# tableau Guides - Full Documentation [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Gids voor bedrijfsbrede implementatie van Tableau Server **Opmerking:** Tableau werkt de Gids voor bedrijfsbrede implementatie niet langer bij. Hoewel we de hier beschreven referentiearchitectuur nog steeds aanbevelen als een geldig implementatiemodel voor Tableau Server in AWS, kunnen specifieke configuratieprocedures sinds de laatste update zijn gewijzigd. Vergelijk deze stappen altijd met de meest recente documentatie in de [Help van Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/get_started_server.htm) om de nauwkeurigheid te waarborgen. De GBI (Gids voor bedrijfsbrede implementatie van Tableau Server) is ontwikkeld om prescriptieve richtlijnen te bieden voor de implementatie van Tableau Server (on-premises of in de cloud). De gids biedt implementatierichtlijnen voor bedrijfsscenario's in de context van een referentiearchitectuur. We hebben de referentiearchitectuur getest om de naleving van beveiligings-, schaal- en prestatiebenchmarks te verifiëren, die voldoen aan de best practices uit de branche. Op een hoog niveau bestaan de kernfuncties van een normconforme implementatie voor ondernemingen uit een gelaagde topologie waarbij elke laag van servertoepassingsfunctionaliteit (webgatewaylaag, toepassingslaag en datalaag) is gebonden en beveiligd door subnetten met toegangsbeheer. Gebruikers die via internet toegang hebben tot de servertoepassing worden op de weblaag geverifieerd. Na verificatie wordt de aanvraag via een proxy verzonden naar een beveiligd subnet, waar de toepassingslaag de bedrijfslogica afhandelt. Data met een hoge waarde worden beschermd door het derde subnet: de datalaag. Services op de toepassingslaag communiceren via het beveiligde netwerk met de datalaag om dataverzoeken aan de back-enddatabronnen te verwerken. Bij deze implementatie staat beveiliging voorop bij alle ontwerpbeslissingen en de uitvoering. Betrouwbaarheid, prestaties en schaalbaarheid zijn echter ook belangrijke vereisten. Gezien het gedistribueerde en modulaire ontwerp van de referentiearchitectuur worden betrouwbaarheid en prestaties op een lineair voorspelbare manier geschaald door compatibele services strategisch samen te plaatsen bij elk knooppunt en door services toe te voegen op knelpunten. ## Voor wie is deze informatie bedoeld? De GBI is ontwikkeld voor IT-beheerders van ondernemingen die mogelijk het volgende nodig hebben: - Een door IT beheerde Tableau-implementatie - Handhaving van naleving van industrienormen - Best practices voor industriële implementatie - Standaard beveiligde implementatie De GBI is een gids voor het implementeren van de referentiearchitectuur voor de onderneming. Hoewel deze versie van de GBI een voorbeeld van een AWS/Linux-implementatie bevat, kan de gids door ervaren IT-beheerders in ondernemingen worden gebruikt als hulpmiddel om de voorgeschreven referentiearchitectuur te implementeren in elke standaarddatacenteromgeving. ## Versie Deze versie van GBI is ontwikkeld voor versie 2021.2.3 (of later) van Tableau Server. Hoewel u de GBI kunt gebruiken als algemeen naslagwerk voor de implementatie van oudere versies van Tableau Server, raden wij u aan de referentiearchitectuur te implementeren met Tableau Server 2021.2.3 of hoger. Sommige functies en opties zijn niet beschikbaar in oudere versies van Tableau Server. Voor de meest recente functies en verbeteringen raden wij u aan GBI te implementeren met Tableau Server 2022.1.7 en hoger. De referentiearchitectuur die in deze gids wordt beschreven, ondersteunt de volgende Tableau-clients: webauthoring met compatibele browsers, Tableau Mobile en Tableau Desktop versie 2021.2.1 of hoger. Andere Tableau-clients (Tableau Prep, Bridge enz.) zijn nog niet gevalideerd met de referentiearchitectuur. ## Belangrijke functies De eerste versie van de Tableau Server-referentiearchitectuur introduceert de volgende scenario's en functies: - Voorafgaande clientverificatie: Tableau-clients (Desktop, Mobile, Web Authoring) worden geverifieerd via de zakelijke verificatieprovider in de weblaag voordat ze toegang krijgen tot de interne Tableau Server. Dit proces wordt geregeld door het configureren van een authN-plug-in op de onafhankelijke gateway in Tableau Server, die fungeert als reverse-proxyserver. Zie [Deel 5 - Weblaag configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part5.htm). - Zero-trust-implementatie: omdat al het verkeer naar Tableau-servers vooraf wordt geverifieerd, werkt de volledige Tableau-implementatie in een privésubnet waarvoor geen vertrouwde verbinding nodig is. - Externe opslagplaats: de referentiearchitectuur specificeert dat de Tableau-opslagplaats in een externe PostgreSQL-database moet worden geïnstalleerd. Hierdoor kunnen DBA's bij het beheren, optimaliseren, schalen en maken van een back-up van de opslagplaats op dezelfde manier te werk gaan als bij een generieke database. - Herstel van eerste knooppunt: de GBI introduceert een script dat het herstel van het eerste knooppunt automatiseert in geval van een storing. - Op TAR gebaseerde back-up en herstel: gebruik vertrouwde TAR-back-ups bij strategische mijlpalen van de Tableau-implementatie. In het geval van een storing of een verkeerde implementatieconfiguratie kunt u snel herstellen naar de vorige implementatiefase door de bijbehorende TAR-back-up terug te zetten. - Prestatieverbetering: klant- en laboratoriumvalidatie tonen een prestatieverbetering van 15-20% bij het uitvoeren van GBI in vergelijking met standaardimplementatie. ## Licenties Voor de Tableau Server-referentiearchitectuur die in deze gids wordt voorgeschreven, is een Tableau Advanced Management-licentie vereist om de externe opslagplaats van Tableau Server in te schakelen. U kunt desgewenst Extern bestandsarchief van Tableau Server implementeren. Hiervoor is ook de Tableau Advanced Management-licentie vereist. Zie _Tableau Advanced Management op Tableau Server_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/itm_intro.htm)). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Bijlage - Voorbeeldimplementatie van weblaag met Apache **Opmerking:** Tableau werkt de Gids voor bedrijfsbrede implementatie niet langer bij. Hoewel we de hier beschreven referentiearchitectuur nog steeds aanbevelen als een geldig implementatiemodel voor Tableau Server in AWS, kunnen specifieke configuratieprocedures sinds de laatste update zijn gewijzigd. Vergelijk deze stappen altijd met de meest recente documentatie in de [Help van Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/get_started_server.htm) om de nauwkeurigheid te waarborgen. Dit onderwerp bevat een end-to-end-procedure die beschrijft hoe u een weblaag implementeert in de voorbeeld-AWS-referentiearchitectuur. De voorbeeldconfiguratie bestaat uit de volgende componenten: - Loadbalancer van AWS-toepassing - Apache-proxyservers - Mellon-verificatiemodule - Okta IdP - SAML-verificatie **Opmerking**: het voorbeeld van de weblaagconfiguratie dat in deze sectie wordt gepresenteerd, bevat gedetailleerde procedures voor het implementeren van software en services van derden. We hebben ons uiterste best gedaan om de procedures voor het realiseren van het weblaagscenario te verifiëren en te documenteren. De software van derden kan echter veranderen of uw scenario kan afwijken van de hier beschreven referentiearchitectuur. Raadpleeg de documentatie van derden voor betrouwbare configuratiegegevens en ondersteuning. De Linux-voorbeelden in deze sectie tonen opdrachten voor RHEL-achtige distributies. De hier gebruikte opdrachten zijn specifiek ontwikkeld met de Amazon Linux 2-distributie. Als u de Ubuntu-distributie gebruikt, moet u de opdrachten dienovereenkomstig bewerken. Het implementeren van de weblaag in dit voorbeeld verloopt volgens een stapsgewijze configuratie- en verificatieprocedure. De kernconfiguratie van de weblaag bestaat uit de volgende stappen om HTTP-verkeer tussen Tableau en internet mogelijk te maken. Apache wordt uitgevoerd en geconfigureerd voor reverse proxy/taakverdeling achter de loadbalancer van de AWS-toepassing: 1. Apache installeren 2. Reverse proxy configureren om de connectiviteit met Tableau Server te testen 3. Taakverdeling op proxy configureren 4. Loadbalancer van AWS-toepassing configureren Nadat de weblaag is ingesteld en de connectiviteit met Tableau is geverifieerd, configureert u de verificatie met een externe provider. ## Apache installeren Voer de volgende procedure uit op beide EC2-hosts (Proxy 1 en Proxy 2). Als u in AWS implementeert volgens het referentiearchitectuurvoorbeeld, moet u over twee beschikbaarheidszones beschikken en in elke zone één proxyserver uitvoeren. 1. Apache installeren: sudo yum update -y sudo yum install -y httpd 2. Definieer de configuratie zodanig dat Apache wordt gestart bij opnieuw opstarten: sudo systemctl enable --now httpd 3. Controleer of de door u geïnstalleerde versie van httpd `proxy_hcheck_module` bevat: sudo httpd -M De `proxy_hcheck_module` is vereist. Als uw versie van httpd deze module niet bevat, moet u een update uitvoeren naar een versie van httpd die deze module wel bevat. ## Proxy configureren om de connectiviteit met Tableau Server te testen Voer deze procedure uit op een van de proxyhosts (Proxy 1). Het doel van deze stap is om de connectiviteit tussen internet, uw proxyserver en de Tableau-server in de privébeveiligingsgroep te controleren. 1. Maak een bestand met de naam `tableau.conf` en voeg het toe aan de map `/etc/httpd/conf.d`. Kopieer de volgende code en geef de sleutels `ProxyPass` en `ProxyPassReverse` op met het privé-IP-adres van Tableau Server-knooppunt 1. **Belangrijk**: de onderstaande configuratie is niet beveiligd en mag niet in productie worden gebruikt. Deze configuratie mag alleen tijdens het installatieproces worden gebruikt om de end-to-end-connectiviteit te verifiëren. Als het privé-IP-adres van knooppunt 1 bijvoorbeeld `10.0.30.32` is, is de inhoud van het bestand `tableau.conf` als volgt: ProxyPreserveHost On ProxyPass "/" "http://10.0.30.32:80/" ProxyPassReverse "/" "http://10.0.30.32:80/" 2. Start httpd opnieuw: sudo systemctl restart httpd ### Verificatie: configuratie van basistopologie U kunt toegang krijgen tot de beheerpagina van Tableau Server door naar `http://` te bladeren. Als de aanmeldingspagina van Tableau Server niet in uw browser wordt geladen, volgt u deze stappen voor probleemoplossing op de Proxy 1-host: - Stop en start httpd als eerste stap bij het oplossen van problemen. - Controleer het bestand `tableau.conf`. Controleer of het privé-IP-adres van knooppunt 1 correct is. Controleer dubbele aanhalingstekens en de syntaxis zorgvuldig. - Voer de opdracht `curl` op de reverse-proxyserver uit met het privé-IP-adres van knooppunt 1, bijvoorbeeld, `curl 10.0.1.90`. Als de shell geen HTML retourneert of als HTML wordt geretourneerd voor de Apache-testwebpagina, controleer dan de protocol-/poortconfiguratie tussen de openbare en privébeveiligingsgroep. - Voer de opdracht `curl` uit met het privé IP-adres van Proxy 1, bijvoorbeeld, `curl 10.0.0.163`. Als de shell de HTML-code voor de Apache-testwebpagina retourneert, is het proxybestand niet correct geconfigureerd. - Start httpd altijd opnieuw op (`sudo systemctl restart httpd`) na configuratiewijzigingen in het proxybestand of in de beveiligingsgroepen. - Zorg ervoor dat TSM op knooppunt 1 draait. ## Taakverdeling op proxy configureren 1. Verwijder de bestaande Virtual Host-configuratie op dezelfde proxyhost (Proxy 1) als waar u het bestand `tableau.conf` hebt gemaakt en bewerk het bestand door er taakverdelingslogica aan toe te voegen. Bijvoorbeeld: ServerAdmin admin@example.com #Load balancing logic. ProxyHCExpr ok234 {%{REQUEST\_STATUS} =~ /^\[234\]/} Header add Set-Cookie "ROUTEID=.%{BALANCER\_WORKER\_ROUTE}e; path=/" env=BALANCER\_ROUTE\_CHANGED #Replace IP addresses below with the IP addresses to the Tableau Servers running the Gateway service. BalancerMember http://10.0.3.40/ route=1 hcmethod=GET hcexpr=ok234 hcuri=/favicon.ico BalancerMember http://10.0.4.151/ route=2 hcmethod=GET hcexpr=ok234 hcuri=/favicon.ico ProxySet stickysession=ROUTEID ProxyPreserveHost On ProxyPass / balancer://tableau/ ProxyPassReverse / balancer://tableau/ 2. Stop en start httpd: sudo systemctl stop httpd sudo systemctl start httpd 3. Controleer de configuratie door naar het openbare IP-adres van Proxy 1 te gaan. ## Configuratie naar tweede proxyserver kopiëren 1. Kopieer het bestand `tableau.conf` van Proxy 1 en sla het op in de map `/etc/httpd/conf.d` op de host Proxy 2. 2. Stop en start httpd: sudo systemctl stop httpd sudo systemctl start httpd 3. Controleer de configuratie door naar het openbare IP-adres van Proxy 2 te gaan. ## Loadbalancer van AWS-toepassing configureren Configureer de loadbalancer als een HTTP-listener. De procedure hier beschrijft hoe u een loadbalancer toevoegt in AWS. #### Stap 1: Doelgroep maken Een doelgroep is een AWS-configuratie die de EC2-instanties definieert waarop uw proxyservers draaien. Dit zijn de doelen voor het verkeer van de LBS. 1. EC2 >Target groups (Doelgroepen) > Create target group (Doelgroep) 2. Doe het volgende op de pagina Create (Maken): - Voer een doelgroepnaam in, bijvoorbeeld `TG-internal-HTTP`. - Doeltype: instanties - Protocol: HTTP - Poort: 80 - VPC: selecteer uw VPC. - Voeg de te lezen codelijst toe via Health checks (Statuscontroles) > Advanced health checks settings (Geavanceerde instellingen voor statuscontroles) > Success codes (Succescodes): `200,303`. - Klik op Maken. 3. Selecteer de doelgroep die u zojuist hebt gemaakt en klik vervolgens op het tabblad Targets (Doelen):  - Klik op Bewerken. - Selecteer de EC2-instanties (of één instantie als u er één tegelijk configureert) waarop de proxytoepassing wordt uitgevoerd en klik vervolgens op Toevoegen aan geregistreerd. - Klik op Opslaan. #### Stap 2: De loadbalancer-wizard starten 1. EC2> Load Balancers (Loadbalancers) > Create Load Balancer (Loadbalancer maken) 2. Maak op de pagina 'Select load balancer type' (Type loadbalancer selecteren) een toepassings-loadbalancer. **Opmerking**: de gebruikersinterface die wordt weergegeven om de loadbalancer te configureren, is niet consistent in alle AWS-datacenters. De onderstaande procedure, 'Wizardconfiguratie', geeft aan welke instellingen moeten worden toegewezen in de AWS-configuratiewizard die begint met **Step 1 Configure Load Balancer** (Stap 1 Loadbalancer configureren).  Als uw datacenter alle configuraties weergeeft op één pagina met onderaan de knop **Create load balancer** (Loadbalancer maken), volgt u de onderstaande procedure 'Configuratie op één pagina'. 1. Pagina Configure load balancer (Loadbalancer configureren): - Geef naam op. - Schema: internetgericht (standaard) - IP-adrestype: ipv4 (standaard) - Listeners (listeners en routering): 1. Laat de standaard-HTTP-listener staan. 2. Klik op Add listener (Luisteraar toevoegen) en voeg `HTTPS:443` toe. - VPC: selecteer de VPC waar u alles hebt geïnstalleerd. - Beschikbaarheidszones: - Selecteer **a** en **b** voor uw datacenterregio's. - Selecteer in elke corresponderende vervolgkeuzelijst het openbare subnet (waar uw proxyservers zich bevinden). - Klik op Configure Security Settings (Beveiligingsinstellingen configureren). 2. Pagina Configure Security Settings (Beveiligingsinstellingen configureren) - Upload uw openbare SSL-certificaat. - Klik op Next: Configure Security Groups (Volgende stap: Beveiligingsgroepen configureren). 3. Pagina Configure Security Groepen (Beveiligingsinstellingen configureren): - Selecteer de openbare beveiligingsgroep (Public). Als de standaardbeveiligingsgroep (Default) is geselecteerd, wist u deze selectie. - Klik op Next: Configure Routing (Volgende stap: Routering configureren). 4. Pagina Configure Routing (Routering configureren) - Doelgroep: bestaande doelgroep. - Naam: selecteer de doelgroep die u eerder hebt gemaakt. - Klik op Next: Register Targets (Volgende stap: Doelen registreren). 5. Pagina Register Targets (Doelen registreren) - De twee proxyserverinstanties die u eerder hebt geconfigureerd, worden weergegeven. - Klik op Next: Review (Volgende stap: Controleren). 6. Pagina Review (Controleren) Klik op Create (Maken). Basisconfiguratie - Geef naam op. - Schema: internetgericht (standaard) - IP-adrestype: ipv4 (standaard) Netwerktoewijzing - VPC: selecteer de VPC waar u alles hebt geïnstalleerd. - Toewijzingen: - Selecteer de beschikbaarheidszones **a** en **b** (of vergelijkbare beschikbaarheidszones) voor uw datacenterregio's. - Selecteer in elke corresponderende vervolgkeuzelijst het openbare subnet (waar uw proxyservers zich bevinden). Beveiligingsgroepen - Selecteer de openbare beveiligingsgroep (Public). Als de standaardbeveiligingsgroep (Default) is geselecteerd, wist u deze selectie. Listeners en routering - Laat de standaard-HTTP-listener staan. Geef voor Default action (Standaardactie) de doelgroep op die u eerder hebt ingesteld. - Klik op Add listener (Luisteraar toevoegen) en voeg `HTTPS:443` toe. Geef voor Default action (Standaardactie) de doelgroep op die u eerder hebt ingesteld. Veilige listenerinstellingen - Upload uw openbare SSL-certificaat. Klik op Create Load balancer (Loadbalancer maken). #### Stap 3: Stickiness inschakelen 1. Nadat u de loadbalancer hebt gemaakt, moet u 'stickiness' (sessieaffiniteit) inschakelen voor de doelgroep. - Open de AWS-pagina voor de doelgroep (EC2\> Load Balancing (Taakverdeling) > Target Groups (Doelgroepen)) en selecteer de doelgroepinstantie die u zojuist hebt ingesteld. Selecteer in het menu Action (Actie) de optie Edit attributes (Attributen bewerken). - Selecteer op de pagina Edit attributes (Attributen bewerken) de optie Stickiness (sessieaffiniteit), geef een duur van `1 day` (1 dag) op en klik vervolgens op Save changes (Wijzigingen opslaan). 2. Schakel stickiness in voor de loadbalancer op de HTTP-listener. Selecteer de loadbalancer die u zojuist hebt geconfigureerd en klik vervolgens op het tabblad Listeners: - Klik voor HTTP:80 op View/edit rules (Regels weergeven/bewerken). Klik op de resulterende pagina Rules (Regels) op het bewerkingspictogram (eenmaal bovenaan de pagina en vervolgens nogmaals naast de regel) om de regel te bewerken. Verwijder de bestaande THEN-regel en vervang deze door te klikken op Actie toevoegen > Doorsturen naar.... Specificeer in de hieruit voortvloeiende THEN-configuratie de doelgroep die u hebt gemaakt. Schakel Stickiness in onder Group-level stickiness (Sessieaffiniteit op groepsniveau) en stel de duur in op 1 dag. Sla de instelling op en klik vervolgens op Update (Bijwerken). #### Stap 4: De time-out voor inactiviteit op de loadbalancer instellen Werk de inactiviteitstime-out voor de loadbalancer bij naar 400 seconden. Selecteer de loadbalancer die u voor deze implementatie hebt geconfigureerd en klik vervolgens op Actions (Acties) > Edit attributes (Kenmerken bewerken). Stel Time-out bij inactiviteit in op `400` seconden, en klik dan op Opslaan. #### Stap 5: LBS-connectiviteit controleren Open de AWS-pagina voor de doelgroep (EC2\> Load Balancers) en selecteer de loadbalancer-instantie die u zojuist hebt ingesteld. Kopieer de DNS-naam onder Description (Beschrijving) en plak deze in een browser om toegang te krijgen tot de aanmeldingspagina van Tableau Server. Als u een 500-niveaufout krijgt, moet u uw proxyservers mogelijk opnieuw opstarten. ## DNS bijwerken met openbare Tableau-URL Gebruik de DNS-zonenaam van uw domein uit de beschrijving van de AWS-loadbalancer om een CNAME-waarde in uw DNS te maken. Verkeer naar uw URL (tableau.example.com) moet naar de openbare DNS-naam van AWS worden verzonden. ## Connectiviteit controleren Nadat uw DNS-updates zijn voltooid, kunt u naar de aanmeldingspagina van Tableau Server navigeren door uw openbare URL in te voeren, bijvoorbeeld: `https://tableau.example.com`. ## Voorbeeld van verificatieconfiguratie: SAML met externe IdP In het volgende voorbeeld wordt beschreven hoe u SAML instelt en configureert met Okta IdP en de Mellon-verificatiemodule voor een Tableau-implementatie die wordt uitgevoerd in de AWS-referentiearchitectuur. In het voorbeeld wordt beschreven hoe u Tableau Server en de Apache-proxyservers configureert voor gebruik van HTTP. Okta stuurt via HTTPS een verzoek naar de AWS-loadbalancer, maar al het interne verkeer loopt via HTTP. Houd bij het configuratieproces voor dit scenario rekening met het HTTP- en HTTPS-protocol wanneer u URL-tekenreeksen instelt. In dit voorbeeld wordt Mellon op de reverse-proxyservers gebruikt als serviceprovidermodule voor voorafgaande verificatie. Deze configuratie zorgt ervoor dat alleen geverifieerd verkeer verbinding maakt met Tableau Server, waarbij Tableau Server ook fungeert als serviceprovider met Okta als IdP. Daarom moet u twee IdP-toepassingen configureren: één voor de Mellon-serviceprovider en één voor de Tableau-serviceprovider. ### Een Tableau-beheerdersaccount maken Een veelgemaakte fout bij het configureren van SAML is dat vóór inschakeling van SSO geen beheerdersaccount wordt gemaakt op Tableau Server. De eerste stap is het maken van een account op Tableau Server met de rol van Serverbeheerder. Voor het Okta-voorbeeldscenario moet de gebruikersnaam een geldige e-mailadresnotatie hebben, bijvoorbeeld gebruiker@voorbeeld.com. U moet een wachtwoord voor deze gebruiker instellen, maar het wachtwoord wordt niet gebruikt nadat SAML is geconfigureerd. ### Okta-toepassing voor voorafgaande verificatie configureren Voor het end-to-end-scenario dat in deze sectie wordt beschreven, zijn twee Okta-toepassingen nodig: - Okta-toepassing voor voorafgaande verificatie - Tableau Server-toepassing van Okta Elk van deze toepassingen is gekoppeld aan verschillende metadata die u respectievelijk op de reverse proxy en Tableau Server moet configureren. In deze procedure wordt beschreven hoe u de Okta-toepassing voor voorafgaande verificatie maakt en configureert. Verderop in dit onderwerp gaat u de Tableau Server-toepassing van Okta maken. Zie de [Okta Developer-webpagina](https://developer.okta.com/signup/) (in het Engels) voor informatie over een gratis Okta-proefaccount met een beperkt aantal gebruikers. Maak een SAML-app-integratie voor de Mellon-serviceprovider voor voorafgaande verificatie. 1. Open het Okta-beheerdashboard > Applications \> Create App Integration (Toepassingen > App-integratie maken). 2. Selecteer op de pagina Create a new app integration (Nieuwe app-integratie maken) de optie SAML 2.0 en klik dan op Next (Volgende). 3. Voer op het tabblad General Settings (Algemene instellingen) een app-naam in, bijvoorbeeld `Tableau Pre-Auth` en klik op Next (Volgende). 4. Doe het volgende op het tabblad Configure SAML (SAML configureren): - URL voor eenmalige aanmelding (SSO). Het laatste element van het pad in de URL voor eenmalige aanmelding wordt aangeduid als `MellonEndpointPath` in het configuratiebestand `mellon.conf` dat verderop in deze procedure volgt. U kunt elk gewenst eindpunt opgeven. In dit voorbeeld is `sso` het eindpunt. Het laatste element, `postResponse`, is vereist: `https://tableau.example.com/sso/postResponse`. - Schakel het selectievakje Use this for Recipient URL and Destination URL (Dit gebruiken voor ontvangers-URL en bestemmings-URL) uit. - Recipient URL (Ontvangers-URL): Hetzelfde als de SSO-URL, maar met HTTP. Bijvoorbeeld `http://tableau.example.com/sso/postResponse`. - Destination URL (Bestemmings-URL): hetzelfde als de SSO-URL, maar met HTTP. Bijvoorbeeld `http://tableau.example.com/sso/postResponse`. - Audience URI (SP Entity ID) (Doelgroep-URI (SP-entiteits-ID). Bijvoorbeeld `https://tableau.example.com`. - Name ID Format (Notatie van naam-ID): `EmailAddress` - Application username (Toepassingsgebruikersnaam): `Email` - Attributes Statements (Kenmerkinstructies): Name = `mail`; Name format (Naamnotatie)= `Unspecified`; Value (Waarde) = `user.email`. Klik op Volgende. 5. Selecteer op het tabblad Feedback het volgende: - I'm an Okta customer adding an internal app (Ik ben een Okta-klant die een interne app toevoegt) - This is an internal app that we have created (Dit is een interne app die we hebben gemaakt) - Klik op Voltooien. 6. Maak het IdP-metadatabestand voor voorafgaande verificatie: - In Okta: Applications \> (Toepassingen) Applications \> Uw nieuwe toepassing (bijv. `Tableau Pre-Auth`) > Sign On (Aanmelden) - Klik bij SAML Signing Certificates (SAML-ondertekeningscertificaten) op View SAML setup instructions (SAML-installatie-instructies weergeven). - Scroll op de pagina How to Configure SAML 2.0 for Application (SAML 2.0 configureren voor-toepassing) omlaag naar de sectie Optional (Optioneel), Provide the following IDP metadata to your SP provider (de volgende IDP-metadata doorgeven aan uw SP-provider). - Kopieer de inhoud van het XML-veld en sla deze op in een bestand met de naam `pre-auth_idp_metadata.xml`. 7. (Optioneel) Configureer meervoudige verificatie: - In Okta: Applications \> (Toepassingen) Applications \> Uw nieuwe toepassing (bijv. `Tableau Pre-Auth`) > Sign On (Aanmelden) - Klik onder Sign On Policy (Aanmeldingsbeleid) op Add Rule (Regel toevoegen). - Geef bij App Sign On Rule (App-aanmeldingsregel) een naam en de verschillende MFA-opties op. Om de functionaliteit te testen, kunt u alle opties op de standaardinstellingen laten staan. Onder Actions (Acties) moet u echter Prompt for factor (Om factor vragen) selecteren en vervolgens opgeven hoe vaak gebruikers zich moeten aanmelden. Klik op Save (Opslaan). ### Okta-gebruiker maken en toewijzen 1. Maak in Okta een gebruiker aan met de gebruikersnaam die u in Tableau hebt gemaakt (gebruiker@voorbeeld.com): Directory \> People (Mensen) > Add person (Persoon toevoegen). 2. Nadat de gebruiker is aangemaakt, wijst u de nieuwe Okta-app toe aan die persoon: klik op de gebruikersnaam en wijs de toepassing toe in Assign Application (Toepassing toewijzen). ## Mellon installeren voor pre-auth 1. Voer de volgende opdrachten uit op de EC2-instanties met de Apache-proxyserver om de PHP- en Mellon-module te installeren: sudo yum install httpd php mod\_auth\_mellon 2. Maak de directory `/etc/httpd/mellon`. ## Mellon configureren als pre-auth-module Voer deze procedure uit op beide proxyservers. U moet een kopie hebben van het bestand `pre-auth_idp_metadata.xml` dat u hebt gemaakt vanuit de Okta-configuratie. 1. Ga naar de directory: cd /etc/httpd/mellon 2. Maak de metadata van de serviceprovider. Voer het script `mellon_create_metadata.sh` uit. U moet de entiteits-ID en de retour-URL (return-url) voor uw organisatie in de opdracht opnemen. De retour-URL wordt in Okta de _single sign on URL_ genoemd. Het laatste element van het pad in de retour-URL wordt aangeduid als `MellonEndpointPath` in het configuratiebestand `mellon.conf` dat later in deze procedure volgt. In dit voorbeeld specificeren we `sso` als eindpuntpad. Bijvoorbeeld: sudo /usr/libexec/mod\_auth\_mellon/mellon\_create\_metadata.sh https://tableau.example.com "https://tableau.example.com/sso" Het script retourneert het certificaat, de sleutel en de metadatabestanden van de serviceprovider. 3. Hernoem de serviceproviderbestanden in de map `mellon` voor betere leesbaarheid. In de documentatie verwijzen we naar deze bestanden met de volgende namen: sudo mv \*.key mellon.key sudo mv \*.cert mellon.cert sudo mv \*.xml sp\_metadata.xml 4. Kopieer het bestand `pre-auth_idp_metadata.xml` naar dezelfde map. 5. Maak het bestand `mellon.conf` in de map `/etc/httpd/conf.d`: sudo nano /etc/httpd/conf.d/mellon.conf 6. Kopieer de volgende inhoud naar `mellon.conf`. MellonSPPrivateKeyFile /etc/httpd/mellon/mellon.key MellonSPCertFile /etc/httpd/mellon/mellon.cert MellonSPMetadataFile /etc/httpd/mellon/sp\_metadata.xml MellonIdPMetadataFile /etc/httpd/mellon/pre-auth\_idp\_metadata.xml MellonEndpointPath /sso MellonEnable "info" 7. Voeg de volgende inhoud toe aan het bestaande `tableau.conf`\-bestand: Voeg in het blok `` de volgende inhoud toe. Werk `ServerName` bij met de openbare hostnaam in uw entiteits-ID: DocumentRoot /var/www/html ServerName tableau.example.com ServerSignature Off ErrorLog logs/error\_sp.log CustomLog logs/access\_sp.log combined LogLevel info Voeg het Location-blok toe buiten het blok ``. Werk `MellonCookieDomain` bij met het topleveldomein om cookie-informatie te bewaren, zoals hier weergegeven: AuthType Mellon MellonEnable auth Require valid-user MellonCookieDomain example.com Het volledige `tableau.conf`\-bestand ziet eruit zoals in het volgende voorbeeld: ServerAdmin admin@example.com ProxyHCExpr ok234 {%{REQUEST\_STATUS} =~ /^\[234\]/} Header add Set-Cookie "ROUTEID=.%{BALANCER\_WORKER\_ROUTE}e; path=/" env=BALANCER\_ROUTE\_CHANGED BalancerMember http://10.0.3.36/ route=1 hcmethod=GET hcexpr=ok234 hcuri=/favicon.ico BalancerMember http://10.0.4.15/ route=2 hcmethod=GET hcexpr=ok234 hcuri=/favicon.ico ProxySet stickysession=ROUTEID ProxyPreserveHost On ProxyPass / balancer://tableau/ ProxyPassReverse / balancer://tableau/ DocumentRoot /var/www/html ServerName tableau.example.com ServerSignature Off ErrorLog logs/error\_sp.log CustomLog logs/access\_sp.log combined LogLevel info AuthType Mellon MellonEnable auth Require valid-user MellonCookieDomain example.com 8. Controleer de configuratie. Voer de volgende opdracht uit: sudo apachectl configtest Als de configuratietest een fout retourneert, herstelt u de fouten en voert u configtest opnieuw uit. Bij succesvolle configuratie wordt `Syntax OK` geretourneerd. 9. Start httpd opnieuw: sudo systemctl restart httpd ## Een Tableau Server-applicatie maken in Okta 1. In het Okta-dashboard: Applications (Toepassingen) > Applications \> Browse App Catalog (App-catalogus doorzoeken) 2. Zoek in Browse App Integration Catalog (App-integratiecatalogus doorzoeken) naar `Tableau`, selecteer de Tableau Server-tegel en klik vervolgens op Add (Toevoegen). 3. Voer bij Add Tableau Server (Tableau Server toevoegen) > Algemene instellingen (Algemene instellingen) een label in en klik vervolgens op Next (Volgende). 4. Selecteer in ‘Sign-On Options’ (Aanmeldingsopties) de optie SAML 2.0 en scroll vervolgens omlaag naar 'Advanced Sign-on Settings' (Geavanceerde aanmeldingsinstellingen): - SAML Entity ID (SAML-entiteits-ID): voer de openbare URL in, bijvoorbeeld https://tableau.example.com. - Application user name format (Notatie toepassingsgebruikersnaam): Email (E-mail) 5. Klik op de link Identity Provider metadata (Identiteitsprovider-metadata) om een browser te starten. Kopieer de browserlink. Dit is de link die u gebruikt wanneer u Tableau configureert in de volgende procedure. 6. Klik op Gereed. 7. Wijs de nieuwe Tableau Server-toepassing van Okta toe aan uw gebruiker (gebruiker@voorbeeld.com): Klik op de gebruikersnaam en wijs de toepassing toe in Assign Application (Toepassing toewijzen). ### SAML inschakelen op Tableau Server voor IdP Voer deze procedure uit op Tableau Server-knooppunt 1 1. Download de Tableau Server-toepassingsmetadata van Okta. Gebruik de link die u bij de vorige procedure hebt opgeslagen: wget https://dev-66144217.okta.com/app/exk1egxgt1fhjkSeS5d7/sso/saml/metadata -O idp\_metadata.xml 2. Kopieer een TLS-certificaat en bijbehorend sleutelbestand naar de Tableau Server. Het sleutelbestand moet een RSA-sleutel zijn. Zie _SAML-vereisten_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/saml_requ.htm)) voor meer informatie over SAML-certificaat- en IdP-vereisten. Om certificaatbeheer en -implementatie te vereenvoudigen en als best practice voor de beveiliging, raden we aan om certificaten te gebruiken die zijn gegenereerd door een grote, vertrouwde externe certificeringsinstantie (CA). U kunt er ook voor kiezen om zelfondertekende certificaten te genereren of certificaten van een PKI voor TLS te gebruiken. Als u geen TLS-certificaat hebt, kunt u een zelfondertekend certificaat genereren met behulp van de onderstaande ingesloten procedure. Een zelfondertekend certificaat genereren Voer deze procedure uit op Tableau Server-knooppunt 1. 1. Genereer een root-certificeringsverificatiesleutel ofwel CA-sleutel (certificate authority): openssl genrsa -out rootCAKey-saml.pem 2048 2. Maak het root-CA-certificaat: openssl req -x509 -sha256 -new -nodes -key rootCAKey-saml.pem -days 3650 -out rootCACert-saml.pem U wordt gevraagd waarden in te voeren voor de certificaatvelden. Bijvoorbeeld: Country Name (2 letter code) \[XX\]:US State or Province Name (full name) \[\]:Washington Locality Name (eg, city) \[Default City\]:Seattle Organization Name (eg, company) \[Default Company Ltd\]:Tableau Organizational Unit Name (eg, section) \[\]:Operations Common Name (eg, your name or your server's hostname) \[\]:tableau.example.com Email Address \[\]:example@tableau.com 3. Maak het certificaat en de bijbehorende sleutel (`server-saml.csr` en `server-saml.key` in het onderstaande voorbeeld). De onderwerpnaam voor het certificaat moet overeenkomen met de openbare hostnaam van de Tableau-host. De onderwerpnaam wordt ingesteld met de optie `-subj` in de notatie `"/CN="`, bijvoorbeeld: openssl req -new -nodes -text -out server-saml.csr -keyout server-saml.key -subj "/CN=tableau.example.com" 4. Onderteken het nieuwe certificaat met het CA-certificaat dat u hierboven hebt gemaakt. De volgende opdracht geeft het certificaat ook weer in de `crt`\-notatie: openssl x509 -req -in server-saml.csr -days 3650 -CA rootCACert-saml.pem -CAkey rootCAKey-saml.pem -CAcreateserial -out server-saml.crt 5. Converteer het sleutelbestand naar RSA. Tableau vereist een RSA-sleutelbestand voor SAML. Voer de volgende opdracht uit om de sleutel te converteren: openssl rsa -in server-saml.key -out server-saml-rsa.key 3. Configureer SAML. Voer de volgende opdracht uit en geef daarbij uw entiteits-ID en retour-URL op, evenals de paden naar het metadatabestand, certificaatbestand en sleutelbestand: tsm authentication saml configure --idp-entity-id "https://tableau.example.com" --idp-return-url "https://tableau.example.com" --idp-metadata idp\_metadata.xml --cert-file "server-saml.crt" --key-file "server-saml-rsa.key" tsm authentication saml enable 4. Als uw organisatie Tableau Desktop 2021.4 of hoger gebruikt, moet u de volgende opdracht uitvoeren om verificatie via de reverse-proxyservers in te schakelen. Versies van Tableau Desktop 2021.2.1 - 2021.3 werken zonder dat u deze opdracht uitvoert, op voorwaarde dat de module voor voorafgaande verificatie (bijvoorbeeld Mellon) is geconfigureerd om het bewaren van cookies in het hoogste domein toe te staan. tsm configuration set -k features.ExternalBrowserOAuth -v false 5. Pas configuratiewijzigingen toe: tsm pending-changes apply ## SAML-functionaliteit valideren Om de end-to-end SAML-functionaliteit te valideren, meldt u zich aan bij Tableau Server met de openbare URL (bijvoorbeeld https://tableau.example.com) met het Tableau-beheerdersaccount dat u aan het begin van deze procedure hebt gemaakt. ## Probleemoplossing bij validatie **Bad Request**: een veelvoorkomende fout in dit scenario is de foutmelding 'Bad Request' (ongeldige aanvraag) van Okta. Dit probleem doet zich vaak voor wanneer de browser data van een eerdere Okta-sessie in de cache opslaat. Indien u bijvoorbeeld de Okta-toepassingen beheert als Okta-beheerder en vervolgens probeert toegang te krijgen tot Tableau met een ander Okta-account, kunnen sessiedata van de beheerdersdata de fout 'Bad Request' veroorzaken. Als deze fout zich blijft voordoen, zelfs nadat u de lokale browsercache hebt gewist, valideer het Tableau-scenario dan door verbinding te maken met een andere browser. Een andere oorzaak van de fout 'Bad Request' is een typefout in een van de vele URL's die u invoert tijdens het configuratieproces voor Okta, Mellon en SAML. Controleer dit allemaal zorgvuldig. Vaak geeft het httpd-bestand `error.log` op de Apache-server aan welke URL de fout veroorzaakt. **Not Found - The requested URL was not found on this server**: (Niet gevonden - De gevraagde URL is niet gevonden op deze server) Deze fout duidt op een configuratiefout. Als de gebruiker is geverifieerd met Okta en vervolgens deze foutmelding krijgt, hebt u de Okta-toepassing voor voorafgaande verificatie waarschijnlijk naar Tableau Server geüpload toen u SAML configureerde. Controleer of de metadata van de Okta Tableau Server-toepassing zijn geconfigureerd op Tableau Server, en niet de metadata van de Okta-toepassing voor voorafgaande verificatie. Andere stappen voor probleemoplossing: - Controleer `tableau.conf` zorgvuldig op typefouten of configuratiefouten. - Controleer de instellingen van de Okta-toepassing voor voorafgaande verificatie. Zorg ervoor dat het HTTP- en het HTTPS-protocol zijn ingesteld zoals aangegeven in dit onderwerp. - Start httpd opnieuw op beide proxyservers. - Verifieer dat `sudo apachectl configtest` 'Syntax OK' retourneert op beide proxyservers. - Controleer of de testgebruiker aan beide toepassingen in Okta is toegewezen. - Controleer of 'stickiness' (sessieaffiniteit) is ingesteld op de loadbalancer en de bijbehorende doelgroepen ## SSL/TLS configureren van loadbalancer tot Tableau Server Sommige organisaties hebben een end-to-end-versleutelingskanaal nodig van de client naar de backendservice. De standaardreferentiearchitectuur zoals tot dusver beschreven, specificeert SSL van de client tot de loadbalancer die op de weblaag van uw organisatie wordt uitgevoerd. Om SSL van de loadbalancer tot Tableau Server te configureren, moet u het volgende doen: - Een geldig SSL-certificaat installeren op zowel Tableau als de proxyservers. - SSL van de loadbalancer tot de reverse-proxyservers configureren. - SSL van de proxyservers tot Tableau Server configureren. - U kunt SSL ook configureren van Tableau Server tot de PostgreSQL-instantie. In de rest van dit onderwerp wordt deze implementatie beschreven in de context van de AWS-voorbeeldreferentiearchitectuur. ## Voorbeeld: SSL/TLS configureren in AWS-referentiearchitectuur In dit gedeelte wordt beschreven hoe u SSL respectievelijk op Tableau en op een Apache-proxyserver configureert in de voorbeeld-AWS-referentiearchitectuur. De Linux-procedures in dit voorbeeld tonen opdrachten voor RHEL-achtige distributies. De hier gebruikte opdrachten zijn specifiek ontwikkeld met de Amazon Linux 2-distributie. Als u de Ubuntu-distributie gebruikt, moet u de opdrachten dienovereenkomstig bewerken. ### Stap 1: Certificaten en bijbehorende sleutels verzamelen Om certificaatbeheer en -implementatie te vereenvoudigen en als best practice voor de beveiliging, raden we aan om certificaten te gebruiken die zijn gegenereerd door een grote, vertrouwde externe certificeringsinstantie (CA). U kunt er ook voor kiezen om zelfondertekende certificaten te genereren of certificaten van een PKI voor TLS te gebruiken. De volgende procedure beschrijft hoe u zelfondertekende certificaten genereert. Als u certificaten van derden gebruikt, zoals wij aanbevelen, kunt u deze procedure overslaan. Voer deze procedure uit op een van de proxyhosts. Nadat u het certificaat en de bijbehorende sleutel hebt gegenereerd, deelt u deze met de andere proxyhost en met Tableau Server-knooppunt 1. 1. Genereer een root-certificeringsverificatiesleutel ofwel CA-sleutel (certificate authority): `openssl genrsa -out rootCAKey.pem 2048` 2. Maak het root-CA-certificaat: `openssl req -x509 -sha256 -new -nodes -key rootCAKey.pem -days 3650 -out rootCACert.pem` U wordt gevraagd waarden in te voeren voor de certificaatvelden. Bijvoorbeeld: Country Name (2 letter code) \[XX\]:US State or Province Name (full name) \[\]:Washington Locality Name (eg, city) \[Default City\]:Seattle Organization Name (eg, company) \[Default Company Ltd\]:Tableau Organizational Unit Name (eg, section) \[\]:Operations Common Name (eg, your name or your server's hostname) \[\]:tableau.example.com Email Address \[\]:example@tableau.com 3. Maak het certificaat en de bijbehorende sleutel (`serverssl.csr` en `serverssl.key` in het onderstaande voorbeeld). De onderwerpnaam voor het certificaat moet overeenkomen met de openbare hostnaam van de Tableau-host. De onderwerpnaam wordt ingesteld met de optie `-subj` in de notatie `"/CN="`, bijvoorbeeld: `openssl req -new -nodes -text -out serverssl.csr -keyout serverssl.key -subj "/CN=tableau.example.com"` 4. Onderteken het nieuwe certificaat met het CA-certificaat dat u in stap 2 hebt gemaakt. De volgende opdracht geeft het certificaat ook weer in de `crt`\-notatie: `openssl x509 -req -in serverssl.csr -days 3650 -CA rootCACert.pem -CAkey rootCAKey.pem -CAcreateserial -out serverssl.crt` ### Stap 2: Tableau Server voor SSL configureren Voer deze procedure uit op beide proxyservers. 1. Installeer de Apache SSL-module: `sudo yum install mod_ssl` 2. Maak de directory `/etc/ssl/private`: `sudo mkdir -p /etc/ssl/private` 3. Kopieer de crt- en sleutelbestanden naar de volgende `/etc/ssl/`\-paden: `sudo cp serverssl.crt /etc/ssl/certs/` `sudo cp serverssl.key /etc/ssl/private/` 4. Werk het bestaande `tableau.conf`\-bestand bij met de volgende updates: - Voeg het SSL-rewrite-blok toe: RewriteEngine on RewriteCond %{SERVER\_NAME} =tableau.example.com RewriteRule ^ https://%{SERVER\_NAME}%{REQUEST\_URI} \[END,NE,R=permanent\] - Werk in het SSL-rewrite-blok de `RewriteCond` servernaam bij: voeg uw openbare hostnaam toe, bijvoorbeeld `tableau.example.com` - Wijzig `` in ``. - Plaats het ``\-blok en het ``\-blok in `` ... ``. - `BalancerMember`: verander het protocol van `http` in `https`. - Voeg `SSL*`\-elementen toe in het ``\-blok: SSLEngine on SSLCertificateFile /etc/ssl/certs/serverssl.crt SSLCertificateKeyFile /etc/ssl/private/serverssl.key SSLProxyEngine on SSLProxyVerify none SSLProxyCheckPeerName off SSLProxyCheckPeerExpire off - In het `LogLevel`\-element: voeg `ssl:warn` toe. - Optioneel: als u een verificatiemodule hebt geïnstalleerd en geconfigureerd, staan er mogelijk extra elementen in het bestand tableau.conf. Het blok ` ` zal bijvoorbeeld elementen bevatten. Hier ziet u een voorbeeld van een tableau.conf-bestand dat is geconfigureerd voor SSL: RewriteEngine on RewriteCond %{SERVER\_NAME} =tableau.example.com RewriteRule ^ https://%{SERVER\_NAME}%{REQUEST\_URI} \[END,NE,R=permanent\] ServerAdmin admin@example.com ProxyHCExpr ok234 {%{REQUEST\_STATUS} =~ /^\[234\]/} Header add Set-Cookie "ROUTEID=.%{BALANCER\_WORKER\_ROUTE}e; path=/" env=BALANCER\_ROUTE\_CHANGED BalancerMember https://10.0.3.36/ route=1 hcmethod=GET hcexpr=ok234 hcuri=/favicon.ico BalancerMember https://10.0.4.15/ route=2 hcmethod=GET hcexpr=ok234 hcuri=/favicon.ico ProxySet stickysession=ROUTEID ProxyPreserveHost On ProxyPass / balancer://tableau/ ProxyPassReverse / balancer://tableau/ DocumentRoot /var/www/html ServerName tableau.example.com ServerSignature Off ErrorLog logs/error\_sp.log CustomLog logs/access\_sp.log combined LogLevel info ssl:warn SSLEngine on SSLCertificateFile /etc/ssl/certs/serverssl.crt SSLCertificateKeyFile /etc/ssl/private/serverssl.key SSLProxyEngine on SSLProxyVerify none SSLProxyCheckPeerName off SSLProxyCheckPeerExpire off #If you have configured a pre-auth module (e.g. Mellon) include those elements here. 5. Voeg het bestand index.html toe om 403-fouten te onderdrukken: sudo touch /var/www/html/index.html 6. Start httpd opnieuw: sudo systemctl restart httpd ### Stap 3: Tableau Server voor externe SSL configureren Kopieer de bestanden serverssl.crt en serverssl.key van de host Proxy 1 naar de oorspronkelijke Tableau Server (knooppunt 1). Voer de volgende opdrachten uit op knooppunt 1: tsm security external-ssl enable --cert-file serverssl.crt --key-file serverssl.key tsm pending-changes apply ### Stap 4: Optionele verificatieconfiguratie Als u een externe identiteitsprovider voor Tableau hebt geconfigureerd, moet u waarschijnlijk de retour-URL's bijwerken in het IdP-beheerdashboard. Als u bijvoorbeeld een Okta-toepassing voor voorafgaande verificatie gebruikt, moet u de toepassing zodanig bijwerken dat deze het HTTPS-protocol gebruikt voor de ontvangers-URL en de bestemmings-URL. ### Stap 5: AWS-loadbalancer voor HTTPS configureren Als u implementeert met AWS-loadbalancer zoals gedocumenteerd in deze gids, configureert u de AWS-loadbalancer opnieuw om HTTPS-verkeer naar de proxyservers te sturen: 1. Hef de registratie van de bestaande HTTP-doelgroep op: Selecteer in Target Groups, (Doelgroepen) de HTTP-doelgroep die is geconfigureerd voor de loadbalancer, klik op Actions (Acties) en klik vervolgens op Register and deregister instance (Instantie registreren en deregistreren). Selecteer op de pagina Register and deregister targets (Doelen registreren en deregistreren) de instanties die momenteel geconfigureerd zijn, klik op Deregister (Deregistreren) en klik vervolgens op Save (Opslaan). 2. Maak een HTTPS-doelgroep: Target groups \> Create target group (Doelgroepen) > Doelgroep maken) - Selecteer Instances (Instanties). - Voer een doelgroepnaam in, bijvoorbeeld `TG-internal-HTTPS`. - Selecteer uw VPC. - Protocol: HTTPS 443 - Voeg de te lezen codelijst toe via Health checks (Statuscontroles) > Advanced health checks settings (Geavanceerde instellingen voor statuscontroles) > Success codes (Succescodes): `200,303`. - Klik op Create (Maken). 3. Selecteer de doelgroep die u zojuist hebt gemaakt en klik vervolgens op het tabblad Targets (Doelen):  - Klik op Edit (Bewerken). - Selecteer de EC2-instanties waarop de proxytoepassing wordt uitgevoerd en klik vervolgens op Toevoegen aan geregistreerd. - Klik op Opslaan. 4. Nadat u de doelgroep hebt aangemaakt, moet u 'stickiness' (sessieaffiniteit) inschakelen: - Open de AWS-pagina voor de doelgroep (EC2\> Load Balancing (Taakverdeling) > Target Groups (Doelgroepen)) en selecteer de doelgroepinstantie die u zojuist hebt ingesteld. Selecteer in het menu Action (Actie) de optie Edit attributes (Attributen bewerken). - Selecteer op de pagina Edit attributes (Attributen bewerken) de optie Stickiness (sessieaffiniteit), geef een duur van `1 day` (1 dag) op en klik vervolgens op Save changes (Wijzigingen opslaan). 5. Werk de listenerregels bij op de loadbalancer. Selecteer de loadbalancer die u voor deze implementatie hebt geconfigureerd en klik vervolgens op het tabblad Listeners. - Klik voor HTTP:80 op View/edit rules (Regels weergeven/bewerken). Klik op de resulterende pagina Rules (Regels) op het bewerkingspictogram (eenmaal bovenaan de pagina en vervolgens nogmaals naast de regel) om de regel te bewerken. Verwijder de bestaande THEN-regel en vervang deze door te klikken op Add action (Actie toevoegen) > Redirect to... (Omleiden naar) te klikken. Geef in de resulterende THEN-configuratie `HTTPS` en poort `443` op en laat de overige opties op de standaardinstellingen staan. Sla de instelling op en klik vervolgens op Update (Bijwerken). - Klik voor HTTP:443 op View/edit rules (Regels weergeven/bewerken). Klik op de resulterende pagina Rules (Regels) op het bewerkingspictogram (eenmaal bovenaan de pagina en vervolgens nogmaals naast de regel) om de regel te bewerken. Wijzig de doelgroep in de zojuist gemaakte HTTPS-groep onder Forward to... (Doorsturen naar) in de THEN\-configuratie. Schakel Stickiness in onder Group-level stickiness (Sessieaffiniteit op groepsniveau) en stel de duur in op 1 dag. Sla de instelling op en klik vervolgens op Update (Bijwerken). #### Stap 6: SSL controleren Controleer de configuratie door naar https://tableau.example.com te gaan. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Bijlage – AWS Deployment Toolbox **Opmerking:** Tableau werkt de Gids voor bedrijfsbrede implementatie niet langer bij. Hoewel we de hier beschreven referentiearchitectuur nog steeds aanbevelen als een geldig implementatiemodel voor Tableau Server in AWS, kunnen specifieke configuratieprocedures sinds de laatste update zijn gewijzigd. Vergelijk deze stappen altijd met de meest recente documentatie in de [Help van Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/get_started_server.htm) om de nauwkeurigheid te waarborgen. Dit onderwerp bevat tools en alternatieve implementatieopties voor de referentiearchitectuur bij het implementeren in AWS. Dit onderwerp beschrijft specifiek hoe u de AWS-voorbeeldimplementatie kunt automatiseren die in de EDG wordt beschreven. ## Geautomatiseerd installatiescript TabDeploy4EDG Het [TabDeploy4EDG-script](https://help.tableau.com/samples/en-us/edg/tabdeploy4edg.txt) automatiseert de Tableau-implementatie met vier knooppunten die wordt beschreven in [Deel 4 – Tableau Server installeren en configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part4.htm). Als u de AWS-voorbeeldimplementatie volgt zoals beschreven in deze handleiding, kunt u mogelijk TabDeploy4EDG uitvoeren. **Vereisten.** Om het script uit te voeren, moet u de AWS-omgeving voorbereiden en configureren volgens de voorbeeldimplementatie in [Deel 3 – De implementatie van Tableau Server Enterprise voorbereiden](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part3.htm): - VPC, subnet en beveiligingsgroepen moeten zijn geconfigureerd zoals beschreven. IP-adressen hoeven niet overeen te komen met de adressen die in de voorbeeldimplementatie worden weergegeven. - Vier EC2-instanties met de nieuwste, bijgewerkte builds van AWS Linux 2. - PostgreSQL is geïnstalleerd en geconfigureerd zoals beschreven in [PostgreSQL installeren, configureren en tarren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part4.htm#Install,). - Een in Stap 1 gemaakt tar-back-upbestand bevindt zich op de EC2-instantie waar PostgreSQL is geïnstalleerd, zoals beschreven in [Tar-back-up van PostgreSQL Stap 1 maken](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part4.htm#Take). - De EC2-instantie die knooppunt 1 van de Tableau Server-implementatie zal uitvoeren, is geconfigureerd om te communiceren met PostgreSQL zoals beschreven in [Deel 4 – Tableau Server installeren en configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part4.htm#Configur). - U bent bij elke EC2-instantie ingelogd met een SSH-sessie vanaf de bastionhost. Het script heeft ongeveer 1,5 tot 2 uur nodig om de vier Tableau-servers te installeren en configureren. Het script configureert Tableau volgens de voorgeschreven instellingen van de referentiearchitectuur. Het script voert de volgende acties uit: - Herstelt de Stap 1-back-up van de PostgreSQL-host als u een pad naar het tar-bestand van de PostgreSQL-host opgeeft. - Verwijdert bestaande Tableau-installaties voor alle knooppunten. - Voert `sudo yum update` uit voor alle knooppunten. - Downloadt en kopieert het Tableau rpm-pakket naar elk knooppunt. - Downloadt en installeert afhankelijkheden voor elk knooppunt. - Creëert `/app/tableau_server` en installeert het pakket voor alle knooppunten. - Installeert Knooppunt 1 met een lokale identiteitenarchief en configureert een externe opslagplaats met PostgreSQL. - Voert bootstrap-installatie en initiële configuratie van Knooppunt 2 tot Knooppunt 4 uit. - Verwijdert het bootstrap-bestand en het configuratiebestand voor TabDeploy4EDG. - Configureert services in het Tableau-cluster volgens de specificaties van de referentiearchitectuur. - Valideert de installatie en retourneert de status voor elk knooppunt. **Het script downloaden en kopiëren naar de bastionhost** 1. Kopieer het script van de [TabDeploy4EDG-voorbeeldpagina](https://help.tableau.com/samples/en-us/edg/tabdeploy4edg.txt) en plak de code in een bestand met de naam: `TabDeploy4EDG`. 2. Sla het bestand op in de homedirectory van de EC2-host die als bastionhost fungeert. 3. Voer de volgende opdracht uit om de modus van het bestand te wijzigen, zodat het uitvoerbaar wordt: sudo chmod +x TabDeploy4EDG **TabDeploy4EDG uitvoeren** TabDeploy4EDG moet worden uitgevoerd vanaf de bastionhost. Het script is geschreven met de veronderstelling dat u onder de context van ssh agent forwarding draait zoals beschreven in [Voorbeeld: verbinding maken met bastionhost in AWS](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part3.htm#Example:). Als u niet met ssh agent forwarding-context werkt, wordt u tijdens het installatieproces om wachtwoorden gevraagd. 1. Maak een registratiebestand (`registration.json`) aan, bewerk het en sla het op. Het bestand moet een correct geformatteerd JSON-bestand zijn. Kopieer de volgende sjabloon en pas die aan: { "zip" : "97403", "country" : "USA", "city" : "Springfield", "last\_name" : "Simpson", "industry" : "Energy", "eula" : "yes", "title" : "Safety Inspection Engineer", "phone" : "5558675309", "company" : "Example", "state" : "OR", "department" : "Engineering", "first\_name" : "Homer", "email" : "homer@example.com" } 2. Voer de volgende opdracht uit om een sjabloonconfiguratiebestand te genereren: ./TabDeploy4EDG -g edg.config 3. Open het configuratiebestand om te bewerken: sudo nano edg.config U moet minimaal de IP-adressen van elke EC2-host, een bestandspad naar het registratiebestand en een geldige licentiesleutel toevoegen. 4. Wanneer u klaar bent met het bewerken van het configuratiebestand, slaat u het op en sluit u het. 5. Om TabDeploy4EDG uit te voeren, gebruikt u de volgende opdracht: ./TabDeploy4EDG -f edg.config ## Voorbeeld: de implementatie van AWS-infrastructuur automatiseren met Terraform In deze sectie wordt beschreven hoe u Terraform configureert en uitvoert om de EDG-referentiearchitectuur in AWS te implementeren. De hier gepresenteerde Terraform-voorbeeldconfiguratie implementeert een AWS VPC met de subnetten, beveiligingsgroepen en EC2-instanties zoals beschreven in [Deel 3 – De implementatie van Tableau Server Enterprise voorbereiden](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part3.htm). Voorbeelden van Terraform-sjablonen zijn beschikbaar op de website met Tableau-voorbeelden via [https://help.tableau.com/samples/en-us/edg/edg-terraform.zip](https://help.tableau.com/samples/en-us/edg/edg-terraform.zip). Deze sjablonen moeten worden geconfigureerd en aangepast voor uw organisatie. De configuratie-inhoud in deze sectie beschrijft de minimale vereiste sjabloonwijzigingen die u moet aanbrengen alvorens te kunnen implementeren. ### Doel De Terraform-sjablonen en inhoud die hier worden aangeboden, zijn bedoeld om een werkend voorbeeld te bieden waarmee u EDG snel kunt implementeren in een ontwikkel-/testomgeving. We hebben ons uiterste best gedaan om de Terraform-voorbeeldimplementatie te testen en te documenteren. Het gebruik van Terraform om EDG in een productieomgeving te implementeren en onderhouden, vereist echter Terraform-expertise die buiten het bereik van dit voorbeeld valt. Tableau biedt geen ondersteuning voor de hier beschreven Terraform-voorbeeldoplossing. ### Eindstatus Volg de procedure in deze sectie om een VPC in AWS in te stellen die functioneel gelijkwaardig is aan de VPC die is gespecificeerd in [Deel 3 – De implementatie van Tableau Server Enterprise voorbereiden](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part3.htm). ![Een diagram van een AWS-architectuur voor Tableau Server.](/tableau/next/nl-nl/guides/enterprise-deployment/nl-nl/Img/edg-vpc-terraform.png) De voorbeeld Terraform-sjablonen en ondersteunende inhoud in deze sectie: - Maken een VPC met een elastisch IP-adres, twee beschikbaarheidszones en een subnetorganisatie zoals hierboven weergegeven (IP-adressen zijn verschillend). - Maken de beveiligingsgroepen Bastion, Openbaar, Privé en Data aan. - Stellen de meeste in- en uitgangsregels in voor de beveiligingsgroepen. U moet de beveiligingsgroepen bewerken nadat Terraform is uitgevoerd. - Maken de volgende EC2-hosts aan (elk met AWS Linux2): bastion, proxy 1 proxy 2, Tableau-knooppunt 1, Tableau-knooppunt 2, Tableau-knooppunt 3, Tableau-knooppunt 4. - EC2-hosts voor PostgreSQL worden niet aangemaakt. U moet EC2 handmatig aanmaken in de beveiligingsgroep Data en vervolgens PostgreSQL installeren en configureren zoals beschreven in [PostgreSQL installeren, configureren en tarren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part4.htm#Install,). ### Vereisten - AWS-account: u moet toegang hebben tot een AWS-account waarmee u VPC's kunt maken. - Als u Terraform vanaf een Windows-computer uitvoert, moet u AWS CLI installeren. - Een beschikbaar elastisch IP-adres in uw AWS-account. - Een domein dat geregistreerd is in AWS Route 53. Terraform creëert een DNS-zone en bijbehorende SSL-certificaten in Route 53. Daarom moet het profiel waaronder Terraform draait ook de juiste machtigingen hebben in Route 53. ### Voordat u begint - De voorbeelden van de opdrachtregels in deze procedure zijn voor het gebruik van een terminal met Apple OS. Als u Terraform op Windows gebruikt, moet u de opdrachten mogelijk aanpassen met de juiste bestandspaden. - Een Terraform-project bestaat uit een groot aantal tekstconfiguratiebestanden (bestandsextensie .tf). U configureert Terraform door deze bestanden aan te passen. Als u niet over een krachtige teksteditor beschikt, installeer dan Atom of Text++. - Als u het Terraform-project met anderen deelt, raden wij u aan het project in Git op te slaan voor wijzigingsbeheer. ### Stap 1 – Omgeving voorbereiden #### A. Terraform downloaden en installeren [https://www.terraform.io/downloads](https://www.terraform.io/downloads) #### B. Een sleutelpaar privé-openbaar genereren Dit is de sleutel die u gebruikt om toegang te krijgen tot AWS en de resulterende VPC-omgeving. Wanneer u Terraform uitvoert, neemt u daarin de openbare sleutel op. Open de terminal en voer de volgende opdrachten uit: 1. Maak een privésleutel. Bijvoorbeeld `my-key.pem`: openssl genrsa -out my-key.pem 1024 2. Maak een openbare sleutel. Deze sleutelindeling wordt niet gebruikt voor Terraform. Later in deze procedure converteert u deze naar een ssh-sleutel: openssl rsa -in my-key.pem -pubout > my-key.pub 3. Stel machtigingen in voor de privésleutel: sudo chmod 0600 my-key.pem Voor het instellen van machtigingen in Windows: - Vind het bestand in Windows Verkenner, klik er met de rechtermuisknop op en selecteer Eigenschappen. Navigeer naar het tabblad Beveiliging en klik vervolgens op Geavanceerd. - Wijzig de eigenaar naar uzelf, schakel overerving uit en verwijder alle machtigingen. Geef uzelf Volledig beheer en klik dan op Opslaan. Markeer het bestand als alleen-lezen. 4. Maak een openbare ssh-sleutel. Dit is de sleutel die u later in het proces naar Terraform kopieert. ssh-keygen -y -f my-key.pem >my-key-ssh.pub #### C. Project downloaden en statusdirectory toevoegen 1. Download het [EDG Terraform-project](https://help.tableau.com/samples/en-us/edg/edg-terraform.zip), pak het uit en sla het op uw lokale computer op. Nadat u de download hebt uitgepakt, hebt u een hoofddirectory, edg-terraform en een reeks subdirectory's. 2. Maak een directory met de naam `state`, op hetzelfde niveau als de hoofddirectory `edg-terraform`. ### Stap 2 – De Terraform-sjablonen aanpassen U moet de Terraform-sjablonen aanpassen aan uw AWS- en EDG-omgeving. Het onderstaande voorbeeld toont de minimale aanpassingen die de meeste organisaties in een sjabloon moeten doorvoeren. Het is mogelijk dat uw specifieke omgeving andere aanpassingen vereist. Deze sectie is georganiseerd op sjabloonnaam. Zorg ervoor dat u alle wijzigingen opslaat voordat u verdergaat naar _Stap 3 – Terraform uitvoeren_. #### versies.tf Er zijn drie instanties van de bestanden `versions.tf` waar het veld `required_version` overeen moet komen met de versie van terraform.exe die u gebruikt. Controleer de versie van Terraform (`terraform.exe -version`) en werk elk van de volgende instanties bij: - `edg-terraform\versions.tf` - `edg-terraform\modules\proxy\versions.tf` - `edg-terraform\modules\tableau_instance\versions.tf` #### sleutelpaar.tf 1. Open de openbare sleutel die u in stap 1B hebt gegenereerd en kopieer de sleutel: less my-key-ssh.pub Windows: kopieer de inhoud van uw openbare sleutel. 2. Kopieer de openbare sleutelreeks naar het public\_key argument, bijvoorbeeld: resource "aws\_key\_pair" "tableau" { key\_name = "my-key" public\_key = "ssh-rsa AAAAB3NzaC1yc2EAAAADAQABAAAAgQ (truncated example) dZVHambOCw==" Zorg ervoor dat de waarde `key_name` uniek is in het datacenter, anders zal `terraform apply` mislukken. #### lokale.tf Werk `user.owner` bij naar uw naam of alias. De waarde die u hier invoert, wordt gebruikt voor de tag 'Naam' in AWS voor de resources die Terraform maakt. #### aanbieders.tf 1. Voeg tags toe volgens de vereisten van uw organisatie. Bijvoorbeeld: default\_tags { tags = { "Application" = "tableau", "Creator" = "alias@example.com", "DeptCode" = "8675309", "Description" = "EDG", "Environment" = "test", "Group" = "itcloud@example.com" } } 2. Als u gebruik maakt van `provider`, voeg dan commentaar toe aan de lijnen `assume_role`: /\* assume\_role { role\_arn = "arn:aws:iam::310946706895:role/terraform-backend" session\_name = "terraform" }\*/ #### elb.tf Kies onder `'resource "aws_lb" "tableau" {'` een unieke waarde om te gebruiken voor `name` en `tags.Name`. Als een andere AWS-loadbalancer dezelfde naam heeft in het datacenter, dan zal `terraform apply` mislukken. Voeg `idle_timeout` toe: resource "aws\_lb" "tableau" { name = "edg-again-alb" load\_balancer\_type = "application" subnets = \[for subnet in aws\_subnet.public : subnet.id\] security\_groups = \[aws\_security\_group.public.id\] drop\_invalid\_header\_fields = true idle\_timeout = 400 tags = { Name = "edg-again-alb" } } #### variabelen.tf Rootdomeinnaam bijwerken. Deze naam moet overeenkomen met het domein dat u bij Route 53 hebt geregistreerd. variable "root\_domain\_name" { default = "example.com" } Standaard is het subdomein, `tableau`, opgegeven als de VPC DNS-domeinnaam. Om dit te veranderen, werkt u `subdomain` bij: variable "subdomain" { default = "tableau" } #### modules/tableau\_instantie/ec2.tf Het project bevat twee ec2.tf-bestanden. Deze aanpassing is voor de Tableau-instantie van ec2.tf in de directory: `modules/tableau_instance/ec2.tf`. - Voeg indien nodig blobtags toe: tags = { "Name" : var.ec2\_name, "user.owner" = "ALIAS", "Application" = "tableau", "Creator" = "ALIAS@example.com", "DeptCode" = "8675309", "Description" = "EDG", "Environment" = "test", "Group" = "itcloud@example.com" } } - Indien nodig kunt u uw opslag bijwerken om aan uw datavereisten te voldoen: Rootvolume: root\_block\_device { volume\_size = 100 volume\_type = "gp3" } Toepassingsvolume: resource "aws\_ebs\_volume" "tableau" { availability\_zone = data.aws\_subnet.tableau.availability\_zone size = 500 type = "gp3" } ### Stap 3 – Terraform uitvoeren #### A. Terraform initialiseren Ga op de terminal naar de directory `edg-terraform` en voer de volgende opdracht uit: terraform init Als de initialisatie succesvol is, gaat u verder met de volgende stap. Als de initialisatie mislukt, volgt u de instructies in de Terraform-uitvoer. #### B. Terraform plannen Voer vanuit dezelfde directory de opdracht 'plan' uit: terraform plan Deze opdracht kan meerdere keren worden uitgevoerd. Voer het zo vaak uit als nodig is om fouten te herstellen. Wanneer deze opdracht foutloos is uitgevoerd, gaat u verder met de volgende stap. #### C. Terraform toepassen Voer vanuit dezelfde directory de opdracht 'apply' uit: terraform apply Terraform zal u vragen om de implementatie te verifiëren. Typ `Yes`. #### Optioneel: Terraform vernietigen U kunt de volledige VPC vernietigen door de opdracht 'destroy' uit te voeren: terraform destroy De vernietigingsopdracht vernietigt alleen wat het zelf heeft gecreëerd. Als u handmatige wijzigingen hebt aangebracht in een aantal objecten in AWS (bijvoorbeeld beveiligingsgroepen, subnetten, enz.) zal `destroy` mislukken. Om een mislukte/vastgelopen vernietigingsbewerking te beëindigen, typt u `Control + C`. Vervolgens moet u de VPC handmatig opschonen en terugbrengen naar de staat waarin deze zich bevond toen Terraform deze oorspronkelijk aanmaakte. Dan kunt u de opdracht `destroy` uitvoeren. ### Stap 4 – Verbinding maken met bastion Alle opdrachtregelverbindingen verlopen via de bastionhost op TCP 22 (SSH-protocol). 1. Maak in AWS een inkomende regel in de beveiligingsgroep Bastion (**AWS** \> **Beveiligingsgroepen** > **Bastion** > **Inkomende regels bewerken**) en maak een regel om SSH (TCP 22)-verbindingen toe te staan vanaf het IP-adres of subnetmasker waarop u terminal-opdrachten uitvoert. Optioneel: het kan handig zijn om het kopiëren van bestanden tussen de EC2-instanties in de groepen Privé en Openbaar toe te staan tijdens de implementatie. Maak inkomende SSH-regels: - Privé: maak een inkomende regel om SSH toe te staan vanaf Openbaar - Openbaar: maak een inkomende regel om SSH toe te staan vanaf Privé en Openbaar 2. Gebruik de pem-sleutel die u in stap 1.B hebt gemaakt om verbinding te maken met de bastionhost: **Op een Mac-terminal:** Voer de volgende opdrachten uit vanuit de directory waar de pem-sleutel is opgeslagen: ssh-add —apple-use-keychain .pem Als u een waarschuwing krijgt dat de privésleutel voor anderen toegankelijk is, voer dan de volgende opdracht uit: `chmod 600 ` en voer daarna de opdracht `ssh-add` opnieuw uit. Maak verbinding met de bastionhost door middel van deze opdracht: `ssh -A ec2-user@IPaddress` Bijvoorbeeld: `ssh -A ec2-user@3.15.12.112`. **Op Windows, gebruikmakend van PuTTY en Pageant:** 1. Maak een ppk van een pem-sleutel: gebruik PuTTY Key Generator. Laad de pem-sleutel die u in stap 1.B hebt gemaakt. Klik na het importeren van de sleutel op **Privésleutel opslaan**. Hiermee wordt een ppk-bestand gemaakt. 2. Open in PuTTY de configuratie en breng de volgende wijzigingen aan: - Sessies>Hostnaam: voeg het IP-adres van de bastionhost toe. - Sessies>Poort: 22 - Verbinding>Data>Automatisch inloggen gebruikersnaam: ec2-user - Verbinding>SSH>Auth>Agent forwarding toestaan - Verbinding>SSH>Auth> Voor de privésleutel klikt u op Bladeren en selecteert u het .ppk-bestand dat u zojuist hebt gemaakt. 3. Installeer Pageant en laad de ppk in de toepassing. ### Stap 5 – PostgreSQL installeren De Terraform-sjabloon installeert PostgreSQL niet voor gebruik als externe opslagplaats. De bijbehorende beveiligingsgroep en het bijbehorende subnet worden echter wel aangemaakt. Als u de externe opslagplaats op een EC2-instantie met PostgreSQL wilt installeren, moet u de EC2-instantie implementeren zoals beschreven in [Deel 3 – De implementatie van Tableau Server Enterprise voorbereiden](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part3.htm). Vervolgens installeert en configureert u PostgreSQL en maakt u er een tar-back-up van, volgens de beschrijving in [Deel 4 – Tableau Server installeren en configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part4.htm). ### Stap 6 – (Optioneel) DeployTab4EDG uitvoeren Het TabDeploy4EDG-script automatiseert de Tableau-implementatie met vier knooppunten die wordt beschreven in Deel 4. Zie [Geautomatiseerd installatiescript TabDeploy4EDG](#EDGSetup). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Checklist voor migratie van eindgebruikers U bekijkt de [Gids voor handmatige migratie naar Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/guides/migration/nl-nl/emg_intro.htm). In deze gids wordt beschreven hoe u Tableau Server-implementaties met minder dan 100 gebruikers handmatig naar Tableau Cloud kunt migreren. Welkom bij Tableau Cloud! U bent hier omdat uw Tableau-beheerder onlangs uw Tableau Server-omgeving heeft gemigreerd naar [Tableau Cloud](https://online.tableau.com/), het volledig beheerde analyseplatform van Tableau. Als onderdeel van uw migratie hebben de volgende taken een paar minuten van uw tijd nodig om ervoor te zorgen dat de overgang naar Tableau Cloud soepel verloopt. Als u een van de onderstaande functies op Tableau Server gebruikte, moeten deze opnieuw worden aangemaakt in Tableau Cloud. Bekijk deze lijst om te begrijpen welke functies opnieuw moeten worden aangemaakt en volg de aangegeven stappen. Werk samen met uw Tableau-beheerder om toegang te krijgen tot zowel Tableau Server als Tableau Cloud terwijl u deze items migreert. - **URL-acties**: u moet URL-acties bijwerken die afkomstig zijn van Tableau Server, zodat ze naar Tableau Cloud-URL's verwijzen, of u kunt bijgewerkte veldvariabelen gebruiken. Zie [URL-acties](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/actions_url.htm). - **Abonnementen**: u moet zich opnieuw abonneren op weergaven, werkmappen en flows op de Tableau Cloud-site. Zie [Een abonnement voor een weergave of werkmap maken](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/subscribe_user.htm). - **Aangepaste weergaven**: een aangepaste weergave is een kopie van een weergave waarop uw selecties en filters zijn toegepast. U moet aangepaste weergaven opnieuw toepassen op uw Tableau Cloud-site. Zie [Aangepaste weergaven gebruiken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/customview.htm). - **Beveiliging op rijniveau**: gebruikers- en groepsnamen kunnen tijdens een migratie veranderen. Als u groeps- en gebruikersnamen hebt gebruikt in beveiligingsoplossingen op rijniveau binnen het databeleid, de databronnen of de werkmappen van Tableau, moeten deze na een migratie worden bijgewerkt. - **Data opvragen-lenzen**: u moet Data opvragen-lenzen opnieuw configureren in Tableau Cloud. Zie [Concrete lenzen maken voor Data opvragen voor specifieke doelgroepen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/ask_data_lenses.htm). - **Favorieten**: u moet uw favorieten opnieuw maken. U kunt elk type inhoud aan uw favorieten toevoegen, behalve ingesloten databronnen. Zie [Favorieten markeren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/favorites.htm). - **Verzamelingen**: verzamelingen moeten opnieuw worden gemaakt door gebruikers in Tableau Cloud. - **Gebruikersaccountinstellingen**: werk uw e-mailinstellingen en gebruikersinterface-opties bij. Zie [Uw accountinstellingen beheren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/useracct.htm). - **Opgeslagen referenties voor databronnen**: u moet alle databronnen en flows bijwerken die eerder uw opgeslagen referenties bevatten. Zie [Opgeslagen referenties voor dataverbindingen beheren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/manage_stored_credentials.htm). - **Webhooks**: u moet webhooks opnieuw maken in Tableau Cloud. Zie [Tableau-webhooks](https://help.tableau.com/current/developer/webhooks/nl-nl/index.html). - **Oplossingen insluiten**: als Tableau Server-weergaven in andere toepassingen zijn ingesloten, moeten die oplossingen worden bijgewerkt om Tableau Cloud-configuraties te kunnen gebruiken. Dit omvat, maar is niet beperkt tot, de URL van het inhoudsitem, hoe de webpagina met de items communiceert en verificatie van de visualisatie. - **Dashboarduitbreidingen**: afhankelijk van de gebruikscase moeten dashboarduitbreidingen mogelijk worden aangepast aan de nieuwe Tableau Cloud-omgeving. Zie [Dashboarduitbreidingen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/dashboard_extensions.htm). Het kan zijn dat uw Tableau-beheerder [ondersteuning voor dashboarduitbreidingen moet instellen op uw Cloud-site](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/dashboard_extensions_server.htm). - **Databeheer**: als uw organisatie over databeheermogelijkheden beschikt (door eerder aangeschaft Tableau Data Management of door de aankoop van Tableau Enterprise), moet u datakwaliteitswaarschuwingen en veldbeschrijvingen bijwerken. Zie [Virtuele verbindingen en databeleid](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/dm_vconn_overview.htm). ## Migratieworkflow Deze gids is opgebouwd volgens een stapsgewijs proces voor het migreren naar Tableau Cloud: 1. [De migratie plannen](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part1.htm) 2. [Een Tableau Cloud-site maken en configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part2.htm) 3. [Virtuele verbindingen migreren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part2-5.htm) 4. [Databronnen, werkmappen en Prep-flows naar Tableau Cloud migreren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part3.htm) 5. [Vernieuwingsschema's opnieuw maken voor Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part4.htm) 6. [Machtiging en toegang tot inhoud configureren voor gemigreerde gebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part5.htm) 7. [Resterende gebruikers toevoegen aan Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part6.htm) 8. **U bent hier**: Checklist voor migratie van gebruikers [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Databronnen, werkmappen en Prep-flows naar Tableau Cloud migreren U bekijkt de [Gids voor handmatige migratie naar Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/guides/migration/nl-nl/emg_intro.htm). In deze gids wordt beschreven hoe u Tableau Server-implementaties met minder dan 100 gebruikers handmatig naar Tableau Cloud kunt migreren. Voor veel organisaties die een handmatige migratie uitvoeren, kan het zinvol zijn om gebruikers (of een subset van gebruikers) de inhoud waarmee ze vertrouwd zijn te laten migreren naar de nieuwe Tableau Cloud-site. De stappen voor de inhoudsmigratie die in dit onderwerp worden beschreven, kunnen worden voltooid door gebruikers (met de rol van Creator) in uw organisatie. ## Voordat u begint Voordat u aan de inhoudmigratie begint, willen we onze aanbeveling benadrukken om een volledige inventarisatie en opschoning van uw bestaande Tableau Server-omgeving uit te voeren. Zie [Alles opschonen: wordt u blij van uw inhoud?](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part1.htm#Cleaning) **Houd Tableau Server actief!** Zorg er tijdens uw migratieproces voor dat alle inhoud- en bedrijfsprocessen operationeel blijven in uw Tableau Server-systeem. Stel uw Tableau Server-omgeving niet buiten gebruik voordat u hebt geverifieerd en gevalideerd dat uw inhoud en procedures op de juiste manier naar Tableau Cloud zijn gemigreerd. ## Stap 1: maak projecten voor uw site met een minimaal toegangsbeleid We raden u aan om uw nieuwe Tableau Cloud-site in te stellen met een minimaal toegangsbeleid. Het is belangrijk om te weten dat nadat een gebruiker aan Tableau Cloud is toegevoegd, deze toegang kan krijgen tot inhoud op het platform. Voordat u begint, raden wij u aan [Snelle start: Machtigingen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/qs_permissions.htm) te raadplegen voor een opfriscursus over hoe machtigingen samenwerken en over worden genomen in Tableau. Als u bekend bent met deze concepten in de context van Tableau Server, dan bent u klaar om te starten. Tableau Cloud-machtigingen gebruiken dezelfde logica als Server. Volg deze stappen om projecten met een minimaal toegangsbeleid in te stellen. 1. Configureer de [sjabloonmachtigingen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/permissions_capabilities.htm) in het standaardproject voordat u meer projecten maakt. 2. Verwijder de machtigingen voor de groep Alle gebruikers. Door Alle gebruikers te verwijderen, zorgt u ervoor dat projecten worden geconfigureerd met expliciete machtigingen voor gebruikers die toegang tot de inhoud nodig hebben. 3. [Maak groepen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_add_users_groups.htm). Groepen vereenvoudigen het machtigingenbeheer naarmate uw organisatie en/of inhoud schaalt. Zie [Projecten gebruiken om toegang tot inhoud te beheren](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/projects.htm) voor meer algemene richtlijnen voor projectmachtigingen. ## Stap 2: voeg gebruikers met de rol Creator toe Nadat u het minimale toegangsbeleid hebt geconfigureerd, is dit het moment om gebruikers toe te voegen die inhoud gaan migreren. Als u niet op gebruikers wilt vertrouwen om inhoud te migreren, kunt u ze later in het proces toevoegen. Zie [Machtiging en toegang tot inhoud configureren voor gemigreerde gebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part5.htm). Volg deze richtlijnen voor het toevoegen van gebruikers met de rol van Creator: - Siterollen bekijken: [Siterollen voor gebruikers instellen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/users_site_roles.htm). - U kunt [gebruikers handmatig toevoegen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/sites_addusers.htm) of [ze importeren met een csv-bestand](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/users_import.htm). - Nadat u de gebruikers hebt toegevoegd en hun rollen hebt ingesteld, voegt u ze toe aan de juiste groepen die u in de vorige stap hebt ingesteld. ## Stap 3: migreer gepubliceerde databronnen Als meerdere werkmappen één gepubliceerde databron gebruiken, hoeft u de gepubliceerde databron slechts één keer te migreren. 1. Meld u op Tableau Desktop aan bij uw Tableau Server-omgeving, navigeer naar de werkmap(pen) die u wilt migreren en klik op Downloaden. 2. In het menu Data in Tableau Desktop selecteert u de databron, selecteert u Een lokale kopie maken en slaat u vervolgens de lokale kopie van de databron op. 3. Als u vanuit een blad werkt, selecteert u Data > Databron vervangen. Voer de volgende opties in: - Huidig: vervanging van de huidige lokale kopie: de lokale kopie die u hebt opgeslagen - Klik in het deelvenster Data met de rechtermuisknop op de oorspronkelijke gepubliceerde databron en selecteer vervolgens Sluiten. 4. Selecteer Server en klik vervolgens op Afmelden. 5. Selecteer de databron in het menu Data en selecteer Publiceren naar server. 6. Meld u in Tableau Desktop aan bij Tableau Cloud en publiceer vervolgens de databron. 7. Plan indien nodig een vernieuwing van die databron in Tableau Cloud. Zie [Vernieuwingsschema's opnieuw maken voor Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part4.htm) voor meer informatie. Als de nieuw gepubliceerde databron de enige databron in de werkmap is, volgt u de volgende twee stappen om de werkmap ook te publiceren. Als de werkmap meerdere gepubliceerde databronnen heeft, gaat u verder met de volgende stap. 1. Controleer dat bij het publiceren van de databron Werkmap bijwerken om de gepubliceerde databron te gebruiken is geselecteerd. 2. Selecteer Server > Werkmap publiceren om de werkmap te publiceren naar Tableau Cloud. ## Stap 4: migreer werkmappen met meerdere gepubliceerde databronnen Herhaal het volgende proces voor alle gepubliceerde databronnen die u naar Tableau Cloud wilt migreren. 1. Meld u op Tableau Desktop aan bij uw Tableau Server-omgeving, navigeer naar de gepubliceerde databron die u wilt migreren en klik op Downloaden. 2. Het bestand wordt geopend in Tableau Desktop. In het menu Data in Tableau Desktop selecteert u de databron, selecteert u Een lokale kopie maken en slaat u vervolgens de lokale kopie van de databron op. 3. Klik in het deelvenster Data met de rechtermuisknop op de oorspronkelijke gepubliceerde databron en selecteer vervolgens Sluiten. 4. Herhaal stap 2-3 voor alle gepubliceerde databronnen in de werkmap. 5. Selecteer Server en klik vervolgens op Afmelden. 6. Als u vanuit een blad werkt, selecteert u Data > Databron vervangen. Voer de volgende opties in: - Huidig: de huidige lokale kopie - Vervanging: de lokale kopie die u hebt opgeslagen 7. Nadat alle gepubliceerde databronnen zijn vervangen, selecteert u Selecteren > Werkmap publiceren om de werkmap te publiceren naar Tableau Cloud. Als de werkmap ook een ingesloten databron heeft waarvoor Tableau Bridge vereist is, moeten deze databronnen net als tijdens de migratie afzonderlijk worden gepubliceerd. Zie [Een databron publiceren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/publish_datasources.htm). ## Stap 5: migreer werkmappen met ingesloten databronnen 1. Meld u op Tableau Desktop aan bij uw Tableau Server-omgeving, navigeer naar de werkmap(pen) die u wilt migreren en klik op **Downloaden**. 2. Selecteer **Server** en klik vervolgens op **Afmelden**. 3. Selecteer **Server** en klik vervolgens op **Aanmelden** om u aan te melden bij Tableau Cloud. 4. Als de ingesloten databron Tableau Bridge vereist voor automatisch vernieuwen en deze **bestandsdata** is (zoals .csv en .xlsx), volgt u de instructies bij [Data op locatie publiceren (alleen Tableau Cloud)](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/publish_datasources.htm#publish-onpremises-data-tableau-cloud-only). 5. Als de databron niet Tableau Bridge vereist **of** geen bestandsdata is, **selecteert u Server > Werkmap publiceren**. ## Stap 6: migreer Tableau Prep-flows Voor alle openbaar beschikbare clouddata moet u mogelijk Tableau Cloud inschakelen om deze op te vragen. Zie [Toegang autoriseren tot Cloud-data die worden gepubliceerd naar Tableau Cloud](https://www.google.com/url?q=https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/publish_tableau_online_ip_authorization.htm) om de verbinding in te schakelen. Herhaal de volgende procedure voor alle Tableau Prep-flows die u naar Tableau Cloud wilt migreren. Voer deze procedure uit op een computer die [Tableau Prep Builder](https://www.tableau.com/nl-nl/products/prep/download) uitvoert. 1. Meld u aan bij uw Tableau Server-omgeving, navigeer naar de flow die u wilt migreren en klik op Downloaden. 2. De flow wordt geopend in Tableau Prep Builder: 1. Als de flow verbinding maakt met ten minste één gepubliceerde databron, wordt u automatisch gevraagd zich aan te melden bij uw server. Als u hier niet automatisch om wordt gevraagd, selecteert u in het bovenste menu Server > Aanmelden en meld u zich aan bij Tableau Server. 2. Navigeer vanuit het bovenste menu en selecteer Server. Klik bij Aangemeld bij de server-URL op Afmelden. 3. Als de flow verbinding maakt met ten minste één gepubliceerde databron, ziet u de volgende waarschuwing: ![](/tableau/next/nl-nl/guides/migration/nl-nl/Img/prep-migrate_583x269.png) 4. Klik op Afmelden. 3. Navigeer naar het bovenste menu en selecteer Server > Aanmelden > Sneller verbinding maken met Tableau Cloud om u aan te melden bij Tableau Cloud. 4. Als de flow geen gepubliceerde databronnen bevat, gaat u verder met de volgende stap. Als de flow verbinding maakt met ten minste één gepubliceerde databron 1. Open het venster Verbindingen en maak verbinding met de nieuwe versie van de gepubliceerde databron in Tableau Cloud. 2. Sleep de nieuwe verbinding en zet deze neer om de bestaande invoerstap voor gepubliceerde databronnen in Tableau Server te vervangen. 3. Klik met de rechtermuisknop op de bestaande verbinding in de verbindingenfly-out en verwijder de door Tableau Server gepubliceerde databron. 4. Herhaal de stappen voor alle andere verbonden gepubliceerde databronnen in de flow. 5. Als uw flow naar één of meerdere gepubliceerde databronnen wordt uitgevoerd, navigeert u naar de uitvoerstap(pen) en werkt u deze bij zodat ze verwijzen naar de nieuwe gepubliceerde databron in Tableau Cloud. - Herhaal de stappen voor alle andere uitgevoerde gepubliceerde databronnen in de flow. 6. Nadat alle gepubliceerde databronnen zijn vervangen, selecteert u Server > Flow publiceren of klikt u op de knop Publiceren in de rechterbovenhoek om de flow naar Tableau Cloud te publiceren. ## Migratieworkflow Deze gids is opgebouwd volgens een stapsgewijs proces voor het migreren naar Tableau Cloud: 1. [De migratie plannen](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part1.htm) 2. [Een Tableau Cloud-site maken en configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part2.htm) 3. [Virtuele verbindingen migreren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part2-5.htm) 4. **U bent hier**: Databronnen, werkmappen en flows naar Tableau Cloud migreren 5. [Vernieuwingsschema's opnieuw maken voor Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part4.htm) 6. [Machtiging en toegang tot inhoud configureren voor gemigreerde gebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part5.htm) 7. [Resterende gebruikers toevoegen aan Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part6.htm) 8. [Checklist voor migratie van eindgebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part7.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # De migratie plannen U bekijkt de [Gids voor handmatige migratie naar Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/guides/migration/nl-nl/emg_intro.htm). In deze gids wordt beschreven hoe u Tableau Server-implementaties met minder dan 100 gebruikers handmatig naar Tableau Cloud kunt migreren. In dit onderwerp wordt u door twee belangrijke planningstaken geleid die u moet voltooien voordat u migreert: uw dataconnectiviteitsstrategie en het instellen van uw verificatiemechanisme. U kunt een samengevatte lijst met functieverschillen vinden in het Help-onderwerp van Tableau Server, _Technische overwegingen bij het migreren van Tableau Server naar Tableau Cloud_ ([Windows](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/migrate_server_to_cloud_overview.htm) | [Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/migrate_server_to_cloud_overview.htm)). Voer de [Beoordeling van technische gereedheid voor Tableau Cloud-migratie](https://exchange.tableau.com/products/921) uit om te weten of er gebruikscases zijn die mogelijk moeten worden aangepast voordat u naar Tableau Cloud migreert. ## Ontdek meer over Tableau Cloud Als u nieuw bent bij Tableau Cloud, raden we u aan meer over het platform te leren door u aan te melden voor een [zelfstudiecursus](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/training/elearning) online. Deze cursussen kunnen dienen als introductie tot Tableau Cloud en bieden u wat context bij het plannen van uw migratie. Als u bekend bent met het huidige beheer van Tableau Server, zult u merken dat veel van uw taken grotendeels hetzelfde zijn in Tableau Cloud. Met de overstap naar Tableau Cloud zullen taken die verband houden met het implementeren en beheren van de software echter door Tableau worden afgehandeld als beheerde service. U kunt de upgrades aan ons overlaten. Ga naar de blogpost [Moet ik mijn Analytics naar Tableau Cloud verplaatsen?](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/should-i-move-my-analytics-cloud) voor meer details. Met Tableau Cloud kunt u meer energie steken in het zorgen voor soepele dataconnectiviteit, het uitrusten van gebruikers met best practices en het ontwikkelen van een analysegemeenschap. Ga naar de pagina [Tableau Cloud-sitebeheerder](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/get-started/online-admin) voor meer details over wat het beheren van een Tableau Cloud-site inhoudt en voor een heleboel bronnen om u als beheerder op weg te helpen. ## Uw datastrategie voor Tableau Cloud plannen Tableau Cloud kan verbinding maken met tientallen databronnen, maar het is essentieel dat u een dataconnectiviteitsplan ontwikkelt voordat u met een migratie begint. In deze sectie laten we zien hoe u dat het beste kunt doen en beschrijven we de twee manieren waarop Tableau Cloud verbinding maakt met data. Het doel is om te valideren dat u na uw migratie naar Tableau Cloud aan uw huidige datavereisten kunt voldoen. ### Alles opschonen: wordt u blij van uw inhoud? Voordat u begint met het evalueren van de verschillende datatypen en de manier waarop u al uw databronnen, werkmappen en projecten naar Tableau Cloud migreert, raden we u aan deze migratie te gebruiken als een kans om wat opschoonwerk te doen. De meeste organisaties die Tableau Server langer dan een jaar of twee gebruiken, verzamelen een bepaalde hoeveelheid verouderde inhoud: werkmappen, databronnen, projecten en flows. We raden u aan deze stappen te ondernemen voordat u migreert: - U kunt gebruikmaken van de beheerweergave _Verouderde inhoud_ ([Windows](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/adminview-stale-content.htm) | [Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/adminview-stale-content.htm)) in Tableau Server om inhoud te identificeren die niet langer in gebruik is. Het heeft meestal geen zin om oude, gearchiveerde inhoud naar Tableau Cloud te verplaatsen. Laat deze achter! - Zoals bij de meeste organisaties die al een tijdje met Tableau Server werken, is uw inhoudhiërarchie en machtigingsstructuur waarschijnlijk organisch geëvolueerd en daardoor waarschijnlijk wat rommelig. Terwijl u de migratie inplant, kunt u een strategie ontwikkelen die de project-, groeps- en machtigingsstructuren in uw nieuwe Tableau Cloud-site optimaliseert. - Als u een Tableau Data Management-klant bent, kunt u de tools voor het opschonen, combineren en verwerken van data gebruiken voor de aanstaande verhuizing. ### Dashboardprestaties optimaliseren Als het om prestaties gaat, is een goede vuistregel dat als uw dashboards traag zijn in Tableau Server, ze waarschijnlijk ook traag zullen zijn in Tableau Cloud. Voordat u migreert, moet u eventuele problemen met de prestaties van het dashboard oplossen met behulp van de stappen in [De prestaties van werkmappen optimaliseren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/performance_tips.htm). Door aanpassingen te maken vóór de migratie, profiteert u van dezelfde verbeterde prestaties in Tableau Cloud. ### Een lijst en een databronstrategie maken Nadat u de bestaande inhoud hebt opgeschoond, is het tijd om uw databronnen te inventariseren. Het doel van deze oefening is om te bepalen hoe u gebruikers in uw organisatie gaat ondersteunen met de databronnen die zij momenteel gebruiken. Doe het volgende voor elke databron: - Controleer deze ten opzichte van de Tableau Cloud-connectortabel in de volgende sectie. Als deze wordt ondersteund, hebt u een directe weg vooruit. Als deze niet in de tabel staat... - Controleer deze ten opzichte van [Connectiviteit met Bridge](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_sync_local_data.htm) om te bepalen of uw datatype wordt ondersteund door Tableau Bridge. - Als de databron een statisch bestand is, ondersteunt Tableau Cloud het uploaden van Excel- of tekstgebaseerde databronnen (.xlsx, .csv, .tsv) rechtstreeks vanuit de browser of Tableau Desktop. De maximale bestandsgrootte die u kunt uploaden is 1 GB. Het is waarschijnlijker dat uw gebruikers verbinding maken met dit soort bestanden in een gedeelde, gemeenschappelijke directory. Als dit het geval is, kunt u deze bestanden uploaden naar een openbare cloudruimte zoals bijvoorbeeld Google Drive, Dropbox of OneDrive. U kunt hiervoor ook Bridge gebruiken. U (of uw gebruikers) kunnen Tableau Cloud vervolgens configureren om verbinding te maken met deze ruimtes voor een livedataverbinding. - Voer de [Beoordeling van technische gereedheid voor Tableau Cloud-migratie](https://exchange.tableau.com/products/921) uit om te weten of er gebruikscases zijn die mogelijk moeten worden aangepast voordat u naar Tableau Cloud migreert. #### Ondersteunde Tableau Cloud-connectors De volgende connectors worden ondersteund in Tableau Cloud

Alibaba AnalyticsDB voor MySQL‡

Alibaba Data Lake Analytics‡

Amazon Athena‡

Amazon Aurora for MySQL‡

Amazon EMR Hadoop Hive‡

Amazon Redshift‡

Apache Drill‡

Azure Data Lake Storage Gen2‡

Azure Synapse Analytics (compatibel met SQL Server)

Box‡

Cloudera Hadoop‡

Databricks‡

Datorama van Salesforce‡

Denodo‡

Dremio van Dremio‡

Dropbox*‡

Esri-connector‡

Exasol‡

Google BigQuery*‡

Google Cloud SQL (compatibel met MySQL)‡§

Google Drive‡

Hortonworks Hadoop Hive

Impala‡

Kyvos‡

MariaDB‡

Microsoft Azure SQL-database‡

Microsoft Azure Synapse Analytics‡

Microsoft SQL Server‡

MongoDB BI Connector‡

MySQL‡

OData‡

OneDrive*‡

Oracle‡

Pivotal Greenplum Database‡

PostgreSQL‡

Presto‡

Qubole Presto‡

Salesforce‡

SAP HANA (alleen voor virtuele verbindingen)‡

SharePoint-lijsten‡

SingleStore (voorheen MemSQL)‡

Snowflake‡

Spark SQL‡

Teradata**‡

Vertica‡

\*Zie [OAuth-verbindingen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/protected_auth.htm) voor meer informatie over het gebruik van de OAuth 2.0-standaard voor Google BigQuery-, OneDrive- en Dropbox-verbindingen in Tableau Cloud. \*\*Teradata-webauthoring ondersteunt momenteel geen functionaliteit voor querybanding. Zie [Teradata](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/examples_teradata.htm) voor details. ‡Ondersteunt virtuele verbindingen als u Databeheer hebt. Zie [Over virtuele verbindingen en databeleid](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/dm_vconn_overview.htm) in de Help bij Tableau Cloud voor details. §Tableau Cloud ondersteunt geen SSL met Google Cloud SQL. ## Gebruikersaccounts en verificatie De tweede essentiële planningsstap is het identificeren van het verificatiemechanisme dat u wilt gebruiken voor Tableau Cloud-gebruikers. Het standaardgebruikersaccount op Tableau Cloud heet TableauID. TableauID vereist meervoudige verificatie (MFA) om veilige toegang tot Tableau Cloud te garanderen. Zie [Over meervoudige verificatie en Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/security_auth.htm#mfa_requirement) in de Tableau Cloud-documentatie. Als uw organisatie een identiteitsprovider (IdP) gebruikt om verificatie mogelijk te maken, kunt u die waarschijnlijk gebruiken voor Tableau Cloud. We ondersteunen op een systeemeigen manier Salesforce-verificatie en Google OpenID. U kunt SAML ook configureren voor Azure, Okta, OneLogin, AD FS, PingOne of elke andere IdP die standaard SAML 2.0-verificatie ondersteunt. Bekijk voordat u verdergaat de mogelijkheden voor [Verificatie](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/security_auth.htm) in Tableau Cloud om een plan te ontwikkelen. Als uw organisatie identiteiten beheert met Azure AD, Okta of OneLogin, dan kunt u ook automatisch gebruikers en groepen inrichten in Tableau Cloud. Zie [Gebruikersbevoegdheden en groepssynchronisatie automatiseren via een externe identiteitsprovider](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/scim_config_online.htm). ## Migratieworkflow Deze gids is opgebouwd volgens een stapsgewijs proces voor het migreren naar Tableau Cloud: 1. **U bent hier**: De migratie plannen 2. [Een Tableau Cloud-site maken en configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part2.htm) 3. [Virtuele verbindingen migreren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part2-5.htm) 4. [Databronnen, werkmappen en Prep-flows naar Tableau Cloud migreren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part3.htm) 5. [Vernieuwingsschema's opnieuw maken voor Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part4.htm) 6. [Machtiging en toegang tot inhoud configureren voor gemigreerde gebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part5.htm) 7. [Resterende gebruikers toevoegen aan Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part6.htm) 8. [Checklist voor migratie van eindgebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part7.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Deel 1 – De basisprincipes van implementatie in bedrijven **Opmerking:** Tableau werkt de Gids voor bedrijfsbrede implementatie niet langer bij. Hoewel we de hier beschreven referentiearchitectuur nog steeds aanbevelen als een geldig implementatiemodel voor Tableau Server in AWS, kunnen specifieke configuratieprocedures sinds de laatste update zijn gewijzigd. Vergelijk deze stappen altijd met de meest recente documentatie in de [Help van Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/get_started_server.htm) om de nauwkeurigheid te waarborgen. In deel 1 worden de functies en vereisten van de industriestandaard implementatie in bedrijven nader beschreven. Hiervoor is de Gids voor bedrijfsbrede implementatie van Tableau Server ontworpen. Het onderstaande netwerkdiagram toont een generieke gelaagde implementatie voor een datacenter met Tableau Server-referentiearchitectuur. ## Industriestandaard en implementatievereisten Hieronder staan de kenmerken van implementaties die voldoen aan de industriestandaard. Dit zijn de vereisten waarvoor de referentiearchitectuur is ontworpen: - Een netwerkontwerp met meerdere lagen: het netwerk is verbonden door beveiligde subnetten om de toegang te beperken per laag: web-, toepassings- en datalaag. Enkele communicatie kan niet door meerdere subnetten heen gaan, omdat alle communicatie bij het volgende subnet wordt beëindigd. - Standaard geblokkeerde poorten en protocollen: elk subnet en elke beveiligingsgroep blokkeert standaard alle inkomende en uitgaande poorten en protocollen. Communicatie wordt deels mogelijk gemaakt door excepties te openen in de poort- of protocolconfiguratie. - 'Off-box' webverificatie: gebruikersverzoeken vanaf internet worden geverifieerd door een verificatiemodule op de reverse-proxy in de weblaag. Daarom worden alle verzoeken aan de toepassingslaag al in de weblaag geverifieerd voordat ze naar de beveiligde toepassingslaag worden doorgestuurd. - Platformonafhankelijk: de oplossing kan worden geïmplementeerd met on-premises servertoepassingen of in de cloud. - Technologie-agnostisch: de oplossing kan worden geïmplementeerd in een virtuele machine-omgeving of in containers. Kan ook op Windows of Linux worden geïmplementeerd. Deze eerste versie van de referentiearchitectuur en ondersteunende documentatie is echter ontwikkeld voor Linux die draait op AWS. - Hoge beschikbaarheid: alle componenten in het systeem worden als cluster geïmplementeerd en zijn ontworpen om te werken in een actieve/actieve- of actieve/passieve-implementatie. - Geïsoleerde rollen: elke server vervult een discrete rol. Dit ontwerp verdeelt alle servers zodanig dat de toegang beperkt blijft tot service-specifieke beheerders. DBA's beheren bijvoorbeeld PostgreSQL voor Tableau, identiteitsbeheerders beheren de verificatiemodule op de weblaag, en netwerk- en cloudbeheerders maken verkeer en connectiviteit mogelijk. - Lineair schaalbaar: u kunt elke laag onafhankelijk schalen op basis van het belastingprofiel, omdat het discrete rollen zijn. - Clientondersteuning: de referentiearchitectuur ondersteunt alle Tableau-clients: Tableau Desktop (versie 2021.2 of later), Tableau Mobile en Tableau Web Authoring. ## Veiligheidsmaatregelen Zoals gezegd is beveiliging een van de belangrijkste kenmerken van de industriestandaard voor ontwerpen voor datacenters. - Toegang: elke laag is gebonden aan een subnet dat toegangscontrole op netwerklaag afdwingt met behulp van poortfiltering. Communicatietoegang tussen subnetten kan ook worden afgedwongen door de toepassingslaag met geverifieerde services tussen processen. - Integratie: de architectuur is ontworpen om te worden aangesloten op een identiteitsprovider (IdP) op de reverse-proxy in de weblaag. - Privacy: verkeer naar de weblaag wordt vanaf de client versleuteld met SSL. Optioneel kan het verkeer naar de interne subnetten ook worden versleuteld. ## Webproxy-laag De weblaag is een subnet in de DMZ (ook wel perimeterzone genoemd) die fungeert als beveiligingsbuffer tussen het internet en de interne subnetten waar toepassingen worden geïmplementeerd. De weblaag host reverse-proxyservers die geen gevoelige informatie opslaan. De reverse-proxyservers zijn geconfigureerd met een AuthN-plug-in om clientsessies vooraf te verifiëren met een vertrouwde IdP, voordat de clientaanvraag wordt omgeleid naar Tableau Server. Zie [Pre-verificatie met een AuthN-module](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part5.htm#Pre-auth) voor meer informatie. ### Loadbalancers Het implementatieontwerp omvat een zakelijke loadbalancing-oplossing vóór de reverse-proxyservers. Loadbalancers bieden belangrijke verbeteringen op het gebied van beveiliging en prestaties, dankzij de volgende functies: - Virtualisatie van de front-end URL voor de services van de toepassingslaag - Het afdwingen van SSL-versleuteling - Het ontlasten van SSL - Afgedwongen compressie tussen de client en de weblaagservices - Bescherming tegen DOS-aanvallen - Het bieden van hoge beschikbaarheid **Opmerking**: Tableau Server versie 2022.1 bevat de onafhankelijke gateway van Tableau Server. De onafhankelijke gateway is een zelfstandige instantie van het Tableau-gatewayproces dat fungeert als een Tableau-bewuste reverse proxy. Bij de release is de onafhankelijke gateway gevalideerd, maar nog niet volledig getest in de EDG-referentiearchitectuur. Nadat de tests volledig zijn voltooid, wordt de EDG bijgewerkt met de aanbevolen richtlijnen voor de onafhankelijke gateway van Tableau Server. ## Toepassingslaag De toepassingslaag bevindt zich in een subnet waarop de belangrijkste bedrijfslogica van de servertoepassing wordt uitgevoerd. De toepassingslaag bestaat uit services en processen die zijn geconfigureerd op gedistribueerde knooppunten in een cluster. De toepassingslaag is alleen toegankelijk via de weblaag en is niet rechtstreeks toegankelijk voor gebruikers. Prestaties en betrouwbaarheid worden verbeterd door de toepassingsprocessen zo te configureren dat processen die verschillende resources gebruiken (oftewel CPU-intensief versus geheugenintensief profiel) op dezelfde locatie worden uitgevoerd. ## Datalaag De datalaag is een subnet dat waardevolle data bevat. Al het verkeer naar deze laag is afkomstig van de toepassingslaag en is daarom al geverifieerd. Naast de toegangsvereisten op de netwerklaag met poortconfiguratie, moet deze laag ook geverifieerde toegang en optioneel versleuteld verkeer met de toepassingslaag omvatten. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Deel 2 – De basisprincipes van de referentiearchitectuur voor de implementatie van Tableau Server **Opmerking:** Tableau werkt de Gids voor bedrijfsbrede implementatie niet langer bij. Hoewel we de hier beschreven referentiearchitectuur nog steeds aanbevelen als een geldig implementatiemodel voor Tableau Server in AWS, kunnen specifieke configuratieprocedures sinds de laatste update zijn gewijzigd. Vergelijk deze stappen altijd met de meest recente documentatie in de [Help van Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/get_started_server.htm) om de nauwkeurigheid te waarborgen. De afbeelding hieronder toont de relevante Tableau Server-processen en hoe deze in de referentiearchitectuur zijn geïmplementeerd. Deze implementatie wordt beschouwd als de minimale Tableau Server-implementatie die geschikt is voor bedrijven. De procesdiagrammen in dit onderwerp zijn bedoeld om de belangrijkste, bepalende processen van elk knooppunt weer te geven. Er zijn veel ondersteunende processen die ook op de knooppunten draaien, maar die niet in de diagrammen zijn weergegeven. Zie de configuratiesectie van deze gids, [Deel 4 – Tableau Server installeren en configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part4.htm) voor een lijst met alle processen. ## Tableau Server-processen De Tableau Server-referentiearchitectuur is een Tableau Server-clusterimplementatie met vier knooppunten en een externe opslagplaats op PostgreSQL: - Het eerste knooppunt van Tableau Server (Knooppunt 1): voert de vereiste TSM-beheer- en licentieservices uit die alleen op één knooppunt in het cluster kunnen worden uitgevoerd. In de zakelijke context is het eerste knooppunt van Tableau Server het primaire knooppunt in het cluster. Dit knooppunt voert ook redundante toepassingservices uit met Knooppunt 2. - De toepassingsknooppunten van Tableau Server (Knooppunt 1 en Knooppunt 2): de twee knooppunten verwerken clientverzoeken, maken verbinding met en voeren query's uit op databronnen en op de dataknooppunten. - De dataknooppunten van Tableau Server (Knooppunt 3 en Knooppunt 4): twee knooppunten die speciaal zijn bedoeld voor het beheer van data. - Externe PostgreSQL: deze host voert het proces voor de Tableau Server-opslagplaats uit. Voor implementatie van hoge beschikbaarheid moet u een extra PostgreSQL-host gebruiken voor actieve/passieve redundantie. U kunt PostgreSQL ook op Amazon RDS laten draaien. Zie _Externe opslagplaats Tableau Server_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/server_external_repo.htm)) voor meer informatie over de verschillen tussen het uitvoeren van de opslagplaats op RDS en een EC2-instantie. Voor het implementeren van Tableau Server met een externe opslagplaats is een Tableau Advanced Management-licentie vereist. Als uw organisatie niet over interne DBA-expertise beschikt, hebt u de optie om het proces voor de Tableau Server-opslagplaats uit te voeren in de standaard, interne PostgreSQL-configuratie. In het standaardscenario draait de opslagplaats op een Tableau-knooppunt met ingesloten PostgreSQL. In dit geval raden we aan om de opslagplaats op een speciaal Tableau-knooppunt te laten draaien en een passieve opslagplaats op een extra, speciaal hiervoor bestemd knooppunt, ter ondersteuning van de Failover voor opslagplaats. Zie _Failover voor opslagplaats_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/distrib_ha_failover.htm)). Ter illustratie legt de AWS-implementatie die in deze gids wordt beschreven uit hoe u de externe opslagplaats implementeert op PostgreSQL die draait op een EC2-instantie. - Optioneel: Als uw organisatie externe opslag gebruikt, kunt u Tableau Bestandsarchief implementeren als een externe service. In deze gids is het externe bestandsarchief niet in het kernimplementatiescenario opgenomen. Zie _Tableau Server installeren met extern bestandsarchief_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/server_external_filestore_storage_new_install.htm)). Voor het implementeren van Tableau Server met een extern bestandsarchief is een Tableau Advanced Management-licentie vereist. ### PostgresSQL-opslagplaats Tableau Server-opslagplaats is een PostgresSQL-database die serverdata opslaat. Deze data bevatten informatie over Tableau Server met betrekking tot de gebruikers, groepen en groepstoewijzingen, machtigingen, projecten, databronnen en metadata en vernieuwingsinformatie van extracten. ![Datareplicatie vindt plaats tussen twee PostgreSQL-databases, beide met het iconische olifantenlogo.](/tableau/next/nl-nl/guides/enterprise-deployment/nl-nl/Img/edg-ref-arch-repo.png) De standaard PostgresSQL-implementatie verbruikt bijna 50% van de resources voor systeemgeheugen. Afhankelijk van het gebruik (voor productie en grootschalige productie-implementaties) kan het gebruik van de resources nog toenemen. Om deze reden raden wij aan om het opslagplaatsproces uit te voeren op een computer waarop geen andere resource-intensieve servercomponenten zoals VizQL, Backgrounder of Data-engine worden uitgevoerd. Wanneer u het opslagplaatsproces samen met een van deze componenten uitvoert, ontstaan er I/O-conflicten, resource-beperkingen en worden de algehele prestaties van de implementatie slechter. ## Knooppunt 1: eerste knooppunt Het eerste knooppunt voert een klein aantal belangrijke processen uit en deelt de toepassingsbelasting met Knooppunt 2. De eerste computer waarop u Tableau installeert, het 'eerste knooppunt', heeft een aantal unieke kenmerken. Drie processen worden alleen op het eerste knooppunt uitgevoerd en kunnen niet naar een ander knooppunt worden verplaatst, behalve in geval van een storing: de Licentieservice (Licentiebeheer), de Activeringsservice en de TSM-controller (Beheercontroller). ### Knooppunt 1 failover en geautomatiseerd herstel De services Licentie, Activering en TSM-controller zijn van cruciaal belang voor de status van een Tableau Server-implementatie. Als Knooppunt 1 uitvalt, kunnen gebruikers nog steeds verbinding maken met de Tableau Server-implementatie, omdat een correct geconfigureerde referentiearchitectuur de verzoeken naar Knooppunt 2 routeert. Zonder deze kernservices zal de implementatie een kritieke status krijgen en waarschijnlijk mislukken. Zie [Automatisch herstel van eerste knooppunt](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part7.htm#Initial). ## Knooppunten 1 en 2: toepassingsservers ![Processen van Tableau-toepassingsknooppunt](/tableau/next/nl-nl/guides/enterprise-deployment/nl-nl/Img/edg-ref-arch-appnodes.png) Knooppunten 1 en 2 voeren de Tableau Server-processen uit die clientverzoeken verwerken, databronnen bevragen, visualisaties genereren, inhoud en beheer hanteren en andere belangrijke bedrijfslogica van Tableau uitvoeren. De toepassingsservers slaan geen gebruikersdata op. **Opmerking**: 'Toepassingsserver' is een term die ook verwijst naar een Tableau Server-proces dat in TSM wordt vermeld. Het onderliggende proces voor Toepassingsserver is VizPortal. Wanneer Knooppunt 1 en Knooppunt 2 parallel worden uitgevoerd, schalen ze om verzoeken te verwerken van de loadbalancing-logica die op de reverse-proxyservers wordt uitgevoerd. Wanneer een van deze knooppunten uitvalt, worden de clientverzoeken en -diensten door het resterende knooppunt afgehandeld, aangezien het redundante knooppunten zijn. De referentiearchitectuur is zo ontworpen dat complementaire toepassingsprocessen op dezelfde computer worden uitgevoerd. Dit betekent dat de processen niet met elkaar concurreren om resources en zo conflicten veroorzaken. Zo is bijvoorbeeld VizQL, een kernverwerkingsservice op toepassingsservers, sterk CPU- en geheugengebonden. VizQL gebruikt bijna 60-70% van de CPU en het geheugen op de computer. Om deze reden is de referentiearchitectuur zo ontworpen dat er zich geen andere geheugen- of CPU-gebonden processen op hetzelfde knooppunt bevinden als VizQL. Uit tests blijkt dat de hoeveelheid belasting of het aantal gebruikers geen invloed heeft op het geheugen- of CPU-gebruik op VizQL-knooppunten. Het verlagen van het aantal gelijktijdige gebruikers in onze belastingstest had alleen invloed op de prestaties van het dashboard of het laadproces van de visualisatie, maar het gebruik van resources werd niet verminderd. Afhankelijk van het beschikbare geheugen en de CPU tijdens piekgebruik, kunt u overwegen om meer VizQL-processen toe te voegen. Als startpunt voor typische werkmappen wijst u 4 kernen per VizQL-proces toe. ### Toepassingsservers schalen De referentiearchitectuur is ontworpen voor schaalbaarheid op basis van een gebruiksgebaseerd model. Als algemeen uitgangspunt adviseren wij minimaal twee toepassingsservers, die elk maximaal 1000 gebruikers ondersteunen. Naarmate het aantal gebruikers groeit, kunt u voor elke 1000 extra gebruikers een toepassingsserver toevoegen. Monitor het gebruik en de prestaties om het aantal gebruikers per host voor uw organisatie af te stemmen. ## Knooppunten 3 en 4: dataservers ![Processen van Tableau Server-dataknooppunten](/tableau/next/nl-nl/guides/enterprise-deployment/nl-nl/Img/edg-ref-arch-data.png) De processen Bestandsarchief, Data-engine (Hyper) en Backgrounder zijn om de volgende redenen op Knooppunt 3 en 4 samengebracht: - Optimalisatie van extract: als u Backgrounder, Hyper en Bestandsarchief op hetzelfde knooppunt uitvoert, worden de prestaties en betrouwbaarheid geoptimaliseerd. Tijdens het extractieproces zal Backgrounder de doeldatabase bevragen, het Hyperbestand aanmaken op hetzelfde knooppunt en het vervolgens uploaden naar Bestandsarchief. Door deze processen op hetzelfde knooppunt te plaatsen, hoeven er voor de workflow voor het maken van extracties geen grote hoeveelheden data over het netwerk of de knooppunten te worden gekopieerd. - Complementaire resourcebalancering: Backgrounder is voornamelijk CPU-intensief. Data-engine is een proces dat veel geheugen vergt. Door deze processen te koppelen, wordt het gebruik van de resources op elk knooppunt maximaal benut. - Consolidatie van dataprocessen: omdat elk van deze processen back-enddataprocessen zijn, is het zinvol om ze in de veiligste datalaag uit te voeren. In toekomstige versies van de referentiearchitectuur zullen de toepassings- en dataservers in afzonderlijke lagen draaien. Vanwege toepassingsafhankelijkheden in de Tableau-architectuur moeten toepassings- en dataservers op dit moment echter in dezelfde laag draaien. ### Dataservers schalen Net als bij toepassingsservers is voor het plannen van de resources die nodig zijn voor Tableau-dataservers gebruiksgebaseerd modelleren vereist. Over het algemeen kunt u verwachten dat elke dataserver maximaal 2000 extractvernieuwingsjobs per dag kan ondersteunen. Naarmate het aantal extractjobs toeneemt, voegt u extra dataservers toe zonder de service Bestandsarchief. De implementatie van een dataserver met twee knooppunten is over het algemeen geschikt voor implementaties die het lokale bestandssysteem gebruiken voor de service Bestandsarchief. Houd er rekening mee dat het toevoegen van meer toepassingsservers geen lineaire invloed heeft op de prestaties of schaalbaarheid van dataservers. Afgezien van wat overhead door extra gebruikersquery's is de impact van het toevoegen van meer toepassingshosts en gebruikers minimaal. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Deel 3 – De implementatie van Tableau Server Enterprise voorbereiden **Opmerking:** Tableau werkt de Gids voor bedrijfsbrede implementatie niet langer bij. Hoewel we de hier beschreven referentiearchitectuur nog steeds aanbevelen als een geldig implementatiemodel voor Tableau Server in AWS, kunnen specifieke configuratieprocedures sinds de laatste update zijn gewijzigd. Vergelijk deze stappen altijd met de meest recente documentatie in de [Help van Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/get_started_server.htm) om de nauwkeurigheid te waarborgen. In deel 3 worden de vereisten beschreven voor het voorbereiden van uw infrastructuur voor de implementatie van de Tableau Server-referentiearchitectuur. Voordat u begint, raden wij u aan om [Deel 2 – De basisprincipes van de referentiearchitectuur voor de implementatie van Tableau Server](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part2.htm) nogmaals door te nemen. Naast beschrijvingen van vereisten biedt dit onderwerp een implementatievoorbeeld van de referentiearchitectuur in een AWS-omgeving. De rest van deze gids bouwt voort op het voorbeeld van een AWS-referentiearchitectuur dat in dit onderwerp is gestart. Een kernprincipe van de referentiearchitectuur is standaardisatie met best practices voor datacenterbeveiliging. De architectuur is specifiek ontworpen om services te scheiden in beveiligde netwerksubnetten. Communicatie tussen subnetten is beperkt tot specifiek protocol- en poortverkeer. Het onderstaande diagram illustreert het subnetontwerp voor de referentiearchitectuur voor een on-premises implementatie of een door de klant beheerde cloud-implementatie. In de sectie [Voorbeeld: subnetten en beveiligingsgroepen configureren in AWS](#AWSexampe) hieronder, vindt u een voorbeeld van een cloud-implementatie. ## Subnetten Maak drie subnetten:  - een weblaag - een toepassingslaag - een datasubnet ### Regels voor firewall-/beveiligingsgroep De tabbladen hieronder beschrijven de firewallregels voor elke laag van het datacenter. Zie de sectie verderop in dit onderwerp voor AWS-specifieke beveiligingsgroepsregels. De weblaag is een openbaar DMZ-subnet dat inkomende HTTPS-verzoeken verwerkt en doorstuurt naar de toepassingslaag. Dit ontwerp biedt een verdedigingslaag tegen malware waarmee een mogelijke aanval op uw organisatie gericht zou kunnen worden. De weblaag blokkeert de toegang tot de toepassings-/datalaag.
VerkeerTypeProtocolPoortbereikBron

Inkomend

SSHTCP22Bastion-subnet (voor cloud-implementaties)
InkomendHTTPTCP80Internet (0.0.0.0/0)
InkomendHTTPSTCP443Internet (0.0.0.0/0)
UitgaandAlle verkeerAlleAlle 
Het toepassingssubnet is de locatie waar de Tableau Server-implementatie zich bevindt. Het toepassingssubnet omvat de Tableau-toepassingsservers (Knooppunt 1 en Knooppunt 2). De Tableau-toepassingsservers verwerken gebruikersverzoeken aan de dataservers en voeren de belangrijkste bedrijfslogica uit. Het toepassingssubnet omvat ook de Tableau-dataservers (Knooppunt 3 en Knooppunt 4). Al het clientverkeer naar de toepassingslaag wordt geverifieerd op de weblaag. Beheerderstoegang tot het subnet van de toepassing wordt geverifieerd en gerouteerd via de bastionhost.
VerkeerTypeProtocolPoortbereikBron

Inkomend

SSHTCP22Bastion-subnet (voor cloud-implementaties)
InkomendHTTPSTCP443Subnet van weblaag
UitgaandAlle verkeerAlleAlle 
Het datasubnet is de plek waar de externe PostgreSQL-databaseserver zich bevindt.
VerkeerTypeProtocolPoortbereikBron

Inkomend

SSHTCP22Bastion-subnet (voor cloud-implementaties)
InkomendPostgreSQLTCP5432Subnet van toepassingslaag
UitgaandAlle verkeerAlleAlle 
De meeste beveiligingsteams in bedrijven staan geen directe communicatie toe van het on-premises beheersysteem naar de knooppunten die in de cloud zijn geïmplementeerd. In plaats daarvan wordt al het beheerde SSH-verkeer naar de cloudknooppunten doorgestuurd via een bastionhost (ook wel een 'jumpserver' genoemd). Voor cloud-implementaties adviseren wij een bastionhostproxyverbinding met alle resources in de referentiearchitectuur. Dit is een optionele configuratie voor on-premises omgevingen. De bastionhost verifieert beheerderstoegang en staat alleen verkeer toe via het SSH-protocol.
VerkeerTypeProtocolPoortbereikBronBestemming

Inkomend

SSHTCP22IP-adres van de beheerderscomputer 
UitgaandSSHTCP22 Subnet van weblaag
UitgaandSSHTCP22 Subnet van toepassingslaag
## Voorbeeld: subnetten en beveiligingsgroepen configureren in AWS In deze sectie vindt u stapsgewijze procedures voor het maken en configureren van de VPC- en netwerkomgeving voor de implementatie van de Tableau Server-referentiearchitectuur in AWS. De onderstaande afbeeldingen tonen de referentiearchitectuur in vier lagen. De afbeeldingen laten zien hoe de componentelementen op de topologiekaart worden gelaagd: 1. VPC-subnettopologie en EC2-instanties: één bastionhost, twee reverse-proxyservers, vier Tableau-servers en ten minste één PostgreSQL-server. 2. Protocolflow en internetconnectiviteit. Al het inkomende verkeer wordt beheerd via de AWS-internetgateway. Verkeer naar het internet wordt via de NAT gerouteerd. 3. Beschikbaarheidszones. De proxy-, Tableau Server- en PostgreSQL-hosts zijn gelijkmatig verdeeld over twee beschikbaarheidszones. 4. Beveiligingsgroepen. Vier beveiligingsgroepen (Openbaar, Privé, Data en Bastion) beschermen elke laag op protocolniveau. ![Netwerkdiagram van een virtuele privécloud met servers, databases en gebruikers.](/tableau/next/nl-nl/guides/enterprise-deployment/nl-nl/Img/edg-vpc-sg-1.png) ![Netwerkdiagram van een virtuele privécloud met servers, databases en gebruikers.](/tableau/next/nl-nl/guides/enterprise-deployment/nl-nl/Img/edg-vpc-sg-2.png) ![Netwerkdiagram van een virtuele privécloud met servers, databases en gebruikers.](/tableau/next/nl-nl/guides/enterprise-deployment/nl-nl/Img/edg-vpc-sg-3.png) ![Netwerkdiagram van een virtuele privécloud met servers, databases en gebruikers.](/tableau/next/nl-nl/guides/enterprise-deployment/nl-nl/Img/edg-vpc-sg-4.png) ### AWS-beschikbaarheidszones en hoge beschikbaarheid De referentiearchitectuur zoals gepresenteerd in deze gids specificeert een implementatie die beschikbaarheid biedt via redundantie wanneer een van de hosts uitvalt. In het geval van AWS, waarbij de referentiearchitectuur is geïmplementeerd in twee beschikbaarheidszones, komt de beschikbaarheid echter in gevaar in het zeldzame geval dat een beschikbaarheidszone uitvalt. ### VPC-configuratie In deze sectie wordt het volgende beschreven: - De VPC installeren en configureren - Internetconnectiviteit configureren - Subnetten configureren - Beveiligingsgroepen maken en configureren ### VPC configureren De procedure in deze sectie komt overeen met de gebruikersinterface in de klassieke VPC-ervaring. U kunt de gebruikersinterface omschakelen naar de klassieke weergave door de optie Nieuwe VPC-ervaring in de linkerbovenhoek van het AWS VPC-dashboard uit te schakelen. Voer de VPC-wizard uit om de standaard subnetten Privé en Openbaar, de standaardroutering en het netwerk-ACL te maken. 1. Voordat u een VPC configureert, moet u een elastisch IP-adres maken. Maak een toewijzing met behulp van alle standaardwaarden. 2. VPC-wizard uitvoeren > VPC met subnetten Openbaar en Privé 3. Accepteer de meeste standaardinstellingen. Met uitzondering van het volgende:  - Voer een VPC-naam in. - Geef de Elastische IP-toewijzings-ID op. - Geef de volgende CIDR-maskers op: - IPv4 CIDR van Openbaar subnet: 10.0.1.0/24, hernoem dit subnet `Public-a`. - IPv4 CIDR van Privé subnet: 10.0.30.0/24, hernoem dit subnet `Private-a`. - Beschikbaarheidszone: selecteer voor beide subnetten de optie a voor de regio waarin u zich bevindt. **Opmerking**: In dit voorbeeld gebruiken we **a** en **b** om onderscheid te maken tussen beschikbaarheidszones in een bepaald AWS-datacenter. In AWS komen de namen van beschikbaarheidszones mogelijk niet overeen met de hier getoonde voorbeelden. Sommige beschikbaarheidszones omvatten bijvoorbeeld zones **c** en **d** binnen een datacenter. 4. Klik op VPC maken. 5. Nadat de VPC is gemaakt, maakt u de subnetten `Public-b`, `Private-b`, `Data` en `Bastion`. Om een subnet te maken, klikt u op Subnetten \> Subnet maken. - `Public-b`: selecteer bij Beschikbaarheidszone optie b voor de regio waarin u zich bevindt. CIDR-blok: 10.0.2.0/24 - `Private-b`: selecteer bij Beschikbaarheidszone optie b voor de regio waarin u zich bevindt. CIDR-blok: 10.0.31.0/24 - `Data`: selecteer bij Beschikbaarheidszone optie a voor de regio waarin u zich bevindt. CIDR-blok: 10.0.50.0/24. Optioneel: als u van plan bent de externe database te repliceren over een PostgreSQL-cluster, maak dan een Data-b-subnet in Beschikbaarheidszone b met een CIDR-blok van 10.0.51.0/24. - `Bastion`: selecteer een van beide zones voor Beschikbaarheidszone. CIDR-blok: 10.0.0.0/24 6. Nadat de subnetten zijn gemaakt, bewerkt u de routetabellen in de subnetten Openbaar en Bastion, zodat de routetabel wordt gebruikt die is geconfigureerd voor de bijbehorende internetgateway (IGW). Bewerk ook de subnetten Privé en Data, zodat de routetabel wordt gebruikt die is geconfigureerd voor de network address translator (NAT). - Om te bepalen welke routetabel is geconfigureerd met de IGW of de NAT, klikt u op Routetabellen in het AWS-dashboard. Selecteer een van de twee routetabelkoppelingen om de eigenschappenpagina te openen. Kijk naar de Doelwaarde bij Routes \> Bestemming\> 0.0.0.0/0. De Doelwaarde onderscheidt het type route en zal ofwel beginnen met de tekenreeks `igw-` of `nat-`. - Om routetabellen bij te werken, gaat u naar VPC > Subnetten \> \[subnet\_naam\] > Routetabel > Routetabelkoppeling bewerken. ### Beveiligingsgroepen configureren De VPC-wizard maakt één beveiligingsgroep die u niet zult gebruiken. Maak de volgende beveiligingsgroepen (Beveiligingsgroepen > Beveiligingsgroep maken). De EC2-hosts worden in deze groepen geïnstalleerd in twee beschikbaarheidszones, zoals weergegeven in het bovenstaande diagram met afbeeldingen. - Maak een nieuwe beveiligingsgroep: **Privé**. Hier worden alle vier de knooppunten van Tableau Server geïnstalleerd. Later in het installatieproces wordt de beveiligingsgroep Privé gekoppeld aan de subnetten 10.0.30.0/24 en 10.0.31.0/24. - Maak een nieuwe beveiligingsgroep: **Openbaar**. Hier worden proxyservers geïnstalleerd. Later in het installatieproces wordt de beveiligingsgroep Openbaar gekoppeld aan de subnetten 10.0.1.0/24 en 10.0.2.0/24. - Maak een nieuwe beveiligingsgroep: **Data**. Hier wordt de externe Tableau-opslagplaats van PostgreSQL geïnstalleerd. Later in het installatieproces wordt de beveiligingsgroep Data gekoppeld aan het subnet 10.0.50.0/24 (en optioneel 10.0.51.0/24). - Maak een nieuwe beveiligingsgroep: **Bastion**. Hier installeert u de bastionhost. Later in het installatieproces wordt de beveiligingsgroep Bastion gekoppeld aan het subnet 10.0.0.0/24. #### Geef inkomende en uitgaande regels op In AWS zijn beveiligingsgroepen te vergelijken met firewalls in een on-premises omgeving. U moet het type verkeer (bijv. http, https, enz.), het protocol (TCP of UDP) en de poorten of het poortbereik (bijv. 80, 443, enz.) opgeven die de beveiligingsgroep mogen in- en/of uitgaan. Voor elk protocol moet u ook het bestemmings- of bronverkeer opgeven. #### Regels voor beveiligingsgroep Openbaar
Inkomende regels
TypeProtocolPoortbereikBron
HTTPTCP800.0.0.0/0
HTTPSTCP4430.0.0.0/0
SSHTCP22Beveiligingsgroep Bastion
Uitgaande regels
TypeProtocolPoortbereikBestemming
Alle verkeerAlleAlle0.0.0.0/0
#### Regels voor beveiligingsgroep Privé De beveiligingsgroep Privé bevat een inkomende regel om HTTP-verkeer van de beveiligingsgroep Openbaar toe te staan. Sta HTTP-verkeer alleen toe tijdens het implementatieproces om de connectiviteit te verifiëren. Wij raden u aan de regel voor inkomend HTTP-verkeer te verwijderen nadat u de reverse-proxy hebt geïmplementeerd en SSL voor Tableau hebt geconfigureerd.
Inkomende regels
TypeProtocolPoortbereikBron
HTTPTCP80Beveiligingsgroep Openbaar
HTTPSTCP443Beveiligingsgroep Openbaar
PostgreSQLTCP5432Beveiligingsgroep Data
SSHTCP22Beveiligingsgroep Bastion
Alle verkeerAlleAlleBeveiligingsgroep Privé
Uitgaande regel
TypeProtocolPoortbereikBestemming
Alle verkeerAlleAlle0.0.0.0/0
PostgreSQLTCP5432Beveiligingsgroep Data
SSHTCP22Beveiligingsgroep Bastion
#### Regels voor beveiligingsgroep Data
Inkomende regels
TypeProtocolPoortbereikBron
PostgreSQLTCP5432Beveiligingsgroep Privé
SSHTCP22Beveiligingsgroep Bastion
Uitgaande regels
TypeProtocolPoortbereikBestemming
Alle verkeerAlleAlle0.0.0.0/0
PostgreSQLTCP5432Beveiligingsgroep Privé
SSHTCP22Beveiligingsgroep Bastion
#### Regels voor beveiligingsgroep Bastion
Inkomende regels
TypeProtocolPoortbereikBron
SSHTCP22Het IP-adres en netmasker van de computer waarmee u zich aanmeldt bij AWS (beheerderscomputer).
SSHTCP22Beveiligingsgroep Privé
SSHTCP22Beveiligingsgroep Openbaar
Uitgaande regels
TypeProtocolPoortbereikBestemming
SSHTCP22Het IP-adres en netmasker van de computer waarmee u zich aanmeldt bij AWS (beheerderscomputer).
SSHTCP22Beveiligingsgroep Privé
SSHTCP22Beveiligingsgroep Openbaar
SSHTCP22Beveiligingsgroep Data
HTTPSTCP4430.0.0.0/0 (Optioneel: maak deze regel als u toegang tot internet nodig hebt om ondersteunende software op de bastionhost te downloaden)
### Automatisch toewijzen van openbare IP-adressen inschakelen Hiermee krijgt u een IP-adres waarmee u verbinding kunt maken met de proxyservers en de bastionhost. Voor subnetten Openbaar en Bastion: 1. Selecteer het subnet. 2. Selecteer onder het menu Acties Instellingen voor automatisch toewijzen van IP-adressen wijzigen. 3. Klik op Automatisch toewijzen van openbare IPv4-adressen inschakelen. 4. Klik op Opslaan. ## Loadbalancer **Opmerking**: Als u in AWS installeert en de voorbeeldimplementatie in deze gids volgt, moet u de AWS-loadbalancer later in het implementatieproces installeren en configureren, zoals beschreven in [Deel 5 - Weblaag configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part5.htm). Voor on-premises implementaties werkt u samen met uw netwerkbeheerders om loadbalancers te implementeren ter ondersteuning van de weblaag van de referentiearchitectuur: - Een webgerichte toepassings-loadbalancer die HTTPS-verzoeken van Tableau-clients accepteert en communiceert met de reverse-proxyservers. - Reverse-proxy:  - Wij adviseren minimaal twee proxyservers voor redundantie en om de belasting van de client te verwerken. - Ontvangt HTTPS-verkeer van loadbalancer. - Ondersteunt sticky-sessie naar Tableau-host. - Configureert een proxy voor round robin loadbalancing voor elke Tableau Server waarop het Gateway-proces wordt uitgevoerd. - Verwerkt verificatieverzoeken van externe IdP. - Forward-proxy: Tableau Server vereist toegang tot internet voor licenties en kaartfunctionaliteit. Afhankelijk van uw forward-proxy-omgeving moet u mogelijk forward-proxy-toelatingslijsten configureren voor Tableau-service-URL's. Zie _Communiceren met internet_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/plan_network.htm)). ## Hostcomputers configureren ### Minimaal aanbevolen hardware De volgende aanbevelingen zijn gebaseerd op onze tests van echte data in de referentiearchitectuur. Toepassingsservers: - CPU: 8 fysieke kernen (16vCPU's) - RAM: 128 GB (16 GB/fysieke kern) - Schijfruimte: 100 GB Dataservers - CPU: 8 fysieke kernen (16vCPU's) - RAM: 128 GB (16 GB/fysieke kern) - Schijfruimte: 1 TB. Als uw implementatie gebruikmaakt van externe opslag voor het Tableau Bestandsarchief, moet u de juiste schijfruimte berekenen. Zie _Tableau Server installeren met extern bestandsarchief_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/server_external_filestore_storage_new_install.htm)). Proxyservers - CPU: 2 fysieke kernen (4vCPU's) - RAM: 8 GB (4 GB/fysieke kern) - Schijfruimte: 100 GB Externe opslagplaats-database - CPU: 8 fysieke kernen (16vCPU's) - RAM: 128 GB (16 GB/fysieke kern) - De benodigde schijfruimte is afhankelijk van de hoeveelheid data die u verzamelt en de gevolgen hiervan voor de back-up. Zie de sectie _Back-up- en herstelprocessen_ in het onderwerp _Vereisten voor schijfruimte_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/requ_diskspace.htm#backup-and-restore-processes)). ### Directorystructuur De referentiearchitectuur beveelt aan om het Tableau Server-pakket en de data te installeren op niet-standaardlocaties: - Pakket installeren op: `/app/tableau_server`. Maak dit directorypad voordat u het Tableau Server-pakket installeert en geef dit pad vervolgens op tijdens de installatie. - Installeer Tableau-data op: `/data/tableau_data`. Maak deze directory niet aan voordat u Tableau Server installeert. In plaats daarvan moet u het pad opgeven tijdens de installatie. Tableau Setup zal vervolgens het pad maken en de juiste machtigingen toekennen. Zie [Het installatiepakket uitvoeren en TSM initialiseren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part4.htm#Run2) voor implementatiedetails. ## Voorbeeld: hostcomputers installeren en voorbereiden in AWS In deze sectie wordt uitgelegd hoe u EC2-hosts installeert voor elk servertype in de Tableau Server-referentiearchitectuur. De referentiearchitectuur vereist acht hosts: - Vier instanties voor Tableau Server - Twee instanties voor proxyservers (Apache) - Eén instantie voor bastionhost - Eén of twee EC2 PostgreSQL-database-instanties ### Details voor host-instantie Installeer de hostcomputers volgens de onderstaande details. #### Tableau Server - Amazon Linux 2 - Instantietype: m5a.8xlarge - Beveiligingsgroep-ID: Privé - Opslag: EBS, 150 GiB, gp2-volumetype. Als uw implementatie gebruikmaakt van externe opslag voor het Tableau Bestandsarchief, moet u de juiste schijfruimte berekenen. Zie _Tableau Server installeren met extern bestandsarchief_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/server_external_filestore_storage_new_install.htm)). - Netwerk: installeer twee EC2-hosts in elk privé-subnet (10.0.30.0/24 en 10.0.31.0/24). - Kopieer de nieuwste onderhoudsverklaring van het rpm-pakket van Tableau Server 2021.2 (of later) van [Tableau-downloadpagina](https://www.tableau.com/nl-nl/support/releases/server) naar elke Tableau-host. #### Bastionhost - Amazon Linux 2 - Instantietype: t3.micro - Beveiligingsgroep-ID: Bastion - Opslag: EBS, 50 GiB, gp2-volumetype - Netwerk: subnet Bastion 10.0.0.0/24 #### Onafhankelijke gateway van Tableau Server - Amazon Linux 2 - Instantietype: t3.xlarge - Beveiligingsgroep-ID: Openbaar - Opslag: EBS, 100 GiB, gp2-volumetype - Netwerk: installeer één EC2-instantie in elk openbaar subnet (10.0.1.0/24 en 10.0.2.0/24) #### PostgreSQL EC2-host - Amazon Linux 2 - Instantietype: r5.4xlarge - Beveiligingsgroep-ID: Data - Opslag: De benodigde schijfruimte is afhankelijk van de hoeveelheid data die u verzamelt en de gevolgen hiervan voor de back-up. Zie de sectie _Back-up- en herstelprocessen_ in het onderwerp _Vereisten voor schijfruimte_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/requ_diskspace.htm#backup-and-restore-processes)). - Netwerk: subnet Data 10.0.50.0/24. (Als u PostgreSQL in een hoge beschikbaarheidscluster repliceert, installeert u de tweede host in het subnet 10.0.51.0/24.) ## Verificatie: VPC-connectiviteit Nadat u de hostcomputers hebt geïnstalleerd, controleert u de netwerkconfiguratie. Controleer de connectiviteit tussen de hosts door verbinding te maken via SSH vanaf de host in de beveiligingsgroep Bastion naar de hosts in elk subnet. ### Voorbeeld: verbinding maken met bastionhost in AWS 1. Stel uw beheerderscomputer in voor ssh-agent. Hierdoor kunt u verbinding maken met hosts in AWS zonder dat u uw privésleutelbestand op EC2-instanties hoeft te plaatsen. Om ssh-agent op een Mac te configureren, voert u de volgende opdracht uit: `ssh-add -K myPrivateKey.pem` of, voor het nieuwste Mac OS, `ssh-add --apple-use-keychain myPrivateKey.pem` Voor Windows, zie het onderwerp [Veilig verbinding maken met Linux-instanties die in een privé Amazon VPC worden uitgevoerd](https://aws.amazon.com/blogs/security/securely-connect-to-linux-instances-running-in-a-private-amazon-vpc/). 2. Maak verbinding met de bastionhost door de volgende opdracht uit te voeren: `ssh -A ec2-user@` 3. U kunt vervolgens verbinding maken met andere hosts in de VPC vanaf de bastionhost, met behulp van het privé-IP-adres, bijvoorbeeld: `ssh -A ec2-user@10.0.1.93` [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Deel 4 – Tableau Server installeren en configureren **Opmerking:** Tableau werkt de Gids voor bedrijfsbrede implementatie niet langer bij. Hoewel we de hier beschreven referentiearchitectuur nog steeds aanbevelen als een geldig implementatiemodel voor Tableau Server in AWS, kunnen specifieke configuratieprocedures sinds de laatste update zijn gewijzigd. Vergelijk deze stappen altijd met de meest recente documentatie in de [Help van Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/get_started_server.htm) om de nauwkeurigheid te waarborgen. In dit onderwerp wordt beschreven hoe u de installatie en configuratie van de basisimplementatie van Tableau Server voltooit. De procedure wordt uiteengezet aan de hand van het voorbeeld voor de AWS- en Linux-referentiearchitectuur. De Linux-voorbeelden in deze installatieprocedures tonen opdrachten voor RHEL-achtige distributies. De hier gebruikte opdrachten zijn specifiek ontwikkeld met de Amazon Linux 2-distributie. Als u de Ubuntu-distributie gebruikt, moet u de opdrachten dienovereenkomstig bewerken. ## Voordat u begint U moet uw omgeving voorbereiden en valideren zoals beschreven in [Deel 3 – De implementatie van Tableau Server Enterprise voorbereiden](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part3.htm). ## PostgreSQL installeren, configureren en tarren Deze PostgreSQL-instantie host de externe opslagplaats voor de Tableau Server-implementatie. U moet PostgreSQL installeren en configureren voordat u Tableau installeert. U kunt PostgreSQL uitvoeren op Amazon RDS of op een EC2-instantie. Zie _Externe opslagplaats Tableau Server_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/server_external_repo.htm)) voor meer informatie over de verschillen tussen het uitvoeren van de opslagplaats op RDS en een EC2-instantie. De onderstaande procedure laat zien hoe u Postgres op een Amazon EC2-instantie installeert en configureert. Het hier getoonde voorbeeld is een algemene installatie en configuratie voor PostgreSQL in de referentiearchitectuur. Uw DBA moet de PostgreSQL-implementatie optimaliseren op basis van de omvang van de data en prestatiebehoeften. Vereisten: houd er rekening mee dat u PostgreSQL 1.6 moet gebruiken en dat u de module uuid-ossp moet installeren. ### PostgreSQL-revisiegeschiedenis U moet compatibele hoofdversies van PostgreSQL installeren voor de externe opslagplaats van Tableau Server. Daarnaast moeten ook kleinere versies aan minimumvereisten voldoen.
Tableau Server-versiesMinimaal compatibele versies van PostgreSQL

2022.3.0 - 2022.3.7

2023.1.0 - 2023.1.4

13.7
2022.1.17 - 2022.1.19

2022.3.8 - 2022.3.19

2023.1.5 - 2023.1.15

2023.3.0 - 2023.3.8

13.11
2022.3.20 - 2022.3.x

2023.1.16 - 2023.1.x

2023.3.9 - 2023.3.x

13.14
2024.0 - 2024.2.815.6
2024.2.9 - 2024.2.13

2025.1.0 - 2025.1.6

15.10
2024.2.14 - 2024.2.16

2025.1.7 - 2025.1.9

15.13

2024.2.17

2025.1.10

2025.3 - 2025.3.5

15.14
2025.3.615.16

2026.2.x

17.7
### PostgreSQL installeren Deze voorbeeldinstallatieprocedure beschrijft hoe u PostgreSQL versie 13.6 installeert. Meld u aan bij de EC2-host die u in het vorige deel hebt gemaakt. 1. Voer een update uit om de nieuwste oplossingen voor het Linux-besturingssysteem toe te passen: `sudo yum update` 2. Maak en bewerk het bestand pgdg.repo. in het pad `/etc/yum.repos.d/`. Vul het bestand met de volgende configuratiegegevens: \[pgdg13\] name=PostgreSQL 13 for RHEL/CentOS 7 - x86\_64 baseurl=https://download.postgresql.org/pub/repos/yum/13/redhat/rhel-7-x86\_64 enabled=1 gpgcheck=0 3. Installeer Postgres 13.6: sudo yum install postgresql13-server-13.6-1PGDG.rhel7.x86\_64 4. Installeer de uuid-ossp-module: sudo yum install postgresql13-contrib-13.6-1PGDG.rhel7.x86\_64 5. Initialiseer Postgres: sudo /usr/pgsql-13/bin/postgresql-13-setup initdb ### Postgres configureren Rond de basisinstallatie af door Postgres te configureren: 1. Werk het configuratiebestand pg\_hba `/var/lib/pgsql/13/data/pg_hba.conf` bij met de volgende twee zinnen. Elke zin moet het masker bevatten van de subnetten waarop uw Tableau-servers worden uitgevoerd:  `host all all 10.0.30.0/24 password` `host all all 10.0.31.0/24 password` 2. Werk het PostgreSQL-bestand `/var/lib/pgsql/13/data/postgresql.conf` bij door deze zin toe te voegen: `listen_addresses = '*'` 3. Configureer om Postgres te starten bij opnieuw opstarten: sudo systemctl enable --now postgresql-13 4. Stel wachtwoord van supergebruiker in: sudo su - postgres psql -c "alter user postgres with password 'StrongPassword'" **Opmerking**: Stel een sterk wachtwoord in. Gebruik dus niet `'StrongPassword`' zoals in het voorbeeld hierboven. exit 5. Start Postgres opnieuw: sudo systemctl restart postgresql-13 ## Tar-back-up van PostgreSQL Stap 1 maken Maak een tar-back-up van de PostgreSQL-configuratie. Door een tar-momentopname van de huidige configuratie te maken, bespaart u tijd als u tijdens de implementatie fouten tegenkomt. We noemen dit de back-up van Stap 1. Op PostgreSQL-host: 1. Stop de Postgres-database-instantie: sudo systemctl stop postgresql-13 2. Voer de volgende opdrachten uit om de tar-back-up te maken: sudo su cd /var/lib/pgsql tar -cvf step1.13.bkp.tar 13 exit 3. Start de Postgres-database: sudo systemctl start postgresql-13 Herstel Stap 1 Ga terug naar stap 1 als het eerste knooppunt van Tableau Server tijdens de installatie uitvalt. 1. Voer op de computer waarop Tableau draait het vernietigingsscript uit om Tableau Server volledig van de host te verwijderen: sudo /app/tableau\_server/packages/scripts././tableau-server-obliterate -a -y -y -y -l 2. Herstel de tar van PostgreSQL Stap 1. Voer de volgende opdrachten uit op de computer waarop Postgres draait: sudo su systemctl stop postgresql-13 cd /var/lib/pgsql tar -xvf step1.13.bkp.tar systemctl start postgresql-13 exit Hervat het installatieproces van het eerste knooppunt van Tableau Server. ## Voor de installatie Als u Tableau implementeert volgens de voorbeeldimplementatie van AWS/Linux die in deze gids wordt beschreven, kunt u mogelijk het geautomatiseerde installatiescript TabDeploy4EDG uitvoeren. Met het script TabDeploy4EDG wordt de voorbeeldinstallatie van de Tableau-implementatie met vier knooppunten geautomatiseerd. Deze implementatie wordt beschreven in de volgende procedures. Zie [Bijlage – AWS Deployment Toolbox](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part_app-aws.htm). ## Het eerste knooppunt van Tableau Server installeren Deze procedure beschrijft hoe u het eerste knooppunt van Tableau Server installeert zoals gedefinieerd door de referentiearchitectuur. Met uitzondering van de pakketinstallatie en de initialisatie van TSM, maakt de hier weergegeven procedure waar mogelijk gebruik van de TSM-opdrachtregel. Naast het feit dat TSM CLI platformonafhankelijk is, zorgt het gebruik ervan voor een naadloze installatie in gevirtualiseerde en headless omgevingen. ### Het installatiepakket uitvoeren en TSM initialiseren Meld u aan bij de hostserver van Knooppunt 1. 1. Voer een update uit om de nieuwste oplossingen voor het Linux-besturingssysteem toe te passen: sudo yum update 2. Kopieer het installatiepakket van [Tableau-downloadpagina](https://www.tableau.com/nl-nl/support/releases/server) naar de hostcomputer waarop Tableau Server wordt uitgevoerd. Voer bijvoorbeeld op een computer met een Linux RHEL-achtig besturingssysteem het volgende uit: wget https://downloads.tableau.com/esdalt/2022/tableau-server-.rpm waarbij `` het releasenummer is. 3. Download en installeer afhankelijkheden: sudo yum deplist tableau-server-.rpm | awk '/provider:/ {print $2}' | sort -u | xargs sudo yum -y install 4. Maak het pad `/app/tableau_server` aan in de hoofddirectory: sudo mkdir -p /app/tableau\_server 5. Voer het installatieprogramma uit en geef het installatiepad `/app/tableau_server` op. Voer bijvoorbeeld op een Linux RHEL-achtig besturingssysteem het volgende uit: sudo rpm -i --prefix /app/tableau\_server tableau-server-.x86\_64.rpm 6. Wijzig naar de directory `/app/tableau_server/packages/scripts./` en voer het `initialize-tsm`\-script dat zich daar bevindt uit: sudo ./initialize-tsm -d /data/tableau\_data --accepteula 7. Nadat de initialisatie is voltooid, verlaat u de shell: exit ### Tableau Server activeren en registreren 1. Meld u aan bij de hostserver van Knooppunt 1. 2. Geef in deze stap de productcode(s) van Tableau Server op. Voer de volgende opdracht uit voor elke licentiesleutel die u hebt gekocht: tsm licenses activate -k 3. Maak een json-registratiebestand met de notatie zoals hier getoond: { "zip" : "97403", "country" : "USA", "city" : "Springfield", "last\_name" : "Simpson", "industry" : "Energy", "eula" : "yes", "title" : "Safety Inspection Engineer", "company\_employees" : "100", "phone" : "5558675309", "company" : "Example", "state" : "OR", "opt\_in" : "true", "department" : "Engineering", "first\_name" : "Homer", "email" : "homer@example.com" } 4. Nadat u de wijzigingen in het bestand hebt opgeslagen, geeft u dit door met de optie `--file` om Tableau Server te registreren: tsm register --file path\_to\_registration\_file.json ### Het identiteitenarchief configureren **Opmerking**: Als uw implementatie gebruikmaakt van externe opslag voor het Tableau-bestandsarchief, moet u het Externe bestandsarchief inschakelen voordat u het identiteitenarchief configureert. Zie _Tableau Server installeren met extern bestandsarchief_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/server_external_filestore_storage_new_install.htm)). De standaard referentiearchitectuur maakt gebruik van een lokaal identiteitenarchief. Configureer de initiële host met een lokaal identiteitenarchief door middel van het bestand `config.json` met de opdracht `tsm settings import`. Importeer het bestand `config.json` volgens uw besturingssysteem: Het bestand `config.json` is opgenomen in het directorypad scripts. (bijvoorbeeld `scripts.20204.21.0217.1203`), en is geformatteerd om het identiteitenarchief te configureren. Om het bestand `config.json` te importeren, voert u de volgende opdracht uit: tsm settings import -f /app/tableau\_server/packages/scripts./config.json ### Externe Postgres configureren 1. Maak een extern database-json-bestand met de volgende configuratie-instellingen: { "flavor":"generic", "masterUsername":"postgres", "host":"", "port":5432 } 2. Nadat u de wijzigingen in het bestand hebt opgeslagen, zet u het bestand door met de volgende opdracht: tsm topology external-services repository enable -f .json --no-ssl U wordt gevraagd om het wachtwoord van de primaire Postgres-gebruikersnaam. Met de optie `--no-ssl` configureert u Tableau om SSL/TLS alleen te gebruiken wanneer de Postgres-server is geconfigureerd voor SSL/TLS. Als Postgres niet is geconfigureerd voor SSL/TLS, is de verbinding niet versleuteld. [Deel 6 - Configuratie na de installatie](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part6.htm) beschrijft hoe u SSL/TLS voor de Postgres-verbinding kunt inschakelen nadat u de eerste fase van de implementatie hebt voltooid. 3. Pas de wijzigingen toe. Voer deze opdracht uit om de wijzigingen toe te passen en Tableau Server opnieuw te starten: tsm pending-changes apply 4. Verwijder het configuratiebestand dat u in stap 1 hebt gebruikt. ### De installatie van Knooppunt 1 afronden 1. Nadat u Tableau Server hebt geïnstalleerd, moet u de server initialiseren. Voer de volgende opdracht uit: tsm initialize --start-server --request-timeout 1800 2. Wanneer de initialisatie is voltooid, moet u een Tableau Server-beheerdersaccount maken. In tegenstelling tot het computeraccount dat u gebruikt om TSM-besturingssysteemcomponenten te installeren en beheren, is het Tableau Server-beheerdersaccount een toepassingsaccount dat wordt gebruikt voor het maken van Tableau Server-gebruikers, -projecten en -sites. De Tableau Server-beheerder past ook machtigingen toe op Tableau-resources. Voer de volgende opdracht uit om het initiële beheerdersaccount aan te maken. In het volgende voorbeeld wordt de gebruiker `tableau-admin` genoemd: tabcmd initialuser --server http://localhost --username "tableau-admin" Tabcmd vraagt u om een wachtwoord voor deze gebruiker in te stellen. ### Verificatie: configuratie van Knooppunt 1 1. Voer de volgende opdracht uit om te controleren of de TSM-services actief zijn: tsm status -v Tableau zou het volgende moeten retourneren: external: Status: RUNNING 'Tableau Server Repository 0' is running (Active Repository). node1: localhost Status: RUNNING 'Tableau Server Gateway 0' is running. 'Tableau Server Application Server 0' is running. 'Tableau Server Interactive Microservice Container 0' is running. 'MessageBus Microservice 0' is running. 'Relationship Query Microservice 0' is running. 'Tableau Server VizQL Server 0' is running. ... Alle services worden vermeld. 2. Voer de volgende opdracht uit om te controleren of de beheerderssite van Tableau actief is: curl localhost De eerste paar regels zouden Vizportal-html moeten weergeven, vergelijkbaar met: /./start-administrative-services 8. Voer op Knooppunt 1 de opdracht `tsm status` uit om de TSM-status te controleren voordat u opnieuw opstart. In sommige gevallen krijgt u een foutmelding `Cannot connect to server...`. Deze fout treedt op omdat de tabadmincontroller-service niet opnieuw is opgestart. Blijf `tsm status` met tussenpozen uitvoeren. Als deze fout na 10 minuten niet verdwijnt, voer dan de opdracht `start-administrative-services` opnieuw uit. U moet even wachten en dan retourneert de opdracht `tsm status` de status GEDEGRADEERD en vervolgens FOUT. Start TSM pas als de status GESTOPT wordt geretourneerd. Voer vervolgens de volgende opdracht uit: tsm start Hervat het installatieproces om Tableau Server op de resterende knooppunten te installeren. ## Tableau Server op de resterende knooppunten installeren Kopieer het Tableau-installatieprogramma naar elk knooppunt om de implementatie voort te zetten. Overzicht van knooppuntconfiguratie In deze sectie wordt het proces voor het configureren van Knooppunten 2 tot 4 beschreven. In de volgende secties vindt u gedetailleerde configuratie- en validatieprocedures voor elke stap. Voor de installatie van Tableau Server Knooppunten 2 tot 4 moet u tijdens de installatie van het knooppunt een bootstrap-bestand genereren, kopiëren en eraan refereren. Om het bootstrap-bestand te genereren, voert u een TSM-opdracht uit op het eerste knooppunt. Vervolgens kopieert u het bootstrap-bestand naar het doelknooppunt, waar u het uitvoert als onderdeel van de knooppuntinitialisatie. De volgende json-inhoud toont een voorbeeld van een bootstrap-bestand. (De certificaat- en cryptogerelateerde waarden zijn afgekapt om het voorbeeldbestand beter leesbaar te maken.) { "initialBootstrapSettings" : { "certificate" : "-----BEGIN CERTIFICATE-----\\r\\...=\\r\\n-----END CERTIFICATE-----", "port" : 8850, "configurationName" : "tabsvc", "clusterId" : "tabsvc-clusterid", "cryptoKeyStore" : "zs7OzgAAAAIAAAABAAAAA...w==", "toksCryptoKeystore" : "LS0tLS1CRUdJTiBUT00tLS0tCjM5MDBh...L", "sessionCookieMaxAge" : 7200, "nodeId" : "node1", "machineAddress" : "ip-10-0-1-93.us-west-1.compute.internal", "cryptoEnabled" : true, "sessionCookieUser" : "tsm-bootstrap-user", "sessionCookieValue" : "eyJjdHkiOiJKV1QiLCJlbmMiOiJBMTI4Q0JDLUhQ...", "sessionCookieName" : "AUTH\_COOKIE" } } Het bootstrap-bestand bevat verbindingsgebaseerde validatie om Knooppunt 1 te verifiëren en creëert een versleuteld kanaal voor het bootstrap-proces. De bootstrap-sessie is tijdsgebonden en het configureren en valideren van knooppunten kost veel tijd. Houd er rekening mee dat u nieuwe bootstraps moet maken en kopiëren terwijl u de knooppunten configureert. Nadat u het bootstrap-bestand hebt uitgevoerd, meldt u zich aan bij het eerste Tableau Server-knooppunt en configureert u de processen voor het nieuwe knooppunt. Wanneer u klaar bent met het configureren van de knooppunten, moet u de wijzigingen toepassen en het eerste knooppunt opnieuw opstarten. Het nieuwe knooppunt is geconfigureerd en gestart. Naarmate u meer knooppunten toevoegt, duurt het langer om de configuratie en het opnieuw opstarten van de implementatie te voltooien. De Linux-voorbeelden in deze installatieprocedures tonen opdrachten voor RHEL-achtige distributies. Als u de Ubuntu-distributie gebruikt, moet u de opdrachten dienovereenkomstig bewerken. 1. Voer een update uit om de nieuwste oplossingen voor het Linux-besturingssysteem toe te passen: sudo yum update 2. Download en installeer afhankelijkheden: sudo yum deplist tableau-server-.rpm | awk '/provider:/ {print $2}' | sort -u | xargs sudo yum -y install 3. Maak het pad `/app/tableau_server` aan in de hoofddirectory: sudo mkdir -p /app/tableau\_server 4. Voer het installatieprogramma uit en geef het installatiepad `/app/tableau_server` op. Voer bijvoorbeeld op een Linux RHEL-achtig besturingssysteem het volgende uit: sudo rpm -i --prefix /app/tableau\_server tableau-server-.x86\_64.rpm ## Het bootstrap-bestand genereren, kopiëren en gebruiken om TSM te initialiseren De volgende procedure laat zien hoe u een bootstrap-bestand genereert, kopieert en gebruikt bij het initialiseren van TSM op een ander knooppunt. In dit voorbeeld heet het bootstrap-bestand `boot.json`. In dit voorbeeld draaien de hostcomputers op AWS, terwijl de EC2-hosts op Amazon Linux 2 draaien. 1. Maak verbinding met het eerste knooppunt (Knooppunt 1) en voer de volgende opdracht uit: tsm topology nodes get-bootstrap-file --file boot.json 2. Kopieer het bootstrap-bestand naar Knooppunt 2. scp boot.json ec2-user@10.0.31.83:/home/ec2-user/ 3. Maak verbinding met Knooppunt 2 en schakel over naar de scriptsdirectory van Tableau Server: cd /app/tableau\_server/packages/scripts. 4. Voer de opdracht `initialize-tsm` uit en refereer aan het bootstrap-bestand: sudo ./initialize-tsm -d /data/tableau\_data -b /home/ec2-user/boot.json --accepteula 5. Nadat `initialize-tsm` is voltooid, verwijdert u `boot.json` en sluit vervolgens de sessie af of log uit. ## Processen configureren U moet het Tableau Server-cluster configureren op het knooppunt waarop de Tableau Server - Beheercontroller (TSM-controller) draait. De TSM-controller draait op het eerste knooppunt. ![Het venster Processtatus toont de realtime status van het proces dat in Tableau Server wordt uitgevoerd.](/tableau/next/nl-nl/guides/enterprise-deployment/nl-nl/Img/edg-process-config.png) ### Knooppunt 2 configureren 1. Nadat u TSM hebt geïnitialiseerd met behulp van het bootstrap-bestand op Knooppunt 2, meldt u zich aan bij het eerste knooppunt. 2. Op het eerste knooppunt (`node1`) voert u de volgende opdrachten uit om processen op Knooppunt 2 te configureren: tsm topology set-process -n node2 -pr clustercontroller -c 1 tsm topology set-process -n node2 -pr gateway -c 1 tsm topology set-process -n node2 -pr vizportal -c 1 tsm topology set-process -n node2 -pr vizqlserver -c 2 tsm topology set-process -n node2 -pr cacheserver -c 2 tsm topology set-process -n node2 -pr searchserver -c 1 tsm topology set-process -n node2 -pr dataserver -c 2 tsm topology set-process -n node2 -pr clientfileservice -c 1 tsm topology set-process -n node2 -pr tdsservice -c 1 tsm topology set-process -n node2 -pr collections -c 1 tsm topology set-process -n node2 -pr contentexploration -c 1 Als u versie 2022.1 of hoger installeert, voegt u ook de Indexerings- en zoekserver toe: tsm topology set-process -n node2 -pr indexandsearchserver -c 1 Als u versie 2023.3 of hoger installeert, voegt u alleen de Indexerings- en zoekserver toe. Voeg de service Zoeken en bladeren (zoekserver) niet toe. 3. Controleer de configuratie voordat u deze toepast. Voer de volgende opdracht uit: tsm pending-changes list 4. Nadat u hebt gecontroleerd of uw wijzigingen in de lijst met in behandeling zijnde services staan (er staan ook andere services in de lijst met in behandeling zijnde services), past u de wijzigingen toe: tsm pending-changes apply De wijzigingen vereisen een herstart. Het configureren en opnieuw opstarten kan enige tijd duren. 5. Controleer de configuratie van Knooppunt 2. Voer de volgende opdracht uit: tsm status -v ### Knooppunt 3 configureren Initialiseer TSM met behulp van het bootstrap-proces op Knooppunt 3 en voer vervolgens de `tsm topology set-process`\-opdrachten hieronder uit. Elke keer dat u een proces instelt, wordt er een Coördinatieservicewaarschuwing weergegeven. U kunt deze waarschuwing negeren terwijl u de processen instelt. 1. Nadat u TSM hebt geïnitialiseerd met behulp van het bootstrap-bestand op Knooppunt 3, meldt u zich aan bij het eerste knooppunt (`node1`) en voert u de volgende opdrachten uit om de processen te configureren: tsm topology set-process -n node3 -pr clustercontroller -c 1 tsm topology set-process -n node3 -pr clientfileservice -c 1 tsm topology set-process -n node3 -pr backgrounder -c 4 tsm topology set-process -n node3 -pr filestore -c 1 Als u versie 2022.1 of hoger installeert, voegt u ook de Indexerings- en zoekserver toe: tsm topology set-process -n node3 -pr indexandsearchserver -c 1 2. Controleer de configuratie voordat u deze toepast. Voer de volgende opdracht uit: tsm pending-changes list 3. Nadat u hebt gecontroleerd of uw wijzigingen in de lijst met in behandeling zijnde services staan (er staan ook andere services in de lijst die automatisch worden geconfigureerd), past u de wijzigingen toe: tsm pending-changes apply --ignore-warnings De wijzigingen vereisen een herstart. Het configureren en opnieuw opstarten kan enige tijd duren. 4. Verifieer de configuratie door de volgende opdracht uit te voeren: tsm status -v ## Coördinatieservice-ensemble implementeren op Knooppunten 1 tot 3 Voor een standaard referentiearchitectuur-implementatie met vier knooppunten voert u de volgende procedure uit: 1. Voer de volgende opdrachten uit op knooppunt 1: tsm stop tsm topology deploy-coordination-service -n node1,node2,node3 Het proces omvat een herstart van TSM, wat enige tijd in beslag zal nemen. 2. Nadat de coördinatieservice is geïmplementeerd, start u TSM: tsm start ## Tar-back-ups van Stap 3 maken Nadat u de installatie hebt geverifieerd, maakt u vier tar-back-ups: - PostgreSQL - Tableau eerste knooppunt (Knooppunt 1) - Tableau-knooppunt 2 - Tableau-knooppunt 3 Tar-bestanden van Stap 3 maken 1. Stop Tableau op het eerste knooppunt van Tableau: tsm stop 2. Nadat TSM is gestopt, stopt u de beheerservices van Tableau op elk knooppunt. Voer de volgende opdracht uit op elk knooppunt, in de juiste volgorde (Knooppunt 1, Knooppunt 2 en vervolgens Knooppunt 3): sudo /app/tableau\_server/packages/scripts././stop-administrative-services 3. Stop de PostgreSQL-database-instantie op de PostgreSQL-host: sudo systemctl stop postgresql-12 4. Voer de volgende opdrachten uit om de tar-back-up te maken: sudo su cd /var/lib/pgsql tar -cvf step3.12.bkp.tar 12 exit 5. Controleer of het Postgres-tar-bestand is gemaakt met root-machtigingen: sudo ls -al /var/lib/pgsql 6. Start de Postgres-database op de Postgres-host: sudo systemctl start postgresql-12 7. Maak de tar-back-up op Knooppunt 1, Knooppunt 2 en Knooppunt 3. Voer de volgende opdrachten uit op elk knooppunt: - cd /data sudo tar -cvf step3.tableau\_data.bkp.tar tableau\_data - Controleer of het Tableau-tar-bestand is gemaakt met root-machtigingen: ls -al 8. Start Tableau-beheerservices op elk knooppunt, in de juiste volgorde (Knooppunt 1, Knooppunt 2 en vervolgens Knooppunt 3): sudo /app/tableau\_server/packages/scripts././start-administrative-services 9. Voer de opdracht `tsm status` uit om de TSM-status te controleren voordat u opnieuw opstart. In de meeste gevallen retourneert de opdracht de status GEDEGRADEERD en daarna FOUT. Wacht even en voer de opdracht dan opnieuw uit. Als de status FOUT of GEDEGRADEERD wordt geretourneerd, wacht u nog wat langer. Probeer TSM niet te starten voordat de status GESTOPT wordt geretourneerd. Voer vervolgens de volgende opdracht uit: tsm start Herstel Stap 3 Dit proces herstelt Tableau Knooppunt 1, Knooppunt 2 en Knooppunt 3. Het herstelt ook het Postgres-exemplaar naar Stap 3. Nadat u deze stap hebt hersteld, kunt u de coördinatieservice, Knooppunt 4 en de definitieve knooppuntconfiguraties implementeren. 1. Stop de tsm-service op de eerste Tableau-host (Knooppunt 1): tsm stop 2. Nadat TSM is gestopt, stopt u de beheerservices van Tableau op Knooppunt 1, Knooppunt 2 en Knooppunt 3. Voer de volgende opdracht uit op elk knooppunt: sudo /app/tableau\_server/packages/scripts././stop-administrative-services 3. Herstel de PostgreSQL-tar van Stap 3. Voer de volgende opdrachten uit op de computer waarop Postgres draait: sudo su systemctl stop postgresql-12 cd /var/lib/pgsql tar -xvf step3.12.bkp.tar systemctl start postgresql-12 exit 4. Herstel de Tableau-tar van Stap 3 op Knooppunt 1, Knooppunt 2 en Knooppunt 3. Voer de volgende opdrachten uit op elk Tableau-knooppunt: cd /data sudo rm -rf tableau\_data sudo tar -xvf step3.tableau\_data.bkp.tar 5. Verwijder de volgende bestanden op de Tableau Knooppunt 1-computer: - sudo rm /data/tableau\_data/data/tabsvc/appzookeeper/1/version-2/currentEpoch - sudo rm /data/tableau\_data/data/tabsvc/appzookeeper/1/version-2/acceptedEpoch - sudo rm /data/tableau\_data/data/tabsvc/tabadminagent/0/servicestate.json Als de shell de foutmelding Bestand niet gevonden retourneert, moet u mogelijk de naam van het pad wijzigen om het nummer `` te verhogen in deze sectie van het pad: `.../appzookeeper//version-2/...`. 6. Start de beheerservices op Knooppunt 1, Knooppunt 2 en Knooppunt 3 opnieuw. Voer de volgende opdrachten uit op elk knooppunt: sudo /app/tableau\_server/packages/scripts././start-administrative-services sudo su -l tableau -c "systemctl --user daemon-reload" sudo /app/tableau\_server/packages/scripts././start-administrative-services 7. Voer op Knooppunt 1 de opdracht `tsm status` uit om de TSM-status te controleren voordat u opnieuw opstart. In sommige gevallen krijgt u een foutmelding `Cannot connect to server...`. Deze fout treedt op omdat de tabadmincontroller-service niet opnieuw is opgestart. Blijf `tsm status` met tussenpozen uitvoeren. Als deze fout na 10 minuten niet verdwijnt, voer dan de opdracht `start-administrative-services` opnieuw uit. U moet even wachten en dan retourneert de opdracht `tsm status` de status GEDEGRADEERD en vervolgens FOUT. Start TSM pas als de status GESTOPT is geretourneerd. Voer vervolgens de volgende opdracht uit: `tsm start` Hervat het installatieproces om de coördinatieservice op Knooppunten 1 tot 3 te implementeren. ## Knooppunt 4 configureren Het proces voor het configureren van Knooppunt 4 is hetzelfde als voor Knooppunt 3. Stel dezelfde processen in als die u voor Knooppunt 3 hebt ingesteld, voer dezelfde reeks opdrachten uit als hierboven, maar geef `node4` op in de opdrachten in plaats van `node3`. Net als bij de verificatie van Knooppunt 3, verifieert u de configuratie van Knooppunt 4 door `tsm status -v` uit te voeren. Voordat u verdergaat, wacht u tot het Bestandsarchief-proces op Knooppunt 4 klaar is met synchroniseren. De status van de Bestandsarchief-service zal `is synchronizing` retourneren totdat het proces klaar is. Wanneer de status van de Bestandsarchief-service `is running` retourneert, kunt u doorgaan. ## Definitieve procesconfiguratie en -verificatie De laatste stap in het procesconfiguratieproces is het verwijderen van redundante processen uit Knooppunt 1. 1. Maak verbinding met het eerste knooppunt (`node1`). 2. Schakel het bestandsarchief op Knooppunt 1 uit. Dit zal een waarschuwing veroorzaken over het verwijderen van het bestandsarchief van een controller die zich op dezelfde locatie bevindt. U kunt de waarschuwing negeren. Voer de volgende opdracht uit: tsm topology filestore decommission -n node1 3. Wanneer het bestandsarchief buiten gebruik is, voert u de volgende opdracht uit om het achtergrondproces van Knooppunt 1 te verwijderen: tsm topology set-process -n node1 -pr backgrounder -c 0 4. Controleer de configuratie voordat u deze toepast. Voer de volgende opdracht uit: tsm pending-changes list 5. Nadat u hebt gecontroleerd of uw wijzigingen in de lijst met in behandeling zijnde wijzigingen staan, past u de wijzigingen toe: tsm pending-changes apply De wijzigingen vereisen een herstart. Het configureren en opnieuw opstarten kan enige tijd duren. 6. Controleer de configuratie: `tsm status -v`. Voordat u verdergaat, wacht u tot het Bestandsarchief-proces op Knooppunt 4 klaar is met synchroniseren. De status van de Bestandsarchief-service zal `is synchronizing` retourneren totdat het proces klaar is. Wanneer de status van de Bestandsarchief-service `is running` retourneert, kunt u doorgaan. ## Back-up uitvoeren Voor een volledig herstel van Tableau Server is een back-upportfolio nodig dat uit drie componenten bestaat: - Een back-upbestand van de opslagplaats en de data van het bestandsarchief. Dit bestand wordt gegenereerd door de opdracht `tsm maintenance backup`. - Een exportbestand met topologie en configuratie. Dit bestand wordt gegenereerd door de opdracht `tsm settings export`. - Verificatiecertificaat, sleutel en keytab-bestanden. Zie het Tableau Server-onderwerp _Een volledige back-up maken van Tableau Server en Tableau Server herstellen_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/backup_restore.htm)) voor een volledige beschrijving van het back-up- en herstelproces. In deze fase van uw implementatie worden alle relevante bestanden en assets die nodig zijn voor een volledig herstel opgenomen door de opdrachten `tsm maintenance backup` en `tsm settings export` uit te voeren. 1. Voer de volgende opdracht uit om de configuratie- en topologie-instellingen te exporteren naar een bestand met de naam `ts_settings_backup.json`. tsm settings export -f ts\_settings\_backup.json 2. Voer de volgende opdracht uit om een back-up te maken van de opslagplaats en de data van het bestandsarchief in een bestand met de naam `ts_backup-.tsbak`. Negeer de waarschuwing dat het bestandsarchief zich niet op het controller-knooppunt bevindt. tsm maintenance backup -f ts\_backup -d --skip-compression Locatie van back-upbestand: `/data/tableau_data/data/tabsvc/files/backups/` 3. Kopieer beide bestanden en sla ze op een ander opslagmiddel op dat niet wordt gedeeld met uw Tableau Server-implementatie. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Deel 5 - Weblaag configureren **Opmerking:** Tableau werkt de Gids voor bedrijfsbrede implementatie niet langer bij. Hoewel we de hier beschreven referentiearchitectuur nog steeds aanbevelen als een geldig implementatiemodel voor Tableau Server in AWS, kunnen specifieke configuratieprocedures sinds de laatste update zijn gewijzigd. Vergelijk deze stappen altijd met de meest recente documentatie in de [Help van Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/get_started_server.htm) om de nauwkeurigheid te waarborgen. De weblaag van de referentiearchitectuur moet de volgende componenten bevatten: - Een webgerichte toepassings-loadbalancer die HTTPS-verzoeken van Tableau-clients accepteert en communiceert met de reverse-proxyservers. - Reverse-proxy:  - Wij raden aan om de onafhankelijke gateway van Tableau Server te implementeren. - Wij adviseren minimaal twee proxyservers voor redundantie en om de belasting van de client te verwerken. - Ontvangt HTTPS-verkeer van loadbalancer. - Ondersteunt sticky-sessie naar Tableau-host. - Configureert een proxy voor round robin loadbalancing voor elke Tableau Server waarop het Gateway-proces wordt uitgevoerd. - Verwerkt verificatieverzoeken van externe IdP. - Forward-proxy: Tableau Server vereist toegang tot internet voor licenties en kaartfunctionaliteit. U moet veilige lijsten voor forward proxy's configureren voor URL's van Tableau-services. Zie _Communiceren met internet_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/plan_network.htm)). - Al het clientgerelateerde verkeer kan worden gecodeerd via HTTPS: - Client-naar-toepassing Load Balancer - Toepassings-Load Balancer voor reverse proxyservers - Proxyserver naar Tableau Server - Verificatiehandler die op een reverse proxy naar IdP draait - Tableau Server naar IdP ### Onafhankelijke gateway van Tableau Server Tableau Server versie 2022.1 introduceerde de onafhankelijke gateway van Tableau Server. De onafhankelijke gateway is een zelfstandige instantie van het Tableau-gatewayproces dat fungeert als een Tableau-bewuste reverse proxy. De onafhankelijke gateway ondersteunt eenvoudige Round Robin Load Balancing naar de backend Tableau Servers. De onafhankelijke gateway is echter niet bedoeld om te fungeren als Load Balancer voor Enterprise-toepassingen. Wij adviseren om de onafhankelijke gateway achter een Load Balancer voor toepassingen van Enterprise-klasse te gebruiken. Voor de onafhankelijke gateway is een Advanced Management-licentie nodig. ## Verificatie en autorisatie De standaardreferentiearchitectuur specificeert dat Tableau Server wordt geïnstalleerd met geconfigureerde lokale verificatie. In dit model moeten clients verbinding maken met Tableau Server om te worden geverifieerd via het lokale verificatieproces van Tableau Server. Wij raden af om deze verificatiemethode te gebruiken in de referentiearchitectuur, omdat het scenario vereist dat niet-geverifieerde clients communiceren met de toepassingslaag, wat een beveiligingsrisico vormt. In plaats daarvan raden we aan om een externe identiteitsprovider op Enterprise-niveau te configureren in combinatie met een AuthN-module om al het verkeer naar de toepassingslaag vooraf te verifiëren. Wanneer geconfigureerd met een externe IdP, wordt het native lokale verificatieproces van Tableau Server niet gebruikt. Tableau Server autoriseert toegang tot bronnen in de implementatie nadat de IdP de gebruikers heeft geverifieerd. ### Pre-verificatie met een AuthN-module In het voorbeeld in deze handleiding is SAML SSO geconfigureerd, maar het pre-verificatieproces kan worden geconfigureerd met de meeste externe identiteitsproviders en een AuthN-module. In de referentiearchitectuur is de reverse proxy geconfigureerd om een clientverificatiesessie met de IdP te maken voordat de aanvragen via een proxy naar Tableau Server worden verzonden. Wij noemen dit proces de _pre-auth_\-fase. De reverse proxy leidt alleen geverifieerde clientsessies om naar Tableau Server. Tableau Server maakt vervolgens een sessie aan, verifieert de verificatie van de sessie bij de IdP en retourneert vervolgens de clientaanvraag. In het onderstaande diagram staan de stappens van het pre-auth- en verificatieproces met een geconfigureerde AuthN-module. De reverse proxy kan een generieke oplossing van derden zijn of de onafhankelijke gateway van Tableau Server: ![De stappen worden in het bovenstaande diagram weergegeven. Stap 1: de Tableau-client vraagt een resource aan op Tableau Server. Stap 2: de reverse proxy maakt een verificatieverzoek aan met een URL-omleiding naar de identiteitsprovider. Stap 3: de identiteitsprovider stuurt een inlogformulier naar de gebruiker. Stap 4: de gebruiker wordt gevraagd diens inloggegevens in te voeren. Stap 5: de identiteitsprovider verifieert de door de gebruiker verstrekte inloggegevens. Stap 6: de identiteitsprovider reageert op de client met de ingesloten SAML-assertie die naar de reverse proxy-serviceprovider wordt gepost. Stap 7: de serviceprovider op de proxy valideert de assertie, maakt een sessie aan en stuurt deze vervolgens door naar de serviceprovider op Tableau Server. Stap 8: de serviceprovider op Tableau Server maakt het verificatieverzoek aan bij de identiteitsprovider. Stap 9: de identiteitsprovider valideert de huidige sessie. Stap 10: de serviceprovider op Tableau Server valideert en creëert zijn eigen sessie en stuurt het antwoord naar de gebruiker. Stap 11: de gebruiker maakt verbinding met Tableau Server voor autorisatie voor de opgegeven resource.](/tableau/next/nl-nl/guides/enterprise-deployment/nl-nl/Img/pixel-transparent.png) ## Configuratieoverzicht Dit is een overzicht van het proces voor het configureren van de weblaag. Controleer de connectiviteit na elke stap: 1. Configureer twee reverse proxy's om HTTP-toegang tot Tableau Server te bieden. 2. Configureer logica voor Load Balancing met sticky sessies op proxyservers om verbinding te maken met elke Tableau Server-instantie waarop het gatewayproces wordt uitgevoerd. 3. Configureer Load Balancing voor de toepassing met sticky-sessies bij de internetgateway om verzoeken door te sturen naar de reverse proxyservers. 4. Configureer verificatie met een externe IdP. U kunt SSO of SAML configureren door een verificatiehandler te installeren op de reverse proxyservers. De AuthN-module beheert de verificatiehandshake tussen de externe IdP en uw Tableau-implementatie. Tableau fungeert ook als een IdP-serviceprovider en verifieert gebruikers bij de IdP. 5. Om in deze implementatie te kunnen verifiëren met Tableau Desktop, moeten uw clients Tableau Desktop 2021.2.1 of hoger gebruiken. ## Voorbeeld van weblaagconfiguratie met de onafhankelijke gateway van Tableau Server In de rest van dit onderwerp vindt u een end-to-endprocedure waarin wordt beschreven hoe u een weblaag implementeert in de voorbeeld-AWS-referentiearchitectuur met behulp van de onafhankelijke gateway van Tableau Server. Voor een voorbeeldconfiguratie met Apache als reverse proxy, zie [Bijlage - Voorbeeldimplementatie van weblaag met Apache](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part_app-apache.htm). De voorbeeldconfiguratie bestaat uit de volgende componenten: - Loadbalancer van AWS-toepassing - Onafhankelijke gateway van Tableau Server - Mellon-verificatiemodule - Okta IdP - SAML-verificatie **Opmerking**: het voorbeeld van de weblaagconfiguratie dat in deze sectie wordt gepresenteerd, bevat gedetailleerde procedures voor het implementeren van software en services van derden. We hebben ons uiterste best gedaan om de procedures voor het realiseren van het weblaagscenario te verifiëren en te documenteren. De software van derden kan echter veranderen of uw scenario kan afwijken van de hier beschreven referentiearchitectuur. Raadpleeg de documentatie van derden voor betrouwbare configuratiegegevens en ondersteuning. De Linux-voorbeelden in deze sectie tonen opdrachten voor RHEL-achtige distributies. De hier gebruikte opdrachten zijn specifiek ontwikkeld met de Amazon Linux 2-distributie. Als u de Ubuntu-distributie gebruikt, moet u de opdrachten dienovereenkomstig bewerken. Het implementeren van de weblaag in dit voorbeeld verloopt volgens een stapsgewijze configuratie- en verificatieprocedure. De kernconfiguratie van de weblaag bestaat uit de volgende stappen om HTTP-verkeer tussen Tableau en internet mogelijk te maken. De onafhankelijke gateway wordt uitgevoerd en geconfigureerd voor reverse proxy/Load Balancing achter de AWS-toepassing Load Balancer: 1. Omgeving voorbereiden 2. Installeer de onafhankelijke gateway 3. Configureer de onafhankelijke gatewayserver 4. Loadbalancer van AWS-toepassing configureren Nadat de weblaag is ingesteld en de connectiviteit met Tableau is geverifieerd, configureert u de verificatie met een externe provider. ### Omgeving voorbereiden Voer de volgende taken uit voordat u de onafhankelijke gateway implementeert. 1. Wijzigingen in de AWS-beveiligingsgroep. Configureer de beveiligingsgroep Public (Openbaar) om binnenkomend de onafhankelijke gateway housekeeping-verkeer (TCP 21319) van de beveiligingsgroep Private (Privé) toe te staan. 2. Installeer versie 22.1.1 (of later) op een Tableau Server-cluster met vier knooppunten zoals beschreven in [Deel 4 – Tableau Server installeren en configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part4.htm). 3. Configureer de twee proxy EC2-instanties in de openbare beveiligingsgroep zoals beschreven in [Hostcomputers configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part3.htm#Install). ### Installeer de onafhankelijke gateway Voor de onafhankelijke gateway van Tableau Server is een Advanced Management-licentie vereist. De implementatie van de onafhankelijke gateway van Tableau Server bestaat uit het installeren en uitvoeren van het .rpm-pakket en vervolgens het configureren van de initiële status. In deze handleiding staat een procedure met richtlijnen voor implementatie in de referentiearchitectuur. Wijkt uw implementatie af van de referentiearchitectuur? Raadpleeg de kerndocumentatie van Tableau Server, _Tableau Server installeren met onafhankelijke gateway_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/server_tsig_new_install.htm)). **Belangrijk**: de configuratie van de onafhankelijke gateway kan een foutgevoelig proces zijn. Het is erg lastig om configuratieproblemen op te lossen tussen twee instanties van onafhankelijke gateway-servers. Om deze reden raden wij aan om slechts één de onafhankelijke gateway-server tegelijk te configureren. Nadat u de eerste server hebt geconfigureerd en de functionaliteit hebt gecontroleerd, moet u de tweede onafhankelijke gateway-server configureren. Hoewel u elke onafhankelijke gateway-server afzonderlijk configureert, moet u deze installatieprocedure uitvoeren op beide EC2-instanties die u in de openbare beveiligingsgroep hebt geïnstalleerd:  1. Voer een update uit om de nieuwste oplossingen voor het Linux-besturingssysteem toe te passen: sudo yum update 2. Hebt u Apache geïnstalleerd? Verwijder die dan: sudo yum remove httpd 3. Kopieer het installatiepakket van versie 2022.1.1 (of later) van de onafhankelijke gateway van [Tableau Downloads-pagina](https://www.tableau.com/nl-nl/support/releases/server) naar de hostcomputer waarop Tableau Server wordt uitgevoerd. Voer bijvoorbeeld op een computer met een Linux RHEL-achtig besturingssysteem het volgende uit: wget https://downloads.tableau.com/esdalt/2022/tableau-server-tsig-.x86\_64.rpm 4. Voer het installatieprogramma uit. Voer bijvoorbeeld op een Linux RHEL-achtig besturingssysteem het volgende uit: sudo yum install .x86\_64.rpm 5. Ga naar de `/opt/tableau/tableau_tsig/packages/scripts./` directory en voer het script `initialize-tsig` uit dat zich daar bevindt. Naast de `--accepteula`\-vlag, moet u het IP-bereik opgeven van de subnetten waar de Tableau Server-implementatie wordt uitgevoerd. Gebruik de `-c`\-optie om het IP-bereik op te geven. Zie onderstaande voorbeeldopdracht met de opgegeven voorbeeld-AWS-subnetten: sudo ./initialize-tsig --accepteula -c "ip 10.0.30.0/24 10.0.31.0/24" 6. Nadat de initialisatie is voltooid, opent u het bestand `tsighk-auth.conf` en kopieert u het verificatiegeheim in het bestand. U moet deze code voor elk van de onafhankelijke gateway-instanties indienen als onderdeel van de backend Tableau Server-configuratie: sudo less /var/opt/tableau/tableau\_tsig/config/tsighk-auth.conf 7. Nadat u de voorgaande stappen op beide instanties van de onafhankelijke gateway hebt uitgevoerd, bereidt u het configuratiebestand `tsig.json` voor. Het configuratiebestand bestaat uit een independentGateways-array. In de matrix staan configuratieobjecten. Elk van de objecten definieert verbindingsdetails voor een onafhankelijke gateway-instantie. Kopieer de volgende JSON en pas deze aan op basis van uw implementatieomgeving. Zie hier een voorbeeld van een bestand voor een voorbeeld van een AWS-referentiearchitectuur. Het onderstaande JSON-voorbeeldbestand bevat alleen verbindingsgegevens voor één onafhankelijke gateway. Later in het proces voegt u de verbindingsgegevens voor de tweede onafhankelijke gateway-server toe. Sla het bestand op als `tsig.json` voor de procedures die volgen. { "independentGateways": \[ { "id": "ip-10-0-1-169.ec2.internal", "host": "ip-10-0-1-169.ec2.internal", "port": "21319", "protocol" : "http", "authsecret": "13660-27118-29070-25482-9518-22453" }\] } - `"id"` - De privé-DNS-naam van het AWS EC2-instantie waarop de onafhankelijke gateway wordt uitgevoerd. - `"host"` - Hetzelfde als `"id"`. - `"port"` - De housekeeping-poort is standaard `"21319"`. - `"protocol"` - Het protocol voor clientverkeer. Laat dit op `http` staan voor de initiële configuratie. - `"authsecret"` - Het geheim dat u in de vorige stap hebt gekopieerd. ### Onafhankelijke gateway: directe vs. relayverbinding Voordat u verdergaat, moet u beslissen welk verbindingsschema u in uw implementatie wilt configureren: een directe verbinding of een relayverbinding. Elke optie wordt hier kort beschreven, naast informatie die relevant is voor uw besluitvorming. **Relayverbinding**: u kunt de onafhankelijke gateway configureren om clientcommunicatie via één poort door te geven aan het gatewayproces op Tableau Server. Wij noemen dit een _relayverbinding_: - Het relayproces resulteert in een extra hop van de onafhankelijke gateway naar het backend Tableau Server-gatewayproces. Door de extra hop zijn de prestaties slechter in vergelijking met die bij de configuratie met directe verbinding. - TLS wordt ondersteund in de relaymodus. Alle communicatie in de relaymodus is beperkt tot één enkel protocol (HTTP of HTTPS) en kan daarom worden gecodeerd en geverifieerd met TLS. **Directe verbinding**: de onafhankelijke gateway kan rechtstreeks communiceren met de backendprocessen van Tableau Server via meerdere poorten. Wij verwijzen naar deze communicatie als _directe_ verbinding: - Omdat de verbinding rechtstreeks met de backend van Tableau Server verloopt, zijn de prestaties van de client aanzienlijk beter in vergelijking met die van bij de relayverbindingsoptie. - Vereist het openen van 16 poorten van openbare naar privésubnetten voor directe procescommunicatie van de onafhankelijke gateway naar Tableau Server-computers. - TLS wordt nog niet ondersteund voor de processen van de onafhankelijke gateway naar Tableau Server. Om TLS tussen Tableau Server en de onafhankelijke gateway uit te voeren, moet u een relayverbinding configureren. De voorbeeldscenario's in de EDG zijn geconfigureerd met een relayverbinding. 1. Kopieer `tsig.json` naar knooppunt 1 van uw Tableau Server-implementatie. 2. Voer op knooppunt 1 de volgende opdrachten uit om de onafhankelijke gateway in te schakelen. tsm stop tsm configuration set -k gateway.tsig.proxy\_tls\_optional -v none tsm pending-changes apply tsm topology external-services gateway enable -c tsig.json tsm start Omdat directe verbindingen geen TLS ondersteunen, raden wij u aan om een directe verbinding alleen te configureren als u al het netwerkverkeer op andere manieren kunt beveiligen. Om TLS tussen Tableau Server en de onafhankelijke gateway uit te voeren, moet u een relayverbinding configureren. De voorbeeldscenario's in de EDG zijn geconfigureerd met een relayverbinding. Als u de onafhankelijke gateway configureert voor directe verbinding met Tableau Server, moet u de configuratie inschakelen om communicatie te activeren. Nadat Tableau Server met de onafhankelijke gateway communiceert, worden de protocoldoelen vastgesteld. U moet dan de `proxy_targets.csv` van de onafhankelijke gateway-computer halen en de overeenkomstige poorten van de openbare naar de privébeveiligingsgroepen in AWS openen. 1. Kopieer `tsig.json` naar knooppunt 1 van uw Tableau Server-implementatie. 2. Voer op knooppunt 1 de volgende opdrachten uit om de onafhankelijke gateway in te schakelen. tsm stop tsm topology external-services gateway enable -c tsig.json tsm start 3. Voer op de onafhankelijke gateway-computer de volgende opdracht uit om de poorten te bekijken die de Tableau Server-cluster gebruikt: less /var/opt/tableau/tableau\_tsig/config/httpd/proxy\_targets.csv 4. Configureer AWS-beveiligingsgroepen. Voeg de TCP-poorten toe die in `proxy_targets.csv` staan om communicatie van de openbare beveiligingsgroep naar de privébeveiligingsgroep mogelijk te maken. Wij raden aan de poortingangsconfiguratie te automatiseren, omdat de poorten kunnen veranderen als de Tableau Server-implementatie verandert. Als u knooppunten toevoegt of processen opnieuw configureert in de Tableau Server-implementatie, leidt dit tot wijzigingen in de poorttoegang die de onafhankelijke gateway vereist. ### Verificatie: configuratie van basistopologie U kunt toegang krijgen tot de beheerpagina van Tableau Server door naar `http://` te bladeren. Wordt de aanmeldingspagina van Tableau Server niet geladen of start Tableau Server niet? Volg deze stappen voor probleemoplossing: Netwerk:  - Controleer de connectiviteit tussen de Tableau-implementatie en de onafhankelijke gateway-instantie door de volgende `wget`\- opdracht vanaf Tableau Server-knooppunt 1 uit te voeren: wget http://:21319, bijvoorbeeld: wget http://ip-10-0-1-38:21319 Als de verbinding wordt geweigerd of mislukt, controleer dan of de openbare beveiligingsgroep is geconfigureerd om onafhankelijke gateway housekeeping-verkeer (TCP 21319) van de privébeveiligingsgroep toe te staan. Als de beveiligingsgroep correct is geconfigureerd, controleer dan of u de juiste IP-adressen of IP-bereiken hebt opgegeven tijdens de initialisatie van de onafhankelijke gateway. U kunt deze configuratie bekijken en wijzigen in het bestand `environment.bash` in `/etc/opt/tableau/tableau_tsig/environment.bash`. Als u een wijziging aanbrengt in dit bestand, start dan de tsig-http-service opnieuw op zoals hieronder beschreven wordt. Op de Proxy 1-host: 1. Overschrijf het httpd.conf-bestand met het onafhankelijke gateway-stubbestand: cp /var/opt/tableau/tableau\_tsig/config/httpd.conf.stub /var/opt/tableau/tableau\_tsig/config/httpd.conf 2. Start tsig-httpd opnieuw op als eerste stap voor probleemoplossing: sudo su - tableau-tsig systemctl --user restart tsig-httpd exit Op Tableau-knooppunt 1 - Controleer het bestand `tsig.json`. Los eventuele fouten die u vindt op en voer vervolgens het programma `tsm topology external-services gateway update -c tsig.json` uit. - Als u een directe verbinding gebruikt, controleer dan de TCP-poorten die in `proxy_targets.csv` zijn geconfigureerd als ingangspoorten van openbare naar privébeveiligingsgroepen. ### Loadbalancer van AWS-toepassing configureren Configureer de loadbalancer als een HTTP-listener. De procedure hier beschrijft hoe u een loadbalancer toevoegt in AWS. #### Stap 1: Doelgroep maken Een doelgroep is een AWS-configuratie die de EC2-instanties definieert waarop uw proxyservers draaien. Dit zijn de doelen voor het verkeer van de LBS. 1. EC2 >Target groups (Doelgroepen) > Create target group (Doelgroep) 2. Doe het volgende op de pagina Create (Maken): - Voer een doelgroepnaam in, bijvoorbeeld `TG-internal-HTTP`. - Doeltype: instanties - Protocol: HTTP - Poort: 80 - VPC: selecteer uw VPC. - Voeg de te lezen codelijst toe via Health checks (Statuscontroles) > Advanced health checks settings (Geavanceerde instellingen voor statuscontroles) > Success codes (Succescodes): `200,303`. - Klik op Maken. 3. Selecteer de doelgroep die u zojuist hebt gemaakt en klik vervolgens op het tabblad Targets (Doelen):  - Klik op Bewerken. - Selecteer de EC2-instanties (of één instantie als u er één tegelijk configureert) waarop de proxytoepassing wordt uitgevoerd en klik vervolgens op Toevoegen aan geregistreerd. - Klik op Opslaan. #### Stap 2: De loadbalancer-wizard starten 1. EC2> Load Balancers (Loadbalancers) > Create Load Balancer (Loadbalancer maken) 2. Maak op de pagina 'Select load balancer type' (Type loadbalancer selecteren) een toepassings-loadbalancer. **Opmerking**: de gebruikersinterface die wordt weergegeven om de loadbalancer te configureren, is niet consistent in alle AWS-datacenters. De onderstaande procedure, 'Wizardconfiguratie', geeft aan welke instellingen moeten worden toegewezen in de AWS-configuratiewizard die begint met **Step 1 Configure Load Balancer** (Stap 1 Loadbalancer configureren).  Als uw datacenter alle configuraties weergeeft op één pagina met onderaan de knop **Create load balancer** (Loadbalancer maken), volgt u de onderstaande procedure 'Configuratie op één pagina'. 1. Pagina Configure load balancer (Loadbalancer configureren): - Geef naam op. - Schema: internetgericht (standaard) - IP-adrestype: ipv4 (standaard) - Listeners (listeners en routering): 1. Laat de standaard-HTTP-listener staan. 2. Klik op Add listener (Luisteraar toevoegen) en voeg `HTTPS:443` toe. - VPC: selecteer de VPC waar u alles hebt geïnstalleerd. - Beschikbaarheidszones: - Selecteer **a** en **b** voor uw datacenterregio's. - Selecteer in elke corresponderende vervolgkeuzelijst het openbare subnet (waar uw proxyservers zich bevinden). - Klik op Configure Security Settings (Beveiligingsinstellingen configureren). 2. Pagina Configure Security Settings (Beveiligingsinstellingen configureren) - Upload uw openbare SSL-certificaat. - Klik op Next: Configure Security Groups (Volgende stap: Beveiligingsgroepen configureren). 3. Pagina Configure Security Groepen (Beveiligingsinstellingen configureren): - Selecteer de openbare beveiligingsgroep (Public). Als de standaardbeveiligingsgroep (Default) is geselecteerd, wist u deze selectie. - Klik op Next: Configure Routing (Volgende stap: Routering configureren). 4. Pagina Configure Routing (Routering configureren) - Doelgroep: bestaande doelgroep. - Naam: selecteer de doelgroep die u eerder hebt gemaakt. - Klik op Next: Register Targets (Volgende stap: Doelen registreren). 5. Pagina Register Targets (Doelen registreren) - De twee proxyserverinstanties die u eerder hebt geconfigureerd, worden weergegeven. - Klik op Next: Review (Volgende stap: Controleren). 6. Pagina Review (Controleren) Klik op Create (Maken). Basisconfiguratie - Geef naam op. - Schema: internetgericht (standaard) - IP-adrestype: ipv4 (standaard) Netwerktoewijzing - VPC: selecteer de VPC waar u alles hebt geïnstalleerd. - Toewijzingen: - Selecteer de beschikbaarheidszones **a** en **b** (of vergelijkbare beschikbaarheidszones) voor uw datacenterregio's. - Selecteer in elke corresponderende vervolgkeuzelijst het openbare subnet (waar uw proxyservers zich bevinden). Beveiligingsgroepen - Selecteer de openbare beveiligingsgroep (Public). Als de standaardbeveiligingsgroep (Default) is geselecteerd, wist u deze selectie. Listeners en routering - Laat de standaard-HTTP-listener staan. Geef voor Default action (Standaardactie) de doelgroep op die u eerder hebt ingesteld. - Klik op Add listener (Luisteraar toevoegen) en voeg `HTTPS:443` toe. Geef voor Default action (Standaardactie) de doelgroep op die u eerder hebt ingesteld. Veilige listenerinstellingen - Upload uw openbare SSL-certificaat. Klik op Create Load balancer (Loadbalancer maken). #### Stap 3: Stickiness inschakelen 1. Nadat u de loadbalancer hebt gemaakt, moet u 'stickiness' (sessieaffiniteit) inschakelen voor de doelgroep. - Open de AWS-pagina voor de doelgroep (EC2\> Load Balancing (Taakverdeling) > Target Groups (Doelgroepen)) en selecteer de doelgroepinstantie die u zojuist hebt ingesteld. Selecteer in het menu Action (Actie) de optie Edit attributes (Attributen bewerken). - Selecteer op de pagina Edit attributes (Attributen bewerken) de optie Stickiness (sessieaffiniteit), geef een duur van `1 day` (1 dag) op en klik vervolgens op Save changes (Wijzigingen opslaan). 2. Schakel stickiness in voor de loadbalancer op de HTTP-listener. Selecteer de loadbalancer die u zojuist hebt geconfigureerd en klik vervolgens op het tabblad Listeners: - Klik voor HTTP:80 op View/edit rules (Regels weergeven/bewerken). Klik op de resulterende pagina Rules (Regels) op het bewerkingspictogram (eenmaal bovenaan de pagina en vervolgens nogmaals naast de regel) om de regel te bewerken. Verwijder de bestaande THEN-regel en vervang deze door te klikken op Actie toevoegen > Doorsturen naar.... Specificeer in de hieruit voortvloeiende THEN-configuratie de doelgroep die u hebt gemaakt. Schakel Stickiness in onder Group-level stickiness (Sessieaffiniteit op groepsniveau) en stel de duur in op 1 dag. Sla de instelling op en klik vervolgens op Update (Bijwerken). #### Stap 4: De time-out voor inactiviteit op de loadbalancer instellen Werk de inactiviteitstime-out voor de loadbalancer bij naar 400 seconden. Selecteer de loadbalancer die u voor deze implementatie hebt geconfigureerd en klik vervolgens op Actions (Acties) > Edit attributes (Kenmerken bewerken). Stel Time-out bij inactiviteit in op `400` seconden, en klik dan op Opslaan. #### Stap 5: LBS-connectiviteit controleren Open de AWS-pagina voor de doelgroep (EC2\> Load Balancers) en selecteer de loadbalancer-instantie die u zojuist hebt ingesteld. Kopieer de DNS-naam onder Description (Beschrijving) en plak deze in een browser om toegang te krijgen tot de aanmeldingspagina van Tableau Server. Als u een 500-niveaufout krijgt, moet u uw proxyservers mogelijk opnieuw opstarten. ### DNS bijwerken met openbare Tableau-URL Gebruik de DNS-zonenaam van uw domein uit de beschrijving van de AWS-loadbalancer om een CNAME-waarde in uw DNS te maken. Verkeer naar uw URL (tableau.example.com) moet naar de openbare DNS-naam van AWS worden verzonden. ### Connectiviteit controleren Nadat uw DNS-updates zijn voltooid, kunt u naar de aanmeldingspagina van Tableau Server navigeren door uw openbare URL in te voeren, bijvoorbeeld: `https://tableau.example.com`. ## Voorbeeld van verificatieconfiguratie: SAML met externe IdP In het volgende voorbeeld wordt beschreven hoe u SAML instelt en configureert met Okta IdP en de Mellon-verificatiemodule voor een Tableau-implementatie die wordt uitgevoerd in de AWS-referentiearchitectuur. In dit voorbeeld wordt voortgeborduurd op het vorige gedeelte. Er wordt ervan uitgegaan dat u één onafhankelijke gateway tegelijk configureert. In het voorbeeld wordt beschreven hoe u Tableau Server en de onafhankelijke gateway via HTTP configureert. Okta stuurt via HTTPS een verzoek naar de AWS-loadbalancer, maar al het interne verkeer loopt via HTTP. Houd bij het configuratieproces voor dit scenario rekening met het HTTP- en HTTPS-protocol wanneer u URL-tekenreeksen instelt. In dit voorbeeld wordt Mellon gebruikt als een serviceprovidermodule voor pre-verificatie op de onafhankelijke gateway-servers. Deze configuratie zorgt ervoor dat alleen geverifieerd verkeer verbinding maakt met Tableau Server, waarbij Tableau Server ook fungeert als serviceprovider met Okta als IdP. Daarom moet u twee IdP-toepassingen configureren: één voor de Mellon-serviceprovider en één voor de Tableau-serviceprovider. ### Een Tableau-beheerdersaccount maken Een veelgemaakte fout bij het configureren van SAML is dat vóór inschakeling van SSO geen beheerdersaccount wordt gemaakt op Tableau Server. De eerste stap is het maken van een account op Tableau Server met de rol van Serverbeheerder. Voor het Okta-voorbeeldscenario moet de gebruikersnaam een geldige e-mailadresnotatie hebben, bijvoorbeeld gebruiker@voorbeeld.com. U moet een wachtwoord voor deze gebruiker instellen, maar het wachtwoord wordt niet gebruikt nadat SAML is geconfigureerd. ### Okta-toepassing voor voorafgaande verificatie configureren Voor het end-to-end-scenario dat in deze sectie wordt beschreven, zijn twee Okta-toepassingen nodig: - Okta-toepassing voor voorafgaande verificatie - Tableau Server-toepassing van Okta Elk van deze toepassingen is gekoppeld aan verschillende metadata die u respectievelijk op de reverse proxy en Tableau Server moet configureren. In deze procedure wordt beschreven hoe u de Okta-toepassing voor voorafgaande verificatie maakt en configureert. Verderop in dit onderwerp gaat u de Tableau Server-toepassing van Okta maken. Zie de [Okta Developer-webpagina](https://developer.okta.com/signup/) (in het Engels) voor informatie over een gratis Okta-proefaccount met een beperkt aantal gebruikers. Maak een SAML-app-integratie voor de Mellon-serviceprovider voor voorafgaande verificatie. 1. Open het Okta-beheerdashboard > Applications \> Create App Integration (Toepassingen > App-integratie maken). 2. Selecteer op de pagina Create a new app integration (Nieuwe app-integratie maken) de optie SAML 2.0 en klik dan op Next (Volgende). 3. Voer op het tabblad General Settings (Algemene instellingen) een app-naam in, bijvoorbeeld `Tableau Pre-Auth` en klik op Next (Volgende). 4. Doe het volgende op het tabblad Configure SAML (SAML configureren): - URL voor eenmalige aanmelding (SSO). Het laatste element van het pad in de URL voor eenmalige aanmelding wordt aangeduid als `MellonEndpointPath` in het configuratiebestand `mellon.conf` dat verderop in deze procedure volgt. U kunt elk gewenst eindpunt opgeven. In dit voorbeeld is `sso` het eindpunt. Het laatste element, `postResponse`, is vereist: `https://tableau.example.com/sso/postResponse`. - Schakel het selectievakje Use this for Recipient URL and Destination URL (Dit gebruiken voor ontvangers-URL en bestemmings-URL) uit. - Recipient URL (Ontvangers-URL): Hetzelfde als de SSO-URL, maar met HTTP. Bijvoorbeeld `http://tableau.example.com/sso/postResponse`. - Destination URL (Bestemmings-URL): hetzelfde als de SSO-URL, maar met HTTP. Bijvoorbeeld `http://tableau.example.com/sso/postResponse`. - Audience URI (SP Entity ID) (Doelgroep-URI (SP-entiteits-ID). Bijvoorbeeld `https://tableau.example.com`. - Name ID Format (Notatie van naam-ID): `EmailAddress` - Application username (Toepassingsgebruikersnaam): `Email` - Attributes Statements (Kenmerkinstructies): Name = `mail`; Name format (Naamnotatie)= `Unspecified`; Value (Waarde) = `user.email`. Klik op Volgende. 5. Selecteer op het tabblad Feedback het volgende: - I'm an Okta customer adding an internal app (Ik ben een Okta-klant die een interne app toevoegt) - This is an internal app that we have created (Dit is een interne app die we hebben gemaakt) - Klik op Voltooien. 6. Maak het IdP-metadatabestand voor voorafgaande verificatie: - In Okta: Applications \> (Toepassingen) Applications \> Uw nieuwe toepassing (bijv. `Tableau Pre-Auth`) > Sign On (Aanmelden) - Klik bij SAML Signing Certificates (SAML-ondertekeningscertificaten) op View SAML setup instructions (SAML-installatie-instructies weergeven). - Scroll op de pagina How to Configure SAML 2.0 for Application (SAML 2.0 configureren voor-toepassing) omlaag naar de sectie Optional (Optioneel), Provide the following IDP metadata to your SP provider (de volgende IDP-metadata doorgeven aan uw SP-provider). - Kopieer de inhoud van het XML-veld en sla deze op in een bestand met de naam `pre-auth_idp_metadata.xml`. 7. (Optioneel) Configureer meervoudige verificatie: - In Okta: Applications \> (Toepassingen) Applications \> Uw nieuwe toepassing (bijv. `Tableau Pre-Auth`) > Sign On (Aanmelden) - Klik onder Sign On Policy (Aanmeldingsbeleid) op Add Rule (Regel toevoegen). - Geef bij App Sign On Rule (App-aanmeldingsregel) een naam en de verschillende MFA-opties op. Om de functionaliteit te testen, kunt u alle opties op de standaardinstellingen laten staan. Onder Actions (Acties) moet u echter Prompt for factor (Om factor vragen) selecteren en vervolgens opgeven hoe vaak gebruikers zich moeten aanmelden. Klik op Save (Opslaan). ### Okta-gebruiker maken en toewijzen 1. Maak in Okta een gebruiker aan met de gebruikersnaam die u in Tableau hebt gemaakt (gebruiker@voorbeeld.com): Directory \> People (Mensen) > Add person (Persoon toevoegen). 2. Nadat de gebruiker is aangemaakt, wijst u de nieuwe Okta-app toe aan die persoon: klik op de gebruikersnaam en wijs de toepassing toe in Assign Application (Toepassing toewijzen). ### Mellon installeren voor pre-auth In dit voorbeeld wordt mod\_auth\_mellon gebruikt, een populaire opensource-module. Sommige Linux-distributies bevatten verouderde versies van mod\_auth\_mellon uit een oudere opslagplaats. Deze verouderde versies kunnen onbekende beveiligingsproblemen of functionele problemen bevatten. Als u mod\_auth\_mellon gebruikt, controleer dan of u de nieuwste versie gebruikt. De mod\_auth\_mellon-module is software van derden. We hebben ons uiterste best gedaan om de procedures te verifiëren en te documenteren om dit scenario mogelijk te maken. Software van derden kan echter veranderen of uw scenario kan afwijken van de hier beschreven referentiearchitectuur. Raadpleeg de documentatie van derden voor betrouwbare configuratiegegevens en ondersteuning. 1. Installeer een actuele versie van de Mellon-verificatiemodule op de actieve EC2-instantie waarop de onafhankelijke gateway wordt uitgevoerd. 2. Maak de directory `/etc/mellon`: sudo mkdir /etc/mellon ### Mellon configureren als pre-auth-module Voer deze procedure uit op de eerste instantie van de onafhankelijke gateway. U moet een kopie hebben van het bestand `pre-auth_idp_metadata.xml` dat u hebt gemaakt vanuit de Okta-configuratie. 1. Ga naar de directory: cd /etc/mellon 2. Maak de metadata van de serviceprovider. Voer het script `mellon_create_metadata.sh` uit. U moet de entiteits-ID en de retour-URL (return-url) voor uw organisatie in de opdracht opnemen. De retour-URL wordt in Okta de _single sign on URL_ genoemd. Het laatste element van het pad in de retour-URL wordt aangeduid als `MellonEndpointPath` in het configuratiebestand `mellon.conf` dat later in deze procedure volgt. In dit voorbeeld specificeren we `sso` als eindpuntpad. Bijvoorbeeld: sudo /usr/libexec/mod\_auth\_mellon/mellon\_create\_metadata.sh https://tableau.example.com "https://tableau.example.com/sso" Het script retourneert het certificaat, de sleutel en de metadatabestanden van de serviceprovider. 3. Hernoem de serviceproviderbestanden in de map `mellon` voor betere leesbaarheid. In de documentatie verwijzen we naar deze bestanden met de volgende namen: sudo mv \*.key mellon.key sudo mv \*.cert mellon.cert sudo mv \*.xml sp\_metadata.xml 4. Kopieer het bestand `pre-auth_idp_metadata.xml` naar dezelfde map. 5. Wijzig eigendom en machtigingen voor alle bestanden in de `/etc/mellon`\-directory: sudo chown tableau-tsig mellon.key sudo chown tableau-tsig mellon.cert sudo chown tableau-tsig sp\_metadata.xml sudo chown tableau-tsig pre-auth\_idp\_metadata.xml sudo chmod +r \* mellon.key sudo chmod +r \* mellon.cert sudo chmod +r \* sp\_metadata.xml sudo chmod +r \* pre-auth\_idp\_metadata.xml 6. Maak de directory `/etc/mellon/conf.d`: sudo mkdir /etc/mellon/conf.d 7. Maak het `global.conf`\-bestand in de `/etc/mellon/conf.d`\-directory. Kopieer de inhoud van het bestand zoals hieronder weergegeven, maar werk`MellonCookieDomain` bij met uw root-domeinnaam. Als de domeinnaam voor Tableau bijvoorbeeld `tableau.example.com` is, voer dan `example.com` in als rootdomein. AuthType Mellon MellonEnable auth Require valid-user MellonCookieDomain MellonSPPrivateKeyFile /etc/mellon/mellon.key MellonSPCertFile /etc/mellon/mellon.cert MellonSPMetadataFile /etc/mellon/sp\_metadata.xml MellonIdPMetadataFile /etc/mellon/pre-auth\_idp\_metadata.xml MellonEndpointPath /sso MellonEnable Off 8. Maak het `mellonmod.conf`\-bestand in de `/etc/mellon/conf.d`\-directory. Dit bestand bevat één enkele richtlijn die de locatie van het bestand `mod_auth_mellon.so` aangeeft. De locatie in het voorbeeld hier is de standaardlocatie van het bestand. Controleer of het bestand zich op deze locatie bevindt, of wijzig het pad in deze richtlijn zodat het overeenkomt met de werkelijke locatie van `mod_auth_mellon.so`: LoadModule auth\_mellon\_module /usr/lib64/httpd/modules/mod\_auth\_mellon.so ### Een Tableau Server-applicatie maken in Okta 1. In het Okta-dashboard: Applications (Toepassingen) > Applications \> Browse App Catalog (App-catalogus doorzoeken) 2. Zoek in Browse App Integration Catalog (App-integratiecatalogus doorzoeken) naar `Tableau`, selecteer de Tableau Server-tegel en klik vervolgens op Add (Toevoegen). 3. Voer bij Add Tableau Server (Tableau Server toevoegen) > Algemene instellingen (Algemene instellingen) een label in en klik vervolgens op Next (Volgende). 4. Selecteer in ‘Sign-On Options’ (Aanmeldingsopties) de optie SAML 2.0 en scroll vervolgens omlaag naar 'Advanced Sign-on Settings' (Geavanceerde aanmeldingsinstellingen): - SAML Entity ID (SAML-entiteits-ID): voer de openbare URL in, bijvoorbeeld https://tableau.example.com. - Application user name format (Notatie toepassingsgebruikersnaam): Email (E-mail) 5. Klik op de link Identity Provider metadata (Identiteitsprovider-metadata) om een browser te starten. Kopieer de browserlink. Dit is de link die u gebruikt wanneer u Tableau configureert in de volgende procedure. 6. Klik op Gereed. 7. Wijs de nieuwe Tableau Server-toepassing van Okta toe aan uw gebruiker (gebruiker@voorbeeld.com): Klik op de gebruikersnaam en wijs de toepassing toe in Assign Application (Toepassing toewijzen). ### Configuratie van verificatiemodule instellen op Tableau Server Voer de volgende opdrachten uit op Tableau Server-knooppunt 1. Met deze opdrachten worden de bestandslocaties voor de Mellon-configuratiebestanden op de externe onafhankelijke gateway-computer opgegeven. Controleer nogmaals of de bestandspaden die in deze opdrachten worden opgegeven, overeenkomen met de paden en bestandslocaties op de externe onafhankelijke gateway-computer. tsm configuration set -k gateway.tsig.authn\_module\_block -v "/etc/mellon/conf.d/mellonmod.conf" --force-keys tsm configuration set -k gateway.tsig.authn\_global\_block -v "/etc/mellon/conf.d/global.conf" --force-keys Om de downtime te beperken, mag u geen wijzigingen doorvoeren voordat u SAML hebt ingeschakeld zoals beschreven in de volgende sectie. ### SAML inschakelen op Tableau Server voor IdP Voer deze procedure uit op Tableau Server-knooppunt 1 1. Download de Tableau Server-toepassingsmetadata van Okta. Gebruik de link die u bij de vorige procedure hebt opgeslagen: wget https://dev-66144217.okta.com/app/exk1egxgt1fhjkSeS5d7/sso/saml/metadata -O idp\_metadata.xml 2. Kopieer een TLS-certificaat en bijbehorend sleutelbestand naar de Tableau Server. Het sleutelbestand moet een RSA-sleutel zijn. Zie _SAML-vereisten_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/saml_requ.htm)) voor meer informatie over SAML-certificaat- en IdP-vereisten. Om certificaatbeheer en -implementatie te vereenvoudigen en als best practice voor de beveiliging, raden we aan om certificaten te gebruiken die zijn gegenereerd door een grote, vertrouwde externe certificeringsinstantie (CA). U kunt er ook voor kiezen om zelfondertekende certificaten te genereren of certificaten van een PKI voor TLS te gebruiken. Als u geen TLS-certificaat hebt, kunt u een zelfondertekend certificaat genereren met behulp van de onderstaande ingesloten procedure. Een zelfondertekend certificaat genereren Voer deze procedure uit op Tableau Server-knooppunt 1. 1. Genereer een root-certificeringsverificatiesleutel ofwel CA-sleutel (certificate authority): openssl genrsa -out rootCAKey-saml.pem 2048 2. Maak het root-CA-certificaat: openssl req -x509 -sha256 -new -nodes -key rootCAKey-saml.pem -days 3650 -out rootCACert-saml.pem U wordt gevraagd waarden in te voeren voor de certificaatvelden. Bijvoorbeeld: Country Name (2 letter code) \[XX\]:US State or Province Name (full name) \[\]:Washington Locality Name (eg, city) \[Default City\]:Seattle Organization Name (eg, company) \[Default Company Ltd\]:Tableau Organizational Unit Name (eg, section) \[\]:Operations Common Name (eg, your name or your server's hostname) \[\]:tableau.example.com Email Address \[\]:example@tableau.com 3. Maak het certificaat en de bijbehorende sleutel (`server-saml.csr` en `server-saml.key` in het onderstaande voorbeeld). De onderwerpnaam voor het certificaat moet overeenkomen met de openbare hostnaam van de Tableau-host. De onderwerpnaam wordt ingesteld met de optie `-subj` in de notatie `"/CN="`, bijvoorbeeld: openssl req -new -nodes -text -out server-saml.csr -keyout server-saml.key -subj "/CN=tableau.example.com" 4. Onderteken het nieuwe certificaat met het CA-certificaat dat u hierboven hebt gemaakt. De volgende opdracht geeft het certificaat ook weer in de `crt`\-notatie: openssl x509 -req -in server-saml.csr -days 3650 -CA rootCACert-saml.pem -CAkey rootCAKey-saml.pem -CAcreateserial -out server-saml.crt 5. Converteer het sleutelbestand naar RSA. Tableau vereist een RSA-sleutelbestand voor SAML. Voer de volgende opdracht uit om de sleutel te converteren: openssl rsa -in server-saml.key -out server-saml-rsa.key 3. Configureer SAML. Voer de volgende opdracht uit en geef daarbij uw entiteits-ID en retour-URL op, evenals de paden naar het metadatabestand, certificaatbestand en sleutelbestand: tsm authentication saml configure --idp-entity-id "https://tableau.example.com" --idp-return-url "https://tableau.example.com" --idp-metadata idp\_metadata.xml --cert-file "server-saml.crt" --key-file "server-saml-rsa.key" tsm authentication saml enable 4. Als uw organisatie Tableau Desktop 2021.4 of hoger gebruikt, moet u de volgende opdracht uitvoeren om verificatie via de reverse-proxyservers in te schakelen. Versies van Tableau Desktop 2021.2.1 - 2021.3 werken zonder dat u deze opdracht uitvoert, op voorwaarde dat de module voor voorafgaande verificatie (bijvoorbeeld Mellon) is geconfigureerd om het bewaren van cookies in het hoogste domein toe te staan. tsm configuration set -k features.ExternalBrowserOAuth -v false 5. Pas configuratiewijzigingen toe: tsm pending-changes apply #### Start de tsig-httpd-service opnieuw Wanneer uw Tableau Server-implementatie wijzigingen doorvoert, meldt u zich opnieuw aan bij de onafhankelijke gateway-computer van Tableau Server en voert u de volgende opdrachten uit om de tsig-httpd-service opnieuw te starten: sudo su - tableau-tsig systemctl --user restart tsig-httpd exit ### SAML-functionaliteit valideren Om de end-to-end SAML-functionaliteit te valideren, meldt u zich aan bij Tableau Server met de openbare URL (bijvoorbeeld https://tableau.example.com) met het Tableau-beheerdersaccount dat u aan het begin van deze procedure hebt gemaakt. Start TSM niet (gatewayfout) of krijgt u browserfoutmeldingen wanneer u verbinding probeert te maken? Raadpleeg dan [Problemen met de onafhankelijke gateway van Tableau Server oplossen](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part7.htm#Troubles). ## Verificatiemodule configureren bij tweede instantie van de onafhankelijke gateway Nadat u de eerste instantie van de onafhankelijke gateway succesvol hebt geconfigureerd, implementeert u de tweede instantie. Het volgende is een voorbeeld van het laatste proces voor het installeren van het AWS-/Mellon-/Okta-scenario dat in dit onderwerp wordt beschreven. Bij deze procedure wordt ervan uitgegaan dat u de onafhankelijke gateway al op de tweede instantie hebt geïnstalleerd, zoals eerder in dit onderwerp is beschreven ([Onafhankelijke gateway installeren](#Install)). Voor het proces voor de implementatie van de tweede onafhankelijke gateway moet u de volgende stappen doorlopen: 1. Op de tweede instantie van de onafhankelijke gateway: installeer de auth-module van Mellon. Configureer de Mellon-verificatiemodule niet zoals eerder in dit onderwerp beschreven. Neem in plaats daarvan de configuratie over die beschreven staat in de volgende stappen. 2. Op de geconfigureerde (eerste) instantie van de onafhankelijke gateway: Maak een tar-kopie van de bestaande Mellon-configuratie. De tar-back-up behoudt alle directoryhiërarchie en machtigingen. Voer de volgende opdrachten uit: cd /etc sudo tar -cvf mellon.tar mellon Kopieer `mellon.tar` naar de tweede instantie van de onafhankelijke gateway. 3. Over de tweede instantie van de onafhankelijke gateway: Pak het tar-bestand uit ('unzip') naar de tweede instantie in de `/etc`\-directory. Voer de volgende opdrachten uit: cd /etc sudo tar -xvf mellon.tar 4. Op knooppunt 1 van de Tableau Server-implementatie: werk het verbindingsbestand (`tsig.json`) bij met de verbindingsgegevens van de tweede onafhankelijke gateway. U moet de verificatiesleutel ophalen zoals eerder in dit onderwerp beschreven ([Onafhankelijke gateway installeren](#Install)). Zie hier een voorbeeld van een verbindingsbestand (`tsig.json`): { "independentGateways": \[ { "id": "ip-10-0-1-169.ec2.internal", "host": "ip-10-0-1-169.ec2.internal", "port": "21319", "protocol" : "http", "authsecret": "13660-27118-29070-25482-9518-22453" }, { "id": "ip-10-0-2-230.ec2.internal", "host": "ip-10-0-2-230.ec2.internal", "port": "21319", "protocol" : "http", "authsecret": "9055-27834-16487-27455-30409-7292" }\] } 5. Op knooppunt 1 van de Tableau Server-implementatie: voer de volgende opdrachten uit om de configuratie bij te werken: tsm stop tsm topology external-services gateway update -c tsig.json tsm start 6. Op beide instanties van de onafhankelijke gateway: terwijl Tableau Server wordt gestart, start u het `tsig-httpd`\-proces: sudo su - tableau-tsig systemctl --user restart tsig-httpd exit 7. In AWS EC2>Target groups (Doelgroepen): werk de doelgroep bij met de EC2-instantie waarop de tweede onafhankelijke gateway-instantie wordt uitgevoerd. Selecteer de doelgroep die u zojuist hebt gemaakt en klik vervolgens op het tabblad Targets (Doelen):  - Klik op Bewerken. - Selecteer de EC2-instantie van de tweede onafhankelijke gateway-computer en klik vervolgens op Toevoegen aan geregistreerd. Klik op Opslaan. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Deel 6 - Configuratie na de installatie **Opmerking:** Tableau werkt de Gids voor bedrijfsbrede implementatie niet langer bij. Hoewel we de hier beschreven referentiearchitectuur nog steeds aanbevelen als een geldig implementatiemodel voor Tableau Server in AWS, kunnen specifieke configuratieprocedures sinds de laatste update zijn gewijzigd. Vergelijk deze stappen altijd met de meest recente documentatie in de [Help van Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/get_started_server.htm) om de nauwkeurigheid te waarborgen. ## SSL/TLS configureren van loadbalancer tot Tableau Server Sommige organisaties hebben een end-to-end-versleutelingskanaal nodig van de client naar de backendservice. De standaardreferentiearchitectuur zoals tot dusver beschreven, specificeert SSL van de client tot de loadbalancer die op de weblaag van uw organisatie wordt uitgevoerd. In dit gedeelte wordt beschreven hoe u SSL/TLS configureert voor Tableau Server en de onafhankelijke gateway in de voorbeeld-AWS-referentiearchitectuur. Zie [Voorbeeld: SSL/TLS configureren in AWS-referentiearchitectuur](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part_app-apache.htm#Example:) voor een configuratievoorbeeld waarin wordt beschreven hoe u SSL/TLS configureert op Apache in de AWS-referentiearchitectuur. Op dit moment wordt TLS niet ondersteund op de backend Tableau Server-processen die in het bereik 8000-9000 worden uitgevoerd. Om TLS in te schakelen, moet u de onafhankelijke gateway configureren met een relayverbinding met de Tableau Server. In deze procedure wordt beschreven hoe u TLS inschakelt en configureert op de onafhankelijke gateway naar Tableau Server en op Tableau Server naar de onafhankelijke gateway. De procedure versleutelt het relayverkeer via HTTPS/443 en het housekeepingverkeer via HTTPS/21319. De Linux-procedures in dit voorbeeld tonen opdrachten voor RHEL-achtige distributies. De hier gebruikte opdrachten zijn specifiek ontwikkeld met de Amazon Linux 2-distributie. Als u de Ubuntu-distributie gebruikt, moet u de opdrachten dienovereenkomstig bewerken. De richtlijnen hier zijn aanbevelingen voor de specifieke AWS-voorbeeldreferentiearchitectuur in deze gids. Daarom zijn optionele configuraties niet inbegrepen. Zie _TLS configureren op onafhankelijke gateway_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/server_tsig_configure_tls.htm)) voor volledige referentiedocumentatie. ### Voordat u TLS configureert Voer de TLS-configuraties buiten kantooruren uit. Voor de configuratie is minimaal één herstart van Tableau Server vereist. Als u een volledige implementatie van een referentiearchitectuur met vier knooppunten uitvoert, kan het even duren voordat Tableau Server opnieuw is opgestart. - Controleer of clients via HTTP verbinding kunnen maken met Tableau Server. Het configureren van TLS met de onafhankelijke gateway is een proces dat uit meerdere stappen bestaat en waarbij mogelijk wat probleemoplossing nodig is. Daarom raden wij aan om te beginnen met een volledig operationele Tableau Server-implementatie voordat u TLS configureert. - Verzamel TLS/SSL-certificaten, sleutels en gerelateerde assets. U hebt SSL-certificaten nodig voor de onafhankelijke gateways en voor Tableau Server. Om certificaatbeheer en -implementatie te vereenvoudigen en als best practice voor de beveiliging, raden we aan om certificaten te gebruiken die zijn gegenereerd door een grote, vertrouwde externe certificeringsinstantie (CA). U kunt er ook voor kiezen om zelfondertekende certificaten te genereren of certificaten van een PKI voor TLS te gebruiken. In de voorbeeldconfiguratie in dit onderwerp worden de volgende assetnamen ter illustratie gebruikt: - `tsig-ssl.crt`: het TLS/SSL-certificaat voor de onafhankelijke gateway. - `tsig-ssl.key`: de privésleutel voor `tsig-ssl.crt` op de onafhankelijke gateway. - `ts-ssl.crt`: het TLS/SSL-certificaat voor Tableau Server. - `ts-ssl.key`: de privésleutel voor `tsig-ssl.crt` op Tableau Server. - `tableau-server-CA.pem`: het basiscertificaat voor de CA die de certificaten voor de Tableau Server-computers genereert. Dit certificaat is doorgaans niet vereist als u certificaten van grote, vertrouwde derde partijen gebruikt. - `rootTSIG-CACert.pem`: het basiscertificaat voor de CA die de certificaten genereert voor de onafhankelijke gateway-computers. Dit certificaat is doorgaans niet vereist als u certificaten van grote, vertrouwde derde partijen gebruikt. - Er zijn nog andere certificaten en belangrijke bestandsassets vereist voor SAML. Deze worden gedetailleerd beschreven in Deel 5 van deze handleiding. - Hebt u voor uw implementatie van een certificaatketenbestand nodig? Raadpleeg dan het Knowledge Base-artikel [TLS configureren op onafhankelijke gateway bij gebruik van een certificaat met een certificaatketen](https://kb.tableau.com/articles/HowTo/configure-tls-on-independent-gateway-when-using-intermediate-certificate?lang=nl-nl). - Controleer of u toegang hebt tot IdP. Als u een IdP gebruikt voor verificatie, moet u waarschijnlijk wijzigingen aanbrengen in de URL's van de ontvanger en de bestemming bij de IdP nadat u SSL/TLS hebt geconfigureerd. ### De onafhankelijke gateway-computers voor TLS configureren De configuratie van TLS kan een foutgevoelig proces zijn. Omdat het veel tijd kan kosten om problemen in twee instanties van de onafhankelijke gateway op te lossen, raden we aan om TLS in te schakelen en te configureren op de EDG-implementatie met slechts één onafhankelijke gateway. Nadat u hebt gecontroleerd of TLS in de hele implementatie werkt, configureert u de tweede onafhankelijke gateway-computer. #### Stap 1: distribueer certificaten en sleutels naar de onafhankelijke gateway-computer U kunt de bestanden naar elke willekeurige map distribueren, zolang de tsig-httpd-gebruiker leesrechten voor de bestanden heeft. De paden naar deze bestanden worden in andere procedures vermeld. We zullen in dit hele onderwerp de voorbeeldpaden onder `/etc/ssl` gebruiken zoals ze hieronder weergegeven zijn. 1. Maak een map voor de privésleutel: sudo mkdir -p /etc/ssl/private 2. Kopieer de certificaat- en sleutelbestanden naar de `/etc/ssl`\-paden. Bijvoorbeeld: sudo cp tsig-ssl.crt /etc/ssl/certs/ sudo cp tsig-ssl.key /etc/ssl/private/ 3. (Optioneel) Als u een zelfondertekend certificaat of PKI-certificaat voor SSL/TLS op Tableau Server gebruikt, moet u het CA-rootcertificaatbestand ook naar de onafhankelijke gateway-computer kopiëren. Bijvoorbeeld: sudo cp tableau-server-CA.pem /etc/ssl/certs/ #### Stap 2: werk de omgevingsvariabelen voor TLS bij U moet de poort- en protocolomgevingsvariabelen voor de configuratie van de onafhankelijke gateway bijwerken. Wijzig deze waarden door het bestand `/etc/opt/tableau/tableau_tsig/environment.bash`, als volgt bij te werken: TSIG\_HK\_PROTOCOL="https" TSIG\_PORT="443" TSIG\_PROTOCOL="https" #### Stap 3: werk het stubconfiguratiebestand voor het HK-protocol bij Bewerk handmatig het stubconfiguratiebestand (`/var/opt/tableau/tableau_tsig/config/httpd.conf.stub`) om TLS-gerelateerde Apache-httpd-richtlijnen in te stellen voor het housekeeping (HK)-protocol. Het stubconfiguratiebestand bevat een blok met TLS-gerelateerde richtlijnen waar een opmerking met een `#TLS#`\-markering bij staat. Verwijder de markeringen uit de richtlijnen zoals in het onderstaande voorbeeld. Houd er rekening mee dat er in het voorbeeld gebruik wordt gemaakt van een root-CA-certificaat voor het SSL-certificaat dat wordt gebruikt op Tableau Server met de `SSLCACertificateFile`\-optie. #TLS# SSLPassPhraseDialog exec:/path/to/file SSLEngine on #TLS# SSLHonorCipherOrder on #TLS# SSLCompression off SSLCertificateFile /etc/ssl/certs/tsig-ssl.crt SSLCertificateKeyFile /etc/ssl/private/tsig-ssl.key SSLCACertificateFile /etc/ssl/certs/tableau-server-CA.pem #TLS# SSLCARevocationFile /path/to/file Deze wijzigingen gaan verloren als u de onafhankelijke gateway opnieuw installeert. Wij raden aan om een reservekopie te maken. #### Stap 4: kopieer het stubbestand en start de service opnieuw 1. Kopieer het bestand dat u in de laatste stap hebt bijgewerkt om httpd.conf bij te werken met de wijzigingen: cp /var/opt/tableau/tableau\_tsig/config/httpd.conf.stub /var/opt/tableau/tableau\_tsig/config/httpd.conf 2. Start de onafhankelijke gateway-service opnieuw: sudo su - tableau-tsig systemctl --user restart tsig-httpd exit Nadat u de service opnieuw hebt opgestart, is de onafhankelijke gateway niet operationeel totdat u de volgende stappen op Tableau Server uitvoert. Nadat u de stappen op Tableau Server hebt voltooid, zal de onafhankelijke gateway de wijzigingen oppikken en online gaan. ### Tableau Server-knooppunt 1 voor TLS configureren Voer deze stappen uit op knooppunt 1 van de Tableau Server-implementatie. #### Stap 1: kopieer certificaten en sleutels en stop TSM 1. Controleer of u de externe SSL-certificaten en -sleutels van Tableau Server naar knooppunt 1 hebt gekopieerd. 2. Om de downtime tot een minimum te beperken, raden we u aan TSM te stoppen, de volgende stappen uit te voeren en TSM opnieuw te starten nadat de wijzigingen zijn toegepast: `tsm stop` #### Stap 2: stel certificaatassets in en schakel de configuratie van de onafhankelijke gateway in 1. Geef de locatie van certificaat- en sleutelbestanden voor de onafhankelijke gateway op. Deze paden verwijzen naar de locatie op de onafhankelijke gateway-computers. Houd er rekening mee dat in dit voorbeeld wordt aangenomen dat hetzelfde certificaat en sleutelpaar worden gebruikt om HTTPS- en housekeeping-verkeer te beschermen: tsm configuration set -k gateway.tsig.ssl.cert.file\_name -v /etc/ssl/certs/tsig-ssl.crt --force-keys tsm configuration set -k gateway.tsig.ssl.key.file\_name -v /etc/ssl/private/tsig-ssl.key --force-keys 2. Schakel TLS in voor HTTPS- en HK-protocollen voor de onafhankelijke gateway: tsm configuration set -k gateway.tsig.ssl.enabled -v true --force-keys tsm configuration set -k gateway.tsig.hk.ssl.enabled -v true --force-keys 3. (Optioneel) Als u een zelfondertekend certificaat of PKI-certificaat gebruikt voor SSL/TLS op de onafhankelijke gateway, moet u het CA-rootcertificaatbestand uploaden. Het CA-rootcertificaatbestand is het rootcertificaat dat werd gebruikt om de certificaten voor de onafhankelijke gateway-computers te genereren. Bijvoorbeeld: tsm security custom-cert add -c rootTSIG-CACert.pem 4. (Optioneel) Als u een zelfondertekend certificaat of PKI-certificaat voor SSL/TLS op Tableau Server gebruikt, moet u het CA-rootcertificaatbestand naar de onafhankelijke gateway-directory `/etc/ssl/certs` kopiëren. Het CA-rootcertificaatbestand is het rootcertificaat dat is gebruikt om de certificaten voor de Tableau Server-computers te genereren. Nadat u het certificaat naar de onafhankelijke gateway hebt gekopieerd, moet u de locatie van het certificaat op knooppunt 1 opgeven met de volgende tsm-opdracht. Bijvoorbeeld: tsm configuration set -k gateway.tsig.ssl.proxy.gateway\_relay\_cluster.cacertificatefile -v /etc/ssl/certs/tableau-server-CA.pem --force-keys 5. (Optioneel: alleen voor testdoeleinden) Als u zelfondertekende certificaten of PKI-certificaten tussen computers deelt en de onderwerpnamen op de certificaten daarom niet overeenkomen met de computernamen, moet u certificaatverificatie uitschakelen.  tsm configuration set -k gateway.tsig.ssl.proxy.verify -v optional\_no\_ca --force-keys #### Stap 3: schakel 'externe SSL' in voor Tableau Server en pas de wijzigingen toe 1. Schakel 'Externe SSL' op Tableau Server in en configureer dit: tsm security external-ssl enable --cert-file ts-ssl.crt --key-file ts-ssl.key 2. Pas de wijzigingen toe. tsm pending-changes apply #### Stap 4: werk het JSON-configuratiebestand van de gateway bij en start tsm 1. Werk het configuratiebestand van de onafhankelijke gateway bij (bijvoorbeeld `tsig.json`) aan de Tableau Server-zijde om het `https`\-protocol voor de onafhankelijke gateway-objecten op te geven: "protocol" : "https", 2. Verwijder (of maak een opmerking) over de verbindingsgegevens voor de tweede instantie van de onafhankelijke gateway. Controleer de JSON in een externe editor voordat u deze opslaat. Nadat u TLS voor de ene instantie van de onafhankelijke gateway hebt geconfigureerd en gevalideerd, werkt u dit JSON-bestand bij met de verbindingsgegevens voor de tweede instantie van de onafhankelijke gateway. 3. Voer de volgende opdracht uit om de configuratie van de onafhankelijke gateway bij te werken: tsm topology external-services gateway update -c tsig.json 4. Start TSM. tsm start 5. Terwijl TSM start, meldt u zich aan bij de onafhankelijke gateway-instantie en start u de `tsig-httpd`\-service opnieuw op: sudo su - tableau-tsig systemctl --user restart tsig-httpd exit ### IdP-verificatiemodule-URL's bijwerken naar HTTPS Als u een externe identiteitsprovider voor Tableau hebt geconfigureerd, moet u waarschijnlijk de retour-URL's bijwerken in het IdP-beheerdashboard. Als u bijvoorbeeld een Okta-toepassing voor voorafgaande verificatie gebruikt, moet u de toepassing zodanig bijwerken dat deze het HTTPS-protocol gebruikt voor de ontvangers-URL en de bestemmings-URL. ### AWS-Load Balancer voor HTTPS configureren Als u implementeert met AWS Load Balancer zoals uiteengezet in deze handleiding, configureert u de AWS Load Balancer opnieuw om HTTPS-verkeer te verzenden naar de computers waarop de onafhankelijke gateway wordt uitgevoerd: 1. Bestaande HTTP-doelgroep verwijderen: Ga naar Target Groups (Doelgroepen) en selecteer de HTTP-doelgroep die is geconfigureerd voor de Load Balancer. Klik op Acties en vervolgens op Verwijderen. 2. Maak een HTTPS-doelgroep: Target groups \> Create target group (Doelgroepen) > Doelgroep maken) - Selecteer Instances (Instanties). - Voer een doelgroepnaam in, bijvoorbeeld `TG-internal-HTTPS`. - Selecteer uw VPC. - Protocol: HTTPS 443 - Voeg de te lezen codelijst toe via Health checks (Statuscontroles) > Advanced health checks settings (Geavanceerde instellingen voor statuscontroles) > Success codes (Succescodes): `200,303`. - Klik op Create (Maken). 3. Selecteer de doelgroep die u zojuist hebt gemaakt en klik vervolgens op het tabblad Targets (Doelen):  - Klik op Edit (Bewerken). - Selecteer de EC2-instantie waarop de door u geconfigureerde onafhankelijke gateway van Tableau Server wordt uitgevoerd en klik dan op Toevoegen aan geregistreerd. - Klik op Opslaan. 4. Nadat u de doelgroep hebt aangemaakt, moet u 'stickiness' (sessieaffiniteit) inschakelen: - Open de AWS-pagina voor de doelgroep (EC2\> Load Balancing (Taakverdeling) > Target Groups (Doelgroepen)) en selecteer de doelgroepinstantie die u zojuist hebt ingesteld. Selecteer in het menu Action (Actie) de optie Edit attributes (Attributen bewerken). - Selecteer op de pagina Edit attributes (Attributen bewerken) de optie Stickiness (sessieaffiniteit), geef een duur van `1 day` (1 dag) op en klik vervolgens op Save changes (Wijzigingen opslaan). 5. Werk de listenerregels bij op de loadbalancer. Selecteer de loadbalancer die u voor deze implementatie hebt geconfigureerd en klik vervolgens op het tabblad Listeners. - Klik voor HTTP:80 op View/edit rules (Regels weergeven/bewerken). Klik op de resulterende pagina Rules (Regels) op het bewerkingspictogram (eenmaal bovenaan de pagina en vervolgens nogmaals naast de regel) om de regel te bewerken. Verwijder de bestaande THEN-regel en vervang deze door te klikken op Actie toevoegen > Redirect to... (Omleiden naar...). Geef in de resulterende THEN-configuratie `HTTPS` en poort `443` op en laat de overige opties op de standaardinstellingen staan. Sla de instelling op en klik vervolgens op Update (Bijwerken). - Klik voor HTTPS:443 op View/edit rules (Regels weergeven/bewerken). Klik op de resulterende pagina Rules (Regels) op het bewerkingspictogram (eenmaal bovenaan de pagina en vervolgens nogmaals naast de regel) om de regel te bewerken. Verwijder de bestaande THEN-regel en vervang deze door te klikken op Actie toevoegen > Doorsturen naar.... Geef de Doelgroep op voor de HTTPS-groep die u zojuist hebt gemaakt. Schakel Stickiness in onder Group-level stickiness (Sessieaffiniteit op groepsniveau) en stel de duur in op 1 dag. Sla de instelling op en klik vervolgens op Update (Bijwerken). 6. Werk de inactiviteitstime-out voor de loadbalancer bij naar 400 seconden. Selecteer de Load Balancer die u voor deze implementatie hebt geconfigureerd en klik vervolgens op Acties > Kenmerken bewerken. Stel Time-out bij inactiviteit in op `400` seconden, en klik dan op Opslaan. ## TLS valideren Om de TLS-functionaliteit te valideren, meldt u zich aan bij Tableau Server met de openbare URL (bijvoorbeeld https://tableau.example.com) met het Tableau-beheerdersaccount dat u aan het begin van deze procedure hebt gemaakt. Start TSM niet of krijgt u andere foutmeldingen? Raadpleeg dan [Problemen met de onafhankelijke gateway van Tableau Server oplossen](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part7.htm#Troubles). ## Tweede instantie van de onafhankelijke gateway voor SSL configureren Nadat u de eerste instantie van de onafhankelijke gateway succesvol hebt geconfigureerd, implementeert u de tweede instantie. Voor het proces voor de implementatie van de tweede onafhankelijke gateway moet u de volgende stappen doorlopen: 1. Op de geconfigureerde (eerste) instantie van de onafhankelijke gateway: kopieer de volgende bestanden naar de overeenkomstige locaties op de tweede instantie van de onafhankelijke gateway: - `/etc/ssl/certs/tsig-ssl.crt` - `/etc/ssl/private/tsig-ssl.key` (U moet de `private`\-directory op de tweede instantie aanmaken). - `/var/opt/tableau/tableau_tsig/config/httpd.conf.stub` - `/etc/opt/tableau/tableau_tsig/environment.bash` 2. Op knooppunt 1 van de Tableau Server-implementatie: werk het verbindingsbestand (`tsig.json`) bij met de verbindingsgegevens van de tweede onafhankelijke gateway. Zie hier een voorbeeld van een verbindingsbestand (`tsig.json`): { "independentGateways": \[ { "id": "ip-10-0-1-169.ec2.internal", "host": "ip-10-0-1-169.ec2.internal", "port": "21319", "protocol" : "https", "authsecret": "13660-27118-29070-25482-9518-22453" }, { "id": "ip-10-0-2-230.ec2.internal", "host": "ip-10-0-2-230.ec2.internal", "port": "21319", "protocol" : "https", "authsecret": "9055-27834-16487-27455-30409-7292" }\] } 3. Op knooppunt 1 van de Tableau Server-implementatie: voer de volgende opdrachten uit om de configuratie bij te werken: tsm stop tsm topology external-services gateway update -c tsig.json tsm start 4. Op beide instanties van de onafhankelijke gateway: terwijl Tableau Server wordt gestart, start u het `tsig-httpd`\-proces op beide instanties van de onafhankelijke gateway: sudo su - tableau-tsig systemctl --user restart tsig-httpd exit 5. In AWS EC2>Target groups (Doelgroepen): werk de doelgroep bij met de EC2-instantie waarop de tweede onafhankelijke gateway-instantie wordt uitgevoerd. Selecteer de doelgroep die u zojuist hebt gemaakt en klik vervolgens op het tabblad Targets (Doelen):  - Klik op Bewerken. - Selecteer de EC2-instantie van de tweede onafhankelijke gateway-computer en klik vervolgens op Toevoegen aan geregistreerd. Klik op Opslaan. ## SSL configureren voor Postgres U kunt optioneel SSL (TLS) configureren voor de Postgres-verbinding voor de externe opslagplaatsverbinding op Tableau Server. Om certificaatbeheer en -implementatie te vereenvoudigen en als best practice voor de beveiliging, raden we aan om certificaten te gebruiken die zijn gegenereerd door een grote, vertrouwde externe certificeringsinstantie (CA). U kunt er ook voor kiezen om zelfondertekende certificaten te genereren of certificaten van een PKI voor TLS te gebruiken. In deze procedure wordt beschreven hoe u OpenSSL kunt gebruiken om een zelfondertekend certificaat te genereren op de Postgres-host op een RHEL-achtige Linux-distributie in de voorbeeld-AWS-referentiearchitectuur. Nadat u het SSL-certificaat hebt gegenereerd en ondertekend, moet u het CA-certificaat kopiëren naar de Tableau-host. **Op de host waarop Postgress draait:** 1. Genereer een root-certificeringsverificatiesleutel ofwel CA-sleutel (certificate authority): openssl genrsa -out pgsql-rootCAKey.pem 2048 2. Maak het root-CA-certificaat: openssl req -x509 -sha256 -new -nodes -key pgsql-rootCAKey.pem -days 3650 -out pgsql-rootCACert.pem U wordt gevraagd waarden in te voeren voor de certificaatvelden. Bijvoorbeeld: Country Name (2 letter code) \[XX\]:US State or Province Name (full name) \[\]:Washington Locality Name (eg, city) \[Default City\]:Seattle Organization Name (eg, company) \[Default Company Ltd\]:Tableau Organizational Unit Name (eg, section) \[\]:Operations Common Name (eg, Postgres server's hostname) \[\]:ip-10-0-1-189.us-west-1.compute.internal Email Address \[\]:example@tableau.com 3. Maak het certificaat en de bijbehorende sleutel (`server.csr` en `server.key` in het onderstaande voorbeeld) voor de Postgres-computer. De onderwerpnaam voor het certificaat moet overeenkomen met de EC2-privé-DNS-naam van de Postgres-host. De onderwerpnaam wordt ingesteld met de optie `-subj` in de notatie `"/CN="`, bijvoorbeeld: openssl req -new -nodes -text -out server.csr -keyout server.key -subj "/CN=ip-10-0-1-189.us-west-1.compute.internal" 4. Onderteken het nieuwe certificaat met het CA-certificaat dat u in stap 2 hebt gemaakt. De volgende opdracht geeft het certificaat ook weer in de `crt`\-notatie: openssl x509 -req -in server.csr -days 3650 -CA pgsql-rootCACert.pem -CAkey pgsql-rootCAKey.pem -CAcreateserial -out server.crt 5. Kopieer de crt- en key-bestanden naar het Postgres `/var/lib/pgsql/13/data/`\-pad: sudo cp server.crt /var/lib/pgsql/13/data/ sudo cp server.key /var/lib/pgsql/13/data/ 6. Schakel over op rootgebruiker: sudo su 7. Stel machtigingen in voor de cer- en key-bestanden. Voer de volgende opdrachten uit: cd /var/lib/pgsql/13/data chown postgres.postgres server.crt chown postgres.postgres server.key chmod 0600 server.crt chmod 0600 server.key 8. Werk het configuratiebestand pg\_haba bij, `/var/lib/pgsql/13/data/pg_hba.conf` om md5-vertrouwen op te geven: Wijzig de bestaande verbindingsverklaringen van `host all all 10.0.30.0/24 password` en `host all all 10.0.31.0/24 password` naar `host all all 10.0.30.0/24 md5` en `host all all 10.0.31.0/24 md5`. 9. Werk het PostgreSQL-bestand bij, `/var/lib/pgsql/13/data/postgresql.conf`, door deze regel toe te voegen: ssl = on 10. Verlaat de root-gebruikermodus: exit 11. Start Postgres opnieuw: sudo systemctl restart postgresql-13 ### Optioneel: schakel certificaatvertrouwensvalidatie in op Tableau Server voor Postgres SSL Als u de installatieprocedure in [Deel 4 – Tableau Server installeren en configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part4.htm) hebt gevolgd, wordt Tableau Server geconfigureerd met optionele SSL voor de Postgres-verbinding. Dit betekent dat de configuratie van SSL op Postgres (zoals hierboven beschreven) resulteert in een gecodeerde verbinding. Als u certificaatvertrouwensvalidatie voor de verbinding wilt vereisen, moet u de volgende opdracht uitvoeren op Tableau Server om de Postgres-hostverbinding opnieuw te configureren: tsm topology external-services repository replace-host -f .json -c CACert.pem Waarbij `.json` het verbindingsbestand is dat beschreven wordt in [Externe Postgres configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part4.htm#Configur3) en `CACert.pem` het CA-certificaatbestand voor het SSL/TLS-certificaat dat door Postgres wordt gebruikt. Optioneel: SSL-connectiviteit verifiëren Om de SSL-connectiviteit te verifiëren, moet u het volgende doen: - Installeer de Postgres-client op Tableau Server-knooppunt 1. - Kopieer het rootcertificaat dat u in de vorige procedure hebt gemaakt naar de Tableau-host. - Maak verbinding met de Postgres-server vanaf knooppunt 1 ### Postgres-client op knooppunt 1 installeren Dit is een voorbeeld van hoe u Postgres versie 13.4 installeert. Installeer dezelfde versie als die u voor de externe opslagplaats gebruikt. 1. Maak en bewerk op knooppunt 1 het bestand pgdg.repo in het pad`/etc/yum.repos.d`. Vul het bestand met de volgende configuratiegegevens. \[pgdg13\] name=PostgreSQL 13 for RHEL/CentOS 7 - x86\_64 baseurl=https://download.postgresql.org/pub/repos/yum/13/redhat/rhel-7-x86\_64 enabled=1 gpgcheck=0 2. Installeer de Postgres-client: sudo yum install postgresql13-13.4-1PGDG.rhel7.x86\_64 ### Rootcertificaat naar knooppunt 1 kopiëren Kopieer het CA-certificaat (`pgsql-rootCACert.pem`) naar de Tableau-host: scp ec2-user@:/home/ec2-user/pgsql-rootCACert.pem /home/ec2-user ### Verbinding maken met Postgres-host via SSL vanaf knooppunt 1 Voer de volgende opdracht uit vanaf knooppunt 1 en geef daarbij het IP-adres van de Postgres-serverhost en het root-CA-certificaat op: psql "postgresql://postgres@:5432/postgres?sslmode=verify-ca&sslrootcert=pgsql-rootCACert.pem" Bijvoorbeeld: psql "postgresql://postgres@10.0.1.189:5432/postgres?sslmode=verify-ca&sslrootcert=pgsql-rootCACert.pem" Postgres vraagt u om het wachtwoord. Als het gelukt is om u aan te melden, zal de shell het volgende retourneren: psql (13.4) SSL connection (protocol: TLSv1.2, cipher: ECDHE-RSA-AES256-GCM-SHA384, bits: 256, compression: off) Type "help" for help. postgres=# ## SMTP- en gebeurtenismeldingen configureren Tableau Server stuurt e-mailmeldingen naar beheerders en gebruikers. Om dit mogelijk te maken, moet u Tableau Server configureren om e-mail naar uw e-mailserver te sturen. U moet ook de gebeurtenistypen, drempelwaarden en abonnementsgegevens opgeven die u wilt verzenden. Voor de initiële configuratie van SMTP en meldingen raden we u aan de onderstaande configuratiebestandsjabloon te gebruiken om een JSON-bestand te maken. U kunt ook een willekeurige configuratiesleutel instellen die hieronder wordt vermeld met de syntaxis die wordt beschreven in _tsm configuration set_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/cli_configuration_tsm.htm#TSMSet)). Voer deze procedure uit op knooppunt 1 in uw Tableau Server-implementatie: 1. Kopieer de volgende JSON-sjabloon naar een bestand. Pas het bestand aan met uw SMTP-configuratieopties en de abonnements- en waarschuwingsmeldingen voor uw organisatie. - Zie _Referentie configuratie SMTP CLI_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/config_smtp.htm#config_reference)) voor een lijst en beschrijving van alle SMTP-opties. - Zie het CLI-gedeelte van _Server-gebeurtenismelding configureren_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/email.htm)) voor een lijst en beschrijving van alle opties voor meldingsgebeurtenissen. { "configKeys": { "svcmonitor.notification.smtp.server": "_SMTP server host name_", "svcmonitor.notification.smtp.send\_account": "_SMTP user name_", "svcmonitor.notification.smtp.port": 443, "svcmonitor.notification.smtp.password": "_SMTP user account password_", "svcmonitor.notification.smtp.ssl\_enabled": true, "svcmonitor.notification.smtp.from\_address": "_From email address_", "svcmonitor.notification.smtp.target\_addresses": "_To email address1,address2_", "svcmonitor.notification.smtp.canonical\_url": "_Tableau Server URL_", "backgrounder.notifications\_enabled": true, "subscriptions.enabled": true, "subscriptions.attachments\_enabled": true, "subscriptions.max\_attachment\_size\_megabytes": 150, "svcmonitor.notification.smtp.enabled": true, "features.DesktopReporting": true, "storage.monitoring.email\_enabled": true, "storage.monitoring.warning\_percent": 20, "storage.monitoring.critical\_percent": 15, "storage.monitoring.email\_interval\_min": 25, "storage.monitoring.record\_history\_enabled": true } } 2. Voer `tsm settings import -f file.json` uit om het JSON-bestand door te geven aan Tableau Services Manager. 3. Voer de opdracht `tsm pending-changes apply` uit om de wijzigingen toe te passen. 4. Voer de opdracht `tsm email test-smtp-connection` uit om de verbindingsconfiguratie te bekijken en te verifiëren. ## PostgreSQL-stuurprogramma installeren Om beheerdersweergaven op Tableau Server te bekijken, moet de PostgreSQL-driver op knooppunt 1 van de Tableau Server-implementatie zijn geïnstalleerd. 1. Ga naar de pagina [Tableau-stuurprogramma downloaden](https://www.tableau.com/nl-nl/support/drivers) en kopieer de URL voor het PostgreSQL-jarbestand. 2. Voer de volgende procedure uit op elk knooppunt van de Tableau-implementatie: - Maak het volgende bestandspad: `sudo mkdir -p /opt/tableau/tableau_driver/jdbc` - Download de nieuwste versie van het PostgreSQL-jarbestand via het nieuwe pad. Bijvoorbeeld: `sudo wget https://downloads.tableau.com/drivers/linux/postgresql/postgresql-42.2.22.jar` 4. Start Tableau Server opnieuw op het initiële knooppunt: `tsm restart` ## Sterk wachtwoordbeleid configureren Als u Tableau Server niet implementeert met een IdP-verificatieoplossing, raden wij u aan het standaardwachtwoordbeleid van Tableau aan te scherpen. Als u Tableau Server implementeert met een IdP, moet u het wachtwoordbeleid beheren met de IdP. De volgende procedure bevat JSON-configuratie voor het instellen van wachtwoordbeleid op Tableau Server. Zie _Lokale verificatie_ ([Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/local_auth.htm)) voor meer informatie over de onderstaande opties. 1. Kopieer de volgende JSON-sjabloon naar een bestand. Vul de codewaarden in met de configuratie van uw wachtwoordbeleid. { "configKeys": { "wgserver.localauth.policies.mustcontainletters.enabled": true, "wgserver.localauth.policies.mustcontainuppercase.enabled": true, "wgserver.localauth.policies.mustcontainnumbers.enabled": true, "wgserver.localauth.policies.mustcontainsymbols.enabled": true, "wgserver.localauth.policies.minimumpasswordlength.enabled": true, "wgserver.localauth.policies.minimumpasswordlength.value": 12, "wgserver.localauth.policies.maximumpasswordlength.enabled": false, "wgserver.localauth.policies.maximumpasswordlength.value": 255, "wgserver.localauth.passwordexpiration.enabled": true, "wgserver.localauth.passwordexpiration.days": 90, "wgserver.localauth.ratelimiting.maxbackoff.minutes": 60, "wgserver.localauth.ratelimiting.maxattempts.enabled": false, "wgserver.localauth.ratelimiting.maxattempts.value": 5, "vizportal.password\_reset": true } } 2. Voer `tsm settings import -f file.json` uit om het JSON-bestand door te geven aan Tableau Services Manager om Tableau Server te configureren. 3. Voer de opdracht `tsm pending-changes apply` uit om de wijzigingen toe te passen. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Deel 7 – Validatie, tools en problemen oplossen **Opmerking:** Tableau werkt de Gids voor bedrijfsbrede implementatie niet langer bij. Hoewel we de hier beschreven referentiearchitectuur nog steeds aanbevelen als een geldig implementatiemodel voor Tableau Server in AWS, kunnen specifieke configuratieprocedures sinds de laatste update zijn gewijzigd. Vergelijk deze stappen altijd met de meest recente documentatie in de [Help van Tableau Server](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/get_started_server.htm) om de nauwkeurigheid te waarborgen. In dit onderwerp worden onder andere validatiestappen voor na de installatie en richtlijnen voor probleemoplossing besproken. ## Validatie van failover-systemen Nadat u uw implementatie hebt geconfigureerd, raden wij u aan eenvoudige failover-tests uit te voeren om de systeemredundantie te valideren. Wij raden u aan de volgende stappen uit te voeren om de failover-functionaliteit te valideren: 1. Sluit de eerste instantie van de onafhankelijke gateway (TSIG1) af. Al het binnenkomende verkeer moet via de tweede instantie van de onafhankelijke gateway (TSIG2) worden gerouteerd. 2. Start TSIG1 opnieuw op en sluit vervolgens TSIG2 af. Al het binnenkomende verkeer moet via TSIG1 worden gerouteerd. 3. Start TSIG2 opnieuw. 4. Sluit Tableau Server-knooppunt 1 af. Al het Vizportal-/toepassingsserviceverkeer wordt overgezet naar knooppunt 2. **Opmerking** Vanaf september 2022 was de hoge beschikbaarheid van knooppunt 1 in gevaar op bepaalde versies van Tableau Server 2021.4 en hoger. Clientverbindingen mislukken als knooppunt 1 niet beschikbaar is. Dit probleem is opgelost in de volgende onderhoudsverklaringen: \- 2021.4.15 en hoger \- 2022.1.11 en hoger \- 2023.1.3 en hoger Om ervoor te zorgen dat uw Tableau Server-installatie met ATR-activeringen een respijtperiode van 72 uur heeft na de initiële uitval van een knooppunt, installeert u een van deze versies of voert u een upgrade uit naar een van deze versies. Raadpleeg [Tableau Server HA met ATR heeft geen respijtperiode na de initiële knooppuntstoring](https://kb.tableau.com/articles/issue/tableau-server-ha-using-atr-does-not-have-a-grace-period-after-the-initial-node-failure?lang=nl-nl "Tableau KB-artikel over hoge beschikbaarheidsfout.") (in het Engels) in de Tableau Knowledgebase voor nadere informatie. 5. Start knooppunt 1 opnieuw en sluit knooppunt 2 af. Al het Vizportal-/toepassingsserviceverkeer wordt overgezet naar knooppunt 1. 6. Start knooppunt 2 opnieuw op. In deze context betekent ‘afsluiten’ of ‘opnieuw opstarten’ dat u het besturingssysteem of de virtuele machine uitschakelt zonder dat er eerst een poging is gedaan om de toepassing op een correcte manier af te sluiten. Het doel is om een hardware- of virtuele machinestoring te simuleren. De minimale validatiestap voor elke failovertest is om te verifiëren met een gebruiker en basisweergavebewerkingen uit te voeren. U krijgt mogelijk een browserfoutmelding 'Bad Request' wanneer u probeert in te loggen na een gesimuleerde mislukking. Het kan zijn dat u deze foutmelding zelfs krijgt als u de cache van uw browser wist. Dit probleem treedt vaak op wanneer de browser data van een eerdere IdP-sessie cachet. Als deze fout zich zelfs nadat u de lokale browsercache hebt gewist blijft voordoen, valideert u het Tableau-scenario door verbinding te maken met een andere browser. ## Automatisch herstel van eerste knooppunt Tableau Server versie 2021.2.4 en hoger bevatten een geautomatiseerd script voor initiële knooppuntherstel, `auto-node-recovery`, in de scriptdirectory (`/app/tableau_server/packages/scripts.`). Als er een probleem is met het eerste knooppunt en er redundante processen op knooppunt 2 zijn, is er geen garantie dat Tableau Server blijft werken. Tableau Server kan tot 72 uur na een initiële knooppuntstoring blijven draaien, voordat het uitvallen van de licentieservice gevolgen heeft voor andere processen. Als dat het geval is, kunnen uw gebruikers zich mogelijk nog steeds aanmelden en hun inhoud bekijken en gebruiken nadat het eerste knooppunt uitvalt. U kunt Tableau Server echter niet opnieuw configureren, omdat u geen toegang meer hebt tot de beheercontroller. Zelfs als Tableau Server is geconfigureerd met redundante processen, is het mogelijk dat Tableau Server niet meer functioneert nadat het eerste knooppunt uitvalt. Om een initiële knooppuntfout (knooppunt 1) te herstellen: 1. Meld u aan bij Tableau Server-knooppunt 2. 2. Navigeer naar de scriptdirectory: cd /app/tableau\_server/packages/scripts. 3. Voer de volgende opdracht uit om het script te starten: sudo ./auto-node-recovery -p node1 -n node2 -k Waar `` een door komma's gescheiden lijst (zonder spaties) is met de licentiesleutels voor uw implementatie. Als u geen toegang hebt tot uw licentiesleutels, ga dan naar de [Tableau-klantenportaal](http://customer.tableausoftware.com/?_fsi=v45oWMAM) om ze op te halen. Bijvoorbeeld: sudo ./auto-node-recovery -p node1 -n node2 -k TSB4-8675-309F-TW50-9RUS,TSNM-559N-ULL6-22VE-SIEN Het auto-node-recovery script voert ongeveer 20 stappen uit om services op knooppunt 2 te herstellen. Elke stap wordt in de terminal weergegeven terwijl het script vordert. Een meer gedetailleerde status wordt vastgelegd in `/data/tableau_data/logs/app-controller-move.log`. In de meeste omgevingen duurt het 35 tot 45 minuten om het script te voltooien. ### Problemen met het herstel van het eerste knooppunt oplossen Als het herstellen van een knooppunt mislukt, kan het handig zijn om het script interactief uit te voeren om bepaalde stappen in het proces toe te staan of te blokkeren. Als het script bijvoorbeeld halverwege het proces mislukt, kunt u het logbestand raadplegen, wijzigingen in de configuratie aanbrengen en het script vervolgens opnieuw uitvoeren. Als u de interactieve modus gebruikt, kunt u alle stappen overslaan totdat u bij de stap komt die is mislukt. Om in de interactieve modus te werken, voegt u de `-i`\-knop toe aan het scriptargument. ### Het defecte knooppunt opnieuw opbouwen Nadat u het script hebt uitgevoerd, voert knooppunt 2 alle services uit die zich voorheen op de uitgevallen knooppunt 1-host bevonden. Om het vierde knooppunt toe te voegen, moet u een nieuwe Tableau Server-host implementeren met het bootstrapbestand en deze configureren zoals u dat voor het oorspronkelijke knooppunt 2 hebt gedaan, zoals uiteengezet in Deel 4. Zie [Knooppunt 2 configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/enterprise-deployment/nl-nl/edg_part4.htm#Configur2). ## switchto Switchto is een script van Tim waarmee u eenvoudig tussen Windows kunt schakelen. 1. Kopieer de volgende code in een bestand met de naam `switchto` in de home directory op uw bastionhost. #!/bin/bash #------------------------------------------------------------------- # switchto # # Helper function to simplify SSH into the various AWS hosts when # following the Tableau Server Enterprise Deployment Guide (EDG). # # Place this file on your bastion host and provide your AWS hosts' # internal ip addresses or machine names here. # Example: readonly NODE1="10.0.3.187" # readonly NODE1="" readonly NODE2="" readonly NODE3="" readonly NODE4="" readonly PGSQL="" readonly PROXY1="" readonly PROXY2="" usage() { echo "Usage: switchto.sh \[ node1 | node2 | node3 | node4 | pgsql | proxy1 | proxy2 \]" } ip="" case $1 in node1) ip="$NODE1" ;; node2) ip="$NODE2" ;; node3) ip="$NODE3" ;; node4) ip="$NODE4" ;; pgsql) ip="$PGSQL" ;; proxy1) ip="$PROXY1" ;; proxy2) ip="$PROXY2" ;; ?) usage exit 0 ;; \*) echo "Unkown option $1." usage exit 1 ;; esac if \[\[ -z $ip \]\]; then echo "You must first edit this file to provide the ip addresses of your AWS hosts." exit 1 fi ssh -A ec2-user@$ip 3. Werk de IP-adressen in het script bij, zodat ze worden toegewezen aan uw EC2-instanties en sla het bestand vervolgens op. 4. Pas machtigingen toe op het scriptbestand: sudo chmod +x switchto Gebruik: Als u naar een host wilt overstappen, voert u de volgende opdracht uit: `./switchto ` Om bijvoorbeeld over te schakelen naar knooppunt 1, voert u de volgende opdracht uit: `./switchto node1` ## Problemen met de onafhankelijke gateway van Tableau Server oplossen Het configureren van de onafhankelijke gateway, Okta, Mellon en SAML op Tableau Server kan een foutgevoelig proces zijn. De meest voorkomende oorzaak van fouten is een tekenreeksfout. Een afsluitende slash (`/`) op de Okta-URL's die tijdens de configuratie zijn opgegeven, kan bijvoorbeeld een SAML-assertiegerelateerde mismatch-fout veroorzaken. Dit is slechts één voorbeeld. U kunt op veel punten tijdens de configuratie een onjuiste tekenreeks invoeren in een van de toepassingen. ### Start de tableau-tsig-service opnieuw Begin (en beëindig) het oplossen van problemen altijd door de tableau-tsig-service op de onafhankelijke gateway-computers opnieuw te starten. Deze service kan snel opnieuw gestart worden en vaak wordt dan het bijgewerkte config-bestand geladen vanaf de Tableau Server. Voer de volgende opdrachten uit op de onafhankelijke gateway-computer: sudo su - tableau-tsig systemctl --user restart tsig-httpd exit ### Onjuiste tekenreeksen identificeren Als u een tekenreeksfout hebt gemaakt (fout bij het kopiëren/plakken, afgebroken tekenreeks, enz.), neem dan de tijd om alle instellingen die u hebt geconfigureerd door te nemen: - Okta-pre-verificatieconfiguratie. Controleer zorgvuldig de URL's die u hebt ingesteld. Let op de schuine strepen aan het einde. Controleer HTTP versus HTTPS. - Shell-geschiedenis voor SAML-configuratie op knooppunt 1. Bekijk de `tsm authentication saml configure`\-opdracht die u hebt uitgevoerd. Controleer of alle URL's overeenkomen met de URL's die u in Okta hebt geconfigureerd. Terwijl u de shellgeschiedenis van knooppunt 1 bekijkt, controleert u of de `tsm configuration set`\-opdrachten die de paden van de Mellon-configuratiebestanden opgeven, exact zijn toegewezen aan de bestandspaden waarnaar u de bestanden op de onafhankelijke gateway hebt gekopieerd. - Mellon-configuratie op onafhankelijke gateway. Controleer de shellgeschiedenis om te verifiëren of u de metadata hebt gemaakt met dezelfde URL-tekenreeks die u hebt geconfigureerd in Okta en Tableau SAML. Controleer of alle paden die zijn opgegeven in`/etc/mellon/conf.d/global.conf` kloppen en dat de `MellonCookieDomain` is ingesteld op uw hoofddomein, niet op uw Tableau-subdomein. ### Relevante logboeken zoeken Als alle tekenreeksen correct lijken te zijn ingesteld, moet u de logboeken controleren op fouten. Tableau Server registreert fouten en gebeurtenissen in tientallen verschillende logbestanden. De onafhankelijke gateway registreert ook data in een aantal lokale bestanden. Wij adviseren u om deze logboeken in de volgende volgorde te controleren. #### Logbestanden van de onafhankelijke gateway De standaardlocatie van de logbestanden van de onafhankelijke gateway is `/var/opt/tableau/tableau_tsig/logs`. - `access.log`: dit logboek is nuttig omdat het vermeldingen bevat die verbindingen van de Tableau Server-knooppunten weergeven. Als u gatewayfouten krijgt (start niet) wanneer u TSM probeert te starten en er geen vermeldingen in de `access.log` bestand, dan is er een kernprobleem met de connectiviteit. Controleer altijd als eerste stap de configuratie van de AWS-beveiligingsgroep. Een ander veelvoorkomend probleem is een typefout in `tsig.json`. Als u tsig.json bijwerkt, voer dan `tsm stop` uit voordat u `tsm topology external-services gateway update -c tsig.json` uitvoert. Nadat tsig.json is bijgewerkt, voert u `tsm start` uit. - `error.log`: dit logboek bevat onder andere SAML- en Mellon-fouten. #### Tableau Server tabadminagent-logbestand De bestanden `tabadminagent` (niet `tabadmincontroller`) zijn de enige relevante logbestanden voor het oplossen van problemen met de onafhankelijke gateway. U moet achterhalen waar de fouten van de onafhankelijke gateway zijn vastgelegd in `tabdminagent`. Deze fouten kunnen op elk knooppunt voorkomen, maar ze komen slechts op één knooppunt tegelijk voor. Voer de volgende stappen uit op elk knooppunt in het Tableau Server-cluster totdat u de tekenreeks 'onafhankelijk' vindt: 1. Zoek de locatie van het tabadminagent-logbestand op Tableau Server-knooppunten 1-4 in de EDG-installatie: cd /data/tableau\_data/data/tabsvc/logs/tabadminagent 2. Open het laatste logboek om dit te lezen: less tabadminagent\_nodeN.log (vervang N door knooppuntnummer) 3. Zoek naar alle instanties van 'Independent' en 'independent' door de volgende zoekreeks te gebruiken: /ndependent Zijn er geen overeenkomsten? Ga dan naar het volgende knooppunt en herhaal stappen 1-3. 4. Wanneer u een overeenkomst krijgt: `Shift + G` om naar beneden te gaan en de laatste foutmeldingen te zien. ### httpd stub-bestand opnieuw laden De onafhankelijke gateway beheert de configuratie van httpd voor Apache. Een algemene bewerking die vaak tijdelijke problemen oplost, is het opnieuw laden van het httpd-stubbestand dat de onderliggende Apache-configuratie bevat. Voer de volgende opdrachten uit op beide instanties van de onafhankelijke gateway. 1. Kopieer het stub-bestand naar httpd.conf: cp /var/opt/tableau/tableau\_tsig/config/httpd.conf.stub /var/opt/tableau/tableau\_tsig/config/httpd.conf 2. Start de onafhankelijke gateway-service opnieuw: sudo su - tableau-tsig systemctl --user restart tsig-httpd exit ### Logbestanden verwijderen of verplaatsen De onafhankelijke gateway registreert alle toegangsgebeurtenissen. U moet de opslag van logbestanden beheren om te voorkomen dat de schijfruimte vol raakt. Als uw schijf vol raakt, kan de onafhankelijke gateway geen toegangsgebeurtenissen meer schrijven en mislukt de service. Het volgende bericht wordt dan vastgelegd in error.log op de onafhankelijke gateway: (28)No space left on device: \[client 10.0.2.209:54332\] AH00646: Error writing to /var/opt/tableau/tableau\_tsig/logs/access.%Y\_%m\_%d\_%H\_%M\_%S.log Deze mislukking zal resulteren in de status `DEGRADED` voor het`external` knooppunt wanneer u `tsm status -v` uitvoert op Tableau knooppunt 1. Het `external` knooppunt in de statusuitvoer verwijst naar de onafhankelijke gateway. U kunt dit probleem oplossen door de access.log-bestanden van de schijf te verwijderen of te verplaatsen. Access.log-bestanden worden opgeslagen op `/var/opt/tableau/tableau_tsig/logs`. Nadat u de schijf hebt gewist, start u de tableau-tsig-service opnieuw. ### Browserfouten **Bad Request**: een veelvoorkomende fout in dit scenario is de foutmelding 'Bad Request' (ongeldige aanvraag) van Okta. Dit probleem doet zich vaak voor wanneer de browser data van een eerdere Okta-sessie in de cache opslaat. Indien u bijvoorbeeld de Okta-toepassingen beheert als Okta-beheerder en vervolgens probeert toegang te krijgen tot Tableau met een ander Okta-account, kunnen sessiedata van de beheerdersdata de fout 'Bad Request' veroorzaken. Als deze fout zich blijft voordoen, zelfs nadat u de lokale browsercache hebt gewist, valideer het Tableau-scenario dan door verbinding te maken met een andere browser. Een andere oorzaak van de fout 'Bad Request' is een typefout in een van de vele URL's die u invoert tijdens het configuratieproces voor Okta, Mellon en SAML. Controleer of u al deze gegevens zonder fouten hebt ingevoerd. Vaak staat in het `error.log`\-bestand op de onafhankelijke gateway-server welke URL de fout veroorzaakt. **Not Found - The requested URL was not found on this server**: (Niet gevonden - De gevraagde URL is niet gevonden op deze server) Deze fout duidt op een configuratiefout. Als de gebruiker is geverifieerd met Okta en vervolgens deze foutmelding krijgt, hebt u de Okta-toepassing voor voorafgaande verificatie waarschijnlijk naar Tableau Server geüpload toen u SAML configureerde. Controleer of de metadata van de Okta Tableau Server-toepassing zijn geconfigureerd op Tableau Server, en niet de metadata van de Okta-toepassing voor voorafgaande verificatie. Andere stappen voor probleemoplossing: - Controleer de instellingen van de Okta-toepassing voor voorafgaande verificatie. Zorg ervoor dat het HTTP- en het HTTPS-protocol zijn ingesteld zoals aangegeven in dit onderwerp. - Start tsig-httpd opnieuw op beide onafhankelijke gateway-servers. - Controleer of `sudo apachectl configtest` 'Syntax OK' retourneert op beide onafhankelijke gateways. - Controleer of de testgebruiker aan beide toepassingen in Okta is toegewezen. - Controleer of kleverigheid is ingesteld op de Load Balancer en de bijbehorende doelgroepen. ### De TLS-verbinding van Tableau Server naar de onafhankelijke gateway verifiëren Gebruik de `wget`\-opdracht om de connectiviteit en toegang van Tableau Server naar de onafhankelijke gateway te verifiëren. Variaties op deze opdracht kunnen u helpen te achterhalen of certificaatproblemen verbindingsproblemen veroorzaken. Voer bijvoorbeeld deze `wget`\-opdracht uit om het housekeeping (HK)-protocol van Tableau Server te verifiëren: `wget https://ip-10-0-1-38.us-west-1.compute.internal:21319` Maak de URL met hetzelfde hostadres dat u hebt opgegeven voor de hostoptie van het bestand tsig.json. Geef het `https`\-protocol op en voeg de URL toe met de HK-poort `21319`. Om de connectiviteit te controleren en certificaatverificatie te negeren: `wget https://ip-10-0-1-38.us-west-1.compute.internal:21319 --no-check-certificate` Om te verifiëren of het root-CA-certificaat voor TSIG geldig is: `wget https://ip-10-0-1-38.us-west-1.compute.internal:21319 --ca-certificate=tsigRootCA.pem` Als Tableau kan communiceren, kunt u nog steeds inhoudsgerelateerde fouten krijgen, maar u krijgt geen verbindingsgerelateerde fouten. Als Tableau helemaal geen verbinding kan maken, controleer dan eerst de protocolconfiguratie in de firewall/beveiligingsgroepen. De inkomende regels voor de beveiligingsgroep waarin de onafhankelijke gateway zich bevindt, moeten bijvoorbeeld TCP 21319 toestaan. [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Een Tableau Cloud-site maken en configureren U bekijkt de [Gids voor handmatige migratie naar Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/guides/migration/nl-nl/emg_intro.htm). In deze gids wordt beschreven hoe u Tableau Server-implementaties met minder dan 100 gebruikers handmatig naar Tableau Cloud kunt migreren. Het migratieproces dat in deze gids wordt beschreven, begint door samen met uw accountmanager uw Tableau-licenties over te zetten van Server naar Cloud. Als u Tableau Cloud voorafgaand aan uw migratie wilt uitproberen, bent u ook te allen tijde van harte welkom om [Tableau Cloud uit te proberen](https://www.tableau.com/nl-nl/products/trial). ## Stap 1: werk samen met een accountmanager van Tableau om de licenties over te zetten De eerste stap in uw migratie is om samen met uw accountmanager uw licenties over te zetten van Server naar Cloud. Nadat dit is gebeurd, hebt u 60 dagen toegang tot beide producten. De meeste klanten met 100 gebruikers of minder voltooien dit migratieproces binnen een week, dus er moet voldoende tijd zijn om toegang te krijgen tot beide producten tijdens de overstap. Indien er meer tijd nodig is, kunt u dit aangeven aan uw accountmanager. ## Stap 2: Extra Tableau Cloud-sites maken Als u meerdere sites op Tableau Server hebt gemaakt, wilt u mogelijk equivalente sites op Tableau Cloud maken met behulp van [Tableau Cloud Manager](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/cloud_manager_intro.htm). Als cloudbeheerder kunt u: [sites toevoegen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/cloud_manager_sites.htm) om inhoudsomgevingen te scheiden, gebruikers en licenties te beheren en machtigingen te controleren. Het aantal Tableau Cloud-sites dat u kunt maken, is afhankelijk van de Tableau-editie die u hebt aangeschaft. Nadat u extra sites hebt gemaakt, gaat u verder met de overige stappen in dit onderwerp voor elke site. ## Stap 3: geef een verificatiemethode op De standaardverificatiemethode is Gebruikersnaam en wachtwoord (TableauID). Om veilige toegang tot Tableau Cloud te garanderen, is meervoudige verificatie vereist voor TableauID-gebruikers. We ondersteunen ook vele industrienormen voor Eenmalige aanmelding. Zie [Authenticatie](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/security_auth.htm) voor meer informatie om te bepalen welke verificatiemethode het meest zinvol is voor uw organisatie. ## Stap 4: maak uzelf vertrouwd met de site Loop door de [site-instellingen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/sites_add.htm) en zorg ervoor dat ze op de juiste manier zijn geconfigureerd voor de behoeften van uw organisatie. ## Stap 5: configureer de dataconnectiviteit De manier waarop Tableau Cloud verbinding maakt met data verschilt afhankelijk van waar de data is opgeslagen. Elke methode kan een andere voorbereiding vereisen en wordt hieronder uiteengezet. Als u niet zeker weet welke optie voor u geschikt is, neem dan contact op met uw accountmanager. ### Openbaar beschikbare clouddata Openbaar beschikbare clouddata omvat bijvoorbeeld Google Drive, Dropbox, OneDrive en Snowflake. Als de verbinding een database is, moet u mogelijk Tableau Cloud inschakelen om er query's op uit te voeren. Zie [Toegang autoriseren tot Cloud-data die worden gepubliceerd naar Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/publish_tableau_online_ip_authorization.htm) om de verbinding in te schakelen. Voor platte bestanden zoals Excel- en .csv-bestanden: we raden aan deze bestanden op te slaan in een cloudopslagplaats zoals Google Drive, Dropbox of OneDrive. Vervolgens kunt u directe connectiviteit met de data van Tableau Cloud inschakelen. Als dat geen optie is, moet u Tableau Bridge configureren om de connectiviteit met platte bestanden die lokaal zijn opgeslagen te behouden. ### Data op locatie, lokale bestanden of privéclouddata Lokale bestanden, privéclouddata en data op locatie kunnen bijvoorbeeld SQL Server-, Oracle- of lokale Excel-bestanden zijn. Als u vereisten voor privédata hebt, moet u [Tableau Bridge](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_bridge_install.htm) installeren en configureren. Tableau Bridge biedt veilige communicatie tussen Tableau Cloud en data achter firewalls. Installeer Bridge achter uw firewall op een aparte computer die toegang heeft tot uw data. Zie [Over de Bridge-client](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_bridge_client.htm). Optioneel: u kunt lokale bestanden (Excel, CSV, enz.) opslaan in een cloudopslagplaats als Google Drive, Dropbox, Onebox in plaats van Tableau Bridge te gebruiken. ## Migratieworkflow Deze gids is opgebouwd volgens een stapsgewijs proces voor het migreren naar Tableau Cloud: 1. [De migratie plannen](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part1.htm) 2. **U bent hier:** Een Tableau Cloud-site 00 maken en configureren 3. [Virtuele verbindingen migreren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part2-5.htm) 4. [Databronnen, werkmappen en Prep-flows naar Tableau Cloud migreren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part3.htm) 5. [Vernieuwingsschema's opnieuw maken voor Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part4.htm) 6. [Machtiging en toegang tot inhoud configureren voor gemigreerde gebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part5.htm) 7. [Resterende gebruikers toevoegen aan Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part6.htm) 8. [Checklist voor migratie van eindgebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part7.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Gids voor handmatige migratie naar Tableau Cloud In deze gids wordt uitgelegd hoe u uw Tableau Server-implementatie handmatig naar Tableau Cloud migreert. Kort samengevat is deze gids handig voor beheerders die een Tableau Server met minder dan 100 gebruikers beheren en die vertrouwd zijn met een volledig handmatig, selfservice-migratieproces. Als u veel meer gebruikers hebt en uw datavereisten complexer zijn, kunt u baat hebben bij het werken met [professionele services of een ervaren migratiepartner](https://www.tableau.com/nl-nl/solutions/tableau-migration) om te migreren naar Tableau Cloud. Hieronder bevat dit onderwerp richtlijnen voor het plannen van uw migratie. Maar laten we eerst eens kijken waarom de overstap naar Tableau Cloud waarschijnlijk de slimste zet is voor uw organisatie. ## Waarom migratie zinvol kan zijn Als u één Tableau Server voor een kleine groep gebruikers gebruikt, dan kunt u bijna niet anders dan tijd en geld besparen door uw activiteiten naar Tableau Cloud te verplaatsen. Het voordeel van de overstap naar Tableau Cloud is dat u tijd bespaart en de meesten van ons hebben nooit tijd genoeg. En als u een datawetenschapper of analist bent en onverwachts een Tableau Server-installatie hebt uitgevoerd, migreer deze dan en ga weer aan de slag met uw data! Hoe zit het met grotere organisaties? Als uw organisatie meer dan 100 gebruikers heeft, profiteert u ongetwijfeld ook van besparingen op kosten en tijd op grote schaal. Tableau Cloud is gebouwd voor grote organisaties, maar deze gids is dat niet. Als u een grotere organisatie wilt migreren, bekijk dan [Tableau Cloud-migratie](https://www.tableau.com/nl-nl/solutions/tableau-migration) waar u meer kunt leren over het werken met professionele services of een ervaren migratiepartner. Voor veel organisaties zal Tableau Cloud sneller en betrouwbaarder zijn, met minder rompslomp dan wat u nu doet om uw Tableau Server draaiende te houden. U zult nooit meer te maken krijgen met een grote serverupgrade of zelfs een onderhoudsupdate die, zoals u weet, eigenlijk gewoon een upgrade is die onder een andere naam wordt binnengesmokkeld. Tableau Cloud gebruikt altijd de laatste release, met de up-to-date functies. Betrouwbaarheid en prestaties zijn in de service geïntegreerd. Na het migratieproces besteedt u uw tijd met Tableau Cloud aan het beheren van gebruikers en data. Dat is het. U hoeft geen servicefouten op te lossen, logboeken door te nemen of steeds opnieuw op te starten. Bespreek met uw accountmanager hoeveel het kost om uw gebruikers te ondersteunen. Houd er bij het evalueren van de totale kosten rekening mee dat de enkele statistiek van licentiekosten per gebruiker geen rechtstreekse vergelijking biedt tussen SAAS en het zelf hosten van een server. Deze vergelijking gaat helemaal mank als u de tijd die u kwijt bent aan het beheren van Tableau Server en de kapitaalkosten voor het vernieuwen of leasen van hardware niet meerekent. De jaarlijkse kosten voor het draaien van één server in de cloud kunnen oplopen tot meer dan $ 10.000 per jaar. En uiteraard moet elke analyse ook de personeelskosten voor onderhoud, periodieke updates en het oplossen van problemen omvatten. ### Meer diepgaande analyse - Zie de blogpost [Moet ik mijn analyses naar Tableau Cloud verplaatsen?](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/should-i-move-my-analytics-cloud) voor een snelle en relevante evaluatie van de overstap naar Tableau Cloud. - Zie het onderzoeksartikel [CxO-besluitvormingsoverzicht: SaaS Business Intelligence-platforms](https://portal.gigaom.com/report/cxo-decision-brief-saas-business-intelligence-platforms) van GigaOm voor meer informatie over de voordelen van een overstap van on-premises of zelf-gehoste platforms naar Tableau Cloud. - Zie [Migratie van Splunk naar Tableau Cloud elimineert overhead voor serverbeheer en zorgt voor betere dashboardprestaties](https://www.tableau.com/nl-nl/solutions/customer/splunk-migrates-tableau-cloud-eliminates-server-admin-overhead) voor een casestudy waarin kostenbesparingen en prestatieverbeteringen in de echte wereld worden beschreven. ## Als migratie geen zin heeft In de volgende lijst worden scenario's beschreven waarin het zinvol kan zijn om uw eigen exemplaar van Tableau Server te blijven beheren in plaats van te migreren. We streven ernaar Tableau Cloud voortdurend te verbeteren en zullen deze lijst bijwerken zodra we nieuwe functies uitbrengen om deze hiaten aan te pakken. Het is echter belangrijk dat u controleert of Tableau Cloud aan uw vereisten voldoet voordat u besluit te migreren. Controleer uw vereisten voordat u doorgaat met de migratie. - **Regelgeving en dataresidentie:** Uw bedrijf is actief in een ruimte die moet voldoen aan regelgeving (zoals FedRAMP, PCI, enz.) of vereisten voor dataresidentie waaraan Tableau Cloud nog niet voldoet. [Bekijk onze lijst met huidige compliances](https://compliance.salesforce.com/en/services/tableau-cloud) en kom regelmatig terug om te zien wanneer er nieuwe certificeringen beschikbaar zijn. - **Databronnen:** Uw organisatie is afhankelijk van een dataoplossing die niet werkt met Tableau Cloud, niet wordt ondersteund door Tableau Bridge of anderszins buiten de reikwijdte van uw eigendomsrechten valt om op een compatibele manier te extraheren. Voorbeelden van dergelijke databronnen zijn onder andere kubusdatabronnen, aangepaste connectors, Tableau-connector bestandspakketten (.taco), enzovoort. Het volgende onderwerp, [De migratie plannen](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part1.htm), bespreekt de verschillende ondersteunde databronnen en opties die beschikbaar zijn in Tableau Cloud. U kunt ook de gratis [Beoordeling van technische gereedheid voor Tableau Cloud-migratie](https://exchange.tableau.com/products/921) downloaden om te zien welke databronnen u momenteel gebruikt en of deze worden ondersteund op Tableau Cloud. - **Sitecapaciteit:** Als u meer dan 1 terabyte aan data hebt, kijk dan eens naar [Advanced Management voor Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/itm_intro.htm). Controleer anders [Capaciteit van Tableau Cloud-site](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_site_capacity.htm) om de benodigde consolidatie te optimaliseren. De [Beoordeling van technische gereedheid voor Tableau Cloud-migratie](https://exchange.tableau.com/products/921) kan u helpen bij het identificeren van activa die geconsolideerd moeten worden. - **Verificatie:** Als u LDAP nodig hebt voor een extern identiteitenarchief, Kerberos-verificatie of gedelegeerde Kerberos-verificatie. - **Databeheer:** Tableau Prep Flows worden niet ondersteund door Tableau Bridge. Zie [Tableau Prep Conductor Flows uitvoeren met on-premises data in Tableau Cloud](https://kb.tableau.com/articles/howto/how-to-run-tableau-prep-conductor-flows-with-on-premises-data-in-tableau-cloud?lang=nl-nl) als u geautomatiseerde data-updates nodig hebt met Tableau Prep Flows voor data achter een privénetwerk. Tableau Prep Flows die Python gebruiken, worden ook niet ondersteund door Tableau Bridge. ## Voor wie is deze informatie bedoeld? Deze gids is geschreven voor de persoon of het team dat de migratie naar Tableau Cloud gaat uitvoeren. De gids is ontworpen voor Tableau Server-installaties met 100 gebruikers of minder. Deze gids biedt een stapsgewijs, handmatig proces om uw organisatie binnen een week of twee van Tableau Server naar een volledig functionele site in Tableau Cloud te krijgen. Nadat u de belangrijkste administratieve functionaliteit (identiteit/gebruiker, siteconfiguratie, verificatie, dataverbinding, enz.) in Tableau Cloud hebt gemigreerd en gemaakt, kunt u het grootste deel van de inhoudsmigratie delen met de makers in uw organisatie. Een "creator" is een gebruiker met een licentie op basis van de Creator-rol. Afhankelijk van uw doelen kunt u (de beheerder) of kunnen uw creators inhoud migreren. Daarom hebben we een stukje inhoud over migratie gemaakt waarnaar u uw creators kunt verwijzen. Gebruikers die inhoud migreren, moeten een Creator-licentie en toegang tot [Tableau Desktop](https://www.tableau.com/nl-nl/products/desktop) hebben. Als de creators Tableau Prep-flows migreren, moeten ook Tableau Prep Builder zijn geïnstalleerd. ## Na de migratie In deze gids doen we ons best om zoveel mogelijk van het Tableau Cloud-platform te behandelen, maar er zijn enkele functies die beheerders niet namens hun eindgebruikers kunnen instellen. Nadat een migratie is voltooid, moeten gebruikers enkele updates aan hun inhoud doorvoeren. Er zijn ook een aantal functies die u beter opnieuw kunt aanmaken in Tableau Cloud, met het voordeel van cloud-native functionaliteit. ### Functieverschillen in Tableau Cloud Zoals eerder vermeld, is het uitvoeren van Tableau Cloud veel minder arbeidsintensief vanuit een administratief oogpunt dan het beheren van uw eigen Tableau Server. U kunt een samengevatte lijst met functieverschillen vinden in het Help-onderwerp van Tableau Server, _Technische overwegingen bij het migreren van Tableau Server naar Tableau Cloud_ ([Windows](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/migrate_server_to_cloud_overview.htm) | [Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/migrate_server_to_cloud_overview.htm)). Hieronder vindt u een aantal van de meest voorkomende items. - In Tableau Cloud hebt u als beheerder geen directe toegang tot de _Tableau Server-opslagplaats_ ([Windows](https://help.tableau.com/current/server/nl-nl/server_process_repository.htm) | [Linux](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/server_process_repository.htm)). In plaats daarvan kunt u [Beheerdersinzichten](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/adminview_insights_manage.htm) gebruiken om inzicht te krijgen in wat er gebeurt in uw Tableau-omgeving, inclusief de huidige licentiestatus en prestaties. - Gasttoegang is niet beschikbaar op Tableau Cloud. Gebruik in plaats daarvan [Verbonden toepassingen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/connected_apps.htm) om de toegang te verruimen. - Hoewel volledige aanpassing van lettertypen niet wordt ondersteund, is er een set Google-lettertypen beschikbaar voor gebruik met gepubliceerde inhoud. - Tableau Cloud gebruikt een tenant- en sitemodel voor beheerdoeleinden. Met [Tableau Cloud Manager](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/cloud_manager_intro.htm) kunt u meerdere sites op uw tenant maken, vergelijkbaar met de manier waarop u dat op Tableau Server doet. Standaard kunt u maximaal 3 Tableau Cloud-sites maken. Deze capaciteit neemt toe afhankelijk van de Tableau-editie die u koopt: tot 10 sites met [Enterprise](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_tab_enterprise_features.htm) en maximaal 50 locaties met [Tableau](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_tab_plus_features.htm). Voer de [Beoordeling van technische gereedheid voor Tableau Cloud-migratie](https://exchange.tableau.com/products/921) uit om te weten of er gebruikscases zijn die mogelijk moeten worden aangepast voordat u naar Tableau Cloud migreert. ### Taken die door eindgebruikers moeten worden voltooid Er zijn een aantal functies die beheerders niet namens hun eindgebruikers kunnen instellen of die handmatig opnieuw moeten worden geconfigureerd. We hebben een afzonderlijke volledige lijst beschikbaar gesteld als een [Checklist voor migratie van eindgebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part7.htm) zodat u deze rechtstreeks met uw gebruikers kunt delen, maar deze taken omvatten: - Webhooks - Updates van oplossingen insluiten - REST API-scripts bijwerken - Analyse-uitbreidingen configureren ## Versiecompabiliteit  Over het algemeen is onze documentatie gebaseerd op recente versies van Tableau Server. Omdat het proces dat in deze gids wordt besproken echter geen programmatische of geautomatiseerde migratie betreft, voorzien we geen problemen bij het migreren van oudere versies van Tableau Server naar Tableau Cloud. Strikt genomen is het proces in deze gids meer een "poort" dan een "migratie" als het gaat om administratieve configuraties. ## Licenties Tableau Cloud gebruikt op rollen gebaseerde abonnementslicenties. Tableau Server ondersteunt op rollen gebaseerde abonnementslicenties en oudere prijsmodellen. Als u over een ander (eerder) licentiemodel beschikt, neem dan contact op met uw Tableau-accountteam om uw licentie om te zetten naar een op rollen gebaseerd abonnement. ## Extra ondersteuning Nadat u dit materiaal hebt gelezen, besluit u misschien dat u de handmatige migratie niet zelf wilt uitvoeren, maar dat u dit liever aan een expert overlaat. Indien dit het geval is, neem dan contact op met een van onze [ervaren migratiepartners](https://www.tableau.com/nl-nl/solutions/tableau-migration#partners) om te ontdekken hoe ze u kunnen helpen de migratie naar Tableau Cloud te versnellen. ## Migratieworkflow Deze gids is opgebouwd volgens een stapsgewijs proces voor het migreren naar Tableau Cloud: 1. [De migratie plannen](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part1.htm) 2. [Een Tableau Cloud-site maken en configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part2.htm) 3. [Virtuele verbindingen migreren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part2-5.htm) 4. [Databronnen, werkmappen en Prep-flows naar Tableau Cloud migreren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part3.htm) 5. [Vernieuwingsschema's opnieuw maken voor Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part4.htm) 6. [Machtiging en toegang tot inhoud configureren voor gemigreerde gebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part5.htm) 7. [Resterende gebruikers toevoegen aan Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part6.htm) 8. [Checklist voor migratie van eindgebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part7.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Machtiging en toegang tot inhoud configureren voor gemigreerde gebruikers U bekijkt de [Gids voor handmatige migratie naar Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/guides/migration/nl-nl/emg_intro.htm). In deze gids wordt beschreven hoe u Tableau Server-implementaties met minder dan 100 gebruikers handmatig naar Tableau Cloud kunt migreren. Nu u uw databronnen, werkmappen en Prep-flows aan Tableau Cloud hebt toegevoegd, bent u klaar om uw gebruikers toe te voegen. Voordat we dat doen, is het belangrijk om te begrijpen hoe Tableau bepaalt wie toegang heeft tot welke data. Met Tableau Cloud kunt u bepalen wie toegang heeft tot inhoud en kunt u de datatoegang binnen een databron beperken. We zullen tools voor toegang tot inhoud gebruiken om te beperken wie toegang heeft tot een inhoudsitem en zullen beveiligingshulpmiddelen op rijniveau gebruiken om de data te beperken die een gebruiker binnen een databron kan zien. ## Toegang tot inhoud Projecten, geneste projecten en individuele inhoudsitems zijn allemaal onderworpen aan machtigingsregels. U kunt zien hoe deze regels worden gebruikt in uw Tableau Server-omgeving en ze vervolgens opnieuw maken in Tableau Cloud. Zie [Machtigingen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/permissions.htm). ## Beveiliging op rijniveau Als u databronnen of werkmappen hebt met beveiliging op rijniveau, moeten uw beveiligingsmachtigingen en berekeningen op rijniveau worden bijgewerkt voor Tableau Cloud, omdat gebruikers- en groepsnamen tijdens een conversie kunnen veranderen. Zie [Toegang beperken op datarijniveau](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/publish_userfilters.htm) en [Een databeleid maken voor beveiliging op rijniveau](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/dm_vconn_create_rlspolicy.htm). ## Migratieworkflow Deze gids is opgebouwd volgens een stapsgewijs proces voor het migreren naar Tableau Cloud: 1. [De migratie plannen](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part1.htm) 2. [Een Tableau Cloud-site maken en configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part2.htm) 3. [Virtuele verbindingen migreren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part2-5.htm) 4. [Databronnen, werkmappen en Prep-flows naar Tableau Cloud migreren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part3.htm) 5. [Vernieuwingsschema's opnieuw maken voor Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part4.htm) 6. **U bent hier**: Machtiging en toegang tot inhoud configureren voor gemigreerde gebruikers 7. [Resterende gebruikers toevoegen aan Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part6.htm) 8. [Checklist voor migratie van eindgebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part7.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Resterende gebruikers toevoegen aan Tableau Cloud U bekijkt de [Gids voor handmatige migratie naar Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/guides/migration/nl-nl/emg_intro.htm). In deze gids wordt beschreven hoe u Tableau Server-implementaties met minder dan 100 gebruikers handmatig naar Tableau Cloud kunt migreren. Nu u alle inhoud hebt gemigreerd en uw projecten, groepen en machtigingen hebt ingesteld, kunt u de rest van (of al) uw gebruikers toevoegen. In dit onderwerp wordt beschreven hoe u gebruikers binnen een site toevoegt. Cloudbeheerders kunnen Tableau Cloud Manager gebruiken om gebruikers toe te voegen of te verwijderen en hun siterollen op meerdere sites te wijzigen. Zie [Gebruikers beheren met Tableau Cloud Manager](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/cloud_manager_users.htm) voor meer informatie. ## Gebruikers toevoegen Zodra u gebruikers toevoegt, hebben zij toegang tot de inhoud. Zorg ervoor dat u de procedures in [Machtiging en toegang tot inhoud configureren voor gemigreerde gebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part5.htm) volgt voordat u gebruikers toevoegt. We raden u ook aan om meer te weten te komen over de siterollen van gebruikers voordat u naar Tableau Cloud migreert. Zie [Siterollen voor gebruikers instellen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/users_site_roles.htm). U kunt gebruikers handmatig toevoegen, zoals hieronder weergegeven. Zie [Gebruikers importeren](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/users_import.htm) als u veel gebruikers hebt en deze in bulk wilt importeren met een CSV-bestand. ### Gebruikers handmatig toevoegen 1. Wanneer u bent aangemeld bij de site van Tableau Server, selecteert u **Gebruikers**. 2. Klik op de pagina Gebruikers op Gebruikers toevoegen en vervolgens op Gebruikers toevoegen op gebruikersnaam. ![](/tableau/next/nl-nl/guides/migration/nl-nl/Img/users_add_online.png) 3. Selecteer de verificatiemethode waarmee geïmporteerde gebruikers zich bij Tableau Cloud moeten aanmelden. Als er geen verificatie voor de site is geconfigureerd, wordt de verificatiemethode Tableau met MFA toegewezen aan geïmporteerde gebruikers. **Opmerking:** U kunt naar de pagina Gebruikers gaan om het verificatietype van gebruikers te wijzigen nadat u ze hebt toegevoegd 4. Voer in het tekstvak **Gebruikersnamen invoeren** de namen van de gebruikers in (met de indeling voor het e-mailadres). Als u meer dan één gebruiker toevoegt, scheidt u elke gebruikersnaam met een puntkomma. Bijvoorbeeld: _tdavis@example.com; jjohnson@example.com; hwilson@example.com_ 5. Selecteer een siterol in de vervolgkeuzelijst om die siterol toe te wijzen aan alle gebruikers die u toevoegt. Zie [Siterollen voor gebruikers instellen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/users_site_roles.htm) voor definities van siterollen. 6. Klik op Gebruikers toevoegen. Als de gebruikersnaam van een nieuwe gebruiker al aan een account op tableau.com is gekoppeld, wordt de gebruiker gevraagd zich aan te melden met het bestaande e-mailadres en wachtwoord voor dat account. Als de gebruikersnaam van een nieuwe gebruiker nog niet aan een account op tableau.com is gekoppeld, wordt de gebruiker gevraagd een voornaam, achternaam en wachtwoord op te geven. Totdat de gebruiker deze waarden opgeeft, wordt zijn vermelding in de gebruikerslijst van Tableau Server weergegeven als het e-mailadres voorafgegaan door een punt. Bijvoorbeeld: `.snguyen@example.com` Nadat de gebruiker zich heeft aangemeld, wordt de vermelding bijgewerkt en wordt de volledige naam weergegeven. Bijvoorbeeld: `Susan Nguyen` ## Migratieworkflow Deze gids is opgebouwd volgens een stapsgewijs proces voor het migreren naar Tableau Cloud: 1. [De migratie plannen](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part1.htm) 2. [Een Tableau Cloud-site maken en configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part2.htm) 3. [Virtuele verbindingen migreren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part2-5.htm) 4. [Databronnen, werkmappen en Prep-flows naar Tableau Cloud migreren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part3.htm) 5. [Vernieuwingsschema's opnieuw maken voor Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part4.htm) 6. [Machtiging en toegang tot inhoud configureren voor gemigreerde gebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part5.htm) 7. **U ben hier**: Gebruikers toevoegen aan Tableau Cloud 8. [Checklist voor migratie van eindgebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part7.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Stap 1: verbinding maken met de data Uw manager heeft u gevraagd om de totale verkopen en winstgevendheid van het bedrijf te onderzoeken en te bepalen welke punten moeten worden verbeterd.U beschikt over veel data, maar u weet niet waar u moet beginnen.U besluit om te beginnen met het downloaden van Tableau Desktop Free Edition. Zie [Met Tableau Desktop verbinding maken met data](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/tutorials/on-demand/connecting-data-tableau-desktop?playlist=509089) voor gerelateerde bronnen en video's. ## Tableau Desktop openen en beginnen Het eerste wat u ziet nadat u Tableau Desktop opent, is de [startpagina](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/environment_startpage.htm).Hier selecteert u de connector die Tableau nodig heeft om toegang te krijgen tot uw data. ![De Tableau-startpagina](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Connect1.png) Op de startpagina kunt u uit verschillende opties kiezen: **1.****Tableau-pictogram**.Klik op ![Een pictogram met het Tableau-logo](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Connect2.png) in de linkerbovenhoek van een pagina om te schakelen tussen de startpagina en de werkruimte voor het maken van inhoud. **2.****Het deelvenster Verbinding maken**. - Maak verbinding met de data in een bestand, zoals Microsoft Excel, PDF, ruimtelijke bestanden, en meer. - Maak verbinding met de data op een servergebaseerd platform, zoals Google Drive, Amazon Redshift, Oracle of een gepubliceerde databron in Tableau Cloud of Tableau Server. - Maak verbinding met een databron waarmee u eerder verbinding hebt gemaakt. Tableau ondersteunt de mogelijkheid om verbinding te maken met een grote verscheidenheid aan data, opgeslagen op een breed scala aan locaties.In het deelvenster Verbinding maken worden de meest voorkomende locaties weergegeven waarmee u mogelijk verbinding wilt maken. U kunt ook op Meer klikken om meer opties te bekijken.Zie de [leerbibliotheek](https://help.tableau.com/current/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-next.htm) voor deze zelfstudie voor meer informatie over het verbinding maken met databronnen **3.****Versnellers** in snelle start: vooraf gemaakte sjablonen die u kunt koppelen aan uw eigen data. **4.****Voorbeeldwerkboeken** in snelle start: voorbeeldwerkboeken die bij Tableau Desktop worden geleverd. **5.****Openen**: recent geopende werkmappen. **6.****Ontdekken**: aanvullende bronnen. Klik in het deelvenster Verbinding maken onder Opgeslagen databronnen op **Sample - Superstore** om verbinding te maken met de voorbeelddataset.Superstore bevat onder andere informatie over producten, klanten en verkopen die u kunt gebruiken om belangrijke verbeterpunten vast te stellen voor deze denkbeeldige detailhandel. De Superstore-dataset kan worden gedownload vanaf de pagina [Tableau Public-voorbeelddata](https://public.tableau.com/app/learn/sample-data). Gebruik vervolgens de Microsoft Excel-connector. ![Sample - Superstore wordt vermeld onder 'Opgeslagen databronnen'](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Connect_Superstore.png) Nadat u **Sample - Superstore** hebt geselecteerd, ziet uw scherm er ongeveer als volgt uit: ![Een leeg werkblad](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Connect4.png) Meer informatie: wat doet Tableau met uw data? Nadat u verbinding hebt gemaakt met uw data, doet Tableau het volgende: - Het opent een nieuw werkblad.Dit is een leeg blad waarop u uw eerste weergave kunt maken. - Het geeft de databron weer waarmee u verbonden bent.Als u meerdere databronnen gebruikt, worden ze hier allemaal weergegeven. - Het voegt kolommen uit uw databron toe aan het deelvenster **Data** aan de linkerkant.Kolommen worden toegevoegd als velden. - Het wijst automatisch datatypen (zoals datum, getal, tekenreeks, enzovoort) en rollen (dimensie of meetwaarde) toe aan uw data.(deze begrippen worden later uitgebreid besproken) Als u meer details over uw data wilt bekijken, kunt u de pagina **Databron** selecteren in de linkeronderhoek.Hier kunt u de eerste 1.000 rijen van uw data bekijken en sommige analisten gaan helemaal los: velden sorteren of verbergen, velden opsplitsen in meerdere kolommen en de namen van kolomkoppen aanpassen, allemaal zonder dat de oorspronkelijke data worden gewijzigd.Wat er in Tableau gebeurt, blijft in Tableau. Uw data zijn veilig. Als u naar de pagina **Databron** navigeert om de details te bekijken, klikt u gewoon op het tabblad voor **Blad 1** om terug te gaan naar waar u begon. Zie de [leerbibliotheek](https://help.tableau.com/current/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-next.htm) voor meer informatie over de pagina Databron. Meer informatie: uw eigen data voorbereiden Wanneer u verbinding maakt met uw eigen data, moet u mogelijk wat voorbereidend werk doen voordat u er verbinding mee maakt in Tableau.Dit komt doordat Tableau aannames doet over uw data, zodat deze op de juiste manier kunnen worden weergegeven en u ermee kunt werken. Zie de [leerbibliotheek](https://help.tableau.com/current/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-next.htm) voor meer informatie over het voorbereiden van uw data. Ga verder met [Stap 2: slepen en neerzetten voor een eerste indruk](https://help.tableau.com/v0.0/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-drag.htm). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Stap 2: slepen en neerzetten voor een eerste indruk ## Een weergave maken U wilt gaan bepalen wat de belangrijkste verbeterpunten zijn, maar waar moet u beginnen?Met vier jaar aan data besluit u om in te zoomen op de data voor totale verkopen om te zien wat u vindt.Begin met het maken van een eenvoudig diagram. Zie [Navigeren door de werkruimte in Tableau Desktop](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/tutorials/on-demand/navigating-workspace-tableau-desktop?playlist=509089) voor gerelateerde bronnen en video's. Meer informatie: begrippen in deze sectie
BegripBeschrijving
Aggregatie versus granulariteit

Aggregatie is hoe data op rijniveau worden samengevoegd tot een hogere categorie, zoals de som van de verkopen of de gemiddelde winst.Tableau doet dit automatisch, zodat u data kunt opsplitsen tot het detailniveau waarmee u wilt werken.

Granulariteit geeft aan hoe gedetailleerd de data zijn. Datums kunnen bijvoorbeeld een granulariteit hebben van dagen, maanden, jaren, enzovoort.

Dimensie versus meetwaarde

Dimensies zijn kwalitatieve data, zoals een naam of datum.Standaard classificeert Tableau data die kwalitatieve of categorische informatie bevatten automatisch als een dimensie, bijvoorbeeld elk veld met tekst of Booleaanse waarden (True/False).Deze velden worden doorgaans weergegeven als kolomkoppen voor rijen met data, zoals Klantnaam of Besteldatum, en bepalen ook het detailniveau dat in de weergave wordt getoond.

Meetwaarden zijn kwantitatieve numerieke data.Standaard behandelt Tableau elk veld dat dit soort data bevat als een meetwaarde, bijvoorbeeld verkooptransacties of winst.Data die als een meetwaarde worden geclassificeerd, kunnen worden geaggregeerd op basis van een bepaalde dimensie, bijvoorbeeld: totale verkoop per regio, metverkoop als meetwaarde, totaal (of som) als aggregatie, en regio als dimensie.

Continu versus discreet

Continue velden kunnen een oneindig aantal waarden bevatten.Dit kunnen een reeks waarden, zoals verkopen binnen een bepaald datumbereik of hoeveelheden zijn.Continue velden zijn groen gekleurd in Tableau.

Discrete velden bevatten een eindig aantal waarden, zoals land, staat of klantnaam.Discrete velden zijn blauw gekleurd in Tableau.

**Meer over dimensies en meetwaarden** in de [leerbibliotheek](https://help.tableau.com/current/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-next.htm). Meer informatie: bedieningselementen en onderdelen van de Tableau-werkruimte In dit gedeelte sleept u velden naar de containers Kolommen en Rijen. Ook werkt u met de kaart Markeringen.In de onderstaande afbeelding ziet u een aantal besturingselementen en onderdelen van de werkruimte die u zult gebruiken. ![Een overzicht van werkruimteonderdelen](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Drag28.png)
OnderdeelBeschrijving

AOngedaan maken

In Tableau kunt u vrijelijk experimenteren met uw data.U kunt altijd teruggaan naar waar u begon met de knop Ongedaan maken.Met deze knop kunt u de laatste actie die u hebt uitgevoerd in uw werkmap ongedaan maken.

U kunt de actie Ongedaan maken een onbeperkt aantal keren uitvoeren, tot aan de laatste keer dat u een werkmap hebt geopend, zelfs nadat u deze hebt opgeslagen.

BHet deelvenster Data

Toont de naam van de databron die in de weergave is opgenomen, samen met de beschikbare velden.Velden kunnen worden gegroepeerd op basis van hun brontabel of op basis van de map.

Meer over het deelvenster Data in de leerbibliotheek.

C and DKaarten en containers

Kaarten zijn containers voor de verschillende besturingselementen die beschikbaar zijn in Tableau.Containers zijn een soort kaartbeheer.Wanneer u velden vanuit het deelvenster Data naar de containers Kolommen of Rijen sleept, worden de data toegevoegd als een kolom of rij op de assen in uw weergave.

Wanneer u velden vanuit het deelvenster Data naar de kaart Markeringen sleept, kunt u visuele eigenschappen zoals type, kleur, grootte en vorm beheren.Alleen de markeringen in uw weergave worden hierdoor beïnvloed, de assen veranderen niet.

Meer over kaarten en containers in de leerbibliotheek.

EKaarten tonen/verbergen

Hebt u per ongeluk een kaart verborgen die u nu nodig hebt?Geen probleem.Vrijwel alles in de Tableau-werkruimte kan worden in- of uitgeschakeld, zodat u over een maximale ruimte beschikt om uw visualisaties te maken.

Als u kaarten als Pagina's, Filters of Legenda's wilt tonen of verbergen, klikt u op de vervolgkeuzepijl op de knop Kaarten tonen/verbergenHet pictogram Kaarten tonen/verbergen op de werkbalk en schakelt u het vinkje voor de kaart in of uit.

U kunt het deelvenster Data en analyses zelfs samenvouwen naar de linkeronderhoek van de werkruimte door op de knop MinimaliserenHet deelvenster Data en analyses minimaliseren in de rechterbovenhoek van het deelvenster te klikken.Klik nogmaals op de knop om het deelvenster te herstellen zoals het was.

1. Sleep **Besteldatum** vanuit het deelvenster **Data** naar de container **Kolommen**. **Opmerking:** als u Besteldatum naar de container **Kolommen** sleept, maakt Tableau voor elk jaar in uw dataset een kolom.Onder elke kolom staat een indicator met Abc.Dit betekent dat u tekst of numerieke gegevens hierheen kunt slepen, net als in een Excel-spreadsheet.Als u Verkoop naar dit gebied sleept, maakt Tableau een kruistabel (zoals een spreadsheet) en geeft het de verkooptotalen voor elk jaar weer. 2. Sleep **Verkoop** vanuit het deelvenster **Data** naar de container **Rijen**. Tableau genereert het volgende diagram met de verkopen samengevoegd tot een som (geaggregeerd).U kunt de totale geaggregeerde verkopen per jaar bekijken, gesorteerd op besteldatum. ![Lijndiagram dat Besteldatum gebruikt voor de container Kolommen en SUM(Verkoop) voor de container Rijen](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Drag1.png) _Wanneer u voor het eerst een weergave maakt die een tijdwaarde bevat (in dit geval besteldatum), genereert Tableau automatisch een lijndiagram._ Uit dit lijndiagram blijkt dat de verkoopcijfers er goed uitzien en dat ze in de loop van de tijd lijken te stijgen.Dat is weliswaar goed nieuws, maar u weet nog niet echt welke producten het meest verkopen en of er producten zijn die beter presteren dan andere.Omdat u nog maar net bent begonnen, besluit u om verder te kijken en te zien wat u nog meer kunt ontdekken. Meer informatie: uw opties bekijken Als u snel van diagramtype wilt wijzigen, selecteert u het vervolgkeuzemenu op de kaart **Markeringen**. Voor een vlakdiagram kunt u bijvoorbeeld **Vlak** selecteren. ![Diagramtypen die worden vermeld in het menu Markeringen](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Drag2.png) Tableau ondersteunt veel verschillende diagramtypen, ook wel markeringstypen genoemd.Zie **Meer over markeringstypen** in de [leerbibliotheek](https://help.tableau.com/current/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-next.htm) voor meer informatie. **Opmerking:** voordat u verdergaat met de zelfstudie, moet u ervoor zorgen dat uw diagramtype weer is ingesteld op **Automatisch**. Controleer uw werk. Bekijk 'Een weergave maken' in actie _Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen_ **Opmerking**: Details in deze gif komen mogelijk niet exact overeen met wat u op uw scherm ziet. ## Uw weergave verfijnen Om meer inzicht te krijgen in welke producten de totale verkopen genereren, kunt u proberen meer data toe te voegen.Begin met het toevoegen van productcategorieën om op een andere manier naar de verkooptotalen te kijken. 1. Sleep **Categorie** vanuit het deelvenster **Data** naar de container **Kolommen** en plaats het rechts van YEAR(Besteldatum).Mogelijk moet u de hiërarchie Product uitvouwen om het veld Categorie weer te geven. Uw weergave wordt bijgewerkt naar een staafdiagram.Door een tweede, discrete dimensie aan de weergave toe te voegen, kunt u uw data in discrete delen categoriseren in plaats van ze continu in de loop van de tijd te bekijken.Hiermee maakt u een staafdiagram waarin u de totale verkopen per productcategorie per jaar kunt bekijken. ![Een staafdiagram met Year(Besteldatum) en Categorie in de container Kolommen en SUM(Verkoop) in de container Rijen](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Drag4.png) Meer informatie: van perspectief veranderen Als u het staafdiagram horizontaal in plaats van verticaal wilt weergeven, klikt u op de werkbalk op **Rijen en kolommen omwisselen**. **Opmerking:** maak deze actie ongedaan voordat u verdergaat met de zelfstudie 'Aan de slag'. ![Een staafdiagram met een highlight voor het pictogram Rijen en kolommen omwisselen](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Drag7.png) Meer informatie: laat me de cijfers zien U kunt datapuntgegevens bekijken of toevoegen aan uw weergave.In dit voorbeeld geven deze data de exacte verkooptotalen per categorie weer. Als u gegevens over elk datapunt (of markering) in uw weergave wilt bekijken, beweegt u de cursor over een van de staven om een tooltip weer te geven.De tooltip geeft de totale verkopen voor die categorie weer.Hier ziet u de tooltip voor de categorie Kantoorartikelen voor 2025: ![Een tooltip die de verkopen voor kantoorartikelen in 2021 weergeeft](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Drag5.png) Als u datapuntgegevens als labels aan uw weergave wilt toevoegen, klikt u op **Markeringslabels tonen** op de werkbalk.Hieronder ziet u de totale verkopen per categorie en per jaar. **Opmerking:** maak deze actie ongedaan voordat u verdergaat met de zelfstudie 'Aan de slag'. ![Een staafdiagram met een highlight voor het pictogram Markeringslabels tonen](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Drag6.png) Uw weergave geeft goed de verkopen weer per categorie: meubilair, kantoorartikelen en technologie.Het levert een interessant inzicht op. Op basis van deze weergave kunt u concluderen dat de verkopen van meubilair sneller groeien dan de verkopen van kantoorartikelen, ook al hebben de kantoorartikelen in 2025 een heel goed jaar gehad.Misschien kunt u uw bedrijf adviseren om de verkoopactiviteiten te richten op meubilair in plaats van op kantoorartikelen?Uw bedrijf verkoopt veel verschillende producten in die categorieën. U hebt dus meer informatie nodig voordat u advies geeft. Om antwoord te krijgen op die vraag, besluit u om producten per subcategorie te bekijken om te zien welke artikelen het meest worden verkocht.U wilt bijvoorbeeld voor de categorie Meubels details zien over boekenkasten, stoelen, meubilair en tafels.Als u deze data bekijkt, kunt u inzicht krijgen in de verkopen en later in de algehele winstgevendheid. Voeg daarom subcategorieën toe aan uw staafdiagram. 1. Dubbelklik op **Subcategorie** of sleep het naar de container **Kolommen**. **Opmerking:** u kunt een veld verslepen en neerzetten of erop dubbelklikken om het aan uw weergave toe te voegen, maar wees voorzichtig.Tableau doet aannames over de locatie waar de data moeten worden toegevoegd. Het kan echter zijn dat de data niet op de verwachte plek worden geplaatst.U kunt altijd op Ongedaan maken klikken om het veld te verwijderen, of het wegslepen uit het gebied waar Tableau het heeft geplaatst om opnieuw te beginnen. Subcategorie is een ander discreet veld.Hiermee wordt een extra koptekst onderaan het scherm gemaakt en er wordt een staaf weergegeven voor elke subcategorie (68 markeringen), uitgesplitst per categorie en jaar. ![Een staafdiagram met Besteldatum, Categorie en Subcategorie in de container Kolommen en SUM(Verkoop) in de container Rijen](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Drag9.png) Het begint er nu op te lijken, maar het zijn wel heel veel data om te bekijken.In het volgende gedeelte leert u hoe u onder andere kleur en filters toevoegt om de nadruk te leggen op specifieke resultaten. Meer informatie: een andere weergave gebruiken om productverkopen te vergelijken Als u wilt bekijken hoe uw producten bijdragen aan de totale verkopen per categorie, biedt Tableau u een andere optie. Als u **Subcategorie** naar **Kleur** op de kaart Markeringen sleept, maakt u een gestapeld staafdiagram met extra markeringen voor elke subcategorie, die worden aangegeven met een unieke kleur.Tableau geeft aan de rechterkant automatisch een legendakaart weer voor de waarden van de subcategorieën. **Opmerking:** maak deze actie ongedaan voordat u verdergaat met de zelfstudie 'Aan de slag'. ![Een staafdiagram met Besteldatum en Categorie in de container Kolommen, SUM(Verkoop) in de container Rijen en Subcategorie op Kleur op de kaart Markeringen](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Drag8.png) Zo ziet u snel hoeveel verkopen elk product bijdraagt aan het totaal voor elke categorie en elk jaar. Ook ziet u in één oogopslag welke subcategorieën een grote en welke een kleine bijdrage leveren. Subcategorieën worden weergegeven als gestapelde staven in de volgorde waarop ze in de legenda worden vermeld, niet op basis van hun positie op de as Verkoop. Zo wordt de categorie Boekenkasten in de afbeelding bovenaan elke balk met meubilair weergegeven omdat de categorie Boekenkasten in de legenda boven de categorieën Stoelen, Stoffering en Tafels staat vermeld.De subcategorieën worden in de legenda weergegeven, zodat u ze kunt verplaatsen en uw data op een voor u zinvolle manier kunt bekijken. Of een gestapeld staafdiagram wel of niet het juiste diagram voor u is, hangt af van het soort analyse dat u wilt uitvoeren. Controleer uw werk. Bekijk 'Uw weergave verfijnen' in actie _Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen_ **Opmerking**: Details in deze gif komen mogelijk niet exact overeen met wat u op uw scherm ziet. ## Samenvatting van de stap Deze stap was erop gericht om de data te leren kennen en vragen te stellen over de data om inzichten te verwerven.U hebt het volgende geleerd: - In een weergave een diagram maken waarmee u graag werkt. - Velden toevoegen om het juiste detailniveau in uw weergave te realiseren. Nu bent u klaar om u op de resultaten te richten en specifiekere aandachtsgebieden te bepalen.In het volgende gedeelte leert u hoe u filters en kleuren kunt gebruiken, zodat u de data beter kunt onderzoeken. Ga verder met [Stap 3: De resultaten focussen](https://help.tableau.com/v0.0/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-focus.htm). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Stap 3: De resultaten focussen U hebt een weergave gemaakt van de productverkopen, uitgesplitst per categorie en subcategorie. Het begint al ergens op te lijken, maar er zijn wel veel data die u moet verwerken. U moet de interessante datapunten eenvoudig kunnen vinden en u op specifieke resultaten kunnen richten. Tableau heeft daar een aantal geweldige opties voor. Met filters en kleuren kunt u de details die u interesseren, meer benadrukken. Nadat u de focus op uw data hebt toegespitst, kunt u andere functies van Tableau Desktop gebruiken om met die data te werken. ## Filters toevoegen aan uw weergave U kunt filters gebruiken om waarden in uw weergave op te nemen of uit te sluiten. In dit voorbeeld besluit u om twee eenvoudige filters aan uw werkblad toe te voegen, zodat u gemakkelijker de productverkopen per subcategorie voor een specifiek jaar kunt bekijken. 1. Klik in het deelvenster **Data** met de rechtermuisknop op **Besteldatum** en selecteer **Filter tonen**. 2. Herhaal de bovenstaande stap voor het veld **Subcategorie**. De filters worden aan de rechterkant van uw weergave toegevoegd in de volgorde waarin u ze hebt geselecteerd. Filters zijn kaarttypen en kunnen op het canvas worden verplaatst door op het filter te klikken en het naar een andere locatie in de weergave te slepen. Terwijl u het filter versleept, verschijnt er een lijn die aangeeft waar u het filter kunt neerzetten. **Opmerking**: In de zelfstudie om aan de slag te gaan wordt de standaardpositie van de filterkaarten gebruikt. **Meer over filteren** in de leerbibliotheek (in het bovenste menu). ![Een staafdiagram met filters voor Subcategorie en Besteldatum](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Drag10.png) Controleer uw werk. Bekijk 'Filters op uw weergave toepassen' in actie _Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen_ **Opmerking**: Details in deze gif komen mogelijk niet exact overeen met wat u op uw scherm ziet. ## Kleur toevoegen aan uw weergave Door filters toe te voegen kunt u al deze data doorzoeken. Maar wauw, dat is een hoop blauw! Het is tijd om daar iets aan te doen. Momenteel ziet u de verkooptotalen voor uw verschillende producten. U ziet dat sommige producten structureel een lage verkoop hebben en dat sommige producten wellicht in aanmerking komen om de verkoopinspanningen voor die productlijnen te verlagen. Maar hoe ziet de algehele winstgevendheid eruit voor uw verschillende producten? Sleep **Winst** naar kleur om te zien wat er gebeurt. Sleep vanuit het deelvenster **Data** de categorie **Winst** naar **Kleur** op de kaart Markeringen. Door winst naar kleur te slepen, ziet u nu dat u negatieve winst hebt in Tafels, Boekenkasten en zelfs Machines. Er komt nog een nieuw inzicht aan het licht. ![Een staafdiagram met Besteldatum, Categorie en Subcategorie op de container Kolommen; Som(Verkoop) op de container Rijen en Som(Winst) op Kleur op de kaart Markeringen](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Dragcolor1.png) **Opmerking:** Tableau heeft automatisch een kleurlegenda toegevoegd en een afwijkend kleurenpalet toegewezen, omdat uw data zowel negatieve als positieve waarden bevatten. Meer informatie: Werken met kleur Door kleur toe te voegen verbetert u uw weergave, maar het kan ook interessante data laten opvallen. Tableau gebruikt een standaardkleurenpalet om kleuren toe te wijzen aan de producten in uw weergave, maar u bent niet beperkt tot dat kleurenpalet. U hebt verschillende keuzemogelijkheden. Als u andere kleuren wilt gebruiken dan de getoonde kleuren, kunt u op elk moment de kleuren of het kleurenpalet wijzigen. Klik gewoon op **Kleur** op de kaart Markeringen en klik vervolgens op **Kleuren bewerken**. U kunt een ander kleurenpalet selecteren in het dialoogvenster Kleuren bewerken dat wordt geopend. **Opmerking:** In de zelfstudie om aan de slag te gaan wordt het standaardkleurenpalet gebruikt. Afhankelijk van de data in uw weergave wordt in het dialoogvenster Kleuren bewerken mogelijk een afwijkend kleurenpalet weergegeven in plaats van een categorisch kleurenpalet. Afwijkende kleurenpaletten zien eruit zoals in de afbeelding hieronder. Afwijkende kleurenpaletten worden over het algemeen aan continue velden toegewezen. ![Afwijkende kleurenpaletten vermeld in het menu Kleuren bewerken](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Dragcolor2.png) Als u een legenda gebruikt, kan het er uitzien zoals in de onderstaande afbeelding. Categorische kleurenpaletten zoals deze worden over het algemeen toegewezen aan discrete velden. ![Categorische kleurenpaletten vermeld in het menu Kleuren bewerken](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Drag12.png) Controleer uw werk. Bekijk 'Kleur toevoegen aan uw weergave' in actie _Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen_ **Opmerking**: Details in deze gif komen mogelijk niet exact overeen met wat u op uw scherm ziet. ## Belangrijke inzichten krijgen Zoals u hebt geleerd, kunt u uw data verkennen terwijl u weergaven maakt met Tableau Desktop. Door filters en kleuren toe te voegen, kunt u uw data beter visualiseren en problemen direct identificeren. De volgende stap is om uw weergave interactief te gebruiken, zodat u conclusies kunt beginnen trekken. Terwijl u uw weergave bekeek, hebt u een aantal verlieslatende producten ontdekt. Nu wilt u nagaan of deze producten jaar op jaar verlieslatend zijn geweest. Het is tijd om uw filters te gebruiken en het eens nader te bekijken. 1. Schakel in de weergave in de filterkaart **Subcategorie** alle selectievakjes uit, behalve **Boekenkasten**, **Machines** en **Tafels**. ![Een staafdiagram met een afwijkend kleurenpalet om winst en verlies voor subcategorieën weer te geven](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_FocusFilter1.png) Nu kunt u zien dat boekenkasten en machines in sommige jaren winstgevend waren. De laatste tijd zijn machines echter niet meer rendabel. U hebt al een belangrijke ontdekking gedaan, maar u wilt nog meer informatie verzamelen voordat u actiepunten aan uw baas voorstelt. Op basis van een ingeving besluit u uw weergave per regio op te splitsen: 2. Sleep vanuit het deelvenster **Data** de optie **Regio** naar de container **Rijen** en plaats deze links van Som(Verkoop). Tableau maakt een weergave met meerdere assen, uitgesplitst per regio. Nu ziet u de verkoop en winstgevendheid per product voor elke regio. Door de regio toe te voegen aan de weergave en de subcategorie te filteren, ziet u dat machines in het Zuiden over het algemeen een hogere negatieve winst rapporteren dan in uw andere regio's. U hebt een verborgen inzicht ontdekt. ![Staafdiagrammen die de winstgevendheid van de subcategorie Machines in elke regio weergeven](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Focus_MachineSpike.png) Deze weergave beeld vat uw werk tot nu toe het beste samen. Selecteer **Alle** in de filterkaart **Subcategorie** (als u uw filter hebt gewijzigd) om alle subcategorieën opnieuw weer te geven, geef het werkblad een naam en voeg een titel toe. 6. Dubbelklik linksonder in de werkruimte op **Blad 1** en typ **Verkoop per product/regio**. U kiest ervoor om uw analyse op het Zuiden te richten, maar u wilt de weergave die u hebt gemaakt niet verliezen. In Tableau Desktop kunt u uw werkblad dupliceren om verder te gaan waar u was gebleven. 7. Klik in uw werkmap met de rechtermuisknop op het blad **Verkoop per product/regio** en selecteer **Dupliceren**. 8. Wijzig de naam van het gedupliceerde blad naar **Verkoop in het Zuiden**. 9. Sleep in uw nieuwe werkblad vanuit het deelvenster **Data** de optie **Regio** naar de container **Filters** om het als filter in de weergave toe te voegen. 10. Schakel in het dialoogvenster Regio filteren alle selectievakjes uit behalve **Zuiden** en klik op **OK**. 11. Klik met de rechtermuisknop op het vak **Regio** van de categorie **Rijen** en schakel het selectievakje **Koptekst weergeven** uit. Uw weergave wordt bijgewerkt en ziet eruit zoals op de onderstaande afbeelding. ![Een staafdiagram dat de winstgevendheid van de subcategorie in het Zuiden weergeeft](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_FocusSouth1.png) Nu kunt u zich richten op de verkoop en winst in het Zuiden. U ziet direct dat de verkoop van machines in 2022 en in 2025 een negatieve winst opleverde. Dit is zeker iets om te onderzoeken. 4. Sla uw werk op door **Bestand** > **Opslaan als** te selecteren. Geef uw werkmap een naam, bijvoorbeeld Regionale verkoop en winst. Meer informatie: Hoe Tableau uw opgeslagen werkmappen ordent Wanneer u Tableau installeert, wordt er automatisch een directory voor u aangemaakt onder **Documenten** > **Mijn documenten** > **Mijn Tableau-opslagplaats**. Mijn Tableau-opslagplaats bevat meerdere mappen voor databronnen, opgeslagen werkmappen, geocoderingsdata en meer. **Meer over het opslaan van uw werkmap als verschillende Tableau-bestandstypen** in de leerbibliotheek (in het bovenste menu). Controleer uw werk. Bekijk hieronder 'Belangrijke inzichten krijgen' in actie _Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen_ **Opmerking**: Details in deze gif komen mogelijk niet exact overeen met wat u op uw scherm ziet. ## Samenvatting van de stap In deze stap hebt u filters en kleuren gebruikt om het werken met uw data wat gemakkelijker te maken. U hebt ook kennisgemaakt met een aantal leuke functies die Tableau biedt om u te helpen belangrijke vragen over uw data te beantwoorden. U hebt geleerd hoe u: - Filters en kleuren kunt toepassen om u beter te kunnen toespitsen op de delen van uw data die u het meest interesseren. - De tools kunt gebruiken die Tableau biedt om interactief met uw diagram te werken. - Werkbladen kunt dupliceren en uw wijzigingen kunt opslaan om uw data op verschillende manieren te blijven onderzoeken zonder dat uw werk verloren gaat. Nadat u uw data in Tableau Desktop hebt onderzocht, hebt u aandachtspunten geïdentificeerd. U weet dat de verkoop en winst in het Zuiden een probleem zijn, maar u hebt nog geen oplossing. U wilt ook kijken naar andere factoren die mogelijk bijdragen aan deze resultaten. Vervolgens maakt u gebruik van een andere belangrijke functie in Tableau om met geografische data te werken. Ga verder naar [Stap 4: de data geografisch verkennen](https://help.tableau.com/v0.0/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-explore.htm). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Stap 4: de data geografisch verkennen U hebt een mooie weergave gemaakt waarmee u de verkopen en winsten per product over meerdere jaren kunt bekijken. Nadat u naar de productverkopen en winstgevendheid in het zuiden hebt gekeken, besluit u op zoek te gaan naar trends of patronen in die regio. Omdat u geografische data (het veld Regio) bekijkt, hebt u de mogelijkheid om een kaartweergave te maken. Kaartweergaven cijn ideaal voor het weergeven en analyseren van dit soort informatie. Bovendien zijn ze gewoon cool. In dit voorbeeld heeft Tableau al de betreffende geografische rollen toegewezen aan de velden Land, Staat/Provincie, Stad en Postcode. Dat komt omdat het herkende dat elk van die velden geografische data bevatte. U kunt direct aan de slag met het maken van uw kaartweergave. Meer informatie: kennismaken met geografische rollen Tableau herkent veel gangbare geografische data, zoals namen van staten en steden. Wanneer Tableau dit type data herkent, worden er automatisch passende geografische rollen aan de velden toegewezen, zodat deze geografische velden worden. In het deelvenster **Data** staan naast de geografische velden pictogrammen met een wereldbol ![Pictogram met een wereldbol dat velden met geografische data aangeeft](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Explore16_24x13.png). Als aan een veld een geografische rol wordt toegewezen, maakt Tableau automatisch een kaartweergave wanneer u het veld toevoegt aan **Details** op de kaart Markeringen. Daarover later meer. Als Tableau uw data niet als geografisch herkent, kunt u handmatig een geografische rol toewijzen aan elk van de betreffende velden. Er zijn verschillende geografische rollen waaruit u kunt kiezen: - Luchthaven - Netnummer (VS) - CBSA/MSA (VS) - Stad - Congresdistrict (VS) - Land/regio - Bestuurlijk gebied - NUTS Europa - Staat/provincie - Postcode ![Afbeelding van het handmatig toewijzen van geografische rollen aan velden](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Explore1.png) ## Een kaartweergave maken Begin helemaal opnieuw met een nieuw werkblad. 1. Klik onderaan de werkruimte op het pictogram **Nieuw werkblad**. ![Weergave van het pictogram Nieuw werkblad](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_explore17.png) Tableau behoudt uw vorige werkblad en maakt een nieuw werkblad, zodat u uw data kunt blijven bekijken zonder dat uw werk verloren gaat. 4. Dubbelklik In het deelvenster **Data** op **Staat/Provincie** om het toe te voegen aan **Details** op de kaart Markeringen. Nu hebt u een kaartweergave. ![Een symbolische kaart van Canada en de continentale VS](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_explore3.png) Meer informatie: dubbelklikken om geografische velden toe te voegen U kunt dubbelklikken op velden om deze snel aan de weergave toe te voegen. Wanneer u dubbelklikt op een geografisch veld, wordt het automatisch toegevoegd aan Details op de kaart Markeringen. Er wordt een kaartweergave gemaakt met markeringen voor elke locatie die in het veld wordt vermeld. Omdat Tableau al weet dat namen van staten geografische data zijn en omdat aan de / dimensie **Staat/Provincie** de geografische rol Staat/Provincie wordt toegewezen, maakt Tableau automatisch een kaartweergave. Uw databron bevat een markering voor elk van de 48 aangrenzende staten in de VS en de Canadese provincies. (Helaas zijn Alaska en Hawaï niet in uw databron opgenomen en worden ze daarom niet in kaart gebracht.) Het veld **Land** is trouwens ook aan de weergave toegevoegd. Dit gebeurt omdat de geografische velden in Sample - Superstore deel uitmaken van een hiërarchie. Hogere niveaus in de hiërarchie kunnen automatisch worden toegevoegd als een detailniveau. Bovendien zijn de gegenereerde velden Breedtegraad en Lengtegraad toegevoegd aan de containers Kolommen en Rijen. U kunt ze beschouwen als X- en Y-velden. Ze zijn essentieel wanneer u een kaartweergave wilt maken, omdat aan elke locatie in uw data een waarde voor breedtegraad- en lengtegraad wordt toegewezen. Soms worden deze velden door Tableau gegenereerd op basis van geografische velden in uw data. Het kan ook zijn dat uw data eigen breedtegraad- en lengtegraadwaarden bevatten. In de leerbibliotheek vindt u meer informatie over dit onderwerp. Het is leuk om een mooie kaart te hebben met de VS en Canada, maar u wilde toch zien wat er in het zuiden gebeurde, weet u nog? 13. Sleep **Regio** naar de container **Filters** en filter de data totdat u alleen **Zuiden** overhoudt. De kaartweergave zoomt in op de regio Zuid en er is een markering voor elke staat (in totaal 11). Nu wilt u meer gedetailleerde data voor deze regio bekijken. U sleept daarom andere velden naar de kaart Markeringen: 15. Sleep de meetwaarde **Verkoop** naar **Kleur** op de kaart Markeringen. ![Een kaart van 11 zuidelijke Amerikaanse staten, in verschillende tinten blauw](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_explore2.png) De weergave wordt automatisch bijgewerkt naar een ingevulde kaart, waarbij elke staat wordt gekleurd op basis van de totale verkopen. Omdat u productverkopen onderzoekt, wilt u dat de verkopen in USD worden weergegeven. Klik op het veld **SUM(Verkoop)** op de kaart **Markeringen** en selecteer **Opmaken**. Voor Getallen selecteert u **Valuta**. Wanneer u een continue meetwaarde met positieve getallen (zoals Verkoop) toevoegt aan Kleur op de kaart Markeringen, wordt uw ingevulde kaart blauw gekleurd. Negatieve waarden worden in het oranje weergegeven. Misschien wilt u niet dat in de kaart blauw wordt gebruikt. Misschien geeft u de voorkeur aan groen of is de kleur blauw niet geschikt voor de data die worden weergegeven. Denk bijvoorbeeld aan bosbranden of files. Dat zou pas verwarrend zijn. Maakt u zich geen zorgen. U kunt het kleurenpalet wijzigen, zoals u eerder hebt gedaan. 20. Klik op **Kleur** op de kaart Markeringen en klik vervolgens op **Kleuren bewerken**. Voor dit voorbeeld wilt u weten welke staten het goed doen en welke staten het slecht doen op het gebied van verkopen. 22. Selecteer de optie **Oranje-blauw uiteenlopend** in de vervolgkeuzelijst Palet en sluit het dialoogvenster. Op deze manier kunt u snel zien welke producten slecht en welke producten goed presteren. Uw weergave wordt bijgewerkt en ziet er als volgt uit: ![Een kaart met blauw-oranje uiteenlopende kleuren op basis van de totale verkoop voor de staat](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Explore5.png) Maar wacht even. Er is zoveel oranje! Wat is er gebeurd? De data zijn nauwkeurig en _in principe_ kunt u slechte presteerders vergelijken met goede presteerders, maar is dat wel het hele verhaal? Zijn de verkopen in de oranje staten echt zo slecht of zijn er gewoon meer mensen in Florida die uw producten kopen? Misschien zijn er kleinere winkels of minder winkels in de oranje staten. Of misschien is de bevolkingsdichtheid hoger in de staten die blauw worden weergegeven, waardoor er gewoon meer mensen zijn die uw spullen kopen. Hoe dan ook, u wilt deze weergave absoluut niet aan uw baas laten zien, omdat u niet zeker weet of u met de data een zinnig verhaal vertelt. 29. Klik op de werkbalk op het pictogram ![Een pictogram met pijl naar links.](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Explore22.png) **Ongedaan maken** om terug te keren naar die mooie, blauwe weergave. Er is nog steeds een kleurprobleem. Alles ziet er pico bello uit, dat is het probleem. Op het eerste gezicht lijkt het erop dat Florida het beste presteert. Als u met de cursor over de markering beweegt, ziet u totale verkopen van 89.474 USD. Ter vergelijking: de totale verkopen van bijvoorbeeld South Carolina zijn slechts 8.482 USD. Zijn er trouwens ook staten in het zuiden die _winstgevend_ zijn geweest? 32. Sleep **Winst** naar **Kleur** op de kaart Markeringen. om te zien of u deze vraag kunt beantwoorden. ![Een kaart met blauw tot oranje uiteenlopende kleuren op basis van de totale winsten voor de staat](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Explore6.png) Dat is beter. .Omdat winst vaak uit zowel positieve als negatieve waarden bestaat, selecteert Tableau automatisch het kleurenpalet Oranje-blauw uiteenlopend om snel de staten met negatieve winst en de staten met positieve winst te tonen. Het is nu duidelijk dat Tennessee, North Carolina en Florida een negatieve winst hebben, ook al leken ze het op het gebied van verkopen goed (zelfs geweldig) te doen. Maar waarom? Dat antwoord krijgt u in de volgende stap. Controleer uw werk. Bekijk 'Een kaartweergave maken' in actie _Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen_ **Opmerking**: Details in deze gif komen mogelijk niet exact overeen met wat u op uw scherm ziet. Ga verder met [Stap 5: inzoomen op de details](https://help.tableau.com/v0.0/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-drilldown.htm). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Stap 5: inzoomen op de details In de vorige stap ontdekte u dat Tennessee, North Carolina en Florida een negatieve winst hebben. Om erachter te komen waarom, besluit u nog dieper te graven en u te richten op wat er alleen in die drie staten gebeurt. ## Ga verder waar u bent gebleven met de kaartweergave Zoals u in de vorige stap hebt gezien, zijn kaarten ideaal om uw data uitgebreid in beeld te brengen. Met een staafdiagram krijgt u meer inzicht in de details. Hiervoor maakt u een nieuw werkblad. 1. Dubbelklik op **Blad 3** en geef het werkblad de naam **Winstkaart**. 2. Klik onderaan de werkruimte met de rechtermuisknop op **Winstkaart** en selecteer **Duplicaat** . Geef het nieuwe blad de naam **Staafdiagram negatieve winst**. 3. Klik in het werkblad Staafdiagram negatieve winst op **Laten zien** en selecteer vervolgens **horizontale staven**. Met 'Laten zien' worden verschillende diagramtypen weergegeven op basis van de data die u aan uw weergave hebt toegevoegd. **Opmerking:** u kunt op elk gewenst moment op **Laten zien** klikken om het samen te vouwen. ![Weergave van het horizontale staafdiagram in het menu Laten zien](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Explore8.png) U hebt nu weer in een handomdraai een staafdiagram. ![Een horizontaal staafdiagram met de winsten voor de staten in de regio Zuid](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Explore9.png) 7. Als u meerdere staven aan de linkerkant wilt selecteren, klikt en sleept u de cursor over de staven tussen **Tennessee**, **North Carolina**, en **Florida**. Selecteer in de tooltip die wordt weergegeven **Alleen deze behouden** om u op die drie staten te richten. ![Een blauw vakje met drie gelijktijdig geselecteerde balken](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Explore_click_and_drag.png) **Opmerking:** u kunt ook met de rechtermuisknop op een van de weergegeven staven klikken en **Alleen deze behouden** selecteren. Er is een veld _Inclusies_ voor Staat toegevoegd aan de container **Filters** om aan te geven dat bepaalde staten uit de weergave zijn gefilterd. Het pictogram met twee cirkels in het veld geeft aan dat dit veld een groep is. U kunt dit veld bewerken door met de rechtermuisknop op het veld in de container **Filters** te klikken en **Filter bewerken** te selecteren. Nu wilt u de data van de steden in deze staten bekijken. 9. Klik in de container **Rijen** op het **plusteken** (+) in het veld **Staat** om in te zoomen op het detailniveau Stad. Er is hier eigenlijk te veel informatie, dus u besluit om de weergave te filteren op de steden met de grootste negatieve winst door een Top N-filter te gebruiken. Controleer uw werk. Bekijk stap 1-5 in actie _Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen_ **Opmerking**: Details in deze gif komen mogelijk niet exact overeen met wat u op uw scherm ziet. ## Een Top N-filter maken U kunt een Top N-filter in Tableau Desktop gebruiken om het aantal markeringen dat wordt weergegeven in uw weergave te beperken. In dit geval wilt u het Top N-filter gebruiken om u te richten op de slechte presteerders. 1. Sleep **Stad** vanuit het deelvenster Data naar de container **Filters**. 2. Selecteer in het dialoogvenster Filter het tabblad **Bovenste** en doe het volgende: 1. Klik op **Op veld**. 2. Klik op de vervolgkeuzelijst voor **Bovenste** en selecteer **Onderste** om de slechtste presteerders te tonen. 3. Typ **5** in het tekstvak om de vijf slechtste presteerders in uw dataset weer te geven. Tableau Desktop heeft al een veld (Winst) en aggregatie (Som) geselecteerd voor het Top N-filter op basis van de velden in uw weergave. Met deze instellingen worden alleen de vijf steden weergegeven die qua winst het slechtst presteren. ![Het tabblad Bovenste van het dialoogvenster Filter \[Stad\] dat is ingesteld op het veld Op: onderste 5](Img/gs_Explore12.png) 6. Klik op **OK**. U bent op het goede spoor. Er worden echter zes steden in de weergave getoond, waaronder Jacksonville in North Carolina, die een positieve winst heeft. Waarom wordt een stad met een positieve winst in de weergave getoond, terwijl u een filter hebt gemaakt waarbij winstgevende steden uit de weergave zouden moeten worden gefilterd? Jacksonville in North Carolina wordt weergegeven omdat Stad het laagste detailniveau is dat in de weergave wordt getoond. Als u wilt dat Tableau Desktop onderscheid kan maken tussen Jacksonville in North Carolina en Jacksonville in Florida, moet u inzoomen op het volgende detailniveau in de locatiehiërarchie, namelijk Postcode. Nadat u Postcode hebt toegevoegd, kunt u Jacksonville in North Carolina uitsluiten zonder dat u ook Jacksonville in Florida uitsluit. 1. Klik in de container **Rijen** op het plusteken bij **Stad** om tot op het detailniveau Postcode in te zoomen. 2. Klik met de rechtermuisknop op de postcode voor Jacksonville in North Carolina, **28540**, en selecteer vervolgens **Uitsluiten**. Postcode wordt toegevoegd aan de container **Filters** om aan te geven dat bepaalde leden in het veld Postcode uit de weergave zijn gefilterd. Zelfs als u het veld Postcode uit de weergave verwijdert, blijft het filter in de container. 4. Sleep **Postcode** uit de container **Rijen**. Uw weergave wordt bijgewerkt en ziet er als volgt uit: ![Een staafdiagram met de vijf minst winstgevende steden in het zuiden](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Explore14.png) Controleer uw werk. Bekijk stap 1-8 in actie _Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen_ **Opmerking**: Details in deze gif komen mogelijk niet exact overeen met wat u op uw scherm ziet. Nu u de weergave hebt toegespitst op de minst winstgevende steden, kunt u proberen vast te stellen welke producten hiervoor verantwoordelijk zijn. ## De stoorzenders identificeren U besluit de weergave op te splitsen in subcategorieën om zo te bepalen welke producten een negatief effect op de winst hebben. U weet dat het veld Subcategorie informatie bevat over producten die per locatie worden verkocht, dus u begint daar. 1. Sleep **Subcategorie** naar de container **Rijen** en plaats het rechts van Stad. 2. Sleep **Winst** naar **Kleur** op de kaart Markeringen., zodat u gemakkelijker kunt zien welke producten een negatieve winst hebben. 3. Klik in het deelvenster Data met de rechtermuisknop op **Besteldatum** en selecteer **Filter tonen**. Als u wilt, kunt u nu de negatieve winsten van elk jaar bekijken en snel bepalen welke producten verliesgevend zijn. Machines, tafels en mappen blijken het niet zo goed te doen. En wat zou er gebeuren als u die artikelen niet meer verkoopt in Jacksonville, Concord, Burlington, Knoxville en Memphis? ![Een horizontaal staafdiagram dat de winstgevendheid weergeeft voor de subcategorie van slechtst presterende steden](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Explore15.png) ## Uw bevindingen bekijken Gaan de winsten in Florida, North Carolina en Tennessee omhoog, als u geen mappen, machines en tafels meer verkoopt? Om hierachter te komen, kunt u de probleemproducten eruit filteren en kijken wat er gebeurt. 1. Ga terug naar uw kaartweergave door op bladtabblad **Winstkaart** te klikken. 2. Klik in het deelvenster Data met de rechtermuisknop op **Subcategorie** en selecteer **Filter tonen**. Naast de kaartweergave wordt een filterkaart weergegeven voor alle producten die u aanbiedt. U gebruikt dit filter later. 3. Sleep **Winst** en **Winstratio** vanuit het deelvenster Data naar **Label** op de kaart Markeringen. - Klik met de rechtermuisknop op **Winstratio** en selecteer **Opmaken** om de winstratio weer te geven als percentage. Kies vervolgens **Percentage** voor **Getallen** in de sectie **Standaard** en stel het aantal decimalen in dat u op de kaart wilt weergeven. Voor deze kaart kiezen we nul decimalen. Sluit vervolgens het venster Opmaken. Nu kunt u de exacte winst van elke staat bekijken zonder dat u de cursor eroverheen hoeft te bewegen. 4. Klik in het deelvenster Data met de rechtermuisknop op **Besteldatum** en selecteer **Filter tonen** om context toe te voegen aan de weergave. Er wordt in de weergave een filterkaart voor YEAR(Besteldatum) weergegeven. U kunt nu de winst voor alle jaren of een combinatie van jaren bekijken. Dit kan nuttig zijn voor uw presentatie. 5. Schakel in de weergave de opties **Mappen**, **Machines** en **Tafels** uit in de lijst op de filterkaart Subcategorie. Bedenk dat u door filters aan uw weergave toe te voegen, waarden kunt opnemen of uitsluiten om bepaalde subgroepen van uw data te tonen. Naarmate u de bovenstaande subcategorieën verwijdert, stijgt de winst voor Tennessee, North Carolina en Florida, totdat uiteindelijk elke staat een positieve winst heeft. ![Het resultaat van het uitschakelen van de opties Mappen, Machines en Tafels in het filter Subcategorie](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_explore-deselect.png) U hebt een interessante ontdekking gedaan. Mappen, machines en tafels zijn zeker verantwoordelijk voor de verliezen in Tennessee, North Carolina en Florida, maar niet voor de rest van het zuiden. Merkt u trouwens dat de winst voor sommige andere staten juist afneemt als u items uit de filterkaart verwijdert? Als u bijvoorbeeld **Mappen** uitschakelt op de filterkaart Subcategorie, daalt de winst met vier procent in Arkansas. U kunt hieruit afleiden dat Mappen in Arkansas daadwerkelijk winstgevend zijn. U wilt deze ontdekking met het team delen en hen de stappen laten zien die u zelf hebt doorlopen. 11. Selecteer **(Alle)** op de filterkaart Subcategorie om weer alle producten op te nemen. Meer informatie: nog meer vragen die u zou kunnen stellen U hebt ontdekt dat mappen, machines en tafels verantwoordelijk waren voor de negatieve winst in Tennessee, North Carolina en Florida. Wat nu? U kunt de data verder verkennen door de onderstaande vragen te beantwoorden. **Opmerking:** als u de weergave gebruikt om deze vragen te beantwoorden, moet u eventuele wijzigingen ongedaan maken voordat u verdergaat met de zelfstudie 'Aan de slag'. - Hoe gaat het met de verkoop van machines in Tennessee, North Carolina en Florida? Verkoopt u er veel? Zo ja, welk effect heeft dit op de winst? - Welke andere factoren kunnen bijdragen aan deze resultaten? Verkopen winkeliers in het zuiden producten met korting? - Hoe zit het met de verkoop van tafels en mappen? - Wat gebeurt er met de verkopen in Jacksonville, Miami, Burlington, Knoxville en Memphis als u machines, tafels of mappen verwijdert? - En hoe zit het met boekenkasten? Misschien herinnert u zich dat in stap 2 bleek dat boekenkasten in andere regio's totaal niet winstgevend waren. Wanneer we dieper in deze regio's graven, kunnen we mogelijk nog meer oplossingen vinden. Controleer uw werk. Bekijk 'Uw bevindingen bekijken' in actie _Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen_ **Opmerking**: Details in deze gif komen mogelijk niet exact overeen met wat u op uw scherm ziet. U weet nu dat machines, tafels en mappen problematische producten zijn voor uw bedrijf. Als u zich op het zuiden richt, ziet u dat deze producten een wisselend effect hebben op de winst. Het kan zinvol zijn om dit met uw baas te bespreken. Vervolgens brengt u de acties die u tot nu toe hebt uitgevoerd samen in een dashboard, zodat u uw bevindingen duidelijk kunt presenteren. **Meer over het werken met kaarten en geografische rollen** in de leerbibliotheek (in het bovenste menu). Ga verder met [Stap 6: een dashboard maken om uw inzichten te tonen](https://help.tableau.com/v0.0/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-build.htm). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Stap 6: een dashboard maken om uw inzichten te tonen U hebt vier werkbladen gemaakt met belangrijke informatie die uw baas onder ogen moet krijgen.Nu moet u een manier vinden om de negatieve winsten in Tennessee, North Carolina en Florida te tonen en enkele redenen voor de lage winsten toe te lichten. U kunt hiervoor dashboards gebruiken om meerdere werkbladen tegelijk weer te geven en, als u dat wilt, ze met elkaar te laten communiceren. Zie [Dashboards maken in Tableau Desktop](https://www.tableau.com/nl-nl/node/106947?playlist=509089) voor gerelateerde bronnen en video's. ## Uw dashboard instellen U wilt benadrukken dat bepaalde verkoopartikelen op bepaalde locaties slecht worden verkocht.Uw staafdiagramweergave van de winst en uw kaartweergave laten dit goed zien. 1. Klik op de knop **Nieuw dashboard**. ![Het pictogram voor nieuw dashboard](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Build1.png) 2. In het deelvenster **Dashboard** aan de linkerkant ziet u de bladen die u hebt gemaakt.Sleep **Verkoop in het zuiden** naar uw lege dashboard. 3. Sleep **Winstkaart** naar uw dashboard en zet deze neer op de weergave Verkoop in het zuiden. Uw dashboard wordt bijgewerkt en ziet er als volgt uit: ![Een dashboard met de bladen Winstkaart en Verkoop in het zuiden](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Build2.png) Nu kunt u beide weergaven tegelijk zien. Helaas is het staafdiagram een beetje in elkaar gedrukt en is het daarom niet erg overzichtelijk voor uw baas. ## Uw dashboard ordenen Het is niet eenvoudig om details te bekijken voor elk item onder **Subcategorie** uit uw staafdiagram Verkoop in het zuiden. Als u dit probleem oplost, krijgt u meer ruimte om de benodigde informatie over te brengen. 1. Klik in 'Verkoop in het zuiden' met de rechtermuisknop op een waarde onder de kolomkop **Categorie** en schakel de optie **Koptekst tonen** uit. ![Een menu waarin Koptekst tonen is geselecteerd](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Build3.png) 2. Klik bij 'Verkoop in het zuiden' met de rechtermuisknop op de kop Orderdatum / Subcategorie en selecteer 'Veldlabels voor kolommen verbergen'. ![Het menu voor kolomveldlabels](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_build4.png) U hebt nu onnodige informatie in uw dashboard verborgen, terwijl de uitsplitsing van uw data behouden blijft.Dankzij de extra ruimte kunt u de data op uw dashboard beter bekijken, maar laten we het nog wat overzichtelijker maken. 3. Klik met de rechtermuisknop op de titel **Winstkaart** en selecteer **Titel verbergen**. De titel Winstkaart is verborgen op het dashboard en er is nog meer ruimte gecreëerd. 4. Herhaal deze stap voor de weergavetitel **Verkoop in het zuiden**. 5. Elke keer dat u een werkblad naar voren haalde, kwamen de filters ook mee.Dit betekent dat er dubbele filters worden weergegeven.Selecteer de eerste filterkaart **Subcategorie** aan de rechterkant van uw weergave en klik bovenaan de kaart op het pictogram ![Het pictogram Verwijderen van dashboard](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_build5.png)**Verwijderen**. 6. Herhaal deze stap voor de tweede filterkaart **Subcategorie** en een van de filterkaarten **Jaar van besteldatum**. 7. Klik op de **kleurenlegenda voor Winst** en sleep deze van de rechterkant tot onder Verkoop in het zuiden. 8. Selecteer ten slotte het resterende filter **Jaar van besteldatum**, klik op de bijbehorende vervolgkeuzepijl en selecteer vervolgens **Zwevend**.Verplaats het naar de witte ruimte in de kaartweergave.In dit voorbeeld ligt het net voor de oostkust, in de Atlantische Oceaan. Probeer verschillende jaren te selecteren in het filter Jaar van besteldatum.Uw data worden snel gefilterd en laten zien dat de resultaten per staat van jaar tot jaar verschillen.Dat is mooi, maar de data kunnen nog makkelijker worden vergeleken. 10. Klik op de vervolgkeuzepijl bovenaan het filter **Jaar van besteldatum** en selecteer **Eén waarde (schuifregelaar)**. Uw weergave wordt bijgewerkt en ziet er als volgt uit: ![Een dashboard met de bladen Winstkaart en Verkoop in het zuiden met minder kolomkoppen en filters](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_build6.png) Meer informatie: zwevende en naast elkaar geplaatste objecten op een dashboard gebruiken Objecten op een dashboard kunnen worden ingesteld op **Naast elkaar geplaatst** of **Zwevend**. Van naast elkaar geplaatste items wordt automatisch de grootte aangepast aan de zone waarin u ze neerzet. Zwevende items kunnen vrijelijk worden verplaatst en in grootte worden aangepast, onafhankelijk van andere objecten op het dashboard.Als u wilt, kunt u zelfs zwevende en naast elkaar geplaatste items op hetzelfde dashboard gebruiken. **Meer over het inrichten van uw dashboard** vindt u in de leerbibliotheek (in het bovenste menu). Nu ziet uw dashboard er echt goed uit.U kunt nu eenvoudig de winst en verkopen per jaar vergelijken.Het is echter niet meer dan een paar plaatjes in een presentatie en u gebruikt nota bene Tableau.Tijd om uw dashboard wat aantrekkelijker te maken. Controleer uw werk.Bekijk 'Uw dashboard ordenen' in actie _Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen_ **Opmerking**: Details in deze gif komen mogelijk niet exact overeen met wat u op uw scherm ziet. ## Interactiviteit toevoegen Zou het niet handig zijn als u kon zien welke subcategorieën winstgevend zijn in specifieke staten? 1. Selecteer **Winstkaart** in het dashboard en klik op het pictogram ![Het pictogram Gebruiken als filter](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_build7.png)**Gebruiken als filter** in de rechterbovenhoek. 2. Selecteer een staat in de regio Zuid van de kaart. Het staafdiagram Verkoop in het zuiden wordt automatisch bijgewerkt en toont alleen de verkopen van de subcategorieën in de geselecteerde staat.U kunt snel bekijken welke subcategorieën winstgevend zijn. 3. Klik op een gebied op de kaart dat niet de gekleurde zuidelijke staten bevat om uw selectie te wissen. U wilt ook dat kijkers de verandering in winst kunnen zien op basis van de besteldatum. 5. Selecteer het filter **Jaar van besteldatum**, klik op de vervolgkeuzepijl en selecteer **Toepassen op werkbladen** > **Alle die gebruikmaken van deze databron**. Bekijk de resultaten van de staten per jaar met uw nieuwe, interactieve dashboard. Controleer uw werk.Bekijk 'Interactiviteit toevoegen' in actie Hier filteren we de verkopen in het zuiden uitsluitend op artikelen die in North Carolina zijn verkocht en bekijken we vervolgens de winst op jaarbasis. _Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen_ **Opmerking**: Details in deze gif komen mogelijk niet exact overeen met wat u op uw scherm ziet. ## Naam aanpassen en verdergaan U laat uw baas uw dashboard zien en ze vindt het geweldig.Ze noemt het 'Regionale verkopen en winst' en u doet hetzelfde door op het tabblad **Dashboard 1** te dubbelklikken en **Regionale verkopen en winst** te typen. Na enig rondkijken op het dashboard concludeert uw baas ook dat het besluit om in 2025 machines op de markt te introduceren in North Carolina een _slecht idee_ was. Uw baas is blij dat ze dit dashboard heeft kunnen bekijken, maar ze wil ook dat u een duidelijk actieplan aan het hele team presenteert.Ze vraagt u om een presentatie over uw bevindingen te maken. Gelukkig weet u alles over verhalen maken in Tableau. Ga verder met [Stap 7: Een verhaal maken om te presenteren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-story.htm). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Stap 7: Een verhaal maken om te presenteren U wilt uw bevindingen delen met het grotere team. Uw team gaat de verkoop van machines in North Carolina mogelijk opnieuw evalueren. In plaats van te moeten raden welke belangrijke inzichten uw team interessant vindt en deze in een presentatie op te nemen, besluit u een verhaal in Tableau te maken. Op deze manier kunt u kijkers door het proces van datadetectie leiden en kunt u interactief uw data verkennen om eventuele vragen te beantwoorden die tijdens uw presentatie naar voren komen. ## Het eerste verhaalpunt maken Verhalen in Tableau lijken een beetje op diavoorstellingen. Elk punt in het verhaal wordt in feite een onafhankelijke dia in een presentatie. En in tegenstelling tot een dashboard kan elk verhaalpunt dezelfde visualisatie of hetzelfde dashboard weergeven met een onafhankelijke status. Niet zeker wat dat betekent? Volg de onderstaande instructies en dan wordt het duidelijk. Voor de presentatie begint u met een overzicht. 1. Klik op de knop **Nieuw verhaal**. ![Pictogram Nieuw verhaal](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Story1.png) Er verschijnt een lege werkruimte met de tekst 'Een blad hiernaartoe slepen'. Hier maakt u uw eerste verhaalpunt. Lege verhalen lijken veel op lege dashboards. En net als dashboards kunt u werkbladen verslepen om ze te presenteren. Bij een verhaal kunt u ook dashboards naar uw presentatie slepen. 5. Sleep het werkblad **Sales in the South** (Verkoop in het zuiden) vanuit het **Verhaal**\-deelvenster aan de linkerkant naar uw weergave. 6. Voeg een bijschrift toe, bijvoorbeeld 'Sales and profit by year' (Verkoop en winst per jaar), door de tekst in het grijze vak boven het werkblad te bewerken. ![Het blad Sales in the South wordt in een verhaal weergegeven](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Story2.png) Dit verhaalpunt is een handige manier om kijkers kennis te laten maken met uw data. Maar u wilt een verhaal vertellen over de verkoop van machines in North Carolina, dus laten we ons op die data concentreren. ## De verkoop van machines highlighten Om machines in beeld te brengen, kunt u gebruikmaken van het filter Subcategorie in het staafdiagram Sales in the South (Verkoop in het Zuiden). 1. Open het deelvenster **Verhaal** en klik onder Nieuw verhaalpunt op **Duplicaat** om het eerste punt van het verhaal te dupliceren. Ga verder waar u gebleven was. Uw eerste verhaalpunt blijft precies hetzelfde. In dit nieuwe verhaalpunt kunt u filters en andere interactiviteit wijzigen zonder het eerste verhaalpunt of de onderliggende visualisatie te wijzigen. 2. Omdat u weet dat u een verhaal over machines vertelt, schakelt u voor het filter Subcategorie het selectievakje **(Alle)** uit en selecteert u **Machines**. Nu kunnen uw kijkers snel de verkoop en winst van machines per jaar zien. 3. Voeg een bijschrift toe om te benadrukken wat uw kijkers zien, bijvoorbeeld: 'Machine sales and profit by year' (Machineverkoop en winst per jaar). ![Een verhaal dat het blad Sales in the South bevat en is gefilterd op machines](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Story4.png) U hebt de focus met succes verlegd naar machines, maar u realiseert zich dat er iets vreemds is: in deze weergave kunt u niet aanwijzen welke staat bijdraagt aan het verlies. In uw volgende verhaalpunt gaat u hierop in door uw kaart te introduceren. Meer informatie: Wat betekent deze miniwerkbalk bij het bijschrift van uw verhaalpunt? De Verhaal-werkbalk ![Pictogrammen die verschijnen wanneer u met de muis bijschriften van verhaalpunten aanwijst](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_story_toolbar.png) wordt bij het bijschrift van het verhaalpunt weergegeven zodra u het eerste verhaalpunt naar het canvas sleept en de muis over het navigatiegebied beweegt. Hiermee kunt u wijzigingen ongedaan maken, updates toepassen op een verhaalpunt, een verhaalpunt verwijderen of een nieuw verhaalpunt maken op basis van het huidige, aangepaste verhaalpunt. Alle opties zijn beschikbaar nadat u een wijziging in het verhaalpunt hebt aangebracht. Anders is alleen de optie Verwijderen beschikbaar. Controleer uw werk. Bekijk 'Het eerste verhaalpunt maken' en 'De verkoop van machines highlighten' in actie. _Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen_ **Opmerking**: Details in deze gif komen mogelijk niet exact overeen met wat u op uw scherm ziet. ## Uw boodschap overbrengen Het komt erop neer dat machines in North Carolina uw bedrijf verlies opleveren. Dat hebt u ontdekt in het dashboard dat u hebt gemaakt. Als u alleen naar de totale verkoop en winst per jaar kijkt, wordt dit punt niet duidelijk, maar het blijkt wel uit de regionale winst. 1. Selecteer **Leeg** In het deelvenster **Verhaal** om een nieuw leeg verhaalpunt toe te voegen. Sleep vervolgens het dashboard **Regional Sales and Profit** (Regionale verkoop en winst) naar het canvas. Dit geeft kijkers een nieuw perspectief op uw data: negatieve winst valt op. ![Een verhaal dat gebruikmaakt van het dashboard Regional Sales and Profit](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Story6.png) 3. Voeg een bijschrift toe, bijvoorbeeld: 'Underperforming items in the South' (Slecht presterende producten in het zuiden). Om uw resultaten te beperken tot North Carolina begint u met een duplicaatverhaalpunt. 1. Selecteer **Dupliceren** om een ander verhaalpunt te maken met het dashboard Regional Profit (Regionale winst). 2. Selecteer **North Carolina** op de kaart. U zult zien dat het staafdiagram automatisch wordt bijgewerkt. 3. Selecteer Alle op de filterkaart Year of Order Date (Jaar van besteldatum). 4. Voeg een bijschrift toe, bijvoorbeeld: 'Profit in North Carolina, 2022-2025' (Winst in North Carolina, 2018-2021). Nu kunt u kijkers stapsgewijs de winstveranderingen per jaar in North Carolina laten zien. Om dit te doen maakt u vier verhaalpunten: 1. Selecteer **Dupliceren** om te beginnen met het op North Carolina gerichte dashboard Regional Profit (Regionale winst). 2. Klik op de rechterpijlknop in het filter 'Year of Order Date' (Jaar van besteldatum) zodat **2022** verschijnt. 3. Voeg een bijschrift toe, bijvoorbeeld 'Profit in North Carolina, 2022' (Winst in North Carolina, 2018) en klik op **Dupliceren**. 4. Herhaal stap 2 en 3 voor de jaren 2023, 2024 en 2025. Nu krijgen kijkers een idee van welke producten wanneer op de markt in North Carolina zijn geïntroduceerd en hoe slecht ze presteerden. Controleer uw werk. Bekijk 'Uw boodschap overbrengen' in actie. _Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen_ **Opmerking**: Details in deze gif komen mogelijk niet exact overeen met wat u op uw scherm ziet. ## De puntjes op de i zetten In dit verhaalpunt, dat gericht is op data uit 2025, wilt u uw bevindingen beschrijven. We gaan meer details toevoegen dan alleen een bijschrift. 1. Selecteer in het linkerdeelvenster **Sleep om tekst toe te voegen** en sleep het naar uw weergave. 2. Voer een beschrijving voor uw dashboard in waarin de slechte prestaties van machines in North Carolina worden benadrukt, bijvoorbeeld: '- Re-introducing machines to the North Carolina market in 2025 resulted in losing a significant amount of money' (De herintroductie van machines op de markt van North Carolina in 2025 resulteerde in aanzienlijk geldverlies). Voor dramatisch effect kunt u tijdens de presentatie de muisaanwijzer op Machines in het staafdiagram Sales in the South plaatsen om nuttige knopinfo te zien: het verlies van bijna 4.000 $. ![Het dashboard Regional Sales and Profit met de tekst 'Introducing machines to the North Carolina market in 2021 resulted in losing a significant amount of money'](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Story9.png) En nu gaan we voor de laatste dia dieper in op de details. 4. Klik op **Leeg** in het deelvenster **Verhaal**. 5. Sleep **Negative Profit Bar Chart** (Staafdiagram Negatieve winst) naar de weergave vanuit het deelvenster **Verhaal**. 6. Beperk de weergave tot **2025** in de filterkaart **Year of Order Date** (Jaar van besteldatum). U kunt nu gemakkelijk zien dat het verlies aan machinewinst uitsluitend afkomstig was uit Burlington in North Carolina. 7. Klik in de weergave met de rechtermuisknop op de markering **Burlington** (de staaf) en selecteer **Annoteren** > **Markering**. 8. Verwijder de opvultekst in het dialoogvenster Annotatie bewerken en typ: 'Machines in Burlington lost nearly $4,000 in 2025' (In 2021 bijna 4.000 $ verlies op machines in Burlington). 9. Klik op **OK**. 10. Klik in de weergave op de annotatie en sleep om deze overal aan te passen. 11. Geef dit verhaal als bijschrift 'Where are we losing machine profits in North Carolina?' (Waar in North Carolina verliezen we winst op machines?). 12. Dubbelklik op het tabblad **Verhaal 1** en wijzig de verhaalnaam in 'Improve Profits in the South' (De winst in het zuiden verbeteren). 13. Bekijk uw verhaal door **Venster** > **Presentatiemodus** te selecteren. Meer informatie: formaat aanpassen. Wat doen die schuifbalken aan de rechterkant of onderaan het verhaalpunt op uw dashboard terwijl u in de presentatiemodus bent? ![Een verhaal met een horizontale en verticale schuifbalk](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Story7.png) Het lijkt erop dat uw dashboard niet goed bij de presentatie past. Dat is irritant. Druk op **Esc** om uw presentatie te verlaten en selecteer vervolgens het blad **Regional Sales and Profit** (Regionale verkoop en winst) onderaan uw werkmap. Ga in het linkerdeelvenster naar **Dashboard** en verander de selectie in de vervolgkeuzelijst **Formaat** naar **Fit to Improve Profits in the South** (Passend maken voor winst in de regio Zuid). Hiermee wordt het formaat van uw dashboard automatisch aangepast voor optimale weergave van uw verhaal. ![Het menu van het Dashboard-deelvenster, waarmee u het formaat van uw dashboard kunt wijzigen](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Story10.png) Selecteer **Fit to Improve Profits in the South** (Passend maken voor Fit to Improve Profits in the South) en ga vervolgens weer naar de presentatiemodus. Uw dashboard past goed. Controleer uw werk. Bekijk 'De puntjes op de i zetten' in actie. _Klik op de afbeelding om de animatie opnieuw af te spelen_ **Opmerking**: Details in deze gif komen mogelijk niet exact overeen met wat u op uw scherm ziet. ## Na de presentatie Uw presentatie ging heel goed. Het team is ervan overtuigd dat er werk aan de winkel is om de winst in Burlington te vergroten. En ze zijn nieuwsgierig naar de reden waarom machines sowieso zo slecht presteerden. Uw baas is enthousiast: u hebt niet alleen een manier gevonden om de negatieve winst aan te pakken, maar de teamleden stellen ook vragen over hun data. Om ervoor te zorgen dat de geleerde lessen vers in het geheugen van het team blijven, vraagt uw baas u om uw team een document met uw bevindingen te mailen. Het is maar goed dat u weet hoe u uw visualisaties kunt delen met Tableau Server en Tableau Public. Doorgaan naar [Stap 8: Uw bevindingen delen](https://help.tableau.com/v0.0/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-share.htm). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Stap 8: Uw bevindingen delen U hebt een hoop werk verzet, geweldig werk, om erachter te komen dat Burlington, North Carolina nog wat bijgeschaafd moet worden. Laten we deze informatie delen met uw teamgenoten. **Voordat u verdergaat**, selecteert u hieronder een optie: - Als u of uw bedrijf Tableau Cloud of Server niet gebruikt, of als u meer wilt weten over een gratis, alternatieve optie voor delen, ga dan naar [Tableau Public gebruiken](#Use_Tableau_Public). **Opmerking:** als u Tableau Desktop Free Edition gebruikt en uw bedrijf het publiceren van inhoud naar Tableau Public niet toestaat, moet u Tableau Desktop activeren met een betaalde licentie voordat u uw werk kunt delen of publiceren. - Als u of uw bedrijf Tableau Cloud of Tableau Server gebruikt en u weet welke machtigingen aan u zijn toegewezen, ga dan naar [Tableau Cloud of Tableau Server gebruiken](#Use_Tableau_Server). ## Tableau Public gebruiken Uw verhaal was een succes. U gaat het publiceren op Tableau Public, zodat uw team het online kan bekijken. **Opmerking:** Wanneer u publiceert op Tableau Public, zijn deze weergaven, zoals de naam al aangeeft, openbaar toegankelijk. Dit betekent dat u uw weergaven en de onderliggende data deelt met iedereen die toegang heeft tot internet. Als u vertrouwelijke informatie wilt delen, raden wij u aan [Tableau Server](http://www.tableau.com/nl-nl/products/server) of [Tableau Cloud](http://www.tableau.com/nl-nl/products/cloud-bi) te gebruiken. 1. Selecteer **Server** > **Tableau Public** > **Op Tableau Public opslaan**. 2. Voer uw Tableau Public-referenties in het dialoogvenster in. ![Het Tableau Public-inlogscherm](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Share7.png) Als u geen Tableau Public-profiel hebt, klikt u op **Maak er nu gratis een** en volgt u de aanwijzingen. 3. Als u dit dialoogvenster ziet, opent u de pagina Databron. Vervolgens wijzigt u in de rechterbovenhoek het type **Verbinding** van **Live** naar **Extract**. ![Een dialoogvenster Data-extract vereist met de tekst 'Er is een fout opgetreden tijdens het opslaan van de werkmap.'](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Share10.png) Meer informatie: Waarom moest u een extract maken? En wat is een extract eigenlijk? Tableau Public ondersteunt geen live dataverbindingen. Daarom moet u een data-extract maken voordat u deze publiceert. Data-extracten zijn opgeslagen subsets van een databron die u kunt gebruiken om een momentopname van de data in de werkmap te delen, de prestaties te verbeteren of te profiteren van Tableau-functionaliteit die niet beschikbaar is in de onderliggende data. **Meer over het werken met extracten** in de leerbibliotheek (in het bovenste menu). 4. Selecteer voor de tweede (en laatste) keer **Server** > **Tableau Public** > **Op Tableau Public opslaan**. 5. Wanneer uw browser wordt geopend, kunt u uw ingesloten verhaal bekijken. Het ziet er dan zo uit: ![Een visualisatie van slecht presterende items in het Zuiden die is geüpload naar Tableau Public](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Share8.png) 6. Klik op **Details bewerken** om de titel van uw visualisatie bij te werken, een beschrijving toe te voegen en meer. 7. Klik op **Opslaan**. Uw verhaal staat nu live op internet. 8. Klik op **Delen** onderaan uw visualisatie als u het met collega's wilt delen. ![Het dialoogvenster Delen in Tableau Public](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Share9.png) 9. Hoe wilt u uw verhaal delen? 1. Insluiten op uw website: Kopieer de **Insluitcode** en plak deze in de HTML-code van uw webpagina. 2. Stuur een link: Kopieer de **Link** en stuur de link naar uw collega's. 3. Verstuur een e-mail via uw standaard e-mailclient door op het e-mailpictogram te klikken. 4. Deel op Twitter of Facebook door op het juiste pictogram te klikken. Nadat u deze stappen hebt voltooid, [klikt u hier](#Congrats,_you_did_it!) om naar het laatste gedeelte van de zelfstudie te gaan. ## Tableau Cloud of Tableau Server gebruiken Uw verhaal was een succes. U gaat het publiceren op Tableau Server zodat uw team het online kan bekijken. ### Publiceren naar Tableau Cloud of Tableau Server 1. Selecteer **Server** > **Werkmap publiceren** of klik op Delen ![Het pictogram Delen](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/Share_Icon.png) op de werkbalk. 2. Klik op **Tableau Cloud** onder **Snel verbinding maken** om verbinding te maken met Tableau Cloud, of voer de naam in van de Tableau Server (of het IP-adres) waarmee u verbinding wilt maken in het dialoogvenster en klik op Verbinding maken. ![Het dialoogvenster Delen via Tableau Server of Tableau Cloud](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_share1.png) 3. Voer in het veld Naam het volgende in: **De winst in het Zuiden verbeteren**. 4. Als u wilt, kunt u een beschrijving ter referentie invoeren, bijvoorbeeld 'Suggesties om de winst in de regio Zuid te verbeteren' 5. Klik onder **Bladen** op **Bewerken** en wis vervolgens alle bladen behalve **De winst in het Zuiden verbeteren**. Meer informatie: Deel meer dan alleen uw verhaal. Als u wilt, kunt u elk blad in uw werkmap delen met collega's op Tableau Server. U moet er wel over nadenken welke bladen u aan welke collega's beschikbaar wilt stellen. **Opmerking:** Uw machtigingen kunnen variëren, afhankelijk van uw beheerder. **Meer over Tableau Server-machtigingen** in de leerbibliotheek (in het bovenste menu). 6. Klik op **Publiceren**. Tableau Server wordt geopend in uw internetbrowser. Voer indien gevraagd uw serverreferenties in. In het dialoogvenster Publiceren voltooid kunt u zien dat uw verhaal klaar is om te bekijken. ![Het dialoogvenster Publiceren voltooid](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_share3.png) Goed gedaan! U hebt uw verhaal succesvol gepubliceerd met Tableau Server. ### Een link naar uw dashboard sturen Deel uw werk met uw teamgenoten, zodat zij uw online verhaal interactief kunnen gebruiken. 1. Navigeer in Tableau Server naar het verhaal De winst in het Zuiden verbeteren dat u hebt gepubliceerd. U ziet dan een scherm zoals dit: ![Het verhaal De winst in het Zuiden verbeteren dat is geüpload naar Tableau Server](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Share5.png) _Als u extra bladen uit uw werkmap had gepubliceerd, zouden deze naast De winst in het Zuiden verbeteren worden vermeld._ 2. Klik op **De winst in het Zuiden verbeteren**. 3. Selecteer **Delen** in het menu. ![Het dialoogvenster Delen](/tableau/next/nl-nl/guides/get-started-tutorial/nl-nl/Img/gs_Share4.png) 4. Hoe wilt u uw verhaal delen? 1. Sluit het in op uw website door de **Insluitcode** te kopiëren en deze in de HTML-code van uw webpagina te plakken. 2. Stuur een link door de **Link** te kopiëren en de link naar uw collega's te sturen. 3. Stuur een e-mail via uw standaard e-mailclient: klik op het e-mailpictogram. ## Gefeliciteerd, het is u gelukt! U hebt Tableau Desktop gebruikt om een overzicht te maken van uw productdata, de productverkoop en winstgevendheid per regio in kaart te brengen, een dashboard te bouwen op basis van uw bevindingen, een verhaal te maken om te presenteren en uw bevindingen online te delen, zodat externe teamleden ze kunnen bekijken. **U bent een dataheld.** Goed gedaan! U hebt de Tableau-methode voor datadetectie met succes geoefend: - Een vraag stellen - Data verzamelen - De data structureren - De data verkennen - Inzichten delen Dat is de basisworkflow die u volgt wanneer u met Tableau werkt. Het kan echter zo zijn dat u in elke fase veel meer wijzigingen doorvoert dan u hier hebt gedaan. Het kan bijvoorbeeld nodig zijn om uw oorspronkelijke vraag aan te passen van iets algemeens (Wat gebeurt er met de verkoop?) naar iets specifieks (Welke stad in het Zuiden is verantwoordelijk voor de negatieve winst?). En uw herzieningen kunnen u in onverwachte richtingen sturen. Dat is geweldig en dat is wat we hopen dat er gaat gebeuren: we hopen dat u kansen ontdekt waarvan u niet wist dat ze bestonden toen u voor het eerst naar uw data keek. Bent u klaar om aan de slag te gaan met uw data? Begin dan nu met het verkennen van uw data in Tableau. Wilt u eerst meer informatie? Kijk dan eens in de leerbibliotheek. Ga verder naar de [Leerbibliotheek](https://help.tableau.com/v0.0/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-next.htm). [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Vernieuwingsschema's opnieuw maken voor Tableau Cloud U bekijkt de [Gids voor handmatige migratie naar Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/guides/migration/nl-nl/emg_intro.htm). In deze gids wordt beschreven hoe u Tableau Server-implementaties met minder dan 100 gebruikers handmatig naar Tableau Cloud kunt migreren. ## Nieuwe vernieuwingsschema's tot stand brengen voor extractdatabronnen - Voor extractdatabronnen navigeert u naar de gepubliceerde of ingesloten databron in Tableau Cloud. Selecteer Extractvernieuwingen > Nieuwe extractvernieuwing > Selecteer een extractschema. Voor databronnen die Tableau Bridge vereisen, moet u ervoor zorgen dat Bridge is geconfigureerd voor de verbinding voordat extractvernieuwingen tot stand worden gebracht. Zie [Bridge gebruiken voor privé-Cloud-data](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/to_bridge_vpc.htm). ## Nieuwe vernieuwingsschema's tot stand brengen voor Tableau Prep-flows Planningflows zijn alleen beschikbaar voor klanten van databeheer. - Om nieuwe vernieuwingsschema's voor de Tableau Prep-flow tot stand te brengen, navigeert u naar de flow in Tableau Cloud. Selecteer Geplande taken > Nieuwe taak > Selecteer en configureer het schema. Doe hetzelfde voor alle gekoppelde taken. Zie [Flowtaken plannen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/prep_conductor_schedule_flow_task.htm) voor meer informatie. Aangepaste schema's voor flows worden niet ondersteund in Tableau Cloud. ## Migratieworkflow Deze gids is opgebouwd volgens een stapsgewijs proces voor het migreren naar Tableau Cloud: 1. [De migratie plannen](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part1.htm) 2. [Een Tableau Cloud-site maken en configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part2.htm) 3. [Virtuele verbindingen migreren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part2-5.htm) 4. [Databronnen, werkmappen en Prep-flows naar Tableau Cloud migreren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part3.htm) 5. **U bent hier**: Vernieuwingsschema's opnieuw maken voor Tableau Cloud 6. [Machtiging en toegang tot inhoud configureren voor gemigreerde gebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part5.htm) 7. [Resterende gebruikers toevoegen aan Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part6.htm) 8. [Checklist voor migratie van eindgebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part7.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Virtuele verbindingen migreren U bekijkt de [Gids voor handmatige migratie naar Tableau Cloud](https://help.tableau.com/current/guides/migration/nl-nl/emg_intro.htm). In deze gids wordt beschreven hoe u Tableau Server-implementaties met minder dan 100 gebruikers handmatig naar Tableau Cloud kunt migreren. Als uw organisatie afhankelijk is van virtuele verbindingen in Tableau Server, moet u deze migreren voordat u verdergaat. Als u geen virtuele verbindingen hebt geconfigureerd voor Tableau Server, slaat u deze procedure over. Het migreren van virtuele verbindingen van Tableau Server naar Tableau Cloud is een handmatig proces. U moet de virtuele verbinding (of de gepubliceerde databron en virtuele verbinding) opnieuw maken op uw Tableau Cloud-site, de databron in elke werkmap vervangen door de nieuwe virtuele verbinding en vervolgens eventuele berekeningsformules van de oorspronkelijke werkmapdatabron kopiëren/plakken naar de bijgewerkte. **Stap 1: maak de virtuele verbinding opnieuw en test deze op Tableau Cloud** Zie [Een virtuele verbinding tot stand brengen](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/dm_vconn_create_conn.htm). **Stap 2: maak gepubliceerde databronnen die zijn gemaakt met de virtuele verbinding opnieuw** U moet alle gepubliceerde databronnen die gebruikmaken van virtuele verbindingen opnieuw maken: 1. Volg de procedure bij [Een virtuele verbinding gebruiken](https://help.tableau.com/current/online/nl-nl/dm_vconn_use.htm). 2. [Een gepubliceerde databron maken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/publish_datasources.htm) in Tableau Cloud, zodat deze exact de oorspronkelijke Server-databron weerspiegelt. De volgende details moeten overeenkomen: - Alle velden in de oorspronkelijke databron moeten bestaan in de nieuwe databron - Veldnamen: het hoofdlettergebruik moet ook overeenkomen - Meetwaarden en dimensies moeten van oorspronkelijk naar nieuw veld worden toegewezen - Standaardinstellingen van velden. Zie [Standaardinstellingen van velden bewerken](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/datafields_fieldproperties.htm). 3. Let op of Tableau Bridge vereist is voor de databron. **Stap 3: werk werkmappen bij om eerdere databronnen te vervangen** Voer de volgende procedure uit vanuit Tableau Desktop voor elke werkmap die u naar Tableau Cloud wilt migreren: 1. Meld u aan bij Tableau Server, navigeer naar de werkmap die u migreert en download vervolgens de werkmap. 2. Selecteer in de werkmap **Bestand > Sluiten**. Sluit Tableau Desktop niet af. 3. Afmelden bij Tableau Server: **Server > Aangemeld bij http://example > Afmelden**. U krijgt een waarschuwing over het afmelden terwijl u verbonden bent met Tableau Server. Klik op **OK**. 4. Aanmelden bij Tableau Cloud: **Server > Aanmelden > Tableau Cloud**. 5. Selecteer op het startscherm van Desktop het werkmapbestand om het opnieuw te openen. U ontvangt twee foutberichten _Kan actie niet voltooien_. Sluit de foutberichten. Wanneer het werkblad wordt geopend, wordt het bericht _Werkblad niet beschikbaar_ weergegeven. Bewerk de verbinding niet vanuit het hoofdvenster. 6. Als u al een nieuwe gepubliceerde databron hebt gemaakt, gaat u verder met stap 8. Anders kunt u de databron bijwerken door naar **Data > Nieuwe databron** te navigeren. - Navigeer naar de nieuwe virtuele verbinding die u voor deze werkmap hebt gemaakt en klik vervolgens op **Verbinding maken**. - Open de originele Tableau Server-werkmap en kopieer de formules. Plak de formules in de bijgewerkte Cloud-werkmap. 7. Maak een nieuwe databron die exact overeenkomt met de vorige databron. Veldnamen moeten exact overeenkomen. 8. Databron vervangen: klik op het tabblad Data met de rechtermuisknop op de databron die u zojuist hebt gemaakt en klik vervolgens op **Databron vervangen**. Geef in **Databron vervangen** de juiste bron op in de selector **Vervanging** en klik vervolgens op **OK**. 9. Klik met de rechtermuisknop op de oude databron en selecteer **Sluiten**. 10. De databronnen publiceren: - Selecteer afzonderlijk van Tableau Cloud **Publiceren > Databron > Naam van databron**. - Selecteren ingesloten in de werkmap **Publiceren > Werkmap**. ## Migratieworkflow Deze gids is opgebouwd volgens een stapsgewijs proces voor het migreren naar Tableau Cloud: 1. [De migratie plannen](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part1.htm) 2. [Een Tableau Cloud-site maken en configureren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part2.htm) 3. **U bent hier**: Virtuele verbindingen migreren 4. [Databronnen, werkmappen en Prep-flows naar Tableau Cloud migreren](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part3.htm#clou) 5. [Vernieuwingsschema's opnieuw maken voor Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part4.htm) 6. [Machtiging en toegang tot inhoud configureren voor gemigreerde gebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part5.htm) 7. [Resterende gebruikers toevoegen aan Tableau Cloud](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part6.htm) 8. [Checklist voor migratie van eindgebruikers](https://help.tableau.com/v0.0/guides/migration/nl-nl/cloud_migration_part7.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Leerbibliotheek Welkom bij de leerbibliotheek. Zoek de naam van de stap die het proces omvat waarover u meer wilt weten. Scrol naar de volgende tabel voor aanvullende leerzame zelfstudies, video's, whitepapers en meer. [Tableau Help](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/default.htm) is ook een uitstekende informatiebron.
Stappenplan voor de zelfstudie om aan de slag te gaanOnderwerpen om te verkennen

Verbinding maken met een voorbeelddatabron

Slepen en neerzetten om een eerste blik te werpen

Uw resultaten toespitsen

Uw data geografisch verkennen

Dieper ingaan op de details

Een dashboard maken om uw inzichten te tonen

Uw bevindingen met anderen delen

Hier vindt u aanvullende leerzame zelfstudies, video's, whitepapers en meer. Gebruik deze resources om uw begrip van Tableau Desktop te verbeteren.
Wat wilt u doen?Probeer deze locatieVoor dit type inhoud

Ontdekken hoe dingen in de Tableau-interface worden genoemd

De Tableau-werkruimte

Gelabelde afbeeldingen van de Tableau-gebruikersinterface (UI).

Meer zelfstudies vinden en de instructies volgen met behulp van voorbeelddata

Doe-het-zelfoefeningen

Korte uitleg over hoe u populaire grafiektypen kunt maken en wanneer u welk type het beste kunt gebruiken, inclusief:

  • Staafdiagrammen
  • Teksttabellen
  • Lijndiagrammen
  • Spreidingsdiagrammen
  • Heatmaps
  • Histogrammen
  • Gantt-diagrammen
  • Cirkeldiagrammen
  • Treemaps
  • Boxplots
  • Dicht op elkaar gepakte bellendiagrammen
  • Kaarten

Voorbeelden van best practices voor datavisualisatie vinden

Visuele best practices

Best practices voor effectieve dashboards

Best practices voor het vertellen van geweldige verhalen

Best practices voor het ontwerpen van toegankelijke weergaven

Best practices voor gepubliceerde databronnen

  • Prachtige visualisaties maken.

  • Effectieve dashboards ontwerpen waarmee u belangrijke inzichten krijgt en sneller beslissingen kunt nemen.

  • Een geweldig verhaal vertellen met behulp van Tableau-verhaalpunten.

  • Visualisaties maken die toegankelijk zijn voor gebruikers met een visuele of fysieke beperking.

  • Gepubliceerde databronnen gebruiken om uw data beschikbaar te maken voor analyse.

Meer context krijgen over Tableau-producten voordat u aan de slag gaat

Whitepapers

Uitgebreide discussies over best practices, trends in de sector en de toekomst van data-analyse.

Online of persoonlijke training vinden

Leren en training

Volg gratis online trainingen op aanvraag of schrijf u in voor een klassikale training om uw expertise te vergroten.

Ontdek hoe u met Tableau kunt werken in de context van uw systeemconfiguratie of in combinatie met andere producten van andere bedrijven

Knowledgebase

Inhoud die is gemaakt naar aanleiding van ondersteuningsvragen en die is ontworpen om Tableau te gebruiken in specifieke omgevingen of scenario's.
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Zelfstudie: Aan de slag met Tableau Desktop ##### Leer hoe u verbinding kunt maken met data, datavisualisaties kunt maken, uw bevindingen kunt presenteren en uw inzichten met anderen kunt delen. Deze zelfstudie leidt u door de functies en kenmerken van Tableau Desktop. Terwijl u deze zelfstudie doorneemt, maakt u meerdere visualisaties in een Tableau-werkmap. De stappen die u doorloopt en de werkmap waarmee u gaat werken, zijn gebaseerd op een verhaal over een werknemer die op het hoofdkantoor van een grote winkelketen werkt. Het verhaal ontvouwt zich terwijl u vragen stelt over uw bedrijf en de prestaties ervan. U leert hoe u verbinding kunt maken met data in Tableau Desktop, hoe u nuttige weergaven kunt maken, presenteren en delen en hoe u belangrijke functies kunt toepassen. Trek tussen de één en drie uur uit om de stappen uit te voeren. ## Dit is het verhaal... Stel u voor dat u in dienst bent bij een grote winkelketen. Uw manager heeft zojuist het kwartaalrapport over de verkoopcijfers ontvangen en heeft opgemerkt dat de verkoopcijfers voor sommige producten beter zijn dan voor andere en dat de winst in sommige gebieden niet zo hoog is als verwacht. Uw baas is geïnteresseerd in de winstcijfers: het is uw taak om naar de totale verkoop en winstgevendheid te kijken en te achterhalen wat de oorzaak is van deze cijfers. Ze heeft u ook gevraagd om verbeterpunten aan te geven en uw bevindingen aan het team te presenteren. Het team kan uw resultaten onderzoeken en maatregelen nemen om de verkoop en winstgevendheid van de productlijnen van het bedrijf te verbeteren. Met Tableau Desktop maakt u een eenvoudig overzicht van uw productdata, brengt u de productverkoop en winstgevendheid per regio in kaart, maakt u een dashboard met uw bevindingen en presenteert u vervolgens een verhaal. Vervolgens deelt u uw bevindingen op het web, zodat ook de andere teamleden op afstand er kennis van kunnen nemen. Vouw gedeelten met **Meer informatie** uit voor achtergrondinformatie en voorbeelden. Probeer het eens: Meer informatie: Verbinding maken met data De eerste keer gebruikt u de databron Voorbeeld - Superstore. (Wij laten u zien hoe.) Zodra u de kernfunctionaliteit van Tableau Desktop onder de knie hebt, kunt u deze stappen uitproberen met uw eigen data. Als u de Superstore-dataset moet downloaden, kunt u deze openen via de pagina [Tableau Public-voorbeelddata](https://public.tableau.com/app/learn/sample-data).

Stappen

Stap 1: verbinding maken met de data
Leer alles over de startpagina en hoe u verbinding maakt met uw data.
Stap 2: slepen en neerzetten voor een eerste indruk
Maak kennis met de Tableau-werkruimte, leer de taal van Tableau en begin met het onderzoeken van uw data.
Stap 3: De resultaten focussen
Stel diepgaandere vragen en gebruik aanvullende tools om uw weergaven te verfijnen en inzicht te krijgen in uw data.
Stap 4: de data geografisch verkennen
Leer hoe u uw data op een kaart kunt weergeven om te zien of u trends kunt ontdekken.
Stap 5: inzoomen op de details
Duik dieper in uw data en leer hoe u een Top-filter maakt.
Stap 6: een dashboard maken om uw inzichten te tonen
Leer hoe u een dashboard bouwt en opmaakt om de visualisaties die u hebt gemaakt, weer te geven.
Stap 7: Een verhaal maken om te presenteren
Leer hoe u een verhaal kunt opbouwen en vormgeven om uw bevindingen te presenteren.
Stap 8: Uw bevindingen delen
Deel uw bevindingen met uw organisatie op Tableau Server of Tableau Cloud, of deel ze met de wereld op Tableau Public.
Leerbibliotheek
Nu u een dataheld bent, kunt u blijven leren met deze aanvullende resources.