---
schema_version: "1"
id: faa3f61de68127f37534dbca174125ff647731542c19513649f00094b7631de0
title: De RMT-server installeren via de opdrachtregel
collection: tableau
version: current
locale: nl-nl
portal_url: https://docs.salesforce.com/tableau/current/nl-nl/server-linux/rmt-admin-master-install-cli.md
canonical_url: https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/rmt-admin-master-install-cli.htm
source_site: help.tableau.com
content_type: documentation
content_hash: d0d87c1792d3d4acbdf3e39bcbcf22a57f362cdb23a3f143099a89846f95ca18
description: Install the RMT Server using the command line on Windows or Linux.
---
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content)

# De RMT-server installeren via de opdrachtregel

De Resource Monitoring Tool\-server (RMT Server) fungeert als host van de webtoepassing waarmee gebruikers werken. Het voert ook een groot deel van de achtergrondverwerking uit om de data van de agents te verzamelen en te monitoren. De RMT-server moet op speciaal daarvoor toegewezen hardware worden geïnstalleerd.

In dit onderwerp worden de stappen voor het installeren van de RMT-server via de opdrachtregel beschreven. Installatie via de opdrachtregel wordt ondersteund op zowel Windows- als Linux-besturingssystemen.

In een poging om aan te sluiten bij onze bedrijfswaarden met betrekking tot gelijkwaardigheid, hebben we niet-inclusieve terminologie waar mogelijk aangepast. Omdat het wijzigen van termen op bepaalde plaatsen een ingrijpende verandering kan veroorzaken, handhaven we daar de bestaande terminologie. Het kan dus zijn dat de termen dus nog steeds voorkomen in CLI-opdrachten en -opties, installatiemappen, configuratiebestanden en andere items. Zie [Over Tableau Help](https://help.tableau.com/current/tableau/nl-nl/about-tableau-help.htm) voor meer informatie.

**U installeert als volgt de RMT-server:**

1. **Installeer de RMT-server:**
    
    1. Download het .rpm- of .deb-installatieprogramma voor RMT Server en sla het op een locatie op die toegankelijk is vanaf de machine waarop u de RMT Server wilt installeren.
    2. Log in bij de machine waarop u de RMT-server wilt installeren als een gebruiker met sudotoegang.
    3. Voer de volgende opdracht uit om de RMT-server te installeren, waarbij <version> de notatie heeft van groot-klein-onderhoud:
        
        Voor RHEL-achtige distributies, waaronder CentOS:
        
        `sudo yum install <pathtormtserverinstaller>/Tabrmt-Master-x86_64-<version>.rpm`
        
        Voor Ubuntu-distributies:
        
        `sudo apt install ./<pathtormtserverinstaller>/Tabrmt-Master-amd_64-<version>.deb`
    
    Hiermee worden het pakket en de vereisten, waaronder RabbitMQ, Erlang en een PostgreSQL-database, geïnstalleerd. De PostgreSQL-database wordt gebruikt om gebruiksdata op te slaan die zijn verzameld via Tableau Server. Vervolgens wordt de RMT-server geïnstalleerd.
2. **Initialiseer RMT Server:**
    
    U moet de licentieovereenkomst voor eindgebruikers (EULA) expliciet accepteren wanneer u RMT Server initialiseert. U kunt er ook voor kiezen om niet-standaardconfiguraties op te geven. Als u RMT Server wilt initialiseren met een standaardconfiguratie, voert u de volgende opdracht uit:
    
    sudo /opt/tableau/tabrmt/master/install-scripts/initialize-rmt-master --accepteula
    
    De EULA vindt u in de map `/opt/tableau/tabrmt/master/docs`.
    
    Vanaf versie 2023.1 kunt u een aangepast Uitvoeren als-account opgeven dat door RMT moet worden gebruikt, evenals andere configuratieopties. Standaard maakt en gebruikt RMT een account met de naam `rmt-master` die voor het uitvoeren wordt gebruikt. Als u een aangepast Uitvoeren als-account wilt opgeven dat door RMT Server moet worden gebruikt, voegt u de optie `--unprivileged-user` toe wanneer u het initialisatiescript uitvoert. Zie [Opties voor initialisatiescript van RMT-server](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/rmt-install-init-server-opts.htm#RMTServerInitOpts) voor informatie over alle beschikbare schakelopties voor het script `initialize-rmt-master`.
3. **De RMT-server configureren:**
    1. Voer de volgende opdracht uit als de `tabrmt-master`\-gebruiker:
        
        `sudo su --login tabrmt-master`
        
        `rmtadmin master-setup [options]`
        
        De configuratieopties kunnen worden opgegeven via de opdrachtprompt of via een configuratiebestand. Als u geen opties opgeeft, worden de standaardwaarden toegepast, uitgezonderd het beheerderswachtwoord. De gebruikersnaam van de beheerder wordt ingesteld op 'admin' en u wordt gevraagd het wachtwoord op te geven.
        
        Voorbeeldopdracht met de vereiste wachtwoordparameter:
        
        `rmtadmin master-setup --admin-username=<name of the administrator user> --admin-password=<administrator user password>`
        
        In de volgende tabel worden de vereiste en enkele veelgebruikte opties voor het configureren van de RMT-server vermeld. Zie [rmtadmin-opdrachtregelprogramma](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/rmt-admin-cmdline.htm) voor een volledige lijst met de configuratieopties.
        
        **Opmerking:** de optie Require HTTPS zorgt voor veilige communicatie tussen de RMT-server en gebruikers. Wanneer u HTTPS vereist voor communicatie, moet u ook een modus selecteren voor het certificaat dat voor deze communicatie moet worden gebruikt. In onderstaande tabel vindt u de verschillende opties. Zie [Modus voor SSL-certificaten en vereisten](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/rmt-admin-installation.htm#SSL-Linux) voor meer informatie over deze modi en certificaten.
        
        <table class="simple-table"><colgroup><col><col><col><col></colgroup><thead><tr><th>Optie</th><th>Vereist?</th><th><p>Standaard</p></th><th>Beschrijving</th></tr></thead><tbody><tr><td>admin-password</td><td><p>ja</p><p>U kunt het wachtwoord opgeven via de opdrachtregel of een bestand met daarin het wachtwoord leveren. Als geen van beide wordt opgegeven, wordt u om het wachtwoord gevraagd.</p></td><td>N.v.t.</td><td>Het wachtwoord voor de beheerder-gebruiker.</td></tr><tr><td>admin-password-file</td><td><p>Nee</p><p>U kunt het wachtwoord opgeven via de opdrachtregel of een bestand met daarin het wachtwoord leveren. Als geen van beide wordt opgegeven, wordt u om het wachtwoord gevraagd.</p></td><td>N.v.t.</td><td><p>Het bestand waarin het wachtwoord voor de beheerder is opgeslagen.</p><p class="note"><b>Opmerking:</b> de <code>tabrmt-master</code>-gebruiker moet toegang hebben tot dit bestand.</p></td></tr><tr><td>admin-username</td><td>Nee</td><td>admin</td><td>De gebruikersnaam voor de beheerder-gebruiker.</td></tr><tr><td>http-port</td><td>Nee</td><td>80</td><td>&nbsp;</td></tr><tr><td>require-https</td><td>Nee</td><td>True</td><td>Stuur HTTP-verkeer door naar HTTPS.</td></tr><tr><td>https-certificate-mode</td><td>Nee</td><td><p><b>'Standaard'</b></p><p>Beschikbare opties:</p><p>Standaard</p><p>Lokaal</p></td><td><p>Het type certificaatzoekopdracht dat moet worden uitgevoerd voor het HTTPS-certificaat.</p><p><b>Standaard:</b> in deze modus wordt het standaard zelfondertekende certificaat gebruikt dat door het installatieprogramma wordt geleverd.</p><p><b>Lokaal:</b> hiermee kunt u een op bestanden gebaseerd certificaat opgeven in de map <i>/var/opt/tableau/tabrmt/master/config</i>.</p></td></tr><tr><td>https-certificate-local-name</td><td><p>Nee</p><p>Let op: als dit niet wordt opgegeven, wordt <span class="mc-variable Variables.PT_server variable">Resource Monitoring Tool</span> geïnstalleerd met een zelfondertekend certificaat en wordt dat certificaat gebruikt voor HTTPS-communicatie.</p></td><td>Null</td><td>De naam van het HTTPS-certificaatbestand zonder de bestandsextensie.</td></tr><tr><td>https-certificate-local-password</td><td>Nee</td><td>Null</td><td>Het wachtwoord dat u voor het HTTPS-certificaat gebruikt.</td></tr><tr><td>https-certificate-local-password-file</td><td>Nee</td><td>Null</td><td>Het pad naar het bestand met het wachtwoord dat moet worden gebruikt voor het HTTPS-certificaat.</td></tr></tbody></table>
4. **Een omgeving maken:**
    
    1. Voer de volgende opdracht uit om een omgeving te maken:
        
        `rmtadmin create-env --name=<myenvironment> --api-username=<TableauServer API user name> --api-password=<password for the Tableau Server API user account>`
        
        Configureer de omgeving met de opties die beschikbaar zijn voor deze opdracht. Hier volgen enkele belangrijke configuratieopties waarmee u rekening moet houden:
        
        - De configuraties van de Tableau Server REST API en de Tableau Server-opslagplaats worden gebruikt om met Tableau Server te communiceren. De configuratie van de Tableau Server-opslagplaats is optioneel, maar heeft de voorkeur bij het verkrijgen van toegang tot Tableau Server.
        - U hebt de mogelijkheid om een beveiligde, versleutelde verbinding te configureren wanneer RMT verbinding maakt met de Tableau Server-opslagplaats. Om SSL-verbindingen tussen RMT en de Tableau Server-opslagplaatsdatabase te kunnen gebruiken, moet Tableau Server zijn geconfigureerd voor het gebruik van SSL. Zie [SSL configureren voor interne Postgres-communicatie](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/ssl_config_postgres.htm) voor meer informatie.
        
        In de onderstaande tabel worden enkele veelvoorkomende opties vermeld. Zie [rmtadmin-opdrachtregelprogramma](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/rmt-admin-cmdline.htm) voor een volledige lijst met opties.
        
        <table style="width: 100%;" class="simple-table"><colgroup><col style="width: 115px;"><col><col><col style="width: 234px;"></colgroup><thead><tr><th>Optie</th><th>Vereist?</th><th>Standaard</th><th>Beschrijving</th></tr></thead><tbody><tr><td>--name</td><td>ja</td><td>N.v.t.</td><td>De naam van de omgeving.</td></tr><tr><td>--gateway-url</td><td><p>ja</p><p>&nbsp;</p></td><td>N.v.t.</td><td><p>URL die wordt gebruikt om toegang te krijgen tot de gateway van Tableau Server.</p></td></tr><tr><td>--version</td><td>ja</td><td>N.v.t.</td><td>De Tableau Server-versie die door deze omgeving wordt gemonitord.</td></tr><tr><td>--api-username</td><td>Nee</td><td>Null</td><td>Gebruikersnaam van het account dat wordt gebruikt om verbinding te maken met Tableau Server-API's. Het gebruikersaccount moet een Tableau Server-beheerder zijn met toegang tot alle Tableau Server-sites.</td></tr><tr><td>--api-password</td><td><p>Nee</p><p>(Als u de gebruikersnaam van de Tableau-API opgeeft, geeft u het wachtwoord op of geeft u het bestandspad en het bestand met het wachtwoord op)</p></td><td><p>Null</p></td><td><p>Wachtwoord van het Tableau Server API-gebruikersaccount dat wordt gebruikt om verbinding te maken met Tableau Server-API's.</p></td></tr><tr><td>--api-password-file</td><td>Nee</td><td>Null</td><td>Het pad naar het bestand en de naam van het bestand met het wachtwoord van het Tableau Server API-gebruikersaccount.</td></tr><tr><td>--repository-server</td><td>ja</td><td><p>Null</p></td><td>Dit is de servernaam voor de PostgreSQL-database die is geïnstalleerd met Tableau Server</td></tr><tr><td>--repository-port</td><td>ja</td><td>Null</td><td>Het poortnummer van de Tableau Server-opslagplaatsdatabase.</td></tr><tr><td>--repository-username</td><td>ja</td><td>Null</td><td><p>Gebruikersnaam die wordt gebruikt om verbinding te maken met de PostgreSQL-database die met de Tableau Server-opslagplaats wordt geïnstalleerd.</p><p><span class="mc-variable Variables.PT_server variable">Resource Monitoring Tool</span> heeft om prestatieredenen rechtstreeks toegang tot de Tableau Server-opslagplaatsdatabase. Om dit te laten werken, moet toegang tot de opslagplaats worden ingeschakeld, met een wachtwoord voor de databasegebruiker van het type <b>Alleen-lezen</b>. Zie <a href="https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/perf_collect_server_repo.htm#Get" class="xref">Toegang tot de Tableau-opslagplaats inschakelen</a> voor meer informatie.</p></td></tr><tr><td>--repository-password</td><td>ja</td><td>Null</td><td><p>Wachtwoord voor het gebruikersaccount dat wordt gebruikt om verbinding te maken met de PostgreSQL-database die met Tableau Server wordt geïnstalleerd.</p><p><span class="mc-variable Variables.PT_server variable">Resource Monitoring Tool</span> heeft om prestatieredenen rechtstreeks toegang tot de Tableau Server-opslagplaatsdatabase. Om dit te laten werken, moet toegang tot de opslagplaats worden ingeschakeld, met een wachtwoord voor de databasegebruiker van het type <b>Alleen-lezen</b>. Zie <a href="https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/perf_collect_server_repo.htm#Get" class="xref">Toegang tot de Tableau-opslagplaats inschakelen</a> voor meer informatie.</p></td></tr><tr><td>--repository-password-file</td><td>Nee</td><td>Null</td><td>Het pad met inbegrip van de bestandsnaam met het wachtwoord voor het gebruikersaccount dat wordt gebruikt om verbinding te maken met de PostgreSQL-database die met Tableau Server wordt geïnstalleerd.</td></tr><tr><td>--repository-ssl-mode</td><td><p>Nee</p></td><td>Prefer</td><td><p>SSL-modus voor Tableau Server-opslagplaats:</p><p><b>Prefer</b> geeft u aan dat u een voorkeur hebt voor SSL, en met <b>Required</b> dat u SSL vereist om verbinding te maken met de Tableau-opslagplaats.</p><p>Kies <b>Disable</b> (uitschakelen) als u SSL nooit wilt gebruiken voor verbindingen met om Tableau Server-opslagplaatsen.</p></td></tr><tr><td>--repository-ssl-thumbprint</td><td><p>Nee</p></td><td>Null</td><td>U kunt ervoor kiezen om de vingerafdruk te verstrekken die door Tableau Server is gegenereerd of het bestand <b>server.crt</b> naar de machine met de Resource Monitoring Tool-server (RMT Server) te kopiëren. Als u ervoor kiest om het certificaatbestand te kopiëren, hoeft u de vingerafdruk niet te verstrekken. Zie <a href="https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/ssl_config_direct_cx.htm" class="xref">Postgres SSL configureren om directe verbindingen van clients toe te staan</a> voor meer informatie.</td></tr></tbody></table>
    2. Download het bootstrap-bestand naar een locatie die toegankelijk is vanaf de Tableau Server-knooppunten.
        
        `rmtadmin bootstrap-file --env=<myenvironment> --filename=<The absolute or relative path including the file name>`
5. **Optionele stap, alleen als u geen SSD gebruikt:** de Resource Monitoring Tool is standaard geoptimaliseerd voor SSD. Als u geen SSD-hardware gebruikt, voert u de volgende opdracht uit:
    
    `sudo /opt/tableau/tabrmt/master/tabrmt-master optimize --no-ssd`

**U installeert als volgt de RMT-server:**

1. **Het RMT Server-configuratieprogramma uitvoeren:**
    
    1. Download het RMT Server-installatieprogramma en sla het op een locatie op die toegankelijk is vanaf de machine waarop u RMT Server wilt installeren.
    2. Open de opdrachtprompt als beheerder.
    3. Navigeer naar de locatie van het RMT Server-installatieprogramma en voer het exe-bestand uit met de volgende opdracht
        
        `Tabrmt-Master-64bit-<version>.exe /silent ACCEPTEULA=1`
        
        > [!TIP]
        > 
        > **Opmerking:** gebruik de schakeloptie /silent of /quiet om de installatie onbeheerd uit te voeren, zonder dat er een gebruikersinterface of prompts worden weergegeven.
        
        De standaardinstallatiemap heeft meestal een bestandspad dat er als volgt uitziet: _C:\\Program Files\\Tableau\\Tableau Resource Monitoring Tool\\master_. Als u een andere installatielocatie wilt opgeven, voert u de volgende opdracht uit:
        
        `Tabrmt-Master-64bit-<version>.exe /silent ACCEPTEULA=1 InstallFolder="D:\Tableau Resource Monitoring Tool\master"`
        
        Een volledige lijst met alle eigenschappen en schakelopties van de installatieopdracht vindt u in [dit gedeelte](#Windows-install-switches) hieronder.
    
    Hiermee worden het pakket en de vereisten, waaronder RabbitMQ, Erlang en een PostgreSQL-database, geïnstalleerd. De PostgreSQL-database wordt gebruikt om gebruiksdata op te slaan die zijn verzameld via Tableau Server. Vervolgens wordt de RMT-server geïnstalleerd.
2. **De RMT-server configureren:**
    1. Voer de volgende opdracht uit en geef de volgende opties op:
        
        `rmtadmin master-setup [options]`
        
        De configuratieopties kunnen worden opgegeven via de opdrachtprompt of via een configuratiebestand. Als u geen opties opgeeft, worden de standaardwaarden toegepast, uitgezonderd het beheerderswachtwoord. De gebruikersnaam van de beheerder wordt ingesteld op 'admin' en u wordt gevraagd het wachtwoord op te geven.
        
        Voorbeeldopdracht met de vereiste wachtwoordparameter:
        
        `rmtadmin master-setup --admin-username=<name of the administrator user> --admin-password=<administrator user password>`
        
        In de volgende tabel staan de vereiste en enkele veelgebruikte opties voor het configureren van de RMT-server. Zie [rmtadmin-opdrachtregelprogramma](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/rmt-admin-cmdline.htm) voor een volledige lijst met de configuratieopties.
        
        **Opmerking:** de optie Require HTTPS zorgt voor veilige communicatie tussen de RMT-server en gebruikers. Wanneer u HTTPS vereist voor communicatie, moet u ook een modus selecteren voor het certificaat dat voor deze communicatie moet worden gebruikt. In onderstaande tabel vindt u de verschillende opties. Zie [De Resource Monitoring Tool van Tableau installeren](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/rmt-admin-installation.htm#ssl-win) voor meer informatie over deze modi en certificaten.
        
        <table style="width: 100%;" class="simple-table"><colgroup><col style="width: 115px;"><col><col><col></colgroup><thead><tr><th>Optie</th><th>Vereist?</th><th>Standaard</th><th>Beschrijving</th></tr></thead><tbody><tr><td>admin-password</td><td><p>ja</p><p>U kunt het wachtwoord opgeven via de opdrachtregel of een bestand met daarin het wachtwoord leveren. Als geen van beide wordt opgegeven, wordt u om het wachtwoord gevraagd.</p></td><td>N.v.t.</td><td>Het wachtwoord voor de beheerder-gebruiker.</td></tr><tr><td>admin-password-file</td><td><p>Nee</p><p>U kunt het wachtwoord opgeven via de opdrachtregel of een bestand met daarin het wachtwoord leveren. Als geen van beide wordt opgegeven, wordt u om het wachtwoord gevraagd.</p></td><td>N.v.t.</td><td>Het bestand waarin het wachtwoord voor de beheerder is opgeslagen.</td></tr><tr><td>admin-username</td><td>Nee</td><td>admin</td><td>De gebruikersnaam voor de beheerder-gebruiker.</td></tr><tr><td>http-port</td><td>Nee</td><td>80</td><td>&nbsp;</td></tr><tr><td>require-https</td><td>Nee</td><td>True</td><td>Stuur HTTP-verkeer door naar HTTPS.</td></tr><tr><td>https-certificate-mode</td><td>Nee</td><td><p><b>Standaard </b></p><p>Beschikbare opties:</p><ul><li>Standaard</li><li>Archief</li><li>Lokaal</li></ul></td><td><p>Het type certificaatzoekopdracht dat moet worden uitgevoerd voor het HTTPS-certificaat.</p><p><b>Standaard:</b> in deze modus wordt het standaard zelfondertekende certificaat gebruikt dat door het installatieprogramma wordt geleverd.</p><p><b>Archief:</b> hiermee kunt u de vingerafdruk van een certificaat invoeren in het Windows-certificaatarchief.</p><p><b>Lokaal:</b> hiermee kunt u een <i>&lt;installation directory&gt; \config</i>-map voor het op bestanden gebaseerde certificaat opgeven. Dit is standaard <i>C:\Program Files\Tableau\Tableau Resource Monitoring Tool\master\config</i>.</p></td></tr><tr><td>https-certificate-store-thumbprint</td><td>Nee</td><td>Null</td><td>De HTTPS-certificaathash/vingerafdruk waarnaar moet worden gezocht in de modus archief-certificaat.</td></tr><tr><td>https-certificate-local-name</td><td>Nee</td><td><p>Null</p><p>Let op: als dit niet wordt opgegeven, wordt <span class="mc-variable Variables.PT_server variable">Resource Monitoring Tool</span> geïnstalleerd met een zelfondertekend certificaat en wordt dat certificaat gebruikt voor HTTPS-communicatie.</p></td><td>De naam van het HTTPS-certificaatbestand zonder de bestandsextensie.</td></tr><tr><td>https-certificate-local-password</td><td>Nee</td><td>Null</td><td>Het wachtwoord dat u voor het HTTPS-certificaat gebruikt.</td></tr><tr><td>https-certificate-local-password-file</td><td>Nee</td><td>Null</td><td>Het pad naar het bestand met het wachtwoord dat moet worden gebruikt voor het HTTPS-certificaat.</td></tr></tbody></table>
3. **Een omgeving maken:**
    
    1. Voer de volgende opdracht uit om een omgeving te maken:
        
        `rmtadmin create-env --name=<myenvironment> --api-username=<TableauServer API user name> --api-password=<password for the Tableau Server API user account>`
        
        Configureer de omgeving met de opties die beschikbaar zijn voor deze opdracht. Hier volgen enkele belangrijke configuratieopties waarmee u rekening moet houden:
        
        - De configuraties van de Tableau Server REST API en de Tableau Server-opslagplaats worden gebruikt om met Tableau Server te communiceren. De configuratie van de Tableau Server-opslagplaats is optioneel, maar heeft de voorkeur bij het verkrijgen van toegang tot Tableau Server.
        - U hebt de mogelijkheid om een beveiligde, versleutelde verbinding te configureren wanneer RMT verbinding maakt met de Tableau Server-opslagplaats. Om SSL-verbindingen tussen RMT en de Tableau Server-opslagplaatsdatabase te kunnen gebruiken, moet Tableau Server zijn geconfigureerd voor het gebruik van SSL. Zie [SSL configureren voor interne Postgres-communicatie](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/ssl_config_postgres.htm) voor meer informatie.
        
        In de onderstaande tabel worden enkele veelvoorkomende opties vermeld. Zie [rmtadmin-opdrachtregelprogramma](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/rmt-admin-cmdline.htm) voor een volledige lijst met opties.
        
        <table style="width: 100%;" class="simple-table"><colgroup><col style="width: 115px;"><col><col><col style="width: 234px;"></colgroup><thead><tr><th>Optie</th><th>Vereist?</th><th>Standaard</th><th>Beschrijving</th></tr></thead><tbody><tr><td>--name</td><td>ja</td><td>N.v.t.</td><td>De naam van de omgeving.</td></tr><tr><td>--gateway-url</td><td><p>ja</p><p>&nbsp;</p></td><td>N.v.t.</td><td><p>URL die wordt gebruikt om toegang te krijgen tot de gateway van Tableau Server.</p></td></tr><tr><td>--version</td><td>ja</td><td>N.v.t.</td><td>De Tableau Server-versie die door deze omgeving wordt gemonitord.</td></tr><tr><td>--api-username</td><td>Nee</td><td>Null</td><td>Gebruikersnaam van het account dat wordt gebruikt om verbinding te maken met Tableau Server-API's. Het gebruikersaccount moet een Tableau Server-beheerder zijn met toegang tot alle Tableau Server-sites.</td></tr><tr><td>--api-password</td><td><p>Nee</p><p>(Als u de gebruikersnaam van de Tableau-API opgeeft, geeft u het wachtwoord op of geeft u het bestandspad en het bestand met het wachtwoord op)</p></td><td><p>Null</p></td><td><p>Wachtwoord van het Tableau Server API-gebruikersaccount dat wordt gebruikt om verbinding te maken met Tableau Server-API's.</p></td></tr><tr><td>--api-password-file</td><td>Nee</td><td>Null</td><td>Het pad naar het bestand en de naam van het bestand met het wachtwoord van het Tableau Server API-gebruikersaccount.</td></tr><tr><td>--repository-server</td><td>ja</td><td><p>Null</p></td><td>Dit is de servernaam voor de PostgreSQL-database die is geïnstalleerd met Tableau Server</td></tr><tr><td>--repository-port</td><td>ja</td><td>Null</td><td>Het poortnummer van de Tableau Server-opslagplaatsdatabase.</td></tr><tr><td>--repository-username</td><td>ja</td><td>Null</td><td><p>Gebruikersnaam die wordt gebruikt om verbinding te maken met de PostgreSQL-database die met de Tableau Server-opslagplaats wordt geïnstalleerd.</p><p><span class="mc-variable Variables.PT_server variable">Resource Monitoring Tool</span> heeft om prestatieredenen rechtstreeks toegang tot de Tableau Server-opslagplaatsdatabase. Om dit te laten werken, moet toegang tot de opslagplaats worden ingeschakeld, met een wachtwoord voor de databasegebruiker van het type <b>Alleen-lezen</b>. Zie <a href="https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/perf_collect_server_repo.htm#Get" class="xref">Toegang tot de Tableau-opslagplaats inschakelen</a> voor meer informatie.</p></td></tr><tr><td>--repository-password</td><td>ja</td><td>Null</td><td><p>Wachtwoord voor het gebruikersaccount dat wordt gebruikt om verbinding te maken met de PostgreSQL-database die met Tableau Server wordt geïnstalleerd.</p><p><span class="mc-variable Variables.PT_server variable">Resource Monitoring Tool</span> heeft om prestatieredenen rechtstreeks toegang tot de Tableau Server-opslagplaatsdatabase. Om dit te laten werken, moet toegang tot de opslagplaats worden ingeschakeld, met een wachtwoord voor de databasegebruiker van het type <b>Alleen-lezen</b>. Zie <a href="https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/perf_collect_server_repo.htm#Get" class="xref">Toegang tot de Tableau-opslagplaats inschakelen</a> voor meer informatie.</p></td></tr><tr><td>--repository-password-file</td><td>Nee</td><td>Null</td><td>Het pad met inbegrip van de bestandsnaam met het wachtwoord voor het gebruikersaccount dat wordt gebruikt om verbinding te maken met de PostgreSQL-database die met Tableau Server wordt geïnstalleerd.</td></tr><tr><td>--repository-ssl-mode</td><td><p>Nee</p></td><td>Prefer</td><td><p>SSL-modus voor Tableau Server-opslagplaats:</p><p><b>Prefer</b> geeft u aan dat u een voorkeur hebt voor SSL, en met <b>Required</b> dat u SSL vereist om verbinding te maken met de Tableau-opslagplaats.</p><p>Kies <b>Disable</b> (uitschakelen) als u SSL nooit wilt gebruiken voor verbindingen met om Tableau Server-opslagplaatsen.</p></td></tr><tr><td>--repository-ssl-thumbprint</td><td><p>Nee</p></td><td>Null</td><td>U kunt ervoor kiezen om de vingerafdruk te verstrekken die door Tableau Server is gegenereerd of het bestand <b>server.crt</b> naar de machine met de Resource Monitoring Tool-server (RMT Server) te kopiëren. Als u ervoor kiest om het certificaatbestand te kopiëren, hoeft u de vingerafdruk niet te verstrekken. Zie <a href="https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/ssl_config_direct_cx.htm" class="xref">Postgres SSL configureren om directe verbindingen van clients toe te staan</a> voor meer informatie.</td></tr></tbody></table>
    2. Download het bootstrap-bestand naar een locatie die toegankelijk is vanaf de Tableau Server-knooppunten.
        
        `rmtadmin bootstrap-file --env=<myenvironment> --filename=<The absolute or relative path including the file name>`

### Eigenschappen en schakelopties van het Windows-installatieprogramma

Schakelopties:

<table style="width: 100%;" class="simple-table"><colgroup><col><col><col></colgroup><thead><tr><th>Schakelaar</th><th>Beschrijving</th><th>Opmerkingen</th></tr></thead><tbody><tr><td><code>/install | /uninstall</code></td><td>Voer het installatieprogramma uit om <span class="mc-variable Variables.PT_server variable">Resource Monitoring Tool</span> te installeren of te verwijderen.</td><td><p>Standaard is dit ingesteld op installeren, waarbij de gebruikersinterface en alle prompts worden weergegeven. Als er bij een nieuwe installatie geen directory is opgegeven met de eigenschap InstallFolder, wordt er verondersteld dat C<i>:\Program Files\Tableau\Tableau Resource Monitoring Tool\master</i> de directory is. Als <span class="mc-variable Variables.PT_server variable">Resource Monitoring Tool</span> al is geïnstalleerd, wordt er bij de installatie vanuit gegaan dat het dezelfde locatie is als de huidige installatie.</p><p>Als u <span class="mc-variable Variables.PT_server variable">Resource Monitoring Tool</span> volledig wilt verwijderen, inclusief de datadirectory, gebruikt u <code>/uninstall DELTEDATADIR=1</code></p></td></tr><tr><td><code>/passive</code></td><td>Voer de configuratie uit met een minimale gebruikersinterface en zonder prompts.</td><td>&nbsp;</td></tr><tr><td><code>/quiet | /silent</code></td><td>Voer de configuratie uit in een onbeheerde, volledig stille modus. Er worden geen webinterface of prompts weergegeven.</td><td>Gebruik /quiet of /silent, niet beide.</td></tr><tr><td><code>/norestart</code></td><td>Voer de configuratie uit zonder Windows opnieuw op te starten, zelfs als opnieuw opstarten noodzakelijk is.</td><td>In bepaalde zeldzame gevallen kan een herstart niet worden onderdrukt, zelfs niet als deze optie wordt gebruikt. Dit is waarschijnlijk het geval als een eerdere herstart van het systeem is overgeslagen. Als de herstart bijvoorbeeld is overgeslagen tijdens de installatie van andere software.</td></tr><tr><td><code>/log &lt;log-file&gt;</code></td><td>Sla informatie op in het opgegeven bestand en pad. Logboekbestanden worden standaard gemaakt in %TEMP% met de naamconventie Tableau_Resource_Monitoring_Tool_&lt;version_code&gt;.</td><td><p>Als er geen bestandslocatie is opgegeven, wordt het logbestand naar de map TEMP, <i>C:\Users\&lt;username&gt;\AppData\Local\Temp</i>, geschreven. Controleer dit logbestand op fouten na de installatie.</p><p>Bijvoorbeeld: <code>&lt;Setup file&gt; /quiet /log="C:\Tableau\Logs\RmtInstall</code></p></td></tr></tbody></table>

Eigenschappen:

<table style="width: 100%;" class="simple-table"><colgroup><col><col><col></colgroup><thead><tr><th>Eigenschap</th><th>Beschrijving</th><th>Opmerkingen</th></tr></thead><tbody><tr><td><code>InstallFolder=&lt;path\to\installation\directory&gt;</code></td><td>Installeer op de opgegeven, niet-standaardinstallatielocatie.</td><td><p>Hiermee wordt de locatie voor de installatie van RMT opgegeven. Als deze niet wordt gebruikt, wordt RMT geïnstalleerd in <i>C:\Program Files\Tableau\Tableau Resource Monitoring Tool\master</i>.</p><p>Voorbeeld: <code>&lt;Setup file&gt; /silent InstallFolder="D:\Tableau\Tableau Resource Monitoring Tool\master"</code></p></td></tr><tr><td><code>ACCEPTEULA=1|0</code></td><td>Accepteer de licentieovereenkomst voor eindgebruikers (EULA). Vereist voor een onbeheerde, stille en passieve installatie op zowel de eerste als de extra knooppunten. 1 = true, accepteer de EULA, 0 = false, accepteer de EULA niet.</td><td>Als dit niet is opgenomen bij het gebruik van /passive, /silent of /quiet, mislukt de installatie zonder melding. Als dit wel is opgenomen maar op 0 is ingesteld, mislukt de installatie.</td></tr></tbody></table>

## Wie kan dit doen?

Als u Resource Monitoring Tool wilt installeren, moet u over al het volgende beschikken:

**Windows**

- Beheerdersrechten op de computer waarop u Resource Monitoring Tool installeert.
- Siterol van Tableau Server-beheerder.
- Beheerdersaccount voor Resource Monitoring Tool.

Linux

- Volledige sudo-toegang voor het gebruikersaccount waarmee de agent wordt geïnstalleerd.
- Resource Monitoring Tool-beheerdersaccount

## Volgende stap

[De agent installeren via de opdrachtregel](https://help.tableau.com/current/server-linux/nl-nl/rmt-admin-agent-install-cli.htm)