# tableau Tableau Desktop Public and Web Authoring Help (public) - Full Documentation [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aan de slag In dit gedeelte leert u de basisbeginselen voor het bouwen van weergaven in Tableau, de Tableau-werkruimte en Tableau-concepten. Voor gerelateerde onderwerpen en sites, zie ook: - Korte walk-through voor Tableau Desktop: [Een basisweergave maken om uw data te verkennen](https://help.tableau.com/current/public/desktop/nl-nl/getstarted_buildmanual_ex1basic.htm) - Diepgaande Tableau Desktop\-zelfstudie: [Aan de slag met Tableau Desktop](https://help.tableau.com/current/guides/get-started-tutorial/nl-nl/get-started-tutorial-home.htm) - Webinars op aanvraag: [Secrets of Visual Analytics (Geheimen van visuele analyse)](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/series/secrets-of-visual-analytics) - Basisdiagrammen maken: [Veelgebruikte grafiektypen maken in dataweergaven](https://help.tableau.com/current/public/desktop/nl-nl/dataview_examples.htm) en [Het juiste diagramtype kiezen voor uw data](https://help.tableau.com/current/public/desktop/nl-nl/what_chart_example.htm) - Kaarten maken: [Kaarten en geografische data-analyse in Tableau](https://help.tableau.com/current/public/desktop/nl-nl/maps.htm) - Korte instructievideo: [Aan de slag met Tableau Desktop](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/tutorials/on-demand/getting-started-tableau-desktop?playlist=509089) (3 minuten) Zie [Aan de slag met Tableau Desktop](https://www.tableau.com/nl-nl/learn/tutorials/on-demand/getting-started-tableau-desktop?playlist=509089) voor gerelateerde bronnen en video's. ## Andere artikelen in deze sectie [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aan de slag met berekeningen in Tableau In dit artikel wordt aan de hand van een voorbeeld beschreven hoe u berekende velden in Tableau maakt en gebruikt. U leert de berekeningsconcepten van Tableau en hoe u een berekend veld maakt en bewerkt. Ook leert u te werken met de berekeningseditor en een berekend veld in de weergave te gebruiken. Als u niet bekend bent met Tableau-berekeningen of met het maken van berekende velden in Tableau, is dit een goed beginpunt. ## Berekende velden gebruiken Met berekende velden kunt u nieuwe data maken op basis van data die al in uw databron aanwezig zijn. Wanneer u een berekend veld maakt, maakt u feitelijk een nieuw veld (of nieuwe kolom) in uw databron, waarvan de waarden of leden worden bepaald door een berekening die u beheert. Dit nieuwe berekende veld wordt opgeslagen in uw databron in Tableau en kan worden gebruikt om robuustere visualisaties te maken. Maak u echter geen zorgen: uw originele data blijven ongewijzigd. U kunt berekende velden om vele redenen gebruiken. Enkele voorbeelden: - U wilt data segmenteren - U wilt het datatype van een veld converteren, bijvoorbeeld een tekenreeks omzetten in een datum. - U wilt data aggregeren - U wilt resultaten filteren - U wilt verhoudingen berekenen ## Typen berekeningen U maakt berekende velden met behulp van berekeningen. Er zijn drie hoofdtypen berekeningen die u kunt gebruiken om berekende velden in Tableau te maken: - **Basisberekeningen** – Met basisberekeningen kunt u waarden of leden transformeren op het detailniveau van de databron (een berekening op rijniveau) of op het detailniveau van de visualisatie (een geaggregeerde berekening). - **LOD-expressies** – Net als bij basisberekeningen kunt u met LOD-berekeningen (Level of Detail- ofwel detailniveauberekeningen) waarden berekenen op databronniveau en op visualisatieniveau. LOD-berekeningen geven u echter nog meer controle over het granulariteitsniveau dat u wilt berekenen. Ze kunnen worden uitgevoerd op een gedetailleerder niveau (INCLUDE), een minder gedetailleerd niveau (EXCLUDE) of een volledig onafhankelijk niveau (FIXED) met betrekking tot de granulariteit van de visualisatie. Zie [LOD-expressies maken in Tableau](https://help.tableau.com/current/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod.htm) voor meer informatie. - **Tabelberekeningen** – Met tabelberekeningen kunt u waarden alleen op het detailniveau van de visualisatie transformeren. Zie [Waarden transformeren met tabelberekeningen](https://help.tableau.com/current/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm) voor meer informatie. Het type berekening dat u kiest, hangt af van de vereisten van uw analyse en de vraag die u wilt beantwoorden. ## Een berekend veld maken Nadat u hebt bepaald welk type berekening u wilt gebruiken, is het tijd om een berekend veld te maken. In dit voorbeeld wordt een basisberekening gebruikt. **Opmerking**: in het voorbeeld in dit artikel wordt gebruik gemaakt van de databron **Voorbeeld - Superstore** die bij Tableau Desktop wordt geleverd. Om de stappen in dit artikel te volgen, maakt u verbinding met de opgeslagen databron **Voorbeeld - Superstore** databron en navigeert u naar **Blad 1**. 1. Selecteer in Tableau **Analyse** > **Berekend veld maken**. 2. Doe het volgende in de berekeningseditor die wordt geopend: - Voer een naam in voor het berekende veld. In dit voorbeeld heet het veld **Discount Ratio** (kortingspercentage). - Voer een formule in. In dit voorbeeld wordt de volgende formule gebruikt: IIF(\[Sales\] !=0, \[Discount\]/\[Sales\],0) Deze formule controleert of de verkoop niet gelijk is aan nul. Als het resultaat TRUE is, wordt het kortingspercentage (Discount/Sales) geretourneerd. Als het FALSE is, wordt nul geretourneerd. > [!TIP] > > als u een lijst met beschikbare functies wilt zien, klikt u op het driehoekje aan de rechterkant van de berekeningseditor. >  > Elke functie bevat syntaxis, een beschrijving en een voorbeeld ter informatie. Dubbelklik op een functie in de lijst om deze aan de formule toe te voegen. Zie [Tips voor werken met berekende velden in Tableau](https://help.tableau.com/current/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_tips.htm) voor meer tips. 3. Als u klaar bent, klikt u op OK. Het nieuwe berekende veld wordt als meetwaarde aan het deelvenster Data toegevoegd omdat het een getal retourneert. Er verschijnt een gelijkteken (=) naast het datatypepictogram. In het deelvenster **Data** staat naast alle berekende velden het gelijkteken (=). ## Een berekend veld in de weergave gebruiken ### Stap 1: de weergave bouwen 1. Sleep Regio vanuit het deelvenster Data naar de container Kolommen. 2. Sleep Categorie vanuit het deelvenster Data naar de container Rijen. 3. Klik op de container Rijen op het plusteken (+) in het veld Categorie om in te zoomen op Subcategorie. ### Stap 2: het berekende veld toevoegen aan de weergave 1. Sleep Discount Ratio (kortingspercentage) vanuit het deelvenster Data naar Kleur op de kaart Markeringen. De weergave wordt bijgewerkt om de tabel te highlighten. - In de regio Central worden binders sterk afgeprijsd. Discount Ratio wordt automatisch geaggregeerd als een som. 2. Klik met de rechtermuisknop op de container Rijen SUM(Discount Ratio) en selecteer Meetwaarde (Sum) > Gemiddeld. De weergave wordt bijgewerkt om het gemiddelde van het kortingspercentage weer te geven.  ## Een berekend veld bewerken Als u een berekening op een bepaald moment wilt wijzigen, kunt u het berekende veld bewerken, zodat het in uw hele werkmap wordt bijgewerkt. Doe het volgende om een berekend veld te bewerken: 1. Klik in het deelvenster **Data** met de rechtermuisknop op het berekende veld en selecteer **Bewerken**. 2. In de berekeningseditor die wordt geopend, kunt u het volgende doen: - De naam van het berekende veld bewerken - De formule bijwerken Voor dit voorbeeld wordt de formule gewijzigd om een kortingspercentage te retourneren voor bestellingen van meer dan 2000 USD aan verkoop: IIF(\[Sales\] > 2000, \[Discount\]/\[Sales\],0) 3. Klik op **OK**. De weergave wordt bijgewerkt om de wijzigingen automatisch weer te geven. U hoeft het bijgewerkte berekende veld _niet_ opnieuw aan de weergave toe te voegen.  ## Zie ook [De basisprincipes van berekeningen in Tableau](https://help.tableau.com/current/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_understand.htm) [Berekeningen opstellen in Tableau](https://help.tableau.com/current/public/desktop/nl-nl/functions_operators.htm) [Functies in Tableau](https://help.tableau.com/current/public/desktop/nl-nl/functions.htm) [LOD-expressies maken in Tableau](https://help.tableau.com/current/public/desktop/nl-nl/calculations_calculatedfields_lod.htm) [Waarden transformeren met tabelberekeningen](https://help.tableau.com/current/public/desktop/nl-nl/calculations_tablecalculations.htm) [Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content) # Aan de slag met Data uitleggen Gebruik Data uitleggen in uw analyseflow terwijl u de markeringen in een visualisatie verkent. Data uitleggen wordt automatisch uitgevoerd wanneer het venster Datagids is geopend en wordt bijgewerkt op basis van de huidige selectie (dashboard, blad of markering).
Data uitleggen gebruiken | Werkmappen maken en toegang beheren |
| Categorie | Productnaam | Verkoop |
| Meubilair | Staande lamp | $ 96,00 |
| Symbool | Beschrijving |
| (:) | Tijdscheidingsteken. In bepaalde landinstellingen wordt een ander teken gebruikt om het tijdscheidingsteken weer te geven. Het tijdscheidingsteken scheidt uren, minuten en seconden wanneer tijdwaarden worden opgemaakt. Welk teken daadwerkelijk als tijdscheidingsteken wordt gebruikt in opgemaakte uitvoer bepaalt u in uw systeeminstellingen. |
| (/) | Datumscheidingsteken. In bepaalde landinstellingen wordt een ander teken gebruikt om het datumscheidingsteken weer te geven. Het datumscheidingsteken scheidt de dag, de maand en het jaar wanneer datumwaarden worden opgemaakt. Welk teken daadwerkelijk als datumscheidingsteken wordt gebruikt in opgemaakte uitvoer bepaalt u in uw systeeminstellingen. |
| c | Geef de datum weer als ddddd en geef de tijd weer alsttttt, in die volgorde. Geef alleen datuminformatie weer als het serienummer van de datum geen fracties bevat. Geef alleen tijdinformatie weer als er geen geheel getal is. |
| d | Geef de dag weer als een getal zonder voorloopnul (1-31). |
| dd | Geef de dag weer als een getal met een voorloopnul (01-31). |
| ddd | Geef de dag weer als afkorting (zon, zat). |
| dddd | Geef de dag als volledige naam weer (zondag, zaterdag). |
| ddddd | Geef de datum weer als een volledige datum (inclusief dag, maand en jaar), geformatteerd volgens de korte datumopmaak-instelling van uw systeem. De standaard korte datumopmaak is m/d/yy. |
| dddddd | Geef een datumserienummer weer als een volledige datum (inclusief dag, maand en jaar), opgemaakt volgens de lange datuminstelling die door uw systeem wordt herkend. De standaard lange datumopmaak is mmmm dd, yyyy. |
| aaaa | Hetzelfde als dddd, alleen is het de gelokaliseerde versie van de tekenreeks. |
| w | Geef de dag van de week weer als een getal (1 voor zondag tot en met 7 voor zaterdag). |
| ww | Geef de week van het jaar weer als een getal (1-54). |
| M | Geef de maand weer als een getal zonder voorloopnul (1 12). Als m onmiddellijk volgt na h of hh, wordt de minuut in plaats van de maand weergegeven. |
| MM | Geef de maand weer als een getal met een voorloopnul (01-12). Als m onmiddellijk volgt na h of hh, wordt de minuut in plaats van de maand weergegeven. |
| MMM | Geef de maand weer als afkorting (Jan-Dec). |
| MMMM | Geef de maand weer als volledige maandnaam (januari-december). |
| MMMMM | Geef de maand weer als afkorting van één letter (J-D). |
| oooo | Hetzelfde als MMMM, maar gelokaliseerd. |
| q | Geef het kwartaal van het jaar weer als een getal (1-4). |
| y | Geef de dag van het jaar weer als een getal (1-366). |
| yy | Geef het jaar weer als een getal van 2 cijfers (00-99). |
| yyyy | Geef het jaar weer als een getal van 4 cijfers (100-9999). |
| h | Geef het uur weer als een getal zonder voorloopnullen (0-23). |
| Hh | Geef het uur weer als een getal met voorloopnullen (00-23). |
| N | Geef de minuut weer als een getal zonder voorloopnullen (0 59). |
| Nn | Geef de minuut weer als een getal met voorloopnullen (00 59). |
| S | Geef de seconde weer als een getal zonder voorloopnullen (0 59). |
| Ss | Geef de seconde weer als een getal met voorloopnullen (00 59). |
| 000 | Geef milliseconden weer. Gebruik een punt als scheidingsteken voordat u milliseconden opgeeft. |
| t t t t t | Geef een tijd weer als een volledige tijd (inclusief uur, minuut en seconde), opgemaakt met het tijdscheidingsteken dat is gedefinieerd door de tijdopmaak die door uw systeem wordt herkend. Er wordt een voorloopnul weergegeven als de optie voorloopnul is geselecteerd en de tijd vóór 10:00 uur A.M. of P.M. ligt. De standaardtijdopmaak is h:mm:ss. |
| AM/PM | Gebruik de 12-uursklok en geef AM in hoofdletters weer bij elk uur vóór de middag; geef PM in hoofdletters weer bij elk uur tussen 12.00 uur en 23.59 uur. |
| am/pm | Gebruik de 12-uursklok en geef AM in kleine letters weer bij elk uur vóór de middag; geef PM in kleine letters weer bij elk uur tussen 12.00 uur en 23.59 uur. |
| A/P | Gebruik de 12-uursklok en geef A in hoofdletters weer bij elk uur vóór de middag; geef P in hoofdletters weer bij elk uur tussen 12.00 uur en 23.59 uur. |
| a/p | Gebruik de 12-uursklok en geef A in kleine letters weer bij elk uur vóór de middag; geef P in kleine letters weer bij elk uur tussen 12.00 uur en 23.59 uur. |
| AMPM | Gebruik de 12-uursklok en geef de letterlijke tekenreeks voor AM weer zoals gedefinieerd door uw systeem bij elk uur vóór de middag. Geef de letterlijke tekenreeks voor PM weer zoals gedefinieerd door uw systeem bij elk uur tussen 12.00 uur en 23.59 uur. AMPM kan in hoofdletters of kleine letters zijn, maar het gebruik van hoofdletters in de weergegeven tekenreeks komt overeen met de tekenreeks zoals gedefinieerd in uw systeeminstellingen. De standaardopmaak is AM/ PM. |
| Symbool | Beschrijving |
| g | Korte tijdperknaam (zoals H voor het Heisei-tijdperk). |
| gg | Tijdperknaam (zoals Heisei). |
| ggg | Lange tijdperknaam (voor Japans is dit hetzelfde als de gewone tijdperknaam). |
| e | Op tijdperken gebaseerd jaar, zoals 1 voor het eerste jaar van een tijdperk. |
| ee | Op tijdperken gebaseerd jaar, zoals 01 voor het eerste jaar van een tijdperk. Als er maar één cijfer is, wordt aan het begin van het jaartal op tijdperkbasis een nul toegevoegd. |
| Gedeelte van datum | Symbool | Voorbeeld van uitvoer |
|---|---|---|
| Jaar | yy y, yyyy Y | 26 2026 2026 (gebruikt voor kalenders gebaseerd op de weken van het jaar) |
| Kwartaal van jaar | Q QQQ QQQQ | 2 02 Q2 2de kwartaal |
| Maand | M MM MMM MMMM | 9 09 Sep September |
| Week van het jaar | w, ww | 47 |
| Dag van week | E, EE, EEE EEEE EEEEE | Ma Maandag M |
| Dag van maand | d dd | 1, 15 01, 15 |
| Dag van jaar (1-365) | D | 23, 143 |
Uur (1-12) | h hh | 8 08 |
| Uur (0-23) | H HH | 8 08 |
| Minuut | m mm | 8 08 |
| Seconde in een minuut | s ss | 5 05 |
| Fractie van seconde | S SS SSS SSSS | 2 23 235 2350 |
| Milliseconden per dag | A | 34532 |
| Periode (ochtend of avond) | a, aa, aaa | AM, am, PM |
| Tijdzone | z, zz, zzz zzzz Z, ZZ, ZZZ ZZZZ | PDT Pacific Daylight Time -0800 PST-08:00 |
| Tijdseenheid | Opmerkingen |
|---|---|
| Tijdperk | N.v.t. |
| Jaar | Alle symbolen worden ondersteund in .hyper-extracten, behalve 'U'. Opmerkingen:
|
| Maand | Alle symbolen worden ondersteund in .hyper-extracten, behalve 'I'. Opmerkingen:
|
| Week | Alle symbolen worden ondersteund in .hyper-extracten, behalve 'W'. Opmerkingen:
|
| Dag | Opmerkingen:
|
| Uur | Alleen de symbolen 'h' en 'H' worden ondersteund in .hyper-extracten. Opmerkingen:
|
| Minuut | Opmerking: In tegenstelling tot ICU, staan .hyper-extracten geen negatieve waarden toe voor dit veld. Negatieve waarden veroorzaken een fout. |
| Seconde | Opmerkingen:
|
| Kwartaal | Opmerking: In tegenstelling tot ICU staan .hyper-extracten alleen de waarden 1-4 toe. Alle andere waarden veroorzaken een fout. |
| Weekdag | Opmerkingen:
|
| Periode | N.v.t. |
| Paletnaam versie 9.x | HEX-waarden versie 9.x |
|---|---|
Tableau 10 Dit heet nu Tableau Classic 10.
| <color-palette name="Classic 10" type="regular"> |
Tableau 10 Medium Dit heet nu Tableau Classic Medium.
| <color-palette name="Classic 10 Medium" type="regular">
|
Licht Tableau 10
| <color-palette name="Classic 10 Light" type="regular">
|
Tableau 20 Dit heet nu Tableau Classic 20.
| <color-palette name="Classic 20" type="regular">
<color>#9edae5</color>
<color>#17becf</color>
<color>#dbdb8d</color>
<color>#bcbd22</color>
<color>#c7c7c7</color>
<color>#7f7f7f</color>
<color>#f7b6d2</color>
<color>#e377c2</color>
<color>#c49c94</color>
<color>#8c564b</color>
<color>#c5b0d5</color>
<color>#9467bd</color>
<color>#ff9896</color>
<color>#d62728</color>
<color>#98df8a</color>
<color>#2ca02c</color>
<color>#ffbb78</color>
<color>#ff7f0e</color>
<color>#aec7e8</color>
<color>#1f77b4</color>
|
Grijs 5
Vervangen door Seattle-grijs. | <color-palette name="Classic Gray 5" type="regular">
<color>#cfcfcf</color>
<color>#8f8782</color>
<color>#414451</color>
<color>#a5acaf</color>
<color>#60636a</color>
|
Kleurenblind 10
Bijgewerkt als Kleurenblind. | <color-palette name="Classic Color Blind" type="regular">
|
Verkeerslicht
Bijgewerkt alsVerkeerslicht. | <color-palette name="Classic Traffic Light" type="regular">
|
Paars-Grijs 6
Stopgezet | <color-palette name="Classic Purple-Gray 6" type="regular">
|
Paars-Grijs 12
Bijgewerkt als Paars-Roze-Grijs. | <color-palette name="Classic Purple-Gray 12" type="regular">
|
Groen-Oranje 6
Stopgezet | <color-palette name="Classic Green-Orange 6" type="regular">
|
Groen-Oranje 12
Bijgewerkt als Groen-Oranje-Blauwgroen. | <color-palette name="Classic Green-Orange 12" type="regular">
|
Blauw-Rood 6
Stopgezet | <color-palette name="Classic Blue-Red 6" type="regular">
|
Blauw-Rood 12
Bijgewerkt als Blauw-Rood-Bruin. | <color-palette name="Classic Blue-Red 12" type="regular">
|
Cyclisch
Bijgewerkt als Tintcirkel. | <color-palette name="Classic Cyclic" type="regular"> |
Groen
Bijgewerkt. | <color-palette name="Classic Green" type="ordered-sequential">
|
Grijs
Bijgewerkt. | <color-palette name="Classic Gray" type="ordered-sequential">
|
Blauw
Bijgewerkt. | <color-palette name="Classic Blue" type="ordered-sequential">
|
Rood
Bijgewerkt. | <color-palette name="Classic Red" type="ordered-sequential">
|
Oranje
Bijgewerkt. | <color-palette name="Classic Orange" type="ordered-sequential">
|
Gebied rood
Stopgezet | <color-palette name="Classic Area Red" type="ordered-sequential">
|
Gebied groen
Stopgezet | <color-palette name="Classic Area Green" type="ordered-sequential">
|
Gebied bruin
Stopgezet | <color-palette name="Classic Area-Brown" type="ordered-sequential">
|
Rood-groen uiteenlopend
Bijgewerkt. | <color-palette name="Classic Red-Green" type="ordered-diverging">
|
Rood-blauw uiteenlopend
Bijgewerkt. | <color-palette name="Classic Red-Blue" type="ordered-diverging">
|
Rood-zwart uiteenlopend
Bijgewerkt. | <color-palette name="Classic Red-Black" type="ordered-diverging">
|
Gebied rood-groen uiteenlopend
Stopgezet | <color-palette name="Classic Area Red-Green" type="ordered-diverging"> |
Oranje-blauw uiteenlopend
Bijgewerkt. | <color-palette name="Classic Orange-Blue" type="ordered-diverging">
|
Groen-blauw uiteenlopend
Bijgewerkt. | <color-palette name="Classic Green-Blue" type="ordered-diverging">
|
Rood-wit-groen uiteenlopend
Bijgewerkt. | <color-palette name="Classic Red-White-Green" type="ordered-diverging">
|
Rood-wit-zwart uiteenlopend
Bijgewerkt. | <color-palette name="Classic Red-White-Black" type="ordered-diverging">
|
Oranje-wit-blauw uiteenlopend
Bijgewerkt. | <color-palette name="Classic Orange-White-Blue" type="ordered-diverging">
|
Licht rood-wit-zwart
Stopgezet | <color-palette name="Classic Red-White-Black Light" type="ordered-diverging">
|
Licht oranje-wit-blauw uiteenlopend
Stopgezet | <color-palette name="Classic Orange-White-Blue Light" type="ordered-diverging">
|
Licht rood-wit-groen uiteenlopend
Stopgezet | <color-palette name="Classic Red-White-Green Light" type="ordered-diverging">
|
Licht rood-groen uiteenlopend
Stopgezet | <color-palette name="Classic Red-Green Light" type="ordered-diverging">
|
| Een aangepaste lettertypeworkflow publiceren
daarna
|
Als | Dan |
A- De werkmap wordt gemaakt in Tableau Desktop. | Kunt u elk lettertype dat op uw computer is geïnstalleerd in de werkmap gebruiken. |
B- De werkmap wordt gemaakt met gebruik van webauthoring. | Kunnen alleen lettertypen die op Tableau Server of Tableau Cloud zijn geïnstalleerd, worden gebruikt bij het opmaken van uw tekst. |
C- De werkmap wordt gepubliceerd op Tableau Server. | Moet elk aangepast lettertype op alle serverknooppunten worden geïnstalleerd. Als het lettertype niet op Tableau Server is geïnstalleerd, wordt het niet geïnstalleerde lettertype bij publicatie vervangen met een ander lettertype. |
D- De werkmap wordt gepubliceerd op Tableau Cloud. | Worden er alleen lettertypen weergegeven die door Tableau Cloud worden ondersteund. Niet-ondersteunde lettertypen in de werkmap worden bij publicatie vervangen door een ander lettertype. Voor een lijst met ondersteunde lettertypen, zie Knowledge Base: Fonts not displaying as expected (in het Engels). |
Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
Sommige lettertypen worden in de weergave correct weergegeven, maar andere niet. | Wanneer een weergave veel markeringen heeft, zal de server de markeringen renderen en de markeringen als een statische afbeelding weergeven. Dit kan ertoe leiden dat sommige lettertypen in de weergave niet consistent zijn met de rest van de weergave. U kunt dit probleem oplossen door het aantal markeringen per weergave te verlagen. |
De regelafstand is voor het lettertype voor iedereen anders. | Als de gebruiker het aangepaste lettertype op de computer heeft geïnstalleerd, wordt het lettertype correct weergegeven. Elke browser gebruikt echter een iets andere methode voor het renderen van lettertypen. Het is dus te verwachten dat er kleine verschillen zijn in lettertypen tussen verschillende browsers. |
Er verschijnt een ander lettertype voor de gebruiker. | Als de gebruiker het aangepaste lettertype niet op de computer heeft geïnstalleerd, worden alle niet-geïnstalleerde lettertypen in de werkmap vervangen door een ander lettertype dat door de browser wordt geselecteerd. |
| Stijlelement | Beschrijving | Stijlkenmerken | Invoertype | Opmaakkeuze |
|---|---|---|---|---|
| alle | Maakt alle lettertypen in de hele werkmap op. | font-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| font-family | Tekenreeks | Tekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens. | ||
| werkblad | Maakt het standaardlettertype van het werkblad op. | font-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| font-family | Tekenreeks | Tekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens. | ||
| font-size | Geheel getal | Geheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99. | ||
| worksheet-title | Maakt het lettertype van de werkbladtitel op. | font-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| font-family | Tekenreeks | Tekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens. | ||
| font-size | Geheel getal | Geheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99. | ||
| knopinfo | Maakt het lettertype van knopinfo op. | font-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| font-family | Tekenreeks | Tekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens. | ||
| font-size | Geheel getal | Geheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99. | ||
| dashboard-title | Maakt de dashboardtitel op. | font-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| font-family | Tekenreeks | Tekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens. | ||
| font-size | Geheel getal | Geheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99. | ||
| font-weight | Tekenreeks | Tekenreeks opgegeven als normalof bold. | ||
| story-title | Maakt het lettertype van de verhaaltitel op. | font-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| font-family | Tekenreeks | Tekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens. | ||
| font-size | Geheel getal | Geheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99. | ||
| koptekst | Maakt het lettertype van kopteksten op. | font-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| font-family | Tekenreeks | Tekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens. | ||
| legend | Maakt het hoofdtekstlettertype en de achtergrondkleur van legenda's op. | font-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| font-family | Tekenreeks | Tekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens. | ||
| font-size | Geheel getal | Geheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99. | ||
| background-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. Dit element biedt ook ondersteuning voor twee extra cijfers voor transparantie, zoals #FF000080. | ||
| legend-title | Maakt het lettertype van de legendatitel op alle werkbladen op. | font-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| font-family | Tekenreeks | Tekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens. | ||
| font-size | Geheel getal | Geheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99. | ||
| filter | Maakt het hoofdtekstlettertype en de achtergrondkleur van filters op alle werkbladen op. | font-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| font-family | Tekenreeks | Tekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens. | ||
| font-size | Geheel getal | Geheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99. | ||
| background-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. Dit element biedt ook ondersteuning voor twee extra cijfers voor transparantie, zoals #FF000080. | ||
| filter-title | Maakt het lettertype van de filtertitel op alle werkbladen op. | font-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| font-family | Tekenreeks | Tekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens. | ||
| font-size | Geheel getal | Geheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99. | ||
| parameter-ctrl | Maakt het hoofdtekstlettertype en de achtergrondkleur van de parametertekst op alle werkbladen op. | font-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| font-family | Tekenreeks | Tekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens. | ||
| font-size | Geheel getal | Geheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99. | ||
| background-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. Dit element biedt ook ondersteuning voor twee extra cijfers voor transparantie, zoals #FF000080. | ||
| parameter-ctrl-title | Maakt het lettertype van de titel van het parameterbesturingselement op alle werkbladen op. | font-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| font-family | Tekenreeks | Tekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens. | ||
| font-size | Geheel getal | Geheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99. | ||
| highlighter | Maakt het hoofdtekstlettertype en de achtergrondkleur van de highlighter op alle werkbladen op. | font-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| font-family | Tekenreeks | Tekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens. | ||
| font-size | Geheel getal | Geheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99. | ||
| background-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. Dit element biedt ook ondersteuning voor twee extra cijfers voor transparantie, zoals #FF000080. | ||
| Highlighter-title | Maakt het lettertype van de titel van het highlighterbesturingselement op alle werkbladen op. | font-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| font-family | Tekenreeks | Tekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens. | ||
| font-size | Geheel getal | Geheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99. | ||
| page-ctrl-title | Maakt het lettertype van de paginakaarttitel op alle werkbladen op. | font-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| font-family | Tekenreeks | Tekenreeks met een maximale lengte van 50 tekens. | ||
| gridline | Maakt de rasterlijnen in een weergave op. | line-visibility | Tekenreeks | Tekenreeks opgegeven als on of off. |
| line-pattern | Tekenreeks | Tekenreeks opgegeven als dotted, dashed, of solid. | ||
| line-width | Geheel getal | Geheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99. | ||
| line-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. Dit element biedt ook ondersteuning voor twee extra cijfers voor transparantie, zoals #FF000080. | ||
| zeroline | Maakt de nullijn in een weergave op. | line-visibility | Tekenreeks | Tekenreeks opgegeven als on of off. |
| line-pattern | Tekenreeks | Tekenreeks opgegeven als dotted, dashed, of solid. | ||
| line-width | Geheel getal | Geheel getal met een minimumwaarde van 1 en een maximumwaarde van 99. | ||
| line-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. Dit element biedt ook ondersteuning voor twee extra cijfers voor transparantie, zoals #FF000080. | ||
| mark | Maakt de markeringskleur in een weergave op. | mark-color | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| weergave | Maakt de achtergrondkleur in een weergave op. | Tekenreeks | Tekenreeks die de opmaak van een hexadecimale kleurcode heeft, bijvoorbeeld #FF0000. |
| Syntaxis | REGEXP_REPLACE(string, pattern, replacement) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert een kopie van de opgegeven tekenreeks waarin het patroon van de reguliere expressie wordt vervangen door de vervangende tekenreeks. |
| Voorbeeld | REGEXP_REPLACE('abc 123', '\s', '-') = 'abc-123' |
| Opmerkingen | Deze functie is alleen beschikbaar voor tekstbestanden, Hadoop Hive, Google BigQuery, PostgreSQL, Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, Salesforce, Vertica, Pivotal Greenplum, Teradata (versie 14.1 en hoger), Snowflake en Oracle-databronnen. Voor Tableau-data-extracten moeten het patroon en de vervanging constanten zijn. |
| Syntaxis | REGEXP_MATCH(string, pattern) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert 'waar' als een subtekenreeks van de opgegeven tekenreeks overeenkomt met het patroon van de reguliere expressie. |
| Voorbeeld | REGEXP_MATCH('-([1234].[The.Market])-','\[\s*(\w*\.)(\w*\s*\])')=true |
| Opmerkingen | Deze functie is beschikbaar voor tekstbestanden, Google BigQuery, PostgreSQL, Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, Salesforce, Vertica, Pivotal Greenplum, Teradata (versie 14.1 en hoger), Impala 2.3.0 (via Cloudera Hadoop-databronnen), Snowflake en Oracle-databronnen. Voor Tableau-data-extracten moet het patroon een constante zijn. |
| Syntaxis | REGEXP_EXTRACT(string, pattern) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert het deel van de tekenreeks dat overeenkomt met het patroon van de reguliere expressie. |
| Voorbeeld | REGEXP_EXTRACT('abc 123', '[a-z]+\s+(\d+)') = '123' |
| Opmerkingen | Deze functie is alleen beschikbaar voor tekstbestanden, Hadoop Hive, Google BigQuery, PostgreSQL, Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, Salesforce, Vertica, Pivotal Greenplum, Teradata (versie 14.1 en hoger), Snowflake en Oracle-databronnen. Voor Tableau-data-extracten moet het patroon een constante zijn. |
| Syntaxis | REGEXP_EXTRACT_NTH(string, pattern, index) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert het deel van de tekenreeks dat overeenkomt met het patroon van de reguliere expressie. De subtekenreeks wordt afgestemd met de nde groep voor vastleggen, waarbij n de opgegeven index is. Als index 0 is, wordt de volledige tekenreeks geretourneerd. |
| Voorbeeld | REGEXP_EXTRACT_NTH('abc 123', '([a-z]+)\s+(\d+)', 2) = '123' |
| Opmerkingen | Deze functie is beschikbaar voor tekstbestanden, PostgreSQL, Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, Salesforce, Vertica, Pivotal Greenplum, Teradata (versie 14.1 en hoger) en Oracle-databronnen. Voor Tableau-data-extracten moet het patroon een constante zijn. |
| Aanwijzen met de muis | Selecteren | Menu |
![]() | ![]() | ![]() |
Dubbelklik op een bestaand veld om te beginnen met bewerken. | ![]() |
| U kunt ook dubbelklikken op een lege container of op een leeg gedeelte van een container om een nieuwe berekening te maken. | ![]() |
| Typ om de expressie bij te werken of sleep nieuwe velden naar de expressie vanuit het deelvenster Data of een andere locatie in de weergave. | ![]() |
Druk op Enter of Tab of klik buiten de expressie om de expressie door te voeren, de berekening te sluiten en de weergave bij te werken. Druk op Ctrl+Enter (of Command+Enter op een Mac) om de expressie door te voeren en de weergave bij te werken zonder de berekening te sluiten. | ![]() |
| Syntaxis | ATTR(expression) |
| Definitie | Retourneert de waarde van de expressie als deze een enkele waarde heeft voor alle rijen. Anders wordt een asterisk geretourneerd. Null-waarden worden genegeerd. |
| Syntaxis | AVG(expression) |
| Definitie | Retourneert het gemiddelde van alle waarden in de expressie. Null-waarden worden genegeerd. |
| Opmerkingen | AVG kan alleen worden gebruikt met numerieke velden. |
| Syntaxis | COLLECT(spatial) |
| Definitie | Een geaggregeerde berekening die de waarden in het argumentveld combineert. Null-waarden worden genegeerd. |
| Opmerkingen | COLLECT kan alleen worden gebruikt met ruimtelijke velden. |
| Syntaxis | CORR(expression1, expression2) |
| Uitvoer | Getal van -1 tot 1 |
| Definitie | Retourneert de coëfficiënt voor Pearson-correlatie van twee expressies. |
| Voorbeeld | example |
| Opmerkingen | De Pearson-correlatie meet de lineaire relatie tussen twee variabelen. De resultaten variëren van -1 tot en met 1, waarbij 1 staat voor een exact positief lineair verband, 0 voor geen lineair verband tussen de variantie en -1 voor een exact negatief verband. Het kwadraat van een CORR-resultaat is gelijk aan de R-kwadraatwaarde voor een lineair trendlijnmodel. Zie Voorwaarden voor trendlijnmodel. Gebruik met LOD-expressies met tabelbereik: U kunt CORR gebruiken om de correlatie in een uitgesplitste spreiding te visualiseren met gebruik van Tabelgerichte LOD-expressies. Bijvoorbeeld: {CORR(Sales, Profit)}Met een expressie op detailniveau wordt de correlatie over alle rijen uitgevoerd. Als u een formule als deze gebruikt |
| Beperkingen van de database |
Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of |
| Syntaxis | COUNT(expression) |
| Definitie | Retourneert het aantal items. Nullwaarden worden niet geteld. |
| Syntaxis | COUNTD(expression) |
| Definitie | Retourneert het aantal afzonderlijke items in een groep. Nullwaarden worden niet geteld. |
| Syntaxis | COVAR(expression1, expression2) |
| Definitie | Retourneert een voorbeeld van een covariantie van twee expressies. |
| Opmerkingen | Covariantie kwantificeert hoe twee variabelen samen veranderen. Een positieve covariantie geeft aan dat de variabelen de neiging hebben om in dezelfde richting te bewegen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer grotere waarden van de ene variabele gemiddeld overeenkomen met grotere waarden van de andere variabele. Steekproefcovariantie gebruikt het aantal niet-nietige datapunten n - 1 om de berekening van de covariantie te normaliseren, in plaats van n. N wordt gebruikt door de populatiecovariantie (beschikbaar met de functie Als De waarde van |
| Beperkingen van de database |
Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of |
| Syntaxis | COVARP(expression 1, expression2) |
| Definitie | Retourneert de covariantie van een populatie van twee expressies. |
| Opmerkingen | Covariantie kwantificeert hoe twee variabelen samen veranderen. Een positieve covariantie geeft aan dat de variabelen de neiging hebben om in dezelfde richting te bewegen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer grotere waarden van de ene variabele gemiddeld overeenkomen met grotere waarden van de andere variabele. Populatiecovariantie is steekproefcovariantie vermenigvuldigd met (n-1)/n, waarbij n het totale aantal datapunten is dat niet null is. Populatiecovariantie is de juiste keuze wanneer data beschikbaar zijn voor alle items van belang, in tegenstelling tot wanneer er slechts een willekeurige subset van items is. In dat geval is steekproefcovariantie (met de functie Als |
| Beperkingen van de database |
Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of |
| Syntaxis | MAX(expression) of MAX(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.
|
| Voorbeeld | MAX(4,7) = 7 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | MEDIAN(expression) |
| Definitie | Retourneert de mediaan van een expressie in alle records. Null-waarden worden genegeerd. |
| Opmerkingen | MEDIAN kan alleen worden gebruikt met numerieke velden. |
| Beperkingen van de database |
Voor andere typen databronnen kunt u uw data naar een extractiebestand extraheren om deze functie te gebruiken. Zie Uw data extraheren. |
| Syntaxis | MIN(expression) of MIN(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.
|
| Voorbeeld | MIN(4,7) = 4 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | PERCENTILE(expression, number) |
| Definitie | Retourneert de percentielwaarde van de opgegeven expressie die overeenkomt met het opgegeven <number>. Het <number> moet tussen 0 en 1 (inclusief) vallen en moet een numerieke constante zijn. |
| Voorbeeld | PERCENTILE([Score], 0.9) |
| Beperkingen van de database | Deze functie is beschikbaar voor de volgende databronnen: niet-verouderde Microsoft Excel- en tekstbestandverbindingen, extracten en alleen extract-databrontypen (bijvoorbeeld Google Analytics, OData of Salesforce), Sybase IQ 15.1 en latere databronnen, Oracle 10 en latere databronnen, Cloudera Hive en Hortonworks Hadoop Hive-databronnen, EXASolution 4.2 en latere databronnen. Voor andere typen databronnen kunt u uw data naar een extractiebestand extraheren om deze functie te gebruiken. Zie Uw data extraheren. |
| Syntaxis | STDEV(expression) |
| Definitie | Retourneert de statistische standaardafwijking van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een steekproef van de populatie. |
| Syntaxis | STDEVP(expression) |
| Definitie | Retourneert de statistische standaardafwijking van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een vertekende populatie. |
| Syntaxis | SUM(expression) |
| Definitie | Retourneert de som van alle waarden in de expressie. Null-waarden worden genegeerd. |
| Opmerkingen | SUM kan alleen worden gebruikt met numerieke velden. |
| Syntaxis | VAR(expression) |
| Definitie | Retourneert de statistische variantie van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een steekproef van de populatie. |
| Syntaxis | VARP(expression) |
| Definitie | Retourneert de statistische variantie van alle waarden in de gegeven expressie op basis van de gehele populatie. |
| Syntaxis | ABS(number) |
| Uitvoer | Getal (positief) |
| Definitie | Retourneert de absolute waarde van een gegeven <number>. |
| Voorbeeld | ABS(-7) = 7 Het tweede voorbeeld retourneert de absolute waarde voor alle getallen in het veld Budgetafwijking. |
| Opmerkingen | Zie ook SIGN. |
| Syntaxis | ACOS(number) |
| Uitvoer | Getal (hoek in radialen) |
| Definitie | Retourneert de arccosinus (hoek) van een gegeven <number>. |
| Voorbeeld | ACOS(-1) = 3.14159265358979 |
| Opmerkingen | De inverse functie, COS, neemt de hoek in radialen als argument en retourneert de cosinus. |
| Syntaxis | <expr1> AND <expr2> |
| Definitie | Voert een logische conjunctie uit op twee expressies. (Als beide zijden waar zijn, retourneert de logische test 'true'.) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Spring" AND "[Season] = "Fall" ’Als zowel (Seizoen = lente) als (Seizoen = herfst) tegelijkertijd ‘waar’ zijn, keer dan terug naar Het is de apocalyps en schoenen doen er niet toe'. |
| Opmerkingen | Vaak gebruikt met IF en IIF. Zie ook NOT en OR. Als beide expressies Als u een berekening maakt waarin het resultaat van een Opmerking: de operator |
| Syntaxis | AREA(Spatial Polygon, 'units') |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert het totale oppervlak van een <spatial polygon>. |
| Voorbeeld | AREA([Geometry], 'feet') |
| Opmerkingen | Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening, zoals
|
| Syntaxis | ASCII(string) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de ASCII-code voor het eerste teken in een <string>. |
| Voorbeeld | ASCII('A') = 65 |
| Opmerkingen | Dit is het omgekeerde van de functie CHAR. |
| Syntaxis | ASIN(number) |
| Uitvoer | Getal (hoek in radialen) |
| Definitie | Retourneert de arccosinus (hoek) van een gegeven <number>. |
| Voorbeeld | ASIN(1) = 1.5707963267949 |
| Opmerkingen | De inverse functie, SIN, neemt de hoek in radialen als argument en retourneert de sinus. |
| Syntaxis | ATAN(number) |
| Uitvoer | Getal (hoek in radialen) |
| Definitie | Retourneert de boogtangens (hoek) van een opgegeven <number>. |
| Voorbeeld | ATAN(180) = 1.5652408283942 |
| Opmerkingen | De inverse functie, |
| Syntaxis | ATAN2(y number, x number) |
| Uitvoer | Getal (hoek in radialen) |
| Definitie | Retourneert de boogtangens (hoek) tussen twee getallen (<y number> en <x number>). Het resultaat is in radialen. |
| Voorbeeld | ATAN2(2, 1) = 1.10714871779409 |
| Opmerkingen | Zie ook ATAN, TAN en COT. |
| Syntaxis | ATTR(expression) |
| Definitie | Retourneert de waarde van de <expression> als deze een enkele waarde heeft voor alle rijen. Anders wordt een asterisk geretourneerd. Null-waarden worden genegeerd. |
| Syntaxis | AVG(expression) |
| Definitie | Retourneert het gemiddelde van alle waarden in de <expression>. Null-waarden worden genegeerd. |
| Opmerkingen | AVG kan alleen worden gebruikt met numerieke velden. |
| Syntaxis | BUFFER(Spatial Point, distance, 'units') |
| Uitvoer | Geometrie |
| Definitie | Retourneert een veelhoek die is gecentreerd over een <spatial point> en met een straal die wordt bepaald door de waarden <distance> en <unit>. |
| Voorbeeld | BUFFER([Spatial Point Geometry], 25, 'mi') BUFFER(MAKEPOINT(47.59, -122.32), 3, 'km') |
| Opmerkingen | Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening, zoals
|
| Syntaxis | CASE <expression>
|
| Uitvoer | Hangt af van datatype van de <then>-waarden. |
| Definitie | Evalueert de |
| Voorbeeld | ‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'. |
| Opmerkingen | Gebruikt met WHEN, THEN, ELSE en END.
|
| Syntaxis | CEILING(number) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Rondt een <number> af tot het dichtstbijzijnde gehele getal met dezelfde of hogere waarde. |
| Voorbeeld | CEILING(2.1) = 3 |
| Opmerkingen | Zie ook FLOOR en ROUND. |
| Beperkingen van de database |
|
| Syntaxis | CHAR(number) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert het teken dat is gecodeerd door de ASCII-code <number>. |
| Voorbeeld | CHAR(65) = 'A' |
| Opmerkingen | Dit is het omgekeerde van de functie ASCII. |
| Syntaxis | COLLECT(spatial) |
| Definitie | Een geaggregeerde berekening die de waarden in het argumentveld combineert. Null-waarden worden genegeerd. |
| Opmerkingen | COLLECT kan alleen worden gebruikt met ruimtelijke velden. |
| Syntaxis | CONTAINS(string, substring) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert waar als de gegeven <string> de opgegeven <substring> bevat. |
| Voorbeeld | CONTAINS("Calculation", "alcu") = true |
| Opmerkingen | Zie ook de logische functie IN evenals de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies. |
| Syntaxis | CORR(expression1, expression2) |
| Uitvoer | Getal van -1 tot 1 |
| Definitie | Retourneert de coëfficiënt voor Pearson-correlatie van twee expressies. |
| Voorbeeld | example |
| Opmerkingen | De Pearson-correlatie meet de lineaire relatie tussen twee variabelen. De resultaten variëren van -1 tot en met 1, waarbij 1 staat voor een exact positief lineair verband, 0 voor geen lineair verband tussen de variantie en -1 voor een exact negatief verband. Het kwadraat van een CORR-resultaat is gelijk aan de R-kwadraatwaarde voor een lineair trendlijnmodel. Zie Voorwaarden voor trendlijnmodel. Gebruik met LOD-expressies met tabelbereik: U kunt CORR gebruiken om de correlatie in een uitgesplitste spreiding te visualiseren met gebruik van Tabelgerichte LOD-expressies. Bijvoorbeeld: {CORR(Sales, Profit)}Met een expressie op detailniveau wordt de correlatie over alle rijen uitgevoerd. Als u een formule als deze gebruikt |
| Beperkingen van de database |
Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of |
| Syntaxis | COS(number)Het getalargument is de hoek in radialen. |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de cosinus van een hoek. |
| Voorbeeld | COS(PI( ) /4) = 0.707106781186548 |
| Opmerkingen | De inverse functie, Zie ook |
| Syntaxis | COT(number)Het getalargument is de hoek in radialen. |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de cotangens van een hoek. |
| Voorbeeld | COT(PI( ) /4) = 1 |
| Opmerkingen | Zie ook ATAN, TAN en PI. |
| Syntaxis | COUNT(expression) |
| Definitie | Retourneert het aantal items. Nullwaarden worden niet geteld. |
| Syntaxis | COUNTD(expression) |
| Definitie | Retourneert het aantal afzonderlijke items in een groep. Nullwaarden worden niet geteld. |
| Syntaxis | COVAR(expression1, expression2) |
| Definitie | Retourneert een voorbeeld van een covariantie van twee expressies. |
| Opmerkingen | Covariantie kwantificeert hoe twee variabelen samen veranderen. Een positieve covariantie geeft aan dat de variabelen de neiging hebben om in dezelfde richting te bewegen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer grotere waarden van de ene variabele gemiddeld overeenkomen met grotere waarden van de andere variabele. Steekproefcovariantie gebruikt het aantal niet-nietige datapunten n - 1 om de berekening van de covariantie te normaliseren, in plaats van n. N wordt gebruikt door de populatiecovariantie (beschikbaar met de functie Als De waarde van |
| Beperkingen van de database |
Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of |
| Syntaxis | COVARP(expression 1, expression2) |
| Definitie | Retourneert de covariantie van een populatie van twee expressies. |
| Opmerkingen | Covariantie kwantificeert hoe twee variabelen samen veranderen. Een positieve covariantie geeft aan dat de variabelen de neiging hebben om in dezelfde richting te bewegen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer grotere waarden van de ene variabele gemiddeld overeenkomen met grotere waarden van de andere variabele. Populatiecovariantie is steekproefcovariantie vermenigvuldigd met (n-1)/n, waarbij n het totale aantal datapunten is dat niet null is. Populatiecovariantie is de juiste keuze wanneer data beschikbaar zijn voor alle items van belang, in tegenstelling tot wanneer er slechts een willekeurige subset van items is. In dat geval is steekproefcovariantie (met de functie Als |
| Beperkingen van de database |
Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of |
| Syntaxis | DATE(expression) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert een datum voor een opgegeven getal, tekenreeks of datum <expression>. |
| Voorbeeld | DATE([Employee Start Date]) DATE("September 22, 2018") DATE("9/22/2018")DATE(#2018-09-22 14:52#) |
| Opmerkingen | Anders dan bij
|
| Syntaxis | DATEADD(date_part, interval, date) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert de opgegeven datum met het opgegeven nummer <interval> toegevoegd aan het opgegeven ><date_part van die datum. Bijvoorbeeld door drie maanden of twaalf dagen aan een begindatum toe te voegen. |
| Voorbeeld | Verschuif alle vervaldatums met een week DATEADD('week', 1, [due date])Voeg 280 dagen toe aan de datum 20 februari 2021 DATEADD('day', 280, #2/20/21#) = #November 27, 2021# |
| Opmerkingen | Ondersteunt ISO 8601-datums. |
| Syntaxis | DATEDIFF(date_part, date1, date2, [start_of_week]) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het verschil tussen date1 en date2 uitgedrukt in eenheden van date_part. Bijvoorbeeld door de datums waarop iemand bij een band kwam en deze verliet van elkaar af te trekken om te zien hoe lang deze persoon in de band zat. |
| Voorbeeld | Aantal dagen tussen 25 maart 1986 en 20 februari 2021 DATEDIFF('day', #3/25/1986#, #2/20/2021#) = 12,751Hoeveel maanden zat iemand in een band? DATEDIFF('month', [date joined band], [date left band]) |
| Opmerkingen | Ondersteunt ISO 8601-datums. |
| Syntaxis | DATENAME(date_part, date, [start_of_week]) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert <date_part> van een datum als tekenreeks. |
| Voorbeeld | DATENAME('year', #3/25/1986#) = "1986"DATENAME('month', #1986-03-25#) = "March" |
| Opmerkingen | Ondersteunt ISO 8601-datums. Een zeer vergelijkbare berekening is DATEPART, die de waarde van het opgegeven datumgedeelte retourneert als continu geheel getal. Door de kenmerken van het resultaat van de berekening (dimensie of meetwaarde, continu of discreet) en de datumnotatie te wijzigen, kunnen de resultaten van Een inverse functie is |
| Syntaxis | DATEPARSE(date_format, date_string) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Het argument <date_format> beschrijft hoe het veld <date_string> is gerangschikt. Vanwege de verscheidenheid aan manieren waarop het tekenreeksveld kan worden geordend, moet <date_format> exact overeenkomen. Zie Een veld converteren naar een datumveld voor een volledige uitleg. |
| Voorbeeld | DATEPARSE('yyyy-MM-dd', "1986-03-25") = #March 25, 1986# |
| Opmerkingen |
Inverse functies, die datums uit elkaar halen en de waarde van hun onderdelen retourneren, zijn |
| Beperkingen van de database |
|
| Syntaxis | DATEPART(date_part, date, [start_of_week]) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert <date_part> van een datum als geheel getal. |
| Voorbeeld | DATEPART('year', #1986-03-25#) = 1986DATEPART('month', #1986-03-25#) = 3 |
| Opmerkingen | Ondersteunt ISO 8601-datums. Een zeer vergelijkbare berekening is Een inverse functie is |
| Syntaxis | DATETIME(expression) |
| Uitvoer | Datumtijd |
| Definitie | Retourneert een datumtijd op basis van een opgegeven getal, tekenreeks of datumexpressie. |
| Voorbeeld | DATETIME("April 15, 2005 07:59:00") = April 15, 2005 07:59:00 |
| Syntaxis | DATETRUNC(date_part, date, [start_of_week]) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Verkort de <date> met de nauwkeurigheid die wordt aangegeven door de <date_part>. Deze functie retourneert een nieuwe datum. Wanneer u bijvoorbeeld een datum afkapt die in het midden van de maand valt op maandniveau, retourneert deze functie de eerste dag van de maand. |
| Voorbeeld | DATETRUNC('day', #9/22/2018#) = #9/22/2018#DATETRUNC('iso-week', #9/22/2018#) = #9/17/2018#(de maandag van de week met 22-09-2018) DATETRUNC(quarter, #9/22/2018#) = #7/1/2018# (de eerste dag van het kwartaal met 22-09-2018) Let op: voor week- en iso-week komt |
| Opmerkingen | Ondersteunt ISO 8601-datums. U mag
|
| Syntaxis | DAY(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert de dag van de opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | Day(#September 22, 2018#) = 22 |
| Opmerkingen | Zie ook WEEK, MONTH, Kwartaal, YEAR, en de ISO-equivalenten |
| Syntaxis | DEGREES(number)Het getalargument is de hoek in radialen. |
| Uitvoer | Getal (graden) |
| Definitie | Converteert een hoek van radialen in graden. |
| Voorbeeld | DEGREES(PI( )/4) = 45.0 |
| Opmerkingen | De inverse functie, Zie ook |
| Syntaxis | DISTANCE(<SpatialPoint1>, <SpatialPoint2>, 'units') |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de afstandsmeting tussen twee punten in de opgegeven units. |
| Voorbeeld | DISTANCE([Origin Point],[Destination Point], 'km') |
| Opmerkingen | Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening):
|
| Beperkingen van de database | Deze functie kan alleen worden gemaakt met een live verbinding, maar blijft werken als de databron wordt omgezet naar een extract. |
| Syntaxis | DIV(integer1, integer2) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het gedeelte geheel getal van een divisiebewerking, waarin <integer1> wordt gedeeld door <integer2>. |
| Voorbeeld | DIV(11,2) = 5 |
| Syntaxis | CASE <expression>
|
| Definitie | Een optioneel onderdeel van een IF- of CASE-expressie die wordt gebruikt om een standaardwaarde op te geven die moet worden geretourneerd als geen van de geteste expressies waar is. |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' CASE [Season] |
| Opmerkingen | Gebruikt met CASE, WHEN, IF, ELSEIF, THEN en END
|
| Syntaxis | [ELSEIF <test2> THEN <then2>] |
| Definitie | Een optioneel onderdeel van een IF-expressie die wordt gebruikt om aanvullende voorwaarden te specificeren naast de initiële IF. |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' |
| Opmerkingen | Gebruikt met IF, THEN, ELSE en END
Anders dan |
| Definitie | Wordt gebruikt om een IF- of CASE-expressie af te sluiten. |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'. CASE [Season] ‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'. |
| Opmerkingen |
| Syntaxis | ENDSWITH(string, substring) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert waar als de opgegeven <string> eindigt met de opgegeven <substring>. Spaties aan het einde worden genegeerd. |
| Voorbeeld | ENDSWITH("Tableau", "leau") = true |
| Opmerkingen | Zie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies. |
| Syntaxis | EXP(number) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert e tot de macht van een gegeven <number>. |
| Voorbeeld | EXP(2) = 7.389 |
| Opmerkingen | Zie ook LN. |
| Syntaxis | FIND(string, substring, [start]) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de indexpositie van Als het optionele numerieke argument |
| Voorbeeld | FIND("Calculation", "alcu") = 2FIND("Calculation", "Computer") = 0FIND("Calculation", "a", 3) = 7FIND("Calculation", "a", 2) = 2FIND("Calculation", "a", 8) = 0 |
| Opmerkingen | Zie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies. |
| Syntaxis | FINDNTH(string, substring, occurrence) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de positie van de n-de keer dat <substring> voorkomt binnen de opgegeven <string>, waarbij n wordt gedefinieerd door het argument <occurence>. |
| Voorbeeld | FINDNTH("Calculation", "a", 2) = 7 |
| Opmerkingen |
Zie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies. |
| Syntaxis | FLOAT(expression) |
| Uitvoer | Zwevend kommagetal (decimaal) |
| Definitie | Zet het bijhorende argument om in een zwevend kommagetal. |
| Voorbeeld | FLOAT(3) = 3.000 |
| Opmerkingen | Zie ook INT, wat een geheel getal retourneert. |
| Syntaxis | FLOOR(number) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Rondt een <number> af tot het dichtstbijzijnde gehele getal met dezelfde of lagere waarde. |
| Voorbeeld | FLOOR(7.9) = 7 |
| Opmerkingen | Zie ook CEILING en ROUND. |
| Beperkingen van de database |
|
| Syntaxis | FULLNAME( ) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de volledige naam voor de huidige gebruiker. |
| Voorbeeld | FULLNAME( ) Hiermee wordt de volledige naam van de aangemelde gebruiker geretourneerd, bijvoorbeeld 'Hamlin Myrer'. [Manager] = FULLNAME( ) Als manager 'Hamlin Myrer' is aangemeld, retourneert dit voorbeeld alleen TRUE als het veld Manager in de weergave 'Hamlin Myrer' bevat. |
| Opmerkingen | Deze functie controleert:
Gebruikersfilters Wanneer een berekend veld zoals |
| Syntaxis | HEXBINX(number, number) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Wijst een x, y-coördinaat toe aan de x-coördinaat van de dichtstbijzijnde zeshoekige bin. De bins hebben een zijlengte van 1, dus de invoer moet mogelijk dienovereenkomstig worden geschaald. |
| Voorbeeld | HEXBINX([Longitude]*2.5, [Latitude]*2.5) |
| Opmerkingen | HEXBINX en HEXBINY zijn functies voor bins en tekenen bij zeshoekige bins. Zeshoekige bins zijn een efficiënte en elegante optie voor het visualiseren van data in een x/y-vlak, zoals een kaart. Omdat de bins zeshoekig zijn, benadert elke bin vrijwel een cirkel en wordt de variatie in de afstand van het datapunt tot het midden van de bin tot een minimum beperkt. Hierdoor wordt de clustering nauwkeuriger en meer informatief. |
| Syntaxis | HEXBINY(number, number) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Wijst een x, y-coördinaat toe aan de y-coördinaat van de dichtstbijzijnde zeshoekige bin. De bins hebben een zijlengte van 1, dus de invoer moet mogelijk dienovereenkomstig worden geschaald. |
| Voorbeeld | HEXBINY([Longitude]*2.5, [Latitude]*2.5) |
| Opmerkingen | Zie ook HEXBINX. |
| Syntaxis | IF <test1> THEN <then1> |
| Uitvoer | Hangt af van datatype van de <then>-waarden. |
| Definitie | Test een reeks expressies en retourneert de waarde |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'. |
| Opmerkingen |
| Syntaxis | IFNULL(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hangt af van het datatype van de <expr>-waarden. |
| Definitie | Retourneert |
| Voorbeeld | IFNULL([Assigned Room], "TBD") ’Als het veld Assigned Room niet null is, wordt de waarde ervan geretourneerd. Als het veld Assigned Room null is, wordt in plaats daarvan TBD geretourneerd'. |
| Opmerkingen | Vergelijk met ISNULL. Zie ook ZN. |
| Syntaxis | IIF(<test>, <then>, <else>, [<unknown>]) |
| Uitvoer | Hangt af van het datatype van de waarden in de expressie. |
| Definitie | Controleert of aan een voorwaarde is voldaan (<test>), en retourneert <then>als de test waar is, <else> als de test niet waar is, en een optionele waarde voor <unknown> als de test null is. Als de optionele onbekende niet is opgegeven, retourneert IIF null. |
| Voorbeeld | IIF([Season] = 'Summer', 'Sandals', 'Other footwear') ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, retourneer dan Other footwear’ IIF([Season] = 'Summer', 'Sandals', ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide waar is, retourneer dan Sneakers’. IIF('Season' = 'Summer', 'Sandals', ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van de expressies waar is, retourneer dan Sneakers’. |
| Opmerkingen |
Dat wil zeggen dat in de onderstaande berekening het resultaat Rood zal zijn en niet Oranje, omdat de expressie niet meer wordt geëvalueerd zodra A=A als ‘waar’ wordt geëvalueerd:
|
| Syntaxis | <expr1> IN <expr2> |
| Uitvoer | Booleaans (waar of onwaar) |
| Definitie | Retourneert TRUE als enige waarde in <expr1> overeenkomt met enige waarde in <expr2>. |
| Voorbeeld | SUM([Cost]) IN (1000, 15, 200) ‘Is de waarde van het veld Cost 1.000, 15, or 200?’ [Field] IN [Set] ‘Is de waarde van het veld aanwezig in de set?’ |
| Opmerkingen | De waarden in Zie ook WHEN. |
| Syntaxis | INT(expression) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Zet het argument om in een geheel getal. Deze functie kort resultaten voor expressies af tot het dichtstbijzijnde gehele getal richting nul. |
| Voorbeeld | INT(8/3) = 2 INT(-9.7) = -9 |
| Opmerkingen | Wanneer een tekenreeks wordt omgezet naar een geheel getal, wordt deze eerst omgezet naar een zwevend getal en vervolgens afgerond. Zie ook |
| Syntaxis | INTERSECTS (<geometry1>, <geometry2>) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert true of false om aan te geven of twee geometrieën elkaar in de ruimte overlappen. |
| Opmerkingen | Ondersteunde combinaties: punt/veelhoek, lijn/veelhoek en veelhoek/veelhoek. |
| Syntaxis | ISDATE(string) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert waar als een opgegeven <string> een geldige datum is. |
| Voorbeeld | ISDATE(09/22/2018) = true ISDATE(22SEP18) = false |
| Opmerkingen | Het vereiste argument moet een tekenreeks zijn. ISDATE kan niet worden gebruikt voor een veld met een type datuminformatie. Deze berekening retourneert een fout. |
| Syntaxis | ISFULLNAME("User Full Name") |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert |
| Voorbeeld | ISFULLNAME("Hamlin Myrer") |
| Opmerkingen | Het argument Deze functie controleert:
|
| Syntaxis | ISMEMBEROF("Group Name") |
| Uitvoer | Booleaanse waarde of null-waarde |
| Definitie | Retourneert |
| Voorbeeld | ISMEMBEROF('Superstars')ISMEMBEROF('domain.lan\Sales') |
| Opmerkingen | Het argument Als de gebruiker is aangemeld bij Tableau Cloud of Tableau Server, wordt het groepslidmaatschap bepaald door Tableau-groepen. De functie retourneert TRUE als de opgegeven tekenreeks 'Alle gebruikers' is De functie |
| Syntaxis | ISNULL(expression) |
| Uitvoer | Booleaans (waar of onwaar) |
| Definitie | Retourneert waar als de |
| Voorbeeld | ISNULL([Assigned Room]) ’Is het veld Assigned Room null?’ |
| Opmerkingen | Vergelijk met IFNULL. Zie ook ZN. |
| Syntaxis | ISOQUARTER(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het ISO8601-kwartaal op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | ISOQUARTER(#1986-03-25#) = 1 |
| Opmerkingen | Zie ook ISOWEEK, ISOWEEKDAY, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten. |
| Syntaxis | ISOWEEK(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert de ISO8601-week op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | ISOWEEK(#1986-03-25#) = 13 |
| Opmerkingen | Zie ook ISOWEEKDAY, ISOQUARTER, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten. |
| Syntaxis | ISOWEEKDAY(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert de ISO8601-weekdag op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | ISOWEEKDAY(#1986-03-25#) = 2 |
| Opmerkingen | Zie ook ISOWEEK, ISOQUARTER, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten |
| Syntaxis | ISOYEAR(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het jaar van de ISO8601 op weekbasis van een bepaalde datum als een geheel getal. |
| Voorbeeld | ISOYEAR(#1986-03-25#) = 1,986 |
| Opmerkingen | Zie ook ISOWEEK, ISOWEEKDAY, ISOQUARTER en de niet-ISO-equivalenten. |
| Syntaxis | ISUSERNAME("username") |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert TRUE waar als de gebruikersnaam van de huidige gebruiker overeenkomt met de opgegeven <username> of FALSE als deze niet overeenkomt. |
| Voorbeeld | ISUSERNAME("hmyrer") |
| Opmerkingen | Het argument Deze functie controleert:
|
| Syntaxis | LEFT(string, number) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert het <number> voor het aantal tekens dat het meest links in de tekenreeks staat. |
| Voorbeeld | LEFT("Matador", 4) = "Mata" |
| Opmerkingen | Zie ook MID en RIGHT. |
| Syntaxis | LEN(string) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de lengte van de <string>. |
| Voorbeeld | LEN("Matador") = 7 |
| Opmerkingen | Niet te verwarren met de ruimtelijke functie LENGTH. |
| Syntaxis | LENGTH(geometry, 'units') |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de geodetische padlengte van de lijntekenreeks of tekenreeksen in de <geometry> met behulp van de gegeven <units>. |
| Voorbeeld | LENGTH([Spatial], 'metres') |
| Opmerkingen | Het resultaat is Niet te verwarren met de tekenreeksfunctie |
| Syntaxis | LN(number) |
| Uitvoer | Getal De uitvoer is |
| Definitie | Retourneert de natuurlijke logaritme van een <number>. |
| Voorbeeld | LN(50) = 3.912023005 |
| Opmerkingen | Zie ook EXP en LOG. |
| Syntaxis | LOG(number, [base])Als het optionele basisargument niet aanwezig is, wordt basis 10 gebruikt. |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert het logaritme van een <number> voor de opgegeven <base>. |
| Voorbeeld | LOG(16,4) = 2 |
| Opmerkingen | Zie ook POWER LN. |
| Syntaxis | LOWER(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de opgegeven <string> volledig in kleine letters. |
| Voorbeeld | LOWER("ProductVersion") = "productversion" |
| Opmerkingen | Zie ook UPPER en PROPER. |
| Syntaxis | LTRIM(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de opgegeven <string> met eventuele voorloopspaties verwijderd. |
| Voorbeeld | LTRIM(" Matador ") = "Matador " |
| Opmerkingen | Zie ook RTRIM. |
| Syntaxis | MAKEDATE(year, month, day) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert een datumwaarde die is samengesteld uit de opgegeven <year>, <month> en <day>. |
| Voorbeeld | MAKEDATE(1986,3,25) = #1986-03-25# |
| Opmerkingen | Opmerking: onjuist ingevoerde waarden worden aangepast naar een datum, zoals Beschikbaar voor Tableau-data-extracten. Controleer de beschikbaarheid in andere databronnen.
|
| Syntaxis | MAKEDATETIME(date, time) |
| Uitvoer | Datumtijd |
| Definitie | Retourneert een datumtijd die <date> en een <time> combineert. De datum kan een datum, datumtijd of een tekenreeks zijn. De tijd moet een datumtijd zijn. |
| Voorbeeld | MAKEDATETIME("1899-12-30", #07:59:00#) = #12/30/1899 7:59:00 AM#MAKEDATETIME([Date], [Time]) = #1/1/2001 6:00:00 AM# |
| Opmerkingen | Deze functie is alleen beschikbaar voor met MySQL compatibele verbindingen (voor Tableau zijn dat MySQL en Amazon Aurora).
|
| Syntaxis | MAKELINE(SpatialPoint1, SpatialPoint2) |
| Uitvoer | Geometrie (lijn) |
| Definitie | Retourneert een lijnmarkering tussen twee punten |
| Voorbeeld | MAKELINE(MAKEPOINT(47.59, -122.32), MAKEPOINT(48.5, -123.1)) |
| Opmerkingen | Handig voor het maken van vertrek-bestemmingskaarten. |
| Syntaxis | MAKEPOINT(latitude, longitude, [SRID]) |
| Uitvoer | Geometrie (punt) |
| Definitie | Converteert data van de kolommen Als het optionele argument |
| Voorbeeld | MAKEPOINT(48.5, -123.1) MAKEPOINT([AirportLatitude], [AirportLongitude]) MAKEPOINT([Xcoord],[Ycoord], 3493) |
| Opmerkingen |
SRID is een ruimtelijke referentie-identificatie die ESPG-referentiesysteemcodes gebruikt om coördinatensystemen op te geven. Als SRID niet is opgegeven, wordt WGS84 aangenomen en worden parameters behandeld als breedtegraad/lengtegraad in graden. Met |
| Syntaxis | MAKETIME(hour, minute, second) |
| Uitvoer | Datumtijd |
| Definitie | Retourneert een datumwaarde die is samengesteld uit de opgegeven <hour>, <minute> en <second>. |
| Voorbeeld | MAKETIME(14, 52, 40) = #1/1/1899 14:52:40# |
| Opmerkingen | Omdat Tableau geen type tijddata ondersteunt (alleen datumtijd), is de uitvoer een datumtijd. Het datumgedeelte van het veld is 1/1/1899. Vergelijkbare functie als |
| Syntaxis | MAX(expression) of MAX(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.
|
| Voorbeeld | MAX(4,7) = 7 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | MEDIAN(expression) |
| Definitie | Retourneert de mediaan van een expressie in alle records. Null-waarden worden genegeerd. |
| Opmerkingen | MEDIAN kan alleen worden gebruikt met numerieke velden. |
| Beperkingen van de database |
Voor andere typen databronnen kunt u uw data naar een extractiebestand extraheren om deze functie te gebruiken. Zie Uw data extraheren. |
| Syntaxis | (MID(string, start, [length]) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert een tekenreeks die begint bij de opgegeven Als het optionele numerieke argument |
| Voorbeeld | MID("Calculation", 2) = "alculation"MID("Calculation", 2, 5) ="alcul" |
| Opmerkingen | Zie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies. |
| Syntaxis | MIN(expression) of MIN(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.
|
| Voorbeeld | MIN(4,7) = 4 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | MODEL_PERCENTILE(
|
| Definitie | Retourneert de waarschijnlijkheid (tussen 0 en 1) dat de verwachte waarde minder is dan of gelijk is aan de waargenomen markering, gedefinieerd door de doelexpressie en andere predictors. Dit is de posterieure voorspellende distributiefunctie, ook wel bekend als de cumulatieve distributiefunctie (CDF). |
| Voorbeeld | MODEL_PERCENTILE( SUM([Sales]),COUNT([Orders])) |
| Syntaxis | MODEL_QUANTILE(
|
| Definitie | Retourneert een numerieke doelwaarde binnen het waarschijnlijkheidsbereik dat is gedefinieerd door de doelexpressie en andere predictors bij een opgegeven kwantiel. Dit is het posterieure voorspellende kwantiel. |
| Voorbeeld | MODEL_QUANTILE(0.5, SUM([Sales]), COUNT([Orders])) |
| Syntaxis | MONTH(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert de maand van de opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | MONTH(#1986-03-25#) = 3 |
| Opmerkingen | Zie ook DAY, WEEK, Kwartaal, YEAR, en de ISO-equivalenten |
| Syntaxis | NOT <expression> |
| Uitvoer | Booleaans (waar of onwaar) |
| Definitie | Voert een logische ontkenning uit op een expressie. |
| Voorbeeld | IF NOT [Season] = "Summer" ‘Als het seizoen niet gelijk is aan Summer, retourneer dan Don't wear sandals. Zo niet, retourneer dan Wear sandals.’ |
| Opmerkingen | Vaak gebruikt met IF en IIF. Zie ook De Tableau-functies in deze referentie zijn alfabetisch gerangschikt. Klik op een letter om naar die locatie in de lijst te gaan. U kunt ook Ctrl + F (Command-F op een Mac) gebruiken om een zoekvak te openen en naar een specifieke functie te zoeken. en OR. |
| Syntaxis | NOW() |
| Uitvoer | Datumtijd |
| Definitie | Retourneert de huidige systeemdatum en -tijd. |
| Voorbeeld | NOW() = 1986-03-25 1:08:21 PM |
| Opmerkingen |
Zie ook Als de databron een live verbinding is, kunnen de systeemdatum en -tijd in een andere tijdzone liggen. Zie de Knowledgebase voor meer informatie over hoe u dit kunt aanpakken. |
| Syntaxis | <expr1> OR <expr2> |
| Uitvoer | Booleaans (waar of onwaar) |
| Definitie | Voert een logische ontkoppeling uit op twee expressies. |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Spring" OR [Season] = "Fall" ‘Als (Season = Spring) of (Season = Fall) waar is, retourneer dan Sneakers.’ |
| Opmerkingen | Vaak gebruikt met IF en IIF. Zie ook De Tableau-functies in deze referentie zijn alfabetisch gerangschikt. Klik op een letter om naar die locatie in de lijst te gaan. U kunt ook Ctrl + F (Command-F op een Mac) gebruiken om een zoekvak te openen en naar een specifieke functie te zoeken. en NOT. Als een van beide expressies Als u een berekening maakt die het resultaat weergeeft van een Opmerking: de operator |
| Syntaxis | OUTLINE(<spatial polygon>) |
| Uitvoer | Geometrie |
| Definitie | Converteert een polygoongeometrie naar lijntekenreeksen. |
| Opmerkingen | Handig voor het maken van een aparte laag voor een omtrek die anders kan worden vormgegeven dan de vulling. Ondersteunt polygonen binnen multipolygonen. |
| Syntaxis | PERCENTILE(expression, number) |
| Definitie | Retourneert de percentielwaarde van de opgegeven <expression> die overeenkomt met het opgegeven <number>. Het <number> moet tussen 0 en 1 (inclusief) vallen en moet een numerieke constante zijn. |
| Voorbeeld | PERCENTILE([Score], 0.9) |
| Beperkingen van de database | Deze functie is beschikbaar voor de volgende databronnen: niet-verouderde Microsoft Excel- en tekstbestandverbindingen, extracten en alleen extract-databrontypen (bijvoorbeeld Google Analytics, OData of Salesforce), Sybase IQ 15.1 en latere databronnen, Oracle 10 en latere databronnen, Cloudera Hive en Hortonworks Hadoop Hive-databronnen, EXASolution 4.2 en latere databronnen. Voor andere typen databronnen kunt u uw data naar een extractiebestand extraheren om deze functie te gebruiken. Zie Uw data extraheren. |
| Syntaxis | PI() |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de numerieke constante pi: 3,14159... |
| Voorbeeld | PI() = 3.14159 |
| Opmerkingen | Handig voor trigonometrische functies waarvan de invoer in radialen is. |
| Syntaxis | POWER(number, power) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Verhoogt een <number> naar de opgegeven <power>. |
| Voorbeeld | POWER(5,3) = 125 |
| Opmerkingen | U kunt ook het symbool ^ gebruiken, zoals 5^3 = POWER(5,3) = 125 |
| Syntaxis | PROPER(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de opgegeven |
| Voorbeeld | PROPER("PRODUCT name") = "Product Name"PROPER("darcy-mae") = "Darcy-Mae" |
| Opmerkingen | Spaties en niet-alfanumerieke tekens zoals leestekens worden als scheidingstekens beschouwd. |
| Syntaxis | QUARTER(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het kwartaal van de opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | QUARTER(#1986-03-25#) = 1 |
| Opmerkingen | Zie ook DAY, WEEK, MONTH, YEAR, en de ISO-equivalenten |
| Syntaxis | RADIANS(number) |
| Uitvoer | Getal (hoek in radialen) |
| Definitie | Converteert een gegeven <number> van graden naar radialen. |
| Voorbeeld | RADIANS(180) = 3.14159 |
| Opmerkingen | De inverse functie, DEGREES, neemt een hoek in radialen en retourneert de hoek in graden. |
| Syntaxis | REPLACE(string, substring, replacement |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Zoekt in een <string> naar een <substring> en vervangt dit door <replacement>. Als <substring> niet wordt gevonden, blijft de tekenreeks ongewijzigd. |
| Voorbeeld | REPLACE("Version 3.8", "3.8", "4x") = "Version 4x" |
| Opmerkingen | Zie ook REGEXP_REPLACE in de documentatie over aanvullende functies. |
| Syntaxis | RIGHT(string, number) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert het <number> voor het aantal tekens dat het meest rechts in de tekenreeks staat. |
| Voorbeeld | RIGHT("Calculation", 4) = "tion" |
| Opmerkingen | Zie ook LEFT en MID. |
| Syntaxis | ROUND(number, [decimals]) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Rondt het Het optionele argument |
| Voorbeeld | ROUND(1/3, 2) = 0.33 |
| Opmerkingen | In sommige databases, zoals SQL Server, is het mogelijk om een negatieve lengte op te geven. Hierbij rondt -1 een getal af naar tientallen, -2 naar honderdtallen, enz. Dit geldt niet voor alle databases. Voor Excel en Access geldt dit bijvoorbeeld niet.
|
| Syntaxis | RTRIM(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de opgegeven <string> met eventuele spaties achteraan verwijderd. |
| Voorbeeld | RTRIM(" Calculation ") = " Calculation" |
| Opmerkingen | Zie ook LTRIM en TRIM. |
| Syntaxis | SHAPETYPE(<geometry>) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert een tekenreeks die de structuur van de ruimtelijke geometrie beschrijft, zoals Leeg, Punt, Meerdere punten, Lijnreeks, Meerdere lijnreeksen, veelhoek, meerdere veelhoeken, Gemengd en niet-ondersteund |
| Voorbeeld | SHAPETYPE(MAKEPOINT(48.5, -123.1)) = "Point" |
| Syntaxis | SIGN(number) |
| Uitvoer | -1, 0 of 1 |
| Definitie | Retourneert het teken van een getal <number>: de mogelijke retourwaarden zijn -1 als het getal positief is, 0 als het getal nul is of 1 als het getal positief is. |
| Voorbeeld | SIGN(AVG(Profit)) = -1 |
| Opmerkingen | Zie ook ABS. |
| Syntaxis | SIN(number) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de sinus van een hoek in radialen. |
| Voorbeeld | SIN(0) = 1.0 |
| Opmerkingen | De inverse functie, Zie ook |
| Syntaxis | SPACE(number) |
| Uitvoer | Tekenreeks (en meer specifiek: alleen spaties) |
| Definitie | Retourneert een tekenreeks die bestaat uit een opgegeven aantal herhaalde spaties. |
| Voorbeeld | SPACE(2) = " " |
| Syntaxis | SPLIT(string, delimiter, token number) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert een subtekenreeks van een <string> met een <delimiter> om de tekenreeks in een reeks <tokens> te verdelen. |
| Voorbeeld | SPLIT ("a-b-c-d", "-", 2) = "b"SPLIT ("a|b|c|d", "|", -2) = "c" |
| Opmerkingen | De tekenreeks wordt geïnterpreteerd als een afwisselende reeks scheidingstekens en tokens. Dus voor de tekenreeks
Zie ook de ondersteunde REGEX in de documentatie voor extra functies. |
| Beperkingen van de database | De opdrachten Splitsen en Aangepast splitsen zijn beschikbaar voor de volgende typen databronnen: Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, tekstbestanden, PDF-bestanden, Salesforce, OData, Microsoft Azure Market Place, Google Analytics, Vertica, Oracle, MySQL, PostgreSQL, Teradata, Amazon Redshift, Aster Data, Google Big Query, Cloudera Hadoop Hive, Hortonworks Hive en Microsoft SQL Server. Sommige databronnen stellen limieten aan het splitsen van tekenreeksen. Zie de beperkingen van de SPLIT-functie later in dit onderwerp. |
| Syntaxis | SQRT(number) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de vierkantswortel van een <number>. |
| Voorbeeld | SQRT(25) = 5 |
| Opmerkingen | Zie ook SQUARE. |
| Syntaxis | SQUARE(number) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert het kwadraat van een <number>. |
| Voorbeeld | SQUARE(5) = 25 |
| Opmerkingen | Zie ook SQRT en POWER. |
| Syntaxis | STARTSWITH(string, substring) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert true als string begint met substring. Voorloopspaties worden genegeerd. |
| Voorbeeld | STARTSWITH("Matador, "Ma") = TRUE |
| Opmerkingen | Zie ook CONTAINS, evenals de ondersteunde REGEX in de documentatie voor extra functies. |
| Syntaxis | STDEV(expression) |
| Definitie | Retourneert de statistische standaardafwijking van alle waarden in de gegeven <expression> op basis van een steekproef van de populatie. |
| Syntaxis | STDEVP(expression) |
| Definitie | Retourneert de statistische standaardafwijking van alle waarden in de gegeven <expression> op basis van een vertekende populatie. |
| Syntaxis | STR(expression) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Zet het bijhorende argument om in een tekenreeks. |
| Voorbeeld | STR([ID]) |
| Syntaxis | SUM(expression) |
| Definitie | Retourneert de som van alle waarden in de <expression>. Null-waarden worden genegeerd. |
| Opmerkingen | SUM kan alleen worden gebruikt met numerieke velden. |
| Syntaxis | TAN(number)Het argument |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de tangens van een hoek. |
| Voorbeeld | TAN(PI ( )/4) = 1.0 |
| Opmerkingen | Zie ook ATAN, ATAN2,COT en PI. Om een hoek van graden naar radialen om te zetten, gebruikt u RADIANS. |
| Syntaxis | IF <test1> THEN <then1>
|
| Definitie | Een vereist onderdeel van een IF-, ELSEIF- of CASE-expressie, die wordt gebruikt om te definiëren welk resultaat moet worden geretourneerd als een specifieke waarde of test waar is. |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'. CASE [Season] ‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'. |
| Opmerkingen |
| Syntaxis | TODAY() |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert de huidige, lokale systeemdatum. |
| Voorbeeld | TODAY() = 1986-03-25 |
| Opmerkingen |
Zie ook Als de databron een live verbinding is, kan de systeemdatum in een andere tijdzone liggen. Zie de Knowledgebase voor meer informatie over hoe u dit kunt aanpakken. |
| Syntaxis | TRIM(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de gegeven <string> met de voorloop- en naloopspaties verwijderd. |
| Voorbeeld | TRIM(" Calculation ") = "Calculation" |
| Opmerkingen | Zie ook LTRIM en RTRIM. |
| Syntaxis | UPPER(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de gegeven <string> volledig in hoofdletters. |
| Voorbeeld | UPPER("Calculation") = "CALCULATION" |
| Opmerkingen | Zie ook PROPER en LOWER. |
| Syntaxis | USERDOMAIN( ) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert het domein voor de huidige gebruiker. |
| Opmerkingen | Deze functie controleert:
|
| Syntaxis | USERNAME( ) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de gebruikersnaam voor de huidige gebruiker. |
| Voorbeeld | USERNAME( ) Hiermee wordt de gebruikersnaam van de aangemelde gebruiker geretourneerd, bijvoorbeeld 'hmyrer'. [Manager] = USERNAME( ) Als manager 'hmyrer' is aangemeld, retourneert dit voorbeeld alleen TRUE als het veld Manager in de weergave 'hmyrer' bevat. |
| Opmerkingen | Deze functie controleert:
Gebruikersfilters Wanneer een berekend veld zoals |
| Syntaxis | VAR(expression) |
| Definitie | Retourneert de statistische variantie van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een steekproef van de populatie. |
| Syntaxis | VARP(expression) |
| Definitie | Retourneert de statistische variantie van alle waarden in de gegeven expressie op basis van de gehele populatie. |
| Syntaxis | WEEK(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert de week van de opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | WEEK(#1986-03-25#) = 13 |
| Opmerkingen | Zie ook DAY, MONTH, Kwartaal, YEAR, en de ISO-equivalenten |
| Syntaxis | CASE <expression> |
| Definitie | Een vereist onderdeel van een CASE-expressie. Vindt de eerste <value> die overeenkomt met <expression> en retourneert de overeenkomende <then>. |
| Voorbeeld | CASE [Season] ‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'. |
| Opmerkingen | Gebruikt met CASE, THEN, ELSE en END.
CASE <expression> De waarden die |
| Syntaxis | YEAR(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het jaar van de opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | YEAR(#1986-03-25#) = 1,986 |
| Opmerkingen | Zie ook DAY, WEEK, MONTH, Kwartaal, en de ISO-equivalenten |
| Syntaxis | ZN(expression) |
| Uitvoer | Hangt af van het datatype van de <expression> of 0. |
| Definitie | Retourneert <expression> als deze niet null is, anders wordt nul geretourneerd. |
| Voorbeeld | ZN([Test Grade]) ‘Als het toetscijfer niet null is, retourneer dan de waarde ervan. Als het toetscijfer nul is, retourneer dan 0.’ |
| Opmerkingen |
Zie ook ISNULL. |
| Syntaxis | ABS(number) |
| Uitvoer | Getal (positief) |
| Definitie | Retourneert de absolute waarde van een gegeven <number>. |
| Voorbeeld | ABS(-7) = 7 Het tweede voorbeeld retourneert de absolute waarde voor alle getallen in het veld Budgetafwijking. |
| Opmerkingen | Zie ook SIGN. |
| Syntaxis | ACOS(number) |
| Uitvoer | Getal (hoek in radialen) |
| Definitie | Retourneert de arccosinus (hoek) van een gegeven <number>. |
| Voorbeeld | ACOS(-1) = 3.14159265358979 |
| Opmerkingen | De inverse functie, COS, neemt de hoek in radialen als argument en retourneert de cosinus. |
| Syntaxis | ASIN(number) |
| Uitvoer | Getal (hoek in radialen) |
| Definitie | Retourneert de arccosinus (hoek) van een gegeven <number>. |
| Voorbeeld | ASIN(1) = 1.5707963267949 |
| Opmerkingen | De inverse functie, SIN, neemt de hoek in radialen als argument en retourneert de sinus. |
| Syntaxis | ATAN(number) |
| Uitvoer | Getal (hoek in radialen) |
| Definitie | Retourneert de boogtangens (hoek) van een opgegeven <number>. |
| Voorbeeld | ATAN(180) = 1.5652408283942 |
| Opmerkingen | De inverse functie, |
| Syntaxis | ATAN2(y number, x number) |
| Uitvoer | Getal (hoek in radialen) |
| Definitie | Retourneert de boogtangens van twee opgegeven getallen (x en y). Het resultaat is in radialen. |
| Voorbeeld | ATAN2(2, 1) = 1.10714871779409 |
| Opmerkingen | Zie ook ATAN, TAN en COT. |
| Syntaxis | CEILING(number) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Rondt een <number> af tot het dichtstbijzijnde gehele getal met dezelfde of hogere waarde. |
| Voorbeeld | CEILING(2.1) = 3 |
| Opmerkingen | Zie ook FLOOR en ROUND. |
| Beperkingen van de database |
|
| Syntaxis | COS(number)Het getalargument is de hoek in radialen. |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de cosinus van een hoek. |
| Voorbeeld | COS(PI( ) /4) = 0.707106781186548 |
| Opmerkingen | De inverse functie, Zie ook |
| Syntaxis | COT(number)Het getalargument is de hoek in radialen. |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de cotangens van een hoek. |
| Voorbeeld | COT(PI( ) /4) = 1 |
| Opmerkingen | Zie ook ATAN, TAN en PI. Om een hoek van graden naar radialen om te zetten, gebruikt u RADIANS. |
| Syntaxis | DEGREES(number)Het getalargument is de hoek in radialen. |
| Uitvoer | Getal (graden) |
| Definitie | Converteert een hoek van radialen in graden. |
| Voorbeeld | DEGREES(PI( )/4) = 45.0 |
| Opmerkingen | De inverse functie, Zie ook |
| Syntaxis | DIV(integer1, integer2) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het gedeelte geheel getal van een divisiebewerking, waarin <integer1> wordt gedeeld door <integer2>. |
| Voorbeeld | DIV(11,2) = 5 |
| Syntaxis | EXP(number) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert e tot de macht van een gegeven <number>. |
| Voorbeeld | EXP(2) = 7.389 |
| Opmerkingen | Zie ook LN. |
| Syntaxis | FLOOR(number) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Rondt een getal af tot het dichtstbijzijnde gehele <number> met dezelfde of lagere waarde. |
| Voorbeeld | FLOOR(7.9) = 7 |
| Opmerkingen | Zie ook CEILING en ROUND. |
| Beperkingen van de database |
|
| Syntaxis | HEXBINX(number, number) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Wijst een x, y-coördinaat toe aan de x-coördinaat van de dichtstbijzijnde zeshoekige bin. De bins hebben een zijlengte van 1, dus de invoer moet mogelijk dienovereenkomstig worden geschaald. |
| Voorbeeld | HEXBINX([Longitude]*2.5, [Latitude]*2.5) |
| Opmerkingen | HEXBINX en HEXBINY zijn functies voor bins en tekenen bij zeshoekige bins. Zeshoekige bins zijn een efficiënte en elegante optie voor het visualiseren van data in een x/y-vlak, zoals een kaart. Omdat de bins zeshoekig zijn, benadert elke bin vrijwel een cirkel en wordt de variatie in de afstand van het datapunt tot het midden van de bin tot een minimum beperkt. Hierdoor wordt de clustering nauwkeuriger en meer informatief. |
| Syntaxis | HEXBINY(number, number) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Wijst een x, y-coördinaat toe aan de y-coördinaat van de dichtstbijzijnde zeshoekige bin. De bins hebben een zijlengte van 1, dus de invoer moet mogelijk dienovereenkomstig worden geschaald. |
| Voorbeeld | HEXBINY([Longitude]*2.5, [Latitude]*2.5) |
| Opmerkingen | Zie ook HEXBINX. |
| Syntaxis | LN(number) |
| Uitvoer | Getal De uitvoer is |
| Definitie | Retourneert de natuurlijke logaritme van een <number>. |
| Voorbeeld | LN(50) = 3.912023005 |
| Opmerkingen | Zie ook EXP en LOG. |
| Syntaxis | LOG(number, [base])Als het optionele basisargument niet aanwezig is, wordt basis 10 gebruikt. |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de logaritme van een getal voor de opgegeven basis. |
| Voorbeeld | LOG(16,4) = 2 |
| Opmerkingen | Zie ook POWER LN. |
| Syntaxis | MAX(expression) of MAX(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.
|
| Voorbeeld | MAX(4,7) = 7 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | MIN(expression) of MIN(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.
|
| Voorbeeld | MIN(4,7) = 4 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | PI() |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de numerieke constante pi: 3,14159... |
| Voorbeeld | PI() = 3.14159 |
| Opmerkingen | Handig voor trigonometrische functies waarvan de invoer in radialen is. Zie ook RADIANS. |
| Syntaxis | POWER(number, power) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Verhoogt een <number> naar de opgegeven <power>. |
| Voorbeeld | POWER(5,3) = 125 |
| Opmerkingen | U kunt ook het symbool ^ gebruiken, zoals 5^3 = POWER(5,3) = 125 |
| Syntaxis | RADIANS(number) |
| Uitvoer | Getal (hoek in radialen) |
| Definitie | Converteert een gegeven <number> van graden naar radialen. |
| Voorbeeld | RADIANS(180) = 3.14159 |
| Opmerkingen | De inverse functie, DEGREES, neemt een hoek in radialen en retourneert de hoek in graden. |
| Syntaxis | ROUND(number, [decimals]) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Rondt een Het optionele argument |
| Voorbeeld | ROUND(1/3, 2) = 0.33 |
| Opmerkingen | Bij sommige databases, zoals SQL Server, is het mogelijk om een negatieve lengte op te geven. Hierbij rondt -1 een getal af op tientallen, -2 op honderdtallen, enzovoort. Dit geldt niet voor alle databases. Voor Excel en Access geldt dit bijvoorbeeld niet.
|
| Syntaxis | SIGN(number) |
| Uitvoer | -1, 0 of 1 |
| Definitie | Retourneert het teken van een getal <number>: de mogelijke retourwaarden zijn -1 als het getal positief is, 0 als het getal nul is of 1 als het getal positief is. |
| Voorbeeld | SIGN(AVG(Profit)) = -1 |
| Opmerkingen | Zie ook ABS. |
| Syntaxis | SIN(number)Het getalargument is de hoek in radialen. |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de sinus van een hoek. |
| Voorbeeld | SIN(0) = 1.0 |
| Opmerkingen | De inverse functie, Zie ook |
| Syntaxis | SQRT(number) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de vierkantswortel van een <number>. |
| Voorbeeld | SQRT(25) = 5 |
| Opmerkingen | Zie ook SQUARE. |
| Syntaxis | SQUARE(number) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert het kwadraat van een <number>. |
| Voorbeeld | SQUARE(5) = 25 |
| Opmerkingen | Zie ook SQRT en POWER. |
| Syntaxis | TAN(number)Het getalargument is de hoek in radialen. |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de tangens van een hoek. |
| Voorbeeld | TAN(PI ( )/4) = 1.0 |
| Opmerkingen | Zie ook ATAN, ATAN2,COT en PI. Om een hoek van graden naar radialen om te zetten, gebruikt u RADIANS. |
| Syntaxis | ZN(expression) |
| Uitvoer | Elke expressie, of 0 |
| Definitie | Retourneert de Gebruik deze functie om null-waarden te vervangen door nullen. |
| Voorbeeld | ZN(Grade) = 0 |
| Opmerkingen | Dit is een zeer nuttige functie wanneer u in een berekening velden gebruikt die mogelijk nullen bevatten. Door het veld te omgeven met ZN kunt u fouten voorkomen die ontstaan door het rekenen met nullen. |
| Syntaxis | ASCII(string) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de ASCII-code voor het eerste teken in een <string>. |
| Voorbeeld | ASCII('A') = 65 |
| Opmerkingen | Dit is het omgekeerde van de functie CHAR. |
| Syntaxis | CHAR(number) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert het teken dat is gecodeerd door de ASCII-code <number>. |
| Voorbeeld | CHAR(65) = 'A' |
| Opmerkingen | Dit is het omgekeerde van de functie ASCII. |
| Syntaxis | CONTAINS(string, substring) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert true als een gegeven tekenreeks de gespecificeerde subtekenreeks bevat. |
| Voorbeeld | CONTAINS("Calculation", "alcu") = true |
| Opmerkingen | Zie ook de logische functie Afhankelijk van de databron kan CONTAINS hoofdlettergevoelig zijn. Dus kan voor sommige databronnen de volgende situatie ontstaan: |
| Syntaxis | ENDSWITH(string, substring) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert true als de gegeven tekenreeks eindigt op de gespecificeerde subtekenreeks Spaties aan het einde worden genegeerd. |
| Voorbeeld | ENDSWITH("Tableau", "leau") = true |
| Opmerkingen | Zie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies. |
| Syntaxis | FIND(string, substring, [start]) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de indexpositie van een subtekenreeks binnen een tekenreeks, of 0 als de subtekenreeks niet is gevonden. Het eerste teken in de tekenreeks is positie 1. Als het optionele numerieke argument |
| Voorbeeld | FIND("Calculation", "alcu") = 2FIND("Calculation", "Computer") = 0FIND("Calculation", "a", 3) = 7FIND("Calculation", "a", 2) = 2FIND("Calculation", "a", 8) = 0 |
| Opmerkingen | Zie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies. |
| Syntaxis | FINDNTH(string, substring, occurrence) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de positie van de n-de keer dat een subtekenreeks voorkomt in de opgegeven tekenreeks, waarbij n wordt gedefinieerd door het argument voor het aantal instanties. |
| Voorbeeld | FINDNTH("Calculation", "a", 2) = 7 |
| Opmerkingen |
Zie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies. |
| Syntaxis | LEFT(string, number) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert het <number> voor het aantal tekens dat het meest links in de tekenreeks staat. |
| Voorbeeld | LEFT("Matador", 4) = "Mata" |
| Opmerkingen | Zie ook MID en RIGHT. |
| Syntaxis | LEN(string) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de lengte van de tekenreeks. |
| Voorbeeld | LEN("Matador") = 7 |
| Opmerkingen | Niet te verwarren met de ruimtelijke functie LENGTH. |
| Syntaxis | LOWER(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de opgegeven <string> volledig in kleine letters. |
| Voorbeeld | LOWER("ProductVersion") = "productversion" |
| Opmerkingen | Zie ook UPPER en PROPER. |
| Syntaxis | LTRIM(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de opgegeven <string> met eventuele voorloopspaties verwijderd. |
| Voorbeeld | LTRIM(" Matador ") = "Matador " |
| Opmerkingen | Zie ook RTRIM. |
| Syntaxis | MAX(expression) of MAX(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.
|
| Voorbeeld | MAX(4,7) = 7 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | (MID(string, start, [length]) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert een tekenreeks die begint bij de opgegeven Als het optionele numerieke argument |
| Voorbeeld | MID("Calculation", 2) = "alculation"MID("Calculation", 2, 5) ="alcul" |
| Opmerkingen | Zie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies. |
| Syntaxis | MIN(expression) of MIN(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.
|
| Voorbeeld | MIN(4,7) = 4 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | PROPER(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de opgegeven |
| Voorbeeld | PROPER("PRODUCT name") = "Product Name"PROPER("darcy-mae") = "Darcy-Mae" |
| Opmerkingen | Spaties en niet-alfanumerieke tekens zoals leestekens worden als scheidingstekens beschouwd. |
| Beperkingen van de database | PROPER is alleen beschikbaar voor bepaalde platte bestanden en in extracten. Als u PROPER moet gebruiken in een databron die dit niet ondersteunt, kunt u overwegen om een extract te gebruiken. |
| Syntaxis | REPLACE(string, substring, replacement |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Zoekt in een <string> naar een <substring> en vervangt dit door <replacement>. Als <substring> niet wordt gevonden, blijft de tekenreeks ongewijzigd. |
| Voorbeeld | REPLACE("Version 3.8", "3.8", "4x") = "Version 4x" |
| Opmerkingen | Zie ook REGEXP_REPLACE in de documentatie over aanvullende functies. |
| Syntaxis | RIGHT(string, number) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert het <number> voor het aantal tekens dat het meest rechts in de tekenreeks staat. |
| Voorbeeld | RIGHT("Calculation", 4) = "tion" |
| Opmerkingen | Zie ook LEFT en MID. |
| Syntaxis | RTRIM(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de opgegeven <string> met eventuele spaties achteraan verwijderd. |
| Voorbeeld | RTRIM(" Calculation ") = " Calculation" |
| Opmerkingen | Zie ook LTRIM en TRIM. |
| Syntaxis | SPACE(number) |
| Uitvoer | Tekenreeks (en meer specifiek: alleen spaties) |
| Definitie | Retourneert een tekenreeks die bestaat uit een opgegeven aantal herhaalde spaties. |
| Voorbeeld | SPACE(2) = " " |
| Syntaxis | SPLIT(string, delimiter, token number) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert een subtekenreeks van een tekenreeks, waarbij een scheidingsteken wordt gebruikt om de tekenreeks in een reeks tokens te verdelen. |
| Voorbeeld | SPLIT ("a-b-c-d", "-", 2) = "b"SPLIT ("a|b|c|d", "|", -2) = "c" |
| Opmerkingen | De tekenreeks wordt geïnterpreteerd als een afwisselende reeks scheidingstekens en tokens. Dus voor de tekenreeks
Zie ook de ondersteunde REGEX in de documentatie voor extra functies. |
| Beperkingen van de database | De opdrachten Splitsen en Aangepast splitsen zijn beschikbaar voor de volgende typen databronnen: Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, tekstbestanden, PDF-bestanden, Salesforce, OData, Microsoft Azure Market Place, Google Analytics, Vertica, Oracle, MySQL, PostgreSQL, Teradata, Amazon Redshift, Aster Data, Google Big Query, Cloudera Hadoop Hive, Hortonworks Hive en Microsoft SQL Server. Sommige databronnen stellen limieten aan het splitsen van tekenreeksen. Zie de beperkingen van de SPLIT-functie later in dit onderwerp. |
| Syntaxis | STARTSWITH(string, substring) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert true als string begint met substring. Voorloopspaties worden genegeerd. |
| Voorbeeld | STARTSWITH("Matador, "Ma") = TRUE |
| Opmerkingen | Zie ook CONTAINS, evenals de ondersteunde REGEX in de documentatie voor extra functies. |
| Syntaxis | TRIM(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de gegeven <string> met de voorloop- en naloopspaties verwijderd. |
| Voorbeeld | TRIM(" Calculation ") = "Calculation" |
| Opmerkingen | Zie ook LTRIM en RTRIM. |
| Syntaxis | UPPER(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de gegeven <string> volledig in hoofdletters. |
| Voorbeeld | UPPER("Calculation") = "CALCULATION" |
| Opmerkingen | Zie ook PROPER en LOWER. |
| Syntaxis | DATE(expression) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert een datum voor een opgegeven getal, tekenreeks of datum <expression>. |
| Voorbeeld | DATE([Employee Start Date]) DATE("September 22, 2018") DATE("9/22/2018")DATE(#2018-09-22 14:52#) |
| Opmerkingen | Anders dan bij
|
| Syntaxis | DATEADD(date_part, interval, date) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert de <date> met het opgegeven aantal <interval> toegevoegd aan de opgegeven <date_part> van die datum. Bijvoorbeeld door drie maanden of twaalf dagen aan een begindatum toe te voegen. |
| Voorbeeld | Verschuif alle vervaldatums met een week DATEADD('week', 1, [due date])Voeg 280 dagen toe aan de datum 20 februari 2021 DATEADD('day', 280, #2/20/21#) = #November 27, 2021# |
| Opmerkingen | Ondersteunt ISO 8601-datums. |
| Syntaxis | DATEDIFF(date_part, date1, date2, [start_of_week]) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het verschil tussen <date1> en <date2> uitgedrukt in eenheden van <date_part>. Bijvoorbeeld door de datums waarop iemand bij een band kwam en deze verliet van elkaar af te trekken om te zien hoe lang deze persoon in de band zat. |
| Voorbeeld | Aantal dagen tussen 25 maart 1986 en 20 februari 2021 DATEDIFF('day', #3/25/1986#, #2/20/2021#) = 12,751Hoeveel maanden zat iemand in een band? DATEDIFF('month', [date joined band], [date left band]) |
| Opmerkingen | Ondersteunt ISO 8601-datums. |
| Syntaxis | DATENAME(date_part, date, [start_of_week]) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert <date_part> van <date> als tekenreeks. |
| Voorbeeld | DATENAME('year', #3/25/1986#) = "1986"DATENAME('month', #1986-03-25#) = "March" |
| Opmerkingen | Ondersteunt ISO 8601-datums. Een zeer vergelijkbare berekening is DATEPART, die de waarde van het opgegeven datumgedeelte retourneert als continu geheel getal. Door de kenmerken van het resultaat van de berekening (dimensie of meetwaarde, continu of discreet) en de datumnotatie te wijzigen, kunnen de resultaten van Een inverse functie is DATEPARSE, die een tekenreekswaarde neemt en deze opmaakt als datum. |
| Syntaxis | DATEPARSE(date_format, date_string) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Het argument <date_format> beschrijft hoe het veld <date_string> is gerangschikt. Vanwege de verscheidenheid aan manieren waarop het tekenreeksveld kan worden geordend, moet <date_format> exact overeenkomen. Zie Een veld converteren naar een datumveld voor een volledige uitleg en informatie over notaties. |
| Voorbeeld | DATEPARSE('yyyy-MM-dd', "1986-03-25") = #March 25, 1986# |
| Opmerkingen |
Inverse functies, die datums uit elkaar halen en de waarde van hun onderdelen retourneren, zijn |
| Beperkingen van de database |
|
| Syntaxis | DATEPART(date_part, date, [start_of_week]) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert <date_part> van <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | DATEPART('year', #1986-03-25#) = 1986DATEPART('month', #1986-03-25#) = 3 |
| Opmerkingen | Ondersteunt ISO 8601-datums. Een zeer vergelijkbare berekening is Een inverse functie is |
| Syntaxis | DATETRUNC(date_part, date, [start_of_week]) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Verkort de <date> met de nauwkeurigheid die wordt aangegeven door de <date_part>. Deze functie retourneert een nieuwe datum. Wanneer u bijvoorbeeld een datum afkapt die in het midden van de maand valt op maandniveau, retourneert deze functie de eerste dag van de maand. |
| Voorbeeld | DATETRUNC('day', #9/22/2018#) = #9/22/2018#DATETRUNC('iso-week', #9/22/2018#) = #9/17/2018#(de maandag van de week met 22-09-2018) DATETRUNC(quarter, #9/22/2018#) = #7/1/2018# (de eerste dag van het kwartaal met 22-09-2018) Let op: voor week- en iso-week komt |
| Opmerkingen | Ondersteunt ISO 8601-datums. U mag
|
| Syntaxis | DAY(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert de dag van de opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | Day(#September 22, 2018#) = 22 |
| Opmerkingen | Zie ook WEEK, MONTH, QUARTER, YEAR en de ISO-equivalenten. |
| Syntaxis | ISDATE(string) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert waar als een opgegeven <string> een geldige datum is. |
| Voorbeeld | ISDATE(09/22/2018) = true ISDATE(22SEP18) = false |
| Opmerkingen | Het vereiste argument moet een tekenreeks zijn. ISDATE kan niet worden gebruikt voor een veld met een type datuminformatie. Deze berekening retourneert een fout. |
| Syntaxis | ISOQUARTER(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het ISO8601-kwartaal op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | ISOQUARTER(#1986-03-25#) = 1 |
| Opmerkingen | Zie ook ISOWEEK, ISOWEEKDAY, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten. |
| Syntaxis | ISOWEEK(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert de ISO8601-week op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | ISOWEEK(#1986-03-25#) = 13 |
| Opmerkingen | Zie ook ISOWEEKDAY, ISOQUARTER, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten. |
| Syntaxis | ISOWEEKDAY(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert de ISO8601-weekdag op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | ISOWEEKDAY(#1986-03-25#) = 2 |
| Opmerkingen | Zie ook ISOWEEK, ISOQUARTER, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten. |
| Syntaxis | ISOYEAR(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het ISO8601-jaar op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | ISOYEAR(#1986-03-25#) = 1,986 |
| Opmerkingen | Zie ook ISOWEEK, ISOWEEKDAY, ISOQUARTER en de niet-ISO-equivalenten. |
| Syntaxis | MAKEDATE(year, month, day) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert een datumwaarde die is samengesteld uit de opgegeven <year>, <month> en <day>. |
| Voorbeeld | MAKEDATE(1986,3,25) = #1986-03-25# |
| Opmerkingen | Opmerking: onjuist ingevoerde waarden worden aangepast naar een datum, zoals Beschikbaar voor Tableau-data-extracten. Controleer de beschikbaarheid in andere databronnen.
|
| Syntaxis | MAKEDATETIME(date, time) |
| Uitvoer | Datumtijd |
| Definitie | Retourneert een datumtijd die <date> en een <time> combineert. De datum kan een datum, datumtijd of een tekenreeks zijn. De tijd moet een datumtijd zijn. |
| Voorbeeld | MAKEDATETIME("1899-12-30", #07:59:00#) = #12/30/1899 7:59:00 AM#MAKEDATETIME([Date], [Time]) = #1/1/2001 6:00:00 AM# |
| Opmerkingen | Deze functie is alleen beschikbaar voor met MySQL compatibele verbindingen (voor Tableau zijn dat MySQL en Amazon Aurora).
|
| Syntaxis | MAKETIME(hour, minute, second) |
| Uitvoer | Datumtijd |
| Definitie | Retourneert een datumwaarde die is samengesteld uit de opgegeven <hour>, <minute> en <second>. |
| Voorbeeld | MAKETIME(14, 52, 40) = #1/1/1899 14:52:40# |
| Opmerkingen | Omdat Tableau geen type tijddata ondersteunt (alleen datumtijd), is de uitvoer een datumtijd. Het datumgedeelte van het veld is 1/1/1899. Vergelijkbare functie als |
| Syntaxis | MAX(expression) of MAX(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument null is. |
| Definitie | Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.
|
| Voorbeeld | MAX(4,7) = 7 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | MIN(expression) of MIN(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.
|
| Voorbeeld | MIN(4,7) = 4 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | MONTH(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert de maand van de opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | MONTH(#1986-03-25#) = 3 |
| Opmerkingen | Zie ook DAY, WEEK, QUARTER, YEAR, en de ISO-equivalenten |
| Syntaxis | NOW() |
| Uitvoer | Datumtijd |
| Definitie | Retourneert de huidige systeemdatum en -tijd. |
| Voorbeeld | NOW() = 1986-03-25 1:08:21 PM |
| Opmerkingen |
Zie ook Als de databron een live verbinding is, kunnen de systeemdatum en -tijd in een andere tijdzone liggen. Zie de Knowledgebase voor meer informatie over hoe u dit kunt aanpakken. |
| Syntaxis | QUARTER(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het kwartaal van de opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | QUARTER(#1986-03-25#) = 1 |
| Opmerkingen | Zie ook DAY, WEEK, MONTH, YEAR, en de ISO-equivalenten |
| Syntaxis | TODAY() |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert de huidige, lokale systeemdatum. |
| Voorbeeld | TODAY() = 1986-03-25 |
| Opmerkingen |
Zie ook NOW, een soortgelijke berekening die een datumtijd retourneert in plaats van een datum. Als de databron een live verbinding is, kan de systeemdatum in een andere tijdzone liggen. Zie de Knowledgebase voor meer informatie over hoe u dit kunt aanpakken. |
| Syntaxis | WEEK(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert de week van de opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | WEEK(#1986-03-25#) = 13 |
| Opmerkingen | Zie ook DAY, MONTH, QUARTER, YEAR, en de ISO-equivalenten |
| Syntaxis | YEAR(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het jaar van de opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | YEAR(#1986-03-25#) = 1,986 |
| Opmerkingen | Zie ook DAY, WEEK, MONTH, QUARTER, en de ISO-equivalenten |
| Syntaxis | <expr1> AND <expr2> |
| Definitie | Voert een logische conjunctie uit op twee expressies. (Als beide zijden waar zijn, retourneert de logische test 'true'.) |
| Uitvoer | Booleaans (waar of onwaar) |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Spring" AND "[Season] = "Fall" ’Als zowel (Season = Spring) als (Season = Fall) tegelijkertijd waar zijn, retourneer dan It's the apocalypse and footwear doesn't matter'. |
| Opmerkingen | Vaak gebruikt met IF en IIF. Zie ook NOT en OR. Als beide expressies Als u een berekening maakt waarin het resultaat van een Opmerking: de operator |
| Syntaxis | CASE <expression>
|
| Uitvoer | Hangt af van datatype van de <then>-waarden. |
| Definitie | Evalueert de |
| Voorbeeld | ‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'. |
| Opmerkingen | Gebruikt met WHEN, THEN, ELSE en END.
|
| Syntaxis | CASE <expression>
|
| Definitie | Een optioneel onderdeel van een IF- of CASE-expressie die wordt gebruikt om een standaardwaarde op te geven die moet worden geretourneerd als geen van de geteste expressies waar is. |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' CASE [Season] |
| Opmerkingen | Gebruikt met CASE, WHEN, IF, ELSEIF, THEN en END
|
| Syntaxis | [ELSEIF <test2> THEN <then2>] |
| Definitie | Een optioneel onderdeel van een IF-expressie die wordt gebruikt om aanvullende voorwaarden te specificeren naast de initiële IF. |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' |
| Opmerkingen | Gebruikt met IF, THEN, ELSE en END
Anders dan |
| Definitie | Wordt gebruikt om een IF- of CASE-expressie af te sluiten. |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'. CASE [Season] ‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'. |
| Opmerkingen |
| Syntaxis | IF <test1> THEN <then1> |
| Uitvoer | Hangt af van datatype van de <then>-waarden. |
| Definitie | Test een reeks expressies en retourneert de waarde |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'. |
| Opmerkingen |
| Syntaxis | IFNULL(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hangt af van het datatype van de <expr>-waarden. |
| Definitie | Retourneert |
| Voorbeeld | IFNULL([Assigned Room], "TBD") ’Als het veld Assigned Room niet null is, wordt de waarde ervan geretourneerd. Als het veld Assigned Room null is, wordt in plaats daarvan TBD geretourneerd'. |
| Opmerkingen | Vergelijk met ISNULL. Zie ook ZN. |
| Syntaxis | IIF(<test>, <then>, <else>, [<unknown>]) |
| Uitvoer | Hangt af van het datatype van de waarden in de expressie. |
| Definitie | Controleert of aan een voorwaarde is voldaan (<test>), en retourneert <then>als de test waar is, <else> als de test niet waar is, en een optionele waarde voor <unknown> als de test null is. Als de optionele onbekende niet is opgegeven, retourneert IIF null. |
| Voorbeeld | IIF([Season] = 'Summer', 'Sandals', 'Other footwear') ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, retourneer dan Other footwear’ IIF([Season] = 'Summer', 'Sandals', ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide waar is, retourneer dan Sneakers’. IIF('Season' = 'Summer', 'Sandals', ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van de expressies waar is, retourneer dan Sneakers’. |
| Opmerkingen |
Dat wil zeggen dat in de onderstaande berekening het resultaat Rood zal zijn en niet Oranje, omdat de expressie niet meer wordt geëvalueerd zodra A=A als ‘waar’ wordt geëvalueerd:
|
| Syntaxis | <expr1> IN <expr2> |
| Uitvoer | Booleaans (waar of onwaar) |
| Definitie | Retourneert TRUE als enige waarde in <expr1> overeenkomt met enige waarde in <expr2>. |
| Voorbeeld | SUM([Cost]) IN (1000, 15, 200) ‘Is de waarde van het veld Cost 1.000, 15, or 200?’ [Field] IN [Set] ‘Is de waarde van het veld aanwezig in de set?’ |
| Opmerkingen | De waarden in Zie ook WHEN. |
| Syntaxis | ISDATE(string) |
| Uitvoer | Booleaans (waar of onwaar) |
| Definitie | Retourneert waar als een <string> een geldige datum is. De invoerexpressie moet een tekenreeks (tekst-)veld zijn. |
| Voorbeeld | ISDATE("2018-09-22")’Is de tekenreeks 2018-09-22 een correct ingedeelde datum?’ |
| Opmerkingen | Wat als geldige datum wordt beschouwd, hangt af van de landinstelling van het systeem dat de berekening evalueert. Bijvoorbeeld: In de VS:
In het VK:
|
| Syntaxis | ISNULL(expression) |
| Uitvoer | Booleaans (waar of onwaar) |
| Definitie | Retourneert waar als de |
| Voorbeeld | ISNULL([Assigned Room]) ’Is het veld Assigned Room null?’ |
| Opmerkingen | Vergelijk met IFNULL. Zie ook ZN. |
| Syntaxis | MAX(expression) of MAX(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.
|
| Voorbeeld | MAX(4,7) = 7 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | MIN(expression) of MIN(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.
|
| Voorbeeld | MIN(4,7) = 4 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | NOT <expression> |
| Uitvoer | Booleaans (waar of onwaar) |
| Definitie | Voert een logische ontkenning uit op een expressie. |
| Voorbeeld | IF NOT [Season] = "Summer" ‘Als het seizoen niet gelijk is aan Summer, retourneer dan Don't wear sandals. Zo niet, retourneer dan Wear sandals.’ |
| Opmerkingen |
| Syntaxis | <expr1> OR <expr2> |
| Uitvoer | Booleaans (waar of onwaar) |
| Definitie | Voert een logische ontkoppeling uit op twee expressies. |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Spring" OR [Season] = "Fall" ‘Als (Season = Spring) of (Season = Fall) waar is, retourneer dan Sneakers.’ |
| Opmerkingen | Vaak gebruikt met IF en IIF. Zie ook DATE en NOT. Als een van beide expressies Als u een berekening maakt die het resultaat van een Opmerking: de operator |
| Syntaxis | IF <test1> THEN <then1>
|
| Definitie | Een vereist onderdeel van een IF-, ELSEIF- of CASE-expressie, die wordt gebruikt om te definiëren welk resultaat moet worden geretourneerd als een specifieke waarde of test waar is. |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'. CASE [Season] ‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'. |
| Opmerkingen |
| Syntaxis | CASE <expression>
|
| Definitie | Een vereist onderdeel van een CASE-expressie. Vindt de eerste <value> die overeenkomt met <expression> en retourneert de overeenkomende <then>. |
| Voorbeeld | CASE [Season] ‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'. |
| Opmerkingen | Gebruikt met CASE, THEN, ELSE en END.
CASE <expression> De waarden die |
| Syntaxis | ZN(expression) |
| Uitvoer | Hangt af van het datatype van de <expression> of 0. |
| Definitie | Retourneert <expression> als deze niet null is, anders wordt nul geretourneerd. |
| Voorbeeld | ZN([Test Grade]) ‘Als het toetscijfer niet null is, retourneer dan de waarde ervan. Als het toetscijfer nul is, retourneer dan 0.’ |
| Opmerkingen |
Zie ook ISNULL. |
| Syntaxis | ATTR(expression) |
| Definitie | Retourneert de waarde van de expressie als deze een enkele waarde heeft voor alle rijen. Anders wordt een asterisk geretourneerd. Null-waarden worden genegeerd. |
| Syntaxis | AVG(expression) |
| Definitie | Retourneert het gemiddelde van alle waarden in de expressie. Null-waarden worden genegeerd. |
| Opmerkingen | AVG kan alleen worden gebruikt met numerieke velden. |
| Syntaxis | COLLECT(spatial) |
| Definitie | Een geaggregeerde berekening die de waarden in het argumentveld combineert. Null-waarden worden genegeerd. |
| Opmerkingen | COLLECT kan alleen worden gebruikt met ruimtelijke velden. |
| Syntaxis | CORR(expression1, expression2) |
| Uitvoer | Getal van -1 tot 1 |
| Definitie | Retourneert de coëfficiënt voor Pearson-correlatie van twee expressies. |
| Voorbeeld | example |
| Opmerkingen | De Pearson-correlatie meet de lineaire relatie tussen twee variabelen. De resultaten variëren van -1 tot en met 1, waarbij 1 staat voor een exact positief lineair verband, 0 voor geen lineair verband tussen de variantie en -1 voor een exact negatief verband. Het kwadraat van een CORR-resultaat is gelijk aan de R-kwadraatwaarde voor een lineair trendlijnmodel. Zie Voorwaarden voor trendlijnmodel. Gebruik met LOD-expressies met tabelbereik: U kunt CORR gebruiken om de correlatie in een uitgesplitste spreiding te visualiseren met gebruik van Tabelgerichte LOD-expressies. Bijvoorbeeld: {CORR(Sales, Profit)}Met een expressie op detailniveau wordt de correlatie over alle rijen uitgevoerd. Als u een formule als deze gebruikt |
| Beperkingen van de database |
Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of |
| Syntaxis | COUNT(expression) |
| Definitie | Retourneert het aantal items. Nullwaarden worden niet geteld. |
| Syntaxis | COUNTD(expression) |
| Definitie | Retourneert het aantal afzonderlijke items in een groep. Nullwaarden worden niet geteld. |
| Syntaxis | COVAR(expression1, expression2) |
| Definitie | Retourneert een voorbeeld van een covariantie van twee expressies. |
| Opmerkingen | Covariantie kwantificeert hoe twee variabelen samen veranderen. Een positieve covariantie geeft aan dat de variabelen de neiging hebben om in dezelfde richting te bewegen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer grotere waarden van de ene variabele gemiddeld overeenkomen met grotere waarden van de andere variabele. Steekproefcovariantie gebruikt het aantal niet-nietige datapunten n - 1 om de berekening van de covariantie te normaliseren, in plaats van n. N wordt gebruikt door de populatiecovariantie (beschikbaar met de functie Als De waarde van |
| Beperkingen van de database |
Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of |
| Syntaxis | COVARP(expression 1, expression2) |
| Definitie | Retourneert de covariantie van een populatie van twee expressies. |
| Opmerkingen | Covariantie kwantificeert hoe twee variabelen samen veranderen. Een positieve covariantie geeft aan dat de variabelen de neiging hebben om in dezelfde richting te bewegen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer grotere waarden van de ene variabele gemiddeld overeenkomen met grotere waarden van de andere variabele. Populatiecovariantie is steekproefcovariantie vermenigvuldigd met (n-1)/n, waarbij n het totale aantal datapunten is dat niet null is. Populatiecovariantie is de juiste keuze wanneer data beschikbaar zijn voor alle items van belang, in tegenstelling tot wanneer er slechts een willekeurige subset van items is. In dat geval is steekproefcovariantie (met de functie Als |
| Beperkingen van de database |
Voor andere databronnen kunt u overwegen de data te extraheren of |
| Syntaxis | MAX(expression) of MAX(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.
|
| Voorbeeld | MAX(4,7) = 7 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | MEDIAN(expression) |
| Definitie | Retourneert de mediaan van een expressie in alle records. Null-waarden worden genegeerd. |
| Opmerkingen | MEDIAN kan alleen worden gebruikt met numerieke velden. |
| Beperkingen van de database |
Voor andere typen databronnen kunt u uw data naar een extractiebestand extraheren om deze functie te gebruiken. Zie Uw data extraheren. |
| Syntaxis | MIN(expression) of MIN(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.
|
| Voorbeeld | MIN(4,7) = 4 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | PERCENTILE(expression, number) |
| Definitie | Retourneert de percentielwaarde van de opgegeven expressie die overeenkomt met het opgegeven <number>. Het <number> moet tussen 0 en 1 (inclusief) vallen en moet een numerieke constante zijn. |
| Voorbeeld | PERCENTILE([Score], 0.9) |
| Beperkingen van de database | Deze functie is beschikbaar voor de volgende databronnen: niet-verouderde Microsoft Excel- en tekstbestandverbindingen, extracten en alleen extract-databrontypen (bijvoorbeeld Google Analytics, OData of Salesforce), Sybase IQ 15.1 en latere databronnen, Oracle 10 en latere databronnen, Cloudera Hive en Hortonworks Hadoop Hive-databronnen, EXASolution 4.2 en latere databronnen. Voor andere typen databronnen kunt u uw data naar een extractiebestand extraheren om deze functie te gebruiken. Zie Uw data extraheren. |
| Syntaxis | STDEV(expression) |
| Definitie | Retourneert de statistische standaardafwijking van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een steekproef van de populatie. |
| Syntaxis | STDEVP(expression) |
| Definitie | Retourneert de statistische standaardafwijking van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een vertekende populatie. |
| Syntaxis | SUM(expression) |
| Definitie | Retourneert de som van alle waarden in de expressie. Null-waarden worden genegeerd. |
| Opmerkingen | SUM kan alleen worden gebruikt met numerieke velden. |
| Syntaxis | VAR(expression) |
| Definitie | Retourneert de statistische variantie van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een steekproef van de populatie. |
| Syntaxis | VARP(expression) |
| Definitie | Retourneert de statistische variantie van alle waarden in de gegeven expressie op basis van de gehele populatie. |
| Syntaxis | FULLNAME( ) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de volledige naam voor de huidige gebruiker. |
| Voorbeeld | FULLNAME( ) Hiermee wordt de volledige naam van de aangemelde gebruiker geretourneerd, bijvoorbeeld 'Hamlin Myrer'. [Manager] = FULLNAME( ) Als manager 'Hamlin Myrer' is aangemeld, retourneert dit voorbeeld alleen TRUE als het veld Manager in de weergave 'Hamlin Myrer' bevat. |
| Opmerkingen | Deze functie controleert:
Gebruikersfilters Wanneer een berekend veld zoals |
| Syntaxis | ISFULLNAME("User Full Name") |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert |
| Voorbeeld | ISFULLNAME("Hamlin Myrer") |
| Opmerkingen | Het argument Deze functie controleert:
|
| Syntaxis | ISMEMBEROF("Group Name") |
| Uitvoer | Booleaanse waarde of null-waarde |
| Definitie | Retourneert |
| Voorbeeld | ISMEMBEROF('Superstars')ISMEMBEROF('domain.lan\Sales') |
| Opmerkingen | Het argument Als de gebruiker is aangemeld bij Tableau Cloud of Tableau Server, wordt het groepslidmaatschap bepaald door Tableau-groepen. De functie retourneert TRUE als de opgegeven tekenreeks 'Alle gebruikers' is De functie Als er een wijziging wordt aangebracht in het groepslidmaatschap van een gebruiker, wordt de wijziging in de gegevens die op het groepslidmaatschap zijn gebaseerd, doorgevoerd in een werkmap of weergave met een nieuwe sessie. De bestaande sessie weerspiegelt oude gegevens. |
| Syntaxis | ISUSERNAME("username") |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert TRUE als de gebruikersnaam van de huidige gebruiker overeenkomt met de opgegeven gebruikersnaam, of FALSE als deze niet overeenkomen. |
| Voorbeeld | ISUSERNAME("hmyrer") |
| Opmerkingen | Het argument Deze functie controleert:
|
| Syntaxis | USERDOMAIN( ) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert het domein voor de huidige gebruiker. |
| Opmerkingen | Deze functie controleert:
|
| Syntaxis | USERNAME( ) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de gebruikersnaam voor de huidige gebruiker. |
| Voorbeeld | USERNAME( ) Hiermee wordt de gebruikersnaam van de aangemelde gebruiker geretourneerd, bijvoorbeeld 'hmyrer'. [Manager] = USERNAME( ) Als manager 'hmyrer' is aangemeld, retourneert dit voorbeeld alleen TRUE als het veld Manager in de weergave 'hmyrer' bevat. |
| Opmerkingen | Deze functie controleert:
Gebruikersfilters Wanneer een berekend veld zoals |
| Syntaxis | USERATTRIBUTE('attribute_name') |
| Uitvoer | String of null-waarde |
| Definitie | Als Retourneert null als |
| Voorbeeld | Stel dat 'Regio' het gebruikerskenmerk is dat is opgenomen in de JWT- of SAML-respons en wordt doorgegeven aan Tableau. Als auteur van de werkmap kunt u uw visualisatie zo instellen dat de data worden gefilterd op basis van een opgegeven regio. In dat filter kunt u de volgende berekening gebruiken. [Region] = USERATTRIBUTE("Region")Wanneer Gebruiker2 uit de regio West de ingesloten visualisatie bekijkt, toont Tableau alleen de juiste data voor de regio West. |
| Opmerkingen | U kunt de functie USERATTRIBUTEINCLUDES gebruiken als u verwacht dat <'attribute_name'> meerdere waarden retourneert. |
| Syntaxis | USERATTRIBUTEINCLUDES('attribute_name', 'expected_value') |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert
Zo niet, dan wordt |
| Voorbeeld | Stel dat 'Regio' het gebruikerskenmerk is dat is opgenomen in de JWT- of SAML-respons en wordt doorgegeven aan Tableau. Als auteur van de werkmap kunt u uw visualisatie zo instellen dat de data worden gefilterd op basis van een opgegeven regio. In dat filter kunt u de volgende berekening gebruiken. USERATTRIBUTEINCLUDES('Region', [Region])Als Gebruiker2 uit de regio West toegang krijgt tot de ingesloten visualisatie, controleert Tableau of het gebruikerskenmerk Regio overeenkomt met een van de veldwaarden [Regio]. Als dit waar is, toont de visualisatie de juiste data. Wanneer Gebruiker3 uit de regio Noord dezelfde visualisatie opent, kan deze geen data zien omdat er geen overeenkomst is met de veldwaarden van [Regio]. |
| Syntaxis | RAWSQL_BOOL("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert een booleaans resultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQL_BOOL("%1 > %2", [Sales], [Profit])In het voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales] en %2 is gelijk aan [Profit]. |
| Syntaxis | RAWSQLAGG_BOOL("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert een booleaans resultaat op basis van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQLAGG_BOOL("SUM( %1) >SUM( %2)", [Sales], [Profit]) In het voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales] en %2 is gelijk aan [Profit]. |
| Syntaxis | RAWSQL_DATE("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert een datumresultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQL_DATE("%1", [Order Date])In dit voorbeeld is %1 is gelijk aan [Order Date]. |
| Syntaxis | RAWSQLAGG_DATE("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert een datumresultaat op basis van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie |
| Voorbeeld | RAWSQLAGG_DATE("MAX(%1)", [Order Date])In dit voorbeeld is %1 is gelijk aan [Order Date]. |
| Syntaxis | RAWSQL_DATETIME("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Datumtijd |
| Definitie | Retourneert een datumtijdresultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQL_DATETIME("%1", [Order Date])In dit voorbeeld is %1 is gelijk aan [Order Date]. |
| Syntaxis | RAWSQLAGG_DATETIME("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Datumtijd |
| Definitie | Retourneert een datumtijdresultaat op basis van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQLAGG_DATETIME("MIN(%1)", [Order Date])In dit voorbeeld is %1 is gelijk aan [Order Date]. |
| Syntaxis | RAWSQL_INT("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert een resultaat met geheel getal op basis van een opgegeven SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQL_INT("500 + %1", [Sales])In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales]. |
| Syntaxis | RAWSQLAGG_INT("sql_expr", [arg1,] …[argN]) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert een resultaat met geheel getal van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQLAGG_INT("500 + SUM(%1)", [Sales])In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales]. |
| Syntaxis | RAWSQL_REAL("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Numeriek |
| Definitie | Retourneert een numeriek resultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQL_REAL("-123.98 * %1", [Sales])In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales] |
| Syntaxis | RAWSQLAGG_REAL("sql_expr", [arg1,] …[argN]) |
| Uitvoer | Numeriek |
| Definitie | Retourneert een numeriek resultaat op basis van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQLAGG_REAL("SUM( %1)", [Sales])In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales]. |
| Syntaxis | RAWSQL_SPATIAL("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Ruimtelijke waarde |
| Definitie | Retourneert een ruimtelijk resultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQL_SPATIAL("%1", [Geometry])In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Geometry]. |
| Opmerking | Er is geen RAWSQLAGG-versie van deze functie. |
| Syntaxis | RAWSQL_STR("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert een tekenreeks op basis van een opgegeven SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQL_STR("%1", [Customer Name])In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Customer Name]. |
| Syntaxis | RAWSQLAGG_STR("sql_expr", [arg1,] …[argN]) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert een tekenreeks op basis van een geaggregeerde SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQLAGG_STR("AVG(%1)", [Discount])In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Discount]. |
| Syntaxis | AREA(Spatial Polygon, 'units') |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert het totale oppervlak van een <spatial polygon>. |
| Voorbeeld | AREA([Geometry], 'feet') |
| Opmerkingen | Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening, zoals
|
| Syntaxis | BUFFER(Spatial point, distance, 'units')
|
| Uitvoer | Geometrie |
| Definitie | Bij ruimtelijke punten wordt een polygoonvorm geretourneerd die is gecentreerd over een Bij lijntekenreeksen worden de polygonen berekend die worden gevormd door alle punten binnen de straalafstand van de lijntekenreeks op te nemen. Bij polygonen wordt een polygoon berekend die een 'inset' (negatieve afstand) of 'outset' (positieve afstand) is van elke gegeven polygoon. |
| Voorbeeld | BUFFER([Spatial Point Geometry], 25, 'mi') BUFFER(MAKEPOINT(47.59, -122.32), 3, 'km') BUFFER(MAKELINE(MAKEPOINT(0, 20),MAKEPOINT (30, 30)),20,'km')) |
| Opmerkingen | Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening, zoals
|
| Syntaxis | DIFFERENCE(Spatial, Spatial) |
| Uitvoer | Ruimtelijke veelhoek |
| Definitie | Berekent de delen van regio's die overblijven wanneer alle regio's in het tweede argument uit het eerste argument worden gehaald in overlappende gebieden.Verwijdert regio's uit het tweede argument in gebieden die niet overlappen. |
| Voorbeeld | DIFFERENCE(Spatial Polygon1, Spatial Polygon2) |
| Opmerkingen | Ondersteunt ruimtelijke veelhoeken en meerdere polygonen, geen ruimtelijke punten of lijnen. |
| Syntaxis | DISTANCE(SpatialPoint1, SpatialPoint2, 'units') |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de afstandsmeting tussen twee punten in de opgegeven <unit>. |
| Voorbeeld | DISTANCE([Origin Point],[Destination Point], 'km') |
| Opmerkingen | Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening, zoals
|
| Beperkingen van de database | Deze functie kan alleen worden gemaakt met een live verbinding, maar blijft werken als de databron wordt omgezet naar een extract. |
| Syntaxis | INTERSECTION (spatial, spatial) |
| Uitvoer | Veelhoek |
| Definitie | Berekent en retourneert de delen van regio's in het tweede argument die overlappen met regio's in het eerste argument. |
| Voorbeeld | SNIJPUNT (Ruimtelijke polygoon1, Ruimtelijk polygoon2) |
| Opmerkingen | Ondersteunt ruimtelijke veelhoeken en meerdere polygonen, geen ruimtelijke punten of lijnen. |
| Syntaxis | INTERSECTS (geometry1, geometry2) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert true of false om aan te geven of twee geometrieën elkaar in de ruimte overlappen. |
| Opmerkingen | Ondersteunde combinaties: punt/veelhoek, lijn/veelhoek en veelhoek/veelhoek. |
| Syntaxis | LENGTH(geometry, 'units') |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de geodetische padlengte van de lijntekenreeks of tekenreeksen in de <geometry> met behulp van de gegeven <units>. |
| Voorbeeld | LENGTH([Spatial], 'metres') |
| Opmerkingen | Het resultaat is <NaN> als het geometrie-argument geen lijntekenreeksen bevat, hoewel andere elementen wel zijn toegestaan. |
| Syntaxis | MAKELINE(SpatialPoint1, SpatialPoint2) |
| Uitvoer | Geometrie (lijn) |
| Definitie | Retourneert een lijnmarkering tussen twee punten |
| Voorbeeld | MAKELINE(MAKEPOINT(47.59, -122.32), MAKEPOINT(48.5, -123.1)) |
| Opmerkingen | Handig voor het maken van vertrek-bestemmingskaarten. |
| Syntaxis | MAKEPOINT(latitude, longitude, [SRID]) |
| Uitvoer | Geometrie (punt) |
| Definitie | Converteert data van de kolommen Als het optionele argument |
| Voorbeeld | MAKEPOINT(48.5, -123.1) MAKEPOINT([AirportLatitude], [AirportLongitude]) MAKEPOINT([Xcoord],[Ycoord], 3493) |
| Opmerkingen |
Met |
| Syntaxis | NO_CUTOUTS (spatial) |
| Uitvoer | Gecorrigeerde ruimtelijke polygoon |
| Definitie | Retourneert een gecorrigeerde ruimtelijke polygoon als voor een platte-aarde-interpretatie polygooninversies vereist zijn; anders wordt het origineel geretourneerd. |
| Opmerkingen | Voor ruimtelijke bestandsindelingen zoals Keyhole Markup Language (.kml) moeten polygoongrenzen een specifieke coördinaatrichting volgen.Als een dataset in omgekeerde richting grenzen trekt, interpreteert Tableau de buitenruimte als de vorm. |
| Syntaxis | OUTLINE(spatial polygon) |
| Uitvoer | Geometrie |
| Definitie | Converteert een polygoongeometrie naar lijntekenreeksen. |
| Opmerkingen | Handig voor het maken van een aparte laag voor een omtrek die anders kan worden vormgegeven dan de vulling. Ondersteunt polygonen binnen multipolygonen. |
| Syntaxis | PARSE_WKT (String) |
| Uitvoer | Ruimtelijk (geografie) |
| Definitie | Converteert een teksttekenreeksveld met bekende tekstrepresentaties (WKT) van geografische entiteiten (zoals punten, lijntekenreeksen of polygonen) naar een ruimtelijke waarde. |
| Opmerkingen | Er wordt aangenomen dat de coördinaten de breedte- en lengtegraad van WGS-84 gebruiken.Zie Bekende tekstweergave van geometrie voor meer informatie over WKT. |
| Syntaxis | SHAPETYPE(geometry) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert een tekenreeks die de structuur beschrijft van de ruimtelijke <geometry>, zoals Leeg (Empty), Punt (Point), Meerdere punten (MultiPoint), Lijntekenreeksen (LineString), Meerdere lijntekenreeksen (MultiLinestring), Polygoon (Polygon), Meerdere polygonen (MultiPolygon), Gemengd (Mixed) en Niet-ondersteund (Unsupported). |
| Voorbeeld | SHAPETYPE(MAKEPOINT(48.5, -123.1)) = "Point" |
| Syntaxis | SYMDIFFERENCE(spatial, spatial) |
| Uitvoer | Geometrie |
| Definitie | Berekent alle delen van regio's uit het tweede argument die overlappen met regio's in het eerste argument en verwijdert deze uit beide.Retourneert de resterende delen van regio's uit beide argumenten. |
| Voorbeeld |
|
| Syntaxis | UNION(spatial 1, [spatial 2]) |
| Uitvoer | Geometrie |
| Definitie | Combineert ruimtelijke geometrieën door aangrenzende of overlappende grenzen op te lossen in één ruimtelijke geometrie. |
| Opmerkingen | Bij gebruik met één argument ( Bij gebruik met twee argumenten ( Voor punten en lijntekenreeksen combineert |
| Syntaxis | VALIDATE(spatial geometry) |
| Uitvoer | Geometrie |
| Definitie | Bevestigt de topologische juistheid van de geometrie in uw ruimtelijke waarde.Als de waarde niet voor analyse kan worden gebruikt vanwege problemen zoals de omtrek van een polygoon die zichzelf snijdt, dan is het resultaat nul.Als de geometrie juist is, is het resultaat de oorspronkelijke geometrie. |
| Voorbeeld |
|
| Syntaxis | REGEXP_REPLACE(string, pattern, replacement) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert een kopie van de opgegeven tekenreeks waarin het patroon van de reguliere expressie wordt vervangen door de vervangende tekenreeks. |
| Voorbeeld | REGEXP_REPLACE('abc 123', '\s', '-') = 'abc-123' |
| Opmerkingen | Deze functie is alleen beschikbaar voor tekstbestanden, Hadoop Hive, Google BigQuery, PostgreSQL, Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, Salesforce, Vertica, Pivotal Greenplum, Teradata (versie 14.1 en hoger), Snowflake en Oracle-databronnen. Voor Tableau-data-extracten moeten het patroon en de vervanging constanten zijn. |
| Syntaxis | REGEXP_MATCH(string, pattern) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert 'waar' als een subtekenreeks van de opgegeven tekenreeks overeenkomt met het patroon van de reguliere expressie. |
| Voorbeeld | REGEXP_MATCH('-([1234].[The.Market])-','\[\s*(\w*\.)(\w*\s*\])')=true |
| Opmerkingen | Deze functie is beschikbaar voor tekstbestanden, Google BigQuery, PostgreSQL, Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, Salesforce, Vertica, Pivotal Greenplum, Teradata (versie 14.1 en hoger), Impala 2.3.0 (via Cloudera Hadoop-databronnen), Snowflake en Oracle-databronnen. Voor Tableau-data-extracten moet het patroon een constante zijn. |
| Syntaxis | REGEXP_EXTRACT(string, pattern) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert het deel van de tekenreeks dat overeenkomt met het patroon van de reguliere expressie. |
| Voorbeeld | REGEXP_EXTRACT('abc 123', '[a-z]+\s+(\d+)') = '123' |
| Opmerkingen | Deze functie is alleen beschikbaar voor tekstbestanden, Hadoop Hive, Google BigQuery, PostgreSQL, Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, Salesforce, Vertica, Pivotal Greenplum, Teradata (versie 14.1 en hoger), Snowflake en Oracle-databronnen. Voor Tableau-data-extracten moet het patroon een constante zijn. |
| Syntaxis | REGEXP_EXTRACT_NTH(string, pattern, index) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert het deel van de tekenreeks dat overeenkomt met het patroon van de reguliere expressie. De subtekenreeks wordt afgestemd met de nde groep voor vastleggen, waarbij n de opgegeven index is. Als index 0 is, wordt de volledige tekenreeks geretourneerd. |
| Voorbeeld | REGEXP_EXTRACT_NTH('abc 123', '([a-z]+)\s+(\d+)', 2) = '123' |
| Opmerkingen | Deze functie is beschikbaar voor tekstbestanden, PostgreSQL, Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, Salesforce, Vertica, Pivotal Greenplum, Teradata (versie 14.1 en hoger) en Oracle-databronnen. Voor Tableau-data-extracten moet het patroon een constante zijn. |
![]() | ![]() |
| Predict_Sales_City | Predict_Sales_State | Predict_Sales_Region |
MODEL_QUANTILE(0.5,sum([Sales]), | MODEL_QUANTILE(0.5,sum([Sales]), | MODEL_QUANTILE(0.5,sum([Sales]), |
| Componenten | Syntaxis | Voorbeeld |
Functies | Zie Tableau-functies (alfabetische lijst) of Tableau-functies (op categorie) voor voorbeelden van hoe u alle functies in Tableau kunt opmaken. |
|
Velden | Een veld in een berekening wordt vaak omgeven door haakjes [ ]. Zie Veldsyntaxis voor meer informatie. |
|
Operators |
Zie Syntaxis van operators voor informatie over de typen operators die u kunt gebruiken in Tableau-berekeningen en de volgorde waarin ze in een formule worden uitgevoerd. |
|
Letterlijke expressies | Numerieke letterlijke waarden worden geschreven als getallen. Letterlijke waarden voor een tekenreeks worden tussen aanhalingstekens geschreven. Letterlijke datumwaarden worden geschreven met het #-symbool. Booleaanse letterlijke waarden worden geschreven als true of false. Letterlijke null-waarden worden geschreven als null. Zie Syntaxis van letterlijke expressies voor meer informatie. |
|
Parameters | Een parameter in een berekening wordt omgeven door haakjes [ ], net als een veld. Zie Parameters maken voor meer informatie. |
|
Opmerkingen | Als u een opmerking wilt invoeren in een berekening, typt u twee schuine strepen //. Zie Opmerkingen toevoegen aan een berekening voor meer informatie. U kunt opmerkingen van meerdere regels toevoegen door /* te typen aan het begin van de opmerking en */ aan het einde ervan. |
|
| Boek-ID | Naam van boek | Serie | Jaar uitgebracht | Auteur |
| 1 | Het betoverde land achter de kleerkast | De Kronieken van Narnia | 1950 | C.S. Lewis |
| 2 | Prins Caspian | De Kronieken van Narnia | 1951 | C.S. Lewis |
| 3 | De reis van het drakenschip | De Kronieken van Narnia | 1952 | C.S. Lewis |
| 4 | De zilveren stoel | De Kronieken van Narnia | 1953 | C.S. Lewis |
| 5 | Het paard en de jongen | De Kronieken van Narnia | 1954 | C.S. Lewis |
| 6 | Het neefje van de tovenaar | De Kronieken van Narnia | 1955 | C.S. Lewis |
| 7 | Het laatste gevecht | De Kronieken van Narnia | 1956 | C.S. Lewis |
| 8 | Dochter van het Woud | Zeven Wateren | 1999 | Juliet Marillier |
| 9 | Zoon van de Schaduwen | Zeven Wateren | 2000 | Juliet Marillier |
| 10 | Kind van de Profetie | Zeven Wateren | 2001 | Juliet Marillier |
| 11 | Erfgenaam van Zeven Wateren | Zeven Wateren | 2008 | Juliet Marillier |
| 12 | Ziener van Zeven Wateren | Zeven Wateren | 2010 | Juliet Marillier |
| 13 | Vlam van Zeven Wateren | Zeven Wateren | 2012 | Juliet Marillier |
| Boek-ID | Naam van boek | Serie | Jaar uitgebracht | Auteur | Achternaam auteur |
| 1 | Het betoverde land achter de kleerkast | De Kronieken van Narnia | 1950 | C.S. Lewis | Lewis |
| 2 | Prins Caspian | De Kronieken van Narnia | 1951 | C.S. Lewis | Lewis |
| 3 | De reis van het drakenschip | De Kronieken van Narnia | 1952 | C.S. Lewis | Lewis |
| 4 | De zilveren stoel | De Kronieken van Narnia | 1953 | C.S. Lewis | Lewis |
| 5 | Het paard en de jongen | De Kronieken van Narnia | 1954 | C.S. Lewis | Lewis |
| 6 | Het neefje van de tovenaar | De Kronieken van Narnia | 1955 | C.S. Lewis | Lewis |
| 7 | Het laatste gevecht | De Kronieken van Narnia | 1956 | C.S. Lewis | Lewis |
| 8 | Dochter van het Woud | Zeven Wateren | 1999 | Juliet Marillier | Marillier |
| 9 | Zoon van de Schaduwen | Zeven Wateren | 2000 | Juliet Marillier | Marillier |
| 10 | Kind van de Profetie | Zeven Wateren | 2001 | Juliet Marillier | Marillier |
| 11 | Erfgenaam van Zeven Wateren | Zeven Wateren | 2008 | Juliet Marillier | Marillier |
| 12 | Ziener van Zeven Wateren | Zeven Wateren | 2010 | Juliet Marillier | Marillier |
| 13 | Vlam van Zeven Wateren | Zeven Wateren | 2012 | Juliet Marillier | Marillier |
| Serie | Aantal boeken in serie - op detailniveau Serie |
| De Kronieken van Narnia | 7 |
| De Kronieken van Narnia | |
| De Kronieken van Narnia | |
| De Kronieken van Narnia | |
| De Kronieken van Narnia | |
| De Kronieken van Narnia | |
| De Kronieken van Narnia | |
| Zeven Wateren | 6 |
| Zeven Wateren | |
| Zeven Wateren | |
| Zeven Wateren | |
| Zeven Wateren | |
| Zeven Wateren |
| Boek-ID | Naam van boek | Serie | Jaar uitgebracht | Auteur | Serie gelanceerd |
| 1 | Het betoverde land achter de kleerkast | De Kronieken van Narnia | 1950 | C.S. Lewis | 1950 |
| 2 | Prins Caspian | De Kronieken van Narnia | 1951 | C.S. Lewis | 1950 |
| 3 | De reis van het drakenschip | De Kronieken van Narnia | 1952 | C.S. Lewis | 1950 |
| 4 | De zilveren stoel | De Kronieken van Narnia | 1953 | C.S. Lewis | 1950 |
| 5 | Het paard en de jongen | De Kronieken van Narnia | 1954 | C.S. Lewis | 1950 |
| 6 | Het neefje van de tovenaar | De Kronieken van Narnia | 1955 | C.S. Lewis | 1950 |
| 7 | Het laatste gevecht | De Kronieken van Narnia | 1956 | C.S. Lewis | 1950 |
| 8 | Dochter van het Woud | Zeven Wateren | 1999 | Juliet Marillier | 1999 |
| 9 | Zoon van de Schaduwen | Zeven Wateren | 2000 | Juliet Marillier | 1999 |
| 10 | Kind van de Profetie | Zeven Wateren | 2001 | Juliet Marillier | 1999 |
| 11 | Erfgenaam van Zeven Wateren | Zeven Wateren | 2008 | Juliet Marillier | 1999 |
| 12 | Ziener van Zeven Wateren | Zeven Wateren | 2010 | Juliet Marillier | 1999 |
| 13 | Vlam van Zeven Wateren | Zeven Wateren | 2012 | Juliet Marillier | 1999 |
| Boek-ID | Naam van boek | Serie | Jaar uitgebracht | Auteur | Jaren sinds het vorige boek | ||
| 1 | Het betoverde land achter de kleerkast | De Kronieken van Narnia | 1950 | C.S. Lewis | NULL | ||
| 2 | Prins Caspian | De Kronieken van Narnia | 1951 | C.S. Lewis | 1951- | 1950 | 1 |
| 3 | De reis van het drakenschip | De Kronieken van Narnia | 1952 | C.S. Lewis | 1952- | 1951 | 1 |
| 4 | De zilveren stoel | De Kronieken van Narnia | 1953 | C.S. Lewis | 1953- | 1952 | 1 |
| 5 | Het paard en de jongen | De Kronieken van Narnia | 1954 | C.S. Lewis | 1954- | 1953 | 1 |
| 6 | Het neefje van de tovenaar | De Kronieken van Narnia | 1955 | C.S. Lewis | 1955- | 1954 | 1 |
| 7 | Het laatste gevecht | De Kronieken van Narnia | 1956 | C.S. Lewis | 1956- | 1955 | 1 |
| 8 | Dochter van het Woud | Zeven Wateren | 1999 | Juliet Marillier | NULL | ||
| 9 | Zoon van de Schaduwen | Zeven Wateren | 2000 | Juliet Marillier | 2000- | 1999 | 1 |
| 10 | Kind van de Profetie | Zeven Wateren | 2001 | Juliet Marillier | 2001- | 2000 | 1 |
| 11 | Erfgenaam van Zeven Wateren | Zeven Wateren | 2008 | Juliet Marillier | 2008- | 2001 | 7 |
| 12 | Ziener van Zeven Wateren | Zeven Wateren | 2010 | Juliet Marillier | 2010- | 2008 | 2 |
| 13 | Vlam van Zeven Wateren | Zeven Wateren | 2012 | Juliet Marillier | 2012- | 2010 | 2 |
| Niet gemakkelijk toegankelijk - Te veel markeringen | Toegankelijker - Geaggregeerde weergave |
|---|---|
![]() | ![]() |
|
|
| Niet gemakkelijk toegankelijk - Te weinig tekst | Toegankelijker - Beschrijvende tekst toegevoegd om context te bieden |
|---|---|
![]() | ![]() |
|
|
| Niet gemakkelijk toegankelijk - Te weinig tekst | Toegankelijker - Meer beschrijvende tekst |
|---|---|
![]() | ![]() |
|
|
| Niet gemakkelijk toegankelijk - Alleen kleur gebruikt om markeringen te onderscheiden | Toegankelijker - Kleur en vorm gebruikt om markeringen te onderscheiden |
|---|---|
![]() | ![]() |
|
|
| Type dataverhaal | Beschrijving |
Wijzigen in de loop van de tijd | Wat het doet: gebruikt een chronologie om een trend te illustreren. Discussies die worden gestart: waarom is dit gebeurd, of waarom gebeurt dit steeds weer? Wat kunnen we doen om dit te voorkomen of te bewerkstelligen? |
Meer details weergeven | Wat het doet: hiermee wordt de context gecreëerd, zodat uw doelgroep beter begrijpt wat er in een bepaalde categorie gebeurt. Discussies starten: waarom is deze persoon, plaats of zaak anders? Hoe verhoudt de prestatie van deze persoon, plaats of zaak zich tot die van anderen? |
Uitzoomen | Wat het doet: beschrijft hoe iets waar uw doelgroep om geeft, zich verhoudt tot het grotere geheel. Discussie die wordt gestart: hoe verhoudt iets waar u om geeft zich tot het grotere geheel? Welk effect heeft één gebied op het grotere geheel? |
Contrast | Wat het doet: geeft aan hoe twee of meer onderwerpen verschillen. Discussies die worden gestart: waarom zijn deze zaken anders? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat A hetzelfde presteert als B? Op welk gebied moeten we ons concentreren en op welk gebied presteren we goed? |
Kruispunten | Wat het doet: markeert belangrijke verschuivingen wanneer de ene categorie de andere inhaalt. Discussies die worden gestart: wat veroorzaakt deze verschuivingen? Zijn deze veranderingen goed of slecht? Hoe beïnvloeden deze verschuivingen andere aspecten van ons plan? |
Factoren | Wat het doet: legt een onderwerp uit door het in typen of categorieën te verdelen. Discussies die worden gestart: is er een bepaalde categorie waarop we ons meer moeten richten? In hoeverre beïnvloeden deze punten de statistieken die voor ons van belang zijn? |
Uitschieters | Wat het doet: geeft afwijkingen aan of situaties waarin dingen uitzonderlijk anders zijn. Discussies die worden gestart: waarom is deze zaak anders? |
| Voor | Na |
|---|---|
![]() | ![]() |
| Min | De minimumwaarde van het veld. |
| Max | De maximumwaarde van het veld. |
| Verschil | Het verschil tussen de minimum- en maximumwaarden van het veld. |
| Aantal (uniek) | Het aantal afzonderlijke waarden (rijen) in de data. |
| Veld | Reden voor opname |
| Levensverwachting vrouw en Levensverwachting man | Waar mensen langer leven, is de kans groter dat er mensen zijn die later in hun leven geïnteresseerd zijn in reizen. |
| Bevolking stedelijk | Het is gemakkelijker om services op de markt te brengen in gebieden met een grotere bevolkingsdichtheid. |
| Bevolking 65+ | De doelgroep bestaat uit oudere inwoners die tijd en geld hebben om te reizen. |
| TourismPerCapita | Dit is een meetwaarde die u moet maken als een benoemd berekend veld. De formule is:
Toerisme uitgaand aggregeert het geld (in Amerikaanse dollars) dat inwoners van een land/regio jaarlijks uitgeven aan internationale reizen. Maar dit totaal moet worden gedeeld door de bevolking van elk land/elke regio om het gemiddelde bedrag te bepalen dat elke inwoner uitgeeft aan internationale reizen. |
| Voor Tableau Desktop | Voor Tableau Prep Builder | Voor Tableau Server |
|---|---|---|
|
|
|
| Voor Tableau Desktop | Voor Tableau Prep Builder | Voor Tableau Server, Tableau Prep Conductor, Tableau Prep - Flow-authoring |
|---|---|---|
|
|
Als u uw connector met Prep wilt gebruiken, moet u uw taco-bestand ook aan de volgende locaties toevoegen:
|
| F4 | Start en stopt het vooruit scrollen |
| SHIFT + F4 | Start en stopt het achteruit scrollen |
| CTRL + . | Eén pagina vooruit bladeren |
| CTRL + , | Eén pagina terugbladeren |
| F4 | Start en stopt het vooruit scrollen |
| Shift-F4 | Start en stopt het achteruit scrollen |
| Command-punt | Eén pagina vooruit bladeren |
| Command-komma | Eén pagina terugbladeren |
| Gedeelte van discrete datum | Continue datumafkapping |
![]() | ![]() |
Actian Matrix* Alibaba AnalyticDB voor MySQL‡ Alibaba Data Lake Analytics‡ Alibaba MaxCompute‡ Amazon Athena‡ Amazon Aurora for MySQL‡ Amazon EMR Hadoop Hive‡ Amazon Redshift‡ Apache Drill‡ Aster Database* Azure Data Lake Storage Gen2‡ Box‡ Cloudera Hadoop‡ Databricks‡ Datorama van Salesforce‡ Denodo‡ Dremio van Dremio‡ Dropbox‡ Esri-connector‡ Exasol‡ | Google BigQuery**‡ Google BigQuery JDBC**‡ Google Cloud SQL‡ Google Drive‡ Impala‡ Kognito* Kyvos‡ Hortonworks Hadoop Hive IBM BigInsights IBM DB2‡ IBM PDA (Netezza)* Kyvos‡ MariaDB‡ MarkLogic* Microsoft Azure SQL-database‡ Microsoft Azure Synapse Analytics‡ Microsoft SQL Server‡ MonetDB* MongoDB Connector voor BI‡ MySQL‡ | OData‡ OneDrive‡ Oracle‡ Pivotal Greenplum Database‡ PostgreSQL‡ Progress OpenEdge* Presto‡ Qubole Presto‡ SAP HANA (alleen voor virtuele verbindingen)‡ SAP Sybase ASE* SAP Sybase IQ* Salesforce‡ SharePoint-lijsten‡ SingleStore (voorheen MemSQL)‡ Snowflake‡ Spark SQL‡ Teradata***‡ Vertica‡ |
Alibaba AnalyticsDB voor MySQL‡ Alibaba Data Lake Analytics‡ Amazon Athena‡ Amazon Aurora for MySQL‡ Amazon EMR Hadoop Hive‡ Amazon Redshift‡ Apache Drill‡ Azure Data Lake Storage Gen2‡ Azure Synapse Analytics (compatibel met SQL Server) Box‡ Cloudera Hadoop‡ Databricks‡ Datorama van Salesforce‡ Denodo‡ Dremio van Dremio‡ | Dropbox*‡ Esri-connector‡ Exasol‡ Google BigQuery*‡ Google Cloud SQL (compatibel met MySQL)‡§ Google Drive‡ Hortonworks Hadoop Hive Impala‡ Kyvos‡ MariaDB‡ Microsoft Azure SQL-database‡ Microsoft Azure Synapse Analytics‡ Microsoft SQL Server‡ MongoDB BI Connector‡ MySQL‡ | OData‡ OneDrive*‡ Oracle‡ Pivotal Greenplum Database‡ PostgreSQL‡ Presto‡ Qubole Presto‡ Salesforce‡ SAP HANA (alleen voor virtuele verbindingen)‡ SharePoint-lijsten‡ SingleStore (voorheen MemSQL)‡ Snowflake‡ Spark SQL‡ Teradata**‡ Vertica‡ |
Google Drive OData |
| De kleinste iframe-dimensie is ... | Deze apparaatlay-out verschijnt ... |
|---|---|
| 500 pixels of minder | Telefoon |
| Tussen 501 en 800 pixels | Tablet |
| Groter dan 800 pixels | Desktop |
| Minder toegankelijk - laag contrast | Toegankelijker - hoger contrast |
![]() | ![]() |
| Minder toegankelijk - te veel markeringen | Toegankelijker - geaggregeerde weergave |
|---|---|
![]()
| ![]() |
| Minder toegankelijk - te veel markeringen | Toegankelijker - geaggregeerde en gegroepeerde weergave |
|---|---|
![]() | ![]() |
| Minder toegankelijk - onnodige markeringen | Toegankelijker - onnodige markeringen verwijderd |
|---|---|
![]() | ![]() |
| Niet goed toegankelijk | Toegankelijker - palet Kleurenblind en vormen |
|---|---|
![]() | ![]() |
| Minder toegankelijk - te veel markeringen | Toegankelijker - minder markeringen in de weergave |
|---|---|
![]() | ![]() |
| Renner | Actie | Tijd |
|---|---|---|
| Amanda | Start | 3-9-2016, 15:04:00 uur |
| Oscar | Start | 3-9-2016, 15:04:00 uur |
| Willem | Start | 3-9-2016, 15:04:00 uur |
| Amanda | Einde | 3-9-2016, 15:25:00 uur |
| Oscar | Einde | 3-9-2016, 15:21:00 uur |
| Willem | Einde | 3-9-2016, 15:16:00 uur |
| Tableau Desktop-versie | Webversie |
|
|
| Genest | Niet-genest |
![]() | ![]() |
Bij een geneste sortering wordt elk deelvenster onafhankelijk bekeken en worden de rijen per deelvenster gesorteerd. Na de sortering staat Paars boven Groen voor Stof en Papier, maar onder Groen voor Verf. | Bij een niet-geneste sortering wordt de waarde over alle deelvensters bekeken en geldt per deelvenster dezelfde volgorde van waarden. Paars staat voor alle materialen boven Groen, omdat de waarde voor Paars in totaal groter is dan Groen. |
| Geneste sorteringen zien er correct uit binnen de context van het deelvenster, maar geven geen geaggregeerde informatie over de manier waarop de waarden zich in z'n totaliteit verhouden. | Niet-geneste sorteringen lijken in een afzonderlijk deelvenster misschien niet correct, maar geven wel consistent weer hoe de geaggregeerde waarden zich over het geheel genomen tot elkaar verhouden. |
| Sorteren vanaf een as leidt standaard tot een geneste sortering. | Sorteren vanaf een veldlabel leidt standaard tot een niet-geneste sortering. |
| Hier is elke record een dag | Hier is elke record een maand |
|
|
| Samenvattingsweergave | Detailweergave |
![]() | ![]() |
| Pictogram | Datatype |
|---|---|
![]() | Tekstwaarden (tekenreeks) |
![]() | Datumwaarden |
![]() | Datum- en tijdwaarden |
![]() | Numerieke waarden |
![]() | Booleaanse waarden (alleen relationeel) |
| Geografische waarden (gebruikt bij kaarten) |
| Groepsgewijze tabel | Individuele tabel |
![]() | ![]() |
| Fruit van databron A | Fruit van databron B | Fruit van databron C |
| Appels | Appels | Appels |
| Sinaasappels | Grapefruit | Grapefruit |
| Bananen | Sinaasappels | Sinaasappels |
| Peren | Tomaten | |
| Bananen |
| Fruit uit databron A - Bronveld | Fruit uit databron B - Doelveld | Fruit uit databron C - Doelveld |
| Appels | Appels | Appels |
| Sinaasappels | Sinaasappels | Sinaasappels |
| Bananen | Bananen |
| Aggregatie | Beschrijving | Resultaat voor de meetwaarde die 1, 2, 2 en 3 bevat |
|---|---|---|
| Kenmerk | Retourneert de waarde van de betreffende expressie als deze maar één waarde heeft voor alle rijen in de groep. Anders wordt een sterretje (*) weergegeven. Null-waarden worden genegeerd. Deze aggregatie is handig bij het aggregeren van een dimensie. Als u een meetwaarde in de weergave wilt instellen op deze aggregatie, klikt u met de rechtermuisknop (op een Mac met de Control-toets) op de meetwaarde en kiest u Kenmerk. Het veld verandert vervolgens en bevat de tekst ATTR:
| * |
| Dimensie | Retourneert alle unieke waarden in een meetwaarde of dimensie. | Drie waarden (1, 2, 3) |
| Som | Retourneert de som van de getallen in een expressie. Null-waarden worden genegeerd. | Één waarde (8) |
| Gemiddeld | Retourneert het rekenkundig gemiddelde van de getallen in een meetwaarde. Null-waarden worden genegeerd. | Één waarde (2) |
| Aantal (uniek) | Retourneert het aantal unieke waarden in een meetwaarde of dimensie. Wanneer deze aggregatie wordt toegepast op een dimensie, wordt er door Tableau een nieuwe tijdelijke kolom gemaakt die een meetwaarde is, omdat het resultaat van een aggregatie Aantal een getal is. U kunt getallen, datums, booleaanse waarden en tekenreeksen tellen. Null-waarden worden in alle gevallen genegeerd. Deze aggregatie is niet beschikbaar voor de volgende typen werkmappen:
| Één waarde (3) |
| Minimum | Retourneert het kleinste getal in een meetwaarde of continue dimensie. Null-waarden worden genegeerd. | Één waarde (1) |
| Maximum | Retourneert het grootste getal in een meetwaarde of in de betreffende expressie op basis van een steekproefpopulatie. Null-waarden worden genegeerd. Retourneert een null-waarde als er minder dan twee leden in de steekproef zijn die geen null-waarden zijn. Gebruik deze functie als uw data een steekproef van de populatie zijn. | Één waarde (3) |
| Std. Afw (pop.) | Retourneert de standaardafwijking van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een vertekende populatie. Gaat ervan uit dat de argumenten van de functie betrekking hebben op de gehele populatie. Gebruik deze functie voor grote steekproeven. | Één waarde (0,7071) |
| Variantie | Retourneert de variantie van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een steekproef. Null-waarden worden genegeerd. Retourneert een null-waarde als de steekproef minder dan twee leden bevat die geen null-waarden zijn. Gebruik deze functie als uw data een steekproef van de populatie zijn. | Één waarde (0,6667) |
| Variantie (populatie) | Retourneert de variantie van alle waarden in de gegeven expressie op basis van een vertekende populatie. Gaat ervan uit dat de argumenten van de functie betrekking hebben op de gehele populatie. Gebruik deze functie voor grote steekproeven. | Één waarde (0,5000) |
| Desaggregeren | Retourneert alle records in de onderliggende databron. Als u alle meetwaarden in de weergave wilt desaggregeren, selecteert u Meetwaarden aggregeren in het menu Analyse (om het vinkje te verwijderen). Met Tableau kunt u data in gedesaggregeerde vorm bekijken (alleen relationele databases). Wanneer data zijn gedesaggregeerd, kunt u de afzonderlijke rijen van uw databron bekijken. Nadat u bijvoorbeeld hebt ontdekt dat de som van de verkopen voor elastiekjes € 14.600 bedraagt, wilt u misschien de verdeling van de afzonderlijke verkooptransacties bekijken. Om een antwoord te krijgen op deze vraag, moet u een weergave maken waarin afzonderlijke rijen met data worden weergegeven. U moet de data dus desaggregeren (zie Data desaggregeren). Een andere manier om naar gedesaggregeerde data te kijken, is door de onderliggende data voor de gehele weergave of een deel ervan te bekijken. Zie Onderliggende data weergeven voor nadere informatie. | Vier waarden (1, 2, 2, 3) |
| Databron | Ondersteuning |
| Amazon EMR Hadoop Hive | Ondersteund in Hive 0.13 en hoger. |
| Aster Database | Ondersteund in versie 4.5 en hoger. |
| Cloudera Hadoop | Ondersteund in Hive 0.13 en hoger. |
| Cloudera Impala | Ondersteund in Impala 1.2.2 en hoger. |
| Kubussen (multidimensionale databronnen) | Niet ondersteund. |
| DataStax Enterprise | Niet ondersteund. |
| Firebird | Ondersteund in versie 2.0 en hoger. |
| Generieke ODBC | Beperkt. Afhankelijk van de specifieke databron. |
| Google BigQuery | Ondersteund voor standaard SQL, niet ondersteund voor verouderde SQL. |
| Hortonworks Hadoop Hive | Ondersteund in Hive 0.13 en hoger. In HIVE versie 1.1 zijn LOD-expressies die externe joins produceren niet betrouwbaar. Er worden externe joins gemaakt wanneer er geen expliciet veld is om een join mee te maken. Tableau maakt bijvoorbeeld een externe join voor een LOD-expressie |
| IBM DB2 | Ondersteund in versie 8.1 en hoger. |
| MarkLogic | Ondersteund in versie 7.0 en hoger. |
| Microsoft Access | Niet ondersteund. |
| Op Microsoft Jet gebaseerde verbindingen (verouderde connectors voor Microsoft Excel, Microsoft Access en tekst) | Niet ondersteund. |
| Microsoft SQL Server | SQL Server 2005 en hoger. |
| Mongo DB | Niet ondersteund. |
| IBM PDA (Netezza) | Ondersteund in versie 7.0 en hoger. |
| Oracle | Ondersteund in versie 9i en hoger. |
| Actian Matrix (ParAccel) | Ondersteund in versie 3.1 en hoger. |
| Pivotal Greenplum | Ondersteund in versie 3.1 en hoger. |
| PostgreSQL | Ondersteund in versie 7 en hoger. |
| SAP Sybase IQ | Ondersteund in versie 15.1 en hoger. |
| Splunk | Niet ondersteund. |
| Vertica | Ondersteund in versie 6.1 en hoger. |
| Uw data | Oude verbinding | Standaardverbinding |
|---|---|---|
| Lengte bestandsnaam | Staat geen verbindingen toe met een bestand waarvan de bestandsnaam langer is dan 64 tekens. | Geen lengtebeperkingen voor bestandsnamen. |
| Meerdere punten in de bestandsnaam | Staat geen verbindingen toe met een bestand waarvan de bestandsnaam meerdere punten bevat. | Geen puntbeperkingen voor bestandsnamen. |
| Aantal kolommen in het bestand | Gebruikt het aantal velden in de eerste rij om het aantal kolommen in het bestand te bepalen. | Scant het volledige bestand en gebruikt het meest voorkomende aantal velden in een rij om het aantal kolommen in het bestand te bepalen. |
| Koptekstrijen | Detecteert niet automatisch of de eerste rij in het bestand een koptekst is. Opmerking: u kunt handmatig opgeven dat de eerste rij in het bestand een koptekst is. | Detecteert automatisch of de eerste rij in het bestand een koptekst is. Opmerking: u kunt de detectie handmatig overschrijven. |
| Lege kolommen | Lege kolommen zijn zichtbaar. | Lege kolommen zijn verborgen omdat ze geen waarden bevatten. |
| Uw data | Oude verbinding | Standaardverbinding |
|---|---|---|
| Aantal tekens in de veldnaam | Veldnamen worden afgekapt tot 64 tekens. | Er zijn geen beperkingen op het aantal tekens in een veldnaam. |
| Speciale tekens in veldnamen | Speciale tekens zijn niet toegestaan in veldnamen. Speciale tekens zoals aanhalingstekens en punten worden bijvoorbeeld omgezet in nummertekens. Haakjes worden omgezet naar ronde haakjes. | Speciale tekens zijn toegestaan in veldnamen. |
| Spaties vooraan of achteraan in veldnamen | Spaties vooraan of achteraan in veldnamen zijn toegestaan. | Spaties vooraan of achteraan in veldnamen worden automatisch uit kolomnamen verwijderd. |
| Dubbele veldnamen | Bij dubbele veldnamen wordt een indexnummer aan de veldnaam toegevoegd. Bijvoorbeeld: Testscores1. | Bij dubbele veldnamen worden een spatie en een indexnummer aan de veldnaam toegevoegd. Bijvoorbeeld Testscores 1. |
| Excel-celopmaak | Ondersteunt celopmaak die is geconfigureerd met de optie Cellen opmaken in Excel. | Ondersteunt geen celopmaak die is geconfigureerd met de optie Cellen opmaken in Excel. |
| Precisie met valutawaarden | Velden die valutawaarden bevatten, worden weergegeven met een maximale precisie van vier cijfers | De valutawaarden worden nauwkeurig weergegeven. |
| Uw data | Oude verbinding | Standaardverbinding |
|---|---|---|
| Speciale tekens in bestandsnamen | Speciale tekens zijn niet toegestaan in bestandsnamen. Speciale tekens, zoals punten, worden bijvoorbeeld omgezet in getallen. | Speciale tekens zijn toegestaan. |
| Tekens in koptekstveldnamen | Verwijdert automatisch spaties vooraan de koptekstveldnamen. | Verwijdert automatisch spaties vooraan en achteraan de koptekstveldnamen. |
| Veldscheidingstekens | Herkent alleen komma's als veldscheidingstekens. Opmerking: u kunt de detectie handmatig overschrijven. | Detecteert automatisch het veldscheidingsteken. Opmerking: u kunt de detectie handmatig overschrijven. |
| Tekst tussen aanhalingstekens | Aanhalingstekens die worden gebruikt om tekstwaarden in te sluiten, blijven zichtbaar. | Aanhalingstekens die worden gebruikt om tekstwaarden in te sluiten, worden automatisch verborgen. |
| ANSI- en OEM-codepagina's | ANSI- en OEM-codepagina's worden ondersteund. | ANSI- en OEM-codepagina's worden automatisch geconverteerd, zodat ze compatibel zijn met meerdere platforms. |
| BOM-codepagina's | Ondersteunt BOM-codepagina's inconsistent. | Ondersteunt BOM-codepagina's. |
| Detectie van datatype | Oude verbinding | Standaardverbinding |
|---|---|---|
| Kolommen | Het datatype van een kolom wordt bepaald door de eerste 8 rijen.
Opmerking: nadat het datatype van een kolom in de tabel is bepaald, kan dit niet meer worden gewijzigd. | Het datatype van een kolom wordt bepaald door 95% van de eerste 10.000 rijen.
Opmerking: u kunt de detectie handmatig overschrijven. |
| Datumwaarden zonder tijd | Aan datumwaarden wordt een datetime-datatype toegewezen. | Aan datumwaarden zonder tijd wordt een date-datatype toegewezen. Aan datumwaarden met tijd wordt een datetime-datatype toegewezen. |
| Getalwaarden | Alle getalwaarden worden weergegeven als reële getallen. | Getalwaarden zonder decimalen worden weergegeven als gehele getallen. |
| Null-waarden | Als een kolom een null-waardecel bevat, wordt het datatype voor de kolom automatisch aangewezen als tekenreeks-datatype. | Null-waardecellen hebben geen invloed op de detectie van het datatype. |
| Referentiefouten of lege cellen | Als een kolom cellen met referentiefouten of lege cellen bevat, wordt de hele kolom geïnterpreteerd als een tekenreeks-datatype. | Referentiefouten of cellen zonder waarden hebben geen invloed op de detectie van het datatype. |
| Detectie van datatype overschrijven | Nadat het datatype van een kolom in de tabel is bepaald, kan dit niet meer worden gewijzigd. | Het datatype van een kolom kan worden gewijzigd na automatische detectie. |
| Precisie van tijdswaarde | De kleinste tijdseenheid is een hele seconde. | De kleinste tijdseenheid is een fractie van een seconde. |
| DecimalSymbol en CurrencyDecimalSymbol schema.ini-waarden | Zowel de schema.ini-waarden DecimalSymbol als CurrencyDecimalSymbol worden herkend. | De schema.ini-waarden DecimalSymbol en CurrencyDecimalSymbol worden herkend. Als beide waarden worden gebruikt, heeft DecimalSymbol echter voorrang. |
| Cellen opgemaakt als tekst | Het datatype van een kolom wordt gedetecteerd als een tekenreeks-datatype wanneer cellen worden opgemaakt als tekst met behulp van de optie Cellen opmaken in Excel. | Ondersteunt geen celopmaak die is geconfigureerd met de optie Cellen opmaken in Excel. |
| Pictogram | Datatype |
|---|---|
![]() | Tekstwaarden (tekenreeks) |
![]() | Datumwaarden |
![]() | Datum- en tijdwaarden |
![]() | Numerieke waarden (geheel getal of decimaal) |
![]() | Booleaanse waarden (alleen relationeel) |
| Geografische waarden (gebruikt bij kaarten) | |
![]() | Afbeeldingsrol (gebruikt met URL's voor koppelingen naar afbeeldingen) |
![]() | Clustergroep (gebruikt met Clusters in data zoeken) |
| Syntaxis | DATE(expression) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert een datum voor een opgegeven getal, tekenreeks of datum <expression>. |
| Voorbeeld | DATE([Employee Start Date]) DATE("September 22, 2018") DATE("9/22/2018")DATE(#2018-09-22 14:52#) |
| Opmerkingen | Anders dan bij
|
| Syntaxis | DATEADD(date_part, interval, date) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert de <date> met het opgegeven aantal <interval> toegevoegd aan de opgegeven <date_part> van die datum. Bijvoorbeeld door drie maanden of twaalf dagen aan een begindatum toe te voegen. |
| Voorbeeld | Verschuif alle vervaldatums met een week DATEADD('week', 1, [due date])Voeg 280 dagen toe aan de datum 20 februari 2021 DATEADD('day', 280, #2/20/21#) = #November 27, 2021# |
| Opmerkingen | Ondersteunt ISO 8601-datums. |
| Syntaxis | DATEDIFF(date_part, date1, date2, [start_of_week]) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het verschil tussen <date1> en <date2> uitgedrukt in eenheden van <date_part>. Bijvoorbeeld door de datums waarop iemand bij een band kwam en deze verliet van elkaar af te trekken om te zien hoe lang deze persoon in de band zat. |
| Voorbeeld | Aantal dagen tussen 25 maart 1986 en 20 februari 2021 DATEDIFF('day', #3/25/1986#, #2/20/2021#) = 12,751Hoeveel maanden zat iemand in een band? DATEDIFF('month', [date joined band], [date left band]) |
| Opmerkingen | Ondersteunt ISO 8601-datums. |
| Syntaxis | DATENAME(date_part, date, [start_of_week]) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert <date_part> van <date> als tekenreeks. |
| Voorbeeld | DATENAME('year', #3/25/1986#) = "1986"DATENAME('month', #1986-03-25#) = "March" |
| Opmerkingen | Ondersteunt ISO 8601-datums. Een zeer vergelijkbare berekening is DATEPART, die de waarde van het opgegeven datumgedeelte retourneert als continu geheel getal. Door de kenmerken van het resultaat van de berekening (dimensie of meetwaarde, continu of discreet) en de datumnotatie te wijzigen, kunnen de resultaten van Een inverse functie is DATEPARSE, die een tekenreekswaarde neemt en deze opmaakt als datum. |
| Syntaxis | DATEPARSE(date_format, date_string) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Het argument <date_format> beschrijft hoe het veld <date_string> is gerangschikt. Vanwege de verscheidenheid aan manieren waarop het tekenreeksveld kan worden geordend, moet <date_format> exact overeenkomen. Zie Een veld converteren naar een datumveld voor een volledige uitleg en informatie over notaties. |
| Voorbeeld | DATEPARSE('yyyy-MM-dd', "1986-03-25") = #March 25, 1986# |
| Opmerkingen |
Inverse functies, die datums uit elkaar halen en de waarde van hun onderdelen retourneren, zijn |
| Beperkingen van de database |
|
| Syntaxis | DATEPART(date_part, date, [start_of_week]) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert <date_part> van <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | DATEPART('year', #1986-03-25#) = 1986DATEPART('month', #1986-03-25#) = 3 |
| Opmerkingen | Ondersteunt ISO 8601-datums. Een zeer vergelijkbare berekening is Een inverse functie is |
| Syntaxis | DATETRUNC(date_part, date, [start_of_week]) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Verkort de <date> met de nauwkeurigheid die wordt aangegeven door de <date_part>. Deze functie retourneert een nieuwe datum. Wanneer u bijvoorbeeld een datum afkapt die in het midden van de maand valt op maandniveau, retourneert deze functie de eerste dag van de maand. |
| Voorbeeld | DATETRUNC('day', #9/22/2018#) = #9/22/2018#DATETRUNC('iso-week', #9/22/2018#) = #9/17/2018#(de maandag van de week met 22-09-2018) DATETRUNC(quarter, #9/22/2018#) = #7/1/2018# (de eerste dag van het kwartaal met 22-09-2018) Let op: voor week- en iso-week komt |
| Opmerkingen | Ondersteunt ISO 8601-datums. U mag
|
| Syntaxis | DAY(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert de dag van de opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | Day(#September 22, 2018#) = 22 |
| Opmerkingen | Zie ook WEEK, MONTH, QUARTER, YEAR en de ISO-equivalenten. |
| Syntaxis | ISDATE(string) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert waar als een opgegeven <string> een geldige datum is. |
| Voorbeeld | ISDATE(09/22/2018) = true ISDATE(22SEP18) = false |
| Opmerkingen | Het vereiste argument moet een tekenreeks zijn. ISDATE kan niet worden gebruikt voor een veld met een type datuminformatie. Deze berekening retourneert een fout. |
| Syntaxis | ISOQUARTER(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het ISO8601-kwartaal op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | ISOQUARTER(#1986-03-25#) = 1 |
| Opmerkingen | Zie ook ISOWEEK, ISOWEEKDAY, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten. |
| Syntaxis | ISOWEEK(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert de ISO8601-week op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | ISOWEEK(#1986-03-25#) = 13 |
| Opmerkingen | Zie ook ISOWEEKDAY, ISOQUARTER, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten. |
| Syntaxis | ISOWEEKDAY(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert de ISO8601-weekdag op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | ISOWEEKDAY(#1986-03-25#) = 2 |
| Opmerkingen | Zie ook ISOWEEK, ISOQUARTER, ISOYEAR en de niet-ISO-equivalenten. |
| Syntaxis | ISOYEAR(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het ISO8601-jaar op weekbasis van een opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | ISOYEAR(#1986-03-25#) = 1,986 |
| Opmerkingen | Zie ook ISOWEEK, ISOWEEKDAY, ISOQUARTER en de niet-ISO-equivalenten. |
| Syntaxis | MAKEDATE(year, month, day) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert een datumwaarde die is samengesteld uit de opgegeven <year>, <month> en <day>. |
| Voorbeeld | MAKEDATE(1986,3,25) = #1986-03-25# |
| Opmerkingen | Opmerking: onjuist ingevoerde waarden worden aangepast naar een datum, zoals Beschikbaar voor Tableau-data-extracten. Controleer de beschikbaarheid in andere databronnen.
|
| Syntaxis | MAKEDATETIME(date, time) |
| Uitvoer | Datumtijd |
| Definitie | Retourneert een datumtijd die <date> en een <time> combineert. De datum kan een datum, datumtijd of een tekenreeks zijn. De tijd moet een datumtijd zijn. |
| Voorbeeld | MAKEDATETIME("1899-12-30", #07:59:00#) = #12/30/1899 7:59:00 AM#MAKEDATETIME([Date], [Time]) = #1/1/2001 6:00:00 AM# |
| Opmerkingen | Deze functie is alleen beschikbaar voor met MySQL compatibele verbindingen (voor Tableau zijn dat MySQL en Amazon Aurora).
|
| Syntaxis | MAKETIME(hour, minute, second) |
| Uitvoer | Datumtijd |
| Definitie | Retourneert een datumwaarde die is samengesteld uit de opgegeven <hour>, <minute> en <second>. |
| Voorbeeld | MAKETIME(14, 52, 40) = #1/1/1899 14:52:40# |
| Opmerkingen | Omdat Tableau geen type tijddata ondersteunt (alleen datumtijd), is de uitvoer een datumtijd. Het datumgedeelte van het veld is 1/1/1899. Vergelijkbare functie als |
| Syntaxis | MAX(expression) of MAX(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument null is. |
| Definitie | Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.
|
| Voorbeeld | MAX(4,7) = 7 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | MIN(expression) of MIN(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.
|
| Voorbeeld | MIN(4,7) = 4 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | MONTH(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert de maand van de opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | MONTH(#1986-03-25#) = 3 |
| Opmerkingen | Zie ook DAY, WEEK, QUARTER, YEAR, en de ISO-equivalenten |
| Syntaxis | NOW() |
| Uitvoer | Datumtijd |
| Definitie | Retourneert de huidige systeemdatum en -tijd. |
| Voorbeeld | NOW() = 1986-03-25 1:08:21 PM |
| Opmerkingen |
Zie ook Als de databron een live verbinding is, kunnen de systeemdatum en -tijd in een andere tijdzone liggen. Zie de Knowledgebase voor meer informatie over hoe u dit kunt aanpakken. |
| Syntaxis | QUARTER(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het kwartaal van de opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | QUARTER(#1986-03-25#) = 1 |
| Opmerkingen | Zie ook DAY, WEEK, MONTH, YEAR, en de ISO-equivalenten |
| Syntaxis | TODAY() |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert de huidige, lokale systeemdatum. |
| Voorbeeld | TODAY() = 1986-03-25 |
| Opmerkingen |
Zie ook NOW, een soortgelijke berekening die een datumtijd retourneert in plaats van een datum. Als de databron een live verbinding is, kan de systeemdatum in een andere tijdzone liggen. Zie de Knowledgebase voor meer informatie over hoe u dit kunt aanpakken. |
| Syntaxis | WEEK(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert de week van de opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | WEEK(#1986-03-25#) = 13 |
| Opmerkingen | Zie ook DAY, MONTH, QUARTER, YEAR, en de ISO-equivalenten |
| Syntaxis | YEAR(date) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het jaar van de opgegeven <date> als geheel getal. |
| Voorbeeld | YEAR(#1986-03-25#) = 1,986 |
| Opmerkingen | Zie ook DAY, WEEK, MONTH, QUARTER, en de ISO-equivalenten |
| Opmaken | Datatype | Waarde |
| '25 maart 1986' | Tekenreeks | '25 maart 1986' |
| #3/25/1986# | Datum | #3/25/1986# |
| 25-3-1986 | Zwevende decimaal | 0,00006042 |
| 25-3-1986 | Geheel getal | 1.958 |
| 25 maart 1986 | - | ongeldig |
| Datumniveau | Wanneer omgezet naar fiscaal |
|---|---|
| Jaar | Geeft het boekjaar weer. Als Start van boekjaar bijvoorbeeld is ingesteld op april, wordt het jaar voor de datum 1 juni 2004 weergegeven als boekjaar 2005. |
| Kwartaal | Het Kwartaal weerspiegelt het fiscale kwartaal. Als Start van boekjaar bijvoorbeeld is ingesteld op april, wordt het kwartaal voor de datum 1 juni 2004 weergegeven als Q1. |
| Maand | Geen gedragsverandering. De kalendermaand is gelijk aan de fiscale maand. |
| Dag | Geen gedragsverandering. De kalenderdag is gelijk aan de fiscale dag. |
| Uur | Geen gedragsverandering. Het kalenderuur is gelijk aan het fiscale uur. |
| Minuut | Geen gedragsverandering. De kalenderminuut is gelijk aan de fiscale minuut. |
| Seconde | Geen gedragsverandering. De kalenderseconde is gelijk aan de fiscale seconde. |
| Weeknummer | Het weeknummer geeft het fiscale weeknummer weer. Als Start van boekjaar bijvoorbeeld is ingesteld op april, wordt het weeknummer voor de datum 1 april 2004 weergegeven als 1. |
| Weekdag | Geen gedragsverandering. De kalenderweekdag is dezelfde als de fiscale weekdag. |
| MM/YYYY | Geen gedragsverandering. Deze datumopmaak geeft altijd kalenderdata weer, zelfs als er een boekjaar is toegewezen. |
| M/D/Y | Deze datumopmaak geeft altijd Kalenderdata weer, zelfs als er een boekjaar is toegewezen. |
| Gedeelte van datums of afkapping | Bij gebruik van een fiscale kalender |
| Jaargedeelte van de datum | Als Start van boekjaar is ingesteld op april, dan wordt het jaar voor de datum 1 juni 2004 weergegeven als FY 2005. |
| Kwartaalgedeelte van de datum | Als Start van boekjaar is ingesteld op april, zou het kwartaal voor de datum 1 juni 2004 Q1 zijn. |
| Weeknummergedeelte van de datum | Als Start van boekjaar is ingesteld op april, zou het weeknummer voor de datum 1 april 2004 1 zijn. |
| Afkapping jaardatum | Als Start van boekjaar is ingesteld op mei, zou de datum 1 juni 2004 1 mei 2004 worden. |
| Afkapping van de kwartaaldatum | Als Start van boekjaar is ingesteld op juli, wordt de datum 1 juni 2004 1 april 2004. |
Classes | Clubs | Students | Rooms |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
Velden:
| Velden:
| Velden:
| Velden:
|
Niet-gerelateerd: Cross join | Samengehecht: Buitenste join van tussenliggende binnenste joins |
![]() Een visualisatie met een cross join van Class en Club met rijen voor elke combinatie van Advanced Songs/Alarm Calls 101/Flying for Fledglings/Nesting Basics met Art/First Aid/Juggling/Photography. | ![]() Een visualisatie die de resultaten toont van een buitenste join van de binnenste join Student-Class en de binnenste join Student-Club. Niet alle combinaties van lessen en clubs zijn vertegenwoordigd en er zijn rijen voor studenten en clubs zonder les. |
| Taal | Trefwoorden |
| Engels (VK en VS) | Year, Yr, Day, Day of Week, Week, Wk, Month, Quarter, Qtr, FY |
| Chinees (vereenvoudigd) | 年, 天, 周中某天, 周, 月, 季度, 会计年度 |
| Chinees (traditioneel) | 年, 天, 週中某天, 週, 月, 季, 會計年度 |
| Nederlands | Jaar, Jr, Dag, Dag Van De Week, Week, Wk, Maand, Kwartaal, Q, |
| Frans (Canada en Frankrijk) | Année, Jour, Jour de la Semaine, Semaine, Mois, Trimestre, AF |
| Duits | Jahr, Tag, Wochentag, Woche, Monat, Quartal, GJ |
| Italiaans | Anno, Giorno, Giorno della Settimana, Settimana, Sett, Mese, Trimestre, Trim, AF |
| Japans | 年, 日, 曜日, 週, 月, 四半期, 年度 |
| Koreaans | 년, 일, 요일, 주, 월, 분기, 회계 연도 |
| Portugees | Ano, Dia, Dia da Semana, Semana, Mês, Trimestre, AF |
| Spaans | Año, Día, Día de la Semana, Semana, Mes, Trimestre, AF |
| Zweeds | År, Dag, Veckodag, Vecka, Månad, Kvartal, Räkenskapsåret |
| Thais | ปี, วัน, วันของสัปดาห์, สัปดาห์, เดือน, ไตรมาส, FY |
| CIF | FDA | MPI |
| DMA | FOB | MSA |
| DOB | FTE | SKU |
| EIN | KPI | UPC |
| ESP | LOB | URL |
| USD |
| 1st | as | down | of | th (achtervoegsel na een nummer) |
| 2nd | at | for | on | than |
| 3rd | but | in | off | the |
| a | by | inclu. | or | to |
| an | de | into | over | vs |
| and | da | la | per | with |
| Bibliotheek | Bibliotheek-ID | Consortiumlid | Privé | Bibliothecarissen | Bibliotheektechnici | Bibliotheekassistenten |
Bibliotheek voor inactieve uren | L-IHL | ja | Nee | 53 | 61 | 16 |
The Bibliophile’s Shelves | L-BS | ja | ja | 4 | 3 | 0 |
Armchair Athanaeum | L-AA | Nee | ja | 6 | 0 | 0 |
| Old Friend Library | L-OFL | ja | Nee | 3 | 5 | 17 |
| Bide Awhile | L-BA | ja | Nee | 9 | 20 | 6 |
| IndieUnBound | L-IUB | ja | Nee | 7 | 2 | 47 |
Pagina Station Book Exchange | L-PS | Nee | ja | 3 | 1 | 4 |
| Enkele database | Meerdere databases |
|
|
| Relaties | Bepalen de mogelijkheden voor joins tussen twee tabellen op basis van gerelateerde velden. Voegen data niet samen om een nieuwe, vaste tabel te creëren. Tijdens de analyse worden de relevante tabellen automatisch doorzocht met behulp van de contextueel geschikte joins om een aangepaste datatabel voor die analyse te genereren. Handhaven het juiste detailniveau, verliezen geen data, behouden de juiste aggregaties en hanteren null-waarden. Kan worden gebruikt in meerdere gepubliceerde databronnen. |
| Joins | Voegen twee datatabellen samen op basis van een join-component en een join-type om een nieuwe, vaste datatabel te vormen. Worden vaak gebruikt om nieuwe datakolommen toe te voegen binnen dezelfde basisrijstructuur. Sommige join-typen kunnen dataverlies veroorzaken als velden niet in alle tabellen aanwezig zijn. Kunnen dataduplicatie veroorzaken als tabellen zich op verschillende detailniveaus bevinden. |
| Verenigingen | Voegen twee of meer datatabellen samen om een nieuwe, vaste datatabel te vormen. Worden gebruikt om (nieuwe rijen met) data toe te voegen binnen dezelfde basiskolomstructuur. |
| Combinaties | Data blijven gescheiden. Tableau doorzoekt de databronnen onafhankelijk van elkaar en visualiseert de resultaten samen in de weergave, op basis van de koppelingsvelden die voor dat blad zijn vastgelegd. Bootsen het gedrag van een left join na en kunnen data uit secundaire databronnen filteren. |
| Werkbalkknop | Beschrijving |
|---|---|
![]() | Tableau-pictogram: Navigeert naar de startpagina. Zie Startpagina voor meer informatie. Opmerking: alleen Tableau Desktop. |
![]() | Ongedaan maken: Maakt de meest recente actie in de werkmap ongedaan. U kunt een onbeperkt aantal keren ongedaan maken, terug tot de laatste keer dat u een werkmap hebt geopend, zelfs nadat u deze hebt opgeslagen. Zie Ongedaan maken en opnieuw uitvoeren voor meer informatie. |
![]() | Opnieuw uitvoeren: Herhaalt de laatste actie die u met de knop Ongedaan maken hebt teruggedraaid. U kunt een onbeperkt aantal keren opnieuw uitvoeren. |
![]() | Op Tableau Public opslaan: Slaat de wijzigingen op die in de werkmap zijn aangebracht. Zie Werkmappen opslaan met Tableau Public voor meer informatie. |
![]() | Nieuwe databron: Opent in Tableau Desktop het deelvenster Verbinding maken waarin u een nieuwe verbinding kunt maken of een opgeslagen verbinding kunt openen. Zie Verbinding maken met uw data voor meer informatie. |
| Update uitvoeren: Voert een handmatige query uit op de data om de weergave bij te werken met wijzigingen wanneer automatische updates zijn uitgeschakeld. Gebruik het vervolgkeuzemenu om het hele werkblad bij te werken of alleen filters te gebruiken. Opmerking: alleen Tableau Desktop. |
| Nieuw werkblad: Maakt een nieuw leeg werkblad. Gebruik het vervolgkeuzemenu om een nieuw werkblad, dashboard of verhaal te maken. Zie Nieuwe werkbladen, dashboards of verhalen maken voor meer informatie. |
| Dupliceren: Maakt een nieuw werkblad met dezelfde weergave als het huidige blad. Zie Een blad dupliceren voor meer informatie. |
| Wissen: Wist het huidige werkblad. Gebruik het vervolgkeuzemenu om specifieke onderdelen van de weergave te wissen, zoals filters, opmaak, formaat en asbereiken. |
![]() | Omwisselen: Verplaatst de velden op de container Rijen naar de container Kolommen en omgekeerd. De instellingen van Lege rijen verbergen en Lege kolommen verbergen worden met deze knop altijd omgewisseld. |
![]() | Oplopend sorteren: Hiermee wordt een sortering in oplopende volgorde toegepast op een geselecteerd veld, op basis van de meetwaarden in de weergave. Zie Data sorteren in een visualisatie voor meer informatie. |
![]() | Aflopend sorteren: Hiermee wordt een sortering in aflopende volgorde toegepast op een geselecteerd veld, op basis van de meetwaarden in de weergave. Zie Data sorteren in een visualisatie voor meer informatie. |
![]() | Totalen: U kunt eindtotalen en subtotalen berekenen voor de data in een weergave. U kunt kiezen uit de volgende opties:
Opmerking: Alleen Tableau Server en Tableau Cloud. Klik in Tableau Desktop op Analyse > Totalen. Zie Totalen weergeven in een visualisatie voor meer informatie. |
| Highlighten: Schakel highlights in voor het geselecteerde blad. Gebruik de opties in het vervolgkeuzemenu om te bepalen hoe waarden worden gehighlight. Zie Werkbalkknop Highlighten. |
![]() | Groepsleden: Maakt een groep door geselecteerde waarden te combineren. Wanneer u meerdere dimensies selecteert, kunt u met behulp van het vervolgkeuzemenu opgeven of u wilt groeperen op een specifieke dimensie of op alle dimensies. Zie Fouten in data corrigeren of dimensieleden combineren door uw data te groeperen voor meer informatie. Opmerking: alleen Tableau Desktop. Maak in Tableau Server en Tableau Cloud groepen met behulp van de knop Groepsleden op de knopinfo. |
| Markeringslabels tonen: Schakelt tussen het tonen en verbergen van markeringslabels voor het huidige blad. Zie Markeringslabel weergeven, verbergen en opmaken voor meer informatie. |
![]() | Vaste assen: Schakelt tussen een vergrendelde as die alleen een specifiek bereik toont en een dynamische as die het bereik aanpast op basis van de minimum- en maximumwaarden in de weergave. Zie Assen bewerken voor meer informatie. Opmerking: alleen Tableau Desktop. |
![]() | Werkmap opmaken: Open het deelvenster Werkmap opmaken om te wijzigen hoe lettertypen en titels er in elke weergave in een werkmap uitzien door opmaakinstellingen op werkmapniveau op te geven in plaats van op werkbladniveau. Opmerking: Alleen Tableau Server en Tableau Cloud. Klik in Tableau Desktop op Opmaken > Werkmap. Zie Opmaken op werkmapniveau voor meer informatie. |
![]()
| Passend maken: Geeft aan wat het formaat van de weergave in het venster moet zijn. Selecteer Standaard, Breedte passend maken, Hoogte passend maken of Volledige weergave. Opmerking: Dit menu is niet beschikbaar in geografische kaartweergaven. De opdrachten voor Celgrootte hebben verschillende effecten, afhankelijk van het type visualisatie. Klik op Opmaken > Celgrootte om toegang te krijgen tot het menu Celgrootte in Tableau Desktop. |
![]() | Kaarten tonen/verbergen: Toont en verbergt specifieke kaarten in een werkblad. Selecteer in het vervolgkeuzemenu elke kaart die u wilt verbergen of tonen. In Tableau Server en Tableau Cloud kunt u alleen kaarten voor Titel, Bijschrift, Filter en Highlighter tonen en verbergen. |
![]() | Presentatiemodus: Schakelt tussen het tonen en verbergen van alles behalve de weergave (d.w.z. containers, werkbalk, deelvenster Data). Zie De werkruimte opnieuw ordenen voor meer informatie. Opmerking: alleen Tableau Desktop. |
Downloaden: Gebruik de opties onder Downloaden om delen van uw weergave vast te leggen voor gebruik in andere toepassingen.
Opmerking: Alleen Tableau Server en Tableau Cloud. | |
![]() | Laten zien: Helpt u bij het kiezen van een weergavetype door weergavetypen te highlighten die het beste werken met de veldtypen in uw data. Er wordt een oranje omtrek getoond rondom het aanbevolen grafiektype dat het beste bij uw data past. Zie Laten zien gebruiken om met een weergave te beginnen voor meer informatie. |
| Waarschuwingspictogram | Beschrijving |
|---|---|
![]() | Query-indicator annuleren: Wanneer u meerdere query's annuleert, verschijnt er een indicator om u te tonen hoeveel query's er nog op de database worden uitgevoerd en resources gebruiken. Wanneer u een query in Tableau annuleert, wordt de database verteld dat het verwerken van de query gestopt moet worden. Sommige databases ondersteunen echter geen annuleren (MS Excel en MS Access). Als u een query annuleert met behulp van een van deze typen databronnen, wordt de query door Tableau afgebroken, maar wordt deze nog steeds op de achtergrond uitgevoerd en worden er nog steeds resources gebruikt. Wanneer u query's hebt afgebroken, verschijnt er een indicator in de rechterbenedenhoek van de werkmap die het aantal query's aangeeft dat nog steeds wordt uitgevoerd Opmerking: Databronnen Tekst, Microsoft Excel en Microsoft Access zijn mogelijk tijdelijk niet beschikbaar nadat u een query hebt geannuleerd vanwege een intern uitgevoerde vergrendeling. Mogelijk moet u wachten tot de afgebroken query is voltooid voordat u opnieuw verbinding kunt maken. |
Precisiewaarschuwing: Sommige velden zijn nauwkeuriger in de database dan Tableau kan modelleren. Wanneer u een veld toevoegt aan een weergave dat waarden bevat met een grotere precisie dan Tableau kan modelleren, wordt er een waarschuwingspictogram Een waarde in de database kan bijvoorbeeld 22 decimalen hebben, maar Tableau ondersteunt er slechts maximaal 15. Wanneer u dat veld aan de weergave toevoegt, krijgt u een precisiewaarschuwing. U kunt meer details lezen als u op de waarschuwing klikt, zoals het aantal decimalen dat in de weergave is afgekapt. Houd er rekening mee dat de precisie van de data die in Tableau worden weergegeven, altijd in de eerste plaats afhankelijk is van de data in uw database. Als de waarden in uw database meer dan 15 decimalen bevatten, wordt de waarde afgekapt wanneer u deze aan de weergave toevoegt en verschijnt er een precisiewaarschuwing. Opmerking: Extracten van relationele databases gebruiken altijd het type Hyper dubbele precisie en nooit het type Hyper numeriek. Als u dus een extract van een relationele database maakt, krijgt u slechts een precisie van 15 cijfers. U kunt naar de Hyper API schrijven en het numerieke type gebruiken om maximaal 18 cijfers te krijgen. Zie Numerieke typen in de Hyper API-documentatie voor gerelateerde informatie. | |
![]() | Speciale waardenindicator: Als data null-waarden, onbekende geografische locaties of negatieve of nulwaarden op een logaritmische as bevatten, worden de waarden getoond met een indicator in de rechterbenedenhoek van de weergave. Klik op de indicator voor opties voor het verwerken van deze waarden. Zie Null-waarden en andere speciale waarden afhandelen om meer te weten te komen over deze indicator en hoe u deze waarden kunt verwerken. |
| Voor | Na |
|---|---|
![]() | ![]() |
| Normaal | Licht | Donker |
![]() | ![]() | ![]() |
| Straten | Outdoors | Satelliet |
![]() | ![]() | ![]() |
| Naam van laag | Beschrijving | aanwezig in kaartstijl |
|---|---|---|
| Basis | Toont de basiskaart inclusief water- en landgebieden. | Alle |
| Landbedekking | Schaduwen van natuurgebieden en parken zorgen dat de kaart meer diepte krijgt. | Alle behalve Satelliet |
| Terrein | Geeft een reliëf weer van verticale hoogteverschillen. | Alle behalve Satelliet |
| Kust | Geeft kustlijnen weer. | Licht, Donker, Normaal |
| Wegen, snelwegen en routes | Markeert snelwegen en kleine straten. Deze laag bevat ook snelweg- en straatnamen. | Alle |
| Grenzen van landen/regio's lichtgedrukt | Toont een lichtgrijze omtrek van land-/regiogrenzen en -namen. | Licht, Donker, Normaal |
| Namen van landen/regio's lichtgedrukt | Toont land- en regionamen in het lichtgrijs. | Licht, Donker, Normaal |
| Grenzen van landen/regio's | Markeert lands- en regiogrenzen in donkergrijs. | Alle |
| Namen van landen/regio's | Markeert land- en regionamen in donkergrijs. | Alle |
| Grenzen van staten/provincies lichtgedrukt | Toont een lichtgrijze omtrek van provinciegrenzen en -namen. | Licht, Donker, Normaal |
| Namen van staten/provincies lichtgedrukt | Geeft de namen van staten en provincies weer in lichtgrijs. | Licht, Donker, Normaal |
| Grenzen van staten/provincies | Markeert staats- en provinciegrenzen in donkergrijs. | Alle |
| Namen van staten/provincies | Markeert de namen van staten en provincies in donkergrijs. | Alle |
| Grenzen van bestuurlijke gebieden | Markeert grenzen op het tweede bestuursniveau en grenzen van Amerikaanse bestuurlijke gebieden. | Licht, Donker, Normaal |
| Namen van bestuurlijke gebieden | Markeert namen op het tweede bestuursniveau en namen van Amerikaanse bestuurlijke gebieden. | Licht, Donker, Normaal |
| Postcodegebieden | Markeert postcodegrenzen voor de VS en bepaalde landen. U dient in te zoomen om deze laag te zien. | Licht, Donker, Normaal |
| Postcodelabels | Geeft labels weer van postcodegrenzen in de VS en bepaalde landen. U dient in te zoomen om deze laag te zien. | Licht, Donker, Normaal |
| Netnummerbereiken | Markeert de grenzen van Amerikaanse netnummers. U dient in te zoomen om deze laag te zien. | Licht, Donker, Normaal |
| Netnummerlabels | Geeft labels weer voor de netnummers van de VS. U dient in te zoomen om deze laag te zien. | Licht, Donker, Normaal |
| Grenzen van grootstedelijke regio's in VS (CBSA) | Markeert de grenzen van grootstedelijke statistische gebieden en grootstedelijke gebieden in de VS. | Licht, Donker, Normaal |
| Labels van grootstedelijke regio's in VS (CBSA) | Geeft labels weer voor grootstedelijke statistische gebieden en grootstedelijke gebieden in de VS. | Licht, Donker, Normaal |
| Labels van wateren | Geeft labels weer voor watergebieden. | Alle |
| Plaatsen | Geeft labels voor plaatsen weer. | Alle |
| Speciale punten | Geeft labels weer voor speciale punten zoals scholen, parken, begraafplaatsen, bedrijven en belangrijke gebouwen. Deze laag is afhankelijk van het zoomniveau. | Alle |
| Wijken | Geeft labels weer voor wijken in plaatsen. U dient in te zoomen om deze laag te zien. | Alle |
| Metro- en treinstations | Geeft de namen van metro- en treinstations weer. U dient in te zoomen om deze laag te zien. | Alle behalve Satelliet |
| Contouren van gebouwen | Geeft de omtrek van gebouwen weer, indien beschikbaar. U dient in te zoomen om deze laag te zien. | Satelliet, Straten, Outdoors |
| Huisnummers | Geeft de huisnummers van gebouwen weer, met en zonder contouren van gebouwen. U dient in te zoomen om deze laag te zien. | Straten, Outdoors |
| Hoogtelijnen | Geeft lijnen weer met de verticale hoogteverandering in meters. Deze laag is afhankelijk van het zoomniveau. | Outdoors |
| Filmstrip weergeven: toont de bladen als miniaturen onderaan de werkruimte. | |
![]() | Tabbladen weergeven: toont de bladtabbladen onderaan de werkruimte. |
![]() | Vorig/Volgende blad: hiermee gaat u vooruit of achteruit door de bladen in een werkmap. |
![]() | Volledig scherm openen/afsluiten: hiermee schakelt u tussen het uitvouwen van de werkmap zodat deze het hele scherm vult en het weergeven ervan in een venster. |
![]() | Presentatiemodus afsluiten: hiermee wordt de werkmap weer weergegeven met de volledige werkruimte, inclusief de menu's, de werkbalk en het deelvenster Data. |
| Tableau Desktop-versie | Webversie |
|
|
| Tableau Desktop-versie | Webversie |
|
|
| Variabele | Betekenis |
| t | Index van een periode in een tijdreeks. |
| n | Lengte tijdreeks: |
| m | Aantal periodes in een seizoen/cyclus. |
| A(t) | Actuele waarde van de tijdreeks in periode t. |
| F(t) | Aangepaste of prognosewaarde in periode t. |
| Discrete dimensies | ![]() |
| Continue dimensies* | ![]() |
| Discrete meetwaarden | ![]() |
| Continue meetwaarden | ![]() |
| Veld Hoeveelheid met de waarde Continu | Veld Hoeveelheid met de waarde Discreet | |
![]() | ![]() |
| Niet ondersteund. Tabel X heeft twee binnenkomende relaties die beide afkomstig zijn van tabellen downstream van Basistabel A | Ondersteund. Tabellen S en T hebben beide meerdere binnenkomende relaties, maar elke relatie komt uit een andere basistabel. | Ondersteund. Hoewel het visueel lijkt alsof er sprake is van een cyclus, zijn de binnenkomende relaties voor zowel Tabel S als Tabel T te herleiden tot verschillende basistabellen. |
![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() |
| Werkmappen | Databronnen |
|---|---|
|
|
| Actie | Resultaat |
| Korting omzetten van een meetwaarde in een dimensie ... | Verkoopwaarden worden niet langer geaggregeerd op basis van het kortingspercentage. Dit resulteert in een lijndiagram in plaats van een spreidingsdiagram. |
| Korting omzetten van continu in discreet ... | Tableau toont kopteksten onder aan de weergave in plaats van een continue as. |
| Markeringstype prognose | Voorspellingsintervallen weergegeven met gebruik van |
| Lijn | Banden |
| Vorm, vierkant, cirkel, staaf of taart | Whiskers |
| Maakt een eenvoudige spreidingsdiagram | Maakt een matrix van spreidingsdiagrammen |
![]() | ![]() |
| Creëert verticale staven | Creëert horizontale staven |
![]() | ![]() |
![]() | A. Dag van maand B. Maand C. Jaar D. Uur, minuut, seconde, milliseconde, periode |
![]() | A. Notatie B. Tekenreeks |
| Gedeelte van datum | Symbool | Voorbeeld van uitvoer |
|---|---|---|
| Jaar | yy y, yyyy Y | 26 2026 2026 (gebruikt voor kalenders gebaseerd op de weken van het jaar) |
| Kwartaal van jaar | Q QQQ QQQQ | 2 02 Q2 2de kwartaal |
| Maand | M MM MMM MMMM | 9 09 Sep September |
| Week van het jaar | w, ww | 47 |
| Dag van week | E, EE, EEE EEEE EEEEE | Ma Maandag M |
| Dag van maand | d dd | 1, 15 01, 15 |
| Dag van jaar (1-365) | D | 23, 143 |
Uur (1-12) | h hh | 8 08 |
| Uur (0-23) | H HH | 8 08 |
| Minuut | m mm | 8 08 |
| Seconde in een minuut | s ss | 5 05 |
| Fractie van seconde | S SS SSS SSSS | 2 23 235 2350 |
| Milliseconden per dag | A | 34532 |
| Periode (ochtend of avond) | a, aa, aaa | AM, am, PM |
| Tijdzone | z, zz, zzz zzzz Z, ZZ, ZZZ ZZZZ | PDT Pacific Daylight Time -0800 PST-08:00 |
| Berekening | Resultaat |
RIGHT([Value], 4) | 8892 |
LEFT([Value], 4) | IGW8 |
LEFT(RIGHT([Value], 2) , 1) | 9 |
| Oorspronkelijke waarde | Waarden van gesplitste velden |
| Zip-98102 | 98102 |
| Zip-98109 | 98109 |
| Zip-98119 | 98199 |
| Zip-98195 | 98195 |
| Teksttabel | Als u eerst een dimensie toevoegt, wordt er een teksttabel (of kruistabel) gemaakt. Bij alle daaropvolgende klikken op velden wordt de teksttabel verfijnd. |
| Staven | Als u eerst een meetwaarde en vervolgens een dimensie toevoegt, wordt er een weergave met een staafdiagram gemaakt. Bij alle daaropvolgende klikken wordt de weergave met staafdiagram verfijnd, tenzij een datumdimensie wordt toegevoegd. In dat geval wordt de weergave gewijzigd in een lijn. |
| Lijn | Als u een meetwaarde en vervolgens een datumdimensie toevoegt, wordt er een lijnweergave gemaakt. Bij alle daaropvolgende klikken wordt de lijnweergave verfijnd. |
| Continue lijn | Als u een continue dimensie en vervolgens een meetwaarde toevoegt, wordt er een weergave met een continue lijn gemaakt. Bij daaropvolgende dimensies wordt de weergave met een continue lijn verfijnd. Bij daaropvolgende meetwaarden worden kwantitatieve assen toegevoegd aan de weergave. |
| Spreidingsdiagram | Als u een meetwaarde en vervolgens een andere meetwaarde toevoegt, wordt er een weergave met een spreidingsdiagram gemaakt. Bij daaropvolgende dimensies wordt de weergave met spreidingsdiagram verfijnd. Bij daaropvolgende meetwaarden wordt een spreidingsmatrix gemaakt. |
| Kaarten | Als u een geografisch veld toevoegt, wordt er een weergave gemaakt met een kaart met lengte- en breedtegraad als assen en het geografische veld in de container Detailniveau. Bij daaropvolgende dimensies worden rijen toegevoegd aan de weergave. Bij daaropvolgende meetwaarden wordt de kaart verder verfijnd door formaat- en kleurcodering toe te voegen. |
| Alle dimensies | Subcategorie | Regio |
|---|---|---|
![]() | ![]() | ![]() |
| De vijf markeringen worden samengevoegd en de resterende markeringen worden toegevoegd aan de categorie 'Overige'. | Alle markeringen die aan een van de drie subcategorieën zijn gekoppeld, worden gecombineerd en de rest wordt toegevoegd aan de categorie 'Overige'. | Alle markeringen die bij de vier regio's horen, worden gecombineerd en de rest wordt toegevoegd aan de categorie 'Overige'. |
| Naam | Formule |
| Eerste aankoopdatum | {FIXED [Klantnaam] : MIN([Besteldatum])} |
| Dagen sinds eerste aankoop | DATETRUNC('dag', [Besteldatum])-DATETRUNC('dag', [Eerste aankoopdatum]) |
![]() | Vast formaat (standaard): Het dashboard blijft hetzelfde formaat, ongeacht het formaat van het venster waarin het wordt weergegeven. Als het dashboard groter is dan het venster, wordt het scrolbaar. U kunt kiezen uit een vooraf ingesteld formaat of zelf een aangepast formaat opgeven. Met dashboards met een vast formaat kunt u de exacte locatie en positie van de inhoud op het dashboard opgeven, wat handig kan zijn als er zwevende objecten zijn. |
![]() | Bereik: Het dashboard schaalt tussen het minimale en maximale formaat dat u opgeeft. Als het venster waarin het dashboard wordt weergegeven kleiner is dan het minimumformaat, worden scrolbalken weergegeven. Als het groter is dan het maximale formaat, wordt witruimte weergegeven. Gebruik deze instelling wanneer u ontwerpt voor twee verschillende weergaveformaten met dezelfde inhoud en vergelijkbare vormen hebben, zoals kleine en middelgrote browservensters. Bereik werkt ook goed voor mobiele dashboards met verticale lay-outs. (De breedte mag veranderen voor verschillende breedtes van mobiele apparaten, maar de hoogte is vast voor verticaal scrollen.) |
![]() | Automatisch: Het formaat van het dashboard wordt automatisch aangepast om het venster te vullen dat wordt gebruikt voor weergave. Gebruik deze instelling als u wilt dat Tableau eventuele wijzigingen in het formaat regelt. Voor de beste resultaten gebruikt u een "Naast elkaar"-dashboardlay-out (in plaats van zwevend). Automatische dimensionering kan leiden tot onvoorspelbare resultaten op verschillende schermen. Wees dus voorzichtig met deze instelling als u niet weet waar het dashboard zal worden gebruikt. Dashboards met variabele formaten moeten voor elk browserverzoek opnieuw worden gerenderd, wat invloed kan hebben op de prestaties. |
Horizontale indelingscontainer De twee weergaven zijn gerangschikt in een horizontale indelingscontainer. | Verticale indelingscontainer De drie weergaven zijn gestapeld in een verticale indelingscontainer. |
| Met selectie van markering | Zonder selectie |
![]() | ![]() |
| Indeling Naast elkaar | Zwevende indeling |
| Naast elkaar geplaatste items overlappen elkaar niet; ze worden onderdeel van een enkellaags raster waarvan het formaat wordt aangepast op basis van het algemene dashboardformaat. | Zwevende items kunnen boven op andere objecten worden geplaatst. In het onderstaande voorbeeld zweeft een kaart boven naast elkaar geplaatste weergaven. |
![]() | ![]() |
| Voor de beste resultaten geeft u zwevende objecten en weergaven een vast formaat en een vaste positie op een dashboard met een vast formaat. |
| Foutbericht | Suggestie voor een oplossing |
| Er kan geen continue datum worden afgeleid uit de datumvelden in de weergave. | Voor prognoses is een datumveld nodig dat continu geïnterpreteerd kan worden. Als het datumveld niet expliciet continu is, moet een van de opgenomen datumniveaus Jaar zijn. Deze fout wordt gegeven als er geen datums in de weergave staan, of als de datums in de weergave geen volledige hiërarchie vormen (bijvoorbeeld als de datum Jaar en Dag bevat, maar geen Maand), of als ze een hiërarchie vormen die niet wordt ondersteund (bijvoorbeeld Jaar, Week, Dag). |
| De tijdreeks is te kort om een prognose te maken. | Breid de tijdreeks in uw weergave uit, zodat deze meer datumwaarden bevat. Deze fout wordt gegeven als er minder dan vier datapunten zijn na het weglaten van onbetrouwbare of gedeeltelijke achterliggende periodes die misleidende zouden kunnen zijn voor de prognose. |
| Er kan geen prognose worden berekend voor een tijdreeks met null-datumwaarden. | Verwijder alle null-waarden uit het datumveld of de datumvelden in de weergave. Dit kunt u doen door het datumveld te filteren of door een minder gedetailleerde datumgranulariteit te gebruiken (bijvoorbeeld door over te schakelen van maanden naar kwartalen). |
| Er kan geen prognose worden berekend wanneer de weergave meerdere afzonderlijke datumvelden bevat. | Deze fout wordt gegeven als er meerdere datumvelden in de weergave staan. Als bijvoorbeeld zowel de Besteldatum als de Verzenddatum in dezelfde weergave staan, wordt het maken van een prognose niet ondersteund. |
| De geselecteerde waarde Aggregeren tot in de prognose-opties is niet compatibel met de visualisatie. | De datum in de weergave moet compatibel zijn met de waarde in Aggregeren op in het dialoogvenster Prognose-opties. Als Aggregeren op bijvoorbeeld is ingesteld op Weken en de datum in de weergave is ingesteld op Maanden, treedt deze fout op. Wijzig een van de datums zodat de twee compatibel zijn, of stel Aggregeren op in als Automatisch. |
| Er kan geen prognose worden berekend omdat er te veel ontbrekende waarden zijn. | Deze fout wordt gegeven als meer dan 40% van de data in een deelvenster ontbreekt. Het selecteren van Ontbrekende waarden invullen met nullen in het dialoogvenster Prognose-opties lost deze fout niet op. Voeg uw data samen op een hoger detailniveau door dimensies te verwijderen of het datumniveau te wijzigen, bijvoorbeeld van 'weken' naar 'maanden'. Anders moet u de brondata aanpassen of data uit een andere bron gebruiken. |
| Er is geen meetwaarde om een prognose voor te maken. | Deze fout wordt gegeven als er geen meetwaarde in de weergave aanwezig is waarvoor een prognose kan worden gemaakt. Prognosemeetwaarden moeten zich in het de container Rijen of Kolommen bevinden, of op de kaart Markeringen. |
| De meetwaarde voor de prognose moet een getal zijn. | Sommige meetwaarden kunnen niet numeriek worden geïnterpreteerd en hier kan dus geen prognose voor worden gemaakt. |
| Er kan geen prognose worden berekend voor een dimensie. | De waarde waarvoor een prognose wordt gemaakt moet een meetwaarde zijn en geen dimensie. |
| Er zijn te veel data om een prognose te berekenen. | Het is niet mogelijk om een prognose te maken als de resultatenset van de query te groot is. De limiet is ongeveer 10.000 rijen. Om de prognose te corrigeren, kunt u de tijdreekswaarde op een hoger niveau aggregeren (bijvoorbeeld Maand in plaats van Week) of de data filteren. |
| Er kan geen prognose worden berekend omdat de data zijn opgesplitst in te veel rijen, kolommen of kleuren. | Vereenvoudig de weergave om de fout op te lossen door enkele dimensies uit te filteren of te verwijderen. |
| Er kan geen prognose worden berekend omdat de weergave tabelberekeningen bevat. | Maak een versie van de weergave die geen tabelberekeningen bevat. |
| Er kan geen prognose worden berekend omdat de container Filters een meetwaarde bevat. | Verwijder de meetwaarde uit de container Filters. |
| Er kan geen prognose worden berekend omdat Meetwaarden aggregeren niet is geselecteerd. | Meetwaarden aggregeren is een optie in het menu Analyse. Zie Data-aggregatie in Tableau en Data desaggregeren. |
| Er kan geen prognose worden berekend omdat de weergave percentielberekeningen bevat. | Percentage van is een optie in het menu Analyse. Zie Percentages berekenen in Tableau. |
| Er kan geen prognose worden berekend omdat Eindtotalen of Subtotalen zijn ingeschakeld. | Deze opties worden beheerd vanuit de opdrachtregel Totalen in het menu Analyse. Zie Totalen weergeven in een visualisatie. |
| Er kan geen vermenigvuldigingsmodel worden berekend omdat de meetwaarde waarvoor een prognose gemaakt moet worden een of meer waarden heeft die kleiner zijn dan of gelijk zijn aan nul. | U hebt een aangepast model gemaakt waarbij Trend of Seizoensgebondenheid is ingesteld op Vermenigvuldigen. Wijzig deze waarde of stel het prognosemodel in op Automatisch. |
| Een model met trendvermenigvuldiging en seizoen-optelling is niet toegestaan omdat dit numeriek onstabiel is. | U hebt een aangepast model gemaakt dat is geconfigureerd zoals beschreven in het foutbericht. Wijzig de instellingen voor het aangepaste model of wijzig de instellingen voor het prognosemodel naar Automatisch. |
| Er kan geen seizoensgebonden model worden berekend omdat de tijdreeks te kort is. | Breid de tijdreeks in uw weergave uit, zodat deze meer datumwaarden bevat. |
| Het geselecteerde vermenigvuldigingsmodel kan niet worden berekend omdat sommige data te dicht bij nul liggen ten opzichte van de rest van de data. | U hebt een aangepast model gemaakt dat is geconfigureerd zoals beschreven in het foutbericht. Wijzig de instellingen voor het aangepaste model of wijzig de instellingen voor het prognosemodel naar Automatisch. |
| Syntaxis | MODEL_PERCENTILE(
|
| Definitie | Retourneert de waarschijnlijkheid (tussen 0 en 1) dat de verwachte waarde minder is dan of gelijk is aan de waargenomen markering, gedefinieerd door de doelexpressie en andere predictors. Dit is de posterieure voorspellende distributiefunctie, ook wel bekend als de cumulatieve distributiefunctie (CDF). |
| Voorbeeld | MODEL_PERCENTILE( SUM([Sales]),COUNT([Orders])) |
| Syntaxis | MODEL_QUANTILE(
|
| Definitie | Retourneert een numerieke doelwaarde binnen het waarschijnlijkheidsbereik dat is gedefinieerd door de doelexpressie en andere predictors bij een opgegeven kwantiel. Dit is het posterieure voorspellende kwantiel. |
| Voorbeeld | MODEL_QUANTILE(0.5, SUM([Sales]), COUNT([Orders])) |
| Velden standaard uitgesloten | Redenen voor uitsluiting |
|---|---|
Alle niet-gevisualiseerde meetwaarden wanneer er meer dan 1000 meetwaarden in de databron staan. Alle niet-gevisualiseerde dimensies wanneer er meer dan 1000 dimensies in de databron staan. | Het berekenen van uitleg voor meer dan 1000 niet-gevisualiseerde meetwaarden of dimensies kan langer duren, soms wel enkele minuten. Deze velden worden standaard uitgesloten voor de eerste analyse, maar u kunt ervoor kiezen ze op te nemen in een verdere analyse. In deze situatie ziet u mogelijk een waarschuwing met de vraag of u wilt dat Data uitleggen meer velden meeneemt. Klik op de waarschuwingslink voor meer informatie. Klik op Alles uitleggen om een langere analyse uit te voeren met meer velden. |
| Velden die gebruik maken van geometrie, breedtegraad of lengtegraad | Geometrie, breedtegraad en lengtegraad kunnen op zichzelf geen uitleg vormen. Het is zeer waarschijnlijk dat een uitleg die de breedtegraad of lengtegraad als uitleg noemt, voortkomt uit een valse correlatie en niet uit een waarschijnlijke uitleg. |
| Dimensies met hoge kardinaliteit (dimensies met > 500 leden) | Dimensies met een hoge kardinaliteit duren langer om te berekenen. Dimensies met meer dan 500 unieke waarden komen niet in aanmerking voor analyse. |
| Groepen, bins of sets | Momenteel niet ondersteund. |
| Tabelberekeningen | Tabelberekeningen kunnen niet worden geanalyseerd als de tabelberekeningen zich op een ander detailniveau bevinden dan de weergave. |
| Niet-gevisualiseerde meetwaarden waarvan geen gemiddelde kan worden bepaald | Niet-gevisualiseerde meetwaarden waarvan geen gemiddelde kan worden bepaald, omvatten meetwaarden die berekende velden zijn waarbij de berekeningsexpressie aggregaties bevat (weergegeven als AGG()-velden wanneer ze aan het blad worden toegevoegd). |
| Discrete meetwaarden en continue dimensies | Momenteel niet ondersteund. |
| Verborgen velden | Niet beschikbaar. |
| Berekende velden met fouten | Er zijn geen waarden beschikbaar om te analyseren. |
| Syntaxis | FULLNAME( ) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de volledige naam voor de huidige gebruiker. |
| Voorbeeld | FULLNAME( ) Hiermee wordt de volledige naam van de aangemelde gebruiker geretourneerd, bijvoorbeeld 'Hamlin Myrer'. [Manager] = FULLNAME( ) Als manager 'Hamlin Myrer' is aangemeld, retourneert dit voorbeeld alleen TRUE als het veld Manager in de weergave 'Hamlin Myrer' bevat. |
| Opmerkingen | Deze functie controleert:
Gebruikersfilters Wanneer een berekend veld zoals |
| Syntaxis | ISFULLNAME("User Full Name") |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert |
| Voorbeeld | ISFULLNAME("Hamlin Myrer") |
| Opmerkingen | Het argument Deze functie controleert:
|
| Syntaxis | ISMEMBEROF("Group Name") |
| Uitvoer | Booleaanse waarde of null-waarde |
| Definitie | Retourneert |
| Voorbeeld | ISMEMBEROF('Superstars')ISMEMBEROF('domain.lan\Sales') |
| Opmerkingen | Het argument Als de gebruiker is aangemeld bij Tableau Cloud of Tableau Server, wordt het groepslidmaatschap bepaald door Tableau-groepen. De functie retourneert TRUE als de opgegeven tekenreeks 'Alle gebruikers' is De functie Als er een wijziging wordt aangebracht in het groepslidmaatschap van een gebruiker, wordt de wijziging in de gegevens die op het groepslidmaatschap zijn gebaseerd, doorgevoerd in een werkmap of weergave met een nieuwe sessie. De bestaande sessie weerspiegelt oude gegevens. |
| Syntaxis | ISUSERNAME("username") |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert TRUE als de gebruikersnaam van de huidige gebruiker overeenkomt met de opgegeven gebruikersnaam, of FALSE als deze niet overeenkomen. |
| Voorbeeld | ISUSERNAME("hmyrer") |
| Opmerkingen | Het argument Deze functie controleert:
|
| Syntaxis | USERDOMAIN( ) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert het domein voor de huidige gebruiker. |
| Opmerkingen | Deze functie controleert:
|
| Syntaxis | USERNAME( ) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de gebruikersnaam voor de huidige gebruiker. |
| Voorbeeld | USERNAME( ) Hiermee wordt de gebruikersnaam van de aangemelde gebruiker geretourneerd, bijvoorbeeld 'hmyrer'. [Manager] = USERNAME( ) Als manager 'hmyrer' is aangemeld, retourneert dit voorbeeld alleen TRUE als het veld Manager in de weergave 'hmyrer' bevat. |
| Opmerkingen | Deze functie controleert:
Gebruikersfilters Wanneer een berekend veld zoals |
| Syntaxis | USERATTRIBUTE('attribute_name') |
| Uitvoer | String of null-waarde |
| Definitie | Als Retourneert null als |
| Voorbeeld | Stel dat 'Regio' het gebruikerskenmerk is dat is opgenomen in de JWT- of SAML-respons en wordt doorgegeven aan Tableau. Als auteur van de werkmap kunt u uw visualisatie zo instellen dat de data worden gefilterd op basis van een opgegeven regio. In dat filter kunt u de volgende berekening gebruiken. [Region] = USERATTRIBUTE("Region")Wanneer Gebruiker2 uit de regio West de ingesloten visualisatie bekijkt, toont Tableau alleen de juiste data voor de regio West. |
| Opmerkingen | U kunt de functie USERATTRIBUTEINCLUDES gebruiken als u verwacht dat <'attribute_name'> meerdere waarden retourneert. |
| Syntaxis | USERATTRIBUTEINCLUDES('attribute_name', 'expected_value') |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert
Zo niet, dan wordt |
| Voorbeeld | Stel dat 'Regio' het gebruikerskenmerk is dat is opgenomen in de JWT- of SAML-respons en wordt doorgegeven aan Tableau. Als auteur van de werkmap kunt u uw visualisatie zo instellen dat de data worden gefilterd op basis van een opgegeven regio. In dat filter kunt u de volgende berekening gebruiken. USERATTRIBUTEINCLUDES('Region', [Region])Als Gebruiker2 uit de regio West toegang krijgt tot de ingesloten visualisatie, controleert Tableau of het gebruikerskenmerk Regio overeenkomt met een van de veldwaarden [Regio]. Als dit waar is, toont de visualisatie de juiste data. Wanneer Gebruiker3 uit de regio Noord dezelfde visualisatie opent, kan deze geen data zien omdat er geen overeenkomst is met de veldwaarden van [Regio]. |
| Oorspronkelijke databron | Tweede databron |
![]() | ![]() |
| Geografische rol | Deze rol toewijzen aan een veld als dit het volgende bevat: |
| Luchthaven | Luchthavencodes van de International Air Transport Association (IATA) of de International Civil Aviation Organization (ICAO). |
| Netnummer (VS) | Amerikaanse netnummers; alleen cijfers. |
| CBSA/MSA (US) | US Core Based Statistical Areas (CBSA), waartoe ook Metropolitan Statistical Areas (MSA) behoren, zoals gedefinieerd door het US Office of Management and Budget. CBSA/MSA-codes en -namen worden herkend. |
| Stad | Wereldwijde steden met een bevolking van 15.000 of meer. Namen zijn in het Engels (VK of VS), Frans, Duits, Spaans, Braziliaans-Portugees, Japans, Koreaans en Chinees (vereenvoudigd en traditioneel). |
| Congresdistrict (VS) | Amerikaanse congresdistricten. |
| Land/regio | Wereldwijde landen, regio's en gebieden. De namen zijn in het Engels (VK of VS), Frans (Canada en Frankrijk), Duits, Spaans, Braziliaans-Portugees, Japans, Koreaans, Chinees (vereenvoudigd en traditioneel), Zweeds, Thai en Nederlands. Tableau herkent ook FIPS 10, ISO 3166-1 alpha 2 en ISO 3166-1 alpha 3. Namen worden in verschillende vormen gebruikt, zoals lang, kort en met verschillende afkortingen. |
| Bestuurlijk gebied | Administratieve afdelingen op het tweede niveau voor bepaalde landen. Bijvoorbeeld Amerikaanse bestuurlijke gebieden, Franse departementen, Duitse Kreise, enz. Opmerking: De definities van administratieve afdelingen op het tweede niveau variëren per land. In Tableau zijn alle administratieve afdelingen op het tweede niveau gegeocodeerd met de geografische rol Bestuurlijk gebied. Zie de sectie Door Tableau ondersteunde locatiedata voor het maken van kaartweergaven voor meer informatie. |
| NUTS Europa | NUTS (Nomenclature of Territorial Units for Statistics)-codes op niveaus 1-3. Codes en namen, inclusief synoniemen, worden ondersteund. |
| Breedtegraad | Breedtegraad in decimale graden. Alleen beschikbaar voor numerieke velden. |
| Lengtegraad | Lengtegraad in decimale graden. Alleen beschikbaar voor numerieke velden. |
| Staat/provincie | Wereldwijde staats-, provincie- en andere administratieve afdelingen op het eerste niveau. De namen zijn in het Engels (VK of VS), Frans, Duits, Spaans, Braziliaans-Portugees, Japans, Koreaans en Chinees (vereenvoudigd en traditioneel). Opmerking: Sommige namen zijn alleen in hun lokale vorm beschikbaar. |
| Postcode | Postcodes voor geselecteerde landen. Bijvoorbeeld Amerikaanse postcodes met vijf cijfers, Australische postcodes met vier cijfers, Duitse postcodes met vijf cijfers, enz. Zie de sectie Door Tableau ondersteunde locatiedata voor het maken van kaartweergaven voor meer informatie. |
| Syntaxis | ABS(number) |
| Uitvoer | Getal (positief) |
| Definitie | Retourneert de absolute waarde van een gegeven <number>. |
| Voorbeeld | ABS(-7) = 7 Het tweede voorbeeld retourneert de absolute waarde voor alle getallen in het veld Budgetafwijking. |
| Opmerkingen | Zie ook SIGN. |
| Syntaxis | ACOS(number) |
| Uitvoer | Getal (hoek in radialen) |
| Definitie | Retourneert de arccosinus (hoek) van een gegeven <number>. |
| Voorbeeld | ACOS(-1) = 3.14159265358979 |
| Opmerkingen | De inverse functie, COS, neemt de hoek in radialen als argument en retourneert de cosinus. |
| Syntaxis | ASIN(number) |
| Uitvoer | Getal (hoek in radialen) |
| Definitie | Retourneert de arccosinus (hoek) van een gegeven <number>. |
| Voorbeeld | ASIN(1) = 1.5707963267949 |
| Opmerkingen | De inverse functie, SIN, neemt de hoek in radialen als argument en retourneert de sinus. |
| Syntaxis | ATAN(number) |
| Uitvoer | Getal (hoek in radialen) |
| Definitie | Retourneert de boogtangens (hoek) van een opgegeven <number>. |
| Voorbeeld | ATAN(180) = 1.5652408283942 |
| Opmerkingen | De inverse functie, |
| Syntaxis | ATAN2(y number, x number) |
| Uitvoer | Getal (hoek in radialen) |
| Definitie | Retourneert de boogtangens van twee opgegeven getallen (x en y). Het resultaat is in radialen. |
| Voorbeeld | ATAN2(2, 1) = 1.10714871779409 |
| Opmerkingen | Zie ook ATAN, TAN en COT. |
| Syntaxis | CEILING(number) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Rondt een <number> af tot het dichtstbijzijnde gehele getal met dezelfde of hogere waarde. |
| Voorbeeld | CEILING(2.1) = 3 |
| Opmerkingen | Zie ook FLOOR en ROUND. |
| Beperkingen van de database |
|
| Syntaxis | COS(number)Het getalargument is de hoek in radialen. |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de cosinus van een hoek. |
| Voorbeeld | COS(PI( ) /4) = 0.707106781186548 |
| Opmerkingen | De inverse functie, Zie ook |
| Syntaxis | COT(number)Het getalargument is de hoek in radialen. |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de cotangens van een hoek. |
| Voorbeeld | COT(PI( ) /4) = 1 |
| Opmerkingen | Zie ook ATAN, TAN en PI. Om een hoek van graden naar radialen om te zetten, gebruikt u RADIANS. |
| Syntaxis | DEGREES(number)Het getalargument is de hoek in radialen. |
| Uitvoer | Getal (graden) |
| Definitie | Converteert een hoek van radialen in graden. |
| Voorbeeld | DEGREES(PI( )/4) = 45.0 |
| Opmerkingen | De inverse functie, Zie ook |
| Syntaxis | DIV(integer1, integer2) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert het gedeelte geheel getal van een divisiebewerking, waarin <integer1> wordt gedeeld door <integer2>. |
| Voorbeeld | DIV(11,2) = 5 |
| Syntaxis | EXP(number) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert e tot de macht van een gegeven <number>. |
| Voorbeeld | EXP(2) = 7.389 |
| Opmerkingen | Zie ook LN. |
| Syntaxis | FLOOR(number) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Rondt een getal af tot het dichtstbijzijnde gehele <number> met dezelfde of lagere waarde. |
| Voorbeeld | FLOOR(7.9) = 7 |
| Opmerkingen | Zie ook CEILING en ROUND. |
| Beperkingen van de database |
|
| Syntaxis | HEXBINX(number, number) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Wijst een x, y-coördinaat toe aan de x-coördinaat van de dichtstbijzijnde zeshoekige bin. De bins hebben een zijlengte van 1, dus de invoer moet mogelijk dienovereenkomstig worden geschaald. |
| Voorbeeld | HEXBINX([Longitude]*2.5, [Latitude]*2.5) |
| Opmerkingen | HEXBINX en HEXBINY zijn functies voor bins en tekenen bij zeshoekige bins. Zeshoekige bins zijn een efficiënte en elegante optie voor het visualiseren van data in een x/y-vlak, zoals een kaart. Omdat de bins zeshoekig zijn, benadert elke bin vrijwel een cirkel en wordt de variatie in de afstand van het datapunt tot het midden van de bin tot een minimum beperkt. Hierdoor wordt de clustering nauwkeuriger en meer informatief. |
| Syntaxis | HEXBINY(number, number) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Wijst een x, y-coördinaat toe aan de y-coördinaat van de dichtstbijzijnde zeshoekige bin. De bins hebben een zijlengte van 1, dus de invoer moet mogelijk dienovereenkomstig worden geschaald. |
| Voorbeeld | HEXBINY([Longitude]*2.5, [Latitude]*2.5) |
| Opmerkingen | Zie ook HEXBINX. |
| Syntaxis | LN(number) |
| Uitvoer | Getal De uitvoer is |
| Definitie | Retourneert de natuurlijke logaritme van een <number>. |
| Voorbeeld | LN(50) = 3.912023005 |
| Opmerkingen | Zie ook EXP en LOG. |
| Syntaxis | LOG(number, [base])Als het optionele basisargument niet aanwezig is, wordt basis 10 gebruikt. |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de logaritme van een getal voor de opgegeven basis. |
| Voorbeeld | LOG(16,4) = 2 |
| Opmerkingen | Zie ook POWER LN. |
| Syntaxis | MAX(expression) of MAX(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.
|
| Voorbeeld | MAX(4,7) = 7 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | MIN(expression) of MIN(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.
|
| Voorbeeld | MIN(4,7) = 4 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | PI() |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de numerieke constante pi: 3,14159... |
| Voorbeeld | PI() = 3.14159 |
| Opmerkingen | Handig voor trigonometrische functies waarvan de invoer in radialen is. Zie ook RADIANS. |
| Syntaxis | POWER(number, power) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Verhoogt een <number> naar de opgegeven <power>. |
| Voorbeeld | POWER(5,3) = 125 |
| Opmerkingen | U kunt ook het symbool ^ gebruiken, zoals 5^3 = POWER(5,3) = 125 |
| Syntaxis | RADIANS(number) |
| Uitvoer | Getal (hoek in radialen) |
| Definitie | Converteert een gegeven <number> van graden naar radialen. |
| Voorbeeld | RADIANS(180) = 3.14159 |
| Opmerkingen | De inverse functie, DEGREES, neemt een hoek in radialen en retourneert de hoek in graden. |
| Syntaxis | ROUND(number, [decimals]) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Rondt een Het optionele argument |
| Voorbeeld | ROUND(1/3, 2) = 0.33 |
| Opmerkingen | Bij sommige databases, zoals SQL Server, is het mogelijk om een negatieve lengte op te geven. Hierbij rondt -1 een getal af op tientallen, -2 op honderdtallen, enzovoort. Dit geldt niet voor alle databases. Voor Excel en Access geldt dit bijvoorbeeld niet.
|
| Syntaxis | SIGN(number) |
| Uitvoer | -1, 0 of 1 |
| Definitie | Retourneert het teken van een getal <number>: de mogelijke retourwaarden zijn -1 als het getal positief is, 0 als het getal nul is of 1 als het getal positief is. |
| Voorbeeld | SIGN(AVG(Profit)) = -1 |
| Opmerkingen | Zie ook ABS. |
| Syntaxis | SIN(number)Het getalargument is de hoek in radialen. |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de sinus van een hoek. |
| Voorbeeld | SIN(0) = 1.0 |
| Opmerkingen | De inverse functie, Zie ook |
| Syntaxis | SQRT(number) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de vierkantswortel van een <number>. |
| Voorbeeld | SQRT(25) = 5 |
| Opmerkingen | Zie ook SQUARE. |
| Syntaxis | SQUARE(number) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert het kwadraat van een <number>. |
| Voorbeeld | SQUARE(5) = 25 |
| Opmerkingen | Zie ook SQRT en POWER. |
| Syntaxis | TAN(number)Het getalargument is de hoek in radialen. |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de tangens van een hoek. |
| Voorbeeld | TAN(PI ( )/4) = 1.0 |
| Opmerkingen | Zie ook ATAN, ATAN2,COT en PI. Om een hoek van graden naar radialen om te zetten, gebruikt u RADIANS. |
| Syntaxis | ZN(expression) |
| Uitvoer | Elke expressie, of 0 |
| Definitie | Retourneert de Gebruik deze functie om null-waarden te vervangen door nullen. |
| Voorbeeld | ZN(Grade) = 0 |
| Opmerkingen | Dit is een zeer nuttige functie wanneer u in een berekening velden gebruikt die mogelijk nullen bevatten. Door het veld te omgeven met ZN kunt u fouten voorkomen die ontstaan door het rekenen met nullen. |
| GETALOPMAAK | OPMAAKOPTIES |
| Automatisch: de opmaak wordt automatisch geselecteerd op basis van de opmaak die is opgegeven door de databron of op basis van de data in het veld. | Geen. |
| Getal (standaard): de opmaak is gebaseerd op de geselecteerde landinstelling. | Landinstelling: de getalopmaak verandert op basis van de geselecteerde geografische locatie. |
| Getal (aangepast): de opmaak wordt aangepast aan uw keuze. | Decimalen: het aantal decimalen dat moet worden weergegeven. Negatieve waarden: hoe negatieve waarden worden weergegeven. Eenheden: het getal wordt weergegeven in de opgegeven eenheden.Als het getal bijvoorbeeld 20.000 is en de eenheden duizendtallen, wordt het getal weergegeven als 20K. Voorvoegsel/achtervoegsel: tekens die voorafgaan aan en volgen na elk weergegeven nummer. Scheidingstekens voor duizendtallen opnemen: geeft aan of het getal scheidingstekens per duizendtal bevat (bijvoorbeeld: 100.000 versus 100000). |
| Valuta (standaard): de opmaak en het valutasymbool zijn gebaseerd op de geselecteerde landinstellingen. | Landinstelling: valuta-opmaak op basis van de geselecteerde geografische locatie. |
| Valuta (aangepast): de opmaak en het valutasymbool worden naar uw keuze aangepast. | Decimalen: het aantal decimalen dat moet worden weergegeven. Negatieve waarden: hoe negatieve waarden worden weergegeven. Eenheden: het getal wordt weergegeven in de opgegeven eenheden.Als het getal bijvoorbeeld 20.000 is en de eenheden duizendtallen, wordt het getal weergegeven als 20K. Voorvoegsel/achtervoegsel: tekens die voorafgaan aan en volgen na elk weergegeven nummer. Scheidingstekens voor duizendtallen opnemen: geeft aan of het getal scheidingstekens per duizendtal bevat (bijvoorbeeld: 100.000 versus 100000). |
| Wetenschappelijk: getallen worden weergegeven in wetenschappelijke opmaak. | Decimaal: het aantal decimalen dat moet worden weergegeven. |
| Percentage: getallen worden weergegeven als percentage met het procentsymbool.De waarde van 1 wordt geïnterpreteerd als 100% en 0 als 0% | Decimaal: het aantal decimalen dat moet worden weergegeven. |
| Aangepast: de opmaak is geheel gebaseerd op wat is opgegeven in de opties voor opmaak. | Aangepast: typ de opmaak die u wilt gebruiken, inclusief speciale tekens (optioneel).Zie 'Een aangepaste getalopmaak definiëren' in dit onderwerp voor meer informatie. |
| GEBRUIKSCASE | NUMMERCODE SYNTAXIS | VOORBEELD VAN UITVOER |
| Alleen positieve waarden weergeven | #,##; ; (let op de spatie na de 2e en 3e puntkomma) | Positieve waarden: 1.234 Negatieve waarden: (alleen de lege ruimte wordt weergegeven) Nulwaarden: (alleen de lege ruimte wordt weergegeven) |
| Alleen negatieve waarden weergeven | ;-#,##; | Positieve waarden: (er wordt niets weergegeven) Negatieve waarden: -1.234 Nulwaarden: (er wordt niets weergegeven) |
| Alleen nulwaarden weergeven | ;;0; | Positieve waarden: (er wordt niets weergegeven) Negatieve waarden: (er wordt niets weergegeven) Nulwaarden: 0 |
| Nulwaarden verbergen | #,###;-#,###;; | Positieve waarden: 1.234 Negatieve waarden: -1.234 Nulwaarden: (er wordt niets weergegeven) |
| Negatieve waarden tussen haakjes weergeven | #,###;(#,###);; | Positieve waarden: 1.234 Negatieve waarden: (1.234) Nulwaarden: (er wordt niets weergegeven) |
| Een tekenvoorvoegsel aan een waarde toevoegen | $#,###.##;-$#,###.##;$0; | Positieve waarden: DOCSPORTALPRESERVEDHTML1TOKENnbsp;1.234,56 Negatieve waarden: -DOCSPORTALPRESERVEDHTML1TOKENnbsp;1.234,56 Nulwaarden: DOCSPORTALPRESERVEDHTML1TOKENnbsp;0 |
| Een tekenachtervoegsel aan een waarde toevoegen | #%;-#%;0%; | Positieve waarden: 12% Negatieve waarden: -34% Nulwaarden: 0% |
| Tekstbeschrijvingen toevoegen | "$"#,#" Overschot";"$"-##" Tekort"; "$"0; | Positieve waarden: DOCSPORTALPRESERVEDHTML1TOKENnbsp;1.234 overschot Negatieve waarden: DOCSPORTALPRESERVEDHTML1TOKENnbsp;-1.234 tekort Nulwaarden: DOCSPORTALPRESERVEDHTML1TOKENnbsp;0 |
| GETALOPMAAK | OPMAAKOPTIES |
| Automatisch: de opmaak wordt automatisch geselecteerd op basis van de opmaak die is opgegeven door de databron of op basis van de data in het veld. | Geen. |
| Getal (aangepast): de opmaak wordt aangepast aan uw keuze. | Decimalen: het aantal decimalen dat moet worden weergegeven. Eenheden: het getal wordt weergegeven in de opgegeven eenheden.Als het getal bijvoorbeeld 20.000 is en de eenheden duizendtallen, wordt het getal weergegeven als 20K. Scheidingstekens opnemen: of het getal scheidingstekens om de duizend bevat (bijvoorbeeld: 100.000 versus 100000). |
| Valuta (aangepast): de opmaak en het valutasymbool worden naar uw keuze aangepast. | Decimalen: het aantal decimalen dat moet worden weergegeven. Eenheden: het getal wordt weergegeven in de opgegeven eenheden.Als het getal bijvoorbeeld 20.000 is en de eenheden duizendtallen, wordt het getal weergegeven als 20K. Scheidingstekens opnemen: of het getal scheidingstekens om de duizend bevat (bijvoorbeeld: 100.000 versus 100000). |
| Percentage (aangepast): getallen worden weergegeven als percentage met het procentsymbool.De waarde van 1 wordt geïnterpreteerd als 100% en 0 als 0% | Decimalen: het aantal decimalen dat moet worden weergegeven. |
| Wetenschappelijk (aangepast): getallen worden weergegeven in wetenschappelijke opmaak. | Decimalen: het aantal decimalen dat moet worden weergegeven. |
| Vierkante cel | Tekstcel |
![]() | ![]() |
Wijzigingen in de loop van de tijd
Verwante onderwerpen
|
Het weergeven van wijzigingen in de loop van de tijd voor een meetwaarde is een van de fundamentele categorieën van visualisaties. Er zijn veel opties om wijzigingen in de loop van de tijd te verkennen, waaronder lijndiagrammen, hellingdiagrammen en highlighttabellen. Om wijzigingen in de loop van de tijd weer te geven, moet u weten voor welke waarde u een wijziging verwacht en hoe u met datumvelden in Tableau werkt. Op welke vraag geeft deze grafiek antwoord?
|
Correlatie
Verwante onderwerpen
|
Soms hebt u twee variabelen en zoekt u naar de relatie tussen deze variabelen. U wilt bijvoorbeeld weten wat de relatie is tussen de grootte van een klaslokaal en het percentage leerlingen dat een diploma haalt, of wat de relatie is tussen longcapaciteit en uithoudingsvermogen. (Maar vergeet niet dat correlatie niet altijd hetzelfde is als oorzakelijk verband.) Correlatie kan worden getoond met spreidingsdiagrammen of highlighttabellen, en u kunt analyseobjecten van Tableau gebruiken om de sterkte van de correlatie aan te tonen. Op welke typen vragen kan deze grafiek antwoord geven?
|
Sterkte
Verwante onderwerpen
|
Sterkte geeft de relatieve grootte of waarde van twee of meer discrete items weer. Als u de verkoopcijfers van verschillende regio's vergelijkt, kijkt u naar de sterkte. Sterktediagrammen omvatten staafdiagrammen, bellendiagrammen en lijndiagrammen. Op welke typen vragen kan deze grafiek antwoord geven?
|
Afwijking
Verwante onderwerpen
|
Afwijkingsgrafieken laten zien hoe ver een waarde afwijkt van een bepaalde basislijn, zoals het gemiddelde of de mediaan. Als u wilt weten welke items een ongebruikelijk hoge of lage winstmarge hebben, gebruikt u een afwijkingsgrafiek. U kunt puntengrafieken, staafdiagrammen en combinatiegrafieken gebruiken om afwijkingen weer te geven. U kunt ook de statistische significantie van de afwijking vinden met behulp van een Z-score. Op welke typen vragen kan deze grafiek antwoord geven?
|
Distributie
Verwante onderwerpen
|
Wanneer u de frequentie van gebeurtenissen binnen een bevolking wilt bepalen, kijkt u naar de distributie. Als u het aantal respondenten van een enquête per leeftijd wilt weergeven, of de frequentie van inkomende gesprekken per dag, is een distributiegrafiek wellicht de beste keuze. Distributiegrafieken omvatten histogrammen, bevolkingspiramides, Pareto-diagrammen en boxplots. Op welke typen vragen kan deze grafiek antwoord geven?
|
Rangschikking
Verwante onderwerpen
|
Soms wilt u niet alleen de sterkte van een bepaalde waarde weergeven, maar ook de relatieve rangschikking van alle leden van uw dimensie. Om de tien beste verkopers of de slechtst presterende staten te laten zien, gebruikt u een rangschikkingsgrafiek. Rangschikkingsgrafieken zijn meestal staafdiagrammen waarin rangschikkingsberekeningen, top N-sets of belangrijke voortgangsindicatoren zijn geïntegreerd. Op welke typen vragen kan deze grafiek antwoord geven?
|
Deel-tot-geheel
Verwante onderwerpen
|
Deel-tot-geheel-grafieken laten zien hoeveel van het geheel een afzonderlijk deel in beslag neemt. Als u bijvoorbeeld wilt laten zien hoeveel elke regio bijdraagt aan de totale verkoop, of hoe duur de verschillende verzendmethoden zijn voor een afzonderlijk product, kunt u een deel-tot-geheel-grafiek gebruiken. Deel-naar-geheel-grafieken kunnen cirkeldiagrammen, vlakdiagrammen, gestapelde staafdiagrammen of treemaps zijn. Op welke typen vragen kan deze grafiek antwoord geven?
|
Ruimtelijke waarde
Verwante onderwerpen
|
Ruimtelijke grafieken kunnen locaties en geografische patronen in uw data nauwkeurig weergeven. Voorbeelden van ruimtelijke kaarten zijn de luchthaventerminals met de meeste voetgangersstromen of een kaart van alle verkopen in het land. Ruimtelijke kaarten omvatten gevulde kaarten, puntverdelingskaarten, symboolkaarten en dichtheidskaarten. Op welke typen vragen kan deze grafiek antwoord geven?
|
Flow
Verwante onderwerpen
|
Flowgrafieken kunnen kaarten zijn die de beweging in de tijd weergeven, zoals Sankey-diagrammen. Flowkaarten bevatten grafieken met het pad in de loop van de tijd en het pad tussen oorsprong en bestemming. Op welke typen vragen kan deze grafiek antwoord geven?
|
| Logische laag | Fysieke laag | |
|---|---|---|
| Noodles = relaties | Venndiagram = joins | |
![]() | ![]() | |
| De weergave op het hoogste niveau van een databron met meerdere, gerelateerde tabellen. Dit is de logische laag. Logische tabellen kunnen worden gecombineerd met relaties (noodles). Ze gebruiken geen join-typen. Ze fungeren als containers voor fysieke tabellen. | Dubbelklik op een logische tabel om deze te openen en de fysieke tabellen ervan te bekijken. Fysieke tabellen kunnen worden gecombineerd met joins of verenigingen. In dit voorbeeld bestaat de logische tabel Boek uit drie fysieke tabellen waarvan een join is gemaakt (Boek, Award, Info). |
| Databron voor fysieke laag | Databron voor logische laag | |
|---|---|---|
![]() | ![]() |
| Lage intensiteit (50%) | Hoge intensiteit (80%) |
![]() | ![]() |
| Mogelijkheid | Datacombinatie | Aangepaste geocodering |
| Uw eigen locaties plotten op een kaartweergave | ja | ja |
| Elk type data gebruiken | ja | Nee, alleen tekstbestanden |
| Nieuwe geografische rollen toevoegen | Nee | ja |
| Toevoegen aan een bestaande geografische rol | Nee | ja |
| Nieuwe geografische hiërarchieën maken | Nee | ja |
| Kan worden hergebruikt voor andere werkmappen | Nee | ja |
| Highlightmethode | Voordelen | Wanneer te gebruiken |
|---|---|---|
| Markeringen selecteren |
|
|
| Legenda's |
|
|
| Highlighter |
|
|
| Acties (alleen Tableau Desktop) |
|
|
| Normale kleurlegenda | Highlights voor kleurlegenda ingeschakeld | |
![]() | ![]() |
| Type uitleg | Evaluatie |
|---|---|
Extreme waarden | Extreme waarden zijn geaggregeerde markeringen die uitschieters zijn, gebaseerd op een model van de gevisualiseerde markeringen. De geselecteerde markering wordt beschouwd als een extreme waarde als een recordwaarde zich aan de randen van de verdeling van de verwachte waarden voor de data bevindt. Een extreme waarde wordt bepaald door de geaggregeerde markering met en zonder de extreme waarde te vergelijken. Als de markering minder verrassend wordt doordat er een waarde wordt verwijderd, krijgt deze een hogere score. Wanneer een markering extreme waarden heeft, betekent dit niet automatisch dat er ook uitschieters zijn of dat u die records uit de weergave moet weglaten. Die keuze is aan u en is afhankelijk van uw analyse. De uitleg geeft eenvoudigweg een interessante extreme waarde aan in de markering. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een foutief ingevoerde waarde in een record wordt aangetroffen, waarbij een banaan 10 euro kost in plaats van 10 cent. Of er kan staan dat een bepaalde verkoper een goed kwartaal heeft gehad. |
Aantal records | De uitleg voor het aantal records modelleert de geaggregeerde som wat betreft het geaggregeerde aantal; de gemiddelde waarde van records modelleert dit wat betreft het geaggregeerde gemiddelde. Hoe beter het model de som uitlegt, hoe hoger de score. Deze uitleg beschrijft of de som interessant is omdat het aantal hoog of laag is, of omdat het gemiddelde hoog of laag is. |
Gemiddelde waarde van de markering | Dit type uitleg wordt gebruikt voor geaggregeerde markeringen die sommen zijn. Het geeft aan of de markering consistent is met de andere markeringen wat betreft het geaggregeerde aantal of gemiddelde overeenkomt, waarbij de relatie SUM(X) = COUNT(X) * AVG(X). Deze uitleg beschrijft of de som interessant is omdat het aantal hoog of laag is, of omdat het gemiddelde hoog of laag is. |
Bijdragende dimensies | Deze uitleg modelleert de doelmeetwaarde van de geanalyseerde markering wat betreft de uitsplitsing binnen de categorieën van de niet-gevisualiseerde dimensie. Bij de analyse wordt de complexiteit van het model in evenwicht gebracht met hoe goed de markering wordt uitgelegd. Een niet-gevisualiseerde dimensie is een dimensie die voorkomt in de databron, maar momenteel niet wordt gebruikt in de weergave. Dit type uitleg wordt gebruikt voor sommen, aantallen en gemiddelden. Het model voor niet-gevisualiseerde dimensies wordt gemaakt door markeringen op te splitsen op basis van de categorische waarden van de verklarende kolom. Vervolgens wordt een model gebouwd met de waarde die alle datapunten omvat in de bronvisualisatie. Voor elke rij probeert het model elk van de afzonderlijke componenten te herstellen die elke markering hebben gemaakt. Uit de analyse blijkt of het model de markering beter voorspelt wanneer componenten die overeenkomen met de niet-gevisualiseerde dimensie worden gemodelleerd en vervolgens worden opgeteld, in plaats van met een model waarbij de waarden van de niet-gevisualiseerde dimensie niet bekend zijn. Geaggregeerde dimensie-uitleg onderzoekt hoe goed markeringswaarden kunnen worden uitgelegd zonder enige voorwaarden. Vervolgens stelt het model voorwaarden aan de waarden voor elke kolom die een mogelijke uitleg vormt. Voorwaarden voor de distributie van een uitlegkolom zou moeten resulteren in een betere voorspelling. |
Bijdragende meetwaarden | Deze uitleg modelleert de markering wat betreft deze niet-gevisualiseerde meetwaarde, geaggregeerd tot het gemiddelde over de gevisualiseerde dimensies. Een niet-gevisualiseerde meetwaarde is een meetwaarde die voorkomt in de databron, maar momenteel niet wordt gebruikt in de weergave. Een uitleg voor Bijdragende meetwaarden kan een lineair of kwadratisch verband tussen de niet-gevisualiseerde meetwaarde en de doelmeetwaarde onthullen. |
| Syntaxis | MODEL_PERCENTILE(
|
| Definitie | Retourneert de waarschijnlijkheid (tussen 0 en 1) dat de verwachte waarde minder is dan of gelijk is aan de waargenomen markering, gedefinieerd door de doelexpressie en andere predictors. Dit is de posterieure voorspellende distributiefunctie, ook wel bekend als de cumulatieve distributiefunctie (CDF). |
| Voorbeeld | MODEL_PERCENTILE( SUM([Sales]),COUNT([Orders])) |
| Syntaxis | MODEL_QUANTILE(
|
| Definitie | Retourneert een numerieke doelwaarde binnen het waarschijnlijkheidsbereik dat is gedefinieerd door de doelexpressie en andere predictors bij een opgegeven kwantiel. Dit is het posterieure voorspellende kwantiel. |
| Voorbeeld | MODEL_QUANTILE(0.5, SUM([Sales]), COUNT([Orders])) |
| Parameter | Beschrijving | Voorbeeld van een geretourneerde waarde |
| TableauServerUser | De gebruikersnaam van de huidige servergebruiker. Gebruik deze bij het instellen van imitatie op de server. Retourneert een lege tekenreeks als de gebruiker niet is aangemeld bij Tableau Server. | jsmeets |
| TableauServerUserFull | De gebruikersnaam en het domein van de huidige servergebruiker. Gebruik deze bij het instellen van imitatie op de server. Retourneert een lege tekenreeks als de gebruiker niet is aangemeld bij Tableau Server. | domein.lan\jsmeets |
| TableauApp | De naam van de Tableau-toepassing. | Tableau Desktop Professional Tableau Server |
| TableauVersion | De versie van de Tableau-toepassing. | 9.3 |
| WorkbookName | De naam van de Tableau-werkmap. Gebruik deze alleen in werkmappen met een ingesloten databron. | Financiën-Analyse |
| Voorbeeldverhaal | Uitsplitsing van het verhaal |
| De eerste twee zinnen gebruiken functies voor gemiddelde en bereik om te schrijven over de gemiddelde, maximum- en minimumwaarden gedurende de periode die u analyseert. |
| De derde zin gaat over de algehele prestaties van de meetwaarde gedurende de periode. Een zin kan bijvoorbeeld gaan over de vraag of de verkoop gedurende een bepaalde periode is gestegen, gedaald of een andere trend heeft vertoond. |
| De vierde zin maakt gebruik van voortgangsanalyse. Deze zin schrijft over de grootste stijging en daling op basis van de meetwaarde gedurende de periode, waarbij zowel een procentuele als een absolute basis wordt gebruikt. |
| Deze zin is een Correlatie-inzicht. Dit type analytisch inzicht schrijft over opmerkelijke correlaties tussen verschillende reeksen in uw data. |
| Deze zin is een Segment-inzicht. Dit type analytisch inzicht schrijft over opmerkelijke stijgingen en dalingen in de loop van de tijd. |
| Deze zin is een Trendlijn-inzicht. Dit type inzicht schrijft over hoe goed trends met een bepaald betrouwbaarheidspercentage bij uw data passen, en met trendlijnen kunt u voorspellingen doen op basis van historische trends. |
| Voorbeeldverhaal | Uitsplitsing van het verhaal |
| De eerste zin berekent de totale waarde van uw meetwaarde. |
| De tweede zin schrijft over de dimensiedrivers. In dit voorbeeld zijn de dimensiedrivers de producten die het meest hebben bijgedragen aan de totale verkoop. |
| De derde en vierde zinnen analyseren de distributie van de data. Dit analyseert de gemiddelden, medianen, concentratie van data (indien aanwezig) en hoe de data scheef zijn. Dit helpt bij het identificeren hoe evenwichtig deze gegroepeerde variabelen met elkaar worden vergeleken. |
| Deze zin gebruikt Clustering om te schrijven over meetwaarden die gegroepeerd kunnen worden. Dit helpt bij het identificeren of er aparte groepen zijn die opvallen in de data. |
| De laatste zin schrijft over opmerkelijke uitschieters. |
| Voorbeeldverhaal | Uitsplitsing van het verhaal |
| De eerste twee zinnen worden aangestuurd gemaakt door regressieanalyses. Regressie laat zien hoe de ene meetwaarde de andere beïnvloedt. U kunt zien dat het verhaal in de eerste zin een relatie tussen winst en verkoop heeft geïdentificeerd. |
| De derde zin is afgeleid van clustering. Clusteranalyse probeert sleutelgroepen of clusters te identificeren binnen alle variabelen in de data. |
| De vierde zin is geschreven over uitschieters: waarden die aanzienlijk boven of onder het gemiddelde liggen. |
| De resterende zinnen voor spreidingsdiagramverhalen gebruiken analyses van bereik en gemiddelde om inzichten te schrijven. |
| Voorbeeldverhaal | Uitsplitsing van het verhaal |
| De eerste zin berekent de totale waarde van uw meetwaarde. |
| De tweede zin schrijft over stuurprogramma's. In dit voorbeeld zijn de stuurprogramma's de segmenten die het meest hebben bijgedragen aan de totale verkoop. |
| De laatste zin analyseert de distributie van de data. |
| Gregoriaans | ISO-8601 | Verschillen tussen kalenders |
|---|---|---|
| Jaar | ISOYEAR | ISO-8601 jaren beginnen altijd op de eerste maandag die het dichtst bij 1 januari ligt. Dit betekent dat het jaar ergens tussen 29 december en 4 januari kan beginnen. Gregoriaanse kalenders beginnen het jaar altijd op 1 januari. Dit kan rond die data enige discrepantie in jaren tussen de twee kalendersystemen veroorzaken. Elk ISO-8601 jaar is ofwel een lang of een kort jaar, met 52 of 53 weken, afhankelijk van wanneer het ISO-8601 jaar begint. |
| Kwartaal | ISOQUARTER | De eerste drie kwartalen in ISO-8601 hebben altijd 13 weken. Het laatste kwartaal heeft 13 weken (in een kort jaar) of 14 weken (in een lang jaar). |
| Maand | De ISO-8601 kalender op weekbasis gebruikt geen maanden. Veel detailhandel- en financiële systemen verdelen ISO-8601 kwartalen in drie segmenten van 4-4-5 weken, hoewel er ook andere 'maand'-patronen bestaan. Deze kunnen worden gedefinieerd met behulp van berekeningen. Zie Een 4-4-5-kalender maken. | |
| Weeknummer | ISOWEEK | Alle weken in de ISO-8601 kalender op weekbasis hebben precies 7 dagen en beginnen op een maandag. Elke week behoort tot één jaar, in tegenstelling tot de Gregoriaanse kalender die het mogelijk maakt dat weken zich over jaren uitstrekken. Lange jaren hebben 53 weken, korte jaren hebben 52 weken. |
| Dag | De ISO-8601 kalender op weekbasis gebruikt geen numerieke dagen (zoals de 14e of 23e). | |
| Weekdag | ISOWEEKDAY | ISO-8601 weekdagen beginnen altijd op maandag en worden weergegeven als enkele cijfers. Maandag is 1, dinsdag is 2, tot en met 7 voor zondag. |
| Bibliotheekklant | Contact | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
| Projectorverhuur | Bibliotheekklant | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
| DATE('01/01/'+STR([Member since])) |
| Datum | Reserveringstype | Aanvrager-ID | ID | Voornaam | Achternaam | Vestiging | Lid sinds | Geleende eenheden | Tarieven | Voorgestelde limiet |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1-1-2000 | Individueel | 233445589 | 232502870 | Alan | Wang | Noord | 2000 | 1 | 0,00 | 15 |
| 1-1-2000 | Individueel | 233445589 | 233445589 | Fred | Suzuki | Noord | 2000 | 52 | 0,90 | 15 |
| 1-1-2000 | Individueel | 233445589 | 233445566 | Ashley | Garcia | Zuid | 2000 | 243 | 11,30 | 15 |
| 1-1-2000 | Individueel | 233445589 | 233448978 | John | Smith | Noord | 2000 | 36 | 3,50 | 15 |
| Join-type | Resultaat |
Binnen
| Wanneer u een binnenste join gebruikt om tabellen te combineren, is het resultaat een tabel met waarden die in beide tabellen overeenkomsten bevatten. Wanneer een waarde geen overeenkomsten heeft in beide tabellen, wordt deze volledig verwijderd. |
Links
| Wanneer u een linker join gebruikt om tabellen te combineren, is het resultaat een tabel die alle waarden uit de linkertabel en de bijbehorende overeenkomsten uit de rechtertabel bevat. Wanneer een waarde in de linkertabel niet overeenkomt met de waarde in de rechtertabel, ziet u een null-waarde in het dataraster. |
Rechts
| Wanneer u een rechter join gebruikt om tabellen te combineren, is het resultaat een tabel met alle waarden uit de rechtertabel en de bijbehorende overeenkomsten uit de linkertabel. Wanneer een waarde in de rechtertabel geen overeenkomstige waarde in de linkertabel heeft, ziet u een null-waarde in het dataraster. |
Volledig buiten
| Wanneer u een volledig buitenste join gebruikt om tabellen te combineren, is het resultaat een tabel die alle waarden uit beide tabellen bevat. Wanneer een waarde uit een van de tabellen geen overeenkomstige waarde in de andere tabel heeft, ziet u een null-waarde in het dataraster. |
| Vereniging
| Hoewel vereniging geen join is, is vereniging een andere methode om twee of meer tabellen te combineren door rijen met data uit de ene tabel aan de andere toe te voegen. Idealiter hebben de tabellen die u verenigt hetzelfde aantal velden en hebben die velden overeenkomende namen en datatypen. Zie Uw data verenigen voor meer informatie over verenigen. |
| Hier is bijvoorbeeld een fragment van een JSON-bestand: | Het JSON-bestand genereert deze schemaniveaus: |
![]() | ![]() |
| Container Kolommen: | Lengtegraad (continue dimensie, geografische rol voor lengtegraad toegewezen) |
| Container Rijen: | Breedtegraad (continue dimensie, geografische rol voor breedtegraad toegewezen) |
| Detail: | Eén of meer velden met veel onderliggende datapunten |
| Markeringstype: | Dichtheid |
| Stormnaam | Datum | Breedtegraad | Lengtegraad | Bekken | Windsnelheid (kt) |
| PAKHAR | 26-3-2012, 00:00:00 uur | 9,5000 | 115,700 | Stille Oceaan | 0 |
| PAKHAR | 26-3-2012, 06:00:00 uur | 9,5000 | 115,400 | Stille Oceaan | 0 |
| PAKHAR | 26-3-2012, 12:00:00 uur | 9,5000 | 115,100 | Stille Oceaan | 0 |
| PAKHAR | 26-3-2012, 18:00:00 uur | 9,4000 | 114,800 | Stille Oceaan | 0 |
| PAKHAR | 27-3-2012, 00:00:00 uur | 9,4000 | 114,500 | Stille Oceaan | 0 |
| PAKHAR | 27-3-2012, 06:00:00 uur | 9,4000 | 114,300 | Stille Oceaan | 35 |
| Container Kolommen: | Lengtegraad (continue meetwaarde, geografische rol voor lengtegraad toegewezen) |
| Container Rijen: | Breedtegraad (continue meetwaarde, geografische rol voor breedtegraad toegewezen) |
| Detail: | Dimensie (unieke ID voor elk pad) |
| Pad: | Datumveld of volgordeveld om de volgorde te definiëren voor het verbinden van de datapunten |
| Markeringstype: | Lijn |
| Aardbeving Datum Tijd | ID | Sterkte | Sterkte^10 | Breedtegraad | Lengtegraad |
| 1-1-1973 | centennial19730101114235 | 6.00000 | 17488747.04 | -35.570 | -15.427 |
| 2-1-1973 | pde19730102005320300_66 | 5.50000 | 25329516.21 | -9.854 | 117.427 |
| 3-1-1973 | pde19730103022942800_33 | 4.80000 | 6492506.21 | 1.548 | 126.305 |
| 4-1-1973 | pde19730104003142000_33 | 4.50000 | 3405062.89 | 41.305 | -29.272 |
| 5-1-1973 | pde19730105003948200_36 | 4.70000 | 5259913.22 | 0.683 | -80.018 |
| 6-1-1973 | pde19730106061852300_83 | 4.90000 | 7979226.63 | -22.354 | -69.310 |
| Container Kolommen: | Lengtegraad (continue meetwaarde, geografische rol voor lengtegraad toegewezen) |
| Container Rijen: | Breedtegraad (continue meetwaarde, geografische rol voor breedtegraad toegewezen) |
| Detail: | Eén of meer dimensievelden |
| Formaat: | Een meetwaardeveld (geaggregeerd) |
| Markeringstype: | Automatisch |
| Lijn | Lijngroep (pad-ID) | Volgorde van punten | Station | Breedtegraad | Lengtegraad | Verkeer |
| 1 | 1 | 1 | La Défense (Grande Arche) | 48,891934 | 2,237883 | 14.275.382 |
| 1 | 1 | 2 | Esplanade de la Défense | 48,887843 | 2,250442 | 9.843.051 |
| 1 | 1 | 3 | Pont de Neuilly | 48,884509 | 2,259892 | 6.902.931 |
| 10 BOUCLE | 10 | 1 | Boulogne-Jean-Jaurès | 48,842222 | 2,238836 | 3.847.782 |
| 10 BOUCLE | 10 | 2 | Porte d'Auteuil | 48,848074 | 2,258648 | 687.237 |
| 10 BOUCLE | 10 | 3 | Michel-Ange-Auteuil | 48,847740 | 2,264297 | 2.222.709 |
| Container Kolommen: | Lengtegraad (continue meetwaarde, geografische rol voor lengtegraad toegewezen) |
| Container Rijen: | Breedtegraad (continue meetwaarde, geografische rol voor breedtegraad toegewezen) |
| Detail: | Veld Pad-ID (discrete dimensie) |
| Pad: | Volgordeveld (continue dimensie) |
| Markeringstype: | Lijn |
| Oorsprong-bestemming | Station | Pad-ID | Breedtegraad | Lengtegraad |
| Oorsprong | BT-01 | BT-01_BT-01 | 47,61841 | -122,35101 |
| Bestemming | BT-01 | BT-01_BT-01 | 47,61841 | -122,35101 |
| Oorsprong | BT-01 | BT-01_BT-03 | 47,61841 | -122,35101 |
| Bestemming | BT-03 | BT-01_BT-03 | 47,61576 | -122,34843 |
| Oorsprong | BT-01 | BT-01_BT-04 | 47,61841 | -122,35101 |
| Bestemming | BT-04 | BT-01_BT-04 | 47,61613 | -122,34108 |
| Oorsprong | BT-01 | BT-01_BT-05 | 47,61841 | -122,35101 |
| Bestemming | BT-05 | BT-01_BT-05 | 47,61303 | -122,34410 |
| Oorsprong-bestemming | Locatienaam | Pad-ID | Breedtegraad | Lengtegraad |
| Oorsprong | BT-01 | BT-01_BT-01 | 47,61841 | -122,35101 |
| Bestemming | BT-01 | BT-01_BT-01 | 47,61841 | -122,35101 |
| Oorsprong | BT-01 | BT-01_BT-03 | 47,61841 | -122,35101 |
| Bestemming | BT-03 | BT-01_BT-03 | 47,61576 | -122,34843 |
| Container Kolommen: | Lengtegraad (continue dimensie, geografische rol voor lengtegraad toegewezen) |
| Container Rijen: | Breedtegraad (continue dimensie, geografische rol voor breedtegraad toegewezen) |
| Detail: | Veld Pad-ID (discrete dimensie) |
| Markeringstype: | Lijn |
| Staat | Bestuurlijk gebied | Obesitaspercentage - 2012 |
| Alabama | Bestuurlijk gebied Autauga | 30,9000 |
| Alabama | Bestuurlijk gebied Baldwin | 26,7000 |
| Alabama | Bestuurlijke gebied Barbour | 40,8000 |
| Alabama | Bestuurlijk gebied Bibb | 40,1000 |
| Alabama | Bestuurlijk gebied Blount | 32,4000 |
| Alabama | Bestuurlijk gebied Bullock | 44,5000 |
| Container Kolommen: | Lengtegraad (continue meetwaarde, geografische rol voor lengtegraad toegewezen) |
| Container Rijen: | Breedtegraad (continue meetwaarde, geografische rol voor breedtegraad toegewezen) |
| Detail: | Eén of meer geografische eenheden (dimensies met geografische rollen toegewezen) |
| Kleur: | Meetwaarde of Dimensie |
| Markeringstype: | Automatisch of Kaart |
| Breedtegraad | Lengtegraad |
| 32,2000 | -101,5000 |
| 38,5800 | -92,5800 |
| 41,2000 | -89,6800 |
| 39,2800 | -87,4000 |
| 41,7800 | -87,7800 |
| 39,5000 | -90,0800 |
| Container Kolommen: | Lengtegraad (continue dimensie, geografische rol voor lengtegraad toegewezen) |
| Container Rijen: | Breedtegraad (continue dimensie, geografische rol voor breedtegraad toegewezen) |
| Markeringstype: | Automatisch |
Een op een
Voorbeeld: elke auto heeft een eigen kenteken en een kenteken is specifiek voor een individuele auto. Auto-op-kentekenbewijs is een-op-een. Zelfs als een auto niet geregistreerd is of als er nog geen kenteken aan een auto is toegewezen, wordt deze afwijking beschreven door de referentiële integriteit. Een auto kan maar één kenteken hebben en een kenteken kan maar aan één auto worden toegekend. De kardinaliteit blijft dus een-op-een. |
![]() |
Een-op-veel of Veel-op-een
Voorbeelden: veel medewerkers hebben dezelfde manager. Medewerkers-op-manager is veel-op-een. Manager-op-medewerkers is een-op-veel. |
![]()
|
Veel-op-veel
Voorbeelden: een acteur speelt in veel films en een film heeft veel acteurs. Acteur-op-film is veel-op-veel. Er kunnen meerdere boeken in dezelfde transactie worden gekocht en een boek kan meerdere keren worden gekocht. ISBN-op-order-ID is veel-op-veel. |
![]() |
| Tableau Desktop-versie | Webversie |
|
|
| Tableau Desktop-versie | Webversie |
|
|
| Tableau Desktop-versie | Webversie |
|
|
| Tableau Desktop-versie | Webversie |
|
|
| Tableau Desktop-versie | Webversie |
|
|
| Tableau Desktop-versie | Webversie |
|
|
| Gerelateerd | Join gemaakt |
De gerelateerde databron gebruiken:
| De samengevoegde databron gebruiken:
Onze cijfers lijken hier niet helemaal te kloppen. |
| Syntaxis | <expr1> AND <expr2> |
| Definitie | Voert een logische conjunctie uit op twee expressies. (Als beide zijden waar zijn, retourneert de logische test 'true'.) |
| Uitvoer | Booleaans (waar of onwaar) |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Spring" AND "[Season] = "Fall" ’Als zowel (Season = Spring) als (Season = Fall) tegelijkertijd waar zijn, retourneer dan It's the apocalypse and footwear doesn't matter'. |
| Opmerkingen | Vaak gebruikt met IF en IIF. Zie ook NOT en OR. Als beide expressies Als u een berekening maakt waarin het resultaat van een Opmerking: de operator |
| Syntaxis | CASE <expression>
|
| Uitvoer | Hangt af van datatype van de <then>-waarden. |
| Definitie | Evalueert de |
| Voorbeeld | ‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'. |
| Opmerkingen | Gebruikt met WHEN, THEN, ELSE en END.
|
| Syntaxis | CASE <expression>
|
| Definitie | Een optioneel onderdeel van een IF- of CASE-expressie die wordt gebruikt om een standaardwaarde op te geven die moet worden geretourneerd als geen van de geteste expressies waar is. |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' CASE [Season] |
| Opmerkingen | Gebruikt met CASE, WHEN, IF, ELSEIF, THEN en END
|
| Syntaxis | [ELSEIF <test2> THEN <then2>] |
| Definitie | Een optioneel onderdeel van een IF-expressie die wordt gebruikt om aanvullende voorwaarden te specificeren naast de initiële IF. |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' |
| Opmerkingen | Gebruikt met IF, THEN, ELSE en END
Anders dan |
| Definitie | Wordt gebruikt om een IF- of CASE-expressie af te sluiten. |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'. CASE [Season] ‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'. |
| Opmerkingen |
| Syntaxis | IF <test1> THEN <then1> |
| Uitvoer | Hangt af van datatype van de <then>-waarden. |
| Definitie | Test een reeks expressies en retourneert de waarde |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'. |
| Opmerkingen |
| Syntaxis | IFNULL(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hangt af van het datatype van de <expr>-waarden. |
| Definitie | Retourneert |
| Voorbeeld | IFNULL([Assigned Room], "TBD") ’Als het veld Assigned Room niet null is, wordt de waarde ervan geretourneerd. Als het veld Assigned Room null is, wordt in plaats daarvan TBD geretourneerd'. |
| Opmerkingen | Vergelijk met ISNULL. Zie ook ZN. |
| Syntaxis | IIF(<test>, <then>, <else>, [<unknown>]) |
| Uitvoer | Hangt af van het datatype van de waarden in de expressie. |
| Definitie | Controleert of aan een voorwaarde is voldaan (<test>), en retourneert <then>als de test waar is, <else> als de test niet waar is, en een optionele waarde voor <unknown> als de test null is. Als de optionele onbekende niet is opgegeven, retourneert IIF null. |
| Voorbeeld | IIF([Season] = 'Summer', 'Sandals', 'Other footwear') ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, retourneer dan Other footwear’ IIF([Season] = 'Summer', 'Sandals', ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide waar is, retourneer dan Sneakers’. IIF('Season' = 'Summer', 'Sandals', ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van de expressies waar is, retourneer dan Sneakers’. |
| Opmerkingen |
Dat wil zeggen dat in de onderstaande berekening het resultaat Rood zal zijn en niet Oranje, omdat de expressie niet meer wordt geëvalueerd zodra A=A als ‘waar’ wordt geëvalueerd:
|
| Syntaxis | <expr1> IN <expr2> |
| Uitvoer | Booleaans (waar of onwaar) |
| Definitie | Retourneert TRUE als enige waarde in <expr1> overeenkomt met enige waarde in <expr2>. |
| Voorbeeld | SUM([Cost]) IN (1000, 15, 200) ‘Is de waarde van het veld Cost 1.000, 15, or 200?’ [Field] IN [Set] ‘Is de waarde van het veld aanwezig in de set?’ |
| Opmerkingen | De waarden in Zie ook WHEN. |
| Syntaxis | ISDATE(string) |
| Uitvoer | Booleaans (waar of onwaar) |
| Definitie | Retourneert waar als een <string> een geldige datum is. De invoerexpressie moet een tekenreeks (tekst-)veld zijn. |
| Voorbeeld | ISDATE("2018-09-22")’Is de tekenreeks 2018-09-22 een correct ingedeelde datum?’ |
| Opmerkingen | Wat als geldige datum wordt beschouwd, hangt af van de landinstelling van het systeem dat de berekening evalueert. Bijvoorbeeld: In de VS:
In het VK:
|
| Syntaxis | ISNULL(expression) |
| Uitvoer | Booleaans (waar of onwaar) |
| Definitie | Retourneert waar als de |
| Voorbeeld | ISNULL([Assigned Room]) ’Is het veld Assigned Room null?’ |
| Opmerkingen | Vergelijk met IFNULL. Zie ook ZN. |
| Syntaxis | MAX(expression) of MAX(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.
|
| Voorbeeld | MAX(4,7) = 7 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | MIN(expression) of MIN(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.
|
| Voorbeeld | MIN(4,7) = 4 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | NOT <expression> |
| Uitvoer | Booleaans (waar of onwaar) |
| Definitie | Voert een logische ontkenning uit op een expressie. |
| Voorbeeld | IF NOT [Season] = "Summer" ‘Als het seizoen niet gelijk is aan Summer, retourneer dan Don't wear sandals. Zo niet, retourneer dan Wear sandals.’ |
| Opmerkingen |
| Syntaxis | <expr1> OR <expr2> |
| Uitvoer | Booleaans (waar of onwaar) |
| Definitie | Voert een logische ontkoppeling uit op twee expressies. |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Spring" OR [Season] = "Fall" ‘Als (Season = Spring) of (Season = Fall) waar is, retourneer dan Sneakers.’ |
| Opmerkingen | Vaak gebruikt met IF en IIF. Zie ook AND en NOT. Als een van beide expressies Als u een berekening maakt die het resultaat van een Opmerking: de operator |
| Syntaxis | IF <test1> THEN <then1>
|
| Definitie | Een vereist onderdeel van een IF-, ELSEIF- of CASE-expressie, die wordt gebruikt om te definiëren welk resultaat moet worden geretourneerd als een specifieke waarde of test waar is. |
| Voorbeeld | IF [Season] = "Summer" THEN 'Sandals' ‘Als Season = Summer, retourneer dan Sandals. Zo niet, kijk dan naar de volgende expressie. Als Season = Winter, retourneer dan Boots. Als geen van beide expressies waar is, retourneer dan Sneakers'. CASE [Season] ‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'. |
| Opmerkingen |
| Syntaxis | CASE <expression>
|
| Definitie | Een vereist onderdeel van een CASE-expressie. Vindt de eerste <value> die overeenkomt met <expression> en retourneert de overeenkomende <then>. |
| Voorbeeld | CASE [Season] ‘Kijk naar het veld Season. Als de waarde Summer is, retourneer dan Sandals. Als de waarde Winter is, retourneer dan Boots. Als geen van de opties in de berekening overeenkomt met wat er in het veld Season staat, retourneer dan Sneakers'. |
| Opmerkingen | Gebruikt met CASE, THEN, ELSE en END.
CASE <expression> De waarden die |
| Syntaxis | ZN(expression) |
| Uitvoer | Hangt af van het datatype van de <expression> of 0. |
| Definitie | Retourneert <expression> als deze niet null is, anders wordt nul geretourneerd. |
| Voorbeeld | ZN([Test Grade]) ‘Als het toetscijfer niet null is, retourneer dan de waarde ervan. Als het toetscijfer nul is, retourneer dan 0.’ |
| Opmerkingen |
Zie ook ISNULL. |
| CASE | IF | IIF |
CASE [Region] | IF [Region] = 'West' THEN 1 | IIF([Region] = 'West', 1, |
De CASE-structuur is heel eenvoudig en gemakkelijk te schrijven en te begrijpen. De expressie (hier: [Region]) kan echter geen logische bewerking zijn, in tegenstelling tot IF of IIF. Null-waarden worden voor CASE op dezelfde manier verwerkt als voor IF. | De IF THEN-structuur staat meerdere ELSEIF-clausules toe, waardoor meerdere evaluaties veel eenvoudiger zijn dan bij IIF. Verwerking van null-waarden: alle onbekende (nietige) resultaten worden door dezelfde ELSE-clausule behandeld als ‘false’ resultaten. Hier wordt aan elk gebied anders dan de vier opgegeven gebieden (inclusief ‘null’) de waarde 5 toegekend. | De IIF-structuur verwerkt onbekende resultaten anders dan valse resultaten en heeft een andere syntaxis dan IF. Het nadeel van specifieke null-verwerking is dat het nesten, zoals hierboven beschreven, lastig kan zijn om te schrijven en te begrijpen. Verwerking van nullwaarden: aan alle niet-null-gebieden, behalve de vier opgegeven gebieden, wordt de waarde 5 toegekend, maar aan een null-waarde wordt een 0 toegekend. |
| Selectietool | Rechthoek | Radiaal | Lasso | Reistijd met auto |
|---|---|---|---|---|
| Vorm | Rechthoek | Cirkel | Vrije-vormpad | Veelhoek Reistijd met auto |
| Basis | Visuele begrenzing | Afstand in rechte lijn | Visuele begrenzing | Reistijd en routering |
| Netwerk vereist | Nee | Nee | Nee | Ja |
| Gaat verder dan weergave | Nee | Ja | Nee | Ja |
| Labelopties in Tableau Desktop: Alles | Labeloptie in webbewerking: Min/Max |
![]() | ![]() |
| Ingebouwde hiërarchie | Kolommen die in het .csv-bestand moeten worden opgenomen (op volgorde, van links naar rechts) |
|---|---|
| Land (naam) | Land (naam) Breedtegraad Lengtegraad |
| Land (naam), staat/provincie | Land (naam) Staat/provincie Breedtegraad Lengtegraad |
| Land (naam), staat/provincie, stad | Land (naam) Staat/provincie Stad Breedtegraad Lengtegraad |
| Land (naam), staat/provincie, bestuurlijk gebied | Land (naam) Staat/provincie Bestuurlijk gebied Breedtegraad Lengtegraad |
| Land (naam), postcode | Land (naam) Postcode Breedtegraad Lengtegraad |
| Land (naam), netnummer | Land (naam) Netnummer Breedtegraad Lengtegraad |
| Land (naam), CBSA | Land (naam) CBSA Breedtegraad Lengtegraad |
| Context | Scope | Hoe |
|---|---|---|
Werkblad: geselecteerde markering of markeringen Tableau Cloud, Tableau Server, Tableau Desktop | Als u in een werkblad een of meer markeringen selecteert en vervolgens Data weergeven selecteert in het knopinfomenu, worden onderliggende data weergegeven die betrekking hebben op de afzonderlijke markering of een groep markeringen. Opmerking: de optie Opdrachtknoppen opnemen moet zijn geselecteerd om de knopinfotips voor de knop Data weergeven beschikbaar te maken. Deze weergave kan worden aangepast en gedownload. | Selecteer een of meer markeringen in de weergave en selecteer vervolgens Data weergeven in het knopinfomenu.
|
De pagina Databron: per tabel Tableau Cloud, Tableau Server, Tableau Desktop | Op de pagina databron kunt u Data weergeven openen voor elke tabel die in de databron staat (linkerdeelvenster). In deze weergave kunt u kolommen verplaatsen en sorteren, maar u kunt de data niet downloaden. | Selecteer Data weergeven naast een tabel in het linkerdeelvenster van de pagina Databron.
U kunt het venster Data weergeven voor aangepaste SQL ook weergeven door te klikken op Voorbeeld van resultaten in het dialoogvenster Aangepaste SQL. |
Werkblad: de knop Downloaden op de werkbalk Tableau Cloud en Tableau Server | Als u in een werkblad (weergave- of bewerkingsmodus) data selecteert in het menu van de knop Downloaden, worden alle onderliggende data weergegeven die in een werkblad zijn gebruikt. In een dashboard kunt u de onderliggende data bekijken op basis van het geselecteerde werkblad. Selecteer een werkblad in het dashboard voordat u op de knop Downloaden klikt om de optie Data beschikbaar te maken. Deze weergave kan worden aangepast en gedownload. | Selecteer in het menu van de knop Downloaden de optie Data.
|
Werkblad: het deelvenster Data Alleen Tableau Desktop | Als u in een werkblad Data weergeven boven aan het deelvenster Data selecteert, worden tabeldata voor elk veld in de databron weergegeven, gesorteerd per tabel. Deze weergave kan worden aangepast en gedownload. | Klik in het deelvenster Data op de knop Data weergeven naast het veld Zoeken.
|
Werkblad: het menu Analyse Alleen Tableau Desktop | In een werkblad worden alle onderliggende data weergegeven die in een visualisatie worden gebruikt door Data weergeven te selecteren in het menu Analyse. De bijbehorende tabel of tabellen voor meetwaarden die in de visualisatie worden gebruikt, worden weergegeven in het deelvenster Tabbladen. Deze weergave kan worden aangepast en gedownload. | Selecteer Data weergeven in het menu Analyse. In visualisaties die geen teksttabellen zijn, kunt u ook met de rechtermuisknop op de weergave klikken en vervolgens Data weergeven selecteren.
|
| Dashboard: het menu Analyse Alleen Tableau Desktop | Als u op een dashboard Data weergeven selecteert in het menu Analyse, worden alle onderliggende data weergegeven die in het geselecteerde werkblad worden gebruikt. Als er geen werkblad actief is, worden de data van het standaardwerkblad weergegeven. Het deelvenster Tabbladen toont de bijbehorende tabel of tabellen voor de meetwaarden die in de visualisatie worden gebruikt. Deze weergave kan worden aangepast en gedownload. | Selecteer Data weergeven in het menu Analyse.
Let op de donkere rand rond het blad Bestelgegevens. Dit geeft aan dat dit is geselecteerd in het dashboard. Het dialoogvenster Data weergeven toont dit voor Bestelgegevens. |
| Optie | Hoe | Waar |
|---|---|---|
Veldkolommen weergeven of verbergen | Klik op Velden weergeven en schakel een veldnaam in of uit. Als u alle velden wilt weergeven, selecteert u (Alles). Velden worden rechts van de op dat moment weergegeven velden toegevoegd. |
|
Veldkolommen verplaatsen | Selecteer een of meerdere veldkolommen en klik vervolgens op de pijltjes naar rechts of links boven in het venster. Of selecteer het vervolgkeuzemenu en klik op Naar rechts verplaatsen of Naar links verplaatsen. Tip: als u niet-aangrenzende kolommen wilt groeperen, drukt u op Ctrl terwijl u de kolommen selecteert. Vervolgens verplaatst u de geselecteerde kolommen naar links of rechts. |
|
Veldkolommen verwijderen | Selecteer een veldkolom en selecteer vervolgens Verwijderen in het vervolgkeuzemenu. Of klik op Velden weergeven en schakel het veld uit om de kolom ervan te verwijderen. |
|
Data sorteren | Beweeg de muis over de bovenkant van een kolom om de knop Sorteren weer te geven. Klik op de knop Sorteren om de sortering te wijzigen. Klik eventueel op het vervolgkeuzemenu en selecteer Oplopend sorteren of Aflopend sorteren Opmerking: aangepaste sorteerresultaten worden niet opgenomen in de gedownloade data. |
|
Het maximum aantal rijen bewerken dat u wilt weergeven | Standaard worden in het venster Data weergeven van Tableau Desktop maximaal de eerste 10.000 rijen met data weergegeven en in Tableau Cloud en Tableau Server worden maximaal de eerste 200 rijen met data weergegeven. U kunt het maximale aantal rijen dat in het venster Data weergeven wordt weergegeven, vergroten of verkleinen. Deze instelling heeft geen gevolgen voor het aantal rijen dat wordt geëxporteerd wanneer u op de knop Downloaden klikt. Klik in het veld 'Aantal rijen' om het te bewerken. Klik op de pijlknop of druk op Enter op uw toetsenbord om de wijziging toe te passen. |
|
Aliassen tonen | Klik op de knop Instellingen om aliassen voor alle veldnamen weer te geven of te verbergen. |
|
Lege rijen verborgen (standaard) Jay zit niet bij een club, dus er is geen rij voor de student Jay. Elke rij heeft een tijdelijke aanduiding (Abc). | Lege rijen weergegeven Jay zit niet in een club, maar er worden lege rijen weergegeven, zodat er een rij voor Jay is zonder tijdelijke aanduiding (Abc). |
![]() | ![]() |
| Kalendersysteem | Weeknummer | Jaartal |
| Standaard Gregoriaans | 1 | 2011 |
| ISO-8601 | 52 | 2010 |
| Annotatie | Te gebruiken kalender | Voorbeeld van opmaaktekenreeks |
| [Y] | ISO-8601 | ww[Y] yyyy[Y] |
| [y] | Standaard Gregoriaans | ww[y] yyyy[y] |
| Opmaaktekenreeks | Opgemaakte uitvoer |
| yyyy | 2013 |
| yyyy[Y] | 2014 |
| yyyy ww | 2014 1 |
| yyyy mm | 2013 12 |
| ww yyyy | 1 2014 |
| mm yyyy | 12 2013 |
| ww yyyy[y] | 1 2013 |
| mm yyyy[Y] | 12 2014 |
| yyyy mm ww | 2013 12 1 |
| mm yyyy ww | 12 2013 1 |
| ww mm yyyy | 1 12 2013 |
| ww mm yyyy[Y] | 1 12 2014 |
| ww yyyy mm | 1 2014 12 (opmaak is dubbelzinnig) |
| ww yyyy[y] mm | 1 2013 12 |
| ww yyyy mm yyyy | 1 2014 12 2013 |
| ww yyyy yyyy mm | 1 2014 2013 12 |
| yyyy mm ww yyyy | 2013 12 1 2014 |
| Het thema van deze werkmap... | Is gekoppeld aan deze Tableau-versies... |
|---|---|
| Vloeiend | Versie 10.x en nieuwer |
| Helder | Versies 8.0.x - 9.3.x |
| Modern | Versies 3.5 - 7.0.x |
| Klassiek | Versies 1.0 - 3.2 |
Tabel A en tabel X zijn niet gerelateerd | Tabel B en tabel X zijn niet gerelateerd |
![]() | ![]() |
Tabel A en tabel S zijn gerelateerd | Tabel B en tabel S zijn gerelateerd (via tabel A) |
![]() | ![]() |
| Nog niet gerelateerd | Ambigu gerelateerd | Relatie opgelost tot één boom | |
| Gerelateerd via basistabel A | Gerelateerd via basistabel X | ||
![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
Samenhechting | Onduidelijkheid oplossen |
![]() Niet-gerelateerd veld A en veld X samengehecht via dimensie S | ![]() Veld S en veld T geëvalueerd via de boom gedefinieerd door basistabel A |
| Plaatst niet-gerelateerde velden naast elkaar op basis van gedeelde kenmerken | Bepaalt welk relatiepad wordt gebruikt wanneer er meerdere opties zijn (ambiguïteit of een gedeelde meetwaarde), of stelt een relatiepad vast waar zo'n pad nog niet bestond (nog niet gerelateerd). |
Gebruikt logica voor meerdere basistabellen om resultaten te berekenen | Gebruikt logica voor één basistabel om resultaten te berekenen |
| Bij de analyse zijn niet-gerelateerde tabellen betrokken | Bij de analyse zijn gedeelde tabellen betrokken |
Classes | Clubs | Students |
![]() | ![]() | ![]() |
Velden:
| Velden:
| Velden:
|
| Opgeloste probleem | Opgelost sinds |
Extracten Lokale databron (in een werkmap): als u probeert een databron met relaties op basis van meerdere feitentabellen te extraheren, wordt de foutmelding 'Er is geen dergelijke tabel' weergegeven. Gepubliceerde databron: het extraheren van een gepubliceerde databron met relaties op basis van meerdere feitentabellen lijkt te slagen, maar veldwaarden kunnen worden verwisseld. |
Als u nog steeds hinder ondervindt van deze problemen in Tableau Desktop of Tableau Server, voer dan een upgrade uit naar de versie van 24 juli 2024 of later. |
EXCLUDE-LOD-expressies Alleen INCLUDE-LOD's dienen te worden gevalideerd als er niet-gerelateerde velden aanwezig zijn. Onder dezelfde omstandigheden kunnen EXCLUDE-LOD's echter ook ten onrechte als niet geldig worden gemarkeerd. | |
Geneste gebruikersberekeningen Geneste gebruikersberekeningen zijn niet beschikbaar in gepubliceerde databronnen met een datamodel met relaties op basis van meerdere feitentabellen. |
| Databron | Ondersteuning |
| Actian Vectorwise | Niet ondersteund. |
| Amazon EMR Hadoop Hive | Ondersteund in Hive 0.13 en hoger. |
| Amazon Redshift | Ondersteund. |
| Aster Database | Ondersteund in versie 4.5 en hoger. |
| Cloudera Hadoop | Ondersteund in Hive 0.13 en hoger. |
| Cloudera Impala | Ondersteund in Impala 1.2.2 en hoger. |
| Kubussen (multidimensionale databronnen) | Niet ondersteund. |
| DataStax Enterprise | Niet ondersteund. |
| EXASOL | Ondersteund. |
| Firebird | Ondersteund in versie 2.0 en hoger. |
| Generieke ODBC | Beperkt. Afhankelijk van de specifieke databron. |
| Google BigQuery | Ondersteund voor standaard SQL, niet ondersteund voor verouderde SQL. |
| Hortonworks Hadoop Hive | Ondersteund in Hive 0.13 en hoger. In HIVE versie 1.1 zijn LOD-expressies die externe joins produceren niet betrouwbaar. Er worden externe joins gemaakt wanneer er geen expliciet veld is om een join mee te maken. Tableau maakt bijvoorbeeld een externe join voor een LOD-expressie |
| IBM BigInsights | Ondersteund. |
| IBM DB2 | Ondersteund in versie 8.1 en hoger. |
| MarkLogic | Ondersteund in versie 7.0 en hoger. |
| Microsoft Access | Niet ondersteund. |
| Op Microsoft Jet gebaseerde verbindingen (verouderde connectors voor Microsoft Excel, Microsoft Access en tekst) | Niet ondersteund. |
| Microsoft SQL Server | SQL Server 2005 en hoger. |
| MySQL | Ondersteund. |
| IBM PDA (Netezza) | Ondersteund in versie 7.0 en hoger. |
| Oracle | Ondersteund in versie 9i en hoger. |
| Actian Matrix (ParAccel) | Ondersteund in versie 3.1 en hoger. |
| Pivotal Greenplum | Ondersteund in versie 3.1 en hoger. |
| PostgreSQL | Ondersteund in versie 7 en hoger. |
| Progress OpenEdge | Ondersteund. |
| SAP HANA | Ondersteund. |
| SAP Sybase ASE | Ondersteund. |
| SAP Sybase IQ | Ondersteund in versie 15.1 en hoger. |
| Spark SQL | Ondersteund. |
| Splunk | Niet ondersteund. |
| Tableau-data-extract | Ondersteund. |
| Teradata | Ondersteund. |
| Vertica | Ondersteund in versie 6.1 en hoger. |
| Syntaxis | RAWSQL_BOOL("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert een booleaans resultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQL_BOOL("%1 > %2", [Sales], [Profit])In het voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales] en %2 is gelijk aan [Profit]. |
| Syntaxis | RAWSQLAGG_BOOL("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert een booleaans resultaat op basis van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQLAGG_BOOL("SUM( %1) >SUM( %2)", [Sales], [Profit]) In het voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales] en %2 is gelijk aan [Profit]. |
| Syntaxis | RAWSQL_DATE("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert een datumresultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQL_DATE("%1", [Order Date])In dit voorbeeld is %1 is gelijk aan [Order Date]. |
| Syntaxis | RAWSQLAGG_DATE("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert een datumresultaat op basis van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie |
| Voorbeeld | RAWSQLAGG_DATE("MAX(%1)", [Order Date])In dit voorbeeld is %1 is gelijk aan [Order Date]. |
| Syntaxis | RAWSQL_DATETIME("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Datumtijd |
| Definitie | Retourneert een datumtijdresultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQL_DATETIME("%1", [Order Date])In dit voorbeeld is %1 is gelijk aan [Order Date]. |
| Syntaxis | RAWSQLAGG_DATETIME("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Datumtijd |
| Definitie | Retourneert een datumtijdresultaat op basis van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQLAGG_DATETIME("MIN(%1)", [Order Date])In dit voorbeeld is %1 is gelijk aan [Order Date]. |
| Syntaxis | RAWSQL_INT("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert een resultaat met geheel getal op basis van een opgegeven SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQL_INT("500 + %1", [Sales])In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales]. |
| Syntaxis | RAWSQLAGG_INT("sql_expr", [arg1,] …[argN]) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Retourneert een resultaat met geheel getal van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQLAGG_INT("500 + SUM(%1)", [Sales])In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales]. |
| Syntaxis | RAWSQL_REAL("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Numeriek |
| Definitie | Retourneert een numeriek resultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQL_REAL("-123.98 * %1", [Sales])In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales] |
| Syntaxis | RAWSQLAGG_REAL("sql_expr", [arg1,] …[argN]) |
| Uitvoer | Numeriek |
| Definitie | Retourneert een numeriek resultaat op basis van een opgegeven geaggregeerde SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQLAGG_REAL("SUM( %1)", [Sales])In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Sales]. |
| Syntaxis | RAWSQL_SPATIAL("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Ruimtelijke waarde |
| Definitie | Retourneert een ruimtelijk resultaat op basis van een opgegeven SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQL_SPATIAL("%1", [Geometry])In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Geometry]. |
| Opmerking | Er is geen RAWSQLAGG-versie van deze functie. |
| Syntaxis | RAWSQL_STR("sql_expr", [arg1], …[argN]) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert een tekenreeks op basis van een opgegeven SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQL_STR("%1", [Customer Name])In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Customer Name]. |
| Syntaxis | RAWSQLAGG_STR("sql_expr", [arg1,] …[argN]) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert een tekenreeks op basis van een geaggregeerde SQL-expressie. |
| Voorbeeld | RAWSQLAGG_STR("AVG(%1)", [Discount])In dit voorbeeld is %1 gelijk aan [Discount]. |
![]() | ![]() | ![]() |
SQL Server-tabel
| Excel-tabel ![]() |
Primaire databron
| Secundaire databron
|
Primaire databron ![]() | Secundaire databron ![]() |
Tabel 1
| Tabel 2
|
| Werknemers-ID | Naam | Salaris | Afdeling | Indiensttredingsdatum | Organisatie |
| 20107 | Wilson, Henry | 61000 | Ondersteuning | 28-7-2015 | Activiteiten |
| 20107 | Wilson, Henry | 61000 | Verkoop | 25-8-2016 | Activiteiten |
Verkoop
| Productcatalogus
|
| Product-ID | Productnaam | Product-ID | Verkoopbedrag | Transactiedatum |
| 1 | 10inch-tablet | 1 | 100 | 1-10-2012 |
| 1 | 10inch-tablet | 1 | 2000 | 2-10-2012 |
| 2 | Smartphone | 2 | 50 | 30-9-2012 |
| 3 | Bureaulamp | 3 | 10 | 21-8-2012 |
| Tableau Desktop-versie | Webversie |
|
|
| Tableau Desktop-versie | Webversie |
|
|
| Uitbreiding | Lambda | |
| Ridge-regressie | ja | ja |
| Lineaire regressie | ja | Niet van toepassing |
| Syntaxis | AREA(Spatial Polygon, 'units') |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert het totale oppervlak van een <spatial polygon>. |
| Voorbeeld | AREA([Geometry], 'feet') |
| Opmerkingen | Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening, zoals
|
| Syntaxis | BUFFER(Spatial point, distance, 'units')
|
| Uitvoer | Geometrie |
| Definitie | Bij ruimtelijke punten wordt een polygoonvorm geretourneerd die is gecentreerd over een Bij lijntekenreeksen worden de polygonen berekend die worden gevormd door alle punten binnen de straalafstand van de lijntekenreeks op te nemen. Bij polygonen wordt een polygoon berekend die een 'inset' (negatieve afstand) of 'outset' (positieve afstand) is van elke gegeven polygoon. |
| Voorbeeld | BUFFER([Spatial Point Geometry], 25, 'mi') BUFFER(MAKEPOINT(47.59, -122.32), 3, 'km') BUFFER(MAKELINE(MAKEPOINT(0, 20),MAKEPOINT (30, 30)),20,'km')) |
| Opmerkingen | Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening, zoals
|
| Syntaxis | DIFFERENCE(Spatial, Spatial) |
| Uitvoer | Ruimtelijke veelhoek |
| Definitie | Berekent de delen van regio's die overblijven wanneer alle regio's in het tweede argument uit het eerste argument worden gehaald in overlappende gebieden.Verwijdert regio's uit het tweede argument in gebieden die niet overlappen. |
| Voorbeeld | DIFFERENCE(Spatial Polygon1, Spatial Polygon2) |
| Opmerkingen | Ondersteunt ruimtelijke veelhoeken en meerdere polygonen, geen ruimtelijke punten of lijnen. |
| Syntaxis | DISTANCE(SpatialPoint1, SpatialPoint2, 'units') |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de afstandsmeting tussen twee punten in de opgegeven <unit>. |
| Voorbeeld | DISTANCE([Origin Point],[Destination Point], 'km') |
| Opmerkingen | Ondersteunde eenheidsnamen (moeten tussen aanhalingstekens staan in de berekening, zoals
|
| Beperkingen van de database | Deze functie kan alleen worden gemaakt met een live verbinding, maar blijft werken als de databron wordt omgezet naar een extract. |
| Syntaxis | INTERSECTION (spatial, spatial) |
| Uitvoer | Veelhoek |
| Definitie | Berekent en retourneert de delen van regio's in het tweede argument die overlappen met regio's in het eerste argument. |
| Voorbeeld | SNIJPUNT (Ruimtelijke polygoon1, Ruimtelijk polygoon2) |
| Opmerkingen | Ondersteunt ruimtelijke veelhoeken en meerdere polygonen, geen ruimtelijke punten of lijnen. |
| Syntaxis | INTERSECTS (geometry1, geometry2) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert true of false om aan te geven of twee geometrieën elkaar in de ruimte overlappen. |
| Opmerkingen | Ondersteunde combinaties: punt/veelhoek, lijn/veelhoek en veelhoek/veelhoek. |
| Syntaxis | LENGTH(geometry, 'units') |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de geodetische padlengte van de lijntekenreeks of tekenreeksen in de <geometry> met behulp van de gegeven <units>. |
| Voorbeeld | LENGTH([Spatial], 'metres') |
| Opmerkingen | Het resultaat is <NaN> als het geometrie-argument geen lijntekenreeksen bevat, hoewel andere elementen wel zijn toegestaan. |
| Syntaxis | MAKELINE(SpatialPoint1, SpatialPoint2) |
| Uitvoer | Geometrie (lijn) |
| Definitie | Retourneert een lijnmarkering tussen twee punten |
| Voorbeeld | MAKELINE(MAKEPOINT(47.59, -122.32), MAKEPOINT(48.5, -123.1)) |
| Opmerkingen | Handig voor het maken van vertrek-bestemmingskaarten. |
| Syntaxis | MAKEPOINT(latitude, longitude, [SRID]) |
| Uitvoer | Geometrie (punt) |
| Definitie | Converteert data van de kolommen Als het optionele argument |
| Voorbeeld | MAKEPOINT(48.5, -123.1) MAKEPOINT([AirportLatitude], [AirportLongitude]) MAKEPOINT([Xcoord],[Ycoord], 3493) |
| Opmerkingen |
Met |
| Syntaxis | NO_CUTOUTS (spatial) |
| Uitvoer | Gecorrigeerde ruimtelijke polygoon |
| Definitie | Retourneert een gecorrigeerde ruimtelijke polygoon als voor een platte-aarde-interpretatie polygooninversies vereist zijn; anders wordt het origineel geretourneerd. |
| Opmerkingen | Voor ruimtelijke bestandsindelingen zoals Keyhole Markup Language (.kml) moeten polygoongrenzen een specifieke coördinaatrichting volgen.Als een dataset in omgekeerde richting grenzen trekt, interpreteert Tableau de buitenruimte als de vorm. |
| Syntaxis | OUTLINE(spatial polygon) |
| Uitvoer | Geometrie |
| Definitie | Converteert een polygoongeometrie naar lijntekenreeksen. |
| Opmerkingen | Handig voor het maken van een aparte laag voor een omtrek die anders kan worden vormgegeven dan de vulling. Ondersteunt polygonen binnen multipolygonen. |
| Syntaxis | PARSE_WKT (String) |
| Uitvoer | Ruimtelijk (geografie) |
| Definitie | Converteert een teksttekenreeksveld met bekende tekstrepresentaties (WKT) van geografische entiteiten (zoals punten, lijntekenreeksen of polygonen) naar een ruimtelijke waarde. |
| Opmerkingen | Er wordt aangenomen dat de coördinaten de breedte- en lengtegraad van WGS-84 gebruiken.Zie Bekende tekstweergave van geometrie voor meer informatie over WKT. |
| Syntaxis | SHAPETYPE(geometry) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert een tekenreeks die de structuur beschrijft van de ruimtelijke <geometry>, zoals Leeg (Empty), Punt (Point), Meerdere punten (MultiPoint), Lijntekenreeksen (LineString), Meerdere lijntekenreeksen (MultiLinestring), Polygoon (Polygon), Meerdere polygonen (MultiPolygon), Gemengd (Mixed) en Niet-ondersteund (Unsupported). |
| Voorbeeld | SHAPETYPE(MAKEPOINT(48.5, -123.1)) = "Point" |
| Syntaxis | SYMDIFFERENCE(spatial, spatial) |
| Uitvoer | Geometrie |
| Definitie | Berekent alle delen van regio's uit het tweede argument die overlappen met regio's in het eerste argument en verwijdert deze uit beide.Retourneert de resterende delen van regio's uit beide argumenten. |
| Voorbeeld |
|
| Syntaxis | UNION(spatial 1, [spatial 2]) |
| Uitvoer | Geometrie |
| Definitie | Combineert ruimtelijke geometrieën door aangrenzende of overlappende grenzen op te lossen in één ruimtelijke geometrie. |
| Opmerkingen | Bij gebruik met één argument ( Bij gebruik met twee argumenten ( Voor punten en lijntekenreeksen combineert |
| Syntaxis | VALIDATE(spatial geometry) |
| Uitvoer | Geometrie |
| Definitie | Bevestigt de topologische juistheid van de geometrie in uw ruimtelijke waarde.Als de waarde niet voor analyse kan worden gebruikt vanwege problemen zoals de omtrek van een polygoon die zichzelf snijdt, dan is het resultaat nul.Als de geometrie juist is, is het resultaat de oorspronkelijke geometrie. |
| Voorbeeld |
|
| Operator | DIFFERENCE |
| Definitie | Berekent de delen van regio's die overblijven wanneer alle regio's in het tweede argument uit het eerste argument worden gehaald in overlappende gebieden. Verwijdert regio's uit het tweede argument in gebieden die niet overlappen. |
| Voorbeeld |
|
| Operator | INTERSECTION |
| Definitie | Berekent en retourneert de delen van regio's in het tweede argument die overlappen met regio's in het eerste argument. |
| Voorbeeld |
|
| Operator | SYMDIFFERENCE |
| Definitie | Berekent alle delen van regio's uit het tweede argument die overlappen met regio's in het eerste argument en verwijdert deze uit beide. Retourneert de resterende delen van regio's uit beide argumenten. |
| Voorbeeld |
|
| Operator | UNION |
| Definitie | Monadische vereniging (één parameter) Syntaxis:
Dyadische vereniging (twee parameters) Syntaxis:
|
| Voorbeeld |
|
| Beschrijving | Windows-snelkoppeling | Mac-snelkoppeling |
| Nieuwe werkmap | Ctrl+N | Command+N |
| Nieuw werkblad | Ctrl+M | Command+T |
| Blad beschrijven | Ctrl+E | Command+E |
| Vooruit bladeren door open werkbladen | Ctrl+Tab, Ctrl+F6 | Shift+Command+Rechter haakje |
| Achteruit bladeren door open werkbladen | Ctrl+Shift+Tab, Ctrl+Shift+F6 | Shift+Command+Linker haakje |
| In- en uitschakelen van de presentatiemodus | F7, Ctrl+H | Option+Return |
| In- en uitschakelen van de modus Volledig scherm | Control+Command+F | |
Bestand openen
| Ctrl+O | Command+O |
| Bestand opslaan | Ctrl+S | Command+S |
| Opslaan in Tableau Public | Ctrl+Shift+S | Shift+Command+S |
| Werkmap herstellen naar laatst opgeslagen status | F12 | Option+Command+E |
| De huidige werkmap sluiten | Alt+F4 | Command+W |
| Afdrukken | Ctrl+P | Command+P |
| Help openen | F1 | Control+Command+? |
| Beschrijving | Windows-snelkoppeling | Mac-snelkoppeling |
| Nieuw werkblad | Ctrl+Alt+T | Option+Command+T |
| In- en uitschakelen van de modus Volledig scherm | F11 | Control+Command+F |
| Bestand opslaan | Ctrl+S | Command+S |
| Werkmap opslaan als | Ctrl+Shift+S | Shift+Command+S |
| De huidige werkmap sluiten | Alt+F4 | Option+Q |
| Afdrukken (of exporteren als PDF) | Ctrl+P | Command+P |
| Help openen | F1 | Control+Command+/ |
| Beschrijving | Windows-snelkoppeling | Mac-snelkoppeling |
| Verbinding maken met databron | Ctrl+D | Command+D |
| De opdracht Zoeken in het deelvenster Data activeren | Ctrl+F | Command+F |
| Databron vernieuwen | F5 | Command+R |
| Data-updates uitvoeren op een weergave | F9 | Shift+Command+0 |
| Automatische data-updates in- en uitschakelen | F10 | Option+Command+0 |
| Beschrijving | Windows-snelkoppeling | Mac-snelkoppeling |
| Verbinding maken met databron | Ctrl+D | Command+D |
| Databron vernieuwen | Alt+F5 | Option+F5 |
| Naam van databron wijzigen | Alt+F2 | Option+F2 |
| Nieuwe databron | Ctrl+Alt+D | Control+D |
| Databron bewerken | Ctrl+Alt+Shift+D | Control+Shift+D |
| Beschrijving | Windows-snelkoppeling | Mac-snelkoppeling |
|---|---|---|
| Laten zien! | Ctrl+1, Ctrl+Shift+1 | Command+1 |
| Voeg het geselecteerde veld toe aan het werkblad. (Werkt alleen met een enkel veld.) | Enter of dubbelklik | Return of dubbelklik |
| Plaats het geselecteerde veld op de container Kolommen | Alt+Shift+C | Option+Shift+C |
| Plaats het geselecteerde veld op de container Filters | Alt+Shift+F | Option+Shift+F |
| Plaats het geselecteerde veld op Formaat | Alt+Shift+I | Option+Shift+I |
| Plaats het geselecteerde veld op Detail | Alt+Shift+L | Option+Shift+L |
| Plaats het geselecteerde veld op Kleur | Alt+Shift+O | Option+Shift+O |
| Plaats het geselecteerde veld op de container Pagina's | Alt+Shift+P | Option+Shift+P |
| Plaats het geselecteerde veld op de container Rijen | Alt+Shift+R | Option+Shift+R |
| Plaats het geselecteerde veld op Vorm | Alt+Shift+S | Option+Shift+S |
| Plaats het geselecteerde veld op Tekst/Label | Alt+Shift+T | Option+Shift+T |
| Plaats het geselecteerde veld op de container Rijen | Alt+Shift+X | Option+Shift+X |
| Plaats het geselecteerde veld op de container Kolommen | Alt+Shift+Y | Option+Shift+Y |
| Open het veldmenu Neerzetten | Klik met de rechtermuisknop en sleep naar de container | Option + slepen naar container |
| Open het deelvenster Datamodel weergeven | Ctrl+Shift+I | Command+Shift+I |
| Kopieer een veld in de weergave en plaats het op een andere container of kaart | Ctrl+slepen | Command+slepen |
| Rijen en kolommen omwisselen | Ctrl+W | Control+Command+W |
| Richting van kolomlabels onderaan de weergave omwisselen | Ctrl+L | |
| Het dashboardraster in- en uitschakelen | G | G |
| Schakelen tussen de tabbladen Dashboard en Lay-out | T | T |
| Tekstselectie knippen (in bijschriften, titels, formules, enz.) | Ctrl+X | Command+X |
| Klembord plakken | Ctrl+V | Command+V |
| Ongedaan maken | Ctrl+Z | Command+Z |
| Opnieuw | Ctrl+Y | Command+Shift+Z |
| Het huidige werkblad wissen | Alt+Shift+Backspace | Option+Shift+Delete |
| Zwevend dashboardobject verplaatsen | Pijltjestoets beweegt 1 pixel, Shift+pijltje beweegt 10 pixels | Pijltjestoets beweegt 1 pixel, Shift+pijltje beweegt 10 pixels |
Grootte van zwevend dashboardobject wijzigen | Met Alt+pijltjestoets wordt de grootte in stappen van 1 pixel aangepast, met Shift+Alt+pijltjestoets wordt de grootte in stappen van 10 pixels aangepast | Met Option+pijltjestoets wordt de grootte in stappen van 1 pixel aangepast, met Shift+Option+pijltjestoets wordt de grootte in stappen van 10 pixels aangepast |
| Beschrijving | Windows-snelkoppeling | Mac-snelkoppeling |
|---|---|---|
| Voeg het geselecteerde veld toe aan het werkblad. (Werkt alleen met een enkel veld.) | Dubbelklik | Dubbelklik |
| Kopieer een veld in de weergave en plaats het op een andere container of kaart | Ctrl+slepen | Command+slepen |
| Het dashboardraster in- en uitschakelen | G | G |
| Schakelen tussen de tabbladen Dashboard en Lay-out | T | T |
| Open het deelvenster Datamodel weergeven | Ctrl+Shift+I | Command+Shift+I |
| Tekstselectie knippen (in bijschriften, titels, formules, enz.) | Ctrl+X | Command+X |
| Klembord plakken | Ctrl+V | Command+V |
| Ongedaan maken | Ctrl+Z | Command+Z |
| Opnieuw | Ctrl+Y | Command+Shift+Z |
| Open huidige werkblad in Tableau Desktop | Ctrl+O | Option+Command+O |
| Het huidige werkblad wissen | Alt+Shift+Backspace | Option+Shift+Delete |
| Zwevend dashboardobject verplaatsen | Pijltjestoets beweegt 1 pixel, Shift+pijltje beweegt 10 pixels | Pijltjestoets beweegt 1 pixel, Shift+pijltje beweegt 10 pixels |
Grootte van zwevend dashboardobject wijzigen | Met Alt+pijltjestoets wordt de grootte in stappen van 1 pixel aangepast, met Shift+Alt+pijltjestoets wordt de grootte in stappen van 10 pixels aangepast | Met Option+pijltjestoets wordt de grootte in stappen van 1 pixel aangepast, met Shift+Option+pijltjestoets wordt de grootte in stappen van 10 pixels aangepast |
| Kolomveld hernoemen (wanneer veld is geselecteerd in het dataschemadeelvenster) | F2 | F2 |
| Berekend veld hernoemen (wanneer de berekende veldeditor open is) | F2 | F2 |
| Kleinere celgrootte | Ctrl+B | Command+B |
| Grotere celgrootte | Ctrl+Shift+B | Command+Shift+B |
| Maak rijen smaller | Ctrl+Pijl-links | Control+Command+Pijl-links |
| Maak rijen breder | Ctrl+Pijl-rechts | Control+Command+Pijl-rechts |
| Maak kolommen korter | Ctrl+Pijl omlaag | Control+Command+Pijl omlaag |
| Maak kolommen langer | Ctrl+Pijl omhoog | Control+Command+Pijl omhoog |
| Beschrijving | Windows-snelkoppeling | Mac-snelkoppeling |
|---|---|---|
| Start of stop het vooruit afspelen op de container Pagina's | F4 | F4 |
| Start of stop het achterwaarts afspelen op de container Pagina's | Shift+F4 | Shift+F4 |
| Eén pagina vooruit bladeren | Ctrl+punt | Command+punt |
| Eén pagina terugbladeren | Ctrl+komma | Command+komma |
| Beschrijving | Windows-snelkoppeling | Mac-snelkoppeling |
| Markeringen selecteren | Klik op | Klik op |
| Een groep markeringen selecteren | Slepen | Slepen |
| Individuele markeringen toevoegen aan de selectie | Ctrl+klik | Command+klik |
| Een groep markeringen toevoegen aan de selectie | Ctrl+slepen | Command+slepen |
| Het gereedschap Rechthoekige selectie gebruiken | A | A |
| Het gereedschap Lassoselectie gebruiken | D | D |
| Het gereedschap Radiale selectie gebruiken | S | S |
| Alle data selecteren | Ctrl+A | Command+A |
| Geselecteerde data kopiëren | Ctrl+C | Command+C |
| De markeringsselectie wissen | Esc | Esc |
| Pannen rond de weergave | Shift+slepen | Shift+slepen |
| Inzoomen op een punt in de weergave (indien geen kaart, is zoommodus vereist) | Dubbelklik, Ctrl+Shift+klik | Dubbelklik, Shift+Command+klik |
| Uitzoomen vanaf een punt op een kaart (indien geen kaart, is zoommodus vereist) | Ctrl+Shift+Alt+klik | Shift+Option+Command+klik |
| Uitzoomen | Shift+Dubbelklik | Shift+Dubbelklik |
| Inzoomen op een gebied in de weergave (vereist zoommodus indien geen kaart) | Ctrl+Shift+slepen | Shift+Command+slepen |
| In- en uitzoomen op een kaart | Scrollen | Scrollen |
| Versleep een rij en scrol tegelijkertijd door een lange lijst | Klik + sleep naar de onderkant van het deelvenster + houd vast | Klik + scrol, Command+ingedrukt houden |
| Beschrijving | Windows-snelkoppeling | Mac-snelkoppeling |
| Bestand openen | Ctrl+O | Command+O |
| Nieuwe flow | Ctrl+N | Command+N |
| Bestand opslaan | Ctrl+S | Command+S |
| Bestand opslaan als | Alt+Ctrl+S | Shift+Command+S |
| Afsluiten | Ctrl+Q | Command+Q |
| Ongedaan maken | Ctrl+Z | Command+Z |
| Opnieuw | Ctrl+Y | Shift+Command+Z |
| Knippen | Ctrl+X | Command+X |
| Kopiëren | Ctrl+C | Command+C |
| Plakken | Ctrl+V | Command+V |
| Alles selecteren | Ctrl+A | Command+A |
| Alles uitvoeren | Ctrl+R | Command+R |
| Flow publiceren | F10 |
| Inzichttype | Definitie |
| Geconcentreerde bijdrage | Wordt weergegeven wanneer een klein aantal dimensieleden een meerderheid (50% of meer) van de bijdrage aan een statistiek vormt. |
| Belangrijkste drivers | Toont waarden voor dimensieleden die het meest zijn veranderd in dezelfde richting als de waargenomen verandering in de statistiek. |
| Huidige trend | Toont huidige trends om de mate van verandering, de richting en fluctuaties voor de statistiekwaarde te communiceren. |
| Trendwijziging | Toont nieuwe trends die aanzienlijk afwijken van de huidige trend.Dit inzicht communiceert de mate van verandering, de richting en fluctuaties voor de statistiekwaarde. |
| Minst bijdragende | Toont de laagste waarden in een dimensie voor een statistiek in een gegeven tijdsbereik. |
| Belangrijkste detractors | Geeft waarden weer voor dimensieleden die het meest zijn gewijzigd in de tegenovergestelde richting van de waargenomen wijziging in de statistiek. |
| Onverwachte waarden (uitschieters) | Geeft aan of de waarde van een statistiek voor een bepaald tijdsbereik hoger of lager is dan het verwachte bereik op basis van historische observaties van de statistiek. |
| Korte vorm | Volledige vorm | Beschrijving |
--source-username <user name> | Een geldige gebruikersnaam voor de databronverbinding. Gebruik deze optie met
Opmerking: U moet de gebruikersnaam en het wachtwoord opgeven wanneer u een gepubliceerd extract vernieuwt, zelfs als de databron oorspronkelijk met ingesloten referenties is gepubliceerd. | |
--source-password "<password>" | Het wachtwoord voor de gebruiker van de databron. | |
of
| Pad en bestandsnaam voor de databron die op de server moet worden vernieuwd. Bijvoorbeeld: Als u een databron met meerdere bestanden wilt vernieuwen, geeft u het pad door naar een map die de databestanden bevat. Bijvoorbeeld: Als het bestand zich op een netwerkshare bevindt, gebruikt u de UNC-notatie voor het pad: | |
--force-full-refresh | Als de databron is ingesteld voor incrementele vernieuwingen, gebruikt u deze optie om een volledige extractvernieuwing af te dwingen. Als deze optie niet is opgenomen, wordt een incrementele vernieuwing uitgevoerd. Niet alle databronnen ondersteunen incrementele vernieuwing. | |
-s <server http address> | --server <URL> | De URL voor de Tableau Server waarop de data worden gepubliceerd. Voor Tableau Cloud geeft u |
-t <site id> | --site <siteid> | In een omgeving met meerdere sites geeft u de site op waarop de opdracht van toepassing is. Gebruik dit argument voor Tableau Cloud als uw gebruikersnaam aan meer dan één site is gekoppeld. Als u voor Tableau Server geen site opgeeft, wordt uitgegaan van de standaardsite. De site-ID is onafhankelijk van de sitenaam en wordt aangegeven in de URL wanneer u de site in een browser bekijkt. Als bijvoorbeeld de URL voor de pagina die u ziet nadat u zich hebt aangemeld bij Tableau Cloud https://online.tableau.com/t/vernazza/views is, dan is de site-ID vernazza. |
--datasource <datasource> | De naam van de databron, zoals gepubliceerd op Tableau Server of Tableau Cloud. | |
--project <projectname> | Het project waartoe de databron behoort. Als deze optie niet is opgenomen, wordt uitgegaan van het standaardproject. Als het project dat u wilt opgeven een onderliggend project is dat is genest binnen een projecthiërarchie, moet u deze parameter gebruiken samen met de | |
--parent-project-path path/to/project | Als een project waarnaar de databron is gepubliceerd zich niet op het hoogste niveau van een projecthiërarchie bevindt, gebruikt u deze parameter samen met de Gebruik het slash-teken ( Bijvoorbeeld, voor een project met de naam Sandbox, in project Social, onder Marketing op het hoogste niveau:
| |
-u <user name> | --username <username> | Geldige Tableau Server- of Tableau Cloud-gebruiker. |
-p "<password>" | --password "<password>" | Het wachtwoord voor de opgegeven Tableau Server- of Tableau Cloud-gebruiker. |
--proxy-username <username> | De gebruikersnaam voor een proxyserver. | |
--proxy-password "<password>" | Het wachtwoord voor een proxyserver. | |
-c "<path and file name>" | --config-file "<path and file name>" | Pad- en bestandsnaaminformatie voor een bestand met configuratieopties voor de opdracht. Plaats het pad altijd tussen dubbele aanhalingstekens. Zie Een configuratiebestand gebruiken hieronder voor meer informatie. |
| Korte vorm | Volledige vorm | Beschrijving |
--file <path and file name> | Pad- en bestandsnaaminformatie voor het databestand met de toe te voegen data. Het bestand kan afkomstig zijn uit Excel, Access, een Tableau-dataextract of een tekstbestand met scheidingstekens. Er kan geen wachtwoordbeveiliging worden toegepast. Gebruik UNC-indeling als het bestand zich op een netwerkshare bevindt. Bijvoorbeeld: | |
-s <server http address> | --server <URL> | De URL voor de Tableau Server waarop de data worden gepubliceerd. Voor Tableau Cloud geeft u |
-t <site id> | --site <site id> | In een omgeving met meerdere sites geeft u de site op waarop de opdracht van toepassing is. Voor Tableau Cloud moet u dit argument opnemen als uw gebruikersnaam aan meer dan één site is gekoppeld. Als u voor Tableau Server geen site opgeeft, wordt uitgegaan van de standaardsite. |
--datasource <datasource> | De naam van de databron, zoals gepubliceerd op Tableau Server of Tableau Cloud. | |
--project <projectname> | Het project waartoe de databron behoort. Als deze optie niet is opgenomen, wordt uitgegaan van het standaardproject. Als het project dat u wilt opgeven een onderliggend project is dat is genest binnen een projecthiërarchie, moet u deze parameter gebruiken samen met de | |
--parent-project-path path/to/project | Als een project waarnaar de databron is gepubliceerd zich niet op het hoogste niveau van een projecthiërarchie bevindt, gebruikt u deze parameter samen met de Gebruik het slash-teken ( Bijvoorbeeld, voor een project met de naam Sandbox, in project Social, onder Marketing op het hoogste niveau:
| |
-u <username> | --username <username> | Geldige Tableau Server- of Tableau Cloud-gebruiker. |
-p "<password>" | --password "<password>" | Het wachtwoord voor de opgegeven Tableau Server- of Tableau Cloud-gebruiker. |
--proxy-username <username> | De gebruikersnaam voor een proxyserver. | |
--proxy-password "<password>" | Het wachtwoord voor een proxyserver. | |
-c "<path and filename>" | --config-file "<path and filename>" | Pad- en bestandsnaaminformatie voor een bestand met configuratieopties voor de opdracht. Plaats het pad altijd tussen dubbele aanhalingstekens. Zie Een configuratiebestand gebruiken hieronder voor meer informatie. |
| Syntaxis | ASCII(string) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de ASCII-code voor het eerste teken in een <string>. |
| Voorbeeld | ASCII('A') = 65 |
| Opmerkingen | Dit is het omgekeerde van de functie CHAR. |
| Syntaxis | CHAR(number) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert het teken dat is gecodeerd door de ASCII-code <number>. |
| Voorbeeld | CHAR(65) = 'A' |
| Opmerkingen | Dit is het omgekeerde van de functie ASCII. |
| Syntaxis | CONTAINS(string, substring) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert true als een gegeven tekenreeks de gespecificeerde subtekenreeks bevat. |
| Voorbeeld | CONTAINS("Calculation", "alcu") = true |
| Opmerkingen | Zie ook de logische functie Afhankelijk van de databron kan CONTAINS hoofdlettergevoelig zijn. Dus kan voor sommige databronnen de volgende situatie ontstaan: |
| Syntaxis | ENDSWITH(string, substring) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert true als de gegeven tekenreeks eindigt op de gespecificeerde subtekenreeks Spaties aan het einde worden genegeerd. |
| Voorbeeld | ENDSWITH("Tableau", "leau") = true |
| Opmerkingen | Zie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies. |
| Syntaxis | FIND(string, substring, [start]) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de indexpositie van een subtekenreeks binnen een tekenreeks, of 0 als de subtekenreeks niet is gevonden. Het eerste teken in de tekenreeks is positie 1. Als het optionele numerieke argument |
| Voorbeeld | FIND("Calculation", "alcu") = 2FIND("Calculation", "Computer") = 0FIND("Calculation", "a", 3) = 7FIND("Calculation", "a", 2) = 2FIND("Calculation", "a", 8) = 0 |
| Opmerkingen | Zie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies. |
| Syntaxis | FINDNTH(string, substring, occurrence) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de positie van de n-de keer dat een subtekenreeks voorkomt in de opgegeven tekenreeks, waarbij n wordt gedefinieerd door het argument voor het aantal instanties. |
| Voorbeeld | FINDNTH("Calculation", "a", 2) = 7 |
| Opmerkingen |
Zie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies. |
| Syntaxis | LEFT(string, number) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert het <number> voor het aantal tekens dat het meest links in de tekenreeks staat. |
| Voorbeeld | LEFT("Matador", 4) = "Mata" |
| Opmerkingen | Zie ook MID en RIGHT. |
| Syntaxis | LEN(string) |
| Uitvoer | Getal |
| Definitie | Retourneert de lengte van de tekenreeks. |
| Voorbeeld | LEN("Matador") = 7 |
| Opmerkingen | Niet te verwarren met de ruimtelijke functie LENGTH. |
| Syntaxis | LOWER(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de opgegeven <string> volledig in kleine letters. |
| Voorbeeld | LOWER("ProductVersion") = "productversion" |
| Opmerkingen | Zie ook UPPER en PROPER. |
| Syntaxis | LTRIM(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de opgegeven <string> met eventuele voorloopspaties verwijderd. |
| Voorbeeld | LTRIM(" Matador ") = "Matador " |
| Opmerkingen | Zie ook RTRIM. |
| Syntaxis | MAX(expression) of MAX(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het maximum van de twee argumenten. Deze moeten van hetzelfde datatype zijn.
|
| Voorbeeld | MAX(4,7) = 7 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | (MID(string, start, [length]) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert een tekenreeks die begint bij de opgegeven Als het optionele numerieke argument |
| Voorbeeld | MID("Calculation", 2) = "alculation"MID("Calculation", 2, 5) ="alcul" |
| Opmerkingen | Zie ook de ondersteunde RegEx in de documentatie voor extra functies. |
| Syntaxis | MIN(expression) of MIN(expr1, expr2) |
| Uitvoer | Hetzelfde datatype als het argument, of NULL als een deel van het argument nul is. |
| Definitie | Retourneert het minimum van de twee argumenten, die van hetzelfde datatype moeten zijn.
|
| Voorbeeld | MIN(4,7) = 4 |
| Opmerkingen | Bij tekenreeksen
Bij databronnen van een database is de tekenreekswaarde Bij datums Bij datums is Als een aggregatie
Ter vergelijking
Zie ook |
| Syntaxis | PROPER(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de opgegeven |
| Voorbeeld | PROPER("PRODUCT name") = "Product Name"PROPER("darcy-mae") = "Darcy-Mae" |
| Opmerkingen | Spaties en niet-alfanumerieke tekens zoals leestekens worden als scheidingstekens beschouwd. |
| Beperkingen van de database | PROPER is alleen beschikbaar voor bepaalde platte bestanden en in extracten. Als u PROPER moet gebruiken in een databron die dit niet ondersteunt, kunt u overwegen om een extract te gebruiken. |
| Syntaxis | REPLACE(string, substring, replacement |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Zoekt in een <string> naar een <substring> en vervangt dit door <replacement>. Als <substring> niet wordt gevonden, blijft de tekenreeks ongewijzigd. |
| Voorbeeld | REPLACE("Version 3.8", "3.8", "4x") = "Version 4x" |
| Opmerkingen | Zie ook REGEXP_REPLACE in de documentatie over aanvullende functies. |
| Syntaxis | RIGHT(string, number) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert het <number> voor het aantal tekens dat het meest rechts in de tekenreeks staat. |
| Voorbeeld | RIGHT("Calculation", 4) = "tion" |
| Opmerkingen | Zie ook LEFT en MID. |
| Syntaxis | RTRIM(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de opgegeven <string> met eventuele spaties achteraan verwijderd. |
| Voorbeeld | RTRIM(" Calculation ") = " Calculation" |
| Opmerkingen | Zie ook LTRIM en TRIM. |
| Syntaxis | SPACE(number) |
| Uitvoer | Tekenreeks (en meer specifiek: alleen spaties) |
| Definitie | Retourneert een tekenreeks die bestaat uit een opgegeven aantal herhaalde spaties. |
| Voorbeeld | SPACE(2) = " " |
| Syntaxis | SPLIT(string, delimiter, token number) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert een subtekenreeks van een tekenreeks, waarbij een scheidingsteken wordt gebruikt om de tekenreeks in een reeks tokens te verdelen. |
| Voorbeeld | SPLIT ("a-b-c-d", "-", 2) = "b"SPLIT ("a|b|c|d", "|", -2) = "c" |
| Opmerkingen | De tekenreeks wordt geïnterpreteerd als een afwisselende reeks scheidingstekens en tokens. Dus voor de tekenreeks
Zie ook de ondersteunde REGEX in de documentatie voor extra functies. |
| Beperkingen van de database | De opdrachten Splitsen en Aangepast splitsen zijn beschikbaar voor de volgende typen databronnen: Tableau-data-extracten, Microsoft Excel, tekstbestanden, PDF-bestanden, Salesforce, OData, Microsoft Azure Market Place, Google Analytics, Vertica, Oracle, MySQL, PostgreSQL, Teradata, Amazon Redshift, Aster Data, Google Big Query, Cloudera Hadoop Hive, Hortonworks Hive en Microsoft SQL Server. Sommige databronnen stellen limieten aan het splitsen van tekenreeksen. Zie de beperkingen van de SPLIT-functie later in dit onderwerp. |
| Syntaxis | STARTSWITH(string, substring) |
| Uitvoer | Booleaanse waarde |
| Definitie | Retourneert true als string begint met substring. Voorloopspaties worden genegeerd. |
| Voorbeeld | STARTSWITH("Matador, "Ma") = TRUE |
| Opmerkingen | Zie ook CONTAINS, evenals de ondersteunde REGEX in de documentatie voor extra functies. |
| Syntaxis | TRIM(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de gegeven <string> met de voorloop- en naloopspaties verwijderd. |
| Voorbeeld | TRIM(" Calculation ") = "Calculation" |
| Opmerkingen | Zie ook LTRIM en RTRIM. |
| Syntaxis | UPPER(string) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Retourneert de gegeven <string> volledig in hoofdletters. |
| Voorbeeld | UPPER("Calculation") = "CALCULATION" |
| Opmerkingen | Zie ook PROPER en LOWER. |
| Databron | Beperkingen voor links/rechts | Maximaal aantal splitsingen | Versiebeperkingen |
| Tableau-data-extract | Beide | Oneindig | |
| Microsoft Excel | Beide | Oneindig | |
| Tekstbestand | Beide | Oneindig | |
| Salesforce | Beide | Oneindig | |
| OData | Beide | Oneindig | |
| Google Analytics | Beide | Oneindig | |
| Tableau Data Server | Beide | Oneindig | Ondersteund in versie 9.0. |
| Vertica | Alleen links | 10 | |
| Oracle | Alleen links | 10 | |
| MySQL | Beide | 10 | |
| PostgreSQL | Links alleen vóór versie 9.0; voor versie 9.0 en hoger | 10 | |
| Teradata | Alleen links | 10 | Versie 14 en hoger |
| Amazon Redshift | Alleen links | 10 | |
| Aster Database | Alleen links | 10 | |
| Google BigQuery | Alleen links | 10 | |
| Hortonworks Hadoop Hive | Alleen links | 10 | |
| Cloudera Hadoop | Alleen links | 10 | Impala wordt ondersteund vanaf versie 2.3.0. |
| Microsoft SQL Server | Beide | 10 | 2008 en later |
| Locatie | Hyperforce-regio | Pod (Podnaam) | IP-adres en -bereik na migratie naar Hyperforce (U kunt ook zoeken naar de Hyperforce-regio in https://ip-ranges.salesforce.com/ip-ranges.json) | |
|---|---|---|---|---|
| Azië-Pacific | Australië | ap-southeast-2 | prod-apsoutheast-a | 141.163.192.0/23 |
| India | ap-south-2 | prod-in-a | 141.163.216.0/24 | |
Indonesië | ap-southeast-3 | prod-apsoutheast-c | 141.163.212.0/24 | |
Japan | ap-northeast-1 | prod-apnortheast-a | 141.163.208.0/23 | |
Singapore | ap-southeast-1 | prod-apsoutheast-b | 141.163.196.0/23 | |
| Zuid-Korea | ap-northeast-2 | prod-kr-a | 141.163.200.0/23 | |
| Canada | Quebec | ca-central-1 | prod-ca-a | 155.226.152.0/23 |
| Europa | Duitsland | eu-central-1 | dub01 (DUB01) | 145.224.208.0/23 |
eu-west-1a (EW1A) | ||||
| Zwitserland | eu-central-2 | prod-ch-a | 145.224.198.0/24 | |
| VK | eu-west-2 | prod-uk-a | 145.224.200.0/23 | |
| Verenigde Staten - West | Oregon | us-west-2 | 10ax (10AX) | 155.226.128.0/21 |
10ay (10AY) | ||||
10az (10AZ) | ||||
uw2b (UW2B) | ||||
prod-uswest-c | ||||
| Verenigde Staten - Oost | Virginia | us-east-1 | prod-useast-a | 155.226.144.0/22 |
prod-useast-b | ||||
us-east-1 (useast-1) | ||||
prod-useast-c | ||||
| Locatie | Hyperforce-regio | Pod (Podnaam) | IP-adres vóór migratie naar Hyperforce | |
|---|---|---|---|---|
| Azië-Pacific | Australië | ap-southeast-2 | prod-apsoutheast-a | 3.25.37.32/28 |
Japan | ap-northeast-1 | prod-apnortheast-a | 18.176.203.96/28 | |
| Canada | Quebec | ca-central-1 | prod-ca-a | 3.98.24.208/28 |
| Europa | Duitsland Opmerking: Vóór de migratie naar Hyperforce was dit de regio Ierland. | eu-central-1 | dub01 (DUB01) | 34.246.74.86 52215158213 |
eu-west-1a (EW1A) | 34.246.62.141 34.246.62.203 | |||
| VK | eu-west-2 | prod-uk-a | 18.134.84.240/28 | |
| Verenigde Staten - West | Oregon | us-west-2 | 10ax (10AX) | 34208207197 52.39.159.250 |
10ay (10AY) | 34218129202 52.40.235.24 | |||
10az (10AZ) | 34.218.83.207 52.37.252.60 | |||
us-west-2b (UW2B) | 34.214.85.34 34.214.85.244 | |||
| Verenigde Staten - Oost | Virginia | us-east-1 | prod-useast-a | 3.219.176.16/28 |
prod-useast-b | 3.219.176.16/28 | |||
us-east-1 (useast-1) | 50.17.26.34 52206162101 | |||
| Locatie | Hyperforce-regio | Pod (Podnaam) | IP-adres en -bereik/VPCE-ID | |
|---|---|---|---|---|
| Azië-Pacific | Australië | ap-southeast-2 | prod-apsoutheast-a | 141.163.192.0/23 |
| India | ap-south-2 | prod-in-a | 141.163.216.0/24 vpce-02e14aeeeccOa2eef | |
Indonesië | ap-southeast-3 | prod-apsoutheast-c | 141.163.212.0/24 | |
Japan | ap-northeast-1 | prod-apnortheast-a | 141.163.208.0/23 | |
Singapore | ap-southeast-1 | prod-apsoutheast-b | 141.163.196.0/23 | |
| Zuid-Korea | ap-northeast-2 | prod-kr-a | 141.163.200.0/23 vpce-053ebbbe86f5411ca | |
| Canada | Quebec | ca-central-1 | prod-ca-a | 155.226.152.0/23 |
| Europa | Duitsland | eu-central-1 | dub01 (DUB01) | 145.224.208.0/23 vpce-091ff41bc3686e6e8 |
eu-west-1a (EW1A) | ||||
| Zwitserland | eu-central-2 | prod-ch-a | 145.224.198.0/24 vpce-0fbf9d552ffbb6be2 | |
| VK | eu-west-2 | prod-uk-a | 145.224.200.0/23 | |
| Verenigde Staten - West | Oregon | us-west-2 | 10ax (10AX) | 155.226.128.0/21 vpce-090a7c76e361d5013 |
10ay (10AY) | ||||
10az (10AZ) | ||||
uw2b (UW2B) | ||||
prod-uswest-c | ||||
| Verenigde Staten - Oost | Virginia | us-east-1 | prod-useast-a | 155.226.144.0/22 vpce-0ea40e596e16259d1 |
prod-useast-b | ||||
us-east-1 (useast-1) | ||||
prod-useast-c | ||||
| Modus | Wie heeft toegang? |
|---|---|
Weergavemodus | Viewers, Explorers en Creators in Tableau die de machtiging Data uitleggen uitvoeren hebben, kunnen uitleg van Data uitleggen in de weergavemodus uitvoeren en bekijken. |
Bewerkingsmodus
| Creators in Tableau kunnen Data uitleggen uitvoeren bij het bewerken van een weergave in Tableau Desktop, Tableau Cloud of Tableau Server. Explorers die de machtiging Data uitleggen uitvoeren en bewerkingsmachtigingen hebben, kunnen Data uitleggen uitvoeren bij het bewerken van een werkmap in Tableau Cloud of Tableau Server. Creators en Explorers met bewerkingsmachtigingen kunnen nieuwe werkbladen openen voor verdere analyse. Ze kunnen ook Data-instellingen uitleggen gebruiken om te bepalen wie Data uitleggen mag gebruiken en wat ze mogen zien. |
| Handeling | Toetsaanslagen |
|---|---|
| Verplaats de focus naar het vorige item | Pijl-omhoog |
| Verplaats de focus naar het volgende item | Pijl-omlaag |
| (Enkele kolom) verplaats de focus naar het vorige item, (Meerdere kolommen) verplaats de focus naar links | Pijl-links |
| (Enkele kolom) verplaats de focus naar het volgende item, (Meerdere kolommen) verplaats de focus naar rechts | Pijl-rechts |
| Verplaats de focus naar het eerste item | Home-toets |
| Verplaats de focus naar het laatste item | End-toets |
| Schakel de itemselectie in of uit | Spatiebalk |
Schakel highlights in of uit Opmerking: Dit is het toetsenbordequivalent van Geselecteerde items highlighten. | Enter-toets |
Wis alle itemselecties Opmerking: Om de tekst van legenda-items met meer contrast te bekijken, selecteert u de individuele legenda-items en schakelt u vervolgens de highlight in en uit. | Esc |
| Handeling | Toetsaanslagen |
|---|---|
Vervolgkeuzelijst samengevouwen: verplaats de focus naar het vorige item en bevestig de waarde, Vervolgkeuzelijst geopend: verplaats de focus naar het vorige item en bevestig de waarde; bevestig de waarde niet | Pijl-omhoog |
Vervolgkeuzelijst samengevouwen: verplaats de focus naar het volgende item en leg de waarde vast, Vervolgkeuzelijst geopend: verplaats de focus naar het volgende item en bevestig de waarde; bevestig de waarde niet | Pijl-omlaag |
Vervolgkeuzelijst samengevouwen: open of sluit de domeinlijst, Vervolgkeuzelijst geopend: bevestig de selectie van het item met de focus | Spatiebalk |
| Vervolgkeuzelijst geopend: vouw de domeinlijst samen zonder een selectie te maken | Esc |
| Handeling | Toetsaanslagen |
|---|---|
| Verplaats de focus naar een visualisatie (nl.) | Druk in een dashboard of werkmap op Enter |
Als de visualisatie in focus is, opent u het venster Data weergeven Opmerking: De schermlezer die u gebruikt, heeft mogelijk een combinatie van toetsen nodig (Shift, Ctrl, Alt, Cmd) in combinatie met Enter. Zie de documentatie voor uw schermlezer. | Shift+Enter |
| Verplaats de focus naar een willekeurige cel in het dataraster | Pijltoetsen |
| Interactie met cellen in een raster | Gebruik de pijltjestoetsen om naar de cel te navigeren. Druk op Enter om de focus op een element in een cel te krijgen. Vervolgens kunt u via het toetsenbord, zoals met Enter of een spatie, met het element communiceren. Druk op Esc om terug te keren naar de navigatiemodus. |
| Verplaats een kolom | Binnen het dataraster gebruikt u de pijltoetsen om de focus naar een cel in de gewenste kolom te verplaatsen. Druk op Enter en gebruik de pijl-omlaag om Naar links verplaatsen of Naar rechts verplaatsen te selecteren en druk vervolgens op Enter. |
| Sorteer op kolom | Binnen het dataraster gebruikt u de pijltoetsen om de focus naar een cel in de gewenste kolom te verplaatsen. Druk op Enter en gebruik de pijl-omlaag om Oplopend sorteren of Aflopend sorteren te selecteren en druk vervolgens op Enter. |
| Verwijder een kolom | Binnen het dataraster gebruikt u de pijltoetsen om de focus naar een cel in de gewenste kolom te verplaatsen. Druk op Enter en gebruik de pijl-omlaag om Verwijderen te selecteren en druk vervolgens op Enter. |
| Verplaats de focus naar een andere datatabel | Druk op de Tab-toets om de focus naar het tabblad Samenvatting te verplaatsen. Gebruik de pijl-omlaag om de focus naar de gewenste datatabel binnen het vensterTabbladen te verplaatsen. |
| Bewerk het aantal rijen | Druk op de Tab-toets om de focus naar het veld voor het aantal rijen te verplaatsen. Typ het gewenste rijnummer en druk vervolgens op Enter. |
| Geef aliassen weer of verberg ze | Druk op de Tab-toets om de focus naar de knop Instellingen te verplaatsen. Druk op Enter om aliassen weer te geven, en druk nogmaals op Enter om aliassen te verbergen. |
| Voeg velden toe of verwijder velden | Druk op de Tab-toets om de focus naar de knop Velden tonen te verplaatsen. Druk op Enter om een lijst met velden in de databron weer te geven. Gebruik de pijltoetsen om de focus naar elke veldnaam te verplaatsen. Druk op Enter om eventuele ongewenste velden uit het dataraster te verwijderen. Als u weer velden wilt toevoegen aan het dataraster, drukt u op Enter op het gewenste veld om dit opnieuw te selecteren. |
| Download de data zoals deze worden weergegeven in het venster Data weergeven | Druk op de Tab-toets om de focus naar de knop Downloaden te verplaatsen en druk vervolgens op Enter. Er wordt een CSV-bestand met uw aangepaste weergave van de data naar uw browser gedownload. |
| Sluit het venster Data weergeven | Windows: ALT+F4 Mac OS: Cmd+W |
| Handeling | Toetsaanslagen |
|---|---|
| Verplaats de focus naar een visualisatie (nl.) | Druk in een dashboard of werkmap op Enter |
| Met een visualisatie in focus kunt u naar de kopteksten links, boven, rechts of onder gaan | Pijltoetsen |
| Navigeer naar een koptekst | Enter-toets |
Navigeer binnen een koptekst of geneste koptekst | Pijltoetsen |
| Schakel de highlight voor een koptekst in/uit | Spatiebalk |
| Sluit de koptekst af | Esc |
| Syntaxis | DATE(expression) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert een datum voor een opgegeven getal, tekenreeks of datumexpressie. |
| Voorbeeld | DATE([Employee Start Date]) DATE("September 22, 2018") DATE("9/22/2018")DATE(#2018-09-22 14:52#) |
| Opmerkingen | Anders dan bij DATUMPARSE hoeft u geen patroon op te geven, omdat DATE automatisch veel standaarddatumnotaties herkent. Als DATE de invoer echter niet herkent, probeer dan DATEPARSE te gebruiken en de notatie op te geven. MAKEDATE is een andere soortgelijke functie, maar MAKEDATE vereist de invoer van numerieke waarden voor jaar, maand en dag. |
| Syntaxis | DATETIME(expression) |
| Uitvoer | Datumtijd |
| Definitie | Retourneert een datumtijd op basis van een opgegeven getal, tekenreeks of datumexpressie. |
| Voorbeeld | DATETIME("April 15, 2005 07:59:00") = April 15, 2005 07:59:00 |
| Syntaxis | FLOAT(expression) |
| Uitvoer | Zwevend kommagetal (decimaal) |
| Definitie | Zet het bijhorende argument om in een zwevend kommagetal. |
| Voorbeeld | FLOAT(3) = 3.000 |
| Opmerkingen | Zie ook INT, dat een geheel getal retourneert. |
| Syntaxis | INT(expression) |
| Uitvoer | Geheel getal |
| Definitie | Zet het argument om in een geheel getal. Deze functie kort resultaten voor expressies af tot het dichtstbijzijnde gehele getal richting nul. |
| Voorbeeld | INT(8/3) = 2 INT(-9.7) = -9 |
| Opmerkingen | Wanneer een tekenreeks wordt omgezet naar een geheel getal, wordt deze eerst omgezet naar een zwevend getal en vervolgens afgerond. Zie ook FLOAT, dat een decimaal retourneert. |
| Syntaxis | MAKEDATE(year, month, day) |
| Uitvoer | Datum |
| Definitie | Retourneert een datumwaarde die is samengesteld uit het opgegeven numerieke jaar, de opgegeven maand en de opgegeven datum. |
| Voorbeeld | MAKEDATE(1986,3,25) = #1986-03-25# Houd er rekening mee dat onjuist ingevoerde waarden worden aangepast naar een datum, bijvoorbeeld MAKEDATE(2020,4,31) = 1 mei 2020. Hierbij wordt dus geen foutmelding geretourneerd dat er geen 31e dag van april is. |
| Opmerkingen | Beschikbaar voor Tableau-data-extracten. Controleer de beschikbaarheid in andere databronnen. MAKEDATE vereist numerieke invoer voor de onderdelen van een datum. Als uw data een tekenreeks zijn die eigenlijk een datum zou moeten zijn, probeer dan de DATE-functie. DATE herkent automatisch veel standaarddatumnotaties. Als DATE de invoer niet herkent, probeer dan DATEPARSE te gebruiken. |
| Syntaxis | MAKEDATETIME(date, time) |
| Uitvoer | Datumtijd |
| Definitie | Retourneert een datumtijd door een datum en een tijd te combineren. De datum kan een datum, datumtijd of een tekenreeks zijn. De tijd moet een datumtijd zijn. |
| Voorbeeld | MAKEDATETIME("1899-12-30", #07:59:00#) = #12/30/1899 7:59:00 AM#MAKEDATETIME([Date], [Time]) = #1/1/2001 6:00:00 AM# |
| Opmerkingen | Deze functie is alleen beschikbaar voor met MySQL compatibele verbindingen (voor Tableau zijn dat MySQL en Amazon Aurora). MAKETIME is een vergelijkbare functie die beschikbaar is voor Tableau Data Extracts en enkele andere databronnen. |
| Syntaxis | MAKELINE(<Spatial Point1>,<Spatial Point2>) |
| Uitvoer | Geometrie ruimtelijk object (lijn) |
| Definitie | Retourneert een lijnmarkering tussen twee punten. |
| Voorbeeld | MAKELINE(OriginPoint, DestinationPoint) MAKELINE( MAKEPOINT(OriginLat],[OriginLong]) , MAKEPOINT([DestinationLat],[DestinationLong] ) |
| Opmerkingen | Handig voor het maken van vertrek-bestemmingskaarten of, met MAKEPOINT, voor het omzetten van breedtegraad en lengtegraad in ruimtelijke objecten. |
| Syntaxis | MAKEPOINT(<latitude>, <longitude>) |
| Uitvoer | Geometrie ruimtelijk object (punt) |
| Definitie | Converteert gegevens uit kolommen met breedtegraad en lengtegraad naar ruimtelijke objecten. |
| Voorbeeld | MAKEPOINT([AirportLatitude],[AirportLongitude]) |
| Opmerkingen | Met MAKEPOINT kunt u een databron ruimtelijk inschakelen, zodat deze met behulp van een ruimtelijke join kan worden gekoppeld aan een ruimtelijk bestand. Zie Een join maken van bestanden met ruimtelijke data in Tableauvoor meer informatie. Om MAKEPOINT te kunnen gebruiken, moeten uw data breedtegraad- en lengtegraadcoördinaten bevatten. |
| Syntaxis | MAKETIME(hour, minute, second) |
| Uitvoer | Datumtijd. Zie Opmerkingen. |
| Definitie | Retourneert een datumwaarde die is samengesteld uit het opgegeven uur, de opgegeven minuut en de opgegeven seconde. |
| Voorbeeld | MAKETIME(14, 52, 40) = #1/1/1899 14:52:40# |
| Opmerkingen | Omdat Tableau het datatype voor tijd niet ondersteunt (alleen datumtijd), is de uitvoer een datumtijd. Het datumgedeelte van het veld is 1/1/1899. Deze functie is vergelijkbaar met MAKEDATETIME, die alleen beschikbaar is voor MYSQL-compatibele verbindingen. |
| Syntaxis | STR(expression) |
| Uitvoer | Tekenreeks |
| Definitie | Zet het bijhorende argument om in een tekenreeks. |
| Voorbeeld | STR([ID]) |
| Vorige | Berekent het verschil tussen de huidige waarde en de vorige waarde in de partitie. Dit is de standaardwaarde. |
| Volgende | Berekent het verschil tussen de huidige waarde en de volgende waarde in de partitie. |
| Eerste | Berekent het verschil tussen de huidige waarde en de eerste waarde in de partitie. |
| Laatste | Berekent het verschil tussen de huidige waarde en de laatste waarde in de partitie. |
| Vorige | Berekent het verschil tussen de huidige waarde en de vorige waarde in de partitie. Dit is de standaardwaarde. |
| Volgende | Berekent het verschil tussen de huidige waarde en de volgende waarde in de partitie. |
| Eerste | Berekent het verschil tussen de huidige waarde en de eerste waarde in de partitie. |
| Laatste | Berekent het verschil tussen de huidige waarde en de laatste waarde in de partitie. |
| Vorige | Berekent het verschil tussen de huidige waarde en de vorige waarde in de partitie. Dit is de standaardwaarde. |
| Volgende | Berekent het verschil tussen de huidige waarde en de volgende waarde in de partitie. |
| Eerste | Berekent het verschil tussen de huidige waarde en de eerste waarde in de partitie. |
| Laatste | Berekent het verschil tussen de huidige waarde en de laatste waarde in de partitie. |
| Optie | Resultaat |
| Concurrentie (1, 2, 2, 4) | Aan identieke waarden wordt een identieke rang toegewezen. De hoogste waarde krijgt rang 1 en de volgende twee, de identieke waarden, krijgen allebei rang 2. De laatste waarde wordt dan gerangschikt als 4. |
| Gewijzigde concurrentie (1, 3, 3, 4) | Aan identieke waarden wordt een identieke rang toegewezen. De hoogste waarde krijgt rang 1 en de volgende twee, de identieke waarden, krijgen allebei rang 3. De laatste waarde wordt dan gerangschikt als 4. |
| Dicht (1, 2, 2, 3) | Aan identieke waarden wordt een identieke rang toegewezen. De volgende waarde na de dubbele waarden wordt berekend alsof de dubbele waarden één enkele waarde zijn. |
| Uniek (1, 2, 3, 4) | Dubbele waarden krijgen een unieke rangschikking, afhankelijk van de richting waarin de rangschikking wordt berekend. |
| Aggregatie | Betekenis |
| Som | Elke waarde wordt opgeteld bij de vorige waarde. |
| Gemiddeld | Het lopend totaal berekent het gemiddelde van de huidige en alle voorgaande waarden. |
| Minimum | Alle waarden worden vervangen door de laagste waarde in de oorspronkelijke partitie. |
| Maximum | Alle waarden worden vervangen door de hoogste waarde in de oorspronkelijke partitie. |
| Geen | Specificeert dat de berekening moet worden uitgevoerd op het niveau van de grootste granulariteit. Dit is de standaardoptie. Deze optie wijzigt de weergave niet. |
| Kwartaal van besteldatum | Specificeert dat de berekening op kwartaalniveau moet worden uitgevoerd. |
Deze uitleg laat het volgende zien:
Verkenningsopties:
Volgende stappen voor analyse:
|
In dit voorbeeld draagt een enkele extreme waarde van 463 huururen bij aan de hoger dan verwachte som van een totale huurtijd van 613 uur. Een waarschijnlijke reden voor deze hoge waarde zou kunnen zijn dat iemand is vergeten de fiets in het dock te plaatsen toen deze werd teruggebracht. In dat geval kan het zijn dat de auteur deze waarde wil uitsluiten voor toekomstige analyses.
| |
Het verschil visualiserenIn deze sectie ziet u het volgende:
Verkenningsopties:
Volgende stappen voor analyse:
| ![]()
In dit voorbeeld is de geanalyseerde markering niet meer zo hoog vergeleken met andere markeringen in de weergave wanneer de extreme waarde van 483 wordt uitgesloten. Andere kenmerken vallen nu op. De auteur zou de andere locaties eens nader kunnen bekijken om te achterhalen waarom deze locaties een hoger aantal uur hebben voor fietsverhuur. |
Deze uitleg laat het volgende zien:
Verkenningsopties:
Volgende stappen voor analyse:
|
In dit voorbeeld wordt het percentage nullwaarden in de doelmeetwaarde weergegeven als een blauwe cirkel. |
Deze uitleg laat het volgende zien:
Verkenningsopties:
Volgende stappen voor analyse:
|
In dit voorbeeld wordt het aantal records voor Reisafstand weergegeven voor elke waarde van Maand van rit. Dit is een dimensie in de oorspronkelijke visualisatie. Augustus heeft de hoogste totale waarde voor reisafstand. U kunt onderzoeken of augustus de hoogste waarde voor reisafstand heeft, omdat er in augustus meer ritten plaatsvonden of omdat sommige ritten langer waren. |
Deze uitleg laat het volgende zien:
Verkenningsopties:
Volgende stappen voor analyse:
| ![]() In dit voorbeeld is de gemiddelde reisafstand in augustus niet significant hoger of lager dan in de meeste maanden. Dit suggereert dat de reisafstand in augustus groter is omdat er in die maand meer ritten waren en niet omdat mensen langere ritten maakten. |
Deze uitleg laat het volgende zien:
Verkenningsopties:
Volgende stappen voor analyse:
| ![]() In dit voorbeeld heeft de statistische analyse aangetoond dat veel ritten afkomstig zijn uit de stationsbuurt van Back Bay. Houd er rekening mee dat Stationsbuurt een niet-gevisualiseerde dimensie is die verband houdt met de reisafstand in de onderliggende data voor de bronvisualisatie. |
Deze uitleg laat het volgende zien:
Verkenningsopties:
Volgende stappen voor analyse:
| ![]() In dit voorbeeld heeft de statistische analyse aangetoond dat er meer ritten werden gemaakt vanaf South Station en MIT en dat er minder ritten werden gemaakt vanaf Charles Circle en Kendall, vergeleken met de ritten die in het algemeen voor markeringen werden gemaakt. Houd er rekening mee dat Stationsnaam een niet-gevisualiseerde dimensie is die verband houdt met de reisafstand in de onderliggende data voor de bronvisualisatie. |
Deze uitleg laat het volgende zien:
Verkenningsopties:
Volgende stappen voor analyse:
| ![]() In dit voorbeeld is een mogelijke reden waarom de reisafstand hoog is, dat de gemiddelde totale huurtijd ook hoog is. |
Deze uitleg laat het volgende zien:
Verkenningsopties:
Volgende stappen voor analyse:
| ![]() In dit voorbeeld heeft een hoog percentage records betrekking op bewolkt weer. Omdat de data betrekking heeft op fietsverhuur in Boston en de geanalyseerde markering de reisafstand voor augustus is, kunnen we aannemen dat het weer doorgaans warm en vochtig is. Op bewolkte dagen huurden mensen misschien vaker een fiets om de hitte te vermijden. Het is ook mogelijk dat er in augustus meer bewolkte dagen waren. |
| Als u deze optie kiest... | De actie wordt uitgevoerd wanneer de gebruiker... |
|---|---|
| Aanwijzen met de muis | de muis boven een markering in de weergave houdt. Deze optie werkt het best voor highlightacties binnen een dashboard. |
| Selecteren | klikt op een markering in de weergave. Deze optie werkt goed voor alle soorten acties. |
| Menu | met de rechtermuisknop klikt (Control-klikt op Mac) op een geselecteerde markering in de weergave en vervolgens op een optie in knopinfo (menu). Deze optie werkt vooral goed voor URL-acties. |
| Oorspronkelijke data | Aggregatie zonder afronden | Aggregatie met afronden |
![]() | ![]() | ![]() |
| 10/31/2024 |
| 31/10/2024 |
12/10/2024 |
| 31 oktober 2024 |
| 31 oktober 2024 |
| 10 december 2024 |
| 31 oktober 2024 |
| 31 oktober 2024 |
| 12 oktober 2024 |
| Null |
| 31 oktober 2024 |
| 12 oktober 2024 |
| 2024-10-31 |
| 2024-31-10 |
2024-12-10 |
| 2024-10-12 |
| 31 oktober 2024 |
| Null |
| 10 december 2024 |
| 12 oktober 2024 |
| Bevat Overige | Bevat geen Overige |
|---|---|
![]() | ![]() |
| Relateren | Gebruik deze optie wanneer u data van verschillende detailniveaus combineert.
|
| Een join maken | Gebruik deze optie als u meer kolommen met data wilt toevoegen aan dezelfde rijstructuur.
|
| Vereniging | Gebruik deze optie als u meer rijen met data met dezelfde kolomstructuur wilt toevoegen.
|
| Combinatie | Gebruik deze optie wanneer u data van verschillende detailniveaus combineert.
|
May2016
| June2016
| July2016
|
August2016
|
Vereniging (met null-waarden)
|
| Vereniging (met samengevoegde kolommen)
|
| November | December |
|---|---|
![]() | ![]() |
| Orders | Leveranciers |
|---|---|
![]() | ![]() |
| Data uitleggen kan niet worden uitgevoerd in weergaven die het volgende gebruiken: |
|
Data uitleggen kan niet worden uitgevoerd als u het volgende selecteert: |
|
| Data uitleggen kan niet worden uitgevoerd als de meetwaarde die voor een uitleg moet worden gebruikt: |
|
Data uitleggen kan geen uitleg bieden voor een dimensie wanneer deze het volgende is: |
|
| Functies en mogelijkheden | Tableau Desktop Public Edition | Tableau Desktop Free Edition | Tableau Desktop Professional Edition |
| Privacy en beveiliging | |||
| Visualisaties lokaal opslaan | |||
| Automatisch herstel | |||
| Visualisaties publiceren of insluiten op andere openbare sites | * Insluitopties beschikbaar na publicatie naar Tableau Public | ||
| Visualisaties publiceren naar Tableau Public | |||
| Visualisaties publiceren naar Tableau Cloud of Tableau Server | |||
| Werkmappakketten delen met andere gebruikers | |||
| Livedatavernieuwing | Beperkte datavernieuwing (Alleen Google Drive. Data worden elke 24 uur automatisch vernieuwd.) | ||
| Databronnen | Beperkte databronopties (Google Drive, JSON-bestanden, Microsoft Excel 2007 of hoger, OData, PDF, ruimtelijke bestanden, statistische bestanden, tekstbestanden) | * Gepubliceerde databronnen worden niet ondersteund op Tableau Cloud of Tableau Server. | |
| Databronrijen | 15 miljoen rijen | Onbeperkt | Onbeperkt |
| Cloudopslag | 10 GB op Tableau Public | Tableau Cloud en Tableau Server indien van toepassing | |
| Lokale opslag |
| Visuele aanwijzing | Beschrijving |
![]() | De werkmap is rechtstreeks verbonden met een relationele databron of bestand. |
![]() | De werkmap is gekoppeld aan een extract dat nog steeds naar de onderliggende data verwijst. |
![]() | De werkmap is verbonden met een databron van het type kubus (d.w.z. een multidimensionale databron). In Tableau worden kubusdatabronnen alleen ondersteund in Windows. |
![]() | De werkmap is gekoppeld aan een Excel-tabel, subtabel of benoemd bereik. |
![]() | De werkmap is gekoppeld aan een databron die is gepubliceerd op Tableau Server. |
| Visuele aanwijzing | Veldbeschrijving |
![]() | Tekst of tekenreekswaarden. |
![]() | Numerieke waarden. |
![]() | Datumwaarden. |
![]() | Datum- en tijdwaarden. |
![]() | Booleaanse waarden (True of False). |
| Geografische data. Dit pictogram geeft ook aan dat aan het veld een geografische rol is toegewezen. Gebruik deze velden bij het maken van kaartweergaven. Zie Kaarten en geografische data-analyse in Tableau. | |
| Geografische data uit een aangepast geocoderingsbestand. Zie Locaties die Tableau niet herkent geocoderen en deze op een kaart tekenen. | |
| Een URL ingesteld op Afbeeldingsrol. Zie Webafbeeldingen dynamisch toevoegen aan werkbladen. | |
![]() | Een berekening die door de databron is gedefinieerd. |
![]() | Een door de gebruiker gedefinieerde set. Zie Sets maken. |
![]() | Een set die van de server een naam heeft gekregen. |
![]() | Een set die automatisch is gemaakt als resultaat van een actie. Zie Acties. |
![]() | Een numerieke bin. Zien Bins maken van een continue meetwaarde. |
![]() | Een groep. Zie Fouten in data corrigeren of dimensieleden combineren door uw data te groeperen. |
| Een clustergroep. Zie Clusters in data zoeken. | |
![]() | Een relationele hiërarchie. Zie Hiërarchieën maken. |
![]() | Een niveau in een multidimensionale hiërarchie. Niveaus groter dan vijf worden zonder nummer weergegeven. |
![]() | Een map die één of meer velden bevat. Mappen worden gebruikt om velden in het deelvenster Data te ordenen. Zie Het deelvenster Data organiseren. |
![]() | Een kenmerk van een kubus (multidimensionale databron). In Tableau worden kubusdatabronnen alleen ondersteund in Windows. |
![]() | Een variërend kenmerk van een kubus (multidimensionale databron). |
| Het veld is een actieve link voor datablending.*** Zie Uw data combineren | |
| Het veld is een potentiële link voor datablending. Zie Uw data combineren | |
| Het veld is niet gerelateerd. Zie Over datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen. | |
| Het veld is een samenhechtingsveld. Zie Over datamodellen met relaties op basis van meerdere feitentabellen. | |
| Het veld is verborgen. Klik om het veld zichtbaar te maken. Zie Velden verbergen of weergeven. |
| Visuele aanwijzing | Beschrijving |
![]() | Een blauw veld op een container geeft een discreet veld aan. In de meeste gevallen resulteert het toevoegen van een dimensie aan een container in een blauw veld. Blauwe velden zijn discreet: ze hebben een eindig aantal waarden. Door een blauw veld aan een container toe te voegen, worden er kopteksten gemaakt. Zie Kopteksten voor meer informatie. |
![]() | Een groen veld op een container geeft een continu veld aan. In de meeste gevallen resulteert het toevoegen van een meetwaarde aan een container in een groen veld. Groene velden zijn continu: ze bevatten een oneindig aantal waarden. Door een groen veld aan een container toe te voegen, ontstaat er een as. Zie Assen voor meer informatie. |
| Het pictogram Sorteren geeft aan dat een veld een berekende of handmatige sorteervolgorde heeft. Zie Data sorteren in een visualisatie. | |
![]() | Het pictogram Venn-diagram geeft een set aan. Zie Sets maken. |
![]() | Het pictogram Niet-gerelateerd geeft aan dat het veld niet is gerelateerd aan ten minste één ander veld in de visualisatie. Zie Indicatoren voor verwantschap op veldniveau. |
![]() | Het pictogram Gerelateerd geeft aan dat de dimensie velden aan elkaar hecht die verder niet gerelateerd zijn. Zie Indicatoren voor verwantschap op veldniveau. |
![]() | Een veldnaam die cursief wordt weergegeven, geeft aan dat het filter is gegenereerd en wordt beheerd door een actie. |
![]() | Een grijs veld op de Filters-container geeft aan dat het een contextfilter betreft. Zie Contextfilters gebruiken. |
![]() | Het deltapictogram geeft aan dat het veld een tabelberekening is. Zie Waarden transformeren met tabelberekeningen. |
![]() | De plus- en min-knoppen verschijnen wanneer het veld deel uitmaakt van een hiërarchie die u omhoog of omlaag kunt doorlopen. |
![]() | Het pijlpictogram geeft aan dat er een prognose voor het veld wordt weergegeven. Dit pictogram wordt ook gebruikt in het veld Prognose-indicator. Dit is een automatisch veld dat wordt gebruikt om onderscheid te maken tussen werkelijke en voorspelde waarden. Zie Prognoses maken. |
![]() | Een databroncilinder met een oranje vinkje geeft aan dat het veld afkomstig is uit een secundaire databron. Zie Uw data combineren. |
![]() | Het filter is toegewezen aan een specifiek werkblad. |
![]() | Het filter is toegewezen aan alle werkbladen met dezelfde databron. |
![]() | Het veld is niet compatibel met een of meer andere velden in de weergave. |
| Visuele aanwijzing | Beschrijving |
![]() | Het veld wordt toegepast op Kleur op de kaart Markeringen. |
![]() | Het veld wordt toegepast op Formaat op de kaart Markeringen. |
![]() | Het veld wordt toegepast op Label op de kaart Merken. |
![]() | Het veld wordt toegepast op Vorm op de kaart Markeringen. |
![]() | Het veld wordt toegepast op Detail op de kaart Markeringen. |
![]() | Het veld wordt toegepast op Knopinfo op de kaart Markeringen. |
![]() | Het veld wordt toegepast op Pad op de kaart Markeringen. Pad is alleen beschikbaar wanneer het markeringstype Lijn of Polygoon is geselecteerd in het vervolgkeuzemenu Markeringen. |
| Visuele aanwijzing | Beschrijving |
![]() | Het blad is een werkblad. |
![]() | Het blad is een dashboard. |
| Visuele aanwijzing | Beschrijving |
| [Veldnaam] | Oranje tekst. Het veld is een dimensie of meetwaarde, of een set. |
| [Parameters].[Parameternaam] | Paarse tekst. Het veld is een parameter. Tableau voegt het voorvoegsel [Parameters] toe om dubbelzinnigheid te voorkomen wanneer een parameter dezelfde naam heeft als een ander veld |
| [Gegevensbron].[Veldnaam] | Oranje tekst. Het veld komt uit een secundaire databron. De naam van de databron wordt als voorvoegsel toegevoegd. |
| Blue() | Blauwe tekst. Een berekeningsfunctie. |
| Winst versus Verkoop met standaardaggregatie | Winst versus Verkoop met expliciete aggregatie |
![]() | ![]() |
| Diepst | Specificeert dat de berekening moet worden uitgevoerd op het niveau van de fijnste granulariteit. Dit is de standaardoptie. |
| Kwartaal van besteldatum | Specificeert dat de berekening op kwartaalniveau moet worden uitgevoerd. |
| Maand van besteldatum | Geeft aan dat de berekening op maandniveau moet worden uitgevoerd.
|
Juist: Facturen en Afspraken als basistabellen | Onjuist: Artsen en Patiënten als basistabellen |
![]() | ![]() |
Basistabel | Gedeelde tabel |
Feitentabellen in een datawarehouse-schema | Gedeelde of conforme dimensietabellen in een datawarehouse-schema |
Specifiek voor de context of analyse (vluchtinformatie, energieverbruik) | Consistent concept voor verschillende contexten (datum, locatie) |
Veel meetwaarden | Voornamelijk dimensies |
Vaker bijgewerkt/transactioneel (medische afspraken, recepten, vitale functies) | Stabieler/duurzamer (dokter, patiënt) |
Heeft refererende sleutelvelden | Heeft primaire sleutelvelden |
Gebaseerd op gebeurtenissen (lesrooster, cijfer voor een opdracht) | Gebaseerd op entiteit (student, klaslokaal) |
| Vorige versies | 2020.2 en later | |
|---|---|---|
![]() | ![]() | |
| In Tableau versie 2020.1 en eerder bestaat het datamodel alleen uit de fysieke laag | In Tableau versie 2020.2 en later bestaat het datamodel uit twee lagen: de logische laag en de fysieke laag |
| Productnaam | URL naar productafbeelding | Productverkoop |
| Plat | https://img.example.com/flats.png | 12118 |
| Hoge hakken | https://img.example.com/highheels.png | 15865 |
| Hardloopschoenen | https://img.example.com/runningshoes.png | 14200 |
| Sleehakken | https://img.example.com/wedges.png | 8665 |
Ondersteunde SRS/EPSG-codes in Tableau: |
3857: WGS 84/Pseudo-Mercator [STANDAARD] 4326: WGS 84 4269: NAD83 3824: TWD97 3889: IGRS 4019: onbekende datum gebaseerd op de GRS 80-ellipsoïde 4023: MOLDREF99 4030: onbekende datum gebaseerd op de WGS 84-ellipsoïde 4031: onbekende datum gebaseerd op de GEM 10C-ellipsoïde 4046: RGRDC 2005 4075: SREF98 4081: REGCAN95 4126: LKS94 (ETRS89) 4130: Moznet 4140: NAD83(CSRS98) 4148: Hartebeesthoek94 4151: CHTRF95 4152: NAD83(HARN) 4163: Jemen NGN96 4166: Koreaans 1995 4167: NZGD2000 4170: SIRGAS 1995 4171: RGF93 4172: POSGAR 4173: IRENET95 4176: Australisch Antarctica 4180: EST97 4189: REGVEN 4190: POSGAR 98 4258: ETRS89 4283: GDA94 4319: KUDAMS 4612: JGD2000 4617: NAD83(CSRS) 4619: SWEREF99 4627: RGR92 4640: RRAF 1991 4645: RGNC 1991 4659: ISN93 4661: LKS92 4667: IKBD-92 4669: LKS94 4670: IGM95 4674: SIRGAS 2000 4686: MAGNA-SIRGAS 4687: RGPF 4693: Nakhl-e Ghanem 4694: POSGAR 94 4702: Mauritanië 1999 4737: Korea 2000 4742: GDM2000 4747: GR96 4749: RGNC91-93 4755: DGN95 4756: VN-2000 4757: SVY21 4758: JAD2001 4759: NAD83(NSRS2007) 4761: HTRS96 4762: BDA2000 4763: Pitcairneilanden 2006 4764: RSRGD2000 4765: Slovenië 1996 102100: WGS 84 Web Mercator (hulpbol) |