---
schema_version: "1"
id: 5d820d6daa764e750228c929714e0858d91148c6a7cbb36706d548839298c34f
title: "Uw Tableau-dataverhaal aanpassen: Contextvariabelen"
collection: tableau
version: current
locale: nl-nl
portal_url: https://docs.salesforce.com/tableau/current/nl-nl/pro/desktop/data_stories_customize_context_variables.md
canonical_url: https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/data_stories_customize_context_variables.htm
source_site: help.tableau.com
content_type: documentation
content_hash: b940ccca5a3450268c8701bad23d75d6f885f11f69d0f850dbef2455cde35a6c
description: Feature retired.
---
[Doorgaan naar hoofdinhoud](#main-content)

# Uw Tableau-dataverhaal aanpassen: Contextvariabelen

**Belangrijke wijzigingen voor Tableau Dataverhalen**

Tableau Dataverhalen zijn vanaf januari 2025 (2025.1) verouderd in Tableau Desktop, Tableau Cloud, en Tableau Server. Dankzij de vooruitgang in natuurlijke taaltechnologieën ontwikkelen we een verbeterde interface waarmee u gemakkelijker vragen kunt stellen over uw data en op de hoogte blijft van veranderingen. Zie [Hoe Tableau Pulse, mogelijk gemaakt door Tableau AI, de data-ervaring opnieuw vormgeeft](https://www.tableau.com/nl-nl/blog/tableau-pulse-and-tableau-ai) voor meer informatie.

Contextvariabelen zijn functies waaraan kan worden gerefereerd door andere functies. Met andere woorden: u kunt contextvariabelen gebruiken om functies binnen andere functies te nesten.

Nadat u uw contextvariabele hebt gedefinieerd, verschijnt deze als een functie die u kunt gebruiken bij het toevoegen van nieuwe functies aan uw Tableau-dataverhaal.

**Opmerking:** U kunt voor elke aangepaste zin meerdere contextvariabelen instellen, maar u moet elke contextvariabele afzonderlijk definiëren voor elk stukje aangepaste inhoud.

## Een contextvariabele instellen

1. Klik in uw Dataverhaal op Bewerken om het dialoogvenster Bewerken te openen.
2. Klik op Aangepast item toevoegen.
3. Klik op het menu aan de rechterkant van uw venster met aangepaste inhoud en selecteer Context instellen.  
      
    ![Dialoogvenster Verhaal bewerken waarin één verhaalzin is geselecteerd, zodat het menu open is. De optie 'Context instellen' is gemarkeerd.](/tableau/current/nl-nl/pro/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_set.png)
4. Klik op Context toevoegen.
5. Geef de contextvariabele een naam en klik op Functie instellen.
6. Definieer uw aangepaste functie en kies een dimensie.  
      
    ![Een open veld om een contextvariabele een naam te geven, een knop 'Context toevoegen' en velden voor het definiëren van de aangepaste functie.](/tableau/current/nl-nl/pro/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_add.png)
7. Klik op Toevoegen aan sectie.
8. Klik terug in de zin waarin u uw contextvariabele instelt.
9. Volg de stappen naar [Functies toevoegen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/data_stories_customize.htm#Add).  
      
    ![Het functiedialoogvenster is geopend en in het veld voor het definiëren van de aangepaste functie staan de aangepaste contextopties vermeld.](/tableau/current/nl-nl/pro/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_shows.png)

Nu wordt uw contextvariabele vermeld als een optie in de vervolgkeuzelijst Dimensiewaarde bij het toevoegen van uw functie.  

## Wanneer een contextvariabele gebruiken: verwijzen naar twee of meer meetwaarden  

Stel dat u naar twee of meer meetwaarden wilt verwijzen in één analytische zin in uw Dataverhaal. Zonder een contextvariabele kunnen we een zin voor slechts één meetwaarde tegelijk schrijven. Maar als we een contextvariabele gebruiken, kunnen we in één zin naar meer dan één meetwaarde verwijzen.  

Om naar twee of meer meetwaarden te verwijzen met een contextvariabele, moet uw Dataverhaal het volgende bevatten:

> - 1 dimensie
> - 2 of meer meetwaarden

1. Klik in uw Dataverhaal op Bewerken om het dialoogvenster Bewerken te openen.
2. Klik op Aangepast item toevoegen.
3. Klik op het menu aan de rechterkant van uw venster met aangepaste inhoud en selecteer Context instellen.
4. Klik op Context toevoegen.
5. Geef de contextvariabele een naam en klik op Functie instellen.
6. Definieer uw aangepaste functie en kies een dimensie.
7. Klik op Toevoegen aan sectie.  
      
    ![Afbeelding die een contextvariabele toont met een gedefinieerde functie voor het aflopend sorteren van een label, een meetwaarde voor SUM(BBP), Rangschikking 1 en Dimensie van Land/regio](/tableau/current/nl-nl/pro/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_setfuction.png)
8. Klik terug in de zin waarin u uw contextvariabele instelt.
9. Voeg uw eerste functie toe en vul de verplichte velden in. In dit voorbeeld hebben we Label dimensiewaarde geselecteerd en vervolgens Land/regio van Dimensie gekozen en daarna het land met het hoogste BBP (onze contextvariabele) in Dimensiewaarde.  
      
    ![Het functiedialoogvenster is geopend en de opties uit stap 9 zijn geselecteerd.](/tableau/current/nl-nl/pro/desktop/nl-nl/Img/data_stories_custom_context_func1.png)

1. Klik op Toevoegen aan sectie.
2. Voeg uw tweede functie toe en vul de verplichte velden in. In dit voorbeeld hebben we Waarde geselecteerd en vervolgens Land/regio van Dimensie, SUM(Rentevoet) van Meetwaarde gekozen en daarna het land met het hoogste BBP (onze contextvariabele) in Dimensiewaarde.  
      
    ![Het functiedialoogvenster is geopend en de opties uit stap 10 zijn geselecteerd.](/tableau/current/nl-nl/pro/desktop/nl-nl/Img/data_stories_custom_context_func2.png)

1. Klik op Toevoegen aan sectie.
2. Klik op Opslaan.

Uw Dataverhaal schrijft een zin die ons inzicht geeft in een secundaire meetwaarde (rentevoet) voor het land waarin we geïnteresseerd zijn (het land met het hoogste BBP).  
  
![Afbeelding die een zin toont die in het dataverhaal is gerenderd waarin staat dat de Verenigde Staten de hoogste AVG (BBP) hebben en een rentevoet van $ 0,7 miljard in deze dataset.](/tableau/current/nl-nl/pro/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_sentence.png)  

## Wanneer een contextvariabele gebruiken: periode-na-periode-analyse

Een contextvariabele is handig als u de prestaties over twee verschillende perioden in uw Dataverhaal wilt analyseren. U kunt een aangepaste zin maken die schrijft over een meetwaarde die wordt weergegeven in uw sectie voor het weergeven van meer details en de meetwaarde vergelijkt met verschillende perioden, zoals jaar na jaar of maand na maand.  

Om een periode-na-periode-analyse op te zetten, moet uw Dataverhaal het volgende bevatten:

> - 2 dimensies: 1 tijdsperiodedimensie (primair) en 1 niet-tijdsperiodedimensie (secundair)
> - 1-3 meetwaarden

1. Maak uw Dataverhaal.
2. Zorg ervoor dat in het dialoogvenster Velden uw tijdsperiodedimensie als eerste is geordend en klik op Volgende.
3. Selecteer in het dialoogvenster Verhaal de optie Continu en klik op Gereed.
4. Open het dialoogvenster Bewerken en selecteer Aangepast item toevoegen in het eerste gebied voor het weergeven van meer details.
5. Maak twee contextvariabelen die uw tijdsperioden vertegenwoordigen. Bijvoorbeeld 'Huidig kwartaal' en 'Vorig kwartaal'.  
      
    ![Afbeelding met twee ingestelde contextvariabelen, één voor een huidig kwartaal en één voor een vorig kwartaal](/tableau/current/nl-nl/pro/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_quarters.png)
6. Maak een _toegenomen_ zin door aangepaste taal en functies toe te voegen. De inhoud van deze zin resulteert in '\[CurrentDimensionValueLabel\] is \[X%\] toegenomen gedurende het kwartaal'.
7. Typ de functie in, gevolgd door het woord 'toegenomen' in het aangepaste tekstvak.
8. Voeg de functie toe die de procentuele wijziging van uw meetwaarde gedurende uw tijdsperiode retourneert.  
      
    ![Het functiedialoogvenster is geopend en de opties uit stap 1 tot en met 8 zijn gekozen.](/tableau/current/nl-nl/pro/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_increased.png)
9. Klik op Toevoegen aan sectie.
10. Selecteer [Aangepaste inhoud dupliceren](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/data_stories_customize.htm#Duplicat) en maak een _afgenomen_ versie door het woord 'toegenomen' te vervangen door 'afgenomen'. De functies blijven hetzelfde.  
      
    ![Dialoogvenster Verhaal bewerken waarin één verhaalzin is geselecteerd, zodat het menu open is. De optie 'Dupliceren' is gemarkeerd.](/tableau/current/nl-nl/pro/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_duplicate.png)
11. Selecteer [Voorwaarden toevoegen](https://help.tableau.com/current/pro/desktop/nl-nl/data_stories_customize.htm#Add2) voor elke zin, zodat er afhankelijk van de data slechts één wordt geschreven.  
      
    ![Het voorwaardedialoogvenster is geopend en er wordt aangepaste inhoud ingevoerd voor de toename ten opzichte van het vorige kwartaal.](/tableau/current/nl-nl/pro/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_addcondition.png)
12. Stel voor de _toegenomen_ zin voorwaarden in die in lijn liggen met het volgende voorbeeld:

> Linkerargument = Waardefunctie
> 
> Dimensie = Kwartaal(Besteldatum). Selecteer uw tijdsperiodedimensie
> 
> Meetwaarde = SUM(Totaal aantal orders). Selecteer de meetwaarde die u hebt gebruikt voor de berekening.
> 
> Dimensiewaarde = Huidig kwartaal. Een van de contextvariabelen
> 
> Filterdimensiewaarde = Huidige regiowaarde (dynamisch). Dit is de vooraf ingestelde contextvariabele
> 
> Middelste argument = > (Groter dan)
> 
> Rechterargument = Waardefunctie
> 
> Dimensie = Kwartaal(Besteldatum). Selecteer uw tijdsperiodedimensie
> 
> Meetwaarde = Totaal (Totaal aantal orders). Selecteer de meetwaarde die u hebt gebruikt voor de berekening.
> 
> Dimensiewaarde = Vorig kwartaal. Een van de contextvariabelen
> 
> Filterdimensiewaarde = Huidige regiowaarde (dynamisch). Dit is de vooraf ingestelde contextvariabele  
>   
> ![Het voorwaardedialoogvenster is geopend en aangepaste inhoud wordt ingevoerd zoals beschreven in stap 12.](/tableau/current/nl-nl/pro/desktop/nl-nl/Img/data_stories_context_period_analysis.png)  

1. Stel voor de _afgenomen_ zin dezelfde voorwaarden in, maar vervang het > (Groter dan) teken door het < (Minder dan) teken. De rechter- en linkerargumenten blijven hetzelfde.
2. Klik op Opslaan en uw Dataverhaal schrijft een zin waarin de inzichten uit de analyse van de twee tijdsperioden zijn opgenomen.