateren, kunt u er een join van maken met behulp van een buitenste join op het fysieke niveau, net als in eerdere versies van Tableau. Dan ziet u de niet-overeenkomende waarden, met enkele neveneffecten. Query's worden altijd uitgevoerd op beide tabellen. NULL-waarden verschijnen in visualisaties en snelle filters, zelfs als er geen velden uit de niet-overeenkomende tabel worden gebruikt. En u zult LOD-berekeningen moeten schrijven om eventuele ongewenste duplicatie te verwijderen die door de join wordt geïntroduceerd. ### Het veld Aantal van een tabel gebruiken in plaats van Aantal records U ziet het veld Aantal records niet meer in databronnen die logische tabellen bevatten. Elke tabel bevat een telling van het aantal records, in de vorm van een veld met de naam _TabelNaam(Aantal)_, op het detailniveau van die tabel. In het vorige voorbeeld ziet u _Adressen(Aantal)_, _Klanten(Aantal)_ en _Regelitems(Aantal)_. COUNT van tabel = SOM van het aantal records per tabel. U kunt geen berekeningen maken op het veld _Aantal_ van een tabel. _Aantal_ is alleen voor aggregaten. **Opmerking**: mogelijk ziet u het veld _Aantal records_ in het deelvenster Data als u een werkmap van vóór versie 2020.2 opent waarin _Aantal records_ in een weergave werd gebruikt. ### Berekeningen op meerdere tabellen U kunt berekeningen opstellen die meerdere tabellen bestrijken. Houd er rekening mee dat berekeningen op meerdere tabellen standaard gebruikmaken van de querysemantiek voor binnenste joins. De berekening bevindt zich op de join tussen de logische tabellen waarnaar de berekening verwijst. Met relaties is het mogelijk om berekeningen op rijniveau voor meerdere tabellen te schrijven die resulteren in buitenste joins. Berekeningen worden geëvalueerd nadat null-waardedimensies zijn toegevoegd, dus u kunt een null-waarde in een andere waarde veranderen met behulp van een berekening als: IFNULL(\[Dimensie\], 'Ontbreekt'). ### Eindtotalen met SOM Eindtotalen die SOM gebruiken, weerspiegelen het feitelijke totaal op het oorspronkelijke detailniveau van de logische tabel van een veld, in plaats van de SOM van subtotalen. ### Null-waarden en automatische joins die voortvloeien uit relaties In Tableau versie 2020.2 en hoger wordt bij het uitvoeren van joins die voortkomen uit relaties geen join gemaakt van null-waarden met andere null-waarden. ### Gedrag van niet-overeenkomende null-waarden Wanneer u een meetwaarde aan de weergave toevoegt, wordt een Null-dimensiewaarde toegevoegd wanneer de meetwaarde waarden heeft die niet aan een dimensie zijn gekoppeld. Dit gedrag treedt op omdat Tableau niet-overeenkomende waarden (of niet-geassocieerde dimensiewaarden) op dezelfde manier behandelt als echte NULL-waarden in de onderliggende databron. De waarden voor beide worden samen geaggregeerd of samen gefilterd. Met `SUM(Sales),[State]` vertegenwoordigt elke overeenkomende staat bijvoorbeeld een staat. De SOM(Sales) is de som voor één staat. Voor niet-overeenkomende null-waarden kan SUM(Sales) vele staten weerspiegelen. Als u dat niet wilt, kunt u uw data opschonen om ervoor te zorgen dat elke rij in de meetwaardentabel overeenkomt met een rij in de dimensietabel. Hiervoor kunt u Tableau Prep gebruiken. Of u kunt in een blad de null-waarde uitfilteren door op de null-waarde te klikken en **Uitsluiten** te selecteren. Nadat u dit hebt gedaan, kunt u de relatie tussen de meetwaardentabel en de dimensietabel bewerken door **Alle records komen overeen** te selecteren in de instellingen voor Prestatieopties. #### Omgaan met niet-overeenkomende null-waarden in het dialoogvenster Filter bewerken Wanneer u een filter toepast op een dimensie, gelden de volgende regels voor het weergeven van de null-waarde: - Op het tabblad Algemeen kunt u de rij met de null-waarde expliciet opnemen of uitsluiten met behulp van het selectievakje. - Op het tabblad Jokerteken heeft de instelling geen invloed op het al dan niet verschijnen van de null-waarde (aangezien deze alleen tekstwaarden uitfiltert en de null-waarde niet als een tekstwaarde wordt beschouwd). - Als u op de tabbladen Voorwaarde of Boven een andere instelling dan **Geen** kiest, wordt de status Null-waarde uitgefilterd. ### Relaties valideren Er zijn verschillende manieren om uw datamodel te valideren voor analyse. Bij het maken van het model voor uw databron raden we u aan naar een werkblad te gaan, die databron te selecteren en vervolgens een visualisatie te bouwen om de aantallen records, verwachte data, niet-overeenkomende waarden, null-waarden of herhaalde meetwaarden te bekijken. Probeer met velden in verschillende tabellen te werken om ervoor te zorgen dat alles er zo uitziet als u voor ogen had. Let bijvoorbeeld op het volgende: - Gebruiken uw relaties in het datamodel de juiste overeenkomende velden voor hun tabellen? - Zou het toevoegen van meerdere overeenkomende veldparen de relatie nauwkeuriger maken? - Wat gebeurt er als u verschillende dimensies en metingen uit verschillende tabellen naar de weergave sleept? - Ziet u het verwachte aantal rijen? - Als u een van de standaardinstellingen in de [Instellingen voor prestatieopties](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_relationships_perfoptions.htm) hebt gewijzigd, zijn de waarden die u in de visualisatie ziet wat u zou verwachten? Als dat niet het geval is, kunt u de instellingen controleren of de standaardinstellingen herstellen. Opties voor het valideren van relaties en het datamodel: - Elke tabel bevat een telling van het aantal records, in de vorm van een veld met de naam _TabelNaam(Aantal)_, op het detailniveau van die tabel. Sleep het veld Aantal naar de weergave om het aantal voor een tabel te zien. Als u het aantal voor alle tabellen wilt zien, selecteert u het veld Aantal voor elke tabel in het deelvenster Data en klikt u op de teksttabel in Laten zien. - Klik op **Data weergeven** in het deelvenster Data om het aantal rijen en data per tabel weer te geven. Voordat u relaties gaat maken, kan het ook handig zijn om de data uit de databron voor of tijdens de analyse te bekijken, zodat u een idee krijgt van de scope van elke tabel. Zie [Onderliggende data weergeven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_viewdata.htm) voor meer informatie. - Sleep dimensies naar rijen om het aantal rijen in de statusbalk te zien. Als u niet-overeenkomende waarden wilt zien, klikt u op het menu **Analyse** en selecteert u Lay-out tabel > Lege rijen weergeven of Lege kolommen weergeven. U kunt ook verschillende meetwaarden naar de weergave slepen, zoals _(Aantal)_ uit een van de tabellen in uw visualisatie. Zo ziet u alle waarden van de dimensies uit die tabel. **Tip**: u kunt de prestatieregistratie in Tableau Desktop gebruiken als u de query's wilt zien die voor relaties worden gegenereerd. 1. Klik op het menu Help en selecteer vervolgens **Instellingen en prestaties** > **Prestatieregistratie starten**. 2. Sleep velden naar de weergave om uw visualisatie samen te stellen. 3. Klik op het menu Help en selecteer vervolgens **Instellingen en prestaties** > **Prestatieregistratie stoppen**. De werkmap Prestatieregistratie wordt automatisch geopend. 4. Klik in het dashboard Prestatiesamenvatting onder Gebeurtenissen gesorteerd op tijd op een 'Query wordt uitgevoerd'-balk en bekijk de query eronder. Een andere, meer geavanceerde optie is het gebruik van de [Tableau Log Viewer](https://github.com/tableau/tableau-log-viewer) op GitHub. Met behulp van `end-protocol.query` kunt u filteren op een specifiek trefwoord. Ga naar de [Tableau Log Viewer-wikipagina](https://github.com/tableau/tableau-log-viewer/wiki) op GitHub voor meer informatie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Web Data Connector 2.0 In dit artikel worden web data connectors beschreven, wat u moet doen voordat u een connector gebruikt en hoe u Tableau verbindt met een web data connector. **Opmerking:** vanaf 2022.3 is de Web Data Connector 2.0 vervangen door Web Data Connector 3.0. Voor meer informatie, zie: [Tableau-webdataconnector-SDK](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/examples_wdc_connector_sdk.htm) > [!WARNING] > > **Waarschuwing**: de Web Data Connector 2.0 is verouderd vanaf release 2023.1. U kunt de connector blijven gebruiken totdat deze buiten gebruik wordt gesteld. Zodra de connector buiten gebruik is gesteld, wordt deze verwijderd uit de gebruikersinterface van Tableau en werken alle databronnen die de connector gebruiken niet meer zoals verwacht. Normaal gesproken wordt een verouderde connector binnen 1 à 2 releases na de veroudering buiten gebruik gesteld. ## Een web data connector gebruiken U kunt een web data connector gebruiken om verbinding te maken met data die toegankelijk zijn via HTTP en die nog geen connector hebben. Een web data connector is een HTML-bestand dat JavaScript-code bevat. U kunt uw eigen web data connector maken of er een gebruiken die door iemand anders is gemaakt. De web data connector moet worden gehost op een webserver die lokaal op uw computer draait, op een webserver in uw domein of op een webserver van derden. ## De web data connector testen en controleren U moet een web data connector gebruiken die u vertrouwt. Als u niet bekend bent met de web data connector, moet u of uw Tableau Server-beheerder de web data connector testen en controleren voordat u deze gebruikt. Zie [Web Data Connectors testen en doorlichten](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/help.htm#datasource_wdc_vetting.htm) in de Help van Tableau Server voor meer informatie. ## Hoe u een web data connector op Tableau Server en Tableau Cloud gebruikt Wanneer u een webdataconnector gebruikt, maakt Tableau een extract van de data waartoe de connector toegang heeft. U kunt dit extract vernieuwen in Tableau Desktop. Wanneer u de databron of werkmap publiceert naar Tableau Server, kunt u het extract op Tableau Server niet vernieuwen, tenzij de web data connector is toegevoegd aan de toelatingslijst op Tableau Server. Als de connector referenties vereist om u aan te melden bij de webgebaseerde databron, moet u ervoor zorgen dat de referenties zijn ingesloten in de databron. Zie [Web Data Connectors in Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/help.htm#datasource_wdc.htm) in de Help van Tableau Server voor meer informatie. Nadat de web data connector is getest en gecontroleerd, kan de serverbeheerder de URL voor de connector toevoegen aan de toelatingslijst op de server. De serverbeheerder moet deze URL verstrekken aan u en aan iedereen die de connector in een werkmap wil gebruiken. Als u een werkmap opent op Tableau Server die is gemaakt met een web data connector, maar de connector is niet toegevoegd aan de toelatingslijst op Tableau Server en u het extract op Tableau Server wilt vernieuwen, volgt u het proces voor het testen, controleren en toevoegen van de connector aan de toelatingslijst. Als de connector referenties vereist om u aan te melden, moet u ervoor zorgen dat de referenties zijn ingesloten in de databron. Vervolgens kunt u uw data op Tableau Server vernieuwen. Wanneer u publiceert naar Tableau Cloud, kan Tableau Cloud als beveiligingsmaatregel geen verbinding maken met een extract dat is gemaakt door een web data connector, en kan het dit extract niet vernieuwen. Om sommige web data connector-extracten te vernieuwen, kunt u Tableau Bridge gebruiken. Zie [Wanneer u Tableau Bridge moet gebruiken om data actueel te houden](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_sync_local_data.htm#when-sync) in de Help van Tableau Cloud voor meer informatie. Wanneer u publiceert naar Tableau Public, kunt u geen web data connector toevoegen aan Tableau Public. U kunt web data connector-extracten dus niet rechtstreeks in Tableau Public vernieuwen. ## Verbinding maken met de databron 1. Start Tableau en selecteer onder Verbinding maken de optie Web Data Connector. Selecteer Meer onder Met een server voor een volledige lijst met dataverbindingen. 2. Voer de URL in van de web data connector waarmee u verbinding wilt maken en druk op Enter. Opmerking: als u een URL naar een website invoert in plaats van naar een web data connector, verschijnt er een foutmelding. ![Foutmelding met de tekst 'De URL verwijst naar een website, niet naar een webdataconnector, maar naar een webpagina met code om data van een website op te halen', met een link voor meer informatie.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_wdc_error.png) 3. Als de connector een webpagina weergeeft, voer dan de gevraagde informatie in en verzend de pagina. 4. Wacht terwijl de connector uw data als extract ophaalt en importeert in Tableau. 5. Selecteer het tabblad om uw analyse te starten. ### Voorbeeld van een databron voor een web data connector Hieronder ziet u een voorbeeld van een databron voor een web data connector. De eerste keer dat u verbinding maakt met een web data connector, wordt op de verbindingspagina uitgelegd hoe u verbinding maakt met de web data connector. Nadat u verbinding hebt gemaakt met een web data connector, kunt u op de verbindingspagina het volgende doen: - Bekijk de geschiedenis van alle web data connectors waarmee u verbinding hebt gemaakt, of wis de geschiedenis in de vervolgkeuzelijst in de adresbalk. - Bekijk uw vijf meest recent gebruikte connectors onder Recente connectors. - Selecteer de koppelingen onderaan het venster voor meer informatie over web data connectors: - Wat is dit? koppelt naar een overzicht van deze functie. - Gebruik een connector koppelt naar dit onderwerp. - Een connector maken koppelt naar de [Web Data Connector-SDK](https://community.tableau.com/s/question/0D54T00000C5RU5SAN/web-data-connector-sdk-resources), die tools en documentatie biedt voor het maken van een web data connector. ![Een diagram met de volgorde waarin op een connectorkoppeling in Tableau wordt geklikt om een webpaginaweergave van de data te openen. De webweergave heeft een knop om het weerbericht op te vragen. Er is ook een afbeelding van de onderliggende weersvoorspellingsdata in Tableau opgenomen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/example_web_data_connector_public.png) ## Optionele instellingen Nadat u verbinding hebt gemaakt, kunt u de volgende configuratiewijzigingen in de databron doorvoeren voordat u met de analyse begint. - Velden en rijen sorteren: selecteer in de vervolgkeuzelijst Velden sorteren hoe u de kolommen in het raster of metadataraster wilt sorteren. Sorteer de rijwaarden door de sorteerknop naast de kolomnaam te selecteren. - Kolommen hernoemen of verbergen: selecteer de vervolgkeuzepijl van de kolomkoptekst en selecteer de gewenste optie. - Kolommen splitsen: afhankelijk van de manier waarop de data zijn gestructureerd, kunt u de kolommen in uw data opsplitsen in nieuwe velden. Zie [Een veld opsplitsen in meerdere velden](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/split.htm) voor meer informatie. - Berekeningen maken: maak een nieuwe berekening op basis van een bestaand veld in de databron. - Waarden kopiëren: kopieer waarden in het raster door de waarden te selecteren en vervolgens op Ctrl+C te drukken. U kunt ook waarden in het metadataraster kopiëren door de waarden te selecteren, met de rechtermuisknop te klikken en vervolgens Kopiëren te selecteren. - Nieuwe databronnen toevoegen of andere databronnen bewerken: selecteer de vervolgkeuzepijl naast de databron. ## Tableau-ondersteuning voor Web Data Connector Tableau biedt beperkte klantondersteuning voor verbindingen met behulp van de Web Data Connector. Tableau biedt geen ondersteuning voor connectors of voor andere programma's die zijn geschreven om te communiceren met de WDC API. U kunt echter wel vragen indienen en om hulp vragen op de [Tableau-forums van de Community van ontwikkelaars](https://community.tableau.com/s/topic/0TO4T000000QFBJWA4/web-data-connector). Tableau biedt _wel_ ondersteuning voor de WDC-bibliotheek en SDK. Als u een probleem ondervindt met de WDC-bibliotheek, de simulator of een van de ontwikkelaarsvoorbeelden, [dient u een probleem in op Github](https://github.com/tableau/wdc3/issues). ## Zie ook - [Databronnen instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_prepare.htm): voeg meer data toe aan deze databron of bereid uw data voor voordat u deze analyseert. - [Diagrammen maken en data analyseren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/design_and_analyze.htm): Begin met uw data-analyse. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Webafbeeldingen dynamisch toevoegen aan werkbladen Bij Tableau weten we dat afbeeldingen een krachtig hulpmiddel zijn bij het analyseren van data. Stelt u zich voor dat u naar een visualisatie van de maandelijkse schoenenverkopen kijkt. De data vertellen u dat u meer hoge hakken dan sleehakken hebt verkocht, maar u kunt u geen voorstelling maken van het verschil tussen de twee soorten schoenen. Hierbij komt Afbeeldingsrol om de hoek kijken. U kunt dynamisch webafbeeldingen toevoegen aan uw werkbladen en deze gebruiken in uw kopteksten om visuele details toe te voegen. ![Visualisatie met afbeeldingen van schoenen, samen met het type schoen en de verkopen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/imagerole_1.png) ## Uw databron voorbereiden De afbeeldingsrol kan worden toegewezen aan discrete dimensievelden die URL's bevatten die verwijzen naar webafbeeldingen. Zorg ervoor dat uw afbeeldingsvelden voldoen aan de vereisten die Tableau stelt om een afbeeldingsrol toe te wijzen, zodat u uw data kunt voorbereiden: - Zorg ervoor dat uw URL's naar .png-, .jpeg-, .jpg-, .svg-, .webp-, .jfif-, .ico- of .gif-afbeeldingsbestanden verwijzen. - Controleer of elke URL begint met http of https. Als er geen transportprotocol is opgenomen, gaat Tableau uit van https. - Optimaliseer het aantal afbeeldingen in uw dataset. Normaal gesproken kunt u maximaal 500 afbeeldingen per veld laden. - Zorg ervoor dat elk afbeeldingsbestand kleiner is dan 200 kB. **Opmerking:** als u Tableau 23.1 of eerder gebruikt, moeten uw URL's naar afbeeldingsbestanden met de bestandsextensie .jpg, .jpeg of .png verwijzen. In Tableau 23.2 en later worden .gif-bestanden ondersteund, maar .gif-**animaties** worden alleen weergegeven in Tableau Cloud en bij Tableau Server met rendering aan de kant van de client. Bij Tableau Desktop en Tableau Server met rendering aan de kant van de server wordt het .gif-bestand als een statische afbeelding weergegeven. Afhankelijk van de complexiteit van uw visualisatie, kan Tableau standaard rendering aan de kant van de server gebruiken, waarbij het aantal afbeeldingen beperkt is tot 100 per veld. Zie [Rendering op de client configureren](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/browser_rendering.htm) voor meer informatie over complexiteitsinstellingen en rendering aan de kant van de server. ### Voorbeeldset met data:
ProductnaamURL naar productafbeeldingProductverkoop
Plathttps://img.example.com/flats.png12118
Hoge hakkenhttps://img.example.com/highheels.png15865
Hardloopschoenenhttps://img.example.com/runningshoes.png14200
Sleehakkenhttps://img.example.com/wedges.png8665
## Wijs een afbeeldingsrol toe aan uw URL's Nadat u verbinding hebt gemaakt met uw databron, kunt u een afbeeldingsrol toewijzen aan uw URL's vanaf de pagina Databron of in het deelvenster Data in een werkblad. ### Vanaf de pagina Databron: 1. Zoek de kolom met de URL's naar de afbeeldingen. 2. Klik met de rechtermuisknop (controlklik op Mac) op het pictogram linksboven in de kolom en selecteer Afbeeldingsrol > URL. Het pictogram verandert in een afbeeldingspictogram en uw afbeeldingen zijn klaar voor gebruik. ![Databronoptie om een afbeeldingsrol toe te wijzen aan URL's](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/imagerole_3.png) ### Vanaf een werkblad: 1. Open een nieuw werkblad. 2. Zoek een discreet dimensieveld met URL's naar afbeeldingen. 3. Klik met de rechtermuisknop (controlklik op Mac) op het dimensieveld en selecteer Afbeeldingsrol > URL. Het pictogram verandert in een afbeeldingspictogram en uw afbeeldingen zijn klaar voor gebruik. ![De optie in het deelvenster Data om een afbeeldingsrol aan data toe te wijzen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/imagerole_2.png) ## Voeg afbeeldingen toe aan uw visualisaties Sleep het veld Afbeeldingsrol vanaf uw werkblad naar het vak Rijen of Kolommen. U kunt nu afbeeldingen en de bijbehorende data in uw visualisatie bekijken. ![Maak een afbeeldingsrol in het deelvenster Data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/imagerole_addtoviz2.gif) ## Deel uw visualisaties U kunt uw werkmappen met afbeeldingen exporteren en delen. Zorg ervoor dat de afbeeldingen die u in uw visualisaties gebruikt, zichtbaar zijn voor iedereen met wie u uw visualisaties deelt. Als u bijvoorbeeld afbeeldingen gebruikt die op een interne server achter een firewall worden gehost, moet u ervoor zorgen dat iedereen met wie u de visualisatie deelt, toereikende machtigingen heeft om toegang te krijgen tot de afbeeldingen. In dit voorbeeld zouden gebruikers die de visualisatie bekijken terwijl ze met dezelfde server verbonden zijn, geen problemen moeten hebben met het zien van de afbeeldingen. Gebruikers die de visualisatie exporteren naar een pdf op een Tableau Cloud-server, kunnen de afbeeldingen echter mogelijk niet zien. Als u uw werkmap exporteert en uw viewer deze probeert te openen in Tableau 2022.3 of eerder, kan uw viewer de afbeeldingen niet zien. **Opmerking:** het is een goede gewoonte om een Afbeeldingsrolveld altijd uit te lijnen met een tekstbeschrijving, zodat de inhoud toegankelijk is voor schermlezers en andere toegankelijkheidssoftware. ## Problemen met verbindingen naar afbeeldingen oplossen Soms worden afbeeldingen niet weergegeven als u het toegestane aantal afbeeldingen per veld overschrijdt, als u grote afbeeldingsbestanden in een complexe visualisatie hebt opgenomen of als u de visualisatie op een mobiel apparaat bekijkt. In dit gedeelte vindt u informatie over het oplossen van dergelijke fouten. ### Geen van de afbeeldingen wordt weergegeven in mijn visualisatie Er staan te veel afbeeldingen in de visualisatie Afhankelijk van de complexiteit van uw visualisatie, kunt u doorgaans 500 afbeeldingen per veld laden. Als u een complexe visualisatie hebt, wordt mogelijk standaard rendering aan de kant van de server gehanteerd. Met rendering aan de kant van de server kunt u 100 afbeeldingen per veld laden. Als u een foutmelding krijgt dat er te veel afbeeldingen in de visualisatie staan, filter de afbeeldingen er dan uit en probeer het opnieuw. Tableau kan geen toegang krijgen tot de afbeeldingen Als u pictogrammen van een kapotte afbeelding ziet in plaats van uw eigen afbeeldingen, controleer dan eerst of u toereikende machtigingen hebt om de afbeeldingen te bekijken (en of ze zich bijvoorbeeld achter een firewall bevinden). Tableau moet toegang hebben tot de afbeeldingen en er mag geen aparte verificatie zijn vereist voor de afbeeldingen om ze te kunnen bekijken. Als u zeker weet dat u gemachtigd bent om de afbeeldingen te bekijken en deze binnen de vereiste afmetingen vallen, controleer dan of Webafbeeldingen is ingeschakeld op uw instellingenpagina. In Tableau Desktop: 1. Klik vanuit uw werkmap op Help op de werkbalk. 2. Selecteer Instellingen en prestaties > Beveiliging voor dashboardwebbeveiliging instellen. 3. Zorg ervoor dat Webpaginaobjecten en webafbeeldingen inschakelen is ingeschakeld. In Tableau Cloud: 1. Klik in het navigatievenster op de optie Instellingen. 2. Scroll onder Algemeen naar beneden en zoek naar Webpaginaobjecten en webafbeeldingen. 3. Zorg ervoor dat Webpaginaobjecten en webafbeeldingen inschakelen is ingeschakeld. ### Sommige afbeeldingen worden niet weergegeven in mijn visualisatie Het afbeeldingsbestand is te groot Elk afbeeldingsbestand moet kleiner zijn dan 200 kB om te kunnen worden weergegeven. Controleer de grootte van uw afbeeldingsbestand en probeer het opnieuw. U gebruikt een eerdere versie van Tableau Als u Tableau 23.1 of eerder gebruikt, worden alleen .png-, .jpeg- en .jpg-afbeeldingsbestanden ondersteund. Werk uw versie van Tableau bij of gebruik een ondersteund bestandstype voor de versie van Tableau die u gebruikt. De URL naar een afbeelding moet beginnen met http of https Elke URL naar een afbeelding moet beginnen met http of https. Tableau ondersteunt momenteel geen FTP/SMTP-aanroepen. Controleer de URL-indeling en probeer het opnieuw. Het afbeeldingsbestand moet een URL zijn Een afbeeldingsrol kan alleen worden toegewezen aan URL's die verwijzen naar afbeeldingsbestanden met de indeling .png, .jpeg of .jpg, .svg, .webp, .jfif, .ico, .bmp of .gif. Controleer de URL-indeling en probeer het opnieuw. Het type afbeeldingsbestand wordt niet ondersteund Een afbeeldingsrol kan alleen worden toegewezen aan URL's die verwijzen naar afbeeldingsbestanden met de indeling .png, .jpeg of .jpg, .svg, .webp, .jfif, .ico, .bmp of .gif. Controleer de URL-indeling en probeer het opnieuw. Als u Tableau 23.1 of eerder gebruikt, worden alleen .png-, .jpeg- en .jpg-afbeeldingsbestanden ondersteund. Werk uw versie van Tableau bij of gebruik een ondersteund bestandstype voor de versie van Tableau die u gebruikt. In Tableau 23.2 en later worden .gif-bestanden ondersteund, maar .gif-**animaties** worden alleen weergegeven in Tableau Cloud en bij Tableau Server met rendering aan de kant van de client. Bij Tableau Desktop en Tableau Server met rendering aan de kant van de server wordt het .gif-bestand als een statische afbeelding weergegeven. Het afbeeldingsbestand bevat onjuiste tekens Een afbeeldingsrol kan niet worden toegewezen aan URL's waarin de volgende tekens voorkomen: < > & \\ ^ ' of de volgende tekenreeksen: .. \\\\. \\r \\n \\t Controleer of uw URL niet deze tekens of tekenreeksen heeft en probeer het opnieuw. ### De afbeeldingen worden niet buiten mijn werkblad weergegeven De afbeeldingen worden niet weergegeven in knopinfo-visualisaties Knopinfo-visualisaties worden verwerkt met rendering aan de kant van de server, waardoor u maximaal 100 afbeeldingen per veld kunt laden. Controleer of er minder dan 100 afbeeldingen per veld zijn en probeer het opnieuw. Zie [Rendering op de client configureren](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/browser_rendering.htm) voor meer informatie over rendering aan de kant van de server en client. Zie [Weergaven maken in Knopinfo (visualisatie in Knopinfo)](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/viz_in_tooltip.htm) voor meer informatie over het gebruik van knopinfo-visualisaties. De afbeeldingen worden niet weergegeven in Weergeven in miniatuur De miniatuurweergave wordt verwerkt met rendering aan de kant van de server, waardoor u maximaal 100 afbeeldingen per veld kunt laden. Controleer of er minder dan 100 afbeeldingen per veld zijn en probeer het opnieuw. Zie [Rendering op de client configureren](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/browser_rendering.htm) voor meer informatie over rendering aan de kant van de server en client. De afbeeldingen worden niet weergegeven wanneer ik mijn werkmap exporteer Alle exporten en exportgerelateerde functies worden verwerkt met rendering aan de kant van de server, waardoor u maximaal 100 afbeeldingen per veld kunt laden. Controleer of er minder dan 100 afbeeldingen per veld zijn en probeer het opnieuw. De afbeeldingen worden niet weergegeven op een mobiel apparaat Mobiele apparaten hebben een lagere complexiteitsdrempel dan computers. Daarom wordt de verwerking voltooid via rendering aan de kant van de server, waardoor u maximaal 100 afbeeldingen per veld kunt laden. Controleer of er minder dan 100 afbeeldingen per veld zijn en probeer het opnieuw. U kunt de complexiteitsinstellingen op uw mobiele apparaat wijzigen. Zie [De complexiteitsdrempel configureren voor computers en mobiele apparaten](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/browser_rendering.htm#configure-the-complexity-threshold-for-computers-and-mobile-devices) voor meer informatie over complexiteitsdrempels [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Weergaven maken in Knopinfo (visualisatie in Knopinfo) Terwijl u weergaven maakt en zoekt naar manieren om meer details over data aan uw doelgroep te onthullen, kunt u visualisaties in knopinfo insluiten (ook wel "Knopinfo-visualisatie" genoemd). ![Wanneer u met de muis over een markering in een staafdiagram beweegt, wordt in de knopinfo een tabel weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ViT-basic.png) Wanneer een gebruiker met de muis over een markering beweegt, worden in de knopinfo relevante data en details uit een andere visualisatie weergegeven die op die markering zijn gefilterd. U kunt gerelateerde visualisaties tonen in knopinfo, zodat uw doelgroep op een ander of dieper niveau met de data kan omgaan. Zo blijft iedereen binnen de huidige context en wordt de beschikbare ruimte voor de huidige weergave optimaal benut. **Bekijk een video**: Voor geavanceerde tips, bekijkt u [Volgende niveau Knopinfo-visualisatie](https://youtu.be/0V6PvROxv3s), een gratis videopresentatie van 55 minuten. Zie [Knopinfo opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_specific_titlecaption.htm#Format_tooltips) voor informatie over het bewerken van gewone knopinfo. ## Algemene stappen om een Knopinfo-visualisatie te maken 1. Maak een visualisatie in het _bron_werkblad in Tableau. 2. Maak een visualisatie in een _doel_werkbladweergave om te dienen als de Knopinfo-visualisatie. Geef het werkblad een naam waarmee u het in de Knopinfo-visualisatie kunt herkennen. 3. Klik in het bronwerkblad op Knopinfo op de kaart Markeringen. Voeg in de Knopinfo-editor een verwijzing in naar het doelwerkblad Knopinfo-visualisatie. Zie [Een Knopinfo-visualisatie configureren](#ConfigureViT) voor meer informatie. 4. **Optioneel**: Verberg het doelblad voor de Knopinfo-visualisatie. Zie [Weergaven maken in Knopinfo (visualisatie in Knopinfo)](#hidesheet) voor meer informatie. 5. Test de resulterende Knopinfo-visualisatie door met de muis over verschillende markeringen in de bronwerkbladweergave te bewegen. Als de Knopinfo-visualisatie te groot is voor het Knopinfo-venster, past u de hoogte en breedte van de doelwerkbladvisualisatie aan. U kunt ook overwegen om de structuur en details in de doelvisualisatie te vereenvoudigen. Zie [Het formaat van de Knopinfo-visualisatie wijzigen](#Size) voor meer informatie. **Opmerkingen**: Standaard wordt de Knopinfo-visualisatie gefilterd op _Alle velden_. Wijzig het detailniveau voor de Knopinfo-visualisatie door een filter te definiëren op _Geselecteerde velden_. Zie [Het filter voor de Knopinfo-visualisatie wijzigen](#Filters) voor meer informatie. In Tableau versie 2023.3 en hoger is Knopinfo-visualisatie niet beschikbaar voor totalen en eindtotalen. **Opmerkingen**: Standaard wordt de Knopinfo-visualisatie gefilterd op _Alle velden_. Wijzig het detailniveau voor de Knopinfo-visualisatie door een filter te definiëren op _Geselecteerde velden_. Zie [Het filter voor de Knopinfo-visualisatie wijzigen](#Filters) voor meer informatie. In Tableau versie 2023.3 en hoger is Knopinfo-visualisatie niet beschikbaar voor totalen en eindtotalen. ## Een Knopinfo-visualisatie configureren U hebt een _bron_werkblad-visualisatie en een _doel_werkblad-visualisatie nodig om een Knopinfo-visualisatie te maken. In deze stappen wordt gebruikgemaakt van het voorbeeld van een bronweergave, een kaart met de verkoopwinsten per staat en een doelblad met een grafiek die de winsten per productsubcategorie weergeeft. ### De bron- en doelvisualisaties in een werkblad maken 1. Bepaal in Tableau welk werkblad u als bronvisualisatie wilt gebruiken. Of maak een nieuwe visualisatie op een nieuw werkblad. Dit is uw bronweergave. 2. Maak een nieuw werkblad dat als doelvisualisatie dient. Beperk het aantal filters dat u in de doelweergave gebruikt tot een minimum. 3. Geef de doelweergave een naam, zodat u deze in een lijst met andere bladen kunt herkennen. ### Een verwijzing naar het doelwerkblad in de knopinfo van het bronwerkblad invoegen 1. Klik in het bronblad op de knop Knopinfo op de kaart Markeringen om de Knopinfo-editor te openen. ![Het venster Knopinfo bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/vit-tooltipeditor-novit.png) 2. Klik op het menu Invoegen in de Knopinfo-editor. Selecteer in het menu Invoegen de optie Bladen en selecteer vervolgens een doelblad. Bijvoorbeeld: ![Het menu Invoegen met de optie Bladen, waarmee u een doelblad kunt selecteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/vit-insert-targetsheet.png) De markering voor de Knopinfo-visualisatie wordt automatisch toegevoegd. (In dit voorbeeld zijn de oorspronkelijke velden voor markering verwijderd.) ![De opmaak voor een visualisatie in knopinfo.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/vit-targetsheetmarkup-default.png) _Voorbeeld van automatisch gegenereerde markering voor Knopinfo-visualisatie_ Dit is de resulterende markering voor dit voorbeeld: `` Standaard wordt de Knopinfo-visualisatie gefilterd op Alle velden (gefilterd op alle mogelijke velden en op het meest specifieke detailniveau). Klik op OK. 3. Ga terug naar het bronblad en test de Knopinfo-visualisatie. Beweeg de muis over de verschillende markeringen om de resulterende Knopinfo-visualisatie te bekijken. Pas indien nodig de doelweergave aan om de Knopinfo-visualisatie te verbeteren. ![Een visualisatie in knopinfo vóór wijzigen van het formaat.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/vit-sourcesheet-test.png) De Knopinfo-visualisatie in dit voorbeeld toont een bericht dat aangeeft dat sommige data in de doelweergave niet worden getoond. Als u dit bericht ziet, kunt u de hoogte- en breedte-instellingen in de parameters voor de Knopinfo-visualisatie aanpassen om de weergave groter te maken. ## Het formaat van de Knopinfo-visualisatie wijzigen U kunt de waarden `maxwidth` en `maxheight` handmatig wijzigen om de grootte van de Knopinfo-visualisatie aan te passen. De standaardgrootte is 300 bij 300 pixels. Om het formaat te wijzigen, vervangt u handmatig `"300"` door een andere waarde. Als u een waarde groter dan 600 pixels wilt instellen, moet u wellicht opnieuw overwegen of de doelweergave wel een goede kandidaat is voor Knopinfo-visualisatie. 1. Klik in het bronblad op de knop Knopinfo op de kaart Markeringen om de Knopinfo-editor te openen. 2. Selecteer de numerieke waarde voor `maxwidth` en `maxheight` en typ een andere waarde om deze te vervangen. Bijvoorbeeld: `` 3. Klik op OK ![Een visualisatie in Knopinfo na het wijzigen van het formaat.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/vit-resized.png) Voorbeeld van een Knopinfo-visualisatie ingesteld op 500 pixels breedte en hoogte. De auteur heeft ook meer ruimte gecreëerd voor de koptekst in de doelwerkbladweergave. ## Het filter voor de Knopinfo-visualisatie wijzigen Standaard wordt de Knopinfo-visualisatie gefilterd op _Alle velden_. Dit betekent dat de weergave wordt gefilterd op alle dimensies in de huidige weergave (met uitzondering van velden in de container Filters), op het meest specifieke detailniveau. U kunt het detailniveau voor Knopinfo-visualisatie wijzigen door een filter te definiëren voor geselecteerde velden, vergelijkbaar met het filteren op Geselecteerde velden in Filteracties. 1. Klik in het bronblad op de knop Knopinfo op de kaart Markeringen om de Knopinfo-editor te openen. 2. Plaats uw cursor binnen de filterwaarde (`filter="<_place cursor here_>"`) en klik vervolgens op het menu Invoegen om een beschikbaar veld te selecteren. U kunt de waarde <_All Fields_\> ook handmatig vervangen door de naam van een veld in de weergave. Bijvoorbeeld: `` U kunt ook meer dan één geselecteerd veld filteren door de veldnamen met een komma te scheiden. Bijvoorbeeld: `` Als u op datumniveau wilt filteren, moet u de tekenreeks die het datumniveau specificeert, opnemen in de veldnaam. Bijvoorbeeld: `` **Opmerking**: Het datumfilter in het script voor Knopinfo-visualisatie moet exact overeenkomen met het datumniveau van het veld in de weergave. ## Een werkblad voor Knopinfo-visualisatie verbergen of tonen U kunt een werkblad dat voor Knopinfo-visualisatie wordt gebruikt, verbergen en tonen, met opties die vergelijkbaar zijn met die voor dashboards en verhalen. ### Een werkblad voor Knopinfo-visualisatie verbergen **Opmerking**: Als het bronblad verborgen is voor een dashboard, moet u het werkblad eerst zichtbaar maken op het dashboard om er toegang toe te krijgen. Zie [Bladen beheren in dashboards en verhalen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environ_workbooksandsheets_sheets_hideshow.htm) voor meer informatie. Als u een werkblad voor Knopinfo-visualisatie wilt verbergen, selecteert u Verbergen op het tabblad voor het doelwerkblad van Knopinfo-visualisatie. ![Werkblad verbergen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/hide-vit-sheet.gif) ### Een werkblad voor Knopinfo-visualisatie tonen Om een werkblad voor Knopinfo-visualisatie te tonen, selecteert u op het tabblad voor het bronwerkblad Alle bladen zichtbaar maken. ![Een verborgen werkblad zichtbaar maken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/show-vit-sheet.gif) ## Voorbeelden van Knopinfo-visualisatie Wanneer u een Knopinfo-visualisatie maakt, kunnen gebruikers met de muis over een markering bewegen om details op aanvraag te bekijken, binnen de context van de oorspronkelijke weergave. Een Knopinfo-visualisatie is een statische afbeelding van data uit een andere weergave die relevant zijn voor een markering in de huidige weergave. Door de muisaanwijzer over de markering te bewegen of deze te selecteren, worden data van een ander blad, gefilterd voor die markering, in de knopinfo weergegeven. **Bekijk een video**: Voor meer voorbeelden en gerelateerde concepten, bekijkt u [Volgende niveau Knopinfo-visualisatie](https://youtu.be/0V6PvROxv3s), een gratis videopresentatie van 55 minuten. Gebruik Knopinfo-visualisatie om het volgende weer te geven: - Data op een ander detailniveau ![Wanneer u met de muis over een markering in een staafdiagram beweegt, wordt in de knopinfo een tabel weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/ViT-basic.png) - Verschillende, maar relevante data ![In een visualisatie in knopinfo wordt een ander diagram weergegeven wanneer u de muisaanwijzer op een markering in een staafdiagram plaatst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/vit-contextfilter.png) - Hoe de waarde van een markering in de loop van de tijd verandert ![Wanneer u met de muis over een markering in een staafdiagram beweegt, wordt in de knopinfo een lijndiagram weergegeven om de verandering in de loop van de tijd weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/vit-currentperiodtrendovertime.png) - Meerdere visualisaties in één knopinfo ![Wanneer u met de muis over een markering in een staafdiagram beweegt, worden in de knopinfo een lijndiagram en een staafdiagram weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/vit-multipleviewsintooltip.png) - Een legenda voor de hoofdweergave ![Een visualisatie in knopinfo toont een legenda voor de hoofdweergave.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/vit-legend.png) Wanneer u gerelateerde weergaven in de knopinfo toont, kunt u uw doelgroep helpen om op een dieper niveau met de data om te gaan, terwijl u tegelijkertijd de beschikbare ruimte voor de huidige weergave optimaal benut. ## Tips en opmerkingen over het gebruik en de configuratie van Knopinfo-visualisatie - U kunt werkbladen gebruiken om een ​​Knopinfo-visualisatie te maken, maar u kunt geen dashboards of verhalen gebruiken om een ​​Knopinfo-visualisatie te maken. - Een Knopinfo-visualisatie is een statische afbeelding van een doelweergave en niet een interactief blad. Een Knopinfo-visualisatie kan geen eigen Knopinfo-visualisatie hebben. - U hebt een _bron_werkblad-visualisatie en een _doel_werkblad-visualisatie nodig om een Knopinfo-visualisatie te maken. U moet een doelweergave maken om deze beschikbaar te maken in de Knopinfo-editor. - Gebruik een standaardschema voor naamgeving voor de doelbladen die u in de knopinfo wilt weergeven, zoals Knopinfo: _Naam van weergave_. Door een standaardschema voor naamgeving te gebruiken, kunt u gemakkelijker bijhouden welke weergaven u in de knopinfo gebruikt. - Houd voor de doelweergave rekening met het formaat van de weergavedata en hoe de weergave eruitziet in de knopinfo. U kunt het formaat van de Knopinfo-visualisatie opgeven wanneer u deze configureert, maar u moet dan wel controleren hoe deze wordt weergegeven en mogelijk aanpassingen maken in de weergave voordat u deze publiceert. Onthoud dat de doelweergave wordt weergegeven in de context van de bronweergave. Door de doelvisualisatie eenvoudig te houden, kunt u de prestaties verbeteren en de cognitieve belasting verminderen. - Als u op "Laten zien" klikt in het bronblad en de weergavestructuur verandert, worden alle bewerkingen van de knopinfo opnieuw ingesteld, inclusief verwijzingen in de Knopinfo-visualisatie. U moet de Knopinfo-visualisatie opnieuw configureren. - Er kan naar één doelblad tegelijk worden verwezen door één bronblad van de Knopinfo-visualisatie, omdat filters direct worden toegepast op het blad waarnaar wordt verwezen. Wanneer een blad al als doelblad in een knopinfo wordt gebruikt, is het niet langer beschikbaar voor selectie in de Knopinfo-editor. - Standaard wordt Knopinfo-visualisatie gefilterd op _Alle velden_, waarbij alle velden in de weergave (op het meest specifieke detailniveau) in aanmerking worden genomen bij het identificeren van overeenkomende records. U kunt het detailniveau voor Knopinfo-visualisatie wijzigen door een filter te definiëren voor _Geselecteerde velden_, vergelijkbaar met het filteren op **Geselecteerde velden** in Filteracties. Zie [Geavanceerde highlightacties maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_highlight_advanced.htm) voor gerelateerde details. Filteren op _Geselecteerde velden_ werkt niet voor verschillende databronnen. Als de bron- en doelweergaven verschillende databronnen gebruiken, worden bij het filteren op _Alle velden_ automatisch de gemeenschappelijke velden gedetecteerd (als ze dezelfde alias delen) en wordt hierop gefilterd. Filteren op _Geselecteerde velden_ werkt echter niet. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Diagrammen maken en data analyseren Tableau Desktop is een soort laboratorium waarin u de betekenis kunt ontdekken die in uw data verborgen ligt. In deze sectie ontdekt u de verschillende functies die u tot uw beschikking hebt bij het maken van weergaven en leert u de basisvaardigheden die u nodig hebt om elegante, inzichtelijke weergaven, dashboards en verhalen te maken. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Weergaven voor toegankelijkheid maken Dit artikel geeft meer details over de ontwerprichtlijnen die worden besproken in [Best practices voor het ontwerpen van toegankelijke weergaven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/accessibility_best_practice.htm) en bevat stappen voor het maken van deze weergaven in Tableau Desktop. ## Algemene stappen Als auteur van inhoud kunt u weergaven maken waarmee u uw projecten gemakkelijker kunt afstemmen op de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) door deze algemene stappen te volgen: **Stap 1:** Maak uw weergaven volgens de best practices op het gebied van toegankelijkheid. **Stap 2:** Publiceer de weergaven naar Tableau Server of Tableau Cloud (versie 10.2 en hoger). **Stap 3:** Deel de link zodat gebruikers toegang krijgen tot de inhoud in Tableau Cloud of Tableau Server, of sluit de weergaven in op een webpagina. Door weergaven te baseren op de richtlijnen voor best practices worden ze toegankelijker, omdat ze door schermlezers worden behandeld als afbeeldingen met een titel en een beschrijving. Via de toetsenbordnavigatie kunnen gebruikers het deelvenster Data weergeven openen, waar ze toegang krijgen tot de onderliggende data van de weergave. ## De weergaven opbouwen Veel van de principes die van toepassing zijn op het creëren van effectieve weergaven in Tableau zijn ook van toepassing op het creëren van toegankelijke weergaven. Het belangrijkste verschil bij het maken van toegankelijke weergaven is dat u altijd andere soorten markeringscodering moet gebruiken als u kleur in de weergave gebruikt. U wilt misschien ook meer tekst in de weergave plaatsen om meer context te bieden voor de weergave en de bijbehorende markeringen. ### Houd het simpel Houd het simpel is een belangrijke stelregel bij het maken van toegankelijke weergaven. Een eenvoudige weergaven helpt mensen om gemakkelijker de relaties en snijpunten in uw data te zien. Hoe kunt u een weergave eenvoudiger maken? Benadruk alleen de meest relevante en belangrijke data. Verlaag het aantal markeringen in de weergave om alleen te tonen wat nodig is. Beperk het niveau aan details en de granulariteit in de weergave om te voorkomen dat gebruikers door de bomen het bos niet meer zien. Houd er bij het ontwerpen van uw weergaven rekening mee dat uw gebruikers toegang hebben tot de onderliggende data in de weergave. De data die u in de weergave opneemt, zijn wat schermlezers lezen op het tabblad Samenvatting van het deelvenster Data weergeven. Richtlijnen die eenvoud ondersteunen: - [Het aantal markeringen in de weergave beperken](#LimitMarks) - [Uw weergaven richten op leesbaarheid](#OrientForLegibility) - [Beperk het aantal kleuren en vormen in één weergave](#LimitColorsShapes) - [Gebruik filters om het aantal markeringen in de weergave op een bepaald moment te verminderen](#UseFiltersInViews) #### Het aantal markeringen in de weergave beperken Houd het aantal markeringen lager dan 1000 om ervoor te zorgen dat de weergave via de browser wordt gerenderd en niet via de server. **Opmerking**: Door de client gerenderde weergaven zijn meestal toegankelijker dan door de server gerenderde weergaven. Om ervoor te zorgen dat een ingesloten weergave in de browser wordt gerenderd, moet u ervoor zorgen dat de weergave minder dan 1000 markeringen heeft, inclusief items in legenda's en filters. Wanneer u aan een weergave werkt, wordt het aantal markeringen van de weergave in Tableau Desktop weergegeven (linkeronderhoek van het venster). Voorbeeld van een weergave met te veel markeringen Dit voorbeeld toont een weergave met meer dan 20.000 markeringen. De weergave toont een meer granulair detailniveau in de data (in plaats van geaggregeerd). Er zijn meerdere dimensies (voor regio, categorie, subcategorie) en meetwaarden (voor verkoop, winst, winst per order en winstratio) aan de weergave toegevoegd. De productnaam staat op 'Detail', waardoor een markering wordt toegevoegd voor elk product in de dataset. ![visualisatie met meer dan 2000 markeringen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_toomanymarks.png) **Voorbeeld van een weergave met minder markeringen** Het volgende voorbeeld toont een toegankelijkere weergave (minder dan 100 punten). De data worden samengevoegd en vertonen een minder granulariteit voor de data. In de weergave worden twee dimensies (regio en productcategorie) en één meetwaarde (verkoop) gebruikt. Voor meer details over deze concepten, zie [Data-aggregatie in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm) en [Hoe dimensies het detailniveau beïnvloeden in de weergave](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm#DimLOD). ![visualisatie met minder dan 100 markeringen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_fewermarks.png) U kunt het aantal markeringen op verschillende manieren beperken: - Maak weergaven van geaggregeerde data in plaats van weergaven met veel detailniveaus. Plaats geen dimensies die duizenden waarden bevatten in de container **Detail** van de kaart Markeringen. - Als u een dimensie wilt gebruiken die zich in een hiërarchie bevindt zonder de hiërarchie beschikbaar te maken in de weergave, gebruikt u een kopie van die specifieke dimensie. Kopieer het veld dat u wilt gebruiken en maak de weergave met de gekopieerde versie van de dimensie. Hiermee voorkomt u dat gebruikers de hiërarchie in de ingesloten weergave uitvouwen, waardoor het aantal markeringen in de weergave kan toenemen, en op de server moet worden gerenderd in plaats van in de browser. ![Menuproces om een dimensie te dupliceren](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_nonhierarch_dimension.png) 1. Klik met de rechtermuisknop op een dimensie in de hiërarchie en selecteer vervolgens Dupliceren. Er verschijnt een kopie van de dimensie. 2. Klik met de rechtermuisknop op de gekopieerde dimensie en selecteer vervolgens Naam wijzigen. Geef de gekopieerde dimensie een unieke, betekenisvolle naam. Gebruik nu die dimensie om de weergave samen te stellen. - Beperk het aantal meetwaarden en dimensies dat wordt gebruikt om de weergave te maken. **Minder toegankelijk**: drie meetwaarden in Rijen en vier dimensies in Kolommen. Meer velden zorgen voor een complexere weergave. ![Een complexe weergave met vier meetwaarden in rijen en drie dimensies in kolommen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_toomanyfields.png) **Toegankelijker**: Twee dimensies in Kolommen en één meetwaarde in Rijen. Het kleinere aantal velden in de weergavestructuur maakt de weergave overzichtelijker en leidt minder af. ![Een vereenvoudigde weergave met twee dimensies in de kolommen en één meetwaarde in de rijen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_fewerfields_cbpalette.png) #### Uw weergaven richten op leesbaarheid Horizontaal georiënteerde labels en kopteksten zijn gemakkelijker te lezen dan verticaal georiënteerde labels. **Minder toegankelijk**: In dit voorbeeld wordt de tekst verticaal weergegeven. ![Een kolomdiagram met verticale labels](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_verticalmarklabels.png) **Toegankelijker**: In dit voorbeeld is er ruimte aan de weergave toegevoegd, zodat de tekst horizontaal kan worden weergegeven. ![Een kolomdiagram met horizontale labels](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_horizontalmarklabels.png) Als u de richting van de weergave en de kopteksten en labels wilt wijzigen, klikt u op de **Omwisselen** op de werkbalk. U kunt natuurlijk ook het formaat van de weergave wijzigen, zodat er meer ruimte is voor horizontale labels. In dit voorbeeld is het formaat van de tabel gewijzigd. Zie [Het formaat van tabellen en cellen aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting_resizetable.htm) voor meer informatie. ![Een kolomdiagram waarin het pictogram voor het wijzigen van het formaat wordt weergegeven en vergroot.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_resizeview.png) #### Het aantal kleuren en vormen in een weergave beperken Als u een dimensie op kleur of vorm weergeeft, gebruik dan niet meer dan tien kleuren en vormen in één weergave, zodat gebruikers elke kleur en vorm kunnen onderscheiden en belangrijke patronen kunnen zien. **Doe dit niet**: In het volgende voorbeeld herhalen de lijnkleuren zich nadat de 10e markering is toegepast op producttype. ![Een complex lijndiagram met meer dan 10 markeringen waarbij de kleuren zich na 10 markeringen beginnen te herhalen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_toomanyshapesandcolors.png) **Doe dit wel**: In het volgende voorbeeld zijn filters gebruikt om het aantal markeringen dat tegelijk kan worden weergegeven, te beperken. Hierdoor bedraagt het aantal kleuren en vormen in de weergave nooit meer dan tien. ![Een weergave met gefilterde markeringen, zodat er niet meer dan 10 markeringen tegelijk worden weergegeven](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_lessthan10marks.png) #### Filters gebruiken om het aantal markeringen in een weergave te verminderen Met filters kunt u het aantal markeringen in de weergave beperken, zodat gebruikers alleen zien wat u wilt dat ze zien. Zie [Data uit uw weergaven filteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/filtering.htm) voor meer informatie over het maken van filters. U kunt ook de volgende filtermodi tonen, zodat gebruikers zelf kunnen bepalen welke data worden weergegeven. De filtermodi voor meer toegankelijke weergaven in Tableau zijn: - **Eén waarde (lijst)**: een filter met keuzerondjes. Er kan slechts één item tegelijk worden geselecteerd. Gebruikers filters met één waarde geven, is een uitstekende manier om het aantal markeringen in de weergave te verminderen. - **Meerdere waarden (lijst)**: een filter met een lijst met items (met selectievakjes) die tegelijkertijd kunnen worden geselecteerd. Met filters met meerdere waarden kunnen meer markeringen tegelijkertijd worden weergegeven. ![lijst met één waarde met keuzerondje, gevolgd door een lijst met meerdere waarden met selectievakjes](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_filters_list.png) - **Eén waarde (vervolgkeuzelijst)**: een filter met een vervolgkeuzelijst met items. Er kan slechts één item tegelijk worden geselecteerd. Gebruikers filters met één waarde geven, is een uitstekende manier om het aantal markeringen in de weergave te verminderen. - **Meerdere waarden (vervolgkeuzelijst)**: een filter met een vervolgkeuzelijst met items die tegelijkertijd kunnen worden geselecteerd. Met filters met meerdere waarden kunnen meer markeringen tegelijkertijd worden weergegeven. ![Een vervolgkeuzelijst met één waarde, gevolgd door een vervolgkeuzelijst met meerdere waarden en selectievakjes](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_filters_dropdown.png) Klik met de rechtermuisknop op het veld dat u als filter wilt gebruiken en selecteer vervolgens Filter tonen om een filter weer te geven. ![Een submenu voor besteldatum met de optie om een filter weer te geven](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_showfilter_date.png) Als u de filtermodus wilt selecteren, selecteert u het vervolgkeuzemenu Filter de optie Eén waarde (lijst), Eén waarde (vervolgkeuzelijst), Meerdere waarden (lijst) of Meerdere waarden (vervolgkeuzelijst). ![vervolgkeuzemenu met lijst met één waarde, vervolgkeuzelijst met één waarde, lijst met meerdere waarden en vervolgkeuzelijsten met meerdere waarden gemarkeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_selectfiltertype.png) Als u alleen de opties Eén waarde (lijst) of Eén waarde (vervolgkeuzefilter) wilt toepassen, kunt u de optie Alle uit het filter verwijderen. Selecteer in het vervolgkeuzemenu voor het filter Aanpassen en schakel de optie Waarde van Alle tonen uit. De volgende afbeelding toont de optie **Aanpassen** in een filter. ![Een vervolgkeuzemenu voor filters met een submenu voor Aanpassen, weergegeven met de optie om alle waarden weer te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_hideshowall.png) Wanneer u meerdere filters in een werkblad gebruikt, houd dan rekening met de volgende richtlijnen: - Wanneer u een weergave maakt, is het nuttig om de browserzoom tot 200% uit te testen. Zo weet u zeker dat alle componenten in de weergave worden weergegeven zoals bedoeld. - Vermijd het horizontaal plaatsen van filters in een werkblad. Bij instanties waar het browservenster niet breed genoeg is, overlappen componenten in de weergave (zoals filters) de visualisatie. - Verplaats de filters niet nadat u ze aan de weergave hebt toegevoegd. Als u de filters verplaatst of hun volgorde wijzigt, kan de tabvolgorde veranderen. Dit voorbeeld toont een weergave met het filter Eén waarde (lijst) voor de productcategorie en het filter Meerdere waarden (lijst) voor de besteldatum van het product. Met het filter Eén waarde (lijst) kan slechts één producttype tegelijk worden weergegeven (Alle is verborgen). ![ Een weergave met het filter Eén waarde (lijst) voor de productcategorie en het filter Meerdere waarden (lijst) voor de besteldatum van het product.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_filtertolimitmarks.png) ### Meer tekst tonen en zorgen dat deze nuttig is Zorg ervoor dat u titels, bijschriften en markeringslabels opneemt in uw weergaven. U kunt de titels en bijschriften bewerken om meer context en details te bieden, zodat gebruikers de weergave beter kunnen begrijpen. - Wees nauwkeurig en consistent in de naamgeving van elk object in de weergave. - Neem tekst op om uit te leggen hoe componenten van een visualisatie zich tot elkaar verhouden. - Verwijder overbodige tekst. U kunt de meetwaarden en dimensies in het deelvenster Data ook hernoemen zodat de veldnamen betekenisvol zijn. Dit zijn de verschillende elementen in een weergave die u kunt weergeven en bewerken: - **Titels (werkblad, filters en legenda's)**. Toon titels voor het werkblad, filters en legenda's. De standaardtiteltekst is de naam van het werkblad of het veld waarnaar wordt verwezen door het filter of de legenda. U kunt elke titel bewerken om meer context te bieden. - **Bijschriften (in werkbladen)**. Toon het bijschrift op het werkblad. Standaard bevat het bijschrift een samenvatting van wat er in de weergave wordt getoond. U kunt deze tekst uitbreiden om meer context te bieden. - **Labels (markeringskaart, labelknop)**. Standaard worden labels niet getoond in een weergave, dus u moet de optie selecteren om ze weer te geven. **Minder toegankelijk**: Dit voorbeeld toont een weergave met beperkte tekst. Veel tekstelementen worden niet getoond: een bijschrift voor het werkblad, markeringslabels, een beschrijvende titel en aanvullende tekst over de weergave in het titelgebied. Ook zijn de filter- en legendatitels niet bewerkt om meer context te bieden. ![Een bellendiagram met beperkte tekst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_lackoftext.png) **Toegankelijker**: Dit voorbeeld toont dezelfde weergave met meerdere tekstelementen die worden weergegeven om meer details en context te bieden. Titels en bijschriften worden weergegeven in het werkblad. De titel van het werkblad is bewerkt en bevat tekst die beschrijft hoe de data in de weergave worden aangeduid. Het bijschrift voor het werkblad bevat de standaard samenvattingstekst die automatisch door Tableau wordt gegenereerd. De legendatitels zijn bewerkt, zodat ze logischer zijn voor deze weergave. De markeringslabels tonen winstwaarden, zodat gebruikers niet alleen vertrouwen op de kleur. ![Een bellendiagram waaraan titels en bijschriften zijn toegevoegd om details te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_helptextbulbblechart.png) U kunt ook weergaven maken waarin alleen tekst wordt weergegeven, zoals dit voorbeeld van een teksttabel waarin vergelijkbare data worden weergegeven. ![Een teksttabel met 6 kolommen en een filter.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_table.png) Titels en bijschriften voor het werkblad weergeven en bewerken 1. Selecteer Werkblad > Titel tonen en selecteer vervolgens Werkblad > Bijschrift tonen. ![Het vervolgkeuzemenu van het werkblad met vinkjes naast Titel tonen en Bijschrift tonen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_showtitlescaptions.png) 2. Klik in het vak Titel bovenaan de weergave op het vervolgkeuzemenu en klik vervolgens op **Titel bewerken**. ![De vervolgkeuzelijst voor de titel, met Titel bewerken gemarkeerd](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_editworksheettitle.png) Typ tekst in het tekstgebied, maak deze op en klik vervolgens **OK**. U kunt naast markeringstekst ook tekst toevoegen, of de markeringstekst vervangen. 3. Klik in het vak Bijschrift op het vervolgkeuzemenu en klik vervolgens op **Bijschrift bewerken**. ![De vervolgkeuzelijst met bijschriften, waarbij Bijschrift bewerken gemarkeerd is](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_editcaption.png) Typ tekst in het tekstgebied en maak de tekst op. Klik op het vervolgkeuzemenu en klik op **OK**. U kunt naast de standaardtekst ook tekst toevoegen, of de standaardtekst vervangen. Markeringslabels tonen in de weergave - Klik op **Label** op de markeringskaart en klik vervolgens op **Markeringslabels tonen**. ![De markeringskaart met het labelmenu uitgevouwen en het selectievakje voor het tonen van markeringslabels aangevinkt](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_showmarklabels.png) Veldnamen bewerken in het deelvenster Data 1. Klik met de rechtermuisknop op de dimensie of meetwaarde en klik vervolgens op **Naam wijzigen**. ![Een menu met de optie om de naam van het veld te wijzigen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_renamefield.png) 2. Bewerk de naam en druk op Enter. Zie [Veldnaam wijzigen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_dwfeatures.htm#Rename) voor meer details. De titels van filters of legenda's bewerken De tekst die bij legenda's en filters hoort, moet hun doel duidelijk beschrijven. Bewerk titels voor filters en legenda's om hun functie aan te geven. Verwijs op naam naar filters in de instructies die u opgeeft in de titel of het bijschrift van het werkblad. 1. Klik op het vervolgkeuzemenu voor het filter en klik vervolgens op Titel bewerken. ![Het vervolgkeuzemenu voor een filter met de optie om de titel van het filter te bewerken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_editfiltertitle.png) 2. Bewerk de tekst en selecteer vervolgens **OK**. ![Het vak voor het bewerken van de titelopmaak, met opties om de titel, het lettertype, de grootte en de tekenstijl te wijzigen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_editfiltertitle2.png) #### Tekengrootte Door de lettergrootte van uw tekst te vergroten, wordt de tekst toegankelijker. Selecteer Opmaken > Werkmap om de standaardgrootte van de tekst voor de gehele werkmap te wijzigen. Voor meer details, zie [Uw werk opmaken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/formatting.htm). ![Het menu voor de opmaak van uw werkmap in Tableau Desktop](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_wkbkformat1.png) ![Het menu voor de opmaak van lettertypen op werkmapniveau in Tableau Desktop](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_wkbkformat2_defaults.png) U kunt de lettergrootte ook op werkbladniveau wijzigen. ### Alternatieve tekst bewerken om deze beschrijvender te maken (Tableau Cloud en Tableau Desktop) Vanaf Tableau Cloud 23.2 en Tableau Desktop 23.3 kunt u de alternatieve tekst aanpassen die automatisch door Tableau wordt gegenereerd. Zo kunt u de tekst beschrijvender en betekenisvoller maken voor uw publiek. Alt-tekst beschrijft het uiterlijk of de functie van afbeeldingen op webpagina's en wordt voorgelezen door schermlezers. De tekst wordt geïmplementeerd in de code van een webpagina en niet weergegeven in de visualisatie. Via het contextmenu van een dashboard hebt u toegang tot de alternatieve teksteditor. 1. Tik op de visualisatie om deze te selecteren, vouw het menu Meer opties uit en selecteer Toegankelijkheid. 2. Werk de alternatieve tekst bij in het vak met de alternatieve tekstbeschrijving en selecteer vervolgens OK. ![Proces in dashboard om alternatieve tekst toe te voegen aan een visualisatie](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accessibility_dashboard_alttext.gif) In een werkblad hebt u via de werkbalk of het deelvenster Datagids toegang tot de alternatieve teksteditor. Vanuit de werkbalk: 1. Selecteer eerst Werkblad en vervolgens Toegankelijkheid. 2. Werk de alternatieve tekst bij in het vak met de alternatieve tekstbeschrijving en selecteer vervolgens OK. Vanuit het deelvenster Datagids 1. Open het deelvenster Datagids in de ontwerpmodus door op het pictogram Datagids ![Het pictogram Datagids, afgebeeld op een bord op een wegwijzer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dataguideicon.png) te klikken. 2. Selecteer Alternatieve tekst bewerken onder Toegankelijkheid. ![toegankelijkheidsvak in het venster datagids om alternatieve tekst te bewerken](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accessibility_alttext.png) 3. Werk de alternatieve tekst bij in het vak met de alternatieve tekstbeschrijving en selecteer vervolgens OK. **Opmerking:** U moet zich in de auteursmodus bevinden om alternatieve tekst te kunnen bewerken. Als u geen toegang hebt tot de Datagids, neem dan contact op met uw beheerder. Het kan zijn dat de Datagids voor uw organisatie is verborgen. ## Besturingsmarkeringen voorlezen U kunt kiezen welke informatie door schermlezers wordt voorgelezen wanneer een gebruiker door de markeringen in een weergave navigeert. Zo kunt u het detailniveau aanpassen en uw doelgroep een ervaring op maat bieden. ### Metadata van markeringen voorlezen (standaard) Standaard vermelden schermlezers de metadata van markeringen, zoals de veldnamen en de bijbehorende waarden voor de geselecteerde markering. Deze instelling zorgt ervoor dat de data toegankelijk zijn, zelfs als u geen knopinfo voor de weergave hebt geconfigureerd. ### De inhoud van knopinfo voorlezen U kunt deze instelling wijzigen, zodat de schermlezer de inhoud van de knopinfo voorleest in plaats van de onbewerkte metadata. Dit is vaak de beste keuze als u de knopinfo zo hebt ingesteld dat deze een verhalende of specifieke context verschaft die gemakkelijker te begrijpen is dan een lijst met velden. Voorgelezen knopinfo is bijvoorbeeld gemakkelijker te begrijpen voor kaartweergaven. Metadata van kaarten bevatten vaak breedte- en lengtegraadcoördinaten, die lastig te volgen kunnen zijn wanneer ze door ondersteunende technologie worden voorgelezen. Zelfs als u de knopinfo niet hebt aangepast, levert het inschakelen van deze optie meestal een beter leesbare en meer betekenisvolle ervaring op voor kaartgebruikers. In een werkblad kunt u via de werkbalk of het deelvenster Datagids wijzigen wat door de schermlezer voorgelezen wordt. Vanuit de werkbalk: 1. Selecteer eerst Werkblad en vervolgens Toegankelijkheid. 2. Vink het vakje naast Gebruik de knopinfo van de markering voor alternatieve tekst van markeringen aan en selecteer OK. ![Een dialoogvenster voor toegankelijkheid met opties om de alternatieve tekst van visualisaties aan te passen en een selectievakje om knopinfo van markeringen te gebruiken als alternatieve tekst voor markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_mark_tooltips.png) Vanuit het deelvenster Datagids 1. Open het deelvenster Datagids in de ontwerpmodus door op het pictogram Datagids ![Het pictogram Datagids, aangegeven door een signaal op een wegwijzer.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/dataguideicon.png) te klikken. 2. Selecteer Alternatieve tekst bewerken onder Toegankelijkheid. 3. Vink het vakje naast Gebruik de knopinfo van de markering voor alternatieve tekst van markeringen aan en selecteer OK. **Opmerking**: als de optie om knopinfo te gebruiken niet beschikbaar is (grijs weergegeven) in de toegankelijkheidsinstellingen, is knopinfo voor dat werkblad uitgeschakeld. Schakel knopinfo voor de visualisatie in om de inhoud van knopinfo te laten voorlezen door ondersteunende technologie. ## Kleuren zorgvuldig gebruiken en zorgen voor contrast Er zijn verschillende kleurenpaletten beschikbaar, afhankelijk van het type veld dat op de optie Kleur in de markeringskaart wordt geplaatst. Zorg ervoor dat u voor elk kleurenpalet dat u gebruikt, voldoende contrast biedt en wijs ook kleuren toe die van elkaar verschillen in het licht-donkerspectrum. - Voor dimensies (discreet) wordt als best practice voorgesteld om het palet Kleurenblind te gebruiken. Mogelijk moet u de kleuren aanpassen die aan verschillende dimensiewaarden zijn toegewezen. Probeer voldoende contrast te bieden en wijs kleuren toe die van elkaar verschillen in het licht-donkerspectrum. Bij monochrome tinten kunt u het palet **Seattle-grijs** uitproberen met **Kleurgradatie** ingesteld op 5. - Voor meetwaarden (continu), kunt u het palet Blauw of Oranje-blauw divergerend uitproberen met de optie Kleurgradatie ingesteld op 5. Mogelijk moet u het aantal gebruikte stappen aanpassen. Bij monochrome tinten kunt u het palet **Grijs** overwegen met **Kleurgradatie** ingesteld op 5. Voor de tekstkleur geldt als algemene richtlijn dat de visuele presentatie van tekst en afbeeldingen bij tekst een contrastverhouding van minimaal 4,5:1 heeft (grote tekst 3:1). De standaard kleuropmaak van Tableau volgt deze voorgeschreven contrastverhoudingen. Met een tool voor [contrastanalyse](https://www.paciellogroup.com/resources/contrastanalyser/) kunt u de contrastverhoudingen van tekstkleuren en achtergronden testen. **Belangrijk**: wanneer u kleuren in een weergave gebruikt, moet u ook andere soorten codering voor labels opgeven, zoals labels, grootte, vorm en positie. Vertrouw niet alleen op kleur om de verschillen in markeringen over te brengen. #### Dimensie op kleur **Minder toegankelijk**: Deze weergave toont een voorbeeld van een discrete dimensie die wordt geplaatst op de optie Kleur, die is ingesteld op het Tableau 20-palet. Het lijnpad biedt nuttige informatie over de positie, maar de kleuren geven geen duidelijk onderscheid tussen de lijnmarkeringen. ![Een weergave met een discrete dimensie geplaatst op de optie Kleur op de markeringskaart, die is ingesteld op het Tableau 20-palet](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_confusingcolor.png) **Toegankelijker**: In het volgende voorbeeld wordt het palet Kleurenblind gebruikt. Ook wordt nu de optie Vorm gebruikt om te versterken wat de kleuren al aangeven. ![Een weergave met een discrete dimensie geplaatst op de optie Kleur op de markeringskaart, die is ingesteld op het palet Kleurenblind. De dimensie wordt ook op de vorm geplaatst om te versterken wat er al met kleuren wordt aangeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_lessthan10marks.png) #### Meetwaarde op kleur **Minder toegankelijk**: Deze weergave toont een voorbeeld van een continue meetwaarde die op Kleur is geplaatst, ingesteld op het palet Blauw-Groenblauw met verloopkleuren. Deze weergave biedt onvoldoende contrast tussen de kleuren en er is onvoldoende contrast in het licht-donkerspectrum. Doordat ook verschillende formaten worden gebruikt, is de weergave enigszins duidelijk, maar dit kleurenpalet kan het voor mensen met kleurenblindheid moeilijk maken om de contrastverschillen tussen markeringen te zien. ![Een bellendiagram met het palet Blauw-Groenblauw.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_bubble_notgoodcolor.png) **Toegankelijker**: Deze weergave gebruikt het palet Oranje-blauw uiteenlopend met kleurgradaties. Dit palet biedt meer contrast tussen markeringen. ![Een bellendiagram met het palet Oranje-blauw uiteenlopend en kleurgradaties.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_bubble_goodcolor.png) Een palet selecteren De weergave moet al een meetwaarde of dimensie op kleur bevatten om deze optie beschikbaar te maken. 1. Klik op **Kleur** op de markeringskaart en klik vervolgens op Kleuren bewerken. 2. Om naar de optie Kleurenpalet selecteren te gaan, klikt u op de vervolgkeuzepijl en selecteer u het palet. Dit voorbeeld laat zien hoe u het palet Kleurenblind selecteert. ![Het palet Kleurenblind dat wordt weergegeven in het menu Kleuren bewerken op de markeringskaart.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_colorblindpalette.png) Klik voor palet Kleurenblind op **Palet toewijzen** en klik vervolgens op OK. Klik anders op **OK**. De kleur van een waarde wijzigen: 1. Klik op een waarde aan de linkerkant, onder Data-item selecteren. 2. Klik op een nieuwe kleur in het palet aan de rechterkant. Beweeg de muis over een staal om de kleur te identificeren. Herhaal dit voor de waarden die u wilt wijzigen. 3. Klik op OK om het dialoogvenster Kleuren bewerken te sluiten. Het volgende voorbeeld toont het palet Oranje-blauw uiteenlopend met kleurgradatie ingesteld op 5 stappen. ![het palet Oranje-blauw uiteenlopend met kleurgradatie ingesteld op 5 stappen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_orangebluepalette.png) 3. Klik voor palet Kleurenblind op **Palet toewijzen** en klik vervolgens op OK. Klik anders op **OK**. Zie [Kleureigenschappen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viewparts_marks_markproperties.htm#ColorProp) voor meer informatie over kleuren en paletten. ### Visuele aanwijzingen bieden die verder gaan dan kleur: positie, grootte en vorm Wanneer u kleur gebruikt voor veldwaarden, moet u ook andere typen codering voor markeringen opgeven [zoals labels](#UseText), positie, grootte en vorm. Gebruik positie, grootte of vorm voor dezelfde veldwaarden om de verschillen tussen markeringen te versterken. Deze mechanismen bieden uw gebruikers allemaal informatie over de data. Als u kleur gebruikt om meet- of dimensiewaarden weer te geven, zorg er dan voor dat u voldoende contrast biedt in het licht-donkerspectrum voor de kleuren die u aan verschillende markeringen toewijst. **Minder toegankelijk**: Dit voorbeeld toont hetzelfde spreidingsdiagram zonder gebruik van kleur, vorm of grootte om contrast te creëren. De positie van de markeringen biedt betekenisvolle informatie, maar de weergave zou meer visuele aanwijzingen goed kunnen gebruiken. ![Een spreidingsdiagram zonder gebruik van kleur, vorm of grootte om contrast te creëren](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_suboptimal_scatterplot.png) **Toegankelijker**: Dit voorbeeld toont een berekend veld met de naam Kwadrant dat wordt gebruikt voor kleur en vorm. Positie, kleur en vorm worden gebruikt om elk markering duidelijk te onderscheiden. De assen verduidelijken ook de positie en betekenis van de markering. ![Een spreidingsdiagram met verschillende kleuren, vormen en grootte om meer contrast te creëren, en assen om de positie te verduidelijken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_scatterplotstructure.png) ### Alles op een rijtje In dit volgende voorbeeld ziet u hoe tekst, vorm, kleur en grootte allemaal kunnen samenwerken om een toegankelijke weergave te creëren. De omzet wordt weergegeven door de grootte van elke cirkel (markering). De winst wordt weergegeven met kleur en tekst. De titel en het bijschrift voor de weergave worden getoond en zijn bewerkt om meer context te bieden. De filter- en legendatitels zijn ook bewerkt om meer context te bieden. ![Een bellendiagram waarin tekst, vorm, kleur en grootte samenwerken om een toegankelijke weergave te creëren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_allinone.png) ## Walk-through: De reis van minder toegankelijk naar meer toegankelijk Laten we nu een ontoegankelijke visualisatie transformeren naar een visie die duidelijk en toegankelijk is. De data in deze startweergave hebben een gedetailleerder detailniveau en een structuur die kan bijdragen aan 'cognitieve overload' bij een schermlezer. ![Een horizontaal staafdiagram met veel markeringen, minimale tekst en heel weinig kleurcontrast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_walkthru_originalview.png) Deze weergave is bedoeld om de totale omzet voor elke verkoopregio weer te geven, samen met de winstratio, om te bepalen welke typen producten goed lijken te verkopen, maar in werkelijkheid niet winstgevend zijn. Ook de winst en de winst per order worden weergegeven. We zullen er enkele wijzigingen in aanbrengen [op basis van de concepten en best practices](#BuildAccViews) die eerder in dit artikel zijn genoemd. ### Stap 1: Verlaag het detailniveau in de weergave. Omdat de dimensie voor productnaam op Detail staat, wordt elk product in de dataset weergegeven met een markering in de weergave. - Verwijder de dimensie voor productnaam uit Details. Met deze wijziging neemt het aantal markeringen in de weergave af van ruim 20.000 naar slechts 272. Door het aantal markeringen in de weergave te verminderen, kunt u ervoor zorgen dat de ingesloten weergave in de browser wordt gerenderd, en niet op de server. ![Een horizontaal staafdiagram met 272 markeringen](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_walkthru_limitdetail.png) ### Stap 2: Maak een meer geaggregeerde weergave van de data. 1. Verminder het aantal meetwaarden in de kolommen en het aantal dimensies in de rijen. 2. Verwijder de meetwaarde voor regio (hiervoor kunnen we een filter voor de regio gebruiken). Het aantal markeringen is nu veranderd naar 68. 3. Vervang categorie en subcategorie (beide dimensies die deel uitmaken van de producthiërarchie) door kopieën (die geen deel uitmaken van een hiërarchie) die zijn hernoemd naar Productcategorie en Producttype. Verwijder het subcategoriefilter. Zo voorkomt u dat gebruikers de hiërarchie in de ingesloten weergave uitvouwen, waardoor het aantal markeringen in de weergave kan toenemen. De weergave wordt nu in de browser gerenderd, en niet op de server. ![Een horizontaal staafdiagram met 68 markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_walkthru_limitdimensions.png) De weergave is al meer geaggregeerd en vereenvoudigd, maar we zijn er nog niet. - Verplaats winst, winst per order en winstratio vanuit Kolommen naar **Tooltip**. Het aantal markeringen is nu 17. De onderliggende details in de data zijn nog steeds beschikbaar in het deelvenster Data weergeven, maar het verminderde aantal markeringen zorgt ervoor dat de weergave toegankelijker is omdat deze in de browser kan worden gerenderd. ![Een horizontaal staafdiagram met 17 markeringen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_walkthru_limitmeasures.png) ### Stap 3: Controleer de instellingen van het kleurenpalet. Het palet is ingesteld op Oranje-blauw uiteenlopend. - Stel **Kleurgradatie** in op 5. ![Een horizontaal staafdiagram met 17 markeringen in een oranje-blauw uiteenlopend palet met een kleurgradatie van 5.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_walkthru_steppedcolor.png) ### Stap 4: Werk de tekst bij en toon deze in de weergave. 1. Wijzig de titel zodat deze logisch is voor de nieuwe weergave. 2. Laat het bijschrift van het werkblad zien. 3. Toon de markeringslabels. 4. Sleep winstratio naar Label op de markeringskaart. 5. Bewerk de filter- en legendatitels. ![Een horizontaal staafdiagram met 17 markeringen in een oranje-blauw uiteenlopend palet met een kleurgradatie van 5, en bijschriften voor titel, markeringslabel en werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_walkthru_text.png) ### Stap 5: Open het venster Datavenster op het tabblad Samenvatting. Dit is de tekst die schermlezers voor deze weergave gaan lezen. De vier meetwaarden zijn per producttype opgenomen in de onderliggende data. ![Het tabblad Samenvatting van het deelvenster Data weergeven toont een tabel met de onderliggende data voor een visualisatie](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/access_walkthru_viewdata_summary.png) ### Publiceren naar Tableau Public Om te voorkomen dat uw gebruikers de optie Bewerken kunnen zien in de werkbalk van de weergave, stelt u de machtiging Webbewerking in op Weigeren wanneer u uw werkmap publiceert. U moet de Tableau Cloud-beheerder ook op de hoogte stellen als u werkmappen publiceert waarbij gebruikers geen toegang mogen krijgen tot de webbewerkingsmodus. 1. Selecteer Server > Werkmap publiceren in Tableau Dektop. 2. Selecteer onder Machtigingen de optie Bewerken, selecteer Alle gebruikers en selecteer vervolgens opnieuw Bewerken. ![Het vak met machtigingen voor webbewerking, waarbij alle gebruikers zijn aangevinkt.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accessibility_web_edit_allusers.png) 3. Selecteer Weigeren voor de machtigingen voor webbewerking. Klik op Toepassen en vervolgens op OK. ![Het keuzerondje voor webbewerking is ingesteld op weigeren voor alle gebruikers.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/accessible_web_edit_permissions.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Werkbalkknop Highlighten U kunt ook de highlightknop op de werkbalk gebruiken om een highlightactie toe te voegen. Net als bij het highlighten van legenda's kunt u met de werkbalkknop een verzameling gerelateerde markeringen in de weergave highlighten. Deze knop werkt net zo als highlights in twee richtingen. Selecteer in het werkbalkmenu de velden die u voor het highlighten wilt gebruiken om higlights in te schakelen. In de vervolgkeuzelijst ziet u de actieve velden in de weergave. Selecteer vervolgens een markering in de weergave om de gerelateerde data te bekijken. ![Highlightmenu toegankelijk via de werkbalk.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/highlightaction10.png) In de onderstaande weergave ziet u bijvoorbeeld Verkoop en Winst per Regio. Als een markering is geselecteerd en u highlights inschakelt voor Verzendmethode, worden alle andere markeringen die via de verzendmethode van die markering zijn verzonden, gehighlight. In dit voorbeeld kunt u snel alle producten uit de hele Verenigde Staten zien die via de methode Niet urgent zijn verzonden. ![Met de highlighter kunt u alle producten in een visualisatie bekijken die via tweede klas worden verzonden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/highlightaction11.png) Via het werkbalkmenu kunt u ook highlighten op Alle velden of Datums en tijden. Alle velden houdt bij het identificeren van overeenkomende records rekening met alle velden in de weergave. Datums en tijden houdt rekening met alle datum- en tijdvelden in de weergave. Wanneer u de werkbalkknop Highlighten in Tableau Desktop gebruikt, wordt er een actie gemaakt in het dialoogvenster Acties. U kunt de actie aanpassen om als u meer geavanceerde highlights wilt aanbrengen. Zie [Geavanceerde highlightacties maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/actions_highlight_advanced.htm) voor meer informatie over bewerkingsacties. Ten slotte kunt u de werkbalkknop gebruiken om highlights uit te schakelen voor de hele werkmap of alleen voor het actieve blad. Met deze opties worden alleen de highlights voor legenda's uitgeschakeld. Hiermee schakelt u niet de mogelijkheid uit om markeringen handmatig te highlighten of de Highlighter te gebruiken. Wanneer u highlights uitschakelt via de werkbalkknop, wordt het highlightpictogram verborgen in de legenda en wordt de menuoptie Geselecteerde items highlighten grijs weergegeven in het contextmenu voor de legenda. ![Optie om de highlighter in de werkbalk uit te schakelen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/highlightaction12.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Werken met databronnen in het deelvenster Data Tableau toont databronverbindingen en datavelden voor de werkmap in het deelvenster Data aan de linkerkant van de werkruimte. **Opmerking**: zie [Aan de slag](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/gettingstarted_overview.htm) voor meer informatie over hoe u begint met het maken van visualisaties. Zie [Velden in het deelvenster Data ordenen en aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_dwfeatures.htm) en [Standaardinstellingen van velden bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_fieldproperties.htm) voor meer informatie over de vele manieren waarop u de velden in het deelvenster Data kunt aanpassen. ## Gebieden van het deelvenster Data Nadat u verbinding hebt gemaakt met uw data en de databron hebt gebouwd, worden de databronverbindingen en -velden aan de linkerkant van de werkmap in het deelvenster Data weergegeven. Zie [Verbinding maken met data en data voorbereiden](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/data.htm) voor meer informatie over het verbinden van data. Huidige databronverbindingen worden weergegeven bovenin het deelvenster Data. Als u meer dan één verbinding beschikbaar hebt, klikt u op een verbinding om deze te selecteren en met die data te gaan werken. U maakt visualisaties door velden uit het deelvenster Data aan de weergave toe te voegen. Zie [Een visualisatie maken door velden naar de weergave te slepen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/buildmanual_dragging.htm) voor details. Velden kunnen worden georganiseerd per tabel (Groeperen op databrontabel) of map (Groeperen op map). Voor elke tabel of map worden de dimensies boven de grijze lijn weergegeven en de meetwaarden onder de grijze lijn. In sommige gevallen kan een tabel of map alleen dimensies bevatten, of om te beginnen alleen meetwaarden. - Berekende velden worden samen met hun oorspronkelijke veld vermeld als al hun invoervelden uit dezelfde tabel komen. - Sets worden vermeld bij de tabel met hun oorspronkelijke veld. - Parameters zijn globaal voor de werkmap en worden weergegeven in het gebied Parameters. - Velden die niet bij een specifieke tabel horen, worden weergegeven in het algemene gebied onder de tabellen. Het gaat dan om de volgende velden: geaggregeerde berekeningen, berekeningen waarbij velden uit meerdere tabellen worden gebruikt, namen van meetwaarden en waarden van meetwaarden. - In versie 2024.2 en hoger worden veldnamen weergegeven in lichtgrijze tekst in het deelvenster Data als ze niet gerelateerd zijn aan velden die in de weergave worden gebruikt. U kunt deze velden nog steeds gebruiken voor visuele analyse, maar niet-gerelateerde velden worden in de analyse anders geëvalueerd dan velden die wel gerelateerd zijn. Dit gedrag wordt mogelijk vertoond als u [een databron gebruikt met relaties op basis van meerdere feitentabellen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datasource_mfr_multiple_base_tables.htm "Link naar het Help-onderwerp Over datamodellen op basis van meerdere feitentabellen"). Hieronder zijn de databronverbindingen in het deelvenster Data de velden die beschikbaar zijn in de momenteel geselecteerde databron. U kunt schakelen tussen de vensters Data en Analyse in een werkblad. Zie [Geavanceerde analyse toepassen op een weergave (deelvenster Analyse)](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environ_workspace_analytics_pane.htm) voor meer informatie over het deelvenster Analyse. ![Het deelvenster Data met databronverbindingen en datavelden voor de werkmap.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_data_pane_allfields.png) Velden uit een databron met één tabel in het deelvenster Data Het deelvenster Data bevat: - **Dimensievelden**: velden die kwalitatieve waarden bevatten (zoals namen, datums of geografische data). U kunt dimensies gebruiken om de details van uw data te categoriseren, segmenteren en zichtbaar te maken. Dimensies verlagen het detailniveau in de weergave. Voorbeelden van dimensies zijn datums, klantnamen en klantsegmenten. - **Meetwaardevelden**: velden die numerieke, kwantitatieve waarden bevatten, kunnen worden gemeten. U kunt hier berekeningen op toepassen en ze aggregeren. Wanneer u een meetwaarde naar de weergave sleept, past Tableau (standaard) een aggregatie toe op die meetwaarde. Voorbeelden van meetwaarden: omzet, winst, aantal medewerkers, temperatuur, frequentie. Zie [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor meer informatie over wat dimensies en meetwaarden zijn. - **Berekende velden:** als uw onderliggende data niet alle velden bevatten die u nodig hebt om uw vragen te beantwoorden, kunt u in Tableau met behulp van berekeningen nieuwe velden maken. Deze velden worden berekende velden genoemd en worden opgeslagen als onderdeel van uw databron. Zie [Aangepaste velden maken met berekeningen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields.htm) voor meer informatie over berekende velden. - **Sets**: subsets van data die u definieert. Sets zijn aangepaste velden die zijn gebaseerd op bestaande dimensies en criteria die u opgeeft. Zie [Sets maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/sortgroup_sets_create.htm) voor meer informatie. Benoemde sets van een MS Analysis Services-server of van een Teradata OLAP-connector worden ook in Tableau weergegeven in dit gebied van het deelvenster Data. U kunt met deze benoemde sets op dezelfde manier communiceren als met andere aangepaste sets in Tableau. - **Parameters**: waarden die kunnen worden gebruikt als tijdelijke aanduidingen in formules, of die constante waarden in berekende velden en filters kunnen vervangen. Zie [Parameters maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/parameters_create.htm) voor meer informatie. **Opmerking:** Standaard zijn velden met tekst-, datum- of Booleaanse waarden dimensies, terwijl velden met numerieke waarden meetwaarden zijn. Standaard worden de veldnamen weergegeven in het deelvenster Data die in de databron zijn gedefinieerd. U kunt de namen van velden en leden wijzigen, hiërarchieën maken en de velden indelen in groepen en mappen. Zie [Standaardinstellingen van velden bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_fieldproperties.htm), [Velden in het deelvenster Data ordenen en aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_dwfeatures.htm) en [Hiërarchieën maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/qs_hierarchies.htm) ## Kolommen worden meetwaarde- en dimensievelden in de weergave Databronnen bevatten velden. Voor relationele databronnen waarmee u verbinding maakt, worden de velden bepaald door de kolommen van een tabel of weergave. Elk veld bevat een uniek kenmerk van de data, zoals klantnaam, verkooptotaal, producttype, enzovoort. Hier ziet u een voorbeeld van velden uit een Excel-werkblad. ![Voorbeelddata.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sample_data1.png) Wanneer u begint met het bouwen van een visualisatie in een werkblad, zijn deze kolommen beschikbaar als velden in het deelvenster Data. Zie [Gebieden van het deelvenster Data](#Areas) voor details. Elk veld heeft een datatype (dat u indien nodig kunt wijzigen) en een rol: discrete dimensie, continue dimensie, discrete meting of continue meting. Zie [Datatypen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_datatypes.htm) en [Dimensies en meetwaarden, blauw en groen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles.htm) voor details. Elk veld bevat ook enkele standaardinstellingen, zoals een standaardaggregatie. Zie [Standaardinstellingen van velden bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_fieldproperties.htm) en [Data-aggregatie in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/calculations_aggregation.htm) voor details. ## Velden die Tableau automatisch aanmaakt Het deelvenster Data kan ook een aantal velden bevatten die niet afkomstig zijn uit uw oorspronkelijke data: namen van meetwaarden en waarden van meetwaarden, aantal records, breedtegraad en lengtegraad. ### Namen en waarden van meetwaarden - Het veld Meetwaarden bevat alle meetwaarden in uw data, verzameld in één veld met continue waarden. Sleep individuele meetwaardevelden uit de kaart Meetwaarden om ze uit de weergave te verwijderen. - Het veld Namen van meetwaarden: bevat de namen van alle meetwaarden in uw data, verzameld in één veld met discrete waarden. ### Telling van tabel Vanaf Tableau 2020.2 heeft elke tabel in een databron een veld Aantal in de vorm van _NaamvanTabel_(Aantal). Het veld Aantal tabellen is een automatisch gegenereerd, berekend veld. COUNT (AANTAL )van tabel = SOM van het aantal records per tabel Sleep het veld Aantal naar de weergave om het aantal voor een tabel te zien. Als u het aantal voor alle tabellen wilt zien, selecteert u het veld Aantal voor elke tabel en klikt u op Teksttabel in Laten zien. U kunt geen berekeningen maken bovenop het veld Aantal van een tabel, en het veld kan alleen worden geaggregeerd. ### Aantal records (vóór versie 2020.2) Mogelijk ziet u een veld Aantal records als dit wordt gebruikt in een visualisatie uit een eerdere versie van Tableau. In versies van Tableau vóór 2020.2 werd het veld Aantal records een automatisch gegenereerd, berekend veld dat was ingesteld op nummer 1. Dat nummer wordt aan elke rij in de databron gekoppeld. Als u het veld Aantal records aan de weergave toevoegt, ziet u het opgetelde aantal van alle rijen in een databron (het aantal records). U kunt het veld Aantal records gebruiken om de waarden van verschillende dimensies snel op te tellen. Door het aantal records te bekijken, kunt u zien of uw datajoins werken zoals u verwacht. ### Breedte- en lengtegraad (gegenereerd) Wanneer Tableau velden interpreteert als geografische data, worden de data automatisch gegeocodeerd en worden de velden Breedtegraad (gegenereerd) en Lengtegraad (gegenereerd) opgenomen. U kunt deze velden gebruiken om uw data op live kaarten te plaatsen. Zie [Kaarten en geografische data-analyse in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps.htm), [Geografische rollen toewijzen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_geographicroles.htm), [Door Tableau ondersteunde locatiedata voor het maken van kaartweergaven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_data.htm) voor meer informatie over het gebruik van deze velden en beste werkwijzen voor het maken van kaarten in Tableau. ## Algemene taken uitvoeren in het deelvenster Data **Om een databronverbinding voor analyse te selecteren**, klikt u op de naam van de databronverbinding in het deelvenster Data. Zie [Navigeren door databronnen in het deelvenster Data](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/multipleconnections_navigateconnections.htm) voor meer details. ![Het deelvenster Data waarin de verbonden databron wordt weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environment_datapane_selectds.png) Om een contextmenu voor de databron weer te geven, klikt u op Data in het bovenste menu en selecteert u vervolgens de databron in de lijst. Zie [Databronnen bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/howto_connect.htm) meer informatie. Om te zoeken naar velden in het deelvenster Data klikt u op het pictogram met de loep en typt u vervolgens in het tekstvak. Zie [Velden zoeken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_dwfeatures.htm#Find) voor meer details. Om de onderliggende data te zien, klikt u op het pictogram Data weergeven bovenin het deelvenster Data. ![Het pictogram Data weergeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/View_Data_Icon.png) Zie [Onderliggende data weergeven](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/inspectdata_viewdata.htm) voor meer informatie. ![Het venster Data weergeven waarin de onderliggende data in de weergave worden getoond.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_workspace_datawindow2.png) In gevallen waarin Tableau een veld onjuist heeft ingedeeld als dimensie of meetwaarde, kunt u dit converteren en de rol ervan wijzigen. **Als u een meetwaarde wilt omzetten naar een dimensie,** sleept u de meetwaarde boven de grijze lijn naar de plek waar zich andere dimensies bevinden in het deelvenster **Data**. Zie [Een meetwaarde omzetten in een dimensie](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_typesandroles_convertdimtomeas.htm) voor meer details. ## Datavelden wijzigen om aan uw behoeften te voldoen Wanneer u een veld in de weergave sleept, heeft het bepaalde standaardinstellingen en kenmerken. U kunt een veld dat zich al in de weergave bevindt, alleen voor dat exemplaar van het veld aanpassen. Of u kunt de instellingen ervan in het deelvenster Data wijzigen, zodat het veld deze instellingen gaat gebruiken. U kunt de definitie van een veld in de weergave bepalen, afhankelijk van hoe u met die velddata wilt werken. Opmerking: als u de standaardinstellingen voor een veld wilt wijzigen vóórdat u het naar de weergave sleept, klikt u er met de rechtermuisknop op (Control en klik op een Mac). U kunt de instellingen en standaardeigenschappen vervolgens bewerken vanuit het contextmenu. Zie [Velden in het deelvenster Data ordenen en aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_dwfeatures.htm) en [Standaardinstellingen van velden bewerken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datafields_fieldproperties.htm) voor meer informatie over de vele manieren waarop u de velden in het deelvenster Data kunt aanpassen. ## Relationele versus kubusdata Het deelvenster Data voor een relationele en kubusdatabron wordt hierna weergegeven. De deelvensters zien er in wezen hetzelfde uit voor beide databronnen, in die zin dat de velden zijn ingedeeld in dimensies en meetwaarden. De kubusdatabron bevat echter hiërarchieën voor dimensies. De dimensie Werknemer in het deelvenster Data van de kubus bevat bijvoorbeeld hiërarchische leden, zoals Managernaam en Afdeling van werknemer. Relationele databronnen hebben geen ingebouwde hiërarchieën. Relationele databronnen hebben echter wel vaak gerelateerde dimensies die een inherente hiërarchie hebben. Een databron kan bijvoorbeeld velden bevatten voor Land, Provincie en Stad. Deze velden kunnen worden gegroepeerd in een hiërarchie genaamd Locatie. U kunt relationele hiërarchieën samenstellen door deze in het deelvenster Data te slepen en neer te zetten. Zie [Hiërarchieën maken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/qs_hierarchies.htm) voor meer informatie. **N.B.:** In Tableau worden kubusdatabronnen (multidimensioneel) alleen ondersteund in Windows. ![Twee Data-deelvensters naast elkaar. In het ene venster worden alle dimensies weergegeven en in het andere venster zijn de dimensies gegroepeerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/schema4.png) Deelvenster Data met relationele data (afbeelding links) versus kubusdata (afbeelding rechts) U kunt hiërarchieën in zowel het deelvenster Data voor relationele data als in het deelvenster Data voor kubussen uit- of samenvouwen door op de pijl te klikken. U kunt het deelvenster Data geheel verbergen door op de knop Minimaliseren te klikken ![Het pictogram van het venster Data begrijpen, weergegeven door twee pijlpunten, waarvan er één omhoog wijst en de andere omlaag.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/datafields_understanddatawindow_relational1.png) in de rechterbovenhoek van het deelvenster Data. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Werken met gepubliceerde databronnen op Tableau Public Om een visualisatie op Tableau Public te maken, moet u eerst verbinding maken met de data die u wilt visualiseren. U kunt ervoor kiezen om verbinding te maken met een bestand, een connector voor data in de cloud te gebruiken of verbinding te maken met een gepubliceerde databron. Zie [Creators: Verbinding maken met data op het web](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/creator_connect.htm) voor meer informatie over verbinding maken met data op Tableau Public. Als u verbinding maakt met een bestand of een connector gebruikt, worden het data-extract en de verbindingsinformatie ingesloten in uw visualisatie. Als u hetzelfde bestand als databron voor meerdere visualisaties wilt gebruiken, moet u het bestand voor elke visualisatie afzonderlijk uploaden. Een gepubliceerde databron scheidt de data van de visualisatie, zodat meerdere visualisaties verbinding kunnen maken met dezelfde databron en die databron wordt beheerd als een eigen entiteit. Dit betekent dat als de gepubliceerde databron wordt bijgewerkt, deze wijzigingen beschikbaar zijn voor alle verbonden visualisaties. ## Een visualisatie maken op basis van een gepubliceerde databron Door verbinding te maken met een gepubliceerde databron kunt u eenvoudig experimenteren met Tableau Public. Met een gepubliceerde databron hoeft u zich geen zorgen te maken over het vinden van de juiste data en deze in de juiste vorm te krijgen voor gebruik met Tableau. Gepubliceerde databronnen staan vermeld op de Tableau Public-website en zijn klaar om verbinding mee te maken. **Opmerking:** u kunt geen verbinding maken met gepubliceerde databronnen vanuit de Desktop-versie van Tableau Public. 1. Navigeer op de Tableau Public-website naar [Gepubliceerde databronnen](https://public.tableau.com/nl-nl/app/published-data-sources). Zorg ervoor dat u een desktopcomputer gebruikt om toegang te krijgen tot deze pagina. U kunt geen visualisaties maken op een mobiel apparaat. 2. Lees de beschrijvingen van de databronnen om er een te vinden die er interessant uitziet. 3. Selecteer onder Acties voor een databron de optie Visualisatie maken. U wordt rechtstreeks naar het Tableau Public-webauthoringcanvas geleid, waar u kunt beginnen met het visualiseren van de data. ## Een gepubliceerde databron maken Als u dezelfde databron opnieuw wilt gebruiken in meerdere visualisaties, maakt u een gepubliceerde databron. Wanneer u een databron publiceert naar Tableau Public, kunnen andere gebruikers ook visualisaties maken op basis van die databron. Als u de optie om een gepubliceerde databron te maken niet in uw profiel ziet, beschikt u niet over de machtiging om er een te maken. 1. Selecteer Maken > Databron in uw Tableau Public-profiel. 2. Selecteer in het dialoogvenster Verbinding maken met data het bestand of de connector die u wilt gebruiken voor uw databron. 3. Sleep de data op het tabblad Databron naar het canvas en configureer vervolgens eventuele relaties of joins. Zie [Databronnen instellen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/datasource_prepare.htm) voor informatie over het configureren van databronnen. 4. Als u klaar bent met het configureren van uw data, selecteert u Publiceren als… 5. Voer een naam in voor de databron en selecteer Publiceren. 6. Voeg de beschrijving en tag voor de databron toe. Bij de Beschrijving voert u informatie in over wat de databron bevat, waar de data vandaan komen en desgewenst andere details. De beschrijving helpt andere gebruikers te beslissen of ze de databron willen gebruiken. Voer bij Tag één tag in om de databron te categoriseren. Het tabblad Databronnen verschijnt in uw profiel. Vanuit de kolom Acties kunt u de databron bewerken. ## Een gepubliceerde databron bewerken of verwijderen De databronnen die u hebt gepubliceerd, worden vermeld in uw Tableau Public-profiel. Nadat u een databron hebt gepubliceerd, kunt u de metadata of de databron zelf bewerken met de opties in de kolom Acties. Wijzigingen die u in een gepubliceerde databron aanbrengt, worden weergegeven in alle visualisaties die verbonden zijn met de databron. Als u een gepubliceerde databron verwijdert en andere gebruikers visualisaties hebben gemaakt op basis van die databron, werken deze visualisaties niet meer. 1. Selecteer het tabblad **Databronnen** in uw Tableau Public-profiel. 2. Selecteer in de kolom Acties het menu Meer acties (⋮). 3. Selecteer de actie die u wilt uitvoeren. U kunt de databron bewerken, de naam van de databron wijzigen, de tag voor de databron wijzigen, de beschrijving voor de databron bewerken en de databron verwijderen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Werkmappakketten Werkmappen verwijzen vaak naar externe bronnen. Werkmappen kunnen bijvoorbeeld verwijzen naar achtergrondafbeeldingen of lokale bestandsdatabronnen, zoals Excel-bestanden, Access-bestanden en Tableau-extractbestanden (.hyper). Wanneer u een werkmap opslaat, worden de koppelingen naar deze bronnen ook opgeslagen. De volgende keer dat u de werkmap opent, worden de weergaven automatisch bijgewerkt met eventuele wijzigingen die in de data en afbeeldingen zijn aangebracht. In de meeste gevallen wilt u de werkmap op deze manier opslaan. Als u de werkmap echter wilt delen met iemand die geen toegang heeft tot de bronnen waarnaar wordt verwezen of tot Tableau Server, kunt u beter een werkmappakket opslaan. In werkmappakketten bevindt zich de werkmap, samen met een kopie van alle lokale bestandsdatabronnen en achtergrondafbeeldingen. De werkmap is niet meer gekoppeld aan de oorspronkelijke databronnen en afbeeldingen. Deze werkmappen worden opgeslagen met de bestandsextensie .twbx. Andere gebruikers kunnen het werkmappakket openen in Tableau Desktop of Tableau Reader. **Opmerking:** de inhoud van het .twbx-bestand wordt opgeslagen als platte tekst. Alle data, inclusief filterwaarden die semantische aanwijzingen over de data kunnen geven, zijn leesbaar voor iedereen die het bestand opent. ## Maak een .twbx-bestand met op bestanden gebaseerde databronnen 1. Selecteer Bestand > Opslaan als. 2. Geef een bestandsnaam op voor het werkmappakket in het dialoogvenster Opslaan als. 3. Selecteer Tableau-werkmappakketten in de vervolgkeuzelijst Opslaan als type. ![Sla het bestand op als een Tableau-werkmappakket.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/save_packaged3.png) 4. Klik op Opslaan. De standaardlocatie is de map Werkmappen van de Tableau-opslagplaats. U kunt werkmappakketten echter in elke gewenste map opslaan. De volgende bestanden worden opgenomen in werkmappakketten: - Achtergrondafbeeldingen - Aangepaste geocodering - Aangepaste vormen - Lokale kubusbestanden - Microsoft Access-bestanden - Microsoft Excel-bestanden - Tableau-extractbestanden (.hyper) - Tekstbestanden (.csv, .txt, enz.) Als u werkmappakketten deelt waarin Microsoft Excel- of Access 2007-databronnen zijn opgenomen, moeten de personen die de werkmap openen Microsoft Excel en Access 2007 of de Office 2007-onderdelen voor gegevensconnectiviteit op hun computer hebben geïnstalleerd. De dataconnectiviteitsonderdelen zijn beschikbaar op Tableau-pagina [Tableau-stuurprogramma's](http://www.tableau.com/nl-nl/drivers). ## Maak een .twbx-bestand met niet op bestanden gebaseerde databronnen Als in de werkmap verbindingen zijn opgenomen met bedrijfsdatabronnen of andere niet op bestanden gebaseerde databronnen, zoals Microsoft SQL, Oracle of MySQL, moeten de data uit de databronnen worden gehaald voordat deze in een werkmappakket (.twbx) kunnen worden opgenomen. 1. Klik in de werkmap met de rechtermuisknop op de databron in het deelvenster Data en kies Data extraheren. ![Menu met optie om data te extraheren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/SendingPackagedWorkbook_ExtractData.png) 2. Klik in het dialoogvenster Data extraheren op de knop Extraheren om alle data uit de databron te halen. ![Dialoogvenster Data extraheren met opties om instellingen voor dataopslag en -extractie op te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/extract1.png) Nadat het extraheren is voltooid, verandert het pictogram van de databron om aan te geven dat er een extract actief is voor die databron. In plaats van één cilinder zijn er twee cilinders die met elkaar verbonden door een pijl. ![Pictogram Extractvernieuwing in het deelvenster Data.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/SendingPackagedWorkbook_ExtractIcon.png) 3. **Optioneel:** herhaal de bovenstaande stappen voor elke databron in de werkmap. 4. Selecteer Bestand > Opslaan als. 5. Selecteer in het vervolgkeuzemenu Opslaan als type de optie Tableau-werkmappakket (\*.twbx). ![Sla het bestand op als een Tableau-werkmappakket.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/save_packaged3.png) Nadat de extracten voor alle niet op bestanden gebaseerde databronnen zijn gemaakt en het werkmappakket is opgeslagen, kunt u uw werkmap verzenden. ## Een .twbx-bestand met Tableau Server-databronnen maken Als in de werkmap verbindingen zijn opgenomen naar een gepubliceerde Tableau Server-databron, moet u een lokale kopie van de Tableau Server-databron downloaden, er een extract van maken en vervolgens de verbinding met de lokale kopie vervangen, zodat deze kan worden opgenomen in een werkmappakket (.twbx). 1. Klik in de werkmap met de rechtermuisknop op de gepubliceerde databron in het deelvenster Data en selecteer vervolgens Lokale kopie maken. ![Een menu met de optie 'Lokale kopie maken' geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/SendingPackagedWorkbook_localcopy.png) Er wordt een kopie van de databron toegevoegd aan het deelvenster Data. 2. Klik met de rechtermuisknop op de lokale kopie en selecteer Data extraheren. **Opmerking:** als de lokale kopie een gepubliceerd extract is, kunt u deze stap overslaan. ![Menu met optie om data te extraheren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/SendingPackagedWorkbook_ExtractData.png) 3. Klik in het dialoogvenster Data extraheren op de knop Extraheren om alle data uit de databron te halen. Als u een extract van de databron maakt, krijgt degene met wie u de werkmap deelt toegang tot een kopie van de databron. ![Dialoogvenster Data extraheren met opties om instellingen voor dataopslag en -extractie op te geven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/extract1.png) 4. Klik in het deelvenster Data met de rechtermuisknop op de gepubliceerde databron en selecteer vervolgens Databron vervangen. ![Een vervolgkeuzemenu met de cursor op 'Databron vervangen...'](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/SendingPackagedWorkbook_replacedatasource.png) 5. Controleer of de gepubliceerde databron wordt vervangen door de lokale databron en klik vervolgens op OK. ![Een systeemdialoogvenster voor het vervangen van een databron.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/SendingPackagedWorkbook_replacedialogbox.png) 6. Klik met de rechtermuisknop de gepubliceerde databron en klik vervolgens op Sluiten. 7. Selecteer Bestand > Opslaan als. 8. Selecteer in het vervolgkeuzemenu Opslaan als type de optie Tableau-werkmappakket (\*.twbx). ![Optie om werkmap op te slaan als een Tableau-werkmappakket.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/SendingPackagedWorkbook_Twbx1.png) Nadat de lokale kopie en het extract van de lokale kopie zijn gemaakt en het werkmappakket is opgeslagen, kunt u uw werkmap verzenden. ## Een .twbx-bestand uitpakken Werkmappakketten kunnen worden uitgepakt. Op een Windows- of macOS-computer wijzigt u de bestandsnaam in een .zip-extensie (bijvoorbeeld van mijnbestand.twbx naar mijnbestand.zip) en dubbelklikt u erop. Wanneer u een werkmap uitpakt, krijgt u een gewoon werkmapbestand (.twb) en een map met de databronnen en afbeeldingen die in de werkmap zijn ingepakt. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Werkmappen en bladen Tableau gebruikt een structuur met werkmappen en bladbestanden, ongeveer hetzelfde als Microsoft Excel. Een werkmap bevat bladen. Een blad kan een werkblad, een dashboard of een verhaal zijn. - Een **werkblad** bevat één enkele weergave met containers, kaarten, legenda's en de deelvensters Data en Analyse in de zijbalk. Zie [De Tableau-werkruimte](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environment_workspace.htm) voor meer informatie over de werkblad-werkruimte. - Een **dashboard** is een verzameling weergaven van meerdere werkbladen. De deelvensters Dashboard en Lay-out zijn beschikbaar in de zijbalk. Zie [Dashboards](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/dashboards.htm) voor meer details over het maken van dashboards. - Een **verhaal** bevat een reeks werkbladen of dashboards die samenwerken om informatie over te brengen. De deelvensters Verhaal en Lay-out zijn beschikbaar in de zijbalk. Zie [Verhalen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/stories.htm) voor meer details over het maken van verhalen. Zie [Bladen beheren in dashboards en verhalen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environ_workbooksandsheets_sheets_hideshow.htm) en [Een werkblad voor Knopinfo-visualisatie verbergen of tonen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/viz_in_tooltip.htm#Hide) voor details over het verbergen of tonen van bladen in een werkmap of knopinfo-visualisatie. Zie [Navigeren door bladen en bladen ordenen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environ_workbooksandsheets_sheets_organize.htm) voor details over het ordenen van bladen. Zie [Werkmappen maken of openen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/environ_workbooksandsheets_workbooks.htm) voor details over het maken en openen van werkmappen. ## Over bladen Elke werkmap kan verschillende typen bladen bevatten: weergaven (ook wel werkbladen genoemd), dashboards en verhalen. - In een werkblad maakt u weergaven van uw data door velden naar containers te slepen en neer te zetten. - Een dashboard is een combinatie van verschillende weergaven die u kunt ordenen voor presentaties of om te monitoren. - Een verhaal is een reeks weergaven of dashboards die samenwerken om informatie over te brengen. De bladen worden onderaan de werkmap weergegeven als tabbladen. In deze sectie leert u hoe u bladen kunt maken, openen, dupliceren, verbergen en verwijderen. U leert ook hoe u bladen in een werkmap organiseert. Binnen een werkmap kunt u nieuwe bladen maken, een volledig werkblad wissen, bladen dupliceren, een werkblad verbergen of tonen en een blad verwijderen. Tableau biedt verschillende manieren om de bladen in uw werkmap te bekijken en te ordenen. ## Nieuwe werkbladen, dashboards of verhalen maken Er zijn verschillende manieren om nieuwe bladen in een werkmap, dashboard of verhaal te maken. U kunt in een werkmap net zoveel bladen maken als u wilt. **Om een nieuw werkblad, dashboard of verhaal te maken,** klik op de knop Nieuw werkblad, Nieuw dashboard of Nieuw verhaal onderaan de werkmap. ![De knop Nieuw werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_workbookandsheets_sheets_newsheet.png) De knop **Nieuw werkblad**. **Om de naam van een nieuw werkblad, dashboard of verhaal te wijzigen**, klik met de rechtermuisknop (Ctrl+Klik op een Mac) op het tabblad en selecteer vervolgens de opdracht Naam wijzigen. ### Meer manieren om nieuwe werkbladen te maken Maak een nieuw werkblad door een van de volgende handelingen uit te voeren: - Selecteer Werkblad > Nieuw werkblad. - Klik met de rechtermuisknop op een geopend tabblad in de werkmap en selecteer Nieuw werkblad in het menu. - Klik in de werkbalk met de vervolgkeuzepijl op de knop Nieuw werkblad ![Het pictogram Nieuw werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/newsheet.png) en selecteer vervolgens Nieuw werkblad. - Druk op Ctrl+M op uw toetsenbord (Command+M op een Mac). ### Meer manieren om nieuwe dashboards te maken Maak een nieuw dashboard door een van de volgende handelingen uit te voeren: - Selecteer Dashboard \> Nieuw dashboard. - Klik op de knop Nieuw dashboard onderaan de werkmap. ![De knop Nieuw dashboard.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_workbookandsheets_sheets_newdashboard.png) - Klik met de rechtermuisknop op een geopend tabblad in de werkmap en selecteer Nieuw dashboard in het menu. - Klik in de werkbalk met de vervolgkeuzepijl op de knop Nieuw werkblad ![Het pictogram Nieuw werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/newsheet.png) en selecteer vervolgens Nieuw dashboard. ### Meer manieren om nieuwe verhalen te maken Maak een nieuw verhaal door een van de volgende handelingen uit te voeren: - Selecteer Verhaal > Nieuw verhaal. - Klik op de knop Nieuw verhaal onderaan de werkmap. ![De knop Nieuw verhaal.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/environ_workbookandsheets_sheets_newstory.png) - Klik met de rechtermuisknop op een geopend tabblad in de werkmap en selecteer Nieuw verhaal in het menu. - Klik in de werkbalk met de vervolgkeuzepijl op de knop Nieuw werkblad ![Het pictogram Nieuw werkblad.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/newsheet.png) knop en selecteer vervolgens Nieuw verhaal. ## Bladen ongedaan maken, opnieuw uitvoeren of wissen Elke Tableau-werkmap bevat een geschiedenis van de stappen die u hebt uitgevoerd op de werkbladen, dashboards en verhalen in die werkmap voor de huidige werksessie. **Om terug te gaan in de geschiedenis**, klik op Ongedaan maken ![Een pijl die naar links wijst.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/undo.png) op de werkbalk of druk op Ctrl+Z op uw toetsenbord (Command+Z op een Mac). **Om vooruit te gaan in de geschiedenis**, klik op Opnieuw uitvoeren ![Het pictogram Opnieuw.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/redo.png) op de werkbalk of druk op Ctrl+Y op uw toetsenbord (Command+Y op een Mac). **Om alle velden, opmaak, grootte, asbereiken, filters, sorteringen en contextfilters in het blad te verwijderen**, klik op Blad wissen ![Het pictogram Wissen dat een kleine afbeelding van een staafdiagram toont met een x in de hoek.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/clear.png) op de werkbalk. **Om specifieke aspecten van de weergave te wissen,** gebruik het vervolgkeuzemenu Blad wissen. Opmerking: Wanneer u de wisopdrachten op de werkbalk gebruikt, wordt de geschiedenis niet gewist. Als u besluit dat u het blad niet wilde wissen, klikt u op de knop Ongedaan maken. ## Een blad dupliceren Als u een bestaand blad wilt gebruiken als uitgangspunt voor verdere verkenning, kunt u dat blad dupliceren. Het gedupliceerde blad bevat dezelfde velden en instellingen als startpunt voor een nieuwe analyse. Dupliceren maakt een nieuwe versie van een werkblad, dashboard of verhaal die u kunt wijzigen zonder dat dit gevolgen heeft voor het oorspronkelijke blad. Om het actieve blad te dupliceren, klikt u met de rechtermuisknop op het tabblad van het blad (Control+Klik op Mac) en selecteert u Dupliceren. **Opmerking**: Wanneer u een dashboard dupliceert, wordt er een nieuwe versie van het dashboard gemaakt. Deze verwijst echter nog steeds naar de oorspronkelijke werkbladen die zijn gebruikt om het dashboard te maken. ### Als kruistabel dupliceren Een kruistabel (soms ook wel draaitabel genoemd) is een tabel waarin data in rijen en kolommen met tekst worden samengevat. Dit is een handige manier om de getallen weer te geven die bij de dataweergave horen. Om een nieuw kruistabelblad te maken op basis van de data in het huidige blad, klikt u met de rechtermuisknop op het tabblad van het blad (Control+Klik op Mac) en selecteert u Als kruistabel dupliceren. Of selecteer Werkblad > Als kruistabel dupliceren. Met deze opdracht voegt u een nieuw werkblad of nieuwe werkbladen in uw werkmap in en wordt het blad ingevuld met een kruistabelweergave van de data uit het oorspronkelijke werkblad. Dashboards en verhalen kunnen niet als kruistabellen worden gedupliceerd. ## Bladnamen wijzigen Om de naam van een actief blad te wijzigen, klikt u met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op het blad in het tabblad Blad onderaan de werkmap en klikt u vervolgens op Bladnaam wijzigen. Of dubbelklik op de naam van het blad in het tabblad van een blad, typ een nieuwe naam en klik vervolgens op Enter. ## De onderliggende data in een blad zien Om de getallen achter de markeringen in uw weergave te zien Wijs met de muis een markering aan of klik op een markering om de bijbehorende data in een knopinfo weer te geven. Klik met de knopinfo geopend op de opdracht Data weergeven bovenaan de knopinfo om de onderliggende data weer te geven. Klik met de rechtermuisknop op de weergave (zonder dat er markeringen zijn geselecteerd) en klik vervolgens op Data weergeven. U kunt de data kopiëren en plakken in Excel of een andere toepassing. Om de onderliggende data te exporteren, klikt u op Alles exporteren. ## Bladen verwijderen Wanneer u een blad verwijdert, wordt het uit de werkmap verwijderd. Een werkmap moet altijd ten minste één werkblad bevatten. Om het actieve blad te verwijderen, klikt u met de rechtermuisknop (Control+Klik op Mac) op het blad in het tabblad Blad onderaan de werkmap en klikt u vervolgens op Verwijderen. Werkbladen die in een dashboard of verhaal worden gebruikt, kunnen niet worden verwijderd, maar ze kunnen wel worden verborgen. Een werkblad dat als knopinfo-visualisatie wordt gebruikt, kan worden verborgen of verwijderd. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Werkmappen maken of openen Een werkmap bevat één of meer bladen. Elk blad kan een werkblad, dashboard of verhaal zijn. U kunt werkmappen gebruiken om uw resultaten te ordenen, op te slaan, te delen en te publiceren. - [Een werkmap maken of openen](#open-workbook-windows) - [Een werkmap openen met een niet-ondersteunde dataverbinding op de Mac](#open-workbook-mac) ## Een werkmap maken of openen Wanneer u Tableau opent, wordt er automatisch een nieuwe, lege werkmap geopend. **Om een nieuwe werkmap te maken**, selecteer Bestand > Nieuw **Om een bestaande werkmap te openen**, klik op de miniatuurafbeelding van de werkmap op de startpagina. U kunt meerdere werkmappen gelijktijdig openen. Elke werkmap wordt in een eigen venster weergegeven. **Opmerking:** Wanneer u meerdere werkmappen opent in Tableau Desktop op de Mac, worden er meerdere instanties van de toepassing gemaakt, elk met een eigen pictogram in het Dock. Dit verschilt van het typische gedrag van Mac-toepassingen, waarbij één instantie van de toepassing alle geopende documenten verwerkt. ## Een werkmap openen met een niet-ondersteunde dataverbinding op de Mac Wanneer u in Tableau Desktop op de Mac werkt, moet u mogelijk een Windows-werkmap openen die databronnen bevat die niet worden ondersteund in Tableau Desktop op de Mac. Volg hiervoor de onderstaande stappen: 1. Sla de werkmap op als een extract in Tableau Desktop op Windows. Om een extract te maken en op te slaan, klikt u op het menu Data, selecteert u een databron en selecteert u vervolgens Data extraheren. ![Pad voor Data extraheren op Mac OS.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/extract_data_macQSG.png) 3. Open het extractbestand (.hyper) dat u in Tableau Desktop op uw Mac hebt opgeslagen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Werkmappen opslaan met Tableau Public Als u dataontdekkingen wilt delen buiten uw organisatie, kunt u uw werkmap opslaan in Tableau Public, een gratis cloudservice. Met Tableau Public kan iedereen met uw weergaven werken of uw werkmappen of databronnen downloaden. Ga naar de [Tableau Public-website](http://public.tableau.com/ "Tableau Public-website") voor meer informatie. > [!IMPORTANT] > > **Belangrijk**: Werkmappen en data die u in uw Tableau Public-profiel publiceert, zijn niet privé en voor iedereen vrij toegankelijk. Als u offline wilt werken of privédata wilt gebruiken, kunt u werkmappen lokaal opslaan met de gratis Tableau Desktop Public Edition. ### Werkmappen opslaan in Tableau Public 1. Selecteer, terwijl uw werkmap is geopend in Tableau Desktop Professional of Public Edition, Server > Tableau Public > Op Tableau Public opslaan. Met Tableau Desktop Free Edition kunt u niet opslaan in Tableau Public. **Opmerking:** Deze optie is alleen beschikbaar als u een visualisatie hebt gemaakt die ten minste één veld bevat. 2. Meld u aan met uw Tableau Public-account. ![Een Tableau Public-aanmeldingsscherm.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/save_public2.png) Als u geen account hebt, selecteer dan de link om een nieuw account te maken. 3. Type een naam in voor de werkmap en klik op Opslaan. Wanneer u een werkmap opslaat in Tableau Public, wordt tijdens het publicatieproces een extract van de dataverbinding gemaakt. **Tip:** De titel wordt onderdeel van de metadata van uw weergave. Gebruik een unieke titel, zodat anderen het kunnen vinden als ze ernaar zoeken. (De titel in de afbeelding is een goed voorbeeld van hoe u uw werkmap _niet_ moet noemen.) ![Sla uw werkmap op in Tableau Public en geef hem een beschrijvende titel, zodat anderen hem kunnen vinden.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/save_public3.png) Nadat de werkmap is gepubliceerd, wordt u doorgestuurd naar uw account op de [Tableau Public-website](https://public.tableau.com/s/). Voer op uw profielpagina op Tableau Public een van de volgende handelingen uit om uw profiel aan te passen: - Beweeg de muis over een visualisatie om toegang te krijgen tot acties zoals het selecteren van de visualisatie als uitgelichte visualisatie, of het verbergen, downloaden of verwijderen ervan. - Beweeg de muis over een visualisatie en selecteer vervolgens Weergave om de startpagina van de visualisatie te openen. Daar kunt u Details bewerken selecteren om metadata zoals de naam en beschrijving van de werkmap aan te passen, een permanente link toe te voegen en andere instellingen te wijzigen. - Om een link te verkrijgen die op sociale media gedeeld kan worden of code om in te sluiten in een webpagina, geeft u een weergave weer en klikt u vervolgens op Delen onderaan de weergave. (Op deze manier kunt u ook links en insluitcodes voor de weergaven van andere Tableau Public-gebruikers verkrijgen.) ### Een werkmap lokaal opslaan met Tableau Desktop Public Edition Met de gratis [Tableau Desktop Public Edition](https://www.tableau.com/nl-nl/products/public/download) kunt u ervoor kiezen om werkmappen op te slaan in Tableau Public of om werkmappen lokaal op te slaan. Met lokaal opslaan kunt u offline werken totdat u klaar bent om uw werk te delen op Tableau Public. Ook hebt u de mogelijkheid om te werken met privédata die niet kunnen worden gedeeld op Tableau Public. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # WMS-servers (Web Map Service) gebruiken In Tableau Desktop kunt u verbinding maken met kaartservers via het protocol Web Map Service (WMS). WMS is een standaardprotocol voor het opvragen en ontvangen van geografisch gerefereerde beelden. U kunt verbinding maken met elke WMS-server die de standaarden WMS 1.0.0, 1.1.0 of 1.1.1 ondersteunt. ## Verbinding maken met een WMS-server 1. Selecteer in Tableau Desktop Kaart > Achtergrondkaarten >WMS-servers. 2. Typ in het dialoogvenster WMS-servers toevoegen de URL voor de server waarmee u verbinding wilt maken in Tableau en klik vervolgens op OK. ![Het dialoogvenster WMS-servers toevoegen met een leeg veld voor de server-URL.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/map_mapsources_wms1.png) U kunt zoveel kaartservers aan een werkmap toevoegen als u wilt. Elke WMS-server die u toevoegt, wordt weergegeven als een achtergrondkaart in het menu **Achtergrondkaarten**. ### Een WMS-server opslaan als een Tableau-kaartbron Nadat u een WMS-server aan uw werkmap hebt toegevoegd, wordt deze samen met de werkmap opgeslagen en is deze beschikbaar voor iedereen met wie u de werkmap deelt. U kunt een WMS-server ook opslaan als een Tableau Map Source-bestand (.tms). Dit bestand kunt u delen met andere gebruikers, zodat ze er snel verbinding mee kunnen maken en het in hun eigen werkmappen kunnen gebruiken. Zie [Een kaartbron opslaan](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_export.htm) voor meer informatie over het opslaan van een kaart als Tableau-kaartbron. ## Een WMS-achtergrondkaart gebruiken Nadat u verbinding hebt gemaakt met een WMS-server, kunt u een kaartweergave maken met de WMS-achtergrondkaart die Tableau maakt. **Een kaartweergave maken met een WMS-server:** 1. Selecteer in Tableau Desktop Kaart \> Achtergrondkaarten en vervolgens een WMS-achtergrondkaart die u in de weergave wilt gebruiken. ![Kaartmenu uitgevouwen met achtergrondkaarten en GeoServer Web Map Service geselecteerd.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/map_mapsources_wms4.png) 2. Voeg een geografisch veld toe aan de weergave. Zie [Concepten voor het maken van kaarten in Tableau](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_build.htm) voor meer informatie. ![Twee geografische velden (land en staat) toegevoegd aan een weergave van een kaart van de VS.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/map_mapsources_wms5.png) 3. Selecteer Kaart \> Kaartlagen en vervolgens de kaartlagen die u in de weergave wilt weergeven. Zie [De vormgeving van uw kaarten aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_options.htm) voor meer informatie. ![Lijst met kaartlagen die op een weergave kunnen worden toegepast.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/map_mapsources_wms6.png) ## Prestatie-overwegingen De inhoud, snelheid en prestaties van een WMS-server zijn afhankelijk van het netwerk en de WMS-provider. Als uw internetverbinding wordt onderbroken of als u achter een beperkende firewall werkt, kunt u de Offline achtergrondkaart gebruiken die bij Tableau Desktop wordt geïnstalleerd. Zo voorkomt u prestatieproblemen terwijl u uw kaartweergave maakt. U kunt op elk gewenst moment terugschakelen naar uw WMS-server. **Opmerking:** met de offline achtergrondkaart hebt u mogelijk alleen toegang tot vier zoomniveaus. Zie [Achtergrondkaarten selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources.htm) voor meer informatie. ## Ondersteunde ruimtelijke referentiesystemen Tableau ondersteunt automatisch de volgende lijst met codes van Spatial Reference Systems (SRS)/European Petroleum Survey Group (EPSG). WMS-servers moeten ten minste een van de volgende ruimtelijke referentiesystemen ondersteunen om compatibel te zijn met de Tableau-functies voor kaarten.

Ondersteunde SRS/EPSG-codes in Tableau:

3857: WGS 84/Pseudo-Mercator [STANDAARD]

4326: WGS 84

4269: NAD83

3824: TWD97

3889: IGRS

4019: onbekende datum gebaseerd op de GRS 80-ellipsoïde

4023: MOLDREF99

4030: onbekende datum gebaseerd op de WGS 84-ellipsoïde

4031: onbekende datum gebaseerd op de GEM 10C-ellipsoïde

4046: RGRDC 2005

4075: SREF98

4081: REGCAN95

4126: LKS94 (ETRS89)

4130: Moznet

4140: NAD83(CSRS98)

4148: Hartebeesthoek94

4151: CHTRF95

4152: NAD83(HARN)

4163: Jemen NGN96

4166: Koreaans 1995

4167: NZGD2000

4170: SIRGAS 1995

4171: RGF93

4172: POSGAR

4173: IRENET95

4176: Australisch Antarctica

4180: EST97

4189: REGVEN

4190: POSGAR 98

4258: ETRS89

4283: GDA94

4319: KUDAMS

4612: JGD2000

4617: NAD83(CSRS)

4619: SWEREF99

4627: RGR92

4640: RRAF 1991

4645: RGNC 1991

4659: ISN93

4661: LKS92

4667: IKBD-92

4669: LKS94

4670: IGM95

4674: SIRGAS 2000

4686: MAGNA-SIRGAS

4687: RGPF

4693: Nakhl-e Ghanem

4694: POSGAR 94

4702: Mauritanië 1999

4737: Korea 2000

4742: GDM2000

4747: GR96

4749: RGNC91-93

4755: DGN95

4756: VN-2000

4757: SVY21

4758: JAD2001

4759: NAD83(NSRS2007)

4761: HTRS96

4762: BDA2000

4763: Pitcairneilanden 2006

4764: RSRGD2000

4765: Slovenië 1996

102100: WGS 84 Web Mercator (hulpbol)

## Zie ook: [Mapbox-kaarten gebruiken](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_mapbox.htm) [Een kaartbron opslaan](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_export.htm) [Een kaartbron importeren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources_import.htm) [Achtergrondkaarten selecteren](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_mapsources.htm) [De vormgeving van uw kaarten aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_options.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Z-scores berekenen In de statistiek is de z-score (of standaardscore) van een waarneming het aantal standaardafwijkingen dat deze boven of onder het populatiegemiddelde ligt. Als u een z-score wilt berekenen, moet u het populatiegemiddelde en de standaardafwijking van de populatie kennen. In gevallen waarin het onmogelijk is om elke waarneming van een populatie te meten, kunt u de standaardafwijking schatten met behulp van een willekeurige steekproef. Maak een visualisatie voor z-scores om vragen als de volgende te beantwoorden: - Welk percentage van de waarden ligt onder een specifieke waarde? - Welke waarden kunnen als uitzonderlijk worden beschouwd? Welke scores behoren tot de top vijf procent, bijvoorbeeld in een IQ-test? - Wat is de relatieve score van de ene verdeling ten opzichte van de andere? Michael is bijvoorbeeld langer dan de gemiddelde man en Emily is langer dan de gemiddelde vrouw, maar wie is er relatief langer met betrekking tot hun geslacht? Als algemene regel worden z-scores lager dan -1,96 of hoger dan 1,96 als ongebruikelijk en interessant beschouwd. Dat wil zeggen dat het statistisch gezien significante uitschieters zijn. In dit artikel ziet u hoe u een z-score berekent in Tableau. 1. Maak verbinding met de databron Sample - Superstore die wordt geleverd bij Tableau Desktop. 2. Maak een berekend veld om de gemiddelde verkopen te berekenen. Kies Analyse > Berekend veld maken om de berekeningseditor te openen. Geef de berekening de naam Gemiddelde verkopen en typ of plak het volgende in het formulegebied: `WINDOW_AVG(SUM([Sales]))` 3. Maak nog een berekend veld om de standaardafwijking te berekenen. Geef de berekening de naam STDEVP-verkopen en typ of plak het volgende in het formulegebied: `WINDOW_STDEVP(SUM([Sales]))` 4. Maak nog een berekend veld. Hiermee wordt de z-score berekend. Geef de berekening de naam Z-score en typ of plak het volgende in het formulegebied: `(SUM([Sales]) - [Average Sales]) / [STDEVP Sales]` 5. Sleep Z-score vanuit het deelvenster Data naar Kolommen en Staat naar Rijen. Merk op dat er in het veld Z-score in Kolommen rechts een tabelberekeningspictogram (een kleine driehoek) staat: ![Een groene pil met het label Z-score](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/z-score1.png) De functie STDEVP Sales is gebaseerd op de functie WINDOW\_STDEVP, die een tabelberekeningsfunctie is. De functie Z-score is op zijn beurt een tabelberekeningsfunctie, omdat de definitie hiervan STDEVP Sales bevat. Wanneer u een berekend veld met een tabelberekeningsfunctie gebruikt in een weergave, is dat hetzelfde als het handmatig toevoegen van een tabelberekening aan een veld. U kunt het veld bewerken als een tabelberekening. Dat gaat u trouwens nu doen. 6. Klik op het veld Z-score in Kolommen en kies Berekenen met > Staat. Op die manier worden de z-scores per staat berekend. 7. Klik op de werkbalk op het pictogram Aflopend sorteren: ![Het pictogram Aflopend sorteren.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/sort_descend.png) 8. Houd de Ctrl-toets ingedrukt en sleep het veld Z-score vanuit Kolommen naar Kleur. Met Ctrl + slepen kopieert u een veld in de huidige configuratie naar een aanvullende locatie. 9. Houd de Ctrl-toets ingedrukt en sleep Z-score nogmaals uit Kolommen. Zet het deze keer op Label. U beschikt nu over een verdeling van z-scores, uitgesplitst per staat. Californië en New York hebben beide een z-score die hoger is dan 1,96. U zou hieruit kunnen concluderen dat Californië en New York een aanzienlijk hogere gemiddelde verkopen hebben dan andere staten. ![Een horizontaal staafdiagram van Z-scores per staat.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/z-score2.png) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Zoeken naar locaties op uw kaart Met de functie Kaart zoeken kunt u locaties in een kaartweergave vinden, zodat u snel data kunt verkennen en inspecteren. Het pictogram Kaart zoeken wordt getoond in de linkerbovenhoek van het scherm. Wanneer u op het pictogram ![Pictogram Zoeken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/explore_maps5.png) Zoeken klikt, wordt een zoekvak weergegeven. ![Werkbalk om kaartmarkeringen te zoeken.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mapsearch3.png) Wanneer u begint met typen in het zoekvak, geeft de functie Kaart zoeken suggesties voor mogelijke locaties die zich in uw kaartweergave bevinden. Deze suggesties zijn gebaseerd op locatienamen en tekst in uw databron. U kunt zoeken naar de volgende locatietypen: - Continent - Land - Staat of provincie - Bestuurlijk gebied - Stad - Postcode Selecteer een locatie uit de lijst met suggesties om pan- en zoombewerkingen uit te voeren voor die locatie op de kaart. ![De werkbalk van de werkruimte Kaarten.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/mapsearch1.png) ## Zoekopdracht voor kaart verbergen Standaard wordt het pictogram Kaart zoeken in de linkerbovenhoek van het scherm weergegeven. Wanneer u een weergave publiceert naar Tableau Server of Tableau Cloud, of de weergave deelt via Tableau Reader, blijft het pictogram Kaart zoeken in de weergave staan. Als u niet wilt dat bezoekers naar locaties in uw kaartweergave zoeken, kunt u het pictogram Kaart zoeken verbergen. Zie [De interactie met de kaart aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_customize_interaction.htm) voor meer informatie over het weergeven en verbergen van zoekopdrachten voor kaarten. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Zoomen en pannen in weergaven, en markeringen selecteren Met de weergavewerkbalk in de linkerbovenhoek van een weergave kunt u in- en uitzoomen, de weergave pannen en datamarkeringen selecteren. ![De weergavewerkbalk.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewtools_main.png) ## De weergavewerkbalk weergeven of verbergen **Tip:** als u de weergavewerkbalk niet ziet in Tableau Cloud of Tableau Server, vraag de eigenaar van de inhoud dan om deze met behulp van deze instructies weer te geven. Of [gebruik sneltoetsen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/shortcut.htm#Shortcuts_marks) om te zoomen, pannen en markeringen te selecteren. Wanneer u de muisaanwijzer op een kaartweergave plaatst, wordt standaard de weergavewerkbalk weergegeven. U kunt dit gedrag echter wijzigen. Zie [De interactie met de kaart aanpassen](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_customize_interaction.htm) voor meer informatie. U kunt de werkbalk ook in andere weergavetypen weergeven, zoals in spreidings- of boxplots. 1. Als u met een dashboard werkt, selecteert u de zone waarin u de werkbalk weergegeven of verborgen wilt hebben. 2. Selecteer in het bovenste menu Werkblad > Weergavewerkbalk weergeven. Selecteer vervolgens een van de volgende opties: - Automatisch - hiermee geeft u de werkbalk weer wanneer u met de muis over een kaartweergave beweegt. - Weergeven bij zweven - hiermee geeft u de werkbalk weer wanneer u over een weergavetype beweegt. - Verbergen - hiermee wordt de werkbalk niet in de geselecteerde weergave weergegeven. (Om de bruikbaarheid op mobiele apparaten te verbeteren, wordt de werkbalk echter weergegeven wanneer gebruikers met scrollbare weergaven of meerdere selecties werken.) **Tip:** in Tableau Desktop kunt u de werkbalk snel in- en uitschakelen. Klik met de rechtermuisknop ergens in een weergave en selecteer Weergavewerkbalk weergeven of Weergavewerkbalk verbergen. ## Zoomen en pannen Op de weergavewerkbalk staan zoomknoppen en pangereedschap waarmee u verschillende delen van een ingezoomde weergave kunt bekijken. ### In- en uitzoomen Klik op de knop Inzoomen ![De knop Inzoomen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewtools_zoomin.png) op de weergavewerkbalk om in te zoomen en de knop Uitzoomen ![De knop Uitzoomen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewtools_zoomout.png) om uit te zoomen. Als de weergavewerkbalk verborgen is, dubbelklikt u op de weergave om in te zoomen. Om uit te zoomen houdt u Shift ingedrukt en dubbelklikt u op de weergave. ### Zoomen naar een specifiek gebied Om in te zoomen op een specifiek gebied van de weergave, klikt u op de knop Zoomgebied ![De knop voor de tool Zoomgebied.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewtools_zoomarea.png) op de weergavewerkbalk en sleept u vervolgens in de weergave. Als de weergavewerkbalk verborgen is, houdt u Ctrl Shift (Windows) of Command Shift (macOS) ingedrukt om het gereedschap Zoomgebied te gebruiken. ### Weergave opnieuw instellen Nadat u hebt in- of uitgezoomd, worden de assen in de weergave op een specifiek bereik vastgelegd. Om de assen snel opnieuw in te stellen, zodat de weergave automatisch op al uw data wordt ingezoomd, kunt u het volgende doen: - Klik in Tableau Desktop op de knop Opnieuw instellen ![De resetknop.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewtools_reset.png) op de weergavewerkbalk. - Klik in Tableau Server of Tableau Cloud op de knop Beginpunt van zoomen ![De knop Beginpunt van zoomen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewtools_reset_web.png) op de weergavewerkbalk. ### Een weergave pannen Doe het volgende om te pannen: - Houd Shift ingedrukt en sleep over de weergave. - Beweeg de muis over de pijl op de weergavewerkbalk en selecteer de tool Pannen ![De knop voor de tool Pannen.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewtools_pan2.png) en sleep vervolgens over de weergave heen. ## Markeringen selecteren Selecteer markeringen om informatie over de markeringen te bekijken in de knopinfo die wordt weergegeven. U kunt ook snel onderliggende data bekijken of geselecteerde markeringen in een weergave filteren. Zie [Knopinfo](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/view_parts.htm#Tooltips) voor meer informatie. Wanneer u markeringen in de weergave selecteert, worden alle andere markeringen grijs weergegeven om de aandacht op de selectie te vestigen. Uw selectie wordt samen met de werkmap opgeslagen. ![Geselecteerde markeringen in een weergave, terwijl andere markeringen in de visualisatie grijs worden weergegeven.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/highlightaction3.png) ### Individuele of meerdere markeringen selecteren Als u een individuele markering wilt selecteren, moet u erop klikken. Als u meerdere afzonderlijke markeringen aan een selectie wilt toevoegen, houdt u de Ctrl-toets (Windows) of de Command-toets (macOS) ingedrukt. Als u meerdere markeringen tegelijk wilt selecteren, sleept u over de weergave terwijl u het gereedschap Rechthoekig, Radiaal en Lasso op de weergavewerkbalk gebruikt. ### Rechthoekige selecties maken Met het gereedschap Rechthoekig selecteert u markeringen binnen een rechthoekige vorm. Als u de tool Rechthoekig wilt gebruiken, beweegt u de muis over de pijl op de weergavewerkbalk en klikt u op de knop Rechthoekig ![De tool Rechthoekig.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewtools_rectanglebutton.png) en sleept u dit vervolgens over de weergave. **Opmerking:** het gereedschap Rechthoekig is het standaardgereedschap in de meeste weergaven en wordt mogelijk niet weergegeven op de weergavewerkbalk. In dat geval sleept u eenvoudig over de weergave om het rechthoekige gereedschap te gebruiken. ![De weergavewerkbalk met de knop Rechthoekig gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewtools_rectangle.png) ### Radiale selecties maken Met het gereedschap Radiaal selecteert u markeringen binnen een cirkelvormig gebied. Als u de tool Radiaal wilt gebruiken, beweegt u de muis over de pijl op de weergavewerkbalk en klikt u op de knop Radiaal ![De knop Radiaal.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewtools_radialbutton.png) en sleept u dit vervolgens over de weergave heen. ![De weergavewerkbalk met de knop Radiaal gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewtools_radial.png) Met het gereedschap Radiaal kunt u ook afstanden meten in een kaartweergave. Zie [Afstanden tussen datapunten en locaties op een kaart meten](https://help.tableau.com/v0.0/public/desktop/nl-nl/maps_measure_distance.htm) voor meer informatie. ### Lassoselecties maken Met het gereedschap Lasso kunt u meerdere markeringen selecteren door er met de vrije hand een vorm omheen te tekenen. Dit gereedschap is handig als u alleen bepaalde markeringen wilt opnemen en de markeringen eromheen wilt uitsluiten. Als u de tool Lasso wilt gebruiken, beweegt u de muis over de pijl op de weergavewerkbalk en klikt u op de knop Lasso ![De weergavewerkbalk met knop Lasso gehighlight.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewtools_lassobutton.png) en tekent u vervolgens een vrije vorm rond de markeringen die u wilt selecteren. ![De knop Lasso.](/tableau/next/nl-nl/public/desktop/nl-nl/Img/viewtools_lasso.png)